Pathologie Jaarverslag
|
|
|
- Cecilia Regina Simons
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Pathologie Jaarverslag Martini Ziekenhuis Groningen
2
3 Inhoudsopgave 1. Voorwoord Afdeling Pathologie Personeel Overlegstructuren Veiligheid, Milieu en Arbo-omstandigheden Automatiserings- en informatiesystemen Investeringen Bouwkundige voorzieningen Materiële investeringen Patiëntenzorg Ontwikkeling productie Verrichtingen Histologie Verrichtingen algemene Cytologie Verrichtingen gynaecologische Cytologie Verrichtingen Obducties Kwaliteitsindicatoren Verwerkingstermijnen Intercollegiale toetsing Kwaliteitsindicatoren Oncologie Histologische en cytologische follow-up Externe kwaliteitstoetsing Besprekingen in het kader van kwaliteit Kwaliteitsprojecten en visitatie Klinische pathologische besprekingen Klachten/foutenregistratie Opleidingen B-opleiding Pathologie Opleiding arts-assistenten andere disciplines Stagiaires histologie/cytologie Coassistenten Pathologie Lidmaatschappen/commissies/bestuurswerkzaamheden/nascholing Publicaties Jaarverslag
4
5 1. Voorwoord Voor u ligt het gecombineerde jaarverslag 2010 en 2011 van de afdeling Pathologie van het Martini Ziekenhuis. In dit jaarverslag verantwoorden we ons als laboratorium voor Pathologie in kwalitatieve en kwantitatieve zin voor de dienstverlening op het gebied van pathologie voor het Martini Ziekenhuis (MZH), het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) en een groot aantal huisartspraktijken in de provincies Groningen en Drenthe. In de afgelopen twee jaar is veel aandacht besteed aan het werken volgens de CCKL-richtlijn. Met dit kwaliteitssysteem wordt het mogelijk onze kwaliteit aan te tonen. Het uiteindelijke doel is het behalen van de CCKL-accreditatie in Dit alles heeft grote inspanningen gevraagd van de medewerkers om naast de reguliere patiëntenzorg alle werkprocessen en afspraken te documenteren, waar nodig te formaliseren en afspraken aan te scherpen. Eén van die stappen in de overgang naar het werken volgens dit systeem is de verdergaande deelspecialisering onder de pathologen geweest. In combinatie met de geprotocolleerde verslaglegging heeft dit een aantoonbaar kwaliteitsverhogend effect gehad. Sinds 1 januari 2010 is Pathologie een Resultaat Verantwoordelijke Eenheid. Met de overgang naar de RVE-structuur zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden ook formeel meer decentraal in de ziekenhuisorganisatie gelegd. Veranderingen deden zich niet alleen voor in de organisatie van de afdeling, ook in de personele bezetting. Vorig jaar november hebben we met veel verdriet en ongeloof plotseling afscheid moeten nemen van dhr. G.M. Pattiasina, analist. Tijdens een jubileum/personeelsuitje werd hij onwel, waarop hij enkele dagen later overleed. In 2010 en 2011 zijn twee nieuwe pathologen aangesteld, mw. dr. J. van der Wal en mw. dr. J. Sietsma. Dr. J. Sietsma heeft per 1 november 2011 de functie van afdelingshoofd overgenomen van dr. A. Tiebosch, die naast zijn huidige functie als patholoog per 1 oktober 2011 mede de functie van voorzitter Medische Staf in het Martini Ziekenhuis vervult. Dhr. Tiebosch heeft van 2001 t/m 2011 met heel veel kennis, inzet en visie leiding gegeven aan het laboratorium Pathologie. In deze periode is de dienstverlening uitgebreid, waarbij hoge kwaliteit in combinatie met een kosteneffectieve omgeving is gerealiseerd in een modern, goed geoutilleerd laboratorium. Dankzij de inzet van alle medewerkers van de afdeling hebben we in 2010 en 2011 goede resultaten kunnen boeken. Groningen, augustus 2012 mede namens dr. A.T.M.G. Tiebosch, Mw. dr. J. Sietsma, patholoog Hoofd Afdeling Pathologie Jaarverslag
6 2. Afdeling Pathologie 2.1 Personeel Op de afdeling Pathologie werkten eind medewerkers (exclusief staf pathologen), samen 23,6 fte. De afdeling kenmerkt zich door een relatief hoge leeftijd (gemiddelde leeftijd 46 jaar) en een relatief lang dienstverband bij het Martini Ziekenhuis (gemiddeld 18 jaar). Leeftijdsopbouw vrouw man jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 4 1 Totaal 20 9 Dienstjaren vrouw man 0-5 jaren jaren jaren jaren jaren jaren jaren jaren jaren 1 1 Totaal Organogram Pathologie KF/man.ass. 1,0 fte B. Vierdag Hoofd Pathologie dr. J. Sietsma Pathologen 5,6 fte N. de Boer A. Groote I. Kruithof M. van Oven J. Sietsma A. Tiebosch J. van der Wal Histologie analisten 13,0 fte Cytologie analisten 5,1 fte Cytotechniek/Ontvangst medewerkers 2,1 fte Secretariaat 2,3 fte J. Bisperink M. de Busschere A. van Hattem H. Jansen L. Jansen A. Kok G. Latuheru R. Liem E. Mensinga B. Rosing A. Thijs B. Vaatstra T. Viëtor W. Bleeker N. Broekmans M. Fransens P. Hollanders M. Pasman A. Wiersma E. Noord, coördinator M. Hogen Esch M. Pot S. Voogd C. Bosman (ook ontvangst) H. Brontsema (ook ontvangst) S. van der Veen (ook ontvangst) S. Woldenga (ook ontvangst) B. Vierdag, coördinator Secretariaat/Ontvangst A. Goelamhaider, coördinator 6 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
7 2.1.2 Personeelsmutaties In dienst Mw. N. Broekmans, cytologie analist, in dienst per Mw. dr. J.E. van der Wal, patholoog, in dienst per Mw. M.J. de Busschere, histologie analist, in dienst per Mw. dr. J. Sietsma, patholoog, in dienst per Dhr. B. Vaatstra, histologie analist, in dienst per Mw. S. Woldenga, medisch secretaresse, in dienst per Uit dienst Mw. J.H. Roesink-Keizer, cytologie analist, beëindigde 1 maart 2010 haar dienstverband Dr. B. Vrugt, patholoog, beëindigde zijn dienstverband Mw. J.M.C. Woudt, cytologie analist, beëindigde per haar dienstverband (Flexpensioen) Dhr. J. de Jonge, histologie analist, beëindigde per zijn dienstverband Mw. L.C. de Munck-Kerkhof, medisch secretaresse, beëindigde per haar dienstverband (Flexpensioen) Dhr. G.M. Pattiasina, histologie analist, overleden op Jubilea Dhr. A.D. Groote vierde in 2010 zijn 25-jarig jubileum Mw. A. Bisperink vierde in 2010 haar 40-jarig jubileum Dhr. A. van Hattem vierde in 2011 zijn 25-jarige jubileum Dhr. E. Mensinga vierde in 2011 zijn 40-jarige jubileum 2.2 Overlegstructuren Pathologie Pathologenoverleg Werkoverleg Cytologie Werkoverleg Histologie/Immunologie Werkoverleg Secretariaat Coördinatorenoverleg/KF/Afdelingshoofd maandelijks tweemaandelijks tweemaandelijks tweemaandelijks maandelijks In het kader van de kwaliteitszorg zijn de volgende besprekingen geagendeerd: Coupebespreking pathologen Protocol- / kwaliteitbespreking pathologen Coupe- / themabespreking cytologie / pathologen maandelijks maandelijks maandelijks Ziekenhuisbreed Ziekenhuisberaad kwartaal dr. A.T.M.G. Tiebosch* Kernstafvergadering maandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch Overleg organisatorisch managers maandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch* * vanaf dr. J. Sietsma 2.3 Veiligheid, Milieu en Arbeidsomstandigheden Ziekteverzuim Het ziekteverzuim is op een afdeling met een relatief kleine formatie sterk fluctuerend en een beperkte maat voor de arbeidskwaliteit binnen de afdeling Pathologie (1e ziektejaar excl. zwangerschapsverlof). Het terugdringen van het kortdurend frequent ziekteverzuim blijft een belangrijk aandachtspunt. Jaarverslag
8 Ziekteverzuim Verzuimpercentage Pathologie 2,59 2,93 Verzuimpercentage Ziekenhuis 4,76 4,83 Meldingsfrequentie Pathologie 2,29 2, Preventie Alle betrokken medewerkers kunnen gebruikmaken van een preventief tuberculoseonderzoek door middel van een Mantoux of X-thorax. Daarnaast kunnen alle medewerkers zich jaarlijks laten vaccineren tegen de griep Toekomstige ontwikkelingen en doorlopende projecten Aanscherpen van veiligheidsregels in het kader van infectiepreventie blijft ook in de komende jaren een punt van aandacht in het laboratorium. Meerdere medewerkers hebben de cursus bedrijfshulpverlening (BHV) gevolgd. Daarnaast hebben enkele daarvan aan een uitgebreide cursus gevaarlijke stoffen deelgenomen. Niet alleen veiligheids- en milieuaspecten, maar ook participatie in de ontwikkelingen op de afdeling, teambuilding en aandacht voor de werkbelasting vormen een belangrijk onderdeel van de werkbeleving. Binnen het ziekenhuis en de Medische Staf wordt veel aandacht besteed aan de onderwerpen werkbelasting, vitaal ouder worden en arbeidsparticipatie. 2.4 Automatisering- en informatiesystemen De afdeling Pathologie maakt gebruik van het uniforme decentrale Palga-systeem (U-DPS) als voornaamste informatiesysteem. U-DPS is het leidende systeem en vormt de basis van de informatisering- en automatiseringsprocessen van de afdeling. Het U-DPS is via een VPN- verbinding verbonden met de landelijke Palga databanken. Het U-DPS is gekoppeld met het ziekenhuisinformatiesysteem ChipSoft via HL-7 koppelingen voor het ophalen van de NAW-gegevens van patiënten, het versturen van geautoriseerde pathologie-uitslagen en een koppeling met het facturatie- en registratiesysteem. Via een VPN-verbinding is het U-DPS verbonden met het ziekenhuisinformatiesysteem van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (ChipSoft) met identieke koppelingen voor NAW-gegevens, uitslagen, facturatie en registratie. Uitslagen voor huisartsen worden als een EDIFACT-bericht elektronisch verzonden van U-DPS via het Martini Ziekenhuis naar Stichting GERRIT. Deze distribueert de gegevens via o.a. Zorgmail naar een individuele huisarts of huisartsenpraktijk. Ten behoeve van de processen in het laboratorium is het U-DPS verbonden met het Laboratorium Managementinformatie Systeem (LMS) van de firma Finalist. In het LMS worden de inzendingen geregistreerd en geïdentificeerd door middel van barcodering. Hierdoor is het diagnostische materiaal tijdens de verschillende processen in het laboratorium te volgen en altijd traceerbaar. Het LMS is ook gekoppeld met de automatische immunostainer (Dakolink). De pathologen en analisten maken voor de verslaglegging gebruik van digitale spraakherkenning-software van G2speech B.V. (Medispeech). Ook deze spraakherkenningsoftware is gekoppeld aan het U-DPS. Macroscopische en microscopische beelden, gescande aanvraagformulieren en uitslagen van revisies, consulten en extern uitbesteed onderzoek, worden opgeslagen in het beeldarchief van de firma RVC. Deze beelden zijn door een koppeling met het U-DPS systeem beschikbaar bij het verslag. In 2011 is een start gemaakt met het scannen van microscopische beelden via een digitale coupescanner. Dit gebeurt binnen een regionaal project waarin ook het UMCG en het laboratorium voor Pathologie in Oost-Nederland (Enschede) betrokken zijn. De beelden worden digitaal gearchiveerd en kunnen beschikbaar worden gesteld voor de consultfunctie met het UMCG en het Laboratorium Pathologie Oost-Nederland. Het project is mede mogelijk gemaakt door bijdragen van Menzis zorgverzekeraar en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Het lokale applicatiebeheer van deze pathologie-informatiesystemen wordt verzorgd door dr. A. Tiebosch. 8 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
9 3. Investeringen 3.1 Bouwkundige voorzieningen De RVE Pathologie is gevestigd op de vijfde verdieping van het Martini Ziekenhuis. In 2010 en 2011 zijn geen grote bouwkundige aanpassingen uitgevoerd. 3.2 Materiële investeringen In 2010 en 2011 zijn geen omvangrijke structurele, materiële investeringen gerealiseerd Apparatuur Er heeft geen structurele aanschaf c.q. uitbreiding van apparatuur plaatsgevonden. In het kader van het Telepathologie traject is een digitale coupescanner van de firma Hamamatsu aangeschaft Boeken In 2010 en 2011 zijn via het persoonsgebonden budget van de pathologen meerdere boeken aangeschaft Tijdschriften Via het webportaal van de Leerhuis bibliotheek van het Martini Ziekenhuis is de catalogus te doorzoeken. Er zijn meer dan 1200 toegangsmogelijkheden tot websites van organisaties, databanken, e-books, e-journals en andere elektronische bronnen. De bibliotheek heeft o.a. een elektronisch abonnement op enkele specifieke pathologietijdschriften waaronder: American Journal of Surgical Pathology Histopathology Journal of Clinical Pathology The Journal of Pathology Virchows Archiv Per 2012 wordt geheel overgegaan op digitale tijdschriften die voor alle medewerkers toegankelijk zijn via het webportaal van het ziekenhuis. Jaarverslag
