MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN / MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN. MFP-beheerhandleiding
|
|
|
- Andrea van de Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN / MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN MFP-beheerhandleiding
2 2012 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden Volgens de copyrightwet mag deze handleiding niet worden gereproduceerd, in welke vorm dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TOSHIBA TEC CORPORATION.
3 Voorwoord Hartelijk dank voor de aanschaf van het multifunctionele digitale systeem of multifunctionele digitale kleurensysteem van TOSHIBA. In deze handleiding worden instructies gegeven voor beheerders voor het instellen en beheren van de multifunctionele digitale systemen of multifunctionele digitale kleursystemen. Lees deze handleiding voor u uw multifunctionele digitale systemen of multifunctionele digitale kleurensystemen in gebruik neemt. Houd deze handleiding bij de hand en maak er gebruik van om een omgeving te configureren waarin de functies van de e-studio ten volle worden benut. Bij de e-studio456-serie en de e-studio856-serie is de scan-/afdrukfunctie optioneel. Bij bepaalde modellen is deze optionele scan-/afdrukfunctie echter reeds geïnstalleerd. Gebruik van deze handleiding Symbolen in deze handleiding In deze handleiding staan een aantal belangrijke items aangegeven aan de hand van de onderstaande symbolen. Lees deze passages voordat u dit multifunctionele systeem gaat gebruiken. Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot overlijden, ernstig letsel of ernstige beschadiging van of brand in het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan. Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, tenzij deze wordt vermeden, kan leiden tot licht of matig letsel, lichte beschadiging van het multifunctionele systeem of voorwerpen in de naaste omgeving ervan, of verlies van gegevens. Wijst op informatie waar u bij het bedienen van het multifunctionele systeem op moet letten. Behalve wat hierboven staat beschreven, bevat deze handleiding ook informatie die nuttig kan zijn voor de bediening van dit apparaat, met behulp van de volgende tekens: Beschrijft handige informatie die van pas kan komen wanneer u het multifunctionele systeem bedient. Pagina' s met onderwerpen die gerelateerd zijn aan uw huidige werkzaamheden. Bekijk deze pagina' s naar behoefte. Model- en serienamen in deze handleiding In deze handleiding wordt elke modelnaam vervangen door de hieronder aangegeven serienaam. Naam model e-studio5540c/6540c/6550c e-studio2040c/2540c/3040c/3540c/4540c e-studio206l/256/306/356/456, e-studio256se/306se/356se/456se e-studio556/656/756/856, e-studio556se/656se/756se/856se e-studio2050c/2550c e-studio2051c/2551c e-studio2555c/3055c/3555c/4555c/5055c, e-studio2555cse/3055cse/3555cse/4555cse/5055cse Opties Serienaam in deze handleiding e-studio6550c-serie e-studio4540c-serie e-studio456-serie e-studio856-serie e-studio2550c-serie e-studio2551c-serie e-studio5055c-serie Raadpleeg voor beschikbare opties Opties in de Verkorte installatiehandleiding voor het multifunctionele systeem. Voorwoord 1
4 Uitleg over het bedieningspaneel en het aanraakscherm De afbeeldingen van het bedieningspaneel en het aanraakscherm in deze handleiding zijn die van de e-studio2550c-serie. De vorm en de plaats van de toetsen op het bedieningspaneel en de grootte van het aanraakscherm van de e-studi4540c-serie, de e-studio6550c-serie, de e-studio456-serie, de e-studio856-serie, de e-studio2551c-serie en de e-studio5055c-serie kunnen verschillen van die van de e-studio2550c-serie, maar de namen en de functie van de toetsen en onderdelen zijn hetzelfde. De details op de aanraakschermmenu's kunnen verschillen afhankelijk van de gebruiksopstelling, bijvoorbeeld of er opties geïnstalleerd zijn. De in deze handleiding gebezigde afbeeldingsdisplays zijn voor papier in het A/B-formaat. Als u papier in het LT-formaat gebruikt, dan kan het display of de volgorde van toetsen in de afbeeldingen verschillen van die van uw multifunctionele systeem. Handelsmerken De officiële benaming van Windows XP is Besturingssysteem Microsoft Windows XP. De officiële benaming van Windows Vista is Besturingssysteem Microsoft Windows Vista. De officiële benaming van Windows 7 is Besturingssysteem Microsoft Windows 7. De officiële benaming van Windows 8 is Besturingssysteem Microsoft Windows 8. De officiële benaming van Windows Server 2003 is Besturingssysteem Microsoft Windows Server De officiële benaming van Windows Server 2008 is Besturingssysteem Microsoft Windows Server De officiële benaming van Windows Server 2012 is Besturingssysteem Microsoft Windows Server Microsoft, Windows, Windows NT en de merknamen en productnamen van andere Microsoft-producten zijn handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Apple, AppleTalk, Macintosh, Mac, Mac OS, Safari en TrueType zijn handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. Adobe, Adobe Acrobat, Adobe Reader, Adobe Acrobat Reader en PostScript zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. Mozilla, Firefox en het Firefox-logo zijn handelsmerken of wettelijk gedeponeerde handelsmerken van Mozilla Foundation in de Verenigde Staten en andere landen. IBM, AT en AIX zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation. NOVELL, NetWare en NDS zijn handelsmerken van Novell, Inc. TopAccess is een handelsmerk van Toshiba Tec Corporation. Andere in deze handleiding voorkomende bedrijfsnamen en productnamen zijn de handelsmerken van de respectieve bedrijven ervan. 2 Voorwoord
5 INHOUD Voorwoord... 1 Hoofdstuk 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Toegang tot menu Gebruiker... 8 ALGEMEEN... 9 Wijzigen van de weergavetaal... 9 Instellen van modus Reversed display Aanpassen van de weergave-instelling Instellen van de automatische kalibratie De kalibratie instellen Instellen van de registratie KOPIËREN FAXEN SCANNEN E-FILING LIJST LADE ADRES Contactpersonen beheren in het adresboek Groepen beheren in het adresboek CONTR GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN Hoofdstuk 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Toegang tot menu Beheerder ALGEMEEN De apparaatinformatie instellen De kennisgeving instellen Wijzigen van het beheerderswachtwoord en resetten van het servicewachtwoord De klok instellen Instellen van de energiebesparende standen Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau De kalibratie instellen De grofheid van het afdrukken wijzigen Instellen van de registratie Instellen van de statusmelding Instellen van de automatische wisfunctie Beheer van de optielicenties Toevoegen of verwijderen van weergavetalen Bijwerken van uw systeem Aanmaken of installeren van duplicaatbestanden Instellen van de schermkalibratie Exporteren van logs...74 Instellen overslaan taken De indeling van het toetsenbord wijzigen Reinigen van de hoofdladers en de LED-printkoppen Instellen van de pop-upberichten Instellen van de optie...77 INHOUD 3
6 NETWERK Instellen van het TCP/IP-protocol (IPv4) Instellen van het TCP/IP-protocol (IPv6) Instellen van het IPX/SPX-protocol Instellen van de NetWare-instellingen Instellen van het SMB-protocol Instellen van het AppleTalk-protocol Instellen van de HTTP-netwerkservice Instellen van de Ethernetsnelheid Instellen van de LDAP-services en de filterfuncties Instellen van IPsec (IP-beveiliging) Controleren van het netwerk KOPIËREN FAXEN Instellen van de opties negeren en verkleind afdrukken voor RX print BESTAND INTERNETFAX BEVEILIGING Beheer van certificaten Instellen van beveiligde PDF-bestanden Uitvoeren van de integriteitscontrole LIJST/RAPPORT Instellen van het rapport Lijsten afdrukken PRINTER/E-FILING INSTELLINGEN DRAADLOOS GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN X-INSTELLINGEN Instellen IEEE 802.1X-verificatie Foutmeldingen FABRIEK INST Hoofdstuk 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) TOTAALTELLER AFDRUKKEN TOTAAL TELLER AFDELINGSTELLER AFDELING BEHEER Aanmelden als beheerder De afdelingscodelijst afdrukken Afdelingscodes inschakelen Een nieuwe afdelingscode registreren Afdelingscodes bewerken Afdelingscodes verwijderen De tellers van de afdelingen terugzetten Uitvoerbeperkingen voor alle afdelingen instellen Functie Geen limiet zwart instellen INHOUD
7 De geregistreerde quota instellen Alle afdelingstellers resetten Alle afdelingscodes verwijderen Hoofdstuk 4 BIJLAGE Letters instellen Toetsenbord op scherm Numeriek toetsenpaneel op scherm Afdrukformaat lijsten TOTAALTELLERLIJST AFDELINGSCODELIJST ADRESBOEKINFORMATIE GROEPNUMMERINFORMATIE FUNCTIELIJST (Gebruiker) NIC-configuratiepagina FUNCTIELIJST (Beheerder) PS3-lettertypelijst PCL-lettertypelijst TREFWOORDENREGISTER INHOUD 5
8 6 INHOUD
9 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Toegang tot menu Gebruiker... 8 ALGEMEEN... 9 Wijzigen van de weergavetaal...9 Instellen van modus Reversed display...10 Aanpassen van de weergave-instelling...10 Instellen van de automatische kalibratie...10 De kalibratie instellen...10 Instellen van de registratie...11 KOPIËREN FAXEN SCANNEN E-FILING LIJST LADE ADRES Contactpersonen beheren in het adresboek...20 Groepen beheren in het adresboek...31 CONTR GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN... 44
10 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Toegang tot menu Gebruiker Volg de onderstaande stappen om naar menu Gebruiker te gaan in scherm GEBRUIKERSPROG Druk op toets [USER FUNCTIONS] op het bedieningspaneel om naar menu GEBRUIKERSPROG. te gaan. Druk op tabblad [GEBRUIKER]. Het GEBRUIKER-menu wordt weergegeven. Ga verder met de bewerking van de benodigde gebruikersinstelling. Scherm Gebruikersfuncties bevat de volgende knoppen. Raadpleeg voor meer informatie over elke knop de overeenkomstige pagina. P.9 ALGEMEEN P.17 LIJST P.12 KOPIËREN P.18 LADE P.13 FAXEN P.20 ADRES P.14 SCANNEN P.43 CONTR. P.16 E-FILING P.44 GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN [WIJZIG GEBRUIKERSWACHTWOORD] is alleen beschikbaar wanneer functie MPF Lokale verificatie is ingeschakeld. Als functie Gebruikersbeheer is ingeschakeld, dan is tabblad [ADMIN] niet beschikbaar wanneer een gebruiker zonder beheerdersrechten zich aanmeldt op het multifunctionele systeem. [E-FILING] wordt alleen weergegeven wanneer de harde schijf in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is. 8 Toegang tot menu Gebruiker
11 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) ALGEMEEN U kunt de oorspronkelijke instellingen (standaardinstellingen) voor het multifunctionele systeem wijzigen. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm Algemeen weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker Via dit menu kunt u de volgende procedures uitvoeren: P.9 Wijzigen van de weergavetaal P.10 Instellen van de automatische kalibratie P.10 Instellen van modus Reversed display P.10 De kalibratie instellen P.10 Aanpassen van de weergaveinstelling P.11 Instellen van de registratie De weergegeven knoppen verschillen, afhankelijk van het model. Wijzigen van de weergavetaal U kunt de taal die voor het aanraakpaneel gebruikt wordt, wijzigen naar een andere. Het selecteren van de gewenste taal en daarna op [OK] drukken, wijzigt de taal die voor het aanraakpaneel gebruikt wordt naar die van de selectie. Raadpleeg de volgende pagina voor het toevoegen van weergavetalen: P.63 Toevoegen of verwijderen van weergavetalen ALGEMEEN 9
12 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Instellen van modus Reversed display Het is mogelijk het aanraakpaneel omgekeerd (geïnverteerd) weer te geven wanneer de normale weergave te helder is, of wanneer de weergave duidelijker moet zijn. Druk op [AAN] om het Reversed Display in te schakelen of [UIT] om het Reversed Display uit te schakelen. Scherm in modus Reversed display Aanpassen van de weergave-instelling U kunt de helderheid van het aanraakpaneel instellen. Pas de helderheid in scherm [SCHERMINSTELLING] aan door op of te drukken. Als u op [RESET] drukt, wordt de instelling gereset naar de fabrieksinstellingen. Instellen van de automatische kalibratie Het is mogelijk de kleurgradaties automatisch te kalibreren wanneer schaduwen of kleurtonen niet juist gereproduceerd worden in de afbeeldingen die door het multifunctionele systeem gescand worden. Kalibreer door de instructies op het scherm te volgen. Dit menu is niet voor alle modellen beschikbaar. Gebruik KALIBRATIE om de schaduw en kleurtoon van de afbeeldingen preciezer af te stellen. De kalibratie instellen Het is mogelijk de kleurgradaties automatisch te kalibreren wanneer schaduwen of kleurtonen niet juist gereproduceerd worden in de afbeeldingen die door het multifunctionele systeem gescand worden. Met deze functie is het mogelijk meer precieze aanpassingen te maken dan met AUTO KALIBRATIE. De instructies voor het uitvoeren van een kalibratie zijn hetzelfde als wanneer deze wordt uitgevoerd in het Beheerdersmenu. Raadpleeg de volgende pagina: P.58 De kalibratie instellen [KALIBRATIE] wordt alleen in het Gebruikersmenu weergegeven wanneer [KALIBRATIE] in scherm WEERGAVENIVEAU van het Beheerdersmenu ingesteld is op [GEBRUIKER]. Raadpleeg voor instructies over het wijzigen van het weergaveniveau de volgende pagina: P.58 Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau 10 ALGEMEEN
13 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Instellen van de registratie Wanneer kleuren verkeerd geregistreerd worden, kan de positie van elke kleur uitgelijnd worden. Deze knop is niet voor alle modellen beschikbaar. De instructies voor het uitvoeren van de registratie zijn hetzelfde als wanneer deze wordt uitgevoerd in het Beheerdersmenu. Raadpleeg de volgende pagina: P.59 Instellen van de registratie [REGISTRATIE] wordt alleen in het Gebruikersmenu weergegeven wanneer [REGISTRATIE] in scherm WEERGAVENIVEAU van het Beheerdersmenu ingesteld is op [GEBRUIKER]. Raadpleeg voor instructies over het wijzigen van het weergaveniveau de volgende pagina: P.58 Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau ALGEMEEN 11
14 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) KOPIËREN U kunt de oorspronkelijke instellingen (standaardinstellingen) van kopieeropdrachten wijzigen. Het aantal pagina's en opties dat in scherm KOPIËREN weergegeven wordt, verschilt, afhankelijk van het model. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm KOPIËREN weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker Raadpleeg de Kopieerhandleiding voor meer informatie over de kopieerfuncties. Het scherm is opgebouwd uit meerdere pagina's. Druk op of om achteruit en/of vooruit te bladeren door de pagina's. Naam item BELICHTING BELICHTING VOOR KLEUR BELICHTING VOOR ZWART KLEURENMODUS BEELDRICHTING HANDINVOER ORIGIN. MODUS ORIGINELENMODUS VOOR KLEUR ORIGINELENMODUS VOOR ZWART INSERTER/ ACHTERKAFT OMKEREN TABAFMETING ORIGINELENMODUS VOOR AUTO KLEUR SLA LEGE PAGINA OVER AANPASSING Omschrijving Een instellingsitem voor monochrome modellen. Kies de gewenste belichting voor kopieertaken. AUTO druk op deze knop om het contrast automatisch in overeenstemming met het origineel in te stellen. MANUAL druk op deze knop om het contrast handmatig in te stellen. Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Kies de gewenste belichting voor kleurenkopieën. AUTO druk op deze knop om het contrast automatisch in overeenstemming met het origineel in te stellen. MANUAL druk op deze knop om het contrast handmatig in te stellen. Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Kies de gewenste belichting voor zwart-witkopieën. AUTO druk op deze knop om het contrast automatisch in overeenstemming met het origineel in te stellen. MANUAL druk op deze knop om het contrast handmatig in te stellen. Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Druk op de knop van de gewenste kleurenmodus voor kopieertaken. Enkel [ZWART] kan worden geselecteerd wanneer de functie 'Geen limiet zwart' ( P.148) is ingeschakeld. Selecteer of de functie voor BEELDRICHTING gebruikt moet worden. INSCHAKELEN druk op deze knop om de functie in te schakelen. UITSCHAKELEN druk op deze knop om de functie uit te schakelen. Druk op de knop van de gewenste papiersoort voor handinvoer. De weergegeven papiersoorten verschillen, afhankelijk van het model. Raadpleeg voor meer informatie over de papiersoorten de Kopieerhandleiding Hoofdstuk 1: VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM. Een instellingsitem voor monochrome modellen. Druk op de knop van de gewenste originelenmodus. Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Druk op de knop van de gewenste originelenmodus voor kopieertaken. Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Druk op de knop van de gewenste originelenmodus voor zwart-wit kopieertaken. Wanneer deze instelling [AAN] staat, wordt de uitvoer van de achterkaft die uit de inserter ingevoerd wordt, omgekeerd; dit is nuttig wanneer de achterkaft omgekeerd uitgevoerd moet worden bij gebruik van papier met een verschillende voor- en achterzijde voor de voorkaft en de achterkaft. Met deze instelling kunt u de tabafmeting instellen van de tabbladen die in de lades of in de handinvoerlade geplaatst zijn. Met deze optie kunt u ook de afmeting instellen voor het verplaatsen van het gekopieerde beeld naar de gewenste positie op het tabblad. Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Druk op de knop van de gewenste originelenmodus voor kopieertaken. Selecteer uit 7 niveaus de gewenste gevoeligheid voor het detecteren en verwijderen van blanco pagina's uit het gescande origineel in een kopieertaak. Hoe hoger de gevoeligheid wordt ingesteld, door te drukken op, hoe groter de kans dat het apparaat blanco pagina's zal detecteren. Raadpleeg voor meer informatie over deze functie de Kopieerhandleiding Hoofdstuk 4: BEWERKEN-FUNCTIES. ACS-AANPASSING Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Selecteer uit 7 niveaus de gewenste gevoeligheid voor het detecteren of een origineel dat in modus Autokleur gekopieerd wordt, een kleuren- of een zwart-witorigineel is. Hoe hoger de gevoeligheid wordt ingesteld, door te drukken op, hoe groter de kans dat het apparaat een gescand origineel als kleurendocument zal herkennen. Hoe lager de gevoeligheid wordt ingesteld, door te drukken op, hoe groter de kans dat het multifunctionele systeem een gescand origineel als zwart-wit-document zal herkennen. 12 KOPIËREN
15 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) FAXEN U kunt de oorspronkelijke instellingen (standaardinstellingen) van fax- en internetfaxopdrachten wijzigen. Om faxen te verzenden en te ontvangen, moet de Faxeenheid geïnstalleerd zijn. Als de Faxeenheid niet geïnstalleerd is, kunnen alleen [RESOLUTION], [ORIGINAL MODE], [EXPOSURE], [PREVIEW SETTING] en [INITIAL PREVIEW TYPE] ingesteld worden. Raadpleeg voor gegevens over andere instellingsitems de Operator's Manual for FAX Unit "Chapter 6: SETTING ITEMS". Als de Faxeenheid niet geïnstalleerd is, worden opties die in dit menu ingesteld worden, toegepast op internetfaxverzendingen. Afhankelijk van het model is [FAXEN] alleen beschikbaar wanneer de scannerkit en/of de printer-/scannerkit geïnstalleerd zijn. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm FAXEN weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker Het scherm is opgebouwd uit meerdere pagina's. Druk op of om achteruit en/of vooruit te bladeren door de pagina's. RESOLUTIE Naam item ORIGIN. MODUS BELICHTING VOORBEELD- INSTELLING INITIEEL TYPE VOORBEELD Omschrijving selecteer de resolutie op basis van de kenmerken van het origineel. STANDARD deze optie is geschikt voor originelen met een normale tekstgrootte. FINE deze optie is geschikt voor originelen met een kleine tekstgrootte en fijne illustraties. U-FINE deze optie is geschikt voor originelen met een kleine tekstgrootte en zeer gedetailleerde illustraties. selecteer de scanmodus op basis van het soort origineel. TEXT deze optie is geschikt voor originelen met tekst en lijntekeningen. TEXT/PHOTO deze optie is geschikt voor originelen met een combinatie van tekst en foto's. PHOTO deze optie is geschikt voor originelen met foto's. Kies de gewenste belichting voor het origineel. Bij het handmatig instellen van het contrast wordt op of gedrukt om het gewenste contrast in te stellen. Bij het automatisch instellen van het contrast in overeenstemming met het het origineel wordt op [AUTO] gedrukt. Het inschakelen van functie Voorbeeld maakt het mogelijk de gescande afbeelding te zien voordat de fax/internetfaxtaak verzonden wordt. AAN druk op deze knop om de functie in te schakelen. UIT druk op deze knop om de functie uit te schakelen. Kies de weergavemodus voor het voorbeeldscherm. De beschikbare opties zijn: [PAGE FIT] en [WIDTH FIT]. [PREVIEW SETTING] en [INITIAL PREVIEW TYPE] zijn niet voor alle modellen beschikbaar. FAXEN 13
16 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) SCANNEN U kunt de oorspronkelijke instellingen (standaardinstellingen) van scanopdrachten wijzigen. Afhankelijk van het model is [SCAN] alleen beschikbaar wanneer de scannerkit en/of de printer-/scannerkit geïnstalleerd zijn. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm SCAN weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker Het scherm is opgebouwd uit meerdere pagina's. Druk op of om achteruit en/of vooruit te bladeren door de pagina's. Naam item Omschrijving KLEURENMODUS COMPRESSIE ENKEL-/ DUBBELZIJDIGE SCAN ROTEREN Druk op de toets van de gewenste modus. druk op de toets van de gewenste modus voor scanopdrachten in de modi Grijstinten, Kleur of Auto kleur. Druk op de toets van de gewenste modus. [ENKEL] druk op deze toets om enkelzijdig scannen als standaardscanmodus in te stellen. [BOEK] druk op deze toets om scannen van boekformaat als standaardscanmodus in te stellen. Hierdoor worden beide zijden van de originelen in dezelfde richting gescand. [KALENDER] druk op deze toets om scannen van kalenderformaat als standaardscanmodus in te stellen. Hierdoor wordt de voorpagina in de algemene richting gescand en de achterpagina in tegengestelde richting. Druk op de toets van de gewenste modus. Selecteer deze optie om de originelen te scannen zonder dat de richting wordt gewijzigd. Selecteer deze optie om uw scans 90 graden rechtsom te draaien. Selecteer deze optie om uw scans 180 graden te draaien. Selecteer deze optie om uw scans 90 graden linksom te draaien. VOORBEELD- INSTELLING INITIEEL TYPE VOORBEELD SLA LEGE PAGINA OVER AANPASSING Door het inschakelen van functie Voorbeeld is het mogelijk een voorbeeld van de afgedrukte afbeeldingen te bekijken voordat ze worden opgeslagen of g d. AAN druk op deze knop om de functie in te schakelen. UIT druk op deze knop om de functie uit te schakelen. Kies de weergavemodus voor het voorbeeldscherm. De beschikbare opties zijn: [PAGE FIT] en [WIDTH FIT]. Selecteer uit 7 niveaus de gewenste gevoeligheid voor het detecteren en verwijderen van blanco pagina's uit het gescande origineel in een scantaak. Hoe hoger de gevoeligheid wordt ingesteld, door te drukken op, hoe groter de kans dat het apparaat blanco pagina's zal detecteren. Raadpleeg voor meer informatie over functie 'Blanco pagina overslaan' de Scanning Guide Chapter 3: USEFUL FUNCTIONS. ACS-AANPASSING Selecteer uit 7 niveaus de gewenste gevoeligheid voor het detecteren of een origineel dat in modus Autokleur gescand wordt, een kleuren- of een zwart-wit-origineel is. Hoe hoger de gevoeligheid wordt ingesteld, door te drukken op, hoe groter de kans dat het apparaat een gescand origineel als kleurendocument zal herkennen. Hoe lager de gevoeligheid wordt ingesteld, door te drukken op, hoe groter de kans dat het multifunctionele systeem een gescand origineel als zwart-wit-document zal herkennen. AFDRUKKWALITEIT VOOR ZWART IN ACS ZWART/ WITAANPASSING VOOR STANDAARD Druk op de knop voor de gewenste beeldkwaliteit voor het scannen van zwart-witoriginelen in modus Auto kleur. De beschikbare opties zijn: [STANDARD] en [HIGH QUALITY]. Kies de belichting voor het scannen van zwart-witoriginelen in modus Auto kleur. Hoe hoger de belichting wordt ingesteld, door op een origineel zullen zijn. te drukken, hoe lichter scans van zwart-wit in Hoe lager de belichting wordt ingesteld, door op in een origineel zullen zijn. te drukken, hoe donkerder scans van zwart-wit 14 SCANNEN
17 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) [PREVIEW SETTING] en [INITIAL PREVIEW TYPE] zijn niet voor alle modellen beschikbaar. Stel voor elke kleurenmodus (kleur/auto kleur, grijstinten of zwart) de volgende onderwerpen in. RESOLUTIE Naam item ORIGIN. MODUS BELICHTING ACHTERGROND- INSTELLING Omschrijving Druk op de knop van de gewenste resolutie (dpi) voor scans. Druk op de knop van de gewenste modus voor scans. ([ORIGIN. MODUS] is niet beschikbaar in modus grijstinten.) Kies de gewenste belichting voor scans. Druk om het contrast handmatig in te stellen op of en stel het gewenste contrastniveau in. Bij het automatisch instellen van het contrast in overeenstemming met het het origineel wordt op [AUTO] gedrukt. Kies de gewenste achtergrondbelichting voor scans. Hoe hoger de belichting wordt ingesteld, door op zijn. te drukken, hoe lichter de achtergrondkleur zal Hoe lager de belichting wordt ingesteld, door op zal zijn. te drukken, hoe donkerder de achtergrondkleur SCANNEN 15
18 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) E-FILING U kunt het type beeldkwaliteit instellen voor het afdrukken van kleurendocumenten die zijn opgeslagen via scannen naar e-filing. Functie e-filing is alleen beschikbaar wanneer de harde schijf in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm E-FILING weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker Naam item ALGEMEEN FOTO PRESENTATIE LIJNTEKENINGEN Omschrijving druk op deze toets om de geschikte kleurkwaliteit in te stellen voor het afdrukken van een algemeen kleurdocument. druk op deze toets om de geschikte kleurkwaliteit in te stellen voor het afdrukken van foto's. druk op deze toets om de geschikte kleurkwaliteit in te stellen voor het afdrukken van presentatiemateriaal. druk op deze toets om de geschikte kleurkwaliteit in te stellen voor het afdrukken van een document met veel tekst of lijntekeningen. 16 E-FILING
19 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) LIJST U kunt onderstaande lijsten afdrukken. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm LIJST weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker De lijst wordt afgedrukt op het papier dat wordt ingevoerd vanuit de lade met LT-R- of A4-R-papier en wordt uitgevoerd naar de uitvoerlade. Naam item ADRESBOEK Omschrijving druk op deze knop om de ADRESBOEKINFORMATIE af te drukken die alle geregistreerde contactpersonen in het multifunctionele systeem weergeeft. SORTEER ID druk op deze knop om de ADRESBOEKINFORMATIE af te drukken, gesorteerd op ID-nummer. SORTEER NAAM druk op deze knop om de ADRESBOEKINFORMATIE af te drukken, gesorteerd op achternaam. GROEPNUMMERS Voor een voorbeeld van de ADRESBOEKINFORMATIE, zie de volgende pagina: P.158 ADRESBOEKINFORMATIE druk op deze knop om de GROEPNUMMER-INFORMATIE af te drukken die alle geregistreerde groepen en leden ervan in het multifunctionele systeem weergeeft. FUNCTIE Voor een voorbeeld van de GROEPNUMMERINFORMATIE, zie de volgende pagina: P.159 GROEPNUMMERINFORMATIE druk op deze knop om de FUNCTIELIJST (gebruiker) af te drukken. Voor een voorbeeld van de FUNCTIELIJST, zie de volgende pagina: P.160 FUNCTIELIJST (Gebruiker) Wanneer de functie Afdelingsbeheer is ingeschakeld, dan wordt het scherm om de afdelingscode in te voeren weergegeven. Voer de afdelingscode in en druk op [OK] om elke lijst af te drukken. Als echter functie 'Geen limiet zwart' ( P.148) ingeschakeld is, dan worden de lijsten afgedrukt zonder dat het scherm voor het invoeren van de afdelingscode verschijnt. LIJST 17
20 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) LADE U kunt het papierformaat en -type voor elke lade instellen. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm PAPIERLADE weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker 1 Druk in scherm PAPIERLADE op het deel van de illustratie dat overeenkomt met de lade waarvan het papierformaat gewijzigd moet worden en druk op de knop voor het gewenste formaat. Voor modellen die het papierformaat automatisch detecteren zorgt een keuze voor [AUTO(mm)] of [AUTO(inch)] ervoor dat het formaat van het papier dat in laden geplaatst wordt, automatisch ingesteld wordt. Druk bij gebruik van papier van formaat A/B zoals A3 en A4 op [AUTO(mm)] en bij gebruik van papier van formaat LT, zoals LD en LT, op [AUTO(inch)]. De weergegeven knoppen verschillen, afhankelijk van het model. Het is mogelijk dat het multifunctionele systeem het papierformaat niet detecteert en "!" weergeeft voor de lade als er papier van formaat LT wordt geplaatst in de lade waarvoor [AUTO (mm)] is ingesteld of omgekeerd. Corrigeer de selectie van de knop. Druk voor het wijzigen van de papiersoort van gewoon papier in een andere soort of het aangeven van het gebruiksdoel van het papier in de lade op [PAPIERSOORT] en ga verder naar stap 2. Druk, als het niet nodig is een papierformaat in te stellen, op [OK] en rond de bewerking af. 18 LADE
21 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 2 Druk op het gedeelte in de afbeelding dat overeenkomt met de lade waarvan de papiersoort gewijzigd moet worden, druk op de knop voor de gewenste papiersoort en vervolgens op [OK] om de instellingen op te slaan. Scherm PAPIERSOORT bestaat uit twee delen: DIKTE en KENMERK. Stel DIKTE in bij gebruik van dik papier en bij gerecycled papier. Stel KENMERK in wanneer het papier in de lade voor een specifiek doel gebruikt wordt. Als bijvoorbeeld [TUSSENLEG] voor een lade wordt geselecteerd, zal het papier in de lade altijd gebruikt worden voor het invoegen van kopieën. De weergegeven knoppen verschillen, afhankelijk van het model. Raadpleeg voor meer informatie over de papiersoorten de Kopieerhandleiding Hoofdstuk 1: VÓÓR GEBRUIK VAN HET MULTIFUNCTIONELE SYSTEEM. Papier dat in een lade geplaatst is met een DIKTE anders dan [NORMAAL] of [RECYCLING.], of papier dat geplaatst is in een lade met KENMERK anders dan [] ligt buiten de scope van de Automatische PapierSelectie (APS). Voor meer informatie over APS, raadpleeg de Kopieerhandleiding Hoofdstuk 3: BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES. Wanneer voor een lade een kenmerk anders dan [] ingesteld is, valt het papier dat in deze lade geplaatst is buiten de scope van de functie Automatisch Wisselen van Papiermagazijn. Voor meer informatie over deze functie, zie de volgende pagina: P.96 KOPIËREN LADE 19
22 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) ADRES Via dit menu kunt u de volgende procedures uitvoeren: P.20 Contactpersonen beheren in het adresboek P.31 Groepen beheren in het adresboek Raadpleeg voor instructies over hoe scherm ADRES BOEK weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker Contactpersonen beheren in het adresboek Contactpersonen die in het adresboek opgenomen zijn, kunnen bijvoorbeeld weergegeven worden vanuit het scherm dat weergegeven wordt wanneer op het bedieningspaneel op knop [FAXEN] gedrukt wordt. Bij het verzenden van een fax of internetfax is het eenvoudig ontvangers aan te geven door deze te selecteren uit de lijst in het adresboek. Daarnaast kan het adresboek ook gebruikt worden om adressen aan te geven voor 'scannen naar '-overdrachten. In het adresboek kunnen tot 3000 contactpersonen geregistreerd worden (tot 400 als er geen harde schijf in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is); deze kunnen een faxnummer en/of een adres bevatten. Indien de FAXeenheid geïnstalleerd is, kunt u ook de opties voor faxverzending instellen voor elke contactpersoon, zoals verzendtype, ECM, verzendkwaliteit, lijnselectie en subadresinstellingen. Om faxen te verzenden en te ontvangen, moet de Faxeenheid geïnstalleerd zijn. Afhankelijk van het model kunnen adressen die in het adresboek staan alleen gebruikt worden als bestemming voor scannen naar of Internetfaxen wanneer de scannerkit of de printer-/scannerkit geïnstalleerd is. In tab [ENKEL] in menu ADRES BOEK kunnen de volgende bewerkingen uitgevoerd worden om contactpersonen te beheren. P.20 Nieuwe contactpersonen creëren P.26 Bewerken of verwijderen van contactpersonen P.28 Contactpersonen zoeken U kunt adresboekgegevens importeren en exporteren in de TopAccess-beheerdersmodus. Voor meer informatie, zie de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Nieuwe contactpersonen creëren U kunt nieuwe contactpersonen in het adresboek toevoegen/creëren. Voor het creëren van nieuwe contactpersonen zijn de volgende twee methoden beschikbaar. P.21 Contactpersonen registreren via de USER FUNCTIONS en knop [ADDRESS] P.24 Contactpersonen registreren vanuit loglijsten 20 ADRES
23 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Contactpersonen registreren via de USER FUNCTIONS en knop [ADDRESS] 1 Druk op een niet gebruikte toets om een nieuwe contactpersoon te registreren en druk op [TOEGANG]. Scherm ADRESBOEK REGISTREREN wordt weergegeven. Als het aanraakscherm geen niet gebruikte knop weergeeft, druk dan op geven. om de volgende pagina weer te ADRES 21
24 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 2 Druk op elke toets op het aanraakscherm om de volgende contactinformatie in te voeren. Naam item VOORNAAM ACHTERNM. FAX NR. 2eFAX BEDRIJF AFD. KENMERK Omschrijving druk op deze toets om de voornaam van de contactpersoon in te voeren. Deze naam zal verschijnen in de adresboeklijst op het aanraakscherm. U kunt tot 32 tekens invoeren. druk op deze toets om de achternaam van de contactpersoon in te voeren. Deze naam zal verschijnen in de adresboeklijst op het aanraakscherm. U kunt tot 32 tekens invoeren. druk op deze toets om het faxnummer van de contactpersoon in te voeren. Er kunnen tot 128 cijfers ingegeven worden. druk op deze toets om een tweede faxnummer voor de contactpersoon in te voeren. (Als meerdere pogingen om verbinding te leggen met [FAX NR.] mislukken, wordt een fax, mits dit veld gevuld is, naar [2eFAX] verzonden.) Er kunnen tot 128 cijfers ingegeven worden. druk op deze toets om het adres van de contactpersoon in te voeren. U kunt een adres ingeven van tot 192 alfanumerieke tekens. druk op deze toets om de bedrijfsnaam van de contactpersoon in te voeren. Er kunnen tot 64 tekens ingevoerd worden. druk op deze toets om de afdelingsnaam van de contactpersoon in te voeren. Er kunnen tot 64 tekens ingevoerd worden. druk op deze toets om een trefwoord voor de contactpersoon in te voeren. Dit trefwoord kan worden gebruikt om deze contactpersoon te zoeken. Er kunnen tot 256 tekens ingevoerd worden. [VOORNAAM] of [ACHTERNM.] en [FAX NR.] of [ ] zijn verplichte velden. De contactpersoon zal niet geregistreerd worden als een van deze gegevens mist. 3 Wanneer u op een andere toets dan [FAX NR.] of [2eFAX]) drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Wanneer u op de toets [FAX NR.] of [2eFAX]) drukt, dan wordt het numerieke toetsenpaneel op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het numerieke toetsenpaneel op scherm de volgende pagina: P.155 Numeriek toetsenpaneel op scherm Druk op [OPTIE] om de standaardinstellingen voor een faxverzending aan te geven. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de Faxeenheid is geïnstalleerd. Raadpleeg voor gegevens van de opties voor faxverzending de Operator's Manual for FAX Unit "Chapter 6: SETTING ITEMS". 22 ADRES
25 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 4 Druk op [OK] om de contactpersoon te registreren. De contactpersoon wordt geregistreerd in het adresboek. ADRES 23
26 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Contactpersonen registreren vanuit loglijsten U kunt informatie zoals de externe faxnummers en adressen in het adresboek registreren vanuit het scherm Verzend-/Ontvangstlog. De volgende informatie kan worden geregistreerd vanuit het verzendlog: Externe faxnummers die direct zijn ingevoerd, of die zijn gezocht vanaf de LDAP-server adressen die handmatig zijn ingevoerd of die zijn gezocht vanaf de LDAP-server De volgende informatie kan worden geregistreerd vanuit het ontvangstlog: Externe faxnummers die direct zijn ingevoerd, of die zijn gezocht vanaf de LDAP-server voor een ondervragingsontvangst adres van de afzender De volgende informatie kan worden geregistreerd vanuit het scanlog: adressen die handmatig zijn ingevoerd 1 2 Druk op [TAAKSTATUS] op het aanraakscherm. Druk op tabblad [LOG] en druk op [ZENDEN] (of [ONTVANGEN] of [SCAN]). 3 De VERZEND- (of ONTVANGST- of SCAN-) LOG-lijst wordt weergegeven. Selecteer de opdracht die het faxnummer of het adres bevat dat u wilt registreren in het adresboek en druk op [TOEGANG]. Om adressen als BCC-contactpersoon (verborgen kopiehouder) te registreren in het adresboek vanuit de scanlog, moet optie [BCC-adresweergave] ingeschakeld zijn vanuit het TopAccess- menu. Als optie [BCC-adresweergave] ingeschakeld is, dan wordt in scherm Scanlog als omschrijving [BCC-adres] weergegeven in plaats van een adres. In dit geval is [TOEGANG] uitgeschakeld, zelfs wanneer als beschrijving [BCC-adres] wordt gekozen. Voor instructies voor het inschakelen van de optie [BCCadresweergave], raadpleeg de TopAccess Guide Chapter 8: SETTING ITEMS. 24 ADRES
27 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 4 Bewerk de contactinformatie. 5 Raadpleeg stap 2 van de volgende bewerking voor de beschrijving van elk item: P.21 Contactpersonen registreren via de USER FUNCTIONS en knop [ADDRESS] Druk op [OPTIE] om de standaardinstellingen voor een faxverzending aan te geven. 6 Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de Faxeenheid is geïnstalleerd. Raadpleeg voor gegevens van de opties voor faxverzending de Operator's Manual for FAX Unit "Chapter 6: SETTING ITEMS". Druk op [OK] om de contactpersoon te registreren. De contactpersoon wordt geregistreerd in het adresboek. ADRES 25
28 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Bewerken of verwijderen van contactpersonen Het is mogelijk informatie van contactpersonen die in het adresboek geregistreerd is, te bewerken (of te verwijderen). 1 Druk in scherm ADRESBOEK op de te bewerken contactpersoon en druk op [BEWERKEN]. Scherm ADRESBOEK BEWERKEN wordt weergegeven. Als het aanraakscherm niet de contactpersoon weergeeft die u wilt bewerken, druk dan op om de volgende pagina weer te geven. De zoekfunctie maakt het mogelijk snel naar de te bewerken contactpersoon te zoeken. Om de contactpersoon te zoeken, zie de volgende pagina: P.28 Contactpersonen zoeken Selecteer om te verwijderen de contactpersoon die u wilt verwijderen en druk op [VERWIJDER]. Bericht Verwijderen OK? wordt weergegeven in scherm ATTENTIE. 2 Druk op [JA] om de contactpersoon te verwijderen. Bewerk de contactinformatie. Raadpleeg stap 2 van de volgende bewerking voor de beschrijving van elk item: P.21 Contactpersonen registreren via de USER FUNCTIONS en knop [ADDRESS] 26 ADRES
29 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 3 Druk op [OPTIE] om de standaardinstellingen voor een faxverzending aan te geven. 4 Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de Faxeenheid is geïnstalleerd. Raadpleeg voor gegevens van de opties voor faxverzending de Operator's Manual for FAX Unit "Chapter 6: SETTING ITEMS". Druk op [OK] om de contactpersoon op te slaan. De bewerkte informatie van de contactpersoon wordt opgeslagen. ADRES 27
30 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Contactpersonen zoeken Voor het zoeken naar contactpersonen in het adresboek zijn de volgende twee methoden beschikbaar. Deze functie is nuttig bij het zoeken naar bepaalde contactpersonen. P.28 Contactpersonen zoeken op ID-nummer P.29 Contactpersonen zoeken door een zoekreeks in te voeren Contactpersonen zoeken op ID-nummer 1 Druk in scherm ADRES BOEK op [BEKEND ID]. 2 Het scherm BEKEND ID wordt weergegeven. Voer het ID-nummer in met behulp van de digitale toetsen en druk op [OK]. 3 Het aanraakscherm geeft de gevonden contactpersoon weer. Druk op de contactpersoon en op [BEWERKEN] om de contactinformatie te bewerken. Druk op [VERWIJDEREN] om de contactpersoon te verwijderen. Raadpleeg voor instructies om de contactpersoon te bewerken of te verwijderen de volgende pagina: P.26 Bewerken of verwijderen van contactpersonen 28 ADRES
31 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Contactpersonen zoeken door een zoekreeks in te voeren 1 Druk in scherm ADRES BOEK op [ZOEK]. 2 Het scherm ADRES ZOEKEN wordt weergegeven. Druk op de knop van het doel van de zoekopdracht. Wanneer u op een andere toets dan [FAX NR.] drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Wanneer u op toets [FAX NR.] drukt, dan wordt het numerieke toetsenpaneel op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het numerieke toetsenpaneel op scherm de volgende pagina: P.155 Numeriek toetsenpaneel op scherm 3 4 Contactpersonen die de zoekreeks bevatten voor het gespecificeerde item zullen worden gevonden. Voer de zoekreeks in en druk op [OK]. Specificeer de zoekreeks in de items die u nodig hebt en druk op [ZOEK]. Druk op [WIS] om de ingevoerde zoekreeksen te wissen. ADRES 29
32 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 5 Het aanraakscherm geeft de gevonden contactpersonen weer. Druk op de gewenste contactpersoon en op [OK] om de contactinformatie te bewerken. Raadpleeg voor instructies over het bewerken van contactpersonen de volgende pagina: P.26 Bewerken of verwijderen van contactpersonen Druk op of om de gevonden contactpersonen op verschillende pagina's weer te geven als één pagina niet volstaat. Door op of te drukken worden 5 pagina's overgeslagen. Als de zoekresultaten gewijzigd moeten worden, druk dan op [OPN. ZKN]. Het scherm als onder stap 2, waarin de zoekterm opgegeven kan worden, wordt opnieuw getoond. 30 ADRES
33 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Groepen beheren in het adresboek U kunt groepen creëren die meerdere contactpersonen bevatten, waardoor het mogelijk wordt groepen aan te geven in plaats van het elke contactpersoon apart te moeten selecteren bij scannen naar of fax- of internetfaxverzending. In het adresboek kunnen tot 200 groepen met tot 400 leden worden vastgelegd (tot 40 groepen en 80 leden als de harde schijf niet in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is). Eén faxnummer of één adres telt als één bestemming. Als u zodoende een contactpersoon selecteert die zowel faxnummer als adres bevat, telt dit als twee bestemmingen in de groep. Om faxen te verzenden en te ontvangen, moet de Faxeenheid geïnstalleerd zijn. In tab GROEP in menu ADRES BOEK kunnen de volgende bewerkingen uitgevoerd worden om contactpersonen te beheren. P.31 Nieuwe groepen maken P.34 Bewerken of verwijderen van groepen P.40 Groepen zoeken Nieuwe groepen maken U kunt nieuwe groepen in het adresboek creëren. 1 Druk in scherm ADRES BOEK op een niet-gebruikte knop om een nieuwe groep te registreren; druk daarna op [TOEGANG]. Scherm GROEP NR. REGISTRATIE wordt weergegeven. Als het aanraakscherm geen niet gebruikte knop weergeeft, druk dan op geven. om de volgende pagina weer te ADRES 31
34 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 2 Druk op [GROEP NAAM]. 3 4 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer de groepsnaam in en druk op [OK]. Druk op [OK]. 5 Scherm Testen van groepsleden wordt weergegeven. Selecteer de contactpersonen die u aan de groep wilt toevoegen en druk op [OK]. Om contactpersonen toe te voegen door elke contactpersoon handmatig te selecteren, zie de volgende pagina: P.36 Contactpersonen toevoegen of verwijderen Om contactpersonen toe te voegen door ze te zoeken op ID-nummer, zie de volgende pagina: P.36 Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken op ID-nummer Om contactpersonen toe te voegen door ze te zoeken met een zoekreeks, zie de volgende pagina: P.37 Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken met een zoekreeks 32 ADRES
35 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 6 De nieuwe groep wordt gecreëerd en weergegeven op het aanraakscherm. ADRES 33
36 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Bewerken of verwijderen van groepen Het is mogelijk groepen die in het adresboek geregistreerd staan, te bewerken en te verwijderen; ook is het mogelijk contactpersonen aan groepen toe te voegen en ze eruit te verwijderen. Het verwijderen van een groep verwijdert de contactpersonen niet uit tabblad [ENKEL]. Wanneer een contactpersoon echter via tab [ENKEL] verwijderd wordt, wordt deze ook uit de groep waarin deze geregistreerd is, verwijderd. 1 Druk in scherm ADRES BOEK op de te bewerken groep en druk op [BEWERKEN]. Scherm GROEP NR. BEWERKEN wordt weergegeven. Als het aanraakscherm niet de groep weergeeft die u wilt bewerken, druk dan op om de volgende pagina weer te geven. Voor het vinden van de te bewerken groep zijn de volgende twee methoden beschikbaar. P.40 Groepen zoeken op ID-nummer P.41 Zoeken naar groepen op groepsnaam Selecteer om te verwijderen de groep die u wilt verwijderen en druk op [VERWIJDER]. Bericht Verwijderen OK? wordt weergegeven in scherm ATTENTIE. Druk op [JA] om de groep te verwijderen. 34 ADRES
37 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 2 Druk op [GROEP NAAM]. 3 4 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Als het niet nodig is de groepsnaam te bewerken, ga dan naar stap 4. Voer de groepsnaam in en druk op [OK]. Druk op [OK]. Scherm Testen van groepsleden wordt weergegeven. Als u de leden van de groep niet wilt wijzigen, ga dan naar de volgende stap. Als u de leden van de groep wilt wijzigen, raadpleeg dan de volgende pagina's: - Contactpersonen toevoegen of verwijderen door elke contactpersoon handmatig te selecteren P.36 Contactpersonen toevoegen of verwijderen - Contactpersonen toevoegen of verwijderen door ze te zoeken op ID-nummer P.36 Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken op ID-nummer - Contactpersonen toevoegen of verwijderen door ze te zoeken met een zoekreeks P.37 Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken met een zoekreeks 5 De gemarkeerde contacten zijn in de groep geregistreerd. Druk op [OK]. De bewerkte informatie wordt opgeslagen. ADRES 35
38 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Contactpersonen toevoegen of verwijderen 1 Om een contactpersoon aan de groep toe te voegen, wordt op een niet-gemarkeerde contactpersoon gedrukt om deze te markeren. Om een contactpersoon uit de groep te verwijderen, wordt de markering verwijderd. Druk als het toevoegen of verwijderen van de contactpersonen voltooid is op [OK]. Druk op de naam van een contactpersoon om zowel het faxnummer als het adres van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op in de contactinformatie om alleen het faxnummer van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op in de contactinformatie om alleen het adres van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op of om de contactpersonen op verschillende pagina's weer te geven. U kunt alle contactpersonen wissen door op [WIS SELECTIE] te drukken. Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken op ID-nummer 1 Druk in scherm Testen van groepsleden op [BEKEND ID]. Het scherm BEKEND ID wordt weergegeven. 36 ADRES
39 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 2 Voer het ID-nummer in met behulp van de digitale toetsen en druk op [OK]. 3 Het aanraakscherm geeft de gevonden contactpersonen weer. Om een contactpersoon aan de groep toe te voegen, wordt op de contactpersoon gedrukt om deze te markeren. Om een contactpersoon uit de groep te verwijderen, wordt de markering gewist. Druk als het toevoegen of verwijderen van de contactpersonen voltooid is op [OK]. Druk op de naam van een contactpersoon om zowel het faxnummer als het adres van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op in de contactinformatie om alleen het faxnummer van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op in de contactinformatie om alleen het adres van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken met een zoekreeks 1 Druk in scherm Testen van groepsleden op [ZOEK]. Het scherm ADRES ZOEKEN wordt weergegeven. ADRES 37
40 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 2 Druk op de knop van het doel van de zoekopdracht. Wanneer u op een andere toets dan [FAX NR.] drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Wanneer u op toets [FAX NR.] drukt, dan wordt het numerieke toetsenpaneel op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het numerieke toetsenpaneel op scherm de volgende pagina: P.155 Numeriek toetsenpaneel op scherm 3 4 Contactpersonen die de zoekreeks bevatten voor het gespecificeerde item zullen worden gevonden. Voer de zoekreeks in en druk op [OK]. Specificeer de zoekreeks in de items die u nodig hebt en druk op [ZOEK]. Druk op [WIS] om de ingevoerde zoekreeksen te wissen. 38 ADRES
41 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 5 Het aanraakscherm geeft de gevonden contactpersonen weer. Druk op de contactpersonen die u wilt toevoegen aan de groep om deze te markeren. Om een contactpersoon uit de groep te verwijderen, wordt de markering verwijderd. Druk als het toevoegen of verwijderen van de contactpersonen voltooid is op [OK]. Druk op de naam van een contactpersoon om zowel het faxnummer als het adres van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op in de contactinformatie om alleen het faxnummer van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op in de contactinformatie om alleen het adres van die contactpersoon aan de groep toe te voegen/eruit te verwijderen. Druk op of om de gevonden contactpersonen op verschillende pagina's weer te geven als één pagina niet volstaat. Door op of te drukken worden 5 pagina's overgeslagen. Als de zoekresultaten gewijzigd moeten worden, druk dan op [OPN. ZKN]. Het scherm als onder stap 2, waarin de zoekterm opgegeven kan worden, wordt opnieuw getoond. ADRES 39
42 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Groepen zoeken De volgende twee methodes kunnen worden gebruikt om contactpersonen in het adresboek te zoeken. Deze functie is nuttig bij het zoeken naar bepaalde groepen. P.40 Groepen zoeken op ID-nummer P.41 Zoeken naar groepen op groepsnaam Groepen zoeken op ID-nummer 1 Druk in scherm ADRES BOEK op [BEKEND ID]. 2 Het scherm BEKEND ID wordt weergegeven. Voer het ID-nummer in met behulp van de digitale toetsen en druk op [OK]. 3 Het aanraakscherm geeft de gevonden groepen weer. Druk op de knop van de gewenste groep en ga door naar de bewerking voor het bewerken of verwijderen. Raadpleeg voor instructies om groepen te bewerken of te verwijderen de volgende pagina: P.34 Bewerken of verwijderen van groepen 40 ADRES
43 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 1.ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) Zoeken naar groepen op groepsnaam 1 Druk in scherm ADRES BOEK op [ZOEK]. 2 Scherm GROEP ZOEKEN wordt weergegeven. Druk op [GROEP NAAM]. 3 4 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer de zoekreeks in en druk op [OK]. Druk op [ZOEK]. ADRES 41
44 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) 5 Het aanraakscherm geeft de gevonden groepen weer. Druk op de gewenste groep en op [OK] om de groepsinformatie te bewerken. Raadpleeg voor instructies om groepen te bewerken of te verwijderen de volgende pagina: P.34 Bewerken of verwijderen van groepen Bevestigen van groepsleden U kunt de contactpersonen bevestigen die geregistreerd zijn in een groep. 1 Druk in scherm ADRES BOEK op [INHOUD] van de groep waarvan u de leden wilt bevestigen. De in de groep geregistreerde contactpersonen worden weergegeven. In scherm INHOUD worden eerst alle faxnummers weergegeven en vervolgens alle adressen. 42 ADRES
45 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) CONTR. Met deze functie kunt u controleren op nieuwe s (internetfaxen) op de POP3-server. Als er een nieuwe ontvangen wordt op de POP3-server, print het multifunctionele systeem automatisch de gegevens nadat ze zijn opgehaald van de POP3-server. Om deze bewerking uit te voeren, moet de POP3-server geconfigureerd worden met TopAccess. Voor instructies over hoe de POP3-server te configureren, raadpleeg de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm CONTR. weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker Het multifunctionele systeem controleert ook automatisch op nieuwe s (internetfaxen) op de POP3-server. CONTR. 43
46 1 ITEMS INSTELLEN (GEBRUIKER) GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN Wanneer functie MFP lokale verificatie ingeschakeld is, kunnen gebruikers hun wachtwoord voor authenticatie - dat in het authenticatiescherm van dit menu ingegeven is - wijzigen. [WIJZIG GEBRUIKERSWACHTWOORD] is alleen beschikbaar wanneer functie MPF Lokale verificatie is ingeschakeld. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm WIJZIG GEBRUIKERSWACHTWOORD weer te geven de volgende pagina: P.8 Toegang tot menu Gebruiker 1 Het wachtwoord wijzigen 1) Druk op [OUD WACHTWOORD] om het huidige wachtwoord in te voeren. 2) Druk op [NW. WACHTWOORD] om het nieuwe wachtwoord in te voeren. 3) Druk op [HERH. WACHTW.] om het nieuwe wachtwoord opnieuw in te voeren. 4) Druk op [OK] om het nieuwe wachtwoord op te slaan. Hierdoor gaat u terug naar het menu GEBRUIKER. Wanneer u op [OUD WACHTWOORD], [NW. WACHTWOORD] of [HERH. WACHTWOORD] drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*) in de velden [OUD WACHTWOORD], [NW. WACHTWOORD] en [HERH. WACHTWOORD]. 44 GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN
47 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Toegang tot menu Beheerder ALGEMEEN De apparaatinformatie instellen...50 De kennisgeving instellen...51 Wijzigen van het beheerderswachtwoord en resetten van het servicewachtwoord...52 De klok instellen...53 Instellen van de energiebesparende standen...55 Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau...58 De kalibratie instellen...58 De grofheid van het afdrukken wijzigen...59 Instellen van de registratie...59 Instellen van de statusmelding...60 Instellen van de automatische wisfunctie...60 Beheer van de optielicenties...60 Toevoegen of verwijderen van weergavetalen...63 Bijwerken van uw systeem...66 Aanmaken of installeren van duplicaatbestanden...69 Instellen van de schermkalibratie...74 Exporteren van logs...74 Instellen overslaan taken...75 De indeling van het toetsenbord wijzigen...76 Reinigen van de hoofdladers en de LED-printkoppen...77 Instellen van de pop-upberichten...77 Instellen van de optie...77 NETWERK Instellen van het TCP/IP-protocol (IPv4)...78 Instellen van het TCP/IP-protocol (IPv6)...80 Instellen van het IPX/SPX-protocol...86 Instellen van de NetWare-instellingen...87 Instellen van het SMB-protocol...88 Instellen van het AppleTalk-protocol...89 Instellen van de HTTP-netwerkservice...90 Instellen van de Ethernetsnelheid...91 Instellen van de LDAP-services en de filterfuncties...92 Instellen van IPsec (IP-beveiliging)...93 Controleren van het netwerk...94 KOPIËREN FAXEN Instellen van de opties negeren en verkleind afdrukken voor RX print...98 BESTAND... 99
48 INTERNETFAX BEVEILIGING Beheer van certificaten Instellen van beveiligde PDF-bestanden Uitvoeren van de integriteitscontrole LIJST/RAPPORT Instellen van het rapport Uitvoeren van de integriteitscontrole PRINTER/E-FILING INSTELLINGEN DRAADLOOS GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN X-INSTELLINGEN Instellen IEEE 802.1X-verificatie Foutmeldingen FABRIEK INST
49 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Toegang tot menu Beheerder Volg de onderstaande stappen om menu ADMIN weer te geven in scherm GEBRUIKERSPROG. 1 2 Druk op toets [USER FUNCTIONS] op het bedieningspaneel om naar menu GEBRUIKERSPROG. te gaan. Druk op tab [ADMIN]. Als functie Gebruikersbeheer uitgeschakeld is, moet u het beheerderswachtwoord invoeren. Ga naar de volgende stap. Als functie Gebruikersbeheer ingeschakeld is, moet u zich aanmelden op de multifunctionele printer als gebruiker met beheerdersrechten. Als u op de tab [ADMIN] drukt, dan wordt het ADMIN-menu weergegeven. Ga verder naar stap 5. 3 Als u zich aanmeldt op de multifunctionele printer als gebruiker zonder beheerdersrechten, dan is tab [ADMIN] niet beschikbaar. Door functiegegevens in te stellen, kunt u aan gebruikers bepaalde rechten toekennen. Voor meer informatie, zie de TopAccess Guide Chapter 7: [User Management] Tab Page. Druk op [WACHTWOORD]. 4 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer het beheerderswachtwoord in en druk op [OK]. Het ADMIN-menu wordt weergegeven. 5 Als het beheerderswachtwoord nog niet eerder is gewijzigd, voer dan het standaardbeheerderswachtwoord "123456" in. Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*). Ga verder met de gewenste administratieve bewerking. Wanneer in menu ADMIN (1/2) op gedrukt wordt, zal menu ADMIN (2/2) weergegeven worden. ADMIN-menu (1/2) ADMIN-menu (2/2) Toegang tot menu Beheerder 47
50 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Scherm Gebruikersfuncties bevat de volgende knoppen. Raadpleeg voor meer informatie over elke knop de overeenkomstige pagina. P.49 ALGEMEEN P.103 BEVEILIGING P.78 NETWERK P.113 LIJST/RAPPORT P.96 KOPIËREN P.118 PRINTER/E-FILING P.98 FAXEN P.120 INSTELLINGEN DRAADLOOS P.99 BESTAND P.126 FABRIEK INST. P.100 P.121 GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN P.102 INTERNETFAX P X-INSTELLINGEN 48 Toegang tot menu Beheerder
51 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) ALGEMEEN U kunt de oorspronkelijke instellingen (standaardinstellingen) voor het multifunctionele systeem wijzigen. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm Algemeen weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Wanneer in menu ALGEMEEN (1/2) op gedrukt wordt, zal menu ALGEMEEN (2/2) weergegeven worden. menu ALGEMEEN (1/2) menu ALGEMEEN (1/2) Via dit menu kunt u de volgende procedures uitvoeren: P.50 De apparaatinformatie instellen P.59 Instellen van de registratie P.51 De kennisgeving instellen P.60 Instellen van de statusmelding P.52 Wijzigen van het beheerderswachtwoord en resetten van het servicewachtwoord P.60 Instellen van de automatische wisfunctie P.53 De klok instellen P.60 Beheer van de optielicenties P.55 Instellen van de energiebesparende standen P.63 Toevoegen of verwijderen van weergavetalen P.58 Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau P.66 Bijwerken van uw systeem P.58 De kalibratie instellen P.69 Aanmaken of installeren van duplicaatbestanden P.59 De grofheid van het afdrukken wijzigen P.74 Instellen van de schermkalibratie ALGEMEEN 49
52 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) P.74 Exporteren van logs P.77 Reinigen van de hoofdladers en de LED-printkoppen P.75 Instellen overslaan taken P.77 Instellen van de pop-upberichten P.76 De indeling van het toetsenbord wijzigen P.77 Instellen van de optie De weergegeven knoppen verschillen, afhankelijk van het model. De apparaatinformatie instellen U kunt de apparaatinformatie van dit apparaat instellen. Deze items worden weergegeven op de Apparaatpagina van TopAccess, een internetgebaseerde apparaatbeheertoepassing. Naam item LOCATIE SERVICE TEL. NUM. CONTACT INFORM. ADMIN. BERICHT Omschrijving druk op deze toets om de locatie in te voeren waar het apparaat zich bevindt. Er kunnen tot 64 tekens ingevoerd worden. druk op deze knop om het telefoonnummer voor onderhoud in te geven. Er kunnen tot 32 cijfers ingegeven worden. druk op deze toets om de naam van de onderhoudstechnicus in te voeren. Er kunnen tot 64 tekens ingevoerd worden. druk op deze toets om een bericht van de beheerder in te voeren. Er kunnen tot 20 tekens ingevoerd worden. Wanneer op een andere toets dan [SERVICE TEL. NUM.] gedrukt wordt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Wanneer op toets [SERVICE TEL. NUM.] gedrukt wordt, dan wordt het numerieke toetsenpaneel op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het numerieke toetsenpaneel op scherm de volgende pagina: P.155 Numeriek toetsenpaneel op scherm 50 ALGEMEEN
53 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) De kennisgeving instellen U kunt de kennisgevingsmail instellen om een bericht te sturen wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen op het apparaat, zoals toner op, papier op en serviceleverancier bellen. U kunt tot drie adressen specificeren als bestemming van het kennisgevingsbericht. U kunt de gebeurtenissen specificeren die u wilt melden met behulp van de TopAccess-internettoepassing. Voor instructies over hoe de gebeurtenissen voor de kennisgeving te configureren, raadpleeg de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Om deze functie in te schakelen, moet er een SMTP-server zijn in uw netwerk. Bovendien moeten de instellingen om dit apparaat te verbinden met het internet correct geconfigureerd zijn. 1 Druk in scherm KENNISGEVING op [ ]. 2 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer het adres in en druk op [OK]. 3 U kunt naar behoefte tot drie adressen opgeven als bestemming van het kennisgevingsbericht. Wanneer u de kennisgevingsfunctie inschakelt, moet u minstens één adres invoeren. Druk op [AAN] voor het adres waarop u de kennisgeving wilt ontvangen en druk op [OK]. Om de kennisgeving voor een adres uit te schakelen, druk op [UIT]. [AAN] is beschikbaar nadat een adres ingevoerd is. ALGEMEEN 51
54 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Wijzigen van het beheerderswachtwoord en resetten van het servicewachtwoord U kunt het beheerderswachtwoord wijzigen. U kunt ook het servicewachtwoord resetten voor het geval de onderhoudstechnicus, die verantwoordelijk is voor dit apparaat, het vergeet. 1 Druk in scherm INSTELLING WACHTWOORD op [ADMIN. WACHTWOORD] of [SERVICEWACHTW. OPN. INSTELL.]. Het scherm voor het wijzigen van het beheerderswachtwoord wordt weergegeven. Als [SERVICEWACHTW. OPN. INSTELL.] geselecteerd is, wordt bericht "Weet u het zeker?" getoond in scherm ATTENTIE. 2 Druk op [JA] om het servicewachtwoord te resetten. Druk op [OUD WACHTWOORD]. 3 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer het huidige beheerderswachtwoord in en druk op [OK]. Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*). Indien het beheerderswachtwoord voor de eerste keer wordt gewijzigd, voer dan "123456" in in het veld [OUD WACHTWOORD]. 52 ALGEMEEN
55 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 4 Stel een nieuw wachtwoord in en voltooi de instelling. 1) Druk op [NW. WACHTWOORD] om het nieuwe wachtwoord in te voeren. 2) Druk op [HERH. WACHTW.] om het nieuwe wachtwoord opnieuw in te voeren. 3) Druk op [OK]. Wanneer u op [NW. WACHTWOORD] en [HERH. WACHTWOORD] drukt, wordt het schermtoetsenbord weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm De klok instellen Voer een beheerderswachtwoord in van 6 tot 64 tekens. U kunt alfanumerieke karakters en de volgende symbolen gebruiken.! # $ ( ) * +, -. / : ; \ ^ _ ` { } ~ U kunt de klok die in het multifunctionele systeem ingebouwd is, aanpassen door met de digitale toetsen de datum en tijd in te voeren. P.53 Wijzigen van de datum en tijd P.54 Wijzigen van het datumweergave Als de tijdsinstellingen van het multifunctionele systeem worden ingesteld met de SNTP-service, dan kunnen datum en tijd niet handmatig worden ingesteld. U kunt de instellingen voor de SNTP-service opgeven in de TopAccessbeheerdersmodus. Voor meer informatie, zie de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Wijzigen van de datum en tijd 1 Druk in scherm KLOK op [DATUM/TIJD]. Het scherm DATUM/TIJD wordt weergegeven. ALGEMEEN 53
56 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Markeer het gedeelte dat u wilt bewerken met de pijltoetsen, voer de waarde in met de digitale toetsen en druk op [OK]. Vervolgens keert u terug naar menuscherm KLOK. Als u JAAR, MAAND of DATUM wijzigt, dan wordt de dag van de week in het veld DAG automatisch aangepast. Wijzigen van het datumweergave 1 2 Druk in scherm KLOK op [DATUMWEERGAVE]. Het scherm DATUM WEERGAVE wordt weergegeven. Druk op de toets van de gewenste datumweergave. Vervolgens keert u terug naar menuscherm KLOK. 54 ALGEMEEN
57 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de energiebesparende standen U kunt de volgende energiebesparende standen instellen. Aan/uit-schakelklok P.55 Instellen van de aan/uit-schakelklok Met behulp van de ingebouwde aan/uit-schakelklok kunt u dit apparaat automatisch laten in- en uitschakelen op bepaalde tijdstippen. U kunt de schakelklok bijvoorbeeld instellen op de openings- en sluitingstijd van uw kantoor, zodat het apparaat zichzelf automatisch in- en uitschakelt op die specifieke tijdstippen. U kunt het apparaat eenvoudig inschakelen door gewoon op de [START]-toets op het bedieningspaneel te drukken wanneer het apparaat zich in de slaapstand of super-slaapstand bevindt door de schakelklokfunctie. Wanneer de hoofdschakelaar is uitgeschakeld, werkt de schakelklokfunctie niet. Automatische energiebesparende stand P.56 Instellen van de automatische energiebesparende stand Met deze functie kan het apparaat automatisch in de energiebesparende stand worden geschakeld wanneer het gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt wordt. Slaapstand/Super-slaapstand P.57 Instellen van de slaapstand of super-slaapstand Met deze functie kan het apparaat automatisch in de slaapstand of super-slaapstand worden geschakeld wanneer het gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt wordt. In de slaapstand of de super-slaapstand wordt de voeding van de ongebruikte delen van dit apparaat afgesloten wanneer het apparaat in stand-by staat. Het vermogensverbruik in stand-bystand is het minst in Superslaapstand, gevolgd door Slaapstand en daarna door de Auto energiebesparende stand, wat de modus is die van deze drie het meeste vermogen gebruikt. Raadpleeg voor de verschillende energiebesparende standen en de procedures om ze in te schakelen de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. Op het Europese model worden de toetsen [AUTOMATISCHE SPAARSTAND] en [SLAAPSTAND/SUPER- SLAAPSTAND] geen van beide weergegeven. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger om de standaardinstelling van elk van de toetsen te wijzigen. Instellen van de aan/uit-schakelklok Druk in scherm SPAARSTAND op [AAN/UIT-SCHAKELKLOK]. Het scherm SCHAKELKLOK wordt weergegeven. Controleer de instellingen op het scherm. Als er wijzigingen moeten worden aangebracht, druk dan op [VERANDER]. Als er geen wijzigingen nodig zijn, druk dan op [OK] en voltooi de bewerking. Stel de aan/uit-schakelklok in. 1) Druk op de toets van de gewenste dag van de week. 2) Druk op [AAN] om de tijd in te voeren waarop het apparaat uit de slaapstand of super-slaapstand komt. Gebruik de pijltjestoetsen om de actieve box te verwisselen van "Uur" naar "Minuten". 3) Druk op [UIT] om de tijd in te voeren waarop het apparaat in de slaapstand of super-slaapstand wordt geschakeld. Gebruik de pijltjestoetsen om de actieve box te verwisselen van "Uur" naar "Minuten". ALGEMEEN 55
58 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 4) Druk op [OK] om de instellingen op te slaan. Als u een ingevoerde tijd wilt wissen, druk dan op de [CLEAR]-toets op het bedieningspaneel. Als u het apparaat de hele dag in de slaapstand of super-slaapstand wilt laten staan, voer dan dezelfde tijd in in de velden [AAN] en [UIT]. Voorbeeld: Als u 0:00 zowel in het veld [AAN] als [UIT] invoert voor [Zondag], dan schakelt het apparaat automatisch in de slaapstand of super-slaapstand op de [UIT]-tijd opgegeven voor [Zaterdag]. Het apparaat blijft in de slaapstand of super-slaapstand tot aan de opgegeven [AAN]-tijd voor [Maandag]. Als u het multifunctionele systeem gedurende een dag niet naar de slaapstand of super-slaapstand wilt schakelen, voer de instellingen voor de gewenste dag van de week dan als volgt in: [AAN]: 0:00 / [UIT]: 24:00 Het apparaat schakelt de hele dag niet in de slaapstand of super-slaapstand, die aangestuurd wordt via de schakelklok. Het multifunctionele systeem schakelt echter automatisch naar de slaapstand of superslaapstand na de tijdsduur zoals ingesteld voor [SLAAPSTAND/SUPER-SLAAPSTAND], als het gedurende die bepaalde tijd niet is gebruikt. Instellen van de automatische energiebesparende stand 1 2 Druk in scherm SPAARSTAND op [AUTOMATISCHE SPAARSTAND]. Het scherm AUTOMATISCHE SPAARSTAND wordt weergegeven. Druk op de gewenste tijdsduur (in minuten) waarna het apparaat in de energiebesparende stand moet worden geschakeld. Als het instellen van de automatische energiebesparende stand is voltooid, dan wordt teruggekeerd naar het vorige scherm. 56 ALGEMEEN
59 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de slaapstand of super-slaapstand 1 2 Druk in scherm SLAAPSTAND op [SLAAP/SUPER-SLAAP]. Het scherm SLAAP/SUPER SLAAP verschijnt. Specificeer de volgende items naar wens en voltooi de instelling. Naam item SLAAPTIMER SUPER-SLAAP Omschrijving Druk op de gewenste tijdsduur (in minuten) waarna het apparaat in de slaapstand of super-slaapstand moet worden geschakeld. Selecteer of dit apparaat in de slaapstand of in de super-slaapstand geschakeld wordt nadat een bepaalde tijdsduur verstreken is. INSCHAKELEN druk op deze knop om het multifunctionele systeem naar de superslaapstand te laten schakelen. UITSCHAKELEN druk op deze knop om het multifunctionele systeem naar de slaapstand te laten schakelen. Afhankelijk van de bedieningsstatus, kan het voorkomen dat het apparaat niet in deze stand schakelt na de ingestelde tijd. Dit apparaat schakelt niet in de super-slaapstand, ook al is [AAN] geselecteerd voor deze instelling, in de volgende gevallen: - Als een bepaalde optie geïnstalleerd is. (draadloze LAN-module, e-bridge ID Gate) - Als de IPsec-functie (optioneel) ingeschakeld is. - Als IEEE 802.1X-verificatie ingeschakeld is. - Als IPv6 ingeschakeld is en het IPv6-adres anders dan handmatig ingesteld is. - Als de POP3-cliëntinstelling ingeschakeld is en in de volgende situaties: (1) De scaninterval is anders ingesteld dan op 0 minuten. (2) Er is een POP3-serveradres ingevoerd. (3) Er is een accountnaam ingevoerd. - ETHERNET in de netwerkinstellingen is ingesteld op [AUTO(-1000MB)] of [1000BASE FULL]. (alleen voor de volgende modellen) - e-studio456-serie - e-studio856-serie - Als een bepaald netwerkprotocol ingeschakeld is. (AppleTalk, IPX/SPX) In de bovenstaande gevallen kan [AAN] of [UIT] of [SUPER-SLAAP] niet worden gewijzigd. De protocolinstellingen om het multifunctionele systeem terug te halen uit super-slaapmodus worden in de beheerdersmodus van TopAccess ingesteld. Voor meer informatie, zie de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. ALGEMEEN 57
60 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau U kunt instellen of het multifunctionele systeem gebruik maakt van de kalibratie- en registratie-instellingen die worden aangestuurd door een gebruiker of beheerder. De toetsen ([KALIBRATIE], [REGISTRATIE]) verschijnen volgens deze instelling of alleen onder menu ADMIN of onder zowel menu GEBRUIKER als menu BEHEERDER. Naam item Omschrijving KALIBRATIE GEBRUIKER druk op deze knop om [KALIBRATIE] in zowel menu ADMIN als menu GEBRUIKER weer te laten geven ADMIN druk op deze knop om [KALIBRATIE] alleen in menu ADMIN weer te laten geven REGISTRATIE GEBRUIKER druk op deze knop om [REGISTRATIE] in zowel menu ADMIN als menu GEBRUIKER weer te laten geven ADMIN druk op deze knop om [REGISTRATIE] alleen in menu ADMIN weer te laten geven De kalibratie instellen Het is mogelijk de kleurgradaties automatisch te kalibreren wanneer schaduwen of kleurtonen niet juist gereproduceerd worden in de afbeeldingen die door het multifunctionele systeem gescand worden. Met deze functie is het mogelijk meer precieze aanpassingen te maken dan met AUTO KALIBRATIE in menu GEBRUIKER. Het toestaan van kalibreren door niet alleen beheerders maar ook gebruikers wordt ingesteld onder DISPLAY NIVEAU. P.58 Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau Plaats papier van het formaat LT of A4 (aanbevolen papier) in de lade *1 voordat u de kalibratie start. Als er ander papier wordt gebruikt, dan wordt de kalibratie mogelijkerwijs niet correct uitgevoerd. Als het glas vies is of als er vreemde voorwerpen aan vastgeplakt zijn, dan wordt de kalibratie mogelijkerwijs niet correct uitgevoerd. Houd het glas schoon. Til de originelenklep of de automatische dubbelzijdige documentinvoer *2 nooit op en open de voorklep nooit terwijl de kalibratie wordt uitgevoerd. Als u dat toch doet, kan de kalibratie niet op de juiste wijze worden voltooid. Onderbreken om tussendoor te kopiëren is niet mogelijk tijdens de kalibratie. Als de kleur vaak afwijkend is, neem contact op met uw serviceleverancier. *1 Plaats papier in de extra grote papierinvoer indien deze is geïnstalleerd. Als de extra grote papierinvoer niet geïnstalleerd is, plaats het papier dan in de bovenste lade die op A4 of LT is ingesteld. *2 De Automatische dubbelzijdige documententoevoer is een optie die afhangt van het model. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm KALIBRATIE weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder 1 Druk op de knop om te kalibreren. Naam item Omschrijving KOPIËREN Druk op deze knop om te kalibreren voor kopieertaken. AFDRUKKEN Druk op deze knop om te kalibreren voor afdruktaken. 600 dpi AFDRUKKEN Druk op deze toets om te kalibreren voor afdruktaken in 600 dpi dpi AFDRUKKEN Druk op deze toets om te kalibreren voor afdruktaken in 1200 dpi. 2 De beschikbare knoppen verschillen, afhankelijk van het model. Selecteer de gewenste papiersoort en druk op [OK]. Afhankelijk van de instellingen in het multifunctionele systeem kan het scherm om de papiersoort te selecteren niet getoond worden. Ga in dat geval door naar de volgende stap. 58 ALGEMEEN
61 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 3 4 Selecteer de instellingen voor kalibratie. Naam item STANDAARD KALIBRATIE Omschrijving Druk op deze knop om de standaardinstellingen voor kalibratie te herstellen en terug te keren naar het voorgaande scherm. Druk op deze knop om te kalibreren met de afgedrukte grafiek. Ga in dat geval door naar de volgende stap. Plaats de afgedrukte grafiek met de bedrukte kant naar beneden en met de twee zwarte rechthoekjes naar links op de glasplaat. 5 Druk op toets [START] op het bedieningspaneel. De kalibratie wordt gestart. Gebruik het apparaat niet tot het bericht Bezig met scannen en kalibreren is verdwenen. Als de grafiek niet correct geplaatst is, wordt het bericht Plaats kaart correct weergegeven op het aanraakscherm. In dit geval gaat u terug naar stap 3 en herplaatst u de grafiek. De grofheid van het afdrukken wijzigen Het is mogelijk het niveau van de regeldichtheid voor afbeeldingen bij het afdrukken om te schakelen. Deze instelling is van toepassing voor afdruktaken met 600 dpi. Stel deze in op resp. kleuren- of zwart/witafdrukken. HOOG LAAG Naam item Omschrijving Druk op deze knop om af te drukken met het normale niveau voor regeldichtheid. Druk op deze knop om af te drukken met het lagere niveau voor regeldichtheid dan het normale niveau. Na het wijzigen van de instelling wordt scherm BEVESTIGING weergegeven, dat vraagt of er wel of niet een kalibratie uitgevoerd moet worden. Kies naar behoefte voor [OK] of [ANNULEREN]. Instellen van de registratie Wanneer kleuren verkeerd geregistreerd worden, kan de positie van elke kleur uitgelijnd worden. Druk in scherm REGISTRATIE op [JA] om het registreren te starten. Deze knop is niet voor alle modellen beschikbaar. Het toestaan van registreren door niet alleen beheerders maar ook gebruikers wordt ingesteld onder DISPLAY NIVEAU. Raadpleeg voor instructies over het wijzigen van het weergaveniveau de volgende pagina: P.58 Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau ALGEMEEN 59
62 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de statusmelding Ere kan een statusbericht weergegeven worden onderin het aanraakscherm, wat informeert over bepaalde gebeurtenissen zoals papier leeg en toner laag. Druk op [AAN] of [UIT] voor elke statusmelding en druk op [OK]. Naam item BERICHT TONER BIJNA LEEG BERICHT PAPIER LEEG BERICHT PAPIER LINKERLADE BIJNA OP Omschrijving Het inschakelen van deze optie geeft een bericht weer linksonderin het scherm wanneer de toner in een tonercartridge op raakt. Het inschakelen van deze optie geeft een bericht weer linksonderin het scherm wanneer er geen papier in een lade aanwezig is. Het inschakelen van deze optie geeft een bericht weer linksonderin het scherm wanneer er geen papier in de linkerlade van het extra grote papierinvoer aanwezig is. Statusbericht BERICHT GEEN PAPIER LINKERLADE geldt alleen voor modellen waarbij ook de extra grote papierinvoer geïnstalleerd is. Instellen van de automatische wisfunctie U kunt instellen hoeveel tijd het multifunctionele systeem wacht tot de voorgaande bewerking die niet afgerond is op het bedieningspaneel gewist wordt. Druk op de gewenste tijdsperiode (in seconden). Indien u de automatische wisfunctie wilt uitschakelen, drukt u op [GEEN LIMIET]. Wanneer [GEEN LIMIET] ingesteld wordt, wordt het bedieningspaneel niet gewist in enige modus, waaronder de schermen GEBRUIKERSFUNCTIES, TAAKSTATUS en TEMPLATE. Beheer van de optielicenties U kunt productinformatie, zoals het licentie-id voor bepaalde opties, bekijken. U kunt deze opties ook, indien nodig, installeren op het multifunctionele systeem. P.60 Bekijken van de productinformatie P.61 Installeren van een optie Zorg er bij het installeren voor dat u de instructies van de servicetechnicus volgt. Bekijken van de productinformatie 1 Selecteer om scherm LICENTIE BEHEER de optie waarvan u de productinformatie wilt bekijken en druk op [DETAILS]. Het scherm LICENTIEGEGEVENS wordt weergegeven. 60 ALGEMEEN
63 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Druk nadat u de productinformatie heeft bevestigd op [SLUITEN]. Vervolgens keert u terug naar het scherm LICENTIE BEHEER. De volgende informatie wordt weergegeven. Productnaam: naam van de optie Licentie-ID: de licentie-id Datum: de datum en tijd waarop de optie werd geïnstalleerd Installeren van een optie 1 Druk in scherm LICENTIE BEHEER op [INSTALLEER]. 2 Het scherm LICENTIE-INSTALLATIE wordt weergegeven. Sluit uw USB-opslagapparaat aan op de USB-poort van het apparaat en druk op [OK]. Het scherm EEN BESTAND SELECTEREN wordt weergegeven. Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. ALGEMEEN 61
64 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 3 Selecteer de optie die u wilt installeren en druk vervolgens op [INSTALLEER]. 4 Het scherm voor BEVESTIGEN van de installatie wordt weergegeven. Druk op [JA]. De installatie wordt gestart. 5 Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. Druk als de installatie voltooid is op [OK]. De optie die zojuist geïnstalleerd is, wordt weergegeven in scherm LICENTIE BEHEER. Als de installatie mislukt, dan verschijnt het bericht "De installatie is mislukt. Wilt u het opnieuw proberen? in scherm ATTENTIE. Druk in dit geval op [JA] om de installatie opnieuw uit te voeren. 62 ALGEMEEN
65 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 6 Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-poort van het multifunctionele systeem. Als de installatie voltooid is, dan moet het apparaat opnieuw worden opgestart. Als het bericht Start het apparaat opnieuw op op het aanraakscherm verschijnt, schakel het apparaat dan uit en zet het vervolgens weer aan met de [POWER]-toets op het bedieningspaneel. Toevoegen of verwijderen van weergavetalen U kunt nieuwe talen toevoegen voor gebruik in het aanraakscherm en kunt u ook de talen verwijderen die u niet langer nodig heeft. Ook kunt u vanuit dit menu de standaardtaal die wordt gebruikt in het aanraakscherm vervangen door een andere taal. P.63 Toevoegen van een taal P.65 Verwijderen van een taal P.66 Instellen van de standaardtaal De volgende talen zijn standaard geïnstalleerd op het apparaat. Engels (VS) Engels (UK) Duits Frans Spaans Italiaans Deens * Fins * Noors * Zweeds * Nederlands * Pools * Russisch * Japans Vereenvoudigd Chinees Traditioneel Chinees * Alleen initieel geïnstalleerd wanneer de harde schijf in het multifunctionele systeem is geïnstalleerd. Als u een taal toevoegt, sla het gewenste taalpakket dan van tevoren op in de hoofdmap van uw USBopslagapparaat. Neem voor meer informatie over de talen die kunnen worden toegevoegd contact op met uw servicetechnicus. Toevoegen van een taal 1 Druk in scherm TALEN op [INSTALLEER]. Het scherm INSTALLATIE LOKALISATIEPAKKET wordt weergegeven. ALGEMEEN 63
66 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Sluit uw USB-opslagapparaat, waarop het taalpakket is opgeslagen, aan op de USBpoort van het apparaat en druk op [OK]. Het scherm EEN BESTAND SELECTEREN wordt weergegeven. 3 Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. Selecteer het taalpakket dat u wilt installeren en druk op [INSTALLEER]. 4 Het scherm voor BEVESTIGEN van de installatie wordt weergegeven. Druk op [JA]. De installatie wordt gestart. Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. 64 ALGEMEEN
67 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 5 Druk als de installatie voltooid is op [OK]. Vervolgens keert u terug naar het menu ALGEMEEN (2/2). 6 Als de installatie mislukt, verschijnt bericht "Installatie mislukt" in scherm ATTENTIE. Druk in dit geval op [SLUITEN] en voer de procedure opnieuw uit. Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-poort van het multifunctionele systeem. Verwijderen van een taal 1 Selecteer in scherm TALEN het taalpakket dat u wilt verwijderen en druk op [VERWIJDER]. Het verwijderingsbevestigingsscherm wordt weergegeven. 2 De taalpakketten voor Engels (VS), Engels (UK) en het standaardtaalpakket kunnen niet worden verwijderd. Druk op [JA]. Als het taalpakket verwijderd is, dan wordt teruggekeerd naar het scherm TALEN. ALGEMEEN 65
68 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de standaardtaal 1 Selecteer in scherm LANGUAGES de taal die u als standaardtaal wilt en druk op [STD INSTELL.]. Naast de geselecteerde standaardtaal verschijnt een vinkje. 2 Druk op [OK]. De instelling is voltooid en u keert terug naar het vorige scherm. Bijwerken van uw systeem U kunt bestanden installeren voor het bijwerken van het systeem van het multifunctionele systeem. Wanneer de harde schijf niet in het multifunctionele systeem is geïnstalleerd, kunt u de geïnstalleerde systeemsoftware en de versie ervan bevestigen, maar u kunt het systeem van het systeem echter niet bijwerken. Neem voor het verkrijgen van de bestanden voor bijwerken contact op met uw servicetechnicus. Sla voor het uitvoeren van deze bewerking de bestanden voor bijwerken op in de hoofdmap van uw USBopslagapparaat. 66 ALGEMEEN
69 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 1 2 Druk op [SYS. UPDATES] in menuscherm ALGEMEEN (2/2). Het scherm SYSTEEMUPDATES wordt weergegeven en u kunt de huidige geïnstalleerde software en de respectieve versies bekijken. Druk op [INSTALLEER]. 3 Er verschijnt een bericht dat u het USB-opslagapparaat moet aansluiten. Sluit uw USB-opslagapparaat, waarop de bestanden voor het bijwerken van het systeem zijn opgeslagen, aan op de USB-poort van het apparaat en druk op [OK]. Het scherm USB-LIJST wordt weergegeven. 4 Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. Selecteer het gewenste bestand en druk op [OK]. Het scherm SYSTEEMUPDATES wordt weergegeven. ALGEMEEN 67
70 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 5 Selecteer het bestand dat u wilt installeren en druk vervolgens op [INSTALLEER]. 6 Het scherm voor BEVESTIGEN van de installatie wordt weergegeven. Druk op [JA]. De installatie wordt gestart. 7 Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USBopslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. Als u in het bovenstaande scherm op [JA] drukt terwijl taken worden uitgevoerd, verschijnt bericht Proces kan niet worden uitgevoerd terwijl een taak of een beheerdersfunctie wordt uitgevoerd. in scherm ATTENTIE. Druk in dit geval op [SLUITEN], wacht tot de taak is voltooid en voer de bewerking vervolgens opnieuw uit. Koppel het USB-opslagapparaat, als de installatie voltooid is, los van de USB-poort van het apparaat en druk op [OK] om het apparaat opnieuw op te starten. Uw systeem is nu bijgewerkt. Wanneer het bijwerken afgerond is, wordt het apparaat automatisch opnieuw opgestart. 68 ALGEMEEN
71 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Aanmaken of installeren van duplicaatbestanden U kunt duplicaatbestanden van de gegevens voor instellingen en gebruikers creëren door de kloonfunctie te gebruiken. Deze bestanden kunnen ook op andere apparatuur uit dezelfde serie van multifunctionele systemen geïnstalleerd worden. Deze functie is nuttig wanneer u dezelfde instellingen op meerdere machines wilt toepassen. P.69 Installeren van de duplicaatgegevens P.72 Aanmaken van duplicaatbestanden De duplicaatbestanden zijn compatibel met modellen uit dezelfde MFP-serie, maar niet met andere series. Sla voor het installeren van de duplicaatgegevens de bijbehorende bestanden eerst op in de hoofdmap van uw USBopslagapparaat. Voor gegevens over de kloonfunctie neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. Installeren van de duplicaatgegevens 1 2 Druk in scherm KLONEN op [INSTALLATIE VAN KLOONGEGEVENS]. Het scherm INSTALLATIE VAN KLOONGEGEVENS wordt weergegeven. Sluit uw USB-opslagapparaat, waarop de duplicaatbestanden zijn opgeslagen, aan op de USB-poort van het apparaat en druk op [OK]. Het scherm EEN BESTAND SELECTEREN wordt weergegeven. 3 Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. Selecteer het bestand dat u wilt installeren en druk vervolgens op [INSTALLEER]. Het scherm KLOONBESTAND OPENEN wordt weergegeven. Er kan per bewerking één bestand worden geselecteerd. ALGEMEEN 69
72 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 4 Bevestig de bestandsnaam en de bestandsinhoud en druk op [INSTALLEER]. 5 Het scherm VERZOEK OM WACHTWOORD wordt weergegeven. Druk op [WACHTWOORD]. 6 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer het wachtwoord in en druk op [OK]. Hierdoor gaat u terug naar het scherm VERZOEK OM WACHTWOORD. 7 Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*). Druk op [OK]. Het scherm voor BEVESTIGEN van de installatie wordt weergegeven. 70 ALGEMEEN
73 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 8 Druk op [JA]. De installatie wordt gestart. 9 Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. Koppel het USB-opslagapparaat, als de installatie voltooid is, los van de USB-poort van het apparaat en druk op [OK] om het apparaat opnieuw op te starten. ALGEMEEN 71
74 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Aanmaken van duplicaatbestanden 1 2 Druk in scherm KLONEN op [KLOONBESTAND MAKEN]. Het scherm KLOONBESTAND MAKEN wordt weergegeven. Sluit uw USB-opslagapparaat aan en selecteer de gegevens die u wilt dupliceren. Druk vervolgens op [OPSLAAN]. Het scherm OPSLAAN ALS wordt weergegeven. Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. Als u niet wilt dupliceren, druk dan op de toets voor de gegevenscategorie om de markering te verwijderen. Druk op [DETAILS] om te bevestigen welke gegevens gedupliceerd zijn. 3 Gegevenscategorie Beveiliging Standaardinstelling Gebruikersbeheer Netwerk-/Afdrukservice Adresboek Adresboek + Template + Mailboxen Te dupliceren gegevens Beveiligd verwijderen, authenticatie Algemeen, Kopiëren, Scannen, Faxen, ifaxen, ontvangen fax/internetfax doorsturen, en, Opslaan als bestand, Printer, Kennisgeving, Loginstellingen, EWBinstellingen Gebruiker, Groep, Functie, Quota, Afdelingscode, Mijn menu met Sjabloon/Adresboek Netwerkinstellingen, Afdrukservice, Draadloos LAN, Mapservice Adresboek Adresboek, Template, Mailboxen Geef de bestandsnaam op, stel het wachtwoord in en sla het bestand vervolgens op. 1) Druk op [Best.naam] om de bestandsnaam in te voeren. Geef een bestandsnaam in van tot 128 alfanumerieke tekens. 72 ALGEMEEN
75 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2) Druk op [WACHTWOORD] om het wachtwoord in te voeren. 3) Druk op [HERH. WACHTW.] om het wachtwoord nogmaals in te voeren. 4) Druk op [OPSLAAN]. Het aanmaken van de duplicaatbestanden wordt gestart. Wanneer u op [Bestandsn.], [WACHTWOORD] of [HERH. WACHTW.] drukt, wordt het schermtoetsenbord weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm 4 Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. Druk als het aanmaken van de duplicaatbestanden voltooid is op [OK]. Hierdoor gaat u terug naar het scherm KLONEN. 5 Als het aanmaken van de duplicaatbestanden mislukt, verschijnt bericht Het opslaan van het bestand is mislukt. in scherm ATTENTIE. Druk in dit geval op [SLUITEN] en voer de procedure opnieuw uit. Als het geheugen van uw USB-opslagapparaat vol raakt tijdens het opslaan van de duplicaatbestanden, dan verschijnt het bericht USB-medium is vol. Verwissel USB-medium. in het scherm ATTENTIE. Vervang in dit geval het USB-opslagapparaat door een ander en voer de procedure opnieuw uit. Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-poort van het multifunctionele systeem. ALGEMEEN 73
76 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de schermkalibratie Het is mogelijk de positie van elke knop aan te passen wanneer het juist indrukken van de knoppen op het aanraakscherm moeilijk wordt. In het kalibratiescherm voor het paneel wordt het midden van het +-teken aangeraakt met een stylus door het bericht dat op het aanraakpaneel wordt getoond, te volgen. Wanneer de schermkalibratie voltooid is, wordt menu ALGEMEEN (2/2) weergegeven. Terwijl de schermkalibratie uitgevoerd wordt, kunnen geen andere bewerkingen uitgevoerd worden op het aanraakscherm. Als de voorklep van het apparaat tijdens de schermkalibratie geopend wordt en er verschijnen instructies voor het vervangen van de tonercartridges, sluit dan de voorklep en voltooi de schermkalibratie voordat verdergegaan wordt met het vervangen van tonercartridges. Exporteren van logs Het is mogelijk logs van elke bewerking die in de LOGlijst weergegeven worden, (AFDRUKKEN/ZENDEN/ONTVANGEN/ SCAN) in scherm TAAKSTATUS te exporteren naar een USB-opslagapparaat. Sluit uw USB-opslagapparaat aan op de USB-poort van het apparaat. 1 Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. 74 ALGEMEEN
77 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Start het exporteren van de loggegevens. 1) Selecteer de indeling voor het logbestand, CSV of XML. 2) Selecteer het te exporteren type log. 3) Druk op [OPSLAAN] om het exporteren te starten. Er kan per bewerking één type log worden geselecteerd. 3 Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. Druk als het exporteren voltooid is op [OK]. 4 Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-poort van het multifunctionele systeem. Instellen overslaan taken Het is mogelijk een kopieer- of afdruktaak die om enige reden mislukt is, over te slaan en door te gaan met andere taken. Naam item Omschrijving BEDIENING TAAK OVERSLAAN AAN druk op deze knop om de functie in te schakelen. UIT druk op deze knop om de functie uit te schakelen. [BEDIENING TAAK OVERSLAAN] wordt alleen weergegeven wanneer de harde schijf in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is. Raadpleeg voor instructies over het oplossen van de oorzaak van de overgeslagen taak de Kopieerhandleiding "Hoofdstuk 7: TAAKSTATUS BEVESTIGEN" en Printing Guide "Chapter 5: MANAGING PRINT JOBS FROM THE CONTROL PANEL". ALGEMEEN 75
78 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) De indeling van het toetsenbord wijzigen Het is mogelijk de indeling van het toetsenbord op scherm te vervangen door een andere. Kies in scherm TOETSENBORD-LAYOUT de gewenste lay-out en druk op [OK]. Vervolgens keert u terug naar het menu ALGEMEEN (2/2). De indeling van het toetsenbord wordt als volgt gewijzigd: Wanneer [QWERTY] geselecteerd is: Wanneer [QWERTZ] geselecteerd is: Wanneer [AZERTY] geselecteerd is: 76 ALGEMEEN
79 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Reinigen van de hoofdladers en de LED-printkoppen Het is mogelijk de de hoofdladers en de LED-printkoppen te reinigen. Als de hoofdladers of de LED printkoppen vuil zijn, kan het gekopieerde of afgedrukte beeld ongelijk zijn of witte strepen in horizontale richting vertonen. Reinigen gebeurt door de instructies die op het scherm weergegeven worden, te volgen. Nadat het reinigen volgens de procedure voltooid is, kan op [GEREED] op het scherm gedrukt worden. Deze knop is niet voor alle modellen beschikbaar. De teller voor notificatie voor timing van het reinigen wordt niet gewist als niet op [GEREED] gedrukt wordt. Instellen van de pop-upberichten U kunt instellen of er wel of niet een bericht weergegeven moet worden om de gebruiker te vragen de instellingen voor papiergrootte en papiersoort te wijzigen wanneer een lade geopend en weer gesloten wordt, of er wel of niet een bericht weergegeven moet worden om de gebruiker te vragen of men door wil gaan met kopiëren of afdrukken na het afhandelen van een papierstoring en of er wel of niet een bericht weergegeven moet worden betreffende de hoeveelheid papier die in een lade geplaatst kan worden. Druk op [AAN] of [UIT] voor elke optie en druk op [OK]. Naam item PAPIERLADE HERSTELLEN PAPIERSTORING INSTELLEN DIK PAPIER Instellen van de optie Omschrijving Het inschakelen van deze optie geeft een bericht weer waarin de gebruiker gevraagd wordt of hij of zij de instellingen voor papiergrootte en papiersoort wil wijzigen als een lade geopend en dan weer gesloten wordt. Het inschakelen van deze optie geeft een bericht weer waarin de gebruiker gevraagd wordt of hij of zij wil doorgaan met de taak die uitgevoerd werd op het moment dat de papierstoring zich voordeed. Het inschakelen van deze optie geeft een bericht weer over de hoeveelheid papier die in een lade geplaatst kan worden. Dit bericht wordt weergegeven wanneer de dikte ingesteld wordt op [DIK 1] voor een lade met een verschil in capaciteit voor normaal papier en papier met instelling dik 1 (106 tot 163 g/m 2 ) en deze lade geopend en dan weer gesloten wordt (alleen voor de volgende modellen). e-studio2050c-serie e-studio2551c-serie U kunt kiezen of het perforeren van tabbladen al dan niet ingeschakeld moet worden. Druk op [AAN] om het perforeren van tabbladen in te schakelen en druk op [OK]. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de perforatie-eenheid in de volgende modellen geïnstalleerd is. e-studio856-serie ALGEMEEN 77
80 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) NETWERK Het is mogelijk diverse netwerkfuncties in te stellen. Raadpleeg voor instructies over hoe menu NETWERK weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder P.78 Instellen van het TCP/IP-protocol P.90 Instellen van de HTTP-netwerkservice (IPv4) P.80 Instellen van het TCP/IP-protocol P.91 Instellen van de Ethernetsnelheid (IPv6) P.86 Instellen van het IPX/SPX-protocol P.92 Instellen van de LDAP-services en de filterfuncties P.87 Instellen van de NetWareinstellingen P.93 Instellen van IPsec (IP-beveiliging) P.88 Instellen van het SMB-protocol P.94 Controleren van het netwerk P.89 Instellen van het AppleTalk-protocol Bij het uitvoeren van netwerkinstellingen is het verplicht om na het wijzigen van de instellingen op [TOEPASSEN] te drukken om de netwerkkaart te initialiseren. Nadat op [TOEPASSEN] is gedrukt, wordt na enkele seconden links onderin het scherm NETWERK WORDT GEÏNITIALISEERD weergegeven. Hoe lang het duurt voor dit bericht verschijnt, hangt af van de instelling. Dit bericht verschijnt wanneer het instellen is afgerond. Instellen van het TCP/IP-protocol (IPv4) U kunt het TCP/IP-protocol instellen dat gewoonlijk wordt gebruikt voor de meeste netwerksystemen. Bij gebruik van webgebaseerde hulpmiddelen als TopAccess en e-filing, of netwerkfuncties van het multifunctionele systeem zoals afdrukken, scannen of internetfasen via het netwerk is het verplicht het TCP/IP-protocol in te stellen. In de instellingsbewerking voor TCP/IP kunt u de adresseringsmodus selecteren en het IP-adres, subnetmasker en de default gateway toewijzen (bij handmatig toewijzen). Hoe het TCP/IP-protocol ingesteld moet worden, hangt af van de netwerkomgeving. 78 NETWERK
81 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Naam item Omschrijving ADRES MODUS DYNAMISCH (wanneer TCP/IP wordt ingesteld door Automatische IP-adressering of een DHCPserver) Selecteer [DYNAMISCH] wanneer u de TCP/IP-instellingen die aan het apparaat toegewezen moeten worden, niet weet. Als [DYNAMISCH] is geselecteerd en het netwerk DCHP ondersteunt, zullen het IP-adres, het subnetmasker, de default gateway, het primaire WINS-serveradres, het secundaire WINS-serveradres, het POP3-serveradres en het SMTP-serveradres verkregen worden via de DHCPserver. Als DHCP niet ondersteund wordt, wordt een geschikt IP-adres aan de apparatuur toegewezen door functie automatische IP-adressering. Het is echter mogelijk dat de automatische IP-adressering niet goed werkt wanneer er een router in het netwerk is geplaatst. GEEN AUTO IP (wanneer TCP/IP is ingesteld met alleen de DHCP-server) Selecteer [GEEN AUTO IP] wanneer het multifunctionele systeem aangesloten is op een LAN met een DCHP-server en u de TCP/IP-instellingen niet in wilt stellen met functie automatische IP-adressering maar alleen met DHCP. Wanneer [GEEN AUTO IP] is geselecteerd, zullen het IP-adres, het subnetmasker, de default gateway, het primaire WINS-serveradres, het secundaire WINS-serveradres, het POP3-serveradres en het SMTP-serveradres worden verkregen via de DHCP-server en zal de automatische IP-adresseringsmodus uitgeschakeld zijn. STATISCH (wanneer er verbonden wordt naar een LAN met statische IP-adressen) Selecteer [STATISCH] en geef een IP-adres in bij verbinding met een LAN waar statische IP-adressen gebruikt worden. Voer ook het subnetmasker en de default gateway in, zoals vereist. IP-ADRES SUBNETMASKER GATEWAY Druk op [IP ADRES] en voer het IP-adres van dit apparaat in met behulp van de digitale toetsen. Voer het subnetmasker en de default gateway naar wens in. Gebruik de pijltjestoetsen om van actief venster te wisselen. Dit item is alleen ingeschakeld wanneer voor [ADRES MODUS] [STATISCH] geselecteerd is. NETWERK 79
82 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van het TCP/IP-protocol (IPv6) U kunt het TCP/IP v6-protocol instellen. Bij het instellen van IPv6 is het mogelijk het IPv6-protocol voor het apparaat in of uit te schakelen en het IPv6-adres bijvoorbeeld in te stellen door de toewijzingsmodus te kiezen. Hoe het IPv6-adres wordt verkregen, hangt af van de toewijzingsmodus die u selecteert. Wanneer [HANDMATIG] geselecteerd is: U wijst het IPv6-adres, het prefix en de default gateway handmatig toe. In deze modus is het mogelijk één IPv6-adres te registreren. P.81 Handmatige instelling van het IPv6-protocol Wanneer [STATELESS] geselecteerd is: Het IPv6-adres wordt automatisch verkregen van de DHCPv6-server en -routers. In deze modus is het mogelijk tot 9 IPv6-adressen te registreren. P.82 Automatisch instellen van het IPv6-protocol (in een 'stateless' netwerkomgeving) Er kunnen tot zeven IPv6-adressen worden verkregen van routers. Eén IPv6-adres kan worden verkregen van de DHCPv6-server. En er wordt automatisch een link-local-adres gegenereerd. Wanneer [STATEFUL] geselecteerd is: Het IPv6-adres wordt automatisch verkregen van de DHCPv6-server. In deze modus is het mogelijk één IPv6-adres te registreren. P.84 Automatisch instellen van het IPv6-protocol (in een 'stateful' netwerkomgeving) Als Duplicate Address Detection (DAD) dubbele addressen detecteert, wordt het bericht IPv6-ADRESCONFLICT weergegeven op het aanraakscherm. 80 NETWERK
83 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Handmatige instelling van het IPv6-protocol 1 Open het IPv6-scherm, geef de volgende items naar wens in en druk op. Naam item Omschrijving IPv6-protocol AAN druk op deze knop om het IPv6-protocol in te schakelen. UIT druk op deze knop om het IPv6-protocol uit te schakelen. LLMNR AAN druk op [AAN] om het LLMNR-protocol (Linklocal Multicast Name Resolution) in te schakelen. UIT druk op [UIT] om het LLMNR-protocol uit te schakelen. ADRES MODUS Selecteer [HANDM.] voor de IPv6-toewijzingsmodus. Link Local Address Het in IPv6 gebruikte unieke adres wordt weergegeven. 2 Het link-local-adres kan niet gebruikt worden om netwerkplekken door een router te verbinden. [AAN] en [UIT] voor het LLMNR-protocol zijn beschikbaar wanneer u [AAN] selecteert voor het IPv6- protocol. Specificeer de volgende items naar wens en druk op. Naam item DHCP INSCHAKELEN (OPTIES) IP-adres PREFIX GATEWAY Omschrijving Selecteer of de optionele informatie wel of niet gebruikt moet worden (IPv6-adres voor de DNSserver enz.) in plaats van het IPv6-adres voor de apparatuur die door de DHCPv6 wordt uitgegeven. AAN druk op deze knop om de optionele informatie in te schakelen. UIT druk op deze knop om de optionele informatie uit te schakelen. Druk op deze knop om een IPv6-adres toe te wezen aan het apparaat. druk op deze toets om het prefix voor het IPv6-adres toe te wijzen. druk op deze toets om de default gateway toe te wijzen. Wanneer u op [IP-adres], [PREFIX] of [GATEWAY] drukt, wordt het schermtoetsenbord weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm NETWERK 81
84 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 3 Bevestig de instellingen en druk op [OK]. U keert terug naar het NETWERK-menu. Automatisch instellen van het IPv6-protocol (in een 'stateless' netwerkomgeving) 1 Open het IPv6-scherm, geef de volgende items naar wens in en druk op. Naam item Omschrijving IPv6-protocol AAN druk op deze knop om het IPv6-protocol in te schakelen. UIT druk op deze knop om het IPv6-protocol uit te schakelen. LLMNR AAN druk op [AAN] om het LLMNR-protocol (Linklocal Multicast Name Resolution) in te schakelen. UIT druk op [UIT] om het LLMNR-protocol uit te schakelen. ADRES MODUS Link Local Address Selecteer [STATELESS] voor de IPv6-toewijzingsmodus. Het in IPv6 gebruikte unieke adres wordt weergegeven. Het link-local-adres kan niet gebruikt worden om netwerkplekken door een router te verbinden. [AAN] en [UIT] voor het LLMNR-protocol zijn beschikbaar wanneer u [AAN] selecteert voor het IPv6- protocol. 82 NETWERK
85 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Specificeer de volgende items naar wens en druk op. Naam item DHCP INSCHAKELEN (IP-adres) DHCP INSCHAKELEN (OPTIES) Omschrijving AAN druk op deze knop om het IPv6-adres te gebruiken dat door de DHVPv6-server uitgegeven wordt. UIT druk op deze knop om het IPv6-adres dat door de DHVPv6-server uitgegeven wordt, uit te schakelen. AAN druk op deze knop om de optionele informatie te gebruiken (IPv6-adres voor de DNSserver enz.) in plaats van het IPv6-adres voor de apparatuur die door de DHCPv6 wordt uitgegeven. UIT druk op deze knop om de optionele informatie, anders dan het IPv6-adres voor de apparatuur zoals uitgegeven door de DHCPv6-server, niet te gebruiken. FQDN-optie AAN druk op deze knop om een FQDN (Fully Qualified Domain Name) toe te wijzen met de DNS-server. UIT druk op deze knop om geen FQDN toe te wijzen met de DNS-server. FQDN-bijwerkmethode CLIENT druk op deze knop om de DNS-server van het apparaat bij te werken. SERVER druk op deze knop om de DNS-server vanaf de DHCPv6-server bij te werken. 3 Wanneer u [AAN] selecteert voor de optie [DHCP INSCHAKELEN (IP-adres)], wordt [UIT] automatisch ingesteld voor de optie [DHCP INSCHAKELEN (OPTIES)]. Bevestig de instellingen en druk op. De van routers verkregen IPv6-adressen worden weergegeven. Er kunnen tot zeven IPv6-adressen worden bewaard. Wanneer dit apparaat een router-aankondiging (RA) van een router ontvangt, waarvan de M flag-configuratie "0" is, is de DHCPv6-functie uitgeschakeld. Als u de M flag-configuratie van een router-aankondiging (RA) wijzigt van "0" in "1", start het apparaat dan opnieuw op met de [POWER]-knop op het bedieningspaneel om de DHCPv6-functie in te schakelen. NETWERK 83
86 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 4 Bevestig de instellingen en druk op [OK]. U keert terug naar het NETWERK-menu. De van de DHCPv6-server verkregen IPv6-adressen worden weergegeven. Automatisch instellen van het IPv6-protocol (in een 'stateful' netwerkomgeving) 1 Open het IPv6-scherm, geef de volgende items naar wens in en druk op. Naam item Omschrijving IPv6-protocol AAN druk op deze knop om het IPv6-protocol in te schakelen. UIT druk op deze knop om het IPv6-protocol uit te schakelen. LLMNR AAN druk op [AAN] om het LLMNR-protocol (Linklocal Multicast Name Resolution) in te schakelen. UIT druk op [UIT] om het LLMNR-protocol uit te schakelen. ADRES MODUS Link Local Address Selecteer [STATEFUL] voor de IPv6-toewijzingsmodus. Het in IPv6 gebruikte unieke adres wordt weergegeven. Het link-local-adres kan niet gebruikt worden om netwerkplekken door een router te verbinden. [AAN] en [UIT] voor het LLMNR-protocol zijn beschikbaar wanneer u [AAN] selecteert voor het IPv6- protocol. 84 NETWERK
87 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Specificeer de volgende items naar wens en druk op. Naam item DHCP INSCHAKELEN (IP-adres) DHCP INSCHAKELEN (OPTIES) Omschrijving AAN druk op deze knop om het IPv6-adres te gebruiken dat door de DHVPv6-server uitgegeven wordt. UIT druk op deze knop om het IPv6-adres dat door de DHVPv6-server uitgegeven wordt, uit te schakelen. AAN druk op deze knop om de optionele informatie te gebruiken (IPv6-adres voor de DNSserver enz.) in plaats van het IPv6-adres voor de apparatuur die door de DHCPv6 wordt uitgegeven. UIT druk op deze knop om de optionele informatie, anders dan het IPv6-adres voor de apparatuur zoals uitgegeven door de DHCPv6-server, niet te gebruiken. FQDN-optie AAN druk op deze knop om een FQDN (Fully Qualified Domain Name) toe te wijzen met de DNS-server. UIT druk op deze knop om geen FQDN toe te wijzen met de DNS-server. FQDN-bijwerkmethode CLIENT druk op deze knop om de DNS-server van het apparaat bij te werken. SERVER druk op deze knop om de DNS-server vanaf de DHCPv6-server bij te werken. 3 [DHCP INSCHAKELEN (IP-adres)] en [DHCP INSCHAKELEN (OPTIES)] kunnen niet allebei uitgeschakeld zijn. Bevestig de instellingen en druk op [OK]. U keert terug naar het NETWERK-menu. De van de DHCPv6-server verkregen IPv6-adressen worden weergegeven. NETWERK 85
88 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van het IPX/SPX-protocol U kunt het IPX/SPX-protocol op dit apparaat instellen. Het IPX/SPX-protocol wordt meestal gebruikt om te communiceren met de NetWare-bestandsserver via het netwerk. Naam item Omschrijving IPX/SPX AAN AAN druk op deze knop om het IPX/SPX-protocol in het apparaat te gebruiken. UIT Druk op deze toets om IPX-SPX-protocol uit te schakelen. FRAME TYPE druk op [AUTO] om het juiste frametype automatisch te detecteren, of druk op een toets voor een specifiek frametype. Als u niet weet welk frametype moet worden gebruikt, selecteer dan [AUTO]. 86 NETWERK
89 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de NetWare-instellingen U kunt de te verbinden NetWare-configuratie instellen. Deze optie moet worden ingesteld wanneer u de NetWare-bestandsserver gebruikt voor afdrukken met Novell. Naam item Omschrijving Netware INSCHAKELEN AAN druk op deze knop om het NetWare-protocol in te schakelen. UIT druk op deze knop om het NetWare-protocol uit te schakelen. BINDERY INSCHAKELEN AAN druk op deze knop om communicatie met de NetWare-bestandsserver in binderymodus in te schakelen. UIT druk op deze knop om communicatie met de NetWare-bestandsserver in binderymodus uit te schakelen. NDS INSCHAKELEN AAN druk op deze knop om communicatie met de NetWare-bestandsserver in NDS-modus in te schakelen. UIT druk op deze knop om communicatie met de NetWare-bestandsserver in NDS-modus uit te schakelen. CONTEXT druk op deze toets om de NDS-context in te voeren waar de NetWare-afdrukserver voor dit apparaat zich bevindt. Deze moet worden ingevoerd wanneer u de NetWare-bestandsserver in de NDS-modus verbindt. TREE Druk op deze toets om de NDS-tree in te voeren. Deze moet worden ingevoerd wanneer u de NetWarebestandsserver in de NDS-modus verbindt. NAAM BESTANDSSERVER druk op deze toets om de naam van de Netware-bestandsserver in te voeren. Het is aan te bevelen om deze naam in te voeren wanneer u de NetWare-bestandsserver in bindery-modus verbindt. Wanneer u op [CONTEXT], [TREE] of [NAAM BESTANDSSERVER] drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm U kunt de bindery- en de NDS-modus tegelijk inschakelen. NETWERK 87
90 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van het SMB-protocol Het is mogelijk de SMB-netwerkeigenschappen in te stellen om toegang tot dit apparaat en SMB-afdrukken vanaf een Microsoft Windows-netwerk in te schakelen. Het inschakelen van SMB maakt het mogelijk de service voor het delen van bestanden in te schakelen, naast het afdrukken via SMB. Daarnaast moet het WINS-serveradres worden ingegeven als de WINS-server gebruikt wordt voor het toestaan van delen van bestanden en printers over segmenten, zodat het apparaat vanuit de verschillende segmenten zichtbaar is. Naam item Omschrijving SMB-PROTOCOL AAN druk op deze knop om het SMB-protocol in te schakelen. UIT druk op deze knop om het SMB-protocol uit te schakelen. Als u [AAN] selecteert, selecteer dan de functie die u wilt uitschakelen bij [BEPERKING]. BEPERKING Selecteer of de functie voor delen van printers of bestanden moet worden uitgeschakeld. U kunt één van de volgende opties selecteren: NONE druk op deze knop wanneer noch het delen van printers noch het delen van bestanden beperkt moeten worden. Zowel afdrukken met SMB als bestandsdeling met behulp van SMB zijn ingeschakeld. PRINT SHARE Druk op deze toets om afdrukken via SMB uit te schakelen. FILE SHARE druk op deze knop om de service voor het delen van bestanden via SMB uit te schakelen. (Niet te kiezen wanneer de harde schijf niet in het multifunctionele systeem is geïnstalleerd) NetBIOS-NAAM Druk op deze knop om de naam in te geven waaronder het apparaat in het Windows-netwerk weergegeven zal worden. De NetBIOS-naam wordt standaard ingesteld op "MFP<serienummer netwerkkaart>". INLOGGEN Geeft de Windows-netwerkomgeving weer waarbij het apparaat ingelogd is. Er wordt Werkgroep weergegeven als het apparaat aangemeld is bij een werkgroepnetwerk en Domein als het apparaat aangemeld is bij een domeinnetwerk. "Werkgroep" of "Domein" kunnen alleen worden gespecificeerd vanuit TopAccess. Raadpleeg voor instructies over het installeren van het certificaat de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. WINS PRIMARY Druk op deze knop om het IP-adres van de primaire WINS-server in te stellen met de digitale toetsen. Het IP-adres van de primaire WINS-server is nodig wanneer u toegang tot dit apparaat vanaf een ander subnet via de NetBIOS-naam toe wilt staan en de NetBIOS-naam en de werkgroepnaam van het apparaat opgelost worden met de WINS-server. Gebruik de pijltjestoetsen om van actief venster te wisselen. WINS SECOND. Druk op deze knop om het IP-adres van de secundaire WINS-server in te stellen met de digitale toetsen. Geef het IP-adres van de secundaire WINS-server in als dit nodig is bij gebruik van WINS-servers om de NetBIOS-naam en werkgroepnaam van het apparaat op te lossen. De secundaire WINS-server wordt gebruikt wanneer de primaire WINS-server onbeschikbaar is. Gebruik de pijltjestoetsen om van actief venster te wisselen. Wanneer u op [NetBIOS-NAAM] drukt, wordt het schermtoetsenbord weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm 88 NETWERK
91 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Wanneer u [UIT] selecteert voor optie [SMB-PROTOCOL] of [FILE SHARE] voor optie [BEPERKING], zal functie Opslaan als bestand naar MFP Local worden uitgeschakeld. Als het multifunctionele systeem is geconfigureerd voor aanmelden op het domein in de SMB-sessie van TopAccess (beheerdersmodus), maar Werkgroep wordt weergegeven, dan is aanmelden op het domeinnetwerk mislukt. Controleer in dat geval of de Windows Server en de instellingen van TopAccess voor de SMB-sessie correct zijn. Als Domein ingesteld wordt als instelling voor aanmelden in de SMB-sessie van TopAccess (beheerdersmodus), en het apparaat daarna INgeschakeld wordt of op [TOEPASSEN] wordt gedrukt na het wijzigen van de netwerkinstellingen van het apparaat, zal het apparaat zich aanmelden bij het Windows domeinnetwerk. Er kunnen alleen alfanumerieke tekens en - ingevoerd worden voor [NetBIOS-NAAM]. Voer voor [WINS PRIMARY] of [WINS SECOND.] geen IP-adres in dat begint met 0 (bijv ), 127 (bijv ) of 224 (bijv ). Als u een dergelijk adres invoert, kan het apparaat niet communiceren met de WINS-server. Als u invoert voor [WINS PRIMARY] en [WINS SECOND.], zal dit apparaat de WINS-server niet gebruiken. Wanneer [DYNAMISCH] of [GEEN AUTO IP] is geselecteerd voor [ADRESMODUS] in de TCP/IP-instellingen, kan dit apparaat het IP-adres voor [WINS PRIMARY] en [WINS SECOND.] verkrijgen van de DHCP-server. Instellen van het AppleTalk-protocol Het AppleTalk-protocol moet ingeschakeld en juist ingesteld zijn om afdrukken met AppleTalk vanaf een Macintoshcomputer in te schakelen. Naam item APPLETALK INSCHAKELEN APPARAATNAAM DESIRED ZONE Omschrijving AAN druk op deze knop om het AppleTalk-protocol in te schakelen. UIT druk op deze knop om het AppleTalk-protocol uit te schakelen. druk op deze toets om de naam van het apparaat in te voeren. druk op deze knop om de zonenaam voor AppleTalk in te geven. Als uw AppleTalk-netwerk niet geconfigureerd is met een zone, geeft dan de standaard zonenaam "*" in. Wanneer u op [APPARAATNAAM] of [DESIRED ZONE] drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm NETWERK 89
92 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de HTTP-netwerkservice Met deze functie kunt u de HTTP-netwerkserverservice in- of uitschakelen die de webgebaseerde toepassingen voor het apparaat levert, zoals TopAccess en e-filing. Naam item HTTP-SERVER INSCHAKELEN SSL INSCHAKELEN PRIMARY PORT NUM. SECOND. PORT NUM. Omschrijving AAN druk op deze knop om de HTTP-netwerkserverservice in te schakelen. UIT druk op deze knop om de HTTP-netwerkserverservice uit te schakelen. Deze optie moet ingeschakeld zijn voor de TopAccess en e-filing internettoepassing. Kies of er al dan niet SSL (Secure Sockets Layer) gebruikt moet worden. AAN druk op deze knop om de gegevens die tussen het apparaat en clientcomputers uitgewisseld worden, te coderen met een privésleutel als resultaat van het gebruik van TopAccess of webtoepassing e-filing. UIT druk op deze toets om encryptie uit te schakelen. druk op deze knop om het nummer van de primair te gebruiken poort in te geven voor het ontvangen van HTTP-toegang van andere clients. Normaal wordt standaard poortnummer 80 gebruikt. druk op deze toets om het secundair te gebruiken poortnummer in te geven voor toegang tot TopAccess en de e-filing-webtoepassing. Normaal wordt standaard poortnummer 8080 gebruikt. Wanneer op [PRIMARY PORT NUM.] of [SECOND. PORT NUM.] wordt gedrukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het numerieke toetsenpaneel op scherm de volgende pagina: P.155 Numeriek toetsenpaneel op scherm 90 NETWERK
93 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de Ethernetsnelheid Het is mogelijk de ethernetsnelheid aan te geven. Naam item ETHERNET SPEED DUPLEX MODE Omschrijving Selecteer de gewenste combinatie van communicatiesnelheid en overdrachtsmethode. De opties variëren, afhankelijk van het model. Sommige modellen hebben [AUTO] terwijl anderen over opties [AUTO (-100MB)] en [AUTO (-1000MB)] beschikken. Als u de snelheid van het netwerk waarmee het apparaat verbonden is niet kent, selecteer dan [AUTO] of, afhankelijk van het model, [AUTO (-100MB)] of [AUTO (-1000MB)] in plaats van een knop met een specifieke snelheid en modus. Wanneer ETHERNET is ingesteld op [AUTO (-1000MB)], [1000BASE FULL] of [1000BASE], zullen de volgende modellen niet naar super-slaapmodus schakelen, zelfs wanneer in scherm SLAAP/SUPERSLAAP [INSCHAKELEN] geselecteerd is. - e-studio456-serie - e-studio856-serie - e-studio2550c-serie - e-studio2551c-serie De huidige Ethernetsnelheid wordt boven de knoppen weergegeven. Wanneer er geen links gedetecteerd worden, zal Link niet gedetecteerd weergegeven worden. Schakel het apparaat uit en weer in als het netwerk niet stabiel is. NETWERK 91
94 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van de LDAP-services en de filterfuncties U kunt de LDAP-directoryservice inschakelen, waardoor het apparaat in de LDAP-server naar contactpersonen kan zoeken om de geadresseerden te specificeren voor internetfax- en faxverzendingen en scannen naar -opdrachten. Daarnaast kan de LDAP-server ook gebruikt worden om te zoeken naar contactpersonen bij het creëren van sjablonen met TopAccess, of een contactpersoon in het adresboek. Via dit instelmenu kunt u ook selecteren of u de IP/MAC-adresfilterfuncties wilt gebruiken. Naam item Omschrijving LDAP INSCHAKELEN AAN druk op deze knop om de LDAP-netwerkserverservice in te schakelen. UIT druk op deze knop om de LDAP-netwerkserverservice uit te schakelen. IP FILTERING AAN druk op deze knop om IP filtering in te schakelen. UIT druk op deze toets om IP filtering uit te schakelen. MAC-ADRESFILTERING AAN druk op deze knop om MAC adresfiltering in te schakelen. UIT druk op deze toets om MAC adresfiltering uit te schakelen. Om de LDAP-directoryservice toe te voegen, moet u gebruik maken van TopAccess. Raadpleeg voor instructies over het installeren van de directoryservice de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Als de LDAP-netwerkservice uitgeschakeld is, zal het niet mogelijk zijn het adres van de afzender vanaf de LDAP-server te verkrijgen tijdens de gebruikersverificatie voor scannen naar voor het verzenden van een e- mail. 92 NETWERK
95 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van IPsec (IP-beveiliging) Wanneer de IPsec-enabler geïnstalleerd is, wordt het mogelijk communicatie te coderen met IPsec (IPbeveiligingsprotocol). In de IP-beveiligingsinstellingen kunnen de volgende bewerkingen uitgevoerd worden. De huidige IPsec-beleidsnaam bekijken Inschakelen / Uitschakelen van IPsec-communicatie IPsec-sessie 'flushen' of resetten Naam item BELEIDSNAAM AAN UIT VERBINDINGEN FABRIEK INST. Omschrijving FQDN-bijwerkmethodeDe naam van het huidig toegepaste IPsec-beleid wordt weergegeven. druk op deze toets om IPsec-communicatie in te schakelen. druk op deze toets om IPsec-communicatie uit te schakelen. druk op deze knop om de huidige IPsec-sessie te wissen (flushen) en een nieuwe sessie te beginnen wanneer de nu voor IPsec-communicatie gebruikte sleutel gelekt is of als er een overtreding van de beveiliging vastgesteld is. druk op deze toets om de standaardinstellingen voor de IPsec-instellingen te herstellen. Wanneer u op deze knop drukt, wordt een bevestigingsbericht weergegeven. Instellingen die vereist zijn voor IPsec, zoals invoer van IPsec-beleid, kunnen worden uitgevoerd met TopAccess. Voor meer informatie, zie de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. [IPsec] is alleen beschikbaar wanneer functie IPsec-enabler wordt gebruikt. NETWERK 93
96 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Controleren van het netwerk Er zijn twee functies beschikbaar voor het controleren van de netwerkstatus: ping en traceroute. Met de ping-functie is het mogelijk de verbindingsstatus tussen dit apparaat en de servers op het netwerk te controleren. En functie traceroute maakt het mogelijk het netwerkpad naar de gewenste server te bekijken en te controleren. 1 Selecteer in scherm NETWERK CHECK de server die u wilt controleren en druk op [ping] of [TRACEROUTE]. Het controleresultaat wordt weergegeven. Er zijn twee manieren om de server te selecteren die u wilt controleren. Om de gewenste server te selecteren uit de serverlijst die op het aanraakscherm weergegeven wordt: Controleerbare servers en ondersteunde protocols zijn de volgende. - Primaire DNS-server (IPv4/IPv6) - Secundaire DNS-server (IPv4/IPv6) - Primaire WINS-server (IPv4) - Secundaire WINS-server (IPv4) - SMTP-server (IPv4/IPv6) - POP3-server (IPv4/IPv6) - Primaire SNTP-server (IPv4/IPv6) - Secundaire SNTP-server (IPv4/IPv6) - LDAP-server 1 - LDAP-server 2 - LDAP-server 3 - LDAP-server 4 - LDAP-server 5 - Remote server 1 - Remote server 2 Om de gewenste server handmatig aan te wijzen: Voer de servernaam, het IPv4-adres of het IPv6-adres handmatig in. Wanneer u op veld Handmatige invoer drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Wanneer u een WINS-naam ingevoerd hebt voor het netwerkpad van de server op afstand 1/2 in instelling Opslaan als bestand in TopAccess, kan de netwerkcontrolefunctie voor die servers niet worden uitgevoerd door ze in de serverlijst te selecteren. Wijs in dat geval het IP-adres van de server op afstand 1/2 handmatig aan om de netwerkcontrolefunctie uit te voeren. 94 NETWERK
97 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Controleer de resultaten. Wanneer u klaar bent, drukt u op [SLUITEN]. Als u ping uitgevoerd hebt: Als u traceroute uitgevoerd hebt: Wanneer het ping/traceroute-commando een server niet kan bereiken, wordt het IP-adres weergegeven voor het controleresultaat voor de server. Als het commando het om een of andere reden niet kan bereiken, wordt de hostnaam weergegeven in plaats van het IP-adres. Hierdoor gaat u terug naar het scherm NETWERK CHECK. NETWERK 95
98 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) KOPIËREN U kunt het systeemgedrag voor kopieertaken wijzigen, zoals het maximale aantal kopieën, de automatische dubbelzijdige modus en de prioriteit voor sorteermodus. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm KOPIËREN weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Het scherm is opgebouwd uit meerdere pagina's. Druk op of om achteruit en/of vooruit te bladeren door de pagina's. Scherm KOPIËREN (1/3) Naam item MAX. KOPIEËN AUTOM. 2-ZIJDIG PRIORITEIT SORTEERMODUS Omschrijving Kies uit knoppen [9999] *1, [999], [99], en [9] de knop voor het gewenste maximale aantal toegestane kopieën. Druk op de knop voor de kopieerinstellingen voor tweezijdig kopiëren (alleen beschikbaar wanneer de automatische duplexeenheid geïnstalleerd is) die standaard van toepassing is voor originelen die in de Automatische dubbelzijdige documententoevoer geplaatst worden. UIT druk op deze knop om de tweezijdige modus in te stellen op [1->1 ENKELZIJDIG]. 1->2 DUBBELZIJDIG druk op deze knop om de tweezijdige modus in te stellen op [1->2 DUBBELZIJDIG]. 2->2 DUBBELZIJDIG druk op deze knop om de tweezijdige modus in te stellen op [2->2 DUBBELZIJDIG]. GEBR. druk op deze knop om automatisch het scherm voor selectie van tweezijdige modus te tonen wanneer er originelen in de Automatische dubbelzijdige documententoevoer geplaatst worden. Selecteer de standaard sorteermodus voor kopieertaken. Als [NIETEN] wordt geselecteerd, wordt het uitgevoerde papier standaard geniet in de linkerbovenhoek. Om kopieën te nieten, moet de finisher geïnstalleerd zijn. *1 Afhankelijk van het model kan het zijn dat deze optie niet beschikbaar is. Scherm KOPIËREN (2/3) Naam item AUTOMATISCH WISSELEN VAN PAPIERLADE Omschrijving Deze optie maakt het mogelijk aan te geven of de functie voor het automatisch wisselen van papierlade, ook wanneer de papierbron voor een kopieertaak handmatig is ingegeven, in te schakelen. Als [AAN] geselecteerd wordt, zal het apparaat papier van hetzelfde formaat uit een andere lade toevoeren wanneer de aangegeven lade tijdens een kopieertaak leeg zou raken. Deze functie is altijd ingeschakeld als kopieeropdrachten uitgevoerd worden met functie Automatische papierselectie (APS). Voor meer informatie over APS, raadpleeg de Kopieerhandleiding Hoofdstuk 3: BELANGRIJKSTE KOPIEERFUNCTIES. PAPIER UIT VERSCHILLENDE RICHTING * PRINTEN PAUZEREN BIJ LEGE NIETER Wanneer voor een lade ATTRIBUUT anders is ingesteld dan op [GEEN], valt het papier dat in deze lade geplaatst is buiten de scope van de functie Automatisch wisselen van papiermagazijn. Raadpleeg voor instructies over hoe u een attribuut van een lade controleert en/of wijzigt de volgende pagina: P.18 LADE Als [AAN] geselecteerd wordt, zal het apparaat papier van hetzelfde formaat met een andere richting uit een andere lade toevoeren wanneer de aangegeven lade tijdens een kopieertaak leeg zou raken. Deze optie maakt het mogelijk te kiezen of er gestopt moet worden met afdrukken wanneer de nieter tijdens het nieten in een andere dan rughechtingsmodus leeg raakt. AAN druk op deze knop om te stoppen met afdrukken. UIT druk op deze knop om door te gaan met afdrukken zonder te nieten. STANDAARDMODUS VAN AUTO KLEUR Als de nietmachine leeg is in de rughechtmodus, dan wordt het afdrukken beëindigd. Een instellingsitem voor kleurenmodellen. Het maakt het mogelijk de initiële modus voor modus Auto kleurenkopie aan te geven. * Papiertoevoer wanneer de lade tijdens een kopieertaak leeg raakt is als volgt: 96 KOPIËREN
99 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Dit is een voorbeeld van wanneer de lade die het papier invoert automatisch verwisseld wordt terwijl gegevens gekopieerd worden op A4- papier. AUTOMATISCH WISSELEN VAN PAPIERLADE Opties PAPIER UIT VERSCHILLENDE RICHTING Met automatische papierselectie (APS) AAN AAN Er wordt A4- en A4-R-papier ingevoerd. AAN UIT Er wordt A4-papier ingevoerd. Papierinvoer Met handmatig aangegeven lade Er wordt A4- en A4-R-papier ingevoerd. Er wordt A4-papier ingevoerd. UIT AAN UIT UIT Scherm KOPIËREN (3/3) Naam item AUTO UITVOERWISSEL (CASCADE AFDRUK) PAUZEREN BIJ VOLLE AFVALBAK PERFORATIE BUITENKANT WISSEN ORIGIL Omschrijving AAN druk op deze knop om door te gaan met afdrukken door automatisch van uitvoerlade te wisselen wanneer de originele uitvoerlade vol raakt. UIT druk op deze knop om te stoppen met afdrukken wanneer de uitvoerlade vol raakt. AAN druk op deze knop om door te gaan met afdrukken zonder te perforeren als de afvalbak van de perforatie-eenheid vol raakt. UIT druk op deze knop om te stoppen met afdrukken als de afvalbak van de perforatie-eenheid vol raakt. AAN druk op deze knop om functie buitenkant wissen origineel in te schakelen. UIT druk op deze knop om functie buitenkant wissen origineel uit te schakelen. KOPIËREN 97
100 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) FAXEN Als de Faxeenheid en de 2de lijn voor de Faxeenheid niet geïnstalleerd zijn, zullen alleen [NEGEREN] en [VERKLEIND] beschikbaar zijn voor [RX AFDR.]. Raadpleeg voor gegevens over andere faxmenu's de Operator's Manual for FAX Unit "Chapter 6: SETTING ITEMS". Als de Faxeenheid niet geïnstalleerd is, worden opties in dit menu toegepast op internetfaxverzendingen. Afhankelijk van het model is [FAXEN] alleen beschikbaar wanneer de scannerkit en/of de printer-/scannerkit geïnstalleerd zijn. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm FAXEN weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Instellen van de opties negeren en verkleind afdrukken voor RX print Het is mogelijk afdrukinstellingen voor het afdrukken van per internetfax ontvangen originelen in te stellen. Er zijn twee beschikbare afdrukinstellingen: gedeeltelijk afdrukken en verkleind afdrukken. NEGEREN: AAN, UIT AAN wanneer originelen tot 10 mm groter zijn dan het afdrukgebied, dan wordt het deel van de originelen dat het afdrukgebied overschrijdt, genegeerd. UIT het ontvangen origineel wordt afgedrukt op twee vellen papier als de lengte ervan het afdrukgebied van het papier overschrijdt. * Neem voor meer informatie over negeren/gedeeltelijk afdrukken contact op met uw onderhoudstechnicus. VERKLEINEN: AAN, UIT AAN als het ontvangen origineel langer is dan het registratiepapier, zal het verticaal worden verkleind tot 90% om op het registratiepapier te passen. UIT het ontvangen origineel wordt afgedrukt op twee vellen papier als de lengte ervan het afdrukgebied van het registratiepapier overschrijdt. Druk in scherm FAX op [PRINTER]. 1 2 Het scherm VERZEND PRINT wordt weergegeven. Druk zoals vereist op [AAN] of [UIT] voor [AFDR LIMIET] en [VERKLEINEN] en druk op [OK]. De geregistreerde opties kunnen worden bevestigd in de FUNCTIELIJST. P.163 FUNCTIELIJST (Beheerder) 98 FAXEN
101 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) BESTAND Het is mogelijk automatisch bestanden te wissen die opgeslagen zijn door de bewerking Scannen naar bestand. Gebruik dit menu om de onderhoudsfunctie in te stellen en periodiek bestanden te wissen die opgeslagen zijn in de lokale opslag om ervoor te zorgen dat er voldoende harde schijfruimte beschikbaar is. Het menu wordt niet weergegeven wanneer er geen harde schijf in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm ONDERHOUD weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder 1 Schakel in scherm ONDERHOUD de onderhoudsfunctie voor opslag in en voltooi de instelling. 1) Druk op [AAN]. 2) Voer met behulp van de digitale toetsen het aantal dagen in dat het systeem de bestanden bewaart voordat ze worden verwijderd. U kunt 1 tot 99 dagen invoeren. Druk om de waarde te corrigeren op de toets [CLEAR] op het bedieningspaneel om de invoerwaarde te verwijderen en het aantal dagen opnieuw in te voeren. 3) Druk op [OK] om de instellingen op te slaan. Wanneer u op [UIT] drukt, druk dan op [OK] om de instellingen op te slaan. BESTAND 99
102 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Met dit menu is het mogelijk onderstaande opties in te stellen. Afhankelijk van het model is [ ] alleen beschikbaar wanneer de scannerkit en/of de printer-/scannerkit geïnstalleerd zijn. berichteigenschappen Geeft de gegevens van de berichten die verzonden zijn door de bewerking Scannen naar aan. U kunt de volgende opties instellen: - ADRES - NAAM - ONDERWERP - BERICHT Fragmentatie Scannen naar U kunt een taak voor Scannen naar opgedeeld in fragmenten van een gespecificeerde grootte verzenden. Deze optie kan overdrachtsfouten veroorzaakt door netwerkverkeerproblemen, verminderen. Berichttekst verzenden U kunt aangeven of de berichttekst al of niet verzonden moet worden. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Naam item ADRES NAAM ONDERWERP Omschrijving druk op deze toets om het adres van het apparaat in te voeren. druk op deze toets om de naam van het apparaat in te voeren. druk op deze toets om het standaard- onderwerp in te stellen. Met een druk op deze knop wordt scherm ONDERWERP weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over dit scherm Bewerkingen in scherm ONDERWERP hieronder. / druk op deze knop om de datum en tijd toe te voegen aan het onderwerp van de . druk op deze knop om geen datum en tijd toe te voegen aan het onderwerp van de . / druk hierop om bewerken van het onderwerp van de in te schakelen. druk hierop om bewerken van het onderwerp van de uit te schakelen. BERICHT GEDEELTE VAN BERICHT (KB) BERICHTTEKST VERZENDEN druk op deze knop om een standaard berichttekst in te voeren. Selecteer de gewenste fragmentgrootte uit de vervolgkeuzelijst. Druk op [] om het fragmenteren uit te schakelen. AAN druk op deze toets om de berichttekst te verzenden. UIT druk op deze toets om de berichttekst niet te verzenden. Om Scannen naar in te schakelen, moet u een adres invoeren in het veld [ADRES]
103 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Wanneer u op één van de toetsen ([ADRES], [NAAM] of [BERICHT] drukt, dan wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Bewerkingen in scherm ONDERWERP Selecteer of het standaardonderwerp of een eigen onderwerp gebruikt moet worden en druk op [OK]. Als u op [OK] drukt, keert u terug naar het scherm . Naam item STD ONDERWERP AANG. ONDERWERP Omschrijving Druk op deze knop om het in de fabriek ingestelde standaard onderwerp te gebruiken. Druk op deze knop om een eigen onderwerp aan te geven. Wanneer u op deze toets drukt, wordt het schermtoetsenbord weergegeven. Voer een onderwerp in met het toetsenbord op het scherm en druk op [OK] om het ingevoerde vast te leggen. Er kunnen tot 128 tekens ingevoerd worden. U kunt ook de digitale toetsen op het bedieningspaneel gebruiken om de nummers in te voeren. 101
104 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) INTERNETFAX Met dit menu is het mogelijk onderstaande opties in te stellen. Afhankelijk van het model is [INTERNETFAX] alleen beschikbaar wanneer de scannerkit en/of de printer-/scannerkit geïnstalleerd zijn. Internetfaxberichteigenschappen Geeft de gegevens van berichten die door internetfaxoverdracht verzonden zijn. U kunt de volgende opties instellen: - ADRES - NAAM - BERICHT Fragmentatie internetfax U kunt de internetfaxopdracht opgedeeld in fragmenten van een gespecificeerde grootte verzenden. Deze optie kan overdrachtsfouten veroorzaakt door netwerkverkeerproblemen, verminderen. Berichttekst internetfax verzenden U kunt aangeven of de berichttekst al of niet verzonden moet worden. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm INTERNETFAX weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Naam item ADRES NAAM BERICHT FRAGMENT PAGE SIZE (KB) BERICHTTEKST VERZENDEN Omschrijving druk op deze toets om het adres van het apparaat in te voeren. druk op deze toets om de naam van het apparaat in te voeren. druk op deze knop om de berichttekst in te voeren. Selecteer de gewenste fragmentpaginagrootte uit de vervolgkeuzelijst. Druk op [] om het fragmenteren uit te schakelen. AAN druk op deze toets om de berichttekst te verzenden. UIT druk op deze toets om de berichttekst niet te verzenden. Om Internetfax in te schakelen, moet er een adres ingevoerd zijn in veld [ADRES AFZENDER]. Wanneer u op één van de toetsen ([ADRES], [NAAM] of [BERICHT] drukt, dan wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm 102 INTERNETFAX
105 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) BEVEILIGING Via dit menu kunt u de volgende procedures uitvoeren: P.103 Beheer van certificaten P.109 Instellen van beveiligde PDF-bestanden P.111 Uitvoeren van de integriteitscontrole Raadpleeg voor instructies over hoe scherm BEVEILIGING weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Beheer van certificaten Het is mogelijk apparaatcertificaten en CA-certificaten te importeren en apparaatcertificaten te exporteren. P.103 Een certificaat importeren P.106 Exporteren van het apparaatcertificaat Als u certificaten in het apparaat importeert, sla de bestanden die u wilt importeren dan van tevoren op in de hoofdmap van uw USB-opslagapparaat. Een certificaat importeren 1 2 Druk in scherm BEVEILIGING op [CERTIFICAATBEHEER]. Het scherm CERTIFICAATBEHEER wordt weergegeven. Druk op [IMPORTEREN]. Het scherm CERTIFICAAT IMPORTEREN wordt weergegeven. BEVEILIGING 103
106 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 3 Druk op [APPARAAT-CERTIFIC.] of [CA-CERTIFICAAT]. Er verschijnt een bericht dat u het USB-opslagapparaat moet aansluiten. Als [CA-CERTIFICAAT] geselecteerd is, wordt scherm CA-CERTIFICAAT weergegeven. 4 Kies de gewenste coderingsmethode: [PEM] of [DER]. Sluit uw USB-opslagapparaat, waarop de certificaten zijn opgeslagen, aan op de USBpoort van het apparaat en druk op [OK]. Het scherm voor het selecteren van een bestand wordt weergegeven. Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. 104 BEVEILIGING
107 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 5 Selecteer het certificaat dat u wilt importeren en druk vervolgens op [OK]. Als de bestandsextensie.pfx of.p12 is, dan verschijnt het scherm WACHTWOORD VEREIST. Ga naar de volgende stap. Als de bestandsextensie anders is dan hierboven vermeld, dan start het importeren van het certificaat. Ga verder naar stap 9. 6 Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. Druk op [WACHTWOORD]. 7 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer het wachtwoord in en druk op [OK]. Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*). Hierdoor gaat u terug naar het scherm WACHTWOORD VEREIST. BEVEILIGING 105
108 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 8 Druk op [OK]. Het importeren van het certificaat wordt gestart. 9 Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. Druk als het importeren van het certificaat voltooid is op [OK]. 10 Hierdoor gaat u terug naar het scherm BEVEILIGING. Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-poort van het multifunctionele systeem. Exporteren van het apparaatcertificaat De bestandsindeling van het geëxporteerde apparaatcertificaat is PEM (.crt). 1 Druk in scherm BEVEILIGING op [CERTIFICAATBEHEER]. Het scherm CERTIFICAATBEHEER wordt weergegeven. 106 BEVEILIGING
109 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Druk op [EXPORTEREN]. 3 Er verschijnt een bericht dat u het USB-opslagapparaat moet aansluiten. Sluit uw USB-opslagapparaat aan op de USB-poort van het apparaat en druk op [OK]. Het scherm CERTIFICAAT EXPORTEREN wordt weergegeven. 4 Raadpleeg voor de plaats van de USB-poort op het apparaat de Verkorte installatiehandleiding Hoofdstuk 1: VOORBEREIDINGEN. Druk op [APPARAAT-CERTIFIC.]. Het exporteren van het certificaat wordt gestart. Ontkoppel het USB-opslagapparaat niet tot de gegevensoverdracht voltooid is. Als het USB-opslagapparaat tijdens de gegevensoverdracht uit het systeem wordt verwijderd, dan kunnen de gegevens op het opslagapparaat beschadigd raken of kan een storing optreden op het apparaat. BEVEILIGING 107
110 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 5 Druk als het exporteren voltooid is op [OK]. 6 Hierdoor gaat u terug naar het scherm BEVEILIGING. Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-poort van het multifunctionele systeem. 108 BEVEILIGING
111 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen van beveiligde PDF-bestanden Het is mogelijk standaard waarden in te stellen voor de encryptie die toegepast wordt bij het genereren van een beveiligd PDF-bestand uit gegevens die op het apparaat gescand zijn. Het is ook mogelijk de geforceerde encryptiemodus in of uit te schakelen. Deze beveiligingsinstellingen worden toegepast "Scannen naar bestand of USB"- en "Scannen naar "- taken. 1 2 Druk in scherm BEVEILIGING op [BEVEILIGDE PDF]. Het scherm BEVEILIGDE PDF wordt weergegeven. Geef de standaardwaarden die toegepast moeten worden bij het genereren van een beveiligde PDF in en druk op [OK]. Naam item GEBR. WACHTWOORD GEBR. AUTHENTICATIE CODE ALS WACHTW. ADMIN. WACHTWOORD CODERINGSNIVEAU ENCRYPTIE FORCEREN INSTELLING Omschrijving druk op deze toets om een wachtwoord in te voeren dat vereist is om een beveiligd PDF-bestand te openen. Er is geen basisgebruikerswachtwoord ingesteld. AAN druk op deze knop om de gebruikersnaam voor gebruikersverificatie als wachtwoord in te stellen. UIT druk op deze knop om het gebruikerswachtwoord dat hierboven onder [GEBR. WACHTWOORD] is ingegeven te gebruiken in plaats van de gebruikersnaam voor gebruikersverificatie. druk op deze toets om een wachtwoord in te voeren dat vereist is om de beveiligingsinstellingen van een beveiligd PDF-bestand te wijzigen. Er is geen basisbeheerderswachtwoord ingesteld. Kies een encryptieniveau voor de beveiligde PDF-bestanden. 128bit AES druk op deze knop om een encryptieniveau in te stellen dat compatibel is met Acrobat 7.0, PDF V bit RC4 druk op deze knop om een encryptieniveau in te stellen dat compatibel is met Acrobat 5.0, PDF V bit RC4 druk op deze knop om een encryptieniveau in te stellen dat compatibel is met Acrobat 3.0, PDF V1.1. AAN druk op deze knop om alleen uitvoer van gegevens toe te staan die door dit apparaat als beveiligde PDF-bestanden zijn gescand. UIT druk op deze knop om andere bestandsindelingen toe te staan (zoals JPEG en TIFF). Selecteer de machtigingen voor een beveiligd PDF-bestand. AFDRUKKEN druk op deze knop om afdrukken toe te staan. WIJZIG druk op deze knop om wijzigen van het document toe te staan. UITNEMEN druk op deze knop om kopiëren en extraheren van inhoud toe te staan. TOEGANG druk op deze knop om extraheren van inhoud voor toegankelijkheid toe te staan. Wanneer u op één van de toetsen ([GEBR. WACHTWOORD] of [ADMIN. WACHTWOORD]) drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm BEVEILIGING 109
112 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Er moeten verschillende wachtwoorden worden ingesteld voor [GEBR. WACHTWOORD] en [ADMIN. WACHTWOORD]. Voer 1 tot 32 alfanumerieke tekens in voor het [GEBR. WACHTWOORD] en [ADMIN. WACHTWOORD]. Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*). Wanneer het vergrendelingssymbool naast het veld [GEBR. WACHTWOORD] gemarkeerd is ( ), dan kan een gebruiker het wachtwoord niet wijzigen. Wanneer het vergrendelingssymbool naast het veld [ADMIN. WACHTWOORD] gemarkeerd is ( ), dan kan een gebruiker het coderingsniveau of de machtigingen niet wijzigen. Als [UITNEMEN] of [TOEGANG] geselecteerd wordt of niet langer geselecteerd is als [40bit RC4] geselecteerd wordt, zijn beide opties overeenkomstig ingeschakeld of uitgeschakeld. Wanneer u [AAN] selecteert voor modus "geforceerde encryptie" is het uitvoeren van andere bestandsindelingen (JPEG, TIFF, enz.) dan beveiligde PDF verboden. Bovendien zullen de volgende Scannen naar bestand-bewerkingen die het beveiligde PDF-formaat niet kunnen genereren, niet beschikbaar zijn. Kopiëren & bestand Fax & bestand Internetfax & bestand Netwerkfax & bestand 110 BEVEILIGING
113 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Uitvoeren van de integriteitscontrole Via dit menu kunt u de volgende procedures voor integriteitscontrole uitvoeren: [MINIMUM] Als [MINIMUM] wordt geselecteerd, dan worden de uitvoeringscode om de beveiligingsfunctie toe te passen en de gegevens waarnaar de uitvoeringscode verwijst gecontroleerd. [VOL] Als [VOL] wordt geselecteerd, dan worden alle uitvoeringscodes en de gegevens waarnaar de uitvoeringscode verwijst gecontroleerd. 1 2 Druk in scherm BEVEILIGING op [INTEGRITEISCONTROLE]. Het scherm INTEGRITEITSCONTROLE wordt weergegeven. Druk op [MINIMUM] of [VOL]. 3 Bericht Weet u het zeker? wordt weergegeven in scherm BEVESTIGING. Druk op [OK]. Als de integriteitscontrole voltooid is, verschijnt bericht Het proces is afgerond in scherm BEVESTIGEN. Het voltooien van de integriteitscontrole kan enige tijd in beslag nemen. Als u in bovenstaand scherm op [OK] drukt terwijl er een taak uitgevoerd wordt, verschijnt bericht Proces kan niet worden uitgevoerd terwijl een taak of een beheerdersfunctie wordt uitgevoerd. in scherm ATTENTIE. Druk in dit geval op [SLUITEN], wacht tot de taak is voltooid en voer de bewerking vervolgens opnieuw uit. Als een fout wordt gedetecteerd, bijvoorbeeld illegaal gemodificeerde gegevens, dan verschijnt het serviceoproepscherm. Neem in dit geval contact op met uw servicevertegenwoordiger. BEVEILIGING 111
114 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 4 Druk op [OK] om het apparaat opnieuw op te starten. Het apparaat wordt opnieuw opgestart. 112 BEVEILIGING
115 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) LIJST/RAPPORT Via dit menu kunt u de volgende procedures uitvoeren: P.113 Instellen van het rapport P.116 Lijsten afdrukken Raadpleeg voor instructies over hoe scherm LIJST/RAPPORT weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Instellen van het rapport Via dit menu kunt u de vereiste instellingen invoeren voor het afdrukken van de volgende rapporten: Verzend- / Ontvangstlogboek P.113 Instellen van uitvoer van het verzend- / ontvangstlogboek Er zijn twee soorten logboeken beschikbaar op dit apparaat. Logboeken kunnen automatisch of handmatig worden afgedrukt. Als [AUTO] geselecteerd wordt, kunt u het aantal overdrachten en ontvangsten aangeven waarna elk logboek afgedrukt moet worden. De oude logboeken zullen worden verwijderd en alleen het opgegeven aantal logboeken, te tellen vanaf het meest recente, blijven behouden. De 100 recentste logboeken kunnen als bestand worden geëxporteerd via de beheerdersmodus van TopAccess. Faxrapportage P.114 Instellen van het communicatierapport Met faxrapportagefunctie kunt u een rapport afdrukken na elke overdracht. Het is ook mogelijk de voorwaarden te selecteren voor het afdrukken van communicatierapporten voor elk type overdracht. Ontvangstlijst P.114 Instellen van het communicatierapport De instellingen voor de ontvangstlijst maken het mogelijk aan te geven of er een ontvangstlijst moet worden afgedrukt wanneer de postbus op het apparaat een document ontvangen heeft. Dit kan voor elk van de volgende transacties in de postbus worden ingesteld: - Relaisstation wanneer een relaisoverdracht is ontvangen vanaf een afzender zoals een relaishub. - Lokaal wanneer de postbus op het apparaat gereserveerd is voor een lokaal document. - Op afstand wanneer de postbus op het apparaat gereserveerd is voor een document op afstand vanaf een andere telefax. Instellen van uitvoer van het verzend- / ontvangstlogboek 1 2 Druk in menu LIJST/RAPPORT op [RAPPORTINSTELLING]. Scherm RAPPORTINSTELLING wordt weergegeven. Druk op [JOURNAAL]. Het scherm JOURNAAL wordt weergegeven. LIJST/RAPPORT 113
116 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 3 Specificeer de volgende items naar wens en druk op [OK]. Naam item AUTO VERZONDEN ONTVANGEN Omschrijving druk op [AAN] om het automatisch afdrukken van de verzend- en ontvangstlogboeken in te schakelen. Wanneer u deze optie inschakelt, zullen de verzend- en ontvangstlogboeken worden afgedrukt wanneer de opgegeven aantallen transacties voltooid zijn. druk op de knop van het cijfer dat het aantal overdrachten aangeeft dat u afgedrukt wilt zien in het overdrachtlogboek. druk op de knop van het cijfer dat het aantal ontvangsten aangeeft dat u afgedrukt wilt zien in het ontvangstlogboek. Instellen van het communicatierapport 1 2 Druk in menu LIJST/RAPPORT op [RAPPORTINSTELLING]. Scherm RAPPORTINSTELLING wordt weergegeven. Druk op [COMM. RAPPORTAGE]. Het scherm FAX RAPPORTAGE verschijnt. 114 LIJST/RAPPORT
117 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 3 Specificeer de voorwaarden voor elk overdrachtstype en druk op [OK]. Naam item GEHEUGEN DIRECT TX MEERV.VERZ. AFROEP RELAIS OORSPRONG RELAISSTATION RELAISBESTEMMING Omschrijving UIT druk op deze toets om afdrukken van het communicatierapport uit te schakelen. ALTIJD druk op deze toets om het communicatierapport altijd af te drukken. l.g.v. FOUT druk op deze toets om het communicatierapport alleen af te drukken wanneer zich een fout voordoet. Items anders dan [GEHEUGEN] en [MEERV.VERZ.] zijn alleen beschikbaar wanneer de faxeenheid geïnstalleerd is. Wanneer u op [ALTIJD] of [I.G.V. FOUT] drukt voor andere ontvangsten dan [DIRECT TX] of [AFROEP], wordt bericht Afbeelding eerste pagina afdrukken? weergegeven. Druk op [JA] als u het communicatierapport wilt afdrukken door de eerste pagina van het verzonden document toe te voegen. Druk op [] om dit niet te doen. Instellen van de ontvangstlijst 1 Druk in menu LIJST/RAPPORT op [RAPPORTINSTELLING]. Scherm RAPPORTINSTELLING wordt weergegeven. LIJST/RAPPORT 115
118 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Druk op [ONTVANGSTLIJST]. 3 Het scherm ONTVANGST LIJST wordt weergegeven. Geef aan of de ontvangstlijst voor elk transactietype afgedrukt moet worden en druk dan op [OK]. Naam item RELAISSTATION LOKAAL OP AFSTAND Omschrijving Kies [AAN] om de ontvangstlijst af te drukken wanneer er een relaisoverdracht ontvangen is van een afzender. Kies [AAN] om de ontvangstlijst af te drukken wanneer er een lokaal document in de postbus van het apparaat aangekomen is. Kies [AAN] om de ontvangstlijst af te drukken wanneer er een document op afstand van een andere telefax in de postbus van het apparaat aangekomen is. Lijsten afdrukken U kunt de NIC CONFIG. PAGINA, FUNCTIE, PS3-FONTLIJST en de PCL-FONTLIJST afdrukken. De weergegeven knoppen verschillen, afhankelijk van het model. * Raadpleeg voor een voorbeeld van elke lijst de volgende pagina: P.156 Afdrukformaat lijsten 1 Druk in menu LIJST/RAPPORT op [LIJST]. Het scherm LIJST wordt weergegeven. 116 LIJST/RAPPORT
119 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2 Druk op de knop van de lijst die u wilt afdrukken. De geselecteerde lijst wordt afgedrukt. LIJST/RAPPORT 117
120 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) PRINTER/E-FILING Het is mogelijk printerinstellingen vast te leggen voor afdruktaken of voor het afdrukken van documenten die met functie e-filing opgeslagen zijn. Functie e-filing is alleen beschikbaar wanneer de harde schijf in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm PRINTER / E-FILING weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder Het scherm is opgebouwd uit meerdere pagina's. Druk op of om achteruit en/of vooruit te bladeren door de pagina's. Scherm PRINTER / E-FILING (1/2) Naam item AUTOMATISCH WISSELEN VAN PAPIERLADE PAPIER UIT VERSCHILLENDE RICHTING * PRINTEN PAUZEREN BIJ LEGE NIETER Omschrijving Kies of de functie voor het automatisch wisselen van papierlade ingeschakeld moet worden wanneer de papierbron voor een afdruktaak handmatig ingesteld is. Als [AAN] geselecteerd wordt, zal het apparaat papier van hetzelfde formaat uit een andere lade toevoeren wanneer de aangegeven lade tijdens een afdruktaak leeg zou raken. Deze functie is altijd ingeschakeld als het afdrukken uitgevoerd wordt nadat in het dialoogvenster voor afdrukken [Auto] geselecteerd is als papierbron. Raadpleeg voor meer informatie over dialoogvenster afdrukken de Printing Guide Chapter 2: PRINTING FROM WINDOWS en Chapter 3: PRINTING FROM Macintosh. Als [AAN] geselecteerd wordt, zal het apparaat papier van hetzelfde formaat met een andere richting uit een andere lade toevoeren wanneer de aangegeven lade tijdens een afdruktaak leeg zou raken. Kies of er gestopt moet worden met afdrukken wanneer de nieter tijdens het nieten in een andere dan rughechtingsmodus leeg raakt. AAN druk op deze knop om te stoppen met afdrukken. UIT druk op deze knop om door te gaan met afdrukken zonder te nieten. GEFORCEERD DOORGAAN (ONGELDIG PAPIER) Als de nietmachine leeg is in de rughechtmodus, dan wordt het afdrukken beëindigd. Kies of de uitvoerlade automatisch gewijzigd moet worden en er doorgegaan moet worden met afdrukken wanneer het formaat of de soort van het papier dat uitvoer ervan onmogelijk maakt, in de tweede of latere pagina van een afdruktaak is opgenomen. AAN druk op deze knop om door te gaan met afdrukken door de uitvoerlade automatisch te wijzigen. UIT druk op deze knop om te stoppen met afdrukken. * Papiertoevoer wanneer de lade tijdens het afdrukken leeg raakt is als volgt: Dit is een voorbeeld van wanneer de lade die het papier invoert automatisch gewijzigd wordt terwijl gegevens afgedrukt worden op A4-papier. Opties AUTOMATISCH WISSELEN VAN PAPIERLADE PAPIER UIT VERSCHILLENDE RICHTING Als [Auto] geselecteerd is voor de papierbron AAN AAN Er wordt A4- en A4-R-papier ingevoerd. AAN UIT Er wordt A4-papier ingevoerd. Papierinvoer Met handmatig aangegeven lade Er wordt A4- en A4-R-papier ingevoerd. Er wordt A4-papier ingevoerd. UIT AAN UIT UIT In de volgende modellen is het automatisch wisselen van papierlade uitgeschakeld bij afdrukken in 600x1200 dpi (PS3). - e-studio2550c-serie 118 PRINTER/E-FILING
121 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Scherm PRINTER / E-FILING (2/2) Naam item AUTO UITVOERWISSEL (CASCADE AFDRUK) PAUZEREN BIJ VOLLE AFVALBAK PERFORATIE AUTOM. VRIJGEVEN PRIVÉ-/VASTGEH. AFDRUKKEN Omschrijving AAN druk op deze knop om door te gaan met afdrukken door automatisch van uitvoerlade te wisselen wanneer de originele uitvoerlade vol raakt. UIT druk op deze knop om te stoppen met afdrukken wanneer de uitvoerlade vol raakt. AAN druk op deze knop om door te gaan met afdrukken zonder te perforeren als de afvalbak van de perforatie-eenheid vol raakt. UIT druk op deze knop om te stoppen met afdrukken als de afvalbak van de perforatie-eenheid vol raakt. Kies of privé-afdruktaken en vastgehouden afdruktaken automatisch moeten worden afgedrukt bij inloggen op het apparaat. AAN druk op deze knop om automatisch de privé- en vastgehouden afdruktaken van de gebruiker af te drukken wanneer er ingelogd wordt op het apparaat. UIT druk op deze knop om bediening van het aanraakscherm te vereisen. Raadpleeg voor meer informatie over privéafdruktaken en vastgehouden afdruktaken de Printing Guide. Chapter 2: PRINTING FROM WINDOWS Chapter 3: PRINTING FROM Macintosh Chapter 4: PRINTING FROM UNIX/Linux Chapter 5: MANAGING PRINT JOBS FROM THE CONTROL PANEL Deze optie is beschikbaar wanneer gebruikersverificatie ingeschakeld is. PRINTER/E-FILING 119
122 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) INSTELLINGEN DRAADLOOS Wanneer de draadloze LAN-module geïnstalleerd is, maakt [DRAADLOOS] het mogelijk instellingen voor deze module in te stellen. Raadpleeg voor meer informatie over [DRAADLOOS] de Operator s Manual for Wireless LAN Module Chapter 1: SETTING UP WIRELESS NETWORK. Deze knop is niet voor alle modellen beschikbaar. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm DRAADLOOS weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder 120 INSTELLINGEN DRAADLOOS
123 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN Wanneer functie MFP Lokale verificatie wordt gebruikt, kunnen beheerders het verificatiewachtwoord dat toegewezen wordt aan gebruikers wijzigen wanneer een gebruiker het vergeet. [WIJZIG GEBRUIKERSWACHTWOORD] is alleen beschikbaar wanneer functie MPF Lokale verificatie is ingeschakeld. Deze functie kan worden ingeschakeld via de beheerdersmodus van TopAccess. Voor meer informatie, zie de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm WIJZIG GEBRUIKERSWACHTWOORD weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder 1 Stel in scherm WIJZIG GEBRUIKERSWACHTWOORD een nieuw wachtwoord in en rond de instelling af. 1) Druk op [GEB.-NAAM] om de gebruikersnaam in te voeren waarvoor het wachtwoord moet worden gewijzigd. 2) Druk op [NW. WACHTWOORD] om het nieuwe wachtwoord in te voeren. 3) Druk op [HERH. WACHTW.] om het nieuwe wachtwoord opnieuw in te voeren. 4) Druk op [OK]. Het wachtwoord is nu gewijzigd. Wanneer u op [GEB.-NAAM], [NW. WACHTWOORD] of [HERH. WACHTWOORD] drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*) in de velden [NW. WACHTWOORD] en [HERH. WACHTW.]. GEBRUIKERSWACHTWOORD WIJZIGEN 121
124 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 802.1X-INSTELLINGEN U kunt instellingen instellen voor IEEE 802.1X-verificatie die van toepassing zullen zijn op bedrade netwerken. Dit apparaat ondersteunt de volgende verificatiemethodes: EAP-MSCHAPv2 EAP-MD5 EAP-TLS PEAP *1 De volgende protocols zijn beschikbaar voor interne verificatie: - EAP-MSCHAPv2 EAP-TTLS De volgende protocols zijn beschikbaar voor interne verificatie: - PAP - CHAP - EAP-MSCHAPv2 - EAP-MD5 *1 PEAP is niet beschikbaar voor Windows Server Om IEEE 802.1X-verificatie in te schakelen moeten de benodigde certificaten met TopAccess op het apparaat worden geïnstalleerd. De certificaten die geïnstalleerd moeten worden zijn de volgende. Verificatiemethode Interne verificatiemethode CA-certificaat Gebruikercertificaat EAP-MSCHAPv EAP-MD EAP-TLS - Noodzakelijk *1 Noodzakelijk *2 PEAP EAP-MSCHAPv2 Noodzakelijk *1 - EAP-TTLS PAP Noodzakelijk *1 - CHAP Noodzakelijk *1 - EAP-MD5 Noodzakelijk *1 - EAP-MSCHAPv2 Noodzakelijk *1 - *1 Het CA-certificaat moet worden geïnstalleerd op dit apparaat voordat u de IEEE 802.1X-verificatie instelt. *2 Het gebruikerscertificaat moet op dit apparaat geïnstalleerd worden voordat de instellingen voor IEEE 802.1X-verificatie uitgevoerd worden. Voor instructies over het installeren van de certificaten, raadpleeg de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm BEDRADE 802.1X-INSTELLINGEN weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder X-INSTELLINGEN
125 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) Instellen IEEE 802.1X-verificatie 1 Geef in scherm INSTELLINGEN BEDRADE 802.1X de volgende items naar wens aan en druk op [VOLG.]. Naam item Omschrijving 802.1X AAN druk op deze knop om IEEE 802.1X-verificatie in te schakelen. UIT druk op deze knop om IEEE802.1X-verificatie uit te schakelen. CONTROLEER INSTELLINGEN Wanneer u IEEE802.1X-verificatie verandert van [AAN] naar [UIT], druk dan op [VOLG.] en druk op [TOEPASSEN] op het scherm "De volgende instellingen bevestigen" om de instelling te voltooien. druk op deze toets om de huidige geselecteerde opties te bevestigen. 2 FABRIEK INST. [CONTROLEER INSTELLINGEN] is alleen beschikbaar wanneer IEEE802.1X-verificatie ingeschakeld is. druk op deze toets om de standaarden voor de IEEE 802.1x-instellingen te herstellen. Ga verder met de gewenste bewerking. Wanneer [EAP-MSCHAPv2], [EAP-MD5] of [EAP-TLS] geselecteerd is, ga dan verder met stap X-INSTELLINGEN 123
126 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 3 Selecteer de interne verificatiemethode en druk op [VOLG.]. Het selecteren van de interne verificatiemethode is alleen nodig wanneer in stap 3 [PEAP] of [EAP-TTLS] geselecteerd is. Wanneer [PEAP] geselecteerd is: Wanneer [EAP-TTLS] geselecteerd is: 4 Specificeer de volgende items naar wens en druk op [VOLG.]. Wanneer iets anders dan [EAP-TLS] geselecteerd is: Wanneer [EAP-TLS] geselecteerd is: Naam item EAP GEBR. NAAM WACHTWOORD HERH. WACHTW. Algemene naam in het gebruikercertificaat als gebruikersnaam gebruiken Omschrijving druk op deze knop om de EAP-gebruikersnaam in te voeren. druk op deze toets om het verificatiewachtwoord in te voeren. druk op deze toets om het verificatiewachtwoord opnieuw in te voeren. Om de algemene naam in het gebruikerscertificaat dat in het apparaat geïnstalleerd is als EAP-gebruikersnaam in te stellen, wordt op [AAN] gedrukt. Als dit item ingeschakeld is, is het niet mogelijk de [EAP GEBR. NAAM] in te voeren. Wanneer u op [EAP GEBR. NAAM], [WACHTWOORD] en [HERH. WACHTW.] drukt, wordt het toetsenbord op scherm weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm X-INSTELLINGEN
127 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 5 Bevestig de instellingen en druk op [TOEPASSEN]. Foutmeldingen Links onderin het scherm wordt NETWERK WORDT GEÏNITIALISEERD weergegeven en het apparaat start met het initialiseren van de netwerkinterfacekaart om de wijzigingen toe te passen. Dit bericht verschijnt wanneer het instellen is afgerond. De volgende foutmeldingen kunnen worden weergegeven op het aanraakscherm. Bericht Oorzaak [802.1X] Verif-server/Switch kon niet worden gecontacteerd De RADIUS-serverservice is gestopt. Configuratie voor de RADIUS-server is niet correct. De IEEE 802.1X-switch heeft een probleem. [802.1X] Verificatie mislukt De gebruikersnaam of het wachtwoord ingevoerd door de gebruiker is niet correct. De geüploade certificaten zijn onjuist. Verificatie certificaat mislukt Er is geen CA-certificaat geïnstalleerd in de apparatuur. Het geïnstalleerde CA-certificaat is niet geldig. Het servercertificaat is ongeldig X-INSTELLINGEN 125
128 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) FABRIEK INST. Het is mogelijk de instellingen van het apparaat terug te zetten naar de fabrieksstandaarden of de gebruikersgegevens te wissen. De volgende gegevens worden bij deze bewerking gereset: Instellingsgegevens Opmerkingen Instelling Algemeen Alle instellingen worden teruggezet naar de Netwerk Kopiëren Fax Scannen naar bestand Internetfax Printer / e-filing Printer Afdrukservice Beveiliging fabrieksinstellingen. Gebruikersgegevens Opmerkingen Gebruikersbeheer Gebruikersaccount Als de gebruikersbeheergegevens worden Groepsbeheer gewist, dan wordt ook de LDAPtoewijzingsinformatie gewist. Functiebeheer Afdelingsbeheer Quotabeheer Teller Gebruikersteller De gegevens worden gewist. Afdelingsteller Template Adresboek Mailbox / Inkomende fax (TSI) Afdrukgegevensconvertor ICC-profiel XML-formaatbestand De gegevens worden gereset naar standaard XML. Raadpleeg voor instructies over hoe scherm FABRIEK INST. weer te geven de volgende pagina: P.47 Toegang tot menu Beheerder 126 FABRIEK INST.
129 2 ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 2.ITEMS INSTELLEN (BEHEERDER) 1 Druk in het BEVESTIGINGSscherm van scherm FABRIEK INST. op [OK]. De initialisatie wordt gestart. 2 Als u voor het initialiseren een back-up wilt maken van de instellingen en de gebruikersgegevens, gebruik dan de kloonfunctie om duplicaatbestanden aan te maken. Raadpleeg voor meer informatie over de kloonfunctie de volgende pagina: P.69 Aanmaken of installeren van duplicaatbestanden Als het initialiseren mislukt, dan verschijnt het bericht De procedure is mislukt.. Druk in dit geval op [SLUITEN] en voer de procedure opnieuw uit. Druk op [OK] om het apparaat opnieuw op te starten. Het apparaat wordt opnieuw opgestart. FABRIEK INST. 127
130
131 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) TOTAALTELLER AFDRUKKEN TOTAAL TELLER AFDELINGSTELLER AFDELING BEHEER Aanmelden als beheerder De afdelingscodelijst afdrukken Afdelingscodes inschakelen Een nieuwe afdelingscode registreren Afdelingscodes bewerken Afdelingscodes verwijderen De tellers van de afdelingen terugzetten Uitvoerbeperkingen voor alle afdelingen instellen Functie Geen limiet zwart instellen De geregistreerde quota instellen Alle afdelingstellers resetten Alle afdelingscodes verwijderen...151
132 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) TOTAALTELLER Met dit menu kunt u de volgende totaaltellers weergeven en bevestigen: Printteller Geeft het totale aantal vellen uitvoer van dit multifunctionele systeem aan. De printteller bevat de volgende tellers: - Kopieteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij kopieeropdrachten. - Faxteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij faxontvangsten. - Printerteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij afdrukbewerkingen en ontvangsten (Internetfaxontvangsten). - Lijstteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij afdrukopdrachten van systeempagina's. Scanteller Geeft het totale aantal originelen aan dat door dit multifunctionele systeem gescand is. De scanteller bevat de volgende tellers: - Kopieteller geeft het aantal originelen aan dat is gescand bij kopieeropdrachten. - Faxteller geeft het aantal originelen aan dat is gescand bij fax- en internetfaxoverdrachten. - Netwerkteller geeft het aantal originelen aan dat is gescand bij kopieeropdrachten. De totaaltellers kunnen niet worden gewist. 1 2 Druk op toets [COUNTER] op het bedieningspaneel om naar het TELLER-menu te gaan. Druk op toets [TOTAAL TELLER]. 3 Scherm TELLER wordt weergegeven. Ga verder met de gewenste procedure. P.131 Weergeven printteller P.131 Weergeven scanteller 130 TOTAALTELLER
133 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Weergeven printteller 1 Druk op [PRINT TELLER]. 2 Het scherm PRINT TELLER wordt weergegeven. Selecteer de knop waarvan de teller gecontroleerd moet worden. (alleen voor de kleurenafdrukmodellen). De weergegeven items verschillen tussen de kleurenafdruk- en andere modellen. Weergeven scanteller 1 Druk op [SCAN TELLER]. Het scherm SCAN TELLER wordt weergegeven. TOTAALTELLER 131
134 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 2 Selecteer de knop waarvan de teller gecontroleerd moet worden. 132 TOTAALTELLER
135 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) AFDRUKKEN TOTAAL TELLER Met dit menu kunt u de TOTAALTELLERLIJST afdrukken. 1 2 Druk op toets [COUNTER] op het bedieningspaneel om naar het TELLER-menu te gaan. Druk op [AFDRUKKEN TOTAAL TELLER]. Wanneer functie Afdelingsbeheer is uitgeschakeld, wordt de TOTAALTELLERLIJST afgedrukt. Wanneer functie Afdelingsbeheer is ingeschakeld, wordt het scherm om de afdelingscode in te voeren weergegeven. Voer de afdelingscode in met behulp van de digitale toetsen en druk op [OK] om de TOTAALTELLERLIJST af te drukken. Voor een voorbeeld van de TOTAALTELLERLIJST, zie de volgende pagina: P.156 TOTAALTELLERLIJST AFDRUKKEN TOTAAL TELLER 133
136 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) AFDELINGSTELLER Via dit menu kunt u de volgende tellers weergeven en controleren voor elke afdeling. De afdelingsteller is alleen beschikbaar wanneer het apparaat wordt beheerd met functie afdelingscode. P.140 Afdelingscodes inschakelen Printteller voor afdelingscode Met deze teller kunt u de waarde van de printteller voor elke afdelingscode weergeven. De printteller bevat de volgende tellers: - Kopieteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij kopieeropdrachten. - Faxteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij faxontvangsten. - Printerteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij afdrukbewerkingen en ontvangsten (Internetfaxontvangsten). - Lijstteller geeft het aantal vellen aan dat is afgedrukt bij afdrukopdrachten van systeempagina's. Functie Afdelingsbeheer, ingesteld op kopie-/fax-/printer-/scan-/lijstteller voor afdelingscode kan individueel uitgeschakeld worden. Voor meer informatie, zie de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Scanteller voor afdelingscode Met deze teller kunt u de waarde van de scanteller voor elke afdelingscode weergeven. De scanteller bevat de volgende tellers: - Kopieteller geeft het aantal originelen aan dat is gescand bij kopieeropdrachten. - Faxteller geeft het aantal originelen aan dat is gescand bij fax- en internetfaxoverdrachten. - Netwerkteller geeft het aantal originelen aan dat is gescand bij kopieeropdrachten. Faxcommunicatieteller voor afdelingscode Met deze functie kunt u de waarde van fax- en internetfaxoverdracht- en ontvangsttellers weergeven voor elke afdelingscode. De faxcommunicatieteller bevat de volgende tellers: - Verzenden geeft het aantal vellen aan dat is verzonden bij faxoverdrachten. - Ontvangst geeft het aantal vellen aan dat is ontvangen bij polling-opdrachten. 1 2 Druk op toets [COUNTER] op het bedieningspaneel om naar het TELLER-menu te gaan. Druk op [AFDELINGSTELLER]. Het scherm AFDELINGSCODE wordt weergegeven. 134 AFDELINGSTELLER
137 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3 Druk op [AFDELINGSCODE]. 4 5 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer de afdelingscode in en druk op [OK]. U keert terug naar het scherm AFDELINGSCODE. Druk op [OK]. 6 Het scherm TELLER wordt weergegeven. Ga verder met de gewenste procedure. P.136 Weergave printteller voor afdelingscode P.136 Weergave scanteller voor afdelingscode P.137 Weergave faxcommunicatieteller voor afdelingscode AFDELINGSTELLER 135
138 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Weergave printteller voor afdelingscode 1 Druk op [PRINT TELLER]. 2 De PRINTTELLER voor de gespecificeerde afdelingscode wordt weergegeven. Selecteer de knop waarvan de teller gecontroleerd moet worden. (alleen voor de kleurenafdrukmodellen). De weergegeven items verschillen tussen de kleurenafdruk- en andere modellen. Weergave scanteller voor afdelingscode 1 Druk op [SCAN TELLER]. Het scherm SCANTELLER voor de gespecificeerde afdelingscode wordt weergegeven. 136 AFDELINGSTELLER
139 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 2 Selecteer de knop waarvan de teller gecontroleerd moet worden. Weergave faxcommunicatieteller voor afdelingscode 1 Druk op [FAX COMM.]. Het scherm FAX COMMUNICATIE voor de gespecificeerde afdelingscode wordt weergegeven. AFDELINGSTELLER 137
140 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) AFDELING BEHEER Aanmelden als beheerder U kunt afdelingscodes definiëren om de hoeveelheid kopieën, afdrukken, scans en faxpagina's dat door elke afdelingscode afgedrukt kan worden, te beheren. U kunt tot 1000 afdelingscodes registreren (tot 50 afdelingscodes wanneer er geen harde schijf in het multifunctionele systeem geïnstalleerd is). Om de afdelingscodes te beheren, moet u het beheerderswachtwoord voor dit apparaat kennen. Het is aan te bevelen deze handeling alleen uit te laten voeren door een bevoegd beheerder. Als functie Gebruikersbeheer is ingeschakeld en u zich aanmeldt met een gebruikersnaam die accountbeheerdersrechten heeft, hoeft u het beheerderswachtwoord niet in te voeren om menu AFD.BEHEER weer te geven. 1 2 Druk op toets [COUNTER] op het bedieningspaneel om naar het TELLER-menu te gaan. Druk op [AFD.BEHEER]. 3 Het scherm ADMIN.WACHTWOORD wordt weergegeven. Druk op [WACHTWOORD]. 4 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer het beheerderswachtwoord in en druk op [OK]. Menu AFD.BEHEER wordt weergegeven. Als het beheerderswachtwoord nog niet eerder is gewijzigd, voer dan het standaardbeheerderswachtwoord "123456" in. Het ingevoerde wachtwoord wordt weergegeven met sterretjes (*). 138 AFDELING BEHEER
141 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 5 Ga verder met de gewenste procedure. P.140 De afdelingscodelijst afdrukken P.140 Afdelingscodes inschakelen P.141 Een nieuwe afdelingscode registreren P.143 Afdelingscodes bewerken P.145 Afdelingscodes verwijderen P.146 De tellers van de afdelingen terugzetten P.147 Uitvoerbeperkingen voor alle afdelingen instellen P.148 Functie Geen limiet zwart instellen P.149 De geregistreerde quota instellen P.150 Alle afdelingstellers resetten P.151 Alle afdelingscodes verwijderen Andere menu's dan menu [AFDELING BEHEER] en [AFDELING REGISTRATIE] zullen beschikbaar zijn nadat u een afdelingscode hebt geregistreerd en functie Afdelingsbeheer hebt ingeschakeld. [GEEN LIMIET ZWART] is alleen beschikbaar bij kleurenmodellen. AFDELING BEHEER 139
142 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) De afdelingscodelijst afdrukken U kunt de afdelingscodelijst en tellers voor elke afdelingscode afdrukken. Druk in menu AFD.BEHEER op [AFDRUKKEN AFDELINGSCODES]. Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Voor een voorbeeld van de AFDELINGSCODELIJST, zie de volgende pagina: P.157 AFDELINGSCODELIJST Afdelingscodes inschakelen Functie Afdelingsbeheer staat standaard uitgeschakeld. Als u de tellers afzonderlijk wilt beheren op de afdelingscodes, dan moet u deze functie inschakelen. Wanneer functie Afdelingsbeheer is ingeschakeld, zal het invoerscherm voor afdelingscodes worden weergegeven wanneer u naar het kopieer-, scan-, fax- of e-filing-bedieningsscherm gaat om de bewerkingen voor elke afdelingscode te beheren. Daarnaast kunnen afdruktaken die vanaf PC's worden aangevraagd ook voor elke afdelingscode beheerd worden. Raadpleeg voor meer informatie over de tellers die individueel kunnen worden beheerd via afdelingscodes de volgende pagina: P.134 AFDELINGSTELLER [AFDELING BEHEER] is beschikbaar nadat een of meer afdelingscodes ingevoerd zijn. Registreer de vereiste afdelingscodes voordat u functie Afdelingsbeheer inschakelt. P.141 Een nieuwe afdelingscode registreren Wanneer afdruktaken vanaf PC's ook op afdeling worden beheerd, kunt u met TopAccess aangeven of het nodig is de afdelingscode bij het afdrukken in te voeren of dat er ook afgedrukt kan worden als er geen afdelingscode ingevoerd is. Voor instructies over hoe de afdelingscodetoepassing in te stellen, raadpleeg de TopAccess Guide Chapter 8: [Administration] Tab Page. Functie Afdelingsbeheer ondersteunt de Webservices-scan niet. Webservices-scanopdrachten die worden uitgevoerd als deze functie is ingeschakeld, worden altijd geteld als "Ongedefinieerde" afdelingsnaam. 1 Druk in menu AFD.BEHEER op [AFDELING BEHEER]. Het scherm AFDELING BEHEER wordt weergegeven. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op [AAN] om functie afdelingsbeheer te gebruiken. Druk op [UIT] wanneer de functie niet gebruikt wordt. 140 AFDELING BEHEER
143 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Een nieuwe afdelingscode registreren U kunt nieuwe afdelingscodes registreren. Functie Afdelingsbeheer moet ingeschakeld worden nadat een of meer afdelingscodes ingevoerd zijn. P.140 Afdelingscodes inschakelen 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [AFDELING REGISTRATIE]. Het scherm AFDELINGSCODE wordt weergegeven. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op een niet-gebruikte toets om een nieuwe afdeling aan te maken en druk op [TOEGANG]. Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm 3 4 Als het aanraakscherm geen ongedefinieerde afdelingscode weergeeft, druk dan op pagina weer te geven. Voer de afdelingsnaam in en druk op [OK]. Het scherm VASTLEGGEN AFDELINGSCODE wordt weergegeven. Druk op [NIEUWE CODE]. om de volgende Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm AFDELING BEHEER 141
144 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 5 Voer de afdelingscode in en druk op [OK]. U keert terug naar het scherm VASTLEGGEN AFDELINGSCODE. 6 Er kan een afdelingscode ingegeven worden van tot 63 tekens. De volgende karakters kunnen worden ingevoerd: - Alfanumerieke tekens, -, _ en. Druk op [OK]. 7 Het scherm QUOTUM wordt weergegeven. Stel de quota van deze afdelingscode naar wens in en druk op [OK]. U keert terug naar het scherm AFDELINGSCODE. Naam item Quotabeheer Omschrijving Quotabeheer wordt in- of uitgeschakeld door op [AAN] of [UIT] te drukken. Druk voor inschakelen op [AAN] en stel een quotum en standaard waarde voor quotum in. (In de kleurenafdrukmodellen worden quota voor resp. kleur en zwart-wit ingesteld.) QUOTUM geeft het resterende aantal beschikbare kopieën/afdrukken voor deze afdelingscode weer. Elke keer dat er wordt gekopieerd/afgedrukt, wordt het aantal in vak [STANDAARD QUOTUM] met één verminderd. Kopiëren/afdrukken wordt beperkt wanneer de waarde daalt tot 0. Als een nieuwe afdelingscode wordt geregistreerd, dan verschijnt in dit veld het aantal opgegeven in het veld [STANDAARD QUOTUM]. U kunt het aantal dat in dit veld weergegeven wordt, handmatig vervangen door een gewenst aantal. STANDAARD QUOTUM Voer de beginquota in voor deze afdelingscode. U kunt tot " ,99" invoeren. Wanneer het resterende aantal beschikbare kopieën/afdrukken "0" wordt terwijl een opdracht wordt afgedrukt, dan worden er nog enkele kopieën meer dan het quotum afgedrukt en geteld omdat het apparaat de opdracht niet onmiddellijk kan stoppen. 142 AFDELING BEHEER
145 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Afdelingscodes bewerken Het is mogelijk bestaande afdelingscodes te bewerken. 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [AFDELING REGISTRATIE]. Het scherm AFDELINGSCODE wordt weergegeven. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op de toets met de afdeling die u wilt bewerken en druk op [BEWERKEN]. Het bericht "Deze afdelingscode is al geregistreerd. Wilt u deze code vervangen?" wordt weergegeven in scherm BEVESTIGING. 3 Als het aanraakscherm niet de gewenste afdelingscode weergeeft, druk dan op weer te geven. Druk op [JA]. om de volgende pagina 4 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Als de naam van de afdeling gewijzigd moet worden, geef dan een nieuwe naam in en druk op [OK]. Als dit niet het geval is, druk dan alleen op [OK]. De huidige ingestelde afdelingscode verschijnt in het scherm AFDELINGSCODE BEWERKEN. AFDELING BEHEER 143
146 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 5 Druk op [NIEUWE CODE]. 6 Het schermtoetsenbord wordt weergegeven. Raadpleeg voor meer informatie over het toetsenbord op scherm de volgende pagina: P.154 Toetsenbord op scherm Voer de nieuwe afdelingscode in en druk op [OK]. U keert terug naar het scherm AFDELINGSCODE BEWERKEN. 7 Er kan een afdelingscode ingegeven worden van tot 63 tekens. De volgende karakters kunnen worden ingevoerd: - Alfanumerieke tekens, -, _ en. Als u de code wilt wissen om een andere te typen, druk op [Wis] op het schermtoetsenbord of op de toets [CLEAR] op het bedieningspaneel. Druk op [OK]. 8 Het scherm QUOTUM wordt weergegeven. Stel de quota van deze afdelingscode naar wens in en druk op [OK]. Voor de beschrijving van elk item, zie stap 7 van de volgende bewerking: P.141 Een nieuwe afdelingscode registreren 144 AFDELING BEHEER
147 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Afdelingscodes verwijderen Het is mogelijk bestaande afdelingscodes te verwijderen. 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [AFDELING REGISTRATIE]. Het scherm AFDELINGSCODE wordt weergegeven. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op de toets van de afdeling die u wilt verwijderen en druk op [VERWIJDER]. Bericht Verwijderen OK? wordt weergegeven in het scherm BEVESTIGING. 3 Als het aanraakscherm niet de gewenste afdelingscode weergeeft, druk dan op weer te geven. Druk op [JA]. om de volgende pagina De afdelingscode is nu verwijderd. Druk op [] om het verwijderen te annuleren. AFDELING BEHEER 145
148 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) De tellers van de afdelingen terugzetten U kunt de tellers voor de aangegeven afdelingscode resetten. 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [AFDELING REGISTRATIE]. Het scherm AFDELINGSCODE wordt weergegeven. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op de toets van de afdeling waarvan u de tellers wilt terugzetten en druk op [RESET TELLERS]. Bericht WISSEN OK? wordt weergegeven in het scherm BEVESTIGING. 3 Als het aanraakscherm niet de gewenste afdelingscode weergeeft, druk dan op weer te geven. Druk op [JA]. om de volgende pagina De teller is nu gewist. Druk op [] om het wissen te annuleren. 146 AFDELING BEHEER
149 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Uitvoerbeperkingen voor alle afdelingen instellen Het is mogelijk om in één bewerking voor alle afdelingen uitvoerbeperkingen in te stellen. Wanneer u [AAN] selecteert, zal de uitvoer worden uitgeschakeld voor alle afdelingen. Wanneer u [UIT] selecteert, zullen een onbeperkt aantal uitvoeren worden toegestaan voor alle afdelingen. Als u in deze bewerking [AAN] selecteert, dan worden de quota-instellingen voor alle afdelingscodes op 0 ingesteld. Als u de quota-instellingen voor elke afdelingscode wilt wijzigen, voer de instellingen dan individueel uit voor elke code. P.143 Afdelingscodes bewerken 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [ALLES BEPERKT]. Het scherm LIMITEER ALLES wordt weergegeven. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Schakel functie Alles beperkt in of uit en druk daarna op [OK]. Functie Limiteer alles wordt in- of uitgeschakeld door op [AAN] of [UIT] te drukken. (In de kleurenafdrukmodellen worden beperkingen voor uitvoer voor resp. kleur en zwart-wit ingesteld). Als op [OK] wordt gedrukt, wordt de instelling opgeslagen. Op het aanraakpaneel wordt "WACHTEN" weergegeven tot de instelling is toegepast. Instelling Limiteer alles is niet mogelijk voor kleurenafdrukmodellen wanneer functie 'Onbeperkt zwart kopie/print' ( P.148) is ingeschakeld. Het toepassen van de instelling kan even duren, afhankelijk van het aantal geregistreerde afdelingscodes. AFDELING BEHEER 147
150 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Functie Geen limiet zwart instellen Met functie Geen limiet zwart kunnen gebruikers zwart-witkopieën/-afdrukken maken zonder dat ze een afdelingscode moeten opgeven. Als u alleen de kleuruitvoer voor elke afdelingscode bij wilt houden, schakel deze functie dan in zodat de gebruikers onbeperkt zwart-witkopieën/-afdrukken kunnen maken op het apparaat. Als u de functie inschakelt, dan zal het apparaat het aantal zwart-witkopieën/-afdrukken voor elke afdelingscode niet meetellen. Deze optie is alleen beschikbaar voor de kleurenafdrukmodellen. Als functie Afdelingsbeheer is ingeschakeld, dan kan functie Geen limiet zwart niet worden ingeschakeld. 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [GEEN LIMIET ZWART]. Het scherm ONBEPERKT ZWART KOPIE/PRINT wordt weergegeven. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op [AAN] om functie Geen limiet zwart te gebruiken. Druk op [UIT] om dit niet te doen. De instelling voor Onbeperkt zwart kopie/print wordt opgeslagen. 148 AFDELING BEHEER
151 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) De geregistreerde quota instellen Met deze functie kunt u in één bewerking de quota voor alle afdelingen terugzetten naar de standaardquota. 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [VASTGELEGD QUOTUM INSTELLEN]. Bericht Weet u het zeker? wordt weergegeven in scherm BEVESTIGING. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op [JA]. De quota voor alle afdelingen zijn nu teruggezet op de standaardquota. Druk op [] om te annuleren. AFDELING BEHEER 149
152 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Alle afdelingstellers resetten U kunt alle afdelingstellers wissen. Met deze bewerking wist u alleen de afdelingstellers. De totaalteller kan niet worden gewist. 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [RESET ALLE TELLERS]. Bericht WISSEN OK? wordt weergegeven in het scherm BEVESTIGING. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op [JA]. Alle afdelingstellers zijn nu gewist. Druk op [] om het wissen te annuleren. 150 AFDELING BEHEER
153 3 BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) 3.BEHEER VAN TELLERS (TELLERMENU) Alle afdelingscodes verwijderen U kunt alle geregistreerde afdelingscodes verwijderen. 1 Druk in menuscherm AFD.BEHEER op [WIS ALLES]. Bericht Verwijderen OK? wordt weergegeven in het scherm BEVESTIGING. 2 Raadpleeg voor instructies over het weergeven van scherm AFD. BEHEER de volgende pagina: P.138 Aanmelden als beheerder Druk op [JA]. Alle afdelingstellers zijn nu verwijderd. Druk op [] om het verwijderen te annuleren. AFDELING BEHEER 151
154
155 4.BIJLAGE Letters instellen Toetsenbord op scherm Numeriek toetsenpaneel op scherm Afdrukformaat lijsten TOTAALTELLERLIJST AFDELINGSCODELIJST ADRESBOEKINFORMATIE GROEPNUMMERINFORMATIE FUNCTIELIJST (Gebruiker) NIC-configuratiepagina FUNCTIELIJST (Beheerder) PS3-lettertypelijst PCL-lettertypelijst...183
156 4 BIJLAGE Letters instellen Wanneer een tekenstring of faxnummer ingevoerd moet worden, wordt op het scherm een toetsenbord weergegeven. Geef de tekens of cijfers in door de knoppen op het scherm aan te raken. Cijfers kunnen ook met de digitale toetsen op het bedieningspaneel worden ingevoerd. Wanneer u na afronding op [OK] drukt, verandert het weergegeven scherm. Toetsenbord op scherm Naam item Basis Symbool Anders Caps Lock Shift Spatie Back Space Wis AFBREKEN OK Omschrijving Druk hierop om toegang te krijgen tot de standaardtoetsen. Druk hierop om toegang te krijgen tot de anders toetsen. Druk hierop om toegang te krijgen tot de speciale toetsen. Druk op deze toets om te schakelen tussen hoofdletters en kleine letters. Druk op deze toets om hoofdletters in te voeren. Druk hierop om een spatie in te voeren. Druk op een van deze toetsen om de cursor te verplaatsen. Druk hierop om de letter vóór de cursor te wissen. Druk hierop om alle ingevoerde letters te wissen. Druk hierop om het invoeren van letters te annuleren. Druk hierop om alle ingevoerde letters op te slaan. 154 Letters instellen
157 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE USB-toetsenbord Als een in de markt verkrijgbaar USB-toetsenbord wordt aangesloten op de USB-poort van het multifunctionele systeem, wordt het mogelijk tekenstrings en faxnummers (behalve [Caps Lock]) vanaf het USB-toetsenbord in te voeren in plaats van het toetsenbord op scherm. Zorg er bij gebruik van een USB-toetsenbord voor dat de instelling in het BEHEERmenu voor toetsenbordlay-out overeenkomt met het aangesloten toetsenbord. P.76 De indeling van het toetsenbord wijzigen De ondersteunde toetsenborden zijn de volgende: 101 toetsenbord (QWERTY-lay-out) 102/105 toetsenbord (QWERTZ-lay-out) 102/105 toetsenbord (AZERTY-lay-out) Er is geen garantie dat elk toetsenbord juist zal werken. Numeriek toetsenpaneel op scherm Wanneer een faxnummer ingevoerd moet worden, wordt het volgende scherm weergegeven. Druk op [Pauze] om - in te voeren. Een - in een faxnummer voegt een pauze van drie seconden toe aan het draaien van het nummer. U kunt ook de cijfertoetsen op het bedieningspaneel gebruiken om de faxnummers in te voeren. Letters instellen 155
158 4 BIJLAGE Afdrukformaat lijsten TOTAALTELLERLIJST Uitvoervoorbeeld van TOTAALTELLERLIJST (de inhoud is tussen kleuren- en monochrome modellen deels verschillend). TOTAL COUNTER LIST S/N:CME FIN S/N:FIN S/N- TOTAL : :18 XXXXXXXX XXXXXXXXXX DF TOTAL :9999 PRINT COUNTER TOTAL TOTAL FULL COLOR TWIN/MONO COLOR BLACK TOTAL COPY FAX PRINTER LIST COPY FULL COLOR TWIN/MONO COLOR BLACK TOTAL SMALL LARGE TOTAL FAX FULL COLOR TWIN/MONO COLOR BLACK TOTAL SMALL LARGE TOTAL PRINTER FULL COLOR TWIN/MONO COLOR BLACK TOTAL SMALL LARGE TOTAL LIST FULL COLOR TWIN/MONO COLOR BLACK TOTAL SMALL LARGE TOTAL CALIBRATION COUNTER :2 156 Afdrukformaat lijsten
159 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE AFDELINGSCODELIJST Uitvoervoorbeeld van AFDELINGSCODELIJST (de inhoud is tussen kleuren- en monochrome modellen deels verschillend). DEPARTMENT CODE LIST TIME : :53 DEPT NO. D 1 01 DEPARTMENT QUOTA PRINT COUNTER FULL COLOR COPY PRINT TOTAL SMALL LARGE TWIN/MONO COLOR COPY PRINT TOTAL SMALL LARGE BLACK COPY FAX PRINT LIST TOTAL SMALL LARGE FAX COMMUNICATION SCAN COUNTER TRANSMIT RECEPTION FULL COLOR COPY NETWORK TWIN/MONO COLOR COPY BLACK COPY FAX NETWORK SMALL LARGE SMALL LARGE DEPT NO. DEPARTMENT D 2 02 QUOTA PRINT COUNTER FULL COLOR COPY PRINT TOTAL LIMIT LARGE TWIN/MONO COLOR COPY PRINT TOTAL SMALL LARGE Afdrukformaat lijsten 157
160 4 BIJLAGE ADRESBOEKINFORMATIE Afdrukvoorbeeld van de ADRESBOEKINFORMATIE ADDRESS BOOK INFORMATION TIME : :47 FAX NO.1 : FAX NO.2 : NAME : MFP_ NO. NAME FAX NUMBER/ ADDRESS QUALITY TX TX TYPE LINE ECM ATT 001 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 002 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 003 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 004 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 005 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 006 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 007 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 008 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 009 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 010 User OFF MEMORY OFF 0 [email protected] 011 User OFF MEMORY OFF OFF 0 [email protected] 012 User OFF MEMORY OFF OFF 0 [email protected] 158 Afdrukformaat lijsten
161 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE GROEPNUMMERINFORMATIE Afdrukvoorbeeld van de GROEPNUMMERINFORMATIE GROUP NUMBER INFORMATION TIME : :47 FAX NO.1 : FAX NO.2 : NAME : MFP_ NO. NAME ADDRESS BOOK 001 Group Group Group Address Fax Number Afdrukformaat lijsten 159
162 4 BIJLAGE FUNCTIELIJST (Gebruiker) Uitvoervoorbeeld van FUNCTIELIJST (Gebruiker) (de inhoud is tussen kleuren- en monochrome modellen deels verschillend). FUNCTION LIST S/N : CME F/W Ver. : XXXXXXXXXXXX M-ROM Ver. : 140M-015 S-ROM Ver. : 140S-01 TIME : :47 FAX NO.1 : FAX NO.2 : NAME : MFP_ GENERAL TOTAL COUNTER : 9999 DRAWER DRAWER 1 : LT DRAWER 2 : A3 DRAWER 3 : A4-R DRAWER 4 : B5 AUTO CLEAR : 45 COPY SCAN EXPOSURE FOR COLOR : MANUAL EXPOSURE FOR BLACK : AUTO COLOR MODE : BLACK IMAGE DIRECTION : DISABLE BYPASS FEED : PLAIN ORIGINAL MODE FOR COLOR : TEXT/PHOTO ORIGINAL MODE FOR BLACK : TEXT/PHOTO ORIGINAL MODE FOR AUTO COLOR : TEXT/PHOTO OMIT BLANK PAGE ADJUSTMENT : 0 ACS ADJUSTMENT : 2 COLOR MODE : BLACK COMPRESS : MID B/W ADJUSTMENT IN ACS : 3 ROTATION : 0 SINGLE/2-SIDED SCAN : SINGLE IMAGE QUALITY FOR BLACK : STANDARD PREVIEW SETTING : OFF INITIAL PREVIEW TYPE : PAGE FIT OMIT BLANK PAGE ADJUSTMENT : 0 ACS ADJUSTMENT : 2 COLOR RESOLUTION : 200dpi ORIGINAL MODE : TEXT EXPOSURE : AUTO BACKGROUND ADJUSTMENT : Voor meer informatie over de items afgedrukt in de FUNCTIELIJST, zie de volgende pagina: P.163 FUNCTIELIJST (Beheerder) 160 Afdrukformaat lijsten
163 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE NIC-configuratiepagina Afdrukvoorbeeld van de NIC-configuratiepagina =================================================================================== Unit Serial No : CME Version : XXXXXXXXXXXX Network Address : 00:40:af:7e:28:55 Network Topology : Ethernet Connector: RJ45 Network Mode : Auto Novell Network Information enabled Print Server Name : MFP_ Password Defined : Search Root not defined Directory Services Tree : ORG Directory Services Context: dept1.org Scan Rate : 5 Frame Type : Auto Sense TCP/IP Network Information for IPv4 enabled Address Mode : Static IP IP Address : Subnet Mask : Default Gateway : Primary DNS Server : DNS Name : Host Name : MFP Primary WINS Server : NetBIOS Name : MFP IPP Network Information IPP without SSL IPP with SSL enabled : : AppleTalk Network Information enabled AppleTalk Printer Name : MFP00C67861 AppleTalk Zone : * AppleTalk Type : LaserWriter =================================================================================== Novell Connection Information File System Server Name : NWSRV Queue Name : MFP_QUEUE AppleTalk Connection Information AppleTalk Printer Name : MFP00C67861 Raw Socket Connection Information Port Number : 9100 Serienummer apparaat Versie Netwerkadres Netwerktopologie Connector Netwerkmodus Novell-netwerkinformatie Printservernaam Wachtwoord gedefinieerd Hoofdmap voor zoeken Boomstructuur directory services Context directory services Scansnelheid Frametype TCP/IP-netwerkinformatie voor IPv4 Adresmodus Het serienummer van dit apparaat De systeemversie van dit apparaat Het MAC-adres van dit apparaat Het netwerktype Het connectortype De netwerkmodus De Novell-printernaam van dit apparaat Geeft aan of het wachtwoord is gedefinieerd. De ingestelde hoofdmap voor zoeken van dit apparaat De instelling voor NDS-structuur van dit apparaat De ingestelde NDS-context van dit apparaat De ingestelde scansnelheid van dit apparaat De ingestelde frametype van dit apparaat De TCP/IP-adresmodus van dit apparaat Afdrukformaat lijsten 161
164 4 BIJLAGE IP-adres Subnetmasker Default gateway Primaire DNS-server DNS-naam Hostnaam Primaire WINS-server NetBIOS-naam IPP-netwerkinformatie IPP zonder SSL IPP met SSL AppleTalk-netwerkinformatie AppleTalk-printernaam AppleTalk-zone AppleTalk-type Novell-verbindingsinformatie Bestandssysteemservernaam Wachtrijnaam AppleTalk-verbindingsinformatie AppleTalk-printernaam Raw Socket-verbindingsinformatie Poortnummer TCP/IP-netwerkinformatie voor IPv6 LLMNR Link Local Address Adresmodus IP-adres Prefixlengte Default gateway Primaire IPv6 DNS-server Secundaire IPv6 DNS-server Het IP-adres van dit apparaat Het subnetmasker van dit apparaat De default gateway van dit apparaat De primaire DNS-server van dit apparaat De DNS-naam van dit apparaat De hostnaam van dit apparaat De primaire WINS-server van dit apparaat De NetBIOS-naam van dit apparaat URL voor het IPP-printen URL voor het IPP-printen met SSL De AppleTalk-printernaam van dit apparaat De AppleTalk-zone van dit apparaat Het AppleTalk-printertype van dit apparaat De NetWare-bestandssysteemservernaam waarmee dit apparaat verbonden is De NetWare-wachtrijnaam waarmee dit apparaat verbonden is De AppleTalk-printernaam van dit apparaat Het poortnummer voor het RAW-printen Het ingestelde LLMNR (Linklocal Multicast Name Resolution)-protocol Het link local-adres van dit apparaat De IPv6-adresmodus Het IPv6-adres van dit apparaat De prefixlengte van het IPv6-adres Het default gateway-adres van dit apparaat Het primaire IPv6 DNS-serveradres Het secundaire IPv6 DNS-serveradres 162 Afdrukformaat lijsten
165 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE FUNCTIELIJST (Beheerder) Uitvoervoorbeeld van FUNCTIELIJST (Beheerder) (de inhoud is tussen kleuren- en monochrome modellen deels verschillend). FUNCTION LIST S/N : CME F/W Ver. : XXXXXXXXXXXX M-ROM Ver. : 140M-015 S-ROM Ver. : 140S-01 TIME : :47 FAX NO.1 : FAX NO.2 : NAME : MFP_ GENERAL TOTAL COUNTER : 9999 MAIN / PAGE MEMORY SIZE : 2048 MB / 512 MB DRAWER 1 : LT DRAWER 2 : LD DRAWER 3 : LT-R DRAWER 4 : A4 AUTO CLEAR : 45 ENERGY SAVER WEEKLY TIMER ON OFF TIMER SUNDAY : 00:00:00 24:00:00 TIMER MONDAY : 00:00:00 24:00:00 TIMER TUESDAY : 00:00:00 24:00:00 TIMER WEDNESDAY : 00:00:00 24:00:00 TIMER THURSDAY : 00:00:00 24:00:00 TIMER FRIDAY : 00:00:00 24:00:00 TIMER SATURDAY : 00:00:00 24:00:00 ENABLE WEEKLY TIMER : DISABLE AUTO POWER SAVE : 15 SLEEP MODE : 60 SUPER SLEEP : DISABLE DAYLIGHT SAVINGS TIME ENABLE DAYLIGHT SAVINGS TIME : DISABLE OFFSET : +1:00 START DATE : Jan IST Sun 0:0 END DATE : Jan 1ST Sun 0:0 DATA CLONING FUNCTION : ENABLE USB DIRECT PRINT : ENABLE FUNCTIONS SAVE AS LOCAL HDD : ENABLE E-FILING : ENABLE SEND : ENABLE SAVE AS FTP : ENABLE SAVE AS FTPS : ENABLE De functielijst voor een beheerder toont de lijst met instellingen voor alle functies. De volgende tabel toont alle functies die worden afgedrukt in een beheerdersfunctielijst en de kolom "Gebruiker" geeft aan of de functie wordt afgedrukt in een gebruikersfunctielijst. In de tabel wordt elke functie ook beschreven. (Afgedrukte items zijn deels verschillend, afhankelijk van het feit of de harde schijf wel of niet is geïnstalleerd.) ALGEMEEN Functie Omschrijving Gebruiker TOTAAL TELLER Toont de totaalteller. JA ALGEMENE / PAGINAGEHEUGENGROOTTE Toont de algemene en de paginageheugengrootte. LADE - LADE 1 Toont het papierformaat van lade 1. JA LADE - LADE 2 Toont het papierformaat van lade 2. JA LADE - LADE 3 *1 Toont het papierformaat van lade 3. JA LADE - LADE 4 *2 Toont het papierformaat van lade 4. JA LADE Toont het papierformaat van de extragrote papierinvoer - EXTRA GROOT PAPIERINVOERMAGAZIJN *3 LADE - EXTERNE EXTRAGROTE PAPIERINVOER *4 Toont het papierformaat van de extragrote papierinvoer JA JA Afdrukformaat lijsten 163
166 4 BIJLAGE ALGEMEEN Functie Omschrijving Gebruiker AUTO WIS SPAARSTAND - AAN/UIT-SCHAKELKLOK SPAARSTAND - AUTOMATISCHE ENERGIEBESPARENDE STAND Toont de tijd (in seconden) waarna het aanraakscherm de vorige instellingen wist en terugkeert naar het beginscherm. Toont de tijd waarop de energiebesparende stand (inschakeltijd) ingaat en de tijd waarop de energiebesparende stand (uitschakeltijd) uitgaat op elk van de dagen (zondag tot zaterdag). Toont de tijd waarna de energiebesparende stand ingaat (in minuten). SPAARSTAND - SLAAPSTAND Toont de tijd waarna de slaapstand ingaat (in minuten). SPAARSTAND - SUPER-SLAAPSTAND Toont of de super-slaapstand is ingeschakeld of uitgeschakeld. ZOMERTIJD - ZOMERTIJD INSCHAKELEN Toont of de zomertijd is ingeschakeld of uitgeschakeld. ZOMERTIJD - TIJDVERSCHIL Toont het tijdverschil met de lokale standaardtijd. ZOMERTIJD - BEGINDATUM / EINDDATUM Toont de begin- en einddatum en -tijd voor de zomertijd. GEGEVENSKOPIEERFUNCTIE DIRECT AFDRUKKEN VANAF USB FUNCTIES - OPSLAAN ALS LOKALE HDD FUNCTIES - E-FILING FUNCTIES - VERZENDEN FUNCTIES - OPSLAAN ALS FTP FUNCTIES - OPSLAAN ALS FTPS FUNCTIES - OPSLAAN OP USB-MEDIUM FUNCTIES - OPSLAAN ALS SMB FUNCTIES - OPSLAAN ALS NETWARE FUNCTIES - INTERNETFAX VERZENDEN Toont of de gegevenskopieerfunctie is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Direct afdrukken vanaf USB is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Opslaan als lokale HDD is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie e-filing is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de verzending is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Opslaan als FTP is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Opslaan als FTPS is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Opslaan op USB-medium is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Opslaan als SMB is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Opslaan als NetWare is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de internetfaxverzending is ingeschakeld of uitgeschakeld. FUNCTIES - FAX VERZENDEN Toont of de faxverzending is ingeschakeld of uitgeschakeld. FUNCTIES - WEBSERVICES-SCAN FUNCTIES - TWAIN-SCANNEN FUNCTIES - SCANNEN NAAR EXTERNE CONTROLLER FUNCTIES - NETWERKFAX Toont of de functie Webservices-scan is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie TWAIN-scannen is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Scannen naar externe controllers is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Netwerkfaxen is ingeschakeld of uitgeschakeld. 164 Afdrukformaat lijsten
167 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE ALGEMEEN Functie Omschrijving Gebruiker FUNCTIES - NETWERKINTERNETFAX TAAK OVERSLAAN - TAAK OVERSLAAN INSCHAKELEN ADRESBOEKBEPERKING DOOR BEHEERDER HARDCOPY-BEVEILIGINGSPRINTEN - KOPIËREN TEGENHOUDEN HARDCOPY-BEVEILIGINGSPRINTEN - SCANNEN TEGENHOUDEN HARDCOPY-BEVEILIGINGSPRINTEN - AFDRUKKEN TEGENHOUDEN VERTROUWELIJKHEIDSINSTELLING - DOCUMENTNAAM POP-UP - PAPIERLADE POP-UP - PAPIERSTORING HERSTELLEN POP-UP - DIK PAPIER INSTELLEN Toont of de functie Netwerkinternetfaxen is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Taak overslaan is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het bewerken van het adresboek beperkt is door de beheerder. Toont of het kopiëren van het document moet worden tegengehouden. Toont of het scannen van het document moet worden tegengehouden. Toont of het afdrukken van het document moet worden tegengehouden. Toont of de vertrouwelijkheidsinstelling in het scherm TAAKSTATUS of het scherm AFDRUKKEN is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het pop-upvenster voor de lade-instelling is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het pop-upvenster na het verwijderen van vastgelopen papier is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het pop-upvenster voor instelling dik 1 is ingeschakeld of uitgeschakeld. *1 LADE 3 wordt alleen afgedrukt als lade 3 geïnstalleerd is. *2 LADE 4 wordt alleen afgedrukt als lade 4 geïnstalleerd is. *3 "EXTRAGROTE PAPIERINVOER" wordt alleen afgedrukt wanneer de extragrote papierinvoer is geïnstalleerd. *4 "EXTRA GROTE PAPIERINVOER" wordt alleen afgedrukt wanneer de extra grote papierinvoer is geïnstalleerd. KOPIËREN Functie Omschrijving Gebruiker BELICHTING VOOR KLEUR *1 BELICHTING VOOR ZWART *1 Toont de standaardinstelling voor belichting voor kleurkopieën. Toont de standaardinstelling voor belichting voor zwarte kopieën. JA JA BELICHTING *2 Toont de standaardinstelling voor belichting voor kopieën. JA KLEURENMODUS *1 Toont de standaardkleurmodus voor kopiëren. JA BEELDRICHTING Toont of de beeldrichtingfunctie is ingeschakeld of uitgeschakeld. JA HANDINVOER Toont de standaardpapiersoort van de handinvoer. JA INVOERDER/ACHTERKAFT OMKEREN *3 TAB - AFMETING - LADE - TABAFMETING *3 TAB - AFMETING - LADE - VERPLAATSING *3 TAB - AFMETING - HANDINVOER - TABAFMETING *3 TAB - AFMETING - HANDINVOER - VERPLAATSING *3 Toont of de functie 'Invoerder/Achterkaft omkeren' is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont de ingestelde tabafmeting bij tabbladen ingevoerd vanuit een lade. Toont de ingestelde afmeting voor verplaatsen bij tabbladen ingevoerd vanuit een lade. Toont de ingestelde tabafmeting bij tabbladen ingevoerd vanaf de handinvoer. Toont de ingestelde afmeting voor verplaatsen bij tabbladen ingevoerd vanaf de handinvoer. JA JA JA JA JA Afdrukformaat lijsten 165
168 4 BIJLAGE KOPIËREN Functie Omschrijving Gebruiker ORIGINELE MODUS VOOR KLEUR *1 Toont de standaard originele modus voor kleurkopieën. JA ORIGINELENMODUS VOOR ZWART Toont de standaard originele modus voor zwarte kopieën. JA ORIGINELE MODUS VOOR AUTO KLEUR *1 SLA LEGE PAGINA OVER AANPASSING Toont de standaard originele modus voor automatische kleurkopieën. Toont het instelniveau voor het overslaan van lege pagina's. JA JA ACS-AANPASSING *1 Toont het ACS-instelniveau. JA MAX. KOPIEËN Toont het maximale aantal kopieën die ingesteld kunnen worden. AUTOM. 2-ZIJDIG Toont de standaard automatische 2-zijdige modus. PRIORITEIT SORTEERMODUS Toont de standaardsorteermodus. STANDAARD MODUS VOOR AUTO KLEUR *1 AUTOMATISCH WISSELEN VAN PAPIERLADE PAPIER UIT VERSCHILLENDE RICHTING AUTO UITVOERWISSEL (CASCADE AFDRUK) PRINTEN PAUZEREN BIJ LEGE NIETER PRT PAUZEREN BIJ VOLLE AFVALBAK PERFORATIE BUITENKANT WISSEN ORIGIL Toont de standaard automatische kleurmodus voor kopiëren. Toont of de functie Automatisch wisselen van papierbron is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Papier van andere richting is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Automatisch uitvoerlade wisselen (cascade-afdruk) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of dit apparaat het afdrukken onderbreekt wanneer de nietmachine leeg is. Toont of het apparaat doorgaat met afdrukken als de perforatie-eenheidafvalbak vol is. Toont of de functie Buitenkant wissen origineel is ingeschakeld of uitgeschakeld. *1 Wordt alleen afgedrukt bij kleurenmodellen. *2 Wordt alleen afgedrukt bij monochrome modellen. *3 Wordt alleen afgedrukt bij modellen die kopiëren op tabbladen ondersteunen. SCANNEN Functie Omschrijving Gebruiker KLEURENMODUS Toont de standaardkleurmodus voor scannen. JA COMPRESSIE Toont de standaardinstelling voor compressie. JA ZWART/WITAANPASSING VOOR STANDAARD Toont de standaard zwart-witresolutie in ACS. JA ROTEREN Toont de standaardrotatiemodus. JA ENKEL-/DUBBELZIJDIGE SCAN Toont de standaard dubbelzijdige scanmodus. JA BEELDKWALITEIT VOOR ZWART VOORBEELD INSTELLING *1 Toont de standaardbeeldkwaliteitsinstelling die van toepassing is bij het scannen van een zwart origineel in automatische kleurmodus. Toont of de voorbeeldfunctie is ingeschakeld of uitgeschakeld. JA JA EERSTE VOORBEELDTYPE *1 Toont het standaardvoorbeeldtype. JA SLA LEGE PAGINA OVER AANPASSING Toont het instelniveau voor het overslaan van lege pagina's. JA 166 Afdrukformaat lijsten
169 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE SCANNEN Functie Omschrijving Gebruiker ACS-AANPASSING Toont het ACS-instelniveau. JA KLEUR - RESOLUTIE Toont de resolutie voor kleurscans. JA KLEUR - ORIGINELE MODUS Toont de standaard originele modus voor kleurscans. JA KLEUR - BELICHTING Toont de standaardinstelling voor belichting voor kleurscans. JA KLEUR - ACHTERGRONDINSTELLING Toont de standaardachtergrondinstelling voor kleurscans. JA GRIJSTINTEN - RESOLUTIE Toont de resolutie voor grijstintenscans. JA GRIJSTINTEN - BELICHTING GRIJSTINTEN - ACHTERGRONDINSTELLING Toont de standaardinstelling voor belichting voor grijstintenscans. Toont de standaardachtergrondinstelling voor grijstintenscans. JA JA ZWART - RESOLUTIE Toont de resolutie voor zwarte scans. JA ZWART - ORIGINELE MODUS Toont de standaard originele modus voor zwarte scans. JA ZWART - BELICHTING ZWART - ACHTERGRONDINSTELLING *1 Wordt alleen afgedrukt bij kleurenmodellen. Toont de standaardinstelling voor belichting voor zwarte scans. Toont de standaardachtergrondinstelling voor zwarte scans. JA JA FAXEN Functie Omschrijving Gebruiker FAX-ROMVERSIE Toont de ROM-versie van het faxapparaat. JA RESOLUTIE ORIGIN. MODUS BELICHTING Toont de standaardresolutie-instelling voor een fax/ internetfaxoverdracht. Toont de standaard originele modus voor een fax/ internetfaxoverdracht. Toont de standaardbelichtingsinstelling voor een fax/ internetfaxoverdracht. JA JA JA TX TYPE *1 Toont het standaardoverdrachtstype. JA TTI Toont of de TTI is ingeschakeld of uitgeschakeld. RTI Toont of de RTI is ingeschakeld of uitgeschakeld. JA ECM *1 Toont of de ECM is ingeschakeld of uitgeschakeld. JA VOORBEELD INSTELLING *3 Toont of de voorbeeldfunctie is ingeschakeld of uitgeschakeld. EERSTE VOORBEELDTYPE *3 Toont het standaardvoorbeeldtype. INITIËLE INSTELLING - MONITORVOLUME *1 Toont de monitorvolume-instelling. INITIËLE INSTELLING Toont de voltooiingsvolume-instelling. - VOLTOOIINGSTOONVOLUME *1 INITIËLE INSTELLING - RX MODUS *1 Toont de standaard RX-modus. INITIËLE INSTELLING - BELTYPE *1 Toont het beltype van lijn 1. INITIËLE INSTELLING - BELTYPE (LIJN 2) *2 Toont het beltype van lijn 2. Afdrukformaat lijsten 167
170 4 BIJLAGE FAXEN Functie Omschrijving Gebruiker LIJN-2 MODUS *2 Toont de lijn-2 modus. LIJN-2 MODUS - START *2 LIJN-2 MODUS - EINDE *2 ONTVANGEN FAXEN AFDRUKKEN - GEDEELTELIJK ONTVANGEN FAXEN AFDRUKKEN - VERKLEIND ONTVANGEN FAXEN AFDRUKKEN - DUBBELZIJDIG AFDRUKKEN *1 ONTVANGEN FAXEN AFDRUKKEN - ROTATIESORTERING *1 HERVATTEN VERZENDING *1 HERVATTEN VERZENDING - OPSLAGTIJD *1 DOORSTUREN ONTVANGEN FAX - AGENT1 *1 DOORSTUREN ONTVANGEN FAX - AGENT2 *1 DOORSTUREN ONTVANGEN FAX (REGEL2) - AGENT1 *1 DOORSTUREN ONTVANGEN FAX (REGEL2) - AGENT2 *1 BEVEILIGD ONTVANGEN - TIMER *1 BEVEILIGD ONTVANGEN - BEVEILIGD ONTVANGEN INSCHAKELEN *1 Toont de starttijd om Lijn 2 enkel te gebruiken voor ontvangst. Dit is enkel van toepassing wanneer "ENKEL RX (KLOK)" is ingesteld op de LIJN-2 MODUS. Toont de eindtijd om Lijn 2 enkel te gebruiken voor ontvangst te beëindigen. Dit is enkel van toepassing wanneer "ENKEL RX (KLOK)" is ingesteld op de LIJN-2 MODUS. Toont of gedeeltelijk afdrukken is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of verkleind afdrukken is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of dubbelzijdig afdrukken is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of rotatiesortering is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het hervatten van een verzending is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont hoeveel uren een verzending moet worden opgeslagen alvorens te hervatten. Toont het agenttype als de functie Doorsturen ontvangen fax is geregistreerd. Toont het agenttype als de functie Doorsturen ontvangen fax is geregistreerd. Toont het agenttype van regel 2 als de functie Doorsturen ontvangen fax is geregistreerd. Toont het agenttype van regel 2 als de functie Doorsturen ontvangen fax is geregistreerd. Toont de tijd waarop de stand voor beveiligd ontvangen (inschakeltijd) ingaat en de tijd waarop deze stand (uitschakeltijd) uitgaat op elk van de weekdagen (zondag tot zaterdag). Toont of beveiligd ontvangen is ingeschakeld of uitgeschakeld. *1 Deze worden alleen afgedrukt wanneer het faxapparaat is geïnstalleerd. *2 Deze worden alleen afgedrukt wanneer het faxapparaat en de 2de lijn voor faxapparaat zijn geïnstalleerd. *3 Wordt alleen afgedrukt bij kleurenmodellen. E-FILING Functie Omschrijving Gebruiker MODUS AFBEELDINGEN AFDRUKKEN *1 Toont de standaardbeeldmodus voor afdrukken. JA *1 Wordt alleen afgedrukt bij kleurenmodellen. BESTAND Functie Omschrijving Gebruiker ONDERHOUD Toont of de opslagbeheerfunctie is ingeschakeld of uitgeschakeld. 168 Afdrukformaat lijsten
171 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE BESTAND Functie Omschrijving Gebruiker OPSLAGONDERHOUD Toont hoeveel dagen de gegevens worden bijgehouden in de lokale map. Dit is enkel van toepassing wanneer de onderhoudsfunctie is ingeschakeld. Functie Omschrijving Gebruiker GROOTTE BERICHTFRAGMENT (KB) ADRES AFZENDER NAAM AFZENDER AANTAL NIEUWE POGINGEN Toont de berichtfragmentgrootte die van toepassing is op een overdracht. Toont het adres van de afzender dat van toepassing is op een overdracht. Toont de naam van de afzender die van toepassing is op een overdracht. Toont hoe vaak het multifunctionele systeem heeft geprobeerd een te versturen wanneer dit eerder mislukt is. INTERVAL NIEUWE POGING Toont het interval van de overdracht. BCC-ADRESWEERGAVE ONDERWERP BEWERKEN DE DATUM EN TIJD AAN HET ONDERWERP TOEVOEGEN Toont of het weergeven van het BCC-adres is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het bewerken van het onderwerp is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het toevoegen van de datum en de tijd aan het e- mailonderwerp is ingeschakeld of uitgeschakeld. STANDAARDONDERWERP Toont het standaardonderwerp van de . INTERNETFAX Functie Omschrijving Gebruiker GROOTTE PAGINAFRAGMENT (KB) BERICHTTEKST VERZENDEN ADRES AFZENDER NAAM AFZENDER AANTAL NIEUWE POGINGEN Toont de fragmentpaginagrootte die van toepassing is op een internetfaxoverdracht. Toont of het verzenden van de berichttekst is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het adres van de afzender dat van toepassing is op een internetfaxoverdracht. Toont de naam van de afzender die van toepassing is op een internetfaxoverdracht. Toont hoeveel keer dit apparaat probeert een internetfax te verzenden na een mislukte poging. INTERVAL NIEUWE POGING Toont het interval van de internetfaxoverdracht. DOORSTUREN ONTVANGEN INTERNETFAX - AGENT1 DOORSTUREN ONTVANGEN INTERNETFAX - AGENT2 RAPPORTINSTELLING Toont het agenttype als de functie Doorsturen ontvangen internetfax is geregistreerd. Toont het agenttype als de functie Doorsturen ontvangen internetfax is geregistreerd. Functie Omschrijving Gebruiker LOGBOEK - AUTO LOGBOEK - VERZENDLOGBOEK Toont of de functie Logboek automatisch afdrukken is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont hoeveel verzendingen zullen worden afgedrukt in een verzendlogboek. Afdrukformaat lijsten 169
172 4 BIJLAGE RAPPORTINSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker LOGBOEK - ONTVANGSTLOGBOEK FAX RAPPORTAGE - VERZENDEN UIT GEHEUGEN FAX RAPPORTAGE - DIRECT TX FAX RAPPORTAGE - MEERV. VERZENDING FAX RAPPORTAGE - AFROEP FAX RAPPORTAGE - RELAISOORSPRONG FAX RAPPORTAGE - RELAISSTATION FAX RAPPORTAGE - RELAISBESTEMMING ONTVANGSTLIJST - LOKAAL ONTVANGSTLIJST - OP AFSTAND ONTVANGSTLIJST - RELAISSTATION PRINTER/E-FILING Toont hoeveel ontvangsten zullen worden afgedrukt in een ontvangstlogboek. Toont de voorwaarden om een geheugenoverdrachtrapport af te drukken. Toont de voorwaarden om een directe overdrachtrapport af te drukken. Toont de voorwaarden om een multi-overdrachtrapport af te drukken. Toont de voorwaarden om een polling-rapport af te drukken. Toont de voorwaarden om een relaisoorsprongrapport af te drukken. Toont de voorwaarden om een relaisstationrapport af te drukken. Toont de voorwaarden om een relaisbestemmingrapport af te drukken. Toont of een ontvangstlijst al dan niet zal worden afgedrukt na het reserveren van een document naar een mailbox in het apparaat. Toont of een ontvangstlijst al dan niet zal worden afgedrukt na het reserveren van een document naar een mailbox in het apparaat op afstand vanaf een andere fax. Toont of een ontvangstlijst al dan niet zal worden afgedrukt na het ontvangen van een relaisoverdracht van een afzender zoals een relaishub. Functie Omschrijving Gebruiker AUTOMATISCH WISSELEN VAN PAPIERLADE PAPIER UIT VERSCHILLENDE RICHTING GEFORCEERD DOORGAAN (ONGELDIG PAPIER) AUTO UITVOERWISSEL (CASCADE AFDRUK) PRINTEN PAUZEREN BIJ LEGE NIETER PRT PAUZEREN BIJ VOLLE AFVALBAK PERFORATIE INSTELLINGEN BEDRADE 802.1X Toont of de functie Automatisch wisselen van papierbron is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Papier van andere richting is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Geforceerd doorgaan bij ongeldig papier is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functie Automatisch uitvoerlade wisselen (cascade-afdruk) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of dit apparaat het afdrukken onderbreekt wanneer de nietmachine leeg is. Toont of het apparaat doorgaat met afdrukken als de perforatie-eenheidafvalbak vol is. Functie Omschrijving Gebruiker 802.1X INSCHAKELEN Toont of de bedrade 802.1X-verificatie is ingeschakeld of uitgeschakeld. EAP-METHODE Toont de huidige EAP-methode. 170 Afdrukformaat lijsten
173 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE DRAADLOZE INSTELLINGEN Functie Omschrijving Gebruiker DRAADLOZE LAN Toont of de Draadloze LAN-functie is ingeschakeld of uitgeschakeld. DRAADLOZE INSTELLINGEN worden alleen afgedrukt als de Draadloze LAN-module is geïnstalleerd. NETWERKINSTELLING - ALGEMEEN PRODUCT - ALGEMEEN Functie Omschrijving Gebruiker ETHERNETSNELHEID DUPLEXMODUS Toont de Ethernetsnelheidsinstelling. NETWERKINSTELLING - NETWERK - TCP/IP Functie Omschrijving Gebruiker ADRES MODUS Toont de TCP/IP-adresmodus. HOSTNAAM Toont de TCP/IP-adresmodus. IP-ADRES Toont het IP-adres van dit apparaat. SUBNETMASKER Toont het subnetmasker van dit apparaat. DEFAULT GATEWAY Toont het default gateway-adres van dit apparaat. NETWERKINSTELLING - NETWERK - IPv6 Functie Omschrijving Gebruiker IPv6 INSCHAKELEN Toont of het IPv6-protocol is ingeschakeld of uitgeschakeld. LLMNR Toont of de LLMNR (Linklocal Multi-cast Name Resolution) is ingeschakeld of uitgeschakeld. ADRES MODUS Toont de IPv6 -adresmodus. LINK LOCAL ADDRESS Toont het link local-adres van dit apparaat. IP-ADRES Toont het IPv6-adres van dit apparaat. PREFIXLENGTE Toont de prefixlengte van het IPv6-adres. DEFAULT GATEWAY Toont het default gateway-adres van dit apparaat. GEBRUIK DHCPv6-SERVER VOOR OPTIES STATELESS GEBRUIKEN VOOR IP-ADRES (M FLAG) STATELESS GEBRUIKEN VOOR OPTIES (O FLAG) Toont of de optionele informatie wordt verkregen van de DHCPv6-server. Toont of het stateless-gebruik (IP-adresverwerving M flag) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het stateless-gebruik (verwerving optionele informatie O flag) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Afdrukformaat lijsten 171
174 4 BIJLAGE NETWERKINSTELLING - NETWERK - IPv6 Functie Omschrijving Gebruiker IP-ADRES1 PREFIXLENGTE1 DEFAULT GATEWAY1 IP-ADRES2 PREFIXLENGTE2 DEFAULT GATEWAY2 IP-ADRES3 PREFIXLENGTE3 DEFAULT GATEWAY3 IP-ADRES4 PREFIXLENGTE4 DEFAULT GATEWAY4 IP-ADRES5 PREFIXLENGTE5 DEFAULT GATEWAY5 IP-ADRES6 PREFIXLENGTE6 DEFAULT GATEWAY6 IP-ADRES7 PREFIXLENGTE7 DEFAULT GATEWAY7 STATEFUL GEBRUIKEN VOOR IP-ADRES STATEFUL GEBRUIKEN VOOR OPTIES NETWERKINSTELLING - NETWERK - IPX/SPX Het IP-adres, de prefixlengte en de default gateway die worden toegewezen door routers. Toont of het stateful-gebruik (IP-adresverwerving) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het stateful-gebruik (verwerving optionele informatie) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Functie Omschrijving Gebruiker IPX/SPX INSCHAKELEN Toont of het IPX/SPX-protocol is ingeschakeld of uitgeschakeld. FRAME TYPE Toont het frametype dat moet worden geselecteerd. NETWERKINSTELLING - NETWERK - APPLETALK Functie Omschrijving Gebruiker APPLETALK INSCHAKELEN Toont of het AppleTalk-protocol is ingeschakeld of uitgeschakeld. APPARAATNAAM Toont de AppleTalk-apparaatnaam. GEWENSTE ZONE Toont de AppleTalk-zone. 172 Afdrukformaat lijsten
175 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE NETWERKINSTELLING - SESSIE - LDAP-SESSIE Functie Omschrijving Gebruiker LDAP INSCHAKELEN Toont of LDAP is ingeschakeld of uitgeschakeld. KENMERK 1 KENMERK 2 Toont de naam van het schema dat overeenkomt met de LDAP-serverconfiguratie. Toont de naam van het schema dat overeenkomt met de LDAP-serverconfiguratie. ZOEKMETHODE Toont de zoekvoorwaarden voor LDAP-zoeken. NETWERKINSTELLING - SESSIE - DNS-SESSIE Functie Omschrijving Gebruiker DNS INSCHAKELEN Toont of de DNS is ingeschakeld of uitgeschakeld. PRIMAIRE DNS SERVER-ADRES Toont het primaire DNS-serveradres indien het is ingesteld. SECUNDAIRE DNS SERVER-ADRES PRIMAIRE DNS SERVER-ADRES (IPv6) SECUNDAIRE DNS SERVER-ADRES (IPv6) NETWERKINSTELLING - SESSIE - DDNS-SESSIE Toont het secundaire DNS-serveradres indien het is ingesteld. Toont het primaire DNS-server IPv6-adres indien het is ingesteld. Toont het secundaire DNS-server IPv6-adres indien het is ingesteld. Functie Omschrijving Gebruiker DDNS INSCHAKELEN Toont of DDNS is ingeschakeld of uitgeschakeld. HOSTNAAM Toont de hostnaam van dit apparaat. DOMEINNAAM Toont de domeinnaam van dit apparaat. BEVEILIGINGSMETHODE Toont de beveiligingsmethode van dit apparaat. PRIMAIRE LOGINNAAM SECUNDAIRE LOGINNAAM NETWERKINSTELLING - SESSIE - SMB-SESSIE Toont de primaire loginnaam als GSS-TSIG geselecteerd is als beveiligingsmethode. Toont de secundaire loginnaam als GSS-TSIG geselecteerd is als beveiligingsmethode. Functie Omschrijving Gebruiker SMB-SERVERPROTOCOL BEPERKING Toont of het SMB-protocol is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de functies Printer delen / Bestand delen al dan niet beperkt zijn. NETBIOS-NAAM Toont de NetBIOS-naam van dit apparaat. INLOGGEN Toont de inloginstelling. WERKGROEP Toont de werkgroep van dit apparaat. DOMEIN Toont de domeinnaam van dit apparaat. PRIMAIRE DOMAIN CONTROLLER BACKUP DOMAIN CONTROLLER AANMELDINGSGEBRUIKERSNAAM Toont het primaire domain controller-adres indien het is ingesteld. Toont het back-up domain controller-adres indien het is ingesteld. Toont de aanmeldingsgebruikersnaam van dit apparaat voor het domein indien deze is ingesteld. Afdrukformaat lijsten 173
176 4 BIJLAGE NETWERKINSTELLING - SESSIE - SMB-SESSIE Functie Omschrijving Gebruiker PRIMAIRE WINS SERVER SECUNDAIRE WINS SERVER SMB-ONDERTEKENING VAN SMB-SERVER SMB-ONDERTEKENING VAN SMB-CLIENT Toont het primaire WINS-serveradres indien het is ingesteld. Toont het secundaire WINS-serveradres indien het is ingesteld. Toont de instelling van de SMB-ondertekening van de SMB-server. Toont de instelling van de SMB-ondertekening van de SMB-client. NETWERKINSTELLING - SESSIE - NETWARE-SESSIE Functie Omschrijving Gebruiker BINDERY INSCHAKELEN Toont of de bindery-modus is ingeschakeld of uitgeschakeld. NDS INSCHAKELEN Toont of de NDS-modus is ingeschakeld of uitgeschakeld. CONTEXT Toont de NDS-context. TREE Toont de NDS-structuur. PREFERRED FILE SERVER Toont de naam van de preferred file-server. NETWERKINSTELLING - SESSIE - BONJOUR-SESSIE Functie Omschrijving Gebruiker BONJOUR INSCHAKELEN Toont of Bonjour is ingeschakeld of uitgeschakeld. LOKALE HOSTNAAM Toont de lokale hostnaam van dit apparaat voor Bonjour. SERVICENAAM Toont de servicenaam van dit apparaat voor Bonjour. NETWERKINSTELLING - SESSIE - LLTD-SESSIE Functie Omschrijving Gebruiker LLTD INSCHAKELEN APPARAATNAAM NETWERKINSTELLING - SESSIE - SLP-SESSIE Toont of het LLTD (Link Layer Topology Discovery)-protocol is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont de apparaatnaam weergegeven in de Netwerkoverzicht. Functie Omschrijving Gebruiker SLP INSCHAKELEN TTL SCOPE Toont of SLP (Service Location Protocol) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont de TTL (Time To Live, een scope in het netwerk dat SLP-service levert). Toont de scope voor het opgeven van de groepen die SLPservices leveren. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - HTTP-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker HTTP-SERVER INSCHAKELEN PRIMARY PORT NUMBER Toont of de HTTP-netwerkservice is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het primaire poortnummer voor de HTTPnetwerkservice. 174 Afdrukformaat lijsten
177 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - HTTP-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker SECONDARY PORT NUMBER SSL INSCHAKELEN SSL-POORTNUMMER Toont het secundaire poortnummer voor de HTTPnetwerkservice. Toont of SSL voor de HTTP-netwerkservice is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het SSL-poortnummer voor de HTTPnetwerkservice. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - SMTP CLIENT-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker SMTP CLIENT INSCHAKELEN Toont of de SMTP-client is ingeschakeld of uitgeschakeld. VERIFICATIE POP BEFORE SMTP Toont of de SMTP-verificatie is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of POP Before SMTP is ingeschakeld of uitgeschakeld. SMTP-SERVERADRES Toont het IP-adres van de SMTP-server dat is toegewezen. LOGINNAAM Toont de loginnaam gebruikt voor SMTP-verificatie. POORTNUMMER SSL INSCHAKELEN Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor het verzenden van een of internetfax naar de SMTPserver. Toont of SSL voor de SMTP-client is ingeschakeld of uitgeschakeld. SSL/TLS Toont het protocol gebruikt voor SSL. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - SMTP SERVER-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker SMTP-SERVER INSCHAKELEN Toont of de SMTP-server is ingeschakeld of uitgeschakeld. POORTNUMMER OFFRAMP GATEWAY INSCHAKELEN OFFRAMP-BEVEILIGING INSCHAKELEN OFFRAMP PRINT INSCHAKELEN ADRES Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor het ontvangen van internetfaxen met behulp van het SMTPprotocol. Toont of de offramp gateway is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de offramp-beveiliging is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de offramp print-functie is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het adres van dit apparaat indien de SMTPserver is ingeschakeld en het is ingesteld. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - IP-BEVEILIGINGSSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker IP-BEVEILIGING INSCHAKELEN Toont of de IP-beveiligingsfunctie is ingeschakeld of uitgeschakeld. NAAM BELEID Toont de beleidsnaam van de IP-beveiligingsfunctie. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - POP3-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker POP3-CLIENT INSCHAKELEN Toont of de POP3-client is ingeschakeld of uitgeschakeld. Afdrukformaat lijsten 175
178 4 BIJLAGE NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - POP3-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker POP3-SERVERADRES VERIFICATIE Toont het IP-adres van de POP3-server indien het is toegewezen. Toont of de POP3-verificatie is ingeschakeld of uitgeschakeld. POP3-LOGINTYPE Toont het POP3-logintype. ACCOUNTNAAM Toont de POP3-accountnaam indien deze is ingesteld. SCANINTERVAL POORTNUMMER SSL INSCHAKELEN SSL-POORTNUMMER Toont het scaninterval waarmee de POP3-server moet controleren op nieuwe berichten (in minuten). Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor toegang tot de POP3-server. Toont of SSL voor de POP3-netwerkservice is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het SSL-poortnummer dat moet worden gebruikt voor toegang tot de POP3-server. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - FTP CLIENT-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker SSL-INSTELLING Toont de status van de FTP SSL-instelling. STANDAARD POORTNUMMER Toont het standaardpoortnummer dat moet worden gebruikt voor het opslaan van een document naar de netwerkmap met behulp van FTP. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - FTP SERVER-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker FTP-SERVER INSCHAKELEN STANDAARD POORTNUMMER SSL INSCHAKELEN SSL-POORTNUMMER Toont of de FTP-serverservice is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het standaardpoortnummer dat moet worden gebruikt voor het ontvangen van gegevens met behulp van FTP. Toont of SSL voor de FTP-netwerkservice is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het SSL-poortnummer dat moet worden gebruikt voor toegang tot de FTP-server. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - WEB SERVICES-INSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker SSL INSCHAKELEN Toont of SSL voor Web Services is ingeschakeld of uitgeschakeld. BESCHRIJVENDE NAAM Toont de weergegeven naam van dit apparaat. WEB SERVICES PRINTER Toont of de Web Service print-functie is ingeschakeld of uitgeschakeld. PRINTERNAAM Toont de printernaam van dit apparaat. PRINTERINFORMATIE Toont de printerinformatie van dit apparaat. WEB SERVICES SCANNER Toont of de Web Service scan-functie is ingeschakeld of uitgeschakeld. SCANNERNAAM Toont de scannernaam van dit apparaat. SCANNERINFORMATIE Toont de scannerinformatie van dit apparaat. 176 Afdrukformaat lijsten
179 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - WEB SERVICES-INSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker VERIFICATIE VOOR PC-GEÏNITIEERDE SCAN Toont de verificatie-instelling wanneer dit apparaat taken ontvangt. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - SNMP-NETWERKSERVICE Functie Omschrijving Gebruiker SNMP INSCHAKELEN Toont of SNMP is ingeschakeld of uitgeschakeld. READ COMMUNITY Toont de read community-naam. SNMP V3 INSCHAKELEN Toont of SNMP V3 is ingeschakeld of uitgeschakeld. SNMP V3 TRAP INSCHAKELEN VERIFICATIE-TRAP INSCHAKELEN WAARSCHUWINGEN TRAP INSCHAKELEN Toont of de SNMP V3 trap is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de verificatie-trap is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of de waarschuwingen-trap is ingeschakeld of uitgeschakeld. IP-TRAPADRES1 Toont het IP-adres dat is ingesteld voor IP-trapadres 1. IP TRAP COMMUNITY Toont de IP Trap community-naam. IPX TRAP-ADRES Toont het IPX trap-adres. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - SNTP-SERVICE Functie Omschrijving Gebruiker SNTP INSCHAKELEN Toont of SNTP is ingeschakeld of uitgeschakeld. PRIMAIR SNTP-ADRES SECUNDAIR SNTP-ADRES POORTNUMMER SCANINTERVAL NTP-VERIFICATIE Toont het primaire SNTP-serveradres indien het is ingesteld. Toont het secundaire SNTP-serveradres indien het is ingesteld. Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor toegang tot de SNTP-server. Toont het scaninterval waarmee de SNTP-server moet worden gecontroleerd voor het aanpassen van de tijdsinstelling. Toont of de NTP-verificatie is ingeschakeld of uitgeschakeld. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - TELNET-SERVICE Functie Omschrijving Gebruiker TELNET INSCHAKELEN POORTNUMMER Toont of de TELNET-service is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor de TELNET-service. GEBRUIKERSNAAM Toont de gebruikersnaam voor de TELNET-service. NETWERKINSTELLING - NETWERKSERVICE - FILTERING Functie Omschrijving Gebruiker IP FILTERING INSCHAKELEN Toont of IP-filtering is ingeschakeld of uitgeschakeld. MAC-ADRESFILTERING INSCHAKELEN Toont of MAC-adresfiltering is ingeschakeld of uitgeschakeld. Afdrukformaat lijsten 177
180 4 BIJLAGE NETWERKINSTELLING - PRINTSERVICE-INSTELLING - RAW TCP PRINT Functie Omschrijving Gebruiker RAW TCP INSCHAKELEN POORTNUMMER Toont of de Raw TCP print-functie is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor Raw TCP printing. NETWERKINSTELLING - PRINTSERVICE-INSTELLING - LPD PRINT Functie Omschrijving Gebruiker LPD INSCHAKELEN Toont of LPR printing is ingeschakeld of uitgeschakeld. POORTNUMMER BANNERS Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor LPR printing. Toont of een banner zal worden afgedrukt voor elke LPRafdrukopdracht. NETWERKINSTELLING - PRINTSERVICE-INSTELLING - IPP PRINT Functie Omschrijving Gebruiker IPP INSCHAKELEN Toont of IPP printing is ingeschakeld of uitgeschakeld. POORT80 INSCHAKELEN Toont of Poort80 wordt gebruikt voor IPP printing. POORTNUMMER Toont het poortnummer dat moet worden gebruikt voor IPP printing. URL Toont de URL voor IPP printing. VERIFICATIE Toont of de verificatie voor IPP printing is ingeschakeld of uitgeschakeld. GEBRUIKERSNAAM Toont de gebruikersnaam voor verificatie. SSL INSCHAKELEN SSL-POORTNUMMER Toont of SSL voor IPP printing is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het SSL-poortnummer dat moet worden gebruikt voor IPP printing. SSL URL Toont de SSL URL voor IPP printing. NETWERKINSTELLING - PRINTSERVICE-INSTELLING - FTP PRINT Functie Omschrijving Gebruiker FTP PRINT INSCHAKELEN Toont of FTP printing is ingeschakeld of uitgeschakeld. PRINTGEBRUIKERSNAAM Toont de gebruikersnaam voor FTP printing. PRINTWACHTWOORD Toont het wachtwoord voor FTP printing. NETWERKINSTELLING - PRINTSERVICE-INSTELLING - NETWARE PRINT Functie Omschrijving Gebruiker PRINTSERVERNAAM Toont de printservernaam van dit apparaat. WACHTWOORD Toont het wachtwoord voor de NetWare-fileserver. SCANINTERVAL AFDRUKWACHTRIJ Toont hoe vaak het apparaat de wachtrij scant op de NetWare-fileserver (in seconden). NETWERKINSTELLING - PRINTSERVICE-INSTELLING - PRINT Functie Omschrijving Gebruiker KOP AFDRUKKEN INSCHAKELEN Toont of de kop al dan niet zal worden afgedrukt voor e- mail printing. 178 Afdrukformaat lijsten
181 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE NETWERKINSTELLING - PRINTSERVICE-INSTELLING - PRINT Functie Omschrijving Gebruiker BERICHTTEKST AFDRUKKEN INSCHAKELEN MAXIMUM TEKST AFDRUKKEN FOUT AFDRUKKEN INSCHAKELEN FOUT DOORSTUREN INSCHAKELEN VERZENDADRES FOUT GEDEELTELIJKE INSCHAKELEN GEDEELTELIJKE WACHTTIJD MDN REPLY PRINTDATACONVERTOR Toont of de eigenlijke berichttekst al dan niet zal worden afgedrukt voor printing. Toont het maximum aantal pagina's om de body-strings van de ontvangen afdrukopdracht af te drukken. Toont of er al dan niet een foutenrapport zal worden afgedrukt. Toont of er al dan niet een foutbericht zal worden verzonden. Toont het adres waarnaar een foutbericht zal worden verzonden, indien het moet worden ingesteld. Toont of het apparaat afdrukken van een deels ontvangen opdracht toelaat. Toont hoe lang het apparaat zal wachten op het ontvangen van gegevens van een gedeeltelijke opdracht alvorens af te drukken (in seconden). Toont of de MDN Reply-functie is ingeschakeld of uitgeschakeld. Functie Omschrijving Gebruiker PRINTDATACONVERTOR INSCHAKELEN OFF DEVICE CUSTOMIZATION ARCHITECTURE Toont of de printdataconvertor is ingeschakeld of uitgeschakeld. Functie Omschrijving Gebruiker POORT INSCHAKELEN Toont of de poort is ingeschakeld of uitgeschakeld. POORTNUMMER Toont het poortnummer. SSL INSCHAKELEN Toont of SSL is ingeschakeld of uitgeschakeld. SSL-POORTNUMMER Toont het SSL-poortnummer. SESSIETIME-OUT Toont de sessietime-out-duur. BEVEILIGINGSINSTELLING - VERIFICATIE - AFDELINGSINSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker AFDELINGSCODE INSCHAKELEN Toont of afdelingscodebeheer is ingeschakeld of uitgeschakeld. ONGELDIGE AFDELINGSCODE BIJ AFDRUKTAAK Toont de afhandelingsmethode voor ongeldige afdruktaken. AFDELINGSBEHEER (KOPIËREN) AFDELINGSBEHEER (FAXEN) AFDELINGSBEHEER (AFDRUKKEN) AFDELINGSBEHEER (SCANNEN) AFDELINGSBEHEER (LIJST) Toont of het afdelingscodebeheer (voor kopiëren) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het afdelingscodebeheer (voor faxen) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het afdelingscodebeheer (voor afdrukken) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het afdelingscodebeheer (voor scannen) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of het afdelingscodebeheer (voor lijsten) is ingeschakeld of uitgeschakeld. Afdrukformaat lijsten 179
182 4 BIJLAGE BEVEILIGINGSINSTELLING - VERIFICATIE - GEBRUIKERSVERIFICATIE-INSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker GEBRUIKERSVERIFICATIE INSCHAKELEN MISLUKTE VERIFICATIE BIJ AFDRUKTAAK AUTOMATISCH VRIJGEVEN BIJ AANMELDEN GASTGEBRUIKER INSCHAKELEN Toont of de gebruikersverificatie is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont de afhandelingsmethode van afdruktaken waarvoor de verificatie mislukt is. Toont of de functie Automatisch vrijgeven bij aanmelden is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont of bediening door gastgebruikers al dan niet wordt toegestaan. VERIFICATIETYPE Toont het verificatietype. BEVEILIGINGSINSTELLING - VERIFICATIE - VERIFICATIE-INSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker VERIFICATIE Toont of de verificatie is ingeschakeld of uitgeschakeld. BEVEILIGINGSINSTELLING - VERIFICATIE - ADRESINSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker INSTELLING ADRES AFZENDER Toont het ingestelde afzenderadres. NAAM AFZENDER Toont de ingestelde afzendernaam. BEPERKINGSINSTELLING VOOR BESTEMMING Toont de beperkingsinstelling voor een bestemming. BEVEILIGINGSINSTELLING - VERIFICATIE - SINGLE SIGN ON-INSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker SINGLE SIGN ON VOOR SCANNEN NAAR Toont of functie Single Sign ON voor functie Scannen naar is ingeschakeld of uitgeschakeld. BEVEILIGINGSINSTELLING - VERIFICATIE - HOME DIRECTORY-INSTELLING Functie Omschrijving Gebruiker BASISMAP INSCHAKELEN Toont of de basismap is ingeschakeld of uitgeschakeld. BASISMAPSERVER Toont de te gebruiken basismapserver. BEVEILIGINGSINSTELLING - CERTIFICAATBEHEER Functie Omschrijving Gebruiker APPARAATCERTIFICATEN Toont het apparaatcertificaattype. BEVEILIGINGSINSTELLING - WACHTWOORDBELEID - BELEID VOOR GEBRUIKERS Functie Omschrijving Gebruiker MINIMALE WACHTWOORDLENGTE Toont de minimaal vereiste wachtwoordlengte. VEREISTEN VOOR TOEPASSEN Toont de niet-toegestane karakters. BLOKKERINGSINSTELLING AANTAL NIEUWE POGINGEN Toont of de blokkeringsinstelling is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het aantal herhaalde pogingen voor het invoeren van het wachtwoord. BLOKKERINGSTIJD Toont de blokkeringstijd (in minuten). GELDIGHEIDSDUUR Toont of het instellen van de geldigheidsduur van het wachtwoord is ingeschakeld of uitgeschakeld. 180 Afdrukformaat lijsten
183 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE BEVEILIGINGSINSTELLING - WACHTWOORDBELEID - BELEID VOOR GEBRUIKERS Functie Omschrijving Gebruiker GELDIGHEIDSDUUR DAG(EN) Toont hoe lang het wachtwoord geldig is (in dagen). BEVEILIGINGSINSTELLING - WACHTWOORDBELEID - BELEID VOOR BEHEERDER, AUDITOR Functie Omschrijving Gebruiker MINIMALE WACHTWOORDLENGTE Toont de minimaal vereiste wachtwoordlengte. VEREISTEN VOOR TOEPASSEN Toont de niet-toegestane karakters. BLOKKERINGSINSTELLING AANTAL NIEUWE POGINGEN Toont of de blokkeringsinstelling is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het aantal herhaalde pogingen voor het invoeren van het wachtwoord. BLOKKERINGSTIJD Toont de blokkeringstijd (in minuten). GELDIGHEIDSDUUR Toont of het instellen van de geldigheidsduur van het wachtwoord is ingeschakeld of uitgeschakeld. GELDIGHEIDSDUUR DAG(EN) Toont hoe lang het wachtwoord geldig is (in dagen). BEVEILIGINGSINSTELLING - WACHTWOORDBELEID - BELEID VOOR E-FILING, PAGINASJABLOONGROEPEN, PAGINASJABLONEN, BEVEILIGDE PDF, SNMP V3, DUPLICEREN, BEVEILIGD ONTVANGEN Functie Omschrijving Gebruiker MINIMALE WACHTWOORDLENGTE Toont de minimaal vereiste wachtwoordlengte. VEREISTEN VOOR TOEPASSEN Toont de niet-toegestane karakters. BLOKKERINGSINSTELLING AANTAL NIEUWE POGINGEN Toont of de blokkeringsinstelling is ingeschakeld of uitgeschakeld. Toont het aantal herhaalde pogingen voor het invoeren van het wachtwoord. BLOKKERINGSTIJD Toont de blokkeringstijd (in minuten). Afdrukformaat lijsten 181
184 4 BIJLAGE PS3-lettertypelijst Afdrukvoorbeeld van de PS3-lettertypelijst 182 Afdrukformaat lijsten
185 4 BIJLAGE 4.BIJLAGE PCL-lettertypelijst Afdrukvoorbeeld van de PCL-lettertypelijst Afdrukformaat lijsten 183
186
187 TREFWOORDENREGISTER Cijfers 1200 dpi AFDRUKKEN eFAX dpi AFDRUKKEN X X-INSTELLINGEN A AANGEPAST ONDERWERP Aanmaken of installeren van duplicaatbestanden...69 Aanmaken van duplicaatbestanden...72 Aanmelden als beheerder Aanpassen van de weergave-instelling...10 ACHTERGRONDINSTELLING...15 ACHTERNAAM...22 ACS-AANPASSING... 12, 14 ADMIN. BERICHT...50 ADMIN. WACHTWOORD ADRES... 20, 100, 102 ADRESBOEK...17 ADRESBOEKINFORMATIE ADRESMODUS... 79, 81, 82, 84 AFD AFDELING BEHEER AFDELINGSCODELIJST Afdelingscodes bewerken Afdelingscodes inschakelen Afdelingscodes verwijderen AFDELINGSTELLER Afdrukformaat lijsten AFDRUKKEN TOTAALTELLER AFDRUKKWALITEIT VOOR ZWART IN ACS...14 AFROEP ALGEMEEN... 9, 16, 49 Alle afdelingscodes verwijderen Alle afdelingstellers resetten APPARAATNAAM...89 APPLETALK INSCHAKELEN...89 AUTO AUTO UITVOERWISSEL (CASCADE AFDRUK)... 97, 119 AUTOM. 2-ZIJDIG...96 AUTOM. VRIJGEVEN PRIVÉ/VASTGEH. AFDRUKKEN Automatisch instellen van het IPv6-protocol Stateful netwerkomgeving...84 Stateless netwerkomgeving...82 AUTOMATISCH WISSELEN VAN PAPIERLADE.96, 118 B BEDIENING TAAK OVERSLAAN...75 BEDRIJF...22 BEELDRICHTING...12 Beheer van certificaten Beheer van de optielicenties...60 Bekijken van de productinformatie...60 BELEIDSNAAM...93 BELICHTING... 12, 13, 15 VOOR KLEUR...12 VOOR ZWART...12 BEPERKING...88 BERICHT , 102 BERICHT PAPIER LEEG...60 BERICHT PAPIER LINKERLADE BIJNA OP...60 BERICHT TONER BIJNA LEEG...60 BERICHTTEKST VERZENDEN , 102 BESTAND BEVEILIGING Bevestigen van groepsleden Bewerken of verwijderen van contactpersonen Bewerken of verwijderen van groepen Bijwerken van uw systeem BINDERY INSCHAKELEN BUITENKANT WISSEN ORIGIL C CODERINGSNIVEAU COMPRESSIE CONTACT INFORM Contactpersonen beheren in het adresboek Contactpersonen registreren vanuit loglijsten Contactpersonen registreren via de USER FUNCTIONS met knop [ADDRESS] Contactpersonen toevoegen of verwijderen Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken op ID-nummer Contactpersonen toevoegen of verwijderen door te zoeken met een zoekreeks Contactpersonen zoeken Contactpersonen zoeken door een zoekreeks in te voeren Contactpersonen zoeken op ID-nummer CONTEXT CONTR CONTROL. INSTELL Controleren van het netwerk D De afdelingscodelijst afdrukken De apparaatinformatie instellen De functie Onbeperkt zwart kopie/print instellen De geregistreerde quota instellen De grofheid van het afdrukken wijzigen De indeling van het toetsenbord wijzigen De kalibratie instellen... 10, 58 De kennisgeving instellen De klok instellen De tellers van de afdelingen terugzetten DESIRED ZONE DHCP INSCHAKELEN (IP-adres)... 83, 85 DHCP INSCHAKELEN (OPTIES)... 81, 83, 85 DIRECT TX E EAP GEBR. NAAM EAP-MD EAP-MSCHAPv EAP-TLS EAP-TTLS Een certificaat importeren Een nieuwe afdelingscode registreren E-FILING , 100 ENCRYPTIE FORCEREN ENKEL-/DUBBELZIJDIGE SCAN ETHERNETSNELHEID DUPLEXMODUS Exporteren van het apparaatcertificaat Exporteren van logs F FABRIEK INST X-verificatie IPsec (IP-beveiliging) TREFWOORDENREGISTER 185
188 FAX NR FAXEN... 13, 98 FOTO...16 Foutmeldingen FQDN-bijwerkmethode... 83, 85 FQDN-optie... 83, 85 FRAMETYPE...86 FUNCTIELIJST Beheerder Gebruiker... 17, 160 G GATEWAY... 79, 81 GEBR. AUTHENTICATIE CODE ALS WACHTW GEBR. WACHTWOORD GEFORCEERD DOORGAAN (ONGELDIG PAPIER) GEHEUGEN Groepen beheren in het adresboek...31 Groepen zoeken...40 Groepen zoeken op ID-nummer...40 GROEPNUMMER...17 GROEPNUMMERINFORMATIE GROOTTE BERICHTFRAGMENT (KB) GROOTTE PAGINAFRAGMENT (KB) H HANDINVOER...12 Handmatige instelling van het IPv6-protocol...81 HERSTELLEN PAPIERSTORING...77 HTTP-SERVER INSCHAKELEN...90 I INLOGGEN...88 INSERTER/ACHTERKAFT OMKEREN...12 Installeren van de duplicaatgegevens...69 Installeren van een optie...61 INSTELLEN DIK PAPIER...77 Instellen IEEE 802.1X-verificatie Instellen overslaan taken...75 Instellen van beveiligde PDF-bestanden Instellen van de aan/uit-schakelklok instellen...55 Instellen van de automatische energiebesparende stand...56 Instellen van de automatische kalibratie...10 Instellen van de automatische wisfunctie...60 Instellen van de energiebesparende standen...55 Instellen van de Ethernetsnelheid...91 Instellen van de faxrapportage Instellen van de HTTP-netwerkservice...90 Instellen van de LDAP-services en de filterfuncties...92 Instellen van de ontvangstlijst Instellen van de optie...77 Instellen van de opties negeren en verkleind afdrukken voor RX print...98 Instellen van de pop-upberichten...77 Instellen van de schermkalibratie...74 Instellen van de slaapstand of super-slaapstand...57 Instellen van de standaardtaal...66 Instellen van de statusmelding...60 Instellen van het AppleTalk-protocol...89 Instellen van het IPX/SPX-protocol...86 Instellen van het kalibratie- en registratiedisplayniveau...58 Instellen van het rapport Instellen van het SMB-protocol...88 Instellen van het TCP/IP-protocol IPv IPv Instellen van IPsec (IP-beveiliging) Instellen van modus Reversed display Instellen van uitvoer van het verzend- / o ntvangstlogboek INSTELLING Instelling van de NetWare-instellingen Instelling van de registratie... 11, 59 INSTELLINGEN DRAADLOOS INTERNETFAX IP FILTERING INSCHAKELEN IP-ADRES IP-adres IPv6-protocol... 81, 82, 84 IPX/SPX AAN K KALIBRATIE... 58, 59 KENMERK KLEURFUNCTIE... 12, 14 KOPIËREN... 12, 58, 96 L LADE LDAP INSCHAKELEN Letters instellen LIJNTEKENINGEN LIJST LIJST/RAPPORT Lijsten afdrukken Link Local Address... 81, 82, 84 LLMNR... 81, 82, 84 LOCATIE LOKAAL M MAC-ADRESFILTERING INSCHAKELEN MAX. KOPIEËN MEERV.VERZ MODUS VOOR ORIGINELEN... 12, 13, 15 N NAAM , 102 NAAM BESTANDSSERVER NDS INSCHAKELEN NetBIOS-naam Netware INSCHAKELEN NETWERK NIC-configuratiepagina Nieuwe contactpersonen creëren Nieuwe groepen creëren NR. PRIMAIRE POORT NR. SECUNDAIRE POORT Numeriek toetsenpaneel op scherm O ONDERWERP ONTVANGEN OP AFSTAND ORIGINELE MODUS VOOR AUTO KLEUR ORIGINELE MODUS VOOR KLEUR ORIGINELE MODUS VOOR ZWART P PAPIER UIT VERSCHILLENDE RICHTING... 96, 118 PAPIERLADE PCL-lettertypelijst TREFWOORDENREGISTER
189 PEAP PREFIX...81 PRESENTATIE...16 PRINT...58 PRINTEN PAUZEREN BIJ LEGE NIETER... 96, 118 PRINTER/E-FILING PRT PAUZEREN BIJ VOLLE PERFORATIE AFVALBAK... 97, 119 PS3-lettertypelijst Q Quotabeheer R REGISTRATIE...58 Reinigen van de hoofdladers en de LED printkoppen...77 RELAIS BESTEMMING RELAIS OORSPRONG RELAIS STATION , 116 RESET VERBINDINGEN...93 RESOLUTIE... 13, 15 ROTEREN...14 S SCANNEN...14 SECUNDAIRE WINS...88 SERVICE TEL. NUM SLA LEGE PAGINA OVER AANPASSING... 12, 14 SLAAPTIMER...57 SMB-PROTOCOL...88 SSL INSCHAKELEN...90 STANDAARD...59 STANDAARDMODUS VAN AUTO KLEUR...96 STANDAARDONDERWERP SUBNETMASKER...79 SUPER-SLAAP...57 T TABAFMETING...12 Toegang tot menu Beheerder...47 Toegang tot menu Gebruiker...8 Toetsenbord op scherm Toevoegen of verwijderen van weergavetalen...63 Toevoegen van een taal...63 TOTAALTELLER TOTAALTELLERLIJST TREE...87 TYPE VOORBEELD... 13, 14 U Uitvoerbeperkingen voor alle afdelingen instellen Uitvoeren van de integriteitscontrole Use Username from Common Name in the User Certificate V Verwijderen van een taal...65 VERZONDEN VOORBEELDINSTELLING... 13, 14 VOORKEUR SORTEERMODUS...96 VOORNAAM...22 W Weergave faxcommunicatieteller voor afdelingscode Weergave printteller voor afdelingscode Weergave scanteller voor afdelingscode Weergeven printteller Weergeven scanteller WIJZIG GEBRUIKERSWACHTWOORD... 44, 121 Wijzigen van de datum en tijd Wijzigen van de weergavetaal... 9 Wijzigen van het beheerderswachtwoord en resetten van het servicewachtwoord Wijzigen van het datumweergave WINS PRIMARY Z Zoeken naar groepen op groepsnaam ZWART/WITAANPASSING VOOR STANDAARD TREFWOORDENREGISTER 187
190 188 TREFWOORDENREGISTER
191 e-studio5540c/6540c/6550c e-studio2040c/2540c/3040c/3540c/4540c e-studio256se/306se/356se/456se e-studio556se/656se/756se/856se e-studio2050c/2550c e-studio2051c/2551c e-studio2555cse/3055cse/3555cse/4555cse/5055cse
192 MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN / MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN MFP-beheerhandleiding , OHSAKI, SHINAGAWA-KU, TOKYO, JAPAN 2012 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden Ver
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN / MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN. Gebruikershandleiding voor AirPrint
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN / MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN Gebruikershandleiding voor AirPrint 2013 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden Volgens de copyrightwet mag deze
Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm
Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen
Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI
Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel
Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN. Instellen en beheren van afdelingscodes
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN Instellen en beheren van afdelingscodes Versie: 22-06-2012 Inleiding Deze handleiding omschrijft het instellen en beheren van de afdelingscodes met de Toshiba e-studio
Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer
Kopiëren Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige kopieertaken op pagina 3-2 Kopieeropties aanpassen op pagina 3-3 Basisinstellingen op pagina 3-4 Afbeeldingsaanpassingen op pagina 3-9 Aanpassingen aan de positie
Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel
Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Handleiding met informatie
Handleiding met informatie Pagina 1 van 1 Handleiding met informatie Er is een groot aantal handleidingen beschikbaar om u te helpen de MFP en de functies ervan te begrijpen. Met behulp van deze pagina
Gebruikershandleiding. AirPrint
Gebruikershandleiding AirPrint VOORWOORD We hebben ernaar gestreefd de informatie in dit document volledig, accuraat en up-to-date weer te geven. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de gevolgen van
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (ios)
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (ios) Inhoudsopgave Voordat u uw Brother-machine gebruikt... Definities van opmerkingen... Handelsmerken... Inleiding... Brother iprint&scan
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt
Templates aanmaken voor scannaar-bestand
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN Templates aanmaken voor scannaar-bestand Versie: 1.0 Scan-to-File voorbereiden Alvorens er templates kunnen worden aangemaakt, dient de scan-to-file functie te zijn voorbereid,
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP. Naslaggids M575
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP Naslaggids M575 Een opgeslagen taak afdrukken Volg de onderstaande procedure om een taak af te drukken die in het apparaatgeheugen is opgeslagen. 1. Raak in het beginscherm
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected]. Printen en Scannen
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected] Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: HL-L340DW/L360DN/L360DW/L36DN/L365DW/ L366DW/L380DW DCP-L50DW/L540DN/L540DW/L54DW/L560DW MFC-L700DW/L70DW/L703DW/L70DW/L740DW
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen Handelsmerken Belangrijke opmerking Definities van opmerkingen In deze
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Instellen en beheren van afdelingscodes
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN Instellen en beheren van afdelingscodes Versie: 1.0 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Bepalen waarvoor de afdelingscodes gebruikt dienen te worden.... 3 Afdelingscodes gebruiken
Bedieningspaneel. Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Xerox ConnectKey 2.0-technologie
Xerox ConnectKey.0-technologie Bedieningspaneel Beschikbare functies kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android )
Handleiding mobiel printen/scannen voor Brother iprint&scan (Android ) Inhoudsopgave Voordat u uw Brother-machine gebruikt... Definities van opmerkingen... Handelsmerken... Inleiding... Brother iprint&scan
Inhoud Installatie en Setup... 5 IRISCompressor gebruiken... 13
Gebruikshandleiding Inhoud Introductie... 1 BELANGRIJKE OPMERKINGEN... 1 Juridische informatie... 3 Installatie en Setup... 5 Systeemvereisten... 5 Installatie... 5 Activering... 7 Automatische update...
Brother GEBRUIKERSHANDLEIDING
Brother Kleurenkalibratie via het web GEBRUIKERSHANDLEIDING 1 VEREISTEN 2 WERKING 3 ALGEMENE 4 HET 5 DE 6 FABRIEKSINSTELLINGEN Inhoudsopgave INLEIDING 2 3 Aanbevollen papiier voor gebruiik tiijjdens de
Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Zo voorkomt u dat een afbeelding wordt bijgesneden.
Pagina 1 van 5 Snel kopiëren 1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF-lade of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Opmerkingen:
Handleiding NarrowCasting
Handleiding NarrowCasting http://portal.vebe-narrowcasting.nl september 2013 1 Inhoud Inloggen 3 Dia overzicht 4 Nieuwe dia toevoegen 5 Dia bewerken 9 Dia exporteren naar toonbankkaart 11 Presentatie exporteren
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de ipad SHARP CORPORATION 27 April, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... 4 3 Installatie en starten van de applicatie...
Xerox WorkCentre 5845 / 5855 / 5865 / 5875 / 5890 Bedieningspaneel
8 / 8 / 86 / 87 / 890 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.
Universele handleiding stuurprogramma s
Universele handleiding stuurprogramma s Brother Universal Printer Driver (BR-Script3) Brother Mono Universal Printer Driver (PCL) Brother Universal Printer Driver (Inkjet) Versie B DUT 1 Overzicht 1 De
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: MFC-J650DW/J670DW/J690DW/J695DW Versie A DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt voor
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURSYSTEMEN
LEES PRZECZYTAJ DIT BOEK W PIERW EERST KOLEJNOŚ MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURSYSTEMEN Verkorte handleiding Overzicht van onze handleidingen Een aantal van deze handleidingen zijn beschikbaar in gedrukte
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN. Handleiding voor probleemoplossing
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN Handleiding voor probleemoplossing 03 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden Volgens de copyrightwet mag deze handleiding niet worden gereproduceerd,
Telefoon: +31(0)50 3183031 Fax: +31(0)50 3181656 E-mail: [email protected]
Mennens Amsterdam BV Contactweg 40 1014 AN AMSTERDAM Postbus 8051 1005 AB AMSTERDAM Mennens Dongen BV Metaalstraat 5 5107 ND Dongen Postbus 260 5100 AG Dongen Mennens Groningen BV Duinkerkenstraat 33 9723
Basisinterface van GroupWise WebAccess
Basisinterface van GroupWise WebAccess 21 november 2011 Novell Snel aan de slag Als uw systeembeheerder GroupWise 2012 WebAccess heeft geïnstalleerd, kunt u de basisinterface daarvan gebruiken om uw GroupWise-postbus
Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per verzenden...
Naslagkaart Inhoudsopgave Kopiëren...5 Kopieën maken...5 Snel kopiëren...5 Kopiëren via de ADF...5 Kopiëren via de glasplaat...5 Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren...6 Een kopieertaak annuleren
Xerox WorkCentre 5735/5740/5745/ 5755/5765/5775/5790 Een kopie maken. Voorbereidingen. Scannen. Meer informatie
Xerox WorkCentre /0// Een kopie maken. Plaats uw documenten met de beeldzijde naar boven in de. Druk op de toets lle wissen (C) om eventuele eerdere 88 99. Druk op de toets Startpagina Functies en selecteer
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN. Handleiding voor probleemoplossing
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN Handleiding voor probleemoplossing 0 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden Volgens de copyrightwet mag deze handleiding niet worden gereproduceerd,
Afdrukopties aanpassen
Afdrukopties aanpassen In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Afdrukopties instellen' op pagina 2-32 'Afdrukkwaliteit selecteren' op pagina 2-35 'Afdrukken in zwart-wit' op pagina 2-36 Afdrukopties
Printerproblemen oplossen
1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN. Toshiba Viewer V2 installatie
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN Toshiba Viewer V2 installatie Versie: Augustus 2010 Toshiba Viewer V2 (v1.03) Met de Toshiba Viewer is het mogelijk te printen en scannen met de vermelde Toshiba apparaten.
Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen
DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding
BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista
BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...
Landelijk Indicatie Protocol (LIP)
Handleiding Landelijk Indicatie Protocol programma pagina 1 of 18 Landelijk Indicatie Protocol (LIP) Welkom bij LIP Lip is ontstaan uit een toegevoegde module aan het kraamzorg administratie pakket van
Instellingen voor Scannen naar e-mail
Handleiding Snelle configuratie scanfuncties XE3024NL0-2 In deze handleiding vindt u instructies voor het volgende: Instellingen voor Scannen naar e-mail op pagina 1 Instellingen voor Scannen naar mailbox
Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Bedieningshandleiding Bijvoegsel
Bedieningshandleiding Bijvoegsel Snijmachine Product Code: 891-Z01 Lees dit document voordat u de machine gebruikt. Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen. Inleiding In deze handleiding
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURSYSTEMEN. Problemen oplossen
MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURSYSTEMEN Problemen oplossen 20 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden. In overeenstemming met het auteursrecht, mag deze handleiding op geen enkele wijze worden
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie
P-touch Transfer Manager gebruiken
P-touch Transfer Manager gebruiken Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
AirPrint handleiding. Deze documentatie is voor inkjetmodellen. Versie B DUT
AirPrint handleiding Deze documentatie is voor inkjetmodellen. Versie B DUT Modellen Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen. DCP-J40DW, MFC-J430DW/J440DW/J450DW/J460DW/J470DW
Speciale afdrukmethoden en - materialen
Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten
Online Handleiding Start
Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg
AirPrint handleiding. Versie 0 DUT
AirPrint handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt het volgende pictogram gebruikt: Opmerking Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde situatie moet reageren
Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP
Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP Brother SmartUI Control Center Het Control Center van Brother is een hulpprogramma waarmee u gemakkelijk
Bedieningspaneel. Xerox AltaLink C8030/C8035/C8045/C8055/C8070 Multifunctionele kleurenprinter
Bedieningspaneel Beschikbare apps kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Voor meer informatie over apps en functies raadpleegt u de Handleiding voor de gebruiker. 5 9 8 7 6 0 5 6 7 8 9
Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera
Canon Digitale Camera Gebruikershandleiding voor gegevensoverdracht van camera naar camera Inhoudsopgave Inleiding....................................... Beelden overbrengen via een draadloze verbinding.....
Start de applicatie op om naar het inlogscherm te gaan. Onthoudt mijn gegevens
iphone app - Users Users - iphone App Deze Paxton applicatie is gratis verkrijgbaar in de App Store. Deze applicatie is ontwikkeld om gebruikt te worden op elk ios apparaat versie 5.1 of hoger en is uitgevoerd
Nero AG SecurDisc Viewer
Handleiding SecurDisc Nero AG SecurDisc Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for ipad Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
Live Mail Windows. Deel 1 Downloaden en installeren van Windows Live Mail
Live Mail Windows Dit programma kan alleen onder MS Windows worden geïnstalleerd en is één van de betere programma's om mee te E-mailen op een Windows computer Windows Live Mail is een prima programma
AirPrint handleiding
AirPrint handleiding Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: HL-L850CDN/L8350CDW/L8350CDWT/L900CDW/L900CDWT/ L9300CDW/L9300CDWT/L9300CDWTT DCP-L8400CDN/L8450CDW MFC-L8600CDW/L8650CDW/L8850CDW/L9550CDW
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1
Google cloud print handleiding
Google cloud print handleiding Versie 0 DUT Definitie van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende aanduiding gebruikt: Opmerkingen leggen uit wat u in een bepaalde situatie moet doen
Bedieningshandleiding Bijvoegsel
Bedieningshandleiding Bijvoegsel Snijmachine Product Code: 891-Z01 Lees dit document voordat u de machine gebruikt. Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen. Inleiding In deze handleiding
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for ipad Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
Handleiding Web Connect
Handleiding Web Connect Versie 0 DUT Relevante modellen Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: ADS-2500W en ADS-2600W Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding
Inhoudsopgave. Opmerking: het is aanbevolen de verschillende onderdelen te installeren in de volgorde waarin ze op het scherm verschijnen.
Deze Beknopte Gebruiksaanwijzing helpt u bij de installatie en het gebruik van IRIScan Express 3. De meegeleverde software is Readiris Pro 12. Voor gedetailleerde informatie over alle mogelijkheden van
Verkorte installatie handleiding
LEES DIT BOEK EERST MULTIFUNCTIONELE DIGITALE KLEURENSYSTEMEN Verkorte installatie handleiding 008 TOSHIBA TEC CORPORATION Alle rechten voorbehouden Volgens de copyrightwet mag deze handleiding niet worden
Scannen. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer
Scannen Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige scantaken op pagina 4-2 Het scannerstuurprogramma installeren op pagina 4-4 Scanopties aanpassen op pagina 4-5 Afbeeldingen ophalen op pagina 4-11 Bestanden en scanopties
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for Windows Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
Installatiehandleiding MF-stuurprogramma
Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................
Snel aan de slag met Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x)
Snel aan de slag Snel aan de slag met Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x) Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x) 2 Cisco Unity Connection Postvak IN Web 2 Opties in Postvak IN
Xerox WorkCentre 7970 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI
Uw gebruiksaanwijzing. SHARP MX-6240N/MX-7040N/MX-FR36U http://nl.yourpdfguides.com/dref/5390097
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor SHARP MX-6240N/MX-7040N/MX- FR36U. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie,
Basisinterface van GroupWise WebAccess
Snel aan de slag met de basisinterface van GroupWise WebAccess 8 Novell Basisinterface van GroupWise WebAccess Snelstart www.novell.com De basisinterface van GroupWise WebAccess gebruiken Als uw systeembeheerder
