Coderen en Importeren van Veldgegevens
|
|
|
- Renée Verstraeten
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Coderen en Importeren van Veldgegevens Versie 4.75 Mei 2011
2 De informatie in dit document kan zonder mededeling gewijzigd worden en houdt geen enkele verbintenis in vanwege Pythagoras BVBA. De in dit document beschreven software werd ontwikkeld door Pythagoras BVBA en mag niet door of voor derden gekopieerd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Pythagoras BVBA Mei 2011 Trademarks Apple en Macintosh zijn trademarks van Apple Computer Inc. Microsoft, MS-DOS en Windows zijn trademarks van Microsoft Corporation. IBM is een "registered trademark" van International Business Machines Corporation. Copyright Pythagoras BVBA. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, vertaling of opgeslagen worden in een retrieval systeem zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Pythagoras BVBA.
3 Inhoudsopgave I. BASISPRINCIPES... 7 INLEIDING...7 IMPORT...7 ALGEMENE RICHTLIJNEN VOOR IMPORT...7 CODERINGSCONVERSIE...8 CONFIGURATIE VAN PYTHAGORAS VOOR IMPORT VAN EEN VELDGEHEUGENBESTAND...9 IMPORT VAN EEN VELDGEHEUGENBESTAND VEREFFENEN VAN VEELHOEKEN GESLOTEN VEELHOEK OPEN VEELHOEK BEREKENING VAN DE HOOGTE VAN EEN PUNT (TOV. HET LOKALE ASSENSTELSEL 18 EXPORT EXPORT VAN EEN UITZETLIJST II. PRINCIPES VAN DE UITGEBREIDE CODERINGSCONVERSIE CODES EN OPTIES OMTRENT CODES EENVOUDIGE PUNTEN (SIMPLE POINTS EENVOUDIGE LIJNEN (SIMPLE LINES TEKST POLYLIJNEN: LIJNEN & BOGEN AANGEMAAKT DOOR EEN AANEENSCHAKELING VAN PUNTEN PUNTEN DIE GEKOPPELD ZIJN AAN EEN POLYLIJN... 30
4 RECHTHOEKEN OMTRENT OPTIES HET GEBRUIK VAN OPTIES VAN DE EERSTE GROEP HET GEBRUIK VAN OPTIES VAN DE TWEEDE GROEP III. HET CODEBESCHRIJVINGSBESTAND (CDF FUNCTIE STRUCTUUR EN SYNTAX VAN HET CDF-BESTAND HOOFDING AFKORTINGEN VOOR OPTIES CODES REEKS ERROR(FOUT-CODE ONGELDIGE METINGEN GEMEENSCHAPPELIJKE ATTRIBUTEN ATTRIBUTEN VOOR TEKST ATTRIBUTEN VOOR LOSSE PUNTEN (POINT ATTRIBUTEN VOOR LIJNEN (LINE ATTRIBUTEN VOOR RECHTHOEKEN (RECTANGLE ATTRIBUTEN VOOR POLYLIJNEN (POLYLINE ATTRIBUTEN VOOR PUNTEN IN EEN LIJNENREEKS (POINT_IN_POLYLINE VOORBEELDEN... 63
5 IV. VOORBEELDEN VAN HET GEBRUIK VAN OPTIES VOORBEELDEN VAN HET GEBRUIK VAN OPTIES VOOR POLYLIJNEN VOORBEELD VAN HET GEBRUIK VAN OPTIES VOOR EEN RECHTHOEK VOORBEELDEN VAN HET GEBRUIK VAN OPTIES VOOR EEN PUNT VOORBEELD VAN HET GEBRUIK VAN EEN PUNT IN EEN POLYLIJN V. GELDIGE VELDGEHEUGENBESTANDEN AANMAKEN VOOR GEBRUIK MET PYTHAGORAS TOPCON INLEIDING FCTE GTS FC-5 & FC FC-6/GTS NIKON NIKON 700 SERIE/AP NIKON 800 SERIE NIKON 300 SERIE NIKON 400 SERIE PENTAX PENTAX PCS-SERIES/ R100-SERIES/ R300-SERIES PENTAX ATSTOPO PENTAX POWERTOPO
6 GEODIMETER ALGEMEEN HOOFDING STATIONPUNTEN DETAILPUNTEN UITZETLIJST VOORBEELD SOKKIA SOKKIA : SDRXX SERIES SOKKIA : SET 2C, 3C, 4C II LEICA / WILD / GEOMAX INLEIDING EENHEDEN MEETMETHODE HOOGTECORRECTIE REFLECTORRECORD - STATIONRECORD GEBRUIK VAN CODES FOUTIEVE METINGEN PUNTNUMMERS UITZETLIJST ZEISS ZEISS REC 500 /REC ELTA ZEISS ELTA 40R EN ELTA 50R ZEISS M TDS-48 VELDGEHEUGEN ALGEMEEN
7 TRIMBLE DC10 EN DC10.70 FORMAAT VI. APPENDIX A
8 I. Basisprincipes Inleiding Pythagoras kan bestanden van de meeste veldgeheugens en moderne totaalstations inlezen. Pythagoras leest NIET direct in vanuit het veldgeheugen. De bestanden moeten eerst overgestuurd worden naar de computer vooraleer ze door Pythagoras kunnen worden ingelezen. De meeste merken van totaalstations en veldgeheugens leveren de nodige communicatiesoftware om data naar de computer over te sturen. De meeste merken gebruiken een eigen formaat om de gemeten velddata op te slaan. Deze formaten zijn meestal in de handleiding van het toestel of het veldgeheugen uitgelegd. Het is aanbevolen dat u kennis heeft van de basis ervan. Wanneer u Pythagoras vraagt een veldgeheugenbestand te importeren, zal het programma het geselecteerde bestand inlezen en de metingen omzetten in coördinaten op de tekening. Indien op het terrein een codering gebruikt is, kunnen automatisch lijnen en symbolen gecreëerd worden. Hoe dan ook, Pythagoras kan dit enkel indien de datastructuur van het bestand gekend is, de betekenis van de waarden in het bestand (is een afstand een horizontale afstand of een schuine afstand... en indien een codering gebruikt is: hoe wilt u deze codes omzetten tot lijnen en symbolen. De omzetting/conversie van codes in lijnen, symbolen en tekst is zeer krachtig. Pythagoras legt een aantal regels vast voor het gebruik van een codering, maar laat u ook de vrijheid om een eigen codering te definiëren of te wijzigen. U kan niet alleen uw eigen codering vastleggen, maar ook een aantal attributen toevoegen, om te bepalen of een code wordt omgezet tot een symbool, een lijn of een tekst. Bovendien kunnen deze attributen allerlei eigenschappen van de objecten bepalen. Deze handleiding legt uit: 1. Hoe u Pythagoras moet configureren om de geïmporteerde metingen correct om te zetten tot coördinaten in uw tekening 2. De algemene principes en regels voor het gebruik van een codering. 3. Het codebeschrijvingsbestand (afgekort CDF : in het Engels Code Description File: dit is een tekstbestand dat beschrijft hoe de codes gedefinieerd zijn en hoe Pythagoras ze moet omzetten tot symbolen en lijnen. 4. Toestel-afhankelijke specifieke voorschriften die gevolgd moeten worden om geldige veldgeheugen bestanden aan te maken. Laten we beginnen met het geven van enkele algemene richtlijnen voor uw totaalstation en veldgeheugen om u toe te laten, velddata te importeren in Pythagoras. Import Algemene Richtlijnen voor import 1. Wanneer een bestand wordt geïmporteerd, behandelt Pythagoras altijd het gehele bestand.(uitgezonderd Leica en GeoMax Indien u meerdere projecten in eenzelfde bestand heeft Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 7
9 opgeslagen, moet het bestand eerst worden onderverdeeld in een bestand per project. 2. Alle metingen in het bestand moeten hetzelfde formaat hebben. Pythagoras kan geen bestanden behandelen die metingen bevatten opgemeten in verschillend formaat (b.v. sommige records bevatten enkel hoeken, andere coördinaten, enz.. Indien het noodzakelijk is de polaire data van een veelhoeksmeting (voor een eventuele voorafgaande vereffening en rechthoekige coördinaten van een detailmeting vanuit eenzelfde station tegelijkertijd op te meten, is het aanbevolen de polygonatiemeting en de data van de detailmeting in verschillende bestanden op te slaan. Indien bestanden de twee formaten bevatten, zal voor sommige veldgeheugens de vraag gesteld worden welke gegevens Pythagoras moet inlezen: polair of rechthoekig. 3. Indien voor een opmeting, verschillende stations nodig zijn, kan u kiezen voor een bestand per station of voor een bestand met meerdere stationpunten. Voor ieder nieuw station is er dan wel een nieuw stationrecord nodig. a Een station - een bestand: Voor ieder station moet u op papier noteren: de coördinaten (of puntnummer van het station het punt waarop geopend werd Voor sommige veldgeheugens moet u de horizontale hoek op nul zetten bij het viseren van het openingspunt. (Hz = 0.0. Zie hoofdstuk V voor uw type veldgeheugen. In Pythagoras moet u in ieder stationpunt een nieuw coördinatensysteem maken met het stationpunt als oorsprong en het vorige openingspunt als referentierichting. Ieder bestand wordt geïmporteerd relatief t.o.v. het coördinatensysteem waarin gemeten werd. b Meerdere stations per bestand. Voor elk nieuw station in het bestand moet u een stationrecord toevoegen. Elk stationrecord bevat: de puntnummer van het station het vorige openingspunt de instrumenthoogte Wanneer het vorige openingspunt het eerste station is, moet de referentiepuntnummer leeg blijven. Het eerste stationpunt heeft immers geen puntnummer, omdat het in het eerste station niet is gemeten. Met de bovenstaande informatie kan Pythagoras al de coördinaten berekenen. Met de uitgebreide codering, bestaat zelfs de mogelijkheid om lijnen open te laten tussen stationpunten. Nota: U kan de stationrecords weglaten indien alle volgende voorwaarden vervuld zijn: 1. De data wordt opgenomen in rechthoekige coördinaten en in hetzelfde coördinatensysteem. 2. Al de z-waarden worden bepaald door het instrument of door het veldgeheugen met het verschil tussen stationhoogte en reflectorhoogte. 3. Berekeningen van excentrische punten moeten niet gebeuren door Pythagoras. Coderingsconversie Bij gebruik van een veldgeheugen op het terrein bezit u de mogelijkheid om bij ieder gemeten punt een code toe te voegen. Er zijn drie verschillende mogelijkheden om Pythagoras te laten werken met deze codes. A. GEEN CODERINGSCONVERSIE Het kan zeer nuttig zijn om bestanden te importeren zonder codes of met codes die niet door Pythagoras moeten omgezet worden. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 8
10 Wanneer u kiest voor geen coderingsconversie, zal Pythagoras een punt (kruis aanmaken voor iedere geldige meting in uw veldgeheugenbestand. Indien uw veldgeheugenbestand puntnummers bevat, zullen de puntnummers in de tekening overeenkomen met de puntnummers gebruikt op het veld. Indien de meting extra gegevens bevat (b.v. een code, dan zal deze code als informatie aan het punt toegevoegd worden. Het punt zal met z n code aan de actieve werklayer gekoppeld worden. Puntnummer en code zullen in het controlepaneel zichtbaar worden indien de cursor grijpt aan naar het punt op de tekening. B. BASISCODERINGSCONVERSIE: PUNTEN EN LIJNEN Deze coderingsconversie gaat een stap verder. Weer zal een nieuw punt aangemaakt worden voor elk opgemeten punt op dezelfde manier alsof geen coderingsconversie was geselecteerd. Maar door een punt te koppelen met een eerder opgemeten punt (door toevoeging van zijn puntnummer als tweede deel van de code kan een automatische lijnverbinding tussen deze twee punten tot stand gebracht worden. De lijn wordt aangemaakt in de actieve werklaag. Wanneer u een lijnverbinding met het vorig opgemeten punt wilt bekomen, kan u kiezen om ofwel het vorig puntnummer of om het karakter. toe te voegen. De begrenzing tussen de code en het puntnummer is afhankelijk van het merk van het veldgeheugen. Zie Geldige Veldgeheugenbestanden aanmaken voor gebruik met Pythagoras voor verdere details. Indien het puntnummer niet gekend is, dan zal een fout gegeven worden en het punt zal getekend worden zonder een lijnverbinding. C. UITGEBREIDE CODERINGSCONVERSIE Wanneer gekozen wordt voor de uitgebreide coderingsconversie, zal Pythagoras de velddata omzetten tot een tekening met punten, lijnen, bogen, symbolen en tekst. De voorschriften voor deze conversie zijn beschreven in het codebeschrijvingsbestand. Het codebeschrijvingsbestand bevat een lijst met de geldige codes en voor iedere code de codesoort en zijn attributen. De codesoort bepaalt of de code een lijn, een punt, een boog of kromme, een rechthoek of een tekst moet aanmaken. De attributen bepalen het soort punt, de lijnstijlen, het lettertype, de kleur en de laag van de objecten. Maar meer hierover later in het volgende hoofdstuk. Configuratie van Pythagoras voor import van een veldgeheugenbestand Vooraleer u kunt starten met de import of export van een veldgeheugenbestand, moet u in Pythagoras het juiste merk van totaalstation en/of veldgeheugen aan duiden. Indien u een veldcodering gebruikt, moet u een codebeschrijvingsbestand aanmaken in tekstformaat. Het bestand moet worden ingeladen vooraleer de omzetting van de codes tot lijnen, symbolen enz. kan gebeuren. Het menu Instelling in Pythagoras bevat een item Configureer. Het configureermenu bevat een submenu Veldgeheugen en Laad Code Beschrijving. A. CONFIGUREER PYTHAGORAS VOOR HET VELDGEHEUGEN DAT U GEBRUIKT Wanneer u Configureer - Veldgeheugen selecteert, verschijnt een dialoogvenster. Selecteer eerst het merk en model van uw veldgeheugen. Afhankelijk van deze selectie moet u vervolgens eventueel een meetmethode kiezen die door het veldgeheugen ondersteund wordt, evenals de gewenste coderingsconversie. Meetmethode De meeste veldgeheugens laten toe te meten in rechthoekige (XYZ, YXZ of NEZ of in polaire (HDZ, HVD, HVS coördinaten. Sommige veldgeheugens (WILD, ZEISS, SOKKIA voorzien voldoende informatie in het bestand zodat de betekenis van de waarden in het bestand ondubbelzinnig is. Andere (TOPCON FCTE-1 hebben een formaat waarin de betekenis van de waarden in de velden niet is vastgelegd. Er is geen meetmethode-optie voorzien, indien uw veldgeheugen voldoende informatie bevat die Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 9
11 Pythagoras toelaat de gebruikte meetmethode te detecteren. Indien er onvoldoende informatie in het veldgeheugenbestand aanwezig is om de betekenis van de geregistreerde waarden te kennen, bent u verplicht een meetmethode-optie te kiezen in het bijkomende dialoogvenster. Coderingsopties U moet altijd het gebruikte coderingsconversie-type kiezen. De verschillende mogelijke conversies worden uitgelegd in Coderingsconversie voor Veldgeheugenbestanden. Uitgebreide coderingsconversie kan enkel gekozen worden indien het codebeschrijvingsbestand is ingelezen. (zie codebeschrijvingsbestand Indien u de uitgebreide coderingsconversie kiest, moet u er ook voor zorgen dat u de geschikte lengteeenheid kiest voor afstanden die manueel worden ingebracht op het veld. Uw veldgeheugen slaat bv. de schuine afstand op in meter, maar de correctie voor de excentrisch gemeten punten wordt manueel ingevoerd in cm, als dit de lengte-eenheid is van de gebruikte meetband. Een kleinere lengte-eenheid kiezen laat u toe meer parameters in het coderingsveld in te voeren. Sommige veldgeheugens hebben een speciaal record voor stationpunten. Andere veldgeheugens hebben een extra code nodig om stationsrecords te kunnen specifiëren. Indien u meerdere stationpunten wil gebruiken in eenzelfde bestand, heeft u de mogelijkheid een code voor het stationpunt toe te voegen. Voor verdere uitleg omtrent metingen met verschillende stationpunten, zie Stationpunten. Bij Zeiss veldgeheugens moet de lengte van het puntidentificatienummer toegevoegd worden. (zie Zeiss in Hoofdstuk V Gedwongen Import Het is mogelijk om de stationspunten, berekend door Pythagoras, te negeren tijdens het importeren van polaire meetgegevens. De berekende coördinaten zullen vervangen door coördinaten welke beschikbaar zijn in een tekstbestand. Deze coördinaten kunnen een resultaat zijn uit een vereffeningsprogramma of het kunnen GPS-punten zijn die gebruikt zijn als stationpunt. Het bestand mag XYZ-, XY- of Z-coördinaten bevatten. Het volstaat het vakje Vervang data opstelpunten aan te vinken in het dialoogvenster zoals getoond hiernaast (Instelling Configureer Veldgeheugen. De vaste punten, waarvan sprake in het tekstbestand, moeten gemeten zijn in uw ruwe databestand. Het moet nl. steeds mogelijk zijn om deze ruwe data op zichzelf in te lezen in Pythagoras. Alle detailpunten zullen dus geïmporteerd worden relatief t.o.v. de posities van de vaste coördinaten. Tijdens de import zal u gevraagd worden om het bestand aan te duiden dat de coördinaten van de vaste punten bevat. Tevens zal u een bestandsnaam moeten opgeven voor het te creëren rapport Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 10
12 Het kiezen voor deze optie, zal automatisch de interne vereffeningsmogelijkheden van Pythagoras uitschakelen (zie Vereffenen. Het aangemaakte rapport zal ds- en dz-waarden bevatten. De verschillen tussen de gemeten waarden en de vaste waarden voor de coördinaten van de gebruikte stationspunten, zullen berekend worden in XY (ds en in Z (dz. De gemeten waarden zijn gebaseerd op de gebruikte openingshoek in een gegeven stationspunt. Sn Sn+1 Sn-1 Het verkregen bestand ziet er als volgt uit : Id ds dz GPS GPS GPS GPS B. EEN CODEBESCHRIJVINGSBESTAND INLEZEN (CDF: CODE DESCRIPTION FILE Een codebeschrijvingsbestand is een tekstbestand dat een lijst bevat van geldige codes. Voor elke code bevat het CDF-bestand attributen die door Pythagoras geïnterpreteerd moeten worden. A.d.h.v. die attributen worden codes omgezet in symbolen, lijnen, tekst enz... Dit bestand is enkel nodig indien u kiest voor de optie Uitgebreide Codering. Om uw eigen individuele codering in werking te stellen, moet u eerst uw eigen codebeschrijvingsbestand inladen. Indien fouten ontdekt worden bij het inlezen, wordt het CDF-bestand geopend in een tekst editor en verschijnt een foutmelding per regel waarin er zich een fout bevindt. U kan de fout(en onmiddellijk in het CDF-bestand Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 11
13 verbeteren, dit bestand bewaren en daarna opnieuw inlezen. Na het verbeteren van de fout(en is het echter ook mogelijk om het CDF-bestand met slechts 1 operatie te bewaren en opnieuw in te lezen. Ga hiervoor na het verbeteren van de fout(en naar het menu Bestand en kies voor het submenu Herdoe CDF laden of druk onmiddellijk op de F1 toets. Enkel codebeschrijvingsbestanden zonder fouten worden uiteindelijk ingeladen en laten u toe te kiezen voor de optie Uitgebreide Codering. Voor verdere uitleg over codebeschrijvingsbestanden: zie Syntax van een Codebeschrijvingsbestand. Import van een veldgeheugenbestand. Het veldgeheugenbestand moet eerst naar de computer overgestuurd worden, vooraleer het in Pythagoras kan geïmporteerd worden. Het importeren is relatief t.o.v. het actieve coördinatensysteem. Velddata kunnen geïmporteerd worden in elk willekeurig coördinatensysteem: globale coördinaten, lokale coördinaten of een coördinatensysteem gedefinieerd door de gebruiker. Velddata kunnen niet ingelezen worden in paginacoördinaten. In globale coördinaten kunnen enkel bestanden geïmporteerd worden die opgeslagen zijn in rechthoekige coördinaten. In de andere coördinatensystemen kunnen andere conventies gebruikt worden. De verschillende mogelijke conventies zijn afhankelijk van het gebruikte merk en model van veldgeheugen. Zie Geldige Veldgeheugenbestanden aanmaken voor gebruik met Pythagoras. Afhankelijk van de gebruikte coderingsconversie kunnen punten, lijnen en tekst aan de actieve tekening toegevoegd worden. (zie coderingsconversie voor veldgeheugenbestanden. Voor elk type van veldgeheugen moet een aantal regels gevolgd worden opdat Pythagoras ze correct zou kunnen importeren. De algemene regels zijn: 1. Enkel volledige metingen kunnen geïmporteerd worden. (uitzondering: z-waarden kunnen weggelaten worden wanneer rechthoekige coördinaten gebruikt worden 2. Alle metingen moeten van dezelfde meetconventie zijn per lijn. Maak dus bv. geen gebruik van rechthoekige coördinaten èn HVS-metingen (Horizontale hoek-verticale hoek-schuine afstand in hetzelfde bestand. Combinatie van de twee soorten data in éénzelfde record is wel toegestaan. Zo wordt bv. bij Leica of GeoMax bij een mix altijd voorrang gegeven aan de rechthoekige coördinaten. 3. De lengte- en hoekeenheid moeten binnen een bestand hetzelfde zijn. Bijzondere regels moeten gevolgd worden indien meerdere stationpunten in een bestand zijn opgenomen. Wanneer met een nieuw station gestart wordt, moet voldoende informatie opgeslagen worden opdat Pythagoras kennis heeft van: - de positie van het station (een vorig opgemeten punt - het vorig openingspunt - de instrumenthoogte Deze gegevens moeten opgeslagen worden in een stationrecord. Voor verdere details omtrent stationrecords, zie Geldige Veldgeheugenbestanden aanmaken voor gebruik met Pythagoras. Vooraleer de import te starten moeten eerst de Pythagoras-voorkeuren ingesteld zijn die overeenkomen met de gebruikte waarden in het veldgeheugenbestand. Bijvoorbeeld indien uw veldgeheugenbestand geen gegevens bevat omtrent de gebruikte lengte-eenheid, moet u deze eenheid in Pythagoras instellen. Voor verdere details, zie Geldige Veldgeheugenbestanden aanmaken voor gebruik met Pythagoras. Wanneer u Import - Veldgeheugen in het menu Bestand selecteert, zal de naam van het veldgeheugenbestand gevraagd worden dat u wenst te importeren. Tijdens het importeren zal een dialoogvenster verschijnen. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 12
14 Indien de import mislukt, wordt het meetbestand geopend in een tekst editor en verschijnt een foutmelding per regel waarin er zich een fout bevindt. Indien de fout niet noodlottig is, heeft u de keuze de import al dan niet af te breken. U kan de fout(en onmiddellijk in het data-bestand verbeteren, dit bestand bewaren en daarna opnieuw inlezen. Na het verbeteren van de fout(en is het echter ook mogelijk om het data-bestand met slechts 1 operatie te bewaren en opnieuw in te lezen. Ga hiervoor na het verbeteren van de fout(en naar het menu Bestand en kies voor het submenu Herdoe import veldgeheugen of druk onmiddellijk op de F1 toets. De reeds geïmporteerde gegevens worden geanuleerd en de verbeterde gegevens worden opnieuw ingelezen. Vereffenen van veelhoeken. U heeft de mogelijkheid om de meetgegevens van een open/gesloten veelhoek die in Pythagoras ingevoerd worden te vereffenen. Het vereffenen gebeurt automatisch bij het importeren in Pythagoras. Toch moet er aan enkele voorwaarden voldaan worden: 1. De optie Inlezen veldgeheugen met uitgebreide codering is vereist 2. De punten moeten polair opgemeten zijn, waarbij voor sommige toestellen bij elke stationering de horizontale hoek op 0 gezet moet. Raadpleeg hiervoor de handleiding van uw meettoestel! Pythagoras merkt aan de hand van codes welke punten de veelhoekspunten zijn en leidt daaruit af welke punten vereffend kunnen worden. Er wordt echter een onderscheid gemaakt tussen twee types veelhoekspunten: enerzijds de gewone veelhoekspunten en de gekende veelhoekspunten anderzijds. Deze laatste zijn punten waarvan de coördinaten op voorhand geweten zijn (doen meestal dienst als oriënteringspunten. Om met de vereffeningsmodule van Pythagoras te kunnen werken, moeten er in het codebeschrijvingsbestand (CDF codes aangemaakt worden die het onderscheid weergeven tussen een gekend veelhoekspunt (NGI-punt, GPS-punt, en een niet gekend veelhoekspunt (punt ingemeten tijdens polygonatie. Deze codes moeten volgende attributen meekrijgen: Gekend punt Netwerkpunt(GP Niet gekend punt Netwerkpunt(VH Voorbeeld: ; Niet gekend veelhoekspunt NP = PUNT ( LAAG("Vereffenen" STIJL(0, 1 KLEUR(0 NETWERKPUNT(VH ; Gekend veelhoekspunt GP = PUNT ( LAAG("Vereffenen" STIJL(0, 1 KLEUR(0 NETWERKPUNT(GP Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 13
15 Indien Pythagoras tijdens het importeren punten tegenkomt die vereffend kunnen worden, verschijnt er een melding hiervan. Er wordt dan de keuze gelaten of er al dan niet vereffend moet worden. Indien ja, vraagt Pythagoras om een naam en locatie aan te duiden waaronder de resultaten van de vereffening als tekstbestand kunnen bewaard worden. Als dit bestand bewaard is, begint de eigenlijke import en ziet u bijgevolg de tekening op het scherm verschijnen (zie fig. 1. Gesloten veelhoek De meting wordt steeds in het actieve coördinatensysteem ingelezen. Om een aangesloten (aan 1 referentiepunt gesloten veelhoek te importeren, moet u eerst een eigen coördinaatsysteem creëren met als oorsprong uw eerste opstelpunt en als openingspunt het ene referentiepunt. Na het importeren van de data in dit eigen coördinaatsysteem, kan u terug omschakelen naar het lokale coördinaatsysteem. Er wordt niet gewerkt met een coördinatenlijst met bekende coördinaten. Open veelhoek Hieronder volgen de verschillende situaties die door Pythagoras momenteel ondersteund worden en hun manier van opmeten: Situatie 1: Open veelhoek met bekend vertrekpunt en bekend eindpunt S1 S2... Sn-1 Sn Met: S 1 en S n : gekend veelhoekspunt (NGI-punt, GPS-punt, S 2 S n-1 : niet gekende veelhoekspunten (stationpunten Werkwijze: Er wordt in S 1 gestationeerd met een willekeurige openingsrichting. S 2 wordt ingemeten als een niet gekend veelhoekspunt. Het krijgt dus de code volgens ons voorbeeld NP mee. Nadien wordt er in S 2 gestationeerd en wordt er op S 1 geopend. Vervolgens wordt S3 opgemeten, ook met de code NP. Herhaal deze procedure tot aan het punt S n. Wanneer S n wordt ingemeten, geef het dan de code GP aangezien het een gekend punt is. Stel tenslotte op in S n en open op punt S n-1. Tijdens het inlezen in Pythagoras, zal er tijdens de vereffeningsprocedure naar een coördinatenlijst van de gekende punten gevraagd worden. Deze moet reeds bestaan onder de vorm van een ASCII-tekstbestand. Let wel: de puntnummers gebruikt in de meting van deze gekende punten moet overeenkomen met de puntnummers gebruikt in de coördinatenlijst. In dit voorbeeld moeten dus de coördinaten van de punten S 1 en S n vermeld staan Voorbeeld S S STN M S NP Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 14
16 S S 2 S STN M S GP M S NP S S 3 S STN M S NP M S NP... S S n-1 S STN M S NP M S GP S S n S n STN S-regel = stationrecord met puntnummer huidig station, openingspunt, toestelhoogte en code M-regel = detailrecord met puntnummer, H-Hoek, V-Hoek, Afstand en code Gebruikte codes : NP : Niet gekend polygoonpunt, voor de stations S 2 t/m S n-1 GP : Gekend polygoonpunt, voor het stations S 1 en S n Situatie 2: Open veelhoek, met bekend vertrekpunt en bekend eindpunt en een bekende richting 0 S1 S2... Sn-1 Sn Met: 0 : gekend richtingspunt S 1 en S n : gekend veelhoekspunt S 2 S n-1 : niet gekende veelhoekspunten Werkwijze: Er wordt in S 1 gestationeerd en het punt 0 wordt ingemeten. Dit punt krijgt de code GP mee, vermits dit een gekend punt is. Vervolgens wordt S 2 ingemeten als een niet gekend veelhoekspunt met als code NP. Nadien wordt er in S 2 gestationeerd en wordt er op S 1 geopend. Bij het inmeten krijgt S 1 dus ook de code GP, het is immers ook een gekend stationpunt. Vervolgens wordt S 3 opgemeten, met de code NP. Dit wordt herhaald tot in punt S n-1. In dit laatste opstelpunt wordt er geopend op punt S n-2 en wordt punt S n ingemeten. S n is in dit geval een gekend punt en krijgt bijgevolg de code GP mee. Stel tenslotte op in S n en open op punt S n-1. Tijdens het inlezen in Pythagoras, zal er tijdens de vereffeningsprocedure naar een coördinatenlijst van de gekende punten gevraagd worden. Deze moet reeds bestaan onder de vorm van een ASCII-tekstbestand. Let wel: de puntnummers gebruikt in de meting van deze gekende punten moet overeenkomen met de puntnummers gebruikt in de coördinatenlijst. In dit voorbeeld moeten dus de coördinaten van de punten 0, S 1 en S n vermeld staan Voorbeeld Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 15
17 S S STN M GP M S NP S S S STN M S GP M S NP S S S 2.00 STN M S NP... S S n-1 S 2.00 STN M S NP M S GP S S n S n STN S-regel = station record met puntnummer huidig station, openingspunt, toestelhoogte en code M-regel = detailrecord met puntnummer, H-Hoek, V-Hoek, Afstand en code Gebruikte codes : NP : Niet gekend polygoonpunt, voor de stations S 2 t/m S n-1 GP : Gekend polygoonpunt, voor het punt 0 en voor de stations S 1 en S n Situatie 3: Volledig aangesloten open veelhoek Met: 0 : gekend richtingspunt S 1 : gekend veelhoekspunt S 2 S n-1 : niet gekende veelhoekspunten S n : gekend veelhoekspunt n+1 : gekend veelhoekspunt Werkwijze: Er wordt in S 1 gestationeerd en het punt 0 wordt ingemeten. Dit punt krijgt de code GP mee, vermits dit een gekend punt is. Vervolgens wordt S 2 ingemeten als een niet gekend veelhoekspunt met als code NP. Nadien wordt er in S 2 gestationeerd en wordt er op S 1 geopend. Bij het inmeten krijgt S 1 dus ook de code GP, het is immers ook een gekend stationpunt. Vervolgens wordt S 3 opgemeten, met de code NP. Dit wordt herhaald tot in punt S n-1. In dit laatste punt wordt er gestationeerd en wordt er geopend op punt S n-2 en wordt punt S n ingemeten. S n is in dit geval een gekend punt en krijgt bijgevolg de code GP mee. Tenslotte wordt er op S n opgesteld en geopend op S n-1. Nadien wordt n+1 opgemeten als gekend stationpunt, met de bijhorende code GP Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 16
18 Tijdens het inlezen in Pythagoras, zal er tijdens de vereffeningsprocedure naar een coördinatenlijst van de gekende punten gevraagd worden. Deze moet reeds bestaan onder de vorm van een ASCII-tekstbestand. Let wel: de puntnummers gebruikt in de meting van deze gekende punten moet overeenkomen met de puntnummers gebruikt in de coördinatenlijst. In dit voorbeeld moeten dus de coördinaten van de punten 0, S 1, S n en n+1 vermeld staan Voorbeeld S S STN M GP M S NP S S S 2.00 STN M S GP M S NP... S S S 2.00 STN M S NP M S GP S S S 2.00 STN M S NP M n GP S-regel = station record met puntnummer huidig station, openingspunt, toestelhoogte en code M-regel = detailrecord met puntnummer, H-Hoek, V-Hoek, Afstand en code Gebruikte codes : NP : Niet gekend polygoonpunt, voor de stations S 2 t/m S n-1 GP : Gekend polygoonpunt, voor de punten 0 en n+1 & voor de stations S en S Indien Pythagoras tijdens het importeren van de meetgegevens gekende punten tegenkomt, zal er naar een bestand gevraagd worden waar de coördinaten van deze punten in beschreven staan, bv.: Ptnr X Y Z Zoals u kan zien heeft deze lijst het formaat van een gewone coördinatenlijst. Dit bestand dient ingeladen te worden vooraleer de import verdergezet wordt. Van elke vereffening wordt een rapport gecreëerd onder de vorm van een tekstbestand waarin een overzicht wordt gegeven van de berekende resultaten (Fig. 2: Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 17
19 Fig. 1 Datum : Vereffening veelhoeksmeting St. Observaties Niet vereffende coördinaten Vereffende coördinaten H V D X Y Z X Y Z f(x f(y (GON (GON (m (m (m (m (m (m (m (m (m f(a = GON f(xy = m f(z = 0 m Fig. 2 Berekening van de hoogte van een punt (tov. het lokale assenstelsel Wanneer de velddata omgezet worden tot coördinaten in uw tekening, zal Pythagoras eventueel de hoogte aanpassen. Het is evident dat indien de velddata correcte rechthoekige coördinaten in X, Y en Z bevat, Pythagoras geen correctie van de hoogte moet berekenen. In de andere gevallen, b.v. wanneer de opgenomen data polaire coördinaten zijn en de instrumenthoogte en prismahoogte verschillende waarden hebben, moet het programma met verschillende factoren rekening houden om de correcte Z-hoogte te berekenen. Pythagoras houdt rekening met de volgende gegevens: - De hoogte van het coördinatensysteem waarin de data geïmporteerd wordt. - De gemeten hoogte. - Het verschil tussen instrumenthoogte en reflectorhoogte. Dit verschil wordt enkel in rekening gebracht indien het totaalstation of het veldgeheugen zelf geen Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 18
20 correctie heeft uitgevoerd. Voor verdere details zie Geldige Veldgeheugenbestanden aanmaken voor gebruik met Pythagoras. De hoogte van een punt in een Pythagoras-tekening is: Z = Zcs + Zm + Zd Zcs Zm Zd : de hoogte van de oorsprong van het coördinatensysteem waarin geïmporteerd wordt : de gemeten hoogte. : instrumenthoogte - reflectorhoogte. Export Export van een uitzetlijst De geselecteerde punten worden in een bestand weggeschreven. Het formaat van dit bestand komt overeen met het uitzetbestandsformaat van het veldgeheugen waarvoor Pythagoras is geconfigureerd. Hiervoor wordt het geslecteerde veldgeheugen gebruikt uit het menu Instelling ; menu-item Configureer ; submenu Veldgeheugen. De punten worden geëxporteerd als rechthoekige coördinaten. Indien het veldgeheugen zowel NE en XY ondersteunt en er is geen infoveld in het bestandsformaat dat hierin een onderscheid maakt, dan exporteert Pythagoras de punten in het formaat dat actief is op het ogenblik van de export. Ga dus vooraf na of het veldgeheugen en Pythagoras hetzelfde type van coördinaten hebben. Hetzelfde principe wordt gebruikt voor de lengte-eenheid. Indien bijvoorbeeld het veldgeheugen meters of voet aanvaardt en Pythagoras geconfigureerd is voor cm, dan zullen de coördinaten in meters geëxporteerd worden. Indien Pythagoras geconfigureerd is voor mijlen, zal voor voeten gekozen worden. Indien het veldgeheugenbestand de lengte-eenheid niet opslaat, moet de lengte-eenheid van de export dezelfde zijn als de eenheid die gebruikt is in het veldgeheugen. Pythagoras schrijft enkel een bestand weg op de computer. Om dit bestand naar het veldgeheugen over te sturen hebt u een communicatieprogramma nodig, wat meestal wordt meegeleverd met het toestel. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 19
21 II. Principes van de uitgebreide coderingsconversie Codes en opties Wanneer op het terrein codes gebruikt worden met de bedoeling dat Pythagoras automatisch uw tekening aanmaakt op het bureel, moet u voor een opgemeten punt een codering invoeren. De code geeft aan welk soort punt is opgemeten (b.v. een punt van een gebouw. Sommige codes mogen of moeten aangevuld worden met één of meer opties en parameters. Deze opties bevatten meer gegevens omtrent de betekenis van het punt. Wanneer GB gebruikt is als code voor gebouw en de letter S betekent de start van een lijn, dan betekent GBS start van een gebouw. Sommige opties vereisen extra parameters. Wanneer u parallelle lijnen wil aanmaken bij opmeting van de rand van een weg, is het noodzakelijk om bij de optie Extra Polylijn de relatieve afstanden tot de effectief gemeten lijn als parameters in te voeren. Omtrent codes Alle geregistreerde metingen in het veldgeheugenbestand moeten een code hebben die bepaald is in het codebeschrijvingsbestand. (Natuurlijk moet dit CDF-bestand eerst ingeladen worden. Een meting die geen code heeft krijgt automatisch dezelfde code als het vorige punt. Codes worden onderverdeeld in de volgende soorten: a codes voor eenvoudige puntsymbolen. b codes voor eenvoudige lijnen c codes voor polylijnen d codes voor punten die gekoppeld zijn aan een polylijn waartoe zij behoren e tekstcodes f codes voor rechthoekige voorwerpen. De lengte van de code (min. 2, max. 8 karakters, wordt bepaald in de hoofding van het codebeschrijvingsbestand. Codes voor polylijnen en rechthoeken moeten een vaste lengte hebben. Voor de andere soorten, mag de lengte van de code korter zijn. Bijvoorbeeld, indien de lengte van een code 2 karakters is, dan is G een geldige code voor een eenvoudig puntsymbool, maar niet voor een polylijn. De gebruikte codes kunnen numeriek en/of alfanumeriek zijn. Een gemeten punt kan meerdere codes tegelijk hebben. De verschillende codes worden van elkaar gescheiden door een vastgelegd scheidingsteken. Echter niet alle veldgeheugens kunnen deze mogelijkheid ondersteunen. Zie verder in Hoofdstuk V voor uw veldgeheugen. Eenvoudige punten (Simple points Deze codesoort creëert een eenvoudig punt of een puntsymbool. De attributen en laag van het punt worden vastgelegd in het codebeschrijvingsbestand. Ook kunnen max. 3 tekstblokken toegevoegd worden. Deze teksten kunnen een vaste of een veranderlijke inhoud hebben. De regels voor het aanmaken van tekst in de tekening zijn dezelfde als voor deze die gebruikt worden bij tekstcodes. De attributen en de inhoud van de tekst(en worden bepaald in het CDF-bestand. Deze tekstinhoud kan vast zijn, uit een tabel komen, ingetypt worden in het veldgeheugen of de waarde van puntnummer, X, Y of Z coördinaat zijn. Al deze teksten zijn afzonderlijke objecten, u kunt ze later op de tekening eventueel verplaatsen of veranderen. Echter, door in de het CDF-bestand de optie groepeer tekst toe te voegen, kan een tekst automatisch gegroepeerd worden aan een bepaald punt. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 20
