Melanoom. Inleiding. Prof. dr. W. Bergman
|
|
|
- Herman de Coninck
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Melanoom Melanoom Prof. dr. W. Bergman De richtlijn dateert uit Momenteel wordt een aantal delen van de richtlijn herzien: indicatie sentinel-nodeprocedure, BRAFmutatieanalyse en aanvullende diagnostiek (PET-CT-scan). Inleiding Het melanoom van de huid is een vorm van kanker met een sterke neiging tot metastaseren, meestal lymfogeen doch zeker ook soms direct hematogeen. In de afgelopen decennia is het voorkomen van deze aandoening fors gestegen. In 2011 werd bij circa 5400 mensen in Nederland deze diagnose gesteld, terwijl circa 800 mensen aan melanoom overleden. Sterfte treedt op als gevolg van gemetastaseerde ziekte, mede omdat de behandelingsmogelijkheden in dit stadium, ondanks een grote doorbraak op dit gebied (targeted therapies), nog steeds beperkt zijn. Vroege herkenning en behandeling van het melanoom zijn dus van groot belang voor de prognose van de betrokken patiënten. Dit kan worden bewerkstelligd door een open oog te houden voor patiënten met (meerdere) risicofactoren zoals een positieve familieanamnese op melanoom of aanwezigheid van veel banale naevi of atypische naevi. In de richtlijn wordt geadviseerd om patiënten op de hoogte te brengen van hun risicofactoren en ze te instrueren voor zelfonderzoek.
2 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 Het zorgtraject van een patiënt met een voor melanoom verdachte huidafwijking behoort in eerste instantie bij de dermatoloog te liggen. Het beleid bij een onbekende primaire tumor, lokaal recidief, regionale en systemische ziekte valt zelden onder de verantwoordelijkheid van de dermatoloog en multidisciplinair overleg is noodzakelijk. In Nederland wordt de therapeutische re-excisie meestal verricht door de oncologisch chirurg, de follow-up (indien nodig) door de dermatoloog of gezamenlijk met de chirurg. De richtlijn geeft hierover geen adviezen. Diagnostiek Gradatie (zie tabel 1 en 2) De stadiumindeling van de American Joint Committee on Cancer (AJCC) 2006 van het melanoom wordt gehanteerd vanwege de verbeterde onderverdeling van prognostische subgroepen en de internationale vergelijkbaarheid. Ten opzichte van de vorige AJCC stadiumindeling is met name in stadium I de mitose-index ingevoerd. Bij aantreffen van één of meer mitosen in de dermale partij van een melanoom wordt het stadium opgeschaald naar stadium IB, ook bij breslowdikte onder de 1 mm. Een tweede wijziging betreft de stadiëring van een positieve schildwachtklier (= micrometastase): deze wordt nu ondergebracht in stadium IIIA.
3 Melanoom Tabel 1. TNM-classificatie voor melanoom [Balch 2009]. Classificatie Tumordikte (mm) Ulceratie/mitosen T Tis n.v.t. n.v.t. T1 1,0 a Zonder ulceratie en mitosen < 1/mm 2 b: Met ulceratie of mitosen 1/mm 2 T2 > 1,0-2,0 a: Zonder ulceratie b: Met ulceratie T3 2,0-4,0 a: Zonder ulceratie b: Met ulceratie T4 4,0 a: Zonder ulceratie b: Met ulceratie N Aantal kliermetastasen Mate van aantasting van de lymfeklier N0 0 NVT N1 1 a: Micrometastase 1 b: Macrometastase 2 N2 2-3 a: Micrometastase 1 b: Macrometastase 2 c: In-transitmetastasen of satellieten zonder aangedane lymfeklieren N3 4 of meer aangedane klieren, of conglomeraat van kliermetastasen of in-transitmetastasen en/of satellieten met aangedane klieren M Locatie van de metastasen Serum LDH M0 Geen metastasen op afstand NVT M1a Huid-, subcutane of kliermeta stasen Normaal op afstand M1b Long metastasen Normaal M1c Alle andere viscerale metastasen of elke Normaal verhoogd vorm van metastasering op afstand Afkortingen: NVT, niet van toepassing; LDH, lactaatdehydrogenase. 1 Micrometastasen gediagnostiseerd na schildwachtklierprocedure of electieve klierdissectie. 2 Macrometastasen gedefinieerd als klinisch detecteerbare lymfekliermetastasen (histologisch bevestigd)
4 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 Tabel 2. Stadiëring voor melanoom [Balch 2009]. Klinische stadiëring 1 Pathologische stadiëring 2 AJCC T N M AJCC T N M 0 Tis N0 M0 0 Tis N0 M0 IA T1a N0 M0 IA T1a N0 M0 IB T1b N0 M0 IB T1b N0 M0 T2a N0 M0 T2a N0 M0 IIA T2b N0 M0 IIA T2b N0 M0 T3a N0 M0 T3a N0 M0 IIB T3b N0 M0 IIB T3b N0 M0 T4a N0 M0 T4a N0 M0 IIC T4b N0 M0 IIC T4b N0 M0 III Alle T N > N0 M0 IIIA T1-4a N1a M0 T1-4a N2a M0 IIIB T1-4b N1a M0 T1-4b N2a M0 T1-4a N1b M0 T1-4a N2b M0 T1-4a N2c M0 IIIC T1-4b N1b M0 T1-4b N2b M0 T1-4b N2c M0 Alle T N3 M0 IV Alle T Alle N M1 IV Alle T Alle N M1 1 Klinische stadiëring: histologie van het primaire melanoom en klinisch onderzoek naar metastasen. 2 Pathologische stadiëring: histologie van het primaire melanoom en histologische informatie over de regionale lymfeklieren na schildwachtklierprocedure en eventuele completerende lymfadenectomie.
