Malmberg s-hertogenbosch

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Malmberg s-hertogenbosch"

Transcriptie

1

2 Auteurs Leswijzers Ingrid Berkers Sacha van der Veen Eindredactie en auteurs Methodewijzer Tjalling Brouwer Dorine de Kruyf Han Wossink Malmberg s-hertogenbosch

3 Realisatie Projectgroep Malmberg b.v. Artikelnummer Eerste druk, eerste oplage Malmberg, s-hertogenbosch Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j het Besluit van 20 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. De uitgever heeft getracht alle rechthebbenden te achterhalen. Indien iemand meent als rechthebbende in aanmerking te komen, kan hij of zij zich tot de uitgever wenden.

4 Inhoudsopgave Inleiding 5 1 Goed technisch leesonderwijs Het belang van goed technisch leesonderwijs Kenmerken Goed technisch leesonderwijs met Lekker Lezen 7 2 De organisatie van Lekker Lezen Indeling in drie leesgroepen Inroosteren van Lekker Lezen Jaarindeling en verwervingsperiodes Streefdoelen leesniveaus 10 3 De materialen van Lekker Lezen Overzicht De leerlingmaterialen nader bekeken 12 De leesboeken 12 De werkboeken (en antwoordenboeken) 13 De instructielessen 14 De leeskaarten 14 De picto s 14 De luister-cd s 15 Het computerprogramma De materialen voor de leerkracht 17 De Leswijzer 17 Het computerprogramma Hoe verloopt een les 18 Didactische uitgangspunten 18 De basisles 18 De herhalingsles 19 De instructieles 19 Tips voor het werken met leesmaatjes 20 4 Aan de slag met Lekker Lezen; AVI M3 t/m E Start periode 1, thema Start periode 1, thema Start periode 2, thema Start periode 2, thema Start periode 3, thema Start periode 3, thema Aan de slag met Lekker Lezen; AVI 1 t/m Start periode 1, thema Start periode 1, thema Start periode 2, thema Start periode 2, thema Start periode 3, thema Start periode 3, thema

5 6 Bijzondere situaties Het oprolmodel Kinderen die AVI-uit zijn Leesgroep Vrij lezen 37 7 Lekker lezen in de bovenbouw Extra instructie en begeleide oefening voor risicolezers Onderhoud van het technisch lezen 39 8 Lekker lezen in combinatiegroepen Een voorbeeld voor combinatiegroep 4/ Een voorbeeld voor combinatiegroep 4/5/6 42 Gebruikte literatuur 44 Bijlage 1 Didactische uitgangspunten en didactische werkvormen 45 Bijlage 2 De thema s van Lekker Lezen 47 Bijlage 3 Relatie met kerndoelen en tussendoelen 48 Bijlage 4 Doelenoverzicht Lekker Lezen 49 Kopieerblad 1 Indelingsformulier leesgroepen 51 Kopieerblad 2 Indelingsformulier voor combinatiegroep van twee groepen 52 Kopieerblad 3 Indelingsformulier voor combinatiegroep van drie groepen 53 Kopieerblad 4 Registratieblad vorderingen per kind 54 Kopieerblad 5 Registratieblad leeskaarten 55 In de leesboeken staan beide AVI-logo s, dit betekent dat het AVI-niveau zowel door het KPC als door het Cito officieel is vastgesteld. Basispakket = niveau 2 t/m 9, ofwel AVI E3 t/m AVI E6 (AVI 2 t/m AVI 9). Uitbreidingspakket = niveau 1 t/m 5, ofwel AVI M3 t/m AVI E4 (AVI 1 t/m AVI 5). Bovenbouwpakket = niveau 6 t/m 10, ofwel AVI M5 t/m AVI E7 (AVI 6 t/m AVI 9+). AVInieuw AVIoud M3 1 1 E3 2 2 M4 3 3 M4 4 4 E4 5 5 M5 6 6 E5 7 7 M6 8 8 E6 9 9 M7 E7 niveau Lekker Lezen titels basispakket uitbreidingspakket bovenbouwpakket Hier woon ik Pim pel paars Boe! Knie en teen, knie en teen Feest! Spoor 3 Later word ik beroemd Niks om aan te trekken Ga 2 plaatsen vooruit Ik zie de bui al hangen Pleisters plakken Nijlpaardenpoep Pssst Inpakken en wegwezen Grmbl!! Het laatste nieuws! Door dik en dun Roestige spijkers Papier hier! Vindingrijk Ingeblikt Geen drop of pindakaas Retteketet Brandend zand Aangespoeld Broodje aap Nattigheid Knarsende tandwielen Ik wil winnen! Geld komt uit de muur Onder de grond - Nog één en nog één en 4

6 Inleiding Lekker Lezen is een methode voor technisch lezen, waarbij alle kinderen vanaf groep 4 op hun eigen leesniveau kunnen oefenen. Lekker Lezen is gericht op het vergroten van de technische leesvaardigheid, binnen een betekenisvolle en motiverende leesaanpak. De voor Lekker Lezen ontwikkelde boeken zijn thematisch van opzet. Bij het kiezen van thema s en teksten is niet alleen rekening gehouden met het technisch leesniveau, maar ook met het belevingsniveau en de verschillende leesinteresses van kinderen. Alle boeken dus ook die op de laagste niveaus bevatten zowel verhalende als informatieve teksten. Door de eenvoudige organisatie kunnen verschillende leesgroepen op hetzelfde moment snel aan de slag, zodat de roostertijd voor lezen ook daadwerkelijk aan lezen besteed wordt. Lekker Lezen kent een effectieve en efficiënte didactiek waardoor de kinderen snel vooruitgang boeken. Kinderen merken ook zelf dat zij vooruitgaan; ook dit bevordert de leesmotivatie. Kinderen met een positieve leesattitude zullen, ook buiten de instructielessen om, eerder naar een boek grijpen en zodoende meer leeskilometers maken. Hiervoor moet sowieso ook tijd gereserveerd worden op het rooster; vrij lezen is naast technisch lezen een belangrijk onderdeel van het leesonderwijs. Lekker lezen is zowel geschikt voor scholen die met de AVI-niveaus van het Cito (AVI M3 t/m AVI E7) als met de AVI-niveaus van het KPC werken (AVI 1 t/m 9). In deze Methodewijzer wordt waar nodig naar beide AVI-niveaus verwezen. De indeling van groepen verloopt iets anders; daarom zijn hier twee verschillende hoofdstukken voor, afhankelijk van met welke toets en welke AVI-indeling de school werkt. 1 Goed technisch leesonderwijs 1.1 Het belang van goed technisch leesonderwijs Technisch lezen is geen doel op zich. Bij lezen gaat het om het kunnen begrijpen van een tekst, waarbij je leest om informatie uit een tekst te halen of om van een tekst te genieten. Goed technisch kunnen lezen is daarbij een essentiële voorwaarde. Onderzoek laat zien dat scholen een grote rol spelen in het leren lezen van kinderen. De verschillen in prestaties bij technisch lezen zijn tussen scholen en groepen vaak groot. Verschillen die niet zozeer verklaard kunnen worden op basis van de achtergrond of de intelligentie van de leerlingen, maar veeleer door het leesonderwijs van de school of groep. Kinderen met een zwakke technische leesvaardigheid ondervinden daarvan vaak grote problemen bij andere vakken. Ze hebben nogal eens problemen met het lezen van teksten in de taalmethode of in het begrijpend leesboek. Daarnaast is het voor hen vaak lastig om teksten in de zaakvakmethoden te lezen en te begrijpen. Kinderen bij wie de ontwikkeling van de leestechniek langzaam verloopt of zelfs stagneert, profiteren derhalve over het algemeen weinig van het totale onderwijsaanbod. Wanneer kinderen niet goed leren lezen komen ze al snel in een negatieve spiraal terecht: ze merken op school en daarbuiten vrijwel voortdurend dat ze moeite hebben met lezen, raken gedemotiveerd en proberen het lezen daar waar mogelijk te vermijden. Hierdoor oefenen ze veel minder dan leeftijdsgenoten bij wie het lezen wel vlot verloopt. Dit leidt opnieuw tot slechte prestaties, demotivatie, enzovoort. Goed technisch leesonderwijs voorkomt dat kinderen in een dergelijke negatieve spiraal terechtkomen. Dit leesonderwijs leidt tot merkbaar betere leesprestaties en is gericht op een positieve leesattitude van kinderen. Dan pas kan er ook echt sprake zijn van lekker lezen! 5

7 1.2 Kenmerken Er is op basis van onderzoek inmiddels veel bekend over goed technisch leesonderwijs. Het is efficiënt en effectief, het leidt tot zichtbare resultaten en tot een positieve leesattitude van kinderen. Goed technisch leesonderwijs ziet er als volgt uit: Zwakke lezers krijgen meer oefen- en instructietijd. Zij blijken veel behoefte te hebben aan expliciete instructie van een leerkracht, aan voor- en nadoen. Daarnaast blijkt dat zwakke lezers in vergelijking met gemiddelde of goede lezers niet zozeer baat hebben bij een andere aanpak, maar dat ze vooral meer oefentijd nodig hebben. Er wordt voldoende tijd voor lezen ingeroosterd. Naast begrijpend lezen, individueel lezen en leesbevordering staat vanaf groep 4 ook technisch lezen op het rooster. In de groepen 4 t/m 6 wordt meer tijd ingeroosterd voor technisch lezen dan in de groepen 7 en 8. Ook in de hogere groepen is er nog aandacht voor het onderhouden van de technische leesvaardigheid. Er wordt efficiënt gebruikgemaakt van de oefenen instructietijd. Deze oefentijd wordt ingezet voor het lezen zelf en niet voor andere tijdrovende, inhoudelijke of organisatorische activiteiten die niet gericht zijn op het lezen. De zuivere leestijd is in efficiënt leesonderwijs optimaal. In goed technisch leesonderwijs vindt veel herhaling plaats. Er wordt vaak gedacht dat kinderen het saai vinden om een tekst herhaald te lezen. Het blijkt echter dat kinderen dit herhaald lezen juist leuk vinden omdat ze merken dat ze daardoor vooruitgang boeken. De kinderen krijgen oefenstof en instructie op hun niveau, maar er wordt niet gewerkt met vaste niveaugroepen. Het werken met gefixeerde niveaugroepen die langdurig bij elkaar zitten, werkt vooral negatief voor zwakke lezers. In goed leesonderwijs kunnen kinderen die een snellere leesontwikkeling doormaken, snel doorstromen naar een hoger niveau. Op schoolniveau zijn er duidelijke minimumdoelen per leerjaar geformuleerd. De school en leerkrachten hebben hoge verwachtingen van hun leerlingen en weten dat de kwaliteit van het leesonderwijs cruciaal is voor het bereiken van de gestelde doelen. Binnen het technisch leesonderwijs is er sprake van een duidelijke en compacte instructie op woord-, zins- en tekstniveau. Bij technisch lezen wordt uitgegaan van de tekst als betekenisvolle start. Deze tekst dient als een anker voor de oefenstof op woord-, zins- en tekstniveau. De kinderen krijgen boeken die niet alleen afgestemd zijn op hun instructieniveau, maar ook op hun interesses en hun belevingsniveau. In goed technisch leesonderwijs lezen de kinderen zowel verhalende als informatieve teksten. Zwakke lezers blijken nogal eens een voorkeur te hebben voor het lezen van informatieve teksten. Goed onderwijs houdt hier rekening mee en biedt kinderen ook bij het technisch leesonderwijs niet alleen verhalende, maar ook informatieve teksten aan. 6

8 1.3 Goed technisch leesonderwijs met Lekker Lezen Inhoudelijke kenmerken De organisatie van Lekker Lezen is zodanig dat de zwakste lezers de meeste instructietijd krijgen. Kinderen op de hogere niveaus krijgen minder instructie op hun eigen niveau. Deze kinderen gaan ook met weinig instructie vooruit, mits ze voldoende leesmeters maken en de juiste teksten aangeboden krijgen. Lekker Lezen biedt kinderen motiverende (omkeer)boeken die niet alleen afgestemd zijn op hun technisch leesniveau, maar ook op hun belevingsniveau. Ieder omkeerboek heeft twee thema s. Ieder thema bestaat uit vijftien teksten, waarvan drie keuzeteksten. Elk thema, ook die op de lagere niveaus, bevat zowel verhalende als informatieve teksten. Na zes weken krijgen de kinderen een nieuw thema. Door deze spreiding van thema s en tekstsoorten, kan optimaal aangesloten worden bij de verschillende interesses van kinderen. De teksten van Lekker Lezen vormen een betekenisvolle start voor de instructielessen. De teksten worden door de leerkracht of op de computer of luister-cd voorgelezen. Hierna volgt instructie en oefeningen op woord- en zinsniveau die aansluiten bij de leesmoeilijkheden uit de voorgelezen tekst. Nadat de kinderen de oefeningen onder leiding van de leerkracht, met de computer of zelfstandig gemaakt hebben, wordt weer afgesloten met het lezen van de tekst. In Lekker Lezen is veel aandacht voor het herhaald lezen van teksten, waardoor kinderen de gelegenheid krijgen om de aangeboden leesmoeilijkheden binnen een betekenisvolle context verder in te oefenen. Zodoende wordt het steeds nauwkeuriger en vlotter lezen van teksten ook voor zwakke lezers mogelijk. Lekker Lezen biedt duidelijke streefdoelen, zodat ook voor de zwakste lezers gestreefd wordt naar voldoende voortgang in een leerjaar. Gemiddeld gaan kinderen na twaalf weken naar een volgend niveau. Dit betekent dat zij op jaarbasis drie niveaus omhooggaan. Hierdoor bereiken kinderen, gemiddeld genomen, medio groep 6 AVI E6. Voor kinderen die zich langzamer dan gemiddeld ontwikkelen is er voor AVI M3 t/m E4, een extra thema met bijbehorende instructielessen beschikbaar. Zij krijgen hierdoor meer oefentijd op hun eigen niveau, met dezelfde aanpak. Kinderen die na drie thema s nog op eenzelfde niveau zouden zitten, worden daarna mee opgerold naar een hoger niveau. Langer oefenen op hetzelfde niveau is namelijk weinig zinvol en uitdagend, de leesmoeilijkheden van dat niveau komen ook in het hogere niveau op zins- en tekstniveau weer aan bod. Hierdoor blijven kinderen niet te lang in eenzelfde AVI-niveau hangen. Voor vertraagde lezers en voor het onderhoud in de bovenbouw is er een aanvullend pakket met boeken en materiaal op AVI M5 t/m E7 waarbij het belevingsniveau afgestemd is op kinderen van de drie hoogste groepen van het basis- of speciaal (basis)onderwijs. Vertraagde lezers krijgen hiermee de mogelijkheid om toch het minimumniveau van functionele geletterdheid (E6) te behalen. Voor de andere kinderen ligt in de bovenbouw het accent op het onderhouden van de leesvaardigheid: nauwkeurig en vlot lezen met aandacht voor de leesbeleving. Organisatorische kenmerken Lekker Lezen heeft een overzichtelijk organisatiemodel, zodat er geen tijd verloren gaat aan organisatorische zaken en de beschikbare roostertijd optimaal besteed kan worden aan het leesonderwijs. Lekker Lezen heeft een compacte handleiding. De handleiding in de vorm van de Malmberg Leswijzer bestaat uit deze Methodewijzer met achtergrondinformatie en aparte katernen per thema, waarin de lesbeschrijvingen opgenomen zijn. Deze lesbeschrijvingen zijn in een oogopslag duidelijk. Iedere leerkracht, ook de invaller, kan er direct mee aan de slag. Kinderen die zelfstandig werken, kunnen ook daadwerkelijk zelfstandig aan de slag. De opdrachten in de werkboekjes voor de kinderen uit de instructiegroepen en de leeskaarten voor de betere lezers, bevatten duidelijke picto s zodat de kinderen weten wat er van hen verwacht wordt. Het computerprogramma kan kinderen ondersteunen die moeite hebben met zelfstandig werken of extra instructie nodig hebben tijdens het zelfstandig werken. 7

9 2 De organisatie van Lekker Lezen 2.1 Indeling in drie leesgroepen De organisatie van Lekker Lezen is eenvoudig. U werkt in uw klas met drie leesgroepen: leesgroep 1 bestaat uit kinderen die lezen op het laagste niveau; leesgroep 2 bestaat uit kinderen die lezen op het een na laagste niveau; leesgroep 3 bestaat uit de kinderen die lezen op hogere niveaus. De indeling in leesgroepen baseert u op de toetsresultaten. Het beheersingsniveau is het hoogste niveau waarop de kinderen nog een voldoende scoren. Het instructieniveau ligt één niveau hoger dan het beheersingsniveau. Instructie in leesgroep 1 en 2 wordt gegeven op instructieniveau. In leesgroep 3 krijgen de kinderen gezamenlijk instructie op de leesmoeilijkheden, en werken ze zelfstandig op hun eigen instructieniveau, dus op verschillende AVI-niveaus. Voorbeeld Een leerkracht die werkt met de AVI-niveaus van het Cito *) in groep 4 heeft 26 kinderen. In september lezen: zes kinderen op beheersingsniveau AVI M3; vijf kinderen op beheersingsniveau AVI E3; acht kinderen op beheersingsniveau AVI M4; vier kinderen op beheersingsniveau AVI E4; twee kinderen op beheersingsniveau AVI M5; één kind op beheersingsniveau AVI M6; De leerkracht maakt de volgende indeling: De zes kinderen met beheersingsniveau AVI M3 vormen leesgroep 1. Zij krijgen instructie en oefenen op AVI E3-niveau. De vijf kinderen met beheersingsniveau AVI E3 vormen leesgroep 2. Zij krijgen instructie en gaan oefenen op AVI M4-niveau. De overige vijftien kinderen vormen leesgroep 3. Zij krijgen gezamenlijk instructie op leesmoeilijkheden en gaan zelfstandig oefenen op hun eigen instructieniveau. In schema AVI (B) Aantal kinderen leesgroep M3 6 1 E3 E3 5 2 M4 M4 8 3 E4 E4 4 3 M5 M5 2 3 E5 E5 M6 M6 1 3 E6 B = beheersingsniveau I = instructieniveau Oefenen op AVI (I) *) Hoe deze groep ingedeeld wordt als de leerkracht werkt met de AVIniveaus van het KPC, ziet u in hoofdstuk 5. 8

10 2.2 Inroosteren van Lekker Lezen U roostert vier lessen per week in voor Lekker Lezen. Iedere les duurt 30 minuten. In onderstaand schema ziet u precies welke materialen de kinderen nodig hebben bij iedere les, en welke kinderen u die dag instructie geeft. De kinderen uit leesgroep 1, de zwakste lezers, geeft u tweemaal per week instructie en begeleide inoefening met behulp van leesboek en werkboek. De andere twee lessen maken ze zelfstandig een herhalingsles en (bij voorkeur) een extra oefenles op de computer. Als u geen of onvoldoende computers heeft, kunnen de kinderen werken met de leeskaarten op beheersingsniveau of leesmeters maken in een leesboek naar keuze. Leesgroep 2, de groep met het één na laagste AVI-niveau, krijgt eenmaal per week instructie en begeleide oefening uit leesboek en werkboek. De andere lessen werken ze zelfstandig; tweemaal uit leesboek en werkboek, met hulp van de computer of met de luister-cd. De vierde les is ook voor hen een extra oefenles met de computer ingeroosterd, of als alternatief werken met leeskaarten op beheersingsniveau of vrij lezen in een boek naar keuze. Leesgroep 3, waarin kinderen zitten met uiteenlopende hogere AVI-niveaus, krijgt eenmaal per week gezamenlijk instructie en oefening over leesmoeilijkheden. U gebruikt hiervoor de instructielessen. In deze les werken deze kinderen dus samen op één niveau. De andere lessen werken de kinderen zelfstandig, ieder op hun eigen niveau. Ze werken tweemaal met de leeskaarten en leesboeken, eventueel ondersteund door de computer of de luister-cd s. De vierde les is voor hen bij voorkeur een les waarin ze een boek naar keuze mogen lezen, onafhankelijk van het niveau van dat boek. Dit overzicht staat aan de binnenkant van iedere Leswijzer, zodat u altijd in een oogopslag kunt nakijken welke kinderen met welke materialen aan de slag gaan. Leesgroep 1 (werkt op instructieniveau) WEEKSCHEMA DAG 1 DAG 2 DAG 3 DAG 4 Basisles* Herhalingsles Basisles leesboek werkboek leesboek werkboek leesboek werkboek Extra oefenen of Leeskaarten of vrij lezen computerprogramma of leesboek lagere AVI leeskaart lagere AVI schrift Leesgroep 2 (werkt op instructieniveau) Extra oefenen of Leeskaarten of vrij lezen computerprogramma of leesboek lagere AVI leeskaart lagere AVI schrift Basisles* leesboek werkboek Herhalingsles leesboek werkboek Basisles leesboek werkboek luister-cd of computerprogramma Leesgroep 3 (kinderen werken ieder op eigen instructieniveau) Leeskaarten* leesboek leeskaart schrift luister-cd of computerprogramma Leeskaarten leesboek leeskaart schrift luister-cd of computerprogramma Vrij lezen of extra oefenen boek naar keuze of computerprogramma Instructieles instructielessen Lekker vlot lezen handleiding * Dit is de eerste les van een nieuw thema. Deze leesgroep krijgt instructie Deze leesgroep werkt zelfstandig 9

