Gebiedsvisie Brabantpark

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gebiedsvisie Brabantpark"

Transcriptie

1

2 0363_10 _v3 November 2010

3 2

4 Inhoudsopgave > Voorwoord wethouder Arbouw... 5 Voorwoord begeleidingsgroep... 6 Samenvatting Inleiding Het proces Het plangebied Doel Procedure gebiedsvisie Leeswijzer Het bestemmingsplan en de agenda voor de toekomst Bestemmingsplan Agenda voor de toekomst Gebiedsanalyse Ruimtelijke structuur Ontstaan en opbouw van de wijk Verkeer Functionele structuur Wonen Detailhandel en horeca Bedrijven en kantoren Maatschappelijke voorzieningen Visie Brabantpark in De kracht van Brabantpark Uitdagingen Ontwikkelingslocaties Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Ruimtelijke uitgangspunten Erfgoed Openbare ruimte Verkeer en parkeren Functionele uitgangspunten Wonen Detailhandel en horeca Bedrijven en kantoren Maatschappelijke voorzieningen 56 3

5 7. Agenda voor de toekomst van Brabantpark Ruimtelijk Erfgoed Openbare ruimte Verkeer Wonen Detailhandel en horeca Bedrijven en kantoren Sociaal programma 64 BIJLAGEN 1. Bewonersadvies Groen, rust, ruimte met een vleugje avontuur Koesterkaart Ongevallensituatie Brabantpark Kaart functionele structuur Groenstructuurkaart Staafdiagrammen Verslagen werkbijeenkomst d.d. 17 mei Verslag bewonersavond d.d. 29 september

6 Voorwoord wethouder Arbouw > Brabantpark is in trek. Het is een groene, gastvrije en zeer diverse wijk, waar iedereen bij elkaar woont. Van jong tot oud, van alle gezindte. Op steenworp afstand van de beste binnenstad, met veel voorzieningen. Geen wonder dat hier veel mensen graag willen wonen en werken. Geen wonder dat dit een wijk is, waar ontwikkelaars graag willen investeren. Plannen en ontwikkelingen zijn prima, maar ze moeten passen bij de koers van de stad zoals onder andere opgenomen in de nota Stedelijke programmering 2020, Koers gezet en het karakter van Brabantpark. Ik bedoel daarmee dat de tijd van ongelimiteerd meewerken aan alle plannen voorbij is. Het college ziet zich genoodzaakt om scherpe keuzes te maken. Keuzes die passen bij de ontwikkeling van de stad als geheel en die aansluiten bij datgene waar in Brabantpark behoefte aan is. Coördinatie en samenhang tussen al die plannen is van groot belang. De wijkraad Brabantpark heeft zich hier de afgelopen jaren bijzonder hard voor gemaakt en dit onderwerp op de politieke agenda geplaatst. Afgelopen tijd hebben veel bewoners zich gebogen over de vraag of alle ontwikkelingen in Brabantpark tegemoet komen aan dat wat leeft in de wijk en waar (toekomstig) bewoners behoefte aan hebben. Op nadrukkelijke wens van de wijkraad zijn daar zoveel mogelijk mensen bij betrokken. Ook en vooral mensen die normaal gesproken niet van zich laten horen. Dat is gelukt. Ongeveer 180 bewoners deden actief mee, spraken met elkaar over de toekomst en kwamen tot een onafhankelijk bewonersadvies. Het resultaat ligt voor u. Een gedegen nota die het unieke, gastvrije en groene karakter van Brabantpark zeker moet stellen voor de toekomst. Een nota die gemaakt is voor en door Brabantpark, en gedragen wordt door de begeleidingsgroep. Ik wil de wijkraad Brabantpark, de begeleidingsgroep Visie Brabantpark en natuurlijk alle Brabantparkers hartelijk bedanken voor uw expertise en enthousiasme. A.L.E. Arbouw Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling 5

7 Voorwoord begeleidingsgroep > Historie Het is weer ruim drie jaar geleden dat de wijkraad aanklopte bij de gemeente over de gevolgen van de inbreidingsplannen waar het Brabantpark destijds mee overspoelt werd. De wijkraad maakte de gemeente het verwijt dat er geen visie aan al deze plannen ter grondslag lag. Gaandeweg het proces begon bij de gemeente en de politiek ook het idee te leven om een brede visie op het Brabantpark op te stellen. Zij nodigde daarbij de wijkraad uit, waarbij de wijkraad als voorwaarde stelde om de stem van de bewoners van het Brabantpark hierin mee te nemen. Het proces Er werd besloten om ook een onafhankelijk bureau in te schakelen om de meningen van de bewoners te peilen. Het bureau B_in motion besloot de meningen van de bewoners te peilen door middel van Buurtsafari s. Zo n 180 mensen hebben deelgenomen aan de buurtsafari s. Deze deelnemers waren een afspiegeling van de wijk. Naar aanleiding van deze safari s is het bewonersadvies geschreven door B_in motion. Naast de Buurtsafari s is ook een begeleidingsgroep opgesteld. Deze groep bestond oorspronkelijk uit 5 ambtenaren, 3 deelnemers van de wijkraad en 8 bewoners van het Brabantpark. De samenstelling van de deelnemers aan vergaderingen wisselden naar interesse van de bewoners en onderwerp van de vergadering. Ambtenaren uit de verschillende disciplines leverden hun bijdragen. De adviezen uit de Buurtsafari s werden besproken door de begeleidingsgroep en eventueel aangevuld. Aan de hand van deze vergaderingen werd de visie gedistilleerd. Tijdens het proces is ook een voorbereidingsbesluit genomen voor die plaatsen in de wijk waar ongewenste ontwikkelingen mogelijk waren. Als de visie vastgesteld is, worden de verouderde bestemmingsplannen gewijzigd. De Gemeente Breda heeft toegezegd de bestemmingsplannen naar de uitkomsten van de visie vast te leggen. Gedurende het proces bleek het erg moeilijk voor verschillende gemeentelijke afdelingen om de stap te maken van analyse naar visie. Immers zo vinden de bewoners, een visie moet een ankerpunt zijn waar we met deze wijk naar toe willen in Met alle te nemen beslissingen in de toekomst zou de visie als uitgangspunt/ meetlat moeten dienen. Hoe nu verder? In de visie staat een aantal zaken/zorgpunten geformuleerd die voor de naaste toekomst grote aandacht verdienen om Brabantpark leefbaar te houden: verkeer diversiteit en leefbaarheid werken-winkelen (Brabantplein en winkelstrips) (brede) school en jeugd openbare ruimte, groen en milieu Ahoed De wijkraad daagt de gemeente, politiek, bewoners en alle andere partijen als wooncorporaties uit om deze uitdagingen op te pakken en te laten zien dat de visie tot iets moois kan leiden. En jaarlijks dit evalueren in januari zodat iedereen kan nagaan hoever we staan in onze missie de visie te verwezenlijken. De begeleidingsgroep wil vooral alle deelnemende medewerkers van Gemeente Breda bedanken voor hun niet aflatende passie om deze visie tot een succes te maken. De wijkraad wil bovendien de bewoners die aan de begeleidingsgroep hebben deelgenomen bedanken voor hun verbetenheid, hun ingebrachte kennis en hun passie voor ons Brabantpark. 6

8 Samenvatting > De wijk Brabantpark heeft haar zorg uitgesproken over de verschillende inbreidingen en de gevolgen daarvan. Ook vraagt zij aandacht voor de leefbaarheid in bepaalde delen van de wijk, en voor het daadwerkelijk verbinden van de verschillende culturen die Brabantpark rijk is. De Gemeente Breda heeft samen met een begeleidingsgroep gewerkt aan een integrale gebiedsvisie voor de komende tien jaar. Deze visie is de basis voor het op te stellen bestemmingsplan en voor toekomstige ontwikkelingen. Bureau B_in motion heeft de mening van de bewoners over Brabantpark nu en in de toekomst gepeild. De uitkomsten en aanbevelingen zijn gebundeld in het bewonersadvies Groen, rust, ruimte met een vleugje avontuur. Brabantpark is om meerdere redenen een fijne wijk om in te leven: De diversiteit aan bewoners en functies wordt door bewoners als een verrijking gezien; Brabantpark is gunstig gelegen ten opzichte van de binnenstad en ontsluitingswegen; De wijk is ruim en groen van opzet en de woningen hebben een gunstige prijs/kwaliteitverhouding; Er zijn belangrijke onderwijsinstellingen met een stedelijke, regionale en (inter-)nationale uitstraling en wijkvoorzieningen als een school, winkels en een bibliotheek. De grootste uitdaging voor de komende tien jaar is de leefbaarheid behouden en op onderdelen verbeteren: In 2020 kent de wijk een verscheidenheid aan groepen die met elkaar een eenheid vormen, meer nog dan in De groep die sociaal-maatschappelijk gezien niet mee doet, is niet groter geworden. Sterker nog die groep is kleiner geworden. Mensen hebben met succes in zichzelf geïnvesteerd én hebben daarin gebruik kunnen maken van de kennis, netwerken en coaching van (sociaal-economisch sterkere) wijkbewoners. De woningvoorraad mag meer divers om zo gewenste groepen als gezinnen met kinderen te trekken die een bindende rol in de wijk kunnen spelen. Grotere doorstroomwoningen zijn wenselijk op ontwikkelingslocaties, waarbij duurzaamheid van de woning en omgeving belangrijk aandachtspunt is. Appartementen zijn niet wenselijk, die zijn er al genoeg in Brabantpark. Het groene karakter moet behouden blijven. De hoeveelheid groene ruimte is belangrijk voor de beleving van een ruim opgezette woonwijk. De kwantiteit mag alleen verminderen als dat bijdraagt aan een duidelijke kwalitatieve verbetering van de resterende groenstructuur. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het koesteren en herwaarderen van de waardevolle groenstructuur en de naam Brabantpark waardig zijn. De verkeerssituatie moet eenduidiger en consequenter om het gevoel van veiligheid te verbeteren. Bij herontwikkeling van locaties mag de doorstroom van het verkeer, de parkeerdruk en de verkeersveiligheid niet verslechteren. De winkelstrips en de kleinschalige bedrijvigheid in de wijk moeten behouden blijven. Een brede school, een aantrekkelijker Brabantplein en een AHOED (apotheek en huisarts onder een dak) zijn volgens de bewoners zeer wenselijke (aanvullende) voorzieningen. De combinatie van ligging, sfeer, verscheidenheid in woningvoorraad en voorzieningen trekt enerzijds mensen met een stedelijke oriëntatie en anderzijds mensen die op zoek zijn naar de geborgenheid van een wijk en buurt. Brabantpark heeft het beste van twee werelden. 7

9 8

10 Inleiding 1 De wijkraad Brabantpark en de bewoners hebben hun zorg uitgesproken over de verschillende inbreidingen en de gevolgen daarvan die zich in en rond de wijk voordoen of hebben voorgedaan. Ook de leefbaarheid in bepaalde delen van Brabantpark behoeft aandacht. De wijkraad vraagt zich af of de diverse ontwikkelingen voldoende in samenhang worden bezien en heeft daarom aangegeven behoefte te hebben aan coördinatie van ontwikkelingen op met name ruimtelijk en maatschappelijk gebied in Brabantpark. Een visie op wijkniveau waarin integrale afstemming is tussen de diverse beleidsvelden ontbreekt namelijk. Met het opstellen van een gebiedsvisie kan via nauwe samenwerking tussen de verschillende directies het totaal aan ontwikkelingen op ruimtelijk, sociaal, economisch, maatschappelijk gebied én openbare ruimte in beeld worden gebracht en op elkaar worden afgestemd. Hiermee ontstaan kansen voor een integrale benadering van het gebied. De gebiedsvisie zal als basis gaan dienen voor onder andere het bestemmingsplan dat voor Brabantpark wordt opgesteld. Ook voor ontwikkelingen die nu nog niet voorzien zijn en niet in het bestemmingsplan verankerd (kunnen) worden, biedt de gebiedsvisie het kader. De uitgangspunten die hierin benoemd worden kunnen van betekenis bij de beoordeling van (toekomstige) ontwikkelingen in Brabantpark en/of kunnen geborgd worden in (sectorale) beleidsdocumenten. Het bestemmingsplan verankert wenselijke ontwikkelingen en tracht onwenselijke ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. 1.1 Het proces De Gemeente Breda heeft samen met de wijkraad Brabantpark een begeleidingsgroep geformeerd. Deze begeleidingsgroep bestaat uit leden van de wijkraad en wijkbewoners die zoveel mogelijk schakeringen van de wijk vertegenwoordigen. Met deze begeleidingsgroep heeft de Gemeente Breda gewerkt aan voorliggende gebiedsvisie waarin wordt aangegeven op welke wijze aan de visie op Brabantpark voor de komende 10 jaar invulling kan worden gegeven. Vanaf februari 2010 zijn met de begeleidingsgroep op een interactieve wijze onderwerpen besproken. De volgende thema s zijn daarbij behandeld: 1. verkeer en parkeren; 2. wonen; 3. openbare ruimte, groen en erfgoed; 4. horeca, winkels en bedrijven; 5. leefbaarheid en voorzieningen, werk, inkomen en integratie; 6. zorg en onderwijs. Voor ieder thema is een afzonderlijk overleg gepland. Hierbij waren telkens alle begeleidingsgroepleden uitgenodigd en per thema ook een inhoudelijk gemeentelijke deskundige. Iedere bijeenkomst heeft geresulteerd in een notitie waarin de uitgangspunten met betrekking tot het thema zijn verwoord. Daarbij is steeds een ambtelijke reactie op de uitgangspunten gegeven. Op basis van de thematische besprekingen en uitkomsten daarvan is voorliggende visie tot stand gekomen. Naast het overleg met de begeleidingsgroep heeft de Gemeente Breda de opdracht gegeven aan bureau B_in motion om de mening van de bewoners over Brabantpark nu en in de toekomst te achterhalen. Via zogenaamde buurtsafari s, dit zijn thematische reisjes door de wijk met geïnteresseerde buurtbewoners, zijn aanbevelingen voor de toekomst gemaakt. De uitkomsten en aanbevelingen zijn gebundeld in het bewonersadvies Groen, rust, ruimte met een vleugje avontuur. Het advies is opgenomen in bijlage 1. 9

11 1.2 Het plangebied Figuur 1.1 Ligging in de stad De wijk Brabantpark ligt in het oosten van Breda (figuur 1.1). De plangrens voor deze gebiedsvisie is afgestemd op verschillende Structuurvisies, waaronder die van de Claudius Prinsenlaan en de Driesprong. De begrenzing wordt in het noorden gevormd door de spoorlijn Breda Tilburg en het bestemmingsplan Molenkwartier. In het oosten wordt de grens gevormd door de groen en sportzone tussen Heusdenhout en Brabantpark. De grens vervolgt in het zuiden zijn weg langs de waterloop de Molenleij, Agaatstraat, ten zuiden van de Koraalstraat en Claudius Prinsenlaan. De Wilhelminasingel en Teteringenstraat zorgen voor de westelijke begrenzing van het gebied. Het plangebied voor de gebiedsvisie is weergegeven in figuur

12 Figuur 1.2 Plangebied gebiedsvisie 1.3 Doel Het ontwikkelen van een integrale gebiedsvisie voor de wijk Brabantpark is de hoofddoelstelling. Deze visie biedt de basis voor het op te stellen bestemmingsplan Brabantpark. Ook voor zaken die niet in het bestemmingsplan verankerd (kunnen) worden, biedt de gebiedsvisie tevens het kader (hoofdstuk 7). Gelet op de sociaal maatschappelijke dynamiek in Brabantpark bevat de gebiedsvisie een sociale paragraaf. Het ontwikkelen van een sociaal programma voor Brabantpark is in de Maatschappelijke visie Meedoen en Verbinden benoemd als één van de stappen om te komen tot realisatie van deze visie. Ook de uitwerking van de Visie Openbare Ruimte Bredaas palet is onderdeel van de gebiedsvisie. Ten aanzien van verkeer is onderzoek gedaan naar de effecten van alle nieuwbouwprojecten in en rond Brabantpark, naar de verkeersontsluitingen, afwikkeling van het verkeer, veiligheid en parkeren. De visie gaat duidelijkheid geven over het kader waarbinnen toekomstige ontwikkelingen kunnen plaatsvinden (toetsingskader) en hoe de uitgangspunten die niet in het bestemmingsplan opgenomen kunnen worden, geborgd kunnen worden. Duidelijkheid vooraf kan onrust van de bewoners van Brabantpark wegnemen en zorgt voor draagvlak voor toekomstige ontwikkelingen. Het bewonersadvies is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Provincie Noord Brabant. De wijkraad Brabantpark is eveneens nauw betrokken geweest en heeft met groot enthousiasme bijgedragen aan het bewonersadvies en voorliggende visie. 1.4 Procedure gebiedsvisie Voordat de Gemeente Breda de uitgangspunten vertaalt in een bestemmingsplan is het van belang te weten of er draagvlak is voor de uitgangspunten bij het gemeentebestuur en de raadsleden. Daarom wordt voorliggende Gebiedsvisie na bespreking met de begeleidingsgroep aangeboden aan het college van Burgemeester & Wethouders, de commissie Ruimte en voor vaststelling aan de raad. De Gebiedsvisie kan enerzijds gezien worden als een eindproduct, omdat de meningen van velen erin zijn verwerkt. Anderzijds vormt het ook een begin. 11

13 Na besluitvorming over de Gebiedsvisie wordt gestart met het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan Brabantpark. Deels zal het opstellen van het bestemmingsplan parallel lopen aan de definitieve vaststelling van de Gebiedsvisie. Dit heeft te maken met het voorbereidingsbesluit voor een deel van de wijk dat in mei 2010 in werking is getreden om ongewenste ontwikkelingen voor de toekomst te voorkomen. Gelet op dit voorbereidingsbesluit is er haast met de procedure van het bestemmingsplan. Voordat het voorbereidingsbesluit afloopt, dient het nieuwe bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te liggen. De Gebiedsvisie leidt niet alleen tot een nieuw bestemmingsplan voor Brabantpark, maar omvat ook een agenda voor de toekomst (hoofdstuk 7) waarin vervolgacties worden benoemd. En ook in het bewonersadvies zijn acties genoemd die lopen of waar op korte termijn invulling aan kan worden gegeven. Jaarlijks zal een evaluatie plaatsvinden met de wijkraad over de wensen en uitgangspunten die in hoofdstuk 7 genoemd zijn en de stand van zaken hieromtrent. 1.5 Leeswijzer Om de uitgangspunten te kunnen plaatsen, gaat hoofdstuk 2 in op het bestemmingsplan zodat de relatie met het bestemmingsplan duidelijk wordt. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 een analyse van de huidige ruimtelijke en functionele structuur van Brabantpark. Hoofdstuk 4 geeft de integrale visie op de wijk weer, met zowel ruimtelijke als sociale componenten. In hoofdstuk 5 worden de verschillende ontwikkelingslocaties in Brabantpark beschreven. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitgangspunten die vertaald worden in het bestemmingsplan. Tot slot zijn de uitgangspunten die op een andere wijze (anders dan via het bestemmingsplan) verankerd moeten worden, weergegeven in hoofdstuk 7. Bij het document behoren verschillende bijlagen waarnaar in de tekst wordt verwezen. 12

14 Het bestemmingsplan en de agenda voor de toekomst Bestemmingsplan De aanleiding in Brabantpark voor het maken van een nieuw bestemmingsplan is het actualiseren van de verschillende vigerende bestemmingsplannen voor de wijk. Daarnaast is vanuit de wijkraad de wens geuit om als eerste stap een integrale visie te maken samen met een begeleidingsgroep (zie paragraaf 1.1). Het bestemmingsplan is een bijzonder plan. Het is namelijk een bindend plan voor iedereen, voor zowel natuurlijke als rechtspersonen. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Ze wijst daarin de bestemming, ofwel de functie(s) van de grond aan. Ook geeft ze regels over het gebruik van de grond en hetgeen daarop gebouwd mag worden (bouwwerken). Aanvragen voor bouwactiviteiten moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan bepaalt mede daardoor of ergens wel of niet gebouwd mag worden en welke functies waar een plek hebben. Opbouw Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen: planregels, een verbeelding ( kaart ) en een toelichting. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening en worden de regels en de verbeelding uitgelegd. De regels en de verbeelding zijn de bindende onderdelen van het bestemmingsplan. Op de verbeelding wordt de bestemming aangegeven. Een voorbeeld van een (willekeurige) verbeelding is opgenomen in onderstaande figuur. Per bestemming worden in elk geval planregels gegeven met betrekking tot de functie of het doel van de gronden, het bouwen en het gebruik. Uniforme regels In Nederland bestaan bindende regels over de naamgeving, de opbouw van de planregels en hoe deze worden verbeeld. Dit wordt de zogenoemde Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) genoemd. Dit alles om alle bestemmingsplannen in Nederland beter te kunnen vergelijken en ze ook digitaal uitwisselbaar te maken. Per 1 januari 2010 is deze digitalisering verplicht. Het bestemmingsplan Brabantpark wordt opgebouwd volgens deze landelijke richtlijnen en standaarden. Toetsing Als een initiatiefnemer (dat kan de gemeente zelf zijn, maar bijvoorbeeld ook een burger of een ontwikkelaar) iets wil bouwen, dan moet bij de gemeente geïnformeerd worden of dat past binnen de planregels van het bestemmingsplan. Past dat niet, en betreft het wel een wenselijke ontwikkeling, dan kan het bestemmingsplan worden herzien; er moet een nieuwe bestemmingsplanprocedure worden doorlopen. 13

15 Figuur 2.1 Voorbeeld uitsnede verbeelding Vastleggen en ontwikkelen Een bestemmingsplan heeft twee functies. In de eerste plaats het vastleggen en beheersen van dat wat er is en ten tweede het mogelijk maken van iets nieuws. Als een initiatiefnemer (dat kan de gemeente zelf zijn, maar bijvoorbeeld ook een burger of een ontwikkelaar) ergens iets wil gaan ontwikkelen, dan moet dit volgens het bestemmingsplan mogelijk zijn. Indien er zich een ontwikkeling voordoet die niet past in het bestemmingsplan, maar wel wenselijk is, kan voor dat deel een nieuw (postzegel-)bestemmingsplan worden gemaakt dat de gehele juridische procedure doorloopt. Als er geen ontwikkelingen zijn, legt het bestemmingsplan de huidige ruimtelijke situatie vast. Om te voorkomen dat voor kleine ontwikkelingen zoals het uitbreiden van een woning steeds een herziening van het bestemmingsplan nodig is, kunnen in een bestemmings plan (ruime) bouwmogelijkheden worden gegeven, afgestemd op wat in de situatie ter plekke ruimtelijk aanvaardbaar is. Relatie gebiedsvisie & bestemmingsplan De uitgangspunten zullen, voor zover dat mogelijk is, uiteindelijk zodanig verankerd moeten worden in het bestemmingsplan Brabantpark dat een goede balans gevonden wordt tussen globale en/of flexibele planregels en meer beschermende gedetailleerde regels. De Gemeente Breda treedt bij ontwikkelingen sturend, stimulerend en faciliterend op. Dat wil zeggen dat wanneer een initiatiefnemer plannen heeft, de uitgangspunten die in deze nota zijn geformuleerd leidend zijn. Daarnaast geeft de Gemeente Breda randvoorwaarden (onder andere stedenbouwkundige inpassing en programmatisch) mee waarbinnen de ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Tot slot heeft de gemeente een onderhandelingspositie omdat de gemeente beslist of medewerking wordt verleend aan een initiatief dat strijdig is met het bestemmingsplan. 14

16 2.2 Agenda voor de toekomst In de begeleidingsgroep zijn meerdere thema s besproken. Duidelijk is dat sommige onderwerpen of ontwikkelingen niet in een bestemmingsplan geregeld kunnen worden. In deze visie zijn de onderwerpen beschreven waaraan de komende jaren aandacht moet worden gegeven. Dit kan leiden tot het ontwikkelen of aanscherpen van het gemeentelijk beleid. Voor zover de onderwerpen ruimtelijk-functionele aspecten betreffen, zijn de uitgangspunten te vertalen in het bestemmingsplan. Voor op te stellen beleid dat niet ruimtelijk-functioneel van aard is, of waarvoor een bestemmingsplan niet het meest voor de handliggende instrument, is de agenda voor de toekomst van Brabantpark opgenomen in hoofdstuk 7. 15

17 Figuur 3.1 Ruimtelijke structuur 16

18 Gebiedsanalyse 3 In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van het plangebied op ruimtelijk, functioneel en sociaal-maatschappelijk gebied. 3.1 Ruimtelijke structuur Ontstaan en opbouw van de wijk De ruimtelijke structuur van Brabantpark (figuur 3.1) wordt in deze paragraaf integraal beschreven vanuit de gemeentelijke disciplines cultureel erfgoed, stedenbouw en openbare ruimte. Ontstaansgeschiedenis Het plangebied is relatief laat tot ontwikkeling gekomen omdat het diende als schootsveld van de voormalige vesting. Het was een enigszins geaccidenteerd agrarisch terrein met akkers en weilanden. Van dit oorspronkelijke landschap is weinig overgebleven. De belangrijkste structurerende elementen die (deels) zijn bewaard, zijn de Teteringsedijk (begin dertiende eeuw), de Heusdenhoutsestraat, de Loopschans (oorspronkelijk 1682) en de spoorlijn naar Tilburg (1855). De Molenleij in zijn huidige vorm stamt uit de jaren zestig van de twintigste eeuw. De beek behoort tot de hoofdwaterlopen en ecologische structuur van Breda. Figuur 3.2 Uitsnede historische kaart uit 1926 Tussen 1869 en 1881 werd de vesting Breda ontmanteld. Het plangebied lag geïsoleerd ten opzichte van de stad. Aan de oostzijde van de binnenstad lag de singelgracht en was een groot terrein gereserveerd als militair oefenterrein. Hierdoor werd een rechtstreekse verbinding met de binnenstad verhinderd. De dichtstbijzijnde bruggen over de singelgracht waren de Wilhelminabrug en de Bossche Brug. Daarnaast behoren grote delen van het gebied pas sinds 1927 tot het grondgebied van Breda. De eerste grote bouwactiviteit was in de bouw van het Sint Ignatiusziekenhuis aan de Wilhelminasingel (figuur 3.2). 17

