Steekkaart: nummer 1N

Vergelijkbare documenten
Steekkaart: nummer 5Wi

Steekkaart: nummer 5W

Steekkaart: nummer 3We

Steekkaart: nummer 2W

Steekkaart: nummer 5Wis

Steekkaart: nummer 4Bew

Steekkaart: nummer 1Ne

Steekkaart: nummer 3Wi

Steekkaart: nummer 6N

Steekkaart: nummer 6F

Steekkaart: nummer 3B

Steekkaart: nummer 1W

Steekkaart: nummer 4G

Basisles 4: Windows Movie Maker

Basisles 1: Knopjes en fotograferen

Basisles 3: Zoomen, foto s bewerken en opnamemodi

Kennismaken met en inoefenen van het geven van commando s. De leerlingen volbrengen een opdracht door het geven van commando s.

Thema 6: Kun je verloren lopen in je gedachten? webversie

Onderwerp. VVKBaO. Leerlingen maken een account, krijgen een rondleiding door Scratch en verkennen het programma.

Steekkaart: nummer 4W

Onderwerp. VVKBaO. Kinderen leren blokjes slepen en plakken.

Onderwerp. VVKBaO. Kinderen leren moeilijkere problemen oplossen door pijltjes te verslepen en door stukjes te herhalen.

Soorten gezinnen. 2. Vakgebied en vakonderdeel: Wereldoriëntatie / Godsdienst. Eerste graad Tweede graad Derde graad

Lesvoorbereidingsformulier

Steekkaart: nummer 4We

Onderwerp. VVKBaO. Kinderen leren eenvoudige problemen oplossen door pijltjes te verslepen.

INLEIDING. Alles loopt op wieltjes. Inleiding. Opdracht. Beoordeling. Kennis en vaardigheden. Bronnen. Leerkrachten. Emmy Van D huynslager

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereiding Onderbouw (groep 1/2/3)

Onderwerp. VVKBaO. De kinderen wegwijs maken in Scratch Junior en ze laten experimenteren.

Schuilt er een onderzoeker in jou?

Voorbereidende les Waterwolf in waterland

MUZO AD 19 Genoegen beleven aan muzisch bezig zijn.

Thema 5: Lijken dieren op elkaar? webversie

Lesvoorbereidingsformulier

Kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven. De leerlingen kunnen hulp vragen en zich laten helpen.

Leerlingen hebben een introductie les gekregen rond Scratch. De leerlingen kunnen hulp vragen en zich laten helpen.

Thema 4: Mijn sport is top!

Samengevat door Lieve D Helft ICT-coördinator Scholengemeenschap InterEssen

Les 1 : de basis van PowerPoint

Lesvoorbereidingsformulier

Vakopdrachten. Opdracht Geschiedenis Londen. Voor geschiedenis moet je in het British Museum en in het Imperial War Museum opdrachten doen:

Algemene doelen en de link met de vakoverschrijdende eindtermen vind je in de handleiding bij dit lespakket.

Bron afbeelding: [1] Voorbeeldles Onderzoekend leren Natuur rondom de school. Groep 3 & 4. Lerarenhandleiding

Lesvoorbereidingsformulier

Onderwerp. VVKBaO. Het verloop van een sessie Scratch Junior.

ONTBIJT OP SCHOOL. Voorbereiding van het ontbijt. Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS

Vier verdeelproblemen

Thema Beroepen. Les 1: Beroepen doorheen de tijd

Lesvoorbereidingsformulier

Onderwerp. Voorkennis. VVKBaO

Lesonderwerp: Hocus pocus circus: Een nieuw dier samenstellen a.d.h.v. verschillende materialen.

Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBaO

Bron afbeelding: [1] Voorbeeldles Onderzoekend leren Natuur rondom de school. Groep 1 & 2. Lerarenhandleiding

Lesvoorbereidingsformulier

Les 4 lengtematen m, dm en cm

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1:

Lesvoorbereidingsformulier

Leerlingen leren de instructies herhaal en als dan (anders ). Ze moeten een algoritme schrijven voor een dansje.