5 Melanoom Anamnese Aard en duur van de klachten en symptomen. Er wordt gericht gevraagd naar: kleurverandering; groei (zowel in diameter als in dikte); jeuk (soms steken); ulceratie; gemakkelijk bloeden. Ontstaan uit pre-existente laesie (moedervlek) of de novo. Aard van de eventuele voorafgaande behandelingen. Familieanamnese ten aanzien van melanoom (melanoom in de naaste familie betekent verhoogd risico voor de patiënt, zie onder screening op melanoom). Huidtype (een patiënt die moeilijk bruin wordt, snel verbrandt, neiging heeft tot sproetvorming door zonlichtexpositie en die voor de leeftijd van twintig jaar ernstige zonverbranding(en) heeft gehad, heeft een verhoogd risico). Inspectie Het aspect van de laesie. Er wordt vooral gelet op: asymmetrie; grilligheid van vorm en oppervlak; begrenzing; vaag bij atypische naevi, (deels) scherp bij melanomen; kleurvariatie (vergelijken met andere moedervlekken). Indien er naast bruintinten andere kleuren voorkomen, is dat verdacht. Dat geldt in het bijzonder voor wit en blauw/ grijstinten. Cave rozerood aspect bij amelanotische melanomen. Diameter (98% van zelfs de dunste categorie melanomen is groter dan 5 mm). Erythemateuze hof of ondertoon. Niet doorlopen van de huidlijnen over de laesie. Ulceratie of korstvorming.
6 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 Satellieten (palpatie!). Locatie van de laesie (voorkeurslocatie mannen: rug; vrouwen: rug en benen). Inspectie van de gehele huid is aangewezen, waarbij wordt gelet op de aanwezigheid van dysplastische naevi. Bij personen met ten minste vijf dysplastische naevi heeft men te maken met een verhoogd risico op melanoom. Ook de aanwezigheid van veel (meer dan 100) banale naevi (normaal aspect; doorsnede > 2 mm) is een risicofactor. Dermatoscopie Dermatoscopie verdient een vaste plaats in de klinische diagnostiek van gepigmenteerde huidafwijkingen, omdat het de klinische accuratesse aanzienlijk bevordert. Dit geldt alleen voor artsen die hierin aantoonbaar zijn geschoold en ervaring hebben. Dermatoscopie door niet-ervaren clinici leidt tot een vermindering van de klinische accuratesse. Verder onderzoek Bij verdenking op een melanoom is het aangewezen ook het (de) regionale klierstation(s) te palperen en te letten op in-transitmetastasen. Uitgebreid lichamelijk onderzoek en oriënterend laboratorium- en röntgenologisch onderzoek zijn in het algemeen niet geïndiceerd. Screeningsonderzoek naar metastasen op afstand wordt niet aanbevolen. Diagnostische excisie Bij de diagnostische benadering van een huidlaesie, waarbij men denkt aan een melanoom, dient een excisiebiopsie met een marge van 2 mm te worden verricht, waarvan de diepte tot in de subcutis reikt. Lokale infiltratieanesthesie ruim rondom de afwijking, bijvoorbeeld field block -anesthesie. De ellipsvormige excisiebiopsie
7 Melanoom wordt verricht in de richting van het regionale klierstation. Het direct verrichten van een therapeutische excisie wordt om twee redenen afgeraden. In de eerste plaats wordt de klinische diagnose melanoom in ongeveer een derde van de gevallen niet bevestigd door microscopisch onderzoek. Veel afwijkingen die geen melanoom zijn, zouden dus onnodig ruim worden verwijderd. In de tweede plaats wordt de marge van de therapeutische excisie bepaald door de breslowdikte, en deze is klinisch niet betrouwbaar in te schatten. Ter wille van de cosmetiek of functie kan men bij grote afwijkingen (bijvoorbeeld congenitale naevi of lentigo maligna) besluiten een incisiebiopsie te verrichten. De pathologieaanvraagbrief bevat ten minste: personalia; lokalisatie; indicatie voor verwijdering; de oorzaak van twijfel aan het benigne karakter; de gemeten excisiemarge. Het verslag van de patholoog bevat ten minste: lokalisatie; aard van de ingreep; excisiemarge; diagnose melanoom; breslowdikte; mitose-index; eventuele aanwezigheid van ulceratie, regressie of microsatellitose; volledige verwijdering van de tumor. Behandeling De definitieve behandeling van het melanoom van de huid wijkt af van die van de andere huidmaligniteiten, omdat bij melanoom
8 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 satellieten kunnen voorkomen die klinisch niet altijd waarneembaar zijn. De therapeutische re-excisie (= definitieve excisie) heeft als doel eventuele migrerende melanoomcellen te verwijderen. De kans op satellieten is groter naarmate de breslowdikte toeneemt. Bij de therapeutische re-excisie worden de volgende marges normale huid rondom de biopsiewond geadviseerd: in-situmelanoom: 0,5 cm; breslowdikte tot en met 2 mm: 1 cm; breslowdikte > 2 mm: 2 cm. De therapeutische re-excisie kan, evenals de diagnostische excisie, veelal plaatsvinden met gebruikmaking van lokale infiltratieanesthesie: bijvoorbeeld een field-block. Geadviseerd wordt de re-excisie tot aan de onderliggende fascie te verrichten. Vanuit cosmetisch en functioneel oogpunt verdient primair sluiten van het defect de voorkeur. Zo nodig wordt de huid over enige afstand ondermijnd om dit te bewerkstelligen. Indien primaire sluiting niet mogelijk is, kan gebruikgemaakt worden van een vrij huidtransplantaat of van een lokale weefselverplaatsing om het defect te bedekken. Curatieve radiotherapie Curatieve bestraling komt in aanmerking bij patiënten met een primair melanoom of een lentigo maligna (m. Dubreuilh) bij wie curatieve resectie niet mogelijk is of niet wenselijk wordt geacht of wanneer de patiënt een chirurgische ingreep weigert. Indicatie voor de sentinel-nodeprocedure Het concept van sequentiële progressie van metastasen in het lymfekliersysteem is, net als bij een aantal andere tumoren, ook voor het melanoom aangetoond. De tumorstatus van dit systeem kan men in beeld brengen door met een kleine chirurgische ingreep de lymfeklier te verwijderen waarop de tumor rechtstreeks draineert (sentinel node, schildwachtklier). De techniek
