Activiteitenplan: Woeste Willem
|
|
|
- Sebastiaan Laurens Willemsen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Leeskastje: Activiteitenplan: Woeste Willem 1
2 Leeskastje: Activiteitenplan Woeste Willem. Ingrid&Dieter Schubert Introductieactiviteit. Doel: - De kinderen maken kennis met het leeskastje: - De kinderen kunnen aan de hand van de inrichting van de hoek en de titel van het boek, een voorspelling doen over de inhoud. - De leerlingen weten dat ze spelletjes met boeken en letters gaan doen, als ze met Dit kastje gaan werken. Activiteit 1: Inhoud activiteit: De kinderen zitten in een kring, rond de hoek die ingericht is als piratenboot. De leerkracht zet het kistje op een centrale plaats. Het kistje wordt bekeken. - Wat zou het zijn? - Welke tekeningen / pictogrammen zie je? - Wat zit er in? - Wat hoort er op de standaard te staan? - Wat staat er aan de zijkant? De leerkracht vertelt dat ze een nieuw kastje in de klas hebben dat de naam heeft: "leeskastje". Als je goed naar deze naam luistert dan weet je ook wat we gaan doen. Luister nog maar eens goed: We gaan een boekje lezen en daarna gaan we steeds een ander laatje open maken en er een praatje over houden en een spelletje doen. Boekoriëntatie (Tussendoel 1) 1. Boekenstandaard Doel: - De leerlingen kunnen na afloop van de boekoriëntatie de titel van het verhaal aanwijzen. - De kinderen kunnen aan de hand van de tekeningen op de voorkant van het boek, een voorspelling maken over de inhoud van het boek. - De kinderen weten dat een boek van voren naar achteren wordt gelezen. Activiteit 2: Inhoud activiteit: De leerkracht vertelt dat ze een boek heeft meegenomen. - Kijk eens goed naar de tekening op de voorkant van het boek, waar zou het boek over gaan? - Dadelijk begin ik te lezen aan de voorkant en daarna lees ik steeds een volgende bladzijde. Als het verhaal uit is kijk ik naar de achterkant. Welke tekening zie je daar? 2
3 - Op de voorkant van het boek staan letters. Dat noemen we de titel van het boek. De leerkracht leest de titel voor: Woeste Willem - Deze woorden noemen we een zin. De leerkracht schrijft de zin op een flap. - Als ze dit heeft gedaan komt de praatpop tevoorschijn die zegt: Hé, dat boek gaat over mij! Dat ben ik, ik heet zo! De juf vraagt aan de pop wie hij is. "Ik ben Willem, en ik ben een echte woeste zeerover. - Dit boek gaat over mij en over het jongetje Frank. Op de flap wordt het woord wie Bijlage 1 geschreven. Daarachter een W en nog een W van Woeste Willem Dat begint met dezelfde letter! Het klinkt hetzelfde en ziet ook hetzelfde uit. De juf zegt dat ze nu erg benieuwd is geworden naar het boek en dat ze het wil gaan voorlezen. De pop wordt even in de piratenboot gezet. Bij het voorlezen past de grote la met het boek pictogram. De la wordt open gemaakt. verhaalbegrip Activiteit 3: ( Tussendoel 2) Laatje 2 Doel: - de kinderen breiden hun woordenschat uit door de attributen te benoemen die een ondersteunende rol in het verhaal hebben. - de kinderen zijn in staat om het verhaal na te vertellen m.b.v. voorwerpen. - de kinderen zijn in staat om het verhaal na te vertellen m.b.v. afbeeldingen. Inhoud activiteit: De spullen uit de grote la worden bekeken. Er zitten twee poppen in. Woeste Willem en Frank. Er ligt ook een ooglap, een hoofddoek, een verrekijker, een schatkaart, en een zeeroversvlag in. Die heb je natuurlijk nodig als je een zeerover bent. ( De la kan altijd aangevuld worden) Er zitten ook plaatjes in. (zie bijlage 2) Die gaan allemaal over het boek. Enkele plaatjes worden bekeken en dan even aan de kant gelegd. De spullen die in de piratenboot staan en te groot zijn voor het kastje, worden ook genoemd. ( Piraten kleren, schatkist met schatten,zwaard, touw en stokken om een vlot te maken, fles met post, piraten boot (makkelijk te maken van omgekeerde tafels, met daaromheen karton), mast en zeilen, roer van de boot, stuk hout met een touw als rest van de boot. anker, zwemvliezen, zwemband, Vervolgens wordt het boek voorgelezen. De attributen bieden hierbij een ondersteunende rol. Op het moment dat het jongetje Frank op het dak staat wordt samen naar een oplossing gezocht. Hoe gaat het verhaal verder? 3
4 De tweede stop wordt gemaakt na het voorlezen van waar zou die rommel toch vandaan komen. De laatste onderbreking is het zoeken naar een goed einde van het verhaal. Wat is het probleem van Willem, en hoe kan het opgelost worden? Keuzeactiviteiten Nadat het boek gelezen is, kunnen de kinderen kiezen welk laatje er geopend wordt. Een aantal lades kunnen meerdere malen geopend worden. Keuzeactiviteit: verhaalbegrip De volgende activiteiten kunnen na het lezen worden uitgevoerd m.b.t. verhaalbegrip.(tussendoel 2) Verhaalschema maken m.b.v. pictogrammen: Doel: - de leerlingen krijgen inzicht in pictogrammen m.b.t. het verhaalschema. - de leerlingen zijn in staat om vragen te beantwoorden, m.b.t. de inhoud van het boek. - na afloop zijn de kinderen in staat om de schematisch aangegeven verhaallijn te verwoorden. Activiteit: zie bijlage 1 - Op een flap heeft de leerkracht een pictogram en de wie vraag geschreven. - De overige pictogrammen worden besproken en ingevuld op de flap. Op deze manier kan het verhaalschema in kaart worden gebracht. In eerste instantie kunnen de volgende vragen worden gesteld: - over wie gaat het verhaal? - waar speelt het verhaal zich af? - begin, wat kun je vertellen over het begin van het verhaal? - afloop, hoe loopt het verhaal af? Deze vragen kunnen uitgebreid worden. Na afloop kan een kind aan de hand van de pictogrammen, woorden en de eigen gemaakte tekeningen, de verhaallijn verwoorden. Deze flap, met het verhaalschema moet een centrale plek krijgen, binnen het thema. Navertellen van het verhaal m.b.v. materiaal. Doel: - de kinderen breiden hun woordenschat uit door attributen te gebruiken/ benoemen. - de leerlingen van groep 1 zijn in staat om de verhaallijn globaal na te vertellen m.b.v. 4 attributen. - de leerlingen van groep 2 zijn in staat om de verhaallijn precies na te vertellen m.b.v. 6 of 7 attributen. 4
