December Beschrijvingen operationele processen brandweer
|
|
|
- Suzanna Simons
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 December 2006 Beschrijvingen operationele processen brandweer
2 Inhoudsopgave Procesbeschrijvingen: inleiding... 1 Rampbestrijdingsprocessen... 1 Relaties tussen de processen... 2 Opzet beschrijvingen operationele processen... 2 Schematische weergave Bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen Inleiding Doel Doelgroep Kritische proceselementen Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen... 5 Schematische weergave Redden en technische hulpverlening Inleiding Doel Doelgroep Kritische proceselementen Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Opschaling en hulpmiddelen Tactiek Fasen Technieken Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen Schematische weergave Ontsmetten van mens en dier Inleiding Doel Doelgroep Kritische proceselementen Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Kleinschalige ontsmetting hulpverleners Grootschalige ontsmetting van mens en dier Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen Schematische weergave Rampenplan gemeente Noordenveld 2006
3 4 Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur Inleiding Doel Doelgroep Kritische proceselementen Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen Schematische weergave Waarnemen en meten Inleiding Doel Doelgroep Kritische proceselementen Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Brongebied Effectgebied Activiteiten Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen Schematische weergave Waarschuwen van de bevolking Inleiding Doel Doelgroep Kritische proceselementen Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Waarschuwingsmethoden Fasen Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen Schematische weergave Toegankelijk maken en opruimen Inleiding Doel Doelgroep Kritische proceselementen Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen Schematische weergave Rampenplan gemeente Noordenveld 2006
4 8 Verbindingen Inleiding Doel Doelgroep Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Opschaling Verantwoordelijkheden (Operationele) voorbereiding en organisatie Relaties met andere processen Schematische weergave BIJLAGE Gebruikte afkortingen Rampenplan gemeente Noordenveld 2006
5 Procesbeschrijvingen: inleiding Bij de bestrijding van een ramp moeten, afhankelijk van het ramptype en de effecten ervan, verschillende hulpverlenings- en bestrijdingsactiviteiten plaatsvinden. Reeksen van samenhangende activiteiten kunnen worden aangeduid als processen. Afhankelijk van het ramptype (of een mogelijke combinatie van ramptypen) en de effecten worden verschillende activiteiten (tegelijkertijd of opeenvolgend) in gang gezet. Dit hoofdstuk bevat algemene informatie die voor alle rampbestrijdingsprocessen van belang is. In de volgende hoofdstukken worden de operationele rampbestrijdingsprocessen beschreven, waarvoor de brandweer procesverantwoordelijk is. Rampbestrijdingsprocessen Er wordt een onderscheid gemaakt in de volgende rampbestrijdingsprocessen: Cluster A: Bron- en effectbestrijding (procesverantwoordelijke: brandweer) 1. Bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen 2. Redden en technische hulpverlening 3. Ontsmetten van mens en dier 4. Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur 5. Waarnemen en meten 6. Waarschuwen van de bevolking 7. Toegankelijk maken en opruimen Cluster B: Geneeskundige hulpverlening (procesverantwoordelijke: GHOR) 8. Geneeskundige hulpverlening - somatisch 9. Preventieve openbare gezondheidszorg (inclusief verzamelen besmette waren) 10. Geneeskundige hulpverlening - psychosociaal Cluster C: Rechtsorde en verkeer (procesverantwoordelijke: politie) 11. Ontruimen en evacueren 12. Afzetten en afschermen 13. Verkeer regelen 14. Handhaven openbare orde 15. Identificeren slachtoffers 16. Begidsen 17. Strafrechtelijk onderzoek Cluster D: Bevolkingszorg (procesverantwoordelijke: gemeente) 18. Voorlichten en informeren 19. Opvangen en verzorgen 20. Uitvaartverzorging 21. Registratie van slachtoffers 22. Voorzien in primaire levensbehoeften 23. Registratie van schade en afhandeling 24. Milieuzorg 25. Nazorg Rampenplan gemeente Noordenveld
6 Naast de hierboven genoemde rampbestrijdingsprocessen worden nog drie ondersteunende processen onderscheiden: verbindingen, logistiek en verslaglegging en archivering. Het betreft activiteiten die voor elk specifiek rampbestrijdingsproces aan de orde kunnen zijn. Het proces verbindingen wordt in hoofdstuk 8 beschreven. Verslaglegging en archivering wordt elders in dit rampenplan beschreven. Aan een multidisciplinaire beschrijving van het proces logistiek wordt nog gewerkt. Relaties tussen de processen Rampenbestrijding is een ingewikkeld samenspel tussen de verschillende processen. Indirect hangen alle processen met elkaar samen. Afhankelijk van de ramp zal ook een aantal processen gelijktijdig moeten worden opgestart. De onderlinge samenhang tussen de processen mag hierbij niet uit het oog verloren worden en de activiteiten moeten goed op elkaar worden afgestemd. Dit vereist goede communicatie en afstemming, vooral wanneer het processen betreft die onder de verantwoordelijkheid vallen van verschillende disciplines. Afhankelijk van het incident kan een aantal processen leidend zijn bij de bestrijding van het incident (bijv. bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen of redden en technische hulpverlening), terwijl andere processen ondersteunend zijn of pas in een later stadium van belang worden (bijv. afzetten en afschermen, identificeren van slachtoffers of uitvaartverzorging). Hoe de relaties tussen de processen precies verloopt, is afhankelijk van een aantal factoren zoals aard van het incident en fase in de rampbestrijding. In het schema op de volgende pagina worden de rampbestrijdingsprocessen en hun onderlinge relaties in het gehele traject van incidentbestrijding weergegeven (van melding tot einde inzet en nazorg). Hoewel alle processen indirect aan elkaar gerelateerd zijn, hebben sommige processen belangrijke directe relaties met elkaar. Dit zal in de beschrijvingen van de desbetreffende processen kort vermeld worden. Opzet beschrijvingen operationele processen In de komende hoofdstukken worden per proces de volgende aspecten beschreven: 1. doel; 2. doelgroep; 3. kritische proceselementen; 4. uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden; 5. (operationele) voorbereiding en organisatie; 6. relaties met andere processen. Voor meer specifieke informatie wordt verwezen naar de rapporten Leidraad Maatramp, Maatramp Drenthe (2001), Leidraad Operationele Prestaties, Operationele Prestaties Drenthe 2002, Leidraad Brandweercompagnie en het Operationeel Handboek Brandweer. Bijlage 1 bevat de gebruikte afkortingen. Rampenplan gemeente Noordenveld
7 Schematische weergave De gekleurde vakken zijn de rampbestrijdingsprocessen. M E L D I N G Noodzaak tot waarschuwen? Alarmering Waarschuwen van de bevolking Voorlichten en informeren Waarnemen en meten Bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen Afhankelijk van de kleur van het vakje is de procesverantwoordelijke de brandweer (rood), politie (blauw), gemeente (groen) of GHOR (geel). Registratie van slachtoffers Toegankelijk maken en opruimen Uitvaartverzorging Opvangen en verzorgen Voorzien in primaire levensbehoeften Identificatie van slachtoffers Ontruimen en evacueren Geneeskundige hulpverlening somatisch Geneeskundige hulpverlening psychosomatisch I N Z E T Redden en technische hulpverlening Ontsmetten van mens en dier Ontsmetten voertuigen en infrastructuur Preventieve openbare gezondheidszorg Strafrechterlijk onderzoek Milieuzorg Afzetten en afschermen Registratie van schade Nazorg Verkeer regelen Begidsen EINDE INZET Handhaven openbare orde Rampenplan gemeente Noordenveld
8 1 Bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen 1.1 Inleiding Bij een ramp kan brand ontstaan of kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Het proces bestrijden van brand en emissie van gevaarlijke stoffen is een primair en voorwaardenscheppend proces bij het voorkomen en beperken van slachtoffers en/of letsel. 1.2 Doel Doel van het proces is het voorkomen van uitbreiding en het terugdringen van de fysische oorzaak en de daarmee samenhangende fysische effecten van een ramp. Met dit proces beperkt de brandweer de kans op slachtoffers en ongevallen onder hulpverleners, geeft de brandweer toegang aan andere hulpverleners op de plaats van het incident en wordt de omvang van de schade beperkt. 1.3 Doelgroep Onder de doelgroep vallen alle personen en dieren in het bedreigde gebied, inclusief de bij de hulpverlening betrokken personen. 1.4 Kritische proceselementen Afstemming met andere brandweerprocessen is vereist. Het beschikbare personeel, materieel en materiaal wordt niet alleen voor het proces bestrijden van brand en emissie van gevaarlijke stoffen ingezet, maar is ook nodig voor andere brandweerprocessen zoals redden en technische hulpverlening. Vaak gaat bestrijden van brand en emissie van gevaarlijke stoffen vooraf aan dit laatste proces. 1.5 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Bij het bestrijden van brand en emissie van gevaarlijke stoffen moet een aantal specifieke activiteiten worden verricht. In het Operationeel Handboek Brandweer zijn de taken en bevoegdheden van operationele functionarissen beschreven. Ook staan in dit handboek de vastgelegde procedures voor onder andere het informeren/alarmeren van de officier Regionale Ongevalbestrijding Gevaarlijke Stoffen (ROGS) en de Leider Meetplan Organisatie (LMPO), het alarmeren van het gaspak- en/of ontsmettingsteam, de procedure gevaarlijke stoffen voor de centralist en de ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen. Voor meer inhoudelijke informatie over brandbestrijding (principes, tactieken en technieken) wordt verder verwezen naar de Leidraad Brandweercompagnie (hoofdstuk 4). Rampenplan gemeente Noordenveld
