Zelf depressiviteit overwinnen
|
|
|
- Sandra Hendriks
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Nellie Wilschut Marijke Dijkstra Marijke Ruiter Pim Cuijpers In de put uit de put Zelf depressiviteit overwinnen Een handreiking voor coördinatoren en begeleiders van de cursus voor volwassenen van 18 jaar en ouder Trimbos-instituut, Utrecht, 2011
2 COLOFON Projectuitvoering Nellie Wilschut Marijke Dijkstra Marijke Ruiter Pim Cuijpers Productiebegeleiding Joris Staal Omslagontwerp Ladenius Communicatie Opmaak en redactie Jurriaans Lindenbaum Grafimedia Beeld ThiemeMeulenhoff Artikelnummer: AF0431 Deze uitgave is te bestellen via met artikelnummer AF0431 Trimbos-instituut Da Costakade 45 Postbus AS Utrecht T: F: , Trimbos-instituut, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Met uitzondering van de bijlagen 1 t/m 7 mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Trimbos-instituut. De opgenomen bijlagen kunnen als werkmaterialen voor de uitvoering van de cursus gekopieerd worden. TRIMBOS-INSTITUUT
3 INHOUD Voorwoord 5 Achtergrondinformatie 7 1 Inleiding Inhoud en opzet van de handreiking Depressie Behandelmethoden De cursus Omgaan met depressie: een plaatsbepaling 13 2 De cursus Omgaan met depressie Doelen en opzet van de oorspronkelijke Amerikaanse cursus Omgaan met depressie: In de put uit de put Onderzoek naar de effecten van de cursus Kenmerken en ervaringen van de cursisten in Nederland Andere Nederlandse varianten van Omgaan met depressie 20 3 Organisatie en uitvoering van de cursus Doelstellingen Het organiseren en implementeren van de cursus De cursusbegeleiding: wie en welke taken Werving van de cursisten Selectie en kennismakingsgesprekken Uitvoering van de cursus Evaluatie en nazorg 32 Literatuur 35 Draaiboek In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen 39 Inleiding 41 Bijeenkomst 1 Denken, voelen, doen en uw stemming 47 Bijeenkomst 2 Doen, denken en uw stemming 51 Bijeenkomst 3 Denken en uw stemming 53 Bijeenkomst 4 Positief leren denken, assertiviteit en uw stemming 55 Bijeenkomst 5 Assertiviteit in de praktijk en andere sociale vaardigheden 57 Bijeenkomst 6 Uw winst behouden 59 Terugkombijeenkomst 61 Bijlagen 63 Bijlage 1a Toelichting checklist kwaliteit uitvoering cursus 65 Bijlage 1b Checklist kwaliteit uitvoering cursus 67 Bijlage 2a Verantwoordelijkheden Preventieve cursussen depressie 75 Bijlage 2b Verklaring deelname 79 Bijlage 3 Tekst voor een wervingsfolder voor de cursus Omgaan met depressie 81 Bijlage 4a Checklist kennismakingsgesprek 83 TRIMBOS-INSTITUUT 3
4 Bijlage 4b Vragenlijst kennismaking cursus In de put uit de put. 85 Zelf depressiviteit overwinnen Bijlage 4c Vragenlijst CES-D 89 Bijlage 4d Vragenlijst afsluiting cursus In de put uit de put. 93 Zelf depressiviteit overwinnen Bijlage 5 Logboek 95 Bijlage 6 Ontspanningsoefeningen 99 Spanningendagboek (Oefening Hoe ontspannen ben ik? ) Bijlage 7 Verdere informatie TRIMBOS-INSTITUUT
5 VOORWOORD Voor u ligt de geheel herziene handreiking van de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen. In 1992 ontdekte prof. dr. Pim Cuijpers de cursus Omgaan met depressie, ontwikkeld door prof. dr. Peter Lewonsohn en zijn medewerkers aan de Universiteit van Oregon in de Verenigde Staten. Deze onderzoeksgroep voerde een vergelijkend onderzoek uit naar verschillende psychologische behandelvormen voor mensen met depressieve klachten, zoals cognitieve therapie en sociale-vaardigheidstrainingen. Prof. Cuijpers heeft in de jaren negentig, geïnspireerd door het werk in de Verenigde Staten, de cursus aangepast en bewerkt voor de Nederlandse situatie tot de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen (1995), voor mensen van 18 jaar en ouder met depressieve klachten. Voor ouderen met depressieve klachten schreef hij de cursus Kleur geven aan een grijs bestaan (1998). De laatste werd opnieuw bewerkt tot In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen 55+ (2000). In de jaren erna is er veel gebeurd, zoals: Het project Implementatie van de cursus Omgaan met depressie voor volwassenen en 55+-ers in de preventieve geestelijke gezondheidszorg (1998) door Ir. Ineke Voordouw, projectleider Trimbos-instituut. De cursussen In de put uit de put, zowel de 18+- als de 55+-versie worden in 90% van de GGZ-instellingen in Nederland aangeboden. Beide cursussen zijn wetenschappelijk onderzocht en effectief bewezen (Universiteiten van Nijmegen en Leiden). Via Loket Gezond Leven van het RIVM krijgen beide interventies de hoogste certificering, namelijk Bewezen effectief (2010). Beide zijn meermaals bewerkt, mede op basis van de ervaringen uit de cursusgroepen. Er zijn verschillende versies voor verschillende doelgroepen ontwikkeld, zoals Leren leven met een chronische ziekte, voor chronisch zieken; Grip op je dip, voor jongvolwassenen van 18 tot en met 25 jaar; Lichte dagen, donkere dagen (voor Turken en Marokkanen); Depressiviteit de baas, een bibliotherapievorm; Kleur je Leven (een internetcursus met zowel een 18+- als een 55+-variant). Deze herziene uitgave van In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen is in opdracht van het Trimbos-instituut geschreven en heeft een aantal ingrijpende wijzigingen ondergaan, namelijk: beide versies van de In de put uit de put cursus 18+ en 55+ zijn samengevoegd tot een cursus voor 18 en ouder. Het aantal hoofdstukken is teruggebracht naar zes. De cursus kan zowel in groepsverband als individueel worden gebruikt. Bij deze zogenoemde zelfhulpvariant kan de cursus zelfstandig worden doorgewerkt en indien gewenst met (telefonische) ondersteuning van een medewerker uit de GGZ. Graag bedanken we Ir. Ineke Voordouw wier werk en inzet ervoor heeft gezorgd dat de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen een groot succes is geworden in Nederland. TRIMBOS-INSTITUUT 5
6 Dank aan verschillende medewerkers van het Trimbos-instituut, waaronder Wendy Doeleman en Jeannet Kramer, de ervaren cursusbegeleiders en de oud-cursisten die in welke vorm dan ook in de loop der jaren bijdragen hebben geleverd om de cursus In de put uit de put te maken tot wat hij nu is. Wij wensen u veel succes met de cursus! Nellie Wilschut Auteur in opdracht van het Trimbos-instituut GGZ Midden-Holland, onderdeel van Rivierduinen Prof. dr. Pim Cuijpers Redactie Vrije Universiteit Amsterdam 6 TRIMBOS-INSTITUUT
7 ACHTERGRONDINFORMATIE TRIMBOS-INSTITUUT 7
8 8 TRIMBOS-INSTITUUT
9 1 INLEIDING De cursus Omgaan met depressie is in de Verenigde Staten ontwikkeld door Lewinsohn en zijn medewerkers (Lewinsohn e.a. 1984a; Lewinsohn 1984b; Lewinsohn 1987). In deze cursus leren mensen hoe om te gaan met hun depressieve klachten. De cursus is in de jaren 1990 aangepast en bewerkt voor de Nederlandse situatie. In 1995 verscheen de eerste Nederlandse versie van Omgaan met depressie (Cuijpers e.a., 1995), gevolgd door varianten voor volwassenen en ouderen onder de titel In de put uit de put. In 2002 werd voor beide cursussen een geheel herziene versie van de Handreiking voor cursus leiders uitgebracht (Voordouw e.a., 2002). Sinds 2002 is de cursus breed geïmplementeerd. Vanaf 2006 wordt de cursus voor volwassenen continu door ten minste de helft van de preventieafdelingen van GGZinstellingen aangeboden, en de cursus voor ouderen door ten minste eenderde. Het zijn door de jaren heen de meest uitgevoerde interventies depressiepreventie in Nederland (Voordouw & Van de Veen, 2008; De Jonge & Ruiter, 2009; Dijkstra & Ruiter, 2010). Vanaf 2008 worden preventieve interventies door de Erkenningscommissie van het Centrum Gezond Leven gecertificeerd. In de put uit de put voor volwassenen. Zelf depressiviteit overwinnen en In de put uit de put 55+. Zelf depressiviteit over winnen werden in 2009 als enige leefstijlinterventies gecertificeerd in de categorie bewezen effectief. Deze kwalificatie is in Nederland in totaal aan slechts drie inter venties gegeven. De noodzaak om de bestaande interventies in te korten ontstond toen de zorgverzekering aankondigde in totaal slechts acht contacten per interventie te vergoeden. De huidige versie past in dat format en bestaat uit een kennismakingsgesprek, zes bijeenkomsten en een vervolgbijeenkomst. De keuze om de beide interventies samen te voegen tot de huidige 18+ versie werd onder andere gemaakt omdat bij veel GGZ instellingen de cursus al jarenlang met succes voor één leeftijdgroep werd aangeboden, een positieve ontwikkeling die al langere tijd is ingezet bij verschillende interventies. De overeenkomsten en de verschillen tussen de vorige en de huidige versie De huidige In de put uit de put 18+ is een samenvoeging van de voormalige In de put uit de put voor volwassenen. Zelf depressiviteit overwinnen en In de put uit de put 55+. Zelf depressiviteit overwinnen. Deze versie is evenals de vorige gebaseerd op de principes van de sociaal leren theorie en de cognitive gedragstherapie en bedoeld voor mensen met mild depressieve klachten. De huidige interventie bestaat uit zes bijeenkomsten en een terugkombijeenkomst. Voorheen bestond de volwassen versie uit twaalf bijeenkomsten en de 55+ versie uit tien bijeenkomsten, beide eveneens met een terugkombijeenkomst. Ook in de huidige versie worden er vaardigheden aangeleerd om anders met depressieve klachten om te gaan en de neerwaartse spiraal om te buigen. In de huidige versie zijn er drie in plaats van vier vaardigheden, namelijk: het vermeerderen van plezierige activiteiten, anders leren denken, assertiviteit. De 4e vaardigheid leren omgaan met stress en ontspanning is in de huidige versie als extra hoofdstuk optioneel voor de cursist in het boek opgenomen. TRIMBOS-INSTITUUT 9
10 Werden de vaardigheden voorheen als blok behandeld, nu worden de vaardigheden door de verschillende hoofdstukken heen verweven en verbonden met elkaar. Op deze wijze kan er in meerdere hoofdstukken met de vaardigheden geoefend worden om deze eigen te maken en te kunnen integreren in het dagelijkse leven. Om dit te versterken wordt geadviseerd de hoofdstukken 1, 2 en 3 wekelijks te laten plaatsvinden en de hoofdstukken 4, 5 en 6 om de week. Ook de voorliggende handreiking is geheel geactualiseerd. Deze handreiking is bedoeld om te worden gebruikt door cursusleiders van de cursus In de put uit de put 18+ (Cuijpers & Wilschut, 2011). De handreiking heeft diverse doelen voor preventiewerkers en hulpverleners die de cursus gaan uitvoeren: Achtergrondinformatie geven over depressie of depressieve klachten en over de ontwikkelingen en effectiviteit van de cursus, zodat zij in hun organisatie de keuze voor de cursus kunnen onderbouwen. Praktische informatie geven over de uitvoering van de cursus. Werkmaterialen aanreiken die gebruikt kunnen worden bij de organisatie van de cursus. Werkmaterialen aanreiken die gebruikt kunnen worden bij de uitvoering en evaluatie van de cursus. In de praktijk blijkt dat de cursus voor volwassenen en die voor ouderen 55+ aan cursusbegeleiders vergelijkbare eisen stelt. Daarom hebben we een handreiking gemaakt. De titel voor de cursus Omgaan met depressie, In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen is gehandhaafd voor deze verkorte versie. Het is een ingeburgerde naam die ook vaak in folders, persberichten en andere publiekgerichte materialen wordt gebruikt. Het is ook de naam van de door de Erkenningscommissie van het Centrum Gezond Leven gecertificeerde interventie. In deze handreiking zullen we daarnaast spreken van de cursus Omgaan met depressie, als verzamelnaam van de diverse cursusvarianten en om aan te geven dat het hier om de methodiek gaat. 1.1 Inhoud en opzet van de handreiking De handreiking bestaat uit drie delen. Achtergrondinformatie over depressie en over de cursus, een beknopt overzicht van onderzoek naar de effectiviteit van de cursus en een beschrijving van de kenmerken van de cursisten. We gaan uitgebreid in op het organiseren en uitvoeren van de cursus en de stand van zaken daarvan in Nederland. Draaiboek voor de cursusbegeleiders. Bijlagen die in het implementatietraject zijn ontwikkeld, zoals formulieren en vragenlijsten. 1.2 Depressie Een depressieve stoornis [major depression volgens het classificatiesysteem DSM-IV-TR (APA, 2000)] kenmerkt zich door een aanhoudende depressieve stemming of een aan- 10 TRIMBOS-INSTITUUT
11 houdend interesseverlies in (bijna) alle activiteiten. De hiermee samenhangende klachten worden gedurende ten minste twee weken ervaren. Daarnaast moeten er nog minimaal vijf andere klachten gedurende minstens twee weken aanwezig zijn (zie schema 1.1). De klachten moeten gepaard gaan met een aanzienlijk lijden en beperkingen met zich meebrengen in het sociaal of beroepsmatig functioneren (Smit e.a. 2001). De depressieve klachten mogen niet toe te schrijven zijn aan rouw en zijn niet het gevolg van directe fysiologische effecten van een (genees)middel of somatische aandoening. Als niet aan de criteria voor een echte depressie wordt voldaan, maar er wel sprake is van een depressieve stemming of interesseverlies en 2-4 symptomen gedurende ten minste twee weken, dan spreken we van depressiviteit, depressieve klachten, subklinische depressie of minor depression. De DSM-IV-TR onderscheidt verder een aantal vormen van depressie die zijn weergegeven in schema 1.1. Schema 1.1 Depressies in DSM-IV-TR In DSM-IV-TR wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten depressies. Depressie in engere zin Wil er sprake zijn van een depressie in engere zin, dan moet er in ieder geval sprake zijn van ernstige neerslachtigheid of ernstig interesseverlies. Deze klachten moeten ten minste gedurende twee weken optreden. Verder moeten er nog minstens vijf van de volgende klachten optreden. Eetproblemen (heel veel of juist heel weinig eten) of veranderingen in het gewicht Slaapproblemen (te weinig of te veel) Geagiteerd en rusteloos zijn of juist geremd Vermoeidheid en verlies van energie Gevoelens van waardeloosheid of overmatige schuldgevoelens Concentratieproblemen, vertraagd denken en besluiteloosheid Terugkerende gedachten aan de dood of aan zelfdoding Dysthyme stoornis Hierbij gaat het om dezelfde klachten als bij de depressie in engere zin, maar de verschijnselen zijn minder ernstig en het aantal verschijnselen is kleiner (2 tot 5 sypmtomen). De periode waarin de verschijnselen optreden is echter veel langer. Iemand met een dysthyme stoornis heeft gedurende ten minste twee jaar, meer dagen wel dan niet, het grootste deel van de dag een depressieve stemming. De symptomen mogen nooit langer dan twee maanden afwezig zijn. TRIMBOS-INSTITUUT 11
12 Depressie en depressieve klachten zijn een belangrijk aandachtsgebied voor de geestelijke gezondheidszorg, en wel om de volgende redenen. Depressieve stoornissen komen veel voor. Jaarlijks kampt 5,2% van de 18- t/m 65-jarigen in Nederland met een ernstige depressie. In 2009 waren dat volwassenen (De Graaf e.a. 2010). Bij vrouwen komt een depressieve stoornis meer voor dan bij mannen (respectievelijk 6,3% en 4,1%). 18,7% van de bevolking heeft ooit een depressie gehad (De Graaf e.a. 2010). Over depressie bij jongeren (adolescenten) lopen de schattingen uiteen van 0,4 tot 8,3% (Birmaher e.a. 1996; Verhulst e.a. 1997). Onder personen ouder dan 65 jaar heeft ongeveer 2% een depressie (Tilburg & Beekman 1999), maar bij ouderen duurt een depressie vaak langer. Daarnaast hebben volwassenen (18-65 jaar) en ouderen (65-84 jaar) depressieve klachten die niet voldoen aan de criteria voor een depressieve stoornis. Depressies zijn ingrijpend voor de persoon met een depressie en zijn of haar omgeving. Een depressie vroeg in de levensloop kan van invloed zijn op de school- en beroepscarrière. Ook is een depressie op jonge leeftijd een voorspeller van terug kerende of chronische depressie op latere leeftijd. Daarmee kan uiteindelijk de maatschappelijke participatie en sociale positie verminderen. Bij volwassenen heeft een depressie gevolgen voor het arbeidsproces, zoals verminderd functioneren, ziekte verzuim, verlies van werk en arbeidsongeschiktheid. Voor mensen in de omgeving van depressieve mensen kunnen de gevolgen eveneens aanzienlijk zijn. Zo lopen kinderen van depressieve ouders een hogere kans om later zelf ook een depressie of een andere vorm van psychopathologie te ontwikkelen (Bool e.a. 2001, Hosman e.a. 1993). Partners van depressieve mensen hebben veelal minder sociale contacten en dreigen in een isolement terecht te komen. De relatie met de patiënt wordt bovendien ernstig aangetast, het is soms alsof zij hun partner verloren hebben (Fadden e.a. 1987; zie ook Hinrichsen 1991, Hinrichsen e.a. 1992). Depressies brengen hoge kosten met zich mee Depressie staat op de vierde plaats in de top 10 van ziekten met de grootste ziektelast in Nederland (Van Dijk e.a. 2010) en brengen grote economische kosten met zich mee. Per jaar bedragen de kosten minstens 1,6 miljard euro (in 2003). Daarvan is ongeveer 953 miljoen toe te schrijven aan ziekteverzuim en verlies aan productiviteit en ongeveer 660 miljoen aan ziektekosten (Meijer e.a. 2006; Smit e.a. 2006). Subklinische depressie gaat ook gepaard met aanzienlijke beperkingen. Van de subklinische depressie is bekend dat dit gepaard gaat met aanzienlijke beperkingen in het sociaal en maatschappelijk functioneren. In die zin is een subklinische depressie vergelijkbaar met diabetes, artritis en hartaandoeningen. Een subklinische depressie is een goede voorspeller van een depressie in het daarop volgende jaar (Cuijpers & Smit 2004). Omdat de subklinische depressie zich goed laat beïnvloeden is het van belang deze tijdig te signaleren en deze omvangrijke doelgroep preventieve activiteiten aan te bieden (Smit e.a. 2001). 12 TRIMBOS-INSTITUUT
13 1.3 Behandelmethoden Depressie is over het algemeen goed te behandelen. Verschillende behandelmethoden voor depressie zijn talloze malen onderzocht en (voor de korte termijn) effectief bevonden. Naast cognitieve en gedragstherapeutische behandelwijzen is ook medicatie met antidepressiva, interpersoonlijke psychotherapie, probleemoplossende therapie en gedragsactiverende therapie effectief gebleken in de behandeling van depressie (Cuijpers e.a. 2009; Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2010). In de multidisciplinaire richtlijn voor de behandeling van depressie bij volwassenen wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten depressies. Over het algemeen wordt bij kortdurende, minder ernstige en lichte vormen van depressie psycho logische behandelingen aanbevolen. Bij (matig) ernstige depressie en terugkerende depressie kan gekozen worden tussen medicatie en psychotherapie of wordt een combinatie daarvan aangeraden. Een ernstige depressie wordt bij voorkeur behandeld met medicatie, eventueel aangevuld met psychotherapie. Raadpleeg de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie voor meer informatie over behandelmethoden De cursus Omgaan met depressie: een plaatsbepaling De cursus Omgaan met depressie zoals die door Lewinsohn en zijn medewerkers is ontwikkeld, kunnen we beschouwen als een gestructureerde cognitief-gedragstherapeutische behandelvorm in groepsverband. Doelgroepen hebben een verhoogd of vergelijkbaar niveau van depressieve klachten of symptomen (CES-D > 16). De cursus is voor deelnemers een vorm van geïndiceerde depressiepreventie als er geen sprake is van een depressieve stoornis, maar wel van een sterk verhoogd risico. Door de psycho-educatieve en flexibele cursusvorm kan deze interventie laagdrempelig worden aangeboden. De cursus kan daardoor mede een oplossing leveren voor het probleem dat ongeveer 40% van alle mensen met een depressieve stoornis geen hulp krijgt (De Graaf e.a. 2010). Mensen met depressieve klachten kunnen via de cursus vroegtijdig worden bereikt waardoor de duur en de ernst van de depressie kunnen worden beperkt. De cursus is breed geïmplementeerd in de GGZ-preventie. Een meerderheid van de Nederlandse GGZ-instellingen biedt de cursus door de jaren heen aan. Maar het bereik kan nog verbeterd worden doordat ook goed getrainde begeleiders, buiten specialisten uit de geestelijke gezondheidszorg, de cursus effectief kunnen geven (Cuijpers e.a. 2009; Thompson e.a. 1983). De cursus is gemakkelijk in diverse settings door verschillende begeleiders toe te passen. Omdat mensen met depressieve klachten in de eerste plaats naar de huisarts gaan en ook voornamelijk door de huisarts worden behandeld, is een positionering dichtbij de eerstelijn aangewezen. De cursus is een geschikt alternatief als (nog) niet wordt besloten tot (medicamenteuze) behandeling, De gestructureerde vorm maakt de cursus ook geschikt als een efficiënte, kortdurende behandelvorm binnen de bestaande curatieve geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast zou de cursus als methode voor terugvalpreventie kunnen worden toegepast (Kühner e.a. 1994). TRIMBOS-INSTITUUT 13
14 Voor Nederlandse varianten van Omgaan met depressie voor specifieke leeftijdscategorieën, bevolkingsgroepen of toepassingen verwijzen we naar het overzicht in paragraaf TRIMBOS-INSTITUUT
15 2 DE CURSUS OMGAAN MET DEPRESSIE Veel van de elementen aanwezig in de Amerikaanse versie van de cursus zijn behouden gebleven in de Nederlandse varianten. Op deze plaats bespreken we allereerst de Amerikaanse versie van de cursus Omgaan met depressie. Daarna beschrijven we de Nederlandse cursus In de put uit de put 18+. Vervolgens gaan we in op wat er bekend is over de effecten van deze cursus. Daarna wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de cursisten. Tenslotte geven we een korte beschrijving van de varianten van Omgaan met depressie die in Nederland zijn ontwikkeld voor diverse doelgroepen, situaties en leeftijdscategorieën en de gegevens over de effectiviteit daarvan. 2.1 Doelen en opzet van de oorspronkelijke Amerikaanse cursus Het doel van de cursus is het verhelpen van depressie en depressieve klachten door een neerwaarts gerichte spiraal van depressiviteit te doorbreken of te voorkomen. Lewinsohn s cursus Omgaan met depressie grijpt hierbij terug op een aantal theoretische grondslagen. De sociaal-leren-theorie (Bandura, 1977). In de cursus gaat het om de relatie tussen het aantal plezierige gebeurtenissen en een depressie. Er wordt vanuit gegaan dat depressie gerelateerd is aan een afname van plezierige gebeurtenissen en een toename van negatieve gebeurtenissen. Interventies waarvan de effecten bij depressie zijn aangetoond, zoals cognitieve therapie, sociale vaardigheidstraining, het verhogen van het aantal plezierige gebeurtenissen en ontspanningstechnieken. Aspecten van het leven die problematisch zijn voor depressieve mensen: spanningen en stress, irrationele cognities, weinig plezierige gebeurtenissen en moeizame sociale interacties. Inhoudelijk is de cursus gericht op het leren van specifieke vaardigheden in zelfobservatie en zelfverandering. De aandacht is gericht op de gezondheid en mogelijkheden van de cursist en niet op de depressie. Het uitgangspunt is de kracht in plaats van de klacht. De cursus is sterk gestructureerd: er is een vaststaande cursusmap per bijeenkomst geheel is uitgewerkt met opdrachten, huiswerk en ondersteunende informatie aan deelnemers. In de verschillende bijeenkomsten komen de volgende aspecten aan de orde. De visie op hoe depressie ontstaat en de relatie tussen denken, doen en voelen. Het ontwikkelen van een persoonlijk plan van aanpak (zelfveranderingsplan). Het dagelijks monitoren van de eigen stemming en het registreren van probleemsituaties. Het verhogen van het aantal plezierige activiteiten. Het anders leren denken door het opsporen van irrationele gedachten en deze te vervangen door meer rationele gedachten. Het vergroten van sociale vaardigheden. Het aanleren van ontspanningstechnieken. Het behouden van wat is geleerd in de cursus en preventie van toekomstige depressies. TRIMBOS-INSTITUUT 15
