De formule van Euler voor veelvlakken
|
|
|
- Esmée Vos
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1
2 Inhoudsopgave I. Verklaring van letters II. De formule III. Het bereik van de formule IV. Leonhard Euler V. Hoe bewijs je de geldigheid van de formule? VI. Regelmatige vlakvullingen VII. De stelling van Descartes VIII. Geodesic domes en C-moleculen IX. Oppervlakken van genus (geslacht) groter dan 0 X. Geldt de formule voor een bol? XI. Het vermoeden van Poincaré XII. Een blik in andere dimensies XIII. Een elegante formule XIV. Toepassing op het simplex XV. Literatuur 2
3 I. Verklaring van letters E K + F = 2 is de formule in het Duits. E = Ecken, K = Kanten, F = Flächen. (Hoofdletters verplicht!) Nederlands: H R + Z = 2 H = hoekpunten, R = ribben, Z = zijvlakken. Engels: V E + F = 2 V = vertices, E = edges, F = faces. Frans: S A + F = 2 S = sommets, A = arêtes, F = faces. 3
4 II. De formule (1) Hiernaast is een convex* veelvlak getekend. De aantallen hoekpunten, ribben en zijvlakken zijn niet goed te tellen zolang de achterzijde niet zichtbaar wordt. Niettemin weten we dat voor deze aantallen geldt: H R + Z = 2 Dit is de formule van Euler voor. * Convex = de rechte verbinding tussen elk tweetal punten op de buitenkant van het veelvlak loopt geheel binnendoor. 4
5 II. De formule (2) Even checken: - tetraëder*: H R + Z = = 2 - kubus: H R + Z = = 2 - octaëder: H R + Z = = 2 - dodecaëder: H R + Z = = 2 - icosaëder: H R + Z = = 2 De dualiteit van de tetraëder met zichzelf, resp. van de kubus en de octaëder, resp. van de dodecaëder en de icosaëder, blijkt uit de aantallen H en Z. * De naam tetraëder hier gebruikt voor het regelmatige viervlak. 5
6 II. De formule (3) is bijzonder, omdat deze formule niet betreft: - meetkundige eigenschappen als loodrechte stand, evenwijdigheid, incidentierelaties (collineariteit van punten, concurrentie van lijnen), - metrische eigenschappen als de grootte van hoeken of lijnstukken, de oppervlakte van zijvlakken, of over verhoudingen daartussen (inclusief goniometrische verhoudingen). Alle stellingen tot dan toe gingen over meetkundige of metrische eigenschappen. De formule behoort tot de combinatorische topologie waarover later meer. Het is bovendien een zeer algemeen geldige formule, aan de worden kennelijk nauwelijks bijzondere eisen gesteld. Hierover later meer. 6
7 II. De formule (4) De formule geldt bijvoorbeeld voor allerlei 14-vlakken. Voor elk 14-vlak geldt Z = 14, dus H R = -12 N.B. Dit zijn niet alle mogelijke 14-vlakken! 7
8 III. Het bereik van de formule (1) De tekening geeft een balk waaruit binnenin een kubusvormig gedeelte ontbreekt. Hier kunnen de zij -vlakken, ribben en hoekpunten binnenin ook meetellen. Dan zou gelden H R + Z = = 4 Aldus geldt de formule van Euler blijkbaar niet. We zullen de formule van Euler alleen beschouwen voor het buitenoppervlak. Een holte blijft buiten beschouwing óf het oppervlak ervan wordt beschouwd als een afzonderlijk veelvlak. 8
9 III. Het bereik van de formule (2) Een meer bekend tegenvoorbeeld is de schilderijlijst. Neem aan: de ribben van de buitenste naar de binnenste hoekpunten verdelen de voorkant en de achterkant in vier zijvlakken de tekening schiet wellicht iets tekort! Nu geldt H R + Z = = 0 Dus een doorboring mag niet. 9
10 III. Het bereik van de formule (3) Afgebeeld is een niet-convex veelvlak (een zgn. kleine rhombihexaëder). Hiervoor geldt: H R + Z = = = 2 Dit bewijst nog niet de juistheid van de formule voor niet-convexe (mits die niet doorboord of hol zijn). Maar blijkbaar is niet-convexiteit geen bezwaar. 10
11 III. Het bereik van de formule (4) De voorwaarden waaronder de formule geldt De voorwaarde die aan moet worden gesteld opdat de formule van Euler voor deze geldt, is: deze moeten enkelvoudig samenhangend zijn. Wat is dit: Enkelvoudig = niet doorboord. In de topologie zegt men: vervormbaar tot een bol. Samenhangend = het is één figuur. Alle hoekpunten, ribben en zijvlakken zijn, direct of indirect, met elkaar verbonden. De eis van enkelvoudige samenhang komt van Henri Poincaré (1893). Een één maal doorboord veelvlak als de schilderij- lijst is vervormbaar tot een torus (hiernaast getekend). Bol en torus zijn echt verschillend. De beide soorten cirkels op de torus zijn niet samen- trekbaar tot één punt. De torus is niet enkelvoudig. Op een boloppervlak is elke cirkel samentrekbaar tot één punt. 11
12 III. Het bereik van de formule (5) Landkaarten In een klassiek geworden boek van Imre Lakatos ( ) wordt de geldigheid van de formule uitvoerig besproken. Hierin blijkt o.a. dat de formule net zo goed geldt voor landkaarten op bollen. Aan deze landkaarten worden weinig bijzondere eisen gesteld, de grenzen zijn gewone lijnen en er zijn geen enclaves. Hiermee wordt het bereik van de formule vergroot! Voorbeeld van een veelvlak dat voorkomt als landkaart: Hiernaast staan een 32-vlak en een voetbal. Het patroon op de voetbal is op te vatten als een landkaart. Voor beide figuren geldt de formule: H R + Z = = 2 Literatuur: Imre Lakatos, Proofs and refutations (1976). 12
13 IV. Leonhard Euler (1) Leonhard Euler ( ) was een Zwitser, die een groot deel van zijn leven in Sint Petersburg werkte. Van te Berlijn. Leerling van Johann Bernoulli, die in Groningen had gewerkt. Euler werd ca geheel blind. Hij werkte gewoon door. Fenomenaal wiskundige en zeer origineel onderzoeker, boekte vaak baanbrekende resultaten op velerlei gebied. Niet louter wiskundige, ook astronoom, geodeet en filosoof. Schreef meerdere leerboeken, waardoor zijn notaties navolging vonden (e, i, f(x)). 13
14 IV. Leonhard Euler (2) Euler: - bewees de kleine stelling van Fermat, die hij bovendien had gegeneraliseerd. - ontdekte de rechte van Euler in een driehoek; deze rechte gaat door zwaartepunt, hoogtepunt en middelpunt van de omgeschreven cirkel. - vond de gelijkheid e ix = cos x + i sin x, met als speciaal geval de formule e i = -1 - definieerde de gammafunctie die de faculteiten interpoleert, - definieerde de zetafunctie, waaromtrent Bernhard Riemann ( ) zijn beroemd geworden vermoeden formuleerde. Euler vond ook de produktvoorstelling van deze functie. - ontwikkelde de variatierekening. - onderzocht oneindige trigonometrische rijen waarop later Fourier zijn transformaties grondvestte. 14
15 V. Hoe bewijs je de geldigheid van de formule? (1) Een bewijsprincipe is het volgende. 1e. Ga uit van een veelvlak (dat niet hol of doorboord is). Maak van dit veelvlak een Schlegel-diagram, als volgt: plaats het oog van de waarnemer vlak bij een centraal punt van een zijvlak, bijvoorbeeld bij het middelpunt als het zijvlak een regelmatige veelhoek is, en bekijk het veelvlak perspectivisch. Op de volgende dia staan de Schlegel-diagrammen van de vijf regelmatige. 2e. Uit het Schlegel-diagram wordt vervolgens een gedeelte verwijderd, waarbij nauwkeurig wordt nagegaan hoe dan het aantal hoekpunten, het aantal ribben en het aantal zijvlakken verandert. Bewezen wordt daarbij dat de uitkomst van H R + Z niet verandert. 3e. Zo wordt doorgegaan totdat nog één zijvlak zichtbaar is. Maar ook het oorspronkelijke zijvlak is er nog, dit is immers niet verwijderd. Voor de overgebleven figuur geldt H R + Z = 2, omdat H = R en Z = 2. 4e. Conclusie: derhalve geldt deze uitkomst ook voor de oorspronkelijke figuur. 15
