Bijlage Definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland

Vergelijkbare documenten
Hoofdfietsnet Gelderland

RAPPORT. Hoofdfietsnet Gelderland. Technische onderbouwing van het definitiekader. Provincie Gelderland

Hoofdfietsnet Gelderland

Regionale Fietsnet met Sternet AANSCHERPING RVVP

FAQ Fietspad Helmond-Eindhoven: Nr. Categorie Vraag Antwoord

Factsheets De Liemers

Fiets snelweg. de snelste fietsverbinding voor het woon-werk verkeer. hoe vormgeving kan bijdragen aan de herkenbaarheid van een regionaal netwerk

Bijlage 3. Hoofdeisen, definitiekader en kwaliteitseisen snel- en doorfietsnetwerk regio Gooi en Vechtstreek

Actieplan Verkeersveiligheid fietsverkeer

VRIJGAVE INSPRAAK FIETSVERBINDING KRUISPUNT WALDORPSTRAAT-VIADUCTWEG (ONDERDEEL STERFIETSROUTE RIJSWIJK/DELFT)

Rik Thijs

Rapportage verkenning snelfietsroutes / (hoogwaardige) regionale fietsverbindingen Purmerend Zaanstad en Purmerend-Hoorn

Beoogd effect Een programma Tiel Fietsvriendelijk vaststellen als leidraad voor komende jaren om het fietsen in Tiel aantrekkelijker te maken.

Ruim baan voor de fiets

RICHTLIJNEN FIETSROUTES PLUS 2016

Fietsplan Heumen Onderdeel Fietsnetwerk gemeente Heumen

Rapport: Hillegoms Verkeers- en Vervoerplan (HVVP)

Statenfractie Zuid-Holland

Module 3. Fiets. Inleiding

Ons kenmerk MB10/ Datum uw brief

Raadsvoorstel en besluit

Sector Mobiliteit Fiets. Donderdag 6 december 2012 Sjors van Duren Adviseur mobiliteit

Kwaliteitseisen hoogwaardige snelfietsroute F59

D66 wil bereiken dat meer mensen de fiets kiezen als vervoersmiddel om bijvoorbeeld naar het werk te gaan in plaats van met de auto.

Tracé Fietsroute Plus

De snelle fietsroute Apeldoorn-Deventer.

Datum: 7 september 2009 Onderwerp: uitvraag nieuwe regionale fietsverbindingen voor woon-werkverkeer

Fietsbeleid in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Sjors van Duren Stadsregio Arnhem Nijmegen

Concept Uitvoeringsprogramma Fiets Holland Rijnland

INTENTIEVERKLARING HOOGWAARDIG FIETSNETWERK GOOI EN VECHTSTREEK

NOTITIE SNELFIETSROUTE BARNEVELD - VOORTHUIZEN

fietssnelweg f35 realisatie snel en veilig op de fiets door twente financieringsmogelijkheden programma van eisen deeltrajecten

Campagnevoorbeeld: Actieweek fietsbeloning. 1 Inleiding. 1.1 Omschrijving. 1.2 Wanneer. 1.3 Betrokken partijen. 1.4 Doel(en) Utrecht, 17 februari 2010

Nationaal Fietscongres Groningen 2 juni Hoe fietst Bedum?

Snelfietsroutes onderscheiden zich op meerdere criteria van normale fietspaden, fietsprojecten of

Wonen in Woerden: geen overlast, veilig en prettig wandelen en fietsen in de wijk

Addendum bij nota Fietsen in Lelystad: Voldoen de gestelde voorrangsregels aan CROW-richtlijnen

Fiets Filevrij. 3e bijeenkomst. 15 juli 2013 Locatie 78 in Bunnik

Snelfietsroute Nijmegen-Mook-Cuijk

IJsselstein: een fietsvriendelijke stad

Overzicht fietsprojecten Harlingen 2015

Wonen in Woerden: geen overlast, veilig en prettig wandelen en fietsen in de wijk

Fietsroute Apeldoorn - Deventer

Resultaten Fietsen met Inwoners Woensdagavond 12 april, IJsselstein Noord

Inspiratiebijeenkomst Twente blijft fietsen! Fietsvisie Enschede

1 Het tracé. Definitief ontwerp De Hoef. Gemeente Amersfoort. 21 november 2016 AMF182/Ldl/ augustus 2016

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) 2e klankbordgroepbijeenkomst 16 maart 2017

Gemeente Valkenswaard t.a.v. het college van Burgemeester en wethouders Postbus GA VALKENSWAARD

4) Regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer

Initiatiefvoorstel Fiets

Haalbaarheidsstudie Hoogwaardige snelle fietsroute Oost-West

Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda

Regionaal Fietsplan Soest. Uitvoeringsvoorstel gemeente Soest

Raadsvoorstel agendapunt

De fietsbereikbaarheidskaart

TEDEWEST. 1. Fietssnelwegen in netwerk 2. Masterplan Leie-Schelde 3. Fietsfonds

Fietsen in de. Bijeenkomst lokale belangenorganisaties 17 oktober 2014 Bart Christiaens & Roland Hendriksen

Uitkomsten t.b.v. de visie

Factsheets Cuijk-Mook-Nijmegen

Reconstructie Touwlaan IJsselstein

Aangenomen en overgenomen amendementen

Fietstoets en barrière-werking Provincie Noord-Brabant

DEEL F FIETSBALANS IN DRENTHE

Besluit om: 1. het Uitvoeringsplan Mobiliteit van Regio Rivierenland vast te stellen.

