De Tweede Rioleringsnota

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De Tweede Rioleringsnota"

Transcriptie

1

2 De Tweede Rioleringsnota Bijlagen Juli 2002 Werkgroep Riolering West-Nederland (wrw) en Werkgroep Waterkwaliteit West-Nederland (www)

3 Inhoudsopgave BIJLAGE 1 LEDEN WRW...3 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 AANBEVELINGEN VORMEISEN BRP - GRP...4 MAATREGELEN TER VERMINDERING VAN DE OVERSTORTPROBLEMATIEK...25 AFKOPPELEN VERHARDE OPPERVLAKKEN...27 BIJLAGE 5 GOED FUNCTIONEREND RIOOLSTELSEL...28 BIJLAGE 6 BEREKENING VUILEMISSIE UIT OVERSTORTEN EN REGENWATERUITLATEN...29 BIJLAGE 6A NADERE DEFINITIE REFERENTIESTELSEL...37 BIJLAGE 6B AANVULLINGEN WRW OP CIW RAPPORT EENDUIDIGE BASISINSPANNING...38 BIJLAGE 7 BEREKENING RENDEMENT RANDVOORZIENINGEN...39 BIJLAGE 8 AFVOERNORMEN NAAR DE RWZI BIJLAGE 8A MAATSTAVEN VOOR DWA AFVOER...49 BIJLAGE 9 ALGEMENE RICHTLIJNEN VERBETERD GESCHEIDEN RIOOLSTELSELS...51 BIJLAGE 10 CRITERIA VOOR HET ONTWERP EN BEHEER VAN RIOOLGEMALEN...53 BIJLAGE 11 METEN AAN RIOOLSTELSELS, OVERSTORTEN EN RANDVOORZIENINGEN...55 BIJLAGE 12 FUNCTIETOEKENNINGEN OPPERVLAKTEWATER...56 BIJLAGE 13 KNELPUNTENANALYSE...57 BIJLAGE 14 UITGANGSPUNTEN VOOR WATERKWALITEITSSIMULATIES...60 BIJLAGE 15 ACHTERGRONDEN BIJ DE TOETSING VAN DE ZUURSTOFHUISHOUDING...64 BIJLAGE 16 WATERKWALITEITSBEOORDELING OPPERVLAKTEWATER VOLGENS NW Tweede Rioleringsnota Bijlagen 2/67 juli 2002

4 Bijlage 1 Leden wrw De leden van de Werkgroep Riolering West-Nederland zijn: Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht Dienst Waterbeheer en Riolering Postbus BB Hilversum Hoogheemraadschap van Delfland Postbus CX DELFT Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Postbus GJ HOUTEN Hoogheemraadschap van Rijnland Postbus AD LEIDEN Hoogheemraadschap van Schieland Postbus AB ROTTERDAM Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier Postbus ZH EDAM Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden Postbus AL DORDRECHT Tweede Rioleringsnota Bijlagen 3/67 juli 2002

5 Bijlage 2 Aanbevelingen Vormeisen BRP - GRP Deze bijlage bestaat uit een drietal items: - Kenmerkenblad BRP - Checklist BRP - Checklist GRP Kenmerkenblad BRP In deze bijlage staan de gegevens opgesomd die aanbevolen worden in een kenmerkenblad op te nemen, voor een soepele behandeling van het rioleringsplan. Deze gegevens dienen als samenvatting van de inspectie- en berekeningsgegevens. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 4/67 juli 2002

6 GEMEENTE Gemeente code Gemeente naam: Datum Totaal oppervlak gemeente ha Lengte riolering - gemengd m - gescheiden m - verbeterd gescheiden m - druk- of vacuumriolering m Rioolheffing per inwoner [Euro] Lozingsgegevens van gehele gemeente Referentiestelsel gemiddeld per jaar piek T=1 jaar piek T=2 jaar piek T=5 jaar piek T=10 jaar PROGNOSES c Per 1 januari van 2000, 05, 10, 15 en 20: Aantal woningen Aantal inwoners gemidd. Woningbezetting Aantal bedrijven Aantal recreatiebedrijven KERNEN Code kern Naam kern RIOLERINGSGEBIEDEN Code kern Naam rioleringsgebied Code rioleringsgebied Omschrijving rioleringsgebied Gemeentelijke code Gebied loost op Soort stelsel RIOLERINGSGEGEVENS Code rioleringsgebied: Per 1 januari van 2000, 05, 10, 15 en 20: Aantal woningen in gebied Aantal inwoners Aantal bedrijven Aantal recreatiebedrijven kg CZV kg CZV kg CZV kg CZV kg CZV Afvoerend oppervlak Afvoerend oppervlak van woningen [ha] Bruto oppervlak bedrijventerrein [ha] - afvoerend opp. Gemengd gerioleerd [ha] - afvoerend opp. Gescheiden gerioleerd [ha] - afvoerend opp verb. gescheiden gerioleerd [ha] Totaal niet-aangesloten verhard oppervlak [ha] Berging stelsel Berging in riolering [m 3 ] Verloren berging [m 3 ] Berging in randvoorzieningen [m 3 ] Piekvracht T=1 [kg CZV] Piekvolume T=2 [m 3 ] Piekvracht T=2 [kg CZV] Piekvolume T=5 [m 3 ] Piekvracht T=5 [kg CZV] Piekvolume T=10 [m 3 ] Piekvracht T=10 [kg CZV] RANDVOORZIENINGEN Code Rioleringsgebied Code randvoorziening Gemeentelijke code Soort randvoorziening Peil ontvangend opp.water [+ NAP] Inhoud randvoorziening [m 3 ] Berekend bezinkingsrendement [%] Heeft by-pass? j of n Code lozingsconstructie RIOOLGEMALEN Code Rioleringsgebied Code rioolgemaal Soort rioolgemaal Soort alarmering Aantal pompen rioolgemaal BOK laagst inkomend riool [+ NAP] Inslagpeil 1e pomp [+ NAP] Inslagpeil hoogste capaciteit [+ NAP] Uitslagpeil [+ NAP] Effectieve inhoud pompkelder [m 3 ] Peil laagste overstortdrempel Niveau nooduitlaat Pompcapaciteit Geïnstalleerde capaciteit Datum berekening Huidige (gemeten) capaciteit Datum meting POMPEN Code Rioleringsgebied Code rioolgemaal Identificatie pomp Capaciteit Soort Schakeling Aandrijving Max. capaciteit LOZINGSCONSTRUCTIES Code Rioleringsgebied Code Lozingsconstructie Gemeentelijke code Plaatselijke aanduiding Soort lozingsconstructie Omschrijving riooloverstort code rioleringsgebied code lozingspunt [+ NAP] [+ NAP] [m 3 /h] [m 3 /h] [m3/h] [m3/h] Emissies Overstortvolume gemiddeld per jaar [m 3 ] Overstortvracht gemiddeld per jaar [kg CZV] Piekvolume T=1 [m 3 ] Datum laatste aanpassing gegevens Status overstort Afvoerend oppervlak Drempelhoogte [ha] [+ NAP] Tweede Rioleringsnota Bijlagen 5/67 juli 2002

7 Drempelbreedte Hoogte drempel volgens meting Datum meting Drooglegging Opmerkingen Code /nummer Wvo-vergunning Datum vergunning [m] [+ NAP] [+ NAP] Vuiluitworp Berekende overstortingsfrequentie [per jaar] Gemiddeld jaarlijks overst. hoeveelheid [m 3 ] Vuilvracht per jaar [kg CZV] Reductiefactor [%] Piekvolumes Overstortingsduur bruto [min] T=1 jaar T=2 jaar T=5 jaar T=10 jaar Overstortingsduur netto [min] T=1 jaar T=2 jaar T=5 jaar T=10 jaar Overstorthoeveelheid [m 3 ] T=1 jaar T=2 jaar T=5 jaar T=10 jaar Max. hoeveelheid [m 3 ] in 5 minuten T=1 jaar T=2 jaar T=5 jaar T=10 jaar Max. hoeveelheid [m 3 ] in 15 minuten T=1 jaar T=2 jaar T=5 jaar T=10 jaar Max. hoeveelheid [m 3 ] in 30 minuten T=1 jaar T=2 jaar T=5 jaar T=10 jaar Piekvracht [kg CZV] T=1 jaar T=2 jaar T=5 jaar T=10 jaar Soort plan Naam plan Plannummer Omschrijving plan Datum opstellen plan Datum vaststellen plan Datum uitvoering Datum laatste mutatie Aard vuiluitworp berekening Beginjaar planperiode Eindjaar planperiode MAATREGELEN Code plan Code maatregel Herkomst maatregel Maatregel genoemd in plan (naam plan) Omschrijving maatregel Type maatregel Status maatregel Bijdrage emissiereductie jaarvracht [kg CZV] Bijdrage emissiereductie pieklozing T=2 [kg CZV] Bijdrage emissiereductie jaarvracht [%] Bijdrage emissiereductie pieklozing T=2 [%] Datum gereed vlgs oorspronkelijke planning Datum gereed vlgs bijgestelde planning Reden van de bijstelling planning Code /nummer Wvo-vergunning Datum vergunning Kostenindicatie CONTACTPERSONEN Naam Voorletter(s) Voorvoegsels, titels Functie Afdeling Tel. kantoor Doorkiesnr. Tel. mobiel Tel. thuis [Euro] AFVALWATERTRANSPORTWERKEN Code Kern Code Rioleringsgebied Code Afvalwatertransportwerk Naam Soort Lengte transportleiding Diameter transportleiding Soort materiaal Breedte Hoogte Vorm [m] [mm] [mm] [mm] PLANVORMING Code plan Tweede Rioleringsnota Bijlagen 8/67 juli 2002

8 Tevens is een aantal overzichten genoemd die moeten worden verstrekt. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 7/67 juli 2002

9 Checklist voor beoordeling Basisrioleringsplannen ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting TEKENINGEN Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] A OVERZICHTSTEKENING OP TOP.ONDERGROND (1:10000) 1 Kaart aanwezig 2 Bestaande en toekomstige gebieden 3 Locatie lozingswerken/gemalen/persleidingen/stel sels 4 Kaart waterhuishoudkundige situatie 5 Schematische weergave bemalingsgebieden B TEKENINGEN GERIOLEERD GEBIED OP STRENGNIVEAU 1 Kaart(en) aanwezig 2 Topografische ondergrond bij voorkeur GBKN 3 Schaal 1:1000/1:2000/1:2500 schaal afhankelijk grootte stelsel 4 Actuele en toekomstige situering riolering 5 Straat- en maaiveldhoogten 6 Diepte ligging riolen (b.o.b. s) 7 De actuele en toekomstige situering van de gemalen capaciteit aangeven Tweede Rioleringsnota Bijlagen 8/67 juli 2002

10 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] 8 De actuele en toekomstige situering van de persleidingen 9 Stuwputten / verbindingsputten / terugslagkleppen 10 Locatie / soort lozingswerken (ook rwauitlaten) 11 Locatie, soort en inhoud randvoorzieningen 12 Locatie invoeren drukriolering/persleidingen 13 Wanneer niet aangesloten wordt op eigen gemaal, is een ondertekende accoordverklaring aanwezig van ontvanger? kenmerken aangeven (diameter opening etc.) breedte en niveau overstortdrempel aangeven capaciteit aangeven Alleen bij verhoging capaciteit, of een nieuwe situatie. C TEKENING VERHARD OPPERVLAK 1 In huidige situatie aangesloten verhard oppervlak aangegeven 2 Typen verhard oppervlak aangegeven 3 In huidige situatie niet aangesloten/afgekoppeld oppervlak aangegeven 4 In planperiode af te koppelen oppervlak aangegeven gesloten/open/schuin dak/plat dak C2100 INVENTARISATIE D DROOGWEERAFVOER 12 l/h per i.e. wrw 1992 Tweede Rioleringsnota Bijlagen 9/67 juli 2002

11 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting 1 Aantal woningen en inwoners gegevens gemeente verdeling per bemalingsgebied 2 Aantal i.e. s bedrijven (of dwa in m 3 /h) bepaling op basis van WVO-heffing of drinkwaterverbruik eventueel kentallen 3 Aantal i.e. s recreatie etc. (of dwa in m 3 /h) gegevens gemeente 4 Invoeren vanuit het buitengebied (in m 3 /h) gegevens gemeente 5 Ontwikkeling woningen en inwoners komende 10 jaar 6 Ontwikkeling bedrijven en recreatie komende 10 jaar 7 Ontwikkeling aansluitingen nietgerioleerde panden komende 10 jaar Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] E VERHARD OPPERVLAK 1 Wijze van bepaling op basis van tekening 2 Onderscheid naar gesloten / open verharding / schuine en platte daken 3 Grootte aangesloten verhard oppervlak op riolering 4 Gemiddeld aangesloten verhard oppervlak per woning Onderscheid gemengde en rwa-riolen per bemalingsgebied. per bemalingsgebied C Grootte niet aangesloten verhard oppervlak 6 Type oppervlak naar vervuilingsgraad mag ook in apart plan Leidraad afkoppelen 7 Bronmaatregelen bij afkoppelen mag ook in apart plan Leidraad afkoppelen Tweede Rioleringsnota Bijlagen 10/67 juli 2002

12 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting 8 Ontwikkeling verhard oppervlak komende 10 jaar Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] F BERGING 1 Berging per bemalingsgebied in m 3 en mm in- of exclusief berging in putten 2 Verloren berging in m 3 en mm 3 Locatie verloren berging aangegeven bij voorkeur op tekening 4 Berging in randvoorzieningen in m 3 en mm Ledigingstijd Maximaal 24 uur wrw 1992 G RIOOLGEMALEN EN PERSLEIDINGEN 1 Beschrijving transport-systeem 2 In- en uitslagpeilen (DWA en RWA) 3 Inhoud en/of oppervlak pompkelder 4 Geïnstalleerde capaciteiten (enkelloop / samenloop) 5 Aanwezigheid reservepomp 6 Wijze van besturing 7 Aanwezigheid signalering, regeling bij calamiteiten. structuur aangeven bij voorkeur gemeten, anders ontwerpcapaciteit Meer dan een rood lampje. Vereist is een adequaat waarschuwingssyteem H AFVOER NAAR HOOFDRIOOLGEMAAL/RWZI 1 Bepalen verhard oppervlak ten behoeve van bepaling pompovercapaciteit werkelijk Fv CIW 2002 en 2- e Nota Tweede Rioleringsnota Bijlagen 11/67 juli 2002

13 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting Rioleringen 2 Bepalen pompovercapaciteit wrw Toetsing capaciteit hoofdrioolgemaal dwa+poc <= capaciteit 4 Consequenties RWZI aangeven of capaciteit RWZI voldoet 5 Staat er bij het overdrachtspunt meetapparatuur Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] I LOZINGSWERKEN (OVERSTORTEN, RWA-UITLATEN) 1 Type lozingswerken 2 Breedte en hoogte overstortdrempels zowel huidige als toekomstige situatie 3 Inspectiemogelijkheid lozingswerk aanwezig 4 Aansluitingen DWA in directe omgeving overstort 5 Ophoping slib in omgeving overstort (veldonderzoek) 6 Waking tussen drempelhoogte en circa cm buitenwaterpeil 7 Coördinaten lozingswerken t.b.v. GIS-bestand 8 Meetapparatuur: type en gebruik t.b.v. vergunning J BESCHRIJVING ONTVANGEND OPPERVLAKTEWATER 1 Naam oppervlaktewater 2 Oppervlaktewaterpeilen (normaal peil en evt. max. peil) Tweede Rioleringsnota Bijlagen 12/67 juli 2002

14 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting 3 Gegevens stadswateronderzoek bestaande knelpunten 4 Aanwezigheid doorspoelplan Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] EMISSIEBEREKENINGEN K DEFINITIE REFERENTIESTELSEL 1 Is referentieoppervlak en referentieemissie goed gedefinieerd 2 Is de norm pompovercapaciteit goed gedefinieerd 2 Is onderverdeling in typen oppervlak volgens wrw aangehouden 3 Is het juiste aantal woningen aangehouden H 0,7 mm/h op basis van aangesloten verhard oppervlak 20% gesloten, 30% open, 40% schuin dak, 10% plat dak bij voorkeur het huidige (meest recent) aantal woningen. 4 Is dwa meegenomen Verloop volgens C2100, gebaseerd op 2,5 inwoner per woning 5 Welke in- en uitslagpeilen van het gemaal zijn gehanteerd 6 Is de referentie emissie bepaald met behulp van een knoop strengenmodel of met een bakkenmodel 7 Welke neerslagreeks is gebruikt om de basisinspanning te bepalen 50% capaciteit direct beschikbaar, 2 de 50% bij halve vulling Neerslagreeks of neerslagreeks CIW 2002 en 2 e -Nota Rioleringen 2 e Nota Rioleringen wrw 1996 wrw 1996 C2100 wrw 1996 wrw 1996 Tweede Rioleringsnota Bijlagen 13/67 juli 2002

15 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting 8 Welke concentraties zijn gehanteerd CIW 2002 en 2 e 9 Welk verwijderingrendement voor de bbb is gehanteerd 10 Gem. Jaarlijks overstortingsvolume referentiestelsel aangegeven 11 Piekvolumes T=1, 2, 5 en 10 jaar referentiestelsel aangegeven 12 Uitgangspunt; referentiestelsel is goed functionerend rioolstelsel aandachtspunten zijn o.a. lekkage en verloren berging. bbb 45% Nota Rioleringen wrw 1996 en CIW 2002 CIW 2002 wrw 1996 wrw 1996 Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] L EMISSIEBEREKENINGEN GEMENGDE STELSELS 1 Berekening niet-stationair voor vuilemissie verplicht 2 Neerslagreeks De Bilt (of ) Reeks met volledig model. C Inloopmodel NWRW 4.3 gebruik afhankelijk van wrw 1996 nauwkeurigheid inventarisatie Fv 4 Controle geschematiseerd stelsel zo mogelijk C2100 vormfactoren 5 Beschouwing stelsel op hydraulisch functioneren 6 Vuilgehalten overstortingswater wrw 1996 de 10-jarige reeks met volledig stelsel met knopen en strengen. de 25-jarige reeks bij minder gedetailleerd stelsel. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 14/67 juli 2002

16 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] Is aangetoond dat met het gebruikte rekenprogramma en instellingen geen grotere afwijking dan 2% ten opzichte van de maatstaven optreedt? 7 Berekening verwijderingrendement randvoorziening 8 Berekende jaaremissies kg CZV per overstort aangegeven 9 Berekende piekemissies CZV per overstort aangegeven 10 Berekende overstortingsduren en overstortingsfrequenties aangegeven Verwijderingrendement 45% bij bbb van 2 mm. Bepaling via Camp of Kluck Bezinkbare fractie: 80% bezinksnelheid : 5 m/h Leidt ongeveer tot verwijderingrendement van 45%. bij voorkeur berekening op basis van neerslagreeks op basis van neerslagreeks op basis van neerslagreeks. op basis van neerslagreeks, overstortingsfrequentie. 11 Verloren berging wel/niet meegenomen Bij opheffen meenemen in de berging. CIW 2002 en 2 e -Nota Rioleringen CIW 2002 en 2 e -Nota Rioleringen CIW 2002 en 2 e -Nota Rioleringen Tabel 6.3 van de Leidraadmodule C2100 N TOETSING BASISINSPANNING 1 Komen de uitgangspunten voor het referentiestelsel overeen met die van het werkelijke stelsel Wel/geen dwa, wel/geen inloopmodel en typen oppervlak, Tweede Rioleringsnota Bijlagen 15/67 juli 2002

