Inhoud. Inleiding 7. Deel A Theorie 11



Vergelijkbare documenten
Het creatieproces. Ideeënwereld

Inhoud. Deel A Het concept van projectmatig werken 17

DEEL I Een theoretische inleiding 23

Projectmatig betekent: op de wijze van een project. Je moet dus eerst weten wat een project is. Een eenvoudige definitie van project is:

Oriëntatie op ondernemerschap

Training Creatief denken

Projectmatig Creëren (PMC) en de rol van de Project Start Up (PSU) Waterkracht 28 januari 2016

1.2 Wat houdt een projectmatige aanpak in?

Project Management. Hfst 1: Het project:

?Hoe Zo! >> Werken bij de gemeente betekent je inzetten voor burgers en bedrijven. En daarbij geldt:

HOOFDSTUK 9 DE ROL VAN CREATIVITEIT

Organisatie van werkzaamheden

Projectmatig creëren Stappen en richtlijnen om een project mee te doorlopen

Het stappenplan. Inleiding

inhoud Opzet van dit boek 9

AGILE WERKEN Leer je eigen capaciteiten optimaal te benutten dankzij een effectieve samenwerking.

Stappenplan nieuwe Dorpsschool

Projectmanagement. Hoofdstuk 1 en 2. Roel Grit. Het project Mensen en projecten

De kaderstellende rol van de raad bij complexe projecten

Wetenschap & Technologie Ontwerpend leren. Ada van Dalen

Opleidingsprogramma DoenDenken

Level 5 OPDRACHTGEVER

Dimensie Beginnend Ontluikend In ontwikkeling Gevorderd Bekwaam Economisch en sociaal ondernemerschap

Organiseren. werkt! Krijg meer overzicht,, structuur en (tijd) winst! Germo Bekendam Karlijn L Ortye

Projectmanagement. Hoofdstuk 1 en 2. Roel Grit. Het project Mensen en projecten

ORGANISATORISCHE IMPLENTATIE BEST VALUE

Creatief Denken. Een huis vol verhalen Groep 1 en Groep 2

Persoonlijk Rapport Junior Scan

O&O-competentietest. Ben je een onderzoeker of een ontwerper, een denker of een doener? O&O-competentietest van: Ingevuld door: Datum:

Managers moeten beslissingen nemen over IT, maar hebben weinig kennis. Eli de Vries

9. Gezamenlijk ontwerpen

ecourse Moeiteloos leren leidinggeven

Competentiemanagement bij de federale overheid

ZAKELIJKE COMMUNICATIE. Mondeling. Assessment 1.1. Samenwerken op een reclamebureau: instructie voor de accountmanager Voorbereidingstijd: 5 minuten

Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert

Les E-01 Projectmanagement

Rampen- en Crisisbestrijding: Wat en wie moeten we trainen

Hoofdstuk 2 Commitment en creëren:

Projectmatig werken. De weg naar een succesvol evenement. Versie: 1 juli 2012

INSTRUMENTEN TER ONDERSTEUNING VAN SCRIPTIESTUDENTEN

Nederlandse Samenvatting

Cursus. Schrijf een projectplan

Beroepenwerkstuk 3 MAVO

Projectmatig werken: de essenties Inleiding

Gespreksformulieren LA personeel Dommelgroep

Klas in bedrijf. Werkbladen. Belang logistiek voor bedrijf. Peter Hantson. Opleiding secundair onderwijs Vakgroep Techniek (TE)

1. Analyse, beeldvorming en planning

Ondernemerschap door loslaten van vaste functies

Sensoren en maatschappij

DEEL I. 5.8 ProjectMatig Werken Definitie project Kern van de methode Historie Scope

To t d e p u z z e l p a s t

Praktijkplein Titel: Toepassing: Koppeling met het Operational Excellence Framework: Implementatiemethodieken: ontwerpen en ontwikkelen.

Bedrijf en effecten - 3 Talenten en beroepen

In vogelvlucht. De Project- (ver)leider in vogelvlucht

Presentatie Tekst Top plan (talentontwikkelingsplan) Amy Kouwenberg OABCE1A

Handreiking toelichting bij descriptoren NLQF

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

CREATIEF CONCEPTEN OP BASIS VAN CREATIVITEIT HOE? ZO!

ACTIEFICHES. Een goed begrip van je huidige (probleem)situatie laat toe om gerichter te innoveren.

DOMEINBESCHRIJVING 27 mei 2014 VOORLOPIG CONCEPT

Marketing en Media 2016/2017

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Regie. van. Fantasie 24 1 CREATIVITEIT IN BEDRIJF

Projectmanagement BROK cursus. Daniel Gobits en Michelle Hendrikx

Planning & Control. Inleiding. Inhoudsopgave

Rapportage Werksoorten. BIJ Voorbeeld. Naam: Datum:

Leerling Gezel Meester Feedback. Zet in een kortcyclisch proces creatieve ideeën, specificaties en concepten om tot werkende prototypes

Let s Ynnovate! Let s Ynnovate! LET S YNNOVATE! OVER FLEUR & ESTHER FLEUR PULLEN & ESTHER VAN DER STORM

PROJECT ONDERNEMEN FRIESLAND COLLEGE LOOPBAAN & BURGERSCHAP ECONOMISCHE DOMEIN 1.2

Samenwerking. Zorg zonder Zorgen! Randvoorwaarden. Resultaat

Hele fijne feestdagen en een gezond en vrolijk 2017! Raymond Gruijs. BM Groep ARBO West Baanzinnig

