estafette N AV IGATO R
|
|
|
- Albert van den Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 estafette h a n d l e i d i n g estafette M5 N AV IGATO R h M5 M5 a n d l e i d i n g
2 Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Direct aan de slag met Estafette...6 Drie verschillende aanpakken...8 Organisatie...9 Extra leestijd voor risicolezers Materialen voor het voortgezet technisch lezen Materialen van Estafette Additionele materialen...13 Leeslessen en werkvormen...16 Doelstellingen...19 Toetsen en controletaken...19 Methodesite en nieuwsbrief...19 Leesmoeilijkheden AVI-niveau M Leesmoeilijkheden AVI-niveau E Leerstofpakket M5 O, zit dat zo!...21 Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Toepassingsweek Kinderboekenweek Leerstofpakket M5 Hoe je van niets iets kunt maken Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Lessen week Toepassingsweek Vrij lezen en praten over boeken...154
3 Algemeen deel Direct aan de slag met Estafette U gaat werken met de methode Estafette (versie 2009). Dit algemeen gedeelte van de handleiding helpt daarbij. Het vertrekpunt is een stappenplan waarmee u direct met Estafette aan de slag kunt gaan. De procedure is kort en vooral gericht op de praktijk. Hoe u met Estafette kunt starten, is in zes stappen beschreven: Stap 1 Kennismaken met materialen, oefeningen en werkvormen Stap 2 Kiezen van een differentiatiemodel Stap 3 Jaarplanning maken Stap 4 Werken met verschillende aanpakken Stap 5 Vaststellen van de leesvaardigheid van uw leerlingen Stap 6 Bepalen van de juiste aanpak en het juiste niveau Stap 1 Kennismaken met materialen, oefeningen en werkvormen Voor u met Estafette gaat werken, maakt u eerst kennis met de materialen, oefeningen en werkvormen van de methode. Als u zich snel en gericht wilt oriënteren, kunt u het beste eerst de materialen doorbladeren en bekijken: de leesboeken en omnibussen, de werkboeken, de Estafettelopers, de boekjes Vloeiend & vlot, de kopieermap, de handleiding. Hierbij kunt u zich beperken tot de materialen van het AVI-niveau waarmee u van start gaat, bijvoorbeeld AVI-niveau M5. Lees vervolgens de lessen die bedoeld zijn voor de eerste week. Dat zijn drie basislessen, een toepassingsles, en concrete suggesties voor het realiseren van extra leestijd voor risicolezers. Zo krijgt u een duidelijk beeld van de opbouw van lessen, de aard van de oefeningen en de werkvormen. Leestip Stap 2 Kiezen van een differentiatiemodel Estafette biedt u de keuze uit twee verschillende differentiatiemodellen. U kunt ervoor kiezen om te werken volgens het model van convergente differentiatie of volgens het model van divergente differentiatie. Bij convergente differentiatie differentieert u zoveel mogelijk binnen uw eigen groep. De goede lezers laat u relatief vrij, voor de zwakke lezers intensiveert u de instructie en de oefentijd, zodat zij toch zoveel als mogelijk aansluiting houden bij de groep. Dit model wordt ook in het aanvankelijk leesonderwijs toegepast bij het werken met Veilig leren lezen. Bij divergente differentiatie wordt de oplossing voor verschillen gezocht door het niveau van de leerstof aan te passen aan het niveau van de leerling. Leerlingen met vergelijkbare leesniveaus worden dan vaak voor de leesles bij elkaar geplaatst, ongeacht de groep waarvan zij deel uitmaken. De keuze voor een bepaald differentiatiemodel moet op schoolniveau gemaakt worden. Voor het basisonderwijs heeft het model van convergente differentiatie in verreweg de meeste situaties de voorkeur. In het speciaal (basis)onderwijs zal vaak gekozen worden voor het model van divergente differentiatie. Leestip De genoemde materialen kunt u gerichter bekijken als u ook even de korte materiaalbeschrijving erbij neemt (zie pagina 11). Meer informatie over het kiezen van een geschikt differentiatiemodel vindt u in de Gebruikswijzer in het hoofdstuk Differentiatie op basis van toetsresultaten (Hoofdstuk 4). Stap 3 Jaarplanning maken Wij adviseren u om bij het werken met Estafette voor het begin van het schooljaar een jaarplanning te maken en deze planning consequent aan te houden. Zo wordt voorkomen dat in een schooljaar onvoldoende leerstof wordt behandeld en leerstof moet worden doorgeschoven naar het volgende schooljaar. Op de website van Estafette kunt u altijd voor het nieuwe schooljaar een voorstel voor een jaarplanning vinden voor de regio waarin uw school gevestigd is. Globaal ziet een planning voor groep 5 er als volgt uit: Leerstofpakket 1 O, zit dat zo? (omnibus) 8 weken Toepassingsweek 1 Kinderboekenweek 1 of 2 weken Leerstofpakket 2 Hoe je van niets iets kunt maken 8 weken Toepassingsweek 2 Vrij lezen en praten over boeken 1 of 2 weken Leerstofpakket 3 Waar is Mees? 8 weken Toepassingsweek 3 Vreemde zaken (op de markt) 1 of 2 weken Leerstofpakket 4 Groene vingers in Goudkust (omnibus) 8 weken Toepassingsweek 4 Lezen in de zomervakantie 1 of 2 weken Minimale aantal lesweken Maximale aantal lesweken 32 weken 40 weken Het leerstofpakket van niveau M5 bestaat uit 24 basislessen. Verdeeld over de 8 weken waarin met het leerstofpakket wordt gewerkt, komt dit neer op drie basislessen per week. Een basisles duurt 45 minuten. Naast de basislessen komt iedere week een toepassingsles aan bod welke in de handleiding staat beschreven. Ook de toepassingsles duurt 45 minuten. Met Estafette wordt in groep 5 per week 180 minuten besteed aan het technisch leesonderwijs. tip Ga naar de website van Estafette en print de jaarplanning voor de regio waarin uw school gevestigd is. Stap 4 Werken met verschillende aanpakken Bij het werken met Estafette zijn twee factoren van groot belang: het aanbieden van leerstof op het juiste niveau en het hanteren van de juiste aanpak bij elke leerling. De verschillende aanpakken spelen een cruciale rol bij de organisatie van het leesonderwijs met Estafette. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een aanpak voor risicolezers (Aanpak ➊), een aanpak voor methodevolgers (Aanpak ➋) en een aanpak voor vlotte lezers (Aanpak ). Landelijk gezien zal 25% van de leerlingen behoren tot de groep vlotte lezers die in aanmerking komen voor Aanpak, 50% van Leestip Een concrete uitwerking van de aanpakken die in Estafette worden toegepast, staat in: Drie verschillende aanpakken (pagina 8). de leerlingen zullen methodevolgers zijn en Aanpak ➋ volgen, en nogmaals 25% zal behoren tot de groep van risicolezers die werkt volgens Aanpak ➊. Uiteraard zal de concrete verdeling in een leerlingengroep meestal afwijken van deze landelijke norm. Maar als de landelijke norm voor een groep van bijvoorbeeld 28 leerlingen zou gelden, dan zouden de leerlingen als volgt verdeeld zijn over de drie verschillende aanpakken: 7 leerlingen volgen Aanpak, 14 leerlingen volgen Aanpak ➋ en nogmaals 7 leerlingen komen in aanmerking voor Aanpak ➊. 6
4 Algemeen deel Stap 5 Vaststellen van de leesvaardigheid Als u met Estafette gaat beginnen, moet u weten hoe het is gesteld met de leesvaardigheid van de leerlingen in uw groep. Uit ervaring zult u weten dat de verschillen in leesvaardigheid groot kunnen zijn. Bespreek daarom altijd de leesvaardigheid van de leerlingen met de leerkracht die in groep 4 het het leesonderwijs heeft verzorgd. Deze leerkracht heeft natuurlijk al heel veel informatie over uw leerlingen. In Estafette worden leestoetsen gebruikt van het Cito LOVS: de Leestempotoets (onderdeel van de Toets Technisch Lezen), de Drie- Minuten-Toets (DMT) en de AVI-Toetskaarten. Deze toetsen worden afgenomen in de maanden januari (tweede helft januari of eerste week februari) en mei (tweede helft mei of eerste week juni). De klassikaal af te nemen Leestempotoets is bedoeld als een eerste screening. Als u deze toets gebruikt, hoeft u alleen de zwakke lezers (leerlingen met een score D of E) verder te onderzoeken door DMT en AVI af te nemen. De DMT geeft informatie over de leesvaardigheid op woordniveau: hoe goed en vlot lezen de leerlingen losse woorden? De AVI-Toetskaarten laten zien hoe de leesvaardigheid van de leerlingen is op tekstniveau: hoe goed en vlot lezen ze teksten? De combinatie van deze twee toetsen geeft een goed beeld van de leesvaardigheid van een leerling: hoe goed kan een leerling losse woorden lezen in verhouding tot het niveau van teksten dat hij aankan? Leestip Meer informatie over het gebruik van toetsen om de leesvaardigheid van leerlingen vast te stellen vindt u in de Gebruikswijzer in het hoofdstuk Toetsafname en beslisschema s (Hoofdstuk 7). U kunt er ook voor kiezen om de Leestempotoets niet af te nemen. In dat geval neemt u bij alle kinderen de DMT en AVI af om hun leesvaardigheid vast te stellen. Als u uw keuzes aan het begin van groep 5 wilt baseren op deze Cito-toetsen, spreek dan met de leerkracht van groep 4 af dat deze toetsen in juni in groep 4 worden afgenomen. Stap 6 Bepalen van aanpak en niveau De juiste aanpak en het juiste niveau voor elke leerling bepaalt u op basis van zijn toetsscores. Hiervoor zijn in de Gebruikswijzer beslisschema s opgenomen. Om het bepalen van de juiste aanpakken en niveaus makkelijk te maken is de Toetssite Estafette ontwikkeld. Deze sluit aan bij de Toetssite Veilig leren lezen. Als u de toetsresultaten invoert, krijgt u voor elke leerling een advies over het juiste niveau en de juiste aanpak. Bovendien krijgt u een groepsoverzicht, waarbij uw eigen groep vergeleken wordt met het landelijk gemiddelde. tip Het verwerken van toetsresultaten en het vertalen daarvan naar didactisch handelen is uitermate belangrijk, maar het is een taaie bezigheid. Maak het uzelf makkelijk door gebruik te maken van de Toetssite Estafette. Als u de toetsresultaten hebt ingevoerd, krijgt u voor al uw leerlingen duidelijke adviezen omtrent het juiste niveau en de juiste aanpak. 7 Estafette M5 Algemeen deel
5 Algemeen deel Drie verschillende aanpakken Estafette hanteert drie verschillende aanpakken om tegemoet te komen aan verschillen in instructiebehoeften van leerlingen. In dit hoofdstuk gaan we eerst in op de kenmerken van die drie verschillende aanpakken. Vervolgens laten we zien hoe het werken met deze verschillende aanpakken georganiseerd kan worden en hoe dit terug te vinden is in de structuur van de lessen. Aanpak voor methodevolgers Methodevolgers zijn leerlingen die hun leesvaardigheid op de gebruikelijke wijze ontwikkelen. Deze leerlingen behalen op de leestoetsen een score op niveau B of C. Ze behoren tot de middengroep van 50% leerlingen die niet de hoogste scores behalen op de leestoetsen maar wel hoger scoren dan risicolezers. De aanpak voor methodevolgers wordt in Estafette aangeduid als Aanpak ➋. De aanpak voor methodevolgers heeft de volgende kenmerken: 1. Methodevolgers nemen deel aan drie van de vier fasen van de basislessen: introductie, instructie, en afronding van de les. In de fase waarin de leerkracht werkt met de risicolezers de fase van begeleide verwerking en begeleide oefening werken de methodevolgers zelfstandig aan hun opdrachten in het werkboek en lezen zij zelfstandig de tekst in het leesboek. 