17 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting pompregime Identieke neerslagreeks etc. 2 Vindt toetsing plaats per bemalingsgebied, Gemeente woonkern of gemeente 3 Zijn gemiddelde jaaremissie, T=1, T=2, T=5 en T=10 bepaald Input voor WKT en toetsing na maatwerkoverleg CIW 2002 en 2 e -Nota Rioleringen 4 Voldoet de gemiddelde jaaremissie Harde eis CIW 2002 en 2 e -Nota Rioleringen 5 Voldoen de piekemissies T=1 en T=2 Aanleiding knelpunten in WKT nav jaaremissie Harde eis CIW 2002 en 2 e -Nota Rioleringen Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] O TOETSING PRAKTIJK 1 Zijn meetgegevens (ovs.frequenties e.d.) beschikbaar en vermeld? 2 Worden afwijkingen tussen de berekende en gemeten overstortingsfrequenties verklaard? 3 Vindt op een andere wijze toetsing van de berekeningen aan de praktijk plaats P MAATREGELEN 1 Zijn maatregelen aangegeven (ook voor gescheiden stelsels) 2 Zijn prioriteiten/is fasering van eventueel te treffen maatregelen aangegeven Ombouwen naar verbeterd gescheiden stelsel (zie opmerking) Per jaar Tweede Rioleringsnota Bijlagen 16/67 juli 2002

18 ONDERDEEL Richtlijn Bron Richtlijn Verplicht Gegevens Opmerkingen / toelichting Nog aan te geven aanwezig [ja/nee] akkoord [ja/nee] Tweede Rioleringsnota Bijlagen 17/67 juli 2002

19 Tweede Rioleringsnota Bijlagen 18/67 juli 2002

20 Checklist beoordeling GRP Samenvatting Criterium Onderwerp 1 Overleg 2 Vorig GRP 3 Basisinspanning 4 Vuiltechnisch functioneren rioolstelsel 5 Omgaan met hemelwater 6 Waterkwaliteitspoor 7 Vergunningverlening 8 Aansluiting op rwzi 9 Niet aangesloten percelen 10 Overige opmerkingen Instemming Toelichting 1 Overleg Criter ium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is de inhoud van het gevoerde overleg goed weergegeven? Is er voldoende afstemming met de inspectie en de provincie? Zijn gemeente en de waterkwaliteitsbehee rder het eens over de te stellen doelen? Evaluatie bereiken doelen vorig GRP Tweede Rioleringsnota Bijlagen 19/67 juli 2002

21 Criter ium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is de voortgang in het bereiken van de doelen beschreven? 3.2, 3.3, Geeft de beschrijving van de huidige situatie de voortgang 3.2, 3.3, 3.4 weer in het uitvoeren van de maatregelen. 3. Is er overeenstemming over het saneren van de 3.2 ongezuiverde lozingen in het buitengebied? 4. Is er overeenstemming over vermindering van het aanbod 3.2 van dun water op de rwzi (aan en afkoppelen)? 5. Zijn de gevolgen van de geplande nieuwbouw voor de rwzi 3.3 aangegeven? 6. Is er overeenstemming over het behalen van de 3.4 basisinspanning voor gemengde én gescheiden rioolstelsels? 7. Is er overeenstemming over het uitvoeren van het waterkwaliteitspoor? Basisinspanning Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Wanneer beschikt gemeente over vuiluitworpberekeningen? 2. Zijn maatregelen uitgewerkt om aan de basisinspanning te voldoen? 3. Zijn ook de (verbeterd) gescheiden stelsels aan de basisinspanning getoetst? 4. Zijn voor de (verbeterd) gescheiden stelsels ook maatregelen uitgewerkt om aan de basisinspanning te voldoen? 5. Wanneer is aan de basisinspanning voldaan? Is er in de begroting voldoende ruimte voor de financiering van de basisinspanning? 5 Tweede Rioleringsnota Bijlagen 20/67 juli 2002

22 4 Vuiltechnisch functioneren rioolstelsel Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is er sprake van (ernstige) vervuiling van regenwater en vuilwaterriolen nabij overstorten? 2. Is er sprake van (ernstige) lekkage van riolen? Wordt ingegaan op verloren berging? 4. Wordt aandacht besteed aan de reiniging van het stelsel? Milieuverantwoord omgaan met hemelwater Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Wordt in nieuwbouwgebieden verontreiniging van regenwater voorkomen? (Geen uitlogende bouwmaterialen, geen schoon regenwater in het vuilwaterriool, geen hondenpoep op de straat, autoluwe gebieden, minder verharding, meer groen) 2. Wordt de afvoer van regenwater in nieuwe gebieden overeenkomstig de vervuilingsgraad? (zwaar verontreinigde verhardingen aangesloten op VGS, licht verontreinigde verhardingen aangesloten op lokale regenwaterbehandeling, niet verontreinigd regenwater naar de bodem. 3. Welke bestaande gebieden worden afgekoppeld? Welke bronmaatregelen worden in de bestaande gebieden uitgevoerd? Waterkwaliteitspoor Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is relatie locatie overstorten en functie ontvangend water Tweede Rioleringsnota Bijlagen 21/67 juli 2002

23 6 Waterkwaliteitspoor Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting in beeld gebracht? 2. Zijn de knelpunten en voor veedrenking en volksgezondheid risicovolle overstorten geïnventariseerd? 3. Wanneer zijn de knelpunten en de risicovolle overstorten gesaneerd? 4. Is er een toetsing aan het waterkwaliteitsspoor uitgevoerd? 5. Is rekening gehouden met aanvullende maatregelen volgens het waterkwaliteitsspoor? 6. Worden er duurzame maatregelen of onderzoek hiernaar voorgesteld? 7. Is rekening gehouden met de financiële consequenties? Wanneer wordt aan de eisen volgens het waterkwaliteitsspoor voldaan? Wordt ingegaan op de kwaliteit van de waterbodem nabij de overstorten en regenwateruitlaten? Vergunningverlening overstorten, nooduitlaten en regenwateruitlaten Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is een volledig overzicht van alle lozingswerken beschikbaar? 2. Is aangegeven wanneer voor welke lozingswerken vergunning is verleend? 3. Wordt aangegeven dat een overallvergunning voor alle lozingswerken van de riolering wordt aangevraagd? Aansluiting rwzi (rioolwaterzuiveringsinrichting) Tweede Rioleringsnota Bijlagen 22/67 juli 2002

24 Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is de totale afvoer van afval- en regenwater conform de 4.2 richtlijnen van de waterkwaliteitsbeheerder op de juiste wijze bepaald? 2. Is de planologische ontwikkeling beschreven? Is de toename van de regen- en afvalwaterstroom de komende planperiode aangegeven? 4. Is er recent een optimalisatiestudie uitgevoerd of bestaat er behoefte aan? 5. Is er een aansluitvergunning geregeld? Is de vergunningverlening Wm (in het bijzonder de Wet afvalwater) adequaat? 7. Wordt aandacht besteed aan de afvoer van drainagewater (dit mag niet naar de rwzi worden afgevoerd) en lekwater? Niet-aangesloten bebouwing Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is de gemeentelijke zorgplicht genoemd? Bestaat een overzicht van de niet-aangesloten 3.2 bebouwing? 3. Is onderscheid gemaakt naar niet aangesloten percelen 3.2 buiten en binnen de bebouwde kom? (Wegenwet) 4. Is hierbij onderscheid gemaakt naar lozingen in de bodem 3.2 en op oppervlaktewater? 5. Is aangegeven of lokaal voorzieningen zijn getroffen? Wat zijn de aansluitplannen binnen de bebouwde kom? Wat zijn de plannen voor buiten de bebouwde kom? Is een goede aanpak voorgesteld? Planning maatwerkoverleg? Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Nee Ja Tweede Rioleringsnota Bijlagen 23/67 juli 2002

25 10 Overige Criterium Vraag Onderdeel GRP Akkoord Toelichting 1. Is de indeling conform de Leidraad riolering? Alles 2. Beschrijving aanwezige riolering (onderdeel WM) 3 3. Overzicht vervanging voorzieningen (onderdeel WM) Overzicht vervangingen in planperiode (onderdeel WM) Beschrijving beheer voorzieningen (onderdeel WM) Beschrijving gevolgen voor milieu (onderdeel WM) Wat is de plantermijn? Is de gekozen plantermijn in evenwicht met de detaillering 1.2 van het plan? 9. Bestaan er knelpunten in de financiering van de plannen? 4.3.1; Is er een kostendekkend rioolrecht vastgesteld? Hoe is / ontwikkelt de hoogte van het rioolrecht zich Hoe breed is de gemeentelijke blik? Wordt ingegaan op de afstemming met het milieubeleidsplan, bestemmingsplannen en eventueel ook een gemeentelijk waterplan? Tweede Rioleringsnota Bijlagen 24/67 juli 2002

26 Bijlage 3 Maatregelen ter vermindering van de overstortproblematiek Inleiding Voor het verminderen van de riooloverstortproblematiek staat een uitgebreide set maatregelen ter beschikking. De waterbeheerder voert een beleid dat zich in eerste instantie richt op sanering aan de bron, vervolgens op een algemeen emissiebeleid en ten slotte op de lokale verbetering van de waterkwaliteit. De uitwerking van deze maatregelen moet er toe leiden dat de waterkwaliteitsdoelstellingen worden gehaald. In tabel 1 wordt een overzicht gepresenteerd van de typen mogelijke maatregelen. De volgorde waarin deze typen maatregelen staan opgesomd, vormt tevens de prioriteitenvolgorde die aan de maatregelen is toegekend. Tabel 1. Maatregelen om de riooloverstortproblematiek te veminderen type maatregel uitwerking in concrete maatregelen Bronmaatregelen verminderen afvalwaterproductie reductie van emissies afkoppelen van verhard oppervlak neerslag (gezuiverd) lozen op oppervlaktewater neerslag infiltreren in de bodem neerslag toepassen in grijswatercircuit verbetering beheer rioolstelsel *) organisatorische maatregel *) Uitgangspunt is dat er goed rioolbeheer gepleegd moet worden. Aangetoond moet worden dat het beheer beter werkt. vergroten bergingscapaciteit verbetering functioneren rioolstelsel aanleg randvoorzieningen verhogen overstortdrempels vergroten van leidingen aanbrengen stuwvoorzieningen voorkom slibafzetting in riolen bij droog weer voorkom slibopwoeling tijdens overstortingen voorkom foutieve aansluitingen bij (V)GS verplaatsen overstortlokaties Real Time Control vergroten pompovercapaciteit inrichting watersysteem overstorten op minder kwestbaar oppervlaktewater overstorting laten optreden via BBB afstemming besturing gemalen en kleppen in stelsel scheiden schone en vuile stromen in stelsel vergroting van gemalen, hydraulische capaciteit zwaarder belasten van de zuiveringsinstallatie diepte van de watergang vergroten door baggeren waterpeil verhogen dwarsprofiel watergang aanpassen natuurvriendelijke oevers aanleggen doorspoelmogelijkheid creëren volume van de watergang vergroten Deze prioriteitstelling is voorlopig. In 2002 zal de uitwerking van de wrw i.s.m. STOWA van de maatregelenmix worden toegevoegd.

27 Tweede Rioleringsnota Bijlagen 26/67 juli 2002

28 Bijlage 4 Afkoppelen verharde oppervlakken Huidig beleid en kennis Het huidige beleid voor het aan- en afkoppelen van verharde oppervlakken is vastgelegd in de Leidraad Afkoppelen van de wrw uit Daarin wordt aan de hand van beslisbomen aangegeven welke oppervlakken verantwoord kunnen worden afgekoppeld. De module B2100 (Doelmatige omgang met hemelwater; technisch instrumentarium) van de Leidraad Riolering biedt een uitputtend overzicht van de mogelijkheden voor de benutting van hemelwater, van alternatieve maatregelen voor het inzamelen, bergen en transporteren van regenwater. Verder is de module een hulpmiddel bij het maken van keuzes in het omgaan met hemelwater in de stad. Meer praktische informatie over het anders omgaan met hemelwater is ook te vinden in de Elsevier Waterwijzers (2000) en de Ontwerprichtlijn Hemelwater binnen de perceelsgrens van ISSO/SBR (2000). Ontwikkelingen De Leidraad aan- en afkoppelen zal worden geactualiseerd aan de hand van nieuwe inzichten in de vervuiling van hemelwater en de effecten van afkoppelen. Als voorbereiding op die actualisatie voert de wrw de onderzoeken Vervuiling afstroming verharding, Vuilemissie verbeterd gescheiden riolering en Toetsing basisinspanning gescheiden stelsel uit, respectievelijk de nrs. 10, 11 en 18 in het wrwwerkplan Het ministerie van VROM presenteert in 2002 de resultaten van een studie naar effecten van afkoppelen en de succes- en faalfactoren. Verder wordt er praktijkonderzoek gedaan naar onder meer de mogelijkheid van behandeling van afstromend hemelwater met lamellenafscheiders en het effect van lozing van hemelwater op of in de bodem. Daarnaast zijn er ontwikkelingen die zich richten op het beperken van het aanvoerdebiet van het regenwater naar het gemengde stelsel, zoals het Smart Drain systeem. Overleg met (grond)water- en bodembeheerder Bij afkoppelen heeft het de voorkeur om regenwater in de bodem te infiltreren. Dit dient in overleg met de beheerder van de bodem en het grondwater te gebeuren. Veelal is dit de gemeente of de provincie. Regenwater van wegen en straten is vervuild en mag niet zonder meer op het oppervlaktewater geloosd worden. In het rapport Kwaliteit afstromend hemelwater en de mogelijkheden tot afkoppelen in de VINEXlocatie Leidsche Rijn (gemeente Utrecht, deelrapport 2) is meer informatie over de vervuiling te vinden. De lozing is in principe vergunningplichtig en daarom onderwerp van gesprek tussen gemeente en waterschap. Vóór lozing dient het regenwater eerst gefilterd te worden of een adequate bezinkvoorziening te doorstromen. De omvang en type van deze voorziening dient in overleg tussen gemeente en waterschap te worden bepaald. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 27/67 juli 2002

29 Bijlage 5 Goed Functionerend Rioolstelsel Op dit moment voldoet de studie die voor de wrw is uitgevoerd over een goed functionerend rioolstelsel (GFRS) niet aan de verwachtingen die men er destijds van had. Met name de koppeling tussen de GFRStoets voor de te verwachte vuilemissie is onduidelijk gebleven. De wrw overweegt opnieuw een dergelijke studie te verrichten met een nadere uitwerking naar overstorten toe. Tot die tijd blijft onverkort geldig dat als het beheer van een rioolstelsel wordt uitgevoerd conform NPR 3220, er gesproken kan worden van een doelmatig beheer. Doelmatig beheer lijdt dan tot een goed functionerend rioolstelsel, ondanks dat daar op dit moment geen eenduidige criteria zijn waarmee dat te meten is. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 28/67 juli 2002

30 Berekening vuilemissie uit overstorten en regenwater- Bijlage 6 uitlaten 1. INLEIDING In april 1992 is van de Werkgroep Riolering West-Nederland (wrw) verschenen het rapport: 'Aanbevelingen voor de toetsing van gemeentelijk rioleringsbeleid in West-Nederland'. In dit rapport wordt het huidige rioleringsbeleid uiteengezet. Het beleid is gebaseerd op de wettelijke regelgeving en op landelijke rapporten van NWRW, CUWVO en VROM. In het beleid staat de vuilemissie uit de rioolstelsels centraal. Voor alle stelsels, zowel bestaande als nieuw aan te leggen, is een maximaal toelaatbare vuilemissie gedefinieerd, gelijkwaardig aan de emissie van een referentiestelsel. Daarnaast kunnen per situatie strengere eisen aan de vuilemissie worden gesteld indien dit uit het oogpunt van de waterkwaliteit noodzakelijk wordt geacht. In het kader van dit beleid hebben de waterkwaliteitsbeheerders in West-Nederland in 1994 door de Landbouw Universiteit Wageningen de mogelijkheden van een vijftal beschikbare vuiluitworpmodellen laten onderzoeken. Uit dit onderzoek werd geconcludeerd dat, vanwege de grote verschillen tussen (de uitkomsten van) de modellen behoefte is aan standaardisatie van de berekeningswijze van de vuiluitworp uit rioolstelsels. Hieruit voortvloeiend wordt in het onderhavige rapport een zoveel mogelijk eenduidige methodiek beschreven voor het bepalen van de vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels. De berekeningswijze sluit aan op de huidige kennisniveau en is met opzet eenvoudig gehouden. Daarnaast wordt de mogelijkheid open gelaten om meer gedetailleerde berekeningen uit te voeren om recht te doen aan speciale omstandigheden en nieuwe inzichten. De beschreven berekeningswijze heeft een tijdelijk karakter en is geldig totdat de Leidraad-module "Standaardberekeningen Rioolstelsels; milieutechnisch functioneren" in werking treedt. Benadrukt wordt dat met de hier beschreven methodiek geen nieuw beleid wordt geformuleerd, maar slechts het eerder vastgestelde beleid operationeel wordt gemaakt. 2. PROBLEEMSCHETS In het rioleringsbeleid van de waterkwaliteitsbeheerders in West-Nederland, is, conform de aanbevelingen van de CUWVO, gekozen voor een twee sporen aanpak, te onderscheiden in een emissiespoor en een waterkwaliteitsspoor. Het emissiespoor is uitgewerkt in de zogenoemde basisinspanning welke in principe voor elk stelsel van toepassing is; zie onderstaande figuur 1. Met deze basisinspanning wordt beoogd een bepaald emissieniveau te bereiken, dat gelijk is dat van een referentiestelsel (goed functionerend stelsel, 7 mm berging, 0,7 mm/h poc en 2 mm bbb). Het referentie stelsel is geen middel- maar een Tweede Rioleringsnota Bijlagen 29/67 juli 2002

31 doelvoorschrift. Indien in een specifieke situatie het realiseren van de basisinspanning niet leidt tot een acceptabele waterkwaliteit, is het op basis van het waterkwaliteitsspoor mogelijk verdergaande eisen aan de vuiluitworp te stellen. Bij zowel het emissiespoor als het waterkwaliteitsspoor vindt toetsing plaats op basis van de vuilemissie. Voor het bepalen van de emissies zijn verschillende vuiluitworpmodellen beschikbaar. Om te bepalen hoe de uitkomsten van de vuiluitworpberekeningen moeten worden beoordeeld, is in opdracht van de wrw door de heer ir. R.W. Aalderink van de Landbouw Universiteit Wageningen in 1994 een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar vuiluitworpmodellen voor rioolstelsels. Het onderzoek betrof de modellen van de bureaus DHV, Witteveen+Bos, Heidemij, Grontmij en Oranjewoud. Met alle modellen zijn vuiluitworpberekeningen gemaakt voor het kleine rioolstelsel Dorp-Oost te Stolwijk in de Gemeente Vlist. De uitkomsten vertoonden aanzienlijke verschillen. Bovendien kwam uit een beperkt aantal mogelijke verbeteringsmaatregelen niet steeds dezelfde maatregel als beste naar voren. Deze beide zaken bemoeilijken het gebruik van vuiluitworpmodellen voor een verantwoorde besluitvorming voor de verbetering van rioolstelsels. De problemen die bestaan bij het berekenen van de vuilemissie, betekenen niet dat er moet worden gestopt met deze berekeningen. De waterkwaliteitsbeheerders zijn van mening dat het werken met vuiluitworpmodellen leidt tot betere planvorming, zolang niet het model centraal staat maar de wil om een optimaal pakket maatregelen te formuleren. Deze goede ontwikkeling wordt gefrustreerd als wordt teruggegaan tot alleen het beschouwen van berging en pompovercapaciteit (en daarmee de overstortingsfrequentie). Deze mening wordt bevestigd door het eindrapport "vergelijkend onderzoek..". De waterkwaliteitsbeheerders in West-Nederland willen daarom op de ingeslagen weg van vuilemissieberekeningen doorgaan. In het eindrapport "vergelijkend onderzoek.." wordt verder gesteld dat de toepasbaarheid van de modellen vergroot kan worden door de werkwijze bij vuiluitworpberekeningen te standaardiseren. Naar verwachting zal het nog geruime tijd duren voordat een landelijk geaccepteerde berekeningsmethodiek zal zijn vastgesteld. De waterkwaliteitsbeheerders in West-Nederland hebben daarom besloten regels voor een berekeningsmethodiek voor de bepaling van vuiluitworp uit rioolstelsels op te stellen. Deze regels blijven van kracht tot de Leidraad-module "Standaardberekeningen Rioolstelsels; milieutechnisch functioneren" gereed is. De berekeningsmethodiek beperkt zich tot gemengde stelsels. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 30/67 juli 2002