19 Figuur 3.3 Ontwikkeling van de wijken Na de eerste annexatie in 1927 maakte ir. W.F. Schaap een uitbreidingsplan met daarin ook de plannen voor een deel van het huidige Brabantpark (figuur 3.3). De ontwerpen uit deze periode zijn gebaseerd op de ideeën van de stadsbouwkunst, die de nadruk legde op theatrale en schilderachtige effecten van stedelijke compositie waarin de openbare ruimte centraal stond. Onderdeel van het uitbreidingsplan van Schaap was een villapark (het oorspronkelijke Brabantpark en naamgever van de later groter geworden wijk) in landschapsstijl. Na de Tweede Wereldoorlog werden de uitbreidingsplannen (door ir. P. Verhagen) naar het oosten opnieuw opgepakt. De buurten in oostelijk deel zijn gebaseerd op zowel de parochiegedachte als de functionalistische gedachte, met een overvloed aan licht, lucht en ruimte. Het belangrijkste structurerende element was en is de Claudius Prinsenlaan, een groene parkway die de binnenstad met het buitengebied verbindt. Een parkway is een brede groenstructuur met daarbinnen voor elke verkeersdeelnemer een eigen strook; bomen staan in groepen of rijen en bebouwing staat los in het groen. Met de aanleg van de Claudius Prinsenlaan is het oorspronkelijke villapark Brabantpark in tweeën geknipt. Hoofdstructuur (figuur 3.4) Het huidige Brabantpark ligt ingeklemd tussen de Teteringsedijk/spoorlijn en de Claudius Prinsenlaan. Brabantpark heeft twee structurerende assen binnen de wijk. Dit zijn de St. Ignatiusstraat en de Beverweg. 18

20 Figuur 3.4 Typologieënkaart openbare ruimte TYPOLOGIEEN OPENBARE RUIMTE m Figuur 3.5 Beverweg tuin voetpad fietspad berm rijweg berm fietspad voetpad 19

21 De Beverweg (figuur 3.5) is de belangrijkste wijkontsluitingsweg tussen de zuidelijke en noordelijke rondweg. De St. Ignatiusstraat (figuur 3.6) heeft een boulevardprofiel (brede middenberm met dubbele rij bomen) en de Beverweg een laanprofiel (twee rijen bomen aan weerskanten van de rijbaan). Deze wegen wikkelen het verkeer af naar de Wilhelminasingel, Claudius Prinsenlaan, noordelijke rondweg en uiteindelijk de A27. Figuur 3.6 St. Ignatiusstraat tuin voetpad fietspad parkeren rijweg berm rijweg parkeren fietspad voetpad tuin Het hart van de wijk wordt gevormd door het winkelcentrum Brabantplein. De parkway Claudius Prinsenlaan is verbijzonderd met een aantal bijzondere gebouwen, waaronder het markant gesitueerde Gemeentelijk Sportcentrum. De wijk Brabantpark wordt gewaardeerd vanwege de stedenbouwkundig ruime en groene opzet. Het noordwestelijke deel van de wijk is compacter en intiemer met tuinmuren en groene hagen als erfafscheiding. Het oostelijke deel is ruimer van opzet. Het groene karakter uit zich vooral in de groene bermen, parken, en collectieve tuinen. Ook de groene voortuinen dragen bij aan de groene uitstraling van de wijk. De groenstructuur van de wijk is verbeeld in figuur

22 Figuur 3.7 Groenstructuur De van oost naar west slingerende Molenleij vormt een koord waaraan de groenelementen die de wijk structureren zijn opgehangen: het Van Koolwijkpark, de wijk en buurtparken en de sportcomplexen aan de oostzijde. In en langs deze groenelementen lopen veel wandelroutes, die informeel ook als fietsroute gebruikt worden. Foto 3.8 Molenleij De oevers van de Molenleij (figuur 3.8) hebben daarom behalve een ecologische ook een recreatieve functie. De sportcomplexen waren in eerste instantie bedoeld als groene stadsrand maar functioneren nu als buffer tussen Brabantpark en de later gebouwde wijk Heusdenhout. De duidelijke hiërarchie, van een centrale groenvoorziening naar een kleinere groenvoorziening tussen de woonhofjes past binnen de uitgangspunten van de stedenbouwkundige opzet van de wijk. De structurerende elementen die de ontwikkeling van het gebied weerspiegelen, zijn van cultuurhistorisch belang. De wijk kent daarnaast een aantal monumenten en bijzondere gebouwen, die zijn weergegeven op de Koesterkaart (bijlage 2). 21

23 Buurten Brabantpark kan verdeeld worden in verschillende woonbuurten (figuur 3.9): Schaap (1), Epelenberg (2), rondom park Hooghout (3), Driesprong (4), St. Ignatius (5), ringenbuurt e.o. (6) en Koolwijkpark (7). Daarnaast zijn er twee zones met stedelijke voorzieningen langs de Claudius Prinsenlaan en Wilhelminasingel en in mindere mate langs de St. Ignatiusstraat. De verschillende buurten hebben allemaal hun eigen karakter met waardevolle openbare ruimtes. De meeste buurten zijn ruim en groen opgezet en bestaan voornamelijk uit eengezins woningen en enkele middelhoge flats als accenten langs de randen. Kenmerkend voor de straten in Brabantpark is het gebruik van rode klinkers in keperverband voor de rijloper en 30x30 stoeptegels met merwebasalttoeslag voor de trottoirs. Figuur 3.9 Buurtindeling Brabantpark St. Ignatius Het voormalige St. Ignatiusziekenhuis, het huidige Florijncollege aan de Wilhelminasingel, maakt deel uit van een uitbreidingsplan dat destijds ontworpen is door de stedenbouwkundige Van Gendt in de periode Op het terrein van het voormalig ziekenhuis zijn nog altijd verschillende functies van het ziekenhuis aanwezig zoals de bloedbank en het revalidatiecentrum. Aan de achterzijde is een klein woonbuurtje gerealiseerd. Het daarnaast gelegen klooster Maria Mater Dei is uitgebreid met een seniorenzorgcentrum. Door deze ontwikkelingen is het gesloten privéterrein van het voormalige ziekenhuis veel toegankelijker geworden. 22

24 Koolwijkpark Ten zuiden van het voormalig St. Ignatiusziekenhuis ligt het Van Koolwijkpark (figuur 3.10) dat destijds is opgezet als woonpark. In het park werden vrijstaande woningen zo gebouwd dat privaat en openbaar groen in elkaar op zouden gaan. Foto s 3.10 Koolwijkpark De tuinen worden nu gescheiden van het park door hagen of andere erfafscheidingen. Het is een stil en rustig gebied in het groen, midden in de stad. De bebouwing bestaat uit vrijstaande woningen die onderling van elkaar verschillen in architectuur en materiaal. 23

25 Schaap De stedenbouwkundige opzet rondom de Antiloopstraat stamt uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Figuur 3.11 Loopschansstraat tuin voetpad rijweg voetpad berm rijweg voetpad Deze buurt is ontworpen door ir. Schaap die zich liet inspireren door Camillo Sitte (architect/ stedenbouwkundige ). Belangrijk in zijn stedenbouwkundige visie was de onderlinge ondersteuning van de vorm van de ruimte en de vorm van de architectuur. De bebouwing in deze buurt bestaat uit aaneengesloten eengezinswoningen met relatief weinig buurtgroen en weinig openbare ruimte. Rondom park Hooghout, Epelenberg en Driesprong Brabantpark is in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw uitgebreid met de buurten rond het Hooghoutpark, Epelenberg en de Driesprong. De woonbuurten hebben een heldere rationele structuur, met relatief veel groenvoorzieningen. De woonstraten bestaan uit ringen en hofjes. De woningen hebben minder architectonische detailleringen. De uitstraling is sober, recht toe recht aan. De overmaat van de openbare ruimte in het oostelijke deel draagt bij aan de duurzaamheid van de wijk. Er is ruimte voor allerlei functies en veel bomen staan in groene bermen (i.p.v. in verharding) en hebben daardoor een goede groeiplaats. Bovendien maken veel groen en water dit deel van de wijk klimaatbestendig. Rond het park Hooghout (figuur 3.12) bestaat de structuur uit een lusvormige verkaveling met rijwoningen die veelvuldig herhaald worden in halfopen woonblokken en flats langs de Molenleij en Hooghout. Verschillende functies hebben hun eigen plaats, zoals het winkelcentrum, het park en de woonbuurten. Opvallend zijn de toegangen tot het winkelcentrum. Het winkelcentrum ligt erg besloten met enkele toegangen die vooral vanuit de edelstenenstraten doorkijkjes bieden. De voorzijden van het winkelcentrum zijn gericht op het binnen de bebouwing gelegen plein. De bebouwing bestaat uit portiekflats met op de begane grond winkel en horecaruimten. Centraal in het park staat het recent gebouwde appartementencomplex met de nieuwe bibliotheek en Michaëlkerk en de oorspronkelijke klokkentoren. De klokkentoren is een belangrijk oriëntatiepunt in de wijk. 24

26 Figuur 3.12 Hooghoutpark De buurt Epelenberg is begin jaren 60 uit de vorige eeuw gebouwd. De stedenbouwkundige structuur bestaat uit een centrale groene ruimte (figuur 3.13) waarin enkele flatgebouwen zijn gesitueerd. Rondom dit centrale punt zijn eengezinswoningen in een hofverkaveling gegroepeerd. De buurt heeft een naar binnen gekeerde structuur die los staat van het oude bebouwingslint van de Teteringsedijk. De flatgebouwen zijn sober, eenvormig en ze zijn eenvoudig gedetailleerd. Figuur 3.13 Epelenbergpark De woonbuurt Driesprong is een woonbuurt die wat geïsoleerd gelegen is achter de Teteringsedijk en Tilburgseweg en die grenst aan het spoor en bedrijventerrein. Het is een buurt die bestaat uit kleine eengezinswoningen. De invloed van het spoor en het bedrijventerrein is groot. Voor deze buurt is een eigen Structuurvisie Driesprong gemaakt en wordt een eigen bestemmingsplan opgesteld. Om die reden wordt deze wijk verder niet besproken in onderhavige gebiedsvisie. In Brabantpark hebben in de jaren 90 van de vorige eeuw verschillende inbreidingen plaatsgevonden, zoals de nieuwe woningen rond de Wisentstraat, Kangoeroestraat/Heusdenhoutsestraat en aan de Topaasstraat. Ze zijn duidelijk herkenbaar door het verschil in architectuur en schaalgrootte, maar voegen zich goed in het totaalbeeld van de wijk. 25

27 3.1.2 Verkeer Inleiding In deze visie staan twee aspecten centraal: afwikkeling van het verkeer en verkeersveiligheid. Het Bredase Verkeersplan en beleidsnota s over parkeren, de fiets, het openbaar vervoer en verkeersveiligheid gelden vanzelfsprekend ook voor deze visie. Een terugkerende vraag vanuit Brabantpark is wat de vele ontwikkelingen in en om de wijk betekenen voor de afwikkeling van het verkeer. Vooral aan de randen van de wijk doen zich eventuele problemen op kruispuntniveau voor (met name bij verkeerslichten). De problemen in de wijk zelf hebben geen betrekking op afwikkeling van het verkeer, maar op het gebied van snelheid, verkeersveiligheid en parkeerdruk. Hoewel de objectieve veiligheidssituatie is verbeterd sinds de instelling van 30 km/uur gebieden (in Brabantpark in 2003), is in de beleving van bewoners en weggebruikers de gereden snelheid nog steeds een probleem. Afwikkeling van het verkeer en verkeersveiligheid krijgen hieronder (respectievelijk bij autoverkeer en bij verkeersveiligheid ) een prominente plaats. Daarnaast wordt ingegaan op parkeren, openbaar vervoer en de fiets. Met uitzondering van enkele geïsoleerde problemen op het gebied van bijvoorbeeld parkeren, is het met name een beschrijving van de huidige situatie en die in de nabije toekomst op basis van groeicijfers. Het verkeer in de wijk zelf hangt samen met de Claudius Prinsenlaan en de Heerbaan. Deze zullen dan ook regelmatig worden genoemd. De structuur, waarbij onderscheid wordt gemaakt in diverse typen wegen, komt als eerste aan bod. Het gemeentelijke verkeersmodel met daarin alle ruimtelijke ontwikkelingen maakt inzichtelijk waar het in de verkeersstructuur gaat knellen. Autoverkeer: beleid In het gemeentelijk Verkeersplan (Verkeersplan Breda, Gemeente Breda, 2003) is voor het wegennet van Breda de volgende functionele indeling gehanteerd: Stroomwegen; Stadsontsluitingswegen; Wijkontsluitingswegen; Erftoegangswegen (30 km/u gebieden, verblijfsgebied). Figuur 3.14 Functionele indeling wegen Brabantpark INFRASTRUCTUUR stadsontsluitingsweg wijkontsluitingsweg erftoegangsweg fiets netwerk P parkeren voorziening openbaarvervoer H openbaarvervoer halte dekkingsgebied bushalte m 26

28 Per type worden hieronder de wegen in en om Brabantpark genoemd welke hieronder vallen. Stadsontsluitingswegen De stedelijke hoofdwegenstructuur, de zogenoemde stadsontsluitingswegen, zijn onmisbaar voor de bereikbaarheid en de leefbaarheid van en in de stad. Zij zijn primair bedoeld voor het stedelijk autoverkeer. De route Franklin Rooseveltlaan, Claudius Prinsenlaan, Beverweg, Kapittelweg, Nieuwe Kadijk, Tilburgseweg vormt, met de klok mee, een stadsontsluitingsstructuur waarmee de wijken Brabantpark en Heusdenhout, optimaal worden ontsloten. Om de hoofdwegen optimaal te benutten is doorstroming nodig en een betere benutting van bestaande wegen. Dit gebeurt door het aanpassen van bestaande verkeersregelingen, het beheersen van verkeersstromen door bijvoorbeeld te doseren op piekmomenten en het geleiden en ombuigen van verkeersstromen en, indien noodzakelijk, uitbreiding van de infrastructuur. Doorstroming op de hoofdstructuur kan betekenen dat kleine aansluitingen op de stadsontsluitingswegen soms een langere wachttijd kennen. Niet dat dit tot files en problemen wat betreft afwikkeling van het verkeer leidt, maar bewoners ervaren dit wel als een vervelende situatie. Daarom is het ook doel om, waar mogelijk, bestaande aansluitingen van 30 km/uur-wegen (erftoegangswegen) op stadsontsluitingswegen op te heffen. In ieder geval worden geen extra aansluitingen gerealiseerd om de doorstroming te blijven garanderen op de stadsontsluitingswegen. Wijkontsluitingswegen Wijkontsluitingswegen brengen het autoverkeer vanaf stadsontsluitingswegen naar de wijken en zijn vaak hoofdroute voor het fietsverkeer en het openbaar vervoer. Scheiding van verkeerssoorten (vrijliggende fietsvoorzieningen) is uitgangspunt voor de inrichting van deze wegen. De route Claudius Prinsenlaan (deel tussen Beverweg en singel) - Wilhelminasingel - St. Ignatiusstraat - Teteringsedijk - Tilburgseweg - Heerbaan vormt, met de klok mee, de belangrijkste toegangsweg voor Brabantpark en zijn wijkontsluitingswegen. Ze zijn belangrijk voor de afwikkeling van het verkeer van en naar Brabantpark. Erftoegangswegen (30 km/u-zones, verblijfsgebied) Erftoegangswegen ontsluiten de woningen, voorzieningen en bedrijven voor alle verkeerssoorten. De inrichting van deze wegen gaat uit van gelijkwaardigheid voor alle verkeerssoorten (voorrang van rechts). In deze 30 km/u-gebieden kunnen hoofdfietsroutes en busroutes voorkomen waardoor de inrichting van deze straten kan afwijken. Het bestemmingsverkeer gebruikt deze straten in Brabantpark. Een belangrijke toegangsweg door de wijk is de route Hooghout Hoogeind. Overigens is de vormgeving (inrichting) van 30 km/u-wegen een onderwerp wat vaak tot discussie en verwarring leidt. Een klein woonstraatje staat niet in verhouding tot bijvoorbeeld de Teteringsedijk die ook als erftoegangsweg in het Verkeersplan wordt aangeduid. Anderzijds biedt dit ook kansen met betrekking in de sturing van het verkeer via andere wegen van een hogere categorie. Door het verkeer op de stadsontsluitingswegen en wijkontsluitingswegen te bundelen, gaat een minimale hoeveelheid sluipverkeer (uiteraard is sluipverkeer nooit geheel op te lossen) over de erftoegangswegen door de wijk. Het dichthouden van de bussluis in de Topaasstraat is hiervan een voorbeeld. Investeren in stadsontsluitingswegen en wijkontsluitingswegen zorgt voor een goed verblijfsklimaat in de wijk. Autoverkeer: prognose verkeer De verkeersgroei in een wijk wordt grotendeels veroorzaakt door ontwikkelingen in de wijk zelf. Het autoverkeer in Brabantpark groeit naar verwachting nauwelijks. Het autobezit groeit (steeds meer gezinnen hebben twee of meer auto s), tegelijkertijd is echter ook sprake van een dalende gemiddelde woningbezetting. Door de vergrijzing en verzelfstandiging (meer alleenstaanden) van de samenleving daalt het gemiddeld aantal inwoners per woning van 27

29 ongeveer 2,3 inwoners per woning in 2006 naar ongeveer 2,0 inwoners/woning in Anders gezegd: in een wijk waarin geen nieuwbouw wordt gepleegd, zal het inwoneraantal in 2020 zo n 15% lager zijn dan in Een aantal grotere ontwikkelingen vindt plaats rondom de Beverweg tussen de Teteringsedijk en St. Ignatiusstraat. Een deel hiervan is inmiddels gerealiseerd. Deze ontwikkelingen komen grotendeels uit op de stadsontsluitingsweg Beverweg. Daarnaast zijn er grotere ontwikkelingen zoals Molenkwartier en de Driesprong. Uiteraard zullen de ontwikkelingen zoals Molenkwartier gevolgen hebben voor de Teteringsedijk (erftoegangsweg). Verder zullen de gevolgen hiervan voornamelijk op de wijk- en stadsontsluitingswegen waarneembaar zijn. In de Driesprong (omgeving Texelstraat) zijn de nodige woningen gesloopt. In het maximale scenario zouden er netto 50 woningen bij komen (dus 50 woningen meer dan dat voor de sloop aanwezig waren). Met dit aantal zijn de verkeerskundige gevolgen beperkt. Samengevat: Op de erftoegangswegen in de wijk Brabantpark neemt de verkeersdruk in de toekomst nauwelijks toe, eerder af. De toename vindt plaats rondom de hierboven genoemde ontwikkelingen. Randvoorwaarde is wel dat de wijk- en stadsontsluitingswegen het verkeer nog kunnen verwerken. Als op deze wegen grote vertragingen gaan ontstaan, kunnen ongewenste sluiproutes gaan ontstaan. Op de wijk- en stadsontsluitingswegen rondom Brabantpark wordt een grotere verkeersintensiteit verwacht. Met name een forse groei op de aansluitingen van de Noordelijke en Zuidelijke Rondweg op de rijkswegen (A27 en A16) omdat al het externe verkeer van en naar alle nieuwe ontwikkelingen via deze aansluitingen komt. Ook dit is echter sterk afhankelijk van de grootte en locatie van de nieuwe ontwikkelingen. De mogelijke ontwikkelingen langs de Claudius Prinsenlaan genereren veel verkeer op de Claudius Prinsenlaan en op de Zuidelijke Rondweg. De eventuele ontwikkeling rond de Bavelseberg genereert veel verkeer op de Zuidelijke Rondweg. Beide ontwikkelingen gaan echter (vooralsnog) niet door of worden in (sterk) gereduceerde vorm gerealiseerd. Over de exacte invulling van de Via Breda ontwikkelingen is ook nog geen helderheid. Kortom: het is erg moeilijk om een definitief groeicijfer te geven. We nemen echter aan dat de wijk- en stadsontsluitingswegen meer dan autonoom zullen groeien. De autonome groei is 1,5% per jaar. De inprikkers vanaf de rijkswegen (Noordelijke en Zuidelijke Rondweg) groeien sterker, afhankelijk van de exacte ontwikkelingen en economische tendens. De te verwachten groei van het verkeer op wegen als de Teteringsedijk (deel tussen Hoogeind en Oosterhoutseweg), Beverweg, St. Ignatiusstraat, Tilburgseweg en de Heerbaan bedraagt gemiddeld tussen de 10 en 25%, met zoals eerder genoemd uitschieters op de Claudius Prinsenlaan tot boven de 50% wanneer alle ontwikkelingen zouden worden gerealiseerd. Op enkele kruispunten na, levert deze groei echter geen problemen op. Hieronder wordt daar verder op ingegaan. Autoverkeer: afwikkeling verkeer Om een goede inschatting te maken van de hoeveelheid autoverkeer in en rondom Brabantpark in de toekomst maakt de Gemeente Breda gebruik van een verkeersmodel. Dit model richt zich op het jaar In dit model zitten alle verwachte bouwontwikkelingen die tussen 2006 en 2020 gerealiseerd gaan worden en de algemene autonome groei/afname van het verkeer volgens de voorspellingen van het CBS. Het model bestaat uit de belangrijkste wegen van Breda waarop een bepaalde hoeveelheid verkeer wordt losgelaten. De kruispunten zijn hierin bepalend. Van deze kruispunten wordt berekend of het verkeer kan worden afgewikkeld of dat er lange wachttijden kunnen gaan ontstaan. Deze kruispuntberekeningen zijn gebaseerd op de avondspits (drukste periode). In Breda zijn alleen in de spitsperiodes van gemiddeld een half uur op een aantal wegvakken structureel lange wachtrijen/wachttijden. Buiten de spitsperiodes zijn nergens lange wachtrijen. In veel gevallen gaat het om incidentele gevallen. Een indicatie met betrekking tot de afwikkelingstijden op kruispunten (cyclustijd, waarbij dus alle richtingen minimaal 1 maal groen hebben gehad) kan als volgt worden ingedeeld: tot 120 seconden is er geen afwikkelingsprobleem, tussen de 120 en 150 seconden is sprake van een kritische situatie waarvoor wellicht eenvoudige verkeersregeltechnische aanpassingen nodig zijn, en boven de 150 seconden is sprake van dusdanig afwikkelingsproblemen dat andere maatregelen noodzakelijk zijn. Zoals bijvoorbeeld een totale herinrichting van het kruispunt, 28

30 andere indelingen van rijstroken en opstelvakken, plus uiteraard ook verkeersregeltechnische aanpassingen.. Voor de afwikkeling van het verkeer in Brabantpark kan men onderscheid maken in de erftoegangswegen (verkeer in de wijk) en wijk-/stadsontsluitingswegen (verkeer door en rondom de wijk). Voor het verkeer in de wijk (erftoegangswegen) geldt dat de kleine inbreidingsplannen in Brabantpark tot 2020 geen afwikkelingsproblemen veroorzaken. Overigens zijn andere problemen wellicht wel aan de orde, zoals parkeerproblemen bij bepaalde ontwikkelingen en op bepaalde locaties. Voor het verkeer op de wijkontsluitingswegen wordt een toename verwacht. Uit het model blijkt dat op het kruispunt van de Tilburgseweg met de Heerbaan problemen gaan ontstaan (cyclustijd boven de 150 seconden). Dit betekent langere wachtrijen in de ochtend- en avondspits. Daarentegen heeft het verkeer een goed alternatief over de Nieuwe Kadijk. Op de Heerbaan wordt een relatief lichte toename verwacht, die geen problemen zal veroorzaken. Door de werkzaamheden op de Heerbaan bij het kruispunt met de Claudius Prinsenlaan wordt de capaciteit dusdanig vergroot dat tot 2020 geen structurele lange wachtrijen meer gaan ontstaan. Op de stadsontsluitingsweg Claudius Prinsenlaan wordt een grotere toename verwacht. Door de doorstromingsmaatregelen (zomer 2010) is de capaciteit op de Claudius Prinsenlaan aanzienlijk vergroot. Alle ontwikkelingen en de autonome groei worden goed afgewikkeld in de nabije toekomst. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat er nog geen duidelijkheid is over de grote ontwikkelingen rondom de Claudius Prinsenlaan. Wel is gebleken dat als alle mogelijke ontwikkelingen op de Claudius Prinsenlaan doorgaan, er een groot verkeersprobleem gaat ontstaan op de kruispunten van de Claudius Prinsenlaan met de Heerbaan en Zuidelijke Rondweg (eveneens cyclustijd boven de 150 seconden). Een extra aansluiting op de Zuidelijke Rondweg of andere zeer ingrijpende infrastructurele maatregelen zijn dan noodzakelijk. Momenteel wordt onderzocht wat de beste oplossing is. Dit kan ook inhouden een aantal ontwikkelingen niet door te laten gaan. Verkeersveiligheid en inrichting Verkeersongevallen zijn niet alleen traumatisch voor slachtoffers en nabestaanden, het laat ook vaak littekens achter bij (oog)getuigen en zorgt voor onrust in een buurt of wijk. Naast de bestaande inrichting van de weg, die invloed heeft op de verkeersveiligheid, hangt het ongevallenbeeld ook samen met gedrag. Door middel van een heldere en verkeersveilige inrichting kan zoveel mogelijke worden getracht dit gedrag te beïnvloeden. Hieronder en in bijlage 3 volgt een overzicht van de geregistreerde ongevallen in de periode , inclusief toedracht en betrokken modaliteit (auto, fiets etc.) met daarbij ook enkele algemene conclusies. Verkeersveiligheid: ongevalcijfers Bijlage 3 laat een overzicht zien van de ongevallensituatie in Brabantpark. Er is onderscheid gemaakt in een kaart en tabel voor de wijk zelf (erftoegangswegen) en een overzicht van de wijk- en stadsontsluitingswegen in en om de wijk. Het gaat hier om de objectieve veiligheidssituatie. Hoewel er wellicht minder ongevallen gebeuren op erftoegangswegen (30 km/uwegen), wordt hardrijden op die wegen wel als een grotere overlast ervaren (subjectieve veiligheid). Juist hier bevinden zich vrijwel alle woningen, winkels en wandelaars, fietsers of spelende kinderen. Eindconclusie naar aanleiding van bijlage 3 De letselongevallen in de wijk Brabantpark gebeuren met name op de stads- en wijkontsluitingswegen (50 km/u wegen) en niet op de erftoegangswegen in de wijk. Dit geldt ook voor de rest van Breda. Zo n driekwart van de slachtofferongevallen in het studiegebied valt op de 50 km/u wegen en een kwart op de 30 km/u wegen (waarvan het totaal aantal kilometers weglengte veel groter). De afgelopen 5 jaar zijn op de erftoegangswegen in de wijk gemiddeld 4 slachtofferongevallen per jaar gebeurd, waarvan twee ernstig (ziekenhuisopname). Ondanks het feit 29

