Kwaliteitskaart Tijdschema Tijdschema Lees- voor goed voortgezet technisch Meetlat voor goed Stel uzelf de volgende vragen om na te gaan of het leesonderwijs in orde is. Aan de hand van de geformuleerde richtlijnen kunt u nagaan op welke punten u het kunt aanscherpen of verbeteren. Doelgericht en resultaatgericht Zijn er per leerjaar toetsbare streefdoelen en tussendoelen geformuleerd in termen van leerlingresultaten? Worden leerlingen bewust gemaakt van en betrokken bij hun eigen leesvorderingen? Richtlijnen doelen en resultaten Bij gebruik van de AVI-toets 95 % van de leerlingen beheerst groep 4 groep 5 start schooljaar AVI-2 beheerst AVI-5 beheerst na 3 maanden AVI-3 beheerst AVI-6 beheerst na 6 maanden AVI-4 beheerst AVI-7 beheerst einde schooljaar AVI-5 beheerst AVI-9 beheerst 95 % van de leerlingen groep 4 groep 5 groep 6 start schooljaar AVI-2 beheerst AVI-5 beheerst AVI-8 beheerst na 3 maanden AVI-3 beheerst AVI-6 beheerst AVI-9 beheerst na 6 maanden AVI-4 beheerst AVI-7 beheerst einde schooljaar AVI-5 beheerst AVI-8 beheerst Bij gebruik van de leestempo en leestechniektoets 95 % van de leerlingen beheerst medio CILT 59-60-61 AVI M4 groep 4 groep 5 groep 6 groep 7 groep 8 CILT 64-65 AVI M5 CILT 68-69 AVI M6 CILT 72-73 AVI M7 CILT 75 > AVI Plus eind CILT 62-63 AVI E4 CILT 66-67 AVI E5 CILT 70-71 AVI E6 CILT 74 AVI E7 Ook voor leerlingen is resultaatgerichtheid belangrijk. De leerkracht zorgt ervoor dat leerlingen zich bewust zijn of worden van hun eigen vorderingen en ervaren dat door het oefenen van het het steeds beter gaat. Meetlat v. voortgezet techn. E. Koekebacker / M. Förrer
Tijd voor technisch Staat er voor de hele groep minimaal 2 uur per week op het rooster voor in groep 4 tot en met 6? Staat er voor de hele groep minimaal 1 uur per week op het rooster voor het onderhouden van de vaardigheid in het in groep 7 en 8? Krijgen risicolezers minimaal 1 uur extra leesonderwijs (directe instructie en begeleide oefening) per week? Richtlijnen tijd In groep 4 is twee uur per week voor een absoluut minimum. We raden u aan de volgende richtlijn te hanteren voor de tijdsbesteding per week: Groep Er wordt elke schooldag ge 4 150 minuten 5 120 minuten 6 120 minuten 7 en 8 Doelgerichte instructie en oefening Voortgezet technisch met een gestructureerde methodische aanpak Extra instructie en begeleide oefening voor de risicolezers Stil van verschillende typen teksten en gevarieerde activiteiten rond boeken Voortgezet technisch met een gestructureerde methodische aanpak Extra instructie en begeleide oefening voor de risicolezers stil van verschillende typen teksten en gevarieerde activiteiten rond boeken Voortgezet technisch met een gestructureerde methodische aanpak Extra instructie en begeleide oefening voor de risicolezers Stil van verschillende typen teksten en gevarieerde activiteiten rond boeken Onderhouden van de technische leesvaardigheden Extra instructie en begeleide oefening voor de risicolezers Stil van verschillende typen teksten en gevarieerde activiteiten rond boeken 2
Inhoudelijke accenten Is er aandacht voor het van meerlettergrepige woorden? Is er aandacht voor het herkennen van deelstructuren van woorden? Is er aandacht voor het verhogen van het leestempo? Is er aandacht voor vloeiend, waaronder wordt verstaan de combinatie van nauwkeurig, vlot en het met een goede intonatie? Is er aandacht voor het herhalen en onderhouden van reeds geleerde vaardigheden? Richtlijnen inhoudelijke accenten In het staan de volgende inhouden centraal: Het leren van meerlettergrepige woorden waarbij de deelstructuren van woorden een belangrijke rol