Tarthorst Fietsoplossingen voor en door gebruikers en bewoners

Raadsleden College van Burgemeester en Wethouders. S. Buttersman, regio Rivierenland

1. De missie van Fiets in de Versnelling is Brabanders te verleiden meer gebruik te maken van de fiets

Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen ter vaststelling van de Nota Fietsstrategie

Provinciaal blad van Noord-Brabant

Fietsactieplan - D66 Den Haag. Liefde voor de fiets. D66 krijgt het voor elkaar

ALGEMENE VOORWAARDEN SUBSIDIE VRACHTFIETS EN ELEKTRISCHE BESTELAUTO

Gedeputeerde Staten verzoeken Provinciale Staten om: - de inhoud van deze brief voor kennisgeving aan te nemen (informatieplicht)

Verlichting van Fietspaden. 1 Inleiding Algemeen Functie van fietspaden Hoofdfietsroutes Utilitaire routes

Doetinchem, 31 mei 2017

Fietsstrategie voor Rotterdam

Hoofdstuk 12. Fietsgebruik

De Haagse D66 Fietsagenda: Bewegen naar morgen!

Ruimtelijk strategische visie Regio Rivierenland. Ben Brink, wethouder Dennis Kramer, adviseur Ruimte

INTENTIEVERKLARING. Snelfietsroute F15 IJsselmonde. Ondergetekenden genoemd onder 1 t/m 8, hierna gezamenlijk te noemen partijen.

Fietsstraat. Beelden van een groene stad, voorstel 6. Samenvatting

Marien Vermeer. 9 februari 2018

70% 75%

25% meer. fietsgebruik

Vragen en antwoorden aanleg Fietspad Houten-Culemborg Datum : 5 december 2018 Status : definitief Opstellers : Greetje Santing / Edwin Boonstoppel

Fietsscan Bedrijventerrein Mijlpolder s-gravendeel. Juli 2002

CROW- FIETSBERAAD. Tymon de Weger voorzitter

NETWERKANALYSE FIETSROUTES DE KOP WERKT!

Zevenhovenseweg. Gemeente Nieuwkoop

Verkeersbesluit Snelfietsroute Muntmeesterlaan, Muntweg, Goffertpark

Resultaten fietsenquête

Factsheets. Factsheets RijnWaalpad

Memo. Ruimte en Economie. Advies. Doorkiesnummers: Aan. Van Wiebe Mulder Afschrift aan. Datum Opsteller Wiebe Mulder Bijlage 3

Factsheet Verkeer. 1. Inleiding. 2. Ambities. Definities, bestaande wetgeving en beleid

gebiedsontsluiting yerseke en kruiningen

Bijlage 2 bij Actieplan Fiets: Bijeenkomsten Actieplan Fiets

TOP 10 KNELPUNTEN OP DE HOOFDFIETSROUTES PER REGIO IN NOORD-HOLLAND. 6 februari 2008 op verzoek van de provincie Noord-Holland

Kansen voor fietsen in Gelderland. Uitwerking Gelderse fietskoers

Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan visie en beleid. A. van der Dussen 14 januari 2016

Ontwerperscafé Fietsvoorzieningen 19 juni 2014, uur te Arnhem Verslag

Uitkomsten Fietstour Fietsen met inwoners dinsdag 11 april, IJsselstein Midden.

Transcriptie:

Bijlage Definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland Provincie Gelderland 29-11-2017