3 vragen die managers hun medewerkers nooit stellen

KLANTEN WERVEN IN 5 STAPPEN

De route van secretaresse naar VAKvrouw van de toekomst

Competentiemanagement bij de federale overheid

Boost uw carrière. Zo kiest u de MBAopleiding die bij u past. Deze whitepaper is mede mogelijk gemaakt door

19. Reflectie op de zeven leerfuncties

6Het voorbereidingsdraaiboek

Op weg naar een integraal kindcentrum. Janny Reitsma

Doel: In samenwerking met maatschappelijke partners organiseren van een proces dat leidt tot een herijkte visie op Borne in 2030

Je effectiviteit als projectleider wordt door drie factoren bepaald:

Plan van aanpak. Aanleiding en probleemomschrijving. Gevraagd eindproduct. Probleembeschrijving en analyse. Stappenplan: Subdoelen en fasering

Handleiding (voor student) beroepsproducten en toetsing Periode 1 en 2 Communicatie Deeltijd

Deel 9/12. Leer je invloed effectief aanwenden om je doelen te bereiken

Nadat je projectvoorstel goedgekeurd is, kun je je projectvoorstel uitwerken in een projectplan.

PLUS Retail. Aafke Woudstra Articulate Gebruikersdagen Utrecht, 15 & 16 november 2018

Functieprofiel Projectleider Functieprofiel titel Functiecode 00

NOTITIE SAMENVOEGING/SAMENWERKINGSSCHOLEN. : Harm Jan Urbach. : Metrium. : ter verspreiding AUTEUR(S)

Porfolio. Politie Vormingscentrum

Leergang Ambtelijk Secretaris III De invloedrijke OR

Effectieve samenwerking: werken in driehoeken

Inleiding 9 Voor wie is dit boek bedoeld? 10 Opbouw van dit boek 11

SCRUM METHODE.

Opdracht Weg met seksuele uitbuiting van kinderen in toerisme

De sociale top 2018 in Utrecht. 25 juni 2018

Projectmatig creëren

De Taxonomie van Bloom Toelichting

Creatief Denken. Ideeën Werkplaats Groep 3 Groep 4 Groep 5

Transcriptie:

Inhoud Inleiding 7 Deel A Theorie 11 1 Het project 13 1.1 Oorsprong van een project 14 1.2 Soorten projecten 15 1.3 Stadia en bijbehorende aanpak 16 1.4 Rationele stap-voor-stapmethode voor projecten 21 1.5 Startsituatie van een project 23 1.6 Keuze voor een projectmatige aanpak 26 1.7 Voor- en nadelen van een projectmatige aanpak 26 2 Structureren en faseren 29 2.1 Trajecten van het projectproces 30 2.2 Fasering: lineair of iteratief 37 2.3 Fasering van een ontwikkelproject 39 Deel B Toepassing 47 3 Projectvoorstel 49 3.1 Opstarten van het project 50 3.2 Opzetten van het projectvoorstel: stap 1 59 3.3 Verkennen van de opdracht (of het idee): stap 2 63 3.4 Definiëren van de inhoudelijke uitgangspunten: stap 3 65 3.5 Ontwikkelen van het basisconcept: stap 4 69 3.6 Toetsen van de haalbaarheid: stap 5 75 3.7 Ontwikkelen van de communicatiestrategie: stap 6 77 3.8 Bezinnen op de projectaanpak: stap 7 80 3.9 Vaststellen van de zakelijke randvoorwaarden (koftig): stap 8 82 3.10 Analyseren van de risico s: stap 9 89 3.11 Presenteren van het projectvoorstel: stap 10 91

6 Het project 4 Programma van eisen 93 4.1 Opzetten van het programma van eisen: stap 11 93 4.2 Vertalen van de inhoudelijke uitgangspunten naar projecteisen: stap 12 94 4.3 Uitwerken van het basisconcept: stap 13 95 5 Projectplan 97 5.1 Opzetten van het projectplan: stap 14 97 5.2 Ontwikkelen van het gedetailleerde plan of ontwerp: stap 15 100 5.3 Uitwerken van de marketing- en communicatiestrategie: stap 16 101 5.4 Bewaken van de zakelijke randvoorwaarden (koftig): stap 17 109 5.5 Mondeling presenteren van het projectplan: stap 18 113 5.6 Uitvoeren van de teamzelfevaluatie: stap 19 117 6 Uitvoeringsprogramma 119 6.1 Opzetten van het uitvoeringsprogramma: stap 20 119 6.2 Uitwerken van het gedetailleerde plan of ontwerp: stap 21 122 6.3 Uitwerken van de communicatieactieplannen: stap 22 123 6.4 Bewaken van de zakelijke randvoorwaarden (koftig): stap 23 125 7 Faseresultaten van de overige fasen 129 7.1 Functioneringsprogramma 129 7.2 Nazorgprogramma 130 7.3 Evaluatierapport met financiële eindafrekening 130 Vragen 131 Bijlagen 139 Websites 175 Literatuur 177 Trefwoordenregister 180 Over de auteurs 184