5 Activiteit: Eén kind opent de lade en de attributen worden benoemd. De leerkracht selecteert een aantal attributen en vraagt aan de leerlingen om met deze attributen in de goede volgorde van het verhaal te leggen. Daarna wordt er gekeken of het kind m.b.v. deze attributen het verhaal in goede volgorde kan navertellen. Afhankelijk van het kind en de groep kan het aantal attributen uitgebreid worden en kan het verhaal gedetailleerder omschreven worden. Navertellen van het verhaal m.b.v. afbeeldingen. Zie bijlage 2 Doel: - de leerlingen van groep 1 zijn in staat om de verhaallijn globaal na te vertellen m.b.v. 4 afbeeldingen - de leerlingen van groep 2 zijn in staat om de verhaallijn precies na te vertellen m.b.v. 6 of 7 afbeeldingen. Activiteit: Eén kind opent de lade en de afbeeldingen worden bekeken. De leerkracht selecteert een aantal afbeeldingen en vraagt aan de leerlingen om met deze afbeeldingen in de goede volgorde van het verhaal te leggen. Daarna wordt er gekeken of het kind m.b.v. deze plaatjes, in de goede volgorde, het verhaal kan navertellen. Afhankelijk van het kind en de groep kan het aantal afbeeldingen uitgebreid worden en kan het verhaal gedetailleerder omschreven worden. Functies van geschreven taal) Laatje 3 Keuzeactiviteit:. (Tussendoel3 Activiteit 1: M.b.v. Pictogrammen het verhaalschema maken. Bijlage 1 Doel: - De Kinderen weten dat geschreven taal een communicatief doel heeft. - De kinderen weten dat symbolen verwijzen naar woorden. - De kinderen weten dat gesproken woorden permanent kunnen worden vastgelegd op papier. - De kinderen weten wat het verschil is tussen lezen en schrijven. Activiteit: - Op een flap heeft de leerkracht een pictogram Woeste Willem en de wie vraag geschreven. - De overige pictogrammen worden besproken en ingevuld op de flap. 5
6 Op deze manier kan het verhaalschema in kaart worden gebracht. In eerste instantie kunnen de volgende vragen worden gesteld: - wie; over wie gaat het verhaal? - waar speelt het verhaal zich af? - begin; wat kun je vertellen over het begin van het verhaal? - afloop; hoe loopt het verhaal af? Deze vragen kunnen uitgebreid worden. Na afloop kan een kind aan de hand van de pictogrammen, woorden en de eigen gemaakte tekeningen de verhaallijn verwoorden. Deze flap, met het verhaalschema moet een centrale plek krijgen, binnen het thema Activiteit 2: Schatkaart maken. Doel: - de leerlingen ervaren dat je iets kunt leren door te lezen; - de leerlingen leren dat je m.b.v. letters en tekeningen werkschema's kunt maken; - de leerlingen ervaren dat werkschema's je helpen bij het uitvoeren van activiteiten. In het lokaal, of op de speelplaats wordt een schat verstopt. Via aanwijzingen op de schatkaart moet hij gevonden worden. Kinderen lezen zelf de kaart. Het lied Wij zijn piraten van de zee kan hier bij gezongen worden. Willem maakt voor Frank een vlieger. Hoe doe je dat? Wat heb je nodig? Waarmee moet je beginnen? En wat doe je dan? Er wordt een werkschema gemaakt dat de kinderen kunnen lezen. Activiteit 3. Informatie rondom Woeste Willem Zie bijlage 3 In de la zit algemene informatie over zeerovers, maar ook over boten, water, drijven en zinken, zwemmen en zwemles, zeedieren en schelpen Die kan worden voorgelezen. Het onderwerp kan naar keuze en interesse van de kinderen uitgebreid worden. Activiteit 4: Woordenschat. Zie bijlage 4 Woordenschat als zodanig maakt geen deel uit van het dyslexie protocol. Toch is woordenschat dé sleutel voor schoolsucces en onlosmakelijk verbonden met taal. Vandaar dat we deze woordenlijst hebben opgenomen in ons leeskastje. De woorden komen steeds terug in verschillende activiteiten. Herhaling is noodzakelijk om woorden te alten beklijven. Van deze woorden is een woordkaart gemaakt. Het schip Het huis Huis bouwen Zwaaien Allen zijn Harmonica Bliksem Haaien Onder je arm dragen 6
7 De zeeleeuw Kapot Het dak Rennen over zijn schouder op de stoep de rommel de zeeroverskist brievenpost de haaientand het dek het zeemonster zeeziek sjooren de schat zeeroversvlag afgebroken Relatie tussen gesproken en geschreven taal. Laatje 4 Activiteit 1: Pictogrammen voor het versje maken. (Tussendoel 4) Doel: - de kinderen ervaren dat ze het versje dat ze horen ook kunnen opschrijven. - de kinderen kunnen de twee laatste zinnen die ze horen na zeggen. - de kinderen kunnen tekeningetjes maken bij bepaalde woorden in het versje, waardoor ze het versje visueel beter kunnen volgen. Activiteit: Als een kind dit laatje wil open maken, wijs dan kort even op het pictogram. Wat zie je? Wat zou je moeten gaan doen? In het laatje ligt een briefje. (tekst van het versje) Bijlage 5 Wat zou er op staan? Kun je al een woordje lezen? Gezamenlijk wordt dit versje 2 keer beluisterd. woeste willem wie vaart daar op een stoere boot? streepjes trui en armen bloot? doek met knoopjes op zijn kop, ogen met een lap erop. woeste Willem, piraten kapitein, houdt van mopperen, wil niet aardig zijn. maar een kleine jongen op zijn dak, helpt hij naar beneden met gemak. lieve Willem ga met mij mee, een eindje varen op de grote zee. samen lachen, samen beven, samen avonturen beleven. dan verklapt de piraten kapitein, 7
8 aan kleine Frank zijn groot geheim. ik kan niet zwemmen, ik durf niet mee, ik verdrink vast op die woeste zee. welnee zegt Frank, niets aan de hand, ik heb voor jouw buik een zwemmers band. want zwemmen dat kan ik al lang, voor de grote zee ben ik echt niet meer bang. Karina Wetzelaer Het zou handig zijn als we dit kunnen opschrijven op een flap. Dan kunnen we het versje horen, maar ook zien. We luisteren nu steeds naar een zin. Eén kind helpt mij met het opschrijven van het gedicht en herhaalt steeds de zin van het versje. Sommige zinnen zijn moeilijk te onthouden: ze zijn lang. Zijn deze zinnen ook moeilijk om op te schrijven? (Ja dat is veel werk!) De relatie wordt gelegd tussen: als je veel woorden hoort, moet je ook veel woorden opschrijven. (dit noemen we een lange zin ) En als je weinig woorden hoort, moet je ook weinig woorden opschrijven. (dit noemen we een korte zin ). Als het hele versje is opgeschreven, gaan we tekeningetjes maken bij de woorden die je veel hoort / ziet. Eventueel kan op het laatst het versje opgezegd worden waarbij de leerkracht de woorden aanwijst die gesproken worden. Kloppen de tekeningen? Het versje kan met twee kinderen gespeeld worden. De tekeningen kunnen hierbij weer een handig hulpmiddel zijn. Taalbewustzijn (fonologisch bewustzijn) Laatje 5 Activiteit 1: Eindrijm. La 5: pictogram oor Vervolgactiviteit, maar ook los te gebruiken. Doel: - de kinderen kunnen samen het versje opzeggen; - twee kinderen kunnen dit ook alleen; - de kinderen zijn in staat om eindrijm te herkennen; - de kinderen kunnen zelf rijmwoorden maken. Activiteit: Als dit laatje wordt geopend, treffen de kinderen hierin het versje van Woeste Willem. Bijlage 5 Dit versje wordt gezamenlijk nog eens gelezen. Vervolgens vraagt de leerkracht of de kinderen woordjes horen die rijmen. Dit kunnen o.a. de volgende woorden zijn: De rijmwoorden worden opgezocht op de flap en nogmaals genoteerd. Wat zien jullie bij deze woorden? Rijmwoorden hebben dezelfde letters op het eind. 8
