8 Veiligheid en sfeer

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "8 Veiligheid en sfeer"

Transcriptie

1

2 job - monitor Veiligheid en sfeer In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de oordelen over veiligheid, sfeer, de organisatie van activiteiten buiten lestijd en de contacten met medestudenten. Veiligheid en sfeer zijn daarbij samengevoegd tot een cluster, de overige twee oordelen zullen apart behandeld worden. 8.1 Veiligheid en sfeer Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Het totaaloordeel over veiligheid en sfeer op school is gebaseerd op vijf vragen: Is het in en om het schoolgebouw schoon? Voel je je veilig binnen het schoolgebouw? Voel je je veilig op het schoolterrein? Vind je dat school voldoende doet om je er veilig/thuis te laten voelen? Hoe vind je de sfeer binnen de school? In het totaaloordeel over veiligheid en sfeer is een duidelijk positieve ontwikkeling te zien. Dit jaar oordeelt zo n 70 procent van de studenten positief over veiligheid en sfeer. In geen van voorgaande jaren zijn zij daar zo tevreden over geweest. 87 Figuur 64: Oordeel over veiligheid en sfeer (totaaloordeel) Kijken we naar de onderliggende aspecten, dan blijkt de positieve trend zichtbaar te zijn op alle onderdelen van veiligheid en sfeer. Studenten oordelen positiever over de hygiëne in en om het schoolgebouw (58%), over de veiligheid binnen de school (79%), de veiligheid op het

3 schoolterrein (77%), de inzet van de school om studenten zich er veilig en thuis te laten voelen (66%) en de sfeer op school (58%). De veiligheidsaspecten worden door studenten dus (nog) vaker in orde bevonden dan de aspecten die meer met de sfeer en hygiëne op school te maken hebben. 88 Figuur 65: Is het in en om het schoolgebouw schoon? Figuur 66: Voel je je veilig binnen het schoolgebouw?

4 job - monitor 2010 Figuur 67: Voel je je veilig op het schoolterrein? 89 Figuur 68: Vind je dat je school voldoende doet om je er veilig/thuis te laten voelen?

5 Figuur 69: Hoe vind je de sfeer binnen de school? Verschillen tussen studenten Wanneer we groepen studenten onderling vergelijken, blijken de verschillen klein. Naar leeftijd verschillen de studenten in de waardering van de hygiëne in en om het schoolgebouw. Studenten van 17 of jonger zijn daarover minder kritisch dan de oudste groep studenten (t/m 17: 60%; 26 en ouder: 54%). Tussen schooltypen zijn er wel verschillen in zowel de totaalscore als de onderliggende aspecten van veiligheid en sfeer. Roc-studenten zijn het minst vaak positief wanneer gekeken wordt naar het totaaloordeel (vakscholen: 77%; aoc: 72%; roc: 67%). Die verschillen zijn eveneens terug te vinden op het niveau van de deelaspecten. Roc-studenten zijn minder vaak positief over hoe schoon het in en om het schoolgebouw is (vakschool: 65%; aoc: 61%; roc: 58%), over de veiligheid binnen de school (vakschool: 87%; aoc: 82%; roc: 78%,), de veiligheid op het schoolterrein (vakschool: 83%; aoc: 82%; roc: 76%) en de inzet van de school om studenten zich er veilig en thuis te laten voelen (vakschool: 75%; aoc: 69%; roc: 65%). De verschillen tussen de diverse schooltypen zijn echter het grootst wanneer het gaat om de sfeer op school. Studenten aan de vakinstellingen zijn daarover het vaakst tevreden (75%), aocstudenten al minder (66%) en roc-studenten oordelen het minst positief over de sfeer in hun instelling (56%).

6 job - monitor Verschillen tussen opleidingsrichtingen In alle opleidingsrichtingen is de meerderheid van de studenten (zeer) positief in hun totaaloordeel over de veiligheid en sfeer op school. Het meest positief zijn studenten van de opleidingen die behoren tot de richtingen sport en communicatie, kunst en media (75%). Het minst vaak positief zijn studenten van de opleidingsrichting metaalbewerking (60%). 91 Figuur 70: Oordeel over veiligheid en sfeer (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 8.2 Activiteiten buiten lestijd Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren In de mate waarin studenten oordelen over in hoeverre school buiten lestijd leuke activiteiten organiseert, is door de jaren heen nauwelijks enige variëteit te herkennen. Al gedurende enkele jaren geeft zo n 20 procent van de studenten aan hierover tevreden te zijn, tegenover ruim de helft die daarover negatief oordeelt. Het is echter lastig te interpreteren wát studenten nu niet goed vinden: willen ze meer activiteiten, willen ze minder activiteiten of staat de aard van de activiteiten hen niet aan? Het is aan de instellingen om hierover met de studenten in gesprek te gaan.

7 Figuur 71: Worden er buiten de lestijden leuke activiteiten georganiseerd? Verschillen tussen studenten Leerweg Bol-studenten oordelen positiever over de activiteiten die buiten lestijd worden georganiseerd dan bbl-studenten (bol: 20%, bbl: 15%). Niveau Er is eveneens verschil naar niveau. Niveau-1-studenten zijn veruit het meest tevreden: 28 procent tegenover 18 à 19 procent op de andere niveaus. Leerjaar Naar leerjaar is er geen verschil in de mate waarin studenten tevreden zijn over de activiteiten buiten lestijd. Geslacht Ook mannelijke en vrouwelijke mbo-studenten verschillen niet in hun opvatting over dit onderwerp. Etniciteit Tussen allochtone en autochtone studenten bestaat eveneens geen verschil op dit punt. Experimentopleiding Tussen experimentopleidingen en niet-experimentopleidingen zijn de verschillen ook kleiner dan vijf procent.

8 job - monitor 2010 Leeftijd Naar leeftijd is er een klein verschil. Het meest tevreden is de groep studenten tot en met 17 jaar (22%) en minst tevreden de groep studenten van 22 tot en met 25 (16%). Handicap De oordelen van studenten met en zonder beperking(en) over het aanbod van leuke activiteiten buiten lestijd wijken niet van elkaar af. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Verschil naar schooltype is er wel. In vergelijking met studenten van aoc s (27%) en vakinstellingen (30%) zijn de studenten van roc s (18%) het minst positief. Opleidingsrichting Wanneer we opleidingsrichtingen onderling vergelijken, blijken studenten van de opleidingsrichting sport veruit het meest positief. Het minst tevreden zijn studenten die een opleiding volgen binnen de richting farmacie, optiek en tandtechniek. 8.3 Contact met medestudenten Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Tot slot kijken we in dit hoofdstuk naar de contacten die studenten met medestudenten hebben. Deze vraag is in de vorige meting voor het eerst op deze manier gesteld en de resultaten zijn positief: maar liefst 85 procent (een stijging ten opzichte van twee jaar geleden) geeft aan ruim voldoende contact te hebben met medestudenten. 93 Figuur 72: Heb je contact met medestudenten?

9 8.3.2 Verschillen tussen studenten Leerweg Er zit verschil in de waardering van de contacten met medestudenten tussen bol- en bbl-studenten. Bol-studenten geven vaker aan dat ze voldoende contact hebben met medestudenten dan bblstudenten, die dat overigens ook nog altijd in overgrote meerderheid vinden (bol: 87%, bbl: 78%). Niveau Het percentage dat de hoeveelheid contacten met medestudenten als voldoende bestempelt, stijgt in lijn met stijging van niveau, oplopend van 75 procent studenten op niveau 1 tot 88 procent studenten op niveau 4. Leerjaar Naar leerjaar zijn de verschillen minimaal. Geslacht Ook tussen de oordelen van jongens en meisjes is er geen wezenlijk verschil. Etniciteit Autochtone studenten zijn vaker van mening dat ze voldoende contact hebben met medestudenten dan allochtone studenten (resp. 86 en 80%). 94 Experimentopleiding Er is nagenoeg geen verschil tussen de oordelen van studenten van experimentopleidingen en niet-experimentopleidingen. Leeftijd De mate waarin de mate van contact met medestudenten als voldoende wordt ervaren, daalt met het toenemen van leeftijd: van 86 procent tevreden studenten in de leeftijdscategorie tot en met 17 jaar tot 80 procent onder studenten van 22 of ouder. Handicap Het al dan niet hebben van een beperking blijkt weinig van invloed op de waardering van de mate van contact met medestudenten. Het oordeel daarover is in beide groepen nagenoeg even positief. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Er zijn wel verschillen naar schooltype. Studenten van vakinstellingen geven blijk van de tevredenheid over de hoeveelheid contacten met hun medestudenten (88%), tegenover 84 procent onder roc-studenten en 83 procent onder aoc-studenten. Opleidingsrichting De variatie in percentages studenten die positief oordelen over de mate van contact met medestudenten loopt tussen opleidingsrichtingen uiteen van 72 procent onder studenten van de opleidingsrichting elektrotechniek tot 91 procent binnen de opleidingsrichting onderwijsassistenten.

10 job - monitor Samenvatting In dit hoofdstuk is gekeken naar de oordelen over sfeer, veiligheid en een tweetal losse aspecten die te maken hebben met sociale contacten van studenten. De tevredenheid over veiligheid en sfeer is dit jaar gestegen naar zo n 70 procent. De tevredenheid over veiligheid is daarbij (nog) hoger dan de tevredenheid over deelaspecten die meer betrekking hebben op de sfeer: bijna 80 procent oordeelt (zeer) positief over veiligheid binnen de school en op het schoolterrein. Studenten zijn daarover vrijwel unaniem: we vinden vrijwel geen verschillen tussen groepen studenten. Eén verschil springt er echter wel uit: op roc s wordt minder positief geoordeeld over veiligheid en sfeer en alle onderliggende aspecten dan op aoc s en vooral ook vakinstellingen. Dat verschil is het grootst in het oordeel over de sfeer op de instelling. Waar studenten beduidend minder enthousiast op reageren, is de organisatie van leuke activiteiten buiten lestijd. De uitspraken hierover zijn al sinds de eerste meting nagenoeg stabiel: 20 procent is er tevreden over, meer dan de helft oordeelt negatief. Zoals in de tekst al genoemd, is het echter lastig te interpreteren wat er op dit punt verbeterd moet worden: willen studenten meer activiteiten of juist minder, is het type activiteit niet naar hun smaak, is de organisatie ervan niet op orde? Het verdient aanbeveling hier samen met studenten over te praten. Bijna alle studenten zijn zeer te spreken over de mate waarin ze contact hebben met medestudenten. Er zijn daarbij wel verschillen tussen studenten, maar zelfs van de meest kritische groepen studenten oordeelt een meerderheid positief. 95

11

12 job - monitor Informatie en organisatie Het nu volgende hoofdstuk bevat de resultaten van de JOB-monitor 2010 omtrent de vooraf verstrekte informatie over de opleiding en de organisatie van de onderwijsinstelling. In paragraaf 9.1 behandelen we de oordelen van mbo ers op stellingen die betrekking hebben op de verkregen opleidingsinformatie voor aanvang van de studie. In het tweede deel van dit hoofdstuk gaan we in op de tevredenheid met de toepassing van regels door de school, de omgang met klachten van studenten en de informatie over rechten en plichten. Waar mogelijk zullen de uitkomsten vergeleken worden met de resultaten van vorige JOB-monitoren en worden de resultaten van de JOB-monitor 2010 uitgesplitst naar onder andere leerjaar, etniciteit en handicap. 9.1 Informatie Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Figuur 73 toont dat mbo-studenten in 2010 minder tevreden zijn met de informatie over de opleiding dan in 2008 (45 vs. 53%). Het cluster informatie bevat dit jaar echter voor het eerst twee vragen in plaats van één. De tevredenheid over de in alle jaren voorkomende stelling of de informatie over de opleiding klopt met de huidige kennis is tussen 2001 en 2008 toegenomen van 44 naar 53 procent (figuur 74). De waardering voor dit item wijkt daar in 2010 niet van af. Omdat slechts 37 procent van de respondenten voor de start van hun opleiding wist hoe de opleiding is opgebouwd (figuur 75), is het totaaloordeel over de informatie in 2010 een stuk minder positief dan in de metingen van 2008 en eerder. 97 Figuur 73: Oordeel over informatie (totaaloordeel)

13 Figuur 74: Klopt de informatie over de opleiding die je kreeg voordat je aan de opleiding begon met wat je nu weet? 98 Figuur 75: Wist je voor de start van je opleiding hoe de opleiding is opgebouwd?

14 job - monitor Verschillen tussen studenten Leerweg In hun mening over de informatie over de opleiding verschillen bol- en bbl-studenten niet van elkaar. Niveau De informatie over de opleiding wordt door niveau-1-studenten het best en door niveau-3- studenten het minst goed beoordeeld. Dit is zo voor de totaalscore (niveau 1: 52%; niveau 3: 44%), de tevredenheid met de overeenkomst tussen de verstrekte informatie voorafgaand aan de opleiding en hetgeen nu bekend is (niveau 1: 62%; niveau 3: 52%) en de bekendheid met de opbouw van de opleiding voor de aanvang van de opleiding (niveau 1: 43%; niveau 3: 35%). Leerjaar Mbo-studenten die in hun eerste jaar zitten beoordelen de informatie over de opleiding beter dan degenen in het derde leerjaar. Dat levert op de clusterscore een verschil in positieve oordelen tussen 49 en 40 procent op. Hetzelfde gaat op voor de overeenstemming van de opleidingsinformatie gekregen voorafgaand aan de opleiding met de werkelijkheid (58 vs. 47%) en het voor aanvang bekend zijn met de opbouw van de opleiding (39 vs. 32%). Geslacht Binnen het totaaloordeel over informatie verschillen de percentages positieve oordelen van mannelijke en vrouwelijke studenten niet van elkaar. Op de afzonderlijke items vinden we minimale verschillen: de overeenkomst tussen de informatie over de opleiding vooraf en de huidige kennis (man: 56%; vrouw: 51%) en de bekendheid met de opbouw van de opleiding voor de aanvang van de opleiding (man: 39%; vrouw: 34%). 99 Etniciteit De nationaliteit van een student speelt geen rol bij zijn/haar mening over opleidingsinformatie. Experimentopleidingen Het cluster informatie wordt door studenten aan traditionele opleidingen positiever beoordeeld dan door studenten aan experimentele opleidingen. We zien dat terug in de totaalscore (50 vs. 44%), het percentage studenten dat tevreden is over de vooraf verkregen informatie over de opleiding (58 vs. 52%) en het aandeel mbo ers dat al in een vroeg stadium bekend is met de opbouw van de opleiding (41 vs. 35%). Leeftijd De groep jongste studenten (t/m 17 jaar) is het meest te spreken over de betrouwbaarheid van de verstrekte opleidingsinformatie (56%). Mbo-studenten in de leeftijd van 18 en 19 jaar zijn het hiermee het minst vaak eens (51%). Oudere respondenten (26+) geven minder vaak dan mensen van 22 t/m 25 jaar aan dat ze bekend waren met de opbouw van de opleiding voordat ze eraan begonnen (33 vs. 38%). Het percentage positieve oordelen op de clusterscore informatie verschilt niet duidelijk tussen de verscheidene leeftijdscategorieën.

