SEKS ONDER JE 25 e DEFINITIEVE RESULTATEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SEKS ONDER JE 25 e DEFINITIEVE RESULTATEN"

Transcriptie

1 SEKS ONDER JE 25 e DEFINITIEVE RESULTATEN

2

3 SEKS ONDER JE 25 e DEFINITIEVE RESULTATEN Utrecht, 8 september 2005 Auteurs: Hanneke de Graaf, Suzanne Meijer, Jos Poelman, Ine Vanwesenbeeck Projectnummer: Dit onderzoek is gefinancierd door ZonMw 2005 Rutgers Nisso Groep/ Soa Aids Nederland

4

5 SAMENVATTING VAN BELANGRIJKSTE RESULTATEN In maart 2005 werden al enkele voorlopige resultaten van het onderzoek Seks onder je 25e gepresenteerd. Deze resultaten waren vooral beschrijvend van aard. Inmiddels zijn aanvullende analyses verricht. Hieronder zal verslag worden gedaan van de resultaten van deze analyses. Hierbij zal de nadruk liggen op groepsverschillen (naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, etniciteit, religie en seksuele oriëntatie) en op factoren die een belangrijke samenhang vertonen met seksueel gedrag en seksuele gezondheid. Dergelijke resultaten hebben implicaties voor de voorlichting, daar ze tonen op welke groepen jongeren de voorlichting zich zou moeten richten en welke omgevingsfactoren, denkwijzen, gevoelens of gedragingen hierbij beïnvloed zouden moeten worden. Verschillen tussen jongens en meisjes Verschillen tussen jongens en meisjes in ervaring met seksueel gedrag Voor zowel jongens als meisjes geldt dat het percentage met seksuele ervaring toeneemt met de leeftijd. Van de 12- tot en met 14-jarigen heeft 7% ervaring met geslachtsgemeenschap, onder 20- tot en met 25-jarigen is dit 88%. In de totale groep verschillen jongens en meisjes nauwelijks van elkaar wat betreft ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag. Alleen met masturbatie hebben in alle leeftijdsgroepen meer jongens dan meisjes ervaring. In de jongste leeftijdsgroep hebben jongens ook meer ervaring met andere vormen van seksueel gedrag, maar de verschillen zijn klein en nauwelijks significant. Op 17-jarige leeftijd hebben meer meisjes dan jongens ervaring met tongzoenen, geslachtsgemeenschap en orale seks. Deze meisjes doen hun ervaring over het algemeen op met oudere partners, hetgeen het sekseverschil op deze leeftijd zou kunnen verklaren. In de oudere leeftijdsgroepen (vanaf 20 jaar) zijn deze verschillen tussen jongens en meisjes verdwenen. Meisjes die geen ervaring hebben met geslachtsgemeenschap hebben hier andere redenen voor dan jongens. Meisjes vinden zichzelf vaker dan jongens te jong, ze hebben er geen behoefte aan, willen eerst een tijdje verkering hebben of zijn de juiste nog niet tegengekomen. Voor jongens is het er vaker dan voor meisjes niet van gekomen of was er vaker niemand die het ook met hen wilde doen. Jongens zijn sterker op seks gericht dan meisjes: ze denken er vaker aan en willen meer uitproberen op seksueel gebied. Binnen de groep jongeren die ervaring heeft met geslachtsgemeenschap en/of anale seks geven meisjes vaker aan dat ze één sekspartner hebben gehad (39%) dan jongens (30%). Jongens hebben vaker dan meisjes vier of meer sekspartners gehad (respectievelijk 37% en 28%). Jongens hebben daarnaast ook iets vaker dan meisjes tijdens de relatie met de laatste sekspartner seks gehad met anderen (respectievelijk 9% en 7%). Jongens hebben vaker dan meisjes wel eens geld of een andere beloning gegeven voor seks (6 op de 100 jongens tegenover 1 op de 100 meisjes). Datzelfde verschil wordt gevonden voor het krijgen van geld of een andere beloning voor seks (2 op de 100 jongens tegenover 1 op de 100 meisjes). Waarschijnlijk zijn deze jongens betaald door andere jongens of mannen, maar daar is niet naar gevraagd.

6 Verschillen tussen jongens en meisjes in interactiecompetentie en beschermingsgedrag Interactiecompetentie is een complex concept, bestaande uit het met de laatste partner kunnen praten over seks wanneer je dit wilt, weten wat je wilt en wat de ander wil, grenzen kunnen stellen en respecteren en zelfverzekerdheid over uiterlijk en prestaties. Het gaat hier om een eigen inschatting. Jongens en meisjes verschillen niet in de mate waarin ze zeggen competent te zijn in de interactie met de laatste partner. Met betrekking tot beschermingsgedrag worden kleine verschillen gevonden. Bij de eerste geslachtsgemeenschap is de groep die niets doet om zwangerschap te voorkomen onder meisjes kleiner (7%) dan onder jongens (10%). Meisjes zeggen vaker (46%) dan jongens (41%) dat er zowel een pil als condoom werd gebruikt. Deze verschillen zijn met name toe te schrijven aan verschillen in pilgebruik: 56% van de jongens en 64% van de meisjes geeft aan dat de pil bij de eerste keer werd gebruikt. Mogelijk kan dit worden toegeschreven aan het feit dat jongens soms niet van het pilgebruik op de hoogte zijn. Ongeveer driekwart van zowel de jongens als de meisjes zegt dat er bij de eerste geslachtsgemeenschap een condoom werd gebruikt. In de relatie met de laatste partner beschermen meisjes en jongens zich even goed tegen zwangerschap: ongeveer 4 op de 5 jongens en meisjes doet dit altijd. Jongens zeggen vaker (33%) dan meisjes (21%) dat er altijd een condoom werd gebruikt, meisjes zeggen vaker (35%) dan jongens (25%) dat dit alleen in het begin van de relatie gebeurde. Dit wordt ook gevonden wanneer alleen naar vaste relaties wordt gekeken. Mogelijk speelt de leeftijd van de partner (voor jongens lager dan voor meisjes) hier een rol. Het grootste deel van de jongeren gebruikt bij geslachtsgemeenschap met een vaste partner wel condooms aan het begin van de relatie, maar stopt hier na een tijdje mee. Tweederde van zowel de jongens als meisjes zegt dat de duur van de relatie en het vertrouwen in elkaar een reden was om geen condooms meer te gebruiken. Andere veel genoemde redenen om met condooms te stoppen zijn dat seks met een condoom minder lekker wordt gevonden (66% van de jongens en 46% van de meisjes) en dat er al andere anticonceptie wordt gebruikt (55% van de jongens en 41% van de meisjes). Meisjes die anale seks hadden met de laatste partner gebruikten hierbij vaker nooit een condoom (71%) dan jongens (51%). Binnen de groep jongeren die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap en/of anale seks hebben meisjes zich in het afgelopen jaar vaker laten testen op soa (13%) en hiv (11%) dan jongens (respectievelijk 9 en 8%). Ze zijn daarbij ook vaker positief bevonden op soa dan jongens (12 op de 1000 meisjes, tegenover 6 op de 1000 jongens). Verschillen tussen jongens en meisjes met betrekking tot seksuele problemen Meisjes ervaren meer schuld- en schaamtegevoelens rondom seksualiteit dan jongens. Daarnaast beoordelen meisjes het eigen lichaam minder positief dan jongens. Meisjes vinden zichzelf vaker te dik (33%) dan jongens (15%). Jongens zijn vaker tevreden over hoe de eigen geslachtsdelen eruit zien (60%) dan meisjes (46%). Meisjes hebben vaker problemen rondom opwinding, verlangen, niet klaarkomen of pijn dan jongens. Eén op de 6 meisjes heeft regelmatig of vaker last van een verminderd seksueel verlangen en 1 op de 4 meisjes komt regelmatig of vaker niet klaar. Slechts 1 op de 25 jongens kampt met deze problemen.

7 Een minderheid van de meisjes (43%) vrijt altijd pijnloos, terwijl dit voor het overgrote deel van de jongens (86%) wel het geval is. Verschillen tussen jongens en meisjes in ervaring met dwang Meisjes worden vaker overgehaald of gedwongen tot seksuele handelingen, jongens dwingen vaker. Achttien procent van de meisjes is wel eens gedwongen om iets te doen of toe te staan op seksueel gebied, tegenover 4% van de jongens. Vier procent van de jongens en 1% van de meisjes zegt wel eens iemand gedwongen te hebben tot seksuele handelingen. Acht op de 1000 meisjes is wel eens gedwongen of overgehaald tot seks waarvoor ze geld of een andere beloning ontvingen. Datzelfde geldt voor 4 op de 1000 jongens. Bij de eerste geslachtsgemeenschap zegt 0,2% van de jongens en 2% van de meisjes te zijn gedwongen. Vier procent van de jongens en 12% van de meisjes zegt hiertoe te zijn overgehaald. De eerste anale seks vindt vaker onder druk of dwang plaats dan de eerste geslachtsgemeenschap. Van de jongens werd 1% bij de eerste anale seks gedwongen en 8% werd hiertoe overgehaald. Helaas is het geslacht van de partner hier onbekend. Bij de meisjes was de eerste anale seks voor 2% gedwongen en 30% werd hiertoe overgehaald. Verschillen tussen leeftijdsgroepen Verschillen tussen leeftijdsgroepen in interactiecompetentie en beschermingsgedrag Met het ouder worden neemt de interactiecompetentie sterk toe. Ook verandert de aard van relaties die worden aangegaan. In de oudere leeftijdsgroepen heeft men op het moment dat de vragenlijst wordt ingevuld vaker een vaste partner en relaties duren langer. De laatste sekspartner is voor de groep van 21 tot 25 jaar minder vaak een eenmalig sekscontact en vaker degene met wie men een vaste, monogame relatie heeft en op wie men erg verliefd is. Jongeren van 12 tot en met 14 jaar die geslachtsgemeenschap hebben beschermen zich hierbij minder goed tegen zwangerschap dan jongeren die ouder zijn. Wanneer de eerste geslachtsgemeenschap al op 13-jarige leeftijd of eerder plaatsvindt, gebruikt 31% van de jongens en 15% van de meisjes hierbij geen anticonceptie. Van de 12- tot 14-jarigen die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap gebruikte 30% van de jongens en 19% van de meisjes met de laatste partner nooit anticonceptie. De verschillen met oudere groepen zijn vooral toe te schrijven aan een beperkt pilgebruik in de jongste leeftijdsgroep. In de totale groep jongeren van 12 tot en met 14 jaar is het risico door de beperkte mate van seksuele activiteit uiteraard gering. Verschillen tussen leeftijdsgroepen met betrekking tot seksuele problemen Voor meisjes neemt de tevredenheid met het seksleven toe met het ouder worden. Daarnaast nemen voor zowel jongens als meisjes schuld- en schaamtegevoelens rondom seksualiteit af en de gerichtheid op seks en de waardering van het eigen lichaam toe. Verschillen tussen leeftijdsgroepen in ervaring met dwang Wanneer de eerste geslachtsgemeenschap met 13 jaar of eerder plaatsvond, is de kans relatief groot dat iemand hiertoe werd overgehaald. Binnen deze groep zegt 32% van de meisjes en

8 8% van de jongens de eerste keer te zijn overgehaald. Binnen de groep waarbij de eerste keer met 14 of 15 jaar plaatsvond zijn deze percentages al gedaald naar respectievelijk 16 en 5%. Verschillen tussen laag en hoog opgeleide jongeren Laag opgeleide jongeren zijn jongeren die vmbo of mbo volgen, of die geen onderwijs meer volgen en waarvan de hoogst afgeronde opleiding basisschool, mavo of vmbo, mbo, havo of vwo is. Hoog opgeleide jongeren zijn jongeren die havo, vwo, hbo of universiteit volgen of jongeren die hbo of universiteit hebben afgerond. Verschillen tussen laag en hoog opgeleide jongeren in ervaring met seksueel gedrag Laag opgeleide jongeren zijn sterker gericht op seks dan hoog opgeleide jongeren: ze denken hier vaker aan en zouden liever dan hoog opgeleiden van alles uitproberen. Dat laag opgeleide jongeren ook meer hebben uitgeprobeerd, blijkt uit het feit dat laag opgeleide jongeren van 12 tot en met 17 jaar meer ervaring hebben met vrijwel alle vormen van seks met een partner dan hoog opgeleide jongeren van deze leeftijd. Hoog opgeleide jongeren hebben wel vaker ervaring met soloseks dan laag opgeleide jongeren, maar dit verschil is alleen voor de meisjes significant. Tegen het eind van de tienertijd verdwijnen de verschillen tussen laag en hoog opgeleide jongeren grotendeels. Hoog opgeleide meisjes hebben dan nog wel vaker ervaring met masturbatie dan laag opgeleide meisjes, laag opgeleide jongens hebben dan nog meer ervaring met geslachtsgemeenschap en laag opgeleide meisjes met anale seks. Laag opgeleide jongeren zijn vaker dan hoog opgeleide jongeren wel eens verliefd geweest. Ze hebben vaker wel eens verkering gehad en ook vaker een relatie ten tijde van het onderzoek. Binnen de groep jongeren die ervaring heeft met geslachtsgemeenschap en/of anale seks hebben laag opgeleide jongeren dit vaker met vier of meer sekspartners gedaan dan hoog opgeleide seksegenoten. Laag opgeleide jongens hebben ongeveer 2 keer zo vaak ervaring met zowel betalen voor seks als betaald worden voor seks dan hoog opgeleide jongens. Verschillen tussen laag en hoog opgeleide jongeren in interactiecompetentie en beschermingsgedrag Laag en hoog opgeleide jongeren schatten de eigen interactiecompetentie ongeveer even hoog in. Met de laatste partner gebruiken laag opgeleide jongeren minder vaak consequent anticonceptie dan hoog opgeleide jongeren. Laag opgeleide jongens en meisjes hebben in het afgelopen jaar dan ook vaker te maken gehad met zwangerschap en meer laag dan hoog opgeleide meisjes hebben een abortus ondergaan. Verschillen tussen laag en hoog opgeleide jongeren met betrekking tot satisfactie Laag opgeleide jongens en meisjes zijn meer tevreden over het seksleven dan hoog opgeleide jongens en meisjes.

9 Verschillen tussen laag en hoog opgeleide jongeren in ervaring met dwang Meer laag dan hoog opgeleide meisjes zeggen dat ze bij de eerste geslachtsgemeenschap werden overgehaald. Meer laag dan hoog opgeleide jongeren zijn wel eens gedwongen tot seksuele handelingen. Laag opgeleide jongens zeggen daarnaast ook vaker zelf wel eens iemand te hebben gedwongen tot seks dan hoog opgeleide jongens. Verschillen tussen etnische groepen Verschillen tussen etnische groepen in ervaring met seksueel gedrag De invloed van de etnische achtergrond op seksueel gedrag is voor jongens en meisjes verschillend. Hier zullen verschillen tussen etnische groepen dan ook voor jongens en meisjes apart worden beschreven. Met betrekking tot ervaring met geslachtsgemeenschap en anale seks worden geen verschillen naar etniciteit gevonden. Binnen de groep jongens die ervaring heeft met geslachtsgemeenschap hebben Nederlandse jongens wel relatief weinig en Marokkaanse jongens wel relatief veel verschillende sekspartners gehad. Jongens van Marokkaanse of Turkse afkomst hebben vaker dan andere jongens wel eens betaald voor seks: respectievelijk 15 en 22% van deze groepen jongens zegt dit wel eens gedaan te hebben. Dit kan het verschil in aantallen sekspartners gedeeltelijk verklaren. Minder Nederlandse jongens dan jongens met een niet-nederlandse achtergrond zeggen wel eens betaald te zijn voor seks. Jongens van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst hebben vaker dan Nederlandse jongens tijdens de relatie met de laatste sekspartner ook seks gehad met anderen. Marokkaanse en Turkse jongens zijn relatief vaak nog nooit verliefd geweest. Nederlandse meisjes hebben relatief vaak ervaring met masturbatie. Meisjes met een Marokkaanse achtergrond hebben relatief vaak geen ervaring met geslachtsgemeenschap. Nederlandse, Surinaamse en Antilliaanse meisjes hebben vaker dan andere meisjes ervaring met anale seks, Turkse meisjes juist minder vaak. Nederlandse en Surinaamse meisjes zijn ook sterker op seks gericht dan meiden met een andere etnische achtergrond. Verschillen tussen etnische groepen in interactiecompetentie en beschermingsgedrag Jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond scoren relatief laag wat betreft gerapporteerde interactiecompetentie, Nederlandse, Surinaamse en Antilliaanse jongeren relatief hoog. Met betrekking tot beschermingsgedrag bestaan bij jongens nauwelijks verschillen naar etniciteit. Bij de meisjes lijken Antilliaanse en (in mindere mate) Surinaamse meisjes het meeste risico te lopen. Antilliaanse meisjes zijn het afgelopen jaar vaker positief getest op soa. Meisjes met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond zijn vaker dan andere meisjes ongepland zwanger geweest in het afgelopen jaar. Antilliaanse meisjes hebben hierbij ook vaker een abortus gehad. Verschillen tussen etnische groepen in ervaring met dwang Marokkaanse jongens hebben vaker dan andere jongens wel eens iemand gedwongen tot seksuele handelingen. De kans dat dit wel eens is voorgekomen is voor Marokkaanse jongens bijna 2 keer zo groot als voor andere jongens. Surinaamse en Antilliaanse meisjes hebben

10 vaker dan andere meisjes ervaring met gedwongen worden tot seksuele handelingen, maar deze verschillen zijn volledig toe te schrijven aan verschillen in opleidingsniveau. Verschillen tussen etnische groepen in seksueel zelfbeeld Nederlandse en Surinaamse jongeren rapporteren relatief weinig schuld- en schaamtegevoelens en Marokkaanse en Turkse jongeren relatief veel. Nederlandse jongens en meisjes denken daarentegen minder positief over het eigen lichaam dan de rest van de groep. Verschillen naar religie Verschillen in ervaring met seksueel gedrag naar religie Binnen de groep jongens van 12 tot 17 jaar worden weinig duidelijke verbanden met religie gevonden, zij het dat Islamitische jongens op deze leeftijd iets vaker ervaring hebben met seks met een partner. Bij de groep 18- tot 24-jarigen zijn de verschillen duidelijker. Jongens die niet gelovig zijn opgevoed of voor wie de religieuze opvoeding niet belangrijk is hebben dan relatief veel ervaring, jongens voor wie het Christelijke geloof heel belangrijk is relatief weinig. Bij meisjes is het verband tussen religie en seksueel gedrag sterker. In beide leeftijdsgroepen zijn de meisjes die niet gelovig zijn opgevoed of die Christelijk zijn opgevoed maar die dit niet belangrijk vinden het meest ervaren. Islamitische meisjes hebben relatief weinig ervaring met alle vormen van seks. Er is dan ook geen evidentie dat deze meisjes om het maagdenvlies te sparen, kiezen voor bijvoorbeeld orale of anale seks. Verschillen in beschermingsgedrag naar religie Wanneer ze eenmaal aan seks beginnen, lijken Christelijke jongeren die het geloof heel belangrijk vinden zichzelf minder goed te beschermen. Zowel jongens als meisjes uit deze groep doen bij de eerste geslachtsgemeenschap minder vaak iets om zwangerschap te voorkomen. Met de laatste partner wordt door Christelijke jongens die veel belang hechten aan het geloof minder vaak altijd anticonceptie gebruikt. Dit wordt ook gevonden wanneer personen met een kinderwens buiten beschouwing worden gelaten. En hoe zit het met homoseksuele, lesbische en biseksuele jongeren? Homo- en biseksuele jongeren zijn jongeren die aangeven ook, vooral of uitsluitend te vallen op personen van het eigen geslacht. Twee procent van de ondervraagde jongens en 1,3% van de meisjes valt in deze categorie. Wanneer homo- en biseksuele jongeren worden vergeleken met jongens en meisjes die vooral of uitsluitend op het andere geslacht vallen, blijken homojongeren ten tijde van het onderzoek minder vaak een vaste relatie te hebben dan heterojongeren. Verder worden verschillen naar seksuele oriëntatie vooral bij jongens gevonden. Van de homoseksuele jongens van 19 tot en met 24 jaar heeft 70% ervaring met anale seks, tegenover 21% van de heteroseksuele jongens. Het is hierbij onbekend of het om passieve of actieve anale seks gaat. Minder homo- dan heteroseksuele jongens gebruikten hierbij met de laatste partner nooit condooms. Homo- en biseksuele jongens hebben minder ervaring met betaald worden en meer met zelf betalen voor seks dan heteroseksuele jongens.

11 Deze jongens zijn vaker dan heterojongens wel eens gedwongen tot seks, ook voor het 12e jaar. Homoseksualiteit blijkt onder de totale groep jongeren van 12 tot 25 jaar nog verre van geaccepteerd te zijn. Met name vrijen van twee jongens wordt afgekeurd: 1 op de 5 meisjes en meer dan de helft van de jongens vindt dit vies. Ook zegt 12% van de jongens en 4% van de meisjes dat ze de vriendschap met hun beste vriend of vriendin zouden verbreken als deze homoseksueel of lesbisch zou blijken te zijn. In de jongste leeftijdsgroep is de mate van homonegativiteit het grootst. Hoog opgeleiden denken minder negatief over homoseksualiteit dan laag opgeleide jongeren. Vooral Marokkaanse en Turkse jongens en meisjes denken negatief over homoseksualiteit. Onder Nederlandse jongeren en Surinaamse meisjes is de homonegativiteit relatief gering. Verschillen tussen 1995 en 2005 Verschillen tussen het laatste representatieve onderzoek onder jongeren (Jeugd & Seks 1995) en het huidige onderzoek zijn uitsluitend nagegaan voor jongeren die op het voortgezet onderwijs of in de eerste twee klassen van het mbo zitten. Vergeleken met 10 jaar geleden heeft nu een groter deel van de schoolgaande jongeren ervaring met tongzoenen, geslachtsgemeenschap, orale seks en anale seks. Zo had in % van de schoolgaande jeugd ervaring met geslachtsgemeenschap. Inmiddels is dat 30%. Ook de gemiddelde leeftijd waarop jongeren op het voortgezet onderwijs voor het eerst zoenen, vingeren en/of aftrekken en orale seks hebben is afgenomen. Jongeren beginnen anno 2005 dus eerder aan seks, maar het overgrote deel van hen geeft wel aan dat het moment waarop ze nieuwe seksuele ervaringen opdeden voor hen goed was. Slechts een klein deel had nog even willen wachten. Of dit in 1995 ook het geval was, weten we helaas niet. Naast gedrag is ook de houding ten aanzien van seksualiteit onder schoolgaande jongeren veranderd. Anno 2005 keurt 1 op de 4 schoolgaande jongeren seks tussen twee mensen die niet veel voor elkaar voelen goed, in 1995 was dit nog 1 op de 6. Dit betekent overigens niet dat ze zelf dergelijke losse contacten willen hebben. Beschermingsgedrag is sinds 1995 verbeterd. Zowel pil als condooms worden vaker gebruikt. Pilgebruik bij de eerste keer stijgt van 36 naar 46%, condoomgebruik van 69 naar 79%. Het gezamenlijk gebruik van pil en condoom (double Dutch) is bij de eerste geslachtsgemeenschap toegenomen van 24 naar 37%. Met de laatste partner gebruikte in % de pil, in 2005 is dit toegenomen tot 72%. Het percentage dat met de laatste partner nooit condooms gebruikte is afgenomen van 27 tot 17%. Met betrekking tot condoomgebruik werden in 1995 nog wel verschillen naar etniciteit gevonden. In 2005 zijn deze verschillen grotendeels verdwenen. Belangrijke samenhangen met gezinsklimaat In een warm gezinsklimaat ervaren jongeren affectie, hulp en steun van de ouders en weten ouders veel af van het reilen en zeilen van hun kind. Jongeren die een dergelijk gezinsklimaat rapporteren hebben minder vaak al ervaring met geslachtsgemeenschap en anale seks. Een warm gezinsklimaat hangt samen met een hogere interactiecompetentie. Jongeren die

12 ervaring hebben met geslachtsgemeenschap, beschermen zich met de laatste partner beter tegen zwangerschap wanneer ze uit een warm gezin komen. Een warm gezinsklimaat lijkt ook een beschermende factor te zijn tegen ervaringen met seksuele dwang. Jongeren die een warm gezinsklimaat rapporteren hebben zowel een kleinere kans wel eens gedwongen te zijn als wel eens iemand gedwongen te hebben tot seksuele handelingen. Belangrijke samenhangen met sociale integratie De mate van sociale integratie heeft in het huidige onderzoek betrekking op de middelbare schooltijd. Gevraagd is of men tijdens deze periode voldoende vrienden heeft of had en of men binnen deze vriendenkring een centrale rol inneemt of innam. Jongeren die beter sociaal geïntegreerd zijn/waren hebben vaker ervaring met masturbatie. Deze jongeren zeggen daarnaast competenter te zijn in de interactie met de laatste partner. Belangrijke samenhangen met de mate waarin iemand informatie over seks heeft gekregen Door de meeste jongeren wordt met de ouders wel eens over verliefdheid en relaties gesproken. Andere onderwerpen zijn minder vaak een onderwerp van gesprek. Anticonceptie- en condoomgebruik komen bij een meerderheid toch nog wel ter sprake. Wensen en grenzen ten aanzien van seks worden nauwelijks met de ouders besproken. Over alle onderwerpen - maar vooral over verliefdheid en relaties, wensen en grenzen - wordt vaker met vrienden of vriendinnen gesproken dan met de ouders. Meisjes praten vaker over verliefdheid en relaties, grenzen en anticonceptie dan jongens, zowel met ouders als vrienden. Jongens praten met vrienden vaker over wat ze willen op seksueel gebied dan meisjes. In de leeftijd van 12 tot en met 14 jaar wordt het minst met ouders en vrienden over seks gesproken. Marokkaanse en Turkse jongeren praten relatief weinig met de ouders over seks, Marokkaanse jongeren doen dit daarnaast ook weinig met vrienden. Vrijwel iedereen zegt op school minstens enige informatie over seks te hebben gekregen; dit geldt voor 92% van de jongens en 94% van de meisjes. Ongeveer eenderde van de jongeren krijgt (minstens enige) informatie van de GGD, schoolarts of huisarts. Het jongerenwerk wordt het minst als informatiebron genoemd. Jongens met een Marokkaanse achtergrond en meisjes met een Antilliaanse achtergrond halen hier wel meer informatie vandaan dan andere jongeren. Marokkaanse jongeren zeggen ook vaker dan andere jongeren dat ze in geval van soa, voor anticonceptie of bij een ongeplande zwangerschap naar de schoolarts of schoolverpleegkundige zouden stappen. Hoe meer informatie van school, gezondheidszorg en buurtwerk iemand heeft gekregen, hoe hoger deze informatie wordt gewaardeerd. De mate waarin iemand zegt informatie te hebben gekregen hangt niet samen met interactiecompetentie of beschermingsgedrag. Wel blijkt dat jongeren die vaker met ouders en vrienden over seks praten vaker wel eens gedwongen zijn tot seksuele handelingen. Mogelijk hebben jongeren met dergelijke negatieve ervaringen meer behoefte om met ouders en vrienden te praten.

13 Belangrijke samenhangen met kennis Jongeren weten nog lang niet alles als het gaat om soa/hiv, voortplanting en anticonceptie en maagdelijkheid. Ongeveer eenderde van de jongens en meisjes weet niet dat je ook zwanger kunt worden als een jongen tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaarkomt. Bijna de helft van de jongens denkt dat je onvruchtbaar kunt worden van het slikken van de pil of weet niet hoe het hiermee zit. Daarnaast weet ongeveer eenderde van de jongens niet dat wassen niet helpt tegen het oplopen van soa of hiv en dat meisjes niet altijd bloeden bij de eerste geslachtsgemeenschap. In de jongste leeftijdsgroep worden de minste juiste antwoorden gegeven. Nederlandse, Antilliaanse en Surinaamse jongeren weten relatief veel van voortplanting, soa, anticonceptiegebruik en maagdelijkheid. Turkse en Marokkaanse jongens en meisjes weten hier minder van af. Daarnaast is het kennisniveau van hoog opgeleide jongeren hoger dan van laag opgeleide jongeren. Het kennisniveau hangt nauwelijks samen met de mate waarin jongeren zichzelf beschermen tegen zwangerschap en soa. Ook wordt er geen verband gevonden tussen het kennisniveau en ervaring met gedwongen zijn of gedwongen hebben tot seks. Wel zeggen jongeren met een hoger kennisniveau iets competenter te zijn in de interactie met de laatste partner. Belangrijke samenhangen met mediagebruik Media-exposure Jongeren komen via de media veelvuldig in contact met informatie over seks of seksuele beelden. Een groot deel van de jongeren heeft het afgelopen half jaar wel eens iets over seks gelezen in een tijdschrift (82% van de jongens en 86% van de meisjes). Een vrijwel even grote groep (85% van de jongens en 75% van de meisjes) heeft in die periode iets over seks op televisie gezien. Ruim tweederde van de jongeren heeft ook iets over seks gelezen in een boek. Veel jongens komen daarnaast via het internet in contact met seks (62%), terwijl dit voor veel minder meisjes (34%) het geval is. Informatielijnen worden door beide seksen nauwelijks gebeld. Videoclips waar bloot of seks in voorkomt heeft een meerderheid van de jongens (88%) en meisjes (75%) in het afgelopen half jaar tenminste een enkele keer gezien. Het bekijken van een seksfilm op televisie is voor 75% van de jongens en 44% van de meisjes ook wel eens voorgekomen. Zestig procent van de jongens heeft in het afgelopen half jaar wel eens een pornoboekje bekeken, tegenover 21% van de meisjes. Bijna tweederde van de jongens heeft in diezelfde periode wel eens een porno-website bekeken. Door meisjes wordt dit aanzienlijk minder gedaan (12%). In de jongste leeftijdsgroep komt men relatief weinig via de media in contact met zowel informatieve als seksuele uitingen. Surinaamse meisjes zeggen relatief vaak iets over seks te hebben gezien of gelezen in de media. Antilliaanse jongens en meisjes komen vaker in contact met seksfilms, seksboekjes, erotische clips en pornosites dan jongeren met een andere achtergrond. Vooral Marokkaanse jongens en meisjes komen weinig in contact met dergelijke uitingen. Jongeren die vaker iets over seks hebben gezien of gelezen in de media hebben meestal ook vaker seksfilms, seksboekjes, erotische clips en pornosites bekeken. Beide

14 manieren van contact met seks in de media zijn dan ook samengenomen onder de noemer media-exposure. Jongeren met een hogere media-exposure hebben vaker ervaring met masturbatie en anale seks. Daarnaast schatten jongeren die meer in contact komen met seks in de media de eigen interactiecompetentie lager in. Met nadruk dient gezegd te worden dat het hier gaat om samenhangen die niet per se oorzakelijk zijn en dat dus niet geconcludeerd mag worden dat een hoge media-exposure leidt tot meer seksuele ervaring of een lagere interactiecompetentie. Het is goed mogelijk dat jongeren die meer ervaring hebben met seks ook meer geïnteresseerd zijn in het onderwerp en daardoor meer in contact komen met seks in de media. Ook kan het zo zijn dat jongeren die minder competent zijn in de interactie met de laatste partner, vaker hun toevlucht zoeken tot het bekijken van seksuele uitingen in de media. Flirten en daten Het overgrote deel van de jongens en meisjes maakt wel eens gebruik van mobiel of internet bij het flirten. Vier van de vijf jongens en meisjes stuurt wel eens een sms-je naar iemand die ze leuk vinden en 4 op de 5 jongens en 3 op de 4 meisjes chat of msn-t wel eens met zo iemand. Daten via het internet komt minder, maar toch nog regelmatig voor. Achttien procent van de jongens en 12% van de meisjes heeft wel eens een afspraakje gemaakt via het internet. Een kleine minderheid van de jongens en meisjes heeft wel eens een contactadvertentie geplaatst of op een advertentie gereageerd. Een op de tien jongens heeft wel eens online seks gehad en een even grote groep heeft wel eens seks gehad met iemand die ze via het internet hebben ontmoet. Datzelfde geldt voor 1 op de 20 meisjes. Jongeren die vaker flirten via sms of chat schatten de eigen interactiecompetentie hoger in: ze zeggen beter te kunnen praten met de partner, beter te weten en aan te kunnen geven wat ze wel en niet willen en zelfverzekerder te zijn. Jongeren die vaker daten via internet rapporteren daarentegen juist een lagere interactiecompetentie. Deze jongeren hebben daarnaast vaker ervaring met seksuele dwang, zowel als dader- als slachtofferschap. Ook hier dient weer te worden benadrukt dat niet zondermeer kan worden geconcludeerd dat het één het ander veroorzaakt. De kans op ervaringen met seksuele dwang kan uiteraard toenemen doordat iemand afspraken maakt via internet. Echter, het daten via internet is nagevraagd voor het afgelopen half jaar. Het is goed mogelijk dat de ervaringen met dwang hieraan vooraf zijn gegaan. In dat geval zouden de negatieve ervaringen bijvoorbeeld de interesse in seks en daarmee de mate van daten via het internet hebben kunnen stimuleren. Belangrijke samenhangen met seksuele attitudes Jongeren met een permissieve houding ten aanzien van vrije seks dit zijn jongeren die seks met vaste en losse partners in relatief grote mate goedkeuren - hebben vaker ervaring met masturbatie en geslachtsgemeenschap. Wat de attitude ten aanzien van condooms betreft blijkt voor consequent condoomgebruik vooral van belang dat iemand geen negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de seks ervaart. Wanneer iemand vindt dat seks minder lekker is met condooms en condooms een hinderlijke onderbreking zijn, wordt minder vaak consequent met condooms gevreeën. Daarnaast is van invloed hoe belangrijk men condooms

15 vindt. Wanneer condoomgebruik (ook) met vaste partners belangrijk wordt gevonden, wordt vaker een condoom gebruikt. Gevraagd is wat jongeren ervan vinden als een jongen een meisje dat zich eerst laat versieren maar dan toch geen seks wil onder druk zet om toch seks te hebben. Jongens die dit goedkeuren hebben vaker zelf wel eens iemand gedwongen tot seksuele handelingen. Belangrijke samenhangen met sociale normen Jongeren die denken dat de meeste van hun vrienden ervaring hebben met geslachtsgemeenschap, hebben zelf ook vaker ervaring met geslachtsgemeenschap en met anale seks. Ook hier geldt weer dat niet van een causaal verband mag worden uitgegaan. Mogelijk stimuleert het idee dat iedereen het al gedaan heeft jongeren om zelf ook ervaringen op te doen. Het kan echter ook zo zijn dat jongeren vrienden kiezen die even ver zijn op seksueel gebied. Jongeren die denken dat de meeste vrienden anticonceptie en/of condooms gebruiken bij geslachtsgemeenschap gebruiken zelf ook vaker consequent anticonceptie en condooms met de laatste partner. Consequent condoomgebruik hangt daarnaast samen met een positieve houding ten aanzien van beschermingsgedrag van de ouders. Belangrijke samenhangen met eigen effectiviteit Jongeren die inschatten condooms te kunnen gebruiken in verschillende moeilijke situaties (bijvoorbeeld bij sterke verliefdheid, als de ander geen condooms wil gebruiken, bij sterke opwinding, alcoholgebruik) gebruiken vaker altijd condooms met de laatste partner. Belangrijke samenhangen met interactiecompetentie Jongeren scoren gemiddeld behoorlijk hoog als het gaat om interactiecompetentie met de laatste partner. Driekwart van zowel de jongens als de meisjes heeft een score van 4 of hoger op een schaal van 1 tot 5. Jongeren die competenter zeggen te zijn in de interactie met de laatste partner gebruiken vaker altijd anticonceptie met deze partner. Met condoomgebruik wordt een negatief verband gevonden. Het is mogelijk dat een hogere interactiecompetentie dit effect heeft omdat veel jongeren liever niet altijd condooms gebruiken. Iemand gebruikt dan als het ware zijn of haar vaardigheden om dit doel te bereiken.

16

17 INHOUDSOPGAVE 1. Uitvoering van het onderzoek 1 2. De seksuele start 7 3. Ervaringen met een partner en de kwaliteit van seksuele interacties Beschermingsgedrag en seksuele risico s Overhalen en dwingen Seksuele oriëntatie Kennis, informatiegebruik en behoefte 77 Bijlagen 97

18

19 1 1. UITVOERING VAN HET ONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de respondenten zijn geworven en hoe de steekproef is samengesteld. Daarnaast wordt toegelicht hoe tot de uiteindelijke vragenlijst gekomen is, welke vragen hierin zijn opgenomen en op welke wijze deze is afgenomen. 1.1 Werving Respondenten zijn zowel op aselecte als selecte wijze geworven. Voor het representatieve deel van de steekproef werden op aselecte wijze respondenten benaderd, zowel via scholen als via de Gemeentelijke Basisadministraties (GBA) van verschillende gemeenten. Omdat bepaalde subgroepen in deze steekproef te klein zouden zijn om hier uitspraken over te doen, werden allochtone jongeren en homo- en biseksuele jongeren extra bijgeworven. Daarnaast heeft een aantal GGD-en ervoor gekozen om binnen de eigen regio een extra groep jongeren te benaderen. In tabel 1.1 is te zien hoeveel respondenten per subgroep zijn benaderd en wat de respons was. Vervolgens zal de werving en respons per subgroep worden beschreven. Tabel 1.1. Aantal en respons per wervingsgroep Aantal respondenten dat heeft meegedaan Respons Werving via scholen, willekeurig 1713 * Werving via GBA, willekeurig % Extra werving allochtonen via scholen 503 * Extra werving allochtonen via GBA % Extra werving homojongeren 260 * Ophoging scholen Oostelijk-Zuid Limburg 299 * Ophoging GBA Oostelijk-Zuid Limburg % Ophoging scholen Midden-Holland 638 * Ophoging GBA Midden-Holland % Ophoging GBA Kennemerland % Ophoging GBA Noord-West Veluwe % Totaal 9250 * De respons is alleen berekend bij de groepen die via GBA zijn benaderd. Bij de scholen hebben vrijwel alle leerlingen die uiteindelijk zijn benaderd meegedaan. Voor de homojongeren is ook een oproep op een website geplaatst en daardoor is onbekend hoeveel jongeren in totaal benaderd zijn. Schoolse steekproef, aselect geworven Deze groep is geworven via scholen voor voortgezet onderwijs. Een uitgangspunt hierbij was dat de verdeling van leerlingen over leerjaren en schooltype in de steekproef overeen moest komen met hoe deze volgens het CBS in de Nederlandse populatie is. Om deze verdeling te realiseren en tenminste 1500 leerlingen te werven waren er - uitgaande van ongeveer 20 leerlingen per klas - in totaal 92 klassen nodig. Deze werden verdeeld over 31 scholen. Dit aantal is groot genoeg voor een goede landelijke spreiding en klein genoeg om binnen het tijdsbestek van het onderzoek te kunnen benaderen.

