Leidraad Kernongevallenbestrijding
|
|
|
- Thomas Claes
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Leidraad Kernongevallenbestrijding In deze paragraaf worden enige algemene operationele uitgangspunten beschreven die voor alle betrokken (operationele) diensten van belang zijn. Het gaat hier om de te onderscheiden gebiedsindeling, de stralingsnormen uit Kernenergiewet, Besluit stralingsbescherming en NPK, en de kerntaken voor de onderscheiden hulpverleningsdiensten in relatie tot wat is opgenomen in de LOP. De gebiedsindeling bij een kernongeval Bij de gebiedsindeling moet nadrukkelijk het verschil tussen een kernongeval met een A-object en met een B-object worden beschouwd. Ten behoeve van de voorbereiding op ongevallen met A-objecten kan gebruik worden gemaakt van de PWR-5 mal. Deze PWR-5 mal is opgebouwd uit drie zones: de evacuatiezone (ca. 5 km vanaf de bron), de zone jodiumprofylaxe (ca. 15 km) en de schuilzone (ca. 30 km). De zones zijn cirkelvormig, zoals weergegeven in onderstaande figuur. Bij een kernongeval met een B-object bestaat, evenals bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, het gebied rond de bron uit de volgende deelgebieden (zie figuur op volgende pagina): - gevarengebied; - werkgebied; - aandachtsgebied Gevarengebied PWR-5 mal met de verschillende maatregelenzones voor kernongeval met een A-object Het gevarengebied is het gebied direct rond de plaats van het kernongeval. In dit gebied bevindt zich de bron van het incident en vindt de bronbestrijding plaats door bijvoorbeeld de exploitant en de brandweer. In het gevarengebied is de veiligheid in het geding. Veiligheidsmaatregelen moeten genomen worden.
2 Werkgebied Binnen het werkgebied zijn procedurele maatregelen aan de orde. Voor de inzet is het advies van de adviseur gevaarlijke stoffen noodzakelijk en wordt meetapparatuur gebruikt om de veiligheid te kunnen waarborgen. Er zijn geen beletsels om in dit gebied dringend noodzakelijke hulpverleningsacties uit te voeren. Voor B-objecten wordt een maximale afstand van 100 meter rond de bron aangehouden als grens voor het werkgebied. Gebiedsindeling bij kernongeval met een B-object Aandachtsgebied Het aandachtsgebied is het benedenwindse deel van de omgeving (gezien vanaf de bron) dat door de vrijgekomen radioactieve stoffen ten gevolge van brand besmet is of dreigt te worden. Bij een (dreigend) ongeval moet er worden gereageerd op basis van een schatting van de omvang van het effectgebied. Bij B-objecten gebruikt men de startmal brand (tot circa 500 meter benedenwinds) om tot een indicatie van de grootte van het aandachtsgebied te komen. De precieze contouren van het gevaren-, het werk- en het aandachtsgebied worden later bepaald met behulp van metingen. Voor dit doel wordt de meetplanorganisatie van de brandweer ingeschakeld en de beschikbare rijksdiensten zoals het RIVM (bereikbaar via het Meldpunt VROM). Als het stralingsniveau onverminderd hoog blijft na stabilisatie van het ongeval, zijn in de zone buiten het werkgebied nog wel extra veiligheidsmaatregelen noodzakelijk. Bij langdurend verblijf, bewoning en landbouw moet rekening worden gehouden met de indirecte belasting (door besmette waren) en de late effecten van aanwezige besmetting en een verhoogd stralingsniveau. Het is te verwachten dat in die periode meerdere zonegrenzen, gekoppeld aan bepaalde langere termijn maatregelen, worden ingesteld waarbij lagere stralingswaarden zullen worden gehanteerd. Stralingsnormen Bij regulier (brandweer-)optreden wordt een grenswaarde gehanteerd van 25 µsv/uur, dat wil zeggen ongeveer 0,5 msv/24 uur. Zoals al in hoofdstuk 2 is aangegeven, is dit veel minder dan de grenswaarden die volgens het NPK en het Besluit stralingsbescherming bij ongevallen worden gehanteerd voor bevolking (50 msv voor schuilen) en voor hulpverleners (100 msv tot wel 750 msv). Deze laatste criteria zijn vooral geënt op de uitvoerbaarheid van betreffende maatregelen bij grootschalige ongevallen en het voorkomen of beperken van de directe/ korte termijn gevolgen voor mensen in dat getroffen gebied. De criteria houden verder rekening met het feit dat de blootstelling in principe eenmalig is.