15 Handicap Studenten met een beperking zijn iets minder positief over de opleidingsinformatie dan studenten zonder beperking (50 vs. 55%). Afgezien daarvan vinden we geen noemenswaardige verschillen tussen deze twee groepen wanneer we kijken naar het thema informatie. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Bij de uitsplitsing naar schooltype treden de grootste verschillen in positieve oordelen op de onderdelen van het cluster informatie op tussen studenten aan vakinstellingen en aoc s. Dit valt terug te zien in het totaaloordeel (vakschool: 54%; aoc: 43%), de overeenkomst tussen de opleidingsinformatie en de realiteit (vakschool: 63%; aoc: 50%) en de kennis van de opleidingsopbouw voor de start van de opleiding (vakschool: 45%; aoc: 36%) Verschillen naar opleidingsrichting Mbo ers binnen de opleidingsrichting horeca zijn het meest positief in hun oordeel over informatie (54%). Van de studenten van sociale dienstverlening geeft ongeveer een derde hier een positief oordeel over en zijn er ongeveer evenzoveel negatief. 100 Figuur 76: Oordeel over informatie (totaaloordeel), naar opleidingsrichting

16 job - monitor Organisatie Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren De opbouw van het cluster organisatie wijkt in 2010 licht af van die in voorgaande metingen. De vergelijking met het totaaloordeel van de JOB-monitor van 2008 is in principe het meest relevant, maar het is beter om alleen de onderliggende stellingen naast elkaar te leggen. Duidelijk is wel dat 40 procent van de studenten tevreden is met de organisatie binnen de onderwijsinstelling, terwijl een kwart van hen hierover negatief oordeelt. 101 Figuur 77: Oordeel over organisatie (totaaloordeel) Sinds 2003 schommelt het percentage van de groep studenten die zegt goed geïnformeerd te zijn over hun rechten en plichten rond de 40 procent. Ten opzichte van 2008 is dit percentage in 2010 toegenomen. Bovendien is hier nu een kleiner deel van de respondenten minder tevreden over. Eenzelfde ontwikkeling zien we bij de beoordeling van het voldoende consequent toepassen van de regels door de school (2010: 44 en 20%; 2008: 37 en 26%). In 2010 is daarnaast nog aan studenten voorgelegd hoe zij vinden dat de school omgaat met klachten. Daarbij valt op dat bijna een derde van de ondervraagden hier negatief over oordeelt, terwijl slechts een even grote groep hier positief over is.

17 Figuur 78: Ben je goed geïnformeerd over je rechten en plichten? 102 Figuur 79: Past de school regels voldoende consequent toe?

18 job - monitor 2010 Figuur 80: Ben je tevreden over de wijze waarop op school wordt omgegaan met klachten van studenten? Verschillen tussen studenten Leerweg Wanneer we verschillen vinden in opvattingen over de organisatie blijken bbl ers positiever te oordelen dan bol ers. Dit is het geval bij het totaaloordeel (43 vs. 38%), de tevredenheid met de informatie over rechten en plichten (47 vs. 41%) en met de manier waarop de school omgaat met klachten van studenten (36 vs. 31%). 103 Niveau Volgens studenten van niveau-1-opleidingen is het heel wat beter gesteld met de organisatie van hun onderwijsinstelling dan volgens studenten op niveau 4. De verschillen in positieve oordelen liegen er op alle onderdelen niet om: totaaloordeel (59 vs. 35%), goed geïnformeerd zijn over rechten en plichten (62 vs. 38%), het voldoende consequent toepassen van de regels door de school (61 vs. 40%) en tevredenheid over de wijze waarop door school wordt omgegaan met klachten van studenten (53 vs. 28%). Leerjaar Ten opzichte van studenten uit de leerjaren 4 en met name 3 zijn startende studenten altijd meer tevreden over de organisatie: op de clusterscore (leerjaar 1: 45%; leerjaar 3: 32%), over het voldoende consequent toepassen van de regels door de school (leerjaar 1: 49%; leerjaar 4: 35%), de informatie over rechten en plichten (leerjaar 1: 47%; leerjaar 3: 36%) en over de manier waarop de school klachten van studenten afhandelt (leerjaar 1: 37%; leerjaar 3: 27%). Geslacht Mannen en vrouwen zijn het redelijk met elkaar eens over de organisatie van hun school.

19 Etniciteit Ook wat betreft etnische afkomst vinden we geen verschillen in meningen over de organisatie. Experimentopleidingen Afgaand op de mening van studenten binnen beide typen opleidingen maakt het niet uit of je een experimentele of niet-experimentele opleiding volgt, de organisatie wordt hetzelfde beoordeeld. Leeftijd De oudste groep studenten, die van 26 jaar en ouder, is het meest positief over de organisatie van hun onderwijsinstelling en verschilt op dit punt het meest van mening met studenten tussen de 18 en 21 jaar oud. De resultaten voor alle aspecten: het totaaloordeel over organisatie (26 en ouder: 47%; 20-21: 36%), het geïnformeerd zijn over rechten en plichten (26 en ouder: 52%; 20-21: 39%), het door de school voldoende consequent toepassen van regels (26 en ouder: 49%; 20-21: 40%) en de wijze waarop met klachten wordt omgegaan op school (26 en ouder: 39%; 18-19: 29%). 104 Handicap Het enige punt met betrekking tot de organisatie waarover studenten met (40%) en studenten zonder handicap (46%) van mening verschillen, is de tevredenheid over het toepassen van de regels. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Behalve over de omgang met klachten door de school zijn studenten van aoc s het minst tevreden over de organisatie van de instelling. Zo geeft 36 procent van hen een positief totaaloordeel, terwijl dit op vakscholen 42 procent is. De overige verschillen vinden we bij de waardering van het voldoende consequent toepassen van de regels door de onderwijsinstelling (aoc: 39%; vakschool: 48%) en de mate waarin men geïnformeerd is over de rechten en plichten (aoc: 37%; roc: 43%) Verschillen naar opleidingsrichting Het meest positieve totaaloordeel over organisatie wordt gegeven door studenten die een opleiding volgen binnen de richting openbare orde en veiligheid (56%). Aan de andere kant van het spectrum vinden we studenten van de opleidingsrichting werktuigbouwkunde: 34 procent van hen is niet tevreden over de organisatie en slechts 29 procent is dat wel.

20 job - monitor Figuur 81: Oordeel over organisatie (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 9.3 Samenvatting In dit hoofdstuk is duidelijk geworden dat ruim de helft van de studenten in het mbo vindt dat de informatie die zij vooraf over de opleiding kregen overeenkomt met wat ze nu weten. Dit percentage is hetzelfde als bij de vorige meting. Een kleiner deel van hen wist voor de start van de opleiding hoe de opleiding is opgebouwd en bijna een derde was hier zelfs niet of nauwelijks van op de hoogte. De meest positieve oordelen op deze twee onderdelen van de JOB-monitor 2010 worden gegeven door studenten op niveau 1, in leerjaar 1, bij niet-experimentele opleidingen en op vakscholen. Vergeleken met het onderzoek in 2008 vinden mbo ers in 2010 vaker dat de school de regels voldoende consequent toepast en dat ze beter geïnformeerd zijn over hun rechten en plichten. Daarnaast is dit onderzoek voor het eerst gevraagd naar de wijze waarop op school wordt omgegaan met klachten van studenten. Daarover blijken de meningen nogal verdeeld, aangezien bijna een derde van de studenten hier positief over oordeelt, terwijl eveneens bijna een derde dit aspect negatief beoordeelt. Het meest tevreden over de items binnen het cluster organisatie zijn studenten van 26 jaar en ouder, volgers van een niveau-1-opleiding en eerstejaarsstudenten.

21

22 job - monitor Voorzieningen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mate waarin opleidingen inspelen op de behoeften van studenten met een beperking. Tevens wordt gekeken naar de oordelen van studenten over de voorzieningen op school, waaronder bijvoorbeeld onderwijsfaciliteiten en de kantine Studeren met een beperking Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Aan de studenten zijn de volgende vragen gesteld: Heb je een van de volgende lichamelijke handicaps, functiebeperkingen of (chronische) ziektes? Is dit vastgesteld door een arts of indicatie-instantie? Heb je hier last van in je opleiding? Houdt de school rekening met je handicap, functiebeperking of (chronische) ziekte? De laatste drie vragen zijn alleen gesteld aan studenten die aangaven een handicap, beperking of ziekte te hebben. Een op de drie studenten in het mbo heeft een handicap of beperking. Van de 30 procent met een handicap geeft 75 procent aan dat hun beperking vastgesteld is door een arts of indicatieinstantie. Een derde van de studenten met een handicap heeft dyslexie. Ook vermoeidheid/ energietekort komt veel voor (31%), gevolgd door ADHD (19%) en migraine of ernstige hoofdpijn (18%). Deze percentages komen vrijwel overeen met die in het vorige onderzoek. Weinig studenten geven aan dat zij kampen met RSI (1%). 107 Figuur 82: Percentage type handicap of beperking (meerdere antwoorden mogelijk; alleen studenten met handicap/beperking)

23 Van de studenten met een handicap geeft 38 procent aan hier last van te hebben bij het volgen van de opleiding (NB. dit percentage is ten opzichte van de vragenlijst gehercodeerd, zodat grijs ook echt positief, en dus geen last, betekent) en 29 procent heeft hier geen last van. Deze cijfers komen vrijwel overeen met die in de JOB-monitor Op de vraag of de school rekening houdt met hun handicap geeft 36 procent van de studenten aan dat de school dit niet doet, 33 procent vindt van wel. Ook deze resultaten zijn bijna identiek aan die in het vorige onderzoek. 108 Figuur 83: Heb je hier last van in je opleiding? (grijs: nooit) Figuur 84: Houdt de school rekening met je handicap, functiebeperking of (chronische) ziekte?

24 job - monitor Verschillen tussen studenten Leerweg Bol-studenten oordelen niet verschillend over de hinder die zij ondervinden van hun beperking dan bbl-studenten. Hetzelfde geldt voor de vraag of de school rekening houdt met hun handicap. Niveau Naar niveau is er nauwelijks verschil (kleiner dan 5%) in de mate waarin studenten last hebben van hun handicap. Wel vindt 47 procent van de niveau-1-studenten dat de school rekening houdt met hun handicap. Niveau-4-studenten zijn hierover het minst positief (32%). Leerjaar Naar leerjaar is er minimaal verschil (kleiner dan 5%) in de mate waarin studenten last ervaren van hun handicap. Ook op de vraag of de school rekening houdt met hun handicap oordelen studenten van verschillende leerjaren niet anders. Geslacht Vrouwen geven aan meer last te hebben van hun handicap in hun opleiding dan mannen (24 vs. 34%). Naar geslacht zijn er geen verschillen te zien in de mate waarin de school rekening houdt met de handicap. Etniciteit Allochtone en autochtone studenten verschillen nauwelijks (minder dan 5%) in de hoeveelheid last die zij in hun opleiding van hun handicap hebben. Er zijn ook geen verschillen te zien in hun oordeel over de mate waarin de school rekening houdt met hun handicap. 109 Experimentopleiding De verschillen tussen studenten aan experimentopleidingen en niet-experimentopleidingen in de beantwoording van beide vragen zijn kleiner dan vijf procent. Leeftijd Studenten in de leeftijd van 22 tot en met 25 jaar geven aan het meeste last te hebben van hun handicap in de opleiding, terwijl studenten van 17 jaar of jonger hier het minst last van hebben (25 vs. 31%). Naar leeftijd zien we geen verschil in de mate waarin de school rekening houdt met hun beperking. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Naar schooltype is er geen verschil te zien in de mate waarin studenten last hebben van hun beperking in hun opleiding. Wel zien we een verschil naar type school als we kijken naar de mate waarin de school rekening houdt met hun handicap. Studenten van aoc s (35%) zijn het meest positief over de inspanningen van de school om rekening te houden met hun beperking, terwijl studenten op vakscholen (30%) hierover het minst positief zijn.

25 Onderwijsrichting Het meeste last van hun beperking hebben studenten van opleidingen behorend tot de opleidingsrichting bestuurlijk, juridisch (22%) en lichaamsverzorging (23%). Studenten die een opleiding volgen die tot de richtingen openbare orde en veiligheid en transport en logistiek behoren hebben het minste last van hun beperking. De opleidingrichtingen werktuigbouwkunde en bestuurlijk, juridisch (beide 26%) houden volgens de studenten het minst rekening met hun handicap. Het meeste rekening met studenten met een beperking wordt gehouden bij de opleidingsrichting levensmiddelen (44%) Onderwijsfaciliteiten Het totaaloordeel over onderwijsfaciliteiten is opgebouwd uit vier vragen, te weten: Ben je tevreden over de begeleiding tijdens het zelfstandig werken? Kun je op school ergens rustig studeren? Kun je gebruik maken van een computer als dat nodig is? Als je een medewerker van school nodig hebt, kun je die dan bereiken? 110 Het totaaloordeel over onderwijsfaciliteiten laat een duidelijk positieve ontwikkeling zien ten opzichte van voorgaande jaren. Bleef het positieve oordeel eerder steken rond de 40 procent, dit jaar geeft 51 procent aan tevreden te zijn over de onderwijsfaciliteiten. Ook de onvrede over onderwijsfaciliteiten is sterk gedaald naar 22 procent. Figuur 85: Oordeel over onderwijsfaciliteiten (totaaloordeel)

26 job - monitor 2010 Hoewel de beoordeling van alle deelaspecten van onderwijsfaciliteiten iets gestegen is ten opzichte van voorgaande jaren, is de grootste winst behaald bij de tevredenheid over het gebruik van een computer als dat nodig is. Zagen we in het vorige onderzoek dat 40 procent hierover tevreden was, nu is dat 66 procent. Ook het percentage studenten dat ontevreden is over de mogelijkheid om een computer te gebruiken als dat nodig is, is flink gedaald van 40 procent in 2008 naar 16 procent in Figuur 86: Ben je tevreden over de begeleiding tijdens het zelfstandig werken? Figuur 87: Kun je op school ergens rustig studeren?