Focus aanbrengen voor een hoogwaardig fietsnet Vanaf 2006 hebben wij geïnvesteerd in het huidige vigerende Bovenlokale Fietsnet om te komen tot veilige fietspaden. Dit is gebeurd op grond van het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan 2004 (PVVP2), de afspraken die gemaakt zijn in het voormalig overlegplatform Gelders Fiets Netwerk (GFN) en als uitvoering van moties Veilige fietspaden in Gelderland (PS2006-717, PS2009-189, PS2010-679). Naast het investeren in onze eigen fietspaden geven wij ook jaarlijks subsidie aan gemeenten om de gemeentelijke delen van het Bovenlokaal Fietsnet te verbeteren. Omgevingsvisie en plandoelen mobiliteit Inmiddels zijn sectorale visies, zoals het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan 2004 (PVVP2), vervallen en opgegaan in de omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie en de hierin aangegeven mobiliteitsplandoelen kan er nu een duidelijke focus aangebracht worden op het fietsnet. Met deze plandoelen worden specifieke fietsersdoelgroepen en de daarbij behorende functie van de route benoemd, waardoor investeringen in het fietsnet gerichter en effectiever plaats kunnen vinden. Geld van voorgaande jaren is geïnvesteerd De middelen om extra te investeren (ca. 10 miljoen per jaar afgelopen 10 jaar) in de fiets hebben wij inmiddels geheel besteed. Voor de fietsinfrastructuur zijn geen specifieke middelen meer. Willen wij fietsen kunnen stimuleren dan is het noodzakelijk dat er een nieuw actueel investeringsagenda komt voor de fietsinfrastructuur. De eerste stap die wij hiervoor zetten is een duidelijke focus op de regionale fietsinfrastructuur waarbij wij aangeven waar onze beleidsaccenten liggen voor deze fietsinfrastructuur. Hoogwaardig fietsnet en focus aanbrengen Wij hebben een hoogwaardig fietsnet nodig om het fietsen te stimuleren. Het huidige fietsnet is niet voldoende. Een hoogwaardig fietsnet sluit aan op de gebruikers en de mogelijkheden van de nieuwe snelle generatie fietsen. Grote groepen scholieren, kwetsbare ouderen en forenzen op snelle E-bikes moeten wij faciliteren. Het goed inrichten van een hoogwaardig fietsnet gaat ons niet lukken als wij ons blijven richten op het Bovenlokaal Fietsnetwerk met meer dan 4000 km fietsroutes. Investeringen kunnen niet doelgericht plaats vinden en worden niet ingezet voor een specifieke groep fietsers. Voor een hoogwaardig fietsnet is er meer focus nodig. Een groot deel van de regionale fietsroutes is in beheer bij de gemeenten. In het voormalige samenwerkingsplatform Gelders Fietsnetwerk (GFN) overlegde wij over het Bovenlokaal Fietsnetwerk. Inmiddels is dit na evaluatie opgeheven. Participatie met gemeenten is wederom noodzakelijk om te komen tot een hoogwaardig fietsnet. Meer mogelijk door gebiedsgerichte benadering Ondanks onze inspanningen van afgelopen jaren om te komen tot veilige fietspaden is dit niet overal gelukt. Het was niet altijd mogelijk om de gewenste maatregelen te nemen. Soms was er onvoldoende draagvalk bij de bestuurders, bijvoorbeeld omdat zij het te duur vonden. Ook vinden bewoners het niet altijd gewenst of zijn er sterke ruimtelijke beperkingen. In het verleden richtten wij ons voornamelijk op fietsveiligheid. Doordat we in de toekomst ook andere positieve effecten van het fietsgebruik meewegen en insteken vanuit een gebiedsgerichte benadering is er in de toekomst wellicht meer mogelijk. Bijlage definitiekader hoofdfietsnet gelderland