16 De Amerikaanse versie van de cursus is bedoeld voor 20- tot 55-jarigen met een depressie of depressieve klachten. De cursus bestaat uit 12 bijeenkomsten van 2 uur en heeft ongeveer 8 deelnemers per groep. Aanmelding voor de cursus verloopt via open werving en doorverwijzing door hulpverleners. Er zijn redenen om mensen uit te sluiten voor deelname: Psychotische kenmerken. Verslavingsproblemen. Bipolaire depressie. Acuut suïcidaal gedrag. Mogelijke redenen voor uitsluiting zijn de volgende: Ernstige gehoorstoornissen. Slechtziendheid. De cursus wordt begeleid door twee cursusbegeleiders. Deze cursusbegeleiders hebben de rol van instructeur, niet die van therapeut. Een voorwaarde voor het kunnen begeleiden van de cursus is dat de begeleiders de cognitief-gedragstherapeutische wijze van werken onderschrijven of er ten minste mee kunnen werken. Werkzame bestanddelen van de Amerikaanse cursus Hoewel diverse onderzoeken erop wijzen dat verschillende behandelvormen succesvol zijn bij de behandeling van depressie kan niet worden geconcludeerd dat de specifieke componenten van deze behandelvormen verantwoordelijk zijn voor een succesvolle behandeling van een depressie. Veeleer is er de indruk dat niet-specifieke elementen van deze behandelvormen de effecten veroorzaken. In de cursus Omgaan met depressie is een aantal van de elementen verwerkt waarvan verondersteld wordt dat deze essentieel zijn voor het succes van kortdurende cognitiefgedragstherapeutische interventies (Lewinsohn 1987). Deze elementen van de cursus zijn onder andere: Door kennis over het ontstaan van depressie krijgt de deelnemer tijdens de cursus vertrouwen en controle over het eigen gedrag en daarmee over de depressie. Het trainen van vaardigheden die van belang zijn in het dagelijkse leven. Door de gestructureerde vorm van de cursus kan de deelnemer zich deze vaardigheden ook zelfstandig eigen maken. De deelnemer beseft dat de verbetering van stemming veroorzaakt wordt door de toegenomen vaardigheden. 2.2 Omgaan met depressie: In de put uit de put 18+ De cursussen In de put uit de put hebben qua doelstelling en inhoud de grote lijnen van de Amerikaanse cursus behouden. De Nederlandse variant is in 2010 qua opzet ingrijpend aangepast. De cursussen voor volwassenen en ouderen zijn samengevoegd tot een cursus In de put uit de put 18+. De cursus omvat 6 bijeenkomsten en een terugkombijeenkomst. 16 TRIMBOS-INSTITUUT
17 Geadviseerd wordt om bijeenkomst 1, 2 en 3 wekelijks te houden en bijeenkomst 4, 5 en 6 om de week te houden. Op deze wijze krijgt de cursist langer de tijd om zich de stof en de vaardigheden eigen te maken en hiermee in het eigen leven aan de slag te gaan. Een overzicht van de thema s per bijeenkomst staat weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1 Inhoud van de cursus In de put uit de put 18+ Bijeenkomst Thema 1 Denken, voelen, doen en uw stemming 2 Doen, denken en uw stemming 3 Denken en uw stemming 4 Positief leren denken, assertiviteit en uw stemming 5 Assertiviteit in de praktijk en andere sociale vaardigheden 6 Uw winst behouden 2.3 Onderzoek naar de effecten van de cursus In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van een aantal onderzoeken die in verschillende landen zijn gedaan naar de effecten van de cursus Omgaan met depressie. Onderzoek in Nederland In Nederland zijn meerdere effectstudies uitgevoerd naar de interventie In de put uit de put voor verschillende doelgroepen. Significante verbeteringen werden gevonden op negatieve gedachten, leuke activiteiten, zelfwaardering, sociale vaardigheden en de frequentie van sociale steun (Allart e.a. 2003; 2007). Maar belangrijker is uiteraard het effect op de mate van depressieve klachten. Deelname aan de cursus In de put uit de put leidt op de korte termijn tot een significante verbetering op de mate van depressieve klachten bij volwassenen met subklinische depressieve klachten (Allart e.a. 2003; 2007), bij oudere volwassenen (vanaf 50 jaar) met subklinische depressieve klachten (Spek e.a. 2007; 2008; Haringsma e.a. 2006) en oudere volwassenen (vanaf 55 jaar) met een klinische depressie (Haringsma e.a. 2006). Ook de internetversie Kleur je Leven bleek effectief te zijn in het verminderen van de mate van depressie bij volwassenen vanaf 50 jaar met een subklinische en klinische depressie (Spek e.a. 2007; 2008) en bij volwassenen met een subklinische depressie (Warmerdam e.a. 2008). Al deze kortetermijneffecten bleken ook na 12 maanden (Allart e.a. 2003; 2007; Spek e.a. 2007; 2008) en na 14 maanden (Haringsma e.a 2006) stand te houden. Op de lange termijn bleek de vermindering van depressieve symptomen zich in enkele studies alleen voor te doen bij de mensen die bij aanvang van de cursus een lage mate van depressieve symptomen hadden (Allart e.a. 2003; 2007). Spek e.a. (2007; 2008) vonden in hun studies dat het effect op de lange termijn weliswaar gelijk was aan het effect 10 weken na de cursus, maar dat het effect niet groter was dan het langetermijneffect bij de controlegroep. Ook veranderde de incidentie van een depressieve episode niet na het volgen van de cursus. Gedurende een jaar na de cursus ontwikkelde ongeveer een kwart van de deelnemers in zowel de experimentele als de controlegroep een depressieve episode (Allart e.a. 2003; 2007). TRIMBOS-INSTITUUT 17
18 Meta-analyse Cuijpers e.a. (2009) beschrijven 25 gecontroleerde gerandomiseerde en vergelijkende onderzoeken naar de cursus Omgaan met depressie. Zes van deze studies gingen over de preventie van een depressieve stoornis. De overige studies onderzochten het effect van de cursus op de behandeling van een depressie of depressieve klachten. Uit de preventieve studies blijkt dat de cursus effectief is in het verminderen van depressieve klachten en het voorkomen van het ontstaan van een depressie in verschillende doelgroepen en settings waaronder volwassenen (18-65 jaar) in Nederland. Deelnemers aan de cursus hadden 38% minder kans op het ontwikkelen van een depressie in vergelijking met de controlegroep. Omgaan met depressie is ook effectief als behandeling van depressie, maar het effect is beperkt. Wanneer de cursus vergeleken wordt met andere psychotherapeutische behandelingen dan blijken de andere behandelingen iets effectiever te zijn dan de cursus Omgaan met depressie. Mogelijk is de cursus vooral geschikt voor bepaalde (sub)groepen patiënten. De onderzoekers verwachten dat een verkorte versie of het aanbieden van enkele modules van de cursus mogelijk even of meer effectief is voor bepaalde type patiënten dan het aanbieden van de gehele cursus. In een eerdere meta-analyse kwam eveneens naar voren dat de cursus Omgaan met depressie een effectieve behandelmethode lijkt te zijn bij depressie (Cuijpers 1998a). Ook blijkt uit een eerdere studie dat de effecten van de cursus niet groter waren dan van andere behandelingen zoals cognitieve gedragstherapie, probleemgerichte therapie, psychodynamische therapie en reminiscentie (Cuijpers 1998b). 2.4 Kenmerken en ervaringen van de cursisten in Nederland In de periode 1999 tot eind 2001 hebben in het kader van het Implementatieproject van het Trimbos-instituut zestien verschillende GGZ-instellingen meegewerkt aan de monitor. Deze monitor verzamelde gegevens van deelnemers aan de cursus In de put uit de put, zowel de volwassenencursus als de cursus voor 55+ (Voordouw & Kramer 2001). Aan de cursus doen aanzienlijk meer vrouwen dan mannen mee. Dit weerspiegelt het feit dat vrouwen vaker dan mannen last hebben van depressieve klachten, en waarschijnlijk vaker naar een dergelijke cursus gaan. De gemiddelde leeftijd in de volwassenengroep is 44 jaar (20-74 jaar) en in de 55+ groep 63,5 jaar (54-80 jaar). De cursus trekt weinig allochtonen van niet-westerse afkomst. Een groot deel van de cursisten heeft al geruime tijd last van klachten en vaak niet voor het eerst. Meer dan 80% heeft een behandeling gehad voor psychische of sociale klachten. Op het moment van aanmelden voor de cursus heeft meer dan de helft nog een vorm van behandeling en medicatie voor depressieve, angst- of spanningsklachten. Depressieve klachten en kwaliteit van leven Om een indicatie te krijgen van de mate van depressieve klachten zijn verschillende screeningsvragenlijsten beschikbaar, zoals de Center for Epidemiological Studies Depression Scale (CES-D: Bouma e.a. 1995) en de Beck Depression Inventory (BDI: Van der Does 2002). Een diagnostisch interview is noodzakelijk om met zekerheid een diagnose te kunnen stellen. De CES-D is door Voordouw & Kramer (2001) gebruikt voor 18 TRIMBOS-INSTITUUT
19 de voor- en nameting, evenals de MOS Short Form General Health Survey (MOS-SF-20: Kempen e.a. 1995) om de algemene gezondheidstoestand en kwaliteit van leven te meten. Een score van 16 of hoger op de CES-D wordt beschouwd als een ruwe indicator voor de aanwezigheid van een klinische depressie (zie bijlage 4c). Deelnemers aan de cursus In de put uit de put bleken bij aanvang veel depressieve klachten te ervaren. Na afloop van de cursus was er een aanzienlijke en betekenisvolle afname van depressieve klachten te zien bij zowel de deelnemers aan de volwassenencursus als die aan de cursus voor 55+. Toch heeft nog 45% respectievelijk 67% van de deelnemers na afloop een score gelijk aan of meer dan 16 op de CES-D. Allart en Hosman (2002) komen tot een vergelijkbaar resultaat voor volwassenen als bij de deelnemers aan de monitor van het implementatieproject. Ruim 48% van de volwassen deelnemers bleef lager dan het afkappunt van 10 op de BDI. Dit is indicatief voor de afwezigheid van een depressie. Ook in de kwaliteit van leven zijn verschuivingen in positieve richting te zien. Bij volwassenen is het sociaal functioneren, de psychische gezondheid en de algemene gezondheid beter geworden. Bij de 55+ cursisten is daarnaast ook het lichamelijk functioneren verbeterd. Het functioneren van de cursisten lijkt echter nog niet optimaal. Vergeleken met een steekproef van 5279 zelfstandig wonende ouderen (Ormel e.a. 1992) scoren de cursisten op alle subschalen minder goed. Alleen op lichamelijk functioneren scoren de cursisten ongeveer gelijk. Uitval Gemiddeld stopt ongeveer 10% van de 55+-ers, en 17% van de volwassenen voortijdig met de cursus. Dit is laag ten opzichte van gegevens die bekend zijn uit de therapeutische setting. Allart en Hosman (2002) beschrijven dat onder de uitvallers bij de volwassenen relatief meer deelnemers zijn met een lagere opleiding, maar dat de meeste deelnemers met een lagere opleiding de cursus wel afronden. Beoordeling van cursisten De cursisten waren positief over de cursus. Het rapportcijfer van deelnemers aan de volwassenencursus was gemiddeld 7,9 (sd=0,9) voor de cursus en 8,5 (sd=0,8) voor de cursusleiders. Het rapportcijfer van de deelnemers aan de 55+ cursus was 7,8 (sd=1,0) voor de cursus en 8,6 (sd=0,8) voor de cursusleiders (Voordouw & Kramer, 2001). Van de deelnemers aan de volwassenencursus zegt bijna 53% dat hun depressieve klachten in belangrijke mate zijn verminderd; voor 41% is dit een beetje het geval en voor 6% helemaal niet. Van degenen waarbij de klachten zijn verbeterd, vindt minder dan 1% dat dit niets met de cursus te maken heeft; volgens ongeveer 46% heeft dit een beetje met de cursus te maken en bijna 52% schrijft dit in belangrijke mate toe aan de cursus. De cursus wordt door 90% een aanrader gevonden. Ook de deelnemers aan de cursus voor 55+ zijn overwegend positief over het resultaat: 28,6% vindt dat de depressieve klachten in belangrijke mate zijn verminderd; voor 58,6% is dit een beetje het geval en 12,8% vindt dat ze niet zijn verbeterd. Ruim 39% zegt dat de verbetering in belangrijke mate te maken had met de cursus; voor 60% geldt dit een beetje en voor bijna 1% in het geheel niet. De cursus wordt door ruim 76% een aanrader gevonden. TRIMBOS-INSTITUUT 19
20 2.5 Andere Nederlandse varianten van Omgaan met depressie In de afgelopen 15 jaar zijn er meerdere varianten van Omgaan met depressie ontwikkeld. In deze paragraaf bespreken we de meest belangrijke van deze interventies en geven, waar beschikbaar, informatie over de effectiviteit ervan. In de put uit de put voor volwassenen Zie paragraaf 2.2 tot en met 2.4. De interventie is door het Centrum Gezond Leven erkend als Bewezen effectief. In de put uit de put 55+ Zie paragraaf 2.2 tot en met 2.4. De interventie is door het Centrum Gezond Leven erkend als Bewezen effectief. Leven met een chronische ziekte Een stap op weg, Stemmingmakerij en Head-Up Deze cursussen zijn ontwikkeld voor jongeren van 13 t/m 19 jaar waarbij Stemmingmakerij zich richt op de oudere doelgroep van jaar en Een stap op weg en Head- Up op jarigen. Head-Up is gebaseerd op de Adolescent coping with depression course (Clarke e.a. 1990) en de Adolescent coping with stress course (Clarke e.a. 1995). Het grootste verschil tussen de verschillende varianten zijn het aantal bijeenkomsten en de leeftijdscategorieën. De Amerikaanse versies zijn effectief in het voorkomen van depressieve stoornissen een jaar en twee jaar na afronding van de cursus (Clarke e.a. 1995; 2001). De cursus Stemmingmakerij had geen direct effect op depressieve klachten, maar vond wel een positief effect op variabelen en vaardigheden die verondersteld worden bij te dragen aan het weerbaarder maken tegen depressieve symptomen (Ruiter, 1997). De interventie Head-Up is door het Centrum Gezond Leven erkend als Theoretisch goed onderbouwd, Stemmingmakerij als Waarschijnlijk effectief. Grip op je Dip; zelf je somberheid overwinnen Op basis van de Adolescent coping with depression course (Clarke e.a. 1990) is de groepscursus Grip op je Dip ontwikkeld voor jongvolwassenen in de leeftijd van 18 t/m 25 jaar. In de cursus wordt bijvoorbeeld ook aandacht besteed aan studieplanning om uitval bij studenten te voorkomen. De groepscursus is er in een face-to-face en een internetvariant. De cursus is in de Verenigde Staten effectief gebleken in het voorkomen van een depressieve stoornis (Clarke e.a. 1995; 2001). De interventie is door het Centrum Gezond Leven erkend als Theoretisch goed onderbouwd. Lichte dagen, donkere dagen en Depressiviteit de Baas Deze versies zijn ontwikkeld voor mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst. Depressiviteit de Baas is de cursus in bibliotherapie vorm. Binnen Lichte dagen, donkere dagen is specifiek aandacht voor de relatie tussen psychische en lichamelijke klachten en de mogelijke (migratiegebonden) oorzaken van de depressieve klachten. Deze cursus wordt voor mannen en vrouwen gescheiden aangeboden. 20 TRIMBOS-INSTITUUT
21 Kleur je Leven (voor 18+ en 55+) De internetvariant van Omgaan met depressie is Kleur je Leven die ontwikkeld is voor volwassenen van jaar en voor oudere volwassenen vanaf 55 jaar. Kleur je Leven is effectief in het verminderen van de mate van depressie bij (oudere) volwassenen met een subklinische en oudere volwassenen met een klinische depressie (Spek e.a. 2007; 2008; Warmerdam e.a. 2008). De interventie is door het Centrum Gezond Leven erkend als Bewezen effectief. Bereik interventies Omgaan met depressie In tabel 2.2 staat een overzicht van het aantal mensen dat in 2008 en 2009 met de verschillende Nederlandse varianten bereikt is door de GGZ-preventie (De Jonge & Ruiter 2009; Dijkstra & Ruiter 2010). Tabel 2.2 Bereik Nederlandse varianten van Omgaan met Depressie Cursus In de put uit de put volwassenen In de put uit de put 55+ Leven met een chronische ziekte Aantal uitvoerende GGZ-instellingen (n=32) Totaal aantal deelnemers Aantal uitvoerende GGZ-instellingen (n=34) Totaal aantal deelnemers Head-Up Grip op je Dip (face-to-face) Grip op je Dip (online) 1 Lichte dagen, donkere dagen Kleur je Leven De gegevens beslaan de periode mei 2008 tot mei Vanwege het gerandomiseerde gecontroleerde onderzoek hebben 180 jongeren de cursus meteen gevolgd en zijn 175 jongeren eerst op een wachtlijst geplaatst. TRIMBOS-INSTITUUT 21
22 22 TRIMBOS-INSTITUUT
23 3 ORGANISATIE EN UITVOERING VAN DE CURSUS In dit hoofdstuk beschrijven wij allerlei praktische zaken en vragen voor diegenen die de cursus Omgaan met depressie willen gaan organiseren. We onderscheiden coördinatoren en begeleiders van de cursus, omdat in de praktijk de organisatorische taken en het daadwerkelijk geven van de cursus vaak door verschillende personen wordt gedaan. 3.1 Doelstellingen Uit de ervaringen van de afgelopen jaren is gebleken dat de cursus Omgaan met depressie binnen verschillende kaders wordt georganiseerd. Voor de cursussen In de put uit de put zijn er groepen waarvan de deelnemers na open werving gaan deelnemen, andere groepen worden georganiseerd voor cliënten van de instelling voor geestelijke gezondheidszorg en bij veel cursusgroepen is sprake van cursisten die wel en cursisten die niet in behandeling zijn bij de geestelijke gezondheidszorg. Kenmerken van de deelnemers aan de cursussen kunnen ook heel divers zijn. Dit geldt voor demografische kenmerken, maar ook voor de mate van aanwezige depressieve klachten, of er wel of niet sprake is van een depressieve stoornis, of er wel of niet gebruikgemaakt wordt van de (geestelijke) gezondheidszorg, enz. De cursus kan op verschillende wijzen worden gebruikt: Als laagdrempelig aanbod voor mensen die klachten hebben maar (nog) geen hulp hebben gezocht. Als extra aanbod voor mensen die naast het gebruik van medicijnen ook iets anders willen of nodig hebben. Als kortdurende cognitieve gedragstherapie voor mensen die in behandeling zijn bij eerstelijnspsychologen of bij de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg. Als afronding van een therapie om terugval te voorkomen voor mensen die herstellende zijn van een depressie. Daarmee krijgt de cursus ook uiteenlopende doelen voor de deelnemers: Doorbreken van de negatieve spiraal van depressiviteit om verergering van de klachten te voorkomen. Verminderen van de klachten. Voorkomen van terugval tijdens het herstel van een depressie. Voor de cursuscoördinator is het van belang het doel en de beoogde doelgroep van de cursus van tevoren te definiëren. Afhankelijk van gemaakte keuzen wordt namelijk de opzet en uitvoering van de cursus anders ingevuld. Denk aan de wijze van werving en de organisatorische inbedding van de cursus. In dit hoofdstuk lichten we dit verder toe. TRIMBOS-INSTITUUT 23
24 3.2 Het organiseren en implementeren van de cursus In bijlage 1 is een checklist voor kwaliteit van de uitvoering van de cursus opgenomen. Daarin worden, gebaseerd op het model van de Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ), de volgende aspecten in onderscheiden: Het primaire proces (werving)/eerste contact/aanmelding, kennismakingsgesprek, uitvoering van de cursus, eindevaluatie/nazorg. Beleid en organisatie. Cursuscoördinator en -begeleiders. Locatie en cursusmateriaal. Onderzoek en ontwikkeling. Beheer van de cursistengegevens. Deze checklist geeft een uitgebreid overzicht van alle zaken die geregeld moeten worden voor het uitvoeren van de cursus, waarbij we uitgaan van de werkwijze van de preventieafdelingen van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Zoals eerder aangegeven kunnen er verschillende keuzes gemaakt worden voor de beoogde doelgroep en doelstelling van de cursus, maar ook voor bijvoorbeeld de setting waar de cursus wordt aangeboden. Afhankelijk van die keuzes zullen bepaalde delen van de checklist aangepast moeten worden of kunnen deze als niet-relevant worden beschouwd. Beleid en organisatie De beleidsmatige en voorwaardelijke context voor het organiseren van de cursus is in beweging. De cursus is een vorm van geïndiceerde depressiepreventie en daarvoor geldt dat die voor deelnemers onder het verzekerd pakket van de ziektekostenverzekering valt. Dit geldt echter (nog) niet voor elke verzekering. Daarnaast wordt geïndiceerde depressiepreventie ondergebracht in de zogenoemde eerstelijns- of basis-ggz. Daarvoor gelden andere financieringsregels dan voor financiering in de tweedelijn. Onder andere is het aantal sessies beperkt tot 8 en wordt een eigen bijdrage gevraagd. De cursus valt door de inkorting binnen dit kader. Tijdsinvestering Voldoende beschikbare tijd voor het organiseren en uitvoeren van de cursus is een eerste voorwaarde om met de uitvoering van de cursus te beginnen. Globaal kan worden uitgegaan van de volgende benodigde tijd: Voorbereiding van de cursusbegeleiders 8 uur per begeleider. Als de training gevolgd wordt, is dit 24 uur per begeleider: 16 uur training en 8 uur voorbereiden en opdrachten. Werving (folders, artikel, mailing, telefonische informatie) 20 uur. Kennismakingsgesprekken (maken van afspraken en gesprek zelf). Gemiddeld 1 uur per kandidaat-deelnemer per begeleider; uitgaande van 12 gesprekken is dit 12 uur per begeleider. Uitvoeren van de cursus (voorbereiden bijeenkomst, mogelijke reistijd, bijeenkomst zelf). Gemiddeld 4 uur per bijeenkomst per begeleider; uitgaande van 6 bijeenkomsten is dit 24 uur per begeleider [6 + terugkombijeenkomst; Administratieve zaken (bijhouden van formulieren en logboek, korte verslaglegging)] 3 uur per begeleider. 24 TRIMBOS-INSTITUUT
25 De eerste keer dat de cursus georganiseerd wordt kost dit meestal extra tijd, met name omdat de cursusbegeleiders zich moeten inwerken en er extra inspanningen gedaan moeten worden voor de werving. Als de cursus eenmaal loopt, draagt mond-tot-mondreclame ook bij aan de werving. In totaal komt de tijdsinvestering op ongeveer 63 uur voor een cursusbegeleider die zich nog helemaal moet inwerken en 47 uur voor vervolgcursussen. NB: dit is exclusief de werving. Samenwerken met andere organisaties Een van de vragen die bij de organisatie van de cursus beantwoord moeten worden is of er samengewerkt gaat worden met andere organisaties en waarom. En zo ja, hoe deze samenwerking ingevuld gaat worden. Samenwerken is geen doel op zichzelf en gaat ook niet vanzelf, maar vraagt om duidelijke afspraken. In de huidige praktijk blijkt dat de meeste cursussen worden georganiseerd door de GGZ-instellingen. Meestal ligt de coördinatie en organisatie van de cursus bij de preventieafdelingen: de uitvoering gebeurt samen met de curatieve afdelingen. Bij een relatief klein aantal cursussen wordt in de uitvoering samengewerkt tussen GGZ-instelling en andere organisaties, met name algemeen maatschappelijk werk, thuiszorg, en gezondheidscentra. Deze laatste vorm van samenwerking leidt soms tot het overdragen van de cursus aan een eerstelijns organisatie. Samenwerken kan op uiteenlopende manieren, afhankelijk van wat men ermee wil bereiken. Enkele voorbeelden: De werving van cursisten. Voor het werven van cursisten worden andere organisaties of hulpverleners gevraagd om de cursus onder de aandacht te brengen van hun cliënten. Bijvoorbeeld door via de ROS de actieve medewerking te vragen van huisartsen. Cursusruimte gebruiken buiten de eigen (GGZ-)organisatie. In de praktijk worden de meeste cursussen gegeven in een gebouw van de GGZ. Soms wordt besloten om de cursus juist buiten het GGZ-gebouw te geven, omdat dit laagdrempeliger werkt (zou werken), men daarmee naar de doelgroep toegaat of omdat er in een bepaalde plaats geen GGZ-gebouw aanwezig is. Het gaat om uiteenlopende locaties, zoals de bibliotheek, buurt-/wijkhuis, gebouw maatschappelijk werk of gezondheidscentrum, infowinkel GGZ, Stichting Welzijn Ouderen, of een verzorgingshuis. Gezamenlijk opzetten en uitvoeren van een cursus. Op een aantal plaatsen wordt er gekozen voor samenwerking tussen de GGZ-preventieafdeling en het algemeen maatschappelijk werk, de thuiszorg of het gezondheidscentrum, waarbij zowel de werving, kennismakingsgesprekken als uitvoering van de cursus gezamenlijk kan gebeuren. Argumenten daarvoor zijn onder andere dat de kosten voor de cursus verdeeld worden over meerdere organisaties, de kennis en vaardigheden van de organisaties elkaar aanvullen (specifieke GGZ-kennis en meer algemene kennis van de doelgroep en ervaring met groepswerk) en/of de cursus wat losser komt te staan van de GGZ-instelling. Verdelen van taken bij het organiseren en uitvoeren van de cursus. Taken op het gebied van organiseren en uitvoeren kunnen verdeeld worden tussen samenwerkingspartners. Een GGZ-hulpverlener kan optreden als consultant bij de kennismakingsgesprekken en bij het uitvoeren van de cursus. Het is belangrijk dat de juiste deskundigheid wordt ingezet bij de uitvoering (zie voor train-de-trainer informatie paragraaf 2.7.). TRIMBOS-INSTITUUT 25