27 Figuur 88: Kun je gebruik maken van een computer als dat nodig is? 112 Figuur 89: Als je een medewerker van school nodig hebt, kun je die dan bereiken? Verschillen tussen studenten Leerweg Het totale oordeel over onderwijsfaciliteiten verschilt minimaal naar leerweg. Ook de tevredenheid over de bereikbaarheid van medewerkers op school verschilt nauwelijks tussen bol ers en bbl ers en over de mogelijkheid om ergens op school rustig te studeren zijn bol ers en bbl ers helemaal gelijkgestemd. Wel is er verschil in de tevredenheid over de begeleiding tijdens het zelfstandig werken, waarbij bbl ers meer positief oordelen dan bol ers (48 vs. 43%) en de beschikbaarheid van computers waarover bbl ers wederom meer positief oordelen (71 vs. 63%).

28 job - monitor 2010 Niveau Naar niveau zijn duidelijk verschillen zichtbaar in het oordeel over onderwijsfaciliteiten. Het totaaloordeel wordt minder positief naarmate het niveau stijgt (niveau 1: 64%; niveau 4: 49%). Deze tendens zien we ook bij het oordeel over de begeleiding tijdens het zelfstandig werken (niveau 1: 65%; niveau 4: 41%), de mogelijkheid om ergens rustig te studeren (niveau 1: 52%; niveau 4: 39%) en bij het oordeel over het gebruik van computers als dat nodig is (niveau 1: 76%; niveau 4: 63%). De bereikbaarheid van de medewerkers op school wordt door niveau-1-studenten het meest positief beoordeelt en door niveau-3-studenten het minst (62 vs. 51%). Leerjaar Ook wat leerjaar betreft zijn in het oordeel over onderwijsfaciliteiten verschillen te zien. Zowel in het totaaloordeel als op de onderliggende aspecten oordelen studenten in leerjaar 1 het meest positief en studenten in leerjaar 3 het minst positief. Geslacht Het totaaloordeel over onderwijsfaciliteiten verschilt nauwelijks naar geslacht. Dit geldt ook voor de tevredenheid over de begeleiding bij het zelfstandig werken. Mannen oordelen positiever dan vrouwen over de andere drie aspecten van onderwijsfaciliteiten. Zo is 44 procent van de mannen positief over de mogelijkheid om rustig te studeren op school (vrouw: 38%), is 71 procent tevreden over het gebruik van computers (vrouw: 61%) en is 55 procent positief over de bereikbaarheid van medewerkers op school (vrouw: 50%). 113 Etniciteit Tussen allochtone en autochtone studenten vinden we geen wezenlijk verschil in hun oordeel over de onderwijsfaciliteiten. Experimentopleiding Ook tussen studenten van experimentopleidingen en niet-experimentopleidingen vinden we in het oordeel over de onderwijsfaciliteiten geen verschillen die groter zijn dan vijf procent. Leeftijd Studenten van 26 jaar en ouder zijn in hun totaaloordeel over onderwijsfaciliteiten het meest positief (56%). Studenten van 20 en 21 jaar zijn hierover het minst positief (47%). Ook wat betreft tevredenheid over de begeleiding bij het zelfstandig werken (26 en ouder: 51%; 20-21: 41%) en de bereikbaarheid van medewerkers (26 en ouder: 64%; en 20-21: 50%) zijn oudere studenten positiever dan jongere studenten. Jongere studenten zijn juist het meest positief over de mogelijkheid om ergens op school rustig te studeren (jonger dan 17: 46%; 20-21: 36%) en over de aanwezigheid van voldoende computers (jonger dan 17: 71%; 20-21: 60%). Handicap De oordelen van studenten zonder beperking zijn alleen positiever wat betreft de begeleiding bij het zelfstandig werken (zonder beperking: 46%; met beperking: 41%). Op de overige aspecten van onderwijsfaciliteiten zien we in de beoordeling geen verschillen.

29 Schooltype (roc, aoc, vakschool) Er is ook verschil naar schooltype. Studenten van vakscholen zijn het meest positief over de onderwijsfaciliteiten (56%). Studenten van aoc s en roc s zijn minder positief (51%). Ditzelfde verschil zien we bij de tevredenheid over de begeleiding bij het zelfstandig werken (vakschool: 49%; aoc en roc: 44%). De tevredenheid over het rustig kunnen studeren is wederom het grootst onder studenten van vakscholen (51%) en het kleinst onder studenten van roc s (40%). Ook de bereikbaarheid van medewerkers op school wordt door studenten van vakscholen als meest positief ervaren (59%), terwijl studenten van roc s hier iets minder over te spreken zijn (51%). Het oordeel over het gebruik van computers, verschilt niet tussen de schooltypes Verschillen naar opleidingsrichting Zowel studenten van de opleidingen binnen de opleidingsrichting levensmiddelen als die binnen de richting openbare orde en veiligheid zijn het meest positief over de onderwijsfaciliteiten. Het minst tevreden zijn studenten binnen de richting bestuurlijk, juridisch (42%). 114 Figuur 90: Oordeel over onderwijsfaciliteiten (totaaloordeel), naar opleidingsrichting

30 job - monitor Kantine Ten slotte kijken we in dit hoofdstuk naar de tevredenheid van mbo-studenten over de kantine. Zoals uit figuur 91 blijkt is de tevredenheid hierover weer iets gestegen in vergelijking met de laatste jaren: 56 procent van de studenten is tevreden over de kantine op school. Figuur 91: Ben je tevreden over de kantine op je school? Verschillen tussen studenten Leerweg Naar leerweg zijn er geen verschillen groter dan vijf procent gevonden in het oordeel over de kantine. Niveau Ook naar niveau verschilt het oordeel over de kantine niet wezenlijk. Leerjaar Studenten in leerjaar 3 zijn het minst tevreden over de kantine op hun school (51%). Studenten in leerjaar 1 zijn hierover het meest tevreden (60%). Geslacht Mannen en vrouwen verschillen niet in hun oordeel over de kantine op hun school. Etniciteit Autochtone studenten zijn positiever over de kantine dan allochtone studenten (58 vs. 49%). Experimentopleiding Ook tussen studenten aan experiment-opleidingen en niet-experiment-opleidingen bestaan geen verschillen in het oordeel over de kantine.

31 Leeftijd Studenten in de leeftijd 22 tot en met 25 jaar zijn het minst positief over de kantine (47%), terwijl bijna twee derde van de jongste studenten hierover positief oordeelt (62%). Handicap Studenten met een beperking oordelen vrijwel hetzelfde over de kantine op hun school als studenten zonder. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Naar schooltype is geen verschil gevonden in tevredenheid over de kantine. Onderwijsrichting In het oordeel over de kantine zijn studenten van de opleidingen binnen de richting bestuurlijk, juridisch het meest kritisch: 43 procent is positief over de kantine, gevolgd door de richting werktuigbouwkunde (49%). Studenten van de opleidingen binnen de opleidingsrichting openbare orde en veiligheid zijn het meest tevreden met hun kantine (70%) Samenvatting 116 In dit hoofdstuk is gekeken hoeveel studenten in het mbo studeren met een beperking en of zij daarbij last hebben van deze beperking. Tevens is de tevredenheid over verschillende deelaspecten van onderwijsfaciliteiten bekeken en de mate van tevredenheid over de kantine beschreven. Het deel van de studenten dat studeert met een handicap of beperking is ten opzichte van de vorige JOB-monitor niet veranderd: 30 procent van de mbo-studenten geeft aan dat zij een handicap of beperking te hebben. Dyslexie komt het meeste voor en ook vermoeidheid/ energietekort wordt vaak genoemd. Het merendeel van de aangegeven beperkingen (75%) is door een arts of indicatie-instantie vastgesteld. Het grootste deel van de studenten is tevreden over de faciliteiten op hun school. Ook op dit punt zien we een stijgende lijn ten opzichte van de eerdere onderzoeken. Het meest tevreden zijn studenten over de mogelijkheid om gebruik te maken van een computer als dat nodig is. Ten opzichte van vorige JOB-monitoren is de tevredenheid op dit punt het sterkst gestegen. Opvallend is dat, ondanks een lichte stijging in tevredenheid, nog altijd 34 procent van de studenten aangeeft ontevreden te zijn over de mogelijkheid om op school rustig te studeren. Kijken we naar de opleidingsrichting waarin studenten het meest tevreden zijn over de onderwijsfaciliteiten, dan zien we dat binnen zowel de richting levensmiddelen alsook de richting openbare orde en veiligheid het merendeel van de studenten tevreden is. Studenten die een opleiding volgen die valt onder de opleidingsrichting bestuurlijk, juridisch zijn het minst tevreden over de faciliteiten. Studenten zijn overwegend positief over de kantine (56%). De grootste verschillen in tevredenheid vinden we naar etniciteit en naar leeftijd. Autochtone studenten en studenten van 17 of jonger zijn het meest tevreden over de kantine.

32 job - monitor

33

34 job - monitor Inspraak In dit hoofdstuk wordt besproken wat de ontwikkelingen in tevredenheid over inspraak zijn. Het gaat dan om de tevredenheid van studenten in het mbo met de mogelijkheid om inspraak te hebben, de vraag of de school hun mening belangrijk vindt en of ze zelf actief willen meedenken over het beleid op school. Tevens wordt nagegaan of de oordelen van elkaar verschillen op basis van bepaalde kenmerken, waarbij onder andere aandacht wordt besteed aan het niveau van de opleiding, het geslacht van de student of studiejaar Mogelijkheid inspraak Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Iets meer dan 12 procent van de mbo-studenten weet niet of het mogelijk is inspraak te hebben op school. Van de mensen die hier wel van weten, geeft 43 procent aan dat inspraak mogelijk is en bijna een kwart van hen geeft aan dat daar op hun school geen ruimte voor is (figuur 92). Deze resultaten zijn vergelijkbaar met die van de JOB-monitor Figuur 92: Is het op jouw school mogelijk om inspraak te hebben?

35 Verschillen tussen studenten Leerweg Bbl-studenten geven niet vaker dan bol-studenten aan dat het op school mogelijk is om inspraak te hebben. Niveau Studenten op niveau-1-opleidingen zijn het vaakst en studenten op niveau 3 het minst vaak van mening dat inspraak tot de mogelijkheden behoort (58 vs. 41%). Leerjaar 47 procent van de eerstejaarsstudenten geeft aan dat het mogelijk is om inspraak te hebben. In leerjaar 3 is dit percentage met 37 procent het laagst. Geslacht Op basis van het geslacht van mbo ers vinden we geen verschil in het oordeel over de mogelijkheid om inspraak te hebben op school. Etniciteit Ook allochtone en autochtone studenten houden er geen afwijkende mening op na als het gaat om de mogelijkheid tot inspraak op school. 120 Experimentopleidingen Ook het volgen van een experimentele of traditionele opleiding heeft geen effect op de inspraakmogelijkheden van studenten. Leeftijd Wanneer we de studenten vergelijken naar leeftijd, zien we dat 18- en 19-jarigen het minst vaak op de hoogte zijn of inspraak op hun school mogelijk is (40%). Het zijn voornamelijk studenten van 26 jaar en ouder die deze mogelijkheid zien (51%). Handicap Het wel of niet hebben van een handicap speelt geen rol in de beoordeling van de mogelijkheden tot inspraak op school. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Op vakinstellingen blijkt het het vaakst mogelijk te zijn om inspraak te hebben (vakschool: 49%; roc: 42% en 41%).

36 job - monitor Verschillen naar opleidingsrichting Studenten binnen de opleidingsrichtingen openbare orde en veiligheid en communicatie, kunst en media vormen de relatief grootste groep met mogelijkheden tot inspraak op school (51%). Voor studenten in de richting werktuigbouwkunde bedraagt dit percentage slechts 30 procent. Bovendien is het volgens 37 procent van deze studenten niet mogelijk om inspraak te hebben. 121 Figuur 93: Oordeel over de mogelijkheid tot inspraak, naar opleidingsrichting 11.2 Belang dat de school hecht aan inspraak Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Vanwege een aanpassing van de stelling lijken studenten vanaf 2008 veel positiever te oordelen over het belang dat de school hecht aan hun mening. Ongeveer 40 procent is het met de stelling eens en ruim een kwart is het oneens. Uit figuur 94 blijkt dat dit item in 2010 het meest positief wordt beoordeeld.

37 Figuur 94: Vindt de school jouw mening belangrijk? Verschillen tussen studenten Leerweg Bbl ers en bol ers zijn nagenoeg even positief over de mate waarin de school hun mening belangrijk vindt. Niveau Bij opleidingen op het laagste niveau vindt de school de mening van studenten het vaakst en op het hoogste niveau het minst vaak van belang (niveau 1: 56%; niveau 4: 36%). Leerjaar Volgens studenten in leerjaar 1 wordt er meer naar hen geluisterd dan volgens studenten in leerjaar 3 (42 vs. 31%). Geslacht Mannen en vrouwen ervaren in nagenoeg gelijke mate dat hun mening belangrijk gevonden wordt door scholen. Etniciteit Allochtone en autochtone studenten oordelen in grote lijnen hetzelfde over de waarde die de school aan hun mening hecht. Experimentopleidingen Studenten aan experimentele en traditionele opleidingen vinden even vaak dat de school hun mening waardeert.

