Analyseformulier folder 1 Identificatie van de folder 1.1 zender: 1.2 titel 1 : 1.3 folderthema: 2 Communicatiesituatie 2.1 Omschrijf in maximaal 5 woorden zo exact mogelijk de doelgroep van de folder. 2.2 Omschrijf de primaire doelstelling van de folder. Kies uit: informatief, persuasief of activerend. 2.3 Omschrijf met 1 zin de concrete inhoud van de primaire doelstelling 2. 2.4 Kruis de verspreidingswijze(n) van de folder aan: 3 Opbouw r display r deel van een direct mail r los in brievenbus r andere vorm 3 OPENING (frontpagina) 3.1 De opening bevat een titel. 3.2 De opening bevat een ondertitel. 3.3 De opening bevat een illustratie. 3.4 De opening maakt het thema duidelijk. 3.5 De opening verduidelijkt het belang voor de lezer. 3.6 Motiveer je antwoord op 3.4 en 3.5 in maximaal 5 regels. 1 Als de folder geen titel draagt, vul je uiteraard niets in. 2 Kies voor één van de volgende formuleringen: Het is de bedoeling informatie te verstrekken over ; Het is de bedoeling de doelgroep ervan te overtuigen ; Het is de bedoeling de doelgroep ertoe aan te zetten. 3 Benoem zo duidelijk mogelijk de verspreidingswijze. 1
KERN 3.7 De kern bestaat uit duidelijk onderscheiden tekstblokken. 3.8 De tekstblokken zijn doorgaans beperkt tot 3 alinea s. 3.9 De alinea s bestaan doorgaans uit maximaal 5 regels. 3.10 De tekstblokken zijn doorgaans apart leesbaar. 3.11 De verdeling van de tekstblokken past bij de vouwwijze van de folder. 3.12 De tekst op de rechterbinnenbladzijde vormt een afgerond geheel dat stimuleert om verder te lezen. 3.13 De tekstblokken dragen doorgaans een kop. 3.14 In voorkomend geval bevatten grotere tekstblokken (meer dan 3 alinea s) doorgaans tussenkoppen 1 r ja 2 r neen 3 3.15 Koppen en tussenkoppen zijn typografisch duidelijk onderscheiden. 3.16 Koppen (en tussenkoppen) spelen doorgaans in op vragen/het eigenbelang van de lezer 4. 3.17 Onderbouw je antwoord op 3.16: een positief antwoord illustreer je met 2 passende voorbeelden, een negatief antwoord licht je toe. 3.18 De kern bevat illustraties. r ja 5 r neen 6 3.19 De illustraties zijn doorgaans functioneel. 3.20 Motiveer je antwoord op 3.19 in maximaal 5 regels. 3.21 De illustraties zijn doorgaans voorzien van een onderschrift. 3.22 Kruis in de onderstaande opsomming aan welk(e) principe(s) van beeldhiërarchie de zender van de folder in voorkomend geval toegepast heeft. r grote beelden bekijkt de lezer voor kleine beelden r gekleurde beelden bekijkt de lezer voor beelden in wit-zwart r beelden in warme kleuren bekijkt de lezer voor beelden in koude kleuren r beelden van mensen bekijkt de lezer voor beelden van dingen r portretten bekijkt de lezer voor panoramische beelden r beelden van baby s bekijkt de lezer voor beelden van volwassenen 1 Door deze vraag niet te beantwoorden, geef je aan dat de folder geen grotere tekstblokken bevat. 2 Bekantwoord in dit geval ook 3.15. 3 Sla in dit geval 3.15 over. 4 Beantwoord deze vraag zodra de folder koppen en/of tussenkoppen bevat. 5 Beantwoord in dit geval ook 3.19, 3.20, 3.21 en 3.22. 6 Sla in dit geval 3.19, 3.20, 3.21 en 3.22 over. 2
