Voorjaar Kinderdagverblijf

Vergelijkbare documenten
De sloot kinderdagverblijf

Kinderdagverblijf De boerderij

Kinderdagverblijf Kabouters

Kinderdagverblijf Pasen

BSO programma Meivakantie

De sloot BSO onderbouw

Lesbrief Kikker viert de lente. Kikkertiendaagse: 21 t/m 30 maart Thema: Kikker viert de lente Leeftijd: voor kinderen van 3 tot en met 6 jaar

Kinderdagverblijf Lente

Luchtenwind. Dagopvang

BSO onderbouw Pasen. Inhoud

DOCENT. Thema: Water BEESTJES IN DE SLOOT. groep 1 en 2. Stadshagen

Luchtenwind. BSO onderbouw

De sloot BSO bovenbouw

1. Het feest van de koning. Slingers maken. Nodig gekleurde strookjes papier touw gekleurde A4 tjes witte A4 tjes kleurpotloden of stiften schaar

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt

team Avonturijn Beste ouder(s),

LESBRIEF. Er ligt een krokodil onder mijn bed

Kinderdagverblijf Carnaval

De lente in met foam!

Lente. BSO Bovenbouw

Rupsje nooit genoeg. Instructievel Traktaties maken Jumpin

Inspiratie voor gezonde en feestelijke traktaties

Lente. BSO Onderbouw

Vlinder maken met een koffiefilter

December feestmaand BSO bovenbouw

TAFEL 1: BROODDEEGFIGUREN

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt September

Voorbeelden gezonde traktaties

Lessuggesties voor groep 1 & 2

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt November

bijenpad

Een thema volledig uitgewerkt

Tips voor activiteiten in de winter, lekker knutselen

Lespakket. Het monsterbonsterbulderboek. Door: Maike Douglas.

Kinderopvang De Palmboom Professionele kinderopvang in je eigen buurt! Programma

zondag, 2 december 1 e advent

De wakkere wekker. Benodigdheden: - Een luid tikkende wekker

Sinterklaas. Dagopvang

In de volgende les gaan de cursisten met de gemaakte figuurtjes/objecten een paastak versieren in een vaas/pot en creëren daarmee een sfeerhoekje.

Adewiedewanseltje. Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS

Thema nieuwsbrief Karel in de lente April 2015

LEPELGANZEN HOE GA JE TE WERK:

Natuurtentoonstelling

De boerderij BSO onderbouw

De boerderij BSO bovenbouw

STRANDBALLEN. Potlodenbakje ZELF SAMENGESTELDE CD

Glinsterende ijsman; Doel: Het stimuleren van de fijne motoriek en de hand oog coördinatie

Pannenkoeken (4 personen) Ingrediënten: 500 gram Leemansmolen tarwebloem 1 liter melk 4 à 5 eieren een beetje zout boter om te bakken

Knutselen thema herfst

Leerdoelen kinderen De kinderen leren hoe de rups verandert in een vlinder. De kinderen leren belangrijke begrippen: eitje, rups, vlinder, cocon.

sportdag groep 1 en 2 in de vijver Naam:

ALLES HEEFT EEN KLEUR

Paddenstoelen kweken in de klas

Voorjaarsvakantie 2019 thema NIEUWSGIERIG

Koekiemonster kerstparty. Amandelkoekjes Nopjeskoekjes Zeesterretjes Schaakbordkoekjes

Sinterklaas knutselen

Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.

We hebben voor de verschillende ontwikkelingsgebieden activiteiten en ideeën verzameld.

Themawandeling Herfst

Recept van de maand mei Medaillekoekjes (12 stuks)

Wriemelbeestjes. Als je een holletje gaat graven kom je kleine beestjes tegen. Kun jij kleine beestjes vinden als je in de bladhoop graaft?

Dit is het lenteboekje van:

1. Eendje naar de overkant In een vijver zie je bijna altijd eenden. Opdracht: spel in tweetallen; blaas de eendjes zo snel mogelijk naar de overkant

houten objecten objecten van stof plastic objecten Voorbereiding Zet de emmers met water of de watertafel klaar. Leg er verschillende materialen bij.

