Nederlandse samenvatting



Vergelijkbare documenten
Onderwijs in programmeren in het voortgezet onderwijs: een benadering vanuit de Pedagogical Content Knowledge

Hoe ondersteun je als lerarenopleider de leraar-in-opleiding bij zijn of haar ontwikkeling als vakdidacticus? Een uitwerking voor de bètavakken

Nederlandse samenvatting

Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving

De praktijkkennis van ervaren bètadocenten in de context van de invoering van het vak Algemene Natuurwetenschappen

LESSON STUDY: professionalisering van beginnende en ervaren scheikundedocenten op één school

Nederlandse samenvatting

Van een lerende vakdocent leer je het meest

De ontwikkeling van pabostudenten tot professioneel gecijferde leerkracht

Hoe integreer je vakdidactiek en onderwijskunde binnen de opleiding? Perry den Brok

Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving

De professionele ontwikkeling van docenten: Nascholing of werkplekleren?

Proefschrift Talitha Visser Professional Development as a Strategy for Curriculum Implementation in Multidisciplinary Science Education

LESSON STUDY IN DE TWEEDEGRAADS LERARENOPLEIDING

Omgaan met Bumpy Moments in de context van Technisch Beroepsonderwijs

Nederlandse samenvatting

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

De docent als lerende professional

Samenvatting Proefschrift Fostering Monitoring and Regulation of Learning Mariëtte H. van Loon, Universiteit Maastricht

Research in Higher Professional Education: A staff perspective. Mw. D.M.E. Griffioen

WELKOM! Wil je op je A4 opschrijven wat je nu weet over Lesson Study? Evelien van Geffen 12 mei 2016

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs

Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1

FORMATIEF TOETSEN IN DE KLAS: BEVORDERENDE EN BELEMMERENDE FACTOREN

VELOV-leergemeenschap Digitaal Leren

Samen opleiden. Vlaanderen. Nederland. Leuven, 3 mei Jeannette Geldens Herman L. Popeijus

Onderzoek: het aannemelijk maken van beweringen

Feedback middels formatief toetsen

Een model voor het leren van docenten in de context van een curriculumverandering

Projectdefinitie. Plan van aanpak

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Evolutie

Interactieve sessie. Leraren als change agents. Leraren als change agents

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

TPACK-NL vragenlijst een toelichting

UNIVERSITY OF TWENTS MEESTERSCHAP 1/25/2017 FORMATIEF TOETSEN IN DE KLAS: TIPS VOOR IN DE LES

Expertisenetwerk School of Education. Zomerschool Praktijkgericht Onderzoek voor lerarenopleiders. 5-7 september 2012 Leuven

Het vmbo van dichtbij Waardering vanuit onderzoek voor de praktijk Symposium ORD 2013 Brussel

Het beroep en de professionele identiteit van de lerarenopleider. Anja Swennen, Vrije Universiteit Amsterdam

FUWA-VO Voorbeeldfunctie docent LD Type 1

Sessie 5: Methodes voor dataverzameling

De ervaringen met doen alsof van volwassenen met ASS en NT-partners

FUWA-VO Voorbeeldfunctie docent LC Type 1

Samenwerking tussen docenten in onderwijsinnovaties in het hoger beroepsonderwijs: een case study

ONDERZOEK ALS MIDDEL VOOR ONDERWIJSONTWIKKELING?

Welkom bij de mastervoorlichting van Master Onderwijskunde

De kenniswerker. Prof. Dr. Joseph Kessels. Leuven 31 mei 2010

Inspraakladder: onderwijskundig model voor leerlingparticipatie

Herman Van de Mosselaer

Differentiëren en uitdagen met hele taak eerst hulp op maat

Welkom bij de voorlichting over de Master Onderwijskunde. 14 november 2015

Proefschrift Ellen Rohaan Testing teacher knowledge for technology teaching in primary schools

Geaccepteerd voorstel Onderwijs Research Dagen 28, 29 en 30 juni 2017 te Antwerpen

Interventieonderzoek als onderdeel van docentenprofessionalering Een good practice

DOCENTEN-IN-OPLEIDING ONDERZOEKEN DE PRAKTIJKKENNIS VAN ERVAREN DOCENTEN

Naam: School: basisschool voortgezet onderwijs Plaats: Leeftijd: Aantal jaar onderwijservaring:

