Gebruikershandleiding
|
|
|
- Emmanuel van der Berg
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden op de meegeleverde cd-rom. Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat in gebruik neemt en bewaar deze voor naslag in de toekomst. Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.
2
3 INHOUDSOPGAVE Hoe werken de handleidingen...6 Symbolen in de handleiding...6 Specifieke modelinformatie... 7 Namen van belangrijkste onderdelen Wat kunt u doen met dit apparaat? Papier besparen...9 Documenten eenvoudig omzetten in elektronische formaten...10 Bestemmingen registreren...11 Het apparaat efficiënter gebruiken Het [Home]-scherm aanpassen Kopieën maken met verschillende functies...14 Gegevens afdrukken met verschillende functies...15 Documenten op de printer opslaan...16 Digitaal faxen verzenden en ontvangen...17 Faxen verzenden en ontvangen via het internet...19 Faxberichten via het apparaat verzenden en ontvangen zonder faxeenheid De fax en scanner in een netwerkomgeving gebruiken...22 Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties)...23 Het apparaat beheren en instellen met een computer...24 Onbevoegd kopiëren voorkomen Snel aan de slag Namen en functies van onderdelen...27 Informatie over onderdelen (voornamelijk in Europa en Azië) Informatie over onderdelen (voornamelijk in Noord-Amerika)...29 De apparaatopties...32 Handleiding voor functies van externe apparaatopties (voornamelijk Europa en Azië)...32 Handleiding voor functies van externe apparaatopties (voornamelijk Noord-Amerika)...33 Namen en functies van het bedieningspaneel...34 De taal van het display wijzigen...37 Het [Home]-scherm gebruiken...38 Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm Functies in een programma registreren Voorbeeld van programma's
4 Het apparaat aan-/uitzetten De hoofdstroomschakelaar inschakelen...49 De hoofdstroomschakelaar uitschakelen...49 Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven Gebruikerscodeverificatie Het bedieningspaneel gebruiken Inloggen via het bedieningspaneel...51 Uitloggen via het bedieningspaneel Originelen plaatsen Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk Europa en Azië)...53 Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk Noord-Amerika) Originelen in de automatische documentinvoer plaatsen Kopiëren Basisprocedure...57 Originelen verkleinen of vergroten...59 Vooraf ingesteld verkleinen/vergroten...59 Inzoomen...60 Automatisch verkleinen/vergroten...61 Duplex (dubbelzijdig) kopiëren...63 Origineel- en kopieerrichting opgeven...65 Gecombineerd kopiëren Enkelzijdig combineren zijdig Combineren...68 Kopiëren op papier van aangepast formaat vanuit de handinvoer...71 Op enveloppen kopiëren Sorteren...74 Het aantal sets wijzigen Gegevens opslaan in de Document Server Fax Basisprocedure voor verzendingen (Geheugenverzending)...77 Originelen verzenden via de glasplaat (Geheugenverzending) Faxbestemmingen opslaan Een faxbestemming verwijderen...80 Verzenden terwijl de verbinding met de bestemming wordt gecontroleerd (Direct verzenden)
5 Originelen verzenden met de glasplaat (Direct verzenden)...83 Een verzending annuleren...84 Een verzending annuleren voordat het origineel is gescand...84 Een verzending annuleren terwijl het origineel wordt gescand...84 Een verzending annuleren nadat het origineel is gescand (terwijl er een verzending bezig is)...85 Een verzending annuleren nadat het origineel is gescand (voordat de verzending wordt gestart)...85 Op een specifiek tijdstip verzenden (Uitgesteld verzenden)...87 Een document opslaan Opgeslagen documenten verzenden Het logboek handmatig afdrukken Afdrukken Snelinstallatie...93 De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven...94 Normaal afdrukken...95 Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma Beveiligde afdruk Een beveiligd afdrukbestand verzenden Een beveiligd afdrukbestand afdrukken via het bedieningspaneel...96 Uitgestelde afdruk Een uitgesteld afdrukbestand afdrukken...98 Een uitgesteld afdrukbestand afdrukken via het bedieningspaneel Opgeslagen afdruk Een opgeslagen afdrukbestand verzenden Een opgeslagen afdrukbestand afdrukken via het bedieningspaneel Scannen Basisprocedure bij het gebruik van Scannen naar map Een gedeelde map aanmaken op een computer met Windows/de informatie van een computer bevestigen Een SMB-map registreren Een geregistreerde SMB-map verwijderen Het pad voor de bestemming handmatig invoeren Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via Een bestemming opslaan
6 Een bestemming verwijderen Een adres handmatig invoeren Basisprocedure voor het opslaan van scanbestanden Een opgeslagen bestand uit de lijst controleren Het bestandstype opgeven De Verzendinstellingen opgeven Document Server Gegevens opslaan Opgeslagen documenten afdrukken Web Image Monitor Beginpagina weergeven Ontvangen faxdocumenten bekijken met Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Papier in de papierlades plaatsen Papier in de handinvoer plaatsen Afdrukken via de handinvoerlade met behulp van de afdrukfunctie Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Aanbevolen papierformaten en -typen Dik papier Enveloppen Toner bijvullen Faxberichten of gescande documenten verzenden wanneer de toner op is Gebruikte toner weggooien Problemen oplossen Indicatielampjes Wanneer een indicatielampje brandt bij de knop [Status controleren] Geluidsignalen Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Weergegeven meldingen bij gebruik van de functie Kopieerapparaat/Document Server Meldingen tijdens het gebruik van de fax Meldingen tijdens het gebruik van de printer Meldingen tijdens het gebruik van de scanner
7 Wanneer meldingen op uw computerscherm worden weergegeven Meldingen tijdens het gebruik van de scanner Bijlage Handelsmerken INDEX
8 Hoe werken de handleidingen Symbolen in de handleiding De handleiding gebruikt de volgende symbolen: Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitleg van mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Lees deze uitleg zorgvuldig door. Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen van fouten die door de gebruiker zijn gemaakt. Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie. Het geeft aan waar u meer relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen van de toetsen aan die op het display verschijnen of refereren naar de (plastic) knoppen op de bedieningspaneel van het apparaat. Dit geeft aan dat er instructies staan in een bestand op een meegeleverde cd-rom. (voornamelijk in Europa en Azië) (voornamelijk in Noord-Amerika) De verschillen tussen de functies van Regio A en Regio B-modellen worden aangegeven door twee symbolen. Lees de informatie die wordt aangegeven door het symbool dat overeenkomt met de regio van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model dat u gebruikt, zie Pag.7 "Specifieke modelinformatie". 6
9 Specifieke modelinformatie In dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordt weergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat. CSL001 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw apparaat. (voornamelijk in Europa en Azië) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio A-model: CODE XXXX -27, V (voornamelijk in Noord-Amerika) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model: CODE XXXX V De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches. Als uw apparaat een model uit regio A is, raadpleegt u de metrische meeteenheid. Als uw apparaat een model uit regio B is, raadpleegt u de meeteenheid in inch. 7
10 Namen van belangrijkste onderdelen In deze handleiding wordt er als volgt verwezen naar de belangrijkste onderdelen van het apparaat: Auto Document Feeder Automatische documentinvoer (ADF) 8
11 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? U kunt een beschrijving zoeken op wat u wilt doen. Papier besparen BRL059S Dubbelzijdig afdrukken van documenten met meerdere pagina's (duplex kopie) Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Het afdrukken van documenten met meerdere pagina's en ontvangen faxen op één vel (Combineren(kopieerapparaat/fax)) Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Zie de handleiding Faxen. Ontvangen faxberichten dubbelzijdig afdrukken (2-zijdig afdrukken) Zie de handleiding Faxen. Ontvangen faxberichten digitaliseren (papierloze fax) Zie de handleiding Faxen. Het verzenden van bestanden vanuit de computer zonder ze af te drukken (LAN-fax) Zie de handleiding Faxen. Controleren hoeveel papier is bespaard (scherm [Informatie]) Zie de handleiding Snel aan de slag. 9
12 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? Documenten eenvoudig omzetten in elektronische formaten BQX138S Scanbestanden verzenden Zie de handleiding Scannen. De URL verzenden van de map waarin scanbestanden moeten worden opgeslagen Zie de handleiding Scannen. Scanbestanden opslaan in een gedeelde map Zie de handleiding Scannen. Scanbestanden opslaan op media Zie de Handleiding Scannen. Verzonden faxberichten digitaliseren en ze naar een computer verzenden Zie de handleiding Faxen. Het beheren en gebruiken van gedigitaliseerde documenten (Document Server) Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. 10
13 Bestemmingen registreren Bestemmingen registreren BRL060S Het bedieningspaneel gebruiken om bestemmingen in het Adresboek te registreren Zie de handleiding Faxen. Zie de handleiding Scannen. Het gebruik van Web Image Monitor om bestemmingen vanaf een computer te registreren Zie de handleiding Faxen. Downloaden van bestemmingen geregistreerd in het apparaat in de bestemmingslijst van het LAN-fax-stuurprogramma Zie de handleiding Faxen. 11
14 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? Het apparaat efficiënter gebruiken BQX139S Vaak gebruikte instellingen registreren en gebruiken (Programmeren) Zie de handleiding Handige functies. Vaak gebruikte instellingen als begininstellingen registreren (Als stnd progr. (kopieerapparaat/fax/scanner)) Zie de handleiding Handige functies. Vaak gebruikte printerinstellingen registreren in het printerstuurprogramma Zie de handleiding Afdrukken. De begininstellingen van het printerstuurprogramma wijzigen in vaak gebruikte printerinstellingen Zie de handleiding Afdrukken. Snelkoppelingen naar veel gebruikte programma's of webpagina's toevoegen Zie de handleiding Handige functies. De volgorde van pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen Zie de handleiding Handige functies. 12
15 Het [Home]-scherm aanpassen Het [Home]-scherm aanpassen De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. NL CTL001 U kunt snelkoppelingen naar vaak gebruikte programma's of webpagina's toevoegen aan het [Home]-scherm. U kunt de programma's of internetpagina's eenvoudig oproepen door op het pictogram van de snelkoppeling te drukken. U kunt ervoor kiezen om alleen pictogrammen weer te geven van functies en snelkoppelingen die u gebruikt. U kunt de volgorde van de pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen. Zie voor meer informatie over de functies van het [Home]-scherm Snel aan de slag. Voor meer informatie over hoe u het [Home]-scherm kunt aanpassen, zie de handleiding Handige functies. 13
16 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? Kopieën maken met verschillende functies CMQ002 U kunt de afbeelding die moet worden gekopieerd, verkleinen of vergroten. Met de functie Autom. verkl./vergr. herkent het apparaat automatisch het origineelformaat. Bovendien kan het apparaat dan een juiste reproductieverhouding selecteren op basis van het door u opgegeven papierformaat. Als de richting van het origineel afwijkt van die van het papier waarop u kopieert, draait het apparaat de originele afbeelding 90 graden zodat deze overeenkomt met het kopieerpapier. Zie de handleiding Kopiëren/Document Server. Dankzij de kopieerfuncties Duplex en Combineren kunt u papier besparen door meerdere pagina's op één vel te kopiëren. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server. U kunt op verschillende typen papier kopiëren zoals op enveloppen en OHP-transparanten. Zie de handleiding Kopiëren/Document Server. U kunt kopieën sorteren. Zie de handleiding Kopiëren/Document Server. 14
17 Gegevens afdrukken met verschillende functies Gegevens afdrukken met verschillende functies CMQ004 Dit apparaat ondersteunt netwerkverbindingen en lokale verbindingen. U kunt pdf-bestanden rechtstreeks naar het apparaat verzenden om af te drukken, zonder een pdftoepassing te hoeven openen. Zie de handleiding Afdrukken. U kunt afdruktaken die zijn opgeslagen op de harde schijf van het apparaat en die eerder werden verzonden vanaf computers via het printerstuurprogramma, afdrukken of wissen. U kunt kiezen uit de volgende soorten afdruktaken: Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk en Opgeslagen afdruk. Zie de handleiding Afdrukken. U kunt bedrukt papier sorteren. Zie de handleiding Afdrukken. U kunt bestanden die op een memorystick of extern geheugen staan, afdrukken en hierbij afdrukvoorwaarden instellen zoals afdrukkwaliteit en afdrukformaat. Zie de handleiding Afdrukken. 15
18 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? Documenten op de printer opslaan U kunt bestanden die zijn gescand in de kopieer-, fax-, afdruk- of scannermodus opslaan op de harde schijf van het apparaat. Met Web Image Monitor kunt u uw computer gebruiken om opgeslagen bestanden op te zoeken, te bekijken, te verwijderen en te versturen via het netwerk. U kunt ook de printerinstellingen wijzigen en meerdere documenten afdrukken (Document Server). CJQ603 U kunt opgeslagen documenten die met de scannerfunctie zijn gescand, overdragen naar uw computer. Met behulp van de File Format Converter kunt u documenten opgeslagen in kopieer-, Document Server- of afdrukmodus op uw computer downloaden. Voor meer informatie over het gebruik van de Documentserver, zie de handleiding Kopiëren/ Document Server. Zie voor meer informatie over de DocumentsServer in de kopieermodus de handleiding Kopiëren/ Document Server. Zie voor meer informatie over Document Server in de afdrukmodus de handleiding Afdrukken. Zie voor meer informatie over Document Server in de faxmodus de handleiding Faxen. Zie voor meer informatie over Document Server in de scanmodus de handleiding Scannen. 16
19 Digitaal faxen verzenden en ontvangen Digitaal faxen verzenden en ontvangen Ontvangst U kunt ontvangen faxberichten opslaan in elektronische formaten op de harde schijf van het apparaat, zonder ze te hoeven afdrukken. CJQ604 Met Web Image Monitor kunt u documenten controleren, afdrukken, verwijderen, ophalen of downloaden met behulp van uw computer (ontvangen documenten opslaan). Verzending Zie de handleiding Faxen. U kunt een fax vanuit uw computer verzenden via het netwerk (ethernet of draadloos LAN) naar dit apparaat, welke het dan doorstuurt naar de fax via de telefoonverbinding (LAN-fax). 17
20 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? CJQ605 Om een fax te verzenden, selecteer dan afdrukken vanuit de Windows-toepassing waarin u werkt, selecteer vervolgens LAN-fax als printer en geef de bestemming op. U kunt ook de verzonden afbeeldingsgegevens controleren. Voor informatie over de instellingen van het apparaat, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Voor meer informatie over het gebruik van deze functie, zie de handleiding Faxen. 18
21 Faxen verzenden en ontvangen via het internet Faxen verzenden en ontvangen via het internet xxx.xxx.xxx.xxx xxx.xxx.xxx.xxx CJQ606 Verzenden en ontvangen via IP-fax Dit apparaat zet gescande documentafbeeldingen om naar een indeling en verzendt en ontvangt de gegevens via internet. Geef een adres op in plaats van het telefoonnummer van de bestemming te kiezen (Internetfax- en verzending). Zie de handleiding Faxen. Dit apparaat kan berichten ontvangen via Internetfax of van computers (Internetfaxontvangst en en naar afdrukken). Zie de handleiding Faxen. Apparaten die compatibel zijn met Internetfax en computers die adressen hebben, kunnen berichten ontvangen via Internetfax. De IP-faxfunctie verstuurt of ontvangt documenten tussen twee faxapparaten direct via een TCP/IPnetwerk. Geef een IP-adres of hostnaam op in plaats van een faxnummer om een document te versturen (IP-fax-verzending). Zie de handleiding Faxen. Dit apparaat kan documenten die zijn verzonden via Internetfax ontvangen (IP-faxontvangst). Zie de handleiding Faxen. 19
22 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? Met een VoIP-gateway kan dit apparaat naar G3-faxen verzenden die zijn aangesloten op een Public Switched Telephone Network (PSTN). Voor informatie over de instellingen van het apparaat, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 20
23 Faxberichten via het apparaat verzenden en ontvangen zonder faxeenheid Faxberichten via het apparaat verzenden en ontvangen zonder faxeenheid U kunt faxen verzenden en ontvangen via de faxfuncties van een ander apparaat via een netwerk (Fax op afstand). CJQ612 Om de faxfunctie op afstand te gebruiken, installeert u de faxverbindingseenheid op het apparaat van de client en het externe apparaat. De procedure voor verzending van faxberichten is hetzelfde als voor het apparaat met de faxeenheid. Wanneer een taak is voltooid, bevestigt u de resultaten zoals weergegeven in de verzendgeschiedenis of afgedrukt op rapporten. U kunt de ontvangen documenten van het externe apparaat met faxfunctie doorsturen naar het clientapparaat. Zie de handleiding Faxen. 21
24 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? De fax en scanner in een netwerkomgeving gebruiken CJQ607 U kunt scanbestanden naar een bepaalde bestemming verzenden via (scanbestanden verzenden via ). Zie de handleiding Faxen. Zie de handleiding Scannen. U kunt scanbestanden direct naar mappen verzenden (scanbestanden verzenden met Scan to Folder). Zie de handleiding Faxen. Zie de handleiding Scannen. U kunt dit apparaat als bezorgingsscanner gebruiken voor de ScanRouter-bezorgingssoftware *1 (scanner voor netwerkbezorging). U kunt scanbestanden opslaan op de bezorgingsserver of u kunt ze verzenden naar een map op een computer in hetzelfde netwerk. Zie de handleiding "Basisprocedure voor het verzenden van bestanden", Scannen. U kunt Web Services on Devices (WSD) gebruiken om scanbestanden naar een client-computer te versturen. Zie de handleiding Scannen. *1 De ScanRouter-bezorgingsoftware is niet langer verkrijgbaar. 22
25 Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties) Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties) CJQ608 U kunt documenten beschermen tegen onbevoegde toegang en onbevoegd kopiëren tegengaan. Het is mogelijk om het gebruik van het apparaat te beheren en te voorkomen dat de apparaatinstellingen zonder toestemming worden gewijzigd. Door het instellen van wachtwoorden kunt u onbevoegde toegang via het netwerk voorkomen. Het is mogelijk om gegevens op de harde schijf te coderen of te verwijderen om de kans op gegevenslekken te minimaliseren. U kunt het gebruik van functies voor elke gebruiker beperken. Zie de Veiligheidshandleiding voor meer informatie. 23
26 1. Wat kunt u doen met dit apparaat? Het apparaat beheren en instellen met een computer Met behulp van Web Image Monitor kunt u de status van het apparaat nakijken en instellingen wijzigen. CJQ609 U kunt controleren in welke lade het papier bijna op is, informatie registreren in het Adresboek, de netwerkinstellingen opgeven, de systeeminstellingen configureren en wijzigen, taken beheren, de taakgeschiedenis afdrukken en de verificatie-instellingen configureren. Zie de handleiding Het apparaat aansluiten/systeeminstellingen. Zie de Help-functie bij Web Image Monitor. 24
27 Onbevoegd kopiëren voorkomen Onbevoegd kopiëren voorkomen U kunt op afdrukken ingesloten patronen afdrukken om ongeoorloofd kopiëren te voorkomen. Niet kopiëren Niet kopiëren NL CJQ613 Met behulp van het printerstuurprogramma kunt u een patroon in het document inbouwen. Als het document gekopieerd is op een apparaat met de Copy Data Security Unit, worden beschermde pagina's grijs gemaakt in het kopie. Hiermee wordt het risico dat vertrouwelijke informatie gekopieerd wordt geminimaliseerd. Beveiligde faxberichten worden vervaagd voordat deze verzonden of opgeslagen worden. Als een document dat tegen ongeoorloofd kopiëren wordt beschermd, wordt gekopieerd op een apparaat dat is uitgerust met de Copy Data Security Unit, dan is een pieptoon te horen. Gebruikers worden zo op de hoogte gebracht van het feit dat er een poging tot ongeoorloofd kopiëren wordt gedaan. Indien het document wordt gekopieerd op een apparaat zonder de Copy Data Security Unit, zal de verborgen tekst opvallend worden weergegeven op de kopie; hiermee wordt aangegeven dat het een ongeoorloofde kopie is. Met het printerstuurprogramma kunt u vaste tekst opnemen in het af te drukken document om ongeoorloofd kopiëren te voorkomen. Indien het document wordt gekopieerd, gescand of opgeslagen in een Document Server via een kopieerapparaat of multifunctionele printer, zal de vastgelegde tekst op de kopie opvallend worden weergegeven; hierdoor wordt ongeoorloofd kopiëren belemmerd. Zie de handleiding Afdrukken. Zie voor meer informatie de hulp- en beveiligingshandleiding van het printerstuurprogramma. 25
28 26 1. Wat kunt u doen met dit apparaat?
29 2. Snel aan de slag In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u met dit apparaat aan de slag gaat. Namen en functies van onderdelen Informatie over onderdelen (voornamelijk in Europa en Azië) De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant CSL Glasplaat- of ADF-klep Deze afbeelding laat de ADF zien. Sluit de klep van de glasplaat of de automatische documentinvoer (ADF) op de originelen die op de glasplaat zijn geplaatst. Als u een stapel originelen in de ADF plaatst, zal de AFD automatisch de originelen één voor één invoeren. 27
30 2. Snel aan de slag 2. Glasplaat Plaats originelen hier met de bedrukte zijde naar beneden. 3. Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 4. Hoofdstroomschakelaar Om het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn. Indien de schakelaar uitgeschakeld is, zet u deze aan. 5. Bedieningspaneel Zie Pag.34 "Namen en functies van het bedieningspaneel". 6. Interne lade 1 Gekopieerd of afgedrukt papier en faxberichten worden hier afgeleverd. 7. Voorklep U kunt deze panelen openen om toegang te krijgen tot de binnenkant van het apparaat. 8. Papierlades Hier plaatst u het papier in. Het model type 1 heeft een papierlade. 9. Onderste papierlades Hier plaatst u het papier in. Raadpleeg voor meer informatie Pag.32 "De apparaatopties". Aanzicht vanaf de voor- en rechterkant CSL Verlengstuk Breng dit verlengstuk omhoog om groot papier te ondersteunen. 28
31 Namen en functies van onderdelen 2. Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 3. Papiergeleiders Als u papier in de handinvoer plaatst, zorg er dan voor dat de papiergeleiders tegen het papier aan staan. 4. Handinvoer Hiermee kunt u dik papier, OHP-transparanten, enveloppen en etiketten (klevende etiketten) kopiëren of erop afdrukken. 5. Verlengstuk Trek dit verlengstuk uit als u vellen van A4, 8 1 / 2 11 of groter in de handinvoer plaatst. 6. Paneel rechtsonder Open dit paneel wanneer papier is vastgelopen. 7. Rechterklep onderste papierlade Open dit paneel wanneer papier is vastgelopen. 8. Rechterpaneel Open deze klep om vastgelopen papier uit de papierlade te verwijderen. Informatie over onderdelen (voornamelijk in Noord-Amerika) De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. 29
32 2. Snel aan de slag Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant CSL ADF Leg de ADF over de originelen die op de glasplaat liggen. Als u een stapel originelen in de ADF plaatst, zal de AFD automatisch de originelen één voor één invoeren. 2. Glasplaat Plaats originelen hier met de bedrukte zijde naar beneden. 3. Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 4. Hoofdstroomschakelaar Om het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn. Indien de schakelaar uitgeschakeld is, zet u deze aan. 5. Bedieningspaneel Zie Pag.34 "Namen en functies van het bedieningspaneel". 6. Interne lade 1 Gekopieerd of afgedrukt papier en faxberichten worden hier afgeleverd. 7. Voorklep U kunt deze panelen openen om toegang te krijgen tot de binnenkant van het apparaat. 30
33 Namen en functies van onderdelen 8. Papierlades Hier plaatst u het papier in. 9. Onderste papierlades Hier plaatst u het papier in. Raadpleeg voor meer informatie Pag.32 "De apparaatopties". Aanzicht vanaf de voor- en rechterkant CSL Verlengstuk Breng dit verlengstuk omhoog om groot papier te ondersteunen. 2. Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 3. Papiergeleiders Als u papier in de handinvoer plaatst, zorg er dan voor dat de papiergeleiders tegen het papier aan staan. 4. Handinvoer Hiermee kunt u dik papier, OHP-transparanten, enveloppen en etiketten (klevende etiketten) kopiëren of erop afdrukken. 5. Verlengstuk Trek dit verlengstuk uit als u vellen van A4, 8 1 / 2 11 of groter in de handinvoer plaatst. 6. Paneel rechtsonder Open dit paneel wanneer papier is vastgelopen. 7. Rechterklep onderste papierlade Open dit paneel wanneer papier is vastgelopen. 8. Rechterpaneel Open deze klep om vastgelopen papier uit de papierlade te verwijderen. 31
34 2. Snel aan de slag De apparaatopties Handleiding voor functies van externe apparaatopties Europa en Azië) (voornamelijk CSL Glasplaatklep Breng deze omlaag over de originelen voor het kopiëren. 2. ADF Plaats hier een stapel originelen. Ze worden automatisch ingevoerd. 3. Onderste papierlade U kunt maximaal 500 vellen papier plaatsen. 4. Onderste papierlades Bestaat uit twee papierlades. U kunt maximaal vellen papier plaatsen. Elke lade kan 500 vellen bevatten. 5. Interne lade 2 Als u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaag afgeleverd. 32
35 De apparaatopties Handleiding voor functies van externe apparaatopties Noord-Amerika) (voornamelijk CSL Telefoonhoorn Deze telefoonhoorn hoort bij de geïnstalleerde faxeenheid. Hiermee kunt u de functies Direct kiezen en Handmatig kiezen gebruiken. Met de hoorn is het ook mogelijk om het apparaat als telefoon te gebruiken. 2. Onderste papierlade U kunt maximaal 500 vellen papier plaatsen. 3. Onderste papierlades Bestaat uit twee papierlades. U kunt maximaal vellen papier plaatsen. Elke lade kan 500 vellen bevatten. 4. Interne lade 2 Als u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaag afgeleverd. 33
36 2. Snel aan de slag Namen en functies van het bedieningspaneel Deze illustratie toont het bedieningspaneel van een apparaat waarop alle opties zijn geïnstalleerd NL CMR [Home]-knop Druk hierop om het [Home]-scherm weer te geven. Raadpleeg voor meer informatie Pag.38 "Het [Home]- scherm gebruiken". 2. Functieknoppen Er zijn geen functies toegewezen aan de functietoetsen. U kunt vaak gebruikte functies, programma's en internetpagina's registreren. Zie voor meer informatie de handleiding Snel aan de slag. 3. Display Geeft de toetsen weer voor iedere functie, bewerkingsstatus of berichten. Zie voor meer informatie de handleiding Snel aan de slag. 4. [Reset]-knop Druk op deze knop om de huidige instellingen te verwijderen. 5. [Programmeren]-knop (kopieer-, Document Server-, fax- en scannermodus) Druk op deze knop om veelgebruikte instellingen vast te leggen of vastgelegde instellingen op te roepen. 34
37 Namen en functies van het bedieningspaneel Zie voor meer informatie de handleiding Handige functies. Druk op deze knop om standaarden in te stellen voor het basisdisplay wanneer instellingen zijn verwijderd of gereset, of onmiddellijk nadat de aan-/uitschakelaar is aangezet. Zie voor meer informatie de handleiding Handige functies. 6. Indicatielampje Hoofdstroom Het Aan/uit indicatielampje gaat branden wanneer u de aan-/uitschakelaar inschakelt. 7. [Energiespaarstand]-knop Druk op deze knop om de slaapstand in- of uit te schakelen. Zie voor meer informatie de handleiding Snel aan de slag. Als het apparaat in de slaapstand staat, knippert de knop [Energiespaarstand] langzaam. 8. [Inloggen/Uitloggen]-knop Druk hierop om in of uit te loggen. 9. [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop Gebruikersinstell. Druk op deze knop om de standaard instellingen aan te passen aan uw eisen. Zie voor meer informatie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Teller Druk op deze knop om de tellerwaarde te bekijken of af te drukken. Zie voor meer informatie de handleiding Onderhoud en specificaties. U kunt nagaan waar u verbruiksartikelen kunt bestellen en welk nummer u moet bellen bij storingen. U kunt deze gegevens ook afdrukken. Zie voor meer informatie de handleiding Onderhoud en specificaties. 10. [Eenvoudige weergave]-knop Druk op deze knop om naar het vereenvoudigde scherm over te gaan. Zie voor meer informatie de handleiding Snel aan de slag. 11. [ ]-knop (Enter-knop) Druk op deze knop om de waardes te bevestigen die zijn ingevoerd of items die zijn opgegeven. 12. [Start]-knop Druk op deze knop om te kopiëren, af te drukken, te scannen of te verzenden. 13. [Wissen]-knop Druk op deze knop om een ingevoerd cijfer te wissen. 14. [Stop]-knop Druk op deze knop om een taak die wordt uitgevoerd (zoals kopiëren, scannen, faxen of afdrukken) te stoppen. 15. Cijfertoetsen Gebruik deze toetsen om het aantal kopieën, faxnummers en gegevens voor de geselecteerde functie in te voeren. 16. Indicatielampje fax ontvangen, communiceren, vertrouwelijk bestand Indicatielampje Fax ontvangen Brandt ononderbroken tijdens het ontvangen en opslaan van informatie, anders dan een persoonlijk bestand of een geheugenbeveiliginsbestand, in het faxgeheugen. 35
38 2. Snel aan de slag Zie voor meer informatie de handleiding Faxen. Indicatielampje Communiceren Brandt ononderbroken tijdens verzending en ontvangst van gegevens. Indicatielampje Vertrouwelijk bestand Brandt ononderbroken wanneer er gegevens voor de persoonlijke inbox worden ontvangen. Knippert wanneer er een geheugenbeveiligd bestand wordt ontvangen. Zie voor meer informatie de handleiding Faxen. 17. [Status controleren]-knop Druk op deze knop om de systeemstatus van het apparaat, de bedieningsstatus van elke functie en de huidige taken te bekijken. U kunt hier ook de taakgeschiedenis en de onderhoudsinformatie van het apparaat bekijken. 18. Indicatielampje Inkomende gegevens (fax- en printermodus) Knippert wanneer het apparaat printopdrachten of LAN-faxdocumenten van een computer ontvangt. Zie voor meer informatie de handleidingen Faxen en Afdrukken. 19. Indicatielampje mediatoegang Dit lampje gaat branden als er een geheugenopslagapparaat in de mediasleuf wordt gestoken. 20. Mediasleuven Gebruik deze om een SD-kaart of een USB-flashgeheugen aan te sluiten. 36
39 De taal van het display wijzigen De taal van het display wijzigen U kunt de taal die op het display wordt gebruikt, wijzigen. Engels is standaard ingesteld. 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. CMR Druk op [ ]. 3. Druk op de knop Taal totdat de taal die u wilt gebruiken verschijnt. 4. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 37
40 2. Snel aan de slag Het [Home]-scherm gebruiken De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. U kunt snelkoppelingen naar vaak gebruikte programma's of internetpagina's toevoegen aan het [Home]-scherm. De pictogrammen van toegevoegde snelkoppelingen worden weergegeven op het [Home]-scherm. U kunt de programma's of internetpagina's eenvoudig oproepen door op het pictogram van de snelkoppeling te drukken. Om het [Home]-scherm weer te geven, drukt u op de [Home]-knop NL CSL [Kopieerapparaat] Druk op deze toets om kopieën te maken. Voor meer informatie over het gebruik van de kopieerfunctie, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. 2. [Documentserver] Druk op deze toets om documenten op de harde schijf van het apparaat op te slaan of af te drukken. Voor meer informatie over het gebruik van de Documentserver-functie, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. 3. [Fax] Druk op deze toets om faxen te verzenden of te ontvangen. Voor meer informatie over het gebruik van de faxfunctie, zie de handleiding Faxen. 38
41 Het [Home]-scherm gebruiken 4. Snelkoppelingen U kunt snelkoppelingen naar programma's of internetpagina's toevoegen aan het [Home]-scherm. Voor meer informatie over het registreren van snelkoppelingen, zie Pag.39 "Pictogrammen toevoegen aan het [Home]- scherm". Het programmanummer verschijnt onderaan het pictogram van de snelkoppeling. 5. Afbeelding voor het Home-scherm U kunt een afbeelding zoals een bedrijfslogo weergeven op het [Home]-scherm. Wilt u de afbeelding wijzigen, raadpleeg dan de handleiding Handige functies. 6. [Printer] Druk op deze toets om het apparaat als printer te gebruiken. Voor meer informatie over instellingen voor de printerfunctie, zie de handleiding Afdrukken. 7. [Scanner] Druk op deze toets om originelen te scannen en beelden op te slaan als bestanden. Voor meer informatie over het gebruik van de scannerfunctie, zie de handleiding Scannen. 8. [Browser] 9. / Druk op deze toets om internetpagina's weer te geven. Voor meer informatie over het gebruik van de apparaatbrowserfunctie, zie de handleiding Handige functies. Druk op deze toetsen om naar een andere pagina te gaan wanneer de pictogrammen niet op één pagina kunnen worden weergegeven. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm U kunt snelkoppelingen toevoegen naar programma's die zijn opgeslagen in de kopieerapparaat-, faxof scannermodus of internetpagina's die bij Favorieten geregistreerd zijn met behulp van de browserfunctie. U kunt ook pictogrammen controleren van functies en softwaretoepassingen die u uit het [Home-scherm heeft verwijderd. Sneltoetsen naar programma's opgeslagen in de modus Document Server kunnen niet worden geregistreed in het scherm [Home]. Namen van snelkoppelingen van maximaal 32 karakters kunnen in een standaard scherm worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 32 karakters, wordt het 32ste karakter vervangen door "...". In een eenvoudig scherm kunnen slechts 30 karakters worden weergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 30 karakters, wordt het 30ste karakter vervangen door "...". Voor meer informatie over het maken van een programma, zie Pag.44 "Functies in een programma registreren". 39