11 2.3 Jaarindeling en verwervingsperiodes PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Een schooljaar heeft gemiddeld 40 schoolweken. Lekker Lezen gaat ervan uit dat een kind zes thema s per jaar doorwerkt en daarmee 3 AVI-niveaus per jaar stijgt. Dit vergt 36 weken, zodat dit ruimschoots binnen een schooljaar gerealiseerd kan worden. Normaal gesproken doet een kind ongeveer weken over het bereiken van een volgend niveau (gemiddelde verwervingsperiode). Uitgaande van een programma voor 36 weken, zijn er drie verwervingsperiodes per jaar. Voor kinderen die zich langzamer dan gemiddeld ontwikkelen is er een extra thema met bijbehorende instructielessen beschikbaar in het uitbreidingspakket. Zij krijgen hiermee meer oefentijd op hun eigen niveau, en kunnen dezelfde aanpak blijven volgen. Dit is effectiever dan met andere materialen remediërend werken. Kinderen die na drie thema s nog op eenzelfde niveau zouden zitten, worden daarna mee opgerold naar een hoger niveau. Langer oefenen op hetzelfde niveau is namelijk weinig zinvol en uitdagend. De leesmoeilijkheden van dit niveau komen ook in het hogere niveau op zins- en tekstniveau weer aan bod, hierdoor blijven kinderen niet te lang in eenzelfde niveau hangen. 2.4 Streefdoelen leesniveaus De ontwikkeling van technische leesvaardigheid gaat snel in de onder- en middenbouw, en vlakt af in de bovenbouw van de basisschool. Het stellen van hoge doelen leidt tot betere resultaten. Dit geldt voor zwakke leerlingen, maar ook voor de gemiddelde en betere lezers. Met Lekker Lezen werkt ieder kind op zijn eigen niveau en kan zo optimale vorderingen maken. Ervaringen op de scholen die al met Lekker Lezen werken, laten zien dat de voortgang in de middenbouw gemiddeld 3 niveaus per jaar is. Er zijn natuurlijk ook kinderen die meer tijd nodig hebben om een volgend AVI-niveau te bereiken. Ook voor deze kinderen is het echter belangrijk om duidelijke doelen te stellen. En vooral voor hen valt ook in de bovenbouw nog veel voortgang te behalen als ook daar gestructureerd met de materialen van Lekker Lezen gewerkt wordt. Juist omdat zij dan nog steeds gericht instructie kunnen krijgen en veel blijven oefenen, wordt ook voor hen het niveau van functionele geletterdheid haalbaar. Het einddoel van het technisch lezen op de basisschool is beheersing van AVI-niveau Plus. Niveau AVI E6 geldt als het minimale niveau van functionele geletterdheid. Uit het normeringsonderzoek van het Cito blijkt dat momenteel 10% van alle leerlingen dit niveau E6 niet bereikt, en de basisschool met minder dan functionele geletterdheid verlaat. Dit onderzoek deelt de kinderen in in 3 groepen: 25% goede lezers (de leerlingen die een A-score behalen op de toetsen Technisch lezen) 50% gemiddelde lezers (de leerlingen met B- en C-scores) 25% zwakke lezers (de leerlingen met D- en E-scores) Op grond van dit onderzoek kan een tabel opgesteld worden waarin de ontwikkeling van de technische leesvaardigheid weergegeven wordt. Voor gemiddelde leerlingen valt deze ontwikkeling binnen de volgende marges. groep 4 groep 5 groep 6 groep 7 groep 8 januari AVI M4 E5 AVI M5 E6 AVI M6 - Plus AVI M7 - Plus AVI Plus juni AVI E4 M6 AVI E5 E7 AVI E6 - Plus AVI E7 - Plus Tabel: ontwikkeling van technische leesvaardigheid van gemiddelde lezers. 10

12 Ook binnen de groep gemiddelde lezers kunnen de beheersingsniveaus dus aanzienlijk uiteenlopen. Met Lekker Lezen kunnen al deze kinderen vanaf hun eigen niveau vooruitgang boeken. Lekker Lezen werkt met drie periodes van 12 weken per jaar, waardoor de voortgang zelfs sneller kan zijn. De verdeling van de leesboeken over de jaargroepen ziet er voor een gemiddelde lezer als volgt uit: groep 4 groep 5 groep 6 groep 7 groep 8 periode 1 AVI M4 leesboek 3 AVI M5 leesboek 6 AVI E6 leesboek 9 periode 2 AVI M4 leesboek 4 AVI E5 leesboek 7 periode 3 AVI E4 leesboek 5 AVI M6 leesboek 8 onderhoud/ vrij lezen onderhoud/ vrij lezen onderhoud technisch lezen; keuze uit leesboeken bovenbouwpakket (AVI E5 tot en met AVI E7) Tabel: niveaus en leesboeken van Lekker lezen voor gemiddelde lezers. Een zwakke leerling zal eind groep 3 nog niet AVI E3 beheersen. Voor zwakke leerlingen ziet de gemiddelde ontwikkeling van de technische leesvaardigheid in het Cito onderzoek er als volgt uit: groep 4 groep 5 groep 6 groep 7 groep 8 januari AVI E3 of lager AVI E4 of lager AVI E5 of lager AVI E6 of lager AVI E7 of lager juni AVI M4 of lager AVI M5 of lager AVI M6 of lager AVI M7 of lager Tabel: ontwikkeling van technische leesvaardigheid van zwakke lezers. Met Lekker Lezen krijgen juist deze kinderen de meeste instructie van de leerkracht, zodat ook voor hen een voldoende eindniveau haalbaar is. De verdeling van de niveaus en leesboeken van Lekker Lezen voor een zwakke leerling is als volgt: groep 4 groep 5 groep 6 groep 7 groep 8 periode 1 AVI E3 leesboek 2 AVI E4 leesboek 5 AVI M6 leesboek 8 periode 2 AVI M4 leesboek 3 AVI M5 leesboek 6 AVI E6 leesboek 9 periode 3 AVI M4 leesboek 4 AVI E5 leesboek 7 onderhoud/ vrij lezen onderhoud technisch lezen; keuze uit leesboeken bovenbouwpakket (AVI E5 tot en met AVI E7) Tabel: niveaus en leesboeken van Lekker lezen voor zwakke lezers. Indien nodig kan een thema uit het uitbreidingspakket ingezet worden als extra oefenstof op een bepaald niveau. Daarmee is de voortgang voor deze kinderen (minimaal) 2 AVI niveaus per jaar. Het uitbreidingspakket bevat daarnaast een leesboek (2 thema s) op niveau M3 voor die enkeling die op dat niveau nog instructie nodig heeft. 11

13 3 De materialen van Lekker Lezen 3.1 Overzicht Lekker Lezen bestaat uit de volgende materialen. Basispakket (AVI E3 t/m E6) Het basispakket biedt lesmateriaal voor kinderen in de groepen 4 t/m 6. Het pakket bestaat uit de volgende materialen: Een handige handleiding in de vorm van de Malmberg Leswijzer, waarmee u in een oogopslag zicht hebt op het lesverloop. U kunt met weinig voorbereiding aan de slag. De Malmberg Leswijzer bestaat uit losse katernen per thema. Een omkeerboek per niveau met aan beide kanten een thema. Twee werkboeken, een per thema, voor de basisen herhalingslessen. Leeskaarten met uitdagende opdrachten bij de leesboeken. Instructielessen waarin alle leesmoeilijkheden worden uitgelegd en geoefend. Luister-cd s waarop de teksten uit de omkeerboeken worden voorgelezen. Antwoordenboeken waarmee de kinderen desgewenst hun antwoorden zelf kunnen nakijken. Deze Methodewijzer, met daarin een algemene beschrijving en achtergronden van de methode. Een computerprogramma dat het voorlezen van de tekst en instructie bij alle leesmoeilijkheden bij de basislessen kan overnemen en dat extra oefenstof biedt voor alle kinderen. Uitbreidingspakket (AVI M3 t/m E4) Extra lees- en oefenstof voor kinderen in de groepen 4 t/m 6 die met een laag niveau in groep 4 komen of langer dan gemiddeld doen over het bereiken van een volgend niveau. Dit pakket bestaat uit de volgende materialen: voor AVI M3 een omkeerboek met twee thema s; voor AVI E3, M4, E4 een extra thema; alle bijbehorende materialen, zie basispakket. 3.2 De leerlingmaterialen nader bekeken De leesboeken De leesboeken vormen het hart van de methode: iedere les begint met het lezen van een tekst. De teksten in de boeken zijn geselecteerd op aantrekkelijkheid voor de kinderen, op verband met het thema, op voorkomen van leesmoeilijkheden en op AVI-niveau. Alle mogelijke verschillende tekstsoorten komen voor: verhalende en informatieve teksten, maar ook tekstvormen als een gedicht, dagboekfragment, folder, toneelstuk, strip, bericht, enzovoort. Door deze afwisseling is ieder thema een aantrekkelijk, verrassend geheel geworden dat kinderen uitnodigt om te lezen. Lekker Lezen werkt met zogenaamde omkeerboeken: in elk omkeerboek zitten twee thema s die in willekeurige volgorde ingezet kunnen worden. Kinderen die in hetzelfde niveau blijven, lezen na zes weken het andere thema van het omkeerboek. Kinderen die naar een hoger niveau gaan, gaan dus verder met een thema uit een omkeerboek uit het hogere niveau. Ik wil winnen! Elk omkeerboek in het basispakket heeft twee thema s op hetzelfde AVI-niveau die in willekeurige volgorde gelezen kunnen worden In elk thema zitten zowel verhalende als informatieve teksten. Verhalende teksten hebben een witte ondergrond, informatieve teksten hebben een lichtgele ondergrond. Elk boekje bevat vijftien teksten. Bij de eerste twaalf teksten horen de werkboeklessen: twaalf basislessen en zes herhalingslessen Nattigheid Bovenbouwpakket (AVI M5 t/m E7) Extra lees- en oefenstof voor kinderen in de groepen 6 t/m 8, voor onderhoud en instructie, met teksten op een hoger belevingsniveau. Dit pakket bestaat uit de volgende materialen: per niveau een omkeerboek met twee thema s; alle bijbehorende materialen, zie basispakket. 12

14 Alle leesboeken van Lekker Lezen zijn voorzien van het AVI-logo van het Cito en het (oude) AVI-logo van het KPC. De teksten zijn dus zowel door het Cito als door het KPC van een technisch leesniveau voorzien. Het Cito-logo bevat daarnaast nog meer informatie. M staat voor Midden, E staat voor Eind. M5 is dus het niveau dat van een gemiddelde lezer midden groep 5 wordt verwacht. Niveau 9 Ik wil winnen! Vriendschap Het thema van het boek. Het CLIB-niveau is het begrijpend leesniveau. Het AVI-niveau is het technisch leesniveau. De laatste drie teksten in ieder thema zijn keuzeteksten. Deze teksten worden door de leerlingen gelezen op het moment dat ze eerder klaar zijn of op basis van hun interesse. De leerkracht kan keuzeteksten ook gebruiken om na te gaan of kinderen na het uitlezen van het thema en het afronden van de werkboeklessen, kunnen doorstromen naar een hoger niveau. De doelen waaraan binnen de boeken van een bepaald niveau gewerkt wordt, zijn hetzelfde. Hierdoor is er geen vaste volgorde waarin de boeken gelezen moeten worden. Elke gewenste volgorde is mogelijk. De werkboeken (en antwoordenboeken) Elk werkboek bestaat uit twaalf basislessen en zes herhalingslessen. Bij de oneven teksten hoort een basisles en een herhalingsles. Bij de even lessen hoort alleen een basisles. In het schema in paragraaf 2.2 ziet u hoe deze afwisseling in het organisatiemodel past. In de basislessen ligt de nadruk op de instructie en het oefenen met directe feedback van de leerkracht. Daarvoor moeten de kinderen veel lezen: het gaat er niet om dat de les zo snel mogelijk klaar is maar dat ieder kind voldoende oefent en leest. U volgt hierbij de routine voor koor door. In de herhalingslessen is het doel het nauwkeurig en vlot lezen van dezelfde tekst en dezelfde leesmoeilijkheden. De kinderen doen deze lessen zelfstandig. Zie voor de opbouw van de lessen paragraaf 3.4. Niveau 3 Spoor 3 Door het gebruik van picto s bij de opdrachten weten de kinderen wat er van hen verwacht wordt. Daarnaast zijn de instructies in de werkboeken op het niveau waarop de kinderen lezen. De instructies van een werkboek bij niveau 2 zijn eenvoudiger dan die van een werkboek bij niveau 4, die op hun beurt weer eenvoudiger zijn dan de instructies van een werkboek bij niveau 9. Hoewel de kinderen uit leesgroep 1 de basislessen onder leiding van de leerkracht maken, zijn de opdrachten zodanig geformuleerd dat de kinderen hiermee ook zelfstandig aan de slag kunnen. Kinderen uit leesgroep 2 krijgen minder instructielessen en maken een deel van de basislessen zelfstandig of met behulp van instructies van de computer. De kinderen voeren de aangegeven opdrachten in het werkboek uit. Soms kleuren zij een woord, soms strepen zij een letter weg of vullen zij een woord in. De oefeningen zijn zodanig opgezet dat het accent op het lezen ligt en niet op het schrijven; hierdoor wordt de tijd voor lezen ook optimaal aan lezen besteed. Bij Lekker Lezen hoort een set antwoordenboeken waarmee de kinderen desgewenst hun eigen werk kunnen nakijken. In de handleiding vindt u ook de ingevulde werkboeken, zodat u tijdens de basisles zelf direct kunt controleren of de opdrachten correct gemaakt worden. 13

15 De instructielessen De kinderen in leesgroep 3 werken drie keer per week zelfstandig op hun eigen niveau. Een keer per week krijgen ze gezamenlijk instructie van de leerkracht op de leesmoeilijkheden die in die niveaus voorkomen. Hiervoor zijn op ieder AVI-niveau 6 instructielessen beschikbaar in het boek Lekker vlot lezen. De instructielessen bevatten een duidelijke uitleg van de leesmoeilijkheid, en woordrijtjes, zinnen en teksten op verschillende AVI-niveaus om deze moeilijkheid onder begeleiding van de leerkracht te oefenen. Dit zijn opdrachten waarbij de kinderen veel moeten lezen: samen, alleen, in afwisseling, om de beurt etc. Bij deze lessen hoort een handleiding waarmee u deze lessen doorloopt. De leeskaarten Bij leesboeken 5 tot en met 9 horen bij ieder thema 12 leeskaarten: iedere leeskaart behandelt een tekst. Deze leeskaarten worden gebruikt door kinderen in leesgroep 3. Met de leeskaarten werken de kinderen ieder op hun eigen instructieniveau. Er staat één leesmoeilijkheid uit deze tekst centraal op de leeskaart. Daarnaast bevat iedere leeskaart opdrachten waarbij de leesbeleving aandacht krijgt. Een leeskaart begint altijd met het lezen van de tekst uit het leesboek. Vervolgens krijgen de kinderen uitleg over de leesmoeilijkheid. Indien nodig en mogelijk, kunnen ze meer uitleg krijgen in het computerprogramma. Dit is afhankelijk van de mogelijkheden in de klas: de leerkracht kan dit wel of niet toestaan. Op de voorkant en een deel van de achterkant staan opdrachten die kinderen aanzetten tot nauwkeurig lezen. Hiermee oefenen de kinderen de desbetreffende leesmoeilijkheid op woord-, zinsen tekstniveau. Op de achterkant van de leeskaart staan gevarieerde keuzeopdrachten die aandacht besteden aan de leesbeleving van de tekst. Bij de andere leesboeken (2 tot en met 4, uitbreidingspakket en bovenbouwpakket) horen bij ieder thema 6 leeskaarten. Deze leeskaarten worden in leesgroep 1 en 2 gebruikt op het vierde lesmoment, als alternatief voor de computerlessen. In de bovenbouw gebruiken alle kinderen deze kaarten voor onderhoud. De kinderen maken leeskaarten op hun beheersingsniveau. De leesmoeilijkheden die 1 2 Hé, dit is privé! Oké? Je ziet woorden met een streepje op de e (accent). coupé logé comité René Je ziet é je zegt ee Lees de woorden. Zoek de woorden met een é. Lees die nog een keer. René coupé stage satésaus hachee dictee comité eetcafé moskee logé toffee dominee Lees de zinnen. Lees de woorden met een é nog een keer. José leest het menu in een eetcafé. Ze twijfelt tussen kipsaté en vispaté. Ze kiest uiteindelijk voor een kaassoufflé. René niet! Voorbeeld van een instructieles. reeds zijn uitgelegd, worden hiermee herhaald. De kaarten bevatten daarnaast meer opdrachten rond leesbeleving. Kopieerblad 5 kan worden gebruikt om bij te houden welke leeskaart een kind gedaan heeft en of de leerkracht hem nakijkt of niet. De picto s In de werkboeken en leeskaarten wordt gewerkt met picto s. Deze picto s ondersteunen de kinderen bij het maken van de opdrachten in het werkboek of op de leeskaarten. In Lekker Lezen worden onderstaande picto s gebruikt. Luister naar de tekst. Kijk goed wat er staat. Schrijf in je werkboek. Lees goed wat er staat. Lees in je leesboek. Hoe lang doe je er over? Werk samen met je leesmaatje. Schrijf in je schrift. Op de computer Lees de woordrijtjes. oké defilé feestcomité René comité kaassoufflé rosé satésaus satéstokje privé eetcafé privéterrein coupé kipsaté decolleté paté treincoupé internetcafé carré vispaté kruidenpaté en en Lees de woordrijtjes van opdracht 3 nog een keer, maar nu sneller. Lees wel nauwkeurig. Lees de zinnen. Lees de woorden met een é nog een keer. Andréreistmetdetrein. Hijvindtdatweloké. Andréheeftdecoupévoorzichalleen. Lees de zinnen. Kun jij lezen wat er onder de vlekken staat? Achter het eetcafé is een zaaltje. Daar vergadert het comité over het feest. Het belangrijkste agendapunt is het defilé. Instructieles 19 14

16 1 2 Als een raket Lees de tekst Als een raket op bladzijde 38 en 39 van je leesboek. Lees de eerste alinea op bladzijde 38 nog een keer. Lees hem zo dat iedereen denkt: Oh, dat is een interessante tekst! 4 Grmbll! Leeskaart 12 Lees het goede woord in de zin. Kies uit: expres luxaflex taxistandplaats presentexemplaar maximale explosief Een boek dat je gratis krijgt, heet een pr Pas op, dat mengsel is ex ; het kan zomaar ontploffen! Iedereen denkt geloof ik dat ik dit ex heb gedaan. 1. Lees mee en oefen Lees mee en oefen bevat bij alle teksten uit het thema een korte voorlees- en instructieles. Je ziet woorden met een x. taxi expres extra Je ziet x je zegt ks In elke klas hangt lu wordt. Ik loop wel naar de ta zodat het er nooit erg warm ; die is toch vlakbij het station? 3 Meer uitleg: Lees mee en oefen, les 12 Als een raket. Meer oefenen: Oefen meer, les 1 Meester Strip. Zoek op bladzijde 38 twee woorden met een x. Lees de woorden. Lees daarna de zinnen met die woorden. 5 De ma tijd die je erover mag doen is twee minuten. Lees eerst het woord met een x. Lees daarna de hele zin. Demaximumsnelheidindebebouwdekomisvijftig kilometerperuur. Ikhebeenbijzonderexemplaarvandatstripboekvan mijnopagekregen. Detaxichauffeurwaserbinnenenkeleminuten. Maakdatpannenkoekenbeslagmaarmetdemixer. DiefilmsterleidteenluxeleventjeinLonden. Lekker Lezen Leeskaarten niveau 6 Malmberg s-hertogenbosch 100 Voorbeeld van een leeskaart bij niveau 6 bij Grmbll!. De luister-cd s Alle teksten uit de leesboeken zijn opgenomen op een luister-cd. Een basisles begint altijd met het voorlezen van een tekst. Dit kan door de leerkracht of op de computer gedaan worden of door het beluisteren van een luister-cd. Het computerprogramma Het computerprogramma biedt veel mogelijkheden voor extra uitleg, oefening en ondersteuning van de leerlingen. Er is een computerprogramma bij het basispakket, een additional bij het uitbreidingspakket (alleen te installeren als het basisprogramma ook op de computer staat) en een zelfstandig programma bij het bovenbouwpakket. Ieder programma bevat alle desbetreffende leesboeken met teksten en lessen. Het computerprogramma bij ieder thema bestaat uit twee onderdelen: 1. Lees mee en oefen 2. Oefen meer De tekst wordt door een inspreker voorgelezen. Het kind bepaalt zelf het tempo en leest mee met de oplichtende regels op het scherm (zgn. karaoke-lezen). Voor kinderen met leesproblemen is het handig dat ze de tekst naar believen kunnen vergroten. Na het voorlezen kan het kind een geselecteerd aantal woorden in de tekst aanklikken om de betekenis verduidelijkt te krijgen. Vervolgens geeft de computer uitleg bij de leesmoeilijkheid uit de tekst en oefent het kind met het herkennen hiervan. In feite wordt hier op de computer de instructie gegeven die de leerkracht in de andere lessen geeft. Daarna gaat het kind zelfstandig verder met de opdrachten in het werkboek of op de leeskaart. 15

17 2. Oefen meer Oefen meer bevat per thema zes extra lessen met oefenstof bij alle leesdoelen uit dat thema. Hierin wordt geoefend met dezelfde teksten en dezelfde leesmoeilijkheden als in het leesboek en het werkboek] of leeskaart. In deze lessen gaat het eerst om nauwkeurig lezen, daarna om vlot lezen. Inzet computerprogramma Door de verschillende onderdelen biedt het computerprogramma vele mogelijkheden voor gebruik in de klas. In de tabel staan alle mogelijkheden genoemd; waar u het voor gebruikt hangt af van wat u zelf prettig vindt en wat voor uw klas organisatorisch mogelijk is. Het programma is bedoeld om u te ondersteunen en extra mogelijkheden te geven. Afhankelijk van het aantal computers dat u ter beschikking heeft, kunt u het programma op de volgende momenten inzetten (zie weekschema in 2.2): Lees mee en oefen Oefen meer Leesgroep 1 Als start van de herhalingsles (dag 2) Als extra oefenles (dag 4) De oefeningen op woord-, zins- en tekstniveau bevatten verschillende uitdagende werkvormen. Het kind kan altijd de uitleg over de leesmoeilijkheid opvragen. Leesgroep 2 Leesgroep 3 Als start van de zelfstandige basisles (dag 4) Als start van de herhalingsles (dag 3) Als start bij een leeskaart (dag 1 of 2) Als extra oefenles (dag 1) Als extra oefenles bij een leeskaart (dag 1 of 2) Als extra oefenles bij een leesmoeilijkheid (dag 3) De resultaten op deze lessen worden geregistreerd in het leerkrachtgedeelte. Als de kinderen deze lessen gemaakt hebben, kan de computer de leerkracht op grond van de resultaten ondersteunen bij zijn beslissing of het kind naar een volgend AVI-niveau kan. 16