Het project 1 1.1 Oorsprong van een project 1.2 Soorten projecten 1.3 Aanpak van een project per stadium 1.4 Rationele stap-voor-stapmethode voor projecten 1.5 Startsituatie van een project 1.6 Keuze voor een projectmatige aanpak 1.7 Voor- en nadelen van een projectmatige aanpak In dit boek wordt de volgende definitie van een project gehanteerd: Een project is een activiteit, uitgevoerd door een tijdelijke organisatie van mensen (meestal uit verschillende disciplines) om een vooraf vastgesteld doel te bereiken, binnen vooraf vastgestelde randvoorwaarden. Een project is dus altijd iets tijdelijks. Als het project is afgerond valt de organisatie die speciaal voor het project is samengesteld uit elkaar, om vervolgens al dan niet in een nieuwe samenstelling aan een volgend project te beginnen. Dit gaat uiteraard ook op voor onderwijsprojecten, waarbij de leden van de projectgroep na het inleveren van de laatste opdracht afscheid nemen van elkaar en van het begeleidingsteam en zich gaan richten op een nieuwe opdracht. Dit hoofdstuk begint in paragraaf 1.1 met een beschrijving van het ontstaan van een project. Vervolgens behandelt paragraaf 1.2 verschillende soorten projecten, waarna in paragraaf 1.3 de levenscyclus van een project aan de orde komt. Elk stadium van deze levenscyclus vraagt om een eigen nadruk en aanpak. In paragraaf 1.4 wordt de levenscyclus vertaald in een rationele stapvoor-stapmethode. Dit model vormt de basis voor het fasemodel voor ontwikkelprojecten (zie fig. 2.7). In paragraaf 1.5 wordt gekeken naar de verschillende startsituaties van een project. En tot slot gaan paragraaf 1.6 en 1.7 in op de keuze om een project al dan niet projectmatig aan te pakken.

14 Het project De projectmatige aanpak in dit boek gaat uit van de levenscyclus van een product of systeem (zie figuur 1.2). Deze levenscyclus is van toepassing op zowel onderzoeksprojecten als ontwikkelprojecten. In In dit boek staat daarvan de grote en gevarieerde groep ontwikkelprojecten centraal (zie par. 1.2). 1.1 Oorsprong van een project Projecten komen voort uit een verschil tussen een wens en de werkelijkheid van dat moment. Zowel een externe als een interne behoefte kunnen daarbij aanleiding zijn tot het opzetten van een nieuw project. Bij een externe behoefte kun je denken aan de vraag naar een nieuwe dienst of een klacht over een bestaand product. Bij interne behoeften gaat het eerder om een creatieve drang of een persoonlijke visie. Zo zullen klachten van bewoners (externe behoeften) over hun huisvesting kunnen leiden tot een nieuwbouw, verbouw- of verhuisproject. En een persoonlijke ambitie van een regisseur (interne behoefte) kan leiden tot een nieuwe korte animatiefilm. Veel projecten vinden plaats binnen organisaties en bedrijven. Deze vloeien vaak voort uit het (meerjaren)beleid. Het kan dan zowel gaan om terugkerende als eenmalige projecten. Bij terugkerende projecten kun je denken aan de Nieuwjaarsborrel, het jaarverslag, de perspresentatie, de afronding van het financiële jaar of het klanttevredenheidonderzoek. Bij eenmalige projecten kun je denken aan de ontwikkeling van een nieuw product, de automatisering van een afdeling, het ontwikkelen van casemanagement binnen een instelling, een verhuizing of de ontwikkeling en het implementeren van een nieuw logistiek systeem. Binnen bedrijven en instellingen komen managers en medewerkers tijdens hun dagelijks werk ook veelvuldig in aanraking met problemen en behoeften. Ook daaruit kunnen nieuwe ideeën en initiatieven ontstaan die vervolgens gevat worden in een project en projectmatig worden aangepakt. De projectmatig aanpak wordt veelvuldig gebezigd binnen bedrijven en instellingen maar dit is geen voorwaarde. Buiten organisaties lopen mensen net zo goed met ideeën rond en tegen vraagstukken aan, waarbij zij projecten willen opzetten die zich het best projectmatig laten organiseren. Bijvoorbeeld de zeezeiler die met zijn zeiljacht rond de wereld wil varen, de verzamelaar die een grote beurs wil organiseren, de kunstenaar die de waarde van geld ter discussie wil stellen of de actiegroep die een demonstratie wil organiseren om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Het project 15 1.2 Soorten projecten Je kunt projecten op zes onderdelen van elkaar onderscheiden. Door dit onderscheid aan te brengen kun je naar betrokken partijen snel duidelijkheid geven over de basis en vorm van het project. Je kunt dan een project bijvoorbeeld definiëren als: een technisch (inhoud) ontwikkelproject (aard) met een tastbaar product (resultaat), dat in opdracht (initiatiefnemer) voor publiek (doelgroep) wordt gerealiseerd om winst te genereren (doelstelling). Het gaat om een onderscheid naar: inhoud Hierbij kijk je naar de activiteiten die in een project moeten worden uitgevoerd. Het kan daarbij gaan om technische projecten (de bouw van een nieuw magazijn of nieuw transportsysteem), organisatorische projecten (het ontwikkelen van een managementinformatiesysteem of opleidingsplan), commerciële projecten (het uitvoeren van een marktonderzoek of ontwikkelen van een nieuw product), of evenementenprojecten (het opzetten van een beurs, productpresentatie of festival). aard Hierbij onderscheid je twee soorten projecten, onderzoeksprojecten en ontwikkelprojecten. Onderzoeksprojecten zijn verkennend van aard. Zij beginnen met een vraagstuk en eindigen met een overzicht dat gepresenteerd, gepubliceerd of overgedragen wordt. Ontwikkelprojecten beginnen bij een idee en zijn gericht op het vinden van de juiste aanpak voor de verwezenlijking van die vraag en eindigen met de oplevering van een concreet plan of product. Hierbij is dus niet enkel sprake van registratie van gegevens, maar deze worden ook verwerkt tot een stappenplan of afgerond product. Soms gaat een onderzoeksproject vooraf aan een ontwikkelproject, bijvoorbeeld bij een marketingplan dat vaak wordt voorafgegaan door een marktonderzoek. (De stappen uit Deel B zijn bedoeld voor ontwikkelprojecten) initiatiefnemer Hierbij kijk je wie het project initieert. Is het project een eigen initiatief of wordt het geïnitieerd in opdracht? Als het een eigen initiatief is, dan is de vraag wat de rol van de verschillende teamleden daarin was. In het geval van een project in opdracht is de vraag wie de opdracht gaf en in hoeverre deze opdrachtgever betrokken blijft. doelgroep Hierbij gaat het om de vraag voor wie het project bedoeld is. Het gaat hier in grote lijnen om twee soorten projecten: publieksproject of gebruikersproject. Een publieksproject is meestal voor een relatief anonieme doelgroep; denk bijvoorbeeld aan een festival of een commercieel product voor de markt. In