16 V. Hoe bewijs je de geldigheid van de formule? (2) Schlegel-diagrammen van de vijf regelmatige. 16
17 V. Hoe bewijs je de geldigheid van de formule? (3) Een ander, maar vergelijkbaar bewijsprincipe behelst het openknippen en oprekken van het veelvlak. Deze methode komt sterk overeen met de vorige; er wordt eveneens van groot naar klein gewerkt. Op deze (en andere) bewijsmethoden is naderhand kritiek geleverd. Er zou niet zijn aangetoond of op de beschreven wijze álle waarvoor de formule zou moeten gelden worden meegenomen. In de twintigste eeuw is de bewijsvoering aangescherpt, waarbij de bewijsprincipes overeind gebleven zijn. De aanscherping is een gevolg van de paradigma-wijziging in de twintigste eeuw. Het boek van Lakatos behandelt alle aspecten van de bewijsvoering. 17
18 VI. Regelmatige vlakvullingen (1) De figuur geeft een regelmatige vlakvulling met behulp van regel- matige zeshoeken. De figuur kan in alle richtingen willekeurig ver worden uitgebreid. Een vraag is: hoe kan het dat er niet een regelmatig veelvlak bestaat met zulke zeshoeken als zijvlakken? Antwoord: als je drie van zulke zeshoeken in één hoekpunt tegen elkaar legt, heb je al een hoek van 3 x = 360 0, m.a.w. die zeshoeken moeten dan in één plat vlak liggen. 18
19 VI. Regelmatige vlakvullingen (2) In elk hoekpunt van de tetraëder komen drie gelijkzijdige driehoeken bijeen, de drie zijvlakshoeken zijn samen 3 x 60 0 = In elk hoekpunt van de octaëder komen vier gelijkzijdige driehoeken bijeen, de vier zijvlakshoeken zijn samen 4 x 60 0 = In elk hoekpunt van de icosaëder komen vijf gelijkzijdige driehoeken bijeen, de vijf zijvlakshoeken zijn samen 5 x 60 0 = Omdat 6 x 60 0 = gaat deze opsomming niet verder. In elk hoekpunt van de kubus komen drie vierkanten bijeen, de drie zijvlakshoeken zijn samen 3 x 90 0 = Omdat 4 x 90 0 = houdt de opsomming hier al op. In elk hoekpunt van de dodecaëder komen drie regelmatige vijfhoeken samen, de drie zijvlakshoeken zijn samen 3 x = Omdat 4 x = houdt deze opsomming hier op. Het voorgaande bewijst dat er niet méér dan de vijf bekende regelmatige kunnen zijn. 19
20 VI. Regelmatige vlakvullingen (3) Er is een verband tussen regelmatige vlakvullingen en regelmatige. Goed bekend zijn de vlakvullingen met vierkanten of gelijkzijdige driehoeken. Deze zijn samen met de vlakvulling met regelmatige zeshoeken de enige drie regelmatige vlakvullingen. Hieronder staan vlakvullingen op de bol en op de torus. De vlakvulling op de bol (met het voetbalpatroon) is met zeshoeken en vijfhoeken en heet halfregelmatig, de vlakvulling op de torus is met rechthoeken. 20
21 VII. De stelling van Descartes (1) René Descartes ( ), of Cartesius, is bekend als de uitvinder van de coördinaten. Hij liet echter ook een stelling na over de hoeken in elk hoekpunt van een veelvlak. Euler kende deze stelling niet. De stelling kwam voor in de nagelaten stukken van Leibniz, die pas lang na Euler werden gevonden. Definitie: bereken in elk hoekpunt van een convex veelvlak de som van de zijvlakshoeken. Deze som is altijd kleiner dan Noem het tekort ten opzichte van het defect. Stelling van Descartes: de som van de defecten in alle hoekpunten van een willekeurig convex veelvlak is gelijk aan 4 radialen (= ). Opmerking: 4 is precies de maximale ruimtehoek, een bol met straal 1 heeft oppervlakte 4. De eis van convexiteit hangt hier logisch mee samen. Bij een niet-convex veelvlak kan de hoekensom groter zijn dan ; zie de kleine rhombihexaëder, met in elk hoekpunt een hoekensom van
22 VII. De stelling van Descartes (2) Bewijs van de stelling van Descartes. Stel: het aantal zijvlakken met n hoekpunten is P n (n 3). Dan is het totale aantal zijvlakken gelijk aan P n Het aantal ribben is dan n.p n (immers: een zijvlak met n hoekpunten grenst aan n ribben, en zo krijg je alle ribben tweemaal). De hoekensom van een zijvlak met n hoekpunten is (n-2) Het totale defect is hetzelfde als het totale aantal hoekpunten x 2, verminderd met de totale hoekensom van alle zijvlakken. Ten slotte wordt de formule van Euler bekend verondersteld. Nu kan het totale defect D worden berekend: D = H.2 P n.(n-2) = 2.H. n.p n + 2. P n = 2.(H R + Z) = 4 qed 22
23 VII. De stelling van Descartes (3) Voorbeelden: - het regelmatig viervlak heeft vier hoekpunten, in elk hoekpunt is het defect = 180 0, het totale defect is dus 4 x = de kubus heeft acht hoekpunten, in elk hoekpunt is het defect = 90 0, het totale defect is dus 8 x 90 0 = Nog een voorbeeld: het eerder getoonde 32-vlak. In elk hoekpunt zit één vijfhoek met twee zeshoeken, het defect is er ( x ) = Het totale defect is 60 x 12 0 = De alternatieve voetbal beschouwd als veelvlak heeft in elk hoekpunt een defect van (2 x x ) = Omdat het totale defect is, zijn er 720/24 = 30 hoekpunten. In elk hoekpunt zijn er 4 ribben, dus in totaal zijn er 120/2 = 60 ribben. Er zijn 30x2/5 = 12 vijfhoeken en 30x2/3 = 20 driehoeken. Controle: H R + Z = = 2 23
24 VII. De stelling van Descartes (4) Hoe zit het met de stelling van Descartes op deze bol? Elke hoek is 90 0 (behalve in de polen), dus in elk hoekpunt hebben we al Ja, maar de stelling van Descartes geldt alleen voor veelhoeken, niet voor landkaarten. Ook de alternatieve voetbal van de vorige dia moet, om de stelling van Descartes te kunnen toepassen, worden opgevat als veelvlak. 24
25 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (1) Linksonder staat een model van de welbekende bucky ball, het molecuul C 60. Voor de ontdekking van dit molecuul in 1985, en verwante moleculen (de fullerenen), ontvingen Kroto, Curl en Smalley in 1996 de Nobelprijs voor scheikunde. In 1970 was het bestaan van C 60 voorspeld door Osawa. In elk hoekpunt van het model bevindt zich een C-atoom. Het model vertoont grote gelijkenis met het eerder getoonde 32-vlak en met het patroon op de voetbal. In het model zijn vijfhoeken en zeshoeken te zien. De drie structuren zijn gelijk. 25
26 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (2) Het 32-vlak behoort tot de halfregelmatige en ontstaat door het afknotten van een icosaëder. De drie tekeningen laten zien hoe het afknotten in zijn werk gaat. Op de plaats van elk hoekpunt van de icosaëder ontstaat een vijfhoek. Omdat de icosaëder 12 hoekpunten bezit ontstaan er 12 vijfhoeken. De 20 zijvlakken van de icosaëder zijn driehoeken waarvan in elk hoekpunt een stuk wordt afgesneden. Zo ontstaan 20 zeshoeken. 26
27 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (3) De bucky ball is genoemd naar de Amerikaanse architect Richard Buckminster Fuller ( ). Hij werd zeer bekend door het ontwerpen van de geodesic domes. De bekendste hiervan is de dome voor het Amerikaanse paviljoen tijdens de World Expo 67 te Montreal. Deze dome huisvest momenteel de Biosphere. 27