31 dat elk ongeval en elk slachtoffer betreurenswaardig is, is dit niet bijzonder opvallend in vergelijking met andere buurten/wijken in Breda, zeker gezien de grootte van het studiegebied (het gebied begrenst door de wegen Claudius Prinsenlaan, Wilhelminasingel, Teteringenstraat, spoor, Nieuwe Kadijk en Heerbaan). In de wijk zelf (erftoegangswegen) gaat het vooral om voorrangsongevallen met relatief veel langzaam verkeer (fiets etc.). Op de stads- en wijkontsluitingswegen gebeuren naast voorrangsongevallen ook veel roodlichtnegatie- en kop-staartongevallen. Het aandeel langzaam verkeer is hier kleiner. Verkeersveiligheid: inrichting Brabantpark wijkt niet significant af van de totale situatie in Breda. Op basis van deze conclusie volgt hieronder een overzicht van de mogelijkheden voor inrichting van de 30 km/u-gebieden (erftoegangswegen) in Brabantpark. De wijk- en stadsontsluitingswegen spelen veel minder een rol in de inrichtingsdiscussie, deze wegen zijn juist de wegen waar de afwikkeling van het verkeer (om zoveel mogelijk sluipverkeer in de wijk zelf te voorkomen) centraal staat. Maar ook hier wordt op kruispuntniveau en door bijvoorbeeld verkeersregeltechnische aanpassingen (verkeerslichten) gewerkt aan een positiever ongevallenbeeld. De kern van de discussie speelt zich, nogmaals, af in de 30 km/u-gebieden. In Brabantpark gaan we hier in algemene zin mee om, waarbij ook enkele concrete punten in de wijk uitdrukkelijk worden genoemd. Uiteraard kan niet worden ingegaan op specifieke maatregelen op bepaalde kruispunten op wegen aangezien dat onderdeel van het ontwerpproces zal zijn. De inrichting stamt grotendeels uit In 2003 is de wijk als 30 km/u-gebied aangewezen. Bij bepaalde functies, zoals scholen en winkels zijn eventueel (later) aanvullende maatregelen genomen. Hoewel het uiteraard te optimistisch is dat slechts eenvoudige maatregelen en bebording tot een snelheidsreductie van 50 naar 30 km/u leiden, heeft de snelheidsreductie wel rechtsgeldigheid. Als aanvulling hierop is met politie afgesproken dat men ook op deze snelheid zal controleren wanneer a) de V85-snelheid (=85% rijdt gelijk of langzamer dan een bepaalde snelheid) 37 km/u of minder is, b) door de gemeente in overleg met politie bepaalde locaties worden gesignaleerd waar het knelpunt erg groot is. Samen met politie wordt dan afgesproken om aanvullende maatregelen te treffen om de snelheid te verlagen, zoals ook in het verleden op Hooghout is gedaan: politie gaat controleren, gemeente zegt toe maatregelen te gaan nemen. Landelijk gezien is er een discussie over de herkenbaarheid van 30 km/u-zones. Niet alleen de aanwezigheid van drempels of verkeersmaatregelen dragen bij aan de geloofwaardigheid van een 30 km/u-zone, maar ook de bebouwing langs de weg en omgeving waar de weg ligt, zijn van grote invloed. Een 30 km/u-zone moet herkenbaar zijn. Herkenbaarheid en eenduidigheid in de inrichting zijn dan ook speerpunten de komende jaren. Met name op het gebied van voorlichting en communicatie ligt daar nog een uitdaging. De gemeente is in 2010 gestart met een nieuwe 30 km/u campagne in Ulvenhout. Deze kan over meerdere delen van de stad, waaronder Brabantpark, ingezet worden. Uiteraard betekent dit niet dat op bepaalde wegen waar de nood hoog is (denk daarbij aan Hooghout, Lage Kant, Heusdenhoutsestraat etc.) geen drastischere maatregelen gerechtvaardigd zijn, zoals drempels, versmallingen en andere maatregelen die de snelheid flink verlagen. Dit soort maatregelen worden niet alleen genomen vanuit de noodzaak van verkeersveiligheid, maar ook omdat al werkzaamheden plaatsvinden waar kan worden meegelift (werk met werk maken). Denk hierbij aan de rioleringswerkzaamheden op Hooghout en omstreken of andere maatregelen zoals vervanging van de wegverharding. Bij elk project wordt nagegaan, onder andere door informatieavonden met bewoners, of er 30 km/u-maatregelen wenselijk zijn. Bepaalde aspecten met betrekking tot de inrichting van 30km/u-gebieden die vaak worden verondersteld verkeersveiliger te zijn, worden niet of nauwelijks toegepast. Het betreft dan met name de toepassing van vrijliggende fietspaden en de aanleg van zebrapaden. Zebrapaden hebben een zogenaamde schijnveiligheid. De verantwoorde 30

32 lijkheid wordt bij de automobilist gelegd, die helaas niet altijd de voetganger voor laat gaan. Gevolg is vaak dat juist op zebrapaden ongevallen ontstaan. Het is beter door middel van bijvoorbeeld kanalisatiestrepen aan te geven waar voetgangers worden verondersteld over te steken en derhalve de verantwoordelijkheid bij de voetganger zelf te leggen. Dit is vanuit verkeersveiligheid gezien de optimale insteek. Vrijliggende fietspaden tenslotte worden met name toegepast langs stads- en wijkontsluitingswegen. In 30 km/u-gebieden worden ze incidenteel toegepast, maar meer nog worden fietssuggestiestroken aangelegd of wordt uitgegaan van het principe van shared space (gedeelde ruimte). Hierbij maken alle verkeersdeelnemers gebruik van dezelfde (openbare) ruimte. Gevolg is dat men zich eerder aanpast en schikt naar het gedrag van anderen. Toch is het nadrukkelijk de bedoeling om de voetganger en de fietser centraal te stellen in de 30 km/u-gebieden. Het zijn immers verblijfsgebieden waar wonen en een prettig leefklimaat belangrijk zijn. Naast concrete maatregelen op straat, wordt daarom ook vaak juist op gedrag en communicatie ingezet. Dit kan uiteraard op verschillende manier plaatsvinden: rechtstreeks tussen burgers onderling, via de politie, maar ook via instanties zoals scholen en de wijkraad. Deze zogenaamde zachte kant blijkt in de praktijk net zo goed te werken (wellicht zelfs beter) dan de harde kant, waarbij maatregelen op straat het verkeer dwingen zich aan te passen. Tevens wordt verondersteld dat het realiseren van éénrichtingsverkeer tot een overzichtelijker en derhalve veiliger verkeersbeeld leidt. Dit is helaas niet het geval. De gemiddelde snelheid gaat omhoog omdat er geen (gemotoriseerd) verkeer vanuit de tegengestelde richting komt en men hier dus geen rekening mee dient te houden. Ook kan het toepassen van éénrichtingsverkeer in bepaalde straten leiden tot meer verkeer in andere (veelal omliggende) straten. Wanneer dus al wordt overgegaan tot toepassing van éénrichtingsverkeer dient dit enerzijds te gebeuren op straten waar het op dit moment eigenlijk te smal is voor tweerichtingenverkeer, en anderzijds dient tegelijkertijd de gehele buurt/wijk in ogenschouw te worden genomen, zodat geen ongewenste neveneffecten ontstaan in andere straten. Parkeren Normen Bij nieuwbouw, verbouw, functieverandering en uitbreiding geldt de gemeentelijke parkeernorm. Deze zijn opgenomen in de parkeerbeleidsnota en verankerd in de bouwverordening. De parkeerplaatsen dienen in principe op eigen terrein te worden gerealiseerd, en deels op openbaar gebied, bijvoorbeeld voor bezoekers. De nadere uitwerking van wegen, straten en bedrijventerrein vraagt om een integrale en zorgvuldige aanpak van het verkeer en buitenruimte, zodanig dat parkeervoorzieningen geen afbreuk doen aan de gewenste kwaliteit. Problematiek Brabantpark is niet vrij van parkeerproblemen. Meestal gaat het om een te hoge parkeerdruk. Op sommige plaatsen wordt geparkeerd op het trottoir en in groenvoorzieningen, omdat er niet genoeg parkeerplaatsen zijn, bijvoorbeeld op de Heusdenhoutsestraat en de Brabantlaan en omgeving. Met name ten westen van de Beverweg (Koolwijkpark) wordt tijdens kantooruren gratis de auto geparkeerd. In mindere mate gebeurt dit ook tijdens koopavonden of in de weekenden. Het is niet verboden daar te parkeren, maar omwonenden ervaren dit als overlast, ook omdat men soms uitritten (deels) blokkeert. Ook het parkeren bij relatief recente ontwikkelingen, zoals aan de Bisonstraat, levert een extra parkeerdruk op die veelal niet in de buurt kan worden opgevangen. Oplossingen Er kunnen parkeervergunningen ingevoerd worden wanneer een meerderheid van bewoners hiermee akkoord gaat. Er zal worden geëxperimenteerd met een gratis parkeervoorziening in de binnenstad (conform collegeakkoord) buiten de openingstijden van de winkels. Wellicht dat dit deels en op sommige momenten de parkeerdruk kan verlagen. Ook worden de huidige parkeernormen voor 2013 aangepast. De huidige parkeernormering dateert uit Hoewel het om minimum normen gaat blijkt in de praktijk dat er vaak parkeerdruk is, zelfs vlak na realisatie van bijvoorbeeld een appartementencomplex. 31

33 Daarnaast moet worden voorkomen dat parkeerplaatsen op openbaar gebied worden gebruikt terwijl op eigen terrein ook parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Vaak worden deze parkeerplaatsen als extra optie aangeboden bij de koop of huur van een woning, maar deze parkeerplaats dient juist inbegrepen te zijn in de totale verkoopsom of huurprijs van de woning. Openbaar vervoer Dienstregeling Lijnen 1 en 7 richting Brabantpark en Heusdenhout vormen de belangrijkste verbinding tussen het centraal station en de binnenstad enerzijds en de wijken anderzijds. Via de St. Ignatiusstraat rijdt de bus de wijk in en maakt een lus door Brabantpark en Heusdenhout via de Lage Kant, Heerbaan, Tilburgseweg en Brabantplein. De streeklijnen en 129 rijden ook via de St. Ignatiusstraat. Lijn rijdt in noordelijke richting naar Teteringen en Oosterhout, lijn 129 rijdt via de Claudius Prinsenlaan richting de A27. Verbeteringen De diverse stads- en streeklijnen bieden goede busverbindingen. Er zijn bovendien weinig of geen klachten bekend over het openbaar vervoer. Er wordt echter wel gestreefd om de frequentie van de diverse busdiensten daar waar nodig te verhogen. Dit geldt bijvoorbeeld als gevolg van ontwikkelingen in met name de zorg (AHOED), waarbij een goede busverbinding juist erg belangrijk is voor de bereikbaarheid voor bijvoorbeeld ouderen (de sociale functie van openbaar vervoer). Daarnaast worden bushaltes zoveel mogelijk toegankelijk gemaakt, wat wil zeggen dat ook bijvoorbeeld met een rolstoel vrij eenvoudig de bus in kan worden gereden. Tot slot speelt op sommige wegen het probleem dat de bussen hard rijden en/of veel trillingsoverlast veroorzaken. Ingezet wordt op gedrag en communicatie richting de vervoermaatschappij, waarbij buschauffeurs op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Fietsverkeer Fietsroutes Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het hoofdfietsnetwerk en een aanvullend net van recreatieve en aanvullende routes. Het hoofdfietsnetwerk bestaat uit de route via de Claudius Prinsenlaan en de Beverweg richting Kapittelweg. En een route St. Ignatiusstraat - Teteringsedijk - Tilburgseweg. Het aanvullende secundaire netwerk bestaat uit de route vanaf de Teteringsedijk via Hoogeind naar Hooghout en de routes over de Lage Kant/Nieuwe Inslag en de Heusdenhoutseweg. Deze routes sluiten aan via Langveld en de Weilustlaan op de Heerbaan. Deze laatste is ook een hoofdroute. Verbeteringen De fietser is één van de meest kwetsbare verkeersdeelnemers, vooral in 30 km/u-gebieden waar de snelheid vaak hoger ligt en de fietser tussen het gemotoriseerde verkeer rijdt. Vanuit Brabantpark is dan ook veel vraag naar meer vrijliggende fietsvoorzieningen, zoals geheel vrijliggende fietspaden of fietssuggestiestroken die met name op de grotere en drukkere wegen worden toegepast, zoals bijvoorbeeld op Hooghout. Ook de zogenaamde ontbrekende schakels in het fietsnetwerk (zoals benoemd in het fietsbeleid) worden gerealiseerd, zoals een doorsteek vanaf de Koraalstraat richting het fietspad langs de Claudius Prinsenlaan. Daarnaast is al één en ander genoemd hiervoor bij het onderwerp verkeersveiligheid en inrichting, waarbij ook de algemene inrichting van 30 km/u- gebieden van belang is voor de veiligheid van de fietser. Wanneer enerzijds de snelheid omlaag wordt gebracht en anderzijds sprake is van een meer eenduidig wegbeeld, verbetert automatisch de veiligheid voor de fietser. Tot slot zijn ook meer fietsenstallingen en -klemmen (onder andere bij bushaltes of voorzieningen zoals winkels) een belangrijk aandachtspunt. 3.2 Functionele structuur Brabantpark heeft overwegend een woonfunctie. Ter ondersteuning van de woonfunctie zijn er verschillende andere functies zoals detailhandel, maatschappelijke voorzieningen en bedrijven (figuur 3.15 en 3.16 en bijlage 4). 32

34 Figuur 3.15 Functionele structuur horeca werken winkels wonen Wonen Hieronder wordt ingegaan op het woonmilieu, de mogelijkheden op een wooncarrière en het vastgestelde woonbeleid in Brabantpark. Woonmilieu Brabantpark ligt dichtbij het stadshart, heeft stedelijke en buurtvoorzieningen, verschillende woonsferen en sterke groene dragers (Molenleij) in het gebied. Voorbeelden van de diversiteit aan woonsferen zijn het villamilieu Koolwijkpark, het centrale voorzieningen en parkmilieu Brabantpark, betaalbaar wonen in Epelenbergpark en de bijzondere woonsfeer in het wooncomplex in de Topaasstaete. Woningen De woningvoorraad in Brabantpark bestaat in 2010 uit woningen, waarvan 52% koopwoningen. Door nieuwbouw van vooral appartementen is het aandeel eengezinswoningen licht gedaald van 52% in 2006 naar 48% in Vanwege de centrale ligging t.o.v. het centrum en de hogescholen vindt in Brabantpark relatief veel particuliere kamerverhuur plaats. De corporaties hebben 124 kamers aan de Eekhoornstraat en de Molenslag en tijdelijke huisvesting voor studenten aan de Lage Kant/Nieuwe Inslag. De huurwoningen in het woongebied zijn overwegend bereikbare/goedkope woningen, het grootste deel van de koopwoningen valt in de prijsklasse middelduur laag tot ,. In totaal behoort 41% van de woningvoorraad tot de bereikbare categorie (bereikbare huur en goedkope koop, exclusief de particuliere huursector), in Breda is dit 33% van de voorraad. Het aandeel nultreden toegankelijke woningen is 17% (woning die extern en intern toegankelijk is). Dit betekent dat de woonkamer zonder trappen van buiten af bereikbaar is en dat de keuken, het sanitair en minimaal één slaapkamer vanuit de woonkamer eveneens zonder traplopen te bereiken zijn. Drempels in de woning zijn laag of ontbreken. Mensen Het woongebied heeft een bevolking met een leeftijdsopbouw met relatief meer jonge huishoudens en alleenstaanden. De bevolkingsgroep jaar is oververtegenwoordigd (grotendeels studenten), net zoals alleenstaande huishoudens. Het aandeel gezinnen met of zonder kinderen ligt sterk onder het Bredaas gemiddelde. 33

35 Wooncarrière Brabantpark fungeert op de woningmarkt als een buurt waarin starters/alleenstaanden relatief makkelijk hun eerste stap in de wooncarrière kunnen maken en daarna doorstromen naar elders. Dit is ook terug te zien in de leeftijdsopbouw van de wijk. Er zijn weinig mogelijkheden om door te stromen naar een andere (koop)woning bijvoorbeeld met meer inhoud (m 3 ) of type (2-onder-1 kap, vrijstaand). Het plan Molenkwartier voorziet hier wel meer in. Het aanbod van appartementen met meer kwaliteit en diversiteit is in de afgelopen jaren uitgebreid en zit ruim in de bestaande plannen. Beleid wonen Het vastgestelde woonbeleid voor Brabantpark betreft een norm van 30-35% bereikbare huur- en koopwoningen in het gebied Brabantpark-Heusdenhout en meer zelfstandige (studio s) studentenhuisvesting (Woonvisie Breda ). Daarnaast is in de concept Gebiedsdoelen Wonen de volgende wens geformuleerd: de kwalitatieve match te verbeteren met voldoende bereikbare huur en koop in de nieuwbouw, meer betaalbare eengezinswoningen voor jonge huishoudens, aandacht voor studentenhuisvesting, meer geschikte woningen voor ouderen en particulier opdrachtgeverschap. Zoals uit de visie in hoofdstuk 4 blijkt, is het woonbeleid niet in overeenstemming met de woonbehoefte. Brabantpark vraagt namelijk om (middel)dure grondgeboden woningen zodat een grotere diversiteit aan woningtypen ontstaat, waardoor bijvoorbeeld ook jonge gezinnen in de wijk blijven wonen. Te veel geconcentreerde studentenhuisvesting is daarentegen ook niet wenselijk, vanwege het behoud van een goede leefbaarheid Detailhandel en horeca De wijk Brabantpark valt in de Detailhandelsnota onder het gebied Breda Zuid-Oost. In dit gebied liggen onder andere twee goed functionerende wijkwinkelcentra Valkeniersplein en De Burcht en de buurtwinkelcentra Heusdenhout en Brabantplein. Het merendeel van de detailhandel- en horecavestigingen in Brabantpark is geconcentreerd op het Brabantplein en de winkelstrips aan Hooghout, Lage Kant en Epelenberg. Ook is aan de Teteringsedijk en Tilburgseweg een aantal verspreid liggende detailhandel- en horecavestigingen gelegen. De winkels aan de Teteringsedijk en Tilburgseweg horen bij het karakter van deze oude linten. Het buurtwinkelcentrum Brabantplein heeft een introvert karakter. In de begeleidingsgroep is aangegeven dat Brabantplein een goede branchering heeft met een aanbod in de dagelijkse en niet-dagelijkse sector. De uitstraling van het winkelcentrum en de toegangen is matig en het plein heeft geen ontmoetingsfunctie. Aangegeven is dat het wenselijk is om ter versterking van het plein een tweede supermarkt op Brabantplein te hebben, evenals een winkel voor huishoudelijke artikelen. Er is in principe ruimte voor een tweede supermarkt, maar vanwege het gebrek aan parkeergelegenheid is het in de praktijk lastig deze te realiseren. Daarnaast zijn veel woningen op het plein in particulier eigendom, wat bij herontwikkeling ook complicerend werkt. De kleinschalige winkelstrips aan het Hooghout en Epelenberg zijn waardevol, omdat ze belangrijk zijn voor onder andere het contact tussen de wijkbewoners. Beleidsmatig mogen deze winkelstrips ook verkleuren naar andere functies dan detailhandel, zoals een kapper of een administratiekantoor (dienstverlening). Een aantal voorzieningen, zoals de Poelwei, de bibliotheek en de sportkantine, is tevens ontmoetingspunten voor bewoners waarbij ook iets gedronken (koffie, thee en fris) kan worden, zogenaamde ondergeschikte horeca. Dit soort horeca zou wat verder uitgebouwd kunnen worden Bedrijven en kantoren Verspreid door het plangebied zijn meerdere bedrijfs- en kantoorvestigingen gelegen. Een concentratie van bedrijven bevindt zich in het noorden van de wijk aan de Antiloopstraat en tussen het spoor en de Teteringsedijk/Teteringenstraat. Deze bedrijvigheid behoort van oorsprong bij de industriële bedrijvigheid rond de spoorzone. Een deel van de bedrijvigheid is reeds verdwenen (Molenkwartier). Een deel van het Hero-terrein ligt momenteel braak, maar het is nog niet duidelijk wat de nieuwe functie van dit gebied zal zijn. Vooralsnog wordt de huidige functie voor bedrijventerrein gehandhaafd. 34

36 Verder bevinden zich verspreid in het plangebied enkele kleinschalige kantoorvestigingen, al dan niet in de vorm van aan huis gebonden beroepen. Aan huis gebonden beroepen worden toelaatbaar geacht in woningen, mits de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft en er geen parkeeroverlast ontstaat. Grotere kantoren genereren relatief veel verkeer en hebben een relatief grote parkeerbehoefte. Deze aspecten zijn moeilijk inpasbaar in een woongebied. Voornamelijk vanwege deze aspecten worden nieuwe grotere (zelfstandige) kantoren in het plangebied onwenselijk geacht Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid in een gebied. Een deel van deze voorzieningen (meestal gebouwen) heeft de gemeente in eigendom. Het in eigendom hebben is geen doel op zich maar een middel om gemeentelijke beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren. Denk daarbij aan het bevorderen van maatschappelijke en sociale participatie, het faciliteren van ontmoeting, ontplooiing en ontspanning en het tegengaan van achterstanden. Voorbeelden van maatschappelijke voorzieningen zijn scholen, kinderopvang, gemeenschapshuizen, zorginstellingen en sportaccommodaties. Verspreid in het plangebied komen verschillende maatschappelijke voorzieningen voor, zoals (figuur 3.16): gemeenschapshuis De Poelewei; bibliotheek; jongerencentrum Elandstraat; gymzaal Elandstraat; gemeentelijk sportcentrum (de Scharen); voetbalvereniging PCP; honkbalclub Jeka; basisschool De Fontein; speciaal basisonderwijs De Leije; speciaal onderwijs (Liduina (2 locaties) en de Schalm; kinderopvang en buitenschoolse opvang; NHTV en Florijn college; revalidatiecentrum Breda; verpleeg en verzorgingshuis De Leystroom; woonzorgcomplex Molenstaete (Breedonk en Laurentius); bloedbank en diagnostisch centrum; religieuze centra (kerk, moskee). Figuur 3.16 Maatschappelijke voorzieningen FUNCTIES maatschappelijk medisch kinderopvang basis onderwijs middelbaar onderwijs hoger beroepsonderwijs sport m 35