Spinnenweb-model: leerlingparticipatie in samenhang

Kiezen van werkvormen voor docentprofessionalisering:

Benodigde leerkrachtcompetenties voor het onderwijzen van W&T volgens de didactiek van onderzoekend leren. Ester Alake-Tuenter Manon Tiedink

Overzicht curriculum VU

Didactische aspecten van algoritmiek

Natuurlijk nieuwsgierig. Onderzoekend leren bij natuur, wetenschap en techniek Lectorale rede, 2 september 2009

DAS Conferentie Applied Science

Burgerschapsonderwijs op school in Europa 2017

52. Op weg naar rijkere breukenlessen

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Het spel van de teacher leader in een veranderproces

Samenvatting Hoofdstuk 1

Examenprogramma natuurkunde havo

Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing

Bijlage 2 Vergelijking pilot vs. niet-pilotresultaten natuurkunde

Nieuwe media. Ander onderwijs?

Het onderwazen van modellen binnen ANW

Opleiden op school. nieuw denken. nieuw doen?

Valkuilen, middelen en begeleiding van docenten Klaas Bellinga

Vakdidactische kennis als perspectief op samenwerking tussen gammavakken

Onderzoekend leren: de nieuwsgierigheid voorbij

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding

Workshop natuurkunde, wiskunde


Wat zijn de kernen van een schoolvak of leergebied? Een uitwerking voor aardrijkskunde Joop van der Schee

Proefschrift Martin Vos Interaction between teachers and teaching materials. On the implementation of context-based chemistry education

De VO - vakvernieuwing komt eraan

Transcriptie:

Nederlandse samenvatting Achtergrond,problemstelingendoelvanhetonderzoek Hetonderzoekdatin ditproefschriftwordtbeschrevengaatoverdeontwikkelingvan praktijkkennis van ervaren natuurkunde- scheikunde- en biologiedocenten in de contextvan deinvoeringvan hetvakalgemenenatuurwetenschappen (ANW )in de TweedeFasevan hetvoortgezetonderwijs(slo,1996).in tegenstelingtotandere natuurwetenschappelijkevakken isanw verplichtvooralebovenbouwleerlingen van havo en vwo,ongeachthun profielkeuze.anw is onderandere ingevoerd om leerlingen inzichtteverschaffen in demanierwaarop natuurwetenschappelijkekennis totstand komt,en in de impactvan die kennisop de maatschappij.leerlingen reflecteren op de geldigheid en de gevolgen van natuurwetenschappelijke kennis, waarbijalerleiactueleonderwerpen derevuepasseren zoals genetischemanipulatie, klonen, opwarming van de aarde en expansie van hetheelal.tegelijk metde invoering van de Tweede Fase is een pedagogisch-didactische vernieuwing (het Studiehuis)geïntroduceerd,gebaseerd op een constructivistische visie op leren en onderwijzen.in dezevisieisdeaandachtverschoven naaronderwijsmethodeswaarbij de constructie van kennis en vaardigheden door leerlingen centraal staat, in tegensteling tot methodes waarbijkennisoverdracht door de docent plaatsvindt (Vermunt& Verloop,1999). Hetis bekend datveelonderwijsvernieuwingen in de praktijk anders uitgevoerd worden dan vooraf door onderzoekers en ontwikkelaars is bedacht (Duffee & Aikenhead,1992).In hetverleden heeftdezeconstateringwelgeleid totverwijten aan hetadresvan docenten,omdatzijeen vernieuwing nietop dejuistewijzezouden implementeren.tegenwoordigwordterkenddatdocenten zich bijdeuitvoeringvan onderwijs(vernieuwingen)laten leiden doorhun kennisen opvatingen overleren, onderwijzen,leerlingen en vakinhoud(verloop,1992).dekennis(en opvatingen)van docenten diehun handelen in depraktijkstuurt,wordtpraktijkkennisgenoemd.om teweten tekomen op welkewijzedepraktijkkennisvan docenten een rolspeeltbijde implementatie van een nieuw vak ofeen nieuw curriculum isonderzoek naarde inhoud en ontwikkeling van die kennisnodig (Tobin & McRobbie,1996).Hetis echternieteenvoudigom dekennisvan docententeinventariserenwantdiekennisis grotendeelsonbewusten laatzich nietgemakkelijkexpliciteren. Hetdoelvan deze studie is een bijdrage te leveren aan de instrumentatie en de theorievormingmetbetrekkingtotdeontwikkelingvan praktijkkennisvan docenten in decontextvan onderwijsvernieuwing,meerspecifiektijdensdeimplementatievan hetvakalgemenenatuurwetenschappen.deuitkomstvan ditonderzoekmoetkennis opleveren waarmeecurriculumontwikkelaarsen onderwijsvernieuwersin detoekomst rekeningkunnen houden bijdeontwikkelingen implementatievan innovatiesin het onderwijs. De centrale onderzoeksvraag in deze studie is: Op welke wijzen ontwikkelen ervaren bètadocenten hun praktijkkennis in de context van de implementatievan hetvakanw? 141