26 Verantwoordelijkheden Naarmate meer organisaties de cursus zijn gaan uitvoeren en er meer bekend is geworden over de bereikte doelgroep, zijn er vragen gerezen over de verantwoordelijkheden die de uitvoerende organisatie heeft. Het gaat met name om de vraag welke verantwoordelijkheid er is tegenover deelnemers die door open werving aan de cursus deelnemen en om de vraag wat te doen in het geval van calamiteiten, waarin de psychische gezondheid van de cursist ernstig verslechtert en/of waarin er sprake is van suïcide(pogingen). Afhankelijk van het beleid van de uitvoerende organisatie(s) worden de deelnemers die door open werving instromen wel of niet als cliënt van de betreffende organisatie(s) ingeschreven. Daar zijn uiteenlopende argumenten voor. Enkele voorbeelden: Er zijn GGZ-preventieafdelingen die als beleid hebben dat activiteiten waarvoor open geworven wordt ook zodanig laagdrempelig moeten zijn dat deelnemers niet automatisch het etiket GGZ-cliënt krijgen met de daaraan gekoppelde dossiervorming. De preventieactiviteiten zijn organisatorisch ondergebracht bij de curatieve afdelingen en worden van daaruit georganiseerd, waarbij alle deelnemers ook als GGZ-cliënt worden ingeschreven. Met name in de situatie dat de cursisten niet staan ingeschreven als cliënt zijn er geen duidelijke regels over verantwoordelijkheden voorhanden. De vragen hierover in het werkveld zijn de aanzet geweest tot een discussiestuk dat in bijlage 2a ter kennisgeving is opgenomen en dat met diverse partijen is besproken. Het is belangrijk om als cursusbegeleider alert te zijn op mogelijke signalen van cursisten dat het niet goed gaat met ze en hier zorgvuldig mee om te gaan. Aan de cursuscoördinatoren wordt het volgende geadviseerd: In de eigen organisatie de diverse verantwoordelijkheden die samenhangen met het uitvoeren van de cursus goed te bespreken en vast te leggen. Met de cursist die niet wordt ingeschreven als cliënt, de verantwoordelijkheden van de cursusbegeleiders en van de cursist zelf door te spreken en daar een te onder tekenen verklaring over op te stellen (zie voorbeeld in bijlage 2b). Een logboek bij te houden van de cursus, waarin ook wordt beschreven of zich specifieke situaties voordoen. Mochten zich calamiteiten voordoen, dan is het belangrijk dat de cursuscoördinator verantwoording kan afleggen over de gang van zaken tijdens de cursus (zie voorbeeld-logboek in bijlage 5). 3.3 De cursusbegeleiding: wie en welke taken In de praktijk blijken de cursusbegeleiders met verschillende achtergronden de cursus te geven: GGZ-preventiewerkers, GGZ-hulpverleners (spv-ers, psychologen, psychotherapeuten), maatschappelijk werkers, en anderen. De achtergrond van de cursusbegeleider is afhankelijk van de doelgroep waaraan en de setting waarin de cursus gegeven wordt. Vrijwel alle cursussen worden door twee begeleiders gegeven. Dat heeft een aantal voordelen: 26 TRIMBOS-INSTITUUT
27 Ze kunnen beter zicht houden op wat er in de groep gebeurt en eerder signalen oppakken. Ze kunnen de taken verdelen, bijvoorbeeld de een verzorgt de inhoudelijke toelichtingen en bewaakt het taakgerichte niveau, terwijl de ander het sociaal-emotionele niveau en de individuele deelnemers in het oog houdt. Ze kunnen elkaar aanvullen. Ze kunnen gebruikmaken van elkaars sterke kanten. In geval van ziekte van een van de cursusbegeleiders kan de cursus toch doorgaan. Een mogelijk nadeel is dat bij relatief kleine cursusgroepen de kosten voor twee begeleiders te hoog zijn en er in dat geval in toenemende mate gekozen wordt voor één begeleider. Kennis en vaardigheden Cursusbegeleiders moeten HBO- of universitair niveau hebben. Verder mag verwacht worden dat de visie op depressie die in de cursus gehanteerd wordt aansluit op de visie van de begeleiders. Zij moeten de cognitief-gedragstherapeutische manier van werken onderschrijven en ermee kunnen werken. Ook moet de begeleider zich als docentbegeleider kunnen opstellen in plaats van therapeut. Als er ouderen deelnemen, is het van belang dat de begeleiders affiniteit met deze groep hebben. Verder zijn kennis van de fysieke, psychologische en sociale gevolgen van het ouder worden én ervaring in het werken met ouderen van ten minste een van de begeleiders onontbeerlijk. Begeleiders moeten er rekening mee houden dat de presentatie van onderwerpen bij ouderen meestal meer tijd in beslag neemt. Taken van de begeleiders Het is voor de begeleiders van de cursus Omgaan met depressie van belang dat zij zich opstellen als docent en niet als therapeut. Dit kan voor hulpverleners die immers gewend zijn aan de rol van therapeut, een hele omschakeling zijn. Zo staat het belang van de individuele cliënt voor de therapeut voorop, terwijl voor de docent-begeleider het functioneren van de groep de voornaamste verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat de begeleider geen oog hoeft te hebben voor de individuele problemen, maar dat hij de behoeften van de groep voortdurend in het oog houdt. Als een deelnemer bijvoorbeeld in een persoonlijke crisis terechtkomt gedurende de cursus, is het niet vanzelfsprekend dat de cursusbegeleider zelf de benodigde hulp en begeleiding aan deze persoon geeft. Belangrijker is dat de begeleider beschikbaar is voor het geven van informatie en verwijzing naar een (andere) hulpverlener. Deze wijze van begeleiden van een groep is voor veel groepstherapeutisch georiënteerde hulpverleners onbekend. De volgende taken van de begeleiders kunnen onderscheiden worden: Organisatie van de cursus. Daarmee wordt bedoeld dat de begeleiders zorgen voor de materiële voorwaarden om een groep te leiden: een goede groepsruimte, koffie en thee, materialen (flapover, huiswerkopdrachten e.d.). In de praktijk ligt deze taak ook wel bij de cursuscoördinator, die wel organiseert, maar niet uitvoert. TRIMBOS-INSTITUUT 27
28 Programmabewaking. De cursusbegeleiders zorgen voor het openen en afsluiten van bijeenkomsten en houden de tijd in de gaten. Verder letten zij op dat er niet te veel van de draad van het gesprek wordt afgeweken en zorgen zij voor (tussentijdse) evaluaties. Belangrijk is verder dat zij de opgestelde basisregels (zie draaiboeken) toelichten in de groep en tijdens de gehele cursus bewaken. Inhoudelijke deskundigheid. De cursusbegeleiders geven toelichtingen op de verschillende cursusonderdelen, geven adviezen aan individuele deelnemers en verstrekken waar nodig achtergrondinformatie over depressie en het omgaan daarmee. Naast deze formeel-technische taken van de begeleider kan men ook op sociaal-emotioneel niveau nog een aantal taken onderscheiden. Uitgangspunt daarbij is dat elke groep op twee niveaus functioneert: Taakgericht niveau. Hier gaat het om de inhoud van wat er in de groep gebeurt, wat er gezegd en gedaan wordt. Sociaal-emotioneel niveau. Dit verwijst naar hoe de groep informeel georganiseerd is, hoe deelnemers met elkaar omgaan en welke plaats ieder in de groep inneemt. Beide niveaus komen altijd tegelijkertijd voor. In de cursus wordt dus enerzijds gepraat over depressie, het omgaan daarmee en persoonlijke ervaringen (taakgericht niveau). Tegelijkertijd komen in de cursusgroep normen en een informele groepsstructuur tot stand, waarin wordt bepaald hoe de leden met elkaar omgaan (het sociaal-emotionele niveau). De belangrijkste taak van de cursusleider op het sociaal-emotionele niveau is het bevorderen van de groepscohesie. Groepscohesie is de band die tussen deelnemers ontstaat, de lijm die de groep bij elkaar houdt, de waarde die de deelnemers eraan hechten om een gewaardeerd lid van de groep te zijn. Voor het ontstaan van groepscohesie is het van belang dat zich in de groep de juiste normen ontwikkelen die bevorderlijk zijn voor een veilig groepsklimaat. Dit kan de cursusleider stimuleren door de normen expliciet te noemen in de eerste bijeenkomst en deze gedurende de rest van de bijeenkomsten te bewaken. Onderlinge herkenning en groepscohesie kunnen bevorderd worden door het volgende: Verbanden aan te geven tussen ervaringen van deelnemers. Onderlinge steun te stimuleren. Deelnemers uit te nodigen te reageren op ervaringen en vragen van andere deelnemers. Negatieve kritiek op elkaar af te remmen. Verder is het de taak van de begeleiders om de individuele belangen van deelnemers te bewaken. Zij moeten ervoor zorgen dat elke deelnemer zijn plekje in de groep krijgt en handhaaft. Dit kunnen zij doen door het volgende: Iedereen aan het woord laten komen. Deelnemers die (te)veel inbreng hebben af te remmen. 28 TRIMBOS-INSTITUUT
29 Deelnemers die weinig inbreng hebben (voorzichtig) uitnodigen om ook iets te vertellen. Positieve kanten van deelnemers benadrukken en complimenteren. Goed luisteren naar en empathisch reageren op gevoelens van deelnemers. Trainingen In het kader van het implementatieproject is een training ontwikkeld die wordt aangeboden aan (nieuwe) begeleiders van de cursus 18+. De training wordt vanaf 2011 georganiseerd door de Centrale RINO Groep in Utrecht ( De training Omgaan met depressie duurt twee dagen, waarin aandacht is voor de inhoud van de cursus en voor de didactische vaardigheden. Daarnaast worden eendaagse bijeenkomsten georganiseerd voor begeleiders die al (enige) ervaring hebben opgedaan. Hier ligt het accent op intervisie en het oefenen met het beter omgaan met lastige situaties. De training en eendaagse bijeenkomsten worden gegeven door een ervaren cursusbegeleider. 3.4 Werving van de cursisten Cursisten kunnen op verschillende manieren geworven worden. Dit is afhankelijk van de doelgroep voor wie de cursus wordt georganiseerd. Bij een cursus voor GGZ-cliënten, als onderdeel van de therapie of als terugvalpreventie, zal geworven worden binnen de instelling. Het is dan met name van belang om de collega s goed te informeren over de cursus en bijvoorbeeld te vragen om onder hun depressieve cliënten na te gaan wie voor de cursus in aanmerking komt. Voor deelnemers van buiten de instelling (open inschrijving) is publicatie in de cursusagenda op de website van de instelling een onmisbaar wervingsinstrument geworden. Daarnaast blijven advertenties en oproepen in huis-aanhuisbladen en regionale media belangrijk. Het is aan te raden zo n twee maanden voor de cursus start met de werving te beginnen. In bijlage 3 is een voorbeeldtekst opgenomen. Deze kan worden overgenomen. Teksten (voor plaatsing op een website of in de vorm van een folder) kunnen met een begeleidende brief of aan potentiële verwijzers worden aangeboden. Te denken valt aan huisartsen, GGD, algemeen maatschappelijk werk, welzijnswerk, thuiszorg, het psychia trisch ziekenhuis, de PAAZ, pastores, ouderenbonden, buurthuizen, bibliotheken en andere plaatsen waar de beoogde doelgroep veel komt. Ook kan gedacht worden aan affiches op publieke plaatsen (kruisgebouwen, wachtruimtes van huisartsen, ziekenhuizen. Het is belangrijk te vermelden dat in de cursus centraal staat vaardigheden te leren om depressieve klachten te overwinnen. Persberichten kunnen verstuurd worden naar de kabelkrant, de lokale radio en plaatselijke en regionale bladen. Een interview met bijvoorbeeld een oud-cursist bij de lokale radio en in een regionale krant kan heel goed werken. In een dergelijk gesprek kan meer achtergrondinformatie over het onderwerp depressie en de inhoud van de cursus gegeven worden. TRIMBOS-INSTITUUT 29
30 3.5 Selectie en kennismakingsgesprekken Het eerste contact met mogelijke deelnemers, met name als deze zich via de open werving aanmelden, is meestal telefonisch. Sommige begeleiders kiezen ervoor om met iedereen die reageert een afspraak te maken voor een gesprek, anderen maken telefonisch al een eerste selectie. Hierbij kunnen mogelijk mensen afvallen met andere verwachtingen ( Ik dacht, laat ik weer eens een cursus doen ) of juist mensen met een te zware problematiek. Het is belangrijk dat de kandidaat-deelnemers aan de cursus vervolgens een kennismakingsgesprek met de cursusbegeleiders hebben. Het kennismakingsgesprek wordt bij voorkeur gevoerd door beide cursusbegeleiders. Gerekend moet worden op gemiddeld drie kwartier per gesprek. Het kennismakingsgesprek heeft de volgende doelen: Kennismaken en nadere informatie over de cursus geven (drempelverlagend), maar ook elkaars verwachtingen toetsen. Nagaan of deelname aan de cursus zinvol is (globale toetsing aan criteria). Voorbereiden op de begeleiderstaak doordat begeleiders een beeld krijgen van de deelnemers en de groep. Voor het voeren van het kennismakingsgesprek zijn een checklist en een aantal vragenlijsten opgenomen in bijlage 4. De vragenlijsten kunnen van tevoren al worden toegestuurd, zodat de kandidaat-cursist deze thuis kan invullen. Als dit niet gebeurt kunnen de gegevens aansluitend aan het kennismakingsgesprek worden ingevuld. Het kennismakingsgesprek kan als volgt opgebouwd worden: Welkom en wederzijds voorstellen. De cursusbegeleiders lichten de structuur en inhoud van het kennismakingsgesprek toe, en de te gebruiken vragenlijsten. Dit laatste is afhankelijk van wanneer de vragenlijsten worden afgenomen. De cursusbegeleiders geven in het kort informatie over de opzet van de cursus: onderwerpen, bijeenkomsten, groepsgrootte. De kandidaat-deelnemer krijgt vervolgens de mogelijkheid om zijn of haar verhaal te doen. De kennismakingsvragenlijst wordt doorgenomen. Met name wordt verder gepraat over de motivatie en verwachtingen. De CES-D (vragenlijst depressieve klachten) wordt in grote lijnen door de cursusbegeleiders bekeken of ter plekke ingevuld. Indien mogelijk wordt de score van de CES-D berekend. Op eventuele opvallende of ontbrekende antwoorden wordt vervolgens ingegaan. De begeleiders geven verdere informatie over de cursus, vooral over de zaken waarbij zij problemen verwachten (tijdsinvestering, huiswerkopdrachten, vaardigheden als lezen en schrijven, werken in groepsverband). Het besluit over deelname wordt genomen aan de hand van criteria (zie hieronder). Als er twijfels zijn over deelname aan de cursus bij de begeleiders of de kandidaatcursist worden deze met elkaar besproken. De cursusdeelnemer krijgt informatie over de eerste cursusbijeenkomst, de kosten en het materiaal. 30 TRIMBOS-INSTITUUT
31 Als de betrokkene niet aan de cursus gaat deelnemen, wordt eventueel geadviseerd over een ander (hulp)aanbod. Criteria voor deelname Voor deelname aan de cursus komen personen in aanmerking die depressieve klachten hebben en die voldoen aan de volgende criteria: Ze zijn gemotiveerd om zelf iets aan hun klachten te veranderen. Ze hebben voldoende (intellectuele) capaciteiten om de cursus te volgen: zelfreflectie, zeker abstractievermogen, veel huiswerk. Ze kunnen zelfstandig opdrachten uitvoeren. Ze kunnen in een groep functioneren, dat wil zeggen ze kunnen zich uiten en kunnen luisteren naar anderen. Criteria om mensen uit te sluiten staan hieronder: Ernstige depressie. Bipolaire stoornissen. Dreigende suïcidaliteit of een crisissituatie. Psychotische kenmerken of verslavingsproblemen. Een andere psychiatrische aandoening op de voorgrond, bijvoorbeeld angststoornissen en obsessief-compulsieve stoornissen. Ernstige gehoorstoornissen of slechtziendheid. Lees- en/of leermoeilijkheden. Recent verlies van een dierbare en waarbij de depressieve periode deel is van het verwerkingsproces. Medicatie is overigens geen bezwaar voor deelname. De criteria moeten overigens meer als richtlijnen gehanteerd worden, omdat het aan de cursusbegeleiders is om in te schatten of de potentiële deelnemer de capaciteiten en de mogelijkheden heeft om aan de cursus deel te nemen. Een moeilijk punt is het inschatten van het risico op suïcide. Om dit te kunnen doen is onder andere informatie over eerdere pogingen, suïcidegedachten en -wensen van belang. De ervaring leert dat hier het beste rechtstreeks naar gevraagd kan worden. Uit het onderzoek naar eerdere cursussen is een aantal redenen bekend van cursusbegeleiders en kandidaat-deelnemers waarom besloten werd af te zien van deelname. Door de begeleiders zijn onder andere de volgende genoemd: Verslavingsproblematiek (alcohol, pillen, drugs). Bipolaire stemmingsstoornis en chronische depressie. Te zware problematiek. Andere problemen op de voorgrond: huwelijksproblemen, problemen met kinderen en familie, sociale fobie, angstklachten, persoonlijkheidsproblematiek. Niet depressief. Cursusinhoud sluit niet goed aan of heeft weinig toegevoegde waarde voor mensen die al veel hulp hebben gehad. Gehoorproblemen. TRIMBOS-INSTITUUT 31
32 Moeilijk communiceren (in geval van een andere taal). Onvoldoende gemotiveerd. Niet passend in een groep: slecht luisteren, onvoldoende tempo. Cursusdag komt niet uit. Kandidaat-cursisten noemden onder andere de volgende redenen: Waarschijnlijk enige man in de groep. Wil niet in een groep. Cursus biedt te weinig nieuws. Wens voor andere hulp of activiteit: individuele behandeling, assertiviteitscursus, praatgroep. 3.6 Uitvoering van de cursus Voor de uitvoering van de cursus kan het draaiboek voor cursusbegeleiders gebruikt worden. Dit is in de handreiking opgenomen. In het draaiboek wordt per cursusbijeenkomst een programma beschreven met adviezen voor de cursusbegeleiders. Daarnaast gebruiken de cursusbegeleiders dezelfde materialen als de cursisten. De cursusmaterialen zijn inhoudelijk bijgesteld op basis van de praktijkervaringen van een groot aantal cursusbegeleiders. Er is gekozen voor het uitgeven van een cursusboek: In de put uit de put 18+ (Uitgave ThiemeMeulenhoff, te verkrijgen via met artikelnummer AF1035). In het cursusboek is een extra hoofdstuk Spanning en ontspanning opgenomen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de CD Omgaan met stress (uitgeverij Wyrda BV, Woerden; zie bijlage 7). Teksten van ontspanningsoefeningen zijn opgenomen in het cursusboek en in bijlage 6. Het is aan te bevelen om de omvang van de cursusgroep te beperken tot 8-10 deelnemers. Bij meer deelnemers is het moeilijker om alle cursisten voldoende aan bod te laten komen en het groepsproces goed te begeleiden. Minder deelnemers kan wel, maar is op zich minder efficiënt en in een te kleine groep is het groepsproces en de onderlinge uitwisseling van ervaringen en adviezen beperkter. Van de begeleiders vraagt het geven van de cursus een gedegen voorbereiding, omdat er een strak programma is en een aantal onderwerpen per keer behandeld moet worden. Het logboek dat in bijlage 5 is opgenomen kan gebruikt worden om de aan- en afwezigheid van de cursisten te registreren en een korte notitie te maken van de bijeenkomst. Deze informatie kan worden gebruikt voor de evaluatie van de cursus met de cursisten en door de begeleiders zelf. 3.7 Evaluatie en nazorg Het is belangrijk de cursus op een goede manier af te sluiten met een korte mondelinge en schriftelijke evaluatie. Er bestaan twee soorten evaluaties: procesevaluatie en effect - 32 TRIMBOS-INSTITUUT
33 evaluatie. De procesevaluatie richt zich op de vraag hoe de organisatie en uitvoering van de cursus verlopen is. Veel van deze aspecten kunnen aan bod komen tijdens een tussentijdse evaluatie van de cursus en bij de eindevaluatie tijdens de laatste bijeenkomst. De effectevaluatie richt zich op de vraag of de beoogde doelen van de cursus ook bereikt zijn. Zijn bijvoorbeeld de depressieve klachten van de deelnemers verminderd en heeft de cursus daaraan bijgedragen? Voor de effectevaluatie zijn zelfevaluatieinstrumenten beschikbaar, zoals de vragenlijst CES-D en het (gedurende een bepaalde tijd) bijhouden van rapportcijfers voor de stemming per dag. Deze gegevens zijn voor de cursist zelf bedoeld en helpen om het verloop van de depressie in de gaten te houden. Deze gegevens kunnen echter ook gemakkelijk voor de evaluatie door de organisatoren gebruikt worden. Daarnaast staan op het evaluatieformulier ook een aantal vragen die betrekking hebben op de effecten, zoals die door de cursist zijn ervaren (bijlage 4d). In de praktijk blijkt dat een aantal cursisten na afloop van de cursus nog behoefte heeft aan een vervolg(hulp)aanbod of dat de cursusbegeleiders oordelen dat iemand nog op bepaalde punten verdere training of hulp kan gebruiken. Het is belangrijk voldoende gelegenheid te geven om dit met de cursist te bespreken. Verder wordt geadviseerd om de cursisten de gelegenheid te geven nog eens telefonisch (of per ) contact op te nemen met de begeleiders, voor het geval zij achteraf nog vragen hebben. Sommige GGZ-preventieafdelingen blijven voor langere tijd de cursisten nog volgen door na een half jaar de ex-cursisten te bellen met de vraag hoe het met ze gaat of door iedere 6 à 12 maanden bijeenkomsten te organiseren voor alle oud-cursisten. TRIMBOS-INSTITUUT 33
34 34 TRIMBOS-INSTITUUT
35 LITERATUUR Allart-Van Dam, E. & Hosman, C.M.H. (2002). De invloed van sociaal-economische status en sekse op het effect van de Omgaan met depressie cursus. Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen (TSG), 80 (4), Allart, E., Hosman, C.M.H., Hoogduin, C.A.L., Schaap, G.P.D.R. (2003). The Coping With Depression Course: Short-Term Outcomes and Mediating Effects of a Randomized Controlled Trial in the Treatment of Subclinical Depression. Behavior Therapy, 34, Allart, E., Hosman, C.M.H., Hoogduin, C.A.L., Schaap, G.P.D.R. (2007). Prevention of depression in subclinically depressed adults: Follow-up effects on the Coping with Depression course. Journal of Affective Disorders, 97, American Psychiatric Association, APA (2000). DSM-IV-TR; Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Text Revision. Washington D.C.: American Psychiatric Association. Bandura, A. (1977). Social learning theory. Englewood Cliffs, New Jersey: Prentice-Hall. Birmaher, B., Ryan, N.D., Williamson, D.E., Brent, D.A., Kaufman, J., Dahl, R.E., Perel, J. & Nelson, B. (1996). Childhood and adolescent depression: A review of the past 10 years. Part I. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 35 (11), Bool, M., Smit, F., Bohlmeijer, E., & Sambeek, D. van (2001). Factsheet 2 Preventie. Kinderen van ouders met psychische problemen. Utrecht: Trimbos-instituut. Bouma, J., Ranchor, A.V., Sanderman, R. & Sonderen, E. van (1995). Het meten van symptomen van depressie met de CES-D. Een handleiding. Rijksuniversiteit Groningen: Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken. Clarke, G.N., Lewinsohn, P.M., & Hops, H. (1990). Instructor s Manual for the Adolescent Coping with Depression Course. Eugene, OR: Castalia Press. Clarke, G.N., Hawkins, W., Murphy M., Sheeber, L., Lewinsohn, P.M. & Seeley, J.R. (1995). Cognitive-behavioral group treatment of adolescent depression: prediction of outcome. Behavior Therapy, 23, Clarke, G.N., Hornbrook, M., Lynch, F., Polen, M., Gale, J., Beardslee, W., O Connor, E. & Seeley, J. (2001). A Randomized Trial of a Group Cognitive Intervention for Preventing Depression in Adolescent Offspring of Depressed Parents. Arch. General Psychiatry, 58, Cuijpers, P. (1997). Bibliotherapy in unipolar depression: A meta-analyse. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 28 (2), TRIMBOS-INSTITUUT 35