38 job - monitor 2010 Leeftijd Naar de mening van studenten van 26 jaar en ouder wordt het vaakst en naar die van 18- en 19-jaar het minst vaak geluisterd door de school (46 vs. 35%). Handicap De mening van studenten met en zonder handicap(s) wordt door de school even belangrijk gevonden. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Volgens studenten van aoc s en roc s wordt hun mening het minst belangrijk gevonden. Naar studenten van vakscholen wordt het meest geluisterd (37 vs. 45%) Verschillen naar opleidingsrichting Aan de mening van studenten binnen de opleidingsrichting communicatie, kunst en media wordt het vaakst waarde gehecht door de school (46%) en aan die van studenten werktuigbouwkunde het minst vaak (25%). Van die laatste groep denkt maar liefst 38 procent dat de school hun mening niet of nauwelijks van belang vindt. Binnen de opleidingsrichtingen bestuurlijk, juridisch, informatica en commercie en marketing denkt een derde van de studenten dat zijn/haar mening niet belangrijk wordt gevonden door de school. 123 Figuur 95: Oordeel over het belang van de mening van studenten, naar opleidingsrichting

39 11.3 Zelf actief meedenken over beleid Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Door de jaren heen valt op dat een groot deel van de studenten geen behoefte heeft om mee te denken over het beleid op school (figuur 96). Tussen 2003 en 2007 betrof dit zelfs (meer dan) de helft van alle studenten. Daarna ging het om ongeveer 40 procent. De groep studenten die wel actief wil meedenken is sinds 2003 verdubbeld tot 30 procent in Essentieel daarbij is de houding van de school. Studenten wiens mening door de school belangrijk wordt gevonden, voelen er beduidend vaker wat voor om actief mee te denken over het beleid op school dan studenten die het gevoel hebben dat de school hun mening niet belangrijk vindt. 124 Figuur 96: Zou je zelf actief willen meedenken over het beleid op school?

40 job - monitor Verschillen tussen studenten Leerweg Bol-studenten voelen er vaker dan bbl-studenten wat voor om actief mee te denken over het beleid op school (31 vs. 24%). Niveau Op niveau 1 zijn studenten eerder bereid om zich bezig te houden met het schoolbeleid dan op niveau 3 (42 en 27%). Leerjaar Binnen de verschillende leerjaren is iedereen vrij eensgezind over het al dan niet willen meedenken over de beleidsvoering op school. Geslacht Mannen en vrouwen hebben ongeveer even vaak de behoefte om actief mee te denken over het schoolbeleid. Etniciteit Allochtone studenten voelen beduidend vaker dan autochtone studenten de behoefte om mee te denken over het beleid op school (39 vs. 27%). Experimentopleidingen Studenten aan experimentele opleidingen lijken net wat vaker dan studenten aan nietexperimentele opleidingen bereid te zijn om actief mee te denken over het schoolbeleid (31 en 26%). 125 Leeftijd Het meest genegen om actief mee te willen denken, zijn studenten tussen de 22 en 25 jaar oud. Studenten van 26 jaar en ouder zijn daartoe het minst bereid (33 vs. 28%). Handicap Studenten met en zonder handicap(s) willen even vaak meedenken over het beleid op school. Schooltype (roc, aoc, vakschool) Voor studenten van aoc s is zelf actief meedenken het minst belangrijk en voor studenten van vakscholen het meest (25 vs. 31%).

41 Verschillen naar opleidingsrichting De studenten die het meest actief willen meedenken over het beleid op school vinden we binnen de opleidingsrichting bestuurlijk, juridisch (37%). Het minst actief op dit vlak zijn studenten van de richting elektrotechniek en dierenteelt, dierenverzorging (23%). Meer dan 40 procent van de studenten aan opleidingen in de richtingen elektrotechniek, dierenteelt, dierenverzorging, werktuigbouwkunde, metaalbewerking, gezondheidszorg, voertuigbouwkunde, sociale dienstverlening en transport en logistiek voelt er niets voor om daarover mee te denken. 126 Figuur 97: Oordeel over het actief willen meedenken over het beleid, naar opleidingsrichting

42 job - monitor Samenvatting De eerste conclusie naar aanleiding van het hoofdstuk over inspraak is dat het in de beleving van studenten zowel in 2008 als in 2010 in ruim 40 procent van de gevallen mogelijk en in ongeveer een kwart van de gevallen niet mogelijk is om inspraak te hebben op school. Vooral studenten op niveau 1, uit leerjaar 1, van 26 jaar en ouder en van vakscholen geven aan dat de mogelijkheid tot inspraak op hun instelling bestaat. Ruim een kwart van de studenten vindt dat hun mening ondergewaardeerd wordt door de school. Ook dit onderdeel van het thema inspraak wordt het vaakst positief beoordeeld door studenten van vakinstellingen, op niveau 1, in leerjaar 1 en van 26 jaar en ouder. Tot slot kunnen we concluderen dat, ondanks een verdubbeling van het percentage studenten dat actief mee zou willen denken over het beleid op school sinds 2001, nog altijd een groot deel van de studenten niet van plan is om mee te denken over het schoolbeleid. Studenten die desondanks relatief vaker aangeven dit wel te willen, zijn bol-studenten, van allochtone afkomst, van vakscholen, aan experimentele opleidingen, op niveau 1 en 22 tot en met 25 jaar oud. Belangrijk daarbij is de open houding van scholen: als studenten het idee hebben dat hun mening belangrijk gevonden wordt, zijn ze ook beduidend vaker genegen mee te denken over beleid op school. 127

43

44 job - monitor Algemeen oordeel In dit hoofdstuk gaan we na in hoeverre studenten in het mbo tevreden zijn over de gemaakte opleidings- en instellingskeuze en wat hun totaaloordeel over de opleiding en de instelling is. Deze oordelen worden vergeleken met de resultaten van voorgaande jaren en er wordt gekeken in welke mate achtergrondkenmerken, zoals leerweg, leeftijd of etniciteit, hierop van invloed zijn School en studie Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Als we naar figuur 98 kijken, zien we dat in elk onderzoeksjaar ongeveer de helft van de studenten opnieuw zou kiezen voor dezelfde opleiding en dezelfde instelling en dat ongeveer een kwart van hen een andere opleiding en/of instelling zou kiezen. 129 Figuur 98: Oordeel over school en studie (totaaloordeel) Door de jaren heen lijkt de opleidingskeuze van mbo-studenten vaker goed uit te pakken dan de instellingskeuze (figuur 99 en 100). Meer dan de helft van de mbo ers zou opnieuw dezelfde opleiding kiezen en ongeveer 45 procent ook voor dezelfde onderwijsinstelling. Als studenten minder vaak dezelfde instelling dan dezelfde opleiding opnieuw zouden kiezen, is het niet verwonderlijk dat ze ook vaker liever een andere instellings- dan een andere opleidingskeuze hadden gemaakt. Rond de 30 procent van de studenten zou niet opnieuw kiezen voor hun huidige school en ongeveer een kwart van de studenten zou zich inschrijven voor een andere studie.

45 Figuur 99: Als je weer een opleiding moest kiezen, zou je dan weer deze opleiding kiezen? 130 Figuur 100: Als je weer een school moest kiezen, zou je dan weer deze school kiezen?

46 job - monitor Verschillen tussen studenten Leerweg Bol- en bbl-studenten vertonen weinig verschil in tevredenheid over de gemaakte keuzes voor opleiding en instelling. Niveau Als we kijken naar de clusterscore school en studie blijkt het opleidingsniveau van studenten niet van invloed te zijn op hun mening. Op de onderliggende items verschillen de oordelen van studenten op niveau 4 en niveau 1 wel behoorlijk van elkaar. Zo zou 56 procent van de studenten van niveau 4 en 46 procent van de studenten op niveau 1 dezelfde opleiding opnieuw kiezen, terwijl op niveau 1 juist 49 procent en op niveau 4 43 procent wederom naar dezelfde school zou gaan. Leerjaar Mbo ers in het eerste jaar van hun opleiding zouden eerder voor zowel dezelfde school als dezelfde studie kiezen dan studenten in leerjaar 3 (54 vs. 42%). De opleidingskeuze wordt het meest bevestigd door mbo-studenten in leerjaar 1 (57%) en het minst vaak in leerjaar 4 (48%). Studenten in leerjaar 1 geven ook het vaakst aan dat ze opnieuw voor dezelfde school zouden kiezen (leerjaar 1: 50%; leerjaar 3: 36%). Geslacht Het geslacht van een student in het mbo is niet bepalend voor het wel of niet opnieuw kiezen voor dezelfde opleiding of instelling. 131 Etniciteit Allochtone studenten zouden niet vaker voor dezelfde opleiding of instelling kiezen dan autochtone studenten. Experimentopleidingen Het soort opleiding (experimenteel of niet-experimenteel) dat mbo-studenten volgen, heeft geen effect op de tevredenheid over de gemaakte opleidings- of instellingskeuze. Leeftijd De oudste groep studenten, die van 26 jaar en ouder, is het meest tevreden met de gekozen opleiding en instelling en de groep 18- en 19-jarigen het minst. Dat blijkt uit het positieve totaaloordeel over school en studie (60 vs. 45%) en de tevredenheid over hun keuze voor een opleiding (64 vs. 49%) en instelling (57 vs. 40%). Handicap Studenten met en zonder handicap(s) zijn in gelijke mate tevreden over hun keuze voor school en studie.

47 Schooltype (roc, aoc, vakschool) De studenten die het meest tevreden zijn over hun keuze voor een bepaalde instelling en opleiding vinden we op vakscholen en de minst tevreden groep op aoc s. Dit is zo voor de clusterscore school en studie (62 vs. 47%), de tevredenheid over de gemaakte opleidingskeuze (63 vs. 52%) en de tevredenheid over de gemaakte instellingskeuze (61 vs. 43%) Verschillen naar opleidingsrichting Binnen de opleidingsrichting laboratoriumopleidingen zou het grootste deel van de mbostudenten opnieuw voor dezelfde opleiding en instelling kiezen (60%). Binnen de richting handel is dit aandeel met 37 procent het kleinst. Bovendien geeft 36 procent van hen aan dat men liever een andere opleiding en instelling had gekozen. 132 Figuur 101: Oordeel over school en studie (totaaloordeel), naar opleidingsrichting

48 job - monitor Rapportcijfers Veranderingen ten opzichte van eerdere jaren Naast het feit dat mbo ers eerder voor een andere school dan voor een andere studie zouden kiezen, beoordelen ze hun opleiding ook beter dan hun onderwijsinstelling (tabel 3). Het gemiddelde rapportcijfer voor de opleiding is een 6,9 en dat voor de school een 6,4. Het cijfer voor de opleiding stijgt licht met het verstrijken van de jaren. Het cijfer voor de instelling is meer constant. Tabel 3: Gemiddeld rapportcijfer voor opleiding en instelling, naar jaar Rapportcijfer opleiding 6,6 6,7 6,7 6,6 6,9 6,9 Rapportcijfer instelling 6,2 6,3 6,4 6,3 6,3 6,4 Bron: JOB-monitor Verschillen tussen studenten Leerweg Bol- en bbl-studenten verschillen nauwelijks in de rapportcijfers die zij geven voor hun opleiding en instelling. Niveau Vooral in de beoordeling van de school verschillen studenten op niveau 1 en niveau 4 behoorlijk van elkaar (niveau 1: 6,9; niveau 4: 6,4). 133 Leerjaar De waardering voor school en studie neemt per leerjaar af. Geslacht De beoordeling van opleiding en instelling hangt niet samen met het geslacht van mbo ers. Etniciteit Ook etniciteit speelt hierin geen rol. Experimentopleidingen Studenten aan traditionele en experimentele opleidingen geven geen andere rapportcijfers. Leeftijd Mbo-studenten van 26 jaar en ouder geven de hoogste en 18- en 19-jarigen de laagste rapportcijfers voor de opleiding die zij volgen en de instelling waaraan zij studeren. Handicap Het al dan niet hebben van een handicap zorgt niet voor verschillen in de beoordeling van school en studie.

49 Schooltype (roc, aoc, vakschool) Op vakscholen zijn de mbo ers positiever over hun opleiding en instelling dan op roc s en aoc s (vakschool: 7,3; roc en aoc: 6,9). Opleidingsrichting Het hoogste gemiddelde rapportcijfer voor de opleiding wordt gegeven door studenten van de opleidingsrichtingen openbare orde en veiligheid, gezondheidszorg, laboratoriumopleidingen en communicatie, kunst en media (7,2) en het laagste door die van handel (6,5). Bij de beoordeling van de instelling vinden we de meest positieve studenten terug binnen de opleidingsrichting openbare orde en veiligheid (6,9) en de minst positieve bij bestuurlijk, juridisch (5,9) Samenvatting 134 Als we dit hoofdstuk kort samenvatten, kunnen we in eerste instantie zeggen dat door de jaren heen ruim de helft van de mbo-studenten opnieuw voor dezelfde opleiding zou kiezen en dat ongeveer een kwart van hen dat niet zou doen. Vervolgens mogen we concluderen dat rond de 40 procent van de mbo-studenten opnieuw naar dezelfde school zou gaan, terwijl ongeveer 30 procent een andere school zou kiezen. We kunnen verder nog zeggen dat studenten van vakscholen, in leerjaar 1 en van 26 jaar en ouder het vaakst tevreden zijn over hun gemaakte studie- en schoolkeuze. Daarnaast geven studenten in het mbo hun instelling in elke JOB-monitor tot nu toe ongeveer hetzelfde rapportcijfer (6,4). Het rapportcijfer voor de opleiding neemt licht toe over de jaren, van een 6,6 in 2001 naar een 6,9 in Ook nu zijn het de studenten van vakscholen, in leerjaar 1 en van 26 jaar en ouder die het meest positief oordelen.