18 s Nik M. ind d om 1 M4 AVI M AVI M4 AVI E4 NG AV IE 3 AVI E4 AVI M5 DL..! AN t :36 AV I IN :32 16:08 E5 eid I AV 16:04:35 H AN G IN ID G IN :16:29 :26 : :36 Ik wil winnen! 1109 M6 AVI IN G : HAND LEIDI NG 6 17 IM AV D LE ID 17 1 OM.indd E5 G G ik Nattigh bl etet 15:4 M5 ID IN 6: LE! st :27 ID LE : LE D e Fe : ND N Ga D 4_Pleisters_ AVI A G N H IN AV I HA d 1 M.ind ats_o I4_pla 69-AV 5052 :48 11 AVI E : 11: 3 d 1 3:14: :14:21 6 : : :05: ind VI E6 AV AVI.ind OM I3_N -AV :14 13:0 iks_ De doelen per les worden duidelijk aangegeven op woord-, zins- en tekstniveau. 1 ID : A De Leswijzer Iedere Leswijzer kent de volgende inhoud: Overzicht van het thema. Deze inleiding bevat beknopte informatie, zodat ook invallers direct van start kunnen gaan met Lekker Lezen: een korte uitleg over het werken met drie leesgroepen; het organisatieschema voor het werken met Lekker Lezen en de materialen die daarbij gebruikt worden (binnenzijde omslag); een korte typering van het betreffende niveau en de leesmoeilijkheden die aan de orde komen; een overzicht van de doelen per les op woordniveau en de doelen op zins- en tekstniveau; AVI5_Nijlp_OM.indd vo kk ers pla Pleist atsen 2 pla ND HA L In E I DNIDNL EI ge G D H 1 d OM r3_ oo Sp I3_ AV 50 d 1 ind M. es 69 VI -A 2_ t_o Fe AV I2_ HL _B oe _O M. ind d Voor de leerkracht is er een handleiding in de vorm van een Malmberg Leswijzer. Deze handleiding ng bestaat uit: Deze Methodewijzer met daarin de uitgangspunten en achtergronden van Lekker Lezen. Losse Leswijzers met de lesbeschrijvingen bij de basislessen voor leesgroep 1 en 2. Deze lesbeschrijvingen zitten per thema in een katern, zodat de leerkracht alleen het katern hoeft klaar te leggen dat hij op dat moment nodig heeft. De handleiding bij de instructielessen voor leesgroep 3. H :31 d OM.ind HA LEI DIN G HA ND IN G it L E ID oruen AND H e. Bo wegw_ tek -AVI5_ Ret LE eldh A N D EI 1 o sp ik_o M.in dd e ng Aa DI AV M! er hi I6_D 4 er pi Pa _AV I AV 3 IE AV IM 3 or ndd 3.3 De materialen voor de leerkracht D _OM.indd 1 t_o 1 lik M.indd Ing eb 1 o I dd M.in Sp L_O M.i ID r te t 1 LE aan ndd M.i _O ND eld spo nge Aa VI6 _G RM BL G In kk L E ID Nijlpaardenppa IN Dow oep en en oregdwez G ik e en n n du n t_o kete ette I8 A IN 1 VI 7_ 270 EID d _A HA 505 DL ind M. r_o pie Pa 7_ VI 70 N HA NG H AN DL EI HANDL EIDING DI NG HA N _AVI9_Winnen I8_R -AV _A 52 heid_o _Nattig 0_AVI _AV en ekk uitleg over het gebruik van leeskaarten voor kinderen uit leesgroep 3; een beslissingsschema op grond waarvan een leerkracht kan bepalen of kinderen na afronding van het betreffende thema naar een hoger niveau kunnen. Lesbeschrijvingen per les. Deze lesbeschrijvingen zijn zodanig weergegeven dat een leerkracht met weinig voorbereiding direct met Lekker Lezen aan de slag kan. Het computerprogramma Het computerprogramma heeft een apart leerkrachtgedeelte. Binnen dit gedeelte van het computerprogramma worden leerlingresultaten bij het maken van oefen- en leesopdrachten geregistreerd. Deze gegevens kan de leerkracht gebruiken voor het volgen van de leerlingen; ze ondersteunen zijn beslissing of leerlingen naar een hoger niveau kunnen doorstromen of niet. Onder het kopje Aanwijzingen bij de les staan organisatorische en/ of didactische aanwijzingen. Bij iedere basis- en herhalingsles is een afbeelding opgenomen van het werkboek. Bij iedere opdracht staan stapsgewijs aanwijzingen voor de instructie van de leerkracht. De antwoorden zijn ingevuld in deze afbeelding van het werkboek. Eventuele tips staan onder de aanwijzingen voor de instructie _MB BAO MW_BW.indd :01

19 3.4 Hoe verloopt een les Didactische uitgangspunten Kinderen in leesgroep 1 en 2 werken met de leesboeken en werkboeken. De werkboeken bevatten afwisselend basislessen en herhalingslessen. Bij de basislessen geeft de leerkracht instructie, de herhalingslessen doen de kinderen zelfstandig. Het is belangrijk om bij het geven van deze lessen een aantal punten in de gaten te houden die de effectiviteit van het technisch leesonderwijs bepalen. Bij technisch lezen gaat het eerst om nauwkeurig lezen (basisles), daarna om vlot en correct lezen (herhalingsles). Leesplezier en motivatie zijn heel belangrijk. Kinderen ervaren succes bij het leren lezen, waardoor het leesplezier behouden blijft of terugkomt. Leerlingen merken dat door te oefenen het lezen steeds beter gaat. Kinderen hebben belang bij goede instructie en veel lezen. Het gaat er niet om zo snel mogelijk het werkboek af te hebben, maar ieder kind voldoende te laten oefenen. Het herhaald lezen van een tekst werkt stimulerend. Als een kind de tekst vaker leest, ervaart hij dat het beter gaat: vlotter en met minder fouten. Specifieke leesmoeilijkheden worden geoefend in een betekenisvolle context: de leestekst. Iedere les begint en eindigt met het lezen van de tekst. Kinderen hoeven een tekst pas zelf te lezen nadat hij is voorgelezen, en ze op woord- en zinsniveau geoefend hebben met de leesmoeilijkheden in die tekst. Hierdoor doen kinderen bij het zelfstandig lezen van de tekst eerder succeservaringen op. De basisles Een basisles verloopt via een vast stramien, waarin bovenstaande uitgangspunten terugkomen. In de handleiding bij de lessen is precies uitgewerkt hoe u de instructie geeft. Bij leesgroep 1 geeft de leerkracht iedere basisles instructie en begeleide oefening. De meeste aandacht gaat zo naar de kinderen die dit het meeste nodig hebben. Bij leesgroep 2 werkt de leerkracht één basisles met hen door; de andere basisles worden de kinderen geholpen door de computer ( lees mee en oefen ), de luister-cd of door een tutor met een hoger niveau (minimaal 2 niveaus hoger). In de beschrijving hieronder is dit weggelaten. 1. De kinderen luisteren eerst naar de hele tekst. Deze tekst wordt voorgelezen door de leerkracht. De leerkracht geeft het goede voorbeeld voor uitspraak en intonatie. De kinderen wijzen bij. 2. De leerkracht geeft instructie op de leesmoeilijkheden uit de tekst. De leerkracht doet voor, de kinderen doen na. De kinderen voeren samen met de leerkracht de opdrachten uit: markeren, onderstrepen, rijtjes voorlezen etc. Gebruik hierbij variaties: van onder naar boven, van links naar rechts, van rechts naar links, diagonaal, even rijtjes, oneven rijtjes, jongens, meisjes, enz. 3. De kinderen herkennen de leesmoeilijkheid in woorden, zinnen, of in de tekst. Dit zijn zoekopdrachten. Laat de kinderen niet te lang zoeken in het leesboek, geef eventueel aan in welke zinnen ze moeten zoeken. Het gaat om het herkennen, het is echt bedoeld als oriëntatie op de moeilijkheid. 4. De kinderen oefenen op woord-, zins- en tekstniveau. Het oefenen van rijtjes woorden Spoor Vliegen met een bel Luister naar de tekst Vliegen met een bel. Je ziet woorden als hoger, water, leven, muren. Dat zijn woorden met lange klanken. Kleur de woorden met lange klanken. hoger water leven muren boven later merel bussen grote padden messen buren ballon vader vlekken turen bomen plassen deken knuffel Lees de zinnen. Je ziet woorden die klinken als hoger, water, leven. Zet een streep onder die woorden. Jordi zweeft boven het gras. Hij kijkt over de rand. De deur vliegt open. Hij wuift nog even. De ballon stijgt hoger en hoger. De agent lijkt op een popje Lees de rijtjes met woorden. kar karren praat praten kop koppen koop kopen mat matten schuur schuren lat latten laat laten bos bossen loop lopen bek bekken beek beken Lees de woorden. knoop knop knopen knoppen taak tak taken takken beek bek beken bekken school schol scholen schollen maan man manen mannen leeg leg legen leggen Lees de praatwolken. Let goed op! en? 7 Lees de tekst op bladzijde 8 en 9 uit je leesboek. Neem de tijd op. Hoeveel tijd had je nodig?... minuten en... seconden

20 met specifieke leesmoeilijkheden is een effectief onderdeel, wat echter niet te lang mag duren. Het gaat hier echt om het oefenen met die moeilijkheid. U hoeft niet alle onbekende woorden uit de woordrijtjes uit te leggen het is geen woordenschatles. Zorg er wel voor (doordat u het woord zelf correct voordoet) dat de kinderen van ieder woord weten hoe het moet worden uitgesproken. Maak gebruik van variaties in oefenvormen. Zorg dat er veel gelezen wordt en dat ieder kind bij iedere oefening aan de beurt komt. Bijvoorbeeld kunt u de kinderen laten koorlezen, dan is iedereen actief. Bij koorlezen lezen de kinderen samen de woorden of zinnen hardop voor. Het is belangrijk dat kinderen zowel vooraf als na afloop van het koorlezen de woorden en zinnen voor zichzelf kunnen lezen. 5. De kinderen lezen de tekst ter afsluiting zelfstandig. De leerkracht heeft hierbij een ondersteunende rol. Wie klaar is, begint opnieuw. Bij een aantal lessen nemen de kinderen de tijd op, zowel in de basisles als in de herhalingsles, om te ervaren dat het tempo vooruitgaat. De herhalingles Een herhalingsles behandelt dezelfde tekst en dezelfde leesmoeilijkheden als in de voorafgaande basisles, waarbij de kinderen eerder van de leerkracht instructie kregen. De kinderen maken deze les zelfstandig, desgewenst met hulp van de computer. Ook een herhalingsles verloopt volgens een vast stramien. 1. De kinderen lezen zelf de hele tekst. Deze tekst hebben ze de voorgaande les samen met de leerkracht gelezen. 2. De kinderen maken oefeningen met het accent op nauwkeurigheid. Het gaat om woorden en zinnen met de leesmoeilijkheden die ze in de basisles uitgelegd hebben gekregen. Met name in de herhalingslessen zijn de opdrachten echt leesopdrachten. Veel opdrachten worden daarom met een leesmaatje gedaan. Zie hiervoor de tips voor het werken met een leesmaatje. 3. De kinderen maken oefeningen met het accent op tempo. 4. De kinderen lezen de tekst nogmaals zelfstandig. Een enkele keer nemen ze hierbij de tijd op. De instructieles Leesgroep 3 krijgt eenmaal per week gezamenlijk instructie van de leerkracht met de instructielessen Lekker vlot lezen. Op die manier wordt gegarandeerd dat de kinderen instructie krijgen over de leesmoeilijkheden, en zich de woorden niet verkeerd aanleren. Daarnaast ziet de leerkracht in die les de kinderen en kan op die manier volgen wat ze doen. De handleiding bij de instructielessen geeft aan hoe de les verloopt en waar de leerkracht in die les op moet letten. Op de andere dagen werken de kinderen zelfstandig met de leeskaarten en leesboeken op hun eigen niveau. Voor elk AVI-niveau zijn zes specifieke leesmoeilijkheden onderscheiden. Deze vormen de doelen voor dat niveau. Deze doelen komen overeen met de kenmerken die het Cito voor de verschillende AVI-niveaus heeft onderscheiden. Vanaf niveau E6 komen er geen nieuwe typen woorden meer voor. Voor de verdere ontwikkeling van technische leesvaardigheid vanaf niveau E6 moeten kinderen steeds langere, complexere zinnen en teksten steeds vlotter kunnen lezen. Spoor Vliegen met een bel Lees de tekst op bladzijde 8 en 9 uit je leesboek. Lees de rijtjes met woorden. Lees rustig en netjes. boven geven water buren over hekken vader durven hollen regen ladder gluren open bezem agent uren Lees de zinnen. Jij bent mama of Jordi. Daarna keer je het om. Mama: Jordi, waar ben je? Wat ga je doen? Jordi: Kijk, ik vlieg! Ik ga steeds hoger! Mama: Kom terug! Je vliegt boven de bomen! Jordi: Ik blijf maar even. Zie je me nog? Mama: Ik zie je niet meer. Je gaat steeds hoger. Jordi: Ik zweef over het plein. Ik zie een agent. 11 Lees de woorden snel en foutloos. knap knaap knapen knappen rook rok rokken roken groot groter grot grotten manen man maan mannen schaap schep schapen scheppen bos boom bomen bossen kam kammen kamer kaal aal al alles adem Lees de zinnen. Maak de woorden af. Kies uit: agent hoger boven open even hoger over bomen Jordi vliegt bo... de bo... Hij kijkt o... de rand. De deur vliegt o... Jordi wuift e... naar mama. De ballon stijgt h... en h... Op het plein ziet Jordi een a... Lees de tekst op bladzijde 8 en 9 uit je leesboek nog een keer. Neem de tijd op. Vergelijk de tijd met opdracht minuten en... seconden

21 Per periode van 12 weken worden er 6 leesmoeilijkheden van een AVI-niveau behandeld. Een les behandelt een leesmoeilijkheid, en bevat oefeningen op woord-, zins- en tekstniveau. In die oefeningen zitten niveauverschillen, aangeduid met bolletjes,,, zodat ook kinderen die al een hoger technisch leesniveau beheersen, echt kunnen oefenen. Iedere instructieles verloopt volgens een vast stramien: 1. De leerkracht geeft uitleg over de leesmoeilijkheid. Hij doet voor, de kinderen doen na. 2. De kinderen herkennen de leesmoeilijkheid in woorden en zinnen. Ze oriënteren zich op de moeilijkheid; de leerkracht stuurt direct bij. 3. De kinderen oefenen op woord-, zins- en tekstniveau. De opdrachten met 1 bolletje zijn op het AVI-niveau van de leesmoeilijkheid (in het voorbeeld op E4). De rijtjes en opdrachten met 2 bolletjes liggen technisch op een wat hoger niveau, bijvoorbeeld met langere woorden met dezelfde leesmoeilijkheid. De rijtjes en opdrachten met 3 bolletjes kunnen ook andere leesmoeilijkheden, uit een hoger AVI-niveau, bevatten. De leerkracht kan direct corrigeren als de kinderen hierbij een fout maken. De indeling met 1, 2 en 3 bolletjes is niet bedoeld om kinderen dingen te verbieden. Gebruik de niveaus ook om te kijken hoever kinderen komen in het volgende niveau, laat kinderen in koor lezen zodat ze samen verder komen, laat de kinderen die verder zijn de woorden, zinnen, teksten voorlezen en de andere kinderen als groep nalezen etc. Maak gebruik van variaties in oefenvormen. Zorg dat er veel gelezen wordt en dat ieder kind bij iedere oefening aan de beurt komt. 1 2 Natuurlijk is dat vreselijk! Je ziet woorden met -lijk en -lijke. vrolijk moeilijk eerlijke Je ziet lijk je zegt luk Je ziet lijke je zegt lukke Lees de woorden. Zoek de woorden met -lijk en -lijke. Lees die woorden nog een keer. dierlijk belangrijk heerlijk huismijt moeilijk vrolijk dierenrijk ongeluk Lees de zinnen. Zoek de woorden met -lijk en -lijke. Lees die woorden nog een keer. Fleur houdt van wonderlijke dieren. Ik snap dat eerlijk gezegd niet. Zo n naaktslak is toch glibberig en onsmakelijk? Ik kan moeilijk geloven dat zij ze echt leuk vindt. 6 7 Instructieles 2, AVI E Lees de woorden eerst voor jezelf. Lees dan om de beurt een woord op een spannende toon. moeilijke eerlijke misselijkheid afschuwelijke vrolijke natuurlijke onmogelijke lelijke onwaarschijnlijk onopzettelijk dierlijke werkelijkheid ongelooflijke pijnlijke mogelijkheid verschrikkelijke heerlijke foeilelijke afgrijselijke Lees de zinnen. Lees de woorden met -lijk en -lijke nog een keer. Hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag! De zaal was feestelijk versierd. Wie is er eigenlijk jarig vandaag? De juffrouw is in een vrolijke bui. Lees eerst het woord met -lijk. Lees daarna de zin met het woord. onmiddellijk misselijk eigenlijk onmogelijk verwonderlijk Toen de inbreker op de vlucht sloeg, rende de agent onmiddellijk achter hem aan. Eva wordt altijd heel misselijk in de auto. Eigenlijk heb ik geen idee hoe u in het centrum moet komen. Het was onmogelijk om nog op tijd te komen. Tips voor het werken met leesmaatjes Zowel bij de lessen in het werkboek (herhalingslessen) als bij de leeskaarten komt het picto Werk samen met je leesmaatje voor. Ook bij de instructielessen werken kinderen soms in tweetallen. Het is goed om hiervoor afspraken te maken: wie werkt met wie samen, en op welke manier. Een aantal tips om dit in de klas vlot te laten verlopen: 1. Laat criteria als zelfwerkzaamheid, taalvaardigheid, gedrag tijdens het lezen een rol spelen bij de samenstelling van de tweetallen. 2. Stel de tweetallen voor het samenwerken in leesgroep 3 zodanig samen dat er niet meer dan 1 niveau verschil is tussen de leesmaatjes; In de opdrachten is er rekening mee gehouden dat een leesmaatje maximaal 2 niveaus hoger of lager kan hebben (de tweetallen in leesgroep 1 en 2 hebben automatisch hetzelfde AVI-niveau). 3. Koppel leesmaatjes voor een periode (12 weken) aan elkaar. Gedurende die hele periode weten kinderen met wie ze samenwerken: dit geeft rust en voorkomt gezoek en geloop in de klas. 4. Uiteraard kan ook een drietal de opdrachten uitvoeren. Alle drie de kinderen moeten dan de opdracht(en) uitvoeren zodat ze voldoende aan de beurt komen. 5. Zorg dat kinderen weten op welke plaats ze de samenwerkingsopdrachten gaan uitvoeren: wie schuift bij wie aan. 6. Stel gezamenlijk de regels op over geluidsniveau tijdens het hardop aan elkaar voorlezen, bijvoorbeeld liniaalgeluid. 7. Besteed klassikaal aandacht aan de wijze waarop wonderbaarlijke Instructieles 2 kinderen elkaar corrigeren als ze een fout maken. Bijvoorbeeld door een tik op tafel met de pen. 8. Besteed klassikaal aandacht aan hoe kinderen elkaar een tip kunnen geven, een opdracht die regelmatig op de leeskaarten voorkomt. Elkaar een tip geven betekent: je zegt wat goed gaat. Je zegt wat de volgende keer nog beter kan. Wat is een positieve tip? Hoe help je elkaar? Wat voor tip zou je zelf graag krijgen? 20

22 4 Aan de slag met Lekker Lezen; AVI M3 t/m E Spoor 3 Scholen die gebruik maken van de toetsen van het Cito kunnen met onderstaand periodeschema eenvoudig en snel aan de slag met Lekker Lezen. In Lekker Lezen worden per schooljaar drie perioden onderscheiden. In elke periode lezen de kinderen twee thema s uit een omkeerboek. We lopen hieronder een heel schooljaar door. Eventuele acties staan bij iedere periode vermeld. U kunt op eenvoudige wijze nagaan of en zo ja welke organisatorische maatregelen u moet nemen. Er wordt steeds aan de hand van een voorbeeldklas getoond wat dit betekent voor de samenstelling van de leesgroepen. In een gemiddeld schooljaar zullen er overigens veel minder wisselingen tussen de leesgroepen plaatsvinden dan in de voorbeeldklas. De meeste kinderen volgen het gemiddelde patroon en hebben twaalf weken nodig om een niveau hoger te komen. Slechts een enkele leerling heeft een thema uit het uitbreidingspakket nodig. Houd voor ieder kind een registratieblad bij, zodat ook de leerkrachten van de volgende groep zien hoeveel thema s het kind op een bepaald niveau gedaan heeft. Dit registratieblad vindt u achter in deze Methodewijzer als kopieerblad 4 of op het leerkrachtendeel van het computerprogramma. Verder is de organisatie in iedere groep in principe vergelijkbaar. 4.1 Start periode 1, thema 1. Het samenstellen van de leesgroepen Het indelen van de kinderen in leesgroepen verloopt als volgt. U gebruikt de laatst beschikbare gegevens van de Cito toetsen Technisch lezen. Op dit moment zijn deze toetsen voor groep 3, 4 en 5 bij het Cito verschenen; komende jaren verschijnen de toetsen voor groep 6, 7 en 8. Totdat die verschenen zijn, kunt u gebruikmaken van de toetsen Leestechniek & Leestempo, of de AVI-toetskaarten bij deze groepen afnemen Niks om aan te trekken AVI M4 Bij ieder kind kunt u door middel van Bijlage 3 in de Cito-toetsmap bepalen welk AVI-niveau het kind heeft; het beheersingsniveau. Het instructieniveau van Lekker Lezen ligt één AVI-niveau hoger. Om het exacte instructieniveau te bepalen van kinderen die een hoge A scoren (bijvoorbeeld kinderen die in groep 4 AVI M5 of hoger behalen), kunt u de AVI-toetskaarten gebruiken. Als instapkaart gebruik u dan de kaart die één niveau hoger ligt dan het niveau dat het kind beheerst. Voor een kind dat M5 of hoger krijgt toegewezen, start u dan met E5. Deze werkwijze gebruikt u tot de toetsen voor de hogere groepen van het Cito beschikbaar zijn, waarmee nauwkeuriger vaardigheidsscores kunnen worden bepaald. Met deze gegevens doet u het volgende: de kinderen met het laagste AVI-niveau vormen leesgroep 1; de kinderen met het een na laagste niveau vormen leesgroep 2; de kinderen met de hogere niveaus vormen leesgroep 3. Nadat u de kinderen in leesgroep 1, 2 of 3 ingedeeld heeft, noteert u in welk niveau de kinderen gaan lezen. Alle kinderen lezen een AVI-niveau hoger dan het niveau dat ze beheersten. U hanteert hierbij het schema op de volgende bladzijde. AVI M4 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema

23 AVI niveau (beheersing) Oefenen op niveau (I) Leesboek Start M3 1* M3 E3 2 E3 M4 3 en 4** M4 E4 5 E4 M5 6 M5 E5 7 E5 M6 8 M6 E6 9 E6 M7 10*** M7 E7 10*** E7 (AVI-uit) Plus (AVI-uit) * Het materiaal op niveau 1 zit in het uitbreidingspakket van Lekker Lezen. ** De leesboeken van niveau 3 en 4 hebben beide niveau M4. Dit is een gevolg van het oprekken van de nieuwe AVI-niveaus. Het advies is om de kinderen alle niveaus van Lekker Lezen te laten doorwerken. *** Het materiaal op niveau 10 zit in het bovenbouwpakket van Lekker Lezen. Desgewenst kunt u bij het indelen van de leerlingen gebruikmaken van het kopieerblad 1 Indelingsformulier leesgroepen, achter in deze Methodewijzer. Leesgroep 1 krijgt twee keer per week instructie en werkt twee keer per week zelfstandig met de materialen van Lekker Lezen. Leesgroep 2 krijgt een keer per week instructie en werkt drie keer per week zelfstandig met de materialen van Lekker Lezen. Leesgroep 3 krijgt een keer per week instructie en werkt drie keer per week zelfstandig: twee keer met materialen van Lekker Lezen en een keer vrij lezen in een eigen gekozen boek, met het computerprogramma of met boeken uit het documentatiecentrum. Een voorbeeldklas Meester Henk is leerkracht van een groep 4 met 25 kinderen. In september beheersen: vijf kinderen AVI M3; acht kinderen AVI E3; zes kinderen AVI M4; twee kinderen AVI E4; drie kinderen AVI M5; één kind AVI E5. De leerkracht maakt de volgende indeling: De vijf kinderen met niveau AVI M3 vormen leesgroep 1. Zij krijgen instructie en oefenen op niveau 2. De acht kinderen met niveau AVI E3 vormen leesgroep 2. Zij krijgen instructie en gaan oefenen op niveau 3. De overige twaalf kinderen vormen leesgroep 3. Zij krijgen instructielessen op E4, en werken met de leeskaarten op hun eigen instructieniveau, dus een niveau hoger dan ze beheersen. De zes kinderen met AVI M4 gaan lezen in boeken op niveau 5*, de twee kinderen op AVI E4 lezen op niveau 6, de drie kinderen op AVI M5 lezen op niveau 7 en het ene kind dat op AVI E5 leest, krijgt het materiaal van Lekker Lezen van niveau 8. In schema Aantal AVI kinderen leesgroep Oefenen in boek M = E3 E = M4 M4* = E4 E = M5 M = E5 E = M6 * als deze kinderen nét in M4 vallen, dus een CILT van 59 of 60 hebben, kan de leerkracht ook besluiten ze eerst in boek 4 te laten lezen. 22

24 4.2 Start periode 1, thema 2 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Na zes weken hebben de kinderen een thema gelezen en hebben de leesgroepen 1 en 2 het bijbehorende werkboek doorgewerkt. Zwakke lezers hebben de extra oefenstof uit het computerprogramma gemaakt. De kinderen uit leesgroep 3 hebben gezamenlijk instructie gekregen en zelfstandig gewerkt met het leesboek en de leeskaarten van Lekker Lezen en hebben eventueel ook in hun eigen leesboek gelezen. Gemiddeld genomen doet een kind ongeveer weken over het bereiken van een volgend niveau van Lekker Lezen. We noemen dit de gemiddelde verwervingsperiode. Zeker in periode 1 beveelt Lekker Lezen aan om alle kinderen beide thema s uit een leesboek op hetzelfde niveau te laten lezen. Eventueel kunt u overwegen kinderen uit leesgroep 3 die moeite hebben met zelfstandig werken, mee te laten doen in leesgroep 2. Uw instructie en de werkboeken bieden hen meer structuur bij de lessen. De voorbeeldklas Meester Henk heeft tijdens instructielessen gezien dat een kind uit leesgroep 3 moeite heeft met zelfstandig werken. De leerkracht besluit om dit kind met leesgroep 2 mee te laten doen. Het kind gaat een niveau lager lezen en werkt nu met leesboek en werkboek in leesgroep 2 (groene getallen in het schema). De overige kinderen blijven lezen in hun leesgroep en in hetzelfde niveau. In schema Boek bij thema 1 Aantal kinderen Leesgroep In thema 2: Oefenen in boek = E = = M4 4 4 = M = = E = M = E = M6 23

25 4.3 Start periode 2, thema 3 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Gemiddeld genomen doen kinderen ongeveer twaalf weken over het bereiken van een hoger niveau. U laat dan ook alle kinderen in principe één niveau hoger oefenen dan hun startniveau van het begin van het schooljaar. Ook de instructielessen aan leesgroep 3 geeft u nu op een niveau hoger. U hanteert daarbij het volgende schema als algemeen uitgangspunt. Kind las in periode 1 Kind leest in periode 2 boek 1 boek 2 = E3 boek 2 boek 3 = M4 boek 3 boek 4 = M4 boek 4 boek 5 = E4 boek 5 boek 6 = M5* boek 6 boek 7 = E5 boek 7 boek 8 = M6 boek 8 boek 9 = E6 boek 9 boek 10 = M7 boek 10 = M7 boek 10 = E7 boek 10 = E7 AVI-uit * Kinderen uit de groepen 6 tot en met 8 kunt u vanaf niveau 6 (M5) laten werken met het bovenbouwpakket. Sommige kinderen hebben meer tijd nodig. Zij lezen eenderde thema uit het uitbreidingspakket op hetzelfde AVI-niveau. Hierbij kan het volgende beslissingsschema gehanteerd worden. Beslissingsschema Kinderen kunnen na twaalf weken naar een hoger niveau op grond van: De toetsen Technisch lezen: de kinderen hebben een hoger niveau bereikt. Dit is alleen aan de orde in die situaties waarin het beslissingsmoment valt nadat de toets afgenomen is. Tussentijds extra toetsen met de toets wordt niet aanbevolen. Uw observaties na twaalf weken werken in een thema van Lekker Lezen. Achterin iedere Leswijzer zit een observatieformulier bij de doelen uit dat specifieke leesboek. Beoordelingscriteria hierbij zijn: de kinderen lezen de woorden van het betreffende niveau vlot; de kinderen lezen de teksten van het betreffende niveau vlot en nauwkeurig, en lezen eveneens na enige voorbereiding teksten op een hoger niveau vlot en nauwkeurig. Opmerkingen In de Leswijzers worden de beoordelingscriteria per thema verder gespecificeerd. Uw observaties worden verder ondersteund door de resultaten van de kinderen in het computerprogramma van Lekker Lezen. U kunt hiervoor het advies in het leerkrachtgedeelte bekijken. Als een kind moeite heeft met het werken in leesgroep 3, kunt u andere materialen inzetten. Zie hiervoor par. 6.3 in deze Methodewijzer. De voorbeeldklas Drie kinderen uit leesgroep 1 zijn heel goed vooruitgegaan. Ook de keuzeteksten lezen ze vlot. Meester Henk laat ze doorstromen naar leesgroep 2 (rode getallen). Daar lezen ze nog wel in M4, maar wel moeilijker (oude AVI 4 i.p.v. AVI 3). Hij twijfelt bij een kind uit leesgroep 2 met een AVI M4 score of het door kan stromen naar een hoger niveau. Hij neemt bij dit kind de AVI toetskaarten af. Op grond van deze toets laat hij het kind nog een thema doorwerken op niveau 3 van Lekker Lezen. Het komt dan in leesgroep 1 (groene getallen). De kinderen uit deze groep gaan allemaal in het thema van het uitbreidingspakket werken: de thema s zijn onderling uitwisselbaar. Aan de kinderen in leesgroep 3 geeft de meester de instructielessen op M5 uit Lekker vlot lezen. In schema Boek bij thema 2 Aantal kinderen Leesgroep In thema 3: Oefenen in boek = = M = = M4 4 5 = E = M = E = M = E6 24

26 4.4 Start periode 2, thema 4 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Na achttien weken leesonderwijs maakt u een nieuwe indeling van de leesgroepen. U gebruikt hiervoor de uitslagen van de Citotoetsen Technisch lezen. U herhaalt de stappen uit periode 1, thema 1 en neemt de lijst met toetsgegevens van de kinderen uit uw klas: de kinderen met het laagste niveau vormen leesgroep 1; de kinderen met het een na laagste niveau vormen leesgroep 2; de kinderen met de hogere niveaus vormen leesgroep 3. Het bepalen van het leesniveau met de boeken van Lekker Lezen. Nadat u de kinderen in leesgroep 1, 2 of 3 ingedeeld heeft, noteert u in welk niveau de kinderen gaan lezen. Als er kinderen zijn die eventueel al drie thema s op een niveau gelezen hebben, rolt u deze kinderen mee op naar een hoger niveau. Hierdoor wordt voorkomen dat kinderen te lang in een bepaald niveau blijven hangen. Bovendien werkt het langdurig oefenen met dezelfde doelen op woord-, zins- en tekstniveau niet erg motiverend voor kinderen. De kinderen blijven binnen de teksten van het hogere niveau wel impliciet aan deze doelen werken. De voorbeeldklas Alle kinderen uit de groep van meester Henk zijn in januari getoetst met behulp van de Citotoets Technisch lezen Groep 4. Zijn groep is nu als volgt samengesteld: twee kinderen lezen nog op AVI E3 elf kinderen beheersen AVI M4 vijf kinderen beheersen AVI E4 drie kinderen beheersen AVI M5 drie kinderen beheersen AVI E5 een kind beheerst AVI M6 Meester Henk gaat de leesgroepen opnieuw samenstellen. Twee kinderen uit leesgroep 1 hebben AVI E3 gehaald. Dit zou betekenen dat deze twee kinderen samen leesgroep 1 zouden vormen met instructie op niveau 3 (AVI M4). Van de elf kinderen die AVI M4 hebben gehaald, zijn er echter vier die aan de onderkant van dat niveau zitten. Meester Henk besluit deze vier samen met de twee kinderen instructie te geven op niveau 4 (rode getallen). De interactie in deze leesgroep is daardoor groter, en de kinderen hebben profijt van het samen oefenen. Bovendien krijgt ook leesgroep 2 daarmee een betere omvang; zeven kinderen die ieder voldoende aandacht kunnen krijgen. De andere kinderen werken op hun eigen niveau in leesgroep 3; ze gaan verder met het andere thema van het leesboek waar ze in bezig waren. Ze krijgen gezamenlijk instructielessen uit Lekker vlot lezen. AVI score E3 2 M4 11 Aantal kinderen Leesgroep 1 2 aantal kinderen = 6 7 In thema 4: Oefenen in boek 4 = M4 5 = E4 E = M5 M = E5 E = M6 M = E6 25

27 4.5 Start periode 3, thema 5 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Voor de start van thema 5 herhaalt u de stappen van periode 1, thema 2. Voor de start van thema 4 heeft u de kinderen opnieuw ingedeeld. De kinderen hebben nu veelal het tweede thema geoefend op hun instructieniveau, en schuiven dus door naar een niveau hoger. U verandert verder in principe niets aan de leesgroepen waarin de kinderen werken. In incidentele gevallen kunt u nagaan of kinderen eventueel van leesgroep moeten veranderen. De voorbeeldklas Meester Henk laat een kind uit leesgroep 2 op grond van zijn observaties doorstromen naar leesgroep 3 (rode getallen). Alle kinderen gaan verder een niveau omhoog. In schema Boek bij thema 4 Aantal kinderen Leesgroep In thema 5: Oefenen in boek = E = = M = = E = M = E = M7 26

28 4.6 Start periode 3, thema 6 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Gemiddeld genomen doen kinderen ongeveer twaalf weken over het bereiken van een hoger niveau. Net als bij de start van periode 1, thema 2 hanteert u weer de algemene regel dat alle kinderen nog een thema op hetzelfde niveau werken. De voorbeeldklas Meester Henk laat alle kinderen uit zijn groep nog een thema op hetzelfde niveau oefenen. In schema Boek bij thema 5 Aantal kinderen Leesgroep In thema 6: Oefenen in boek = E = M = E = M = E = E7 27

29 5 Aan de slag met Lekker Lezen; AVI 1 t/m 9 Aan de hand van onderstaand periodeschema kunt u snel met Lekker Lezen aan de slag. Er zijn drie perioden per schooljaar; in elke periode lezen de kinderen twee thema s uit een omkeerboek. We lopen hieronder een heel schooljaar door. Eventuele acties staan bij iedere periode vermeld. U kunt op eenvoudige wijze nagaan of en zo ja welke organisatorische maatregelen u moet nemen. Er wordt steeds aan de hand van een voorbeeldklas getoond wat dit betekent voor de samenstelling van de leesgroepen. In een gemiddeld schooljaar zullen er overigens veel minder wisselingen tussen de leesgroepen plaatsvinden dan in de voorbeeldklas. De meeste kinderen volgen het gemiddelde patroon en hebben twaalf weken nodig om een niveau hoger te komen. Slechts een enkele leerling heeft een thema uit het uitbreidingspakket nodig. Houd voor ieder kind een registratieblad bij, zodat ook de leerkracht van de volgende groep ziet hoeveel thema s het kind op een bepaald niveau gedaan heeft. Dit registratieblad vindt u achter in de Methodewijzer als kopieerblad 4. Verder is de organisatie in iedere groep in principe vergelijkbaar. 28

30 5.1 Start periode 1, thema 1 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Indelen van de leesgroepen Het indelen van de kinderen in leesgroepen is eenvoudig. U neemt de lijst met toetsgegevens van de kinderen uit uw klas: de kinderen met het laagste AVI-niveau vormen leesgroep 1; de kinderen met het een na laagste AVI-niveau vormen leesgroep 2; de kinderen met de hogere niveaus vormen leesgroep 3. De kinderen uit leesgroep 1 en 2 lezen een AVIniveau hoger dan hun beheersingsniveau. De kinderen in leesgroep 3 krijgen gezamenlijk instructie op de leesmoeilijkheden, afhankelijk van hun niveau. Als ze zelfstandig werken, lezen ze ieder op hun eigen niveau, een AVI-niveau hoger dan hun eigen beheersingsniveau. Desgewenst kunt u gebruikmaken van het kopieerblad 1 Indelingsformulier leesgroepen, achter in deze Methodewijzer. Leesgroep 1 krijgt twee keer per week instructie en werkt twee keer per week zelfstandig met de materialen van Lekker Lezen. Leesgroep 2 krijgt een keer per week instructie en werkt drie keer per week zelfstandig met de materialen van Lekker Lezen. Leesgroep 3 krijgt een keer per week instructie en werkt drie keer per week zelfstandig: twee keer met materialen van Lekker Lezen en een keer vrij lezen in een eigen gekozen boek, met het computerprogramma of met boeken uit het documentatiecentrum. Een voorbeeldklas Juf Julian is leerkracht van een groep 4 met 25 kinderen. In september lezen: zes kinderen op beheersingsniveau AVI 1; acht kinderen op beheersingsniveau AVI 2; zes kinderen op beheersingsniveau AVI 3; drie kinderen op beheersingsniveau AVI 4; één kind op beheersingsniveau AVI 5; één kind op beheersingsniveau AVI 7. De zes kinderen met beheersingsniveau AVI 3 werken met een boek en leeskaarten op AVI 4-niveau. De drie kinderen met beheersingsniveau AVI 4 lezen een thema op AVI 5-niveau. Er is één kind met beheersingsniveau AVI 5 en één kind met beheersingsniveau 7. Zij lezen ieder een boek op hun eigen instructieniveau. De leerkracht maakt de volgende indeling: De zes kinderen met beheersingsniveau AVI 1 vormen leesgroep 1. Zij krijgen instructie en oefenen op AVI 2-niveau. De acht kinderen met beheersingsniveau AVI 2 vormen leesgroep 2. Zij krijgen instructie en gaan oefenen op AVI 3-niveau. De overige elf kinderen vormen leesgroep 3. Zij krijgen instructielessen op M4, en werken met de leeskaarten op hun eigen instructieniveau. In schema AVI (B) Aantal kinderen leesgroep B = beheersingsniveau I = instructieniveau Oefenen op AVI (I) 29

31 5.2 Start periode 1, thema 2 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Na zes weken hebben de kinderen een thema gelezen en hebben de leesgroepen 1 en 2 het bijbehorende werkboek doorgewerkt. Zwakke lezers hebben de extra oefenstof uit het computerprogramma gemaakt. De kinderen uit leesgroep 3 hebben gezamenlijk instructielessen gekregen en zelfstandig gewerkt met het leesboek en de leeskaarten van Lekker Lezen en hebben eventueel ook in hun eigen leesboek gelezen. Gemiddeld genomen doet een kind ongeveer weken over het bereiken van een volgend AVI-niveau (gemiddelde verwervingsperiode). Zeker in periode 1 beveelt Lekker Lezen aan om alle kinderen beide thema s uit een leesboek op hetzelfde niveau te laten lezen. Eventueel kunt u overwegen kinderen uit leesgroep 3 die moeite hebben met zelfstandig werken, mee te laten doen in leesgroep 2. Uw instructie en de werkboeken bieden hen meer structuur bij de lessen. De voorbeeldklas Juf Julian heeft tijdens de instructielessen gezien dat een van de kinderen uit beheersingsniveau AVI 3 van leesgroep 3 moeite heeft met zelfstandig werken. De leerkracht besluit om deze leerling met leesgroep 2 mee te laten doen. De leerling gaat een niveau lager lezen en werkt nu met werkboek en leesboek in leesgroep 2 (groene getallen in het schema). In schema AVI (B) Aantal kinderen leesgroep = = Oefenen op AVI (I) B = beheersingsniveau I = instructieniveau 30

32 5.3 Start periode 2, thema 3 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Na twaalf weken neemt u waarschijnlijk de AVI-toets af. U gebruikt deze toetsgegevens om indien nodig de kinderen uit uw klas opnieuw in te delen: de kinderen met het laagste AVI-niveau vormen leesgroep 1; de kinderen met het een na laagste niveau vormen leesgroep 2; de kinderen met de hogere niveaus vormen leesgroep 3. Na twaalf weken leesonderwijs gaan kinderen gemiddeld genomen naar een hoger AVI-niveau. Ook de instructielessen aan leesgroep 3 geeft u nu op een niveau hoger. Sommige kinderen hebben meer tijd nodig. Zij lezen een derde thema uit het uitbreidingspakket op hetzelfde AVI-niveau. Hierbij kan het volgende beslissingsschema gehanteerd worden. Beslissingsschema Kinderen kunnen na twaalf weken naar een hoger AVI-niveau op grond van: De AVI-toets: de kinderen hebben een hoger AVI-niveau bereikt. Dit is alleen aan de orde in die situaties waarin het beslissingsmoment valt nadat de AVI-toets afgenomen is. Tussentijds extra toetsen met AVI wordt niet aanbevolen. Uw observaties na twaalf weken werken in een thema van Lekker Lezen. Achterin iedere Leswijzer zit een observatieformulier bij de doelen uit dat specifieke leesboek. Beoordelingscriteria hierbij zijn: de kinderen lezen de woorden van het betreffende AVI-niveau vlot; de kinderen lezen de teksten van het betreffende niveau vlot en nauwkeurig en lezen eveneens na enige voorbereiding de teksten op een hoger niveau vlot en nauwkeurig. Opmerkingen In de Leswijzers worden de beoordelingscriteria per thema verder gespecificeerd. Uw observaties worden verder ondersteund door de resultaten van de kinderen in het computerprogramma van Lekker Lezen. U kunt hiervoor het advies in het leerkrachtgedeelte bekijken. De voorbeeldklas De kinderen uit de groep van juf Julian zijn getoetst met behulp van de AVI-toets. Bijna alle kinderen uit deze groep gaan naar een hoger AVI-niveau. Er is één kind uit leesgroep 3 dat opnieuw score AVI 4 krijgt. Dit kind gaat in de komende periode aan de slag met het derde thema op AVI 5-niveau. Dit boekje is afkomstig uit het uitbreidingspakket. Bovendien moet het kind alle extra oefenlessen uit het AVI-5 niveau op de computer maken, zodat de juf kan zien welke doelen het nog niet beheerst. Aan de kinderen in leesgroep 3 geeft de juf de instructielessen op E4. In schema AVI (B) Aantal kinderen leesgroep = = B = beheersingsniveau I = instructieniveau Oefenen op AVI (I) Opmerking Als een kind in leesgroep 3 niet voldoende vorderingen maakt, kunt u ook andere materialen inzetten. Zie hiervoor par. 6.3 in deze Methodewijzer. 31