36 Cuijpers, P. (1998a). A psychoeducational approach to the treatment of depression: A meta-analysis of Lewinsohn s Coping With Depression Course. Behavior Therapy, 29, Cuijpers, P. (1998b). Psychological outreach programmes for the depressed elderly: A meta-analysis of effects and dropout. International Journal of Geriatric Psychiatry, 13, Cuijpers, P., Bonarius, M. & Heuvel, A. van den (1995). De Omgaan met depressie cursus; een handreiking voor begeleiders en organisatoren. Utrecht: LSP. Cuijpers, P. & Smit, F. (2004). Sub threshold depression as a risk indicator for major depressive disorder: A systematic review of prospective studies. Acta Psychiatrica Scandinavica, 109, Cuijpers, P., Muñoz, R.F., Clarke, G.N. & Lewinsohn, P.M. (2009). Psychoeducational treatment and prevention of depression: The Coping with Depression course thirty years later. Clinical Psychology Review, 29, Cuijpers, P. & Wilschut, N. (2011) In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen. Utrecht: Trimbos-instituut. Dijk, S. van, Knispel, A. & Nuijen, J. (2009). GGZ in tabellen. Utrecht: Trimbos-instituut. Dijkstra, M. & Ruiter, M. (2010). Aard en omvang GGZ- en Verslavingspreventie Ontwikkelingen in de inhoud, organisatie en omvang van de GGZ- en Verslavingspreventie. Utrecht: Trimbos-instituut. Does, A. J. W. van der (2002). Handleiding Beck Depression Inventory-II, Nederlandse vertaling en bewerking. Lisse: Swets Test Publishers. Fadden, G., Bebbington, P. & Kuipers, L. (1987). Caring and its burdens; A study of the spouses of depressed patients. British Journal of Psychiatry, 151, Graaf, R. de, Have, M. ten & Dorsselaer, S. van (2010). De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbosinstituut. Haringsma, R. & Engels, G.I. & Cuijpers, P. & Spinhoven, P. (2006) Effectiveness of the Coping With Depression (CWD) course of older adults provided by the communitybased mental health care system in the Netherlands: a randomized controlled field trial. International Psychogeriatrics, 18, Hinrichsen, G.A. (1991). Adjustment of caregivers to depressed older adults. Psychology and aging, 6 (4), TRIMBOS-INSTITUUT
37 Hinrichsen, G.A., Hernandes, N.A. & Pollack, S. (1992). Difficulties and rewards in family care of the depressed older adult. Gerontologist, 32 (4), Hosman, C.M.H., Veltman, J.E., Ruiter, M. (1993). Preventie van depressie. In: Van der Staak en Hoogduin. Depressie: psychopathologie en preventie. Nijmegen: Bèta boeken. Jonge, M. de, & Ruiter, M. (2009). Aard en omvang GGZ- en Verslavingspreventie Ontwikkelingen in de inhoud, organisatie en omvang van de GGZ- en Verslavingspreventie. Utrecht: Trimbos-instituut. Kempen, G.I.J.M., Brilman, E.I., Heyink, J.W. & Ormel, J. (1995). Het meten van de algemene gezondheidstoestand met de MOS Short-Form General Health Survey (SF-20). Een handleiding. Rijksuniversiteit Groningen: Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken. Kühner, C., Angermayer, M.C. & Veiel, H.O. (1994). Zur Wirksamkeit eines Konitiv verhaltenstherapeutischen Gruppenprogramma bei der Ruckfallprophylaxe depressiver Erkrankungen. Verhaltenstherapie, 4 (1), Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ (2010). Richtlijnherziening van de Multidisciplinaire richtlijn depressie (eerste revisie). Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis. Utrecht: Trimbos-instituut. Lewinsohn, P.M., Antonucci, D.O., Breckenridge, J.S. & Teri, L. (1984a). The Coping With Depression Course. Eugene: Castalia Publishing Company. Lewinsohn, P.M. & Carke, G.N. (1984b). Group treatment of depressed individuals: The Coping With Depression Course. Advances in Behaviour Research and Therapy, 6, Lewinsohn, P.M. (1987). The Coping With Depression Course. In: R.F. Muñoz (ed), Depression prevention; research directions. Washington: Hemisphere Publications. Meijer, S., Smit, F., Schoemaker, C., Cuijpers P. (2006). Gezond verstand: evidencebased preventie van psychische stoornissen. De Bilt: RIVM, centrum Volksgezondheid Toekomst Verkenningen en Trimbos-instituut, centrum Preventie en Kortdurende Interventie. Ormel, J., Kempern, G.I. J. M., Steverink, B.J.M., Eijk, L.E. van, Brilman, E.I., Wolffen sperger, E.W. & Meyboom-de Jong, B. (1992). The Groningen Longitudinal Aging Study (GLAS) on functional status and need for care; outline of a NESTOR research program. Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken, Rijksuniversiteit Groningen. Ruiter, M. de (1997). Preventie van depressie bij jongeren: Probleemanalyse, ontwikkeling en evaluatie van de cursus stemmingmakerij (proefschrift). Nijmegen: KUN. TRIMBOS-INSTITUUT 37
38 Smit, F., Sambeek, D. van, Bohlmeijer, E. & Cuijpers, P. (2001). Factsheet 1 Preventie. Depressie. Utrecht: Trimbos-instituut. Smit, F., Cuijpers, P., Oostenbrink, J., Batelaan, N., Graaf, R. de & Beekman, A. (2006). Costs of nine common mental health disorders: Implications for curative and preventive psychiatry. Journal of Mental Health and Economics, 9, Spek, V., Nyklícek, I., Smits, N., Cuijpers, P. Riper, H. Keyzer, J., Pop, V. (2007). Internetbased cognitive behavioural therapy for subthreshold depression in people over 50 years old: A ramdomized controlled clinical trial. Psychological Medicine, 37, Spek, V., Cuijpers, P., Nyklícek, I., Smits, N., Riper, H., Keyzer, J., Pop, V. (2008). One-year follow-up results of a randomized controlled clinical trial on internet-based cognitive behavioral therapy for subthreshold depression in people over 50 years old. Psychological Medicine, 38, Thompson, L.W., Gallagher, D., Nies, G. & Epstein, D. (1983). Evaluation of the effectiveness of professionals and nonprofessionals as instructors of coping with depression classes for elders. Gerontologist, 23 (4), Tilburg, W. van & Beekman, A.T.F. (1999). Affectieve stoornissen bij ouderen. In: Boer, J.A. den, Ormel, J., Praag, H.M. van, Westenberg, H.G.M. & D Haenen, H. (red.). Handboek Stemmingsstoornissen. Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom. Verhulst, F.C., Ende, J. van der, Ferdinand, R.F. en Kasius, M.C. (1997). De prevalentie van psychiatrische stoornissen bij Nederlandse adolescenten. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde, 141, Voordouw, I. & Kramer, J. (2001). Implementatie van de cursus Omgaan met depressie in de preventieve geestelijke gezondheidszorg. Resultaten van de tussentijdse evaluatie. Utrecht: Trimbos-instituut. Voordouw, I., Kramer, J., Cuijpers, P. (2002). De cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen. Een handreiking voor coördinatoren en begeleiders van de cursus voor volwassenen en 55+. Utrecht: Trimbos-instituut. Warmerdam, L., Straten, A. van, Twisk, J. & Cuijpers, P. (2008). Internet-based treatment for adults with depressive syptoms: A randomized controlled trial. Journal of Medical Internet Research, 10, e TRIMBOS-INSTITUUT
39 Nellie Wilschut, Marijke Dijkstra, Marijke Ruiter, Pim Cuijpers Draaiboek In de put, uit de put 18+ Draaiboek In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen TRIMBOS-INSTITUUT 39
40 40 TRIMBOS-INSTITUUT
41 De deelnemers hebben de onderstaande informatie tijdens het kennismakingsgesprek gekregen met het verzoek om deze te lezen en te maken voor de eerste bijeenkomst. INLEIDING Doelen Begrijpen en weten wat depressiviteit is. Bepalen welke vaardigheden u wilt oefenen gedurende de cursus. In de inleiding wordt uitgelegd wat depressie en depressiviteit nu precies is. Verder wordt kort beschreven welke vaardigheden in de cursus behandeld worden. Deze cursus is gericht op het overwinnen van uw depressiviteit. Depressieve klachten, depressiviteit en depressie Iedereen voelt zich wel eens wat terneergeslagen of ziet het even niet meer zo zitten. De oorzaak van deze somberheid is meestal wel duidelijk: een ruzie, een tegenvaller, onzekerheid of slechte vooruitzichten. Het hebben van dit soort gevoelens is heel gewoon en iedereen heeft er wel eens last van. Het verdwijnt meestal na een paar uur of na een paar dagen. Soms duurt deze sombere stemming langer of komt hij regelmatig terug. De somberheid die iemand dan ervaart, is heviger en intenser en klaart vaak niet zo snel weer op. Het maakt het leven moeilijker dan wenselijk is. Ook kunnen allerlei andere klachten optreden, zoals interesseverlies, concentratieproblemen, eet- en slaapproblemen, veel denken aan de dood, vermoeidheid en lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, buikpijn of rugpijn. Deze cursus is vooral bedoeld voor mensen die kampen met dergelijke somberheid. We noemen dat hier verder depressieve klachten of depressiviteit. Sommige mensen hebben gedurende enige tijd in extreme mate last van depressiviteit waardoor hun functioneren in het dagelijks leven wordt belemmerd. In dat geval wordt van een depressie of een depressieve stoornis gesproken. Er wordt geschat dat op elk moment drie tot vier procent van de Nederlanders een depressieve stoornis heeft. Als men spreekt van een depressie of depressieve stoornis, is er in extreme mate sprake van depressieve klachten en zijn er nog allerlei andere klachten aanwezig. Mensen met een depressieve stoornis kunnen ook baat hebben bij deze cursus, maar het is voor hen aan te bevelen om individuele hulp te zoeken. In overleg met de behandelaar kan dan gekeken worden of deelname aan deze cursus zinvol is. Depressief zijn is dus niet abnormaal of gek, maar zelfs een van de meest voorkomende psychische problemen. TRIMBOS-INSTITUUT 41
42 Oorzaken van depressiviteit Er zijn verschillende soorten oorzaken van depressiviteit. Zo is het bekend dat depressiviteit direct veroorzaakt kan worden door allerlei lichamelijke ziekten, zoals griep, lage of hoge bloeddruk, schildklier-stoornissen, slechte voeding of ziekten als MS, suikerziekte of kanker. Ook medicijnen, drugs- en alcoholgebruik kunnen een rol spelen bij het ontstaan van depressieve klachten. Een andere oorzaak van depressiviteit kan een verlies zijn: het verlies van een naaste door de dood, het geen werk kunnen vinden, het verlies van een baan, het vertrek van uw kinderen uit huis, een relatie die verbroken wordt. Verder kunnen er ook psychische oorzaken zijn, zoals ingrijpende jeugdervaringen, negatieve manieren van denken of negatieve manieren van omgaan met andere mensen. Het is nooit zo dat depressiviteit door slechts één van deze zaken wordt veroorzaakt. Het is altijd een combinatie van meerdere oorzaken tegelijk. Men gaat ervan uit dat ieder mens in feite depressief zou kunnen worden, maar dat sommige mensen er extra gevoelig voor zijn. Die gevoeligheid kan aangeboren zijn of later in het leven verworven. Als iemand extra gevoelig is voor het krijgen van depressiviteit, kan die depressiviteit geactiveerd worden door bijvoorbeeld een echtscheiding, in combinatie met psychische oorzaken, zoals negatieve manieren van denken. Andere problemen Niet alle mogelijke problemen die depressieve mensen kunnen hebben, zijn hierboven opgesomd. Depressiviteit kan samenhangen met tal van andere situaties, zoals huwelijks-, relatie- en seksuele problemen; problemen met werk en carrière; verslaving aan alcohol, medicijnen of drugs; slaapproblemen of lichamelijke problemen, zoals hoofdpijn, rugpijn of chronische vermoeidheid. Als u dergelijke problemen bij uzelf herkent, is het belangrijk om te weten dat ze in de cursus niet aan de orde zullen komen. Bespreek ze met uw huisarts of een hulpverlener en kijk samen wat u er het beste aan kunt doen. Het gebruik van medicijnen Het kan zijn dat u (tijdelijk) méér nodig heeft dan alleen praten. Het is dan mogelijk dat u van uw huisarts of therapeut medicijnen (antidepressiva) krijgt voorgeschreven. Deze medicijnen zorgen ervoor dat de scherpe kanten van uw gevoelens afgezwakt worden (uw negatieve gevoelens, maar soms ook uw positieve gevoelens). Dit kan soms nèt die kracht geven om iets te gaan ondernemen, zoals het volgen van deze cursus. Het is goed om te weten dat antidepressiva vaak enige tijd nodig hebben om de stemming te verbeteren en dat u de werking ervan daarom even de tijd moet geven. Dit kan wel een aantal weken duren. In deze tijd kunt u wel al last hebben van bijwerkingen. Mogelijk kan deze cursus er aan bijdragen dat u in de nabije toekomst ook weer met de medicijnen kunt stoppen. Het is van groot belang dat u uw medicijngebruik en het eventuele afbouwen ervan altijd goed met uw huisarts of therapeut bespreekt! 42 TRIMBOS-INSTITUUT
43 Ter voorbereiding op de eerste bijeenkomst Voorgaande tekst lezen. De oefening 0.1 De cursus als gereedschapskist maken. De oefening 0.2 Mijn doel voor deze cursus maken. Oefening 0.1 Deze cursus als gereedschapskist U kunt deze cursus zien als een gereedschapskist met allemaal verschillende vaardigheden en hulpmiddelen die u kunnen helpen om zelf uw depressiviteit onder controle te krijgen. Hieronder ziet u een overzicht van de vaardigheden die aan bod komen. Bij elke vaardigheid kunt u aankruisen of u denkt dat deze voor u van belang is. Vervolgens kunt u erna opschrijven welke twee vaardigheden uit de cursus voor u waarschijnlijk het meest van belang zijn. Meer plezierige activiteiten Veel mensen die depressief zijn, ondernemen weinig of geen leuke dingen. En áls ze dingen doen die ze vroeger leuk vonden, beleven ze er vaak geen plezier meer aan. Deze cursus kan u helpen om weer meer plezierige activiteiten te gaan ondernemen. Meer plezierige contacten met andere mensen Voor iemand die zich depressief voelt is het vaak moeilijk om plezierige contacten met andere mensen te hebben. Soms komt iemand zelfs in een isolement terecht. Deze cursus kan u helpen om weer meer plezierige contacten met andere mensen te krijgen. Anders leren denken Als mensen zich depressief voelen, hebben ze vaak last van negatieve gedachten over zichzelf of over de mensen en dingen om hun heen. De vaardigheid van het anders leren denken kan u helpen om deze gedachten te gaan herkennen en ze te veranderen in positieve gedachten. Minder piekeren Het komt ook veel voor dat mensen hun gedachten of zorgen gewoon niet uit hun hoofd kunnen zetten: het blijft maar malen. Met behulp van een aantal oefeningen kunt u leren om minder te piekeren of om dit alleen nog op bepaalde momenten toe te staan. Assertiviteit/opkomen voor jezelf Mensen die depressief zijn, kunnen het moeilijk vinden om zich assertief te gedragen. Dat wil zeggen: om hun gedachten en gevoelens te uiten zonder deze aan anderen op te dringen. Het leren van assertief gedrag kan nuttig zijn als u bijvoorbeeld moeite hebt om nee te zeggen, het moeilijk vindt om kritiek of juist complimenten te geven of te ontvangen, of om voor uw mening op te komen. Presentatie Sommige depressieve mensen hebben met hun gedrag een negatief effect op andere mensen zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Ze lachen bijvoorbeeld nauwelijks TRIMBOS-INSTITUUT 43
44 of niet, verzorgen zich niet goed of maken nauwelijks oogcontact. Hierdoor krijgen positieve contacten met andere mensen eigenlijk geen kans. Het verbeteren van uw presentatie kan u helpen om dit te veranderen. De twee belangrijkste vaardigheden zijn voor mij: Oefening 0.2 Mijn doel voor deze cursus Neemt u eens rustig de tijd om na te denken over de vaardigheden die in de vorige oefening genoemd zijn en wat u voor uzelf met het volgen van deze cursus wilt bereiken. Dit doel kunt u hieronder opschrijven. Doet u dit zo concreet mogelijk, zodat u aan het eind van de cursus kunt controleren of u het doel daadwerkelijk bereikt hebt. Verder is het belangrijk dat het om een realistische, haalbare prestatie gaat. Hieronder ziet u een voorbeeld: Marc (30 jaar) is door zijn depressiviteit langzaam maar zeker in een isolement gekomen en ziet nog maar weinig mensen. Hij is begonnen met de cursus omdat hij weer meer plezier in het leven wil krijgen. Het belangrijkste doel voor hem is dat hij uit zijn isolement komt en weer meer leuke dingen met andere mensen gaat ondernemen. Hij neemt zich voor om gedurende de hele cursus iedere week minstens éénmaal een activiteit met andere mensen buiten de deur te doen. Marc schrijft: Belangrijkste doel voor deze cursus is: 1. Ik wil uit mijn isolement komen 2. Ik wil met andere mensen leuke dingen gaan ondernemen. Ik wil dit bereiken door: minimaal 1x per week een leuke activiteit met iemand anders buiten de deur te gaan doen. 44 TRIMBOS-INSTITUUT
45 Vul uw eigen doel in voor de cursus. Mijn belangrijkste doel voor deze cursus is: Ik wil dit bereiken door: TRIMBOS-INSTITUUT 45
46 46 TRIMBOS-INSTITUUT
47 BIJEENKOMST 1 DENKEN, VOELEN, DOEN EN UW STEMMING Doelen Kennismakingen Werkwijze en onderwerpen uit de cursus bespreken Creëren van een positief groepsklimaat Deelnemers bewust maken van de relatie tussen denken, voelen en doen Deelnemers bewust maken van de relatie tussen plezierige activiteiten en de stemming Programma 1 Welkom en programma 2 Introductie cursus 3 Kennismaking 4 Inleiding Denken, voelen en doen en uw stemming 5 Vooruitblik op de 2e bijeenkomst 6 Huiswerk 7 Evaluatie en afsluiting Ad 1. Welkom en programma Laat iedereen een naambordje voor zichzelf maken. Deel de cursusmappen uit. Stel uzelf als begeleiders voor en bespreek hoe iedereen elkaar in de groep aanspreekt (voornamen en tutoyeren of niet?). Ad 2. Introductie cursus Bespreek kort de belangrijkste punten van de cursus: Het is een cursus. De begeleiders zijn geen therapeut, maar docent: het aanleren van vaardigheden staat centraal. Huiswerk maken is nodig; de belangrijkste dingen gebeuren tussen de bijeenkomsten thuis; als het niet lukt, laat dat dan weten. In de cursus leert u vaardigheden hoe u uw gevoelens positief kunt beïnvloeden; onder andere door te leren: hoe u meer plezierige activiteiten kunt ondernemen. hoe u constructiever en positiever kunt denken. hoe u uw sociale vaardigheden kunt vergroten (assertiviteit). De cursus kunt u beschouwen als een gereedschapskist waaruit u die vaardigheden haalt die voor u van specifiek belang zijn. Het is van belang om te blijven oefenen, ook als de bijeenkomsten waarin een bepaalde vaardigheid behandeld wordt, achter de rug zijn. TRIMBOS-INSTITUUT 47
48 Basisregels in de cursus Vermijd neerslachtige gesprekken: de groep is bedoeld als steun en niet als klankbord voor uw depressie. NB: U kunt hierbij het voorbeeld van een weegschaal noemen, met aan de ene kant draagkracht en aan de andere kant draaglast. In de cursus hebben we het niet (uitgebreid) over draaglast, maar wel over draagkracht: wat kunt u wél? Wees ondersteunend: vermijd het bekritiseren van anderen, wees zoveel mogelijk constructief in uw commentaar. Probeer zoveel mogelijk de positieve punten te halen uit wat anderen zeggen. Evenveel tijd voor iedereen: om zoveel mogelijk te profiteren van de cursus is het nodig dat iedereen de gelegenheid krijgt ideeën uit te wisselen, vragen te stellen en moeilijkheden te bespreken. Dit kan betekenen dat we soms iemands verhaal moeten onderbreken, om ook een ander de kans te geven iets te vertellen. Vertrouwelijkheid: alles wat verteld wordt, moet vertrouwelijk blijven. We vragen u om elders niet over andere deelnemers te praten, maar alleen over uw eigen ervaringen. Ad 3. Kennismaking Deelnemers (en begeleiders) gaan elkaar aan de groep voorstellen. Hiervoor wordt de groep eerst in tweetallen opgesplitst waarbij de deelnemers: persoonlijke informatie uitwisselen. de ingevulde oefening 0.1 De cursus als gereedschapskist bespreken. oefening 0.2: Mijn doel voor deze cursus samen bespreken. NB: Alle persoonlijke vragen mogen gesteld worden maar degene die bevraagd wordt, bepaalt zelf hoeveel hij of zij vertelt. Iedere deelnemer stelt vervolgens de andere deelnemer aan de groep voor. Vraag of degene die is voorgesteld nog iets wil aanvullen en of de anderen nog vragen hebben. Ad 4. Inleiding Denken, voelen en doen en uw stemming Bespreek de belangrijkste punten uit dit hoofdstuk: De denken, voelen en doen cirkel. Dit is een terugkerende tekening als introductie bij iedere vaardigheid. De negatieve en de positieve spiralen. Vraag tijdens de uitleg zoveel mogelijk voorbeelden aan de deelnemers. Plezierige activiteiten en uw stemming. Noem de 5 punten die onder plezierige activiteiten worden verstaan en vraag voorbeelden aan de deelnemers. Doen stap 1: Het bewaken van uw stemming. Vraag deelnemers een deel van de oefening 1.1 Mijn stemming per dag in te vullen. Laat enkele deelnemers voorlezen wat zij hebben ingevuld. Doen stap 2: Wat zijn voor u plezierige activiteiten? Vul gezamenlijk enkele plezierige activiteiten in uit de lijst plezierige activiteiten, oefening 1.2. Leg uit en maak een start met Oefening 1.3/Doen stap 3 Mijn eigen plezierige activiteiten invullen en gedurende een week bijhouden. Benadruk het belang van schouderklopjes. 48 TRIMBOS-INSTITUUT
49 Ad 5. Vooruitblik op bijeenkomst 2 Volgende keer gaat het over doen, denken en uw stemming. Ad 6. Huiswerk Neem het huiswerk door en beantwoord eventuele vragen. Hoofdstuk 1: Denken, voelen, doen en uw stemming lezen. Oefening 1.1/Doen stap 1 Mijn stemming per dag iedere dag invullen. Oefening 1.2/Doen stap 2 Plezierige activiteiten invullen. Oefening 1.3/Doen stap 3 Mijn eigen plezierige activiteiten invullen en gedurende een week bijhouden. Ad 7. Evaluatie en afsluiting Toelichting Gebruik en interpretatie van de CES-D De deelnemers hebben de CES-D (of eventuele andere depressie-vragenlijst) al voorafgaande aan of tijdens het kennismakingsgesprek ingevuld. Het is aan te bevelen om tijdens de eerste cursusbijeenkomst de lijst opnieuw af te nemen. De uitkomsten geven inzicht in de mate waarin de cursist depressieve klachten heeft. Dit geeft een indruk van de mate van depressiviteit, het is geen diagnostisch instrument. De lijsten zijn in de bijlage van het draaiboek te vinden, samen met een toelichting op de interpretatie van de scores. De lijsten kunnen gekopieerd worden en aan de deelnemers worden uitgereikt. TRIMBOS-INSTITUUT 49
50 50 TRIMBOS-INSTITUUT
51 BIJEENKOMST 2 DOEN, DENKEN EN UW STEMMING Doelen Meer plezierige activiteiten doen en deze zorgvuldig leren kiezen en plannen Deelnemers bewust maken van de relatie tussen denken en de stemming Deelnemers bewust maken van hun eigen (niet-helpende) gedachten en negatieve, niet-helpende denkpatronen Programma 1 Welkom en programma 2 Huiswerk 3 Inleiding doen, denken, en uw stemming 4 Vooruitblik op de 3e bijeenkomst 5 Huiswerk 6 Evaluatie en afsluiting Ad 1. Welkom en mededelingen Ad 2. Bespreking van het huiswerk hoofdstuk 1 Zijn er nog vragen over de vorige bijeenkomst? Zijn er nog vragen over de inleiding of Hoofdstuk 1: Denken, voelen, doen en uw stemming? Bespreek: Oefening 1.1/Doen stap 1 Mijn stemming per dag : Vraag 1 of 2 deelnemers een dag voor te lezen. Oefening 1.2/Doen stap 2 Plezierige activiteiten + Oefening 1.3/Doen stap 3 Mijn eigen plezierige activiteiten : - Laat deelnemers de gemaakte oefening 1.2 en 1.3 in tweetallen bespreken. - Per tweetal de bijzonderheden plenair laten terugkoppelen. Ad 3. Inleiding over Doen, denken en uw stemming Bespreek de belangrijkste punten uit dit hoofdstuk: Start met de volgende oefening om hierna het GGG-schema uit te leggen. 1 Oefening Mijn eigen (automatische) niet-helpende gedachten ontdekken Hiervoor kan een klein experiment gedaan worden. Vraag hiervoor aan alle deelnemers hun ogen te sluiten of naar de grond te kijken. Vertel dat een van de begeleiders een aantal keer langs de deelnemers zal lopen om daarbij één iemand aan te tikken, die dan straks een voorbeeld mag inbrengen. Loop dan inderdaad een aantal keren langs de deelnemers, stop af en toe achter iemand maar tik niemand aan. Laat dit niet al te lang duren. Vraag na afloop wie er aangetikt is (niemand dus). Leg vervolgens uit dat dit een klein experiment was om de theorie over denken en voelen uit te leggen. TRIMBOS-INSTITUUT 51
52 2 Maak een flap en schrijf bovenaan de flap onder het kopje Gebeurtenis: experiment 3 Inventariseer van alle deelnemers wat zij tijdens het experiment voelden. Schrijf dit onderaan een flap onder het kopje: Gevoel. NB: kijk of je de gevoelens ook kunt indelen aan de hand van de 4 B s: Boos, Bang, Blij en Bedroefd. 4 Schrijf vervolgens in het midden op de flap onder het kopje: Gedachten wat de deelnemers gedurende het experiment aan gedachten hadden. Hiermee wordt duidelijk dat eenzelfde ervaring bij mensen verschillende gedachten kan oproepen en dat dat wat je denkt niet altijd de (enige) waarheid is. 5 Bespreek in hoeverre deze gedachten niet-helpend zijn en leg het verschil uit tussen helpende en niet-helpende gedachten. Laat deelnemers de volgende oefening (2.2) aankruisen: Doen stap 4 Niet-helpende gedachten of belemmeringen voor (bepaalde) plezierige activiteiten. Bespreek de oefening na. Ad 4. Vooruitblik op de 3e bijeenkomst De volgende bijeenkomst gaat over denken en uw stemming. Ad 5. Huiswerk Neem het huiswerk door en beantwoord eventuele vragen. Hoofdstuk 2: Doen, denken en uw stemming lezen. Oefening 2.1: Mijn gedachten ontdekken maken. Oefening 2.3: Doen stap 5, Een plan voor meer plezierige activiteiten gedurende een week bijhouden. Indien gewenst: Oefening 2.4: Mijn contacten lezen en maken. Ad 6. Evaluatie en afsluiting 52 TRIMBOS-INSTITUUT