32 3. DOELSTELLING, UITGANGSPUNTEN, OVERWEGINGEN De doelstelling die bij het opstellen van deze nota is gehanteerd luidt: Formuleren van regels voor een zoveel mogelijk eenduidige bepaling van de vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels. Bij de uitwerking van de doelstelling zijn de volgende uitgangspunten van belang: Relatie met "Standaardberekeningen Rioolstelsels; hydraulisch functioneren" (hierna voortaan "C2100") Waar in C2100 keuzemogelijkheden worden opengelaten, wordt aangegeven hoe daarmee voor de vuiluitworpberekening moet worden omgegaan. Relatie met "Standaardberekeningen Rioolstelsels; milieutechnisch functioneren". Zodra de Leidraad-module over het milieutechnisch functioneren (vuiluitworp) gereed is zullen de waterkwaliteitsbeheerders in West-Nederland zich in beginsel hieraan conformeren. Tot die tijd geeft deze notitie aan welke werkwijze moet worden gehanteerd. Gemaakte afspraken blijven van kracht De hier beschreven methodiek sluit aan bij de huidige kennis en mogelijkheden. Nieuwe ontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot het bijstellen van de hier geformuleerde methodiek. Indien bijstelling plaatsvindt, zullen afspraken tussen gemeente en waterkwaliteitsbeheerder, die op basis van eerdere inzichten zijn gemaakt, gedurende het betreffende planvormingsproces onverminderd van kracht blijven. Alleen indien alle actoren het zinvol achten om tussentijds het planvormingsproces op de nieuwe inzichten aan te passen kan hiervan worden afgeweken. De uitkomsten van de vuiluitworpberekeningen worden gebruikt voor de toetsing van rioleringsmaatregelen aan zowel het emissiespoor als aan het waterkwaliteitsspoor en als vervolg hierop dienen zij als basis voor de vergunningverlening. De methodiek moet voldoende ruimte en prikkels overlaten voor het formuleren van optimale maatregelen. Dit betekent dat de mogelijkheid moet bestaan om te kiezen voor geavanceerde vuiluitworpmodellen (de ontwikkeling van de modellen en het anticiperend denken in de dagelijkse praktijk wordt zodoende niet gefrustreerd) Een belangrijke overweging bij het opstellen van de methodiek is dat deze eerlijk, inzichtelijk en eenvoudig moet zijn. Eerlijk Eerlijk betekent in dit verband dat alle gemeenten op gelijke wijze (eenduidig) worden behandeld. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid zo veel mogelijk bevorderd. Zo wordt ondermeer voorkomen dat de keuze voor een bepaald model automatisch leidt tot gunstige of ongunstige uitkomsten. Inzichtelijk Inzichtelijk heeft te maken met de vereenvoudigde wijze waarop de complexe materie wordt beschouwd. De werkelijke situatie is zodanig complex dat deze op dit moment niet exact kan worden berekend. Getracht is een zodanige vereenvoudiging door te voeren dat de belangrijkste processen op acceptabele wijze worden beschreven en de minder uitgekristalliseerde zaken achterwege blijven. Op deze wijze ontstaat een bruikbare indicatie van de werkelijke situatie, zonder de ballast van schijnnauwkeurigheden. Eenvoudig Tweede Rioleringsnota Bijlagen 31/67 juli 2002

33 Eenvoudig slaat er op dat een materiedeskundige vlot met de berekeningsmethodiek moet kunnen werken. Zodoende wordt de aandacht niet teveel gericht op het model, maar op het feitelijke probleem: welke knelpunten treden op in de huidige overstortsituatie en met welk pakket maatregelen wordt dit op de beste wijze (voor wat betreft milieu, kosten, uitvoerbaarheid etc.) ondervangen. 4. METHODIEK Onderdelen Naar aanleiding van de eisen dat de methodiek eenvoudig en eenduidig moet zijn, zodat schijnnauwkeurigheid en onzekerheden zoveel mogelijk worden vermeden, maar tevens moet blijven prikkelen tot nieuwe ontwikkelingen, is gekozen voor een tweedeling van de vuiluitworpberekening. In het eerste -verplichte- gedeelte wordt voor elke situatie op dezelfde wijze de vuiluitworp bepaald, uitgaande van een volumebenadering. Er is voor een volumebenadering gekozen, omdat er voldoende kennis is om een stelsel hydraulisch nauwkeurig door te rekenen, terwijl rond de factoren die het vuilgehalte van het overstortwater bepalen nog veel onzekerheden bestaan. Bovendien zijn voor de hydraulische berekening van rioolstelsels eenduidige afspraken gemaakt in de Leidraad Rioleringen. Aan de berekende volumes worden vaste vuilconcentraties (verwachtingswaarde) gekoppeld. Met deze berekening voor de vuilvracht kunnen alleen maatregelen worden onderzocht die ingrijpen op de overstorthoeveelheden, zoals aanpassing van berging en poc en de realisatie van randvoorzieningen. In het tweede gedeelte wordt de mogelijkheid geboden om een meer op de lokale situatie toegespitste (geavanceerde) vuiluitworpberekening uit te voeren, als dat bijvoorbeeld op basis van beschikbare meetgegevens wenselijk wordt geacht. Over het uitvoeren en de invulling van facultatieve berekeningen moet vooraf overeenstemming zijn met de betrokken waterkwaliteitsbeheerder. Met deze facultatieve berekeningen kunnen o.a. maatregelen worden onderzocht die gericht zijn op het beïnvloeden (i.c. verlagen) van het vuilgehalte van het overstortwater. In de navolgende hoofdstukken worden de verschillende onderdelen van de berekeningsmethodiek meer in detail beschreven. Toepassing De hier beschreven berekeningsmethodiek moet volledig worden toegepast bij de (periodieke) doorlichting van een geheel rioleringsstelsel, met name bij de toetsing aan de criteria en ten behoeve van de vergunningverlening. Bij de beoordeling van de vuilemissie van deelplannen zal soms, in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder, kunnen worden volstaan met een eenvoudiger benadering. Werkwijze In een tweetal nota's wordt de werkwijze beschreven voor de toetsing van gemeentelijke rioleringsplannen: "Aanbevelingen.." en "Regels..". Deze nota's moeten vooral worden gezien als richtlijn. Steeds zal afstemming op specifieke omstandigheden nodig zijn. Afspraken over de te volgen werkwijze, benodigde gegevens en de omgang met berekeningsuitkomsten moeten in het vooroverleg tussen gemeente en waterkwaliteitsbeheerder worden gemaakt.. BENODIGDE GEGEVENS Voor de beoordeling van plannen aan het rioleringsbeleid moeten de onderstaande gegevens bekend zijn. De gewenste wijze van bepaling, nauwkeurigheid en actualiteit van de gegevens wordt in het vooroverleg vastgelegd. Afvoerend oppervlak Het afvoerend oppervlak wordt bepaald zoals aangegeven in C2100. Omdat het afvoerend oppervlak grote invloed heeft op de overstortende volumes, verdient het de aanbeveling om dit zo nauwkeurig mogelijk te bepalen, onderscheiden naar 4 typen oppervlak. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 32/67 juli 2002

34 In extreme situaties kan ook vanaf het onverharde gedeelte afstroming naar het rioolstelsel plaatsvinden (bijvoorbeeld delen van tuinen en groenstroken). Daarom geeft C2100 aan dat ook dit oppervlak moet worden bepaald. In het vooroverleg wordt bepaald of het onverhard oppervlak voor de betreffende situatie daadwerkelijk in de berekening moet worden meegenomen. Tevens wordt (indien relevant) vastgelegd op welke wijze dit oppervlak zal worden bepaald. Zoals in 'Aanbevelingen..' is aangegeven moet tevens het niet aangesloten verhard oppervlak dat rechtstreeks op het oppervlaktewater loost worden bepaald. Tenslotte is het gewenst dat ook het niet-afvoerend oppervlak wordt bepaald, zodat ter controle een balans kan worden opgesteld. In aansluiting op aanbeveling 8.2 uit C2100 ten aanzien van afvoerend oppervlak, wordt geadviseerd om gegevens van het afvoerend oppervlak in het veld (globaal) te controleren. In praktijk blijkt na verkenning vaak aanleiding te geven tot bijstellen van de gegevens. Toestand van het rioolstelsel In principe moet elk rioolstelsel goed functioneren. Beschreven moet worden in hoeverre het rioolstelsel hieraan voldoet. Hiertoe moet de toestand van het rioolstelsel in kwalitatieve zin worden vergeleken met de eigenschappen van een goed functionerend rioolstelsel zoals bedoeld in 'Aanbevelingen..' (' 5.2). Hoewel er (nog) geen kwantitatief verband is aangetoond tussen de bovengenoemde eigenschappen en de vuiluitworp, is het hebben van een goed inzicht in het functioneren van het stelsel wel van belang bij het formuleren van een optimaal pakket maatregelen. Om dit inzicht te verkrijgen is een zorgvuldige inspectie en inventarisatie van het stelsel nodig. Dit zijn activiteiten die behoren bij het normale rioleringsbeheer en dus in principe geen extra inspanning betekenen. Bovendien zullen deze activiteiten zich in het beheer en onderhoud van de riolering al terugverdienen. Een geschikt hulpmiddel bij het doorlichten van een stelsel kan de GFRS (Goed Functionerend Rioolstelsel)-systematiek zijn. Een exemplaar van het rapport Goed Functionerend Rioolstelsel kan via de waterkwaliteitsbeheerders worden verkregen. Bij de vuiluitworpberekening moet in elk geval rekening worden gehouden met: - actuele hoogten van de riolering (geen aanleghoogtes) - locaties met verloren berging Berekeningsgrondslagen De berekeningsgrondslagen worden (per bemalingsgebied) weergegeven op een kenmerkenblad. Hierop is aangegeven welke kentallen moeten worden aangeleverd. Tevens zijn hierop de benodigde rekenresultaten aangegeven. Met de waterkwaliteitsbeheerder wordt afgesproken op welke wijze de gegevens kunnen worden uitgewisseld. Overige gegevens Voor de beoordeling van rioleringsplannen zijn verder de gegevens benodigd die zijn vermeld in bijlage 4. Niet voor elke planbeoordeling behoeven alle gegevens te worden aangeleverd. Het verdient de aanbeveling om in het vooroverleg met de waterkwaliteitsbeheerder hierover afspraken te maken. wrw knelpuntenanalyse bij overstorten In de "Aanbevelingen.." van de wrw is een knelpuntenanalyse voor overstortlocaties aangegeven 1. De systematiek is gebaseerd op NWRW-rapport 9.2 (lokatierapport) en is bedoeld om de meest significante knelpunten zichtbaar te maken. Hierbij wordt uitgegaan van de dimensies van het ontvangend oppervlaktewater, de mate van verversing en een schatting van de vuillast uit de overstort. 1 naar aanleiding van praktijkervaringen is de knelpuntenberekening inmiddels enigszins aangepast Tweede Rioleringsnota Bijlagen 33/67 juli 2002

35 De analyse wordt door de waterkwaliteitsbeheerder uitgevoerd. De gemeente neemt de uitkomsten van de analyse op in de rapportage en moet hiermee bij de uitwerking van de maatregelen, in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder, rekening houden. 6. BEPALING VUILUITWORP; VERPLICHT GEDEELTE In dit hoofdstuk wordt het verplichte gedeelte voor de bepaling van de vuiluitworp uiteengezet. De verplichte berekening is een volume benadering; het stelsel wordt hydraulisch doorgerekend, waarna voor het bepalen van de vuilvrachten een vaste vuilconcentratie wordt gekoppeld aan de overstortvolumes, dus: vuilvracht = volume * concentratie In de systematiek wordt ervan uitgegaan dat de volumes worden bepaald zoals in C2100 wordt aangegeven. In paragraaf 6.1. wordt nader ingegaan op de C2100-systematiek. De vuilgehaltes zijn opgenomen in paragraaf 6.2. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij gegevens uit het NWRW-onderzoek. Voor het beoordelen van maatregelen die te maken hebben met het hydraulische gedrag van het stelsel, zoals de verdeling van de overstortvolumes, het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak en het aanleggen van randvoorzieningen, moet gebruik worden gemaakt van de in dit hoofdstuk beschreven berekeningsmethodiek. Overige maatregelen (bijvoorbeeld die ingrijpen op het transport en gedrag van slib) kunnen daarnaast worden beoordeeld met facultatieve berekeningen zoals beschreven in hoofdstuk 7. Overigens kan het gebruik van geavanceerder modellen, ook als niet wordt overgegaan tot het facultatieve gedeelte, wel bijdragen aan het vergroten van het inzicht in het functioneren van het stelsel en op deze wijze indirect bijdragen aan een verdere emissiereductie. Bepaling overstortvolume Neerslagreeks en inloopmodel C2100 maakt voor wat betreft de neerslag onderscheid in gebeurtenisberekeningen, voor de controle op het hydraulisch functioneren (water op straat), en reeksberekeningen voor de beschrijving van het functioneren van overstorten en gemalen. Voor vuiluitworpberekeningen is een reeksbenadering nodig. Hierbij wordt uitgegaan van een gedetailleerde beschrijving van de neerslagbelasting in combinatie met een al dan niet geschematiseerd rioleringsmodel. Voor de berekening wordt conform C2100 de volgende reeks gehanteerd: neerslagreeks: De Bilt, , 15 minuten In een overgangsperiode tot 1998 mag conform C2100 gebruik worden gemaakt van een 10-jarige regenreeks, nl De Bilt, , 15 minuten. Het rekenen met een 25-jarige reeks verdient echter de voorkeur. Met name de bepaling van de piek-vuiluitworp met een overschrijdingskans van eens per 10 jaar, is bij de kortere reeks onnauwkeurig. Gelijk aan C2100 wordt als inloopmodel gehanteerd: inloopmodel: NWRW-4.3 Controleprocedure bij geschematiseerd stelsel Het is praktisch niet altijd haalbaar om op strengniveau met een langdurige regenreeks een stelsel hydraulisch door te rekenen. Daarom mag gerekend worden met een geschematiseerd stelsel. Voorwaarde is wel dat deze aanpassing getoetst wordt door de werking van het aangepaste stelsel te Tweede Rioleringsnota Bijlagen 34/67 juli 2002

36 vergelijken met de werking van een niet-aangepast stelsel op basis van een aantal voorgeschreven standaardbuien. Dit volgens de procedure zoals aangegeven in C2100. Bepaling jaar- en piekvolumes Uit de individuele overstortgebeurtenissen (definitie overstortgebeurtenis volgens C2100) moeten per overstort het gemiddelde jaarvolume en de volumes met een overschrijdingskans van eens per 1, 2, 5 en 10 jaar worden bepaald. De piekvolumes worden vastgesteld volgens de in C2100 aangegeven methode van steekproefkwantielen. Vuilconcentraties van het overstortwater De kennis over het transport, de afzetting en opwoeling van vuil in de riolering is nog maar beperkt. In dit verplichte gedeelte is daarom gekozen voor een "eenvoudige" benadering van de concentratie als tweede element in de vuiluitworpberekening. Daarbij wordt een vaste vuilconcentratie in het overstortwater aangehouden. Op deze wijze wordt schijnnauwkeurigheid vermeden. Alleen de gehalten voor CZV en BZV worden in beschouwing genomen. CZV wordt gehanteerd als gidsparameter voor de basisinspanning en staat als zodanig model voor alle parameters die bepalend zijn voor de lange-termijn en regionale effecten. Daarnaast is de basisinspanning door de CUWVO (jaar en piek) beschreven in termen van CZV. De korte-termijn effecten van een overstort worden beoordeeld op basis van de BZV-vracht, daarom zijn ook BZV-concentraties opgenomen. De waarden zijn afgeleid uit NWRW-meetresultaten. Hierbij is voor het vuilgehalte voor de pieklozingen rekening gehouden met het verschijnsel dat de hoogste vuilconcentraties van het overstortwater meestal niet tegelijkertijd optreden met de grootste overstortvolumes; het relateren van gemeten piekvuilgehalten aan piekvolumes zou leiden tot te grote vuilvrachten. De te hanteren vuilgehalten voor piekgebeurtenissen zijn bepaald door per NWRW-onderzoek de gemeten volumen en vuilvrachten, onafhankelijk van elkaar, naar grootte te rangschikken. Uit deze gegevens is vervolgens de vuilconcentratie bepaald waarbij met de grootste gemeten volumes de grootste gemeten vuilvrachten worden verkregen. parameter gebeurtenis vuilgehalten overstort water (mg/l) bezinkingsrendement (%) BBB BBL CZV gemiddeld Piek BZV gemiddeld Piek tabel 6.1 Vuilgehalten overstortwater en bezinkingsrendement randvoorzieningen voor de parameters BZV en CZV Werking bergbezinkvoorzieningen Het bezinkingsrendement van bergbezinkvoorzieningen is afhankelijk van diverse factoren, waar onder de overstortingsintensiteit en stelselkenmerken. Een eenduidig verband tussen het totaal van deze factoren en het bezinkingsrendement is tot nu toe niet aangetoond. Daarom is ook hier gekozen voor een eenvoudige benadering. Binnen het verplicht gedeelte (volumebenadering) wordt gerekend met vaste bezinkingsrendementen zoals in de bovenstaande tabel is aangegeven. Uitgangspunt daarbij is dat de randvoorziening zorgvuldig is gedimensioneerde en een inhoud heeft van tenminste 2 mm ten opzichte van het via de overstort lozend oppervlak. Tenzij een aantoonbaar betere methode voorhanden is, wordt het maatgevend afvoerend oppervlak op de volgende wijze bepaald: Tweede Rioleringsnota Bijlagen 35/67 juli 2002

