Competentie SAMENWERKEN. Lessenpakket
|
|
|
- Vera van Dam
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Competentie SAMENWERKEN Lessenpakket
2
3 Inhoudsopgave 1 Inleiding Rode draad Opwarmer Eigen definitie en inschatting van SAMENWERKEN Brainstorm Eigen inschatting van de competentie SAMENWERKEN Samenwerkingsopdrachten met de nadruk op communicatievaardigheden Balkenspel Schaap en herder De rij Vragenlijst observatoren Nabespreking Ondersteunende activiteiten Een- en tweezijdige communicatie Theorie: Feedback geven en ontvangen Feedback oefening: als deze persoon een dier was Samenwerkingsopdrachten met de nadruk op de verschillende rollen De plastiek Het spinnenweb Het huisje Vragenlijst observatoren Nabespreking Ondersteunende activiteiten en theorie Theorie Stad van Axen Oefening stad van Axen Integratieoefening: Bij de Derdianen... 29
4
5 LEGIO: Competentie - Samenwerken 1 Inleiding In dit lessenpakket wordt de competentie SAMENWERKEN ingeoefend. De nadruk ligt op doen, reflecteren, nabespreken en leerpunten formuleren. Omdat dit lessenpakket in functie van de toekomstige tewerkstelling werd ontwikkeld, wordt er vooral aandacht besteed aan het communicatieve aspect van een samenwerking en de verschillende rollen die nodig zijn in een samenwerking. Ondersteunende theorie en activiteiten worden aangeboden om leerlingen daarvoor gevoelig te maken. 2 Rode draad De competentie SAMENWERKEN en de bijhorende gedragsindicatoren zijn de rode draad voor alle samenwerkingsopdrachten en nabesprekingen van dit lespakket. De leerling kan de evolutie van zijn leerproces volgen door het volgende stappenplan te volgen. Stap 1 De leerling vinkt, naar aanleiding van zijn eigen ervaringen met SAMENWERKEN, aan welke gedragsindicatoren hij onder de knie heeft en welke gedragsindicatoren hij wil inoefenen. Bij deze keuze wordt hij ondersteund door de klas. Zie punt 4, eigen definitie en inschatting van SAMENWERKEN. Stap 2 Na elke samenwerkingsopdracht bespreekt hij zijn gedrag met de klas. Hij evalueert zichzelf en krijgt feedback van de klas in functie van de gedragsindicatoren. Zie punt 5.5 en 7.5 bij nabespreking. Er zijn 7 samenwerkingsopdrachten, dus de leerling krijgt 7 leermomenten. Stap 3 Op basis van de zelfevaluatie en de feedback van de klas, kiest de leerling één of enkele gedragsindicatoren waar hij tijdens de volgende samenwerkingsopdracht wil werken. Stap 4 Zowel de zelfevaluatie, de feedback van de klas als zijn leerpunten, noteert hij in het volgende schema. Resultaat Een geschreven leerproces waaruit blijkt welke vorderingen de leerling doorlopen heeft. 1
6 2
7 LEGIO: Competentie - Samenwerken Competentie SAMENWERKEN Leerverslag Voornaam en Naam: Gedragsindicatoren Ik overleg in groep over de taken. Ik kom gemaakte afspraken na. Ik geef relevante informatie aan het team. Ik stel gerichte vragen aan collega s om relevante informatie te verkrijgen. Ik houd rekening met verschillen tussen mensen en hun manier van werken en communiceren. Ik houd collega s op de hoogte van de stand van zaken van mijn deeltaak. Ik houd collega s op de hoogte van mijn manier van werken. Ik luister naar de mening van collega s. Ik vraag naar de evaluatie van mijn deeltaak. Ik stimuleer en help collega s als de situatie daarom vraagt en het werk het toelaat. Ik geef aan wanneer en waarom ik niet meer optimaal kan functioneren. Ik draag zorg voor anderen als zij niet optimaal kunnen functioneren. Ik reageer flexibel door mijn werkwijze te wijzigen indien nodig. Ik stem mijn werkzaamheden af op die van mijn collega s. Ik neem als teamlid mijn verantwoordelijkheid op voor het eindresultaat. Ik neem verantwoordelijkheid voor de hulp die ik bied. Ik stel het gemeenschappelijke resultaat van het team centraal. Ik draag bij aan een positieve werksfeer. Noteer hier de gedragsindicatoren die je reeds beheerst op basis van je eigen ervaringen. Zie oefening 4.2, pagina
8 LEGIO: Competentie - Samenwerken Samenwerkingsopdracht: Balkenspel Zelfevaluatie: Feedback van de klas: Conclusies: Samenwerkingsopdracht: Schaap en herder Zelfevaluatie: Feedback van de klas: Conclusies: 4
9 Samenwerkingsopdracht: De rij Zelfevaluatie: Feedback van de klas: Conclusies: Samenwerkingsopdracht: De plastiek Zelfevaluatie: Feedback van de klas: Conclusies: 5
10 Samenwerkingsopdracht: Het spinnenweb Zelfevaluatie: Feedback van de klas: Conclusies: Samenwerkingsopdracht: Het huisje Zelfevaluatie: Feedback van de klas: Conclusies: 6
11 Samenwerkingsopdracht: De Derdianen Zelfevaluatie: Feedback van de klas: Eindconclusies: 7
12 LEGIO: Competentie - Samenwerken 3 Opwarmer Doel Deze opwarmer kan dienen als introductie van het lessenpakket. Uitvoering De leerkracht laat de leerlingen schouder aan schouder staan in de kleinst mogelijke kring. Ze sluiten hun ogen en steken hun handen, licht gespreid, op schouderhoogte voor zich uit. Ze pakken nu handen van anderen beet en doen hun ogen weer open. De opdracht is nu de aldus ontstane knoop te ontwarren zonder dat men elkaars handen loslaat. Dit is altijd mogelijk, maar er zal flink nagedacht en over elkaar heen geklommen moeten worden. Deze oefening brengt doorgaans hilariteit teweeg en men kan er ook wat van leren. Nabespreking Wat belemmerde en wat bevorderde het vinden van de oplossing? Wanneer en waardoor kreeg je eventueel de neiging om vals te spelen en vlug even iemands hand los te laten? Welke verbanden kan je leggen met SAMENWERKEN in het algemeen? 4 Eigen definitie en inschatting van SAMENWERKEN 4.1 Brainstorm Doel De leerling formuleert eerst een eigen definitie van de competentie SAMENWERKEN om daarna zijn definitie te verbreden met die van het lessenpakket. Opdracht aan de klas De leerkracht schrijft het woord SAMENWERKEN op het bord en nodigt de leerlingen uit om alle gedragingen, ideeën, gedachten, beelden en gevoelens die bij hen opkomen, op te noemen. De leerkracht noteert alles op bord en vraagt aan de klas om een definitie te formuleren op basis van het resultaat van de brainstorm. De definitie wordt vergeleken met de gedragsindicatoren van de competentie SAMENWERKEN. De leerkracht kadert het belang van het beheersen van de competentie SAMENWERKEN voor de toekomstige tewerkstelling. 4.2 Eigen inschatting van de competentie SAMENWERKEN Doel De leerling beoordeelt zijn vermogen tot SAMENWERKEN aan de hand van de gedragsindicatoren van de competentie SAMENWERKEN. Opdracht aan de klas De leerkracht vraagt aan de leerlingen om één of twee voorbeelden te zoeken waarin ze aantonen hoe ze samenwerken met anderen. Die voorbeelden zijn te vinden in de uitvoering van een vakantiejob, in het uitoefenen van een hobby, of in het privé-leven. 8
13 Elke leerling omschrijft zijn voorbeeld aan de hand van de star-methode. Zie onderstaand formulier Individuele opdracht Wat zijn jouw ervaringen met SAMENWERKEN. Zoek in de uitvoering van je vakantiejob, in het uitoefenen van je hobby of in je privé-leven naar voorbeelden waarin je hebt samengewerkt. Vul het onderstaande formulier in. STAR Vragen Jouw verhaal S Situatie Beschrijf een situatie waarin je hebt samengewerkt met anderen. T Taken Wat was jouw taak of rol in dit voorbeeld? Wat werd er van je verwacht? A Activiteiten Hoe heb je dat aangepakt? Hoe heb je dat opgelost? Wat waren de opmerkingen? Hoe ben je daarmee omgegaan? Hoe heb je het voor elkaar gekregen? R Resultaat Wat was het resultaat? Waar heeft dit toe geleid? Wat vond je ervan? Hoe voelde jij je erbij? Wat vonden de andere mensen ervan? Plenum Elke leerling bespreekt één of enkele voorbeelden aan de hand van de STAR-methode. De medeleerlingen, die het verhaal aanhoren, vinken ondertussen die gedragsindicatoren aan die ze menen te herkennen in het verhaal. Na het verhaal geven de medeleerlingen aan wat hen is opgevallen in functie van de gedragsindicatoren. De leerling met het verhaal noteert in zijn eigen schema welke gedragsindicatoren hij al onder de knie heeft en aan welke gedragsindicatoren hij aandacht wil geven tijdens de komende samenwerkingsopdrachten. 9