53 BIJEENKOMST 3 DENKEN EN UW STEMMING Doelen Deelnemers bewust maken van de relatie tussen denken en uw stemming Het doorbreken van piekeren en niet-helpende denkpatronen Technieken leren om minder niet-helpende gedachten te krijgen Technieken leren om anders te leren omgaan met niet-helpende gedachten en piekeren Programma 1 Welkom en programma 2 Huiswerk 3 Inleiding denken en uw stemming 4 Vooruitblik op de 4e bijeenkomst 5 Huiswerk 6 Evaluatie en afsluiting Ad 1. Welkom en mededelingen Ad 2. Huiswerk hoofdstuk 2 Zijn er nog vragen over de vorige bijeenkomst? Zijn er nog vragen over Hoofdstuk 2: Doen, denken en uw stemming? Bespreek oefening 2.1: Mijn gedachten ontdekken. Maak plenair meerdere GGG-schema s met behulp van de voorbeelden van de deelnemers. Laat de deelnemers in tweetallen oefening 2.3 Doen stap 5, Een plan voor meer plezierige activiteiten doorspreken. Bespreek plenair de opmerkelijke punten. Ad 3. Inleiding denken en uw stemming Bespreek de belangrijkste punten uit dit hoofdstuk: Oefening 3.1 Niet-helpende gedachten omzetten in helpende gedachten Vraag de deelnemers om uit oefening 2.1 Mijn gedachten ontdekken 1 gedachte te kiezen en deze op een los vel papier te schrijven. Laat de deelnemer met behulp van de 4 vragen uit hoofdstuk 3 proberen de niet-helpende gedachte om te zetten in een helpende gedachte. Laat hen dit in tweetallen nabespreken. Vervolgens plenair de belangrijkste punten en vragen bespreken. De 5 Stoppen met piekeren technieken Bespreek de belangrijkste punten uit de 5 Stoppen met piekeren technieken. Oefen gezamenlijk de gedachtenstop : Leg vooraf de oefening uit. vraag de deelnemers om 2 minuten aan een piekergedachte te denken. Adviseer hen om een piekergedachte te nemen die ze regelmatig hebben maar over een relatief klein probleem gaat. TRIMBOS-INSTITUUT 53
54 Na 2 minuten klapt iedereen hard in zijn handen en roept hierbij hard STOP. Spreek de oefening na. Ad 4. Vooruitblik op de 4e bijeenkomst De volgende bijeenkomst gaat over Postief leren denken, assertiviteit en uw stemming. Ad 5. Huiswerk Neem het huiswerk door en beantwoord eventuele vragen. Hoofdstuk 3: Denken en uw stemming lezen Oefening 3.1: Niet-helpende gedachten omzetten in helpende gedachten Oefening 3.2: Mijn niet-helpende gedachten uitdagen Oefening 3.3: De 5 Stoppen met piekeren technieken: 1 De Gedachtenstop 2 Het Piekerkwartier 3 Het elastiekje 4 De CD 5 Afleiding Indien gewenst: De extra informatie lezen over Moeilijke gebeurtenissen. Oefening 3.4, herhaling uit hoofdstuk 1: Een plan voor meer plezierige activiteiten gedurende een week bijhouden. Ad 6. Evaluatie en afsluiting 54 TRIMBOS-INSTITUUT
55 BIJEENKOMST 4 POSITIEF LEREN DENKEN, ASSERTIVITEIT EN UW STEMMING Doelen Deelnemers bewust maken van de relatie tussen assertiviteit en de stemming Deelnemers bewust laten worden van hun eigen stijl van omgang met andere mensen en de eigen mate van assertiviteit Programma 1 Welkom en programma 2 Huiswerk 3 Inleiding positief leren denken, assertiviteit en uw stemming 4 Vooruitblik op de 5e bijeenkomst 5 Huiswerk 6 Evaluatie en afsluiting Ad 1. Welkom en mededelingen Ad 2. Huiswerk hoofdstuk 3 Zijn er nog vragen over de vorige bijeenkomst? Zijn er vragen over Hoofdstuk 3: Denken en uw stemming? Oefening 3.1: Niet-helpende gedachten omzetten in helpende gedachten Neem gezamenlijk het schema Van niet-helpende gedachten naar helpende gedachten door Vraag wat de deelnemers hebben ingevuld bij de kolommen Negatief denkpatroon en Helpende gedachte Laat enkele deelnemers de eigen ingevulde Van niet-helpende gedachten naar helpende gedachten oplezen Oefening 3.2: Mijn niet-helpende gedachten uitdagen Laat de deelnemers in tweetallen de oefening doorspreken Bespreek plenair de eventuele vragen Oefening 3.3: De 5 Stoppen met piekeren technieken Vraag plenair hoe de de deelnemers de 5 technieken hebben geoefend en wat hun ervaringen zijn. Stimuleer om deze technieken te blijven gebuiken. Ad 3. Inleiding positief leren denken, assertiviteit en uw stemming Bespreek de 5 technieken om positief te leren denken. Maak de verbinding tussen de theorie en de praktijk door voorbeelden aan de deelnemers te vragen. Laat de deelnemers naar de Uzelf complimenten geven (huiswerk oefening 4.1 de 4e techniek) kijken en laat ze alvast één positieve zin over zichzelf formuleren. Maak een rondje waarbij ieder dit uitspreekt. Probeer een enthousiaste, positieve sfeer te creëren (applaus e.d) TRIMBOS-INSTITUUT 55
56 Bespreek de Drie stijlen van omgaan met anderen, paragraaf 4.2, met behulp van het voorbeeld van Paula. Laat de deelnemers de oefening 4.2 Testen van mijn assertiviteit invullen en bespreek ieders stijl plenair. Oefening Assertiviteit en gedachten. Verzamel gedachten die de deelnemers hebben bij het omgaan met andere mensen en die van invloed zijn op hun gedragsstijl. Eventueel kan ook nog het verband gelegd worden met de hoofdstukken over het denken en bekeken worden welke gedachten helpend kunnen zijn voor assertief gedrag. Ad 4. Vooruitblik op de 5e bijeenkomst De volgende keer gaat het over assertiviteit in de praktijk en andere sociale vaardigheden. Ad 5. Huiswerk Neem het huiswerk door en beantwoord eventuele vragen. Hoofdstuk 4: Positief leren denken, assertiviteit en uw stemming lezen Oefening 4.1: 5 technieken om positief te leren denken: 1 Positieve gedachten bijhouden 2 Regelmaat gebruiken 3 Opschrijven wat u bereikt 4 Uzelf complimenten geven 5 De tijdsprong Oefening 4.3: In welke situaties kan ik assertiever worden? maken Indien gewenst: De oefeningen uit hoofdstuk 1, 2 en 3 over plezierige activiteiten en anders leren denken doen. Ad 6. Evaluatie en afsluiting 56 TRIMBOS-INSTITUUT
57 BIJEENKOMST 5 ASSERTIVITEIT IN DE PRAKTIJK EN ANDERE SOCIALE VAARDIGHEDEN Doelen Deelnemers leren hoe ze assertief kunnen zijn Programma 1 Welkom en programma 2 Huiswerk 3 Inleiding Assertiviteit in de praktijk en andere sociale vaardigheden 4 Vooruitblik op de 6e bijeenkomst 5 Huiswerk 6 Evaluatie en afsluiting Ad 1. Welkom en mededelingen Ad 2. Huiswerk hoofdstuk 4 Zijn er nog vragen over de vorige bijeenkomst? Zijn er vragen over Hoofdstuk 4: Positief leren denken, assertiviteit en uw stemming? Bespreek oefening 4.1: de 5 technieken om positief te leren denken. Vraag de deelnemers hoe ze de afgelopen periode met de technieken hebben gewerkt. Vraag hen techniek 4 voor te lezen, Uzelf complimenten geven De oefening 4.3, In welke situaties kan ik assertiever worden? in tweetallen laten bespreken. Vraag de opmerkelijke punten plenair te vertellen. Ad 3. Inleiding Assertiviteit in de praktijk en andere sociale vaardigheden Behandel de theorie van Assertiviteit in vier stappen. Vraag nog een ander voorbeeld aan een van de deelnemers en werk dit gemeenschappelijk uit. Laat degene die het voorbeeld inbracht de 4 uitgewerkte stappen hardop uitspreken. NB: Dit zou ook in een rollenspel gedaan kunnen worden. Behandel interactief de theorie van nee zeggen, paragraaf 5.7 en De techniek van de kapotte grammofoonplaat (5.8) en conflicthantering (5.9) Behandel: Uw presentatie: Hoe komt u over op anderen? (5.3), Actief luisteren (5.4) en Uzelf laten zien aan de ander (5.5) Ad 4. Vooruitblik op de 6e bijeenkomst Volgende keer gaat het over hoe de behaalde winst behouden kan blijven. TRIMBOS-INSTITUUT 57
58 Ad 5. Huiswerk Neem het huiswerk door en beantwoord eventuele vragen Hoofdstuk 5: Assertiviteit in de praktijk en andere sociale vaardigheden lezen Oefening 5.1: Assertiviteit oefenen doen Oefening 5.2: Assertiviteit en mijn gedachten maken Oefening 5.4: Uw presentatie verbeteren maken Indien gewenst Extra informatie lezen: Uw gedachten en assertiviteit. Nieuw gedrag. Andere mogelijkheden. Extra oefeningen maken: Oefening 5.3 doen: Assertiviteit en spanning. Ad 6. Evaluatie en afsluiting Maak afspraken hoe de cursus volgende week wordt afgesloten en geëvalueerd, zie tips hieronder. Deel het evaluatieformulier en de CES-D lijst uit met het verzoek deze de laatste bijeenkomst ingevuld mee terug te nemen. Andere mogelijkheden/ideeën voor de laatste bijeenkomst Deelnemers schrijven over iedere deelnemer positieve dingen op een kaartje. Na afloop krijgt elke deelnemer de kaartjes die voor hem/haar bedoeld waren. Foto-spel: een groot aantal foto s/plaatjes (met verschillende mensen, landschappen, sferen enz.) uitstallen en deelnemers twee foto s laten uitkiezen: hoe ze zich voor en na de cursus voelden, eventueel ook een foto voor linker- of rechterbuurman/ buurvrouw laten kiezen: wat wens je de ander toe. De foto s worden aan het eind weer ingeleverd, zodat ze iedere keer opnieuw gebruikt kunnen worden. Deelnemers schrijven thuis een brief aan zichzelf over wat de cursus hen gedaan heeft en leveren deze tijdens de laatste bijeenkomst in. De cursusbegeleiders sturen de brieven een week voor de terugkomstbijeenkomst naar de deelnemers op. Deelnemers nemen voor de laatste bijeenkomst een foto of kaart van thuis mee die iets uitbeeldt wat hen de komende tijd kan helpen. Dit plaatje kan thuis ergens opgehangen worden, zodat mensen steeds aan de cursus herinnerd worden. 58 TRIMBOS-INSTITUUT
59 BIJEENKOMST 6 UW WINST BEHOUDEN Doelen Terugkijken op wat in de cursus aan de orde is geweest Laten zien hoe deelnemers het geleerde in de toekomst kunnen blijven vasthouden Evalueren van de cursus Programma 1 Welkom en programma 2 Huiswerk 3 Inleiding uw winst behouden 4 Vooruitblik op de terugkombijeenkomst 5 Huiswerk 6 Evaluatie en afsluiting Ad 1. Welkom en mededelingen Ad 2. Huiswerk hoofdstuk 5 Zijn er nog vragen over de vorige bijeenkomst? Zijn er vragen over Hoofdstuk 5: Assertiviteit in de praktijk en andere sociale vaardigheden? Bespreek oefening 5.1: Assertiviteit oefenen. Vraag de deelnemers welke situaties zij geoefend hebben om assertiever te worden. Vraag deelnemers om oefening 5.2: Assertiviteit en mijn gedachten in tweetallen te bespreken. Vraag de opmerkelijke punten plenair te vertellen. Ad 3. Inleiding uw winst behouden Vraag de deelnemers de oefening 6.1 in te vullen Wat heeft de cursus mij opgeleverd? Maak een rondje waarbij iedere deelnemer het ingevulde opleest. Bespreek plenair de oefening 6.2: Mijn alarmsignalen voor terugval en mijn actielijst voor terugval. Laat de deelnemers in kleine groepjes invullen de oefening 6.4: Mijn doel voor de komende tijd. Ad 4. Vooruitblik op de terugkombijeenkomst Plan de terugkombijeenkomst over ongeveer 2 maanden. Ad 5. Huiswerk Neem het huiswerk door en beantwoord eventuele vragen. Hoofdstuk 6: Uw winst behouden lezen. Oefening 6.2: Mijn alarmsignalen voor terugval afmaken + Mijn actielijst voor terugval afmaken. Oefening 6.3: Mijn toekomstige belangrijke gebeurtenissen maken. TRIMBOS-INSTITUUT 59
60 Oefening 6.4: Mijn doel voor de komende tijd maken. De oefeningen uit de cursus die voor u van belang zijn regelmatig blijven doen. Ad 6. Evaluatie en afsluiting Evalueer en neem afscheid op de afgesproken manier. 60 TRIMBOS-INSTITUUT
61 TERUGKOMBIJEENKOMST Doelen Ontdekken in hoeverre deelnemers in staat zijn zelfstandig met de stof te werken Enig inzicht verkrijgen in de effectiviteit van de cursus op langere termijn Indien nodig deelnemers een nieuwe impuls geven tot het werken met de vaardigheden uit de cursus NB: Het is verstandig om een week van tevoren de deelnemers schriftelijk of telefonisch te herinneren aan deze bijeenkomst. Programma 1 Welkom en programma 2 Terugblik op de afgelopen maanden 3 Terugblik op ieders doel 4 Terugblik op het verder gemaakte huiswerk 5 Evaluatie en afsluiting Ad 1. Welkom en mededelingen Ad 2. Terugblik op de afgelopen maanden Maak een rondje waarin iedereen kort aangeeft hoe het nu op dit moment met hem of haar is, bijvoorbeeld door een cijfer/woord/kleur te noemen voor de afgelopen periode en een cijfer/woord/kleur te noemen voor dit moment. Straks zal ingegaan worden op wat het doel was van de afgelopen maanden. Ad 3. Terugblik op ieders doel Haal de flap van de laatste bijeenkomst tevoorschijn en laat iedere deelnemer vertellen hoe het de afgelopen maanden is gegaan en in hoeverre het doel bereikt is. Besteed aandacht aan dat wat moeilijke momenten voor mensen zijn en wissel tips uit hoe hier mee om te gaan. Ad 4. Terugblik op het verder gemaakte huiswerk Uitwisseling in kleine groepjes. Laat de deelnemers in kleine groepjes bespreken wat voor hen de komende tijd belangrijk is. Hierbij kunnen ze ook kijken naar de oefeningen over alarmsignalen, de actielijst en toekomstige belangrijke gebeurtenissen uit hoofdstuk 6. Ad 5. Afsluiting Afsluitend rondje en afscheid. Andere tips en ideeën voor terugkombijeenkomst/follow up CES-D tijdens terugkombijeenkomst laten invullen (of van tevoren thuis) en resultaten bespreken. TRIMBOS-INSTITUUT 61
62 Regelmatig bijeenkomsten organiseren voor alle ex-deelnemers (al wil niet iedereen bij vreemden in een groep). Nieuwsbrief met bijvoorbeeld ervaringsverhalen voor alle ex-deelnemers rondsturen. Deelnemers stimuleren om zelf onderling contact te blijven houden. Nog eens een moeilijk onderwerp behandelen. Eventueel kan na nog eens drie maanden opnieuw een terugkombijeenkomst plaatsvinden. 62 TRIMBOS-INSTITUUT
63 BIJLAGEN TRIMBOS-INSTITUUT 63
64 64 TRIMBOS-INSTITUUT
65 Bijlage 1a Toelichting checklist kwaliteit uitvoering cursus Toelichting Checklist voor kwaliteit van de uitvoering van de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen (in de preventieve GGZ) Aanleiding Omdat het begrip kwaliteit op vele manieren is in te vullen, is deze checklist gemaakt. Het is geen checklist die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek, maar op good practice afkomstig uit de uitvoering van de cursus. De checklist bestaat uit een aantal items met daarbij een lijst van uit te voeren activiteiten. Per activiteit kan de cursuscoördinator of begeleider beoordelen of deze wel, niet of deels worden uitgevoerd en op welke punten verbetering wenselijk en mogelijk is. Doel De checklist omschrijft het begrip kwaliteit van de uitvoering, en geeft daarmee een overzicht van alle activiteiten die georganiseerd kunnen worden ter bevordering van de optimale kwaliteit. De inbedding van de cursus in het reguliere aanbod in de regio is hier een deel van. Deze lijst is te gebruiken als checklist om de kwaliteit van de uitvoering van de cursus te evalueren en verbeterpunten te formuleren op het niveau van de eigen organisatie/instelling, en voor het op een systematische manier kunnen vergelijken en toetsen van de uitvoering van de cursus tussen verschillende organisaties onderling, die elkaar kunnen adviseren op verbeterpunten. De kwaliteit van de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Bij het opstellen van deze checklist is ervan uitgegaan dat de kwaliteit van de interventie zelf de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen een gegeven is. Deze interventie staat beschreven in de draaiboeken die in de handreiking zijn opgenomen en de cursus mappen. Deze materialen zijn in samenwerking met cursusbegeleiders aangepast op basis van de praktijkervaringen die zij met de cursus hebben opgedaan. Criteria voor de kwaliteit van de interventie zijn de volgende. Effectiviteit Haalbaarheid Efficiënte opzet (groepsaanbod, afgeronde cursus) Waar is deze checklist op gebaseerd? Voor het opstellen van deze lijst is gebruikgemaakt van het model en de systematiek die gehanteerd worden in het rapport Kwaliteitstoetsing in de GGZ. Een instrument voor interinstitutionele toetsing in instellingen voor GGZ. GGZ Nederland/Trimbosinstituut. Utrecht, juli Dit sluit aan op een al lopend traject voor een brede kwaliteitstoetsing in de GGZ, dat uitmondt in een traject voor certificatie van de GGZ. Voor verdere informatie: http// TRIMBOS-INSTITUUT 65
66 Voor de invulling van de activiteiten is verder gebruikgemaakt van het volgende. De cursus Omgaan met depressie. Een handreiking voor begeleiders en organisatoren van Cuijpers e.a. LOP-reeks 17, Utrecht, Preventie Effectiviteits-Instrument (Preffi). NIGZ, Woerden. Kwaliteitscriteria voor dementiecursussen. Een checklist van Monique Buitenhuis. NcGv/LOP, Utrecht, april Beroepsprofiel Preventie en GVO NVPG, Woerden, december Kwaliteit cursus Omgaan met depressie Beleid en organisatie Cursuscoördinator/ begeleider HET PRIMAIRE PROCES Onderzoek en Ontwikkeling Aanmelding en kennismaking Uitvoering Evaluatie/Nazorg Locatie en Cursusmateriaal Beheer cursistengegevens Bron: HKZ Harmonisatiemodel Zie: 66 TRIMBOS-INSTITUUT
67 Bijlage 1b Checklist kwaliteit uitvoering cursus Checklist voor kwaliteit van de uitvoering van de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen (in de preventieve GGZ) Ingevuld door: Naam Functie coördinator/begeleider* van de cursus voor jongvolwassenen/volwassenen/55-plussers* (*onjuiste antwoord doorhalen) Instelling: Datum: 1. Het primaire proces Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels Werving/eerste contact/aanmelding 1 Op de doelgroep gerichte publiciteit over de cursus (folders, aankondigingen, artikelen) 2 De cursus, de doelgroep en de verwijs- en intakeprocedures zijn bekend bij mogelijke verwijzers (huisartsen, AMW, e.a.) 3 Medewerkers volgen in het eerste (telefonische) contact met de belangstellende een vaste procedure, met daarin opgenomen de criteria om te beoordelen of de belangstellende in aanmerking komt voor een kennismakingsgesprek of een advies krijgt voor een ander (hulp)aanbod. 4 De kandidaat-cursist krijgt informatie over de (vermoedelijke) startdatum van de cursus Kennismakingsgesprek 5 De kandidaat-cursist krijgt informatie over het doel, de opzet en de globale inhoud van de cursus; de criteria om voor deelname in aanmerking te komen; de inzet die verwacht wordt in tijd en eigen financiële bijdrage Checklist kennismakingsgesprek: zie bijlage 4a. TRIMBOS-INSTITUUT 67
68 Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels Werving/eerste contact/aanmelding 6 De cursusbegeleiders verzamelen bij het kennismakingsgesprek systematisch gegevens over de kandidaat-cursist, zijn/haar wensen, verwachtingen en motivatie Vragenlijsten kennismakingsgesprek: zie bijlage 4b. en leggen deze vast in een kort verslag (of op de vragenlijst) 7 De cursusbegeleiders bespreken met de kandidaat-cursist de uitkomst van het gesprek en hanteren daarbij duidelijke inclusieen exclusiecriteria; zij bespreken wanneer de cursus van start gaat en de financiële en materiële zaken òf geven de kandidaat-cursist advies voor een ander hulpaanbod of een andere cursus 8 De kandidaat-cursist krijgt de tekst inleiding uitgereikt en wordt verzocht de tekst te lezen en te maken en deze mee te nemen naar de eerste bijeenkomst. De kandaat-cursist ondertekent een schriftelijke verklaring waarin o.a. het belang van de eigen verantwoordelijkheid bij deelname aan de cursus staat opgenomen Voor tekst: zie inleiding begeleidersdraaiboek. Voorbeeld-verklaring: zie bijlage 2a. 9 Indien noodzakelijk geacht, kunnen de cursusbegeleiders derden (huisarts, hulpverleners, familie) informeren, maar alleen na expliciete instemming van de (kandidaat-)cursist Uitvoering van de cursus 10 De cursus wordt gegeven door twee cursusbegeleiders 11 De cursus bestaat uit 6 bijeenkomsten + 1 terugkombijeenkomst. Geadviseerd wordt om bijeenkomst 1 tot en met 3 wekelijks te geven. Bijeenkomst 4 tot en met 6 tweewekelijks 12 De cursusbijeenkomsten duren minimaal 2 uur 68 TRIMBOS-INSTITUUT
69 Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels 13 De cursusbegeleiders hanteren het draaiboek voor de uitvoering van de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen (In de put uit de put 18+) 14 De cursisten gebruiken het cursusboek In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Eind-evaluatie/nazorg 15 Aan het eind van de cursus worden systematisch gegevens verzameld over de vorderingen van de cursisten, de mening van de cursisten over de gevolgde cursus en Het draaiboek is opgenomen in de handreiking. Voor het registreren van informatie tijdens de cursus kan het logboek gebruikt worden: zie bijlage 5. Het cursusboek is te bestellen bij het Trimbos-instituut, met artikelnummer AF1035. Vragenlijsten evaluatie: zie bijlage 4d. id. de mening van de cursisten over de cursusbegeleiding 16 De cursus wordt afgesloten met een nabespreking met de groep over de cursus en met afspraken over de terugkombijeenkomst(en) 17 Op het afgesproken tijdstip wordt minimaal 1 en eventueel 2 terugkombijeenkomst(en) georganiseerd door de cursusbegeleiders 18 De cursusbegeleiders informeren de cursisten waar en bij wie zij terecht kunnen voor vragen of informatie nadat de cursus is afgerond 19 Met de cursisten die zelf òf van wie de cursusbegeleiders aangeven dat het wenselijk is om een vervolg aan de cursus te geven in de vorm van hulpverlening of een ander cursusaanbod, wordt dit besproken TRIMBOS-INSTITUUT 69
70 2. Beleid en organisatie Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels 20 De afdeling preventie/de uitvoerende organisatie heeft (geïndiceerde) preventie van depressie in haar beleidsplan opgenomen, waarin staat beschreven op welke wijze de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen op termijn zal worden ingebed in het reguliere activiteitenaanbod in de regio 21 De coördinator van de cursus creëert draagvlak binnen de organisatie voor het uitvoeren van de cursus en informeert betrokkenen over het doel en de doelgroep van de cursus 22 De coördinator draagt zorg voor het informeren van receptie en secretariaat over de contactpersoon voor de cursus en de (vermoedelijke) startdatum 23 De coördinator draagt zorg voor een duidelijke taakverdeling tussen samenwerkende afdelingen of in de samenwerking met andere organisaties (zoals AMW) 24 De coördinator draagt zorg voor (interne) afspraken met betrekking tot de achterwachtfunctie vanuit de curatieve GGZ Cursusbegeleiders kunnen bij vragen een beroep doen op GGZ-hulpverleners (binnen de instelling) 25 De directie/het management zorgt voor voldoende personeel en middelen voor de uitvoering van de cursus en de hieraan verbonden activiteiten als voorlichting, werving en selectie 70 TRIMBOS-INSTITUUT
71 Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels 26 De directie/het management neemt het initiatief om met de cursuscoördinator/cursusbegeleiders te evalueren: de resultaten van de cursus, de resultaten van de evaluatie met de cursisten, de inzet van personeel en middelen, de inbedding in het reguliere aanbod in de regio 27 De directie/het management en de cursuscoördinator en -begeleiders ondernemen actie op de uit de evaluatie voortkomende verbeterpunten TRIMBOS-INSTITUUT 71
72 3. Cursuscoördinator en -begeleiders Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels 28 De cursuscoördinator en de -begeleiders hebben kennis van de theoretische basis van de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen 29 De cursusbegeleiders zijn bekend met en volgen de procedure voor het voeren van de kennismakingsgesprekken 30 De cursusbegeleiders hebben zich voorafgaand aan de start van de cursus het draaiboek en cursistenmateriaal eigen gemaakt 31 De cursusbegeleiders beschikken over inzicht en vaardigheden voor hun rol als begeleider van de cursus en kunnen het spanningsveld tussen hulpverlener en docent hanteren 32 De cursusbegeleiders beschikken over de kennis en de vaardigheden om het groepsproces te begeleiden en te sturen 33 De directie/het management stelt de cursusbegeleiders in staat deel te nemen aan trainingen, studiedagen en/of (intercollegiale) intervisie met betrekking tot de cursus 4. Locatie en cursusmateriaal Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels 34 De cursusbegeleiding draagt zorg voor een geschikte cursusruimte die laagdrempelig en goed bereikbaar is 35 De cursusbegeleiding draagt er zorg voor dat de cursisten tijdig over het cursusmateriaal beschikken 72 TRIMBOS-INSTITUUT