9 Melanoom van de sentinel-node biopsie bij melanoompatiënten heeft een snelle ontwikkeling doorgemaakt en het is nu duidelijk hoe de procedure moet worden verricht. Nederlandse onderzoeken wezen uit dat de overleving na vijf jaar ongeveer 90% bedraagt indien de sentinel node tumorvrij is en ongeveer 65% indien er sprake is van metastasering. Het is nog steeds niet duidelijk of aanvullende therapie de kans op overleving vergroot bij patiënten met een tumorpositieve sentinel node. Het belang van de sentinel node voor stadiëring is wel duidelijk aanwezig. In het huidige stadiëringssysteem (AJCC) is hiermee rekening gehouden. De sentinel-node biopsie is gereserveerd voor patiënten met een melanoom met een tumorstadium IB of hoger die zo goed mogelijk geïnformeerd willen zijn over hun prognose. Omdat de sentinel-nodeprocedure vooralsnog geen duidelijke therapeutische consequenties heeft, behoort het niet tot de standaarddiagnostiek. De kleine kans op complicaties en het vrij hoge percentage foutnegatieve bevindingen dienen bij de indicatiestelling te worden betrokken. Bij zeer kleine micrometastasen in de SN wordt een aanvullend lymfekliertoilet ontraden. Er is inmiddels (2014) een vervolg op de eerste SNP-studie verschenen waarin wederom geen overlevingsvoordeel werd gevonden voor de gehele groep, echter een subanalyse geeft een klein overlevingsvoordeel voor de groep die een SNP onderging. Binnenkort (begin 2015) wordt een modulaire aanvulling op de richtlijn verwacht met een standpunt over de wenselijkheid van de SNP (zie Oncoline voor up-dates). Aanvullend onderzoek bij gelokaliseerd melanoom Aanvullend initieel stadiëringsonderzoek is niet standaard geïndiceerd. Uiteraard dient op indicatie aanvullend onderzoek plaats te vinden, bijvoorbeeld lymfeklierechografie bij onzekere bevindingen bij palpatie van de lymfekliergebieden. Binnenkort (begin 2015) wordt een modulaire aanvulling op de richtlijn verwacht
10 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 waarbij waarschijnlijk een voorkeur wordt uitgesproken voor beeldvorming middels PET/CT bij verdenking op systemische betrokkenheid (zie Oncoline voor updates). Indicaties voor adjuvante behandeling Systemische adjuvante behandeling van melanoompatiënten wordt, buiten studieverband, niet aanbevolen. Systemische behandeling van gemetastaseerd melanoom Sinds 3 jaar zijn er hoopgevende ontwikkelingen gaande wat betreft het succes van behandeling van stadium IV-melanoom. Dat was tot voor kort slechts succesvol in 10-15% (dacarbazine). Er zijn nieuwe middelen beschikbaar zoals ipilimumab (anti- CTLA4) en vemurafenib (anti-braf) en anti-pd1. Deze middelen grijpen aan in de pathway waarlangs melanoom ontstaat of zij vergroten de immunologische weerstand tegen de tumor. Deze middelen zijn zeer duur en worden daarom uitsluitend voorgeschreven in speciale melanoomcentra waar ook de trials lopen (zie bij multidisciplinair overleg). De kansen op meerjarige overleving is gestegen tot 40%. De ontwikkelingen op dit gebied gaan razendsnel. Onbekende primaire tumor Melanoompatiënten presenteren zich in circa 5% van de gevallen met een metastase als eerste uiting van de ziekte. De anamnese levert in een dergelijk geval soms een waarschijnlijkheidsdiagnose op. Er kan sprake zijn geweest van een huidtumor die na verloop van tijd spontaan is verdwenen. Waarschijnlijk is het primaire melanoom dan in regressie gegaan. Het kan ook zijn dat de boosdoener tevoren als onverdacht huidtumortje was verwijderd zonder dat de werkelijke diagnose was gesteld (prullenbakmelanoom). Bij een ander deel van de patiënten wordt anamnestisch geen bijbehorende primaire tumor gevonden. Er
11 Melanoom is niet noodzakelijkerwijs sprake van een huidmelanoom. Ook moet worden gedacht aan maligne ontaarding van pigmentcellen die af en toe elders in het lichaam voorkomen, bijvoorbeeld in de tractus digestivus en in de nasopharyx. Inspectie van de hele huid en biopsie van suspecte laesies zijn aangewezen. Kennis van de lymfdrainage is daarbij een leidraad. Het behaarde hoofd en de anus zijn bekende plekken waar zich nog wel eens een primaire tumor bevindt. Aanvullend onderzoek, zoals oftalmoscopie en endoscopie, levert zelden iets op en is niet nodig bij patiënten met een onbekende primaire tumor. Een uitzondering zijn patiënten met metastasering in de lever. Gezien de grote kans op levermetastasen bij oogmelanoom is bij hen oftalmoscopie juist wel aangewezen. Beleid bij atypische naevi/familiair melanoom Sporadische variant Mensen met vijf of meer atypische naevi (zonder melanomen in de familie) worden beschouwd als een risicogroep met relatieve indicatie voor jaarlijkse controles van de gehele huid of instructie voor zelfonderzoek. Familiaire variant van atypische naevi/familiair melanoom De definities zijn gewijzigd ten opzichte van de vorige richtlijn. Deze tekst komt inhoudelijk overeen met de richtlijn, maar is anders geformuleerd want de richtlijntekst bleek onduidelijk. Bij de diagnose familiair melanoom spelen de atypische naevi geen rol, ze kunnen geheel ontbreken. Bij circa de helft van de familie leden uit familiaire melanoomfamilies is sprake van meerdere atypische naevi, de aantallen wisselen sterk. Van familiair melanoom is sprake bij aanwezigheid van ten minste drie melanoompatiënten waarvan twee eerstegraadsverwanten van elkaar zijn. Dit is de klinische diagnose op grond van de stamboom. Er is in deze familie een indicatie voor genetisch onder-