10 4. Patiëntenzorg De pathologen oefenen het specialisme in principe in zijn volle omvang uit. Wel is er sprake van differentiatie waarbij in een beperkt aantal deelgebieden, bepaald door omvang en specialisatiegraad, alle diagnostiek en de daarmee samenhangende klinische besprekingen wordt geconcentreerd bij een beperkt aantal pathologen. Speciële Pathologie Bulleuze dermatosen Foetale pathologie (perinatale obducties) Hematopathologie Hoofd-hals/schildklier Leverpathologie Longpathologie (interstitiële longziekten) Nierpathologie Neuropathologie Weke delen pathologie Patholoog I.G. Kruithof-Dekker M.W. van Oven dr. N.K. de Boer, mw. dr. J. Sietsma dr. J.E. van der Wal dr. A.T.M.G. Tiebosch dr. J. Sietsma, mw. dr. J.E. van der Wal dr. A.T.M.G. Tiebosch A.D. Groote, dhr. dr. A.T.M.G. Tiebosch dr. N.K. de Boer, mw. M.W. van Oven Voor de overige deelgebieden zijn aandachtsgebieden benoemd met elk vaste pathologen als contactpersonen. Deze pathologen zijn verantwoordelijk voor het maken en onderhouden van protocollen en het bijhouden van de professionele ontwikkelingen binnen het deelgebied. Dit versterkt de intercollegiale professionaliteit, vergroot de herkenbaarheid van de pathologie voor de aanvragende specialismen en leidt tot verhoging van de efficiëntie in het diagnostische proces. In 2011 is deze specialisatie verder vormgegeven en geïntensiveerd door bepaalde grote, oncologische resectiepreparaten primair aan te bieden aan de desbetreffende deelspecialisten. Deelspecialisatie Mamma Gynaeco* GE Dermatologie Melanomen Hemato Neuro Hoofd/hals Endocrinologie Weke delen Urologie Longen Lever Nier incl. IF Obductie volwassenen Obductie foetus/neonaten Pathologen Groote/Kruithof/Van Oven Van Oven/De Boer Tiebosch/Sietsma Kruithof/Groote Kruithof/Tiebosch De Boer/Van der Wal Groote/Van der Wal Van der Wal/Kruithof Van der Wal/Groote Van Oven/De Boer Van der Wal/De Boer Sietsma/Van der Wal Tiebosch/Sietsma Tiebosch/UMCG bij spoed Groote/Kruithof/Tiebosch Van Oven/Van der Wal * inclusief cervixcytologie Maligniteiten met verregaande consequenties m.b.t. behandeling worden door tenminste twee pathologen beoordeeld. 4.1 Ontwikkeling productie Het aantal verrichtingen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Uiteraard hangt dit vooral samen met het verrichten van de pathologiediagnostiek voor het Wilhelmina Ziekenhuis Assen sinds februari Daarnaast is er een sterke groei van de verrichtingen voor de huisartsen in de regio. De tabel hierna geeft de productie van de afgelopen vijf jaar weer. 10 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
11 Verrichtingen Histologie MZH WZA* Eerstelijn Derden** overige Totaal Immunologie MZH WZA* Eerstelijn Totaal Niet gynaecologische cytologie MZH WZA* Eerstelijn Totaal Cervixcytologie medische indicatie MZH WZA* Eerstelijn Derden** Totaal Bevolkingsonderzoek cervix Totaal Moleculaire technieken Eenvoudig MZH WZA* Eerstelijn Totaal Complex MZH WZA* Totaal Jaarverslag
12 Verrichtingen Obductie Volwassenen MZH WZA* Eerstelijn Subtotaal Perinataal MZH WZA Subtotaal Totaal * WZA = Wilhelmina Ziekenhuis Assen; diagnostiek wordt in het MZH verricht sinds1 februari ** onderzoek verricht i.h.k.v. contract research en Zelfstandige Behandelcentra (ZBC s). De ontwikkeling van de productie kan het best gerelateerd worden aan NZA-eenheden. Hierdoor kan, op basis van het standaard NZA-tarief en de relatieve weging van de diverse onderzoeken, zowel voor de kosten als voor de inzet van pathologen, een goed inzicht verkregen worden in de productie van de RVE Pathologie. Aantal verrichtingen op basis van de NZA-eenheden NZA-eenheden gerelateerd aan honorariumtarief: NZA-eenheden gerelateerdaan kostentarief: Verrichtingen histologie Verrichtingen histologie voor het Martini Ziekenhuis De verrichtingen voor het Martini Ziekenhuis laten een gelijkmatige stijging zien, met name op basis van een toename van het aantal inzendingen afkomstig van de specialismen Plastische Chirurgie (65%), Maag-, Darm- en Leverziekten (43%) en Dermatologie (21%). 12 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
13 Aanvragend specialisme Martini Ziekenhuis Cardiologie Chirurgie Dermatologie Maag-, Darm-, Leverziekten Gynaecologie Intensive Care Interne Geneeskunde Keel-, Neus-, Oorheelkunde Kindergeneeskunde Longgeneeskunde Mond-, Kaak-, Aangezichtschirurgie Neurochirurgie Neurologie Orthopedie Oogheelkunde Plastische Chirurgie Radiotherapie Revalidatiearts Reumatologie Urologie Radiologie* Totaal * Radiologie vanaf medio 2006 niet langer geregistreerd als zelfstandige aanvrager Verrichtingen histologie voor het Wilhelmina Ziekenhuis Onderstaande tabel toont de verrichtingen voor de diverse inzendende specialismen van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Ten opzichte van 2008 is er in 2011 een stijging van het aantal verrichtingen van 10%. Aanvragend specialisme Wilhelmina Ziekenhuis Assen 2007* Cardiologie Chirurgie Dermatologie Gastro-enterologie Gynaecologie Interne Geneeskunde Kaakchirurgie Keel-,Neus-,Oorheelkunde Kindergeneeskunde Longgeneeskunde Neurologie Neurochirurgie Oogheelkunde Orthopedie Radiologie Reumatologie Revalidatie Urologie Totaal * vanaf februari 2007 Jaarverslag
14 4.2.3 Histologische verrichtingen voor de eerstelijn Kleine chirurgische verrichtingen worden in toenemende mate door huisartsen verricht. Het aantal histologische onderzoeken hiervan neemt toe. De werkbelasting van deze vorm van diagnostiek is, in vergelijking met de werkbelasting gerelateerd aan de klinische/poliklinische diagnostiek, beperkt. De diagnostiek voor huisartsen is voor een laboratorium voor pathologie belangrijk om een goede mix te houden tussen het aantal verrichtingen en de daadwerkelijke werkbelasting. Het laboratorium concurreert hiermee met in de regio actieve, landelijk opererende laboratoria die zich uitsluitend richten op de eerstelijnsdiagnostiek en zich niet bezighouden met de arbeidsintensieve, dure, ziekenhuisgerelateerde diagnostiek. De RVE Pathologie heeft een uitgebreid programma, gericht op het faciliteren, optimaal organiseren en veilig transporteren van materiaal voor de eerstelijnsdiagnostiek. In totaal participeren 415 huisartsen in de provincies Groningen en Drenthe in het huisartsenprogramma. Huisartsen Histologische verrichtingen Totaal aantal histologische verrichtingen Aandeel huisartsendiagnostiek 19% 20% 23% 24% 23% Relatie tussen histologische verrichtingen en werkbelasting: cassettes De werkbelasting die samenhangt met de histologische verrichtingen wordt slechts deels bepaald door de eerder genoemde inzendingen. Een inzending is gedefinieerd als een inzending van één patiënt in verband met één ziekte op één bepaalde dag. Deze kan dus sterk variëren; van een klein biopt tot bijvoorbeeld een totale maagresectie met lymfeklieren. Ook in de gewogen CTG verrichtingen wordt hierin overigens geen onderscheid gemaakt. Al deze verschillende inzendingen worden in het laboratorium histologisch bewerkt. In het kader van deze bewerking wordt weefsel ingebed in paraffine (cassettes). Het aantal bewerkte cassettes is dus een andere, betere maat voor de werkbelasting. Er worden in toenemende mate grotere, chirurgische resectiepreparaten onderzocht (mamma, colon/rectum), waarbij relatief veel weefsel onderzocht wordt en veel cassettes bewerkt moeten worden. Aan de andere kant is er een sterke toename van het aantal huisartsinzendingen, waarbij slechts een beperkt aantal cassettes onderzocht wordt. De afgelopen jaren is er dan ook sprake van een stijging van het aantal cassettes, zonder dat het aantal cassettes per inzending steeg Aantal histologische onderzoeken Aantal cassettes Aantal cassettes per onderzoek 2,4 2,4 2,5 2,4 2,6 Bij een beperkt deel (in ,4%) van het aantal inzendingen, vrijwel uitsluitend grote chirurgische resectiepreparaten, wordt meer dan vijf weefselcassettes gemaakt. Deze 9,4 % van de inzendingen leidt tot 40,6% van het totale aantal te bewerken cassettes op het laboratorium voor histologie Relatie tussen histologische verrichtingen en werkbelasting: microscopische preparaten Van de weefselcassettes worden op het laboratorium voor histologie microscopische coupes gesneden. Het aantal coupes is slechts gedeeltelijk afhankelijk van het aantal cassettes. Bij een ingewikkeldere vraagstelling kan de patholoog niet volstaan met één microscopische coupe per cassette. Onderzoek op meer niveaus, extra kleuringen - zowel histochemisch als immunohistochemisch - kunnen noodzakelijk zijn om tot een weefseldiagnose te komen. 14 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
15 Aantal histologische onderzoeken Aantal histologie coupes Aantal coupes per onderzoek 3,4 3,5 3,6 3,5 3,7 Bij een beperkt deel van het aantal inzendingen, 11.3% worden meer dan 7 coupes gemaakt. Deze 11 % van de inzendingen leidt tot 44% van het totale aantal gemaakte en te beoordelen microscopische preparaten op het histologisch laboratorium. Het betreft hier in het bijzonder kleine diagnostische biopten, verrichtingen in het kader van hematopathologie en speciële chirurgische resectiepreparaten Histochemische bepalingen De standaard histochemische kleuring op microscopische preparaten van paraffine coupes is de Haematoxyline-Eosine kleuring (H&E). Deze kleuring wordt zowel protocollair verricht als ook op navraag, naar aanleiding van het initiële onderzoek door de beoordelende patholoog. Haematoxyline-Eosine kleuring He He ontvet He ontkalken Vriescoupe HE Vries HE Stoof HE He dieper Niveaus dieper Grof op Serie Totaal Ook kunnen gespecialiseerde histochemische kleuringen worden verricht. Een beperkt aantal van deze kleuringen wordt protocollair verricht, op basis van de aard van het weefsel of de vraagstelling. Met behulp van deze technieken worden diverse bestanddelen van weefsels en/of cellen specifiek aangekleurd. Andere, meer gespecialiseerde, kleuringen worden echter pas op indicatie verricht naar aanleiding van een navraag van de beoordelende patholoog. De histochemische kleuringen zijn, met uitzondering van de Acetylcholinesterase, Giemsa en Leder kleuring, verricht met behulp van een automatische kleurmachine (DAKO Artisan ). Jaarverslag
16 Histochemische kleuringen Acetyl Cholinesterase 4 10 Alcian Blue met Hyaluronidase 1 - Alcian Blue Congo-rood EvG-Verhoeff Giemsa Gomori Grocott IJzer Perls Leder Masson Trichroom Methenamine zilver (Jones) Muci Karmijn 12 6 Pas Pas Diastase Ziehl Nielsen Totaal Immunohistochemie Immunohistochemisch onderzoek wordt vooral gebruikt in de diagnostiek van oncologische processen. Het wordt gebruikt voor het vaststellen van de aard van de tumor, de subtypering op basis van differentiatie markers en de prognostisch en/of therapeutisch relevante expressiepatronen van eiwitten. Door ontwikkelingen in inzichten, de beschikbaarheid van antilichamen en steeds specifiekere vraagstellingen op kleine hoeveelheden materiaal, is er de afgelopen jaren een constante toename van het aantal immunohistochemische verrichtingen zichtbaar. In 2010 en 2011 werden in totaal respectievelijk en verschillende immunohistochemische kleuringen verricht. Dit is een gemiddelde van 4,2 respectievelijk 4,3 kleuringen per verrichting waarop immunohistochemisch onderzoek werd aangevraagd. Dit aantal immunohistochemische kleuringen per inzending is al jaren vrij stabiel. Wel is er sprake van een geleidelijke toename van het aantal onderzoeken waarop immunohistochemisch onderzoek wordt verricht. Dit is, in vergelijking met andere laboratoria, nog steeds een laag percentage. Hierdoor blijven de kosten voor de inzendende ziekenhuizen en patiënten/verzekeraars beperkt. Het immunohistochemisch onderzoek is verricht met behulp van een automatische immunostainer (DAKO Autolink ), waarbij gebruik wordt gemaakt van ready-to-use primaire antilichamen. Immunohistochemie Aantal histologie onderzoeken met immunohistochemisch onderzoek immunohistochemie/totaal aantal histologie onderzoeken 8,5% 9,7% 9,2% 8,7% 9,2% 16 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
17 Immunohistochemische kleuringen AE 1/AE Chromogranine AFP 7 8 CK Caldesmon - 22 CK Actine SM CK 5/ Alk CK Amyloid AA 2 2 Cycline D Bcl Desmine Bcl E-cadherine Ber EP EMA Beta HCG 5 13 GFAP C1q FITC Her2neu C3 FITC HMB Calcitonine 1 12 HM-CK Calretinine IgA pl Cam IgA-FITC CD IgG pl CD CD IgG-FITC CD 15 (LEU) IgM pl CD 20 (L26) IgM-FITC CD Kappa pl CD Kappa FITC CD Ki 67 (K.3) CD Lambda pl CD Lambda FITC CD MPO Melan A CD Myo D1 6 5 CD NF 6 5 OC CD 45 (LCA) Oestrogeen receptor CD P P CD PLAP CD Progesteronreceptor CD PSA CD S Synapto CD 79A Thyreoglob 2 13 CD TTF CEA-mono Vimentine CEA-poly 7 8 TdT - 14 WT-1-21 Totaal Jaarverslag
18 4.2.8 Moleculaire diagnostiek In 2010 en 2011 zijn op indicatie complexe en eenvoudige moleculaire bepalingen uitgevoerd. De complexe, moleculaire bepalingen betroffen K-Ras mutatie analyse en EGFR mutatie analyse. Dit complexe, moleculaire onderzoek is verricht in het CCKL/ISO gecertificeerde laboratorium voor Moleculaire pathologie van het UMCG (o.l.v. prof. dr. E. Schuuring, moleculair bioloog). Type bepaling K-Ras mutatie bij coloncarcinoom waarvan wild type waarvan gemuteerd waarvan onvoldoende materiaal - 3 EGFR-mutatie bij longcarcinoom waarvan activerende mutaties waarvan geen mutaties waarvan K-Ras mutaties waarvan onvoldoende materiaal 1 5 Clonaliteitsbepalingen lymfoom 3 2 Overige 2 1 Totaal In 2010 en 2011 zijn op indicatie complexe en eenvoudige moleculaire bepalingen uitgevoerd. Deze zijn deels uitgevoerd in het UMCG; in situ hybridisatie op de aanwezigheid van Her2neu gen amplificaties met behulp van FISH is uitgevoerd in het Martini Ziekenhuis. Type bepaling Her2neu CISH bepalingen waarvan geamplificeerd waarvan niet-geamplificeerd Longcarcinoom FISH 24 - Maligne lymfoom (EBER) 6 3 Overig 4 1 Totaal De eenvoudig moleculaire bepaling van het hr-hpv wordt beschreven in hoofdstuk Vriescoupediagnostiek In het kader van de spoeddiagnostiek tijdens operaties worden vriescoupes vervaardigd. De afgelopen jaren is een geleidelijke daling zichtbaar van het aantal vriescoupes voor met name het specialisme Gynaecologie. Dit hangt samen met het concentreren van de ovarium oncologie in het UMCG. 18 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