20 2 Voor de selectie van de scholen is gebruik gemaakt van een databestand waar alle Nederlandse scholen in opgenomen zijn (CFI). Per provincie is aselect een aantal scholen geselecteerd, zodanig dat de spreiding van de scholen over het land overeenkomt met de verdeling van jongeren over het land (CBS). Vervolgens werden de benodigde klassen willekeurig over de geselecteerde scholen verdeeld, hierbij rekening houdend met de onderwijstypen binnen elke school. De werving van de scholen lag grotendeels in handen van de GGD. Drie GGD-en konden of wilden niet meedoen, in welk geval de school door het projectteam zelf werd benaderd. Wanneer een school niet mee kon of wilde werken, werd door de onderzoekers of de GGD een school binnen de regio gezocht die qua omvang, ligging, onderwijstype en denominatie zo goed mogelijk overeenkwam met de school die was uitgevallen. Buitenschoolse steekproef, aselect geworven Vanaf 17 jaar volgen veel jongeren geen voortgezet onderwijs meer. Om deze groep jongeren te bereiken, werd gebruik gemaakt van de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) (vroeger het 'bevolkingsregister'). In dit bestand is per inwoner van een gemeente een aantal persoonsgegevens, waaronder leeftijd, opgenomen. De 31 gemeenten waar de geselecteerde scholen van de schoolse steekproef gevestigd zijn, werden benaderd. Op deze manier waren de gemeenten - net als de scholen - willekeurig gekozen. Alle gemeenten verleenden uiteindelijk hun medewerking. Bij deze steekproef werd voor de zekerheid uitgegaan van een respons van 20%. Er werden daarom vijf keer zoveel brieven verstuurd als de beoogde netto steekproef, in totaal brieven. In de meeste gemeenten is ook een herhalingsoproep verstuurd. Regionale ophogingen Wanneer een GGD het belangrijk vond om uitspraken te kunnen doen over de seksuele gezondheid van jongeren binnen de eigen regio, stond het haar vrij om zelf extra respondenten binnen deze regio bij te werven. Vier GGD-en kozen hiervoor. De werving verliep grotendeels op de hierboven beschreven wijze: via GBA (4 regio's) en scholen (2 regio's). De GGD-en maakten zelf een selectie van scholen en gemeenten. Een enkele keer lieten zij zich hierin adviseren door de onderzoekers. Extra werving van allochtone jongeren In de uiteindelijke steekproef wilden we Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse jongens en meisjes met elkaar en met Nederlandse jongens en meisjes kunnen vergelijken. Ook wilden we binnen deze groepen tussen jongeren tot en vanaf 18 jaar vergelijkingen kunnen maken. Met dit doel werden er dan ook zowel op scholen als via de GBA extra allochtone leerlingen bijgeworven. Veertien scholen met meer dan 60% allochtone leerlingen werden met behulp van CFI-gegevens geselecteerd en benaderd. Wanneer een school medewerking weigerde kon steeds een vervangende school met een hoog percentage allochtone leerlingen worden gevonden. Daarnaast werden in zowel Amsterdam als Rotterdam 1600 brieven aan jongeren van Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse afkomst verstuurd.

21 3 Extra werving homo- en biseksuele jongeren Voor het bijwerven van 100 homo- en biseksuele jongens en 100 lesbische en biseksuele meisjes kregen 1000 lezers van 'Expreszo' een brief waarin zij werden opgeroepen aan het onderzoek mee te doen, later aangevuld met een oproep op de website van Expreszo. 1.2 Respons Van de 31 geselecteerde scholen deden er 18 direct mee, soms na inzage van de vragenlijst. Voor de scholen die niet mee wilden werken was de reden soms tijdgebrek of overbelasting, soms ook inhoudelijk (het onderwerp van het onderzoek of de moeilijkheidsgraad van de vragenlijst). Op 3 scholen werd om diezelfde inhoudelijke redenen de vragenlijst niet aan de eerste klassen voorgelegd. Voor de scholen die helemaal niet mee wilden of konden werken werd een alternatief gezocht. Dit is voor 11 scholen gelukt. Uiteindelijk hebben 29 scholen aan het onderzoek meegedaan. Van de aselect via GBA geworven jongeren reageerden er 2968 op onze oproep: een respons van bijna 24%. Bij de regionale ophogingen werd een vergelijkbare respons gevonden, waarbij opvalt dat het al dan niet verloten van een prijs onder de respondenten weinig invloed had op deze respons. De respons van de speciaal op allochtone achtergrond geselecteerde groep bleef sterk achter: nog geen 10% gaf gehoor aan onze oproep. Van de aangeschreven homojongeren reageerden in eerste instantie vooral de jongens enthousiast. Door het plaatsen van een oproep op de website werd ook het beoogde aantal meisjes gehaald. In totaal deden 260 homojongeren via deze werving mee. 1.3 Steekproef Een respons van 24% betekent dat ongeveer drie van de vier jongeren die van ons een brief ontvingen, niet reageerden op de oproep. Nagegaan diende te worden of deze groep qua samenstelling afwijkt van de groep die wel reageerde. Dit is gedaan door de aselect geworven steekproef te vergelijken met de Nederlandse populatie jongeren op sekse, leeftijd, etniciteit, stedelijkheid, religie, verdeling over verschillende opleidingstypen en binnen de jongeren die geen onderwijs volgen, verdeling qua opleidingsniveau. Op al deze punten bleek de steekproef onvoldoende overeen te komen met de populatie: in sommige cellen zitten te weinig, in andere teveel respondenten. Hierop is besloten gebruik te maken van respondenten uit de extra steekproeven. Wanneer in de aselecte steekproef bepaalde cellen onvoldoende waren gevuld, werden respondenten met de gewenste kenmerken willekeurig uit de overige steekproeven geselecteerd en toegevoegd aan het databestand. Een enkele keer werden ook respondenten willekeurig verwijderd: door overlap tussen werving via scholen en GBA waren er bijvoorbeeld in verhouding erg veel 17- jarigen in de steekproef. Vervolgens werd de steekproef opgeschoond, dat wil zeggen dat respondenten die naar het onafhankelijke oordeel van twee verschillende onderzoekers te veel inconsistente antwoorden gaven uit de steekproef werden verwijderd. Dit gebeurde ook met respondenten die het overgrote deel van de vragenlijst niet hadden ingevuld en jongeren van 25 jaar en ouder.

22 4 In bijlage 1a is te zien hoe de representatieve steekproef na dit proces is samengesteld. De steekproef bestaat uit 2382 jongens en 2439 meisjes. Zevenentachtig procent van de steekproef is autochtoon, 7% Westers allochtoon en 16% niet-westers allochtoon. De definitie van allochtoon is overgenomen van het CBS: iemand van wie tenminste één van de ouders in het buitenland is geboren. Wanneer het geboorteland van vader en moeder verschillend is, is het geboorteland van moeder leidend. Westerse allochtonen zijn afkomstig uit Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië of Japan. Niet-Westerse allochtonen zijn afkomstig uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika of Azië (exclusief Indonesië en Japan). Op alle demografische variabelen is de steekproef vergeleken met de landelijke populatie. Wanneer een significantieniveau van.001 wordt aangehouden, wijkt de steekproef slechts op stedelijkheid af van de Nederlandse populatie. Hiervoor is in de latere beschrijvende analyses gewogen. Naast deze steekproef is er nog met drie andere steekproeven gewerkt. Voor de vergelijkingen met Jeugd & Seks '95 zijn uit de steekproef de leerlingen uit het voortgezet onderwijs en de eerste twee leerjaren van het mbo geselecteerd. Voor vergelijkingen tussen etnische groepen is de representatieve steekproef aangevuld met alle allochtone respondenten die nog in de (niet aselect geworven) aanvullende steekproeven zaten. Voor vergelijkingen tussen heteroseksuele en homo- en biseksuele jongeren is de representatieve steekproef aangevuld met een steekproef onder lezers van het blad Expreszo en bezoekers van de Expreszo website. De samenstelling van deze steekproeven is weergegeven in de bijlagen 1a, 1b en 1c. 1.4 Methode Om de vraagstellingen te kunnen beantwoorden dienen in de vragenlijst zowel kenmerken van seksuele gezondheid als factoren die deze seksuele gezondheid zouden kunnen verklaren te worden opgenomen. De concepten die hiervoor in aanmerking komen zijn geselecteerd op basis van twee bronnen: een uitgebreid literatuuronderzoek en een inventarisatie van wensen van een 45-tal partijen: landelijke organisaties die zich bezig houden met gezondheidsbevordering, GGD-en, jongerenmedia, jongeren zelf en de farmaceutische industrie. In de vragenlijst werden uiteindelijk de volgende (clusters van) concepten geoperationaliseerd: Persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, opleiding, etniciteit, geloofsovertuiging, seksuele voorkeur, al dan niet hebben van kinderen; Kenmerken van seksuele gezondheid: seksuele ervaring, condoom- en anticonceptiegebruik, ervaring met hiv en soa, ongewenste zwangerschap en abortus, prostitutie en prostitutiebezoek, seksuele disfuncties en seksuele satisfactie; Cognitieve en gedragsmatige factoren: intenties, kennis, informatiegebruik en behoefte, attitudes, sociale normen, eigen-effectiviteit, risico-perceptie, ervaren ernst; Interactionele factoren: communicatie met de partner, assertiviteit, empathie, controle, macht, grensoverschrijding; Contextuele factoren: aard van de relatie (vast versus los, relatieduur, vertrouwen), opwinding, drank- en drugsgebruik;

23 5 Seksuele betekenisgeving en gevoelens: geanticipeerde spijt, seksuele motivaties, schuld- en schaamte gevoelens, seksuele preoccupatie, lichaamsbeeld; Factoren in de sociale omgeving: gezinsstructuur, gezinsklimaat, seksuele opvoeding, sociale integratie op de middelbare school. Beschrijvingen van de gebruikte concepten en operationalisaties zijn opgenomen in bijlage 2. Bij de operationalisering van deze concepten is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande schalen of losse items die eerder gebruikt zijn om deze concepten te meten. Vanwege de wens om vergelijkingen te kunnen maken met Jeugd & Seks '95 zijn met name vragen uit de hiervoor gebruikte vragenlijst overgenomen. Soms zijn niet alle schalen in hun geheel gebruikt - bijvoorbeeld bij de vragen naar gezinsklimaat - om de lengte van de vragenlijst te beperken. In dat geval is een selectie van items gemaakt op grond van itemtotaal correlaties in vorige studies. Een enkele maal zijn, waar bruikbare schalen voor het meten van de concepten ontbraken, door de onderzoekers zelf items of schalen geconstrueerd. Voor een overzicht van de gebruikte schalen en items wordt verwezen naar bijlage 3. Afname van de vragenlijst gebeurde elektronisch: de vragenlijst was via internet te bereiken en in te vullen. Op deze manier kreeg elke respondent alleen díe vragen die bij zijn of haar ervaring en situatie pasten. Op de scholen werd de vragenlijst klassikaal ingevuld in computerlokalen. De jongeren in de buitenschoolse steekproef kregen een brief met daarin de oproep naar de website te gaan waarop de vragenlijst zich bevond en deze in te vullen. Alle respondenten kregen een eigen gebruikersnaam en een wachtwoord om in te loggen. Aan deze wachtwoorden was uitsluitend te zien of de respondent geworven is via de scholen, via de GBA of via een aanvullende steekproef. 1.5 Uitgevoerde analyses Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende statistische analyse technieken gebruikt. Ten eerste werden verschillen tussen groepen nagegaan (bijvoorbeeld tussen jongens en meisjes of tussen verschillende etnische groepen). Bij het vergelijken van percentages is dit getoetst met een chi2-toets. Bij het vergelijken van gemiddelden werd gebruik gemaakt van een variantie-analyse. Samenhangen tussen twee variabelen waarvan er één op intervalniveau is gemeten (bijvoorbeeld leeftijd) zijn nagegaan met Pearsons product-moment correlatie. In de tabellen is zichtbaar hoe sterk de verbanden zijn en wat de richting is van een verband. Een positieve correlatie duidt op een positief verband, een negatieve correlatie op een negatief verband. Naarmate een correlatie dichter bij -1 of +1 ligt is een gevonden verband sterker. De toets voor samenhangen van meerdere variabelen tegelijkertijd met één uitkomstmaat is afhankelijk van de aard van de uitkomstmaat. Heeft de uitkomstmaat twee antwoordcategorieën (bijvoorbeeld ergens wel of niet ervaring mee hebben) dan is gebruik gemaakt van binaire logistische regressie. In de tabellen staat de OR (Odds Ratio) weergegeven. Een OR laat zien hoeveel groter of kleiner de kans op de uitkomstmaat wordt als iemand in een bepaalde groep zit of als iemand op een schaal 1 punt omhoog gaat. Een OR kleiner dan 1 wijst dan op een negatief verband, een OR groter dan 1 op een positief verband.

24 6 Wanneer een uitkomstmaat op intervalniveau is gemeten (bijvoorbeeld een gemiddelde schaalscore) hangt de keuze voor de toets af van de aard van de 'verklarende' variabelen. Zijn deze allemaal op intervalniveau gemeten, dan is de samenhang getoetst met lineaire regressie. In de tabel worden in dit geval gestandaardiseerde regressiecoefficiënten (B) weergegeven. Deze geven de richting en de sterkte van het verband met de uitkomstmaat aan. De hoogte van B is op een vergelijkbare manier te interpreteren als die van de correlatiecoëfficiënt. Wanneer de uitkomstmaat wel op intervalniveau gemeten is, maar de 'verklarende' variabelen op nominaal niveau, is gebruik gemaakt van variantieanalyse. Dit is bijvoorbeeld het geval als we willen weten wat de samenhang met etniciteit is, na controle voor andere demografische variabelen. In de tabel worden F-waarden weergegeven. Deze laten alleen de sterkte van de gevonden verbanden zien, niet de richting. Om in de tabel zichtbaar te maken welke groepen significant verschillen van de rest, zijn voor de demografische variabelen die significant samenhangen met de uitkomstmaat contrastwaarden weergegeven. Wanneer een contrastwaarde kleiner is dan 0 is het gemiddelde in de desbetreffende groep relatief laag, wanneer de contrastwaarde groter is dan 0 is het gemiddelde relatief hoog. Enkele malen is nagegaan of er op basis van enkele variabelen groepen gevormd konden worden binnen de steekproef. Dit is gebeurd met clusteranalyse. In alle gevallen waren niet alle variabelen die hierin werden meegenomen op intervalniveau gemeten en was de Two Step Clusteranalyse de aangewezen techniek. In de tabellen wordt steeds aangegeven of er significante verschillen of samenhangen zijn gevonden. Wanneer er gekeken is naar een verschil, worden significante verschillen aangegeven met een en. Een geeft dan aan dat een percentage of gemiddelde in een subgroep relatief laag is, gegeven het overeenkomstige percentage of gemiddelde in de gehele groep. Een geeft aan dat een percentage of gemiddelde relatief hoog is. Hierbij wordt een significantieniveau gehanteerd van 0,05. Dit betekent dat de kans dat de gevonden verschillen op toeval berusten kleiner is dan 5%. Het significantieniveau van een samenhang wordt aangeduid met sterretjes (*, ** of ***). Een * duidt op een significantieniveau van 5%, ** op 1% en *** op 0,1%.

25 7 2. DE SEKSUELE START In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe en wanneer jongeren de eerste stappen zetten in het opdoen van seksuele ervaringen en welke factoren samenhangen met de manier waarop ze dit doen. Het hoofdstuk begint met een korte beschrijving van het aantal jongeren dat ervaring heeft met verschillende vormen van seksueel gedrag. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende leeftijdsgroepen, jongens en meisjes, verschillende etnische groepen en groepen met een verschillend opleidingsniveau. Ook zal worden ingegaan op verschillen met Jeugd & Seks '95. Aansluitend wordt bekeken welke factoren samenhangen met de leeftijd van de eerste geslachtsgemeenschap en met ervaring met masturbatie of anale seks. Ook wordt beschreven welke redenen jongeren kunnen hebben voor het niet hebben van ervaring met geslachtsgemeenschap. Bij jongeren die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap wordt bekeken of er typologieën te onderscheiden zijn in de manier waarop de seksuele carrière is verlopen. Vervolgens wordt gekeken of het verloop van deze carrière samenhangt met verschillende demografische en psychosociale variabelen. Ook wordt nagegaan of jongeren met verschillende carrièretypes verschillen in de manier waarop zij ervaring opdoen met verkering, masturbatie en anale seks. Tenslotte wordt beschreven hoe jongeren met verschillende seksuele carrières dit zelf hebben ervaren: vond men het te snel en te ver gaan of niet, en in hoeverre werden de eerste ervaringen als plezierig ervaren? 2.1. Hoeveel jongeren hebben ervaring met verschillende vormen van seks? Tabel 2.1. Ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag per leeftijdsgroep leeftijd eerste keer (gemiddeld) de helft ervaring (mediaan) (%) (%) (%) (%) totaal (%) opwinding ,2 14,0 masturberen ,9 15,4 tongzoenen ,0 13,5 voelen en strelen ,4 15,5 laten vingeren/aftrekken ,3 16,8 ander vingeren/aftrekken ,2 16,7 naakt vrijen ,3 16,9 geslachtsgemeenschap ,7 17,1 laten pijpen/beffen ,9 17,2 ander pijpen/beffen ,0 17,4 anale seks ,4 - n variabel 4583 In tabel 2.1 wordt voor verschillende leeftijdsgroepen weergegeven welk percentage van de jongeren ervaring heeft met verschillende vormen van seksueel gedrag. In deze tabel is nog een onderscheid aangebracht tussen passieve en actieve vormen van vingeren, aftrekken en

26 8 orale seks. In volgende tabellen is dit onderscheid komen te vervallen, temeer omdat hierin nauwelijks onderscheid tussen de seksen was waar te nemen. Bij alle vormen van seks neemt de ervaring toe met het ouder worden. Van de 12-tot 15- jarigen heeft iets minder dan een derde ervaring met masturbatie, bij de 15-tot 18-jarigen is dit percentage bijna verdubbeld. Het percentage jongeren dat ervaring heeft met geslachtsgemeenschap is bij de 15-tot-18 jarigen 6 keer zo groot als bij de jongste leeftijdsgroep. Gemiddeld vindt de eerste zoen op het 14 e jaar plaats en de eerste geslachtsgemeenschap met 16,7 jaar. Voor de eerste ervaringen met orale en anale seks ligt de gemiddelde leeftijd nog iets hoger. Slechts 4,4% van alle respondenten heeft wel ervaring met orale en/of anale seks, maar niet met geslachtsgemeenschap. De verdeling naar etnische achtergrond in deze groep is vergelijkbaar met de hele steekproef. Er is geen evidentie dat het hier gaat om personen die vanuit religieuze overwegingen het maagdenvlies willen sparen en daarom voor deze vormen van seks kiezen. Op ruim 17-jarige leeftijd heeft de helft van de jongeren ervaring met geslachtsgemeenschap. Dan heeft ook een meerderheid van de jongeren ervaring met zoenen, strelen, naakt vrijen en vingeren en aftrekken. Iets later heeft ook een meerderheid ervaring met orale seks. Voor het 25 e jaar wordt er wat betreft ervaring met anale seks geen meerderheid bereikt. Bij alle vormen van seksueel gedrag is er een substantiële groep die ook tussen het 21 e en 25 e jaar nog geen ervaring heeft. Vijftien procent heeft dan bijvoorbeeld nog geen ervaring met masturberen, 12% nog geen ervaring met geslachtsgemeenschap en een nog iets hoger percentage niet met orale seks. Redenen voor het niet hebben van geslachtsgemeenschap zijn terug te vinden in tabel Zijn verschillen in seksueel gedrag gerelateerd aan demografische kenmerken? Hier zullen verschillen naar sekse, leeftijd, etniciteit, religie en opleidingsniveau worden weergegeven. In de uitsplitsing van seksuele ervaring naar stedelijkheid viel nauwelijks een patroon te herkennen. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat de huidige woonplaats niet de plaats hoeft te zijn waar men de eerste ervaringen heeft opgedaan Verschillen in seksueel gedrag naar sekse Tabel 2.2. Ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag naar sekse (%) geslachtsgemeenschap masturbatie zoenen orale seks anale seks n jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes 12-jarigen jarigen jarigen jarigen jarigen jarigen

27 9 Tabel 2.2. Ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag naar sekse (%) (vervolg) geslachtsgemeenschap masturbatie zoenen orale seks anale seks n jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes 18-jarigen jarigen jarigen jarigen jarigen jarigen jarigen totale groep leeftijd eerste keer (m) 13,5 14,6 14,0 14,1 16,8 16,7 16,7 16,8 18,1 18,7 binnen leeftijdsjaar of totale groep significant hoger percentage of gemiddelde dan andere sekse In de jongste groep hebben meer jongens dan meisjes ervaring met tongzoenen. De meisjes halen de jongens echter al vanaf het 13 e jaar in. Pas op 17-jarige leeftijd is het verschil tussen jongens en meisjes significant. In de jongste leeftijdsgroepen hebben jongens ook iets meer ervaring met geslachtsgemeenschap en orale seks, maar de verschillen zijn niet significant. Rond het 17 e jaar hebben meer meisjes dan jongens ervaring met deze vormen van seks. Bij 13- en 14-jarigen hebben meer jongens dan meisjes ervaring met anale seks, bij 20-jarigen is dit omgekeerd. Bij de 24-jarigen worden nauwelijks nog significante verschillen tussen jongens en meisjes gevonden. Een uitzondering hierin is ervaring met masturbatie, waar in alle leeftijdsgroepen meer jongens dan meisjes ervaring mee hebben. Een mogelijke verklaring voor het gegeven dat meisjes van 17 en 19 vaker ervaring hebben met verschillende vormen van seksueel gedrag dan jongens van deze leeftijd, is dat deze meisjes hun ervaring vaak opdoen met oudere jongens. Van de meisjes heeft 47% de eerste ervaring met geslachtsgemeenschap met een oudere partner, voor jongens is dit 19%. Voor 5% van de meisjes en 26% van de jongens was de eerste partner jonger Verschillen in seksueel gedrag naar opleidingsniveau Tabel 2.3. Ervaring met verschillende vormen van seks naar opleidingsniveau (%) jongens meisjes totaal laag hoog laag hoog laag hoog jarigen opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks

28 10 Tabel 2.3. Ervaring met verschillende vormen van seks naar opleidingsniveau (%) (vervolg) jongens meisjes totaal laag hoog laag hoog laag hoog anale seks n jarigen opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks anale seks n jarigen opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks anale seks n jarigen opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks anale seks n = binnen de leeftijdsgroep percentage significant hoger dan bij ander opleidingsniveau Voor het vergelijken van groepen naar opleidingsniveau is opleidingniveau gedichotomiseerd in laag en hoog. Laag opgeleiden zijn jongeren die vmbo of mbo volgen, of die geen onderwijs meer volgen en waarvan de hoogst afgeronde opleiding basisschool, mavo of

29 vmbo, mbo, havo of vwo is. Hoog opgeleide jongeren zijn jongeren die havo, vwo, hbo of universiteit volgen en jongeren die hbo of universiteit hebben afgerond. De 12- en 13- en 14- en 15-jarigen zitten allemaal op het voortgezet onderwijs. Voor deze groepen staat laag versus hoog opleidingsniveau dan ook gelijk aan vmbo versus havo/vwo. Bij de 12- en13-jarigen hebben op havo/vwo niveau meer meisjes ervaring met opwinding dan op vmbo-niveau. Zo heeft 34% van de havo/vwo-meisjes zich op deze leeftijd wel eens opgewonden gevoeld, tegenover 21% van de meisjes op het vmbo. Ook hebben hoog opgeleide meisjes in deze leeftijdsgroep vaker ervaring met anale seks. Bij de jongens in deze leeftijdsgroep zien we dat jongens op het vmbo relatief vaak ervaring hebben met zoenen, geslachtsgemeenschap en anale seks. Elf procent van de vmbo-jongens heeft op deze leeftijd wel eens geslachtsgemeenschap gehad, tegenover 2% van de jongens op havo/vwo. Onder de 14- en15-jarigen hebben de jongens en meisjes op de hogere opleidingen relatief vaak ervaring met soloseks (opwinding en masturbatie). Zo heeft 54% van de havo/vwo-ers ervaring met masturbatie, tegenover 41% van de vmbo-ers. Dit verschil is vooral terug te voeren op de meisjes. De vmbo-ers hebben daarentegen op deze leeftijd vaker ervaring met uiteenlopende vormen van seksueel gedrag met een partner. Vooral wat betreft geslachtsgemeenschap is het verschil groot: 8% van de havo/vwo-ers versus 27% van de vmbo-ers in deze leeftijdsgroep heeft hier ervaring mee. Bij de 16- en 17-jarigen bestaat de groep laag opgeleiden uit vmbo-ers, mbo-ers en buitenschoolse jongeren. De hoog opgeleiden zijn nog voornamelijk jongeren op de havo of het vwo, een enkele jonge hbo-er daargelaten. Hier zijn vrijwel dezelfde verschillen zichtbaar als bij de 14- en 15-jarigen. Laag opgeleiden hebben minder ervaring met masturbatie: 63% tegenover 73% van de hoogopgeleiden heeft hier ervaring mee. Dit verschil is weer vooral toe te schrijven aan de meisjes. Laag opgeleiden hebben daarentegen meer ervaring met alle vormen van seks met een partner. Anderhalf keer zoveel laag als hoog opgeleiden heeft ervaring met geslachtsgemeenschap op deze leeftijd (respectievelijk 56 en 37%). Bij anale seks is het percentage zelfs ruim twee keer zo groot (respectievelijk 11 en 5%). Dit laatste verschil is vooral terug te leiden tot de jongens. Op 18- en 19-jarige leeftijd zien we nog steeds het beeld dat de hoger opgeleiden (hier vooral hbo- en universiteitsstudenten), relatief vaak solo-seks bedrijven. Wederom geldt dit verschil alleen voor de meisjes: driekwart van de hoogopgeleide meisjes heeft wel eens gemasturbeerd, tegenover nog geen tweederde van hun lager opgeleide seksegenoten. De lager opgeleiden hebben daarentegen meer ervaring met geslachtsgemeenschap en anale seks dan de hbo/wo-ers. Voor geslachtsgemeenschap geldt dit alleen voor de jongens (73% versus 59%). Voor anale seks is alleen een verschil naar opleidingsniveau te vinden bij de meisjes: in tegenstelling tot de jongste leeftijdgroep hebben nu juist de lager opgeleide meisjes relatief vaak ervaring met anale seks. 11

30 Verschillen in seksueel gedrag naar etniciteit Tabel 2.4.a Ervaring met verschillende vormen van seks naar etniciteit bij jongens (%) 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar Nl./W Marok. Turks Suri. Antil. Nl./W Marok. Turks Suri. Antil. opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks anale seks n = binnen de leeftijdsgroep percentage relatief laag, gegeven het percentage in de gehele groep = binnen de leeftijdsgroep percentage relatief hoog, gegeven het percentage in de gehele groep Binnen de groep van 12 tot en met 17 jaar hebben de Nederlandse jongens minder vaak ervaring met seks met een partner dan jongens met een andere etnische achtergrond. Jongens van Antilliaanse afkomst hebben relatief vaak ervaring met tongzoenen en vingeren en aftrekken. Jongens van Marokkaanse afkomst hebben in vergelijking tot de andere groepen minder ervaring met masturbatie. In deze leeftijdsgroep hebben de jongens van Surinaamse afkomst relatief vaak ervaring met geslachtsgemeenschap. In de oudere leeftijdsgroep halen de Nederlandse jongens hun achterstand in. Met masturbatie hebben zij dan zelfs relatief vaak ervaring in vergelijking tot de andere groepen. Tabel 2.4.b Ervaring met verschillende vormen van seks naar etniciteit bij meisjes (%) 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar Nl./W Marok. Turks Suri. Antil. Nl./W Marok. Turks Suri. Antil. opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks anale seks n = binnen de leeftijdsgroep percentage relatief laag, gegeven het percentage in de gehele groep = binnen de leeftijdsgroep percentage relatief hoog, gegeven het percentage in de gehele groep

31 13 Nederlandse en Antilliaanse meisjes zijn over de hele linie relatief actief. In de jongste leeftijdsgroep worden de Nederlandse meisjes bij de meeste gedragingen voorbij gestreefd door de Antilliaanse meisjes. Zoals verwacht, hebben meisjes met een Turkse of Marokkaanse achtergrond in beide leeftijdsgroepen nog relatief weinig ervaring. Dit geldt ook voor ervaringen met opwinding en masturbatie. Met masturbatie hebben Nederlandse meisjes in beide leeftijdsgroepen veruit de meeste ervaring Verschillen in seksueel gedrag naar religie Tabel 2.5.a Ervaring met verschillende vormen van seks naar religie bij jongens (%) Chr, geen belang 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar Chr, Chr, Chr, Chr, beetje veel niet geen beetje belang belang Islam gelovig belang belang Chr, veel belang Islam niet gelovig opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap vingeren/aftrekken orale seks anale seks n Wanneer gekeken wordt naar de invloed van religie, is niet alleen van belang of men gelovig is opgevoed en volgens welk geloof dit gebeurde, maar ook in hoeverre dit belangrijk voor iemand is. Voor de vergelijkingen is binnen de groep jongeren die Christelijk zijn opgevoed een opsplitsing gemaakt tussen de groepen voor wie dit niet, een beetje en heel belangrijk is. De groep Islamitische jongeren is te klein om op deze manier op te splitsen, maar voor het overgrote deel van hen is het geloof een beetje of heel belangrijk. De kleine groep Islamitisch opgevoede jongeren die geen waarde hecht aan het geloof, is hier buiten beschouwing gelaten. Binnen de groep jongens onder de 18 jaar zijn de verschillen tussen religieuze groepen het kleinst. Jongens die niet gelovig zijn opgevoed hebben relatief weinig ervaring met voelen en strelen, geslachtsgemeenschap en orale seks. Jongens die Christelijk zijn opgevoed en voor wie dit een beetje belangrijk is hebben relatief weinig ervaring met geslachtsgemeenschap, orale en anale seks. Islamitische jongens hebben juist relatief veel ervaring met deze vormen van seks en met naakt vrijen. Jongens die Christelijk zijn opgevoed, maar voor wie het geloof niet belangrijk is, hebben in deze leeftijdsgroep en in de oudere leeftijdsgroep relatief veel ervaring met masturbatie.

32 14 Binnen de groep jongens van 18 jaar en ouder hebben Islamitische jongens de minste ervaring met masturbatie. Op deze leeftijd hebben niet-gelovig opgevoede jongens en jongens die geen waarde hechten aan het geloof relatief veel ervaring met alle vormen van seks met een partner, behalve met anale seks. Christelijk opgevoede jongens voor wie het geloof heel belangrijk is hebben relatief weinig ervaring met alle vormen van seks met een partner, met uitzondering van tongzoenen. Binnen deze leeftijdsgroep hebben ook Islamitische jongens relatief weinig ervaring met voelen en strelen en elkaar vingeren en aftrekken. Tabel 2.5.b Ervaring met verschillende vormen van seks naar religie bij meisjes (%) Chr, geen belang 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar Chr, beetje belang Chr, veel belang Chr, geen belang Chr, beetje belang Chr, veel belang Islam niet gelovig Islam niet gelovig opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks anale seks n Bij de meisjes is de samenhang tussen religie en ervaring met seks in beide leeftijdsgroepen vrijwel gelijk. In beide leeftijdsgroepen zijn de meisjes die niet gelovig zijn opgevoed of die Christelijk zijn opgevoed maar die dit niet belangrijk vinden op vrijwel alle fronten het meest ervaren. Islamitische meisjes hebben relatief vaak geen ervaring met vrijwel alle vormen van seks. Uitzondering hierop vormt ervaring met anale seks: hierbij worden in de jongste leeftijdsgroep geen significante verschillen gevonden en in de oudste leeftijdsgroep alleen voor Islamitische meisjes. Daarnaast hebben meisjes die Christelijk zijn opgevoed en voor wie dit heel belangrijk is in de jongste leeftijdsgroep relatief weinig ervaring met tongzoenen en voelen en strelen. In de oudste leeftijdsgroep heeft deze groep vaker geen ervaring met voelen en strelen, geslachtsgemeenschap en orale seks.

33 Verschillen tussen demografische groepen in samenhang met elkaar Tabel 2.6.a. Regressie van demografische variabelen op ervaring met masturbatie, geslachtsgemeenschap en anale seks voor jongens ervaring met masturbatie ervaring met geslachtsgemeenschap ervaring met anale seks OR (95% CI) OR (95% CI) OR (95% CI) leeftijd 1,58 *** 1,50-1,66 1,60 *** 1,53-1,66 1,29 *** 1,23-1,34 Nederlands 1,14 0,76-1,72 0,69 0,48-1,00 0,79 0,51-1,23 Marokkaans 0,74 0,38-1,46 0,79 0,41-1,54 1,02 0,44-2,32 Turks 1,46 0,77-2,75 1,11 0,61-2,02 0,91 0,45-1,84 Surinaams 0,34 *** 0,19-0,62 1,42 0,78-2,57 1,10 0,56-2,15 Antilliaans 3,91 ** 1,41-10,88 1,10 0,51-2,40 0,90 0,37-2,18 niet gelovig 1,19 0,92-1,54 1,27 * 1,02-1,60 1,11 0,85-1,45 Christelijk, niet belangrijk 1,39 0,97-1,99 1,42 * 1,07-1,89 1,06 0,77-1,46 Christelijk, beetje belangrijk 1,23 0,86-1,76 1,01 0,75-1,37 0,75 0,52-1,11 Christelijk, heel belangrijk 1,04 0,61-1,79 0,32 *** 0,21-0,49 0,44 ** 0,24-0,81 Islamitisch 0,60 0,33-1,09 1,19 0,67-2,13 1,47 0,72-2,98 laag opgeleid (ref) 1,00 1,00 1,00 hoog opgeleid 1,18 0,91-1,54 0,50 *** 0,40-0,63 0,44 *** 0,34-0,61 Nagelkerke R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel 2.6.b. Regressie van demografische variabelen op ervaring met masturbatie, geslachtsgemeenschap en anale seks voor meisjes ervaring met masturbatie ervaring met geslachtsgemeenschap ervaring met anale seks OR (95% CI) OR (95% CI) OR (95% CI) leeftijd 1,32 *** 1,28-1,36 1,82 *** 1,73-1,90 1,32 *** 1,27-1,37 Nederlands 2,18 *** 1,51-3,14 1,41 0,90-2,19 2,19 * 1,13-4,26 Marokkaans 0,81 0,35-1,87 0,16 *** 0,06-0,45 0,22 0,04-1,11 Turks 1,12 0,54-2,35 1,77 0,79-3,99 0,10 * 0,01-0,68 Surinaams 0,87 0,50-1,52 1,54 0,80-2,98 2,48 * 1,06-5,81 Antilliaans 0,62 0,32-1,23 0,94 0,40-2,20 3,54 ** 1,43-8,76 niet gelovig 1,53 *** 1,23-1,91 2,30 *** 1,76-3,01 0,96 0,72-1,29 Christelijk, niet belangrijk 1,66 *** 1,26-2,19 2,65 *** 1,88-3,73 1,14 0,81-1,61 Christelijk, beetje belangrijk 1,00 0,77-1,30 1,20 0,87-1,65 0,93 0,66-1,32 Christelijk, heel belangrijk 0,85 0,61-1,18 0,33 *** 0,22-0,50 0,57 * 0,36-0,90 Islamitisch 0,32 ** 0,16-0,67 0,28 ** 0,13-0,61 1,78 0,70-4,51 laag opgeleid (ref) 1,00 1,00 1,00 hoog opgeleid 1,59 *** 1,31-1,93 0,41 *** 0,32-0,53 0,71 * 0,55-0,92 Nagelkerke R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

34 16 In tabellen 2.6.a. en 2.6.b. is te zien in hoeverre demografische variabelen gezamenlijk 'voorspellen' of iemand ervaring heeft met masturbatie, geslachtsgemeenschap of anale seks. Omdat de invloed van etniciteit voor jongens en meisjes verschillend bleek te zijn, zijn de analyses voor jongens en meisjes apart uitgevoerd. Net als in de eerdere tabellen die verschillen tussen etnische groepen lieten zien is ook hier elke etnische groep vergeleken met de totale groep. Dit om te voorkomen dat één groep als 'norm' wordt genomen. Ditzelfde geldt voor vergelijkingen naar religie. Bij vergelijkingen naar opleidingsniveau zijn de laag opgeleiden als referentiegroep genomen. In de tabel is te zien dat leeftijd voor zowel jongens als meisjes sterk samenhangt met ervaring met alle drie de vormen van seks. Daarnaast hebben laag opgeleide jongens en meisjes vaker ervaring met geslachtsgemeenschap en anale seks en hebben hoog opgeleide meisjes vaker ervaring met masturbatie. Bij de jongens worden - na controle voor andere variabelen - alleen voor ervaring met masturbatie verschillen gevonden tussen etnische groepen. Jongens met een Surinaamse achtergrond hebben hier relatief weinig ervaring mee, jongens met een Antilliaanse achtergrond juist meer. Nederlandse meisjes hebben relatief vaak ervaring met masturbatie. Meisjes met een Marokkaanse achtergrond hebben vergeleken bij de totale groep meisjes vaker geen ervaring met geslachtsgemeenschap. Nederlandse meisjes en meisjes met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond hebben relatief vaak ervaring met anale seks, meisjes met een Turkse achtergrond juist niet. Meiden die niet gelovig zijn opgevoed en meiden die Christelijk zijn opgevoed maar voor wie dit niet belangrijk is hebben relatief vaak ervaring met masturbatie. Voor jongens en meiden uit deze groepen geldt dat ze relatief vaak geslachtsgemeenschap hebben gehad. Christelijke jongens en meiden die het geloof heel belangrijk vinden hebben minder ervaring met geslachtsgemeenschap en anale seks. Islamitische meiden hebben relatief vaak geen ervaring met masturbatie en geslachtsgemeenschap Is er in tien jaar tijd iets veranderd in het seksuele gedrag en de attituden van jongeren? Tabel 2.7. Verandering in ervaring met verschillende vormen van seks sinds 1995 % met ervaring gemiddelde leeftijd eerste keer leeftijd dat de helft hier ervaring mee heeft OR a B a tongzoenen ,15 ** 13,2 13, ** 13,9 13,4 voelen en strelen ,88 * 14,3 14,5.146 * 15,1 15,5 vingeren en/of aftrekken ,92 15,0 15, * 16,1 16,6 naakt vrijen ,98 15,1 15, ,9 16,7 geslachtsgemeenschap ,25 *** 15,6 15, ,7 17,3 orale seks ,50 *** 15,7 15, *** 18,6 17,1 anale seks 3 6 1,40 * 15,7 16,0.002 n a = gecorrigeerd voor leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

35 17 In tabel 2.2 zijn verschillen in ervaring met seks tussen het laatste representatieve onderzoek onder jongeren (Jeugd & Seks 95) en het huidige onderzoek te zien. Hiervoor zijn uitsluitend jongeren die op het voortgezet onderwijs zitten of in de eerste twee klassen van het mbo vergeleken. Verschillen in ervaring met vingeren en aftrekken, orale en anale seks zijn alleen nagegaan voor jongeren die ervaring hadden met tenminste één van de andere vormen van seksueel gedrag. In 1995 zijn vragen naar deze verdergaande vormen van seksueel gedrag namelijk alleen aan jongeren met enige ervaring voorgelegd. De steekproeven van 1995 en 2005 verschillen qua samenstelling naar leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau. De onderzoeksgroep in 2005 is gemiddeld iets ouder. Daarnaast is het percentage autochtone jongeren kleiner en het percentage jongeren met een niet-westerse achtergrond groter. Ook zitten er in 2005 minder havo/vwo scholieren en meer mboscholieren in de steekproef. Deze verschillen in demografische samenstelling kunnen eventuele verschillen in seksueel gedrag verklaren. In de analyses is hiervoor gecorrigeerd. In de percentages in tabel 2.2 is niet gecontroleerd voor leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau. Dit zijn de percentages die werkelijk in beide steekproeven werden gevonden. In de OR en B is wel voor deze demografische verschillen gecontroleerd. De OR en B laten dan ook de invloed van 10 jaar tijdsverschil zien, als ware beide steekproeven gelijk samengesteld. In de tabel is bij een gelijkblijvend percentage daarom soms toch een significante invloed van het tijdsverschil waar te nemen. Uitgaande van bijvoorbeeld de hogere leeftijd van de steekproef in 2005 is de verwachting dat in deze steekproef een hoger percentage ervaring heeft met verschillende vormen van seks. Een gelijkblijvend percentage duidt dan op een negatieve invloed van het meetmoment. In tien jaar tijd is op verschillende vlakken een verhoging van het percentage schoolgaande jongeren met ervaring te zien. Anno 2005 heeft bijna een-derde (30%) van de schoolgaande jeugd ervaring met geslachtsgemeenschap; dat is een kwart meer dan in 1995 (24%). Wat orale seks betreft is een nog grotere verschuiving te zien. Anale seks is nog steeds gedrag waar relatief weinig jongeren ervaring mee hebben, maar de stijging van het percentage met ervaring met anale seks is relatief groot: een verdubbeling van 3 naar 6%. Ook de gemiddelde leeftijd waarop men voor het eerst zoent, vingert en/of aftrekt en orale seks heeft is afgenomen. Anno 2005 heeft de helft van de scholieren ervaring met geslachtsgemeenschap als ze 17,3 jaar oud zijn. Tien jaar geleden was dit nog 17,7 jaar. De tijd tussen de eerste zoen en de eerste geslachtsgemeenschap was 2,5 jaar in 1995 en is nu 2,3 jaar. Na controle voor leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau is dit verschil niet significant. Tabel 2.8. Verandering in seksuele attituden sinds 1995 % dat dit goedkeurt OR a geslachtsgemeenschap bij trouwplannen ,24 ** geslachtsgemeenschap bij vaste verkering ,13 geslachtsgemeenschap bij veel voor elkaar voelen ,25 ** geslachtsgemeenschap bij niet veel voor elkaar voelen ,71 *** n

36 18 De veranderingen in ervaring met seksueel gedrag in tien jaar tijd roepen de vraag op of er sprake is van een veranderende houding ten aanzien van seks bij jongeren. In tabel 2.8. is te zien dat hierin inderdaad een verschuiving is waar te nemen. De groep die geslachtsgemeenschap bij trouwplannen nog afkeurt is iets afgenomen van 16% naar 15%. De groep die geslachtsgemeenschap eigenlijk wel of helemaal goed vindt als twee mensen veel voor elkaar voelen is iets groter geworden (van 75% tot 79%). Dit zijn maar kleine verschillen, zij het significant na controle voor leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau. Het grootste verschil is zichtbaar bij het (ook) goedkeuren van geslachtsgemeenschap wanneer twee mensen niet veel voor elkaar voelen. In 1995 vond 1 op de 6 jongeren dit in orde, in tien jaar tijd is deze groep gegroeid tot 1 op de 4 jongeren Welke redenen hebben jongeren zelf voor het niet hebben van ervaring met geslachtsgemeenschap? Tabel 2.9. Motieven van onthouding naar sekse (%) jongens meisjes ik vind mezelf daar te jong voor ik wil eerst een tijdje verkering hebben het is er gewoon nog nooit van gekomen ik wil eerst verliefd zijn ik heb daar geen behoefte aan er was nooit iemand met wie ik dat wilde ik vind dat (een beetje) eng ik wil dat niet voordat ik getrouwd ben mijn ouders vinden dat niet goed 9 15 er was nooit iemand die dat ook met mij wilde 14 7 ik val alleen op mensen van mijn eigen geslacht 1 1 n = significant hoger in vergelijking tot het andere geslacht De belangrijkste redenen die jongeren zonder ervaring met geslachtsgemeenschap hier zelf voor geven zijn dat men zichzelf te jong vindt, dat het er gewoon nog nooit van gekomen is of dat men eerst een tijdje verliefd wil zijn dan wel verkering wil hebben. Wat betreft de laatste twee redenen verschillen jongens en meisjes niet zoveel, maar bij de andere redenen vallen duidelijke sekseverschillen op. Meisjes geven vaker een reden die op een eigen keuze duidt: ze vinden zichzelf te jong, hebben er geen behoefte aan of hebben de juiste nog niet gevonden. Jongens geven minder vaak aan dat ze het zelf niet willen, maar vaker dat het er nog niet van gekomen is of dat er nooit iemand was die het met hen wilde doen. Daarnaast willen meisjes vaker wachten tot het huwelijk en geven meisjes vaker aan dat de ouders het niet goed vinden.