22 Indien het op te nemen punt niet direct zichtbaar is vanuit het station of onbereikbaar voor het prisma en de meting excentrisch is gebeurd (de reflector was links, rechts, voor of achter het op te meten punt, kunnen de opgemeten coördinaten worden gecorrigeerd door Pythagoras. De excentriciteit en de relatieve positie van reflector t.o.v. het op te meten punt moeten dan als bijkomende optiecode ingevoerd worden. Een roteerbaar puntsymbool kan ook georiënteerd worden volgens een bepaalde richting aangegeven door een extra op te meten punt. Zie verder Opties Eenvoudige lijnen (Simple Lines Pythagoras zal een punt aanmaken voor iedere meting. Het opgenomen punt zal als een onzichtbaar punt gecreëerd worden in de laag die bepaald is door eenvoudige lijncode. Indien de code gevolgd wordt door een geldig puntnummer, zullen de twee punten door een lijn verbonden worden. Attributen en laag van deze lijn worden gedefinieerd in het codebeschrijvingsbestand. U kan eveneens een verbinding met een vorig opgenomen punt tot stand brengen zonder gebruik te maken van een puntnummer: a gebruik makend van een punt (.: het gemeten punt zal met het vorig punt dat dezelfde code heeft, verbonden worden. b gebruik makend van een dubbel punt (..: het gemeten punt zal met vorig punt verbonden worden van het type Eenvoudige Lijn (Simple Line Er is geen beperking in aantal eenvoudige lijnen (simple lines dat terzelfdertijd open staat. U mag tevens andere punten tussendoor opmeten terwijl nog eenvoudige lijnen (simple lines open staan. In tegenstelling tot polylijnen (zie verder, hoeft u dit type lijn niet te starten noch te beëindigen. Nota: bij Leica en GeoMax (Wild instrumenten,. wordt aangeduid met -1 en.. wordt ingevoerd met -2. Tekst Een code van het type TEKST, zal een tekst op de tekening brengen. Er zal geen punt aangemaakt worden. De positie van de tekst, opgenomen in het veldgeheugen, zal ook de positie zijn in de tekening. De attributen van de aangemaakte tekst en zijn inhoud worden vastgelegd in het codebeschrijvingsbestand. De veldinhoud kan optioneel een veranderlijk deel hebben. Dit veranderlijk gedeelte kan zijn: 1. de opgenomen tekst in het veldgeheugen na de code 2. een tekst van een teksttabel. De teksttabel is een tekstopzoektabel, gedefinieerd in de hoofding van het CDF-bestand. Een code in het veldgeheugenbestand moet in dat geval gevolgd worden door een tekst die gebruikt wordt als index om de variabele tekst van een tekstopzoektabel op te halen. De oriëntatie van de tekst kan horizontaal zijn of volgens een vaste hoek. U kan deze code gebruiken om automatisch allerlei commentaar aan de tekening toe te voegen. Polylijnen: lijnen & bogen aangemaakt door een aaneenschakeling van punten. Wanneer straten opgemeten moeten worden, moet men dikwijls meerdere lijnen tegelijkertijd opmeten (b.v. de rand van de weg, gebouwen, electriciteitskabels, afsluitingen,... Pythagoras laat toe dat u tegelijkertijd een onbeperkt aantal polylijnen geopend heeft. In tegenstelling tot eenvoudige lijnen (simple lines, moeten polylijnen uitdrukkelijk geopend (startpunt worden. Het uitdrukkelijk sluiten van polylijnen is niet noodzakelijk; een nieuwe start van een nieuwe polylijn met dezelfde code impliceert het einde van de vorige polylijn. Bij het inlezen zal er echter een melding komen dat er niet expliciet geëindigd is. De import wordt wel verder gezet. Codes toegekend aan de opgemeten punten worden automatisch ook toegekend aan de door Pythagoras aangemaakte polylijnen tussen deze punten. Dit vereenvoudigt de selectie van polylijnen en is ook een hulpmiddel bij het aanmaken van thematische kaarten. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 21
23 Polylijnen bieden u de volgende extra mogelijkheden: 1. groeperen van codes : het door elkaar gebruiken van verschillende codes, allen behorende tot dezelfde polylijn. 2. startpunt/eindpunt van een polylijn - Het sluiten van polylijnen dmv een rechte lijn of dmv een tangentiële kromme : cirkels mbhv 3 punten, evenals rechthoeken en parallellogrammen. 3. polylijnen door punten die niet door het toestel ingemeten zijn. (punten van polylijnsegmenten loodrecht op of in het verlengde van het voorgaande polylijnsegment 4. bogen en krommen kunnen deel uitmaken van een polylijn. 5. loodrechte aanzetten in punten van de polylijn (zowel links als rechts 6. niet loodrechte aanzetten van nieuwe lijnen in punten van de polylijn (zowel links als rechts 7. gelijktijdig extra opgemeten polylijnen (tot zes stuks met ev. een verschillende hoogte op een eventueel variërende afstand van de originele polylijn. 8. parallelle polylijnen door één punt : deze blijven parallel over de volledige lengte van de originele polylijn en kunnen ook een hoogteverschil hebben. 9. teksten kunnen toegevoegd worden aan polylijnen, zowel aan het midden van een lijn in de polylijn als aan een bepaald punt van de polylijn. 10. punten gekoppeld aan een polylijn : punten waarvan het symbool een bepaalde richting heeft t.o.v. de richting van de polylijn waartoe het symbool toebehoort. (b.v. straatkolk Puntstijl - lijnstijl Pythagoras zal de puntstijl creëren die is vastgelegd in het codebeschrijvingsbestand. Indien geen puntstijl is vastgelegd, zal de puntstijl de onzichtbare puntstijl zijn. Het tweede punt en de volgende punten zullen verbonden worden met hun voorganger in de serie van punten. De verbinding kan een rechte lijn, een cirkelboog of kromme zijn, afhankelijk van de optie ingevoerd na de code. Symbolen op de punten die behoren tot een polylijn kunnen georiënteerd worden volgens de richting naar het voorgaande of volgende punt.(instelbaar Groepen (Groups De codes voor polylijnen en Punten gekoppeld aan een polylijn kunnen onderverdeeld worden in groepen. (de verdeling in groepen is bepaald in het codebeschrijvingsbestand. Op het veld kan u punten van verschillende polylijnen tegelijkertijd opmeten, zolang de codes voor deze lijnen behoren tot verschillende groepen. U kan bijvoorbeeld de volgende reeks punten opmeten: Punt Code Beschrijving 1 AMS Start van een afsluitingsmuur 2 GBS Startpunt van een gebouw 1 3 GB 2de punt van een gebouw 1 4 GB 3de punt van een gebouw 1 5 DH Dorpel van een gebouw 1 6 GBE Eindpunt van een gebouw 1 7 AME Einde van een afsluitingsmuur Nota: in dit voorbeeld is de code GB een polylijn voor gebouwen, DH is een code voor een Punt relatief georiënteerde t.o.v de lijn en AM is de polylijncode voor een afsluitingsmuur. De codes GB en DH behoren tot dezelfde groep (b.v. de groep Gebouwen, de code AM tot een andere groep (b.v. de groep Muren of Afsluitingen. Pythagoras zal de lijnverbinding voor de gebouwen verwezenlijken, tussen de punten 2, 3, 4 en 6. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 22
24 Voor punt 5 zal Pythagoras het bijhorend puntsymbool projecteren op de richting van het lijnstuk 4-6 Voor de afsluitingsmuur (een polylijn behorend tot een andere groep zullen de punten 1 en 7 verbonden worden. Wanneer verschillende codes van een polylijn-type behoren tot dezelfde groep, kunnen zij door elkaar gebruikt worden in een serie van punten, maar zij worden beschouwd als behorend tot dezelfde polylijn. De code zal als volgt gebruikt worden: a van de twee punten die nodig zijn om een lijnverbinding of tangentiële boog te maken zal ofwel het eerste (indien dit gebruikt wordt voor de oriëntatie ofwel het tweede punt de attributen en de laag bepalen van de verbinding (lijn, tangentiële boog. b van de drie punten die nodig zijn om een cirkelboog te tekenen, zal ofwel het eerste (indien dit gebruikt wordt voor de oriëntatie ofwel het derde punt de attributen en de laag van de boog bepalen. Het punt op zich zal in de laag die door de code wordt vastgelegd, aangemaakt worden. Startpunt - Eindpunt van een polylijn Sluiten van een polylijn a. Het eerste punt van een polylijn moet aangeduid worden als het startpunt en indien gewenst het laatste punt als eindpunt. Als GB de code is die gebruikt wordt voor gebouwen en S en E respectievelijk de opties voor startpunt en eindpunt, dan duidt de code GBS het startpunt van een gebouw aan en eventueel GBE het eindpunt. Alhoewel het logisch is te starten met het S-punt en te eindigen met het E-punt van een lijn, laat Pythagoras het omgekeerde toe. Dit kan omwille van historische redenen. In een eerdere versie, waren de twee eindpunten van de polylijn gedefinieerd door Links en Rechts. De betekenis van links en rechts was alsof u naar het gebouw toekeek. Dit leverde soms moeilijkheden wanneer het oog in het verlengde van het start- en eindpunt was. Zo werd vroeger met het eerste punt van polylijn gestart met de L- of R-code van waaruit het gebouw werd opgemeten. Als u deze methode verkiest, is het beter met deze karakters te starten of te eindigen. Merk dus op dat het niet strict noodzakelijk is om een polylijn expliciet te eindigen. Een nieuw beginpunt van een polylijn met zelfde code betekent automatisch het einde van de vorige polylijn van dezelfde soort. In dit geval wordt een waarschuwing gegeven dat er werkelijk een nieuwe polylijn werd gecreëerd zonder de vorige specifiek te hebben beëindigd. b. Het sluiten van een polylijn (= verbinding van het laatste met het eerste punt van de polylijn kan gebeuren door een specifieke optie aan de code toe te voegen. Bij enkelvoudig gebruik van deze optie wordt de polylijn rechtlijnig gesloten, bij dubbelvoudig gebruik bij het opmeten van bogen en krommen kunnen cirkels dmv 3 punten gecreëerd worden, of gesloten krommes of parallellogrammen en rechthoeken dmv 3 punten. Zichtbare-bereikbare en onzichtbare-onbereikbare punten in een polylijn a. opmeting dmv excentriciteiten. Zichtbare-bereikbare punten zijn punten waarvan de coördinaten rechtstreeks werden opgemeten. Onzichtbare-onbereikbare punten, zijn de punten die niet met het totaalstation zijn opgemeten, maar die bijvoorbeeld zijn vastgelegd met behulp van een meetband. Gebruik van de excentrische optie, met een afstand na de code van een punt van een polylijn, zal aanduiden of het punt links, rechts, of in het verlengde van het vorig lijnstuk van de polylijn ligt. De onzichtbare-onbereikbare punten worden opgeslagen in het veldgeheugen, maar Pythagoras zal hun coördinaten negeren. Het lijnsegment gevormd door verbinding van het onzichtbare punt met vorig punt van de polylijn, moet loodrecht of in het verlengde van het vorig lijnsegment liggen. De richting en de lengte worden als optie na de code ingegeven. Mogelijke richtingen zijn: Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 23
25 a. Een loodlijn op het vorig lijnstuk. - naar links - naar rechts b. Een lijn in het verlengde van de vorige lijn. Betekenis van Links - Rechts Een punt is links van een polylijn indien het zich aan de linkerkant bevindt van het laatste segment van de polylijn. Opmerking: Het is evident dat de eerste twee punten van een polylijn geen onzichtbare punten kunnen zijn. Voorbeeld: Punt Code Beschrijving 1 GBS Start van gebouw 1 2 GB 2de. punt van gebouw 1 3 GB L200 3de. punt van gebouw 1, loodrecht op en links van lijn GB R250 4de. punt van gebouw 1 loodrecht op en rechts van lijn GBE Laatste punt van gebouw 1 Lijn 2-3 is 200cm naar links en loodrecht op de lijn 1-2. Indien de lijn loodrecht in de andere richting was, had de code GB R200 moeten ingebracht geweest zijn. De bovenstaande definitie is geldig indien de hoofding van het CDF-bestand, de LIJNMODE(START_EINDE bevat. Om historische redenen en omwille van de compatibiliteit met oudere Pythagoras versies is de standaardinstelling LIJNMODE(LINKS_RECHTS. Indien LINKS_RECHTS nog steeds wordt gebruikt, moet u normaal één karakter gebruiken voor de loodlijn. Het teken zal bepalen of de lijn een positieve of negatieve richting heeft. Het belangrijkste verschil tussen beiden is het volgende: START_EINDE: de richting is relatief tot de laatste lijn. LINKS_RECHTS: de richting van de loodlijn is relatief tot de eerste lijn. Nota: Wanneer CDF- en veldgeheugenbestanden gebruikt worden met versies van Pythagoras 4.5x en ouder, zullen de geïmporteerde resultaten met de nieuwere versies identiek zijn. Wij adviseren u de LIJNMODE(START_EINDE te gebruiken daar aangezien deze methode gemakkelijker te gebruiken is op het terrein. b. opmeting dmv rechte hoeken. Een extra mogelijkheid voor het opmeten van onzichtbare-onbereikbare punten wordt gegeven door het gebruik van de optie aansluiting onder een (alternatieve rechte hoek. De aansluiting onder een rechte hoek wordt gevormd door een lijn loodrecht op de laatst gemeten lijn vanuit het laatst gemeten punt en door een lijn evenwijdig aan de laatst gemeten lijn vanuit het punt waaraan de deze code wordt toegevoegd. De aansluiting onder de alternatieve rechte hoek wordt gevormd door een lijn vanuit het laatst gemeten punt evenwijdig aan de laatst gemeten lijn en door een lijn loodrecht op de laatst gemeten lijn vanuit het punt waaraan deze code wordt toegevoegd. c. opmeting dmv onzichtbare punten. Onzichtbare-onbereikbare punten kunnen ook geconstrueerd worden door : 1. een onzichtbaar punt toe te voegen in een gemeten richting en afstand of Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 24
26 2. het snijpunt te bepalen van 2 opgemeten lijnen Zie ook Hoofdstuk IV voor een gedetailleerde tekening. Bogen Bogen worden bekomen door de boogoptie toe te voegen na de code van de polylijn. Een boog wordt gedefinieerd door tenminste drie opeenvolgende punten. De eerste drie punten maken een boog. De volgende punten zijn tangentieel aan de vorige boog. Zo kunnen verschillende achter elkaar liggende bogen met veranderlijke straal opgemeten worden. * Opmeten van verschillende bogen met een recht stuk ertussen : Het einde van een boog wordt gedefinieerd door de optie einde boog toe te voegen aan het laatste boogpunt. Vervolgens wordt een rechte lijn gecrëerd tot aan het volgende (boogpunt. * 2 opeenvolgende niet-tangentiële bogen : Wanneer echter aan het eindpunt van de boog niet alleen de optie einde boog, maar ook de optie boog wordt toegevoegd, dan wordt het einde van de eerste boog tegelijkertijd het begin van de tweede boog. * Speciaal geval : het opmeten van een cirkel door 3 punten : zie hierboven bij Sluiten Krommen Krommen worden bekomen door de optie kromme toe te voegen na de code van de polylijn. Een kromme wordt gedefinieerd door tenminste twee opeenvolgende punten. Het begin/einde zal tangentieel raken aan de vorige/volgende lijn, kromme of boog van de polylijn. * Opmeten van verschillende krommen met een recht stuk ertussen : Het einde van de kromme wordt gedefinieerd door de optie einde boog toe te voegen. Vervolgens wordt een rechte lijn gecrëerd tot aan het eventueel volgende punt van de kromme. Loodrechte aanzetten op de polylijn Om een loodrechte lijn te bekomen in een punt van een polylijn, moet u een loodrechte lijn-optie toevoegen na de code van het punt waar de loodrechte moet starten. Er zijn twee codes om een loodrechte lijn te bepalen, een code voor een lijn naar links en een code voor een lijn naar rechts. De lengte van de loodrechte aanzet wordt bepaald in het CDF-bestand of wordt als een extra optie bij de code toegevoegd. Wanneer men gebruik maakt van deze laatste mogelijkheid, kan men dus een loodrechte lijn met een manueel gemeten lijnlengte creëren. Is er in het CDF-bestand niets gespecifieerd over de lengte van deze loodrechte aanzet, dan wordt per definitie een lengte van 5m genomen. Dit type loodlijn is bijzonder nuttig wanneer een startpunt en eindpunt van een gebouw gemeten wordt, zonder dat het volledige huis moet rond gemeten worden. Alleen de aanzetstukken t.o.v. de weg zijn nodig. Kenmerken van deze loodrechte aanzetten : 1 Mogelijkheid: Het lijntype van de automatisch gecreëerde lijn is bepaald door de bijhorende code van de hoofdpolylijn. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 25
27 2 Mogelijkheid: Er wordt gebruik gemaakt van een constructiecode. Deze constructiecode verwijst naar een vooraf gedefinieerde globale en/of uitgebreide optie in de hoofding van de CDF. Dit laat ons toe om voor elke loodrechte aanzet afzonderlijk kenmerken zoals optie, layer, breedte, lengte van de loodlijn, stijl, schaal en kleur vast te leggen. De eindpunten van een loodrechte aanzet zijn steeds onzichtbaar. Indien een optie gebruikt wordt die wel gedefinieerd is in de hoofding van de CDF, maar wanneer deze geen kenmerken heeft meegekregen bij de definitie van de code, dan worden dezelfde kenmerken van de opgemeten hoofdpolylijn toegekend. Er kunnen dus bijgevolg verschillende loodrechte aanzetten ontstaan aan een polylijn (bv een gevellijn, elk met hun eigen grafische kenmerken. Bijvoorbeeld een loodlijn naar links en een loodlijn naar rechts in hetzelfde punt. Voorbeelden : Uitbreiding in de hoofding van de CDF : L = GLOBALE_OPTIE(LOODLIJN_LINKS R = GLOBALE_OPTIE(LOODLIJN_RECHTS T = GLOBALE_OPTIE(LOODLIJN_LINKS P = GLOBALE_OPTIE(LOODLIJN_RECHTS L = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH (LOODLIJN_LINKS R = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH (LOODLIJN_RECHTS T = UITGEBREIDE _OPTIE(EXCENTRISCH (LOODLIJN_LINKS P = UITGEBREIDE _OPTIE(EXCENTRISCH (LOODLIJN_RECHTS Beschrijving van objectcodes : GB = POLYLIJN ( LAYER("Gebouwen" STIJL("Voorbeeld", "muur" BREEDTE(1 KLEUR(GROEN LENGTE(5.00 CONSTRUCTIE ( OPTIE( L LENGTE(7.00 LAYER ( constructiegevel BREEDTE(1 KLEUR(ROOD CONSTRUCTIE ( OPTIE( T LENGTE(3.00 LAYER ( gemene muur BREEDTE(1 KLEUR(BLAUW Voorbeelden van ingegeven codes : Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 26
28 GBST zal een loodrechte aanzet naar links creëren tov de hoofdpolylijn GB. De lengte van deze loodlijn = 3m en de kleur = blauw. GBE L1000 zal een loodrechte aanzet naar links creëren tov de hoofdpolylijn GB. De lengte van deze loodlijn = 10m, de kleur rood. Opmerking : Het vroegere attribuut scheidingslijn wordt door de invoering van deze constructies niet meer gebruikt. Niet-loodrechte aanzetten op de polylijn(extra lijn Om de aanzet van een nieuwe lijn (extra lijn te bekomen in in een willekeurige richting vanaf een punt van de polylijn, moet u de extra lijn-optie toevoegen bij de code van het punt dat de richting van de aanzet bepaalt. Op deze manier kunnen niet-loodrechte lijnen op een polylijn gecreëerd worden. Automatisch gevormde extra polylijnen 1 Mogelijkheid: Maximum 6 extra polylijnen kunnen tegelijkertijd aangemaakt worden bij het opnemen van een polylijn. De extra polylijnen kunnen worden aangemaakt voor de gehele polylijn. Tezamen met de code voor het startpunt van een polylijn, kan u tot zes waarden ingeven, die de afstand van de extra polylijnen bepalen. Een positieve waarde betekent dat de parallelle polylijn zich op een afstand links van de gemeten polylijn bevindt. Een negatieve waarde geeft aan dat de parallel zich aan de rechterzijde van de gemeten polylijn bevindt. Nota: u mag de betekenis van LINKS=POSITIEF veranderen in LINKS=NEGATIEF door in de hoofding van het CDF-bestand de parameter RICHTING(RECHTS_POS in te brengen. De standaard instelling is RICHTING(LINKS_POS. De polylijn mag bogen bevatten. In dat geval worden parallelle bogen aangemaakt. De parallelle bogen zijn automatisch ingekort tot hun snijpunten. De extra polylijnen hoeven niet evenwijdig te blijven over de gehele polylijn. De tussenafstanden kunnen veranderen tussen de opeenvolgende opgemeten punten. Iedere keer als de tussenafstand verandert, moet u wel al de nieuwe tussenafstanden ingeven. Indien geen nieuwe tussenafstanden bijgevoegd worden, zullen de vorige tussenafstanden behouden blijven. Voorbeeld : Code1 Code2 BS lijnen op respectievelijk 20 cm, 45 cm en -1.20m van het gemeten punt. BS lijnen op respectievelijk 20 cm, 45 cm en -1.00m van het gemeten punt. De laatste parallelle lijn is niet evenwijdig, maar op een afstand van 1.20m van het eerste punt en 1.00m van het tweede punt. Nota: de lengte-eenheid voor deze optie is ingesteld in cm. Kenmerken van deze extra polylijnen : Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 27
29 Per definitie krijgen deze extra polylijnen allemaal dezelfde kenmerken als de opgemeten hoofdpolylijn. 2 Mogelijkheid: Maximum 6 extra polylijnen kunnen tegelijkertijd aangemaakt worden bij het opnemen van een polylijn. De extra polylijnen kunnen worden aangemaakt voor de gehele polylijn. Tezamen met de code voor het startpunt van een polylijn, kan u tot zes waarden ingeven, die de afstand van de extra polylijnen bepalen. Een positieve waarde betekent dat de parallelle polylijn zich op een afstand links van de gemeten polylijn bevindt. Een negatieve waarde geeft aan dat de parallel zich aan de rechterzijde van de gemeten polylijn bevindt. Nota: u mag de betekenis van LINKS=POSITIEF veranderen in LINKS=NEGATIEF door in de hoofding van het CDF-bestand de parameter RICHTING(RECHTS_POS in te brengen. De standaard instelling is RICHTING(LINKS_POS. De polylijn mag bogen bevatten. In dat geval worden parallelle bogen aangemaakt. De parallelle bogen zijn automatisch ingekort tot hun snijpunten. De extra polylijnen hoeven niet evenwijdig te blijven over de gehele polylijn. De tussenafstanden kunnen veranderen tussen de opeenvolgende opgemeten punten. Iedere keer als de tussenafstand verandert, moet u wel al de nieuwe tussenafstanden ingeven. Indien geen nieuwe tussenafstanden bijgevoegd worden, zullen de vorige tussenafstanden behouden blijven. Elke waarde wordt vooral gegaan door een constructiecode. Deze constructiecode verwijst naar een vooraf gedefinieerde globale en/of uitgebreide optie in de hoofding van de CDF. Een constructiecode laat toe om meerdere (maximum 6 globale/uitgebreide opties van hetzelfde type (hier parallelle lijn of parallelle polylijn door elkaar en naast elkaar te gebruiken. Dit laat ons toe om voor elke parallelle polylijn afzonderlijk kenmerken zoals optie, layer, breedte, stijl, schaal en kleur vast te leggen. De punten van een polylijn zijn steeds onzichtbaar. Indien een optie gebruikt wordt die wel gedefinieerd is in de hoofding van de CDF, maar wanneer deze geen kenmerken heeft meegekregen bij de definitie van de code, dan worden dezelfde kenmerken van de opgemeten hoofdpolylijn toegekend. Er kunnen dus bijgevolg verschillende parallelle polylijnen ontstaan, elk met hun eigen grafische kenmerken. De verschillende opties mogen door elkaar gebruikt worden. Conclusie van de 1 en 2 mogelijkheid : ofwel krijgen alle parallelle polylijnen dezelfde grafische kenmerken als de hoofdpolylijn, ofwel kunnen ze afzonderlijke kenmerken krijgen door gebruik te maken van constructiecodes. Er moet dan wel voor elke parallelle polylijn een optie gecodeerd worden. Voorbeelden : Uitbreiding in de hoofding van de CDF : P = GLOBALE_OPTIE(PARALLELLE_POLYLIJN Q = GLOBALE_OPTIE(PARALLELLE_POLYLIJN P= UITGEBREIDE_OPTIE(PARALLELLE_LIJN Q=UITGEBREIDE_OPTIE(PARALLELLE_LIJN Beschrijving van objectcodes : Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 28
30 BS = POLYLIJN ( LAYER("Boordsteen" BREEDTE(1 KLEUR(GROEN CONSTRUCTIE ( OPTIE( P LAYER ( afsluiting BREEDTE(1 KLEUR(ROOD CONSTRUCTIE ( OPTIE( Q LAYER ( verharding BREEDTE(1 KLEUR(ROOD Voorbeelden van ingegeven codes : BSS Dit voorbeeld is volgens de 1 mogelijkheid. Er worden 3 parallelle polylijnen gedefinieerd, allemaal met dezelfde grafische kenmerken als de hoofdpolylijn BS. Enige voorwaarde : bij de code BS moet gespecifieerd worden dat de parallelle lijn optie de enig toegelaten optie is. BSS P10Q-35Q-100 Dit voorbeeld is volgens de 2 mogelijkheid. Er worden 3 parallelle polylijnen gedefinieerd : een eerste op 10 cm naar rechts tov de hoofdpolylijn, met kenmerken van constructiecode P, een tweede op 35 cm naar links tov de hoofdpolylijn, met kenmerken van constructiecode Q en een derde op 100 cm naar links tov de hoofdpolylijn, eveneens met de kenmerken van constructiecode Q. Het door elkaar gebruiken van beide mogelijkheden zoals bv. in BSS P is niet toegelaten. Opmerking : Het vroegere attribuut parallel wordt door de invoering van deze constructies niet meer gebruikt. Automatisch gevormde parallelle polylijnen Een parallelle polylijn door een punt : het hoogteverschil tussen het opgemeten punt en de projectie van dit punt op de polylijn is bepalend voor het hoogteverschil tussen de parallelle polylijnen. De loodrechte afstand tussen het punt en de polylijn bepaalt de afstand tussen de parallelle polylijnen. Een parallelle polylijn met een gegeven hoogteverschil : het hoogteverschil wordt als een extra afzonderlijke waarde (naast de afstanden ingegeven voor elke extra polylijn (max. zes Teksten Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 29
31 Zoals tekst kan toegevoegd worden aan eenvoudige punten, kan ook tekst toegevoegd worden aan punten of lijnen van een polylijn. In het CDF-bestand wordt gespecifieerd of de tekst behoort tot een punt of tot een lijn van de polylijn. Tekst toegevoegd aan een lijn wordt geplaatst in het midden van deze lijn. Teksten kunnen aan punten en aan lijnen toegevoegd worden voor een bepaalde polylijncode. In het CDF-bestand kan voor teksten toegevoegd aan punten een offset worden opgegeven die de positie bepaalt van de tekst tov het betreffende punt. Teksten kunnen alle bekende tekstattributen hebben, schuine teksten zullen dezelfde oriëntering hebben als de lijn of het symbool waartoe ze behoren. Punten die gekoppeld zijn aan een polylijn Deze codering mag enkel toegepast worden gedurende de opmeting van een polylijn van eenzelfde groep. Het punt zal verbonden worden met de lijn/boog/kromme die gevormd wordt door het voorgaande en het volgende punt van de polylijn. Er zal een punt aan de tekening toegevoegd worden. Indien het puntsymbool roteerbaar is, zal het gedraaid worden parallel aan de referentielijn/boog/kromme of wordt het onder een extra hoek getekend tov die referentielijn/boog/kromme. Puntstijl Pythagoras zal de punten tekenen in de puntstijl die bepaald is in het codebeschrijvingsbestand. Indien geen puntstijl is bepaald, zal het punt een klein kruisje zijn. Symbool links of rechts van de polylijn Indien de puntstijl een niet symmetrisch symbool is, dan kan het noodzakelijk zijn een richting-optie toe te voegen aan de code. Indien geen richting bepaald is, zal het symbool links van de lijn geplaatst worden. Door de RECHTS-optie toe te voegen zal het symbool rechts van de polylijn getekend worden. Punt geprojecteerd op de polylijn Indien gewenst zal niet het gemeten punt, maar de projectie op de referentie lijn getekend worden. Indien u deze mogelijkheid wenst, moet u in het CDF-bestand, de parameter PROJECTIE bij de code toevoegen. Tekst Pythagoras kan tegelijkertijd bij een aangemaakt punt, max. drie tekstblokken toevoegen door het gebruik van een bepaalde code. De tekstinhoud kan vast zijn, uit een tabel komen, ingetypt worden in het veldgeheugen of de waarde van puntnummer, X, Y of Z coördinaat zijn. De attributen van de tekst worden bepaald door de gebruikte code. Het CDF-bestand bepaalt of de tekst horizontaal of parallel georiënteerd is aan een lijn of onder een extra hoek getekend wordt tov de lijn. De positie van de tekst op de tekening wordt bepaald als volgt: a De coderingsbeschrijving van een punt in het CDF-bestand kan de volgende parameter bevatten: POSITIE(x,y. Deze parameter bepaalt de positie in mm (pagina-eenheden van de startpositie van de tekst relatief t.o.v. het punt. b De positie van de tekst in het document zal relatief berekend worden t.o.v. een coördinatensysteem met als oorsprong de coördinaten van het punt en als X-as de richting van de referentielijn (of tangentieel t.o.v. de referentieboog/kromme. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 30
32 Rechthoeken Wanneer rechthoeken opgemeten worden, is het niet noodzakelijk om de 2 punten die de basis van de rechthoek vormen na elkaar op te meten. Andere punten, polylijnen en codes mogen tussenin opgemeten worden. Deze 2 basispunten zullen een zijde van de rechthoek vormen. Het eerste punt moet aangeduid worden als startpunt, het tweede punt zal eventueel gecodeerd worden als eindpunt. De breedte of lengte van de rechthoek kan als parameter met het eerste punt ingegeven worden. Indien geen breedte/lengte wordt opgegeven wordt, wordt deze opgegeven bij de desbetreffende code in het CDF-bestand gebruikt. Indien ook hier niets over breedte/lengte vermeld wordt, zal een default waarde van 5m toegepast worden. Deze afstand kan positief of negatief zijn. Als de waarde positief is, zal de achterzijde van de rechthoek links van de voorzijde getekend zijn. (gezien vanuit het startpunt naar het eindpunt Nota 1: U kan de betekenis van LINKS=POSITIEF veranderen in LINKS=NEGATIEF, door in de hoofding van het CDF-bestand de parameter RICHTING(RECHTS_POS bij te voegen. De standaard instelling is RICHTING(LINKS_POS. Nota 2: Het is toegelaten eerst het eindpunt en vervolgens het startpunt op te meten, op voorwaarde dat zowel eindpunt als startpunt gespecifieerd worden. De 4 punten van de rechthoek zullen als onzichtbare punten op te tekening aangemaakt worden. De niet door het toestel opgemeten punten hebben geen puntnummer. De attributen en laag van de lijnen worden bepaald door de codering van de rechthoek in het CDF-bestand. Het CDF-bestand bepaalt eveneens de soort van rechthoek die gecreëerd wordt. Afhankelijk van de code-definitie zal de rechthoek één, twee of geen diagonalen bevatten. Een bijkomende tekst-optie als codering is mogelijk. De tekst zal altijd parallel met de rechthoek geplaatst worden. De startpositie is het midden van de niet opgemeten zijde van de rechthoek. De attributen, inhoud, positie en laag van de tekst zijn gedefinieerd in het codebeschrijvingsbestand. Omtrent opties Afhankelijk van het type van de code (eenvoudig punt, polylijn,... kunnen één of meer opties ingesteld worden in het CDF-bestand. Het aantal gebruikte karakters voor de opties is instelbaar in de hoofding van het CDF-bestand. De standaardlengte voor opties is 1 karakter. Met uitzondering van de codeseparator MOETEN alle opties hetzelfde aantal karakters hebben, de codeseparator is ALTIJD 1 karakter lang. De gebruikte afkortingen voor de opties kunnen numeriek en/of alfanumeriek zijn. Indien numerieke afkortingen gebruikt worden, dan mag het * teken voor de uitgebreide optie Parallelle polylijn niet meer gebruikt worden en moet ook hier een letter/cijfer gebruikt worden. Het gebruik van afkortingen voor opties van 2 karakters is te vermijden. Deze opties zijn verdeeld in twee groepen: De eerste groep noemen we Globale Opties (sleutelwoord GLOBALE_OPTIE Deze eerste groep van opties heeft geen parameters (geen toegevoegde waarden. De optie wordt Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 31
33 aangeduid door een karakter. De code kan gevolgd worden door geen, één of meerdere opties. a START-optie : duidt het startpunt van een polylijn of rechthoek aan. b EINDE-optie : duidt het eindpunt van een polylijn of rechthoek aan. c BOOG-optie : geeft aan dat het punt in een polylijn een boogpunt is. d EINDE_BOOG-optie : geeft aan dat het punt in een polylijn het laatste punt van een boog/kromme is e KROMME-optie : geeft aan dat het punt in een polylijn een punt van een kromme is f LOODRECHTE_LINKS-optie : te gebruiken om een loodlijn links van een polylijn toe te voegen.. Dezelfde optie kan gebruikt worden voor punt verbonden aan een polylijn om aan te duiden dat het aangemaakte symbool links van de polylijn moet komen. g LOODRECHTE_RECHTS-optie : te gebruiken om een loodlijn links van een polylijn toe te voegen. h SLUITEN-optie: maakt gesloten polylijnen. Het eindpunt zal hierdoor verbonden worden met het beginpunt. i PARALLELLE_POLYLIJN-optie : creëert een volledige parallelle polylijn door een punt j EXTRA_LIJN-optie : creëert een extra, niet-loodrechte aanzet in het betreffende punt k ONZICHTBARE_HOEK-optie : creëert een onzichtbare rechte hoek l HOEK-optie : creëert een extra hoek m SYMBOOLRICHTING-optie : oriënteert een puntsymbool n CODE_SEPARATOR-optie : een scheidingsteken tussen verschillende codes voor eenzelfde punt o 2D_METING-optie : te gebruiken om de hoogte van een opgemeten punt te negeren Deze opties mogen met een code gebruikt worden zonder beperking. (Uitgezonderd Leica en GeoMax. Sommige van deze opties kunnen gecombineerd worden en de opeenvolging kan willekeurig zijn. De tweede groep noemen we Uitgebreide Globale Opties (sleutelwoord UITGEBREIDE_OPTIE. Deze tweede groep opties vereist één of meerdere toegevoegde waarden (parameters. Een parameter kan een tekst, een puntnummer, een afstand of een hoogteveschil zijn. De lengte-eenheid van afstand en hoogteverschil kan gekozen worden in het dialoogvenster van Pythagoras en moet voor beide gelijk zijn. Zie Configureer Veldgeheugen. Afhankelijk van het soort code zijn één of meer opties toegelaten. Bovendien kan het CDF-bestand bij een code-definitie bepalen dat de respectievelijke code maar één optie mag hebben. Indien de definitie van een bepaalde code meerdere opties moet toelaten, zal een extra parameter nodig zijn om aan te duiden welke optie de code volgt. Het CDF-bestand bepaalt deze afkortingen: zie UITGEBREIDE_OPTIE parameters. Indien de code enkel één optie-type toelaat, moet de afkorting weggelaten worden en kan slechts één parameter in het codeveld toegevoegd worden, gescheiden door de passende begrenzing bepaald door het merk van uw veldgeheugen. Indien de code verschillende opties toelaat, moet de parameter voorafgegaan worden door de afkorting om de optie te bepalen. Mogelijke opties van dit type zijn: a TEKST-optie: de parameter is een tekst. Deze tekst verschijnt ofwel op de tekening, of is een Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 32
34 afkorting die een tekst ophaalt uit een teksttabel. b PUNT_NUMMER-optie: de parameter is een puntnummer. c EXCENTRISCH (onzichtbaar punt-optie: zowel de IN_VERLENGDE-, LOODRECHTE_LINKSen LOODRECHTE_RECHTS-opties kunnen gebruikt worden, om de gemeten coördinaten om te zetten in de werkelijke coördinaten van het op te meten punt. Voor punten van een polylijn bepaalt de excentrisch optie de positie van onzichtbare punten van een polylijn. (zie onzichtbare punten. d BREEDTE-optie: de parameter moet een afstand zijn. Het wordt enkel gebruikt om de diepte van de rechthoek aan te geven. e PARALLELLE_POLYLIJN-optie: max. zes afstanden, gescheiden door hun teken, kunnen ingebracht worden. f HOOGTEVERSCHIL-optie : afkorting gebruikt voor een extra polylijn volgens een bepaald hoogteverschil g ONZICHTBAAR_PUNT-optie : geeft een lengte van de aanzet lijn. De afstand van het laatst gemeten punt van de polylijn tot het nieuwe punt wordt hierin bepaald. h SCHAAL-optie : biedt de mogelijkheid om een symbool of lijnstijl te verschalen 1. Het gebruik van opties van de eerste groep START-optie : geldig voor polylijnen en rechthoeken De START-optie moet ingebracht worden achter het eerste punt van een polylijn of een rechthoek. Het duidt aan dat nog één of meer punten van een polylijn zullen volgen en dat al deze punten met elkaar opeenvolgend zullen verbonden worden tot het einde van de polylijn is bereikt. Eens een startpunt van een polylijn is ingegeven, kunnen punten die een relatie met die lijn hebben, opgenomen worden. Pythagoras zal dan automatisch het symbool oriënteren in de richting van de polylijn. Eens minstens twee punten van de polylijn opgemeten zijn, kan een tekst aan de polylijn toegevoegd worden. Meerdere polylijnen kunnen tegelijkertijd open staan, indien ze tot een verschillende groep behoren. Omdat punten met een relatie tot een lijn (b.v. straatkolk, huisdorpel eveneens tot een groep behoren, kent Pythagoras ook de oriëntatie van het symbool, zelfs indien meerdere polylijnen open staan. EINDE (end-optie : geldig voor polylijnen en rechthoeken De EINDE-optie mag ingebracht worden achter het laatst opgemeten punt van een polylijn of rechthoek. Merk dus op dat het niet strict noodzakelijk is om een polylijn explicitet te eindigen. Een nieuw beginpunt van een polylijn met zelfde code betekent automatisch het einde van de vorige polylijn van dezelfde soort. In dit geval wordt een waarschuwing gegeven dat er werkelijk een nieuwe polylijn werd gecreëerd zonder de vorige specifiek te hebben beëindigd. Nota : Bij gebruik van LIJNMODE(LINKS_RECHTS, START-optie en EINDE-optie worden respectievelijk LINKS-optie en RECHTS-optie. Bij gebruik van de LINKS_RECHTS-conventie, kunnen lijnen gestart worden met LINKS of RECHTS. Voor verdere uitleg raadpleeg het hoofdstuk over het CDF-bestand. BOOG (arc-optie : geldig voor polylijnen Ieder punt dat deel uitmaakt van een boog, d.w.z.: het eerste punt en alle volgende punten van een boog moeten de BOOG(arc-optie bevatten. Pythagoras tekent bogen door een cirkelboog te tekenen door de eerste drie punten. Al de volgende punten zullen met het voorgaande punt verbonden worden door een cirkelboog die tangentieel is aan de vorige boog. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 33