19 Aanvragend specialisme Martini Ziekenhuis Chirurgie Dermatoloog Gynaecologie Internist Keel-, Neus-, Oorheelkunde Neurochirurgie Orthopedie Plastische Chirurgie Urologie Wilhelmina Ziekenhuis Chirurgie Gynaecologie Urologie Totaal Verrichtingen cytologie Verrichtingen algemene cytologie voor het Martini Ziekenhuis Het aantal niet-gynaecologische, cytologische verrichtingen vertoonde de afgelopen jaren een geleidelijke daling. Sinds 2007 is het aantal onderzoeken met 8% afgenomen. Aanvragend specialisme Cardiologie Chirurgie Dermatologie Geriatrie Gynaecologie Intensive Care Interne Geneeskunde Kaakchirurgie Keel-,Neus-,Oorheelkunde Kindergeneeskunde Longgeneeskunde Maag-,Darm-,Leverartsen Neurochirurgie Neurologie Oogheelkunde Orthopedie Overigen Plastische Chirurgie Radiologie Reumatologie Revalidatie Urologie Eerstelijn Totaal Jaarverslag
20 4.3.2 Verrichtingen algemene cytologie voor het Wilhelmina Ziekenhuis Het aantal niet-gynaecologische cytologische verrichtingen vertoont ook hier een duidelijke neerwaartse trend. Aanvragend specialisme Wilhelmina Ziekenhuis Assen 2007* Cardiologie Chirurgie Gynaecologie Interne Geneeskunde Kaakchirurgie Keel-,Neus-,Oorheelkunde Kindergeneeskunde Longgeneeskunde Maag-,Darm-,Leverartsen Neurologie Orthopedie Radiologie Urologie Totaal * periode februari t/m december Cytochemische kleuringen De standaard kleuring op microscopische preparaten van cytologische preparaten is de PAP of Giemsa kleuring. Ook kunnen gespecialiseerde histochemische kleuringen worden verricht. Een beperkt aantal van deze kleuringen wordt protocollair verricht, op basis van de aard van het weefsel of de vraagstelling. Met behulp van deze technieken worden diverse bestanddelen van weefsels en/of cellen specifiek aangekleurd. Andere, meer gespecialiseerde, kleuringen worden echter pas op indicatie verricht naar aanleiding van een navraag van de beoordelende patholoog. De histochemische kleuringen werden, met uitzondering van de Giemsa-kleuring, verricht met behulp van een automatische kleurmachine. Cytochemische kleuringen Speciële Cytologie Giemsa Giemsa spoed Grocott 12 8 PAP Pas Ziehl Nielsen 4 2 Cervixcytologie Pap Totaal Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
21 4.4 Gynaecologische cytologie In 2010 en 2011 is gynaecologisch cervixcytologisch onderzoek verricht in het kader van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker en op indicatie (vervolgonderzoek na afwijkingen aangetroffen in het bevolkingsonderzoek en/of gynaecologische klachten of symptomen). Begin 2008 is het routinematige gebruik van dunne laag cytologie geïntroduceerd (Thinprep ). Hierbij wordt het afgenomen uitstrijkmateriaal niet meer op een glaasje uitgestreken, maar uitgeschud in een fixatievloeistof. De opbrengst in termen van het aantal gedetecteerde afwijkende cellen is gelijk, maar er is een afname van het aantal onbeoordeelbare uitstrijkpreparaten. Dit doordat de kritische stap van het tijdig fixeren van de uitstrijk wordt geëlimineerd. In 2010 is 99,8% van alle cervixcytologie-onderzoeken bewerkt met behulp van dunne laag cytologie. Het aantal onbeoordeelde uitstrijken is sterk afgenomen. In 2009 zijn nog 383 (1,9%) afgekeurd, in (1,4%) en in (1,4%). De tabel hierna geeft verdeeld over BVO en indicatie cytologie de verschillende Pap-classificaties weer over de jaren Jaarverslag
22 Pap classificatie Omschrijving Kopac BVO % Indicatie % BVO % Indicatie % BVO % Indicatie % Pap 0 Onvoldoende kwaliteit 215 1,38% 89 1,73% 202 1,34% 88 1,72% 300 1,94% 83 1,62% Pap 1 p1a1a2c1 Geen afwijking ,86% ,24% ,72% ,62% ,22% ,33% Pap2 P2/3 C3 Enkele atypische cellen 247 1,59% 290 5,64% 217 1,44% 233 4,55% 220 1,42% 269 5,25% Pap 3a Geringe/matige dysplasie A3 Atypische reparatie 0 0,00% 0 0,00% 22 0,15% ,04% P4 Geringe dysplasie plaveiselepitheel 83 0,53% 133 2,59% 113 0,75% 154 3% 116 0,75% 148 2,89% C4 Geringe atypie endocervix 0 0,00% 0 0,00% 2 0,01% 3 0,06% 1 1 P5 Matige dysplasie plaveiselepitheel 50 0,32% 46 0,89% 49 0,32% 51 1,00% 50 0,32% 47 0,92% C5 Matige atypie endocervix 0 0,00% 2 0,01% 1 5 0,10% A4/5 Afwijkend endometrium 1 0,01% 4 0,08% 2 0,04% Pap 3b Ernstige dysplasie P6 Ernstige dysplasie plaveiselepitheel 48 0,31% 30 0,58% 34 0,23% 33 0,64% 49 0,32% 35 0,68% A6 Ernstige atypie endometrium 0 0,00% 3 0,06% 3 0,06% 1 C6 Ernstige atypie endocervix 1 0,01% 2 0,04% 3 0,02% 3 0,06% 1 2 0,04% Pap 4 Carcinoma in situ P7 Carcinoma in situ plaveiselepitheel 0 0,00% 3 0,06% 0 8 0,16% 2 0,01% 1 C7 Adenocarcinoma in situ 0 0,00% 0 0,00% Pap 5 Invasief carcinoom P8/9 Plaveiselcelcarcinoom 0 0,00% 2 0,04% 0 2 0,04% A7 Adenocarcinoom endometrium 0 0,00% 1 0,02% 1 A8 Metastase 0 0,00% 2 0,04% 1 C9 Adenocarcinoom endocervix 0 0,00% 0 0,00% 1 1 Totalen Bevindingen bij indicatie en bevolkingsonderzoek cervixcytologie Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
23 4.4.1 Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2010 en 2011 Voor een uitvoerige analyse van de gynaecologische cytologie, verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, wordt verwezen naar de jaarlijkse regionale rapportage opgesteld door de Regionaal Coördinerend Patholoog; mr. dr. J.E. Boers, patholoog in Zwolle. (Titel:9 jaar regiogetallen Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker Noord-Nederland, april 2012) Van de in totaal onderzochte uitstrijkpreparaten in 2010 zijn er 202 (1,4%) afgekeurd op grond van onvoldoende beoordeelbaarheid. In (18,3%) van de onderzochte uitstrijkpreparaten zijn geen endocervicale cellen aangetroffen. Van de in totaal onderzochte uitstrijkpreparaten in 2011 zijn er 215 (1,4%) afgekeurd op grond van onvoldoende beoordeelbaarheid. In (16,2%) van de onderzochte uitstrijkpreparaten zijn geen endocervicale cellen aangetroffen Indicatie cervixcytologie 2010 en 2011 Van de in totaal onderzochte uitstrijkpreparaten in 2010 zijn 88 (1,7%) afgekeurd op grond van onvoldoende beoordeelbaarheid. In 698 (13,6%) van de onderzochte uitstrijkpreparaten zijn geen endocervicale cellen aangetroffen. Van de in totaal onderzochte uitstrijkpreparaten in 2011 zijn 89 (1,7%) afgekeurd op grond van onvoldoende beoordeelbaarheid. In 586 (13,6%) van de onderzochte uitstrijkpreparaten zijn geen endocervicale cellen aangetroffen Hoog risico Humaan Papilloma Virus-bepaling (Hr-HPV) In 2010 en 2011 zijn Hr-HPV-bepalingen verricht bij indicatie cervixcytologie. Het humane papilloma virus (HPV) is verantwoordelijk voor het ontstaan van baarmoederhalskanker. Vooral een aantal subtypen van dit virus, de zogenaamde Hoog risico (High risk) subtypen, zijn geassocieerd met de ontwikkeling van kanker. Het risico neemt vooral toe als het virus langdurig aanwezig is en niet door het immuunsysteem van vrouwen wordt geneutraliseerd. Door in het uitstrijkmateriaal de aanwezigheid van het HrHPV vast te stellen, kan - in combinatie met aanwezige celafwijkingen (Pap 2 en Pap 3a gering) - een beter advies worden gegeven voor een vervolgtraject. In de follow-up uitstrijk wordt, naast de cytologische beoordeling, geadviseerd de HrHPV-status te bepalen. Op geleide van een negatieve HrHPV-status kunnen vrouwen dan vroegtijdig terugverwezen worden naar het BVO (Pap 1) of een herhaaladvies krijgen in plaats van een te vroege verwijzing naar de gynaecoloog. Deze indicatiestelling is landelijk vastgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Pathologie, in nauw overleg met het Nederlands Huisartsengenootschap. Het moleculair onderzoek op de aanwezigheid van HrHPV wordt verricht in het CCKL/ISO gecertificeerde laboratorium voor Moleculaire pathologie van het UMCG (hoofd: prof. dr. E. Schuuring, moleculair bioloog). Er wordt gebruikgemaakt van de Hybrid Capture-HPV DNA-test. Dit is een kwantitatieve test op de aanwezigheid van het HrHPV DNA. Deze test is niet gebaseerd op PCR technologie en wordt dus uitgevoerd zonder voorafgaande vermeerdering van het DNA van het HPV HrHPV verrichtingen 2010 en 2011 Voor de eerstelijn zijn in HrHPV-bepalingen verricht. Hiervan waren 254 HrHPV positief en 369 HrHPV negatief. In 2011 zijn 625 HrHPV-bepalingen verricht. Hiervan waren 263 HrHPV positief en 368 HrHPV negatief. Voor de gynaecologen zijn in HrHPV-bepalingen verricht. Hiervan waren 73 HrHPV positief en 114 HrHPV negatief. In 2011 zijn 100 HrHPV-bepalingen verricht. Hiervan waren er 51 HrHPV positief en 49 HrHPV negatief. Van de in totaal 327 positieve HrHPV-bepalingen in 2010 was bij 168 (51,4%) sprake van een Pap1 cervixcytologie. Van de 483 negatieve HrHPV-bepalingen in 2010 was bij 46 (9,5%) sprake van een Pap2 (n=39), Pap3a (n=6) of Pap 5 (n=1) cervixcytologie. Jaarverslag
24 Van de in totaal 314 positieve HrHPV-bepalingen in 2011 was bij 181 (57,6%) sprake van een Pap1 cervixcytologie.van de 417 negatieve HrHPV-bepalingen in 2011 was bij 43 (10,3%) sprake van een Pap2 (n=36), Pap3a (n=6) of Pap 3b (n=1) cervixcytologie. 4.5 Obducties (post mortaal onderzoek) Het aantal obducties in zowel het Martini Ziekenhuis als het Wilhelmina Ziekenhuis beperkt. Obductie blijft een belangrijk instrument in het kader van de kwaliteitsborging van de specialistische en algemene medische zorg, in het bijzonder in een groot opleidingsziekenhuis. Het aantal obducties blijft in het Martini Ziekenhuis achter bij dat in andere, grote opleidingsziekenhuizen. In het kader van het huisartsenprogramma wordt aan de deelnemende huisartsen ook dienstverlening op het gebied van obducties aangeboden. De kosten, inclusief de kosten voor het vervoer naar het mortuarium van het Martini Ziekenhuis, zijn voor rekening van de RVE Pathologie. Ook in 2010 en 2011 is beperkt gebruikgemaakt van deze faciliteit. Obducties Martini Ziekenhuis Aanvragend specialisme Interne Geneeskunde Cardiologie Longziekten Maag-,Darm-, Lever Chirurgie Urologie Neurochirurgie Neurologie Gynaecologie/Verloskunde* Kindergeneeskunde Intensive Care Overige specialismen Huisartsen Totaal Obducties Wilhelmina Ziekenhuis Aanvragend specialisme Interne Geneeskunde Cardiologie Longziekten Chirurgie Gynaecologie/Verloskunde* Neurologie Urologie Totaal * Obducties verricht voor de specialismen Gynaecologie en Kindergeneeskunde betreffen uitsluitend intra-uterien en perinataal overleden neonaten. 24 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
25 5. Kwaliteitsindicatoren De RVE Pathologie kent kwantitatieve en kwalitatieve kwaliteitsindicatoren. De voornaamste kwantitatieve parameter is de verwerkingstermijn; de tijd tussen het tijdstip van in bewerking nemen van het materiaal en de tijd waarop een geautoriseerde uitslag beschikbaar is. De kwantitatieve kwaliteitsindicatoren, in het bijzonder de kwaliteit van diagnoses, kan op diverse wijzen worden weergegeven. Onderstaande paragrafen representeren een aantal verschillende vormen van intercollegiale toetsing, de histologische follow-up van vriescoupediagnostiek, en de cytologie-histologie correlatie. Als laatste worden de overige inspanningen op het gebied van kwaliteit weergegeven. 5.1 Verwerkingstermijnen 2010 en 2011 kenmerken zich door een stabiele doorloopsnelheid op een hoog niveau. Dit geldt voor de verwerkingstermijn van alle verrichtingen. Er zijn geen verschillen waarneembaar voor diagnostiek voor het Wilhelmina Ziekenhuis en het Martini Ziekenhuis. De snellere doorlooptijd van de histologische onderzoeken voor de eerstelijn weerspiegelt de relatieve eenvoud van het ingezonden materiaal. De doelstelling 95% verslagen en geautoriseerd binnen vijf werkdagen na ontvangst is gehaald. Blijvende aandacht is nodig voor het aantal histologie nummers dat na één, respectievelijk twee werkweken nog niet is afgewerkt. Hier zit echter wel een dalende trend in. De doorloopsnelheid van obducties verdient ook blijvende aandacht. De doelstelling 95% van de obductieverslagen te autoriseren binnen vier werkweken na ontvangst wordt niet gehaald Histologie Martini Ziekenhuis Het aantal (cumulatief %) geautoriseerde uitslagen histologie in dagen na ontvangst (dag 0) Dag absoluut cum. absoluut cum. absoluut cum % 43 0% 23 0% % % % % % % % % % % % % % % % % % % % 36 99% % % % % % % % % % % > % % % Totaal Jaarverslag
26 5.1.2 Histologie Wilhelmina Ziekenhuis Assen Het aantal (cumulatief %) geautoriseerde uitslagen histologie in dagen na ontvangst (dag 0) Dag absoluut cum. absoluut cum. absoluut cum % 23 0% 8 0% % % % % % % % % % % % % % 87 99% % % 41 99% 40 99% % % % % % % % 5 100% 6 100% % 7 100% 5 100% > % 7 100% % Totaal Histologie eerstelijn Het aantal (cumulatief %) geautoriseerde histologie-uitslagen in dagen na ontvangst (dag 0) Dag absoluut cum. absoluut cum. absoluut cum % 35 0% 6 0% % % % % % % % % % % 68 99% % % 38 99% 84 99% % 16 97% 32 99% % 9 100% % % % % % 5 100% 8 100% % 5 100% > % 5 100% 6 100% Totaal Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
27 5.1.4 Cytologie Martini Ziekenhuis Het aantal (cumulatief %) geautoriseerde cytologie-uitslagen in dagen na ontvangst (dag 0) Dag absoluut cum. absoluut cum. absoluut cum % 203 5% 383 9% % % % % % % % % % % 38 99% 48 99% % 18 99% % % 1 100% 6 100% % 4 100% 1 100% % 1 100% % 2 100% % 1 100% > % Totaal Cytologie Wilhelmina Ziekenhuis Assen Het aantal (cumulatief %) geautoriseerde cytologie-uitslagen in dagen na ontvangst (dag 0) Dag absoluut cum. absoluut cum. absoluut cum % 12 1% 13 1% % % % % % % % 47 97% 41 97% % 19 99% 20 99% % 7 99% 6 100% % 2 99% % 3 100% % 1 100% % % 1 100% > % Totaal Jaarverslag