37 Welke psychosociale, cognitieve en gedragsmatige factoren hangen samen met ervaring met masturbatie, geslachtsgemeenschap en anale seks? De variabelen die in alle regressies worden gebruikt zijn die factoren, die uit de literatuur en wenseninventarisatie als mogelijk relevant naar voren zijn gekomen. Voor een omschrijving van de gebruikte vragen en schalen wordt verwezen naar bijlage 2 en 3. In de tabellen staan steeds eerst de correlaties tussen alle variabelen apart en de uitkomstmaat vermeld. In de regressie worden uitsluitend variabelen meegenomen die een significante samenhang vertonen met de uitkomstmaat. De OR laat dan de samenhang zien van de variabele na controle voor sekse, leeftijd, etniciteit, opleidingsniveau en de andere verklarende variabelen. Tabel 2.10.a. Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op ervaring met masturbatie aangepaste r OR 95% CI warm gezinsklimaat -.03 * sociale integratie op middelbare school -.09 *** 0,69 *** 0,60-0,80 restrictieve normen t.a.v. seks ouders -.11 *** perceptie dat vrienden ervaren zijn.39 *** media exposure.43 *** 4,08 *** 3,11-5,36 flirten via sms en internet.20 *** 1,12 ** 1,04-1,22 daten via internet.12 *** permissieve attitude t.a.v. vrije seks.37 *** 1,50 *** 1,26-1,78 relatiegerichte motivatie.21 *** opwindingsgerichte motivatie.48 *** 1,25 *** 1,15-1,35 seksuele schuld en schaamte -.43 *** 0,73 *** 0,62-0,85 sterke gerichtheid op seks.42 *** 1,39 *** 1,21-1,59 positief lichaamsbeeld.16 *** Nagelkerke R 2.54 a = na controle voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel 2.10.b. Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op ervaring met geslachtsgemeenschap aangepaste r OR a 95% CI warm gezinsklimaat -.08 *** 0,58 *** 0,45-0,76 sociale integratie op middelbare school -.07 *** restrictieve normen t.a.v. seks ouders -.09 *** perceptie dat vrienden ervaren zijn.69 *** 2,46 *** 2,19-2,77 media exposure.27 *** 0,76 * 0,60-0,96 flirten via sms en internet.24 *** 1,51 *** 1,37-1,66 daten via internet.10 *** 2,08 *** 1,41-3,08 permissieve attitude t.a.v. vrije seks.36 *** 1,33 ** 1,09-1,61 relatiegerichte motivatie.25 *** opwindingsgerichte motivatie.44 *** 1,20 *** 1,06-1,27 seksuele schuld en schaamte -.53 *** 0,44 *** 0,38-0,53

38 20 Tabel 2.10.b. Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op ervaring met Geslachtsgemeenschap (vervolg) r aangepaste OR a 95% CI sterke gerichtheid op seks.41 *** 1,61 *** 1,36-1,85 positief lichaamsbeeld.21 *** 1,17 * 1,03-1,34 ervaring met dwang voor eerste gg.14 *** 112,32 *** 8, ,53 Nagelkerke R 2.72 a = na controle voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel 2.10.c. Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op ervaring met anale seks aangepaste r OR a 95% CI warm gezinsklimaat -.09 *** 0,62 *** 0,50-0,77 sociale integratie op middelbare school -.08 *** restrictieve normen t.a.v. seks ouders -.03 perceptie dat vrienden ervaren zijn.28 *** 1,33 *** 1,17-1,50 media exposure.20 *** 1,49 *** 1,24-1,80 flirten via sms en internet.05 ** daten via internet.22 *** 1,54 ** 1,17-2,03 permissieve attitude t.a.v. vrije seks.18 *** relatiegerichte motivatie.08 *** opwindingsgerichte motivatie.19 *** seksuele schuld en schaamte -.22 *** 0,76 ** 0,63-0,92 sterke gerichtheid op seks.26 *** 1,76 *** 1,53-2,03 positief lichaamsbeeld.13 *** Nagelkerke R 2.26 a = na controle voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Nagegaan is welke factoren samenhangen met het al dan niet hebben van ervaring met masturbatie, geslachtsgemeenschap en anale seks. Tabel 2.10 laat zien dat jongeren die een warm gezinsklimaat rapporteren waarin de ouders affectie tonen, de hulp en steun bieden die nodig is en weten waar hun kinderen zijn en wat ze doen - minder vaak ervaring hebben met geslachtsgemeenschap en anale seks. Jongeren die op de middelbare school beter sociaal geïntegreerd zijn of waren die een vriendenkring hebben of hadden waarin ze een centrale plek innemen of innamen - hebben minder vaak ervaring met masturbatie. Wanneer jongeren het idee hebben dat de meeste vrienden ervaring hebben met geslachtsgemeenschap, hebben ze vaker ervaring met geslachtsgemeenschap en anale seks. Jongeren die meer in contact komen met seks in de media zowel met informatie over seksualiteit als met andere seksuele uitingen in diverse media - hebben vaker ervaring met masturbatie, geslachtsgemeenschap en anale seks, maar na controle voor de andere verklarende factoren wordt het verband met ervaring met geslachtsgemeenschap juist negatief. Dit laatste is vooralsnog moeilijk te verklaren. Jongeren die meer flirten via sms of chat hebben vaker ervaring met geslachtsgemeenschap en masturbatie. Daten via internet hangt daarnaast positief samen met ervaring met geslachtsgemeenschap en anale seks.

39 21 Jongeren met een permissieve houding ten aanzien van vrije seks dit zijn jongeren die seks met vaste en losse partners in grotere mate goedkeuren - en jongeren die opwindingsgericht gemotiveerd zijn dit zijn jongeren die seks hebben om het lichamelijk genot en de spanning - hebben vaker ervaring met masturbatie en geslachtsgemeenschap. Jongeren met meer schuld- en schaamtegevoelens rondom seksualiteit hebben minder ervaring met alle drie de vormen van seks. Jongeren die sterk gericht zijn op seks dit zijn jongeren die meer willen doen op seksueel gebied en hier vaak aan denken hebben juist vaker ervaring met zowel masturbatie als vaginale en anale gemeenschap. Jongeren met een positief lichaamsbeeld hebben tenslotte vaker ervaring met geslachtsgemeenschap Is er een typologie zichtbaar in het verloop van de seksuele carrière? Tabel Two-step clusteranalyse op leeftijd eerste keer, carrièreduur en volgorde in carrière tijd tussen eerste leeftijd eerste gemeenschap ervaring en gemeenschap volgorde verschillende vormen van seksueel gedrag ongebruikelijk (%) binnen één jaar (%) stapsgewijs (%) n m SD m SD stapsgewijze carrière ,4 1,97 2,89 1, niet-stapsgewijze carrière ,8 2,53 1,67 1, totaal ,2 2,15 2,57 1, Het moment waarop men voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft vormt niet de hele seksuele carrière. Een seksuele carrière is een opeenvolging van verschillende stappen, die met een verschillende snelheid en in een verschillende volgorde gezet kunnen worden. Zoals eerder beschreven beginnen jongeren gemiddeld met tongzoenen, gaan ze vervolgens over op strelen onder de kleren en naakt vrijen en volgt geslachtsgemeenschap weer wat later. Maar de carrière verloopt niet voor iedereen zo. Sommigen hebben eerder geslachtsgemeenschap dan dat ze zoenen of strelen en voor sommigen verloopt alles zo snel (binnen één leeftijdsjaar) dat we de volgorde niet kunnen bepalen. In een poging tot een carrièretypologie te komen werden in een two-step clusteranalyse de volgende variabelen meegenomen: Leeftijd van de eerste geslachtsgemeenschap en/of anale seks (indien men eerder anale seks had dan geslachtsgemeenschap); Carrièreduur (tijd tussen de eerste seksuele ervaring met een partner en de eerste geslachtsgemeenschap); Volgorde van de verschillende ervaringen (ongebruikelijk, binnen één jaar of stapsgewijs). Hieruit kwamen twee types naar voren (zie tabel 2.11). Deze zijn te omschrijven als de stapsgewijze carrière en de niet-stapsgewijze carrière.

40 Verschillen carrièretypen van elkaar wat betreft demografische samenstelling? Tabel Demografische samenstelling van carrièretypen (%) stapsgewijze carrière niet-stapsgewijze carrière jongens meisjes Nederlands of Westers allochtoon Marokkaans 2 4 Turks 2 5 Surinaams 4 8 Antilliaans 4 6 laag opgeleid hoog opgeleid n = significant hoger gegeven het percentage bij het andere carrièretype Tabel Regressie van demografische variabelen op niet-stapsgewijze carrière OR 95% CI jongen 1,00 meisje 0,79 * 0,65-0,95 leeftijd 1,00 0,97-1,04 Nederlands 0,52 *** 0,41-0,66 Marokkaans 0,88 0,45-1,73 Turks 0,92 0,57-1,49 Surinaams 1,50 0,94-2,38 Antilliaans 1,66 0,97-2,84 laag opgeleid 1,00 hoog opgeleid 0,62 *** 0,50-0,77 Nagelkerke R 2.04 * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Sekse, etnische achtergrond en opleidingsniveau hangen samen met de manier waarop een seksuele carrière verloopt. Hoewel onder alle groepen de stapsgewijze carrière vaker voorkomt dan de niet-stapsgewijze, doen meisjes het nog vaker stapsgewijs dan jongens. Daarnaast hebben Nederlandse jongeren relatief vaak een stapsgewijze carrière. Ook doen hoog opgeleiden het vaker stapsgewijs dan laag opgeleiden.

41 Welke plaats neemt verkering, masturbatie en anale seks in binnen de verschillende carrièretypen? Tabel Timing van verkering, masturbatie en anale seks in verschillende carrières (%) ongebruikelijke of stapsgewijze carrière snelle carrière timing van verkering eerst verkering, daarna geslachtsgemeenschap verkering en geslachtsgemeenschap in hetzelfde jaar geen ervaring met verkering bij eerste geslachtsgemeenschap timing van masturbatie eerst masturberen, daarna geslachtsgemeenschap masturbatie en geslachtsgemeenschap in hetzelfde jaar 8 12 geen ervaring met masturbatie bij eerste gg ervaring met anale seks ja n = significant hoger gegeven het percentage bij het andere carrièretype De wijze waarop de seksuele carrière verloopt hangt samen met de plaats die verkering, masturbatie en anale seks hebben binnen de seksuele carrière. Jongeren met een stapsgewijs carrièreverloop hebben vaker ervaring met verkering en masturbatie voordat ze voor het eerst geslachtsgemeenschap hebben. Anale seks vindt bij vrijwel iedereen die hier ervaring mee heeft plaats na de eerste geslachtsgemeenschap, maar jongeren met een niet-stapsgewijze carrière hebben vaker ervaring met anale seks dan anderen Welke factoren hangen samen met het carrièreverloop? Tabel Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op niet-stapsgewijze carrière aangepaste r OR 95% CI warm gezinsklimaat -.07 ** sociale integratie -.13 *** 0,69 *** 0,60-0,78 restrictieve normen t.a.v. seks ouders.05 * perceptie dat vrienden ervaren zijn -.06 ** media exposure.00 flirten via sms en internet -.10 *** 0,90 * 0,82-0,98 daten via internet.08 *** permissieve attitude t.a.v. vrije seks -.12 *** 0,69 *** 0,57-0,84 relatiegerichte motivatie -.03 opwindingsgerichte motivatie -.06 ** seksuele schuld en schaamte.11 *** sterke gerichtheid op seks -.01 positief lichaamsbeeld -.02 ervaring met dwang voor eerste gg -.01 Nagelkerke R 2.07 a = na controle voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

42 24 Met behulp van multiple regressie is gekeken welke factoren het al dan niet volgen van een stapsgewijze carrière zouden kunnen verklaren, naast de eerder genoemde demografische factoren. Tabel 2.14 laat zien dat dit op grond van de in deze regressie opgenomen factoren (welke dezelfde waren als bij de regressie op enkele seksuele gedragingen) nauwelijks is gelukt. Slechts 7% van de variantie kon worden verklaard en slechts drie variabelen voegen hier iets aan toe. Jongeren die beter sociaal geïntegreerd zijn, die vaker flirten via sms of chat en die een permissieve houding hebben t.a.v. vrije seks hebben vaker een stapsgewijze carrière Hangt het carrièreverloop samen met de evaluatie ervan? Tabel Kwaliteit van de eerste ervaringen naar carrièretype (%) nietstapsgewijze stapsgewijze carrière carrière totaal* Timing wilde het al eerder was er net zelf aan toe had nog even willen wachten Controle het ging minder ver dan ik zelf wilde het ging zo ver als ik zelf wilde het ging verder dan ik zelf wilde Beleving leuk niet leuk en niet vervelend vervelend n = significant hoger gegeven het percentage bij het andere carrièretype *Totaal heeft betrekking op alle respondenten met enige ervaring. Dit is dus niet het totaal van de twee carrièretypen. Het verloop van de seksuele carrière hangt samen met de wijze waarop iemand het verloop zelf heeft ervaren. Jongeren die de eerste ervaringen niet-stapsgewijs opdoen hadden vaker nog even willen wachten, vonden de eerste ervaringen vaker te ver gaan en vonden het minder vaak leuk. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het overgrote deel van alle jongeren de eerste keren dat ze iets nieuws deden op seksueel gebied leuk vonden. Acht procent had liever nog even willen wachten, voor 6% ging het te ver en slechts 2% vond de eerste ervaringen vervelend.

43 25 3. ERVARINGEN MET EEN PARTNER EN DE KWALITEIT VAN SEKSUELE INTERACTIES In dit hoofdstuk wordt ingegaan op interacties tussen partners en op de kwaliteit van het huidige seksleven. Beschreven wordt in hoeverre men ervaring heeft met relaties en verschillende sekspartners. Tevens wordt nagegaan in hoeverre jongeren ervaring hebben met betaalde seks en of dit samenhangt met het aantal sekspartners waar men ervaring mee heeft. Vervolgens zal een aantal kenmerken van de laatste sekspartner nader worden bezien. Met behulp van clusteranalyse zal worden nagegaan of er verschillende typen partners te onderscheiden zijn op basis van een aantal kenmerken. Ook wordt beschreven wat er met de laatste partner is gedaan en hoe vaak. Vervolgens wordt nagegaan hoe vaardig jongeren zeggen te zijn in de interactie met de laatste partner. 'Interactiecompetentie' is een complex begrip, dat onder meer bestaat uit het gevoelig zijn voor de gevoelens en wensen van de ander, het kennen van de eigen gevoelens en wensen en het kunnen communiceren en realiseren hiervan. In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan de demografische, psychosociale en gedragsfactoren die samenhangen met interactiecompetentie. Tenslotte wordt een aantal factoren beschreven dat iets zegt over de kwaliteit van het huidige seksleven: seksuele tevredenheid, problemen op het gebied van seks (bijvoorbeeld opwindingsproblemen of pijn bij het vrijen) en een aantal aan seks gerelateerde emoties (schuld en schaamte, een sterke gerichtheid op seks en hoe men over het eigen lichaam denkt). 3.1 Hoeveel jongeren hebben ervaring met verliefdheid en relaties? Tabel 3.1. Ervaring met verliefdheid en relaties naar demografische kenmerken ervaring met verliefdheid (% ja) ervaring met verkering (% ja) op dit moment vaste relatie (% ja) gemiddelde duur van de laatste relatie n jongen meisje jongen meisje jongen meisje jongen meisje jaar ,5 0, jaar ,6 0, jaar ,1 1, jaar ,0 3,2 r met leeftijd.14***.11***.21***.29***.35***.39***.44***.58*** Nederlands/Westers ,3 1,8 Marokkaans ,9 1,2 Turks ,0 1,3 Surinaams ,0 1,6 Antilliaans ,2 2,2 laag opgeleid ,2 1,9 hoog opgeleid ,2 1,5 totaal ,2 1,8 = relatief laag, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep = relatief hoog, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

44 26 Tabel 3.2. Regressie van demografische variabelen op ervaring met verliefdheid en relaties ervaring met ervaring met verkering verliefdheid jongen meisje huidige relatiestatus OR 95% CI OR 95% CI OR 95% CI OR 95% CI jongen 1,00 1,00 meisje 1,83 *** 1,35-2,48 1,84 *** 1,60-2,11 leeftijd 1,18 *** 1,13-1,23 1,17 *** 1,13-1,21 1,26 *** 1,18-1,24 1,26 *** 1,23-1,28 Nederlands 1,90 *** 1,36-2,65 0,99 0,72-1,37 2,15 *** 1,66-2,77 0,85 0,71-1,01 Marokkaans 0,38 *** 0,23-0,62 0,60 0,35-1,03 0,31 *** 0,19-0,52 1,42 0,90-2,23 Turks 0,55 * 0,33-0,92 0,60 0,36-1,00 0,71 0,44-1,14 0,92 0,64-1,33 Surinaams 1,09 0,56-2,13 0,74 0,41-1,33 1,91 * 1,07-3,43 0,95 0,65-1,37 Antilliaans 2,03 0,67-6,17 3,79 * 1,10-12,98 1,21 0,59-2,50 0,91 0,58-1,43 laag opgeleid 1,00 1,00 1,00 1,00 hoog opgeleid 0,65 ** 0,48-0,89 0,63 *** 0,50-0,79 0,49 *** 0,39-0,62 0,76 *** 0,66-0,88 Nagelkerke R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Al in de jongste leeftijdsgroep zijn de meeste jongeren - 90% van de jongens en 95% van de meisjes - wel eens verliefd geweest. Vanaf dat moment neemt het percentage dat ervaring heeft met verliefdheid nog maar minimaal toe. Marokkaanse en Turkse jongeren (zowel de jongens als de meisjes) hebben relatief weinig ervaring met verliefdheid, Nederlandse jongeren relatief veel. Meisjes hebben iets vaker ervaring met verliefdheid dan jongens: respectievelijk 97% en 95%. Na controle voor de andere demografische variabelen hangt ook opleidingsniveau samen met ervaring met verliefdheid: hoog opgeleiden hebben hier minder ervaring mee dan laag opgeleiden. Het hebben van een relatie of 'verkering' is een concept waarvan de betekenis vermoedelijk sterk verandert met leeftijd. Zelfs onder de 12- tot 14-jarigen hebben echter al 7 van de 10 jongeren 'verkering' gehad en dit percentage neemt met de leeftijd gestaag toe, bij de jongens en de meisjes ongeveer volgens hetzelfde patroon. Van de 20- tot 24-jarigen heeft 91% van de jongens en 95% van de meisjes wel eens een vaste relatie (verkering) gehad. In de regressie blijkt de invloed van leeftijd en etniciteit op ervaring met verkering voor jongens en meisjes verschillend te zijn. Verdere analyses op deze uitkomstmaat zijn dan ook voor jongens en meisjes apart uitgevoerd. De samenhang met leeftijd is voor meisjes sterker dan voor jongens. Antilliaanse jongens en Nederlandse en Surinaamse meisjes hebben relatief vaak ervaring met verkering, Marokkaanse meisjes minder vaak. Hoog opgeleide jongens en meisjes hebben deze ervaring minder vaak dan laag opgeleide jongens en meisjes. Op het moment dat ze de vragenlijst invulden had ongeveer een-vijfde van de 12- tot 14- jarigen 'verkering' en ook dat percentage neemt met de leeftijd gestaag toe.

45 27 Hierbij wordt een iets sterkere stijging gevonden bij de meisjes dan bij de jongens, met als resultaat een vaste relatie voor driekwart (76%) van de 20- tot 24-jarige meisjes tegenover krap tweederde (63%) van de jongens van die leeftijd. Het sekseverschil is het grootst tussen de 15 en 17 jaar: dan zegt meer dan de helft van de meisjes maar nog geen derde van de jongens dat ze een vaste relatie hebben. Hoog opgeleide meisjes hebben minder vaak een vaste relatie dan laag opgeleide meisjes. Na controle voor leeftijd, sekse en opleidingsniveau zijn er wat betreft relatiestatus geen verschillen naar etniciteit. Ook de duur van de huidige of laatste relatie stijgt voor meisjes sterker dan voor jongens met het ouder worden. In de oudere leeftijdsgroepen geven de meisjes dan ook gemiddeld een iets langere relatieduur aan. Er zijn hier weinig grote verschillen naar etnische achtergrond, zij het dat Marokkaanse meisjes een relatief korte relatieduur en Antilliaanse meisjes een relatief lange relatieduur rapporteren. Daarnaast is te zien dat relaties bij laag opgeleide meisjes langer duren dan bij hun hoog opgeleide seksegenoten. 3.2 Hoeveel sekspartners hebben jongeren en welke demografische kenmerken hangen hiermee samen? Tabel 3.3. Aantal sekspartners a hele leven bij jongeren die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap en/of anale seks naar demografische kenmerken (%) jongens meisjes n 1 2 of of jaar jaar jaar jaar Spearman's rho.12***.22*** Nederlands of Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans laag opgeleid hoog opgeleid totaal a partners waar men geslachtsgemeenschap en/of anale seks mee heeft gehad = relatief laag, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep = relatief hoog, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

46 28 Tabel 3.4. Regressie van demografische variabelen op 4 of meer sekspartners a hele leven jongens meisjes OR 95% CI OR 95% CI leeftijd 1,13 *** 1,08-1,18 1,19 *** 1,13-1,24 Nederlands 0,32 *** 0,23-0,44 1,22 0,78-1,90 Marokkaans 5,52 ** 2,10-14,51 0,79 0,15-4,04 Turks 0,76 0,42-1,35 0,63 0,24-1,67 Surinaams 1,01 0,54-1,90 1,19 0,56-2,51 Antilliaans 0,47 0,22-1,00 1,12 0,49-2,55 laag opgeleid 1,00 1,00 hoog opgeleid 0,59 *** 0,45-0,79 0,66 ** 0,50-0,86 Nagelkerke R a Partners waar men geslachtsgemeenschap en/of anale seks mee heeft gehad * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Een relatief groot deel van de jongeren die al geslachtsgemeenschap en/of anale seks hebben gehad geeft aan dit al met vier of meer verschillende partners te hebben gedaan. Dit percentage is bij de jongens hoger (37%) dan bij de meisjes (28%). Van de meisje heeft een groter deel (39%) dan van de jongens (30%) in het hele leven met één persoon seks gehad. Ook in de jongste leeftijdscategorie worden al hoge aantallen sekspartners gerapporteerd: ongeveer één op de vijf heeft dan al vier sekspartners of meer gehad. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de groep 12 tot 14 jarigen die op deze leeftijd überhaupt ervaring heeft met geslachtsgemeenschap en/of anale seks erg klein is. Laag opgeleide jongens en meisjes rapporteren vaker 4 of meer sekspartners dan hoog opgeleide jongens en meisjes. In de regressie bleek de invloed van etniciteit op het hebben van 4 of meer sekspartners gedurende het hele leven voor jongens en meisjes verschillend te zijn. Na controle voor andere demografische variabelen werden voor de meisjes geen verschillen naar etniciteit gevonden. Hou hierbij in de gaten dat de groepen meisjes met een Marokkaanse of Turkse achtergrond die überhaupt ervaring hebben met geslachtsgemeenschap en/of anale seks erg klein zijn. Nederlandse jongens hebben minder vaak geslachtsgemeenschap en/of anale seks gehad met 4 of meer partners dan niet-nederlandse. De kans dat dit het geval is voor een Marokkaanse jongen is - na controle voor de overige demografische kenmerken ruim 5 keer zo groot als voor andere jongens.

47 Hoeveel jongeren hebben ervaring met betaalde seks? Tabel 3.5. Ervaring met betaalde seks naar demografische kenmerken (%) wel eens geld of andere beloning gegeven wel eens geld of andere beloning gekregen n jongen meisje jongen meisje jaar jaar jaar jaar Nederlands of Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans laag opgeleid hoog opgeleid totaal = relatief laag, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep = relatief hoog, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes Tabel 3.6. Regressie van demografische variabelen op betaalde seks bij jongens wel eens iets gekregen wel eens betaald voor seks voor seks OR 95% CI OR 95% CI leeftijd 1,17 *** 1,10-1,24 1,02 0,94-1,11 Nederlands 0,28 *** 0,19-0,41 0,31 *** 0,19-0,52 Marokkaans 2,45 ** 1,33-4,52 1,37 0,56-3,37 Turks 2,47 ** 1,44-4,24 0,63 0,21-1,84 Surinaams 0,46 0,17-1,19 1,78 0,75-4,23 Antilliaans 1,49 0,70-3,19 1,39 0,47-4,09 laag opgeleid (ref) 1,00 1,00 hoog opgeleid 0,48 ** 0,30-0,76 0,40 * 0,19-0,84 Nagelkerke R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Aan alle jongeren in de steekproef is gevraagd of ze wel eens geld of een andere beloning hebben gegeven of gekregen voor seks. Zes procent van de jongens en vrijwel geen van de meisjes heeft wel eens geld of een andere beloning gegeven. Twee procent van de jongens en 1% van de meisjes heeft wel eens iets gekregen voor seks. Hier rijst de vraag van wie de jongens dit geld dan hebben gekregen. Dit zouden jongens of mannen kunnen zijn of

48 30 vrouwen die ouder zijn dan 25. Ook zou het theoretisch kunnen dat enkele meisjes van deze leeftijd aan meerdere jongens geld of een andere beloning geven. Alleen onder jongens worden significante verschillen gevonden naar etniciteit en opleidingsniveau. Vanwege deze bevinding - en omdat de groep meisjes die ervaring heeft met betaalde seks te klein is om hier een multivariate analyse op uit te voeren - werd de regressie alleen uitgevoerd voor jongens. Naarmate jongens ouder worden wordt de kans dat ze wel eens betaald hebben voor seks groter. Nederlandse en hoog opgeleide jongens hebben zowel minder ervaring met het geven als met het krijgen van een beloning voor seks. Marokkaanse en Turkse jongens hebben relatief vaak ervaring met het betalen voor seks. Een mogelijke verklaring voor grote aantallen sekspartners is ervaring met betaalde seks. Voor jongens wordt inderdaad een samenhang gevonden tussen aantallen sekspartners en ervaring met betaalde seks. Een op de vijf jongens met 4 of meer sekspartners heeft wel eens betaald voor seks en één op de 16 heeft wel eens geld of een andere beloning voor seks gekregen. Dit is meer dan bij de jongens met minder sekspartners: van de jongens met 1 partner gedurende het hele leven heeft bijna 2% wel eens betaald voor seks en ruim 1% heeft wel eens iets gekregen. Voor de jongens met 2 of 3 sekspartners is dit respectievelijk bijna 5% en bijna 1%. Bij meisjes werd geen significant verband gevonden. 3.4 Zijn er verschillende typen sekspartners te onderscheiden? Tabel 3.7. Two-step clusteranalyse op seksfrequentie, type partner en mate van verliefdheid (%) aantal keer seks gehad type partner mate van verliefdheid monogaam niet of erg beetje verliefd ja nee n één keer vaker los vast eenmalig sekscontact losse partner vaste partner, niet monogaam vaste partner, niet erg verliefd vaste partner, erg verliefd totaal Een clusteranalyse wijst uit dat er onder de laatste sekspartners vijf types te onderscheiden zijn. Wanneer iemand maar één keer seks heeft gehad met de laatste sekspartner en de relatie is inmiddels beëindigd, wordt dit een eenmalig sekscontact genoemd. Heeft iemand vaker seks gehad met de laatste sekspartner, maar wordt deze niet door de respondent als huidige of ex-vriend(in) bestempeld, dan is dit een losse partner. Dit kunnen vakantieliefdes zijn, of personen waar men naar eigen zeggen geen relatie mee had. Het derde type is de partner die wel de (ex)vriend(in) wordt genoemd, maar naast wie men ook seks heeft (gehad) met anderen. Bij de vierde categorie is men wel trouw aan de laatste partner, maar is men niet erg verliefd op hem of haar. Het laatste type komt veruit het meeste voor. Dit is de groep vaste partners waar men een monogame relatie mee heeft en op wie men erg verliefd is.

49 31 Tabel 3.8. Partnertype naar demografische kenmerken (%) n eenmalig sekscontact losse partner, vaker seks vaste partner, niet monogaam vaste partner, niet erg verliefd vaste partner, erg verliefd jongens meisjes jaar jaar jaar jaar Nederlands of Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans laag opgeleid hoog opgeleid totaal = significant lager in vergelijking tot percentage in de rest van de groep = significant hoger in vergelijking tot percentage in de rest van de groep * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel 3.8. laat zien dat partnertype met name samenhangt met geslacht, leeftijd en etniciteit. Hoewel voor beide seksen de laatste partner meestal degene is met wie ze een monogame, vaste relatie hebben en op wie ze erg verliefd zijn, geldt dit nog vaker voor meisjes dan voor jongens. Hoe ouder jongeren zijn, hoe minder vaak men slechts eenmalig seks heeft gehad met de laatste partner. Jongeren met een Marokkaanse, Turkse of Surinaamse achtergrond geven vaker aan dat de laatste partner een losse partner was of dat dit een vaste partner was naast wie men ook seks heeft gehad met anderen. Dit laatste wordt door laag opgeleide jongeren ook relatief vaak aangegeven. 3.5 Wat doen jongeren op seksueel gebied met hun laatste partner? Tabel 3.9. Vormen van seks met laatste sekspartner* jongens meisjes totaal anaal al dan niet met oraal alleen geslachtsgemeenschap geslachtsgemeenschap en orale seks geslachtsgemeenschap en anale seks, meestal ook oraal n * laatste partner met wie men geslachtsgemeenschap en/of anale seks had = significant hoger percentage in vergelijking tot andere sekse

50 32 Bij het bekijken van tabel 3.9. dient in het achterhoofd te worden gehouden dat gevraagd is naar vormen van seks met de laatste sekspartner, die vervolgens gedefinieerd werd als degene met wie men het laatst geslachtsgemeenschap en/of anale seks had. Jongeren die hier aangaven alleen orale seks met de laatste sekspartner te hebben gehad zijn hier dan ook buiten beschouwing gelaten, omdat dit aantal wellicht veel hoger was geweest als sekspartner anders was gedefinieerd. De kleine groep jongeren (n=46) die alleen anale - al dan niet met orale - seks heeft gehad met de laatste sekspartner werd apart beschouwd. De groep bestaat uit 40 jongens en 6 meisjes. Voor 35 van deze jongens was de laatste sekspartner een man (hetgeen verklaart dat er geen geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden). Vijfendertig jongens en vier meisjes hadden een Nederlandse of Westerse achtergrond. Vijf jongens en 2 meisjes hebben gezien hun etnische achtergrond mogelijk voor deze vormen van seks gekozen om het maagdenvlies te sparen. Dit is slechts een zeer kleine groep. Nagegaan is of jongeren die ooit geslachtsgemeenschap, orale seks of anale seks hebben gehad, dit ook deden met de laatste sekspartner. Anale seks bleek dan het minst deel uit te maken van het 'standaard repertoire'. Achtentwintig procent van de jongeren die hier ervaring mee heeft, deed dit (nog) niet met de laatste partner. Tabel Frequentie van vaginale en anale gemeenschap met de laatste sekspartner* jongens meisjes totaal vaginaal anaal vaginaal anaal vaginaal anaal één keer minder dan één keer per week één keer per week of vaker n * laatste partner met wie men geslachtsgemeenschap en/of anale seks had Van de respondenten die ervaring heeft met geslachtsgemeenschap had bijna driekwart dit minstens één keer per week met de laatste sekspartner. Wanneer men anale seks heeft met de laatste sekspartner gebeurt dit veel minder vaak dan geslachtsgemeenschap. Bijna de helft van de mensen die anale seks heeft met de laatste partner doet dit slechts één keer. Van de groep die aan anale seks doet, doet slechts één op de 10 dit wekelijks. Voor verschillen naar seksuele voorkeur in frequentie van anale seks wordt verwezen naar hoofdstuk 6. Tabel Verband tussen seksfrequentie en vormen van seks met de laatste sekspartner* n alleen geslachtsgemeenschap geslachtsgemeenschap en orale seks geslachtsgemeenschap en anale seks, meestal ook oraal één keer seks x per maand of minder tot 4 keer per maand keer per week tot 4 keer per week keer per week of vaker * laatste partner met wie men geslachtsgemeenschap en/of anale seks had = significant lager in vergelijking tot personen die andere vormen van seks beoefenen = significant hoger in vergelijking tot personen die andere vormen van seks beoefenen

51 33 Degenen die met de laatste sekspartner maar één of een enkele keer seks hebben gehad, hebben vaker dan de anderen alleen geslachtsgemeenschap. Het komt maar zelden voor dat iemand bij een eenmalig sekscontact ook anale seks heeft. Degenen met een middelmatige seksfrequentie hebben vaker dan anderen orale seks en geslachtsgemeenschap gehad met de laatste partner. Jongeren met de hoogste seksfrequentie hebben vaker dan de anderen ook anale seks. Een hogere seksfrequentie hangt dus samen met het beoefenen van meer verschillende vormen van seks met de laatste partner (Spearman's rho =.31, p <.001). Daarnaast is het zo dat het voor degenen die meer verschillende vormen van seks beoefenen met de laatste partner vaak ook minder lang geleden is dat men voor het laatst seks had. Deze groep is dus op alle fronten 'actiever' Hoe competent vinden jongeren zichzelf in de interactie met de laatste partner? Interactiecompetentie is een complex concept. De hier gepresenteerde schaal bestaat uit het kunnen praten over seks met de partner (wanneer men dit wil), assertiviteit (weten wat je wilt en wat de ander wil), grenzen (kunnen stellen en respecteren) en zelfverzekerdheid (over uiterlijk en prestaties). Tabel Interactiecompetentie naar demografische kenmerken (gemiddelde schaalscore a ) n jongens meisjes totaal jaar 246 3,8 3,7 3, jaar 705 4,1 4,1 4, jaar ,3 4,3 4, jaar ,4 4,4 4,4 r.28***.29***.28*** Nederlands of Westers ,3 4,3 4,3 Marokkaans 123 3,9 3,9 3,9 Turks 129 3,8 3,8 3,8 Surinaams 182 4,2 4,3 4,3 Antilliaans 156 4,2 4,3 4,3 laag ,2 4,3 4,3 hoog ,3 4,2 4,3 one-night stand 239 4,0 3,9 4,0 losse partner 200 4,3 4,1 4,2 vaste partner, niet monogaam 185 4,2 4,4 4,3 vaste partner, niet erg verliefd 281 4,3 4,2 4,2 vaste partner, erg verliefd ,5 4,5 4,5 4,3 4,3 4,3 a Inschatting over verschillende onderwerpen met partner te kunnen praten: 1=zeker niet, 5=ja, zeker; vóórkomen bepaalde gevoelens of gedragingen bij het vrijen met de partner: 1=nooit, 5=altijd = relatief laag, gegeven het gemiddelde in de totale groep = relatief hoog, gegeven het gemiddelde in de totale groep * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

52 34 Tabel Variantieanalyse van demografische variabelen op interactiecompetentie laag opgeleid hoog opgeleid Contrast F Contrast F sekse (meisje) ns 0, * 6,70 * leeftijd 147,17 *** 100,34 *** Nederlands.18 *** 11,74 ***.09 2,54 * Marokkaans -.20 **.07 Turks -.23 *** -.33 * Surinaams.21 **.03 Antilliaans R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 In tabel 3.12 is te zien dat jongeren gemiddeld behoorlijk hoog scoren op interactiecompetentie met de laatste partner. Jongens en meisjes zeggen vrijwel even competent te zijn. Driekwart van zowel de jongens als de meisjes heeft een score van 4 of hoger op een schaal van 1 tot 5 (niet in tabel). Interactiecompetentie neemt duidelijk toe met het ouder worden. De interactiecompetentie is binnen een vaste relatie hoger dan bij een eenmalig sekscontact. Tussen opleidingsniveau en etniciteit werd in de variantieanalyse (tabel 3.13) een interactie-effect gevonden: onder laag opgeleiden zijn de verschillen tussen etnische groepen veel groter. Binnen het lagere opleidingsniveau zeggen Nederlandse en Surinaamse jongeren competenter te zijn in de interactie met hun laatste partner. Marokkaanse en Turkse laag opgeleide jongeren zeggen minder competent te zijn. Onder hoog opgeleiden is alleen de interactiecompetentie van Turkse jongeren relatief laag. 3.7 Welke factoren hangen samen met interactiecompetentie? Tabel Multiple regressie van psychosociale, cognitieve en gedragsmatige factoren op interactiecompetentie r ß gezinsklimaat.14 *** 0,07 *** sociale integratie op middelbare school.10 *** 0,05 ** communicatie over seks met ouders en vrienden.11 *** kennis.27 *** 0,09 *** informatie van school.02 informatie van gezondheidszorg en buurtwerk -.02 media exposure.04 * -0,06 ** flirten via sms of chat.07 *** 0,08 *** contact leggen via internet -.11 *** -0,06 ** permissieve opvattingen t.a.v. seks.25 *** seksuele schuld en schaamte -.43 *** -0,25 *** sterke gerichtheid op seks.20 *** 0,05 ** positief lichaamsbeeld.28 *** 0,18 ***

53 35 Tabel Multiple regressie van psychosociale, cognitieve en gedragsmatige factoren op interactiecompetentie (vervolg) r ß eerste ervaringen te vroeg -.26 *** -0,05 ** eerste ervaringen te ver -.23 *** -0,08 *** eerste ervaringen niet leuk -.31 *** -0,12 *** niet stapsgewijze carrière -.05 * F (20, 3016) 77,04 R 2.33 * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Interactiecompetentie met de laatste partner hangt sterk samen met de gezamenlijke factoren in tabel Samen verklaren deze factoren ongeveer eenderde van de variantie. Een warm gezinsklimaat, een betere sociale integratie, een hoger kennisniveau (met betrekking tot voortplanting en hiv/soa), vaker flirten via sms of chat, een sterke gerichtheid op seks en een positief lichaamsbeeld hangen samen met een hogere gerapporteerde interactiecompetentie. Wanneer iemand meer schuld- en schaamtegevoelens heeft met betrekking tot seksualiteit, meer in contact komt met seksualiteit via de media en vaker date via het internet is de interactiecompetentie lager. Dit geldt ook voor personen van wie de eerste ervaringen niet leuk waren, te vroeg kwamen en te ver gingen. 3.8 Hoe is de kwaliteit van het seksleven? De kwaliteit van het seksleven wordt hier enerzijds afgelezen aan de mate waarin men tevreden is over het seksleven. Anderzijds wordt gekeken naar de mate waarin jongeren problemen ervaren bij het vrijen. Welke problemen dit kunnen zijn is weergegeven in tabel Tabel Problemen naar sekse (%) jongens meisjes nooit wel eens regelmatig tot altijd nooit wel eens regelmatig tot altijd geen zin in seks moeilijk opgewonden worden of blijven niet klaarkomen bij het vrijen te snel klaarkomen bij het vrijen pijn bij het vrijen = hoger percentage regelmatig, vaak of altijd dit probleem bij het vrijen dan de andere sekse Problemen rondom opwinding, verlangen, pijn en uitblijven van orgasme blijken sterk met elkaar samen te hangen en vormen een schaal. Meisjes hebben hier vaker mee te maken dan jongens.