73 5. Onderzoek en ontwikkeling Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels 36 Voor zover van toepassing wordt in het kader van landelijke kennisontwikkeling rondom de cursus meegewerkt aan onderzoek en worden gegevens over de cursus beschikbaar gesteld aan de databank (I-database) van het Centrum Gezond Leven 37 De kandidaat-cursisten wordt altijd toestemming gevraagd om verzamelde gegevens gecodeerd beschikbaar te stellen voor (landelijk) onderzoek 6. Beheer van de cursistengegevens Nr. Activiteit Gerealiseerd Toelichting/Opmerking bij antwoord/verbeterpunt Ja Nee Deels 38 De cursusbegeleiders hebben afspraken over de omgang met de cursistengegevens, die zijn afgestemd op het voor de organisatie geldende privacy-reglement en de registratieregels en het dossierreglement TRIMBOS-INSTITUUT 73
74 74 TRIMBOS-INSTITUUT
75 Bijlage 2a Verantwoordelijkheden Preventieve cursussen depressie Aanzet tot discussie en meningsvorming over verantwoordelijkheid in de GGZ-preventie. 2 De cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen is gericht op mensen met depressieve klachten. Gezien de aard van de problematiek komt de vraag naar het risico van calamiteiten regelmatig naar voren. Hier wordt met name gedoeld op het risico van suïcide of pogingen daartoe. Suïcide is vrijwel altijd voor alle betrokkenen een dramatische gebeurtenis. Dit geldt voor de persoon zelf en de eigen omgeving. Dit geldt ook voor de betrokken professionals, in dit geval de cursusleiders van de preventieve cursus. De kwestie van verantwoordelijkheden komt regelmatig bij betrokkenen bij de cursus aan de orde. In het navolgende stuk komen de (soms meer of soms minder) formele verantwoordelijkheden aan bod. Er zijn vijf mogelijke vormen van verantwoordelijkheid te onderscheiden. Voordat we dat doen is het goed deze preventieve cursus en de deelnemers te plaatsen in het werkveld van de preventieve geestelijke gezondheidszorg en aanpalende sectoren. De cursus is in eerste opzet bedoeld als preventieve cursus. Dat wil zeggen, de deelnemers melden zich vrijwillig aan voor een cursus die in het kader van preventie gegeven wordt. De deelnemers zijn dus geen ingeschreven cliënt van de instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Overigens wordt de cursus in een aantal gevallen ook gegeven in samenwerking met instellingen voor maatschappelijk werk en/of thuiszorg. In de praktijk blijkt dat de cursus ook gebruikt kan worden in een curatieve setting. Dit kan op twee manieren. De eerste is dat medewerkers van de curatieve afdelingen de cursus zelf geven. Deelnemers zijn dan ingeschreven cliënten van de GGZ-instelling en hebben de diagnose depressie, door een daartoe bevoegd persoon gesteld. De tweede mogelijkheid is dat ingeschreven cliënten zich opgeven voor een preventieve cursus, waar zij samen met niet-ingeschreven cliënten aan deelnemen, of dat ze via interne verwijzing in de cursusgroep komen. Bij de standaard voorgestelde werkwijze vanuit het implementatieproject wordt bij de kennismaking voor de preventieve groepen altijd standaard gevraagd of mensen voor hun depressieve klachten in behandeling zijn of zijn geweest. In principe is dus bekend of deelnemers in behandeling zijn, en waar. Een uitzondering kan zijn dat (potentiële) deelnemers deze gegevens verzwijgen. Verder wordt duidelijk gemaakt aan de (potentiële) deelnemers dat de cursus geen behandeling is voor depressie en dat de cursusleiding geen verantwoordelijkheid draagt voor overige contacten en behandeling rond de klachten. 1. Behandelverantwoordelijkheid In het professionele kader van de geestelijke gezondheidszorg is de meest bekende verantwoordelijkheid, en daarmee ook de meest dominante, de behandelverantwoordelijkheid. Hiervoor zijn verschillende eisen gebaseerd op wettelijke basis, zoals de wet op de geneeskundige behandelovereenkomst, de wet op bijzondere opname in psychiatrische ziekenhuizen en psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen. De Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid heeft hier een controlerende taak. 2 Met dank aan Martijn Bool, Trimbos-instituut. TRIMBOS-INSTITUUT 75
76 Wanneer ingeschreven cliënten een cursus volgen, blijft de behandelverantwoordelijkheid bestaan voor de behandeling. Als de cliënt in het kader van behandeling verwezen wordt naar de cursus, dan is de (hoofd)behandelaar verantwoordelijk voor de verwijzing; degene die de cursus geeft, is verantwoordelijk voor de cursus en de cursist in de cursus. Wat te doen in geval van dreigende suïcide? Als dit bij de cursusleiding bekend is of vermoed wordt, geldt dat dit een punt is om apart met de deelnemer te bespreken en de deelnemer te adviseren contact te zoeken met een behandelaar. In hoeverre contact gezocht wordt door de cursusbegeleider met een behandelaar is ter bespreking met de deelnemer. Daarnaast speelt een rol of de deelnemer in behandeling is bij dezelfde instelling als de instelling die de cursus aanbiedt. En verder spelen andere verantwoordelijkheden (zie ander punten) mogelijk een rol bij het bepalen van het handelen. De behandelverantwoordelijkheid in strikte zin bespreken wij hier verder niet omdat wij het preventiekader hanteren. 2. De beroepsverantwoordelijkheid Deze is voor (para)medische beroepen vastgelegd in de wet BIG. Hieronder vallen verpleegkundigen, psychologen en psychiaters. Deze beroepsverantwoordelijkheid strekt zich uit tot het professioneel handelen. Maar deze geldt ook voor andere settingen waarin de professional zich beweegt en waar mogelijk een beroep op hem gedaan kan worden gezien de omstandigheden. Een voorbeeld: een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige die de preventieve cursus uitvoert heeft vanwege de BIG een professionele verantwoordelijkheid als het gaat om zijn professioneel handelen, die bestaat naast de behandelverantwoordelijkheid (ervan uitgaande dat die op dat moment niet aan de orde is). Overigens vallen preventiewerkers niet onder de BIG. Wat te doen in geval van dreigende suïcide? Volg in dat geval de gangbare werkwijze/protocol van de instelling. 3. De professionele verantwoordelijkheid Deze is voor preventiewerkers niet geformaliseerd. Er zijn wel algemene richtlijnen van de beroepsvereniging. Het Implementatieproject heeft in dit kader met de checklist kwaliteit een aantal voorstellen voor zorgvuldig professioneel handelen ontwikkeld. Deze betreffen onder andere het volgende. Vragen naar de ernst van de problematiek bij de kennismaking en waar nodig een alternatief aanbieden als de indruk bestaat dat deelname aan de cursus niet voldoende en/of adequaat is. Dit staat los van de vraag of de potentiële cursist al dan niet geschikt is om de cursus te volgen (dat kunnen verschillende gronden zijn). Face-to-face-contact bij aanmelding voor de cursus om een indruk te krijgen van de deelnemer. De instelling legt schriftelijk vast hoe er bij calamiteiten gehandeld kan worden. Dat gaat dan over ondersteunings- en consultatiemogelijkheid voor de uitvoerder van de cursus en beschrijving van procedures voor doorverwijzing voor behandeling. Verder stellen wij voor om gestandaardiseerde vragenlijsten te gebruiken, die de klachten rond depressie meten. Het is belangrijk hier te vermelden dat deze symptoomlijsten niet gelijk zijn aan een diagnostisch instrument dat de diagnose depressie stelt. Zonder twijfel is er overlap, maar hoe deze overlap ligt, is niet bekend. Voor het stellen van een diagnose is of een diagnostisch bevoegde professional noodzakelijk of dient er een diagnostisch interview te worden afgenomen. 76 TRIMBOS-INSTITUUT
77 Wat te doen in geval van dreigende suïcide? Met name geldt wat we hierboven hebben gezegd over de checklist kwaliteit. Dat is op dit moment de standaard. Daar kunnen we aan toevoegen dat precieze afspraken over contact met derden van tevoren, en op het moment dat dat aan de orde is, met de deelnemer besproken worden. 4. De instellingsverantwoordelijkheid Hier gaat het om, afgezien van reglementen voor bejegening en dergelijke, een veelal niet nader omschreven set van regels waarin de naam en faam van een instelling mee in het geding is. Calamiteiten tasten deze naam en faam aan. Als medewerker van de instelling zijn deze regels min of meer duidelijk; op sommige deelgebieden zijn deze regels omschreven of nader mondeling benoemd of bekend verondersteld. Wat te doen in geval van dreigende suïcide? In dit geval is het wenselijk de regels voor professioneel handelen die in een deel van de instelling opgesteld worden (bijvoorbeeld de afdeling Preventie) vooraf voor te leggen aan de directie. De afgesproken regels bepalen vervolgens in concrete gevallen de te bewandelen wegen. 5. Verantwoordelijkheid als burger Dit lijkt in dit kader een vergezocht punt. Ook al is de vraag wat iemand hier precies mee moet of kan, voor betrokkenen die met een calamiteit te maken hebben kan deze verantwoordelijkheid zeker spelen. Een burger heeft volgens de wet de plicht mensen in nood te helpen. Wat deze hulp precies inhoudt kan niet voor alle gevallen gezegd worden. Wat te doen in geval van dreigende suïcide? Dat is vooralsnog niet duidelijk. TRIMBOS-INSTITUUT 77
78 78 TRIMBOS-INSTITUUT
79 Bijlage 2b Verklaring deelname Verklaring over deelname aan de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Het is belangrijk dat u als deelnemer aan de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen zo goed mogelijk op de hoogte bent van wat de cursus inhoudt en wat niet. Als u weet wat u mag verwachten en hoe verantwoordelijkheden en eventuele aansprakelijkheden liggen, kunt u beter voorbereid aan de cursus deelnemen. Als u na het lezen van dit stuk of later tijdens de cursus vragen heeft, aarzel dan niet deze te stellen aan de cursusleiders. Zelfwerkzaamheid In de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen is zelfwerkzaamheid van groot belang. U heeft alleen baat bij de cursus als u zelf met de aangereikte materia len aan het werk gaat. De cursusbijeenkomsten ondersteunen alleen. De cursus bestaat uit 6 bijeenkomsten en een terugkombijeenkomst. De cursusgroep bestaat uit 8 tot 10 cursisten. Geen therapie De cursusbijeenkomsten zijn geen vorm van therapie. Wanneer u niet tevreden bent over de gang van zaken wordt het op prijs gesteld als u dit met de cursusleiding bespreekt. Als u wilt, kunt u een klacht indienen. De cursusleiders kunnen u een exemplaar van de klachtenregeling van de instelling overhandigen. Ook al bent u geen cliënt van de instelling, dan zal de geldende klachtenregeling zoveel mogelijk toegepast worden. U kunt, wanneer u dat wilt, tussentijds met de cursus te stoppen. Eigen verantwoordelijkheid De cursusleiders richten zich alleen op het aanleren van vaardigheden tijdens de bijeenkomsten, daarom is het niet mogelijk dat zij nauwlettend in de gaten houden hoe het met u gaat. Het is daarom uw eigen verantwoordelijkheid om te melden als het niet goed met u gaat. Wacht daar niet te lang mee. De cursusleiders zullen dan met u overleggen en u eventueel verwijzen naar uw huisarts. Uiteraard kunt u ook direct contact met uw huisarts opnemen. U wordt als deelnemer aan de cursus niet beschouwd als een cliënt van de instelling die de cursus geeft. Dat betekent dat de normale procedures die cliënten doorlopen, voor u niet zonder meer opgaan. We vinden dat nodig om het laagdrempelige karakter van de cursus te behouden. Dit houdt in dat de instelling slechts verantwoordelijk is voor de inhoud van het cursusmateriaal en de begeleiding in cursusverband. De instelling kan dan ook niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van hoe u met de cursus omgaat. Geen dossier Omdat het om een cursus gaat, wordt er ook geen dossier over u aangelegd, zoals dat wel gebeurt bij cliënten van de instelling voor geestelijke gezondheid. De contacten met u zijn er alleen op gericht om u te helpen bij het aanleren van vaardigheden. Een dossier met gegevens is daarom niet nodig. TRIMBOS-INSTITUUT 79
80 Privacy De instelling doet het nodige om zorgvuldig om te gaan met uw persoonlijke gegevens. Evaluatie De cursus wordt altijd met de deelnemers geëvalueerd. Dat gebeurt met verschillende vragenlijsten. De verwerking daarvan zal geheel anoniem gebeuren. Verklaring Ik heb voorgaande gelezen en ga ermee akkoord. Naam Datum Handtekening 80 TRIMBOS-INSTITUUT
81 Bijlage 3 Tekst voor een wervingsfolder voor de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Depressiviteit Iedereen voelt zich wel eens somber. Bijvoorbeeld als er iets onplezierigs gebeurt: conflicten met anderen, tegenslag of ziekte. Soms blijft deze somberheid bestaan: alles lijkt kleurloos en u heeft nergens plezier in. U kunt dan allerlei andere klachten krijgen, zoals slaapproblemen, eetproblemen, vermoeidheid of schuldgevoelens. Sommige mensen weten zelf wel waar de somberheid vandaan komt. Voor anderen is de oorzaak helemaal niet duidelijk. De cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen is bedoeld voor mensen die last hebben van depressiviteit, somberheid of nergens meer zin in hebben. Wat gebeurt er in de cursus? De cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen is een echte cursus. Het is geen gespreksgroep of psychotherapie. We gaan het niet hebben over uw jeugd of uw diepste innerlijk. In de cursus gaan we uit van de situatie zoals die nu is. In de cursus leert u praktische dingen die u kunnen helpen om de depressieve gevoelens te overwinnen. In de cursus gaat het over het volgende. Wat is depressiviteit en hoe depressief bent u zelf? Je gedachten en hoe gedachten de depressiviteit beïnvloeden. Plezierige activiteiten en depressie. Assertiviteit en depressiviteit. Bij alle onderdelen van de cursus gaat het vooral om praktische vaardigheden en om het veranderen van dingen in uw leven die de depressiviteit veroorzaken. Huiswerk Zelf dingen doen is belangrijk in de cursus. U leert om in uw eigen situatie nieuwe vaardigheden toe te passen. Het belangrijkste van de cursus gebeurt dus buiten de cursusbijeenkomsten. Daarom is het belangrijk dat u thuis tussen de bijeenkomsten het huiswerk doet, dingen voor uzelf op een rijtje zet en teksten leest. U krijgt hiervoor een cursusmap met informatie en opdrachten. U moet erop rekenen dat het huiswerk soms een half tot een heel uur per dag kan kosten. Waar en wanneer? De cursus bestaat uit 6 bijeenkomsten van twee uur, telkens op [dag en tijdstip]. De bijeenkomsten vinden wekelijks plaats. Na verloop van tijd zijn er nog een of twee terugkombijeenkomsten. Plaats Tijd Data Begeleiders Kosten TRIMBOS-INSTITUUT 81
82 Er wordt gewerkt in groepen van acht tot tien deelnemers. Aanmelden is mogelijk tot uiterlijk bij. Kennismakingsgesprek Voor de cursus begint, heeft iedere deelnemer een kennismakingsgesprek met de cursusbegeleid(st)er(s). In dit gesprek krijgt u informatie over de cursus en kunt u ook vragen stellen. Samen met de cursusbegeleid(st)er(s) wordt bekeken of u wel of niet gaat deelnemen. Meer informatie Voor meer informatie over de cursus kunt u contact opnemen met een van de twee cursusbegeleid(st)er(s): Organisatie De cursus wordt georganiseerd door, in samenwerking met 82 TRIMBOS-INSTITUUT
83 Bijlage 4a Checklist kennismakingsgesprek Checklist kennismakingsgesprek Naam Datum Activiteit Welkom en introductie voorstellen toelichting op inhoud en opbouw van dit gesprek uitleg vragenlijsten Indrukken/opmerkingen Korte uitleg over de cursus inhoud vorm Informatie over kandidaatdeelnemer aanleiding en motivatie depressieve klachten (aard, ernst, duur) leefsituatie sociaal netwerk hulpverleningscontact medicatie lichamelijke gezondheid verwachtingen van de cursus Specifieke informatie over cursus tijdsinvestering huiswerkopdrachten benodigde leesvaardigheid werken in groepsverband voor wie de cursus wel/niet bedoeld is (in- en exclusiecriteria) Inclusiecriteria (indirect achterhalen) matige tot lichte depressieve klachten voldoende motivatie voldoende intellectuele capaciteiten goede luistervaardigheid/ kunnen functioneren in groep goede leesvaardigheid zelfstandig kunnen werken TRIMBOS-INSTITUUT 83
84 Activiteit Exlusiecriteria (indirect achterhalen) ernstige depressie bipolaire stoornissen dreigende suïcidaliteit of crisissituatie psychotische kenmerken andere psychiatrische aandoening overmatig alcohol-/middelengebruik ernstige gehoorstoornissen of slechtziendheid gebrekkige Nederlandse leesvaardigheid Indrukken/opmerkingen Vragenlijsten ingevuld? kennismaking CES-D, score: Wel/geen deelname besluit bespreken als deelname: eerste bijeenkomst, betaling van kosten, materiaal, enz. als geen deelname: eventueel advies voor ander traject 84 TRIMBOS-INSTITUUT
85 Bijlage 4b Vragenlijst kennismaking cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Vragenlijst kennismaking cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Naam Adres Postcode Woonplaats Telefoon Datum Het juiste hokje/cijfer aankruisen. Algemene gegevens 1 Wat is uw geboortedatum? / / 19 2 Geslacht 1 man 2 vrouw 3 In welk land bent u geboren? En uw ouders? Nederland anders, (namelijk): 4 Wat is uw burgerlijke staat? 1 gehuwd 2 nooit gehuwd geweest 3 gescheiden 4 weduwe/weduwnaar 5 anders, (namelijk): 5 Heeft u kinderen? 0 nee 1 ja Respondent: Moeder: Vader: 6 Wat is uw woonsituatie? (meer dan één antwoord is mogelijk) 1 met partner 2 met partner en kind(eren) 3 alleen met kind(eren) 4 alleen 5 bij ouders 6 anders, (namelijk): TRIMBOS-INSTITUUT 85
86 7 Wat is de hoogste opleiding die u heeft afgerond? 1 lagere school of een gedeelte daarvan 2 lager beroepsonderwijs (lbo/vbo/lts/huishoudschool) 3 middelbaar voortgezet onderwijs (mavo/vmbo) 4 middelbaar beroepsonderwijs (mbo/mts) 5 voortgezet onderwijs (havo/vwo) 6 hoger beroepsonderwijs (hbo/hts) 7 wetenschappelijk onderwijs (universiteit) 8 anders, (namelijk): 8 Wat is uw maatschappelijke situatie? (slechts één antwoord omcirkelen a.u.b.) 1 huisvrouw/huisman (niet werkzoekend) 2 betaald werk 3 student 4 werkzoekend 5 arbeidsongeschikt 6 gepensioneerd 7 anders, (namelijk): 9 Wat zijn uw belangrijkste bezigheden gedurende de week (studeren, welk betaald of onbetaald werk doet u, voor wie zorgt u, belangrijke hobby etc.)? Depressieve klachten en hulpverlening 10 Op welke wijze bent u op de hoogte gekomen van de cursus (meer dan één antwoord is mogelijk)? folder/poster krant/tijdschrift radio kennissen, vrienden, familie huisarts via mijn behandelaar van de Riagg/GGZ-instelling internet anders, (namelijk): 11 Hoe lang heeft u al last van de depressieve klachten waarvoor u nu de cursus wilt gaan volgen? 1 korter dan drie maanden 2 drie tot zes maanden 3 zes tot twaalf maanden 4 langer dan een jaar 86 TRIMBOS-INSTITUUT
87 12 Welke (psychische) klachten heeft u? (Heeft u suïcidewensen, -gedachten, -ervaringen?) 13 Bent u op dit moment ergens in behandeling voor psychische of sociale problemen? 0 nee 1 ja, namelijk bij (meer dan één antwoord is mogelijk): huisarts eerstelijns psycholoog maatschappelijk werk GGZ anders, (namelijk): 14 Bent u eerder wel eens ergens in behandeling voor psychische of sociale problemen geweest? 0 nee 1 ja, namelijk bij (meer dan één antwoord is mogelijk): huisarts eerstelijns psycholoog maatschappelijk werk GGZ anders, (namelijk): 15 Gebruikt u medicatie tegen depressieve klachten, angst of spanning? 0 nee 1 ja, (namelijk): 16 Is er iets in uw leven waar u moeite mee heeft/wat u erg bezighoudt? 17 Wat wilt u in de cursus leren? TRIMBOS-INSTITUUT 87
88 Beoordelingsformulier In te vullen aan het einde van het kennismakingsgesprek door de cursusbegeleid(st)er(s). Naam respondent De respondent gaat deelnemen aan de cursus. Datum eerste bijeenkomst, locatie. De respondent gaat niet deelnemen aan de cursus: redenen cursusbegeleider redenen respondent Datum Naam van de cursusbegeleid(st)er(s) (Handtekening cursusbegeleid(st)er(s)) 88 TRIMBOS-INSTITUUT
89 Bijlage 4c Vragenlijst CES-D Vragenlijst CES-D (afname kennismakingsgesprek) Naam respondent Datum Omcirkel achter elke uitspraak het cijfer dat het beste uw gevoel of gedrag van de afgelopen week weergeeft. Tijdens de afgelopen week: 1 Stoorde ik me aan dingen die me gewoonlijk niet storen. 2 Had ik geen zin in eten, was mijn eetlust slecht. 3 Bleef ik maar in de put zitten, zelfs als familie of vrienden probeerden me eruit te halen. 4 Voelde ik me evenveel waard als ieder ander. 5 Had ik moeite mijn gedachten bij mijn bezigheden te houden. Zelden of nooit (minder dan 1 dag) Soms of weinig (1-2 dagen) Regelmatig (3-4 dagen) Meestal of altijd (5-7 dagen) Voelde ik me gedeprimeerd Had ik het gevoel dat alles wat ik deed me moeite kostte Had ik goede hoop voor de toekomst Vond ik mijn leven een mislukking Voelde ik me bang Sliep ik onrustig Was ik gelukkig Praatte ik minder dan gewoonlijk Voelde ik me eenzaam Waren de mensen onaardig Had ik plezier in het leven Had ik huilbuien Was ik treurig Had ik het gevoel dat mensen me niet aardig vonden Kon ik maar niet op gang komen TRIMBOS-INSTITUUT 89
90 Bovenstaande vragen hadden alleen betrekking op de afgelopen week. Graag willen we weten of uw stemming tijdens de afgelopen week min of meer representatief was voor uw stemming tijdens de afgelopen drie maanden. Om deze reden wordt vraag 21 gesteld. 21 Voelde u zich de afgelopen week aanmerkelijk anders dan de afgelopen drie maanden? nee ja, ik voelde me de afgelopen week aanmerkelijk beter ja, ik voelde me de afgelopen week aanmerkelijk slechter Indien ja, eventueel toelichting 22 Heeft u ooit eerder in uw leven een periode gehad waarin u last had van depressieve klachten? nee ja, (namelijk): 1 keer 2 of 3 keer meer dan 3 keer 23 Hoe oud was u ongeveer toen de depressieve klachten voor het eerst kwamen? jaar Naam: Datum: 90 TRIMBOS-INSTITUUT
91 Vragenlijst CES-D (vervolgafnamen) Omcirkel achter elke uitspraak het cijfer dat het beste uw gevoel of gedrag van de afgelopen week weergeeft. Tijdens de afgelopen week: 1 Stoorde ik me aan dingen die me gewoonlijk niet storen. 2 Had ik geen zin in eten, was mijn eetlust slecht. 3 Bleef ik maar in de put zitten, zelfs als familie of vrienden probeerden me eruit te halen. 4 Voelde ik me evenveel waard als ieder ander. 5 Had ik moeite mijn gedachten bij mijn bezigheden te houden. Zelden of nooit (minder dan 1 dag) Soms of weinig (1-2 dagen) Regelmatig (3-4 dagen) Meestal of altijd (5-7 dagen) Voelde ik me gedeprimeerd Had ik het gevoel dat alles wat ik deed me moeite kostte Had ik goede hoop voor de toekomst Vond ik mijn leven een mislukking Voelde ik me bang Sliep ik onrustig Was ik gelukkig Praatte ik minder dan gewoonlijk Voelde ik me eenzaam Waren de mensen onaardig Had ik plezier in het leven Had ik huilbuien Was ik treurig Had ik het gevoel dat mensen me niet aardig vonden Kon ik maar niet op gang komen TRIMBOS-INSTITUUT 91
92 Toelichting CES-D De CES-D (Centre for Epidemiological Studies - Depression) is een eenvoudige zelfbeoordelingsvragenlijst om op betrouwbare en valide wijze informatie te verzamelen over depressieve symptomen gedurende de afgelopen week. Dit instrument pretendeert niet om klinische depressie bij individuen aan te tonen en omdat gevraagd wordt naar de situatie in de afgelopen week, meet de CES-D geen chronische depressie. Wel is het mogelijk met herhaalde metingen de aanwezigheid van een chronische depressie aannemelijk te maken. De CES-D is gemakkelijk door de respondenten zelf in korte tijd in te vullen. Het instrument telt 20 eenvoudig en bondig geformuleerde items. De volgende antwoordcategorieën worden gehanteerd. 0 zelden of nooit (minder dan 1 dag) 1 soms of weinig (1-2 dagen) 2 regelmatig (3-4 dagen) 3 meestal of altijd (5-7 dagen) Score en interpretatie Er zijn 16 items negatief geformuleerd, dat wil zeggen dat hoe hoger de score is, hoe groter de klacht. Voor deze items geeft het omcirkelde antwoord het aantal punten dat geteld wordt. Er zijn 4 items positief geformuleerd (te weten items 4, 8, 12, 16). De positieve items moeten als volgt gespiegeld worden voordat tot het optellen van de antwoordscores wordt overgegaan: antwoord 0 = 3 punten; 1 = 2; 2 = 1 en 3 =0. De schaal heeft een range van Hoe hoger de score, hoe meer gevoelens van depressie aanwezig zijn. Personen met een score van 16 of hoger worden beschouwd als possible cases. Omdat de validiteit van dit cut-off point op dit moment nog niet voldoende is onderbouwd, wordt aangeraden om een score van 16 of hoger te beschouwen als een ruwe indicator van het voorkomen van klinische depressie. Zie voor verdere informatie J. Bouma, e.a. (1995). Het meten van symptomen van depressie met de CES-D. Een handleiding. Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken, Rijksuniversiteit Groningen. Deze is te vinden op: 92 TRIMBOS-INSTITUUT