3 Bij uitvoering van redding of bronbestrijding en andere werkzaamheden door hulpverleners in het kader van de kernongevallenbestrijding gelden de volgende normen uit het Besluit Artikel In geval van interventie in een radiologische noodsituatie gelden voor werknemers en hulpverleners als dosisbeperking voor de effectieve dosis voor: levensreddend werk: 750 msv redden van belangrijke materiële belangen: 250 msv ondersteuning of uitvoering van metingen, evacuatie, jodiumprofylaxe, openbare orde en veiligheid: 100 msv 3. De in het tweede lid aangegeven waarden voor levensreddend werk worden slechts overschreden, indien dat noodzakelijk is om mensenlevens te redden of belangrijke materiële belangen veilig te stellen, de betrokken werknemer of hulpverlener door de ondernemer is geïnformeerd over de risico's van de interventie en de interventie vrijwillig wordt uitgevoerd. stralingsbescherming: De belangrijkste interventiecriteria uit het NPK in relatie tot de te nemen maatregelen zijn: - directe evacuatie bij een verwachte stralingsbelasting Heff groter dan of gelijk aan 1000 msv in 24 uur (dat is circa 40 msv per uur). - eerste dag evacuatie als de stralingsbelasting Heff tussen 50 en 500 msv is in de eerste 24 uur (dat is circa 2 20 msv per uur). - late evacuatie wanneer de verwachting is dat de te ontvangen effectieve dosis in het eerste jaar meer is dan 250 msv. - schuilen vanaf 5 msv per 24 uur (optioneel, lage drempel) en 50 msv per 24 uur (verplicht, hoge drempel). Dit correspondeert met 0,2 respectievelijk 2 msv per uur. - ontsmetten van huid en kleding als de stralingsbelasting Hhuid groter is dan msv/24 uur. - toelaatbare restbesmetting H huid < 50 msv/24 uur. Taken brandweer De brandweer heeft gezien haar wettelijke taken en uitrusting diverse taken bij de bestrijding van kernongevallen. Brandweermensen zijn bij gebruik van ademluchtapparatuur en chemicaliënpak beschermd tegen inwendige besmetting. Uitwendige besmetting kan eenvoudig worden afgespoeld. Voor de brandweerinzet geldt dat deze volgens procedure plaats vindt tot een dosistempo van 25 µsv/uur onder leiding van de eerst aankomende bevelvoerder. Tot een totale (effectieve) dosis van 2mSv kan een directe vervolginzet in het werkgebied onder leiding van de officier van dienst gebeuren. Verdere inzet zal plaats vinden onder direct (voorbereid en/of gemandateerd) opperbevel van de burgemeester en op advies van stralingsdeskundigen. Bij de regionale brandweer zal dat in eerste instantie de adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) zijn die minimaal stralingsdeskundige niveau 5 (en soms 3 of 4) is. Ook kan via het Meldpunt VROM advies van de EPA-n worden verkregen. Redding De beschreven maatscenario s spreken niet expliciet over de bevrijding van slachtoffers, maar dit kan wel noodzakelijk zijn. Te denken valt aan beknelling bij een vervoersongeval met radioactieve stoffen of aan redding van personen uit een brandende inrichting waar zich radioactieve stoffen bevinden. Bij kernongevallen met B-objecten is er geen enkel veiligheidsbeletsel om slachtoffers te redden. In geval van brand moet de brandweer adembescherming gebruiken, zoals bij elke andere brand, en te controleren op eventuele besmetting. Gedurende de reddingsoperatie wordt continu het stralingsniveau gemeten om de veiligheid te kunnen waarborgen. Stralingsbeschermingsmaatregelen kunnen binnen de gevarenzone nodig zijn, met meetapparatuur wordt de stralingsbelasting gemeten en geregistreerd.