Voorbeelden waar het nog niet gelukt is om de fietsinfrastructuur te verbeteren: - De N303 Voorthuizen-Putten en de N785 Loenen-A50. Bij beide is het fietspad te smal, maar ook de bermen en de rijbanen. - De N845 Nederasselt-Overasselt waar fietsstroken liggen en waar voor een vrij liggend fietspad maatschappelijk en bestuurlijk niet voldoende draagvlak gevonden kon worden.. Elke regio is anders en heeft zijn eigen bereikbaarheidsopgave. Door uit te gaan van de verschillende plandoelen die invulling kunnen geven aan deze bereikbaarheidsopgave geven wij met dit fietsbeleid een goede invulling aan een gebiedsgerichte benadering. Bij een volwaardig fietsbeleid hoort ook vlot doorfietsen Er is afgelopen jaren meer inzicht gekomen in wie, waar en waarom er gefietst wordt. Ook de techniek van de fiets ontwikkelt zich razendsnel. Op de markt zijn er betere en snellere fietsen gekomen met meer comfort en variatie. Ook zijn recent, voor een deel, de landelijke inrichtingsnormen voor de fietsinfrastructuur (CROW-publicatie 351, Ontwerpwijzer fietsverkeer 2016) hierop aangepast. Er is voor iedereen wel een passende fiets te vinden om vlot mee te kunnen fietsen. Er wordt vaker en over langere afstanden gefietst. De fiets doet in stedelijke gebieden op de korte en middellange afstand tot 25 km niet onder voor de auto als vervoermiddel. Door zijn compactheid en milieuvriendelijkheid levert de fiets een belangrijke positieve bijdrage aan een goede bereikbaarheid in Gelderland. Door dat wij extra inzetten op de fiets kunnen files worden voorkomen en wordt er voor het openbaar vervoer een alternatief of aanvulling geboden. Voor het stimuleren van fietsen moeten wij niet alleen zorgen voor een veilige fietsinfrastructuur maar ook één waar vlot een comfortabel op doorgefietst kan worden. Afgelopen jaren is hier al een aanzet toe gegeven door rijk, provincies en gemeenten door intensief te investeren in snelfietsroutes. Wat was het oude beleid? Bovenlokaal Fietsnet groot en divers en veelal in beheer bij gemeenten. Het netwerk van fietspaden en overige wegen waar gefietst kan worden in Gelderland is zeer uitgebreid en bij elkaar opgeteld vele 10.000 km lang. Het recreatieve fietsknooppunten netwerk op de Veluwe is laatst nog uitgebreid tot ruim 2000 km. Ook het Bovenlokaal Fietsnet voor het dagelijks fietsverkeer is ruim 4000 km. Voor een groot deel is het Bovenlokaal Fietsnet in beheer bij de gemeenten. Gemeenten kunnen voor het verbeteren van het Bovenlokaal Fietsnet subsidie aanvragen conform de provinciale subsidie verordening. Het veilig inrichten van het Bovenlokaal Fietsnet langs de provinciale wegen doen wij bij de trajectaanpak. Het Bovenlokaal Fietsnet is tot stand gekomen als uitwerking van het PVVP2 en is later aangevuld op voorspraak van het GFN. Dit gebeurde op basis van beperkte gegevens van de gemeenten. Het is voor het laatst vernieuwd in 2013. Het GFN is na evaluatie opgeheven in 2014. Fietsvoorzieningen langs provinciale wegen zijn vaak niet de belangrijkste regionale routes Wij hebben langs onze provinciale wegen1500 km fietsinfrastructuur liggen. Dit kunnen fietspaden, fietsstroken zijn maar ook parallelwegen. Ook kan het zijn dat geen fietsinfrastructuur aanwezig is. Niet elke provinciale weg is voor de fietser even belangrijk. Er zijn provinciale wegen waar helemaal niet langs gefietst mag worden en er zijn provinciale wegen waar wel gefietst wordt maar voornamelijk Voorbeelden auto- versus fietsroute: - De weg N 837 Arnhem zuid A50 (Heteren) is verboden voor fietsers. De N837 is alleen aantrekkelijk voor de automobilist die zo snel mogelijk naar de A50 wil. De fietser vanuit Arnhem-Zuid zal zijn bestemming in Driel of Heteren hebben en zal binnendoor fietsen of over de Rijndijk. Bijlage - definitiekader De N786 hoofdfietsnet bij Dieren gelderland langs het Apeldoorns kanaal wordt maar zeer beperkt gebruikt door fietsers. Fietsverkeer dat naar Eerbeek wil zal eerder door Dieren gaan of als men toch langs het Dierens kanaal moet fietsen zal men dat aan de oostkant hiervan doen omdat het daar een stuk rustiger fietsen is.

door aanwonenden. Deze fietsverbindingen hebben geen regionale functie. De kortste of snelste route voor fietsers gaat vaak over gemeentelijke wegen en paden en dus lang niet altijd langs provinciale wegen. Snelfietsroutes voor de stedelijke bereikbaarheid, veelal in beheer bij gemeenten, forse cofinanciering rijk In 2009 is het programma Fietsfilevrij uitgerold door het rijk. Het rijk wilde met het programma Fietsfilevrij de filedruk verminderen door de automobilist te verleiden de fiets te pakken. Op basis hiervan zijn bij de Stadsregio en door ons snelfietsroutes ontwikkeld en aangelegd met participatie van de gemeenten. De gemeente is veelal de beheerder van deze routes. Door forse investering van de provincie en met subsidie van het rijk zijn er afgelopen jaren flinke slagen gemaakt. Het programma Fietsfilevrij heeft aan het begrip snelfietsroutes vormgegeven. Op basis van de opgedane ervaring met de eerste snelfietsroutes is door de CROW het inspiratie boek snelfietsroutes opgesteld. Door ons is vorig jaar ter kennisneming aan u de notitie Voor snelfietsroutes ter voltooiing van het snelfietsroutenetwerk (PS2016-481) aangeboden, waarin op basis van het inspiratieboek het begrip snelfietsroute is uitgelegd en waarin is toegelicht hoe de uitrol van snelfietsroute aangepakt is, en hoe wij samenwerken met onze partners. Tour de Force, kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes VNG, IPO, vervoerregio s en Rijk onderzoeken samen in een Tour de Force wat er nodig is om de kracht van de fiets de komende jaren nog meer te benutten. Hierbij gesteund door vrijwel alle organisaties die verantwoordelijk en betrokken zijn bij het fietsbeleid in Nederland. In de landelijke Agenda Fiets 2017-2020 zijn de 8 concrete doelen waar de Tour de Force zich de komende jaren met name op richt, terug te vinden. Eén van deze doelen is Kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes. Samenhang deelvisies mobiliteit Afgelopen jaar heeft u al ontvangen de Ov-visie, het functioneel kader weggennet Gelderland en de notitie Slimme Mobiliteit. In de Statenbrief Mobiliteit Relatie en samenhang deelvisies (PS2017-134) is de komst van de nu aan u aangeboden Statenbrief Focus op het Hoofdfietsnet Gelderland aangegeven en de samenhang met de hiervoor genoemde notities. De Nieuwe kaders: Hoofdfietsnet Gelderland Het Hoofdfietsnet Gelderland Met een hoogwaardige regionale fietsroutes, ongeacht wie de beheerder is, geven wij invulling aan de ambities uit de omgevingsvisie, de plandoelen voor mobiliteit en de landelijke Agenda Fiets 2017-2020. Dit hoogwaardige fietsnet noemen wij het Hoofdfietsnet Gelderland. Met dit hoogwaardige fietsnet willen wij het fietsen nog meer stimuleren. Met het Hoofdfietsnet Gelderland brengen wij samenhang aan tussen de verschillende regionale fietsroutes. Het brengt meer focus aan in de duizenden kilometers fietsroutes en maakt onderscheid voor welk doel en welke gebruiker(fietser) betreffende route belangrijk is. Naam Hoofdfietsnet Gelderland (HFG) Met het begrip Hoofdfietsnet wordt aangesloten op de landelijke gebruikte termen. In de Ontwerpwijzer fietsverkeer van de CROW van 2016 zijn de begrippen basis fietsnet, hoofdfietsnet en snelle fietsroutes geïntroduceerd om een eerste functioneel onderscheid te maken tussen de verschillende fietsroutes. Bovenop het basisfietsnet (overal waar gefietst mag worden) spreekt de CROW over het hoofdfietsnet (daar waar veel gefietst wordt). Binnen het hoofdfietsnet kunnen snelle fietsroutes aangewezen worden. Bij het Hoofdfietsnet Gelderland hebben wij het over de regionale verbindingen die van kern naar kern lopen en die belangrijk zijn voor de regionale bereikbaarheid in Gelderland. Het gaat niet om Bijlage definitiekader hoofdfietsnet gelderland