35 Voorbeeld: de volgende opeenvolging van codes: (B: code voor boog(arc BSS, BSB, BSB, BSB, BSE : zal een rechte lijn aanmaken van punt 1 naar punt 2, een boog door de punten 2,3 en 4 en een rechte lijn van punt 4 naar punt 5. EINDE_BOOG (last arcpoint-optie : geldig voor polylijnen Vanaf twee opgemeten punten van een boog, kan bij het derde punt de optie EINDE_BOOG toegevoegd worden. Volgt er nog een meetpunt in de polylijn, dan wordt een rechte lijn gecrëerd. De optie EINDE_BOOG vermijdt dat een extra tussenpunt zou moeten gemeten worden tussen het einde van de eerste boog en het begin van de tweede boog opdat een rechte lijn tussen deze twee bogen zou verkregen worden. Wanneer echter aan het eindpunt van de boog niet alleen de optie EINDE_BOOG, maar ook de optie BOOG wordt toegevoegd, dan wordt het einde van de eerste boog tegelijkertijd het begin van de tweede boog. Op deze manier kunnen bogen die een verschillende straal hebben niet-tangentiëel in elkaar overgaan. Deze optie kan ook gelijkaardig toegepast worden op krommen. KROMME (curve-optie : geldig voor polylijnen Krommen worden bekomen door de optie KROMME toe te voegen na de code van de polylijn. Een kromme wordt gedefinieerd door tenminste twee opeenvolgende punten. Het begin/einde zal tangentieel raken aan de vorige/volgende lijn/boog van de polylijn. De krommingsfactor hangt af van de code van het eerste punt van de kromme. De optie KROMME kan gecombineerd worden met de optie extra polylijnen (zie verder, en ook teksten kunnen toegevoegd worden. De optie KROMME en en de optie BOOG kunnen niet gecombineerd worden in 1 punt, de opties voor onzichtbare punten zijn niet van toepassing. Puntsymbolen in een polylijn zullen ook uitgelijnd worden volgens de richting van de kromme. LOODRECHTE_LINKS (Perpendicular Left-optie : geldig voor polylijnen en punten in een polylijn Bij het opmeten van gebouwen en in andere situaties, is het dikwijls nodig de scheiding tussen twee gebouwen aan te duiden met een loodlijn op de gemeten polylijn. De LOODRECHTE_LINKS- en LOODRECHTE_RECHTS-opties kunnen er voor zorgen dat u een loodlijn verkrijgt op de polylijn en in het punt dat deze optie bevat. Deze loodlijn is ofwel links, ofwel rechts van de polylijn. De lengte van de aanzet kan in het CDF-bestand ingesteld worden of de lengte kan ook als een uitgebreide optie worden toegevoegd tijdens het coderen. Wanneer geen van beide mogelijkheden benut wordt, wordt een lengte van 5m toegepast. Dezelfde optie kan gebruikt worden bij punten gerelateerd aan een polylijn. Ze duidt aan dat het aangemaakte symbool links van de polylijn moet komen. Wanneer deze optie weggelaten wordt links genomen. LOODLIJN_RECHTS (Perpendicular Right-optie : geldig voor polylijnen en punten in een polylijn Zie LOODRECHTE_LINKS (Perpendicular Left-optie Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 34
36 SLUITEN (Close-optie: geldig voor polylijnen Deze optie kan enkel gebruikt worden bij het laatste punt van een polylijn. (De EINDE-optie moet dan niet ingegeven worden. Het eindpunt zal dmv een rechte lijn verbonden worden met het startpunt. Voorbeeld : Hieronder volgt een geldige reeks van codes: GBS GBB GBB GBB GBL DH GB GBC waar : GB DH S E C B : Start van een polylijn-gebouw : Dit punt en de volgende twee zullen een cirkelboog vormen : punt ( een loodrechte lijn naar links wordt tevens aangemaakt : het symbool voor Deurdorpel Huis zal links van de polylijn getekend worden. (indien DHR gebruikt wordt, zal het symbool rechts van de polylijn getekend worden : punt van een gebouw : Sluiten(close dit punt wordt dmv een rechte lijn verbonden met het eerste punt van de polylijn. : code, van het type Polylijn, voor een gebouw. : code voor de deurdorpel van een gebouw : START : EINDE : SLUITEN(close : BOOG(arc-bocht De dubbele SLUIT-optie : deze optie is een speciaal geval van de SLUIT-optie. Het eindpunt zal tangentieel verbonden worden met het startpunt in het geval van krommen. Een bijzondere toepassing hiervan is het opmeten van een cirkel door 3 punten. Ook vierhoeken zoals parallellogram en rechthoek kunnen door toepassing van deze dubbele SLUIT-optie opgemeten worden, en dit op basis van slechts 3 opgemeten hoekpunten. PARALLELLE_POLYLIJN (Parallel_Polyline-optie: geldig voor polylijnen Deze optie wordt gebruikt om een volledige parallelle polylijn te creëren met een bepaald hoogteverschil door een opgemeten punt. Het hoogteverschil tussen het opgemeten punt en de projectie van dit punt op de polylijn is bepalend voor het hoogteverschil tussen de parallelle polylijnen. Het lijntype van de automatisch gecreëerde lijn is bepaald door de code van het punt. Voor ieder opgemeten punt met deze optie wordt een nieuwe parallelle polylijn gecreëerd. Een combinatie met andere opties voor polylijnen is niet toegelaten. De code van de basislijn en deze van het punt waardoor de nieuwe parallelle polylijn gecreëerd wordt, moeten tot dezelfde groep behoren. EXTRA_LIJN (Extra_Line-optie: geldig voor polylijnen Om de aanzet van een nieuwe lijn (extra lijn te bekomen in een punt van de polylijn, moet u een extra lijn-optie toevoegen bij de code van het punt dat de richting van de aanzet bepaalt. De coördinaten van dit punt worden verder door Pythagoras genegeerd. Het lijntype van de automatisch gecreëerde lijn is bepaald door de bijhorende code. De lengte van de extra lijn wordt bepaald in het CDF-bestand of door een bepaalde lengte mee te geven samen met de optie onzichtbaar punt. Wanneer geen lengte bepaald is in het CDF-bestand, wordt een lengte van 5m als standaard genomen. Per definitie wordt de extra lijn gecreëerd aan de overzijde van de polylijn, wanneer echter voor de ingegeven lengte een - teken gezet wordt, dan wordt de extra lijn gecreëerd in de richting van het opgemeten en door Pythagoras genegeerde punt. De attributen van deze extra lijn worden bepaald door de gebruikte code van het punt waarbij deze EXTRA-LIJN-optie wordt aan toegevoegd. Dit punt hoeft dus niet per definitie dezelfde code te hebben Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 35
37 als de polylijn, op voorwaarde dat het wel tot dezelfde groep behoort als de polylijn. De extra lijn maakt verder geen deel uit van de polylijn. Deze optie is niet geldig voor het eerste punt van een polylijn en deze optie kan ook niet gecombineerd worden met de opties LOODLIJN_RECHTS en LOODLIJN_LINKS. Dit type extra lijn is bijzonder nuttig wanneer een aanzetstuk van bv. een haag of afsluiting wordt opgemeten tov een polylijn. ONZICHTBARE_HOEK (INVISIBLE_CORNER-optie :geldig voor polylijnen Voor het opmeten van onzichtbare-onbereikbare punten kan gebruik gemaakt worden van de optie ONZICHTBARE_HOEK. Het punt waarbij de optie wordt toegevoegd, wordt met het vorige punt van de polylijn verbonden door een rechte hoek. De aansluiting onder een rechte hoek wordt gevormd door een lijn loodrecht op de laatst gemeten lijn vanuit het laatst gemeten punt en door een lijn evenwijdig aan de laatst gemeten lijn vanuit het punt waaraan de deze code wordt toegevoegd. Meerdere onzichtbare rechte hoeken kunnen elkaar opvolgen. Deze optie is slechts geldig na een eerste lijn in een polylijn en niet na een boog/kromme. Wanneer het punt waarbij de optie wordt toegevoegd exact op een eenzelfde lijn ligt als de vorige twee punten, dan wordt geen onzichtbare hoek geconstrueerd en er wordt ook geen foutboodschap aangemaakt. HOEK (CORNER-optie: geldig voor polylijnen Voor het opmeten van onzichtbare-onbereikbare punten kan ook gebruik gemaakt worden van de optie HOEK. Het punt waarbij de optie wordt toegevoegd, wordt met het vorige punt van de polylijn verbonden door een alternatieve rechte hoek. De aansluiting onder de alternatieve rechte hoek wordt gevormd door een lijn vanuit het laatst gemeten punt evenwijdig aan de laatst gemeten lijn en door een lijn loodrecht op de laatst gemeten lijn vanuit het punt waaraan deze code wordt toegevoegd. Meerdere onzichtbare rechte hoeken kunnen elkaar opvolgen. Deze optie is slechts geldig na een eerste lijn in een polylijn en niet na een boog/kromme. SYMBOOLRICHTING (Symbol_Orientation-optie: enkel geldig voor eenvoudige punten Een puntsymbool kan ook georiënteerd worden volgens een bepaalde richting, aangegeven door een extra op te meten punt. De gedefinieerde afkorting voor SYMBOOLRICHTING moet bij het extra punt bijgevoegd worden. De coördinaten van dit punt worden enkel gebruikt om het symbool van het onmiddellijk voorgaande punt met dezelfde code te oriënteren. Verder worden deze coördinaten door Pythagoras genegeerd, er wordt geen extra punt gecreëerd. Wanneer de afkorting voor SYMBOOLRICHTING niet gebruikt wordt bij het extra punt, zal op die positie gewoon een punt worden aangemaakt zoals verder bepaald in het CDF-bestand. Wanneer de coördinaten van beide punten (het te oriënteren en het extra punt gelijk zijn, zijn de opties ongeldig en wordt een foutboodschap aangemaakt. 2D METING(2D_Measurement : niet geldig voor tekst Deze optie kan aan elke code van het type punt, punt in polylijn, polylijn, rechthoek of lijn toegekend worden. Het gevolg zal zijn dat de hoogte van een opgemeten punt zal genegeerd worden en vervangen door een standaard waarde van m. Deze standaard waarde kan ook anders ingesteld worden in de hoofding van het CDF bestand. Alle lijnen die geconstrueerd worden vertrekkende van een 2D punt, zullen ook slechts in 2D berekend worden. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 36
38 2. Het gebruik van opties van de tweede groep TEKST (Text-optie De TEKST-optie kan gebruikt worden voor de codetypes tekst, punt, punt geassocieerd met een polylijn, polylijn of rechthoek. De TEKST-optie is verplicht voor de codes van het type tekst. 1. %T in het INHOUD(content-attribuut van het CDF-bestand. De tekstparameter zal op de tekening aangeduid worden indien het INHOUD(content-attribuut van de code is beschreven met de tekst-string %T. De waarde %T zal vervangen worden door de tekstparameter. Voorbeeld: CDF : VL = PUNT(... TEKST( INHOUD("Waarde = %T" Indien de tekstparameter achter de code de tekst ABC is, dan zal op de tekening de tekst: Waarde = ABC verschijnen. 2. %S in het INHOUD(content-attribuut van het CDF-bestand. De tekstparameter zal gebruikt worden als index in de TEKST-tabel. De waarde %S zal vervangen worden door de waarde in de tekst-tabel. Voorbeeld: CDF : Hoofding TEST = CDF(LENGTE(2 TEKSTEN(T1 = "Tekst 1" PB = "Dit is een tekst" VL = PUNT(... TEKST( INHOUD("Waarde = %S" Indien de tekstparameter achter de code de tekst PB is, dan zal op de tekening de tekst Waarde = Dit is een tekst verschijnen. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 37
39 EXCENTRISCH(eccentric-optie gebruikt voor eenvoudige punten : code van het type PUNT Deze optie kan gebruikt worden om de opgenomen coördinaten om te zetten in de werkelijke coördinaten van het op te meten punt (dit kan onzichtbaar of onbereikbaar zijn. De meeste moderne totaalstations en veldgeheugens hebben een ingebouwde functie voor het berekenen van de coördinaten van excentrisch opgemeten punten. In dat geval raden wij u aan deze op het veld te gebruiken en niet de excentrische coderingsoptie van Pythagoras. Niettemin zijn drie coderingsmogelijkheden voor excentrische metingen voorzien: a Het opgenomen punt ligt voor het werkelijk te meten punt : EXCENTRISCH (IN_VERLENGDE b Het opgenomen punt is links van het werkelijk te meten punt : EXCENTRISCH (LOODRECHTE_LINKS c Het opgenomen punt is rechts van het werkelijk te meten punt : EXCENTRISCH (LOODRECHTE_RECHTS De positie van het opgenomen punt relatief tot het werkelijk te meten punt wordt altijd gezien vanuit de positie van het station. Opmerking 1 : Pythagoras moet de positie van het station kennen om de werkelijke positie van het te meten punt te kunnen berekenen. Wanneer u deze optie gebruikt, moet u elk station opmeten in overeenstemming met de conventies gebruikt door Pythagoras. Opmerking 2 : De EXCENTRISCH-optie heeft een verschillende betekenis wanneer deze gebruikt wordt voor punten van een polylijn. (zie verder EXCENTRISCH(eccentric-optie gebruikt bij punten van een polylijn : codetype POLYLIJN Wanneer de excentrische optie samen gebruikt wordt met de code van een punt van een polylijn, geeft deze optie aan dat het werkelijke punt links, rechts, of in het verlengde van het vorig polylijnstuk ligt. Dit is in tegenstrijd met eenvoudig opgemeten excentrische punten, waarvan de werkelijke positie links, rechts of in het verlengde ligt van de lijn gevormd door het stationpunt en het opgenomen punt. Deze optie is vroeger reeds beschreven onder de paragraaf Zichtbare-bereikbare en onzichtbareonbereikbare punten in een polylijn als volgt: Zichtbare-bereikbare punten zijn punten waarvan de coördinaten rechtstreeks met het toestel zijn gemeten. Wij noemen onzichtbare-onbereikbare punten, die punten die niet rechtstreeks met het totaalstation zijn gemeten, maar bijvoorbeeld met de meetband. De excentrische optie met een afstand na de code van een punt van een polylijn, zal betekenen dat het te meten punt links, rechts of in het verlengde ligt van vorig polylijnstuk. De onzichtbare-onbereikbare punten worden opgeslagen in het veldgeheugen, maar Pythagoras zal hun coördinaten negeren. PUNTNUMMER(pointid-Optie Enkel codes van het type Eenvoudige Lijn kunnen deze optie hebben. Indien de code gevolgd wordt door een puntnummer, zal een lijn gecreëerd worden van het actuele punt naar het punt met het ingegeven nummer. Een punt. en dubbel punt.. i.p.v. een puntnummer betekent een verbinding met het vorig punt dat dezelfde code heeft en een verbinding met het voorgaande punt van het type Eenvoudige Lijn. BREEDTE(width-optie Deze optie is geldig voor rechthoeken. De parameter geeft de breedte van rechthoek. De breedte van een rechthoek kan in het CDF-bestand ingesteld worden of de breedte kan ook aan de optie worden Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 38
40 toegevoegd tijdens het coderen. Wanneer geen van beide mogelijkheden benut wordt, wordt een breedte van 5m toegepast. PARALLELLE_LIJN(parallel lines-optie Deze optie mag enkel gebruikt worden voor punten van een polylijn. Voor verdere uitleg zie Automatisch aangemaakte parallelle lijnen, in de beschrijving van polylijnen HOOGTEVERSCHIL (HEIGHT_DIFFERENCE-optie: geldig voor polylijnen Extra polylijnen kunnen ook gecreëerd worden met een bepaald hoogteverschil. Het hoogteverschil wordt als een extra afzonderlijke waarde (naast de afstanden ingegeven voor elke extra polylijn (max. zes Een positieve waarde betekent dat de extra polylijn zich hoger dan de gemeten polylijn bevindt. Een negatieve waarde geeft aan dat de extra polylijn zich lager dan de gemeten polylijn bevindt. De parallelle lijnen hoeven niet hetzelfde hoogteverschil te hebben over de gehele polylijn. De hoogteverschillen kunnen veranderen tussen de opeenvolgende opgemeten punten. Iedere keer als het hoogteverschil verandert, moeten wel al de nieuwe hoogteverschillen ingeven worden. Indien geen nieuwe hoogteverschillen bijgevoegd worden, zullen de vorige hoogteverschillen behouden blijven. De eenheden voor hoogteverschillen en tussenafstanden dienen dezelfde te zijn. Deze optie HOOGTEVERSCHIL kan NOOIT zonder afkorting worden gebruikt. Een geldig CDF-bestand kan dus geen "*" gebruiken als code voor de UITGEBREIDE_OPTIE (HOOGTEVERSCHIL-optie. Steeds moeten eerst de eventuele tussenafstanden ingegeven worden, daarna de eventuele hoogteverschillen. Een tussenafstand = 0 is geldig en moet niet expliciet vermeld worden. ONZICHTBAAR_PUNT (INVISIBLE_POINT-optie: geldig voor polylijnen Deze optie kan toegepast worden in 3 situaties, zie tekeningen in Hoofdstuk IV : 1. om een onzichtbare aanzet toe te voegen in een gemeten richting en afstand 2. om een loodrechte aanzet toe te voegen met een gegeven lengte het snijpunt te bepalen van 2 opgemeten lijnen. Er wordt geen parameter opgegeven die de afstand bepaalt. SCHAAL-optie (Scale: geldig voor punten, polylijnen en punten in polylijnen Deze optie kan toegepast worden wanneer een symbool of lijnstijl verschaald moet worden met een bepaalde factor. Bv het symbool boom dat in grootte mag variëren ifv de diameter van de stam. De verschaling geldt zowel in X als in Y richting en wordt uitgedrukt in % tov de originele grootte. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 39
41 III. Het Codebeschrijvingsbestand (CDF Functie Het codebeschrijvingsbestand (CDF is een zuiver tekstbestand dat indien de Uitgebreide Coderingsversie in Pythagoras geactiveerd is één voor één de codes opsomt die kunnen gebruikt worden voor het importeren van data uit het veldgeheugen. Iedere code in het CDF-bestand kan gevolgd worden door een gedetailleerde beschrijving van hoe het object (b.v. lijn, boog, punt, tekst, enz moet getekend worden. Wij adviseren u het voorbeeld-cdf-bestand te gebruiken dat u vindt op de installatie- CD, als illustratie terwijl u dit hoofdstuk leest. Structuur en syntax van het cdf-bestand Het codebeschrijvingsbestand bevat drie delen : a De hoofding b De afkortingen voor de opties c De beschrijving van de codes De hoofding en de afkortingen voor de opties zijn niet verplicht, in dit geval worden de standaard ingestelde waarden genomen. Al de delen hebben dezelfde structuur en bestaan uit één of meer blokken, met een uitzicht als: NAME = KEYWORDS([ATTRIBUTE]. En ATTRIBUTE = KEYWORDS([ATTRIBUTE]] NAME is een tekst die enkel de alfanumerieke karakters a.. z, A.. Z, bevat. Het wordt gebruikt om een naam, een code of een afkorting voor een optie te bepalen. De KEYWORDS worden gebruikt om een blok te identificeren. Zij worden door heel dit document geschreven in hoofdletters. Keywords gebruikt men binnen een ATTRIBUTE en overschrijven het standaard ingestelde attribuut van het object dat door de code aangemaakt wordt. Een blok kan over verschillende lijnen in het tekstbestand gespreid worden. Lege lijnen worden overgeslagen. Commentaar kan binnen een blok toegevoegd worden of tussen blokken door het plaatsen van een punt-komma ; voor de commentaar. Beëindig de commentaar met een overloop Voorbeeld: BL = PUNT ( LAAG ("mijn laag" ; dit is de commentaar lijn ; dit is commentaar ; voeg enige commentaar toe Waarschuwing voor Windows gebruikers : Indien u speciale karakters in het CDF-bestand gebruikt voor laag(layer-namen of teksten, (b.v. ü,é,..., moet u beseffen dat Pythagoras werkt met de karakterreeks van Windows. Deze karakterreeks verschilt van de DOS-karakterreeks. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 40
42 Hoofding Het sleutelwoord voor de hoofding is CDF. De hoofding bevat de naam van het CDF-bestand. Een CDF-hoofding kan de volgende attributen bevatten: a LENGTE b LENGTE_OPTIE c TEKSTEN d LIJNMODE e RICHTING f ATTRIBUTEN_EERSTE_PUNT g GROEPEER_TEKST_SYMBOOL h SYMBOOLORIENTATIE_NAAR_VOLGEND_PUNT i ONGEKENDE_HOOGTE ( j MULTICODE_SEQUENTIE LENGTE(length De lengte van de codes is gelimiteerd door aantal gegevens bij het LENGTE-attribuut. Indien u b.v. definieert LENGTE(3, betekent dit dat de code max. drie karakters mag hebben. Bovendien moeten alle codes van het type Polylijn, Rechthoek en Punten met een relatie tot een polylijn, dezelfde lengte hebben. Codes voor Tekst, Eenvoudige Punten en Eenvoudige lijnen mogen korter zijn. Om verwarring te voorkomen, adviseren wij alle codes dezelfde lengte te geven. De standaard ingestelde lengte is twee karakters. LENGTE_OPTIE(length_option Het aantal gebruikte karakters voor de opties wordt bepaald door het LENGTE_OPTIE-attribuut.. Met uitzondering van de codeseparator moeten alle opties hetzelfde aantal karakters hebben, de codeseparator is ALTIJD 1 karakter lang. De standaardlengte voor opties is 1 karakter, en het maximum is 2. TEKSTEN(strings TEKSTEN kunnen gebruikt worden tot max. 100 lijnen, die afkortingen voor strings vastleggen tot maximaal 100 karakters. De lijst van de teksten, ook Tekstopzoektabel genaamd, wordt gebruikt om een tekstparameter van het veldgeheugenbestand om te zetten in een tekst die bepaald werd in de Tekstopzoektabel. Indien u bijvoorbeeld een park moet opmeten en al de namen van de bomen moeten op de tekening verschijnen, kan u een code voor bomen vastleggen (b.v. TR en door TEKSTEN een naamlijst definiëren zoals zij op de tekening moeten verschijnen, tezamen met de gebruikte afkorting op het veld. Door in het veldgeheugen bijvoorbeeld de code TR T1 te gebruiken, zou op de tekening de naam Quercus Rubra kunnen aangemaakt worden. De syntax van TEKSTEN is TEKSTEN( <Afkorting> = <Naam> <Afkorting> = <Naam>... Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 41
43 LIJNMODE(linemode Het LIJNMODE-attribuut moet gevolgd worden door ofwel LINKS_RECHTS of START_EINDE. Dit attribuut bepaalt welke conventie gebruikt wordt voor het opmeten van polylijnen. LIJNMODE(START_EINDE Indien de START_EINDE-conventie gebruikt wordt, moet het eerste punt van een polylijn de STARToptie hebben en het laatste punt van de polylijn eventueel de EINDE-optie. (De START- en EINDEopties zijn in de versies 4.6 en vroeger LINKS- en RECHTS-optie genoemd. Wanneer u polylijnen opmeet met de START_EINDE-conventie, is het laatst opgemeten polylijnstuk altijd de referentie lijn, wanneer u LOODRECHTE_LINKS-, LOODRECHTE_RECHTS-, EXCENTRISCH(LOODRECHTE_LINKS- en EXCENTRISCH(LOODRECHTE_RECHTS-opties gebruikt. LIJNMODE(LINKS_RECHTS Indien u de LINKS_RECHTS-conventie gebruikt, kan het eerste punt van een polylijn de LINKS- of de RECHTS-optie hebben en het laatste punt eventueel het omgekeerde. (LINKS- en RECHTS-opties zijn sinds versie 4.6 START en EINDE genoemd. Wanneer polylijnen met de LINKS_RECHTS-conventie zijn opgemeten, is het eerste lijnstuk van de polylijn altijd de referentielijn wanneer de LOODRECHTE_LINKS-, LOODRECHTE_RECHTS-, EXCENTRISCH(LOODRECHTE_LINKS- en EXCENTRISCH(LOODRECHTE_RECHTS-opties gebruikt worden. Omwille van historische redenen, is de standaardinstelling LIJNMODE (LINKS_RECHTS. Pythagoras versies tot en met 4.5 ondersteunden deze parameter niet en elke import gebeurde met LINKS_RECHTSconventie. Omwille van de meer intuïtieve START_EINDE-optie op het terrein adviseren wij u deze conventie te gebruiken. RICHTING (signconvention Het RICHTING-attribuut moet gevolgd worden door ofwel LINKS_POS of RECHTS_POS. Dit attribuut bepaalt: a of een positieve afstand de parallelle lijnen ofwel links of rechts van de opgemeten polylijn brengt. b of een positieve breedte, de achterzijde van de rechthoek ofwel links of rechts van de opgemeten zijde brengt.. Wanneer de LIJNMODE (LINKS_RECHTS gebruikt is, bepaalt RICHTING: a of een positieve afstand, de parallelle lijnen ofwel links of rechts van de opgemeten polylijn brengt, b of een positieve breedte, de achterzijde van de rechthoek ofwel links of rechts van de opgemeten zijde brengt, c of een positieve waarde, een loodlijn ofwel links of rechts van de polylijn tekent d of een positieve waarde, een onzichtbare loodlijn ofwel links of rechts van het eerste polylijnstuk ligt.. ATTRIBUTEN_EERSTE_PUNT(attributes_of_first_point De attributen van de polylijn worden bepaald door de attributen van de code van het eerste punt van de polylijn. Indien dit attribuut niet vermeld wordt zijn het de attributen van het laatste punt die bepalend zijn. Dit attribuut heeft enkel effect indien begin en eindpunt van de polylijn verschillende codes (met verschillende attributen hebben, maar die wel tot dezelfde groep behoren. GROEPEER_TEKST_SYMBOOL (group_text De tekst die bij een bepaald object hoort, kan aan dit object gekoppeld worden. Tekst en symbool worden Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 42
44 gegroepeerd. Bijgevolg wordt bij een selectie van de tekst ook het object geselecteerd en vice versa. Indien dit attribuut niet vermeld wordt, zijn object en bijhorende tekst niet gegroepeerd. SYMBOOLORIENTATIE_NAAR_VOLGEND_PUNT (symbolorientation_to_next_point Bij de creatie van een symbool als punt van een polylijn, wordt dit symbool per definitie georiënteerd volgens de richting van de lijn naar het vorige punt van de polylijn. Door echter het SYMBOOLORIENTATIE_NAAR_VOLGEND_PUNT-attribuut in de hoofding van het CDF-bestand toe te voegen, wordt het symbool georiënteerd naar het volgende punt. ONGEKENDE_HOOGTE (unknown_elevation Wanneer een punt wordt ingemeten en de Z-coördinaat is niet of niet nauwkeurig opgemeten, dan kan de berekende Z coördinaat genegeerd worden door aan het punt het attribuut 2D_PUNT (point_2d toe te kennen. De opgemeten hoogte van het punt wordt genegeerd en het punt krijgt zo een hoogte die gelijk is aan de waarde die in de hoofding van het CDF bestand staat. Standaard is deze waarde op 0 ingsteld. Voorbeeld van een CDF-hoofding: MIJNCDF = CDF(LENGTE(3 ;Lengte van de code = 3 LENGTE_OPTIE(1 ;Lengte voor globale en uitgebreide opties = 1 TEKSTEN(T1 = "Big tree" ;Tekst voor parameter T1 T2 = "Small tree" ;Tekst voor parameter T2 LIJNMODE(START_EINDE ;Gebruik START_EINDE-conventie RICHTING(LINKS_POS ;LINKS van polylijn positief GROEPEER_TEKST_SYMBOOL ;Groepeer symbool en bijhorende tekst ATTRIBUTEN_EERSTE_PUNT ;Attributen van de polylijn worden bepaald door de attributen van de code van het eerste punt van de polylijn SYMBOOLORIENTATIE_NAAR_VOLGEND_PUNT ;Oriënteer symbolen volgens de richting naar het volgende punt ONGEKENDE_HOOGTE( ;Negeer de opgemeten hoogte en vervang deze door 999.9m Wij adviseren u om LIJNMODE(START_EINDE in de hoofding van het CDF-bestand in te brengen. MULTICODE_SEQUENTIE (multicode_sequence Wanneer voor eenzelfde meting 2 of meer codes gegeven worden dan moeten de codes gescheiden worden door een Code Separator. Zie ook GLOBALE_OPTIE(CODE_SEPARATOR. De plaats van de Code Separator bij gebruik van Uitgebreide Opties bij de code kan ingesteld worden met het attribuut MULTICODE_SEQUENTIE(MULTICODE_TYPE1of MULTICODE_SEQUENTIE(MULTICODE_TYPE2 in de hoofding van de CDF. De default waarde is MULTICODE_TYPE1. Indien er geen uitgebreide opties gebruikt zijn, is de wijze van ingeven identiek. Het gebruik van dit attribuut is niet van toepassing voor Leica en GeoMax toestellen met GSI-formaat Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 43
45 omdat de opeenvolgende codes daar gewoon op meerdere lijnen verdeeld worden. MULTICODE_TYPE1: <Code1> <Separator> <Code2> <spatie> <Optie Code1> <Separator> < Optie Code2> Voorbeeld 1: EP/ADS Electriciteitspaal en start van afsluiting draad. Voorbeeld 2: BSS/SK 25/ Start boordsteen met parallelle op 25 cm en straatkolk. Indien geen uitgebreide optie voor code1 of code2 moet de separator nog voorkomen. Type1 is aangewezen voor toestellen die 2 velden hebben voor het ingeven van de codes, o.a. Topcon FCTE-1. MULTICODE_TYPE2: <Code1> <spatie> <Optie Code1> <Separator> <Code2> <spatie> <Optie Code2> Voorbeeld 1: EP/ADS Electriciteitspaal en start van afsluiting draad. Identiek als Type1! Voorbeeld 2: BSS 25/SK Start boordsteen met parallelle op 25 cm en straatkolk. Type2 is aangewezen voor de meeste toestellen waar één veld gebruikt wordt voor de ingave van de codes. MIJNCDF = CDF(LENGTE(3 ;Lengte van de code = 3... MULTICODE_SEQUENTIE(MULTICODE_TYPE2... Afkortingen voor opties Zoals vroeger uitgelegd, kan u en moet u in sommige gevallen opties toevoegen achter de code om meer informatie te hebben over het opgemeten punt. In feite zijn er twee optie-groepen. De eerste groep wordt gebruikt om bijvoorbeeld aan te duiden dat het opgemeten punt het startpunt is van een polylijn, of het eindpunt, of een boogpunt,... De tweede groep van opties wordt gebruikt om bijvoorbeeld een tekst aan een punt toe te voegen, om een breedte van een rechthoek in te geven, de afstand van parallelle lijnen, enz. In het CDF-bestand worden deze groepen bepaald als: Globale Opties (sleutelwoord GLOBALE_OPTIE en Uitgebreide Opties (sleutelwoord UITGEBREIDE_OPTIE. In theorie mag een code gevolgd worden door verschillende opties van groep 2. Bijvoorbeeld, een rechthoek, kan eerst een BREEDTE(width-optie hebben, maar tevens kan een tekst toegevoegd worden die eveneens op tekening moet komen. Indien u wil dat een code kan gevolgd worden door twee opties, is een afkorting vereist voor de optie-parameters, om de betekenis van de optie aan te duiden. Alle opties hebben een standaard ingestelde afkorting. U kan deze instelling overschrijven. Binnen de groep van de Globale Opties moeten alle afkortingen uniek zijn. Hetzelfde geldt voor de groep van de Uitgebreide Opties. Wees voorzichtig als u niet alle afkortingen overschrijft. De andere afkortingen hebben dan nog steeds de ingestelde waarde en de totale groep mag geen identieke afkortingen bevatten. Lijst van al de standaard ingestelde waarden: S = GLOBALE_OPTIE(START E = GLOBALE_OPTIE(EINDE B = GLOBALE_OPTIE(BOOG Y = GLOBALE_OPTIE(EINDE_BOOG ;afkorting voor de start van een lijn ;afkorting voor het einde van een lijn ;afkorting voor een boogpunt ;afkorting voor einde van een boog Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 44
46 U = GLOBALE_OPTIE(KROMME ;afkorting voor punt van een kromme L = GLOBALE_OPTIE(LOODRECHTE_LINKS ;afkorting voor loodlijn links R = GLOBALE_OPTIE(LOODRECHTE_RECHTS ;afkorting voor loodlijn rechts C = GLOBALE_OPTIE(SLUITEN ;afkorting voor het sluiten van een polylijn P = GLOBALE_OPTIE(PARALLELLE_POLYLIJN ;afkorting voor een volledig parallelle polylijn Z = GLOBALE_OPTIE(EXTRA_LIJN ;afkorting voor een niet-loodrechte aanzet / = GLOBALE_OPTIE(CODE_SEPARATOR ;scheidingsteken om verschillende codes aan 1 punt te kunnen toekennen I = GLOBALE_OPTIE(ONZICHTBARE_HOEK ;afkorting voor een onzichtbare rechte hoek K = GLOBALE_OPTIE(HOEK ;afkorting voor een extra rechte hoek X = GLOBALE_OPTIE(SYMBOOLRICHTING ;afkorting voor een punt dat gebruikt wordt om een symbool te oriënteren D = GLOBALE_OPTIE(2D_METING ;afkorting voor een 2D punt * = UITGEBREIDE_OPTIE(PARALLELLE_LIJN ;geen afkorting voor extra polylijnen T = UITGEBREIDE_OPTIE(TEKST ;afkorting voor tekst W = UITGEBREIDE_OPTIE(BREEDTE ;afkorting voor breedte V = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(IN_VERLENGDE ;afkorting voor in het verlengde L = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(LOODRECHTE_LINKS ;afkorting voor loodlijn naar links R = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(LOODRECHTE_RECHTS;afkorting voor loodlijn naar rechts H = UITGEBREIDE_OPTIE(HOOGTEVERSCHIL ;afkorting voor een parallelle lijn met een gegeven hoogteverschil I = UITGEBREIDE_OPTIE(ONZICHTBAAR_PUNT ;afkorting voor onzichtbaar punt S = UITGEBREIDE_OPTIE(SCHAAL ; afkorting voor schaalfactor Wij adviseren u al deze afkortingen te overschrijven. Nota: Het asterix karakter ( * kan eenmaal gebruikt worden in de groep van de Uitgebreide Opties om aan te geven dat de optie gebruikt wordt zonder afkorting. Indien het eerste karakter van het tweede deel van de code, niet start met een geldige afkorting, wordt de inhoud aanzien als een optie met afkorting *. Dit * karakter kan niet gebruikt worden voor de UITGEBREIDE_OPTIE (HOOGTEVERSCHIL. Indien één of meer afkortingen numerisch zijn, moet voor elke optie een afkorting gegeven worden. Het gebruik van * en numerische codes is bijgevolg niet mogelijk. Codes Al de codes die u wenst te gebruiken moeten in de lijst van het CDF-bestand opgenomen worden. Voor ieder van hen moet u het codetype bepalen: een eenvoudig punt, een eenvoudige lijn, een rechthoek, een tekst, een polylijn, of een punt gekoppeld aan een lijn. Zie eerder in deze handleiding wat deze verschillende codetypes inhouden. Voor ieder van deze soorten bepaalt Pythagoras standaard ingestelde attributen die kunnen overschreven worden door de geschikte toegevoegde sleutelwoorden en waarden. De lijst van sleutelwoorden voor de verschillende codetypes: eenvoudig punt type eenvoudig lijn type rechthoek type tekst type polylijn type punt gekoppeld aan een lijn PUNT LIJN RECHTHOEK TEKST POLYLIJN PUNT_IN_POLYLIJN Zo ziet de meest eenvoudige beschrijving van een code eruit als: 512 = PUNT( Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 45
47 Wanneer een CDF-bestand met deze beschrijving is ingelezen, kan u punten met de code 512 importeren. Hoe dan ook, al de codes zullen het ingestelde PUNT-attribuut hebben. De instellingen worden later beschreven. Een andere eenvoudige definitie van code 120 is: 120 = POLYLIJN( Dit laat u toe de code 120 te gebruiken voor polylijnen. Het eerste punt van een polylijn moet dan de START-optie bevatten en het laatste punt van de polylijn eventueel de EINDE-optie. Een polylijn zal op de tekening aangemaakt worden vertrekkend van het startpunt, verbindend alle tussenliggende opgemeten punten met de code 120 en dit tot het eindpunt van de polylijn bereikt is. Omdat geen attributen voor de code 120 in het CDF-bestand werden voorzien, zal de lijn een normale zwarte lijn zijn, gebracht in de actieve laag. Reeks Normaal zal het CDF-bestand bestaan uit een opeenvolging van eenvoudige code-definities, tesamen met hun attributen. Nochtans is het mogelijk een reeks van codes vast te leggen. Het volgende voorbeeld laat zien wat bedoeld wordt met een reeks: B1..B4 = PUNT( STIJL(0, 3 LAAG(Bomen KLEUR(GROEN Deze definitie wil zeggen dat de codes B1, B2, B3 en B4 (de reeks B1..B4 geldig zijn, en dat ze dezelfde attributen hebben. Ieder van de codes beschreven in een reeks mogen later in het CDF-bestand overschreven worden door een specifieke definitie. De code zal dan wel al zijn attributen meenemen van de reeks, die niet beschreven zijn in de specifieke definitie. Bij een specifieke code-definitie : B3 = PUNT ( STIJL(0, 2 volgend op de reeks definitie B1..B4, zoals hiervoor, zal een punt met de code B3 nog steeds in de laag Bomen staan en een groene kleur hebben, maar zijn puntstijl (0,2 i.p.v. van 0,3 zal verschillend zijn. Uitbreiding : ipv.. te gebruiken, kan ook gebruik gemaakt worden van het # karakter om een reeks te definieren. We herhalen hetzelfde voorbeeld als hierboven : B# = PUNT( STIJL(0, 3 LAAG(Bomen KLEUR(GROEN Het # teken wordt tijdens het meten vervangen door een resp. getal van 0 t/m 9. Deze definitie wil zeggen dat de codes B0...B9 (de reeks B0...B9 geldig zijn en dat ze dezelfde attributen hebben. Ieder van de codes beschreven in een reeks mogen later in het CDF-bestand overschreven worden door een specifieke definitie. De code zal dan wel al zijn attributen meenemen van de reeks, die niet beschreven zijn in de specifieke definitie. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 46
48 Bij een specifieke code-definitie : B3 = PUNT ( STIJL(0, 2 volgend op de reeksdefinitie B0...B9, zoals hiervoor, zal een punt met de code B3 nog steeds in de laag Bomen staan en een groene kleur hebben, maar zijn puntstijl (0,2 i.p.v. van 0,3 zal verschillend zijn. Meerdere # tekens mogen na elkaar gebruikt worden, elk # teken telt uiteraard wel mee in de lengtebepaling van de codes. B## = PUNT( STIJL(0, 3 LAAG(Bomen KLEUR(GROEN Elk # teken wordt tijdens het meten vervangen door een resp. getal van 0 t/m 9. Deze definitie wil zeggen dat de codes B00...B99 (de reeks B00...B99 geldig zijn en dat ze dezelfde attributen hebben. Deze optie is geldig voor alle codetypes. Bovendien kan het # teken niet alleeen gebruikt worden voor codes, maar ook voor teksten (als inhoud %# en groepsnamen. AS# = POLYLIJN( STIJL(1, 5 LAAG(Wegas KLEUR(ROOD GROEP(Wegen# Dit # teken laat toe meerdere gelijkaardige polylijncodes te definiëren in verschillende groepen. Deze polylijnen kunnen dan samen open zijn en tegelijk opgemeten worden. Error(fout-Code Wanneer een code niet beschreven is in het CDF-bestand, zal Pythagoras een rood symbool met de tekst ERROR aanmaken in de actieve laag. U kan nochtans de attributen in dit geval bepalen door het definiëren van de code * Voorbeeld: * = PUNT ( STIJL(0, 1 KLEUR(ROOD LAAG("Error Code" Ongeldige metingen Een foutieve meting kan genegeerd worden door de code voor ongeldige metingen te gebruiken voor de desbetreffende meetlijn. Hiervoor dient bv. de lijn Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 47