2. Methodevolgers hebben, als nieuwe leesmoeilijkheden aan de orde komen, behoefte aan expliciete instructie. Die krijgen zij aangeboden in de lesfase instructie, die bestemd is voor risicolezers en methodevolgers. Daarnaast hebben methodevolgers het vermogen en de behoefte om ook zelfstandig aan het werk te gaan. In elke les krijgen de methodevolgers de gelegenheid daartoe. 3. Methodevolgers hebben geen extra leestijd nodig. De tijd die u bij Estafette kunt inroosteren voor basislessen, toepassingslessen en toepassingsweken moet voor methodevolgers voldoende zijn om een adequate leesvaardigheid te ontwikkelen. 4. Methodevolgers krijgen voldoende gelegenheid om te lezen in boeken naar eigen keuze. Dit kan niet alleen in toepassingslessen en toepassingsweken, maar ook in basislessen als zij klaar zijn met de verplichte opdrachten. Aanpak voor risicolezers Bepaalde leerlingen lopen het risico achterop te raken in hun leesontwikkeling. Het gaat hierbij om leerlingen die op de leestoetsen een D- of E-score behalen. Deze leerlingen behoren tot de 25% leerlingen met de laagste toetsscores. Om leesproblemen bij deze leerlingen zoveel mogelijk te voorkomen, volgen zij het voortgezet technisch lezen met Estafette volgens een intensieve aanpak, te weten: Aanpak ➊ voor risicolezers. Voor de leerkracht is deze groep leerlingen de groep waarnaar de meeste aandacht dient uit te gaan. De aanpak voor risicolezers heeft de volgende kenmerken: 1. Risicolezers nemen deel aan alle fasen van de basislessen: introductie, instructie, begeleide verwerking en begeleide oefening, en afronding van de les. 2. Risicolezers krijgen maximale aandacht van de leerkracht. Naast de basisinstructie krijgen deze leerlingen begeleiding van de leerkracht bij de verwerking van opdrachten in hun werkboek, bij het lezen van de teksten in het leesboek, en bij het oefenen in het vlot lezen van woorden en het vloeiend lezen van teksten. 3. Risicolezers hebben meestal meer leestijd nodig dan de andere lezers. In Estafette wordt deze extra leestijd aangeboden door vier keer per week 15 minuten extra tijd in te roosteren voor het lezen met risicolezers. 4. Risicolezers krijgen tijd toegewezen om te lezen in boeken naar eigen keuze. Dit gebeurt vooral in toepassingslessen en toepassingsweken. Aanpak voor vlotte lezers Vlotte lezers zijn leerlingen die hun leesvaardigheid opvallend snel ontwikkelen. Het zijn de leerlingen die op de leestoetsen een A-score behalen. Deze leerlingen behoren tot de 25% leerlingen met de hoogste toetsscores. Vlotte lezers vallen op door het feit dat ze al veel meer kunnen dan in de leeslessen aan de orde is geweest. Het zijn leerlingen die het vermogen hebben om op eigen kracht nieuwe leesmoeilijkheden te overwinnen. In een groep zijn dit de leerlingen die het minst behoefte hebben aan instructie en begeleiding door de leerkracht. De aanpak voor vlotte leerlingen wordt in Estafette aangeduid als Aanpak. Deze aanpak is daarom het minst intensief en kent de volgende kenmerken: 1. Vlotte lezers nemen deel aan twee van de vier fasen van de basislessen: de introductie en de afronding. Het begin van de les dus en het einde van de les. In de fase waarin de leerkracht instructie geeft of werkt met de risicolezers werken de vlotte lezers zelfstandig. Zij maken daarbij gebruik van een uitgave die speciaal ontwikkeld is voor vlotte lezers: de Estafetteloper. 2. Vlotte lezers hebben behoefte aan minder expliciete instructie als nieuwe leesmoeilijkheden aan de orde komen. Zij hebben doorgaans het vermogen om zelf te ontdekken hoe die nieuwe woorden moeten worden gelezen. Daarom is er in de Estafetteloper een onderhoudsprogramma opgenomen voor technisch lezen, waarmee de vlotte lezers zelfstandig werken. Eén keer per week in de toepassingsles besteedt de leerkracht hieraan specifiek aandacht. 3. Vlotte lezers hebben geen extra leestijd nodig. De tijd die u bij Estafette kunt inroosteren voor basislessen, toepassingslessen en toepassingsweken is voor vlotte lezers ruim voldoende om een goede leesvaardigheid te ontwikkelen. 4. Vlotte lezers krijgen ruimschoots gelegenheid om te lezen in boeken naar eigen keuze. Niet alleen in toepassingslessen en toepassingsweken, maar ook in basislessen. De moeilijkheidsgraad van boeken voor het vrije lezen is voor vlotte lezers niet of nauwelijks van belang. Vlotte lezers kiezen zelf wel een boek uit en kunnen eventuele leesmoeilijkheden op eigen kracht overwinnen. Voor vlotte lezers geldt het motto: Je mag lezen, wat je wilt lezen. 8