42 2. Snel aan de slag Voor informatie over hoe u webpagina's registreert in Favorieten, zie de handleiding Handige functies. Snelkoppelingen naar internetpagina's die in Favorieten per gebruiker zijn opgeslagen, kunnen niet worden geregistreerd in het [Home]-scherm. Om de snelkoppelingen te registreren, dient u de internetpagina's onder Algemene favorieten te registreren. Voor meer informatie over de verschillende soorten Favorieten, zie Handige functies. Voor informatie over hoe u een snelkoppeling registreert via het scherm [Programmeren], zie de handleiding Handige functies. U kunt tot 72 pictogrammen voor functies en snelkoppelingen registreren. Verwijder pictogrammen die u niet meer nodig heeft wanneer de limiet is bereikt. Zie voor meer informatie de handleiding Handige functies. U kunt de positie van pictogrammen wijzigen. Zie voor meer informatie de handleiding Handige functies. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm via Web Image Monitor 1. Start Web Image Monitor op. Zie voor meer informatie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 2. Log in op Web Image Monitor als beheerder. Zie voor meer informatie de Veiligheidshandleiding. 3. Ga naar [Apparaatbeheer] en klik vervolgens op [Home-scherm van apparaat beheren]. 4. Klik op [Pictogrammen bewerken]. 5. Ga naar [ Het pictogram kan toegevoegd worden.] van de positie die u wilt toevoegen en klik vervolgens op [ Toevoegen]. 6. Selecteer het functie- of snelkoppelingspictogram dat u wilt toevoegen. 7. Klik vier keer op [OK]. Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm via de Gebruikersinstellingen In de volgende procedure wordt een snelkoppeling naar een kopieerprogramma geregistreerd in het [Home]-scherm. 1. Registreer een programma. 40
43 Het [Home]-scherm gebruiken 2. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 3. Druk op [Home bewerken]. CMR Druk op [Pictogram toevoegen]. 5. Druk op [Sel. pictogram om toe te voegen]. 41
44 2. Snel aan de slag 6. Druk op [Programma]. 7. Druk op [Kopieerapparaatprogramma]. 8. Selecteer het programma dat u wilt toevoegen. 9. Druk op [Bestemm. select.]. 42
45 Het [Home]-scherm gebruiken 10. Bepaal de positie waar [Blanco] wordt weergegeven. 11. Druk op [Afsluiten]. 12. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. Druk op [ ] in de rechterbovenhoek van het [Bestemm. select.]-scherm om de positie in de eenvoudige weergave te controleren. 43
46 2. Snel aan de slag Functies in een programma registreren Het aantal programma's dat kan worden geregistreerd, is afhankelijk per functie. Kopieermachine: 25 programma's Documentserver: 25 programma's Fax: 100 programma's Scanner: 25 programma's De volgende instellingen kunnen in programma's worden geregistreerd: Kopieerapparaat: Belichting, papierlade, Orig. (Instellingen voor originelen), Autom. verkl./vergr., Verk/verg (Verkleinen/vergroten), Overige functies (Overige functies) (met uitzondering van Gebruikersnaam, Bestandsnaam en Wachtwoord in Bestand opslaan), aantal kopieën Documentserver (op het afdrukscherm van het eerste document): Fax: 2-zijdig: Boven/boven, 2-zijdig: Boven/onder, Overige functies (Overige functies), aantal afdrukken Overdrachtstype, geheugenverzending/directe verzending, Selecteer bestemming uit adresboek (met uitzondering van mapbestemmingen), Handm. inv., TX status rap, Verzendinstellingen (met uitzondering van Naam afzender, Onderwerp) en Gebruikersnaam, Bestandsnaam en Wachtwoord in Bestand opslaan) Scanner: Origineel, Verzendinstellingen (met uitzondering van Beveil.inst. in Bestandstype, Bestandsnaam, Naam afzender, Gebruikersnaam, Bestandsnaam en Wachtwoord in Bestand opslaan) Dit gedeelte beschrijft hoe u functies in een programma registreert met de functie kopieermachine als voorbeeld. 1. Druk op de toets [Home] linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Kopieermachine] in het [Home]-scherm. CMR612 44
47 Functies in een programma registreren 2. Bewerk de kopieerinstellingen zodat alle functies die u in het geheugen wilt opslaan, zijn geselecteerd. 3. Druk op de knop [Programmeren]. 4. Druk op [Programma]. CMT Druk op het nummer van het programma dat u wilt registreren. 6. Voer de programmanaam in. 7. Druk op [OK]. 8. Druk twee keer op [Afsluiten]. Het aantal tekens dat u voor een programmanaam kunt invoeren, is per functie verschillend: Kopieermachine: 34 tekens Documentserver: 34 tekens Fax: 20 tekens Scanner: 34 tekens Wanneer een bepaald programma als standaard wordt geregistreerd, worden de waarden ervan de standaardinstellingen. Deze waarden worden weergegeven zonder op de toets [Programmeren] te drukken wanneer instellingen worden verwijderd of gereset en wanneer het apparaat wordt aangezet. Zie voor meer informatie de handleiding Handige functies. Wanneer de papierlade die u in een programma heeft opgegeven, leeg is en als er meer dan één papierlade met papier van hetzelfde formaat is, wordt eerst de papierlade geselecteerd die voorrang heeft gekregen bij [Papierladeprioriteit: Kopieerapparaat] of [Papierladeprioriteit: Fax] 45
48 2. Snel aan de slag op het tabblad [Instell. papierlade] Zie voor meer informatie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Programma's worden niet verwijderd door het apparaat uit te schakelen of door op de [Reset]- knop te drukken, tenzij het programma werd verwijderd of overschreven. Programmanummers met een betreffende programma. ernaast betekent dat er al instellingen zijn gemaakt voor het Programma's kunnen worden geregistreerd in het [Home]-scherm en kunnen eenvoudig opnieuw worden opgeroepen. Zie voor meer informatie de handleiding Handige functies en Pag.39 "Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm". Sneltoetsen naar programma's opgeslagen in de modus Document Server kunnen niet worden geregistreed in het scherm [Home]. Voorbeeld van programma's Kopieermodus Programmanaam Beschrijving van programma Effect Milieuvriendelijk kopiëren Kopiëren in één formaat Miniatuurkopie Geef [Comb. 2-zijd.] op onder [Combineren] in [Overige functies]. Geef [Gemengde formaten] op in [Orig.] en [Autom. verkl./vergr.] op het beginscherm. Geef [Comb. 1-zijd.] op onder [Combineren] in [Overige functies]. U kunt hiermee papier en toner besparen. Het is mogelijk kopieën van verschillende formaten op één papierformaat te kopiëren, zodat het eenvoudiger is ze te beheren. U kunt maximaal vier pagina's op één zijde van een vel papier kopiëren. Hierdoor bespaart u papier. Scannermodus Programmanaam Beschrijving van programma Effect PDF's scannen In [Verzendinstellingen] selecteert y [Kleur] onder [Origineeltype] en selecteert u [PDF] onder [Bestandstype]. Het is mogelijk documenten efficiënt te scannen. 46
49 Functies in een programma registreren Programmanaam Beschrijving van programma Effect Hoge compressiebestand en PDF scannen Scannen om op te slaan voor de lange termijn Scannen in één formaat Scannen met digitale handtekening Gescand bestand delen Scannen in hoge resolutie Scannen in batches Selecteer in [Verzendinstellingen] de optie [Kleur] onder [Origineeltype] en [Hoge compressie PDF] onder [Bestandstype]. Selecteer [PDF/A] onder [Bestandstype] in [Verzendinstell.]. Selecteer in [Verzendinstellingen] [Gemengde formaten] onder [Scanformaat] en geef een papierformaat op in [Verkleinen/ Vergroten]. Geef in [Verzendinstellingen] de optie [PDF], [Hoge compressie PDF] of [PDF/A] op in [Bestandstype] en geef ook [Digit. handtekening] op. Specificeer [Delen] in [Verzendinstell.]. Geef de instellingen om op gescande gegevens in TIFF-indeling op te slaan. Geef ook een hogere resolutie op onder [Resolutie] in [Verzendinstell.]. Selecteer [Batch] in [Verzendinstell.]. U kunt het gegevensformaat van gescande documenten comprimeren, zodat u ze kunt verzenden en opslaan. U kunt documenten gemakkelijk digitaliseren naar het bestandsformaat "PDF/A", dat geschikt is voor langdurige opslag. U kunt de stap om één formaat te kiezen overslaan als u gescande gegevens opnieuw afdrukt. Het is mogelijk om een digitale handtekening aan een belangrijk document (zoals een contract) toe te voegen, zodat het opvalt als er met de gegevens is geknoeid. Het is mogelijk een origineel dat uit meerdere pagina's bestaat te scannen als één bestand door deze over groepen van een opgegeven aantal pagina's te verdelen. Gescande documenten behouden veel van de details van de originelen, maar de omvang van de gegevens kan tamelijk groot zijn. Het is mogelijk meerdere scans toe te passen op een groot volume originelen en de gescande originelen te versturen. 47
50 2. Snel aan de slag Faxmodus Programmanaam Beschrijving van programma Effect Het resultaat van de faxverzending bekijken Opgegeven tijd voor versturen van fax Afdelingsfax versturen Selecteer [Voorvertoning] en specificeer [ verz.result.] in [Verzendinstell.]. Specificeer [Uitg. verzenden] in [Verzendinstell.]. Specificeer [Faxkoptekst afdruk.] onder [Opties instellen] in [Verzendinstell.]. U kunt de verzendinstellingen voor en na verzending controleren. U kunt een fax op een opgegeven tijdstip versturen. Deze instelling kan gebruikt worden als de ontvanger doorstuurbestemmingen als afzenders opgeeft. Afhankelijk van de geïnstalleerde opties, kunnen sommige functies mogelijk niet geregistreerd worden. Zie voor meer informatie de handleiding Snel aan de slag. De namen van programma's hierboven zijn slechts voorbeelden. U kunt een programma een naam naar keuze geven. Afhankelijk van uw bedrijfsgegevens of het type documenten dat moet worden gescand, is het registreren van een programma niet raadzaam. 48
51 Het apparaat aan-/uitzetten Het apparaat aan-/uitzetten De hoofdstroomschakelaar bevindt zich aan de linkerkant van het apparaat. Als deze schakelaar aangezet wordt, wordt de hoofdstroom ingeschakeld en licht het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel op. Als deze schakelaar uitgezet wordt, wordt de hoofdstroom uitgeschakeld en gaat het Aan/uit-lampje aan de rechterkant van het bedieningspaneel uit. Wanneer dit gedaan is, gaat het apparaat uit. Is er een faxeenheid geïnstalleerd en schakelt u deze schakelaar uit, dan raakt u de faxbestanden in het geheugen kwijt. Gebruik deze schakelaar alleen wanneer het nodig is. De hoofdstroomschakelaar inschakelen Zet de hoofdstroomschakelaar niet direct uit nadat u deze heeft aangezet. De harde schijf of het geheugen kan hierdoor beschadigd raken, met een storing als gevolg. 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Druk op de hoofdstroomschakelaar. Het indicatielampje Aan/uit gaat branden. CSL010 De hoofdstroomschakelaar uitschakelen Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, trek dan aan de stekker, niet aan het snoer. Als u aan het snoer trekt, kunt u het netsnoer beschadigen. Het gebruik van beschadigde netsnoeren kan resulteren in brand of een elektrische schok. Wanneer u het apparaat hebt uitgeschakeld, wacht u enkele seconden voordat u het apparaat weer inschakelt. Als het bericht "Turn main Power Switch off" wordt weergegeven, schakelt u het 49
52 2. Snel aan de slag apparaat uit en wacht u tot het indicatielampje Aan/uit uit gaat. Nadat het indicatielampje Aan/uit is uitgeschakeld, wacht u 10 seconden of langer en schakelt u het apparaat vervolgens weer in. Zet het apparaat nooit onmiddellijk weer aan nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld. Schakel de hoofdschakelaar uit en zorg ervoor dat het indicatielampje Aan/uit niet meer brandt voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugen beschadigd raken, wat kan leiden tot storingen. Zet het apparaat niet uit als het apparaat bezig is met een bewerking. De harde schijf of het geheugen kan hierdoor beschadigd raken, met een storing als gevolg. Houd de hoofdstroomschakelaar niet naar beneden geduwd als de stroom uitgeschakeld wordt. Als u dit wel doet, wordt het apparaat geforceerd uitgeschakeld. Dit kan de harde schijf of het geheugen beschadigen en storingen veroorzaken. 1. Druk op de hoofdstroomschakelaar. Het indicatielampje Aan/uit gaat uit. 50
53 Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven Als Basisverificatie, Windows verificatie, LDAP verificatie of Integratieserver verificatie actief is, verschijnt het verificatiescherm op het display. Het apparaat kan pas worden gebruikt nadat u uw eigen Log-in gebruikersnaam en Log-in wachtwoord hebt ingevoerd. Als Gebruikerscode verificatie actief is, kunt u het apparaat pas gebruiken wanneer u de gebruikerscode hebt ingevoerd. Als u dit apparaat kunt gebruiken, wil dat zeggen dat u ingelogd bent. Wanneer u het apparaat niet langer kunt gebruiken, dan betekent dat dat u bent uitgelogd. Zorg ervoor dat u ook weer uitlogt, om te voorkomen dat iemand het apparaat gebruikt zonder daarvoor bevoegd te zijn. Vraag aan de gebruikersbeheerder naar de Log-in gebruikersnaam, Log-in wachtwoord en de Gebruikerscode. Zie voor details over verificatie de Veiligheidshandleiding. De Gebruikerscode die moet worden ingevoerd bij Gebruikerscode verificatie is de cijfercombinatie geregistreerd in het Adresboek als "Gebruikerscode". Gebruikerscodeverificatie Het bedieningspaneel gebruiken Deze sectie beschrijft de procedure voor het inloggen op het apparaat via het bedieningspaneel terwijl Gebruikerscodeverificatie actief is. Als de Gebruikerscodeverificatie actief is, verschijnt er een scherm waarin u gevraagd wordt een gebruikerscode in te voeren. 1. Voer een gebruikerscode in (maximaal 8 cijfers) en druk dan op [OK]. Inloggen via het bedieningspaneel Deze sectie beschrijft de procedure voor het inloggen op het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows verificatie, LDAP verificatie of Integratieserver verificatie ingesteld is. 51
54 2. Snel aan de slag 1. Druk op [Log-in]. 2. Voer een Log-in gebruikersnaam in en druk dan op [OK]. 3. Voer een Log-in wachtwoord in en druk dan op [OK]. Wanneer de gebruiker is geverifieerd, wordt het scherm weergegeven voor de functie die u gebruikt. Uitloggen via het bedieningspaneel Deze sectie beschrijft de procedure voor het uitloggen van het apparaat wanneer Basisverificatie, Windows verificatie, LDAP verificatie of Integratieserver verificatie ingesteld is. Log altijd uit als u klaar bent met het apparaat om te voorkomen dat onbevoegde personen het apparaat gebruiken. 1. Druk op de knop [Inloggen/Uitloggen]. 2. Druk op [Ja]. CMR636 52
55 Originelen plaatsen Originelen plaatsen Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk Europa en Azië) Houd uw handen uit de buurt van de scharnieren en de glasplaat wanneer u de Automatische documentinvoer laat zakken. Als u dat niet doet, kan dit leiden tot verwondingen als uw handen of vingers beklemd raken. Til de ADF nooit met te veel kracht op. Doet u dit toch, dan kan de afdekklep van de ADF open gaan of beschadigd raken. 1. Til de afdekklep van de ADF of de glasplaat op. De afdekklep van de ADF of de glasplaat moet meer dan 30 graden worden geopend. Doet u dit niet, dan kan het formaat van het origineel niet juist waargenomen worden. 2. Leg het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Het vel moet in de linkerbovenhoek worden uitgelijnd. Begin met de pagina die als eerste moet worden gescand. 1 CSN Positiemarkering 3. Laat de afdekklep van de ADF of de glasplaat zakken. 53
56 2. Snel aan de slag Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk Noord-Amerika) Houd uw handen uit de buurt van de scharnieren en de glasplaat wanneer u de Automatische documentinvoer laat zakken. Als u dat niet doet, kan dit leiden tot verwondingen als uw handen of vingers beklemd raken. Til de ADF nooit met te veel kracht op. Doet u dit toch, dan kan de afdekklep van de ADF open gaan of beschadigd raken. 1. Open de ADF. De ADF moet met meer dan 30 graden worden geopend. Doet u dit niet, dan kan het formaat van het origineel niet juist waargenomen worden. 2. Leg het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Het vel moet in de linkerbovenhoek worden uitgelijnd. Begin met de pagina die als eerste moet worden gescand. 1 CSN Positiemarkering 3. Laat de ADF zakken. Originelen in de automatische documentinvoer plaatsen Zorg ervoor dat u de sensor niet blokkeert en dat u het origineel netjes plaatst. Doet u dit niet, dan kan het apparaat het formaat van het origineel niet goed waarnemen of een papierinvoerfout geven. Zorg er ook voor dat u geen originelen of andere voorwerpen op de afdekklep legt. Dit kan een storing veroorzaken. 54
57 Originelen plaatsen 1 CSN Sensoren 1. Stel de origineelgeleider in op het originele formaat. 2. Plaats de originelen met de bedrukte zijde naar boven in de ADF. Stapel geen originelen boven de limietmarkering. De eerste pagina moet bovenop worden geplaatst. 1 2 CSN Limietmarkering 2. Origineelgeleider 55
58 56 2. Snel aan de slag
59 3. Kopiëren In dit hoofdstuk komen veelgebruikte kopieerfuncties en -handelingen aan bod. Voor informatie die niet in dit hoofdstuk is opgenomen, zie de handleiding Kopiëren / Document Server op de meegeleverde cd-rom. Basisprocedure Als u kopieën van originelen wilt maken, plaatst u ze op de glasplaat of in de ADF. Wanneer u een origineel op de glasplaat plaatst, moet u beginnen met de eerste pagina die u wilt kopiëren. Wanneer u originelen in de ADF plaatst, moet u zorgen dat de eerste pagina bovenop ligt. (voornamelijk in Europa en Azië) Als u het origineel op de glasplaat wilt plaatsen, zie Pag.53 "Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk Europa en Azië)". (voornamelijk in Noord-Amerika) Als u het origineel op de glasplaat wilt plaatsen, zie Pag.54 "Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk Noord-Amerika)". Als u het origineel in de ADF wilt plaatsen, zie Pag.54 "Originelen in de automatische documentinvoer plaatsen". Als u op ander papier dan normaal papier wilt kopiëren, geeft u het gewicht van het papiertype dat u gebruikt op in Gebruikerstools. Zie voor meer informatie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 1. Druk op de toets [Home] linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Kopieerapparaat] op het scherm [Home]. CMR Zorg ervoor dat er geen eerdere instellingen achterblijven. Als er nog eerdere instellingen actief zijn, drukt u op de [Reset]-knop. 3. Plaats de originelen. 4. Geef de gewenste instellingen op. 57
60 3. Kopiëren 5. Voer het aantal kopieën in met de cijfertoetsen. Het maximale aantal kopieën dat kan worden ingesteld is Druk op de [Start]-knop. Wanneer u het origineel op de glasplaat hebt geplaatst, drukt u op de knop [ ] nadat alle originelen zijn gescand. Wanneer u originelen in de ADF plaatst, moet u voor sommige functies (zoals voor de Batchmodus) op de [ ]-knop drukken. Volg de aanwijzingen op het scherm. 7. Wanneer de kopieeropdracht is voltooid, drukt u op de [Reset]-knop om de instellingen te wissen. 58
61 Originelen verkleinen of vergroten Originelen verkleinen of vergroten In dit hoofdstuk worden de methodes beschreven voor het verkleinen of vergroten van afbeeldingen door een reproductieverhouding of een papierformaat op te geven. Basispunt Het basispunt van verkleinen/vergroten verschilt afhankelijk van de manier waarop het origineel is gescand. Wanneer het origineel op de glasplaat is gelegd, is de linker bovenhoek het basispunt. Wanneer het origineel in de ADF is geplaatst, is de linker onderhoek het basispunt. Origineel op de glasplaat geplaatst Origineel in ADF geplaatst CKN005 CKN006 Vooraf ingesteld verkleinen/vergroten Met deze functie kunt u afbeeldingen verkleinen of vergroten door een vooraf ingestelde verhouding te selecteren. 59
62 3. Kopiëren CKN Druk op [Verk/verg]. 2. Selecteer een verhouding en druk vervolgens op [OK]. 3. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. Inzoomen U kunt de reproductieverhouding met stappen van 1% opgeven. CKN007 60
63 Originelen verkleinen of vergroten Als u een reproductieverhouding wilt opgeven, voert u de verhouding in met de cijfertoetsen of stelt u de verhouding in met [ ] of [ ]. In deze paragraaf wordt beschreven hoe u de verhouding invoert met de cijfertoetsen. 1. Druk op [Verk/verg]. 2. Druk op [Vergrotingsratio]. 3. Voer de gewenste verhouding in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [ ]. 4. Druk twee keer op [OK]. 5. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. Automatisch verkleinen/vergroten Het apparaat herkent automatisch het originele formaat en selecteert vervolgens een geschikte reproductieratio gebaseerd op het papierformaat dat u heeft geselecteerd. CKN008 Deze functie kunt u niet in combinatie met de handinvoer gebruiken. 61
64 3. Kopiëren Als u een reproductieverhouding kiest nadat u op [Autom. verkl./vergr.] heeft gedrukt, wordt [Autom. verkl./vergr.] geannuleerd en kan de afbeelding niet automatisch gedraaid worden. Dit is handig bij het kopiëren van verschillende formaten originelen op hetzelfde formaat papier. Als de richting waarin het origineel is geplaatst, afwijkt van de richting van het papier waarop u kopieert, draait het apparaat de originele afbeelding met 90 graden en maakt hem passend voor het kopieerpapier (Kopie draaien). Bijvoorbeeld om A3 (11 17) originelen te verkleinen naar A4 (8 1 / 2 11) papier, selecteert u een papierlade die is gevuld met A4 (8 1 / 2 11) -papier en drukt u vervolgens op [Autom. verkl./ vergr.]. De afbeelding wordt automatisch gedraaid. Zie voor meer informatie over Kopie draaien de handleiding Kopiëren / Document Server. De formaten en richtingen van het origineel die u met deze functie kunt gebruiken, zijn: (voornamelijk in Europa en Azië) Locatie van origineel Origineelformaat en -richting Glasplaat A3, B4 JIS, A4, B5 JIS, A5, 8 1 / 2 13 ADF A3, B4 JIS, A4, B5 JIS, A5, B6 JIS, 11 17, 8 1 / 2 11, 8 1 / 2 13 (voornamelijk in Noord-Amerika) Locatie van origineel Origineelformaat en -richting Glasplaat 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 5 1 / / 2 ADF 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 5 1 / / 2, 10 14, 7 1 / / 2, A3, A4 1. Druk op [Autom. verkl./vergr.]. 2. Selecteer de papierlade. 3. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 62
65 Duplex (dubbelzijdig) kopiëren Duplex (dubbelzijdig) kopiëren Hiermee worden twee enkelzijdige pagina's of één dubbelzijdige pagina op één dubbelzijdige pagina gekopieerd. Tijdens het kopiëren wordt de afbeelding verschoven om ruimte te maken voor de bindmarge. CKN009 Deze functie kunt u niet in combinatie met de handinvoer gebruiken. Er zijn twee soorten Duplex. 1-zijdig 2-zijdig 2-zijdig Hiermee worden twee 1-zijdige pagina's op één 2-zijdige pagina gekopieerd. 2-zijdig Hiermee wordt één 2-zijdige pagina op één 2-zijdige pagina gekopieerd. De resulterende gekopieerde afbeelding kan afwijken van de richting waarin u de originelen heeft geplaatst( of ). Origineelrichting en voltooide kopieën Als u op beide zijden van het papier wilt kopiëren, selecteert u de richting van het origineel en de gewenste richting van de kopie. Origineel Originelen plaatsen Origineelrichtin g Afdrukrichting Kopiëren Boven/boven Boven/onder 63
66 3. Kopiëren Origineel Originelen plaatsen Origineelrichtin g Afdrukrichting Kopiëren Boven/boven Boven/onder 1. Druk op [Overige functies]. 2. Druk op [Duplex]. 3. Selecteer [1-zijdig 2-zijdig] of [2-zijdig 2-zijdig] afhankelijk van de manier waarop u het document uitgevoerd wilt hebben. Om de richting van het origineel of de kopie te wijzigen, druk op [Richting]. Druk op [Origineelrichting] als u wilt opgeven of de richting van het origineel leesbaar of onleesbaar is. 4. Druk twee keer op [OK]. 5. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 64
67 Duplex (dubbelzijdig) kopiëren Origineel- en kopieerrichting opgeven Selecteer de richting van de originelen en kopieën als het origineel dubbelzijdig is of als u op beide zijden van het papier wilt kopiëren. Boven/boven Boven/onder CKN011 CKN Druk op [Richting]. 2. Selecteer [Boven/Boven] of [Boven/Onder] bij [Origineel] als het origineel dubbelzijdig is. 3. Selecteer [Boven/Boven] of [Boven/Onder] bij [Kopie]. 4. Druk op [OK]. 65
68 3. Kopiëren Gecombineerd kopiëren In deze modus kunt u automatisch een reproductieverhouding selecteren en de originelen op één vel papier kopiëren. Het apparaat selecteert een reproductieverhouding tussen 25% en 400%. Als de richting van het origineel afwijkt van die van het kopieerpapier, wordt de afbeelding automatisch 90 graden gedraaid om een goede kopie te kunnen maken. De richting van het origineel en de positie van de afbeelding bij Combineren De positie van de afbeelding bij Combineren verschilt afhankelijk van de richting van het origineel en het aantal originelen dat moet worden gecombineerd. Staande ( ) originelen CNU005 Liggende ( ) originelen Originelen plaatsen (originelen in de ADF) De kopieervolgorde van de functie Combineren is standaard ingesteld op [Van links naar rechts]. Als u originelen van rechts naar links in de ADF wilt kopiëren, plaatst u ze ondersteboven. Originelen worden van links naar rechts gelezen. CNU006 66
69 Gecombineerd kopiëren CKN010 Originelen worden van rechts naar links gelezen CKN017 Enkelzijdig combineren Combineer meerdere pagina's op één zijde van een vel. CKN014 Deze functie kunt u niet in combinatie met de handinvoer gebruiken. Er zijn vier typen enkelzijdig combineren. 1 Sided 2 Originals Cmb. 1 Side Hiermee worden twee 1-zijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 1-zijdig 4 originelen Comb. 1-zijd. Hiermee worden vier 1-zijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 2-zijdig 2 pagina's Comb. 1-zijd. Hiermee wordt één 2-zijdig origineel op één zijde van een vel papier gekopieerd. 67
70 3. Kopiëren 2-zijdig 4 pagina's Comb. 1-zijd. Hiermee worden twee 2-zijdige originelen op één zijde van een vel papier gekopieerd. 1. Druk op [Overige functies]. 2. Druk op [Combineren]. 3. Selecteer [1-zijdig] of [2-zijdig] bij [Origineel]. Als u [2-zijdig] hebt geselecteerd, kunt u de richting wijzigen door op [Richting] te drukken. Druk op [Origineelrichting] als u wilt opgeven of de richting van het origineel leesbaar of onleesbaar is. 4. Druk op [Comb. 1-zijd.]. 5. Selecteer het aantal originelen dat u wilt combineren. 6. Druk twee keer op [OK]. 7. Selecteer de papierlade. 8. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 2-zijdig Combineren Hiermee worden meerdere pagina's van originelen gecombineerd tot één vel met twee zijden. 68
71 Gecombineerd kopiëren CKN074 Deze functie kunt u niet in combinatie met de handinvoer gebruiken. Er zijn vier typen van 2-zijdig combineren. 1-zijdig 4 originelen Comb. 2-zijd. Hiermee worden vier 1-zijdige originelen op één vel met twee pagina's per zijde gekopieerd. 1-zijdig 8 originelen Comb. 2-zijd. Hiermee worden acht 1-zijdige originelen op één vel met vier pagina's per zijde gekopieerd. 2-zijdig 4 pagina's Comb. 2-zijd. Hiermee worden twee 2-zijdige originelen gekopieerd op één vel met twee pagina's per zijde. 2-zijdig 8 pagina's Comb. 2-zijd. Hiermee worden vier 2-zijdige originelen gekopieerd op één vel met vier pagina's per zijde. 1. Druk op [Overige functies]. 2. Druk op [Combineren]. 3. Selecteer [1-zijdig] of [2-zijdig] bij [Origineel]. Druk op [Origineelrichting] als u wilt opgeven of de richting van het origineel leesbaar of onleesbaar is. 69
72 3. Kopiëren 4. Druk op [Comb. 2-zijd.]. 5. Druk op [Richting]. 6. Selecteer [Boven/Boven] of [Boven/Onder] bij [Origineel] en/of [Kopie] en druk op [OK]. 7. Selecteer het aantal originelen dat u wilt combineren. 8. Druk twee keer op [OK]. 9. Selecteer de papierlade. 10. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 70
73 Kopiëren op papier van aangepast formaat vanuit de handinvoer Kopiëren op papier van aangepast formaat vanuit de handinvoer Papier met een horizontale lengete van 148,0 600,0 mm (5,83 23,62 inch) en een verticale lengte van 90,0 305,0 mm (3,55 12,00 inch) kan worden ingevoerd vanuit de handinvoer. Let echter op dat de beperking van het bereik van de horizontale en verticale lengte varieert afhankelijk van de geïstalleerde opties. Als er afdrukken in interne lade 2 worden geleverd: Horizontale lengte: 148,0 460,0 mm, verticale lengte: 100,0 305,0 mm 1. Plaats het papier met de onderkant naar boven in de handinvoer. [Handinvoer] wordt automatisch geselecteerd. 2. Druk op [ ]. 3. Druk op [Papierformaat]. 4. Druk op [Aangepast form.]. 5. Voer de horizontale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [ ]. 6. Voer de verticale afmeting van het origineel in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [ ]. 7. Druk twee keer op [OK]. 8. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 71
74 3. Kopiëren Op enveloppen kopiëren In deze paragraaf wordt beschreven hoe u op enveloppen met een standaardformaat of aangepast formaat kopieert. Plaats het origineel op de glasplaat en plaats de envelop in de handinvoerlade. Stel de papierdikte in door het gewicht op te geven van de enveloppen waarop u afdrukt. Voor informatie over de relatie tussen papiergewicht en -dikte en over de envelopformaten die gebruikt kunnen worden, zie Pag.138 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Voor informatie over het gebruik van enveloppen, ondersteunde enveloptypen en het plaatsen van enveloppen, zie Pag.146 "Enveloppen". Voordat u deze functie gebruikt, drukt u op [Instell. papierlade] in Gebruikersinstellingen en selecteer dan [Envelop] en [Papiertype] in [Papiertype: Handinvoer]. Zie voor meer informatie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. De functie Duplex kan niet voor enveloppen worden gebruikt. Als de functie Duplex is opgegeven, drukt u op [1-zijdig 2-zijdig:B/B] om deze instelling te annuleren. U moet de afmetingen van de envelop opgeven om te kopiëren op enveloppen van een aangepast formaat. Stel de horizontale en verticale lengte van de envelop in. CTA005 : Horizontaal : Verticaal Controleer of de geopende flap zich in de horizontale richting bevindt. 1. Plaats de enveloppen met de voorzijde naar beneden in de handinvoer. [Handinvoer] wordt automatisch geselecteerd. 2. Druk op [ ]. 3. Druk op [Papierformaat]. 72
75 Op enveloppen kopiëren 4. Specificeer het formaat van de envelop en druk daarna twee keer op [OK]. 5. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. 73
76 3. Kopiëren Sorteren Het apparaat voegt de kopieën samen tot sets en zet ze in volgorde. U kunt de handinvoer niet gebruiken met Gerot.sort.. (voornamelijk in Europa en Azië) Afhankelijk van het model en de geïnstalleerde opties, is de functie Gerot. sort. mogelijk niet beschikbaar. Zie voor meer informatie de handleiding Snel aan de slag. Om de functie Gerot.sort. te kunnen gebruiken, heeft u twee papierladen nodig die gevuld zijn met papier van hetzelfde formaat en type, maar waarbij het papier in verschillende richtingen ( ) is geplaatst. Zie voor meer informatie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Sorteren De kopieën kunnen in opeenvolgende volgorde worden samengevoegd tot sets. CKN018 Geroteerd sorteren Iedere set wordt steeds 90 graden gedraaid ( ) en afgeleverd in de kopieeruitvoer. CKN019 74
77 Sorteren 1. Druk op [Overige functies]. 2. Druk op [ ]. 3. Druk op [Sorteren]. 4. Selecteer [Sorteren] of [Gerot. sort.] en druk vervolgens twee maal op [OK]. 5. Voer het aantal te kopiëren sets in met de cijfertoetsen. 6. Plaats de originelen en druk vervolgens op de [Start]-knop. Het aantal sets wijzigen Tijdens het kopiëren kunt u het aantal te kopiëren sets wijzigen. Deze functie kan alleen gebruikt worden wanneer de Sorteren-functie geselecteerd is. 1. Wanneer "Kopiëren..." wordt weergegeven, drukt u op de toets [Stop]. 2. Voer het aantal kopiesets in met de cijfertoetsen. 3. Druk op [Doorgaan]. Het kopiëren begint opnieuw. 75
78 3. Kopiëren Gegevens opslaan in de Document Server Met de Documentserver kunt u documenten op de harde schijf van het apparaat opslaan die met de kopieerfunctie ingelezen zijn. U kunt ze dus later afdrukken, na het toepassen van de gewenste configuraties. U kunt de opgeslagen documenten controleren op het scherm Documentserver. Voor meer informatie over de Documentserver, zie Pag.119 "Gegevens opslaan". Afhankelijk van de opties die op uw apparaat zijn geïnstalleerd, is deze functie mogelijk niet beschikbaar. Zie voor meer informatie de handleiding Snel aan de slag. 1. Druk op [Overige functies]. 2. Druk op [ ]. 3. Druk op [Bestand opslaan]. 4. Voer een bestandsnaam, gebruikersnaam of wachtwoord in, indien nodig. 5. Druk twee keer op [OK]. 6. Plaats de originelen. 7. Geef de scaninstellingen voor het origineel op. 8. Druk op de [Start]-knop. Hiermee worden gescande originelen in het geheugen geplaatst en wordt een set kopieën gemaakt. Wanneer u nog een document wilt opslaan, doe dat dan nadat het kopiëren is beëindigd. 76
79 4. Fax In dit hoofdstuk komen veelgebruikte faxfuncties en -handelingen aan bod. Voor informatie die niet in dit hoofdstuk is opgenomen, zie de handleiding Faxen op de meegeleverde cd-rom. Basisprocedure voor verzendingen (Geheugenverzending) In dit gedeelte wordt de basisprocedure beschreven voor het verzenden van documenten met de optie Geheugenverzending. Als bestemming kunt u een faxnummer, IP-fax, internetfax, adres of map opgeven. U kunt meerdere soorten bestemmingen tegelijk opgeven. Het is raadzaam de ontvangers te bellen en met hen af te spreken wanneer belangrijke documenten worden verzonden. Bij een stroomstoring (de hoofdstroomschakelaar wordt uitgeschakeld) of als het apparaat langer dan 12 uur uit staat, worden alle documenten verwijderd die in het geheugen zijn opgeslagen. Zodra de hoofdstroomschakelaar wordt aangezet, wordt er een stroomstoringrapport afgedrukt om u te helpen bij het controleren van de lijst met verwijderde bestanden. Zie Problemen oplossen. 1. Druk op de [Home]-knop aan de linkerbovenkant van het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Fax] op het [Home]-scherm. CMR Controleer of "Gereed" wordt weergegeven op het scherm. 77