50 job - monitor

51

52 job - monitor Wat bepaalt tevredenheid? In het laatste hoofdstuk van dit rapport bekijken we de cijfers als zaten we in een helikopter. Tot nu toe werd de tevredenheid gerapporteerd op een veelheid van onderliggende indicatoren. In dit hoofdstuk willen we die analyse verdiepen en bekijken op welke onderdelen instellingen nu het sterkst van elkaar verschillen, in welke kwaliteitsoordelen opleidingsrichtingen de grootste diversiteit vertonen en welke studentkenmerken het sterkst verklaren met welk rapportcijfer de opleiding uiteindelijk beoordeeld wordt. Kort gezegd: wat bepaalt tevredenheid? 13.1 Verschillen tussen instellingen Door middel van multilevel-analyse is vastgesteld op welke aspecten van tevredenheid de variatie tussen instellingen het sterkst aanwezig is. In een multilevelmodel wordt rekening gehouden met kenmerken van verschillende niveaus. De analyse stelt je in staat om te identificeren welk deel van de variatie in studenttevredenheid terug te voeren is op individuele kenmerken van studenten, kenmerken van opleidingsrichtingen en welk deel beïnvloed wordt door schoolkenmerken. Op basis van deze analyse blijkt de invloed van de instelling het sterkst aanwezig bij het rapportcijfer voor de instelling waar 6,2 procent van de verschillen in tevredenheid is terug te voeren op verschillen tussen instellingen. Verschillen tussen instellingen verklaren daarnaast ook relatief sterk de verschillen die er zijn in de beoordeling van de begeleiding bij de studie (5,1%) en de sfeer op school (5,7%). 137 Onderstaande figuren tonen de betrouwbaarheidsintervallen3 voor de instellingen wat betreft de oordelen van studenten over de begeleiding bij de studie en de sfeer op school. Hierbij zijn alle instellingen geanonimiseerd. Wel verwijst in alle figuren eenzelfde code steeds naar dezelfde instelling. Er zijn instellingen die steeds tot de hoogst scorende instellingen behoren, zoals instelling 8, 22 en 53. De oordelen over studiebegeleiding variëren van een gemiddelde van 3,0 tot een 3,8. Het totaalgemiddelde ligt op 3,3. 3. De gemiddelde scores op de diverse tevredenheidaspecten en de rapportcijfers in de JOB-monitor zijn puntschattingen, gebaseerd op de antwoorden van een deel van de studentpopulatie in het mbo. Deze gemiddelden zullen nooit precies gelijk zijn aan de feitelijke gemiddelde scores in de gehele populatie, maar zijn daar een schatting van. Rondom een gemiddelde kan een range van waarden worden aangegeven, waarvan we met een zeker vertrouwen kunnen zeggen dat de werkelijke waarde van het populatiegemiddelde daarbinnen zal liggen. Deze range wordt het betrouwbaarheidsinterval genoemd. In dit geval zijn de betrouwbaarheidintervallen zo berekend, dat de waarde van een gemiddelde score in de populatie in 95 procent van de gevallen binnen het aangegeven interval zal liggen. Naarmate de steekproefomvang groter en de ondervraagde groep meer homogeen is, is de schatting van het populatiegemiddelde zuiverder en het betrouwbaarheidsinterval smaller. We kunnen stellen dat de gemiddelden significant van elkaar verschillen op het moment dat de betrouwbaarheidsintervallen geen overlap vertonen.

53 4,0 3,8 3,6 3,4 3,2 3,0 2,8 2, Figuur 102: Oordeel over studiebegeleiding, naar instelling (betrouwbaarheidsintervallen) 138 Figuur 103 geeft de betrouwbaarheidsintervallen voor de gemiddelde oordelen over de sfeer op school weer per instelling. Gemiddeld beoordelen mbo-studenten de sfeer op hun school met een 3,6 op een schaal van één tot vijf. Tussen instellingen lopen de scores uiteen van een 3,1 tot een 4,5. Aan de betrouwbaarheidsintervallen in de figuur is te zien dat de bestscorende instelling op dit punt significant uitstijgt boven de rest. 5,0 4,8 4,6 4,4 4,2 4,0 3,8 3,6 3,4 3,2 3, Figuur 103: Oordeel over sfeer op school, naar instelling (betrouwbaarheidsintervallen)

54 job - monitor 2010 De rapportcijfers die door mbo-studenten aan hun instelling worden gegeven, variëren aanzienlijk. De slechtst beoordeelde instellingen krijgen een rapportcijfer van rond de 5,6. Hoewel dat strikt gezien natuurlijk een voldoende is, kan het nog veel beter. Landelijk krijgen instellingen gemiddeld een 6,4. Negen instellingen scoren gemiddeld een zeven of hoger. Eén instelling (dezelfde waar ook de sfeer als zeer goed werd beoordeeld) loopt hierin voorop met een acht als rapportcijfer voor de instelling. 8,5 8,3 8,1 7,9 7,7 7,5 7,3 7,1 6,9 6,7 6,5 6,3 6,1 5,9 5,7 5, Figuur 104: Rapportcijfer voor instelling, naar instelling (betrouwbaarheidsintervallen) 139

55 13.2 Verschillen tussen opleidingsrichting In hetzelfde multilevel model als beschreven in de vorige paragraaf, is ook gekeken naar de invloed van verschillen tussen opleidingsrichtingen in de verklaring van tevredenheid. Die invloed is het sterkst merkbaar in de mate waarin gekocht lesmateriaal ook daadwerkelijk wordt gebruikt (13,1%) en het oordeel over de hoeveelheid computers (9,4%). Verschillen in de beoordeling van de opleiding zijn voor 6,4 procent terug te voeren op verschillen tussen opleidingsrichtingen. In figuur 105 zijn de verschillen tussen opleidingsrichtingen in de oordelen over de mate waarin gekocht lesmateriaal ook daadwerkelijk gebruikt wordt, weergegeven. Bij tien van de 28 opleidingsrichtingen wordt hierover negatief geoordeeld. 140 Figuur 105: Oordeel over de mate waarin gekocht lesmateriaal gebruik wordt, naar opleidingsrichting (betrouwbaarheidsintervallen)

56 job - monitor 2010 In figuur 106 is te zien hoe de oordelen over de beschikbaarheid van computers per opleidingsrichting variëren. Het is geruststellend te lezen dat studenten informatica hierover het meest positief oordelen. Overigens wordt in geen enkele opleidingsrichting heel negatief over dit aspect geoordeeld. Studenten zijn in meerderheid tevreden over de beschikbaarheid van computers, zij het dat de tevredenheid van studenten binnen de opleidingsrichting sociale dienstverlening beduidend lager is dan onder de studenten informatica. We kunnen daarom voorzichtig concluderen dat tevredenheid op dit punt mogelijk samenhangt met het belang van de computer in de opleiding. 141 Figuur 106: Oordeel over beschikbaarheid computers, naar opleidingsrichting (betrouwbaarheidsintervallen)

57 Het rapportcijfer voor de opleiding varieert enigszins per opleidingsrichting. De verschillen zijn minder groot dan we eerder zagen bij de beoordeling van de instelling. Gemiddeld wordt de opleiding met een 6,9 beoordeeld (instelling: 6,4). De opleidingen die met een 6,5 het minst positief beoordeeld worden, zijn de opleidingen binnen de opleidingsrichting handel. Met gemiddeld een 7,2 worden de vier opleidingsrichtingen laboratoriumopleidingen, gezondheidszorg, communicatie, kunst en media en openbare orde en veiligheid het meest positief beoordeeld. 142 Figuur 107: Rapportcijfer voor opleiding, naar opleidingsrichting (betrouwbaarheidsintervallen) 13.3 Profiel van een tevreden student Voor de schets van het profiel van de tevreden student, is de algehele tevredenheid van studenten berekend door het gemiddelde te nemen van het rapportcijfer voor de opleiding en voor de instelling. Op basis van dit rapportcijfer zijn de studenten in groepen verdeeld: ontevreden studenten (rapportcijfer 5,5 of lager), gematigd tevreden studenten (rapportcijfer

58 job - monitor 2010 tussen 5,5 en 7,5) en zeer tevreden studenten (rapportcijfer 7,5 of hoger). Om scherp te krijgen wat het verschil maakt tussen een ontevreden student en een zeer tevreden student, is de middencategorie in de analyse verder buiten beschouwing gelaten. In figuur 108 zijn de aandelen ontevreden en zeer tevreden studenten per instelling weergegeven. Landelijk is 36 procent zeer tevreden (2008: 39%) en 20 procent ontevreden (2008: 25%). Op vier instellingen is het percentage ontevreden studenten hoger dan het percentage dat zeer tevreden is. Op 24 van de 59 instellingen is het percentage zeer tevreden studenten daarentegen meer dan twee keer zo groot als het aandeel ontevreden studenten % ontevreden % zeer tevreden % ontevreden % zeer tevreden Figuur 108: Percentage ontevreden en zeer tevreden studenten, naar instelling Vervolgens is een vergelijking tussen deze twee uitersten gemaakt. Op welke achtergrondkenmerken verschillen deze studenten en welke tevredenheidaspecten zijn het meest bepalend voor de hoogte van hun totaaloordeel? Deze vergelijking is gemaakt met behulp van een logistisch regressiemodel, waarbij de kenmerken één voor één aan het model worden toegevoegd. Wanneer een kenmerk geen significant verschil oplevert, wordt het uit het model gelaten. Op deze manier blijft een lijst over van meest onderscheidende kenmerken. Voor alle in het uiteindelijke model opgenomen kenmerken is de unieke invloed weergegeven: het effect van ieder kenmerk is gecontroleerd voor dat van alle andere. Deze kenmerken verklaren samen 78 procent van de totale variantie. De oordelen over de volgende aspecten zijn, in volgorde van belangrijkheid, het meest bepalend voor de tevredenheid van studenten. Voor de meeste kenmerken geldt dat studenten die uitermate tevreden zijn, ook zeer positief over onderstaande aspecten oordelen. Dit geven we aan met +. Een aantal kenmerken (aangeduid met - ) heeft echter een omgekeerd effect: studenten die over deze aspecten juist tevreden zijn, zijn uiteindelijk minder positief (meer kritisch) in hun totale oordeel.

59 Voldoende leren op school (+) 2. Sfeer op school (+) 3. Begeleiding bij studie (+) 4. Informatie klopt met werkelijkheid (+) 5. Tevredenheid omgang school met klachten (+) 6. Goede docenten (+) 7. School hecht waarde aan mening studenten (+) 8. Goed lesmateriaal (+) 9. In en om schoolgebouw schoon (+) 10. Competentie: leren voor uit te oefenen beroep (+) 11. Organisatie leuke activiteiten buiten lestijd (+) 12. School doet voldoende om studenten zich veilig te laten voelen (+) 13. Contact met docenten (+) 14. Opbouw opleiding bekend voor aanvang van de opleiding (+) 15. Tevredenheid kantine (+) 16. Goed beeld eigen studievoortgang (+) 17. Lesuitval (+) 18. Bereikbaarheid medewerkers (+) 19. Uitslag toets tijdig bekend ( ) 20. Roosterwijzigingen op tijd (+) 21. Voldoende computers ( ) 22. Tevredenheid begeleiding vervolgkeuze (+) 23. Competentie: leren eigen werk te beoordelen ( ) 24. Zelf actief meedenken over beleid op school ( ) 25. School past regels consequent toe (+) 26. Informatie over rechten en plichten ( ) 27. Studenten zelfde wijze beoordeeld ( ) 28. Studentinspraak op school (+) 29. Competentie: leren te werken volgens afspraak (+) 30. Competentie: leren samen te werken ( ) 31. Tevredenheid aantal uur op school (+) 32. Voldoende mogelijkheid studeren in eigen tempo ( ) 33. Niveau van de opleiding (+) 34. Inhoud toets tijdig bekend ( ) 35. Duidelijkheid over mogelijkheden verder studeren ( ) De achtergrondkenmerken die van invloed zijn (in volgorde van belangrijkheid): 1. Geslacht: vrouwelijke studenten zijn positiever dan mannelijke studenten 2. Leerjaar: eerstejaars zijn positiever dan ouderejaars 3. Experimentopleidingen: cgo-studenten zijn minder positief dan niet-cgo-studenten 4. Etniciteit: allochtone studenten zijn positiever dan autochtone studenten 5. Leeftijd: naarmate de leeftijd stijgt, wordt het oordeel positiever 6. Leerweg: studenten die een voltijd bol-opleiding volgen, oordelen kritischer (minder positief) dan deeltijd bol-studenten en bbl ers.

60 job - monitor 2010 Tevredenheidaspecten die niet verschillend beoordeeld worden door zeer tevreden studenten in vergelijking met ontevreden studenten: Gekochte boeken ook gebruikt Tijdstip toets tijdig bekend Aansluiting toetsen bij lesstof Hulp bij leerproblemen Tevredenheid begeleiding zelfstandig werken Mogelijkheid rustig studeren op school Tevredenheid hoeveelheid praktijk in de opleiding Competentie: leren problemen op te lossen Competentie: leren te plannen en organiseren Competentie: leren zelfstandig te werken Competentie: leren te communiceren Mogelijkheid zelf vakken te kiezen Hulp bij keuzes tijdens studie Veiligheidsgevoel in school Veiligheidsgevoel op schoolterrein Contact met medestudenten Achtergrondkenmerken die er niet toe doen: Handicap Niveau van de opleiding Samenvatting In dit hoofdstuk is gekeken naar determinanten van tevredenheid. Er is gekeken naar verschillen tussen instellingen, tussen opleidingsrichtingen en tussen studenten. De tevredenheid tussen instellingen komt het meest prominent naar voren bij de oordelen over de studiebegeleiding en over de sfeer op school. Tussen instellingen zijn er verder grote verschillen in het rapportcijfer waarmee studenten ze beoordelen. Bij vergelijking van opleidingsrichtingen concentreerden verschillen zich op praktische zaken als het gebruik van aangeschaft lesmateriaal en de beschikbaarheid van een computer op het moment dat je er een nodig hebt. Uit de vergelijking van ontevreden studenten met de groep van uitermate tevreden studenten destilleerden we de meest bepalende tevredenheidoordelen. De top vijf wordt daarbij gevormd door de opbrengst: vinden studenten dat ze voldoende leren, de sfeer op school, de begeleiding die ze bij hun studie krijgen, de mate waarin de informatie die ze op voorhand over hun opleiding kregen klopt met de werkelijkheid en de tevredenheid over de wijze waarop de instelling omgaat met klachten van studenten. Qua achtergrondkenmerken blijken vrouwen positiever dan mannen, eerstejaars positiever dan ouderejaars, allochtone studenten positiever dan autochtone studenten, oudere studenten positiever dan jongere studenten en deeltijd-bol-studenten en bbl ers positiever dan voltijd-bol-studenten. Alhoewel bij dat laatste verschil wellicht eerder gesproken dient te worden van het minder kritisch beoordelen van de diverse aspecten.