16 Het project een gebruikersproject is de eindgebruiker vaak wel bekend; denk daarbij aan een verbouwing van een kantoorgebouw voor de ANWB of een softwareapplicatie update voor een producent van kantoormeubilair. doelstelling Hierbij maak je een onderscheid naar het soort eindresultaat van het project. Een belangrijk onderscheid is daarbij of het gaat om een commercieel of niet-commercieel project. Een commercieel project heeft een winstdoelstelling. Niet-commerciële projecten kunnen een ideële doelstelling hebben, zoals bijvoorbeeld een voorlichtingstentoonstelling of een inzamelproject voor een voedselbank. Maar niet-commerciële projecten kunnen ook inhoudelijk zijn, zoals bij automatisering of een wijkontwikkelingsproject. resultaat Bij het resultaat kijk je ook naar het eindproduct van een project. Dit product kan tastbaar, een dienst of een live-product zijn. Bij een gebouw of film is sprake van een tastbaar product. Een dienst moet enige continuïteit bevatten anders is het niet zinnig het projectmatig aan te pakken; hierbij kun je denken aan een cursus of een dagbestedingsprogramma. Live-producten zijn tijd- en plaatsgebonden evenementen zoals een congres of een festival. 1.3 Stadia en bijbehorende aanpak Om een project te managen en te sturen is het van belang inzicht te hebben in de levenscyclus van een product of systeem. Dit inzicht stelt je in staat concrete situaties te beoordelen en te diagnosticeren om op basis daarvan actie te ondernemen of te interveniëren. In de behandeling van de levenscyclus zal verder steeds gesproken worden over een product, maar hetzelfde gaat dus op voor een systeem. In de levenscyclus doorloopt een product in de tijd verschillende stadia. De stadia die doorlopen worden, bewegen zich tussen vier zones die tot de verwezenlijking van het product steeds tastbaarder en rationeler worden, om vervolgens terug te keren naar steeds minder rationeel en tastbaar. De aanpak en het soort vragen verandert met het product terwijl het zich door de levenscyclus heen beweegt (zie figuur 1.1). Een product start in de levenscyclus als een idee in de spirituele zone. Daarbij wordt het nieuwe idee gecreëerd. Een creatieve aanpak is daarbij van groot belang. In het tweede stadium word het idee omgezet in een plan. Dit gebeurt in de mentale zone. Het idee krijgt een vorm en de aanpak is rationeel en gestructureerd. Als het plan gemaakt is, gaat het product het stadium van de resultaatvorming in. Deze resultaatvorming vindt plaats in de praktische zone.

Het project 17 Het plan wordt ter hand genomen en er wordt begonnen aan het tastbaar realiseren van het product. Hierbij is een praktische en gestructureerde aanpak van levensbelang. In het vierde stadium functioneert het product. Het product bevindt zich in de manifeste zone en activiteiten zijn vooral gericht op onderhoud, waarbij acties vaak van een routinematiger aard worden. Na het opleveren van het product zullen stadia van stagnatie, verval en ondergang intreden. Deze stadia dalen in de zones weer af van de praktische via de mentale tot de spirituele zone. De vragen richten zich allereerst op herstel, vervolgens op crisishantering om het tot slot op te geven. De aanpak zal probleemoplossend moeten beginnen, maar wanneer het verval intreedt zal dit moeten worden losgelaten om het product uiteindelijk begeleid te laten sterven. Het verval en de ondergang kan worden tegengegaan door op basis van de bevindingen uit deze stadia een nieuw idee te vormen waarmee in een nieuw project opnieuw de eerste vier stadia doorlopen kunnen worden. Stadium Zone Vragen Aanpak Ideevorming spirituele zone creatievragen improvisatie en creatief Planvorming mentale zone vormingsvragen rationeel Resultaatvorming praktische zone realisatievragen praktisch Functionering manifeste zone onderhoudsvragen routine Stagnatie praktische zone herstelvragen probleemoplossend Verval mentale zone crisisvragen loslaten Ondergang spirituele zone onoplosbare vragen stervensbegeleiding Figuur 1.1 Stadia, zones, aanpak en vragen van de levenscyclus van een product De projectmatige aanpak in dit boek besteedt overwegend aandacht aan vraagstukken binnen de eerste, de tweede en de derde zone en heeft daarom de kenmerken van een creatieve, rationele en praktische benadering. In paragraaf 1.4 komt de aard van dit rationele proces verder aan de orde. Inzicht in het karakteristieke van dit proces is noodzakelijk om het proces bewust te kunnen sturen. In figuur 1.2 is de levenscyclus schematisch weergegeven. In verdere paragrafen zullen de stadia worden uitgediept.