28 5.1.6 Cervixcytologie 2010 en 2011 (Indicatie en Bevolkingsonderzoek (BVO)) Het aantal (cumulatief %) geautoriseerde cervixcytologie-uitslagen in dagen na ontvangst (dag 0). BVO-cervix Indicatie cervix Indicatie cervix Totaal cervixcytologie huisartsen gynaecologen Dag aantal cum. aantal cum. aantal cum. aantal cum % % 195 5% % % % % % % % % % % % % % % % 72 99% % % % % % % % 4 100% % % 8 100% 2 100% % % 5 100% 2 100% % % 2 100% 0 100% 3 100% % 1 100% 0 100% 2 100% Totaal Obducties Het aantal (cumulatief %) geautoriseerde obductie-uitslagen in weken Dag absoluut cum. absoluut cum. absoluut cum % 16 22% 13 19% % 25 57% 16 43% % 15 78% 6 51% % 9 90% 9 65% % 0 90% 8 76% % 4 96% 7 87% % 2 99% 3 91% 8-100% - 99% 3 96% 9-100% - 99% 1 97% % - 99% 1 99% >10-100% 1 100% 1 100% Totaal Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
29 5.2 Intercollegiale toetsing Multidisciplinaire patiëntbesprekingen De RVE Pathologie participeert in veel multidisciplinaire patiëntenzorg-, opleidings-,en onderwijsbesprekingen in het Martini Ziekenhuis en het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Deze multidisciplinaire besprekingen zijn belangrijke momenten voor intercollegiale toetsing en contacten tussen aanvragende specialismen en pathologen. In 2010 zijn tijdens deze besprekingen 4166 besproken en in patiënten (waarvan sommigen meerdere malen) Interne revisies Bij histologisch en cytologisch onderzoek is van veel patiënten al eerder materiaal onderzocht. Vooral bij mogelijke discrepanties wordt het materiaal intern gereviseerd. In 2010 en 2011 zijn respectievelijk 487 en 530 eerdere inzendingen gereviseerd in het kader van dit interne kwaliteitsborgingprogramma Externe revisies Externe revisies zijn revisies op initiatief van derden. Via andere laboratoria voor pathologie worden cytologische of histologische preparaten opgevraagd van patiënten die inmiddels in het andere ziekenhuis worden behandeld. Ook vinden revisies plaats in het kader van klinisch genetisch onderzoek en in het kader van patiëntendeelname in klinisch (oncologisch) onderzoek. De meeste revisies zijn verricht door pathologen werkzaam in de Afdeling Pathologie van het UMCG (hoofd: prof. dr. W. Timens). Externe revisies histologie en cytologie in aantal concordante revisies aantal discordante revisies 9 8 Totaal aantal revisies In 2,0 % van de externe revisies was er sprake van een discordante uitslag. In 2010 en 2011 betreft het de volgende casuïstiek. Aard materiaal Uitslag Revisie uitslag Cytologie mondbodem grootcellig carcinoom sterk atypische cellen Hersenbiopt laaggradig astrocytoom glioblastoma multiforme Synoviumbiopt synovitis met ijzerdepositie synovitis villonodularis pigmentosa * Huidbiopt eosinofiele cellulitis erythema elevatum diutinum Huidbiopt fibro-folliculoom reactieve plaveiselcelproliferatie Huidexcisie dermatofibroom met BCC dermatofibroom met basale cel hyperplasie Huidexcisie lichen nitidus molluscum contagiosum (dieper) Huidbiopt pseudolymfoom cutaan T-cell lymfoom Ovarium micro-invasief carcinoom mucineus adenocarcinoom Colonbiopt geen amyloïd fokaal amyloïd Hersenbiopt oligoastrocytoom graad 2 diffuus astrocytoom graad 2 Huidbiopt neutrofiele dermatose leucocytoclastische vasculitis Huidexcisie geen restmelanoom rest neurotroop melanoom * Endometriumcurretement endom. adenocarcinoom gr. 1 endom. adenocarcinoom gr. 2 Testis seminoom gemengde kiemceltumor Vulvabiopt reactief verdacht maligne Colon resectie ernstige colitis eci colitis ulcerosa * bevinding externe revisie NIET overgenomen Jaarverslag
30 5.2.4 Consulten Consulten worden aangevraagd op initiatief van de beoordelende patholoog. De reden kan twijfel zijn over de diagnose of - in het bijzonder bij zeldzame(re) diagnose - behoefte aan een expertdiagnose ter ondersteuning van de eigen diagnose. In 2010 en 2011 is van 58 patiënten materiaal aangeboden aan genoemde collegae, vanwege hun bijzondere expertise. Consulent Aandachtsgebied Aantal prof. dr. P.M. Kluin en Drs. S. Rosati, UMC Groningen Hematopathologie 19 dr. W. den Dunnen, UMC Groningen Neuropathologie 11 prof. dr. W.J. Mooij, VUMC Amsterdam Melanocytaire afwijkingen 9 prof. dr. H. Hollema, UMC Groningen Gynaecopathologie 7 prof. dr. A.S.H Gouw, UMC Groningen Lever 4 dr. J. Wesseling, NKI Amsterdam Mammapathologie 3 dr. M. den Bakker, EU Rotterdam Longpathologie 3 dr. J. van der Wal, UMC Groningen Hoofdhals pathologie 1 prof. dr. R.R. de Krijger, EU Rotterdam Endocriene pathologie Panels De RVE Pathologie heeft in 2010 en 2011 materiaal ingestuurd naar het landelijke Mesotheliomen Panel (Nederlands Kanker Instituut; prof. dr. M.J. van de Vijver) en de landelijke beentumoren commissie. Materiaal met de diagnose maligne lymfoom of leukemie wordt, als er sprake is van een bijzondere casus, ingebracht in het Lymfomen Panel Noord Nederland. Weke delen tumoren (maligne en bijzondere vormen van goedaardige tumoren) worden, als er sprake is van een bijzondere casus, besproken in de werkgroep Weke Delen Tumoren Noord Nederland. In 2010 en 2011 zijn 5 casussen voorgelegd aan de landelijke beentumoren commissie. In 2010 en 2011 zijn 7 casussen voorgelegd aan de landelijke mesotheliomen werkgroep. In 2010 en 2011 zijn 53 casussen besproken in de regionale werkgroep Weke Delen pathologie. In 2010 en 2011 zijn 34 casussen besproken in het regionale Lymfomenpanel. 5.3 Kwaliteitsindicatoren Oncologie In 2010 en 2011 is gebruikgemaakt van gestructureerde protocollaire verslaglegging via de Palga Protocol Module. Het betreft landelijk vastgestelde protocollen volgens de CBO/IKC-richtlijnen. Naast eenduidige, gestructureerde verslaglegging is het mogelijk de vastgelegde gegevens te extraheren voor nadere analyse. Van een beperkt aantal parameters zijn ook landelijke cijfers bekend, afkomstig uit de landelijke Pathologie databank (PALGA). Als deze aanwezig zijn, zijn ze ter referentie vermeld. Gestructureerde verslaglegging vindt plaats voor de volgende resectiepreparaten: 1 mammaresecties wegens maligniteit 2 schildwachtklierprocedure bij mammacarcinoom 3 okselklierdissectie bij mammacarcinoom 4 colon- en rectumresecties wegens maligniteit Hierna worden de resultaten weergegeven, zoals ze geëxtraheerd zijn uit de protocollaire invoer, voor het mamma, colon en rectum carcinoom Mamma carcinoom In 2010 zijn 403 resecties in verband met een mammacarcinoom onderzocht. Bij 325 patiënten was er sprake van een invasief carcinoom, bij 46 patiënten van een in situ carcinoom. De overige 32 preparaten betroffen re-excisies. Bij 292 patiënten is een lymfklier onderzocht vanwege een schildwachtklierprocedure. In verband met een lymfklier metastase in de oksel, zijn 141 okselklierdissecties onderzocht. In 2011 zijn 455 resecties in verband met een mammacarcinoom onderzocht. Bij 379 patiënten was er sprake van een invasief carcinoom, bij 50 patiënten van een in situ carcinoom. De overige 26 preparaten betroffen re-excisies. Bij 354 patiënten is een lymfklier onderzocht vanwege een schildwachtklierprocedure.in verband met een lymfklier metastase in de oksel, zijn 141 okselklierdissecties onderzocht. 30 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
31 Primaire resecties en radicaliteit bij invasief en in situ mammacarcinoom Type resectie bij invasief carcinoom Lumpectomie 135 (42%) 105 (28%) Draadgeleide lumpectomie 61 (19%) 121 (32%) Mamma Ablatio 97 (30%) 119 (31%) Mamma Amputatie 33 (10%) 34 (9%) Totaal aantal resecties Radicaliteit resectie bij invasief carcinoom Landelijk Radicaal 301 (92%) 365 (92 %) 91,5 % Focaal irradicaal 12 (4%) 22 (5,5 %) 5,9 % Massaal irradicaal 12 (4%) 10 (2,5 %) 2,6 % Type resectie bij in situ carcinoom Lumpectomie 17 (37%) 10 (20%) Draadgeleide lumpectomie 12 (26%) 20 (40%) Mamma Ablatio 17 (37%) 20 (40%) Totaal aantal onderzochte resecties Radicaliteit resectie bij in situ carcinoom Radicaal 38 (83%) 45 (90%) Focaal irradicaal 6 (13%) 3 (6%) Massaal irradicaal 2 (4%) 2 (4%) Totaal aantal onderzochte resecties Karakteristieken invasief carcinoom Type tumor (WHO) Landelijk Infiltrerend ductaal carcinoom 255 (78,5%) 320 (80,6%) 81,7% Infiltrerend lobulair carcinoom 51 (15,7 %) 52 (13,1%) 12,0% Tubulair carcinoom 8 (2,5 %) 3 (0,8%) 1,5 % Mucineus carcinoom 5 (1,5 %) 15 (3,8%) 2,2% Overige 6 7 Gradering invasief carcinoom Bloom Richardson Graad 1 41 (12,6%) 71 (18,7%) Bloom Richardson Graad (58,2%) 207 (54,6 %) Bloom Richardson Graad 3 95 ( 29,2%) 101 (26,6 %) Jaarverslag
32 Hormoon- en Her2neu receptor status Hormoonreceptor positief 254 (85%) 323 (85%) Oestrogeenreceptor positief, progesteronreceptor positief 196 (66%) 277 (73%) Oestrogeenreceptor positief, progesteron receptor negatief 58 (19%) 44 (12%) Oestrogeenreceptor negatief, progesteron receptor positief 1 2 Her2 neu receptor positief 42 (15%) 52 (14%) - waarvan hormoonreceptor positief 24 (57%) 32 (62%) Triple (oestrogeen-, progesteron- en her2neu receptor) negatief 26 (10,2%) 30 ( 7,9%) Schildwachtklierbiopsie bij mammacarcinoom Geen metastasen 188 (64%) 245 (69%) Macrometastasen (> 2 mm) 61 (21%) 55 (16%) Micrometastase (> 0,2 maar < 2 mm) 28 (10%) 30 (8%) Geïsoleerde tumorcellen (< 0,2 mm) 15 (5%) 24 (7%) Totaal aantal onderzoeken Okselklierdissecties bij mammacarcinoom Van 141 patiënten is een okselklierdissectie onderzocht. Bij 82 (58%) is voorafgaand aan de okselklierdissectie een schildwachtklierprocedure verricht Eerder verrichte schildwachtklierprocedure 82 (58%) 80 (58%) Geen metastasen 68 (48%) 54 (39%) Macrometastasen (> 2 mm) 68 (48%) 82 (59%) - waarvan met extranodale groei 12 (18%) 8 (10%) Micrometastase (> 0,2 maar < 2 mm) 5 (4%) 3 (2%) Totaal aantal onderzoeken In 2010 en 2011 zijn respectievelijk bij 63% en 54% van de patiënten met een macrometastase in de schildwachtklierbiopsie geen metastase in de aanvullend verrichtte okselklierdissectie aangetroffen. In 2010 en 2011 zijn respectievelijk bij 91% en 72% van de patiënten met een micrometastase in de schildwachtklierbiopsie geen metastase in de aanvullend verrichtte okselklierdissectie aangetroffen. In de okselklierdissectie is in 2010 een mediaan van 13 lymfklieren onderzocht. In de okselklierdissectie is in 2011 een mediaan van 14 lymfklieren onderzocht. 32 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
33 5.3.2 Colon en rectum resecties wegens maligniteit Colon carcinoom In 2010 en 2011 werden op de afdeling Pathologie respectievelijk 178 en 195 resecties in verband met een colon (exclusief rectum) carcinoom onderzocht. Type resectie Hemicolectomie rechts Colon transversum resectie 5 7 Hemicolectomie links Sigmoid resectie Subtotale colectomie 1 3 Totaal Aanwezigheid van lymfkliermetastasen Voor patiënten met een coloncarcinoom wordt de prognose voornamelijk bepaald door het TNM-stadium; in het bijzonder de aanwezigheid van lymfkliermetastasen (N +) als negatieve prognostische factor. In principe komen patiënten met lymfkliermetastasen in aanmerking voor adjuvante chemotherapie. De hoeveelheid aangetroffen lymfklieren is een indicator voor de collectieve kwaliteit van chirurg en patholoog en behoort tot de landelijke Zichtbare Zorg indicatoren. Als minder dan 10 lymfklieren worden aangetroffen cq. onderzocht, kan geen betrouwbare negatieve (N0) lymfklierstatus worden afgegeven en is er potentieel sprake van onderstagering. Dit geldt uiteraard niet als minder dan 10 lymfklieren worden aangetroffen met daaronder een lymfklier met metastase (N+). De tabel hierna geeft het aantal patiënten met een coloncarcinoom en lymfkliermetastasen weer, het aantal onderzochte klieren en de klinische relevantie van het onderzoek van minder dan 10 lymfklieren. In 2010 en 2011 was bij respectievelijk 19 (10,7 %) en 15 (7,7%) patiënten sprake van klinisch relevante onderstagering op basis van het geringe aantal onderzochte lymfklieren. N Stadium Aantal patiënten met lymfkliermetastasen (N+) 77 (43,3%) 97 (49,7%) Aantal patiënten zonder lymfkliermetastasen (N0) Mediaan aantal onderzochte lymfklieren Aantal onderzochte lymfklieren minder dan waarvan geen lymfkliermetastasen (N0) 19 (10,7%) 15 (7,7%) Totaal aantal patiënten Rectum carcinoom In 2010 en in 2011 zijn op de afdeling Pathologie respectievelijk 65 en 98 resecties in verband met een rectum carcinoom onderzocht. Rectumcarcinomen worden, als er bij beeldvorming (MRI) sprake is van een vrije circumferentiële resectie marge, < 3 vergrote lymfklieren EN een niet zeer distaal gelokaliseerd carcinoom, kortdurend voorbehandeld (neoadjuvant) met radiotherapie gevolgd door resectie. Als er ongunstige radiologische parameters worden vastgesteld, ondergaat de patiënt in principe een lange voorbehandeling met bij voorkeur chemoradiotherapie met na 2-3 maanden resectie. Dit met als doel tumorregressie te veroorzaken en een grote kans op vrije sneevlakken. In bepaalde omstandigheden kan op basis van patiëntfactoren worden afgezien van bovenstaande neoadjuvante behandeling of kan deze worden gemoduleerd. De tabel hierna geeft het type resectie weer, de wijze van voorbehandeling, het al dan niet vrij zijn van het circumferentiële sneevlak (CRM),en het optreden van een complete histologische regressie na lange neo-adjuvante therapie. Jaarverslag