37 - bepaal (uit het overstortdebiet) het afvoerend oppervlak bij een constante regenintensiteit van 60 l/s.ha - bepaal (uit het overstortdebiet) het afvoerend oppervlak bij een constante regenintensiteit van 20 l/s.ha Het maatgevend afvoerend oppervlak is gelijk aan het maximum oppervlak dat uit de twee berekeningen volgt. Voor het bezinkingsrendement wordt de NWRW definitie aangehouden: bezinkingsrendement= bezonken vracht (ingekomen vracht - geborgen vracht) * 100 % Hieruit volgt: overstortende vuilvracht = extern overstortend volume * vuilgehalte * (100 % - bezinkingsrendement). Bepaling vuiluitworp van het referentiestelsel Om te beoordelen of een stelsel voldoet aan de basisinspanning, moet de vuiluitworp van het stelsel worden vergeleken met de vuiluitworp van het referentiestelsel. De vuiluitworp van het referentiestelsel (jaar- en piekemissie) moet eveneens met de hier beschreven methodiek worden vastgesteld. Hoe het referentiestelsel is gedefinieerd is beschreven in hoofdstuk 2. Resultaten vuiluitworpberekening De gewenste resultaten van de vuiluitworpberekening zijn beschreven in bijlage 3. Uiteraard is presentatie van de inventarisatie en rekengegevens in de vorm zoals aangegeven in C2100 aangegeven ook nodig. Het kenmerkenblad voor dit onderdeel is bedoeld als een samenvatting van de belangrijkste kentallen. Om in het overleg de prioriteit en de planning van maatregelen vast te kunnen stellen is het nodig de effecten van de afzonderlijke maatregelen (globaal) aan te geven. 7. BEPALING VUILUITWORP; FACULTATIEF GEDEELTE In het facultatieve gedeelte wordt de mogelijkheid geboden om naast de verplichte vuiluitworpberekening een meer op de lokale situatie toegespitste berekening uit te voeren. De volgende onderdelen kunnen worden uitgewerkt: - het afstemmen op beschikbare (of te verwerven) meetgegevens - het gebruik van geavanceerde vuiluitworpmodellen Uitgangspunten bij de facultatieve berekeningen zijn: - de berekening is aanvullend op de verplichte berekening - over het uitvoeren en de invulling van facultatieve berekeningen moet vooraf overeenstemming worden verkregen met de waterkwaliteitsbeheerder - het nut van gebruik van afwijkende invoergegevens ten opzichte van de verplichte berekening moet worden verklaard, bij voorkeur aan de hand van meetgegevens - het uitvoeren van praktijkmetingen wordt aanbevolen - verschillen met de resultaten van het verplichte gedeelte moeten duidelijk worden verklaard - de effecten van maatregelen moeten afzonderlijk in beeld gebracht worden Tweede Rioleringsnota Bijlagen 36/67 juli 2002

38 Bijlage 6A Nadere definitie referentiestelsel Nadere definitie van het CUWVO-referentiestelsel: Woongebieden Een stelsel gelijk aan het te beschouwen gemengde rioolstelsel, met dien verstande dat het voldoet aan de volgende eisen: - Goed functionerend rioolstelsel. Hieronder wordt verstaan een stelsel dat voldoet aan de omschrijving zoals aangegeven in het rapport 'Aanbevelingen voor de toetsing van gemeentelijk rioleringsbeleid in West-Nederland'. Indicaties van goed functioneren kunnen in de praktijk worden verkregen door regelmatige visuele inspecties, door overstorttellers, door registratie en interpretatie van peilen en pomp-uren, door het uitvoeren van een GFRS-toetsing; - Berging (onder de laagste drempel, zonder bijtelling putten, zonder aftrek d.w.a. en slib) van 7 mm. * Wellicht is het voortaan beter om in dit verband over referentieberging te spreken. Hiermee kan onderscheid gemaakt worden met de "rekenberging" die in de modellen wordt gebruikt. Hierin zitten wel de inhoud van putten, de dwa-berging en dergelijke. - Pompovercapaciteit van 0,7 mm/uur; - Bergbezinkbasin bij de overstort van 2 mm, bepaling rendement volgens ' 6.3; - Verhard oppervlak 150 m 2 per woning, onderverdeeld in: open verhard: 30 % dakoppervlak hellend: 40 % dakoppervlak vlak: 10 % overige verharding gesloten: 20 % - Geen afvoerend onverhard oppervlak; - Woonbezetting 2,5 persoon per woning; - Beheer van de rioolgemalen als aangegeven in de nota "Criteria voor het ontwerp en beheer van rioolgemalen", waarbij voor de schakelpeilen geldt: Pompaanslag op halve capaciteit ter hoogte van laagste b.o.b. (pendelberging dus geheel in de pompenkelder); Pomp op maximale capaciteit op gemiddelde hoogte tussen laagste b.o.b. en laagste drempel, afslagpunt van deze maximale capaciteit op laagste b.o.b. De combinatie van dit nader gedefinieerde CUWVO-referentiestelsel en de gepresenteerde wrwvuiluitworp-berekeningswijze leidt tot een meer eenduidige vuiluitworp gerelateerd aan het aantal woningen. Industriegebieden Gelijk aan bovenstaande, alleen wordt voor het verhard oppervlak zoveel mogelijk uitgegaan van de aanwezige situatie. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 37/67 juli 2002

39 Bijlage 6B Aanvullingen wrw op CIW rapport Eenduidige basisinspanning Het vigerende beleid voor de berekening van de vuilemissie is opgenomen in bijlage 8. Als aanvullingen daarop gelden de volgende maatstaven en meetmethoden. Maatstaven De maatstaven voor de vuilemissie via overstorten op oppervlaktewater zijn: 50 kg CZV per ha afvoerend verhard oppervlak per jaar (overstortend volume is 36,5 mm/jaar); 20 kg CZV per ha afvoerend verhard oppervlak per overstortingsgebeurtenis met een overschrijdingskans van éénmaal per jaar (overstortend volume = 9,1 mm); 32,6 kg CZV per ha afvoerend verhard oppervlak per overstortingsgebeurtenis met een overschrijdingskans van éénmaal per 2 jaar (overstortend volume = 14,8 mm). De maatstaven zijn het resultaat van een berekening op basis van de uitgangspunten die zijn vermeld in Bijlage 1 van het CIW rapport Eenduidige basisinspanning. 2 In aanvulling hierop geldt: gemiddelde concentratie CZV tijdens piekoverstortingen: 400 mg/l (0,4 kg/m 3 ) Ondanks gelijke uitgangspunten kunnen vanwege (geringe) verschillen in de toegepaste rekenprogramma s de rekenresultaten toch afwijken van de hiervoor genoemde maatstaven. Daardoor zou de omvang van de noodzakelijke maatregelen om aan de basisinspanning te voldoen, kunnen worden beïnvloed door de keuze van het toegepaste rekenprogramma. Om dergelijke ongewenste beïnvloeding te voorkomen dient de uitvoerder van de berekening aan te tonen dat het toegepaste rekenprogramma met de gebruikte instellingen geen grotere afwijking vertoont dan 2 % t.o.v. de maatstaven. Indien een grotere afwijking optreedt, worden de maatstaven evenredig aangepast. Meetmethode Als uitgangspunt voor de meetmethode geldt de meetmethode overeenkomstig het CIW rapport Eenduidige basisinspanning, in verband met gebiedsgericht emissiebeleid heeft de wrw de CIW meetmethode aangevuld met: - De te hanteren pompovercapaciteit wordt berekend overeenkomstig de door het waterschap gehanteerde norm. - De te hanteren concentratie CZV tijdens piekoverstortingen is 400 mg/l (0,4 kg/m 3 ) - Bij de berekening van zowel de jaarvracht als de piekvrachten wordt als bezinkingsrendement aangehouden voor: bergbezinkbassins: 45 %; bergbezinkleidingen: 40 %. - De berekende jaargemiddelde vuilemissie als ook de overstortingsgebeurtenissen met een overschrijdingskans van éénmaal per jaar, respectievelijk éénmaal per 2 jaar mogen de maatstaven niet overschrijden. - Gemeentebreed dient aan de maatstaven voor de jaargemiddelde vuilemissie en voor de pieklozingen te worden voldaan. 2 CIW, Riooloverstorten, Deel 2 Eenduidige basisinspanning, juni 2001 Tweede Rioleringsnota Bijlagen 38/67 juli 2002

40 Bijlage 7 Berekening Rendement Randvoorzieningen Als randvoorzieningen worden ontworpen aan de hand van de Handleiding Ontwerp Randvoorzieningen II 1995 van de Noord-Brabantse waterkwaliteitsbeheerders dan kunnen rendementen worden gehanteerd zoals in bijlage 8 (paragraaf 6.2) aangegeven. In afwijking hierop kan het ontwerp van met name een bergbezinkbassin gebaseerd zijn op regenreeksberekeningen. In genoemde handleiding wordt hiervoor al een opening gemaakt in 4.3 Beoordeling rendement. In de wrw-studie Toetsing criteria beleidsnotitie randvoorzieningen van december 1996, wordt dit nader uitgewerkt en toegelicht. Indien een gemeente een randvoorziening wil toepassen met een hoger rendement, dan dient het ontwerp te zijn gebaseerd op de Handleiding Ontwerp Randvoorzieningen II Verder dient het ontwerp te worden gecontroleerd met de methode die omschreven is in de Toetsing criteria beleidsnotitie randvoorzieningen. Onder Aanbevelingen voor controle en ontwerp van de randvoorzieningen zijn de belangrijkste samengevat en onder Systematiek voor de berekening van het rendement van bergbezinkbassins met regenreeksen is deze nader uitgewerkt. Deze systematiek kan ook voor andere typen randvoorzieningen worden toegepast. Aanbevelingen voor controle en ontwerp 1. Voor het ontwerp van randvoorzieningen bij rioolstelsels wordt aanbevolen om de Handleiding Ontwerp Randvoorzieningen II 1995 van de Brabantse waterkwaliteitsbeheerders te gebruiken. De η = η Q ( t) bezink BBB totaal Q ( t) totaal richtlijnen voor basisinspanning en aanvullende maatregelen van de eigen waterkwaliteitsbeheerder zijn van toepassing. De passages in de paragrafen 2.2 en 8.1 van de handleiding welke daarvan afwijken, dienen daarom buiten beschouwing te blijven. Behalve een duikschot vóór de interne drempel zoals in wordt geadviseerd, zal ook altijd voor de externe drempel een duikschot moeten worden aangebracht. De in aangegeven doorsnede van een helofytenfilter is niet zoals toegepast bij overstorten. De waterdiepte bedraagt dan doorgaans 30 cm. (biezenveld). 2. Volledige toepassing van een parallelbergbezinkriool wordt nog niet toegestaan vanwege het ontbreken van rendementsmetingen. Parallelbergbezinkriolen dienen voorshands te voldoen aan de eisen van bergbezinkriolen. 3. Met behulp van resultaten van berekeningen conform de Module C2100 Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren van de Leidraad Riolering dient, op basis van het totale jaarlijkse gemiddelde overstortingsvolume, de inhoud van de randvoorzieningen te worden bepaald als aangegeven in 3.2 van de handleiding. Het ontwerp dient het meest effect te hebben voor het opvangen van overstortende hoeveelheden en verder in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder te worden bepaald. 4. De voorzieningen ontwerpen volgens 4.2 met in acht name van de ontwerpdetails in hoofdstuk 6 en de overige in de handleiding genoemde voorwaarden, met als aanvulling dat ook altijd vóór de externe drempel een drijflaagschot dient te worden aangebracht. 5. Vervolgens dient te worden berekend met behulp van een meerjarige neerslagreeks-berekening overeenkomstig de module C2100 Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren van de Leidraad Riolering: het meerjarig gemiddeld bezinkingsrendement berekend volgens 4.3; bij het toepassen van een bypass-constructie het rendement berekenen volgens: waarbij: η totaal : bezinkingsrendement van BBB met werkende bypass η bezink : gemiddeld bezinkingsrendement bij een zeker debiet Q(t) BBB Q(t) BBB : debiet door BBB Q(t) totaal : debiet door BBB plus debiet door bypass Tweede Rioleringsnota Bijlagen 39/67 juli 2002

41 van alle overstortingsgebeurtenissen met een volume dat groter is dan het volume optredend bij een frequentie van 1 keer per jaar het bezinkingsrendement per overstortingsgebeurtenis; de optredende schuifspanning per klokkwartier. Deze (geautomatiseerde) berekeningsresultaten kunnen worden gepresenteerd overeenkomstig het rapport Standaarduitwisselingsformaat Hydraulische berekeningen (SUF-HYD). 6. Controleren van het ontwerp op de in punt 4 aangegeven berekeningsresultaten waarbij de volgende eisen gelden: Het langjarig gemiddeld bezinkingsrendement berekend met behulp van de 10-jarige regenreeks bedraagt minimaal 50 % (bij gebruik van de 25-jarige regenreeks minimaal 60 %); Alle overstortingsgebeurtenissen met een volume dat groter is dan het volume optredend bij een frequentie van 1 keer per jaar moeten een bezinkingsrendement hebben van minimaal 20 %; De optredende schuifspanning mag slechts gedurende 1 maal per 2 jaar gedurende maximaal 15 minuten een waarde van 0,1 N/m2 overschrijden. Indien niet wordt voldaan aan de eisen zullen de afmetingen van de voorzieningen moeten worden aangepast. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 40/67 juli 2002

42 Systematiek voor de berekening van het rendement van bergbezinkbassins met regenreeksen 1. Inleiding Voor het bepalen van het rendement van een bergbezinkbassin volgens deze systematiek is het noodzakelijk te beschikken over de uitkomsten van een regenreeksberekening, een eerste ontwerp van het bbb en een mogelijkheid om het rendement te bepalen (Camp grafiek of methode Kluck). Stap 1 is het beschikbaar krijgen van het debiet over de interne overstortrand van het bbb. Dit type berekening is in principe omschreven in C2100 en in het voorgaande van deze bijlage. Stap 2 is het bepalen van de effectieve bezinkingzone van het bassin Stap 3 is het bepalen van de rendementscurve bij verschillende debieten Stap 4 is het combineren van de uitkomsten van stap 1 en stap 3 en verwerken in overzichtelijke tabellen en grafieken. 2. Beschrijving van het debiet Voor het beschrijven van het debiet is het voldoende het debiet over de externe overstortrand van het bassin te kennen. Het debiet dat optreedt tijdens het vullen van het bassin heeft geen invloed op het bezinkingsrendement. Het debiet kan eenvoudig worden opgeslagen in het standaard uitwisselingsformaat SUFHYD-resultaten versie In dit formaat wordt het volume in liters per 5 minuten opgeslagen met vermelding van datum en tijd. Een gebruikelijke wijze om het totale volume per overstorting weer te geven is de dagsomgrafiek, zie ook figuur 1. Indien het totale overstortingsvolume over de overstort (zonder randvoorziening) weergegeven is, dan is deze figuur een hulp bij het bepalen van een effectieve omvang van het bassin. In deze figuur is een volume lijn aangegeven, die de totale inhoud van de randvoorziening weergeeft. Alle dagsommen die boven deze lijn uitkomen, zijn externe overstortingen. Figuur 1: Dagsomgrafieken met volume lijn BBB (2020 m 3 ) Uitgaande van SUFHYD-resultaten is het mogelijk te bepalen hoeveel keren de randvoorziening belast wordt met welk debiet. Hiertoe is in figuur 2 een histogram opgenomen met berekende debieten per 5 minuten. Opvallend aan deze figuur is het grote aantal vakjes in de lage range van het debiet. Wordt voor dezelfde overstort uitgezet wat de debieten zijn bij 20, 40 en 60 l/s.ha dan valt op dat deze gemiddeld (veel) hoger uitvallen. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat het ontwerpen van bergbezinkbassins bij hogere regenintensiteiten niet direct leidt tot goed werkende bassins. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 41/67 juli 2002

43 Figuur 2: Histogram van optredende debieten, met 5, 10, 20, 40 en 60 l/s.ha 3. Bepaling effectieve bezinkzone van ontwerp bergbezinkbassin en rendementscurve Het ontwerp van een bergbezinkbassin is beschreven in de Handleiding Ontwerp Randvoorzieningen II 1995 van de Noord-Brabantse waterkwaliteitsbeheerders. Met name in Bijlage 1: Ontwerp van gesloten bergbezinkvoorzieningen wordt uitgebreid ingegaan op de techniek van het ontwerpen. Voor het berekenen van het rendement van de randvoorziening is het noodzakelijk de effectieve bezinkzone te kennen. De effectieve bezinkzone wordt bepaald door de totale lengte van het bassin te verminderen met de lengte van de inlaatzone (bij interne drempel) en de uitlaatzone (bij de externe overstortrand). Schematisch is dit weergegeven in figuur 3. Figuur 3: schema inlaat-, bezink- en uitlaatzone De inlaatzone is 8 maal het verschil tussen drempelpeil en bodemhoogte. Bij toepassing van een diffusiewand is de inlaatzone 4 maal de onderlinge afstand tussen de gaten in de diffusiewand. De uitlaatzone heeft een lengte van 1,5 maal het verschil tussen extern drempelpeil en bodempeil. De rendementscurve wordt bepaald door het rendement te bepalen van het onderhavige ontwerp met behulp van de Camp-grafiek of de formules van Kluck voor verschillende debieten. Voor de Camp-grafiek is figuur 4 opgenomen. Het rendement is afhankelijk van: s0 H = v L 0 met: s 0 bezinksnelheid v 0 stroomsnelheid H hoogte waterkolom Tweede Rioleringsnota Bijlagen 42/67 juli 2002

44 L lengte bezinkzone Figuur 4: Camp grafiek Verplicht is om de rendementslijnen voor verschillende deeltjes te bepalen, met verschillende bezinksnelheden. Normaal is een bezinksnelheid (oppervlaktebelasting) van 10 m/h; daarnaast moet 5 en 2 m/h uitgewerkt worden. De rendementscurves worden beperkt door een tweetal debieten. De ondergrens Q min wordt gevormd door het moment dat de stroming instabiel dreigt te worden (Fr 2 > 10-5 ). De bovengrens Q max ontstaat op het moment dat bezonken materiaal opgewoeld wordt, hiervoor wordt een waarde aangehouden van τ cr =0,1 N/m 2. De verwachting is dat de onderwaarde Q min niet direct tot instabiliteit zal leiden, zodat de curve niet direct een rendement 0 zal hebben. In het rapport Toetsing criteria beleidsnotitie randvoorzieningen is daarom aangenomen dat het rendement het volgende verloop heeft: Q = 0 rendement = 0% Q = 1/2Q min rendement = rendement bij Q min Daartussen: lineair verloop, in figuur 5 is dit verloop schematisch weergegeven. Figuur 5: schematische weergaven van het rendementsverloop Tweede Rioleringsnota Bijlagen 43/67 juli 2002

45 Vanaf dit punt is het mogelijk verschillende ontwerpen met elkaar te vergelijken, door de rendementscurve voor verschillende verhoudingen voor lengte, breedte en diepte te bepalen. In figuur 6 is dit gedaan voor een drietal ontwerpen met een zelfde valsnelheid voor het standaarddeeltje (10 m/h). Op het eerste gezicht lijken de ontwerpen niet veel te verschillen, behalve dat het verloop bij de lage debieten anders is. De resultaten met de regenreeks verschillen enorm (tussen 29 en 51%). Figuur 6: Rendementscurves bij verschillende ontwerpen voor standaarddeeltje(10 m/h) Tweede Rioleringsnota Bijlagen 44/67 juli 2002

46 In figuur 7 is het verloop van het rendement bij drie verschillende standaarddeeltjes weergegeven. Hierbij is steeds hetzelfde ontwerp aangehouden, maar is de bezinksnelheid van de deeltjes gevarieerd. Figuur 7: Bezinkrendement voor 3 standaarddeeltjes Het combineren van de figuren 2 en 7 geeft al een goed beeld of het ontwerp voldoet aan de eisen. Als het grootste aantal5-minuten vakjes bij een ander gebied optreedt, dan het maximale rendement, dan dient het ontwerp kritisch beschouwd te worden. Figuur 8: Combinatie figuur met histogram van debieten en rendement bij verschillende standaarddeeltjes 4. Berekenen langjarig bezinkingsrendement Het rendement van een bergbezinkbassin kan nu berekend worden, gebaseerd op de uitkomsten van een regenreeks met de formule: 1 T r η bez = η( Q( t)) dt (1) Tn 0 met: η bez gemiddeld bezinkingsrendement lengte regenreeks T r Tweede Rioleringsnota Bijlagen 45/67 juli 2002