6 Algemeen deel Lesopbouw basislessen: lesduur 45 minuten Introductie Aanpak Instructie Aanpak Basisinstructie Aanpak Zelfstandig werken Verwerking Afronding Aanpak ➊ Verlengde instructie Begeleide verwerking Aanpak Aanpak ➋ Zelfstandige verwerking Lesopbouw toepassingslessen: lesduur 45 minuten Introductie Aanpak Instructie Aanpak Instructie Aanpak Zelfstandig werken Vrij lezen Aanpak Presentatie en boekpromotie Aanpak Organisatie van het werken met verschillende aanpakken Estafette werkt dus met drie verschillende aanpakken. Hoe kan een en ander worden georganiseerd? De lesbeschrijvingen in de handleidingen geven hiervoor de nodige informatie. Alle basislessen zijn op dezelfde manier gestructureerd op basis van de verschillende aanpakken. De structuur van de basislessen is als volgt: Introductie Elke les begint met een introductie, waarbij alle leerlingen worden betrokken. Aan het einde van de introductiefase geeft u een werkinstructie aan de leerlingen met Aanpak. Deze leerlingen kunnen hierna zelfstandig aan het werk. Instructie Vervolgens geeft u instructie bij de eerste oefeningen in het werkboek aan de leerlingen met Aanpak ➊ en Aanpak ➋. Aan het einde van deze instructiefase geeft u een werkinstructie aan de leerlingen met Aanpak ➋, zodat deze leerlingen weten hoe en waarmee zij aan de slag kunnen bij het zelfstandig werken. Begeleide verwerking en begeleide oefening ➊ In deze lesfase kunt u zich concentreren op de leerlingen met Aanpak ➊. U begeleidt deze leerlingen bij het maken van de overige opdrachten en leesopdrachten in het werkboek. Afronding Bij de afronding van de les worden weer alle leerlingen betrokken. U begint en eindigt een leesles dus altijd met alle leerlingen van uw groep. De wekelijkse toepassingsles wijkt enigszins af van de structuur van de basislessen. Ook in de toepassingslessen begint en eindigt u de les met alle leerlingen. Maar wat tussen introductie en afronding gebeurt, wijkt af van de opzet van de basislessen. De structuur van de toepassingslessen is als volgt: Introductie Ook de toepassingslessen beginnen met een introductie, waarbij alle leerlingen worden betrokken. Aan het einde van de introductiefase geeft u een werkinstructie aan de leerlingen met Aanpak ➊ en Aanpak ➋. Deze leerlingen kunnen nu zelfstandig aan de slag. Instructie Vervolgens besteedt u in de instructiefase aandacht aan het onderhoudsprogramma van de leerlingen met Aanpak. Hierbij geeft u deze leerlingen feedback op hetgeen zij in de afgelopen lessen gedaan hebben aan onderhoud van hun technische leesvaardigheid. Aan het einde van deze instructiefase rondt u het zelfstandig werken van leerlingen met Aanpak ➊ en Aanpak ➋ af. U bespreekt kort het verloop daarvan. Vrij lezen In deze lesfase zijn alle leerlingen bezig met vrij lezen, al of niet met behulp van kopieerbladen met verwerkingsactiviteiten. Presentatie en boekpromotie Bij de afronding van de les worden weer alle leerlingen betrokken. De afronding van een toepassingsles staat in het teken van boekpromotie, bespreken van verwerkingsactiviteiten en presentatie, waarbij leerlingen een zelf gekozen stukje tekst voorlezen. Organisatie van het werken met meerdere niveaus Als u met Estafette werkt in een enkelvoudige groep en daarbij het model van convergente differentiatie toepast, dan werkt u meestal met één enkele niveaugroep. In groep 5 werkt u dan met het niveau AVI M5 en in de tweede helft van het schooljaar met het niveau AVI E5. Wanneer op school gekozen is voor het model van divergente differentiatie, kan het noodzakelijk zijn dat leerkrachten meerdere niveaus bedienen. Datzelfde geldt ook voor leerkrachten die werken met een combinatiegroep. Wij adviseren om in deze 9 Estafette M5 Algemeen deel
7 Algemeen deel situaties het aantal niveaugroepen altijd tot twee te beperken. Kiest u ervoor om met méér dan twee niveaugroepen te werken, dan bestaat het risico dat u voor die verschillende groepen onvoldoende instructie en begeleiding kunt inroosteren. Als u met Estafette werkt met twee verschillende niveaugroepen, kunt u de leeslessen zodanig plannen dat een leerkrachtgebonden lesfase voor de ene niveaugroep altijd wordt gecombineerd met een leerkrachtvrije lesfase voor de andere niveaugroep. Hierbij kunt u gebruikmaken van onderstaand schema. Meer informatie hierover vindt u op Extra leestijd voor risicolezers De factor tijd is voor risicolezers in sterke mate medebepalend voor de ontwikkeling van hun leesvaardigheid. Risicolezers hebben in de eerste plaats meer tijd nodig voor de ontwikkeling van een voldoende leesvaardigheid dan andere leerlingen, terwijl risicolezers juist minder geneigd zijn om uit zichzelf te lezen dan andere leerlingen. Veel risicolezers lezen bijvoorbeeld niet of nauwelijks in hun vrije tijd, terwijl vlotte lezers in hun vrije tijd regelmatig boeken lezen. De verschillen in leesvaardigheid zullen hierdoor alleen maar groter worden. Het is daarom belangrijk dat op school extra leestijd voor risicolezers wordt ingeroosterd en dat deze leerlingen gestimuleerd worden tot vrij lezen en lezen in hun vrije tijd. In Aanpak ➊, de aanpak voor risicolezers, wordt voor risicolezers elke week één uur extra leestijd ingeroosterd in de vorm van vier keer een kwartier. De invulling van deze extra leestijd staat voor elke onderwijsweek beschreven in de handleiding. Het is belangrijk om deze uitbreiding van leestijd daadwerkelijk te realiseren. In de praktijk van het onderwijs wordt deze extra leestijd op verschillende manieren gerealiseerd, bijvoorbeeld: Vier keer per week werkt de leerkracht gedurende telkens een kwartier met de risicolezers. In diezelfde tijd werken de andere leerlingen met andere taken. Bij deze werkwijze wordt voor de leerlingen die zelfstandig werken, gebruikgemaakt van dag- of weektaken. Als de leerkracht extra leestijd realiseert voor risicolezers, zijn de overige leerlingen bezig met vrij lezen. De extra leestijd voor risicolezers wordt buiten de officiële schooltijden gerealiseerd, bijvoorbeeld tussen de middag of na schooltijd. Veel scholen die op deze manier werken, zijn er zeer tevreden over. Ze zien dat dit positieve resultaten bij de leerlingen oplevert en ontvangen vaak van de ouders positieve reacties op de maatregel. De extra leestijd wordt gepland op momenten waarop in de klas gebruik kan worden gemaakt van ondersteuning. De leerkracht heeft dan de gelegenheid om zich volledig op het groepje risicolezers te concentreren. Lesopbouw 2 niveaugroepen Instructie Aanpak Basisinstructie A Vrij lezen B Aanpak A en B Zelfstandig werken Verwerking Aanpak ➊ Verlengde instructie Aanpak ➋ Zelfstandige verwerking Herhalingstaken Instructie Herhalingstaken A Aanpak Basisinstructie B Verwerking Vrij lezen Aanpak ➊ Aanpak ➋ Verlengde instructie Zelfstandige verwerking Afronding Aanpak 10