4 Bronbestrijding De exploitant is de eerst verantwoordelijke voor de voorbereiding en uitvoering van bronbestrijdingsacties (inclusief ontsmetting van eigen personeel). Brandweereenheden kunnen een beperkte rol spelen bij de bronbestrijding bij kernongevallen. Het gaat bij stralingsrisico's vooral om het voorkomen van verdere verspreiding door simpele acties als afdekken ( met lood en anders met andere beschikbare afdekmiddelen zoals zand), in een overmaats vat stoppen en brandbestrijding. Meten Wanneer een kernongeval plaats vindt of het NMR een onregelmatigheid signaleert, is assistentie bij het bepalen van de omvang van het effectgebied de belangrijkste taak van de brandweer. De brandweer heeft hiervoor meetploegen beschikbaar. Gezien de beschikbare meetapparatuur gaat het hier vooral om de zonering die ter bescherming van de bevolking moet worden ingesteld. Het zal vrijwel altijd nodig zijn de specifieke deskundigheid in te roepen van de EPA-n voor het uitvoeren van metingen en het verkrijgen van advies (via het Meldpunt VROM), bijvoorbeeld om de betrokken radionucliden te kunnen identificeren. Voor bepaling van de aard van een eventuele besmetting van de voedselketen is de brandweer niet adequaat opgeleid, noch met de benodigde apparatuur uitgerust. Waarschuwen Ter bescherming van de bevolking heeft de regionale brandweer als taak de bevolking met behulp van het sirenenetwerk te waarschuwen, bijvoorbeeld om aan te geven dat er geëvacueerd moet worden, of dat men binnen moet blijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitschakelen (artikel 3, lid h van de Brandweerwet 1985). Besmettingscontrole In de Brandweerwet 1985 is de verantwoordelijkheid voor het verrichten van ontsmettingen (en het verkennen van gevaarlijke stoffen) bij de regionale brandweer neergelegd. Praktisch wordt daarmee bedoeld dat de regionale brandweer in het kader van de besmettingscontrole metingen uitvoert met de beschikbare meetapparatuur om te bepalen of (een groep van) personen besmet is en indien nodig zorgt voor de organisatie van het ontsmettingsproces. Nadat de ontsmettingsactiviteit heeft plaatsgevonden, voert de regionale brandweer controlemetingen uit om het resultaat te kunnen bepalen. Duidelijk zal zijn dat ook de GHOR/GGD een belangrijke taak heeft bij het bepalen van nut en noodzaak van ontsmettingsmaatregelen, het formuleren van criteria die moeten worden gehanteerd en de verdere begeleiding van de bevolking in het kader van de volksgezondheidszorg. Ontsmetting Als is gebleken dat er personen radioactief besmet zijn, moeten ze worden ontsmet. Individuele ontsmetting is de ontsmetting van individuele hulpverleners of (een klein aantal) slachtoffers in het besmette gebied. Het ontsmetten van grotere aantallen slachtoffers in het besmette gebied of burgers in het effectgebied wordt collectieve ontsmetting genoemd. Inrichtingen waar met radioactieve stoffen wordt gewerkt, zullen zelf een voorziening moeten hebben waar kleine groepen besmette werknemers kunnen worden ontsmet (en gecontroleerd). Voor de verschillende kerntaken zijn de volgende aandachtspunten voor de brandweer relevant: Kerntaak uitvoeringseenheid aandachtspunten Redding eerst aankomende brandweereenheden voorzien van persoonlijke dosistempometer en adequaat geoefend Bronbestrijding Gaspakkenteams / OGS-peloton, adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) per regio specifiek uitgerust en geoefend OGS-peloton, (inter)regionaal piket AGS
5 Kerntaak uitvoeringseenheid aandachtspunten Effectbestrijding: - bepaling effectgebied meetploegen o.l.v. meetploegleider per regio specifiek uitgeruste meetploegen, (inter)regionaal piket meetplanleider - waarschuwing regionale brandweer - (regulier sirenestelsel) Individuele ontsmetting OGS-peloton per regio specifiek uitgerust OGSpeloton Collectieve ontsmetting NBC ontsmettingspeloton NBC-steunpunten Aandachtspunten per kerntaak voor de brandweer.
Leidraad Kernongevallenbestrijding
Leidraad Kernongevallenbestrijding Projectnummer: 411N4003 Datum: 15-03-04 Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding Postbus 7010 6801 HA Arnhem Telefoon: (026) 3764100 Fax: (026) 3764144
Invulling van de LMR 1) en LOP 2) LMR = Leidraad Maatramp, versie 1.3 LOP = Leidraad Operationele Prestaties, versie 4.0
Invulling van de LMR 1) en LOP 2) voor kernongevallen versie 1.4 (3 augustus, definitief) 1) 2) LMR = Leidraad Maatramp, versie 1.3 LOP = Leidraad Operationele Prestaties, versie 4.0 Opdrachtgever: 3 augustus
1. Kenmerken van een inzet bij OGS. 2. Belangrijkste Risico's bij OGS. 3. Specifieke zaken voor Beeldvorming bij OGS
Beeld-, oordeel- en besluitvorming bij OGS Oefenkaart Lesstof Overige bronnen 222A Beeld-, oordeel- en besluitvorming bij OGS Bevelvoerder, tekstboek OGS Inleiding Deze achtergrondinformatie gaat over
Specialisten van de VRU. Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS)
Specialisten van de VRU Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS) Utrecht is een knooppunt van vitale transportroutes over de weg, het spoor en het water, waarover ook grote volumes gevaarlijke stoffen
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/IO/BES No. 2005/25444 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor
DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE
No. 2011/1517-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 16 augustus 2011 van Sencio B.V. te Nijmegen om een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 4, artikel 23,
Respons op stralingsongevallen: de kern van de zaak Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum
Respons op stralingsongevallen: de kern van de zaak Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum Ronald de Groot (NVIC) Herman Schreurs (RIVM) Inhoud Ronald de Groot NVIC Incidenten en blootstelling Voorbereiding
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER
No. 2008/1364-15 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 16 juni 2008 van de Belastingdienst/Douane
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 26 956 Beleidsnota Rampenbestrijding 2000 2004 31 117 Bepalingen over de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige
Inzetprocedure O.G.S.
Inzetprocedure O.G.S. PBO Cursus Sergeant 2010 Hoofdstuk 9 O/Lt. Filip Van Acker Brandweer Zelzate [email protected] 0475/58.95.58 Waarom een procedure? Ongevallen met Gevaarlijke stoffen
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/69506 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/94538 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE
No. 2011/1630-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 24 augustus 2011 en de aanvullende informatie d.d. 7 november 2011 van Eindhoven Airport N.V., gelegen
BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ
BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ CBRNe Multi CBRNe meerdaagse op 16 en 17 oktober 2012 te Ossendrecht Wil & Dick Onderwerpen Landelijke organisatie OGS Diverse piketten brandweer Meetapparatuur brandweer
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/68270 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
Het Rotterdam-scenario
Het Rotterdam-scenario De directe humanitaire gevolgen van een 12 kiloton nucleaire explosie in de haven van Rotterdam Zoet is de oorlog, voor wie hem niet kent Erasmus van Rotterdam Wilbert van der Zeijden
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag
Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE november 2015
Nascholingsmiddag Stralingdeskundigen RUG/SBE 2015 Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE 2015 25 november 2015 Ontleend aan het examen deskundigheidsniveau 3, 9 mei 2015-1- Nascholingsmiddag
2e druk, 6e oplage, februari Instituut Fysieke Veiligheid ISBN
Bevelvoerder OGS Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij
Gemeente Nijmegen College van burgemeester en wethouders D.t.v. de heer Groeneweg Omgevingsdienst Regio Nijmegen Postbus 1603 6501 BP NIJMEGEN
Gemeente Nijmegen College van burgemeester en wethouders D.t.v. de heer Groeneweg Omgevingsdienst Regio Nijmegen Postbus 1603 6501 BP NIJMEGEN Sector Brandweer Prof. Bellefroidstraat 11 6525 AG Nijmegen
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Niveaus in de incident- en crisismanagementorganisatie... 1 1.1 Operationeel niveau...
PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN
PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN RUIMTEN BIJ HANDELINGEN MET IONISERENDE STRALING Inleiding In een aantal situaties is het nodig om de aandacht te vestigen op risico s van ioniserende
Leids Universitair Medisch Centrum
Leids Universitair Medisch Centrum Afdeling Radiologie drs. Simon van Dullemen stralingsdeskundige Stralingsrisico s: reëel of gezocht? Japan/Fukushima (2011) Aardbeving + tsunami veroorzaakte meer dan
OGS-documenten op Brandweerkennisnet
OGS-documenten op Brandweerkennisnet Meest bruikbare documenten Versie 8 augustus 2006 Projectnummer 113N6002 Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding Postbus 7010 6801 HA Arnhem Telefoon:
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen. Leidraad voor Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen Leidraad voor Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen De leidraad ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen is vervaardigd door het Nederlands Instituut voor Brandweer
Klasse 7: Radioactieve stoffen
Klasse 7: Radioactieve stoffen 1.1 Transport Onder radioactieve stoffen worden verstaan alle stoffen die radionucliden bevatten, waarvoor zowel de activiteitsconcentratie als de totale activiteit van de
1 De coördinatie van de inzet
1 De coördinatie van de inzet Zodra zich een incident voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdingsorganisatie via het proces van opschaling opgebouwd. Opschalen kan worden gedefinieerd
Van OGS naar IBGS versie 1: 2017
Van OGS naar IBGS: de verschillen en gevolgen op een rij Implementeren van de visie IBGS vraagt om het maken van keuzes. Onderstaande tabel laat zien hoe namen, termen, procedures, functies, etc. worden
Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden
Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden ingang: april 2004 revisiedatum: februari 2013 looptijd: 2015 Universiteit Leiden Afdeling Veiligheid Gezondheid en Milieu Vastgesteld door
Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 6 Stralingsincidenten
Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Netwerkkaart 6 Stralingsincidenten 6 Stralingsincidenten Op basis van het voorstel voor de wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van
DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
No. 2012/1014-06 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 21 november 2012 van Hogeschool Utrecht/Faculteit Educatie te Utrecht, om wijziging van een vergunning als bedoeld in hoofdstuk
Klasse xxx Manschappen / Ploeg: Brandweer ABWC
Klasse xxx Manschappen 111 + 112 / 113 +114 Ploeg: Brandweer ABWC -10 2 6 8-10 2 6 8 K G Algemeen TICHTIG Communicatie e manschap 1. kan opdrachten van de bevelvoerder correct interpreteren. e manschap
Teams algemeen Voortgang aanbevelingen/acties komend uit de Memo Leermomenten Moerdijk VRZ
12-dec-11 Brw Leerarena Veiligheid personeel: Leidinggevenden dienen te zorgen voor persoonlijke bewustwording van de eigen veiligheid en gezondheid bij ingezet personeel en het toezien op naleving van
DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
No. 2013/1271-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 5 november 2013 en de aanvulling hierop d.d. 5 februari 2014 van DHL Supply Chain (Netherlands) B.V. te Eindhoven, om een vergunning
grootschalige tankbranden.
16 17 grootschalige tankbranden. Jan Jacobs, projectsecretaris IBGS, schetst klip en klaar waarom de taak in- herziening toe is. Het is een specialisme dat maar heel weinig daadwerkelijk wordt ingezet.
Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. Jan van den Heuvel
Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Jan van den Heuvel 5 maart 2016 Redenen oprichting ANVS 1. Beter aansluiten bij intentie van IAEA- en Euratom-regelgeving voor een nucleaire autoriteit:
Brandweeroptreden bij ongevallen met gevaarlijke stoffen
Brandweeroptreden bij ongevallen met gevaarlijke stoffen De voorbereiding en bestrijding door de regionale brandweer bij ongevallen met gevaarlijke stoffen 10 april 2008. 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...
Risico s en maatregelen bij stralingsongevallen
Risico s en maatregelen bij stralingsongevallen CBRN symposium 24 januari 2013 Dr. ir. C.H.L. (Chris) Peters Klinisch fysicus Coördinerend stralingsdeskundige JBZ Ioniserende straling Straling die in staat
Specialisten van de VRU. Hoogtereddingsteam: voor redden op hoogte én diepte
Specialisten van de VRU Hoogtereddingsteam: voor redden op hoogte én diepte Nederland gaat de lucht in. Figuurlijk althans. De druk op de beschikbare ruimte wordt steeds groter en dus wordt er steeds hoger
DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER
No. 2006/6251-05 DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming met de Minister