ONTDEKDOOS RUIMTELIJKE BEGRIPPEN

Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren?

Lesonderwerp: De spelregels schrijven voor een zelfverzonnen spel.

Lesvoorbereidingsformulier

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS flexibel traject

Thema: Verhuizen. Lesduur: ong. 50 min

Lesvoorbereiding Zakelijke gegevens Inhoudelijke gegevens Componenten van de les

Praatplaat: ga je mee op stap?

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER SPECIALISATIESTAGE

Drents Museum. Wat als de stoel van meneer Rietveld kon praten? Groep 3 Thema-overzicht

Lesvoorbereiding Onderbouw (groep 1/2/3)

THUIS IN DE WERELD LESBRIEF PRIMAIR ONDERWIJS GROEP 7 EN 8 TOT ZIENS IN 0NS MUSEUM! THUIS IN DE WERELD PAG > 1

Thema Beroepen. Les 2: Hoe verloopt het beroep van?

Eerste graad-beroepsvoorbereidend Leerjaar: Decoratie. (2005, September 1). Leerplan Secundair Onderwijs. OVSG.

Leidraad leerkracht 5 de en 6 de leerjaar

LESVOORBEREIDING ALGEMENE VAKKEN / VOEDING - VERZORGING

LESVOORBEREIDING nr: 18

Techniekles Licht groepen 3 en 4

ZUIVEL LEKKER BEZIG. Duiding voor de leerkracht. Kort lesoverzicht. Lesdoelen. Bronnen

FRUIT VAN BIJ ONS! LEKKER BEZIG. Kort lesoverzicht

Fiche nummer: ACTIVITEITENFICHE

Optische illusie en gezichtsbedrog

Spiegelen en symmetrie

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

Een tandje bijsteken / Onderzoeken riem- en kettingoverbrenging

LESVOORBEREIDING Coteaching

Kijkwijzer rekenen. Gericht kijken en ontwikkelen

DE GROTE VERKEERSTOETS

BIOLABO NAVERWERKING

De leerlingen wandelen de vooraf uitgestippelde route op de wandelkaart. Ze observeren en leggen de knelpunten inzake de verkeersveiligheid vast.

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS LAGER ONDERWIJS

Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBAO:

Transcriptie:

Steekkaart: nummer 1N Onderwerp Kennis maken met en inoefenen van de voorzetsels die betrekking hebben tot de ruimtelijke begrippen, zoals: voor, achter, op, onder, naast, in, aan, tegen, tussen, Leeftijd/Doelgroep 1 e leerjaar Leergebied Nederlands Tijdsduur 50 minuten Beschrijving In deze les leren de kinderen zichzelf en voorwerpen verplaatsen volgens de voorzetsels: op, onder, naast, links van, rechts van, voor, achter, in, tussen, aan, tegen, Ze leren de positie van zichzelf en voorwerpen tegenover andere voorwerpen te bepalen en te verwoorden. Het digitaal fototoestel wordt geïntegreerd in functie van het leren van deze leerstof. Ze krijgen ook een creatieve fase waarin ze hun foto s zullen kunnen presenteren aan de klas. Materiaal Digitale fototoestellen (1 toestel per 2 à 3 leerlingen) Powerpoint Kika (Bijlage 1) Materiaalkoffer: tennisbal, beker, plastic zak, balpen, steentje, elastiek, stokje, tas, fles, cassette, blokje, touwtje, stressballetje, Digitaal bord/beamer Doelen Eindtermen 2.7. De leerlingen kunnen bij een behandeld onderwerp vragen stellen die (ET) begrepen en beantwoord kunnen worden door leeftijdgenoten. Leerplandoelen VVKBaO: S.3.4.1. Taalvaardigheden ontwikkelen en beheersen op betekenisniveau: Om de ontwikkeling van taalvaardigheden op betekenisniveau te ondersteunen kan onder meer het volgende aan de orde komen: Begrippen in verband met tijd en ruimte: zoals ruimtelijke begrippen actief gebruiken: zoals voor, achter, op, onder, naast, tussen, in, tegen, Mediaopvoeding in leergebied Nederlands : / Mediaopvoeding in functie van ET: 1.4. Voor hen bedoelde mediaboodschappen begrijpen. 3.2. Voor hen bedoelde mediamiddelen creatief kunnen aanwenden. 3.3. Technische vaardigheid ontwikkelen bij het gebruik van voor hen toegankelijke mediamiddelen. OVSG: NL-SPR-DV-D03-08a-01. De leerlingen kunnen verbanden aangeven door gebruik te maken van verbindingswoorden van plaats (in, op, onder, naast,...) Lesdoelen Verwoorden waar Kika zich bevindt ten opzichte van een voorwerp (hier: de bank) Inzicht verwerven in de voorzetsels die te maken hebben met de ruimte door zichzelf te verplaatsen ten opzichte van een voorwerp (hier: de bank) Voorwerpen verplaatsen volgens het verkregen voorzetsel en fotograferen Voorwerpen creatief verplaatsen met een voorzetsel naar keuze en vastleggen door middel van het digitaal fototoestel / Bronnen