12 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 zoek en dus doorverwijzing van één van de melanoompatiënten naar de klinisch geneticus. Hierbij wordt een mutatie in CDKN2A of CDK4 aangetoond dan wel uitgesloten. Er wordt slechts bij circa 50% van de driecasefamilies een mutatie aangetoond, meestal in CDKN2A. Als een mutatie wordt uitgesloten maar de stamboomgegevens worden bevestigd, is er nog steeds sprake van familiair melanoom met een indicatie voor jaarlijkse screening van de familieleden tot en met de eerste graad. Als een mutatie wel wordt aangetoond is er sprake van FAMMM-syndroom/erfelijk melanoom en is er een indicatie voor jaarlijkse screening van de familieleden tot en met de tweede graad. Eerstegraadsfamilieleden worden gescreend vanaf 12 jaar, tweedegraads- vanaf 20 jaar. Indicaties voor verwijzing naar de klinisch geneticus Ten eerste worden melanoompatiënten uit families die voldoen aan de klinische diagnose familiair melanoom verwezen voor bepaling van eventuele CDKN2A- of CDK4-mutatie (zie definitie). Om geen CDKN2A-mutaties te missen is er een nieuwe categorie patiënten (mogelijk erfelijk melanoom) die naar de klinisch geneticus worden verwezen: 1. melanoompatiënten met één eerstegraadsverwant met melanoom, waarbij ten minste een van de twee jonger was dan 40 jaar; 2. melanoompatiënten met één eerstegraadsverwant met melanoom waarvan er ten minste een multipele melanomen had; 3. melanoompatiënten met één eerstegraadsverwant met melanoom en een familielid met pancreascarcinoom aan dezelfde kant van de familie. Indien er geen mutatie wordt aangetoond beschouwen we de bovenstaande combinaties als toevallig en heeft dit verder geen consequenties voor de andere familieleden.
13 Melanoom Beleid bij congenitale naevus Er wordt gewerkt aan een richtlijn over congenitale naevi, deze zal in 2015 klaar zijn. Multidisciplinair overleg Patiënten met melanoom stadium III en hoger dienen te worden besproken in een multidisciplinair team, waarbij ten minste één melanoomexpert aanwezig is (eventueel van buiten het eigen ziekenhuis per beeldverbinding). Als een dermatoloog de behandelend arts (nog) is, dient deze aanwezig te zijn bij het overleg. In Nederland zijn veertien melanoomcentra aangewezen waar behandeld mag worden met de nieuwe doelgerichte therapieën. Dit zijn zeven universitaire centra: het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis en zes partnerziekenhuizen in Leeuwarden, Enschede, Zwolle, Breda, Veldhoven en Heerlen. Follow-up Stadium IA: Eenmalig controlebezoek een maand na de behandeling van een primair melanoom voor nagesprek/lastmeteronderzoek naar psychosociale problemen. Instructies voor zelfonderzoek. Stadium IB of hoger: 1e jaar: 1 keer per 3 maanden. 2e jaar: 1 keer per 6 maanden. 3e tot en met 5e jaar: 1 keer per jaar. Aanvullend onderzoek alleen op indicatie. Lastmeteronderzoek enkele weken na afronden van diagnostiek en therapie bij alle patiënten, en op indicatie jaarlijks herhalen. Nazorgplan communiceren naar huisarts. Stichting Melanoom
14 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 heeft een folder uitgebracht genaamd Instructie voor Zelfonderzoek na verwijdering van een melanoom, die in hoge mate behulpzaam is bij het uitvoeren van de aanbevelingen in de richtlijn. Ook de lastmeter en het individuele zorgplan staan daarin opgenomen. De folder is aan te vragen bij en kost 0,10 per stuk.
Maligne melanomen. Dr. N. Vancanneyt Prof. Dr. M. Stas Dienst Oncologische Heelkunde UZ Leuven
Maligne melanomen Dr. N. Vancanneyt Prof. Dr. M. Stas Dienst Oncologische Heelkunde UZ Leuven Inhoud Introductie Diagnose & staging onderzoeken Classificatie Therapie Follow-up Introductie Maligne tumor
Een melanoom, wat nu?
Een melanoom, wat nu? Aanvullende diagnostiek Is er op gericht om aan te tonen dat er sprake is van gelokaliseerde ziekte Gelokaliseerde ziekte = een primair melanoom met ten hoogste satelliet-, intransit-
Maligne melanoma
7.6.1. Maligne melanoma 1. Screening (aanbeveling; onvoldoende evidentie) Om de 6-12 maanden controle van de gepigmenteerde laesies nuttig bij familiair verhoogd risico*/op grond van huidtype en UV-schade;
Het effect van de behandeling van IMMUNOTHERAPIE op een ONCOLOGISCHE ULCUS ten gevolge van een MELANOOM Mathilde van der Eijk: Wondstoma Oncologie
Het effect van de behandeling van IMMUNOTHERAPIE op een ONCOLOGISCHE ULCUS ten gevolge van een MELANOOM Mathilde van der Eijk: Wondstoma Oncologie verpleegkundige Disclosure belangen spreker Geen(potentiële)
Melanoom. Poli Dermatologie Poli Chirurgie
00 Melanoom Poli Dermatologie Poli Chirurgie Melanoom Melanoom betekent letterlijk: zwart gezwel. Een melanoom is een vorm van huidkanker die ontstaat vanuit pigmentcellen, die melanocyten worden genoemd.
Consequenties van de nieuwe AJCC-melanoomclassificatie voor dermatologen
422 artikelen Consequenties van de nieuwe AJCC-melanoomclassificatie voor dermatologen A.D. Vredenborg 1, W. Bergman 2 1. Semi-arts dermatolgie, afdeling Dermatologie, Leids Universitair Medisch Centrum
Inleiding Wat is een melanoom? Hoe vaak komt het voor? Hoe ontstaat een melanoom?