9 1.5.2 Verantwoordelijkheden De brandweer is verantwoordelijk voor de operationele uitvoering van het proces. Bij een groter incident of (dreiging van) een ramp zal worden opgeschaald volgens de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP). Het Coördinatie Team Plaats Incident (CTPI) of Commando Rampterrein (CoRT) is verantwoordelijk voor het rampterrein en wat daarbinnen gebeurt. Het effectgebied valt onder het Regionaal Operationeel Team (ROT). 1.6 (Operationele) voorbereiding en organisatie De regionale brandweer draagt zorg voor de voorbereiding van het proces. Het proces valt onder het hoofd operationele zaken. Onderhoud van materieel en materiaal valt onder verantwoordelijkheid van de plaatselijke korpsen. De gemeente heeft een ambitieniveau vastgesteld voor het maximale aantal meters te bestrijden vuurfront. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de Leidraad Maatramp, Maatramp Drenthe, Leidraad Operationele Prestaties en het rapport Operationele Prestaties Drenthe Binnen Drenthe is afstemming bereikt met de gemeentelijke korpsen over de door de korpsen te leveren functionarissen en middelen. Dit is vastgelegd op de meldkamer. Alarmering geschiedt automatisch. De functie ROGS wordt vervuld door een Officier van Dienst (OvD)-brandweer van de gemeente Emmen, de functie LMPO door een OvD-brandweer uit Noord-Midden (piketfuncties). Het gaspakkenteam wordt geleverd door brandweer Emmen, het ontsmettingsteam door brandweer Emmen en Hoogeveen. Inzetprocedures en werkinstructies voor de LMPO en de meetploeg zijn terug te vinden in het Operationeel Handboek Brandweer. 1.7 Relaties met andere processen Dit proces is randvoorwaardelijk voor een aantal andere rampenbestrijdingsprocessen zoals redden en technische hulpverlening, berging en identificatie van slachtoffers of strafrechtelijk onderzoek. Indirect is het proces aan de overige rampenbestrijdingsprocessen verwant. Hieronder wordt het proces schematisch weergegeven. Dit schema sluit aan op het stroomschema van hoofdstuk 1 op bladzijde 3. Rampenplan gemeente Noordenveld
10 Schematische weergave Alarmering Verkenning Beeld- en besluitvorming Waarnemen en meten Gevaarlijke stoffen betrokken? Volgens procedures Maak inzetplan bestrijding emissie gevaarlijke stoffen Maak inzetplan bestrijden van brand Redden en technische hulpverlening Begidsen Voer inzetplannen uit Afzetten en afschermen Geneeskundige hulpverleningsomatisch EINDE INZET Rampenplan gemeente Noordenveld
11 2 Redden en technische hulpverlening 2.1 Inleiding Redden en technische hulpverlening behoren tot de hoofdtaken van de brandweer. Het proces omvat alle maatregelen in de repressieve fase die genomen worden om mens en dier uit benarde omstandigheden te bevrijden en het omgevingsgevaar te beperken. 2.2 Doel Het doel van dit proces is hulpbehoevende mensen en dieren zo spoedig mogelijk te bevrijden uit levensbedreigende en/of benarde situaties. Door middel van redding en technische hulpverlening krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverleningsketen, waar (eerste) hulp geboden kan worden. 2.3 Doelgroep Tot de doelgroep behoren alle personen en dieren in het bedreigde gebied die hulp nodig hebben. 2.4 Kritische proceselementen Het proces wordt afgestemd op het proces geneeskundige hulpverlening-somatisch. Van belang hierbij is de aansluiting van de reddingscapaciteit van de brandweer (= aantal gewonden dat per uur kan worden bevrijd) op de eerstehulpcapaciteit van GHOR (= aantal gewonden aan wie per uur de benodigde eerste (levensreddende) medische hulp kan worden verleend inclusief het voor vervoer gereed maken). Het proces bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen gaat in voorkomende gevallen vooraf aan het proces redden en technische hulpverlening. Alvorens met het daadwerkelijke redden te beginnen, wordt eerst de situatie gestabiliseerd en het rampterrein toegankelijk gemaakt voor hulpverleners. 2.5 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Opschaling en hulpmiddelen Bij melding van een klein incident alarmeert de centralist van de meldkamer Drenthe (MKD) in eerste instantie één basiseenheid. Bij een groter incident of (dreiging van) een ramp wordt in overleg met de OvD en/of de Regionaal Commandant van Dienst (RCvD) direct opgeschaald. Uitgangspunt bij grootschalige technische hulpverlening is dat zoveel mogelijk slachtoffers zo snel mogelijk op een verantwoorde manier gered en in veiligheid gebracht worden. In de Leidraad Brandweercompagnie staat beschreven welke voertuigen en hulpmiddelen een brandweercompagnie hiervoor ter beschikking heeft. Rampenplan gemeente Noordenveld
12 2.5.2 Tactiek Globaal zijn drie tactieken van technische hulpverlening te onderscheiden: scoop en run tactiek; eenvoudige reddingen; complexe bevrijdingen. Bij de scoop en run tactiek worden slachtoffers aan de hand meegenomen uit het rampgebied. Deze slachtoffers zitten niet of nauwelijks bekneld. Ze zijn in het rampterrein aanwezig, maar zijn niet in staat om zichzelf in veiligheid te brengen (door bijvoorbeeld shock, paniek etc.). Deze tactiek vereist geen materieel. Bij eenvoudige reddingen worden slachtoffers met de standaarduitrusting van een tankautospuit gered. Bij complexe bevrijdingen gaat het om reddingen waarbij, naast het standaardmaterieel van de tankautospuit (TS), speciaal materieel moet worden ingezet om slachtoffers te bevrijden (bijvoorbeeld technische hulpverleningsuitrusting van de brandweercompagnie of extra hijsmaterieel). Niet ieder slachtoffer hoeft met dezelfde mate van urgentie te worden gered. Prioriteiten worden gesteld als het gaat om welke slachtoffers het eerst gered moeten worden. De technische hulpverlening is dan afhankelijk van het triageproces 1 van de GHOR. De triage vindt plaats door de GHOR-functionarissen, waarna de brandweer op advies van de GHOR de meest zwaargewonde slachtoffers bevrijdt en afvoert naar een gewondennest Fasen In het proces redden en technische hulpverlening worden verschillende fasen onderscheiden. In de praktijk lopen deze fasen vaak in elkaar over. Fase 1 De bevelvoerder start met de verkenning van het TS-vak. Het TS-personeel start met redden van slachtoffers die eenvoudig in veiligheid zijn te brengen (scoop en run en eenvoudige bevrijding). De pelotonscommandant (PC) coördineert, in samenwerking met de geneeskundige discipline, de eerste hulp, de verzorging in de gewondennesten en de afvoer van gewonden. De PC en de bevelvoerders stellen samen op basis van detailverkenningen het eerste werkplan op. Tijdens deze fase wordt gebruik gemaakt van de eerste hulpmaterialen en de persoonlijke beschermingsmiddelen uit de TS en de haakarmbak basisuitrusting. Fase 2 De bevelvoerders vervolgen de verkenning door te zoeken naar (nog) niet gelokaliseerde en gemakkelijk te bereiken slachtoffers die in levensgevaar verkeren. Het TS-personeel gaat op basis van het 1 e werkplan door met het bevrijden van gemakkelijk te bereiken slachtoffers (scoop en run en eenvoudige bevrijding). 1 Triage is de indeling van gewonden naar aard van verwondingen. Rampenplan gemeente Noordenveld
13 De PC stelt samen met de bevelvoerders een 2 e werkplan op voor de bevrijding van slachtoffers waarvoor meer dan één TS en/of gereedschappen en reddingstechnieken nodig zijn. De hulpmaterialen zijn dezelfde als uit fase 1. Fase 3 Het TS-personeel houdt zich nu bezig met het zoeken naar en bevrijden van slachtoffers die ingesloten/bekneld zijn (eenvoudige bevrijding). De hulpmaterialen zijn dezelfde als uit fase 1. Fase 4 Onder directe leiding van de PC richt het TS-personeel zich op het redden van zeer moeilijk te bevrijden slachtoffers (complexe bevrijding). In deze fase wordt gebruik gemaakt van extra hulpmiddelen zoals de haakarmbak met specialistische uitrusting (o.a. elektronisch lokaliseertoestel), reddingshonden, etc. Tijdens alle fasen worden slachtoffers, die niet opgespoord of bevrijd hoeven te worden, door geneeskundige hulpverleners behandeld en afgevoerd. De brandweer stelt de geneeskundige hulpverleners zo veel mogelijk in staat om de noodzakelijk medische hulp op de vindplaats te bieden, ook als het slachtoffer nog niet bevrijd is en in veiligheid gebracht kan worden Technieken Voor het redden van slachtoffers zijn verschillende technieken te onderscheiden. Deze staan verder uitgewerkt in de Leidraad Brandweercompagnie Verantwoordelijkheden Het proces valt onder verantwoordelijkheid van de brandweer. De bevelvoerder geeft leiding aan de bemanning van een basiseenheid (TS). Hij staat onder directe leiding van een OvD. De OvD geeft als pelotonscommandant (PC) leiding aan maximaal 4 basiseenheden (peloton). 2.6 (Operationele) voorbereiding en organisatie De regionale brandweer draagt zorg voor de voorbereiding van het proces en het onderhoud van materieel en materiaal. De voorbereiding van dit proces valt onder het hoofd alarmcentrale en operationele zaken. De gemeente heeft een ambitieniveau vastgesteld voor het aantal te redden personen. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de Leidraad Maatramp, Maatramp Drenthe (2001), Leidraad Operationele Prestaties en het rapport Operationele Prestaties Drenthe Binnen Drenthe is afstemming bereikt met de gemeentelijke korpsen over de door de korpsen te leveren functionarissen en middelen. Dit is vastgelegd op de meldkamer. Alarmering geschiedt automatisch. Rampenplan gemeente Noordenveld
14 2.7 Relaties met andere processen Het stroomschema hieronder geeft de relatie weer tussen de verschillende rampbestrijdingsprocessen. Dit stroomschema sluit aan op het stroomschema uit hoofdstuk 1 van pagina 3. Schematische weergave Alarmering Verkenning Analyseren van informatie Bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen Operationele actielijst Maak inzetplan technische hulpverlening Waarnemen en meten Begidsen Afzetten en afschermen Geneeskundige hulpverleningsomatisch Alarmeren grootschalig optreden Voer inzetplan uit Doeltreffende, veilige en efficiënte redding/ bevrijding van mens en dier EINDE INZET Rampenplan gemeente Noordenveld