9 Kunnen jullie nog meer rijmwoorden bedenken op: Deze woorden worden onder elkaar genoteerd. Telkens wordt gekeken of er dezelfde letters zijn en waar die staan. Activiteit 2: Rijmen (eindrijm) Bijlage 6 Doel: - rijmzinnen kunnen afmaken. - Spelen met klankpatronen De zin wordt langzaam voorgelezen. Het laatste woord moeten de kinderen aanvullen. Dit kan in de grote en in de kleine kring gebeuren. Naar aanleiding van de laatste woorden kunnen de kinderen zelf rijmwoorden of rijmzinnen maken. Willem woont aan de rand van het meer, Hij loopt door zijn huis heen en w (weer) Willem is nu met pensioen, Varen op zijn boot hoeft hij niet meer te d.. (doen) Kom je in zijn buurt dan heb je pech, Hij jaagt gewoon iedereen w.. (weg) Dan hoort Willem een vreemd geluid. Hij loopt snel zijn huisje ui (uit) Alle bliksem en garnalen, Moet ik je van het dak komen h.. (halen) Met wat stokken en een laken, Gaat woeste Willem een vlieger m. (maken) Maar Frank, die wil een nieuwe boot, Wil gaan varen in de sl.. (sloot) Woeste Willem heeft verdriet, Want zwemmen kan hij echt nog n (niet) Landrot- koffie (pot) Brombeer- indianen (veer) Kraaiennest- koeien (mest) Regenpijp- appels zijn (rijp) Zeeleeuw- harde (schreeuw) Schatkaart- lange (baard) Baantjes zwemmen- beren (temmen) 9
10 Activiteit 3: zinnen opdelen in woorden. Bijlage 7 Doel: - de kinderen kunnen zinnen opdelen in woorden. - de kinderen kunnen aangeven hoeveel woorden er zijn met behulp van materiaal. Het schip vaart op zee. Ik zie een vlag met een hoofd. Er is ook een zeil. Ik draai aan het roer. Frank zit op het dak. Hij is bang. Het is heel hoog. Van een stok maakt hij een mast. De haai vliegt door het zeil Zijn tand breekt af. In de fles zit een kaart. Om zijn buik doet hij een band. De zinnen van 4 en 5 woorden zijn meer geschikt voor groep 1 leerlingen. De langere zinnen kunnen door de groep 2 leerlingen gedaan worden. Bepalend hiervoor is echter de ontwikkeling van het kind en niet de groep. Deze oefening kan ook gedaan worden m.b.v. de bijl. Elk woord krijgt een tik. Lange en korte zinnen kunnen aangegeven worden. Let op het neerleggen van de blokjes. Hanteren ze de leesrichting, gaan ze geordend te werk?in plaats van de blokjes kunnen ook schelpen gebruikt worden. Activiteit 4: Woorden in klankgroepen verdelen. Bijlage 8 Doel: - Lange en korte woorden kunnen aangeven. (Objectivatie) - Lettergrepen kunnen verbinden tot woorden. Woeste Willem zegt een woord in stukjes en Frank maakt er één woord van. Land-rot-ten (Uitspreken als landro-ten) Zee-meer-min Zee-ro-ver Pen-si-oen Brom-beer Kraai-en-nest (Uitspreken als kraaje-nest) Zee-mon-ster 10 Ver-re-kij-ker. (Uitspreken als vere-kij-ker) Zee-ro-vers-lied Har-mo-ni-ca Re-gen-pijp Zee-leeuw Zee-ro-vers-kist Zwaard-tand-haai Zee-meer-min. Wa-ter-man Deze woorden kunnen ook herhaald worden in omgekeerde vorm. Frank zegt nu het hele woord en Woeste Willem hakt ze in stukjes.
11 Welk woord is het langst? Land-rot-ten Schat-kist Schip Zee-meer-min Zee-ro-ver Pi-raat Pen-si-oen Boot Brom-beer Zee Fles Kraai-en-nest Schat-kaart Zee-mon-ster Ver-re-kij-ker Dak Zee-ro-vers-lied Zeil Zwem-band Har-mo-ni-ca Re-gen-pijp Pi-ra-ten-vlag Haai Zee-leeuw Strand Zee-ro-vers-kist Zwaard-tand-haai Hang-mat Zee-meer-min. Brom-beer Zee-ro-vers-lied Wa-ter-man Taalbewustzijn (fonemisch bewustzijn) Laatje 5 Activiteit 1: Sorteren van woorden op beginrijm. Bijlage 9 Doel: - de kinderen zijn in staat om beginrijm te herkennen in langgerekte woorden; - de kinderen kunnen worden herkennen die een andere beginletter hebben; - de kinderen kunnen zelf woorden bedenken met deze beginrijm. Activiteit: In dit laatje ligt een briefje waarop woorden staan. Dit zijn de woorden die horen bij het verhaal van Woeste Willem. De juf vertelt dat ze woordjes gaat oplezen. Jullie moeten goed naar deze woordjes luisteren. Kunnen jullie vertellen waarom deze bij elkaar horen?" De leerkracht praat met een langgerekte beginklank. 1. woest water willem waterman Ik hoor vooraan de letter : w 2. zeilboot zeerover zwaardvis - zeeleeuw Ik hoor vooraan de letter : z 3. frank fles fris - flauw Ik hoor vooraan de letter : f 4. brombeer boot bang bliksem 11
12 Ik hoor vooraan de letter :b 5. regenpijp ruig raam rugzak. Ik hoor vooraan de letter : r 6. meer monster mist - maan. Ik hoor vooraan de letter : m 7. schip schoorsteen sterk schatkaart Ik hoor vooraan de letter s 8. vlag vlieger vis varen Ik hoor vooraan de letter : v 9. landrot laken luisteren lek Ik hoor vooraan de letter : l Ter controle kunnen de woorden op de flap geschreven worden. Verdere mogelijkheden zijn: - Bedenk nog een woord met deze beginletters. Dit hoeven geen Woeste Willem woorden te zijn. Schrijf deze woorden ook op de flap erbij. - Welk woord hoort er niet bij? Dezelfde woorden als bovenstaande oefening maar nu met een ander woord er tussen. - Zijn er in de klas ook kinderen die dezelfde letter vooraan hebben in hun naam als Willem of Frank? Ook andere namen kunnen op de flap genoteerd worden zodat de kinderen overeenkomsten gaan zien. De A B C muur kan bij deze activiteit geïntroduceerd / uitgebreid worden. In het laatje zitten ook losse kaartjes. De kaartjes moeten gesorteerd worden op beginklank. Activiteit 2: Hakken en plakken met Woeste Willem. Bijlage 10 Doel: - de kinderen kunnen losse klanken samenvoegen tot een woord, waarbij de zin een ondersteunende rol biedt. - de kinderen kunnen losse klanken samenvoegen tot een woord uit het boek, zonder ondersteuning van de zin. Activiteit: Eén kind maakt het laatje open haalt er een blaadje met zinnen uit. Willem weet hier wel een spelletje mee. Zij zegt de zin, en één woord zegt ze in stukjes. De kinderen raden wat ze gezegd heeft. Een vervolg activiteit hierop kan zijn; alleen het losse woord herkennen. Met een echte bijl worden de letters gehakt. Mijn b-o-o-t is lek. 12