MELANOOM 1179 Inleiding De dermatoloog heeft bij u een melanoom geconstateerd. Deze folder geeft u informatie over een melanoom en de behandelmogelijkheden. Daarnaast krijgt u meer informatie over zelfonderzoek
Geschreven voor en door melanoompatiënten. Een melanoom Hoe krijgt u de beste zorg?
Geschreven voor en door melanoompatiënten Een melanoom Hoe krijgt u de beste zorg? Geschreven voor en door melanoompatiënten Een melanoom Hoe krijgt u de beste zorg? Inleiding pag. 5 Diagnose melanoom
Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie
Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Annemie Rutten Medische Oncologie AZ St. Augustinus Maligne melanoma 10% van alle huidkankers, maar meest agressieve. Incidentie van maligne melanoma neemt
DERMATOLOGIE/CHIRURGIE
Zorgpad: Melanoom Algemene informatie U bent door uw huisarts verwezen naar de dermatoloog op verdenking van huidkanker (melanoom). Indien u al onder behandeling bent bij de chirurg, komt u bij de chirurg
5.1 Zwelling huid. Probleemlijst. Specifieke anamnese. Differentiële diagnose. Gepigmenteerde zwelling van de huid Differentiële diagnose
15-Chirurgie 5.1 01-06-2005 09:37 Pagina 111 111 5.1 Zwelling huid B.B.R. Kroon en O.E. Nieweg Een vrouw van veertig jaar meldt zich op uw chirurgisch spreekuur. Zij is gestuurd door haar huisarts in verband
Patiënteninformatie. Melanoom
Patiënteninformatie Melanoom Melanoom Inleiding In deze folder kunt u lezen wat een melanoom is, hoe een melanoom ontstaat en welke behandelingen mogelijk zijn. De folder is bedoeld als aanvulling op de
Huidkanker. Melanoom. Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom. Diagnostiek en behandeling
Huidkanker Melanoom Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom Diagnostiek en behandeling Is het huidkanker? Welke huidkanker? Hoe wordt de diagnose gesteld? Verhaal Hoe lang bestaat de afwijking? Verandering?
Wat u moet weten over het melanoom
Dermatologie/Chirurgie Patiënteninformatie Wat u moet weten over het melanoom U ontvangt deze informatie, omdat u meer wilt weten over het melanoom. Hierin leest u onder andere wat deze vorm van huidkanker
Behandeling van een melanoom. Huidziekten
Behandeling van een melanoom Huidziekten Het melanoom Melanoom betekent letterlijk: zwart gezwel. Deze vorm van kanker ontstaat uit de pigmentcellen (melanocyten). Pigmentcellen komen vooral voor in de
Wat is een melanoom. Wat zijn pigmentcellen. Wie krijgt een melanoom
Melanoom Wat is een melanoom In de huid bevinden zich talrijke pigmentcellen (melanocyten). Wanneer deze pigmentcellen ongeremd gaan groeien en daardoor een agressief groeiende tumor ontstaat, spreekt
Nederlandse samenvatting
136 Melanoom van de huid is kanker die uitgaat van de pigmentcellen in de huid. Melanoom bij twee of meer eerstegraads verwanten of drie tweedegraads verwanten noemen we erfelijk. Als deze vorm van kanker
Richtlijn voor richtlijnen in het ONCOLINE format
Richtlijn voor richtlijnen in het ONCOLINE format Tumorwerkgroep: Datum vaststellen: Datum revisie: ALGEMEEN Twee tot drie korte zinnen over epidemiologie en behandeling. Voor de landelijke richtlijnen
Melanoom. Dermatologie. 5958p DER.083/0512
Melanoom Dermatologie Inleiding Bij u is (mogelijk) sprake van een melanoom. De dermatoloog heeft dit met u besproken. In deze folder leest u meer over het ontstaan, de onderzoeken en de behandeling van
Melanoom. Dermatologie. Inhoudsopgave. 1. Inleiding
Dermatologie Melanoom Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Algemene informatie over melanoom 3. Het stellen van de diagnose 4. Behandeling 5. Nazorg 6. Meer informatie 1. Inleiding U heeft te horen gekregen dat
Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22172 holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22172 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Rhee, Jasper Immanuel van der Title: Clinical characteristics and management of
Plaveiselcelcarcinoom
Plaveiselcelcarcinoom 19 197 Plaveiselcelcarcinoom Dr. G.A.M. Krekels, drs. R.J. Borgonjen De richtlijn dateert uit 2010. De tekst van de samenvatting is niet gewijzigd. Wel is een nieuwe flowchart toegevoegd.