49 X = ONGELDIGE_METING toegevoegd te worden in uw CDF-bestand. De lengte van deze code mag max. het aantal karakters bedragen van de ingestelde lengte voor de andere codes. Gemeenschappelijke Attributen LAAG(LAYER Het LAAG-attribuut bepaalt in welke laag Pythagoras de objecten met een bepaalde code moet brengen. Indien de laag niet bestaat in de tekening, zal Pythagoras ze automatisch aanmaken. Voeg de naam van de laag toe tussen haakjes en plaats de naam tussen enkele of dubbele aanhalingstekens indien u spaties of speciale karakters wenst te gebruiken. De naam moet een geldige laagnaam zijn voor Pythagoras m.a.w. zijn lengte is beperkt tot 32 karakters. De ingestelde laag op het ogenblik van import van het veldgeheugenbestand is de werklaag. Het LAAG-attribuut mag voor alle codetypes gebruikt worden : voorbeeld: LAAG("mijn laag" KLEUR(COLOUR ZWART is de standaard ingestelde kleur voor alle objecten die aangemaakt worden door import van een veldgeheugenbestand. Om een andere kleur te bekomen, moet u het sleutelwoord KLEUR toevoegen en de kleur kiezen door één van de volgende parameters: ZWART, BLAUW, CYAAN, ROOD, GEEL, GROEN of MAGENTA. Ook mag het kleurnummer van 1...tot en met 255 gebruikt worden. (zie dialoogvenster Pythagoras, Meer kleuren. Voorbeelden: KLEUR(ROOD KLEUR(135 BREEDTE(WIDTH Het BREEDTE-attribuut bepaalt de dikte van een lijn in een tiende van een mm. Dit attribuut kan gebruikt worden voor de codetypes LIJN, RECHTHOEK en POLYLIJN. Standaard instelling : 1 (0.1 mm. OPTIE(OPTION Afhankelijk van het codetype dat gebruikt wordt, mag u één of meer opties tegelijkertijd toevoegen aan de code. Wanneer u bijvoorbeeld een rechthoek opmeet, kan u een breedte voor de rechthoek invoeren als optie. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat u naast de breedte, ook een tekst ingeeft die dan automatisch op de tekening geplaatst wordt bij de rechthoek. Indien u de mogelijkheid van meerdere opties achter een code wilt voorzien, moet u gebruik maken van de UITGEBREIDE_OPTIE afkorting voor iedere optie, opdat het programma zou weten hoe het de data moet interpreteren. Het is handiger uw codes zo te ontwerpen dat enkel één optie vereist is. In dat geval moet de afkorting niet ingevoegd worden en weet het programma hoe het de data moet interpreteren. Er is een uitzondering: indien u de excentrische optie gebruikt, moet u altijd de richting aanduiden: in het verlengde, loodrecht links of loodrecht rechts. Hoogteverschillen kunnen nooit zonder afkorting gebruikt worden. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 48
50 Het OPTIE-attribuut bepaalt welke optie gebruikt wordt met de code. Deze parameter kan de volgende waarden hebben : TEKST, PUNTNUMMER, EXCENTRISCH, BREEDTE, PARALLELLE_LIJN. Wij adviseren dat u een OPTIE-attribuut toevoegt aan iedere code (uitgezonderd LIJN- en TEKST-codes in het CDF-bestand. TEKST PUNTNUMMER EXCENTRISCH BREEDTE PARALLELLE.. PUNT X - X - - LIJN - D X - - TEKST D POLYLIJN - - X - X PUNT_IN_POLYLIJN X - X - - RECHTHOEK X - X X - x : opties die toegelaten zijn - : opties die niet toegelaten zijn D : standaard ingestelde optie Voorbeeld : Polylijnen: excentrische punten en automatisch aangemaakte parallelle lijnen zijn toegelaten. U kan één van deze opties vastleggen als de enige die u voor deze polylijn code (om alzo de moeite van het typen van afkortingen in uw veldgeheugen te besparen wil gebruiken door het sleutelwoord OPTIE. Om de opties voor het aanmaken van parallelle lijnen te beperken, voeg OPTIE(PARALLELLE_LIJN toe achter de code van uw CDF. Indien u EXCENTRISCH gebruikt, beperkt u de opties tot automatische verwerking van excentrisch opgemeten punten. In dit geval moet u nog altijd een afkorting toevoegen om aan te duiden of het punt in het verlengde van het laatste polylijnstuk ligt, dan wel loodrecht op deze lijn staat. STIJL(STYLE Het STIJL-attribuut bepaalt: a de puntstijl, indien de code van het type PUNT of PUNT_IN_POLYLIJN is, b de lijnstijl, indien de code van het type LIJN, POLYLIJN of RECHTHOEK is, c de tekststijl indien de code van het type TEKST is. Wanneer dit attribuut gebruikt wordt, moeten we voor de puntstijl of lijnstijl, het sleutelwoord STIJL invoeren, samen met twee parameters gescheiden door een komma. De eerste parameter geeft de groep van het puntsymbool of lijnstijl. De tweede parameter is de symboolnaam in de groep. Indien een standaardpunt of -lijnstijl gewenst is, moet de groep = 0 en de naam in de groep een opeenvolgend nummer zijn van de stijl die verschijnt in het Pythagoras-menu. Standaard puntstijlen : STIJL (x, y x, y Stijl 0, 0 Onzichtbaar 0, 1 Kruis (+ Standaard instelling 0, 2 x Kruis (x 0, 3 Maatpunt (/ 0, 4 Rond punt ( 0, 5 Rond punt (open (o 0, 6 Rechthoekig punt 0, 7 Rechth. punt (open 0, 8 Driehoekspunt ( Standaard lijnstijlen : STIJL (x, y x, y Stijl 0, 0 Normaal Standaard instelling 0, 1 Streep Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 49
51 0, 2 Punt 0, 3 Streep Punt 0, 4 Streep Punt Punt Wanneer geen standaard ingestelde stijl gebruikt wordt, moet het puntsymbool of de lijnstijl in de Pythagoras bibliotheek (Library aanwezig zijn. Indien dit niet het geval is, zal Pythagoras een fout geven bij het inladen van de codebeschrijving (CDF. Voorbeeld: STIJL("Bomen", "Eik" Waarschuwing : Wanneer u namen verandert, bestanddelen verplaatst of weglaat in de symbolenbibliotheek, wees dan voorzichtig met deze die opgenomen zijn in het actieve CDF-bestand. Wanneer u Pythagoras verlaat, slaat het programma de naam van het actieve CDF-bestand op in het bestand PYTHAGOR.DEF. Bij het opstarten van Pythagoras wordt telkens het actieve CDF-bestand ingeladen. Wanneer symbolen en lijnstijlen niet teruggevonden worden in de bibliotheek, zal een foutmelding gegeven worden en wordt het CDF-bestand niet ingeladen. PUNT(POINT Om verwarring te voorkomen, vestigen we uw aandacht op het feit dat het sleutelwoord PUNT kan gebruikt worden op twee manieren: eens als aanduiding voor een codetype, maar eveneens zoals vroeger gezegd, als attribuut van het codetype POLYLIJN. Wanneer het gebruikt wordt als attribuut, duidt het de punt attributen voor de punten van een POLYLIJN aan. Het PUNT-attribuut kan gevolgd worden door één of meer attributen: STIJL, LAAG, KLEUR. Dit betekent dat een punt van een polylijn een verschillende kleur en laag kan hebben dan de lijnen zelf van een polylijn. Als de STIJL verwijst naar een roteerbaar symbool, zal dit symbool op de tekening geroteerd worden, in de richting van de lijn naar het voorgaand punt, tenzij in de hoofding van het CDF-bestand het attribuut SYMBOOLORIENTATIE_NAAR_VOLGEND_PUNT wordt ingesteld. In dit geval wordt logischerwijs het symbool georiënteerd volgens de richting naar het volgende punt. Het eerste punt van de polylijn zal de richting hebben van het eerste polylijnstuk. TEKST(TEXT Om verwarring te voorkomen, vestigen we uw aandacht op het feit dat het sleutelwoord TEKST kan gebruikt worden op twee manieren: eens als aanduiding voor een codetype, maar eveneens zoals vroeger gezegd, als attribuut van het codetype PUNT, PUNT_IN_POLYLIJN, POLYLIJN en RECHTHOEK. Wanneer het gebruikt wordt als attribuut, bepaalt het de tekst en de gebruikte attributen in combinatie met hierboven vermelde codetypes. NIVEAU Hiermee wordt ingesteld in welk niveau de objecten worden getekend. Standaard is niveau 0 Syntax : NIVEAU(x (met x = de waarde van het gewenste niveau Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 50
52 Attributen voor Tekst Hieronder volgt een lijst van attributen gebruikt voor de codetypes TEKST, of voor andere codes die tekst kunnen meedragen. LAAG(LAYER Zie gemeenschappelijke attributen. Nota : indien het LAAG-attribuut niet gegeven is voor de tekst bij punten, polylijnen, rechthoeken en punten in een polylijn dan zal de tekst geplaatst worden in dezelfde laag als het hoofdobject. KLEUR(COLOUR Zie gemeenschappelijke attributen. Nota: indien de KLEUR-attributen niet gegeven zijn voor de TEKST-attributen of de codes die tekst met zich kunnen meedragen, zal de tekst in de zelfde kleur komen als de kleur van het hoofdobject. (de rechthoek of het punt DIKTE(WEIGHT Het DIKTE-attribuut bepaalt de tekstdikte. De waarde voor deze parameter kan zijn : LICHT, MEDIUM, VET of EXTRA_VET. De standaardinstelling voor de tekstdikte is medium. STIJL(STYLE De parameter is ofwel CURSIEF of NORMAAL. Deze parameters komen overeen met de tekststijl gebruikt voor tekst in een Pythagoras-tekening. Wanneer STIJL is weggelaten, is de standaardinstelling NORMAAL. GROOTTE(SIZE Het GROOTTE-attribuut bepaalt de puntgrootte van een tekst. De waarde van deze parameter kan numerisch variëren van 4...tot De standaard puntgrootte is 10 punt. HORIZONTALE ALIGNERING(ALIGNMENT Het HORIZONTALE_ALIGNERING-attribuut bepaalt hoe de tekst horizontaal uitgelijnd is. Deze parameter kan zijn : LINKS, RECHTS of MIDDEN. De standaardinstelling is MIDDEN. VERTIKALE ALIGNERING(VALIGNMENT Het VERTIKALE_ALIGNERING-attribuut bepaalt hoe de tekst verticaal uitgelijnd is. Deze parameter kan zijn : BOVEN, ONDER of MIDDEN. De standaardinstelling is ONDER. BOORD(BORDER Het BOORD-attribuut bepaalt de soort van kader. Deze parameter kan zijn: ENKELE, DUBBELE of CIRKEL. Als deze parameter weggelaten is, heeft de tekst geen kader. Cirkelboord : in tegenstelling tot een enkele of dubbele kader is de cirkel steeds een afzonderlijk object. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 51
53 Wanneer echter het GROEPEER_TEKST_SYMBOOL attribuut aan de hoofding van het CDF-bestand is toegevoegd, worden tekst en bijhorende cirkel gegroepeerd. De cirkel wordt aangemaakt in dezelfde laag en met dezelfde kleur en hetzelfde niveau als de tekst. ONDERLIJNEN(UNDERLINE Het ONDERLIJNEN-attribuut bepaalt de soort van onderlijning. Deze parameter kan zijn: ENKELE, DUBBELE of STREEPJES. Als deze parameter weggelaten is, is de tekst niet onderlijnd. POSITIE(POSITION Het POSITIE-attribuut bepaalt de positie van de tekst relatief t.o.v. het gemeten punt. Dit attribuut mag niet gebruikt worden voor het codetype TEKST. Het is enkel toegelaten met de codetypes PUNT, PUNT_IN_POLYLIJN en RECHTHOEK en in combinatie met het TEKST-attribuut. POSITIE moet gevolgd worden door twee waarden: x en y. Beide waarden worden uitgedrukt in mm en geven de positie van de tekst aan relatief t.o.v. het gemeten punt. Gedurende het importeren, zet Pythagoras de millimeters om in meters. (Pythagoras slaat al de coördinaten van een document intern op in meter. Dit betekent dat de actieve schaal van de tekening zal gebruikt worden voor de conversie. Om deze redenen kan het van belang zijn om eerst de definitieve schaal in te stellen, vooraleer de data te importeren. In de praktijk kan u het meetbestand eerst importeren, vervolgens bepalen wat de uiteindelijke definitieve schaal zal zijn, daarna de import ongedaan maken, de gewenste schaal instellen en tenslotte een nieuwe import uitvoeren. De toegevoegde tekst kan natuurlijk later nog altijd verplaatst of aangepast worden. De standaard instelling is : POSITIE(0, 0. Indien het POSITIE-attribuut gebruikt is voor het codetype EENVOUDIG PUNT, zal de positie berekend worden relatief t.o.v. het meetpunt. Indien het POSITIE-attribuut gebruikt is voor het codetype RECHTHOEK, zal de positie berekend worden relatief t.o.v. het midden van de achterzijde van de rechthoek. De standaardoriëntatie van een tekst met een rechthoek is SCHUINE_TEKST(OBLIQUE (zie verder. Indien het POSITIE-attribuut gebruikt wordt voor het codetype PUNT_IN_POLYLIJN of bij een PUNT van een polylijn, zal de positie berekend worden in een coördinatensysteem met als oorsprong de coördinaten van het punt en als oriëntatie de richting van de polylijn op de gemeten positie. Indien het POSITIE-attribuut gebruikt is bij een lijn/boog/kromme van een polylijn, zal de positie berekend worden relatief t.o.v. het midden van de lijn/boog/kromme. SCHUINE_TEKST/HORIZONTAAL(OBLIQUE/HORIZONTAL De sleutelwoorden SCHUINE_TEKST, HORIZONTAAL, kunnen gebruikt worden met het TEKSTattribuut voor de codes van het type EENVOUDIG PUNT, RECHTHOEK, PUNT_IN_POLYLIJN en POLYLIJN. HORIZONTAAL(HORIZONTAL De tekst zal horizontaal op de tekening komen. Zelfs indien de tekening later gedraaid wordt, zal de tekst horizontaal blijven. SCHUINE_TEKST(OBLIQUE a Voor rechthoeken: de tekst zal evenwijdig zijn met de gemeten zijde van de rechthoek. b Voor polylijnen: de tekst zal of evenwijdig zijn met de polylijn en geplaatst worden tov het midden van het vorige opgemeten polylijnstuk of de tekst zal geplaatst worden tov het laatste opgemeten punt van de polylijn. De tekst krijgt dan dezelfde oriëntering als het puntsymbool waartoe het behoort. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 52
54 Schuine tekst heeft 2 speciale gevallen : 1. ABSOLUTE_TEKSTRICHTING (ABSOLUTE_TEXTANGLE met als tegenhanger LEESRICHTING (ALWAYSREADABLE. Hier wordt bepaalt of de oriëntatie van de tekst al dan niet gecorrigeerd wordt om steeds leesbaar te zijn. 2. HOEK (EXTRATEXTANGLE : de hoek dient ingegeven te worden in decimale graden en wordt in tegenwijzerzin toegepast. Zelfs indien de tekening later gedraaid wordt, behoudt deze tekst zijn oriëntering. Bv. een hoek van 90 zal resulteren in een tekst die loodrecht staat op de lijn waartoe hij behoort, indien deze tekst standaard evenwijdig aan de lijn was gedefinieerd. LETTERTYPE (font Hiermee stelt u in in welk lettertype de tekst in uw tekening moet verschijnen. Het FONT -attribuut moet gevolgd worden door de naam van het gewenst lettertype en de karakterset/codepage (= enkel voor WINDOWS waarin het moet komen. Deze codepage is voor de meeste Europese landen Westers. Andere ondersteunde codepages zijn : Arabisch, Cyrillisch, Thais, Grieks, Oost_Europees, Baltic, Turkish, Hebrew, Johab en Vietnamese. Syntax vb.: FONT( Arial, Westers Indien dit attribuut niet voorkomt in het CDF-bestand zal standaard de Pythagoras Vector Font gebruikt worden. ONDOORZICHTIG (OPAQUE Dit attribuut bepaalt of de tekst al dan niet ondoorzichtig moet worden. Het wordt gebruikt indien de tekst voorkomt in een patroon (arcering Standaard is de tekst doorzichtig. Syntax : ONDOORZICHTIG INHOUD(CONTENT Het INHOUD-attribuut bepaalt de tekst zelf die op de tekening moet aangemaakt worden. Dit attribuut bevat één parameter. Het is een tekst die max. 15 karakters lang mag zijn. Plaats de tekst tussen aanhalingstekens indien u speciale karakters wilt gebruiken zoals tabs of spaties. Voorbeeld : BL = PUNT ( TEKST ( INHOUD("Loofboom" Een punt met de code BL, zal op de tekening aangemaakt worden in een klein kruis (de standaardinstelling, met een tekst Loofboom (10 puntgrootte, gecentreerd juist boven het punt. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 53
55 Gebruik van %-teken in het INHOUD deel van het CDF-bestand heeft een speciale betekenis. De volgende combinaties zijn geldig: - %T - %S - %I - %H - %X - %Y - %# 1. %T De waarde %T zal vervangen worden door de tekst die is ingebracht in het veldgeheugenbestand. (Zie de vroegere beschrijving van de TEKST-optie in het veldgeheugenbestand. Voorbeeld: VL = PUNT ( TEKST( INHOUD("Waarde = %T" Indien de tekstparameter achter de code de tekst ABC is, dan zal op de tekening de tekst : Waarde = ABC verschijnen. 2. %S De tekstparameter in het veldgeheugenbestand zal gebruikt worden als een index in de TEKSTEN-tabel. De waarde %S zal vervangen worden door de waarde in de teksten-tabel. Voorbeeld: TEST = CDF(LENGTE(2 TEKSTEN(T1 = "Tekst 1" PB = "Dit is een tekst" VL = PUNT ( TEKST( INHOUD("Waarde = %S" 3. %H, %X, %Y : geldig voor eenvoudige punten, punten in een polylijn, rechthoeken en punten van een polylijn. De waarde %H, %X of %Y in de tekst zal vervangen worden door de hoogte, resp. de X of Y coördinaat van het punt. De hoogte zal altijd relatief zijn t.o.v. het lokale coördinatensysteem, zelfs indien de data geïmporteerd wordt t.o.v. een gebruikers coördinatensysteem met een verschillende hoogte. Voorbeeld: Z = PUNT ( TEKST( Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 54
56 INHOUD("z=(%H" Gebruik van een codetype Z, zal een punt op de tekening plaatsen, met daarboven de tekst z=(5.66 indien de hoogte van het punt in het lokale coördinatensysteem 5.66 meter is. Nota: de hoogte zal in de eenheid uitgedrukt worden die is ingesteld in de Voorkeuren van Pythagoras. 4. %I : geldig voor eenvoudige punten, punten in een polylijn, rechthoeken en punten van een polylijn. De waarde %I in de tekst zal vervangen worden door het puntnummer van het punt. 5. %# De waarde %# zal in de tekst vervangen worden door het reeksnummer van het gecodeerde object. Zie het hoofdstuk Reeks voor meer informatie. De standaard inhoud is : a met het codetype tekst : %T b met het tekst-attribuut : geen tekst Attributen voor losse punten (point LAAG(LAYER Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : actieve laag. KLEUR(COLOUR Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : zwart. STIJL(STYLE Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : (0, 1 : Kruis. OPTIE(OPTION Zie gemeenschappelijke attributen Kan zijn : TEKST of EXCENTRISCH. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 55
57 ORIENTATIE (ORIENTATION Een puntsymbool kan volgens een bepaalde richting in de tekening geplaatst worden. Het symbool wordt georiënteerd het volgende opgemeten punt waaraan deze optie toegevoegd wordt.. Het oriëntatiepunt dient opgemeten te worden met dezelfde code als het te oriënteren symbool, met daaraan bv. de globale optie X toegevoegd : X=GLOBALE_OPTIE(SYMBOOLRICHTING Op deze plaats wordt echter geen nieuw punt gecreëerd. Dit attribuut is niet geldig voor punten in een polylijn, zij krijgen per definitie de oriëntering mee van de polylijn (tov het vorige of volgende punt in de polylijn, zie hoger. ONGEKENDE HOOGTE Wanneer een punt wordt ingemeten en de Z-coördinaat is niet of onnauwkeurig opgemeten, dan kan de berekende Z coördinaat genegeerd worden door aan het punt het attribuut 2D_PUNT toe te voegen. De opgemeten hoogte van het punt wordt genegeerd en het punt krijgt zo een hoogte die gelijk is aan de ingestelde waarde in de hoofding van het CDF-bestand onder de optie ONGEKENDE_HOOGTE ( De standaardinstelling is 3D. Indien dit voor een bepaald object dient gewijzigd te worden, geeft men het attribuut 2D_PUNT(2D_POINT mee. TEKST(TEXT Zie gemeenschappelijke attributen Tot drie tekstblokken mogen aan een punt toegevoegd worden. Standaardinstelling voor de tekst : a HORIZONTAAL b INHOUD("Geen tekst" c LAAG(layer: zelfde laag als het puntsymbool d al de andere attributen hebben de standaardinstellingen voor tekst. (zwart, 10 pnt, Pythagoras vectorfont, normaal, medium, gecentreerd. NETWERKPUNT(NETWORKPOINT Dit attritbuut duidt aan dat het gemeten punt kan gebruikt worden om te vereffenen. Als parameter moet er ingesteld worden of het een gewoon veelhoekspunt betreft of een gekend veelhoekspunt (punt waarvan de coördinaten op voorhand gekend zijn. Dit kan er als volgt uitzien: ; Veelhoekspunt STN = PUNT ( LAAG("Vereffenen STIJL(0, 1 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 56
58 KLEUR(0 NETWERKPUNT(VH ; Gekend punt GPS = PUNT ( LAAG("Vereffenen" STIJL(0, 1 KLEUR(0 NETWERKPUNT(GP ; gewoon veelhoekspunt ; veelhoekspunt met gekende coördinaten. SCHAAL(SCALE Aan de hand van het sleutelwoord SCHAAL (xxx, met xxx = schaal in % kan een puntsymbool uit de bibliotheek automatisch verschaald worden. Zowel de schaal in de x-richting als in de y-richting wordt gelijk aan xxx. Dit attribuut heeft enkel effect als het gespecificeerde puntsymbool in de bibliotheek voorkomt en verschaalbaar is. SCHAAL_X (SCALE_X zie SCHAAL. Deze schaalfactor wordt alleen voor de x-richting van het symbool gebruikt. SCHAAL_Y (SCALE_Y Zie SCHAAL. Deze schaalfactor wordt alleen voor de y-richting van het symbool gebruikt. Attributen voor lijnen (line LAAG(LAYER Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : actieve laag. KLEUR(COLOUR Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : zwart. STIJL(STYLE Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : (0, 0 : normale lijn SCHAAL(SCALE Aan de hand van het sleutelwoord SCHAAL (xxx, met xxx = schaal in % kan een lijnstijl uit de Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 57
59 bibliotheek automatisch verschaald worden. Dit attribuut heeft enkel effect als de gespecificeerde lijnstijl in de bibliotheek voorkomt en verschaalbaar is. BREEDTE(WIDTH Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : 1 (lijndikte 0.1 mm. Voorbeeld : ML = LIJN( LAAG("Velddata" KLEUR(ROOD STIJL("Grenzen", "perceel" BREEDTE(2 ; laag "Velddata" ; rode lijn ; naam lijnstijl uit de bibliotheek lijnstijl ; 0.2 mm dikte Er is slechts één optie geldig wanneer u een eenvoudige lijn gebruikt en dat is de puntidentificatie van het punt dat u met huidige punt wenst te verbinden. Door gebruik te maken van een punt (. of dubbel punt (.. bepaalt u, of u wil verbinden met respectievelijk het vorig punt dat dezelfde code heeft of met vorig punt van het type LIJN. Attributen voor Rechthoeken (rectangle LAAG(LAYER Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : actieve laag. KLEUR(COLOUR Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : zwart. STIJL(STYLE Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : (0, 0 : normale lijn SCHAAL(SCALE Aan de hand van het sleutelwoord SCHAAL (xxx, met xxx = schaal in % kan een lijnstijl uit de bibliotheek automatisch verschaald worden. Dit attribuut heeft enkel effect als de gespecificeerde lijnstijl in de bibliotheek voorkomt en verschaalbaar is. TYPE Het TYPE -attribuut bepaalt het aantal diagonalen van de rechthoek : a R0 : geen diagonalen b R1 : één diagonale lijn Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 58
60 c R2 : twee diagonale lijnen Standaardinstelling : R0 OPTIE(OPTION Zie gemeenschappelijke attributen Kan zijn : TEKST, BREEDTE of EXCENTRISCH. Normale rechthoeken zullen altijd het OPTIE(BREEDTE-attribuut hebben. Wanneer u het codetype rechthoek gebruikt, moet de BREEDTE bepaald worden. BREEDTE(WIDTH Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : 1 (lijndikte 0.1 mm. LENGTE (LENGTH Het LENGTE-attribuut bepaalt de lengte van de niet gemeten zijde van de rechthoek. De standaard lengte voor deze lijn is 5.0 meter. U kan deze lijnlengte wijzigen door de LENGTE-optie toe te voegen met een parameter voor de gewenste lengte. TEKST(TEXT Zie gemeenschappelijke attributen & Attributen van het type tekst. Max. drie tekstblokken mogen aan een rechthoek toegevoegd worden. De standaardinstelling voor de tekst is: a SCHUINE_TEKST b INHOUD("Geen tekst" c LAAG(layer: zelfde laag als het puntsymbool. d al de andere attributen hebben de standaardinstelling van tekst. (zwart, 10 pnt, Pythagoras vectorfont, normaal, medium, gecentreerd. De oriëntatie van de tekst is evenwijdig met de zijde van de gemeten rechthoek (het is de zijde die gevormd wordt door de lijnverbinding van de twee gemeten punten in het veldgeheugenbestand. Het midden van de tegenoverliggende zijde is de standaard ingestelde positie. Attributen voor Polylijnen (polyline LAAG(LAYER Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : actieve laag. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 59
61 KLEUR(COLOUR Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : zwart. STIJL(STYLE Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : (0, 0 : normale lijn SCHAAL(SCALE Aan de hand van het sleutelwoord SCHAAL (xxx, met xxx = schaal in % kan een lijnstijl uit de bibliotheek automatisch verschaald worden. Dit attribuut heeft enkel effect als de gespecificeerde lijnstijl in de bibliotheek voorkomt en verschaalbaar is. OPTIE(OPTION Zie gemeenschappelijke attributen Kan zijn : PARALLELLE_LIJN of EXCENTRISCH. Wanneer bestaande wegen opgemeten worden, wil men dikwijls parallelle lijnen bekomen. Indien u codes hebt die parallelle lijnen vereisen, adviseren wij u het OPTIE( PARALLELLE_LIJN-attribuut in te voegen. BREEDTE(WIDTH Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : 1. (0.1 mm. LENGTE(LENGTH Het LENGTE-attribuut bepaalt de vaste lengte van de automatisch toegevoegde loodrechte lijn. De standaard lengte voor deze lijn is 5.0 meter. U kan deze lijnlengte wijzigen door de LENGTE-optie toe te voegen met een parameter voor de gewenste lengte. KROMMING (CURVATURE Deze factor bepaalt de kromming van de curve of kromme. De krommingsfactor kan een waarde hebben tussen 0 en 10. De standaardwaarde is 5. GROEP(GROUP Het GROEP-attribuut bepaalt tot welke groep de polylijn behoort. Wanneer polylijnen van dezelfde groep opgemeten worden, zal Pythagoras de punten verbinden ook al hebben ze een verschillende code. Als u op het terrein punten van verschillende polylijnen tegelijkertijd wilt op meten, zonder ze een voor een af Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 60
62 te sluiten, moet u de polylijnen onderverdelen in verschillende groepen. Wanneer geen GROEP-attribuut wordt bepaald, behoort de polylijn tot een standaard ingestelde groep die geen naam heeft, anders wordt de groep bepaald door een specifieke naam, bv. Electriciteit. OPEN_EVENWIJDIGEN(OPEN_PARALLELS Indien u polylijnen met automatisch aangemaakte parallelle polylijnen opmeet, zal Pythagoras normaal het opgemeten start- en eindpunt verbinden met de de eindpunten van de parallelle lijnen. Indien u deze onderlinge verbinding van polylijnen niet wenst moet u het OPEN_EVENWIJDIGENattribuut toevoegen. PUNT (POINT Zie hoger bij eenvoudige punten voor de attributen. TEKST (TEXT Voor de algemene tekstkenmerken, zie hoger. De tekst kan evenwijdig zijn met de polylijn en geplaatst worden tov het midden van het vorige opgemeten polylijnstuk. Hiervoor dient men het TEKST sleutelwoord te plaatsen onmiddellijk onder het POLYLIJN sleutelwoord. AW = POLYLIJN ( LAAG("Omgeving" ; Laag TEKST ( LAAG("Omgeving" ; Laag STIJL(NORMAAL ; Stijl DIKTE(MEDIUM ; Dikte GROOTTE(6 ; Puntgrootte HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; Horizontale Alignering KLEUR( ZWART ; Kleur SCHUIN ; Schuine tekst INHOUD(%H ; Inhoud = hoogte POSITIE(0, 5 ; DELTA X, DELTA Y in mm (pagina eenheden De tekst kan ook geplaatst worden tov het laatste opgemeten punt van de polylijn. De tekst krijgt dan dezelfde oriëntering als het puntsymbool waartoe het behoort. Hiervoor dient men het TEKST sleutelwoord te plaatsen onder het PUNT sleutelwoord van de POLYLIJN attributen. Vb. AW = POLYLIJN ( LAAG("Omgeving" ; Laag PUNT( TEKST ( LAAG("Omgeving" ; Laag STIJL(NORMAAL ; Stijl DIKTE(MEDIUM ; Dikte GROOTTE(6 ; Puntgrootte HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; Horizontale Alignering KLEUR( ZWART ; Kleur SCHUIN ; Schuine tekst INHOUD(%H ; Inhoud = hoogte POSITIE(0, 5 ; DELTA X, DELTA Y in mm (pagina eenheden De inhoud van de tekst kan zijn : vaste tekst, %T, %S, %X, %Y, %H, %I of %#.(Zie suppra Attributen Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 61
63 voor Tekst CONSTRUCTIE(CONSTRUCTION Het attribuut constructie kan gebruikt worden om meerdere parallelle lijnen of loodlijnen te definiëren die elk verschillende kenmerken hebben. Een parallelle lijn krijgt in principe dezelfde kenmerken mee als de hoofdpolylijn waartoe ze behoort, evenals de gecreëerde loodlijnen. Het is echter mogelijk om in de hoofding van de CDF meerdere afkortingen te definiëren voor parallelle lijnen, extra lijnen of (excentrische loodlijnen. Per verschillende parallelle lijn of loodlijn kunnen dmv het constructie-attribuut en de bijhorende optie (die dan verwijst naar een hoger gedefinieerde globale of uitgebreide optie de betreffende kenmerken vastgelegd worden voor een bepaalde parallelle lijn of loodlijn. Zie hoger, p voor een voorbeeld. Attributen voor punten in een lijnenreeks (point_in_polyline LAAG(LAYER Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : actieve laag. KLEUR(COLOUR Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : zwart. STIJL(STYLE Zie gemeenschappelijke attributen Standaardinstelling : (0, 1 : Kruis. GROEP(GROUP Het GROEP-attribuut definieert tot welke groep het punt behoort. Wanneer meerdere lijnen tegelijkertijd open staan en een punt met het codetype PUNT_IN_POLYLIJN wordt opgemeten, zal dit punt geassocieerd worden met dezelfde polylijngroep waartoe het behoort. Wanneer het GROEP-attribuut niet is bepaald, behoort de polylijn tot de standaard ingestelde groep die geen naam heeft, anders wordt de groep bepaald door een specifieke naam, bv. Electriciteit. GEEN_PROJECTIE - PROJECTIE(NO_PROJECTION - PROJECTION Wanneer een PROJECTIE-attribuut gegeven wordt, zal het opgemeten punt geprojecteerd worden op de polylijn waartoe het behoort. De standaardinstelling is GEEN_PROJECTIE Waarschuwing: Indien het PROJECTIE-attribuut gebruikt wordt, zal dit de coördinaten van het opgemeten punt veranderen. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 62
64 OPTIE(OPTION Zie gemeenschappelijke attributen Kan zijn : TEKST of EXCENTRISCH. SCHAAL(SCALE Aan de hand van het sleutelwoord SCHAAL (xxx, met xxx = schaal in % kan een puntsymbool uit de bibliotheek automatisch verschaald worden. Zowel de schaal in de x-richting als in de y-richting wordt gelijk aan xxx. Dit attribuut heeft enkel effect als het gespecificeerde puntsymbool in de bibliotheek voorkomt en verschaalbaar is. SCHAAL_X (SCALE_X zie SCHAAL. Deze schaalfactor wordt alleen voor de x-richting van het symbool gebruikt. SCHAAL_Y (SCALE_Y Zie SCHAAL. Deze schaalfactor wordt alleen voor de y-richting van het symbool gebruikt. TEKST(TEXT Zie gemeenschappelijke attributen Max. drie tekstblokken kunnen aan een punt toegevoegd worden. Standaardinstelling voor de tekst : - SCHUINE_TEKST(oblique - INHOUD (content ("Geen tekst" - LAAG (layer: zelfde laag als het puntsymbool. - al de andere attributen hebben de standaardinstellingen van tekst (d.w.z.. zwart, Pythagoras vectorfont, 10 pnt, normaal, medium, gecentreerd. Teksten zijn standaard schuin (oblique ingesteld en evenwijdig georiënteerd met de polylijn. Indien u de standaardinstelling van tekst overschrijft, betekent een verschuiving in x-richting, dat u de tekst parallel verplaatst met de polylijn (een positieve waarde, heeft de richting van de opgemeten lijn. Een verschuiving in de y-richting, betekent dat de tekst loodrecht op de polylijn verplaatst wordt. Voorbeelden Voorbeeld 1 EP = PUNT ( LAAG("Electriciteit" ; --> laag "Electriciteit" OPTIE(EXCENTRISCH ; EXCENTRISCH is de enige optie STIJL("Nutsvoorzieningen", "Electriciteitspaal" ;(Bibliotheek puntsymbool Groepnaam, Symboolnaam KLEUR(BLAUW ; Blauwe kleur TEKST( LAAG("Teksten" ; --> laag "Teksten" STIJL(NORMAAL ; Tekst stijl (normaal DIKTE(MEDIUM ; Tekst dikte (normaal Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 63
65 GROOTTE(6 ; Tekst grootte in puntgrootte HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; Tekst Alignering (gecentreerd KLEUR(ZWART ; Kleur INHOUD("EP" ; Inhoud tekstblok EP POSITIE(0, 2 ; positie van de tekst DELTA X = 0 mm ; DELTA Y = 2 mm Het gebruik van een code EP zal op de tekening een puntsymbool aanmaken uit de bibliotheek met de groepnaam Nutsvoorzieningen en de symboolnaam Electriciteitspaal. Als er in Pythagoras geen bibliotheek is met deze groepnaam en symboolnaam, kan dit CDF-bestand niet ingeladen worden. Het symbool zal blauw zijn en in de laag Electriciteit geplaatst worden. Indien deze laag nog niet in het document aanwezig is, zal ze automatisch aangemaakt worden. Tezamen met het symbool zal een tekst EP geplaatst worden, 2 mm boven de hotspot van het symbool. De tekst zal 6 punt groot zijn, in zwarte kleur en in de laag Teksten geplaatst worden. Indien het LAAG-attribuut Teksten niet nader bepaald was, zou de tekst in de laag Electriciteit geplaatst zijn. Voorbeeld 2 DH = PUNT_IN_POLYLIJN( LAAG("Gebouwen" ; --> laag "Gebouwen" OPTIE(TEKST ; geldige optie = enkel tekst STIJL("Gebouwen","Dorpel Huis" ; Groep-Symboolnaam uit bibliotheek PROJECTIE ; Projectie op de polylijn GROEP("Gebouwen" ; DH behoort tot dezelfde groep Gebouwen TEKST ( INHOUD("%T" ; Inhoud : %T vervangen door ; tekst in het veldgeheugen na DH HORIZONTAAL ; SCHUINE_TEKST /HORIZONTAL POSITIE(0,6 ; DELTA X = 0 mm DELTA Y = 6 mm TEKST ( STIJL(CURSIEF ; tekst stijl is cursief DIKTE(LICHT ; tekst dikte is licht GROOTTE(6 ; puntgrootte van de tekst INHOUD("(%H" ; Inhoud : %H vervangen door ; hoogte van het punt tussen haakjes POSITIE(0, 2.4 ; positie van de tekst Omdat de code DH van het type PUNT_IN_POLYLIJN is, moet het punt opgemeten worden terwijl een polylijn van dezelfde groep Gebouwen open is. Door de code DH te gebruiken, zal een symbool met de groep-symboolnaam Gebouwen, Dorpel Huis aangemaakt worden op de tekening parallel met de polylijn. De coördinaten van het gemeten punt zullen herberekend worden, zodat zijn hotspot op de polylijn ligt. Het symbool moet in de bibliotheek van Pythagoras aanwezig zijn. Indien dit niet het geval is, kan dit CDF-bestand niet ingeladen worden. Het symbool en beide tekstblokken zullen in het zwart zijn en in de laag Gebouwen geplaatst worden. Indien deze laag niet zou bestaan, zal ze automatisch aangemaakt worden. Tezamen met het symbool zullen de twee teksten aangemaakt worden. De eerste tekst is horizontaal en de inhoud daarvan is terug te vinden in de parameter die op de code DH volgt. De tekstattributen zijn de standaardinstellingen (d.w.z. gecentreerd, normaal, 10-puntgrootte, zwart. De tekstpositie bij de import zal 6 mm boven de polylijn zijn. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 64
66 De tweede tekst zal parallel aan de polylijn zijn en op 2.4 mm boven de hotspot van het symbool. De tekstgrootte zal 6 punt zijn, zwart, licht en cursief. De inhoud van de tekst zal de hoogte van het punt zijn in de tekening (relatief t.o.v. het lokale coördinatensysteem. Deze hoogte zal tussen haakjes geplaatst worden. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 65
67 IV. Voorbeelden van het gebruik van opties. Opmerking : in de volgende voorbeelden staat de code BS voor boordsteen, GB voor gebouw, AW voor afsluiting weide en DH voor dorpel huis. Voorbeelden van het gebruik van opties voor polylijnen 1. S = GLOBALE_OPTIE(START afkorting voor de start van een lijn 2. E = GLOBALE_OPTIE(EINDE afkorting voor het einde van een lijn BSS BSE BSE BSS 3. B = GLOBALE_OPTIE(BOOG afkorting voor een boogpunt Minimum 3 punten dienen ingemeten te worden om een boog te vormen. BSB BSBS BSBS BSB BSBE BSBE 4. U = GLOBALE_OPTIE(KROMME afkorting voor punt van een kromme of curve In plaats van een verbinding dmv een boog tussen verschillende punten, kan ook gekozen worden voor de verbinding dmv een kromme. Alle punten die de code voor kromme krijgen, zullen bijgevolg deel uitmaken van 1 vloeiende kromme of spline. De kromme zal tangentieel aansluiten aan bestaande rechte lijnen en/of bogen, indien deze aanwezig zijn in dezelfde polylijn. Puntsymbolen in een polylijn zullen ook uitgelijnd worden volgens de richting van de kromme. Wanneer in een polylijn na elkaar 2 of meer punten met de code kromme voorkomen, zal de kromme gevormd worden. Wanneer de volledige polylijn slechts uit 2 punten van de code kromme bestaat (en geen andere punten, dan worden deze punten verbonden door een rechte lijn. De krommingsfactor van de volledige kromme is afhankelijk van het attribuut krommingsfactor van het eerste punt van de kromme. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 66
68 BS = POLYLIJN ( LAAG("wegen" ; laag KROMMING(5 ; krommingsfactor van de kromme tussen 0 en 10 De KROMME-optie kan gebruikt worden in combinatie met evenwijdige lijnen en ook teksten kunnen toegevoegd worden. De KROMME-optie kan niet gebruikt worden in combinatie met bogen, onzichtbare punten/hoeken. BSU BSU BSUS BSU BSUE BSUS BSU BSU BSU BSUE Een kromme kan ook gesloten worden door de enkel sluit optie C te gebruiken of kan tangentieel gesloten worden door de dubbel sluit optie CC te gebruiken. BSU BSU BSUS BSU BSUC BSUS BSU BSU BSU BSUC Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 67
69 BSU BSU BSUS BSU BSUCC BSUS BSU BSU BSU BSUCC 5. Y = GLOBALE_OPTIE(EINDE_BOOG afkorting voor einde van een boog Deze optie kan gebruikt worden om een rechte lijn tussen 2 opeenvolgende bogen of krommes toe te voegen, zonder een extra punt te moeten opmeten. Deze optie is enkel geidig wanneer tenminste 2 punten met de code boog aan dit punt voorafgaan BSSB BSB BSY BSB BSB BSBE BSY BSB BSB BSB BSSB BSBE Het einde van een boog/kromme gecombineerd met het begin van een nieuwe boog/kromme. Wanneer de straal of de richting van een boog of kromme verandert, kunnen niet tangentiële bogen/krommes toch aan elkaar gekoppeld worden.het laatste punt van de eerste boog/kromme wordt zo meteen het eerste punt van de tweede boog/kromme BSSB BSB BSYB BSB BSBE Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 68
70 -2.5- BSYB BSB BSSB BSB BSBE 6. L = GLOBALE_OPTIE(LOODRECHTE_LINKS afkorting voor loodlijn links De loodlijn heeft de default lengte zoals ingesteld in het CDF-bestand. 40 GBSL 41 GBLE 7. R = GLOBALE_OPTIE(LOODRECHTE_RECHTS afkorting voor loodlijn rechts Speciaal geval voor loodlijnen: loodrechte lijn links/rechts met een opgemeten lijnlengte In combinatie met de optie ONZICHTBAAR_PUNT (zie verder wordt de default lengte voor loodlijnen overschreven door de ingegeven waarde, die voordien opgemeten werd BSLS BS BSL I BSR I BSE BSLS BS BSL BSR BSE 8. R = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(LOODRECHTE_RECHTS afkorting voor loodlijn naar rechts Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 69