Uitvoering en resultaten van het onderzoek Het onderzoek gaat uit van een situatieve en constructivistische visie op kennen en leren. In deze visie construeren docenten kennis tijdens het uitvoeren van individuele en gezamenlijke activiteiten in de context van hun dagelijks werk (in en buiten school). Andersom beïnvloedt deze kennis weer het alledaags handelen in de praktijk. De kennisontwikkeling van docenten wordt in deze studie onderzocht vanuit het perspectief van de docenten zelf, en daarmee kan dit onderzoek vergeleken worden met kwalitatief en interpretatief onderwijsonderzoek, dat gebruik maakt van persoonlijk materiaal van docenten (en leerlingen), zoals gesproken en geschreven verhalen ( narratives ) en dagboeknotities. Deze studie kan gekarakteriseerd worden als een longitudinaal, beschrijvend onderzoek. Vanwege het veelzijdige karakter van de praktijkkennis van docenten (namelijk kennis met betrekking tot leren, onderwijzen, leerlingen, vakinhoud, enzovoort), ontwikkelden we verschillende instrumenten met betrekking tot specifieke, goed omschreven kennisdomeinen van de docenten. Een aantal van de ontwikkelde instrumenten (interviews, metaforen, vragenlijsten, repertorygrid techniek, en storyline methodologie) werden diverse malen, op verschillende tijdstippen, in vier deelstudies, afgenomen onder de negen deelnemers aan de studie. Analyse van de data was gericht op het vinden van gemeenschappelijke patronen in de kennis van individuele docenten. De participanten zijn geworven onder de gebruikers van één specifieke ANW onderwijsmethode, namelijk de methode ANtW oord. De negen ANW docenten deden vrijwillig mee aan het onderzoek. In hoofdstuk 2 (Studie 1) wordt de inhoud van en samenhang tussen drie kennisdomeinen onderzocht, aan het begin van de implementatie van ANW, in het jaar 2002: (1) algemene visie op leren en onderwijzen (algemeen pedagogische kennis); (2) kennis over het leren, onderwijzen, en toetsen van een specifiek onderwerp uit het ANW curriculum, namelijk Modellen van Zonnestelsel en Heelal (pedagogical content knowledge;zie Shulman, 1987, 1988);en (3) algemene kennis en opvattingen van docenten over modellen in de natuurwetenschap. In deze studie gebruiken we een semi-gestructureerd interview, metaforen over leren en onderwijzen vanuit verschillende theoretische perspectieven, en een vragenlijst over de aard en rol van modellen in de natuurwetenschap. Het resultaat van de analyses levert twee typen praktijkkennis op: Type A en Type B. In beide typen vinden we een relatie tussen de algemeen pedagogische opvattingen van de docenten en hun kennis met betrekking tot het leren, onderwijzen en toetsen van Modellen van Zonnestelsel en Heelal. Meer specifiek: een docentgerichte visie op leren en onderwijzen staat in relatie tot kennis van docenten over het leren, onderwijzen en toetsen van de inhoud van verschillende modellen van zonnestelsel en heelal (Type A). Een leerlinggerichte visie op leren en onderwijzen is gerelateerd aan kennis over het leren, onderwijzen en toetsen van de inhoud van modellen, het vervaardigen van modellen en reflectie op de aard van natuurwetenschappelijke modellen (Type B). In beide typen praktijkkennis zijn de opvattingen van docenten over 142

modellen in de natuurwetenschap niet erg uitgesproken en is dit kennisdomein niet onderscheidend tussen de docenten. Hoofdstuk 3 (Studie 2) beschrijft het onderzoek naar de ontwikkeling van persoonlijke kennis van docenten met betrekking tot het onderwijzen van modellen in het vak Algemene Natuurwetenschappen. Vanwege de aandacht voor het ontstaan van natuurwetenschappelijke kennis, spelen modellen, het zelf door leerlingen vervaardigen van modellen, en reflectie op de aard van natuurwetenschappelijke modellen een grote rol in het ANW-programma. In deze studie maken we gebruik van de repertory-grid techniek (Kelly, 1955). Een vergelijking en interpretatie van de persoonlijke kennis van de docenten over onderwijsactiviteiten met betrekking tot modellen bij ANW in de jaren 2002 en 2004, levert drie typen kennis op: Type 1, 2 en 3. In Type 1 wordt het leren van de vakinhoud van ANW gecombineerd met reflectie op de aard en de rol van modellen in de natuurwetenschappen. Deze activiteiten worden abstract gevonden, vooral gericht op het verwerven van kennis en inzicht, en meer geschikt voor oudere leerlingen (17/18 jaar) en vwo-leerlingen. Type 2 combineert het zelf door leerlingen vervaardigen van modellen met het leren van de vakinhoud van ANW. Deze activiteiten worden opgevat als concreet en motiverend, met name voor jongere leerlingen (15/16 jaar) en havo-leerlingen. Type 3 verbindt het leren van de vakinhoud met het zelf vervaardigen van modellen (voor jongere leerlingen en havo-leerlingen), en reflectie op de eigenschappen van natuurwetenschappelijke modellen (voor oudere leerlingen en vwo-leerlingen). Voor de meeste docenten geldt dat hun oorspronkelijke kennis en opvattingen in 2004 meer uitgesproken zijn dan in 2002, en dat de doceeractiviteiten behorend bij het kennis Type dat zij vertegenwoordigen beter verlopen, en zelfs min of meer standaard geworden zijn. Er zijn aanwijzingen dat de ontwikkeling van de persoonlijke kennis over het onderwijzen van modellen bij het vak Algemene Natuurwetenschappen gerelateerd is aan de kennis en/of het gebrek aan kennis van de docenten over het ontwikkelen van modellen, of over de aard en de rol van modellen in de natuurwetenschap. Ook lijkt er een relatie te zijn tussen het type persoonlijke kennis van de docent en de leeftijd en achtergrond van zijn leerlingen. De analyses laten zien dat Type 1 in het algemeen samengaat met beperkte kennis over modelleren (het vervaardigen van modellen) en voldoende kennis over de aard van modellen. Dit kennis Type komt vooral voor bij de docenten met oudere leerlingen en/of vwo-leerlingen. In Type 2 wordt een min of meer adequate kennis met betrekking tot modelleren gecombineerd met een relatief tekort aan kennis over de aard van natuurwetenschappelijke modellen. Dit kennis Type wordt met name aangetroffen bij de docenten met jongere en/of havoleerlingen. Type 3 blijkt samen te gaan met voldoende kennis over modellen en modelleren, en komt voornamelijk voor bij die docenten die lesgeven aan leerlingen van verschillende leeftijden en met diverse achtergronden. In hoofdstuk 4 (Studie 3) verlegt het onderzoek zich van de inhoud en de ontwikkeling van de kennis van docenten naar de leeractiviteiten van docenten in de eerste jaren na de introductie van het vak Algemene Natuurwetenschappen. Met 143