37 De Poelewei, Hooghoutpark en bibliotheek Sociaal cultureel centrum De Poelewei, het aangrenzende Hooghoutpark en de bibliotheek vormen het sociaal-culturele hart van Brabantpark. Centraal gelegen in de wijk bieden zij de inwoners diverse mogelijkheden om zich te ontplooien en te ontspannen. In De Poelewei worden diverse activiteiten en cursussen georganiseerd. Ook de harmonie heeft hier zijn thuisbasis. Op meerdere tijdstippen in de week kan men ook binnenlopen voor een praatje, een biljartje leggen of om de krant te lezen. Het gemeenschapshuis is eigendom van de gemeente en wordt bestuurd door vrijwilligers uit de wijk. Er zijn onder hetzelfde dak, maar wel ruimtelijk gescheiden, ook een peuterspeelzaal en kinderdagverblijf. Aan de andere kant van het Hooghoutpark ligt de bibliotheek. Verschillende instanties, zoals de wijkraad, Taal en Werk (ROC), Wijkwijs (SOB) en leesclubs maken gebruik van de bibliotheek. Daarmee heeft de bibliotheek ook een sterke ontmoetingsfunctie. De begeleidingsgroep heeft aangegeven de bibliotheek vaker open te willen zien, wellicht met een beperkte terrasfunctie. Jeugdvoorzieningen Voor de jongeren uit de wijk is er, naast de speelvoorzieningen in de openbare ruimte, het jongerencentrum aan de Elandstraat. Het gebouw (voormalig gebouw van Scouting Michael) is echter weinig uitnodigend door de hekwerken die er om heen staan. Het jongerencentrum (eigendom van de gemeente) wordt op dit moment gerund door (de jongerenwerkers van) Surplus Welzijn. Er is een beperkte openstelling. Surplus spant zich in om meer vrijwilligers te werven die een rol kunnen spelen in de verruiming van de openingstijden. Tenslotte heeft de gemeente het voornemen om een kunstgrasveld naast het jongerencentrum aan te leggen. Sportvoorzieningen Qua sportvoorzieningen heeft Brabantpark volop mogelijkheden. Op de grens met Heusdenhout liggen de sportvelden van voetbalvereniging PCP, honkbalvereniging JEKA, de hockeyvelden van Push, het complex van jeu de boules vereniging Va-tout, het squashcentrum Nieuwe Inslag en studentensport Bress. Het gemeentelijk sportcentrum (de Scharen) biedt volop mogelijkheden voor indoor sportactiviteiten en heeft ook ruimte voor workshops, vergaderingen en evenementen. Tenslotte zijn er nog twee commercieel geëxploiteerde fitness centra (Pelican Health en Health city) in de wijk. Onderwijs Brabantpark heeft op dit moment één basisschool voor regulier onderwijs: De Fontein aan de Kangoeroestraat/Heusdenhoutsestraat. Daarnaast heeft Brabantpark één basisschool voor speciaal onderwijs, te weten: De Leye aan de Kameelstraat (een SBO speciaal basisonderwijs- school van INOS met een stedelijke functie); en een tweetal scholen voor speciaal onderwijs: Liduina aan de Landheining (een ZMLK school, met vooral een regionale functie); De Schalm (mytyl). De gemeente beziet het schoolaanbod van Brabantpark in samenhang met de aangrenzende wijk Heusdenhout. De drie basisscholen De Fontein (Protestants christelijke signatuur) aan de Kangoeroestraat/Heusdenhoutsestraat, de Tweesprong (Openbaar) aan de Kapelstraat en de Weilust (Katholiek) aan de Draaiboom en Wolvenring vormen samen een voldoende aanbod voor beide wijken. Er zijn ook scholen voor middelbaar en hoger onderwijs in Brabantpark. De NHTV aan de Mgr. Hopmanstraat heeft een belangrijke impact op Brabantpark. Door de aanwezigheid van de NHTV en Avans Hogeschool in de directe omgeving, wonen veel studenten in Brabantpark. Medische voorzieningen In Brabantpark zijn meerdere huisartsen gevestigd. Er is één centraal gelegen (Brabantplein) apotheek. Er zijn plannen om de huisartsen en de apotheek samen onder te brengen in een nieuw te bouwen gebouw, een zogenaamde AHOED (Apotheek en Huisartsen Onder Een Dak), 36

38 op het voormalige Hero-terrein. De beoogde plek ligt niet erg centraal in de wijk, maar is wel goed bereikbaar. Bovendien zou een nieuw wijkje verrijzen rondom de AHOED. Nu de nieuwbouwplannen op het Hero-terrein voorlopig de ijskast ingegaan zijn, is nog niet duidelijk wat de consequenties zijn voor de ontwikkeling van de AHOED. De bewoners hebben aangegeven dat een AHOED wel wenselijk blijft. Naast de huisartsen houden tandartsen en fysiotherapeuten hun praktijk in Brabantpark. Richting de binnenstad zijn de Bloedbank, het Diagnostisch centrum en het Revalidatiecentrum gevestigd. Dit zijn belangrijke wijkoverschrijdende voorzieningen in Brabantpark. Religieuze centra Brabantpark heeft meerdere religieuze voorzieningen. Rondom het Hooghoutpark staan drie kerken. In de Antiloopstraat, in het westelijk deel van Brabantpark, staat een Islamitisch centrum. Woon-zorg complexen In Brabantpark liggen drie zorgcentra: de Leystroom (in het westen), Zorgcentrum Thebe (aan de Kangoeroestraat) en het recentelijk opgeleverde Molenley (zuidoost Brabantpark). De Gemeente Breda baseert haar beleidskeuzes ten aanzien van seniorenwoningen en de benodigde voorzieningen voor ouderen en mensen met beperkingen op het GWI-beleid (Geschikt Wonen voor Iedereen). Dit beleid is er op gericht om mensen zo lang mogelijk zelfstandig in hun huis te laten wonen. In het kader van het GWI-beleid is een analyse gemaakt in verschillende GWI-gebieden en zijn de behoeftes geïnventariseerd. Brabantpark en Heusdenhout worden als één GWI-gebied gezien [ Geschikt wonen voor iedereen in Brabantpark en Heusdenhout, GWI Gebiedsanalyse, SOAB, juni 2008]. Geconcludeerd is dat de geschiktheid van de woningvoorraad van het GWI-gebied als totaal redelijk is. De geschiktheid van de woningen in Brabantpark is echter door de vele portiekflats minder. De nieuwbouwplannen zullen een positieve invloed hebben op de geschiktheid, waardoor met name in Brabantpark het aandeel geschikte woningen flink zal toenemen. Tevens is geconcludeerd dat voor het totale GWI-gebied een ruim aanbod aanwezig is aan specifieke woonvormen voor mensen met een beperking. Het aanbod van kleinschalig wonen in de wijk met ondersteuning en/of zorg voor ouderen is onvoldoende. Wat betreft de woonomgeving is geconcludeerd dat het gebied over een goed algemeen voorzieningenniveau beschikt en in de afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de woonomgeving. 3.3 Sociaal-maatschappelijke structuur De analyse van de sociaal-maatschappelijke structuur wordt beschreven aan de hand van vier thema s: Goed Toeven, Groeien, Meedoen en Gezond en Zorgzaam. Dit zijn de thema s van de maatschappelijke visie Meedoen en verbinden die in 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Goed Toeven (leefbaarheid en veiligheid) Het beeld dat uit de Bredase Wijkmonitor, de Leefbaarometer en de Atlas voor Gemeenten naar voren komt, is dat Brabantpark als geheel een gemiddelde wijk in Breda is daar waar het gaat om leefbaarheid, veiligheid en sociaal-economische situatie van de bewoners. Tegelijkertijd is extra aandacht op enkele subbuurten gewenst (met name in het oostelijk deel van de wijk). De leefbaarheid staat daar onder druk omdat ten opzichte van de wijk als geheel, meerdere problemen bij elkaar voorkomen. Leefbaarheid volgens Atlas van Gemeenten In bepaalde delen van Brabantpark geven bewoners aan meer dan gemiddelde leefbaarheidproblemen te ondervinden. Problemen die hun oorzaak vinden in overlast en onveiligheid in de woonomgeving en die zijn weer (statistisch) gerelateerd aan de sociaal-economische achterstandspositie van bewoners, aan de bevolkingssamenstelling en aan de fysieke omgeving (Leefbaarheid in Breda, Atlas voor Gemeenten, 2008). Leefbaarheidproblemen in 2008 in delen van Breda zijn te wijten aan relatief veel langdurig werklozen, gecombineerd met een groot aantal allochtonen en relatief weinig ouderen en gezinnen met kinderen. Een vergelijking tussen bewoners van deze delen van de stad en van stadsdelen die sociaal-economisch welvarender en wat betreft bevolkingssamenstelling homogener zijn, roept een beeld van tegenstelling op. Dit kan door mensen als onrechtvaardig ervaren worden. 37

39 Atlas benoemt in het oostelijk deel twee (sub)buurten als preventiegebied, een gebied waar we alert moeten zijn op de ontwikkeling van de sociaal-economische positie van bewoners en bijbehorende leefbaarheid. Leefbaarheid in buurtsafari s De buurtsafari s en de begeleidingsgroep vullen leefbaarheid vaak met begrippen als elkaar kennen, aanspreken en ontmoeten. Men zegt elkaar meer te willen tegenkomen en meer met elkaar te willen doen. Bewoners hebben daarbij behoefte aan een gelegenheid om dat mogelijk te maken. Een brede school speelt daarin voor velen een belangrijke rol. De bewoners van Brabantpark geven aan dat de sociale cohesie laag is. Dit aspect is ook meerdere malen naar voren gekomen tijdens de bijeenkomsten met de begeleidingsgroep en de buurtsafari s. Samenleven In de wijk wonen veel mensen met verschillende achtergronden en die diversiteit wordt gewaardeerd. Toch betekent deze diversiteit niet dat in de praktijk veel contact is tussen verschillende groepen. Bewoners lijken eerder langs elkaar heen te leven. Dit punt is veelvuldig aan de orde gekomen in de safari s en tegelijkertijd weten mensen niet goed welke acties ze zelf kunnen nemen om het te veranderen. Een brede school als gebouw waar mensen vanzelf samenkomen wordt in dit kader vaak genoemd als dé oplossing. De Wijkraad Brabantpark en de sociaal makelaar hebben zich in 2009 en 2010 extra ingespannen om de contacten tussen verschillende mensen en organisaties te versterken. Voor velen is het nog niet vanzelfsprekend zich actief in te zetten voor de omgeving en de onbekendheid met bijvoorbeeld bewonersbudgetten waarmee initiatieven kunnen worden ondersteund is nog groot. De inzet van de wijkraad en de sociaal makelaar begint echter wel vruchten af te werpen. Toch kan dit nog beter. Het versterken van de samenwerking kan leiden tot meer diverse activiteiten. Daarnaast zijn er enkele organisaties die meer betrokken kunnen worden in de wijk, zoals Stichting Islamitische Jongeren en voetbalvereniging PCP. De Stichting Islamitische Jongeren zet zich in om meer onderdeel te worden van de wijk. De jeugd van PCP bestaat grotendeels uit allochtone jongens uit de wijk. De seniorenteams zijn vooral vriendenteams (autochtoon) met weinig binding met de wijk en de jeugd. De ouders van de jeugd zijn moeilijk te bewegen tot actieve deelname in de club. In tegenstelling tot andere gemengde wijken in Breda zijn er weinig bewoners met een andere culturele achtergrond actief in de wijk. Met een aantal activiteiten is het begin gemaakt, zoals bijvoorbeeld vrouwenactiviteiten. Groeien (jeugd en onderwijs) Een inventarisatie van diverse gegevens van jongeren in Breda (onder meer Bredase jeugd in beeld van O&I 2007; Tafeltjesavond van de Lokaal Edukatieve Agenda najaar 2009) laten een paar afwijkingen van het Bredaas gemiddelde van de jeugd van Brabantpark (en Heusdenhout) zien. Brabantpark en Heusdenhout zijn vaak als één gebied bezien en bij Brabantpark hoort ook de Driesprong. In Brabantpark/Heusdenhout wonen relatief veel jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst; Brabantpark/Heusdenhout tellen relatief meer doelgroepleerlingen (in het kader van achterstandsbestrijding in het basisonderwijs) dan het Bredaas gemiddelde; Brabantpark/Heusdenhout hoort tot de top zes van wijken met de meeste schoolverlaters zonder startkwalificatie (10 en 62). Relatief veel van de Bredase vroegtijdige schoolverlaters zijn afkomstig uit Brabantpark, namelijk 6% (62); Brabantpark/Heusdenhout kent relatief meer VMBO-leerlingen; Jongeren uit Brabantpark/Heusdenhout geven in de leefbaarheid- en veiligheidsenquête aan dat zij leefbaarheid en veiligheid in hun wijk relatief lager waarderen en zich vaker onveilig voelen in de buurt; 38

40 Veel kinderen in deze wijk gaan hier niet naar school; de (kansrijke) ouders brengen kinderen naar een school in een andere wijk. Ook sommige allochtone ouders kiezen voor een blanke school; Op basisschool De Fontein zitten veel kinderen van buitenlandse afkomst. Op De Tweesprong is de verhouding 50 50, op De Weilust De Fontein ervaart de concentratie van buitenlandse kinderen binnen de school niet als negatief. De school kan zich helemaal richten op één doelgroep, is gespecialiseerd in het lesgeven aan deze groep; Brabantpark is een wijk waar veel studenten wonen. De groep in de leeftijdscategorie van 20 tot en met 24 jaar is de grootste in Brabantpark. Veel ouders, zeker aan de randen van het Brabantpark, kiezen voor een school buiten de wijk. Kinderen in het noordwesten van Brabantpark gaan vooral naar de net buiten de wijk gelegen Josephschool. Autochtone kinderen uit het oostelijk deel van Brabantpark gaan naar de in Heusdenhout gelegen scholen de Weilust of de Tweesprong. In het zuidelijk deel van Brabantpark zijn er tenslotte nog ouders die kiezen voor basisschool de Zandberg. In Brabantpark gaan relatief weinig kinderen in hun eigen wijk naar school. Dat wordt door de begeleidingsgroep als een gemis ervaren. In dat kader is een brede school door bewoners heel vaak genoemd, als dé voorziening die ouders ertoe zal bewegen hun kinderen in Brabantpark op school te doen. Een brede school zou enerzijds een antwoord moeten zijn op de onderwijsachterstand in de buurt, op het gebrek aan sociale cohesie en contacten tussen bevolkingsgroepen en anderzijds zou deze voorziening een programma van 7.00 tot uur moeten bieden met goed onderwijs en voor- en buitenschoolse opvang. Bovendien vindt men het veiliger om in de eigen wijk op school te gaan (minder verkeersstromen). Wat betreft de speel- en jongerenvoorzieningen is Brabantpark voor kleinere kinderen prachtig. De kleine kinderen genieten van het groen en de vele speeltuintjes. Voor de jongeren tussen 12 en 20 jaar is er weinig te doen. Het jongerencentrum is beperkt open en wordt door een eenzijdige groep gebruikt. Inmiddels zijn er plannen om de hekken rondom het jongerencentrum weg te halen en een kunstgras speel- en trapveld aan te leggen. De jongerenwerkers ontmoeten weinig animo bij bijvoorbeeld ouders of andere buurtbewoners om activiteiten en begeleiding aan te bieden. Datzelfde beeld geldt voor voetbalclub PCP, die zich graag meer voor de buurt wil inzetten maar de uitnodiging die de afgelopen tijd is gedaan aan de wijk is nog te weinig aangenomen door organisaties en bewoners in Brabantpark. De vele studenten in Brabantpark zijn soms voor omwonenden een bron van ergernis vanwege geluidsoverlast en troep op straat. Maar bewoners vinden tegelijkertijd ook dat ze met hun verschillende achtergronden én hun expertise veel meer voor de wijk kunnen betekenen. Meedoen (werk- inkomen- integratie) Brabantpark kent iets meer huishoudens die in relatieve armoede leven dan de rest van Breda. Brabantpark staat op de 14e plaats in de lijst van buurten met relatief veel armoede (Armoedeprofiel 2009). De buurtsafari s hebben duidelijk gemaakt dat de wijk een aantal verborgen broedplaatsen van zelfstandig ondernemerschap en creatief talent herbergt. De voormalige melkfabriek aan de Bastionstraat is hier een voorbeeld van. In de wijk wonen ook diverse kunstenaars en bovendien moeten de nevenactiviteiten van de studenten niet worden vergeten. Het meer zichtbaar maken en het meer naar buiten treden van deze groepen zal Brabantpark bruisender en levendiger maken. Aanloop bij kleine ondernemingen en ateliers die bijvoorbeeld in de voormalige winkelstrips zijn gevestigd, zal wat levendigheid brengen en wat meer loop in de wijk overdag, waar weer ontmoeting uit kan vloeien. Wat betreft maatschappelijke participatie, iets willen doen voor je buurt, heeft Brabantpark een actieve wijkraad, die werkt met themagerichte werkgroepen. De wijkraad zou graag nog meer mensen bij de activiteiten betrekken maar dit gaat moeizaam. De algemene betrokkenheid van buurtbewoners bij hun buurt is matig. 39

41 Gezond en zorgzaam Het GWI gebied (Geschikt Wonen voor Iedereen) Brabantpark / Heusdenhout telt ongeveer inwoners. In Brabantpark wonen meer mensen dan in Heusdenhout. Het GWI gebied Brabantpark / Heusdenhout kent een hoog aandeel ouderen: 19% is 65 jaar en ouder (in Breda 14%). Zoals de leeftijds diagram laat zien, blijkt de huidige vergrijzing in Heusdenhout hoog is (26%). Brabantpark kent een gemiddelde vergrijzing (15%), maar een relatief hoog aandeel allochtonen (28% / in Breda 18%). Brabantpark zal volgens de prognoses nauwelijks verder vergrijzen, waardoor in 2020 het aandeel ouderen lager zal zijn dan in de rest van Breda. Figuur 3.17 Leeftijdsopbouw Brabantpark - Breda In Breda wordt de z score gehanteerd als indicator van de sociale situatie van de wijk. De z score is samengesteld uit factoren die wijzen op sociale achterstanden. De weegfactoren in de z score zijn: het percentage WWB (wet werk en bijstand); het percentage niet werkende werkzoekende (NWW); het aantal 16 plussers met een vmbo opleiding of lager; het percentage eenoudergezinnen. Aan de hand van de z scores is te constateren dat Brabantpark wat betreft sociale achterstanden nagenoeg gelijk ligt op het gemiddelde van Breda. Heusdenhout scoort beter op de z scores, de buurt heeft gemiddeld minder sociale achterstanden. Voor beide buurten geldt dat de afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde minimaal zijn. De weegfactoren in de z score zijn risicogroepen die, volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), extra risico lopen op sociale uitsluiting. De sociale uitsluiting heeft betrekking op minder sociale participatie (contacten), financiële/materiële tekorten en onvoldoende toegang tot onderwijs, zorg, wonen en maatschappelijke instanties (SCP, 2004). Naast de risicogroepen die in de z score zijn opgenomen, zijn er nog meer risicogroepen te benoemen. Zo zijn niet westerse allochtonen ook een risicogroep. Deze groep is in Brabantpark meer vertegenwoordigd dan in de rest van Breda, gezien het hogere percentage aandeel niet westerse allochtonen van Breda (15%, gemiddeld 10%). In Heusdenhout zijn er minder niet westerse allochtonen (8%). Bepaalde groepen ouderen zijn ook als risicogroep aan te duiden. Deze groepen ouderen zijn eerder kwetsbaar. Het gaat in dit verband om alleenstaande ouderen die 75 plus of allochtoon zijn, 80+ zijn of een laag inkomen of gezondheidsproblemen hebben. Van alle 55 plussers in het GWI gebied behoort 41% tot deze risicogroep. Onderling verschillen de buurten niet veel van elkaar. Zo behoort 42% van de ouderen in Brabantpark tot een risicogroep en voor Heusdenhout is dit 40%. Ouderen in Brabantpark/Heusdenhout zijn kwetsbaarder in vergelijking met Breda (34%). De grootste risicogroepen zijn ouderen met gezondheidsproblemen. Zeker één op de vier ouderen in Brabantpark/Heusdenhout heeft een gezondheidsprobleem. Het aantal alleenstaande mannen of vrouwen ligt ongeveer een procent hoger dan het Bredaas gemiddelde (mannen 2%, vrouwen 10%). 40

42 41

43 42

44 Visie Brabantpark in De kracht van Brabantpark Brabantpark is een fijne wijk om in te leven! Het is een wijk van uitersten die op dit moment rustig naast elkaar bestaan: Brabantpark is authentiek, vriendelijk, multicultureel. Jong, oud, arm en rijk wonen er samen. Ook de functies wonen, werken en studeren zorgen voor een levendige mix. Veel wijkbewoners zien de diversiteit als een verrijking en een kans om de wijk in de toekomst levendiger te maken. Zij willen er echter wel voor waken dat de diversiteit in de toekomst voor leefbaarheidproblemen gaat zorgen. Brabantpark is gunstig gelegen, direct aan de singels en de binnenstad van Breda, maar ook dichtbij de noordelijke en zuidelijke rondweg. De wijk is ruim en groen van opzet en de woningen hebben een gunstige prijs/kwaliteitverhouding. De baksteenarchitectuur uit de jaren 50 geeft Brabantpark een duidelijk eigen gezicht en een gezellige sfeer. Brabantpark is groen, met mooie waardevolle parken en hofjes. Er zijn veel voorzieningen waaronder enerzijds belangrijke onderwijsinstellingen met een stedelijke, regionale en (inter-)nationale uitstraling en anderzijds wijkvoorzieningen als een school, winkels en een bibliotheek. De stedelijke voorzieningen geven Brabantpark een gezicht naar de stad Breda en daarbuiten en het (vervolg)onderwijs zorgt voor levendigheid en verjonging. De wijkvoorzieningen spelen een rol in het sociale leven binnen de wijk en zijn vooral belangrijk voor de groepen die meer op de wijk gericht zijn, zoals gezinnen en (vitale) senioren. De combinatie van ligging, sfeer, verscheidenheid in woningvoorraad en voorzieningen trekt enerzijds mensen met een stedelijke oriëntatie en anderzijds mensen die op zoek zijn naar de geborgenheid van een wijk en buurt. Brabantpark heeft het beste van twee werelden. Brabantpark wordt door de bewoners vergeleken met een cheetah: slapen, waakzaam, snel in beweging te krijgen en toch kwetsbaar [Bron: Bewonersadvies. Groen, rust, ruimte met een vleugje avontuur] 4.2. Uitdagingen Het bewustzijn van de sterke en zwakke kanten van Brabantpark leidt tot een ambitie voor de toekomst. De grootste uitdaging voor de komende tien jaar is het behouden van de leefbaarheid en deze op onderdelen verbeteren. Daarbij zijn de volgende wensen uitgesproken: In 2020 kent de wijk een verscheidenheid aan groepen die met elkaar een eenheid vormen, meer nog dan in De groep die sociaal-maatschappelijk gezien niet mee doet, is niet groter geworden. Sterker nog die groep is kleiner geworden. Mensen hebben met succes in zichzelf geïnvesteerd én hebben daarin gebruik kunnen maken van de kennis, netwerken en coaching van (sociaal-economisch sterkere) wijkbewoners. De investeringen in goed onderwijs, in het aantrekkelijke en goed gebruikte buitenschoolse activiteitenaanbod en in de contacten met de buurt, zorgt ervoor dat de kinderen uit Brabantpark in de wijk zelf naar school gaan. Het programma van de brede school heeft de kansen op een succesvolle toekomst van alle kinderen van Brabantpark verbeterd en heeft de jeugd met elkaar in contact gebracht. Een meer diverse woningvoorraad trekt mensen die zich in sociaal-economisch opzicht verbeteren in de wijk te blijven en trekt gezinnen aan die een bindende rol in de wijk kunnen spelen. 60% van de kinderen uit Brabantpark kan veilig te voet naar een (brede) school in de eigen wijk. In 2020 heeft Brabantpark een meer eenduidige en consequente verkeerssituatie en is de verkeers- en parkeerdruk verminderd en is het gevoel van veiligheid verbeterd. Milieu en duurzaamheid krijgen aandacht in de vorm van energiebesparing, duurzaam bouwen, een verantwoorde luchtkwaliteit en minstens evenveel groen als nu. 43

45 In 2020 is Brabantplein een aantrekkelijk en levendig winkelplein, waar mensen elkaar ontmoeten. De wijkvoorzieningen in Brabantpark spelen een aantoonbare rol in de ambitie te ontplooien en verbinden. Maak de dingen zichtbaar die niet opvallen. Het avontuur en de kleur liggen voor het oprapen. [Bron: Bewonersadvies. Groen, rust, ruimte met een vleugje avontuur] De kracht van Brabantpark: de mensen Brabantpark heeft robuuste netwerken waarvan de wijkraad op dit moment het meest in het oog springt. In de wijk zit veel kennis en capaciteit om de wijk zo leefbaar te houden als hij nu is en te versterken en te verlevendigen waar dat kan en nodig is. De Brabantparkse hofjes dragen voor een belangrijk deel de sociale structuur van de wijk. De wijk kent vele formele en informele clubs en initiatieven die een aanknopingspunt vormen, zoals voetbalvereniging PCP, de initiatiefgroep van allochtone vrouwen die een vrouwenstudio wil oprichten, de twee scholen die samenwerking zoeken, en diverse maatschappelijk betrokken ondernemers. In deze visie geven we aan waar de gemeente de bewoners de ruimte wil geven en waar de gemeente kan ondersteunen. Diversiteit in woningen Een uitdaging is het voorzien in meer diverse woningtypen. De mogelijkheden voor een wooncarrière binnen de wijk zijn beperkt, omdat het middensegment woningen ontbreekt. Voor starters zijn er voldoende appartementen en rijtjeswoningen, zowel in de koop- als in de huursector. Maar doorgroeien naar een grotere of twee-onder-een kap-woning is bijna niet mogelijk. Hierdoor is het moeilijk om gezinnen met kinderen voor de wijk te behouden. En juist gezinnen met kinderen zijn, naast senioren, belangrijke groepen voor de sociale cohesie in de wijk. Zij spelen een samenbindende rol in de (buurt)netwerken rondom een school, het verenigingsleven en vrijwilligerswerk. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan de diversiteit van het woningbestand en de doorstroming binnen de wijk. Nieuwe gebouwen en hun omgeving dienen te passen bij het groene karakter en de ruime opzet van de wijk. Wat betreft vormgeving kan de nieuwe bebouwing bijvoorbeeld aansluiten bij de door de buurt geliefde jaren 50 architectuur. Nieuwe appartementen zijn daarbij niet wenselijk, daarvan zijn er al genoeg in Brabantpark. In de beleving van bewoners verstoren appartementen de stedenbouwkundige opzet van de wijk, voegen ze niks toe aan de gewenste woningdiversiteit en leggen ze een druk op met name het parkeren. Studenten en studentenwoningen dragen bij aan de gewenste diversiteit, maar het spreiden van studenten binnen de wijk is wel een aandachtspunt. Een te grote concentratie van studenten in straten met traditionele eengezinswoningen draagt niet bij de leefbaarheid. Milieu en duurzaamheid Zowel bij nieuwbouw als bij bestaande bouw in Brabantpark zijn er mogelijkheden voor energiebesparing. Er wordt aandacht gevraagd voor duurzame energie, energiezuinig bouwen met duurzame materialen, voldoende groen en behoud van een goede luchtkwaliteit. De recreatieve functie van de Molenleij (ingericht als ecologische verbindingszone) kan nog verder uitgebouwd worden. Behoud en versterken van de groenstructuur Parken, pleinen en speeltuinen zijn belangrijke voorzieningen voor de wijk. Bewoners ontspannen zich daar en komen elkaar daar tegen. De huidige groenvoorzieningen, speeltuinen en het stroomgebied van de Molenleij moeten herkenbare plekken zijn waar mensen graag vertoeven. De bewoners maken zich echter zorgen om een verdere afname van het groene raamwerk van de wijk. Het groene karakter van Brabantpark moet voor de toekomst behouden blijven en mag niet opgeofferd worden voor nieuwbouw. De hoeveelheid groene ruimte is belang voor de beleving van een ruim opgezette woonwijk. Deze kwantiteit mag alleen verminderen als dat bijdraagt aan een duidelijke kwalitatieve verbetering van de 44