14 5 Samenwerkingsopdrachten met de nadruk op communicatievaardigheden 5.1 Balkenspel Opdracht voor de klas Iedere subgroep (van 5 tot 7 leerlingen) moet proberen, uitsluitend met gebruikmaking van de uitgereikte hulpmiddelen, een bouwwerk maken dat aan de onderstaande eisen voldoet. In volgorde van belangrijkheid: het moet hoog zijn; zo stevig zijn, dat het bouwwerk een schaar kan dragen die er bovenop gelegd wordt; een aantrekkelijke vormgeving hebben. Na afloop zal een jury, bestaande uit de lesgever en observatoren, de bouwwerken vergelijken en de winnende subgroep aanwijzen. Materiaal per subgroep: 3 vellen stevig wit papier; 1 schaar; 2 potloden; 1 liniaal; pot/tube goede lijm; 3 vellen papier voor ontwerpen; viltstiften voor decoratie. Bouwvoorschriften Knip van de vellen papier repen, elk 4 cm breed en zo lang als het papier is. Repen in de lengte doormidden vouwen, zodat 2 cm brede L-vormige 'balken' ontstaan. Alle andere vormen van balken (bijvoorbeeld T-, U-, Z-, en/of kokerbalken) zijn niet toegestaan. De balken mogen niet aan elkaar gelijmd worden, noch om te verlengen, noch om te verstevigen. Opbouw 1 De leerkracht motiveert deze samenwerkingsoefening. 2 De klas wordt opgedeeld in subgroepen van 5-7 personen; per subgroep ten minste één observator (die van te voren geïnstrueerd is). 3 De instructie wordt door de leerkracht voorgelezen, bijvoorbeeld met behulp van een flap. Zo nodig worden onduidelijkheden opgehelderd. 4 Tijdsduur wordt aangegeven (circa 40 minuten). 5 De subgroepen gaan aan de slag. 6 Vijf minuten voor het einde waarschuwt de klas, dat de tijd bijna verstreken is. 7 Direct na afloop bepaalt de jury, op grond van eisen en voorschriften, welke groep gewonnen heeft. 8 De subgroepen krijgen gelegenheid om 'stoom af te blazen. Instructie observatoren De volgende punten worden geobserveerd: Hoe pakt de groep de taak aan (werkschema, leider(s), besluitvorming, taakverdeling, coördinatie van taken, enzovoort)? Letten de groepen tijdens het werken op elkaar (competitie)? Hoe is de tijdsplanning? Zijn er werkfasen (planning, taakverdeling, maken van onderdelen, bouw, versiering)? Welke gedragsindicatoren van de competentie SAMENWERKEN komen aan bod? Nota bene: Het instrueren van de observatoren vindt natuurlijk plaats zonder dat de deelnemers erbij zijn. 10
15 5.2 Schaap en herder Opdracht voor de klas Een herder moet proberen om zijn schapen in een kooi te krijgen. Er zijn echter enkele problemen: bij het begin van de opdracht weet je niet wie de herder is; bij het begin van de opdracht weet je niet waar de kooi is; de herder mag geen betekenisvolle geluiden maken - hij mag enkel klanken schreeuwen; de schapen kunnen geen enkel geluid maken - zij zijn gedurende de opdracht stil, de schapen zijn geblinddoekt; de herder is lam en moet steeds op dezelfde plaats blijven staan. De klas krijgt voldoende tijd om afspraken te maken over hoe de herder de schapen in een kooi kan krijgen. Opbouw: 1 Geef eerst de opdracht. 2 Laat veel ruimte voor vragen. 3 Geef ze de tijd om afspraken te maken. 4 Kom bij het maken van deze afspraken enkel tussen als ze een regel niet respecteren. 5 Als de afspraken onderling gemaakt zijn, vraag je of deze voor iedereen duidelijk zijn en of iedereen ze ook begrepen heeft. 6 Je blinddoekt iedereen en verspreidt ze (binnen gehoorsafstand) over het terrein. Je neemt ze best bij de arm om ze te verspreiden. 7 De laatste persoon doe je zijn blinddoek af en je vertelt hem dat hij de herder is. 8 Je duidt de kooi aan. Deze moet zeker binnen gehoorsafstand liggen. 9 Je laat de herder beginnen. 10 Als het echt fout loopt, d.w.z. je ziet dat ze op deze manier nooit in de opdracht zullen slagen, roep je ze best opnieuw samen voor een overlegmoment en start je van voor af aan met een nieuwe herder. Tips voor de leerkracht: Om aan te tonen hoe belangrijk het is dat iedereen de afspraken nauwkeurig volgt kun je de tweede maal iemand laten herder zijn waarvan je denkt dat hij niet mee is. De eerste keer neem je best iemand waarvan je denkt dat hij wel mee is. Men moet immers het gevoel hebben dat het mogelijk is. Tip voor de klas: (moet natuurlijk niet direct verteld worden - enkel als men er niet zelf uitkomt) De herder moet door wild geroep zorgen dat de schapen allemaal rond hem verzamelen en een treintje vormen. Dan kan hij via tekens de groep naar de kooi leiden. Die tekens kunnen zijn: oo = vooruit uu = links ie = rechts aa = stap ee = achteruit De schapen moeten gewoon de eerste persoon volgen. 11
16 5.3 De rij Opbouw De klas wordt opgesplitst in groep A en B. Elke leerling staat op een blad papier en staan achter elkaar. Tussen groep A en B ligt een leeg blad. A5 A4 A3 A2 A1 B1 B2 B3 B4 B5 Het doel van deze oefening is dat ze van plaats wisselen op die manier dat groep de plaatsen achtereenvolgens inneemt van groep B en omgekeerd. Het eerste groepslid van A moet dus op de laatste plaats van B komen te staan en zo verder. Hierbij dienen enkele regels in acht genomen te worden: Je moet bij elke verplaatsing op een leeg blad gaan staan. Eén voor één verplaatsen. Je mag niet achteruit. Je mag geen 2 personen voorbij steken. Je mag niemand van de eigen groep voorbij steken. Wanneer de rij zich niet meer kan verplaatsen, moet je volledig opnieuw beginnen. Oplossing A1 naar leeg B1 over A1 naar leeg B2 naar leeg A1 over B2 naar leeg A2 over B1 naar leeg A3 naar leeg B1 over A3 naar leeg B2 over A2 naar leeg B3 over A1 naar leeg B4 naar leeg A1 naar leeg A2 over B3 naar leeg A3 over B2 naar leeg A4 over B1 naar leeg B1 naar leeg B2 over A4 naar leeg B3 over A3 naar leeg B4 over A2 naar leeg A2 naar leeg A3 over B4 naar leeg A4 over B3 naar leeg B3 naar leeg B4 over A4 naar leeg A1 naar leeg 12
17 5.4 Vragenlijst observatoren 1 Wat vond je van de samenwerking? 2 Wat liep goed? 3 Wat liep moeilijk? 4 Vind je dat iedereen genoeg aan bod kwam? Waarom wel / niet? 5 Vind je dat er naar iedereen geluisterd werd? 5.5 Nabespreking Individueel invullen ter voorbereiding van het plenumgesprek 1 Wat vond je van de samenwerkingsopdracht? 2 Wat liep er goed, waar ben je tevreden over? 3 Wat liep er mis, waar ben je niet tevreden over? 4 Vind je dat jezelf genoeg aan bod bent gekomen? Waarom wel/niet? 5 Vind je dat er naar iedereen geluisterd is? 6 Rangschik de volgende uitspraken van 1 tot 5. 1 = meest juist - 5 = minst juist. Ik vind... dat slagen in de opdracht het belangrijkste was in deze samenwerkingsopdracht; dat we op zo een manier meer moesten SAMENWERKEN; dat iedereen aan bod is gekomen - er werd met iedereen rekening gehouden; dat we op een andere manier met elkaar bezig zijn; dat sommige mensen een ander gezicht opzetten bij het ;samenwerkingsopdracht Plenum Vragen 1 en 2 per leerling bespreken. 1 Wat vond je van jezelf tijdens deze samenwerkingsopdracht? 2 Antwoord toetsen bij de medeleerlingen: Wat deed het je X iets te zien doen? Hoe kwam dat over? De ontvangen feedback en leerpunten voor de volgende opdracht noteert de leerling in zijn schema (zie pagina 5-9). Vraag voor de klas. 3 Welke aandachtspunten nemen we mee voor de klas, Dit doen we al goed Hierin kunnen we nog verbeteren 13
18 6 Ondersteunende activiteiten 6.1 Een- en tweezijdige communicatie Doel De leerlingen de verschillen laten zien tussen één- en tweezijdige communicatie. De leerlingen de basisaspecten van goed instrueren en actief luisteren laten ontdekken. Materiaal Tekening 1 en 2 (zie bijlage1), potlood en papier Uitvoering De leerkracht legt uit waar de oefening toe dient. Hij vraagt de groep op te splitsen in drietallen: A is instructeur B moet de opdracht van de instructeur uitvoeren C observeert wat wel en niet lukt wij het instrueren A en B gaan met de rug naar elkaar toe zitten. A krijgt de tekeningen 1 en 2, B krijgt een paar vellen papier en een potlood. Tegen de B s zegt de leerkracht dat ze tweemaal een tekening gaan maken op aanwijzing van hun instructeur. Bij de eerste tekening mogen de B s niets zeggen of vragen. Bij de tweede tekening mogen ze dat wel. Voor elke tekening krijgt men maximum 10 minuten. Tegen de A s zegt de leerkracht dat ze minstens één minuut de tekeningen moeten bestuderen, alvorens ze beginnen met de uitleg. Na elke tekening wordt er een plenaire evaluatie gehouden. In hoeverre verschillen de resultaten van de twee tekeningen? Wat zijn de kenmerken van een duidelijke instructie? (zie bijlage 2) Opmerkingen: Gewoonlijk neemt het tweerichtingsverkeer meer tijd in beslag, maar geeft een beter resultaat en is voor de betrokkenen prettiger. Goede instructeurs zoeken vaak eerst uit, hoe de figuren in het totale vlak staan, gebruiken maatvoering die in de tekeningen is verwerkt, gebruiken meetkundige termen die de ander ook kan kennen, en zijn vindingrijk in het vinden van benamingen voor de krullen en oortjes in de tekeningen. Bovendien zijn ze methodisch en geduldig. 6.2 Theorie: Feedback geven en ontvangen Feedback betekent letterlijk terugkoppeling. Het geven van feedback is een belangrijke vaardigheid voor de leerkracht. Door middel van feedback wisselen leerkracht en leerlingen informatie uit over elkaars houding en gedrag. Daardoor is de leerling in staat zijn handelen kritisch onder de loep te nemen en zonodig aan te passen. Feedback wordt nogal eens verward met kritiek. Mensen voelen zich aangevallen of ervaren de feedback als een teken van falen. Dat is jammer. Want wie feedback ziet als een kans om te leren, bevindt zich dagelijks in een boeiende leeromgeving. Reacties op ons gedrag krijgen we immers voortdurend, verbaal en non-verbaal. De kunst is om er voor open te staan, de signalen op te pikken en te bepalen welke feedback nuttig is om te vertalen naar acties. Feedback bevordert: Werkresultaten Werkrelaties en sfeer Zelfkennis Kennis van anderen Lerend vermogen 14
19 1 Feedback geven Regels voor het geven van feedback Beschrijf gedrag dat je hebt waargenomen Voorbeeld: Niet: "Jij luisterde niet naar de reactie van Peter" Maar: "Toen Peter reageerde op jouw voorstel, zag ik dat jij naar buiten keek en je wenkbrauwen optrok." Geef aan welk effect dat op je gevoel en je gedrag heeft Voorbeeld: Niet: "Dat vind ik belachelijk." Maar: "Dat geeft mij het gevoel dat je Peter of dit gesprek niet serieus neemt. Dat ontmoedigt. " Maak de stap naar de ander Geef de ander de gelegenheid te reageren. Check of je boodschap is overgekomen en of de ander zich in jouw waarneming herkent. Voorbeeld: " Herken je dat?" " Wat vind je daarvan?" " Klopt dit volgens jou?" "Begrijp je wat ik bedoel?" Eventueel: Geef advies voor alternatief gedrag Als leerkracht is het je doelstelling het gedrag van de leerling te verbeteren. In veel gevallen is het zinvol de feedback af te sluiten met een suggestie of advies voor effectiever gedrag. Geef de ander eerst de ruimte om zelf op alternatieven te komen. Voorbeeld: " Toen Peter reageerde op jouw voorstel, zag ik dat jij naar buiten keek en je wenkbrauwen optrok. Dat geeft mij het gevoel dat je Peter of dit gesprek niet serieus neemt. Dat ontmoedigt me. Begrijp je dat? Ik had het prettiger gevonden als je Peter had aangekeken en gereageerd had op zijn voorstel. Dan had ik me uitgenodigd gevoeld om ook te reageren." 2 Feedback ontvangen Regels voor het ontvangen van feedback Het is lastig om goed om te gaan met commentaar, zo blijkt in de praktijk. We hebben de neiging ons af te sluiten voor negatieve reacties. Positief commentaar wuiven we weg of bagatelliseren we. In plenumgesprekken is het ontvangen van feedback net zo belangrijk als het geven van feedback. Doorgaans zal de leerling in de positie verkeren dat hij feedback ontvangt, maar ook de leerkracht doet er goed aan open te staan voor feedback. Luister en vraag zonodig om toelichting Wie feedback ontvangt, is gebaat bij een actieve opstelling: luisteren, samenvatten, doorvragen (LSD). Voorbeeld: " Ik begrijp dat het je stoorde toen ik naar buiten keek op een moment dat Peter me aansprak. Wanneer deed ik dat precies en hoe lang? " 15
20 Toon waardering Een gouden regel in feedback is de ander te bedanken voor zijn informatie. Dat voelt misschien wat vreemd, maar als je feedback ziet als een leerinstrument is het nog niet zo gek: de ander geeft je immers informatie waarmee jij je voordeel kunt doen. Voorbeeld: " Fijn dat je dit tegen me zegt. Ik was me niet bewust dat mijn gedrag dit effect had." Beoordeel de feedback Degene die de feedback ontvangt, beoordeelt zelf wat hij met de feedback gaat doen. Vind je de feedback terecht of onterecht? Herken je wat de ander zegt? Kun je er iets mee? Vind je de feedback een afgewogen oordeel of een losse flodder? Ga in geen geval in de verdediging. Beter is het om op zoek te gaan naar alternatieven of achterliggende redenen. Voorbeeld: Niet: "Ja maar, wat Peter zei, was oude koek." Maar: "Je zegt dat je het gevoel had dat ik Peter of het gesprek niet serieus nam." Wat had ik volgens jou moeten doen?" Doe iets met de feedback Laat de feedbackgever weten wat je met zijn commentaar doet. Als je besluit er niets mee te doen, zeg je het ook. Voorbeelden: "Ik heb gehoord wat je zei maar ik ben het niet met je eens." "Ik heb gehoord wat je zei en ik ben het met je eens. Volgende keer ga ik proberen actief te luisteren." 3 Tips voor Feedback Zorg voor een gezamenlijk belang Voor beide gesprekspartners (leerkracht en leerling) moet de feedback belang hebben. Als leerkracht wil je de ander bijvoorbeeld bewust maken van zijn uitstraling en geef je aanknopingspunten om bij te sturen of aan te scherpen. De leerling gebruikt de feedback om te leren over zichzelf, om te veranderen, om betere werkresultaten te bereiken of relaties op te bouwen. Creëer een sfeer van veiligheid Voor effectieve feedback is het nodig dat de informatie wordt uitgewisseld in een sfeer van veiligheid, respect en vertrouwen. Ontbreekt dat gevoel, dan zal de terugkoppeling alleen maar leiden tot verkeerde interpretaties, misverstanden en weerstand. Alleen als de ander zich veilig voelt, zal hij durven doorvragen en repliek durven geven. Beschrijf waargenomen gedrag Feedback gaat over gedrag dat je hebt waargenomen: gedrag dus dat objectief kan worden vastgelegd door een camera. Geen interpretaties, maar gedragingen die je met de zintuigen hebt waargenomen. Niet: "Jij was woedend." Maar: "Je zat aan de tafel. Je verhief je stem, je gezicht was rood aangelopen en je had zweetdruppeltjes op het voorhoofd. Je stond op en sloeg met de vuist op tafel." 16
21 Zorg dat de feedback actueel is Feedback werkt het beste als de tijd tussen het waargenomen gedrag en de feedback zo kort mogelijk is. Op deze manier kun je concrete voorbeelden noemen. De ander kan zich dan het gedrag herinneren. Geef ik-boodschappen Wie effectieve feedback geeft, moet weten dat ik-boodschappen beter werken dan jijboodschappen. Een jij-boodschap wijst naar de ander ("jij doet iets fout") en heeft als risico dat de ander ontkent of in de verdediging schiet. In beide gevallen leidt het de aandacht af van wat je wilt zeggen. Met een ik-boodschap houd je het bij jezelf. Als je jouw observatie beschrijft, kan de ander daar niets aan af doen. Wees specifiek en concreet Door specifiek te zijn, voorkom je misverstanden en weerstanden. Verzamel zoveel mogelijk informatie. Een handig hulpmiddel is vooraf antwoord te geven op deze vragen: Wie? (Wie doet iets? Wie waren erbij betrokken?) Wat? (Wat gebeurde er?) Waar? (Waar gebeurde het?) Wanneer? (Wanneer vond de gebeurtenis plaats? Hoe lang duurde het?) Hoe? (Hoe gebeurde het?) Geef advies Het beste is dat de leerling zélf met suggesties en ideeën komt om gedrag of houding te verbeteren. Soms is het gewenst dat de leerkracht een advies geeft. Voorbeeld "Ik zag dat je tijdens je presentatie uitsluitend op je papier keek. Dat geeft mi,j als toehoorder, het gevoel dat je het publiek niet belangrijk vindt. Als je zo nu en dan opkijkt en rondkijkt, maak je contact." Geef alleen feedback als gedrag te veranderen is Feedback heeft alleen zin als gedrag te veranderen is. Een stotteraar feedback geven op zijn verbale gedrag, heeft weinig zin als je weet dat hij vanaf zijn kindertijd stottert. Het wordt anders als je ziet dat het stotteren alleen optreedt in bepaalde situaties, dan zou de feedback zich kunnen richten op het managen van lastige situaties of omstandigheden. 6.3 Feedback oefening: als deze persoon een dier was Doel Leerlingen een andere, meer beeldende, manier van feedback geven, laten oefenen. Leerlingen tonen hoe ze intuïtieve en creatieve vaardigheden kunnen gebruiken bij het inschatten van anderen. Uitvoering De oefening wordt gebruikt als aanzet tot oefenen van feedback geven. De leerlingen gaan in een kring zitten. Eén van de leerlingen (rader) wordt naar buiten gestuurd. De anderen kiezen een andere persoon, het onderwerp, wiens identiteit door de rader moet geraden worden. De rader wordt naar binnen geroepen en moet de identiteit van het onderwerp raden door de groep voorwerp-associatievragen te stellen zoals: als deze persoon een dier was, wat voor dier zou hij zijn? (weer, boom, bloem, plant, fruit, dier, vogel, boek, muzieksoort, auto, schip, maaltijd, geur, kleur, huis, meubelstuk, vloerbedekking, tuin, ) 17
22 De klas krijgt de opdracht niet diep na te denken, maar direct te roepen als er een associatie bij hen opkomt. Als er veel ideeën zijn, moet de rader maar twee of drie associaties als aanwijzing te horen krijgen, voordat hij, zo nodig, een nieuwe voorwerpassociatie stelt. De associaties mogen niet verwijzen naar het uiterlijk van de te raden persoon, anders wordt de oefening te makkelijk voor de rader, en krijgt het onderwerp ook geen relevante feedback. De rader moet ook op zijn intuïtie afgaan en de naam van het onderwerp noemen op het moment dat hij een idee krijgt over wie het is. De rader moet zeggen waarom hij denkt dat die persoon het onderwerp is. Zelfs als het antwoord niet juist was, wordt er op deze manier feedback gegeven. Het raden moet doorgaan totdat het onderwerp geraden is. Deze ronde van de procedure wordt afgesloten door het onderwerp de kans te geven te vragen wat bepaalde associaties inhielden voor de feedbackgevers. Het onderwerp wordt vervolgens de rader, verlaat de kamer en een nieuw onderwerp wordt gekozen. Opmerkingen: de onderwerpen mogen de vragen van de rader ook beantwoorden. Het is altijd interessant om te horen wat voor ideeën naar voor komen uit de associatie van de onderwerpen zelf. De oefening wordt besloten met een korte plenaire discussie over de aard van de op deze manier verkregen feedback, de ontvankelijkheid van de leerlingen ervoor. 18
23 7 Samenwerkingsopdrachten met de nadruk op de verschillende rollen 7.1 De plastiek Opdracht voor de klas Iedereen gaat op een stuk vierkante plastiek staan. De opdracht is de plastiek op zo n manier omdraaien dat niemand de grond raakt. Iedereen moet tijdens de oefening altijd op de plastiek staan. Als iemand de grond raakt, wordt de oefening opnieuw gedaan. Oplossing: Een hoek van de plastiek omdraaien zodat er een strik ontstaat. Eén persoon gaat op het puntje van de strik staan en trekt de strik naar zich toe zodat die groter wordt. Zo ontstaat er plaats voor de volgende persoon. Moeilijkheidsgraad: De groep wordt zelf scheidsrechter. Ze bepalen zelf of ze opnieuw moeten beginnen en of ze geslaagd zijn in de opdracht. Materiaal: plastiek Als iedereen kort bij elkaar op de plastiek staat, moet er nog 1/3 plastiek over zijn. 7.2 Het spinnenweb Constructie maken Tussen twee bomen of palen die ongeveer 3 m uit elkaar staan, wordt er een spinnenweb gemaakt met sjortouw. De gaten van het web moeten groot genoeg zijn zodat er een volwassen persoon erdoor kan zonder de touwen te raken. Opdracht voor de klas Met de hele klas moeten jullie van de ene kant van het net naar de andere kant gaan. Jullie moeten door 5 verschillende gaten in het web geraken. Als iemand het touw of de palen (of de bomen) raakt - zowel iemand die helpt als iemand die door het net gaat - moet de hele klas vanaf nul opnieuw beginnen. Eens je aan de andere kant van het web geraakt bent, kan je, tijdens de opdracht niet meer terug. Wanneer de opdracht lukt (de gaten zijn niet te moeilijk en niet te gemakkelijk) is dit een prachtige opdracht omdat er een grote taakspanning hangt. Mocht de opdracht erg snel afgelopen zijn, kun je: een aantal gaten kleiner maken, iemand blinddoeken, twee personen aanduiden die tijdens de volledige opdracht hun knieën en ellebogen niet mogen plooien. Als begeleider grijp je enkel in wanneer de groep onveilige dingen plant of doet. De leerlingen van de klas zijn ook scheidsrechter. Ze moeten zelf de regels respecteren. 19
24 7.3 Het huisje Opdracht voor de klas De klas krijgt de opdracht om een huisje te vormen met een touw. Iedereen is geblinddoekt tijdens de opdracht. 1 Twee leerlingen krijgen die instructies van de opdrachtgever. 2 Die twee leerlingen lichten de groep in en samen bepalen ze hoeveel tijd ze nodig zullen hebben om de opdracht uit te voeren. 3 De opdracht wordt uitgevoerd. Enkele observatoren noteren hun bevindingen. 4 Nabespreking Materiaal touw en blinddoeken Voorwaarden: 1 Elke leerling is verantwoordelijk voor een onderdeel van het huis (hoek of kant van het huis). 2 De touwen dienen volledig gebruikt worden. 3 Blinddoeken verwijderen indien alle leerlingen akkoord zijn. 4 Startpositie van de klas bij het uitvoeren van de opdracht: in een cirkel, schouder tegen schouder met de touwen in het midden. 20
25 7.4 Vragenlijst observatoren 1 Wat vond je van de samenwerking? 2 Wat liep goed? 3 Wat liep moeilijk? 4 Vind je dat iedereen genoeg aan bod kwam? Waarom wel / niet? 5 Wie had de leiding in de groep? 6 Welke andere rollen heb je gezien? 7 Nemen de deelnemers dezelfde rol op in de klas? 7.5 Nabespreking Individueel invullen ter voorbereiding van het plenumgesprek 1 Wat vond je van de samenwerkingsopdracht? 2 Wat liep er goed, waar ben je tevreden over? 3 Wat liep er mis, waar ben je niet tevreden over? 4 Vind je dat jezelf genoeg aan bod bent gekomen? 5 Waarom wel/niet? 6 Wie had er bij het begin van de opdracht de leiding in de klas? 7 Wie had er tijdens en op het einde van de opdracht de leiding in de klas, 8 Waren de personen die nu de leiding hadden dezelfde personen als diegenen die in de klas de leiding hebben? Plenum Vragen 1 en 2 per leerling bespreken. Wat vond je van jezelf tijdens deze samenwerkingsopdracht? Antwoord toetsen bij de medeleerlingen: Wat het je X zien doen? Hoe kwam dat over? De ontvangen feedback en leerpunten voor de volgende opdracht noteert de leerling in zijn schema (zie pagina 5-9). Vraag voor de klas. Welke aandachtspunten nemen we mee voor de klas, Dit doen we al goed Hierin kunnen we nog verbeteren 21
26 22
27 8 Ondersteunende activiteiten en theorie 8.1 Theorie Stad van Axen De axenroos van Nand Cuvelier biedt een bijzonder waardevol oriënteringskader bij relaties. Het geeft een eenvoudige en toch volledige kijk op wat mensen als daden kunnen verrichten tegenover elkaar. Mensen krijgen een betere kijk op het eigen functioneren. 1 De 6 relatiewijzen De axenroos verdeelt alle mogelijke houdingen die mensen tegenover elkaar kunnen aannemen in zes sectoren. Deze worden schematisch voorgesteld op de axenroos. De drie relatiewijzen in het bovenste deel van de axenroos horen bij mensen die over iets beschikken (aanvallen, houden, aanbieden/geven). De relatiewijzen in het onderste deel hebben te maken met niet bezitten (weerstaan, ondergaan, aannemen/vragen). HOUDEN AANVECHTEN WEERSTAAN GEVEN AANBIEDEN AANNEMEN VRAGEN LOSSEN In het linkergebied situeren zich handelingen die zich tegen iets richten (aanvallen, weerstaan). In het rechtergebied vindt men twee relatiewijzen waarbij samen iets gebeurt (aanbieden/geven, aannemen/vragen). De relatiewijzen onder en boven hebben betrekking op wat naast elkaar gebeurt (houden, lossen). 2 De inzet van de uitwisseling Wat er zich in de relatie tussen mensen voordoet, kan opgevat worden als een uitwisseling van materiele en immateriële goederen. Zes verschillende domeinen kunnen de inzet zijn van de interactie: bijzijn (je lichamelijke aanwezigheid) de persoon (eigenschappen en kwaliteiten die je wilt laten zien) goederen (materiele goederen) diensten (ik doe iets om jou te helpen) informatie (mededeling, nieuws, tips, inlichtingen, ) richtlijnen (voorstellen over hoe je iets het best doet, wat je mag, wat je moet, hoe iets in elkaar steekt) 23
28 3 De communicatiekanalen Dit zijn de verschillende kanalen waarmee je een interactie tot stand kunt brengen. Woorden maar ook gebaren, lichaamstaal, intonatie spelen een belangrijke rol bij uitwisselingen. We weten allemaal dat een ja op veel manieren uitgesproken kan worden en wel eens als een neen gehoord wordt. Een gebalde vuist of een schouderklopje hebben soms meer effect dan een lang betoog. 4 De tien relatiewijzen van de axenroos Alle relatiewijzen of rollen zijn nodig in een samenwerking om tot een goed en bevredigend resultaat te komen. Dit wil zeggen dat geen enkele rol negatief is. 9 HOUDEN 5 LEIDEN 3 ZORGEN Confrontatie & Conflict 7 AANVECHTEN 8 WEERSTAAN 1 ZICH PRESENT STELLEN 2 WAARDEREN Harmonische wisselwerking 4 GENIETEN 6 VOLGEN 10 LOSSEN GEVEN Leeuw: leiding geven Bevelen, raad geven, uitleg geven, richtlijnen geven, nieuws geven, tips geven, suggesties geven, advies geven, babbelen, wetenswaardigheden doorvertellen, de woordvoerder, raadgever, initiatiefnemer. Iemand die erg open is, veel durft. Een bindfiguur voor de groep. Soms ook baasspeler, opdrachten geven, regels stellen, normen doorgeven, nieuws doorgeven, tips geven. Bever: zorg geven Bemoederen, iemand een dienst verlenen (helpen aan de vaat), iemand een voorwerp geven (trakteren, vuurtje geven, ), zorg dragen voor de anderen, hulp bieden, dienstbetoon, helpen, Pauw: zich tonen, persoon geven Over zichzelf vertellen, getuigen, op de voorgrond treden, op het podium gaan staan, eigen ideeën verwoorden, kontakten leggen, persoonlijke belevenissen vertellen, nabijheid, vertellen over eigen voorkomen en karakteristieken. 24
29 VRAGEN OF NEMEN Wasbeer: opkijken naar Iemand een pluim geven, bewonderen, appreciëren, luisteren naar, aandacht geven, uitnodigend, ontvangend, iedereen aanvaarden, Poes: genieten, zorg aannemen Zich laten verzorgen, genieten van het vertroeteld worden, bedanken voor zorg, een geschenk aannemen, graag krijgen, ervan genieten, Kameel: aannemen van leiding, erom vragen Gehoorzaam zijn, volgzaam zijn, raad of advies vragen, zich schikken naar, luisteren, waarnemen, integreren, meegaand zijn, groot aanpassings-vermogen, schikt zich naar de groep, gemakkelijk type dat niet graag ruzie krijgt ONDERGAAN - LOSLATEN Schildpad Iemand die vlug wegkruipt achter zijn dik schild, naar zijn veilige plek, is vlug onzeker, zal zich snel terugtrekken, contact ontwijken, loslaten, twijfelen, greep verliezen, WEERSTAND BIEDEN Steenbok De koppige, eigen terrein afbakenen, afwijzen, neen zeggen, tegen aanbod zich verdedigen, protesteren, zich verzetten, niet aanvaarden, weigeren, met sterke eigen ideeën AANVECHTEN Havik Eerder het aanvallende type, gaat tegen de leeuw in. Heeft veel kritiek en geeft die ook, iemand met een sterke persoonlijkheid die durft tegenwicht te zijn, de oppositie, wegduwen, onjuistheden bewijzen, vernietigen, zich ergens binnenwringen, op waarheid toetsen, de vinger op de wond leggen, kritisch beoordelen, confronteren. HOUDEN Uil Houd zich eerder afzijdig, laat zich niet beïnvloeden door de groep. Een eigen persoonlijkheid. Doordat hij zich niet laat kennen, kan hij heel bepalend zijn in de groep. Kan een geheim houden, geen regels stellen, ontwijken, zwijgen, zich er boven stellen, de batterij opladen, zich sluiten. 25
30 8.2 Oefening stad van Axen Zo doe ik. (kijk naar jezelf) De kaartjes worden gelegd in de volgorde: bijna nooit heel weinig - weinig regelmatig veel heel dikwijls. De leerling kiest dus 6 van de 10 dieren. Bijna nooit ligt het verst van je af, heel dikwijls het dichts bij. Dit vormt de basis voor het gesprek: waar sta ik in deze klas op dit moment? ik geniet, ik bedank ik vraag om te helpen, om zorg ik laat me helpen en verzorgen poes Ik volg en doe goed mee ik vraag uitleg ik neem raad en regels serieus kameel ik laat zien wie ik ben ik vertel hoe ik me voel ik heb graag dat iedereen ziet dat ik er ben pauw ik geef raad en doe voorstellen ik geef aanwijzingen en opdrachten ik leg uit, vertel en geef informatie leeuw ik zeg het als ik iets niet goed vind ik protesteer tegen onrechtvaardige situaties ik kan neen zeggen tegen iets dat me aangeboden wordt steenbok ik onderzoek of iets wel waar of eerlijk is ik wijs anderen op hun fouten ik aanvaard niet zomaar gelijk welke opdracht havik ik trek me wat terug ik laat me niet zo kennen, ik zwijg liever ik neem geen leiding uil ik nodig anderen uit ik vraag wat de andere ervan denkt en geef aandacht ik moedig anderen aan wasbeer ik laat hetgeen om mij gebeurt los ik druk mijn onzekerheid uit ik vraag tijd om na te denken voor een beslissing schildpad ik help iemand die het moeilijk heeft met iets ik zorg, ik deel ik geeft, leen iets uit bever 26
31 Nabespreking in plenum: Per leerling worden de volgende vragen besproken: In welk dier herken jij je het beste in de context van deze klas? Herkennen de medeleerlingen je in dat dier? Welke dier wil je meer in de klas zijn? Welke tips kunnen de medeleerlingen geven in het oefenen van gedragingen die bij dat dier passen? 27
32 28
33 9 Integratieoefening: Bij de Derdianen Materiaal Papier, 1 schaar, 1 liniaal, lijm, potlood Voorbereiding/uitvoering De samenwerkingsopdracht wordt in het kort voorgesteld: Een groep ingenieurs wordt naar Derdia uitgezonden. Hun taak: binnen een kort tijdsbestek met behulp van de autochtonen een brug bouwen. Nu volgt de indeling in een groep experts en een groep Derdianen. De groep ingenieurs moet ongeveer een derde zijn van de totale groep, dus bijv. 4 van 12. Bij een zeer grote groep kunnen ook enkele deelnemers de rol van waarnemer voor hun rekening nemen. Beide groepen krijgen nu uitvoerige gedragsaanwijzingen en gaan daarvoor naar verschillende ruimtes. De waarnemers trekken zich terug met de samenwerkingsopdracht-leiding en bepalen voor zichzelf enkele taken. 1e stap De groep van de Derdianen heeft nu 15 minuten de tijd om de rollen in te lezen en zich daarbij wat voor te stellen. Zij worden aangemoedigd de aanwijzingen zo onspectaculair mogelijk en natuurlijk te spelen. En wel zo, alsof ze nooit anders hebben gedaan. Ondertussen lezen ook de experts hun taken en overleggen hoe ze te werk zullen gaan. 2e stap De Derdianen krijgen nog eens 15 minuten de tijd om hun gedrag een beetje te oefenen. Ondertussen krijgen ze 2 minuten lang bezoek van 2 experts die hun gedrag bestuderen. Er wordt daarbij niet gesproken. Terwijl de Derdianen verder oefenen, beraadslagen de experts over hetgeen ze gezien hebben. 3e stap De eigenlijke bouwfase begint. De experts arriveren en proberen hun opdracht uit te voeren. 30 minuten bouwtijd is gepland. De tijd kan af en toe worden doorgegeven om de druk nog iets te verhogen. 4e stap Nadat de tijd afgelopen is, trekken de groepen zich terug, elk in een ander deel van de ruimte om de ervaringen te evalueren met de volgende richtvragen. Discussiehulp/evaluatie Hoe voelde iedereen zich in zijn gespeelde rol? Hoe reageerden de ingenieurs op de tijdsdruk? Hoe werden de conflicten opgelost? Wie voelde zich de meerdere / de mindere? 5e stap Nabespreking in het plenum aan de hand van bovengenoemde vragen en de vragen gesteld in punt 5.5 en 7.5. Aanwijzingen voor het team van experts Situatie U bent lid van een internationaal team van experts. In een ontwikkelingsland moet u een brug bouwen. Deze brug is voor beide partijen belangrijk: enerzijds voor de experts en anderzijds voor de Derdianen, die tot nog toe grote omwegen moesten maken. 29
34 U staat onder druk van uw werkgever. De verlenging van uw contract is afhankelijk van het tijdig leveren van de brug. Dit ontwikkelingsproject moet de inwoners niet een afgewerkte brug ter beschikking stellen, maar ze leren bruggen te bouwen. In Derdia zijn er nog heel wat rivieren te overbruggen. Met de regering werd afgesproken dat de Derdianen gedurende de bouw van de brug voedsel krijgen. Aanwijzingen voor de constructie Voor het optrekken van de brug mag slechts het ter beschikking gestelde materiaal worden gebruikt. De brug moet een zo groot mogelijke spanwijdte (ca. 60 cm) en een zo groot mogelijke stabiliteit (minstens 1 liniaal) hebben. De spanwijdte wordt aan het einde van het samenwerkingsopdracht gemeten door de brug te plaatsen over een ruimte tussen 2 tafels. De stabiliteit moet het gewicht van een liniaal kunnen dragen. De brug moet uit papierstroken met een breedte van 4 cm bestaan. Ze kunnen naar believen worden gevouwen, gekleefd, geknipt,... Iedere strook moet met een liniaal en een potlood getekend en vervolgens geknipt worden. In totaal mag de bouw van een brug niet langer dan 30 minuten duren. Het verloop Je hebt 20 minuten tijd om de instructies te lezen en de manier van werken te bepalen Dan stuur je twee leden erop uit om de Derdianen gedurende 2 minuten te observeren respectievelijk met hen contact op te nemen. Tenslotte blijven er nog 8 minuten om de ervaringen van de twee leden in de groep te evalueren. Nu begint de bouwtijd van 30 minuten Aansluitend daaraan moet ieder afzonderlijk nadenken, hoe het hem of haar vergaan is en hoe zij de Derdianen en de andere leden van het team m.b.t. de prestatie, de sociale omgang en motivatie hebben ervaren. Aanwijzingen voor de Derdianen Situatie Je bent de bewoner van het dorp Derdia. Binnenkort zal een buitenlands team van experts bij jullie aankomen. Zij zullen jullie tonen, hoe men een brug bouwt. Deze brug is zeer belangrijk voor jullie, want dankzij deze brug zullen jullie via een kortere weg naar het volgende dorp kunnen gaan. Met het gebruik van de noodzakelijke werktuigen (schaar, papier, lat, lijm en potlood) zijn jullie vertrouwd. Maar met de techniek om de brug te bouwen zijn jullie niet vertrouwd. Bovendien beschikken jullie niet over het materiaal. Ook hiervoor zijn jullie op de hulp van de experts aangewezen. De bouw van de brug is echt heel belangrijk voor jullie. Bovendien ontvangen jullie gedurende de duur van de bouw levensmiddelen. Dit laatste is echter voor jullie bijkomstig. De sociale omgang lichaamscontact: Derdiaanen raken elkaar graag en dikwijls aan. Wanneer zij met elkaar spreken, raken zij mekaar altijd aan. Ook wanneer zij aan elkaar voorbijgaan, raken zij mekaar kort aan. De aanraking eindigt meestal met een kort klopje. Iemand niet aanraken, betekent: ik heb je niet zo graag. groeten: de traditionele groet is een kus op de schouder, waaruit een echte ceremonie ontstaat: wie ermee begint, kust de andere op de rechterschouder en wordt op zijn beurt dan weer gekust op de linkerschouder. Dit gebeurt niet gelijktijdig, wel na elkaar. Iedere andere vorm van groeten is een belediging. Op een dergelijke begroeting reageren de Derdianen met een vloed van beledigingen, die aangeven dat er voor een 30
35 dergelijk handelen geen reden, noch een verontschuldiging is. Een Derdiaan met een handdruk willen begroeten, is eveneens een belediging. taal: het woord neen kent een Derdiaan niet. Zelfs wanneer nee bedoeld is, wordt altijd ja gezegd. Wanneer Derdianen ja zeggen en daarbij nadrukkelijk met het hoofd schudden, bedoelen ze nee. Dit moet worden geoefend! werkhouding: Derdianen raken elkaar aan bij het werk zoals bij een communicatieve situatie. Ze doen evenwel moeite om elkaar bij het werk niet te storen. Alle Derdianen weten hoe met papier, potlood, schaar en lijm juist om te gaan. Maar scharen worden als mannelijk werktuig beschouwd, potloden en latten als vrouwelijk. De lijm is noch mannelijk, noch vrouwelijk en wordt dus door beide geslachten gebruikt. De respectieve werktuigen zijn voor het andere geslacht taboe d.i. in hun aanwezigheid worden mannelijke of vrouwelijke werktuigen niet aangeraakt. contact met vreemden: Derdianen zijn altijd vriendelijk voor vreemden. Ze zijn trots op henzelf en hun cultuur. Zij weten echter dat ze de brug zonder hulp van vreemden nooit zullen kunnen bouwen. Toch beschouwen ze de andere cultuur niet als soeverein. Ze verwachten dat de vreemden zich overeenkomstig de zeden en gewoonten van Derdia gedragen. Hun eigen gedrag is voor hen zo vanzelfsprekend dat ze het t.a.v. de vreemden niet kunnen uitleggen. Bovendien zal een mannelijke Derdiaan nooit contact opnemen met een vreemde man, indien deze hem niet door een vrouw (vrouwelijke Derdiaan of expert) wordt voorgesteld. Het verloop Je hebt eerst 15 minuten tijd om de instructies te lezen en te oefenen. Dan moet je 15 minuten de tijd nemen om het totale gedrag van de Derdianen te oefenen. 5 minuten na het begin zal je gedurende 2 minuten bezoek krijgen van twee leden van de groep experts. Tijdens dit bezoek moet je jouw gedrag oefenen, zonder daarbij te spreken. Na deze oefentijd van 30 minuten, begint de bouwfase van 30 minuten. 31
36 Bronnen Diakonisches Werk Württemberg, Arbeitskreis Interkulturelles Lernen (Hg.): Trainings- und Methodenhandbuch. Bausteine zur interkulturellen Öffnung. Stuttgart 2001 Stad van Axen, Gids bij menselijke relaties, Ferdinand Cuvelier, Pelckmans, 2004 Training als beroep, Sociale en interculturele vaardigheden, F.R. Oomkes, Uitgeverij Boom, Amsterdam,
Reflectiegesprekken met kinderen
Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen
Methodieken en werkvormen Module 7: Motivatietechniekene en groepsproces - Balkenspel
Methodieken en werkvormen Module 7: Motivatietechniekene en groepsproces - Balkenspel Maker: Steunpunt Overijssel Functie: - Datum van productie: - Module 7 Motivatietechnieken en groepsproces Leeftijd:
Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar
DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht
Feedback geven en ontvangen
Feedback geven en ontvangen 1 Inleiding In het begeleiden van studenten zul je regelmatig feedback moeten geven en ontvangen: feedback is onmisbaar in de samenwerking. Je moet zo nu en dan kunnen zeggen
Feedback ontvangen. Feedback ontvangen is moeilijk. Hoe gaan we om met feedback?
2 7 Feedback ontvangen Feedback kun je zien als een cadeau. Je kunt het aannemen, uitpakken en er je voordeel mee doen. Of je neemt het cadeau aan, bedankt de gever en legt het vervolgens in een kast om
Sociale vaardigheden AXENROOS
De Toverboom Basisschool Sociale vaardigheden AXENROOS Waarom axenroos? Kinderen helpen begeleiden bij het ontwikkelen van relaties Kinderen leren bewuster omgaan met hun gedragingen Schematische voorstelling
Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf
Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend
Doel van deze presentatie is
Doel van deze presentatie is Oplossingsgericht? Sjoemelen? Evaluatie van de praktische oefening. Verbetersuggesties qua oplossingsgerichtheid (niet met betrekking tot de inhoud van de gebruikte materialen)
SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL
SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL Bij werken, zowel betaald als vrijwillig, hoort leiding krijgen of leiding geven. De vraag wat effectief leiderschap is houdt dan ook veel mensen bezig. De meningen hierover
Axenroos. Sociale vaardigheden aanleren doe je niet zomaar van vandaag op morgen.
Axenroos Sociale vaardigheden aanleren doe je niet zomaar van vandaag op morgen. Sociale vaardigheden aanleren, doe je niet zomaar van vandaag op morgen. Het is een langzaam-aan-actie. Het is ook geen
Feedback. Wat is feedback?
Feedback Wat is feedback? Letterlijk vertaald is feedback terugvoeding. Het is het proces waarin informatie teruggevoerd wordt in een informatieverwerkend systeem, in dit geval de mens. Als het om mensen
Verbindingsactietraining
Verbindingsactietraining Vaardigheden Open vragen stellen Luisteren Samenvatten Doorvragen Herformuleren Lichaamstaal laten zien Afkoelen Stappen Werkafspraken Vertellen Voelen Willen Samen Oplossen Afspraken
Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School
Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School Blok 3 Blok 3: We hebben oor voor elkaar Blok 3: Algemeen: In dit blok stimuleren we de kinderen om oor voor elkaar te hebben. De lessen gaan over communicatie, over praten
Communicatie op de werkvloer
Communicatie op de werkvloer Voor een goede communicatie op de werkvloer is het noodzakelijk dat we letterlijk dezelfde taal spreken. Een goede kennis van het vakjargon is dan ook erg belangrijk. Net zo
Luisteren en samenvatten
Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister
OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID
OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID Beleid is alleen nodig als je iets gaat veranderen. INLEIDING Het beleid van een organisatie bepaalt hoe je moet werken en wat de bestuurders belangrijk vinden. Dat beleid
Feedback. in hapklare brokken
Feedback in hapklare brokken Jan van Baardewijk Zorgteamtrainer Op zorgteamtraining.nl is de meest recente versie van feedback gratis beschikbaar. Mocht je willen weten of je de meest recente versie hebt,
Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W
Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument
Blok 3. Gesprekstechnieken, 2 uur
Blok 3. Gesprekstechnieken, 2 uur Wat is communicatie LSD (luisteren, samenvatten en doorvragen) Open vragen stellen Waarderend gesprek Hoe geef je feedback (doorlopend proces) Oefenen d.m.v. rollenspellen
Feedback Project Ergonomisch Ontwerpen
Feedback Project Ergonomisch Ontwerpen Competenties Sociaal en communicatief functioneren (P9) Initiatief (P10) Reflectie (P11) Afgelopen module heb je met een groepje gewerkt aan je project. In week 7
Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport
Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?
Onderhandelen en afspraken maken
OPDRACHTFORMULIER Onderhandelen en afspraken maken Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met medestudenten of je docent.
GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:
AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier in meervoud. - Gebruik je hoofdletters op een
Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS)
Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Stel dat dat (te grote wonder) gebeurt, ik betwijfel of dat zal gebeuren, maar stel je voor dat, wat zou je dan doen dat je nu niet doet? (p36)
Gesprekskaarten pedagogisch handelen
Gesprekskaarten pedagogisch handelen Samenwerkingsproject Samen Opleiden tussen Peel en Maas en Dommel en Aa Themagroep Pedagogisch Handelen kaarten.indd 1 28-01-17 19:17 kaarten.indd 2 28-01-17 19:17
J L. Nordwin College Competentiemeter MBO - 21st Century & Green Skills. Vaardigheden Gedragsindicatoren. 21st Century Skill - -
Nordwin College Competentiemeter MBO - 21st Century & Green Skills 21st Century Skill Jouw talent Vaardigheden Gedragsindicatoren J L Ik weet wat ik wil Ik weet wat ik kan Ik ga na waarom iets mij interesseert
POENS.NL. Onomatopeespel. Spelvarianten deel 1. Onomatopeespel - spelvarianten deel 1 - www.poens.nl - Jeroen Knevel
POENS.NL Onomatopeespel Spelvarianten deel 1 1 Onomatopee Het auditief beeld als expressief coaching instrument Jezelf beter leren kennen, de ander beter leren kennen, beter zicht krijgen op het samenwerken,
Stap 6. Stap 6: Deel 1. Changes only take place through action Dalai Lama. Wat ga je doen?
Stap 6. Changes only take place through action Dalai Lama Wat ga je doen? Jullie hebben een ACTiePlan voor het experiment gemaakt. Dat betekent dat je een nieuwe rol en andere ACTies gaat uitproberen dan
Luisteren, doorvragen en feedback geven
Luisteren, doorvragen en feedback geven Rogier Guns P-GIS 23 April 2007 Doelstelling presentatie LSD methode Actief Luisteren Doorvragen Feedback geven Let op: Sommige technieken lijken (theoretisch) heel
Knabbel en Babbeltijd.
Knabbel en Babbeltijd. (zorg ervoor dat je deze papieren goed leest, uitprint en meeneemt naar de VBW) Het thema van deze VBW-week is Zeesterren. Het thema is de titel van de week (dus geen kreet of korte
4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.
4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,
Inleiding 2. Wie is Christine? 4. Tip 1: Houd het doel van feedback voor ogen 5. Tip 2: Richt feedback op gedrag, niet op de persoon 6
Inhoudsopgave Inleiding 2 Wie is Christine? 4 Tip 1: Houd het doel van feedback voor ogen 5 Tip 2: Richt feedback op gedrag, niet op de persoon 6 Tip 3: Geef feedback over uw waarneming en vermijd interpretaties
Omgaan met klachten volgens de BOOS-formule
Omgaan met klachten volgens de BOOS-formule Een klacht is een kans. Wanneer een klant de moeite neemt om zijn onvrede te laten blijken, biedt dat je de mogelijkheid de klant alsnog tevreden te stellen
Les 17 Zo zeg je dat (niet)
Blok 3 We hebben oor voor elkaar les 17 Les 17 Zo zeg je dat (niet) Doel blok 3: Leskern: Woordenschat: Materialen: Leerlingen leren belangrijke communicatieve vaardigheden, zoals verplaatsen in het gezichtspunt
Feedback geven en confronteren
Feedback geven en confronteren Masterclass Hans van Oosten Definitie feedback Feedback is wat je anderen teruggeeft over hoe zij op jou overkomen (hun communicatie, hun gedrag), hoe dit door jou geïnterpreteerd
MANIEREN OM MET OUDERPARTICIPATIE OM TE GAAN
Blijf kalm; Verzeker je ervan dat je de juiste persoon aan de lijn hebt; Zeg duidelijk wie je bent en wat je functie is; Leg uit waarom je belt; Geef duidelijke en nauwkeurige informatie en vertel hoe
Behandel een kind zoals die is, en het zal zo blijven. Behandel het kind zoals het kan zijn, en het zal zo worden.
Het Kindgesprek. Behandel een kind zoals die is, en het zal zo blijven. Behandel het kind zoals het kan zijn, en het zal zo worden. 1 Inleiding. Door gesprekken met kinderen te voeren willen we de betrokkenheid
Aan de slag blijven. Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud
Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud Jezelf presenteren De medewerker moet zichzelf goed presenteren. Bijvoorbeeld door er schoon en verzorgd uit te zien. Zo laat hij/zij een goede indruk
Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week
onderbouw Les 1 Online Dit ben ik! Besef van jezelf Forming Ik kan mezelf voorstellen aan een ander. Ken je iemand nog niet? Vertel hoe je heet. Les 2 Online Hoe spreken we dit af? Keuzes maken Norming
[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster
[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster! Hoofdzaken Ster Copyright EffectenSter BV 2014 Hoofdzaken Ster SOCIALE VAARDIGHEDEN VERSLAVING DOELEN EN MOTIVATIE 10 9 8 10 9 8 7 6 4 3 2 1 7 6 4 3 2 1 10 9
Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode
Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode Tijdens sollicitatiegesprekken wil je zo snel en zo goed mogelijk een kandidaat voor een openstaande functie selecteren. De STAR vragenmethode is een gedegen
Inhoud Voor de leerling Voor de leraar Algemeen
Vogel ABC Inhoud Voor de leerling... 2 Inleiding... 2 Aanpak... 2 Opdracht... 3 Evaluatie-formulier (groep 3-4)... 4 Voor de leraar... 5 Instructie en feedback... 5 Verbinding met hele groep... 5 Beoordeling...
Een beestig leuk jaar.
Een beestig leuk jaar. Op bezoek in onze school: De leeuw, de schildpad, de steenbok, de bever, de poes, de pauw, de havik, de kameel, de wasbeer, de uil, Deze dieren zijn een middel om sociale vaardigheden
INFORMATIE VOOR DE TABAKOLOOG BEGELEIDER VAN DE STAGE TABAKOLOGIE
INFORMATIE VOOR DE TABAKOLOOG BEGELEIDER VAN DE STAGE TABAKOLOGIE Prof. S. Schol,VRGT, 2012 1. INLEIDING Na 10 jaren cursus tabakologie en evenveel evaluaties van cursisten was vooral de vraag naar meer
GEVEN EN ONTVANGEN VAN FEEDBACK
GEVEN EN ONTVANGEN VAN FEEDBACK De manier waarop je met collega s omgaat, roept effecten op bij hen. De manier waarop je je gedraagt, dingen zegt, doet of juist laat, maakt dus op anderen een bepaalde
Reflecteren met kinderen; leren door vragen Yvonne Kleefkens en José van Loo
Reflecteren met kinderen; leren door vragen Yvonne Kleefkens en José van Loo Jonge kinderen denken graag na over de wereld. Dat uit zich al heel vroeg in bijvoorbeeld de vragen die ze stellen: waarom,
Uitdeler Basisspelvormen voor een touw
Uitdeler Basisspelvormen voor een touw Naar de andere kant Span een touw op 1 meter hoogte of gebruik 2 mensen om het touw vast te houden. De groep staat aan een kant van het touw, hand in hand. Opdracht:
Spelregels voor de kaarten Beroepskwaliteiten en Leerpunten. Het Beroepskwaliteitenspel
Het Beroepskwaliteitenspel Het Beroepskwaliteitenspel is een leermiddel voor de loopbaanoriëntatie van mensen in de leeftijd van twaalf jaar en ouder. Het spel heeft als doel de speler bewust te maken
Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie
Leerkrachtinformatie (dubbele les) Lesduur: 2 x 50 minuten (klassikaal) Introductie van de activiteit 1. Deze klassikale les bestaat uit twee delen: Voorbereiding Uitvoering voorbereiding Lesduur: 50 minuten
- Leerlijn Leren leren - CED groep. Leerlijn Leren leren CED groep
Leerlijn Leren leren CED groep 1 1. Taakaanpak Leerlijn leren leren CED groep Groep 1 a. Luistert en kijkt naar de uitleg van een opdracht in een één op één situatie b. Wijst aan waar hij moet beginnen
Effectieve samenwerking: werken in driehoeken
Effectieve samenwerking: werken in driehoeken Werken in driehoeken is een wijze van samenwerking die in elke organisatie, projectteam en netwerk mogelijk is. Het maakt dat we kunnen werken vanuit een heldere
Speak up! Wat is JA en wat NEE?
Les 3 Speak up! Wat is JA en wat NEE? Deze derde les gaat over het leren inzien en uitspreken van je wensen en grenzen bij intimiteit en seks. Hoe zorg je dat het leuk is en blijft? Het belangrijkste daarbij
Workshop communicatie
Workshop communicatie Feedback is collegiale ondersteuning of toch niet? Wat wil de beroepsvereniging betekenen voor Verzorgenden en Verpleegkundigen? Wij willen onze beroepsgroepen in staat stellen hun
Ken jezelf, dan leer je de ander beter kennen!
Ken jezelf, dan leer je de ander beter kennen! Workshop NEVI Inkoopdag, 25 juni 2015 Joost van Eijk Remco Kramers Agenda Even voorstellen Wat is Het NIC? Wat zijn jullie verwachtingen? Jouw grondhouding
RIJMENDE DIEREN VAN DE AXENROOS
RIJMENDE DIEREN VAN DE AXENROOS Leuke, leerzame en ludieke Buikspreekshow van Aarnoud Agricola www.goochelaar.biz AARNOUD AGRICOLA, buikspreker en goochelaar Keizerstraat 37 3512 EA Utrecht 06-39 48 93
Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers
Praten over boeken in de klas Het vragenspel van idan hambers We weten pas wat we denken als we het onszelf horen zeggen. (idan hambers). Elk individu, kind en volwassene, beleeft een tekst op geheel eigen
FEEDBACK GEVEN IN ZELFSTURENDE TEAMS. Yvette Paludanus
FEEDBACK GEVEN IN ZELFSTURENDE TEAMS Yvette Paludanus 2 Dit boekje is tot stand gekomen dankzij de vragen en verhalen van medewerkers in de zorg. Wil je een exemplaar van dit boekje bestellen? Wil je begeleiding
De Drakendokter: Gideon
De Drakendokter: Gideon Om hulp vragen Vervolgverhalen Groep 5 en 6 (SO en SBO) Overzicht De opdrachten zijn het leukst om te doen, als het hele boek in de klas is voorgelezen. Dit kan door elke dag in
Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A
Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Thema 12: Het vinden van werk c: Kiezen en solliciteren naar passende stageplek Thema 1 Introles De leerling oriënteert zich op
Deel 12/12. Ontdek die ene aanpak waarmee je al je problemen oplost
Beantwoord eerst de volgende vragen: 1. Welke inzichten heb je gekregen n.a.v. het vorige deel en de oefeningen die je hebt gedaan? 2. Wat heb je er in de praktijk mee gedaan? 3. Wat was het effect op
Feedback is een mededeling aan iemand die hem informatie geeft over hoe zijn gedrag wordt waargenomen, begrepen en ervaren.
FEEDBACK WAT IS FEEDBACK EIGENLIJK? Feedback is een mededeling aan iemand die hem informatie geeft over hoe zijn gedrag wordt waargenomen, begrepen en ervaren. Hiermee is feedback een belangrijk middel
Lesbrief bij Mijn broer is een boef van Netty van Kaathoven voor groep 7 en 8
Lesbrief bij Mijn broer is een boef van Netty van Kaathoven voor groep 7 en 8 Inhoud van deze lesbrief - Thema s in het boek - Lesopzet - Doel van de les - Uitwerking - Bijlage: opdrachtenblad Thema s
Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.
Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me
150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft!
150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! Scott de Jong http://www.positiefleren.nl - 1 - Je leest op dit moment versie 2.0 van het Ebook: 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft.
PREVENTIEPLAN PESTBELEID
PREVENTIEPLAN PESTBELEID Waar kinderen samen zijn wordt geplaagd, wordt wel eens gepest. Pesten komt helaas op iedere school voor. Het is een probleem dat zich niet gemakkelijk laat oplossen. Pesten speelt
Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Prentenboeken: Les 10: Hoe zeg ik nee. Lesoverzicht. Basis
Les 10: Hoe zeg ik nee Lesoverzicht Lesdoelen: Kinderen weten het verschil tussen prettige en onprettige situaties en kunnen deze herkennen. Kinderen weten dat ze onprettige aanrakingen mogen weigeren.
OPBOUW ZELFSTANDIGE BASISHOUDING BIJ KINDEREN
OPBOUW ZELFSTANDIGE BASISHOUDING BIJ KINDEREN Afspraak 1. Maak samen met de kinderen afspraken over wat zelfstandig gedaan mag worden met betrekking tot naar de wc gaan, handen wassen, drinken, eten, de
6.2.1 Dealen met afleiding onderweg
Stap 6: Deel 2 6.2.1 Dealen met afleiding onderweg In het tweede deel van jullie experiment ga je verder met het ondernemen van ACTies die je met de anderen hebt afgesproken te doen. Daarnaast krijg je
Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1
Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1 De manier waarop je met elkaar omgaat en hoe je met elkaar in gesprek gaat is belangrijk in het dagelijks werk. Het helpt je elkaar beter te begrijpen
Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.
Bijlage 11 Voorbeeld informatie VHT: Bouwstenen voor geslaagd contact Informatie Video - hometraining Belangrijke begrippen initiatieven herkennen volgen ontvangstbevestiging beurt verdelen leidinggeven
Afgesproken verdeling van de boeken over de groepen
DE KANJERTRAINING. Op de Jozefschool wordt er in alle groepen kanjertraining gegeven. Alle leerkrachten zijn gecertificeerd. Doel van de Kanjertraining? Deze werkwijze biedt lln. kapstokken aan om beter
Competenties De Fontein
Competenties De Fontein We werken met de volgende 4 competenties: 1. Verantwoordelijkheid 2. Samenwerken 3. Organisatie en planning, zelfstandigheid 4. Motivatie - In klas 1 wordt gewerkt aan de volgende
Het houden van een spreekbeurt
Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat
E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER
E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER INLEIDING Het geven van feedback is een kunst. Het is iets anders dan het uiten van kritiek. Het verschil tussen beide ligt in de intentie. Bij
Een stagiaire instrueren en begeleiden bij het uitvoeren van leeractiviteiten en werkzaamheden
1 1 1 1 1 0 1 0 1 0 1 0 Opdrachtformulier Een stagiaire instrueren en begeleiden bij het uitvoeren van leeractiviteiten en werkzaamheden Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid
competenties en voorbeeldvragen
competenties en voorbeeldvragen 1 Aanpassingsvermogen Blijft doelmatig handelen door zich aan te passen aan een veranderende omgeving of veranderende taken, andere vakgebieden of verantwoordelijkheden
Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling
8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen
Uitwerking workshop Creatief reflecteren met kinderen
Uitwerking workshop Creatief reflecteren met kinderen 4 november 2011 NJPV Conferentie door Welmoed Lockefeer Onderwijs Maak Je Samen Waarom reflecteren met kinderen? Roepvraag met hele groep, bij aanvang
Begeleiding van leerlingen
Begeleiding van leerlingen Doel Voorbeelden aanreiken van de wijze waarop begeleiding vorm kan krijgen. Soort instrument Voorbeelden Te gebruiken in de fase Uitvoeren Beoogde activiteit in de school Het
Begaafde leerlingen komen er vanzelf... Implementatie van een verandering van de pedagogische beroepspraktijk op basis van praktijkgericht onderzoek.
Begaafde leerlingen komen er vanzelf... toch? Implementatie van een verandering van de pedagogische beroepspraktijk op basis van praktijkgericht onderzoek. Teambijeenkomsten Anneke Gielis Begaafde leerlingen
Het functioneringsgesprek
Het functioneringsgesprek Gewoon betrokken Werknemer Het functioneringsgesprek Gewoon betrokken Inhoudsopgave Inleiding... 5 Wat is een functioneringsgesprek?... 7 Waarom is een functioneringsgesprek
Verwerkingsopdrachten bijhet hoofdstuk Mondelinge opdrachten geven Doelstelling 3.
Verwerkingsopdrachten bijhet hoofdstuk Mondelinge opdrachten geven Doelstelling 3. 1 OPDRACHT 1 Bekijk hetvolgende lijstje mondelinge opdrachten. Probeer elke opdracht te analyseren: welke soort opdracht
Reader Gespreksvoering
Reader Gespreksvoering Achtergrondinformatie Soorten vragen Actief Luisteren Slecht nieuws Gesprek Fasen in het gesprek Soorten Vragen In een gesprek kun je verschillende soorten vragen stellen. Al je
Gesprekstechniek voor de manager met o.a. The one minute manager
Gesprekstechniek voor de manager met o.a. The one minute manager 1 Executive Leadership Foundation - ELF 2005-2011 Dit materiaal mag vrij gebruikt worden, mits netjes de bron wordt vermeld Lastige dingen
Het gedragmodel. 1. Inleiding
Het gedragmodel 1. Inleiding Het gedragmodel is een NLP-techiek, ontwikkeld door Peter Dalmeijer (zie www.vidarte.nl) en Paul Lenferink. Het model leert ons feedback te geven waarbij we anderen op hun
Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve
Themabundel Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Assistent medewerker Dit project is mede mogelijk gemaakt met een bijdrage uit het Europees Sociaal Fonds Voorwoord Deze themabundel is bedoeld
Leerlijn Samenwerken SingaporeNext
Leerlijn Samenwerken SingaporeNext Groep 1-2 Groep 3-4-5 Groep 6-7-8 1. Luisteren naar elkaar Elkaar aankijken tijdens het praten. Oogcontact maken. In mimiek en lichaamstaal je luisterende houding laten
Sociaal op social media
groepsfase performing VOORBEREIDING Lesdoel Nodig Kwink van de Week Een sterke groep Kwink thuis Emotiewoordenschat Mediawijsheid: Ik houd rekening met de gevoeligheden van de ander. - Downloads Poster
o Gericht op verleden o Focus op oordelen o Eenrichtingsverkeer o Passieve bijdrage van de medewerker o Gericht op formele consequenties
Het zorgen voor een goede basis. Elk bedrijf wil een goed resultaat halen. Dat lukt beter als u regelmatig met uw medewerkers bespreekt hoe het gaat, hoe dingen beter zouden kunnen en wat daarvoor nodig
FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS
FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS INHOUD Inleiding 7 1 Zelfonderzoek feedback geven en ontvangen 9 Checklist feedback geven en ontvangen 11 2 Communicatie en feedback 15 Waarnemen,
Assertiviteitstest: kom jij op voor jezelf?
1 Assertiviteitstest: kom jij op voor jezelf? Zet een kruisje bij het antwoord dat voor jou passend is - eerder juist indien je meestal op die manier handelt - eerder onjuist indien je slechts zelden op
en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht
I Lichamelijke ontwikkeling en zelfbeeld Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht Lesdoelen: Kinderen worden zich meer bewust van eigen talenten en eigenschappen en ontwikkelen een positief zelfbeeld. Kinderen kunnen
Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel
Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft
ADHD en lessen sociale competentie
ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier
Drijfveren. Een belangrijke (on)bewuste drijfveer is dat ZELF beter wil zijn dan de ANDER
Inleiding Kennis over het tot stand komen van gedrag Bewustwording van de invloed van ons eigen gedrag op onze omgeving? Ervaren wat JIJ kan doen om je eigen gedrag en dat van anderen te verbeteren Drijfveren
Feedback aan leerkrachten
Feedback aan leerkrachten Studiedag Leerlingenparticipatie 24 april 2013 Paleizenstraat Saskia 90 > 1030 Vandeputte Brussel T 02 215 32 29 > F 02 215 41 78 > www.vsknet.be Wie ben ik? Saskia Vandeputte
Presenteren. Oriëntatie
Oriëntatie Dit ga je doen Je gaat een stand (marktkraam) inrichten om te laten zien wat je gedaan hebt tijdens dit project en wat je eindresultaat is. Je probeert jullie stand zo te maken dat het aantrekkelijk
Instructie voor leerlingen.. 5. Gebruik van de lesbrieven. 6. Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7. Wat wil je zijn en worden.
VOORBEELD DE KLAS ALS TEAM (LEERLINGENBOEK) INHOUDSOPGAVE Instructie voor leerlingen.. 5 Gebruik van de lesbrieven. 6 Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7 Wat wil je zijn en worden. 11 Wat wil je zijn