behulp van de Story-line methodologie (Gergen, 1988) is de docenten gevraagd naar (1) activiteiten die zij ondernomen hebben die, in hun ogen, belangrijk geweest zijn voor de ontwikkeling van hun bekwaamheid als ANW docent; (2) het verloop van deze ontwikkeling in de tijd, vanuit hun perspectief; (3) de verandering in bekwaamheid zowel in relevante vakinhoudelijke kennis als in passende werkvormen, zoals zij die zelf ervaren. Analyse van de stories van de docenten, leidt tot de constructie van twee typen leren: In Type I is vooral individueel geleerd (door ervaringen op te doen); de bekwaamheid bij de invoering van ANW wordt in het algemeen als onvoldoende geïnterpreteerd; de ontwikkeling van die bekwaamheid was ingrijpend, en had vooral betrekking op contextrijke vakinhoud en concrete werkvormen. In Type II is zowel individueel als collaboratief geleerd (door communicatie en samenwerking in en buiten de school); de bekwaamheid bij de start wordt over het algemeen voldoende gevonden; de ontwikkeling verliep geleidelijk en bestond vooral uit het aanpassen en verbeteren van werkvormen waarbij actualiteit, samenwerking en discussie tussen leerlingen centraal staan. Hoofdstuk 5 (Studie 4) beschrijft de ontwikkeling van één van de domeinen van de praktijkkennis van de docenten, namelijk de pedagogical content knowledge (PCK), met betrekking tot een specifiek onderwerp uit het ANW programma, Modellen van Zonnestelsel en Heelal. Uit de resultaten van een semi-gestructureerd interview gehouden in het jaar 2002 worden twee typen van bovengenoemde kennis geïdentificeerd, Type A en Type B, die inhoudelijk verschillend zijn (zie Studie 1). De analyses van 2003 en 2004 tonen aan dat de docenten bij de ontwikkeling van hun kennis niet van Type (A of B) zijn gewisseld. De manier waarop de docenten hun kennis hebben ontwikkeld blijkt kwalitatief verschillend te zijn. Hierdoor is in Type A vooral de kennis over het onderwijzen van Ḿodellen van Zonnestelsel en Heelal gegroeid, terwijl in Type B de kennis over onderwijzen, de kennis over leren en de kennis over toetsen van dit onderwerp in gelijke mate is ontwikkeld. Er zijn aanwijzingen dat de inhoud van de pedagogical content knowledge, en de manier waarop docenten dit domein van de praktijkkennis hebben ontwikkeld, gerelateerd zijn aan hun algemeen pedagogische opvattingen, epistemologische opvattingen over modellen, en inhoudelijke kennis over het zonnestelsel en heelal. Zo blijkt uit de resultaten dat in Type A docentgestuurde werkvormen gecombineerd zijn met een visie waarin natuurwetenschappelijke modellen vooral gezien worden als vereenvoudigde reproducties van de werkelijkheid die bedoeld zijn om verschijnselen te kunnen beschrijven en verklaren, en met vakinhoudelijke kennis die vooral toegespitst is op het heliocentrisch model voor het zonnestelsel. In Type B blijkt het gebruik van meer leerlinggestuurde werkvormen verbonden te zijn met een visie op natuurwetenschappelijke modellen als constructies van de werkelijkheid die bedoeld zijn om verschijnselen te kunnen onderzoeken en/of te voorspellen, en met kennis over zowel historische als hedendaagse modellen van zonnestelsel en heelal. 144

Conclusie en implicaties van het onderzoek In de vier bovengenoemde studies zijn de resultaten van iedere docent vergeleken met de kenmerken van de geïdentificeerde typen kennis, kennisontwikkeling, of leren. Op grond van deze vergelijking zijn de docenten in de verschillende typen ondergebracht. Om de centrale onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, zijn in hoofdstuk 6 de resultaten uit de studies met elkaar in verband gebracht. Daarbij blijkt dat de docenten in twee groepen in te delen zijn. Uit de beschrijving van de groepen blijkt dat leeftijd noch vakachtergrond van de docenten indicatief zijn voor de inhoud en de ontwikkeling van hun kennis tijdens de implementatie van het vak Algemene Natuurwetenschappen. Als antwoord op de centrale onderzoeksvraag wordt hier beredeneerd dat de kennisontwikkeling van de docenten in de studie is beïnvloed door hun oorspronkelijke kennis en opvattingen (o.a. relevante vakinhoudelijke kennis, pedagogische opvattingen; zie Studies 1, 2, 3 en 4), persoonlijke factoren (o.a. manier van leren; zie Studie 3), en contextuele factoren (o.a. collega s, schoolorganisatie; zie Studies 2, en 3). Deze conclusie komt overeen met theoretische modellen over de kennisontwikkeling van (science) docenten die ontworpen zijn door Magnusson, Krajcik en Borko (1999), en Grossman (1990). Docenten lijken op grond van hun kennis en opvattingen, persoonlijke en contextuele factoren, een eigen invulling en aanpak van het vak ANW te hebben ontwikkeld. Het lijkt daarom raadzaam (vergelijk Clark & Peterson, 1986; van der Berg & Vandenberghe, 1995) bij toekomstige vernieuwingen in het bètaonderwijs, net als bij ANW, flexibiliteit in het programma in te bouwen zodat docenten de vernieuwing uit kunnen voeren op een manier die hen past, rekening houdend met kenmerken van hun school. Een dergelijke opzet sluit aan bij de opvatting van het Ministerie van Onderwijs (2003), dat vernieuwingen tussen 2007 en 2010 meer autonomie moeten opleveren voor docenten en scholen. Een beperkende factor in de studie is dat alleen de perspectieven van de docenten zijn onderzocht. Een andere beperking is dat vanwege het zeer arbeidsintensieve karakter van de instrumenten slechts een klein aantal participanten onderzocht kon worden. De resultaten van de studie hebben inzicht opgeleverd in de kennisontwikkeling van natuurkunde-, scheikunde-, en biologiedocenten in de context van de invoering van het vak Algemene Natuurwetenschappen. De in de studie ontwikkelde instrumenten zijn nuttig gebleken bij het laten expliciteren van kennis en opvattingen door docenten. Met name metaforen over leren en onderwijzen, de rep-grid techniek en de story-line methodologie kunnen ook gebruikt worden als reflectie instrument bij de professionalisering van docenten (in opleiding). 145

Referenties: Clark, C., & Peterson, P. (1986). Teachers thought processes. In M.C. Wittrock (Ed.), Handbook of research on teaching (pp. 255-296). New York: Macmillan Duffee, L., & Aikenhead, G. (1992). Curriculum change, student evaluation, and teacher practical knowledge. Science Education, 76, 493-506. Gergen, M.M. (1988). Narrative structures in social explanation. In C. Antaki (Ed.), Analysing social explanation (pp. 94-112). London: Sage, Hargreaves. Grossman, P.L. (1990). The making of a teacher:teacher knowledge and teacher education. New York, London: Teachers College Press. Kelly, G.A. (1955). The psychologyof personal constructs, Vols. 1&2. New York: W.W. Norton and Co. Inc. [Republished (1999) London: Routledge.] Magnusson, S., Krajcik, J., & Borko, H. (1999). Nature, sources and development of pedagogical content knowledge. In J. Gess-Newsome, & N.G. Lederman. (Eds.), Examining pedagogical content knowledge (pp. 95-132). Dordrecht, the Netherlands: Kluwer Academic Publishers. Ministerie van Onderwijs (2003). Ruimte laten en keuzes bieden in de tweede fase van havo en vwo. Den Haag, the Netherlands: Ministry of Education. Shulman, L.S. (1986). Those who understand: Knowledge growth in teaching. Educational Researcher, 15, 4-14. Shulman, L.S. (1987). Knowledge and teaching: Foundations of the new reform. Harvard Educational review, 57, 1-22. SLO Voorlichtingsbrochure havo/vwo Algemene Natuurwetenschappen [Information brochure on Public Understanding of Science](1996). Enschede, the Netherlands: SLO Stichting Leerplan. Tobin, K., & McRobbie, C.J. (1996). Cultural myths and constraints to the enacted science curriculum. Science Education, 80, 223-241. Van der Berg, R., & Vanden berghe, R. (1995). Wegen van betrokkenheid:reflecties op onderwijsvernieuwing. Tilburg, the Netherlands: Zwijssen. Verloop, N. (1992). Praktijkkennis van docenten: een blinde vlek van de onderwijskunde. [Craft knowledge of teachers: A blind spot in educational research]. Pedagogische Studiën, 69, 410-423. Vermunt, J.D, & Verloop, N. (1999). Congruence and friction between learning and teaching. Learning and Instruction, 9, 257-280. 146