18 Het project zone 4 manifeste zone zone 3 praktische zone zone 2 mentale zone zone 1 spirituele zone Figuur 1.2 tijd Resultaatvorming realisatievraag praktische aanpak Planvorming vormgevingsvraag rationele aanpak Ideevorming creatievraag improviserende of creatieve aanpak cultuurfase Functionering onderhoudsvraag routineaanpak Nieuwe ideevorming vernieuwingsvraag vernieuwingsaanpak De levenscyclus van een product Stagnatie herstelvraag probleemoplossende aanpak Verval crisis loslaten transformatie Nieuwe planvorming bewustzijnsgrens of Ondergang onoplosbare vraagstukken stervensbegeleiding 1.3.1 Ideevorming (creatieve aanpak) In het stadium van de ideevorming ontstaat een nieuw idee vanuit een opdracht, spontaan of als gevolg van een probleem dat om oplossing of vernieuwing vraagt. In alle gevallen draait het om de behoefte iets nieuws te creëren. Deze creatie vindt voor een groot deel onbewust plaats binnen zone 1 (spirituele zone) en onttrekt zich (voor een deel) aan onze waarneming. Schijnbaar bij toeval krijg je een inval of gedachtesprong. Met andere woorden, in dit stadium zijn de heuristische activiteiten dominant. Deze activiteiten zijn niet programmeerbaar, maar wel te stimuleren. In dit stadium van ideevorming gaat het om creatievragen. Een creatievraag is een onderzoeksvraag die erop gericht is om alle mogelijkheden in kaart te brengen. Omdat je nog weinig greep hebt op het proces ligt de nadruk op associatie, creativiteit en improviseren. Makelaars, projectontwikkelaars, reclamebureaus en filmproducenten starten hun projecten veelal met een creatievraag. Creatieve technieken voor het beantwoorden van creatievragen zijn bijvoorbeeld brainstormen, brainwriting, visualiseren, synectics en mindmappen (zie bijlage 4). Binnen de projectmatige aanpak worden de activiteiten van dit stadium expliciet gemaakt in het projectvoorstel.

Het project 19 1.3.2 Planvorming (rationele aanpak) Het volgende stadium in het proces is het stadium van de planvorming. Planvorming vindt bewust plaats en speelt zich af binnen zone 2 (mentale zone). Daarbij heb je te maken met vormingsvragen die de ideeën uit het eerste stadium verder uitdiepen. Het gaat daarbij om het omzetten van een idee in een plan. Dit stadium vraagt om een rationele benadering, hoewel zeker in het begin nog wel veel creativiteit nodig is. De rationele aanpak krijgt vorm in de planmatige benadering waarbij, stap voor stap (algoritmisch), naar een einddoel wordt toegewerkt. Dit rationele proces, waarbij vooral de linker hersenhelft betrokken is, is goed te sturen en te programmeren. Binnen de projectmatige aanpak worden de activiteiten van dit stadium expliciet gemaakt in het projectplan (en het programma van eisen). 1.3.3 Resultaatvorming (praktische aanpak) Het volgende stadium in de levenscyclus van een product is het stadium van de resultaatvorming. Dit stadium valt binnen zone 3 (praktische zone) en wordt gekenmerkt door het doen. De plannen uit de mentale zone worden hierbij daadwerkelijk gerealiseerd. In dit stadium krijg je te maken met realisatievragen en een praktische benadering die zich kenmerkt door het vele regelen en organiseren. Een voorbeeld van een realisatievraag is: hoe kun je het ontwikkelde plan voor de verbouw daadwerkelijk realiseren? Binnen de projectmatige aanpak worden de activiteiten van dit stadium expliciet gemaakt in het uitvoeringsprogramma. 1.3.4 Functionering (routinematige aanpak) Het volgende stadium is het stadium van de functionering. In dit stadium moet het gerealiseerde product of systeem zijn werk doen en in stand blijven. Dit stadium ligt in zone 4 (manifeste zone) waarin de vorm is uitgekristalliseerd. In dit stadium krijg je te maken met onderhoudsvragen. Dikwijls kun je deze routinematig aanpakken, dat wil zeggen volgens vaste richtlijnen, procedures en onderhoudsschema s. Een onderhoudsplan voor een gebouw is bijvoorbeeld een antwoord op een onderhoudsvraag. 1.3.5 Stagnatie (probleemoplossende aanpak) Als een product of systeem een tijdlang functioneert, treedt vroeg of laat stagnatie op en ontstaan de herstelvragen. Hierbij gaat het erom dat je een praktische oplossing zoekt voor het probleem dat is gerezen. Het principe of het