34 Type resectie Low anteriorresectie waarvan korte radiotherapie waarvan lange neoadjuvante therapie waarvan geen voorbehandeling waarvan CRM niet vrij 4 (8%) 2 (2,8%) - waarvan complete regressie 3 2 Rectumamputatie waarvan korte radiotherapie waarvan lange neoadjuvante therapie waarvan geen voorbehandeling waarvan CRM niet vrij 1 (6,7%) 4 (14,8%) - waarvan complete regressie 2 3 Aanwezigheid van lymfkliermetastasen Voor patiënten met een rectumcarcinoom is de betekenis van de aanwezigheid van lymfkliermetastasen (N+) onduidelijk. In principe komen patiënten met lymfkliermetastasen niet in aanmerking voor adjuvante chemotherapie. Dit wordt momenteel wetenschappelijk onderzocht (Script studie). De hoeveelheid onderzochte lymfklieren bij een rectumcarcinoom is ook bij het rectumcarcinoom een indicator voor de kwaliteit van de patholoog. De voorbehandeling, in het bijzonder radiochemotherapie met een lang wachttijd tot resectie, heeft niet alleen een beoogd effect op de tumorgrootte, maar leidt ook tot afname van de grootte van de lymfklieren, waardoor het moeilijker wordt om deze in het resectiepreparaat aan te treffen. De tabel hierna geeft het aantal patiënten met een rectumcarcinoom en lymfkliermetastasen weer, het aantal onderzochte klieren en de klinische relevantie van het onderzoek van < 10 lymfklieren. In 2010 en 2011 is bij respectievelijk 10 (15,4 %) en bij 4 (4%) patiënten sprake van klinisch relevante onderstagering op basis van het geringe aantal onderzochte lymfklieren. Medio 2010 heeft een interventie plaatsgevonden waarbij eerst één en vanaf medio 2011 twee patholo(o)g(en) rectumresectiepreparaten bewerken. Dit is waarschijnlijk de verklaring voor de afname van het aantal klinische relevante onderstadiëring naar 4 % in N Stadium Aantal patiënten met lymfkliermetastasen (N+) 18 (27,7 %) 41 (42%) Aantal patiënten zonder lymfkliermetastasen (N0) Mediaan aantal onderzochte lymfklieren Aantal onderzochte lymfklieren lymfeklieren < waarvan geen lymfkliermetastasen (N0) 10 (15,4%) 4 ( 4%) Totaal aantal patiënten Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
35 5.4 Histologische en cytologische follow-up Kwaliteit vriescoupediagnostiek Een vriescoupe-uitslag heeft directe consequenties voor de behandeling van de patiënt. Vaak leidt de vriescoupediagnose tot het afbreken van een operatie of juist het uitbreiden van de chirurgische ingreep. Door het speciale karakter van het vriescoupe onderzoek: inferieure morfologie ten opzichte van routine paraffine coupes, het niet kunnen toepassen van additionele technieken, beperkte sampling en beperkte consultatiemogelijkheden van collegapathologen, is er altijd een kans op onder- of overdiagnostiek aanwezig. Doordat de vriescoupediagnose altijd wordt gevolgd door paraffine coupes van hetzelfde weefsel is kwaliteitscontrole van de vriescoupediagnose mogelijk. In de tabel hierna worden de discordante vriescoupe-uitslagen van 2010 en 2011 weergegeven en toegelicht. Kwaliteit van de vriescoupediagnostiek Specialisme aantal discordant aantal discordant Chirurgie Neurochirurgie Gynaecologie Plastische Chirurgie Urologie KNO Dermatologie Orthopedie Totaal In 2010 waren er 6 (2,9%) discordante vriescoupes. Aard materiaal Vriescoupediagnose Definitieve diagnose Lymfeklier geen metastasen metastase prostaatcarcinoom Ovarium benigne mucineuze tumor mucineuze tumor, borderline Ovarium benigne mucineuze tumor mucineuze tumor, borderline Ovarium benigne mucineuze tumor mucineuze tumor, micro-invasief Hersenen laaggradig astrocytoom astrocytoom graad 3 Hersenen necrose; geen diagnose glioblastoma multiforme In 2011 waren er 4 (2,3%) discordante vriescoupes. Aard materiaal Vriescoupediagnose Definitieve diagnose Bijschilkdklier geen bijschildklier kleine vervette bijschildklier Lymfeklier geen maligniteit metastase adenocarcinoom Hersenen maligne; voorkeur metastase maligne lymfoom Huid sneevlak basaalcel ca. vrij sneevlak niet vrij Een van de bezwaren van het vriescoupe-onderzoek is de verhoogde kans op sampling error, waardoor bij heterogeniteit van de afwijking in het resectiepreparaat onderdiagnostiek op kan treden. Dit is de verklaring voor de discordante vriescoupediagnose benigne mucineuze tumor en het niet in de vriescoupe, maar wel in de definitieve coupes aanwezig zijn van tumorweefsel in het lymfeklieronderzoek, de bijschildklier en het sneevlak. De kwaliteit van de diagnose op definitieve paraffine coupes, waarbij ook de mogelijkheid bestaat om additionele immunohistochemische technieken toe te passen, is superieur aan die van een vriescoupe. Dit vormt de verklaring voor de discordante vriescoupediagnose bij de neurochirurgische ingrepen. Jaarverslag
36 5.4.2 Follow-up mamma punctie cytologie De dunne naald aspiratie cytologie van de mamma is een vorm van diagnostiek die veelvuldig wordt toegepast op de Mammapoli. Bij patiënten met een palpabele en/of radiologisch begrensde afwijking in de mamma wordt aspiratiecytologie verricht. Dit wordt in een aantal gevallen gevolgd door histologisch onderzoek;diagnostisch (weefselbiopt) of therapeutisch (lumpectomie). Door beide onderzoekstechnieken te correleren kan de kwaliteit van de cytologische diagnostiek in maat en getal worden vastgelegd. NB In 2011 is, in het kader van een versnelling van de diagnostiek, de diagnose verdacht maligne niet meer gehanteerd. Deze is vervangen door niet conclusief, waarna in dezelfde sessie door de radioloog een echogeleid naaldbiopt is genomen. De totale afname van het aantal puncties is te verklaren, doordat in de analyse cystevochten niet meer zijn betrokken. Dit verklaart de verschillen tussen 2010 en Correlatie cytologie-histologie bij een palpabele mammatumor Cytologie uitslag geen hist. hist.: benigne hist.: maligne Totaal Onvoldoende kwaliteit Benigne Onzeker benigne Verdacht maligne Maligne Totaal De sensitiviteit van de cytologische punctie bij de palpabele mammatumor is 75%. De specificiteit van de cytologische punctie bij een palpabele mammatumor is 60%. De voorspellende waarde van de cytologische uitslag maligne of verdacht maligne is 100%. De voorspellende waarde van de cytologische uitslag benigne of onzeker benigne is 98% Cytologie uitslag geen hist. hist.: benigne hist.: maligne Totaal Onvoldoende kwaliteit Benigne Onzeker benigne Verdacht maligne Maligne Totaal De sensitiviteit van de cytologische punctie bij de palpabele mammatumor is 71%. De specificiteit van de cytologische punctie bij een palpabele mammatumor is 62%. De voorspellende waarde van de cytologische uitslag maligne of verdacht maligne is 99%. De voorspellende waarde van de cytologische uitslag benigne of onzeker benigne is 89% Follow-up cervix cytologie Voor een uitvoerige analyse van de gynaecologische cytologie, verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker (BVO), wordt verwezen naar de jaarlijkse regionale rapportage opgesteld door de Regionaal Coördinerend Patholoog; mr. dr. J.E. Boers, patholoog in Zwolle. De follow-up van cervix cytologie kan zowel histologisch (colposcopische biopten, na verwijzing naar gynaecoloog) als cytologisch (vervolg uitstrijken) verricht worden. Op grond hiervan kan de correlatie tussen cytologische classificatie en histologische classificatie worden vastgesteld. 36 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
37 Histologische follow-up cervixcytologie in het kader van het bevolkingsonderzoek (2009 en 2010). BVO cytologie geringe dysplasie matige dysplasie ernstige dysplasie invasief carcinoom Totaal Histologie Benigne CIN I CIN II CIN III Invasief carcinoom Totaal De blauwe vakken geven de concordante diagnosen aan (cervixcytologie uitslag +/- 1 categorie). Bij de cytologische diagnosen atypie en atypische repair en de eerste diagnose geringe dysplasie is het advies het onderzoek te herhalen na 6 maanden. Cervixcytologische follow-up in het kader van het bevolkingsonderzoek (2009 en 2010). BVO cytologie geringe dysplasie matige dysplasie ernstige dysplasie invasief carcinoom Totaal g.a Cytologie Atypie geringe dysplasie matige dysplasie ernstige dysplasie 4 4 Invasief carcinoom Totaal De blauwe vakken geven de concordante diagnosen aan (cervixcytologie uitslag +/- 1 categorie). Histologische follow-up cervix cytologie medische indicatie (2009 en 2010). Indicatie cytologie geringe dysplasie matige dysplasie ernstige dysplasie invasief carcinoom Totaal Histologie Benigne CIN I CIN II CIN III Invasief carcinoom Totaal De blauwe vakken geven de concordante diagnosen aan (cervixcytologie uitslag +/- 1 categorie) Cervixcytologische follow-up in het kader van de medische indicatie (2009 en 2010). Indicatie cytologie geringe dysplasie matige dysplasie ernstige dysplasie invasief carcinoom Totaal g.a Cytologie Atypie geringe dysplasie matige dysplasie 3 3 ernstige dysplasie 1 1 Invasief carcinoom Totaal De blauwe vakken geven de concordante diagnosen aan (cervixcytologie uitslag +/- 1 categorie). Jaarverslag
38 5.5 Externe kwaliteitstoetsing In 2010 heeft Pathologie door technische problemen (automatisering) niet deelgenomen aan externe kwaliteitstoetsing van de technische kwaliteiten van het laboratorium in het kader van de Stichting Kwaliteitstoetsing Medische laboratoria (SKML). In 2011 participeerde de afdeling met goed resultaat in de volgende SKML rondzendingen Histologie Weefsel Specifiek Alcian Blue; PAS; PAS-Amylase Pathologie oncologie S100; HMB45; Melan-A Pathologie oncologie HMW keratine; LMW keratine Pathologie oncologie Factor VIII; CD31; CD34; CD Pathologie oncologie Her2Neu; CISH/SISH/BRISH/FISH/MLPA; Oestrogeenreceptor; CD138; Kappa; Lambda Cytologie PAP, Giemsa en Keratine/IHC 5.6 Besprekingen in het kader van kwaliteit In het kader van de kwaliteitszorg zijn de volgende besprekingen geagendeerd: Coupebespreking pathologen wekelijks Protocol-/kwaliteitbespreking pathologen maandelijks Coupe-/themabespreking cytologie/pathologen 2 wekelijks 5.7 Kwaliteitsprojecten en visitatie Het Martini Ziekenhuis is NIAZ geaccrediteerd. De RVE Pathologie streeft zelf naar een CCKL- accreditatie in De afdeling Pathologie is in maart 2011 gevisiteerd door de Nederlandse Vereniging voor Pathologie. De beroepsvereniging accrediteerde de afdeling tot medio Klinisch pathologische besprekingen De afdeling Pathologie participeert in de volgende klinische patiëntbesprekingen. Multidisciplinaire Oncologie besprekingen Frequentie Patholoog OWG GE Oncologie MZH wekelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch / dr. J. Sietsma OWG Mamma Oncologie MZH wekelijks A.D. Groote / I.G. Kruithof-Dekker MDO Mamma WZA wekelijks A.D. Groote OWG Long Oncologie MZH wekelijks dr. J. Sietsma / dr. J.E. van der Wal OWG Hematologische Oncologie MZH tweewekelijks dr. N.K. de Boer / dr. J. Sietsma Multidisciplinaire Oncologie bespreking WZA tweewekelijks dr. N.K. de Boer / dr. A.T.M.G. Tiebosch OWG Gynaecologische Oncologie MZH maandelijks M.W. van Oven OWG Hoofdhals Oncologie MZH maandelijks A.D. Groote / I.G. Kruithof-Dekker OWG Medische Oncologie MZH maandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch OWG Neuro-oncologie MZH maandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch / A.D. Groote OWG Schildklier Oncologie MZH maandelijks dr. J.E. van der Wal / A.D. Groote OWG Urologische Oncologie MZH maandelijks dr. J.E. van der Wal / dr. N.K. de Boer Patiëntbespreking Gastro-enterologie MZH maandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch Patiëntbespreking Interne Geneeskunde MZH maandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch Patiëntbespreking KNO MZH maandelijks A.D. Groote / dr. J.E. van der Wal Patiëntbespreking Pathologie WZA maandelijks A.D. Groote Patiëntbespreking Dermatologie MZH tweemaandelijks I.G. Kruithof-Dekker OWG = orgaanwerkgroep MDO = Multidisciplinair Overleg 38 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
39 In regionaal/landelijk verband hebben de pathologen deelgenomen aan de volgende casusbesprekingen. Werkgroep Weke delen tumoren Noord Nederland maandelijks dr. N.K. de Boer / M.W. van Oven Lymfomenpanel Noord Nederland maandelijks dr. N.K. de Boer / dr. J. Sietsma Landelijke longwerkgroep driemaandelijks dr J. Sietsma Landelijke werkgroep melanomen driemaandelijks I.G.Kruithof-Dekker 5.9 Klachten/foutenregistratie Binnen de afdeling worden alle afwijkingen die optreden in de patiëntenzorg geregistreerd in het U-DPS systeem. Er zijn in en in afwijkingen gemeld. Het betreft respectievelijk 3,1% en 4% van het totaal aantal onderzoeken. Deze meldingen hadden zowel betrekking op afwijkingen in het preanalytische traject door inzenders/aanvragers (externe signaleringen) als afwijkingen in het analytische, secretariële en diagnostische traject (interne signaleringen). Interne en externe signaleringen per soort onderzoek 2010 Signaleringstype Histologie Cytologie Cervixcytologie aantal/percentage aantal/percentage aantal/percentage Extern 659 2,1% 120 2,2% 645 3,1% Intern 358 1,1% 20 0,3% 76 0,4% Totaal ,2% 140 2,5% 721 3,5% Totaal onderzoek Interne en externe signaleringen per soort onderzoek 2011 ignaleringstype Histologie Cytologie Cervixcytologie aantal/percentage aantal/percentage aantal/percentage Extern 784 2,4% 124 2,3% 770 3,7% Intern 485 1,5% 5 0,1% 224 1,1% Totaal ,8% 129 2,4% 994 4,8% Totaal onderzoek Meest frequente externe signaleringen Monster zonder patiëntgegevens Aanvragend arts ontbreekt of onjuist Meerdere inzendingen niet uniek onderverdeeld Geen of onvoldoende klinische gegevens vermeld Patiëntgegevens onvolledig ingevuld Materiaal niet volgens protocol verwerkt/ingestuurd Verpakking monsters niet adequaat Discrepantie patiëntgegevens aanvraag en monster Discrepantie aantal inzendingen en aantal vermeld op aanvraagformulier Monster zonder aanvraag De externe signaleringen worden op de uitslagen vermeld. Jaarverslag