8 Algemeen deel Materialen voor het voortgezet technisch lezen Voor het geven van onderwijs in voortgezet technisch lezen met behulp van Estafette is een overzichtelijk materialenpakket ontwikkeld. Daarnaast kan bij het werken met Estafette ook gebruik worden gemaakt van additionele materialen, met name het computerprogramma Leesladder, het programma Estafette interactief en een klassenbibliotheek. Hieronder treft u een korte beschrijving aan van de materialen. Materialen van Estafette Gebruikswijzer Deze uitgave bevat belangrijke informatie voor het werken met Estafette. De informatie die u in de Gebruikswijzer aantreft, heeft betrekking op de methode als geheel en is niet zozeer gekoppeld aan één specifieke jaargroep. Het is dus informatie die belangrijk is voor elke leerkracht die werkt met Estafette. In de Gebruikswijzer zijn de volgende hoofdstukken opgenomen: 1. Waarom voortgezet technisch lezen? 2. Belangrijke kenmerken van Estafette 3. Beginniveau, einddoel en tussendoelen 4. Differentiatie op basis van toetsresultaten 5. Werken volgens het model van convergente differentiatie 6. Werken volgens het model van gematigd divergente differentiatie 7. Toetsafname en beslisschema s Handleidingen De methode Estafette is gebaseerd op de nieuwe AVI-niveaus, zoals die door het Cito geformuleerd zijn. In totaal worden voor het basisonderwijs 12 niveaus onderscheiden: AVI Start - AVI M3 - AVI E3 AVI E3 - AVI M4 - AVI E4 - AVI M5 - AVI E5 - AVI M6 - AVI E6 - AVI M7 - AVI E7 - AVI Plus De drie bovenste niveaus behoren tot het aanvankelijk leesonderwijs en komen in groep 3 aan de orde met behulp van de methode Veilig leren lezen. De niveaus op de onderste balk komen aan de orde in de methode Estafette en bestrijken de periode van het voortgezet technisch leesonderwijs. Het niveau AVI E3 staat in beide balken. Hier overlappen de twee methodes elkaar. In principe begint u in groep 5 met het niveau M5. Voor elk niveau is er een aparte handleiding met lesbeschrijvingen van de twee leerstofpakketten, de toepassingslessen en de toepassingsweken. Leesboeken en omnibussen Voor elke jaargroep hebt u de beschikking over vier leesboeken: meestal twee verhalende boeken en twee omnibussen. De verhalende boeken bevatten een doorlopend verhaal; de omnibussen bevatten diverse korte teksten, waaronder informatieve teksten, die passen binnen een bepaald thema. Hieronder ziet u de leesboeken voor de niveaus M5 en E5. Dat zijn de boeken die u in groep 5 kunt gebruiken. AVI M5: O, zit dat zo! (omnibus) AVI M5: Hoe je van niets iets kunt maken AVI E5: Waar is Mees? AVI E5: Groene vingers in Goudkust (omnibus) Werkboeken De werkboeken worden gebruikt door leerlingen die met Estafette werken volgens Aanpak ➊ of Aanpak ➋. In elke basisles worden twee werkbladen gebruikt. U begint in de instructie met de eerste opdrachten van het eerste werkblad. Door middel van deze opdrachten bereidt u met de leerlingen het lezen van een hoofdstuk van het leesboek voor (preteaching) en geeft u instructie over bepaalde leesmoeilijkheden. Daarna gaan de leerlingen met Aanpak ➋ zelfstandig verder met de overige opdrachten in het werkboek. Aan de leerlingen die werken volgens Aanpak ➊ geeft u begeleiding bij het maken van deze overige opdrachten. De laatste opdracht verwijst altijd naar het bijbehorende hoofdstuk van het leesboek of de omnibus. 6. Groenistan Welk woord past in de zin? Zet er een streep onder. Achter het hek staan grijze gebouwd / gebouwtjes / gehouden met gras eromheen. Er zijn een paar kinderen op het veldje aan het voetballen / voetbal / vroeger. Zwijgend lopen ze verder tot de ingang / inhalen / behang van een groot park. Camila maakt een huilen / guitig / buiging en zegt: Welkom in park Groenistan. Ze lopen een stukje / stokje / struikje het grasveld op. Na een tijdje zegt Camila serieus: Oké, ik zal je een geheim verwacht / verder / verklappen. Lees de zinnen nu goed en vlot met het juiste woord. Lees elk rijtje. Welk woord klinkt anders? Kruis dat woord aan. India verlies vakantie Amerika advies plastic Colombia serieus positie Bolivia precies politie Waar past het woord in de zin? Trek er een lijn naartoe. grijze Daar staan gebouwtjes met gras eromheen. plastic Het lijken net dozen, zegt Tim. lekker Het gras voelt zacht aan hun rug. 4 Wat kan? Er kunnen meer zinnen goed zijn. Kruis de goede zinnen aan. Op het gras liggen in onze rug gaan wij. We gaan op onze rug in het gras liggen. Het gras op onze rug in het liggen gaat. Drijven de stil voorbij wolken. De wolken drijven stil voorbij. De stil wolken voorbij drijven. Achter een hek staan grijze gebouwtjes. Achter staan gebouwtjes grijze een hek. Lees de zinnen met een kruisje ervoor nog eens goed en vlot Lees met een maatje. Lees