20 Het project idee dat oorspronkelijk aan het product ten grondslag lag, blijft gehandhaafd en je probeert de oude situatie te herstellen. Dit laatste betekent dat de vorm niet wezenlijk verandert. Daarom zijn deze vraagstukken van dezelfde aard als de vraagstukken binnen zone 3 (praktische zone). Meestal kun je deze vraagstukken benaderen met een praktische en probleemoplossende aanpak die zich kenmerkt door regelend of organiserend ingrijpen. Dit stadium kan ook het startpunt van nieuwe onderzoeks- of adviesprojecten zijn. Bij dit type projecten gaat het dan bijvoorbeeld om de vraag: hoe pak je het probleem van de dalende bezoekerscijfers aan? Of, wat zijn de oorzaken van het toenemende ziekteverzuim en wat kun je daaraan doen? 1.3.6 Verval (loslaten) of Nieuwe ideevorming (vernieuwingsaanpak) Als de stagnatie doorzet en de herstelbenadering niet langer werkt, moet je het principe of het basisidee dat aan het product ten grondslag ligt fundamenteel vernieuwen. Als dit niet gebeurt, zal er een fase van verval optreden. Er breekt een crisis uit en het is aan te raden om het product los te laten en de aandacht te verleggen naar andere zaken die wel levensvatbaar zijn. Dit verval speelt zich af in zone 2 (mentale zone). Om het verval tegen te gaan kan ook gekozen worden om een nieuw project op te starten en terug te gaan naar zone 1 (spirituele zone) om daar een nieuw idee te vormen. Het is nodig om een nieuw idee te vormen omdat de nieuwe ontwikkelingen niet langer bij te benen zijn met een product dat is gebaseerd op een oud principe. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan een ouderwets schoolgebouw met hoge klaslokalen, terwijl inmiddels het principe van projectonderwijs is ingevoerd. Deze nieuwe onderwijsmethode vraagt niet om grote lokalen, maar om kleinere projectgroepruimten en plekken voor zelfstudie. Het oude gebouw kan zijn functie niet langer vervullen, omdat het principe of idee dat eraan ten grondslag ligt door de nieuwe ontwikkelingen is achterhaald. Economische overwegingen kunnen ertoe leiden dat je een dergelijk probleem in het stagnatiestadium aanpakt als een herstelvraag, bijvoorbeeld door de lokalen op te delen in kleinere ruimten. In sommige gevallen zal het probleem hiermee afdoende zijn opgelost. Indien je kiest voor een nieuwe ideevorming moet je aan de slag met vernieuwingsvraagstukken die betrekking hebben op een bestaand product. Dit vereist een zeer specialistische benadering. De veranderkunde, als stroming binnen de organisatiekunde, houdt zich hiermee bezig. Ook psychotherapeuten zijn specialisten in het aanpakken van vernieuwingsvragen, wanneer het levende systeem mens zijn oude principes en overtuigingen die zijn handelen tot nu toe bepaalden, moet loslaten omdat deze hem steeds verder in de problemen brengen.

Het project 21 1.3.7 Ondergang ( stervensbegeleiding ) Het laatste stadium dat een product doorloopt is dat van ondergang. Het gaat daarbij om onoplosbare vraagstukken. Dit zijn vraagstukken waarbij fundamentele vernieuwing niet meer mogelijk of haalbaar is. Het product of systeem is gedoemd geheel uiteen te vallen of op te houden te bestaan. Het idee of basisprincipe dat eraan ten grondslag ligt is achterhaald en heeft geen bestaansrecht meer. Bij dit type vraag past een benadering die vergelijkbaar is met stervensbegeleiding. Omdat er verder geen invloed meer op uit te oefenen is, beweegt dit stadium zich naar onder de bewustzijnsgrens en eindigt het product waar het begon in zone 1 (spirituele zone). 1.4 Rationele stap-voor-stapmethode voor projecten De verschillende vragen uit de levenscyclus van een product (figuur 1.1) kunnen aan de hand van het rationele denkprocesmodel (figuur 1.3) in stappen worden beantwoord. De methode hiervoor is de stap-voor-stapmethode die is gebaseerd op een planmatige benadering. Binnen deze planmatige benadering zet je bewust stappen en maak je keuzes om een bepaald eindresultaat te bereiken. Je hoeft het proces niet per se te beginnen met een rationele analyse (zone 2 mentale zone). Je kunt ook kiezen voor een meer associatieve analyse van de situatie (zone 1 spirituele zone). In het individuele rationele denkproces van figuur 1.3 kun je globaal de stadia onderscheiden die ook in figuur 1.1 en 1.2 zijn weergegeven. Ideevorming (stadium 1), planvorming (stadium 2), resultaatvorming (stadium 3), functionering (stadium 4), stagnatie (stadium 5), verval (stadium 6) en ondergang (stadium 7). Figuur 1.3 heeft betrekking op hetzelfde proces als figuur 1.1 en 1.2, maar neemt daarbij niet het product als uitgangspunt, maar de activiteiten van het individu en het team. Figuur 1.3 laat zien welke aanpak en activiteiten in de verschillende stadia nodig zijn om het product optimaal door de cyclus heen te helpen. Het cyclische proces kun je opvatten als een ritmische beweging tussen twee polen, namelijk tussen de dagelijkse praktijk onder onze voeten en de ideeënwereld in onze hoofden. In figuur 1.3 is te zien hoe de levenscyclus van een product in twee projecten doorlopen kan worden. Een onderzoeksproject begint op startpunt A met een vraag of probleem en eindigt bij startpunt B met de beantwoording of oplossing daarvan. Een ontwikkelproject begint op startpunt B met een bewust idee en eindigt bij startpunt A, met het realiseren van dat idee in de vorm van een concreet product. Beide processen doorlopen de zones in tegenovergestelde richting. Een onderzoeksproject begint met een concrete

22 Het project vraag en volgt de richting van abstrahering, terwijl een ontwikkelproject juist een abstract idee concretiseert. Dit houdt bovendien in dat bij een onderzoeksproject de creatieve fase (het brainstormen over alternatieve oplossingen) het eindpunt vormt, terwijl een ontwikkelproject juist begint bij het ontwikkelen van een creatief idee. Stel dat jij als jongerenwerker wordt geconfronteerd met toenemend geweld van jongeren in de woonwijk waarvoor jij bent aangesteld. Dan zal er eerst een Ideeënwereld Stadium 6 Oordeelsvorming (zone 2) bezinning conclusies trekken vraag herformuleren enige afstand nemen openstaan luisteren Stadium 1 Bewuste ideevorming (zone 1) inspiratie nieuwe ideeën genereren alternatieve oplossingen bedenken alternatieven afwegen Binnen (abstract/denken) Teamdenken Startpunt B besluit of verbinden met nieuw idee Stadium 2 Planvorming (zone 2) eerste uitwerking van idee plan van aanpak idee vertalen in plan/ontwerp onderzoeksproject onderzoeksproces Stadium 5 Beeldvorming (zone 3) waarnemen feiten verzamelen situatie beschrijven als geheel Startpunt A probleem/vraag/behoefte of situatie Teamvoelen/-handelen Buiten (concreet/voelen en doen) Stadium 4 Functionering (zone 4) gerealiseerde oplossing/antwoord implementatie gebruik van het product/effect op omgeving in stand houden en onderhouden Stadium 3 Resultaatvorming (zone 3) plan vertalen naar uitvoering uitvoeren/implementeren resultaat/oplossing testen scheppingsproces ontwikkelingsproject Dagelijkse praktijk Figuur 1.3 Inzicht in het rationele denkproces bij het realiseren van ideeën

Het project 23 onderzoeksproject uitgevoerd moeten worden om duidelijkheid te krijgen over de oorzaak van deze toename. Uit de resultaten van het onderzoek kan blijken dat een nieuw jongerencentrum in de wijk de problemen voor een belangrijk deel zal oplossen. Het ontwikkelen en realiseren van een dergelijk centrum kan vervolgens worden ingezet als ontwikkelproject. Dit boek richt zich verder voornamelijk op de grote groep veelsoortige ontwikkelprojecten. 1.4.1 Afbakening van een projectopdracht Om duidelijkheid te krijgen over verantwoordelijkheden van de betrokken partijen is het van groot belang een project vooraf duidelijk af te bakenen. Hiermee geef je aan welke taken en verantwoordelijkheden bij het projectteam liggen en welke daarbuiten. Wanneer dit niet of onvoldoende wordt gedaan, kan dit leiden tot onvrede, ruzies of zelfs juridische stappen. De afbakening van een project moet horizontaal en verticaal gebeuren. De horizontale afbakening kijkt naar de verschillende stadia die in het project doorlopen worden. Gaat het om een ontwikkelproject dan worden stadia 2, 3 en 4 doorlopen. In het geval van een onderzoeksproject gaat het om het doorlopen van stadia 5, 6 en 1. Het kan ook gebeuren dat een projectteam enkel gevraagd wordt om maar één stadium voor zijn rekening te nemen, bijvoorbeeld het projectplan schrijven of een projectplan uitvoeren. De verticale afbakening kijkt naar de onderdelen die binnen de horizontale afbakening moeten worden uitgevoerd. Zo zal tijdens de functioneringsfase van een evenement de drankverkoop vaak door de locatie zelf worden gedaan. Dit geldt vaak ook voor bijvoorbeeld de subsidies aanvragen, locatiebeheer of de schoonmaak. Het mag duidelijk zijn dat onduidelijkheid over de verticale verantwoordelijkheden en verwachtingen tot onaangename situaties kunnen leiden. 1.5 Startsituatie van een project In de eerste fase van de projectmatige aanpak, de initiatieffase, zul je je bewust moeten zijn van de startsituatie van het project. Je zult de grenzen van het project moeten afbakenen en je moet je afvragen of een projectmatige aanpak de juiste keuze is (zie paragraaf 1.7). Ook vraag je je af of er duidelijkheid is over het resultaat waarop het project zich gaat richten. Met andere woorden, heb je te maken met een vormgevingsvraag, dan kun je direct daarop aansluiten met een meer rationele aanpak. Heeft de startvraag echter het karakter van een creatievraag, ligt er wel een vraag maar is er nog geen beeld van het projectresul-

24 Het project taat, dan gaan aan de rationele aanpak nog een aantal creatieve stappen vooraf. Ideeën voor projecten kunnen op verschillende manieren ontstaan. Bijvoorbeeld op eigen initiatief waarbij een product los van de markt of een opdrachtgever ontstaat. Zo kan een theatermaker een idee voor een openluchtopera hebben waarbij hij zich pas later de vraag stelt voor welke doelgroep het product interessant kan zijn. In dit geval is er sprake van een productgeoriënteerde benadering. Maar in de meeste gevallen komen projecten voort uit een bepaalde behoefte die waargenomen wordt in de omgeving. Zo kan een student een studieblad oprichten omdat veel van zijn medestudenten aangeven behoefte te hebben aan meer kennisdeling. Hierbij is sprake van een marktgeoriënteerde benadering, de marktvraag (concreet of latent) vormt dan de basis voor een idee. Tot slot kan het idee voor een project ook voortkomen uit een directe vraag. Zo kan een afdelingshoofd vragen naar een inventarisatie van de arbosituatie op de werkvloer. Er is dan een duidelijke opdracht die vervolgens uitgevoerd dient te worden. Hierbij spreken we van een klantgeoriënteerde benadering. Er zijn dus grofweg drie uitgangspunten voor een startvraag, namelijk: 1 Een eigen idee van de initiatiefnemer (ideeproject) 2 Een (latente) vraag uit de omgeving (marktproject) 3 Een concrete vraag van een opdrachtgever (opdrachtproject) In het geval van een ideeproject ga je uit van een idee dat je omzet in een product en zoek je pas daarna een markt (klanten). Heel lang domineerde deze productgeoriënteerde benadering in het bedrijfsleven. Fabrikanten ontwierpen en vervaardigden producten die, in verband met de grote vraag, toch wel door een markt werden afgenomen. Toen het aanbod op allerlei gebied te groot werd, moesten de aanbieders van producten gaan strijden om de gunst van de klanten. Zij waren genoodzaakt de oriëntatie op het product los te laten en zich in plaats daarvan meer te oriënteren op de markt. De enorme groei van het online kopen bracht dit in de laatste jaren verder in een stroomversnelling. Wanneer je de dimensie van de creatievraag (eindvorm is nog onbekend) en de vormgevingsvraag (eindvorm is bekend) afzet tegen de drie soorten ideeën, ontstaan er zes manieren waarop een project van start kan gaan. Deze startsituaties zijn in figuur 1.4 weergegeven. Door je bewust te zijn van de startsituatie en daarmee de verhouding tot de eindgebruiker en de mate van vrijheid voor het product kan direct een juiste focus worden aangebracht.