40 5.9.2 Meest frequente interne signaleringen Verkeerde aanvrager geselecteerd Verwisseling op verkeerde glaasjes geplakt Kopie naar verkeerde aanvrager 32 9 Materiaal niet volgens protocol bewerkt Ten onrechte geen kopie verzonden Verkeerde patiënt geselecteerd 5 4 Elektronische uitslag niet ontvangen - 55 Ten onrechte wel of niet gesplitst - 42 Niet volgens protocol bewerkt Melding Incidenten Patiëntenzorg (MIP) en externe klachten In heeft de afdeling Pathologie 13 MIP-meldingen gedaan. Het ging daarbij om verwisseling van materiaal voor ontvangst op de Pathologie. In heeft de afdeling Pathologie 5 externe klachten ontvangen. 40 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
41 6. Opleidingen 6.1 B-opleiding Pathologie De afdeling Pathologie heeft geen bevoegdheid om de B-opleiding tot patholoog te verzorgen. In 2012 wordt deze opleidingsbevoegdheid aangevraagd. 6.2 Opleiding arts-assistenten andere disciplines Aan de opleiding van arts-assistenten van de afdelingen Interne Geneeskunde, Chirurgie, Gynaecologie, en KNO is in 2010 en 2011 meegewerkt via zogenaamde opleidingsbesprekingen. Deze besprekingen hebben een didactisch karakter en zijn niet primair gerelateerd aan patiëntenzorg. Opleiding frequentie verantwoordelijk Patholoog Gynaecologie maandelijks M.W. van Oven Interne Geneeskunde maandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch Orthopedie driemaandelijks dr. A.T.M.G. Tiebosch Keel-, Neus-, en Oorheelkunde viermaandelijks dr. J. E. van der Wal/A.D. Groote 6.3 Stagiaires histologie/cytologie In 2010 en 2011 hebben onderstaande MBO- en HBO-studenten hun stage gelopen op de afdeling Pathologie. L. Oegema Friesland College, 4 e jaar Med. Lab. Technieken, niveau 4 K. Hijlkema Friesland College, 3 e jaar Med. Lab. Technieken, niveau 4 E. Hilbrands Hanzehogeschool, HBO 4 e jaar medische diagnostiek W. Gelderloos Hanzehogeschool, HBO 3 e jaar medische diagnostiek M. Ten Hoope Hanzehogeschool, HBO 3 e 4 e jaar medische diagnostiek E. Smits Hanzehogeschool, HBO 3 e jaar medische diagnostiek M. Bos Noorderpoortcollege, Med. Lab. Technieken, niveau 4 J. Sopamena Noorderpoortcollege, MBO niveau 3 M. Schuitema Noorderpoortcollege, MBO niveau 3 B. Geelo Noorderpoortcollege, MBO niveau 3 P. Volders Noorderpoortcollege, MBO niveau 4 B Vaatstra Noorderpoortcollege, MBO niveau 4 W.Stalman Noorderpoortcollege, MBO niveau Coassistenten Pathologie Van 6 april t/m 7 mei 2010 heeft mw. E. Couperus student Medische Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, als coassistent meegelopen. Jaarverslag
42 7. Lidmaatschappen / commissies / bestuurswerkzaamheden / nascholing pathologen Mw. dr. N.K. de Boer Lidmaatschappen/commissies Nederlandse Vereniging voor Pathologie Werkgroep Weke delen tumoren Noord-Nederland Werkgroep Lymfomen Noord-Nederland KNMG/LAD Nascholing november Nascholing NVVP Pathologie 23 april Diagnostiek van cutane lymfonen Leiden 7 en 8 april Pathologendagen 29 januari Pittfalls and pearls in cytopathology maart Casuïstiek Symposium Hematologie Noord Nederland 11 oktober Regioavond Noordelijke Pathologen 14 juni Symposium: 40 jaar PALGA, een goed bewaarde schat 14 april Nederlandse Pathologendagen 2011 Dhr. A.D. Groote Lidmaatschappen/commissies Nederlandse Vereniging voor Pathologie Ziekenhuis onderwijscommissie Martini Ziekenhuis Secretaris Stichting Pathologisch Anatomisch Laboratorium UMCG Voorzitter beleidswerkgroep mammaoncologie KNMG/LAD Nascholing april Symposium Head and Neck cancer, AVL Ziekenhuis, Amsterdam 25 september VII scholingscursus mammacarcinoom, Tiel 28 oktober AvL mamma oncologie 8-9 oktober Workshop Gastrointestinale Pathologie, Maastricht oktober Symposium mammacarcinoom, Tiel 3 november Symposium Less is more, AvL Amsterdam Mw. I.G. Kruithof-Dekker Lidmaatschappen/commissies Nederlandse Vereniging voor Pathologie NVVP; Landelijke Visitatie Commissie Landelijk Melanoompanel Mammabeleidswerkgroep Martini Ziekenhuis Projectleider/voorzitter mammazorgpad Martini Ziekenhuis Projectgroep kwaliteit afdeling Pathologie Martini Ziekenhuis Werkgroep IFMS Martini 42 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
43 Nascholing april London Dermatopathology update 23 april NVVP Pathologendagen 4-9 september 22nd European Congress of Pathology, Florence, Italië 25 september VII scholingscursus mammacarcinoom, Tiel 28 oktober mamma-oncologie AvL 4 december 26e slide seminar dermatopathologie VU amsterdam april NVVP Pathologendagen 17 en 18 mei Dutch Breast Pathology course, AvL amsterdam oktober Dermatopathology and soft tissue tumor, seminar Frymburk september Postgraduate course diagnostic breast pathology Graz 11 oktober Noordelijke pathologen nascholing mammacarcinoom Mw. M.W. van Oven Lidmaatschappen/commissies Nederlandse Vereniging voor Pathologie Landelijke Visitatie Commissie Pathologie KNMG/LAD Nascholing april NVVP Pathologendagen 5-9 september 22nd European Congress of Pathology, Florence, Italië 20 en 21 september Cursus Interne Auditor Kerteza 2011 Lustrumsymposium KNMG Noordelijke Pathologen Dhr. dr. A.T.M.G. Tiebosch Lidmaatschappen/commissies Nederlandse Vereniging voor Pathologie KNMG/LAD Bestuurswerkzaamheden Voorzitter Stichting Palga (tot 1/11/2011) Lid bestuur Medische Staf (van 1/06/2011 tot 1/10/2011) Voorzitter Medische Staf (vanaf 1/10/2011) Nascholing april NVVP Pathologen dagen 14 april Nabon/BOOG 21 mei Compagnonscursus Terschelling Diverse data Leiderschapsprogramma Medisch specialisten MZH 9 juni ASCO Telereview 22 september Lagerhuisdebat pathologie / Workshop Her2neu bij maagcarcinoom 22 oktober IFMS appraisor 8 november Nieuwe technieken BVO baarmoederhalskanker 9 november Regiobijeenkomst IKR Jaarverslag
44 januari Cursus SIRE (systematische incident reconstructie en Evaluatie) 14 april NVVP Pathologendagen 18 april Improving Outcome in Lower rectal cancer 26 mei Tijdbesparend vergaderen 14 juni Palga; een goed bewaarde schat 11 oktober Regioavond Noordelijke Pathologen Dhr. dr. B. Vrugt Lidmaatschappen/commissies European Society for Pathology (ESP) Nederlandse Vereniging voor Pathologie Nederlandse Longwerkgroep Europese Longwerkgroep Werkgroep Lymfomen Noord-Nederland KNMG / LAD Landelijk Mesotheliomenpanel Landelijk thymomenpanel Nascholing april NVVP Pathologendagen, Zeist 5-9 september 22nd European Congress of Pathology, Florence, Italië 2011 Cursus Beenmergcytologie; UMCG Mw. dr. J.E. van der Wal Lidmaatschappen/commissies European Society of Pathology (ESP) British Society of Oral & Maxillofacial Pathology (BSOMP) Nederlandse Vereniging voor Pathologie (NVvP) British Division of the International Association of Pathology (BDIAP) Scandinavian Society for Oral Pathology and Oral Medicine (SFOPOM) International Society of Urological Pathology (ISUP) LAD Onderwijscommissie Martini Ziekenhuis Werkgroep Telepathologie Pathologie UMCG/Martini Ziekenhuis/Enschede MCN Schildkliercarcinoom, Ontwerpgroep, Hoogeveen Congres/cursus/voordracht 40th Annual Meeting of SFOPOM, augustus 2011, Turku, Finland Advanced Teaching Course in Clinical Cytology, Head and Neck FNA februari 2011, UMCG (2 voordrachten salivary gland tumors ) Vakverdieping Mondziekten & Kaakchirurgie, UMCG (2 voordrachten) 2011 Mw. dr. J. Sietsma Lidmaatschappen/Commissies NVVP; Nederlandse Vereniging voor Pathologie Commissie Kwaliteit en Beroepsuitoefening NVVP Werkgroep herziene richtlijn Niet-Kleincellig Longcarcinoom (NSCLC) (medeauteur) 44 Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
45 Nascholing feb - 4 maart USCAP; San Antonio, USA 23 mei Symposium en web-tv programma: Implementatie richtlijnen NSCLC/SCLC 29 juni Symposium Longkankerzorg: van fatalisme naar optimisme 3-7 juli IASCL: 14th World Conference on Lung Cancer 4 juli 1e Lagerhuisdebat Longkanker 9 november 2e Nationale Kwaliteitscongres Jaarverslag
46 8. Publicaties Boslooper K, Laverman G. D., Van der Heide H., Tiebosch A.T., Janssen W.M. A 33-year-old man presenting with rectal ulceration and nephrotic syndrome. In: Netherlands Journal of Medicine, 2010;60(11):373. Zecha P.J., Schortinghuis J., van der Wal J.E., Nagursky H., Van den Broek K.C., Sauerbier S., Vissink A., Raghoebar G.M. Aplicability of equine hydroxyapatite collagen (ehac) bone blocks for lateral augmentation of the alveolar crest. A histological and histomorphometric analysis in rats. In: The International Journal of Oral & Maxillofacial Surgery 2011; 40(5): e-pub 2011:Feb. 23. Weiler., Zengel P., Van der Wal J.E., Guntinas-Lichius O., Schwarz S., Harrison J.D., Kirchner T., Ihrler S. Carcinoma ex pleomorphic adenoma: the concept of multistep histomorphological carcingenesis is highly prognostically relevant. In: Histopathology 2011;59: Schrijvers M.L., Pattje W.J., Menkema L., Mastik M.F., Gibcus J.H., Langendijk J.A., Van der Wal J.E., Van der Laan B.F.A.M., Schuuring E. FADD expression as a prognosticator in early stage glottic squamous cell carcinoma of the larynx treated primarily with radiotherapy. In: International Journal of Radiation Oncology Biology Physics. 2011; Dec 28. e-pub ahead of print. Weiss J., Sos M.L., Seidel D., Peifer M., Zander T., Heuckmann J.M., Ullrich R.T., Menon R., Maier S., Soltermann A., Moch H., Wagener P., Fischer F., Heynck S., Koker M., Schöttle J., Leenders F., Gabler F., Dabow I., Querings S., Heukamp L.C., Balke-Want H., Ansén S., Rauh D., Baessmann I., Altmüller J., Wainer Z., Conron M,,Wright G, Russell P., Solomon B,. Brambilla E., Brambilla C., Lorimier P., Sollberg S., Brustugun O.T., Engel-Riedel W., Ludwig C., Petersen I. Sänger J., Clement J,Groen H., Timens W., Sietsma H., Thunnissen E., Smit E., Heideman D., Cappuzzo F., Ligorio C., Damiani S., Hallek M., Beroukhim R., Pao W., Klebl B., Baumann M.,Buettner R., Ernestus K., Stoelben E., Wolf J., Nürnberg P., Perner S., Thomas R.K..Frequent and focal FGFR1 amplification associates with therapeutically tractable FGFR1 dependency in squamous cell lung cancer. In: Science Translational Medicine. 2011; Dec. 15;2(62) 62ra93. Groen H.J., Sietsma H., Vincent A., Hochstenbag M.M., Van Putten J.W., Van den Berg A., Dalesio O., Biesma B., Smit H.J., Termeer A., Hiltermann T.J., Van den Borne B.E., Schramel F.M.. Randomized, placebo-controlled phase III study of docetaxel plus carboplatin with celecoxib and cyclooxygenase-2 expression as a biomarker for patients with advanced non-small-cell lung cancer: the NVALT-4 study. In: Journal of Clinical Oncology. 2011; Nov. 10; 29(32): , e-pub 2011, Oct. 11. Dickinson M.G, Bartelds B., Molema G., Borgdorff M.A., Boersma B., Takens J., Weij M., Wichers P., Sietsma H., Berger R.M. Egr-1 expression during neointimal development in flow-associated pulmonary hypertension. In: The American Journal of Pathology. 2011;Nov.;179(5) , e-pub 2011, Sep.13. Hammerman P.S., Sos M.L., Ramos A.H., Xu C., Dutt A., Zhou W., Brace L.E., Woods B.A., Lin W., Zhang J., Deng X., Lim S.M., Heynck S., Peifer M., Simard J.R., Lawrence M.S., Onofrio R.C., Salvesen H.B., Seidel D., Zander T, Heuckmann JM, Soltermann A, Moch H, Koker M, Leenders F, Gabler F, Querings S, Ansén S, Brambilla E.,Brambilla C., Lorimier P., Brustugun O.T., Helland A., Petersen I., Clement J.H., Groen H., Timens W., Sietsma H., Stoelben E., Wolf J., Beer DG.,. Tsao M.S., Hanna M.,Hatton C., Eck M.J., Janne P.A., Johnson B.E., Winckler W., Greulich H., Bass A.J., Cho J., Rauh D., Gray N.S., Wong K.K., Haura E.B., Thomas R.K., Meyerson M. Mutations in the DDR2 kinase gene identify a novel therapeutic target in squamous cell lung cancer.in: Cancer Discovery. 2011; April 3;1(1); Boelens, M.C, Gustafson, A.M., Postma, D.S., Spira, A., Lenburg, M.E., Geerlings, M., Sietsma, H., Timens, W., Van den Berg, A., Groen, H.J.M. A chronic obstructive pulmonary disease related signature in squamous cell lung cancer. In: Lung Cancer. 2011; May 72 (2): e-pub 2011, Sept Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen
47
48 Martini Ziekenhuis Postadres Postbus RM Groningen Bezoekadres Van Swietenplein 1 Groningen Algemeen telefoonnummer (050)
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen. Jaarverslag 2012. Jaarverslag 2012
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen Jaarverslag 2012 Jaarverslag 2012 Inhoud 1. Voorwoord... 3 2. Afdeling Pathologie... 4 2.1 Personeel... 4 2.2 Overlegstructuren... 6 2.3 Veiligheid, Milieu en Arbeidsomstandigheden...