Melanoom: Risicofactoren en vroegtijdige opsporing
Melanoom: Risicofactoren en vroegtijdige opsporing NA Kukutsch dermatoloog LUMC WIN-O symposium melanoom 03-11-2011 Overzicht Inleiding Risicofactoren genetische factoren omgevingsfactoren Vroegtijdige
Laarbeeklaan Brussel. Oncologisch Handboek. Richtlijnen Urologie. Testis
Laarbeeklaan 101 1090 Brussel Oncologisch Handboek Richtlijnen Urologie Testis V3.2014 Testis ICD-O C62 1 Inleiding De richtlijnen hebben betrekking tot kiemceltumoren van de testis, die meer dan 90% van
Melanoom. Landelijke richtlijn, Versie: 2.1. Laatst gewijzigd: 01-03-2016 Methodiek: Evidence based Verantwoording: Nederlandse Melanoom Werkgroep
Melanoom Landelijke richtlijn, Versie: 2.1 Laatst gewijzigd: 01-03-2016 Methodiek: Evidence based Verantwoording: Nederlandse Melanoom Werkgroep Inhoudsopgave Algemeen...1 Epidemiologie...2 Preventie...6
Factsheet Indicatoren Melanoom (DMTR) DMTR 2015 [2015.4.ZIN besluit verwerkt; 05-11- 2015]
Factsheet Indicatoren Melanoom (DMTR) DMTR [.4.ZIN besluit verwerkt; 0511] Beschrijving Indicatoren Registratie gestart: Medio 2013 Naar aanleiding van eerder gemaakte afspraken vindt de behandeling van
Melanoom wordt onderverdeeld in 4 stadia
Stadium III melanoom: lymfeklierresectie en adjuvante behandelingen Aljosja Rogiers Melanoom wordt onderverdeeld in 4 stadia Stadium I Stadium II Stadium III IIIA IIIB IIIC IIID Stadium IV meeste adjuvante
MALIGNE MELANOMA (HUID): BELEIDSLIJNEN
MALIGNE MELANOMA (HUID): BELEIDSLIJNEN 1. Voorkomen Incidentie in Europa: 20-25/100.000 per jaar, blijft toenemen 2. Histologische subtypes 2.1. Superficieel spreidend maligne melanoma - frequentst voorkomend
Dermatologie. Moedervlekken. Waar moet ik op letten? Moedervlekkenpoli. Met verwijzing huisarts. Dagelijks van 8.00-8.30 uur
Dermatologie Moedervlekken Waar moet ik op letten? Moedervlekkenpoli Met verwijzing huisarts Dagelijks van 8.00-8.30 uur Wat zijn moedervlekken? Moedervlekken zijn licht tot donker gekleurde vlekjes of
Factsheet Indicatoren Melanoom (DMTR) 2017 Beschrijving Indicatoren
Factsheet en Melanoom (DMTR) 2017 Beschrijving en Registratie gestart: Medio 2013 Naar aanleiding van eerder gemaakte afspraken vindt de behandeling van patiënten met een laag stadium melanoom (stadium
Huidkanker Het basalioom of het basaalcelcarcinoom
Huidkanker Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht over de meest frequent voorkomende kwaadaardige huidafwijkingen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan
MALIGNE MELANOMA (HUID): BELEIDSLIJNEN
MALIGNE MELANOMA (HUID): BELEIDSLIJNEN 1. Voorkomen Incidentie in Europa: 20-25/100.000 per jaar, blijft toenemen 2. Histologische subtypes 2.1. Superficieel spreidend maligne melanoma - frequentst voorkomend
LANDELIJK REGISTRATIEFORMULIER MAMMATUMOREN. Zkh reg.nr: SIG code zkh: pagina 1 van 5. Datum:. Paraaf:.
Zkh reg.nr: SIG code zkh: pagina 1 van 5 IDENTIFICATIE 1. Geboortenaam: Voorvoegsels: 2. Naam partner: Voorvoegsels: 3. Voorletters: 4. Geslacht (1=man, 2=vrouw, 3=overig) 5. Geboortedatum: 6. Geboorteplaats
Melanoom. Plastische Chirurgie
1/5 Plastische Chirurgie Melanoom Wat is een melanoom? Een melanoom van de huid is een vorm van huidkanker die uitgaat van de pigmentcellen (melanocyten), die overal in de huid voorkomen. In vergelijking
Dermatologie. Moedervlekken. Afdeling: Onderwerp:
Afdeling: Onderwerp: Dermatologie 1 Wat zijn moedervlekken? zijn goedaardige opeenhopingen van pigmentvormende cellen in de huid. Het is een normaal verschijnsel; vrijwel iedereen krijgt meerdere moedervlekken,
Peniscarcinoom. Regionale richtlijn IKMN, Versie: 1.1
Peniscarcinoom Regionale richtlijn IKMN, Versie: 1.1 Laatst gewijzigd : 02-05-2003 Methodiek: Consensus based Verantwoording: Reg. WG urologische tumoren Inhoudsopgave Algemeen...1 Diagnostiek...2 Medisch
Melanoom. Wat is een melanoom? Hoe krijgt u een melanoom? Welke klachten geeft een melanoom en hoe ziet een melanoom eruit?
Melanoom Huidkanker, kwaadaardige moedervlek Wat is een melanoom? Een melanoom is een vorm van huidkanker die ontstaat uit pigmentcellen (melanocyten). pigmentcellen komen vooral voor in de huid. In groepjes
Hoe krijgt u een melanoom?
Melanoom Wat is een melanoom? Een melanoom is een vorm van huidkanker die ontstaat uit pigmentcellen (melanocyten). Pigmentcellen komen vooral voor in de huid. In groepjes bij elkaar vormen zij een moedervlek.