33 5.4 Start periode 2, thema 4 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Na achttien weken leesonderwijs met Lekker Lezen lezen de kinderen in beginsel nog een thema op hetzelfde AVI-niveau. In de Leswijzers zijn voor ieder AVI-niveau specifieke beoordelingscriteria opgenomen. Aan de hand van deze beoordelingscriteria en op basis van uw observaties kunt u nagaan of kinderen eventueel behoefte hebben aan meer instructie (dus naar een lagere leesgroep gaan). De voorbeeldklas Het kind uit leesgroep 3 dat de vorige keer bij de toets opnieuw AVI 4-beheersingsniveau behaalde, heeft nu drie thema s op AVI 5 gelezen en wordt opgerold naar een thema op AVI 6 (rode getallen). Opmerking Alle kinderen die drie thema s instructie op een bepaald AVI-niveau gehad hebben, worden bij Lekker Lezen automatisch opgerold naar een hoger AVIniveau. Nogmaals oefenen op hetzelfde AVI-niveau is weinig zinvol en motiverend voor de kinderen. In plaats van nog een keer te werken aan dezelfde doelen op woord-, zins- en tekstniveau worden deze kinderen meegenomen naar een hoger AVI-niveau. Hier werken zij aan de doelen van het volgende niveau. De doelen uit het vorige niveau komen impliciet terug in de verschillende teksten, zodat de kinderen ongemerkt toch aan deze doelen blijven werken. In schema AVI (B) Aantal kinderen leesgroep = = B = beheersingsniveau I = instructieniveau Oefenen op AVI (I) 32

34 5.5 Start periode 3, thema 5 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Voor de start van periode 3 beoordeelt u opnieuw de leesgroepindeling. U neemt de lijst met toetsgegevens van de kinderen uit uw klas: de kinderen met het laagste AVI-niveau vormen leesgroep 1; de kinderen met het een na laagste niveau vormen leesgroep 2; de kinderen met de hogere niveaus vormen leesgroep 3. Als er kinderen zijn die eventueel al drie thema s op een niveau gelezen hebben, rolt u deze kinderen mee op naar een hoger AVI-niveau. Hierdoor wordt voorkomen dat kinderen te lang in een bepaald AVIniveau blijven hangen. Bovendien werkt het langdurig oefenen met dezelfde doelen op woord-, zins- en tekstniveau niet erg motiverend voor kinderen. De kinderen blijven binnen de teksten van het hogere AVI-niveau wel impliciet aan deze doelen werken. In periode 3 begint u wederom aan de nieuwe instructielessen op een hoger niveau. De voorbeeldklas Alle kinderen uit de groep van juf Julian zijn opnieuw getoetst met behulp van de AVI-toets. Op één kind na zijn alle kinderen een of meerdere niveaus omhooggegaan. Er worden nieuwe leesgroepen ingedeeld en binnen leesgroep 3 wordt opnieuw vastgesteld in welke boeken de kinderen gaan werken. Leesgroep 3 krijgt nu instructielessen op AVI M5. Eén kind uit leesgroep 1 heeft opnieuw AVI 2 gehaald. Dit zou betekenen dat dit kind alleen in leesgroep 1 zou zitten met instructie op AVI 3. Naast een inhoudelijk argument om het kind mee op te rollen is er ook een organisatorisch argument. Als de juf zou besluiten om het kind nogmaals instructie te geven op AVI 3 zou hiermee onevenredig veel instructietijd naar het ene kind in leesgroep 1 gaan. Daarbij komt dat in leesgroep 2 dan ook maar twee kinderen zouden zitten. Juf Julian besluit om het kind mee op te rollen naar een hoger niveau; het is voor het kind motiverender om samen met andere kinderen te lezen. De leesmoeilijkheden van AVI 3 komen binnen de teksten ook terug op AVI 4. Het kind krijgt nu dus instructie op AVI 4, en blijft hierdoor binnen de teksten van het hogere AVI-niveau aan deze zelfde doelen werken. Juf Julian heeft nu ook tijd om tien kinderen op AVI 5 instructie te geven in leesgroep 2. Het kind met beheersingsniveau AVI-9 mag de rest van het jaar vrij lezen. Daarna is het van belang dat dit kind minimaal één keer per periode gestructureerd technische leesopdrachten maakt m.b.v. het bovenbouwpakket voor onderhoud van het technisch lezen. In schema AVI (B) Aantal kinderen leesgroep Oefenen op AVI (I) = vrij lezen B = beheersingsniveau I = instructieniveau 33

35 5.6 Start periode 3, thema 6 PERIODE 1 PERIODE 2 PERIODE 3 Thema 1 Thema 2 Thema 3 Thema 4 Thema 5 Thema Voor de start van thema 6 verandert u in principe niets aan de niveaus waarop de leesgroepen werken. In incidentele gevallen kunt u nagaan of kinderen eventueel van leesgroep moeten veranderen. De voorbeeldklas Juf Julian besluit op basis van haar observaties een kind uit leesgroep 2 door te laten stromen naar leesgroep 3. Daar gaat het in de komende zes weken zelfstandig op AVI 6 lezen. Dit betekent dat het nadat het de teksten van het themaboek gelezen heeft, zelfstandig met leeskaarten aan de slag gaat. Op de voorkant van de leeskaarten staan opdrachten die kinderen aanzetten tot het nauwkeurig lezen. Hiermee oefenen de kinderen de leesmoeilijkheden van het betreffende AVI-niveau op woord-, zins- en tekstniveau. Op de achterkant staan gevarieerde keuzeopdrachten die betrekking hebben op de inhoud van de teksten. In schema AVI (B) Aantal kinderen leesgroep Oefenen op AVI (I) = = vrij lezen B = beheersingsniveau I = instructieniveau 34

36 6 Bijzondere situaties Bij Lekker Lezen kunnen zich een aantal bijzondere situaties voordoen. In de voorbeeldklas kwam het oprolmodel al ter sprake. Een andere bijzondere situatie doet zich voor als kinderen AVI-uit zijn. Ook in dat geval wilt u zicht houden op wat het kind leest en of het dat zorgvuldig blijft doen. Beide situaties worden hieronder nader toegelicht. 6.1 Het oprolmodel Organisatie Naast inhoudelijke argumenten kunnen leerkrachten ook op basis van organisatie kiezen voor het oprollen van een of meerdere kinderen naar een hoger niveau. Als in leesgroep 1 of in leesgroep 2 erg weinig kinderen zitten, zouden deze kinderen een onevenredig groot deel van de instructietijd van de leerkracht innemen. De leerkracht kan dan besluiten om deze kinderen op te rollen naar een hoger niveau. Hierdoor kan de leerkracht meer kinderen in zijn groep instructie geven. Inhoud Sommige kinderen blijven erg lang op een AVI-niveau hangen. Soms komt dit omdat ze weinig fouten lezen, maar veel tijd nodig hebben. Soms lezen ze te gehaast, waardoor ze veel fouten maken. Het lang blijven hangen in een bepaald niveau is voor kinderen weinig motiverend en weinig uitdagend. Het AVIniveau is bedoeld als indicatie voor het toewijzen van boeken met een bepaalde moeilijkheid. Het is niet zo dat kinderen die AVI E3 op beheersingsniveau lezen, geen boeken zouden kunnen lezen op AVI E4-niveau. Het is bekend dat kinderen die geïnteresseerd zijn in een specifiek onderwerp, zelf vaak boeken over dit onderwerp uitkiezen die op een veel hoger AVIniveau liggen dan hun beheersingsniveau. Op basis van hun inzet en betrokkenheid kunnen zij dit boek toch lezen. Daarom gaat Lekker Lezen uit van het oprolmodel. Gemiddeld genomen bereiken kinderen na twaalf weken leesonderwijs een hoger niveau (verwervingsperiode). Kinderen die na achttien weken dus na anderhalve verwervingsperiode nog geen hoger niveau bereiken worden binnen Lekker Lezen opgerold naar een hoger niveau. De leesmoeilijkheden van dat specifieke niveau komen binnen de teksten ook terug op het hogere niveau. Het kind blijft hierdoor binnen de teksten van het hogere niveau aan deze zelfde doelen werken. De praktijk laat zien dat kinderen die een of meerdere keren naar een hoger niveau opgerold zijn, betrokken blijven en vaak later regulier doorstromen naar de volgende niveaus. Voorbeeld van het oprollen op basis van organisatie (zie ook par. 4.4 en 5.5) AVI (B) Aantal kinderen leesgroep Oefenen op AVI (I) M3 1* E = 2 1 M4 M E4 E4-E M5-M7 B = beheersingsniveau I = instructieniveau * Eén kind behaalde score AVI M3. Dit kind is om organisatorische en inhoudelijke redenen opgerold naar AVI E3 en komt daar in leesgroep 1. Zonder oprollen zou de leerkracht één kind in leesgroep 1 en één kind in leesgroep 2 instructie kunnen geven. Het totaal aantal kinderen dat instructie krijgt is dan slechts twee. Door het oprollen van het kind uit het laagste niveau, kan de leerkracht in leesgroep 1 en 2 instructie geven aan in totaal twaalf kinderen. Ook het opgerolde kind krijgt in deze situatie instructie van de leerkracht. 6.2 Kinderen die AVI-uit zijn Kinderen uit leesgroep 3 lezen zelfstandig op hun eigen niveau. Zij lezen altijd twee thema s (één omkeerboek) per AVI-niveau tot ze AVI-uit zijn. Als ze AVI-uit zijn, gaan ze vaker vrij lezen, begrijpend lezen of werken met boeken uit het documentatiecentrum. Het is echter van belang om ook bij deze kinderen gestructureerd te blijven werken aan het onderhouden van de leestechniek. Om te voorkomen dat kinderen die AVI-uit zijn, slordig gaan lezen, adviseren we deze kinderen minimaal één keer per periode een thema uit Lekker Lezen te laten lezen en de bijbehorende leeskaarten te laten maken. Daarmee houdt de leerkracht ook zicht op wat de kinderen lezen. Bovendien blijkt dat kinderen het vaak prettig vinden om min of meer gestuurd te worden naar een boek met bijbehorende opdrachten, in plaats van week na week zelfstandig vrij te mogen lezen. Met het maken 35

37 van de uitdagende opdrachten op de leeskaarten werken ze regelmatig met een leesmaatje en kunnen ze bovendien aan de leerkracht laten zien wat ze gedaan hebben. Kinderen die in groep 4 of 5 al AVI-uit zijn, kiezen zo mogelijk één keer per periode een thema op niveau 6 t/m 9 dat ze nog niet gehad hebben. Ook de boeken met lagere AVI-niveaus bevatten aansprekende teksten, zeker als de kinderen zelf een thema mogen kiezen dat ze aanspreekt. Vanaf groep 6 kunnen de kinderen één keer per periode een thema uit het bovenbouwpakket (AVI M5-E7) kiezen. Dit pakket biedt nieuwe boeken met teksten en leeskaarten die oudere kinderen aanspreken. Zie hiervoor ook hoofdstuk Leesgroep 3 Ook betere lezers hebben behoefte aan begeleiding, en soms controle, door de leerkracht. De verschillende materialen van Lekker Lezen maken het mogelijk om kinderen in leesgroep 3 extra aandacht en ondersteuning te geven. Aandacht stimuleert het plezier in lezen. reserveer één keer per week een les binnen het organisatiemodel voor leesgroep 3, ook als de instructielessen van een periode klaar zijn; reserveer tijd om de controle opdrachten op de leeskaarten met de kinderen door te nemen; geef voorinstructie en bespreek de gemaakte opdrachten na afloop; laat de kinderen voorlezen en opdrachten presenteren. Ondersteuning geeft structuur aan het oefenen. maak een selectie van de opdrachten op de achterzijde van de leeskaart; stel tweetallen samen die elkaar aanvullen en samen verder komen; oefen op instructieniveau als het kan, oefen op beheersingsniveau als het moet; laat kinderen zelfstandig werken met het werkboek vanwege de structuur; laat kinderen niet op een hoger niveau werken dan ze aan kunnen; maak gebruik van de luister-cd en het computerprogramma. In de ideale situatie werken kinderen in leesgroep 3 met leesboek en leeskaarten op één AVI-niveau hoger dan hun beheersingsniveau: op hun instructieniveau. Hierop zijn uiteraard uitzonderingen mogelijk als het kind of de situatie in de klas daar om vragen. Hieronder worden deze uitzonderingen beschreven. 1 Kinderen die moeite hebben met zelfstandig werken of nog moeten wennen aan het zelfstandig werken. De kinderen in leesgroep 3 werken in principe zelfstandig met het leesboek en de bijbehorende leeskaarten. Het is echter geen gegeven dat kinderen die beter lezen, ook goed zelfstandig kunnen werken. U kunt een aantal aanpassingen doen om hen hierbij te helpen. Maak vaste twee- of drietallen van kinderen die op hetzelfde niveau werken. Hou bij het samenstellen van de tweetallen rekening met de zelfstandigheid van de kinderen, maar ook met de interactie tussen de kinderen. U kunt kinderen die een verschillend niveau hebben, gezamenlijk op een lager niveau laten werken. Bijvoorbeeld een kind dat in groep 4 al op M6 leest, kan met een kind dat op E5 leest samen op dat niveau gaan werken. De teksten in de leesboeken zijn interessant genoeg, en het is voor kinderen vaak stimulerender om samen te werken, desnoods op een iets lager niveau, dan de hele tijd alleen te moeten werken op het hoogste niveau. U kunt voor kinderen die moeite hebben met kiezen, zelf bepalen welke keuze-opdrachten van de leeskaarten ze moeten doen. Bij de selectie kunt u rekening houden met de vaardigheden van de kinderen: sommige opdrachten bieden minder steun dan andere. Kinderen die behoefte hebben aan meer stuctuur bij het zelfstandig werken, kunt u in plaats van de leeskaarten, ook de werkboeken als uitgangspunt voor de les geven. Zij werken dan geheel zelfstandig, met de werkboeken en de leesboeken op hun AVIinstructieniveau. Het computerprogramma neemt dan de instructie bij de leesmoeilijkheden over. 2 Kinderen die moeite hebben met werken op instructieniveau. Kinderen in leesgroep 3 krijgen niet altijd instructie van de leerkracht bij het niveau waarop ze werken. Zij lezen zelfstandig de teksten en oefenen zelfstandig met de nieuwe leesmoeilijkheden. 36

38 Kinderen die het moeilijk vinden om teksten op hun instructieniveau te lezen, kunt u eerst de teksten laten beluisteren op de luister-cd. Het zelfstandig lezen en maken van de opdrachten gaat gemakkelijker, omdat de tekst al een keer beluisterd is. U kunt hen ook de computer laten gebruiken. Deze leest de tekst voor (waarbij ze kunnen meelezen op het scherm) en geeft in het kort uitleg bij de leesmoeilijkheden. De kinderen oefenen daar kort mee. Daarna kunnen ze verder gaan met leeskaart of evt. het werkboek bij die tekst. Indien dat ook te moeilijk is, kunt u beslissen om deze kinderen eerst een aantal thema s op hun beheersingsniveau te laten lezen. Ten slotte heeft u als optie het kind op te nemen in leesgroep 2, waar het van u instructie krijgt. 6.4 Vrij lezen Het vrij lezen, ook wel stillezen of individueel lezen genoemd, is een belangrijk onderdeel van het leesonderwijs. Onder vrij lezen verstaan we het lezen van teksten of boeken naar eigen keuze. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het vrij lezen een positief effect heeft op de leesattitude en leesvaardigheid van kinderen. Vrij lezen is in de optiek van de auteurs van Lekker Lezen geen losstaande activiteit, maar een belangrijk en integraal onderdeel van het totale leesonderwijs van een school. Leesonderwijs houdt meer in dan het alleen maar gelegenheid geven om te lezen. Vrij lezen is, vooral voor zwakke lezers, effectief in combinatie met instructie. Lekker Lezen maakt een efficiënte en effectieve instructie mogelijk. Door de flexibele opzet van Lekker Lezen kunt u de hoeveelheid instructietijd aanpassen aan de instructiebehoefte van uw leerlingen. Hierdoor kunt u in uw roostertijd voor lezen, tijd inplannen voor het vrij lezen. Lezen leer je door veel te lezen. Uit onderzoek weten we echter dat goede lezers meer vrij lezen dan zwakke lezers. Zwakke lezers moeten derhalve uitgedaagd worden meer vrij te lezen. De school speelt hierin een belangrijke rol. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: Geef het vrij lezen een duidelijke plaats op het lesrooster en reserveer hiervoor een vast tijdstip. Idealiter staat er elke dag tien minuten tot een kwartier vrij lezen op het rooster. Laat bij voorkeur alle groepen in de school op hetzelfde moment vrij lezen, zodat er een rustige sfeer in de school en in de klassen ontstaat. Laat kinderen zelf een boek of tekst uitzoeken. Het boek of de tekst moet qua niveau niet te hoog zijn, maar pin kinderen niet teveel vast op het niveau van de leestoets. Een boek of tekst dat technisch iets moeilijker is dan het beheersingsniveau van het kind, maar erg aansluit bij zijn of haar interesse kan toch geschikte leesstof zijn. Begeleid kinderen die moeilijk een boek of tekst kunnen kiezen bij het maken van een keuze van een boek of tekst zodat het kiezen niet ten koste gaat van de leestijd. Honoreer het lezen van diverse soorten teksten. Niet alleen het lezen van boeken, ook het lezen van een tijdschrift of losse tekst is echt lezen. Zorg voor een goed en actueel boekenaanbod. Zorg er ook voor dat informatieve boeken en teksten deel uitmaken van het boeken- en leesbestand van de school. Juist zwakke lezers lezen graag informatieve teksten. Laat kinderen niet (steeds) een schriftelijk verslag van het gelezen boek maken. Het plezier in lezen is belangrijker dan het controleren of de kinderen wel goed gelezen hebben. Geef het goede voorbeeld en lees zelf ook tijdens het vrij lezen. Hiermee geeft u aan lezen belangrijk te vinden. 37

39 7 Lekker Lezen in de bovenbouw Ook in groep 7 en 8 is het belangrijk voldoende aandacht te blijven besteden aan (technisch) lezen. Kinderen moeten blijven lezen, ze moeten hun leesvaardigheid onderhouden en waar nodig moeten kinderen nog gestructureerd instructie krijgen. Lekker Lezen heeft een bovenbouwpakket dat hierin voorziet. De inhoudelijke leerlijn en de soorten materialen zijn exact hetzelfde als die van het basispakket. De teksten van het bovenbouwpakket zitten echter op een hoger belevingsniveau en zijn specifiek geselecteerd voor kinderen uit de hoogste groepen van het (speciaal) basisonderwijs. Hierdoor blijven de kinderen gemotiveerd om deze teksten te lezen. Daarnaast blijft het ook in groep 7 en 8 belangrijk dat kinderen leeskilometers maken en lezen over verschillende onderwerpen. Dit draagt bij aan woordenschatontwikkeling en ontwikkeling van kennis van de wereld. Naast tijd voor onderhoud en/ of instructie met Lekker Lezen, dient u hiervoor tijd te reserveren. 7.1 Extra instructie en begeleide oefening voor risicolezers Risicolezers zijn kinderen die relatief laat in de hoge AVI-niveaus terechtkomen. Zij hebben de gestelde doelen nog niet bereikt, en hebben extra ondersteuning daarbij nodig. Voor deze kinderen blijft nog instructie en oefening nodig in de niveaus die ze nog niet beheersen. Lekker Lezen heeft in het bovenbouwpakket leesboeken vanaf AVI M5. Dat is het niveau dat een gemiddeld kind halverwege groep 5 bereikt heeft. Voor een kind in groep (6,) 7 of 8 dat op dit niveau nog instructie nodig heeft, is het niet interessant om teksten te lezen die geschreven zijn voor kinderen begin groep 5. bovenbouwpakket Werkboek naam AVI M6 Brandend zand En juist voor risicolezers is het op peil houden van de motivatie van essentieel belang: het lezen gaat al niet vanzelf. Moeten ze dat dan ook nog oefenen met teksten die hen niet interesseren, dan haken ze al gauw helemaal af. Met de materialen uit het bovenbouwpakket werkt u op dezelfde manier als met de materialen uit het basispakket. Voor de instructie en begeleide oefening heeft u de beschikking over leesboeken en werkboeken, de leswijzerkaternen, bijbehorende luister-cd's en het computerprogramma bij het bovenbouwpakket. Idealiter reserveert u voor de risicoleerlingen 4 x dertig minuten leestijd per week. Dit is echter voor de andere kinderen niet nodig. Een deel van de tijd kunt u op de weektaak zetten. U heeft nu waarschijnlijk nog maar 1 leesgroep die instructie nodig heeft. In geval er kinderen zijn die op verschillende niveaus zitten, voegt u deze samen in één leesgroep die u gezamenlijk instructie geeft. Voor de in Lekker Lezen gehanteerde didactiek tijdens de instructieles is het namelijk effectiever als dit in een groepje gebeurt en niet individueel. Eventueel kunt u tijdens de herhalingsles kinderen die AVI-uit zijn, inzetten als tutor voor de risicoleerlingen. Uw organisatiemodel zou er als volgt uit kunnen zien: bovenbouwpakket Brandend zand Leesgroep risicolezers (werkt op instructieniveau) WEEKSCHEMA DAG 1 DAG 2 DAG 3 DAG 4 Basisles Herhalingsles Basisles Extra oefenen leerkracht geeft instructie kinderen werken zelfstandig of met een tutor met een hoger niveau leerkracht geeft instructie kinderen werken zelfstandig deze les kan op de weektaak gezet worden Overige kinderen vrij lezen of onderhoud vrij lezen of onderhoud 38