Het project 25 1 Ideeproject 2 Marktproject 3 Opdrachtproject Een idee voor een product Een vraag uit de markt Een vraag van een klant (of vormt het uitgangspunt vormt het uitgangspunt opdrachtgever) vormt het uitgangspunt A Creatievraag A1 Productgeoriënteerde A2 Marktgeoriënteerde A3 Klantgeoriënteerde De basisvorm is bij de creatievraag creatievraag creatievraag aanvang van het project Doelstelling, doelgroep Doelgroep is bekend, doel- Doelgroep en doelstelling nog niet duidelijk en projectresultaat zijn stelling en projectresultaat zijn bekend, projectresultaat onbekend. zijn onbekend. is onbekend. Je hebt een drang tot expres- Je ziet een behoefte of pro- Je krijgt een concrete vraag sie of een vaag idee en zoekt bleem in de markt en zoekt van een klant (of opdracht- daarvoor een passende ui- daarvoor een passend ant- gever) en zoekt daarvoor een tingsvorm of product. Na de woord of product. passend antwoord of product. keuze voor de vorm ga je pas kijken voor wie het eindresultaat iets kan betekenen. B Vormgevingsvraag B1 Productgeoriënteerde B2 Marktgeoriënteerde B3 Klantgeoriënteerde De basisvorm is bij de aan- vormgevingsvraag vormgevingvraag vormgevingsvraag vang van het project Projectresultaat is bekend, Doelgroep en projectresul- Doelstelling, doelgroep en al duidelijk doelstelling en doelgroep taat zijn bekend, doelstel- projectresultaat zijn bekend. zijn onbekend. ling is onbekend. Figuur 1.4 Je hebt een duidelijk idee Je hebt een duidelijk beeld van de uitingsvorm of het van een passend antwoord product dat je wilt realiseren. of product voor dat probleem uit de markt. Na de keuze voor de vorm ga je pas kijken voor wie het eindresultaat iets kan betekenen. De zes mogelijke startsituaties van een project Je hebt een duidelijk beeld van het passende antwoord of product dat moet worden gerealiseerd om aan de vraag van de klant (of opdrachtgever) te voldoen,

26 Het project 1.6 Keuze voor een projectmatige aanpak Wil je werk projectmatig aanpakken, dan moet je hiervoor een tijdelijke organisatie opzetten. Voordat je iets projectmatig aanpakt, moet je wel eerst nadenken over de vraag of het project wel een projectmatige aanpak nodig heeft. Je kunt er ook voor kiezen het project op een andere wijze te realiseren, bijvoorbeeld door improvisatie, routine, intuïtie of een interne wisselwerking. Het projectmatig aanpakken van een project is vooral zinnig als een project aan de meeste van de volgende kenmerken voldoet. Wanneer je alsnog niet kiest voor een projectmatige aanpak dan loop je een groter risico dat je de randvoorwaarden van het project overschrijdt (budget, deadline) of dat het helemaal mislukt. Het project heeft een definieerbaar begin en einde. Het project bevat veel nieuwe elementen. Het project is resultaatgericht. Het project behoeft een multidisciplinair team. Het project is organisatorisch ingewikkeld. Het project is vanuit één centraal punt te sturen. Het project heeft een duidelijke opdrachtgever. Wil je een klus uitvoeren die relatief klein is of niet geheel voldoet aan de bovengenoemde criteria, dan kun je overwegen om losse elementen van de projectmatige aanpak toe te passen, bijvoorbeeld wel de fasering en de tijdsplanning maar geen afzonderlijke projectorganisatie. 1.7 Voor- en nadelen van een projectmatige aanpak De projectmatige aanpak heeft een aantal voor- en nadelen. Voordelen: Het reduceert risico s (door stap-voor-stap besluitvorming); Het is flexibel (dit in tegenstelling tot de routinematige aanpak, die zich kenmerkt door starheid, logheid en een gering innoverend vermogen); Het maakt slagvaardig (doordat er een divers team is dat gefaseerd denkt en kan optreden); Het is doelgericht (dit tegenover de improviserende aanpak, die zich juist kenmerkt door stuurloosheid); Het is innoverend (dit omdat het veel ruimte laat voor reflectie en bijsturing).

Het project 27 Risico s: Er moeten veel zaken speciaal voor het project opgezet en uitgewerkt worden (de projectmatige aanpak is daardoor duur en niet altijd efficiënt); Er zijn minder leermomenten dan in andere organisaties (men leert van zijn fouten en fouten worden zo veel mogelijk buiten de deur gehouden); Het is complex en relatief risicovol (er is een sterke samenhang tussen verschillende onderdelen); Het vereist een goed team, wegens grote wederzijdse afhankelijkheid. In een turbulente omgeving zullen de voordelen heel zwaar wegen. Stel dat na een periode van hevige regenval een dijk bezwijkt en dat blijkt dat een groot deel van de rivierdijken in de regio eigenlijk te zwak is. Dat vraagt om een voortvarende aanpak om rampen in de nabije toekomst te voorkomen. Het is gebruikelijk dat in zo n geval een project wordt opgezet om de toestand van de dijken op korte termijn te verbeteren.