2. KOSTENEFFECTIVITEIT PET/CT IN STADIUM III/IV PATIËNTEN (met behulp van scenario analyses)
411 412 413 414 415 416 417 418 419 420 421 422 423 424 425 426 427 428 429 430 431 432 433 434 435 436 437 438 439 440 441 442 443 444 445 446 447 448 449 450 451 452 453 454 455 456 457 458 459 2. KOSTENEFFECTIVITEIT
Samenvatting en conclusies
Samenvatting en conclusies Chapter IX De schildwachtklier is de eerste lymfklier waarop een kwaadaardige tumor draineert. Deze lymfklier zal als eerste zijn aangedaan, wanneer de tumor via de lymfbanen
Zorgpad melanoom regionaal Maart 2016
Zorgpad melanoom regionaal Maart 2016 Conform Landelijke Richtlijn Melanoom, 13 augustus 2012 (www.oncoline.nl) Door de regionale werkgroep melanoom. Voorzitter: Dr. K.M.J. Thijssens, chirurg-oncoloog
Lymfeknoop dissectie in borstcarcinoom, diagnostiek of therapie? Wim Demey, medische oncologie, Borstkliniek voorkempen
Lymfeknoop dissectie in borstcarcinoom, diagnostiek of therapie? Wim Demey, medische oncologie, Borstkliniek voorkempen 85% via de axilla Mammaria interna alleen aantasting is zeldzaam
Familiair Melanoom. Genetische predispositie melanoom: wanneer indicatie voor erfelijkheidsonderzoek en consequenties voor de behandeling en follow up
Familiair Melanoom Genetische predispositie melanoom: wanneer indicatie voor erfelijkheidsonderzoek en consequenties voor de behandeling en follow up Remco van Doorn Disclosure (potentiële) belangenverstrengeling
Kwaadaardige huidafwijkingen
Afdeling: Onderwerp: Chirurgie Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht over de meest frequent voorkomende kwaadaardige huidafwijkingen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de
Patiënteninformatie. Huidkanker ExpertiseCentrum
Patiënteninformatie Huidkanker ExpertiseCentrum Inhoudsopgave Pagina Huidkanker: Onze zorg 4 Huidkanker komt veel voor 4 Topteam Dermatologie Tergooi 4 UV-licht en huidkanker 5 Wat is huidkanker? 5 Actinische
Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van premaligne afwijkingen van de bovenste adem- en voedingsweg
V Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van premaligne afwijkingen van de bovenste adem- en voedingsweg naar Algemeen 526 Epidemiologie 527 1. Screening 527 2. Diagnostiek 527 2.1 Anamnese 527 2.2
Tumoren van het anaal kanaal
7.1.8. Tumoren van het anaal kanaal 1. Inleiding 1.1. Incidentie Aparte entiteit! Incidentie uitzonderlijk (2% van de digestieve tumoren) Incidentie 3v - 2m Gem. 65 jaar 2. Klinische presentatie De meeste
Concept Richtlijn Melanoom 2012
Concept Richtlijn Melanoom 2012 Conceptrichtlijn Melanoom Datum: Verantwoording: Nederlandse Melanoom Werkgroep Versie: Evidence based Type: Landelijke richtlijn 1 INHOUDSOPGAVE 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Patiënteninformatie. Melanoom. Informatie over het ontstaan, de diagnostiek en de behandeling van deze vorm van kanker terTER_
Patiënteninformatie Melanoom Informatie over het ontstaan, de diagnostiek en de behandeling van deze vorm van kanker 1234567890-terTER_ Inhoudsopgave Pagina 1 Wat is een melanoom? 4 2 Hoe vaak komt het
longcarcinoom: stadiëring en behandeling
Hoe actueel is de CBO richtlijn? Niet-kleincellig longcarcinoom: stadiëring en behandeling Prof. dr. Harry J.M. Groen UMCG Groningen Wat moet er veranderen? TBNA? Plaats van EUS-FNA? Plaats van EBUS-FNA?
Behandeling van huidkanker in de huisartsenpraktijk. Maartje Spit, verpleegkundig specialist
Behandeling van huidkanker in de huisartsenpraktijk Maartje Spit, verpleegkundig specialist Inhoud NHG Standaard verdachte huidafwijkingen Behandelopties huidkanker 1 e lijn Verrichten van een stansbiopt
Less is more: Axillaire stagering en behandeling bij het mammacarcinoom
Less is more: Axillaire stagering en behandeling bij het mammacarcinoom Sabrina Maaskant, Chirurg oncoloog Hetty van den Berg, Radiotherapeut oncoloog Borstkanker in de 20 e eeuw William Halsted (1852-1923)
Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra
Medische Publieksacademie UMCG Thema: Dikkedarmkanker Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra (moleculair geneticus). Dikkedarmkanker is één van de meest voorkomende
MALIGNE MELANOMA (HUID): BELEIDSLIJNEN
MALIGNE MELANOMA (HUID): BELEIDSLIJNEN 1. VOORKOMEN Incidentie in Europa: 20-25/100.000 per jaar, blijft toenemen 2. HISTOLOGISCHE SUBTYPES 2.1. SUPERFICIEEL SPREIDEND MALIGNE MELANOMA - frequentst voorkomend
Eind goed, al goed? Of ook nog erfelijkheidsonderzoek? Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMCU
Eind goed, al goed? Of ook nog erfelijkheidsonderzoek? Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMCU Darmkanker in de familie? familie anamnese negatief: 85% -sporadische vorm- familie anamnese positief:
Maligne pleura exsudaat
Maligne pleura exsudaat Regionale richtlijn IKL, Versie: 1.1 Laatst gewijzigd : 25-10-2005 Methodiek: Consensus based Verantwoording: IKL werkgroep bronchuscarcinomen Inhoudsopgave Algemeen...1 Diagnostiek...2
MELANOOM LANDELIJKE RICHTLIJN 2.1. Nederlandse Melanoom Werkgroep (NMW)
MELANOOM LANDELIJKE RICHTLIJN 2.1 Nederlandse Melanoom Werkgroep (NMW) 2016 Algemeen Literatuurbespreking: Aanleiding Het melanoom van de huid is een vorm van kanker met een sterke neiging tot metastaseren
Dermatologie. Patiënteninformatie. Moedervlekken. Slingeland Ziekenhuis
Dermatologie Moedervlekken i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Wat zijn moedervlekken Moedervlekken zijn goedaardige opeenhopingen van pigmentcellen in de huid. Het is een normaal verschijnsel.