40 bovenbouwpakket Onderhoud van het technisch lezen Technisch lezen is een vaardigheid die, net als alle andere vaardigheden, onderhouden moet worden om het behaalde niveau te behouden en zo mogelijk nog verder uit te automatiseren. Natuurlijk onderhoud je je technische leesvaardigheid ook door veel vrij te lezen. Maar het is goed om regelmatig expliciet te letten op de techniek. Dat hoeft niet te bestaan uit droge oefeningen. Het bovenbouwpakket van Lekker Lezen bevat leesboeken en leeskaarten om expliciet aandacht te besteden aan het nauwkeurig en vlot technisch lezen met interessante en uitdagende teksten en bijbehorende uitdagende opdrachten rond leesbeleving vanuit de meervoudige intelligenties van Gardner. Laat goede lezers die in groep 6, 7 en 8 al AVI-uit zijn, twee keer per jaar een leesboek met leeskaarten van het bovenbouwpakket doorwerken. De rest van de tijd lezen zij in eigen gekozen boeken, maken zij (verdiepende) opdrachten voor begrijpend lezen of gaan zij toegepast (studerend) lezen. Voor het onderhoud adviseren we de boeken vanaf E5 te gebruiken (niveau 7) om het verschil tussen het beheersingsniveau en het niveau waarop de kinderen lezen, niet té groot te maken. Gebruik de boeken die u toch al aangeschaft heeft voor instructie van risicolezers, zodat u optimaal gebruik maakt van de aanwezige boeken. U kunt de gebruikte boeken en niveaus door de klas of zelfs door de school rouleren. U kunt de kinderen voorschrijven welke boeken ze lezen, of hen naar hun eigen belangstelling een titel laten kiezen. In onderstaand schema ziet u hoe de inzet van de boeken er bijvoorbeeld uit kan zien voor een kind dat in groep 6 al AVI-uit is Broodje aap Vandaag even niet Lees de tekst Vandaag even niet op bladzijde 6 t/m 9 van je leesboek. Zoek op bladzijde 6 een woord met een trema. Lees het couplet met dat woord. Zoek op bladzijde 8 nog een woord met een trema. Lees weer het couplet met dat woord. Je ziet woorden met een trema. Een letter met een trema is een letter met twee puntjes erboven. Mariëlle Italië Pyreneeën Je ziet ië je zegt ieju Je ziet eeë je zegt eeju Meer uitleg: Lees mee en oefen, les 1 Vandaag even niet. Meer oefenen: Oefen meer, les 6 Hooggeëerd publiek. Lees de woorden. Lees ze snel en goed. Albanië zeeën België Tunesië feeën Indonesië Armenië tweeën Kroatië Slovenië drieën Tsjechië Georgië knieën Australië Een dergelijk schema kan gelden voor eenderde van de kinderen die in groep 6 AVI-uit is; de tweede groep leest in week 7-12 hetzelfde boek, en de derde groep in week Zo lezen alle kinderen om de beurt twee keer per jaar in passende boeken uit Lekker Lezen, steeds met de bijbehorende leeskaarten, en maakt u optimaal gebruik van de boeken van het bovenbouwpakket. De titels in het schema staan in een willekeurige volgorde, en kunnen ook in een andere volgorde gelezen worden. Het schema is slechts bedoeld als voorbeeld voor de wijze waarop u het bovenbouwpakket voor het onderhoud van de technische leesvaardigheid van kinderen kunt inzetten. U kunt ook het computerprogramma bij het bovenbouwpakket, met complete lessen rondom de specifieke technische moeilijkheden, gebruiken om de technische leesvaardigheid te onderhouden of eventueel bij te spijkeren. In hoofdstuk 3 leest u uit welke onderdelen het computerprogramma bestaat en hoe u dit in kunt zetten Retteketet Leeskaart 1 Lees de woorden van langzaam naar snel. Lees ze daarna van snel naar langzaam. Australiër waterskiër Indonesiër terriër vegetariër intuïtie pinguïn mozaïek maïs ruïne reünie geërgerd ingeënt Azië Pyreneeën Lees de woorden om en om met een? (vraagteken) en een! (uitroepteken). Doe het zo: egoïstisch? ongeïnteresseerd! geïnstalleerd? egoïstisch ongeïnteresseerd geïnstalleerd tatoeëren hiëroglief calorieën financiën allergieën theïne biografieën vegetariër geïrriteerd koloniën conciërge naïviteit mozaïekcursus Lees de woorden uit opdracht 5 nog een keer. Lees ze zo snel mogelijk, maar goed. Lees de woorden die niet goed gingen nog een keer. Lekker Lezen Leeskaarten niveau 8 Malmberg s-hertogenbosch 169 Periode 1 Periode 2 Periode 3 Groep Week 1-6 Week 7-12 week week week week Groep 6 Groep 7 Groep 8 Geen drop of pindakaas AVI E5 Geld komt uit de muur AVI E6 Onder de grond AVI M7 vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen Broodje Aap AVI M6 Knarsende tandwielen AVI E6 Nog één en nog één en... AVI M6 vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen vrij lezen of toegepast lezen 39

41 8 Lekker Lezen in combinatiegroepen Ook in combinatiegroepen kan heel goed met Lekker Lezen gewerkt worden. Het uitgangspunt blijft dat er twee leesgroepen instructie krijgen vanuit het werkboek, terwijl de derde leesgroep instructielessen krijgt uit Lekker Vlot Lezen. Het gaat erom zorgvuldig de leesgroepen samen te stellen. Daarbij helpt dit stappenplan, met de uitgewerkte voorbeelden voor een combinatiegroep 4/5 en voor een combinatiegroep 4/5/6. Let op! Een combinatiegroep 3/4 is een uitzonderingssituatie. Voor het werken met Lekker Lezen wordt ervan uitgegaan dat de kinderen die geen instructie krijgen, zelfstandig kunnen werken. Dat zou voor de kinderen van groep 3 dan vier keer 30 minuten per week zijn. Aangezien dat niet van kinderen in groep 3 gevraagd kan worden, is het in dat geval aan te bevelen om Lekker Lezen schoolbreed op hetzelfde moment op het rooster te zetten en om klassenoverstijgend te gaan werken. De leesgroepjes kunnen dan klassenoverstijgend volgens het stappenplan samengesteld worden en de mogelijkheden om instructie te geven worden vergroot. De leerkracht van de combinatiegroep 3/4 kan zijn aandacht geven aan groep 3, terwijl de kinderen van groep 4 aansluiten bij de hogere groepen tijdens de instructie voor Lekker Lezen. Stappenplan Bij het bepalen van leesgroep 1 en 2 houdt u niet meer uitsluitend rekening met het AVI-niveau, maar ook met de groep waarin de kinderen zitten. Een kind van begin groep 5 dat leest op niveau E4, heeft immers meer instructie nodig dan een kind van begin groep 4 dat op datzelfde niveau zou zitten. Overzicht beheersingsniveaus bij de start van de genoemde periode. U doorloopt de volgende stappen: NB in verband met het onderscheid tussen leesgroep (groep bij Lekker Lezen) en groep (de groep op school), wordt de groep in deze beschrijving klas genoemd. In een combinatieklas zitten twee of soms drie klassen. Stap 1 U maakt een overzicht per klas waarin u bij het AVI-niveau het aantal kinderen noteert; dit zijn de leesgroepjes. Een leesgroep bestaat dus uit de kinderen van één klas met hetzelfde niveau. U kunt hiervoor kopieerblad 2 of 3 achter in deze Methodewijzer gebruiken. Stap 2a U bepaalt van ieder leesgroepje of het achterloopt (-3, -2, -1), op hetzelfde niveau zit (=) of voorloopt (+) ten opzichte van wat het beheersingsniveau op dat moment zou moeten zijn. Hiervoor gebruikt u het overzicht hieronder. U vult uw bevindingen in op het kopieerblad. Stap 2b U stelt vast welk leesgroepje het meest achterloopt: dit is leesgroep 1 (onafhankelijk van de klas waarin de kinderen zitten). Markeer dit op het kopieerblad. Stap 2c U bepaalt welk leesgroepje daarna het meest achterloopt; dit is leesgroep 2. Stap 3 U bekijkt of u kinderen moet oprollen naar een ander niveau, afhankelijk van de aantallen in leesgroep 1 en 2. Stap 4 U voegt indien mogelijk kinderen uit de andere klas toe aan leesgroep 1 en 2. Stap 5 De kinderen die niet in leesgroep 1 of 2 zitten, vormen leesgroep 3. Zij gaan zelfstandig aan de slag op hun eigen AVIniveau, desgewenst geholpen door het computerprogramma. Dit kunnen dus kinderen uit beide klassen zijn. Eén keer per week krijgen deze kinderen gezamenlijke instructie van u uit Lekker vlot lezen. Groep 4 AVI E3 AVI M4 AVI M4 Groep 5 AVI E4 AVI M5 AVI E5 Groep 6 AVI M6 AVI E6 periode 1 september - november periode 2 december - maart periode 3 april - juni 40

42 8.1 Een voorbeeld voor combinatiegroep 4/5 De school heeft een combinatiegroep 4/5. In groep 4 zitten 8 kinderen, in groep 5 zitten 20 kinderen. Stap 1 Het overzicht van de beheersingsniveaus in de groep ziet er aan het begin van het schooljaar als volgt uit: AVI Groep 4 8 kinderen M3 3 E3 2 1 M4 1 4 E4 1 4 M5 6 E5 1 3 M6 E6 2 Groep 5 20 kinderen Stap 2 Met behulp van het Overzicht beheersingsniveaus vult de leerkracht het beheersingsniveau voor periode 1 in en bepaalt per leesgroepje of het groepje achterloopt of op niveau is. Kinderen die boven het streefniveau zitten zijn voor dit overzicht van minder belang, zij kunnen in leesgroep 3 zelfstandig aan de slag op hun eigen niveau. AVI Groep 4 (beheersingsniveau AVI E3) M3 3-1 Groep 5 (beheersingsniveau AVI E4) E3 2 = 1-2 M E = M5 6 + E M6 E6 2 + Leesgroep 1 bestaat volgens dit overzicht uit het kind dat in groep 5 AVI E3 beheerst. Leesgroep 2 bestaat volgens het overzicht uit de kinderen die in groep 4 AVI M3 beheersen, of uit de kinderen die in groep 5 AVI M4 beheersen. Stap 3 De leerkracht bekijkt de aantallen in ieder groepje en bepaalt op grond daarvan dat het kind in groep 5 dat AVI E3 beheerst, opgerold wordt naar AVI M4. Daarmee bestaat leesgroep 1 uit de kinderen die in groep 5 AVI E3 of M4 beheersen. Zij krijgen twee keer per week instructie op AVI E4; zie het gele vakje in het volgende overzicht. Leesgroep 2 bestaat uit de kinderen in groep 4 die AVI M3 beheersen. Zij krijgen twee keer per week instructie op AVI E3; zie het blauwe vlakje in het overzicht. AVI Groep 4 Groep 5 (beheersingsniveau AVI E3) (beheersingsniveau AVI E4) aantal kind. aantal kind. = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op M3 3-1 leesgroep 2 instructie op AVI E3 E3 2 = 1-2 leesgroep 1 instructie op M AVI E4 E = M5 6 + E M6 E6 2 + Stap 4 Bij stap 4 bepaalt de leerkracht of er kinderen uit de andere klas toegevoegd worden aan instructiegroepjes. De leerkracht kan er in dit geval voor kiezen om de kinderen in groep 4 die lezen op AVI 4 en 5 mee te nemen in leesgroep 1, zodat ze instructie krijgen op AVI 6. Deze keuze is onder andere afhankelijk van de zelfstandigheid van de kinderen en van de rust in de groep. Stap 5 De overige kinderen vallen in leesgroep 3 en gaan zelfstandig aan de slag op hun instructieniveau. AVI Groep 4 Groep 5 (beheersingsniveau AVI E3) (beheersingsniveau AVI E4) aantal kind. aantal kind. = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op M3 3-1 leesgroep 2 instructie op AVI E3 E3 2 = leesgroep leesgroep 1 instructie op M4 1 + leesgroep 1 of AVI E4 E4 1 + leesgroep 1 of 3 4 = leesgroep 3 M5 6 + leesgroep 3 E5 1 + leesgroep leesgroep 3 M6 E6 2 + leesgroep 3 41

43 8.2 Een voorbeeld voor combinatiegroep 4/5/6 De school heeft een combinatiegroep 4/5/6. Ook voor deze school is het werken met Lekker Lezen eenvoudig. Het vergt van tevoren wel wat meer gepuzzel om de leesgroepen goed samen te stellen, maar met behulp van het stappenplan is dat ook goed te doen. In groep 4 zitten acht kinderen, in groep 5 zitten acht kinderen en in groep 6 zitten ook acht kinderen. Stap 1 Het overzicht van de groep ziet er aan het begin van het schooljaar als volgt uit: AVI Groep 4 8 kinderen M3 3 E3 2 Groep 5 8 kinderen M4 1 1 E M5 1 E5 1 1 M6 2 5 E6 1 Groep 6 8 kinderen Stap 2 Met behulp van het Overzicht streefniveaus vult de leerkracht het streefniveau in de tabel in en bepaalt per leesgroepje of het achterloopt of op niveau is. Kinderen die boven het streefniveau zitten zijn voor dit overzicht van minder belang, zij kunnen in leesgroep 3 zelfstandig aan de slag op hun eigen niveau. AVI Groep 4 (beheersingsniveau AVI E3) Groep 5 (beheersingsniveau AVI E4) Groep 6 (beheersingsniveau AVI M6) M3 3-1 E3 2 = M E = 1-3 M5 1 + E M = E6 1 + Leesgroep 1 bestaat volgens het overzicht uit het kind dat in groep 6 op AVI E4-niveau leest. Leesgroep 2 kan volgens het overzicht bestaan uit het kind in groep 4 dat M3 beheerst; het kind in groep 5 dat M4 beheerst of het kind in groep 6 dat E5 beheerst. Het is dus noodzakelijk om kinderen op te rollen en samen te voegen om alle kinderen die dat nodig hebben instructie te kunnen geven. Daarom is stap 3 in dit voorbeeld van groot belang. Stap 3 De leerkracht bekijkt de aantallen in ieder groepje en bepaalt op grond daarvan welke kinderen naar welk niveau worden opgerold. Hij maakt de volgende keuzes: Het kind in groep 5 dat AVI M4 beheerst, wordt opgerold naar AVI E4. Het kind in groep 6 dat AVI E4 beheerst, wordt gevoegd bij de kinderen in groep 5 die op AVI E4 lezen. Dit wordt dan leesgroep 1 en bestaat uit zes kinderen, zie de gele vakjes in het onderstaande overzicht. Deze leesgroep krijgt instructie op AVI M5. De leerkracht heeft nu twee mogelijkheden voor het vaststellen van leesgroep 2: 1 de kinderen in groep 4 die AVI M3 beheersen (instructie op AVI E3), of 2 de kinderen in groep 6 die AVI E5 en M6 beheersen, waarbij het kind dat AVI E5 beheerst, wordt opgerold naar AVI M6 (instructie op AVI E6), zie de blauwe vlakjes in het overzicht. Het is afhankelijk van het beleid van de school welke keuze de leerkracht hierin maakt. Over het algemeen zal ervoor gekozen worden om de kinderen in groep 4 de meeste instructie te geven. Dit wordt dan leesgroep 2; zij krijgen twee keer per week instructie op AVI E3. De leerkracht kan er echter ook voor kiezen om zowel de kinderen in groep 4 als de kinderen in groep 6 één keer per week instructie te geven. Er zijn dan in feite twee leesgroepen 2, die elk één keer per week instructie krijgen en drie keer per week zelfstandig werken. Dit vraagt wat meer flexibiliteit van de leerkracht, maar door de uitgewerkte leswijzers is er nauwelijks extra voorbereidingstijd nodig. Het organisatiemodel hiervoor staat op pagina 43. Het gevolg hiervan is wel dat leesgroep 3 geen instructie mee krijgt. Voor deze lessen zal dan een andere oplossing gevonden moeten worden; bijvoorbeeld een vijfde les moment per week. 42

44 In overzicht: AVI Groep 4 (streefniveau AVI E3) M3 3-1 leesgroep 2a instructie op AVI E3 E3 2 = Groep 5 (streefniveau AVI M5) Groep 6 (streefniveau AVI E6) M leesgroep 1 E = instructie op AVI M5 1-3 leesgroep 1 instructie op AVI M5 M5 1 + E leesgroep 2b M = instructie op AVI E6 E6 1 + Stap 4 De leerkracht zou ervoor kunnen kiezen om de kinderen in groep 4 die op AVI M4 en E4 lezen, mee te nemen in leesgroep 1, zodat ze instructie krijgen op AVI M5. Door de reeds gemêleerde samenstelling van leesgroep 1 is dat in deze situatie niet aan te bevelen. Stap 5 De andere kinderen vallen in leesgroep 3 en gaan zelfstandig aan de slag op hun instructieniveau. In overzicht: AVI Groep 4 (streefniveau AVI E3) M3 3 leesgroep 2a instructie op AVI E3 E3 2 leesgroep 3 Groep 5 (streefniveau AVI M5) Groep 6 (streefniveau AVI 9) M4 1 leesgroep 3 1 leesgroep 1 instructie op AVI M5 E4 1 leesgroep leesgroep 1 M5 1 leesgroep 3 E5 1 leesgroep 3 1 leesgroep 2b instructie op AVI E6 M6 2 leesgroep 3 5 E6 1 leesgroep 3 Organisatiemodel met leesgroep 2a en 2b (voor combinatiegroepen) WEEKSCHEMA DAG 1 DAG 2 DAG 3 DAG 4 Leesgroep 1 Basisles* Herhalingsles Basisles Vrij lezen of Leeskaarten of extra oefenen Leesgroep 2a Vrij lezen of Leeskaarten of extra oefenen Basisles* Herhalingsles Basisles (met luister-cd of computerprogramma) Leesgroep 2b Herhalingsles Basisles (met luister-cd of computerprogramma) Vrij lezen of leeskaarten Basisles* Leesgroep 3 Leeskaarten* Leeskaarten Vrij lezen of extra oefenen Vrij lezen * Dit is de eerste les van een nieuw thema. 43

45 Gebruikte literatuur Aarnoutse, C. en L. Verhoeven Tussendoelen gevorderde geletterdheid. Leerlijnen voor groep 4 tot en met 8. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands Ahlers, L. De doorgaande leeslijn 3-13 jarigen. Amersfoort: CPS Berenst, J. Leren zwemmen op de pianokruk. Een beschouwing over de Inspectiecampagne voor het technisch lezen. In: Nieuwsbrief Taal voor Opleiders en Begeleiders. jrg 4 (2006), 2, pag Brouwer, Tj. Leesonderwijs met LEF. Interne publicatie. Eindhoven: Impact Educatief Brouwer, Tj. & F. Joosen Lezen met plezier. In: JSW, 94, pag Chambers, A. The reading environment. How adults help children enjoy books. Thimble Press Inspectie van het onderwijs. Iedereen kan leren lezen. Inspectierapport Utrecht Jongen, I. & R. Krom DMT en AVI. Handleiding. Arnhem: Cito Jongen, I., R. Krom & P. Roumans Technisch lezen. Handleiding. Arnhem: Cito Leij, A. van der Leesproblemen. Beschrijving, verklaring en aanpak. Rotterdam: Lemniscaat Marzano, R. Intrss vrbrdnd lzn Middelburg: Bazalt Mullis, I.V.S. et al PIRLS, 2001 International Report ICA s study of Reading Literacy Achievement in Primary Schools. Chesnut Hill, Ma; Boston College Onderwijsraad Presteren naar vermogen. Den Haag: Onderwijsraad Smits, A. & T. Braams Dyslectische kinderen leren lezen. Individuele, groepsgewijze en klassikale werkvormen voor de behandeling van leesproblemen. Amsterdam: Boom Verhoeven, L. (Red) Preventie en behandeling van leesproblemen. Leuven, Amersfoort: Garant Vernooy, K. Voortgezet technisch lezen nader bekeken. In: JSW, 85, pag 4. Vernooy, K. Elke leerling een competente lezer! Effectief omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Wat werkt? Amersfoort: CPS Vygotsky, L. Thought and language. Cambridge: MIT Press Wentink, H. & L. Verhoeven Protocol leesproblemen en dyslexie. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands Marzano, R. Wat werkt in de klas Middelburg: Bazalt