Fases Fase 1: Kennismaken met de voorzetsels aan de hand van de klasmascotte Kika De kinderen blijven op hun plaats zitten. De leerkracht laat enkele foto s van een knuffelbeer ( klasmascotte ) tonen op het digitaal bord. Deze zit telkens in een andere positie tegenover de bank. De leerlingen worden ingeleid op het gebruik van voorzetsels: Kika zit achter de bank. Op het bord zal ik nu verschillende foto s tonen van een konijntje Kika. Maar die zit telkens op verschillende plaatsen. Hij is niet zo groot dus hij moet zich verplaatsen in en rond een bank. Proberen jullie te raden waar hij telkens zit? Richtvragen - Waar zit Kika? (Kika zit de bank) - Waar zit hij ergens rond de bank? - Hoe kan je dat nog anders zeggen? Powerpoint (zie bijlage 1) Kika zit op de bank. Kika zit onder de bank. Kika zit naast de bank. / Kika zit links van de bank.* Kika zit naast de bank. / Kika zit rechts van de bank.* Kika zit voor de bank. Kika zit achter de bank. Kika zit in de bank. Kika zit tussen de banken.* Kika hangt aan de bank.* Kika zit tegen de bak.* * De leerkracht kan op verschillende manieren ook volgende taalvormen verduidelijken: Kika zit naast de bank op twee verschillende foto s. Op de eerste foto zit hij links van de bank. Op de tweede foto zit hij rechts van de bank. Steek eens allemaal jullie linkerhand in de lucht, en nu je rechterhand. Dat is links en rechts. Kika kan niet tussen één bank zitten. Daar heb je twee banken voor nodig. Er is meer dan één bank, dus zeggen we dat hij tussen de banken zit. Op deze foto zit Kika niet. Hij hangt. We zeggen: Kika hangt aan de bank. Kika zit hier niet tegen een bank, maar tegen een (vuil)bak. De n verdwijnt hier, let op! Kika zit tegen de bak.

Fase 2: Inoefenen van de voorzetsels door zichzelf als persoon te verplaatsen in de ruimte De kinderen blijven op hun plaats zitten. Met duidelijke instructies laat de leerkracht de kinderen rechtstaan en hen rond hun bank bewegen om hen in een bepaalde positie te laten staan en dit te verwoorden. Zo leren de kinderen de verschillende voorzetsels efficiënter te gebruiken. Nu jullie al een aantal keer gezien hebben hoe Kika zich rond een bank kan verplaatsen, gaan wij dit ook eens proberen. Ik zal telkens zeggen hoe jullie moeten zitten/staan. Daarna vraag ik: Waar is iedereen? en antwoorden jullie: Wij zitten/staan * de bank. *bijvoorbeeld: voor, achter, op, (voorzetsels: zie lesfase 1). De leerlingen staan recht en de leerkracht gebruikt de volgende voorzetsels door elkaar: Op Onder Naast / Rechts van Naast / Links van Achter Voor Tussen Tegen (In) (Hangen aan) De leerkracht kan variëren door het voorwerp stoel bij deze opdracht te betrekken. Bij elk voorzetsel staat de leerkracht stil bij volgende zinnen/vragen: Waar is iedereen? Wij zitten/staan de bank.