met de zandloper. Zet een streep tot waar je komt. cement serieus woensdagmiddag eromheen verklappen yoghurt buiging centrum gebouwtjes plastic Colombia geheim grasveld zwijgend antwoordt misschien cola cellen baksteen race tijdje opeens eigenlijk ruisen handtekeningen compleet cijfers vrijdagmiddag serie grijze clown club broccoli welkom grasvelden Camila dinsdagmiddag kinderen oké regent piano sorry bedeesd eten Oefen de rijtjes drie keer goed en vlot. Lees weer met de zandloper. Zet een streep tot waar je nu komt. 6 Lees bladzijde 19 tot en met 21. Zandlopers Bij voortgezet technisch leesonderwijs moet niet alleen aandacht worden besteed aan het correct en accuraat lezen, maar ook aan het vlot lezen van woorden, zinnen en teksten. Maar al te vaak wordt dit laatste aspect verwaarloosd. Om het vlot technisch lezen te benadrukken en te concretiseren, zijn in de werkboeken oefeningen opgenomen waarbij gebruik wordt gemaakt van 11 Estafette M5 Algemeen deel
9 10 Estafette Kopieermap Uitgeverij Zwijsen B.V. Estafette Kopieermap Uitgeverij Zwijsen B.V. Algemeen deel een zandloper. De leerling probeert dan een aantal woorden vlot gelezen te hebben voordat de zandloper is doorgelopen. Ten behoeve van deze oefeningen is bij Estafette een set met zandlopers verkrijgbaar. wordt door de leerling op de juiste plaats in het leesboek gelegd, namelijk op de plaats waar hij moet stoppen met lezen. Hierdoor is het ook voor de de leerlingen van Aanpak duidelijk wanneer zij terug moeten naar de volgende opdracht in hun Estafetteloper. Vloeiend & vlot Er is een boekje Vloeiend & vlot voor elk AVI-niveau dat in Estafette aan de orde komt. De uitgave Vloeiend & vlot sluit aan op de uitgave Veilig & vlot van de methode Veilig leren lezen. In elk boekje komen de leesmoeilijkheden van een bepaald niveau systematisch aan de orde. Maar daarnaast worden ook moeilijkheden van eerdere niveaus herhaald. Met behulp van deze boekjes kan gericht geoefend worden op zowel woordniveau als tekstniveau. Op woordniveau is het belangrijkste doel de automatisering van de woordherkenning. Op tekstniveau gaat het vooral om het vloeiend en met een goede intonatie lezen van teksten. In de lessen van Estafette wordt regelmatig gewerkt met Vloeiend & vlot en ook speelt dit leermiddel een belangrijke rol bij de invulling van de extra leestijd voor risicolezers. Estafettelopers Deze werkboeken zijn bestemd voor leerlingen die met Estafette werken volgens Aanpak, voor de vlotte lezers dus. De Estafettelopers hebben een herkenbare indeling. Elke Estafetteloper begint met een Loopbaan. Hierin registreren de leerlingen wat ze gedaan hebben. Als u aandacht besteedt aan de leerlingen van Aanpak, hanteert u deze Loopbaan-pagina als uitgangspunt. U kunt dan zien hoever de verschillende leerlingen gevorderd zijn. Ook bevat elke Estafetteloper een pagina waarop de leerlingen kunnen noteren welke boeken ze gelezen hebben. Ze noteren de titel van het gelezen boek en de naam van de auteur. Ook kunnen ze aangeven wat ze vinden van het boek dat ze gelezen hebben. Elke Estafetteloper bevat verder opdrachten bij de leesboeken van Estafette voor het betreffende niveau. Maar daarnaast zijn er ook opdrachten die gemaakt kunnen worden bij boeken en andere leesstof (bijvoorbeeld kranten, tijdschriften, strips) die de leerling zelf heeft uitgekozen voor het vrije lezen. O, zit dat zo! 14 Rappen, dat kun jij ook! 17 Maak je eigen rap: over jezelf, of over je hobby, over je favoriete vak op school of juist over het saaiste vak. Schrijf je rap in de spreekwolk. Laat hem aan de groep horen. 15 Bobby wil een xylofoon kopen. Welk instrument bespeel jij? Kruis aan. Bespeel je geen instrument? Kruis dan het instrument aan waarop je zou willen leren spelen. 18 O, zit dat zo! Andy en Mario beginnen samen een brillenclub. Hier zie je hun pasfoto s zonder bril. Geef ze allebei een mooie bril op hun neus. Teken ook een pasfoto van jezelf met bril! Ook als je eigenlijk geen bril draagt. Dit is Andy. Dit is Mario. En dit ben ik (met bril!). Lijkt het je wat, een reis in het mandje van een heteluchtballon? Stel, je hebt meegevaren (zo heet dat). Nu sta je weer met beide benen op de grond. Wat schrijf je erover? 11 Kopieermap In de kopieermap van Estafette zijn drie soorten kopieerbladen opgenomen: kopieerbladen met leesteksten, kopieerbladen bij de Estafette-boeken en kopieerbladen met opdrachten voor het vrije lezen. Voor de niveaus AVI M5 en AVI E5 zijn er in totaal 16 kopieerbladen met korte leesteksten. Deze kopieerbladen zijn bedoeld voor risicolezers en worden gebruikt in de extra leestijd voor risicolezers. Verder zijn er kopieerbladen met opdrachten bij de boeken van Estafette en kopieerbladen voor het vrij lezen, die ingezet worden tijdens de toepassingslessen en toepassingsweken. Deze bladen kunnen door alle leerlingen worden gebruikt en zijn met name gericht op leesbeleving en boekpromotie. ET Naam: Een vreemd hotel M5 B-1 TL Naam: Woorden verzamelen M5 5 Uit het hoofdstuk: Deze vakantie wordt saai Maak de opdrachten op dit blad bij een vrij leesboek. 