Schakelklas Kleuters Lelystad



Vergelijkbare documenten
SchakelKlas voor Kleuters

Aanvulling Vuistregels NT2

Aanvulling Woordenschat NT2

Aanbod SchakelKlas voor Kleuters

Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting

Woordenschatles. Stap 1 - Selecteren Stap 2 - Voorbewerken Stap 3 - Uitleggen Stap 4 - Herhalen & oefenen Stap 5 - Controleren

Absolute beginners: hoe vang je ze op? Hanneke Pot: ronde 2

Achtergrondinformatie over NT2

In het thema In elke hoek een boek! kunt u in dagelijkse situaties ook aandacht besteden aan bijvoorbeeld de volgende doelen:

Mijn kind heeft een LVB

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.

Verklarende woordenlijst bij de strategieën uit Praten doe je met z n tweeën voor ouders

Woordenschat Spinnen

Woorden in prenten. 5 Voorwoord 6 Inleiding

CHECKLIST LEIDSTERVAARDIGHEDEN DE TAALLIJN

Taalstimulering voor kinderen en volwassenen. Taal en taalbeleid 3 februari 2014

Praten leer je niet vanzelf

Een overtuigende tekst schrijven

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren

De Voorleesvogel voor ouders en kleuters. Draaiboek voor de leerkracht

PROCEDURE + ZWOLS OVERDRACHTSFORMULIER

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / SG Schiedam Tel.: /

Meertaligheid: Hoe werkt dat?

Presentatie ouderbetrokkenheid op basisscholen en peuterspeelzaal Leren gaat thuis door 23 juni van harte welkom

Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) versie juli Naam leerling. Taal Beginnende geletterdheid

A. Creëer een positief, veilig en rijk leerklimaat door

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

De Viertakt van Verhallen

Taallijn aanvulling NT2. Werken met beginnende tweedetaalverwervers

Woordenschatontwikkeling anderstalige instappende peuters en kleuters. GO4ty!

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

A. Creëer een positief, veilig en rijk leerklimaat door

Zorgboekje. Kindgegevens

Voor het eerst naar school

ogen en oren open! Luister je wel?

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd vanaf 4 jaar

Handleiding basiswoordenschat.

De begeleider als instrument bij gedragsproblemen

Viertakt van Verhallen

voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

Observatieformulier Leerlijn Engelse taal (tpo) FASE 5

Kansen grijpen en kansen creëren

Peuterspeelzaal Viooltjes Stockholm SG Schiedam violierkids@komkids

Tussendoelen Taal: Spraak- Taalontwikkeling

In het thema Sil plukt appels kunt u in dagelijkse situaties ook aandacht besteden aan bijvoorbeeld de volgende doelen:

Sociale/pedagogische vragenlijst

BROCHURE:-LEZEN? JA-GRAAG!-

Les 17 Zo zeg je dat (niet)

Oranje stappers maak je zo

Leren praten Turks. Colofon. Hart voor Brabant

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Woordenschat in de bovenbouw

3 Hoogbegaafdheid op school

Uitwerking Leerlijn ICT Ogtb Titus Brandsma

Tips voor Taal Hoe stimuleer je de taalontwikkeling van je kind?

WOORDENSCHAT De 4-Takt KWALITEITSKAART. ALGEMENE De 4-Takt. Didactisch

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

Taalmozaïek in 20 vragen

toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes)

TAALLEREN IN INTERACTIE

Instructie 1. Heb jij je voelsprieten uitstaan? De relatie met je cliënt

VoorleesExpress. Samen met ouders aan de slag. Praktische tips

En, wat hebben we deze les geleerd?

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Pedagogie van het jonge kind

SchakelKlas voor Kleuters. VVE-ondersteuning op de basisscholen in Lelystad Schooljaar 2015/2016

Instructieboek Koken. Voor de Mpower-coach

Digiwak 2.0: Online overzicht belangrijke woorden nieuwkomers. Studiedag LOWAN-vo 10 april 2017

2.5!"FAMILIETREKJES. # basistaak DOEL MATERIAAL ORGANISATIE VERLOOP

Hoe gaat het in groep 1/2 b

Blauwe stenen leer je zo

Een leuke avond beleven èn bijdragen aan activiteiten op school?

klas gewerkt aan de hand van thema s. Die thema s is in allerlei activiteiten terug te zien.