lokale routes in woonkernen waar veel gefietst wordt. Zoals een fietsverbinding tussen de studentehuisvesting en de campus. Routes voor lokale fietsers zijn de verantwoordelijkheid van de gemeenten zelf. Definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland. Zie bijlage rapport, Hoofdfietsnet Gelderland, Technische onderbouwing van het definitiekader, 29 november 2017. In tegenstelling tot bij wegen bestaat er nog geen compleet landelijk kader voor een functionele indeling van het fietsnet. Om het Hoofdfietsnet Gelderland te bepalen met de diverse route functies hebben wij daarom een definitiekader (zie blz 8 van het bijlage rapport) opgesteld. Met dit definitiekader bepalen wij beleidsmatig wat het Hoofdfietsnet Gelderland is. In dit definitiekader hebben wij als eerste aangegeven welke woonkernen met welke omvang en welke belangrijke regionale voorzieningen verbonden zouden moeten zijn, omdat zij een onderlinge relatie hebben en op redelijke fietsafstand van elkaar liggen. (Zie ook bijlage 5 en 6 van het bijlage rapport). Vervolgens wordt in het definitiekader aangegeven welke verschillende functies de verbindingen hebben en dus voor welke fietser een route van belang is. Deze functie-indeling is gebaseerd op de vier mobiliteitsplandoelen uit de omgevingsvisie. Door de mobiliteitsplandoelen uit de omgevingsvisie als uitgangspunt te nemen wordt rekening gehouden met de dynamiek van een regio. Dit zijn de vier plandoelen met wat deze betekenen voor een hoogwaardig fietsnetwerk de fietser en ons fietsbeleid. (Zie ook bijlage 2 van het bijlage rapport) I Kwaliteit netwerk: Een veilig fietsnetwerk ook voor kwetsbare groepen zoals scholieren en ouderen. II Bereikbaarheid stedelijke netwerken: Slim inzetten van vervoerswijze fiets voor woonwerkverkeer. III Versterken en benutten (inter)nationale verbindingen: Slim inzetten van vervoerswijze fiets waardoor goederencorridor ontlast wordt van regionaal- en lokaalverkeer. IV Ontsluiting voorzieningen buiten stedelijke netwerken: Veranderingen qua vervoersmogelijkheden zoals meer ov-flexnet en snelle E-bikes. Ov-knooppunten, woonwerkgebieden en regionale voorzieningen goed bereikbaar laten zijn voor de fietser. Op basis van deze invulling van de plandoelen zijn de volgende categorieën (functies) benoemd (zie bijlage 3 van het bijlage rapport): - Regionale routes waar scholieren in meerdere grote groepen samen fietsen. Scholieren zijn niet erg gericht op de weg, de omgeving en het overige verkeer en daardoor kwetsbaar. Fietspaden van voldoende breedte met meer opstelruimte dan gewoonlijk en langer groen licht bij stoplichten zijn hier voor de veiligheid van deze scholierengroepen gewenst. Deze Schoolfietsroutes dragen bij aan plandoel I. - Regionale routes waar de fietser snel op door kan fietsen. Het zijn rechtstreekse verbindingen die liggen in de stedelijke gebieden. (Snelle) Fietsers krijgen de ruimte. Fietsroutes zijn duidelijk herkenbaar. Een groot aantal fietsers maakt (in potentie) gebruik van deze routes. Door gebruik te maken van deze snelle fietsroutes concurreert de fiets qua reistijd met de auto. Deze Snelle fietsroutes dragen bij aan plandoel II en III - Regionale routes waar de fietser goed en veilig op kan door fietsen en weinig oponthoud ervaart, waardoor deze op een vlotte, directe manier belangrijke regiofuncties kan bereiken. Deze Doorfietsroutes dragen bij aan plandoel II en IV - Hoofdfietsroutes die kernen verbinden, maar die relatief beperkt gebruikt worden door de fietser en geen directe functie hebben voor een bepaalde doelgroep. Dit zijn de overige regionale hoofdfietsroutes en dragen bij aan plandoel IV Tenslotte wordt in het definitiekader de meest opvallende inrichtingskenmerken benoemd voor de verschillende routes (zie bijlage 4 van het bijlagerapport). Bijlage definitiekader hoofdfietsnet gelderland