16 Lees bladzijde 40 tot en met 49. Ga daarna door met opdracht 17. oefenen Oefen dit gesprek. Je hoeft alleen de schuine tekst hardop te lezen. Lees het voor aan een maatje. Laat de! en? goed horen. Als je de rollen verdeelt, kun je het gesprek ook samen voorlezen! Andy: Waarom was jij vanochtend niet op school? Mario: Ik was met mijn moeder naar de brillenwinkel. Ik krijg een bril. Andy: Jij? Een bril? En ga je hem ook nog opzetten? Nee toch? Mario: De oogarts zei dat ik behoorlijk bijziend ben. Dus ik zal wel moeten. Andy: Bijziend? Mario: Dat betekent dat je wel alles scherp ziet wat dichtbij is. Maar dingen die verder weg zijn, zie je onscherp. Als je dat hebt, ben je bijziend. Andy: O, zit dat zo, weer wat geleerd! Stopkaart De leerlingen van Aanpak werken zelfstandig en in eigen tempo. Vanuit de Estafetteloper worden de leerlingen verwezen naar de leesboeken van Estafette of naar een boek van eigen keuze. Omdat deze leerlingen versneld de boeken van Estafette lezen, krijgen zij de opdracht om meerdere hoofdstukken aaneengesloten te lezen. Daarbij komen zij in de leesboeken van Estafette aan het eind van ieder hoofdstuk het pictogram stop met lezen tegen. De leerlingen van Aanpak mogen dit pictogram negeren en direct doorlezen in het volgende hoofdstuk. Leerlingen van Aanpak krijgen via hun Estafetteloper echter ook regelmatig de opdracht om in hun leesboek tot een bepaald punt verder te lezen. Om toch te weten wanneer ze moeten stoppen met lezen, maken deze leerlingen gebruik van een Stopkaart. Op de Stopkaart staat het pictogram stop met lezen. De Stopkaart De deuren van de school gaan wijd open. Alle kinderen willen naar huis. Het is de laatste schooldag. De grote vakantie begint! Dit wordt een saaie vakantie, zegt Mieke. Onze vrienden gaan allemaal weg. Iedereen gaat weg en wij blijven hier, bah! zegt Jesse. Papa is wel blij met zijn nieuwe werk. Maar het is stom dat wij daardoor niet op vakantie kunnen. Ze lopen de tuin in en zien mama zitten. Kom gauw zitten, zegt mama. Ik heb een leuke verrassing voor jullie! Mieke en Jesse kijken mama aan. Een verrassing? Wat voor verrassing zou dat zijn? Vertel mama, vertel! roepen ze. Mama kijkt hen heel blij aan. Ze zegt even niks om het spannend te maken. Het is echt heel leuk, zegt ze dan. Mieke en Jesse kijken elkaar aan. Waar zou de verrassing over gaan? We gaan tóch op vakantie! zegt mama. Nino, de buurman, nodigt ons uit. Hij rijdt woensdag naar Italië. Weten jullie nog dat ik vertelde over het hotel? Dat hotel dat hij heeft gekocht in Italië? Dat oude hotel wordt nu opgeknapt. Het is bijna klaar en Nino gaat erheen. Zijn hotel gaat over een maand open. Dus hij moet controleren of alles goed is. Mieke en Jesse kijken mama aan. Lees verder op de volgende bladzijde. Welk boek heb je gekozen? De schrijver/schrijfster heet Wat voor een soort woorden kom je tegen in je boek? grappige woorden mooie woorden Toetssite Estafette Bij het werken met Estafette worden toetsen gebruikt om de vorderingen van de leerlingen te volgen en de leesontwikkeling in kaart te brengen. De volgende landelijk genormeerde Citotoetsen worden gebruikt: Leestempotoets (onderdeel van de Toets Technisch Lezen), Drie-Minuten-Toets (waarmee de vaardigheid in het lezen van losse woorden wordt gemeten) en AVI-Toetskaarten 1 2 verdrietige woorden lelijke woorden woorden 12
10 Algemeen deel (leeskaarten waarmee het lezen van teksten wordt gemeten). Daarnaast kan men gebruikmaken van de toetsen vloeiend & vlot, woorden en vloeiend & vlot, teksten. De toetsen vloeiend & vlot zijn methodegebonden toetsen. Met vloeiend & vlot, woorden wordt het lezen van losse woorden getoetst. Vloeiend & vlot, teksten is een observatietaak, waarbij de leerling een korte tekst hardop voorleest en de leerkracht observeert en opvallende zaken registreert. Met behulp van de Toetssite Estafette worden de toetsresultaten omgezet naar adviezen voor het leesonderwijs. De Toetssite Estafette geeft op basis van ingevoerde toetsresultaten de volgende overzichten en adviezen: Groepsoverzichten, waarbij de eigen leerlingengroep vergeleken wordt met het landelijk gemiddelde. Hiermee wordt voor de leerkracht de vraag beantwoord: Hoe goed doet mijn groep het, vergeleken met andere groepen? Leerlingoverzichten, waarmee de leesontwikkeling van individuele leerlingen in kaart wordt gebracht. Voor de leerkracht wordt hiermee de vraag beantwoord: Hoe verloopt de ontwikkeling van de leesvaardigheid van deze leerling? Adviezen voor individuele leerlingen, waarmee voor de leerkracht antwoord wordt gegeven op vragen als: Wat is het juiste leesniveau voor deze leerling? Welke Estafette-aanpak is voor deze leerling het meest geschikt? Welke leesoefeningen zijn voor deze leerling aan te bevelen? zijn. De Leerkrachtassistent Estafette is namelijk gebaseerd op de ervaringen die opgedaan zijn met de Leerkrachtassistent Veilig leren lezen en bouwt daarop voort. Website en nieuwsbrieven De methode Estafette heeft een eigen website. Op deze website ( vindt u allerlei informatie over de methode. Ook treft u daar informatie aan die specifiek bedoeld is voor leerkrachten die met de methode werken. U treft er bijvoorbeeld artikelen aan over het voortgezet leesonderwijs, concrete suggesties voor uw leeslessen, en interessante nieuwtjes. Ook verschijnt er enkele keren per schooljaar een nieuwsbrief. Door middel van deze nieuwsbrief wordt u op de hoogte gehouden van nieuwe ontwikkelingen, ontvangt u concrete suggesties voor uw leesonderwijs, ideeën voor bijvoorbeeld de kinderboekenweek en tips van de auteurs van de methode. Neem daarom een gratis abonnement op deze service. tip Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief. Aanmelden kan op de website: Additionele materialen