Opdracht 1 Hoe werden mensen vroeger begraven? Je krijgt een fotoblad met oude grafmonumenten, zoals een piramide en een hunebed.

Simpel. & Super BLOEM- POTJES

Sinterklaas. BSO onderbouw

Wriemelbeestjes. Aanwijzingen begeleider: Laat gevangen diertjes naderhand weer los.

Lessuggesties creatieve lessen groep 1-2. Onderwaterwereld tekenen. Over de lessuggesties. Nodig: Voorbereiding: Uitvoering:

mei 2014 vanaf 7 jaar Sluipen als een kat tekst: Marian van Gog muziek: Paul Natte

Je snijdt de grilworst in plakken van ca. 1 cm. Daarna haal je 2 driehoekjes aan de bovenzijde weg, zodat je een tulp-vormin krijgt.

Sprookjes. Dagopvang

Kerst Kerstkoekjeskrans

Sprookjes. BSO Bovenbouw

BLIJ MET EEN EI. Blij met een ei, april 2011 Speel-o-theek De Dobbelsteen

Luchtenwind. BSO bovenbouw

Witte chocolade met frambozencake

Citroentaart. Ingrediënten: 250 g zanddeeg sap van 3 citroenen 3 eieren 25 g maïzena 180 g suiker 220 g boter fijn geraspte schil van 1 citroen

Paashaas Ontwerp Marie Redmond

KOKO Kinderopvang Traktatiefolder

APPELGEZICHTJES BOOTJE. Nodig per kind:

Thema de kip en haar kuikens

Vang de zon en maak er stroom van

Doel: De kinderen kunnen de verschillende kleine beestjes benoemen en kunnen aangeven hoe deze dieren leven.

Uk & Puk Breek de dag tik een eitje

Marja Baeten ZO LEES IK PIPPO. Speelbrief. PIPPO-thema prentenboeken

het grote bijbelse knutsel boek Fiona Hayes

De leerlingen: leren en ervaren dat mensen niet zonder water kunnen leven. zien waar water voor wordt gebruikt.

Leskaart 1 Super Beweeg Uur ik neem je mee

Kokos - Havermout koekjes

De paashaas is de kleurenkluts kwijt

Vrolijke fruitspiesjes. Nodig: - Stateprikkers - Uitsteekvormpjes - Fruit naar keuze

Noach. moest een ark gaan bouwen Ans Heij - de Boer /

*Tijdens dit thema leren de kinderen verschillende plaatsen te benoemen bijv. op de kast, in het bedje, onder de tafel enz.

BSO onderbouw Kabouters

Knutselen met. Papier-Maché

Kinderdagverblijf programma Dit ben ik

Transcriptie:

Voorjaar Dagopvang

Voorjaar Kinderdagverblijf Inhoud Opening thema... 3 Aankleding lokaal... 4 Knutselen... 5 1. Bloemenveld... 5 2. Kip... 6 3. Lieveheersbeestje met tuinkers... 7 4. Kuikentje in het stro... 8 5. Bloemstukje... 9 6. Haasjes... 10 7. Rups... 11 8. Vlinder... 12 9. Bijtje... 13 Peuterdans... 14 Eetideeën... 16 Spelletjes... 20 Bezoektip... 23 Afsluiting... 24 2

Opening thema Ga met de kinderen in een kring zitten en vertel dat het nieuwe thema over het voorjaar gaat. Wie weet wat voorjaar of lente is? Wat zie je buiten veranderen? Er komen nieuwe blaadjes aan de bomen, er bloeien mooie bloemetjes, er worden lammetjes, kuikentjes en andere dieren geboren. Ga met de kinderen naar buiten om jonge dieren te bekijken. Wandel naar de sloot voor jonge eendjes, bekijk lammetjes in de wei of breng een bezoek aan een kinderboerderij. Dit is natuurlijk afhankelijk van de mogelijkheden bij u in de buurt. Het is natuurlijk helemaal leuk als er jonge dieren op de opvang te bekijken zijn of kunnen komen logeren. Wellicht is dit via een ouder, dierenwinkel of een kinderboerderij te regelen. Denk aan jonge kuikentjes, konijntjes, enz. Zing met de kinderen een liedje over wat er gebeurt voordat de lente weer begint van Sesamstraat. https://www.youtube.com/watch?v=vdobejmu68a 3