Fase 3: Klassikale inoefening: fotograferen van objecten in de ruimte De kinderen worden in verschillende groepjes verdeeld en elk groepje beschikt over een digitaal fototoestel. De leerkracht deelt telkens hetzelfde materiaal uit dat gefotografeerd moet worden. Daarna instrueert hij de groepjes met één van de voorzetsels en mogen de kinderen in groep het voorwerp plaatsen en fotograferen, volgens het juiste voorzetsel. Ook de verwoording komt hier terug. Straks krijgen jullie van mij allemaal verschillende voorwerpen uit mijn materiaalkoffer. Per voorwerp zeg ik telkens waar je dit moet leggen/hangen ergens rond de bank. Ligt het voorwerp goed, mogen jullie er een foto van nemen. Daarna ga ik kijken welk groepje al zonder fouten het voorwerp juist kan leggen en fotograferen. Enkele mogelijke voorwerpen uit de materiaalkoffer staan beschreven op het voorblad. De leerlingen kunnen reeds foto s nemen met het digitaal fototoestel (zie basisles 1). De leerkracht helpt, begeleidt en stuurt de kinderen in de juiste richting waar nodig. Het is aangeraden om per voorwerp slechts één foto te laten nemen, zodanig dat de kinderen enthousiast blijven per nieuw voorwerp en de aandacht niet verliezen. Per voorwerp kan de leerkracht telkens een nieuw voorzetsel gebruiken: Achter Voor Op Onder In Tussen Aan Tegen Naast Voorbeeld Leerkracht: Jullie krijgen van mij allemaal een tennisbal. Leg de tennisbal onder de bank en neem er een foto van. Leerkracht loopt rond, helpt en corrigeert. Leerlingen bespreken de positie van het voorwerp. Leerkracht: Waar ligt de tennisbal? Leerlingen: De tennisbal ligt onder de bank.

Fase 4: Creatief fotograferen van voorwerpen in de klas, met aandacht voor de ruimtelijke positie De kinderen mogen nu met de voorwerpen uit de materiaalkoffer zelf foto s maken waarin een voorzetsel gebruikt kan worden. Ze bewaren de genomen foto s op het digitaal fototoestel. Als afsluiter worden de foto s van de verschillende groepjes gepresenteerd aan de klasgroep op het digitaal bord. Nu mogen jullie met je groepje zelf foto s nemen van voorwerpen die ergens staan. Neem drie foto s met verschillende voorwerpen. Probeer het voorwerp ook telkens in een andere positie te zetten. 3 foto s 3 verschillende voorwerpen 3 verschillende posities Je hoeft niet enkel de bank te nemen. Dit kan bijvoorbeeld ook de kast, een stoel, de zithoek, de vensterbank, het bord, zijn waar je het voorwerp op zet. Presentatie Na het nemen van de foto s, gaan de verschillende groepjes terug naar hun plaats. De leerkracht haalt de digitale fototoestellen op en sluit ze één voor één aan op de klascomputer. Op het digitaal bord ziet de klasgroep dan meteen de foto s van de andere groepjes. De leerkracht gaat opnieuw tewerk volgens het principe van vraag en antwoord: Waar ligt/zit/staat/hangt het/de? Het/de ligt/zit/staat/hangt de bank/het bord/ De leerkracht begeleidt en helpt de kinderen waar nodig tijdens de fase van het fotograferen. De leerkracht voorziet verschillende materialen in de materiaalkoffer voor de leerlingen.