46 Bijlagen Bijlage 1 Didactische uitgangspunten en didactische werkvormen Lekker Lezen gaat uit van een duidelijke en compacte didactiek. Bij technisch lezen gaat het in essentie om het correct en vlot kunnen decoderen en verklanken van woorden en zinnen. Lekker Lezen richt zich ook op deze essentie, maar dan wel binnen een betekenisvolle context: een authentieke tekst. Naast deze algemene uitgangspunten zijn er een paar specifieke didactische uitgangspunten. In plaats van het spellend lezen van afzonderlijke letters, leren kinderen zo snel mogelijk woorden in letterclusters lezen. Ze herkennen lettercombinaties en spellingpatronen, lettergrepen en unieke letterpatronen van (leen)woorden. Leessnelheid is een belangrijke indicator voor de leesvaardigheid van kinderen. Het steeds vlotter kunnen lezen van teksten is dan ook een belangrijk doel. De didactiek van Lekker Lezen is er echter op gericht om kinderen eerst nauwkeurig en zonder fouten te laten lezen. Als dit goed gaat, verschuift het accent naar het verhogen van de leessnelheid. Kortom: eerst nauwkeurig lezen, daarna vlot lezen. Bij een samengesteld woord als skelterbanen, wordt de nadruk niet gelegd op het lezen van de lettergrepen, maar op het lezen van de afzonderlijke, samenstellende woorden. De didactiek is gericht op het lezen van skelter - banen in plaats van skel-ter-ba-nen. Bij het uitleggen van de uitspraak van een woord in het werkboek wordt de uitspraak niet fonetisch opgeschreven, zodat er geen verkeerd woordbeeld kan ontstaan. Er wordt aandacht besteed aan de manier waarop kinderen een tekst voorlezen. Dat loopt van het over de regel heen lezen en het gebruikmaken van leestekens, tot het gebruik van intonatie en tempowisselingen bij het voorlezen. Op de leeskaarten krijgen kinderen regelmatig de opdracht een stuk tekst voor te bereiden en aan elkaar voor te lezen. Ze luisteren naar elkaar en geven tips hoe het beter kan. Op die manier leren ze ook rekening houden met hun luisterpubliek. In Lekker Lezen leest de leerkracht voor of wordt op de computer (of luister-cd) de tekst uit de basisles voorgelezen. De kinderen wijzen bij. Pas nadat zij oefeningen op woord- en zinsniveau gemaakt hebben, lezen de kinderen de tekst zelf. Hiervoor is gekozen om aan te sturen op succeservaringen. De leerkracht heeft binnen Lekker Lezen een ondersteunende rol. Als kinderen bij het zelf lezen van een tekst blijven hangen op bepaalde woorden, zegt de leerkracht deze woorden voor. Het kind herhaalt het woord en leest daarna de zin in zijn geheel. Ook dit is bedoeld om succeservaringen te benadrukken. Het hebben van succeservaringen is een belangrijke factor in het behouden, dan wel vergroten van een positieve leesattitude. Spellende en radende lezers Spellende lezers zijn lezers die te lang blijven steken in het afzonderlijk verklanken van elke letter of woorddeel. Hierdoor is het leestempo van deze kinderen vaak erg laag. Het verklanken van woorden vraagt zoveel aandacht van deze lezers dat ze daardoor vaak niet aan het begrijpen van een tekst toekomen. Het hardnekkig spellend blijven lezen kan meerdere oorzaken hebben. Ten eerste kan het komen omdat de klanktekenkoppeling nog niet geautomatiseerd is. Het kan ook zijn dat kinderen bang zijn om fouten te maken en daarom het spellen blijven hanteren omdat dat voor hen een relatief veilige leesstrategie is. Een radende lezer probeert woorden te lezen via een directe koppeling met de betekenis, maar doet dit op basis van een te oppervlakkig gebruik van de grafische informatie. Op basis van globale informatie, bijvoorbeeld de eerste letters van het woord, raadt een dergelijke lezer de rest van het woord. Een radende lezer ontwikkelt, meestal onbewust, een radende leesstijl als hij de elementaire leeshandeling niet voldoende onder de knie heeft. In Lekker Lezen wordt geen specifiek onderscheid gemaakt tussen spellende en radende lezers. In de praktijk ligt dit onderscheid ook niet zo scherp. Er is ook een behoorlijke groep zwakke lezers die afwisselend een spellende en een radende strategie inzetten. Het zingend lezen blijkt een goede techniek om spellende lezers te stimuleren letters meer aan elkaar te lezen. In plaats van het verklanken van alle losse letters, wordt de eerste letter verklankt en de rest van het woord wordt gezoemd. Hierdoor ervaren de kinderen het woord meer als geheel. Het kan juist de 45

47 kinderen die bang zijn om fouten te maken over de streep trekken om woorden of woorddelen direct te verklanken. In Lekker Lezen wordt de techniek van het zingend lezen veelvuldig toegepast. Voor de radende lezers zijn er af en toe opdrachten opgenomen die hen dwingen om heel precies te lezen. Naast deze didactische uitgangspunten worden in Lekker Lezen ook enkele didactische werkvormen benadrukt. Het gaat hier specifiek om: Zingend lezen Zingend lezen is een techniek die ingezet wordt bij kinderen die erg spellend lezen. Bij zingend lezen wordt de eerste letter gelezen en de rest van het woord wordt erachteraan gezongen. De letters worden dus niet afzonderlijk verklankt. Het zingend lezen is derhalve te zien als een tussenstap op weg naar het in één keer verklanken van het woord (directe woordherkenning). kinderen of het klopt met de leesmoeilijkheid. Het aantal gevonden woorden is minder belangrijk dan de zoekstrategie. Werken met een leesmaatje In Lekker Lezen werken kinderen af en toe samen met een leesmaatje. Dit wordt in het werkboek of op de leeskaart altijd aangegeven met een picto. Bij het werken met een leesmaatje lezen kinderen niet tegelijkertijd, maar lezen ze om de beurt aan elkaar voor. Het werken met een leesmaatje wordt bijvoorbeeld toegepast om te laten horen welk antwoord de kinderen zelf gevonden hebben of bij het samen lezen van een dialoog. Koorlezen Bij koorlezen lezen de kinderen en de leerkracht tegelijkertijd. De kinderen wijzen bij in de tekst. Koorlezen is een faciliterende techniek, het is bedoeld om het lezen te vergemakkelijken en successen te ervaren. Doordat alle kinderen uit het instructiegroepje daadwerkelijk lezen, draagt dit bij aan het optimaal benutten van de roostertijd voor lezen. Duo-lezen Onder duo-lezen verstaan we het tegelijkertijd lezen van een tekst in tweetallen. Beide lezers lezen hierbij hardop. De kinderen die samen een duo vormen hebben een vergelijkbaar leesniveau. Doordat het duo-lezen binnen Lekker Lezen toegepast wordt bij leesgroep 1 en 2, zullen kinderen vrijwel altijd hetzelfde leesniveau hebben. Scannend of zoekend lezen Bij het zoeken in de tekst naar woorden met de leesmoeilijkheid oefent u met de kinderen hoe je snel woorden kunt vinden. U doet voor hoe je met je ogen regel voor regel van boven naar beneden over de tekst dwaalt op zoek naar woorden met een bepaalde leesmoeilijkheid. De kinderen leren dat het niet nodig is om alle zinnen nauwkeurig te lezen. Als een woord gevonden is controleren de 46

48 Bijlage 2 De thema s van Lekker Lezen In het basispakket zitten voor ieder AVI-niveau twee thema s (in één omkeerboek). Deze thema s bevatten elk alle leesproblemen en -doelen binnen een AVIniveau, ze kunnen dus in willekeurige volgorde gebruikt worden. AVI-niveau M4 heeft twee boeken (vier thema s), boek 3 en 4. Dit is nodig vanwege het aantal doelen dat op dit niveau behandeld moet worden. De thema s en titels van het basispakket zijn: AVIniveau Boek Thema Titel van het boek E3 (huis)dieren Boe! 2 E3 feest Feest! M4 vervoer Spoor 3 3 M4 kleding Niks om aan te trekken M4 spelen Ga 2 plaatsen vooruit 4 M4 ziek zijn Pleisters plakken E4 (vreemde) dieren Nijlpaardenpoep 5 E4 vakantie Inpakken en wegwezen M5 strips Grmbll! 6 M5 vriendschap Door dik en dun E5 boeken Papier hier! 7 E5 ridders Ingeblikt M6 muziek Retteketet 8 M6 eilanden Aangespoeld E6 water Nattigheid 9 E6 sport Ik wil winnen! Het uitbreidingspakket De teksten in deze boeken zijn geselecteerd op de belevingswereld van kinderen in groep 4 t/m 6. Voor kinderen die na het lezen van twee thema s nog niet naar een hoger AVI-niveau gaan, is een extra thema in het uitbreidingspakket beschikbaar. Bovendien zijn in dit uitbreidingspakket ook twee thema s op AVI M3- instructieniveau opgenomen voor kinderen die begin groep 4 dit niveau nog niet beheersen. De thema s en titels van deze boeken zijn: AVIniveau Boek Thema Titel van het boek M3 wonen Hier woon ik 1 M3 kleuren Pim pel paars E3 je eigen lijf Knie en teen, knie en teen 2/3 M4 beroepen Later word ik beroemd M4 het weer Ik zie de bui al hangen 4/5 E4 geheimen Pssst Het bovenbouwpakket Voor kinderen in groep 6 t/m 8 is het bovenbouwpakket beschikbaar, met teksten die op hun belevingsniveau liggen. Het bovenbouwpakket bevat de volgende thema s en titels: AVIniveau Boek Thema Titel van het boek M5 nieuws Het laatste nieuws! 6 M5 gereedschappen Roestige spijkers E5 ontdekkingen Vindingrijk E5 7 leven in een ander land Geen drop of pindakaas M6 woestijn Brandend zand 8 M6 koken - eten Broodje aap E6 techniek Knarsende tandwielen 9 E6 geld Geld komt uit de muur M7 onder de grond Onder de grond 10 E7 verzamelen Nog één en nog één en 47

49 Bijlage 3 Relatie met kerndoelen en tussendoelen In de kerndoelen die in schooljaar van kracht geworden zijn, zijn geen aparte doelen opgenomen voor technisch lezen. In de toelichting op de kerndoelen Nederlands wordt aangegeven dat geletterdheid meer veronderstelt dan alleen de techniek van lezen en schrijven. Dit sluit aan bij de visie van de auteurs van Lekker Lezen. Technisch lezen is geen doel op zich. Bij lezen gaat het altijd om het kunnen begrijpen van een tekst, waarbij je leest om informatie uit een tekst te halen of leest om van een tekst te genieten. Goed technisch kunnen lezen zo hebben we gesteld is daarbij echter een essentiële voorwaarde. Binnen de ruim geformuleerde kerndoelen zijn er wel tussendoelen te onderscheiden. Door het Expertisecentrum Nederlands zijn tussendoelen beginnende en gevorderde geletterdheid geformuleerd. Lekker Lezen is bedoeld voor de groepen 4 t/m 8. Dit maakt dat met name de tussendoelen gevorderde geletterdheid van toepassing zijn op deze methode. In de tussendoelen gevorderde geletterdheid worden acht onderling samenhangende leerlijnen onderscheiden. Leerlijn 2 betreft het technisch lezen. Aan alle daarin genoemde aspecten wordt binnen Lekker lezen aandacht besteed. Voorts zijn door het SLO tussendoelen en leerlijnen ontwikkeld die bedoeld zijn om de kerndoelen hanteerbaar te maken (TULE: Tussendoelen en Leerlijnen). De tussendoelen en leerlijnen Nederlands zijn in samenwerking met het Expertisecentrum Nederlands opgesteld. Zoals gezegd zijn er in de kerndoelen geen aparte doelen opgenomen voor technisch lezen. De auteurs van Lekker Lezen willen kerndoel 9 echter nadrukkelijk naar voren halen. In kerndoel 9 staat: De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten. Bij het lezen van de leerlijn valt bij het kopje Aanbod van teksten op hoe sterk de opstellers hiervan aandacht vragen voor verschillende soorten teksten: verhalend en informatief. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor teksten die passend zijn voor de leeftijdsgroep. Onder het kopje Plezier hebben in lezen wordt genoemd het plezier hebben in voorgelezen worden, het plezier hebben in zelf lezen en in het voorlezen van anderen. Daarnaast wordt het gemotiveerd zijn om zelf te lezen genoemd. Kortom: aandachtspunten die binnen Lekker Lezen ruim aandacht krijgen. Koppeling aan het protocol Leesproblemen en Dyslexie Lekker Lezen heeft een uitgebreid aanbod voor AVI M3 t/m E7. Hierdoor kunnen alle kinderen met leesproblemen ongeacht hun niveau gerichte, efficiënte en effectieve leesinstructie krijgen. Het pakket van Lekker Lezen maakt het gebruik van aanvullende remediërende materialen overbodig. Dit voorkomt ook het gevaar van dubbel leren voor zwakke lezers. In Lekker Lezen worden kinderen nauwlettend gevolgd en kan de leerkracht na zes weken op grond van observaties of toetsen het programma voor de kinderen in zijn groep aanpassen. Dit en de overige inhoudelijke, didactische en organisatorische kenmerken maakt Lekker Lezen uitermate geschikt voor gebruik in combinatie met het protocol Leesproblemen en Dyslexie. 48

50 Bijlage 4 Doelenoverzicht Lekker Lezen Woordniveau Zinsniveau Tekstniveau AVI M3 boek 1 Eenlettergrepige woorden: medeklinker-klinker: zo, pa klinker-medeklinker: ik, om medeklinker-klinker-medeklinker: naam, roos Eenlettergrepige woorden met een tweeklank: duin, dief Eenlettergrepige woorden met medeklinkercombinatie: groen, paars Woorden met een hoofdletter Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Correct en vlot kunnen lezen van korte zinnen Samengestelde zinnen over twee regels verdeeld komen voor Woorden lezen met hoofdletters Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 1 Tekst correct verklanken AVI E3 boek 2 Eenlettergrepige woorden: eindigend op d, -dt: rood, houdt eindigend op nk, ng: zink, bang beginnend met sch- twee medeklinkers voor- en/of achteraan het woord: stoel, pats, stelt drie medeklinkers voor- en/of achteraan het woord: straal, kampt eindigend op -ooi, aai, -oei: mooi, roei Tweelettergrepige of samengestelde woorden zonder leesmoeilijkheden: voetbal, mama Woorden eindigend op je, -tje, -pje: huisje, oortje, boompje Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Correct en vlot kunnen lezen van korte zinnen Samengestelde zinnen over twee regels verdeeld komen voor Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 2 Pauzeren aan het einde van de zin AVI M4 boek 3 Alle typen eenlettergrepige woorden Tweelettergrepige woorden: met een open lettergreep: hoger, water met medeklinkerverdubbeling: missen, spullen met voorvoegsel be-, ge-, ver: betaal, geluk, verhaal Drielettergrepige (samengestelde) woorden zonder leesmoeilijkheden: keukendeur, lantaarnpaal Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Gebruikmaken van leestekens in een zin Korte zinnen kunnen betekenisvol zijn afgebroken en doorlopen op de volgende regel. De nieuwe zin begint nog wel op een nieuwe regel Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 3 Gedeelten uit tekst voorlezen, met nadruk op leestekens (punt, vraagteken, uitroepteken) AVI M4 boek 4 Twee- en drielettergrepige woorden: met i als /ie/: idee met als uitgang ig, -lijk: deftig, vrolijk eindigend op je, -tje, -pje: verhaaltje beginnend en eindigend met s: auto s, s middags Drielettergrepige (samengestelde) woorden: verpleegster, wachtkamer Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Zinnen kunnen, betekenisvol afgebroken, doorlopen op de volgende regel Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 4 Expressief lezen van teksten met dialogen AVI 5 AVI E4 boek 5 Drie- en vierlettergrepige samengestelde woorden: regenplassen, zonneschijn Meerlettergrepige woorden met als uitgang ig(e), -lijk(e): griezelige, misselijke Woorden met c als /k/ en c als /s/: actie, cent Woorden eindigend op tie als /tsie/: vakantie Woorden met de uitgang eren, elen, -enen: kinderen, wandelen, rekenen Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 5 Lezen met intonatie, accent, zinsmelodie. Het vinden van de belangrijkste woorden in een tekst en deze met nadruk voorlezen AVI M5 boek 6 Vierlettergrepige woorden: ellendeling Woorden met y- als /ie/, /j/, /i/: pony, yoghurt, Egypte Woorden met x-: taxi Woorden met g als /zj/: horloge Woorden met een trema: zeeën Eenvoudige woorden uit het Engels: team, flat, keeper Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Gebruikmaken van intonatie bij het voorlezen van zinnen Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 6 Presenteren/voorlezen van een informatieve tekst 49

51 Bijlage 4 Doelenoverzicht Lekker Lezen (vervolg) AVI E5 boek 7 Meergrepige woorden. Woorden met -isch(e) als /ies(e)/: biologisch Woorden uit het Frans met -ou als /oe/: retour Woorden op -iaal, -ieel, -eaal: liniaal, officieel Woorden met een koppelteken: mee-eten Aardrijkskundige namen: Zuid-Amerika Vijflettergrepige woorden: fotograferen Woorden met ch- als /sj/: machinist Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 7 Nauwkeurig lezen van gedeelten uit een tekst met veel leestekens en deze tekst met goede intonatie voorlezen AVI M6 boek 8 Woorden met letter e met accent aigu: café, oké Woorden uit het Frans met -eau als /oo/: bureau Meerlettergrepige woorden met een trema: vegetariër Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 8 Televisielezen AVI E6 boek 9 Woorden met letter e met accent grave: première Woorden uit het Engels met a als /e/, ee als /ie/ en ai als /ee/: chatten, cheeseburger, container Woorden met de uitgang air : spectaculair Op zinsniveau toepassen van de leesmoeilijkheden Toepassen van de leesmoeilijkheden op teksten van niveau 9 Voorlezen van tekst met verschillende personages 50

52 Kopieerblad 1 Indelingsformulier leesgroepen Naam AVI-beheersing Leesgroep 1/ AVI (I) Leesgroep 2/ AVI (I) Leesgroep 3/ AVI (I) I = Instructieniveau Voorbeeld Naam AVI-beheersing Leesgroep 1/ AVI (I) Leesgroep 2/ AVI (I) Leesgroep 3/ AVI (I) Gib M4 E4 Mehmet M4 E4 Ezra M5 E5 Carina M5 E5 Giliam E3 M4 Kiora E3 M4 Rozelijn E4 M5 51

53 Kopieerblad 2 Indelingsformulier voor combinatiegroep van twee groepen AVI Groep (beheersingsniveau AVI *) Groep (beheersingsniveau AVI *) aantal kinderen = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op aantal kinderen = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op M3 E3 M4 E4 M5 E5 M6 E6 M7 E7 * Overzicht gewenste beheersingsniveaus bij start van de periode: zie pag

54 Kopieerblad 3 Indelingsformulier voor combinatiegroep van drie groepen AVI Groep (beheersingsniveau AVI *) Groep (beheersingsniveau AVI *) Groep (beheersingsniveau AVI *) aantal kinderen = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op aantal kinderen = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op aantal kinderen = + leesgroep 1, 2 of 3; instructie op M3 E3 M4 E4 M5 E5 M6 E6 M7 E7 * Overzicht gewenste beheersingsniveaus bij start van de periode: zie pag

55 Kopieerblad 4 Registratieblad vorderingen per kind Naam kind Startniveau begin groep 4: AVI Startniveau begin groep 5: AVI Startniveau begin groep 6: AVI Datum AVI-uit niveau 1 Hier woon ik leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Pim pel paars leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 2 Boe! leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Feest! leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Knie en teen, knie en teen leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 3 Spoor 3 leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Niks om aan te trekken leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Later word ik beroemd leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 4 Ga 2 plaatsen vooruit leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Pleisters plakken leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Ik zie de bui al hangen leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 5 Nijlpaardenpoep leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Inpakken en wegwezen leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Pssst leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 6 Grmbll! leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Door dik en dun leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Het laatste nieuws! leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Roestige spijkers leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 7 Papier hier! leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Ingeblikt leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Vindingrijk leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Geen drop of pindakaas leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 8 Retteketet leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Aangespoeld leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Brandend zand leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Broodje aap leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 9 Nattigheid leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Ik wil winnen! leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Knarsende tandwielen leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen Geld komt uit de muur leesgroep WB LK cd computer: instructie computer: oefenen niveau 10 Onder de grond leesgroep 3 LK cd computer: oefenen Nog één en nog één en leesgroep 3 LK cd computer: oefenen Toelichting: basispakket / uitbreidingspakket / bovenbouwpakket 54

56 Kopieerblad 5 Registratieblad leeskaarten Naam Leesmaatje Niveau Titel boek Titel van de kaart Nakijken door Ik vond deze kaart 1 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 2 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 3 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 4 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 5 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 6 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 7 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 8 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 9 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 10 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 11 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 12 leerling heel leuk moeilijk leerkracht leuk 55

57 56

INVOERINGSWIJZER. voortgezet technisch lezen

INVOERINGSWIJZER. voortgezet technisch lezen INVOERINGSWIJZER voortgezet technisch lezen Inhoudsopgave Inleiding 3 1 Keuzes vooraf aan start van de invoering 4 2 Hoe zit Lekker Lezen in elkaar 5 3 Instapweek organisatiemodel 1 7 Dag 1: kennismaking

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Instapweek 3. Dag 1: kennismaking 4. Dag 2: organisatie 6. Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7. Dag 4: lekker vlot lezen 10

Inhoudsopgave. Instapweek 3. Dag 1: kennismaking 4. Dag 2: organisatie 6. Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7. Dag 4: lekker vlot lezen 10 INSTAPWEEK Inhoudsopgave Instapweek 3 Dag 1: kennismaking 4 Dag 2: organisatie 6 Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7 Dag 4: lekker vlot lezen 10 Dag 5: leeskaarten en computerprogramma 11 2

Nadere informatie

Alles over. Lekker lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Lekker lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1 OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding groepsoverzicht en groepsplan versie 1 Met dank aan: Mariët Förrer CPS Onderwijsontwikkeling en advies Handleiding groepsoverzicht en groepsplan Leeslink Inhoud 1 Invullen

Nadere informatie

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1 OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding groepsoverzicht en groepsplan versie 1 Kleuterplein Inhoud 1 Invullen van het groepsoverzicht 2 Opstellen van het groepsplan Rekenen 3 Opstellen van het groepsplan Klanken

Nadere informatie

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Leeshuis

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Leeshuis VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Leeshuis Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer

Nadere informatie

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Lekker Lezen

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Lekker Lezen VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Lekker Lezen Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer

Nadere informatie

groep Computerprogramma woordenschat

groep Computerprogramma woordenschat Taal actief G e b r u i k e r si n st r u c t i e C o m pu te rpro gra m m a w o o rde n s c ha t 214088_OM.indd 1 gro ep 6 22-06-2009 12:22:50 telefoon: 073-628 87 22 e-mail: [email protected]

Nadere informatie

L e e s p. Presentatie. Wat is Leesparade?