3.23 De kern van de folder is vrij van elementen die vlug gedateerd zijn. 1 Ten minste 1 voorbeeld van een element dat vrij vlug gedateerd is SLOT (achterpagina) 3.24 Het slot bevat de onderstaande afzendergegevens: naam adres logo telefoon webadres mailadres 3.25 Het slot bevat een pay-off. 3.26 Het slot bevat een responsmogelijkheid. r ja 2 r neen 3 3.27 Het slot geeft duidelijk aan wat de consequentie is van de respons. 3.28 Kruis het responsmedium aan: r telefoon 4 r antwoordstrook 5 r ander medium 6 3.29 Analyseer de antwoordstrook. Kruis in de onderstaande opsomming de elementen aan die de zender in de antwoordstrook voorzien heeft: r een kernachtig geformuleerd aanbod (b.v. brochureaanvraag, gratis inschrijving voor ) of een kopregel die stimuleert om positief te reageren en die het doel vermeldt (b.v. Ja, ik wil meer informatie over de subsidieregeling.) r implicaties van het aanbod voor de betrokken partijen r keuzemogelijkheid voor de respondent r een inzendadres r een aanduiding dat frankeren niet hoeft r invulhokjes om naam en adresgegevens in te vullen 3.30 Het slot bevat een bewaarstimulans. r ja 7 r neen 8 3.31 Benoem de aard van de bewaarstimulans 9. 1 Illustreer dit antwoord met ten minste 1 voorbeeld. 2 Beantwoord in dit geval ook 3.27 en 3.28. 3 Sla in dit geval 3.27, 3.28 en 3.29 over. 4 Sla in dit geval 3.29 over. 5 Beantwoord in dit geval ook 3.29. 6 Benoem zo precies mogelijk het medium en sla 3.29 over. 7 Beantwoord in dit geval ook 3.31. 8 Sla in dit geval 3.31 over. 9 B.v. een checklist, een recept 3
CONCLUSIE 3.32 De opbouw van de folder beantwoordt dus: r (vrijwel) volledig aan de theoretische normen r (helemaal) niet aan de theoretische normen 4 Stijl DUIDELIJKHEID 4.1 In voorkomend geval is het gebruik van moeilijke woorden/vaktermen verantwoord 1. Ten minste twee voorbeelden van moeilijke woorden/vaktermen: Motiveer waarom het gebruik (on)verantwoord is. 4.2 Het aantal korte zinnen overweegt. AANTREKKELIJKHEID 4.3 Er is voldoende afwisseling in het zinstype: naast mededelende zinnen zijn er ook vragende zinnen, gebiedende zinnen en ellipsen. Geef 1 voorbeeld van elk zinstype dat in de folder voorkomt. 1 Door deze vraag niet te beantwoorden, geef je aan dat de folder geen moeilijke woorden/vaktermen bevat. 4
GEPASTHEID 4.4 Ook in de tekstblokken overweegt het lezersperspectief. 4.5 De actieve werkwoordsvorm overweegt. 4.6 In voorkomend geval is het gebruik van passiefconstructies verantwoord 1. Geef 2 voorbeelden van passiefconstructies uit de folder. Motiveer het gebruik van die 2 passiefconstructies. De eerste passiefconstructie: r is verantwoord, omdat de uitvoerende instantie onbekend is r is verantwoord, omdat de uitvoerende instantie irrelevant is r is verantwoord, omdat de zender discreet op de achtergrond wil blijven r is verantwoord, omdat de zender het eigen imago wil beschermen r is verantwoord, omdat anders de lezer zich beledigd kan voelen (beleefdheid) r is verantwoord, omdat ze de tekstsamenhang bevordert r is verantwoord, omdat ze zorgt voor duidelijkheid over de uitvoerende instantie in de bijzin r is niet verantwoord De tweede passiefconstructie: r is verantwoord, omdat de uitvoerende instantie onbekend is r is verantwoord, omdat de uitvoerende instantie irrelevant is r is verantwoord, omdat de zender discreet op de achtergrond wil blijven r is verantwoord, omdat de zender het eigen imago wil beschermen r is verantwoord, omdat anders de lezer zich beledigd kan voelen (beleefdheid) r is verantwoord, omdat ze de tekstsamenhang bevordert r is verantwoord, omdat ze zorgt voor duidelijkheid over de uitvoerende instantie in de bijzin r is niet verantwoord CONCLUSIE 4.7 De stijl van de folder: r beantwoordt (grotendeels) aan de normen van een moderne, hedendaagse en lezergerichte stijl. r beantwoordt (helemaal) niet aan de normen van een moderne, hedendaagse en lezergerichte stijl. 1 Door deze vraag niet te beantwoorden, geef je aan dat de folder geen passiefconstructies bevat. 5