54 36 Driekwart van de meisjes heeft wel eens of vaker geen zin in seks, bij jongens is dit minder dan de helft. Tweederde van de meisjes komt wel eens of vaker niet klaar bij het vrijen, tegenover eenderde van de jongens. Een minderheid van de meisjes (43%) vrijt altijd pijnloos, terwijl slechts 14% van de jongens wel eens of vaker pijn heeft bij het vrijen. Daar tegenover staat wel dat jongens vaker dan meisjes te snel klaarkomen bij het vrijen. Tweederde van de jongens heeft dit wel eens, tegenover eenderde van de meisjes. Tabel Tevredenheid naar sekse (%) jongens meisjes (erg) ontevreden neutraal (erg) tevreden (erg) ontevreden neutraal (erg) tevreden over hoe vaak je seks hebt over het contact met de ander over hoe lekker het vrijen is over je seksleven in het algemeen = groter percentage (erg) tevreden dan de andere sekse Over het algemeen kan gesteld worden dat de tevredenheid groot is: op alle vier de vragen antwoordt een kleine minderheid dat hij of zij (erg) ontevreden is. Jongens zijn iets minder tevreden over hun seksleven dan meisjes en dit verschil zit vooral in de tevredenheid over de seksfrequentie. Zestien procent van de jongens is (erg) ontevreden over hoe vaak hij seks heeft, tegenover 10% van de meisjes. Over het contact met de ander en de kwaliteit van het vrijen zijn jongens en meisjes ongeveer even tevreden. Tabel Tevredenheid en problemen met seks (gemiddelde schaalscore a ) Problemen rond verlangen, opwinding, Satisfactie orgasme en pijn Te snel klaarkomen n jongen meisje jongen meisje jongen meisje jaar 963 3,8 3,8 1,4 1,5 1,5 1, jaar ,0 4,0 1,3 1,8 1,7 1, jaar ,1 4,1 1,3 2,0 2,1 1, jaar ,1 4,2 1,4 2,0 2,1 1,3 r ns.20*** ns.16***.17*** ns Nederlands of Westers ,0 4,1 1,6 1,8 2,0 1,3 Marokkaans 281 4,0 3,8 1,5 1,8 1,7 1,4 Turks 211 3,9 3,8 1,5 1,8 1,8 1,4 Surinaams 260 4,1 4,1 1,5 1,7 1,9 1,4 Antilliaans 174 3,9 4,0 1,7 1,8 2,0 1,4 Laag opgeleid ,1 4,2 1,3 1,9 2,0 1,4 Hoog opgeleid 838 3,9 4,0 1,4 2,0 1,9 1,2 4,0 4,1 1,4 1,9 2,0 1,3 a tevredenheid: 1=erg ontevreden, 5=erg tevreden; problemen: 1=nooit, 5=altijd. = relatief laag, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep = relatief hoog, gegeven het percentage of gemiddelde in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

55 37 Tabel Anova van demografische variabelen op seksuele tevredenheid Satisfactie jongens meisjes Contrast F Contrast F leeftijd 2,11 18,13 *** Nederlands ns 0,38 ns 1,72 Marokkaans ns ns Turks ns ns Surinaams ns ns Antilliaans ns ns opleidingsniveau (hoog) -.14 ** 7,75 ** -.13 ** 9,86 ** R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel Anova van demografische variabelen op seksuele problemen Problemen rond verlangen, opwinding, orgasme en pijn Te snel klaarkomen jongens meisjes Contrast F Contrast F Contrast F sekse (meisjes) -.68 *** 459,74 *** leeftijd 0,02 34,19 *** 27,84 *** Nederlands ,70 *** ns 0, ,63 * Marokkaans -.11 ns -.27 * Turks -.01 ns -.07 Surinaams.03 ns.20 * Antilliaans.35 *** ns.07 opleidingsniveau (hoog) ns 1,59.09 * 6,39 * -.13 *** 14,75 *** R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Meisjes zijn iets meer tevreden dan jongens, wat zoals boven is gebleken met name is toe te schrijven aan ontevredenheid van jongens met de frequentie van seks. Meisjes hebben echter ook meer problemen rondom verlangen, opwinding en orgasme en pijn. Jongens komen daarentegen vaker te snel klaar. Met het ouder worden neemt voor meisjes de tevredenheid met het seksleven toe, maar ook het aantal seksuele problemen (geen zin, moeilijk opgewonden worden of klaarkomen en pijn). Hoog opgeleide meisjes hebben meer problemen met betrekking tot verlangen, opwinding en pijn. Hoog opgeleide jongens en meisjes zijn iets minder tevreden over het seksleven, maar komen minder vaak te snel klaar. Wat betreft de kwaliteit van het seksleven worden nauwelijks significante verschillen naar etniciteit gevonden. Alleen met betrekking tot problemen rond verlangen, opwinding, orgasme en pijn scoren Antilliaanse jongens opvallend hoog.

56 Hoe is het seksuele zelfbeeld van jongeren? Tabel Seksueel zelfbeeld naar sekse (%) (helemaal) mee oneens jongens (helemaal) (helemaal) mee mee eens oneens meisjes (helemaal) mee eens neutraal neutraal als ik seksuele gevoelens heb schaam ik me ik vind seks eigenlijk vies ik voel me schuldig als ik seksuele gevoelens heb na masturberen voel ik me vaak schuldig voor mij is seks belangrijk ik wil van alles uitproberen op het gebied van seks ik ben nog niet aan seks toe ik denk aldoor aan seks ik denk dat ik best aantrekkelijk ben ik ben tevreden over hoe mijn geslachtsdelen eruit zien ik vind mezelf te dik ik vind mezelf te dun = groter percentage (helemaal) mee eens dan de andere sekse Over het algemeen hebben jongeren weinig schuld- en schaamtegevoelens als het gaat over seksualiteit. Met betrekking tot masturbatie worden nog de meeste schuldgevoelens gerapporteerd: 11% van de jongens en 13% van de meisjes is het eens met de stelling na masturbatie voel ik me vaak schuldig. Meer meisjes (7%) dan jongens (5%) zeggen dat ze seks eigenlijk vies vinden. Een kleine meerderheid van de jongens en bijna de helft van de meisjes is het (helemaal) eens met de stelling dat seks voor hen belangrijk is. Jongens willen vaker van alles uitproberen op het gebied van seks (56%) dan meisjes (38%) en ze denken vaker dan meisjes aldoor aan seks (respectievelijk 22 en 9%). Meisjes zeggen vaker dat ze nog niet aan seks toe zijn (26%) dan jongens (17%). Een iets groter deel van de jongens (39%) dan van de meisjes (33%) vindt zichzelf best aantrekkelijk. Jongens zijn vaker tevreden over de eigen geslachtsdelen (60%) dan meisjes (46%). Meisjes vinden zichzelf vaker te dik (33%) dan jongens (15%). Jongens vinden zichzelf vaker te dun (11%, tegenover 6% van de meisjes).

57 39 Tabel Seksueel zelfbeeld naar demografische kenmerken (gemiddelde schaalscore a ) Seksuele schuld en schaamte Sterke gerichtheid op seks Positief lichaamsbeeld n jongen meisje jongen meisje jongen meisje jaar 963 2,5 2,8 2,7 2,2 3,2 2, jaar ,9 2,1 3,2 2,8 3,4 3, jaar ,6 1,7 3,5 3,1 3,4 3, jaar ,5 1,6 3,6 3,1 3,5 3,5 r -.42*** -.50***.34***.35***.12***.34*** Nederlands of Westers ,8 1,9 3,3 2,8 3,4 3,1 Marokkaans 281 2,5 2,9 3,2 2,2 3,8 3,5 Turks 211 2,1 2,8 3,2 2,3 3,5 3,2 Surinaams 260 1,8 2,1 3,2 2,8 3,6 3,5 Antilliaans 174 1,8 2,0 3,3 3,0 3,6 3,6 laag opgeleid ,8 2,0 3,3 2,9 3,4 3,1 hoog opgeleid 885 1,8 2,0 3,2 2,7 3,4 3,1 totaal 1,8 2,0 3,3 2,8 3,4 3,1 a tevredenheid 1=helemaal mee oneens, 5=helemaal mee eens. = significant lager in vergelijking tot de rest van de groep = significant hoger in vergelijking tot de rest van de groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel Anova van demografische variabelen op seksuele schuld en schaamte jongens meisjes Contrast F Contrast F leeftijd 417,19 *** 668,59 *** Nederlands -.21 *** 9,91 *** -.35 *** 20,78 *** Marokkaans.40 ***.22 * Turks *** Surinaams -.24 ** -.27 ** Antilliaans opleidingsniveau (hoog) ns 0,01 ns 0,33 R NB. * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

58 40 Tabel Anova van demografische variabelen op sterke gerichtheid op seks jongens meisjes Contrast F Contrast F leeftijd 263,19 *** 282,65 *** Nederlands ,60.12 ** 5,92 *** Marokkaans * Turks ** Surinaams ** Antilliaans opleidingsniveau (hoog) -.11 ** 7,24 ** -.13 ** 11,12 ** R NB. * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel Anova van demografische variabelen op positief lichaamsbeeld jongens meisjes Contrast F Contrast F leeftijd 42,64 *** 281,08 *** Nederlands -.28 *** 9,17 *** -.27 *** 9,55 *** Marokkaans.21 * -.14 Turks Surinaams * Antilliaans opleidingsniveau (hoog) ns 0,51 ns 1,41 R NB. * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Met het ouder worden nemen schuld- en schaamtegevoelens af, worden jongeren sterker gericht op seks en wordt de waardering van het eigen lichaam hoger. Meisjes ervaren meer schuld- en schaamtegevoelens met betrekking tot seks dan jongens, ze zijn minder gericht op seks en denken minder vaak positief over het eigen uiterlijk. Laag opgeleide jongens en meisjes zijn sterker op seks gericht dan hoog opgeleide jongens en meisjes. De samenhang van etniciteit met schuld- en schaamtegevoelens, gerichtheid op seks en lichaamsbeeld is verschillend voor jongens en meisjes. De variantieanalyses van demografische variabelen op deze uitkomstmaten zijn daarom voor jongens en meisjes apart uitgevoerd. Nederlandse en Antilliaanse jongens en meisjes rapporteren relatief weinig schuld- en schaamtegevoelens op het gebied van seksualiteit, jongens en meisjes met een Marokkaanse achtergrond en meisjes met een Turkse achtergrond relatief veel. Jongens met verschillende etnische achtergronden verschillen nauwelijks van elkaar in hun gerichtheid op seks. Bij de meisjes zijn de Nederlandse en Antilliaanse meisjes relatief sterk op seks gericht. Bij Marokkaanse en Turkse meisjes is het tegendeel het geval. Nederlandse jongens en meisjes denken vergeleken met de totale groep minder positief over het eigen lichaam. Marokkaanse jongens en Surinaamse meisjes waarderen het eigen lichaam relatief positief.

59 41 4. BESCHERMINGSGEDRAG EN SEKSUELE RISICO S In dit hoofdstuk wordt beschreven in hoeverre jongeren zich beschermen tegen soa, hiv en ongewenste zwangerschap, zowel bij de eerste geslachtsgemeenschap als met de laatste partner. Nagegaan is in hoeverre beschermingsgedrag samenhangt met demografische, psychosociale, cognitieve en gedragsmatige factoren. Ook wordt ingegaan op condoomgebruik bij orale en anale seks. Vervolgens wordt beschreven of men zich in het afgelopen jaar op soa of hiv heeft laten testen. Tenslotte wordt ingegaan op de eventuele gevolgen van onveilige seks: ervaring met soa en hiv, ongeplande zwangerschap en abortus in het afgelopen jaar. Nagegaan zal worden in hoeverre beschermingsgedrag hiermee samenhangt. 4.1 Wat doen jongeren bij de eerste geslachtsgemeenschap om zwangerschap te voorkomen? Tabel 4.1. Gebruik van voorbehoedmiddelen bij de eerste geslachtsgemeenschap (%) niets gebruikt pil (of andere anticonceptie) condoom double Dutch n jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes eerste keer 13 jaar of jonger eerste keer jaar eerste keer jaar eerste keer 18 jaar of ouder r -.16*** ns.08**.15*** -.06* -.08***.08**.13*** Nederlands of Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans niet gelovig Christelijk, niet belangrijk Christelijk, beetje belangrijk Christelijk, heel belangrijk Islamitisch laag opgeleid hoog opgeleid totaal = significant lager gegeven het percentage in de rest van de groep = significant hoger gegeven het percentage in de rest van de groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

60 42 Tabel 4.2. Regressie van demografische variabelen op gebruik van voorbehoedmiddelen bij de eerste geslachtsgemeenschap pilgebruik condoomgebruik jongens meisjes jongens meisjes OR (95% CI) OR (95% CI) OR (95% CI) OR (95% CI) leeftijd eerste keer a 1,13 *** 1,06-1,19 1,41 *** 1,31-1,52 1,05 0,99-1,12 0,92 * 0,86-0,98 Nederlands 1,37 0,91-2,08 2,28 ** 1,34-3,88 0,69 0,42-1,13 1,31 0,76-2,25 Marokkaans 1,31 0,55-3,12 0,32 0,06-1,71 1,68 0,58-4,88 0,95 0,20-4,52 Turks 0,68 0,32-1,44 0,88 0,33-2,35 1,56 0,63-3,87 0,31 * 0,12-0,80 Surinaams 1,04 0,52-2,06 1,14 0,54-2,41 1,01 0,45-2,25 1,15 0,53-2,53 Antilliaans 1,04 0,47-2,34 1,73 0,72-4,14 1,02 0,40-2,65 1,00 0,41-2,45 niet gelovig 1,23 0,94-1,59 1,42 * 1,05-1,92 1,11 0,83-1,48 1,05 0,75-1,47 Christelijk, niet belangrijk 1,42 * 1,05-1,92 1,56 * 1,10-2,22 1,25 0,89-1,74 0,98 0,67-1,44 Christelijk, beetje belangrijk 1,20 0,85-1,70 1,71 ** 1,20-2,46 1,18 0,80-1,73 0,84 0,57-1,23 Christelijk, heel belangrijk 0,52 * 0,30-0,90 0,45 ** 0,28-0,73 0,56 * 0,32-0,98 0,63 0,39-1,01 Islamitisch 0,65 0,32-1,31 0,67 0,24-1,86 0,95 0,44-2,05 0,84 0,30-2,36 laag opgeleid (ref) 1,00 1,00 1,00 1,00 hoog opgeleid 1,05 0,80-1,36 0,80 0,61-1,03 0,66 ** 0,50-0,88 1,12 0,85-1,48 Nagelkerke R a eerste geslachtsgemeenschap * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Het condoom wordt bij de eerste keer het meest gebruikt: door een kleine driekwart van de jongeren. Door bijna tweederde van de meisjes (63%) werd (ook) de pil gebruikt. Iets minder jongens geven aan dat de pil gebruikt werd (56%). Het werkelijke gebruik zal bij jongens iets hoger liggen, omdat een deel van hen niet weet of het meisje de pil gebruikt. Opvallend veel jongeren - 41% van de jongens en 46% van de meisjes - doen bij de eerste keer aan double Dutch: het gebruik van pil èn condoom. Over de gehele groep genomen doet 10% van de jongens en 7% van de meisjes bij de eerste geslachtsgemeenschap niets om zwangerschap te voorkomen. De leeftijd waarop de eerste geslachtsgemeenschap plaatsvindt hangt sterk samen met het gebruik van anticonceptie hierbij. De groep die al op 13-jarige leeftijd of jonger voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft loopt veel risico: 31% van de jongens en 15% van de meisjes uit deze groep gebruikt de eerste keer geen anticonceptie. Wanneer er op deze leeftijd wel iets gebruikt wordt, is dit over het algemeen alleen het condoom. Pilgebruik blijft ook onder jongeren die op 14- en 15-jarige leeftijd de eerste geslachtsgemeenschap meemaken nog wel enigszins achter. Het percentage dat bij de eerste keer niets gebruikt is onder Nederlandse jongeren het kleinst. De regressie laat zien dat Nederlandse meisjes bij de eerste keer relatief vaak de pil (of in zeldzame gevallen een andere anticonceptiemethode) gebruiken. Bij de eerste geslachtsgemeenschap van Turkse en Surinaamse jongeren wordt de pil relatief weinig gebruikt, maar dit verschil valt weg na controle voor andere demografische variabelen. Bij de jongens worden met betrekking tot condoomgebruik geen verschillen tussen etnische groepen gevonden. Turkse meisjes gebruiken de eerste keer minder vaak een condoom dan meisjes met een andere achtergrond. De 'double Dutch' methode wordt het meest door Nederlandse jongens en meisjes toegepast.

61 43 Christelijke jongens die het geloof heel belangrijk vinden gebruiken relatief vaak geen condoom bij de eerste keer. Ditzelfde geldt voor Islamitische meiden. Bij de eerste geslachtsgemeenschap wordt door dezelfde groep Christelijke jongens en door Islamitische jongens en meisjes relatief vaak geen pil gebruikt. Na controle voor de overige demografische variabelen vallen de verschillen voor zowel pil- als condoomgebruik voor Islamitische jongeren weg. Laag opgeleide meisjes doen de eerste keer vaker niets om zwangerschap te voorkomen dan hoog opgeleide meisjes. Laag opgeleide jongens gebruiken vaker een condoom bij de eerste keer dan hoog opgeleide jongens. 4.2 Wat doen jongeren om zwangerschap met de laatste partner te voorkomen? Aan jongeren die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap is gevraagd of zij met de laatste partner iets gedaan hebben om zwangerschap te voorkomen. De antwoorden op deze vraag staan weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3. Het voorkomen van zwangerschap met de laatste partner (%) jongens meisjes nooit of onbekend altijd soms nooit n altijd soms jaar jaar jaar jaar Nederlands of Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans niet gelovig Christelijk, niet belangrijk Christelijk, beetje belangrijk Christelijk, heel belangrijk Islamitisch laag opgeleid hoog opgeleid one-night stand losse partner vaste partner, niet monogaam vaste partner, niet erg verliefd vaste partner, erg verliefd totaal = significant lager gegeven het percentage in de rest van de groep = significant hoger gegeven het percentage in de rest van de groep

62 44 Tabel 4.4. Regressie van demografische variabelen op altijd anticonceptie gebruiken met de laatste partner OR (95% CI) jongen (ref) 1,00 meisje 0,92 0,75-1, jaar 0,62 * 0,41-0, jaar 1,37 * 1,07-1, jaar 1,14 0,93-1, jaar 1,03 0,85-1,26 Nederlands 1,38 0,97-1,97 Marokkaans 0,68 0,32-1,45 Turks 1,53 0,78-2,99 Surinaams 0,81 0,49-1,34 Antilliaans 0,80 0,44-1,46 niet gelovig 1,17 0,94-1,46 Christelijk, niet belangrijk 1,17 0,90-1,52 Christelijk, beetje belangrijk 1,09 0,83-1,45 Christelijk, heel belangrijk 0,74 0,51-1,07 Islamitisch 0,96 0,51-1,80 laag opgeleid (ref) 1,00 hoog opgeleid 1,96 *** 1,55-2,50 Nagelkerke R 2.04 NB. * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Over het geheel genomen gebruiken 4 op de 5 jongens en meisjes altijd anticonceptie met de laatste partner. Kleine minderheden (8 en 6%) gebruiken nooit anticonceptie. In de jongste leeftijdsgroep is het percentage dat altijd iets doet om zwangerschap te voorkomen het kleinst, onder jongeren van 15 tot 18 is deze groep het grootst. Daarna neemt consequent anticonceptiegebruik iets af, mogelijk in verband met een kinderwens. Ongeveer één op de vijf personen die geen anticonceptie gebruiken met de laatste partner, doet dit vanwege een kinderwens. De groep Nederlandse jongeren die met de laatste partner altijd anticonceptie gebruikt is relatief groot. Onder jongeren met een Turkse of Surinaamse achtergrond is de groep die nooit iets doet om zwangerschap te voorkomen of die niet weet of de partner dat doet relatief groot. Ditzelfde geldt voor Islamitische jongens en meisjes. Bij Christelijke jongens die het geloof heel belangrijk vinden is het percentage dat altijd anticonceptie gebruikt relatief klein. Na controle voor geslacht, leeftijd en opleidingsniveau vallen verschillen naar etniciteit en religie weg. Hoog opgeleide jongens en meiden gebruiken vaker consequent anticonceptie dan laag opgeleide jongens en meiden. Jongens gebruiken bij one-night stands, met losse partners of in niet monogame vaste relaties vaker geen anticonceptie of ze weten niet of de partner anticonceptie gebruikte. Bij meisjes wordt dit alleen gevonden voor losse partners.

63 45 Tabel 4.5. Gebruikte anticonceptiemethode bij meisjes met ervaring met geslachtsgemeenschap % geen anticonceptie 11,4 de pil 67,7 condooms 14,9 de pil en condooms 14,8 de prikpil 0,6 de pleisterpil (Evra) 0,1 de Nuva-ring 0,7 implantaat (Implanon) 0,4 koperspiraaltje 0,8 hormoonspiraaltje (Mirena) 1,6 pessarium 0,0 n 1365 Aan de meiden die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap is gevraagd of ze op dit moment een voorbehoedmiddel gebruiken. Van de meiden die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap gebruikt 68% op dit moment de pil. Vijftien procent gebruikt uitsluitend condooms, en nog eens 15% gebruikt zowel de pil als condooms. Dit wil overigens niet zeggen dat ze deze beide bij elke geslachtsgemeenschap gebruiken, dit kunnen ook meiden zijn die een enkele keer een condoom gebruiken, bijvoorbeeld als ze de pil zijn vergeten. Andere middelen - zowel de 'nieuwe' als de pleisterpil en de Nuva-ring als de 'oude' als het koperspiraaltje en het pessarium - zijn nauwelijks in gebruik. Pilgebruik neemt tot het 19e jaar alleen maar toe en daarna iets af. Onder autochtone meiden is het pilgebruik hoger dan onder de (soms kleine) groepen allochtone meiden die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap.

64 Welke factoren hangen samen met het voorkomen van zwangerschap met de laatste partner? Tabel 4.6. Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op altijd anticonceptie gebruiken met laatste partner r aangepaste OR 95,0% CI gezinsklimaat.13 *** 1,83 ** 1,20-2,79 sociale integratie.04 * communicatie over seks met ouders en vrienden.04 * 0,66 * 0,48-0,91 kennis.10 *** informatie van school.06 *** informatie van gezondheidszorg en buurtwerk -.03 positieve houding ouders t.a.v. beschermingsgedrag.02 perceptie dat vrienden zich beschermen.13 *** 1,32 * 1,04-1,67 vreselijk vinden om nu zwanger te worden/maken.18 *** kinderwens -.29 *** 0,11 *** 0,05-0,25 inschatting kans op zwangerschap -.02 geanticipeerde spijt na seks zonder pil.24 *** 1,40 *** 1,19-1,65 permissieve opvattingen t.a.v. seks.08 *** interactiecompetentie.13 *** 2,75 *** 1,76-4,30 seksualiteitsbeleving -.04 * anticonceptiegebruik eerste keer.27 *** anticonceptie vooraf met partner besproken.12 *** 1,96 * 1,11-3,47 eerste ervaringen te vroeg -.08 *** eerste ervaringen te ver -.07 *** eerste ervaringen niet leuk -.09 *** 0,50 * 0,29-0,88 niet stapsgewijze carrière -.10 *** Nagelkerke R 2.26 a gecorrigeerd voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 In tabel 4.6 is te zien welke van de onderzochte factoren na controle voor demografische kenmerken en de andere factoren samenhangen met consequent anticonceptie gebruiken met de laatste partner. Weer wordt een verband gevonden met beschermingsgedrag bij de eerste geslachtsgemeenschap. Personen die bij de eerste keer een voorbehoedmiddel hebben gebruikt doen dit ook vaker consequent met de laatste partner. Daarnaast gebruiken personen die aangeven uit een warm gezin te komen, die denken dat vrienden zich goed beschermen, die denken dat ze veel spijt zouden hebben na onbeschermde geslachtsgemeenschap en die zeggen competenter te zijn, vaker altijd anticonceptie. Personen met een kinderwens gebruiken logischerwijs minder vaak altijd anticonceptie met de laatste partner. Dit geldt ook voor jongeren die de eerste keren dat ze iets nieuws deden op seksueel gebied minder positief evalueren en voor jongeren die vaker met de ouders of vrienden over seks praten.

65 Hoeveel jongeren gebruiken condooms bij geslachtsgemeenschap met de laatste partner? Tabel 4.7. Condoomgebruik bij geslachtsgemeenschap met de laatste partner (%) jongen meisje n alleen alleen altijd soms begin nooit altijd soms begin nooit jaar jaar jaar jaar Nederlands of Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans laag opgeleid hoog opgeleid eenmalig contact losse partner vaste partner, niet monogaam vaste partner, niet erg verliefd vaste partner, erg verliefd totaal = significant lager gegeven het percentage in de rest van de groep = significant hoger gegeven het percentage in de rest van de groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes Tabel 4.8. Regressie van demografische variabelen op altijd condooms gebruiken met de laatste partner OR (95% CI) jongen (ref) 1,00 meisje 0,50 *** 0,41-0,61 leeftijd 0,78 *** 0,76-0,81 Nederlands 0,88 0,68-1,14 Marokkaans 1,13 0,57-2,22 Turks 1,74 * 1,04-2,90 Surinaams 1,15 0,70-1,88 Antilliaans 0,60 0,31-1,19 laag opgeleid (ref) 1,00 hoog opgeleid 1,09 0,89-1,34 Nagelkerke R 2.15 * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

66 48 Ongeveer een kwart van de jongens en meisjes gebruikt nooit een condoom met laatste partner. Daarnaast gebruikte 25% van de jongens en 35% van de meisjes alleen aan het begin van de relatie condooms. Van deze groep deed 50% dit om zowel zwangerschap als soa/hiv te voorkomen, 23% alleen ter preventie van zwangerschap en 20% alleen om soa/hiv te voorkomen. Slechts een-derde van de jongens en minder dan een vijfde van de meisjes gebruikt altijd een condoom bij laatste partner. Driekwart van deze groep doet dit zowel ter voorkoming van zwangerschap als van soa/hiv, 19% doet dit uitsluitend ter preventie van zwangerschap en slechts 5% puur ter preventie van soa/hiv. De groep die soms een condoom gebruikte met de laatste partner, doet dit meestal ter preventie van zwangerschap, bijvoorbeeld wanneer de pil vergeten is. In de jongste leeftijdsgroepen wordt vaker altijd een condoom gebruikt, in de oudste leeftijdsgroep wordt vaker nooit of alleen in het begin van de relatie een condoom gebruikt. Nederlandse jongens gebruiken vaker alleen in het begin van de relatie condooms. Jongens met een Marokkaanse, Turkse of Surinaamse achtergrond doen dit vaker altijd. In de regressie vallen deze verschillen naar etniciteit grotendeels weg. Alleen een Turkse achtergrond hangt dan nog positief samen met consequent condoomgebruik. In vaste, monogame relaties met een partner op wie men erg verliefd is, worden condooms slechts door 25% van de jongens en 15% van de meisjes consequent gebruikt. Hier kiest men er veel vaker voor om alleen in het begin van de relatie condooms te gebruiken. Van de jongeren die in het begin van de relatie wel condooms gebruikten, doet het merendeel dit 3 maanden of langer (56%). Negenentwintig procent van de jongeren die in het begin condooms gebruiken doet dit gedurende 1 tot 3 maanden, 13% gedurende 1 tot 4 weken en 2% stopte binnen een week al met condoomgebruik. Van de jongeren die na een tijdje stopten met condoomgebruik besprak ruim driekwart dit vooraf met de partner. Vrijwel altijd waren beide partners het er dan over eens om met condooms te stoppen. In tabel 4.7 staan de motieven die jongeren hebben om te stoppen met condoomgebruik weergegeven. Tabel 4.9. Motieven voor het stoppen met condooms in een relatie (%) jongen meisje Niet over gehad, geen bewuste keuze 8 8 Met een condoom is het minder lekker Gebruiken al andere anticonceptie De ander wilde geen condooms meer gebruiken 11 6 We wilden een kind 2 5 We hebben een lange relatie en vertrouwen elkaar We hebben ons laten testen, geen hiv of soa n = significant hoger percentage dan de andere sekse Voor zowel jongens als meisjes is de duur van de relatie en het vertrouwen in elkaar het meest genoemde motief om met condooms te stoppen: tweederde noemt deze reden. Jongens zeggen daarnaast even vaak dat seks met een condoom minder lekker is. Voor meisjes is dit ook de op één na belangrijkste reden, maar de groep meisjes die deze reden noemt is minder groot (46%). De derde motivatie is voor beide seksen dat er al andere anticonceptie werd gebruikt: 55% van de jongens en 41% van de meisjes geeft dit als motivatie om met condooms te stoppen.

67 Welke factoren hangen samen met condoomgebruik bij geslachtsgemeenschap met de laatste partner? Tabel Regressie op altijd condooms gebruiken met de laatste partner r aangepaste OR 95,0% CI gezinsklimaat.01 sociale integratie.06 ** communicatie over seks met ouders en vrienden.03 kennis -.18 *** informatie van school.05 * informatie van gezondheidszorg en buurtwerk.01 positieve houding ouders t.a.v. beschermingsgedrag.16 *** 1,24 ** 1,08-1,42 perceptie dat vrienden zich beschermen.28 *** 1,26 * 1,04-1,52 condoom geen negatieve gevolgen voor kwaliteit van de seks.28 *** 1,58 *** 1,35-1,86 condoom geen negatieve gevolgen voor relatie of reputatie.03 condoomgebruik met nieuwe partner belangrijk vinden.09 *** condoomgebruik met vaste partner belangrijk vinden.49 *** 2,46 *** 2,08-2,91 condooms kunnen kopen en bij zich dragen.06 ** condooms kunnen gebruiken in verschillende situaties.10 *** 1,74 *** 1,35-2,24 inschatten kans op soa/hiv.27 *** 1,41 *** 1,23-1,62 oplopen soa/hiv vreselijk vinden.04 geanticipeerde spijt na seks zonder condoom -.02 condoomgebruik eerste keer.23 *** 2,87 *** 1,85-4,46 condooms vooraf met partner besproken.08 *** seksfrequentie met laatste partner -.45 *** 0,63 *** 0,59-0,67 positieve attitude t.a.v. seks -.13 *** 0,61 ** 0,45-0,83 interactiecompetentie -.19 *** positief seksueel zelfbeeld -.13 *** Nagelkerke R 2.60 a gecorrigeerd voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 In tabel is weergegeven welke cognitieve, psychosociale en gedragsfactoren samenhangen met consequent condoomgebruik bij geslachtsgemeenschap met de laatste sekspartner. Vooral cognitieve en gedragsmatige factoren uit het ASE-model blijken hier van belang: positieve sociale normen van zowel ouders als vrienden, positieve beliefs en attitudes ten aanzien van condoomgebruik en een hoge risicoperceptie hangen allemaal samen met een grotere kans om altijd een condoom te gebruiken. Daarnaast blijkt dat wanneer men bij de eerste geslachtsgemeenschap een condoom gebruikte, de kans groter is dat men dit bij de laatste sekspartner ook consequent doet. Hoe vaker men seks heeft met dezelfde partner, hoe kleiner de kans dat hierbij altijd een condoom wordt gebruikt. Een positieve attitude ten aanzien van seks een positieve houding ten aanzien van seks in zowel vaste als losse relaties, homoseksualiteit en seksuele gelijkheid van mannen en vrouwen hangt samen met minder consequent condoomgebruik.

68 Hoeveel jongens en meisjes gebruiken condooms bij pijpen en anale seks? Tabel Condoomgebruik bij pijpen en anale seks (%) condoomgebruik bij pijpen condoomgebruik bij anale seks jongens meisjes jongens meisjes altijd soms alleen in het begin van de relatie nooit altijd met een losse partner altijd met een vaste partner n bovenste deel tabel = significant hoger percentage dan de andere sekse onderste deel tabel = significant hoger percentage dan met vaste partners Ruim driekwart van de jongens en meisjes die wel eens gepijpt hebben met de laatste partner gebruikt hierbij nooit een condoom. Ongeveer 1 op de 10 gebruikte hierbij altijd een condoom. Condoomgebruik bij anale seks is onder meisjes lager dan onder jongens. Van de meisjes die anale seks hebben met de laatste partner gebruikt bijna driekwart hierbij nooit een condoom. Bij de jongens is dit iets meer dan de helft. Negenentwintig procent van de jongens en 18% van de meisjes die anale seks hebben met de laatste partner doet dit altijd met condoom. Door jongens en meisjes wordt - zowel bij pijpen als bij anale seks - met losse partners vaker altijd een condoom gebruikt. Bij jongens kunnen de partners bij pijpen en anale seks zowel jongens als meisjes zijn. Voor het verschil in condoomgebruik naar geslacht van de partner wordt verwezen naar hoofdstuk Is er iets veranderd in pil- en condoomgebruik sinds 1995? Tabel Veranderingen in pil- en condoomgebruik bij de eerste geslachtsgemeenschap 1995 (%) 2005 (%) OR a niets gebruikt ,70 * condoom ,65 *** pil ,65 *** pil en condoom ,00 *** n a = gecorrigeerd voor leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

69 51 Net als in eerdere tabellen die betrekking hebben op vergelijkingen met 1995 van de schoolse steekproef, worden hier ongewogen percentages gepresenteerd. De OR laat zien of deze percentages van elkaar verschillen na controle voor de demografische variabelen waarop de steekproeven van 1995 en 2005 verschillen. We zien in 10 jaar tijd bij de schoolse jeugd een sterke verbetering in het anticonceptiegebruik bij de eerste geslachtsgemeenschap. Het percentage dat aan double Dutch doet stijgt van 24% naar 37%. Deze stijging is zowel toe te schrijven aan hoger pil- als hoger condoomgebruik. Het aantal jongeren dat bij de eerste keer helemaal niets doet om zwangerschap te voorkomen is iets gedaald van 15 naar 11%. Tabel Veranderingen in pil- en condoomgebruik met de laatste sekspartner 1995 (%) 2005 (%) OR a pil gebruikt ,30 * altijd condoom gebruikt ,30 * soms condoom gebruikt ,19 nooit condoom gebruikt ,55 *** n a = gecorrigeerd voor leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Het deel van de schoolse jeugd dat soms of altijd de pil gebruikte met de laatste sekspartner is iets gestegen van 68% in 1995 naar 72% in In vergelijking met het pilgebruik bij de eerste keer is deze stijging veel geringer. Condoomgebruik met de laatste partner is toegenomen. In 1995 gebruikte nog 27% van de schoolse jeugd nooit een condoom met de laatste partner, nu is dit nog maar 17%.