Aankleding lokaal Zet verspreid in het lokaal potjes met bloemen neer. Maak een projecttafel bij het thema. Denk aan boekjes, potjes met bloemen, kuikentjes, knuffels van (jonge) dieren, enz. Maak een schildering op het raam met bloemen en jonge dieren. Kunnen de kinderen vertellen welke dieren ze allemaal zien? Waar leven deze dieren? 4

Knutselen 1. Bloemenveld De kinderen maken een bloemenveld. Zet een aantal schoteltjes neer met verf. Alle kinderen krijgen een vork, drukken de vork in de verf en stempelen met de tanden van de vork tulpen. Als de tulpen droog zijn verven de kinderen met hun vingers of een penseel de stelen van de tulpen. Hang alle tulpen op aan de muur. Tip: laat de kinderen met watjes een paar wolken boven hun bloemenveld plakken. 5

2. Kip De kinderen knippen of prikken bijlage 1, de kop en staart van de kip, uit. De kinderen verven de kip met (water)verf in. Snijd met een stanleymesje een eierdoos aan twee kanten een stukje in zodat je de kop en staart van de kip in de doos kunt steken. Verstevig het met een beetje lijm. Met een prikpen prikken de kinderen een aantal gaatjes in de zijkanten van de eierdoos. In deze gaten steken de kinderen veren. Tip: gebruik stevig karton om te voorkomen dat de kop van de kip naar beneden gaat hangen. Zie bijlage 1 Materiaal Eierdozen Prikpen/prikmatje/schaar Stanleymes Lijm Verf Kwasten Veren 6

3. Lieveheersbeestje met tuinkers Bekijk voordat de kinderen aan deze knutselopdracht gaan beginnen een aflevering van Hoelahoep over het zaaien en groeien van bloemen. Klik op onderstaande link om de aflevering te bekijken. http://www.npo.nl/hoelahoep/06-06-2012/nps_1205981 De kinderen prikken of knippen bijlage 2, een lieveheersbeestje, uit. Ieder kind krijgt een klein bakje, bijvoorbeeld een bakje van een danoontje. Deze vullen de kinderen met aarde en tuinkerszaadjes. Over het bakje plakken de kinderen het lieveheersbeestje. Zorg ervoor dat de aarde vochtig blijft zodat de zaadjes niet uitdrogen. Bekijk regelmatig met de kinderen of er al tuinkers groeit in hun bakjes. Laat de kinderen als de tuinkers voldoende gegroeid is proeven. Zie bijlage 2 Materiaal Kleine bakjes, bijvoorbeeld een danoontje bakje Rood karton Sterke lijm Aarde Tuinkerszaadjes 7

4. Kuikentje in het stro In het voorjaar worden er weer kuikentjes geboren. Ieder kind krijgt een doorzichtig bekertje en een groen strookje papier. Dit strookje knippen de kinderen in, zie foto, en stoppen het strookje in het bekertje. Nu hebben de kinderen gras in hun bekertje. Vervolgens leggen de kinderen een beetje stro in hun bekertje en zetten er 1 of 2 kuikentje in. Zet alle bekers gezellig op de vensterbank voor het raam. Materiaal Doorzichtige bekers Stroken groen papier Schaar Stro Kuikentjes 8

5. Bloemstukje De kinderen gaan een eigen bloemstukje maken. In het voorjaar komen er weer groene blaadjes aan de bomen en verschijnen er overal bloemen. Alle kinderen krijgen een potje met daarin een stukje oase. Ga met de kinderen naar buiten om blaadjes, bloemetjes en takjes te verzamelen. Je kunt ook met de kinderen naar de bloemist gaan om een paar bosjes bloemen te kopen. Leg op tafel verschillende takjes met blaadjes en bloemen (op een steel) neer. De kinderen maken een eigen bloemstukje door de bloemen en takjes in de oase te steken. Geef de bloemstukjes mee naar huis of zet ze gezellig op tafel en op de vensterbank. Tip: je kunt i.p.v. potjes ook boterbakjes gebruiken. Deze kunnen de kinderen van te voren versieren. Ga bij een plaatselijke bloemist langs en vraag of deze wat restjes over heeft na het maken van boeketten en bloemstukken. Deze takjes en korte bloemstelen zijn meestal nog goed door de kinderen te gebruiken. Materiaal Potjes of boterbakjes Oase Mes om de oase op maat te snijden Verschillende takjes, blaadjes en bloemen op steel 9