71 -2, GBSL 46 GB 47 GB L GB R GB L GBEL R C = GLOBALE_OPTIE(SLUITEN afkorting voor het sluiten van een polylijn. Standaard wordt het laatste punt dmv een rechte lijn verbonden met het eerste punt van de polylijn. 2 bijzondere gevallen : 1 het opmeten van een cirkel : een polylijn code kan gebruikt worden om een cirkel op te meten. Exact 3 punten van de cirkel dienen gemeten te worden, deze 3 punten moeten de globale optie boog meekrijgen. Bij het eerste punt moet de polylijn expliciet geopend worden en bij het laatste punt moet de dubbele sluit optie gebruikt worden. BSB BSBCC BSSB BSSB BSB BSBCC 2het opmeten van een vierhoek (parallellogram, ruit dmv slechts 3 polylijnpunten : het volstaat om slechts 3 hoekpunten van een vierhoek op te meten met een polylijn code en bij het laatste punt de dubbel sluit optie te gebruiken. Geen enkel van deze punten mag een boog/kromme code hebben. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 70
72 BSS BS BSS BS BSCC BSCC 10. P = GLOBALE_OPTIE(PARALLELLE_POLYLIJN afkorting voor een parallelle polylijn Een volledige evenwijdige polylijn wordt gecreëerd door een extra opgemeten punt. De attributen van de code van dit punt bepalen de lijnstijl van de evenwijdige lijn. Het hoogteverschil tussen de projectie van het extra punt op de oorspronkelijke polylijn en het extra punt zelf, bepaalt het hoogteverschil tussen de oorspronkelijke polylijn en de evenwijdige. Wanneer bv. het extra punt 10cm hoger ligt dan zijn projectie op de oorspronkelijke polylijn, dan zal de evenwijdige lijn ook 10cm hoger liggen dan de oorspronkelijke polylijn. Deze optie kan niet gecombineerd worden met de optie om evenwijdige polylijnen te creëren op basis van gemeten tussenafstanden, noch met een andere optie van polylijnen BSS BS KWP (KW is bv. Kant Weg BSE KWP BS BSS BSE 11. H = UITGEBREIDE_OPTIE(HOOGTEVERSCHIL afkorting voor een parallelle lijn met een gegeven hoogteverschil Maximaal 6 extra polylijnen kunnen toegevoegd worden aan een opgemeten polylijn. Deze evenwijdige polylijnen worden gecreëerd op basis van ingegeven tussenafstanden tov de opgemeten polylijn. Bovendien kan het hoogteverschil tussen de opgemeten polylijn en een evenwijdige polylijn ook toegevoegd worden door gebruik te maken van de HOOGTEVERSCHIL-optie. Deze hoogteverschillen kunnen variëren naargelang de plaats in de polylijn. Een ingegeven waarde blijft geldig zolang ze niet overschreven wordt door een nieuwe waarde. Een hoogteverschil dat niet verandert, moet niet herschreven worden wanneer de tussenafstand verandert tussen de evenwijdigen. Hoogteverschillen en tussenafstanden worden in dezelfde eenheden uitgedrukt. Deze optie HOOGTEVERSCHIL kan NOOIT zonder afkorting worden gebruikt. Een geldig CDF-bestand kan dus geen "*" gebruiken als code voor de UITGEBREIDE_OPTIE (HOOGTEVERSCHIL-optie. Steeds moeten eerst de eventuele tussenafstanden ingegeven worden, daarna de eventuele hoogteverschillen. Een tussenafstand = 0 is geldig en moet niet expliciet vermeld worden BSS +50H BS BS H BS Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 71
73 BS BSE H : +10 H : +10 BSS BS H : +15 BS H : +15 BS BS H : +15 H : +15 BSE PS: voor Leica en GeoMax gebruikers : er zullen verschillende codelijnen moeten gebruikt worden om al deze opties te kunnen ingeven. 12. * = UITGEBREIDE_OPTIE(PARALLELLE_LIJN geen afkorting voor parallelle lijnen 53 BSS BSE BSS BS 66 BS BSE Z = GLOBALE_OPTIE(EXTRA_LIJN afkorting voor een niet-loodlijn Een extra lijn, die niet loodrecht staat op het vorige segment van de polylijn, kan gecreëerd worden door een polylijnpunt te meten aan de tegenovergestelde kant van de polylijn. Deze optie kan niet gebruikt worden voor het eerste punt van een polylijn en kan ook niet gebruikt worden in combinatie met de loodrechte lijn naar links/rechts optie. De lengte van de extra lijn kan gespecifieerd worden door de ONZICHTBAAR_PUNT optie (zie verder. Wanneer deze optie niet gebruikt wordt, wordt de default lengte ingesteld in het CDF-bestand gebruikt en wanneer hier geen lengte ingesteld is, dan zal de extra lijn een lengte hebben van 5m. De attributen van deze extra lijn worden bepaald door de gebruikte code van het punt waarbij deze EXTRA-LIJN-optie wordt aan toegevoegd. Dit punt hoeft dus niet dezelfde code te hebben als de polylijn, op voorwaarde dat het wel tot dezelfde groep behoort als de polylijn. De extra lijn maakt verder geen deel uit van de polylijn BSS BS Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 72
74 BSZ BS BSZ I BSE Extra lijn met default lengte BS Extra lijn met opgegeven lengte BS BSS BSZ BSZ I150 BSE 14. / = GLOBALE_OPTIE(CODE_SEPARATOR scheidingsteken om verschillende codes aan 1 punt te kunnen toekennen Wanneer geen uitgebreide opties gebruikt worden, dan kan één meetpunt gelijktijdig voor meerdere (=onbeperkt polylijnen gebruikt worden. Hiervoor worden aan het desbetreffende punt verschillende codes toegekend die gescheiden worden door een vastgelegd scheidingsteken. De codeseparator is ALTIJD 1 character lang BSS BS/AWS BS... AW BS/AWS BSS BS PS: voor Leica en GeoMax gebruikers : gebruik verschillende code lijnen. 15. I = GLOBALE_OPTIE(ONZICHTBARE_HOEK afkorting voor een onzichtbare rechte hoek Met deze optie wordt de aansluiting onder een rechte hoek bedoeld. Deze optie is enkel geldig na een recht lijnstuk in een polylijn, niet na een boog/kromme. Wanneer deze optie wordt toegevoegd aan een punt van een polylijn, wordt dit punt niet dmv een rechte lijn met het vorige punt verbonden, maar met een rechte hoek van 90. Deze rechte hoek wordt gevormd door een loodrechte lijn op het reeds gemeten lijnstuk, vertrekkende vanuit het eindpunt van het lijnstuk, en een lijn evenwijdig aan het reeds gemeten lijnstuk, vertrekkende vanuit het betreffende punt. Meerdere onzichtbare hoeken kunnen op elkaar volgen. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 73
75 evenwijdig aan laatst gemeten lijnstuk onzichtbare hoek laatst gemeten lijnstuk GBS GB GBI... loodrecht op laatst gemeten lijnstuk GBS GB GBI onzichtbare hoek GBI GBS GB GBI laatst gemeten lijnstuk GB GBS GBS laatst gemeten lijnstuk GB GBS GB GBI GBI GBI onzichtbare hoek GBI onzichtbare hoek 16. K = GLOBALE_OPTIE(HOEK afkorting voor een extra rechte hoek Met deze optie wordt de aansluiting onder de alternatieve rechte hoek bedoeld. Deze optie is enkel geldig na een recht lijnstuk in een polylijn, niet na een boog/kromme. Wanneer deze optie wordt toegevoegd aan een punt van een polylijn, wordt dit punt niet dmv een rechte lijn met het vorige punt verbonden, maar met een rechte hoek van 90. Deze rechte hoek wordt gevormd Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 74
76 door een evenwijdige lijn aan het reeds gemeten lijnstuk, vertrekkende vanuit het eindpunt van het lijnstuk, en een loodrechte lijn op het reeds gemeten lijnstuk, vertrekkende vanuit het betreffende punt. Meerdere onzichtbare hoeken kunnen op elkaar volgen. GBK laatst gemeten lijnstuk GBS GB GBK evenwijdige aan lijnstuk loodrechte op lijnstuk hoek GBS GB GBK... GBS hoek laatst gemeten lijnstuk GBS GB GBK GB GB hoek GBS laatst gemeten lijnstuk GBS GB GBK GBK... GBK hoek GBK Speciaal geval : combinatie van onzichtbare hoek en hoek 17. T = UITGEBREIDE_OPTIE(TEKST Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 75
77 afkorting voor tekst zie hoger bij de algemene tekstattributen. Extra : Voor polylijnen kan tekst ook bij de polylijn geplaatst worden, en dit in het midden van het betreffende lijnstuk BSS BS BS TOPRIT BS TGRIND BSE BS OPRIT BS GRIND BSS BS BSE Teksten kunnen bovendien ook geplaatst worden bij een punt dat deel uitmaakt van de polylijn en teksten kunnen ook onder een bepaalde hoek geplaatst worden tov. de polylijn of het punt waartoe ze behoren GBS GB GB GB THOOFDINGANG GBE GB GB HOOFDINGANG GBE GB GBS 18. I = UITGEBREIDE_OPTIE(ONZICHTBAAR_PUNT afkorting voor onzichtbaar punt 1 Algemeen : Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 76
78 Het onzichtbare punt wordt gecreëerd volgens een opgemeten richting en op een ingegeven afstand. Deze optie telt enkel voor polylijnen, ze kan niet toegepast worden op het eerste punt van een polylijn, maar kan wel gebruikt worden na een boog/kromme. De optie wordt toegevoegd aan een punt van de polylijn, maar het punt zelf maakt daarna geen deel uit van de polylijn, het wordt enkel gebruikt om de richting van het onzichtbare punt te bepalen. Volgens deze richting wordt vervolgens een afstand bepaald om het onzichtbare punt te construeren. Teken conventie : Een negatieve afstand betekent dat het onzichtbare punt gecreëerd wordt op de lijn tussen het laatste punt van de polylijn naar het punt waarbij de optie werd toegevoegd (in de richting van dit laatste punt. Een positieve afstand betekent dat het onzichtbare punt gecrëerd wordt in het verlengde van deze lijn (vertrekkende van het laatste punt van de polylijn verder weg van het punt waarbij de optie werd toegevoegd Bijgevolg bepaalt de positie van het opstelpunt van uw meettoestel niet meer de richting van de gecreëerde lijn. Deze optie mag gecombineerd worden met het einde van een polylijn en de tekst optie. geconstrueerd punt GB GB GBS GB GB I GB GBS GB I150 geconstrueerd punt GB I-1000 geconstrueerd punt GB GB GB GB I GB I-1000 GB GB I750 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 77
79 GB I-500 GB geconstrueerd punt GBB GBB GBB GBB GBB GBB GB I GB 2 Bijzondere situatie : De optie ONZICHTBAAR_PUNT kan ook gebruikt worden zonder een afstand in te geven. In dit geval wordt het snijpunt tussen het laatste lijnstuk van de polylijn en het volgende lijnstuk van de polylijn berekend. Deze optie kan niet gebruikt worden voor de boog/kromme optie BSS BS BS I BS BSE geconstrueerd punt BS BSS BS I BSE BS Voorbeeld van het gebruik van opties voor een rechthoek W = UITGEBREIDE_OPTIE(BREEDTE afkorting voor breedte Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 78
80 52 KES W50 53 KEE Voorbeelden van het gebruik van opties voor een punt 1. V = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(IN_VERLENGDE afkorting voor in het verlengde 2. L = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(LOODRECHTE_LINKS afkorting voor loodlijn naar links LB L45 3. X = GLOBALE_OPTIE(SYMBOOLRICHTING afkorting voor een punt dat gebruikt wordt om een symbool te oriënteren Een puntsymbool kan volgens een bepaalde richting in de tekening geplaatst worden. Het symbool wordt georiënteerd naar het volgende opgemeten punt. Het oriëntatiepunt dient opgemeten te worden met dezelfde code als het te oriënteren symbool, met daaraan de globale optie X toegevoegd. Op deze plaats wordt echter geen nieuw punt gecreëerd. Dit attribuut is niet geldig voor punten in een polylijn, zij krijgen per definitie de oriëntering mee van de polylijn SM SM SMX Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 79
81 -2,90- SM SM SMX Voorbeeld van het gebruik van een punt in een polylijn 45 GBSL 46 DH 47 GBE L Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 80
82 V. Geldige veldgeheugenbestanden aanmaken voor gebruik met Pythagoras Topcon Inleiding De volgende formaten van Topcon worden ondersteund door Pythagoras : a FCTE-1 formaat. (Zie hoofdstuk FCTE-1 datastructuur. Andere formaten van Topcon kunnen door middel van een programma (1 worden omgezet naar het FCTE-1 formaat. bv. GTS-6, FC-5 en FC-2. b GTS-6 formaat. c FC-5 formaat. d FC-2 formaat. e FC-6 formaat / GTS-700 formaat FCTE-1 ALGEMENE PRINCIPES Dit formaat bevat geen enkele informatie over de gebruikte eenheden (meter, voet,... van de data, noch informatie of de data coördinaten zijn, of hoeken,... Daarom moet Pythagoras zo geconfigureerd worden dat het de data correct kan omzetten: a Lengte-eenheid, hoekeenheid en de richting van de horizontale hoek (uurwijzerzin of tegenuurwijzerzin moeten overeenstemmen met de ingestelde voorkeuren in Pythagoras. Of Pythagoras geconfigureerd is voor NE of XY is van geen belang, indien de opeenvolging van de coördinaten in een FCTE-1 bestand steeds maar NE blijft. b Gebruik de Meetmethode keuze-knop in het Configureer Veldgeheugen dialoogvenster en stel de meetmethode in die overeenstemt met de data van uw FCTE-1 (zie pagina 2-3 van deze handleiding. Om een geldig bestand te bekomen, moet het bestand starten met een hoofdingrecord, gevolgd door een stationrecord. De identificatie van het eerste station kan worden weggelaten. Het record wordt enkel gebruikt om de hoogte van het instrument op te slagen, zodat de hoogte kan gecorrigeerd worden met het hoogteverschil tussen het instrument en de reflector. Zelfs indien geen correctie nodig zou zijn (b.v. voor de GTS-6, zou het bestand, zonder een initiaal stationpunt (2 niet geldig zijn. Na het eerste stationrecord, kunnen detailrecords en andere stationrecords volgen. De conventies NEZ, HDZ, HVS en HVD worden ondersteund, maar al de metingen in eenzelfde bestand moeten van dezelfde conventie zijn. (Het FCTE-1 dataformaat duidt het type data niet aan. De XYZconventie wordt niet ondersteund door de Topcon totaalstations, maar na het importeren van de velddata, kan de XYZ-conventie in Pythagoras steeds gekozen worden in het Voorkeuren dialoogvenster. De coördinatenconversie in de Configureer Veldgeheugen dialoogvensters moet overeenstemmen met de coördinatenconventie in het veldgeheugen. (1 TOPCON heeft een PC programma TOPCOMM genaamd dat toelaat gegevens in te lezen vanuit al hun instrumenten en deze data te converteren naar het FCTE-1 dataformaat. (2 Indien geen initiaal stationrecord is ingevoerd, zal een waarschuwing gegeven worden. Het Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 81
83 programma zal de data inlezen maar er zullen geen hoogtecorrecties plaats vinden. In eenzelfde bestand kunnen meerdere stationpunten opgenomen zijn. De gemeten waarden zijn ofwel absoluut, (alle coördinaten zijn relatief t.o.v. een zelfde coördinatensysteem, ofwel relatief t.o.v. ieder stationpunt. Voor de beperkingen op de stationpunten en vorige openingspunten, zie Stationrecords. STATIONRECORDS 1. Absolute meting. In een absolute meting zijn alle coördinaten in een bestand relatief t.o.v. een willekeurig vooraf gedefinieerd coördinatensysteem. Het eerste stationpunt is bijgevolg niet noodzakelijk 0,0,0. Bij het begin van de import zal Pythagoras de coördinaten vragen van het eerste station. Stationrecords in het bestand worden enkel gebruikt voor: a het opnemen van de instrumenthoogte, zodat een aanpassing van de hoogte kan geschieden in functie van het hoogteverschil tussen instrumenthoogte en prismahoogte. b berekening van excentrische opgemeten punten op basis van de coördinaten van het station. Nota 1: Wanneer u meet in absolute coördinaten en grote NE waarden worden gebruikt (b.v , , moet u een Globaal coördinatensysteem maken, met een evenwijdige verschuiving t.o.v. het lokale coördinatensysteem van dezelfde orde van grootte. Zie het deel Globale coördinaten in de Pythagoras handleiding. 2. Relatieve meting. In een relatieve meting zijn alle coördinaten relatief t.o.v. het vorige stationpunt in het bestand. Het eerste stationpunt heeft de coördinaten 0,0,0, maar de uiteindelijke coördinaten in de tekening hangen af van het coördinatensysteem waarin geïmporteerd wordt. Betekenis van de codes in het stationrecord: 1 StatPt : de puntnummer van het station. Het puntnummer moet vooraf in hetzelfde bestand voorkomen als een detailrecord. 2 Code : geeft het punt aan waarop geopend is. Dit is ofwel: a het eerste oorspronkelijke stationpunt : het codeveld moet leeg zijn. (het eerste stationpunt is niet opgemeten en heeft dus geen puntnummer b Een ander bestaand punt : de code bevat het puntnummer. Bij meting in rechthoekige coördinaten is de lijn StatPt - Code de nieuwe N-as. Bij meting in polaire coördinaten heeft de lijn StatPt - Code een Hor. hoek van 0 graden. Opgepast : Let op de richting van de hoeken! Uurwijzerzin - tegenuurwijzerzin! 3. Berekening van de hoogte van een punt. Voor berekening van de hoogte van een punt zie eerst de vroeger gegeven algemene regels. Wanneer gemeten wordt in rechthoekige coördinaten (NEZ met de Topcon GTS-6, zal de correctie van Zd berekend worden in de GTS-6 zelf. In dit geval, zal het verschil in instrumenthoogte en prismahoogte genegeerd worden. (Zd=0 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 82
84 DETAILRECORDS 3. FCTE-1 formaat Het FCTE-1 detailrecord bevat: 1. het puntnummer: toegekend bij de meting. Deze nummering kan alfanumeriek zijn. Deze code wordt toegekend aan het punt in het Pythagoras-document. 2. Code 1: een code van 9 alfanumerieke karakters 3. Code 2 : een code van 9 alfanumerieke karakters 4. Prismahoogte. Het FCTE-1 detailrecord heeft het volgende formaat: D PPPPPPPP RRRRRR xxxxxxxxx yyyyyyyyy zzzzzzzzz Puntnummer : 3-10 Code 1 : Code 2 : Reflectorhoogte : X of H : Y of V : Z of S of D : Waarschuwing : Omdat het formaat niet aangeeft wat achtereenvolgens opgeslagen wordt, moeten we ervoor zorgen dat dezelfde importconventie wordt gebruikt als deze die gebruikt wordt tijdens het opmeten. Pas bijzonder op voor het verschil tussen HVS (S=schuine afstand en HVD (D=horizontale afstand. Code 1 moet de eigenlijke code bevatten, gevolgd door geen of meerdere opties van de eerste groep (START, EINDE,. Code 2 wordt gebruikt voor de andere opties. Bij het gebruik van de optie CODE_SEPARATOR worden de verschillende resp. codes 1 met hun globale opties geschreven in het blok 12-20, gescheiden door het teken gebruikt voor de CODE_SEPARATOR. De resp. uitgebreide opties worden geschreven in het blok 22 to 30, ook gescheiden door het teken gebruikt voor de CODE_SEPARATOR. 4. GTS-6 formaat Men kan een GTS-6 bestand met TOPCON s communicatieprogramma TOPCOMM omzetten naar het FCTE-1 formaat. Eenmaal omgezet, bevat het GTS-6 detailpuntrecord dezelfde bestanddelen als deze van het FCTE-1 formaat. Er is één enkel verschil : slechts één codeveld is beschikbaar. De code in het codeveld wordt gevolgd door geen of meerdere opties van de eerste groep (START, EINDE,... Indien u bijkomende opties van de tweede groep wenst te gebruiken, moet u de eigenlijke code 1 scheiden van code 2 door een spatie. 5. FC-2 formaat Men kan een FC-2 bestand met TOPCON s communicatieprogramma TOPCOMM omzetten naar het FCTE-1 formaat. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 83
85 Eenmaal omgezet, bevat het FC-2 detailpuntrecord dezelfde bestanddelen als deze van het FCTE-1 formaat. Er is één enkel verschil : slechts één codeveld is beschikbaar. De code in het codeveld wordt gevolgd door geen of meerdere opties van de eerste groep (START, EINDE,... Indien u bijkomende opties van de tweede groep wenst te gebruiken, moet u de eigenlijke code 1 scheiden van code 2 door een getal/teken (# karakter. Waarschuwing : Indien u een spatie in de FC-2 zou gebruiken, zal de data na de spatie niet opgeslagen worden in de FC-2. Om deze reden aanvaardt Pythagoras het #-karakter als scheiding tussen code 1 en code 2. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 84
86 GTS-6 ALGEMENE PRINCIPES De GTS-6 heeft zijn eigen formaat dat herkend wordt door Pythagoras. In het GTS-6 formaat zijn er verschillende modes. De volgende modes worden door Pythagoras ondersteund : a SD mode b HD mode c NEZ mode d Coördinaten bestand Eenheden : De meeteenheden (meter, voet en de hoekeenheden (degree, grad, mil zijn opgeslagen in het veldgeheugenbestand. Het is dus niet noodzakelijk dezelfde eenheden in Pythagoras in te stellen. Beperkingen : - de eenheden en de nauwkeurigheid van de data moeten wel hetzelfde blijven doorheen het gehele veldgeheugenbestand. Welke GTS-6 bestanden leest Pythagoras in? 1. Bestand overgestuurd via een algemeen modemprogramma : Het bestand is opgedeeld in lijnen van 128 karakters, gevolgd door een controlegetal van 4 cijfers (BCC en een carriage return. De gegevens van een meting kunnen overal in de lijn beginnen. Pythagoras kan dit soort bestand inlezen. In een eerste stap wordt een nieuw bestand gegenereerd, een bestand zonder controlegetallen dat zo is opgedeeld dat iedere lijn 1 station of detailpunt bevat. Er wordt een bestandsnaam gevraagd voor dit opgedeelde bestand. 2. File overgestuurd door TOPCOMM Het TOPCOMM programma kan worden gebruikt om het bestand naar uw computer te sturen. Indien u geen conversie naar FCTE-1 formaat gebruikt, krijgt u een veldgeheugen bestand waarin de meetgegevens elkaar gewoon opvolgen. Pythagoras gaat dan in een eerste stap een nieuw bestand genereren dat bestaat uit verschillende lijnen die elk 1 station of detailpunt bevatten. Er wordt een bestandsnaam gevraagd voor dit opgedeelde bestand. 3. Opgedeeld bestand. Dit bestand bestaat uit verschillende lijnen die elk 1 station of detailpunt bevatten. Pythagoras maakt dit bestand automatisch als u een origineel GTS-6 bestand probeert in te lezen. De gegevens van het station of detail punt staan in het GTS-6 formaat. Alle contolegetallen zijn eruit verwijderd. Het is aan te raden dit bestand te gebruiken om bvb. eventuele correcties i. v. m. codering uit te voeren. STATIONRECORDS Formaat : _ Station1_(IDnummer_1.234 Afkortingen voor de verschillende velden : _ = Stationpuntnummer (max. 8 karakters in Pythagoras _( = puntnummer van het punt waarop geopend is (max. 8 karakters in Pythagoras Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 85
87 _ = Instrumenthoogte (in het voorbeeld ingevuld Alle puntnummers die in een stationrecord voorkomen, moeten verwijzen naar punten die vooraf in het bestand gekend zijn. Dit geldt niet voor het eerste stationpunt. Wanneer na het bewaren van een stationrecord terug het vorige station opgemeten wordt waarop men geopend heeft wordt er rekening gehouden met de gemeten horizontale hoek. Het inmeten van het vorige standpunt is echter niet verplicht. Als alle detailpunten in coördinaten zijn opgemeten, moet het bestand geen stationrecords bevatten. DETAILRECORDS Er zijn vier verschillende modes mogelijk, maar de detailpunten in één bestand moeten allemaal in dezelfde mode staan. Men mag de verschillende modes dus niet door elkaar gebruiken. Detailrecord in SD-mode : _+puntnummer_? m g t**+00+**104_*code_,2.345 SD m/f V H d/g/m HD t/* P BCC Bevat volgende informatie : _+ = Puntnummer (max. 8 karakters _? = Begin van de meetgegevens in HVS SD : schuine afstand m/f : lengte-eenheid : meter / voet V : vertikale hoek H : horizontale hoek d/g/m : hoekeenheid : DEG / GRAD / MIL HD : horizontale afstand (wordt niet gebruikt t/* : (correctie, wordt niet gebruikt P : atmosferische correctie (wordt niet gebruikt BCC : controlekarakters ( worden niet gebruikt _* = code _, = reflectorhoogte (hier ingevuld 2,345 Voorbeeld van een bestand in SD mode : _! _" _# _$JUN-05-95_%12.3_&12345 _' _( _1.234 _+1_? m g t**+00+**097_*EP_,3.210 _+2_? m g t**+00+**097_*IP_,4.210 _+3_? m g t**+00+**097_*EP_,5.210 _+4_? m g t**+00+**097_*EP_,6.210 _+5_? m g t**+00+**097_*IP_,7.210 Detailrecord in HD-mode : _+puntnummer_ R m g t**+00+**012_*code_,2.345 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 86
88 HD m/f V H d/g/m VD t/* P BCC Bevat volgende informatie : _+ = Puntnummer (max. 8 karakters _ R = Begin van de meetgegevens in HVD HD : horizontale afstand m/f : lengte-eenheid : meter / voet V : vertikale hoek H : horizontale hoek d/g/m : hoekeenheid : DEG / GRAD / MIL (de rest wordt niet gebruikt, zie SD-mode _* = codeveld _, = reflectorhoogte (hier ingevuld 2,345 Voorbeeld van een bestand in HD-mode : _! _" _# _$JUN-05-95_%12.3_&12345 _' _( _1.234 _+1_ R m g t**+00+**097_*EP_,3.210 _+2_ R m g t**+00+**097_*IP_,4.210 _+3_ R m g t**+00+**097_*EP_,5.210 _+4_ R m g t**+00+**097_*EP_,6.210 _+5_ R m g t**+00+**097_*IP_,7.210 Detailrecord in NEZ-mode : _+puntnummer_ U m g108_*code_,2.345 N E Z m/f H d/g/m BCC Bevat volgende informatie : _+ = Puntnummer (max. 8 karakters _ U = Begin van de meetgegevens in NEZ N : N (x coördinaat E : E (y coördinaat Z : Z coördinaat (H en BCC worden niet gebruikt en voor de rest zie SD-mode _* = code _, = reflectorhoogte (hier ingevuld 2,345 VOORBEELD VAN EEN BESTAND IN NEZ-MODE : _! _" _# _$JUN-05-95_%12.3_&12345 _' _( _1.234 _+1_ U m g099_*EP_,3.210 _+2_ U m g099_*EP_,4.210 _+3_ U m g099_*IP_,5.210 BESTAND IN COÖRDINATEN : Dit bestand bevat alleen maar gemeten punten en geen hoofding of stationpunten. Een gemeten punt bestaat uit een puntnummer en de x, y, z coördinaten, zonder code. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 87
89 Voorbeeld van een coördinaten file : _+1_ x _ y _ z _+2_ x _ y _ z _+3_ x _ y _ z _+4_ x _ y _ z Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 88
90 FC-5 & FC-2 De FC-5 en FC-2 hebben verschillende formaten die sterk gelijken op die van de GTS-6. De databestanden kunnen ook hier in modem of in opgedeelde vorm voorkomen. Modembestanden worden op dezelfde manier behandeld als bij de GTS-6 en worden dus omgezet naar een opgedeeld bestand (zie GTS-6. Bij de FC-5 en FC-2 zijn er verschillende modes waarin de bestanden kunnen voorkomen. Hieronder volgt een opsomming van de modes die door Pythagoras worden ondersteund. 1. SD-MODE Zie GTS HVD-MODE Zie GTS HET NEZ-COÖRDINATEN FORMAAT VAN DE GTS-6 Zie GTS HVS-MODE FC2: _+100_ a d_ b d_ c m_*ns_,1.5 H d/g/m V d/g/m S m/f Bevat volgende informatie : _+ = Puntnummer (max. 8 karakters _ a = hierachter komt de horizontale hoek (H d/g/m = hoekeenheid : DEG / GRAD / MIL _ b = hierachter komt de vertikale hoek (V d/g/m = hoekeenheid : DEG / GRAD / MIL _ c = hierachter komt de schuine afstand (SD m/f = lengte-eenheid : meter / voet _* = code _, = reflectorhoogte (hier ingevuld 1.5 Voorbeeld : _!Vb_abc_"Landmeter_#1_$JAN-1-97_%26_&750 _'9000_(Stat1_1.7 _+100_ a d_ b d_ c m_*ns_,1.5 _+101_ a d_ b d_ c m_*ns_,1.5 _+102_ a d_ b d_ c m_*ns_,1.5 FC5: _'2_(BKL_1.375 _+1_? m d t _*PKT_,1.450 _+3_? m d t _*PPB_,1.370 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 89
91 _+100_? m d t _*1JLN_,1.450 _'3_(2_1.700 _+2_? m d t _*BKL_, COÖRDINATEN _f +/- N m/f _g +/- E m/f _h +/- Z m/f In deze bestanden heeft men geen hoofding en geen stationrecords. _+1_ f m_ g m_ h m_*code1 N m/f E m/f Z m/f Voorbeeld : _+1_ f m_ g m_ h m_*code1 _+2_ f m_ g m_ h m_*code2 _+3_ f m_ g m_ h m_*code3 _+4_ f m_ g m_ h m_*code4 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 90
92 FC-6/GTS-700 RAW DATA : 1. Hoofding Een hoofding in het FC-6 (GTS-700 formaat ziet er als volgt uit : GTS-700 v2.0 JOB C:\xxxx NAME DIRK UNITS M,G SCALE , , DATE 18/03/98,08:41:17 Alleen de UNITS worden gebruikt. Deze kunnen zijn: meter of feet en graden of gon (M/F, D/G. Of men in het toestel zenith of level meet, kunnen we niet uit het bestand opmaken en moet dus in de voorkeuren van Pythagoras worden aanduid. 2. Stationpunten formaat : STN stnpt,instht,stnid XYZ X,Y,Z BKB ptno, backsight bearing, backsight angle XYZ X,Y,Z met : stnpt : puntnummer van het station instht : instrument hoogte stnid : wordt niet gebruikt door Pythagoras XYZ : Wordt alleen gebruikt voor polaire meeting. Eerste xyz wordt voor het eerste StatPnt gebruikt als OgrPnt voor een CS te maken en het tweede wordt gebruikt als BacksidePnt voor het CS. In dit CS worden dan de punten geïmporteerd, rekening houdend met de backsight angle. ptno : puntnummer van het punt waarop geopend wordt backsight bearing : wordt niet gebruikt door Pythagoras backsight angle : openingshoek naar een vorig station Voor het eerste stationpunt is alleen het STN record van belang. Maar vanaf het tweede stationpunt is men verplicht om het BKB record achter het STN record te laten volgen. (Het is echter geen probleem dat het XYZ record tussenbeide staat. Voor de volgende stationspunten zijn geen XYZ-records nodig, vermits deze berekend worden uit de opmeting. Intern kent Pythagoras steeds de code? toe aan een BKB record. Een BKB record kan echter geen code toegewezen krijgen door de gebruiker. Om te vermijden dat er fouten optreden bij het inlezen, is het aangeraden om in het CDF bestand een punt met code? te definiëren. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 91
93 3. Detailpunten Een detailpunt bestaat uit twee lijnen, namelijk een lijn die begint met SS of FS, gevolgd door een lijn die begint met SD. Formaat : SS ptno,target height,pt code,line SD HA,VA,SD Of: FS SD met : ptno,target height,pt code,line HA,VA,SD ptno : puntnummer target height : reflectorhoogte pt code : code line : tweede code veld HA : horizontale hoek VA : verticale hoek SD : schuine afstand HV en HD records worden niet ondersteund en Pythagoras geeft daarop een waarschuwing. Andere records die kunnen voorkomen worden gewoon overgeslagen en er zal een melding worden gegeven dat deze records niet worden gebruikt. 4. Voorbeeld van een bestand in ruw formaat GTS-700 v2.0 JOB D:\DIRK,A NAME A INST A UNITS M,G SCALE , , DATE 29/04/98,15:28:02 STN A,1.600, XYZ ,10.000, BKB Z, , XYZ 0.000,0.000,0.000 SS 1,1.450,BSS#20 SD , , SS 2,1.450,BS,20 SD , , SS 3,1.450,BSE,20 SD , , SS B,1.450,Z SD , , STN B,1.500,A XYZ 5.386,3.285, BKB A, , SS A,1.450,Z Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 92
94 SD , , SS 10,1.450,AHS SD , , SS 11,1.450,AHE SD , , SS C,1.450,Z SD , , STN C,1.550,B XYZ ,3.380,9.904 BKB B, , SS B,1.450,Z SD , , SS 200,1.450,GBS SD , , SS 201,1.450,DH#,12 SD , , SS 202,1.450,GB SD , , SS 203,1.450,GBE SD , , Pythagoras maakt nu een CS tussen het punt ,10.000, (eerste xyz record en het punt 0.000,0.000,0.000 (tweede xyz record. A.d.h.v. de horizontale hoek (hoek uit het BKB record wordt nu de basis (X-as van het coördinatensysteem berekend. Daarna worden de punten geïmporteerd. Zoals u in het voorbeeld kan zien, kan men de code op verschillende manieren ingeven. Men kan alleen het code veld gebruiken om de code in te geven, of het code veld en het lijn veld. Gebruikt men alleen het code veld dan moet men de code en de eventuele code opties scheiden door een hekje #. Het hekje wordt dan door Pythagoras vervangen door een spatie. Voorbeeld: SS 1,1.450,BSS#20 SS 1,1.450,BSS#,20 geven hetzelfde resultaat SS 1,1.450,BSS,20 Wanneer men de gegevens van het Topcon GTS-700 toestel in het GTS-6 of het FC-5 formaat wil overzenden, moet men steeds alleen het code veld gebruiken. Dit omdat het toestel het lijn veld weglaat tijdens het overzenden in deze formaten. Polaire meetgegevens uitgelezen uit een FOIF of SOUTH toestel kunnen op dezelfde manier ingelezen worden, hun bestandsformaat is hetzelfde. COÖRDINATEN : Omdat dit soort bestanden geen hoofding bevatten, moet men Pythagoras instellen voor de juiste lengteeenheid. De volgorde van de coördinaten is altijd XYZ wanneer men ze van het toestel in Pythagoras inleest. Ook wanneer men in het toestel NEZ kiest komen de coördinaten er in XYZ volgorde uit. formaat : (Zie nikon 700 Voorbeeld van een coördinaten bestand Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 93
95 1, , ,0.0000,RB 2, , , ,RB 3, ,7.0281, ,RB 4, ,9.3891, ,RB 5, ,8.1494, ,RB 6, ,7.1338, ,RB 7, ,6.6195, ,RB 8, ,6.2407, ,RB 9, ,6.0572, ,RB 10, ,5.7697, ,RB 11, ,5.8255, ,RB 12, ,6.2490, ,RB 13, ,7.0387, ,RB 14,4.3853,8.1885, ,RB 15, ,9.8747, ,RB Opmerking: Het toestel sorteert de punten wanneer men ze als coördinaten bestand naar de computer verzendt. Dit geeft problemen wanneer men gebruik maakt van uitgebreide codering. Coördinaten uitgelezen uit een FOIF of SOUTH toestel kunnen op dezelfde manier ingelezen worden, hun bestandsformaat is hetzelfde. UITZETLIJST Is hetzelfde formaat als het coördinatenformaat en ook altijd in XYZ. Nikon Volgende modellen van Nikon worden door Pythagoras ondersteund: a Nikon 700 serie b Nikon 800 serie c Nikon 300 serie : d Nikon 400 serie Opmerking voor de Nikon 300/400 series : door de beperkte grootte van het codeveld in deze toestellen, is bijgevolg het gebruik van de voorheen beschreven coderingsmogelijkheden uiteraard ook beperkt. Het gebruik van meerdere codes per punt is onmogelijk. Nikon 700 serie/ap 800 Bij de Nikon 700/AP 800 serie zijn er verschillende dataformaten. Er is het Ruwe dataformaat en het Coördinaten dataformaat. RUWE DATAFORMAAT Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 94
96 1. Hoofding Het bestand moet beginnen met een hoofding. De hoofding bevat een hele reeks lijnen die allemaal beginnen met CO,. Deze lijnen geven de instellingen van het toestel weer. Is de hoofding weggelaten, dan wordt het bestand als een Coördinatenlijst aanzien. Volgende lijnen uit de hoofding moeten aanwezig zijn : a CO,Dist Units: Metres of Feet INTL of USFeet Is de waarde van Dist Units geen van deze drie, dan krijgt men een foutmelding. Het bestand wordt verder ingelezen met lengte-eenheid meter. b CO,Angle Units: Degrees, DMS (DDDMMSS of Gons Bij een andere waarde krijgt men een foutmelding en wordt er als hoekeenheid : 360-delige graden genomen. Een andere waarde kan zijn "Quadrants". c CO,Zero azimuth: North Er kan ook South gekozen worden in het Nikon toestel, maar Pythagoras werkt alleen met North. d CO,Zero VA: Zenith of Horizon Als er iets anders instaat krijgt men een foutmelding en wordt de instelling voor de vertikale hoek "Zenith". e CO,Coord Order: ENZ of NEZ Als er iets anders instaat krijgt men een foutmelding en worden de coördinaten in "ENZ" genomen. f CO,HA Raw data: HA Raw data Er kan ook "Azimuth" gekozen worden in het toestel, maar Pythagoras aanvaardt alleen "HA Raw data". Alle andere lijnen in de hoofding worden door Pythagoras gewoon overgeslagen zonder enige melding te geven. 2. Stationpunten Formaat 700 : ST,stnpt,stnid,bspt,bsid,hi,bsazim Formaat AP800 : ST,stnpt,stnid,bspt,bsid,hi,bsazim,bsho met : stnpt : puntnummer van het station stnid : wordt niet gebruikt door Pythagoras bspt : puntnummer van het punt waarop geopend wordt bsid : wordt niet gebruikt door Pythagoras hi : instrumenthoogte Enkel van toepassing voor het eerste stationspunt indien er 2 coordinaten gekend zijn: bsazim : Backsight azimut bsho : Backsight horizontal observation Voor het eerste stationspunt. Indien er geen coordinaten aangetroffen worden, worden de gegevens in het actieve CS geïmporteerd. Zijn er wel coordinaten voor handen, wordt er a.d.h.v. deze coordinaten een CS aangemaakt en relatief t.o.v. hiervan geïmporteerd Stationpunten moeten verwijzen naar punten die vooraf in het bestand gekend zijn. Aan het eerste stationpunt moeten dus twee detailpunten ( een UC, UP, MC, MP, CC of RE record vooraf gaan met hetzelfde puntnummer als stnpt en bspt. Uit dit detailpunt haalt Pythagoras de coördinaten voor het eerste stationpunt. Indien u uw toestel excentrisch gemeten punten laat verwerken of indien u werkt zonder uitgebreide codering, dan moet het stationpunt wel gekend zijn maar de waarde van de stationcöordinaten is van geen belang. U kunt dat detailpunt eventueel achteraf manueel inbrengen. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 95
97 Het punt (bspt waarop het eerste station geopend wordt, wordt niet in overweging genomen. 3. Detailpunten De coördinatenrecords (dit zijn alle records die beginnen met UC, UP, MC, MP, CC of RE worden door Pythagoras niet gebruikt. Ze worden gewoon overgeslagen. Telkens wordt er een waarschuwing gegeven dat deze data niet wordt gebruikt. Alleen de detailpunten die zich in het bestand voor het eerste stationpunt bevinden en dezelfde puntnummers hebben, worden gebruikt. Records die beginnen met CP, SO worden net zoals de coördinatenrecords overgeslagen. F2-records worden ingelezen, maar er wordt geen rekening mee gehouden tijdens de berekening. Alleen records die beginnen met SS of F1 worden als geldige punten beschouwd. SS records voorafgegaan door een asterisk (* worden genegeerd. Formaat van SS record : SS,pt,hr,sa,hh,vh,tijd,code met pt : puntnummer hr : reflectorhoogte sa : schuine afstand hh : horizontale hoek vh : vertikale hoek tijd : wordt niet gebruikt door Pythagoras code : code 4. Een voorbeeld van een veldgeheugenbestand in ruw formaat : CO,B:\ADW CO,Description: TEST CO,Client: CO,Comments: PARKING CO,Downloaded 22-Aug-96 11:30:01 CO,Software: AP700 version: 1.31 CO,Instrument: Nikon DTM730 CO,Dist Units: Metres CO,Angle Units: Degrees CO,Zero azimuth: North CO,Zero VA: Zenith CO,Coord Order: ENZ CO,HA Raw data: HA zero to BS CO,Tilt Correction: VA:OFF HA:OFF CO, ADW <JOB> Created 1-JAN-97 10:15:16 CO,Prism constant: 0 MP,500,,0.0000, ,0.0000, CO,Temperature: 20 Centigrade Pressure: 760 mmhg ST,500,,200,,1.5000, F1,200,,0.0000, ,10:22:08 SS,501,1.8000,4.0960, , ,10:26:20,MLS SS,502,1.8000,5.1284,8.3046, ,10:27:54,MLE SS,503,0.1500, , , ,10:35:18,BSS SS,504,0.1500,3.7872, , ,10:38:00,BS SS,505,0.1500,2.5428, , ,10:40:38,BS SS,506,0.1500,4.1202, , ,10:42:12,BSE Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 96