Wij hebben en indicatieve werkkaart (zie bijlage 7 van het bijlage rapport) laten maken van het definitiekader om een ruimtelijk beeld te krijgen van het definitiekader. Deze kaart is niet bepalend voor welke functie een route uiteindelijk krijgt. Het gaat hierbij bewust om alleen een illustratieve kaart op basis van de feiten, ontwikkelingen en data die nu bekend zijn. Voor het bepalen van de route van een gewenste verbindingen zijn wij uitgegaan van de trajecten die al eerder voorkwamen op de kaart van het Bovenlokaal Fietsnet. Bij concrete projecten zullen veelal aanvullende gegevens nog nodig zijn om tot een juiste beslissing te kunnen komen over een route en de functie hiervan. Door het definitiekader door ons leidend te laten zijn en niet de indicatieve werkkaart kunnen wij makkelijk inspelen op gebiedsontwikkelingen en nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen. Zo kunnen wij maatwerk leveren. Reflectie in de regio s (bijlage 9 van het bijlage rapport) Ambtelijke (Regio)bijeenkomsten Eind mei hebben wij in alle 6 de regio s ambtelijke regiobijeenkomsten georganiseerd over de aanpak en het doel van Focus op het Regionale Hoofdfietsnet Gelderland. Hierbij is zowel het definitiekader als de indicatieve werkkaart uitvoerig besproken. Na de bijeenkomst hebben de regio s nog enkele weken de tijd gehad om ook schriftelijk te reageren op hetgeen gepresenteerd is. Hiervan is veelvuldig gebruik gemaakt. In de regiobijeenkomsten werd de vertaalslag van mobiliteitsplandoelen uit de omgevingsvisie en het daaruit volgende definitiekader goed ontvangen. Bedenkingen waren niet zozeer gericht op de uitwerking van de plandoelen uit de omgevingsvisie nog het RHG-definitiekader maar waren vooral gericht op de kaart waarop de indicatieve uitwerking van het RHG-definitiekader zichtbaar was. Dit gold zowel voor de bijeenkomsten, als bij de latere schriftelijke reacties. Het ging vooral over routes en verbindingen, die op de kaart gemist werden, die niet het gewenste/ beoogde tracé volgden, of die niet de relevant geachte functie(s) hadden. Er is in de regio s een hoge wens wat betreft snelle fietsroutes. En er werden relatief veel schoolroutes gemist, vooral in het buitengebied, waar soms scholen liggen van beperkte omvang met specifieke signatuur, die een groot verzorgingsgebied hebben. Ook was de wens dat rekening gehouden werd met clusters van kleinere middelbare scholen; deze kunnen ook dagelijks groepen fietsende scholieren veroorzaken. Verder werden ov-knooppunten en recreatieparken en -gebieden gemist. Bestuurlijke bijeenkomst In aansluiting op de ambtelijke regio bijeenkomsten heeft er een bestuurlijke bijeenkomst plaatsgevonden op 23 juni waarbij alle mobiliteitswethouders zijn uitgenodigd. Bij deze gelegenheid werden naast de uitwerking van de plandoelen uit de omgevingsvisie en de toelichting op het definitiekader en de indicatieve werkkaart de belangrijkste resultaten van de ambtelijke regiobijeenkomsten gedeeld. De bestuurders benadrukte in hun reflectie dat er een goede balans moet blijven tussen snelheid en veiligheid van de fietser, en dat er nadrukkelijke een koppeling moet zijn met (de ontwikkeling van) het openbaar vervoersnet. Het RHG-definitiekader moet de wens van een slimme mobiliteit en flexibiliteit van het mobiliteitsnetwerk ondersteunen en ruimte geven aan innovaties. Verder hebben de bestuurders aangegeven dat zij, naast de snelle fietsroutes, de functie doorfietsroute konden waarderen en hier tijd en geld in beginsel op in willen zetten. Inbreng reacties verwerkt In september hebben alle gemeenten van ons een uitgebreide schriftelijke reactie ontvangen van hoe wij zijn omgegaan met hun reacties en opmerkingen. De meeste binnen gekomen reacties gingen over de indicatieve werkkaart maar ook wel over het RHG-definitiekader. Naar aanleiding hiervan is het RHG-definitiekader op een aantal punten verduidelijkt, aangescherpt en aangepast. Ook bleek dat er een aantal bestemming die wel vielen Bijlage definitiekader hoofdfietsnet gelderland

onder het definitiekader niet op de indicatieve werkkaart terecht waren gekomen. Daarvan is aangegeven dat deze wel op de indicatieve werkkaart hadden moeten staan. Ook hebben wij een aantal route-aanvullingen of wijzigingen geaccepteerd. Niet alles is overgenomen, omdat de noodzaak van deze routewensen nog onvoldoende onderbouwd was met concrete gegevens, en omdat onvoldoende duidelijk was of de route binnen het RHG-definitiekader valt en voldoende borg staat voor een substantieel aantal (specifieke) fietsers. Als deze onderbouwing er alsnog komt zullen wij uiteraard binnen het kader van deze Statenbrief ook deze routes oppakken. Het definitiekader inzetten (Zie blz. 8 van het bijlage rapport) Nadat u het HFG-definitiekader heeft vastgesteld willen wij per regio (Achterhoek, Food-Valley, Noord- Veluwe, Rivierengebied, Stadsregio, Stedendriehoek) kijken welke HFG-fietsverbinding belangrijk zijn voor ons en voor de regio s en hun gemeenten. En waar de regio s en de gemeenten komende jaren in willen investeren. Wij zullen de zo ontstaande werkagenda afgestemd met de Ov-visie, het Functioneel kader wegennet Gelderland en Slimme mobiliteit. In de Statenbrief Mobiliteit Relatie en samenhang deelvisies (PS2017-134) is de samenhang al eerder aangegeven tussen deze beleidsvelden. Op basis van deze werkagenda komen wij met een investeringsvoorstel. Als het niet duidelijk is of een route valt binnen het FHG-definitiekader door onvoldoende gegevens dan zal er eerst een nadere verkenning moeten plaatsvinden door de regio om ontbrekende gegevens aan te vullen, voordat de route in de werkagenda wordt opgenomen. Participatie met regio s en hun gemeenten Wanneer het HFG-definitiekader leidend wordt en wij uitgegaan van de verschillende routefuncties willen wij afspraken maken over de samenwerking, de aanpak en de cofinanciering. Een richtsnoer hierbij kan zijn: Als het om routes gaat die regio of provincie overschrijdend zijn en/of langs provinciale wegen lopen en/of mede gefinancierd worden door het rijk, dan neemt de provincie het proces en projectmanager op zich. Routes die gemeente overschrijdend zijn en die binnen één WGR-regio vallen neemt de regio het proces en projectmanagement op zich en routes die in zijn geheel vallen binnen één gemeente kan de gemeente zelf oppakken. Na overleg met de regio s en de gemeenten hierover kan hier een nader voorstel komen bij de werkagenda. Dit geldt even zo voor de prioritering en de inzet van middelen en de bijdrage van regio en gemeenten. Aanpak hoogwaardige provinciale fietsvoorzieningen Voor het HFG zal ook bij sommige provinciale wegen nog een kwaliteitsslag gemaakt moeten worden. Ook hiervoor gaan wij een werkagenda opstellen. Deze agenda zal bestaan uit knelpunten die naar voren zijn gekomen bij de trajectaanpak. Het kan gaan om lokale knelpunten waarbij de maatregelen met de trajectaanpak meegenomen kunnen worden. Maar het kan ook gaan om knelpunten die alleen grootschalige en met gebiedsgerichte aanpak op te lossen zijn. Deze laatste zullen wij los van de trajectaanpak aangepakt oppakken. De tijd die het duurt om van knelpunt naar de uitvoer van een daadwerkelijk oplossing te komen is te complex en heeft een te lange doorlooptijd voor de trajectaanpak. Bijlage definitiekader hoofdfietsnet gelderland