J. Mamma aandoeningen
Asymptomatische patiënten Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico 1 J Screening: vrouwen tussen 4-49 jaar zonder genetisch risico 2 J Screening: vrouwen tussen 5-69 jaar 3 J Screening:
Kwaadaardige Huidafwijking
Chirurgie Kwaadaardige Huidafwijking operatieve behandeling Inleiding U heeft met uw behandelend specialist afgesproken dat u een behandeling krijgt voor een kwaadaardige huidafwijking. Uw arts heeft u
a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben
Indicatoren evaluatie project richtlijn Niercelcarcinoom Indicator 1 a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben ondergaan waarbij minstens 2 histologische
Ik zie, ik zie wat jij nog (niet) ziet
Ik zie, ik zie wat jij nog (niet) ziet Maartje Spit, 29 mei 2019 Even voorstellen Inhoud Dermatoscopie Casus Man, 76 jaar VG blanco Even aanstippen? Evolutie onbekend Macroscopie versus dermatoscopie
J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J
J. Mamma aandoeningen nhoudsopgave 1 J 2 J 3 J 4 J 5 J 6 J 7 J 8 J 9 J 1 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico... 1 Screening: vrouwen
Staging van het Bronchuscarcinoom
1 Staging van het Bronchuscarcinoom Dr D Coeman Pneumoloog A.Z. St.-Dimpna, Geel Staging v/h bronchuscarcinoom 2 A/ NSCLC - TNM-classification B/ SCLC - VALSG (veterans s affairs lung study group) - TNM-classification
Stadiering en triple diagnostiek van borst en oksel. Dr. P. Berteloot 10/2011
Stadiering en triple diagnostiek van borst en oksel Dr. P. Berteloot 10/2011 Diagnostische beeldvorming Radiologisch onderzoek ter evaluatie van - klinische afwijking screenings gedetecteerde afwijking
Centraal zenuwstelsel betrokkenheid in cutaan T-cel lymfoom. MDO-praatje
Centraal zenuwstelsel betrokkenheid in cutaan T-cel lymfoom MDO-praatje Casus Patient CutaanT-cel lymfoom, type mycosis fungoides met aanwijzingen voor lymfeklierbetrokkenheid (niet PA-bewezen). Buikproblemen
Vroegstadium borstkanker Medicamenteuze behandeling. Jan Drooger Internist-oncoloog Huisartsensymposium 20 september 2017
Vroegstadium borstkanker Medicamenteuze behandeling Jan Drooger Internist-oncoloog Huisartsensymposium 20 september 2017 Disclosures spreker (potentiële) belangenverstrengeling Nothing to disclose Voor
NABON Breast Cancer Audit. Pathologie
NABON Breast Cancer Audit Pathologie Dr. P.J. Westenend, patholoog, pathologisch laboratorium Dordrecht Drs. A.C.M. van Bommel, arts-onderzoeker, DICA DICA Congres 25 juni 2013 Pathologie Volledige verslaglegging
Melanoom. Re-excisie en verwijderen schildwachtklier.
Melanoom Re-excisie en verwijderen schildwachtklier www.nwz.nl Inhoud Onderzoek bij een melanoom dikker dan 0,8 millimeter 3 Multidisciplinair overleg 3 Wat is een schildwachtklier-procedure? 4 Voorbereiding
Samenvatting. Samenvatting
Samenvatting Dikkedarmkanker is een groot gezondheidsprobleem in Nederland. Het is de derde meest voorkomende vorm van kanker bij mannen en de tweede meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In 2008
4e Post EAUN Meeting
4e Post EAUN Meeting Testiscarcinoom Incidentie, behandeling en follow up Joost de Baaij Verpleegkundig Specialist i.o. Canisius Wilhelmina Ziekenhuis Nijmegen Inhoud Incidentie Risico factoren Diagnostiek
Galblaascarcinoom. Landelijke richtlijn, Versie: 1.1
Galblaascarcinoom Landelijke richtlijn, Versie: 1.1 Datum Goedkeuring: 10-05-2004 Methodiek: Consensus based Verantwoording: Landelijke werkgroep GI-tumoren Inhoudsopgave Algemeen...1 Screening...2 Diagnostiek...3
NABON Breast Cancer Audit (NBCA)
NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting
Schildwachtklierbiopsie bij melanoom
Schildwachtklierbiopsie bij melanoom Máxima Oncologisch Centrum U heeft met uw specialist besproken dat u binnenkort een schildwachtklierbiopsie ondergaat in verband met een melanoom. Deze ingreep is van
Uitgezaaid melanoom Wat nu?
Uitgezaaid melanoom Wat nu? Uitgezaaid melanoom, wat nu? Stadium III melanoom U hebt een melanoom in het stadium III of stadium IV. Wat kunt u verwachten? Waar moet u op letten? Welke behandelingen zijn
Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2018
Factsheet en NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2018 NBCA 2018.3 Registratie gestart: 2009 Datum Versie Mutatie Eigenaar 01-07-2016 2017.1 Aanpassingen conform indicatorendagen juli DICA 2016. Verwijderen
Huidkanker: zo vroeg mogelijk herkennen! Prof. Dr. Wilma Bergman 29 maart 2008 Landelijke Contactdag Stichting Melanoom
Huidkanker: zo vroeg mogelijk herkennen! Prof. Dr. Wilma Bergman 29 maart 2008 Landelijke Contactdag Stichting Melanoom Waarom? 1) kleiner litteken enz 2) minder onzekerheid/angst 3) grotere kans op overleving:
Melanoom. Re-excisie en verwijderen schildwachtklier. gemini-ziekenhuis.nl
Melanoom Re-excisie en verwijderen schildwachtklier gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Onderzoek bij een melanoom dikker dan één millimeter 3 Wat is een schildwachtklier-procedure? 3 Voorbereiding op de
18. Huidkanker (maligne dermatosen)
18. Huidkanker (maligne dermatosen) dermatologie 10 DBC code Omschrijving diagnose Omschrijving behandeling Geprognost. aantal 2008 ZN zorgprofiel 10 11 14 11 maligne dermatosen poliklinisch 12542 poliklinisch
Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een onbekende primaire tumor in het hoofd-halsgebied: Unknown Primary
VII Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een onbekende primaire tumor in het hoofd-halsgebied: Unknown Primary naar Algemeen 538 Epidemiologie 538 1. Screening 538 2. Diagnostiek 538 2.1 Anamnese
Format zorgpad Melanoom
Format zorgpad Melanoom Tumorsoort Melanoom Ziekenhuis Naam ziekenhuis Projectleider(s) Na(a)m(en)) projectleider(s) Casemanager Naam casemanager Regisseur Naam regisseur Versienummer 1.0 Datum 10 december
Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2017
Factsheet en NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2017 Registratie gestart: 2009 Datum Versie Mutatie Eigenaar 23-10-2017 2017.1 Vrijwillig/ verplicht toegevoegd DICA 27-11-2017 2017.2 Schrappen van indicatoren
De indicatoren omtrent borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn :
Indicatoren VIP²-project Oncologie In België is, net als in Europa, borstkanker de meest voorkomende oorzaak van overlijden door kanker bij vrouwen (20,6 % van alle overlijdens ingevolge kanker). In 2009