98 SS,507,0.1500,5.2800, , ,10:43:20,BSS SS,508,0.1500,3.1556, , ,10:44:48,BSE SS,509,0.1500,2.9632, , ,10:47:56,KSSB +15 SS,510,0.1500,5.6304, , ,10:49:50,KSB SS,511,0.1500,5.9736, , ,10:50:38,KSB SS,512,0.1500,6.1304, , ,10:51:46,KSE SS,513,0.6500,6.2694, , ,10:53:24,BSS SS,514,0.1500,8.8402, , ,10:55:08,BS SS,515,0.1500, , , ,10:56:50,BS SS,516,0.1500, , , ,10:58:12,BSE SS,517,0.1500,8.1050, , ,10:59:30,EP SS,518,0.1500,3.7532, , ,11:00:18,EP SS,519,0.1500,3.3068, , ,11:01:08,EP SS,520,0.1500,6.2422, , ,11:06:48,IP CO,Temperature: 20 Centigrade Pressure: 760 mmhg ST,520,,,,1.6000, F1,500,6.2104,0.0000, ,11:22:58 CP,500,,0.1500,6.2104,0.0000, ,11:22:58, SS,521,0.1500, , , ,11:25:32,B Wanneer men dit voorbeeld importeert, krijgt men op bepaalde regels de waarschuwing dat de data niet worden gebruikt op alle regels die beginnen met CP. BESTANDEN MET COÖRDINATEN Omdat dit soort bestanden geen hoofding bevatten, worden de instellingen van Pythagoras voor de lengte-eenheid en de coördinaten volgorde (NEZ / XYZ gebruikt. formaat : pt,coord1,coord2,z,code met : pt : puntnummer coord1,coord2,z : XYZ of NEZ coördinaten code : code Voorbeeld : 1,0.0000,0.0000,0.0000,V 2, ,4.0225, ,MLS 3,0.7507,5.0155, ,MLE 4,3.9993,9.5461, ,BSS 5, ,3.4358, ,BS 6,1.6376,1.3931, ,BS 7,3.6085,1.4973,0.0413,BSE 8,4.4175, ,0.0551,BSS 9,0.3287, ,0.0572,BSE Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 97
99 Nikon 800 serie Zie Nikon 700 formaat Nikon 300 serie 1. ALGEMEEN Het Nikon 300 formaat is zeer beknopt. Het bevat geen hoofding. De coördinatenvolgorde(xyz/ NEZ is niet in het bestand vermeld. U moet de coördinatenvolgorde van Pythagoras wijzigen naar de volgorde gebruikt tijdens de meting. Het formaat bevat ook geen registratie van stationpunten. Meting in hoeken moet u dus per station opsplitsen in verschillende bestanden en daarna een voor een inlezen terwijl u in Pythagoras het overeenkomstige coördinatensysteem actief zet. Het formaat is beter geschikt om rechtstreeks in coördinaten te werken. 2. DETAILPUNTEN De Nikon 300 heeft twee formaten : - Meting geregistreerd met hoeken en afstanden Formaat : s,datatype,lh,ptnr,sa,vh,hh,rh met : s : wordt niet gebruikt door Pythagoras datatype = 0 : HVS data lh : eenheden 1ste teken : lengte-eenheid : M(eter, F(US voet, N(Int. voet 2de teken : hoekeenheid :D(DMS,G(Gon,M(Mil ptnr : puntnummer sa : schuine afstand vh : vertikale hoek hh : horizontale hoek rh : reflectorhoogte - Meting geregistreerd in coördinaten: Formaat : s,datatype,lh,ptnr,coord1,coord2,z met : s : wordt niet gebruikt door Pythagoras datatype = 1,2,3 : coördinaten lh : eenheden 1ste teken : lengte-eenheid : M(eter, F(US voet, N(Int. voet 2de teken : hoekeenheid :D(DMS,G(Gon,M(Mil ptnr : puntnummer coord1,coord2,z : NEZ of XYZ coördinaten Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 98
100 3. CODERING Er is geen codeveld voorzien, maar de puntnummer is 12 tekens lang. Pythagoras gebruikt dit veld voor de puntnummer en voor de code. Het puntnummerveld is numeriek. Men kan hier alleen cijfers ingeven of een decimaal punt of het min-teken. Daar spaties of andere karakters niet in het veld kunnen worden ingegeven, moet u zich beperken tot een numerieke codering. Normaal laat een uitgebreide codering toe om na de code ook nog opties mee te geven. Omdat de opties niet van de code kunnen gescheiden worden met spaties, kan men volgende opties niet gebruiken bij Nikon 300 toestel : a Excentrisch gemeten punten b punten in een polylijn die in verlengde of in de loodrichting van de vorige lijn liggen c Polylijnen met parallelle lijnen: de afstand van de parallelle lijnen kan niet gespecifieerd worden. d Rechthoeken : de breedte kan niet gespecifieerd worden e Eenvoudige lijnen : de puntnummer van het punt waarmee verbonden moet worden kan niet gespecifieerd worden. f tekstopties; variabele tekst kan niet, maar vaste tekst kan men wel toevoegen. Wilt u codering gebruiken dan bevat het puntnummerveld eerst de code en daarna het puntnummer. De code en de puntnummer worden gescheiden door een minteken. Op die manier kan u de automatische verhoging van puntnummers in uw toestel blijven gebruiken. De code kan maximaal 8 cijfers lang zijn. 4. VOORBEELDEN - In hoeken en afstanden 1, 0, FM, , 3.207, , , , 0, FM, 200-2, 3.208, , , , 0, FM, , 3.21, , , In coördinaten 1, 1, MG, 300-1, , , , 1, MG, , , , , 1, MG, 200-3, , , , 2, MG, , , , UITVOERFORMAAT In het Nikontoestel heeft men de keuze om het toestel ofwel in Mathematical Coordinate System te zetten of niet. Indien er gemeten wordt in rechthoekige coördinaten en u staat ingesteld op het Mathematical Coordinate System moet u in het Pythagorasprogramma in uw voorkeuren het assensysteem op Noord- Oost zetten. Werkt u niet met dit systeem moet Pythagoras ingesteld worden in X-Y-coördinaten. Nikon 400 serie 1. ALGEMEEN Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 99
101 Een bestand van een Nikon 400 toestel begint altijd met een hoofding. Deze hoofding wordt door Pythagoras niet gebruikt. De eenheden die tijdens de meting gebruikt zijn, zijn in het bestand opgeslagen. Die worden gebruikt tijdens het inlezen. De coördinatenvolgorde(x,y of N,E is niet in het bestand gespecifieerd. Vooraf moet u Pythagoras in de juiste coördinaten volgorde zetten. Indien u met hoeken en afstanden opmeet, moet u ook de terugrichting van de vertikale hoeken (zenith of horizon in Pythagoras (zie Instellingen, Voorkeuren op de juiste waarde instellen. 2. STATIONPUNTEN Formaat : s,0,lh,stpn,code,ih,bpn,azimb,tijd met : s : wordt niet gebruikt door Pythagoras 0 : stationpuntrecord lh : eenheden (zie Nikon 300 stpn : puntnummer van station code : wordt niet gebruikt door Pythagoras ih : instrumenthoogte bpn : puntnummer van het punt waarop geopend wordt azimb : wordt niet gebruikt door Pythagoras tijd : wordt niet gebruikt door Pythagoras De puntnummers die in het stationpunt-record zijn opgegeven moeten vooraf in het bestand gekend zijn. Voor het eerste stationpunt moeten de puntnummers niet gekend zijn. Het puntnummer ( bpn die de openingsrichting bepaalt, wordt niet gebruikt bij het eerste stationpunt. Maar na het eerste stationpunt moet een record volgen dat de coördinaten bepaalt van het eerste station. Dit gebeurt aan de hand van een record voor stationcoördinaten. Formaat : s,1,lh,stpn,code,coord1,coord2,z,tijd met : s : wordt niet gebruikt door Pythagoras 1 : stationpunt coördinaten record lh : eenheden (zie Nikon 300 stpn : puntnummer van station code : wordt niet gebruikt door Pythagoras coord1,coord2,z : XYZ /NEZ coördinaten. tijd : wordt niet gebruikt door Pythagoras Dit type van meetrecord moet volgen direct na het stationrecord. Het wordt alleen gebruikt voor het eerste stationpunt. Voor alle volgende stationpunten wordt het genegeerd. Deze coördinaten zijn enkel van belang indien Pythagoras zelf de coördinaten moet bepalen van excentrisch gemeten punten. Indien u geen uitgebreide codering gebruikt of u door uw toestel de coördinaten laat berekenen bij excentrische metingen, dan spelen ze geen enkele rol. Indien u een meting over meerdere stations in 1 bestand wil behandelen, moet u er rekening mee houden dat de horizontale hoek in de openingsrichting op 0 terugzet moet worden wanneer u van station verandert. 3. DETAILPUNTEN Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 100
102 U kunt zelf kiezen of u uw detailpunten als coördinaten of onder de vorm van hoeken en afstanden laat opslaan in uw toestel. Pythagoras kan beide formaten inlezen. Let wel : u moet het zelfde formaat behouden voor de volledige meting. Bij de Nikon 400 is er wel een veld voor de code voorzien. Dit codeveld is alfanumeriek. U kiest dus zelf of u numerisch of alfanumeriek codeert. Beide opties bij een code opgeven is mogelijk. Opties en codes worden van elkaar gescheiden door een spatie. - formaat in hoeken en afstanden : s,2,lh,pntnr,code,sa,hh,vh,rh,tijd met : s : wordt niet gebruikt door Pythagoras 2 : HVS detailpunt lh : eenheden (zie Nikon 300 pntnr : puntnummer code : code sa : schuine afstand hh : horizontale hoek vh : vertikale hoek rh : reflectorhoogte tijd : wordt niet gebruikt door Pythagoras - formaat met coördinaten : s,3,lh,pntnr,code,coord1,coord2,z,tijd met : s : wordt niet gebruikt door Pythagoras 3 : coördinaten van detailpunt lh : eenheden (zie Nikon 300 pntnr : puntnummer code : code coord1,coord2,z : XYZ of NEZ coördinaten tijd : wordt niet gebruikt door Pythagoras 4. VOORBEELDEN - In hoeken en afstanden 2, 9,, NS000 1, 0, FG, 1, IP, , 2, , , 08:59:34 1, 1, FG, 1, EP, , , , , 08:59:36 1, 2, FG, 1.1, EP, , , , , , 09:00:58 1, 2, FG, 1.2, KSSB +15, , , , , , 09:01:18 1, 2, FG, 1.3, KSB, , , , , , 09:01:18 1, 2, FG, 1.4, KSB, , , , , , 09:01:18 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 101
103 - In coördinaten 2, 9,, NS000 1, 0, MG, 1,, , 2, , , 08:59:34 1, 1, MG, 1,, , , , , 08:59:36 1, 3, MG, 2, IP, , , , , 09:02:02 1, 3, MG, 3, IP, , , , , 09:02:20 1, 3, MG, 4, BSS 15+12, , , , , 09:07:38 1, 3, MG, 5, BS, , , , , 09:08:26 5. UITVOERFORMAAT zie het Nikon 300 formaat Pentax Pentax PCS-Series/ R100-Series/ R300-Series ALGEMEEN Het bestand bevat geen aanduiding over de eenheden die gebruikt werden tijdens de meting. U moet dus voor het importeren de instellingen van Pythagoras zo wijzigen dat ze dezelfde zijn als die tijdens de meting zijn gebruikt. Dit geldt voor de lengte-eenheid, hoekeenheid, de terugrichting van de verticale hoeken (zenith of horizon en voor de volgorde van de coördinaten (NEZ of XYZ. De Pentax toestellen kennen 2 verschillende formaten : het ruwe dataformaat (metingen geregistreerd met hoeken en afstanden en een formaat met coördinaten. RUWE DATAFORMAAT DC1-Z Een detailmeting of een nieuw stationpunt resulteert in een reeks lijnen in het bestand. Elke lijn heeft het formaat : label:waarde Een heleboel labels worden door Pythagoras nooit gebruikt. Hierna volgt een beschrijving van de labels die Pythagoras nodig heeft om een meetpunt of een station te vormen. Merk op dat alleen de meetpunten die geregistreerd worden met HVS aanvaard worden. De horizontale afstand wordt nooit gebruikt door Pythagoras. 1. Stationpunt Labels : STA : puntnummer van het station STC : puntnummer van het punt waarop geopend is INH : hoogte van het instrument Een geldig stationpunt begint bij een label STA. Hoogtecorrectie is niet mogelijk indien de INH labels ontbreken. De labels STC en INH moeten na STA en voor de volgend detailmeting (label PPT geregistreerd worden. Het STC-label wordt niet gebruikt bij het eerste stationpunt. De puntnummers die Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 102
104 gespecifieerd worden moeten puntnummers zijn die vooraf als detailpunt in het bestand zijn opgenomen. Dit geldt niet voor het eerste station. Nota : voor de R300 series toestellen werd het label STA vervangen door het label STS (= puntnummer station 2. Detailpunten Labels : PPT : puntnummer PPD : code PPH : reflectorhoogte RTH : Horizontale hoek RTV : Vertikale hoek RTD : schuine afstand Een nieuw detailpunt begint met de label PPT. Indien de label PPH ontbreekt, kan geen hoogtecorrectie worden berekend. Een meting is maar geldig als alle labels voorkomen voor de volgend label PPT. Een onvolledige combinatie zal resulteren in een foutmelding. Nota : voor de R300 series toestellen werd het label PPT vervangen door het label PPD (= puntnummer en het label PPD door het label PPC (= code. Het label PPT komt echter nog voor, maar wordt niet meer ingevuld. 3. Voorbeeld ENQ:DC1 STL:CCC SOP:CCC DAT: SIN:ATS STA:100 STS:ST1 STC:CODE INH: TIM: TMP:15 PPM:0PRS:1013 PSM:-30P PPT:1 PPD:EP PPH: RTH: RTV: RTD: PPT:2 PPD:EP PPH: RTH: RTV: RTD: PPT:3 voor R300 : ENQ:DC1 STL:SURVEY STA: STS:1 STC:2 INH: TMP:025.9 PRS: PPM:0012 PSM:-30 PPD:2 PPC:V PH: RTH: RTV: RTD: PPT: PPD:100 PPC:KVS PPH: RTH: RTV: RTD: PPT: PPD:101 PPC:KV Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 103
105 PPD:IP PPH: RTH: RTV: RTD: PPH: RTH: RTV: RTD: COÖRDINATENBESTAND a in het DC1-Z formaat : In dit type bestand staat een meting op één lijn in het bestand. Alhoewel ook hoeken kunnen worden geregistreerd, zal Pythagoras uit dit bestand alleen de metingen in coördinaten gebruiken. Dit formaat kent nl. ook geen stationpunten. Formaat : xxxxtappppppppppp:x:y:z: met xxxx : lijnnummer 4 karakters groot T : recordtype 1 : titellijn : wordt niet door Pythagoras gebruikt P : hoeken : wordt niet door Pythagoras gebruikt 2 : coördinaten A : vast indien coördinaten opgeslagen worden: wordt niet door Pythagoras gebruikt pppppppppp : puntnummer, in Pythagoras max 8 tekens lang : : scheidingteken tussen de verschillende velden x,y,z : coördinaten XYZ of NEZ Er is geen afzonderlijk veld voorzien voor de code. Daarom gebruiken we het puntnummerveld om te coderen. Het puntnummerveld bevat eerst de puntnummer, daarna eventueel een code en daarna eventueel nog een optie. Puntnummer, code en optie worden van elkaar gescheiden door spaties. Het geheel kan slechts 11 tekens lang zijn. Bvb. 1 KSSB +15 betekent puntnummer 1, code KSSB, optie +15 Voorbeeld : 00011TEST: 00022A2 IP: : :10.000: 00032A3 EP: : :0.000: 00042A4 IP:98.411:95.810:9.955: 0005P: : :4.4881: 00062A5 EP:98.248:98.632:9.974: 0007P: : :2.2839: 00082A6 IP:96.687: :9.845: 0009P: : :3.7095: 00102A7 EP:99.300: :9.868: 0011P: : :2.1600: b in het CSV (Comma Seperated Values formaat : Omdat dit soort bestanden geen hoofding bevatten, worden de instellingen van Pythagoras voor de lengte-eenheid en de coördinaten volgorde (NEZ / XYZ gebruikt. formaat : pt,coord1,coord2,z,code Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 104
106 met : pt coord1,coord2,z code : puntnummer : XYZ of NEZ coördinaten : code Voorbeeld : S1, , , ,ST, 1, , , ,P, 2, , , ,P, 3, , , ,P, 4, , , ,P, 5, , , ,P, PYTHAGORAS UITZETFORMAAT Altijd Lijnnummer, Puntnummer, E, N, Z, Code Eenheden moeten zijn zoals ingesteld in het toestel. Men moet dus eerst zorgen dat in Pythagoras de instellingen juist staan. Voorbeeld : 00011:EXPORT 00022:1: :17.009:10.000:PUNT :2:-6.206:34.248:12.500:PUNT :3:8.505:12.182:20.860:PUNT :4: :-8.045: :PUNT 4 OPMERKING: Het max. aantal karakters voor een puntnummer dat door de Pentax toestellen aanvaard wordt, is vier. Hou hiermee rekening bij het aanmaken van een coördinatenlijst vanuit Pythagoras. Pentax ATSTOPO ALGEMEEN Dit formaat van Pentax gebruikt vaste eenheden voor de lengte, hoeken en de volgorde van de coördinaten. De eenheden zijn meter, gon en de volgorde van de coördinaten is altijd XYZ. De Pentax ATSTOPO kent 2 verschillende formaten : een polair dataformaat (metingen geregistreerd met hoeken en afstanden en een formaat met coördinaten. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 105
107 POLAIR DATAFORMAAT Het punt dat na het eerste stationpunt komt, wordt als een gewoon detailpunt beschouwd. Maar vanaf het tweede stationpunt beschouwen we dit punt als een referentie punt. Het wordt dus niet meer getekend. Het Pentax ATSTOPO formaat werkt met labels, er zijn echter twee versies, één met Engelse labels en één met Franse labels. Pythagoras ondersteund beide versies. Hieronder volgt een opsomming van de verschillende labels die Pythagoras gebruikt en de betekenis ervan : Frans Engels Betekenis MA PN Puntnummer AH HA Horizontale hoek AV VA Vertikale hoek HV PH Prisma hoogte HT IH Instrument hoogte DI SD Schuine afstand DH HD Horizontale afstand DZ VD Vertikale afstand C C Code Op excentrische metingen die in het bestand voorkomen wordt een waarschuwing gegeven dat ze niet in Pythagoras worden gebruikt. Het Pentax toestel berekend zelf al de correctie. Excentrische meetpunten beginnen met : #:ER correctie op de horizontale afstand #:ET correctie op de tangentiële afstand #:EV correctie op de vertikale afstand #:ED correctie op de schuine afstand 1. Stationpunten Een stationpunt begint altijd met #,S. Daarachter komt de puntnummer en een instrument hoogte. Vanaf het tweede stationpunt wordt de volgende lijn als een referentiepunt beschouwd. We nemen uit deze lijn dan alleen het puntnummer en de horizontale hoek. 2. Detailpunten Een detailpunt begint met #:x en x mag een letter zijn van a tot z, zolang het maar een kleine letter is. Daarna moeten volgende labels verplicht in de lijn staan om een geldig detailpunt te bekomen : MA of PN AH of HA AV of VA HV of PH MA of PN DI of SD of DH of HD of DZ of VD De volgorde waarin de labels voorkomen is vrij te kiezen. Als u met codering werkt is ook de label C nodig. 3. Voorbeeld Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 106
108 Franse labels : #:S,MA=5,HT=1.5 #:p,ma=50,ah= ,av= ,di=2.652,hv=0.200,c=ep #:p,ma=51,ah= ,av= ,di=3.375,hv=0.200,c=ip #:p,ma=52,ah= ,av= ,di=2.118,hv=0.200,c=ip #:S,MA=52,HT=1.5 #:p,di=2.118,av= ,hv=1,ah= ,c=ep,ma=5 #:p,ma=54,ah= ,av= ,di=2.733,hv=1.000,c=ep #:p,ma=55,ah= ,di=2.734,hv=1.000,av= ,c=ep Engelse labels : #:S,PN=5,IH=1.5 #:p,pn=50,ha= ,va= ,sd=2.652,ph=0.200,c=ep #:p,pn=51,ha= ,va= ,sd=3.375,ph=0.200,c=ip #:p,pn=52,ha= ,va= ,sd=2.118,ph=0.200,c=ip #:S,PN=52,IH=1.5 #:p,sd=2.118,va= ,hv=1,ha= ,c=ep,pn=5 #:p,pn=54,ha= ,va= ,di=2.733,ph=1.000,c=ep #:p,pn=55,ha= ,sd=2.734,ph=1.000,va= ,c=ep COÖRDINATEN Een lijn begint met een puntnummer, daarachter een dubbelepunt en dan X, Y, Z en eventueel een C als men met codering werkt. In een coördinaten bestand kunnen ook lijnen voorkomen in hoeken en afstanden. Deze lijnen worden niet gebruikt, maar er wordt wel een waarschuwing op gegeven door Pythagoras. Om een betere kontrole te hebben over de gemeten punten laten wij toe dat men achter een punt in coördinaten ook de gegevens in hoeken en afstanden zet. Pythagoras gebruikt echter alleen de coördinaten. VOORBEELD 1:X= ,Y= ,Z=11.001,C=BS,AH= ,AV= ,DI=3.442,H V=0.200 De labels moeten altijd in hoofdletters staan! Pythagoras gebruikt dus enkel de puntnummer, X, Y, Z en de code. De rest wordt niet gebruikt door Pythagoras. VOORBEELD 1:X=100,Y=100,Z=10,C=EP 2:X= ,Y= ,Z=11.019,C=IP,AH= ,AV= ,DI=2.766,H V=0.2 3:X= ,Y= ,Z=11.001,C=EP,AH= ,AV= ,DI=3.442,HV =0.200 #:S,MA=100,HT=1.500 #:U,MA=2,AH= ,AV= ,DI=2.734,HV=1.000 #:U,MA=3,AH= ,AV= ,DI=4.454,HV= :X= ,Y= ,Z=10.746,C=EP De lijnen die beginnen met #: worden niet gebruikt. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 107
109 Pentax POWERTOPO HET INLEESFORMAAT Het Pythagoras inleesformaat bestaat uit lijnen die enkel ASCII codes bevatten. Elke lijn begint met een H, S, D of C. De betekenis is: H : HEADER. Moet komen voor de eerste S- en D-lijn in de meting. S : STATION. Lijn bevat gegevens over het stationpunt M : MEASUREMENT : Gegevens van de meting C : COMMENT : commentaarlijn, wordt niet verwerkt door Pythagoras. 1. Header 1.1. Gegevens in de header De header bevat gegevens om de meetrecords te kunnen interpreteren. Deze gegevens zijn: a Aard van de meetgegevens: een van de volgende : HVS : Horizontale hoek, Verticale hoek, Schuine afstand. HVD : Horizontale hoek, Verticale hoek, Horizontale afstand. ENZ : Easting, Northing, Elevation NEZ : Northing, Easting, Elevation. Nota : de afkorting XYZ en YXZ wordt vermeden om de verwarring in Europa tussen de Duitse norm en de rest van Europa te vermijden. ENZ en NEZ geven duidelijk de volgorde weer. b Eenheid voor hoeken : GON (Default DMS DEG RAD MIL Nota : in DMS kunnen 5 cijfers na de komma komen. Het laatste cijfer is het tiendelige gedeelte van 1 seconde. c Eenheid voor afstanden METER (Default INT_FEET US_FEET d Richting hoeken CW CCW Clockwise Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 108
110 Optioneel kunnen nog volgende instellingen gezet worden: ABS_COORDS (default, REL_COORDS ADJUST_Z : Z- needs also to be adapted Vorm van de header. De volgende regels gelden: a. De lijn begint met een H gevolgd door TAB of spatie. b. De rest van de lijn heeft een vrij formaat wat betreft spaties, komma s of tabulaties. c. Enkel de sleutelwoorden hierboven vermeld mogen voorkomen. Volgorde is willekeurig. d. De gegevens van a, b, c en d moeten verplicht altijd in de header voorkomen. Voorbeeld: H HVS,METER,GON,CW Dit betekent dat de meting (alle meetrecords gegeven worden in het HVS formaat. Afstanden zijn in meter en de hoeken in GON. Een meting moet volledig in dezelfde eenheden gemeten zijn. 2. Station Record 2.1. Gegevens in de Station record. a Puntnummer van het opstelpunt. (Max. 8 AN tekens b Puntnummer waarop geopend is (Max. 8 AN tekens c Instrumenthoogte (Numeriek getal d Openingshoek. (Numeriek getal e C1 f C2 g C3 h Code Het aantal cijfers na het decimale teken (mag, of. zijn is vrij Vorm van de Station record. De volgende regels gelden: 1 De lijn begint met een S gevolgd door TAB of spatie. 2 De gegevens hierboven vermeld komen in deze volgorde voor in de record. 3 De gevens moeten gescheiden zijn door ofwel: - 1 tabulatie en 0.. n spaties n spaties. 4 Indien een bepaald gegeven niet van toepassing is (bevoorbeeld de openingshoek voor het eerste stationpunt, dan wordt dit gegeven vervangen door -- (twee opeenvolgende mintekens. Voorbeeld: Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 109
111 S S Code of S S X Y Z Code 3. Measurement Record 3.1. Gegevens in de meetrecord. a Puntnummer (Max. 8 AN tekens b 2 numerieke waarden : betekenis is afhankelijk van de conventie gekozen in de header. c Prismahoogte d Informatie (code : In het code veld mogen geen tabulaties meer voorkomen. Alle informatie die volgt wordt als code beschouwd inclusief de spaties Vorm van de meetrecord. 1 De lijn begint met een M gevolgd door TAB of spatie. 2 De gegevens hierboven vermeld komen in deze volgorde voor in de record. 3 De gevens moeten gescheiden zijn door ofwel: - 1 tabulatie en 0.. n spaties n spaties. 4 Indien een bepaald gegeven niet van toepassing is (bevoorbeeld enkel een hoekmeting is uitgevoerd, dan wordt dit gegeven vervangen door -- (twee opeenvolgende mintekens. Voorbeeld: M BS Commentaar Record Commentaar record kan bv. gebruikt worden voor het geven van instrumentengegevens, dag, naam meting, enz. Deze gegevens worden door Pythagoras NIET geïnterpreteerd. PYTHAGORAS UITZETFORMAAT Altijd Puntnummer, E, N, Z, Code Zonder tussenspaties en gescheiden door exact 1 TAB. Eenheden moeten zijn zoals ingesteld in het toestel. Men moet dus eerst zorgen dat in Pythagoras de instellingen juist staan. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 110
112 Geodimeter Algemeen Geodimeter kent geen echt vast bestandsformaat. U moet het bestand dat geregistreerd wordt, in grote mate zelf in stellen. Het bestand heeft wel verschillend globale kenmerken. Een meting beslaat verschillende lijnen, elk van die lijnen bevat informatie over een item van de meting. Dit item wordt gekarakteriseerd met behulp van een getal : de label. Alle lijnen hebben hetzelfde formaat : label=waarde. Hierna volgt een beschrijving van de labels die men moet registreren omdat Pythagoras het bestand als een geldig meetbestand zou kunnen interpreteren. Zowel hoeken en afstanden als coördinaten kunnen geïmporteerd worden. Omdat echter 1 Geodimeterbestand beide formaten kan bevatten, wordt enkel rekening gehouden met de gegevens die Pythagoras eerst tegenkomt bij het inlezen van het bestand Hoofding Van alle labels die als hoofding in een Geodimeter bestand kunnen worden geregistreerd gebruikt Pythagoras alleen label 23. Deze label bevat de lengte- en hoekeenheid. Indien het label 23 geregistreerd is, dan worden de eenheden uit het label gebruikt om de metingen te interpreteren. In het andere geval bent u verplicht voor het importeren de lengte- en hoekeenheid van Pythagoras aan te passen tot ze overeenstemmen met de instellingen van uw Geodimeter-toestel. Stationpunten Formaat : Label 2 : Puntnummer van het station Label 3 : Instrumenthoogte Label 37 : X-coordinaat Label 38 : Y-coordinaat Label 39 : Z-coordinaat Label 62 : Puntnummer van het punt waarop geopend is Label 21 : Horizontale hoek (waarde van de openingshoek Een stationpunt start met een label 2. De puntnummer van het station en van het punt waarop geopend is moeten vooraf in het bestand voorkomen. Het moeten met andere woorden gekende punten zijn. Dit geldt niet voor het eerste stationpunt. Alle andere labels worden niet gebruikt. Detailpunten Formaat : Label 5 : DetailPntNr Label 4 : Code Label 6 : Reflector hoogte Label 7 : Horizontale hoek Label 8 : Verticale hoek Label 9 : Schuine afstand Label 11 : Horizontale afstand Label 37 : X-coordinaat Label 38 : Y-coordinaat Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 111
113 Label 39 : Z-coordinaat Label 98 : Opties bij de code : optioneel Een geldig detailpunt begint met een label 5. Men kan in een meetbestand ofwel metingen registreren met schuine afstand ofwel met horizontale afstand of beide. In elk geval moet het formaat hetzelfde blijven voor alle punten in het bestand. Gebruik van de label 4 en label 98 bij uitgebreide codering Indien men opties wil specificeren in de code moet men daarvoor een label 98 toevoegen. Omdat alle codes numerisch zijn, wordt een punt als scheidingsteken tussen verschillende opties gebruikt. Voorbeeld. Stel 200 is een code voor een polylijn. 1 is de afkorting voor start. 9 is de afkorting voor einde. 2 is de afkorting voor parallelle lijnen de eenheid voor opties is ingesteld op cm dan betekenen volgende labels 4=2001 : polylijn 200 wordt gestart 4=2009 : polylijn 200 wordt beëindigd. 4= =2.90 : polylijn 200 wordt gestart, 1 parallelle lijn op 90 cm 4=200 98= : volgende punt voor polylijn 200, 3 parallelle lijnen op 35 cm, 50 cm en -30 cm Label 4 bevat de code direct gevolgd door de globale opties zoals bocht, start, einde, sluiten. Label 98 bevat de andere opties. Die bestaan uit een afkorting, gevolgd door een punt en de waarde van de optie. Indien bij een bepaalde code slechts één soort optie is toegestaan, dan kan men de afkorting en het scheidingsteken punt weglaten. bvb. stel dat we in het CDF-bestand bepalen dat bij code 200 alleen parallelle lijnen als optie voorkomen, dan is de volgende set labels ook geldig 4= = : eerste punt voor polylijn met code 200, 3 parallelle lijnen op 35 cm, 50 cm en -30 cm Uitzetlijst Een uitzetlijst wordt enkel ondersteunt in het coördinatenformaat. Het formaat is als volgt: 5=49 Detailpunt 49 37= X-coördinaat 38= Y-coördinaat 39= Z-coördinaat Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 112
114 Voorbeeld 50=PYTHA2 51= = =ADW 55= = =1113 Uit de header data wordt alleen label 23 gebruikt. 74= =1000 Station punt 4=Stat1 3= = =2000 Situatie waarbij enkel de coördinaten ingelezen worden 5=49 Detailpunt 49 6= = X-coördinaat 38= Y-coördinaat 39= Z-coördinaat 7= = = =41 Detailpunt 41 6= = X-coördinaat 38= Y-coördinaat 39= Z-coördinaat 7= = = Situatie waarbij enkel de hoeken en afstanden in rekening genomen worden 5=44 Detailpunt 44 6= = Hor. hoek 8= Vert. hoek 9= Schuine afstand 37= = = =47 Detailpunt 47 6= = Hor. hoek 8= Vert. hoek 9= Schuine afstand Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 113
115 37= = = Sokkia Sokkia : SDRxx series Deze veldgeheugens bevatten een zeer groot aantal recordtypes en uitgebreide software om de data te bewerken vooraleer u deze overstuurt naar de computer. ALGEMENE PRINCIPES 1. Hoe wordt de data opslagen Start uw metingen zodanig dat de Sokkia SDRxxx de coördinaten kan berekenen. Dit betekent dat u start met een stationpunt vooraleer u een eerste meting opslaat. Indien u meerdere stationpunten wilt opnemen in een globale meting, moet u de onderrichtingen van uw Sokkia SDRxxx volgen om geldige coördinaten te verkrijgen voor al uw gemeten punten. U kan uw data opslaan in de door u gekozen conventie. Op het moment van transmissie, kan u kiezen welk type u wil opslaan in het computerbestand en in welke conventie de opgemeten punten zullen worden opgeslagen. Indien u enkel POS-records wil oversturen, ( Zend allen als POS -instelling, zullen alle records door Pythagoras ingelezen worden. U kan ook kiezen om de POS-records toe te voegen aan de metingen, om zo alle origineel gemeten hoeken en schuine afstanden in het bestand te hebben. Indien u dit doet, zal Pythagoras u vragen welke gegevens u wenst in te lezen.. Voor elk ander record heeft Pythagoras een waarschuwing ingebouwd die deze records overslaat. Deze waarschuwingen worden samen met de andere voorgekomen fouten gedurende de interpretatie van het veldgeheugenbestand weergegeven. Het meetbestand wordt geopend door een Pythagoras teksteditor en licht de meetlijnen op waarin de fouten zicht voordoen. U heeft de mogelijkheid om deze fouten te verbeteren en nadien het meetbestand opnieuw in te voeren. Indien u polaire gegevens wil inlezen in Pythagoras, heeft men verschillende mogelijkheden voor het eerste stationspunt: a Voor het eerste stationspunt staan 2 coördinatenrecords (08-records: deze 2 punten worden gebruikt om een CS te maken, rekening houdend met de horizontale hoek (de azimuth wordt in dit geval NIET gebruikt. De polair gemeten punten die volgen, zullen dan in dit CS ingelezen worden. b Voor het eerste stationspunt staat maar 1 coördinatenrecord: Pythagoras zal zelf dan een tweede punt creëren, rekening houdend met de Azimuth en de horizontale hoek. Door deze twee punten wordt dan een CS gemaakt om de rest van de gemeten punten te kunnen importeren. c Er staan geen coördinatenrecords of de puntnummers van de coördinatenrecords verschillen van deze in het BKB-record (07-record of er zijn niet genoeg gegevens om een CS te maken: in dit geval worden de gemeten punten in het huidige CS geïmporteerd en moet men dus zelf zorgen dat men in het juiste CS staat. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 114
116 Voorbeeld a: 08KI ST1 08KI ST1 02TP ST1 11KI ST1 07TP F MNS Voorbeeld b: 08KI ST1 02TP ST1 11KI ST1 07TP F MNS Bespreking voorbeeld a In het BKB records van ons voorbeeld staat dat we een CS moeten maken van punt 8000 naar punt 8001 met een horizontale hoek van (altijd de horizontale hoek negatief maken. We houden geen rekening met de azimuth van die in het BKB record staat. b Indien er nu voor het 1ste stationrecord alleen het punt 8000 in coordinaten zou staan, dan zal Pythagoras zelf een tweede punt maken, rekening houdend met de azimuth van en de horizontale hoek. c In het geval er voor het 1ste stationpunt geen coördinatenrecord staat met puntnummer 8000, zal Pythagoras geen CS kunnen maken en worden de gemeten punten in het huidige CS geïmporteerd. 2. Excentrisch gemeten punten Omdat informatie over tussenliggende stations niet voorhanden is in het databestand, kan Pythagoras geen excentrisch gemeten punten berekenen (eenvoudige punten met een excentrische optie, indien de opmeting verscheidene stationpunten heeft. Gebruik de mogelijkheden van de SDR zelf om deze excentrische punten juist op te meten. Wij adviseren u om de ruwe data te importeren (de *.raw bestand na transmissie naar de computer. Bestanden die door de editor (geleverd bij het oversturingsprogramma gewijzigd zijn, kunnen geïmporteerd worden. Dit laat u toe om fouten in het databestand met deze editor te wijzigen. De overgestuurde data naar de computer moeten een schaal factor gelijk aan 1 hebben. Het bestand moet beginnen met een hoofd(opschriftrecord die al de eenheden instelt. Pythagoras zal deze eenheden interpreteren en de data vertalen naar de ingestelde eenheden in Pythagoras. Er is geen overeenstemming vereist tussen de ingestelde voorkeuren in Pythagoras en deze in het veldgeheugen om de data correct te importeren. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 115
117 RECORDS VAN DETAILPUNTEN SDR33 De records voorzien drie velden van elk 16 karakters voor de meetgegevens (rechthoekig of polair. Bij polaire coördinaten wordt eerst de Schuine Afstand gegeven, gevolgd door de verticale en de horizontale hoek. Pythagoras importeert enkel reëele getallen met maximum 15 betekenisvolle cijfers. Een boodschap verschijnt indien het laatste betekenisvol cijfer wordt weggelaten. Bij rechthoekige coördinaten is het puntidentificatieveld 16 karakters lang. Indien het puntnummer groter is dan 8 karakters zal het ingekort worden en er zal een waarschuwingsbericht verschijnen. Indien gemeten is in polaire coördinaten, bestaat het puntidentificatieveld uit 2 delen: bronpunt-id (= huidig opstelpuntnr en het doelpunt-id (= richtpunt. Beiden zijn 16 karakters lang. Het beschrijvingsveld wordt gebruikt om de code aan te geven. Dit veld is eveneens 16 karakters lang. De code moet eerst ingegeven worden. De primaire opties zoals start van een lijn, einde van een lijn, boogverbinding en parallelle polylijn moeten de code onmiddellijk volgen zonder spatie of scheidingskarakter. De opties met waarde(n kunnen nadien toegevoegd worden, maar een spatie moet de beide groepen scheiden. Voorbeeld : Stationsrecord 02TP P Positie 1-2 : type code (02 Positie 3-4 : observatiecode (TP Positie 5-20 : puntnummer van het opstelpunt Positie : Y coördinaat Positie : X coördinaat Positie : hoogte Positie : instrument hoogte Positie : code Polaire meetlijn (begint altijd met 09 en dan F1 of F2 09F MNS Positie 1-2 : type code (09 Positie 3-4 : observatiecode (F1-F2 of MD Positie 5-20 : puntnummer van het opstelpunt (niet gebruikt door Pythagoras Positie : puntnummer van het ingemeten punt Positie : schuine afstand Positie : vertikale hoek Positie : horizontale hoek Positie : code SDR2x series : De records voorzien drie velden van elk 10 karakters voor de coördinaten. Er kan dus hier geen inkorting gebeuren. Hetzelfde geldt voor de puntidentificatie. Dit is slechts 4 karakters lang. Ook hier is in het geval van polaire coördinaten dit veld opgesplitst in 2 delen van elk 4 karakters lang (opstelpunt en richtpunt. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 116
118 De beschrijving heeft dezelfde lengte als het SDR33 beschrijvingsrecordveld. Het formaat van het beschrijvingsveld is hetzelfde als dat van de SDR33. Voorbeeld : Polaire meetlijn (begint altijd met 09 en dan F1 of F2 09F MNS Rechthoekige coördinaten : 08TP GBSL Nota : Indien men in Usfeet meet moet voor het eerste stationpunt de volgende regel staan : 13DU3 voorbeeld : 00NMSDR20 V03-05 Jan : NM10045RESPIN 13CPSea level crn: N 13CPC and R crn: N 13CPAtmos crn: N 06NM OOCurrent view 13TSJan :55 13JS TSJan :16 01NMV PCP.C. mm Applied: DU3 02TP MNS 11KI TP NM F MNS Sokkia : SET 2C, 3C, 4C II 1. INLEIDING Deze totaalstations kunnen metingen in verschillende conventies opslaan. Zoals voor de Sokkia SDRxx series, zullen alleen rechthoekige coördinaten door Pythagoras geïmporteerd worden. Om tijdens het opmeten geldige coördinaten te krijgen, moet u de richtlijnen volgen in de handleiding van het totaalstation. Een geldig veldgeheugenbestand heeft het volgende formaat: het start met een instrument-datarecord (het A-record, gevolgd door de instrument-stationdata (het M-record. Dit record dat de eenheden en de Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 117