80 4. Fax 3. Zorg ervoor dat [Dir. TX] niet is gemarkeerd. 4. Plaats het origineel in de ADF. 5. Configureer de scan- en verzendinstellingen in [Verzendinstellingen]. 6. Geef een bestemming op. U kunt het nummer of adres van de bestemming direct invoeren of in het adresboek selecteren door op de bestemmingstoets te drukken. Wanneer u zich vergist, drukt u op de [Wissen]-knop en probeert u het opnieuw. 7. Wanneer u hetzelfde origineel naar meerdere bestemmingen wilt verzenden (broadcasting), kiest u de volgende bestemming. 8. Als u documenten verzendt naar internetfax- of bestemmingen of de functie TX-resultaat inschakelt, moet u een afzender opgeven. 9. Druk op de [Start]-knop. Originelen verzenden via de glasplaat (Geheugenverzending) 1. Zorg ervoor dat [Dir. TX] niet is gemarkeerd. 2. Plaats de eerste pagina van het origineel met de tekstzijde naar beneden op de glasplaat. 3. Geef een bestemming op. 4. Maak de noodzakelijke scaninstellingen. 5. Druk op de [Start]-knop. 78
81 Basisprocedure voor verzendingen (Geheugenverzending) 6. Plaats binnen 60 seconden het volgende origineel op de glasplaat wanneer u meerdere originelen verzendt en herhaal vervolgens stappen 4 en 5. Herhaal deze stap voor elke pagina. 7. Druk op [ ]. Het apparaat kiest de bestemming en start de verzending. Faxbestemmingen opslaan 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 2. Druk op [Adresboekmanagement]. 3. Druk op [Nieuw progr.]. 4. Druk op [Namen]. 5. Druk op [Naam]. Het scherm voor het invoeren van de naam wordt weergegeven. 6. Voer de naam in en druk vervolgens op [OK]. 7. Druk op [ ] om [Titel 1], [Titel 2] en [Titel 3] weer te geven. 8. Druk op [Titel 1], [Titel 2] of [Titel 3] om de toets voor de gewenste classificatie te selecteren. U kunt de volgende toetsen selecteren: [Frequent]: wordt toegevoegd aan de pagina die het eerst wordt weergegeven. [AB], [CD], [EF], [GH], [IJK], [LMN], [OPQ], [RST], [UVW], [XYZ], [1] tot [10]: wordt toegevoegd aan de lijst met items in de geselecteerde titel. 79
82 4. Fax U kunt [Frequent] en nog een toets voor elke titel selecteren. 9. Druk op [OK]. 10. Druk op [Afsluiten]. 11. Druk op [Faxbestemm.]. 12. Druk op [Faxbestemming]. 13. Voer het faxnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. 14. Geef optionele instellingen op zoals "SUB Code", "SEP Code" en "Internationale TX Modus". Als u de [SUB-code], [SEP-code] of het [Subadres/UUI] wilt opgeven, drukt u op [Geav. eigensch.]. 15. Druk op [OK]. 16. Druk op [Afsluiten]. 17. Druk op [OK]. 18. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. Een faxbestemming verwijderen Als u een bestemming verwijdert die als bezorgingsbestemming is ingesteld, kunnen berichten naar de geprogrammeerde persoonlijke box niet worden bezorgd. Zorg dat u de instellingen van de faxfunctie controleert voordat u bestemmingen verwijdert. 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 2. Druk op [Adresboekmanagement]. 3. Druk op [Wijzigen]. 4. Druk op [Faxbestemm.]. 5. Selecteer de naam van de faxbestemming die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer in met de cijfertoetsen. 80
83 Basisprocedure voor verzendingen (Geheugenverzending) U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, gebruikerscode, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. 6. Druk op [Faxbestemm.]. 7. Druk op [Faxbestemming]. 8. Druk op [Wissen] en vervolgens op [OK]. 9. Druk op [Afsluiten]. 10. Druk op [OK]. 11. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 81
84 4. Fax Verzenden terwijl de verbinding met de bestemming wordt gecontroleerd (Direct verzenden) Met Direct verzenden kunt u documenten verzenden terwijl de verbinding met de bestemming wordt gecontroleerd. U kunt fax- of IP-faxbestemmingen opgeven. Als u internetfax-, -, mapbestemmingen en groeps- of meerdere bestemmingen opgeeft, wordt automatisch de verzendmodus Geheugenverzending gekozen. Het is raadzaam de ontvangers te bellen en met hen af te spreken wanneer belangrijke documenten worden verzonden. 1. Druk op de [Home]-knop aan de linkerbovenkant van het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Fax] op het [Home]-scherm. CMR Controleer of "Gereed" wordt weergegeven op het scherm. 3. Druk op [Dir. TX]. 4. Plaats het origineel in de ADF. 5. Selecteer de noodzakelijke scaninstellingen. 82
85 Verzenden terwijl de verbinding met de bestemming wordt gecontroleerd (Direct verzenden) 6. Geef een bestemming op. Wanneer u zich vergist, drukt u op de [Wissen]-knop en probeert u het opnieuw. 7. Druk op de [Start]-knop. Originelen verzenden met de glasplaat (Direct verzenden) 1. Druk op [Dir. TX]. 2. Plaats de eerste pagina met de tekstzijde onder op de glasplaat. 3. Geef een bestemming op. 4. Maak de noodzakelijke scaninstellingen. 5. Druk op de [Start]-knop. 6. Plaats binnen 10 seconden het volgende origineel op de glasplaat wanneer u meerdere originelen verzendt en herhaal vervolgens stappen 4 en 5. Herhaal deze stap voor elke pagina. 7. Druk op [ ]. 83
86 4. Fax Een verzending annuleren In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u een faxverzending annuleert. Een verzending annuleren voordat het origineel is gescand Gebruik deze procedure om een verzending te annuleren voordat op de [Start]-knop is gedrukt. 1. Druk op de knop [Reset]. CMK001 Een verzending annuleren terwijl het origineel wordt gescand Volg deze procedure om het scannen of verzenden van het origineel te annuleren terwijl het wordt gescand. 1. Druk op de knop [Stop]. NL CMK Druk op [Scannen annul.] of [TX annul.]. Afhankelijk van de verzendmodus en de gebruikte functie wordt of [Scannen annul.] of [TX annul.] weergegeven. 84
87 Een verzending annuleren Een verzending annuleren nadat het origineel is gescand (terwijl er een verzending bezig is) Gebruik deze procedure als u een bestand dat wordt verzonden, wilt verwijderen nadat het origineel is gescand. Alle gescande gegevens worden uit het geheugen gewist. 1. Druk op de knop [Stop]. NL CMK002 U kunt ook op [Comm.status/afdr.] en vervolgens op [TX-bestand contr./stoppen] drukken. 2. Druk op [Stand-bybest.lijst]. 3. Selecteer het bestand dat u wilt annuleren. Als het gewenste bestand niet wordt weergegeven, drukt u op [ ] of [ ] om het te zoeken. 4. Druk op [TX annul.]. 5. Druk op [OK]. Om een ander bestand te annuleren, herhaalt u stap 3 t/m Druk op [Afsluiten]. Nadat u in stap 1 onder [Comm.status/afdr.] op [TX-bestand contr./stoppen] hebt gedrukt, drukt u tweemaal op [Afsluiten]. Een verzending annuleren nadat het origineel is gescand (voordat de verzending wordt gestart) Gebruik deze procedure als u een bestand dat in het geheugen is opgeslagen, wilt verwijderen voordat de verzending ervan is gestart. 85
88 4. Fax 1. Druk op [Comm.status/afdr.]. 2. Druk op [TX-bestand contr./stoppen]. 3. Druk op [Bestandslijst weergeven]. 4. Selecteer het bestand dat u wilt annuleren. Als het gewenste bestand niet wordt weergegeven, drukt u op [ ] of [ ] om het te zoeken. 5. Druk op [TX annul.]. 6. Druk op [OK]. Om een ander bestand te annuleren, herhaalt u stap 4 t/m Druk driemaal op [Afsluiten]. 86
89 Op een specifiek tijdstip verzenden (Uitgesteld verzenden) Op een specifiek tijdstip verzenden (Uitgesteld verzenden) Door middel van deze functie kunt u het apparaat zodanig instellen dat de verzending van uw faxdocument wordt uitgesteld tot een aan te geven later tijdstip. Hierdoor kunt u gebruik maken van daltarieven zonder dat u op dat moment bij het apparaat aanwezig hoeft te zijn. Gebruik de modus Geheugenverzending voor deze functie. Directe verzending is niet mogelijk. Als het apparaat circa 12 uur is uitgeschakeld, gaan alle faxdocumenten in het geheugen verloren. Als documenten om deze reden verloren gaan, wordt er automatisch een stroomstoringsrapport afgedrukt wanneer u de hoofdstroomschakelaar aanzet. U kunt dit rapport gebruiken om te zien welke documenten verloren zijn gegaan. Zie Problemen oplossen. 1. Druk op [Verzendinstell.]. 2. Druk op [ ] en vervolgens op [Uitg. verzenden]. 3. Voer de tijd in en druk vervolgens op [ ]. (voornamelijk in Europa en Azië) Voer de tijd in met behulp van de cijfertoetsen (24-uursnotatie). (voornamelijk in Noord-Amerika) Voer de tijd in met behulp van de cijfertoetsen en selecteer vervolgens [AM] of [PM]. Bij getallen onder de 10 eerst een 0 invoeren. 4. Druk twee keer op [OK]. 87
90 4. Fax Een document opslaan U kunt een document tegelijkertijd opslaan en verzenden. U kunt een document ook gewoon opslaan. Indien nodig kunt u voor de opgeslagen documenten de volgende gegevens instellen: Gebruikersnaam U kunt deze functie instellen als u wilt weten wie en welke afdelingen documenten in het apparaat hebben opgeslagen. U kunt een gebruikersnaam in het adresboek selecteren of handmatig een gebruikersnaam invoeren. Bestandsnaam U kunt een naam opgeven voor een opgeslagen document. Als u geen naam opgeeft, worden aan gescande documenten automatisch namen toegewezen, bijvoorbeeld "FAX0001" of "FAX0002". Wachtwoord U kunt deze functie zo instellen dat geen berichten naar geadresseerden worden gestuurd die niet zijn opgegeven. U kunt een getal van vier tot acht cijfers opgeven als wachtwoord. U kunt de bestandsgegevens ook wijzigen nadat u bestanden hebt opgeslagen. 1. Plaats het origineel en geef vervolgens de gewenste scaninstellingen op. Geef de instelling "Orig. richting" correct op. Als u dat niet doet, wordt de afdrukrichting boven/ onder van het origineel niet correct weergegeven in de voorvertoning. 2. Druk op [Verzendinstell.]. 3. Druk vier keer op [ ] en druk vervolgens op [Bestand opslaan]. 4. Selecteer [Opslaan op HDD] of [Opslaan op HDD Verz.]. Selecteer [Opslaan op HDD] als u documenten wilt opslaan. Selecteer [Opslaan op HDD Verz.] als u documenten wilt verzenden nadat ze zijn opgeslagen. 88
91 Een document opslaan 5. Stel zo nodig de gebruikersnaam, bestandsnaam en wachtwoord in. Gebruikersnaam Druk op [Gebruikersnaam] en selecteer een gebruikersnaam. Als u een niet-geregistreerde gebruikersnaam wilt opgeven, drukt u op [Handm. invoer] en voert u vervolgens de naam in. Druk nadat u een gebruikersnaam hebt opgegeven op [OK]. Bestandsnaam Druk op [Bestandsnaam], voer een bestandsnaam in en druk vervolgens op [OK]. Wachtwoord Druk op [Wachtwoord], voer een wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. Voer het wachtwoord opnieuw in om het te bevestigen en druk vervolgens op [OK]. 6. Druk twee keer op [OK]. 7. Geef de ontvanger op als u [Opslaan op HDD Verz.] hebt geselecteerd. 8. Druk op de [Start]-knop. Opgeslagen documenten verzenden Het apparaat verzendt documenten die zijn opgeslagen met de faxfunctie in de documentserver. De in de documentserver opgeslagen documenten kunnen telkens opnieuw worden verzonden, totdat zij worden gewist. De opgeslagen documenten worden verzonden met de scaninstellingen die tijdens het opslaan zijn ingesteld. U kunt de volgende verzendmethoden selecteren: Alleen opgeslagen bestand Het apparaat verzendt alleen de opgeslagen bestanden. Origineel opgesl best. Het apparaat verzendt eerst de originelen en daarna de opgeslagen bestanden. Opgesl.best. origineel Het apparaat verzendt eerst de opgeslagen bestanden en daarna de originelen. Deze kan niet worden gebruikt in combinatie met de volgende functies: 89
92 4. Fax Directe verzending Parallelle geheugenverzending Direct kiezen Handmatig kiezen 1. Druk op [Verzendinstell.]. 2. Druk vier keer op [ ] en vervolgens op [Sel.opgesl.best.]. 3. Selecteer de te verzenden documenten. Wanneer meerdere documenten worden geselecteerd, worden die in volgorde van selectie verzonden. Druk op [Bestandsnaam] om de documenten in alfabetische volgorde te plaatsen. Druk op [Datum] om de documenten op volgorde van de geprogrammeerde datum te plaatsen. Druk op [W.rij] om de volgorde van de te verzenden documenten te rangschikken. Om details over opgeslagen documenten te bekijken, drukt u op [Details]. Druk op [ ] om te schakelen naar het scherm met miniatuurweergave. 4. Als u een document met een wachtwoord selecteert, voert u het wachtwoord in met de cijfertoetsen en drukt u vervolgens op [OK]. 5. Geef indien nodig [TX-methode] op. Druk op [TX-methode], selecteer [Origineel opgesl best.] of [Opgesl.best. origineel]. Druk vervolgens op [OK]. 6. Druk twee keer op [OK]. 7. Voor toevoegen van een origineel aan opgeslagen documenten, plaatst u het origineel en selecteert u vervolgens de gewenste scaninstellingen. 8. Geef de bestemming op en druk vervolgens op de [Start]-knop. 90
93 Het logboek handmatig afdrukken Het logboek handmatig afdrukken Als u het journaal handmatig wilt afdrukken, selecteert u de afdrukmethode: [Alles], [Afdruk per bestandsnr. ] of [Afdruk per gebruiker]. Alles Hiermee worden de resultaten van communicaties afgedrukt in de volgorde waarin ze worden gemaakt. Afdrukken per bestandsnr. Hiermee worden alleen de resultaten afgedrukt van de communicaties die zijn opgegeven met een bestandsnummer. Afdruk per gebruiker Hiermee kunt u de communicatieresultaten per gebruiker afdrukken. 1. Druk op [Comm.status/afdr.]. 2. Druk op [Logboek afdrukken]. 3. Selecteer de afdrukmethode. 4. Als u bij stap 3 [Afdrukken per bestandsnr.] hebt geselecteerd, voert u met de cijfertoetsen een bestandsnummer van 4 cijfers in. 5. Als u bij stap 3 [Afdruk per gebruiker] hebt geselecteerd, selecteert u een gebruiker in de lijst en drukt u vervolgens op [OK]. 6. Druk op de [Start]-knop. 7. Druk twee keer op [Afsluiten]. 91
94 92 4. Fax
95 5. Afdrukken In dit hoofdstuk komen veelgebruikte printerfuncties en -handelingen aan bod. Voor informatie die niet in de hoofdstuk is opgenomen, zie de handleiding Afdrukken op de meegeleverde cd-rom. Snelinstallatie U kunt de printerstuurprogramma's eenvoudig installeren vanaf de cd-rom die met dit apparaat is meegeleverd. Als u Snelinstallatie uitvoert, wordt het PCL 6-printerstuurprogramma in een netwerkomgeving geïnstalleerd en wordt de standaard TCP/IP-poort ingesteld. U dient printerbeheerder te zijn om de stuurprogramma's te kunnen installeren. Log in als beheerder. 1. Sluit alle toepassingen af. Sluit deze handleiding niet. 2. Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-romstation van de computer. Als het dialoogvenster [Automatisch afspelen] wordt weergegeven, klikt u op [AUTORUN.EXE uitvoeren]. 3. Selecteer een interfacetaal en klik vervolgens op [OK]. 4. Klik op [Snelinstallatie]. 5. De softwarelicentieovereenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Na het lezen van de overeenkomst klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst] en klikt u op [Volgende]. 6. Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer printer] het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. 7. Klik op [Installeer]. 8. Geef de gebruikerscode, de standaardprinter en de gedeelde printer op indien nodig. 9. Klik op [Doorgaan]. De installatie begint. Als het dialoogvenster [Gebruikersaccountbeheer] wordt weergegeven, klikt u op [Ja] of [Doorgaan]. 10. Klik op [Voltooien]. Wanneer u gevraagd wordt uw computer opnieuw op te starten, doe dit dan door het volgen van de instructies die verschijnen. 11. Klik op [Afsluiten] in het eerste dialoogvenster van het installatieprogramma en verwijder de cd-rom uit het station. 93
96 5. Afdrukken De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de eigenschappen van het printerstuurprogramma opent in [Apparaten en printers]. U dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log in als beheerder. U kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen in het dialoogvenster Printereigenschappen zijn van toepassing op alle gebruikers. 1. Klik in het menu [Start] op [Apparaten en printers]. 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. 3. Klik op [Printereigenschappen]. 94
97 Normaal afdrukken Normaal afdrukken De standaardinstelling is dubbelzijdig afdrukken. Als u op slechts één kant wilt afdrukken, selecteert u [Uit] voor de duplexinstelling. Indien u een afdruktaak via USB 2.0 stuurt terwijl het apparaat zich in de energiespaarstand of de slaapmodus bevindt, kan er mogelijk een foutmelding verschijnen na voltooiing van de afdruktaak. Als dit het geval is, controleer dan of het document afgedrukt is. Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst [Printer selecteren]. 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Selecteer [Normale afdruk] in de lijst "Taaksoort:". 5. In de lijst "Documentformaat:" selecteert u het formaat van origineel dat afgedrukt moet worden. 6. In de lijst "Afdrukrichting:" selecteert u [Staand] of [Liggend] als de afdrukstand van het origineel. 7. In de lijst "Invoerlade:" selecteert u de invoerlade waarin zich het papier bevindt waarop u wilt afdrukken. Als u [Automatische ladekeuze] in de lijst "Invoerlade:" selecteert, dan wordt de invoerlade automatisch geselecteerd afhankelijk van het opgegeven papierformaat en -type. 8. Selecteer de papiersoort die zich in de papierlade bevindt in de lijst "Papiersoort:". 9. Als u meerdere exemplaren wilt afdrukken, geeft u het aantal sets op in het vakje "Kopieën:". 10. Klik op [OK]. 11. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. 95
98 5. Afdrukken Beveiligde afdruk Een beveiligd afdrukbestand verzenden 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst "Printer selecteren". 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik in de lijst "Taaksoort:" op [Beveiligde afdruk]. 5. Klik op [Details...]. 6. Voer een gebruikers-id in in het venster "Gebruiker ID:" en voer een wachtwoord in in het venster "Wachtwoord:". 7. Klik op [OK]. 8. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 9. Klik op [OK]. 10. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. Een beveiligd afdrukbestand afdrukken via het bedieningspaneel Nadat het afdrukken is voltooid, wordt het opgeslagen bestand verwijderd. 1. Druk op de [Home]-knop linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Printer] op het [Home]-scherm. CMR612 96
99 Beveiligde afdruk 2. Druk op het tabblad [Afdruktak.]. 3. Druk op [Vergr. taken]. 4. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken. U kunt alle beveiligde afdrukbestanden in één keer selecteren door na selectie van één bestand op [Alle taken] te drukken. 5. Druk op [Afdrukken]. 6. Voer het wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk op [OK]. 7. Om afdrukinstellingen van het document te wijzigen, drukt u op [Gedet. inst.]. 8. Voer het aantal kopieën in met de cijfertoetsen en druk daarna op [Afdr. herv.]. 97
100 5. Afdrukken Uitgestelde afdruk Een uitgesteld afdrukbestand afdrukken 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst "Printer selecteren". 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. Klik in de lijst "Taaksoort:" op [Uitgestelde afdruk]. 5. Klik op [Details...]. 6. Voer een gebruikers-id in in het venster "Gebruikers-ID:". Het is mogelijk een bestandsnaam van een uitgestelde afdruktaak te bepalen. 7. Om de afdruktijd van het document op te geven, vinkt u het vakje bij [Stel afdruktijd in] aan en geeft u het tijdstip op. U kunt een tijd in 24-uursweergave opgeven. 8. Klik op [OK]. 9. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 10. Klik op [OK]. 11. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. Een uitgesteld afdrukbestand afdrukken via het bedieningspaneel Nadat het afdrukken is voltooid, wordt het opgeslagen bestand verwijderd. 1. Druk op de [Home]-knop linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Printer] op het [Home]-scherm. CMR612 98
101 Uitgestelde afdruk 2. Druk op het tabblad [Afdruktak.]. 3. Druk op [Beveil. takn]. 4. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken. U kunt alle uitgestelde afdrukbestanden in één keer selecteren door na selectie van één bestand op [Alle taken] te drukken. 5. Druk op [Afdrukken]. 6. Om afdrukinstellingen van het document te wijzigen, drukt u op [Gedet. inst.]. 7. Voer het aantal kopieën in met de cijfertoetsen en druk daarna op [Afdr. herv.]. 99
102 5. Afdrukken Opgeslagen afdruk Een opgeslagen afdrukbestand verzenden 1. Klik op de menuknop van Kladblok in de linkerbovenhoek van het venster en klik op [Afdrukken]. 2. Selecteer de printer die u wilt gebruiken in de lijst "Printer selecteren". 3. Klik op [Voorkeursinstellingen]. 4. In de lijst "Taaksoort:" selecteert u de gewenste afdrukmethode voor bestanden van het type Opgeslagen afdruk. U kunt kiezen uit vier methoden om opgeslagen afdruk te selecteren: Verificatie moet van tevoren ingeschakeld zijn om gebruik te kunnen maken van de functies Opgeslagen afdruk (Gedeeld) en Opslaan en Afdrukken (Gedeeld). Zie voor meer informatie de Veiligheidshandleiding. Opgeslagen afdruk Het bestand wordt opgeslagen in het apparaat en kan later via het bedieningspaneel worden afgedrukt. Opslaan en Afdrukken Het bestand wordt direct afgedrukt en tevens op het apparaat opgeslagen. Opgeslagen afdruk (Gedeeld) Slaat het bestand op in het apparaat en geeft de gebruiker die afdrukrechten heeft toestemming om het bestand later via het bedieningspaneel af te drukken. Opslaan en Afdrukken (Gedeeld) Drukt het bestand onmiddelijk af en slaat het tevens op in het apparaat. Elke gebruiker die afdrukrechten heeft, kan elk opgeslagen bestand later afdrukken. 5. Klik op [Details...]. 6. Voer een gebruikers-id in in het venster "Gebruikers-ID:". Het is mogelijk een bestandsnaam en wachtwoord voor een opgeslagen afdrukbestand in te voeren. 7. Klik op [OK]. 8. Wijzig indien nodig andere afdrukinstellingen. 9. Klik op [OK]. 10. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. 100
103 Opgeslagen afdruk Een opgeslagen afdrukbestand afdrukken via het bedieningspaneel De opgeslagen documenten worden niet verwijderd, zelfs niet als het afdrukken voltooid is. Raadpleeg voor de verwijderingsprocedure van documenten de handleiding Afdrukken. 1. Druk op de [Home]-knop linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Printer] op het [Home]-scherm. 2. Druk op het tabblad [Afdruktak.]. CMR Druk op [Opgsl. taken]. 4. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken. U kunt alle opgeslagen afdrukbestanden in één keer selecteren door na selectie van één taak op [Alle taken] te drukken. 5. Druk op [Afdrukken]. Als u een wachtwoord heeft ingesteld in het printerstuurprogramma, voer dan het wachtwoord in. Als u meerdere afdrukbestanden heeft geselecteerd waarvan enkele een wachtwoord vereisen, drukt het apparaat de bestanden af die overeenkomen met het opgegeven wachtwoord en de bestanden die geen wachtwoord vereisen. Het aantal bestanden dat moet worden afgedrukt, wordt weergegeven in het bevestigingsscherm. 6. Om afdrukinstellingen van het document te wijzigen, drukt u op [Gedet. inst.]. 7. Voer het aantal kopieën in met de cijfertoetsen en druk daarna op [Afdr. herv.]. 101
104 Afdrukken
105 6. Scannen In dit hoofdstuk komen veelgebruikte scannerfuncties en -handelingen aan bod. Voor informatie die niet in dit hoofdstuk is opgenomen, zie de handleiding Scannen op de meegeleverde cd-rom. Basisprocedure bij het gebruik van Scannen naar map Raadpleeg vóórdat u deze procedure gaat uitvoeren de handleiding Scannen en bevestig de gegevens van de bestemmingscomputer. Raadpleeg ook de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen en registreer het adres van de bestemmingscomputer in het adresboek. 1. Druk op de [Home]-knop linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Scanner] op het [Home]-scherm. 2. Zorg ervoor dat alle oude instellingen verwijderd zijn. Druk op de [Reset]-knop als de instelling van de vorige gebruiker nog actief is. 3. Druk op het tabblad [Map]. CMR Plaats de originelen. 103
106 6. Scannen 5. Selecteer, indien noodzakelijk, [Verzendinstellingen] of [Origineel] en specificeer scaninstellingen overeenkomstig het origineel dat u wilt scannen. Voorbeeld: het document scannen in kleur/dubbelzijdig en opslaan als PDF-bestand. Druk op [Origineel] en druk vervolgens op [2-zijdig]. Druk op [Verzendinstellingen]. Selecteer [Origineeltype] en druk vervolgens op [Kleur]. Druk op [Verzendinstellingen]. Selecteer [Bestandstype] en druk vervolgens op [PDF]. 6. Geef de bestemming op. U kunt meerdere bestemmingen opgeven. 7. Druk op de [Start]-knop. Een gedeelde map aanmaken op een computer met Windows/de informatie van een computer bevestigen De volgende procedures leggen uit hoe u een gedeelde map kunt aanmaken op een computer met Windows en hoe de informatie op een computer kunt bevestigen. In deze voorbeelden is Windows 7 Ultimate het besturingssysteem en behoort de computer tot een netwerkdomein. Schrijf de bevestigde gegevens op. Stap 1: de naam van de gebruiker en de computer bevestigen Bevestig de naam van de gebruiker en de naam van de computer waar u gescande documenten naar toe wilt sturen. 1. Ga in het menu [Start] naar [Alle programma's] en klik dan op [Accessoires] en klik dan op [Opdrachtregel]. 2. Voer de opdracht "ipconfig/all" in en druk vervolgens op [Enter]. 3. Bevestig de naam van de computer. De naam van de computer wordt weergegeven onder [Hostnaam]. Hier kunt u ook het IPv4-adres opgeven. Het adres weergegeven onder [IPv4-adres] is het IPv4- adres van de computer. 4. Voer daarna de opdracht "set user" (gebruiker instellen) en druk dan op [Enter]. Let erop dat u een spatie zet tussen "set" en "user". 5. Bevestig de gebruikersnaam. De gebruikersnaam wordt weergegeven onder [GEBRUIKERSNAAM]. 104
107 Basisprocedure bij het gebruik van Scannen naar map Stap 2: Maak een gedeelde map aan op een computer met Microsoft Windows Maak een bestemmingsmap in Windows en maak delen mogelijk. In de volgende procedure wordt een computer als voorbeeld gebruikt met daarop Windows 7 Ultimate geïnstalleerd. Deze computer is tevens onderdeel van een domein. Meld u aan als beheerder om een gedeelde map aan te maken. Wanneer "Iedereen" is geselecteerd in stap 6, dan wordt de gedeelde map toegankelijk voor alle gebruikers. Dit is een veiligheidsrisico; wij raden dus aan om alleen aan bepaalde gebruikers toegangsrechten te geven. Volg de volgende procedure om "Iedereen" te verwijderen en om toegangsrechten voor gebruikers te specificeren. 1. Maak een map op de computer op de manier zoals u een normale map zou maken op een locatie die uw voorkeur heeft. 2. Klik met de rechtermuisknop op de map en klik vervolgens op [Eigenschappen]. Klik in Windows XP met de rechtermuisknop op de map en klik vervolgens op [Delen en Beveiliging]. 3. Selecteer op het tabblad [Delen] de optie [Geavanceerd delen...]. Selecteer in Windows XP op het tabblad [Delen] de optie [Deze map delen]. Ga naar stap Selecteer het keuzevakje [Deze map delen]. 5. Klik op [Machtigingen]. 6. Selecteer uit de lijst [Namen van groepen of gebruikers:] de optie "Iedereen" en klik dan op [Verwijderen]. 7. Klik op [Toevoegen...]. 8. Klik in het venster [Gebruikers of groepen selecteren] op de optie [Geavanceerd...]. 9. Geef één of meer objecttypes op, selecteer een locatie en klik vervolgens op [Nu zoeken]. 10. Selecteer de groepen en gebruikers die u toegang wilt geven in de resultatenlijst en klik dan op [OK]. 11. Klik in het venster [Groepen of gebruikers selecteren] op [OK]. 12. Selecteer in de lijst [Groeps- of gebruikernamen:] een groep of gebruiker. Vink vervolgens in de kolom [Toestaan] in de toestemmingenlijst het selectievakje [Volledige controle] of [Wijzigen] aan. Configureer de toegangsrechten voor elke groep en gebruiker. 13. Klik op [OK]. 105
108 6. Scannen Stap 3: toegangsprivileges opgeven voor de gedeelde map Als u toegangsprivileges wilt opgeven voor de gemaakte map om andere gebruikers en groepen toegang tot deze map te geven, kunt u de map als volgt configureren: 1. Klik met de rechtermuisknop op de map die u bij stap 2 hebt gemaakt en klik vervolgens op [Eigenschappen]. 2. Selecteer [Bewerken...] op het tabblad [Beveiliging]. 3. Klik op [Toevoegen...]. 4. Klik in het venster [Gebruikers of groepen selecteren] op de optie [Geavanceerd...]. 5. Geef één of meer objecttypes op, selecteer een locatie en klik vervolgens op [Nu zoeken]. 6. Selecteer de groepen en gebruikers die u toegang wilt geven in de resultatenlijst en klik dan op [OK]. 7. Klik in het venster [Groepen of gebruikers selecteren] op [OK]. 8. Selecteer in de lijst [Groeps- of gebruikernamen:] een groep of gebruiker. Vink vervolgens in de kolom [Toestaan] in de toestemmingenlijst het selectievakje [Volledige controle] of [Wijzigen] aan. 9. Druk tweemaal op [OK]. Een SMB-map registreren 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 2. Druk op [Adresboekmanagement]. 3. Druk op [Nieuw progr.]. 4. Druk op [Namen]. 5. Druk op [Naam]. Het scherm voor het invoeren van de naam wordt weergegeven. 6. Voer de naam in en druk vervolgens op [OK]. 7. Druk op [ ] om [Titel 1], [Titel 2] en [Titel 3] weer te geven. 106
109 Basisprocedure bij het gebruik van Scannen naar map 8. Druk op [Titel 1], [Titel 2] of [Titel 3] om de toets voor de gewenste classificatie te selecteren. U kunt de volgende toetsen selecteren: [Frequent]: wordt toegevoegd aan de pagina die het eerst wordt weergegeven. [AB], [CD], [EF], [GH], [IJK], [LMN], [OPQ], [RST], [UVW], [XYZ], [1] tot [10]: wordt toegevoegd aan de lijst met items in de geselecteerde titel. U kunt [Frequent] en nog een toets voor elke titel selecteren. 9. Druk op [OK]. 10. Druk op [Afsluiten]. 11. Druk op [Verif. info]. 12. Druk op [Mapverificatie]. 13. Druk op [Spec. and. ver.info.]. Wanneer u [Niet specificeren] selecteert, worden de SMB-gebruikersnaam en het SMBwachtwoord dat u hebt opgegeven in [Standaard gebruikersnaam/wachtwoord (Verzenden)] van de instellingen voor Bestand doorzenden toegepast. 14. Druk op [Wijzigen] onder "Log-in gebruikersnaam". 15. Voer de log-in gebruikersnaam van de bestemmingscomputer in en klik vervolgens op [OK]. 16. Druk op [Wijzigen] onder "Log-in wachtwoord". 17. Geef het wachtwoord van de bestemmingscomputer op en druk vervolgens op [OK]. 18. Voer het wachtwoord opnieuw in ter bevestiging en druk vervolgens op [OK]. 19. Druk op [OK]. 107
110 6. Scannen 20. Druk op [Afsluiten]. 21. Druk op [Map]. 22. Controleer of [SMB] werd geselecteerd. 23. Druk onder Pad op [Invoeren]. 24. Druk op [Wijzigen] of [Blad. door netwerk] en specificeer vervolgens de map. Om een map op te geven, kunt u handmatig het pad invoeren of de map vinden door door het netwerk te bladeren. 25. Druk op [Verbindingstest] om te controleren of het pad goed is ingesteld. 26. Druk op [Afsluiten]. Als de verbindingstest mislukt, controleer dan de instellingen en probeer het opnieuw. 27. Druk drie keer op [OK]. 28. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. De SMB-map handmatig zoeken 1. Druk onder Pad op [Invoeren]. 2. Voer het pad in waar de map zich bevindt. Bijvoorbeeld: als de naam van de bestemmingscomputer "User" is en de naam van de map is "Share", dan is het pad \\User\Share. Als het netwerk niet toelaat dat IP-adressen automatisch worden verkregen, noteert u het IP-adres van de bestemmingscomputer in het pad. Bijvoorbeeld: als het IP-adres van de 108
111 Basisprocedure bij het gebruik van Scannen naar map bestemmingscomputer " " is en de naam van de map is "Share", dan is het pad \ \ \Share. 3. Druk vier keer op [OK]. Als de notatie van het ingevoerde pad niet juist is, verschijnt er een melding. Druk op [Afsluiten] en voer het pad opnieuw in. De SMB-map zoeken met [Blad. door netwerk] 1. Druk op [Blad. door netwerk]. De computers van de klant op hetzelfde netwerk als het apparaat, verschijnen. Netwerk toont alleen clientcomputers waartoe u toegang heeft. 2. Kies de groep met de bestemmingscomputer. 3. Kies de naam van de bestemmingscomputer. Hieronder worden de gedeelde mappen weergegeven. U kunt op [1 Niveau omhoog] drukken om van niveau te wisselen. 4. Selecteer de map die u wilt registreren. 5. Druk vier keer op [OK]. Een geregistreerde SMB-map verwijderen 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 2. Druk op [Adresboekmanagement]. 3. Druk op [Wijzigen]. 4. Druk op [Map]. 5. Selecteer de naam van de map die u wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer in met de cijfertoetsen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, gebruikerscode, faxnummer, mapnaam, e- mailadres of IP-faxbestemming. 109
112 6. Scannen 6. Druk op [Map]. 7. Druk op het protocol dat op dit moment niet is geselecteerd. 8. Klik op [Ja]. 9. Druk twee keer op [OK]. 10. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. Het pad voor de bestemming handmatig invoeren 1. Druk op [Handm. inv.]. 2. Druk op [SMB]. 3. Druk op [Enter] in [Bestemming]. 4. Druk op [Enter] rechts van het padveld. 5. Voer het pad voor de map in. In het volgende voorbeeldpad, is de naam van de bestemmingsmap "gebruiker" en die van de computer "desk01": \\desk01\user 6. Druk op [OK]. 7. Afhankelijk van de bestemmingsinstellingen, geeft u de gebruikersnaam op om u aan te melden op de computer. Druk op [Enter] rechts van het veld gebruikersnaam om het soft-toetsenbord weer te geven. 8. Afhankelijk van de bestemmingsinstellingen, geeft u het wachtwoord op om u aan te melden op de computer. Druk op [Wachtwoord] zodat u met behulp van het wachtwoord het soft-toetsenbord kunt laten weergeven. 9. Druk op [Verbindingstest]. Er wordt een verbindingstest uitgevoerd om te controleren of de opgegeven gedeelde map bestaat. 10. Controleer het resultaat van de verbindingstest en druk op [Afsluiten]. 11. Druk op [OK]. 110
113 Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via 1. Druk op de [Home]-knop linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Scanner] op het [Home]-scherm. 2. Zorg ervoor dat alle oude instellingen verwijderd zijn. Druk op de [Reset]-knop als de instelling van de vorige gebruiker nog actief is. 3. Druk op het tabblad [ ]. CMR Plaats de originelen. 5. Selecteer, indien noodzakelijk, [Verzendinstellingen] of [Origineel] en specificeer scaninstellingen overeenkomstig het origineel dat u wilt scannen. Voorbeeld: het document scannen in kleur/dubbelzijdig en opslaan als PDF-bestand. Druk op [Origineel] en druk vervolgens op [2-zijdig]. Druk op [Verzendinstellingen]. Selecteer [Origineeltype] en druk vervolgens op [Kleur]. Druk op [Verzendinstellingen]. Selecteer [Bestandstype] en druk vervolgens op [PDF]. 6. Geef de bestemming op. U kunt meerdere bestemmingen opgeven. 7. Druk twee keer op [ ] in [Verzendinstellingen], selecteer [Naam afzender] en specificeer vervolgens de afzender. 111
114 6. Scannen 8. Om de functie Ontvangstbevestiging (Message Disposition Notification) te gebruiken, selecteert u [Verzendinstellingen], drukt u vier keer op [ ] en druk vervolgens op [Ontv.bevestiging]. Als u [Ontv.bevestiging] selecteert, ontvangt de afzender een bericht als de ontvanger het e- mailbericht heeft geopend. 9. Druk op de [Start]-knop. Een bestemming opslaan 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 2. Druk op [Adresboekmanagement]. 3. Druk op [Nieuw progr.]. 4. Druk op [Namen]. 5. Druk op [Naam]. Het scherm voor het invoeren van de naam wordt weergegeven. 6. Voer de naam in en druk vervolgens op [OK]. 7. Druk op [ ] om [Titel 1], [Titel 2] en [Titel 3] weer te geven. 8. Druk op [Titel 1], [Titel 2] of [Titel 3] om de toets voor de gewenste classificatie te selecteren. U kunt de volgende toetsen selecteren: [Frequent]: wordt toegevoegd aan de pagina die het eerst wordt weergegeven. [AB], [CD], [EF], [GH], [IJK], [LMN], [OPQ], [RST], [UVW], [XYZ], [1] tot [10]: wordt toegevoegd aan de lijst met items in de geselecteerde titel. U kunt [Frequent] en nog een toets voor elke titel selecteren. 9. Druk op [OK]. 10. Druk op [Afsluiten]. 11. Druk op [ ]. 112
115 Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via 12. Druk op [ adres]. 13. Voer het adres in. 14. Druk op [OK]. 15. Druk op [Gebruik adres voor] en selecteer vervolgens [ -/ internetfaxbestemm.] of [Alleen internetfaxbestemming]. Als [ -/internetfaxbestemm.] is opgegeven, worden geregistreerde adressen weergegeven in de weergave van internetfaxadressen en in de weergave van adressen in het scherm met faxfuncties en in de adresweergave in het scherm met scannerfuncties. Als [Alleen Internet faxbestemming] is opgegeven, worden geregistreerde adressen alleen weergegeven in de weergave van internetfaxadressen in het scherm met faxfuncties. 16. Druk op [OK]. 17. Als u de internetfax wilt gebruiken, drukt u op [Verz. via SMTP server] en stelt u [Aan] in. 18. Druk op [OK]. 19. Druk op [Afsluiten]. 20. Druk op [OK]. 21. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. Een bestemming verwijderen 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 2. Druk op [Adresboekmanagement]. 3. Druk op [Wijzigen]. 113
116 6. Scannen 4. Druk op [ ]. 5. Selecteer de naam van wie u het adres wilt verwijderen. Druk op de naamtoets of voer het geregistreerde nummer in met de cijfertoetsen. U kunt zoeken op basis van geregistreerde naam, gebruikerscode, faxnummer, mapnaam, adres of IPfaxbestemming. 6. Druk op [ ]. 7. Druk op [ adres]. 8. Druk op [Verw.] en vervolgens op [OK]. 9. Druk op [Afsluiten]. 10. Druk op [OK]. 11. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. Een adres handmatig invoeren 1. Druk op [Handm. inv.]. 2. Druk onder [Bestemming] op [Enter]. 3. Voer het adres in. 4. Druk op [OK]. 114
117 Basisprocedure voor het opslaan van scanbestanden Basisprocedure voor het opslaan van scanbestanden U kunt elk opgeslagen bestand beveiligen met een wachtwoord. Bestanden die niet met een wachtwoord zijn beveiligd, zijn voor andere gebruikers op hetzelfde lokale netwerk toegankelijk met behulp van DeskTopBinder. Het wordt aanbevolen om opgeslagen bestanden te beveiligen tegen onbevoegde toegang met behulp van een wachtwoord. Een gescand bestand opgeslagen in het apparaat kan verloren gaan als er zich een storing voordoet. We raden u aan de harde schijf niet te gebruiken voor het bewaren van belangrijke bestanden. De leverancier is niet verantwoordelijk voor mogelijk opgelopen schade ten gevolge van verloren bestanden. Als u bestanden langdurig wilt opslaan, raden wij u DeskTopBinder aan. Neem voor meer informatie contact op met uw vertegenwoordiger of lees de handleiding voor DeskTopBinder. 1. Druk op de [Home]-knop linksboven op het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Scanner] op het [Home]-scherm. 2. Zorg ervoor dat alle oude instellingen verwijderd zijn. Druk op de [Reset]-knop als de instelling van de vorige gebruiker nog actief is. 3. Plaats de originelen. 4. Druk op [Verzendinstell.]. CMR Druk drie keer op [ ] en vervolgens op [Best.opsl.]. 115
118 6. Scannen 6. Druk op [Opslaan op HDD]. 7. Geef indien nodig de bestandsgegevens op zoals [Gebruikersnaam], [Bestandsnaam] en [Wachtwoord]. Gebruikersnaam Druk op [Gebruikersnaam] en selecteer een gebruikersnaam. Als u een niet-geregistreerde gebruikersnaam wilt opgeven, drukt u op [Handm. invoer] en voert u vervolgens de naam in. Druk nadat u een gebruikersnaam hebt opgegeven op [OK]. Bestandsnaam Druk op [Bestandsnaam], voer een bestandsnaam in en druk vervolgens op [OK]. Wachtwoord Druk op [Wachtwoord], voer een wachtwoord in en druk op [OK]. Voer het wachtwoord opnieuw in om het te bevestigen en druk vervolgens op [OK]. 8. Druk twee keer op [OK]. 9. Druk, indien noodzakelijk, op [Verzendinstellingen] of [Origineel] om de instellingen voor resolutie en scanformaat te configureren. 10. Druk op de [Start]-knop. Een opgeslagen bestand uit de lijst controleren In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u een in de lijst geselecteerd opgeslagen bestand kunt controleren. 1. Druk op [Verzendinstell.]. 2. Druk vier keer op [ ] en druk vervolgens op [Opgesl. Best. sel./beheren]. 3. In de lijst met opgeslagen bestanden selecteert u het bestand dat u wilt controleren. U kunt meerdere bestanden selecteren. 4. Druk op [Voorvertoning]. 116
119 Het bestandstype opgeven Het bestandstype opgeven In deze paragraaf wordt de procedure uitgelegd voor het opgeven van het bestandstype van een bestand dat u wilt verzenden. Bestandstypen kunnen worden opgegeven bij het verzenden van bestanden per of via scannen naar map, bij het verzenden van opgeslagen bestanden per of via scannen naar map en bij het opslaan van bestanden op een geheugenopslagapparaat. U kunt een van de volgende bestandstypes selecteren: Enkele pagina: [PDF], [Hoge compressie PDF], [PDF/A], [TIFF/JPEG] Als u een bestandstype van een enkele pagina selecteert bij het scannen van meerdere originelen, wordt voor elke pagina één apart bestand gemaakt en is het aantal verzonden bestanden even groot als het aantal gescande pagina's. Meerdere pagina's: [PDF], [Hoge compressie PDF], [PDF/A], [TIFF] Als u een bestandstype van meerdere pagina's selecteert bij het verzenden van meerdere originelen, worden de gescande pagina's gecombineerd en als één bestand verzonden. Welke bestandstypen kunnen worden geselecteerd, hangt af van de scaninstellingen en andere instellingen. Voor meer informatie over de bestandstypen, zie de handleiding Scannen. 1. Druk op [Verzendinstell.]. 2. Druk op [Bestandstype]. 3. Selecteer een bestandstype. 4. Druk twee keer op [OK]. 117
120 6. Scannen De Verzendinstellingen opgeven 1. Druk op [Verzendinstell.]. 2. Geef de resolutie, het scanformaat en de andere noodzakelijke instellingen op. 3. Druk op [OK]. 118
121 7. Document Server In dit hoofdstuk komen veelgebruikte documentserver-functies en -handelingen aan bod. Voor informatie die niet in dit hoofdstuk is opgenomen, zie de handleiding Kopiëren / Document Server op de meegeleverde cd-rom. Gegevens opslaan In deze paragraaf wordt beschreven hoe u documenten op de Document Server opslaat. Een document dat met het juiste wachtwoord is geopend, blijft ook - nadat de bewerkingen voltooid zijn - geselecteerd en kan door andere gebruikers worden ingezien. Vergeet als u klaar bent niet op de [Reset]-knop te drukken om de selectie van het document op te heffen. Een gebruikersnaam die geregistreerd staat bij een opgeslagen document van de Document Server, wordt gebruikt om de auteurs van het document en het documenttype te identificeren. Een gebruikersnaam wordt niet gebruikt om vertrouwelijke documenten tegen andere gebruikers te beschermen. Wanneer u faxverzending inschakelt of het scannen door de scanner, zorg er dan voor dat alle andere bewerkingen beëindigd zijn. Bestandsnaam Er wordt automatisch een bestandsnaam zoals "COPY0001" en "COPY0002" aan het gescande document gegeven. U kunt de bestandsnaam wijzigen. Gebruikersnaam U kunt een gebruikersnaam registreren om de gebruiker of gebruikersgroep te identificeren die de documenten opsloeg. Selecteer de gebruikersnaam geregistreerd in het adresboek om deze toe te wijzen, of voer de naam direct in. Afhankelijk van de beveiligingsinstelling, wordt mogelijk [Toegangsprivileges] weergegeven in plaats van [Gebruikersnaam]. Voor meer informatie over het adresboek, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Wachtwoord Om onbevoegd afdrukken te voorkomen, kunt u een wachtwoord instellen voor elk opgeslagen document. Een beveiligd document kan alleen geopend worden als het wachtwoord wordt ingevoerd. Als een wachtwoord voor de documenten is ingesteld, wordt links van de bestandsnaam een sleutelpictogram weergegeven. 119
122 7. Document Server 1. Druk op de knop [Home] in de linkerbovenhoek van het bedieningspaneel en druk vervolgens op het pictogram [Document Server] in het [Home]-scherm. 2. Druk op [Naar scanscherm]. 3. Druk op [Gebruikersnaam]. CMR Selecteer een gebruikersnaam en druk vervolgens op [OK]. De gebruikersnamen die getoond worden, zijn namen die in het Adresboek geregistreerd staan. Als u een naam wilt opgeven die niet in het scherm voorkomt, drukt u op [Handm. invoer] en voert u een gebruikersnaam in. 5. Druk op [Bestandsnaam]. 6. Voer een bestandsnaam in en druk vervolgens op [OK]. 7. Druk op [Wachtwoord]. 8. Voer een wachtwoord in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [OK]. U kunt vier tot acht cijfers gebruiken om het wachtwoord op te geven. 9. Voer ter controle het wachtwoord nogmaals in en druk vervolgens op [OK]. 10. Plaats het origineel. 11. Geef de scanvoorwaarden op van het origineel. 12. Druk op de [Start]-knop. Het origineel wordt gescand. Het document wordt opgeslagen in de Document Server. Na het scannen wordt een lijst van opgeslagen documenten weergegeven. Wanneer de lijst niet wordt weergegeven, drukt u op [Scannen voltooien]. 120
123 Opgeslagen documenten afdrukken Opgeslagen documenten afdrukken U kunt documenten afdrukken die zijn opgeslagen op de Document Server. U kunt de volgende instellingen opgeven in het afdrukscherm: Papierlade Het aantal afdrukken [2-zijdig: Boven/boven], [2-zijdig: Boven/onder] Selecteer [Sorteren] of [Gerot. sort.]. [Margeaanpassing] Voor meer informatie over elke functie, zie de handleiding Kopiëren /Document Server. 1. Selecteer het document dat moet worden afgedrukt. 2. Wanneer u twee documenten of meer tegelijkertijd wilt afdrukken, herhaalt u stap 1. U kunt maximaal 30 documenten afdrukken. 3. Druk bij het opgeven van afdrukvoorwaarden op [Naar afdr.scherm] en configureer de afdrukinstellingen. 4. Voer het aantal afdrukken in met de cijfertoetsen. Het maximale aantal dat kan worden ingevoerd is Druk op de [Start]-knop. 121
124 Document Server
125 8. Web Image Monitor In dit hoofdstuk komen veelgebruikte Web Image Monitor-functies en -handelingen aan bod. Voor informatie die niet in dit hoofdstuk is opgenomen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen op de meegeleverde cd-rom of raadpleeg de Help van Web Image Monitor. Beginpagina weergeven In dit gedeelte wordt de beginpagina besproken en wordt uitgelegd hoe u Web Image Monitor kunt weergeven. Als u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adres " " is, moet u het invoeren als " ". 1. Start uw internetbrowser. 2. Voer " of hostnaam van uw apparaat)/" in de URL-balk van uw webbrowser in. De beginpagina van Web Image Monitor verschijnt. Als de hostnaam van het apparaat werd geregistreerd op de DNS- of WINS-server, kunt u het invoeren. Wanneer u SSL, een protocol voor gecodeerde communicatie, instelt in een omgeving waarin serververificatie wordt gebruikt, voer dan " of hostnaam van het apparaat)/" in. Web Image Monitor is onderverdeeld in de volgende gedeeltes: NL CTS Menugedeelte Als u een menuoptie selecteert, wordt de inhoud hiervan weergegeven. 123
126 8. Web Image Monitor 2. Koptekstgebied Hier kunt u overschakelen van de gebruikersmodus naar de beheerdersmodus en andersom. Het menu van de betreffende modus wordt hier weergegeven. Hier vindt u de koppeling naar de Help-functie en kunt u het dialoogvenster voor zoeken aan de hand van trefwoorden openen. 3. Vernieuwen/Help (Vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de apparaatgegevens te updaten. Klik op de button [Vernieuwen] van de webbrowser om het volledige browserscherm bij te werken. (Help): gebruik Help om de inhoud van het Help-bestand weer te geven of te downloaden. 4. Basisgegevensgebied Hiermee geeft u de basisgegevens voor het apparaat weer. 5. Werkgebied Hier wordt de inhoud weergegeven van het item dat in het menugedeelte is geselecteerd. 124
127 Ontvangen faxdocumenten bekijken met Web Image Monitor Ontvangen faxdocumenten bekijken met Web Image Monitor 1. Start Web Image Monitor op. 2. Klik op [Ontvangen faxbestand] in het menu [Afdruktaak/Opgeslagen bestand] in het linkerdeelvenster. 3. Wanneer u een gebruikerscode heeft geprogrammeerd voor het opgeslagen ontvangstbestand, voert u deze code in en drukt u vervolgens op [OK]. Als de geprogrammeerde gebruikerscode is verwijderd uit het Adresboek, wordt een bericht weergegeven over onjuiste invoer van de gebruikerscode. Als dit het geval is, programmeert u opnieuw een gebruikerscode. 4. Klik op het eigenschappenpictogram van het gewenste faxdocument. 5. Bekijk de inhoud van het faxdocument. 6. Om het ontvangen faxdocument te downloaden, selecteert u [PDF], [PDF/A] of [Meerdere pagina's: TIFF] en klikt u vervolgens op [Downloaden]. Als u [PDF] selecteert, kiest u de noodzakelijke "PDF Bestand Beveiligingsinstellingen" voordat u op [Downloaden] klikt. Adobe Acrobat Reader/Acrobat Reader start en het geselecteerde document wordt weergegeven. 7. Sluit Web Image Monitor af. 125
128 Web Image Monitor
129 9. Papier en toner bijvullen Dit hoofdstuk beschrijft de aanbevolen papierformaten en -typen en hoe u papier in de papierlade plaatst. Papier in de papierlades plaatsen Elke papierlade wordt op dezelfde wijze gevuld. In het volgende voorbeeld wordt papier in lade 1 geplaatst. Als een papierlade te hard dicht geduwd wordt, kunnen de zijwanden van de lade van hun plaats raken. Controleer of de rand van het papier aan de rechterzijde is uitgelijnd. Wanneer u een klein aantal vellen plaatst, moet u ervoor zorgen dat u de zijgeleiders niet te ver naar binnen drukt. Als de zijgeleiders te strak tegen het papier aan worden gezet, kunnen er vouwen in de randen komen of kan het papier verkeerd worden ingevoerd. 1. Controleer of het papier in de papierlade niet wordt gebruikt en trek de lade dan voorzichtig open tot deze stopt. CSN
130 9. Papier en toner bijvullen 2. Knijp in de ontgrendelingshendels van de eindafscheiding en schuif dan de eindafscheiding naar buiten. 3. Zorg dat het papier recht is en plaats het met de afdrukzijde naar boven. CSN008 Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. CSN Duw de eindgeleider voorzichtig tegen het geplaatste papier aan. CSN Schuif de papierlade voorzichtig volledig naar binnen. U kunt diverse formaten papier in de papierladen plaatsen door de posities van de zijwanden en eindwand te wijzigen. Zie voor meer informatie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. 128
131 Papier in de handinvoer plaatsen Papier in de handinvoer plaatsen Gebruik de handinvoer om OHP-transparanten, etiketten, kalkpapier en papier dat niet in de papierlades kan worden geplaatst te gebruiken. Het maximale aantal vellen dat u tegelijkertijd in kunt voeren, is afhankelijk van het type papier. Stapel het papier niet hoger dan de limietmarkering. Voor het maximale aantal vellen dat u kunt plaatsen, zie Pag.138 "Aanbevolen papierformaten en -typen". 1. Open de handinvoer. CSN Voer het papier met de bedrukte zijde naar beneden in totdat u de piep hoort. 3. Positioneer de papiergeleiders op basis van het papierformaat. Als de geleiders niet tegen het papier aandrukken, kunnen afbeeldingen verdraaid raken of wordt het papier verkeerd ingevoerd. CSN006 Het wordt aanbevolen bij het gebruik van de handinvoer het papier te plaatsen in de richting. Sommige soorten papier kunnen mogelijk niet juist herkend worden wanneer deze geplaatst worden in de handinvoer. Wanneer dit gebeurt, dient u het papier eruit te halen en opnieuw in de handinvoer te plaatsen. 129
132 9. Papier en toner bijvullen Trek het verlengstuk uit als u vellen van A4-formaat, 8 1 / 2 11 of groter in de handinvoer plaatst. Wanneer u dik papier of OHP-transparanten plaatst, dient u het papierformaat en -type in te stellen. Briefpapier moet worden geplaatst in een specifieke richting. Raadpleeg voor meer informatie Pag.135 "Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". U kunt enveloppen plaatsen in de handinvoerlade. Enveloppen moeten worden geplaatst in een specifieke richting. Raadpleeg voor meer informatie Pag.146 "Enveloppen". Specificeer de papierformaten die niet automatisch worden gedetecteerd. Voor gegevens over de formaten die automatisch kunnen worden gedetecteerd, zie Pag.138 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Voor meer informatie over het specificeren van formaten, zie Pag.130 "Afdrukken via de handinvoerlade met behulp van de afdrukfunctie" of de handleiding Kopiëren / Document Server. Wilt u vanuit de handinvoer kopiëren, raadpleeg dan de handleiding Kopiëren / Document Server. Voor afdrukken via een computer, zie Pag.130 "Afdrukken via de handinvoerlade met behulp van de afdrukfunctie". Wanneer het [Paneel toetsgeluid] is uitgeschakeld, klinkt er geen geluid als u papier in de handinvoer invoert. Voor meer informatie over [Paneel toetsgeluid], zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Afdrukken via de handinvoerlade met behulp van de afdrukfunctie Wanneer u [Apparaatinst.] in [Handinvoer] onder [Lade-instelling prioriteit] in [Systeem] van Printereigensch. selecteert, dan hebben de instellingen die zijn gemaakt via het bedieningspaneel prioriteit boven de instellingen van het printerstuurprogramma. Zie voor meer informatie de handleiding Afdrukken. De standaard voor [Handinvoer] is [Driver/Opdracht]. Instellingen blijven geldig totdat ze gewijzigd worden. Voor meer informatie over het instellen van printerstuurprogramma's, zie de handleiding Afdrukken. [Automatische detectie] is de standaard voor [Papierformaat handinvoer]. 130
133 Papier in de handinvoer plaatsen Het formaat voor normaal papier instellen via het bedieningspaneel 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. CMR Druk op [Instell. papierlade]. 3. Druk op [ ]. 4. Druk op [Printer handinvoer papierformaat]. 5. Selecteer het papierformaat. 6. Druk op [OK]. 7. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 131
134 9. Papier en toner bijvullen Aangepast papierformaat instellen via het bedieningspaneel 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. CMR Druk op [Instell. papierlade]. 3. Druk op [ ]. 4. Druk op [Printer handinvoer papierformaat]. 5. Druk op [Aangepast form.]. Indien er al een aangepast formaat is ingesteld, drukt u op [Wijzigen]. 6. Druk op [Verticaal]. 7. Voer de verticale afmeting in met de cijfertoetsen en druk op [ ]. 8. Druk op [Horizontaal]. 9. Voer de horizontale afmeting in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op [ ]. 10. Druk twee keer op [OK]. 11. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. Dik papier of OHP-transparanten als papiersoort instellen via het bedieningspaneel Gebruik A4 of 8 1 / formaat OHP-transparanten en selecteer het formaat. 132
135 Papier in de handinvoer plaatsen Meestal kan maar op één kant van OHP-transparanten worden afgedrukt. Plaats de transparanten met de afdrukzijde naar beneden. Indien u op transparanten afdrukt, dient u de afgedrukte vellen één voor één te verwijderen. 1. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. CMR Druk op [Instell. papierlade]. 3. Druk op [ ]. 4. Druk op [Papierformaat handinvoer] en selecteer vervolgens het papierformaat. 5. Druk op [OK]. 6. Druk op [Papiertype: Handinvoerlade]. 7. Druk op [Papiertype]. 8. Selecteer de papiersoort. Om dik papier te plaatsen, drukt u op [ ] en drukt u vervolgens op [Dik papier]. Om OHP-transparanten te plaatsen, drukt u op [ ] en drukt u vervolgens op [OHP(transparant)]. 9. Druk op [OK]. Ga naar stap 11 als u op OHP-transparanten afdrukt. 10. Bij het afdrukken op dik papier, moet u ervoor zorgen dat de opgegeven papierdikte wordt weergegeven in [Papierdikte]. 11. Druk op de [Gebruikersinstellingen/Teller]-knop. 133
136 9. Papier en toner bijvullen Voor meer informatie over papierdikte, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 134
137 Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop de originelen en het papier zijn geplaatst. Instellingen voor Gebruikersinstell. Ga naar [Instell. papierlade] en geef hier [Briefpapier] op voor [Papiertype] voor de papierlade die u wilt gebruiken. Kopieermodus Stel [Briefpapierinstelling] in op [Aan] bij [Invoer/uitvoer] onder Kop.app./Doc.server-eig.- menu en plaats het origineel en het papier vervolgens zoals hieronder wordt weergegeven. Printermodus Geef [Automatische detectie] of [Aan (altijd)] op voor [Briefpapier instelling] in [Systeem] onder het menu Printereigenschappen en plaats dan het papier zoals hieronder is aangegeven. Raadpleeg voor informatie over de briefpapierinstellingen de handleiding Kopiëren / Document Server of Afdrukken. Richting van het origineel en papierrichting De betekenis van de pictogrammen is als volgt: Pictogram Betekenis Leg/plaats papier met de gescande of bedrukte zijde naar boven. Plaats of leg papier met de gescande of bedrukte zijde naar beneden. Origineelrichting 135
138 9. Papier en toner bijvullen Origineelrichting Glasplaat ADF Leesbare richting Onleesbare richting Kopiëren Scanner Papierrichting Kopieermodus Als u originelen in de ADF plaatst en wilt kopiëren op papier met een vaste invoerrichting uit de handinvoer, geef dan het papierformaat op. Gekopieerde zijde Papierlades Handinvoer *1 Enkelzijdig Dubbelzijdig Niet beschikbaar *1 Als u originelen in de ADF plaatst en kopieert op papier met een vaste invoerrichting zonder het papierformaat op te geven, kan het gebeuren dat de kopie verkeerd om wordt afgedrukt. Om correcte kopieën te maken, plaatst u het papier andersom of geeft u het papierformaat op. Printermodus 136
139 Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Afdrukzijde Papierlades Handinvoer Enkelzijdig Dubbelzijdig Niet beschikbaar In kopieermodus: Voor details over dubbelzijdige kopieën, zie Pag.63 "Duplex (dubbelzijdig) kopiëren". In printermodus: Om op papier met briefhoofd af te drukken als [Automatische detectie] is gespecificeerd voor [Briefpapierinstelling], moet u [Briefpapier] opgeven als het papiertype in de instellingen van het printerstuurprogramma. Als een afdruktaak halverwege het afdrukken wordt gewijzigd van enkelzijdig naar dubbelzijdig afdrukken, kan de enkelzijdige afdruk na de eerste afdruk op de andere zijde worden afgedrukt. Om ervoor te zorgen dat al het papier in dezelfde richting uitgevoerd wordt, raden wij u aan om verschillende lades op te geven voor enkelzijdige en dubbelzijdige afdruktaken. Let op dat dubbelzijdig afdrukken uitgeschakeld moet worden voor de lade die is opgegeven voor enkelzijdig afdrukken. Voor details over dubbelzijdig afdrukken, zie de handleiding Afdrukken. 137
140 9. Papier en toner bijvullen Aanbevolen papierformaten en -typen Dit gedeelte geeft de aanbevolen papierformaten en -typen. Als u gekruld papier gebruikt, omdat het te droog of te vochtig is, dan kan een papierstoring optreden. Gebruik geen papier dat bedoeld is voor een inkjetprinter, omdat het aan de fuseereenheid kan blijven plakken en een papierstoring kan veroorzaken. Wanneer u overheadsheets plaatst, controleer de voor- en achterkant van de vellen en plaatst u ze correct. Anders kan er een storing ontstaan. Lade 1 (type 1) en lade 1 en 2 (type 2) (hoofdzakelijk Europa en Azië) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 8 1 / 2 11 Kies het papierformaat met het menu Systeeminstellingen: 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 13, / 2, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, Aangepast formaat *1 : Verticaal: 182,0-297,0 mm Horizontaal: 152,0 432,0 mm 250 vellen 250 vellen 250 vellen *1 Indien u papier in de papierlades plaatst met een verticale lengte van meer dan 279 mm (11,0 inch), zorg dan dat de horizontale breedte van het papier 420 mm (16,6 inch) of minder is. 138
141 Aanbevolen papierformaten en -typen Lade 1 en 2 (voornamelijk Noord-Amerika) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, A4, B5 JIS Kies het papierformaat met het menu Systeeminstellingen: 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 13, / 2, 8 10, 7 1 / / 2, A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, Aangepast formaat *1 : Verticaal: 7,17-11,69 inch Horizontaal: 5,99 17,00 inch 250 vellen 250 vellen 250 vellen *1 Indien u papier in de papierlades plaatst met een verticale lengte van meer dan 279 mm (11,0 inch), zorg dan dat de horizontale breedte van het papier 420 mm (16,6 inch) of minder is. Onderste papierlade en onderste papierladen (voornamelijk Europa en Azië) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, 8 1 / vellen 139
142 9. Papier en toner bijvullen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik Selecteer het papierformaat met behulp van het menu Systeeminstellingen: A5, B6 JIS, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 13, / 2, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, vellen g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik Aangepast formaat *1 : Verticaal: 182,0-297,0 mm Horizontaal: 148,0 432,0 mm 500 vellen *1 Indien u papier in de papierlades plaatst met een verticale lengte van meer dan 279 mm (11,0 inch), zorg dan dat de horizontale breedte van het papier 420 mm (16,6 inch) of minder is. Onderste papierlade en onderste papierladen (voornamelijk Noord-Amerika) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 11, 7 1 / / 2, A4, A5, B5 JIS Kies het papierformaat met het menu Systeeminstellingen: 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 13, / 2, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, B6 JIS, 8K, 16K, 11 15, 11 14, 10 15, vellen 500 vellen 140
143 Aanbevolen papierformaten en -typen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16-28 lb. bankpost) Normaal papier Medium dik Aangepast formaat *1 : Verticaal: 7,17-11,69 inch Horizontaal: 5,83 17,00 inch 500 vellen Handinvoer *1 Indien u papier in de papierlades plaatst met een verticale lengte van meer dan 279 mm (11,0 inch), zorg dan dat de horizontale breedte van het papier 420 mm (16,6 inch) of minder is. (voornamelijk Europa en Azië) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16 lb. bankpost 90 lb. index) Normaal pap. Dik papier g/m 2 (16 lb. bankpost 90 lb. index) Normaal pap. Dik papier g/m 2 (16 lb. bankpost 90 lb. index) Normaal pap. Dik papier Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: A3, A4, A5, B4 JIS, B5 JIS, B6 JIS Selecteer het papierformaat *2 : A6, 11 17, 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 2 11, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 13, / 2, 8 10, 7 1 / / 2, 5 1 / / 2, 8K, 16K, 12 18, 11 15, 11 14, 10 15, Aangepast formaat *3, *4 : Verticaal: 90,0 305,0 mm Horizontaal: 148,0 600,0 mm Normaal papier: 100 vellen Dik papier: *1 Normaal papier: 100 vellen Dik papier: *1 Normaal papier: 100 vellen Dik papier: *1 Kalkpapier A3, A4, B4 JIS, B5 JIS 10 vellen OHP-transparanten A4, 8 1 / vellen Etiketten (stickervellen) A4, B4 JIS 1 vel Enveloppen Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: 4 1 / / 2, 3 7 / / 2, C5 Env, C6 Env, DL Env *5 141
144 9. Papier en toner bijvullen *1 Als u dik papier plaatst in de handinvoer, stapel dit dan niet verder dan de limietmarkering op de lade. Het aantal vellen dat u in de handinvoerlade kunt plaatsen, hangt af van het gewicht en de gesteldheid van het papier. *2 Raadpleeg voor de kopieermodus de handleiding Kopiëren / Document Server. Raadpleeg voor de printermodus Pag.131 "Het formaat voor normaal papier instellen via het bedieningspaneel". *3 Voer het papierformaat in. Raadpleeg voor de kopieermodus de handleiding Kopiëren / Document Server. Raadpleeg voor de printermodus Pag.132 "Aangepast papierformaat instellen via het bedieningspaneel". *4 Indien u papier plaatst in de handinvoer met een horizontale breedte van 433 mm (17,05 inch) of langer, gebruik dan papier met een horizontale breedte van 297 mm (11,69 inches) of minder. Wanneer er echter papier dat langer dan 433 mm is (17,1 inch) wordt geplaatst, dan kan het papier kreukelen, wellicht niet ingevoerd worden of het kan papierstoringen veroorzaken. *5 Plaats enveloppen zodanig dat de hoogte van de stapel enveloppen niet boven de limietmarkering van de handinvoer uitkomt zonder de stapel naar beneden te duwen. Handinvoerlade (voornamelijk Noord-Amerika) Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit g/m 2 (16 lb. bankpost 90 lb. index) Normaal pap. Dik papier g/m 2 (16 lb. bankpost 90 lb. index) Normaal pap. Dik papier g/m 2 (16 lb. bankpost 90 lb. index) Normaal pap. Dik papier Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: 11 17, 8 1 / 2 11, 5 1 / / 2 Selecteer het papierformaat *2 : 8 1 / 2 14, 8 1 / 2 13, 8 1 / 4 14, 8 1 / 4 13, 8 13, / 2, 8 10, 7 1 / / 2, A3, A4, A5, A6, B4 JIS, B5 JIS, B6 JIS, 8K, 16K, 12 18, 11 15, 11 14, 10 15, Aangepast formaat *3, *4 : Verticaal: 3,55 12,00 inch Horizontaal: 5,83 23,62 inch Normaal papier: 100 vellen Dik papier: *1 Normaal papier: 100 vellen Dik papier: *1 Normaal papier: 100 vellen Dik papier: *1 Kalkpapier A3, A4, B4 JIS, B5 JIS 10 vellen OHP-transparanten A4, 8 1 / vellen Etiketten (stickervellen) A4, B4 JIS 1 vel 142
145 Aanbevolen papierformaten en -typen Papiertype en -gewicht Papierformaat Papiercapaciteit Enveloppen Papierformaten die automatisch kunnen worden bepaald: 4 1 / / 2, 3 7 / / 2, C5 Env, C6 Env, DL Env *5 Papierdikte *1 Als u dik papier plaatst in de handinvoer, stapel dit dan niet verder dan de limietmarkering op de lade. Het aantal vellen dat u in de handinvoerlade kunt plaatsen, hangt af van het gewicht en de gesteldheid van het papier. *2 Raadpleeg voor de kopieermodus de handleiding Kopiëren / Document Server. Raadpleeg voor de printermodus Pag.131 "Het formaat voor normaal papier instellen via het bedieningspaneel". *3 Voer het papierformaat in. Raadpleeg voor de kopieermodus de handleiding Kopiëren / Document Server. Raadpleeg voor de printermodus Pag.132 "Aangepast papierformaat instellen via het bedieningspaneel". *4 Indien u papier plaatst in de handinvoer met een horizontale breedte van 433 mm (17,05 inch) of langer, gebruik dan papier met een horizontale breedte van 297 mm (11,69 inches) of minder. Wanneer er echter papier dat langer dan 433 mm is (17,1 inch) wordt geplaatst, dan kan het papier kreukelen, wellicht niet ingevoerd worden of het kan papierstoringen veroorzaken. *5 Plaats enveloppen zodanig dat de hoogte van de stapel enveloppen niet boven de limietmarkering van de handinvoer uitkomt zonder de stapel naar beneden te duwen. Papierdikte *1 Normaal papier 1 Normaal papier 2 Medium dik Dik papier Papiergewicht g/m 2 (16-20 lb. bankpost) g/m 2 (20 lb. bankpost) g/m 2 (20-28 lb. bankpost) g/m 2 (28 lb. bankpost 90 lb. index) *1 De afdrukkwaliteit neemt af als het door u gebruikte papier dicht bij het minimale of maximale gewicht ligt. Wijzig de instelling voor het papiergewicht in dunner of dikker. Bepaalde papiertypen (zoals kalkpapier of OHP-transparanten) kunnen wat meer geluid bij het bedrukken veroorzaken dan normaal. Dit geluid wijst niet op een probleem en heeft geen invloed op de afdrukkwaliteit. De papiercapaciteit in de bovenstaande tabellen dient als voorbeeld. De werkelijke papiercapaciteit kan lager zijn, afhankelijk van het papiertype. 143
146 9. Papier en toner bijvullen Zorg er bij het plaatsen van papier voor dat de stapelhoogte niet boven het limietteken op de papierlade uitkomt. Als invoer van meerdere vellen plaatsvindt, waaiert u de vellen grondig of plaatst u de vellen een voor een. Strijk gekrulde vellen glad voordat u ze plaatst. De kopieer-/afdruksnelheid kan lager dan gewoonlijk liggen afhankelijk van het papierformaat en -type. Bij het plaatsen van enveloppen, zie Pag.146 "Enveloppen". Bij het plaatsen van dik papier van g/m 42 (28 lb. bankpost 90 lb. index), zie Pag.145 "Dik papier". Wanneer u op briefpapier kopieert of afdrukt, is de richting waarin u het papier plaatst afhankelijk van de functie die u gebruikt. Raadpleeg voor meer informatie Pag.135 "Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". Indien u papier van hetzelfde formaat en hetzelfde type in twee of meer lades plaatst, zal het apparaat automatisch overschakelen naar de andere lade wanneer in de eerste lade het papier opraakt. Deze functie wordt Automatische ladewisseling genoemd. Deze functie zorgt ervoor dat u een kopieersessie niet hoeft te onderbreken voor het aanvullen van papier tijdens het maken van een groot aantal kopieën. U kunt het papiertype van de papierlades opgeven onder [Papiertype: Lade 1] [Papiertype: Lade 4]. Zie voor meer informatie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Zie voor meer informatie over het instellen van de functie Automatische ladewisseling de handleiding Kopiëren / Document Server. Bij het plaatsen van etikettenpapier: Wij raden u aan gespecificeerd etikettenpapier te gebruiken. Nadat u op [Handinv.] gedrukt hebt, drukt u op [Papiertype] en vervolgens op [Dik papier]. Wanneer u OHP-transparanten plaatst: Als er meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd, plaats de vellen dan één voor één. Wilt u op OHP-transparanten kopiëren, raadpleeg dan de handleiding Kopiëren / Document Server. Wilt u op OHP-transparanten afdrukken vanaf de computer, zie Pag.132 "Dik papier of OHP-transparanten als papiersoort instellen via het bedieningspaneel". Waaier OHP-transparanten zorgvuldig wanneer u ze gebruikt. Hierdoor kunnen OHPtransparanten niet samenkleven en verkeerd worden geplaatst. Verwijder gekopieerde of afgedrukte vellen één voor één. Bij het plaatsen van doorzichtig papier: Plaats een vel tegelijk. Bij het plaatsen van doorzichtig papier moet u altijd papier met een lange structuur gebruiken en de papierrichting instellen volgens de structuur. 144
147 Aanbevolen papierformaten en -typen Doorzichtig papier absorbeert gemakkelijk vocht en gaat krullen. Verwijder de krul in het doorzichtig papier voordat u het plaatst. Dik papier In dit gedeelte vindt u informatie en aanbevelingen over dik papier. Als u dik papier van g/m 2 (28 lb. bankpost - 90 lb. index) in de handinvoer plaatst, volgt u onderstaande aanbevelingen om te voorkomen dat er papier vastloopt of dat de beeldkwaliteit afneemt. Er kunnen papierstoringen optreden en het papier kan verkeerd worden ingevoerd wanneer u op dikke gladde vellen afdrukt. Als u dergelijke problemen wilt voorkomen, moet u ervoor zorgen dat gladde vellen grondig worden uitgewaaierd voordat u ze plaatst. Als papier ook nadat u het grondig uitgewaaierd hebt, blijft vastlopen of samen wordt ingevoerd, plaatst u het papier vel voor vel in de lade voor handinvoer. Wanneer u dik papier plaatst, stel dan de richting van het papier in volgens de korrelstructuur van het papier aan de hand van onderstaande tabel. Richting van de papierkorrel Handinvoer Selecteer [Dik papier] als het papiertype voor de handinvoer in [Instell. papierlade]. Als dik papier wordt geplaatst zoals eerder is beschreven, kan het zijn dat - afhankelijk van het type papier - de normale bewerkingen niet kunnen worden uitgevoerd en dat de afdrukkwaliteit niet goed is. Afdrukken kunnen opvallende verticale vouwen vertonen. Afdrukken kunnen duidelijk zijn omgekruld. Strijk afdrukken glad als ze zijn gevouwen of omgekruld. 145
148 9. Papier en toner bijvullen Enveloppen In dit gedeelte vindt u informatie en aanbevelingen over enveloppen. Gebruik geen vensterenveloppen. Waaier de enveloppen uit voor u ze plaatst. Doet u dit niet, dan kunnen de enveloppen aan elkaar blijven kleven vanwege de lijm. Als uitwaaieren niet voorkomt dat ze aan elkaar gaan plakken, leg ze er dan één voor één in. Let er echter op dat sommige enveloptypes niet kunnen worden gebruikt in combinatie met dit apparaat. Foute invoer kan gebeuren, afhankelijk van de lengte en vorm van de flappen. Als u enveloppen vastlopen. plaatst, moeten de flappen volledig open zijn. Anders kunnen ze misschien Voordat u enveloppen plaatst, drukt u ze naar beneden om lucht eruit te laten en de vier randen glad te maken. Strijk de voorste randen (de randen die het apparaat ingaan) van de enveloppen met een potlood of liniaal glad voordat u de enveloppen plaatst. Bij het plaatsen van enveloppen, moet u opletten dat u deze niet hoger dan de limietmarkering stapelt. Als u meer dan de toegestane hoeveelheid enveloppen plaatst, kan dit papierstoringen opleveren. In kopieermodus Bij het kopiëren op enveloppen plaatst u deze volgens de toepasselijke richting die hieronder wordt weergegeven. Plaats de enveloppen in dezelfde richting als het origineel. Enveloppen plaatsen Richting van enveloppen Glasplaat Handinvoer Enveloppen met een opening aan de zijkant Kleppen: open Onderkant van enveloppen: naar de linkerkant van het apparaat Te scannen zijde: naar beneden Kleppen: open Onderkant van enveloppen: naar de linkerkant van het apparaat Te bedrukken zijde: naar beneden 146
149 Aanbevolen papierformaten en -typen Richting van enveloppen Glasplaat Handinvoer Enveloppen met een opening aan de zijkant Kleppen: gesloten Onderkant van enveloppen: naar de voorkant van het apparaat Te scannen zijde: naar beneden Kleppen: gesloten Onderkant van enveloppen: naar de voorkant van het apparaat Te bedrukken zijde: naar beneden Bij het plaatsen van enveloppen moet u het envelopformaat en de dikte invoeren. Raadpleeg voor meer informatie Pag.72 "Op enveloppen kopiëren". In printermodus Bij het afdrukken op enveloppen plaatst u deze volgens de geschikte richting die hieronder wordt weergegeven: Enveloppen plaatsen Soorten enveloppen Handinvoer Enveloppen met een opening aan de zijkant Kleppen: open Onderkant van enveloppen: naar de linkerkant van het apparaat Te bedrukken zijde: naar beneden 147
150 9. Papier en toner bijvullen Soorten enveloppen Handinvoer Enveloppen met een opening aan de zijkant Kleppen: gesloten Onderkant van enveloppen: naar de voorkant van het apparaat Te bedrukken zijde: naar beneden Kies bij het plaatsen van enveloppen "Envelop" als papiertype met gebruikmaking van de Gebruikersinstellingen en het printerstuurprogramma en geef de dikte van de enveloppen aan. Zie voor meer informatie de handleiding Afdrukken. Aanbevolen enveloppen Neem contact op met uw lokale dealer voor informatie over aanbevolen enveloppen. Voor meer informatie over het formaat van de enveloppen dat u kunt plaatsen, zie Pag.138 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Plaats alleen enveloppen van hetzelfde formaat en soort. Om een betere afdrukkwaliteit te krijgen, raden wij u aan de rechter, linker, bovenste en onderste afdrukmarge ieder in te stellen op tenminste 10 mm (0,4 inch). De afdrukkwaliteit van enveloppen kan onregelmatig zijn als delen van de enveloppen verschillende diktes hebben. Druk een of twee enveloppen af om de afdrukkwaliteit te controleren. Strijk afdrukken glad als ze zijn gevouwen of omgekruld. Controleer of de enveloppen niet vochtig zijn. Een hoge temperatuur en een hoge vochtigheidsgraad reduceren de afdrukkwaliteit en zorgen ervoor dat de enveloppen gaan kreukelen. Afhankelijk van de omgeving kan het kopiëren of afdrukken op enveloppen deze kreukelen, zelfs als ze zijn aanbevolen. Bepaalde typen enveloppen kunnen mogelijk gekreukeld, besmeurd of met drukfouten uit het apparaat komen. Als u een effen kleur op een envelop afdrukt, kunnen er lijnen ontstaan waar de overlappende randen van de envelop het dikker maken. 148
151 Toner bijvullen Toner bijvullen Deze paragraaf beschijft de voorzorgsmaatregelen bij het vervangen van tonercartridges, hoe u faxen of gescande documenten kunt verzenden als de toner op is en wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Verbrand toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet. Doet u dit wel, dan riskeert u brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Sla toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet op in de buurt van open vuur. Doet u dit toch, dan onstaat er een risico op brand en/of brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. Gebruik geen stofzuiger om gemorste toner mee op te zuigen (inclusief gebruikte toner). Opgezogen toner kan ontvlammen of exploderen vanwege een elektrische contactvonk binnenin de stofzuiger. U kunt echter wel gebruik maken van een speciale stofzuiger die voor stofexplosievrije doeleinden wordt gebruikt. Als er toner is gemorst op de vloer, veeg de gemorste toner dan voorzichtig op en maak de achtergebleven toner op de vloer schoon met een natte doek. Druk of knijp tonercartridges niet in elkaar. Doet u dit wel, dan riskeert u dat toner geknoeid wordt, hetgeen kan leiden tot het vies worden van de huid en kleding, of dat er zelfs per ongeluk toner ingeslikt wordt. Houd toner (nieuw of gebruikt), tonercartridges en onderdelen die in contact zijn geweest met toner, buiten het bereik van kinderen. Indien toner of gebruikte toner wordt ingeademd, gorgel dan met voldoende water en ga naar een omgeving met frisse lucht. Raadpleeg indien nodig een dokter. Indien toner of gebruikte toner in uw ogen komt, spoel deze dan onmiddellijk uit met grote hoeveelheden water. Raadpleeg indien nodig een dokter. 149
152 9. Papier en toner bijvullen Als toner of gebruikte toner wordt doorgeslikt, verdun deze dan door grote hoeveelheden water te drinken. Raadpleeg indien nodig een dokter. Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw kleding komt. Indien er toner op uw kleding komt, was de vlek dan met koud water. Wanneer u warm water gebruikt, dringt de toner zich in de stof van uw kleding waardoor de vlek niet meer kan worden verwijderd. Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw huid komt. Als uw huid in contact komt met toner, moet u het betreffende gedeelte van de huid grondig wassen met water en zeep. Vervang altijd de tonercartridge als er een melding op het apparaat verschijnt. Als u andere toner gebruikt dan van het aanbevolen type, kunnen er storingen optreden. Zet de hoofdstroom niet uit wanneer u toner bijvult. De instellingen gaan dan verloren. Bewaar toner op een plaats waar die niet direct aan zonlicht, een hogere temperatuur dan 35 C (95ºF) of een hoge luchtvochtigheid blootgesteld wordt. Bewaar de toner op een vlak oppervlak. Na het verwijderen van de tonercartridge mag u de fles niet met de mond omlaag schudden. Er zouden namelijk restjes toner kunnen rondspatten. Installeer en verwijder tonercartridges niet herhaaldelijk. Hierdoor kan de tonercartridge gaan lekken. Volg de instructies op het scherm op wat betreft het vervangen van de tonercartride. Het beschermkapje niet verwijderen voordat u de tonercartridge geschud heeft. Verwijder het binnenste beschermkapje niet. Als het bericht " Toner is bijna leeg." verschijnt, is de toner bijna op. Zorg dat u een vervangende tonercartridge bij de hand hebt. Indien verschijnt als er nog genoeg toner over is, volg dan de vervangingsinstructies die op het scherm verschijnen: haal de cartridge eruit en plaats deze vervolgens weer terug. U kunt nog steeds ongeveer 50 afdrukken maken nadat verschenen is, maar vervang de toner vroegtijdig om afdrukken van slechte kwaliteit te vermijden. 150
153 Toner bijvullen U kunt de naam van de benodigde toner en de procedure voor het vervangen van de toner nalezen via het scherm [ Toner bijvullen.]. Als u het contactnummer voor bestellingen wilt opzoeken, zie de handleiding Onderhoud en specificaties. Faxberichten of gescande documenten verzenden wanneer de toner op is Wanneer de toner in het apparaat op is, gaat er een lampje op het display knipperen. Zelfs als er geen toner meer is, kunt u nog faxberichten of gescande documenten verzenden. Als het aantal communicaties - nadat de toner op is en niet vermeld is in het automatische uitvoerlogboek - groter is dan 200, is communicatie niet mogelijk. 1. Druk op de [Home]-knop aan de linker bovenkant van het bedieningspaneel en druk op het pictogram [Fax] of [Scanner] op het [Home]-scherm. CMR Druk op [Afsluiten] en voer het verzenden uit. De foutmelding verdwijnt. Eventuele rapporten worden niet afgedrukt. Gebruikte toner weggooien Deze sectie beschrijft wat u moet doen met gebruikte tonercartridges. Toner kan niet worden hergebruikt. Verpak gebruikte tonercartridges in de verpakking van de cartridge of in een tas zodat de toner niet uit de cartridge kan lekken als u deze verwijdert. (voornamelijk in Europa en Azië) 151
154 9. Papier en toner bijvullen Als u uw gebruikte tonercartridge wilt weggooien, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde verkooppunt van Ricoh. Als u de toner zelf weggooit, moet u het beschouwen als plastic afvalmateriaal. (voornamelijk in Noord-Amerika) Raadpleeg de lokale Ricoh website voor meer informatie over het recyclen van verbruiksartikelen. U kunt items ook recyclen volgens de gemeentelijke voorschriften of volgens de aanwijzingen van het lokale afvalverwerkingsbedrijf. 152
155 10. Problemen oplossen Dit hoofdstuk geeft uitleg over basisprocedures voor probleemoplossing. Indicatielampjes Dit gedeelte verklaart de indicatielampjes die worden weergegeven of gaan branden als het apparaat de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen, of andere procedures uit te voeren. Indicatielampje Status : indicatielampje Papierstoring Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie de handleiding Problemen oplossen. : indicatielampje Foutief ingevoerd origineel Verschijnt wanneer een origineel fout wordt ingevoerd. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie de handleiding Problemen oplossen. : Papier toevoegen Verschijnt als het papier op is. Voor meer informatie over het plaatsen van papier, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. : indicatielampje voor Toner bijvullen Verschijnt als de toner op is. Voor meer informatie over het bijvullen van toner, zie de handleiding Onderhoud en specificaties. : Tonerafvalfles vol Verschijnt wanneer de tonerafvalfles vol is. Neem contact op met uw verkoopvertegenwoordiger. : indicatielampje Service bellen Verschijnt wanneer het apparaat slecht functioneert of onderhoud nodig heeft. : indicatielampje Klep open Verschijnt wanneer één of meer kleppen van het apparaat open staan. 153
156 10. Problemen oplossen Wanneer een indicatielampje brandt bij de knop [Status controleren] Als een lampje bij de knop [Status controleren] gaat branden, drukt u op [Status controleren] om het scherm [Controleer status] weer te geven. Controleer de status van elke functie op het scherm [Controleer status]. Het scherm '[Controleer status]' NL CSU Tabblad [Stat.ap./toep.] Geeft de status van het apparaat en van elke functie aan. 2. Statuspictogrammen Elk pictogram dat kan worden weergegeven, wordt hieronder beschreven: : Deze functie voert een taak uit. : Er heeft zich een fout voorgedaan in het apparaat. : Er heeft zich een fout voorgedaan in de gebruikte functie. Het kan ook zijn dat de functie niet kan worden gebruikt, omdat er zich een fout heeft voorgedaan in het apparaat. 3. Meldingen Toont een bericht dat de status aangeeft van het apparaat en van elke functie. 4. [Contr.] Als er zich een fout voordoet in het apparaat of een functie, drukt u op [Contr.] om details te bekijken. Door op [Contr.] te drukken, verschijnt er een foutmelding of het overeenkomstige functiescherm. Controleer de foutmelding op het functiescherm en neem de nodige maatregelen. Pag.167 "Weergegeven meldingen bij gebruik van de functie Kopieerapparaat/Document Server" Pag.171 "Meldingen tijdens het gebruik van de fax" Pag.190 "Meldingen tijdens het gebruik van de printer" Pag.206 "Meldingen tijdens het gebruik van de scanner" De volgende tabel licht problemen toe, waardoor het indicatielampje mogelijk is aangegaan: 154
157 Wanneer een indicatielampje brandt bij de knop [Status controleren] Probleem Oorzaken Oplossing Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Documenten en rapporten worden niet afgedrukt. Er is een fout opgetreden. De papieruitvoerlade is vol. Er is geen kopieerpapier meer. Een functie die de status "Fout opgetreden" heeft in het scherm [Controleer status], heeft een probleem. Verwijder de afdrukken uit de uitvoerlade. Plaats papier in de lades. Voor meer informatie over het plaatsen van papier, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. Druk op [Contr.] voor de functie waarbij een fout is opgetreden. Controleer de melding die wordt weergegeven en neem gepaste maatregelen. Voor informatie over de foutmeldingen en toepasselijke oplossingen, zie Pag.167 "Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven". U kunt overige functies normaal gebruiken. 155
158 10. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Oplossing Het apparaat kan geen verbinding met het netwerk maken. Er is een netwerkfout opgetreden. Druk op [Contr.] voor de functie waarbij een fout is opgetreden. Controleer de melding die wordt weergegeven en neem gepaste maatregelen. Voor informatie over de foutmeldingen en toepasselijke oplossingen, zie Pag.167 "Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven". Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het netwerk en of het apparaat correct is ingesteld. Voor informatie over hoe u verbinding maakt met het netwerk, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem contact op met uw beheerder voor meer informatie over verbinding met het netwerk. Als het lampje na het nemen van de bovenstaande maatregelen nog brandt, neemt u contact op met uw leverancier. 156
159 Geluidsignalen Geluidsignalen De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die het apparaat produceert om gebruikers te waarschuwen over achtergebleven originelen en overige apparaatomstandigheden. Signaalpatroon Betekenis Oorzaken Enkele korte pieptoon Korte en daarna lange pieptoon Paneel-/scherminvoer geaccepteerd. Paneel-/scherminvoer geweigerd. Er is op een toets op het display of op een knop op het bedieningspaneel gedrukt. De gebruiker heeft op een ongeldige knop op het bedieningspaneel of een ongeldige toets op het scherm gedrukt, of het ingevoerde wachtwoord is onjuist. Enkele lange pieptoon. Taak succesvol voltooid. Er is een taak van de Kopieer-/ Document Server-eigenschappen voltooid. Twee lange pieptonen Het apparaat is opgewarmd. Wanneer het apparaat uitgezet wordt of het apparaat uit de slaapstand komt, is het apparaat volledig opgewarmd en klaar voor gebruik. Vijf lange pieptonen Zachte pieptoon Er is een automatische reset uitgevoerd vanuit de eenvoudige weergave van de Kopieer-/Document Serverfunctie, de scannerfunctie of de faxfunctie. Vijf lange pieptonen, vier keer herhaald. Vijf korte pieptonen vijf keer herhaald. Zachte pieptoon Harde pieptoon Er is een origineel achtergebleven op de glasplaat of de papierlade is leeg. Het apparaat vraagt de aandacht van de gebruiker, omdat er papier is vastgelopen, de toner moet worden bijgevuld of omdat er zich andere problemen hebben voorgedaan. Gebruikers kunnen de waarschuwingssignalen van het apparaat niet uitzetten. Wanneer het apparaat piept om gebruikers te waarschuwen over een papierstoring of verzoek om toner, of als 157
160 10. Problemen oplossen de kleppen van het apparaat binnen korte tijd meerdere malen worden geopend en gesloten, dan kan de geluidswaarschuwing blijven voortduren, zelfs nadat de normale status is hervat. U kunt instellen of u de waarschuwingssignalen wilt in- of uitschakelen. Voor meer informatie over Paneel toetsgeluid, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 158
161 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Dit gedeelte geeft uitleg over veelvoorkomende problemen en berichten. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de weergegeven aanwijzingen. Probleem Oorzaken Oplossing Het [Fax]- of [Scanner]- pictogram wordt niet weergegeven op het [Home]-scherm, zelfs niet als het kopieerscherm verschijnt wanneer het apparaat wordt aangezet met de hoofdstroomschakelaar. Het apparaat is net ingeschakeld en het scherm Gebruikersinstellingen wordt weergegeven, maar het menu Gebruikersinstellingen mist items. Het lampje blijft branden en het apparaat gaat niet naar de slaapstand, ook al is de [Energiespaarstand]-knop ingedrukt. Het display is uit. Er gebeurt niets wanneer op de knoppen [Status controleren] of [Energiespaarstand] wordt gedrukt. Andere functies dan de kopieerfunctie zijn nog niet gereed. Andere functies dan de kopieerfunctie zijn nog niet gereed. De ADF staat open. Er vindt communicatie plaats tussen het apparaat en externe apparatuur. De harde schijf is bezig met het uitvoeren van een bewerking. Het apparaat staat in de slaapstand. De hoofdstroomschakelaar is uitgeschakeld. Functies die gereed zijn voor gebruik worden weergegeven op het [Home]- scherm. De tijd die daarvoor nodig is, verschilt per functie. Wacht nog even. Functies verschijnen in het menu Gebruikersinstellingen als ze klaar zijn voor gebruik. De tijd die daarvoor nodig is, verschilt per functie. Wacht nog even. Sluit de ADF. Controleer of er communicatie is tussen het apparaat en externe apparatuur. Wacht nog even. Druk op de knop [Energiespaarstand] of op de toets [Controleer status] om de slaapstand te annuleren. Zet de hoofdstroomschakelaar aan. 159
162 10. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Oplossing "Please wait. " wordt weergegeven. "Een ogenblik geduld a.u.b." wordt weergegeven. Dit bericht wordt weergegeven wanneer u op de knop [Energiespaarstand] drukt. Dit bericht verschijnt tijdens het opwarmen van het apparaat. Wacht even. Als het apparaat niet binnen vijf minuten gereed is, schakel dan de hoofdstroomschakelaar uit en zorg ervoor dat het Aan/uit indicatielampje niet brandt. Wacht minimaal tien seconden en schakel de hoofdstroomschakelaar weer in. Als het apparaat binnen vijf minuten nog niet gereed is, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. Wacht totdat het bericht verdwenen is. Schakel de aan-/ uitschakelaar niet uit terwijl het bericht wordt weergegeven. Als het apparaat niet binnen vijf minuten gereed is, schakel dan de hoofdstroomschakelaar uit en zorg ervoor dat het Aan/uit indicatielampje niet brandt. Wacht minimaal tien seconden en schakel de hoofdstroomschakelaar weer in. Als het apparaat binnen vijf minuten nog niet gereed is, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. 160
163 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaken Oplossing "Een ogenblik geduld a.u.b." wordt weergegeven. "Een ogenblik geduld a.u.b." wordt weergegeven. "Geheugen is vol. Wilt u het gescande bestand opslaan?" wordt weergegeven. De huidige omgevingsomstandigheden liggen buiten het aanbevolen temperatuurbereik van het apparaat. Dit bericht verschijnt als u de tonercartridge vervangt. De gescande originelen overschrijdt het maximum aantal vellen/pagina's dat op de harde schijf kan worden opgeslagen. Controleer de optimale omstandigheden van het apparaat en verplaats het apparaat naar een andere locatie. Gebruik het apparaat een tijdje niet en laat het apparaat zich aanpassen aan de omgeving. Voor meer informatie over de optimale omgevingsomstandigheden voor het apparaat, raadpleegt u de handleiding Onderhoud en specificaties. Wacht totdat het bericht verdwenen is. Schakel de aan-/ uitschakelaar niet uit terwijl het bericht wordt weergegeven. Als het apparaat niet binnen vijf minuten gereed is, schakel dan de hoofdstroomschakelaar uit en zorg ervoor dat het Aan/uit indicatielampje niet brandt. Wacht minimaal tien seconden en schakel de hoofdstroomschakelaar weer in. Als het apparaat binnen vijf minuten nog niet gereed is, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. Druk op [Ja]om de gescande pagina's op te slaan. Verwijder overbodige bestanden met [Bestand verwijderen]. Druk op [Nee] als u de gescande pagina's niet wilt opslaan. Verwijder overbodige bestanden met [Bestand verwijderen]. 161
164 10. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Oplossing Het invoerscherm voor de gebruikerscode wordt weergegeven. Het verificatiescherm verschijnt. "Verificatie is mislukt." wordt weergegeven. "Verificatie is mislukt." wordt weergegeven. "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." blijft in beeld, zelfs als u een geldige gebruikersnaam heeft ingevoerd. Ook als het vastgelopen papier is verwijderd, blijft de foutmelding staan. Ook als benodigdheden zijn vervangen en/of het vastgelopen papier is verwijderd, blijft het foutbericht staan. Met Gebruikerscodeverificatie worden er beperkingen voor de gebruikers ingesteld. Basisverificatie, Windows verificatie, LDAP verificatie of Integratieserver verificatie is ingesteld. De ingevoerde Log-in gebruikersnaam of het ingevoerde Log-in wachtwoord is onjuist. Het apparaat kan geen verificatie uitvoeren. De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. Wanneer u de melding van een papierstoring krijgt, blijft het bericht staan totdat u de vereiste handeling heeft uitgevoerd, namelijk de klep openen en weer sluiten. Er zit nog steeds papier vast in de lade. Dit kan voorkomen als de harde schijf niet is geïnstalleerd. Voor meer informatie over het inloggen wanneer Gebruikerscodeverificatie is ingeschakeld, zie de handleiding Snel aan de slag. Voer uw Log-in gebruikersnaam en Log-in wachtwoord in. Voor meer informatie over het verificatiescherm, zie de handleiding Snel aan de slag. Voor meer informatie over de Log-in gebruikersnaam en het Log-in wachtwoord, zie de Veiligheidshandleiding. Voor details over verificatie, zie de Veiligheidshandleiding. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. Nadat u het vastgelopen papier hebt verwijderd, opent u de voorklep helemaal en sluit u de klep vervolgens. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie de handleiding Problemen oplossen. Druk op de [Start]-knop. 162
165 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaken Oplossing Er wordt een foutmelding weergegeven, zelfs wanneer de aangegeven klep gesloten is. Afbeeldingen van het origineel worden op de achterkant van het papier afgedrukt. Er treden geregeld papierstoringen op. Er treden geregeld papierstoringen op. Een of meer andere dan de aangegeven kleppen van het apparaat zijn nog steeds open. U heeft wellicht het papier niet correct geplaatst. Het gebruik van gekruld papier kan papierstoringen, smerige papierranden of verschoven afbeeldingen wanneer u gestapeld afdrukt veroorzaken. Wellicht is de zij- of eindafscheider van de lade niet juist ingesteld. Sluit alle kleppen van het apparaat. Plaats papier met de afdrukzijde omhoog in de laden. Plaats papier in de handinvoer met de bedrukte zijde omlaag. Strijk het gekrulde papier plat met uw handen. Plaats het papier ondersteboven. Leg het papier op een glad oppervlak en laat het niet tegen een muur leunen. Dit is om te voorkomen dat het papier gaat krullen. Voor meer informatie over het bewaren van papier, raadpleegt u de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. Verwijder het vastgelopen papier. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie de handleiding Problemen oplossen. Controleer of de zij- en eindafscheidingen correct zijn ingesteld. Controleer ook of de zijafscheidingen zijn vergrendeld. Voor meer informatie over het instellen van de zij- en eindafscheidingen, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. 163
166 10. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Kan niet in duplexmodus afdrukken. Kan niet in duplexmodus afdrukken. "Turn main Power Switch off" wordt weergegeven. Er is papier van een formaat geplaatst dat niet herkend kon worden. U hebt een papierlade geselecteerd die niet is ingesteld voor dubbelzijdig afdrukken. Dubbelzijdig afdrukken kan niet worden uitgevoerd met papier dat is ingesteld in de handinvoerlade. Het apparaat gaat niet normaal uit als de hoofdstroomschakelaar eerst uitgeschakeld en daarna onmiddelijk weer wordt ingeschakeld. Verwijder het vastgelopen papier. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie de handleiding Problemen oplossen. Als u een papierformaat heeft geplaatst dat niet automatisch wordt geselecteerd, dient u het papierformaat met het bedieningspaneel op te geven. Voor meer informatie over het opgeven van papierformaten via het bedieningspaneel, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. Wijzig de instelling voor "2-zijdig toepassen" in [Systeeminstellingen] om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Zie voor meer informatie over het instellen van "2- zijdig toepassen" de handleiding Het apparaat aansluiten/ Systeeminstellingen. Wanneer u dubbelzijdig afdrukken gebruikt, maak de instellingen dan zo dat papier uit een andere lade wordt gebruikt dan uit de handinvoerlade. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en zorg ervoor dat het Aan/uit indicatielampje niet meer brandt. Wacht minimaal tien seconden en schakel vervolgens de hoofdstroomschakelaar weer in. 164
167 Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat Probleem Oorzaken Oplossing "Bezig met uitschakelen Een ogenblik geduld a.u.b. De stroom wordt automatisch uitgezet. Maximale wachttijd: 2 minuten" wordt weergegeven. Het apparaat maakt een luid klikgeluid vlak nadat de hoofdstroomschakelaar van het apparaat is uitgeschakeld. Er vond een fout plaats toen het Adresboek gewijzigd werd vanuit Web Image Monitor. Kan Web Image Monitor niet gebruiken om documenten af te drukken die op de Document Server staan opgeslagen. De uitschakelprocedure is begonnen, omdat de hoofdstroomschakelaar werd uitgezet terwijl het apparaat zich in de standby modus bevond of bezig was met een bewerking. De hoofdstroomschakelaar maakt een luid klikgeluid binnen in het apparaat wanneer de hoofdstroomschakelaar automatisch wordt uitgeschakeld. Het Adresboek kan niet gewijzigd worden wanneer er meerdere opgeslagen documenten gewist worden. Wanneer [Afdr.volumegebr. bep. ] is opgegeven, kunnen gebruikers niet meer afdrukken dan hun afdrukvolumelimiet. Afdruktaken die geselecteerd zijn door gebruikers die hun afdrukvolumelimiet hebben bereikt, worden geannuleerd. Lees het bericht dat verschijnt en wacht totdat het apparaat uitgeschakeld is. Zet de hoofdstroomschakelaar niet aan terwijl dit bericht wordt weergegeven. Als de hoofdstroomschakelaar weer is aangezet, moet u het bericht lezen wat verschijnt. Voor meer informatie over het aan- en uitzetten van de hoofdstroomschakelaar, zie de handleiding Snel aan de slag. Als het stroomindicatielampje blijft branden nadat de maximale wachttijd verstreken is, moet u contact opnemen met uw servicevertegenwoordiger. U hoort een luid klikgeluid in het apparaat wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. Dit is geen defect. Wacht even en probeer het dan nogmaals. Voor meer informatie over het opgeven van [Afdr.volumegebr. bep.], zie de Veiligheidshandleiding. Als u de status van een afdruktaak wilt bekijken, ga dan naar [Taakhistorie afdrukken]. In Web Image Monitor klikt u op [Taak] in het menu [Status/Informatie]. Klik vervolgens op [Taakhistorie afdrukken] in "Document Server". 165
168 10. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Oplossing "Home is in gebruik door een andere functie." "Het formaat van de afbeeldingsgegevens is niet geldig. Bekijk de handleiding voor de benodigde gegevens." wordt weergegeven. "De indeling van de afbeeldingsgegevens is niet geldig." verschijnt. Het [Home]-scherm wordt gebruikt door een andere functie. De grootte van de afbeeldingsgegevens is ongeldig. De bestandsindeling van de snelkoppeling wordt niet ondersteund. Wacht een ogenblik en probeer de snelkoppeling opnieuw op het [Home]- scherm te maken. Voor meer informatie over de bestandsgrootte voor afbeeldingen van snelkoppelingen, zie de handleiding Handige functies. De bestandsindeling voor toe te voegen afbeeldingen van snelkoppelingen moet JPEG zijn. Selecteer de afbeelding opnieuw. Gebruik het aanbevolen papier als u geen kopieën naar wens kunt maken vanwege problemen met papiersoort, papierformaat of papiercapaciteit. Voor meer informatie over aanbevolen papier, Pag.138 "Aanbevolen papierformaten en -typen". 166
169 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Weergegeven meldingen bij gebruik van de functie Kopieerapparaat/ Document Server Deze paragraaf bevat een beschrijving van de belangrijkste meldingen van het apparaat. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Gebruik het aanbevolen papier als u geen kopieën naar wens kunt maken door problemen met de papiersoort, het papierformaat of de papiercapaciteit. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag.138 "Aanbevolen papierformaten en -typen". Voor berichten die hier niet worden behandeld, zie Pag.159 "Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat". Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan origineelformaat niet detecteren." Het formaat van het origineel op de glasplaat wordt niet herkend. Leg het origineel weer op de glasplaat. Leg de afdrukzijde van het origineel naar beneden. Als het apparaat het formaat van het origineel niet kan herkennen, geeft u het formaat handmatig op. Gebruik niet de functie Autom.pap.sel of de functie Autom. verkl./vergr.. Voor meer informatie over het opgeven van instellingen, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. 167
170 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan origineelformaat niet detecteren." "Controleer het papierformaat." "2-zijdige kopie is niet beschikbaar met dit pp.form. Sel. ander pp.form. of ann. 2-zijd. kopie. " "Max. aantal pag. per best. overschr. Wilt u de gescande pagina's opslaan als 1 bestand?" "Max. aantal vellen dat kan worden gebruikt is bereikt. Het kopiëren zal gestopt worden." "Het bestand dat wordt opgeslagen heeft max. aantal pagina's overschreden per bestand. Kopiëren zal worden gestopt." Er is geen origineel geplaatst of het formaat van het origineel op de glasplaat is geen standaard formaat. Er is een ongebruikelijk papierformaat ingesteld. Een papierformaat dat niet beschikbaar is in de Duplexmodus is geselecteerd. Het aantal gescande pagina's is groter dan de capaciteit per bestand van de Document Server. Het aantal pagina's dat de gebruiker mag kopiëren is overschreden. De gescande originelen bevat teveel pagina's om als één document te kunnen worden opgeslagen. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het papierformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF het automatische detectieproces origineelformaat in. Til de ADF onder een hoek van 30 graden of meer op. Als u op de [Start]-knop drukt, dan zal het kopieerapparaat beginnen met het kopiëren op het geselecteerde papier. Kies een geschikt papierformaat. Voor meer informatie over de Duplexmodus, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Als u de gescande pagina's als bestand wilt opslaan in de Document Server, drukt u op [Ja]. Druk op [Nee] als u gescande pagina's niet wilt opslaan. Het gescande bestand wordt gewist. Voor meer informatie over hoe u het aantal beschikbare kopieën per gebruikt controleert, zie de Veiligheidshandleiding. Druk op [Afsluiten] en sla opnieuw op met een correct aantal pagina's. 168