13 Ik w-o-o-n in een huis. Mijn boot heeft een v-l-a-g. Willem is een echte brom b-ee-r. Frank staat op het d-a-k. Hij kijkt s-i-p. Er liggen cadeautjes op de s-t-oe-p. Een vlieger maak je met een s-t-o-k. Hij heeft nog geen s-t-aa-r-t. Willem redt de h-aa-i. Hij vindt ook een sch-a-t. Een staart maak je met een t-ou-w. z-ee z-ei-l h-ou-t t-ou-w sch-i-p sch-oe-n k-i-s-t. k-aa-r-t v-l-o-t w-oe-s-t s-t-o-r-m z-w-aa-r-d Alfabetisch principe. Laatje 6 Activiteit: Zoem zoem de letterbij, maakt ons blij. Doel : - de kinderen maken kennis met Zoem Zoem de letterbij die erg van letters houdt; - de kinderen kunnen de letter w herkennen tussen andere letters; - de kinderen kunnen de positie van de letter aangeven in een woord dat visueel wordt aangeboden; - de kinderen kunnen de positie van de letter aangeven in een woord dat auditief wordt aangeboden; - de kinderen kunnen woorden benoemen met deze letter. Activiteit: Als een leerling laatje 6 wil openmaken klinkt er gezoem. Met z'n allen luisteren we naar het geluid. "Waar komt het toch vandaan?" In het laatje ligt een bijtje. "Ik ben Zoem, Zoem", zegt de bij en ik heb erge honger. De juf wil hem honing geven maar de bij lust dit niet. "Ik lust alleen maar letters", en daarom zegt hij: "Ik ben Zoem, Zoem de letterbij en ik maak kinderen blij!" Zoem Zoem vliegt door de klas op zoek naar letters. De kinderen helpen hem erbij en wijzen letters aan. Zoem Zoem kan moeilijk beslissen welke letter hij vandaag eens wil proeven. 13
14 Uiteindelijk vliegt hij terug naar zijn laatje en vindt daarin de letter W. Hij besluit om deze letter te proeven, maar eerst moeten de kinderen hem erbij helpen. - wie weet hoe deze letter heet? - wie heeft deze letter al eens gezien? - zie je deze letter op het boek? - zie je deze letter in het versje van Woeste Willem? - wie heeft deze letter in zijn naam? Zoem Zoem snoept van alle letters W een beetje. Als hij zijn buikje vol heeft, gaat hij lekker slapen in zijn letterlaatje. Vervolgactiviteiten: - De Lettermuur: Tijdens het werken kunnen kinderen tekeningen maken of plaatjes uitknippen van woorden met een W. Deze tekeningen krijgen een plaatsje bij de letter W van de lettermuur. - Schrijf/stempelhoek: Schatkaart maken. Op de tekening staan ook de bijbehorende woorden. (zee, strand, pijl, weg enz ) Websites: 14
15 Bijlage 1: Pictogrammen wie waar begin afloop 15
16 Bijlage 2: prenten prentenboek 16
17 17
18 18
19 19
20 20
21 21
22 22
23 Bijlage 3: Informatie over moeilijke woorden: Wat is een zeerover? Een zeerover noem je ook wel een piraat. Dit zijn mensen die op een heel groot schip varen en andere mensen die ook varen op een boot overvallen. Ze willen alle kostbare dingen van deze mensen stelen. Vaak doen ze alle deze dure dingen, goud, sieraden enz. in een grote kist. Deze noem je dan een schatkist. Deze kist wordt ergens op een eiland verstopt. En om deze plaats niet te kunnen vergeten maken ze een geheime schatkaart. Wat is een boot? Een boot is een kleiner vaartuig (roeiboot, zeilboot, reddingsboot. Met een boot kun je varen. 23
24 Wat is een kraaiennest? Kraaiennest is de term die gebruikt wordt voor een platform in de mast van een schip. Het kan ook een mand zijn en het wordt gebruikt voor de uitkijk. Hoog boven in de mast staat een man op de uitkijk. Hij kijkt bijv. of er schepen in aantocht zijn. Wat is drijven en wat is zinken? Als iets blijft drijven dan blijft iets op het water liggen. Als iets zinkt dan zakt dit naar de bodem van de zee. 24
25 Wat is zwemmen? Zwemmen doe je meestal in het zwembad. Het is een sport en je moet het leren. Zwemmen is in het water voort bewegen. Je moet hiervoor kunnen drijven. Als je niet kan drijven dan blijf je steeds onder water zwemmen en dan kan je geen adem halen en kan je verdrinken. Zwemmen leer je meestal op zwemles. Zwemmen kan iedereen doen. Wat is zwemles? Als je nog niet kan zwemmen dan moet je dat leren. Dit doe je op zwemles. Je leert dit van een badmeester of badjuf. 25
26 Wat zijn zeedieren? Zeedieren zijn dieren die leven in het water. Er zijn zeedieren die onder water adem kunnen halen. Dit doen zij door middel van hun kieuwen. Andere dieren kunnen dit niet. Zoals een walvis en dolfijn. Deze dieren moeten boven water komen om lucht te kunnen happen. Sommige zeedieren kunnen aan land kruipen. Zij kunnen op het strand gaan liggen. Dit doen bijv. de zeehonden. Andere zeedieren komen nooit uit het water want zij kunnen alleen in het water adem halen. Wat zijn schelpen? Schelpen zijn de huisjes van schelpdiertjes. Een schelp bestaat uit kalk. Het schelpdiertje haalt de kalk uit het water. In zout water zit meer kalk dan in zoet water, daarom zijn de schelpen in zout water dikker dan de schelpen in zoet water. Een schelp heeft ook groeilijnen, die kun je soms voelen. Elke keer als het schelpdiertje groeit bouwt hij een stukje aan zijn schelp dat zijn de groeilijnen. Een schelp groeit sneller in de zomer dan in de winter. Schelpen zijn er in verschillende kleuren en vormen. Er zijn twee groepen schelpen: de tweekleppigen en de zeeslakken. De tweekleppige schelp bestaat uit twee kleppen die met een scharnier en een elastische band aan elkaar zitten. Van deze schelp vind je meestal maar één helft op het strand. Bijlage 4: Woordkaarten Woeste Willem 26
27 het schip het huis huis bouwen zwaaien 27
28 alleen zijn harmonic bliksem haaien 28
29 onder je arm dragen de zeeleeuw het dak kapot 29
30 rennen over zijn schouder op de stoep de rommel 30
31 de brievenpost de zeeroverskist de haaientand het dek 31
32 het zeemonster zeeziek sjorren de schat 32
33 afgebroken zeeroversvlag 33
34 Bijlage 5: woeste willem wie vaart daar op een stoere boot? streepjes trui en armen bloot? doek met knoopjes op zijn kop, ogen met een lap erop. woeste Willem, piraten kapitein, houdt van mopperen, wil niet aardig zijn. maar een kleine jongen op zijn dak, helpt hij naar beneden met gemak. lieve Willem ga met mij mee, een eindje varen op de grote zee. samen lachen, samen beven, samen avonturen beleven. dan verklapt de piraten kapitein, aan kleine Frank zijn groot geheim. ik kan niet zwemmen, ik durf niet mee, ik verdrink vast op die woeste zee. welnee zegt Frank, niets aan de hand, ik heb voor jouw buik een zwemmers band. want zwemmen dat kan ik al lang, voor de grote zee ben ik echt niet meer bang. 34
35 Bijlage 6: Willem woont aan de rand van het meer, Hij loopt door zijn huis heen en w (weer) Willem is nu met pensioen, Varen op zijn boot hoeft hij niet meer te d.. doen) Kom je in zijn buurt dan heb je pech, Hij jaagt gewoon iedereen w.. (weg) Dan hoort Willem een vreemd geluid. Hij loopt snel zijn huisje ui (uit) Alle bliksem en garnalen, Moet ik je van het dak komen h.. (halen) Met wat stokken en een laken, Gaat woeste Willem een vlieger m. (maken) Maar Frank, die wil een nieuwe boot, Wil gaan varen in de sl.. (sloot) Woeste Willem heeft verdriet, Want zwemmen kan hij echt nog n (niet) Landrot- koffie (pot) Brombeer- indianen (veer) Kraaiennest- koeien (mest) Regenpijp- appels zijn (rijp) Zeeleeuw- harde (schreeuw) Schatkaart- lange (baard) Baantjes zwemmen- beren (temmen) 35
36 Bijlage 7 Het schip vaart op zee. Ik zie een vlag met een hoofd. Er is ook een zeil. Ik draai aan het roer. Frank zit op het dak. Hij is bang. Het is heel hoog. Van een stok maakt hij een mast. De haai vliegt door het zeil Zijn tand breekt af. In de fles zit een kaart. Om zijn buik doet hij een band.. 36
37 Bijlage 8 Land-rot-ten (Uitspreken als land-ro-ten) Zee-meer-min Zee-ro-ver Pen-si-oen Brom-beer Kraai-en-nest (Uitspreken als kraa-je-nest) Zee-mon-ster Ver-re-kij-ker. (Uitspreken als ve-re-kij-ker) Zee-ro-vers-lied Har-mo-ni-ca Re-gen-pijp Zee-leeuw Zee-ro-vers-kist Zwaard-tand-haai Zee-meer-min. Wa-ter-man Welk woord is het langst? Land-rot-ten Schat-kist Schip Zee-meer-min Zee-ro-ver Pi-raat Pen-si-oen Boot Brom-beer Zee Fles Kraai-en-nest Schat-kaart Zee-mon-ster Ver-re-kij-ker Dak Zee-ro-vers-lied Zeil Zwem-band Har-mo-ni-ca Re-gen-pijp Pi-ra-ten-vlag Haai Zee-leeuw Strand Zee-ro-vers-kist Zwaard-tand-haai Hang-mat Zee-meer-min. Brom-beer Zee-ro-vers-lied Wa-terman 37
38 Bijlage 9 1. woest water willem waterman Ik hoor vooraan de letter : w 2. zeilboot zeerover zwaardvis - zeeleeuw Ik hoor vooraan de letter : z 3. frank fles fris - flauw Ik hoor vooraan de letter : f 4. brombeer boot bang bliksem Ik hoor vooraan de letter :b 5. regenpijp ruig raam rugzak. Ik hoor vooraan de letter : r 6. meer monster mist - maan. Ik hoor vooraan de letter : m 7. schip schoorsteen sterk schatkaart Ik hoor vooraan de letter s 8. vlag vlieger vis varen Ik hoor vooraan de letter : v 9. landrot laken luisteren lek Ik hoor vooraan de letter : l 38
39 Bijlage 10 Mijn b-o-o-t is lek. Ik w-o-o-n in een huis. Mijn boot heeft een v-l-a-g. Willem is een echte brom b-ee-r. Frank staat op het d-a-k. Hij kijkt s-i-p. Er liggen cadeautjes op de s-t-oe-p. Een vlieger maak je met een s-t-o-k. Hij heeft nog geen s-t-aa-r-t. Willem redt de h-aa-i. Hij vindt ook een sch-a-t. Een staart maak je met een t-ou-w z-ee z-ei-l h-ou-t t-ou-w sch-i-p sch-oe-n k-i-s-t. k-aa-r-t v-l-o-t w-oe-s-t s-t-o-r-m z-w-aa-r-d 39
40 40
Leeskastje Mama kwijt
Leeskastje Mama kwijt Inhoud leeskastje Mama kwijt 1: Boekoriëntatie La 2: Verhaalbegrip La 3: Functies van geschreven taal Grote Uil Kleine Uil Groot nest Eventueel andere dieren uit het verhaal Afbeeldingen
Boeken & praatjes, Letters en laatjes.
Boeken & praatjes, Letters en laatjes. Titel: Kleine muis zoekt een huis Schrijver: Petr Horáček Thema: Herfst / Dieren / Algemeen Introductieactiviteit. Doel: - De kinderen maken kennis met het kastje:
De Weier Vissedijk 35c 7602 CP Almelo
obs De Weier Vissedijk 35c 7602 CP Almelo tel. 0546-491218 fax. 0546-491245 Auditieve taaloefeningen bij het onderwerp: Woeste Willem 1. Auditieve Analyse: A: Eén en twee lettergrepen nazeggen. B: Drie
Activiteitenplan leeskastje bedoelt voor leerkrachten werkzaam in de onderbouw.
Activiteitenplan leeskastje bedoelt voor leerkrachten werkzaam in de onderbouw. Inhoudsopgave Boekorientatie Voorlezen van het boek.... 3 Verhaalbegrip Kennismaken met de la en de verteltafel.... 4 Samen
Auditieve oefeningen bij het thema: piraten
Auditieve oefeningen bij het thema: piraten Boek van de week: 1; Woeste Willem 2; Bij de piraten 3; Piraten; informatieboek 4; Aadje Piraatje Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat
Activiteitenplan: Kleine Pien op reis Schatkist eropuit
Leeskastje: Activiteitenplan: Kleine Pien op reis Schatkist eropuit 1 Keuzeactiviteit: functies van geschreven taal. (Tussendoel 3) Voordat het boek aangeboden wordt kunnen eerst de 2 kennismakingslessen
Titel: Elmo en het geheim van Sinterklaas
Boeken & praatjes, Letters en laatjes. Titel: Elmo en het geheim van Sinterklaas Illustraties: Rick de Haas Thema: Rick de Haas Het boek is vooral geschikt om voor te lezen rond het thema Sinterklaas.
Samen kunnen we alles.
Ingrid & Dieter Schubert. Inhoudsopgave: Activiteiten die betrekking hebben op de tussendoelen en gerelateerd zijn aan het prentenboek: 1. Introductieactiviteit: - Het kastje, boeken en plaatjes, letters
Lezer: 2 Woeste Willem is een echte brombeer. Hij houdt niet van gezelschap. Iedereen die maar in de buurt van zijn huis komt, jaagt hij weg.
Toneelstuk: Woeste Willem Liedje: Woeste Willem (melodie opa bakkebaard) Woeste Willem woont aan de oever van een meer. Woeste Willem is een zeerover. Of eigenlijk, was een zeerover, want hij is met pensioen.
Activiteitenplan leeskastje. Kikker en het Nieuwjaar. Activiteitenplan bedoelt voor groep 1/2 in het basisonderwijs
Activiteitenplan leeskastje Kikker en het Nieuwjaar Activiteitenplan bedoelt voor groep 1/2 in het basisonderwijs Inhoudsopgave Boekoriëntatie Voorlezen van het boek... 4 Verhaalbegrip Kennismaken met
Activiteitenplan leeskastje. Dikkie Donderkopje wordt groot. Activiteitenplan bedoelt voor groep ½ in het basisonderwijs
Activiteitenplan leeskastje Dikkie Donderkopje wordt groot Activiteitenplan bedoelt voor groep ½ in het basisonderwijs Inhoudsopgave Boekorientatie Voorlezen van het boek... 4 Verhaalbegrip Kennismaken
Activiteitenplan leeskastje. Elmer. Activiteitenplan bedoelt voor groep 1/2 in het basisonderwijs
Activiteitenplan leeskastje Elmer Activiteitenplan bedoelt voor groep 1/2 in het basisonderwijs Inhoudsopgave Boekorientatie Voorlezen van het boek.... 4 Verhaalbegrip Kennismaken met de la en de verteltafel....
Activiteitenplan: Beer bouwt een winterhuis
Leeskastje: Activiteitenplan: Beer bouwt een winterhuis Thema: winter - Beer bouwt een winterhuis Het verhaal gaat over Beer die een aan het einde van de zomer een winterhuis gaat bouwen. Hij ligt elke
Inhoudsopgave: Activiteiten die betrekking hebben op de tussendoelen en gerelateerd zijn aan het prentenboek: Dotties eieren.
Inhoudsopgave: Activiteiten die betrekking hebben op de tussendoelen en gerelateerd zijn aan het prentenboek: 1. Introductieactiviteit: - Het kastje, boeken en plaatjes, letters en laatjes wordt Pag. 2.
www.vclb-koepel.be www.vclb-koepel.b Voorbeelden van basiscompetenties TAAL/mondelinge taalontwikkeling zijn: Groeiboek Groeiboe
van basiscompetenties TAAL/mondelinge taalontwikkeling zijn: [...] De kleuter staat open voor hulp van juf bij De kleuter imiteert andere kleuters bij De kleuter vertelt aan andere kleuters hoe hij De
Auditieve oefeningen bij het thema: Barbapapa
Auditieve oefeningen bij het thema: Barbapapa Boek van de week: 1. Barbapapa boeken allerlei 2. Met Barbapapa de wereld rond Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant
maken de kinderen een waterorgel en laten elke lettergreep uit een lied horen op dit orgel. Groep 1 Groep 2 samengestelde woorden in
7. Raar maar waar! Tijdens deze activiteit: maken de kinderen een waterorgel en laten elke lettergreep uit een lied horen op dit orgel. Taal Ontluikende en beginnende geletterdheid Fonemisch bewustzijn
Bijlage 14 Registratie- en planningsformulier gehele groep
Bijlage 14 Registratie- en planningsformulier gehele groep Toelichting In de kolom aanbieding vult u de datum in waarop u de activiteit aan de gehele groep heeft aangeboden. U hoeft dit dan niet bij iedere
maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen
Mondelinge taal 1 Spraak-taalontwikkeling Baby blauw maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) herhaalt geluidjes Dreumes brabbelt bij (eigen) spel oranje begint steeds meer
Samen kunnen we alles
Leeskastje: Activiteitenplan: Samen kunnen we alles Ingrid & Dieter Schubert 1 Samen kunnen we alles. Ingrid & Dieter Schubert. Inhoudsopgave: Activiteiten die betrekking hebben op de tussendoelen en gerelateerd
Kleuters leren lezen
Kleuters leren lezen Lerespel Inhoudsopgave INLEIDING... 3 STAP 1: KINDEREN MOETEN EERST BESEFFEN WAT LEZEN IS EN WAAROM HET HANDIG IS OM HET TE KUNNEN.... 4 STAP 2: DE VOORBEREIDING OP HET ZELF LEZEN;
DC thema 62 Taalbewustzijn stimuleren bij kleuters
DC thema 62 Taalbewustzijn stimuleren bij kleuters 1 Inleiding In dit thema besteden we aandacht aan een onderdeel van het taalonderwijs, namelijk het stimuleren van het taalbewustzijn. We leggen uit wat
Thema 4 Lezen de prentenboeken 2. het versje 3. klappen. 2. het vers 2. Een vers is een lied of gedicht.
Les 4.1 Geluiden maken 1. het prentenboek 1. Een prentenboek is een boek met veel plaatjes en tekeningen. Er staat weinig geschreven in een prentenboek. Bij de kleuters wordt veel voorgelezen uit prentenboeken.
Auditieve oefeningen bij het thema: Mama kwijt
Auditieve oefeningen bij het thema: Mama kwijt Boek van de week: 1; Mama kwijt 2; Uilen 3; 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het boek heten
Auditieve oefeningen bij het thema de dierentuin
Auditieve oefeningen bij het thema de dierentuin Boek van de week: 1; Nijntje in de dierentuin 2; De dierentuin 3; 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant
Auditieve oefeningen bij het thema:
Auditieve oefeningen bij het thema: Boek van de week: 1; Kom uit het ei, kleintje 2; Dottie s eieren 3; Dottie s kuikens 4; Mijn kuiken Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat
Auditieve oefeningen bij het thema: onderwater/de zee
Auditieve oefeningen bij het thema: onderwater/de zee Boek van de week: 1; O, o, octopus 2; De mooiste vis van de zee 3; De zee 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op
Prentenboek: Plotter wil niet zwemmen Hilde Schuurmans
Prentenboek: Plotter wil niet zwemmen Hilde Schuurmans Illustrator: Hilde Schuurmans Uitgeverij: Clavis Woorden uit prentenboek: Zelfstandig naamwoorden: - de zwemles - de thermometer - het plekje - de
Auditieve oefeningen bij het thema: bijen
Auditieve oefeningen bij het thema: bijen Boek van de week: 1; De imker 2; 3; 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het boek heten Waarom denk je
Auditieve oefeningen bij het thema: Plastic Boek van de week: 1: Plasticsoep van de klimaatjesreeks van Clavis 2: Plasticsoep is troep
Auditieve oefeningen bij het thema: Plastic Boek van de week: 1: Plasticsoep van de klimaatjesreeks van Clavis 2: Plasticsoep is troep Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat
Harro van Lien. Woeste Willem. Lesbrief
Harro van Lien Woeste Willem Lesbrief Inleiding Over de voorstelling Willem woont alleen aan de rand van het bos. Hij geniet van de rust die hij heeft verdiend na een leven vol gevaarlijke avonturen. Hij
Nieuwsbrief groep 3 december 2016
Nieuwsbrief groep 3 december 2016 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van december. Nieuws uit de groep: We hebben de woorden van kern 5 bijgevoegd in de nieuwsbrief. Het is belangrijk om deze woorden
Taallessen Kruisje het spinnetje.
Taallessen Kruisje het spinnetje. Kick off Waar lijk ik op?/ wat staat er op de tafel?/ op het digibord? Waardoor weet je dat? Waar gaat het verhaal over denken jullie? Voorwerpen: spin, boom, web, poes,
Nieuwsbrief groep 3 december 2014
Nieuwsbrief groep 3 december 2014 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van december. Nieuws uit de groep: We hebben de woorden van kern 5 bijgevoegd in de nieuwsbrief. Het is belangrijk om deze woorden
Kern 4: huis-weg-bos-tak-hut
Kern 4: huis-weg-bos-tak-hut In deze kern leert uw kind: Letters: h - w - o - a - u Woorden: huis, weg, bos, tak, hut De letters i - m - r - v - s aa - p e - t ee - n b oo zijn bekende letters geworden.
Kern 3: doos-poes-koek-ijs
Kern 3: doos-poes-koek-ijs In deze kern leert uw kind: Letters: d - oe - k - ij z Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep Herhaling van de letters van kern 1 en 2 Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden
Auditieve oefeningen bij het thema: dinosaurussen
Auditieve oefeningen bij het thema: dinosaurussen Boek van de week: 1; De archeoloog 2; Dinosaurussen 3; Tom en de dinosaurussen in het museum 4; Dinosaurussen Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende
Algemene informatie groep 1-2. Ontwikkeling van kleuters:
Algemene informatie groep 1-2 Ontwikkeling van kleuters: Van kleuters is bekend dat de ontwikkeling veel sprongsgewijs verloopt. Niet alle kinderen ontwikkelen dezelfde gebieden op hetzelfde moment. We
WOORDEN VERANDEREN. grap. glas. kras. grijs NIEUWE WOORDEN MAKEN. sterk - kers. ster. Kies een woord uit het woordpakket. gras -
WOORDEN VERANDEREN Kies een woord uit het woordpakket. gras - grap Schrijf dit woord in je schrift. glas kras Maak een nieuw woord door één letter grijs te veranderen. Zoek zoveel mogelijk nieuwe woorden.
2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27
Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend
instapkaarten taal verkennen
instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3
Auditieve oefeningen bij het thema:
Auditieve oefeningen bij het thema: Boek van de week: 1; Lars de IJsbeer 2; De Noordpool en de Zuidpool 3; De ijsbeer 4; Pit de Pinguïn Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat
Woordenschat blok 04 gr4 Les 1 Enzovoort: en ga zo maar verder. Hierboven: boven iets, bijvoorbeeld een lijn. Hieronder: onder iets, bijvoorbeeld een
Woordenschat blok 04 gr4 Les 1 Enzovoort: en ga zo maar verder. Hierboven: boven iets, bijvoorbeeld een lijn. Hieronder: onder iets, bijvoorbeeld een lijn. Ondersteboven: iets staat op zijn kop, de onderkant
Auditieve taaloefeningen bij onderwerp indianen
Auditieve taaloefeningen bij onderwerp indianen Boek van de week: 1; Het grote telboek van Indi 2; De kleine Indiaan 3; Rode Vos en zijn kano 4; Bij de indianen Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende
LESBRIEF. Grote Anna leert lezen en rekenen. Digibordles lezen : Digibordles rekenen : Wij maken kinderdromen waar www.clavisbooks.
Samenvatting: Grote Anna heeft een bijzondere dag vandaag! Ze gaat voor het eerst naar de grote school. Anna heeft er veel zin in. Ze heeft zelfs een nieuwe boekentas en schrijfspulletjes gekregen! Het
Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!
In dit document kunt u lezen wat de kinderen leren in elke kern. In de eerste zes kernen zal dit voornamelijk ingaan op het aanleren van woorden en letters. In de laatste kernen komt het lezen al wat meer
Auditieve oefeningen bij het thema: Mijn huis
Auditieve oefeningen bij het thema: Mijn huis Boek van de week: 1; Een huis bouwen 2;De bouwvakker 3; Op de bouwplaats 4; Een hol voor mol Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat
LESBESCHRIJVING GROEP 1-2
LESBESCHRIJVING GROEP 1-2 DOELEN: Leerlingen weten welke walvissen er in de Noordzee leven. Leerlingen weten welk voedsel de walvissen eten. Leerlingen weten op welke manier de walvissen met elkaar communiceren.
Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) versie juli 2015. Naam leerling. Taal Beginnende geletterdheid
Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) versie juli 2015 Taal eginnende geletterdheid eginnende geletterdheid-stap 1 OEKORIËNTATIE: Herkent een boek en weet dat er een verhaal in staat -20--20
Auditieve oefeningen bij het thema: opa en oma
Auditieve oefeningen bij het thema: opa en oma Boek van de week: 1; Superoma en de redding van blauwbil 2; Bij opa en oma 3; Met opa in het donker 4; De knotsgekke avonturen van opa Smoezel Verhaalbegrip:
Online leren lezen - Overzicht van de oefeningen
Online leren - Overzicht van oefeningen Cursief = voorbeeld Kern S ik kim sim MKM KM Zoek (sleep) k van kim en -positie letters m (tussen letters uit ze Klik als je i ziet (flitsletters) Zoek /k/ /i/ /m/
Beoordeling power-point groep 5
Beoordeling power-point groep 5 Leerkracht: Leerling: Onderdeel 2 4 6 8 10 Opmerkingen Titeldia: Duidelijke titel met onderwerp/naam/groep Inhoudsopgave: Puntsgewijs wat ga je behandelen. Plaatjes: Functioneel
Klankgroep en lettergreep
Spellingwijzers groep 4 Voor de ouders Klankgroep en lettergreep Een klankgroep is een soort hulpmiddel bij het aanleren van spellingregels. Wat hoor je als je een woord langzaam in stukjes uitspreekt.
Kern 6: geit-pauw-duif-ei
Kern 6: geit-pauw-duif-ei In deze kern leert uw kind Letters: g - ui - au - f - ei Woorden: geit, pauw, duif, ei Alle letters compleet In kern 6 leert uw kind de laatste nieuwe letters. Op het eind van
Auditieve oefeningen bij het thema: lang leve de koningin
Auditieve oefeningen bij het thema: lang leve de koningin Boek van de week: 1; Koningin Nijntje 2; Gewoon Fien 3; Koningin 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de
Auditieve oefeningen bij het thema:
Auditieve oefeningen bij het thema: Boek van de week: 1; De gele ballon 2; Spiegeltje Rondreis 3; Reuzenatlas 4; Verhaalbegrip: Bij elk stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het
Aanbod van zelfstandige activiteiten BC Piraten zonder grenzen
Aanbod van zelfstandige activiteiten BC Piraten zonder grenzen ZA 1: Zandtafel Op zoek naar de schat (4 kleuters) : Zand- en waterspel /OL Ontwikkelingswaarde: Zintuiglijke ontwikkeling: 53 Verwachte activiteit
Woeste Willem Groep 1 2
Woeste Willem Groep 1 2 Handleiding voor de leerkracht Woeste Willem Groep 1-2 Handleiding voor de leerkracht 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Inhoud en opzet van het project... 4 2.1 Inhoud project
Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3
1. Ontluikende- en beginnende geletterdheid Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3 Boekoriëntatie Verhaalbegrip - Tonen belangstelling voor boekjes het boek goed vasthouden - Doen ervaring
Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?
Les 1: Een poëziekaart maken Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart Lees over Verbonden zijn. Verbonden zijn De Nieuwsbegrip leesles gaat over de ramadan. Tijdens de
Tussendoelen Taal: Spraak- Taalontwikkeling
Tussendoelen Taal: Spraak- Taalontwikkeling 0 1;6 2 2;6 3 3,6 4 4;6 1. Praat in één-woordzinnen ( bal? betekent bijvoorbeeld: ik wil de bal hebben). 2. Kent de betekenis van ongeveer 70 3. Kan woorden
MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1
MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden
Kern 2: teen - een - neus - buik - oog. Spellen bij kern 2. In deze kern leert uw kind: Letters: t n b oo ee Woorden: teen - een - neus - buik - oog
Kern 2: teen - een - neus - buik - oog In deze kern leert uw kind: Letters: t n b oo ee Woorden: teen - een - neus - buik - oog De letters i - m - r - v - s aa - p e zijn bekende letters geworden. De letters
Auditieve oefeningen bij het thema: Tijgers Boek van de week: 1; Ssst! De tijger slaapt 2; Tijgers; informatieboekje
Auditieve oefeningen bij het thema: Tijgers Boek van de week: 1; Ssst! De tijger slaapt 2; Tijgers; informatieboekje Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant
Gratis spellen bij kern 4 Spel 1: Tik aan Spel 2: Een verlanglijstje schrijven Spel 3: Prentenboeken lezen Spel 4: Rijmpjes maken
Gratis spellen bij kern 4 Spel 1: Tik aan U heeft een paar kleine blaadjes papier nodig. U schrijft een opdracht op een blaadje, bijv. 'tik een oor aan'. Uw kind leest de zin en voert uit wat het leest.
De uil ziet de warme want. Hij denkt daarin is het lekker warm.
Auditieve oefeningen bij het thema: Handschoen en Wanten Boek van de week: 1: De Want van Jan Brett 2: De kaboutermuts van John A. Rowee 3: Kan ik er ook nog bij? Van Loek Koopmans 4; De hoed van Jan Brett
Voor jezelf? Les 1 Welkom!
Voor jezelf? Les 1 Welkom! Welkom! Dit is de cursus Voor jezelf? Wil je voor jezelf beginnen? Droom je ervan een eigen bedrijfje te starten? Zou je dit ook kunnen? In deze cursus ga je dit onderzoeken.
Inleiding van het project: Benodigdheden: - handpop - kist - versje
Egeltje Kwast Inleiding van het project: - handpop - kist - versje In de klas is een egeltje gekomen. Genaamd egeltje kwast. Dit egeltje heeft een kist bij zich. Deze heeft hij gevonden in het grote kleurenbos.
Rekenen groep 1. Welke leerdoelen gelden voor de komende periode? Getalbegrip:
Rekenen groep 1 Getalbegrip: Aan het eind van deze periode kunnen de kinderen de hoeveelheid 1 t/m 5 op vingers tellen. Aan het eind van deze periode kunnen de kinderen de hoeveelheid 1 t/m 6 op dobbelsteen
Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering. De kinderen: - oriënteren zich op het thema. - activeren hun voorkennis.
Hier vind je een overzicht van de lesdoelen die worden aangeboden in dit project. Houd er rekening mee dat je tijdens de uitvoering van de lessen waarschijnlijk met méér doelen bezig zult zijn, voortkomend
Hoe maak ik een werkstuk?
Hoe maak ik een werkstuk? Je gaat, misschien wel voor de eerste keer, een eigen werkstuk maken. Dat is leuk, maar ook best moeilijk. Je moet er namelijk een heleboel voor doen. Heb je al eens een eigen
Auditieve oefeningen. Boek van de week: Verhaalbegrip: Taalbewustzijn: 1; Voetbal 2; Beroemd 3;
Auditieve oefeningen Boek van de week: 1; Voetbal 2; Beroemd 3; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het boek heten Waarom denk je dat? Wat staat
LESBRIEF. Er ligt een krokodil onder mijn bed
LESBRIEF Er ligt een krokodil onder mijn bed Beste Leerkracht, U gaat met uw leerlingen naar de voorstelling Er ligt een krokodil onder mijn bed Van Theatergroep De Jonge Honden. Deze lesbrief is gemaakt
Auditieve oefeningen thema het bos
Auditieve oefeningen thema het bos Boek van de week: 1; In het bos 2; 3; 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het boek heten Waarom denk je dat?
Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4. Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2:
Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4 Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2: Leerlingen raken vertrouwd met het presenteren voor een groep Leerlingen raken vertrouwd
PIRATEN. WAT LEERT DE LEERLING? Nadenken over hoe ze er uit zien.
LES 1 Jullie hebben net een filmpje gekeken over piraten. Bedenk hoe je zelf zou zijn als je een piraat was. Wat is je naam? Hoe zie je er uit? Bedenk een eigen piraten naam die echt bij jou past. Het
Grafementoets: instructie voor de leerkracht
veilig leren lezen Grafementoets: instructie voor de leerkracht De Grafementoets wordt afgenomen na kern 3. De toets bestaat uit een kaart, waarop de letters per kern gegroepeerd staan. De letterkennis
Signaleringslijst voor Kleuters 2.0 1)
Spreken en luisteren Beheerst het Nederlandse klanksysteem Spreekt vrijuit Neemt actief deel aan gesprekken in kleine groepen Neemt actief deel aan gesprekken in grote groepen Kan op eigen initiatief een
Nieuwsbrief groep 3 september 2016
Nieuwsbrief groep 3 september 2016 Nieuws uit de groep: De eerste kern van veilig leren lezen is alweer afgerond. In de eerste vier weken hebben de kinderen al acht woorden leren lezen en kennen zij al
Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen?
Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help
Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.
pakket Ssst de tijger slaapt De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. Door: Maike Douglas jufmaike.nl 1. Dieren uit het boek Sorteren van de dieren die in het boek voorkomen Woordenschat
Waarom dit boek? 7. 1 De ik-fabriek, wat is dat? Lichaamsseintjes Je lichaam is net een fabriek 17
Inhoud Waarom dit boek? 7 1 De ik-fabriek, wat is dat? 10 2 Lichaamsseintjes 14 3 Je lichaam is net een fabriek 17 4 De ik-fabriek, hoe ziet die eruit? 18 4.1 De eerste verdieping: voelen 20 4.2 De tweede
lezen veilig leren Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Zinnen maken met woorden én beeldtaal zijn Les 1
veilig leren lezen Kinderboekenweek 2010 Tips voor regio zuid Auteur: Josée Warnaar Zinnen maken met woorden én beeldtaal Regio noord en midden hebben kern 2 behandeld als de Kinderboekenweek begint. Regio
Auditieve oefeningen bij het thema: Kriebelbeestjes
Auditieve oefeningen bij het thema: Kriebelbeestjes Boek van de week: 1; Rupsje Nooitgenoeg 2; Eentje Geentje het lieveheersbeestje 3; 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat
Hoeveel stukjes hoor je? Chinees praten. Een doos vol spulletjes.
Hoeveel stukjes hoor je? De leerkracht zegt een woord, de kinderen zeggen het in stukjes na. Bijvoorbeeld : chi na draak leeu wen mas - ker rijst dra ken boot lam pi - on vlie ger pan da beer vuur - werk
Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6
We gaan een werkstuk maken en je mag het helemaal zelf doen. Het is helemaal jouw eigen werkstuk. Maar om je even goed op weg te helpen hebben we hieronder alle stapjes even op een rij gezet. Wat moet
inhoud blz. 1. Drijven of zinken? 2. Lucht is licht 3. De duikboot 4. De zwemles 5. Zout en zoet water 6. Olie en water 7.
Drijven inhoud blz. 1. Drijven of zinken? 3 2. Lucht is licht 5 3. De duikboot 6 4. De zwemles 7 5. Zout en zoet water 8 6. Olie en water 9 7. Drijvende dieren 10 8. Dobberen 11 9. Proefjes 12 10. Filmpjes
Tips voor aanvankelijk technisch lezen (groep 3)
Leestips Tips voor aanvankelijk technisch lezen (groep 3) In groep 3 krijgt je kind gerichte leesinstructie. Hij leert dat woorden uit letters bestaan en dat aan al deze letters een bepaalde klank vastzit.
Werkblad. LES 9: Ouders. www.gavoorgezond.nl GROEP 1-2. Bijlage 1. Rood actief inspannen/ sporten. Oranje middelmatig inspannen.
Werkblad GROEP 1-2 Bijlage 1 Rood actief inspannen/ sporten Oranje middelmatig inspannen Rust Werkblad GROEP 1-2, vervolg Bijlage 2 Dagen van de week Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag
Nieuwsbrief groep 3 oktober 2016
Nieuwsbrief groep 3 oktober 2016 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van oktober. Door middel van de nieuwsbrief houden we u op de hoogte van alles wat er in de groep gebeurd. Ook vertellen we wat
Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de
ARRANGEMENTKAART lezen dagbesteding maart 2013 VSO- AFDELING Standaarden VSO Leeftijd à 13 14 15 16 17 18 19 Gevorderd 25% 10 10 11 11 11 12 12 Voldoende 75% 7 7 8 8 9 9 10 Minimum 90% 3 4 4 4 5 5 5 Arrangementen
Nieuwsbrief groep 3 januari 2016
Nieuwsbrief groep 3 januari 2016 Hierbij ontvangt u van ons de nieuwsbrief van januari. Nieuws uit de groep: Wat hebben de kinderen in deze eerste periode al veel geleerd! Het is erg leuk om deze vooruitgang
Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen. www.klasvanjuflinda.nl. www.klasvanjuflinda.nl
Spelenderwijs rijmen Linda Willemsen www.klasvanjuflinda.nl www.klasvanjuflinda.nl Spelenderwijs rijmen Spelenderwijs rijmen Tekst & vormgeving: Linda Willemsen 2014 www.klasvanjuflinda.nl Linda Willemsen
Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken
Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.
Reader voor pedagogisch medewerkers
Reader voor pedagogisch medewerkers Module 1: Taalaanbod Wat zeg je en hoe zeg je het Rijk taalaanbod Er is veel verschil in taalaanbod: rijke of arme taal en alles daar tussenin. Het is van belang te
= een boek met getekende plaatjes. Er staan meestal maar weinig woorden in een prentenboek. = een ander woord voor het gedicht.
Woordenschat blok 4 gr5 Les 1 Het prentenboek Het versje De blijdschap De brutaliteit Grinniken = een boek met getekende plaatjes. Er staan meestal maar weinig woorden in een prentenboek. = een ander woord
Auditieve oefeningen thema kleding
Auditieve oefeningen thema kleding Boek van de week: 1; 2; 3; 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het boek heten Waarom denk je dat? Wat staat
Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke
Spinners Een nieuwe rage: spinners! Heb jij ze al gespot in jouw klas? Vervelend, al dat speelgoed op school, of handig! spinners in de klas, daar kun je leuke, leerzame activiteiten mee doen! Wij bedachten
4 In de tekst staat: Dit is een recept voor een toetje. Weet jij wat een recept is? Kruis de goede zin aan.
Blok 2 LB 16-17 LES 1 MAAK EEN TOETJE Lees de tekst in het leesboek nog niet. 1 Kijk naar de plaatjes. Nu weet je al heel veel. 1 Hier staat hoe je een toetje maakt. Hier staat hoe je een pop maakt. 2