70 Hoeveel jongeren hebben zich in het afgelopen jaar laten testen op hiv of andere soa? Tabel Testen op hiv/soa in afgelopen jaar (%) soa-test in afgelopen jaar hiv-test in afgelopen jaar n jongen meisje jongen meisje jaar 100 7,2 3,2 8,8 0, jaar 428 3,3 8,5 6,1 10, jaar ,1 13,3 8,4 9, jaar ,1 15,8 8,7 12,8 r.02*.09** ns.08** Nederlands of Westers ,6 12,5 7,9 10,2 Marokkaans 72 8,0 9,5 5,9 14,3 Turks 91 6,6 0,0 8,3 0,0 Surinaams ,7 35,0 7,7 26,3 Antilliaans ,2 25,0 17,1 24,7 laag opgeleid ,6 13,8 9,0 13,4 hoog opgeleid 813 9,7 12,4 5,9 6,5 totaal 9,0 13,3 8,2 11,0 = significant lager gegeven het percentage in de rest van de groep = significant hoger gegeven het percentage in de rest van de groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel Regressie van demografische variabelen op laten testen op hiv/soa op soa laten testen op hiv laten testen OR (95% CI) OR (95% CI) jongen (ref) 1,00 1,00 meisje 1,56 ** 1,20-2,01 1,42 * 1,08-1, jaar 0,72 0,38-1,36 0,72 0,39-1, jaar 0,66 * 0,46-0,96 0,97 0,69-1, jaar 1,37 * 1,03-1,81 1,06 0,80-1, jaar 1,54 ** 1,17-2,02 1,35 * 1,03-1,77 Nederlands 0,81 0,52-1,25 0,72 0,51-1,03 Marokkaans 0,31 0,06-1,68 0,60 0,19-1,89 Turks 0,48 0,18-1,26 0,60 0,27-1,36 Surinaams 1,93 * 1,02-3,67 1,42 0,76-2,65 Antilliaans 2,66 ** 1,36-5,20 2,32 ** 1,23-4,36 laag opgeleid (ref) 1,00 1,00 hoog opgeleid 0,96 0,73-1,25.51 *** 0,37-0,70 Nagelkerke R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

71 53 Aan jongeren die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap en/of anale seks is de vraag gesteld of ze zich het afgelopen jaar hebben laten testen op soa en op hiv. Van deze groep hebben meisjes zich iets vaker laten testen dan jongens. Negen procent van de jongens en 13 % van de meisjes heeft zich op soa laten testen en respectievelijk 8en 11% op hiv. In de oudere leeftijdsgroepen laten jongeren zich vaker testen op hiv en (met name) andere soa, maar de gevonden verschillen zijn klein. Surinaamse en Antilliaanse meiden laten zich vaker testen, zowel op hiv als op andere soa. Laag opgeleide meiden laten zich vaker op hiv testen dan hoog opgeleide meiden. 4.9 Hoeveel jongeren hebben ervaring met soa/hiv, ongeplande zwangerschap en abortus? Tabel Ervaring met hiv/soa, ongeplande zwangerschap en abortus in afgelopen jaar (%) positief getest op soa positief getest op hiv ervaring met zwangerschap abortus gehad n jongen meisje jongen meisje jongen meisje meisje jaar ,2 0,0 0,0 0,0 0,4 0,4 0, jaar ,4 0,8 0,0 0,1 1,7 2,4 1, jaar ,9 2,2 0,1 0,0 1,4 4,3 1,4 Nederlands of Westers ,5 1,0 0,0 0,0 0,9 2,5 0,9 Marokkaans 330 0,0 0,0 0,0 0,0 3,7 1,5 1,5 Turks 251 0,9 0,0 0,9 0,0 2,5 0,0 0,0 Surinaams 280 0,0 3,4 0,0 0,0 3,0 5,0 1,6 Antilliaans 192 3,0 5,1 0,0 0,0 8,8 8,0 4,8 laag opgeleid ,4 1,3 0,0 0,1 1,8 3,9 1,5 hoog opgeleid ,8 0,9 0,1 0,0 0,5 0,7 0,3 totaal 0,6 1,2 0,0 0,0 1,3 2,7 1,0 = significant lager gegeven het percentage in de rest van de groep = significant hoger gegeven het percentage in de rest van de groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes

72 54 Tabel Regressie van demografische variabelen op ervaring met soa, ongeplande zwangerschap en abortus positief getest op soa zwanger geweest / iemand zwanger gemaakt ervaring met abortus OR (95% CI) OR (95% CI) OR (95% CI) jongen (ref) 1,00 1,00 meisje 1,91 0, ,06 ** 1,32-3, jaar 0,21 * 0,05-0,79 0,29 *** 0,15-0,58 0,26 0,06-1, jaar 1,39 0,64-2,98 1,48 0,98-2,22 1,82 0,79-4, jaar 3,45 ** 1,67-7,15 2,31 *** 1,55-3,46 2,15 0,93-4,96 Nederlands 7,44-0,62 * 0,40-0,96 7,75 - Marokkaans 0,00-1,19 0,47-3,00 19,60 - Turks 6,56-0,34 0,09-1,24 0,00 - Surinaams 18,92-1,82 0,87-3,81 18,78 - Antilliaans 46,78-2,30 * 1,04-5,10 29,75 - laag opgeleid (ref) 1,00 1,00 1,00 hoog opgeleid 1,02 0,53-1,97 0,19 *** 0,10-0,38 0,22 * 0,06-0,79 Nagelkerke R = 95% CI loopt van 0 tot oneindig. * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Bij 6 op de 1000 jongens en 12 op de 1000 van de meisjes is het afgelopen jaar een soa geconstateerd. Slechts een enkeling is het afgelopen jaar seropositief bevonden. Zevenentwintig op de 1000 meisjes is het afgelopen jaar zwanger geweest, zonder dat dit de bedoeling was. Bij meisjes van 15 tot en met 19 jaar is dit 24 per 1000 meisjes, iets meer dan uit de Landelijke Abortus Registratie naar voren komt (12,8 per 1000). Deze landelijke cijfers zijn berekend op grond van abortuscijfers en geboortes onder tienermeiden. Het verschil met de huidige cijfers zou verklaard kunnen worden doordat hierin ook miskramen verwerkt zijn of wellicht vermoedens van zwangerschap die later ongegrond bleken te zijn. Minder jongens dan meisje hebben in het afgelopen jaar te maken gehad met zwangerschap: 13 op de 1000 jongens heeft iemand zwanger gemaakt. Hierbij dient opgemerkt te worden dat jongens niet altijd op de hoogte zijn van een zwangerschap, dus dat het werkelijke percentage voor hen hoger zal liggen. Tien op de 1000 meisjes heeft het afgelopen jaar een abortus gehad. Bij de meisjes van 15 tot en met 19 is dit 12 op de Ook dit cijfer is iets hoger dan in de Landelijke Abortus Registratie (8,2 per 1000). Mogelijk zijn bij het huidige onderzoek ook miskramen aangemerkt als abortus of rapporteren meisjes ook abortussen die langer dan een jaar geleden hebben plaatsgevonden. Bij de 12- tot 14-jarigen liggen de percentages voor alle beschreven risico s relatief laag. Meisjes in de hoogste leeftijdsgroep hebben relatief vaak ervaring met soa en ongeplande zwangerschap. Ook hebben laag opgeleide jongens en meiden meer ervaring met ongeplande zwangerschap en abortus dan hoog opgeleide meiden. Het zijn vooral de Antilliaanse jongens en meiden die het afgelopen jaar een soa hadden, ongepland zwanger waren of een abortus hebben meegemaakt. Wat betreft ervaring met zwangerschap scoren ook Surinaamse meiden hoog. In de regressie worden na controle voor geslacht, leeftijd en opleidingsniveau alleen bij ervaring met zwangerschap nog significante verschillen naar etniciteit gevonden.

73 Hangt anticonceptie en condoomgebruik met de laatste partner samen met ervaring met hiv/soa en ongeplande zwangerschap? Tabel Samenhang beschermingsgedrag met ervaring met hiv/soa, ongeplande zwangerschap en abortus (%) positief getest positief getest ongepland n op soa op hiv zwanger abortus gehad niet altijd anticonceptie 470 2,6 0,0 9,3 3,6 altijd anticonceptie ,2 0,1 2,4 1,4 altijd condooms 623 1,3 0,2 2,6 1,6 soms condooms 434 2,8 0,0 4,6 2,6 condooms in begin van relatie 738 1,2 0,0 4,1 2,2 nooit condooms 580 1,2 0,0 3,8 0,9 = significant lager gegeven het percentage in de rest van de groep = significant hoger gegeven het percentage in de rest van de groep Jongeren die met de laatste partner niet altijd iets deden om zwangerschap te voorkomen, hebben in het afgelopen jaar vaker te maken gehad met soa, ongeplande zwangerschap en abortus dan jongeren die dit wel consequent deden. Jongeren die soms condooms gebruikten met de laatste partner hebben het meest te maken gehad met soa in het afgelopen jaar.

74

75 57 5. OVERHALEN EN DWINGEN Seksuele ervaringen vinden niet altijd plaats met wederzijdse instemming. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoeveel jongeren ervaring hebben met overhalen en dwingen. Allereerst wordt ingegaan op de mate van overhalen en dwang bij de eerste geslachtsgemeenschap of anale seks. Vervolgens wordt beschreven in hoeverre jongeren in hun hele leven te maken hebben gehad met dwingen en gedwongen worden tot seksuele handelingen. Tenslotte wordt ingegaan op de mate waarin men door de laatste partner werd overgehaald tot seks en de mate waarin men de partner zelf overhaalde. Bij alle beschreven vormen van dwang wordt gekeken naar verschillen tussen jongens en meisjes, leeftijdsgroepen, etnische groepen en groepen met een verschillend opleidingsniveau. Bij ervaringen met dwang gedurende het hele leven en bij de eerste geslachtsgemeenschap wordt ook gekeken naar samenhangen met psychosociale, cognitieve en gedragsmatige factoren. 5.1 Hoeveel jongens en meiden hebben ervaring met overhalen en dwingen bij de eerste geslachtsgemeenschap en anale seks? Tabel 5.1. Dwang of overhalen bij de eerste geslachtsgemeenschap of anale seks (%) geslachtsgemeenschap anale seks jongen meisje jongen meisje ik werd door de ander gedwongen 0,2 1,8 1,3 1,7 ik werd door de ander overgehaald 4,0 11,9 8,4 29,7 we wilden dit allebei even graag 92,6 85,6 72,3 66,0 ik heb de ander overgehaald 3,1 0,7 17,1 2,6 ik heb de ander gedwongen 0,0 0,0 1,0 0,0 n Met betrekking tot de eerste geslachtsgemeenschap en anale seks is gevraagd of beide partners dit even graag wilden, of dat één van beiden de ander heeft overgehaald of gedwongen. Meisjes worden zowel bij de eerste geslachtsgemeenschap als bij de eerste anale seks veel vaker overgehaald of gedwongen dan jongens. Van de jongens geeft 0,2% aan bij de eerste geslachtsgemeenschap te zijn gedwongen en 4% zegt de eerste keer te zijn overgehaald. Bij de meisjes is dit respectievelijk 1,8% en 11,9%. Anale seks wordt de eerste keer aanzienlijk minder vaak door beide partners even graag gewild. Van de jongens werd 1,3% bij de eerste anale seks gedwongen en 8,4% werd hiertoe overgehaald. Helaas is het geslacht van de partner hier onbekend. Bij de meisjes was de eerste anale seks voor 1,6% gedwongen en 29,7% werd hiertoe overgehaald. De volgende analyses beperken zich tot overhalen en dwang bij de eerste geslachtsgemeenschap. Omdat de groep die hier echt toe gedwongen is te klein is om ook nog eens op te splitsen naar leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau, zijn dwang en overhalen voor deze analyses bij elkaar gevoegd. Omdat het overgrote deel van deze ervaringen betrekking heeft op 'overhalen', zullen we hier deze term gebruiken.

76 58 Tabel 5.2. Overgehaald worden bij de eerste geslachtsgemeenschap (%) n jongen meisje eerste keer 13 of jonger 188 7,7 32,4 eerste keer 14 of ,6 15,6 eerste keer 16 of ,3 9,6 eerste keer 18 of ouder 629 3,2 13,5 Nederlands of Westers ,5 12,7 Marokkaans 70 11,5 15,8 Turks 90 8,5 19,4 Surinaams 143 8,2 25,6 Antilliaans ,0 23,2 laag opgeleid ,1 15,6 hoog opgeleid 832 2,7 9,2 totaal 4,3 13,7 = relatief hoog, gegeven het percentage in de totale groep = relatief laag, gegeven het percentage in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes Tabel 5.3. Regressie van demografische variabelen op overgehaald worden bij de eerste geslachtsgemeenschap OR 95% CI jongen (ref) 1,00 meisje 4,14 *** 2,95-5,81 eerste keer 13 of jonger 1,94 *** 1,40-2,70 eerste keer 14 of 15 0,97 0,77-1,22 eerste keer 16 of 17 0,65 *** 0,51-0,82 eerste keer 18 of ouder 0,82 0,63-1,07 Nederlands of Westers 0,61 ** 0,43-0,86 Marokkaans 0,86 0,30-2,45 Turks 1,23 0,63-2,40 Surinaams 1,21 0,66-2,22 Antilliaans 1,44 0,73-2,85 laag opgeleid (ref) 1,00 hoog opgeleid 0,64 ** 0,46-0,89 Nagelkerke R 2.10 * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

77 59 Tabel 5.2. en 5.3. laten zien dat meisjes veel vaker overgehaald worden tot de eerste geslachtsgemeenschap dan jongens. Als de eerste geslachtsgemeenschap met 13 jaar of eerder plaatsvindt, is de kans dat iemand hiertoe wordt overgehaald voor zowel jongens als meisjes groter. Eén op de drie meisjes die het op deze leeftijd voor het eerst deed werd hiertoe overgehaald of gedwongen. Bij jongens in deze leeftijdsgroep is dit één op de 13. Bij meisjes is het percentage dat wordt overgehaald het laagst bij de groep van wie de eerste geslachtsgemeenschap met 16 of 17 jaar plaatsvond. Laag opgeleide meisjes worden vaker overgehaald tot de eerste geslachtsgemeenschap dan hun hoger opgeleide seksegenoten. Autochtone jongens en meisjes worden minder vaak overgehaald tot de eerste geslachtsgemeenschap dan allochtone jongens en meisjes. Marokkaanse jongens en Surinaamse en Antilliaanse meisjes worden relatief vaak overgehaald. Na controle voor leeftijd, geslacht en opleidingsniveau verschillen alleen Nederlandse jongeren significant van de rest Welke factoren hangen samen met overgehaald worden bij de eerste geslachtsgemeenschap? Tabel 5.4. Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op overgehaald worden bij de eerste geslachtsgemeenschap r aangepaste OR 95,0% CI gezinsklimaat -.09 *** sociale integratie -.14 *** 0,64 *** 0,54-0,76 communicatie over seks met de ouders en vrienden -.01 kennis.01 informatie van school.02 informatie van gezondheidszorg en buurtwerk.03 media exposure -.04 * flirten via sms en internet -.04 * daten via internet.02 genderconservativiteit.08 *** goedkeuren dat meisjes niet laten merken dat ze seks willen.05 ** interactiecompetentie -.14 *** 0,57 *** 0,43-0,75 relatiegerichte motivatie -.01 opwindingsgerichte motivatie -.10 *** positief seksueel zelfbeeld -.13 *** 0,68 * 0,49-0,94 leeftijdsverschil met partner.13 *** 1,07 ** 1,02-1,12 carrièretype.07 ** Nagelkerke R 2.16 a gecorrigeerd voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

78 60 Tabel 5.4. toont welke factoren los van elkaar en in samenhang met elkaar samenhangen met overgehaald zijn bij de eerste geslachtsgemeenschap. Jongeren die beter sociaal geïntegreerd zijn of waren tijdens de middelbare schooltijd en die zeggen competenter te zijn in de interactie met de laatste partner zijn bij de eerste geslachtsgemeenschap minder vaak overgehaald. Dit geldt ook voor jongeren met een positief seksueel zelfbeeld: dit zijn jongeren die minder schuld- en schaamtegevoelens hebben ten aanzien van seksualiteit, die meer gericht zijn op seks en die het eigen lichaam positiever waarderen. Deze factoren kunnen net zo goed gevolg als oorzaak zijn van het overgehaald worden bij de eerste keer. Daarnaast is het zo dat naarmate de eerste partner vergeleken met de respondent ouder was, de respondent vaker door de partner werd overgehaald. 5.3 Hoeveel jongens en meiden zijn ooit gedwongen tot seksuele handelingen? De vraag die hier gesteld is, luidt: Heeft iemand je wel eens gedwongen om seksuele dingen te doen of toe te staan die je eigenlijk niet wilde?. Deze vraag heeft dus niet uitsluitend betrekking op gedwongen geslachtsgemeenschap. Een gedwongen tongzoen zou hier ook al onder kunnen vallen, of ooit gedwongen zijn om iemand af te trekken of zich te laten vingeren. Wel gaat het hier uitsluitend om dwang, niet om overhalen. Tabel 5.5. Ooit en voor het 12e jaar gedwongen zijn tot seks (%) ervaring met slachtoffer seksuele dwang ooit slachtofferschap voor het 12e jaar n jongen meisje jongen meisje jaar 970 3,7 6,7 1,1 1, jaar ,9 18,1 0,2 2, jaar ,3 19,7 0,5 2, jaar ,6 24,7 1,1 2,9 Nederlands of Westers ,5 18,2 0,7 2,3 Marokkaans 291 8,9 6,6 2,7 0,6 Turks ,5 12,7 0,0 0,8 Surinaams 256 7,5 19,5 1,1 2,4 Antilliaans 176 6,3 25,2 1,6 3,5 laag opgeleid a ,4 21,0 0,9 2,3 hoog opgeleid b ,1 13,0 0,5 2,2 totaal 4,2 17,8 0,7 2,3 = relatief hoog, gegeven het percentage in de totale groep = relatief laag, gegeven het percentage in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes

79 61 Tabel 5.6. Regressie van demografische variabelen op ooit gedwongen zijn jongen meisje OR 95% CI OR 95% CI leeftijd 1,05 0,98-1,11 1,12 *** 1,09 Nederlands 0,49 ** 0,31-0,75 1,27 0,95-1,70 Marokkaans 1,39 0,62-3,13 0,68 0,31-1,52 Turks 1,11 0,51-2,42 1,03 0,56-1,89 Surinaams 1,18 0,49-2,85 1,02 0,55-1,89 Antilliaans 0,78 0,24-2,56 1,08 0,54-2,20 laag opgeleid 1,00 1,00 hoog opgeleid 0,39 ** 0,23-0,69 0,55 *** 0,44 Nagelkerke R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Ongeveer 1 op de 5 à 6 meisjes (17,8%) is wel eens gedwongen tot seksuele handelingen. Ditzelfde geldt voor ongeveer 1 op de 25 jongens. Drieëntwintig van de 1000 meisjes en 7 op de 1000 jongens hebben ervaringen met seksuele dwang voor het 12e jaar. Naarmate men ouder is, is de kans dat men wel eens gedwongen is tot seksuele handelingen logischerwijs groter. Laag opgeleide jongens en meisjes zijn vaker ooit gedwongen tot seksuele handelingen dan hoog opgeleiden. De samenhang tussen etnische achtergrond en ervaringen met dwang bleek voor jongens en meisjes verschillend te zijn. De logistische regressie werd daarom voor jongens en meisjes apart uitgevoerd. Bij de meisjes wordt na controle voor leeftijd en opleidingsniveau geen samenhang met etnische achtergrond gevonden. Nederlandse jongens hebben vergeleken met de totale groep relatief weinig ervaring met ooit gedwongen zijn. Tabel 5.7. Ervaring met betaalde seks en rol van overhalen of dwang hierbij (%) jongen meisje dit was mijn eigen idee iemand anders kwam met het idee, maar ik vond het zelf ook leuk iemand anders heeft mij hiertoe overgehaald of gedwongen n = significant hoger percentage dan andere sekse In hoofdstuk 3 kwam al aan de orde dat 2% van de jongens en 1% van de meisjes wel eens geld of een andere beloning heeft gekregen voor seks. Betaalde seks kan een eigen keuze zijn, maar ook onder druk of dwang gebeuren. In totaal zijn 4 op de 1000 jongens en 8 op de 1000 meisjes wel eens gedwongen of overgehaald tot betaalde seks. Van de meisjes die wel eens geld of een andere beloning ontvingen werd 57% hiertoe overgehaald of gedwongen en 14% was zelf op het idee gekomen. Van de jongens was 30% zelf op het idee gekomen en bij 53% kwam iemand anders met het idee, maar werd het wel leuk gevonden. Bij een minderheid van de jongens (17%) vond de betaalde seks onder dwang plaats.

80 Welke factoren hangen samen met ooit gedwongen zijn tot seksuele handelingen? Tabel 5.8. Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op ooit gedwongen zijn aangepaste r OR a 95,0% CI gezinsklimaat -.11 *** 0,57 ** 0,45-0,71 sociale integratie -.14 *** 0,73 *** 0,64-0,83 communicatie over seks met de ouders en vrienden.13 *** 1,33 ** 1,13-1,56 kennis.09 *** informatie van school.00 informatie van gezondheidszorg en buurtwerk.06 *** media exposure.02 flirten via sms en internet.04 ** daten via internet.07 *** 1,53 ** 1,18-1,99 genderconservativiteit.01 goedkeuren dat meisjes niet laten merken dat ze seks willen.06 *** interactiecompetentie -.09 *** 0,69 *** 0,57-0,83 relatiegerichte motivatie.04 ** opwindingsgerichte motivatie.01 positief seksueel zelfbeeld.00 Nagelkerke R 2.19 a = gecorrigeerd voor sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Ooit gedwongen zijn tot seksuele handelingen hangt samen met een minder warm gezinsklimaat, een minder goede sociale integratie tijdens de middelbare schooltijd, een lagere interactiecompetentie, vaker praten met ouders en vrienden over seksualiteit en vaker daten via het internet. Causaliteit kan uit deze verbanden niet worden afgeleid. Een lagere interactiecompetentie of een minder goede sociale integratie kan ervoor zorgen dat iemand meer risico loopt op ervaringen met seksuele dwang. Het kan echter ook zo zijn dat een ervaring met seksuele dwang iemand minder competent of minder goed sociaal geïntegreerd maakt. Een warm gezin lijkt een beschermende factor te vormen tegen gedwongen seksuele ervaringen.

81 Hoeveel jongeren hebben ooit iemand gedwongen tot seksuele handelingen? Tabel 5.9. Ooit iemand gedwongen hebben tot seks (%) jongen meisje jaar 970 3,3 0, jaar ,4 1, jaar ,5 2, jaar ,1 1,1 Nederlands of Westers ,2 1,3 Marokkaans ,7 2,2 Turks ,7 0,0 Surinaams 256 7,8 0,6 Antilliaans 176 8,1 3,5 laag opgeleid ,3 1,6 hoog opgeleid ,9 0,8 totaal 4,3 1,3 = relatief hoog, gegeven het percentage in de totale groep = relatief laag, gegeven het percentage in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes Tabel Regressie van demografische variabelen op ooit gedwongen hebben (%) OR 95% CI jongen 1,00 meisje 0,29 *** 0,19-0, jaar 0,72 0,49-1, jaar 0,89 0,63-1, jaar 1,53 ** 1,14-2, jaar 1,02 0,74-1,41 Nederlands of Westers 0,43 *** 0,30-0,62 Marokkaans 1,88 * 1,00-3,54 Turks 0,94 0,47-1,88 Surinaams 0,91 0,42-1,97 Antilliaans 1,14 0,49-2,64 laag opgeleid 1,00 hoog opgeleid 0,60 * 0,39-0,92 Nagelkerke R2.08 * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Wat het iemand anders dwingen tot seksuele handelingen betreft blijven de meisjes zoals valt te verwachten achter bij de jongens: jongens hebben hier een drie tot vier keer zo grote kans op. Onder 18- tot en met 20-jarigen is de groep die wel eens iemand heeft gedwongen tot seks het grootst. Na controle voor andere demografische variabelen hebben Nederlandse jongeren een kleinere en Marokkaanse jongeren een grotere kans om seksueel dwingend gedrag te vertonen. Laag opgeleide jongeren hanteren vaker dwang dan hoog opgeleide jongeren.

82 Welke factoren hangen samen met ooit iemand gedwongen hebben tot seks? Tabel Regressie van psychosociale en gedragsfactoren op ooit gedwongen hebben bij jongens r aangepaste OR 95,0% CI gezinsklimaat -.08 *** 0,59 * 0,36-0,98 sociale integratie -.06 ** communicatie over seks met de ouders en vrienden.03 kennis -.07 ** informatie van school.03 informatie van gezondheidszorg en buurtwerk.03 media exposure.08 *** flirten via sms en internet.03 daten via internet.17 *** genderconservativiteit.06 * goedkeuren dat jongens dwang uitoefenen om seks te krijgen.17 *** 1,73 *** 1,28-2,34 interactiecompetentie -.13 *** 0,47 *** 0,32-0,69 relatiegerichte motivatie -.01 opwindingsgerichte motivatie -.01 seksuele schuld en schaamte.03 sterke gerichtheid op seks.08 *** 1,55 *** 1,15-2,10 positief lichaamsbeeld.00 Nagelkerke R 2.14 * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel 5.11 laat zien dat jongens die een warm klimaat in het gezin van herkomst rapporteren en die aangeven dat ze competenter zijn in de interactie met de laatste partner, minder vaak wel eens iemand gedwongen hebben tot seksuele handelingen. Het in orde vinden dat een jongen druk uitoefent op een meisje om seks te krijgen en een sterke gerichtheid op seks vergroten de kans op daderschap.

83 Hoeveel jongeren hebben ervaring met overhalen en overgehaald worden met de laatste partner? Tabel Overhalen in de relatie met de laatste partner (%) overgehaald worden laatste partner n door laatste partner overgehaald jongen meisje jongen meisje jaar jaar jaar jaar Nederlands of Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans laag opgeleid hoog opgeleid totaal = relatief hoog, gegeven het percentage in de totale groep = relatief laag, gegeven het percentage in de totale groep In de totaal rij hebben de en betrekking op verschillen tussen jongens en meisjes Tabel Regressie van demografische variabelen op overhalen met de laatste partner overgehaald worden ander overhalen jongens meisjes jongens OR 95% CI OR 95% CI OR 95% CI jaar 2,83 *** 1,82-4,40 1,08 0,71-1,64 1,74 * 1,13-2, jaar 0,70 0,43-1,13 0,84 0,63-1,12 0,55 ** 0,36-0, jaar 0,64 * 0,41-0,98 0,86 0,66-1,14 0,82 0,59-1, jaar 0,80 0,54-1,19 1,28 * 1,01-1,62 Nederlands of Westers 0,58 * 0,34-0,98 0,80 0,54-1,20 1,23 0,67-2,26 Marokkaans 2,37 0,99-5,63 1,99 0,78-5,07 1,05 0,31-3,60 Turks 0,95 0,34-2,64 1,72 0,80-3,70 1,86 0,73-4,71 Surinaams 1,60 0,63-4,06 0,63 0,26-1,52 3,68 ** 1,58-8,56 Antilliaans 0,48 0,10-2,18 0,43 0,14-1,37 0,56 0,12-2,59 laag opgeleid 1,00 1,00 1,00 hoog opgeleid 1,04 0,61-1,77 0,86 0,63-1,18 1,03 0,69-1,52 Nagelkerke R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

84 66 Bij overhalen met de laatste partner is dezelfde vraag gesteld als bij de eerste geslachtsgemeenschap. Een verschil is wel dat men hier vaker seks kan hebben gehad met dezelfde partner en in dat geval aangeeft of men in het algemeen overgehaald (of gedwongen) werd. Het gaat hier weer vooral om overhalen en veel minder om echt dwingen. Het kan hier gaan om partners met wie men geslachtsgemeenschap en/of anale seks heeft gehad, maar ook om de partner met wie men het meest vergaand heeft gevreeën (voor jongeren die nog geen ervaring hebben met geslachtsgemeenschap en/of anale seks). Leeftijd hangt voor jongens en meisjes op een andere manier samen met in het algemeen overgehaald worden door de laatste partner. Meisjes worden vaker overgehaald door de laatste partner, jongens halen de laatste partner vaker over. Jongens worden voornamelijk overgehaald door de laatste partner als ze tussen de 12 en 14 jaar zijn, meisjes worden in de relatie met de laatste partner juist relatief vaak overgehaald als ze ouder zijn dan 20. Dit is een opmerkelijk verschil met wat gevonden werd bij de eerste geslachtsgemeenschap. Daarnaast worden Nederlandse jongens relatief weinig overgehaald, vergeleken met de totale groep jongens. Met betrekking tot opleidingsniveau werden geen verschillen gevonden. Wat het overhalen van de partner betreft werden geen interactie-effecten met sekse gevonden. Omdat de groep meisjes die de partner over het algemeen overhaalt echter erg klein is en omdat bij de meisjes geen significante samenhangen met andere demografische variabelen werden gevonden, is de regressie alleen voor jongens uitgevoerd. In de jongste groep halen jongens de partner relatief vaak over, in de groep van 15 tot en met 17 relatief weinig. Onder Surinaamse jongens is de groep die de partner over het algemeen overhaalt om seks te hebben relatief groot.

85 67 6. SEKSUELE ORIËNTATIE Dit hoofdstuk gaat over homoseksuele, lesbische en biseksuele jongeren. Het blijft lastig om te bepalen wanneer iemand in deze groepen valt. Gaat het om verliefdheid op mensen van hetzelfde geslacht, om fantaseren, om seksuele contacten, om aantrekkingskracht, om het geslacht van degene met wie je een relatie hebt of zou willen hebben? In Seks onder je 25e zijn deze kenmerken van seksuele oriëntatie allemaal nagevraagd. In dit hoofdstuk zal ten eerste worden beschreven hoeveel jongens en meisjes dergelijke gevoelens hebben voor personen van het eigen geslacht en of er ook gevreeën wordt met mensen van het eigen geslacht. Ook wordt nagegaan hoe sterk deze afzonderlijke gevoelens en gedragingen met elkaar samenhangen. Vervolgens wordt bij de groep die zich aangetrokken voelt tot het eigen geslacht ingegaan op de openheid hierover: zijn er mensen op de hoogte van deze gevoelens, welke mensen dan en op welke leeftijd is dit voor het eerst aan iemand verteld? De samenhang met enkele demografische variabelen komt hier ook aan de orde. Dat openheid niet altijd even gemakkelijk is, heeft (onder andere) te maken met homonegativiteit in de omgeving. Beschreven wordt hoe leeftijdsgenoten denken over homoseksualiteit en of hierin een samenhang met verschillende demografische kenmerken te ontdekken is. Hierna wordt bekeken of homo- en biseksuele jongeren van heteroseksuele jongeren verschillen in ervaring met relaties, seksueel (risico)gedrag en ervaringen met dwang. Tenslotte wordt nagegaan welke factoren bij homojongeren met dergelijke ervaringen samenhangen. 6.1 Hoe vaak komen homoseksuele gevoelens en gedragingen voor onder jongeren? Tabel 6.1. Frequentieverdeling van verschillende maten van seksuele oriëntatie (%) jongens meisjes Verliefd kunnen alleen op andere geslacht 96,0 95,2 worden op eigen zowel op eigen als andere geslacht 1,9 3,0 geslacht alleen op eigen geslacht 1,1 0,6 dat weet ik niet 1,0 1,2 Fantaseren over heel vaak 1,0 0,8 het eigen geslacht vaak 1,5 1,1 soms 2,9 11,2 bijna nooit 4,9 13,8 nooit 89,8 73,0 Ervaring met nee, en dat wil ik ook niet 89,8 80,8 vrijen met iemand nee, maar ik zou dat wel eens willen proberen 5,7 13,1 van het eigen ja, één keer 1,8 3,8 geslacht ja, meer dan één keer 2,7 2,3

86 68 Tabel 6.1. Frequentieverdeling van verschillende maten van seksuele oriëntatie (%) (vervolg) jongens meisjes Vallen op eigen alleen op andere geslacht 95,1 92,8 geslacht vooral op andere geslacht 1,5 4,1 zowel op eigen als andere geslacht 0,1 0,5 vooral op eigen geslacht 0,6 0,3 alleen op eigen geslacht 1,3 0,5 weet ik nog niet 1,3 1,9 Geslacht partners laatste relatiepartner zelfde geslacht 2,1 1,4 laatste sekspartner zelfde geslacht 3,2 1,3 In tabel 6.1 is te zien dat in de representatieve steekproef 2,0% van de jongens en 1,3% van de meisjes zowel, vooral of uitsluitend valt op personen van het eigen geslacht. Van de jongens weet 1,3% nog niet op welk geslacht ze vallen, bij de meisjes is dit 1,9%. Meisjes geven iets vaker dan jongens aan dat ze zich tot beide seksen even sterk aangetrokken voelen. Voor 2,1% van de jongens en 1,4% van de meisjes was de laatste vaste vriend of vriendin van hetzelfde geslacht. Voor een ongeveer even grote groep meisjes was de laatste met wie ze seks hadden een meisje. Voor jongens komen sekspartners van hetzelfde geslacht iets vaker voor (3,2%) dan relatiepartners. Drie procent van de jongens en 3,6% van de meisjes zegt ook of uitsluitend verliefd te kunnen worden op seksegenoten. Een groter deel, respectievelijk 5,4% en 13,1%, fantaseert soms, vaak of heel vaak over personen van dezelfde sekse. Vier en een half procent van de jongens en 6,1% van de meisjes heeft wel eens met iemand van het eigen geslacht gevreeën en respectievelijk 5,7% en 13,1% heeft dit nog niet gedaan, maar zou dit wel eens willen proberen. Wanneer verder gekeken wordt dan alleen naar aantrekking of het geslacht van de partner, zijn onder meisjes dus meer homoseksuele gevoelens aanwezig dan onder jongens. Tabel 6.2. Percentages jongeren die bij homo- of biseksuele score op een maat voor seksuele oriëntatie ook homo- of biseksueel scoren op andere maten (%) Vallen op Relatiepartner Sekspartner Verliefd Fantasie Vrijen Jongens Ook of uitsluitend verliefd worden op eigen sekse Soms tot heel vaak fantaseren over eigen sekse Willen vrijen met eigen sekse of al ervaring Ook, vooral of uitsluitend vallen op eigen sekse Laatste relatiepartner eigen sekse Laatste sekspartner eigen sekse Meisjes Ook of uitsluitend verliefd worden op eigen sekse Soms tot heel vaak fantaseren over eigen sekse Willen vrijen met eigen sekse of al ervaring Ook, vooral of uitsluitend vallen op eigen sekse Laatste relatiepartner eigen sekse Laatste sekspartner eigen sekse

87 69 In tabel 6.2 is te zien in hoeverre de verschillende maten van seksuele oriëntatie met elkaar samenhangen. De tabel toont het percentage van de groep die op de rij-variabele een homoof biseksuele score heeft, dat ook op de kolom-variabele een homo- of biseksuele score heeft. Om een voorbeeld te geven: 75% van de jongens die ook of uitsluitend verliefd kunnen worden op jongens fantaseert soms tot heel vaak over jongens en 43% van de jongens die soms tot heel vaak over jongens fantaseren kunnen ook of uitsluitend verliefd worden op jongens. Wat direct opvalt is dat de samenhangen op vrijwel alle fronten voor meisjes zwakker zijn dan voor jongens. Vooral de verbanden tussen geslacht van de laatste relatie- of sekspartner enerzijds en fantaseren over of (willen) vrijen met iemand van hetzelfde geslacht anderzijds zijn zwak. Van de meiden die soms tot heel vaak fantaseren over meiden zegt slechts 8% (ook) op meiden te vallen en slechts 6% heeft de laatste keer seks gehad met een meisje. Van de meiden die zeggen wel eens te willen vrijen met een meisje of dit al eens te hebben gedaan, zegt slechts 6% (ook) op meiden te vallen. Bij de jongens zijn de gevonden samenhangen tussen (willen) vrijen met jongens en 'vallen op' jongens ook zwak, maar sterker dan bij meisjes. Vallen op het eigen geslacht blijkt het sterkst samen te hangen met de andere maten van seksuele oriëntatie. Wanneer iemand zegt (ook) op het eigen geslacht te vallen, kan hij of zij over het algemeen ook verliefd worden op personen van het eigen geslacht, fantaseert hij of zij ook wel over personen van het eigen geslacht en zou hij of zij met iemand van het eigen geslacht willen vrijen. Voor jongens geldt ook voor een meerderheid dat de laatste relatie- of sekspartner in dat geval een jongen was, voor meiden iets minder. Wanneer in dit hoofdstuk onderscheid wordt gemaakt tussen homo- en biseksuele personen en homoseksuele personen, zal het geslacht waarop men zegt te vallen dan ook als maat worden genomen. Degenen die aangeven evenveel, vooral of uitsluitend op het eigen geslacht te vallen worden gerekend tot de homo- en biseksuele groep. Tabel 6.3. Vallen op de eigen sekse naar sekse en leeftijd (%) (ook) vallen op eigen vallen op andere geslacht geslacht weet (nog) niet jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jaar 96,9 96,2 0,0 0,4 3,1 3, jaar 98,1 97,4 1,0 1,1 1,0 1, jaar 96,8 97,4 2,2 1,6 1,0 1, jaar 95,2 96,8 4,3 1,7 0,6 1,5 n Tabel 6.3 laat zien dat van de 12- tot en met 14-jarigen in de representatieve steekproef geen van de jongens en slechts 0,4% van de meisjes zegt te vallen op personen van hetzelfde geslacht. Op deze leeftijd zegt 96,9% van de jongens en 96,2% van de meisjes dat ze op personen van het andere geslacht vallen. Van de jongens zegt 1% van de 15- tot en met 17- jarigen dat ze (ook) op jongens vallen. Na het 18e jaar verdubbelt dit percentage zich en bij de 21- tot en met 24-jarigen is dit nog eens twee keer zo groot. Bij de meisjes zegt 1,1% van de 15- tot en met 17-jarigen (ook) op meisjes te vallen. Bij 18 tot 21 jarigen is dit 1,6% en bij 21- tot en met 24-jarigen 1,7%.

88 Hoe open zijn homoseksuele jongeren over hun seksuele oriëntatie? Tabel 6.4. Coming out naar sekse, leeftijd, opleidingsniveau en wervingsmethode n jongens meisjes ooit aan iemand verteld (%) jarigen jarigen jarigen laag opgeleiden hoog opgeleiden representatieve steekproef aanvullende groep totaal leeftijd coming out (m) ,0 15,8 n en bij % ooit aan iemand verteld: respectievelijk relatief hoog of laag vergeleken met rest van de groep en bij leeftijd coming out: respectievelijk relatief hoog of laag vergeleken met andere sekse Na aanvulling van de representatieve steekproef met extra homo- en biseksuele jongeren (zie hoofdstuk 1) bevat de steekproef 128 homo- en biseksuele jongens en 113 lesbische en biseksuele meisjes. De groep homo- en biseksuele jongeren is relatief 'oud' vergeleken met de rest van de steekproef: 53% is 21 jaar of ouder. Ruim de helft (52%) is hoog opgeleid, hetgeen relatief veel is vergeleken met het aantal hoog opgeleiden in de representatieve steekproef (37%). Het aantal niet-westerse allochtonen binnen deze groep is te klein (n=21) om vergelijkingen naar etniciteit te kunnen maken. Tweeënnegentig procent van de homo- en biseksuele jongens en 96% van de lesbische of biseksuele meisjes heeft wel eens aan iemand verteld dat ze (ook) op personen van het eigen geslacht vallen. Zoals vermeld in hoofdstuk 1 bestaat deze groep voor een groot deel uit lezers van het blad Expreszo. Het is aannemelijk dat jongeren die dit blad lezen én positief op een oproep reageren relatief open zijn over de seksuele voorkeur. De totaalpercentages in tabel 6.4 zouden dan een overschatting zijn van de mate van openheid onder homo- en biseksuele jongeren in het algemeen. Dit vermoeden wordt bevestigd bij vergelijking van homojongeren uit de representatieve groep met jongeren die via Expreszo zijn geworven. Vrijwel alle jongeren die via Expreszo zijn geworven hebben wel eens aan iemand verteld op personen van hetzelfde geslacht te vallen. Binnen de representatieve steekproef heeft 18% van de homojongens en 15% van de lesbische meisjes dit nog nooit aan iemand verteld. Jongens vertellen gemiddeld iets later (met 17,5 jaar) voor het eerst aan iemand dat ze (ook) op personen van het eigen geslacht vallen dan meisjes (met 16,3 jaar). In onze steekproef is de groep homojongeren onder de 18 erg klein, maar het lijkt wel zo te zijn dat op deze leeftijd een groter deel nog nooit aan iemand heeft verteld (ook) op personen van het eigen geslacht te vallen. Onder hoogopgeleide meiden heeft een groter deel de coming-out nog niet gehad dan onder laag opgeleide meiden.

89 71 Tabel 6.5. Personen die op de hoogte zijn van de seksuele oriëntatie n jongens meisjes moeder vader broers/zussen andere familieleden meeste klasgenoten meeste collega s meeste vrienden n relatief hoog vergeleken met andere sekse Beide ouders, broers en zussen en de meeste vrienden zijn over het algemeen wel op de hoogte van de seksuele oriëntatie. Klasgenoten zijn het minst vaak op de hoogte: zelfs van deze relatief open groep vertelt ruim een kwart het niet in de klas.

90 Hoe denken (heteroseksuele) jongeren over homoseksualiteit? Tabel 6.6. Homonegatieve attitudes in hele steekproef naar sekse, opleidingsniveau en etniciteit n jongens meisjes frequentieverdeling (%) niet goed vinden als twee meisjes vrijen niet goed vinden als twee jongens vrijen vies vinden als twee meisjes vrijen vies vinden als twee jongens vrijen vriendschap verbreken als beste vriend(in) homo/lesbo blijkt te zijn schaalscore a jaar ,7 2, jaar ,6 2, jaar ,2 1, jaar ,0 1,8 r -.31*** -.26*** Nederlands of Westers ,2 1,9 Marokkaans 300 3,5 3,5 Turks 233 3,2 3,4 Surinaams 275 2,8 2,3 Antilliaans 185 2,7 2,4 laag opgeleid ,4 2,1 hoog opgeleid ,2 1,9 totaal 2,3 2,0 a gemiddelde van 4 en 5-puntsschaal, 1= helemaal goed/mee oneens; 4 of 5 = helemaal niet goed/mee eens. bij scores op afzonderlijke items en in totaal rij = relatief hoog vergeleken met andere sekse en bij etniciteit = respectievelijk relatief hoog en laag vergeleken met totale groep bij opleidingsniveau = relatief hoog vergeleken met andere opleidingsniveau *** = p <.001 Tabel 6.7. Anova van demografische variabelen op homonegativiteit Nederlands Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans jongens meisjes F F F F F F sekse (meisje) 176,21 *** 2,00 2,23 9,55 ** leeftijd 300,06 *** 4,13 * 16,54 *** 19,89 *** 6,34 * 0,24 opleidingsniveau (hoog) 28,64 *** 2,96 3,55 4,09 * 0,04 8,04 ** R * = <.05, ** = <.01, *** = <.001

91 De cijfers in tabel 6.6 laten zien dat homoseksualiteit onder jongeren van 12 tot 25 jaar nog verre van geaccepteerd is. Vooral vrijen van twee jongens wordt afgekeurd: 1 op de 5 meisjes en 2 op de 5 jongens vindt dit (eigenlijk) niet goed, en 1 op de 5 meisjes en meer dan de helft van de jongens vindt dit vies. Ook zegt 12% van de jongens en 4% van de meisjes dat ze de vriendschap met hun beste vriend(in) (van het zelfde geslacht) zouden verbreken als deze homoseksueel of lesbisch zou zijn. Attitudes ten aanzien van homoseksualiteit worden positiever naarmate jongeren ouder worden. Hoog opgeleiden denken minder negatief over homoseksualiteit dan laag opgeleide jongeren. Met name Marokkaanse en Turkse jongens en meisjes denken negatief over homoseksualiteit, Nederlandse jongeren en Surinaamse meisjes denken relatief positief over homoseksualiteit. In de variantieanalyse werd voor de verschillende etnische groepen een andere samenhang met sekse en opleidingsniveau gevonden. Bij Antilliaanse jongeren bleek daarnaast opleidingsniveau voor jongens en meisjes verschillend samen te hangen met homonegativiteit. Er zijn daarom zes verschillende variantieanalyses uitgevoerd, waarvan het resultaat te zien is in tabel 6.7. Voor Nederlandse en Surinaamse jongeren geldt, dat meisjes lager scoren op homonegativiteit dan jongens en hoog opgeleiden lager dan laag opgeleiden. Voor jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond wordt geen samenhang met sekse of opleidingsniveau gevonden. Voor Antilliaanse meisjes hangt een hoog opleidingsniveau samen met een lagere mate van homonegativiteit, voor Antilliaanse jongens maakt opleidingsniveau geen verschil. 73

92 Zijn er verschillen tussen homojongeren en heterojongeren op seksueel gebied? Tabel 6.8. Verschillen tussen homo- en heterojongeren op ervaring met relaties, gedrag en dwang (bij jarigen) jongens meisjes hetero homo of bi hetero lesbisch of bi relationele ervaring ervaring met verliefdheid (%) ervaring met verkering (%) op dit moment verkering (%) duur huidige of laatste relatie (m) 1,8 1,4 2,7 1,4 seksuele ervaring (%) opwinding masturberen tongzoenen voelen en strelen naakt vrijen geslachtsgemeenschap manuele seks orale seks anale seks ooit gedwongen tot seks (%) leeftijd eerste ervaring met dwang (m) 15,6 18,0 16,4 15,3 gedwongen voor het 12e jaar (%) ooit geld of andere beloning ontvangen voor seks (%) ooit geld of andere beloning gegeven voor seks (%) n en = respectievelijk relatief hoog of laag vergeleken met heterojongens of -meisjes Op vier punten zijn homo- en biseksuele jongens en meisjes vergeleken met heteroseksuele jongens en meisjes: ervaring met relaties, verschillende vormen van seks, seksuele dwang en betaalde seks. Omdat beide groepen sterk van elkaar verschillen wat betreft leeftijdsverdeling, is voor deze analyses alleen de groep van 19 jaar en ouder geselecteerd. Homojongens hebben minder vaak ooit verkering gehad dan heterojongens. Zowel homo- en biseksuele jongens als meiden hebben minder vaak verkering ten tijde van het onderzoek en de laatste relatie duurde minder lang dan bij heterojongens en meiden. In vergelijking tot heterojongens hebben homo- en biseksuele jongens meer ervaring met naakt vrijen en anale seks en zoals valt te verwachten minder met geslachtsgemeenschap. Lesbische meiden hebben vergeleken met hun heteroseksuele seksegenoten meer ervaring met masturbatie en minder met geslachtsgemeenschap en anale seks. Homo- en biseksuele jongens zijn vaker dan heterojongens ooit gedwongen tot seks, ook voor het 12e jaar. Ze hebben vergeleken met heteroseksuele jongens minder ervaring met betaald worden en meer met zelf betalen voor seks.

93 Kunnen factoren die eerder bleken samen te hangen met seksuele dwang de samenhang tussen seksuele oriëntatie en seksuele dwang verklaren? Tabel 6.9. Regressie van seksuele oriëntatie op seksuele dwang na controle voor demografische variabelen en factoren die eerder bleken samen te hangen met seksuele dwang r OR 95,0% CI stap 1 sekse (meisje).21 *** 5,33 *** 4,13-6,89 leeftijd.11 *** 1,05 * 1,01-1,09 opleidingsniveau (hoog) -.08 *** 0,60 *** 0,48-0,76 stap 2 warm gezinsklimaat -.12 *** 0,58 *** 0,47-0,72 sociale integratie -.15 *** 0,77 *** 0,68-0,87 communicatie over seks met de ouders en vrienden.11 *** 1,28 ** 1,10-1,50 daten via internet.07 *** 1,37 * 1,07-1,74 interactiecompetentie -.10 *** 0,58 *** 0,46-0,72 stap 3 homoseksuele oriëntatie.11 *** 2,56 *** 1,76-3,72 Nagelkerke R 2.19 * = <.05, ** = <.01, *** = <.001 In hoofdstuk 5 hebben we gezien dat te maken krijgen met seksuele dwang samenhangt met een aantal demografische, psychosociale en gedragsmatige factoren. Mogelijk kunnen deze factoren verklaren dat homojongeren vergeleken met heterojongeren vaker het slachtoffer zijn geweest van seksuele dwang. Het zou bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat homojongeren vergeleken met heterojongeren in een minder warm gezinsklimaat opgroeien of op de middelbare school minder goed sociaal geïntegreerd zijn, hetgeen hen kwetsbaarder maakt voor ervaringen met seksuele dwang. In een regressie zou in dat geval de samenhang tussen seksuele oriëntatie en seksuele dwang na controle voor deze zogenaamde mediërende variabelen weg moeten vallen. In tabel 6.9. is te zien dat dit niet het geval is: seksuele oriëntatie hangt na controle voor deze variabelen nog steeds significant samen met ervaring hebben met seksuele dwang. Er zal nog nader onderzocht moeten worden waarom homojongeren meer risico lopen op seksuele dwang dan heterojongeren. 6.6 Verschillen homo- en heterojongens in condoomgebruik bij pijpen en anale seks? Tabel Condoomgebruik bij pijpen en anale seks bij jongens naar geslacht laatste partner condoomgebruik bij pijpen condoomgebruik bij anale seks laatste partner laatste partner laatste partner laatste partner jongen meisje jongen meisje altijd soms wel, soms niet alleen in het begin van de relatie nooit n

94 76 Met betrekking tot beschermingsgedrag is nagegaan of jongens van wie de laatste partner een jongen was in hun condoomgebruik bij pijpen en anale seks verschillen van jongens van wie de laatste partner een meisje was. Meer homojongens dan heterojongens gebruiken nooit een condoom bij pijpen. Bij anale seks wordt door meer heterojongens nooit een condoom gebruikt. Homojongens gebruiken relatief vaak alleen in het begin van de relatie condooms bij anale seks. Tabel Logistische regressie op consequent condoomgebruik bij anale seks bij jongens naar geslacht van de laatste sekspartner homojongens heterojongens r OR a 95,0% CI r OR a 95,0% CI weinig negatieve gevolgen zien voor kwaliteit seks ** weinig negatieve gevolgen zien voor relatie en reputatie.20 *.01 condoomgebruik met nieuwe partner belangrijk vinden condoomgebruik met vaste partner belangrijk vinden.31 ** 1,85 * 1,04-3,28.32 *** condooms kunnen gebruiken in verschillende situaties condooms kunnen kopen en bij zich dragen inschatting kans op hiv/soa bij anale seks.29 **.32 *** 1,60 ** 1,22-2,09 frequentie van anale seks -.46 *** 0,62 ** 0,47-0, partnertype: vast Nagelkerke R * = <.05, ** = <.01, *** = <.001 Voor jongens die anale seks hebben met jongens blijkt voor consequent condoomgebruik de attitude ten aanzien van condooms en de seksfrequentie van belang. Wanneer condoomgebruik met de vaste partner belangrijk wordt gevonden is de kans op consequent condoomgebruik groter. De kans dat men altijd condooms gebruikt bij anale seks met een partner neemt af naarmate men vaker seks heeft met deze partner. Voor jongens die anale seks hebben met meisjes hangt condoomgebruik alleen af van risicoperceptie. Heteroseksuele jongens die de kans op soa/hiv bij anale seks met de laatste partner hoger schatten, gebruiken hierbij vaker consequent condooms.

95 77 7. KENNIS, INFORMATIEGEBRUIK EN BEHOEFTE Dit hoofdstuk behandelt wat jongeren weten op het gebied van seksualiteit en waar hiaten in de kennis zitten. Er wordt beschreven waar ze hun kennis vandaan halen, wat ze nog meer zouden willen weten en welke informatiebronnen hierbij de voorkeur hebben. In het bijzonder wordt hierbij ingegaan op de rol van ouders en vrienden, school, gezondheidszorg, jongerenwerk en media. De rol van de media wordt ook bekeken met betrekking tot het in contact komen van jongeren met seksueel getinte uitingen en het in contact komen met potentiële partners. Tenslotte wordt beschreven van welke instellingen jongeren in eerste instantie gebruik zouden maken in geval van een vermoedelijke soa, aanschaf van anticonceptiemiddelen en ongeplande zwangerschap. 7.1 Wat weten jongeren op het gebied van seksualiteit? Tabel 7.1. Kennis (% dat het juiste antwoord geeft) n jongen meisje ook als een jongen tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaarkomt, kan hij een meisje zwanger maken de pil verkleint de kans dat je hiv of een andere soa oploopt als je je na geslachtsgemeenschap goed wast, loop je minder snel hiv of een andere soa op als je geen (lichamelijke) klachten hebt, kun je toch een soa hebben er zijn soa waar meisjes onvruchtbaar van kunnen worden als je de pil slikt, kun je onvruchtbaar worden als een meisje voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft, bloedt ze altijd de meeste soa gaan vanzelf over = significant hoger dan jongens In tabel 7.1. is te zien hoeveel jongens en meisjes het juiste antwoord geven op een aantal kennisvragen rond soa/hiv, voortplanting en anticonceptie en maagdelijkheid. Meisjes geven op vrijwel alle vragen vaker het juiste antwoord dan jongens. Ongeveer eenderde van de jongens en meisjes weet niet dat je ook zwanger kunt worden als een jongen tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaarkomt. Bijna de helft van de jongens denkt dat je onvruchtbaar kunt worden van het slikken van de pil of weet niet hoe het hiermee zit. Daarnaast weet ongeveer eenderde van de jongens niet dat wassen niet helpt tegen het oplopen van soa of hiv en dat meisjes niet altijd bloeden bij de eerste geslachtsgemeenschap.

96 78 Tabel 7.2. Kennis naar sekse, leeftijd, opleidingsniveau en etniciteit (totaalscore a ) n jongens meisjes totaal jaar ,9 2,7 2, jaar ,0 5,5 4, jaar ,3 6,5 5, jaar ,9 6,6 6,3 r.48***.49***.47*** Nederlands/Westers ,8 5,7 5,3 Marokkaans 315 2,0 3,1 2,7 Turks 247 2,3 2,5 2,4 Surinaams 288 3,8 4,9 4,5 Antilliaans 193 4,2 5,2 4,9 laag opgeleid ,1 5,0 4,6 hoog opgeleid ,1 6,2 5,7 totaal 4,5 5,4 5,0 a totaalscore op basis van 8 kennisvragen, onjuist=-1, weet niet=0, juist=1 * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 = significant hoger vergeleken met de totale groep, in totaal rij duidt dit op verschil naar sekse = significant lager vergeleken met de totale groep, in totaal rij duidt dit op verschil naar sekse Tabel 7.3. Anova van demografische variabelen op kennis laag opgeleid hoog opgeleid Contrast F Contrast F sekse (meisje).93 *** 91,94 *** 1.11 *** 121,38 *** *** leeftijd 777,09 *** 561,48 *** Nederlands 1.36 *** 44,35 ***.91 *** 11,01 *** Marokkaans -.98 ***.21 Turks *** *** Surinaams.70 ** -.22 Antilliaans R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Kennis blijkt sterk samen te hangen met elk van de hier onderzochte demografische kenmerken. Meisjes hebben een hoger kennisniveau dan jongens. Autochtone jongeren weten meer dan allochtone jongeren. Dit geldt ook voor hoogopgeleide jongeren, vergeleken met hun lager opgeleide leeftijdsgenoten. Naarmate men ouder wordt neemt de kennis flink toe. In de variantieanalyse blijkt de samenhang tussen kennis en etnische achtergrond voor laag en hoog opgeleiden verschillend te zijn. Bij zowel laag als hoog opgeleiden hebben Nederlandse jongeren een relatief hoog en jongeren met een Turkse achtergrond een relatief laag kennisniveau. Bij laag opgeleiden scoren daarnaast de Surinaamse jongeren relatief hoog en de Marokkaanse jongeren relatief laag.

97 Hoeveel jongeren praten met ouders en vrienden over seksualiteit? Tabel 7.4. Communicatie met ouders en vrienden (%) % dat hier tenminste soms over praat gemiddelde schaalscore a n jongens meisjes jongens meisjes praten met de ouders (voor het 16e jaar) over verliefdheid en relaties ,0 2,3 over wat je wilt op seksueel gebied ,3 1,3 over wat je niet wilt op seksueel gebied ,3 1,4 over zwangerschap en anticonceptie ,8 2,2 condoomgebruik ter voorkoming van soa ,9 2,0 praten met vrienden over verliefdheid en relaties ,0 3,7 over wat je wilt op seksueel gebied ,5 2,3 over wat je niet wilt op seksueel gebied ,2 2,3 over zwangerschap en anticonceptie ,0 2,5 condoomgebruik ter voorkoming van soa ,0 2,1 a = score op 5-puntsschaal, 1=nooit, 5=heel vaak = significant hoger dan de andere sekse Onderzocht is hoeveel jongeren met hun ouders of verzorgers praten over verschillende onderwerpen die met seks te maken hebben en hoe vaak ze dit doen. Deze vraag is aan alle jongeren gesteld, maar heeft betrekking op de periode voor het 16 e jaar. Aan de jongeren onder de 16 is gevraagd hoe vaak ze nu met de ouders praten, aan de jongeren van 16 jaar en ouder hoe vaak ze dit voor het 16 e jaar deden. Daarnaast is aan alle jongeren gevraagd hoe vaak ze met vrienden praten over seksualiteit. Door de meeste jongens en meisjes wordt wel over verliefdheid en relaties gesproken. Alle andere onderwerpen zijn minder vaak een onderwerp van gesprek. Anticonceptie- en condoomgebruik komen bij een meerderheid toch nog wel ter sprake. Wensen en grenzen ten aanzien van seks worden nauwelijks met de ouders besproken. Meisjes praten vaker dan jongens met de ouders over verliefdheid en relaties, grenzen en anticonceptie. Over alle onderwerpen - maar vooral over verliefdheid en relaties, wensen en grenzen - wordt vaker met vriend(inn)en gesproken dan met de ouders. Vrijwel iedereen (92% van de jongens en 97% van de meisjes) praat wel eens met vrienden over verliefdheid en relaties. Wensen worden door 74% van de jongens en 67% van de meisjes besproken, grenzen door respectievelijk 65% en 71%. Meer meisjes (77%) dan jongens (61%) praten met vriend(inn)en over zwangerschap en het voorkomen daarvan.

98 80 Tabel 7.5. Communicatie naar sekse, leeftijd, opleidingsniveau en etniciteit (gemiddelde schaalscore a ) communicatie met ouders (voor het 16e jaar) communicatie met vrienden n jongens meisjes jongens meisjes jaar ,5 1,6 1,8 2, jaar ,6 1,9 2,4 2, jaar ,7 1,9 2,6 2, jaar ,6 1,9 2,5 2,6 Nederlands/Westers ,6 1,9 2,3 2,6 Marokkaans 331 1,3 1,3 2,2 2,3 Turks 263 1,4 1,5 2,6 2,5 Surinaams 309 1,5 1,6 2,7 2,8 Antilliaans 198 1,9 1,9 2,8 3,1 laag opgeleid ,7 1,9 2,4 2,6 hoog opgeleid ,6 1,8 2,3 2,6 totaal 1,6 1,8 2,4 2,6 a 5 puntsschaal (1=nooit, 5=heel vaak) = significant hoger vergeleken met de totale groep, in totaal rij duidt dit op verschil naar sekse = significant lager vergeleken met de totale groep, in totaal rij duidt dit op verschil naar sekse Tabel 7.6. Anova van demografische variabelen op communicatie met ouders jongens meisjes Contrast F Contrast F leeftijd (15 jaar en ouder).10 ** 11,07 **.19 *** 34,93 *** Nederlands.10 ** 9,356 ***.27 *** 18,13 *** Marokkaans -.26 *** -.23 ** Turks -.16 ** -.20 ** Surinaams Antilliaans.32 ***.23 * opleidingsniveau (hoog) -.09 ** 10,69 ** -.12 *** 17,16 *** R NB. * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

99 81 Tabel 7.7. Anova van demografische variabelen op communicatie met vrienden Contrast F sekse(meisje).25 *** 84,11 *** jaar -.47 *** 123,68 *** jaar.11 *** jaar.27 *** jaar.10 *** Nederlands -.09 ** 3,16 ** Marokkaans -.16 * Turks -.03 Surinaams.11 Antilliaans.19 * opleidingsniveau (hoog) ns 1,70 R 2.09 NB. * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 In tabel 7.5 worden verschillende groepen met elkaar vergeleken op hun gemiddelde score op communicatie met ouders en vrienden. Meisjes praten meer dan jongens over seksualiteit, zowel met ouders als vrienden. In de jongste leeftijdsgroep wordt met ouders en vrienden het minst over seks gepraat. In de variantieanalyse voor communicatie met de ouders (tabel 7.6.) werd leeftijd gecategoriseerd in14 jaar en jonger of 15 jaar en ouder. Dit omdat jongeren van 16 jaar en ouder deze vraag hebben beantwoord voor de periode tot het 16 e jaar. Er werd een interactie gevonden tussen sekse en leeftijd: voor meisjes is de samenhang tussen leeftijd en communicatie met de ouders sterker. Nederlandse en Antilliaanse jongeren communiceren relatief veel met de ouders, jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond opvallend weinig. Met betrekking tot communicatie met vrienden scoren Antilliaanse jongeren en Surinaamse meisje relatief hoog, maar deze samenhang valt weg na controle voor de andere demografische variabelen (tabel 7.7). Marokkaanse jongeren en Nederlandse jongens praten relatief weinig met vrienden over seks. Laag opgeleide jongens en meisjes praten iets vaker met hun ouders dan hoog opgeleide jongens en meisjes. Voor communicatie met vrienden wordt na controle voor de overige demografische kenmerken geen verband met opleidingsniveau gevonden.

100 Hoeveel informatie krijgen jongeren van school, gezondheidszorg en media? Tabel 7.8. Gebruik en waardering van informatie van school en gezondheidszorg (%) tenminste enige informatie gehad (%) waardering van informatie (gemiddelde schaalscore a ) jongens meisjes jongens meisjes school ,1 3,2 schoolarts of schoolverpleegkundige ,5 2,6 huisarts ,7 3,0 GGD ,8 2,9 jongerenwerker/jip/buurthuis ,4 2,4 n a gemiddelde op 5-puntsschaal (1=slecht, 5=heel goed) = significant hoger dan jongens Vrijwel iedereen zegt op school minstens enige informatie over seks te hebben gekregen; dit geldt voor 92% van de jongens en 94% van de meisjes. De school blijft dus een belangrijk kanaal voor informatieoverdracht. Ongeveer een derde van de jongeren krijgt daarnaast (minstens enige) info van de GGD, hetzelfde geldt voor de schoolarts. Bij informatievoorziening door de huisarts is een sekseverschil zichtbaar: 40% van de meisjes tegenover 22% van de jongens zegt hier enige informatie te hebben gekregen. Aan personen die zeiden tenminste enige informatie te hebben gekregen, werd vervolgens gevraagd wat ze hiervan vonden. De bronnen waar meer jongeren tenminste enige informatie van hadden gekregen, werden ook positiever gewaardeerd. De sekseverschillen in waardering van de informatie lopen parallel aan de sekseverschillen bij al dan niet geïnformeerd zijn. Daarnaast werden voor alle bronnen van informatie sterke samenhangen gevonden tussen de hoeveelheid informatie en de waardering ervan: meer informatie wordt positiever gewaardeerd (niet in tabel). Tabel 7.9. Gebruik en waardering van informatie uit de media in afgelopen half jaar tenminste enkele keer gebruikt (%) waardering van informatie (gemiddelde schaalscore a ) jongens meisjes jongens meisjes boek ,8 3,1 tijdschrift ,9 3,2 radio ,4 2,5 televisie ,1 3,1 website ,3 3,2 informatielijn 6 2 2,6 2,8 n a 5-puntsschaal (1=slecht, 5=heel goed) = significant hoger dan de andere sekse

101 83 Jongeren halen hun informatie vooral van de televisie en uit tijdschriften. Ruim tweederde van de jongeren haalt ook informatie uit boeken. Voor jongens is internet daarnaast een belangrijke informatiebron (62%). Bij vrijwel elk medium is een sekseverschil zichtbaar. Jongens maken meer dan meisjes gebruik van radio, televisie, internet en informatielijnen. Meisjes halen meer dan jongens informatie uit tijdschriften (86% versus 82%). Vooral bij het gebruik van internet is het sekseverschil groot: 62% van de jongens versus 34% van de meisjes maakt hier gebruik van. Informatielijnen worden door beide seksen nauwelijks gebruikt. Meisjes waarderen boeken en tijdschriften hoger dan jongens. Ook hier geldt dat wanneer iemand in het afgelopen half jaar vaker in contact is geweest met een bepaald medium, de informatie positiever wordt gewaardeerd (niet in tabel). Door middel van twee open vragen is achterhaald welk tijdschrift en welke website goed worden gevonden in het geven van informatie over seks. Wat tijdschriften betreft wordt een zeer gevarieerde range opgegeven, variërend van algemene jongerentijdschriften (Break Out!, Fancy, Hitkant), via Playboy en Penthouse tot Libelle en Margriet, Ouders van Nu en de EO Ronduit. De Break Out!, Fancy en Yes scoren het hoogst, ze worden door respectievelijk 28, 20 en 17% van de jongeren die antwoord hebben gegeven op deze vraag genoemd. Bij de websites scoort hoog (33%) en (13%). Daarnaast werd ook een keur aan pornosites genoemd. Tabel Informatiegebruik naar sekse, leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau (gemiddelde schaalscore a ) informatie van school informatie van gezondheidszorg informatie van jongerenwerk informatie uit media n jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jaar ,0 2,9 1,4 1,5 1,2 1,2 1,8 1, jaar ,2 3,3 1,6 1,6 1,3 1,2 2,0 1, jaar ,0 3,2 1,5 1,7 1,2 1,2 2,2 2, jaar ,0 3,0 1,4 1,5 1,2 1,2 2,2 2,0 Nederlands/Westers ,0 3,1 1,4 1,6 1,2 1,2 2,1 1,9 Marokkaans 316 2,7 3,1 1,5 1,5 1,5 1,3 1,9 1,6 Turks 255 3,1 3,3 1,5 1,5 1,3 1,2 1,9 1,6 Surinaams 303 3,3 3,2 1,6 1,6 1,4 1,4 2,1 2,0 Antilliaans 197 3,2 3,4 1,6 1,9 1,3 1,5 2,2 2,2 laag opgeleid ,0 3,1 1,5 1,6 1,2 1,2 2,1 1,9 hoog opgeleid ,1 3,2 1,4 1,5 1,1 1,1 2,1 1,9 totaal ,0 3,1 1,5 1,6 1,2 1,2 2,1 1,9 a 5 puntsschaal (school, gezondheidszorg en jongerenwerk: 1=geen, 5=heel veel; media: 1=nooit, 5=heel vaak) = significant hoger vergeleken met de totale groep, in totaal rij duidt dit op verschil naar sekse = significant lager vergeleken met de totale groep, in totaal rij duidt dit op verschil naar sekse

102 84 Tabel Variantieanalyse van demografische variabelen op informatie van school en gezondheidszorg informatie van school informatie van gezondheidszorg jongens meisjes jongens meisjes Contrast F Contrast F Contrast F Contrast F jaar ,17 ** -.16 *** 12,58 *** -.06 * 7,82 *** -.11 *** 11,63 *** jaar.16 ***.15 ***.11 ***.05 * jaar ** *** 21 jaar en ouder ** -.06 ** -.05 * Nederlands ,73 *** ns 1,58 ns 0,91 ns 2,14 Marokkaans -.48 *** ns ns ns Turks -.03 ns ns ns Surinaams.00 ns ns ns Antilliaans.28 ns ns ns opleidingsniveau (hoog) ns 1,82 ns 2, *** 16,91 *** -.14 *** 24,18 *** R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001 Tabel Variantieanalyse van demografische variabelen op informatie van jongerenwerk en media informatie van jongerenwerk informatie van media jongens meisjes jongens meisjes Contrast F Contrast F Contrast F Contrast F jaar ,72 * ns 2, *** 22,20 *** -.32 *** 76,86 *** jaar.07 ** ns jaar.00 ns.11 ***.20 *** 21 jaar en ouder -.03 ns.13 ***.12 *** Nederlands -.12 *** 7,20 *** -.11 *** 4,55 *** ns 1, ,84 *** Marokkaans.28 *** -.02 ns -.12 Turks ns -.26 *** Surinaams ns.19 ** Antilliaans ** ns.08 opleidingsniveau (hoog) -.09 ** 10,45 ** -.11 *** 18,8 *** ns 0,22 ns 2,41 R * = p <.05, ** = p <.01, *** = p <.001

103 85 Meisjes zeggen meer informatie te hebben gekregen van school en gezondheidszorg (huisarts, schoolarts of schoolverpleegkundige en GGD) dan jongens. Jongens komen vaker in contact met informatie over seksualiteit in de media. Jongens en meisjes krijgen ongeveer evenveel informatie uit van jongerenwerkers. In de jongste leeftijdsgroep krijgen jongeren de minste informatie van gezondheidszorg en media. Meisjes in deze leeftijdsgroep zeggen daarnaast weinig informatie te hebben gekregen op school. Jongens en meisjes van 15 tot en met 17 jaar zeggen relatief vaak informatie te hebben gekregen op school. In de oudste leeftijdsgroepen, vanaf 18 jaar, komt men het meest in contact met informatie uit de media. Jongens met een Marokkaanse achtergrond zeggen relatief weinig informatie te krijgen op school. Deze jongens halen relatief veel informatie uit het jongerenwerk. Antilliaanse meisjes krijgen ook veel informatie van jongerenwerkers. Nederlandse jongens en meisjes juist relatief weinig. Jongeren van Marokkaanse afkomst en meisjes van Turkse afkomst komen relatief weinig in contact met informatie over seks in de media. Antilliaanse jongeren en Nederlandse en Surinaamse meisjes komen hier vaker mee in contact. Na controle voor leeftijd en opleidingsniveau blijven alleen de verschillen voor Turkse en Surinaamse meisjes significant. Hoog opgeleide meisjes geven aan meer informatie over seks te hebben gehad op school, maar dit verband verdwijnt na controle voor de andere demografische variabelen. Laag opgeleide jongens en meisjes zeggen relatief veel informatie te krijgen van gezondheidszorg en jongerenwerk. 7.4 Welke rol spelen de media bij het in contact komen met seksuele uitingen en het in contact komen met potentiële partners? Tabel Contact met seksuele uitingen in de media (%) jongens meisjes regelmatig regelmatig n tot heel tot heel nooit wel eens vaak nooit wel eens vaak een seksblaadje of pornoboekje bekeken naar een videoclip gekeken waar bloot of seks in voorkwam naar een seksfilm op televisie gekeken naar een pornovideo gekeken een porno-website bekeken een sekslijn gebeld Jongens komen vaker in contact met seksuele uitingen in de media dan meisjes. Zestig procent van de jongens heeft in het afgelopen half jaar wel eens een pornoboekje bekeken, tegenover 21% van de meisjes. Bijna tweederde van de jongens heeft in diezelfde periode wel eens een porno-website bekeken, tegenover 12% van de meisjes. Videoclips waar bloot of seks in voorkomt heeft een meerderheid van de jongens en meisjes wel eens gezien. Het bekijken van een seksfilm op televisie komt voor zowel jongens als meisjes op de tweede plaats.

104 86 Tabel Flirten en contact leggen via sms of internet (%) jongens meisjes regelmatig tot heel vaak nooit wel eens regelmatig tot heel vaak n nooit wel eens iemand die je leuk vindt sms-jes gestuurd met iemand die je leuk vindt gechat of ge-msn-t op een contactadvertentie op internet gereageerd een contactadvertentie op internet geplaatst een afspraakje gemaakt met iemand die via internet was ontmoet seks gehad met iemand die via internet was ontmoet seks gehad met iemand op het internet De mobiele telefoon en de computer zijn tegenwoordig handige hulpmiddelen wanneer het gaat om het versieren van of in contact komen met iemand die je leuk vindt. Het overgrote deel van de jongens en meisjes maakt hier dan ook gebruik van. Vier van de vijf jongens en meisjes sturen wel eens een sms-je naar iemand die ze leuk vinden en 4 op de 5 jongens en 3 op de 4 meisjes chat of msn-t wel eens met zo iemand. Achttien procent van de jongens en 12% van de meisjes heeft wel eens een afspraakje gemaakt via het internet. Een kleine minderheid van de jongens en meisjes probeert een partner te vinden via contactadvertenties op internet. Een op de tien jongens heeft wel eens online seks gehad of seks met iemand die ze via het internet hebben ontmoet. Datzelfde geldt voor 1 op de 20 meisjes. Tabel Mediagebruik naar sekse, leeftijd, opleidingsniveau en etniciteit (gemiddelde schaalscore a ) contact met seksuele uitingen sms-en, chatten en msn-en online daten n jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jaar 936 1,8 1,3 2,8 2,9 1,2 1, jaar ,1 1,4 3,2 3,6 1,2 1, jaar ,1 1,5 3,6 3,6 1,2 1, jaar ,1 1,5 3,1 2,9 1,1 1,1 Nederlands/Westers ,0 1,4 3,2 3,3 1,1 1,1 Marokkaans 304 1,8 1,2 2,6 2,4 1,3 1,1 Turks 243 2,1 1,2 3,2 2,9 1,3 1,1 Surinaams 296 2,0 1,5 3,1 3,1 1,2 1,1 Antilliaans 195 2,2 1,7 3,4 3,2 1,3 1,1 laag opgeleid ,1 1,5 3,2 3,2 1,2 1,1 hoog opgeleid 798 2,0 1,4 3,2 3,3 1,1 1,1 totaal 2,0 1,4 3,2 3,2 1,2 1,1 a 5 puntsschaal (1=nooit, 5=heel vaak) = significant hoger vergeleken met de rest van de groep, in totaalrij duidt dit op verschil naar sekse = significant lager vergeleken met de rest van de groep, in totaalrij duidt dit op verschil naar sekse

105 87 Tabel Anova op in contact komen met seksuele uitingen via de media Contrast F sekse (meisje) -.59 *** 996,38 *** jaar -.20 *** 54,12 *** jaar jaar.10 *** 21 jaar en ouder.11 *** Nederlands ,59 *** Marokkaans -.20 *** Turks -.04 Surinaams.02 Antilliaans.16 ** opleidingsniveau (hoog) -.10 *** 28,02 *** R 2.22 Tabel Anova op mate van flirten via sms en internet en daten via internet sms-en,chattenenmsn-en online daten jongens meisjes jongens meisjes Contrast F Contrast F Contrast F Contrast F jaar -.37 *** 29,26 *** -.29 *** 51,92 *** ns 0,71 ns 2, jaar *** ns ns jaar.40 ***.36 *** ns ns 21 jaar en ouder *** ns ns Nederlands ns 1,51.35 *** 7,74 *** -.13 *** 8,09 *** ns 1,84 Marokkaans ns ns Turks ns ns Surinaams ns ns Antilliaans ns ns opleidingsniveau (hoog) ns 0,63.13 * 4,91 * -.10 *** 25,02 *** ns 3,70 R Jongens komen vaker in contact met seksuele uitingen in de media dan meisjes. Leeftijd, etniciteit en opleidingsniveau hebben voor jongens en meisjes dezelfde invloed op de mate waarin dit gebeurt, zodat voor beide seksen één variantieanalyse kon worden uitgevoerd. Jongeren van 12 tot en met 14 komen het minst in contact met seksuele uitingen in de media, jongeren van 18 jaar en ouder het meest. Marokkaanse jongens en meisjes komen relatief weinig in contact met dergelijke uitingen, jongeren met een Antilliaanse achtergrond relatief veel. Hoog opgeleiden hebben het afgelopen half jaar minder seks in de media gezien dan laag opgeleiden. Jongens en meisjes sms-en, chatten en msn-en ongeveer evenveel. In de jongste leeftijdsgroep doen zowel jongens als meisjes dit relatief weinig, wanneer ze tussen de 18 en 20 zijn juist relatief veel. Meisje sms-en, chatten en msn-en ook al relatief veel wanneer ze tussen de 15 en 17 zijn en wanneer ze boven de 20 zijn neemt dit gedrag af. Nederlandse meisjes sms-en en chatten relatief veel. Na controle voor de overige demografische

106 88 variabelen worden bij jongens geen verschillen naar etniciteit gevonden. Laag opgeleide meisjes flirten iets minder vaak via de chat of sms. Jongens doen meer aan online daten dan meisjes. Autochtone jongens doen dit iets minder dan jongens met allochtone achtergrond. Laag opgeleide jongens daten iets vaker via het internet. Bij meisjes worden wat dit betreft geen samenhangen gevonden Aan welke informatie hebben jongeren behoefte en hoe willen ze informatie krijgen? Tabel Informatiebehoefte (onderwerp) naar sekse (%) jongens meisjes totaal hoe je het vrijen leuker of lekkerder kunt maken versieren of in contact komen met iemand die je leuk vindt relaties (verkering) zwangerschap en kinderen krijgen hiv en aids andere soa dan hiv de pil, condooms en andere voorbehoedmiddelen verliefdheid en andere gevoelens hoe je aan kunt geven wat je wel en niet wilt veranderingen in je lichaam tijdens/na puberteit je geslachtsorganen of borsten maagdelijkheid abortus masturbatie (met jezelf vrijen) menstruatie homoseksualiteit over iets anders n = significant hoger dan de andere sekse Zowel jongens als meisjes zouden vooral willen weten hoe ze het vrijen leuker of lekkerder konden maken: 49% van de jongens en 40% van de meisjes is hier benieuwd naar. Jongens zijn daarnaast geïnteresseerd in informatie over versieren (34%), meisjes in zwangerschap en kinderen krijgen (28%). Op de derde plaats staat voor beide seksen informatie over relaties: 28% van de jongens en 25% van de meisjes zou hier meer over willen weten. Jongens willen in vergelijking tot meisje meer weten over hoe ze het vrijen leuker kunnen maken, versieren, relaties, lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit, geslachtorganen en masturbatie. Meisjes willen vergeleken met jongens meer weten van zwangerschap en kinderen krijgen, anticonceptie, hoe je aan kunt geven wat je wel en niet wilt, abortus en menstruatie. Wanneer er weinig behoefte is aan informatie over een bepaald onderwerp, wil dit overigens niet zeggen dat jongeren hier alles al over weten.

