Samenvatting De basis van de samenwerking binnen Samenscholing.nu is de gezamenlijke visie op de eisen waaraan onderwijskrachten in Rotterdam moeten voldoen. De aard van de opleiding is afgestemd op het realiseren van: een beroepsopleiding, competentiegericht en duaal, gericht op de Rotterdamse context en gestoeld op diversiteit. 1 Werkboek Samenscholing.nu
Inhoudsopgave 1 De aard van de opleiding 1.1 Leerbaarheid en belangrijkheid in onderlinge samenhang 3 1.2 Competentiegericht 4 1.3 Duaal opleiden 6 1.4 De Rotterdamse context 6 1.5 Diversiteit 7 2 Werkboek Samenscholing.nu
1. De aard van de opleiding In deze paragraaf beschrijven we de opleiding in algemene termen. Er zijn vijf kenmerken die de opleiding typeren. De opleiding is: 1 een beroepsopleiding 2 competentiegericht 3 duaal 4 gericht op de Rotterdamse context 5 gestoeld op diversiteit 1.1 Leerbaarheid en belangrijkheid in onderlinge samenhang De tweedegraads lerarenopleiding is een beroepsopleiding. Het curriculum van een beroepsopleiding is per definitie anders samengesteld dan dat van een academische (vak)opleiding en is daarvan dan ook geen verdunde versie. De opbouw van een beroepsgericht curriculum bestaat uit vier elementen: 1 Vakkennis en vaardigheden 2 Breed toepasbare beroepsvaardigheden 3 Het professionele referentiekader 4 Het zelfconcept, de motivatie en de inzet van de student Leerbaarheid versus belangrijkheid De vier elementen moeten allen deel uitmaken van het curriculum om aan het einde van de opleiding een startbekwame professional af te leveren. Er is een volgorde van belangrijkheid in deze elementen: een student met een grote dosis vakkennis en vakvaardigheden, maar zonder adequaat zelfconcept, de juiste motivatie en inzet, zal niet professioneel kunnen handelen. Het omgekeerde geldt ook: een student met een adequaat zelfconcept, de juiste motivatie en inzet, maar zonder de vereiste vakkennis en vaardigheden, is geen startbekwame professional. Wel is het ontbrekende element in het laatste geval meestal gemakkelijker te corrigeren. In de relatie tussen de vier elementen kunnen we twee parameters onderscheiden: de leerbaarheid en de belangrijkheid. Vanuit de optiek van het opleidingsproces van de student werken zij tegenovergesteld: de leerbaarheid van vakkennis is hoog, die van het zelfconcept laag, en omgekeerd. Kijken we naar de belangrijkheid dan is het beeld als volgt: vakkennis is belangrijk, maar met het stimuleren van het zelfconcept wordt op de langere termijn een hogere professionele kwaliteit bereikt. Werkdocument 1 3
Schema: Samenhang tussen leerbaarheid en belangrijkheid Leerbaarheid hoog laag Inhouden Vakkennis en vaardigheden Breed toepasbare beroepsvaardigheden Professioneel referentiekader Zelfconcept, motieven, inzet Belangrijkheid laag hoog In een kwalitatief goede opleiding komen beide elementen in de juiste verhouding en combinatie voor. Er is een goed evenwicht tussen de aandacht voor vakinhoudelijke aspecten en de structurele begeleiding van het proces van professionele ontwikkeling. 1.2 Competentiegericht De tweedegraads opleiding bereidt studenten voor op een professionele beroepsuitoefening. In de visie van het project Samenscholing.nu is een competentiegerichte opleiding daarvoor het meest geschikt. Dit uitgangspunt komt overeen met de opvattingen die ten grondslag liggen aan de Wet op de beroepen in het onderwijs (Wet BiO). In deze wet is een samenhangend systeem van zeven competenties vastgelegd. Onder een competentie wordt verstaan: Het vermogen op een adequate manier te handelen in een beroepssituatie, die gebaseerd is op een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en houdingen, die zijn basis vindt in de eigen persoonlijkheid, die verantwoord kan worden en waarop kan worden gereflecteerd. Bij competentiegericht opleiden gaat het dus om een integratieve benadering van kennis, vaardigheden en persoonskenmerken. De term adequaat verwijst naar de complexiteit van de beroepssituatie waarin de leerkracht probleemoplossend moet kunnen functioneren. 4 Werkboek Samenscholing.nu
Gedragsindicatoren De toetssteen voor het opnemen van onderdelen in de opleiding is de mate waarin beheersing van een onderdeel voorwaarde is voor de professionele beroepsuitoefening. Voor een hbo-opleiding gelden altijd de Dublin descriptoren 2. Daarnaast worden de competenties nader beschreven aan de hand van de in de wet BiO vastgestelde competentiematrix. Deze matrix is algemeen van aard en past bij een grote variëteit aan onderwijsconcepten. Op basis van alleen de matrix kan dan ook geen concreet curriculum worden ontworpen. De aan Samenscholing.nu deelnemende scholen hebben een nadere invulling van de competenties opgesteld met behulp van voorbeelden van het gewenste gedrag, oftewel gedragsindicatoren. Daarmee ontstaat een beeld van wat de competentie in de praktijk inhoudt. De gedragsindicatoren maken de competentie concreet, maar zijn geen uitputtende opsomming. Een gedragsindicator is dan ook