15 3 Ontsmetten van mens en dier 3.1 Inleiding Na emissie van chemische, biologische of nucleaire stoffen kunnen hulpverleners, burgers en/of dieren in- en/of uitwendig besmet zijn geraakt met één van deze gevaarlijke stoffen. Om de dreiging van de gevaarlijke stof voor de slachtoffers en hun omgeving weg te nemen, worden alle besmette personen en dieren ontsmet. Bij inzet van het gaspakkenteam voor het stabiliseren van een ongevalsituatie vindt ontsmetting van de gaspakkendragers plaats. Het proces ontsmetten van mens en dier omvat zowel het grootschalige ontsmetten van de bevolking alsook het kleinschalige ontsmetten van hulpverleners. 3.2 Doel Het doel van het proces is het zo spoedig mogelijk ontsmetten van mens en dier om de gevolgen van chemische, biologische en/of radioactieve besmetting (zowel inwendig als uitwendig) te voorkomen of te beperken. 3.3 Doelgroep De doelgroep omvat alle mensen en dieren in het besmette gebied. 3.4 Kritische proceselementen Voor een succesvolle uitvoering van dit proces is het van belang besmette mensen en/of dieren zo spoedig mogelijk te isoleren en het effectgebied af te sluiten. Behalve besmette burgers en dieren moeten ook onder andere transportmiddelen en hulpverleners ontsmet worden om verspreiding van de besmetting te beperken. Afstemming met het proces ontsmetten van voertuigen en infrastructuur is hierbij van belang. De Brandweerwet (1985) draagt de zorg voor ontsmetting op aan de regionale brandweer. Het proces heeft echter nauwe banden met de gemeente (voorlichting) en de GHOR. Vooral de samenwerking tussen de brandweer en de GGD is belangrijk. De GGD is de voornaamste adviseur bij het besluit de bevolking wel of niet te ontsmetten, de wijze van ontsmetting en de nazorg. Verder spelen de inspecties voor de volksgezondheid een beleidsbepalende rol. 3.5 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Kleinschalige ontsmetting hulpverleners In regionaal verband is een ontsmettingsteam met materieel beschikbaar. Dit ontsmettingsteam (geleverd door brandweer Emmen en Hoogeveen) kan in het grootste gedeelte van Drenthe binnen minuten ter plaatse zijn. Voor de gebieden waar dit niet gehaald wordt, zijn interregionale afspraken gemaakt. Het ontsmettingsteam is zodanig uitgerust dat incidenten van beperkte omvang effectief kunnen worden bestreden. Voor grotere incidenten wordt een beroep gedaan op de buurregio s. Rampenplan gemeente Noordenveld
16 Voor de uitvoering van kleinschalige ontsmetting van hulpverleners geldt de procedure B03 Procedure alarmeren gaspak- of ontsmettingsteam uit het Operationeel Handboek Brandweer Grootschalige ontsmetting van mens en dier Kerntaken in het kader van grootschalige ontsmetting van mens en dier zijn: - analyse van de situatie; - opstellen van plan van aanpak; - beschikbaar krijgen van personeel; - daadwerkelijke inzet; - informeren van de bevolking. Uitgangspunt bij ontsmetting van mensen is dat de betrokkenen niet gewond zijn. Wanneer dit wel het geval is, zal per individu beoordeeld worden of medische hulpverlening voorrang krijgt boven ontsmetting of andersom. Er zijn twee manieren waarop grootschalige ontsmetting van de bevolking uitgevoerd kan worden: 1. De bevolking wordt geadviseerd zich thuis te douchen en de kleding/woonomgeving te reinigen. 2. Er vindt een georganiseerde ontsmetting in ontsmettingscentra plaats. Welke manier van ontsmetten toegepast wordt, is afhankelijk van de graad van omgevingsbesmetting. Bij een licht besmettingsniveau kan gekozen worden voor alternatief 1, bij een hoger besmettingsniveau voor alternatief 2. De voor- en nadelen van beide manieren zijn in de volgende tabel weergegeven. 1. Thuis ontsmetten 2. In centra ontsmetten Voordelen uitsluitend voorlichting nodig de mate van individuele besmetting kan worden vastgesteld; efficiencyvoordelen door schaalomvang; eventueel noodzakelijk individueel medisch traject kan worden bepaald; mogelijkheden voor koppeling overige zorgtaken; verdere verspreiding van besmetting kan tegen worden gegaan. Nadelen risico voortduring/uitbreiding van besmetting omvangrijke organisatie; collectief gebeuren kan weerstanden oproepen; ook persoonlijke bezittingen en huisdieren moeten ontsmet worden, dit kan een obstakel vormen; goede voorlichting is noodzakelijk om bezwaren te overwinnen. Afhankelijk van de beschikbare tijd en voorbereiding kunnen in de ontsmettingscentra gescheiden behandelkanalen voor verschillende categorieën slachtoffers gecreëerd worden. In het belang van een snelle ontsmetting kan het noodzakelijk zijn uitsluitend te voorzien in de technische basisvoorzieningen en over andere bezwaren heen te stappen. De uitvoering van de ontsmetting geschiedt in nauwe samenwerking met de GHOR. Het contact en het werken met de te ontsmetten slachtoffers geschiedt primair door (para)medisch geschoolden (waaronder EHBO-ers en medewerkers Rode Kruis). De brandweer verleent de benodigde materiële en logistieke ondersteuning. In Drenthe zijn nog geen concrete voorbereidingen getroffen voor het organiseren van grootschalige ontsmetting van de bevolking. Rampenplan gemeente Noordenveld
17 3.5.3 Verantwoordelijkheden Het proces valt onder verantwoordelijkheid van de brandweer. Het ontsmetten van burgers en hulpverleners in het brongebied vindt plaats onder leiding van het CoRT. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van aanwezige middelen voor de decontaminatie van hulpverleners. Het ontsmetten in het effectgebied vindt plaats onder aansturing van het ROT. De uitvoering van de ontsmetting van de bevolking geschiedt in nauwe samenwerking met de GHOR. 3.6 (Operationele) voorbereiding en organisatie De regionale brandweer draagt zorg voor de voorbereiding van het proces. In Drenthe moet nog vorm gegeven worden aan grootschalige ontsmetting van de bevolking. 3.7 Relaties met andere processen Ontsmetting van mens en dier gaat samen met een groot aantal andere processen. Bij inwendige besmetting bestaat er een directe relatie met de openbare preventieve volksgezondheid, wanneer personen bijvoorbeeld massaal moeten worden ingeënt of moeten worden geïsoleerd. Voorlichting speelt een belangrijke rol, met name met betrekking tot de gezondheidseffecten en de (te treffen) medisch hygiënische maatregelen. Onderstaand schema geeft de relaties tussen de verschillende rampbestrijdingsprocessen weer. Dit stroomschema sluit aan op het stroomschema van hoofdstuk 1 van pagina 3. Rampenplan gemeente Noordenveld
18 Schematische weergave Waarnemen en meten Voorlichten en informeren Besmettingscontrole I N Z Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur Ontsmetten van bevolking en dieren Ontsmetten van hulpverleners E T Milieuzorg Thuis In ontsmettingscentra Ontsmettingsteam brandweer Emmen Geneeskundige hulpverlening Registratie van slachtoffers Afzetten en afschermen Rampenplan gemeente Noordenveld
19 4 Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur 4.1 Inleiding Na emissie van chemische, biologische of nucleaire stoffen kan zich de situatie voordoen dat infrastructuur, objecten en/of burgervoertuigen besmet zijn geraakt en/of hulpverleningsmateriaal besmet raakt tijdens de inzetfase. Om de dreiging van de gevaarlijke stof voor de omgeving weg te nemen en verspreiding en uitbreiding te voorkomen, is ontsmetten noodzakelijk. Dit geldt met name voor voertuigen die in gebruik zijn voor de hulpverleningsketen en de logistiek. 4.2 Doel Het doel van het proces is het zo spoedig mogelijk ontsmetten van hulpverleningsmaterieel, (burger)voertuigen, infrastructuur en objecten om de gevolgen van chemische, biologische en/of radioactieve besmetting te voorkomen of te beperken. 4.3 Doelgroep De doelgroep omvat alle infrastructuur, objecten, voertuigen en hulpverleningsmaterieel. 4.4 Kritische proceselementen Ontsmetting van hulpverleningsmaterieel is essentieel om de verzorging/logistiek in stand te kunnen houden. Alleen op deze wijze is een goederenstroom tussen besmet en onbesmet gebied mogelijk zonder verdere besmetting. Ook moet er bijzondere aandacht geschonken worden aan overig rollend hulpverleningsmaterieel, zoals ambulances. Rekening moet worden gehouden met de opvang en afvoer van afvalproducten ten gevolge van de ontsmetting. Bij ontsmetting met water bijvoorbeeld ontstaat het probleem van besmet afvalwater. Dit moet zoveel mogelijk worden opgevangen en weggehouden van riolering, bodem en oppervlaktewater. 4.5 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Het ontsmetten van voertuigen en infrastructuur is een wettelijke taak van de (regionale) brandweer (Brandweerwet 1985). Bij het besluit al of niet materieel te ontsmetten en de wijze van ontsmetten is gedurende de repressieve fase de (regionale) brandweer de belangrijkste adviseur van de operationeel leidinggevende. Kerntaken in het kader van de ontsmetting zijn: - analyse van de situatie; - opstellen van plan van aanpak; - beschikbaar krijgen van personeel; - daadwerkelijke inzet; - informeren van de bevolking. Rampenplan gemeente Noordenveld
20 Ontsmettingslocaties voor hulpverleningsmaterieel worden op de uitgangsstelling of in het rampterrein ingericht. Ontsmetting van voertuigen gebeurt door wasstraten of vergelijkbare voorzieningen aan te brengen. Bovendien wordt voor veel goederen op de grens van besmet/onbesmet gebied door materieelruil een roulatiesysteem in stand gehouden, waardoor niet voortdurend hoeft te worden ontsmet. Bij lokale problemen kan de besmetting van personen, voertuigen en materieel soms worden beperkt door de infrastructuur te ontsmetten. Wanneer de hulpverlening aan mensen in het besmette gebied nog plaatsvindt, gaat de hoogste prioriteit uit naar aan- en afvoerwegen, knooppunten en locaties waarvan de hulpverlening gebruik maakt. Er is minder haast bij het ontsmetten van besmette voertuigen, dan bij het ontsmetten van personen Verantwoordelijkheden Het ontsmetten van (hulpverlenings)voertuigen in het brongebied vindt plaats onder leiding van het CoRT. Ontsmetting in het effectgebied vindt plaats onder aansturing van het ROT. Binnen het ROT is de regionaal commandant aanspreekpunt voor dit proces. Het ontsmettingsteam wordt geleverd door brandweer Emmen en Hoogeveen. 4.6 (Operationele) voorbereiding en organisatie De regionale brandweer draagt zorg voor de voorbereiding van het proces. In Drenthe moet nog vorm gegeven worden aan het grootschalig ontsmetten van voertuigen en infrastructuur. 4.7 Relaties met andere processen Ontsmetting van voertuigen en infrastructuur gaat samen met een groot aantal andere processen. Onderstaand schema geeft de relaties tussen de verschillende rampbestrijdingsprocessen weer. Dit stroomschema sluit aan op het stroomschema uit hoofdstuk 1 van pagina 3. Rampenplan gemeente Noordenveld
21 Schematische weergave Waarnemen en meten Voorlichten en informeren Besmettingscontrole I N Z Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur Ontsmetten van bevolking en dieren Ontsmetten van hulpverleners E T Milieuzorg Thuis In ontsmettingscentra Ontsmettingsteam brandweer Geneeskundige hulpverlening Registratie van slachtoffers Afzetten en afschermen Rampenplan gemeente Noordenveld
22 5 Waarnemen en meten 5.1 Inleiding Bij rampsituaties en ongevallen is het belangrijk snel de beschikking te hebben over informatie over de gevaarstoestand zodat de nodige maatregelen getroffen kunnen worden. Dit waarnemen en meten gebeurt door gespecialiseerde meetploegen van de brandweer en functionarissen ROGS, in samenwerking met de alarmcentrale en de Leider Meetplanorganisatie. 5.2 Doel Het doel van waarnemen en meten is het verkennen, georganiseerd verzamelen en analyseren van (meet)gegevens en monsters over de aard, ernst en omvang van een gevaarstoestand, teneinde beslissingen over de veiligheid van de bevolking en de hulpverleners te kunnen nemen. Waarnemen en meten levert de feitelijke informatie om veronderstellingen over de situatie in zowel het bron- als het effectgebied te kunnen verifiëren en/of een beter beeld op te bouwen. Dit is van groot belang voor de directe bestrijding van het incident en de beleidsbepaling. 5.3 Doelgroep Tot de doelgroep behoort de gehele bevolking en de organisaties en personen die bij de incidentbestrijding betrokken zijn. 5.4 Kritische proceselementen Gevaarlijke stoffen kunnen zich snel verspreiden. Bij een voor Nederland gemiddelde windsnelheid van 5 meter per seconde beweegt het front van een gaswolk met bijna 30 km per uur. Voor de alarmering van bedreigde gebieden bij ontsnapping van een gaswolk zijn dus slechts enkele minuten beschikbaar. Waarnemen en meten zijn dan ook zeer belangrijk tijdens de eerste fase van de hulpverlening. Met name in de eerste fase van de hulpverlening worden besluiten op basis van globale schattingen genomen. Voor een goede onderbouwing van de besluitvorming over maatregelen ten aanzien van de veiligheid van de bevolking is het noodzakelijk dat uiterlijk binnen één uur na de eerste melding van het ongeval een duidelijk beeld van de grootte van het gevaar in het effectgebied gegeven kan worden. Meetploegen moeten daarom zo spoedig mogelijk worden ingezet. De eerste meetploegen moeten binnen ongeveer 30 minuten na alarmering op de (eerste) meetlocatie aanwezig zijn. De meetgegevens worden zo accuraat mogelijk geregistreerd. 5.5 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Het waarnemen en meten is een taak van de (regionale) brandweer (Brandweerwet 1985). Waarnemen en meten wordt ter plaatse van de calamiteit (brongebied) en bij ongevallen met gevaarlijke stoffen ook in het benedenwindse gebied (effectgebied) uitgevoerd. Rampenplan gemeente Noordenveld
23 5.5.1 Brongebied In het brongebied worden maatregelen getroffen om de omvang en de gevolgen van het ongeval te beperken. Voor het waarnemen en meten in het brongebied kunnen de volgende functionarissen/eenheden worden ingezet: - Brandweereenheden: De eerst aankomende brandweereenheden plegen de eerste gevaarsinschatting. Op basis daarvan kan door hen een verkenning of een spoedeisende redding worden ingezet. - Officier van Dienst: De OvD is de operationeel leidinggevende van de brandweer op de plaats van het incident. Na aankomst zal hij een gevaarsinschatting maken, zo mogelijk met behulp van het (telefonisch) advies van de functionaris ROGS. Op basis daarvan zal hij de inzetstrategie bepalen. - Functionaris ROGS: Deze adviseert in eerste instantie de OvD telefonisch over de wijze waarop het incident met gevaarlijke stoffen bestreden moet worden. Na aankomst op de plaats van het incident zal hij als adviseur aan het CTPI of CORT worden toegevoegd. - Meetploegen: Op aanwijzing van de functionaris ROGS kan de alarmcentrale (AC) meetploegen alarmeren voor een inzet in het brongebied. De functionaris ROGS stuurt de meetploegen aan die in het brongebied ingezet worden. Voor het stabiliseren van bepaalde ongevalsituaties en het ontsmetten van hulpverleners in het brongebied worden verder gaspakken- en ontsmettingsteams ingezet. Functionaris ROGS De functionaris ROGS: - informeert en adviseert de OvD, de RCvD en het bevoegd gezag over gevaarlijke stoffen in het brongebied. - adviseert over het in werking stellen van het regionaal meetplan (als dit niet al gebeurd is): o het opstarten van het regionaal meetplan, o het bepalen van het juiste moment van ontruiming, o het inzetten van één of meerdere meetploegen ter plaatse van het ongeval. - initieert de inzet van een LMPO. - is bevoegd om in het brongebied meetploegen in te zetten en geeft leiding aan deze meetploegen. Het gaspakken- en ontsmettingsteam Voor het stabiliseren van bepaalde ongevalsituaties kunnen brandweermensen in gaspakken worden ingezet. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het dichten van een gat in een tankwand van een vrachtauto geladen met een gevaarlijke stof. Waar gaspakken zijn ingezet, vindt altijd een ontsmetting plaats door specialisten. Het gaspakkenteam wordt geleverd door brandweer Emmen. Het ontsmettingsteam wordt geleverd door brandweer Emmen en Hoogeveen Effectgebied Het waarnemen en meten in het effectgebied is een taak van de waarschuwings- en verkenningsdienst (WVD). Andere taken van de WVD zijn: - het verkennen van de gevarenzone; - het interpreteren van de verkregen gegevens, dat wil zeggen het aangeven van de ernst en de ontwikkeling van de bedreiging; Rampenplan gemeente Noordenveld
24 - het adviseren over de mogelijkheden om de gevolgen te beperken inclusief het waarschuwen en alarmeren van de bevolking via o.a. het waarschuwings- en alarmeringsstelsel (WAS). Binnen de WVD worden de volgende (groepen) van functionarissen onderscheiden: 1. LMPO; 2. meetploegen. Leider Meetplanorganisatie De LMPO: - is bevoegd om rondom het effectgebied meetploegen in te zetten en geeft leiding aan deze meetploegen. - heeft de leiding over de uitvoering van het regionale meetplan en evalueert de gegevens over de ongevalsituatie. - heeft een informerende en adviserende functie voor de OvD, de RCvD en het bevoegd gezag over gevaarlijke stoffen in het effectgebied. - adviseert de RCvD en het bevoegd gezag over het geven van luid alarm van één of meer sirenes om de bevolking te informeren over (dreigend) gevaar van gevaarlijke stoffen. - adviseert de RCvD en het bevoegd gezag over het juiste moment van evacuatie. - heeft in de functie van staffunctionaris inlichtingen de expliciete taak het actief verkrijgen van alle inlichtingen die tot een compleet beeld van de situatie bijdragen. Meetploegen De LMPO kan de meetploegen via de AC alarmeren. Een meetploeg bestaat uit twee hiervoor opgeleide brandweerfunctionarissen (verkenners gevaarlijke stoffen). De meetploegen verzamelen door verkenningen en metingen gegevens over de aanwezigheid van een gevaarlijke stof. De LMPO kan op basis van deze gegevens de verspreiding van een gevaarlijke stof in kaart brengen. In principe worden de meetploegen ingezet bij het uitvoeren van metingen in de omgeving van het effectgebied, maar ze kunnen ook in het brongebied ingezet worden. Bijlage 7.9 van het Operationeel Handboek geeft een overzicht van de uitrusting van de meetploegen Activiteiten In het kort worden de volgende activiteiten verricht: - De LMPO wordt door de AC gealarmeerd, afhankelijk van de melding hetzij automatisch of in opdracht van de ROGS. - Na ontvangst van de eerste informatie over het incident geeft de LMPO aan de AC door welke meetploeg(en) gewaarschuwd moeten worden. Ook de functionaris ROGS kan eventueel een meetploeg laten alarmeren voor metingen in het brongebied. - De LMPO maakt aan de hand van de (door AC of functionaris ROGS) verstrekte gegevens een eerste inschatting van de grootte van het mogelijke effectgebied. - Vervolgens zoekt de LMPO contact met de gealarmeerde meetploeg(en) en verstrekt de eerste meetopdracht. - De meetploeg gaat op weg naar het opgegeven meetpunt, verricht de metingen en geeft de meetresultaten door aan de LMPO. - Na ontvangen van de eerste meetresultaten stelt de LMPO zijn plot zonodig bij en geeft eventueel nieuwe opdrachten aan de meetploeg(en). - Na analyse van de meetresultaten adviseert de LMPO het ROT en het bevoegd gezag over de acute veiligheid, gezondheidsrisico s en het milieu. Indien nodig adviseert hij om bepaalde woonwijken te waarschuwen en het waarschuwings- en alarmeringsplan op te starten. Rampenplan gemeente Noordenveld
25 - De ROGS en de LMPO houden elkaar continu op de hoogte van relevante informatie over de situatie in het bron- en effectgebied. - Indien nodig vindt ontsmetting van de meetploegen plaats. De inzetprocedure en werkinstructies voor de LMPO zijn terug te vinden in bijlage 7.3 van het Operationeel Handboek Brandweer. Bijlage 7.4 van datzelfde handboek geeft het werkproces van de LMPO uitgezet in de tijd weer. De inzetprocedure en werkinstructies meetploeg zijn terug te vinden in bijlage Verantwoordelijkheden De LMPO (effectgebied) en de functionaris ROGS (brongebied) geven leiding aan de operationele uitvoering van het proces. Binnen het ROT is de RCvD aanspreekpunt voor het proces. De regionale brandweer is verantwoordelijk voor het in stand houden van de (inhoud) van de meetkisten die de meetploegen ter beschikking staan. Van de gemeentelijke korpsen als beheerder wordt verwacht dat zij de inhoud van de meetkisten regelmatig controleren, batterijen controleren en eventueel vervangen etc. Het voor de meetploeg beschikbaar hebben van een (brandweer)voertuig met tenminste twee ademluchttoestellen valt onder de verantwoordelijkheid van elk individueel gemeentelijk korps. De directe aansturing van de meetploegen behoort tot het bedrijfsproces van de alarmcentrale. De aanwezige LMPO interpreteert de meetresultaten. Hij adviseert op basis van deze interpretatie en andere informatie het bestuur over de te nemen maatregelen ter bescherming van de bevolking. Op de plaats incident brengt de functionaris ROGS advies uit aan het lokale commando. 5.6 (Operationele) voorbereiding en organisatie De regionale brandweer zorgt voor de voorbereiding van het proces. De gemeente heeft een ambitieniveau vastgesteld voor het oppervlakte te bemeten gebied. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar Leidraad Maatramp, Maatramp Drenthe (2001), Leidraad Operationele Prestaties en het rapport Operationele Prestaties Drenthe De LMPO heeft twee (voorbereide) werkplekken tot zijn beschikking: een werkplek op de AC en een mobiele werkplek in zijn voertuig (het OvD-voertuig van brandweer Assen). Afhankelijk van de aard en grootte van het ongeval zal de LMPO naar de werkplek op de AC gaan of direct ter plaatse gaan om de meetploegen aan te sturen. De bijlagen 7.5 en 7.6 van het Operationeel Handboek Brandweer geven de voorzieningen weer die voor de werkplekken zijn voorbereid. In Drenthe wordt gewerkt met piketregeling voor de LMPO en de functionaris ROGS. Meetploegen worden door de gemeentelijke korpsen geleverd. Ter voorbereiding voor het proces waarnemen en meten is een aantal plannen en procedures opgesteld. Dit zijn: 1. het regionale meetplan; 2. het (regionale) oefenbeleidsplan; 3. alarmeringsprocedures. Rampenplan gemeente Noordenveld
26 Ad 1 Regionale meetplan Wanneer er sprake is van het ongecontroleerd verspreiden van gevaarlijke stoffen buiten de directe omgeving van het incident, zal het regionale meetplan door de OvD of de functionaris ROGS in werking worden gesteld. Het regionaal meetplan omvat de organisatie, de werkwijze, de uitrusting van de LMPO en de meetploegen. In het plan wordt organisatorisch en technisch beschreven hoe, op basis van de over het ongeval bekende informatie, de verspreiding van een gevaarlijke stof (gas of damp) in het effectgebied in kaart kan worden gebracht. Het plan kan als draaiboek voor de LMPO worden beschouwd. Ad 2 Oefenbeleidsplan In het oefenbeleidsplan staat beschreven welke oefeninspanning nodig is om de eenheden en functionarissen operationeel te houden. Per meetploeg zijn maximaal vier verkenners gevaarlijke stoffen geoefend. Oefeningen worden door de districten georganiseerd. Afstemming van de oefeningen en het bewaken van de kwaliteit is een taak van de coördinatoren oefenbeleid van de districten. Ad 3 Alarmeringsprocedures De volgende alarmeringsprocedures zijn van toepassing op gevaarlijke stoffen in het algemeen en op waarnemen en meten in het bijzonder: B01 Procedure gevaarlijke stoffen voor de centralist. Deze bestaat uit: B01-1 Gevaarlijke stoffen: algemeen B01-2 Procedure melding met eventueel kans op gevaarlijke stoffen B01-3 Procedure melding met gevaarlijke stoffen B01-4 Procedure alarmeren meetploegen B01-5 Registratieformulier voor melding met gevaarlijke stoffen B02 Procedure informeren/alarmeren ROGS/LMPO B03 Procedure alarmeren gaspak- of ontsmettingsteam B04 Procedure WAS voor de centralist 5.7 Relaties met andere processen De uitkomsten en gevolgtrekkingen van waarnemen en meten zijn van invloed op elk ander uitvoerend proces. Een directe relatie bestaat met de processen: - bestrijding van brand en emissie gevaarlijke stoffen; - waarschuwen van de bevolking; - ontsmetten. Onderstaand schema geeft het proces in een stroomschema weer. Dit schema sluit aan op het stroomschema uit hoofdstuk 1 van pagina 3. Rampenplan gemeente Noordenveld
27 Schematische weergave Melding Alarmeer Officier ROGS ROGS: alarmeer LMPO Mogelijk gevaarlijke stoffen betrokken? eventueel direct Alarmeer LMPO Volgens procedures Analyse van informatie LMPO: alarmeer meetploegen Briefing Parate Meetploeg Volgens procedures Meten van concentratie gevaarlijke stoffen Vaststellen van meetresultaten Waarschuwen van de bevolking Voorlichting Verspreiding gevaarlijke stof in kaart brengen Ontruimen en evacueren Geneeskundige hulpverlening- Afzetten en afschermen somatisch EINDE inzet Bestrijden van brand en emissie Verkeer regelen gevaarlijke stoffen Rampenplan gemeente Noordenveld
28 6 Waarschuwen van de bevolking 6.1 Inleiding Bij onder andere een (dreigende) emissie van gevaarlijke stoffen, brand en/of explosiegevaar is het van belang snel de bevolking te waarschuwen en in te lichten over welke maatregelen zij moet nemen. 6.2 Doel Doel van dit proces is het zo snel en effectief mogelijk waarschuwen van de bevolking, waardoor de gevolgen van een ramp voor personen, dieren, opstallen en goederen zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden. 6.3 Doelgroep Tot de doelgroep behoren alle personen en dieren die zich in het bedreigde gebied (rampgebied en directe omgeving) bevinden. 6.4 Kritische proceselementen Na het feitelijke waarschuwen van de bevolking is het belangrijk dat de bevolking nader geïnformeerd wordt. Per situatie wordt beoordeeld op welke manier dit het beste kan plaatsvinden. Afstemming met het proces voorlichten en informeren is daarom noodzakelijk. Rekening moet gehouden worden met specifieke bevolkingsgroepen, zoals niet-nederlandstalige personen of minder validen (doven en slechthorenden). Op regionaal niveau is hiervoor in Drenthe nog geen specifiek beleid ontwikkeld. 6.5 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Waarschuwingsmethoden Waarschuwen van de bevolking kan op verschillende manieren: Via het Waarschuwings- en Alarmeringsstelsel (WAS) (sirenes). Dit is in het bijzonder bedoeld voor calamiteiten waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen die zich over een grote afstand door de lucht kunnen verplaatsen. Sirenes kunnen selectief worden aangestuurd, namelijk per sirene of groepsgewijs. Ze geven aan dat de bevolking naar binnen moet gaan en blijven en ramen en deuren moet sluiten. Via luidsprekerwagens van de politie, telefonische waarschuwing en mondelinge aanzegging. Dit is alleen mogelijk als het bedreigde gebied een beperkte omvang heeft, er voldoende tijd is en het niet gevaarlijk is. Via nieuwsmedia, huis-aan-huis vlugschriften. Dit is alleen mogelijk als er voldoende tijd beschikbaar is (bijvoorbeeld bij een voorwaarschuwing). Rampenplan gemeente Noordenveld
29 6.5.2 Fasen Afhankelijk van de mate van dreiging wordt onderscheid gemaakt tussen: acute waarschuwing van de bevolking bij directe dreiging; informatieverstrekking/voorwaarschuwing van de bevolking bij mogelijke of minder acute dreiging; intrekken alarmering. Ad 1 Acute waarschuwing Afhankelijk van de situatie wordt de bevolking op verschillende manieren gewaarschuwd. Dit is in de vorige paragraaf besproken. De inhoud van eventuele boodschappen wordt bepaald in overleg met de RCvD. Ad 2 Informatieverstrekking/voorwaarschuwing Zo spoedig mogelijk na het waarschuwen bij acute dreiging of in geval van een voorwaarschuwing bij minder acute dreiging, wordt aan de bevolking aanvullende inhoudelijke informatie over het incident en de te nemen maatregelen verstrekt. Dit is met name van belang na het afgaan van de sirenes. Per situatie wordt beoordeeld op welke wijze de informatieverstrekking het beste kan plaatsvinden (bijvoorbeeld rampenzender (RTV-Drenthe), omroepinstallatie, huisaan-huis berichten). De informatie over de situatie is zo concreet mogelijk (bijvoorbeeld over aard en duur van gevaar) en doelgericht (aangeven welke acties gewenst zijn van de bevolking). De inhoud van de boodschap wordt in overleg met de RCvD vastgesteld. Ad 3 Intrekken alarmering Als het gevaar voorbij is, wordt de bevolking daarover ingelicht. Indien gebruik is gemaakt van het WAS, wordt dit uitgeschakeld. Middels eerder genoemde informatiemethoden wordt kenbaar gemaakt dat het gevaar is geweken. Het intrekken van de alarmering gebeurt in opdracht van de RCvD Verantwoordelijkheden De burgemeester is hoofdverantwoordelijk voor het waarschuwen van de bevolking in een bedreigd gebied. Wanneer de situatie echter acuut is en waarschuwen geen uitstel duldt, is de RCvD gemandateerd om het WAS te activeren. Voor gebruik van geluidswagens worden ad hoc afspraken gemaakt met de politie. Het proces wordt gecoördineerd door de brandweer en uitgevoerd in samenwerking met de gemeente, politie, GHOR en nieuwsmedia. 6.6 (Operationele) voorbereiding en organisatie De regionale brandweer draagt zorg voor de voorbereiding van het proces en het onderhoud van materieel en materiaal. De voorbereiding van dit proces valt onder de verantwoordelijkheid van het hoofd alarmcentrale en operationele zaken. De gemeente heeft een ambitieniveau vastgesteld voor het aantal te redden personen. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de Leidraad Maatramp, Maatramp Drenthe (2001), Leidraad Operationele Prestaties en het rapport Operationele Prestaties Drenthe Rampenplan gemeente Noordenveld
30 6.7 Relaties met andere processen Het proces waarschuwen van de bevolking is een essentieel beginproces met als doel slachtoffers te voorkomen. Zoals beschreven in paragraaf 3 heeft het proces een directe relatie met het proces voorlichten en informeren. Afstemming met dit proces is daarom noodzakelijk. De procesbeschrijving voorlichten en informeren moet daarom in het verlengde geplaatst worden van deze procesbeschrijving. In onderstaand schema wordt het proces schematisch weergegeven. Dit schema sluit aan op het stroomschema uit hoofdstuk 1 van pagina 3. Rampenplan gemeente Noordenveld
31 Schematische weergave anders Waarnemen en meten Waarschuwen van de bevolking geluidswagens Luid alarm (WAS) - Procedures -Operationeel handboek brandweer Advies LMPO ROGS OvD-B RTV-Drenthe - Voorbereid standaardbericht - Convenant inschakeling Voorlichten en informeren Preventieve openbare gezondheidszorg Ontruimen en evacueren Nazorg INCIDENT BESTRIJDING Diverse processen Opvangen en verzorgen EINDE DREIGING Intrekking alarmering Rampenplan gemeente Noordenveld
32 7 Toegankelijk maken en opruimen 7.1 Inleiding De infrastructuur op en rond het rampterrein kan bij diverse rampscenario s ontoegankelijk worden door instortingen, overstromingen en dergelijke. Het proces toegankelijk maken en opruimen is er op gericht het rampterrein weer toegankelijk en begaanbaar te maken om overige hulpverlenings- en bestrijdingsactiviteiten mogelijk te maken. 7.2 Doel Het doel van dit proces is bereiken dat er geen (fysieke) belemmeringen bestaan die de hulpverlening stagneren. Dit wil zeggen het opheffen van blokkades die de uitvoering van andere hulpverleningsprocessen belemmeren en het zorgdragen voor aan- en afvoerwegen naar, van en in het rampterrein. 7.3 Doelgroep Tot de doelgroep behoren alle bij de hulpverlening betrokken organisaties en de getroffen bevolking die hulp nodig heeft. 7.4 Kritische proceselementen Afstemming met de GHOR en de politie is noodzakelijk. Hoe eerder het rampterrein toegankelijk is voor hulpverleners, des te sneller kunnen slachtoffers geholpen worden. Ook is afstemming met de politie noodzakelijk in verband met afzetten, afschermen, omleiden van het verkeer en strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke oorzaken van de ramp. 7.5 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Hoewel voor de uitvoering van het proces voornamelijk gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke diensten en particuliere bedrijven, ligt de algehele coördinatie van het proces bij de brandweer. In eerste instantie zal de brandweer zelf blokkades (laten) verwijderen. Hierbij kan een beroep gedaan worden op: gemeentelijke diensten (gemeentewerken, gemeentereiniging); particuliere bedrijven (bergingsbedrijven, aannemers, loonbedrijven); provinciale diensten; militaire bijstand. De inzet van deze diensten hangt af van de aard en omvang van de blokkades in relatie tot de opkomsttijd en de beschikbaarheid van materieel/materiaal. Buiten het rampterrein zal meestal geen sprake zijn van blokkades van puin door instortingen of anderszins. Het toegankelijk maken van aan- en afvoerwegen naar en van het rampterrein zal daar voornamelijk bestaan uit het verwijderen van obstakels zoals auto s, omheiningen e.d. Rampenplan gemeente Noordenveld
33 Dit wordt aangestuurd vanuit de AC waarbij bijvoorbeeld één van de gemeentelijke diensten belast wordt met de daadwerkelijke uitvoering (bijvoorbeeld de afdeling Openbare Werken) Verantwoordelijkheden De brandweer is verantwoordelijk voor de operationele uitvoering van het proces. Bij een groter incident of (dreiging van) een ramp zal worden opgeschaald volgens GRIP. Het CTPI of CoRT is verantwoordelijk voor het rampterrein en wat daarbinnen gebeurt. Het effectgebied valt onder het ROT. 7.6 (Operationele) voorbereiding en organisatie De regionale brandweer draagt zorg voor de voorbereiding van het proces en het onderhoud van materieel en materiaal. De gemeentelijke korpsen hebben contacten met verschillende bedrijven en diensten die ingezet kunnen worden voor bergingswerkzaamheden. De gemeente heeft een ambitieniveau vastgesteld voor het aantal te redden personen. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de Leidraad Maatramp, Maatramp Drenthe (2001), Leidraad Operationele Prestaties en het rapport Operationele Prestaties Drenthe Binnen Drenthe is afstemming bereikt met de gemeentelijke korpsen over de door de korpsen te leveren functionarissen en middelen. Dit is vastgelegd op de meldkamer. Alarmering geschiedt automatisch. 7.7 Relaties met andere processen Het proces toegankelijk maken en opruimen is randvoorwaardelijk voor en faciliterend aan andere rampbestrijdingsprocessen. Wanneer het rampterrein niet toegankelijk is, kan een aantal andere processen niet uitgevoerd worden. Afstemming met de overige disciplines is vereist. In onderstaand stroomschema wordt het proces schematisch weergegeven. Dit sluit aan op het schema van hoofdstuk 1 van pagina 3. Rampenplan gemeente Noordenveld
34 Schematische weergave Alarmering Verkenning Beeld- en besluitvorming Maak inzetplan Contact met politie, GHOR, gemeente en anderen Afzetten en afschermen Begidsen Bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen Voer inzetplan uit: daadwerkelijk toegankelijk maken en opruimen Begeleidingsplan Verkeersregelplan Verkeer regelen Redden en technische hulpverlening Gewondennest Gewondenvervoer Geneeskundige hulpverlening somatisch EINDE INZET Rampenplan gemeente Noordenveld
35 8 Verbindingen 8.1 Inleiding Communicatie en verbindingen zijn essentieel voor het uitvoeren van rampbestrijdingsactiviteiten. Tijdens rampen zal het gebruik van openbare telecommunicatievoorzieningen vaak onmogelijk zijn of kunnen worden. Het openbare en mobiele telefoonnet kan overbelast raken. Ook kunnen problemen ontstaan met de overheidsverbindingen, die door de hulpverleningsdiensten worden gebruikt. 8.2 Doel Doel van het proces is het in geval van grootschalige, multidisciplinaire inzetten waarborgen van optimale verbindingen ten behoeve van de communicatie tussen de eenheden in het veld, de multidisciplinaire operationele organen (CTPI, CoRT en ROT) en het Beleidsteam (BT). 8.3 Doelgroep De doelgroep bestaat uit alle bij de hulpverlening betrokken operationele en bestuurlijke diensten. 8.4 Uitvoering: activiteiten en verantwoordelijkheden Activiteiten Communicatie geschiedt mondeling (telefonisch, draadloos, ordonnans), schriftelijk (fax) en via moderne informatiesystemen ( , intranet). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van bodes, interne en openbare telefoonnetten en draadloze verbindingen. Wanneer reguliere telefoonverbindingen uitvallen, kan worden teruggevallen op het Nationaal Noodnet en satellietcommunicatie. Operationele diensten gebruiken dagelijks bepaalde verbindingsmiddelen en -procedures. Ten tijde van een inzet is iedere dienst zelf verantwoordelijk voor het in stand houden van deze verbindingen, ook bij uitval van de reguliere telefoon- en mobilofoonnetten. De brandweer kan ondersteuning bieden bij het instandhouden van interne en openbare telefoonnetten, bij aansluitingen op het Nationale Noodnet en het onderhouden van draadloze verbindingen van de Commando Haakarmbak (COH) en de verbindingswagens met eenheden in het veld en het ROT. Het CTPI of CoRT kan in het veld bijeenkomen (mobiel), maar het kan ook gebruik maken van de voorbereide CTPI/CoRT-ruimtes in Drenthe. Hiervan zijn er drie: in de brandweerkazernes van Assen, Hoogeveen en Emmen. Het ROT komt op een vaste locatie bijeen (hoofdbureau Regiopolitie Drenthe). In het schema aan het eind van dit hoofdstuk wordt weergegeven hoe de verbindingen geregeld zijn ten tijde van een grootschalige, multidisciplinaire inzet. Rampenplan gemeente Noordenveld
36 8.4.2 Opschaling Bij een multidisciplinaire inzet worden, afhankelijk van GRIP, verschillende organen ingericht (CTPI/CoRT, ROT, (R)BT). Bij het opschalen van de rampbestrijdingsorganisatie schalen ook de verbindingen mee op. Naast communicatie tussen de leidinggevenden en eenheden in het veld zal ook de communicatie tussen de verschillende organen zoveel mogelijk gegarandeerd moeten worden. Vanaf GRIP 1 wordt ten behoeve van het CTPI / CoRT de COH ingezet. De COH wordt vanaf GRIP 2 altijd in combinatie met verbindingswagens van de verschillende disciplines ingezet Verantwoordelijkheden De brandweer is verantwoordelijk voor het regelen en onderhouden van de verbindingen tussen het rampterrein en het ROT. De verschillende disciplines (brandweer, politie, GHOR) blijven zelf verantwoordelijk voor het onderhouden en in stand houden van hun eigen interne verbindingen. De gemeente is verantwoordelijk voor de communicatiemiddelen ten behoeve van de gemeente. De Provinciale en Nationale Coördinatie Centra (PCC en NCC) zijn verantwoordelijk voor hun eigen communicatiemiddelen. Ook zij kunnen indien nodig gebruik maken van het Nationaal Noodnet. 8.5 (Operationele) voorbereiding en organisatie Elke discipline is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de eigen verbindingen. De regionale brandweer zorgt voor afstemming. 8.6 Relaties met andere processen Dit proces is randvoorwaardelijk voor de overige rampbestrijdingsprocessen. Om de andere processen adequaat te kunnen uitvoeren is een goede en betrouwbare verbindingstructuur onontbeerlijk. Rampenplan gemeente Noordenveld
37 Schematische weergave NCC/PCC Min. BZK CdK Burgemeester omliggende gemeente Overigen BT Stafsectie logistiek ROT Stafsectie informatiemanagement MKD MT (gemeente) COH CTPI/CoRT Stafsectie voorlichting VC2 brandweer Verbindingswagen GHOR Verbindingswagen politie werkveld werkveld werkveld Openbaar telefoonnet Nationaal noodnet Koppeling COH - verbindingswagens (telefoon) Mobilofoon en portofoon Rampenplan gemeente Noordenveld
38 BIJLAGE Gebruikte afkortingen AC COH CoRT CTPI GHOR GRIP LMPO MKD OvD PC (R)BT RCvD ROGS ROT TS WAS WVD Alarmcentrale Commando Haakarmbak Commando Rampterrein Coördinatie Team Plaats Incident Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure Leider Meetplan Organisatie Meldkamer Drenthe Officier van Dienst Pelotonscommandant (Regionaal) Beleidsteam Regionaal Commandant van Dienst Regionale Ongevalbestrijding Gevaarlijke Stoffen Regionaal Operationeel Team Tankautospuit Waarschuwings- en alarmeringsstelsel Waarschuwings- en verkenningsdienst Rampenplan gemeente Noordenveld
Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel X: Beschrijvingen operationele processen brandweer
Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel X: Beschrijvingen operationele processen brandweer Rampenplan Gemeente Assen 2007 versie 9 mei 2007 Inhoudsopgave Procesbeschrijvingen: inleiding... 4 1. Bestrijden
Beschrijving operationeel proces politie Ontruimen en evacueren
Beschrijving operationeel proces politie Ontruimen en evacueren December 2006 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Doel... 2 3. Doelgroep... 2 4. Kritische proceselementen... 2 5. Uitvoering: activiteiten
REFERENTIEKADER REGIONAAL CRISISPLAN 2009. Procesmodellen
REFERENTIEKADER REGIONAAL CRISISPLAN 2009 Het Referentiekader Regionaal Crisisplan 2009 Leeswijzer Begin vorig jaar is het projectteam Regionaal Crisisplan, in opdracht van de Veiligheidskoepels, gestart
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement u. Functie officier van dienst Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Niveaus in de incident- en crisismanagementorganisatie... 1 1.1 Operationeel niveau...
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor
VEILIGHEIDSBELEID RAMPENBESTRIJDING GEMEENTE SMALLINGERLAND. Het is niet te hopen dát er een ramp gebeurt in onze gemeente of ergens anders.
VEILIGHEIDSBELEID EN RAMPENBESTRIJDING GEMEENTE SMALLINGERLAND Het is niet te hopen dát er een ramp gebeurt in onze gemeente of ergens anders. We kunnen met z'n allen wel proberen onveilige situaties te
GRIP-teams en kernbezetting
GR P Wat is GRIP? GRIP is de afkorting van Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure en staat voor: het snel en multidisciplinair organiseren van de juiste mensen en middelen die nodig
Rampenplan gemeente Heerhugowaard. Inhoudsopgave
Rampenplan gemeente Heerhugowaard Inhoudsopgave Vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders op 08-07-2008 0. Inhoudsopgave Inhoud Dit document bevat de volgende onderwerpen. DEEL A RAMPENPLAN:
Versie 14-05-2009 1/6
Versie 14-05-2009 1/6 Draaiboek : 11 Titel: Draaiboekcoördinator: Ontruimen en evacueren Gerrit Kok Doelstelling: Bij crises kunnen zich dermate grote risico's voor de veiligheid van mens en dier in de
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond. Organisatorisch deel. Alarmering Deelproces 1
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond Organisatorisch deel Alarmering Deelproces 1 Gemeente Helmond Vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 23 december 2008 Inhoudsopgave organisatorisch deel
Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s
Kennispublicatie Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s 1 Infopunt Veiligheid In 2006 heeft de toenmalige Veiligheidskoepel een landelijk Referentiekader GRIP opgesteld. De op 1 oktober 2010
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 15 januari 2004
No: 5.4/260204 Onderwerp: Verordening brandveiligheid en hulpverlening De Raad van de gemeente Noordenveld; - gelet op artikel 1, tweede lid, en artikel 12 van de brandweerwet 1985 - gelet op artikel 8,
B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord
B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2-0 Overzicht Samenvatting In dit deel is de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP) Noord-Holland Noord
De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen
De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen Welkom Veiligheidsregio NHN Wet veiligheidsregios Bezuinigingen Regionalisering brandweer Praktijk Veiligheidsregio Noord-Holland
Leidraad Kernongevallenbestrijding
Leidraad Kernongevallenbestrijding In deze paragraaf worden enige algemene operationele uitgangspunten beschreven die voor alle betrokken (operationele) diensten van belang zijn. Het gaat hier om de te
1 De coördinatie van de inzet
1 De coördinatie van de inzet Zodra zich een incident voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdingsorganisatie via het proces van opschaling opgebouwd. Opschalen kan worden gedefinieerd
Functieboek Rampenbestrijding. Brandweer (versie 1.0, 22-03-2005)
Functieboek Rampenbestrijding Gelderland-Zuid Brandweer (versie 1.0, 22-03-2005) Beuningen Buren Culemborg Druten Geldermalsen Groesbeek Heumen Lingewaal Maasdriel Millingen a/d Rijn Mook & Middelaar Neerijnen
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement b. Functie bevelvoerder Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub b Besluit personeel veiligheidsregio s 1.1
B3 - Hoofdproces Bron- en Effectbestrijding Deelplan Bron- en Effectbestrijding Brandweer B3-1.0 Inleiding en leeswijzer
B3 - Hoofdproces Bron- en Effectbestrijding B3-1 Deelplan Bron- en Effectbestrijding Brandweer B3-1.0 Inleiding en leeswijzer Inleiding De brandweer is verantwoordelijk voor het hoofdproces bron- en effectbestrijding.
Pastorale zorg bij rampen
2 Inhoud: 1. Doelstelling pag. 3 2. Realisatie pag. 4 3. Begrippen pag. 5 4. Verantwoordelijkheid pag. 6 5. Pastorale verzorger pag. 7 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg
Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland
Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Inhoudsopgave Grip op hulpverlening 4 Routinefase 6 GRIP 1 8 GRIP 2 12 GRIP 3 18 GRIP 4 24 Gebruikte afkortingen 30 4 Grip op hulpverlening Dit boekje bevat de samenvatting
Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen
Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen Rampenplan Gemeente Assen 2007 versie 9 mei 2007 Inleiding Het voorliggende Rampenplan Gemeente Assen 2007 beschrijft de organisatie en werkwijze van de
Functies en teams in de rampenbestrijding
B Functies en teams in de rampenbestrijding De burgemeester - De burgemeester heeft de eindverantwoordelijkheid voor en de algehele leiding bij het bestrijden van incidenten in de eigen gemeente; - De
B1 - Basisplan en hoofdprocessen Inleiding en leeswijzer
B1 - Basisplan en hoofdprocessen B1 0 Inleiding en leeswijzer Inleiding In het basisplan ligt het accent op de bestuurlijke, organisatorische en coördinerende elementen bij het bestrijden van een ramp
Protocol Schuilen of ontruimen/evacueren
Protocol Schuilen of ontruimen/evacueren Bij incidenten met gevaarlijke stoffen Johan de Cock Kenniscongressen Protocol Leren 2007 Dinsdag 20 februari, Ede Dinsdag 27 februari, Den Haag Dinsdag 6 maart,
Pastorale zorg bij rampen
2 Inho ud: 1. Doelstelling pag. 4 2. Realisatie pag. 5 3. Begrippen pag. 6 4. Verantwoordelijkheid pag. 7 5. Pastorale verzorger pag. 8 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg
Operationele Regeling VRU
Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld
Crisisbeheersingsplan (deel 2)
Postbus 1 3430 AA Bezoekadres Martinbaan 2 3439 NN www.nieuwegein.nl Communicatie en juridische zaken Crisisbeheersingsplan (deel 2) Deelprocessen Wet rampen en zware ongevallen Op basis van het Handboek
Introductie rampenplan Overzicht
Introductie rampenplan Overzicht Inleiding Dit deel vormt een introductie op het rampenplan. Inhoud Dit deel behandelt de volgende onderwerpen: Onderwerp Voorwoord en leeswijzer Onderdelen rampenplan:
Crisisplan RAV. Ruud Houdijk, januari 2015
Crisisplan RAV Ruud Houdijk, januari 2015 Visie op operationele planvorming Praktijkgericht Vakbekwame professionals, maar meerwaarde door relevante informatie te bieden Alleen vastleggen wat je echt kunt
Bijlage E: Observatievragen
Bijlage E: Observatievragen Inhoudsopgave Waarnemervragen Meldkamer (MK) Waarnemervragen Commando Plaats Inicident (CoPI) Waarnemervragen Regionaal Operationeel Team (ROT) Waarnemervragen Team Bevolkingszorg
Fase 1: Alarmeren. Stap 1. Stap 2. Stap 3. Actie. Toelichting. Betrokken partijen. Betrokken partijen. Actie. Toelichting. Betrokken partijen
Draaiboek Brand 2016 Het Draaiboek Brand is onderdeel van het Protocol Grootschalige calamiteiten van het Verbond van Verzekeraars. In het draaiboek is beschreven hoe de coördinatie vanuit de branche Brand
KWALIFICATIEPROFIEL VOOR OFFICIER VAN DIENST
KWALIFICATIEPROFIEL VOOR OFFICIER VAN DIENST werkzaam bij de brandweer Status Dit kwalificatieprofiel is op 30 september 2005 te Arnhem vastgesteld het Project Kwaliteit Brandweerpersoneel. Inleiding In
Crisisorganisatie uitgelegd
GRIP Snelle opschaling, vaste teams, eenhoofdige leiding Wat kan er gebeuren? KNOPPENMODEL Meer tijd voor opschaling, maatwerk in teams en functionarissen GRIP 4 / 5 STRATEGISCH OPERATIONEEL / TACTISCH
# Overwegingen Aantekeningen 1 Alarm
# Overwegingen Aantekeningen 1 Alarm Rust, ruimte & overzicht 2 Uitrukken 1 Controle MS 2 Bericht 3 Bovenwinds aanrijden 4 Veilig aanrijden 5 Berichtgeving 6 Commando s 3 OGS melding 1 GEVI-nummer 2 Stofnaam
PLAN CRISISMANAGEMENT
PLAN CRISISMANAGEMENT Rampenplan van de gemeente Tilburg Vastgesteld door het college op 19 juli 2005 Productie: Informatie: Gemeente Tilburg, Concernstaf, afdeling Bestuursadvisering Johan Geijsels, bestuursadviseur
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond. Ontruimen en evacueren Deelproces 5. Organisatorisch deel
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond Ontruimen en evacueren Deelproces 5 Organisatorisch deel Gemeente Helmond Vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 23 december 2008 Inhoudsopgave organisatorisch
Crisismanagement Groningen. Basismodule
Crisismanagement Groningen Basismodule Doel van de module Kennismaken met crisismanagement Groningen Inzicht krijgen in rollen en taken Beeld krijgen bij samenwerken in de crisis-organisatie Programma
Grootschalige Geneeskundige Bijstand Geneeskundige hulpverlening bij grote incidenten
Grootschalige Geneeskundige Bijstand Geneeskundige hulpverlening bij grote incidenten Roel Kerkhoff Beleidsmedewerker GHOR Reggie Diets Regionaal Opleidingscoördinator RAV / Officier van Dienst Geneeskundig
1. Kenmerken van een inzet bij OGS. 2. Belangrijkste Risico's bij OGS. 3. Specifieke zaken voor Beeldvorming bij OGS
Beeld-, oordeel- en besluitvorming bij OGS Oefenkaart Lesstof Overige bronnen 222A Beeld-, oordeel- en besluitvorming bij OGS Bevelvoerder, tekstboek OGS Inleiding Deze achtergrondinformatie gaat over
Protocol Bedrijfsnoodplan en bedrijfshulpverlening
Bedrijfsnoodplan en Nederlandse Vereniging van Dierentuinen Postbus 15458 1001 ML Amsterdam 020 5246080 [email protected] Versie D2 van juni 2012 1. Inleiding Dierenparken moeten zijn voorbereid
CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES
CONVENANT SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES 2012 Ondergetekenden: 1. Het Slotervaart, gevestigd te Amsterdam, in deze rechtsgeldig
Multidisciplinair Opleiden en Oefenen
Toetsingskader en positiebepalingssystematiek (definitieve versie) Inhoudsopgave Inleiding. Verdeling in oordeel, hoofdonderwerpen, onderwerpen, hoofd- en subaspecten. Banden voor positiebepaling. Prestatieniveaus.
Beperkt OGS Manschappen en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: minimaal 1 keer per oefencyclus. waarbij een gevaarlijke stof vrijkomt.
Verkeersongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen Oefening Doel Beginsituatie Samenstelling oefenstaf Mogelijke opdrachten Hulpmiddelen Specifieke aandachtspunten voor veiligheid en milieu Specifieke
KWALIFICATIEPROFIEL VOOR MEETPLANLEIDER
KWALIFICATIEPROFIEL VOOR MEETPLANLEIDER werkzaam bij de brandweer Status Dit kwalificatieprofiel is in maart 2005 te Arnhem vastgesteld door het Project Kwaliteit Brandweerpersoneel. Wijzigingen in het
Omgevingszorg. Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg
Omgevingszorg Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg Omgevingszorg Handboek Bevolkingszorg Deel D Datum: Kenmerk: Auteurs: Werkgroep Regionaal Crisisplan Bevolkingszorg Pagina 2 van 12 Inhoudsopgave 1.
mei 2008 ERO VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn VGWM A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!
mei 2008 VGWM A WAY OF LIVING Veiligheid Gezondheid Welzijn Milieu VGWM Standaards voor professionals, wees alert! Werk veilig of werk niet Het werken op een locatie is niet altijd zonder risico s. Theoretisch
5. Beschrijving per organisatie en
5. Beschrijving per organisatie en taken secties in de hoofdstructuur 5.1 In organieke zin worden binnen de hoofdstructuur het RBT, BT, ROT, CoPI de GMK/ CMK, de secties en de actiecentra onderscheiden.
Operationele Regeling VRU
Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld
Inzet met accent op brandbestrijding. Oefening
700 Inzet met accent op brandbestrijding Oefening Doel Basisbrandweerzorg, eventueel met specialisme(n) Brandbestrijding Minimaal twee TS-en, OVD, eventueel ondersteunende voertuigen Frequentie: minimaal
BHV-procedures bij incidenten
BHV-procedures bij incidenten Inclusief instructieblad met toelichting. Bij bedrijfshulpverlening voor ongevallen, brand en ontruiming is het belangrijk dat de BHV ers goede instructies en werkprocedures
Specialisten van de VRU. Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS)
Specialisten van de VRU Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS) Utrecht is een knooppunt van vitale transportroutes over de weg, het spoor en het water, waarover ook grote volumes gevaarlijke stoffen
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen. Leidraad voor Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen Leidraad voor Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen De leidraad ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen is vervaardigd door het Nederlands Instituut voor Brandweer
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond. Centraal Registratie- en Informatiebureau (CRIB) Deelproces 15. Organisatorisch deel
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond Centraal Registratie- en Informatiebureau (CRIB) Deelproces 15 Organisatorisch deel Gemeente Helmond Vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 23 december
Beschrijving Incident- en crisismanagementorganen Drenthe/Assen
Beschrijving Incident- en crisismanagementorganen Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave: Inleiding... 2 1 Motorkapoverleg (MKO)... 2 2 Commando Plaats Incident (CoPI)... 2 2.1 Taken... 3 2.2 Bemensing...
Begroting 2015. V Ą Vėiligheidsregio. ^ Drenthe
Begroting 215 V Ą Vėiligheidsregio ^ Drenthe VOORWOORD Dit is d e t w e e d e b e g r o t i n g v a n V e i l i g h e i d s r e g i o D r e n t h e ( V R D ). Hierin is h e t v o l i e d i g e b u d g
IASV. Uitwerking proces Preventieve Openbare Gezondheidszorg. Model IASV v1.4
IASV Uitwerking proces Model IASV v1.4 Modeldatum/tijd: 28-4-2009 Informatiearchitect: Erik van den Berg, Frank Fledderus Projectleiding:Jeroen Jansen Inlichtingen: [email protected] Inhoudsopgave
Versie 14-05-2009 1/7
Versie 14-05-2009 1/7 Draaiboek : 12 Titel: Draaiboekcoördinator: Afzetten en afschermen Gerrit Kok Doelstelling: Bij een crisis moet de hulpverlening en de bestrijding van het incident door de betrokken
A 2015 N 51 PUBLICATIEBLAD
A 2015 N 51 PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 4 de augustus 2015, no. 15/2524, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Landsverordening rampenbestrijding D e G o u v e r n e u r v a
GRIP 1, ongeval gevaarlijke stoffen (OGS) Alkmaar 17 mei 2016, gemeente Alkmaar
GRIP 1, ongeval gevaarlijke stoffen (OGS) Alkmaar 17 mei 2016, gemeente Alkmaar Quickscan GRIP 1, OGS Alkmaar, 17 mei 2016 Incident 17 mei 2016 Ongeval gevaarlijke stoffen aan de Kogerpolder 10, Starnmeer
FIRE PROTECTION CONSULTANTS
FIRE PROTECTION CONSULTANTS Agenda CalaHAn: Calamiteiten Haven van Antwerpen Probleemstelling Project doelstelling Live Demo Conclusies 2 Probleemstelling 3 Projectomschrijving Doelstelling: Een efficiëntere
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond. Toegankelijk en begaanbaar maken Deelproces 20. Organisatorisch deel
Gemeentelijk Draaiboek, gemeente Helmond Toegankelijk en begaanbaar maken Deelproces 20 Organisatorisch deel Gemeente Helmond Vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 23 december 2008 Inhoudsopgave
Branchestandaard blijvende vakbekwaamheid
Branchestandaard blijvende vakbekwaamheid Functie hoofdofficier van dienst werkzaam bij de brandweer De Brandweeracademie is onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid. 2 Branchestandaard blijvende
Uitvraagprotocol. Uitvraagprotocol ten behoeve van meldkamers die een incidentmelding kunnen ontvangen.
Uitvraagprotocol Toelichting Uitvraagprotocol ten behoeve van meldkamers die een incidentmelding kunnen ontvangen. Wie o Naam melder en bereikbaarheidsgegevens o Roepletters/nummer schip o Naam schip o
GRIP 2, brand industriepand Alkmaar 30 april 2016, gemeente Alkmaar
GRIP 2, brand industriepand Alkmaar 30 april 2016, gemeente Alkmaar Quickscan GRIP 2, brand industriepand Alkmaar, 30 april 2016 Incident 30 april 2016 Brand in een industriehal aan de Noorderkade-Noorderstraat
Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. 1 Inhoud Processen per kolom / hulpdienst Netcentrisch werken GRIP-opschaling
GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk
GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote, complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. Deze structuur beschrijft in vier fasen de organisatie
Deel 3. Gecoördineerde rampenbestrijding. Versie 2.0
Deel 3 Gecoördineerde rampenbestrijding en samenwerking met de GHOR Versie 2.0 Inhoudsopgave 1. Gecoördineerde Regionale Incidenten bestrijdingsprocedure (GRIP)... 3 2. Multidisciplinaire samenwerking
Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo)
Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo) Erratum Calamiteitencoördinator (CaCo) Dit erratum geeft invulling aan de huidige taakopvatting en werkwijze van de CaCo en dient
Schuilen, ontruimen en/of evacueren, een kwestie van snelheid
Schuilen, ontruimen en/of evacueren, een kwestie van snelheid Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid GGD en Brabant / Zeeland Henk Jans Arts/chemicus MMK/GAGS Grote bedrijfsbrand te Best op 6 mei 2005
Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Limburg-Noord
2011 2012 Colofon Multidisciplinaire werkgroep Regionaal Crisisplan Regionaal Crisisplan 2011-2012 Versie: 0.9 Vaststellingsdata: Algemeen bestuur 18-11-2011 2 Inhoudsopgave 1. Algemeen...4 1.1 Inleiding...
Inzetvoorstellen en codes
Inzetvoorstellen en codes GHOR Groningen en de Meldkamer Ambulancezorg werken bij grootschalige calamiteiten met inzetvoorstellen. Een inzetvoorstel geeft aan hoeveel ambulances, functionarissen en eventueel
BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ
BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ CBRNe Multi CBRNe meerdaagse op 16 en 17 oktober 2012 te Ossendrecht Wil & Dick Onderwerpen Landelijke organisatie OGS Diverse piketten brandweer Meetapparatuur brandweer
B & W-nota. Onderwerp Vaststelling Notitie Een kwaliteitsslag in de Rampenbestrijdingsorganisatie van Haarlem
Onderwerp Vaststelling Notitie Een kwaliteitsslag in de Rampenbestrijdingsorganisatie van Haarlem B & W-nota Portefeuille mr. J.J.H. Pop Auteur P. Abma Telefoon 023 5114489 E-mail: [email protected] PD/Veiligheid/2005/547
Programma. Even voorstellen. Beeldvorming. De Calamiteiten coördinator VRGZ
Programma Even voorstellen Beeldvorming De Calamiteiten coördinator VRGZ Even voorstellen Beeldvorming Gemeenschappelijke meldkamer Gelderland-Zuid Brandweer Meldkamer Ambulance Politie Calamiteiten coördinator
Beperkt OGS Manschappen en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: minimaal 1 keer per oefencyclus
Ongeval met gevaarlijke stoffen bij stationaire Oefening Doel Basisbrandweerzorg Beperkt OGS en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: minimaal 1 keer per oefencyclus Algemeen doel De ploeg voert veilig en effectief
Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel IX: Deelproces Verslaglegging en archivering
Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel IX: Deelproces Verslaglegging en archivering Rampenplan Gemeente Assen 2007 versie 9 mei 2007 Inhoudsopgave 1. Algemeen... 2 2 Verslaglegging en dossiervorming... 2
Geneeskundige Hulpverlening Geneeskundige Hulpverlening Somatisch H. Broekman
Veiligheidsregio Utrecht Bureau GHOR Utrecht November 2008 Draaiboek Titel Draaiboek coördinator Geneeskundige Hulpverlening Geneeskundige Hulpverlening H. Broekman Doelstelling Doelgroep Verantwoordelijkheid
Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding
CVDR Officiële uitgave van Leek. Nr. CVDR54284_1 1 juni 2016 Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding De raad van de gemeente Leek; gelet op: - artikel 1, tweede lid, artikel 12
Verordening brandveiligheid en hulpverlening Coevorden 1998
Verordening brandveiligheid en hulpverlening Coevorden 1998 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Coevorden Officiële naam regeling Verordening brandveiligheid
Versie /6
Versie 14-05-2009 1/6 Draaiboek : 13 Titel: Draaiboekcoördinator: Verkeer regelen Gerrit Kok Doelstelling: Wanneer een crisis zich voordoet is het niet ondenkbaar dat de normale gang van het verkeer ingrijpend
Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing. Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs
Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs Bijlage: Organogram crisisorganisatie 04-06-2010 1 Inleiding De toets Basisscholing
Inzet met accent op brandbestrijding. Oefening
700 Inzet met accent op brandbestrijding Oefening Doel Basisbrandweerzorg, eventueel met specialisme(n) Brandbestrijding Minimaal twee TS-en, OVD, eventueel ondersteunende voertuigen Frequentie: minimaal
Handboek Bevolkingszorg
Handboek Bevolkingszorg Opzet Handboek Bevolkingszorg Dit hoofdstuk is opgedeeld in vijf delen. Deel A bevat de samenvattingen van de vijf taakorganisaties bevolkingszorg. De delen B tot en met F bevatten
De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten.
BELEIDSPLAN 2011-2015 VEILIGHEIDSREGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT Bijlage 3. Sturing en organisatie De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente Autorisatie OPSTELLERS: Barrett,Annelies Voorde ten, Jaqueline BIJDRAGE IN DE
Evaluatie van de brand in De Punt op 9 mei 2008
Evaluatie van de brand in De Punt op 9 mei 2008 Bevindingen onderzoekscommissie Brand met dodelijke afloop in De Punt op 9 mei 2008 Ira Helsloot Overzicht presentatie Woord vooraf Korte herhaling: van