6. Haasjes Alle kinderen kleuren de binnenkant van de oren en poten van het haasje in. De oren plakken de kinderen vast aan de kop van de haas. Plak op de kop van de haas een foto van het kind. De kinderen beplakken de haas met sprookjeswol. Maak van groen karton gras en plak deze op de muur. Plak vervolgens de hazen tussen het gras. Zie bijlage 3 Materiaal Kleurmateriaal voor de binnenkant van de oren en poten Foto van ieder kind Lijm Sprookjeswol 10

7. Rups Tijdens de peuterdans leren de kinderen dat een rups in een vlinder veranderd. De kinderen maken met grote groene kralen een rups. Ieder kind krijgt een veter en een aantal grote groene kralen. De kralen rijgen de kinderen aan de veter. Teken, als ketting klaar is, op de eerste kraal het gezicht van de rups. Gebruik hiervoor een watervaste stift. Steek ook door deze kraal een stukje chenilledraad om de ketting in een echte rups te veranderen. Materiaal Veters Grote groene kralen Watervaste stift Chenilledraad 11

8. Vlinder Stempel de voeten van de kinderen op een vel karton. Stempel ze naast elkaar, let even op dat je de voeten gespiegeld stempelt, zie foto. Tussen de voeten verven de kinderen het lijfje van de vlinder, een streep met een bolletje. Plak twee chenilledraden op als voelsprieten. Je kunt ook uit mooi glimmend papier het lijfje knippen en de voelsprieten erbij tekenen. Materiaal Verschillende kleuren verf Kwasten Lijm Chenilledraad Schaar Glimmend papier 12

9. Bijtje De kinderen beplakken een wc-rolletje met geel papier. Vervolgens beplakken de kinderen zwarte stroken over het rolletje. Teken op karton de twee vleugels van de bij en laat de kinderen deze uitprikken. Twee pompoenbolletjes als ogen en twee stukjes chenilledraad als voelsprieten maken het bijtje helemaal af. Prik een lange satéprikker in het bijtje en zet ze tussen de plantjes. Materiaal WC-rolletjes Karton Prinpen Geel papier Zwarte stroken Pompoenbolletjes Chenilledraad Lijm Lage satéprikkers 13

Peuterdans Verhaallijn Een echt voorjaarsverhaal is natuurlijk het uitkomen van een vlinder. In het welbekende boek van Eric Carle, Rupsje Nooitgenoeg, wordt dit levendig omschreven. In deze les ervaren we zelf hoe de rups uiteindelijk een vlinder wordt. We volgen hierbij het boek en lezen telkens een stukje waarna we het uitbeelden op muziek. Zie volgende pagina voor de dansles, de uitgebreide uitleg vindt u in de bijlagen. De cd s die worden gebruikt zijn verkrijgbaar via de website van kinderthema.nl. 14

15

Eetideeën Lieveheersbeestje Wikkel een eierkoek in vershoudfolie. Met een watervaste stift teken je het lijfje van het lieveheersbeestje op de eierkoek. Nog twee wiebeloogjes en het lieveheersbeestje in helemaal klaar! Tip: laat de kinderen hun eigen lieveheersbeestje maken. Leg één voorbeeld op tafel en geef ieder kind een eierkoek in vershoudfolie en een watervaste stift. Ingrediënten Eierkoek Watervaste stift Wiebelogen Lijm 16

Vlinder Vul een boterhamzakje met manna of popcorn. In het midden maak je een wasknijper vast. Deze kunnen de kinderen eventueel van te voren een leuk kleurtje geven. Twee stukjes chenilledraad als voelsprieten en de vlinder kan zo weg vliegen! Ingrediënten Manna of popcorn Wasknijper Boterhamzakjes Chenilledraad 17