Verslag Schakelklas voor Kleuters. Schooljaar

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus

Draaiboek voor een gastles

Welke voorkeur heb jij?

ADHD en lessen sociale competentie

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

BIJLAGE bij de Website voor Groep 6, 7, 8

Audit WoordenSchatuitbreiding.

Observatieformulier Leerlijn Engelse taal (TPO) Groep 3 & 4

Informatie boekje voor ouders/verzorgers: Broodje Knapzak tussenschoolse opvang. O.b.s. de Flierefluiter Bosgouw GW Almere Tel:

CBS DE VAART Informatieboekje groep 1/2

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

maken de kinderen vogelnestjes die zij in de dierenhoek kunnen gebruiken.

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig.

De Voorleesvogel. Tips bij interactief voorlezen

Observatieformulier Leerlijn Engelse taal (TPO) Groep 1 & 2

werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL

Transcriptie:

Schakelklas Kleuters Lelystad

2 1. Schakelklas voor Kleuters Het project Schakelklas voor Kleuters in Lelystad, afgekort SKK, begeleidt leerlingen uit groep 1 en 2 en ondersteunt hun leerkrachten op het gebied van taalstimulering. De begeleiding is gericht op kleuters die het Nederlands helemaal niet of onvoldoende beheersen. Bepalend voor de toelating is de normering van de passieve Taaltoets voor Alle Kinderen, oftewel de TAK-toets. 1.1 Doel In de nota Jongleren (mei 2011) van de gemeente Lelystad wordt als doel beschreven dat in 2015 97% van de leerlingen zonder (taal)achterstand doorstroomt naar groep 3. Het hele beleid met betrekking tot de Voor- en Vroegschoolse Educatie is hierop gericht. Er wordt uitgegaan van de minimumgrens voor de woordenschat zoals vermeld in onderstaande tabel. leeftijd 4 jaar 4,5 jaar 5 jaar 5,5 jaar 6 jaar 6,5 jaar 7 jaar instroom SKK -2000-2000 -2000-2300 -2800-3100 -3600 uitstroom SKK +2600 +3200 +3700 +4100 +4500 +4800 +5200 1.2 Aanmelding De aanmelding van een nieuwe leerling kan via www.flevomeerbibliotheek.nl door middel van een aanmeldingsformulier. Alle kinderen, zowel nieuwkomers als kinderen die in Nederland geboren zijn, kunnen bij de SKK worden aangemeld als: ze in groep 1-2 zitten hun Nederlandse woordenschat onder de minimumgrens ligt 1.3 Observatie en intake Zodra het aanmeldingsformulier ontvangen is, maakt de SKK begeleider een afspraak voor een observatie in de groep en een intakegesprek. Tijdens dit gesprek komen de volgende punten aan de orde: de observatielijst en de toetsgegevens van de leerkracht de overdrachtsgegevens van de peuterspeelzaal de start, duur en inhoud van de SKK-begeleiding de samenwerking 1.4 Duur begeleiding Kleuters worden begeleid zolang ze tot de doelgroep behoren. Na het beëindigen van de begeleiding kan de school de SKK begeleider benaderen voor voorlichting en advisering over taalstimulering.

3 In de nazorg wordt de intern begeleider van school gevraagd de ontwikkeling van de betreffende leerling nog een jaar lang te volgen, met behulp van de TAK-toets. 1.5 Werkwijze Algemeen Er wordt 2x per 30 minuten per week begeleid Er wordt extra aandacht besteed aan de samenwerking met ouders m.b.t. gebruik van de kernwoordenposter en woordenschatuitbreiding De SKK-begeleider en leerkracht hebben regelmatig overleg over de vorderingen per mail, mondeling of tijdens geplande overleggen SKK-begeleider Maakt een begeleidingsplan en wekelijks een kernwoordenposter Richt zich op de mondelinge Nederlandse taalverwerving Houdt de vorderingen van de leerlingen bij Basisschool Draagt zorg voor een rustige omgeving waarin de SKK-begeleider kan werken met de leerlingen Biedt alle mogelijke ondersteuning 1.6 Werkmateriaal Er wordt bij voorkeur gewerkt met concrete materialen en beeldmateriaal op internet, zoals de programma s Kleuterplein, Ik en Ko, Schatkist, Onderbouwd en Boekenpret. Andere hulpmiddelen zijn woordkaartjes, de woordenschatdoos, prentenboeken, themakisten en gezelschapsspelletjes. De kernwoordenposter speelt een belangrijke rol en wordt wekelijks bijgewerkt.

4 2. Fasen taalontwikkeling Een kind leert een tweede taal op dezelfde manier als waarop het de moedertaal heeft geleerd en doorloopt in de taalverwerving vier fasen. Ook bij de tweede taalverwerving is dat zo. Deze vier taalfasen kunnen in elkaar overlopen en soms naast elkaar bestaan, afhankelijk van de situatie waarin het kind functioneert. Het volgende schema kan gebruikt worden voor observatie en er worden suggesties gegeven voor aanpak in de groep. 2.1 Gewenningsfase Een kind is (bijna) geheel onaanspreekbaar in het Nederlands. Om open te staan voor het leren van een taal moet het zich veilig voelen. Een kind moet eerst wennen aan de nieuwe situatie op school en aan de klank van de taal. Het is belangrijk dat het kind hier de tijd voor krijgt en dat het niet tot spreken gedwongen wordt. Deze fase wordt ook wel de stille periode genoemd. Als het kind meer zelfvertrouwen heeft en aan school is gewend, kan het gebruik van de tweede taal bewust worden aangemoedigd. De leerkracht benoemt voortdurend op overdreven wijze de handelingen die plaatsvinden en probeert zoveel mogelijk betekenissen voor te doen (3. TPR-methode). Kenmerken van kind in gewenningsfase Belangstelling voor wat andere kinderen doen ja soms nee Deelnemen aan activiteiten ja soms nee Gericht bezig zijn ja soms nee Reageren op eenvoudige aanwijzingen in het Nederlands ja soms nee Spontaan praten tegen andere kinderen in de eerste- of tweede taal ja soms nee Handelen volgens regels en gewoontes in de klas ja soms nee Dingen duidelijk maken d.m.v. gebaren of bekende woorden ja soms nee Zich verweren met woorden en/of gebaren ja soms nee Start deelname (eenvoudige) Nederlands liedjes en rijmpjes ja soms nee 2.2 Redzaamheidfase In de redzaamheidfase gebruikt het kind taal om dagelijkse dingen voor elkaar te krijgen en om zichzelf in de klas te handhaven.

5 Kenmerken van kind in redzaamheidfase Gebruik van korte zinnen (2 tot 3 woorden) ja soms nee Vragen om namen van dingen en mensen ja soms nee Maakt behoeften kenbaar via taal en duidt bezittingen aan ja soms nee Gebruikt taal om zich te beschermen en te verdedigen ja soms nee Goed gebruik van nieuwe woorden ja soms nee 2.3 Omgangsfase Het kind heeft nu behoefte aan taal om een bijdrage te leveren aan de situatie. Meedoen en samenwerking staan centraal in deze omgangsfase. Het is een fase die lang kan duren. Kenmerken van kind in omgangsfase Gebruik van langere zinnen (5 tot 6 woorden) ja soms nee Benoemt activiteiten van zichzelf en anderen ja soms nee Eenvoudige beschrijvingen geven ja soms nee Stuurt activiteiten van andere leerlingen en reageert op aanwijzingen ja soms nee van andere leerlingen Uitdrukking geven aan voorkeur en afkeer ja soms nee Taal gebruiken bij eigen of andermans handelingen ja soms nee Vraagt om hulp en uitleg ja soms nee Gebruikt de juiste zinsbouw van de zin ja soms nee 2.4 Leertaalfase In de leertaalfase wordt taal gebruikt om meer te weten te komen over de omgeving. In de leertaalfase wordt een kind steeds meer voorbereid op het meedoen in de reguliere klas. Het kind leert om te gaan met abstracter taalgebruik. Kenmerken van kind in leertaalfase Gebruik van hoeveelheidbegrippen ja soms nee Gebruik van tijdsbegrippen ja soms nee Aspecten als kleur, vorm, etc. benoemen ja soms nee Verschillen en overeenkomsten onder woorden brengen ja soms nee Volgorde in proces beschrijven ja soms nee Stellen van waarom-vragen ja soms nee Stellen van vragen naar achtergronden ja soms nee Geeft oorzaak-gevolg en middel-doel relaties aan ja soms nee Brengt gebeurtenissen in de toekomst onder woorden ja soms nee

6 3. TPR-methode Kinderen leren taal door te doen. Terwijl ze met andere dingen bezig zijn, leren en horen ze veel taal, bijvoorbeeld tijdens het buitenspelen, het knutselen of tijdens het eten en drinken. Een manier van taal leren die bij dit idee aansluit, is Total Physical Response oftewel de TPRmethode. Het leren van taal is bij deze manier verbonden aan iets fysiek doen, bijvoorbeeld een opdracht uitvoeren of iets doen met een voorwerp. Onderzoek wijst uit dat het werkt als aan taal leren een actieve component wordt verbonden. Om die reden is de TPR-methode hier als vuistregel genomen. Een belangrijk principe van de TPR-methode is dat taal geleerd wordt door eerst te luisteren en dan iets te doen. Als een kind een opdracht heeft gekregen waarbij het iets moet doen, kan meteen gezien worden of deze goed wordt uitgevoerd. Als dat niet zo is, is direct duidelijk dat de boodschap niet aangekomen is. Hier kan de leerkracht vervolgens op inspringen. Een groot voordeel van de TPR-methode is dat het beginnende SKK-leerlingen weinig stress oplevert omdat ze op geen enkele manier worden gedwongen om te praten. TPR is gericht op het vol zelfvertrouwen ingroeien in een nieuwe taal. De veilige basis ontstaat doordat een leerling zelf bepaalt wanneer hij of zij in de volgende fase stapt. 3.1 Methode in stappen Het is belangrijk dat een ruim lokaal beschikbaar is en er voldoende gelegenheid is om de kinderen opdrachten uit te laten voeren. De methode Total Physical Response kan in drie stappen worden gedaan: 1. Voorbewerken en semantiseren: de leerkracht verwoordt de opdracht en doet het voor 2. Consolideren: de groep doet het na 3. Controleren: een kind doet de opdracht alleen 3.2 Toepassing methode De eerste keer zegt de leerkracht bijvoorbeeld: Kijk, ik loop naar de deur. Vervolgens loopt ze zelf naar de deur. Wanneer ze dit doet, kan ze de kinderen met zich mee laten lopen, terwijl ze de opdracht nog een keer verwoordt: Ik loop naar de deur. De tweede keer zegt de leerkracht alleen: Nu jullie, jullie lopen naar de deur, en doet ze het zelf niet meer voor. De kinderen voeren nu samen de opdracht uit. De leerkracht controleert of de kinderen de opdracht goed uitvoeren en stuurt eventueel bij of doet het nog eens voor. De laatste keer vraagt de leerkracht een kind de opdracht alleen uit te voeren, bijvoorbeeld: Ammar, loop naar de deur. Heel goed, jij loopt naar de deur.

7 Ook in eigen routines kan de TPR-methode worden toegepast. Probeer dit in te bedden in de andere activiteiten die de kinderen doen. Bijvoorbeeld: Een juf wil aan drie nieuwe SKK-leerlingen het begrip van de zin je jas aan de kapstok hangen leren. Na het buitenspelen s ochtends verzamelt ze de drie bij de kapstok. De leerkracht begint met: Kijk, dit is de kapstok, ze wijst naar de kapstok en herhaalt Zie je, de kapstok. Ik ga mijn jas ophangen aan de kapstok. Zo, ik hang mijn jas aan de kapstok. Daarna vraagt ze: Kunnen jullie je jas ook aan de kapstok hangen? en bevestigt dat de leerlingen dit nadoen met Goed zo! Jullie hangen je jas aan de kapstok. Na het buitenspelen in de middag kan de leerkracht dit nog een keer herhalen. Ze kan dan ook per kind een opdracht geven: Ik hang mijn jas aan de kapstok. Shaxy, hang jij ook je jas aan de kapstok?. Als de kinderen wat meer woorden kennen, kan er een spelletje van worden gemaakt. 3.3 Controle en uitleg De TPR-methode kan gebruikt worden om te controleren of bepaalde woorden en zinnen begrepen worden, maar ook om nieuwe woorden uit te leggen met voorbewerken en semantiseren. Voorbeeld van controle De leerkracht zegt: Aishe, leg de schaar maar op de tafel. Aishe legt de schaar vervolgens op haar stoel. Dat betekent dat ze nu wel het woord schaar kent, maar het woord tafel nog niet.

8 Voorbeeld van uitleg De leerkracht hanteert de stap voorbewerken en semantiseren en zegt: Kijk, ik heb een schep. Ik ga scheppen in het zand. Zie je, ik ben aan het scheppen. En ze vraagt daarna: Kun jij ook scheppen? Zullen we samen scheppen? Laat maar zien. En bevestigt het vervolgens: Goed zo! Jij schept in het zand. Met een schep. Jij kunt goed scheppen zeg!. In dit voorbeeld is dus het woord scheppen uitgelegd. Telkens als het woord scheppen voorkomt, legt ze daar extra nadruk op. De leerkracht blijft de handelingen van het kind benoemen en geeft daarbij complimenten. 3.4 Differentiatie Een TPR-oefening kan moeilijker en makkelijker worden gemaakt. Ten eerste kan de snelheid variëren, waarmee een oefening wordt gegeven. Een opdracht die langzaam wordt uitgesproken, is makkelijker te volgen dan een opdracht die snel wordt uitgesproken. Verder kan een TPR-oefening moeilijker gemaakt worden als er meerdere opdrachten in één keer worden gegeven, bijvoorbeeld: Liam, loop naar de tafel en pak de lijm uit de kast of Loop naar de tafel, pak de lijm uit de kast en geef de lijm aan Bernice. TPR gaat verder dan de stille periode (2.1 Gewenningsfase). Zo kan na het geven van een TPR-oefening een vraag worden gesteld om taalproductie uit te lokken. De leerkracht vraagt bijvoorbeeld aan Mimoen: Geef Mara een hand. Vervolgens vraagt ze aan Mara: Wat doet Mimoen?. Ze kan ook aan Mimoen zelf vragen: Mimoen, wat doe je? of iets moeilijker: Mimoen, wat heb je gedaan?. Taalproductie kan verder uitgelokt worden door aan de kinderen te vragen of ze elkaar een opdracht kunnen geven, maar dit is erg moeilijk. Op internet is veel informatie te vinden over de TPR-methode (Bijlage 2). Bron: Sardes Taallijn 2007, aanvulling SKK

4. Didactiek woordenschat 9 Ook nieuwe woorden worden in voorgaande vier stappen aangeboden volgens Met woorden in de weer, Praktijkboek voor het basisonderwijs van Dirkje van den Nulft & Marianne Verhallen. De verschillende stappen kunnen elkaar overlappen. Voorbewerken en semantiseren zijn niet altijd strikt te scheiden en consolideren gaat soms ongemerkt over in controleren. 4.1 Voorbewerken Eerst wordt een context geschapen (bijvoorbeeld een gesprek over feest), waarin het aan te bieden woord (bijvoorbeeld podium) een plaats krijgt. Dan wordt het woord binnen deze context aangeboden. Bij het voorbewerken is het belangrijk dat leerlingen betrokken raken bij het onderwerp. De leerkracht introduceert een onderwerp en sluit daarbij aan bij eigen ervaringen van de kinderen. 4.2 Semantiseren Aansluitend wordt de betekenis van nieuwe woorden uitgelegd. Uitleggen, uitbeelden en uitbreiden zijn de basis van goed semantiseren. Het kernwoord wordt vijf tot zeven keer genoemd, terwijl de leerkracht het op verschillende manieren (variatie van de context, eigen ervaringen, plaatjes, handelingen, voorbeelden) bespreekt en verduidelijkt. Het is belangrijk dat de leerlingen bij het semantiseren actief betrokken zijn. Bijvoorbeeld: na uitleg over het woord schurk met bijbehorende contextzin(nen), kun je als leerkracht de vraag stellen: Wie kan er een schurk nadoen? 4.3 Consolideren In de derde stap wordt door middel van herhaling gewerkt aan consolidering: verankering van het woord in het geheugen. De kinderen krijgen vragen en opdrachten in allerlei vormen waarbij de woorden een rol spelen. Voorbeelden: dramatiseren, quiz, zinnen aanvullen en categoriseeroefeningen. 4.4 Controleren Tot slot wordt nagegaan of de leerling inderdaad het woord voldoende kent. Door middel van een spel of toets kan gecontroleerd worden of de aangeboden woorden daadwerkelijk zijn geleerd. Controleren is de laatste noodzakelijke stap in de didactiek van het woordenschatonderwijs.

10 5. Actieplan nieuwkomers Hoe te handelen bij een nieuwe leerling, die rechtstreeks uit het buitenland komt? Hieronder volgen praktische tips van FlevoMeer Bibliotheek: Meld het kind zo snel mogelijk via het digitale aanmeldingsformulier aan bij de Schakelklas voor Kleuters of neem contact op met de SKK, telefoon 0320 240068. Gun deze leerling eerst een stille periode oftewel gewenningsfase Praat in de gewenningsfase weinig, dus beperk het aantal Nederlandse woorden. Maak korte zinnen met eenvoudige woorden. Probeer in de redzaamheidfase zoveel mogelijk taal en handelen te koppelen, door middel van de TPR-methode Maak de leerling zo snel mogelijk zelfredzaam. Leer de leerling hoe het dingen moet vragen, zoals bijvoorbeeld naar het toilet gaan etc. Geef de leerling een taalvriendje, deze kan de leerling helpen door bijvoorbeeld tijdens een rondleiding de ruimtes en voorwerpen te benoemen. Een taalvriendje kan de dagelijkse gang van zaken op school begeleiden, bijvoorbeeld samen naar de gymzaal lopen en samen het fruithapje halen en eten. Zo voelt de nieuwe leerling zich sneller op zijn/haar gemak. Gebruik concreet materiaal bij aanbieding van nieuwe begrippen. Uitbeelden, uitleggen en uitbreiden is de kern van woordenschatonderwijs. Begin bij nieuwe oefenstof altijd met receptieve oefeningen, waarbij de leerling bijvoorbeeld iets aanwijst, op volgorde legt, uitbeeldt, beluistert, nazegt, etc. De leerling hoeft de nieuwe woorden en begrippen dus nog niet zelf te gebruiken. Daarna komen pas de productieve oefeningen aan de orde: zelf een zin bedenken, iets vertellen, iets vragen, vragen beantwoorden e.d. Als de leerling een verhaal vertelt, toon dan belangstelling en vul haar/hem niet te snel aan. Geef de leerling de tijd om zelf te formuleren. Herformuleer daarna op de goede manier.

11 Doe veel dialoogjes en rollenspelen om de mondelinge taalvaardigheid te trainen. De situaties die gespeeld worden, zullen in het begin vooral situaties zijn, die de leerling zelfredzaam maken (op het plein, in de winkel). Later kunnen het thema s meer uiteenlopen. Vermijd grammaticaregels. Regels zullen belemmerend werken; er kan spreekangst of faalangst optreden. Peuters leren ook geen grammaticaregels in de eerste taalverwerving. Beter is impliciete feedback. Hadjibullah zegt: Regen. De leerkracht geeft terug Ja, regen. Het regent buiten, dat heb je goed gezien!. Om het luisteren te oefenen is veel interactie nodig, bij voorkeur met de leerkracht. Dit is niet altijd te realiseren. Een onmisbaar en goed alternatief is daarom het werken op de computer. Om de tweede taalverwerving goed te laten verlopen is het noodzakelijk dat er dagelijks en systematisch aan gewerkt wordt, gedurende de hele basisperiode van de SKK-leerling. Herhaal met regelmaat de door de SKK-begeleider aangeboden woorden, met behulp van voorwerpen, woordkaarten, spelletjes, e.d.

12 Bijlage 1 Grafiek normering SKK begeleiding groep 1 en 2 volgens de Taaltoets Alle Kinderen. Bijlage 2 Informatie over het SKK-project en het digitale aanmeldingsformulier is te vinden op http://www.flevomeerbibliotheek.nl/speciaal/educatie/skk.php Informatie over onderwijs aan gealfabetiseerde tweetalige kinderen is te vinden op http://www.jekanmewat.nl Informatie over TPR http://www.taalleermethoden.nl/index.php/taalleermethoden/tpr Informatie over schakelklassen in het algemeen is te vinden op www.schakel-klassen.nl

13

Contactgegevens Schakelklas voor Kleuters Meentweg 14 8224 BP Lelystad T 0320 240068 www.flevomeerbibliotheek.nl