61

62 job - monitor 2010 Bijlage A Respons naar achtergrondkenmerken Tabel 4: Verdeling respondenten naar leerweg Aantal % Bol Bbl Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen Tabel 5: Verdeling respondenten naar niveau Aantal % Niveau Niveau Niveau Niveau Onbekend Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen Tabel 6: Verdeling respondenten naar leerjaar Aantal % Leerjaar Leerjaar Leerjaar Leerjaar Onbekend Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen Tabel 7: Verdeling respondenten naar geslacht Aantal % Man Vrouw Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen

63 . Tabel 8: Verdeling respondenten naar etniciteit Aantal % Autochtoon Allochtoon Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen Tabel 9: Verdeling respondenten naar experimentopleiding Aantal % Experimenteel Niet-experimenteel Onbekend 10 0 Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen Tabel 10: Verdeling respondenten naar leeftijd 148 Aantal % T/m Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen Tabel 11: Verdeling respondenten naar handicap Aantal % Geen handicap Wel handicap Onbekend Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen

64 job - monitor 2010 Tabel 12: Verdeling respondenten naar schooltype Aantal % Aoc Roc Vakinstelling Gemengd (= overige instellingen) Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen Tabel 13: Verdeling respondenten naar opleidingsrichting Aantal % Onderwijsassistenten Communicatie, kunst en media Commercie en marketing Handel Administratief, secretarieel Bestuurlijk, juridisch Openbare orde en veiligheid Informatica Laboratoriumopleidingen Elektrotechniek Bouwkunde Metaalbewerking Voertuigbouwkunde Werktuigbouwkunde Textiel, hout, overige techniek Dierenteelt, dierenverzorging Groen, milieu Gezondheidszorg Thuis- en bejaardenzorg Sociale dienstverlening Lichaamsverzorging Farmacie, optiek, tandtechniek e.d Horeca Levensmiddelen Toerisme en recreatie Sport Transport en logistiek Overig onderwijs Totaal Bron: JOB-monitor 2010, ongewogen aantallen

65

66 job - monitor 2010 Bijlage B Indeling in clusters Tabel 14: Clusterindeling Cluster Cronbach s alfa Informatie 0,61 Informatie klopt met werkelijkheid Opbouw opleiding bekend voor start opleiding Lessen 0,72 Tevredenheid afwisseling werkvormen Te veel lesuitval Roosterwijzigingen op tijd Goede docenten Goed lesmateriaal Gekochte boeken ook gebruikt Contact met docenten Toetsing 0,75 Tijdstip toets tijdig bekend Inhoud toets tijdig bekend Uitslag toets tijdig bekend Aansluiting toetsen bij lesstof Studenten zelfde wijze beoordeeld 151 Studiebegeleiding 0,77 Begeleiding bij studie Hulp bij leerproblemen Goed beeld eigen studievoortgang Voldoende mogelijkheid studeren in eigen tempo Onderwijsfaciliteiten 0,65 Tevredenheid begeleiding zelfstandig werken Mogelijkheid rustig studeren op school Bereikbaarheid medewerkers school Voldoende computers

67 Tabel 14 vervolg Competenties 0,88 Samenwerken Probleem oplossen Plannen en organiseren Zelfstandig werken Communiceren Werken volgens afspraak Jezelf en je werk beoordelen? Beroep (vakkennis) Leeropbrengst school 152 Stage (BOL) 0,75 Voorbereiding op stage Moeite stageplaats vinden Hulp van school bij vinden stageplaats Stage voldoende leerzaam Aansluiting theorie bij praktijk Tevredenheid over begeleiding door school Tevredenheid over begeleiding door stagebedrijf Tevredenheid over manier van beoordeling van stage Werkplek (BBL) 0,73 Moeite werkplek vinden Tevreden over begeleiding door werkplek Mogelijkheid om op school ervaring op werkplek te bespreken Werkplek voldoende leerzaam Aansluiting theorie bij praktijk Tevredenheid over manier van beoordeling van praktijkdeel Voldoende contact tussen school en leerbedrijf Keuze/loopbaanbegeleiding 0,78 Zelf vakken of onderwijsactiviteiten kiezen Hulp bij het maken van keuzes tijdens studie Duidelijkheid over de mogelijkheden om verder te studeren Begeleiding bij beroepskeuze of keuze voor vervolgopleiding Organisatie 0,77 Goed geïnformeerd over rechten en plichten School past regels consequent toe Klachtenbehandeling

68 job - monitor 2010 Tabel 14 vervolg Veiligheid en sfeer 0,84 In en om het schoolgebouw schoon Veiligheid binnen het schoolgebouw Veiligheid op het schoolterrein Thuisvoelen Sfeer op school School en studie 0,70 Opnieuw voor opleiding kiezen Opnieuw voor school kiezen Bron: JOB-monitor 2010 Vragen die niet in een cluster konden worden ondergebracht, zijn apart behandeld. Als minimale alpha voor een betrouwbare schaal is 0,60 gehanteerd. 153

69

70 job - monitor 2010 Bijlage C Vragenlijst 1. Op welke plaats vul je deze vragenlijst in? Thuis Op school: tijdens de les Op school: zelfstandig Op mijn stageplaats / leerwerkplek Andere plek 2. In welk leerjaar zit je? indien BBL: weet niet A Informatie 3. Klopt de informatie over de opleiding die je kreeg voordat je aan de opleiding begon met wat je nu weet? helemaal niet ja, zeker n.v.t. 4. Wist je voor de start van je opleiding hoe de opleiding is opgebouwd? helemaal niet ja, zeker 155 B Onderwijs(inhoud) Thema: Lessen / programma 5. Ben je tevreden over de afwisseling tussen zelfstandig werken en in groepen werken? heel ontevreden heel tevreden 6. Vind je dat er op school veel onderwijsactiviteiten uitvallen? heel ontevreden heel tevreden We bedoelen dan niet alleen reguliere lessen, maar ook bijvoorbeeld het werken aan projecten. 7. Vind je dat roosterwijzigingen op tijd worden doorgegeven? veel te laat ruim op tijd n.v.t. Thema: Docenten 8. Vind je jouw docenten goed? helemaal niet ja, zeker

71 thema: Lesmateriaal 9. Vind je het lesmateriaal goed? helemaal niet ja, zeker We bedoelen dan niet alleen schoolboeken, maar ook bijvoorbeeld de spullen in het praktijklokaal. 10. Worden boeken en lesmaterialen die je moet kopen ook gebruikt? veel te weinig altijd n.v.t. Thema: Toetsing 11. Weet je op tijd wanneer er een toets is? veel te laat ruim op tijd n.v.t. 12. Weet je op tijd waar de toets over gaat? veel te laat ruim op tijd n.v.t Krijg je de uitslag van een toets op tijd te horen? veel te laat ruim op tijd n.v.t. 14. Sluiten de toetsen aan op wat je hebt geleerd? helemaal niet ja, zeker n.v.t. 15. Vind je dat alle mbo-studenten op dezelfde manier beoordeeld worden? helemaal niet ja, zeker n.v.t. Thema: Studiebegeleiding 16. Hoe vind je de begeleiding bij je studie? heel slecht heel goed 17. Word je goed geholpen als je problemen hebt bij het leren? helemaal niet ja, zeker n.v.t. 18. Heb je een goed beeld van je eigen studievoortgang? helemaal niet ja, zeker n.v.t. 19. Is er voldoende mogelijkheid om in je eigen tempo te studeren? veel te weinig ruim voldoende

72 job - monitor 2010 Thema: Onderwijsfaciliteiten 20. Ben je tevreden over de begeleiding tijdens het zelfstandig werken? heel ontevreden heel tevreden We bedoelen dan bijvoorbeeld de begeleiding bij werken in het computerlokaal, OLC of mediatheek. 21. Kun je op school ergens rustig studeren? helemaal niet ja, zeker 22. Kun je gebruik maken van een computer als dat nodig is? helemaal niet ja, zeker Thema: Onderwijservaring (studiebelasting) 23. Aantal uur op school. a. Hoeveel uur moet je gemiddeld per week op school zijn? We bedoelen hier klokuren (60 min.) geen lesuren. Als je 1 hele dag per week op school zit, betekent dit dat je 8 klokuren op school bent. minder dan 8 uur 8 tot 16 uur 16 tot 24 uur 24 tot 32 uur 32 uur of meer b. Ben je tevreden over het aantal uur dat je gemiddeld op school aanwezig moet zijn heel ontevreden heel tevreden Ben je tevreden over de hoeveelheid stage/werk in je opleiding? heel ontevreden heel tevreden 25. Kun je het niveau van je opleiding aan? helemaal niet ja, zeker Thema: Competenties 26. Leer je in je opleiding voldoende: a. samen te werken? veel te weinig ruim voldoende b. problemen op te lossen? veel te weinig ruim voldoende c. te plannen en organiseren? veel te weinig ruim voldoende d. zelfstandig te werken? veel te weinig ruim voldoende e. te communiceren? veel te weinig ruim voldoende

73 f. te werken volgens afspraak? veel te weinig ruim voldoende g. jezelf en je werk te beoordelen? veel te weinig ruim voldoende h. het beroep dat je later wilt uitoefenen? veel te weinig ruim voldoende Thema: Stage/bpv (BOL) [ALLEEN BOL] 27. Heb je stage gelopen of doe je dat op dit moment? We bedoelen hier alleen de stage die je loopt gedurende een lange tijd. Niet een stage die je maar 1 dag hebt gelopen. Ja, ik loop deze week stage Ja, ik heb stage gelopen maar doe dat nu niet Nee [verder naar 43] 28. Ben je door je school goed voorbereid op je stage/bpv? helemaal niet ja, zeker 29. Had je moeite om een stage-/bpv-plaats te vinden? heel veel moeite geen moeite Helpt de school je bij het vinden van een stage-/bpv-plaats? helemaal niet ja, zeker 31. Leer je op je stage-/bpv-plaats voldoende? veel te weinig ruim voldoende 32. Sluit de theorie die je op school krijgt voldoende aan bij de praktijk? veel te weinig ruim voldoende 33. Ben je tevreden over de begeleiding door de school tijdens je stage/bpv? heel ontevreden heel tevreden 34. Ben je tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf tijdens je stage/bpv? heel ontevreden heel tevreden 35. Ben je tevreden over de manier van beoordeling van jouw stage/bpv? heel ontevreden heel tevreden n.v.t. Thema: Werkplek (BBL) [ALLEEN BBL] 36. Had je moeite om voor je opleiding een werkplek te vinden? heel veel moeite geen moeite

74 job - monitor Ben je tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf op je werkplek? heel ontevreden heel tevreden 38. Kun je jouw werkervaringen voldoende op school bespreken? veel te weinig ruim voldoende 39. Leer je op je werkplek voldoende? veel te weinig ruim voldoende 40. Sluit de theorie die je op school krijgt voldoende aan bij de praktijk? veel te weinig ruim voldoende 41. Ben je tevreden over de manier van beoordeling van jouw praktijkdeel? heel ontevreden heel tevreden 42 Vind je dat de school en jouw leerbedrijf voldoende contact hebben? veel te weinig ruim voldoende Thema: Opbrengst / Leer je genoeg? / Kwaliteit van het onderwijs 43. Vind je dat je voldoende leert op school? veel te weinig ruim voldoende 159 C Keuze / Loopbaanbegeleiding 44. Kun je zelf vakken of onderwijsactiviteiten kiezen? veel te weinig ruim voldoende 45. Word je goed geholpen bij het maken van keuzes tijdens je studie? veel te weinig ruim voldoende n.v.t. 46. Heb je duidelijkheid over de mogelijkheden om verder te studeren? veel te weinig ruim voldoende 47. Ben je tevreden over de begeleiding bij beroepskeuze of keuze voor vervolgopleiding? heel ontevreden heel tevreden D Overige voorzieningen 48. Ben je tevreden over de kantine op je school? helemaal niet ja, zeker

75 E Beperking 49. Heb je een van de volgende lichamelijke handicaps, functiebeperkingen of (chronische) ziektes? Je kunt meerdere antwoorden aankruisen. [multi resp] Nee [exclusief, naar 53] Ik ben blind/slechtziend Ik ben doof/slechthorend Ik heb problemen met bewegen/ ben rolstoelgebonden Ik heb ADHD/concentratieproblemen Ik heb psychische problemen Ik heb een autistische stoornis (bijv. Asperger, PDD-NOS) Ik heb vaak last van vermoeidheid, energietekort Ik heb dyslexie of overige spraak-/taalstoornissen Ik heb vaak last van migraine, ernstige hoofdpijn Ik heb RSI Ik heb een andere handicap, chronische ziekte of functiebeperking Is dit vastgesteld door een arts of indicatie-instantie? Ja Nee 51. Heb je hier last van in je opleiding? nooit heel vaak 52. Houdt de school rekening met je handicap, functiebeperking of (chronische) ziekte? helemaal niet ja, zeker F Organisatie 53. Ben je goed geïnformeerd over je rechten en plichten? helemaal niet ja, zeker 54. Past de school regels voldoende consequent toe? helemaal niet ja, zeker 55. Ben je tevreden over de wijze waarop op school wordt omgegaan met klachten van studenten? helemaal niet ja, zeker

76 job - monitor 2010 G Inspraak 56. Is het op jouw school mogelijk om inspraak te hebben? helemaal niet ja, zeker weet niet 57. Vindt de school jouw mening belangrijk? helemaal niet ja, zeker 58. Zou je zelf actief willen meedenken over het beleid op school? beslist niet heel graag H Sociale kant / Sociaal cluster Thema: Veiligheid 59. Is het in en om het schoolgebouw schoon? helemaal niet ja, zeker 60. Voel je je veilig binnen het schoolgebouw? helemaal niet ja, zeker 61. Voel je je veilig op het schoolterrein? helemaal niet ja, zeker Vind je dat je school voldoende doet om je er veilig / thuis te laten voelen? veel te weinig ruim voldoende Thema: Sfeer 63. Hoe vind je de sfeer binnen de school? heel slecht heel goed 64. Worden er buiten de lestijden leuke activiteiten georganiseerd? veel te weinig ruim voldoende Thema: Ondersteuning / Sociaal contact: 65 Heb je goed contact met je docenten? heel slecht heel goed

77 66. Als je een medewerker van school nodig hebt, kun je die dan bereiken? heel moeilijk heel makkelijk n.v.t. 67. Heb je contact met medestudenten? veel te weinig ruim voldoende I Eindoordeel Thema: School & studie 68. Als je weer een opleiding moest kiezen, zou je dan weer deze opleiding kiezen? beslist niet beslist wel 69. Als je weer een school moest kiezen, zou je dan weer deze school kiezen? beslist niet beslist wel Thema: Cijfer Welk rapportcijfer geef je jouw opleiding? 71. Welk rapportcijfer geef je jouw school?