Hoofdfietsnet Gelderland Verbindingen vanuit functionele overwegingen: wonen, werken, onderwijs, boodschappen en sociaal-cultureel Subcategorie Snelle fietsroutes 1. Links tussen kernen 7.500 35.000 inwoners en stedelijke / regionale centra (>35.000), tot 25 km 2. Links tussen kernen 7.500 35.000 inwoners onderling tot 20 km 3. Links tussen kernen > 7.500 en kernen 5.000 7.500 inwoners tot 20 km (maximale afstand tussen kernen) 4. Reeksen kleinere kernen naar kernen > 7.500 met één of meer bestemmingen; bijvoorbeeld Lobith Herwen Zevenaar en Herwijnen Haaften Geldermalsen 5. De externe routes (routes die vanuit de ommelanden de centra benaderen) zijn verbonden met het centrum of een centraal punt 6. Links met hoofdwinkelgebieden, klein en groot, HBO/WO locaties en bedrijventerreinen van >30hectare 7. Overige regionale bestemmingen zijn aangehaakt; bijvoorbeeld stadions, ziekenhuizen, (bus)stationslocaties, dagrecreatie en recreatieparken 8. Routes ter ontsluiting van verspreid liggende bestemmingen zijn aangesloten, op basis van CROW Ontwerpwijzer Fietsverkeer 4.3.2 Directheid. Het gaat om een maximale afstand van hoofdfietsnetwerk naar individuele bestemmingen tot 500 meter, met een netwerkgebruik van 70% Definitie binnen regionaal Hoofdfietsnet Gelderland Definitiecriteria Inrichtingscriteria Een regionale hoofdfietsroute die hoogwaardig is ingericht voor woonwerk fietsbewegingen over langere afstanden. Snelle fietsroute is bedoeld om op regionaal niveau de fiets in reistijd te laten concurreren met de auto. De inrichting van de snelle fietsroute is primair gericht op snel en efficiënt verplaatsen, met optimale veiligheid. Doorfietsroutes worden aangewezen Doorfietsroute als een wat minder drukke snelle fietsroute tussen (reeksen van) dorpen, steden en belangrijke functies 1 Bijlage definitiekader hoofdfietsnet gelderland - Minimaal 2000 fietsers per werkdag (of redelijk potentieel) op het drukste punt - Minimaal 1000 fietsers per werkdag (of redelijk potentieel) op 70% van de route - Fietsafstand 10-25km - Concurrentie met auto - Verbinding tussen woonkern > 7500 inwoners en één of meer van de volgende bestemmingen: - Werken: Stedelijke en regionale centra Bedrijventerreinen: > 30 ha - Onderwijsinstellingen: HBO/WO - OV-knooppunten: intercity stations - Verbinding tussen woonkern > 5000 inwoners en één of meer van de volgende bestemmingen: o Stedelijk centrum o Regionaal centrum - Primair gericht op doorrijden - Maximale vormgeving - Weinig obstakels/snelheidsbeperkingen/stopmomenten - Omrijfactor 1,1 max. 1,2 ten opzichte van herkomst en bestemming - Herkenbare belijning en verlichting - Duidelijk herkenbare bewegwijzering - Vlakke verharding (asfalt) - Gescheiden rijstroken, maatwerk - Fietsers zoveel mogelijk in de voorrang > CROW Inspiratieboek snelle fietsroutes (2014) maximale eisen > CROW Ontwerpwijzer fietsverkeer (2016) > Provinciale notitie snelfietsroutes - Primair gericht op doorrijden - Optimaal op veiligheid - Omrijfactor max. 1,2 ten opzichte van herkomst en bestemming - Beperken obstakels en stopmomenten

Schoolfietsroute Overige hoofdfietsroutes op middelgrote afstand. Het gaat om een fietsroute die niet per definitie concurreert met de auto en waar een goede doorstroming centraal staat. Een schoolfietsroute is een traject dat schoolconcentraties van <1000 leerlingen faciliteert, binnen het verzorgingsgebied van een school, of combinaties van scholen in een gemeente. Vanaf kernen of lint van kleine kernen (gezamenlijk) tenminste 5000 inwoners. Veiligheid staat centraal op een schoolfietsroute. Doorstroming is van minder belang ten opzichte hiervan. Links tussen kernen die voldoen aan criteria van het hoofdfietsnet, maar die geen bestemmingsgericht fietsverkeer genereren door het ontbreken van voorzieningen. o Bedrijventerrein > 10 ha o Kantoorlocatie o Ov locaties - Fietsafstand 10-20 km - Niet per se concurrentie met auto - Huidig of potentieel gebruik > 500 fietsers - >1000 leerlingen (ook over meerdere locaties in een gemeente), ook mogelijk als combinatie van scholen in een gemeente - Verzorgingsgebied >5000 inwoners (kern of lint) - Intensiteit minder dan 500 per dag - Vlakke verharding (asfalt) > CROW Ontwerpwijzer fietsverkeer (2016) hoofdstuk 4.3 Eisen aan het hoofdfietsnet gemiddelde eisen, maximaal op doorfietsen - Primair gericht op veiligheid, objectief en sociaal - Optimale doorstroming - Brede maatvoering - Vlakke verharding (asfalt) - Goede verlichting - Duidelijke markering - Veilig op kruisingen - Opstelplaatsen > CROW Inspiratieboek snelle fietsroutes (2014) > CROW Ontwerpwijzer fietsverkeer (2016) gemiddelde eisen, maximaal op veiligheid geen eis omrijfactor - Basisinterpretatie CROW richtlijnen - Optimale vormgeving - Gewoon veilig en niet gevaarlijk - Meest essentiële inrichtingseisen >CROW Ontwerpwijzer fietsverkeer (2016) gemiddelde eisen 2 Bijlage definitiekader hoofdfietsnet gelderland