46 resterende groenstructuur. De open structuur tussen de appartementen aan de Lage Kant/ Nieuwe Inslag bijvoorbeeld is waardevol, echter het groen zelf wordt niet gebruikt, ook niet door kinderen. Dat geldt ook voor de gehele groene wig die tussen Brabantpark en Heusdenhout ligt met daarin de sportvelden. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het koesteren en herwaarderen van de waardevolle groenstructuur en de naam Brabantpark waardig zijn. Verkeerssituatie: veilig, eenduidig en een vlotte doorstroming Bij herontwikkeling in en rond Brabantpark mag de doorstroom van het verkeer, de verkeersveiligheid en de parkeerdruk niet verslechteren. Behoud van de leefbaarheid is een randvoorwaarde voor de bewoners. Zij vragen in het kader van de verkeersveiligheid speciaal aandacht voor de inrichting van de 30 km/u-zones. Door de onduidelijke inrichting die niet past bij een 30 km/u-gebied wordt een gevoel van onveiligheid ervaren. Met name de straten met brede asfaltbanen, zoals Hooghout, zijn niet duidelijk herkenbaar als 30 km/u-zone. Ook wordt aandacht gevraagd voor de parkeeroverlast rondom de (basis)scholen die in sommige woonstraten voor onoverzichtelijke en onveilige situaties zorgt. Voorzieningen: samenwerking en verbinding In Brabantpark moet het goed toeven zijn. Dat betekent dat er voldoende voorzieningen in de wijk moeten zijn die het mogelijk maken dat mensen ontmoetingen en verbindingen met elkaar kunnen aangaan. Voorzieningen is in dat opzicht een breed begrip. Het betekent niet alleen gebouwen (winkelcentra, gemeenschapshuizen, jongerencentra, sportvelden, scholen et cetera), maar ook groenvoorzieningen (parken, speelplekken) en sociale netwerken (verenigingsleven). De voorzieningen zijn ontmoetingsplaatsen van mensen en daarmee een middel om de sociale samenhang in de wijk te versterken. Verbinden kan op straatniveau (met de buren), buurtniveau (het speeltuintje in de buurt) en wijkniveau (via een wijkschool en sportvereniging). De wijk kent voldoende voorzieningen en toch vinden mensen er niet waar ze behoefte aan hebben. In het gemeenschapshuis, de bibliotheek en in de buitenruimte is volop gelegenheid tot ontmoeting, maar toch wordt er te weinig gebruik van gemaakt. In de wijk is een basisschool, of in iets breder perspectief twee, en toch maken ouders de gang naar scholen die formeel buiten de wijk liggen. In de wijk is een voetbalclub en toch maken mensen de keuze om naar clubs buiten de wijk te gaan. Brabantpark heeft dus niet te weinig voorzieningen, maar mensen verwachten er kennelijk wat anders van. De opgave voor de komende tijd is goed te bekijken welke behoeften er leven ten aanzien van voorzieningen, hoe die kunnen worden ingevuld en welke rol de gemeente speelt in het vinden en verschaffen van onderdak. Samenwerking en multifunctioneel gebruik zullen in ieder geval voorop staan. Eén voorziening is zeer welkom in de wijk: een brede school. Het onderwijs, de kinderopvang en het welzijnswerk hebben hiertoe het initiatief genomen, geheel in de lijn van de strategische visie onderwijshuisvesting primair onderwijs. De initiatiefnemers willen nauwer samenwerken, zodat kinderen in hun eigen wijk alle kansen krijgen om hun kennis en creatieve talenten breed te ontwikkelen in een doorlopende leerlijn. Tegelijkertijd nemen, naast de ouders als eerstverantwoordelijke, de school, kinderopvang en verenigingen mede verantwoordelijkheid voor opvoedkundige taken. Tenslotte zien veel Brabantparkers een brede school als natuurlijk hart van de wijk, waar mensen samen komen om activiteiten te ondernemen en waar dan een bijna vanzelfsprekende binding vanuit gaat. Het initiatief tot de vorming van een brede school als netwerk wordt ondersteund. Ook een tweede voorziening, de vestiging van een AHOED (Apotheek en Huisarts onder een dak) mag niet onbenoemd blijven. Bewoners geven aan dat de realisatie van een AHOED wenselijk is, ook als de plannen van het Hero-terrein niet doorgaan. Winkelcentrum als kloppend hart van de wijk Brabantplein moet een aantrekkelijk, levendig, sfeervol en avontuurlijk plein worden. Winkelcentrum Brabantplein moet een gezellig ontmoetingsplein worden, het kloppend hart van Brabantpark waar met plezier gewinkeld wordt en dat naar buiten toe een open karakter toont. Het aanstellen van een pleinmeester kan wellicht verbetering brengen en ook een onderzoek naar de opwaardering tot een aantrekkelijke wijkwinkelcentrum kan een positieve bijdrage leveren. 45

47 Behoud van de winkelstrips en de kleinschalige bedrijvigheid in de wijk De kleinschalige winkelstrips aan het Hooghout en Epelenberg zijn waardevol, onder andere voor het contact tussen de wijkbewoners. Behoud van de strips is dan ook wenselijk. Beleidsmatig mogen deze winkelstrips verkleuren naar andere functies dan detailhandel, zoals een administratiekantoor of een klein bedrijf. De verruiming van functies zorgt ervoor dat deze winkelstrips eerder overleven en tracht leegstand te voorkomen. Dit draagt bij aan de veiligheid en leefbaarheid in de wijk. Ook de kleinschalige bedrijvigheid in Brabantpark, zoals in de oude melkfabriek aan de Bastionstraat, heeft een belangrijke functie. Het zorgt voor levendigheid in de wijk. De toename van het aantal kleine bedrijven leidt tot meer behoefte aan kleinere werksituaties dichtbij huis, waardoor wonen en werken beter te combineren zijn. Eigen initiatief Een laatste uitdaging is het bevorderen van het eigen initiatief van de bewoners. Er is een tijd geweest dat de overheid zich voor veel zorg en voorzieningen verantwoordelijk voelde of verantwoordelijk werd gemaakt. Die tijden zijn aan het veranderen. Met een deel van de wensen en uitdagingen kunnen de bewoners namelijk ook zelf aan de slag, samen met de goed georganiseerde wijkraad die als wegwijzer kan dienen. De Gemeente Breda verwacht en stimuleert dat bewoners zelf als eerste verantwoordelijkheid nemen voor de leefbaarheid in hun wijk. Meer betrokkenheid bij bestaande verenigingen en activiteiten, zorgt voor meer contacten tussen bewoners. Zo ontstaan er netwerken van mensen die oog voor elkaar hebben en die elkaar verder kunnen helpen. De uitdaging voor de toekomst zit hem dan ook voor een belangrijk deel in het daadwerkelijk verbinden van de verschillende culturen die Brabantpark rijk is. De buurtsafari s hebben al veel mensen met elkaar in contact gebracht. Het is belangrijk om daar nu verder op door te bouwen! 46

48 Ontwikkelingslocaties 5 In Brabantpark hebben de afgelopen jaren veel ruimtelijke ontwikkelingen plaatsgevonden. Naast deze gerealiseerde nieuwbouw, is in het gebied nog een aantal locaties waar de komende jaren wellicht ontwikkelingen plaatsvinden. Deze ontwikkelingen zullen met name een gevolg zijn van transformatie van bedrijfslocaties of sloop en nieuwbouw van woningen. Bij de nieuwe ontwikkelingen geven de uitgangspunten in de voorliggende nota (zie hoofdstukken 6 en 7) richting aan de planontwikkeling. Globaal zijn drie typen ontwikkelingen te onderscheiden: 1. Een ontwikkeling die concreet en planologisch haalbaar en onderbouwd is. Deze wordt direct opgenomen in een bestemmingsplan zodat op basis van het bestemmingsplan de ontwikkeling gerealiseerd kan worden. 2. Een ontwikkeling die niet concreet is, maar waarvan wel duidelijk is wat wenselijk is voor een locatie én die binnen nu en 10 jaar ontwikkeld wordt. Voor deze ontwikkelingen kan een zogenaamde wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen in het bestemmingsplan. In een bestemmingsplan kan dan worden bepaald dat Burgemeester en Wethouders, volgens in het plan opgenomen regels, dit plan kunnen wijzigen. In het bestemmingsplan worden de randvoorwaarden opgenomen en wordt vastgelegd op welke wijze belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijzen over de wijziging naar voren te brengen. Voordeel is dat vooraf richting gegeven wordt aan de invulling van een locatie middels het opnemen van wijzigingscriteria. Wel dient de planologische haalbaarheid van een ontwikkeling grotendeels duidelijk te zijn. Dit betekent dat diverse onderzoeken (bijvoorbeeld op het gebied van milieu, ecologie en water) al uitgevoerd dienen te zijn. Een tweede voordeel van het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid ten opzichte van een nieuw postzegelbestemmingsplan is de kortere procedure die doorlopen moet worden. Zo is het College het vaststellende orgaan in plaats van de gemeenteraad. 3. Een ontwikkeling die nog onduidelijk is en waarvan onzeker is binnen welke termijn deze tot ontwikkeling komt. Deze worden niet meegenomen in het bestemmingsplan. Wel zal in de plantoelichting aandacht besteed worden aan ontwikkelingen die in de toekomst zouden kunnen leiden tot een herziening van het bestemmingsplan. Indien er op termijn werkelijk een goed plan voor een ontwikkelingslocatie wordt ingediend, zal voor deze locatie een nieuw (postzegel)bestemmingsplan opgesteld worden. Voor plannen voor o.a. het Heroterrein en Lage Kant, die nog zo pril en onvoldoende concreet zijn, is het momenteel onmogelijk om al randvoorwaarden op te stellen. Indien toch getracht wordt om de nog niet-concrete ontwikkeling te vangen in randvoorwaarden loopt men het risico dat de randvoorwaarden over enkele jaren, als er werkelijk een plan voor het terrein gemaakt wordt, te star zijn. Herziening bestemmingsplannen Het College heeft op 23 juni 2008 ingestemd met een aantal keuzen als gevolg van de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli Eén daarvan is dat initiatieven die niet passen in het bestemmingsplan worden beoordeeld aan de hand van de zogenaamde Koninklijke Weg. De Koninklijke Weg beschrijft de werkwijze en enkele criteria om al dan niet medewerking te verlenen aan het opstellen van een (postzegel) bestemmingsplan. Omdat de komende jaren voor de Gemeente Breda de meeste energie gaat zitten in het actualiseren van bestemmingsplannen, is besloten dat terughoudend wordt omgegaan met het maken van kleine bestemmingsplannen voor aparte initiatieven. 47

49 Het College heeft er voor gekozen zo efficiënt mogelijk te werken en aansluiting te zoeken bij bestemmingsplanprocessen. Afgesproken is onder andere dat voor initiatieven in een gebied waarvoor een bestemmingsplan jonger dan 3 jaar geldt, in principe geen aparte bestemmings planherziening wordt opgestart. In dit hoofdstuk zijn verschillende ontwikkelingslocaties benoemd. Tevens is de wijze waarop en wanneer initiatieven en ontwikkelingen kunnen worden meegenomen in het nieuwe bestemmingsplan benoemd. Duidelijk is dat een ontwikkeling al behoorlijk concreet moet zijn, wil deze vertaald kunnen worden in het bestemmingsplan. Ten aanzien van het thema wonen is het duidelijk dat er een woonbehoefte is in Brabantpark voor de doelgroepen gezinnen met kinderen en doorstromers die niet direct geaccommodeerd kan worden door het ontbreken van geschikte woningen en concrete plannen. Gelet op de problematiek rondom het thema wonen in Brabantpark is het nodig dat, zodra er een initiatief zich aandient dat passend is binnen de in deze nota gestelde uitgangspunten, van de in de Koninklijke Weg opgenomen afspraak met betrekking tot het opstellen van een postzegelbestemmingsplan, kan worden afgeweken. Dit omdat op deze manier een bijdrage wordt geleverd aan de gestelde uitgangspunten ter verbetering van de woonkwaliteit in Brabantpark. Ontwikkelingslocaties Met de begeleidingsgroep is gesproken over verschillende (mogelijke) ontwikkelingen. Slechts enkele locaties bevinden zich in een zodanig stadium dat afgewogen dient te worden of en op welke wijze ze kunnen worden vertaald in het bestemmingsplan. De locaties worden hierna beschreven en zijn tevens in figuur 5.1 aangeduid. Op 17 mei is door de begeleidingsgroep en buurtbewoners nagedacht over wat een goede invulling voor deze ontwikkelingslocaties zou zijn. De volledige verslagen van deze werkbijeenkomst zijn in bijlage 7 opgenomen. Voor de ontwikkelingslocaties is uit de werkbijeenkomst d.d. 17 mei 2010 algemeen naar voren gekomen dat nieuwe ontwikkelingen een relatie moeten hebben met de rest van de omgeving en hierbij moet aansluiten. In figuur 5.1 zijn de locaties aangeduid die recent zijn opgeleverd of nog in aanbouw zijn. Figuur 5.1 Overzicht nieuwbouwlocaties (gereed en in ontwikkeling) 48

50 1 Antiloopstraat (Nieuwe Buren) In 2008 is een bouwvergunning aangevraagd voor de bouw van een complex met 12 3 kamer appartementen. Dit woongebouw wordt opgeleverd eind 2010/begin Het woongebouw wordt direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 2 Teteringsedijk 84; Waar voorheen een meubelzaak gevestigd was, is project Dijk 7 gerealiseerd. In een hofje aan de Teteringsedijk zijn 7 patiowoningen gebouwd. Dit type woning kenmerkt zich door de combinatie van wonen, slapen en baden op de begane grond. De woningen hebben een totaal woonoppervlak 110 m². De woningen worden direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 3 Hoek Beverweg / St. Ignatiusstraat Op de hoek van de Beverweg en de St. Ignatiusstraat bouwt Laurentius momenteel 26 koopappartementen voor starters. De oplevering van dit woongebouw is naar verwachting in maart Het woongebouw wordt direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 4 Teteringsedijk 230 Bij de Gemeente Breda is in 2008 een verzoek ingediend voor woningbouw op perceel Teteringsedijk 230. Het verzoek betreft de bouw van een complex met 18 appartementen voor starters. Het complex is drie bouwlagen hoog. Op het achterterrein wordt geparkeerd worden. Het complex is ondertussen gebouwd en bewoond. Het woongebouw wordt direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 5 Bijster Aan de Bijster is woonzorgcomplex Molenstaete gebouwd (oplevering april 2010). Hierin zijn 148 woningen (koopappartementen, huurappartementen en zorgwoningen) en diverse welzijnsdiensten gerealiseerd. De gebouwen omsluiten een parkachtige tuin. Molenstaete is een groene woonplek met acht nieuwe gebouwen met onder meer 68 huur en koopappartementen. De woningen zijn voorzien van twee slaapkamers en een eigen buitenruimte. Daarnaast herbergt Molenstaete ook drie gebouwen met verpleeghuiszorg voor ouderen en één gebouw met daarin een woonvorm voor acht jongvolwassenen. Ook zijn er diensten op het gebied van welzijn en zorg aanwezig, waar alle bewoners gebruik van kunnen maken. Het recent gerealiseerde complex wordt direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 6 Hoek Mgr. Leijtenstraat / Hooghout Op de plek waar voorheen de Michaëlkerk stond, is project Leyzicht gerealiseerd. Hierin zijn een nieuwe kerk inclusief parochiecentrum, een wijkbibliotheek en 31 appartementen gerealiseerd. Het gebouw bestaat uit 3 lagen waarin een verzameling van functies om een besloten binnenhof liggen. Het bestaande gebouw wordt opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 7 Hoek Bisonstraat / Antiloopstraat Op de oude locatie van het Florijn College aan de Bisonstraat en Antiloopstraat, worden 87 huurappartementen gebouwd. In april 2009 is gestart met de bouw. De oplevering wordt in het najaar van 2010 verwacht. Het grootste deel van de woningen heeft een huurprijs onder de grens voor huurtoeslag. Acht woningen hebben een iets duurdere huurprijs. De nieuwe woningen beschikken over twee tot vier kamers en liggen in een gesloten bouwblok met in totaal 113 parkeerplaatsen op eigen terrein. Het gerealiseerde woongebouw wordt opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 8 Eekhoornstraat + Mgr. de Vetstraat Aan de Eekhoornstraat heeft Laurentius een appartementencomplex met 48 middeldure huurwoningen met drie kamers en een balkon gebouwd. Begin 2008 zijn de woningen opgeleverd. Direct naast dit complex, aan de Mgr. de Vetstraat, is Parkstaete gerealiseerd. In totaal zijn hier 80 driekamerappartementen, waarvan 36 huur en 44 koop, gebouwd. 49

51 De 44 koopwoningen van Parkstaete zijn tussen 97 en 125 m 2 groot en beschikken over royale balkons op het zuidwesten. De 36 huurwoningen zijn tussen 91 tot 105 m 2 groot, 14 beschikken over een balkon en 21 over een loggia. De woningen zijn begin 2010 opgeleverd. Het woongebouw wordt opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 9 Molenkwartier Hier zullen circa 210 woningen gebouwd worden, waarvan 110 woningen beschikken over een tuin. Langs het spoor komt een complex met appartementen. Voor dit gebied zal een apart bestemmingsplan gemaakt worden. De verwachting is dat in de eerste helft van 2011 de bouwvergunning verleend wordt. 10 Heroterrein Het Heroterrein ligt besloten tussen de spoorlijn, de stadsontsluitingsweg Kapittelweg, het historisch lint Teteringsedijk (wijkontsluiting) en de nog in functie zijnde bedrijfsgebouwen van Hero. Het terrein is eigendom van AM Wonen en Woningstichting Geertruidenberg die in oktober 2009 hiervoor in samenwerking met de gemeente een eerste aanzet tot een ontwikkelingsvisie hebben gemaakt. Hierin wordt een transformatie beoogd van het bedrijventerrein naar woningbouw. Het College heeft zich medio 2010 beraad over de overcapaciteit aan bouwplannen voor woningbouw in de gehele stad en heeft ook dit plangebied in de overweging meegenomen. Dit heeft geleid tot het besluit om dit gebied tot 2020 niet te herontwikkelen. De gebiedvisie en het nieuwe bestemmingsplan Brabantpark bestrijken dezelfde periode. Mocht er binnen deze tijd andere bestuurlijke kaders ontstaan dan dient op basis van deze gebiedsvisie te worden bezien welk soort programma wenselijk is voor het Heroterrein, en op wat voor manier dat van een toegevoegde waarde zou kunnen zijn voor de wijk. Voorstelbaar is bijvoorbeeld om het gebied te (her)ontwikkelen voor woningbouw in lagere dichtheid. Minder woningen zou mogelijk meer ruimte kunnen opleveren voor grote(re) groene structuren die kenmerkend zijn voor Brabantpark. Het soort woningen zou aanvullend moeten zijn op wat in de wijk reeds aanwezig is. Maar ook een bedrijventerrein (geen zware milieucategorie), al dan niet in combinatie met specifieke woondoelen als studentenhuisvesting en woon/werk eenheden behoort tot de mogelijkheden. Nieuw te ontwikkelen programma in de wijk dient te worden bezien in de context van andere potentiële ontwikkellocaties. Gezien de stand van zaken rond deze ontwikkeling in het kader van de herprogrammering, wordt deze niet opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Het Heroterrein blijft dus de bestemming bedrijventerrein houden. Indien zich hier in de toekomst (andere) ontwikkelingen voordoen, zou voor dit gebied een nieuw bestemmingsplan opgestart moeten worden. In principe zou, vooruitlopend op de ontwikkeling van het Heroterrein, een AHOED (apotheek en huisartsen onder een dak) bij de entree van het Heroterrein gerealiseerd worden, maar nu de ontwikkeling van het terrein onzeker is, wordt de ontwikkeling van de AHOED ook niet in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen. Ook hiervoor zou dan een apart bestemmingsplan gestart moeten worden. Wel blijft de duidelijke wens van de bewoners voor een AHOED bestaan. 11 Beverweg 110 Er is een aanvraag ingediend voor 18 startersappartementen en 89 studenteneenheden. Voor dit project is een artikel 19, lid 2 WRO procedure opgestart, om op deze wijze vrijstelling van het nu geldende bestemmingsplan te geven. Momenteel is de aanvrager is gesprek met een woningbouwcorporatie over afname van het gebouw. Zodra hier meer duidelijkheid over is zal de procedure vervolgd worden en/of het gebouw wordt direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 12 Teteringsedijk 46G Er is een bouwaanvraag ingediend voor 2 woningen. Deze woningen zijn niet rechtstreeks in het nu geldende bestemmingsplan toegelaten, daarom zal er een wijzigingsplan gemaakt worden. Dit wijzigingsplan zal aan het eind van de zomer 2010 terinzage gelegd worden. De woningen worden direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 50

52 13 St. Ignatiusstraat Aan de St. Ignatiusstraat, tegenover de winkels van het Brabantplein en de afslag Mgr. Leijtenstraat, wil Laurentius 26 nieuwe appartementen bouwen. Er is momenteel een schetsplan voor ingediend, maar er is nog geen bouwvergunning aangevraagd. De oplevering hiervan is naar verwachting in 2011/2012. Het woongebouw wordt direct opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 14 Teteringsedijk 196 Er is een aantal jaren geleden een artikel 19 WRO procedure gevoerd voor de bouw van een kantoortje aan Hoogeind, achter Teteringsedijk 196. Er is tot op heden nog geen bouwaanvraag voor ingediend en het lijkt niet waarschijnlijk dat dit nog gaat gebeuren. Daarom wordt het kantoor niet opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 15 Koraalstraat 64 Er is in 2010 middels een artikel 19, lid 2 WRO procedure vrijstelling van het nu geldende bestemmingsplan gegeven voor de bouw van een kantoorgebouw in 4 bouwlagen. Gezien de huidige economische situatie wordt de bouw van het kantoor pas voorzien in 2011 of 2012 en tegen die tijd zal een bouwvergunningsaanvraag ingediend worden. Het kantoor wordt met een directe bouwtitel opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Normaal gesproken wordt een bouwvergunning snel na het verlenen van de vrijstelling aangevraagd. Omwonenden kunnen dan na afgifte van de bouwvergunning bezwaar maken tegen de bouwvergunning en de vrijstelling. In dit geval zal de bouwvergunning pas ingediend worden nadat het nieuwe bestemmingsplan rechtskracht heeft. Omwonenden kunnen in dit geval een zienswijze én bezwaar tegen het bestemmingsplan indienen tijdens de bestemmingsplanprocedure. Na afgifte van de bouwvergunning kan dan ook een bezwaar tegen de bouwvergunning gemaakt worden. 16 Koraalstraat 64 In de bovengenoemde artikel 19, lid 2 WRO procedure was het oorspronkelijk ook de bedoeling vrijstelling te geven voor een woongebouw van 8 bouwlagen. De procedure voor dit woongebouw is niet afgerond, maar wel heeft het college besloten dat op deze plek geen woongebouw mag komen, maar een kantoor in 2 bouwlagen. Er zijn echter nog geen concrete initiatieven bekend die direct in het bestemmingsplan worden opgenomen. 17 Nieuwe Inslag / Lage Kant De galerijflats uit de jaren 50 aan de Nieuwe Inslag en Lage Kant zijn eigendom van WonenBreBurg. Deze heeft besloten om deze op termijn te slopen, omdat renovatie niet haalbaar is. Net als de bewoners is de gemeente van mening dat de huidige stedenbouwkundige opzet in het groen van grote waarde is. Het huidige groen tussen de flats wordt echter niet als bijzonder kwalitatief ervaren. Het openbare groen wordt niet of nauwelijks gebruikt en van een doorlopende groene zone met doorzicht op de sportvelden is eigenlijk geen sprake. De strook die de buffer vormde tussen Brabantpark en Heusdenhout is verworden tot barrière, ook letterlijk door het hek. Bij herontwikkeling moet worden bekeken hoe deze aspecten tot een kwalitatieve verbetering kunnen leiden. Juist hier geldt dat het type te bouwen woningen aanvullend moet zijn op het eenzijdige aanbod in de wijk, zoals grotere en duurdere grondgebonden koopwoningen, zodat een wooncarrière in de wijk gemaakt kan worden. Appartementen worden vanwege de recente realisatie van veel appartementen elders in de wijk hier niet wenselijk geacht. Gezien de onzekerheid van bovenstaande ontwikkeling, wordt dit niet opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. 18 Mgr. Hopmansstraat (NHTV) De NHTV is met de gemeente in gesprek over uitbreiding van de onderwijsinstelling op deze locatie of op een locatie in het plangebied rondom de spoorlijn, Via Breda. Hierover is momenteel nog geen duidelijkheid. De gronden zijn in eigendom van de NHTV. Op de locatie van de bijgebouwen mag volgens het huidige bestemmingsplan gebouwd worden tot een hoogte van 21 meter. Een onderwijsfunctie en een woonfunctie is volgens het bestemmings 51

53 plan toegelaten. De NHTV heeft al te kennen gegeven ter plaatse van de bijgebouwen studentenhuisvesting te willen realiseren met ondergronds parkeren. Bij uitbreiding of andere ontwikkelingen op het terrein zou de school wat meer zichtbaar en beleefbaar naar de wijk toe kunnen worden. De mogelijkheden tot bouw zoals die in het nu geldende bestemmingsplan zitten, zullen in het nieuwe bestemmingsplan overgenomen worden. 19 Mgr. Hopmansstraat (klooster) Het kloostercomplex uit de jaren 50 wordt thans bewoond door de congregatie zusters Franciscanen. Deze overwegen om na 2017 het pand te verlaten en te verkopen. Het complex wordt gewaardeerd om het uiterlijk van het gebouw en om de groene omgeving. Naast de fraaie baksteenarchitectuur is ook de opzet en organisatie van de verschillende ruimtes zeer waardevol. De leefruimtes en gezamenlijke voorzieningen als keukens vormen een ensemble wat het uitermate geschikt maakt voor andere vormen van collectief gebruik. Een passende functie leidt zo tot een duurzaam gebruik van het gebouw. Met inachtneming van deze principes kan voor nieuwe bestemmingen ook worden gedacht aan maatschappelijke voorzieningen. Bij transformatie dient de huidige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing leidend te zijn. Om een eventuele ontwikkeling de juiste richting te geven is het van belang dat gestart wordt met een cultuurhistorisch waardestellend onderzoek. Initiatieven voor ontwikkelingen zijn ten tijde van het vastleggen van deze gebiedsvisie in een prille fase, en kunnen daarom niet of eventueel met een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Stedelijke programmering Voor de locaties 10 (Heroterrein), 17 (Nieuwe Inslag / Lage Kant), 18 (NHTV) en 19 (klooster) zijn nog geen concrete plannen. Dit zijn nog echte ontwikkelingslocaties. Wat deze locaties betreft zal ook rekening gehouden moeten worden met de zogenaamde stedelijke programmering. In de Structuurvisie Breda 2020 is geschetst wat het ruimtelijke beleid is voor de stad. Hierin is opgenomen dat de stad tot een omvang van inwoners kan groeien in Om dit doel te verwezenlijken is een woningbouwprogrammering opgesteld waarin is aangegeven waar, wanneer en hoeveel woningen gebouwd kunnen worden. Recente inzichten in de demografische ontwikkelingen geven echter aan dat de gemeente minder snel zal groeien dat gedacht, er hoeven tot 2020 minder woningen gebouwd te worden dan gedacht. Het college heeft daarom besloten te onderzoeken of een aantal aangewezen ontwikkelingslocaties voorlopig niet ontwikkeld worden, waaronder het Heroterrein. Ook zal bij nieuwe, in deze visie niet opgenomen ontwikkelingslocaties kritisch gekeken worden of wel ontwikkeld moet worden en zo ja, met hoeveel woningen en welk woningtype. Een toevoeging van woningen zal gepaard moeten gaan met een kwalitatieve verbetering van de locatie. 52

54 Uitgangspunten voor het bestemmingsplan 6 Dit hoofdstuk geeft per thema de uitgangspunten weer die verankerd kunnen worden in het bestemmingsplan Brabantpark. Een groot deel van de uitgangspunten komen voort uit de analyse (hoofdstuk 3) en de visie (hoofdstuk 4). Andere uitgangspunten voor het bestemmingsplan zijn geldend voor heel Breda. Dit onderscheid is per paragraaf aangegeven in een deel vanuit de visie en een deel algemeen. De uitgangspunten die niet verankerd kunnen worden in het bestemmingsplan, omdat ze niet-ruimtelijk relevant zijn, zijn opgenomen in hoofdstuk Ruimtelijke uitgangspunten Erfgoed De Gemeente Breda kent een eigen vastgesteld beleid inzake cultureel erfgoed. Onder erfgoed worden onder andere de onderdelen archeologie, historische geografie en gebouwd erfgoed gerekend. Bij ruimtelijke inrichting en ontwikkelingen in plangebieden zijn beschermings- en inpassingsmogelijkheden van erfgoed het uitgangspunt. De Gemeente Breda kent hiervoor gedeeltelijk een eigen beschermingsregeling zoals geformuleerd in de nota Erfgoed in context, Erfgoedvisie Breda Onderdeel van het uiteindelijk bestemmingsplan is dan ook een erfgoed-paragraaf. De planregels die eveneens zijn opgenomen in het bestemmingsplan volgen uit het genoemde vastgestelde beleid. Voor een volledig overzicht van het aanwezige erfgoed wordt verwezen naar het uiteindelijke bestemmingsplan. Algemeen Uitgangspunt 1: De archeologisch waardevolle gebieden danwel gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde dienen beschermd te worden. Voor de delen in het plangebied waar sprake is van archeologisch waardevolle gebieden en hoge archeologische verwachtingswaarden zal door middel van een archeologische dubbelbestemming worden gewaarborgd dat archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd voordat tot bepaalde werkzaamheden wordt overgegaan Openbare ruimte Het groene karakter van Brabantpark, waaronder de bomenstructuren, wordt door de begeleidingsgroep zeer gewaardeerd en als beschermingswaardig getypeerd. Vanuit de visie Uitgangspunt 2: De groen- en waterstructuur (o.a. Hooghoutpark, Epelenbergpark, Koolwijkpark, Molenleij) en de groene long (groen- en sportzone tussen Brabantpark en Heusdenhout) moeten gekoesterd worden. De groen- en waterstructuur zijn waardevol en kenmerkend voor Brabantpark. Ze moeten behouden en beschermd blijven. In het bestemmingsplan worden ze daarom bestemd als Groen en Water. Dit betekent dan dat bijvoorbeeld op die gronden geen parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd. Verharding is alleen toegestaan in de vorm van voet- en fietspaden. Ook bebouwing is binnen deze bestemming niet mogelijk. Alleen de echte groenstructuren worden als Groen bestemd, zodat die ook niet aangetast worden en zo het verschil duidelijk wordt tussen structureel groen en snippergroen. De groenstructuurkaart, zoals opgenomen in bijlage 5 wordt als basis gebruikt voor de bestemmingslegging. De structuurkaart is grof van opzet en gemaakt op basis van de koesterkaart (bijlage 2), de (beknopte) ruimtelijke analyse van de wijkraad zelf (website) en het groen structuurplan van de gemeente (1986). 53

55 Uitgangspunt 3: Ontwikkelingen mogen niet ten koste gaan van de aanwezige groenstructuur, behalve de herontwikkeling aan de Lage Kant/Nieuwe Inslag. De structurele groene plekken zijn waardevol (zie ook uitgangspunt 3) en worden in het bestemmingsplan bestemd als Groen. Bebouwingsmogelijkheden worden hiermee in het bestemmingsplan uitgesloten. Een uitzondering geldt voor de herontwikkeling van de flats aan de Lage Kant/Nieuwe Inslag. Het openbare groen aan de Lage Kant/Nieuwe Inslag mag qua vorm transformeren mits het bijdraagt aan de diversiteit aan woningen (bijv. tweekappers). Behoud van de doorzichten is daarbij uitgangspunt. De behoefte aan dergelijke grotere en duurdere woningen is groot om jonge gezinnen en doorstromers vast te houden en aan te trekken. Uitgangspunt 4: Het groene karakter van de hofjes is waardevol. De groene binnenpleinen in de hofjes zijn karakteristiek voor Brabantpark en dragen bij de aan het groene beeld van Brabantpark. Ze worden als Groen bestemd. Bebouwing is hierin niet mogelijk. Op die manier wordt het groene karakter van de hofjes beschermd en behouden. Algemeen Uitgangspunt 5: Het aanleggen van kunstgras trap- en speelveldjes in de openbare ruimte moet mogelijk zijn. De mogelijkheid om trap- en speelveldjes van kunstgras aan te leggen wordt direct in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt in de bestemming Groen en Verkeer (verblijfsgebieden). Volgens een recente uitspraak van een rechter is kunstgras gelijk te stellen met een speeltoestel. Dat betekent dat ook momenteel in de bestemming Groen en Verkeer een kunstgrasveld mogelijk is Verkeer en parkeren Brabantpark is goed ontsloten voor het auto- en fietsverkeer. Er zijn verschillende wensen ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren. Hieronder worden deze beschreven en wordt een toelichting hierop gegeven hoe dit in het bestemmingsplanproces meegenomen wordt. Vanuit de visie Uitgangspunt 6: Voortuinen mogen niet (meer) opgeofferd worden voor het parkeren. Het is in theorie mogelijk in een bestemmingsplan voorwaarden op te nemen die voorkomen dat in voortuinen geparkeerd wordt. In de dagelijkse praktijk is de effectiviteit van deze voorwaarden beperkt. Momenteel wordt al in enkele voortuinen geparkeerd. Nader onderzoek moet uitwijzen of deze mogelijkheid leidt tot een praktisch nut (voor bepaalde gebieden). Dit onderzoek zal in het kader van het bestemmingsplan Brabantpark uitgevoerd worden. Algemeen Uitgangspunt 7: Vastleggen van de huidige wegenstructuur. In Brabantpark verandert weinig aan de huidige ligging van de wegen. Er worden geen extra wegen aangelegd of verwijderd. De huidige structuur wordt vastgelegd in het bestemmingsplan en als Verkeer bestemd. Inrichtingsmaatregelen, bijvoorbeeld als 30 km/u zone of als eenrichtingsweg, of maatregelen in het kader van de verkeersveiligheid kunnen niet in een bestemmings plan geregeld worden. 6.2 Functionele uitgangspunten Wonen Een grote uitdaging in Brabantpark is het bevorderen van een wooncarrière binnen de wijk. Momenteel is er een te eenzijdige woningvoorraad in Brabantpark. Vooral jonge gezinnen met kinderen trekken weg uit de wijk. Bij herontwikkeling van gronden moeten meer diverse (in prijs en grootte) woningen gebouwd worden, bijvoorbeeld twee-onder-een-kapwoningen of vrijstaande woningen. Het bouwen van appartementen heeft niet de voorkeur. 54

56 Vanuit de visie Uitgangspunt 8: Meer aanbod voor combineren van wonen en werken planologisch mogelijk maken. Ruimte voor aan-huis-gebonden beroepen (bij nieuwbouw) stimuleren. In het bestemmingsplan worden aan-huis-gebonden beroepen in de woning toegestaan, zolang het een kleinschalige karaker houdt. Ook zijn deze activiteiten met een ontheffing mogelijk in bijgebouwen. Uitgangspunt 9: Meer mogelijkheden om hulpbehoevende familie dichterbij huis te huisvesten. Om mantelzorg te stimuleren, is in bestemmingsplannen, zo ook in het op te stellen bestemmingsplan Brabantpark, een regeling voor mantelzorg opgenomen. Deze regeling houdt in dat bijgebouwen bij de woning (na ontheffingsprocedure) gebruikt mogen worden voor mantelzorg. Uitgangspunt 10: Kamerverhuur tegengaan. Kamerverhuur kan voor veel overlast zorgen in woonwijken, zeker als in een straat meer dan één woonhuis op die manier bewoond wordt. In het bestemmingsplan wordt opgenomen dat woningvermeerdering niet is toegestaan en dat een woning maar door één huishouden bewoond mag worden (zie ook uitgangspunt 18 in hoofdstuk 7 voor maatregelen naast het bestemmingsplan). Algemeen Uitgangspunt 11: Vertaling van ontwikkelingslocaties naar het bestemmingsplan. Indien de ontwikkeling van een ontwikkelingslocatie concreet genoeg is uitgewerkt, zal deze direct worden opgenomen in het bestemmingsplan. Indien een ontwikkeling vermoedelijk de komende jaar uitgevoerd gaat worden, maar het plan is nog niet geheel uitgewerkt, kan een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen in het bestemmingsplan. Er worden dan wijzigingscriteria opgenomen waaraan de ontwikkeling moet voldoen. Een ontwikkeling die nog onduidelijk is en waarvan onzeker is binnen welke termijn deze tot ontwikkeling komt, zal niet worden meegenomen in het bestemmingsplan. Wel zal in de plantoelichting aandacht besteed worden aan ontwikkelingen die in de toekomst zouden kunnen leiden tot een herziening van het bestemmingsplan Detailhandel en horeca In het kader van de leefbaarheid in Brabantpark is het van belang dat de wijk blijft beschikken over een compleet voorzieningenaanbod. Dit geldt zowel voor detailhandelsvestigingen als voor de horecavoorzieningen. Vanuit de visie Uitgangspunt 12: Koesteren van de aanwezige winkelstrips. De aanwezige winkelstrips gelden als ontmoetingsplekken. Ook versterken de hierin aanwezige voorzieningen de leefbaarheid van de wijk. Om die reden moeten de winkelstrips worden gekoesterd. Er hoeft niet persé alleen detailhandel te zitten, ook verkleuring naar andere bedrijvigheid, zoals dienstverlening of maatschappelijke voorzieningen is mogelijk. In het nieuwe bestemmingsplan worden de winkelstrips behouden, waarbij naast detailhandel ook andere functies zoals dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen mogelijk zijn. Echter, dit betekent niet dat met het bestemmingsplan afgedwongen kan worden dat een dergelijke functie zich hier vestigt. Dat is namelijk marktwerking. Uitgangspunt 13: Geen nieuwe detailhandel buiten de buurt- en winkelcentra. Uitbreiding van de detailhandel buiten Brabantplein en de winkelstrips wordt niet wenselijk geacht vanwege het overwegende woonkarakter en parkeeroverlast. In het bestemmingsplan wordt buiten de bestaande detailhandel geen nieuwe detailhandel toegestaan. De bestaande detailhandelsvestigingen binnen de woongebieden mogen worden gehandhaafd. 55

57 Uitgangspunt 14: Behoud van de bestaande horecavoorzieningen, geen uitbreiding van het aantal horecagelegenheden. In het bestemmingsplan worden de solitair gelegen horecavestigingen bestemd als Horeca. Het Brabantplein krijgt de bestemming Centrum waarin een maximaal aantal horecavestigingen opgenomen wordt. Het is niet wenselijk dit aantal uit te breiden op het Brabantplein of elders in de wijk, omdat dat ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dit betekent dat als een horecabedrijf weggaat, hier een ander horecabedrijf terug mag komen of elders binnen de bestemming Centrum, zolang het maximum aantal niet overschreden wordt. Dit biedt echter niet de garantie dat de bestaande horecavoorzieningen ook aanwezig blijven. De feitelijke invulling van een bestemming kan niet afgedwongen worden met een bestemmingsplan. Vanuit de begeleidingsgroep voorgesteld om ondergeschikte horeca mogelijk te maken bij bijvoorbeeld de bibliotheek die de openingstijden van de hoofdfunctie volgt. In het bestemmings plan wordt deze mogelijkheid van ondergeschikte horeca bij maatschappelijke voorzieningen toegestaan. De horeca bij maatschappelijke voorzieningen is een belangrijk element in het bieden van gastvrijheid om daarmee de maatschappelijke doelen van een voorziening te realiseren. Er kan worden onderzocht of bij bewoners en ondernemers daadwerkelijk draagvlak is voor dit voorstel Bedrijven en kantoren In het kader van de economische vitaliteit in Brabantpark is het van belang dat de wijk blijft beschikken over een aantal bedrijfs- en kantorenlocaties. Vanuit de visie Uitgangspunt 15: Behoud van de aanwezige bedrijfs- en kantoorlocaties. Nieuwe bedrijvenof kantoorlocaties worden niet wenselijk geacht. Er is voldoende aanbod in de hele stad waardoor geen nieuwe kantoorruimte hoeft te worden gecreëerd. In het bestemmingsplan worden naast de bestaande vestigingen, geen nieuwe verspreid liggende kantoren toegestaan. Kantoren genereren relatief veel verkeer en hebben een relatief grote parkeerbehoefte. Deze aspecten zijn moeilijk inpasbaar in een woongebied. Voornamelijk vanwege deze aspecten worden nieuwe zelfstandige kantoren in het plangebied onwenselijk geacht. Er is veel (kleinschalige) bedrijvigheid in de wijk, waaronder kunstenaars en ateliers (onder andere aan de Teteringsedijk en Bastionstraat). Dit is een sterk punt van de wijk. Alle bestaande bedrijven en bedrijfslocaties worden in het bestemmingsplan behouden en als zodanig bestemd. In andere bestemmingen worden in de planregels geen nieuwe bedrijven toegestaan. Tussen de woonbebouwing is bedrijvigheid, behalve aan-huis-gebonden beroepen, vaak niet wenselijk vanwege de verkeersaantrekkende werking en/of geluidoverlast. Algemeen Uitgangspunt 16: In woningen moet ruimte geboden worden voor aan huisgebonden beroepen Aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten worden toelaatbaar geacht in woningen, mits de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft en er geen parkeeroverlast voor de omgeving ontstaat. Nieuwe detailhandel en horeca in een woning zijn uitgesloten Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen bieden ruimte aan activiteiten die een veelheid aan doelen bevorderen: ontmoeting, ontplooiing en verbinding, integratie, toeleiden naar werk, leesbevordering, opvoeden, bewegen en gezond leven. Maatschappelijke voorzieningen zijn daarmee dan ook instrumenten van gemeentelijk beleid. Denk daarbij bijvoorbeeld aan jeugd-, onderwijs-, welzijns-, cultuur- en sportbeleid. In dat beleid worden doelstellingen geformuleerd waaraan de maatschappelijke voorzieningen een bijdrage moeten leveren. 56

58 Vanuit de visie Uitgangspunt 17: Ruimte voor initiatief tot een (brede) school te komen. De schoolbesturen van de Fontein (PCPO) en de Tweesprong (Markant) hebben het initiatief genomen te komen tot de vorming van een brede school. WonenBreburg heeft zich in principe bereid verklaard mee te denken in de ontwikkeling van een nieuw gebouw. Op dit moment bevindt dat plan zich nog in een initiatieffase en is met name de financiële haalbaarheid uiterst onzeker. De ontwikkeling van een brede school als netwerk of samenwerkingsverband hoeft hier niet op te wachten en kan door de partners voortvarend worden opgepakt. Momenteel (zomer 2010) is ook nog geen concrete locatie voor een nieuwe school in beeld. Mochten de plannen voor een nieuwe school concreet worden, dan is het wenselijk dat deze ontwikkeling mogelijk gemaakt wordt (indien nodig middels een herziening van het bestemmings plan). Uitgangspunt 18: Realisatie van kleinschalige zorgprojecten. In Brabantpark zijn voldoende (zorg)woningen voor ouderen beschikbaar. Er is zeker geen behoefte aan grootschalige projecten. Kleinschalige woon-zorgcomplexen zijn daarentegen wel wenselijk, zodat ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen wel in Brabantpark kunnen blijven wonen. Algemeen Uitgangspunt 19: De bestemming van de maatschappelijke voorzieningen wordt gehandhaafd. In het bestemmingsplan worden de maatschappelijke voorzieningen bestemd als Maatschappelijk. Uitgangspunt 20: Aandacht voor voldoende aanbod van kinderopvang en buitenschoolse opvang (bij sportcomplexen). In het nieuwe bestemmingsplan wordt buitenschoolse opvang bij sportvoorzieningen mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt per locatie bekeken of kinderdagopvang wenselijk is. 57

59 58

60 Agenda voor de toekomst van Brabantpark 7 Tijdens de themagesprekken die met de begeleidingsgroep zijn gevoerd en op basis waarvan de visie gevormd is, zijn niet alleen onderwerpen aan de orde gekomen die in het bestemmings plan verankerd kunnen worden. Er zijn ook andere onderwerpen besproken die de leef- en woonkwaliteit van Brabantpark raken. De gebiedsvisie leidt niet alleen tot een nieuw bestemmingsplan voor Brabantpark, maar omvat daarom ook een agenda voor de toekomst waarin vervolgacties zijn benoemd. Deze gebiedsvisie dient als basis voor het bepalen van de onderwerpen waar de gemeente, externe partijen en bewoners de komende jaren aandacht aan zullen moeten besteden om de leefbaarheid in Brabantpark in de toekomst veilig te stellen. Hieronder staan cursief gedrukt de uitgangspunten en/of wensen van bewoners en de begeleidingsgroep. Per uitgangspunt is daaronder aangegeven hoe de Gemeente Breda om zal gaan met het betreffende uitgangspunt. Dit kan betekenen dat het uitgangspunt (vooralsnog) niet uitgevoerd zal/kan worden, bijvoorbeeld vanwege beperkte financiële middelen. Het is wel een duidelijk wensbeeld en de uitgangspunten dienen als toetsingskader bij nieuwe initiatieven. 7.1 Ruimtelijk Erfgoed Vanuit de visie Uitgangspunt 1: De bijzondere architectuur en het cultureel erfgoed in Brabantpark behouden. De Gemeente Breda wil panden beschermen die beschermenswaardig zijn. Daartoe heeft de gemeente enkele instrumenten tot haar beschikking. Iets is beschermd als monument als het wordt aangewezen in de zin van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening Breda De bescherming van monumenten vindt binnen deze wetgeving plaats en niet in het bestemmingsplan. Buiten deze monumenten kunnen er objecten, complexen of ensembles zijn die van architectuurhistorische of historisch-stedenbouwkundige waarde zijn. Uit de bijeenkomsten met de begeleidingsgroep blijkt dat in Brabantpark wel degelijk bijzondere architectuur en cultureel erfgoed aanwezig is die gekoesterd wordt en behouden moet blijven (zie bijlage 2, koesterkaart). Daarnaast kan de door de bewoners gewaardeerde groenstructuur worden beschouwd als een van de cultuurhistorisch waardevolle kenmerken van Brabantpark. Bureau Cultureel Erfgoed onderzoekt wat daadwerkelijk bescherming behoeft voor de toekomst Openbare ruimte Vanuit de visie Uitgangspunt 2: De aanwezige buitenruimte moet schoon, heel en veilig zijn. De ambities van Breda gaan verder dan alleen schoon, heel en veilig. In de Visie Openbare Ruimte (2009) staat dat we streven naar een gedeelde, herkenbare en duurzame openbare ruimte. Met gedeelde ruimte bedoelen we dat de openbare ruimte zoveel mogelijk soorten gebruik door mensen, planten en dieren toelaat en stimuleert. Door de ruimte te delen, raken gebruikers meer op elkaar aangewezen. Samen ontmoeten ze elkaar in de openbare ruimte en delen die met elkaar. Met herkenbare ruimte bedoelen we dat de gebruiker de openbare ruimte vindt passen in zijn/haar beleving van de wijk of stad. Herkenbaarheid ontstaat door een duidelijke relatie van de plek met het grotere geheel, zowel in ruimte als tijd (een duidelijke relatie met de geschiedenis van de plek en het totale netwerk van openbare ruimten). Een duurzame openbare ruimte, tenslotte, is een ruimte die mogelijkheden biedt voor betekenisvol gebruik nu en in de toekomst. In deze periode leggen we een accent op een schone, hele en veilige buitenruimte, omdat dit een belangrijk onderdeel is om de 59

61 leefbaarheid op orde te houden en te verbeteren. Een niet-aantrekkelijke buitenruimte is een storende factor voor een optimaal woonplezier. Het schoonhouden van de buitenruimte begint bij jezelf. Belangrijk is dat buurtbewoners hiervoor zelf het initiatief nemen en het goede voorbeeld geven. Als er klachten zijn over de buitenruimte, kunnen die direct gemeld worden bij het Meldpunt, telefoonnummer Uitgangspunt 3: Er moet meer waarde gehecht worden aan bomen. In een bomenbalans moeten de aantallen en grootte van de bomen worden gemonitord. Bomen noch groeiplaats worden apart bestemd in een bestemmingsplan. Als bomen in een groenvak staan kan dit vak ook groen bestemd worden. Hiermee wordt de kwaliteit van de groeiplaats van de boom (bij voorkeur in open grond) beter beschermd. Als naar aanleiding van werkzaamheden of boomcontrole toch bomen gekapt moeten worden, biedt dit echter geen garantie voor herplant. Uitgangspunt voor gemeentelijke bomen is in principe herplant, voor zover dit mogelijk is en een boom op die plek ook toekomst heeft. Op dit moment wordt gewerkt aan een boomstructuurplan als onderdeel van de nieuwe bomenverordening. Dit is echter een structuur op stedelijk niveau, niet op wijkniveau. Het is niet mogelijk om een bomenbalans te maken voor de wijk Brabantpark en niet voor andere stadswijken. Uitgangspunt 4: Het is wenselijk dat de Teteringsedijk een smaller profiel krijgt voor de auto, zodat er meer ruimte komt voor bomen. Zo krijgt de Teteringsedijk een groenere uitstraling en wordt er minder hard gereden. Een groene uitstraling is een uitgangspunt dat op verschillende wijzen kan worden uitgewerkt, waarbij de doorstroming van alle vormen van verkeer, nu en in de toekomst, ook aandacht behoeft. Ook moet rekening worden gehouden dat het hier een historisch lint betreft. Uitgangspunt 5: Bij toekomstige nieuwe woongebieden ten noorden van de Teteringsedijk horen ook nieuwe groene openbare ruimten van formaat, die de naam Brabantpark waardig zijn. Bij eventuele ontwikkelingen ten noorden van de Teteringsedijk (Hero-terrein) is van belang dat voldoende kwalitatieve openbare ruimte aanwezig is. De aard en inrichting ervan zal samenhangen met het soort en de hoeveelheid programma dat wellicht in de toekomst gerealiseerd wordt. Ten aanzien van ontwikkelingen die niet in het bestemmingsplan worden verankerd (omdat ze nog niet voldoende duidelijk en onderbouwd zijn) zal de gemeente randvoorwaarden stellen alvorens medewerking wordt verleend aan een afzonderlijke juridische-planologische procedure. Bij dergelijke randvoorwaarden wordt het aspect groen eveneens betrokken. De randvoorwaarden vormen voorts de basis voor te maken afspraken met ontwikkelaars en initiatiefnemers. Uitgangspunt 6: Stimuleren van meer kunst in de openbare ruimte. De begeleidingsgroep geeft aan dat kunst in de openbare ruimte belangrijk is voor het vergroten van de identiteit van de wijk. De kunst moet wel bestand zijn tegen vandalisme ( hufterproof ). Anderzijds hoeft niet alle kunst voor de eeuwigheid te zijn. Uitgangspunt 7: Het spoorlandschap moet aandacht hebben in de toekomstige ontwikkelingen langs het spoor, maar het voorkomen van geluidsoverlast moet daar een belangrijke rol hebben. Geluidsoverlast is per wet geregeld en geluidszonering is altijd een harde voorwaarde voor ontwikkelingen. Aandacht voor een aantrekkelijk (toegankelijk) spoorlandschap kan meegegeven worden als randvoorwaarde aan ontwikkelaars. Met aantrekkelijk bedoelen we dat de stad zich op een herkenbare en representatieve manier aan de treinreiziger presenteert, dus geen achterkanten, anonieme dozen of rommelzones Verkeer Vanuit de visie Uitgangspunt 8: Een eenduidige inrichting van de 30km/uur zones. De voorrangssituaties in de wijk zijn niet consequent doorgevoerd. Op eenzelfde weg moet je de ene keer voorrang verlenen en de andere keer voorrang krijgen. De voorrangssituatie moeten overal gelijk zijn, dat geeft duidelijkheid en een meer veilig gevoel. Ook moet de inrichting van de wegen aangepast worden, zodat deze passend is binnen het 60

62 30 km/u karakter. De opzet van veel straten is ruim, waardoor deze wegen niet als 30 km/u zone worden ervaren. Bewoners hebben het gevoel dat te hard wordt gereden en voelen zich hierdoor onveilig. In Brabantpark wordt dus ingezet op een verkeersveilige inrichting voor zowel langzaam verkeer (voetganger, fietser) als gemotoriseerd verkeer, aansluitend bij het 30km/uur karakter dat Brabantpark dient te hebben. Door middel van het meeliften met ontwikkelingen op het gebied van riolering en wegdek/verharding zullen straten in Brabantpark zodanig worden aangepakt dat eenduidigheid ontstaat in de inrichting en de verkeersregels die daarbij gelden. Uitgangspunt 9: Snelheden in 30km/uur gebieden moeten omlaag, met name op bepaalde wegen zoals Hooghout en de Heusdenhoutsestraat. De riolering wordt in Hooghout en de omgeving Diamantstraat en Koraalstraat in de periode aangepakt. Tegelijkertijd worden 30 km/uur maatregelen getroffen in het gebied. Ook op andere straten in Brabantpark worden, bij voldoende draagvlak uit de straat/buurt, aanvullende 30 km/uur maatregelen genomen. Uitgangspunt 10: Speciale aandacht voor de parkeersituaties in de Heusdenhoutsestraat en Koolwijkpark. Een verbetering van de parkeersituatie in de Heusdenhoutsestraat kan gerealiseerd worden door een herinrichting van de openbare ruimte, zodat meer parkeerplaatsen aan de voorkant van de woningen worden gerealiseerd. De Gemeente Breda gaat na of het mogelijk is openbaar groen te vervangen voor parkeerplaatsen. Het Koolwijkpark is een gebied dat in aanmerking komt voor parkeervergunningen. Dit is afhankelijk van de specifieke parkeerdruk en de uitdrukkelijke wens van de bewoners. Wanneer draagvlak in de buurt bestaat (minimaal 60%) kan tot invoering van parkeervergunningen worden overgegaan. Ook zal worden geëxperimenteerd met een gratis parkeervoorziening in de binnenstad (conform collegeakkoord) buiten de openingstijden van de winkels. Wellicht dat dit deels en op sommige momenten de parkeerdruk ter plaatse kan verlagen. Uitgangspunt 11: Zoveel mogelijk inzetten op stimuleren van het fietsgebruik. Door middel van de recentelijk vastgestelde Fietsnota wordt op dit moment al ingezet op uitbreiding van fietspaden (ontbrekende schakels), gratis fietsenstallingen en maat regelen op het gebied van communicatie. Ook geldt hier dat meegelift wordt met andere werkzaamheden, zoals het vervangen van het riool in Hooghout (fietssuggestiestroken) en de Koraalstraat (formaliseren doorsteek Koraalstraat aansluiting fietspad Claudius Prinsenlaan). Er is daarnaast jaarlijks budget beschikbaar om extra fietsklemmen bij bushaltes aan te brengen, waar dit door bewoners gevraagd wordt. Uitgangspunt 12: Speciale aandacht voor drukke routes met schoolgaand verkeer, bijvoorbeeld de route Beverweg richting De La Reijweg. Op drukke routes wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van fietspaden in twee richtingen, ook bij verkeerslichten (bijvoorbeeld op kruispunten Beverweg/Claudius Prinsenlaan) is rekening gehouden met deze drukke fietsroutes. Fietspaden in twee richtingen worden echter niet zomaar overal toegepast. Zo worden deze niet aangelegd op ongeregelde kruisingen (geen verkeerslichten), zoals de kruising Beverweg/Hooghout. Ook extra vrijliggende fietspaden in 30 km/uur zones worden niet altijd gerealiseerd. Hier zal eerder sprake zijn van zogenaamde fietssuggestiestroken. Deze kunnen met name op de grotere en drukkere wegen worden toegepast, zoals bijvoorbeeld op Hooghout. Uitgangspunt 13: De bussluis in de Topaasstraat blijft buiten gebruik. Het feit dat de bussluis buiten gebruik is, geeft veel veiligheid en rust in de buurt. Doorgaand verkeer in dit deel van de wijk komt leefbaarheid niet ten goede. De huidige situatie van de bussluis zal gehandhaafd blijven en visueel worden opgeknapt. 61

63 Algemeen Uitgangspunt 14: Verkeersveiligheid bij scholen moet verbeteren. De Gemeente Breda heeft de afspraak met scholen dat zij zich aansluiten bij het BVL (Brabants Verkeersveiligheid Logo), waarbij scholen zoveel mogelijk door middel van communicatie en aanpak van het gedrag van ouders/kinderen proberen om de veiligheid rondom scholen te waarborgen. Daarbij wordt ook ingespeeld op een beperking van het gebruik van de auto. Wanneer scholen bij BVL zijn aangesloten, worden op verzoek van de school en ouders van kinderen, aanvullende maatregelen getroffen door de Gemeente Breda, bijvoorbeeld in de vorm van veilige oversteekplaatsen. Uitgangspunt 15: Bij ontwikkelingen dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd te worden. Bij nieuwbouw, verbouw, functieverandering en uitbreiding dient aan de gemeentelijke parkeernorm te worden voldaan. Deze is opgenomen in de parkeerbeleidsnota en verankerd in de Bouwverordening. Bij elke nieuwe ontwikkeling moeten deze minimale parkeernormen gerealiseerd worden, anders wordt geen bouwvergunning afgegeven. De parkeerplaatsen dienen in principe op eigen terrein te worden gerealiseerd, maar kunnen ook deels op openbaar gebied worden gerealiseerd, bijvoorbeeld voor bezoekers. De huidige parkeernormen uit worden voor 2013 aangepast. Uit de praktijk blijkt namelijk dat vaak sprake is van een parkeerdruk, zelfs vlak na realisatie van bijvoorbeeld een appartementencomplex. Daarnaast moet worden voorkomen dat parkeerplaatsen op openbaar gebied worden gebruikt terwijl op eigen terrein ook parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Vaak worden deze parkeerplaatsen als extra optie aangeboden bij de koop of huur van een woning, maar deze parkeerplaats dient juist inbegrepen te zijn in de totale verkoopsom of huurprijs van de woning Wonen Vanuit de visie Uitgangspunt 16: Verbeteren van de diversiteit aan woningen. Het is prettig wonen in Brabantpark en men is positief over de toekomst. Het prettig wonen heeft met zowel sociale, fysieke als economische aspecten te maken. Het belangrijkste speerpunt op het gebied van wonen voor Brabantpark is het creëren van meer diverse woningen voor gezinnen met kinderen, doorstromers en geschikte woningen voor ouderen. Voor deze doelgroepen is in de huidige (eenzijdige) woningvoorraad weinig tot geen aanbod. Voor gezinnen met kinderen en doorstromers zijn vooral grotere grondgebonden koopwoningen en bij voorkeur 2-onder-1 kap woningen gewenst. Er zijn voldoende (kleine) rijtjeswoningen, maar een overgang van een rijtjeswoning naar een 2-onder-1-kap woning is bijna niet mogelijk. Voor ouderen kan gedacht worden aan patiowoningen of kleinschalige woon-zorgwoningen, zodat zij in hun eigen wijk oud kunnen worden. De ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden die er zijn moeten optimaal benut worden voor het bouwen van woningen voor die doelgroepen. De variëteit in woningen moet dus gewaarborgd blijven en verbeterd worden, omdat dat mede de identiteit en leefbaarheid bepaalt van Brabantpark. Grootschalige ontwikkelingen, zoals in de Bisonstraat, en de bouw van appartementen zijn niet wenselijk. Het bouwen voor specifieke doelgroepen, zoals voor gezinnen met kinderen of doorstromers, kan niet geborgd worden in een bestemmingsplan. Wel kan de woningsoort (zoals vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd, gestapeld) worden vastgelegd bij nieuwe ontwikkelingen. Ook kunnen in het bestemmingsplan percentages woningbouwcategorieën opgenomen worden wanneer het bestemmingsplan ontwikkelingslocaties bevat. De haalbaarheid van het plan moet dan wel aangetoond zijn en het percentage moet door de gemeente gemotiveerd worden. Indien gekozen wordt voor het opnemen van wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan (om bijvoorbeeld invulling te geven aan bepaalde ontwikkelingen op termijn) kunnen de genoemde percentages ook hierin worden opgenomen. Op plekken die niet als ontwikkelingslocatie zijn aangewezen, de gewone woongebieden, is woningvermeerdering en woningsplitsing niet mogelijk. Voor die gebieden wordt de huidige situatie vastgelegd en is bij een eventuele herontwikkeling een nieuw bestemmingsplan nodig. 62

64 Uitgangspunt 17: Behouden van de typische jaren 50-stijl van de woningen. De begeleidingsgroep heeft aangegeven dat de huidige jaren 50 stijl van de eengezinswoningen geliefd is en karakteristiek voor Brabantpark. Deze woningen moet gekoesterd worden en niet zondermeer gesloopt worden. Op de aangegeven ontwikkelingslocaties mag nieuwbouw plaatsvinden die juist aanvullend is aan de (kleine) jaren 50-woningen (zie ook uitgangspunt 16). Uitgangspunt 18: Houden van een goede regie op kamerverhuur. Door een goede regie op de kamerbewoning zal niet alleen de leefbaarheid intact blijven, maar ook de huisvesting van kamerbewoners. De gemeente zet vooral in op het toevoegen van kamerbewoning door een woningcorporatie of een particuliere bemiddelaar en niet door een particuliere huiseigenaar. De gemeente maakt in 2010 een plan van aanpak voor particuliere huur. De gemeente heeft de intentie om een keurmerk kamerbewoning op te richten (concept actieplan studentenhuisvesting december 2009). De mogelijkheden van een sterkere sturing zoals een verordening op de kamerverhuur en de consequenties daarvan zullen bij dit plan van aanpak worden meegenomen en beantwoord. Uitgangspunt 19: Vraag en aanbod van seniorenhuisvesting op elkaar afstemmen. Senioren moeten in de toekomst langer zelfstandig en in Brabantpark kunnen blijven wonen. De vraag en het aanbod van geschikte (senioren)woningen moet beter op elkaar afgestemd worden. Het is een wens om minder appartementen voor senioren te bouwen, maar meer levensloopbestendige woningen met een tuintje of gemeenschappelijke tuin. Kleinere zorggroepen met toegepaste zorg zijn wenselijk. Dat kan een zorgunit binnenshuis zijn of een centraal pand met de nodige zorgvoorzieningen. Algemeen Uitgangspunt 20: Duurzaam en energiezuiniger bouwen en wonen. Breda kiest voor een duurzame ontwikkeling tot het niveau van een CO 2 -neutrale stad in In het uitvoeringsprogramma Klimaatbeleid is voor nieuwbouw van woningen een aantal beleidsuitgangspunten opgenomen, zoals het toepassen van duurzame energie als standaard onderdeel van de planontwikkeling en energiezuinig bouwen. Bij nieuwbouw, ook in Brabantpark, wordt gestreefd naar duurzame ontwerpen in alle bouwfasen. Initiatiefnemers worden uitgedaagd en gestimuleerd om vooral zelf het initiatief te nemen om projecten te ontwikkelen die als een voorbeeld kunnen dienen. De Gemeente Breda heeft ook met de woningbouwcorporaties prestatieafspraken gemaakt die gebaseerd zijn op het Landelijk Convenant Energiebesparing Corporatiesector Detailhandel en horeca Vanuit de visie Uitgangspunt 21: Brabantplein heeft een goedlopend winkelaanbod, maar mist aantrekkingskracht en sfeer. Het plein is naar binnen gericht en mist aantrekkingskracht. De supermarkt in het midden blokkeert het plein. De begeleidingsgroep geeft aan dat minstens een blok bebouwing gesloopt moet worden om een meer open karakter te krijgen. Om dit te realiseren zijn meerdere scenario s denkbaar. Het plein heeft bovendien weinig sfeer en het is geen ontmoetingsplek waar mensen lang en graag verblijven. Ook is een aantal winkels niet uitnodigend, omdat de ramen met folie zijn afgeplakt. Een specialisatie van winkels en bedrijvigheid (gericht op duurzaam, innovatie of biologisch), zoals de Aziatische toko, kan de aantrekkelijkheid en uniekheid van Brabantplein verhogen. De winkeliersvereniging kan hier een rol in spelen. Maar wellicht dat ook een zogenaamde pleincoördinator hierin een rol kan spelen. Diegene kan actief winkels binnenhalen en de leefbaarheid van het plein bevorderen, vergelijkbaar met het Edisonplein. De haalbaarheid hiervan moet bekeken worden in relatie tot financieringsmogelijkheden. 63

65 Uitgangspunt 22: Verplaatsing supermarkt naar de Antiloopstraat (bedrijventerrein Antiloopstraat tussen Formido en St. Ignatiusstraat) of het Hero-terrein. Vooralsnog wordt deze verplaatsing niet mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan, omdat het initiatief hiertoe, laat staan een concreet uitgewerkt plan ontbreekt. Indien dit zich voordoet moet een dergelijke verplaatsing onderzocht worden op haalbaarheid en wenselijkheid. De op 15 juli 2010 vastgestelde Detailhandelsnota spreekt de voorkeur uit voor een versterking van het Brabantplein: Zowel het Brabantplein als het vernieuwde winkelcentrum Heusdenhout beschikken over slechts één supermarkt. In het licht van de afstand tot winkelcentra van een hogere orde, is het te overwegen een van beide centra op te waarderen tot wijkcentrum. Gezien de omvang van het aanbod en van het primaire verzorgingsgebied, komt het Brabantplein hiervoor het meest in aanmerking. Het inwonertal van de gelijknamige wijk zal toenemen van ca naar maximaal ca in 2020, en ook de aangrenzende wijk Sportpark ziet haar inwonertal groeien van ca naar mogelijk ca De wijk Heusdenhout zal veel minder groeien: van ca naar maximaal ca inwoners. Laatst genoemde wijk ligt ook veel meer solitair ten opzichte van de andere wijken. De ruimtelijke inpassing van een tweede supermarkt plus bijbehorende parkeergelegenheid bij winkelcentrum Brabantplein is lastig. Een verplaatsing van de aan de Teteringsedijk gelegen discount-supermarkt naar het Brabantplein heeft daarbij de voorkeur. Als ontwikkelingsrichting wordt in de Detailhandelsnota het volgende voorgesteld: Brabantplein: uitbouwen tot wijkwinkelcentrum nader onderzoeken, ruimtelijke en distributie-planologische mogelijkheden inpassing tweede supermarkt (bij voorkeur discountsegment en verplaatsing bestaande zaak) Bedrijven en kantoren Vanuit de visie Uitgangspunt 23: Levensvatbaarheid en zichtbaarheid van ondernemers op bepaalde plekken in de wijk verbeteren. De kleinschalige winkelstrips en de aanwezige solitaire bedrijvigheid zijn waardevol voor de wijk. Deze (kleinschalige) bedrijven zouden meer herkenbaar mogen zijn. Vanuit de begeleidingsgroep is voorgesteld een wijkmanager (kan dezelfde zijn als de in uitgangspunt 21 genoemde coördinator) aan te stellen die zich actief bezighoudt met de levensvatbaarheid en zichtbaarheid van ondernemers op bepaalde plaatsen in de wijk. 7.2 Sociaal programma In de voorgaande hoofdstukken zijn voor de maatschappelijke ontwikkeling van de wijk aandachtspunten en ambities benoemd. Kort samengevat: De verscheidenheid in de wijk wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd is er behoefte aan meer verbinding tussen groepen in de wijk, onder meer om te grote tegenstellingen tegen te gaan, en de voorzieningen moeten daar een rol in spelen. Voor de realisatie van deze ambitie kan ingezet worden op verschillende maatschappelijke deelaspecten. Verkleinen van de gevoelde afstand tussen bewoners van verschillende achtergrond. Investeren in de groepen die nog onvoldoende meedoen in de samenleving in de zin van betaald werk maar ook vrijwilligerswerk. Daar komt bijvoorbeeld inburgering bij kijken. Investeren in de jeugd zodanig dat ze het percentage kinderen dat doorstroomt naar het VMBO en voortijdig zonder startkwalificatie de school verlaat het Bredase gemiddelde gaat benaderen Ondersteuning van vorming van een brede school Stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid van de bewoners. Deze uitgangspunten en ambities worden uitgewerkt in een sociaal programma. 64

66 Wat is een sociaal programma? Een sociaal programma geeft inzicht in de activiteiten in de sociale pijler van de gebiedsontwikkeling, bepaalt de gedeelde prioriteiten, doelstellingen en resultaten en geeft aan waar de regie ligt. Het geeft daarmee aan alle betrokkenen in een gebied een kapstok waarin de eigen activiteiten een plekje hebben en waarin duidelijk wordt welke verbanden er met andere thema s en/of activiteiten kunnen worden gelegd zodat er meer samenhang en samenwerking kan ontstaan. Instrumenten zijn activiteiten van gesubsidieerde instellingen (waaronder welzijnswerk), maatschappelijke voorzieningen als scholen, buurthuizen, zorgvoorzieningen en budget voor bewonersinitiatieven. Omdat het gaat om het delen van een analyse en het benoemen van gezamenlijke prioriteiten en het maken van samenwerkingsafspraken, wordt een sociaal programma gemaakt door de maatschappelijke partners in de wijk. Het sociaal programma zal naar verwachting volgend jaar ter hand worden genomen en zal wellicht worden gecombineerd met een wijkveiligheidsplan. 65

67 66

Reactienota zienswijzen. Ontwerp Bestemmingsplan Ammerzoden Noord mei 2017

Reactienota zienswijzen. Ontwerp Bestemmingsplan Ammerzoden Noord mei 2017 Reactienota zienswijzen Ontwerp Bestemmingsplan Ammerzoden Noord 2016 11 mei 2017 1. INLEIDING Voor het gebied Ammerzoden Noord, 2 e fase is een woningbouwplan in voorbereiding. In het woningbouwplan worden

Nadere informatie

1 Inleiding. 2 Interne wegenstructuur. Kerkdriel Noord. Gemeente Maasdriel. Verkeerseffecten woningen fase 1. 18 september 2015 MDL013/Fdf/0074.

1 Inleiding. 2 Interne wegenstructuur. Kerkdriel Noord. Gemeente Maasdriel. Verkeerseffecten woningen fase 1. 18 september 2015 MDL013/Fdf/0074. Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Casuariestraat 9a Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2511 VB Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus

Nadere informatie

Onderwerp Zaaknummer Uw kenmerk Datum Verkeerskundige analyse Torenlaan

Onderwerp Zaaknummer Uw kenmerk Datum Verkeerskundige analyse Torenlaan *1024661* Gemeenteraad Gemeente Hengelo Postbus 18 7550 AA Hengelo Onderwerp Zaaknummer Uw kenmerk Datum Verkeerskundige analyse Torenlaan 1010707 Geachte gemeenteraad, In de commissie Fysiek zijn vragen

Nadere informatie

Verkeersintensiteiten, verkeersveiligheid en Oosterdalfsersteeg

Verkeersintensiteiten, verkeersveiligheid en Oosterdalfsersteeg Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Verheeskade 197 Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2521 DD Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Inleiding

HOOFDSTUK 1 Inleiding Toelichting HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De voor het plangebied geldende bestemmingsplannen zijn grotendeels ouder dan de wettelijk voorgeschreven 10 jaar en zijn uit dat oogpunt aan herziening

Nadere informatie

s t r u c t u u r v i s i e G o o r Goor 202

s t r u c t u u r v i s i e G o o r Goor 202 VISIEKAART 8 9 s t r u c t u u r v i s i e G o o r 2 0 2 5 structuu Goor 202 rvisie 5 1. Structuurvisie Goor 2025 2. Analyse 3. Visie en ambitie: Goor in 2025 4. Ruimtelijke kwaliteit 5. Wonen 6. Economie

Nadere informatie

UITGANGSPUNTEN HERINRICHTING INGENIEUR SMEDINGPLEIN WIERINGERWERF

UITGANGSPUNTEN HERINRICHTING INGENIEUR SMEDINGPLEIN WIERINGERWERF UITGANGSPUNTEN HERINRICHTING INGENIEUR SMEDINGPLEIN WIERINGERWERF Bewoners hebben op de bewonersavond op 11 juli 2017 aangegeven de dorpskern van Wieringerwerf graag het karakter te geven van een verblijfsgebied

Nadere informatie

Bestemmingsplan Bovenkamp II Herziening I gemeente Heerde

Bestemmingsplan Bovenkamp II Herziening I gemeente Heerde Bestemmingsplan Bovenkamp II Herziening I gemeente Heerde Bestemmingsplan Bovenkamp II, Herziening I Betreft Status Bovenkamp II Heerde vastgesteld Datum 30 mei 2011 Bovenkamp II, herziening I, vastgesteld,

Nadere informatie

Toelichting Vastgesteld paraplubestemmingsplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0301 18 september 2014

Toelichting Vastgesteld paraplubestemmingsplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0301 18 september 2014 Toelichting Vastgesteld paraplubestemmingsplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0301 18 september 2014 september 2014) 1 september 2014) 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING... 5 1.1

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet. De ruimtelijke structuur is beschreven

Nadere informatie

t bouwhuis enschede Masterplan geeft zorgterrein kwaliteiten van landgoed terug

t bouwhuis enschede Masterplan geeft zorgterrein kwaliteiten van landgoed terug t bouwhuis enschede Masterplan geeft zorgterrein kwaliteiten van landgoed terug Masterplan t Bouwhuis Masterplan geeft zorgterrein kwaliteiten van landgoed terug 1. landgoederen Zorgterrein t Bouwhuis

Nadere informatie

Ontwerp van aansluiting op A27 op enkele punten aangepast

Ontwerp van aansluiting op A27 op enkele punten aangepast Augustus 2016 Dagelijks ervaart het verkeer problemen met de doorstroming op de N629 tussen Oosterhout en Dongen. Ook de leefbaarheid en veiligheid op en rond de N629 en Westerlaan vragen aandacht. De

Nadere informatie

Toelichting Ontwerp parapluplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE juni 2014

Toelichting Ontwerp parapluplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE juni 2014 Toelichting Ontwerp parapluplan Parkeernormen auto en fiets NL.IMRO.0342.PPSOE0002-0203 10 juni 2014 Toelichting parapluplan Nota parkeernormen auto en fiets (zoals vastgesteld door de Raad op dd. maand

Nadere informatie

achtergrond hoofdstuk 1 Structuurvisie 2020 keuzes van visie naar uitvoering inbreng samenleving achtergrond ruimtelijk en sociaal kader bijlagen

achtergrond hoofdstuk 1 Structuurvisie 2020 keuzes van visie naar uitvoering inbreng samenleving achtergrond ruimtelijk en sociaal kader bijlagen 28 hoofdstuk 1 achtergrond Structuurvisie 2020 keuzes samenvatting achtergrond ruimtelijk en sociaal kader inbreng samenleving thematisch van visie naar uitvoering bijlagen zones 1 2 3 4 5 6 7 29 1.1 Inleiding

Nadere informatie

Bijlage 8 Notitie M.E.R.-toetsing N235 bestemmingsplan Spitsbusbaan

Bijlage 8 Notitie M.E.R.-toetsing N235 bestemmingsplan Spitsbusbaan Bijlage 8 Notitie M.E.R.-toetsing N235 bestemmingsplan Spitsbusbaan 146 Spitsbusbaan N235-2016 NOTITIE nummer 004 project Doorstromingsmaatregelen N247/N235 en Groot Onderhoud werkpakket RV04 projectnr.

Nadere informatie

Gedeputeerde Staten kiezen voor voorkeursalternatief Bundeling Noord

Gedeputeerde Staten kiezen voor voorkeursalternatief Bundeling Noord Juli 2016 Dagelijks ervaart het verkeer problemen met de doorstroming op de N629 tussen Oosterhout en Dongen. Ook de leefbaarheid en veiligheid op en rond de N629 en Westerlaan vragen aandacht. De provincie

Nadere informatie

Aanleiding. Presentatie doortrekken Haarsweg. Communicatietraject. Onderdelen van het onderzoek. Ondernemersvereniging Ommen

Aanleiding. Presentatie doortrekken Haarsweg. Communicatietraject. Onderdelen van het onderzoek. Ondernemersvereniging Ommen Presentatie doortrekken Haarsweg Donderdag 10 april 2014 Aanleiding Raadscommissie van 6 juni 2013 behandeling verkeersonderzoek De Strangen en de rotonde Schurinkstraat- Chevalleraustraat Over de Haarsweg

Nadere informatie

Amendement: bestemmingsplan Klarenbeek

Amendement: bestemmingsplan Klarenbeek Amendement: bestemmingsplan Klarenbeek De raad van de gemeente Apeldoorn in vergadering bijeen op 30 mei 2013, Gehoord de beraadslagingen over het ontwerpbestemmingsplan Klarenbeek, Overwegende dat In

Nadere informatie

Nota van uitgangspunten Rijksstraatweg Meteren 1/9

Nota van uitgangspunten Rijksstraatweg Meteren 1/9 Nota van uitgangspunten Rijksstraatweg Meteren 1/9 1. Aanleiding en doel In de afgelopen jaren zijn voor het gebied dat de Rijksstraatweg doorsnijdt tussen de perenrotonde en de rotonde bij Kalenberg diverse

Nadere informatie

Wijkvisie op de Vosseparkwijk

Wijkvisie op de Vosseparkwijk 1 Wonen wint terrein Wijkvereniging de Toekomst-Vosseparkwijk Geschreven door BügelHajema Adviseurs Wijkvisie op de Vosseparkwijk 2 Inleiding Velen zijn het er over eens: de Vosseparkwijk is een prachtige

Nadere informatie

BIJLAGE 4 TOELICHTING HOE TE VERLICHTEN BINNEN DE BEBOUWDE KOM EN BUITEN DE BEBOUWDE KOM

BIJLAGE 4 TOELICHTING HOE TE VERLICHTEN BINNEN DE BEBOUWDE KOM EN BUITEN DE BEBOUWDE KOM BELEIDSPLAN OPENBARE VERLICHTING 2013 2017 BIJLAGE 4 TOELICHTING HOE TE VERLICHTEN BINNEN DE BEBOUWDE KOM EN BUITEN DE BEBOUWDE KOM Bijlage 4 bij Beleidsplan Openbare Verlichting 2013 2017 Pagina 1 van

Nadere informatie

Onderzoek Digipanel: Structuurvisie

Onderzoek Digipanel: Structuurvisie Versie definitief Datum juli 9 () Onderzoek Digipanel: Structuurvisie Auteur Tineke Brouwers Het elfde onderzoek Op mei 9 kregen alle panelleden van dat moment ( personen) een e-mail met de vraag of zij

Nadere informatie

Tracéstudie A2 Ladonk Kapelweg (TALK) 8 september 2011

Tracéstudie A2 Ladonk Kapelweg (TALK) 8 september 2011 Tracéstudie A2 Ladonk Kapelweg (TALK) 8 september 2011 Programma opening en welkom door wethouder Van der Zanden toelichting door projectleider van Duren pauze en gelegenheid voor vragen beantwoording

Nadere informatie

Onderzoek ontlasten Vlietbruggen. Onderzoeksresultaten. Adviesgroep 10 mei 2016

Onderzoek ontlasten Vlietbruggen. Onderzoeksresultaten. Adviesgroep 10 mei 2016 Onderzoek ontlasten Vlietbruggen Onderzoeksresultaten Adviesgroep 10 mei 2016 2 Algemene conclusies Verkeer Voertuigverliesuren ochtendspits Voertuigverliesuren avondspits 10000 9000 8000 7000 6000 5000

Nadere informatie

Verkeersafwikkeling nieuw restaurant McDonald s bij de knoop Leiden-West

Verkeersafwikkeling nieuw restaurant McDonald s bij de knoop Leiden-West Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Casuariestraat 9a Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2511 VB Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus

Nadere informatie

Herinrichting Dorpsstraat Bredaseweg Baarleseweg N639 1 e Bijeenkomst 26 februari 2018

Herinrichting Dorpsstraat Bredaseweg Baarleseweg N639 1 e Bijeenkomst 26 februari 2018 Herinrichting Dorpsstraat Bredaseweg Baarleseweg N639 Chaam 1 e Bijeenkomst 26 februari 2018 Vanavond 1. Welkom Maikel Veroude / wethouder Corry Janssen-Janssen 2. Inleiding Maikel Veroude/Pieter Geerts

Nadere informatie

HERONTWIKKELING MOLENWAL

HERONTWIKKELING MOLENWAL STARTNOTITIE HERONTWIKKELING MOLENWAL (VOORMALIGE BUSREMISE) Maart 2011 Gemeente Oudewater Sector REV 1 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 1 INLEIDING... 3 2 PLANGEBIED... 4 2.1 HET PLANGEBIED... 4 2.2 PROGRAMMA...

Nadere informatie

Factsheet Verkeer. 1. Inleiding. 2. Ambities. Definities, bestaande wetgeving en beleid

Factsheet Verkeer. 1. Inleiding. 2. Ambities. Definities, bestaande wetgeving en beleid Factsheet Verkeer 1. Inleiding In deze factsheet Verkeer staan de voertuigen en personen centraal die de openbare weg gebruiken. Het gaat hier dus niet om de fysiek aanwezige infrastructuur (die komt aan

Nadere informatie

15003 RO VERPLAATSEN VLAAMSE SCHUUR LANGEREIT 14

15003 RO VERPLAATSEN VLAAMSE SCHUUR LANGEREIT 14 15003 RO VERPLAATSEN VLAAMSE SCHUUR LANGEREIT 14 Ordito b.v. Postbus 94 5126 ZH Gilze E [email protected] T 0161 801 022 I www.ordito.nl KVK 54 811 554 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Ligging en begrenzing

Nadere informatie

Module bereikbaarheid

Module bereikbaarheid Module bereikbaarheid Inleiding Bereikbaarheid gaat over de uitwisseling van verkeer, tussen de dorpen van de gemeente onderling en naar het hoofdwegennet. Een goede bereikbaarheid is belangrijk, maar

Nadere informatie

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Ambachtsschool Gemeente Enschede Programma Stedelijke Ontwikkeling Team Bestemmingsplannen Februari 2016 SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

Nadere informatie

Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek, Gemeente Leiden (februari 2013) Ontwikkelstrategie

Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek, Gemeente Leiden (februari 2013) Ontwikkelstrategie (februari 2013) Ontwikkelstrategie Lammenschans, Leiden in opdracht van: Gemeente Leiden februari 2013, Amsterdam Kerkstraat 204 1017 GV Amsterdam Postbus 15550 1001 NB Amsterdam Soeters Van Eldonk architecten

Nadere informatie

Schijndelseweg 170. Nota van Kaders en kansen

Schijndelseweg 170. Nota van Kaders en kansen Schijndelseweg 170 Nota van Kaders en kansen Inhoudsopgave Inleiding 2 Bestaande situatie 3 Historie 3 Huidige situatie 5 Geldend bestemmingsplan 6 Kaders, kansen en risico s 8 Kaders 8 Kansen 8 Risico

Nadere informatie

Conclusies simulatiestudie FietsroutePlus Groningen - Haren - Helperzoomtunnel en BEA. De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN

Conclusies simulatiestudie FietsroutePlus Groningen - Haren - Helperzoomtunnel en BEA. De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN Onderwerp Conclusies simulatiestudie FietsroutePlus Groningen - Haren - Helperzoomtunnel en BEA Steller Machiel Huizenga De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN Telefoon 0611211325

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Woningbouw Wilbertoord. Welkom. Woensdag 29 januari 2014 Gemeenschapshuis De Wilg

Informatiebijeenkomst Woningbouw Wilbertoord. Welkom. Woensdag 29 januari 2014 Gemeenschapshuis De Wilg Informatiebijeenkomst Woningbouw Wilbertoord Welkom Woensdag 29 januari 2014 Gemeenschapshuis De Wilg Visie Onderwerpen Woningbehoefte Locatie Moerboom III Stedenbouwkundig plan Beeldkwaliteit plan Duurzaamheid

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet. De ruimtelijke structuur is beschreven

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet. De ruimtelijke structuur is beschreven

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24

Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 1 van 5 Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 2 van 5 Inleiding Op donderdag 3 april 2014 is door Dierenrijk

Nadere informatie

N346 Schakel Achterhoek A1 Rondweg Lochem

N346 Schakel Achterhoek A1 Rondweg Lochem N346 Schakel Achterhoek A1 Rondweg Lochem Vraag en antwoord Algemeen 1. Waarom wordt deze Schakel Achterhoek - A1 aangelegd? De gemeente Lochem en de provincie hebben besloten een rondweg aan te leggen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1- Aanleiding voor aanpassing beeldkwaliteitplannen 3. 2- Ligging en hoofdopzet stedenbouwkundige plan 5

Inhoudsopgave. 1- Aanleiding voor aanpassing beeldkwaliteitplannen 3. 2- Ligging en hoofdopzet stedenbouwkundige plan 5 Inhoudsopgave 1- Aanleiding voor aanpassing beeldkwaliteitplannen 3 2- Ligging en hoofdopzet stedenbouwkundige plan 5 3- Algemene ontwikkelcriteria 6 3.1 Bebouwingsvorm 6 3.2 Architectuur, kleur en materiaalgebruik

Nadere informatie

Wijzigingsplan Warandepark - Rijsbergen. Datum: Plan identificatie: NL.IMRO.0879.WPwarandepark-VS01

Wijzigingsplan Warandepark - Rijsbergen. Datum: Plan identificatie: NL.IMRO.0879.WPwarandepark-VS01 Wijzigingsplan Warandepark - Rijsbergen Planstatus: vastgesteld Datum: 2015-09-22 Plan identificatie: NL.IMRO.0879.WPwarandepark-VS01 Colofon Titel: Opdrachtgever: Wijzigingsplan Warandepark - Rijsbergen

Nadere informatie

Addendum bij nota Fietsen in Lelystad: Voldoen de gestelde voorrangsregels aan CROW-richtlijnen

Addendum bij nota Fietsen in Lelystad: Voldoen de gestelde voorrangsregels aan CROW-richtlijnen Addendum bij nota Fietsen in Lelystad: Voldoen de gestelde voorrangsregels aan CROW-richtlijnen Aanleiding Tijdens de raadsbehandeling van de nota Fietsen in Lelystad op 15 maart 2016 is door het college

Nadere informatie

Gelet op: - Artikelen 7 en 9 van de Wegenwet op grond waarvan de gemeenteraad bevoegd is een onttrekkingsbesluit te nemen.

Gelet op: - Artikelen 7 en 9 van de Wegenwet op grond waarvan de gemeenteraad bevoegd is een onttrekkingsbesluit te nemen. Besluit tot definitieve onttrekking aan de openbaarheid van de (voormalige) spoorwegovergang Bakhuisdreef (tussen Bakhuisdreef en Kapelweg/Voorstraat) in Boxtel. Het voorliggende besluit tot de definitieve

Nadere informatie

Betreft Klant Van Datum Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking

Betreft Klant Van Datum Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking MEMO Betreft : Motivering ladder voor duurzame verstedelijking t.b.v. realisatie kinderdagverblijf Klant : J.P.M. Langelaan, Buitenbrinkweg 81, Ermelo Van : J.M. Miellet, Exlan Datum : Oktober 2016 Besluit

Nadere informatie

BUREAUSTUDIE FASE 1, BEDRIJVENTERREIN STEPELERVELD VERKEER

BUREAUSTUDIE FASE 1, BEDRIJVENTERREIN STEPELERVELD VERKEER BUREAUSTUDIE FASE 1, BEDRIJVENTERREIN STEPELERVELD VERKEER GEMEENTE HAAKSBERGEN juni 2009 110301.001599 Inhoud 1 Inleiding 2 1.1 Aanleiding 2 1.2 Ligging bedrijventerrein 2 2 Ontsluiting in de eerste fase

Nadere informatie

Gemeente Lisse Nota beantwoording zienswijzen Bij besluiten bestemmingsplan / omgevingsvergunning Kruishoorn, fase 1, 25 woningen

Gemeente Lisse Nota beantwoording zienswijzen Bij besluiten bestemmingsplan / omgevingsvergunning Kruishoorn, fase 1, 25 woningen Gemeente Lisse Nota beantwoording zienswijzen Bij besluiten bestemmingsplan / omgevingsvergunning Kruishoorn, fase 1, 25 woningen Februari 2019 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Terinzagelegging en ontvankelijkheid

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Ruimtelijke onderbouwing De Kouwe Noord 3, Geffen Gemeente Oss Raadhuislaan 2 5341 GM Oss T: 14 0412 F: 0412 642605 www.oss.nl RUIMTELIJKE ONDERBOUWING De Kouwe Noord 3 te Geffen Februari maart 2016 1

Nadere informatie

Larserknoop Lelystad Verkeerskundige analyse

Larserknoop Lelystad Verkeerskundige analyse Larserknoop Lelystad Verkeerskundige analyse projectnr. 196305 revisie 3 23 maart 2010 Opdrachtgever Gemeente Lelystad Postbus 91 8200 AB LELYSTAD datum vrijgave beschrijving revisie goedkeuring vrijgave

Nadere informatie

UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN. Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard

UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN. Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard mei 2015 0 0.Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Aanbevelingen 3. Planning en kostenoverzicht 1 1. Inleiding

Nadere informatie

Maak Plaats! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio.

Maak Plaats! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio. Maak plaats voor Hoorn! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio. Iedere dag is het hier een komen en gaan van duizenden

Nadere informatie

Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk

Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk

Nadere informatie

DORPPLAN ULVENHOUT PLAN EN OF PROCES??? AGENDA. wethouder Bernie van den Berg. Wat is wijkgericht werken. Verslaglegging en adressenlijst

DORPPLAN ULVENHOUT PLAN EN OF PROCES??? AGENDA. wethouder Bernie van den Berg. Wat is wijkgericht werken. Verslaglegging en adressenlijst DORPPLAN ULVENHOUT PLAN EN OF PROCES??? AGENDA Beschouwing Wat is wijkgericht werken Nota van Uitgangspunten Zienswijze Vragen en discussie wethouder Bernie van den Berg wijkmanager Harrie Verhallen John

Nadere informatie

HET POORTJE; Toelichting stedenbouwkundige inpassing Datum:

HET POORTJE; Toelichting stedenbouwkundige inpassing Datum: HET POORTJE; Toelichting stedenbouwkundige inpassing Datum: 14-4-2009 Huidige situatie De locatie maakt deel uit van het ontwikkelingsgebied Heerenveen Noordoost; een langgerekt gebied tussen grofweg de

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Inleiding

HOOFDSTUK 1 Inleiding HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In 2010 is het voormalige perceel Strijbeekseweg 23 te Ulvenhout gesplitst in twee percelen, te weten Strijbeekseweg 23 met daarop een boerderij (rijksmonument),

Nadere informatie

Welstandsparagraaf Locatie Voorweg

Welstandsparagraaf Locatie Voorweg Welstandsparagraaf Locatie Voorweg concept november 2010 inhoudsopgave 1 Locatie en programma 2 Ruimtelijke structuur 3 Stedenbouwkundig uitgangspunt 4 Welstandsbeleid 5 Welstandscriteria Algemeen Hoofdvorm/Massavorm

Nadere informatie

4. BESCHRIJVING EN ANALYSE BESTAANDE SITUATIE

4. BESCHRIJVING EN ANALYSE BESTAANDE SITUATIE 4. BESCHRIJVING EN ANALYSE BESTAANDE SITUATIE 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de bebouwde kom van Hertme, zoals deze nu is. Achtereenvolgens komen aan de orde: Cultuurhistorisch

Nadere informatie

Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda

Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda Kiezen om ruimte te maken Den Haag 2040 Den Haag is volop in beweging, de stad is in trek. Verwacht wordt dat Den Haag groeit, van 530.000 inwoners in 2017 naar

Nadere informatie

Uitwerking verkeersonderzoek Olst. Informatieavond. 16 mei 2018

Uitwerking verkeersonderzoek Olst. Informatieavond. 16 mei 2018 Uitwerking verkeersonderzoek Olst Informatieavond 16 mei 2018 2 Agenda vanavond Aanleiding Verbeteren Leefbaarheid en Veiligheid in Olst Eerder onderzoek rondweg Olst Jan Hooglandstraat Twee varianten

Nadere informatie

3 augustus 2012. 32 woningen in groenzone

3 augustus 2012. 32 woningen in groenzone Plek voor ideeën Beeldkwaliteitsplan Daalkampen II 030.00.02.45.20.00 3 augustus 2012 32 woningen in groenzone Beeldkwaliteitsplan, Daalkampen II - 32 woningen in groenzone 030.00.02.45.20.00 3 augustus

Nadere informatie

'Probleemanalyse oost-westverbinding Duitsland - Oost-Brabant / Eindhoven Uitgevoerd door Goudappel Coffeng 2010

'Probleemanalyse oost-westverbinding Duitsland - Oost-Brabant / Eindhoven Uitgevoerd door Goudappel Coffeng 2010 'Probleemanalyse oost-westverbinding Duitsland - Oost-Brabant / Eindhoven Uitgevoerd door Goudappel Coffeng 2010 10 december 2015 Rian Snijder Inhoud van de presentatie - Aanleiding en doel - Samenvatting

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3 Beleid. 3.2 Rijksbeleid. 3.3 Provinciaal beleid

HOOFDSTUK 3 Beleid. 3.2 Rijksbeleid. 3.3 Provinciaal beleid HOOFDSTUK 3 Beleid 3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door (Europese,) landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante (Europees-,)

Nadere informatie

Oude Tempel Soesterberg Milieukundige onderzoeken luchtkwaliteit en bedrijven en milieuzonering

Oude Tempel Soesterberg Milieukundige onderzoeken luchtkwaliteit en bedrijven en milieuzonering Notitie Project: Oude Tempel Soesterberg Onderwerp: Milieukundige onderzoeken luchtkwaliteit en bedrijven en milieuzonering Referentie: 16M8024 Datum: 18 juli 2016 Auteur: Mevrouw ing. N.J.W. Pirovano

Nadere informatie

24 juli 2017 vaststellen bestemmingsplan 'Camping Lindenhof 2017'

24 juli 2017 vaststellen bestemmingsplan 'Camping Lindenhof 2017' Verantwoordelijk team Ruimtelijke Ontwikkeling & Milieu Nummer Kenmerk Raad d.d. 27792 27 september 2017 Paragraaf begroting Portefeuillehouder 2 mr. J. (Jasper) Verstand Steller A. (Arjen) Ruiter Datum

Nadere informatie

Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE

Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Aanleiding en doel 1.3. Plangebied 1.4. Leeswijzer 2. PLANBESCHRIJVING 2.1. Bestaande situatie 2.2. Gewenste

Nadere informatie

1. Aanleiding NOTITIE VARIANTEN FIETSPAD BERKELSEDIJKJE

1. Aanleiding NOTITIE VARIANTEN FIETSPAD BERKELSEDIJKJE NOTITIE VARIANTEN FIETSPAD BERKELSEDIJKJE 1. Aanleiding Op 31 maart 2016 heeft de gemeenteraad op basis van de herziening van het Mobiliteitsplan besloten om een nadere studie te doen naar de positie van

Nadere informatie

Nota van zienswijzen Ontwerp bestemmingsplan Buitengebied: Loswal Schellevis Beton

Nota van zienswijzen Ontwerp bestemmingsplan Buitengebied: Loswal Schellevis Beton Nota van zienswijzen Ontwerp bestemmingsplan Buitengebied: Loswal Schellevis Beton 1 2 1. Inleiding Toelichting Vanaf 7 december 2012 heeft het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Schellevis Beton gedurende

Nadere informatie

Leden van de raadscommissie Stad & Ruimte. Geachte dames en heren,

Leden van de raadscommissie Stad & Ruimte. Geachte dames en heren, Leden van de raadscommissie Stad & Ruimte Behandeld door J. Bodewitz Doorkiesnummer 030-2861054 Ons kenmerk 15.504616 E-mail Onderwerp Ontwerp Croeselaan en Bijlage(n) VO boek Jaarbeursplein Uw kenmerk

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Realisatie kunstwerk Bestemming Drachten Markeringspunt Noord

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Realisatie kunstwerk Bestemming Drachten Markeringspunt Noord RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Realisatie kunstwerk Bestemming Drachten Markeringspunt Noord 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Er is een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van een kunstwerk

Nadere informatie

WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 2 februari 2016 vastgesteld

WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 2 februari 2016 vastgesteld WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT 2 februari 2016 vastgesteld 52-007 GEMEENTE LAARBEEK 2 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding... 5 1.1 Algemeen... 5 1.2 Aanleiding en doel... 5 1.3 Plangebied... 6 1.4

Nadere informatie

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) 2e klankbordgroepbijeenkomst 16 maart 2017

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) 2e klankbordgroepbijeenkomst 16 maart 2017 Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) 2e klankbordgroepbijeenkomst 16 maart 2017 Agenda 1. Opening en terugkoppeling proces 19:00 19:10 2. Toelichting beleidsgedeelte GVVP 19:10 19:30 3. Stellingen

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over nieuwbouwwijk Vijfakkers-Noord

Veelgestelde vragen over nieuwbouwwijk Vijfakkers-Noord Veelgestelde vragen over nieuwbouwwijk Vijfakkers-Noord 18 en 20 september 2012 Algemeen Wat wordt er ontwikkeld in de nieuwbouwwijk Vijfakkers-Noord? In de nieuwbouwwijk Vijfakkers-Noord worden circa

Nadere informatie

Bestemmingsplan. Midden-Noord - Oss Ontwerp. Bijlagen 9 - aanvullend verkeersonderzoek maatregelen januari 2011 tuincentrum

Bestemmingsplan. Midden-Noord - Oss Ontwerp. Bijlagen 9 - aanvullend verkeersonderzoek maatregelen januari 2011 tuincentrum Bestemmingsplan Midden-Noord - Oss - 2012 Bijlagen 9 - aanvullend verkeersonderzoek maatregelen januari 2011 tuincentrum Ontwerp Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Verheeskade 197 Flight Forum

Nadere informatie

BURGERPANEL CAPELLE OVER LANDELIJK CAPELLE

BURGERPANEL CAPELLE OVER LANDELIJK CAPELLE BURGERPANEL CAPELLE OVER LANDELIJK CAPELLE Gemeente Capelle aan den IJssel Juli 2016 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020-3330670 Rapportnummer 2016 / 121

Nadere informatie

Kruispunt Maliebaan-Burg. Reigerstraat/Nachtegaalstraat

Kruispunt Maliebaan-Burg. Reigerstraat/Nachtegaalstraat Hier komt tekst Maliebaan Klankbordgroep Hier komt ook tekst 12 januari 2016 Kruispunt Maliebaan-Burg. Reigerstraat/Nachtegaalstraat Klankbordgroep 12 januari 2016 1 Doel van het project. Een kwaliteitsslag

Nadere informatie

WIJZIGINGSPLAN NATUURONTWIKKELING BOSRAND 25 EN OMGEVING, LIESHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 30 augustus 2016 vastgesteld

WIJZIGINGSPLAN NATUURONTWIKKELING BOSRAND 25 EN OMGEVING, LIESHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 30 augustus 2016 vastgesteld WIJZIGINGSPLAN NATUURONTWIKKELING BOSRAND 25 EN OMGEVING, LIESHOUT 30 augustus 2016 vastgesteld 52-027 GEMEENTE LAARBEEK 2 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding... 5 1.1 Algemeen... 5 1.2 Aanleiding en doel... 5 1.3

Nadere informatie

Verkeersafwikkeling Oegstgeest a/d Rijn en Frederiksoord Zuid

Verkeersafwikkeling Oegstgeest a/d Rijn en Frederiksoord Zuid Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Casuariestraat 9a Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2521 VB Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus

Nadere informatie

Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd

Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd Inhoud Rapport 2 juli 2013 Projectnummer 275.00.01.11.05 I n h o u d s o p g a v e 1 Z i e n s w i j z e n 5 1.1 Inleiding

Nadere informatie

A13/A16 ROTTERDAM. Toelichting Deelgebied Terbregseveld. Februari 2015

A13/A16 ROTTERDAM. Toelichting Deelgebied Terbregseveld. Februari 2015 A13/A16 ROTTERDAM Toelichting Deelgebied Terbregseveld Februari 2015 TOELICHTING DEELGEBIED TERBREGSEVELD Het gebied Het Terbregseveld ligt binnen de gemeente Rotterdam en is globaal begrensd door de Rotte

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 4 1.3 Vigerende bestemmingsplan 5 2. Bestaande situatie 6 2.1 ruimtelijke

Nadere informatie

Middenweg Eersel Bergeijk Informatiebijeenkomst 2 december Nulplus Maatregel Gebiedsakkoord N69

Middenweg Eersel Bergeijk Informatiebijeenkomst 2 december Nulplus Maatregel Gebiedsakkoord N69 Middenweg Eersel Bergeijk Informatiebijeenkomst 2 december 2015 Nulplus Maatregel Gebiedsakkoord N69 Onderdeel van Gebiedsakkoord N69 Gebiedsakkoord gebaseerd op drie onderdelen: 1. Nieuwe N69 (aanleg

Nadere informatie

Wijkperspectief Tuinwijk oude wijk in nieuw jasje

Wijkperspectief Tuinwijk oude wijk in nieuw jasje Wijkperspectief Tuinwijk oude wijk in nieuw jasje Tuinwijk oude wijk in nieuw jasje VOORWOORD Voor u ligt het wijkperspectief. Hierin vindt u een toekomstschets van de wijk. Hoe mooi, leefbaar en compleet

Nadere informatie

VERKEERSKUNDIGE TOETS NIEUW GEMEENTEHUIS LEIDERDORP VERKEERSGENERATIE, VERKEERSAFWIKKELING EN PARKEREN

VERKEERSKUNDIGE TOETS NIEUW GEMEENTEHUIS LEIDERDORP VERKEERSGENERATIE, VERKEERSAFWIKKELING EN PARKEREN VERKEERSKUNDIGE TOETS NIEUW GEMEENTEHUIS LEIDERDORP VERKEERSGENERATIE, VERKEERSAFWIKKELING EN PARKEREN VERKEERSKUNDIGE TOETS NIEUW GEMEENTEHUIS LEIDERDORP VERKEERSGENERATIE, VERKEERSAFWIKKELING EN PARKEREN

Nadere informatie