spelen. Vlot : het verhogen van de leessnelheid doordat het steeds meer geautomatiseerd verloopt. Dit is een belangrijk aandachtspunt omdat de meeste leesproblemen tempoproblemen zijn. Nauwkeurig, zonder fouten Lezen met een goede intonatie Naast het aanleren van nieuwe vaardigheden is er ook aandacht voor het herhalen en onderhouden van reeds geleerde vaardigheden. Didaktische principes Is er in de lessen aandacht voor leesplezier en leesmotivatie? Worden tijdens de lessen teksten herhaald (zeker 3 tot 4 keer) ge? Worden leerlingen tijdens de lessen ondersteund bij het aan de hand van het principe van voor koor zelf? Vindt het oefenen plaats in een betekenisvolle context, namelijk aan de hand van een interessante tekst? Is er in de lessen aandacht voor het leesbegrip van de leerlingen door met de leerlingen te praten over het onderwerp van de tekst en hun eigen ervaringen daarmee? Is er in de lessen aandacht voor zowel het oefenen van het van woorden, zinnen als teksten. Is er aandacht voor zowel het aanleren van nieuwe vaardigheden als het onderhouden van reeds aangeleerde vaardigheden? Richtlijnen didactiek Belangrijke didactische principes voor de instructie (zowel in de grote groep als in de kleine groep) en begeleide oefening zijn: Leesplezier en leesmotivatie: Plezier en motivatie staan voorop. Leerlingen ervaren succes bij het leren waardoor het leesplezier behouden blijft of terugkomt. Leerlingen merken dat door te oefenen het steeds beter gaat. Herhaald : Leerlingen hebben er baat bij de teksten uit de methode herhaald te (zeker 3 tot 4 keer). Door teksten meermalen te ervaren de leerlingen dat het beter (met minder fouten en vlotter) gaat. Voor koor zelf: Leerlingen ervaren ondersteuning bij het. Bij het van nieuwe teksten leest de leerkracht de tekst eerst voor, daarna leerlingen samen en pas daarna leerlingen zelf. Leerlingen nooit onvoorbereid alleen hardop. 3
Lezen oefenen : Het is belangrijk specifieke leesmoeilijkheden te oefenen in een betekenisvolle context. De leestekst biedt zo n context en staat daarom centraal. Eerst wordt de tekst ge, daarna kan er op woordof zinsniveau geoefend worden met de leesmoeilijkheden die aan de orde zijn. Tenslotte keren we weer terug bij de tekst. Oefenen met woorden zinnen tekst: In de lessen is er aandacht voor het oefenen van het van woorden, zinnen en teksten. Aandacht voor leesbegrip: Hoewel het oefenen van de techniek van het centraal staat is het belangrijk aandacht te besteden aan het begrijpen van de tekst. Dit gebeurt met name door met de leerlingen te praten over het onderwerp waar de tekst over gaat en hierbij ook aandacht te besteden aan eigen ervaringen van de leerlingen. Onderhouden van reeds geleerde vaardigheden: Naast het aanleren van nieuwe vaardigheden is er in de lessen aandacht voor het onderhouden van reeds aangeleerde vaardigheden. Instructievaardigheden van de leerkracht Geven de leerkrachten pedagogische ondersteuning en kunnen ze leerlingen voor het motiveren? Realiseren de leerkrachten effectieve instructie, begeleide oefening en feedback? Richtlijnen instructievaardigheden van de leerkracht Pedagogische ondersteuning en motivatie van de leerlingen Kinderen ontwikkelen zich met name in een omgeving die ze als veilig ervaren. Hiervan is sprake wanneer ze weten dat ze geaccepteerd en gewaardeerd worden zoals ze zijn, hebben het gevoel erbij te horen en ervaren dat ze in staat zijn goed te presteren. Om leerlingen te ondersteunen bij en te motiveren tot zet de leerkracht de volgende pedagogische kwaliteiten in: De leerkracht heeft positieve verwachtingen met betrekking tot het leren spreekt deze ook uit. De leerkracht biedt leerlingen uitzicht op succes met. De leerkracht ondersteunt kinderen bij het als dat nodig is. De leerkracht geeft een zwakke lezer nooit onvoorbereid een leesbeurt. De leerkracht toont belangstelling voor de beleving van het van kinderen. De leerkracht stimuleert geloof in eigen kunnen en plezier in eigen mogelijkheden. De leerkracht helpt kinderen bij het zoeken van verklaringen voor succes en falen met het en zoekt met leerlingen naar productieve attributies. Instructie geven, begeleiding van oefening en feedback Goede instructievaardigheden van de leerkracht zijn cruciaal bij het leren van het technisch. De kwaliteit van de instructie is een bepalende factor voor de effectiviteit van het leesonderwijs. Onder de noemer instructievaardigheden hoort zowel het geven van instructie als het begeleiden van inoefening. In het proces van het technisch leren zijn deze nauw met elkaar verbonden. Onlosmakelijk hoort daarbij ook het geven van feedback op het van kinderen. Instructievaardigheden worden zowel toegepast in instructie voor de grote groep als voor instructie in een kleine groep. In de kleine groep ligt een extra accent op het helpen en coachen bij toepassing en het geven van feedback. Instructie geven De leerkracht geeft aan wat het doel en de inhoud van de les is. De leerkracht deelt de stof op in kleine stapjes. 4
De leerkracht doet voor en denkt hardop. De leerkracht gebruikt concrete voorbeelden bij de instructie. De leerkracht besteedt aandacht aan de context. De leerkracht zorgt voor interactie tijdens de instructie. De leerkracht zorgt voor afwisseling tijdens de instructie. Begeleiden van inoefening De leerkracht hanteert consequent de fasering: voordoen, samendoen, alleen doen (voor koor zelf ). De leerkracht zorgt ervoor dat de oefenopdracht gelijk is aan de inhoud van de instructie De leerkracht geeft niet alleen aan wat de leerlingen gaan oefenen, maar ook hoe het moet. De leerkracht zorgt voor succeservaringen. De leerkracht controleert of de leerlingen de leesmoeilijkheid beheersen. De leerkracht gaat door met oefenen tot de meeste leerlingen de leesmoeilijkheid onder de knie hebben. De leerkracht begeleidt de zwakke lezers extra, zodat zij ook de leesmoeilijkheid beheersen. Feedback geven op het door leerlingen De leerkracht laat leerlingen niet lang worstelen met een woord dat ze niet kunnen maar zegt direct het woord voor. De leerkracht geeft veel complimenten, afwisselend met een woord, gebaar, houding of mimiek. De leerkracht herhaalt af en toe een zin die het kind goed ge heeft hardop en geeft een compliment. Differentiatie Weet de leerkracht wie in de groep de goede, gemiddelde en zwakke lezers zijn? Hanteert de leerkracht een goede aanpak voor de goede lezers? Hanteert de leerkracht een goede aanpak voor de gemiddelde lezers? Hanteert de leerkracht een goede aanpak voor de zwakke lezers? Maakt de organisatie van de les differentiatie mogelijk? Maakt de weekplanning differentiatie mogelijk? Richtlijnen differentiatie Deel de leerlingen in drie groepen in: Goede lezers (A/B score Cito): deze leerlingen goed en ontwikkelen hun leesvaardigheid verder door veel te, leeskilometers te maken. Gemiddelde lezers (C score Cito): deze leerlingen hebben voldoende aan de leeslessen en vorderen minstens 3 AVI-niveaus per schooljaar. Onderscheid binnen deze groep de kinderen die een lage C- score halen en zich op de grens bevinden van gemiddeld en zwak. Dit zijn kinderen om ook goed in het oog te houden. Zwakke lezers (D/E score Cito): deze leerlingen hebben extra instructie en begeleide oefening nodig om per schooljaar 2 AVI-niveaus vooruit te gaan. Aanpak voor goede lezers (A - B leerlingen): De goede lezers hebben geen instructie van en begeleide oefening met de leerkracht nodig om hun leesvaardigheid verder te ontwikkelen. Ze besteden de tijd in de leeslessen vooral aan stil en functionele schrijfopdrachten. Ze kunnen de lessen uit de methode zelfstandig doorwerken. Wel is het ook voor de goede lezers belangrijk de vaardigheden in het van woorden met specifieke leesmoeilijkheden te onderhouden. Dit kan door hen woordrijen hardop op tempo te laten. Goede lezers krijgen dus veel gelegenheid om zelfstandig te. Hierbij moet er voor gezorgd worden dat de leerlingen gemotiveerd blijven. De leerlingen verschillende soorten teksten en voeren functionele schrijfopdrachten uit. Voor goede lezers, de leerlingen die in groep 3 en 4 al op hogere 5
AVI-niveaus, passen de teksten uit de methode veelal niet bij hun belangstelling. In dat geval is het beter om deze leerlingen vrij te laten in teksten die ze wel leuk vinden. Het van teksten naar eigen keuze draagt bij aan de leesmotivatie. Aanpak voor de gemiddelde lezers (C leerlingen): Ook de meeste gemiddelde lezers hebben geen instructie van en begeleide oefening met de leerkracht nodig om hun leesvaardigheid verder te ontwikkelen en kunnen de lessen uit de methode zelfstandig doorwerken. Ze besteden de tijd in de leeslessen vooral aan stil en functionele schrijfopdrachten. Ook voor hen geldt dat het onderhouden van leesvaardigheid door het van woordrijen met specifieke leesmoeilijkheden op tempo, belangrijk is. De zwakke C-leerlingen krijgen wel instructie van en begeleide oefening met de leerkracht. Afhankelijk van de situatie is dit tweemaal per week, eenmaal per week of eenmaal per twee weken. Ze oefenen met teksten op het hoogste instructieniveau. Ook voor de zwak-gemiddelde lezers is het herhaald van teksten zinvol. Tijdens het stil de leerlingen voor wie het stil nog lastig is, in duo s. Aanpak zwakke lezers (D en E leerlingen): De zwakke lezers vier tot vijf maal in de week met de leerkracht aan de ontwikkeling van hun leesvaardigheid. Ze volgen de lessen uit de methode en ontvangen in aanvulling daarop verlengde instructie en begeleide oefening. Ze oefenen samen met de leerkracht op het hoogste instructieniveau of (ruim) daarboven. De leerkracht volgt de didaktische principes die hierboven zijn genoemd. Differentiatiemodellen Model 1 In dit model doen alle leerlingen mee aan de instructie, en geeft de leerkracht daarna verlengde instructie aan een kleine groep. gezamenlijke start van de les Instructie en begeleide oefening zelfstandige verwerking feedbackronde door de leerkracht gezamenlijke afsluiting verlengde instructie en begeleid oefenen voor de risicoleerlingen zelfstandige verwerking feedback Model 2 In dit model gaat een aantal leerlingen direct zelfstandig aan het werk, zij doen niet mee met de instructie. Het grootste deel van de groep volgt de instructie een gaat dan aan de slag met de zelfstandige verwerking. De leerkracht geeft verlengde instructie aan een kleine groep. gezamenlijke start van de les zelfstandige verwerking Instructie en begeleide oefening 6
feedbackronde door de leerkracht zelfstandige verwerking verlengde instructie en begeleid oefenen voor de risicoleerlingen zelfstandige verwerking feedback gezamenlijke afsluiting Voorbeeld van een weekplanning methodische les: instructie en begeleide oefening met leerkracht stil schrijfopdracht stil strips stil maandag groep 1 groep 5 groep 4 groep 3 - groep 2 dinsdag groep 1 groep 4 groep 3 groep 2 groep 5 - woensdag groep 1 groep 3 groep 2 - groep 4 groep 5 donderdag groep C1 groep 2 + - groep 5 + groep 3 + groep 4 + groep C2 of gr.1 keuze gr.1keuze gr. 1 keuze gr. 1 keuze gr. 1 keuze C3 vrijdag groep 1 - groep 5 groep 4 groep 2 groep 3 Groep 1: D+ E leerlingen Ayse, Joep, Loes, Roos Groep 2: A/B/C leerlingen Daan, Elseline, Jorg, Wietze, Sara (C1), Dirk (C2) Groep 3: A/B/C leerlingen Anneleen, Ella, Frans, Marlijn, Martijn, Admir (C1), Nanda (C1) Groep 4: A/B/C leerlingen Fleur, Lotte, Pieter, Martin, Niek (C2), Thomas (C3) Groep 5: A/B/C leerlingen Annelies, Jurgen, Paul, Leonard (C3), Marion (C3) Iedere dag is een half uur uitgetrokken voor technisch. De groep is in subgroepen verdeeld. De kinderen met leesachterstand bevinden zich in groep 1. De overige kinderen zijn willekeurig verdeeld over groep 2 tot en met 5. De kinderen zonder C achter hun naam, zijn de goede lezers. Voor hen is zelfstandige oefening voldoende. De kinderen met een C achter hun naam, krijgen ook nog instructie en oefening onderbegeleiding van de leerkracht. Dit gebeurt op een vaste dag in de week, in dit geval op donderdag. Die kinderen uit groep 1 mogen op die dat zelf een leesactiviteit kiezen. De C1 leerlingen iedere donderdag een kwartier met de leerkracht. De C2 en C3 leerlingen om de week een kwartier met de leerkracht. NB vraag: In het interview gaf Ed aan dat ook de goede en gemiddelde lezers de lessen met de methoden volgen. Ook lees ik ergens dat voor deze leerlingen onderhoud van vaardigheden aan de hand van instructie en oefening nodig is. In het schema volgen de A en B leerlingen nooit een methodische les. Hoe zit dit precies? 7
Leescultuur Is er aandacht voor leesplezier en leesmotivatie? Is in de groepen een stimulerende leesomgeving ingericht? Richtlijnen leescultuur Plezier beleven aan motiveert leerlingen meer te gaan, ook voor zichzelf buiten de groep. In de groep draagt de leerkracht bij aan het plezier in. Vaardigheden van de leerkracht rond leesplezier en leesbevordering: De leerkracht leest voor. De leerkracht leest zelf en laat zien dat zij plezier heeft in. De leerkracht zorgt voor een gevarieerde verzameling leesteksten, luisterboeken, cd-roms in de groep. In de groep zijn aanwezig: dunne en dikke AVI-boeken, boeken voor moeilijk den, boeken voor beter den, verhalenbundels, gedichtenbundels, informatieve boeken, tijdschriften, strips en prentenboeken. Aanvullingen van leesmaterialen vinden plaats in overleg met de leerlingen. De leerkracht richt in het lokaal een gezellige leeshoek in. Boeken en leesmaterialen zijn op een aantrekkelijke manier in het lokaal uitgestald. De leerkracht maakt leesmandjes met verschillende genres boeken. De leerkracht geeft kinderen gelegenheid teksten van hun eigen keuze te. De leerkracht ondersteunt het kiezen van boeken. De leerkracht praat met de leerlingen over verhalen die ze heeft voorge. De leerkracht introduceert boeken en geeft leerlingen leestips. De leerkracht laat kinderen boeken beoordelen (bijvoorbeeld in een leeslogboekje). De leerkracht laat kinderen vertellen over boeken die ze met plezier hebben ge. De leerkracht geeft de gelegenheid tot vrije schrijfactiviteiten en koppelt het aan functionele schrijfopdrachten. Regelmatig is er aandacht voor boekpromotie, door de leerlingen, leerkracht of een gast van buiten. Bron: Groepsplan voor van Anneke Smits in Handreikingen voor het opstellen van een leesverbeterplan, Enschede maart 2007 8
Wat willen we bereiken Doelen op groepsniveau: Doelen op schoolniveau: Wat gaan we doen? Aandachtspunten op groepsniveau: Wat gaan we doen? Aandachtspunten op schoolniveau: 9