L e e s p. Presentatie. Wat is Leesparade? Presentatie L e e s p a r a de Wat is Leesparade? Complete methode voortgezet technisch lezen Doorlopende leerlijn van groep 4 t/m 8 Lijn voor leesbegrip, leespromotie & woordenschat Passend onderwijs:

Nadere informatie

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1 OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding groepsoverzicht en groepsplan versie 1 auteur Tjalling Brouwer Handleiding groepsoverzicht en groepsplan Lekker Lezen Inhoud 1 Invullen van het groepsoverzicht 2 Opstellen

Nadere informatie

voortgezet technisch lezen Feest! Proeflessensyllabus Malmberg

voortgezet technisch lezen Feest! Proeflessensyllabus Malmberg voortgezet technisch lezen Feest! Proeflessensyllabus Niveau 2 (AVI 2/AVI E3) 511146 Malmberg Inhoudsopgave pagina Lekker Lezen in het kort 3 Hoe werkt u met deze proeflessen? 4 Wat u vooraf moet weten

Nadere informatie

Kwaliteitskaart Tijdschema

Kwaliteitskaart Tijdschema Kwaliteitskaart Tijdschema Tijdschema Lees- voor goed voortgezet technisch Meetlat voor goed Stel uzelf de volgende vragen om na te gaan of het leesonderwijs in orde is. Aan de hand van de geformuleerde

Nadere informatie

ALLES BINNEN HANDBEREIK. Mijn Malmberg Lekker Lezen

ALLES BINNEN HANDBEREIK. Mijn Malmberg Lekker Lezen ALLES BINNEN HANDBEREIK Mijn Malmberg Lekker Lezen Mijn Malmberg Een unieke servicesite voor de leerkracht, boordevol inspiratie en extra s bij de lesmethodes. U haalt als leerkracht graag het beste uit

Nadere informatie

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 Groep 7 en 8 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 85-95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 90% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen richten

Nadere informatie

OPBRENGSTGERICHT WERKEN

OPBRENGSTGERICHT WERKEN OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding woordrijkaarten groepsoverzicht bij en de groepsplan methode Lekker Lezen versie 1 auteur Piers van der Sluis Handleiding woordrijkaarten bij de methode Lekker Lezen

Nadere informatie

lezen Hulp aan risicolezers

lezen Hulp aan risicolezers veilig leren lezen Hulp aan risicolezers bij Auteur: Ed Koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering en waarschijnlijk ook het Citoafnamemoment E3 afgenomen. De resultaten daarvan maken u duidelijk

Nadere informatie

KWALITEITSKAART. Doelen en resultaten. Voortgezet technisch lezen

KWALITEITSKAART. Doelen en resultaten. Voortgezet technisch lezen KWALITEITSKAART Voortgezet technisch lezen Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteitskaart Opbrengstgericht Werken zijn te vinden op www.schoolaanzet.nl. Deze website

Nadere informatie

Afspraken mbt protocol dyslexie Van Dijckschool Bilthoven. Inhoudsopgave:

Afspraken mbt protocol dyslexie Van Dijckschool Bilthoven. Inhoudsopgave: 11-12-2007 Inhoudsopgave: 1. Dyslexie...3 1.1 Wat is het dyslexieprotocol?...3 1.2 Doel van het Protocol Dyslexie....3 1.3 Inhoud van het protocol...3 2. Preventie en interventiehandelingen...4 2.1 Groep

Nadere informatie

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin Leerkrachten op het speciaal basisonderwijs die met Veilig stap voor stap werken, maken

Nadere informatie

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Estafette

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Estafette VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Estafette Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer

Nadere informatie

Groep 4. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4

Groep 4. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4 Groep 4 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4 75% van de leerlingen beheerst niveau AVI-E4 (teksten lezen) 90 % beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot twee- en drielettergrepige

Nadere informatie

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 95% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen

Nadere informatie

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Goed Gelezen versie 2

VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Goed Gelezen versie 2 VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Goed Gelezen versie 2 Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer

Nadere informatie

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1 OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding groepsoverzicht en groepsplan versie 1 auteurs Ina Cijvat Brenda van Rijn Handleiding groepsoverzicht en groepsplan Pluspunt Inhoud 1 Invullen van het groepsoverzicht

Nadere informatie

Alles over. Flits. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Flits. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Flits Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met

Nadere informatie

Leestips! Tip 2: Zoek een gezellige plek om samen te lezen.

Leestips! Tip 2: Zoek een gezellige plek om samen te lezen. Leestips! Tip 1: Thuis lezen moet leuk zijn voor uw kind. Het gaat erom om samen met uw kind op een ontspannen manier bezig te zijn. Moedig Uw kind tijdens het lezen aan en geef een complimentje als het

Nadere informatie

Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Technisch lezen. Wat is technisch lezen?

Technisch lezen. Wat is technisch lezen? Technisch lezen Wat is technisch lezen? Technisch lezen is het verklanken van woorden en zinnen. Goed technisch kunnen lezen is een voorwaarde voor alle andere aspecten van lezen. Nadat er in de onderbouwgroepen

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken aan voortgezet technisch lezen

Opbrengstgericht werken aan voortgezet technisch lezen KWALITEITSKAART Taal / lezen / rekenen Opbrengstgericht werken aan voortgezet technisch lezen PO Het formuleren van concrete en toetsbare doelen is een belangrijk element van opbrengstgericht en effectief

Nadere informatie

Werken met Vloeiend & vlot

Werken met Vloeiend & vlot NIEUW Werken met Wat is? is een uitgave waarmee leerlingen zelfstandig (individueel of in tweetallen) of onder begeleiding gericht en op maat kunnen werken aan het verbeteren en automatiseren van hun technische

Nadere informatie

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers

Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin Leerkrachten in het speciaal basisonderwijs die met Veilig stap voor stap werken, maken

Nadere informatie

De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette

De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? De Leerkrachtassistent Estafette volgt de handleiding

Nadere informatie

Hulp aan risicolezers

Hulp aan risicolezers Hulp aan risicolezers bij Auteurs: Ed koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering afgenomen. Dat waren de drie kaarten van de DMT en, hoewel facultatief, meestal ook de AVI-kaarten. De resultaten

Nadere informatie

Toetsvragen bij domein 5 Begrijpend lezen

Toetsvragen bij domein 5 Begrijpend lezen bijvoorbeeld Exemplarische opleidingsdidactiek voor taalonderwijs op de basisschool Toetsvragen bij domein 5 Begrijpend lezen Bart van der Leeuw (red.) Jo van den Hauwe (red.) Els Moonen Ietje Pauw Anneli

Nadere informatie

Checklist technisch lezen onderwijs en leesmethodes

Checklist technisch lezen onderwijs en leesmethodes Checklist technisch lezen onderwijs en leesmethodes Goed kunnen lezen is in onze samenleving een voorwaarde voor succes. Goed leesonderwijs op de basisschool is daarom belangrijk, maar hoe ziet dat eruit?

Nadere informatie

Voorwoord. Letters uitspreken zoals de leerkracht dat doet.

Voorwoord. Letters uitspreken zoals de leerkracht dat doet. Voorwoord In groep 3 leert uw kind lezen en schrijven. Uw kind begint niet vanaf nul, want tegenwoordig wordt in groep 1 en 2 al veel gedaan aan voorbereiding. Sommige leren als kleuter al lezen en schrijven.

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs voor over 11 uur k l o k k i j k e n i n s t a p h a n d l e i d i n g Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis met vernieuwende

Nadere informatie

Toelichting Leerkrachtassistent

Toelichting Leerkrachtassistent estafette Nieuw Toelichting Leerkrachtassistent De Leerkrachtassistent Estafette geeft ondersteuning bij de lessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? Technische uitgangspunten

Nadere informatie

Alles over. Timboektoe. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Timboektoe. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Timboektoe Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Visie leesbevordering

Visie leesbevordering Visie leesbevordering Leesbevordering zien we als basis van het totale leesonderwijs Zonder aandacht voor leesbevordering mist het technisch lezen een belangrijke stimulans. Leesbevordering is dus niet

Nadere informatie

Hoe vind ik het juiste boek voor mijn kind?

Hoe vind ik het juiste boek voor mijn kind? Hoe vind ik het juiste boek voor mijn kind? De AVI-niveaus zijn veranderd. Wat nu? Informatie voor ouders 2013 Lieven Coppens Versie VL 1.2 Nieuw, maar niet slechter! De leesniveaus op de boekjes worden

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s d e l e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5. Mariët Förrer

Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5. Mariët Förrer Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5 Mariët Förrer November - februari Doelen en accenten per groep Rol van intern begeleider / taalcoördinator IB en TC ook in deze periode Bewaken

Nadere informatie

Meer doen met de rijtjesboeken

Meer doen met de rijtjesboeken Lijn 3 Meer doen met de rijtjesboeken Meer doen met de rijtjesboeken De rijtjesboeken bij Lijn 3 zijn een belangrijk hulpmiddel bij het automatiseren en vlot lezen van woorden (zie bladzijde 28 en 29 van

Nadere informatie

i n s t a p b o e k j e

i n s t a p b o e k j e jaargroep 6 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p b o e k j e k l o k k i j k e n Les 1 Uren en minuten 1 Hoe laat begint elke les? Schrijf op. Rekenen Taal 2 Hoeveel uur is de

Nadere informatie

estafette Vloeiend & vlot Snel aan de slag! Achtergrondinformatie

estafette Vloeiend & vlot Snel aan de slag! Achtergrondinformatie estafette Vloeiend & vlot Snel aan de slag! Met Vloeiend en vlot oefent u samen met u kind altijd in drie stappen: 1. U leest de woorden, zinnen of teksten eerst zelf voor. U doet dit in een rustig tempo,

Nadere informatie

RALFI. Aanpak voor (zeer) zwakke lezers.

RALFI. Aanpak voor (zeer) zwakke lezers. RALFI Aanpak voor (zeer) zwakke lezers. Jan-Dirk Anderhalf jaar geleden was Jan-Dirk (11) voor geen goud een bibliotheek ingestapt. Hij zat met lezen muurvast op AVI-1 niveau. Althans: ogenschijnlijk.

Nadere informatie

Handleiding Oefensoftware Station Zuid. Versie 1.1

Handleiding Oefensoftware Station Zuid. Versie 1.1 Handleiding Oefensoftware Station Zuid Versie 1.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Starten 4 2.1. Inloggen via Basispoort door de kinderen 4 2.2. De leerling-startpagina 5 2.3. De software voor de kinderen

Nadere informatie

Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Alle leerlingen beheersen AVI-plus Leerlingen lezen vlot woorden, zinnen en teksten vanaf niveau 1F Leerlingen richten zich op

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Vrij lezen groep 4. Doelen eind groep 4

Vrij lezen groep 4. Doelen eind groep 4 Vrij lezen groep 4 Doelen eind groep 4 Leerlingen hebben plezier in voorgelezen worden hebben plezier in lezen en voorlezen hebben belangstelling voor verhalende teksten (waaronder poëzie) en informatieve

Nadere informatie

Nieuw organisatiemodel voor combinatiegroepen

Nieuw organisatiemodel voor combinatiegroepen Nieuw organisatiemodel voor combinatiegroepen Estafette nieuw ook haalbaar in een combinatiegroep Onderwijs geven in een combinatiegroep of aan twee verschillende niveaugroepen doe je niet zomaar even.

Nadere informatie

Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken.

Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken. Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken. Daarom hechten wij er dan ook veel belang aan dat dit op een

Nadere informatie

Wondverzorging. Let op: het is belangrijk om precies deze schrijfwijze aan te houden, dus met tussenstreepjes.

Wondverzorging. Let op: het is belangrijk om precies deze schrijfwijze aan te houden, dus met tussenstreepjes. M Wondverzorging Website In de oorspronkelijke uitgave van Wondverzorging was een cd-rom toegevoegd met aanvullend digitaal materiaal. Vanaf deze editie is echter al dit aanvullende materiaal vindbaar

Nadere informatie

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1

OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1 OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding groepsoverzicht en groepsplan versie 1 auteurs Ina Cijvat Brenda van Rijn Handleiding groepsoverzicht en groepsplan De wereld in getallen Inhoud 1 Invullen van het groepsoverzicht

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 6 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Alles over. Estafette. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Estafette. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Estafette Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Lijn 3 in een combinatiegroep

Lijn 3 in een combinatiegroep Inhoud 1 Werken met blz. 3 2 2-3 blz. 4 3 3-4 blz. 6 Bijlagen 1 De combinatie Lijn 3 - Station Zuid blz. 7 2 De combinatie Lijn 3 - Station Zuid en Taal actief 4 blz. 9 3 De combinatie Lijn 3 - Station

Nadere informatie

Groepsplan voor technisch lezen gebaseerd op handelingsgericht werken.

Groepsplan voor technisch lezen gebaseerd op handelingsgericht werken. Groepsplan voor technisch lezen gebaseerd op handelingsgericht werken. Instructiegroep: Leerkracht: Periode: Schooljaar: beheersingsniveau (boven vastgestelde doel) (op vastgestelde doel) (onder vastgestelde

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs 20 d e l e n i n s t a p h a n d l e i d i n g Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis met vernieuwende elementen uit de methode

Nadere informatie

uitbreidingspakket Ik zie de bui al hangen voortgezet technisch lezen Proeflessensyllabus Niveau 4 (AVI 4/AVI M4)

uitbreidingspakket Ik zie de bui al hangen voortgezet technisch lezen Proeflessensyllabus Niveau 4 (AVI 4/AVI M4) uitbreidingspakket Ik zie de bui al hangen voortgezet technisch lezen Proeflessensyllabus Niveau 4 (AVI 4/AVI M4) 511148 Inhoudsopgave pagina Lekker Lezen in het kort 3 Hoe werkt u met deze proeflessen?

Nadere informatie

Initiatiefnemer Ben Vaske, Stichting Expertisecentrum Oefenen.nl. Projectmanagement Claudette Verpalen, Utrecht

Initiatiefnemer Ben Vaske, Stichting Expertisecentrum Oefenen.nl. Projectmanagement Claudette Verpalen, Utrecht Klik & Tik Werkboek Dit werkboek is ontwikkeld door Stichting Expertisecentrum Oefenen.nl in het kader van het Actieplan Laaggeletterdheid 2012-2015 Geletterdheid in Nederland en mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

Tips bij het bestellen van nieuwe boeken

Tips bij het bestellen van nieuwe boeken Tips bij het bestellen van nieuwe boeken Versie: juni 2015 Leidseveer 2, 3511 SB Utrecht Telefoon: 088-999 0 444 Email: [email protected] Nieuwe methode aanschaffen? Dat kan nu veel voordeliger. Snappet

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e g e t a l l e n k a a r t Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Connect in de groep? Achtergronden Connect Hoe moet dat in de groep? Anneke Smits Tom Braams

Connect in de groep? Achtergronden Connect Hoe moet dat in de groep? Anneke Smits Tom Braams Connect in de groep? Achtergronden Connect Hoe moet dat in de groep? Drs. Sonja Hotho-Toppers, Seminarium voor Orthopedagogiek Drs. Herman Hotho, remedial teacher o.b.s. De Elsweiden Anneke Smits Tom Braams

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e r e k e n m a c h i n e Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Alles over. Rekenrijk. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Rekenrijk. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

DIFFERENTIATIE op Leesontwikkeling Vaardigheden van de leerkracht

DIFFERENTIATIE op Leesontwikkeling Vaardigheden van de leerkracht DIFFERENTIATIE op Leesontwikkeling Vaardigheden van de leerkracht Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteitskaart zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl.

Nadere informatie

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen.

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen. Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 8 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen. Vaktips Frans 1. D O E L S T E L L I N G E N De Franse taal leren verstaan, lezen, spreken en schrijven. Om dit te bereiken, moet je: Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en

Nadere informatie

Begrijpend en studerend lezen. leerlingmateriaal proefles. les zelfstandig werken

Begrijpend en studerend lezen. leerlingmateriaal proefles. les zelfstandig werken Begrijpend en studerend lezen B leerlingmateriaal proefles les zelfstandig werken 5 BLOK 2 LES 4 DYSLEXIE 1 Kinderen kunnen het hebben. en en. Maar ook grote mensen. Moeite hebben met lezen en schrijven.

Nadere informatie

h a n d l e i d i n g

h a n d l e i d i n g Zwijsen jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g g e t a l l e n e n g e t a l b e g r i p 5 10 Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis

Nadere informatie

De nieuwe AVI-toetsen en AVI-bepalingen

De nieuwe AVI-toetsen en AVI-bepalingen De nieuwe AVI-toetsen en AVI-bepalingen Het leren lezen van kinderen begint met een goede technische leesvaardigheid. Dit is een essentiële voorwaarde voor begrijpend lezen. Het is belangrijk dat kinderen

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s v e r m e n i g v u l d i g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen?

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen? Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help

Nadere informatie

Extra oefenen: woordrijtjes met ie

Extra oefenen: woordrijtjes met ie Extra oefenen: woordrijtjes met ie Dit leesblad kun je gebruiken op verschillende manieren: wanneer een leerling uitvalt op het lezen van woorden met ie het opnieuw aanbieden van ie bij verlengde instructie

Nadere informatie

Leesfontein Leren lezen is ECHT leuk!

Leesfontein Leren lezen is ECHT leuk! Leesfontein Leren lezen is ECHT leuk! Groep 4 t/m 8 Waarom Leesfontein? In de basisschool gaat veel aandacht uit naar het aanvankelijk leesonderwijs. Maar als de leerling eenmaal heeft leren lezen, wordt

Nadere informatie

Alles over. Estafette. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Estafette. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Estafette Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Toetsvragen bij domein 6 Stellen

Toetsvragen bij domein 6 Stellen bijvoorbeeld Exemplarische opleidingsdidactiek voor taalonderwijs op de basisschool Toetsvragen bij domein 6 Stellen Bart van der Leeuw (red.) Jo van den Hauwe (red.) Els Moonen Ietje Pauw Anneli Schaufeli

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

STATION ZUID. Handleiding digibordsoftware

STATION ZUID. Handleiding digibordsoftware STATION ZUID Handleiding digibordsoftware Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Inloggen 4 2. De methodeportal 4 3. Algemene functionaliteiten van de digibordsoftware 4 4. Opbouw digibordlessen Station Zuid 4 5.

Nadere informatie

VRAGENLIJST PRIMAIR ONDERWIJS DYSLEXIEMONITOR

VRAGENLIJST PRIMAIR ONDERWIJS DYSLEXIEMONITOR VRAGENLIJST PRIMAIR ONDERWIJS DYSLEXIEMONITOR INHOUDSOPGAVE Zorgniveau 1: Goed lees- en spellingonderwijs Stap 1: Leestijd blz. 3 Kwaliteit instructiegedrag blz. 3 Klassenmanagement blz. 4 Stap 2: Juist

Nadere informatie

INLOGLES LEERLINGEN ELO Voortgezet Onderwijs

INLOGLES LEERLINGEN ELO Voortgezet Onderwijs INLOGLES LEERLINGEN ELO Voortgezet Onderwijs Inhoudsopgave Inleiding 3 Lesplan 4 Voorafgaand aan de les 5 Les opzet 6 Start met inloggen 7 Welke vragen kunt u verwachten 8 Technische problemen 9 Malmberg

Nadere informatie

Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas

Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas Hoofdstuk 18 - Tips om voorleessoftware in te zetten in de klas 18.1. Voorleessoftware compenserend inzetten voor leerlingen met een ernstige beperking 235 18.2. Voorleessoftware leerondersteunend inzetten

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Proeflessensyllabus. Niveau 3 (AVI 3/AVI M4) voortgezet technisch lezen

Proeflessensyllabus. Niveau 3 (AVI 3/AVI M4) voortgezet technisch lezen Proeflessensyllabus Niveau 3 (AVI 3/AVI M4) 511147 voortgezet technisch lezen Inhoudsopgave pagina Lekker Lezen in het kort 3 Hoe werkt u met deze proeflessen? 4 Wat u vooraf moet weten 7 Niveau 3 w handleiding

Nadere informatie

Begrijpend lezen Oefenboek (1) Geschikt voor de Citotoetsen / LVS-toetsen Groep 4

Begrijpend lezen Oefenboek (1) Geschikt voor de Citotoetsen / LVS-toetsen Groep 4 Begrijpend lezen Oefenboek (1) Geschikt voor de Citotoetsen / LVS-toetsen Groep 4 2017 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen

Nadere informatie

Addo Stuur AZERTY toetsenbord

Addo Stuur AZERTY toetsenbord Addo Stuur AZERTY toetsenbord Typen van accenten, trema s en cijfers Dit boek is geschreven volgens de Visual Steps -methode. 2006 Visual Steps B.V. Opmaak/redactie: Marleen Vermeij Eindredactie: Ria Beentjes

Nadere informatie

INLOGLES LEERLINGEN ENTREE Voortgezet Onderwijs

INLOGLES LEERLINGEN ENTREE Voortgezet Onderwijs INLOGLES LEERLINGEN ENTREE Voortgezet Onderwijs Inhoudsopgave Inleiding 3 Lesplan 4 Voorafgaand aan de les 5 Les opzet 6 Start met inloggen 7 Welke vragen kunt u verwachten 13 Technische problemen 14 Malmberg

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 6

Informatie. vakgebieden. Groep 6 Informatie vakgebieden Groep 6 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g h e t t a f e l m o d e l Jaargroep instap Inleiding Middels het instapprogramma maken de leerlingen kennis met

Nadere informatie

Opdracht 2: Data analyseren en interpreteren op groepsniveau (technisch lezen voor leerkrachten van groep 3 (Opdracht 2a) en groep 4 (Opdracht 2b))

Opdracht 2: Data analyseren en interpreteren op groepsniveau (technisch lezen voor leerkrachten van groep 3 (Opdracht 2a) en groep 4 (Opdracht 2b)) Opdracht 2: Data analyseren en interpreteren op groepsniveau (technisch lezen voor leerkrachten van groep 3 (Opdracht 2a) en groep 4 (Opdracht 2b)) Met behulp van onderstaande opdracht kun je met behulp

Nadere informatie

i n s t a p b o e k j e

i n s t a p b o e k j e jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p b o e k j e d e r e k e n m a c h i n e Les Rekenen tot 000 Rekenen met de rekenmachine. Hiernaast zie je een rekenmachine. Hoe

Nadere informatie

Leeshuis. Leeshuis begrijpend en studerend lezen past zowel bij de oude als de nieuwe AVI! Lekker lezen met Leeshuis!

Leeshuis. Leeshuis begrijpend en studerend lezen past zowel bij de oude als de nieuwe AVI! Lekker lezen met Leeshuis! Leeshuis Tabellenboekje nieuwe AVI-niveaus T E C H N I S C H L E Z E N Lekker lezen met Leeshuis! Leeshuis begrijpend en studerend lezen past zowel bij de oude als de nieuwe AVI! LEESHUIS TECHNISCH LEZEN

Nadere informatie

Proeflessensyllabus. voortgezet technisch lezen

Proeflessensyllabus. voortgezet technisch lezen Proeflessensyllabus Niveau 5 (AVI 5/AVI E4) 511169 voortgezet technisch lezen Inhoudsopgave pagina Lekker Lezen in het kort 3 Hoe werkt u met deze proeflessen? 4 Wat u vooraf moet weten 7 Niveau 5 w handleiding

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie