Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht Erfrecht en schenking Veertiende druk Bewerkt door: Mr. S. Perrick Advocaat te Amsterdam Voorheen deel 6A en 6B a Wolters Kluwer business Deventer - 2009
INHOUDSOPGAVE Enige afkortingen Lijst van vérkört aangehaalde werkert Hoofdstuk 1 - lnleiding / 1 1. Begripsbepalingen / 1 2. De plaats van het erfrecht in een burgerlijk wetboek / 2 3. Grondslagen van het erfrecht / 3 I. De historische vorming van het erfrecht bij versterf / 3 II. Het individuele en het sociale element in het erfrecht / 6 Hoofdstuk 2 - Van opvolging na overlijden in het algemeen /11 1. Vereiste voor de erfopvolging aan de zijde van de erflater / 11 2. Vereisten voor de erfopvolging aan de zijde van degene, die opvolgt /12 3. Commoriénten / 23 4. De stichting als erfgenaam of legataris / 27 Hoofdstuk 3 - De erfopvolging bij versterf / 31 1. Erfopvolging uit eigen hoofde of bij plaatsvervulling / 31 I. Algemeen / 31 II. Geschiedenis van de plaatsvervulling / 35 III. De gevolgen van de plaatsvervulling / 37 2. De orde der erfopvolging / 39 I. Geschiedenis / 39 II. De hoofdlijnen der orde van erfopvolging / 43 III. De orde van erfopvolging bij versterf in grote Iijnen / 48 IV. De orde van erfopvolging bij versterf in bijzonderheden / 49 A. Eerste groep van erfgenamen: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater tezamen met diens kinderen en de afstammelingen van kinderen / 49 B. Tweede groep van erfgenamen: ouders, broers, zusters en afstammelingen van broers en zusters / 52 C. Derde groep van erfgenamen: de grootouders van de erflater en de afstammelingen van dezen / 54 D. Vierde groep van erfgenamen: de overgrootouders en de afstammelingen van dezen / 54 XIII
V. Het erfrecht van kinderen die niet in familierechtelijke betrekking tot de erflater stonden en het EVRM / 55 VI. De vererving in de nalatenschap van een kind dat niet in familierechtelijke betrekking tot zijn vader stond / 57 Hoofdstuk 4 - Het erfrecht bij versterf van de langstlevende echtgenoot en de kinderen / 59 1. Inleiding / 59 2. De wettelijke verdeling ten aanzien van de goederen van de nalatenschap. Opeisbaarheid en verjaring van de vorderingen van de kinderen / 66 3. De verhoging van de geldvorderingen op de echtgenoot. Voldoening van geldvorderingen op de echtgenoot. Paulianeus handelen van de langstlevende / 71 4. De wettelijke verdeling en de schulden van de nalatenschap / 74 5. Vaststelling van de omvang van de geldvorderingen op de echtgenoot. Boedelbeschrijving / 83 6. Ongedaanmaking van de wettelijke verdeling / 98 7. Wilsrechten / 103 8. De goederen ten aanzien waarvan de wilsrechten kunnen worden uitgeoefend /111 9. Gevolgen van de uitoefening van een wilsrecht voor de omvang van de geldvordering op de echtgenoot. Wijze van uitoefening van een wilsrecht. Overgang, overdracht en tenietgaan van een wilsrecht / 114 10. Het vruchtgebruik dat de echtgenoot zich kan voorbehouden /120 11. Een stiefkind kan in de wettelijke verdeling worden betrokken. De wilsrechten die aan een stiefkind toekomen / 132 Hoofdstuk 5 - De uiterste wilsbeschikking / 137 1. Geschiedenis van de uiterste wilsbeschikking / 137 2. Rechtskarakter van de uiterste wilsbeschikking / 139 3. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen / 155 4. De bekwaamheid ora bij uiterste wil te beschikken / 162 5. De invloed van dwang, bedrog en dwaling op de geldigheid van uiterste wilsbeschikkingen /168 6. Uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen / 172 7. Aanvulling van de uiterste wilsbeschikking / 182 I. Algemeen / 182 II. Het geheel of gedeeltelijk ontbreken van het vermaakte op het ogenblik van overlijden / 184 III. Het ontbreken van één of meer bevoordeelden /190 8. Uiterste wilsbeschikkingen onder een voorwaarde, een tijdsbepaling of een last / 198 I. Algemeen / 198 II. De voorwaarde / 198 XIV
III. De tijdsbepaling / 207 IV. De last / 209 9. De making over de hand / 215 10. Vernietiging van een uiterste wilsbeschikking / 221 Hoofdstuk 6 Beperkingen van de testeervrijheid. Algemeen / 225 1. Beperkingen ten aanzien van de aard der beschikkingen / 225 2. Beperkingen ten aanzien der personen, te wier voordeel beschikt kan worden / 228 3. Beperkingen ten aanzien van goederen, waarover beschikt kan worden / 236 Hoofdstuk 7 - Schenking / 247 1. Inleiding / 247 2. Gift in het algemeen / 249 3. De schenking / 256 4. De gift / 260 5. De totstandkoming en herroeping van de gift en schenking / 268 6. Rechten en verplichtingen van de schenker en de begiftigde / 277 7. Vernietigbaarheid schenking / 278 8. Bewind / 282 Hoofdstuk 8 - Beperkingen van de testeervrijheid. De legitieme portié / 285 1. Geschiedenis / 285 2. Het rechtskarakter van de legitieme portié / 288 3. De vraag naar de wenselijkheid van de legitieme / 289 4. Legitieme versus verzorgingsrecht voor de langstlevende. Voldoening aan verzorgingsbehoefte bij uiterste wil. Legitimaire aanspraken / 291 5. Personen gerechtigd tot een legitieme. Omvang van de legitieme / 294 6. Berekening van de legitieme portié / 295 7. Toerekening van giften en van hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt en kan verkrijgen / 315 I. Toerekening van giften / 315 II. Toerekening van hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt en kan verkrijgen / 317 8. Het geldend maken van de legitieme / 330 I. Legitimaris kan een vorderingsrecht verkrijgen / 330 II. Opeisbaarheid van de vordering van de legitimaris en de verhoging / 335 III. Inkorting op makingen / 344 IV. Inkorting op giften / 351 V. Inkorting op makingen en giften aan stiefkinderen / 354 XV
9. Overgang, overdracht en uitoefening van bevoegdheden namens een legitimaris / 356 Hoofdstuk 9 - Beperkingen van de testeervrijheid. Andere wettelijke rechten / 363 1. Inleiding / 363 2. Het recht van de langstlevende op voortgezet gebruik van woning en inboedel / 364 3. Het recht van de langstlevende op vestiging van vruchtgebruik / 366 4. Het recht op een som ineens ter zake van verzorging en opvoeding en levensonderhoud en studie / 391 5. Het recht op een som ineens als billijke vergoeding voor verrichte arbeid / 393 6. Het recht op overdracht van aan beroep of bedrijf dienstbare goederen / 397 7. Algemene bepalingen betreffende andere wettelijke rechten / 401 Hoofdstuk 10 - De vormen van de uiterste wil. Het centraal testamentenregister / 403 1. Geschiedkundig overzicht / 403 2. Gewone vormen van uiterste willen / 407 I. Inleiding / 407 II. De openbare uiterste wil / 407 III. De gedeponeerde onderhandse uiterste wil / 409 IV. Beschikkingen bij een codicil / 411 3. Buitengewone testamentvormen / 414 4. Gemeenschappelijke voorschriften voor allé vormen van uiterste willen / 415 I. Verbod van gemeenschappelijke en van wederkerige testamenten / 415 II. Gevolgen der niet-inachtneming der voorgeschreven formaliteiten / 416 5. Tenietgaan van de uiterste wil / 418 6. Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen (Trb. 1980, 54) (Haags Testamentenverdrag 1961) / 419 7. De internationale uiterste wil / 421 8. De plicht tot geheimhouding van de notaris en de kenbaarheid van de erfopvolging / 421 9. Het Centraal Testamentenregister / 424 Hoofdstuk 11 - Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen / 427 I. Algemeen / 427 II. Uitdrukkelijke herroeping / 427 III. Stilzwijgende herroeping / 428 IV. Herroeping van een gedeponeerde onderhandse uiterste wil door teruggave aan de erflater op diens vordering / 429 XVI
Hoofdstuk 12 - De gevolgen van de erfopvolging / 431 1. Overgang van allé rechtsbetrekkingen van vermogensrechtelijke aard / 432 2. De bijzondere rechtsvordering van de erfgenaam / 439 3. Overgang der rechten en schulden door het overlijden van de erflater / 443 4. De schulden van de nalatenschap / 452 5. Verhaal door schuldeisers van de nalatenschap van hun vorderingen op de goederen van de nalatenschap / 455 6. Onderiinge rangorde van de schulden der nalatenschap / 456 7. Verplichting van een erfgenaam een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overig vermogen te voldoen / 462 8. Opschorting van recht van verhaal op goederen der nalatenschap / 470 9. De schulden van de door het overlijden van de erflater ontbonden huwelijksgemeenschap, waarvan de nalatenschap deel uitmaakt / 472 10. De nalatenschap is insolvent / 476 11. De enige erfgenaam is insolvent / 478 12. Schuldeisers van de nalatenschap in geval van een vruchtgebruik van de nalatenschap / 479 13. De bevoegdheid van een erfgenaam om of zuiver te aanvaarden of te aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving of te verwerpen / 481 I. Algemeen / 481 II. Regels die aan de drie keuzen gemeen zijn / 483 III. De zuivere aanvaarding / 488 IV. Aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving / 492 A. Geschiedenis / 492 B. Gevolgen van het voorrecht van boedelbeschrijving / 492 14. Het boedelregister en de boedelnotaris / 500 15. De verklaring van erfrecht / 503 16. Verkrijging van goederen door de Staat indien en voor zover een erflater geen erfgenaam heeft / 508 Hoofdstuk 13 - De rechtspositie van de (fictieve) legataris / 511 1. Inleiding / 511 2. Verplichting tot kennisgeving aan legataris / 512 3. Verkrijging en verwerping legaat / 512 4. De vorderingen die de legataris ten dienste staan / 513 I. Algemeen / 513 II. Geschiedenis / 513 III. Legaat als schuld van de nalatenschap / 515 5. De levering van het legaat / 516 I. Wie verplicht zijn het legaat af te geven / 516 II. De wijze van levering / 517 III. Wat uitgekeerd moet worden / 521 XVII
IV. Vruchten en opeisbaarheid / 524 6. Verplichtingen van de legataris (tegen inbreng) / 527 7. Vermindering van (sub)legaten / 528 8. Fictieve legaten / 534 Hoofdstuk 14 Vereffening / 547 1. Inleiding / 547 2. Gevallen van vereffening volgens de wet / 548 I. Vereffening in het geval de nalatenschap door één meer der erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard / 548 II. Vereffening in gevallen dat de nalatenschap niet onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard / 552 3. Benoeming en beloning van vereffenaar. Rechter-commissaris / 557 4. Opheffing van de vereffening of kosteloze vereffening wegens de geringe waarde der baten / 561 5. Taken, bevoegdheden, verplichtingen en aansprakelijkheid van vereffenaar / 562 I. Algemeen / 562 II. Beheer en vereffening / 562 III. Boedelbeschrijving en boedelnotaris / 564 IV. Aansprakelijkheid vereffenaar / 566 V. Indiening van vorderingen door schuldeisers / 567 VI. Tegeldemaking van goederen. Recht om terug te vorderen van legataris / 570 VII. Rekening en verantwoording en uitdelingslijst / 576 VIII. Uitkering / 582 6. Erflater was gehuwd in gemeenschap van goederen / 584 7. Titel 3.7 is gedurende de vereffening slechts gedeeltelijk van toepassing / 586 8. Recht van verhaal van schuldeisers op goederen der nalatenschap / 586 9. De vereffening eindigt met een overschot / 589 10. Ontslag en einde taak van vereffenaar. Einde van vereffening / 590 I. Ontslag en einde taak van vereffenaar / 590 II. Einde van vereffening / 592 Hoofdstuk 15 ~ Verdeling van de nalatenschap / 593 1. Inleiding / 593 2. Toerekening van schulden / 595 3. De positie van de erfgenaam-schuldeiser, onderscheidenlijk die van erfgenaam-legataris / 601 4. Inbreng / 604 I. Algemeen / 604 II. Geschiedenis / 605 III. Personen die verplicht zijn in te brengen / 607 IV. Limiet van de inbreng / 608 XVIII
V. Te wier behoeve inbreng geschiedt / 609 VI. Wat ingebracht moet worden / 610 VII. Wijze waarop de inbreng geschiedt / 611 VIII. Berekening van de waarde van de in te brengen giften / 612 Hoofdstuk 16 Executeurs / 615 1. Geschiedenis / 615 2. Benoeming en aanvaarding / 621 I. Vorm der benoeming / 621 II. Wie benoemd kunnen worden / 621 III. Aanwijzing van executeurs in geval van ontstentenis van de in de eerste plaats benoemde executeur en ter toevoeging aan een benoemde executeur / 623 IV. Gevallen waarin een executeur kan worden benoemd / 625 V. Benoeming van verscheidene executeurs / 625 3. Bevoegdheden en verplichtingen van de executeur / 627 I. Inleiding / 627 II. Beheer van de goederen en voldoening der schulden van de nalatenschap / 628 III. Aanwijzing van boedelnotaris / 636 IV. Boedelbeschrijving / 637 V. Verkoop der goederen der nalatenschap / 638 VI. Verschaffen inlichtingen aan erfgenamen / 641 VII. Loon en vergoeding der onkosten van executeurs / 642 VIII. Bijzondere executeurs / 643 4. Het einde van het optreden van de executeur / 643 I. Algemeen / 643 II. Einde van het beheer / 647 III. Rekening en verantwoording / 649 Hoofdstuk 17 - Testamentair bewind / 653 1. Geschiedenis / 653 2. Inleiding / 655 3. Algemeen / 657 I. Bewind kan verschillende strekkingen hebben / 657 II. Waarover kan de erflater bewind instellen? / 658 III. Instelling van het bewind en benoeming van een bewindvoerder / 660 4. Benoeming van de bewindvoerder / 662 5. Bevoegdheden en verplichting van de bewindvoerder / 664 I. Algemeen / 664 II. Verdeling van werkzaamheden / 664 III. Loon / 665 IV. Boedelbeschrijving / 666 V. Zekerheidstelling / 667 VI. Inschrijving bewind in registers / 667 XIX
VII. Rekening en verantwoording / 668 VIII. Uitkeringen aan rechthebbende / 671 IX. Aansprakelijkheid bewindvoerder / 673 X. Eindigen hoedanigheid bewindvoerder / 674 6. Gevolgen van het bewind voor de rechthebbende / 676 7. Einde van het bewind / 699 Zakenregister / 705 Wetsartikelenregister / 725 Jurisprudentieregister / 739 XX