Selectie-instrument HARRIE 1
Inleiding Voor u ligt het selectie-instrument HARRIE ; een vragenlijst die u als collega van een medewerker met autisme kan invullen om voor uzelf inzichtelijk te maken of de rol van HARRIE bij u past. HARRIE is ontwikkeld om werknemers met een arbeidsbeperking succesvol te laten deelnemen aan de arbeidsmarkt. HARRIE is een collega die op de werkplek een begeleidende en ondersteunende rol vervult. Hij of zij is: Hulpvaardig Alert Realistisch Rustig Instruerend en Eerlijk. De vragen in deze lijst kunnen u helpen om er achter te komen of u geschikt en/of bereid bent om de rol van HARRIE te vervullen. Want HARRIE word je niet zomaar. De vragen in deze lijst kunnen daarbij helpen. Doel Het selectie-instrument HARRIE heeft als doel de beoogde werknemer de potentiele HARRIE dus - te helpen een keuze te maken in het wel of niet vervullen van de rol van HARRIE. Wanneer de werknemer besluit deze rol op zich te nemen dan helpt het resultaat van de vragenlijst bij het gesprek over het verder invullen van de rol van HARRIE in de organisatie. Werkwijze Deze vragenlijst is bedoeld voor de werknemer die mogelijk de rol van HARRIE op zich gaat nemen. De vragen hebben betrekking op: 1. Vaardigheden in begeleiden; 2. Persoonlijke vaardigheden die bruikbaar zijn in het contact met mensen met autisme; 3. De aanwezige belangstelling zich te ontwikkelen op het gebied van begeleiden; 4. De aanwezige of te ontwikkelen kennis van autisme; 5. De behoefte aan ondersteuning en aanpassingen binnen de organisatie. De antwoordmogelijkheden op de vragen zijn ja, enigs / weet ik niet en nee. Per rubriek is er ruimte om een antwoord nader toe te lichten, in te gaan op een vraag of een behoefte etc. (zie het kopje relevante aanvulling ). Uit de antwoorden op de vragen en de daar uit volgende onderwerpen van gesprek, komen mogelijk aandachtspunten naar voren. Deze kunt u noteren in een plan van aanpak. Ook kunt u daar invullen hoe u de aandachtpunten wilt aanpakken. Resultaat De werknemer kan besluiten of hij/zij de rol van HARRIE wil vervullen. En zo ja, welke behoefte aan ondersteuning daarbij nodig is. 2
Werknemers met autisme hebben behoefte aan specifieke ondersteuning. Voor de begeleidende collega - de HARRIE -, zijn daarom specifieke vaardigheden en aanvullende kennis van belang. De toolbox Autiproof werkt biedt een trainingsaanpak voor de toekomstige HARRIE. Mocht de HARRIE - training uit de toolbox worden ingezet, dan kan het resultaat van dit selectie-instrument HARRIE de beginsituatie van de training bepalen. 3
Deze vragenlijst is bedoeld voor de werknemer die mogelijk de rol van HARRIE gaat vervullen. Naam werknemer: Datum: De vragenlijst kent vijf rubrieken met elk vijf vragen. De antwoorden kunnen variëren van: ja, enigs / weet ik niet en nee. vaardigheden in begeleiden Ik heb ervaring met inwerken/begeleiden van collega ( s). Ik heb ervaring met inwerken/begeleiden van collega ( s) met een beperking, eventueel met autisme. Ik ben in staat duidelijk weer te geven wie, wat, waar en wanneer moet doen, hoe dat gedaan moet worden en waarom. Ik kan goed observeren. Ik weet wanneer ik (deskundige) hulp in moet schakelen. Persoonlijke vaardigheden Ik zeg wat ik doe, en ik doe wat ik zeg. Ik kan omgaan met een (sterk) beperkte mate van wederkerigheid in contact. Ik ben in staat mij te verplaatsen in de denkwereld en de beleving van een ander en de daaruit voortkomende keuzes en gedrag van die ander. (Wat zijn achterliggende oorzaken van gedrag?) Ik kan gedrag en/of keuzes van anderen scheiden van mij als persoon. Ik ben creatief in het bedenken van meerdere oplossingen bij dilemma s en problemen. Relevante aanvulling (Geef voorbeelden waaruit de vaardigheden blijken, of geef aan wat ontwikkelpunten zijn) 4
Persoonlijke belangstelling Ik heb belangstelling om een collega met autisme te begeleiden in zijn werk. Ik ben bereid extra tijd, energie en moeite in deze collega te investeren. In ben bereid mijn communicatie aan te passen en af te stemmen op mijn collega met autisme. Ik sta open voor feedback op mijn gedrag, mijn communicatie mijn stijl van begeleiden. (deze feedback komt bijvoorbeeld van een leidinggevende, een jobcoach of van de collega met autisme zelf). Ik ben bereid om na teleurstelling of tegenslag de begeleiding van mijn collega te hervatten. Kennis over autisme Ik heb eerder gelezen of gehoord over autisme. Ik weet dat er vaak aanpassingen nodig zijn in de werkomgeving om een werknemer met autisme optimaal te kunnen laten functioneren. Ik weet dat de communicatie met een collega met autisme vaak anders is dan met andere collega s. Ik weet dat het sociale contact met een collega met autisme vaak anders is dan met andere collega s. Ik wil graag uitleg over autisme in het algemeen én aan informatie toegespitst op de (nieuwe) medewerker met autisme. Relevante aanvulling (Geef voorbeelden waaruit uw belangstelling voor begeleiden of uw kennis over autisme blijken. Geef aan welke behoefte u hebt aan ondersteuning of aanvullende informatie) 5
Organisatie/faciliteren Ik krijg voldoende de tijd om te leren hoe ik mijn rol als HARRIE kan invullen. Weet ik niet Ik heb extra ondersteuning nodig bij het begeleiden van een collega met autisme. Ik krijg voldoende inspraak en gelegenheid om mee te denken en mee te werken aan het optimaal inzetten van de collega met autisme. Er zijn fysieke aanpassingen in de werkomgeving nodig. Er zijn andere aanpassingen in de werkomgeving nodig. Relevante aanvulling (Geef aan wat u nodig heeft vanuit de organisatie om de rol van HARRIE te kunnen vervullen. Hebt u aanvullende suggesties?) 6
Plan van aanpak Beschrijf hieronder: 1. De 2 belangrijkste aandachtpunten 2. Welke doel wilt u bereiken (in termen van concreet gedrag)? 3. Welke activiteiten worden ingezet? 4. Wie doet wat (taakverdeling werkgever, Harrie, jobcoach en anderen)? 5. Wanneer is het doel bereikt (termijn)? 1. Aandachtspunt: Aandachtspunt 1 2. Doel dat bereikt moet worden: 3. Activiteiten die worden ingezet: 4. Wie doet wat : 5. Termijn waarop doel bereikt wordt: 1. Aandachtspunt: Aandachtspunt 2 2. Doel dat bereikt moet worden: 3. Activiteiten die worden ingezet: 4. Wie doet wat : 5. Termijn waarop doel bereikt wordt: 7