107 89 Tabel Informatiebehoefte (onderwerp) naar etniciteit (%) Nl/Wes. Marok. Turks Suri. Ant. Jongens menstruatie veranderingen in je lichaam tijdens/na puberteit je geslachtsorganen of borsten homoseksualiteit masturbatie (met jezelf vrijen) hoe je het vrijen leuker of lekkerder kunt maken de pil, condooms en andere voorbehoedmiddelen hiv en aids andere soa dan hiv maagdelijkheid zwangerschap en kinderen krijgen abortus versieren/in contact komen met iemand die je leuk vindt relaties (verkering) verliefdheid en andere gevoelens hoe je aan kunt geven wat je wel en niet wilt over iets anders n Meisjes menstruatie veranderingen in je lichaam tijdens/na puberteit je geslachtsorganen of borsten homoseksualiteit masturbatie (met jezelf vrijen) hoe je het vrijen leuker of lekkerder kunt maken de pil, condooms en andere voorbehoedmiddelen hiv en aids andere soa dan hiv maagdelijkheid zwangerschap en kinderen krijgen abortus versieren of in contact komen met iemand die je leuk vindt relaties (verkering) verliefdheid en andere gevoelens hoe je aan kunt geven wat je wel en niet wilt over iets anders n = significant hoger vergeleken met de rest van de groep = significant lager vergeleken met de rest van de groep

108 90 Nederlandse jongeren hebben over het algemeen minder behoefte aan informatie op het gebied van seksualiteit dan andere groepen jongeren. Het enige onderwerp waar autochtone meisjes meer over willen weten is, hoe ze vrijen leuker of lekkerder kunnen maken. Opvallend is dat Marokkaanse jongens meer dan andere groepen geïnteresseerd zijn in menstruatie, geslachtsorganen en verliefdheid. Antilliaanse jongens zijn meer dan anderen benieuwd hoe je vrijen leuker kunt maken en hoe je kunt zeggen wat je wel en niet wilt. Turkse en Marokkaanse meisjes willen vooral veel weten over maagdelijkheid: respectievelijk 48 en 36% zou hier meer over willen weten. Surinaamse meisjes zijn hier ook relatief vaak in geïnteresseerd. Eén op de drie meisjes met een Turkse of Marokkaanse achtergrond wil iets weten over verliefdheid en andere gevoelens. Ongeveer een kwart van beide groepen is geïnteresseerd in menstruatie. Antilliaanse meisjes zijn veruit het meest geïnteresseerd in hoe ze het vrijen leuker kunnen maken. Daarnaast hebben ze - samen met de Surinaamse meisjes relatief veel behoefte aan informatie rondom zwangerschap en kinderen krijgen en abortus. Tabel Informatiebehoefte (bron) naar sekse (%) jongens meisjes totaal boekjes, tijdschriften internet vriendin(nen) televisie vriend(en) moeder GGD huisarts school vader zus(sen) radio broer(s) andere familieleden n = significant hoger dan de andere sekse Zowel jongens als meisjes krijgen hun informatie over seksualiteit het liefst via boeken of tijdschriften, internet, vriend(inn)en of televisie. Voor jongens en meisjes ligt de voorkeur hierbij wel in een andere volgorde. Als ideale informatiebron scoort bij de jongens internet het hoogst: 48% noemt deze bron. Daarna volgen boekjes/tijdschriften (47%), televisie (33%) en vrienden (32%). Bij meisjes scoren boekjes/tijdschriften het hoogst (62%), gevolgd door vriendinnen (43%), internet (38%) en televisie (29%). School wordt door slechts 14% van beide seksen genoemd. Jongens vinden beide ouders ongeveer even geschikt als informatiebron, maar meisjes geven vaker de voorkeur aan de moeder (26%) dan aan de vader (6%).

109 91 Tabel Informatiebehoefte (bron) naar etniciteit (%) Jongens Nederlands/ Westers Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans vader moeder broer(s) zus(sen) andere familieleden vriend(en) vriendin(nen) school huisarts GGD boekjes, tijdschriften radio televisie internet n Meisjes vader moeder broer(s) zus(sen) andere familieleden vriend(en) vriendin(nen) school huisarts GGD boekjes, tijdschriften radio televisie internet n = significant hoger vergeleken met de totale groep = significant lager vergeleken met de totale groep Nederlandse jongens hebben het meest behoefte aan informatie van de moeder, Marokkaanse jongens het minst. Marokkaanse, Turkse en Surinaamse meiden hebben nauwelijks behoefte aan informatie van de vader, maar ze praten net zo graag als Nederlandse meiden met hun moeder. Voor Marokkaanse jongens zijn broers belangrijk, voor Marokkaanse meiden zussen. Andere familieleden zijn voor alle allochtone groepen een belangrijke informatiebron (behalve voor de Antilliaanse meiden). Surinaamse en Antilliaanse jongens en meiden hebben opvallend vaak behoefte aan informatie van de huisarts en GGD, terwijl Nederlandse jongens en meisjes hier juist relatief laag scoren..

110 Waar gaan jongeren heen in geval van soa, anticonceptiegebruik en ongeplande zwangerschap? Tabel Gebruik van voorzieningen naar sekse (%) in geval van soa voor anticonceptie bij ongeplande zwangerschap jongens meisjes meisjes meisjes naar de huisarts schoolarts of schoolverpleegkundige iemand anders op school soa-poli van de GGD soa-poli van het ziekenhuis abortuskliniek FIOM centrum voor seksuele gezondheid geen idee anders n De meeste jongeren gaan in eerste instantie naar de huisarts als ze denken dat ze een soa hebben. De vragen naar gebruik van instellingen voor anticonceptiegebruik of in geval van ongeplande zwangerschap zijn alleen aan meiden voorgelegd. Ook hiervoor gaat het grootste deel eerst naar de huisarts. Eén op de 10 jongens en meisjes geeft aan geen idee te hebben waar ze naartoe zouden gaan in geval van soa. Een op de 7 meisjes zegt dit met betrekking tot anticonceptie en één op de 12 meisjes zegt dit met betrekking tot ongeplande zwangerschap. Dit hoeft natuurlijk niet te betekenen dat ze geen idee hebben wat de verschillende mogelijkheden hiervoor zijn. Wellicht betekent het dat ze op dit moment nog geen idee hebben welke keuze ze in dat geval zouden maken. Bij alle drie de vragen uit bovenstaande tabel was er ook de mogelijkheid om de 'anders, namelijk...' categorie aan te kruisen en in te vullen. Bij vermoedens van soa had 3% deze categorie aangekruist, voor anticonceptie 15% en voor ongeplande zwangerschap 25%. In het overgrote deel ging het om vrienden, familie (vooral moeder of beide ouders) of partner. Deze laatste categorie is ook niet geheel onlogisch in geval van soa (partnerwaarschuwing) of zwangerschap (op de hoogte brengen van de vader). Voor anticonceptie werd nogal eens 'drogist', 'apotheek' of 'condoomautomaat' ingevuld, ook een hele reële optie als het gaat om de aanschaf van condooms. Hou echter in de gaten dat deze categorieën vanwege het doel van de vraag het in kaart brengen van het gebruik van instellingen - niet in de vraag waren opgenomen. Mogelijk zouden meer jongeren dergelijke categorieën hebben aangekruist, hadden ze tot de mogelijkheden behoord.

111 93 Tabel Gebruik van voorzieningen naar etniciteit (%) Nederlands Marokkaans Turks Surinaams Antilliaans Soa huisarts schoolarts/schoolverpleegkundige soa-poli van de GGD soa-poli van een ziekenhuis Centrum voor Seksuele Gezondheid geen idee anders n Anticonceptie huisarts schoolarts/schoolverpleegkundige Centrum voor Seksuele Gezondheid geen idee anders n Ongeplande zwangerschap huisarts schoolarts/schoolverpleegkundige iemand anders op school abortuskliniek Centrum voor Seksuele Gezondheid FIOM 0 1 geen idee anders n = significant hoger vergeleken met de totale groep = significant lager vergeleken met de totale groep In geval van soa gaan relatief veel Nederlandse jongeren en relatief weinig jongeren met een Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse achtergrond naar de huisarts. Surinaamse en Antilliaanse jongeren zouden in dat geval relatief vaak naar de soa-poli van de GGD gaan. Marokkaanse jongeren gaan iets vaker naar de schoolarts of schoolverpleegkundige, maar hebben ook relatief vaak geen idee waar ze naartoe zouden gaan als ze zouden denken een soa te hebben. Voor anticonceptie gaan Antilliaanse meiden vaker dan andere meiden naar de huisarts. Marokkaanse meiden gaan relatief vaak naar eens schoolarts of schoolverpleegkundige, Surinaamse meiden zouden eerder dan anderen naar een Centrum voor Seksuele Gezondheid gaan (in de vraag werd dit toegelicht met de vroegere Rutgershuizen ). Nederlandse meiden hebben het vaakst de anders categorie aangekruist. Meiden met en Turkse of Marokkaanse achtergrond geven relatief vaak aan geen idee te hebben.

112 94 In geval van ongeplande zwangerschap gaan relatief veel Turkse meiden en relatief weinig Marokkaanse meiden naar de huisarts. Marokkaanse meiden gaan relatief vaak naar de schoolarts- of schoolverpleegkundige of iemand anders van school. Ook hebben ze vaak (nog) geen idee waar ze naartoe zouden gaan. Surinaamse meiden gaan vaker dan andere meiden direct naar de abortuskliniek. Net als bij anticonceptiegebruik hebben Nederlandse meiden hier relatief vaak de anders categorie aangekruist. Tabel Gebruik van voorzieningen naar stedelijkheid (%) zeer sterk stedelijk sterk stedelijk matig stedelijk weinig stedelijk niet stedelijk Soa huisarts schoolarts/schoolverpleegkundige soa-poli van de GGD soa-poli van een ziekenhuis Centrum voor Seksuele Gezondheid geen idee anders n Anticonceptie huisarts schoolarts/schoolverpleegkundige Centrum voor Seksuele Gezondheid geen idee anders n Ongeplande zwangerschap huisarts schoolarts/schoolverpleegkundige iemand anders op school abortuskliniek Centrum voor Seksuele Gezondheid FIOM geen idee anders n = significant hoger vergeleken met de totale groep = significant lager vergeleken met de totale groep Bij het gebruik van voorzieningen kan de mate van stedelijkheid van de woonplaats een rol spelen. Sommige voorzieningen - zoals GGD-en, abortusklinieken en Centra voor Seksuele Gezondheid zijn immers alleen aanwezig in grote steden, waardoor iemand die in een dorp woont hier wellicht minder snel naartoe zal gaan. Bij het vermoeden een soa te hebben gaan jongeren in matig tot zeer sterk stedelijke gemeenten inderdaad eerder naar de soa-poli van de GGD dan jongeren in weinig of niet stedelijke gemeenten. In deze laatste gemeenten geven jongeren vaker aan dat ze geen idee hebben waar ze naartoe zouden gaan of dat ze ergens anders heen zouden gaan.

113 Opvallend is dat ook een samenhang wordt gevonden tussen stedelijkheid en het gebruik van de huisarts, terwijl de huisarts zowel in meer als minder stedelijke gemeenten te vinden is. Meiden in niet stedelijke gemeenten zouden voor anticonceptie minder vaak als eerste naar de huisarts gaan. Meiden in weinig stedelijke gebieden doen ditzelfde minder vaak in geval van ongeplande zwangerschap. In grote steden gaan meiden met dergelijke zaken juist vaker naar de huisarts. Mogelijk speelt de mate van (vermeende) anonimiteit hier een rol. Zowel voor anticonceptie als bij ongeplande zwangerschap gaan meiden in niet stedelijke gebieden het vaakst ergens anders naartoe. Meiden in weinig en niet stedelijke gebieden hebben daarnaast vaker geen idee waar ze naartoe zouden gaan voor anticonceptie. Voor het gebruik van abortusklinieken en Centra voor Seksuele Gezondheid werd geen samenhang met stedelijkheid gevonden. 95

114

115 BIJLAGEN 97

116

117 99 Bijlage 1a. Samenstelling van de representatieve steekproef jongens meisjes totaal n=2382 n=2439 n=4821 Leeftijd minimum 11,2 11,1 11,1 gemiddeld 18,7 18,5 18,6 maximum 25,0 25,0 25,0 Etniciteit Nederlands 78% 77% 78% Westers allochtoon 6% 7% 7% Marokkaans 3% 3% 3% Turks 4% 3% 4% Surinaams 3% 3% 3% Antilliaans 2% 2% 2% overig niet-westers 4% 5% 4% Religie niet godsdienstig opgevoed 50% 50% 50% Rooms-Katholiek 21% 21% 21% Gereformeerd 5% 5% 5% Nederlands Hervormd 6% 7% 6% Overige protestants 2% 3% 3% Overig Christelijk 3% 4% 3% Islamitisch 8% 7% 7% Hindoeïstisch 1% 1% 1% weet ik niet 4% 2% 3% overig 1% 1% 1% Stedelijkheid zeer sterk stedelijk 22% 23% 22% sterk stedelijk 20% 21% 20% matig stedelijk 36% 29% 32% weinig stedelijk 15% 16% 16% niet stedelijk 8% 11% 9% Dagelijkse bezigheid en school, vmbo 19% 21% 20% opleidingsniveau schoolse school, havo/vwo 18% 20% 19% groep school, mbo 19% 15% 17% school, hbo/univ. 17% 16% 16% werk 25% 21% 23% werkeloos 2% 3% 3% anders 1% 4% 3% Opleidingsniveau buitenschoolse groep lager niveau (basisschool/vmbo) 42% 42% 42% middelbaar niveau (havo/vwo/mbo) 50% 45% 47% hoger niveau (hbo/wo) 8% 13% 11% Woonsituatie bij ouders of verzorgers 83% 75% 79% samen met vaste partner 5% 15% 10% samen met anderen (bijv. op kamers, studentenhuis, woongroep) 7% 6% 6% alleen 4% 4% 4% in een tehuis 0% 0% 0% geen vaste woonplek 0% 0% 0% Kinderen ja 1% 4% 3%

118 100 Bijlage 1b. Samenstelling van de steekproef, aangevuld met extra allochtone jongeren jongens meisjes totaal n=2559 n=2951 n=5509 Leeftijd minimum 11,2 11,0 11,0 gemiddeld 18,5 18,4 18,4 maximum 25,0 25,0 25,0 Etniciteit Nederlands of Westers 77% 72% 75% Marokkaans 5% 7% 6% Turks 5% 5% 5% Surinaams 4% 6% 5% Antilliaans 3% 4% 3% overig niet-westers 5% 6% 6% Religie niet godsdienstig opgevoed 48% 45% 46% Rooms-Katholiek 20% 19% 20% Gereformeerd 5% 4% 4% Nederlands Hervormd 6% 7% 6% Overige protestants 2% 4% 3% Overig Christelijk 7% 10% 9% Islamitisch 8% 7% 7% Hindoeïstisch 1% 1% 1% weet ik niet 4% 2% 3% overig 0% 1% 1% Stedelijkheid zeer sterk stedelijk 23% 28% 26% sterk stedelijk 24% 24% 24% matig stedelijk 24% 18% 20% weinig stedelijk 19% 17% 18% niet stedelijk 11% 13% 12% Dagelijkse bezigheid en school, vmbo 22% 24% 23% opleidingsniveau schoolse school, havo/vwo 19% 22% 21% groep school, mbo 18% 14% 16% school, hbo/univ. 17% 17% 17% werk 22% 21% 21% werkeloos 2% 3% 2% anders 0% 0% 0% Opleidingsniveau buitenschoolse groep lager niveau (basisschool/vmbo) 42% 40% 40% middelbaar niveau (havo/vwo/mbo) 49% 47% 48% hoger niveau (hbo/wo) 9% 14% 12% Woonsituatie bij ouders of verzorgers 84% 76% 80% samen met vaste partner 5% 14% 10% samen met anderen (bijv. op kamers, studentenhuis, woongroep) 7% 6% 6% alleen 4% 4% 4% in een tehuis 0% 0% 0% geen vaste woonplek 0% 0% 0% Kinderen ja 1% 4% 3%

119 101 Bijlage 1c. Samenstelling van de steekproef, aangevuld met extra homojongeren jongens meisjes totaal n=2464 n=2533 n=4997 Leeftijd minimum 11,2 11,1 11,2 gemiddeld 18,8 18,6 18,7 maximum 25,0 25,0 25,0 Etniciteit Nederlands of Westers 85% 84% 84% Marokkaans 3% 2% 3% Turks 4% 3% 3% Surinaams 3% 3% 3% Antilliaans 2% 2% 2% overig niet-westers 4% 5% 4% Religie niet godsdienstig opgevoed 50% 50% 50% Rooms-Katholiek 21% 21% 21% Gereformeerd 5% 5% 5% Nederlands Hervormd 6% 7% 6% Overige protestants 2% 3% 3% Overig Christelijk 3% 3% 3% Islamitisch 8% 7% 7% Hindoeïstisch 1% 1% 1% weet ik niet 4% 2% 3% overig 0% 1% 1% Stedelijkheid zeer sterk stedelijk 22% 23% 22% sterk stedelijk 20% 22% 21% matig stedelijk 35% 29% 32% weinig stedelijk 15% 16% 15% niet stedelijk 8% 11% 9% Dagelijkse bezigheid Opleidingsniveau buitenschoolse groep school, vmbo 19% 20% 19% school, havo/vwo 17% 19% 18% school, mbo 18% 15% 16% school, hbo/univ. 17% 17% 17% werk 25% 21% 23% werkeloos 2% 3% 3% anders 1% 4% 3% lager niveau (basisschool/vmbo) 41% 41% 41% middelbaar niveau (havo/vwo/mbo) 50% 46% 48% hoger niveau (hbo/wo) 9% 13% 11% Woonsituatie bij ouders of verzorgers 82% 74% 78% samen met vaste partner 6% 15% 11% samen met anderen (bijv. op kamers, studentenhuis, woongroep) 7% 6% 7% alleen 5% 4% 4% in een tehuis 0% 0% 0% geen vaste woonplek 0% 0% 0% Kinderen ja 1% 4% 3%

120 102 Bijlage 1d. Samenstelling van de steekproef voor vergelijkingen met 1995 jongens meisjes totaal n=1113 n=1195 n=2308 Leeftijd minimum 11,2 11,1 11,1 gemiddeld 15,7 15,6 15,7 maximum 24,9 24,9 24,9 Etniciteit Nederlands of Westers 77% 78% 78% Marokkaans 5% 4% 5% Turks 6% 5% 5% Surinaams 4% 4% 4% Antilliaans 2% 1% 2% overig niet-westers 6% 7% 6% Religie niet godsdienstig opgevoed 51% 52% 51% Rooms-Katholiek 18% 18% 18% Gereformeerd 4% 4% 4% Nederlands Hervormd 3% 4% 4% Overige protestants 2% 3% 2% Overig Christelijk 3% 4% 3% Islamitisch 13% 10% 12% Hindoeïstisch 1% 1% 1% weet ik niet 5% 3% 4% overig 1% 1% 1% Stedelijkheid zeer sterk stedelijk 24% 22% 23% sterk stedelijk 17% 16% 16% matig stedelijk 32% 30% 31% weinig stedelijk 16% 17% 17% niet stedelijk 11% 15% 13% Opleidingsniveau vmbo 41% 43% 42% havo/vwo 38% 40% 39% mbo 21% 17% 19% Woonsituatie bij ouders of verzorgers 97% 98% 98% samen met vaste partner 0% 1% 1% samen met anderen (bijv. op kamers, studentenhuis, woongroep) 1% 0% 1% alleen 1% 1% 1% in een tehuis 0% 0% 0% geen vaste woonplek 0% 0% 0% Kinderen ja 0% 0% 0%

121 103 Bijlage 2 Overzicht van de gebruikte concepten en operationaliseringen Concept Omschrijving Items Bron Demografische variabelen leeftijd geboortemaand en jaar 1 sekse sekse 2 etniciteit geboorteland respondent 3 Genesis verblijfduur 4 Jeugd & Seks geboorteland moeder 5 Genesis geboorteland vader 6 Genesis zelfbenoeming 7 HBSC - Trimbos stedelijkheid postcode 8 Jeugd & Seks religie al dan niet godsdienstig opgevoed 9 Jeugd & Seks en waarde die aan geloof wordt gehecht geloof van de ouders 10 Jeugd & Seks opleidingsniveau werk/opleidingssituatie 11 standaardvragen (ingekort) klas/leerjaar 12 eigen aanvulling niveau van huidige opleiding 13, 14 Jeugd & Seks niveau hoogste afgeronde opleiding 15 Jeugd & Seks woonsituatie thuis dan wel uitwonend, alleen dan wel samenwonend 16 ontwikkeld op basis van Jeugd & Seks en R'damse Jeugdmonitor kinderen al dan niet hebben van kinderen 17 enabling safety leeftijd eerste kind leeftijd in jaren van oudste kind 18 nieuw ontwikkeld Gezin van herkomst gezinsstructuur samenstelling van gezin (huidige gezin of gezin van herkomst) 19 nieuw ontwikkeld op basis van R'damse Jeugdmonitor gezinsklimaat responsiviteit moeder 20a Nijmeegse Opvoedings Vragenlijst (NOV), item dat lading van schaal best dekt affectie-expressie moeder 20b idem responsiviteit vader 20c idem affectie-expressie vader 20d idem monitoring toezicht houden moeder 21a-c idem toezicht houden vader 22a-c idem autonomie bij partnerkeuze communicatie: ouders mate waarin jongeren vrijheid hebben in partnerkeuze frequentie van communicatie over seks met ouders behoefte aan communicatie over seks met ouders 23 Nationale scholierenonderzoek met aanvulling 25 Genesis 26 nieuw ontwikkeld op basis van Jeugd & Seks

122 104 communicatie: overige gezinsleden communicatie over seks met broers, zussen en andere familieleden normative beliefs: ouders hoe ouders vinden dat respondent zich op seksueel gebied moet gedragen motivation to comply: ouders Motivatie om aan normen van ouders te voldoen Leeftijdsgenoten sociale integratie: middelbare school contacten met leeftijdsgenoten tijdens middelbare schooltijd 27 Genesis 28 Genesis, aanvulling uit Jeugd & Seks 29 Jeugd & Seks 30 studentensurvey sociale integratie: heden aantal huidige vrienden en vriendinnen communicatie: vrienden frequentie van communicatie met vrienden behoefte aan communicatie over seks met vrienden waargenomen gedrag vrienden perceptie van seksueel gedrag vrienden motivatie om aan normen van vrienden te voldoen Ervaring met verliefdheid en relaties 31 HBSC - Trimbos 34 Genesis 35 nieuw ontwikkeld op basis van jeugd & seks 36 Genesis, aanvulling uit Jeugd & Seks 37 Jeugd & Seks verliefdheid al dan niet verliefd geweest 38 Jeugd & Seks eigen effectiviteit: relatievorming eigen-effectiviteit in contact 39 nieuw ontwikkeld maken met potentiële partners ervaring met relaties één keer of vaker een relatie gehad 41 nieuw ontwikkeld eerste relatie leeftijd eerste relatie 42 nieuw ontwikkeld relatiestatus al dan niet op dit moment relatie 43 Genesis sekse partner sekse huidige of laatste partner 44 nieuw ontwikkeld relatieduur duur van laatste of huidige relatie 45 nieuw ontwikkeld relatiesatisfactie tevredenheid over huidige relatie 46 nieuw ontwikkeld normative beliefs: partner hoe partner vindt dat respondent om moet gaan met seks 47 Genesis, aanvulling uit Jeugd & Seks motivation to comply: partner motivatie om aan normen van 48 Jeugd & Seks partner te voldoen Seksuele voorkeur verliefdheid fantasie gedrag aantrekking sekse waarop men verliefd is geweest of denkt te kunnen worden mate waarin men fantaseert over eigen en andere geslacht ervaring met vrijen of wens om te vrijen met eigen geslacht seksuele aantrekking tot eigen dan wel andere geslacht of beide 49 Jeugd & Seks 50, 51 Jeugd & Seks 52 Jeugd & Seks 53 veel gebruikte schaal, gebaseerd op Kinsey

123 105 openheid mate waarin men open is over een eventuele homoseksuele voorkeur 54 Enabling Safety coming out leeftijd waarop men voor het eerst 55 nieuw ontwikkeld uitkwam voor de homoseksuele voorkeur personen die op de hoogte zijn van 56 homo-monitor seksuele voorkeur Kennis, informatiebehoefte en gebruik van voorzieningen kennis mate waarin men kennis heeft van voortplanting, soa, anticonceptiegebruik, maagdelijkheid 57 Genesis, aangevuld met enkele eigen items informatiebehoefte: onderwerp informatiebehoefte: bron informatie: instellingen intentie tot gebruik aan voorzieningen onderwerpen op gebied van seksualiteit waarover men meer zou willen weten voorkeur voor bron als men informatie wil over seksualiteit mate waarin men informatie heeft gekregen via school of gezondheidszorg evaluatie van informatie die men kreeg via school of gezondheidszorg inschatting gebruik van voorziening in geval van soa 58 IHF-onderzoek 59 Genesis 60 Genesis 61 nieuw ontwikkeld, aangesloten bij Genesis 62 nieuw ontwikkeld inschatting gebruik van voorziening voor anticonceptie inschatting gebruik van voorziening bij ongewenste zwangerschap 63 nieuw ontwikkeld 64 nieuw ontwikkeld Media media: informatie mate waarin men informatie heeft 65 nieuw ontwikkeld, gekregen uit boeken, tijdschriften, aangesloten bij Genesis radio, televisie of internet evaluatie van informatie die men kreeg uit boeken, tijdschriften, radio, televisie of internet 66 nieuw ontwikkeld, aangesloten bij Genesis media: bloot en porno digitaal contacten leggen goede' tijdschriften 67 nieuw ontwikkeld, open vraag goede' websites 68 nieuw ontwikkeld, open vraag mate waarin men in contact komt 69 Genesis met erotisch materiaal al dan niet ervaring met contact 70 nieuw ontwikkeld leggenen seks via internet en mobiele telefoon Attituden

124 106 morele opvattingen t.a.v seks morele opvattingen t.a.v gender morele opvattingen t.a.v. seks in verschillende relatievormen en onbeschermde seks seksueel gedrag dat bij mannen cq. vrouwen wordt goedgekeurd 71a-d 72a-c Jeugd & Seks Genesis morele opvattingen t.a.v. homoseksualiteit mening over homoseksueel gedrag 71 e-f Genesis, Jeugd & Seks, en de omgang met homoseksuele en 72d-f R'damse jeugdmonitor leeftijdsgenoten ervaren ernst Eerste ervaringen ervaring met verschillende soorten gedrag en leeftijd eerste ervaringen mate waarin het men vervelend lijkt om soa te hebben of zwanger te zijn al dan niet ervaring met opwinding 73 Genesis 74 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 75 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met masturbatie 76 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 77 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met zoenen 78 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 79 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met strelen 80 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 81 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met naakt 82 Jeugd & Seks, Genesis vrijen leeftijd eerste keer dat dit 83 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met 84 Jeugd & Seks, Genesis geslachtsgemeenschap leeftijd eerste keer dat dit 85 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met vingeren 86 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 87 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met aftrekken 88 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 89 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met pijpen 90 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 91 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met beffen 92 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit 93 Jeugd & Seks, Genesis gebeurde al dan niet ervaring met anale seks 94 Jeugd & Seks, Genesis leeftijd eerste keer dat dit gebeurde 95 Jeugd & Seks, Genesis

125 107 motieven voor onthouding reden dat men nog geen geslachtsgemeenschap heeft gehad 96 nieuw ontwikkeld op basis van Jeugd & Seks en Rademakers (1990) kwaliteit eerste ervaringen timing van eerste ervaringen 97 nieuw ontwikkeld controle bij eerste ervaringen 98 nieuw ontwikkeld evaluatie van eerste ervaringen 99 nieuw ontwikkeld Eerste keer geslachtsgemeenschap of anale seks leeftijdsverschil eerste gg leeftijd eerste partner gg 100 Jeugd & Seks relatieduur eerste gg eerste gg vrijwillig/onvrijwillig tijd dat men eerste partner kende voor eerste keer gg aanwezigheid van dwang of overhalen bij eerste gg 101 nieuw ontwikkeld op basis van Genesis 102 Henderson et al., 2002 verliefdheid eerste gg verliefdheid bij eerste keer gg 103 Jeugd & Seks communicatie over anticonceptie anticonceptie besproken voor eerste keer gg 104 Jeugd & Seks communicatie over condooms beschermingsgedrag eerste gg condooms besproken voor eerste keer gg 105 Jeugd & Seks anticonceptie- en condoomgebruik 106, 107 Jeugd & Seks + eigen bij eerste geslachtsgemeenschap aanvulling leeftijdsverschil eerste as leeftijd eerste partner as 108 Jeugd & Seks relatieduur eerste as tijd dat men eerste partner kende voor eerste keer as 109 nieuw ontwikkeld op basis van Genesis verliefdheid eerste as verliefdheid bij eerste keer as 111 Jeugd & Seks eerste as vrijwillig/onvrijwillig aanwezigheid van dwang of 110 Henderson et al., 2002 overhalen bij eerste gg communicatie over condooms condooms besproken voor eerste 112 Jeugd & Seks keer as condoomgebruik eerste as condoomgebruik eerste anale seks 113 Jeugd & Seks Ervaring hele leven aantal partners hele leven aantal vaste partners laatste 3 jaar aantal losse partners laatste 3 jaar hoe lang geleden aantal partners voor gg en as hele 114 Jeugd & Seks leven aantal vaste partners waarmee 115 Jeugd & Seks men laatste 3 jaar geslachtsgemeenschap en/of anale seks had aantal losse partners waarmee men 116 Jeugd & Seks laatste 3 jaar geslachtsgemeenschap en/of anale seks had hoe lang geleden dat men voor het laatst seks had 156 nieuw ontwikkeld

126 108 Meest recente sekspartner type relatie soort relatie met meest recente partner (huidige partner, laatste ex-partner, partner van langer geleden, geen partner, vakantieliefde) 117 nieuw ontwikkeld sekse sekse meest recente partner 118 Jeugd & Seks etniciteit etniciteit meest recente partner 119 Jeugd & Seks mate van vrijwilligheid mate van dwang of overhalen bij 120 Henderson et al., 2002 gg met meest recente partner verliefdheid op laatste partner verliefdheid op meest recente 121 Jeugd & Seks partner belang van de relatie belang van de relatie met meest recente partner 122 nieuw ontwikkeld seksuele ervaringen met laatste partner relatieduur voor eerste gg met laatste partner manieren van vrijen waar men met 123 nieuw ontwikkeld, meest recente partner ervaring gebaseerd op Jeugd & mee heeft Seks tijd dat men relatie had voor eerste 124 Jeugd & Seks gg met meest recente partner gg frequentie met laatste partner communicatie over anticonceptie met laatste partner gemiddelde frequentie geslachtsgemeenschap met meest recente partner vooraf anticonceptie besproken met meest recente partner 125 Seks in Nederland 126 Jeugd & Seks anticonceptie gebruik met laatste partner communicatie over condooms met laatste partner al dan niet gebruik van anticonceptie met meest recente partner soort anticonceptie met meest recente partner vooraf condooms besproken met meest recente partner 127 Jeugd& Seks Jeugd & Seks condoomgebruik bij gg met laatste partner wel of niet condooms gebruikt bij geslachtsgemeenschap 130 Jeugd & Seks motivatie voor condoomgebruik bij gg drempels condoomgebruik bij gg relatieduur tot stoppen met condooms communicatie rond stoppen met condooms verdeling met/zonder bij geslachtsgemeenschap 131 Jeugd & Seks redenen om een condoom te 132 campagnemonitor gebruiken bij geslachtsgemeenschap redenen om geen condoom te 133 campagnemonitor gebruiken bij geslachtsgemeenschap in langere relaties: hoe lang nog 134 de Wit, bewerkt wel condooms gebruikt bij geslachtsgemeenschap communicatie en initiatief rondom 135 de Wit, bewerkt stoppen met condooms bij geslachtsgemeenschap

127 109 relatieduur voor eerste anale seks as frequentie met laatste partner communicatie over condooms bij anale seks tijd dat men relatie had voor eerste 136 nieuw ontwikkeld op anale seks met meest recente basis van Genesis partner gemiddelde frequentie anale seks 137 Seks in Nederland met meest recente partner condooms besproken voor eerste 138 Jeugd & Seks keer as condoomgebruik bij anale seks drempels condoomgebruik bij anale seks wel of niet condooms gebruikt bij anale seks verdeling met/zonder bij anale seks redenen om geen condoom te gebruiken bij anale seks 139 Jeugd & Seks 140 Jeugd & Seks 141 campagnemonitor relatieduur tot stoppen met condooms bij anale seks in langere relaties: hoe lang nog wel condooms gebruikt bij anale seks 142 de Wit, bewerkt communicatie rond stoppen met condooms bij anale seks communicatie rondom stoppen met condooms bij anale seks 143 de Wit, bewerkt buitenrelationele seks seks gehad met anderen tijdens relatie met meest recente partner buitenrelationeel condoomgebruik condoomgebruik met partners naast vaste relatie partner waarmee men meest vergaand heeft gevreeën type relatie relatie met laatste persoon waarmee gevreeën is (huidige partner, laatste ex-partner, partner van langer geleden, geen partner) 157 Jeugd & Seks 158 Jeugd & Seks 144 nieuw ontwikkeld sekse etniciteit mate van vrijwilligheid verliefdheid op laatste partner periode voor eerste keer sekse laatste persoon waarmee gevreeën is 145 Jeugd & Seks etniciteit laatste persoon waarmee 146 Jeugd & Seks gevreeën is mate van dwang of overhalen bij 147 laatste persoon waarmee gevreeën is verliefdheid op laatste persoon 148 Jeugd & Seks waarmee gevreeën is belang van de relatie met laatste 149 nieuw ontwikkeld persoon waarmee gevreeën is tijd dat men laatste persoon waarmee gevreeën is kende voor eerste keer vrijen 150 nieuw ontwikkeld op basis van Genesis frequentie vrijen met laatste partner gemiddelde frequentie waarmee 151 Seks in Nederland gevreeën wordt met meest recente partner

128 110 orale seks ervaring met orale seks met laatste partner manieren van vrijen die men met deze partner heeft gedaan aantal keren pijpen met meest recente partner 152 nieuw ontwikkeld, gebaseerd op Jeugd & Seks 153 Jeugd & Seks condoomgebruik bij pijpen wel of niet condooms gebruikt bij 154 Jeugd & Seks pijpen verdeling met/zonder bij pijpen 155 Jeugd & Seks Interactie en satisfactie met meest recente partner (wel of niet geslachtsgemeenschap) eigen effectiviteit: communicatievaardigheden mate waarin men denkt dat praten met huidige of laatste partner over seks, soa, anticonceptie en condooms zou lukken 159 campagnemonitor, aangevuld met Van Empelen (UM) seksuele interactie wensen, grenzen, angsten, empatisch vermogen en assertiviteit met huidige of laatste partner 160a-h nieuw ontwikkeld op basis van Jeugd & Seks alcohol- en drugsgebruik risicoperceptie laatste partner frequentie alcohol- en drugsgebruik bij seks met laatste partner Hoe schat men de kans op soa, zwangerschap en seksueel geweld in met huidige of laatste partner 160i-j 161 Genesis nieuw ontwikkeld op basis van Jeugd & Seks, Genesis, Ruby seksuele satisfactie satisfactie met frequentie, intimiteit, lichamelijke bevrediging en seksleven i.h.a. laatste half jaar 164 nieuw ontwikkeld Seksueel zelfbeeld motivatie voor seks schuld / schaamte preoccupatie wat iemand leuk vind of lijkt aan seks gevoelens van schuld en schaamte rondom seksualiteit mate waarin iemand met seks bezig is 162 Genesis 163a-d Genesis en Jeugd & Seks 163e-h Genesis lichaamsbeeld onzekerheid over eigen uiterlijk 163i-l nieuw ontwikkeld Seksuele risico's risicoperceptie onervarenen inschatting risico op hiv, soa, zwangerschap en grensoverschrijding door onervarenen 165 geconstrueerd op basis van genesis hiv-test gedrag ervaring met hiv-test afgelopen 166 Genesis (gesplitst) jaar motivatie hiv-testgedrag redenen om zich te laten testen 167 campagnemonitor drempels hiv-testgedrag uitslag hiv-test redenen om zich niet te laten testen uitslag van (laatste) hiv test afgelopen jaar 168 nieuw ontwikkeld 169 nieuw ontwikkeld