119 conventie NE of EN bevat, kan niet worden weggelaten. Na de instrument-stationdata volgen de metingen. Van al de mogelijke recordtypes voor opmetingen van detailpunten, worden enkel de N,E,Z MEASUREMENT DATA (Ed-recordtype, de N,E,Z + S,V,H MEASUREMENT DATA (het Ehrecordtype en de COORDINATE DATA ( Fd-recordtype geïmporteerd. Door gebruik te maken van het gecombineerd recordformaat N,E,Z + S,V,H kan u de origineel gemeten hoeken en schuine afstanden in het bestand bewaren, zodat u nadien uw coördinaten kan controleren. Elk ander gemeten record in het bestand zal door Pythagoras genegeerd worden. Pythagoras zal een waarschuwing geven voor elk record dat niet kon geïnterpreteerd worden. Nota s en belangrijke coderecords worden overgeslagen tijdens het importeren. Al de coördinaten moeten opgemeten worden door gebruik te maken van dezelfde eenheden. De NEconventie wijzigen gedurende het meten is natuurlijk niet toegelaten. Indien het bestand enkel COORDINATE DATA-records (Fd-record bevat, is de instrument-stationdata niet verplicht. Indien deze data wordt weggelaten, zal een dialoogvenster verschijnen om te vragen of de coördinaten in het bestand worden opgeslagen in NEZ of in ENZ. Enkel COORDINATE DATA-records zijn in zulk bestand toegelaten. Bij metingen met meerdere stationpunten in een bestand, moet u de richtlijnen van de Sokkia handleiding volgen om geldige coördinaten van uw gemeten punten te verkrijgen. U kan ook al de metingen van een stationpunt groeperen in een bestand. Dan kan u de data per station importeren door voorafgaand telkens het toepasselijk coördinatensysteem te selecteren. U kan dit niet doen wanneer polylijnen open gelaten werden tussen de verschillende stationpunten. Het richtingsstationnummerveld van het opmetingsrecord wordt gebruikt als puntidentificatie in Pythagoras. Een code kan in het codeveld van het opmetingsrecord toegevoegd worden. Indien de uitgebreide coderingsconversie gebruikt wordt, moet u de groep 1 opties (START, EINDE, BOOG, onmiddellijk na de code toevoegen. De andere opties kunnen na de code toegevoegd worden, nadat ze gescheiden zijn door een spatie. Wij adviseren u om het ruwe databestand te importeren (*.raw als bestandsextensie. Dit is opgeslagen op uw computer door de inlees software van SOKKIA. Deze data is bewaard in het Sokkia Setformaat. Indien u de ingesloten editor gebruikt om data of codes te wijzigen, zal het bestand bewaard worden in het SOKKIA SDR formaat. Dit bestand kan eveneens door Pythagoras geïmporteerd worden, maar u moet dan het veldgeheugentype wijzigen. Indien het bewaarde bestand SDR2x als instrumentnaam heeft in de eerste lijn van het tekstbestand, selecteer dan dit Sokkia veldgeheugen. Indien u SDR33 als instrumentnaam heeft in de eerste lijn, selecteer dan de SOKKIA SDR33 in Pythagoras. UITZETTEN Voor het uitzetten, moet u nagaan of de NE - XY-conventie van Pythagoras dezelfde is als de conventie gebruikt door het totaalstation. De punten zullen geëxporteerd worden naar een COORDINATE-record (het Fd-recordformaat. De punten worden genummerd vanaf 1. De puntidentificatie van Pythagoras zal in het codeveld van het Fd-record toegevoegd worden. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 118
120 Leica / Wild / GeoMax Inleiding Het Wild en het Leica GSI16 dataformaat zijn eerder gecompliceerd. Indien u er niet mee vertrouwd bent, raden wij u aan eerst de Wild/Leica documentatie te lezen vooraleer u dit hoofdstuk in detail verder leest. Dit dataformaat ondersteunt het gebruik van de CODE_SEPARATOR optie niet. De GeoMax toestellen gebruiken het Leica GSI dataformaat. De afspraken voor metingen met GeoMax zijn daarom identiek aan de afspraken voor Leica GSI16. Eenheden De meeteenheden (meter, gon,... zijn opgeslagen in het veldgeheugenbestand. Het is dus niet noodzakelijk dezelfde eenheden in Pythagoras in te stellen ( Voorkeuren dialoogvenster, vooraleer een import te starten. Beperkingen: 1. de eenheden moeten hetzelfde blijven gedurende het gehele veldgeheugenbestand, 2. de nauwkeurigheid van de data moeten hetzelfde blijven gedurende het gehele veldgeheugenbestand. Meetmethode Met de WILD instrumenten kan u de data selecteren die moeten opgeslagen worden door het veldgeheugen. In principe is het mogelijk deze selectie te wijzigen tussen de verschillende metingen. b.v. een record kan polaire coördinaten bevatten, het volgende record enkel rechthoekige coördinaten. Pythagoras staat echter niet toe dat u verschillende conventies in eenzelfde bestand opslaat. Pythagoras zal bestanden importeren die gemeten data opslaan in de volgende formaten: 1. XYZ : de woorden met index 81,82,83 staan in de measurement blok. 2. HDZ : de woorden met index 21,32,33 staan in de measurement blok. 3. HVS : de woorden met index 21,22,31 staan in de measurement blok. 4. HVD : de woorden met index 21,32,32 staan in de measurement blok. Het is toegelaten dat u XYZ en polaire coördinaten heeft in hetzelfde record. In dat geval zal Pythagoras enkel de XYZ (WI 81,82,83 coördinaten binnennemen. Hoogtecorrectie Hoogtecorrectie is de aanpassing van de gemeten z-waarde in functie van het hoogteverschil tussen instrumenthoogte en reflectorhoogte. Wanneer gemeten wordt in rechthoekige coördinaten, zullen sommige WILD instrumenten de z-waarde onmiddellijk corrigeren wanneer u de juiste data in het instrument invoert. Afhankelijk van het instrument, kan u ook de instrumenthoogte (WI 88 en de reflectorhoogte (WI 87 opnemen. Hoe dan ook, er is geen beschikbare informatie die aangeeft of de hoogtecorrectie werd gedaan door het instrument of niet. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 119
121 Om te voorkomen dat een hoogtecorrectie gebeurt door Pythagoras, indien deze reeds werd bewerkt door het instrument, of vice versa, bevelen wij u aan altijd een stationrecord en een reflectorrecord (zie verder te gebruiken en de hoogtecorrectie over te laten aan Pythagoras. De volgende tabel geeft aan, wanneer en hoe Pythagoras hoogtecorrecties bewerkt : S-R S-87 / / 88-R Geen S, R, 87 of 88 XYZ Ja Neen - Polair Ja Ja - Waar : ja : Pythagoras zorgt voor de hoogtecorrectie neen : Pythagoras zorgt niet voor de hoogtecorrectie S-R : De eerste lijn van het bestand is een stationrecord. De tweede lijn een reflectorrecord S-87 : De eerste lijn van het bestand is een stationrecord. Er is geen reflectorrecord. De reflectorhoogte wordt ingegeven bij Word Index : Word indexen 88 en 87 komen voor in het bestand. 88-R : Data met Word index 88 (stationhoogte en reflectorrecords in het bestand. Waarschuwing : Wanneer de combinaties S en 88 of R en 87 in het bestand voorkomen, zal Pythagoras de eerste waarde van de eerste data gebruiken. De tweede zal genegeerd worden. Bij het meten in rechthoekige coördinaten, bevelen wij ten sterkste aan om de z-waarden van de geïmporteerde data te controleren en te zien of deze hoogten overeenkomen met de waarden die u verwacht. Reflectorrecord - Stationrecord Het reflectorrecord en het stationrecord worden opgeslagen in het bestand door gebruik te maken van codeblokken. De code-definitie voor deze records gebeurt door Pythagoras bij de configuratie van het veldgeheugen. Wanneer u daar Wild, Leica GSI16 of GeoMax geselecteerd hebt, moet u een code bepalen voor het reflectorrecord en het stationrecord. Wees voorzichtig dat deze codes niet in conflict komen met de codes die u bepaald heeft in het CDF-bestand. a Reflectorrecord Word 1 (41 Word 2 (42 : code voor reflectorrecord : reflectorhoogte b Stationrecord Word 1 (41 Word 2 (42 Word 3 (43 Word 4 (44 : code voor stationrecord : puntnummer van het station : instrumenthoogte : puntnummer van het openingspunt. Behalve bij het eerste stationrecord, moet het puntnummer van het station in het bestand voorkomen. Indien geen puntnummer van het openingspunt wordt ingegeven wordt het eerste stationpunt als openingspunt genomen. De eenheden van reflector- en instrumenthoogte zijn dezelfde als de eenheden van de uitgebreide Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 120
122 codering voor de parallelle lijnen, afstanden van excentrische punten,... Voor meer details zie Configureer Veldgeheugen, Opties Nota 1 : Stationrecords zijn enkel verplicht indien meer dan één stationpunt wordt gebruikt en u de data opneemt in de HVS-, HVD- of HDZ-conventie. Indien u al de opgemeten data bewaart in een bestand per station, kan u de stationrecords weglaten. U importeert dan uw opmetingen per station en selecteert voor elke import het toepasselijk coördinatensysteem. U moet er dan wel voor zorgen dat alle polylijnen in elk station worden afgesloten (EINDE-optie. Nota 2 : Indien u meet in rechthoekige coördinaten en u meer dan één station gebruikt, moet u enkel het stationrecord bijvoegen indien u Pythagoras de werkelijke positie van de excentrisch gemeten punten laat berekenen (excentrisch optie. Wij adviseren u de mogelijkheden van het totaalstation en/of het veldgeheugen te gebruiken om de werkelijke positie van deze excentrische punten te bepalen Gebruik van codes Er zijn twee manieren om codes in een record te gebruiken : a gebruik van aanmerkingteksten : Word index in de opmetings (measurement blok b invoegen van een codeblok : Word index voor de opmetings (measurement blok van het punt. In beide gevallen overheersen de aanmerkingen in de opmetingsblokken de waarden van een codeblok, de aanmerkingen in de opmetingsblokken zullen alle waarden van een codeblok overschrijven. Hou er rekening mee, hoe u aanmerkingteksten en codeblokken invoert en ook met de coderingsmogelijkheden van Pythagoras. Wij denken dat het gebruik van codeblokken moet verkozen worden boven het gebruik van aanmerkingteksten. In sommige uitzonderlijke gevallen, kan het gebruik van eenvoudige codes zonder opties en veel opeenvolgende punten met dezelfde code, opgeslagen met de code in REM 1, zeer nuttig zijn. Indien geen codeblok is ingegeven voor het opmetingsblok, zal het voorgaande codeblok nog steeds van toepassing zijn. Dit maakt het u gemakkelijk, omdat u dan minder data moet invoegen wanneer u opeenvolgende punten opmeet met dezelfde code. Om meerdere codes in te voeren per punt moet u gebruik maken van meerdere codelijnen. Hieronder wordt u uitgelegd hoe u een code, de opties van groep 1 en groep 2 invoert in het codeblok. I. HET MEEST ALGEMENE GEVAL : EEN CODE EVENTUEEL GEVOLGD DOOR EEN OPTIE VAN GROEP 1 Woord Index Betekenis 41 Code 42 Niets, één of meer opties van Groep 1. Voorbeeld : Indien het CDF-bestand de volgende definities bevat : 1 = GLOBALE_OPTIE(START ; Afkorting voor de start van een lijn 9 = GLOBALE_OPTIE(EINDE ; Afkorting voor het einde van een lijn 510 = POLYLIJN( LAAG(B5 Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 121
123 STIJL(..., GROEP(Gebouwen Het vorige voorbeeld geeft het startpunt van een polylijn van de groep Gebouwen, gevolgd door de opmeting van een eindpunt van een polylijn. Pythagoras zal deze lijn aanmaken met de attributen, kleur, laag,... zoals bepaald in het CDF-bestand. Nota : Wild toestellen laten niet toe dat u een decimaal punt inbrengt in een codeblok. Het punt (. en (.. dat aanduidt of het punt van type LINE moet verbonden worden met het vorige punt, moet hier worden aangeduid door respectievelijk -1 en -2. ( , II. GEBRUIK VAN DE OPTIES VAN GROEP 2 : DE GROEP 2 OPTIE IS VAST VOOR DE CODE Indien u codes definieert met opties van Groep 2, is het aan te raden dat u het optietype bepaalt dat volgt uit het CDF-bestand. Dit maakt u het gemakkelijker data in te voeren op het terrein. Woord Index Betekenis 41 Code 42 Geen, één of meer opties van groep waarde 1 van groep 2 optie. 44 waarde 2 van groep 2 optie. 45 waarde 3 van groep 2 optie. Tenzij u de afstand van meerdere parallelle lijnen wil bepalen, zal enkel WI 43 gebruikt worden. Voorbeeld : Indien het CDF-bestand volgende definities bevat : 1 = GLOBALE_OPTIE(START ; Afkorting voor de start van een lijn 9 = GLOBALE_OPTIE(EINDE ; Afkorting voor het einde van een lijn 540 = RECHTHOEK( OPTIE(BREEDTE TYPE(R1 ; Code 43 zal de breedte bepalen Het resultaat bij het importeren van dit voorbeeld is een rechthoek. De ene zijde wordt bepaald door de twee opgemeten punten, de andere zijde heeft een lengte van 38 cm. ( III. GEBRUIK VAN DE OPTIES VAN GROEP 2 : DE SOORT OPTIE IS BEPAALD IN WORD 43 VAN HET CODEBLOK. Indien u codes definieert met opties van Groep 2, is het aan te raden dat u het optietype bepaalt dat volgt uit het CDF-bestand. Dit maakt u het gemakkelijker data in te voeren op het terrein. Woord Index Betekenis Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 122
124 41 Code 42 Geen, een of meer Groep 1 opties. 43 Type van groep 2 optie. 44 Waarde 1 van groep 2 optie. 45 Waarde 2 van groep 2 optie Foutieve metingen Wanneer een foutieve meting uitgevoerd is of een verkeerde code geregistreerd is, kan dit op een eenvoudige wijze aangeduid worden. Het volstaat om een code te definiëren, bv x als objectcode, en deze als extra codelijn te registreren nadat een foutieve ingave en/of meting is vastgesteld. De code x wordt verwacht in WI 41, in WI 42 kan het aantal lijnen aangeduid worden dat moet genegeerd worden tijdens de import. Indien niets ingevuld wordt, dan is het enkel de voorafgaande lijn die genegeerd zal worden. Bv. Definitie in CDF : X = ONGELDIGE_METING Meetbestand : ST ST # # # X De onderlijnde codelijn zelf zal genegeerd worden, en de 2 voorafgaande ook. Deze worden gemarkeerd dmv een #. Puntnummers Het puntnummer van het opmetings (measurement blok (de data van het woord met index 11 zal gebruikt worden als puntidentificatie voor het nieuwe aangemaakte punt gedurende het importeren. Uitzetlijst Alle geselecteerde punten zullen geexporteerd worden in rechthoekige coördinaten. De puntidentificatienummers worden als puntnummer gebruikt in het puntnummer-word (Word index 11 van het opmetings (measurement blok. De coördinaten worden geexporteerd in meters. De nauwkeurigheid bereikt de mm. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 123
125 Zeiss De volgende dataformaten van Zeiss worden door Pythagoras ondersteund : 1. Zeiss REC 500 /Rec Elta 2. Zeiss Elta 40R en Elta 50R 3. Zeiss M5 Zeiss REC 500 /REC Elta 1. INLEIDING Pythagoras ondersteunt het REC 500 dataformaat dat gebruikt wordt door het REC 500 veldgeheugen en de REC Elta toestellen. Indien u niet vertrouwd bent met het dataformaat van de REC 500 / REC Elta, adviseren wij u eerst de documentatie te lezen van uw toestel vooraleer dit hoofdstuk verder door te nemem. 2. EENHEDEN De meeteenheden (meter, gon,... zijn niet opgeslagen in een REC 500 bestand. U moet dus eerst Pythagoras instellen in dezelfde eenheden (het Voorkeuren dialoogvenster, vooraleer de import gestart wordt. 3. MEETMETHODE Een REC 500 datarecord bevat informatie in de codetypevelden T1, T2, T3 die de betekenis van de opgeslagen waarden in het record bepalen. Indien bijvoorbeeld T1 = D, T2 = Hz en T3 = V1 dan is de eerste waarde de schuine afstand, de tweede de horizontale hoek en de derde waarde de verticale hoek. Pythagoras herkent deze codes en converteert de opmeting automatisch in coördinaten. U mag uw data in één van de volgende conventies opslaan : T1 T2 T3 Conventie D, Hz, Vx HVS E, Hz, Vx HVD E, Hz, h HDZ E, Hz, - HDZ (z = 0 Y, X, Z ENZ X, Y, Z ENZ E, N, Z ENZ N, E, Z NEZ Nota : Vx is ofwel V, V1, V2, of V3. Dit duidt de betekenis van de vertikale hoek aan. (Zie documentatie Zeiss. V4 en V5 worden niet ondersteund. Pythagoras staat niet toe dat u verschillende conventies in één bestand gebruikt. 4. HOOGTECORRECTIE Hoogtecorrectie is de aanpassing van de berekende z-waarde in functie van het hoogteverschil tussen instrumenthoogte en reflectorhoogte. Wanneer gemeten wordt in rechthoekige coördinaten, is het mogelijk -afhankelijk van het gebruikte toestel- dat de z-waarde reeds gecorrigeerd is. Hoe dan ook, er is Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 124
126 geen informatie in de REC 500-records aanwezig om te zien of deze correctie reeds gebeurd is door het toestel of niet. Om te voorkomen dat een hoogtecorrectie gebeurt door Pythagoras, indien deze reeds werd bewerkt door het instrument, of vice versa, bevelen wij u aan altijd een stationrecord en een reflectorrecord (zie verder te gebruiken en de hoogtecorrectie over te laten aan Pythagoras. 5. REFLECTORRECORD - STATIONRECORD Het reflectorrecord en het stationrecord worden opgeslagen door specifieke codes te gebruiken in het bijkomende infoveld van een REC 500 veld. Op een REC 500 gebeurt dit door Project gegevens (eerste item van de hoofdmenu in te geven. Op een Rec Elta kan onmiddelijk een infolijn ingegeven worden (Soft key Inf. Het definiëren van de codes voor deze records gebeurt binnen Pythagoras wanneer u het veldgeheugen configureert. Wanneer u eenmaal Zeiss geselecteerd hebt, moet u een code bepalen voor het reflectorrecord en het stationrecord. Wees voorzichtig opdat deze codes niet in conflict geraken met de toegekende codes in het CDF-bestand. a Reflectorrecord <Code voor reflectorrecord> <reflectorhoogte> Dit betekent dat de code die het reflectorrecord bepaalt moet gevolgd worden door de prismahoogte. Tussen beide waarden moet tenminste één spatie gelaten worden. b Stationrecord <Code voor stationrecord> <Id station> <instrumenthoogte> <Id openingspunt> Behalve bij het eerste stationrecord, moet het puntnummer van het station in het bestand voorkomen. Indien geen puntnummer van het openingspunt wordt ingegeven wordt het eerste stationpunt als openingspunt genomen. De eenheden van reflector- en instrumenthoogte zijn dezelfde als de eenheden van de uitgebreide codering voor de parallelle lijnen, afstanden van excentrische punten,... Voor meer details zie Configureer Veldgeheugen, Opties Nota 1 : Stationrecords zijn enkel verplicht indien meer dan één stationpunt wordt gebruikt en u de data opneemt in de HVS-, HVD- of HDZ-conventie. Indien u al de opgemeten data bewaart in een bestand per station, kan u de stationrecords weglaten. U importeert dan uw opmetingen per station en selecteert voor elke import het toepasselijk coördinatensysteem. U moet er dan wel voor zorgen dat alle polylijnen in elk station worden afgesloten (EINDE-optie. Nota 2 : Indien u meet in rechthoekige coördinaten en u meer dan één station gebruikt, moet u enkel het stationrecord bijvoegen indien u Pythagoras de werkelijke positie van de excentrisch gemeten punten laat berekenen (excentrisch optie. Wij adviseren u de mogelijkheden van het totaalstation en/of het veldgeheugen te gebruiken om de werkelijke positie van deze excentrische punten te bepalen. 6. GEBRUIK VAN CODES Codes worden opgeslagen in het bijkomende infoveld. De code wordt onmiddellijk gevolg door geen, één of meer opties van de Groep 1 (START, EINDE,... Indien u opties van de Groep 2 wil toevoegen moet u deze scheiden van de actuele code door een spatie. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 125
127 7. PUNTNUMMERS De Zeiss recordstructuur heeft een commentaarveld, dat kan verdeeld worden in twee delen: een puntidentificatienummer dat automatisch kan stijgen en een werkelijk commentaardeel. Als de lengte van de twee delen niet vast is, moet u een lengte bepalen bij het configureren van het veldgeheugen binnen Pythagoras (Codering Opties. In Pythagoras kunnen puntnummers maximaal 8 karakters lang zijn. Indien u de lengte van een puntnummer zou bepalen op 0, dan start Pythagoras een puntnummer vanaf 1 en verhoogt dit voor iedere puntopname. Verwijzing naar puntnummers wanneer u eenvoudige lijnen opmeet, is in dat geval niet erg praktisch. 8. UITZETLIJST Al de geselecteerde punten zullen geexporteerd worden in rechthoekige coördinaten. 9. VOORBEELD De volgende instellingen zijn gebruikt in het voorbeeld: 1. Lengte puntnummer : 4 2. Code voor stationrecord : Code voor reflectorrecord : S BL L-40 E Hz V KVS E Hz V GB R61 E Hz V GBB E Hz V S IP E Hz V GP E Hz V SK E Hz V KV E Hz V GBSR E Hz V DHR KANTOOR E Hz V BK E Hz V Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 126
128 Zeiss Elta 40R en Elta 50R 1. ALGEMEEN Het bestandsformaat van deze Zeiss toestellen is beknopter dan het formaat van de Rec 500/Rec Elta. Dat laat zich vooral voelen op 2 plaatsen : het veranderen van station en het gebruik van codering. Meten met verschillende stations Indien men tijdens de meting van station verandert, dan zijn er in het bestand wel sporen te vinden die op een nieuw station duiden. Maar de geregistreerde gegevens zijn niet voldoende en zijn niet automatisch te detecteren. Daarenboven is het formaat van het bestand taalafhankelijk. Daarom is het met het huidige formaat niet mogelijk om metingen, geregistreerd in hoeken en afstanden (HVS of polair, met verschillende stations door middel van 1 bestand te importeren in Pythagoras. Indien u niet in coördinaten wenst te werken, moet u de meetgegevens importeren per station. Dit kan door de gegevens per station te registreren tijdens de meting of door nadien het bestand per station op te splitsen. Coderen Het informatieveld is slechts 7 karakters lang. Daarvan zijn er 4 gereserveerd voor de puntnummer. Een code kan dus maar 3 karakters lang zijn. Wie uitgebreide codering gebruikt, kan dat maar in beperkte mate. Er is geen plaats om opties bij een code te voorzien. 2. DETAILPUNTEN Pythagoras kan meetpunten inlezen die geregistreerd zijn in hoeken en afstanden (HVS, polair of als coördinaten. Alle meetpunten in het bestand moeten wel op dezelfde manier geregistreerd worden. Formaat : Elta 40R For R4 XX iiiiiii T1 aaaaaaaaaaa dim1 T2 bbbbbbbbbbb dim2 T3 ccccccccccc dim3 Elta 50R For R5 Adr 1234 XX iiiiiii T1 aaaaaaaaaaa dim1 T2 bbbbbbbbbbb dim2 T3 ccccccccccc dim3 met : Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 127
129 XX type identificatie TR of KR iiiiiii informatieveld T1, T2 en T3 labels die het type van meetgegevens aangeven a,b,c meetwaarden dim1,dim2,dim3 eenheden van de meetwaarde lengte-eenheden : m (meter ft (US voet hoekeenheden : grd, grad, gon (GRAD deg (decimale 360-delige graden DMS (graden minuten seconden mil Volgende combinaties van meetwaarden worden door Pythagoras als detailpunten beschouwd : T1 T2 T3 SD Hz Vi i := 1,2,3 : Schuine afstand, Horizontale hoek, vertikale hoek HD Hz h polair : Horizontale afstand, Horizontale hoek, hoogte x y h XYZ coördinaten y x h XYZ coördinaten (Duitse notatie e n h XYZ coördinaten n e h NEZ coördinaten th ih instrumenthoogte, reflectorhoogte : deze waardes worden gebruikt om de hoogte te corrigeren voor HVS-metingen. 3. VOORBEELDEN Voorbeeld1 : Elta 40R, Coördinaten For R4 KR IP0001 y m x m h m For R4 KR EP0002 y m x m h m For R4 KR IP0003 y m x m h m For R4 KR EP0004 y m x m h m For R4 KR IP0005 y m x m h m For R4 KR EP0006 y m x m h m Voorbeeld2 : Elta 40R, HVS mode For R4 TR EINGABE th m ih m For R4 KR IP0001 SD m Hz grd V grd For R4 KR EP0002 SD m Hz grd V grd For R4 KR IP0003 SD m Hz grd V grd For R4 KR EP0004 SD m Hz grd V grd For R4 KR IP0005 SD m Hz grd V grd For R4 KR EP0006 SD m Hz grd V grd Voorbeeld3 : Elta 50R, Coördinaten Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 128
130 For R5 Adr 0001 KR IP0001 x m y m h m For R5 Adr 0001 KR EP0002 x m Y m h m For R5 Adr 0001 KR IP0003 x m y m h m For R5 Adr 0001 KR EP0004 x m y m h m For R5 Adr 0001 KR IP0005 X m y m h m For R5 Adr 0001 KR EP0006 x m y m h m Voorbeeld4 : Elta 50R, HVS mode For R5 Adr 0001 TR EINGABE th m ih m For R5 Adr 0001 KR IP0001 SD m Hz grd V grd For R5 Adr 0001 KR EP0002 SD m Hz grd V grd For R5 Adr 0001 KR IP0003 SD m Hz grd V grd For R5 Adr 0001 KR EP0004 SD m Hz grd V grd For R5 Adr 0001 KR IP0005 SD m Hz grd V grd For R5 Adr 0001 KR EP0006 SD m Hz grd V grd Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 129
131 Zeiss M5 ALGEMEEN Het Zeiss M5-formaat komt in grote lijnen overeen met het vorige formaat (Elta 40R/50R. Het grote verschil is dat je met dit toestel wel met uitgebreide codering kunt werken. De code wordt samen met het puntnummer in het veld achter PI(1,2of3 ingegeven. Dit veld is 27 karakters lang. Hierdoor is het noodzakelijk om vooraf in te stellen uit hoeveel karakters de puntnummer zal bestaan. Dit gebeurt in o.a. ook in het menu-item Instelling - Configureer - Veldgeheugen. Hier selecteert u het Zeiss M5-formaat. Nadien kan u in het Coderings opties -dialoogvensten ingeven uit hoeveel karakters het puntnummer moet bestaan. De rest van dit veld wordt dan gebruikt voor de code. Bij Trimble toestellen die het Zeiss M5-formaat ondersteunen zijn de eerste 15 karakters ALTIJD gereserveerd voor het puntnummer, de 12 overblijvende karakters zijn bijgevolg voor de code. INLEZEN MEETGEGEVENS Indien u het aantal karakters voor het puntnummer instelt op 0, dan gaat Pythagoras zelf de lengte van het puntnummer bepalen. Indien u een waarde ingeeft, weet Pythagoras exact waar de code zal beginnen, m.a.w. alles wat zich na de spatie na het puntnummer bevindt, is code UITZETGEGEVENS In principe is het uitzetformaat hetzelfde als het inleesformaat, vermits de indeling van het PI-veld hetzelfde wordt genomen als de indeling tijdens het inlezen. Indien het aantal karakters voor het puntnummer ingesteld is op 0, gaat Pythagoras géén puntnummers creëren in het uitzetbestand. Bij ingave van een waarde zal Pythagoras dit aantal karakters respecteren. Indien een puntnummer langer is, zal Pythagoras de overige karakters weglaten ( afknippen. VOORBEELDEN Hieronder treft u een paar voorbeelden aan van meetgegevens (zowel rechthoekig als polair die uit een Zeiss M5 voortkomen. - Coordinaten : For M5 Adr 44 PI code Y m X m Z m For M5 Adr 46 PI1 1 code Y m X m Z m For M5 Adr 48 PI1 2 code Y m X m Z m For M5 Adr 50 PI1 3 code Y m X m Z m For M5 Adr 52 PI1 4 code Y m X m Z m - HVS : For M5 Adr 49 PI1 1 IP D m Hz gon V gon Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 130
132 For M5 Adr 49 PI1 m th m ih m For M5 Adr 51 PI1 2 GBS D m Hz gon V gon For M5 Adr 53 PI1 3 D m Hz gon V gon For M5 Adr 55 PI1 4 GB D m Hz gon V gon For M5 Adr 45 PI1 5 GB D m Hz gon V gon For M5 Adr 47 PI1 6 GBE D m Hz gon V gon Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 131
133 TDS-48 Veldgeheugen Algemeen Het TDS-48 veldgeheugen is een extern veldgeheugen dat gebruikt wordt in de Verenigde Staten van Amerika. Het wordt verbonden met een totaalstation en slaat de inkomende data uit dat totaalstation op. De opgeslagen data bestaat uit een sequentie van ASCII-tekstvelden. Vermits dit toestel hoofdzakelijk in de VSA gebruikt wordt, verwijzen wij naar het Engelstalig handboek voor meer informatie. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 132
134 Trimble DC10 en DC10.70 formaat Ondersteunde records zijn : 00 (HEADER 69 (GRID POSITION hierin staan de vaste coördinaten voor het 1ste stationpunt. Deze record wordt alleen gelezen indien deze voor het 1ste stationpunt staat, voor de volgende stationpunten heeft deze geen effect. 02 (STATION in DC10.70 vervangen door E0 07 (BKB record in DC10.70 vervangen door E1 79 (OBSERVATION in DC10.70 vervangen door D9 77 (TARGET 00 - HEADER Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = Derivation Derivation code 5 16 Text 16 Version number "SC V10-70" 21 4 Integer 4 Serial number Text 16 Date/time of file creation 41 1 Angle units Units of angle fields within file 42 1 Distance units Units of distance fields within file 43 1 Pressure units Units of pressure fields within file 44 1 Temperature unit Units of temperature fields within file 45 1 Coordinate order Order of map grid coordinates within file 46 1 Angle direction Direction of angles within file 02 - STATION (Obsolete - replaced by E0 record Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = Derivation Derivation code 5 16 Name Station point name Distance (Northing - unused, set to null Distance (Easting - unused, set to null Distance (Elevation - unused, set to null Distance Theodolite Height Text 16 (Station description - unused, set to spaces OF E0 - STATION (replaces 02 record Position Length Data format Description of field Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 133
135 1 2 Type code Record type code = E0 3 2 Derivation Derivation code 5 16 Name Station point name Distance Theodolite Height Scale factor Station scale factor 53 1 Scale type Scale factor type 07 - BACKBEARING (Obsolete - replaced by E1 record Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = Derivation Derivation code 5 16 Name Station Name Name Back Sight Name Azimuth Azimuth (Only if keyed in, otherwise null Angle Horizontal Circle Reading OF E1 - BACKBEARING (replaces 07 record Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = E1 3 2 Derivation Derivation code 5 16 Name Station Name Name Back Sight Name Azimuth Azimuth (Only if keyed in, otherwise null Angle Face 1 Horizontal Circle Reading (may be null Angle Face 2 Horizontal Circle Reading (may be null 79 - OBSERVATION (Obsolete - replaced by D9 record Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = Derivation Derivation code 5 16 Name Station Point name Name Target Point name Distance EDM (Slope Distance Angle Vertical Circle Reading (Zenith Angle Horizontal Circle Reading Text 16 Feature code Classification Classification of the point OF D9 - OBSERVATION (replaces 79 record Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = D9 3 2 Derivation Derivation code 5 16 Name Station Point name Name Target Point name Distance EDM (Slope Distance Angle Vertical Circle Reading (Zenith Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 134
136 69 16 Angle Horizontal Circle Reading Text 16 Feature code Classification Classification of the point Distance Slope distance standard error Angle Vertical angle standard error Angle Horz. angle standard error 77 - TARGET Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = Derivation Derivation code 5 16 Distance Target Height Prism Constant Prism Constant Distance Prism Offset 69 - GRID POSITION Position Length Data format Description of field 1 2 Type code Record type code = Derivation Derivation code 5 16 Name Point name Distance Northing Distance Easting Distance Elevation Text 16 Feature code 85 1 GPS Method Measurement method 86 1 Classification Classification of the point Voorbeeld : 00NMSC V Sep-04 02: NMtest TSTime Date 09/05/2004 Time 05:40:21 95FCADW Software ADW Software 64KI> E4NMS Series R C7NM C3AJ111 69KI Stp 11 D2NM FD Stp 11 E0NM E1NM NM D9F Sti D9F As1D D9F As2D Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 135
137 VI. Appendix A Deze appendix geeft het codebeschrijvingsbestand zoals het bij Pythagoras wordt meegeleverd. CODES VOOR LOSSE PUNTEN Code 1 Code 2 Omschrijving Symbool op tekening KK (1 Kast TV (klein. Rechthoek 30x30 BL (1 Loofboom Stam (d=0.2 en kruin (d=4.0 BN (1 Naaldboom Rond puntje BF (1 Fruitboom Rond puntje IP (1 Inspectieput Cirkel (d=0.7 VL (1 Verkeerslicht Rond puntje + VL VT (1 Verkeersteken Rond puntje + VT EP (1 Electriciteitspaal Rond puntje + EP VP (1 Verlichtingspaal Rond puntje CP (1 Combinatiepaal Rond puntje + CP BK (1 Brandkraan Rond puntje + BK SM (1 Sleutelmond Rond puntje + SM AP (1 Afsluitpaal Rond puntje GP (1 Grenspaal Rechthoekig puntje Z Hoogtepunt Punt C tekst Commentaar De tekst in Code 2. GV (1 Gekend Veelhoekspunt Driehoekig punt OV (1 Ongekend Veelhoekspunt Rechthoekig puntje, open V (1 Punt van veelhoeksmeting Kruis (1 Optionele code voor excentrisch gemeten punt. CODES VOOR (POLYLIJNEN Code 1 AW Omschrijving Lijnsymbool op tekening Afsluiting weide Overeenkomend Aquafin lijntype. AD Afsluiting draad Overeenkomend Aquafin lijntype. AB Afsluiting beton Overeenkomend Aquafin lijntype. AH Afsluiting haag Overeenkomend Aquafin lijntype. AM Afsluiting muur Overeenkomend Aquafin lijntype. BS Boordsteen Normale lijn 0.1. KS Kantstrook Normale lijn 0.1 WG Weggoot Normale lijn 0.1. KV Kantverharding Normale lijn 0.1. AS As weg Streep-punt lijn 0.1. ML Meetlijn Normale lijn 0.1. Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 136
138 GR Gracht Overeenkomend Aquafin lijntype. TB Talud boven Overeenkomend Aquafin lijntype. TO Talud onder Overeenkomend Aquafin lijntype. PG Perceelgrens Normale lijn 0.1. GB Gebouw Normale lijn 0.5 CODES VOOR PUNTEN IN EEN LIJNENREEKS Code 1 Code 2 Omschrijving Symbool op tekening DH huisnr. Dorpel huis Driehoek op gevellijn + hoogte + huisnr. DG huisnr. Dorpel garage Driehoek op gevellijn + hoogte. De codes DH en DG mogen gevolgd worden door de letter L of R om aan te geven of het punt links dan wel rechts van de meetlijn ligt. Indien niet gegeven wordt links aangenomen. De codes DH en DG mogen enkel voorkomen tijdens een gevelopmeting GB (gebouw. SK (1 Straatkolk Symbool straatkolk (30x70. De coördinaten bepalen het midden v.d. straatkolk De code SK mag enkel voorkomen tijdens een wegopmeting (BS, KS,... (1 Optionele code voor excentrisch gemeten punt. CODES VOOR RECHTHOEKEN Code 1 STx Code 2 (2 Omschrijving Stal Symbool op tekening Rechthoek met 2 diagonalen KMx (2 Kopmuur Rechthoek KEx (2 Kast Electriciteit Rechthoek met diagonaal + E KGx (2 Kast Gas Rechthoek met diagonaal + G KTx (2 Kast TV Rechthoek met diagonaal + T x = S of E. (2 De breedte (in cm van de rechthoek. De richting is loodrecht op de gemeten lijn. De richting wordt bepaald door de richting S-E. (Zie richting van lijnen CODEBESCHRIJVINGSBESTAND TEST = CDF(LENGTE(2 is. LIJNMODE(START_EINDE RICHTING(RECHTS_POS TEKSTEN( 1 = "Eik" 2 = "Beuk" 3 = "Berk" ONGEKENDE_HOOGTE( LENGTE_OPTIE(1 ; TEST : naam van CDF ; Lengte van de code = 2 ; Hoogte van 2D objecten of als de werkelijke hoogte niet gekend ; Standaard = 1. Alternatief = 2 : Alle afkortingen moeten in dat geval 2 posities lang zijn. ; De volgende attributen staan in commentaar. Enkel ter informatie Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 137
139 ; ATTRIBUTEN_EERSTE_PUNT ; De code van het beginpunt bepaalt de lijnstijl. Normaal : code van het eindpunt. ; SYMBOOLORIENTATIE_NAAR_VOLGEND_PUNT ; Een symbool in een polylijn wordt uitgericht naar het volgende punt. Normaal : naar vorig punt. ; GROEPEER_TEKST_SYMBOOL ; Geeft aan dat tekst(en en symbool, die bij eenzelfde punt horen, gegroepeerd worden. ; Afkortingen die horen bij de code (Code 1. S = GLOBALE_OPTIE(START ; Afkorting voor de start van een lijn. (Polylijn, Rechthoek E = GLOBALE_OPTIE(EINDE ; Afkorting voor het einde van een lijn. (Polylijn, Rechthoek C = GLOBALE_OPTIE(SLUITEN ; Afkorting voor het sluiten van een polylijn. (Polylijn B = GLOBALE_OPTIE(BOOG ; Afkorting voor een boogpunt. (Polylijn Z = GLOBALE_OPTIE(EINDE_BOOG ; Afkorting voor het laaste punt van een boog. (Polylijn K = GLOBALE_OPTIE(KROMME ; Afkorting voor een punt van een kromme. (Polylijn X = GLOBALE_OPTIE(ONZICHTBARE_HOEK Y = GLOBALE_OPTIE(HOEK L = GLOBALE_OPTIE(LOODRECHTE_LINKS R = GLOBALE_OPTIE(LOODRECHTE_RECHTS D = GLOBALE_OPTIE(EXTRA_LIJN ; Afkorting voor onzichtbare hoek (binnenhoek. (Polylijn ; Afkorting voor zichtbare hoek (buitenhoek. (Polylijn ; Afkorting voor een dwarslijn naar links van een polylijn. (Polylijn ; Afkorting voor een dwarslijn naar rechts van een polylijn.(polylijn ; Afkorting voor een dwarslijn. Richting wordt aangegeven door extra meetpunt. (Polylijn O = GLOBALE_OPTIE(SYMBOOLRICHTING ; Afkorting voor een punt dat de richting van symbool aangeeft. (Punt / = GLOBALE_OPTIE(CODE_SEPARATOR ; Teken dat de scheiding tussen 2 codes in één meting aangeeft. P = GLOBALE_OPTIE(PARALLELLE_POLYLIJN ; Afkorting voor een volledig parallelle polylijn door een punt. (Polylijn ; Afkortingen die horen bij extra opties (Code 2. * = UITGEBREIDE_OPTIE(PARALLELLE_LIJN ; Geen afkorting voor parallelle lijnen. (Polylijn H = UITGEBREIDE_OPTIE(HOOGTEVERSCHIL ; Afkorting voor hoogteverschil parallelle lijnen. (Polylijn T = UITGEBREIDE_OPTIE(TEKST ; Afkorting voor tekst. (Polylijn, Punt, Rechthoek W = UITGEBREIDE_OPTIE(BREEDTE ; Afkorting voor breedte. (Rechthoek ; afkortingen voor onzichtbare punten L = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(LOODRECHTE_LINKS ; (1 lijn naar links. (2 excentrisch punt links van prisma R = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(LOODRECHTE_RECHTS ; (1 lijn naar rechts. (2 excentrisch punt rechts van prisma V = UITGEBREIDE_OPTIE(EXCENTRISCH(IN_VERLENGDE ; (1 lijn in het verlengde. (2 excentrische punt in verlengde van prisma I = UITGEBREIDE_OPTIE(ONZICHTBAAR_PUNT ; (1 hulppunt geeft richting aan. (2 lengte aanzetlijn. (3 intersectie 2 lijnen ; Polylijnen Z0.. Z9 : kunnen gelijktijdig geopend zijn. Z# = POLYLIJN ( STIJL(0, 0 KLEUR(ROOD GROUP(Lijn# TEKST( CONTENT("%H" SCHUINE_TEKST ; schuine tekst HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd VERTIKALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd GROOTTE(5 ; ONDOORZICHTIG XX = ONGELDIGE_METING ; Losse punten Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 138
140 ; LOOFBOOM BL = PUNT ( LAAG("Omgeving" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 5 KLEUR(GROEN ; FRUITBOOM BF = PUNT ( LAAG("Omgeving" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 5 KLEUR(GROEN ; NAALDBOOM BN = PUNT ( LAAG("Omgeving" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 5 KLEUR (GROEN ; laag = Omgeving ; enige toegelaten optie = excentrisch ; rond punt (open ; kleur = groen ; laag = Omgeving ; enige toegelaten optie = excentrisch ; rond punt (open ; kleur = groen ; laag = Omgeving ; enige toegelaten optie = excentrisch ; rond punt (open ; kleur = groen ; Inspectieput IP = PUNT ( LAAG("Wegen" ; laag = Wegen OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL("Voorbeeld","Inspectieput" ; inspectieput (bibliotheek symbool(1 KLEUR (ZWART ; kleur = zwart ; VERLICHTINGSPAAL VP = PUNT ( LAAG("Omgeving" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 5 KLEUR(ZWART ; AFSLUITPAALTJE AP = PUNT ( LAAG("Grenzen" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 5 KLEUR(ZWART ; GRENSPAAL GP = PUNT ( LAAG("Grenzen" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 7 KLEUR(ZWART ; laag = Omgeving ; enige toegelaten optie = excentrisch ; rond punt (open ; kleur = zwart ; laag = Grenzen ; enige toegelaten optie = excentrisch ; rond punt (open ; kleur = zwart ; laag = Grenzen ; enige toegelaten optie = excentrisch ; rechthoekig punt (open ; kleur = zwart ; ELECTRICITEITSPAAL EP = PUNT ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL(0, 5 ; rond punt (open KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TEKST ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("EP" ; inhoud = EP HORIZONTAAL ; horizontale tekst POSITIE(0, 0 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 0 (paginacoördinaten ; VERKEERSLICHT VL = PUNT ( LAAG("Signalisatie" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 5 ; laag = Signalisatie ; enige toegelaten optie = excentrisch ; rond punt (open Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 139