Cake in een ei Maak in een kom cakemix aan. Bak voor de kinderen een lekker eitje en bewaar de eierschaal. Zorg dat alleen de bovenkant kapot is. Vul de eieren tot de helft met cakemix en zet ze 20 minuten in de oven. Tip: zet de eieren in een cupcakevorm om ze rechtop te laten staan. Ingrediënten Eierschaal Cakemix Oven 18

Voorjaarskoekjes Bak met de kinderen voorjaarskoekjes. Gebruik hiervoor vormpjes van bijvoorbeeld dieren en bloemen. De kinderen kunnen natuurlijk ook zelf een dier of bloem maken. Recept voorjaarskoekjes: Ingrediënten: 125 gram boter 250 gram bloem snufje zout 75 gram witte basterdsuiker 1 zakje vanillesuiker 1 ei Snijd de boter in stukjes en zeef de bloem, suiker, vanillesuiker en zout boven een kom. Voeg de kleine stukjes boter en het ei toe. Kneed het geheel goed tot een gladde, stevige bal. Leg de bal verpakt in folie een uur in de koelkast. Verwarm de oven voor op 175 graden. Vet de bakplaat in en rol het deeg uit tot een laag van 4 mm. Leg de koekjes op de bakplaat en bak ze in 10 minuten af. De koekjes kunnen nog een beetje zacht zijn als ze uit de oven komen. Ze worden lekker krokant tijdens het afkoelen. 19

Spelletjes Vang de vlieg De kinderen zijn allemaal vliegjes geworden. Ze vliegen door het lokaal en willen niet getikt worden door de grote vlieg. Ben de eerste paar keer zelf de vlieg en tik de kinderen. De vliegjes die getikt zijn gaan even aan de kant zitten. Wijs na een paar keer het spelletje gespeeld te hebben een kind aan als grote vlieg. Telspel met eieren Zet een mandje in het midden van de kring. Daarnaast staat een bakje met plastic eieren of chocolade eieren Vertel een verhaal waarbij de kinderen steeds eieren uit het mandje moeten halen en er weer eieren in moeten doen. Voorbeeld: Ik ging op stap om mijn oma een mandje met eieren te brengen. Er zitten 4 eieren in het mandje. Laat een kind 4 eieren in het mandje leggen. Ik liep door het bos en struikelde over een tak. Ik liet het mandje vallen en er waren 2 eieren kapot. Een kind haalt 2 eieren uit het mandje. Omdat oma veel van eieren houdt ben ik eerst nog even naar de winkel geweest om nieuwe eieren te halen. Ik heb er 4 gekocht. Een kind legt 4 eieren in het mandje. Oma was erg blij met de eieren. We hebben ieder 1 ei op. Een kind haalt 2 eieren uit het mandje. Laat een kind tellen hoeveel eieren er over zijn. Laat de kinderen samen ook een verhaal bedenken. Begin met een verhaal en laat om de beurt een kind verzinnen wat er gebeurt en hoeveel eieren er in of uit het mandje gehaald moeten worden. 20

Wie heeft de bloem? Ga met de kinderen in een kring staan. In het midden van de kring staat een kind met zijn ogen dicht. De kinderen zingen het volgende liedje en geven een bloem door: Ik heb een bloemetje in mijn hand, die gaat reizen door het land. Is de bloem hier? Of is de bloem daar? Als je hem ziet dan zeg je 't maar. Als het liedje afgelopen is houdt het kind die de bloem vast heeft de bloem achter zijn rug. Het kind in de kring mag zijn ogen open doen en raden wie de bloem vast heeft. Kikkers in de sloot De kinderen veranderen in kikkers die lekker op een blad in de sloot zitten. Zet de kinderen aan één kant van ruimte. De kikkers willen graag naar de andere kant van de sloot. Deze kikkers willen wel graag droge pootjes hebben en moeten daarvoor van blad naar blad springen. Leg een aantal matten of hoepels op de grond. Je kunt als je het spel buiten speelt ook met stoepkrijt cirkels maken op de stoep. De kinderen springen van mat naar mat om aan de overkant te komen. Welke kikker weet zijn pootjes droog te houden? 21