93 Bijlage 4d Vragenlijst afsluiting cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Naam respondent Datum 1 Welk rapportcijfer tussen de 1 en 10 geeft u aan de cursus als geheel? 2 Welk rapportcijfer tussen de 1 en 10 geeft u aan de cursusbegeleiding? Wilt u bij de volgende vragen steeds het cijfer vóór het juiste antwoord omcirkelen? 3 Zijn uw depressieve klachten sinds de start van de cursus verminderd? 0 nee, helemaal niet 1 ja, een beetje 2 ja, in belangrijke mate 3a Zo ja: Heeft de cursus er volgens u toe bijgedragen dat uw depressieve klachten zijn verminderd? 0 nee 1 ja, een beetje 2 ja, in belangrijke mate 4. Heeft u het idee dat u sinds de start van de cursus beter met uw depressieve klachten kunt omgaan? 0 nee 1 ja, een beetje 2 ja, in belangrijke mate 4a Zo ja: Heeft de cursus hier volgens u toe bijgedragen? 0 nee 1 ja, een beetje 2 ja, in belangrijke mate 5 Zou u de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen aanraden aan andere mensen die somber zijn/depressieve klachten hebben? 0 nee 1 misschien 2 ja 6 Bent u ten tijde van de cursus ergens in behandeling geweest voor psychische of sociale problemen? 0 nee 1 ja TRIMBOS-INSTITUUT 93
94 6a Zo ja, bij (meer dan één antwoord is mogelijk): 1 mijn huisarts 2 het maatschappelijk werk 3 de GGZ (de cursus zelf valt niet onder behandeling ) 4 anders, (namelijk): 7 Heeft u ten tijde van de cursus medicatie gebruikt tegen depressieve klachten, angst of spanning? 0 nee 1 ja, (namelijk): 8 Zou u, als u niet aan de cursus had deelgenomen, ergens anders hulp hebben gezocht voor uw depressieve klachten (naast de behandeling die eventueel bij vraag 6 is aangegeven)? 0 nee 1 misschien 2 ja 8a Zo ja, bij (meer dan één antwoord is mogelijk): 1 mijn huisarts 2 het maatschappelijk werk 3 de GGZ 4 anders, (namelijk): 9 Heeft u, nu de cursus is afgerond, het voornemen verdere hulp of ondersteuning te zoeken? 0 nee 1 misschien 2 ja 9a Zo ja: bij (meer dan één antwoord is mogelijk): 1 mijn huisarts 2 het maatschappelijk werk 3 de GGZ 4 anders, (namelijk): 10 Tot slot: heeft u nog opmerkingen? 0 nee 1 ja, namelijk: Hartelijk dank voor het invullen! 94 TRIMBOS-INSTITUUT
95 Bijlage 5 Logboek Logboek behorende bij de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen Dit logboek, waarvoor gebruikgemaakt is van het logboek van de Katholieke Universiteit Nijmegen (Esther Allart-Van Dam), bestaat uit een aantal onderdelen: Formulier met algemene cursusinformatie. Deelnemersformulier voor informatie over de cursisten: hierop wordt de aanwezigheid genoteerd, of cursisten het huiswerk hebben gemaakt en de scores van de CES-D op verschillende meetmomenten. Begeleidersformulier waarop belangrijke gebeurtenissen die zich tijdens de cursusbijeenkomsten hebben voorgedaan worden genoteerd. Evaluatieformulier voor de cursusbegeleid(st)er(s). Algemene cursusinformatie Naam organiserende instelling(en) Begin- en einddatum cursus Doelgroep 18+ Cursus vindt plaats in ochtend middag avond Aantal bijeenkomsten (excl. terugkom) Aantal telefonische belangstellenden (bij benadering) Aantal kennismakingsgesprekken Aantal deelnemers dat de cursus gestart is Aantal deelnemers dat de cursus heeft afgerond Evt. redenen van afvallers Naam cursusbegeleider Functie man vrouw Soort cursus preventief curatief gemengd Aantal terugkombijeenkomsten Naam cursusbegeleider Functie man vrouw TRIMBOS-INSTITUUT 95
96 Deelnemersformulier Aanwezigheid en huiswerk per cursusbijeenkomst a deelnemer CES-D b CES-D c terugkombijeenkomst CES-D d Tijdens: terugkombijeenkomst a 1 = aanwezig, huiswerk (deels) uitgevoerd 2 = aanwezig, huiswerk niet uitgevoerd 3 = verhinderd door ziekte 4 = anderzijds verhinderd 5 = afwezig zonder bericht/afgevallen b CES-D voorafgaande aan of tijdens kennismaking c CES-D tijdens eerste cursusbijeenkomst d CES-D tijdens een-na-laatste of laatste cursusbijeenkomst 96 TRIMBOS-INSTITUUT
97 Begeleidersformulier Op dit formulier kunt u belangrijke gebeurtenissen die zich tijdens de cursusbijeenkomsten hebben voorgedaan noteren. Bijeenkomst 1 Belangrijke gebeurtenissen TRIMBOS-INSTITUUT 97
98 Evaluatieformulier Na afloop van de cursus door cursusbegeleid(st)er(s) in te vullen. Algemeen oordeel over de mate waarin de groep in staat was met de inhoud van de cursus te werken slecht matig goed uitstekend Opmerkingen Algemeen oordeel over de sfeer in de groep slecht matig goed uitstekend Opmerkingen Werd het verloop van de cursus bemoeilijkt door te grote verschillen tussen de deelnemers in opleiding of intelligentie? nee / ja Werd het verloop van de cursus bemoeilijkt door te grote verschillen tussen de deelnemers in motivatie? nee / ja Werd het verloop van de cursus bemoeilijkt door te grote verschillen tussen de deelnemers in de ernst van de problematiek? nee / ja Overige opmerkingen 98 TRIMBOS-INSTITUUT
99 Bijlage 6 Ontspanningsoefeningen Spierontspanningsoefening Deze ontspanningsmethode leert spanning bewust te worden en daarna los te laten. Door spieren eerst aan te spannen en daarna weer los te laten, vermindert de spierspanning. Je kunt de oefening in elke lichaamshouding doen: liggend, zittend of staand. Begin de oefening door je aandacht eerst op je lichaam te richten en je hele lichaam even langs te lopen. Hoe voelt het? Het is de bedoeling dat je de spieren eerst aanspant, enkele seconden vasthoudt en daarna loslaat en ontspant. Het is de bedoeling dat het aanspannen geen pijn doet. Eventuele gedachten die opkomen kun je gewoon laten komen en weer laten gaan. Voel hoe het aanvoelt en herhaal het aanspannen en ontspannen eventueel. Zo ga je alle spiergroepen in je lichaam af. Door telkens bij het ontspannen ontspan in jezelf te zeggen, zal de ontspanning dieper gaan. De spiergroepen die je één voor één afgaat zijn: Rechtervoet, linkervoet als je linkshandig bent (aanspannen) Andere voet Rechterbeen, linkerbeen als je linkshandig bent (naar voren steken en tenen naar je toe) Andere been Buik en bil (buikspieren aantrekken, bilspieren aanspannen) Borst en schouders (aanspannen) Nek (aanspannen) Rechterarm en -hand, links als je linkshandig bent (vuist maken en spannen) Andere arm en hand Gezicht (alle mogelijk spieren aanspannen) Autogene training Ontspan alle spieren van de benen... alle spieren van de benen richt al je aandacht op de spieren van de benen de voeten kuiten knieën bovenbenen. Ontspan alle spieren van de benen. Ontspan alle spieren van de armen alle spieren van de armen denk aan de spieren van je armen de vingers handen ellebogen schouders Ontspan alle spieren van de armen. Ontspan alle spieren van de kaak alle spieren van de kaak, zodat de kiezen elkaar niet meer raken het is net of je mond zo zou kunnen openvallen ontspan alle spieren van je kaak de tong ligt los en ontspannen in je mond ontspan alle spieren van de kaak. Ontspan alle spieren van je ogen alle spieren van je ogen, zodat je oogleden los naar beneden hangen ontspan alle spieren van je ogen Als je de wenkbrauwen even op en neer wilt doen, lukt dat direct probeer het maar het is een teken dat je oogleden goed ontspannen zijn. Ontspan dieper en dieper verder en verder je lichaam wordt loom en zwaar ontspan dieper. TRIMBOS-INSTITUUT 99
100 Je lichaam wordt zwaarder en zwaarder ontspan je ademhaling wordt rustiger, net als bij het begin van de slaap ontspan. Alle geluiden die je hoort, dragen er alleen maar toe bij dat je ontspanning dieper en dieper wordt alle geluiden die van buiten komen maken je alleen maar lomer en lomer Het geruis van verkeer, voetstappen of stemmen, getjilp van vogels, de wind of de regen, al die geluiden dragen bij tot een diepe, diepe ontspanning ontspan. Terwijl je zo ontspannen zit of ligt, stel je je voor dat je op het strand ligt schuin tegen de duinen je voelt de zonnestralen je hoort het ruisen van de zee... je voelt je loom en zwaar in de verte hoor je het geruis van het verkeer af en toe hoor je stemmen van mensen al die geluiden maken je alleen nog maar dromeriger. Terwijl je daar ligt, kijk je naar de blauwe lucht grote witte wolken trekken langzaam voorbij je voelt je loom en zwaar. Je kijkt uit over de zee je hoort het ruisen van het water... aan de einder zie je de blauwe lucht... eindeloos ver gaat het water... heel in de verte zie je een zeilbootje het is niet meer dan een wit vlekje dat steeds kleiner wordt je kijkt ernaar het is nog maar een puntje dan is het weg dat is het er weer dan is het weg... het blijft weg en je ziet allemaal kleine puntjes dansen tegen de blauwe lucht... je ogen worden moe en vallen dicht en het is net of je in een diepe slaap valt Laat nu deze beelden los en richt alle aandacht weer op je lichaam ontspan de benen de armen de kaak de ogen dieper en dieper verder en verder Je voelt je loom en zwaar. Voortaan als je even gaat zitten en je zegt tegen jezelf ontspan, dan komt dit gevoel van ontspanning onmiddellijk terug Dan ga je zo direct in jezelf langzaam tot drie tellen één je krijgt het gevoel van ontwaken twee je opent de ogen drie spant even je armen en benen en ontspant ze weer rek jezelf even lekker uit Het spannen van de spieren is nodig omdat je anders de kans loopt nog lange tijd loom te blijven. Visualisatie Ga ontspannen op een stoel zitten, met je rug tegen de leuning en met beide voeten op de grond. Sluit je ogen en probeer rustig door je neus in te ademen en via je iets geopende mond weer uit te ademen. Stel jezelf het volgende voor: Je drijft op een oceaan. De zon schijnt en je hebt alle tijd van de wereld. Je laat je door het water dragen dat een rustige, deinende beweging maakt. Je ademhaling wordt als de beweging van de oceaan, als een golf die aanspoelt en weer wegebt. Een steeds terugkerende beweging, in en uit, in en uit. En langzaam word je je gewaar dat je een stipje bent in een groter geheel, gedragen door de uitgestrektheid om je heen en je probeert je eraan over te geven. 100 TRIMBOS-INSTITUUT
101 Doe nog maar niet je ogen open. Kom rustig bij, maak je langzaam los en word je weer bewust van de mensen en de geluiden om je heen. Open je ogen als je zover bent. TRIMBOS-INSTITUUT 101
102 Richtlijnen bij het gebruik van de CD Draai de CD niet af in de auto. Als je goed wilt leren ontspannen is het nodig ten minste één keer per dag te oefenen. Kies om te beginnen een rustige tijd en een rustige ruimte uit om de ontspanningsoefening te doen. Laat je eventuele huisgenoten zo nodig weten dat je niet gestoord wilt worden. Draag gemakkelijke kleding die nergens knelt. Trek je schoenen uit. Als je een bril draagt, zet die dan af. Als je contactlenzen draagt, doe die dan eventueel uit. Je kunt de oefening naar keuze liggend of zittend doen. Ontspannen lukt de ene dag beter dan de andere. Als het eens niet zo goed lukt, is dat niet erg. Begin de eerste tijd liever niet met de oefening op een moment dat je erg gespannen bent. Probeer ook op andere manieren te ontspannen, door bewegen, gezellige contacten enz. 102 TRIMBOS-INSTITUUT
103 Veelvoorkomende ervaringen bij ontspanningsoefeningen Moeite om je te concentreren: afdwalen met je gedachten of afgeleid worden door geluiden uit de omgeving. In het begin is dit heel normaal. Het opkomen van gedachten heb je niet in de hand. Wat je er vervolgens mee doet, is een keuze: laat je ze los of blijf je er op doordenken? Je kunt een gedachte even bekijken en vervolgens weer laten gaan. Haal je aandacht tijdens de oefening steeds terug naar datgene waarmee je bezig bent: ontspannen. In het begin zal het misschien maar even lukken. Doe dan maar een stukje van de oefening en breid dit steeds meer met een klein stukje uit als je de oefening doet. Het is voor jou misschien een geweldige prestatie als je ergens één seconde je aandacht bij kunt houden. Met behulp van de ontspanningsoefening kun je dit uitbreiden tot seconden en minuten enz. Ontspanningsoefeningen zijn tegelijkertijd oefeningen in het richten van de aandacht en concentratieoefeningen. Niets voelen Uit ervaring weten we dat er altijd iets te voelen is, maar dat je leert ontdekken hoe spanning en ook ontspanning voelt en waaraan je dat kan merken. Zo zijn gevoelens van warmte, zwaarte of juist een lichter gevoel van het lichaam tekenen van ontspanning. Ook als je het tijdens de oefening kouder krijgt, kan dat een teken zijn van toenemende ontspanning, waarbij alle lichamelijke processen op een lager pitje worden gezet. Het loskomen van gevoelens Ook kan het gebeuren dat door het loslaten van spanning in je spieren en de toename van ontspanning gevoelens loskomen. Dit is geen reden tot ongerustheid. Een van de redenen waarom je spanning opbouwt, is om je als het ware harder te maken. Daardoor word je je minder bewust van je gevoelens. Deze niet-bewuste gevoelens zijn wel een deel van je en omdat ze onbewust zijn en niet geuit worden, blijven ze bij je. Op het moment dat je gaat ontspannen, kun je weer contact met die gevoelens maken. Tegelijk met ontspannen is het van belang jezelf toe te staan gevoelens te hebben: verdriet, boosheid, vreugde. De instructie gaat te langzaam of te snel De instructie is algemeen, dus niet op jouw persoon afgestemd. Probeer het tempo te blijven volgen en geef jezelf de tijd om aan het tempo te wennen. Sterke vermoeidheid of pijn Sommige mensen merken dat ze, nadat ze met de oefeningen zijn begonnen, zich erg moe voelen of pijn hebben. Ook dit kan een goed teken zijn, hoe raar dit ook mag klinken. Het lichaam ontspant meer en meer en er kan zogenoemde oude moeheid of pijn loskomen, die in feite al heel lang in het lichaam zit opgeborgen. Het naar buiten komen van deze moeheid of pijn is een stap op weg naar uitrusten en herstel. De ervaring leert dat de moeheid of pijn na verloop van tijd minder wordt en kan verdwijnen. TRIMBOS-INSTITUUT 103
104 Je voelt je duf en versuft Als je dit voelt, is het belangrijk om na de oefening goed terug te komen. Dit betekent niet abrupt stoppen, maar jezelf de tijd geven om als het ware wakker te worden door goed te rekken, te geeuwen en langzaam de ogen te openen. Dit kun je zolang blijven doen totdat je je voldoende wakker voelt. Wees je ervan bewust dat het ook een concentratieoefening is. Leren concentreren op jezelf en je ontspanning en van daaruit terugkeren in het hier en nu en je weer concentreren op de buitenwereld. Ook deze laatste stap vergt oefening. Je voelt je meer energiek en ontspannen Het kan zijn dat de oefening je meer een gevoel van energie en fitheid geeft. Ook dit is een goed teken, omdat de ontspanningsoefening zowel bijdraagt aan het herstellen van vermoeidheid als aan het verminderen van spanning. Ademhaling/hyperventilatie Wanneer je bewust gaat letten op hoe je loopt, dan struikel je over je eigen voeten. Zo kan het zijn dat je gaat hyperventileren wanneer je bewust op je ademhaling let tijdens de ontspanningsoefeningen. Leid je aandacht in zo n geval af door bijvoorbeeld rond te kijken of je te concentreren op het spannen en ontspannen van je spieren. Houding Zoek een houding waarin je lekker zit of ligt: op de rug, op de zij, op de buik. Je bepaalt zelf hoe je het prettigst ligt (of zit). Na de ontspanningsoefeningen is het belangrijk om rustig op te staan. Als je op je rug ligt, rol dan eerst op je zij voordat je gaat zitten. Dan langzaam opstaan. 104 TRIMBOS-INSTITUUT
105 Spanningendagboek (Oefening Hoe ontspannen ben ik? ) Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Dag 5 Dag 6 Dag 7 Hoe ontspannen voelde ik mij over de hele dag genomen? Gespannen moment. Wat gebeurde er, waar, wanneer en met wie? Mijn cijfer voor dat moment. Wat waren lichamelijke alarmsignalen? Ontspannen moment. Wat gebeurde er, waar, wanneer en met wie? Mijn cijfer voor dat moment. TRIMBOS-INSTITUUT 105
106 106 TRIMBOS-INSTITUUT
107 Bijlage 7 Verdere informatie Cursusmaterialen Cursus voor jongvolwassenen (18-25 jaar) Cursusmap Grip op je dip. Zelf je somberheid overwinnen Trimbos-instituut, 2007 Te bestellen via met artikelnummer PFGGZ001 Handreiking Grip op je dip. Zelf je somberheid overwinnen. Een handreiking voor coördinatoren en begeleiders van de cursus voor jongvolwassenen (18-25) I. Voordouw, J. Kramer, P. Cuijpers, Trimbos-instituut, 2002 Te bestellen via met artikelnummer AF0430 Cursus voor 18+ Cursusboek In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen P. Cuijpers, N. Wilschut, ThiemeMeulenhoff, 2010 Te bestellen via met artikelnummer AF1035 Handreiking In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen. Een handreiking voor coördinatoren en begeleiders van de cursus voor volwassenen 18+ N. Wilschut, M. Dijkstra, M. Ruiter, P. Cuijpers, Trimbos-instituut, 2011 Te bestellen via met artikelnummer AF0431 Boek In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen P.M. Lewinsohn e.a., P. Cuijpers (red.), ThiemeMeulenhoff, 1999 Te bestellen bij de boekhandel Tijdens de studiedag over het project Implementatie van de cursus Omgaan met depressie in juni 2000 zijn twee lezingen gehouden waarin gesproken werd over overeenkomsten tussen mannen en vrouwen in relatie tot de cursus. Deze lezingen zijn gepubliceerd. Mens-Verhulst, J. van (2001). Mannetjesputters of vrouwtjesputters, wat maakt het uit? Tijdschrift voor Humanistiek 2 (5), Allart-Van Dam E., Hosman C.M.H. (2002). De invloed van sociaal-economische status op het effect van de In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen cursus. Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen, 80 (4), Cursus voor Turken en Marokkanen De cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen is bewerkt tot een versie voor Turken en Marokkanen met depressieve klachten. De cursus Lichte dagen, donkere dagen is beschikbaar in vier varianten, tevens is er een handreiking voor coördinatoren en begeleiders beschikbaar. Handreiking Lichte dagen, donkere dagen handreiking voor coördinatoren en begeleiders M. Can, I. Voordouw, Trimbos-instituut, 2003 Te bestellen via met artikelnummer AF0449 Cursistenmap Lichte dagen, donkere dagen Arabisch, vrouw M. Can, I. Voordouw, Trimbos-instituut, 2009 Te bestellen via met artikelnummer AF0450 TRIMBOS-INSTITUUT 107
108 Cursistenmap Lichte dagen, donkere dagen Turks, vrouw M. Can, I. Voordouw, Trimbos-instituut, 2009 Te bestellen via met artikelnummer AF0451 Cursistenmap Lichte dagen, donkere dagen Arabisch, man M. Can, I. Voordouw, Trimbos-instituut, 2009 Te bestellen via met artikelnummer AF0916 Cursistenmap Lichte dagen, donkere dagen Turks, man M. Can, I. Voordouw, Trimbos-instituut, 2009 Te bestellen via met artikelnummer AF0917 Cursus voor chronisch zieken Cursusboek Leven met een chronische ziekte P. Cuijpers, B. van Osch, Trimbos-instituut, 2009 Te bestellen via met artikelnummer AF0546 Handreiking Leven met een chronische ziekte, handreiking voor coördinatoren en begeleiders I. Voordouw, B. van Osch, M. Terweij, Trimbos-instituut, 2005 Te bestellen via met artikelnummer AF0602 Boek Leren leven met een chronische ziekte P. Cuijpers, P.M. Lewinsohn e.a., HB Uitgevers 1997 Te bestellen bij de boekhandel CD met ontspanningsoefeningen Te bestellen bij uitgeverij Wyrda, Er zijn hier verschillende CD s te koop: spierontspanningsoefeningen op Omgaan met stress (teksten zijn opgenomen in bijlage 6), spierontspanningsoefening/visualisatie op Goed slapen en autogene training op Hoofdpijn te lijf. Training voor cursusbegeleid(st)er(s) De training wordt georganiseerd door de Centrale RINO Groep te Utrecht, Het is een training voor begeleid(st)er(s) van de cursus In de put uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen. Belangrijke adressen en websites Trimbos-instituut Postbus AS Utrecht tel [email protected] Landelijke Steunfunctie Preventie (LSP) Postbus AS Utrecht Helpdesk tel of [email protected] TRIMBOS-INSTITUUT
109 Depressie Centrum Stationsplein LE Amersfoort Telefoon: Informatie- en advieslijn, tel ( 0,20 p/m) [email protected] Stichting Pandora 2e Constantijn Huygensstraat CS Amsterdam Telefoon: [email protected] Pandora Helpdesk ( 0,10 p/m) ma t/m do van tot uur Voor vragen over psychische problemen, GGz, behandeling, medicijnen, solliciteren en werken Pandora Depressielijn ( 0,05 p/m) ma t/m do van tot uur en tot uur Biedt een luisterend oor, informatie en advies bij depressies Kleurjeleven is een gestructureerd online zelfhulpprogramma voor volwassenen en ouderen met depressieve klachten. Kleurjeleven wordt vergoed door verschillende zorgverzekeraars. Website met uitgebreide informatie over gezondheid en zorg. Online ontmoetingsplek voor 50+-ers met gelegenheid om te mailen en chatten. Mentaal Vitaal is een website voor iedereen die meer wil weten over mentale gezondheid en daar zelf mee aan de slag wil. TRIMBOS-INSTITUUT 109
110 110 TRIMBOS-INSTITUUT
In de put, uit de put Zelf depressiviteit overwinnen
Ineke Voordouw Jeannet Kramer Pim Cuijpers In de put, uit de put Zelf depressiviteit overwinnen Een handreiking voor coördinatoren en begeleiders van de cursus voor volwassenen en 55+ Trimbos-instituut,
Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg
Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit
Kleur je Leven Algemene voorstelling
Algemene voorstelling van Kleur je Leven Kleur je Leven Algemene voorstelling Leven met plezier, de toekomst positief zien en met zelfvertrouwen zaken aanpakken Soms valt dat niet mee. Zeker niet voor
Bibliotherapie bij depressieve klachten
Godelief Willemse Ineke Voordouw Pim Cuijpers Bibliotherapie bij depressieve klachten Gebaseerd op de cursus Omgaan met depressie Een handreiking voor begeleiders Trimbos-instituut, Utrecht, 2004 Colofon
AMW en GGZ. samen aan de slag. preventie van depressie. met
AMW en GGZ samen aan de slag met preventie van depressie I n h o u d s o p g a v e INLEIDING 2 DE CURSUSSEN OMGAAN MET DEPRESSIE 4 AMW EN GGZ-PREVENTIE: HET COMBINEREN VAN KWALITEITEN 5 SAMEN AAN DE SLAG
Behandeling & Diagnostiek
Behandeling & Diagnostiek Inhoud Voorwoord Wat doet de GGZ Groep? Werkwijze Wanneer kan de GGZ Groep u helpen? Wanneer kan de GGZ Groep u niet helpen? Diagnostiek Werkwijze Kwaliteit Vergoeding Tot slot
Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het
Samenvatting Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het individu als op populatieniveau. Effectieve
Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik
Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling
Samenvatting. Grip Op Je Dip
Samenvatting Grip Op Je Dip Online depressie-interventie voor adolescenten en jongvolwassenen: effectiviteit, veranderingsmechanismen, en taalgebruik als psychologische marker 163 Hoofdstuk 1 is de algemene
Behandeling van ouderen in de eerste lijn
Behandeling van ouderen in de eerste lijn Lucinda Meihuizen, GZ psycholoog Bestuurslid sectie ouderenpsychologen NIP Zorgpartners Midden-Holland en Samenwerkende psychologen Alphen a/d Rijn Agenda workshop
Cognitieve gedragstherapiegroep voor mensen met een bipolaire stoornis
Psychiatrie Cognitieve gedragstherapiegroep voor mensen met een bipolaire stoornis www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: [email protected] PSY002 / Cognitieve gedragstherapiegroep
preventie mentale ondersteuning direct en dichtbij
preventie ZORG BIEDEN DIRECT EN DICHTBIJ. DAAR STAAT INDIGO VOOR. HET LIEFST IN DE WIJK, LAAGDREMPELIG EN TOEGANKELIJK. VOOR IEDEREEN. mentale ondersteuning direct en dichtbij Indigo biedt niet alleen
Meer informatie MRS 0610-2
Meer informatie Bij de VGCt zijn meer brochures verkrijgbaar, voor volwassenen bijvoorbeeld over depressie en angststoornissen. Speciaal voor kinderen zijn er brochures over veel piekeren, verlatingsangst,
4.3.1 Diagnostische Checklist voor cliënten zonder dementie: DSM-5 criteria
4.3.1 Diagnostische Checklist voor cliënten zonder dementie: DSM-5 criteria Stappen 1 t/m 4 betreffen Depressie, stappen 5 en 6 betreffen Apathiesyndroom STAP 1. Bepaal of de volgende hoofdsymptomen voorkomen.