129 111 partner-waarschuwing: hiv al dan niet eerdere partner(s) op de 170 nieuw ontwikkeld hoogte gesteld van uitslag van de test soa test gedrag ervaring met soa test afgelopen 171 Genesis (gesplitst) jaar motivatie soa-testgedrag redenen om zich te laten testen 172 campagnemonitor drempels soa-testgedrag redenen om zich niet te laten 173 nieuw ontwikkeld testen uitslag soa test uitslag van eventuele testen op soa 174 nieuw ontwikkeld partner-waarschuwing: soa zwangerschap abortus seksueel geweld (slachtoffer) leeftijd seksueel geweld seksueel geweld (dader) prostituant prostituee gedwongen tot prostitutie disfuncties Pilgebruik anticonceptiegebruik heden al dan niet eerdere partner(s) op de 175 nieuw ontwikkeld hoogte gesteld van uitslag van de test ervaring met ongeplande 176 Genesis zwangerschap afgelopen jaar melding aan vader 177 nieuw ontwikkeld eventuele zwangerschap al dan 178 nieuw ontwikkeld niet beëindigd in abortus ervaring met seksueel gedrag 179 Genesis onder druk of dwang leeftijd (eerste) gedwongen 180 nieuw ontwikkeld contact ervaring met druk of dwang 181 Genesis uitoefenen ervaring met betalen voor seks 182 Jeugd & Seks afgelopen jaar ervaring met betaald zijn voor 183 nieuw ontwikkeld seks afgelopen jaar onder druk gezet bij prostitueren 184 nieuw ontwikkeld van zichzelf orgasmiciteit, pijn, verlangen, 185 Ruby opwinding gebruik van anticonceptie op dit moment motieven voor keuze anticonceptie reden waarom men voor bepaalde anticonceptiemethode gekozen heeft 186 Continue morbiditeitsregistratie peilstations nieuw ontwikkeld, in samenwerking met Organon pilgebruik verleden al dan niet in verleden pil gebruikt 188 IHF-onderzoek pil-intentie drempels pilgebruik eigen effectiviteit pilgebruik van plan zijn pil te blijven of gaan slikken redenen om gestopt te zijn of van plan te zijn om te stoppen met de pil inschatting eigeneffectiviteit in elke dag slikken van de pil frequentie waarmee men pil vergeet te slikken 189 nieuw ontwikkeld 190 IHF-onderzoek 191 nieuw ontwikkeld 192 IHF-onderzoek

130 112 verantwoordelijkheid pil geanticipeerde spijt: ac ervaring met morning after pil verantwoordelijkheid voor pilgebruik bij meisje of jongen geanticipeerde spijt bij vrijen zonder anticonceptie een of meerdere malen morning after pil geslikt 194 Genesis 196 nieuw ontwikkeld 193 nieuw ontwikkeld Condoomgebruik ervaring met aanschaf ervaring met kopen van condooms 197 Jeugd & Seks locatie voor aanschaf eigen effectiviteit m.b.t. aanschaf ervaring met bij zich hebben eigen effectiviteit m.b.t. bij zich hebben plekken waar men condooms gekocht heeft inschatting dat het lukt om condooms te gaan kopen omstandigheden waarin men condooms bij zich heeft inschatting eigen-effectiviteit in bij zich hebben van condooms 198 Jeugd & Seks 199 Jeugd & Seks 200 campagnemonitor 201 campagnemonitor eigen effectiviteit m.b.t. omdoen attituden t.a.v condooms verantwoordelijkheid condooms attitudes t.a.v. condooms eigen effectiviteit in bijzondere omstandigheden condoomintentie geanticipeerde spijt: condooms inschatting eigeneffectiviteit in omdoen van condoom waardering van condoomgebruik met vaste en losse partners verantwoordelijkheid voor condooms bij meisje of jongen consequenties van condoomgebruik mate waarin men denkt met condooms te kunnen vrijen in verschillende omstandigheden condoomintentie bij geslachtsgemeenschap met vaste partner condoomintentie bij geslachtsgemeenschap met losse partner condoomintentie bij anale seks met vaste partner condoomintentie bij anale seks met losse partner 202 Van Empelen (UM) 203, 204 Van Empelen (UM) 205 Genesis 206 nieuw ontwikkeld op basis van genesis, campagnemonitor, Van Empelen 207 nieuw ontwikkeld op basis van campagnemonitor en Van Empelen 208 campagnemonitor, andere verwoording 209 campagnemonitor, andere verwoording 210 campagnemonitor, andere verwoording 211 campagnemonitor, andere verwoording geanticipeerde spijt bij vrijen 212 nieuw ontwikkeld zonder condoom met losse partner

131 113 Bijlage 3. Psychometrische gegevens van de gebruikte schalen Item-rest correlatie Gezinsklimaat, Cronbach's alpha=.86 - mijn moeder helpt/hielp mij goed wanneer ik het moeilijk had - mijn moeder laat/liet me vaak weten dat ze van me hield - mijn vader helpt/hielp mij goed wanneer ik het moeilijk had - mijn vader laat/liet me vaak weten dat hij van me hield - hoeveel wist je moeder van wie je vrienden zijn - hoeveel wist je moeder van waar je bent na schooltijd - hoeveel wist je moeder van wat je doet in je vrije tijd - hoeveel wist je vader van wie je vrienden zijn - hoeveel wist je vader van waar je bent na schooltijd - hoeveel wist je vader van wat je doet in je vrije tijd Sociale integratie, Cronbach's alpha=.82 - op de middelbare school veel vrienden of vriendinnen (inverse) - vaak eenzaam op de middelbare school - op de middelbare school een belangrijke plaats in de vriendenkring (inverse) - een buitenbeentje op de middelbare school Communicatie over seks, Cronbach's alpha=.85 - met de ouders praten over verliefdheid en relaties - met de ouders praten over wat je graag doet/zou willen doen op seksueel gebied - met de ouders praten over wat je niet wilt doen op seksueel gebied - met de ouders praten over zwangerschap en voorbehoedmiddelen - met de ouders praten over het gebruiken van condooms ter voorkoming van soa - met de vrienden praten over verliefdheid en relaties - met de vrienden praten over wat je graag doet/zou willen doen op seksueel gebied - met de vrienden praten over wat je niet wilt doen op seksueel gebied - met de vrienden praten over zwangerschap en voorbehoedmiddelen - met de vrienden praten over het gebruiken van condooms ter voorkoming van soa Communicatie over seks met ouders, Cronbach's alpha=.84 - met de ouders praten over verliefdheid en relaties - met de ouders praten over wat je graag doet/zou willen doen op seksueel gebied - met de ouders praten over wat je niet wilt doen op seksueel gebied - met de ouders praten over zwangerschap en voorbehoedmiddelen - met de ouders praten over het gebruiken van condooms ter voorkoming van soa Communicatie over seks met vrienden, Cronbach's alpha=.88 - met de vrienden praten over verliefdheid en relaties - met de vrienden praten over wat je graag doet/zou willen doen op seksueel gebied - met de vrienden praten over wat je niet wilt doen op seksueel gebied - met de vrienden praten over zwangerschap en voorbehoedmiddelen - met de vrienden praten over het gebruiken van condooms ter voorkoming van soa Perceptie dat vrienden zich beschermen, Cronbach's alpha=.81 - mijn vrienden of vriendinnen gebruiken altijd een voorbehoedmiddel, als ze geslachtsgemeenschap hebben - mijn vrienden of vriendinnen gebruiken altijd condooms, als ze geslachtsgemeenschap hebben met een nieuwe partner - mijn vrienden of vriendinnen gebruiken altijd condooms, als ze geslachtsgemeenschap hebben met een vaste partner

132 114 Positieve sociale norm ouders t.a.v. beschermingsgedrag, Cronbach's alpha=.91 - mijn ouders zeggen dat ik een voorbehoedmiddel moet gebruiken, als ik geslachtsgemeenschap zou hebben - mijn ouders zeggen dat ik altijd een condoom moet gebruiken, als ik geslachtsgemeenschap zou hebben Positieve sociale norm partner t.a.v. beschermingsgedrag, Cronbach's alpha=.62 - partner wil beslist een voorbehoedmiddel gebruiken bij geslachtsgemeenschap - partner wil in verband met soa altijd een condoom gebruiken bij geslachtsgemeenschap Kennis van voortplanting, anticonceptie en soa, Cronbach's alpha=.76 - ook als een jongen tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaarkomt, kan hij een meisje zwanger maken - de pil verkleint de kans dat je hiv of een andere soa oploopt (inverse) - als je je na geslachtsgemeenschap goed wast, loop je minder snel hiv of een andere soa op (inverse) - als je geen (lichamelijke) klachten hebt, kun je toch een soa hebben - er zijn soa waar meisjes onvruchtbaar van kunnen worden - als je de pil slikt, kun je onvruchtbaar worden (inverse) - als een meisje voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft, bloedt ze altijd (inverse) - de meeste soa gaan vanzelf over (inverse) Informatie van gezondheidszorg en hulpverlening, Cronbach's alpha=.72 - informatie van een schoolarts of schoolverpleegkundige - informatie van de huisarts - informatie van de GGD - informatie van jongerenwerker/ JIP / buurthuismedewerker Media exposure, Cronbach's alpha=.86 - iets over seks gelezen in een boek - iets over seks gelezen in een tijdschrift - naar een radioprogramma geluisterd waarin iets over seks werd verteld - naar een televisieprogramma gekeken waarin iets over seks werd verteld - een website bekeken die informatie geeft over seks - een informatielijn gebeld die informatie geeft over seks - een seksblaadje of pornoboekje bekeken - naar een videoclip gekeken waar bloot of seks in voorkomt - naar een seksfilm op televisie gekeken - naar een pornovideo gekeken - een porno-website bekeken - een sekslijn gebeld Informatie over seksualiteit uit de media, Cronbach's alpha=.78 - iets over seks gelezen in een boek - iets over seks gelezen in een tijdschrift - naar een radioprogramma geluisterd waarin iets over seks werd verteld - naar een televisieprogramma gekeken waarin iets over seks werd verteld - een website bekeken die informatie geeft over seks - een informatielijn gebeld die informatie geeft over seks Contact met seksuele uitingen in de media, Cronbach's alpha=.84 - een seksblaadje of pornoboekje bekeken - naar een videoclip gekeken waar bloot of seks in voorkomt - naar een seksfilm op televisie gekeken - naar een pornovideo gekeken - een porno-website bekeken - een sekslijn gebeld

133 115 Flirten via sms of chat, Cronbach's alpha=.76 - iemand die je leuk vindt sms-jes gestuurd - met iemand die je leuk vindt gechat of gemsn-t Online daten, Cronbach's alpha=.76 - op een contactadvertentie op internet gereageerd - een contactadvertentie op internet geplaatst - een afspraakje gemaakt met iemand die je via internet had ontmoet - seks gehad met iemand die je via internet had ontmoet - seks met iemand gehad op het internet (cyber-seks of online-seks) Morele opvattingen t.a.v. seks, Cronbach's alpha=.85 - goedkeuren van geslachtsgemeenschap bij trouwplannen - goedkeuren van geslachtsgemeenschap in vaste relatie - goedkeuren van geslachtsgemeenschap bij veel voor elkaar voelen - goedkeuren van geslachtsgemeenschap bij niets voor elkaar voelen - goedkeuren dat twee meisjes met elkaar vrijen - goedkeuren dat twee jongens met elkaar vrijen - een jongen hoort een meisje te versieren, niet andersom - meisjes moeten minder gemakkelijk zijn op seksueel gebied dan jongens - voor een meisje belangrijker dan voor een jongen om maagd te blijven tot huwelijk - vriendschap verbreken bij homoseksualiteit van beste vriend(in) - het is vies als twee jongens met elkaar vrijen - het is vies als twee meisjes met elkaar vrijen Positieve morele opvatting over vrije seks, Cronbach's alpha=.81 - geslachtsgemeenschap bij trouwplannen - geslachtsgemeenschap in vaste relatie - geslachtsgemeenschap bij veel voor elkaar voelen - geslachtsgemeenschap bij niets voor elkaar voelen Genderconservatisme, Cronbach's alpha=.69 - een jongen hoort een meisje te versieren, niet andersom - meisjes moeten minder gemakkelijk zijn op seksueel gebied dan jongens - voor een meisje belangrijker dan voor een jongen om maagd te blijven tot huwelijk Homonegativiteit, Cronbach's alpha=.82 - goedkeuren dat twee meisjes met elkaar vrijen (inverse) - goedkeuren dat twee jongens met elkaar vrijen (inverse) - vriendschap verbreken bij homoseksualiteit van beste vriend(in) - het is vies als twee jongens met elkaar vrijen - het is vies als twee meisjes met elkaar vrijen Ervaren ernst hiv/soa, Cronbach's alpha=.87 - het lijkt mij vreselijk om hiv te krijgen - het lijkt mij vreselijk om een andere soa (geen hiv) te krijgen Beschermingsgedrag besproken voor eerste geslachtsgemeenschap, Cronbach's alpha=.72 - van tevoren besproken wat jullie zouden doen om zwangerschap te voorkomen?.57 - van tevoren besproken wat jullie zouden doen om besmetting met soa te voorkomen?.57

134 116 Interactiecompetentie met de laatste partner, Cronbach's alpha=.84 - kunnen praten over dingen die je graag doet of zou willen doen op seksueel gebied - kunnen praten over dingen die jij niet wilt doen op seksueel gebied - kunnen praten over zwangerschap (en voorbehoedmiddelen) - kunnen praten over het gebruiken van condooms ter voorkoming van soa - kunnen praten over zijn/haar eerdere seksuele ervaringen - kunnen praten over jouw eerdere seksuele ervaringen - bij het vrijen voel ik me helemaal op mijn gemak - bij het vrijen laat ik precies weten wat ik lekker vind - bij het vrijen heb ik weinig invloed op wat er gebeurt (inverse) - bij het vrijen doe ik dingen die ik eigenlijk niet wil (inverse) - bij het vrijen vraag ik aan wat hij/zij lekker vindt - bij het vrijen doe ik dingen die eigenlijk niet wil (inverse) - bij het vrijen voel ik me onzeker over hoe ik eruit zie (inverse) - bij het vrijen ben ik bang dat ik het niet goed doe (inverse) Interactiecompetentie: communicatie, Cronbach's alpha=.90 - kunnen praten over dingen die je graag doet of zou willen doen op seksueel gebied - kunnen praten over dingen die jij niet wilt doen op seksueel gebied - kunnen praten over zwangerschap (en voorbehoedmiddelen) - kunnen praten over het gebruiken van condooms ter voorkoming van soa - kunnen praten over zijn/haar eerdere seksuele ervaringen - kunnen praten over jouw eerdere seksuele ervaringen Interactiecompetentie: assertiviteit, Cronbach's alpha=.78 - bij het vrijen voel ik me helemaal op mijn gemak - bij het vrijen laat ik precies weten wat ik lekker vind - bij het vrijen vraag ik aan wat hij/zij lekker vindt Interactiecompetentie: controle, Cronbach's alpha=.68 - bij het vrijen heb ik weinig invloed op wat er gebeurt (inverse) - bij het vrijen doe ik dingen die ik eigenlijk niet wil (inverse) - bij het vrijen doe ik dingen die eigenlijk niet wil (inverse) - bij het vrijen drink ik van tevoren alcohol (inverse) - bij het vrijen gebruik ik van tevoren drugs (inverse) Interactiecompetentie: zelfvertrouwen, Cronbach's alpha=.78 - bij het vrijen voel ik me onzeker over hoe ik eruit zie (inverse) - bij het vrijen ben ik bang dat ik het niet goed doe (inverse) Opwindingsgerichte motivatie voor seks, Cronbach's alpha=.78 - de lichamelijke opwinding - de seksuele spanning en avontuur - ontdekken hoe het is om te vrijen - de bevrediging van mijn seksuele behoeften Relatiegerichte motivatie voor seks, Cronbach's alpha=.72 - dat je heel dicht bij iemand anders bent - de verliefdheid en romantiek - dat je dan een relatie (verkering) hebt - dat iemand je leuk en aantrekkelijk vindt - het knuffelen en lekker tegen elkaar aanliggen

135 117 Positief seksueel zelfbeeld, Cronbach's alpha=.80 - als ik seksuele gevoelens heb (of zou heb(ben) schaam ik me (inverse) - ik vind seks eigenlijk vies (inverse) - ik voel me schuldig als ik seksuele gevoelens (zou) heb(ben) (inverse) - na masturberen (vrijen met mezelf) voel ik me vaak schuldig (inverse) - voor mij is seks belangrijk - ik wil van alles uitproberen op het gebied van seks - ik ben nog niet aan seks toe (inverse) - ik denk aldoor aan seks - ik denk dat ik best aantrekkelijk ben - ik ben tevreden over hoe mijn geslachtsdelen eruit zien Seksuele schuld en schaamte, Cronbach's alpha=.83 - als ik seksuele gevoelens heb (of zou hebben) schaam ik me - ik vind seks eigenlijk vies - ik voel me schuldig als ik seksuele gevoelens (zou) heb(ben) - na masturberen (vrijen met mezelf) voel ik me vaak schuldig - ik ben nog niet aan seks toe Sterke gerichtheid op seks, Cronbach's alpha=.75 - voor mij is seks belangrijk - ik wil van alles uitproberen op het gebied van seks - ik denk aldoor aan seks Lichaamsbeeld, Cronbach's alpha=.62 - ik denk dat ik best aantrekkelijk ben - ik ben tevreden over hoe mijn geslachtsdelen eruit zien Seksuele satisfactie, Cronbach's alpha=.86 - tevredenheid met seksfrequentie - tevredenheid met contact met sekspartner - tevredenheid met kwaliteit seks - tevredenheid met seksleven in het algemeen Problemen rond opwinding en verlangen, Cronbach's alpha=.72 - geen zin in seks - moeilijk opgewonden worden of blijven - niet klaarkomen bij het vrijen - pijn bij het vrijen Risicoperceptie hiv/soa, Cronbach's alpha=.95 - kans op hiv bij geslachtsgemeenschap - kans op andere soa dan hiv bij geslachtsgemeenschap - kans op hiv bij pijpen - kans op andere soa dan hiv bij pijpen - kans op hiv bij anale seks - kans op andere soa dan hiv bij anale seks Risicoperceptie dwang, Cronbach's alpha=.86 - de kans dat ik bij het vrijen dingen doe die ik eigenlijk niet wil - de kans dat ik bij het vrijen dingen doe die de ander eigenlijk niet wil Condooms kunnen kopen en omdoen, Cronbach's alpha=.68 - condooms kopen - omdoen

136 118 Condooms kunnen gebruiken in verschillende situaties, Cronbach's alpha=.91 - condoom gebruiken bij seks met nieuwe partner - condoom gebruiken bij seks met iemand op wie je erg verliefd bent - condooms gebruiken bij seks met vaste partner - condoom gebruiken als je erg opgewonden bent - condoom gebruiken als je veel alcohol gedronken hebt of 'high' bent - condoom gebruiken als de ander niet over condooms begint - condoom gebruiken als de ander geen condooms wil gebruiken - condoom gebruiken als de ander je probeert over te halen om geen condooms te gebruiken Negatieve beliefs rondom condoomgebruik, Cronbach's alpha=.73 - als je een condoom gebruikt, voel je bij het vrijen veel minder - condooms zijn een hinderlijke onderbreking bij het vrijen - als je condooms bij je hebt, lijkt het net of je op seks uit bent - als je met condooms wilt vrijen, lijkt het net alsof je je partner niet vertrouwt - als je met condooms wilt vrijen, lijkt het net of je al met veel andere partners naar bed bent geweest - het is soms moeilijk om aan condooms te komen Weinig negatieve gevolgen ervaren voor kwaliteit van de seks, Cronbach's alpha=.75 - als je een condoom gebruikt, voel je bij het vrijen veel minder (inverse) - condooms zijn een hinderlijke onderbreking bij het vrijen (inverse) Weinig negatieve gevolgen ervaren voor relatie of reputatie, Cronbach's alpha=.82 - als je condooms bij je hebt, lijkt het net of je op seks uit bent (inverse) - als je met condooms wilt vrijen, lijkt het net alsof je je partner niet vertrouwt (inverse) - als je met condooms wilt vrijen, lijkt het net of je al met veel andere partners naar bed bent geweest (inverse)

SEKS ONDER JE 25 e. Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2005. Hanneke de Graaf Suzanne Meijer Jos Poelman Ine Vanwesenbeeck

SEKS ONDER JE 25 e. Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2005. Hanneke de Graaf Suzanne Meijer Jos Poelman Ine Vanwesenbeeck SEKS ONDER JE 25 e RNG-STUDIES, NR. 7 ISBN 90 5972 098 9 Uitgeverij Eburon Postbus 2867 2601 CW Delft tel.: 015-2131484 / fax: 015-2146888 [email protected] / www.eburon.nl Omslagontwerp: Studio 12 2005 Rutgers

Nadere informatie

Tabel 1a. Ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag naar leeftijd leeftijd eerste 12 tot 15 (%) 18 tot 21 (%) 15 tot 18 (%)

Tabel 1a. Ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag naar leeftijd leeftijd eerste 12 tot 15 (%) 18 tot 21 (%) 15 tot 18 (%) Factsheet Seks onder je 25 e In 4901 jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 25 jaar hebben deelgenomen aan het onderzoek Seks onder je 25 e. Overal waar in dit factsheet een vergelijking wordt gemaakt

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2017

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2017 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 217 Over welke cijfers hebben we het? In Nederland worden gegevens over de leefstijl van de bevolking verzameld door meerdere thema-instituten die elk op

Nadere informatie

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste.

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste. 6 Het is vies als twee jongens met elkaar vrijen Seksuele gezondheid van jonge allochtonen David Engelhard, Hanneke de Graaf, Jos Poelman, Bram Tuk Onderzoeksverantwoording De gemeten aspecten van de seksuele

Nadere informatie

Belangrijkste conclusies Seks onder je 25 ste 2012

Belangrijkste conclusies Seks onder je 25 ste 2012 Belangrijkste conclusies Seks onder je 25 ste 2012 Januari 2012 SAMENVATTING Seks onder je 25 ste 2012 is een grootschalig representatief onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland.

Nadere informatie

Seksuele gezondheid in Nederland 2017

Seksuele gezondheid in Nederland 2017 Seksuele gezondheid in Nederland 2017 Samenvatting Seksuele gezondheid in Nederland 2017 is een grootschalig representatief onderzoek naar de seksuele gezondheid van volwassenen van 18 tot 80 jaar in Nederland.

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Figuur 1 Aantal deelnemers naar geslacht en leeftijd 75 t/m 85 jaar 1 Over welke cijfers hebben we het? In Nederland worden gegevens over de leefstijl

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2015

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2015 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2015 Over welke cijfers hebben we het? In Nederland worden gegevens over de leefstijl van de bevolking verzameld door meerdere thema-instituten die elk

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2016

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2016 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2016 Over welke cijfers hebben we het? In Nederland worden gegevens over de leefstijl van de bevolking verzameld door meerdere thema-instituten die elk

Nadere informatie

ISBN 978-90-5972-621-5. Uitgeverij Eburon: [email protected]/www.eburon.nl Omslagontwerp: www.ontwerpaandewinkel.nl

ISBN 978-90-5972-621-5. Uitgeverij Eburon: info@eburon.nl/www.eburon.nl Omslagontwerp: www.ontwerpaandewinkel.nl SEKS ONDER JE 25 e ISBN 978-90-5972-621-5 Uitgeverij Eburon: [email protected]/www.eburon.nl Omslagontwerp: www.ontwerpaandewinkel.nl 2012 Rutgers WPF/Soa aids Nederland. Alle rechten voorberhouden. Niets

Nadere informatie

DE SEKSUELE GEZONDHEID VAN JONGEREN IN HET WERKGEBIED VAN GGD ROTTERDAM-RIJNMOND

DE SEKSUELE GEZONDHEID VAN JONGEREN IN HET WERKGEBIED VAN GGD ROTTERDAM-RIJNMOND DE SEKSUELE GEZONDHEID VAN JONGEREN IN HET WERKGEBIED VAN GGD ROTTERDAM-RIJNMOND METHODEN In 2016 2017 hebben zo n 20.500 jongeren van 12 tot en met 24 jaar in Nederland een online vragenlijst ingevuld

Nadere informatie

Seksuele gezondheid van holebi s

Seksuele gezondheid van holebi s Factsheet 2007-1 Seksuele gezondheid van holebi s Seksuele gezondheid in Nederland De Rutgers Nisso Groep heeft in 2006 een grootschalige bevolkingsstudie uitgevoerd naar seksuele gezondheid in Nederland

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017

Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017 Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017 Representatief onderzoek Seks onder je 25e is uitgevoerd door Rutgers en Soa Aids Nederland in samenwerking met GGD en. Het CBS heeft de steekproef samengesteld

Nadere informatie

DE SEKSUELE LEVENSLOOP

DE SEKSUELE LEVENSLOOP DE SEKSEE EVENSOOP Aart Beekman Polikliniek Psychosomatische gynaecologie en Seksuologie Keuzevak seksuologie 2008-2009 Psycho-seksuele anamnese Invloed van de persoonlijke geschiedenis op seksuele betekenisgeving

Nadere informatie

SEXPERT II. Studie bij Vlamingen van Turkse origine

SEXPERT II. Studie bij Vlamingen van Turkse origine SEXPERT II Studie bij Vlamingen van Turkse origine Introductie Waarom? Gebrek aan betrouwbare gegevens Maatschappelijk relevant Hoe? Deelnemers toevallig uitgekozen Interviews bij respondenten thuis Drietalige

Nadere informatie

Seks onder je 25 e. Onderzoek naar de seksuele gezondheid van jarigen in Gelderland-Zuid

Seks onder je 25 e. Onderzoek naar de seksuele gezondheid van jarigen in Gelderland-Zuid Seks onder je 25 e Onderzoek naar de seksuele gezondheid van 17-25 jarigen in Gelderland-Zuid Onderzoek naar relaties en seks Seks onder je 25e is een onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland. In 2016

Nadere informatie

Seks onder je 25e Seksuele gezondheid van jongeren in Flevoland anno 2017

Seks onder je 25e Seksuele gezondheid van jongeren in Flevoland anno 2017 Seks onder je 25e Seksuele gezondheid van jongeren in Flevoland anno 2017 Usha Bregita Ivo Joore Suzan van Dijken Charlie van der Weijden Met dank aan het team Seksuele Gezondheid en administratieve ondersteuning

Nadere informatie

Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017

Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017 Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017 Representatief onderzoek Seks onder je 25e is uitgevoerd door Rutgers en Soa Aids Nederland in samenwerking met GGD en. Het CBS heeft de steekproef samengesteld

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

SEXPERT II. Holebi-studie

SEXPERT II. Holebi-studie SEXPERT II Holebi-studie Waarom? Kleine aantallen Kwetsbare groep Blinde vlekken Introductie holebi-studie Hoe? Online survey Klik eens uit bed Aangepaste versie van Sexpert I-vragenlijst Niet-representatieve

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling 5. Determinanten van seksuele gezondheid-aanbevelingen Om kinderen en jongeren te kunnen ondersteunen in hun seksuele ontwikkeling is het van belang om de

Nadere informatie

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Respons thuiszorgorganisaties en GGD en In deden er tien thuiszorgorganisaties mee aan het, verspreid over heel Nederland. Uit de

Nadere informatie

Resultaten onderzoek Rutgers i.s.m. het NOS Jeugdjournaal 2016 Samenvatting. Utrecht, maart 2016 Auteur: Hanneke de Graaf.

Resultaten onderzoek Rutgers i.s.m. het NOS Jeugdjournaal 2016 Samenvatting. Utrecht, maart 2016 Auteur: Hanneke de Graaf. Arthur van Schendelstraat 696 3511 MJ Utrecht Postbus 9022 3506 GA Utrecht +31(0)30 231 34 31 [email protected] www.rutgers.nl www.rutgers.international Utrecht, maart 2016 Auteur: Hanneke de Graaf BIC

Nadere informatie

Anticonceptie en zwangerschap

Anticonceptie en zwangerschap Hoofdstuk 5 Ciel Wijsen & Hanneke de Graaf Anticonceptie en zwangerschap In Nederland is het aanbod van diverse anticonceptiemethoden groot. De keuze die vrouwen maken voor een bepaalde methode is belangrijk

Nadere informatie

Seksueel geweld en seksuele grensoverschrijding

Seksueel geweld en seksuele grensoverschrijding Hoofdstuk 7 Willy van Berlo & Denise Twisk Seksueel geweld en seksuele grensoverschrijding We spreken van seksueel geweld als iemand wordt gedwongen iets seksueels te doen wat die persoon niet wilde, of

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

Leeswijzer Jeugdgezondheidszorg Utrecht tabellen

Leeswijzer Jeugdgezondheidszorg Utrecht tabellen Leeswijzer Jeugdgezondheidszorg Utrecht tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. In

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik Charles Picavet, Linda van der Leest en Cecile Wijsen Rutgers Nisso Groep, mei 2008 Achtergrond Hoewel er veel verschillende anticonceptiemethoden

Nadere informatie

jongens meisjes 18 jaar of ouder

jongens meisjes 18 jaar of ouder 2. Seksuele risico s en beschermingsgedrag In dit hoofdstuk wordt een aspect van het thema seksualiteit uitgewerkt, namelijk seksuele risico s en beschermingsgedrag. De informatie is onder andere gebaseerd

Nadere informatie

SEKSUEEL GEDRAG. Jongerenmonitor % geslachtsgemeenschap. Klas 2. Klas 4. 55% altijd een condoom gebruikt

SEKSUEEL GEDRAG. Jongerenmonitor % geslachtsgemeenschap. Klas 2. Klas 4. 55% altijd een condoom gebruikt IJsselland SEKSUEEL GEDRAG Jongerenmonitor 2015 7% geslachtsgemeenschap gehad 10.163 jongeren School Klas 2 13-14 jaar Klas 4 15-16 jaar 49% negatieve houding homoseksualiteit 55% altijd een condoom gebruikt

Nadere informatie

Onderzoek Veilig of niet?

Onderzoek Veilig of niet? Onderzoek Veilig of niet? 06 februari 2013 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 24 januari tot 04 februari 2013, deden 2.261 jongeren mee. Het onderzoek is gehouden in samenwerking

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Vmbo scholieren, seksualiteit en seksuele voorlichting

Vmbo scholieren, seksualiteit en seksuele voorlichting Vmbo scholieren, seksualiteit en seksuele voorlichting Een effectonderzoek naar de vernieuwde versie van het lespakket Lang leve de liefde Michelle van Fulpen Floor Bakker Linda Breeman Jos Poelman Herman

Nadere informatie

WEEK VAN DE LIEFDE Mini Symposium Migrantenjongeren en seksualiteit

WEEK VAN DE LIEFDE Mini Symposium Migrantenjongeren en seksualiteit WEEK VAN DE LIEFDE Mini Symposium Migrantenjongeren en seksualiteit Organisatie: GGD Den Haag Presentatie: Bram Tuk PHAROS [email protected] Week v.d. Liefde 15-2-2012 Bram Tuk Doel Kennis Motivatie Reflectie

Nadere informatie

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 1. Inleiding De aanvullende seksualiteitshulpverlening (ASH) is laagdrempelige zorg waar jongeren tot 25 jaar gratis en indien gewenst anoniem

Nadere informatie

103 vragen over jongeren en seks

103 vragen over jongeren en seks over jongeren en seks over jongeren en seks Uit het onderzoek Seks onder je 25 e 2017 Handig voor jongeren, docenten, ouders, GGD-medewerkers, jongerenwerkers en huisartsen Inhoud Dit boekje laat zien

Nadere informatie

Een onderzoek naar seksuele voorlichtingslessen onder leerlingen uit de onderbouw van het Nederlands voortgezet onderwijs.

Een onderzoek naar seksuele voorlichtingslessen onder leerlingen uit de onderbouw van het Nederlands voortgezet onderwijs. Een onderzoek naar seksuele voorlichtingslessen onder leerlingen uit de onderbouw van het Nederlands voortgezet onderwijs. Uitgevoerd door Scholieren.com, in opdracht van Rutgers WPF. April/mei 2013 Voorwoord

Nadere informatie

Werkinstructie benaderen intermediairs Sense

Werkinstructie benaderen intermediairs Sense Werkinstructie benaderen intermediairs Sense BIJLAGE 7 Voorbeeld van de opzet van de presentatie in PowerPoint BIJLAGE 7 VOORBEELD VAN DE OPZET VAN DE PRESENTATIE IN POWERPOINT] 1 WERKINSTRUCTIE BENADEREN

Nadere informatie

Simone de Roos & Rob Gommans

Simone de Roos & Rob Gommans de relatie van jongeren met ouders en vrienden De relatie van jongeren met ouders en vrienden Simone de Roos & Rob Gommans In de tienertijd veranderen de relaties in het sociale netwerk van jongeren. In

Nadere informatie

Het Groninger Stadspanel over LGBT. Meningen over bi- en homoseksualiteit en transgender in Groningen stad

Het Groninger Stadspanel over LGBT. Meningen over bi- en homoseksualiteit en transgender in Groningen stad Het Groninger Stadspanel over LGBT Meningen over bi- en homoseksualiteit en transgender in Groningen stad Onderzoek en Statistiek Groningen heeft als kernactiviteiten instrumentontwikkeling voor en uitvoering

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

De eerste keer. Leeftijd waarop de helft van de jongeren geslachtsgemeenschap heeft gehad 18,3 18,1 17,2 17,3

De eerste keer. Leeftijd waarop de helft van de jongeren geslachtsgemeenschap heeft gehad 18,3 18,1 17,2 17,3 Feiten en cijfers Veenkoloniën (Groningen/Drenthe) 2017 De eerste keer Leeftijd waarop de helft van de jongeren geslachtsgemeenschap heeft gehad 18,3 18,1 17,2 17,3 Veenkoloniën Landelijk Veenkoloniën

Nadere informatie

Landelijke abortusregistratie 2011

Landelijke abortusregistratie 2011 Landelijke abortusregistratie 2011 Deze factsheet doet verslag van de abortuscijfers, gebaseerd op gegevens die zijn verzameld voor de Landelijke abortusregistratie (LAR). Als aanvulling hierop wordt ook

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Houding van ouders ten aanzien van het rookgedrag van jongeren van jaar

Houding van ouders ten aanzien van het rookgedrag van jongeren van jaar Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Consumer & Media Rapport Houding van ouders ten aanzien van het

Nadere informatie

Landelijke abortusregistratie 2013

Landelijke abortusregistratie 2013 Landelijke abortusregistratie 2013 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde zwangerschapsafbrekingen in klinieken en ziekenhuizen in Nederland. De klinieken

Nadere informatie

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting Roelof Schellingerhout Clarie Ramakers Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Seksuele gezondheid Uitdagingen voor migranten organisaties

Seksuele gezondheid Uitdagingen voor migranten organisaties Seksuele gezondheid Uitdagingen voor migranten organisaties Bijeenkomst bevordering seksuele gezondheid Noord Nederland en de rol van de zelforganisaties Drachten 15-3-2010 Bram Tuk Pharos, kennis en adviescentrum

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

Alle cijfers hieronder gaan enkel over jongens, tenzij anders vermeld.

Alle cijfers hieronder gaan enkel over jongens, tenzij anders vermeld. Resultaten Poeperkespoll Online bevraging over relaties en seks 814 deelnemers, 702 jongeren (

Nadere informatie

Zuid-Limburgse jongeren seksueel ongezond. Seks onder je 25e Een factsheet van de GGD Zuid Limburg

Zuid-Limburgse jongeren seksueel ongezond. Seks onder je 25e Een factsheet van de GGD Zuid Limburg se jongeren seksueel ongezond Seks onder je 25e Een factsheet van de GGD Zuid Limburg se jongeren seksueel ongezond Seksueel gedrag van jongeren Seks onder je 25e: een factsheet van de GGD Zuid Limburg

Nadere informatie

Onderzoek Wereldproblemen en Seks

Onderzoek Wereldproblemen en Seks Onderzoek Wereldproblemen en Seks 1V Jongerenpanel 24 oktober 2014 Over dit onderzoek Aan dit online onderzoek in samenwerking met dance4life, gehouden van 15 tot en met 23 oktober 2014, deden 1641 jongeren

Nadere informatie

Onderzoeksverantwoording Panel Fryslân

Onderzoeksverantwoording Panel Fryslân Onderzoeksverantwoording Panel Fryslân Steekproef en werving van een representatief internetpanel Fries Sociaal Planbureau 2017 Versie 1.0 Datum: Juni 2017 Auteur: Miranda Visser en Henk Fernee Voor aanvullende

Nadere informatie

Leeswijzer Jeugdmonitor Utrecht tabellen

Leeswijzer Jeugdmonitor Utrecht tabellen Leeswijzer Utrecht tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. In de tabellen staan telkens

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol 1 (19) Onderzoek Inwonerspanel Auteur Tineke Brouwers Respons onderzoek Op 5 december kregen de panelleden van 12 tot en met 18 jaar (280 personen) een e-mail met de vraag of zij digitaal een vragenlijst

Nadere informatie

Werkblad Seksuele Diversiteit. KaartjesspeL voorkant

Werkblad Seksuele Diversiteit. KaartjesspeL voorkant KaartjesspeL voorkant Kaartjesspel achterkant Wat betekent LHBT? Ben je in de war als je bi bent? Hoe word je homo? Wat is coming out? Op welke leeftijd ontdek je dat je homo of lesbisch bent? Op welke

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie Hoofdstuk 23 Discriminatie Samenvatting Van de zes voorgelegde vormen van discriminatie komt volgens Leidenaren discriminatie op basis van afkomst het meest voor en discriminatie op basis van sekse het

Nadere informatie

ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN

ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN Dr. C.P. van Linschoten Drs. P. Moorer Definitieve versie 27 oktober 2014 ARGO BV Inhoudsopgave 1. INLEIDING EN VRAAGSTELLING... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Vraagstelling...

Nadere informatie

6 Psychische problemen

6 Psychische problemen psychische problemen 6 Psychische problemen Gonneke Stevens In onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van jongeren is het relevant aandacht te besteden aan psychische problematiek, waarbij vaak een

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Esther van Kralingen Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/ 2 is het aandeel van de niet-westerse allochtonen dat in het hoger onderwijs

Nadere informatie

BIJLAGEN. Dichter bij elkaar? De sociaal-culturele positie van niet-westerse migranten in Nederland. Willem Huijnk Jaco Dagevos

BIJLAGEN. Dichter bij elkaar? De sociaal-culturele positie van niet-westerse migranten in Nederland. Willem Huijnk Jaco Dagevos Dichter bij elkaar? De sociaal-culturele positie van niet-westerse migranten in Nederland Willem Huijnk Jaco Dagevos BIJLAGEN Bijlagen hoofdstuk 2... 2 Bijlagen hoofdstuk 3... 3 Bijlagen hoofdstuk 4...

Nadere informatie

Seksuele oriëntatie uitgesplitst per sekse, bevolking 18 jaar en ouder, 2016/2017 (in gewogen percentages)

Seksuele oriëntatie uitgesplitst per sekse, bevolking 18 jaar en ouder, 2016/2017 (in gewogen percentages) Seksuele oriëntatie uitgesplitst per sekse, bevolking 18 jaar en ouder, 2016/2017 (in gewogen percentages) totaal man vrouw seksuele aantrekking alleen eigen sekse 2,0 2,6 1,4 vooral eigen sekse 0,8 0,6

Nadere informatie

ONDERZOEKSVERSLAG JEUGDRAADPANEL SEKSUALITEIT EN TOLERANTIE. Homo-emancipatie op school. Wie kunnen er beter hun mening geven dan jongeren zelf?

ONDERZOEKSVERSLAG JEUGDRAADPANEL SEKSUALITEIT EN TOLERANTIE. Homo-emancipatie op school. Wie kunnen er beter hun mening geven dan jongeren zelf? ONDERZOEKSVERSLAG JEUGDRAADPANEL SEKSUALITEIT EN TOLERANTIE Homo-emancipatie op school Wie kunnen er beter hun mening geven dan jongeren zelf? 1 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Kenmerken van de onderzochte groep

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R VOEDING, BEWEGING EN GEWICHT K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 6 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD

Nadere informatie