47 T n Q(t) η(q(t)) totale overstortduur overstortingsdebiet als functie van de tijd rendement als functie van het debiet in de tijd Het rendement wordt in deze formule tijdsafhankelijk gesteld. In de formule staat aangegeven dat voor elk debiet uit de regenreeks het bijbehorende rendement wordt bepaald uit de curve. de totale som van rendement en optredende tijd wordt gedeeld door de totale overstortingsduur. De enige uitzondering ontstaat bij overbelasting van het bbb. Het rendement van een gehele overstorting tot dan toe wordt nul op het moment dat τ cr (bij Q max ) wordt overschreden. Er wordt verondersteld dat alles instantaan opwoelt. Het rendement van de voorgaande overstortingen blijft uiteraard wel bestaan. In figuur 9 is dit grafisch weergegeven. Figuur 9: Verloop rendement over een overstorting, wel of optreden van rendement Als een bypass constructie wordt toegepast om uitspoeling van deeltjes te voorkomen, dan wordt de gebruikte formule: 1 T r η( Q( t) = Tank ) * Q( t) Tank η bez _ tot dt Tn 0 Q( t) totaal (2) met: η bez_tot gemiddeld bezinkingsrendement met werkende bypass T r lengte van de regenreeks T n totale overstortingsduur Q(t) Tank overstortdebiet als functie van de tijd door de tank Q(t) total totaal overstortingsdebiet η(q(t) Tank ) rendementscurve als functie van het debiet door de tank Deze formule is een bewerking van de voorgaande formule in de zin dat het rendement omlaag gaat met de factor Q tank /Q totaal, omdat het rendement van het bezinkingsrendement van het overstortwater dat over de bypass gaat nul is 5 Resultaten In tabel 1 is het resultaat opgenomen van de uitgevoerde berekeningen. Deze weergave sluit aan bij SUFHYD Resultaten, maar dan toegesneden op het rendement van het bassin. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 46/67 juli 2002

48 Tabel 1: Voorbeeld presentatie resultaten. Regenreeks : de Bilt 15 min Data bestand : B0707rxs.001 Inhoud : m3 Bezinkzone: m3 Lengte : m Breedte : m Gem. Diepte : m Helling : Ruwheid : m Overstortlengte : m Aantal straten : 3 - Overstortcoeff. : Bezinksnelheid : m/h Tau critisch : 0.10 N/m2 Qmin = m3/s FR^2 < 10^(-5) Qmax = m3/s Tau crit > 0.1 DATUM IN TANK UIT TANK NET. TIJD RENDEMENT JJMMDD [M3] [M3] [H] BERG. BEZINK Gem. Bergingsrendement : 29.4 % Gem. Bezinkingsrendement: 71.9 % NB: DEZE RENDEMENTEN NIET OPTELLEN!!! Tweede Rioleringsnota Bijlagen 47/67 juli 2002

49 Bijlage 8 Afvoernormen naar de RWZI ONDERWERP en GRONDSLAG TOELICHTING INWONERS aantal inwoners: Huidig aantal woningen* gemiddelde woningbezetting Toekomstig aantal woningen * Prognose gemiddelde woning- Bezetting Bepaling door middel van opgaven van gemeenten van het werkelijke aantal inwoners ten aanzien van de huidige situatie en van prognoses ten aanzien van de woningbouw in de toekomst. Voor toekomstige gemiddelde woningbezetting kan gebruik worden gemaakt van de provinciale prognoses. DROOGWEERAFVOER INWONERS *) afvoer per dag: 120 l/dag In het verleden werden hiervoor lagere hoeveelheden aangenoafvoer per uur: 12 l/inw.h men. Gezien onder meer het inmiddels gestegen waterverbruik is een bijstelling van deze gegevens voor de komende periode reëel. DROOGWEERAFVOER BEDRIJVEN *) bestaand: Inventariseren waterverbruik Bij 24-uurslozers, lozers met pieklozingen of bij saneringsvoortoekomstig: Extrapolatie van bestaande afvoer stellen, moet bij de berekening hiermee rekening worden gehoubij vergelijkbare bedrijvigheid. den. Indien 'schone' bedrijven verwacht Aanhouden: 0,5 m 3 /h per bruto ha, Tenzij er redenen zijn om andere Aannamen te doen DROOGWEERAFVOER MELKSTALLEN Blijkens onderzoek kan worden aangehouden voor: vervuilingswaarde 6 i.e. (exclusief wonen) spoelwatermelkleidingen: 200 l/reiniging dagverbruik 500 l/dag 400 l/dag uurverbruik 100 l/uur spoelwater melktank 120 l/reiniging met name indien het beschouwde bemalingsgebied een aanzienlijk aan deel uitmaakt van het verzorgingsgebied (bijvoorbeeld RWZI ) 1 keer per 2-3 dagen) totale vervuilingswaarde: ca. 6 i.e. (varieert sterk) 1. *) Maatstaven voor DWA is weergegeven in bijlage 8A. Voor de POC heeft de wrw geen aanbevelingen willen opnemen omdat de POC met name de kostenverdeling tussen de gemeente en de waterkwaliteitsbeheerder behelst waarin de schappen vanouds verschillen. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 48/67 juli 2002

50 Bijlage 8A Maatstaven voor DWA afvoer Begrippen v.e.: vervuilingseenheid Eén v.e. staat gelijk aan een Totaal Zuurstof Verbruik (TZV) van 136 gram/dag en is globaal gelijk aan één inwonerequivalent (i.e.). Maatstaven per inwoner vervuilingswaarde: 1 v.e. per aangesloten inwoner afvoernormen stelseltype: dwa per inwoner 1) poc per inwoner gemengd stelsel 2 l/h 36 l/h of 0,7 mm/h 2) verbeterd gescheiden stelsel 12 l/h 13 l/h of 0,3 mm/h 2) gescheiden stelsel 15 l/h 0 mechanische riolering 15 l/h 0 1) dwa per inwoner gedurende 10 uur per dag 2) de norm die resulteert in de geringste aanvoer is maatgevend Maatstaven voor industrie en bedrijven Bestaand terrein: dwa: bij voorkeur werkelijk optredende hoeveelheden. vervuilingswaarde: bij voorkeur uit Heffingenbestanden voor de Verontreinigingsheffing. Toekomstig terrein: Uitgaan van schone bedrijven indien niet anders bekend is. Kantoren per 20 m2 vloeroppervlak 1 v.e. dwa: vervuilingswaarde: 0,5 m3/h per ha bruto terreinoppervlak, gedurende 10 uur per dag. 20 v.e. per ha Poc-normen voor bestaand en toekomstig terrein stelseltype: poc gemengd stelsel 0,7 mm/h verbeterd gescheiden stelsel 0,3 mm/h gescheiden stelsel 0 Maatstaven dwa van bijzondere voorzieningen Bestaand voorzieningen: dwa: bij voorkeur werkelijk optredende hoeveelheden. vervuilingswaarde: bij voorkeur uit Heffingenbestanden voor de Verontreinigingsheffing. Toekomstige voorzieningen: Hoeveelheden gedurende 10 uur per dag Recreatie Permanente bezetting in vaste objecten : 0,03 m3/h per object/plaats : 3 v.e. per object/plaats Seizoengebonden bezetting mobiele objecten : 0,02 m3/h per standplaats : 2 v.e. per standplaats Tweede Rioleringsnota Bijlagen 49/67 juli 2002

51 Dagrecreatie : 0,002 m3/h per standplaats : 0,2 v.e. per standplaats Hotels : 0,008 m3/h per bed : 0,5 v.e. per bed Café's, restaurants : 0,025 m3/h per werknemer : 5 v.e. per werknemer Gezondsheidszorg Ziekenhuizen (incl. verzorgend personeel) : op basis van vergelijkend onderzoek Zorgcentra (incl. verzorgend personeel) : 0,02 m3/h per patiënt/bewoner : 1,5 v.e. per patiënt/bewoner Defensie Kazernes en overige complexen : 0,01 m3/h per formatieplaats : 1 v.e. per formatieplaats Tweede Rioleringsnota Bijlagen 50/67 juli 2002

52 Bijlage 9 A. Randvoorwaarden Algemene richtlijnen verbeterd gescheiden rioolstelsels De voor regenwater beschikbare berging in het riool moet 4 mm regenval zijn. Alleen indien er sprake is van een directe koppeling tussen het RWA-stelsel en het DWA-stelsel (dus niet met behulp van een pomp), mag de effectieve (±½) inhoud van het DWA-riool worden toegerekend aan de voor regenwater beschikbare berging. Pompovercapaciteit: voor bedrijven: 0,3 mm/h òf 13 l/h per inwoner 0,3 mm/h Maximale ledigingstijd: 24 uur Koelwater en drainwater mag niet op het riool- stelsel worden geloosd. In verband met de koppeling tussen DWA- en RWA- stelsel, veroorzaakt lozing van koelwater en drainagewater een onge- wenste extra belasting van het riool en de RWZI. B. Aanbevelingen Het RWA-riool moet bij voorkeur 20 à 30 cm boven het DWA-riool liggen. Hiermede kan een deel van de aanslibbing in het stelsel worden voorkomen. Indien een nooduitlaat van het DWA-stelsel wordt gewenst, dan moet deze lozen op het RWA-stelsel. Met deze maatregel wordt beoogd, dat bij storing van het gemaal eerst de berging van het RWA-stelsel wordt benut, voordat er geloosd wordt op het oppervlaktewater. Indien er een gemaal aanwezig is, dan dient het gemaal te zijn voorzien van twee pompen, die elkaars reserve zijn. Er moet goede alarmering zijn. Indien sprake is van een directe koppeling van het RWA-stelsel op het DWA-stelsel (dus niet met behulp van een pomp) dan moet er tussen de beide stelsels een terugslagklep worden aangebracht. Tussen de onderkant van de klep en de onderkant van de DWA-riool moet circa 25 cm vrije ruimte worden aangebracht. Deze maatregel is nodig om te voorkomen, dat vuilwater vanuit het DWA-riool in het RWA-riool stroomt. De verbinding moet voldoende ruim zijn om ervoor te zorgen dat de DWA-riolering volledg gevuld is voordat overstorten in het RWA-stelsel werken. Tussen de onderkant klep en binnen onderkant riool dient ruimte te zijn om vastlopen van de klep te voorkomen. De overstort van het RWA-stelsel moet bij voorkeur op zo groot mogelijke afstand van het rioolgemaal/koppeling en bovenstrooms in het RWA-stelsel worden aangebracht Hiermede wordt beoogd, dat bij regen het vuil in het RWA-stelsel in eerste instantie van de overstort wordt afgevoerd. Bovengenoemde aanbevelingen gelden in beginsel voor een nieuw verbeterd gescheiden stelsel. Bij de verbouw van een bestaand gewoon gescheiden stelsel kan eventueel in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder van de richtlijnen worden afgeweken. Opmerkingen: Tweede Rioleringsnota Bijlagen 51/67 juli 2002

53 - Betreft referentiestelsel. Van de richtlijnen mag worden afgeweken als aan de basisinspanning wordt voldaan (zie CIW-nota) - Normaal gesproken zal de aanleg van een verbeterd gescheiden rioolstelsel volgens bovenstaande regels geen problemen opleveren voor het functioneren van de zuiveringsinstallatie. Indien het aandeel bedrijventerrein groot is ten opzichte van de rest van het verzorgingsgebied kan een te grote verdunning van het afvalwater optreden (RWA/DWA verhouding). Het zuiveringsproces wordt sterk negatief beïnvloed. Ook het realiseren van 4 mm berging kan praktische problemen opleveren. In deze gevallen dient de oplossing te worden gezocht in een lagere pompovercapaciteit (in mm/h) en/of aanpassing van de berging. Afkoppelen van niet vervuilde dakvlakken mag slechts in overleg, zie hiervoor de betreffende bijlage. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 52/67 juli 2002

54 Bijlage 10 Criteria voor het ontwerp en beheer van rioolgemalen Inleiding Uit het onderzoek van de NWRW is gebleken, dat ernstige overstortlozingen regelmatig voorkomen. Niet vanwege hevige regenval, maar omdat het rioolgemaal is uitgevallen door een pompdefect of door werkzaamheden. Door een goed ontwerp van het gemaal, een regelmatige controle en behoorlijke storingsalarmering kunnen dergelijke lozingen worden voorkomen of tenminste in aantal en omvang worden beperkt. Vanuit oogpunt van waterkwaliteitsbeheer dienen gemeentelijke rioleringsplannen dan ook mede beoordeeld te worden op het goede functioneren van gemalen, d.w.z. op het verpompen van de juiste hoeveelheden, een adequate alarmering en op een doeltreffende afhandeling van storingen. Verder is het van belang dat er t.a.v. de capaciteitsbepaling meer eenduidigheid komt in de uitgangspunten. Voor het ontwerpen van de gemalen en voor de beoordeling van de rioleringsplannen zijn daartoe de onderstaande criteria opgesteld. Bij de bestaande situaties zal het niet altijd mogelijk zijn om aan alle criteria volledig tegemoet te komen. Er zal dan moeten worden nagegaan in hoeverre eventueel op termijn aanpassing mogelijk en wenselijk is. Deze afweging en eventuele termijnstelling dient in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) tot uitdrukking te komen. Pompopstelling Indien het rioolstelsel is voorzien van een overstort of een nooduitlaat, dienen in het gemaal tenminste 2 pompen te worden opgesteld. Na het uitvallen van een pomp moet minimaal 70% van de totale RWAcapaciteit nog kunnen worden verpompt. Indien het bemalingsgebied minder dan 10 woningen omvat (geldt ook voor mechanische rioleringsystemen), kan worden volstaan met 1 pomp, mits deze voorzien is van een goede alarmering. Schakelpeilen De schakelpeilen dienen in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder te worden vastgesteld. Het DWA-inslagpeil mag in principe niet hoger worden afgesteld dan de binnenonderkant van het laagst inkomend riool. Indien een bestaand gemaal onvoldoende kelderinhoud bevat en aanvullende rioolinhoud moet worden benut om pendelen van de pompen te voorkomen, dient het inslagpeil te worden afgestemd op de maximale schakelfrequentie (± 6 keer per uur). In dat geval mag voor de bepaling van de overstortingsfrequentie de rioolinhoud onder het DWA inslagpeil niet als berging worden meegerekend, of moet dit in de berekeningen volgens C2100 zo realistisch mogelijk worden ingebouwd. Indien een RWA-pomp aanwezig is, moet het RWA-inslagpeil zo laag mogelijk worden afgesteld, zodanig dat de vulling van de kelder samen met het gevulde deel van het stelsel voldoende is voor ca. 10 minuten draaitijd. Pompcapaciteit Als statische opvoerhoogte (waarbij de gegarandeerde RWA-capaciteit dient te worden geleverd) wordt aangemerkt het verschil tussen enerzijds het inslagpeil van de RWA-pomp en anderzijds het statische drukniveau aan de perszijde. Als statisch drukniveau dient van de hierna genoemde mogelijkheden het hoogste niveau te worden aangehouden: - het hart van de persleiding aan de uitstroomzijde; - het beluchte hoogste punt in de persleiding; - de berekende hoogwaterstand in de ontvangput van de persleiding; - bij aansluiting op een andere persleiding, het drukniveau ter plaatste van de aansluiting bij samenloop Tweede Rioleringsnota Bijlagen 53/67 juli 2002

55 De maximale en minimale pompcapaciteiten (bij minimum, resp. maximum statische opvoerhoogte) kunnen aanzienlijk afwijken van de gegarandeerde capaciteit. Daarom dient te worden gecontroleerd of bij minimum statische opvoerhoogte het ontvangend zuiveringstechnische werk c.q. het ontvangende rioolstelsel met bijbehorend gemaal de groter aanvoer zonder problemen kan verwerken, dan wel dat de overstorten in het ontvangende stelsel niet méér gaan lozen. Bij maximale statische opvoerhoogte moet de capaciteit tenminste 70% zijn van de gegarandeerde capaciteit. Voor de controleberekening van de pompcapaciteit ware aan te houden voor: 1. de ontwerp-statische opvoerhoogte: het verschil tussen inslagpeil en het maximumpeil aan het eind van de persleiding. *Bij de ontwerp-statische opvoerhoogte dient de nominale RWA-capaciteit te kunnen worden verpompt. 2. de minimum opvoerhoogte: het verschil tussen de berekende maximum waterstand aan de pompzijde en het hart van de persleiding bij de uitmonding. * Bij de minimale opvoerhoogte dient het ontvangend zuiveringtechnisch werk of rioolstelsel met bijbehorende gemaal de grotere aanvoer zonder problemen te kunnen verwerken en mogen de overstorten in het ontvangend stelsel niet méér gaan lozen. 3. de maximum opvoerhoogte: het verschil tussen het uitslagpeil en de berekende hoogwaterstand bij de uitmonding van de persleiding, c.q. het hoogst gelegen punt in de persleiding. Bij aansluiting op een andere persleiding het verschil tussen het uitslagpeil en het hoogst voorkomende drukniveau ter plaatste van de aansluiting. *Bij de maximum opvoerhoogte dient tenminste 70% van het gegarandeerde capaciteit te kunnen worden verpompt. De capaciteiten van de pompen dienen bij voorkeur jaarlijks doch tenminste 1 maal per 2 jaar te worden gemeten. De metingen zijn bedoeld om optredende capaciteitsafname van de pompen, b.v. door slijtage of aangroei in de persleiding, te kunnen onderkennen. Daarom dienen t.b.v. een goede vergelijking de achtereenvolgende metingen op overeenkomstige wijze te worden uitgevoerd. Het verdient aanbeveling op de persleiding aansluitsokken aan te brengen t.b.v. tijdelijke manometers, of bij nieuwbouw zelfs een debietmeter op te nemen. Alarmering Belangrijke storingen van gemalen van rioolstelsels met overstorten of nooduitlaten en met een aanvoer van 100 i.e. of meer, dienen door middel van afstand-alarmering (telefoon of semafoon) te worden gemeld naar een bemande post of persoon die gedurende 24 uur per etmaal met de bewaking is belast. Wanneer de aard en omvang van het oppervlaktewater waarop geloosd wordt, als ook de aard van het afvalwater dit mogelijk maken, kan bij gemalen met een afvoer van minder dan 100 i.e., in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder eventueel worden volstaan met een slagvaste, ingebouwde rode alarmlamp. De storing volledige pompuitval dient als urgente melding te worden behandeld. Ingeval de pompen wél draaien, maar geen of voldoende afvoer hebben, kan in een droogweersituatie een overstorting optreden die niet wordt opgemerkt, er is immers geen melding volledige pompuitval. Het verdient daarom aanbeveling om naast de storing volledige pompuitval ook een gewone hoogwatermelding te signaleren bij een waterstand op bijvoorbeeld 50 cm onder de bovenkant van de laagste overstortdrempel met vervolgens een herhalingsalarmering bij een waterstand iets onder of gelijk aan de bovenkant van de laagste overstortdrempel. Door de voornoemde hoogwatermelding kan de voor het weertype abnormale hoge waterstand in het stelsel toch vroegtijdig worden gesignaleerd. Controle Het gemaal dient minimaal 1 maal per week te worden gecontroleerd op de goede werking. Van de gemalen dient een logboek te worden bijgehouden. In het logboek worden alle gebeurtenissen en handelingen die betrekking hebben op het gemaal genoteerd, zoals werkzaamheden, storingen, reparaties, tellerstanden, capaciteitsmetingen, enz. Van het logboek wordt, op verzoek, inzage gegeven aan de waterkwaliteitsbeheerder Tweede Rioleringsnota Bijlagen 54/67 juli 2002

56 Bijlage 11 Meten aan rioolstelsels, overstorten en randvoorzieningen In de Wet verontreiniging oppervlaktewateren staat dat er voorschriften aan een vergunning kunnen worden gebonden. Op basis van jurisprudentie en uitvoeringsbeleid is het mogelijk een meetverplichting op te nemen voor de aard en omvang van de lozingen op het oppervlaktewater. De vergunningverlener mag deze verplichting opnemen in de te verlenen vergunning. Op termijn zal de meetverplichting doorgevoerd worden, zeker voor de grotere overstorten. Gedacht wordt hierbij aan overstortingsfrequentie, -debiet en volume. Andere parameters staan nog ter discussie. Voor het meten aan rioolstelsels is in opdracht van STOWA een tweetal studies opgesteld: STOWA 96-09: metingen aan rioolstelsels en oppervlaktewater. Leidraad voor metingen en meetprogramma s STOWA 96-10: metingen aan rioolstelsels en oppervlaktewater. Eenvoudige metingen en waarnemingen Daarnaast is er een aantal voorbeelden van meetopzetten, inclusief kosten e.d. uitgewerkt in de module C2300 van de Leidraad Riolering. In deze twee studies zijn een aantal paragrafen opgenomen die van belang zijn bij de meetverplichting. Van zijn de hoofdstukken 3 Meetdoelstelling en 4 Waterkwantiteit: waterpeilen en debieten van belang, te samen met hoofdstuk 6 Meetmethoden. De meeste gevallen zal hoofdstuk 4 Eenvoudige metingen aan rioolstelsels van al voldoende zijn om meetopstellingen te kunnen realiseren. Het betreft hier enkelvoudige meetopstellingen (niveaumeters) waarvan de opgeslagen waarden met een zekere regelmaat uitgelezen dienen te worden (via computer). Het meten van overstortingsdebieten aan de hand van niveauregistratie is zonder calibratie van de betreffende overstort moeilijk. Voor het uitvoeren van een calibratie in het veld van een overstort is een bedrag gemoeid van 5.000,- á 7.500,- per overstort. Als extra aanbeveling geldt voor het meten van debieten aan bergbezinkvoorzieningen dat het raadzaam is de aanvoerleiding naar de randvoorziening zodanig aan te leggen dat deze voldoende lang is én tijdens overstorten volledig gevuld is. Bij volledige vulling kan de debietmeting plaatsvinden met een eenvoudige stroomsnelheidsmeting, welke veel minder kostbaar is dan een debietmeter. Voordeel van deze opstelling is een veel betrouwbaarder debietmeting dan mogelijk is met waterstandsmeting aan de overstortrand. De CIW heeft inmiddels een subwerkgroep in het leven geroepen om het monitoren van overstorten nader uit te werken. De bedoeling is te komen met een eenduidige aanpak. Een deelrapport Meten aan overstorten is inmiddels verschenen. Hierin wordt een basismeetprogramma en een specifiek meetprogramma voorgesteld. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 55/67 juli 2002

57 Bijlage 12 Functietoekenningen oppervlaktewater De kwaliteitsdoelstellingen, behorend bij de functies van sommige oppervlaktewateren, zijn soms niet te verenigen met overstortlozingen. In onderstaande tabel is per waterkwaliteitsbeheerder aangegeven voor welke functies in principe gestreefd wordt naar het opheffen van lozingen. Tabel 1 Functies van wateren waarop in principe niet geloosd mag worden vanuit de riolering. Beheersgebied Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht Hoogheemraadschap van Delfland Hoogheemraadschap van Rijnland Hoogheemraadschap van Schieland Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden functies van wateren waarop in principe niet mag worden overgestort Water in natuurgebied Zwemwater Recreatiewater Water voor drinkwaterdoeleinden Water in natuurgebied Water voor drinkwatervoorziening Zwemwater Recreatiewater (op groot water soms toelaatbaar) Water in natuurgebied Water voor drinkwaterbereiding Zwemwater Water in natuurgebied Zwemwater Recreatiewater Water in ANL-gebied Water in ecologisch aandachtsgebied Natuurgebied Zwemwater Recreatiewater Drinkwaterbereiding Specifieke natuurfunctie Zwemwater Recreatie Water in natuurgebied Water voor drinkwaterbereiding Zwemwater Recreatiewater Tweede Rioleringsnota Bijlagen 56/67 juli 2002

58 Bijlage 13 Knelpuntenanalyse Inleiding Als snelle eerste indicatie van de ernst van de effecten van een riooloverstorting op het oppervlaktewater is de knelpuntenanalyse een nuttig hulpmiddel, dat al in een vroeg stadium van het waterkwaliteitsspoor kan worden toegepast. De knelpuntenanalyse is in het verleden door de wrw ontwikkeld met de ervaring die is opgedaan in de riooloverstortproblematiek. Op basis van enkele kentallen van het watersysteem en de overstort wordt een eerste inschatting gemaakt van de ernst van de situatie. Aan de knelpuntenanalyse liggen de volgende kentallen ten grondslag: - de diepte van de watergang waarop de overstort uitmondt; - de breedte van de watergang; - het ontvangende watervolume en de doorspoelbaarheid van de watergang; - de vuiluitworp uit het rioolstelsel. Aan elk van deze kentallen wordt een score tussen 1 en 10 gekoppeld, waarbij een score 1 inhoudt dat er geen problemen te verwachten zijn en de score 10 betekent dat er een zeer ernstig knelpunt is. De scores voor de afzonderlijke variabelen worden omgerekend naar een totaal-score, waarbij er aan elke variabele een gewicht wordt toegekend. Met de gebruikte gewichtsfactoren ligt de nadruk veelal op de dimensies van de watergang. Als regel kan gesteld worden dat ondiepe of stagnante wateren en kopsloten in vrijwel alle gevallen als een knelpunt voor de waterkwaliteit worden beschouwd. De knelpuntenanalyse is uitdrukkelijk bedoeld voor een eerste indicatie van de mate waarin een overstort voor problemen in het ontvangende oppervlaktewater zorgt. Naast bovengenoemde variabelen, is ook de belasting van het oppervlaktewater door andere bronnen van belang. Bovendien zullen overstorten die in elkaars nabijheid zijn gelegen, in combinatie een veel negatiever effect op de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater hebben dan de knelpuntenanalyse voor elke overstort afzonderlijk voorspelt. Berekeningsmethode De totaalscore die aan een overstort wordt toegekend, wordt bepaald door scores voor de diepte, de grootte, de type en volume indicatie en de vuilvracht. De overall-formule voor de totaal score luidt: 10 SC K = di +1 SC waarin: K : de knelpuntenindicatie SC di : indeling naar diepte SC br : indeling naar de breedte SC tyv : type en volume indicatie : grootte van de vuilemissie SC vuil br + 5 SC 17 tyv +1 SC De diepte en de breedte, de type en volume indicatie en de grootte van de vuilemissie worden binnen klassegrenzen ingedeeld, die in de onderstaande drie tabellen zijn uitgewerkt. vuil Tweede Rioleringsnota Bijlagen 57/67 juli 2002

59 Tabel 1. De indeling naar diepte en breedte van de ontvangende waterloop. diepte (m) score SC di breedte (m) score SC br < 0,25 10 < ,25 0, ,50 1, ,0-1, ,5-2, > 1 2,0 > 1 Tabel 2. De type en volume indicatie type indeling diepte < 1,0 m V < ½ norm diepte 1,0 m ½ norm < V < norm diepte 1,0 m V norm Kopsloot (stagnant) Stagnant Semi-stagnant Doorspoelbaar Afvoerend Sterk afvoerend Stromend Tabel 3. De grootte van de vuilemissie. Indien bekend, wordt de score op basis van CZV bepaald. De verhouding CZV/BZV bedraagt 3,8. vuilvracht opp. gemengd rioolstelsel score (kg CZV/jaar) (ha) > 6500 > < 65 < 1 1 In onderstaande tabel worden de verschillende parameters die in de knelpuntenanalyse worden toegepast, nader toegelicht. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 58/67 juli 2002

60 Tabel 4. Toelichting op de parameters die voor de knelpuntenanalyse worden gebruikt. parameter Toelichting Diepte de waterdiepte tijdens de (maatgevende) zomerperiode Breedte de breedte op de waterlijn Type en volume indicativlaktewater de type indeling is afhankelijk van het beschikbare volume aan opper- Volume indicatie de volume indicatie heeft betrekking op de norm voor semi-stagnante wateren; deze bedraagt per hectare verhard oppervlak: - bij 1,0 meter diepte tenminste 600 m 3 - bij 1,5 meter diepte tenminste 800 m 3 Kopsloot de kop van een stagnante watergang Stagnant doodlopende en volledig geïsoleerde wateren kopsloten, vijvers of singels met geen of nauwelijks verbinding met andere wateren waardoor geen verdunning of verversing optreedt Semi-stagnant onderdeel van een netwerk, geen afvoerfunctie Doorspoelbaar op verzoek doorspoelbaar er vindt geen automatische verversing plaats. Er is sprake van geforceerd (bijvoorbeeld door middel van kleppen, stuwen en gemalen) langs sturen van water (al dan niet automatisch geregeld) Afvoerend watergang heeft een belangrijke afvoerfunctie; ook watergangen die permanent/automatisch worden doorgespoeld vallen onder deze categorie. Centraal staat hier het verdunningseffect: de watergang vervult een belangrijke hydraulische functie in de afwatering van een gebied. Tijdens regenweer c.q. overstortomstandigheden is het aannemelijk dat ter plaatse aanzienlijke stroming optreedt. Dit zijn meestal de zogenaamde hoofdwatergangen volgens de leggers van de waterschappen. Watergangen waar permanent wordt doorgespoeld vallen hier ook onder. Er is sprake van een belangrijke afvoerfunctie indien de grootte van het achterland minimaal 10 * het afwaterend oppervlak behorend bij de overstort bedraagt Sterk afvoerend water direct in de invloedssfeer van een gemaal. Het in- en uitschakelen van het gemaal moet duidelijk waarneembaar zijn in de stroming van het water. Stromend stroomt altijd: rivieren en beken e.d. Opp. Gemengd indien er sprake is van een vuilreductie (bij verbeterd gemengd) kan, om rioolstelsel toch tot een indeling te komen, het aantal ha. met een reductiefactor worden verminderd. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 59/67 juli 2002

61 Bijlage 14 Uitgangspunten voor waterkwaliteitssimulaties Inleiding Voor het bepalen van de effecten van overstortingen uit gemengde rioolstelsels op de waterkwaliteit van het ontvangend oppervlaktewater zijn waterkwaliteitsmodellen ter beschikking. In deze bijlage worden de uitgangspunten voor het hanteren van deze modellen besproken. Allereerst worden de waterkwaliteitsproblemen als gevolg van riooloverstorten beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten van de modelbouw. Tenslotte wordt een overzicht gegeven van algemeen geldende invoergegevens voor de waterkwaliteitssimulaties. Waterkwaliteitsproblematiek Tijdens een riooloverstorting komt een mengsel van stoffen in het oppervlaktewater terecht, waaronder zuurstofconsumerende stoffen, nutriënten, zware metalen, microverontreinigingen en zwevende stof. De korte-termijn effecten van een overstorting op de waterkwaliteit komen met name tot uitdrukking in de zuurstofconcentratie van het ontvangende oppervlaktewater. Tijdens een riooloverstorting komen grote hoeveelheden zuurstofconsumerende stoffen vrij. Een maat hiervoor is het BZV-gehalte. Naast BZV zorgt ook de oxidatie van ammonium en organisch stikstof voor een verlaging van het zuurstofgehalte in het oppervlaktewater. Na afloop van een riooloverstorting kan een zogenaamde 'zuurstof-dip' worden waargenomen, waarbij de concentratie zuurstof tijdelijk tot onder de grenswaarde van 3 mg/l kan dalen. Een ander korte-termijn effect is de hygiëne. Tijdens een overstorting worden coliforme bacteriën geloosd die een risico vormen voor de gezondheid. De concentratie E. coli wordt als maatstaf gebruikt voor de verontreiniging van het water met coliformen. De lange-termijn effecten van overstorten zijn de eutrofiëring van het oppervlaktewater en de aanwas van een verontreinigde sliblaag. Ten tijde van een overstorting komen nutriënten vrij (de stikstofverbindingen ammonium, nitraat en organisch stikstof, opgelost en particulair fosfaat). Deze nutriënten leiden tot een overmatige groei van de biomassa, zoals algen, kroos, flab en waterplanten. Behalve nutriënten hopen ook zware metalen en microverontreinigingen zich op in de waterbodem. Deze stoffen hechten zich aan het zwevende stof dat vanuit de riolering wordt geloosd en vervolgens bezinkt. Modelbouw en waterkwaliteitssimulaties Voor het modelmatig beschrijven van bovengenoemde waterkwaliteitsvariabelen en processen staan waterkwaliteitsmodellen ter beschikking. In deze modellen wordt het watersysteem geschematiseerd tot een netwerk, waarvoor zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit gesimuleerd kunnen worden. Een voorbeeld van een dergelijk model is TEWOR+, zie ook de handleiding van dit model [Stowa, 1997]. De waterkwaliteitssimulaties worden uitgevoerd voor piekemissies uit het rioolstelsel, die bij herhalingstijden van 1 keer per 1, 2, 5 en 10 jaar optreden. De vuiluitworp uit het rioolstelsel wordt berekend als het produkt van het overstortvolume en een concentratie. De concentratie CZV en BZV in het overstortwater varieert. Tijdens piekemissies zijn de concentraties hoger dan gemiddeld en de aanwezigheid van een BBB of een BBL brengt een zeker bezinkingsrendement met zich mee. Met de onzekerheid in de vuiluitworp uit het rioolstelsel wordt rekening gehouden door de concentratie vuil in de achtereenvolgende simulaties te variëren tussen 100%, 50% en 200%. Na afloop van de waterkwaliteitssimulaties kunnen waterkwaliteitstoetsen uitgevoerd worden. Dit kunnen toetsen zijn aan de geldende waterkwaliteitsnormen, maar bijvoorbeeld ook de TEWOR-toets voor vissterfte als gevolg van lage zuurstofconcentraties in het oppervlaktewater. Voor het uitvoeren van een modelsimulatie zijn gegevens benodigd, die in de beginfase van het waterkwaliteitsspoor verzameld dienen te worden. Deze gegevens betreffen de dimensies en het functioneren van het watersysteem, de waterkwaliteit en de overstortingen uit de riolering. Onderstaande tabel vormt een leidraad bij de gegevensverzameling ten behoeve van waterkwaliteitssimulaties. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 60/67 juli 2002

62 Tabel 1. Benodigde gegevens voor het uitvoeren van waterkwaliteitssimulaties. Watersysteem Waterkwantiteit Riolering Waterkwaliteit overzichtstekeningen lengte van de watergangen waterdiepte t.o.v. NAP breedte van de watergang duikers: lengte, bodemhoogte t.o.v. NAP, diameter waterpeilen t.o.v. NAP inlaatpunten en doorspoelregime kwel en wegzijging overstortlokaties aanwezigheid en rendement bergbezinkbassin overstortvolumina en -duur met een herhalingstijd T=1, T=2, T=5 en T=10 jaar samenstelling van het overgestorte water samenstelling doorspoelwater samenstelling ontvangende oppervlaktewater samenstelling van water, geloosd door derden samenstelling van kwelwater waterkwaliteitsvariabelen O 2,... Een set meetgegevens van de waterkwaliteit dient minimaal aan de volgende eisen te voldoen: - de set bevat de minimaal de variabelen O 2, BZV, NH 4, NO 2, NO 3, Kjeldahl-N, ortho-p, totaal-p, chlorophyl-a en zwevende stof; - de metingen zijn uitgevoerd in het te toetsen watersysteem of een vergelijkbaar (deel van) het watersysteem; - de metingen zijn met een zekere regelmaat uitgevoerd, waardoor een eventueel seizoensverloop waarneembaar is. Veelal worden zware metalen en microverontreinigingen niet standaard gemeten via het routinematige meetprogramma. Als eerste aanname kan hier gebruik worden gemaakt van de natuurlijke achtergrondgehalten in het gebied. Waterbodemgegevens worden veelal verzameld voorafgaand aan baggerwerkzaamheden. De Stowa heeft een leidraad voor metingen en meetprogramma's uitgegeven, getiteld 'Metingen aan rioolstelsels en oppervlaktewater, Leidraad voor metingen en meetprogramma s ' [...]. Uitgangspunten voor de modelsimulaties De invoergegevens betreffende vuiluitworp uit het rioolstelsel zijn uniform. Voor de vuiluitworp uit het rioolstelsel wordt gebruik gemaakt van de wrw-notitie Regels voor het bepalen van de vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels.. Dit betreft alleen chemisch zuurstofverbruik (CZV) en biologisch zuurstofverbruik (BZV ). In tabel 2. staan de CZV en BZV concentraties uitgewerkt voor piekemissies en gemiddelde emissies uit een gemengd rioolstelsel zonder randvoorziening, met een bergbezinkbassin (BBB) en met een bergbezinkriool (BBL). Tabel 2. CZV en BZV concentraties in overstortwater uit gemengde rioolstelsels [...]. Gebeurtenis geen randvoorziening met BBB met BBL CZV (mg/l) BZV (mg/l) CZV (mg/l) BZV (mg/l) CZV (mg/l) BZV (mg/l) Gemiddeld , Piek De samenstelling van het overstortwater ten aanzien van nutriënten en microverontreinigingen is afgeleid uit de NWRW onderzoeken, waarvan het eindrapport in 1989 verschenen is. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 61/67 juli 2002

63 Tabel 3. De kwaliteit van overstortend water uit gemengde rioolstelsels (voorlopig). variabele Naam waarde eenheid opmerkingen O 2 Zuurstof 6,5 mg O 2 /l 70% verzadiging bij T=16C [...] BZVg Goed afbreekbaar BZV 60 mg O 2 /l aanname 60% BZV is goed afbreekbaar BZVs Slecht afbreekbaar BZV 40 mg O 2 /l aanname 40% BZV is slecht afbreekbaar NH 4 Ammonium 5,5 mg N/l [...] N-org Organisch stikstof 4,1 mg N/l uitgaande van Kjeldahl-stikstof 9,6 mg N/l NO 3 Nitraat 0,0 mg N/l aanname SSmin Mineraal zwevende stof 30 mg/l 20% minerale fractie [...] SSorg Organisch zwevende stof 115 mg/l 80% organische fractie [...] P-tot Totaal fosfaat 2,7 mg P/l [...] E. coli E. coli MPN nog nader vaststellen Cu Koper 106 µg/l [...] Zn Zink 345 µg/l [...] PAK-10 Som van 10 PAK 5 µg/l default in model [...], nog nader vaststellen Toekomstperspectief voor de waterkwaliteitssimulaties Het verdient aanbeveling om te kiezen voor een standaard waterkwaliteitsmodel en dit (eenmalig) te calibreren aan de hand van nauwkeurige meetgegevens van een overstorting. Dit vergt een onderzoeksinspanning, die de default-parameters voor een algemeen toepasbaar model oplevert. Alleen indien de waterkwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater daar aanleiding toe geeft, bijvoorbeeld als gevolg van nalevering uit de waterbodem, hoeven deze parameters dan nog bijgesteld worden. In tabel 4. wordt een (voorlopig) overzicht gegeven van de default-parameterwaarden in het model TEWOR+. Door middel van waterkwaliteitssimulaties worden momenteel de effecten van overstortingen die in de ruimte dicht bij elkaar liggen, bepaald. De effecten van riooloverstortingen die in de tijd dicht bij elkaar liggen, als gevolg van twee opeenvolgende overstortingen, worden nog niet beoordeeld. De huidige praktijk is, dat voor het bepalen van de overstortvolumen eerst reeksberekeningen worden uitgevoerd, vervolgens wordt statistiek toegepast om de overstortvolumen met herhalingstijden van T=1, T=2, T=5 en T=10 te bepalen en ten slotte wordt voor de waterkwaliteit een gebeurtenisberekening uitgevoerd. Het verdient aanbeveling om ook voor de simulatie van de waterkwaliteit een reeksberekening uit te voeren, opdat het effect van twee overstortingen die vlak na elkaar plaats vinden te kunnen bepalen. Immers, het kan dagen of zelfs weken duren voor de waterkwaliteit zich na een overstorting weer heeft hersteld. Vinden er binnen deze 'herstelperiode' twee overstortingen plaats, dan zal dit gecombineerd een groter effect hebben op de waterkwaliteit dan voor de afzonderlijke gebeurtenissen wordt voorspeld. Voor het maken van reeksberekeningen dient het gebruikte waterkwaliteitsmodel gegevens van het SUF-HYD 1.10 gegevens formaat in te kunnen lezen. Tweede Rioleringsnota Bijlagen 62/67 juli 2002

64 Tabel 4. Voorlopige default parameterwaarden in het waterkwaliteitsmodel TEWOR+. parameter Waarde eenheden omschrijving bzva 2 mg O 2 /l achtergrond concentratie BZV dt 30 minuten tijdstap kwaliteitsberekeningen fkroos 0 % percentage bedekking door kroos kdec 1 1/dag sterfteconstante E. col kden 0,1 1/dag denitrificatieconstante kdpak 0,001 1/dag afbraakconstante PAK kdpakb 0,01 1/dag afbraakconstante PAK bodem kmin 0,1 1/dag mineralisatieconstante knit 0,1 1/dag nitrificatieconstante koxg 0,6 1/dag oxidatiesnelheid goed afbreekbaar BZV koxs 0,1 1/dag oxidatiesnelheid slecht afbreekbaar BZV kpcu 0,05 m 3 /g SS partitiecoëfficiënt koper kpp10 0,20 m 3 /g SS partitiecoëfficiënt PAK kpzn 0,11 m 3 /g SS partitiecoëfficiënt zink krem 0,2 1/dag minimale reaëratieconstante kres 0,1 - resuspensieconstante pbzv 0 g/(m 3,dag) productie BZV pbzvb 0 g/(m 2,dag) productie BZV in de bodem pecoli 0 g/(m 3,dag) productie van E.col phip 0 g/(m 2,dag) fosfaat nalevering phiwm 1,0 g/(m 2,dag) resupensieflux minerale fractie zwevende stof phiwo 0,3 g/(m 2,dag) resuspensieflux organische fractie zwevende stof pnh4 0 g/(m 3,dag) productie ammonium pno3 0 g/(m 3,dag) productie nitraat pnorg 0 G/(m 3,dag) productie organisch stikstof po2 0 G/(m 3,dag) productie zuurstof temp 16 C watertemperatuur vbzv 0,01 m/dag bezinksnelheid BZVs vcm 0,50 m/s kritische stroomsnelheid minerale fractie zwevende stof vco 0,20 m/s kritische stroomsnelheid organische fractie zwevende stof vmss 0,30 m/dag (eerste orde) bezinksnelheid minerale fractie zwevende stof vmss2 0,035 m 4 /(g,dag) (tweede orde) bezinksnelheid minerale fractie zwevende stof voss 0,075 m/dag bezinksnelheid organische fractie zwevende stof vp 0,10 m/dag bezinksnelheid totaal fosfaat Tweede Rioleringsnota Bijlagen 63/67 juli 2002

65 Bijlage 15 Achtergronden bij de toetsing van de zuurstofhuishouding Inleiding Tijdens een riooloverstorting komt een mengsel van stoffen in het oppervlaktewater terecht, waaronder zuurstofconsumerende stoffen, nutriënten, zware metalen, microverontreinigingen en zwevende stof. De korte-termijn effecten van een overstorting op de waterkwaliteit komen met name tot uitdrukking in de zuurstofconcentratie van het ontvangende oppervlaktewater. Tijdens een riooloverstorting komen grote hoeveelheden zuurstofconsumerende stoffen vrij. Een maat hiervoor is het BZV-gehalte. Naast BZV zorgt ook de oxidatie van ammonium en organisch stikstof voor een verlaging van het zuurstofgehalte in het oppervlaktewater. Na afloop van een riooloverstorting kan een zogenaamde 'zuurstof-dip' worden waargenomen, waarbij de concentratie zuurstof tijdelijk tot onder de grenswaarde van 3 mg/l kan dalen. Een langdurige onderschrijding van de norm voor de zuurstof, heeft vissterfte als gevolg. Voor stadswateren wordt een grenswaarde van minimaal 3 mg O 2 /l gehanteerd. Door de Werkgroep Riolering West-Nederland is een toetsingskader ontwikkeld. De totaalscore die hiermee kan worden berekend, geeft inzicht in de mate van verstorting van het watersysteem als gevolg van riooloverstorten. Berekeningsmethode Belangrijke criteria bij het toetsingskader zijn: - het minimum zuurstofgehalte dat is opgetreden; - de tijdsduur van onderschrijding van de zuurstofnorm (grenswaarde stadswateren); - de frequentie waarmee lage zuurstofgehalten voorkomen; - de locatie van de problematiek (zeer lokaal of algemeen voorkomend); - de overlevingskans van de vispopulatie. De eerste twee criteria worden vertaald in een zogenoemde puntscore, die de basis vormt voor de eindscore. Tabel 1. Puntscore als functie van het gesimuleerde minimum zuurstofgehalte en tijdsduur onderschrijding grenswaarde stadswateren. Gesimuleerd minimum Zuurstofgehalte tijdsduur van de onderschrijding van de grenswaarde van 3 mgo 2 /l (mgo 2 /l) < 1 dag > 1 dag < De puntscores, zoals met bovenstaande tabel, worden met weegfactoren vermenigvuldigd die gebaseerd zijn op de overschrijdingskans van de betreffende vuilvracht. Deze weegfactoren zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2. Wegingsfactor als functie van de herhalingstijd. Herhalingstijd weegfactor Vuilvracht formule procenten T = 1 1/ 1 100% T = 2 1/ 2 71% T = 5 1/ 5 45% T = 10 1/ 10 32% De totaalscore wordt tenslotte bepaald met behulp van de volgende formule: Tweede Rioleringsnota Bijlagen 64/67 juli 2002

66 S Totaalscore = 100% + S 71% + S 248% 45% + S T=1 T = 2 T=5 T=10 waarbij: S T=i : score zuurstof bij een bui met een herhalingstijd T=i In tabel 3 wordt het toetsingskader weergegeven. Voor 4 klassen (1 t/m 4) kan aan de hand van de totaalscore en het beschermingsniveau (basis, redelijk of groot) eenvoudig afgeleid worden hoe groot de kans op vissterfte is, of de lozing al dan niet acceptabel is en wat de (globale) saneringsindicatie van de betreffende overstort is. waterkwaliteitsbeoordeling riooloverstor- Tabel 3. Klasse-indeling en saneringsindicatie [ ] TEWOR-totaalscore per beschermingsniveau ten klasse Basis Redelijk groot kans op 32% lozing Sanerings indicatie vissterfte 1 < 2,5 < 2,0 < 1,0 gering acceptabel Geen 2 2,5-5,0 2,0-4,0 1,0-3,0 matig niet acceptabel* niet urgent 3 5,0-7,5 4,0-7,5 3,0-6,0 aanzienlijk niet acceptabel Urgent 4 7,5 10,0 7,5 10,0 6,0-10 groot niet acceptabel Zeer urgent noot: * Niet acceptabel indien ontvangend oppervlaktewater hydrologisch geïsoleerd is. Ten behoeve van het vaststellen van de gevoeligheid van de modelresultaten voor de invoer van vuiluitworpgegevens worden van de karakteristieke buien de vuiluitworpgegevens (BZV) eveneens doorgerekend voor de helft van de belasting (=50%) en voor de dubbele belasting (=200%). Tweede Rioleringsnota Bijlagen 65/67 juli 2002

67 Bijlage 16 NW4 Waterkwaliteitsbeoordeling Oppervlaktewater volgens De waterkwaliteitsbeoordeling is afkomstig uit bijlage A: Normen in de Vierde Nota Waterhuishouding Tweede Rioleringsnota Bijlagen 66/67 juli 2002

68 Tweede Rioleringsnota Bijlagen 67/67 juli 2002

Betreft Uitbreiding bedrijfsterrein Van Ooijen, Parallelweg-west Woerden Afwatering terreinverharding

Betreft Uitbreiding bedrijfsterrein Van Ooijen, Parallelweg-west Woerden Afwatering terreinverharding Bijlage Afwatering terreinverharding D1 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk 11 augustus 2014 153681 Betreft Uitbreiding bedrijfsterrein Van Ooijen, Parallelweg-west Woerden Afwatering terreinverharding

Nadere informatie

12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort

12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort 12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort 12.1 Inleiding Gemeenten hebben de taak om hemelwater en afvalwater in te zamelen. Het hemelwater wordt steeds vaker opgevangen in een separaat hemelwaterriool. Vanuit

Nadere informatie

Checklist Basisrioleringsplan (BRP), Waterschap Rivierenland

Checklist Basisrioleringsplan (BRP), Waterschap Rivierenland waterschap Rivierenland Checklist Basisrioleringsplan (BRP), Waterschap Rivierenland versie: 10-6-2013 Gemeente: Basisrioleringsplan van woonkern: Datum plan: Status plan: Link naar nota riolering: "Samen

Nadere informatie

Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen

Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen VERKLARENDE WOORDENLIJST Afkortingen AMvB... Algemene Maatregel van Bestuur BARIM... Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer BBB... Bergbezinkbassin

Nadere informatie

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3)

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3) Bouwlokalen INFRA Innovatie onder het maaiveld / renovatie van rioolstelsels Het riool in Veghel Jos Bongers Beleidsmedewerker water- en riolering Gemeente Veghel 21 juni 2006 Veghel in cijfers en beeld

Nadere informatie

TOETSING VERBREED GRP

TOETSING VERBREED GRP Dit document beschrijft de toetsing van het verbreed GRP op hoofdlijnen. De toetsing is op volledigheid en niet op inhoud. Het is een hulpmiddel bij het maken van afspraken over het proces van het opstellen

Nadere informatie

Basisopleiding Riolering Module 2

Basisopleiding Riolering Module 2 Basisopleiding Riolering Module 2 Cursusboek Nieuwegein, 2012 w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l Stichting Wateropleidingen, november 2012 Groningenhaven 7 3433 PE Nieuwegein Versie 5.1 Niets

Nadere informatie

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI Hans Korving Witteveen+Bos WAARSCHUWING Deze presentatie kan verrassende resultaten bevatten Waar gaan we het over hebben? Wat is de achtergrond? Historie en toekomst

Nadere informatie

EENDUIDIGE BEPALING AFVOEREND VERHARD OPPERVLAK

EENDUIDIGE BEPALING AFVOEREND VERHARD OPPERVLAK EENDUIDIGE BEPALING AFVOEREND VERHARD OPPERVLAK A) Aanleiding en Doel Het verhard oppervlak wordt door de gemeenten bepaald voor het opstellen van een Basis RioleringsPlan (BRP). De aanpassingsfrequentie

Nadere informatie

Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel

Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel Gemeente Goirle projectnr. 219713 revisie 3.0 12 juli 2010 Opdrachtgever Gemeente Goirle Afdeling Realisatie en beheer Postbus 17 5050 AA Goirle datum vrijgave

Nadere informatie

Datum 15 mei 2012 Doorkiesnummer Afzender Hedzer Gietema/ Andrea Swenne

Datum 15 mei 2012 Doorkiesnummer Afzender Hedzer Gietema/ Andrea Swenne Memo Aan AB 30 mei 2012 Datum 15 mei 2012 Doorkiesnummer 055 527 2115 Afzender Hedzer Gietema/ Andrea Swenne docbase nummer : 251132 Afdeling Planvorming Aanleiding Tijdens het AB van 18 april 2012 zijn

Nadere informatie

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Definitief Gemeente Kampen Grontmij Nederland bv Zwolle, 29 november 2005 @ Grontmij 11/99014943, rev. d1 Verantwoording Titel : Bergingsberekeningen

Nadere informatie

Basisopleiding Riolering Module 1

Basisopleiding Riolering Module 1 Basisopleiding Riolering Module 1 Cursusboek Nieuwegein, 2013 w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l Stichting Wateropleidingen, augustus 2013 Groningenhaven 7 3433 PE Nieuwegein Versie 1.1 Niets

Nadere informatie

Notitie. 1. Beleidskader Water

Notitie. 1. Beleidskader Water Notitie Ingenieursbureau Bezoekadres: Galvanistraat 15 Postadres: Postbus 6633 3002 AP Rotterdam Website: www.gw.rotterdam.nl Van: ir. A.H. Markus Kamer: 06.40 Europoint III Telefoon: (010) 4893361 Fax:

Nadere informatie

BERGBEZINKBASSIN (BBB) WEERSELO

BERGBEZINKBASSIN (BBB) WEERSELO BERGBEZINKBASSIN (BBB) WEERSELO INHOUDSOPGAVE - AANLEIDING - HUIDIGE SITUATIE - GEVOLGEN RIOOLOVERSTORT - OVERSTORTREDUCTIE - BERGING EN BEZINKING OVERTOLLIG RIOOLWATER - WERKING BBB - WERKING (schematisch)

Nadere informatie

Functionele eisen 1. Geen (onaanvaardbaar) gezondheidsrisico. Bescherm volksgezondheid. Beperk overlast en hinder Voorkom schade.

Functionele eisen 1. Geen (onaanvaardbaar) gezondheidsrisico. Bescherm volksgezondheid. Beperk overlast en hinder Voorkom schade. Doelen Functionele eisen 1. Geen (onaanvaardbaar) gezondheidsrisico. 2. Geen (onaanvaardbare) economische schade of maatschappelijke hinder door wateroverlast. Bescherm volksgezondheid Beperk overlast

Nadere informatie

Toetsing waterhuishouding

Toetsing waterhuishouding Toetsing waterhuishouding Bedrijventerrein Hattemerbroek - deelgebied Hattem Quickscan waterhuishouding - nieuwe stedenbouwkundige opzet Ontwikkelingsmaatschappij Hattemerbroek B.V. december 2009 concept

Nadere informatie

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein.

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein. Notitie Contactpersoon Jeroen Lasonder Datum 24 mei 2013 Kenmerk N008-1213242JLO-gdj-V022 Flevokust: Watertoets 1 Inleiding De gemeente Lelystad en Havenbedrijf Amsterdam ontwikkelen samen bedrijventerrein

Nadere informatie

Presentatie GRP Commissievergadering 6 oktober Peter Borkus, Susanne Naberman

Presentatie GRP Commissievergadering 6 oktober Peter Borkus, Susanne Naberman Presentatie GRP 2016-2020 Commissievergadering 6 oktober Peter Borkus, Susanne Naberman Programma Inhoud Waarom een nieuw GRP? Evaluatie afgelopen planperiode Een gezonde leefomgeving Een veilige leefomgeving:

Nadere informatie

Rioleringsplan. Plan Mölnbekke te Ootmarsum. Projectnummer: 2653. Opdrachtgever: Lintmolenbeek B.V. In opdracht van: Lintmolenbeek B.V.

Rioleringsplan. Plan Mölnbekke te Ootmarsum. Projectnummer: 2653. Opdrachtgever: Lintmolenbeek B.V. In opdracht van: Lintmolenbeek B.V. Rioleringsplan Plan Mölnbekke te Ootmarsum Projectnummer: 2653 Opdrachtgever: Lintmolenbeek B.V. In opdracht van: Lintmolenbeek B.V. Postbus 66 7630 AB Ootmarsum Status Concept Opgesteld door: Dhr. H.

Nadere informatie

MEMO. Toelichting op maatregelen Oranjebuurt in de Lier.

MEMO. Toelichting op maatregelen Oranjebuurt in de Lier. MEMO Aan: Koos verbeek Van: J. den Dulk Datum: 23 mei 2007 Onderwerp: Stand van zaken maatregelen ter voorkoming wateroverlast Oranjebuurt, De Lier Bijlagen: Functioneel programma van eisen voor de verbetering

Nadere informatie

Waterparagraaf Heistraat Zoom

Waterparagraaf Heistraat Zoom Waterparagraaf Heistraat Zoom In Zeelst aan de Heistraat is een ontwikkeling gepland. Voor deze ontwikkeling dient een omgevingsvergunning te worden opgesteld waarvan deze waterparagraaf onderdeel uit

Nadere informatie

1 Inleiding 3 1.1 Verantwoording 3 1.2 Opsteller en begeleidingscommissie 4 1.3 Leeswijzer 4

1 Inleiding 3 1.1 Verantwoording 3 1.2 Opsteller en begeleidingscommissie 4 1.3 Leeswijzer 4 Module C2200 Hydraulisch functioneren van regenwatervoorzieningen Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Verantwoording 3 1.2 Opsteller en begeleidingscommissie 4 1.3 Leeswijzer 4 2 Kader en uitgangspunten 6 2.1 Systematiek

Nadere informatie

Tubbergen o. gemeente. Aan de gemeenteraad. Vergadering: 8 september 2014. Nummer: Tubbergen, 28 augustus 2014

Tubbergen o. gemeente. Aan de gemeenteraad. Vergadering: 8 september 2014. Nummer: Tubbergen, 28 augustus 2014 gemeente Tubbergen o Aan de gemeenteraad Vergadering: 8 september 2014 Nummer: 9A Tubbergen, 28 augustus 2014 Onderwerp: Vaststellen verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater. Samenvatting

Nadere informatie

Stappenplan Hydrodynamische berekeningen & Pilot Voorthuizen

Stappenplan Hydrodynamische berekeningen & Pilot Voorthuizen Stappenplan Hydrodynamische berekeningen & Pilot Voorthuizen Introductie Modelleren (een vergelijking) Stappenplan!? waarom? Doel en Modeltypen De modelopbouw & validatie (Voorthuizen) Controle resultaten

Nadere informatie

Herberekening rioolstelsel Rijkevoort. Gemeente Boxmeer

Herberekening rioolstelsel Rijkevoort. Gemeente Boxmeer Herberekening rioolstelsel Rijkevoort Gemeente Boxmeer 31 oktober 2007 Kenmerk R001-4524448DRT-hgm-V01-NL Verantwoording Titel Herberekening rioolstelsel Rijkevoort Opdrachtgever Gemeente Boxmeer Projectleider

Nadere informatie

Rioleringsplan Tivolikerk te Eindhoven

Rioleringsplan Tivolikerk te Eindhoven Project : Rioleringsplan Tivolikerk te Eindhoven Projectnummer : NC8110503 Versie : definitief Datum : 15 juli 2008 Aanleiding Het terrein van de Tivolikerk en het naastgelegen Zusterhuis aan de Heezerweg

Nadere informatie

Samenvatting Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland. planperiode 2013 t/m 2017

Samenvatting Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland. planperiode 2013 t/m 2017 Samenvatting Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland planperiode 2013 t/m 2017 13 maart 2012 1.1 Inleiding De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (hierna te noemen: GRP) op te

Nadere informatie

Anders omgaan met VGS. Rémy Schilperoort

Anders omgaan met VGS. Rémy Schilperoort Anders omgaan met VGS Rémy Schilperoort Wat is Verbeterd Gescheiden Stelsel? 14-12-2016 2 Wat is Verbeterd Gescheiden Stelsel? standaard: 4 mm berging + 0,3 mm/h poc 14-12-2016 3 Varianten 14-12-2016 4

Nadere informatie

: gemeente Heerde : Evert de Lange : Rob Boshouwers (DHV), Jasper Timmer (Waterschap Veluwe)

: gemeente Heerde : Evert de Lange : Rob Boshouwers (DHV), Jasper Timmer (Waterschap Veluwe) ogo MEMO Aan Van Kopie Dossier Project Betreft : gemeente Heerde : Evert de Lange : Rob Boshouwers (DHV), Jasper Timmer (Waterschap Veluwe) : BA7950-100-100 : Bedrijventerrein Wapenveld Noord : Watertoetsnotitie

Nadere informatie

RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012

RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012 RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012 Archimedesweg 1 CORSA nummer: 14.48265 postadres: versie: Definitief postbus 156 auteur: Irene van der Stap 2300 AD Leiden oplage: Digitaal telefoon (071) 3 063

Nadere informatie

Het waterbeleid van de provincie Limburg is beschreven in het Provinciaal Waterplan Limburg, dd. 20 november 2009.

Het waterbeleid van de provincie Limburg is beschreven in het Provinciaal Waterplan Limburg, dd. 20 november 2009. Memo Ter attentie van Project management Den Dekker B.V. Datum 03 januari 2013 Distributie Projectnummer 111850-01 Onderwerp Parkeerterrein Jumbo Heythuysen Geachte heer Bosman, 1 WATERBELEID Het streven

Nadere informatie

Raadsvoorstel Reg. nr : 1010217 Ag nr. : Datum : 18-05-10

Raadsvoorstel Reg. nr : 1010217 Ag nr. : Datum : 18-05-10 Ag nr. : Onderwerp Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Status besluitvormend Voorstel 1. Vast te stellen de Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater; 2. De kosten van het

Nadere informatie

Waterschap Hunze en Aa s Ontvangen d.d.: Documentnummer: Raakvlak waterbeheer: ja/nee. gemeente Assen Verbouwing woning Venestraat 175 9402GM ASSEN

Waterschap Hunze en Aa s Ontvangen d.d.: Documentnummer: Raakvlak waterbeheer: ja/nee. gemeente Assen Verbouwing woning Venestraat 175 9402GM ASSEN Waterschap Hunze en Aa s Ontvangen d.d.: Documentnummer: Raakvlak waterbeheer: ja/nee gemeente Assen Verbouwing woning 9402GM ASSEN Algemeen Betrokkenheid waterschap Voor de verdere procedurele afhandeling

Nadere informatie

BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin.

BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin. Bijlage 1 Afkortingen en begrippen Afkortingen AWZI Zie RWZI BBB (v)brp CZV DWA DOB GRP HWA / RWA IBA KRW MOR NBW (-Actueel) OAS RIONED BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin.

Nadere informatie

Bijlage 26-1: Stedelijke wateropgave Nieuw-Schoonebeek

Bijlage 26-1: Stedelijke wateropgave Nieuw-Schoonebeek Bijlage 26-1: Stedelijke wateropgave Nieuw-Schoonebeek Situatie Nieuw-Schoonebeek Nieuw-Schoonebeek ligt in het zuidoosten van de gemeente Emmen, ten oosten van Schoonebeek. Het dorp bestaat overwegend

Nadere informatie

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE NOTITIE Onderwerp : Waterparagraaf Opdrachtgever : A.E.C. Vestjens Projectnummer : BIM-079-01 Projectomschrijving : Gezondheidscentrum te Neer Opgesteld door : ing. R. Peeters Paraaf: Datum : 18 oktober

Nadere informatie

Gemaal van de toekomst

Gemaal van de toekomst Gemaal van de toekomst Onderzoek besparingspotentieel bij niet gelijktijdig leegpompen rioolstelsels Van S.P.A. Duinmeijer Datum 30 augustus 2013 Opdrachtgever Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam Contactpersoon

Nadere informatie

Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt

Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt Waarom aan de slag in de Agniesebuurt? Oude stadswijken zoals de Agniesebuurt, die dichtbebouwd zijn met veel verharding en weinig open water en groen, zijn kwetsbaar

Nadere informatie

Raadsvoorstel. drs A.J. Ditewig 18 februari 2010. 05 januari 2010. De raad wordt voorgesteld te besluiten:

Raadsvoorstel. drs A.J. Ditewig 18 februari 2010. 05 januari 2010. De raad wordt voorgesteld te besluiten: Portefeuillehouder Datum raadsvergadering drs A.J. Ditewig 18 februari 2010 Datum voorstel 05 januari 2010 Agendapunt Onderwerp Gemeentelijke watertaken De raad wordt voorgesteld te besluiten: het bijgaande

Nadere informatie

Raadsvoorstel Krediet voor de voorbereiding en uitvoering van diverse maatregelen uit het Gemeentelijk Rioleringsplan

Raadsvoorstel Krediet voor de voorbereiding en uitvoering van diverse maatregelen uit het Gemeentelijk Rioleringsplan gemeente Haarlemmermeer Raadsvoorstel20071171301 Portefeuillehouder J.J. Nobel Steiler M. van Munster Collegevergadering 25 september 2007 Raadsvergadering 25 oktober 2007 1. Samenvatting Wat willen we

Nadere informatie

Rioleringsplan Zuiderhoeven

Rioleringsplan Zuiderhoeven Rioleringsplan Zuiderhoeven AM Sweco Nederland B.V. Alkmaar, 6 juli 2016 Verantwoording Titel : Rioleringsplan Zuiderhoeven Subtitel : Projectnummer : 348902 Referentienummer : Revisie : Datum : 6 juli

Nadere informatie

BIJLAGE 5: WATER- EN RIOLERINGSPLAN

BIJLAGE 5: WATER- EN RIOLERINGSPLAN BIJLAGE 5: WATER- EN RIOLERINGSPLAN INTERNE NOTITIE voor: Gemeente Cuijk, Waterschap Aa en Maas van: Erik van Grunsven telefoon: afdeling: Ruimtelijk Beheer onderwerp: hemelwater de Valuwe datum: 22-december-2011herzien

Nadere informatie

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Definitief Bouwfonds Ontwikkeling Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 6 april 2009 Verantwoording Titel : Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Subtitel : Projectnummer : 275039 Referentienummer

Nadere informatie

Module C2100 Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren Inhoud

Module C2100 Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren Inhoud Module C2100 Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren Inhoud 1 Inleiding 5 1.1 Verantwoording 5 1.2 Wat is veranderd? 5 1.3 Opsteller en begeleidingscommissie 6 1.4 Leeswijzer 6 2 Systematiek 7

Nadere informatie

Kenmerk Contactpersoon Plaats en datum Ing. B. Mengers Doetinchem, Tel

Kenmerk Contactpersoon Plaats en datum Ing. B. Mengers Doetinchem, Tel ECOPART BV ZEPHIRLAAN 5 7004 GP DOETINCHEM TELEFOON 03 14-36 81 00 FAX 03 14 36 57 43 E-MAIL [email protected] INTERNET WWW.ECOPART_BV.NL BTW NR. NL 81 01 466 29 B01 HANDELSREGISTER 100 35 993 RABOBANK

Nadere informatie

Afkoppel beslisboom Gemeente Venlo

Afkoppel beslisboom Gemeente Venlo Afkoppel beslisboom Gemeente Venlo Geachte lezer, Inleiding Voor u ligt de zogenaamde afkoppel-beslisboom van de Gemeente Venlo. De afkoppelbeslisboom is een stappenplan, bedoeld als hulpmiddel om te bepalen

Nadere informatie

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure.

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure. datum 31-3-2014 dossiercode 20140331-63-8729 Geachte heer/mevrouw Jeroen Overbeek, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale

Nadere informatie

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE NOTITIE Onderwerp : Waterparagraaf Opdrachtgever : Gemeente Nederweert Projectnummer : NDW-041-01 Projectomschrijving : Carpoolplaats Nederweert Opgesteld door : ing. R. Peeters Paraaf: Datum : 13 juli

Nadere informatie

Bijlage 14-1: Stedelijke wateropgave Kern Emmen

Bijlage 14-1: Stedelijke wateropgave Kern Emmen Bijlage 14-1: Stedelijke wateropgave Kern Emmen Situatie Kern Emmen Kern Emmen omvat het centrumgebied van Emmen en de wijken Emmermeer, Hoge Loo en Spoorzijde. Het bestaat overwegend uit dicht bebouwd

Nadere informatie

Bijdorp. 15 maart Watersysteem Bijdorp. Geachte mevrouw, heer,

Bijdorp. 15 maart Watersysteem Bijdorp. Geachte mevrouw, heer, DATUM 15 maart 2016 REGISTRATIENUMMER ONDERWERP Watersysteem Bijdorp Geachte mevrouw, heer, 1. Aanleiding De wijk Bijdorp ondervindt bij zware neerslag wateroverlast. De gemeente Schiedam en Delfland zijn

Nadere informatie

Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP

Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP Uden gastvrij voor water Kenmerk: 11-10044-JV 14 september 2011 Ingenieursbureau Moons 1 Inhoudsopgave 1 SAMENHANG... 3 2 SAMENVATTING... 4 2.1 KOERSWIJZIGINGEN...

Nadere informatie

Bijlage 13-1: Stedelijke wateropgave Bargermeer noord

Bijlage 13-1: Stedelijke wateropgave Bargermeer noord Bijlage 13-1: Stedelijke wateropgave Bargermeer noord Situatie Bargermeer noord Het industrieterrein Bargermeer noord ligt centraal in de stad Emmen. Het is een grootschalig bedrijventerrein met ruimte

Nadere informatie

Gemeentelijk Riolerings Plan. Toelichting op GRP Kaag en Braassem periode 2014 t/m 2018

Gemeentelijk Riolerings Plan. Toelichting op GRP Kaag en Braassem periode 2014 t/m 2018 Gemeentelijk Riolerings Plan Toelichting op GRP Kaag en Braassem periode 2014 t/m 2018 Doel en inhoud Doel Inzicht verschaffen in de diverse elementen die hebben geleid tot het GRP 2014 t/m 2018 Inhoud

Nadere informatie

In deze notitie wordt de bepaling van de waterbergingsopgave toegelicht en wordt aangegeven hoe deze ingevuld kan worden.

In deze notitie wordt de bepaling van de waterbergingsopgave toegelicht en wordt aangegeven hoe deze ingevuld kan worden. Notitie Referentienummer Kenmerk 190509/Ack 277242 Betreft Waterbergingsopgave Hogewegzone Concept d.d. 19 mei 2009 1 Inleiding De Hogewegzone in de gemeente Amersfoort wordt de komende jaren vernieuwd.

Nadere informatie

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE A

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE A ONDERWERP Aangepaste leggerwijziging Tradeportsloot DATUM 14-4-2016 PROJECTNUMMER C01031.000363.0900 ONZE REFERENTIE 078903199 A VAN Joost Veltmaat AAN Waterschap Peel en Maasvallei Inleiding Klaver 6a

Nadere informatie

Afbeelding 2.2. Berekende maximale WOS uitgangssituatie 80 % afkoppelen bui 09

Afbeelding 2.2. Berekende maximale WOS uitgangssituatie 80 % afkoppelen bui 09 Afbeelding 2.1. Locatie bedrijventerrein Nijverheidsweg 2.2. Uitgangspunten BRP De wijziging op de uitgangspunten zoals toegepast in het BRP betreft het percentage afgekoppeld oppervlak wegverharding.

Nadere informatie

Rioleringstechniek. Lesboek module 1. Nieuwegein, w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l

Rioleringstechniek. Lesboek module 1. Nieuwegein, w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l Rioleringstechniek Lesboek module 1 Nieuwegein, 2012 w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l Stichting Wateropleidingen, september 2012 Groningenhaven 7 3433 PE Nieuwegein Versie 2.0 Niets van deze

Nadere informatie

Bijlage 5 Wateradvies Wetterskip

Bijlage 5 Wateradvies Wetterskip vastgesteld bestemmingsplan West-Terschelling West Aletalaan fase 4 Gemeente Terschelling Projectnummer 250651 Bijlage 5 Wateradvies Wetterskip blad 259 van 381 Ruimtelijke Ordening - Oranjewoud WFN1215886

Nadere informatie

Rioleringsbeheerplan Terschelling

Rioleringsbeheerplan Terschelling Rioleringsbeheerplan Terschelling 2016-2020 augustus 2016 Team Techniek en Uitvoering 1 2 Inhoudsopgave 1 Samenvatting...4 2 Inleiding...5 2.1 Doelen...5 2.2 Afvalwater...5 2.3 Hemelwater...5 2.4 Grondwater...6

Nadere informatie

Beknopte toelichting en handleiding Excel-sheet, versie 2010

Beknopte toelichting en handleiding Excel-sheet, versie 2010 Bijlage 4 Contactpersoon Hans Jansen Datum 6 januari 2011 Kenmerk N007-4479757EJJ-mfv-V05-NL Knelpuntenbeoordelingsmethode waterkwaliteitsspoor overstorten Beknopte toelichting en handleiding Excel-sheet,

Nadere informatie

NOT a 12 september 2013 Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie

NOT a 12 september 2013 Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie NOT01-0252596-01a 12 september 2013 Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze notitie wordt verwoord

Nadere informatie

WATERSCHAP RIVIERENLAND, TIEL Datum laatste revisie: BLAD 0 VERZAMELBLAD RIOLERINGSGEBIED

WATERSCHAP RIVIERENLAND, TIEL Datum laatste revisie: BLAD 0 VERZAMELBLAD RIOLERINGSGEBIED WATERSCHAP RIVIERENLAND, TIEL Datum laatste revisie: 23-03-10 BLAD 0 VERZAMELBLAD RIOLERINGSGEBIED MAXIMALE AFVOER VOLGENS AFVOERNORMEN gemeente Woudrichem code: Huidig (m³/u) woonkern/gebied Woudrichem

Nadere informatie

Feiten over de riolering

Feiten over de riolering Feiten over de riolering Prestaties Middelen en mensen Samenhangen Schaalverschillen Doeltreffendheid en doelmatigheid Stichting RIONED, februari 21 T.b.v. het feitenonderzoek in het kader van doelmatig

Nadere informatie

Bijlage 1: Afkortingen en begrippen

Bijlage 1: Afkortingen en begrippen Bijlage 1: Afkortingen en begrippen Afkortingen AWZI Zie RWZI BBB (v)brp CZV DWA DOB GRP HWA IBA KRW NBW NW4 BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin. (verbreed) BasisRioleringsPlan

Nadere informatie

Rioolnotitie Bouw en woonrijpmaken Woningbouwlocatie Brinkersweide te Rhenen

Rioolnotitie Bouw en woonrijpmaken Woningbouwlocatie Brinkersweide te Rhenen Rioolnotitie Rioolnotitie Kenmerk : RL14IV673 Datum : 10 augustus 2015 Versie : Definitief Auteur : A. van der Stelt Controle : F. Hazen 2 Rioolnotitie Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 1. Uitgangspunten...

Nadere informatie

Gemeente Boxmeer. AAN de Raad van de gemeente Boxmeer. Boxmeer, 22 april 2008

Gemeente Boxmeer. AAN de Raad van de gemeente Boxmeer. Boxmeer, 22 april 2008 Gemeente Boxmeer Onderwerp: Voorstel tot beschikbaarstelling van een krediet van 337.000,= voor het project Emissie en Capaciteitsaanpassingen rioolstelsel Rijkevoort. Nummer: AAN de Raad van de gemeente

Nadere informatie

Verordening Eenmalig Rioolaansluitrecht 2015

Verordening Eenmalig Rioolaansluitrecht 2015 Verordening Eenmalig Rioolaansluitrecht 2015 Artikel 1 Begripsomschrijvingen deze verordening wordt verstaan onder: a. aansluitleiding: het particulier riool, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding

Nadere informatie

UITVOERINGSPLAN AANSLUITEN NIET-GERIOLEERDE PANDEN

UITVOERINGSPLAN AANSLUITEN NIET-GERIOLEERDE PANDEN Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSB/2004.1478 RIS124451_03-FEB-2005 UITVOERINGSPLAN AANSLUITEN NIET-GERIOLEERDE PANDEN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, Besluit: I. in te stemmen met de invoering

Nadere informatie

Behorende bij: Raadsvoorstel ter vaststelling van het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 5 (vgrp-5)

Behorende bij: Raadsvoorstel ter vaststelling van het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 5 (vgrp-5) Behorende bij: Raadsvoorstel ter vaststelling van het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 5 (vgrp-5) Datum: 7-8-2015 Onderwerpen 1. De na te streven afvoercapaciteit van de rioolstelsels; 2. De wijze

Nadere informatie

E [email protected] Van. Advies toekomstige hemelwaterberging en afvoer

E richard.wilbrink@mwhglobal.com Van. Advies toekomstige hemelwaterberging en afvoer Aan Gemeente Maassluis Behandeld door Richard Wilbrink T.a.v. De heer E. Zeeman E [email protected] Van Richard Wilbrink MSc. T 015-7511854 Betreft Voorbereidende onderzoeken winkelcentrum

Nadere informatie

Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve

Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve Inleiding Dit document is opgesteld als vervolg en update van de analyse van de waterhuishouding, opgesteld in januari 2008. Toen is geconstateerd dat de

Nadere informatie

Notitie. Onderwerp: Watertoets Looiersplein Projectnummer: Referentienummer: SWNL Datum:

Notitie. Onderwerp: Watertoets Looiersplein Projectnummer: Referentienummer: SWNL Datum: Notitie Onderwerp: Watertoets Looiersplein Projectnummer: 351929 Referentienummer: SWNL-351929 Datum: 04-08-2017 1 Inleiding De Linden Groep is voornemens het Looiersplein in Purmerend te her ontwikkelen.

Nadere informatie

Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)

Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure) Notitie Contactpersoon Paul Lammers Datum 10 maart 2016 Kenmerk N002-1233768PTL-evp-V01-NL Watertoets Paleis t Loo Inleiding Eén van de milieuthema s die in het bestemmingsplan voor Paleis t Loo en het

Nadere informatie

Hoe gaan waterschappen om met waterberging op groene daken?

Hoe gaan waterschappen om met waterberging op groene daken? Hoe gaan waterschappen om met waterberging op groene daken? Marc Laeven (Stroom en Onderstroom, thans Sweco) en Kees Broks (STOWA/Broks-Messelaar Consultancy) Tellen waterschappen de waterberging op groene

Nadere informatie

Ontwikkeling duurzame Afvalwaterketen in De Glind

Ontwikkeling duurzame Afvalwaterketen in De Glind Ontwikkeling duurzame Afvalwaterketen in De Glind Introductie; visie voor de afvalwaterketen van Barneveld en Ede, watervisie Barneveld, gemeentelijke rioleringsplannen " Introductie; jaarplan 2016 AWT

Nadere informatie

Waterparagraaf Melkveebedrijf M.C.M. Sieben, Witte Plakdijk 6 Ospel

Waterparagraaf Melkveebedrijf M.C.M. Sieben, Witte Plakdijk 6 Ospel Waterparagraaf Melkveebedrijf M.C.M. Sieben, Witte Plakdijk 6 Ospel De heer M.C.M. Sieben is voornemens een nieuwe rundveestal op te richten op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Nederweert, sectie

Nadere informatie

MEMO. Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem 026 35 23 125 [email protected] www.buro-sro.nl. - Gemeente Gemert-Bakel

MEMO. Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem 026 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl. - Gemeente Gemert-Bakel MEMO Aan: - Gemeente Gemert-Bakel Van: - Buro SRO Datum: - 20-11-2012 Onderwerp: - Watermemo De Hoef 16 Gemert Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem 026 35 23 125 [email protected] www.buro-sro.nl

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD. Officiële publicatie van Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude

GEMEENTEBLAD. Officiële publicatie van Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude RUI15/016 Verordening Rioolaansluiting, verordening eenmalig rioolaansluitrecht De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 augustus

Nadere informatie