PREVENTIE VOOR POH-GGZ
PREVENTIE VOOR POH-GGZ ZORG BIEDEN DIRECT EN DICHTBIJ. DAAR STAAT INDIGO VOOR. HET LIEFST IN DE WIJK, LAAGDREMPELIG EN TOEGANKELIJK. VOOR IEDEREEN. MENTALE ONDERSTEUNING DIRECT EN DICHTBIJ INDIGO BIEDT
Handreiking signalering en begeleiding GGZ-problematiek bij diabetes
Handreiking signalering en begeleiding GGZ-problematiek bij diabetes September 2017 Handreiking signalering en begeleiding GGZ-problematiek tgv diabetes 1 Vooraf Patiënten met diabetes kampen met veel
Bipolaire stoornissen
Bipolaire stoornissen PuntP kan u helpen volwassenen Sommige mensen hebben last van stemmingsschommelingen die niet in verhouding staan tot wat er in hun persoonlijke omgeving gebeurt. De stemming lijkt
Bipolaire stoornissen PUNTP KAN U HELPEN
Bipolaire stoornissen PUNTP KAN U HELPEN Er zijn altijd situaties die ons erg boos, blij of verdrietig maken: emotionele pieken en dalen horen bij het leven. Maar het kan voorkomen dat u last heeft van
Samenvatting SAMENVATTING Hoofdstuk 1 is de algemene introductie over de inhoud van dit proefschrift. Depressie en angststoornissen zijn de meest voorkomende psychische stoornissen en brengen een grote
Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie
Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 3 Cognitieve gedragstherapie Een effectieve psychotherapie In deze brochure kunt u lezen
en jongeren Oolgaardt lezing 24 juni 2008 Ireen de Graaf Trimbos-instituut 2008 1
Depressie bij kinderen en jongeren Oolgaardt lezing 24 juni 2008 Ireen de Graaf Trimbos-instituut 2008 1 Welbevinden ebe van Nederlandse kinderen Nederlandse kinderen het gelukkigst in Europa 92% 12-24
In de put, uit de put
Interventie In de put, uit de put Samenvatting Doel In de put, uit de put heeft tot doel depressieve klachten bij (oudere) volwassenen te verhelpen of te verminderen, waarmee de kans op het ontstaan van
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie In de put, uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen. Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling
Niet meer depressief
Niet meer depressief Dit boek, Niet meer depressief; Werkboek voor de cliënt, is onderdeel van de reeks Protocollen voor de GGZ. Serie Protocollen voor de GGZ De boeken in de reeks Protocollen voor de
Samenvatting. BurcIn Ünlü Ince. Recruiting and treating depression in ethnic minorities: the effects of online and offline psychotherapy
Samenvatting 194 Dit proefschrift start met een algemene inleiding in hoofdstuk 1 om een kader te scheppen voor de besproken artikelen. Migratie is een historisch fenomeen die vaak resulteert in verbeterde
rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.
Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst
Meer Grip Op Werk YVONNE HOMBERGEN, YPSE LISA DILLEN, YPSE MONIEK ZI JLSTRA-VLASVELD, TRIMBOS-INSTITUUT
Meer Grip Op Werk YVONNE HOMBERGEN, YPSE LISA DILLEN, YPSE MONIEK ZIJLSTRA-VLASVELD, TRIMBOS-INSTITUUT Hoe denken jullie erover? Werkt E-mental health? Aanbod vaak gebaseerd op bestaand face to face of
Helpt internettherapie bij depressieve klachten?
Wetenschappelijk onderzoek naar diabetes in het VUmc, wat heeft u eraan? Helpt internettherapie bij depressieve klachten? Drs. Kim van Bastelaar Lifestyle, Overweight and Diabetes Afdeling Medische Psychologie
- 172 - Prevention of cognitive decline
Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
168 Samenvatting 169 HOOFDSTUK 1: INLEIDING Bij circa 13.5% van de ouderen komen depressieve klachten voor. Met de term depressieve klachten worden klachten bedoeld die klinisch relevant zijn, maar niet
INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ
INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ Inhoudsopgave Indigo Brabant 2 Wat is de Basis GGZ? 2 Wat kan Indigo mij bieden? 4 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Specialistische GGZ 7 Heeft u vragen? 7 Contact
Depressief syndroom Persoonlijke Psychiatrie,
Depressief syndroom Persoonlijke Psychiatrie, 21-6-2017 Jan Spijker, psychiater, hoogleraar Chronische Depressie, Radboud Universiteit Nijmegen hoofd programma depressie Pro Persona, Nijmegen Indeling
Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst
Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent
Cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie
Een depressie. P unt P. kan u helpen. volwassenen
Een depressie P unt P kan u helpen volwassenen Iedereen is wel eens moe, somber en lusteloos. Het is een normale reactie op tegenvallers, een verlies en andere vervelende gebeurtenissen. Wanneer dit soort
EVIDENCE BASED WERKEN MET E-HEALTH: BIJ ELKE CLIËNT? PROF. DR. ANNEMIEKE VAN STRATEN
EVIDENCE BASED WERKEN MET E-HEALTH: BIJ ELKE CLIËNT? PROF. DR. ANNEMIEKE VAN STRATEN 2 Hoogleraar Klinische Psychologie VU POH- GGZ in huisartsenpraktijk 3 E-health Wat bedoel ik daarmee? 4 Uitgangspunt:
Ambulante behandeling
Ambulante behandeling Ouderen Ambulante behandeling Mondriaan Ouderen geeft behandeling aan mensen met psychische en psychiatrische problemen vanaf de derde levensfase. Mondriaan Ouderen heeft verschillende
Omgaan met (onbegrepen) lichamelijke klachten. Prof. dr. Sako Visser Universiteit van Amsterdam Pro Persona GGZ Dr. Michel Reinders GGZinGeest
Omgaan met (onbegrepen) lichamelijke klachten Prof. dr. Sako Visser Universiteit van Amsterdam Pro Persona GGZ Dr. Michel Reinders GGZinGeest Van DSM IV naar DSM 5 DSM IV - somatisatie stoornis, - somatoforme
Als je dip een depressie wordt. Dokter op dinsdag 11 december 2012 L.Breuning, psychiater
Als je dip een depressie wordt. Dokter op dinsdag 11 december 2012 L.Breuning, psychiater Wanneer is een dip een depressie Dip hoort bij het leven Depressie is een ziekte Ziekte die (nog) niet aan te tonen
Mindfulness-Based Cognitieve Therapie (MBCT) Aandachttraining/Mindfulnesstraining
Mindfulness-Based Cognitieve Therapie (MBCT) Aandachttraining/Mindfulnesstraining 2 Deze folder geeft u informatie over Mindfulness-Based Cognitieve Therapie. Deze mindfulnesstraining wordt op de afdeling
In de put, uit de put
In de put, uit de put Ouderen In de put, uit de put Introductie Wachten tot het beter gaat? Wachten in de hoop dat het gepieker en verdriet vanzelf overgaat? In de put, uit de put 1 Veel piekeren, weinig
Stepped care bij Angst & Depressie: van eerste tot tweede lijn
Stepped care bij Angst & Depressie: van eerste tot tweede lijn Het SAD-project Een onderzoek naar de behandeling van angst- en stemmingsklachten. Informatie voor deelnemers Drs. L. Kool Dr. A. van Straten
Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos
Bijlage 2 Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos A1 Uitbrengen jaarkrant A2 Advertentie huis aan huis bladen A3 Consultatie B1 Brochures
BeMind studie: Mindfulness bij kanker
BeMind studie: Mindfulness bij kanker Een vergelijking tussen online en face to face mindfulness versus standaardzorg Prof. Dr. A.E.M. Speckens, Radboud UMC en Dr. M. van der Lee, Helen Dowling Instituut
Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 182 Depressie komt veel voor en is een van de meest invaliderende aandoeningen met een negatieve invloed op vele
Psychofysiologische begeleiding zinvol bij SOLK. (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijk Klachten)
Psychofysiologische begeleiding zinvol bij SOLK. (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijk Klachten) Eveline Kempenaar Algemene Leden Vergadering VDV november 2012 In het nieuws! 1 Definitie SOLK Lichamelijke
Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening
Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening Onderzoeksopzet Waarom dit onderzoek? Beweging is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Wetenschappelijk
Online Psychologische Hulp Depressie
Online Psychologische Hulp Depressie 2 Online Psychologische Hulp In deze brochure maak je kennis met de online behandeling Depressie van. Je krijgt uitleg over wat een depressie is en hoe jou kan helpen
Gripopjedip online Voor jongeren (16-25) met depressieklachten Drs. Rianne van der Zanden projectleider [email protected] 030-2971100 Trimbos-instituut 2007 1 Vraag 1 Heeft u wel eens een patiënt verwezen
SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)
Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting In hoofdstuk 1 wordt de algemene introductie van dit proefschrift beschreven. De nadruk in dit proefschrift lag op patiënten met hoofd-halskanker (HHK) en
Interpersoonlijke psychotherapie
Interpersoonlijke psychotherapie in een ambulante groep een behandelprotocol voor depressie Dina Snippe, psychotherapeut Opleider-supervisor NVGP en NVIPT De genezing van de krekel Geacht somber gevoel,
5-12-2012 WELKOM. Depressieve klachten en hulpbehoefte bij diabetes. De komende 45 minuten
WELKOM 5 december 2012 Depressieve klachten en hulpbehoefte bij diabetes Caroline Lubach: senior verpleegkundig consulent diabetes VUmc Anita Faber: research coördinator Diabetes Research Centrum, Hoogeveen
Psychologische zorg voor kinderen en jongeren. De Golfbreker Preventie en psychologische zorg voor kinderen en jongeren. Samen werken aan jezelf
Psychologische zorg voor kinderen en jongeren De Golfbreker Preventie en psychologische zorg voor kinderen en jongeren Samen werken aan jezelf Inhoud Belang psychologische zorg voor jeugd Psychologische
PARELPRIJS VOOR PETER MEULENBEEK
PARELPRIJS VOOR PETER MEULENBEEK (Foto: ZonMw) Peter Meulenbeek, universitair docent geestelijke gezondheidsbevordering bij de faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente, kreeg donderdag
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus Aanleiding onderzoek Meer kennis over cliëntgestuurde interventies nodig; belangrijk voor ontwikkelingen GGz Interventies door cliënten:
INTER-PSY Vechtdal Kliniek
Polikliniek en deeltijdbehandeling INTER-PSY Vechtdal Kliniek Polikliniek en deeltijdbehandeling Informatie voor patiënten, familie en naastbetrokkenen INTER-PSY Vechtdal Kliniek Algemene informatie INTER-PSY
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur
Ambulante behandeling
Ambulante behandeling Ouderen Ambulante behandeling Mondriaan Ouderen geeft behandeling aan mensen met psychische en psychiatrische problemen vanaf de derde levensfase. Mondriaan Ouderen heeft verschillende
Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Wat kunt U daarmee? Alwies Hendriks, psychomotorisch therapeut Margje Mahler, ouderenpsycholoog Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Psychotherapie voor Depressie werkt! Maar hoe?
Psychotherapie voor Depressie werkt! Maar hoe? Effecten en Werkingsmechanismes van Cognitieve Therapie en Interpersoonlijke Therapie voor Depressie Dr. Lotte Lemmens Maastricht University Psychotherapie
Depressieve klachten. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg
Depressieve klachten Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies Jouw gezondheid is onze zorg Inhoud Klachten en symptomen 3 Oorzaken 5 Wanneer arts raadplegen 6 Wat kun je zelf doen 7 Geneesmiddelen
Anke van den Beuken Straat Postcode Mail. De heer Jansen Kapittelweg EN Nijmegen. Horst,
Anke van den Beuken Straat Postcode Mail De heer Jansen Kapittelweg 33 6525 EN Nijmegen Horst, 13-1-2017 Betreft: terugkoppeling behandeling meneer D*****, 12-**-1988 Geachte Meneer Jansen, Met toestemming
uw antwoord op de Basis GGZ
uw antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij 2 Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Mirro:
waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.
amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum
Generalistische basis ggz
Generalistische basis ggz Informatie voor verwijzers Generalistische basis ggz Met ingang van januari 2014 heeft Mondriaan, naast haar specialistische zorgaanbod, ook een aanbod in de generalistische basis
Zorgpad Somatische symptoomstoornis en verwante stoornissen. Zorgpad Somatische symptoomstoornis
Zorgpad Somatische symptoomstoornis en verwante stoornissen Een zorgpad beschrijft hoe uw behandeling er uit gaat zien. En welke behandelmethode wordt gebruikt. Stap 1-5 zijn de standaard modules, voor
Psychologische ondersteuning en behandeling bij interstitiële longaandoeningen
Psychologische ondersteuning en behandeling bij interstitiële longaandoeningen 1 oktober 2014 Marielle van den Heuvel, Gezondheidszorgpsycholoog Afdeling Medische Psychologie Orbis Medisch Centrum Inhoud
Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/43602 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Fenema, E.M. van Title: Treatment quality in times of ROM Issue Date: 2016-09-15
Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Wat kunt U daarmee? Alwies Hendriks, psychomotorisch therapeut Margje Mahler, ouderenpsycholoog Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer
Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie en angstklachten tijdens de zwangerschap komen regelmatig voor. Toch wordt dit onderwerp nog vaak als taboe ervaren en is niet duidelijk welke
Op weg naar getrapte zorg voor het chronisch vermoeidheidssyndroom: Een implementatie studie.
Op weg naar getrapte zorg voor het chronisch vermoeidheidssyndroom: Een implementatie studie. Margreet Worm-Smeitink 1, Lotte Bloot 1, Marcia Tummers 1, Saskia van Es 2, Michel Wensing 3, Hans Knoop 1
Dementiepoli. Ouderen
Dementiepoli Ouderen Dementiepoli Informatie voor cliënten, familie en betrokkenen Met deze folder willen we u en uw familieleden en/of verzorgers graag informeren over de gang van zaken bij de dementiepoli.
InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module
Doorbreek je depressie
Doorbreek je depressie Doorbreek je depressie Werkboek voor de cliënt Drs. P.J. Molenaar Drs. F.J. Don Prof. dr. J. van den Bout Drs. F. Sterk Prof. dr. J. Dekker Bohn Stafleu van Loghum Houten 2009 Ó
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module
samenvatting Opzet van het onderzoek
167 Angst en depressie komen vaak voor bij kinderen. Angst en depressie beïnvloeden niet alleen het huidige welbevinden van kinderen, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op hun verdere leven.
Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting
Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Psychische stoornissen komen geregeld voor bij ouderen (65-plus).
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus Dr. Hanneke van Gestel-Timmermans Dr. Evelien Brouwers Dr. Marcel van Assen Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen Herstellen doe je zelf Ontwikkeld
Draaiboek In de put, uit de put
Nellie Wilschut Pim Cuijpers Draaiboek In de put, uit de put Zelf depressiviteit overwinnen Trimbos-instituut, Utrecht, 2011 Colofon Dit draaiboek is onderdeel van de Handreiking In de put, uit de put.
Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant
Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Film: fragmenten Iedereen depressief (VPRO) - Depressie groot
07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking
Na vanmiddag Herkennen van en omgaan met Angst en Depressie bij ouderen met e Weet u hoe vaak angst en depressie voorkomen, Weet u wie er meer risico heeft om een angststoornis of depressie te ontwikkelen,
Online Cognitieve Gedragstherapie (CGT) voor Volwassenen met Diabetes en symptomen van Depressie
Online Cognitieve Gedragstherapie (CGT) voor Volwassenen met Diabetes en symptomen van Depressie Van Bastelaar KMP a, Pouwer F a, Cuijpers P b, Snoek FJ a Research Programme > Diabetes & Overweight a Afdeling
De huisarts. De psycholoog. Published on 113Online zelfmoordpreventie (https://www.113online.nl)
Published on 113Online zelfmoordpreventie (https://www.113online.nl) Home > Over hulpverleners Verschillende soorten hulpverleners hebben verschillende opleidingen. Door dit verschil zijn ze goed in verschillende
Behandelaanbod in groepen. Informatie voor verwijzers
Behandelaanbod in groepen Informatie voor verwijzers In deze folder vindt u informatie over het behandelaanbod in groepen bij SymforaMeander. Aanmelden van patiënten U kunt uw patient op de volgende manieren
VERMOEIDHEID na een CVA
Vermoeidheidsrichtlijn in CVA-richtlijn 2 voorbeelden na een CVA De richtlijn Vermoeidheid in de praktijk Ernst Evenhuis & Isaline Eijssen Werk, p 100 Effectieve behandelmethoden voor het omgaan met de
Dementiepoli. Ouderen
Dementiepoli Ouderen Dementiepoli Informatie voor cliënten, familie en betrokkenen Met deze folder willen we u en uw familieleden en/of verzorgers graag informeren over de gang van zaken bij de dementiepoli.
Wetenschappelijk onderzoek naar somatisatie en somatoforme stoornissen
9 Wetenschappelijk onderzoek naar somatisatie en somatoforme stoornissen Samenvatting Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het wetenschappelijk onderzoek naar somatisatie en somatoforme stoornissen. De
Groepsbehandeling voor jongeren met een depressieve stoornis en
Groepsbehandeling voor jongeren met een depressieve stoornis en comorbiditeit ASS 10/05/2012 Dr. Corine Faché Lemke Leyman UCKJA Waarom een groepsbehandeling Het belang van peers Het leren van elkaar,
SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift
153 SAMENVATTING Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift Angst en depressie zijn de meest voorkomende psychische stoornissen, de ziektelast is hoog en deze aandoeningen brengen hoge kosten met
Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid
Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid Onderzoek, diagnostiek en behandeling bij: onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten combinatie van psychische en lichamelijke klachten Informatie voor cliënten
Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid
Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid Onderzoek, diagnostiek en behandeling bij: Verklaarde- en onverklaarde lichamelijke klachten gecombineerd met psychische klachten Informatie voor patiënten Lichamelijke
Kennislacunes NHG-Standaard Depressie
Kennislacunes Kennislacunes 1. Het nut van screening naar depressie bij mensen met een chronische somatische aandoening in de (noot 15-16). 2. De 4DKL als instrument om het verloop van de (ernst van de)
Chapter 11. Nederlandse samenvatting
Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Reumatoïde artritis (RA) is een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door ontstekingen van de gewrichten. Symptomen die optreden zijn onder andere pijn,
DE STAND VAN DE WETENSCHAP: BEWEZEN EFFECTIEF
'KLEUR JE LEVEN' DE STAND VAN DE WETENSCHAP: BEWEZEN EFFECTIEF Contactgegevens Mentalshare Telefoon: +31 (0)302971198 E-mail: [email protected] Website: www.mentalshare.nl In samenwerking met:
Registratierichtlijn. E003 Beroepsgebonden depressie
Nederlands Centrum voor Beroepsziekten Coronel Instituut AMC/UvA Postbus 22660 1100 DD Amsterdam tel. 020 566 5387 e mail: [email protected] 2 CAScode: P652 Van deze richtlijn is een achtergronddocument Omschrijving
Cognitieve Gedragstherapie en Mindfulness Based Stress Reduction Therapie voor Angst en Depressie klachten bij volwassenen met
Cognitieve Gedragstherapie en Mindfulness Based Stress Reduction Therapie voor Angst en Depressie klachten bij volwassenen met Autismespectrumstoornissen: ADASS Achtergrond ADASS Veelvuldig voorkomen van