78 job - monitor 2010 Bijlage D Gebruikte afkortingen aoc bbl bol bpv bve cgo crebo DUO JOB mbo OCW OLC PGN roc Agrarisch onderwijscentrum Beroepsbegeleidende leerweg Beroepsopleidende leerweg Beroepspraktijkvorming Beroeps- en volwasseneneducatie Competentiegericht onderwijs Centraal Register Beroepsopleidingen Dienst Uitvoering Onderwijs JongerenOrganisatie Beroepsonderwijs middelbaar beroepsonderwijs ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Open leercentrum Persoonsgebonden nummer Regionaal opleidingscentrum 163

79

80 job - monitor 2010 Bijlage E Lijst van tabellen en figuren Tabel Pagina Tabel 1: Overzicht respons JOB-monitor Tabel 2: Nettorespons, naar instelling 11 Tabel 3: Gemiddeld rapportcijfer voor opleiding en instelling, naar jaar 133 Tabel 4: Verdeling respondenten naar leerweg 147 Tabel 5: Verdeling respondenten naar niveau 147 Tabel 6: Verdeling respondenten naar leerjaar 147 Tabel 7: Verdeling respondenten naar geslacht 147 Tabel 8: Verdeling respondenten naar etniciteit 148 Tabel 9: Verdeling respondenten naar experimentopleiding 148 Tabel 10: Verdeling respondenten naar leeftijd 148 Tabel 11: Verdeling respondenten naar handicap 148 Tabel 12: Verdeling respondenten naar schooltype 149 Tabel 13: Verdeling respondenten naar opleidingsrichting 149 Tabel 14: Clusterindeling 151 Figuur Figuur 1: Oordeel over lessen (totaaloordeel) 25 Figuur 2: Ben je tevreden over de afwisseling tussen zelfstandig werken en in groepen werken? 26 Figuur 3: Vind je dat er op school veel onderwijsactiviteiten uitvallen? 26 Figuur 4: Vind je dat roosterwijzigingen op tijd worden doorgegeven? 27 Figuur 5: Vind je jouw docenten goed? 27 Figuur 6: Heb je goed contact met je docenten? 28 Figuur 7: Vind je het lesmateriaal goed? 28 Figuur 8: Worden boeken en lesmaterialen die je moet kopen ook gebruikt? 29 Figuur 9: Oordeel over lessen (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 31 Figuur 10: Ben je tevreden over het aantal uur dat je gemiddeld per week op school moet zijn? 32 Figuur 11: Ben je tevreden over de hoeveelheid stage/werk in je opleiding? 32 Figuur 12: Aantal uur per week op school naar leerweg 33 Figuur 13: Tevredenheid over aantal uur per week op school naar leerweg en aantal uur op school 33 Figuur 14: Kun je het niveau van je opleiding aan? 35 Figuur 15: Oordeel over toetsing (totaaloordeel) 39 Figuur 16: Weet je op tijd wanneer er een toets is? 40 Figuur 17: Weet je op tijd waar de toets over gaat? 40 Figuur 18: Krijg je de uitslag van een toets op tijd te horen? 41 Figuur 19: Sluiten de toetsen aan op wat je hebt geleerd? 41 Figuur 20: Vind je dat alle mbo-studenten op dezelfde manier beoordeeld worden? 42 Figuur 21: Oordeel over toetsing (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 44 Figuur 22: Oordeel over studiebegeleiding (totaaloordeel) 47 Figuur 23: Hoe vind je de begeleiding bij je studie?

81 166 Figuur 24: Word je goed geholpen als je problemen hebt bij het leren? 48 Figuur 25: Heb je een goed beeld van je eigen studievoortgang? 49 Figuur 26: Is er voldoende mogelijkheid om in je eigen tempo te studeren? 49 Figuur 27: Oordeel over studiebegeleiding (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 51 Figuur 28: Oordeel over keuze-/loopbaanbegeleiding (totaaloordeel) 52 Figuur 29: Kun je zelf vakken of onderwijsactiviteiten kiezen? 53 Figuur 30: Word je goed geholpen bij het maken van keuzes tijdens je studie? 53 Figuur 31: Heb je duidelijkheid over de mogelijkheden om verder te studeren? 54 Figuur 32: Ben je tevreden over de begeleiding bij beroepskeuze of keuze voor vervolgopleiding? 54 Figuur 33: Oordeel over keuze-/loopbaanbegeleiding (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 57 Figuur 34: Oordeel over competenties (totaaloordeel) 59 Figuur 35: Leer je in je opleiding voldoende samen te werken? 60 Figuur 36: Leer je in je opleiding voldoende problemen op te lossen? 60 Figuur 37: Leer je in je opleiding voldoende te plannen en organiseren? 61 Figuur 38: Leer je in je opleiding voldoende zelfstandig te werken? 61 Figuur 39: Leer je in je opleiding voldoende te communiceren? 62 Figuur 40: Leer je in je opleiding voldoende te werken volgens afspraak? 62 Figuur 41: Leer je in je opleiding voldoende jezelf en je werk te beoordelen? 63 Figuur 42: Leer je in je opleiding voldoende het beroep dat je later wilt uitoefenen? 63 Figuur 43: Vind je dat je voldoende leert op school? 64 Figuur 44: Oordeel over competenties (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 66 Figuur 45: Oordeel over stage (bol, totaaloordeel) 70 Figuur 46: Ben je door je school goed voorbereid op je stage/bpv? 70 Figuur 47: Had je moeite om een stage-/bpv-plaats te vinden? (groen: (bijna) geen moeite) 71 Figuur 48: Helpt de school je bij het vinden van een stage-/bpv-plaats? 71 Figuur 49: Leer je op je stage-/bpv-plaats voldoende? 72 Figuur 50: Sluit de theorie die je op school krijgt voldoende aan bij de praktijk? 72 Figuur 51: Ben je tevreden over de begeleiding door de school tijdens je stage/bpv? 73 Figuur 52: Ben je tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf tijdens je stage/bpv? 73 Figuur 53: Ben je tevreden over de manier van beoordeling van jouw stage/bpv? 74 Figuur 54: Oordeel over stage (bol, totaaloordeel), naar opleidingsrichting 76 Figuur 55: Oordeel over werkplek (bbl, totaaloordeel) 77 Figuur 56: Had je moeite om voor je opleiding een werkplek te vinden? (groen: (bijna) geen moeite) 78 Figuur 57: Ben je tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf op je werkplek? 78 Figuur 58: Kun je jouw werkervaringen voldoende op school bespreken? 79 Figuur 59: Leer je op je werkplek voldoende? 79 Figuur 60: Sluit de theorie die je op school krijgt voldoende aan bij de praktijk? 80 Figuur 61: Ben je tevreden over de manier van beoordeling van jouw praktijkdeel? 80 Figuur 62: Vind je dat de school en jouw leerbedrijf voldoende contact hebben? 81 Figuur 63: Oordeel over werkplek (bbl, totaaloordeel), naar opleidingsrichting 83 Figuur 64: Oordeel over veiligheid en sfeer (totaaloordeel) 87 Figuur 65: Is het in en om het schoolgebouw schoon? 88 Figuur 66: Voel je je veilig binnen het schoolgebouw? 88 Figuur 67: Voel je je veilig op het schoolterrein? 89

82 job - monitor 2010 Figuur 68: Vind je dat je school voldoende doet om je er veilig/thuis te laten voelen? 89 Figuur 69: Hoe vind je de sfeer binnen de school? 90 Figuur 70: Oordeel over veiligheid en sfeer (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 91 Figuur 71: Worden er buiten de lestijden leuke activiteiten georganiseerd? 92 Figuur 72: Heb je contact met medestudenten? 93 Figuur 73: Oordeel over informatie (totaaloordeel) 97 Figuur 74: Klopt de informatie over de opleiding die je kreeg voordat je aan de opleiding begon met wat je nu weet? 98 Figuur 75: Wist je voor de start van je opleiding hoe de opleiding is opgebouwd? 98 Figuur 76: Oordeel over informatie (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 100 Figuur 77: Oordeel over organisatie (totaaloordeel) 101 Figuur 78: Ben je goed geïnformeerd over je rechten en plichten? 102 Figuur 79: Past de school regels voldoende consequent toe? 102 Figuur 80: Ben je tevreden over de wijze waarop op school wordt omgegaan met klachten van studenten? 103 Figuur 81: Oordeel over organisatie (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 105 Figuur 82: Percentage type handicap of beperking (meerdere antwoorden mogelijk; alleen studenten met handicap/beperking) 107 Figuur 83: Heb je hier last van in je opleiding? (groen: nooit) 108 Figuur 84: Houdt de school rekening met je handicap, functiebeperking of (chronische) ziekte? 108 Figuur 85: Oordeel over onderwijsfaciliteiten (totaaloordeel) 110 Figuur 86: Ben je tevreden over de begeleiding tijdens het zelfstandig werken? 111 Figuur 87: Kun je op school ergens rustig studeren? 111 Figuur 88: Kun je gebruik maken van een computer als dat nodig is? 112 Figuur 89: Als je een medewerker van school nodig hebt, kun je die dan bereiken? 112 Figuur 90: Oordeel over onderwijsfaciliteiten (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 114 Figuur 91: Ben je tevreden over de kantine op je school? 115 Figuur 92 Is het op jouw school mogelijk om inspraak te hebben? 119 Figuur 93: Oordeel over de mogelijkheid tot inspraak, naar opleidingsrichting 121 Figuur 94: Vindt de school jouw mening belangrijk? 122 Figuur 95: Oordeel over het belang van de mening van studenten, naar opleidingsrichting 123 Figuur 96: Zou je zelf actief willen meedenken over het beleid op school? 124 Figuur 97: Oordeel over het actief willen meedenken over het beleid, naar opleidingsrichting 126 Figuur 98: Oordeel over school en studie (totaaloordeel) 129 Figuur 99: Als je weer een opleiding moest kiezen, zou je dan weer deze opleiding kiezen? 130 Figuur 100: Als je weer een school moest kiezen, zou je dan weer deze school kiezen? 130 Figuur 101: Oordeel over school en studie (totaaloordeel), naar opleidingsrichting 132 Figuur 102: Oordeel over studiebegeleiding, naar instelling (betrouwbaarheidsintervallen) 138 Figuur 103: Oordeel over sfeer op school, naar instelling (betrouwbaarheidsintervallen) 138 Figuur 104: Rapportcijfer voor instelling, naar instelling (betrouwbaarheidsintervallen) 139 Figuur 105: Oordeel over de mate waarin gekocht lesmateriaal gebruik wordt, naar opleidingsrichting (betrouwbaarheidsintervallen) 140 Figuur 106: Oordeel over beschikbaarheid computers, naar opleidingsrichting (betrouwbaarheidsintervallen) 141 Figuur 107: Rapportcijfer voor opleiding, naar opleidingsrichting (betrouwbaarheidsintervallen) 142 Figuur 108: Percentage ontevreden en zeer tevreden studenten, naar instelling

83 Colofon De JOB-monitor 2010 is het tevredenheidsonderzoek van JOB, de JongerenOrganisatie Beroepsonderwijs, onder studenten in het mbo. Algemene projectcoördinatie Rinske Zevering Onderzoek ResearchNed Nijmegen Froukje Wartenbergh-Cras Joyce Jacobs Danny Brukx Ontwerp Stratford Design Druk Studio 17 De JOB-monitor 2010 kon worden uitgevoerd dankzij een financiële bijdrage van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ResearchNed Nijmegen in opdracht van de JongerenOrganisatie Beroepsonderwijs (JOB). Alle rechten voorbehouden. Het is niet geoorloofd gegevens uit dit rapport te gebruiken in publicaties zonder nauwkeurige bronvermelding. Het onderzoeksrapport kan worden gedownload via Gedrukte exemplaren kunnen worden (na)besteld bij JOB. Hiervoor wordt slechts een bijdrage in verzend- en administratiekosten gerekend.

84

85 JOB Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs Postbus JB Amsterdam Nederland Westermarkt 2-V 1016 DK Amsterdam Nederland T F

JOB-monitor 2010 Vragenlijst

JOB-monitor 2010 Vragenlijst JOB-monitor 2010 Vragenlijst Definitief JOB in samenwerking met ResearchNed 2009 JOB. Geen van de materialen die onderdeel uitmaken van de JOB-monitor 2010 mogen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming

Nadere informatie

JOB-monitor 2012. Studenttevredenheid in het mbo

JOB-monitor 2012. Studenttevredenheid in het mbo JOB-monitor 2012 Studenttevredenheid in het mbo Onderzoek in opdracht van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs Froukje Wartenbergh-Cras Joyce Bendig-Jacobs Danny Brukx ResearchNed juni 2012 2012 ResearchNed

Nadere informatie

JOB-monitor 2012 Vragenlijst

JOB-monitor 2012 Vragenlijst JOB-monitor 2012 Vragenlijst (na testen met mbo-studenten) JOB in samenwerking met ResearchNed 2011 JOB. Geen van de materialen die onderdeel uitmaken van de JOB-monitor 2012 mogen zonder voorafgaande

Nadere informatie

JOB-monitor 2010 - Instellingsrapportage

JOB-monitor 2010 - Instellingsrapportage SOMA College Clusterscores: uw instelling t.o.v. JOB-monitor 2010 totaal Informatie Clusterscore instelling 397 3.4 Clusterscore landelijk 146533 3.3 Lessen Clusterscore instelling 382 3.6 Clusterscore

Nadere informatie

JOB-MONITOR 2012 STUDENTTEVREDENHEID IN HET MBO

JOB-MONITOR 2012 STUDENTTEVREDENHEID IN HET MBO JOB-MONITOR 2012 STUDENTTEVREDENHEID IN HET MBO JOB-MONITOR 2012 STUDENTTEVREDENHEID IN HET MBO VOORWOORD Beste lezer, Voor u ligt het kersverse JOB-monitorrapport van 2012. Voor de zevende keer op rij

Nadere informatie

Jongeren & hun financiële verwachtingen

Jongeren & hun financiële verwachtingen Nibud, februari Jongeren & hun financiële verwachtingen Anna van der Schors Daisy van der Burg Nibud in samenwerking met het 1V Jongerenpanel van EenVandaag Inhoudsopgave 1 Onderzoeksopzet Het Nibud doet

Nadere informatie

Straatintimidatie Amsterdam. Factsheet Onderzoek, Informatie en Statistiek

Straatintimidatie Amsterdam. Factsheet Onderzoek, Informatie en Statistiek Straatintimidatie Amsterdam Factsheet 201 Onderzoek, Informatie en Statistiek In opdracht van: Directie Openbare Orde en Veiligheid Projectnummer: 11 Beek, Eliza van der Smeets, Harry Bezoekadres: Oudezijds

Nadere informatie

In de JOB-monitor draait het om de mening van mbo-studenten over hun onderwijs. Tijdens het invullen van de vragenlijst, wat gemiddeld zo n 15

In de JOB-monitor draait het om de mening van mbo-studenten over hun onderwijs. Tijdens het invullen van de vragenlijst, wat gemiddeld zo n 15 In de JOB-monitor draait het om de mening van mbo-studenten over hun onderwijs. Tijdens het invullen van de vragenlijst, wat gemiddeld zo n 15 minuten duurt, beleven studenten hun 15 minutes of fame. Dat

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

StudentenBureau Stagemonitor

StudentenBureau Stagemonitor StudentenBureau Stagemonitor Rapportage Mei 2011 1 SAMENVATTING... 3 ERVARINGEN... 3 INLEIDING... 4 ONDERZOEKSMETHODE... 5 RESPONDENTEN... 5 PROCEDURE... 5 METING... 5 DEEL I ANALYSE... 6 1. STAGE EN ZOEKGEDRAG...

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Studenttevredenheids onderzoek juni 2008

Feiten en cijfers. Studenttevredenheids onderzoek juni 2008 Feiten en cijfers Studenttevredenheids onderzoek 2008 juni 2008 Feiten en cijfers 2 Studenttevreden heids - onderzoek 2008 Inleiding In maart 2008 hebben 27 hogescholen dezelfde vragenlijst voorgelegd

Nadere informatie

3.5 Voorzieningen in de buurt

3.5 Voorzieningen in de buurt 3.5 Voorzieningen in de buurt Samenvatting: Straatverlichting en straatmeubilair Veruit de meeste (8%) bewoners zijn (zeer) tevreden over de straatverlichting in hun buurt. De verschillen naar wijk zijn

Nadere informatie

Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012. 1. Hogeschool der Kunsten

Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012. 1. Hogeschool der Kunsten Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012 1. Hogeschool der Kunsten Eind 2012 is in de Hogeschool der Kunsten Den Haag een medewerkersonderzoek uitgevoerd. Voor het Koninklijk Conservatorium

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Rapportage Leerlingtevredenheid. Samenvatting van leerlingtevredenheidsmetingen onder 57 ECABO- leerbedrijven

Rapportage Leerlingtevredenheid. Samenvatting van leerlingtevredenheidsmetingen onder 57 ECABO- leerbedrijven Rapportage Leerlingtevredenheid Samenvatting van leerlingtevredenheidsmetingen onder 57 ECABO- leerbedrijven Rob Swager ECABO, mei 2011 1. Inleiding... 3 2. Tevredenheid algemeen.... 4 3. Aspecten die

Nadere informatie

Is jouw maand ook altijd iets te lang? Onderzoek Jongerenpanel Tilburg

Is jouw maand ook altijd iets te lang? Onderzoek Jongerenpanel Tilburg Is jouw maand ook altijd iets te lang? Onderzoek Jongerenpanel Tilburg Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Tilburg DIMENSUS beleidsonderzoek December 2012 Projectnummer 507 Inhoudsopgave Samenvatting

Nadere informatie

job-monitor 2014 Het grootste studententevredenheidsonderzoek van Nederland!

job-monitor 2014 Het grootste studententevredenheidsonderzoek van Nederland! job-monitor 2014 Het grootste studententevredenheidsonderzoek van Nederland! job-monitor 2014 Het grootste studententevredenheidsonderzoek van Nederland! voorwoord Beste lezer, De Jongeren Organisatie

Nadere informatie

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017 Gemeente Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2016 Onderzoeksrapportage 26 juni 2017 DATUM 26 juni 2017 Dimensus Beleidsonderzoek Wilhelminasingel 1a 4818 AA Breda [email protected] www.dimensus.nl (076) 515

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e [email protected] www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie Hoofdstuk 23 Discriminatie Samenvatting Van de zes voorgelegde vormen van discriminatie komt volgens Leidenaren discriminatie op basis van afkomst het meest voor en discriminatie op basis van sekse het

Nadere informatie

Aansluiting Engels Een onderzoek naar de aansluitingsproblematiek van het vwo-vak Engels met de universiteit

Aansluiting Engels Een onderzoek naar de aansluitingsproblematiek van het vwo-vak Engels met de universiteit Aansluiting Engels Een onderzoek naar de aansluitingsproblematiek van het vwo-vak Engels met de universiteit 1 2 Aansluiting Engels Een onderzoek naar de aansluitingsproblematiek van het vwo-vak Engels

Nadere informatie

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER,

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER, Meting juni 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl 80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER, AL ZIEN MINDER

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek Wmo

Cliëntervaringsonderzoek Wmo Cliëntervaringsonderzoek Wmo WIJ-gebieden 2017 Laura de Jong Marjolein Kolstein Oktober 2018 Inge de Vries www.oisgroningen.nl Inhoud Samenvatting... 2 2.9 Tot slot... 20 Bijlage 1: de WIJ-gebieden...

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten

Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten Gemeente s-hertogenbosch, afdeling Onderzoek & Statistiek, februari 2019 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Vrijwilligerswerk... 4 3. Mantelzorg... 8

Nadere informatie

Tilburg en Kunst. Onderzoek Jongerenpanel Tilburg. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Tilburg. DIMENSUS beleidsonderzoek November 2013

Tilburg en Kunst. Onderzoek Jongerenpanel Tilburg. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Tilburg. DIMENSUS beleidsonderzoek November 2013 Tilburg en Kunst Onderzoek Jongerenpanel Tilburg Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Tilburg DIMENSUS beleidsonderzoek November 2013 Projectnummer 529 1 Inhoud Samenvatting 3 Inleiding 5 1 Jongeren

Nadere informatie

Sportparticipatie Kinderen en jongeren

Sportparticipatie Kinderen en jongeren Sportparticipatie 2017 Kinderen en jongeren Onderzoek & Statistiek Juni 2017 Samenvatting Begin 2017 heeft de afdeling Onderzoek & Statistiek een onderzoek uitgezet onder ouders en jongeren uit de gemeente

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Tevredenheid over MEE Brancherapport 2011 Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Zoetermeer, 21 december 2011 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Inleiding In het kader van de Monitor en evaluatie Tweede Fase HAVO / VWO heeft het ITS voor het Ministerie van OCenW, directie voortgezet onderwijs, onderzoek gedaan in het

Nadere informatie

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Projectnummer: 10203 In opdracht van: Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer drs. Merijn Heijnen dr. Willem Bosveld Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL

Nadere informatie

Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO

Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart 2006-2008 Gediplomeerden van

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Water uit de kraan laten doorlopen of niet? Onderzoek naar het effect van de zomercampagne waterkwaliteit

Water uit de kraan laten doorlopen of niet? Onderzoek naar het effect van de zomercampagne waterkwaliteit Water uit de kraan laten doorlopen of niet? Onderzoek naar het effect van de zomercampagne waterkwaliteit Index 1. Oasen en de campagne 3 2. Samenvatting en conclusie 6 3. Resultaten onderzoek 10 4. Onderzoeksverantwoording

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. April 2016

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. April 2016 Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs April 2016 Feiten en cijfers 2 Het algemene beeld Start van de studie uitval en wisselaars Tal van inspanningen bij hogescholen

Nadere informatie

ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN

ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN Dr. C.P. van Linschoten Drs. P. Moorer Definitieve versie 27 oktober 2014 ARGO BV Inhoudsopgave 1. INLEIDING EN VRAAGSTELLING... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Vraagstelling...

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. Mei 2015

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. Mei 2015 Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs Mei 2015 Feiten en cijfers 2 Inleiding Op 19 mei 2015 hebben de hogescholen hun strategische agenda #hbo2025: wendbaar & weerbaar1

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Patiënt redelijk tevreden, maar snelheid en betrokkenheid bij behandeling kan beter Index 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode

Nadere informatie

Studenten aan lerarenopleidingen

Studenten aan lerarenopleidingen Studenten aan lerarenopleidingen Factsheet januari 219 In de afgelopen vijf jaar is het aantal Amsterdamse studenten dat een lerarenopleiding volgt met ruim 9% afgenomen. Deze daling is het sterkst voor

Nadere informatie

Studeren met een functiebeperking

Studeren met een functiebeperking CIJFERS Studeren met een functiebeperking Gebaseerd op het onderzoek Studeren met een functiebeperking 2012 door ResearchNed/ITS in opdracht van het Ministerie van OCW. 1 De 10 meest voorkomende functiebeperkingen

Nadere informatie

Dit onderdeel gaat over diploma s van bekostigde opleidingen. Hierbij onderscheiden we diplomarendement en het aantal diploma s.

Dit onderdeel gaat over diploma s van bekostigde opleidingen. Hierbij onderscheiden we diplomarendement en het aantal diploma s. Na nominaal plus 1 jaar 45 procent een diploma... 2 Rendement wo stijgt, hbo-rendement daalt... 4 Hbo-ontwerpopleidingen laagste rendement van de sector... 6 Hoger rendement wo biologie, scheikunde en

Nadere informatie

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers April 2017 Inhoud 1 Het algemene beeld 2 2 Start van de studie: uitvallers 4 3 Start van de studie: wisselaars 5 4 Afsluiting van de studie: studiesucces

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Jongerenparticipatie in Amersfoort

Jongerenparticipatie in Amersfoort Jongerenparticipatie in Amersfoort gemeente Amersfoort Ben van de Burgwal november 2013 Samenvatting De gemeente wil Amersfoortse jongeren meer betrekken bij zaken die hen aangaan. We hebben via digitaal

Nadere informatie

Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland

Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland In april 2013 heeft TNS NIPO in opdracht van Thuiswinkel.org een herhalingsonderzoek uitgevoerd naar

Nadere informatie

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl Nationaal Studentenonderzoek 2008 Stageplaza.nl Gepubliceerd door: S. Icke & B. Rooijendijk De Ruyterkade 106 II 1011 AB Amsterdam Tel : 020 422 33 22 Fax : 020 422 20 22 I : www.stageplaza.nl Maart 2008

Nadere informatie

Enquête herinrichting Botenbuurt 2016

Enquête herinrichting Botenbuurt 2016 Enquête herinrichting Botenbuurt 2016 December 2016 Kenniscentrum MVS Gemeente Schiedam E n q u ê t e h e r i n r i c h t i n g B o t e n b u u r t P a g i n a 1 Inleiding De gemeente Schiedam voert in

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Nationaal Stage Onderzoek Studenten 2013

Nationaal Stage Onderzoek Studenten 2013 \naal Stage Onderzoek 2013 Nationaal Stage Onderzoek Studenten 2013 Door Nicole Hol en Laura Keuken Copyright Kriegsmanbeheer B.V.; Alle rechten voorbehouden. Download gratis een kopie op: http://www.nationaalstageonderzoek.nl

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie Die publieke opinie in de Europese Unie Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie. Dit werd opgesteld voor de Vertegenwoordiging van de Europese

Nadere informatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie Afdeling Onderzoek & Statistiek Gemeente Deventer Karen Teunissen April 2006 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Bekendheid en betrokkenheid 4 Samenvatting 8 Hoofdstuk 2 Communicatie 9 Samenvatting 12

Nadere informatie

Ervaringen Wmo. Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017

Ervaringen Wmo. Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017 Ervaringen Wmo Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017 Inhoud 1. Achtergrond van het onderzoek... 2 2. Het regelen van ondersteuning... 4 3. Kwaliteit van de ondersteuning... 6 4. Vergelijking regio...

Nadere informatie

Hoe denken scholieren over hun studie, studie-inzet en carrière tussen 2009 en 2017?

Hoe denken scholieren over hun studie, studie-inzet en carrière tussen 2009 en 2017? Qompas is specialist op het gebied van studiekeuze, carrièrekeuze en loopbaanbegeleiding. Aan middelbare scholen (vwo, havo, vmbo) levert Qompas lesmethodes voor de begeleiding van scholieren bij profiel-

Nadere informatie

Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd

Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd 0 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Samenvatting 3 Resultaten 6 Respons Over de respondenten Rapportcijfer Werkbeleving 10 Leidinggeven(den)

Nadere informatie

KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK SCHOONMAAKDIENST GEMEENTE HAREN

KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK SCHOONMAAKDIENST GEMEENTE HAREN KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK SCHOONMAAKDIENST GEMEENTE HAREN Klanttevredenheidsonderzoek Schoonmaakdienst gemeente Haren Colofon Opdrachtgever Gemeente Haren Datum December 2016 Auteurs Tessa Schoot Uiterkamp

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Factsheet persbericht

Factsheet persbericht Factsheet persbericht Nut vakbonden onbekend bij jongeren 30 november 2011 Inleiding Van oktober 2011 tot november 2011 hield Zoekbijbaan.nl het Nationale Bijbanen Onderzoek. Aan het onderzoek deden 2464

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Samenvatting. BS De Petteflet/ Groningen. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Petteflet

Samenvatting. BS De Petteflet/ Groningen. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Petteflet Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Petteflet Enige tijd geleden heeft onze school BS De Petteflet deelgenomen aan de oudertevredenheidspeiling. In heel Nederland hebben in totaal 218522 ouders

Nadere informatie

FNV Vakantiewerk onderzoek 2013

FNV Vakantiewerk onderzoek 2013 FNV Vakantiewerk onderzoek 2013 Datum: 31 Mei 2013 Opdrachtgever: FNV Jong Onderzoeksbureau: YoungVotes TM (DVJ Insights) Contactpersoon FNV Jong: Esther de Jong, Kim Cornelissen Contactpersoon YoungVotes:

Nadere informatie

Meerdere keren zonder werk

Meerdere keren zonder werk Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook

Nadere informatie

Samenvatting. BS De Swoaistee/ Groningen. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Swoaistee

Samenvatting. BS De Swoaistee/ Groningen. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Swoaistee Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Swoaistee Enige tijd geleden heeft onze school BS De Swoaistee deelgenomen aan de oudertevredenheidspeiling. In heel Nederland hebben in totaal 218522 ouders

Nadere informatie

Onderzoek Arbeidsongeschiktheid. In opdracht van Loyalis. juni 2013

Onderzoek Arbeidsongeschiktheid. In opdracht van Loyalis. juni 2013 Onderzoek Arbeidsongeschiktheid In opdracht van Loyalis juni 2013 Inleiding» Veldwerkperiode: 27 maart - 4 april 2013.» Doelgroep: werkende Nederlanders» Omdat er specifiek uitspraken gedaan wilden worden

Nadere informatie