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen. Jaarverslag 2013
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen Jaarverslag 2013 Jaarverslag 2012 Inhoud 1 Voorwoord... 4 2 Afdeling Pathologie... 5 2.1 Personeel... 5 2.1.1 Organogram Pathologie... 6 2.1.2 Personeelsmutaties...
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen. Jaarverslag Inhoud
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen Jaarverslag 2015 Inhoud 1 Voorwoord... 4 2 Afdeling Pathologie... 5 2.1 Personeel... 5 2.1.1 Organogram Pathologie 2015 (na de samenvoeging van PA SSZOG, november
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen. Jaarverslag 2016
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen Jaarverslag 2016 Inhoud 1 Voorwoord... 4 2 Afdeling Pathologie... 5 2.1 Personeel... 5 2.1.1 Organogram Pathologie tot 31 december 2016... 6 2.1.2 Personeelsmutaties...
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen. Jaarverslag 2014
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen Jaarverslag 2014 Jaarverslag 2012 Inhoud 1 Voorwoord... 4 2 Afdeling Pathologie... 5 2.1 Personeel... 5 2.1.1 Organogram Pathologie 2014... 6 2.1.2 Personeelsmutaties...
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen. Jaarverslag 2017
Pathologie Martini Ziekenhuis Groningen Jaarverslag 2017 Inhoud 1 Voorwoord... 4 2 Afdeling Pathologie... 5 2.1 Personeel... 5 2.1.2 Personeelsmutaties... 5 2.1.3 Jubilea... 5 2.1.4 Organogram... 6 2.2
Workloadregistratiesysteem voor pathologen
Workloadregistratiesysteem voor pathologen 1. Inleiding Sinds 1 januari 2015 is er een nieuwe workloadregistratiesysteem voor de pathologie (vastgelegd in minuten). Dit systeem is door de NVVP in overleg
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst CENTRAAL COLLEGE MEDISCHE SPECIALISMEN BESLUIT CCMS no. 5-2000 OPLEIDINGSEISEN PATHOLOGIE 1 Het Centraal College Medische Specialismen,
8 e Symposium Stichting Baarmoederhalskanker. preventie Oost
8 e Symposium Stichting Baarmoederhalskanker preventie Oost Diagnostiek en etiologie van endocervicale afwijkingen Donderdag 9 november 2006 Nationaal Sportcentrum Papendal, Arnhem Mede onder auspiciën
BEVOLKINGSONDERZOEK BAARMOEDERHALSKANKER Monitor 2015
a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a BEVOLKINGSONDERZOEK BAARMOEDERHALSKANKER Monitor
Versnelling verzending pathologisch materiaal bij een verwijzing
Versnelling verzending pathologisch materiaal bij een verwijzing 1. Huidige situatie Beschrijving pathologische revisie Procesbeschrijving Digitale uitwisseling 2. Knelpunten pathologische verwijzing Procesverbetering
Rol van de pathologische anatomie in de oncologie. 16 maart 2013 Dr. Pascale De Paepe AZ St Jan Brugge-Oostende AV
Rol van de pathologische anatomie in de oncologie 16 maart 2013 Dr. Pascale De Paepe AZ St Jan Brugge-Oostende AV De oncologische patiënt Multidisciplinaire benadering: huisarts patholoog chirurg oncoloog
Jaarverslag 2014 Klinische Pathologie SSZOG
Jaarverslag 2014 Klinische Pathologie SSZOG Grintweg 71 9675 HJ Winschoten 0597414830 www.palwin.nl 1 Inhoudsopgave 1 VOORWOORD... 3 2 ALGEMEEN... 4 2.1 Personeel... 4 2.2 Organisatiestructuur... 5 2.3
JAARVERSLAG 2010 AFDELING PATHOLOGIE ELKERLIEK ZIEKENHUIS HELMOND
JAARVERSLAG 2010 AFDELING PATHOLOGIE ELKERLIEK ZIEKENHUIS HELMOND Dhr. M.A.A.M. van Dijk, patholoog en afdelingshoofd Mw. F.J.J.M. van Merriënboer, patholoog Mw. M.C.B.J.E. Tutein Nolthenius-Puylaert,
Pathologie: Kwaliteitsborging
Pathologie: Kwaliteitsborging De sporen Cytologie, histologie, immunohistochemie, moleculaire pathologie Diagnose Diagnose Behandeling Meer en meer: Pathologie: Diagnose A, diagnose B of diagnose C Behandeling
BEVOLKINGSONDERZOEK BAARMOEDERHALSKANKER
BEVOLKINGSONDERZOEK BAARMOEDERHALSKANKER Monitoring Het Bevolkingsonderzoek (BVO) Baarmoederhalskanker wordt gecoördineerd door het RIVM. De jaarlijkse Landelijke Monitoring van het Bevolkingsonderzoek
Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een onbekende primaire tumor in het hoofd-halsgebied: Unknown Primary
VII Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een onbekende primaire tumor in het hoofd-halsgebied: Unknown Primary naar Algemeen 538 Epidemiologie 538 1. Screening 538 2. Diagnostiek 538 2.1 Anamnese
Sneldiagnostiek in de oncologische zorg
Sneldiagnostiek in de oncologische zorg Tessa Bouwhuis, MSc en Martina Hoever, BSc 1 Inhoud presentatie Opdrachtformulering project sneldiagnostiek Werkwijze opzetten sneldiagnostiek Shared resources Uitwerking
MES-6 / 2 14. Informatie voor en over Coassistenten
MES-6 / 2 14 A6 A6 Informatie voor en over Coassistenten A5 A5 A4 A4 Informatie voor en over Coassistenten Medisch Spectrum Twente Medisch Spectrum Twente (MST) behoort tot de grootste niet-academische
Terugblik Casuïstiek
Terugblik Casuïstiek 2010-2014 Overzicht casuïstiek 2010 2014 44 deskundigen-onderzoeken waarvan 42 met herbeoordelingsprocedure waarvan 39 op verzoek van schadeverzekeraar en/of belangenbehartiger patient
Moleculaire Diagnostiek in de Pathologie
Moleculaire Diagnostiek in de Pathologie Informatiebrochure Afdeling Pathologie VU medisch centrum Amsterdam Inhoudsopgave Pagina Inleiding 3 Indicatiegebieden en bijbehorende Moleculaire Diagnostiek:
Inhoud. Hoofdstuk 1 Algemeen
JAARBERICHT 2012 Inhoud Hoofdstuk 1 Algemeen 1. Voorwoord 3 2. Algemeen 4 3. Personeel 1 Maatschap Pathologie West-Brabant 5 2 Medewerkers stichting 5 4. Organisatiestructuur 6 5. Overlegstructuur 7 6.
HET SPECIALISME PATHOLOGIE Onderdeel opleidingsplan 2009
HET SPECIALISME PATHOLOGIE Onderdeel opleidingsplan 2009 Inleiding Pathologie betekent ziekteleer. De klinische pathologie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met het stellen van diagnoses
BEVOLKINGSONDERZOEK BAARMOEDERHALSKANKER. Monitor 2017 EERSTE RESULTATEN VAN HET VERNIEUWDE
a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a BEVOLKINGSONDERZOEK BAARMOEDERHALSKANKER Monitor
Kwaliteitsindicatoren: - Enige bespiegelingen -
1) A: KI Waarom? Kwaliteitsindicatoren: - Enige bespiegelingen - B: KI Welke? 2) KI Wat (is er) nu? 3) KI Wat in de toekomst? KI - Waarom Belangrijke vraag: waarom kwaliteitsindicatoren? Maatschappelijk
Richtlijn verslaglegging moleculaire diagnostiek
Richtlijn verslaglegging moleculaire diagnostiek Juni 2012 Werkgroep Moleculaire Diagnostiek in de Pathologie Dr. Ir. Saskia van den Berg van Erp De Toren van Babel- Pieter Bruegel de Oudere (ca. 1560)
ALLES VOOR DE DIAGNOSE
ALLES VOOR DE DIAGNOSE INTRODUCTIE Zoeken, denken en vinden Wat heb ik en wat maakt mij beter? Dat is vaak de kern van wat de patiënt van zijn huisarts of specialist wil weten. Bij het beantwoorden van
Patient tailored medicine: moleculaire biologie onontbeerlijk Moleculaire Pathologie in een veranderende wereld
Patient tailored medicine: moleculaire biologie onontbeerlijk Moleculaire Pathologie in een veranderende wereld Dr. Judith Jeuken Klinisch moleculair bioloog in de pathologie (KMBP) Moleculaire Diagnostiek
Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen
Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen BIJLAGE 1 Vragenlijst Vragen die betrekking hebben op de borging van de kwaliteit van de zorg. A. Algemeen Ik werk momenteel als arts
Implementatie PALGA moleculaire protocolmodule
Implementatie PALGA moleculaire protocolmodule Joyce Radersma-van Loon Senior analist Moleculaire Pathologie - UMC Utrecht Gedetacheerd bij PALGA - 1/8/2018 tot medio 2019 Moleculaire pathologie - van
T-nrs toedelen volgens een standaard. Wim Timens
T-nrs toedelen volgens een standaard Wim Timens Achtergrond Afstudeeronderzoek Erik Bleuel, pathology assistant (Samengevat in: Het toekennen van T-nummers voor histologisch onderzoek: Doelmatiger toekennen
Dedicated schakeljaar opleiding Pathologie
Dedicated schakeljaar opleiding Pathologie Begeleider schakeljaar: dr. G.J.L.H. van Leenders, opleider Plaatsvervangend begeleider: prof.dr. F.J. van Kemenade, afdelingshoofd/ plv. opleider 1. Algemene
Taakherschikking in de pathologie
Taakherschikking in de pathologie Wat is haalbaar? Patholoog Radboudumc Nijmegen Dag van de pathologie 13-04-2018 Geen belangenconflicten Geen betalingen door commerciële bedrijven Geen belangen bij commerciële
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015 Pagina 2 Algemeen Dit draaiboek biedt huisartsen die zelf vrouwen in de praktijk uitnodigen voor het bevolkingsonderzoek
ADAS3 - Vragenlijst 1: Algemeen Vragenlijst voorbeeld
Vragenlijst voorbeeld Nederlandse Vereniging Voor Pathologie ADAS Visitatie B.V. ADAS Visitatie B.V.Vragenlijst voorbeeld Pagina 1 ADAS3 - Vragenlijst 1: Algemeen Vrije vragenlijst Als u op opmerking klikt,
Synergie: cytologie+immunologie+histologie
Synergie: cytologie+immunologie+histologie Grieks: synergia,samenwerking De meeropbrengst die ontstaat bij het samengaan van delen ten opzichte van de som van die delen. Wikepedia Wat is de meeropbrengst
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015 Pagina 2 Algemeen Dit draaiboek biedt huisartsen die zelf vrouwen in de praktijk uitnodigen voor het bevolkingsonderzoek
Jaarverslag SKML-sectie pathologie 2010
Jaarverslag SKML-sectie pathologie 2010 Heerhugowaard, juli 2011 Voorwoord Het is een wat bewogen jaar geweest met de overgang naar de SKML en het systeem Qbase. Door deze zaken is er een achterstand ontstaan
Maligne pleura exsudaat
Maligne pleura exsudaat Regionale richtlijn IKL, Versie: 1.1 Laatst gewijzigd : 25-10-2005 Methodiek: Consensus based Verantwoording: IKL werkgroep bronchuscarcinomen Inhoudsopgave Algemeen...1 Diagnostiek...2
HPV nu en in de toekomst. Nynke de Boer Magda van Oven Britt van Etten Debruijn Jorien Helder-Woolderink
HPV nu en in de toekomst Nynke de Boer Magda van Oven Britt van Etten Debruijn Jorien Helder-Woolderink 15000 HPV HPV2 HPV4 HPV6 HPV11 High risk HPV (hr-hpv) Hr HPV 80 % van alle vrouwen maakt eens
Aanvragen pathologisch onderzoek
Aanvragen pathologisch onderzoek Informatie voor medisch specialisten verbonden aan Isala Zwolle, Isala Meppel en St. Jansdal Harderwijk Instuurprotocol Index Telefoonnummers Soorten aanvragen: o Histologie
Baarmoederhalskanker screening
Baarmoederhalskanker screening Wat gaat er veranderen? Lex Makkus, Patholoog PAL Geschiedenis BVO-BMHK Huidige BVO - hrhpv Triage Sterfte cervix carcinoom absolute aantallen/cohort 45 40 35 30 25 20 15
Jaarverslag 2010 Pathologie Laboratorium Medisch Centrum Haaglanden
Jaarverslag 2010 Pathologie Laboratorium Medisch Centrum Haaglanden Medisch Centrum Haaglanden t Lange Land Ziekenhuis Postbus 432 Toneellaan 1 2501 CK DEN HAAG 2725 NA ZOETERMEER Telefoon: 070-3302260
Jaarverslag 2009. Afdeling Pathologie Isala klinieken Zwolle
Jaarverslag 2009 Afdeling Pathologie Isala klinieken Zwolle 2 Jaarverslag afdeling Pathologie Zwolle 2009 Voorwoord De afdeling Pathologie heeft in het jaar 2009 veel veranderingen doorgemaakt. Tijdens
KWALITEITS JAAR VERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2013
KWALITEITS JAAR VERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2013 KWALITEITS JAARVERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2011 Inhoud 1. Algemeen 6 1.1. Personeel 6 1.2. Organisatiestructuur 8 1.2.1. Organogram 8 1.2.2. Toelichting
Jaarverslag 2010. Afdeling Pathologie. Isala klinieken Zwolle
Jaarverslag 2010 Afdeling Pathologie Isala klinieken Zwolle Jaarverslag afdeling Pathologie Zwolle 2010 2 Voorwoord De afdeling Pathologie heeft in het jaar 2010 zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve
Dashboard NFU. Pijnmeting. Ondervoeding. amice (c) 2017 Pagina 1 van WEEK UMC UMC A UMC B UMC C UMC D UMC E UMC F UMC G UMC H
Dashboard NFU UMC UMC A UMC B UMC C UMC D UMC E UMC F UMC G UMC H 1 2 3 4 5 Pijnmeting UMC Gem. % Pijnmeting Gem. % Pijnmeting operatief Gem. Tevredenheid UMC A 79,30 88,02 76,04 UMC B 80,84 79,51 71,21
Workshop neuro-endocriene longtumoren handvatten voor de dagelijkse praktijk
Workshop neuro-endocriene longtumoren handvatten voor de dagelijkse praktijk Dr. Robert Jan van Suylen Pathologie DNA Locatie Jeroen Bosch Ziekenhuis Drs. Jules Derks Afdeling Longziekten Maastricht University
Uitleg Gezamenlijk Consult pagina 1. Productie 2015 pagina 2. Patiëntenaantallen van het jaar 2015, 2014 en pagina 3. per specialisme pagina 4
Inhoudsopgave: Uitleg Gezamenlijk Consult pagina 1 Productie pagina 2 Patiëntenaantallen van het jaar, 2014 en pagina 3 2013 onderverdeeld per specialisme Grafiek patiëntenaantallen over de afgelopen 3
Pathologie in een veranderende wereld Thomas Demeyere VAP-dag, 7 november 2017
Pathologie in een veranderende wereld Thomas Demeyere VAP-dag, 7 november 2017 Catharina 18000 MMC 16000 Anna 7000 12500 Elkerliek 6500 Huisartsen 60.000 T nummers 10.000 C nummers 10.000 CX nummers 160
Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm?
Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Prof. dr. Paul J van Diest Hoofd afdeling Pathologie, UMC Utrecht [email protected] De diagnostische keten in de oncologie Anamnese/lichamelijk
Jaarbericht 2010 St. P.C. Lab. West- Brabant
JAARBERICHT 2010 Inhoud Hoofdstuk 1 Algemeen 1. Voorwoord 3 2. Algemeen 4 3. Personeel 1 Maatschap Pathologie West-Brabant 5 2 Medewerkers stichting 5 4. Organisatiestructuur 6 5. Overlegstructuur 7 6.
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015 Pagina 2 Algemeen Dit draaiboek biedt huisartsen die zelf vrouwen in de praktijk uitnodigen voor het bevolkingsonderzoek
Informatiestromen screeningslaboratoria
Informatiestromen screeningslaboratoria Het RIVM en de FSB hebben de informatiestromen voor het vernieuwde bevolkingsonderzoek binnen de screeningslaboratoria in beeld gebracht. Deze informatiestromen
Transfer-Ketens Transfers-Netwerk Den Haag. Van proces naar resultaat
Transfer-Ketens Transfers-Netwerk Den Haag Van proces naar resultaat Inleiding Dit is de 10 de jaarrapportage RSO Transferpunten Den Haag. De workflow wordt zowel voor de regio (alle deelnemende instellingen)
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015 Pagina 2 Algemeen Dit draaiboek biedt huisartsen die zelf vrouwen in de praktijk uitnodigen voor het bevolkingsonderzoek
KWALITEITS JAAR VERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2016
KWALITEITS JAAR VERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2016 KWALITEITS JAARVERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2016 2011 Inhoud 1. Voorwoord 5 2. Algemeen 6 2.1. Personeel 6 2.2. Deelspecialisten 7 2.3. Organisatiestructuur
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2014
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2014 Pagina 2 Algemeen Dit draaiboek biedt huisartsen die zelf vrouwen in de praktijk uitnodigen voor het bevolkingsonderzoek
HPV test volgens landelijke richtlijn. Heleen Doornewaard, Patholoog Gelre ziekenhuizen, 11 maart 2009
HPV test volgens landelijke richtlijn Heleen Doornewaard, Patholoog Gelre ziekenhuizen, 11 maart 2009 HPV-vaccinatie Het kan je leven redden, maar ook voor niks zijn NRCnext, dd 03-03-09 1.Wat heeft baarmoederhalskanker
Jaarverslag 2011. Afdeling pathologie. Isala klinieken Zwolle
Jaarverslag 2011 Afdeling pathologie Isala klinieken Zwolle Voorwoord Het jaar 2011 is voor de afdeling pathologie enerzijds een jaar geweest van bestendiging van de dienstverlening en anderzijds van de
Samenvatting. Samenvatting
Samenvatting Dit proefschrift gaat over (symptomatische) vulvovaginale candidiasis en over de asymptomatische aanwezigheid van Candida in de vagina. Vulvovaginale candidiasis (VVC) wordt veroorzaakt door
Statistieken. enquete-telefonische-opname-gesprek-arts-patient. Enquête telefonische opname gesprek arts en patiënt. Schoonderwoerd, Sandra
Statistieken Naam formulier enquete-telefonische-opname-gesprek-arts-patient Titel formulier Enquête telefonische opname gesprek arts en patiënt Gebruiker Schoonderwoerd, Sandra Aantal vragen 20 Totaal
Toelichting op conceptnorm kritieke bevindingen in de pathologie
Toelichting op conceptnorm kritieke bevindingen in de pathologie Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of
Nieuwe Richtlijn Cervixcytologie (2016)
(2016) Inleiding, praktisch gebruik Herhalingsadviezen & HPV-test Stand van zaken na 1 jaar BVO Hans Bulten 13 April 2018, Veenendaal Symposium VAP/NVVP Disclosure Hans Bulten (potentiële) belangenverstrengeling
KWALITEITS JAAR VERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2012
KWALITEITS JAAR VERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2012 KWALITEITS JAARVERSLAG JAARVERSLAG PATHOLOGIE FRIESLAND 2012 2011 Inhoud 1. Algemeen 6 1.1. Personeel 6 1.2. Organisatiestructuur 8 1.2.1. Organogram 8
Inhoudsopgave: Voorwoord... 2. Programma... 3. Abstracts... 5 t/m 10
Inhoudsopgave: Voorwoord... 2 Programma... 3 Abstracts... 5 t/m 10 VOORWOORD Dit is het 13 e Papendalsymposium dat zoals gebruikelijk in samenwerking met de 7 laboratoria uit regio Oost en mede onder auspiciën
STICHTING LABORATORIUM PATHOLOGIE EN CYTOLOGIE. Jaarverslag 2005
STICHTING LABORATORIUM PATHOLOGIE EN CYTOLOGIE Jaarverslag 2005 INHOUDSOPGAVE PAGINA I. VOORWOORD 1 II. III. ORGANISATIE A. Organogram 2 B. Organisatie en personeel 3 C. Overlegstructuren intern 4 PRODUCTIEOVERZICHT
Jaarverslag 2011 Pathologie Laboratorium Medisch Centrum Haaglanden
Jaarverslag 2011 Pathologie Laboratorium Medisch Centrum Haaglanden Medisch Centrum Haaglanden t Lange Land Ziekenhuis Postbus 432 Toneellaan 1 2501 CK DEN HAAG 2725 NA ZOETERMEER Telefoon: 070-3302260
Werkgroep Moleculaire Diagnostiek in de Pathologie (NVVP) Werkgroep Moleculaire Diagnostiek in de Pathologie (NVVP)
1 15 februari 2008 3de Moleculaire Dag Ed Schuuring Doel: stimuleren moleculaire diagnostiek binnen pathologie in NL borging en verbetering van kwaliteit vernieuwing moleculaire diagnostiek inventarisatie
Analyse Patiëntenstromen Het aandeel van ouderen in de instroom bij algemene ziekenhuizen.
Analyse Patiëntenstromen 2014-2016 Het aandeel van ouderen in de instroom bij algemene ziekenhuizen. Aanleiding NVZ constateert een toename in instroom van patiënten in ziekenhuizen Gevolgen: Opname-stops
Beschrijving van de belangrijkste wijzigingen plus puntsgewijze opsomming (na pag.) van alle ontvangen opmerkingen bij versie 3.0.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 1 Beschrijving van de belangrijkste wijzigingen plus puntsgewijze opsomming (na pag.) van alle ontvangen opmerkingen bij versie 3.0. 1. Losbladig systeem voor
Capaciteitsorgaan. en beroepskeuze
Capaciteitsorgaan en beroepskeuze V.A.J. Slenter, arts M&G, arts beleid en advies KNMG Directeur Capaciteitsorgaan 14 maart 2015 Carrièrebeurs Utrecht 1 Inhoud presentatie 1. De routing 2. Kenmerken van
JAAR BERICHT. Alles voor de diagnose
JAAR BERICHT Alles voor de diagnose INHOUD PAG 3 Raad van toezicht aan het woord PAG 4 Bestuurder aan het woord PAG 5 Histologie PAG 6 Cytologie PAG 7 Cervixcytologie Obducties PAG 8 Immunohistochemie
Basisarts, en dan. Mastering your future 24 oktober 2015 Victor Slenter, arts M&G
Basisarts, en dan. Mastering your future 24 oktober 2015 Victor Slenter, arts M&G 1 Disclosure Sinds 2013 lid Dagelijks Bestuur Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten 2 Inhoud presentatie Wat doet
2 januari 2015. Onderzoek: Effectiviteit van de zorg
2 januari 2015 Onderzoek: Effectiviteit van de zorg 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek.
Toewijzingsvoorstel Jaar: 2013 Tranche: 1
Toewijzingsvoorstel Jaar: 2013 Tranche: 1 Id Naam Plaats Eindspecialisatie InstroomPersonen 1101001 Universitair Medisch Centrum Groningen Groningen Anesthesiologie 16 1101001 Universitair Medisch Centrum
Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2018
Factsheet en NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2018 NBCA 2018.3 Registratie gestart: 2009 Datum Versie Mutatie Eigenaar 01-07-2016 2017.1 Aanpassingen conform indicatorendagen juli DICA 2016. Verwijderen
Capaciteitsorgaan. (Theoretische) kans op een opleidingsplek. V.A.J. Slenter, arts M&G, arts beleid en advies KNMG
Capaciteitsorgaan (Theoretische) kans op een opleidingsplek V.A.J. Slenter, arts M&G, arts beleid en advies KNMG 1 25 maart 2017 Carrièrebeurs, Den Bosch Inhoud presentatie 1. Het loopbaanpad 2. Kenmerken
Samenwerking pathologie Laboratoria
Samenwerking pathologie Laboratoria Dr. Peter de Bruin Voorzitter Maatschap Pathologie Den Bosch, Nieuwegein en Arnhem (DNA). VAP september 2014 Samenwerking pathologie Samenwerking/ Fusie Laboratoria
Jaarverslag 2005-2008
Jaarverslag 2005-2008 Inhoudsopgave blz. I Voorwoord 2. II Algemeen 3. Profiel 3. Werkgebied 3. Organogram 3. Personeel 4. Personeelsmutaties 5. Overlegstructuren 5. III Investeringen 8. IV Patiëntenzorg
CERVIXCARCINOOM. Nascholingsavond voor assistenten en poh ers DINSDAG 13 NOVEMBER ROTTERDAM
CERVIXCARCINOOM Nascholingsavond voor assistenten en poh ers DINSDAG 13 NOVEMBER ROTTERDAM Nascholing Diagnostiek en behandeling van het Cervixcarcinoom Programma 1. Ontvangst en Welkom 2. Cytologische
MEDISCH DOSSIER KOPIËREN, INZIEN, BLOKKEREN
MEDISCH DOSSIER KOPIËREN, INZIEN, BLOKKEREN 643 Inleiding Indien u bij een specialist onder behandeling bent, worden alle gegevens die betrekking hebben op uw behandeling vastgelegd in een medisch dossier.
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015
Draaiboek bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker voor zelfuitnodigende huisartsen 2015 Pagina 2 Algemeen Dit draaiboek biedt huisartsen die zelf vrouwen in de praktijk uitnodigen voor het bevolkingsonderzoek
Jaarverslag 2014 Schedelbasiswerkgroep UMCG
Jaarverslag 2014 Schedelbasiswerkgroep UMCG 1 Inhoudsopgave 1. Voorwoord. 3 2. Samenstelling 4 3. Patiëntenzorg... 5 3.1 Protocollen 6 3.2 Logistiek 7 3.3 Hoofdbehandelaar. 7 4. Wetenschappelijk programma...8