28 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (4) Het lijkt erop dat de domes van Buckminster Fuller geheel bestaan uit driehoeken, waarvan in elk hoekpunt 6 bijeenkomen. Maar dat kan natuurlijk niet! Geen wonder dat op de onderstaande foto in enkele hoekpunten geen 6, maar 5 driehoeken bijeen komen. 28
29 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (5) Jarenlang bestond Op Schiphol het Aviodome. In 2004 is het verkocht. Aldus blijft het behouden. Wel werd het afge- broken om elders weer te worden opgebouwd. Op de foto is de top al verdwenen. Daar zat een punt met vijf driehoeken. 29
30 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (6) Ook op dit model van een dome komen enkele hoekpunten voor waar 5 driehoeken bijeenkomen en geen 6. Met de formule van Euler is een berekening mogelijk. Stel: er zijn m hoekpunten met 5 driehoeken en n hoekpunten met 6 driehoeken. Dan zijn er m+n hoekpunten, (5m+6n)/2 ribben en (5m+6n)/3 zijvlakken. Dit invullen in de formule geeft (m+n) (5m+6n)/2 + (5m+6n)/3 = 2 Na uitwerking volgt dan m = 12 (de n valt eruit). Conclusie: er zijn altijd precies 12 hoekpunten met 5 driehoeken. Opmerking. De driehoeken in de figuur zijn ongeveer gelijkzijdig, maar niet precies. In de 12 speciale hoekpunten zijn de hoeken groter dan
31 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (7) De duale figuur van de dome is een veelvlak met vijfhoeken en zeshoeken. Stel er zijn m vijfhoeken en n zeshoeken. Dan zijn er m+n zijvlakken, (5m+6n)/2 ribben en (5m+6n)/3 hoekpunten. Na invulling in de formule van Euler volgt weer m = 12 De berekening is precies dezelfde als voor de dome vanwege de dualiteit. Conclusie: er zijn altijd precies 12 vijfhoeken. De opbouw van de figuur is gelijk aan die van de afgeknotte icosaëder, alleen het aantal zeshoeken is groter. 31
32 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (8) Ook in het model van het molecuul C 540 komen precies 12 vijfhoeken voor. N.B. Er zijn in dit geval 540 hoekpunten, dus (5m+6n)/3 = 540 (vergelijk de vorige dia). Omdat m = 12 volgt dat n = 260. Er zijn 540 hoekpunten, 810 ribben en 272 zijvlakken, waarvan dus 12 vijfhoeken en 260 zeshoeken. 32
33 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (9) Een koolstof molecuul kan worden verlengd tot een buisje. Hiervan zijn verschillende doorsnedes mogelijk. Aan elk van de beide uiteinden van zo n buisjes zitten 6 vijfhoeken, één aan de top en 5 rondom. Overigens zijn er louter zeshoeken. In de nanotechnologie spelen deze buisjes een belangrijke rol. Prof. Ben Feringa (Groningen) ontving in 2004 een Spinozapremie voor zijn onderzoek in dit gebied. [In Groningen werd destijds voor het eerst in Nederland C60 gemaakt.] 33
34 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (10) Een andere manifestatie van koolstof is in de vorm van grafeen, d.w.z. als een platte laag die louter uit zeshoeken bestaat. Zie de structuurtekening linksonder. Dit is dus de regelmatige vlakvulling met zeshoeken. In de praktijk blijkt overigens dat de laag een beetje golft of bobbelt. Zie de tekening midden onder. Een verklaring hiervoor valt buiten ons bestek! Het model rechtsonder geeft de structuur van grafiet 34
35 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (11) Links staat het molecuul C-70 zoals het er in theorie uitziet. Rechts staat een manifestatie van C-70 die een beetje anders is. De natuur is sterker dan de leer? In elk geval is het aantal vijfhoeken gelijk aan 12. Een isolated pentagon rule whatever it may be volgt niet uit de formule van Euler. 35
36 VIII. Geodesic domes en C-moleculen (12) Een veelvlak met vijfhoeken, zeshoeken en zevenhoeken. De foto hiernaast toont het geraamte van een straaldiertje. Zonder vijfhoeken gaat het niet! Ook koolstof-moleculen bevatten soms zevenhoeken. 36
37 IX. Oppervlakken van geslacht (genus) groter dan 0 Het oppervlak links heeft twee gaten. Veelvlakken die hiermee topologisch overeenkomen, die m.a.w. ook twee gaten of doorboringen hebben, voldoen niet aan de formule van Euler. Het linker oppervlak heeft geslacht (genus) 2. Een torus en ook een schilderijlijst heeft geslacht 1. Ook de toroïde in de rechter tekening heeft geslacht 1. De formule van Euler geldt uitsluitend voor van geslacht 0, die dus topologisch overeenkomen met een bol. 37
38 X. Geldt de formule voor een bol? Het boloppervlak is te beschouwen als één zijvlak. Ribben zijn er niet. Neem nu aan dat er, ergens op het boloppervlak, één punt is vastgelegd, dan kan men dat punt beschouwen als hoekpunt. Dan geldt formeel H R + Z = = 2 Is dit te rechtvaardigen of alleen maar een aardigheidje? Een idee: 1e. Alle waarvoor de formule van Euler geldt zijn vervormbaar tot een bol. Zie het 32-vlak en bijbehorende voetbal, die dezelfde structuur hebben. De voetbal is ontstaan door projectie van het 32- vlak op de bol (vanuit het middelpunt). 2e. Op de bol kunnen we elk veelvlak (d.w.z. elke landkaart) reduceren tot één punt, en wel door steeds elementen weg te laten, zoals in de Schlegeldiagrammen. Ten slotte kan het laatste land worden samengetrokken tot één punt. Dit is een essentiële eigenschap van de bol. Daarom moeten we op de bol één punt vast aannemen! Met andere woorden: de formule van Euler geldt ook voor een bol. 38
39 XI. Het vermoeden van Poincaré (1) De verhandeling over de bol waarop elke lus (of elke veelhoek) kan worden samengetrokken tot één punt, heeft een bijzonder interessante uitbreiding naar hogere dimensies. Ermee in verband staat het beroemde vermoeden van Poincaré, dat recentelijk geheel is bewezen. Voor dit verhaal is het nodig eerst iets over de dimensie op de bol te zeggen. Onze bol heeft dimensie 2, je kunt een punt op de bol immers met twee coördinaten vastleggen. De bol heet daarom ook wel de 2-sfeer. Eén dimensie hoger heb je de 3-sfeer. Jules Henri Poincaré ( ) was een universeel wis- en natuurkundige. Was al vóór L.E.J. Brouwer (met wie hij een ernstig dispuut had over een prioriteitskwestie) een grondlegger van de topologie, met name op het gebied van de combinatorische topologie. 39
40 XI. Het vermoeden van Poincaré (2) Het vermoeden van Poincaré: een compact oppervlak van dimensie n dat enkelvoudig samenhangend is en waarop elke lus kan worden samengetrokken tot één punt, is gelijkwaardig aan een n-sfeer. De voorwaarde van de compactheid betekent dat het oppervlak begrensd (niet oneindig groot) en gesloten ( glad ) is. In 1960 bewees Stephen Smale het vermoeden voor n 7, en voor n 5. In 1982 bewees Michael Freedman het vermoeden voor n = 4. Beiden ontvingen voor hun ontdekking de Fields-medal (1966, 1986). In 2002/2003 publiceerde Grigori Perelman een bewijs voor n = 3 in drie afleveringen op het internet. In 2006 weigerde hij voor zijn bewijs de Fields-medal in ontvangst te nemen. Ten slotte: Hoe zit het nu met de formule van Euler op de n-sfeer? Antwoord: deze geldt op de n-sfeer, mits daarop één punt wordt vastgelegd. 40
41 XII. Een blik in andere dimensies (1) Eerst naar dimensie 2: het platte vlak. Daar liggen veelhoeken, die altijd evenveel hoekpunten als zijden hebben, dus geldt H Z = 0. Dit is de formule van Euler voor het platte vlak. De veelhoeken moeten enkelvoudig samenhangend zijn, d.w.z. vervormbaar tot een cirkel zonder gat binnenin. Hieronder staan: een negenhoek, een vijfhoek, een vierhoek, een cirkel met een sector eruit en een kromme figuur. Voor de cirkel en de kromme figuur geldt de formule H Z = 0 evengoed, mits er alsnog één punt op wordt aangewezen. Niet-convexiteit is geen bezwaar. N.B. De lijnstukjes in de rechter figuren beogen de niet-convexiteit te demonstreren. 41
42 XII. Een blik in andere dimensies (2) Voor dimensies groter dan 3 wordt de zaak gecompliceerder. Het is veel moeilijker er een beeld van te krijgen. In de 4-dimensionale ruimte zijn er figuren met hoekpunten, ribben, vlakken en cellen ( zij-ruimtes ). Zulke figuren zijn pas in de 19e eeuw voor het eerst beschouwd. Vóór die tijd gold de opvatting dat er 3 dimensies waren (Kant). Meetkunde was de fysica van de ruimte, hogere dimensies waren er niet, deze waren geheel onbestaanbaar. Het werken in meer dan 3 dimensies was één van de paradigma-wijzigingen. Hiernaast staan twee plaatjes van kartonnen modellen van 3-dimensionale doorsnedes van een 4-dimensionale figuur, de 120-cel. Dit is een regelmatige figuur in de 4-dimensionale ruimte. 42
43 XII. Een blik in andere dimensies (3) In de 19e eeuw is de meerdimensionale euclidische meetkunde in eerste instantie ontwikkeld door Ludwig Schläfli ( ) en wel vanaf Zijn werk bleef lange tijd onontdekt. In zijn tijd waren maar weinigen zich ervan bewust dat je meetkunde in meer dan 3 dimensies kon bedrijven. Tegen het eind van de 19e eeuw werkte Pieter Hendrik Schoute ( ) te Groningen aan meerdimensionale euclidische meetkunde. Zijn Mehrdimensionale Geometrie ( , twee delen) is jarenlang het standaardwerk over meerdimensionale euclidische meetkunde gebleven. Schoute werkte onder meer samen met Alicia Boole Stott ( ), the Princess of Polytopia, een dochter van de logicus en wiskundige George Boole ( ). Zij verwierf faam door haar tekeningen van 3- dimensionale doorsneden van 4-dimensionale figuren. Ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de Groninger universiteit in 1914 ontving zij een eredoctoraat. Schoute was hierbij - uiteraard - de drijvende kracht. Helaas overleed hij op 18 april
44 XII. Een blik in andere dimensies (4) Op de website mathematical models of surfaces zijn modellen die Alicia Boole Stott vervaardigde van de 120-cel, en die bewaard zijn door de Rijksuniversiteit Groningen, online te zien. Hieronder (links) staat een uitslag van de 120-cel. Een andere manier om 4-dimensionale figuren in beeld te krijgen is projectie. Hieronder een projectie van de 120-cel. N.B. Op 4 mei 2007 promoveert Irene Polo mede op het onderzoek naar deze figuren. 44
45 XII. Een blik in andere dimensies (5) Dimensie 4 ligt nog dichtbij dimensie 3. Het is mogelijk enig idee te krijgen van lichamen in dimensie 4: 1e. door doorsnijding, zie hiernaast de slices van een 120-cel, gemaakt door Alicia Boole Stott; 2e. door een uitslag; 3e. door projectie. Deze methoden zijn evengoed toepasbaar op 3-dimensionale lichamen die 2-dimensionaal getoond moeten worden. Hierover nog het volgende. Ad 1e. Het principe van de doorsnijding wordt onder meer toegepast bij het maken van medische scans. Er worden dan plakjes bekeken. Een 3Ddoorsnede van een 4-dimensionaal lichaam is een 3-dimensionaal veelvlak. Ad 2e. Een uitslag van een 3-dimensionaal lichaam krijg je door openknippen en uitvouwen. Zie de volgende dia. Ad 3e. Elke vlakke tekening van een 3-dimensionaal lichaam is een projectie. Zie de volgende dia. 45
46 XII. Een blik in andere dimensies (6) Hieronder de uitslag (of: het netwerk) van een 3-dimensionaal veelvlak, ernaast een projectie van hetzelfde veelvlak. De buitenrand van de rechter figuur is één van de vele mogelijke doorsnijdingen. 46
47 XIII. Een elegante formule (1) De generalisatie van een veelhoek (in dimensie 2) en een veelvlak (in dimensie 3) is een polytoop in dimensie n. Het woord polytoop is afkomstig van Alicia Boole Stott. Is de formule van Euler generaliseerbaar naar dimensie n? Het antwoord hierop is bevestigend: - naast H Z = 0 (dimensie 2) - en H R + Z = 2 (dimensie 3) geldt: H R + Z C = 0 in dimensie 4 (met C = aantal cellen ), en heel algemeen geldt de formule van Euler in dimensie n: E 0 E 1 + E (-1) n-1. E n-1 = 0 als n even is, en (1a) = 2 als n oneven is. (1b) Hierin is E 0, E 1,.. het aantal hoekpunten, ribben,.., kortweg elementen van dimensie 0, 1, 2,.., n-1 van een enkelvoudig samenhangend polytoop in dimensie n, overeenkomend met de (n-1)-sfeer. 47
48 XIII. Een elegante formule (2) Een bewijs van de formule van Euler voor polytopen in dimensie n wordt hier alleen globaal geschetst. Dit vergt een duik in de definitie van een polytoop: Een polytoop in dimensie n kan worden opgebouwd door een dimensie toe te voegen aan een polytoop in dimensie n-1. Een andere mogelijkheid is het aaneenplakken van de onderdelen van een uitslag. Bij elke stap moet de relatie tussen de aantallen hoekpunten, ribben, worden nagegaan. Zo wordt de formule tegelijk met de polytoop opgebouwd. Een andere vraag is of er iets kan worden gedaan aan het merkwaardige onderscheid tussen de gevallen dat n even resp. oneven is. De beide formules (1a) en (1b) kunnen als volgt worden samengevat: k = 0, 1,., n-1 (-1) k. E k = 1 + (-1) n+1 (2) Hierin blijft het merkwaardige onderscheid tussen n even en n oneven nog gewoon bestaan. Formule (2) is niet elegant! 48
49 XIII. Een elegante formule (3) De volgende formule is volkomen gelijkwaardig met (2): 1 - { k = 0, 1,.., n-1 (-1) k. E k } + (-1) n+1 = 0 (3) Met formule (3) voor ogen komt een interessante interpretatie naar voren. Immers, het aantal malen dat de lege verzameling (symbool ø) in de polytoop voorkomt is 1. Dit is een formele uitspraak. Iets minder formeel is de uitspraak dat het aantal deelpolytopen van dimensie n in de polytoop gelijk is aan 1. Dit is de polytoop zelf. Noem nu E -1 =: het aantal lege verzamelingen; m.a.w. de verzameling ø krijgt dimensie -1. Noem ook E n =: het aantal deelpolytopen van dimensie n. Dan krijgen we: k = -1, 0, 1,.., n (-1) k+1. E k = 0 (4) Formule (4) vat in één klap alles samen. De exponent k+1 verhindert dat ergens een negatieve exponent zou moeten worden gelezen. 49
50 XIV. Toepassing op het simplex (1) Definitie: een simplex in de n-dimensionale ruimte is de eenvoudigste polytoop in die ruimte*. Dus het tweedimensionale simplex is de driehoek, het driedimensionale simplex is het viervlak of de tetraëder. Om een driedimensionaal simplex (m.a.w. een viervlak) te krijgen ga je uit van een driehoek en kies je een punt dat niet in hetzelfde vlak ligt als de driehoek. Dit nieuwe punt verbind je met de hoekpunten van de driehoek, de verbindingslijnstukken zijn dan ribben van het viervlak. Op dezelfde manier kun je een simplex in de vierdimensionale ruimte maken, uitgaande van een viervlak. Op deze manier kun je tot willekeurige dimensie verder gaan. * N.B. In sommige toepassingen staat het woord simplex voor polytoop. Zo is in de operations research de simplex-methode bekend. Daar verschijnen lineaire randvoorwaarden als de lineaire vergelijkingen van de zijvlakken van een polytoop. 50
51 XIV. Toepassing op het simplex (2) Het is lastig een simplex van hogere dimensie dan 3 te visualiseren. Wel zijn uitslagen, projecties en doorsneden mogelijk. Maar als de dimensie steeds groter wordt zijn deze methoden niet meer goed bruikbaar. Wel kan een graaf* van een simplex worden getekend. Een graaf geeft niet het simplex weer, maar wel op schematische wijze de hoekpunten en de ribben. Hieronder staan grafen van driehoek en viervlak en van de simplexen in enkele hoger-dimensionale ruimten. In deze grafen zijn de hoekpunten met rood gemarkeerd, de andere snijpunten tellen niet mee. Tussen de hoekpunten zijn alle verbindingen getekend. Al deze verbindingen zijn ribben van het simplex. * Graaf, meervoud grafen. Engels: graph, graphs. N.B. De grafen demonstreren de samenhang. 51
52 XIV. Toepassing op het simplex (3) De grafen zijn maximaal, d.w.z. elk hoekpunt is rechtstreeks verbonden met elk ander hoekpunt. Met andere woorden: elke combinatie van twee hoekpunten levert een ribbe. Net zo goed geldt: elke combinatie van drie hoekpunten levert een 2-dimensionale cel (hier een driehoek), elke combinatie van vier hoekpunten levert een 3- dimensionale cel, enz. Kijkend naar formule (4) geldt: E k = het aantal deelpolytopen van dimensie k = het aantal combinaties van k+1 punten uit een verzameling van n+1 punten*. Het aantal combinaties van k+1 uit n+1 is gelijk aan de binomiaalcoëfficiënt (n+1 boven k+1), en is dus gelijk aan (n+1)!/(k+1)!(n-k)! De binomiaalcoëfficiënten zijn te vinden in de welbekende driehoek van Pascal. Zij zijn de coëfficiënten in de uitwerking van (a+b) n+1 * N.B. Bij dimensie n horen n+1 punten, bij dimensie k horen k+1 punten. 52
53 XIV. Toepassing op het simplex (4) Het beginstuk van de driehoek van Pascal ziet er als volgt uit: Op de derde rij staan H = 3 en Z = 3 van een driehoek. Op de vierde rij staan H = 4, R = 6 en Z = 4 van een viervlak. Dit wordt in de volgende regels voortgezet voor hogere dimensies. Formule (4) komt overeen met = 0, = 0, enz. Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd: De alternerende som van de binomiaalcoëfficiënten in elke rij is 0. Dit is, anderzijds, simpelweg het gevolg van het invullen van a = 1 en b = -1 in de formule voor (a + b) n =: (1 1) n = 0. Zo ontstaat een mooie bevestiging van formule (3). 53
54 XV. Literatuur Imre Lakatos, Proofs and refutations (1976). Dit boek wordt algemeen beschouwd als zeer ter zake geschreven over mogelijke bewijzen van de formule van Euler. Door de socratische vertelvorm is dit werk bovendien zeer leesbaar. In de tekst reeds aangehaald. H.S.M. Coxeter, Regular polytopes (1973). Deze klassieker van Coxeter behandelt op degelijke wijze de regelmatige polytopen in hogere dimensies, alsmede vlak- en ruimtevullingen. Ook de formule van Euler wordt erin behandeld. Martin Kindt & Peter Boon, De veelzijdigheid van bollen (1e druk uit 2001). Dit boekje maakt deel uit van de Zebra-reeks voor vwo-scholieren. Het bevat meerdere vraagstukken. En verder: De mogelijkheden van het internet hebben velen verleid tot zeer fraaie figuren. Ook de zgn. halfregelmatige zijn op het internet te vinden. Men lette telkens op de achterliggende systematiek. 54
de Leuke En Uitdagende Wiskunde VEELVLAKKEN SAMENSTELLING: H. de Leuw
SAMENSTELLING: H. de Leuw 1. VEELHOEKEN. Een veelvlak is een lichaam dat wordt begrensd door vlakke veelhoeken. Zo zijn balken en piramides wel veelvlakken, maar cilinders en bollen niet. Een veelhoek
De Cantitruncated 600 cel
De Cantitruncated 600 cel Afgeknotte icosahedrische prismatohexacosihecatonicosachoron Paul van de Veen [email protected] januari 2013 I. De 5 Platonische lichamen In één dimensie bestaan alleen maar lijnen.
Veelvlak. Begrippenlijst
Veelvlakken Tijdens dit project Veelvlakken ga je vooral veel zelf onderzoeken. Je zult veel aan het bouwen zijn met Polydron materiaal. Waarschijnlijk zul je naar aanleiding van je bevindingen zelf vragen
Een Rombicosidodecahedrische diprismatohexacosihecatonicosachoron op het Kottenpark
Een Rombicosidodecahedrische diprismatohexacosihecatonicosachoron op het Kottenpark Deze Rombicosidodecahedrische diprismatohexacosihecatonicosachoron werd op 5 februari 2011 gebouwd door: Ninouk Akkerman,
Een ander zijvlak is het regelmatige vijfhoek met aantal zijden P=5. Hierbij moeten Q=3 zijvlakken samenkomen in een hoekpunt van het veelvlak.
Praktische-opdracht door een scholier 1498 woorden 6 juni 2003 6,5 134 keer beoordeeld Vak Wiskunde Deelvraag 1: Wat is de definitie van een Platonische Lichaam / Platonisch Veelvlak? De definitie: Een
Afgeknotte dodecahedrische diprismatohexacosihecatonicosachoron
Afgeknotte dodecahedrische diprismatohexacosihecatonicosachoron Deze Afgeknotte dodecahedrische diprismatohexacosihecatonicosachoron werd op 3 en 4 februari 2012 gebouwd door: Jeffrey Hubert, Gijs Beernink,
Regelmatige en halfregelmatige veelvlakken
Regelmatige en halfregelmatige veelvlakken Wiskunde & Cultuur 2-3 W.v.Ravenstein 2010-2011 aangepast Vandaag Platonische lichamen Regelmatig, halfregelmatig en andere naamgeving Waarom zijn er maar 5 Platonische
Een hecatonicosachoron op het Kottenpark
Een hecatonicosachoron op het Kottenpark Afgeknotte Hecatonicosachoron Deze schaduw van deze 4-dimensionale polytoop bestaat uit 120 afgeknotte dodecaëders en 600 tetraëders Gebouwd op 30 januari 2010
Escher in Het Paleis. Wiskundepakket. Ruimtelijke figuren
Escher in Het Paleis Wiskundepakket Ruimtelijke figuren Ruimtelijke figuren Escher maakt in EEN AANTAL prenten gebruik van wiskundig interessante ruimtelijke vormen, zoals Platonische lichamen en Möbiusbanden.
Niet-euclidische meetkunde
Keuzeonderdeel Wiskunde D Hans van Ballegooij Maaslandcollege, Oss Dictaat Versie: 20 februari 2013 Hans van Ballegooij Maaslandcollege Oss Inhoudsopgave 1 De elementen van Euclides 1 2 Niet-euclidische
Platonische lichamen en andere reguliere polytopen
Platonische lichamen en andere reguliere polytopen Bernd Souvignier Voorjaar 005 Inhoud De platonische lichamen. Reguliere veelhoeken.......................... Reguliere veelvlakken.........................
Dimensies. een ruimtelijke tocht langs onbekende assen. Anne Lotte van der Kooi Jesse Krijthe Roderik Vogels Onder begeleiding van Aad Goddijn
Dimensies een ruimtelijke tocht langs onbekende assen Anne Lotte van der Kooi Jesse Krijthe Roderik Vogels Onder begeleiding van Aad Goddijn Junior College Utrecht, Januari 7 Inhoud. Abstract.... Inleiding...5.
1 Junior Wiskunde Olympiade : tweede ronde . (D)
Junior Wiskunde Olympiade 2006-2007: tweede ronde 9 is gelijk aan (A) 3 (B) 3 (C) 9 (D) 3 9 (E) 2 Het kwadraat van 3+ + 3 is gelijk aan (A) 2 (B) 6 (C) 0 (D) 2 2 (E) 4 3 Welk van volgende figuren is het
Les 2 Hoekpunten, ribben, vlakken
ONTDEKKINGSTOCHT 2 Aanvullend op het artikel van Stephan Berendonk en Leon van den Broek hierbij het bijbehorende lesmateriaal. In dit document vindt u eerst het leelingmateriaal en verderop het materiaal
Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde
Vlaamse Wiskunde Olympiade 00-0: eerste ronde. e uitdrukking a b 4 is gelijk aan () ab () ab () ab 6 () ab 8 (E) ab 6. e uitdrukking (a b) is gelijk aan () a b () (b a) () a + b ab () a + b + ab (E) (a
Uitgewerkte oefeningen
Uitgewerkte oefeningen Algebra Oefening 1 Gegeven is de ongelijkheid: 4 x. Welke waarden voor x voldoen aan deze ongelijkheid? A) x B) x [ ] 4 C) x, [ ] D) x, Oplossing We werken de ongelijkheid uit: 4
Caspar Bontenbal april 2015 WISKUNDE & KUNST. Eindverslag
Caspar Bontenbal 0903785 24 april 2015 WISKUNDE & KUNST Eindverslag Table of Contents Les 1 - Introductie wiskunde & kunst... 2 Opdracht 1.1... 2 Opdracht 1.2... 2 Les 2 - Wiskunde met Verve bloemlezing
Halve regelmaat (Archimedische of uniforme veelvlakken)
30 3 Halve regelmaat (Archimedische of uniforme veelvlakken) 3.1. Algemeen In hoofdstuk 1 is de definitie van half-regelmatige of uniforme, ook Archimedische veelvlakken genoemd, al gegeven. Het zijn veelvlakken
Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken
Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken Inleiding: topologische oppervlakken en origami Een topologisch oppervlak is, ruwweg gesproken, een tweedimensionaal meetkundig object. We zullen in deze tekst
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 2005-2006: eerste ronde 1 11 3 11 = () 11 2 3 () 11 5 6 () 11 1 12 11 1 4 11 1 6 2 ls a en b twee verschillende reële getallen verschillend van 0 zijn en 1 x + 1 b = 1, dan
Hoofdstuk 2 : VLAKKE FIGUREN
1 / 6 H2 Vlakke figuren Hoofdstuk 2 : VLAKKE FIGUREN 1. Wat moet ik leren? (handboek p. 46-74) 2.1 Herkennen van vlakke figuren In verband met een veelhoek: a) een veelhoek op de juiste wijze benoemen.
Inleiding 1. Onderzoeksvragen Reguliere polygonen en polyhedra 5
Inhoudsopgave Inleiding 1 Onderzoeksvragen 3 1. Reguliere polygonen en polyhedra 5 1.1 polygonen 5 1.2 polyhedra 6 1.3 de formule van Euler in 3 dimensies 9 1.4 de formule van Euler in reguliere polyhedra
WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2005 Uitwerkingen
WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2005 Uitwerkingen 1 We proberen alle mogelijkheden van klein naar groot: p = 1 is uitgesloten: dan zou elke dag hetzelfde resultaat geven. p = 2 is uitgesloten: dan zouden dag 1 en
Veelvlakken kleuren. Dion Gijswijt
Stel, je wilt de zijvlakken van een veelvlak kleuren, en wel zo dat aangrenzende veelvlakken verschillende kleur krijgen. Hoeveel kleuren heb je dan minimaal nodig? Veelvlakken kleuren Dion Gijswijt De
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1996 1997: Eerste Ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1996 1997: Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten Per goed antwoord krijgt hij
Cabri-werkblad Negenpuntscirkel
Cabri-werkblad Negenpuntscirkel 0. Vooraf - Bij dit werkblad wordt kennis verondersteld van de eigenschappen van parallellogrammen, rechthoekige driehoeken en van de elementaire eigenschappen van de koordenvierhoek.
Niet-euclidische meetkunde. Les 3 Meetkunde op de bol
Niet-euclidische meetkunde Les 3 Meetkunde op de bol (Deze les sluit aan bij de paragrafen 2.1 en 2.2 van de tekst Niet-Euclidische meetkunde van de Wageningse Methode) Kun je het vijfde postulaat afleiden
Cabri-werkblad. Driehoeken, rechthoeken en vierkanten. 1. Eerst twee macro's
Cabri-werkblad Driehoeken, rechthoeken en vierkanten 1. Eerst twee macro's Bij de opdrachten van dit werkblad zullen we vaak een vierkant nodig hebben waarvan alleen de beide eindpunten van een zijde gegeven
Analytische Meetkunde
Analytische Meetkunde Meetkunde met Geogebra en vergelijkingen van lijnen 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Meetkunde met Geogebra... 6 Stelling van Thales...... 7 3 Achtergrondinformatie Auteurs
Cabri en Internet. Sangaku. Tangram en de kromme van Von Koch. Cirkels van Apollonius. Mozaïeken. Volgende. Volgende. Cabri Internet Overzicht
Cabri Internet Overzicht Cabri en Internet Volgende Cabri-werkbladen door M.P. Knapper-Kersten april 2000 Met toestemming van de auteur zijn onderstaande door haar ontworpen Cabri-werkbladen opgenomen
V el v'akk n kl ure. door Dion Gijswijt
door Dion Gijswijt V el v'akk n kl ure Stel, je wilt de zijvlakken van een veelvlak kleuren, en wel zo dat aangrenzende veelvlakken verschillende kleur krijgen. Hoeveel kleuren heb je dan minimaal nodig?
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1998-1999: Tweede ronde De tweede ronde bestaat eveneens uit 0 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem is hetzelfde als dat voor de eerste ronde, dwz per goed antwoord krijgt
Meetkundige Ongelijkheden Groep 2
Meetkundige Ongelijkheden Groep Trainingsweek Juni 009 1 Introductie We werken hier met ongeoriënteerde lengtes en voor het gemak laten we de absoluutstrepen weg. De lengte van een lijnstuk XY wordt dus
De constructie van een raaklijn aan een cirkel is, op basis van deze stelling, niet zo erg moeilijk meer.
Cabri-werkblad Raaklijnen Raaklijnen aan een cirkel Definitie Een raaklijn aan een cirkel is een rechte lijn die precies één punt (het raakpunt) met de cirkel gemeenschappelijk heeft. Stelling De raaklijn
Het vermoeden van Poincaré
Het vermoeden van Poincaré Joseph Steenbrink IMAPP, Radboud University Nijmegen 6 februari 2010 Outline 1 Poincaré 2 Het vermoeden 3 Topologie versus meetkunde Henri Poincaré Nancy 1854 - Parijs 1912 Achtergrond
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Examen HAVO 05 tijdvak donderdag 8 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Dit examen
HET IS EEN PRISMA, OF TOCH NIET...
In dit artikel laten we zien hoe je een kubus, een rombendodecaëder en een afgeknotte octaëder kunt omvormen tot een. Om de constructie zelf uit te voeren, heb je de bouwtekeningen nodig die bij dit artikel
De Cirkel van Apollonius en Isodynamische Punten
januari 2008 De Cirkel van Apollonius en Isodynamische Punten Inleiding Eén van de bekendste meetkundige plaatsen is de middelloodlijn van een lijnstuk. Deze lijn bestaat uit alle punten die gelijke afstand
Junior Wiskunde Olympiade : eerste ronde
Junior Wiskunde lympiade 200-20: eerste ronde. Waaraan is xyz + xyz + xyz gelijk? () 3xyz () 27xyz () x 3 y 3 z 3 () 3x 3 y 3 z 3 () 27x 3 y 3 z 3 2. Welke van volgende ongelijkheden is waar? () 2 > 0,5
Over het Monge-punt van een viervlak
Over het Monge-punt van een viervlak Dick Klingens Krimpenerwaard College, Krimpen ad IJssel september 2005 Inleiding Het is mogelijk door elke ribbe van een viervlak een vlak aan te brengen evenwijdig
Vl. M. Nadruk verboden 1
Vl. M. Nadruk verboden 1 Opgaven 1. Hoeveel graden, minuten en seconden zijn gelijk aan rechte hoek? van een rechte hoek resp van een 2. Als = 25 13 36, = 37 40 56, = 80 12 8 en = 12 36 25, hoe groot is
B136. BIJLAGE H De verbinding met het 'On-eindige' vanuit het twaalf-, het ruitendertig- en het twintig-vlak. Het twaalfvlak of dodecaëder
B136 De verbinding met het 'On-eindige' vanuit het twaalf-, het ruitendertig- en het twintig-vlak Het twaalfvlak of dodecaëder Een dodecaëder ligt besloten tussen 6 paren van evenwijdige vlakken. Als die
wiskunde B havo 2015-II
Veilig vliegen De minimale en de maximale snelheid waarmee een vliegtuig veilig kan vliegen, zijn onder andere afhankelijk van de vlieghoogte. Deze hoogte wordt vaak weergegeven in de Amerikaanse eenheid
14.0 Voorkennis. sin sin sin. Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel:
14.0 Voorkennis Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel: a b c sin sin sin Voorbeeld 1: Gegeven is ΔABC met c = 1, α = 54 en β = 6 Bereken a in twee decimalen nauwkeurig. a c sin sin a 1 sin54 sin64
werkschrift driehoeken
werkschrift driehoeken 1 hoeken 11 Rangschik de hoeken van klein naar groot. 14 b Teken een lijn l met daarop een punt A. Teken met je geodriehoek een lijn die l loodrecht snijdt in A. c Kies een punt
Hoofdstuk 2 : Som Hoekgrootten van een veelhoek (boek pag 34)
- 39- Hoofdstuk 2 : Som Hoekgrootten van een veelhoek (boek pag 34) Som hoekgrootten van een driehoek ( boek pag 35) Stelling: Voor ABC geldt: A ˆ + Bˆ + Cˆ = 180 o Bewijs: Trek door het punt A een rechte
Efficientie in de ruimte - leerlingmateriaal
Junior College Utrecht Efficientie in de ruimte - leerlingmateriaal Versie 2 September 2012 Een project (ruimte-)meetkunde voor vwo-leerlingen Geschreven voor het Koningin Wilhelmina College Culemborg
Stelling van Pythagoras
1 of 6 Stelling van Pythagoras Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie De stelling van Pythagoras is een wiskundige stelling die zijn naam dankt aan de Griekse wiskundige Pythagoras. 'Zijn' stelling was overigens
12 Vlaamse Wiskunde Olympiade: eerste ronde
2 Vlaamse Wiskunde Olympiade: eerste ronde De eerste ronde bestaat uit 30 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt als volgt: per goed antwoord krijgt de deelnemer 5 punten, een blanco antwoord bezorgt
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.
Vlaamse Wiskunde Olympiade 99 99 : Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen, opgemaakt door de jury van VWO Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten Per
Wiskunde voor relativiteitstheorie
Wiskunde voor relativiteitstheorie HOVO Utrecht Les 1: Goniometrie en vectoren Dr. Harm van der Lek [email protected] Natuurkunde hobbyist Overzicht colleges 1. College 1 1. Goniometrie 2. Vectoren 2. College
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4 4.4.1 Basis Lijnen en hoeken 1 Het assenstelsel met genoemde lijnen ziet er als volgt uit: 4 3 2 1 l k -4-3 -2-1 0 1 2 3 4-1 -2-3 n m -4 - Hieruit volgt: a Lijn k en
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde
1 Vlaamse Wiskunde Olmpiade 2006-2007: eerste ronde 1 Hoeveel punten kunnen een rechthoek en een cirkel maimaal gemeen hebben? (A) 2 (B) 4 (C) 6 (D) 8 (E) 10 2 Van de volgende drie uitspraken R : 2 = R
wiskunde B vwo 2016-I
wiskunde vwo 06-I Formules Vlakke meetkunde Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting. Hoeken, lijnen en afstanden: gestrekte hoek, rechte
1 Introductie. 2 Oppervlakteformules
Introductie We werken hier met ongeoriënteerde lengtes en voor het gemak laten we de absoluutstrepen weg. De lengte van een lijnstuk XY wordt dus ook weergegeven met XY. Verder zullen we de volgende notatie
Een les wiskunde: hoe Kepler naar de wereld keek (voorbeeldles voortgezet onderwijs)
Een les wiskunde: hoe Kepler naar de wereld keek (voorbeeldles voortgezet onderwijs) Ab van der Roest Dit materiaal is onderdeel van het compendium christelijk leraarschap dat samengesteld is door het
Wat verstaan we onder elementaire meetkunde?
Wat verstaan we onder elementaire meetkunde? Er zijn veel boeken met de titel 'Elementaire Meetkunde'. Niet alle auteurs verstaan hieronder hetzelfde. Dit boek behandelt in de eerste 1 hoofdstukken de
Leerplandoelstelling Delta Nova 4 hoofdstukken en paragrafen. I Meetkunde. M1 B Bewijzen dat door drie niet-collineaire punten juist één cirkel gaat.
Het gevolgde leerplan is D/2002/0279/047. In de onderstaande tabel vind je een overzicht van de doelstellingen en waar ze in Delta Nova 4a en 4b (leerweg 5) terug te vinden zijn. B = basisdoelstelling
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 2009-2010: tweede ronde
Vlaamse Wiskunde Olympiade 009-00: tweede ronde Welke van de volgende vergelijkingen heeft als oplossing precies alle gehele veelvouden van π? () sinx = 0 (B) cos x = 0 (C) sinx = 0 (D) cosx = 0 (E) sinx
Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Eamen VW 06 tijdvak woensdag 8 mei 3:30-6:30 uur wiskunde ij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. it eamen bestaat uit 7 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 77 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat
Wiskunde voor relativiteitstheorie
Wiskunde voor relativiteitstheorie Utrecht Les : Goniometrie en vectoren Dr. Harm van der Lek [email protected] Natuurkunde hobbyist verzicht colleges. College. Goniometrie 2. Vectoren 2. College 2. Matrixen
Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Eamen VW 06 tijdvak woensdag 8 mei 3:30-6:30 uur wiskunde ij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. it eamen bestaat uit 7 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 77 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat
Kernbegrippen Kennisbasis wiskunde Onderdeel meetkunde
Kernbegrippen Kennisbasis wiskunde Onderdeel meetkunde Aanzicht Een ruimtelijk figuur kun je van verschillende kanten bekijken, je noemt dat aanzichten. Er zijn 5 aanzichten: Vooraanzicht (van voren).
2: Laat en twee convexe verzamelingen zijn. Laat. Er geldt. Omdat convex is, is de gehele lijn bevat in, dus. Evenzo geldt. Hieruit volgt dat.
CONVEXE MEETKUNDE Pelle Wielinga & Han van der Ven 1. Convexe meetkunde Convexe meetkunde is een tak van de meetkunde die zich bezighoudt met convexe verzamelingen. In de Euclidische ruimte wordt een object
Figuur 3 PYTHAGORAS SEPTEMBER 2016
In het juninummer zagen we hoe we met behulp van de piramidemethode en invarianten ruimtelijke figuren binnenstebuiten kunnen keren. Aan de invarianten stelden we voorwaarden, zoals dat alle vlakken zoveel
[Deze tekst komt ongeveer overeen met hoofdstukken 1 en 2 van het boekje Regelmaat in de Ruimte door A. K. van der Vegt]
[Deze tekst komt ongeveer overeen met hoofdstukken 1 en 2 van het boekje Regelmaat in de Ruimte door A. K. van der Vegt] Inleiding 1.1. Waar gaat het over? Vraag je aan iemand om een veelvlak te noemen,
Fractale dimensie. Eline Sommereyns 6wwIi nr.9
Fractale dimensie Eline Sommereyns 6wwIi nr.9 Inhoudstabel Inleiding... 3 Gehele dimensie... 4 Begrip dimensie... 4 Lengte, breedte, hoogte... 4 Tijd-ruimte... 4 Fractale dimensie... 5 Fractalen... 5 Wat?...
19 De stelling van Pick
19 De stelling van Pick 19.1 Historiek De Oostenrijkse wiskundige Georg Alexander Pick werd in 1859 geboren in Wenen en werd in 1942, omwille van zijn Joodse afkomst, gedeporteerd naar het concentratiekamp
Platonische transformatiegroepen
Platonische transformatiegroepen Luc Van den Broeck 8 augustus 2015 Samenvatting In dit document worden de transformatiegroepen van de platonische lichamen bestudeerd. Zonder te vervallen in algebraïsche
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Eamen VWO 018 tijdvak 1ti maandag 14 mei 13.30-16.30 uur oud programma wiskunde B Bij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Pascal en de negenpuntskegelsnede
Pascal en de negenpuntskegelsnede De zijden van driehoek ABC hierboven vatten we op als lijnen en niet als lijnstukken. De middens van de lijnstukken AB, BC en CA zijn D, E en F. De middens van de lijnstukken
Meetkunde. MBO Wiskunde Niveau 4 - Leerjaar 1, periode 3
Meetkunde MBO Wiskunde Niveau 4 - Leerjaar 1, periode 3 LOCATIE: Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal DOMEINEN: Bouwkunde, Werktuigbouw, Research Instrumentmaker LEERWEG: BOL - MBO Niveau 4 DATUM:
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1989-1990: Tweede Ronde.
Vlaamse Wiskunde Olympiade 989-990: Tweede Ronde Vlaamse Wiskunde Olympiade vzw is een officiële foreign coordinator voor de welbekende AHSME-competitie (American High School Mathematics Examination -
jaar Wiskundetoernooi Estafette n = 2016
992 993 2000 994 999 995 997 998 996 200 2002 2003 204 205 206 202 203 2004 20 200 2005 2009 2007 2006 2008 jaar Wiskundetoernooi Estafette 206 Opgave 206 is een driehoeksgetal: er bestaat een geheel getal
1BK2 1BK6 1BK7 1BK9 2BK1
Kern Subkern Leerdoel niveau BK begrippen vmbo waar in bettermarks 1.1.1. Je gebruikt positieve en negatieve getallen, breuken en decimale getallen in hun onderlinge samenhang en je ligt deze toe binnen
Voetbal(len) in de wiskundeles
Voetbal(len) in de wiskundeles Item 1 --- Shot op doel Opdracht : a) figuur links boven (keeper op midden van de doellijn) Welke speler (B of D) maakt de grootste kans om te scoren? b) figuur rechtsboven
2. Waar of vals: Als een rechte a evenwijdig is met een vlak α en dat vlak staat loodrecht op een vlak β dan staat a loodrecht op β.
1 Synthetische RM 1. (a) Geef de definitie van de loodrechte stand van twee vlakken. (b) Geen stellingen die voorwaarden uitdrukken opdat twee vlakken orthogonaal zijn. (c) Steun op 1a of 1b om te bewijzen
Wiskunde D Online uitwerking 4 VWO blok 6 les 4
Wiskunde Online uitwerking 4 VWO blok 6 les 4 Paragraaf 4 Het inproduct om hoeken te berekenen Opgave a e hoek is kleiner dan 4, want het dak zelf staat onder een hoek van 45, en de kilgoot loopt schuin
Een bol die raakt aan de zijden van een scheve vierhoek
Een bol die raakt aan de zijden van een scheve vierhoek Dick Klingens Krimpenerwaard College, Krimpen aan den IJssel oktober 005 We bewijzen allereerst de volgende hulpstelling: Hulpstelling 1 De meetkundige
Domein A: Inzicht en handelen
Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Preambule Domein A is een overkoepeld domein dat altijd in combinatie met de andere domeinen wordt toegepast (of getoetst). In domein A wordt benoemd: Vaktaal: het
Vlaamse Wiskunde Olympiade 2007-2008: tweede ronde
Vlaamse Wiskunde lmpiade 2007-2008: tweede ronde 1 Jef mit cola met whisk in de verhouding 1 : In whisk zit 40% alcohol Wat is het alcoholpercentage van de mi? () 1, (B) 20 (C) 25 () 0 (E) 5 2 ver jaar
uuur , DF en DB met kentallen. b) Laat zien door twee keer de stelling van Pythagoras in een rechthoekige uuur
4 Van D naar 3D Verkennen Van D naar 3D Inleiding Verkennen Bekijk de applet. Met de rechter muisknop kun je het assenstelsel om de oorsprong draaien en de fig van alle kanten bekijken. Beantwoord nu de
Handig met getallen 4 (HMG4), onderdeel Meetkunde
Handig met getallen 4 (HMG4), onderdeel Meetkunde Erratum Meetkunde Je vindt hier de correcties voor Handig met getallen 4 (ISBN: 978 94 90681 005). Deze correcties zijn ook bedoeld voor het Rekenwerkboek
7.0 Voorkennis. Definitie = Een afspraak, die niet bewezen hoeft te worden.
7.0 Voorkennis Definitie = Een afspraak, die niet bewezen hoeft te worden. Voorbeeld definitie: Een gestrekte hoek is een hoek van 180 ; Een rechte hoek is een hoek van 90 ; Een parallellogram is een vierhoek
Meetkundige constructies Leerlingmateriaal
Meetkundige constructies Leerlingmateriaal Nynke Koopmans Roeland Hiele Historical Aspects of Classroom Mathematics Universiteit Utrecht, juni 2013 Inleiding Inleiding Een meetkundige constructie is een
Regelmaat in de ruimte
Regelmaat in de ruimte . Regelmaat in de ruimte A.K. van der Vegt VSSD iv VSSD Eerste druk 1991, tweede druk 2002 Uitgave van: VSSD Leeghwaterstraat 42, 2628 CA Delft, The Netherlands tel. +31 15 27 82124,
en een punt P BC zodat BP 2. CB.
Oplossingen E F G H Gegeven is de kubus A C D en een punt P C zodat P C a) epaal het snijpunt van de rechte PH met het voorvlak AFE van de kubus De rechte PH ligt in het diagonaalvlak EHC van de kubus
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1998-1999: Eerste ronde De eerste ronde bestaat uit 30 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt als volgt: per goed antwoord krijgt de deelnemer 5 punten, een blanco antwoord
wiskunde B pilot havo 2015-II
wiskunde B pilot havo 05-II Veilig vliegen De minimale en de maximale snelheid waarmee een vliegtuig veilig kan vliegen, zijn onder andere afhankelijk van de vlieghoogte. Deze hoogte wordt vaak weergegeven
Hoofdstuk 1 Spiegelen in lijn en in cirkel. Eigenschappen.
Hoofdstuk 1 Spiegelen in lijn en in cirkel. Eigenschappen. Jakob Steiner (Utzenstorf (kanton Bern), 18 maart 1796 - Bern, 1 april 1863) was een Zwitsers wiskundige. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede Ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1996 1997: Tweede Ronde e tweede ronde bestaat eveneens uit 0 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt (opnieuw) als volgt : een deelnemer start met 0 punten Per goed antwoord
2. Antwoorden meetkunde
2. Antwoorden meetkunde In dit hoofdstuk zijn de antwoorden op de opgaven over Meetkunde opgenomen. Ze zijn kort en bondig per paragraaf gerangschikt. Dat betekent dat de antwoorden geen uitgebreide uitleg
Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2003-II
Eindeamen wiskunde 1- havo 00-II Lichaam met zeven vlakken In figuur 1 is een balk D.EFGH getekend. Het grondvlak D is een vierkant met een zijde van cm. De ribbe G is cm lang. Door uit de balk de twee
wiskunde B bezem vwo 2018-I
Formules Vlakke meetkunde Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting. Hoeken, lijnen en afstanden: gestrekte hoek, rechte hoek, overstaande
Diktaat Concrete Meetkunde Veelvlakken en alles wat daarbij komt kijken...
Diktaat Concrete Meetkunde Veelvlakken en alles wat daarbij komt kijken... Anieke Brombacher 3230589 Auke Mollema 3233626 Patrick van Stiphout 3223604 24 april 2009 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Regelmatige
Open het programma Geogebra. Het beginscherm verschijnt. Klik voordat je verder gaat met je muis ergens in het
Practicum I Opgave 1 Tekenen van een driehoek In de opgave gaan we op twee verschillende manieren een driehoek tekenen. We doen dit door gebruik te maken van de werkbalk (macrovenster) en van het invoerveld.
ZESDE KLAS MEETKUNDE
ZESDE KLAS MEETKUNDE maandag 1. Het vierkant. Eigenschappen. 2. Vierkanten tekenen met passer en lat vanuit zeshoek 3. Vierkanten tekenen met passer en lat binnen cirkel 4. Vierkanten tekenen met passer
MEETKUNDE 120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN
120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN een rechte lijn A het punt A a de rechte a een kromme lijn of een kromme een gebroken lijn a A b a B het lijnstuk [AB] evenwijdige rechten a // b een plat oppervlak of een
De vergelijking van Antoine
De vergelijking van Antoine Als een vloeistof een gesloten ruimte niet geheel opvult, dan verdampt een deel van de vloeistof. De damp oefent druk uit op de wanden van de gesloten ruimte: de dampdruk. De