geen af te vinken curriculumonderdeel. In het project Samenscholing. nu zijn de gedragsindicatoren nadrukkelijk afgestemd op de grootsteedse Rotterdamse context en op vernieuwend onderwijs, dat buiten de gebaande paden treedt. Niet alleen doen, ook denken De tweedegraads opleidingen zijn opleidingen op hbo-niveau. Het niveau waarop de competenties beheerst worden, moet aantoonbaar beantwoorden aan de Dublin descriptoren. De tweedegraads opleiding leidt bovendien niet alleen op voor de huidige praktijk maar ook voor die van de komende jaren. Daarom is theoretische onderbouwing zo belangrijk, bijvoorbeeld van de keuzes die leerkrachten in de praktijk moeten maken. Voor een hoogwaardige beroepsuitoefening moet de afgestudeerde niet alleen doen maar ook denken. Dit maakt een dynamische ontwikkeling van het onderwijs in de toekomst mogelijk. Goed onderwijs vraagt om sterke persoonlijkheden. De opleiding tot docent behelst dan ook meer dan het bijbrengen van technische of instrumentele vaardigheden. Het stimuleren van de ontwikkeling van de persoon-lijkheid van de aanstormende leerkracht is even belangrijk.de opleiding leidt op tot startbekwaamheid. Na de studie moeten verbredings- en/of verdiepingscursussen worden gevolgd. Docenten moeten zich gedurende hun loopbaan blijven ontwikkelen. Daar ligt ook een taak voor de werkgever in het kader van IPB. 2 De Dublin descriptoren zijn in Europees verband afgesproken; zij beschrijven in algemene termen het niveau van de startbekwame hbo-opgeleide. Werkdocument 1 5
1.3 Duaal opleiden Opleiding en veld kunnen elkaar niet missen. Hoe zou anders een betrouwbaar beeld van de competenties tot stand kunnen komen? Een duaal opleidingsconcept biedt een veilige, gezonde basis voor het beroepsgerichte karakter van de opleiding. Er zijn drie partijen bij betrokken: school, opleiding en student. Formeel is de tweedegraads lerarenopleiding eindverantwoordelijk voor de diplomaverstrekking. Maar de weg daarheen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen. In een schema weergegeven: Schema: Samen Opleiden Student Opleiding School 1.4 De Rotterdamse context Het staat opleidingsinstellingen vrij het programma tot tweedegraads bevoegd leraar regionaal in te kleuren. Deze vrijheid wordt aangegeven in het Bestuurscharter van de lerarenopleidingen van 2006 3 en wordt ook door bewindslieden als vanzelfsprekend gezien. Een duale opleiding waarin de scholen de leeromgeving vormen voor de student, is per definitie gevarieerd: de diversiteit tussen de scholen is immers groot. Omdat Samenscholing.nu is opgezet om te voldoen aan de toekomstige vraag naar goed opgeleide docenten in Rotterdam is het curriculum zoveel mogelijk afgestemd op de Rotterdamse context met haar grootstedelijke karakter. Hiermee sluit het project aan bij twee notities die in de afgelopen jaren in Rotterdam zijn verschenen: een schets van een dynamisch functiebouwwerk voor het personeel van Rotterdamse scholen en de rapportage van een onderzoek naar een Rotterdams profiel van de tweedegraads docent. 3 Zie Kwaliteit vergt keuzes Bestuurcharter Lerarenopleidingen, HBO-raad, 2006 6 Werkboek Samenscholing.nu
1.5 Diversiteit Niet alleen scholen zijn divers, ook studenten variëren sterk in hun persoonlijke kwaliteiten. In zowel de Dublin descriptoren als in de competentiematrix is ruimte voor deze diversiteit. In de visie van de Opleidingsgroep Rotterdam heeft een weerspiegeling van de diversiteit in het personeelsbestand van de school, een toegevoegde waarde voor school en leerlingen. Het project Samenscholing.nu neemt diversiteit als uitgangspunt en als doel van het onderwijsconcept. In plaats van diversiteit te zien als een probleem is het juist een belangrijk aspect van de kwaliteit en de kwaliteitsbeheersing. Dit uitgangspunt zie je terug in de opzet en uitvoering van de opleiding, zoals in: 1 De begeleiding van het ontwikkelingsproces van de student De unieke kwaliteiten van de student staan centraal. Met het oog daarop zijn diverse instrumenten voor de begeleiding ontwikkeld: de leercyclus, de portfoliobenadering en mogelijkheden tot differentiatie in de hogere jaren van de studie. 2 De leeromgeving De scholen bieden gezamenlijk een zeer gevarieerde en diverse leeromgeving. Dit is een belangrijk voordeel van duaal opleiden omdat de student zo ontdekt hoe gevarieerd het onderwijsveld is. De student krijgt de kans om professionaliteit op hbo-niveau te ontwikkelen en probleemoplossend op te treden in meer en minder complexe beroeps-situaties. Hij/zij ontwikkelt zich van uitvoerder naar bedenker van oplossingen. 3 Het gebruik van het prestatieregister Het prestatieregister stelt de student, de tutor en de coach in staat in de gevarieerde praktijk te zoeken naar de kern van de professionaliteit en kwaliteit en diversiteit met elkaar in evenwicht te brengen. De werkdocumenten 2,3 en 4 lichten deze punten verder toe Werkdocument 1 7
AANTEKENINGEN 8 Werkboek Samenscholing.nu
AANTEKENINGEN Werkdocument 1 9