171 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Maximum aantal sets is n." De n wordt vervangen door een cijfer. "Orig. gescand voor andere functie " "Een ogenblik." "Een ogenblik." Het aantal kopieën overschrijdt de maximale kopieercapaciteit. Een andere functie van het apparaat dan de kopieerfunctie wordt gebruikt (zoals bijv. de Document Serverfunctie). De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Web Image Monitor. Dit bericht kan gedurende twee seconden verschijnen als het apparaat bezig is met het voorbereiden of uitvoeren van de initialisatie of als er toner wordt toegevoegd. U kunt het maximum aantal kopieën wijzigen met [Max. aantal kopieën] in [Algemene eigenschappen] onder [Kop.app.-/Doc.servereig.]. Voor meer informatie over Max. aantal kopieën, zie Kopiëren / Document Server. Annuleer de taak die momenteel wordt verwerkt. Druk bijvoorbeeld op [Afsluiten] en vervolgens op de [Home]-knop. Druk vervolgens op het pictogram [Document Server] in het scherm [Home] en druk vervolgens op de [Stop]-knop. Volg de instructies om de taak te annuleren wanneer het bericht op het scherm wordt weergegeven. Wacht totdat het bericht verdwenen is. Schakel de aan-/uitschakelaar niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bij te werken bestemmingen, kan er enige vertraging ontstaan voordat u verder kunt gaan. Terwijl dit bericht wordt weergegeven, kunt u het apparaat niet gebruiken. Wacht even. 169
172 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Een ogenblik." "Geroteerd sorteren is niet beschikbaar voor dit papierformaat." "De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd." "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." De huidige omgevingsomstandigheden liggen buiten het aanbevolen temperatuurbereik van het apparaat. Er is een papierformaat geselecteerd waarvoor Geroteerd sorteren niet beschikbaar is. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u over de vereiste bevoegdheden beschikt. De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. Controleer de optimale omstandigheden van het apparaat en verplaats het apparaat naar een andere locatie. Gebruik het apparaat een tijdje niet en laat het apparaat zich aanpassen aan de omgeving. Voor meer informatie over de optimale omgevingsomstandigheden voor het apparaat, raadpleegt u de handleiding Onderhoud en specificaties. Kies een geschikt papierformaat. Voor meer informatie over papier, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Bestanden kunnen alleen worden verwijderd door de persoon die het bestand heeft aangemaakt. Als u een bestand wilt verwijderen waarvoor u niet gemachtigd bent, neemt u contact op met de persoon die het bestand heeft aangemaakt. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. 170
173 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Wanneer het geheugen vol raakt tijdens het gebruik van de Kopieerapparaat/ Document Server-functie Meldingen Oorzaken Oplossing "Geheugen is vol. nn originelen zijn gescand. Druk op [Afdrukken] om gescande originelen te kopiëren. " "nn" in het bericht staat voor een variabel nummer. "Druk op [Doorgaan] om de resterende originelen in te scannen en te kopiëren." De gescande originelen overschrijdt het aantal pagina's dat in het geheugen kan worden opgeslagen. Het apparaat controleert of de resterende originelen moeten worden gekopieerd nadat de gescande originelen zijn afgedrukt. Druk op [Afdrukken] om de gescande originelen te kopiëren en de scangegevens te annuleren. Druk op [Geheugen wissen] om de scangegevens te annuleren en niet te kopiëren. Verwijder alle kopieën en druk daarna op [Doorgaan] om verder te gaan met kopiëren. Druk op [Stoppen] om te stoppen met kopiëren. Als u [Autom scan. Herst. na geh. vol] in [Invoer/uitvoer] van Gebruikersinstellingen instelt op [Aan], wordt het bericht over geheugenoverloop niet weergegeven, zelfs niet als het geheugen vol is. Het apparaat maakt in dat geval eerst kopieën van de gescande originelen, waarna de resterende originelen verder worden gescand en gekopieerd. In dat geval liggen de resulterende gesorteerde pagina's niet op volgorde. Voor meer informatie over Autom. scan. herst. na geh. vol, zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Meldingen tijdens het gebruik van de fax Deze paragraaf bevat een beschrijving van de belangrijkste meldingen van het apparaat. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Instellingen die kunnen worden bevestigd in Systeeminstellingen of Faxeigenschappen op het bedieningspaneel, kunnen ook worden bevestigd vanuit Web Image Monitor. Voor meer informatie over het bevestigen van instellingen vanuit Web Image Monitor, zie de helpfunctie van Web Image Monitor. 171
174 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan origineelformaat niet detecteren. Selecteer scanformaat." "Kan geen verbinding maken met de bestemming. Controleer de instell. De ingevoerde padnaam is onjuist of de firewall- en beveil.instell blokkeren de netwerkverbinding. " "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [13-10] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [13-11] Het apparaat kon het origineelformaat niet waarnemen. De naam van de computer of map die als bestemming is opgegeven, is verkeerd. Het alternatieve telefoonnummer dat u heeft ingevoerd is al geregistreerd op de gatekeeper van een ander apparaat. Kan geen toegang krijgen tot de gatekeeper. Selecteer het gebied dat moet worden gescand in [Verzendinstellingen] onder [Scanformaat] op het bedieningspaneel en verzend het document opnieuw. Voor meer informatie over het instellen van het scanformaat, zie de handleiding Faxen. Controleer of de computernaam en de mapnaam voor de bestemming correct zijn. Controleer of het juiste aliastelefoonnummer wordt weergegeven in [H.323 instellingen] van [Faxeigenschappen]. Voor meer informatie over H.323- instellingen, zie de handleiding Faxen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Controleer of het juiste gatekeeperadres wordt weergegeven in [H.323 instellingen] van [Faxeigenschappen]. Voor meer informatie over H.323- instellingen, zie de handleiding Faxen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 172
175 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [13-17] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [13-18] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [13-24] Het registreren van de gebruikersnaam is afgewezen door de SIPserver. Kan geen toegang krijgen tot de SIP-server. Het geregistreerde wachtwoord voor de SIPserver komt niet overeen met het wachtwoord dat is geregistreerd voor dit apparaat. Controleer of het juiste SIP-server IP-adres en de juiste SIPgebruikersnaam vermeld zijn in [SIP-instellingen] van [Faxeigenschappen]. Voor meer informatie over SIP-instellingen, zie de handleiding Faxen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Controleer of het juiste SIP Server IP-adres vermeld is in [SIP instellingen] van [Faxeigenschappen]. Voor meer informatie over SIP-instellingen, zie de handleiding Faxen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 173
176 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [13-25] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [13-26] In [Effectief protocol] is het IP-adres niet geautoriseerd of is een onjuist IP-adres geregistreerd. De instellingen van "Effectief protocol" en "SIP Server IPadres" zijn verschillend of er is een onjuist IP-adres geregistreerd. Controleer of "IPv4" in [Effectief protocol] is ingesteld op "Actief" in [Systeeminstellingen]. Voor informatie over Effectief protocol, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Controleer of het juiste IPv4-adres voor het apparaat is vermeld in [Systeeminstellingen]. Voor informatie over het IPv4-adres, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Controleer of het juiste IP-adres voor het apparaat is opgegeven in [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over het IP-adres, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 174
177 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [14-01] De DNS-server, SMTPserver of map voor doorzenden is niet gevonden, of de bestemming voor de Internetfax rondom (niet via) de SMTP-server kan niet worden gevonden. Controleer of de volgende instellingen in [Systeeminstellingen] goed worden weergegeven. DNS-server Servernaam en IP-adres voor de SMTP Server Voor meer informatie over deze instellingen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Controleer of de map voor verzending correct is geprogrammeerd. Controleer of de computer waarin de map voor verzending is opgegeven, juist wordt gebruikt. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen of de bestemmingen contact op met de beheerder van de bestemmingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 175
178 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [14-09] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [14-33] verzending is geweigerd door SMTPverificatie, POP- voor SMTPverificatie of log-in verificatie van de computer waarin de map voor verzending is opgegeven. adressen voor het apparaat en de beheerder zijn niet geregistreerd. Ga na of de Gebruikersnaam en het Wachtwoord voor de volgende instellingen in [Systeeminstellingen] goed worden weergegeven. SMTP-verificatie POP voor SMTP Fax account Voor meer informatie over deze instellingen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Controleer of de gebruikers-id en het wachtwoord voor de computer waarop de map voor verzending staat, goed zijn opgegeven. Controleer of de map voor verzending correct is opgegeven. Controleer of de computer waarop de map voor verzending staat, goed werkt. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Controleer of het juiste E- mailadres is opgegeven in [Fax account] van [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over Fax e- mailaccount, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 176
179 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [15-01] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [15-02] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [15-03] Er is geen POP3/IMAP4- serveradres geregistreerd. Er kan niet ingelogd worden in de POP3/IMAP4-server. Er is geen adres van het apparaat geprogrammeerd. Controleer of de Servernaam en het serveradres juist zijn in [POP3-/IMAP4-instellingen] van [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over POP3-/IMPA4- instellingen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Controleer of de correcte Gebruikersnaam en het correcte Wachtwoord worden vermeld in [Fax account] van [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over Fax e- mailaccount, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Controleeer of het juiste e- mailadres voor het apparaat is opgegeven in [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over de instellingen van een adres, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 177
180 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [15-11] De DNS-server of POP3/ IMAP4-server wordt niet gevonden. Controleer of de volgende instellingen in [Systeeminstellingen] goed worden weergegeven: Het IP-adres van de DNSserver De servernaam of het IPadres van de POP3/IMAP4- server Het poortnummer van de POP3/IMAP4-server Ontvangstprotocol Voor meer informatie over deze instellingen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 178
181 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [15-12] "Controleer of er netwerkproblemen zijn." [16-00] Er kan niet ingelogd worden in de POP3/IMAP4-server. Er is geen IP-adres geregistreerd. Het netwerk is niet goed verbonden. Controleer of de volgende instellingen in [Systeeminstellingen] goed worden weergegeven: de gebruikersnaam en het wachtwoord voor [Fax account] de gebruikersnaam en het wachtwoord voor POP voor SMTP-verificatie Voor meer informatie over deze instellingen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. Controleer of het juiste IP-adres voor het apparaat is opgegeven in [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over het IP-adres, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. 179
182 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Verbinding met de LDAP server is mislukt. Controleer de serverstatus." "Er is een fout opgetreden, en verzenden is geannuleerd." "Max. aant. om weer te geven overschr.: n" De n wordt vervangen door een cijfer. "Tijdlim. zoeken naar LDAP server overschr. Contr. serverstatus." Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Er is een origineel vastgelopen tijdens een Directe verzending. Er zijn problemen met het apparaat of er was ruis op de telefoonlijn. Het aantal zoekresultaten overschrijdt het maximale aantal items dat kan worden weergegeven. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Probeer de bewerking opnieuw uit te voeren. Wordt het bericht nog steeds weergegeven, dan kan het zijn dat het netwerk overbezet is. Controleer de instellingen voor de LDAP-server in [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over de instellingen van de LDAP-server, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Druk op [Afsluiten] en verstuur de documenten nogmaals. Voer de zoekopdracht opnieuw uit nadat u de zoekvoorwaarden heeft gewijzigd. Probeer de bewerking opnieuw uit te voeren. Wordt het bericht nog steeds weergegeven, dan kan het zijn dat het netwerk overbezet is. Controleer of de juiste instellingen voor de LDAP-server worden weergegeven in [Beheerdertoepas.] van [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over de LDAP-server, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 180
183 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Er is een functioneel probleem opgetreden. Stop verwerking" "Functionele problemen in fax. Gegevens worden geïnitialiseerd." "LDAP server verificatie is mislukt. Controleer de instellingen." "Orig. gescand voor andere functie " "Plaats origineel terug, controleer en druk op [Start]." De hoofdstroomschakelaar werd uitgeschakeld terwijl het apparaat een docoment via Internetfax aan het ontvangen was. Er is een probleem met de fax. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Een functie van het apparaat (niet de scannerfunctie) wordt gebruikt als de Document Serverfunctie. Er is een origineel vastgelopen tijdens Geheugenverzending. Zelfs als u de hoofdstroomschakelaar onmiddellijk weer aanzet, afhankelijk van de mailserver, is het apparaat misschien niet in staat om verder te gaan met het ontvangen van de Internetfax als de time-outperiode niet verlopen is. Wacht totdat de timeoutperiode van de mailserver verlopen is en ga dan weer verder met het ontvangen van de Internetfax. Neem contact op met uw beheerder voor meer informatie over het ontvangen van de Internetfax. Noteer het codenummer dat op het scherm wordt afgebeeld en neem contact op met uw leverancier. De andere apparaatfuncties kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat de gebruikersnaam en het wachtwoord voor LDAPserververificatie correct zijn ingesteld. Voordat u via de fax een bestand verstuurt, annuleert u de huidige opdrachten. Druk bijvoorbeeld op [Afsluiten] en vervolgens op de [Home]-knop. Druk op het pictogram [Document Server] op het [Home]- scherm. Daarna drukt u op de knop [Stoppen]. Volg de instructies om de taak te annuleren wanneer het bericht op het scherm wordt weergegeven. Druk op [Afsluiten] en verstuur de documenten nogmaals. 181
184 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Bevat enkele ongeldige bestemmingen. Wilt u alleen geldige bestemmingen selecteren?" "Sommige pagina's zijn bijna geheel blanco. Druk op Stop om te annuleren. " "De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd." "Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist." "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." De opgegeven groep bevat faxbestemmingen, e- mailbestemmingen, en/of mapbestemmingen die incompatibel zijn met de opgegeven verzendmethode. De eerste pagina van het document is bijna blanco. U heeft geprobeerd een document te verwijderen waarvoor u geen verwijderingstoestemming heeft. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Web Image Monitor. De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. Druk op [Selecteren] in het bericht dat na iedere verzending verschijnt. De blanco zijde van het origineel is mogelijk gescand. Controleer of u uw originelen juist geplaatst heeft. Voor meer informatie over het bepalen van de oorzaak van blanco pagina's, zie de handleiding Faxen. Om uw toegangsrechten voor opgeslagen documenten te controleren of een document te verwijderen waarvoor u geen rechten hebt, zie de Veiligheidshandleiding. Wacht totdat het bericht verdwenen is. Schakel de aan-/uitschakelaar niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bij te werken bestemmingen, kan er enige vertraging ontstaan voordat u verder kunt gaan. Zolang dit bericht wordt weergegeven is gebruik van het apparaat niet mogelijk. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. 182
185 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Verificatie met app. op afstand mislukt. Controleer verif.-inst. app. op afstand. " "Kon geen verb. met app op afst. maken. Controleer status apparaat op afstand." "Kon geen verb. met app op afst. maken. Controleer status apparaat op afstand." Verificatie mislukt bij gebruik van extern faxen. Mogelijke oorzaken zijn: Er is geprobeerd om verbinding te maken met een apparaat dat extern faxen niet ondersteunt. Gebruikersverificatie op het externe apparaat is mislukt. Er is een netwerkfout opgetreden tijdens het versturen van een externe fax. Gebruikerscodeverificatie is ingesteld op het apparaat dat is aangesloten via de functie voor faxen op afstand. Zie voor details over verificatie de Veiligheidshandleiding. Controleer of het externe apparaat de functie voor faxen op afstand ondersteunt. Controleer of het externe apparaat goed werkt. Controleer of het IP-adres en de hostnaam voor het externe apparaat goed zijn ingesteld in [Systeeminstellingen]. Voor informatie over deze instellingen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Neem voor meer informatie over netwerkproblemen contact op met uw beheerder. De functie voor faxen op afstand biedt geen ondersteuning voor Gebruikerscodeverificatie. Schakel Gebruikerscodeverificatie uit op het externe apparaat. 183
186 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Kon geen verb. met app op afst. maken. Controleer status apparaat op afstand." "Kon geen verb. met app op afst. maken. Controleer status apparaat op afstand." "De fax op afstand is niet beschikbaar, omdat [Gebruikercodeverificatie] actief is." Gebruikersverificatie is mislukt voor het externe apparaat. De gebruiker heeft geen rechten om de functie te gebruiken op het externe apparaat. Er is een time-out opgetreden tijdens de verbinding met het externe apparaat. De functie voor faxen op afstand biedt geen ondersteuning voor Gebruikerscodeverificatie. Zie voor details over verificatie de Veiligheidshandleiding. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Controleer of het externe apparaat goed werkt. Voor meer informatie over verbinding met een apparaat op afstand, zie de handleiding Faxen. Wanneer u de functie voor faxen op afstand gebruikt, schakelt u Gebruikerscodeverificatie uit. Voor meer informatie over Gebruikerscodeverificatie, zie de Veiligheidshandleiding. 184
187 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Transferfout opgetreden. Controleer status app. op afstand. " "De HDD van het apparaat op afstand is vol." "Opgegeven actie kan niet uitgevoerd worden. Het bestand is in gebruik of de bestandsverzending is geslaagd." "De bestemming kan niet geselecteerd worden, omdat het coderingscertificaat nu niet geldig is." Er is een netwerkfout opgetreden tijdens verzending. De harde schijf is vol geraakt na gebruik van faxen op afstand door het scannen van het origineel. Wanneer u probeert de status van de taak te bekijken op het externe apparaat vanaf uw eigen apparaat, is de taak al verzonden en kunt u de status niet meer controleren. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Controleer of het IP-adres en de hostnaam voor het externe apparaat goed zijn ingesteld in [Systeeminstellingen]. Voor informatie over deze instellingen, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Controleer of het externe apparaat goed werkt. Controleer of de LAN-kabel correct op het apparaat is aangesloten. Neem voor meer informatie over verzending contact op met uw beheerder. Verwijder onnodige bestanden. Als u de details van een taak wilt bekijken onder [Comm.status/ afdrukken], ga dan naar het scherm [TX-bestand contr./stoppen]. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. 185
188 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "De groepsbestemming kan niet geselecteerd worden, omdat die een bestemming bevat met een coderingscertificaat dat nu niet geldig is." "De verzending kan niet uitgevoerd worden, omdat het certificaat gebruikt voor de S/MIME-handtekening niet geldig is." "Het programma bevat een bestemming met een coderingscertificaat dat nu niet geldig is. De bestemming kan niet herroepen worden." "De opgegeven bestemming voor TX-resultaat dat bij het progr. geregistreerd is, heeft een coderingscertificaat dat nu niet geldig is. Bestemm. kan niet herroepen worden." "Opgegeven bestemming voor TX-resultaat, die geregist. is bij progr. bevat bestemm. met ongeldig coderingscertificaat. De bestemm. kan niet herroepen worden." "Verzending kan niet uitgevoerd worden, omdat het coderingscertificaat nu niet geldig is." Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Het apparaatcertificaat (S/ MIME) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (S/MIME) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. 186
189 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "XXX kan niet YYY, omdat het apparaatcertificaat gebruikt voor S/MIMEondertekening niet geldig is." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. " TX-resultaat kan niet ingesteld worden, omdat het opgegeven apparaatcertificaat nu niet geldig is." "Het programma bevat bestemming(en) zonder coderingscertificaat." "De opgegeven bestemming voor TX-resultaat en dat onder dit programma geregistreerd is, bevat geen coderingscertificaat." "Opgegeven bestemmingen voor TX-resultaat, die geregistreerd zijn bij het programma, bevatten bestemming(en) zonder coderings- certificaat." Het apparaatcertificaat (S/ MIME) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Er is geen gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat). Er is geen gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat). Er is geen gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat). Er moet een nieuw apparaatcertificaat (S/MIME) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. 187
190 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Het apparaatcertificaat gebruikt voor de S/MIMEondertekening is niet geldig. De bestemming(en) geregistreerd voor het programma kan niet opgeroepen worden." (XXX geeft de e- mailbestemming(en) aan of de bestemming(en) voor [ verz.res.]) "De bestemming kan niet geselecteerd worden, omdat er een probleem is met het apparaatcertificaat gebruikt voor de S/MIMEhandtekening. Controleer het apparaatcertificaat. " XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "De bestemming kan niet opgeroepen worden, modat er een probleem met het apparaatcertificaat gebruikt voor de S/MIMEhandtekening is." (XXX geeft de e- mailbestemming(en) aan of de bestemming(en) voor [ verz.res.]) "Het apparaatcertificaat van de digitale handtekening is nu niet geldig. De e- mailbestemming geregistreerd bij het programma kan niet herroepen worden." Het apparaatcertificaat (S/ MIME) is verlopen. Er is geen apparaatcertificaat (S/ MIME) of het certificaat is ongeldig. Er is geen apparaatcertificaat (S/ MIME) of het certificaat is ongeldig. Het apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) is verlopen. Voor meer informatie over het apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Voor meer informatie over het apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Voor meer informatie over het apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. 188
191 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Bestemming kan niet geselect. worden, omdat het apparaatcertificaat PDF digitale handtekening niet geldig is." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "XXX kan niet YYY, omdat er een probleem is met het apparaatcertificaat van de digitale handtekening. Controleer het apparaatcertificaat." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "De bestemming geregistreerd bij het programma kan niet herroepen worden, omdat er een probleem met het apparaatcertificaat van de digitale handtekening is." Het apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) is verlopen. Er is geen apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) of het certificaat is ongeldig. Er is geen apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) of het certificaat is ongeldig. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. Als "Controleer of er netwerkproblemen zijn." wordt weergegeven, is het apparaat niet correct met het netwerk verbonden of zijn de instellingen van het apparaat niet correct. Als u geen netwerkverbinding nodig hebt, kunt u instellen dat dit bericht niet meer wordt weergegeven. [Controleer status] brandt hierna niet meer. Voor meer informatie hierover, zie de handleiding Faxen. Als u het apparaat opnieuw met het netwerk gaat verbinden, moet u ervoor zorgen dat u het display (weergave) instelt door de juiste gebruikerparameter te configureren. Als er zich geen papier meer in de papierlade bevindt, wordt het bericht "Kan faxbericht niet afdrukken. Plaats papier. " op het scherm weergegeven waarin u gevraagd wordt papier te plaatsen. Als er nog papier in de andere lades ligt, kunt u documenten op de gebruikelijke wijze ontvangen, zelfs als het bericht op het scherm wordt weergegeven. U kunt deze functie in- of uitschakelen met "Parameterinstellingen". Voor meer informatie hierover, zie de handleiding Faxen. 189
192 10. Problemen oplossen Wanneer het geheugen vol raakt tijdens het gebruik van de faxfunctie Meldingen Oorzaken Oplossing "Geheugen is vol. Kan niet meer scannen. Verzenden wordt gestopt." Het geheugen is vol. Als u op [Afsluiten] drukt, dan keert het apparaat terug in de standby-modus en start het met het verzenden van de opgeslagen pagina's. Controleer op het communicatie-resultatenrapport welke pagina's niet zijn verzonden en verstuur deze pagina's opnieuw. Meldingen tijdens het gebruik van de printer In dit gedeelte worden de meest gangbare berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogbestanden en foutrapporten. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Statusmeldingen Meldingen "Hex dump-modus" "Uitgest. taak bestaat" "Off line" Status In de Hex Dump-modus ontvangt het apparaat gegevens in een hexadecimale indeling. Druk op [Taak reset] om de Hex Dump-modus te annuleren. Afdrukken was tijdelijk gestopt door SmartDeviceMonitor for Client. U kunt het afdrukken hervatten via [Mijn taaklijst] in SmartDeviceMonitor for Client of via deweb Image Monitor. Als u het afdrukken wilt hervatten via Web Image Monitor, vraag dit dan eerst even aan uw systeembeheerder. Het apparaat staat offline. 190
193 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen "Een ogenblik." "Afdrukken..." "Gereed" "Taak resetten..." "Instellingen wijzigen..." "Wacht op afdrgeg." "Taak onderbroken." "Certif. bijwerken..." Status Dit bericht kan gedurende twee seconden verschijnen als het apparaat bezig is met het voorbereiden of uitvoeren van de initialisatie of als er toner wordt toegevoegd. Wacht even. De huidige omgevingsomstandigheden liggen buiten het aanbevolen temperatuurbereik van het apparaat. Controleer de optimale omstandigheden van het apparaat en verplaats het naar een andere locatie, of laat het apparaat een tijdje staan zodat het zich aan de omgeving kan aanpassen. De printer is bezig met afdrukken. Wacht even. Dit is het standaardbericht. De printer is gereed voor gebruik. Er is geen actie vereist. De afdruktaak wordt door het apparaat hersteld. Wacht totdat "Gereed" op het bedieningspaneel wordt weergegeven. Het apparaat is bezig met het wijzigen van instellingen. U kunt het bedieningspaneel niet gebruiken als dit bericht wordt weergegeven. Wacht even. De printer wacht op de volgende gegevens om af te drukken. Wacht even. Het afdrukken werd tijdelijk onderbroken, omdat op de toets [Taakbewerking] of op de [Stop]-knop werd gedrukt. wordt bijgewerkt. Wacht even. Meldingen op het bedieningspaneel tijdens het gebruik van de printer Voordat u de hoofdschakelaar uitschakelt, zie Pag.49 "Het apparaat aan-/uitzetten". 191
194 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan geen verbinding maken met de draadloze kaart. Zet de hoofdschakelaar uit en controleer vervolgens de kaart." Er wordt naar een "draadloze LAN-kaart" of "Bluetooth interfaceeenheid" verwezen met "draadloze kaart". "Kan geen verbinding maken met de Bluetoothinterface. Controleer de Bluetooth-interface." "Hardwarefout: Ethernetkaart" "Hardwarefout: HDD" "Hardwarefout: Parallel Interface" "Hardwarefout: USB" De draadloze LANkaart is niet geplaatst toen het apparaat werd ingeschakeld. De draadloze LANkaart is verwijderd nadat het apparaat was aangezet. De instellingen zijn niet bijgewerkt, hoewel de eenheid wel is waargenomen. De Bluetooth interfaceeenheid was geplaatst toen het apparaat aan stond. De Bluetooth interfaceeenheid werd verwijderd terwijl het apparaat aan stond. Er is een fout opgetreden in de Ethernet-interface. Er is een fout opgetreden in de harde schijf. Er is een fout opgetreden op de IEEE 1284 interfacekaart. Er is een fout opgetreden in de USB-interface. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de draadloze LANkaart correct is geplaatst. Zet vervolgens de hoofdstroomschakelaar weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de Bluetooth interfaceeenheid correct is geplaatst. Zet vervolgens de hoofdstroomschakelaar weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. 192
195 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Hardwarefout: Wireless kaart" Er wordt naar een "draadloze LAN-kaart" of "Bluetooth interfaceeenheid" verwezen met "draadloze kaart". "Hardwarefout: Wireless kaart" Er wordt naar een "draadloze LAN-kaart" of "Bluetooth interfaceeenheid" verwezen met "draadloze kaart". "Pp op in n. Plaats papier van volgend formaat en type. Om huidige taak te annuleren, druk op [Taak reset]." De n wordt vervangen door een cijfer. Er kan toegang tot de draadloze LAN-kaart verkregen worden, maar er is een fout gedetecteerd. De Bluetooth interfaceeenheid werd verbonden terwijl het apparaat aan stond. De Bluetooth interfaceeenheid werd verwijderd terwijl het apparaat aan stond. Het printerstuurprogrammainstellingen zijn incorrect, of de lade bevat niet het papier van het formaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de draadloze LANkaart correct is geplaatst. Zet vervolgens de hoofdstroomschakelaar weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de Bluetooth interfaceeenheid correct is geplaatst. Zet vervolgens de hoofdstroomschakelaar weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Controleer of de printerstuurprogramma-instellingen correct zijn en plaats dan het papierformaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd in de lade. Voor meer informatie over het wijzigen van het papierformaat, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. 193
196 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Lade komt niet overeen met form&type. Sel. nw lade/ gebr. onderst. frm.&type." "n ppfrm. niet overn Sel. nw lade/gebr. onderst. pap.form." (n staat voor de naam van een lade). "Probleem: Printerlettertype fout" "Problemen met draadloze board. Bel service. " Er wordt naar een "draadloze LAN-kaart" of "Bluetooth interfaceeenheid" verwezen met "draadloze board". "De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd." De printerstuurprogrammainstellingen zijn incorrect, of de lade bevat niet het papier van het formaat of type dat geselecteerd is in het printerstuurprogramma. Het formaat van het papier in de lade komt niet overeen met het opgegeven formaat in het printerstuurprogramma. Er is een fout opgetreden in de lettertype-instellingen. Het apparaat heeft een Bluetooth-fout gedetecteerd of kon geen Bluetooth interface-eenheid detecteren. Deze kan onjuist zijn geïnstalleerd. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u over de vereiste bevoegdheden beschikt. Controleer of de printerstuurprogrammainstellingen correct zijn en plaats dan het papierformaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd in de lade. Voor meer informatie over het wijzigen van het papierformaat, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. Selecteer de lade handmatig om verder te gaan met afdrukken of annuleer een afdruktaak. Voor details over het handmatig selecteren van een lade of annuleren van een afdruktaak, zie de handleiding Afdrukken. Selecteer een lade waarin papier zit dat van hetzelfde formaat is als het opgegeven papierformaat. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Controleer of de Bluetooth interfaceeenheid juist is geïnstalleerd of neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Om uw toegangsrechten voor opgeslagen documenten te controleren of een document te verwijderen waarvoor u geen rechten hebt, zie de Veiligheidshandleiding. 194
197 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Lade voor normale en tussenbladen kan niet dezelfde zijn ([Toewijzen]). Controleer de instelling." "Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist." "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." De geselecteerde lade voor andere pagina's is dezelfde als die voor tussenbladen. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Web Image Monitor. De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. Reset de taak. Zorg ervoor dat de door u geselecteerde lade voor tussenbladen geen papier aanvoert voor andere pagina's. Wacht totdat het bericht verdwenen is. Schakel de aan-/uitschakelaar niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bij te werken bestemmingen, kan er enige vertraging ontstaan voordat u verder kunt gaan. Terwijl dit bericht wordt weergegeven, kunt u het apparaat niet gebruiken. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. Meldingen tijdens het rechtstreeks afdrukken vanaf een memorystick Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan geen toegang tot het gespecificeerde geheugenapparaat krijgen." Het geheugenopslagapparaat wordt niet herkend. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger voor meer informatie over de aanbevolen geheugenopslagapparaten voor de rechtstreekse afdrukfunctie. USBflashgeheugen wat wordt beschermd door een wachtwoord of andere beveiligingsfuncties zal misschien niet goed functioneren. 195
198 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "De limiet voor totale gegevensgrootte van de gesel. bestanden is overschreden. Kan geen bestanden meer selecteren." Het geselecteerde bestand is groter dan 1 GB. De totale grootte van de geselecteerde bestanden is groter dan 1 GB. Bestanden of een groep bestanden die groter dan 1 GB zijn, kunnen niet worden afgedrukt. Selecteer de bestanden één voor één als de totale grootte van de geselecteerde bestanden de 1 GB overschrijdt. Gebruik de functie voor rechtstreeks afdrukken niet vanaf geheugenopslagapparaten (bijv. een memorystick) wanneer uw geselecteerde bestand groter is dan 1 GB. U kunt niet gelijktijdig meerdere bestanden met verschillende bestandsformaten selecteren. Overige meldingen Dit onderdeel beschrijft de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor foutberichten die worden afgedrukt in het foutenlogboek of in rapporten. Meldingen Oorzaken Oplossing "86: Fout" De parameters van de bedieningscode zijn onjuist. "91: Fout" Het afdrukken is geannuleerd door de automatische opdrachtannuleringsfunctie als gevolg van een opdrachtfout. "92: Fout" Afdrukken is geannuleerd, omdat [Taak reset] of de [Stop]-knop is geselecteerd op het bedieningspaneel van het apparaat. Controleer de afdrukinstellingen. Controleer of de gegevens geldig zijn. Voer, indien nodig, de afdrukopdracht nogmaals uit. 196
199 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "98: Fout" Het apparaat kan de harde schijf niet goed lezen. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht regelmatig verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. "Adresboek is momenteel in gebruik door een andere functie. Verificatie is mislukt. " "Er is een fout ontstaan met ongeaut. kopieerpreventie. Taak is geannuleerd." "Er is een fout ontstaan met ongeaut. kopieerpreventie. Taak is geannuleerd." "Autom. registratie van gebruikersinformatie is mislukt." Het apparaat is momenteel niet in staat om verificatie uit te voeren, omdat het Adresboek gebruikt wordt door een andere functie. U heeft geprobeerd een bestand op te slaan in de Documentserver terwijl [Voorkomen van onbevoegd kopiëren] was gekozen. Het veld [Voer gebruikerstekst in:] in het scherm [Patroondetails voor voorkomen van onbevoegd kopiëren] is leeg. Automatische registratie van informatie voor LDAPverificatie of Windowsverificatie is mislukt, omdat het Adresboek vol is. Wacht even en probeer het dan nogmaals. Alleen bij het gebruik van PCL 6 / PostScript 3 Selecteer in het printerstuurprogramma een andere taaksoort dan [Documentserver] in "Taaksoort:" of deselecteer [Voorkomen van onbevoegd kopiëren]. Alleen bij het gebruik van PCL 6 / PostScript 3 Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma klikt u op [Effecten] in "Menu:". Selecteer [Voorkomen van onbevoegd kopiëren] en klik vervolgens op [Details] om [Patroondetails voor voorkomen van onbevoegd kopiëren] weer te geven. Voer een tekst in bij [Voer gebruikerstekst in:]. Voor meer informatie over de automatische registratie van gebruikersinformatie, zie de Veiligheidshandleiding. 197
200 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan gegevens van dit formaat niet opslaan." "Classificatiecode is onjuist." "Classificatiecode is onjuist." Het papierformaat heeft de capaciteit van de Documentserver overschreden. De classificatiecode is niet ingevoerd of de classificatiecode is onjuist ingevoerd. De classificatiecode wordt niet ondersteund door het printerstuurprogramma. Verklein het papierformaat of het bestand dat u wilt verzenden tot een formaat dat de Documentserver kan opslaan. Op maat gemaakte bestanden kunnen worden verstuurd, maar niet achteraf worden opgeslagen. Voer de juiste classificatiecode in. Selecteer Optioneel voor de classificatiecode. Voor meer informatie over het opgeven van classificatiecode-instellingen zie de handleiding Afdrukken. "Sorteren is geannuleerd." Sorteren is geannuleerd. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. "Opdrachtfout" Een RCPS-opdrachtfout is opgetreden. Controleer of de communicatie tussen de computer en het apparaat correct werkt. Controleer of het juiste printerstuurprogramma wordt gebruikt. Controleer of het geheugen van het apparaat juist is ingesteld in het printerstuurprogramma. Controleer of het printerstuurprogramma de meest recente versie is. 198
201 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Fout gecomprimeerde gegevens." "Fout gegevensopslag." "Document server kan niet worden gebruikt. Kan niet opslaan." "Duplex is geannuleerd." De printer heeft corrupte gecomprimeerde gegevens ontdekt. U heeft geprobeerd een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdrukbestand af te drukken, of een bestand op te slaan in de Documentserver terwijl de harde schijf niet goed werkte. U kunt de Documentserverfunctie niet gebruiken. Dubbelzijdig afdrukken is geannuleerd. Controleer de verbinding tussen de computer en de printer. Controleer of het programma dat u heeft gebruikt voor het comprimeren van de gegevens correct werkt. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Neem contact op met uw beheerder voor details over de Documentserver-functie. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. Selecteer het juiste papierformaat voor de duplexfunctie. Voor meer informatie over papier, zie de handleiding Onderhoud en specificaties. Wijzig de instelling voor "2-zijdig toepassen" in [Systeeminstellingen] om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Zie voor meer informatie over het instellen van "2-zijdig toepassen" de handleiding Het apparaat aansluiten/ Systeeminstellingen. 199
202 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Er is een fout ontstaan." "Maximale capaciteit van de document server is overschreden. Kan niet opslaan." "Max.aantal bestanden van de document server is overschreden. Kan niet opslaan." "Maxi. aantal opgesl. best. om af te dr. voor tijdelijke / opgesl. taken is overschr." "Max. aantal pagina's overschreden (automatisch opslaan)" "Max.aantal pagina's van de document server is overschreden. Kan niet opslaan." Er is onder een fout opgetreden (bijv. syntaxfout, etc.). De harde schijf raakte vol nadat een bestand was opgeslagen. Het maximum aantal bestanden dat kan worden opgeslagen in de Documentserver is overschreden. Terwijl u een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk wilde afdrukken, werd de maximale bestandscapaciteit overschreden. Terwijl de opslagfunctie voor fouttaken wordt gebruikt om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdruktaken, werd de maximale bestandscapaciteit voor het opslaan van bestanden of het bestandsbeheer voor uitgestelde afdrukken (automatisch) overschreden. De maximale paginacapaciteit van de Documentserver is overschreden. Controleer of het PDF-bestand geldig is. Verwijder een aantal van de bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver of verklein het formaat dat u wilt verzenden. Verwijder een aantal bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verwijder uitgestelde afdrukbestanden die automatisch zijn opgeslagen of bestanden die u niet meer nodig heeft, uit het apparaat. Verwijder een aantal bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver of verminder het aantal pagina's dat u wilt verzenden. 200
203 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Maximum aantal af te drukken pagina's voor tijdelijke / opgeslagen taken is overschreden." "Het maximum aantal pagina's is overschreden. Het sorteren is niet voltooid. " "Max. aantal pagina's overschreden (automatisch opslaan)" "Max. geteld aantal per eenheid voor Afdrukvolumegebruik. De taak is geannuleerd. " "Verkrijgen van bestandssysteem mislukt." "Bestandssysteem is vol." De maximale paginacapaciteit werd overschreden tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. Het aantal pagina's overschrijdt het maximale aantal pagina's waarmee u Sorteren kunt gebruiken. Terwijl de opslagfunctie voor fouttaken wordt gebruikt om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdruktaken, werd de maximale paginacapaciteit overschreden. Het aantal pagina's dat de gebuiker mag afdrukken werd overschreden. Het rechtstreeks afdrukken van PDF-documenten kon niet worden uitgevoerd, omdat het bestandssysteem niet kon worden verkregen. PDF-documenten worden niet afgedrukt, omdat de capaciteit van het bestandssysteem vol is. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verminder het aantal af te drukken pagina's. Verminder het aantal af te drukken pagina's. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verminder het aantal af te drukken pagina's. Zie voor meer informatie over Afdr.volumegebr.bep., de Veiligheidshandleiding. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. Verwijder alle onnodige bestanden van de harde schijf of verminder de grootte van de bestanden die naar het apparaat worden verzonden. 201
204 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Harde schijf is vol." "Harde schijf is vol." "Harde schijf is vol (automatisch opslaan)" "I/O buffer overloop." De harde schijf is volgeraakt tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdrukbestand. Als u afdrukt met het PostScript 3- printerstuurprogramma, dan is de capaciteit van de harde schijf voor lettertypen en formulieren overschreden. De harde schijf is vol geraakt terwijl de opslagfunctie voor fouttaken werd gebruikt om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdrukbestanden. Er heeft een invoerbufferoverloop plaatsgevonden. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verminder de gegevensgrootte van de Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. Verwijder onnodige formulieren en lettertypen van het apparaat. Verwijder onnodige bestanden die op het apparaat zijn opgeslagen. Verminder de gegevensgrootte van tijdelijke afdrukbestanden en/of opgeslagen afdrukbestanden. Zet bij [Printereigensch.] onder [Systeem] [Gebruik van geheugen] op [Lettertype voorkeur]. Onder [Host interface] bij [Printereigensch.] selecteert u [I/O-buffer]. Vervolgens stelt u de maximale buffergrootte in op een hogere waarde. Verminder het aantal bestanden dat naar het apparaat wordt verzonden. 202
205 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Informatie voor gebruikersinformatie is reeds geregistreerd voor een andere gebruiker." "Onvoldoende geheugen" "Geheugen herstelfout" De gebruikersnaam voor LDAP-verificatie of Integratieserver-verificatie was al geregistreerd in een andere server met een andere ID. De gebruikersnaam is gedupliceerd door het wisselen van domeinen (servers), etc. Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Zie voor details over gebruikersverificatie de Veiligheidshandleiding. PCL 5e PCL 6 Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie. Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Raster] uit de lijst "Vector/Raster:". In sommige gevallen zal het lang duren voordat de afdruktaak voltooid is. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, vervang dan het RAMgeheugen. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger voor meer informatie over het vervangen van het RAM-geheugen. 203
206 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Geen reactie van server. Verificatie is mislukt." "Uitvoerlade is gewijzigd." "Printer overschrijdingsfout." "Afdrukprivileges zijn niet voor dit document ingesteld." "Ontvangen van gegev. is mislukt." "Het geselecteerde papiertype wordt niet ondersteund. Deze taak is geannuleerd." "Verzenden van gegev. is mislukt." "Afdruktaak is geannuleerd omdat ondervangen best. niet opgesl. konden worden: Max. geh. is overschr." Er is een time-out opgetreden bij het totstandbrengen van de verbinding voor LDAP verificatie of Windows verificatie. De uitvoerlade is gewijzigd, omdat het papierformaat van de gespecificeerde uitvoerlade beperkt is. De afbeeldingen zijn niet afgedrukt. Het PDF document dat u probeerde af te drukken heeft geen privileges voor afdrukken. Gegevensontvangst is gestopt. Job reset wordt automatisch uitgevoerd als het opgegeven papierformaat onjuist is. Het apparaat heeft van het printerstuurprogramma de opdracht gekregen om de verzending de stoppen. De harde schijf raakte vol nadat een bestand was opgeslagen. Controleer de status van de server. Specificeer de juiste uitvoerlade. PCL 5e Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie. Neem contact op met de eigenaar van het document. Verstuur de gegevens nogmaals. Geef het juiste papierformaat op en druk het bestand nogmaals af. Controleer of de computer goed werkt. Verwijder de bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver of verklein de bestandgrootte van het bestand dat verzonden moet worden. 204
207 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Afdruktaak is geannuleerd omdat ondervangen best. niet opgesl. konden worden: Max. aantal best. is overschreden." "Afdruktaak is geannul., omdat onderv. best. Niet opgesl konden worden: Max. pag. per best. overschr. " "Geselecteerde pap.type wordt niet ondersteund. Deze taak is geannuleerd." "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Deze bewerking is geannuleerd." Het maximum aantal bestanden dat kan worden opgeslagen in de Documentserver is overschreden. De maximale paginacapaciteit van de Documentserver is overschreden. Er wordt automatisch een Job reset uitgevoerd als het opgegeven papiertype verkeerd is. De ingevoerde Log-in gebruikersnaam of het ingevoerde Log-in wachtwoord is onjuist. Het is de ingelogde gebruiker niet toegestaan om de geselecteerde functie te gebruiken. De ingelogde gebruiker heeft geen toestemming om programma's te registreren of de instellingen van de papierlade(n) te wijzigen. Verwijder de bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver. Verwijder een aantal bestanden die zijn opgeslagen in de Documentserver of verminder het aantal pagina's dat u wilt verzenden. Geef het correcte papiertype op en druk het bestand vervolgens opnieuw af. Controleer of de Log-in gebruikersnaam en het Log-in wachtwoord correct zijn. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. 205
208 10. Problemen oplossen Meldingen tijdens het rechtstreeks afdrukken vanaf een memorystick Meldingen Oorzaken Oplossing "99: Fout" Deze gegevens kunnen niet afgedrukt worden. De opgegeven gegevens zijn corrupt of worden niet ondersteunt door de directe afdrukfunctie vanuit verwijderbare geheugenopslagapparatuur. Controleer of de gegevens geldig zijn. Voor meer informatie over de verschillende soorten gegevens die ondersteund worden door de directe afdrukfunctie vanuit verwijderbare geheugenopslagapparatuur, zie de handleiding Afdrukken. Als het afdrukken niet begint, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. De inhoud van fouten kan worden afgedrukt op de Configuratiepagina. Controleer de Configuratiepagina in combinatie met het foutenlogboek. Voor meer informatie over het afdrukken van de Configuratiepagina, zie de handleiding Afdrukken. Meldingen tijdens het gebruik van de scanner In dit gedeelte worden de meest waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor de foutberichten gegeven die verschijnen op het bedieningspaneel. Indien er een bericht verschijnt dat hier niet wordt beschreven, volg dan de aanwijzingen in het bericht. Meldingen Oorzaken Oplossing "Verificatie met de bestemming is mislukt. Controleer instellingen. Om de huidige status te controleren, druk op [Comm.status/afdrukken]." "Kan niet comm. met pc. Neem contact op met beheerder." De ingevoerde gebruikersnaam of het ingevoerde wachtwoord was ongeldig. WSD (Apparaat) protocol of WSD (Scanner) protocol is uitgeschakeld. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord correct zijn. Controleer of de ID en het wachtwoord voor de bestemmingsmap correct zijn. Een wachtwoord van 128 of meer tekens kan wellicht niet herkend worden. Voor meer informatie over het in- of uitschakelen van het WSD-protocol, zie de Veiligheidshandleiding. 206
209 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan origineelformaat niet detecteren. Selecteer scanformaat." "Kan geen verbinding maken met de bestemming. Controleer de instell. De ingevoerde padnaam is onjuist of de firewall- en beveil.instell blokkeren de netwerkverbinding. " Het formaat van het origineel op de glasplaat is geen standaardformaat. De naam of mapnaam van de bestemmingscomputer is ongeldig. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF het automatische detectieproces origineelformaat in. Til de ADF onder een hoek van 30 graden of meer op. Controleer of de computernaam en de mapnaam voor de bestemming correct zijn. 207
210 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan geen verbinding maken met de bestemming. Controleer de instell. De ingevoerde padnaam is onjuist of de firewall- en beveil.instell blokkeren de netwerkverbinding. " "Kan niet starten met scannen omdat de communicatie is mislukt." "Kan niet starten met scannen omdat de communicatie is mislukt." "Het scannen kan niet starten. Controleer de instelling(en) op de pc." Een antivirusprogramma of een firewall voorkomt dat het apparaat verbinding kan maken met uw computer. Het scanprofiel is niet ingesteld op de clientcomputer. De instelling [Geen actie ondernemen] is geselecteerd op de client computer, waardoor de computer van de client gedwongen inactief blijft wanneer er scangegevens ontvangen worden. Het Scanprofiel is misschien onjuist geconfigureerd. Antivirusprogramma's en firewalls kunnen voorkomen dat clientcomputers een verbinding maken met dit apparaat. Gebruikt u antivirussoftware, voeg het programma dan toe aan de uitzonderingenlijst in de toepassingsinstellingen. Raadpleeg de helpfunctie van de antivirussoftware voor meer informatie over het toevoegen van programma's aan de uitzonderingenlijst. Registreer het IP-adres van het apparaat in de IP-adres vrijstellingsinstellingen van het apparaat, om te voorkomen dat een firewall de verbinding blokkeert. Voor meer informatie over het vrijstellingsprocedure van een IP-adres, zie de helpfunctie van uw firewall. Stel het scanprofiel in. Voor meer informatie hierover zie de handleiding Scannen. Open de scannereigenschappen, klik op het tabblad [Gebeurtenissen] en selecteer vervolgens [Dit programma starten] als het antwoord van de computer op de ontvangst van scangegevens. Zie voor meer informatie de helpfunctie van uw besturingssysteem. Controleer de configuratie van het Scanprofiel. 208
211 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan niet schrijven naar het geheugenopslagapparaat. Controleer het geheugenopslagapparaat en de apparaatinstellingen." "Kan niet schrijven naar het geheugenopslagapparaat omdat er onvoldoende ruimte beschikbaar is." "Kan niet schrijven naar het geheugenopslagapparaat omdat het apparaat beschermd is tegen schrijven." Het geheugenopslagapparaat is defect of de bestandsnaam bevat een teken dat niet gebruikt kan worden. Het geheugenopslagappar aat is vol. De scangegevens kunnen niet opgeslagen worden. Zelfs wanneer het geheugenopslagappar aat voldoende ruimte lijkt te hebben, kunnen gegevens mogelijk niet opgeslagen worden wanneer het maximale aantal opgeslagen bestanden overschreden wordt. Het geheugenopslagapparaat is beschermd tegen schrijven. Controleer of het geheugenopslagapparaat defect is. Controleer het geheugenopslagapparaat. Mogelijk is het ongeformatteerd of het formaat is niet compatibel met dit apparaat. Controleer de bestandsnaam die werd ingesteld bij het scannen. Voor meer informatie over de tekens die in een bestandsnaam gebruikt kunnen worden, zie de handleiding Snel aan de slag. Vervang het geheugenopslagapparaat. Wanneer een document als een enkelzijdige pagina is gescand of verdeeld is over meerdere pagina's, worden gegevens in het geheugenopslagapparaat opgeslagen zoals deze zijn. Vervang het geheugenopslagapparaat en druk op [Opn. proberen] om de resterende gegevens op te slaan of druk op [Annuleren] om de scan opnieuw te doen. Schakel de schrijfbescherming op het geheugenapparaat uit. 209
212 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Verbinding met de LDAP server is mislukt. Controleer de serverstatus." "De gegevens konden niet verzonden worden, omdat er een computertime-out was voor ze verzonden werden." "Ingevoerde beschermingscode voor bestemming is onjuist. Voer opnieuw in. " Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. Er vond een time-out plaats bij het gebruik van de WSDscanner. Dit gebeurt wanneer er te veel tijd verstrijkt tussen het scannen van een origineel en het verzenden van de bijbehorende gegevens. Een time-out kan door het volgende veroorzaakt worden: Te veel originelen per set. Onjuist ingevoerde originelen. Verzenden van andere taken. De juiste beveiligingscode is niet ingevoerd. Probeer de bewerking opnieuw uit te voeren. Wordt het bericht nog steeds weergegeven, dan kan het zijn dat het netwerk overbezet is. Controleer of de juiste instellingen voor de LDAP-server worden weergegeven in [Beheerdertoepas.] van [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over de LDAP-server, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Reduceer het aantal originelen en voer de scan opnieuw uit. Verwijder het onjuist ingevoerde origineel en voer de scan opnieuw uit. Gebruik het Scannerlogboek om te controleren of er te verzenden taken zijn en voer het scannen vervolgens nogmaals uit. Zorg dat de beveiligingscode correct is en voer deze opnieuw in. Voor meer informatie over een beveiligingscode, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 210
213 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Ingevoerde gebruikerscode is niet juist. Voer opnieuw in." "Max. formaat overschreden. Verzenden van is geannuleerd. Controleer [Max. e- mailformaat] in scannereigenschappen. " "Max. aant. om weer te geven overschr.: n" De n wordt vervangen door een cijfer. "Max. gegevenscapaciteit overschr. Controleer scanresolutie en druk nogmaals op Start. " "Max. gegevenscapaciteit overschr. Contr. resol., plaats orig. opnw. " De n wordt vervangen door een cijfer. "Max.aant.alfanumerieke karakters voor het pad overschreden." U heeft een onjuiste gebruikerscode ingevoerd. De grootte van het bestand per pagina heeft de in [Scannereigenschappen] opgegeven maximale e- mailgrootte overschreden. Er zijn meer zoekresultaten dan het maximale aantal dat kan worden weergegeven. De gescande gegevens overschrijden de maximale gegevenscapaciteit. Het gescande origineel overschrijdt de maximale gegevenscapaciteit. Het maximale aantal op te geven alfanumerieke tekens in een pad is overschreden. Controleer de verificatie-instellingen en voer dan een correcte gebruikerscode in. Wijzig de instellingen van de [Scannereigenschappen] als volgt: Verhoog de limiet voor de grootte van s in [Max. form.]. Stel de instelling [ delen & verzenden] in op [Ja (per pagina)] of [Ja (per max. formaat)]. Voor meer informatie over deze instellingen, zie de handleiding Scannen. Voer de zoekopdracht opnieuw uit nadat u de zoekvoorwaarden heeft gewijzigd. Geef nogmaals de scangrootte en - resolutie op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Voor meer informatie over de instellingen voor de scanfunctie, zie de handleiding Scannen. Geef nogmaals de scangrootte en - resolutie op. Let erop dat het wellicht niet mogelijk is om zeer grote originelen met een hoge resolutie te scannen. Voor meer informatie over de instellingen voor de scanfunctie, zie de handleiding Scannen. Het maximale aantal tekens dat kan worden ingevoerd voor het pad is 256. Controleer het aantal tekens dat u heeft ingevoerd en voer het pad dan nogmaals in. 211
214 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Max. aant. alfanum. tekens is overschreden." "Overschrijdt het max. aantal bestanden dat tegelijkertijd kan worden verstuurd. Verminder aantal geselect. best." "Max. aantal bestanden dat tegelijk gebr. kan worden op de Document Server is overschreden." "Max. aantal pag. per best. overschr. Wilt u de gescande pagina's opslaan als 1 bestand?" "Max. aant. stand-by best. overschr. Prob. opnieuw nadat gegevensverz. is voltooid." "Max. aantal opgeslagen bestanden is overschreden. Kan gescande gegevens niet versturen, omdat het afvangen van bestanden niet beschikbaar is." Het maximale aantal in te voeren alfanumerieke tekens is overschreden. Het aantal bestanden overschrijdt het maximale mogelijke aantal. Het maximum aantal bestanden dat kan worden opgeslagen in de Documentserver is overschreden. Het bestand dat is opgeslagen heeft het maximum aantal pagina's voor één bestand overschreden. Het maximum aantal standby bestanden is overschreden. Er staan teveel bestanden in de wachtrij om te worden bezorgd. Zorg ervoor dat het maximale aantal tekens dat u wilt invoeren niet te groot is en voer het opnieuw in. Voor meer informatie over het maximum aantal tekens dat kan worden ingevoerd, zie de handleiding Scannen. Verminder het aantal bestanden en verzend ze opnieuw. Controleer de bestanden die door de andere functies zijn opgeslagen en verwijder vervolgens onnodige bestanden. Voor meer informatie over het verwijderen van bestanden zie de handleiding Kopiëren / Document Server. Geef aan of u de gegevens wilt opslaan of niet. Scan de pagina's die niet zijn gescand en sla ze als een nieuw bestand op. Voor meer informatie over het opslaan van bestanden, zie de handleiding Scannen. Er staan 100 bestanden in de verzendrij voor , Scannen naar map of bezorgingsfuncties. Wacht totdat deze bestanden zijn verzonden. Probeer het opnieuw nadat ze zijn bezorgd. 212
215 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Max.paginacap. per bestand overschr. Druk op [Verzend] om gescande gegev. te verst., of druk [Annuleren] om te verwijderen." "Max. paginacapaciteit per bestand overschreden. Druk op [Schrijven] om de gescande gegevens naar het geheugenopslagapparaat te schrijven of druk op [Annuleren} om te verwijderen." "Max. aantal bestanden om op te slaan overschreden. Verwijder alle onnodige bestanden. " "Tijdlim. zoeken naar LDAP server overschr. Contr. serverstatus." "LDAP server verificatie is mislukt. Controleer de instellingen." Het aantal gescande pagina's overschrijdt de maximale paginacapaciteit. De scan kon niet voltooid worden, omdat het maximale aantal pagina's dat door dit apparaat gescand kan worden, overschreden werd tijdens het schrijven naar het geheugenopslagapparaat. Er staan teveel bestanden in de wachtrij om te worden bezorgd. Er is een netwerkfout opgetreden en de verbinding is mislukt. De gebruikersnaam en het wachtwoord zijn anders dan degene die voor LDAPverificatie zijn ingesteld. Selecteer of u de gegevens wilt verzenden die al zijn gescand. Verminder het aantal documenten dat u naar het geheugenopslagapparaat wilt schrijven en probeer het opnieuw. Probeer het opnieuw nadat ze zijn bezorgd. Probeer de bewerking opnieuw uit te voeren. Wordt het bericht nog steeds weergegeven, dan kan het zijn dat het netwerk overbezet is. Controleer of de juiste instellingen voor de LDAP-server worden weergegeven in [Beheerdertoepas.] van [Systeeminstellingen]. Voor meer informatie over de LDAP-server, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Voor meer informatie over LDAPverificatie, zie de Veiligheidshandleiding. 213
216 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Geheugenapparaat fout opgetreden. Controleer het geheugenapparaat. " "Geheugen is vol. Kan niet scannen. Gescande gegev. zullen worden verwijderd. " "Geheugen is vol. Wilt u het gescande bestand opslaan?" "Het geheugen is vol. Druk op [Schrijven] om de huidige gescande gegevens naar het geheugenopslagapparaat te schrijven, of druk op [Annuleren] om te verwijderen." Er wordt een medium gebruikt waarop niet geschreven kan worden. Omdat er onvoldoende harde schijfruimte was, kon de eerste pagina niet worden gescand. Omdat er voor opslag in de Documentserver onvoldoende vrije ruimte was op de harde schijf in het apparaat, kon een aantal pagina's niet worden gescand. De scan kon niet voltooid worden, omdat er te weinig geheugen beschikbaar was op de harde schijf tijdens het opslaan op het geheugenopslagapparaat. Gebruik een ander medium. Wacht even en probeer de scanbewerking dan opnieuw. Verklein het scangebied of verminder de scanresolutie. Voor meer informatie over het wijzigen van het scangebied en de scanresolutie, zie de handleiding Scannen. Verwijder onnodige opgeslagen bestanden. Voor meer informatie over het verwijderen van opgeslagen bestanden, zie de handleiding Scannen. Geef op of u de gegevens wilt gebruiken of niet. Selecteer of u het gescande document wel of niet wilt opslaan op het geheugenopslagapparaat. 214
217 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Het geheugen is vol. Het scannen is geannuleerd. Druk op [Verzenden] om gesc. geg. te verz., of druk op [Annuleren] om te verwijderen" "Geheugenopslagapparaat niet gedetecteerd. Voer het apparaat in." "Geen papier. Plts pap. van één van volg. form." "Orig. gescand voor andere functie " "Uitvoer buffer is vol. Verzending is geannuleerd. Probeer het later nog eens. " " adres voor SMTPverificatie en beheerders adres komen niet overeen." Omdat er onvoldoende vrije ruimte was op de harde schijf in het apparaat voor bezorging of verzending van tijdens opslag in de Documentserver, kon een aantal pagina's niet worden gescand. Er is geen geheugenopslagapparaat geplaatst. Er is geen papier ingesteld in de opgegeven papierlade. Een functie van het apparaat (niet de scannerfunctie) wordt gebruikt als de kopieerfunctie. Er staan teveel taken in stand-by status en het verzenden is geannuleerd. Het SMTP-verificatie e- mailadres en het e- mailadres van de beheerder komen niet overeen. Geef op of u de gegevens wilt gebruiken of niet. Plaats een geheugenopslagapparaat of controleer of het geheugenopslagapparaat juist geplaatst is de mediasleuf. Plaats papier met de formaten die in het bericht worden weergegeven. Voor meer informatie over het plaatsen van papier, zie de handleiding Papierspecificaties en papier bijvullen. Annuleer de taak die momenteel wordt verwerkt. Druk bijvoorbeeld op [Afsluiten] en vervolgens op de [Home]-knop. Druk vervolgens op het pictogram [Kopieerapparaat] in het [Home]-scherm en druk vervolgens op de [Stop]-knop. Volg de instructies om de taak te annuleren wanneer het bericht op het scherm wordt weergegeven. Probeer opnieuw te verzenden nadat het verzenden van de taken in de stand-by status is voltooid. Voor meer informatie over het instellen van SMTP-verificatie, zie de handleidng Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. 215
218 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Scannerjournaal vol. Kan gegev. niet verz. Verw. scannerjournaals in scannereig. " "Het geselect. bestand is momenteel in gebruik. De bestandsnaam kan niet gewijzigd worden." "Het geselect. bestand is momenteel in gebruik. Het wachtwoord kan niet gewijzigd worden." "Geselect. bestand is momenteel in gebruik. Gebr.naam kan niet gewijzigd worden." "Sommige bestemmingen kunnen geen gecodeerde bestanden ontvangen. Verzenden naar deze bestemmingen is mogelijk onveilig. " "Afdr. & verw. Scanlogboek" in [Scannereigensch.] is ingesteld op [Niet afdr: Verz. uitschak.] en het scanlogboek is vol. U kunt de naam niet wijzigen van een bestand met de status "Wacht op verz. geg... " of van een bestand dat is bewerkt met DeskTopBinder. U kunt het wachtwoord niet wijzigen van een bestand met de status "Wacht op verz. geg... " of van een bestand dat is bewerkt met DeskTopBinder. U kunt de naam niet wijzigen van een afzender wiens status "Wacht op verz. geg... " is of die is bewerkt met DeskTopBinder. Als u meerdere bestemmingen hebt geselecteerd, waaronder bestemmingen waarvoor geen codering werd geconfigureerd, dan zal de die naar die bestemmingen wordt verzonden, niet gecodeerd zijn, zelfs niet als u codering hebt opgegeven. Druk het scanlogboek af of verwijder het. Voor meer informatie over het afdrukken of verwijderen van het scannerjournaal, zie de handleiding Scannen. Annuleer de verzending ("Wacht op verz. geg... " status gewist) of de DeskTopBinder-instelling en wijzig vervolgens de bestandsnaam. Annuleer de verzending ("Wacht op verz. geg... " status gewist) of de DeskTopBinder-instelling en wijzig vervolgens het wachtwoord. Annuleer de verzending ("Wacht op verz. geg... " status gewist) of de DeskTopBinder-instelling en wijzig vervolgens de gebruikersnaam. Met Web Image Monitor kunt u de instellingen voor bestandscodering controleren voor alle bestemmingen. 216
219 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Sommige bestemm. ontvangen autom. gecodeerde bestanden. Alle bestanden verzonden naar deze bestemmingen worden automatisch gecodeerd. " "Bevat enkele ongeldige bestemmingen. Wilt u alleen geldige bestemmingen selecteren?" "Sommige geselect. best. zijn momenteel in gebruik. Ze kunnen niet verwijderd worden. " "Sommige pagina's zijn bijna geheel blanco. Druk op Stop om te annuleren. " Als u meerdere bestemmingen hebt geselecteerd, waaronder bestemmingen waarvoor codering werd geconfigureerd, dan zal de die naar die bestemmingen wordt verzonden, automatisch worden gecodeerd. De opgegeven groep bevat een aantal e- mailbestemmingen en Scan to Folder-bestemmingen. Deze zijn beide niet compatibel met de opgegeven verzendingsmethode. U kunt geen bestand verwijderen dat in de wachtrij staat voor verzending (de "Wacht op verz. geg... " status wordt weergegeven) of waarvan de informatie is gewijzigd met DeskTopBinder. De eerste pagina van het document is bijna blanco. Met Web Image Monitor kunt u de instellingen voor bestandscodering controleren voor alle bestemmingen. Druk op [Selecteren] in het bericht dat na iedere verzending verschijnt. Annuleer de verzending ("Wacht op verz. geg... " status gewist) of de DeskTopBinder-instelling en verwijder vervolgens het bestand. De blanco zijde van het origineel is mogelijk gescand. Controleer of u uw originelen juist geplaatst heeft. 217
220 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "De ingevoerde bestandsnaam bevat ongedlge tekens. Voer de bestandsnaam weer in met gebruik van de volgende 1- bit tekens. " 0 tot 9 ", " A tot Z ", " a tot z ", ". - "" "Het aantal bestemmingen dat tegelijk handmatig ingevoerd kan worden, wordt hierboven getoond." "Het aantal bestemmingen dat tegelijkertijd gespecificeerd kan worden, wordt hierboven getoond." "De geselect. best. bevat best. zonder toegangsprivileges. Alleen best. met toegangspriv. zullen worden verwijderd." "Verzending is mislukt. Onvoldoende geheugen op harde schijf bestemming. Om huidige status te controleren, druk op [Comm.status/afdrukken]. " De bestandsnaam bevat een teken dat niet gebruikt kan worden. De heeft teveel bestemmingen. De heeft teveel bestemmingen. U heeft geprobeerd bestanden te verwijderen zonder dat u over de vereiste bevoegdheden beschikt. Verzending is mislukt. Er was niet genoeg vrije ruimte op de harde schijf van de SMTP-server, FTP-server of clientcomputer op de bestemming. Controleer de bestandsnaam die werd opgegeven bij het scannen. Voor meer informatie over de tekens die in bestandsnamen gebruikt kunnen worden, zie de handleiding Snel aan de slag. Controleer de bestandsnaam die werd opgegeven bij het scannen. In de functie 'Scanbestanden naar mappen verzenden', mag de opgegeven bestandsnaam de volgende tekens niet bevatten: \ / : *? " < > De bestandnaam kan niet beginnen of eindigen met een punt (.). Splits de bestemmingen op in twee of meer groepen. Splits de bestemmingen op in twee of meer groepen. Om uw toegangsrechten voor opgeslagen documenten te controleren of een document te verwijderen waarvoor u geen rechten hebt, zie de Veiligheidshandleiding. Wijs voldoende ruimte toe. 218
221 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Verzending is mislukt. Om huidige status te controleren, druk op [Comm.status/ afdrukken]. " "Bijwerken bestemmingslijst mislukt. Opnieuw proberen?" Terwijl er een bestand werd verzonden, is er een netwerkfout opgetreden en kon het bestand niet correct verzonden worden. Er is een netwerkfout opgetreden. Wanneer het bericht opnieuw verschijnt nadat u opnieuw hebt gescand, kan de oorzaak een gemengd netwerk zijn of anders doordat netwerkinstellingen gewijzigd werden tijdens een WSD scanoverdracht. Neem voor meer informatie over netwerkfouten contact op met uw beheerder. Controleer of de server is aangesloten. Antivirusprogramma's en firewalls kunnen voorkomen dat clientcomputers een verbinding maken met dit apparaat. Gebruikt u antivirussoftware, voeg het programma dan toe aan de uitzonderingenlijst in de toepassingsinstellingen. Raadpleeg de helpfunctie van de antivirussoftware voor meer informatie over het toevoegen van programma's aan de uitzonderingenlijst. Registreer het IP-adres van het apparaat in de IP-adres vrijstellingsinstellingen van het apparaat, om te voorkomen dat een firewall de verbinding blokkeert. Voor meer informatie over het vrijstellingsprocedure van een IP-adres, zie de helpfunctie van uw firewall. 219
222 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist." "Bestemmingslijst wordt bijgewerkt... Een ogenblik geduld a.u.b. Geselecteerde bestemmingen en/of namen zijn gewist." "U heeft niet de privileges om deze functie te gebruiken." "Max. gegevenscapaciteit overschreden. Controleer scanresolutie en ratio en druk nogmaals op Start. " "Het formaat van gescande gegevens is te klein. Controleer scanresolutie en druk nogmaals op Start. " "De afbeelding wordt niet helemaal gescand." Een opgegeven bestemming of afzendernaam is gewist toen de bestemmingslijst in de bezorgingsserver werd bijgewerkt. De bestemmingslijst wordt bijgewerkt vanuit het netwerk met Web Image Monitor. De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de geselecteerde functie te gebruiken. De te scannen gegevens zijn te groot voor de ratio die opgegeven is in [Specif. formaat]. De te scannen gegevens zijn te klein voor de ratio die opgegeven is in [Specif. formaat]. Als de schaalfactor bij "Reproductieratio" te groot is, kan een deel van de afbeelding verloren gaan. Geef de bestemming of de afzendernaam opnieuw op. Wacht totdat het bericht verdwenen is. Schakel de aan-/uitschakelaar niet uit terwijl dit bericht wordt weergegeven. Afhankelijk van het aantal bij te werken bestemmingen, kan er enige vertraging ontstaan voordat u verder kunt gaan. Terwijl dit bericht wordt weergegeven, kunt u het apparaat niet gebruiken. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. Verminder de resolutie of de waarde bij [Specif. formaat] en probeer het origineel vervolgens opnieuw te scannen. Geef een hogere resolutie of een groter formaat op bij [Specif. formaat] en probeer het origineel vervolgens opnieuw te scannen. Verminder de schaalfactor bij "Reproductieratio" en probeer het origineel vervolgens opnieuw te scannen. Als de afbeelding niet volledig moet worden weergegeven, drukt u op de [Start]-knop om het scannen te starten met de huidige schaalfactor. 220
223 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "De afbeelding wordt niet helemaal gescand." "Controleer de richting van het origineel." "Het apparaatcertificaat van de digitale handtekening is verlopen. Het bestand kan niet verzonden worden." "Bestemming kan niet geselect. worden, omdat het apparaatcertificaat PDF digitale handtekening niet geldig is." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "Het apparaatcertificaat van de digitale handtekening is niet geldig. Het bestand kan niet verzonden worden. " Wanneer u "Reproductieratio" gebruikt om de schaal van een groot document te verkleinen, kan een deel van de afbeelding verloren gaan. Afhankelijk van een combinatie van items, zoals de opgegeven schaalfactor en het documentformaat, kunnen documenten soms niet worden gescand. Het apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) is verlopen. Het apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) is verlopen. Er is geen apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) of het certificaat is ongeldig. Geef een groot formaat op bij [Specif. formaat] en probeer het origineel vervolgens opnieuw te scannen. Als de afbeelding niet volledig moet worden weergegeven, drukt u op de [Start]-knop om het scannen te starten met de huidige schaalfactor. Wijzig de richting van het origineel en probeer het origineel vervolgens opnieuw te scannen. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. 221
224 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "De bestemming kan niet geselecteerd worden, omdat het apparaatcertificaat van de digitale handtekening nu niet geldig is." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "De bestemming kan niet geselecteerd worden, omdat er een probleem is met het apparaatcertificaat gebruikt voor de S/MIMEhandtekening. Controleer het apparaatcertificaat. " XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "XXX kan niet YYY, omdat het apparaatcertificaat gebruikt voor S/MIMEondertekening niet geldig is." XXX en YYY geven aan welke actie de gebruiker moet ondernemen. "De verzending kan niet uitgevoerd worden, omdat het certificaat gebruikt voor de S/MIME-handtekening niet geldig is." "De bestemming kan niet geselecteerd worden, omdat het coderingscertificaat nu niet geldig is." Er is geen apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) of het certificaat is ongeldig. Er is geen apparaatcertificaat (S/ MIME) of het certificaat is ongeldig. Het apparaatcertificaat (S/ MIME) is verlopen. Het apparaatcertificaat (S/ MIME) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (PDF met digitale handtekening), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (S/MIME) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (S/MIME) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw apparaatcertificaat (S/MIME) geïnstalleerd worden. Voor meer informatie over de installatie van een apparaatcertificaat (S/MIME), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. 222
225 Wanneer er meldingen op het bedieningspaneel worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "De groepsbestemming kan niet geselecteerd worden, omdat die een bestemming bevat met een coderingscertificaat dat nu niet geldig is." "Verzending kan niet uitgevoerd worden, omdat het coderingscertificaat nu niet geldig is." Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat) is verlopen. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. Er moet een nieuw gebruikerscertificaat geïnstalleerd worden. Voor details over het gebruikerscertificaat (bestemmingscertificaat), zie de Veiligheidshandleiding. 223
226 10. Problemen oplossen Wanneer meldingen op uw computerscherm worden weergegeven Meldingen tijdens het gebruik van de scanner In dit gedeelte worden de meest waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen beschreven voor de meest gangbare foutberichten die worden weergegeven op de clientcomputer wanneer het TWAIN-stuurprogramma wordt gebruikt. Indien er een bericht verschijnt dat hier niet wordt beschreven, volg dan de aanwijzingen in het bericht. Meldingen Oorzaken Oplossing "Log-in gebruikersnaam, Log-in wachtwoord of Driver coderingstoets is onjuist." "Authentificatie is succesvol. De toegangsprivileges voor de scannerfunctie zijn geweigerd." "Bel de service-dienst Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger." "Kan geen scanmodi meer toevoegen." "Kan geen verbinding maken met de scanner. Controleer de instellingen voor het toegangsmasker van het netwerk in Gebruikersinstellingen." De ingevoerde Log-in gebr.nm, Log-in wachtw of Driver cod.sl. is ongeldig. De aangemelde gebruiker is niet gemachtigd om de scannerfunctie te gebruiken. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Het maximale aantal registreerbare scanmodi is overschreden. Er is een toegangsmasker ingesteld. Controleer uw Log-in gebr.nm, Log-in wachtw of Driver cod.sl. en voer deze juist in. Voor meer informatie over de Log-in gebruikersnaam en het Log-in wachtwoord en Driver cod.sl., zie de Veiligheidshandleiding. Voor meer informatie over het toekennen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Het maximale aantal modi dat kan worden opgeslagen is 100. Verwijder onnodige modi. Neem voor meer informatie over het toegangsmasker contact op met uw beheerder. 224
227 Wanneer meldingen op uw computerscherm worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Kan het papierformaat van het origineel niet detecteren. Specificeer het scanformaat. " "Kan scanner "XXX", die voor de vorige scan is gebruikt, niet vinden. "YYY" wordt daarvoor in de plaats gebruikt." "XXX" en "YYY" geven scannernamen aan. "Kan scanner "XXX", die voor de vorige scan is gebruikt, niet vinden. "YYY" wordt daarvoor in de plaats gebruikt." "XXX" en "YYY" geven scannernamen aan. "Kan geen scangebieden meer opnemen." Het geplaatste origineel is niet goed geplaatst. De hoofdstroomschakelaar van de eerder gebruikte scanner staat niet op "Aan". Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Het maximale aantal registreerbare scangebieden is overschreden. Plaats het origineel op de juiste manier. Geef het scanformaat op. Wanneer u een origineel direct op de glasplaat plaatst, dan schakelt het optillen/laten zakken van de ADF het automatische detectieproces origineelformaat in. Til de ADF onder een hoek van 30 graden of meer op. Controleer of de hoofdstroomschakelaar van de scanner die voor de vorige scan is gebruikt, is ingeschakeld. Controleer of de eerder gebruikte scanner correct op het netwerk is aangesloten. Annuleer de persoonlijke firewall van de clientcomputer. Voor meer informatie, zie Windows Help. Gebruik een toepassing zoals telnet om te zorgen dat SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het protocol van het apparaat. Voor meer informatie over hoe u dit controleert, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Selecteer de scanner die voor de vorige scan gebruikt is. Het maximale aantal scangebieden dat kan worden opgeslagen is 100. Verwijder onnodige scangebieden. 225
228 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Verwijder onjuiste invoer in ADF." "Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden." "Er is een fout opgetreden in de scanner." "Er is een fout opgetreden in de scanner." "Er is een fatale fout opgetreden in de scanner." Er is een papierstoring opgetreden in de ADF. Er is een communicatiefout op het netwerk opgetreden. Er is een fout opgetreden in het stuurprogramma. De in de toepassing opgegeven scanvoorwaarden hebben het instelbereik van het apparaat overschreden. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Verwijder vastgelopen originelen en plaats ze opnieuw. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie de handleiding Problemen oplossen. Als het papier vastloopt, verwijdert u de vastgelopen originelen. Controleer of de originelen geschikt zijn om te worden gescand door het apparaat. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Controleer of de netwerkkabel correct op de clientcomputer is aangesloten. Controleer of de Ethernetkaart van de clientcomputer correct wordt herkend door Windows. Controleer of de clientcomputer het TCP/IP-protocol kan gebruiken. Controleer of de scaninstellingen die met de toepassing zijn gemaakt, het instelbereik van het apparaat overschrijden. Er is een onherstelbare fout opgetreden in het apparaat. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. 226
229 Wanneer meldingen op uw computerscherm worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "Onvoldoende geheugen. Sluit alle andere programma's en scan opnieuw." "Onvoldoende geheugen. Maak het scangebied kleiner." "Ongeldige Winsock-versie. Gebruik versie 1.1 of hoger." "Er is geen Gebruikerscode geregistreerd. Neem contact op met uw systeembeheerder." Het geheugen is ontoereikend. Het scannergeheugen is ontoereikend. U gebruikt een ongeldige versie van Winsock. Toegang is beperkt met gebruikerscodes. Sluit alle onnodige toepassingen die worden uitgevoerd op de clientcomputer. Maak installatie van het TWAINstuurprogramma ongedaan en installeer het opnieuw nadat u de computer opnieuw heeft opgestart. Reset het scanformaat. Verlaag de resolutie. Stel in zonder compressie. Zie de helpfunctie van het TWAINstuurprogramma voor meer informatie over de instellingen. Het probleem kan ook veroorzaakt worden door het volgende: Het scannen kan niet worden uitgevoerd als er grote waarden zijn ingesteld voor helderheid bij gebruik van halftone-resolutie of een hoge resolutie. Voor meer informatie over de relatie tussen scaninstellingen, zie de handleiding Scannen. Als het papier vastloopt, kunt u een origineel mogelijk niet scannen. Verwijder vastgelopen papier en scan het origineel opnieuw. Installeer het besturingssysteem van de computer of kopieer Winsock van de cd-rom van het besturingssysteem. Voor meer informatie over Gebruikerscodeverificatie, zie de Veiligheidshandleiding. 227
230 10. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing "Geen reactie van de scanner." "Geen reactie van de scanner." "Scanner is in gebruik voor een andere functie. Een ogenblik geduld." "Scanner is niet beschikbaar in het gespecificeerde apparaat." "De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner." Het apparaat of de clientcomputer is niet correct op het netwerk aangesloten. Het netwerk is bezet. Een functie van het apparaat (niet de scannerfunctie) wordt gebruikt als de kopieerfunctie. De TWAIN-scannerfunctie kan niet worden gebruikt op dit apparaat. De hoofdschakelaar van het apparaat staat uit. Controleer of het apparaat of de clientcomputer correct op het netwerk is aangesloten. Schakel de persoonlijke firewall van de clientcomputer uit. Zie de Windows helpfunctie voor meer informatie over firewalls. Wacht even en probeer dan opnieuw een verbinding tot stand te brengen. Wacht even en probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen. Annuleer de taak die momenteel wordt verwerkt. Druk bijvoorbeeld op [Afsluiten] en vervolgens op de [Home]-knop. Druk vervolgens op het pictogram [Kopieerapparaat] in het [Home]- scherm en druk vervolgens op de [Stop]-knop. Volg de instructies om de taak te annuleren wanneer het bericht op het scherm wordt weergegeven. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Zet de hoofdstroomschakelaar aan. 228
231 Wanneer meldingen op uw computerscherm worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing "De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner." "De scanner is niet beschikbaar. Controleer de verbinding van de scanner." "Scanner is niet gereed. Controleer de scanner en de opties." "Deze naam wordt al gebruikt. Controleer de geregistreerde namen." Het apparaat is niet correct op het netwerk aangesloten. Netwerkcommunicatie is niet beschikbaar omdat het IPadres van het apparaat niet kan worden verkregen van de hostnaam. Als alleen "IPv6" is ingesteld op [Actief], kan het IPv6-adres mogelijk niet worden verkregen. De klep van de ADF staat open. U heeft geprobeerd een naam te registreren die al wordt gebruikt. Controleer of het apparaat correct op het netwerk is aangesloten. Deselecteer de persoonlijke firewallfunctie van de clientcomputer. Voor meer informatie, zie Windows Help. Gebruik een toepassing zoals telnet om te zorgen dat SNMPv1 of SNMPv2 is ingesteld als het protocol van het apparaat. Voor meer informatie over hoe u dit controleert, zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen. Controleer of de hostnaam van het apparaat is opgegeven in de Netwerkverbindingstool. Controleer voor het WIAstuurprogramma het tabblad [Netwerk] in de eigenschappen. Gebruik Web Image Monitor om "LLMNR" van "IPv6" in te stellen op [Actief]. In Windows XP kunnen IPv6- adressen niet worden verkregen van de hostnaam. Geef het IPv6- adres van het apparaat op in de Netwerkverbindingstool. Controleer of de afdekplaat van de ADF gesloten is. Gebruik een andere naam. 229
232 Problemen oplossen
233 11. Bijlage In dit hoofdstuk worden de handelsmerken beschreven. Handelsmerken Adobe, Acrobat, PostScript, PostScript 3 en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Het woordmerk en logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en ieder gebruik van dergelijke merken door Ricoh Company, Ltd. is onder licentie. Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corp. in de Verenigde Staten en/of in andere landen. SD en het SD-logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. De eigennamen van de Windows-besturingssystemen zijn: De productnamen van Windows XP zijn als volgt: Microsoft Windows XP Professional Microsoft Windows XP Home Edition Microsoft Windows XP Media Center Edition Microsoft Windows XP Tablet PC Edition De productnamen van Windows 7 zijn als volgt: Microsoft Windows 7 Home Premium Microsoft Windows 7 Professional Microsoft Windows 7 Ultimate Microsoft Windows 7 Enterprise Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken. Schermafbeeldingen van Microsoft-producten zijn afgedrukt met toestemming van Microsoft Corporation. 231
234 Bijlage
235 INDEX E 2-zijdig afdrukken zijdig Combineren A Aangepast papierformaat ADF...8, 27, 32, 54 Adresboek... 11, 79, 80, 106, 108, 109, 112, 113 Automatisch vergroten/verkleinen Automatisch verkleinen/vergroten Automatische documentinvoer...8, 30, 32, 54 Automatische documentinvoer (ADF) Automatische documenttoevoer...27 B Basispunt Bedieningspaneel...28, 30, 34 Bestandstype Bestemmingen registreren...11 Beveiligde afdruk...15, 96 Beveiligingsfuncties C Combineren... 9, 14, 66 Cijfertoetsen D De stroom inschakelen De stroom uitschakelen Digitale fax...17 Dik papier , 145 Direct verzenden...82, 83 Display Document Server Documenten omzetten in elektronische formaten Documentserver...10, 16, 88, 89, 119, 121 Dubbelzijdig papier Dubbelzijdig papier plaatsen Duplex...14, 63 Duplex kopie...9 Duplexkopie adres , 113, 114 bestemming...112, 113, 114 Een document opslaan Een gedeelde map maken Een opgeslagen bestand controleren Een verzending annuleren... 84, 85 Eenvoudige weergave-knop Eigenschappen printerstuurprogramma Enkelzijdig combineren...67 Enter-knop...35 Envelop...72 Enveloppen Externe opties...32, 33 F Fax op afstand...21 Faxbestemming... 79, 80 Faxontvangst-indicator Foutmelding...167, 171, 190, 191, 196, 206, 224 Functieknoppen G Gebruikerscodeverificatie Gebruikersinstellingen-knop...35 Gebruikersinstellingen/Teller-knop...35 Gebruikte toner Gedeelde map Gegevens opslaan Gegevensbeveiligingseenheid kopiëren...25 Geheugen , 190 Geheugenverzending...77, 78 Glasplaat...28, 30, 53, 54 Glasplaatklep...27, 32 H Handelsmerk Handinvoer...29, 31, 129 Handinvoerlade Hoe werken de handleidingen...6 Home-scherm...13, 38, 39 Hoofdstroomschakelaar... 28, 30,
236 I Indicatielampje Indicatielampje Communiceren Indicatielampje Hoofdstroom...35 Indicatielampje Inkomende gegevens...36 Indicatielampje mediatoegang Inloggen op het apparaat Interne lade , 30 Interne lade , 33 Internetfax Inzoomen IP-Fax...19 K Knop Energiespaarstand Knop Home...34 Knop Inloggen...35 Knop Inloggen/Uitloggen...35 Knop programmeren...34 Knop Uitloggen Kopieerapparaat...57 Kopieerrichting L LAN-fax...9, 17 Logboek M Mapbestemming , 108, 109, 110 Mediasleuven Melding.. 159, 167, 171, 190, 191, 196, 206, 224 N Namen van belangrijkste onderdelen... 8 Normaal afdrukken...95 O OHP-transparant Onbevoegd kopiëren voorkomen Onderste papierlade... 28, 32, 33 Onderste papierlades...31 Ontvangen documenten opslaan Opgeslagen afdruk... 15, 100, 101 Opgeslagen documenten verzenden...89 Opties...32 Originelen plaatsen... 53, 54 Originelen vergroten...59 Originelen verkleinen...59 P Paneel rechtsonder... 29, 31 Papier besparen... 9 Papier met vaste afdrukrichting Papier met vaste afdrukrichting plaatsen Papier plaatsen...127, 129 Papier van aangepast formaat...71 Papiercapaciteit Papierdikte Papierformaat , 138 Papierformaat handinvoer...131, 132 Papierformaat voor handinvoer Papiergeleiders... 29, 31 Papiergewicht Papierlade... 28, 31, 127 Papierloze fax...9 Papiertype Parallelle verbinding PCL...93 Pictogram... 38, 39, 40 Pieptoon Printer...95 Probleem Programma...44, 46 Programmeren Programmeren als standaardinstelling R Rechterklep onderste papierlade... 29, 31 Rechterpaneel... 29, 31 Regio A...7 Regio B... 7 Reset-knop S Scanbestanden opslaan Scannen naar , 111 Scannen naar map... 22, 103 Scherm Informatie
237 SMB-map , 108, 109 Snelinstallatie Snelkoppeling (pictogram)...38, 39, 40 Snelkoppelingspictogram...12 Sorteren...14, 74, 75 Specifieke modelinformatie... 7 Standaard afdrukken Start-knop...35 Status controleren (knop) Status controleren (scherm) Status controleren-knop Statusmelding Stop-knop...35 Symbolen... 6 T Taal...37 Taal van het display Telefoonhoorn Teller-knop Testafdruk...15 Toner...149, 151 U Uitgesteld verzenden Uitgestelde afdruk...15, 98 Uitloggen op het apparaat...52 V Ventilatiegaten... 28, 29, 30, 31 Verificatiescherm Verkleinen/vergroten instellen...59 Verlengstuk...28, 29, 31 Vertrouwelijk bestand-indicator Verzendinstellingen Voorklep... 28, 30 Voorkomen dat informatie uitlekt W Wanneer de toner op raakt Web Image Monitor...24, 123, 125 Wissen-knop
238 MEMO 236 NL NL D
239 2012
240 NL NL D
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Voor informatie die
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Voor
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing
Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en inkt bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Faxen Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Faxen Afdrukken Scannen Documentserver Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Voor
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Informatie die niet in deze
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Fax Afdrukken Scannen Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Bijlage Informatie die niet in deze handleidingstaat,
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen
Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen
DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Document Server Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie
Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm
Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u doen met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Afdrukken Scannen Documentserver Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Voor informatie die niet
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Kopiëren Faxen Afdrukken Scannen Documentserver Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Voor
Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
Laser-MFP Naslagkaart Kopiëren Snel kopiëren documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats plaatst, moet u de papiergeleiders
Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel
Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?
Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.
Naslagkaart Bezig met kopiëren Een kopie maken 1 Plaats een origineel document in de ADF-lade of op de glasplaat. Opmerking: Zorg ervoor dat het papierformaat van het origineel en de uitvoer hetzelfde
Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI
Kopiëren...5. Kopieën maken...5. Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren en...7. Voorbereiden op het per verzenden...
Naslagkaart Inhoudsopgave Kopiëren...5 Kopieën maken...5 Snel kopiëren...5 Kopiëren via de ADF...5 Kopiëren via de glasplaat...5 Taakonderbreking...6 Een kopieertaak annuleren...6 Een kopieertaak annuleren
Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel
Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Scanbestanden per e-mail verzenden Scanbestanden verzenden via scan-to-folder Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen
Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de Instel-tool Zendfunctie kunt gebruiken om de machine in te stellen voor het scannen van documenten als e-mails (Verzenden naar e-mail)
FAX Option Type 3030. Faxhandleiding <Basis functies> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3030 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfaxfuncties gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Afdrukken Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie die niet in deze handleiding staat,
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP. Naslaggids M575
LASERJET ENTERPRISE COLOR FLOW MFP Naslaggids M575 Een opgeslagen taak afdrukken Volg de onderstaande procedure om een taak af te drukken die in het apparaatgeheugen is opgeslagen. 1. Raak in het beginscherm
Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen
Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer...3 Opmerkingen...3 Taken die u kunt uitvoeren op de Website met
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1
Handleiding met informatie
Handleiding met informatie Pagina 1 van 1 Handleiding met informatie Er is een groot aantal handleidingen beschikbaar om u te helpen de MFP en de functies ervan te begrijpen. Met behulp van deze pagina
FAX Option Type 3045. Faxhandleiding <Basisfuncties> Gebruiksaanwijzing
FAX Option Type 3045 Gebruiksaanwijzing Faxhandleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag Faxen Internetfax-functies gebruiken Programmeren Probleemoplossing Lees deze handleiding aandachtig door voordat
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW
AirPrint handleiding DCP-J562DW MFC-J480DW MFC-J680DW MFC-J880DW Voordat u uw Brother-machine gebruikt Definities van opmerkingen Handelsmerken Belangrijke opmerking Definities van opmerkingen In deze
Software-installatiehandleiding
Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
Installatiehandleiding MF-stuurprogramma
Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze gids wordt uitgelegd hoe u de functies Verzenden naar e-mail en Opslaan in gedeelde map kunt instellen met behulp van de Instel-tool Zendfunctie en hoe u kunt controleren
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Wat kunt u met dit apparaat? Snel aan de slag Web Image Monitor Papier en toner bijvullen Problemen oplossen Apparaatinformatie Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt
Kopiëren. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer
Kopiëren Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige kopieertaken op pagina 3-2 Kopieeropties aanpassen op pagina 3-3 Basisinstellingen op pagina 3-4 Afbeeldingsaanpassingen op pagina 3-9 Aanpassingen aan de positie
Bedieningspaneel. Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Xerox ConnectKey 2.0-technologie
Xerox ConnectKey.0-technologie Bedieningspaneel Beschikbare functies kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige
Bedieningspaneel. Xerox AltaLink C8030/C8035/C8045/C8055/C8070 Multifunctionele kleurenprinter
Bedieningspaneel Beschikbare apps kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Voor meer informatie over apps en functies raadpleegt u de Handleiding voor de gebruiker. 5 9 8 7 6 0 5 6 7 8 9
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden versturen met scan-to-folder Scanbestanden bezorgen Het apparaat gebruiken als een TWAIN-compatibele
Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix
Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint
Installatiehandleiding software
Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
LASERJET PRO 200 COLOR MFP. Naslaggids M276
LASERJET PRO 200 COLOR MFP Naslaggids M276 Kopieerkwaliteit optimaliseren De volgende instellingen voor kopieerkwaliteit zijn beschikbaar: Aut. selectie: Gebruik deze instelling als u de kwaliteit van
Speciale afdrukmethoden en - materialen
Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten
Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Zo voorkomt u dat een afbeelding wordt bijgesneden.
Pagina 1 van 5 Snel kopiëren 1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF-lade of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Opmerkingen:
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Snel aan de slag Afdrukken Problemen oplossen Aanvullen en vervangen van verbruiksartikelen Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden
Eenvoudige afdruktaken
Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 Wanneer het apparaat niet functioneert zoals gewenst Problemen oplossen bij gebruik van de kopieerfunctie Problemen oplossen bij gebruik van de Printerfunctie
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Het versturen van een scanbestand per e-mail Scanbestanden naar mappen verzenden Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen
Handleiding Google Cloud Print
Handleiding Google Cloud Print Informatie over Google Cloud Print Afdrukken met Google Cloud Print Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2
Het wachtwoord, het e-mailadres en de contactpersoon registreren
Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een plek waar u deze altijd kan raadplegen. TOT DE MAXIMALE MATE DIE DOOR DE VAN
Handleiding documentarchivering
MODEL: MX-2300N MX-2700N Handleiding documentarchivering INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING.................... 2 MET HET APPARAAT MEEGELEVERDE HANDLEIDINGEN......................... 2 DOCUMENTARCHIVERING
NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT
NETWERKHANDLEIDING Afdruklogboek op netwerk opslaan Versie 0 DUT Definities van opmerkingen Overal in deze handleiding gebruiken we de volgende aanduiding: Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde
Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer
Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Webservices gebruiken om op het netwerk te scannen (Windows Vista SP2 of recenter, Windows 7 en Windows 8)
Webservices gebruiken om op het netwerk te scannen (Windows Vista SP2 of recenter, Windows 7 en Windows 8) Met het Webservices-protocol kunnen gebruikers van Windows Vista (SP2 of recenter), Windows 7
Problemen oplossen. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Problemen oplossen 1 2 3 4 5 6 7 8 Het apparaat functioneert niet naar wens Probleemoplossing bij gebruik van de kopieerfunctie Probleemoplossing bij gebruik van de faxfunctie Probleemoplossing
Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel
Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het
Welkom bij de Picture Package Producer 2
Handleiding voor Picture Package Producer2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren
Voor gebruikers van de Ricoh Smart Device Connector: Het apparaat configureren INHOUDSOPGAVE 1. Voor alle gebruikers Inleiding...3 Hoe werkt deze handleiding?...3 Handelsmerken...4 Wat is Ricoh Smart
Uw gebruiksaanwijzing. SHARP MX-6240N/MX-7040N/MX-FR36U http://nl.yourpdfguides.com/dref/5390097
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor SHARP MX-6240N/MX-7040N/MX- FR36U. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie,
Scannen. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer
Scannen Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige scantaken op pagina 4-2 Het scannerstuurprogramma installeren op pagina 4-4 Scanopties aanpassen op pagina 4-5 Afbeeldingen ophalen op pagina 4-11 Bestanden en scanopties