141 KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TEKST ( LAAG("Signalisatie" ; laag = Signalisatie STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("VL" ; inhoud = VL HORIZONTAAL ; horizontale tekst POSITIE(0, 0 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 0 (paginacoördinaten ; VERKEERSTEKEN VT = PUNT ( LAAG("Signalisatie" ; laag = Signalisatie OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL(0, 5 ; rond punt (open KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TEKST ( LAAG("Signalisatie" ; laag = Signalisatie STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("VT" ; inhoud = VT HORIZONTAAL ; horizontale tekst POSITIE(0,0 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 0 (paginacoördinaten ; COMBINATIE ELECTRICITEITSPAAL EN VERLICHTINGSPAAL CP = PUNT ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL(0, 5 ; rond punt (open KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TEKST ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("CP" ; inhoud = CP HORIZONTAAL ; horizontale tekst POSITIE(0,0 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 0 (paginacoördinaten ; BRANDKRAAN BK = PUNT ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL(0, 5 ; rond punt (open KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TEKST ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("BK" ; inhoud = BK HORIZONTAAL ; horizontale tekst POSITIE(0, 0 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 0 (paginacoördinaten ; SLEUTELMOND SM = PUNT ( LAAG("Omgeving" OPTIE(EXCENTRISCH ; laag = Omgeving ; enige toegelaten optie = excentrisch Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 140
142 STIJL(0, 5 ; rond punt (open KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TEKST ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("SM" ; inhoud = SM HORIZONTAAL ; horizontale tekst POSITIE(0, 0 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 0 (paginacoördinaten ; KABELTELEVISIE TV = PUNT ( LAAG("Omgeving" STIJL(0,5 KLEUR(ZWART ; laag = Omgeving ; rond punt (open ; kleur = zwart ; ONGEKEND VEELHOEKSPUNT VAN DE VEELHOEKSMETING OV = PUNT ( LAAG("Veelhoek" ; laag = Veelhoek STIJL(0, 7 ; stijl = open rechthoekig punt KLEUR(ZWART ; kleur = zwart NETWERKPUNT(VH ; gewoon veelhoekspunt, te berekenen ; GEKEND VEELHOEKSPUNT VAN DE VEELHOEKSMETING GV = PUNT ( LAAG("Veelhoek" ; laag = Veelhoek STIJL(0, 8 ; stijl = driehoekig punt KLEUR(ROOD ; kleur = rood NETWERKPUNT(GP ; veelhoekspunt met gekende coördinaten. ; PUNT VAN DE VEELHOEKSMETING V = PUNT ( LAAG("Basis" STIJL(0,1 KLEUR(ZWART ; HOOGTE PUNT Z = PUNT ( LAAG("Basis" STIJL(0,1 KLEUR(ZWART OPTIE(TEKST ; laag = Basis ; kruis ; kleur = zwart ; laag = Basis ; kruis ; kleur = zwart ; enige toegelaten optie = tekst ; Punten in een lijnenreeks ; STRAATKOLK SK = PUNT_IN_POLYLIJN ( LAAG("Wegen" ; laag = Wegen STIJL("Voorbeeld", "Straatkolk" ; straatkolk (bibliotheek symbool(1 KLEUR(ROOD ; kleur = rood GEEN_PROJECTIE ; niet geprojecteerd op de polylijn GROEP("Wegen" ; groep = Wegen ; DORPEL HUIS DH = PUNT_IN_POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen OPTIE(TEKST ; enige toegelaten optie = TEKST STIJL("Voorbeeld", "Dorpel huis" ; dorpel huis (bibliotheek symbool(1 KLEUR(BLAUW ; kleur = blauw PROJECTIE ; geprojecteerd op de polylijn GROEP("Gebouwen" ; groep = Gebouwen TEKST ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 141
143 GROOTTE(10 ; puntgrootte = 10 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd VERTIKALE_ALIGNERING(MIDDEN ; verticale uitlijning = gecentreerd KLEUR(BLAUW ; kleur = blauw BOORD(CIRKEL ; boord = cirkel INHOUD("%T" ; inhoud: %T wordt vervangen door de tekst in het veldgeheugen HORIZONTAAL ; horizontale tekst POSITIE(0, 8 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 8 (paginacoördinaten TEKST ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen STIJL(CURSIEF ; stijl = cursief DIKTE(LICHT ; dikte = licht GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd VERTIKALE_ALIGNERING(MIDDEN ; verticale uitlijning = gecentreerd KLEUR(BLAUW ; kleur = blauw INHOUD("(%H" ; inhoud : %H wordt vervangen door de hoogte van het punt SCHUINE_TEKST ; schuine tekst HOEK(30 ; teksthoek van 30 tov. polylijn POSITIE(0, 2.9 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 2.9 (paginacoördinaten ; DORPEL GARAGE DG = PUNT_IN_POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen OPTIE(TEKST ; enige toegelaten optie = TEKST STIJL("Voorbeeld", "Dorpel huis" ; dorpel huis (bibliotheek symbool(1 KLEUR(ZWART ; kleur = zwart PROJECTIE ; geprojecteerd op de polylijn GROEP("Gebouwen" ; groep = Gebouwen TEKST ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen STIJL(CURSIEF ; stijl = cursief DIKTE(LICHT ; dikte = licht GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd VERTIKALE_ALIGNERING(MIDDEN ; verticale uitlijning = gecentreerd KLEUR(BLAUW ; kleur = blauw INHOUD("(%H" ; inhoud : %H wordt vervangen door de hoogte van het punt SCHUINE_TEKST ; schuine tekst POSITIE(0, 2.9 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 2.9 (paginacoördinaten ; Teksten C = TEKST ( LAAG("Commentaar" ; laag = Commentaar STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD(" %T " ; inhoud: %T wordt vervangen door de tekst in het veldgeheugen ; Polylijnen ; AFSLUITING WEIDE AW = POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL("Voorbeeld", "Afsl. weide" ; afsl. weide (bibliotheek lijnstijl(1 BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; AFSLUITING DRAAD Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 142
144 AD = POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen ; OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL("Voorbeeld", "Afsl. Draad" ; afsl. draad (bibliotheek lijnstijl(1 BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; AFSLUITING HAAG AH = POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL("Voorbeeld", "Haag" ; haag (bibliotheek lijnstijl(1 BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(GROEN ; kleur = groen LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; AFSLUITING BETON AB = POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL("Voorbeeld", "Afsl. beton" ; afsl. beton (bibliotheek lijnstijl(1 BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; AFSLUITING MUUR AM = POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen OPTIE(EXCENTRISCH ; enige toegelaten optie = excentrisch STIJL("Voorbeeld", "Muur" ; muur (bibliotheek lijnstijl(1 BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m TEKST ( LAAG("Tekst" ; laag = Tekst STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd VERTIKALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart HOEK (90 ; teksthoek = 90 tov. polylijn INHOUD("muur" ; vaste tekstinhoud muur wordt geschreven bij het midden van elk lijnstuk van de polylijn SCHUINE_TEKST ; schuine tekst POSITIE(0, 2 ; DELTA X, DELTA Y in mm (pagina coördinaten coördinaten PUNT ( STIJL(0,7 ; puntstijl= open rechthoekig punt LAAG("hoekpunten" ; laag = hoekpunten TEKST ( LAAG("Tekst" ; laag = Tekst STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd VERTIKALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ROOD ; kleur = rood INHOUD("%I" ; het puntnummer wordt bij elk punt van de polylijn geschreven SCHUINE_TEKST ; schuine tekst POSITIE(0, 2 ; DELTA X, DELTA Y in mm (pagina ;GEBOUW GB = POLYLIJN ( LAAG("Gebouwen" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 0 BREEDTE(5 KLEUR(Rood ; laag = Gebouwen ; enige toegelaten optie = excentrisch ; normale lijn ; lijndikte = 0.5 mm ; kleur = blauw Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 143
145 LENGTE(5.00 GROEP("Gebouwen" 2D_PUNT ; AS VAN DE WEG AS = POLYLIJN ( LAAG("Wegen" OPTIE(EXCENTRISCH STIJL(0, 3 BREEDTE(1 KLEUR(ROOD LENGTE(5.00 ; BOORDSTEEN BS = POLYLIJN ( LAAG("Wegen" STIJL(0, 0 BREEDTE(1 KLEUR(Blauw LENGTE(0.00 GROEP("Wegen" ; WEGGOOT WG = POLYLIJN ( LAAG("Wegen" STIJL(0, 0 BREEDTE(1 KLEUR(ROOD LENGTE(0.00 GROEP("Wegen" ;KANTSTROOK KS = POLYLIJN ( LAAG("Wegen" STIJL(0, 0 BREEDTE(1 KLEUR(ROOD LENGTE(5.00 GROEP("Wegen" ;KANTVERHARDING KV = POLYLIJN ( LAAG("Wegen" STIJL(0, 0 BREEDTE(1 KLEUR(ROOD LENGTE(5.00 GROEP("Wegen" ;MEETLIJN ML = POLYLIJN ( LAAG("Basis" STIJL(0, 2 BREEDTE(1 KLEUR(ZWART LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; groep = Gebouwen ; de hoogte van het punt wordt vervangen door de ingestelde hoogte in de hoofding van de CDF ; laag = Wegen ; enige toegelaten optie = excentrisch ; streep-punt lijn ; lijndikte = 0.1 mm ; kleur = rood ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; laag = Wegen ; normale lijn ; lijndikte = 0.1 mm ; kleur = rood ; lengte van de loodlijn = 0.00 m ; groep = wegen ; laag = Wegen ; normale lijn ; lijndikte = 0.1 mm ; kleur = rood ; lengte van de loodlijn = 0.00 m ; groep = Wegen ; laag = Wegen ; normale lijn ; lijndikte = 0.1 mm ; kleur = rood ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; groep = Wegen ; laag = Wegen ; normale lijn ; lijndikte = 0.1 mm ; kleur = rood ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; groep = Wegen ; laag = Basis ; normale lijn ; lijndikte = 0.1 mm ; kleur = zwart ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; GRACHT GR = POLYLIJN ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving STIJL("Voorbeeld", "Gemeensch. gracht" ; gracht 1 (bibliotheek lijnstijl(1 BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(BLAUW ; kleur = blauw LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m KROMMING(7 ; krommingsfactor = 7 ; TALUD BOVEN TB = POLYLIJN ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving STIJL("Voorbeeld", "Gracht 1" ; normale lijn BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 144
146 KLEUR(ZWART LENGTE(5.00 ; kleur = zwart ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; TALUD ONDER TO = POLYLIJN ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving STIJL("Voorbeeld", "Gracht 2" ; normale lijn BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart LENGTE(5.00 ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; PERCEELSGRENS PG = POLYLIJN ( LAAG("Grenzen" STIJL(0, 0 BREEDTE(1 KLEUR(ZWART LENGTE(5.00 ; laag = Grenzen ; normale lijn ; lijndikte = 0.1 mm ; kleur = zwart ; lengte van de loodlijn = 5.00 m ; Rechthoeken ; STAL ST = RECHTHOEK ( LAAG("Gebouwen" ; laag = Gebouwen OPTIE(BREEDTE ; verplichte optie = breedte STIJL(0,0 ; normale lijn BREEDTE(2 ; lijndikte = 0.2 mm KLEUR(BLAUW ; kleur = blauw TYPE(R2 ; aantal diagonalen = 2 ; KAST ELECTRICITEIT KE = RECHTHOEK ( LAAG("NutsVoorz" ; laag = NutsVoorz OPTIE(BREEDTE ; verplichte optie = breedte STIJL(0, 0 ; normale lijn BREEDTE(2 ; lijndikte = 0.2 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TYPE(R1 ; aantal diagonalen = 1 TEKST ( LAAG("NutsVoorz" ; laag = NutsVoorz STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("E" ; inhoud = E POSITIE( 0, 1.5 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 1.5 (paginacoördinaten ; KAST GAS KG = RECHTHOEK ( LAAG("NutsVoorz" ; laag = NutsVoorz OPTIE(BREEDTE ; verplichte optie = breedte STIJL(0, 0 ; normale lijn BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TYPE(R1 ; aantal diagonalen = 1 TEKST ( LAAG("NutsVoorz" ; laag = NutsVoorz STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("G" ; inhoud = G POSITIE( 0, 1.5 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 1.5 (paginacoördinaten ; KAST TELEVISIE KT = RECHTHOEK ( Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 145
147 LAAG("NutsVoorz" ; laag = NutsVoorz OPTIE(BREEDTE ; verplichte optie = breedte STIJL(0, 0 ; normale lijn BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TYPE(R1 ; aantal diagonalen = 1 TEKST ( LAAG("NutsVoorz" ; laag = NutsVoorz STIJL(NORMAAL ; stijl = normaal DIKTE(MEDIUM ; dikte = normaal GROOTTE(6 ; puntgrootte = 6 HORIZONTALE_ALIGNERING(MIDDEN ; uitlijning = gecentreerd KLEUR(ZWART ; kleur = zwart INHOUD("T" ; inhoud = T POSITIE(0, 1.5 ; positie t.o.v. gemeten punt in mm: x = 0, y = 1.5 (paginacoördinaten ; KOP MUUR KM = RECHTHOEK ( LAAG("Omgeving" ; laag = Omgeving OPTIE( BREEDTE ; verplichte optie = breedte STIJL(0, 0 ; normale lijn BREEDTE(1 ; lijndikte = 0.1 mm KLEUR(ZWART ; kleur = zwart TYPE(R0 ; aantal diagonalen = = PUNT ( LAAG("Code 00-99" (1 Stijl (STYLE van bibliotheeksymbolen en -lijnstukken (1, n in het CDF-bestand kan best vervangen worden door de volledige naam van de symbool of de lijnstijl zoals deze in de bibliotheek staat. B.v. (1,2 -> ( Voorbeeld, Dorpel Huis Pythagoras BVBA Pythagoras Import Veldgeheugen Pag. 146
Gebruikershandleiding. Real-Time Tachymetermodule
Gebruikershandleiding Real-Time Tachymetermodule juli 2005 Inhoudstabel INHOUDSTABEL...2 INLEIDING :...3 BEPALEN VAN HET STANDPUNT :...4 LOKALE STATIONERING :...4 DE REFLECTORHOOGTE :...5 DE PROTOCOL FILE
Overzicht operation codes Liscad
Overzicht operation codes Liscad Stefan de Jong-Gakes 16 juli 2011 1 INHOUDSOPGAVE Code 1 Nieuwe standplaats...4 Code 2 Wijzig prismahoogte...5 Code 3 Serie meting, direct na het invoeren van constructiecode
Werkwijze Waterpassing Versie 4.4
Werkwijze Waterpassing Versie 4.4 Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden Inhoud 1. Inleiding 3 2. Codering in het veld 3 3. Nieuw MOVE3 Project maken 3 4. Opties 4 5. Default Standaardafwijkingen
Module Scoda. Handleiding oktober 2012. 1 Module Scoda - Handleiding Inform BVBA
Module Scoda Handleiding oktober 2012 1 Module Scoda - Handleiding Inform BVBA Inhoud 1. Doel van de module Scoda... 3 2. Schematisch Overzicht... 4 3. Het verkrijgen van CODA-bestanden... 5 4. Het downloaden
Handleiding : Opdrachten vanuit Excel
Handleiding : Opdrachten vanuit Excel Opdrachten vanuit Excel v2.1 Created on 1/21/2009 3:55:00 PM 1 1. Introductie Deze handleiding beschrijft de werkwijze voor het gebruik van de toepassing Domiciliëringen
Export/Import van Straten
Technische nota AbiFire v5.4/v6.1 Export/Import van Straten Laatste revisie: 4 juli 2012 Inhoudopgave 1 Inleiding... 1 2 Overzicht van de gegevens in de import/export... 2 3 Export gegevens van de straten...
HANDLEIDING OPNAME INVENTARIS
HANDLEIDING OPNAME INVENTARIS 1 Algemene werking Vanaf de uitgave Professional voorziet Wings Logistiek de mogelijkheid om stockgegevens in te lezen via één of meerdere ASCII-bestanden (Verrichting Inventaris
Aanmaken van een lokale site kalibratie Hoe kan vanuit Trimble Access en Trimble Business Center een lokale site coordinatensysteem aangemaakt
Aanmaken van een lokale site kalibratie Hoe kan vanuit Trimble Access en Trimble Business Center een lokale site coordinatensysteem aangemaakt worden? Inleiding Dit document beschrijft de stapsgewijze
13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1
13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek 13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1 13.1. Inleiding...1 13.2. Icoonomschrijving...2 13.3. Menu Bestand...3 13.3.1. Nieuwe Bibliotheek maken... 3
Handleiding Versie 1.x Nederlands. DNA 03/10 Trajectvereffening
Handleiding Versie 1.x Nederlands DNA 03/10 Trajectvereffening Pagina 2 van 14 Gebruik van de handleiding Hoe werk deze handleiding Stappen Scherm Pagina Velden en opties Index Het wordt aanbevolen uw
In de tabel hieronder vindt u een beschrijving van de verschillende velden die kunnen voorkomen in uw import-bestand.
Algemeen Met behulp van deze handleiding zal u leren hoe u een bestand in het juiste formaat kan aanmaken en importeren naar uw winkelwagen. U zal merken dat dit zeer weinig moeite vergt en u op die manier
Gebruik van constructievlakken.
Gebruik van constructievlakken. 1- Standaard constructievlakken. Bij normaal gebruik heeft KeyCreator 8 verschillende constructievlakken die overeenkomen met de aanzichtvlakken. 1- Boven aanzicht = boven
8. Module Digitaal Terrein Model (DTM) aanmaken... 1
8. Module Digitaal Terrein Model (DTM) aanmaken... 1 8.1. Inleiding...1 8.2. Icoonomschrijving...2 8.2.1. Nieuw... 3 8.2.2. Herstellen... 3 8.2.3. Wijzig... 3 8.2.4. Aanpassen... 4 8.3. Het Begin...5 8.4.
NIEUWIGHEDEN BEHEER VASTE ACTIVA 3.1
NIEUWIGHEDEN BEHEER VASTE ACTIVA 3.1 Versie 3.1 December 2004 DE WIZARD VOOR HET BEHEER VAN DE VASTE ACTIVA INLEIDING De grootte en het type onderneming bepalen grotendeels het type beheer dat toegepast
Handleiding. Import van Loonjournaalposten. Laatste nieuws : De meest recent toegevoegd loonpakket is : Unit4.
Laatste nieuws : De meest recent toegevoegd loonpakket is : Unit4. Als een door u gebruikt loonpakket niet genoemd wordt, gelieve dan contact op te nemen met de HelpDesk. Handleiding Import van Loonjournaalposten
Grafische elementen invoegen
Grafische elementen invoegen Rev 00 I N H O U D S O P G A V E 1 INLEIDING... 1 2 LIJNEN EN RECHTHOEKEN TEKENEN... 1 2.1 Lijnen tekenen... 1 2.2 Polylijnen tekenen... 3 2.3 Rechthoeken tekenen... 3 3 CIRKELS,
Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar
! Bijlage inlezen nieuwe tarieven (vanaf 3.2) Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar Scipio 3.303 biedt ondersteuning om gebruikers alle tarieven van de verschillende verzekeraars in één keer
Gebruikershandleiding. Quick Smart Dimona NEW
Gebruikershandleiding Quick Smart Dimona NEW 1 Inhoudstafel Enkele basisprincipes 3 De parameters van de toepassing configureren 4 De werkgevers beheren 5 De werknemers beheren 6 Werknemers importeren
INTERNETBOEKHOUDEN HANDLEIDING BANKING MODULE
INTERNETBOEKHOUDEN HANDLEIDING BANKING MODULE INHOUD INHOUD... 2 INLEIDING... 3 ALVORENS TE STARTEN... 4 UITGAAND BETALINGSVERKEER... 6 Samenstellen werklijst betalingen vanuit de openstaande verrichtingen...
Net2 kaarten bedrukken
kaarten bedrukken kaarten bedrukken - Welke methode? Er bevinden zich twee pakketen om kaarten te bedrukken in de software. Een basis vast formaat dat al aanwezig is in de software sinds 2003 (V3.16) en
AFO 139 Automatische export
AFO 139 Automatische export 139.1 Inleiding Vubis Smart beschikt over de mogelijkheid om volledig automatisch beschrijvingen te exporteren naar bestanden op de server. Andere bibliotheken (ongeacht of
CRM - Salesplanner - NL
Handleiding PratoFlex CRM - Salesplanner - NL Efficiency through innovation Inhoudsopgave Voorwoord Salesplanner In de klantenfiche Bezoekplanning Filters Legende Automatisch gegeneerde bezoekplanningen
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis 142.1 Inleiding Titel Aanwinsten Geschiedenis wordt gebruikt om toevoegingen en verwijderingen van bepaalde locaties door te geven aan een centrale catalogus instantie.
Gebruikershandleiding People Inc. en Microloon
Gebruikershandleiding People Inc. en Microloon I Gebruikershandleiding People Inc. en Microloon Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 People Inc.& Microloon 2... 2 1.1 Inleiding... 2 1.2 Exporteren vanuit People Inc....
BIJLAGE BIJ DE HANDLEIDING NAVISION INCADEA DOSSIERBEHEER SALES REVIEW & TOOLS
Copyright BMW GROUP Belux / Revisie 0 BIJLAGE BIJ DE HANDLEIDING NAVISION INCADEA DOSSIERBEHEER SALES REVIEW & TOOLS Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel
Siemens Industry Mall. Handleiding. Winkelwagenbeheer
Siemens Industry Mall Handleiding Winkelwagenbeheer Page: 1 of 22 Inhoudstafel 1 VOORWOORD...3 2 CREATIE VAN WINKELWAGENS...4 2.1 Opladen van een bestaande winkelwagen uit de Mall... 4 2.2 Selectie van
I N H O U D S O P G A V E
Rev 02 I N H O U D S O P G A V E 1 INLEIDING... 1 2 INSTELLINGEN DEFINIËREN... 1 2.1 Instellingen voor de export definiëren... 1 2.2 Instellingen voor de import definieren... 2 2.3 Layers toekennen...
TOTAALSTATION BEGIN VAN EEN METING OPSTELLEN VAN EEN TOESTEL. a b c METEN IN EEN GEKEND ASSENSTELSEL VRIJE OPSTELLING
TOTAALSTATION BEGIN VAN EEN METING OPSTELLEN VAN EEN TOESTEL a b c VRIJE OPSTELLING Dit is wanneer opgesteld wordt op een totaal onbekend en willekeurig punt. (punt a en c) Indien dit punt achteraf niet
gravita PSUR-C conversie en import van relaties in PSU Relatiebeheer Algemeen
gravita PSUR-C conversie en import van relaties in PSU Relatiebeheer Algemeen Het converteren van adres- en andere relatiegegevens in PSU Relatiebeheer, en wat dat betreft elke koppeling tussen verschillende
De meeste Garmin routes en/of tracks die op het internet worden aangeboden, kan je downloaden in een bestand met het GPX formaat of het GDB formaat.
Downloaden van Garmin bestanden van het internet : hoe ga ik te werk? De meeste Garmin routes en/of tracks die op het internet worden aangeboden, kan je downloaden in een bestand met het GPX formaat of
HOE EEN INTRASTAT AANGIFTE AANMAKEN?
HOE EEN INTRASTAT AANGIFTE AANMAKEN? INLEIDING De Intrastat aangifte is de verplichte aangifte van bewegingen van goederen (verkopen en aankopen) die afkomstig zijn uit of bestemd zijn voor andere lidstaten
Auteur: Niels Bons. Handleiding Koepeldatabase Zakelijk toerisme: aanmelden organisatie. 2014, Provincie Fryslân. Uitgegeven in eigen beheer
Auteur: Niels Bons Handleiding Koepeldatabase Zakelijk toerisme: aanmelden organisatie 2014, Provincie Fryslân Uitgegeven in eigen beheer ([email protected]) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze
Gebruikershandleiding. Beheer Enveloppen
Gebruikershandleiding Beheer Enveloppen Inleiding Via Beheer Enveloppen kunt u heel eenvoudig een groot aantal betalingsbestanden voorbereiden, waarvan niet noodzakelijk alle gegevens al gekend en ingevuld
NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop
Handleiding NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING 1. Introductie 2. Configureren en bestellen 3. Sjabloon (categorieën en descriptors) 3.1 Lijst sjablonen 3.2 Sjablonen bewerken 3.2.1. Eigenschappen knop 4. Analyseren
Symbol for Windows BlissEditor
Handicom Symbol for Windows BlissEditor ( Versie 4 ) Handicom, 2006, Nederland Inhoud 1. Inleiding... 2 2. Schermopbouw van de Bliss Editor...3 2.1 Werkbalk... 3 2.2 Matrix... 4 2.3 Palet met basisvormen,
Upgrade Accowin van versie 1 naar versie 2
Upgrade Accowin van versie 1 naar versie 2 Versie 2.0.2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. AccowinUpgrade uitvoeren... 2 2.1 Taalkeuze... 2 2.2 Belangrijke opmerking... 2 2.3 Selecteren map waarin de huidige
{button Installeer Zelfstudie Bestanden, execfile(seedatauk.exe,tutorial.ctb;tutorial nn.see)}
Kringnet Vereffening Deze zelfstudie maakt gebruik van de module Vereffening. Opmerking: Deze zelfstudie kan niet worden uitgevoerd met LISCAD Lite. Doelstelling Het doel van deze zelfstudie is om te laten
Handleiding exporteren en importeren van boekhouding. Van MijnWebwinkel naar Snelstart
EBT-SOLUTIONS Handleiding exporteren en importeren van boekhouding. Van MijnWebwinkel naar Snelstart. 22-4-2010 Deze handleiding is bedoeld om uw boekhouding vanuit MijnWebwinkel te exporteren waarna te
Gebruikers- handleiding. Module betalingen Uitgestelde of meerdere handtekeningen
Gebruikers- handleiding Module betalingen Uitgestelde of meerdere handtekeningen Module Betalingen Uitgestelde of meerdere handtekeningen Selectie Uitgestelde of meerdere handtekeningen Voor u een overschrijving
BEKNOPTE HANDLEIDING A N A L Y T I S C H
BEKNOPTE HANDLEIDING A N A L Y T I S C H 1 Algemene werking Wings ondersteunt twee verschillende soorten analytische opvolging. De eerste analytische uitsplitsing is de traditionele op kostenplaats of
HANDLEIDING voor het MAKEN EN UPLOADEN van een excelbestand vanuit het bronsysteem ASTRAIA
HANDLEIDING voor het MAKEN EN UPLOADEN van een excelbestand vanuit het bronsysteem ASTRAIA naar PERIDOS Inleiding U bent verantwoordelijk voor het al dan niet aanleveren van gegevens aan Peridos. Daarbij
AFO 113 Authoritybeheer
AFO 113 Authoritybeheer 113.1 Inleiding Authority records die gebruikt worden in de catalogusmodule kunnen via deze AFO beheerd worden. U kunt hier records opzoeken, wijzigen, verwijderen of toevoegen.
# seetut_20 $ De Sjabloon Editor Toepassen + seetut:0370 K Sjablonen;Algemeen;Naam Wijzigen Sjabloon;Ontwerp;Sjabloon Editor;Sjabloon Openen
# $ + K De Sjabloon Editor Toepassen Deze zelfstudie maakt gebruik van de modules Profielen & Ontwerpen. Opmerking: Deze zelfstudie kan niet worden uitgevoerd met LISCAD Lite. Doelstelling Het doel van
Handleiding Zermelo. roosterwijzigingen gaat importeren. Allereerst wordt u gevraagd of u de wijzigingen wilt importeren. U kiest hier voor Ja.
Provisie Op deze pagina wordt uitgelegd hoe u Provisie kunt gebruiken binnen uw school. Provisie is de lichtkrant-applicatie van Zermelo Roostermakers. Het is een 'lightweight' applicatie, die bedoeld
Handleiding. Loket.nl / Import variabele gegevens
Handleiding Loket.nl / Import variabele gegevens Inhoudsopgave 1. Aanzetten product Import variabele gegevens (50)... 3 2. Bestandsstructuur... 3 2.1. Voorwaarden:... 3 2.2. Voorbeeld bestand:... 3 3.
DE ELEKTRONISCHE IDENTITEITSKAART (EID)
DE ELEKTRONISCHE IDENTITEITSKAART (EID) MS OFFICE 2007 (WINDOWS - WORD EN EXCEL) VERSIE 1.1.1 NL Disclaimer Fedict is niet verantwoordelijk voor om het even welke schade die een derde zou ondervinden ingevolge
Cursus KeyCreator. Oefening 13: Audiocassette
Cursus KeyCreator Oefening 13: Audiocassette Tekenen van een audiocassette Men dient hiervoor verschillende functies te gebruiken: - Tekenen van rechthoeken, lijnen en cirkels. - Trimmen, dubbeltrimmen
AFO 133 - Invoer /output profielen
AFO 133 - Invoer /output profielen Het startpunt voor alle conversies is AFO 133. In deze AFO dient u aan te geven wat de structuur is van het bestand dat u wenst in te lezen of uit te schrijven. Hiervoor
ROSA software voor de kinderopvang
Over op de IBAN ROSA software voor de kinderopvang Kenmerk: ROSA_IBAN.doc 2004-2013 MULDATA http://www.muldata.nl [email protected] Systeem : ROSA over op de IBAN pagina: 2 Hoofdstuk : Inleiding Inhoudsopgave
HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014
HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Systeemvereisten... 3 3. Installeren van de software... 4 4. Programma instellingen... 5 5. Importeren van een
SNEL AAN DE SLAG MET TecLocal
SNEL AAN DE SLAG MET TecLocal Versie 3.0 van TecLocal Besteller gebruiken INHOUD I. Aanmelding II. III. Functies Artikelselectie a. Handmatige artikelselectie b. Artikelselectie uit elektronische onderdeelcatalogus
Release Notes. Afdrukdatum: 2012/02/15
Release Notes Afdrukdatum: 2012/02/15 Dit document beschrijft vanuit technisch oogpunt de aanpassingen in Hi-Ant aan de betreffende versie. Deze tekst is geenszins bedoeld als document naar de eindgebruiker,
Financiële analyse op maat
Installatie Financiële analyse op maat Via de link http://www.id-soft.be/img/zip/hannahlisa.zip kunt u de gezipte map HannaHLisa downloaden. 1. U pakt het bestand uit op een door u gewenste locatie 2.
Satellietversie Versie 2.5 Januari 2003
Satellietversie Versie 2.5 Januari 2003 Inhoudsopgave Algemeen... 3 Omschrijving... 3 Licentie... 3 Transfer methode... 4 Beveiliging... 5 Dagboeken bestemd voor de ingaven op afstand... 5 Tabellen Derden
stappenplannen iregistratie
g e b r u i k e r s sept 2014 Beste beheerder, Beste gebruiker, In dit document vindt u enkele handige stappenplannen en links naar instructiefilmpjes rond iregistratie. Stappenplannen Registraties corrigeren
HANDLEIDING Q1600 Fashion
HANDLEIDING Q1600 Fashion Pag.: 1 Inhoudsopgave Inleiding...3 Beheer...4 Kleurlijsten beheren...4 Kleurlijst groep aanmaken...6 Kleurlijst groep verwijderen...6 Kleuren (kleurnummers) aanmaken/wijzigen...7
HANDLEIDING voor het MAKEN EN UPLOADEN van een Excel bestand vanuit het bronsysteem ONATAL naar PERIDOS
Handleiding HANDLEIDING voor het MAKEN EN UPLOADEN van een Excel bestand vanuit het bronsysteem ONATAL naar PERIDOS Inleiding U bent verantwoordelijk voor het al dan niet aanleveren van gegevens aan Peridos.
AFO 241 - Leveranciers
AFO 241 - Leveranciers 241.1 Inleiding[//] Het systeem hanteert een authority bestand voor leveranciers waarin alle leveranciers opgenomen worden. Bij het invoeren van een bestelling wordt een leverancier
Wijzigen BTW-codes in stambestanden
V 3.1-Pag 1 Wijzigen BTW-codes in stambestanden 1. BTW-codes Crediteuren en Debiteuren aanpassen Exporteer het stambestand Crediteuren of Debiteuren Menu : Inkoop > Crediteuren/ Leveranciers of Menu: Verkoop
SketchUp L. 5.2 Scenes en Animaties
5.2 Scenes en Animaties Uw SketchUp-bestand kan één of meer scènes bevatten. Een scène bestaat uit uw model en een reeks scènespecifieke instellingen, zoals specifieke gezichtspunten, schaduwen, weergave-instellingen
Wat is nieuw in deze handleiding: Dit is een nieuwe handleiding welke nieuwe functies beschrijft.
Doel Module Fronter 92 Dit document is gemaakt door Fronter Ltd fronter.com. Het document mag alleen gekopieerd of digitaal verspreid worden volgens contract of in overeenstemming met Wat is nieuw in deze
U kunt een waardebon toepassen op alle klanten, op een klantengroep of op een enkele klant; u kunt de vervaldatum bepalen.
Winkelwagenregels Winkelwagenregels De pagina "Winkelwagenregels" geeft u toegang tot een geavanceerde tool dat het waardebonnensysteem van PrestaShop 1.4 opvolgt. Doorgewinterde PrestaShop-gebruikers
H A N D L E I D I N G E L V 1 5
H A N D L E I D I N G E L L @ V 1 5 INHOUD Revision Data... 2 Introductie... 3 Ell@ Layout... 4 Aanzetten Ell@... 5 Unlocken van Ell@... 5 Hoofdmenu... 5 Raadplegen planning... 6 Invoeren prestatie...
{button Installeer Zelfstudie Bestanden, execfile(seedatauk.exe,tutorial 12.ctb;Tutorial 12.see;Design.SEE)}
# $ + K Berekenen van Volume tussen Twee Vlakken Deze zelfstudie maakt gebruik van de modules Volumes, Digitaal Terrein Model en Tekenconstructies. Opmerking: Deze zelfstudie kan niet worden voltooid met
Q1005 Artikelbeheer Pro: artikelen importeren
Q1005 Artikelbeheer Pro: artikelen importeren Inhoud Het CSV bestand... Een nieuw Excel werkblad aanmaken en een bestaand werkblad wijzigen... 2 Kolommen opmaken... 4 Opslaan als CSV bestand... 6 Het CSV
Handleiding FVP-webapplicatie Bijlage 3 FVP levering bij een Andere skeletkartering of een Ander karteringsproject Uitgewerkt voorbeeld of bij een Ander Karteringsproject Pagina 1 van 13 Inhoudstafel Andere
Validatierapport Pythagoras GRB-skelet controlemacro versie 3.08
Rapport Validatierapport Pythagoras GRBskelet controlemacro versie 3.08 Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen Gebroeders Van Eyckstraat 16 T +32 9 261 52 00 [email protected] BE9000 Gent F +32
Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3
Badge it voor Windows 95/98/NT/2000/XP Inhoudsopgave 1. Installatie... 3 2. Start... 4 2.1. Nieuwe database maken... 5 2.2. De geselecteerde database openen... 5 2.3. De naam van de geselecteerde database
DKO Beheerders. 5 maart WISA helpdesk
DKO Beheerders 5 maart 2012 WISA helpdesk Inhoudsopgave 1 DKO Beheerders 2 1.1 Taken na update WISA-programma...................... 2 1.1.1 Aanmelden als administrator...................... 2 1.1.2 Nieuwe
Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren
De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet
Hoe email- adressen in uw website opladen en bewaren?
Hoe email- adressen in uw website opladen en bewaren? Stap 1: Klik in de footer van je website op Inloggen onder de titel Admin- Area Stap 2: Typ volgende gegevens in om in te loggen: Gebruikersnaam: agentennummer
Handleiding enquetemaken.be
Hoofdstuk : Starten met je eigen enquête - Registreren - Enquete Maken - Instellingen Hoofdstuk 2 : Opstellen van de vragenlijst - Vragen maken - Vraagtypes - Vragenlijst beheren - Vertakkingen invoeren
Samenvoeging document syntax
Samenvoeging document syntax Kleos beschikt over een interne model- en tekstblokbewerker om de aanmaak en de bewerking van modellen en tekstblokken mogelijk te maken. U kunt hiervoor echter ook een externe
E- mailadressen uit doelgroepen in NC halen (Actie- lijsten).
E- mailadressen uit doelgroepen in NC halen (Actie- lijsten). Dit is een stapje verder... Hiermee gaat u niet zomaar naar bv. Alle particulieren een mailing doen. ð Je gaat hier enkel personen of bedrijven
Photomodeler Scanner: Workflow
KAHO St-Lieven GENT Thomas More MECHELEN 3D PHOTOGRAMMETRY FOR SURVEYING ENGINEERING IWT TETRA project Photomodeler Scanner: Workflow Inhoud 01. Importeren foto s en automatische oriëntatie 02. geometrie
Aan de hand van een foldersysteem kunnen 6 items geselecteerd worden:
HANDLEIDING BP-CAD V1.0 1. INLEIDING BP-CAD is een tool binnen AutoCAD welke u toelaat topografische meetgegevens te verwerken. Zo kan een met spiegelkruis opgemeten detailplan (2D) verwerkt worden tot
Studiebewijzen en Discimus Secundair Onderwijs
Studiebewijzen en Discimus Secundair Onderwijs 31 juli 2017 WISA helpdesk Inhoudsopgave 1 Studiebewijzen 2 1.1 Studiebewijzen................................... 3 1.1.1 Definitie van de studiebewijzen......................
Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.
Handleiding Scan+ Introductie Met Scan+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement
Handleiding Pythagoras Bonus Tools
Handleiding Pythagoras Bonus Tools Uitbreidingen d.m.v. Pythagoras VBA Visual Basic for Applications Versie 2.08 March 2009 Pythagoras Bonus Tools 1 / 42 Inhoudstabel Inhoudstabel... 2 Inleiding... 5 Het
www.cadac.com Gebruikershandleiding CBZ Add-in AutoCAD
www.cadac.com Gebruikershandleiding CBZ Add-in AutoCAD Versie: 2.0.0 Datum: 11-10-2007 www.cadac.com Inhoudsopgave 1 Methodiek... 3 2 Tekening openen... 3 3 Ruimteboek openen... 4 3.1 Nieuw ruimteboek
VERKIEZINGEN VOOR DE KAMER EN DE SENAAT OP 10 JUNI 2007
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN Algemene Directie Instellingen en Bevolking Directie Bevolking en Verkiezingen VERKIEZINGEN VOOR DE KAMER EN DE SENAAT OP 10 JUNI 2007 Technische richtlijnen
Dossier Instellingen. Inhoudsopgave. Inleiding
Dossier Instellingen Inhoudsopgave Inleiding Dossier instellingen Dossier Meetinstrumenten Meetinstrumenten importeren Nieuwe meetinstrumenten importeren met bestaande meetinstrumenten Richtlijnen Richtlijnen
TOPOLOGISCHE BEWERKINGEN
TOPOLOGISCHE BEWERKINGEN http://docs.qgis.org/2.14/nl/docs/user_manual/plugins/plugins_topology_checker.html Wat is topologie? Topologie beschrijft de relaties tussen punten, lijnen en polygonen die de
Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.
Handleiding Office+ Introductie Met de module Office+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement
Handleiding uitwisseling Tekla Structures RFEM versie: Dlubal RFEM 5.02 - Tekla Structures 19.1
Handleiding uitwisseling Tekla Structures RFEM versie: Dlubal RFEM 5.02 - Tekla Structures 19.1 1 Inhoudsopgave: 1 Rekenmodel maken... 3 2 Import in RFEM... 10 3 Export naar Tekla Structures... 15 2 Rekenmodel
stappenplan irekeningen: Afpunten van rekeningen
g e b r u i k e r s jan. 2015 Het afpunten van een rekening kan enkel indien de rekening doorgeboekt werd. Kies in het menu Rekeningen het menu-item Afpunten. 1 Manueel afpunten van uittreksels Om een
Zorg ervoor dat u dit leest voordat u de afbeeldingsconvertor gebruikt.
Image Converter Gebruikershandleiding Versie: 1.1.0.0 Zorg ervoor dat u dit leest voordat u de afbeeldingsconvertor gebruikt. Inhoud: Overzicht van de afbeeldingsconvertor P2 Een afbeelding converteren
RIE Vragenlijst Editor
Handleiding RIE Vragenlijst Editor Versie 1.0 Datum: 29 oktober 2015 IT&Care B.V. Inhoudsopgave 1. INLEIDING EN VERANTWOORDING... 3 2. OVERZICHT RIE VRAGENLIJSTEN... 4 3. AANMAKEN VAN EEN NIEUWE VRAGENLIJST...
Handleiding Versie 3.0
Handleiding Versie 3.0 Handleiding In deze handleiding wordt de functionaliteit van het NIB programma per scherm beschreven. Eerste toegang tot het programma Als het programma wordt opgestart moet u eerst
2.07. MASSAWIJZIGING : ALGEMEEN
2.07. MASSAWIJZIGING : ALGEMEEN Wat Moet u voor meerdere werknemers tegelijkertijd een vast gegeven wijzigen, dan kan u dit via een massawijziging doen. Overzicht bestaande massawijzigingen De rubriek