Stoelendans met bijen Leg een aantal gekleurde kussentjes op de grond. Dit zijn heerlijke bloemen die de bijen erg lekker vinden. Je kunt i.p.v. kussens ook plaatjes van bloemen gebruiken en deze met tape vastplakken op de grond. Zet een vrolijk muziekje aan en de bijtjes vliegen door de ruimte. Zodra de muziek stopt zoeken de bijtjes zo snel mogelijk een bloem. Het bijtje dat geen bloem heeft is af en moet even wachten. Haal een bloemetje weg en zet de muziek weer aan, enz. Welk bijtje blijft over? Vogel, kikker en een haas (op het deuntje van hoofd schouders knie en teen) Ga met de kinderen in een kring staan en zing het volgende liedje: Vogel, kikker en een haas, en een haas Vogel, kikker en een haas en een haas Vliegen, springen en huppen in het gras Vogel, kikker en een haas, en een haas Vogel, kikker en een haas en een haas Vliegen, springen en huppen in het gras 22

Bezoektip Breng met de kinderen een bezoek aan de kinderboerderij. Maak met de kinderen een wandeling naar de eendjes. Neem brood mee en laat de kinderen de eendjes voeren. Ga op de terugweg langs een speeltuin waar de kinderen lekker kunnen spelen. 23

Afsluiting Praat met de kinderen na over wat ze de afgelopen periode allemaal gedaan hebben. Wie weet nog wat we allemaal gemaakt hebben? Welke spelletjes vonden ze leuk om te spelen? Bekijk samen met de kinderen hoe de tuinkers, zie knutselidee 3, gegroeid is. Laat de kinderen hun eigen tuinkers proeven. Speel de leukste spelletjes nog een keer met de kinderen. Bekijk een aflevering van een digitaal prentenboek over de lente. www.youtube.com/watch?v=a1dv4ywba8o Zing samen met de kinderen een liedje over lente op de boerderij. https://www.youtube.com/watch?v=2q9yk0de2es Sluit af met een lekkere traktatie, zie eetideeën. 24

Bijlagen Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Peuterdans uitleg Peuters hebben een rijke fantasie en tomeloze energie. In peuterdans kunnen ze beiden kwijt, als leidster creëer je een omgeving waarin de kinderen kunnen bewegen en wegdromen. Alle peuterdansen worden op dezelfde manier opgebouwd en bevatten veel herhaling. Een les duurt gemiddeld 45 minuten en er komen verschillende motorische aspecten in naar voren. Opwarming Een peuterdans begint altijd met een opwarming, niet alleen de spieren moeten opgewarmd worden maar ook het thema wordt geïntroduceerd. De les start vanuit een kring, ter ondersteuning kun je de kinderen op een stip laten zitten (bij veel peutergroepen zijn deze al aanwezig). Eventueel kun je ook zelf stippen maken en lamineren en met een stukje tape op de grond plakken. Vervolgens speel je met de kinderen een spelletje, verstop de stip/plakkertje met je handen, voeten, hoofd etc. Introduceer het thema, eventueel met attributen. Zet ritmische muziek op en maak van beneden naar boven alle lichaamsdelen los. Tenen wiebelen, voeten draaien,benen schudden, knieën buigen, billen wiebelen, buik draaien, schouders op en neer, nek draaien, hoofd bewegen, armen zwaaien, vingers wiebelen, etc. Maak samen met de kinderen alles wakker. Kern De kern van de les vertelt een verhaal passend bij het thema, de kinderen beelden al dansend het verhaal uit. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de fantasie van de kinderen en soms van attributen. In de beschrijvingen van de lessen staat het verhaal dat uitgebeeld wordt, ook de bewegingen worden beschreven. De les moet vooral vanuit de leidsters komen, deze vertelt het verhaal. Enthousiaste kinderen kunnen zelf ook met ideeën komen, hier kun je in meegaan maar let op dat je de grote lijn niet verliest. Afsluiting De afsluiting van de les staat in het teken van opruimen en een terugblik op de les. Eventueel kan er ook gebruik gemaakt worden van een boek of een liedje dat bij het thema hoort, dit verschilt per thema en wordt beschreven.