Leerkrachtassistent Estafette Onder de titel Leerkrachtassistent geeft Zwijsen materialen uit voor gebruik op het digitale schoolbord. Ook Estafette kent materiaal voor het digitale schoolbord: Leerkrachtassistent Estafette. Deze uitgave ondersteunt leerkrachten via het digitale schoolbord bij het verzorgen van de leeslessen. Leerkrachtassistent Estafette is voor de leerkracht toegankelijk via digimenu s die gebaseerd zijn op de lesbeschrijvingen in de handleidingen. Voor kinderen die bij het aanvankelijk lezen leesles hebben gekregen met behulp van de Leerkrachtassistent Veilig leren lezen zal de Leerkrachtassistent Estafette een feest van herkenning Klassenbibliotheek Een van de uitgangspunten van Estafette is dat leerlingen de gelegenheid moeten krijgen om hun leesvaardigheid toe te passen en te automatiseren. En bovendien is het belangrijk dat kinderen de smaak te pakken krijgen van lezen. Ze moeten kunnen ervaren dat lezen leuk is, dat lezen interessant is, dat lezen boeiend is, dat lezen iets is om ook in je vrije tijd te doen. Met andere woorden: Estafette heeft ook als doel het bevorderen van het leesplezier. Leerlingen leren via de leesmethode Estafette dus niet alleen hoe ze moeten lezen en welke leesstrategieën ze kunnen gebruiken, maar krijgen ook gelegenheid om die leesvaardigheid daadwerkelijk toe te passen en plezier aan lezen te beleven. Om dit op school te kunnen realiseren, moet aan twee voorwaarden worden voldaan: Op de eerste plaats moet er tijd worden vrijgemaakt voor het vrij lezen. In Estafette gebeurt dit in de wekelijkse toepassingslessen en in de toepassingsweken die vier keer per jaar zijn ingeroosterd. Op de tweede plaats moeten er boeken zijn die aansluiten bij de leesontwikkeling en interesse van de leerlingen. Kees Vernooij benadrukt het belang van stillezen en van de aanwezigheid van kinderboeken in de leeromgeving van het kind: Daarom is het van belang dat de klassenbibliotheek een scala aan boeken van uiteenlopend leesniveau bevat. Stillezen mislukt dikwijls, als een klas over onvoldoende boeken beschikt. Een gevarieerde klassenbibliotheek bevat verschillende soorten boeken: informatieve boeken, gedichtenbundels, prentenboeken, 13 Estafette M5 Algemeen deel
11 Algemeen deel strips, maar ook ander leesmateriaal: zoals tijdschriften, jeugdbladen, kranten. Juist voor leerlingen in Aanpak ➊ is het stimuleren van leesmotivatie belangrijk. Daarom zijn de teksten in de extra lessen fragmenten uit leesboeken die leerlingen in de vrije leesmomenten kunnen lezen. Mochten deze boeken in het bezit zijn van de school, zet ze dan op een opvallende, voor deze leerlingen toegankelijke plaats. Vreemde zaken De leesserie Vreemde zaken is een uitgave die kinderen stimuleert om zelf te gaan lezen en om samen over verhalen te praten. Voor gebruik in groep 5 sluit Vreemde zaken aan bij het thema de buurt. U kunt Vreemde zaken bij het werken met Estafette in groep 5 gebruiken in de vierde toepassingsweek. De aanzet tot het lezen van boeken wordt gegeven door middel van een voorleesverhaal en een bijbehorende poster. U begint met het voorlezen van het verhaal Vreemde zaken op de markt In dit voorleesverhaal gebeuren vreemde dingen. Maar de verklaring voor die vreemde dingen wordt in het verhaal zelf niet gegeven. Hierdoor worden de kinderen nieuwsgierig; ze willen graag weten wat er nou eigenlijk aan de hand is op die mysterieuze markt. De kinderen kunnen door de bijbehorende boeken te lezen, zelf de oplossingen achterhalen. Heel gemotiveerd gaan de kinderen aan de slag: de vreemde zaken moeten immers worden opgelost! De verklaring voor de vreemde zaken in het voorleesverhaal kan dus gevonden worden door de bijbehorende boeken te lezen. Over elke vreemde zaak is een leesboekje geschreven. De serie bestaat uit de volgende zes titels: Baby in de gracht? Een kunstgebit in de melk! De toverheks De gestolen voetbal De vreemde munt Een slang tussen de mango s Leesladder Het computerprogramma Leesladder bestaat uit vier cd-roms en een handleiding. De auteurs, Caesarius Mommers en Rosemarie Irausquin, hebben Leesladder ontwikkeld als een computerprogramma voor leesonderwijs op maat voor risicolezers. De auteurs verantwoorden de opzet van Leesladder als volgt: Risicolezers hebben meer instructie en oefening nodig dan andere leerlingen. Het is voor leerkrachten dikwijls moeilijk hun onderwijs zo te organiseren, dat aan de instructiebehoeften van deze leerlingen in voldoende mate tegemoet wordt gekomen. Ideaal is, als deze leerlingen dagelijks leesonderwijs ontvangen dat afgestemd is op hun individuele behoeften. De persoonlijke interactie tussen leerling en leerkracht biedt de beste kansen voor effectieve hulp. Maar leerkrachten komen daarvoor vaak tijd en handen tekort. Voor een deel kan de gewenste interactie worden overgenomen door een interactief en adaptief computerprogramma. Zo n programma registreert de verrichtingen van de leerling en biedt op basis daarvan oefeningen aan, die aansluiten bij het niveau van de leerling. Dit is alleen mogelijk als in het programma een interne navigatie is ingebouwd, waarmee voor elke individuele leerling een leerweg naar het einddoel wordt bepaald. Leesladder is een computerprogramma dat over zo n ingebouwde navigatie beschikt. Dit betekent dat de computer selecteert welke oefeningen een leerling op een bepaald moment nodig heeft, op grond van de prestaties van die leerling bij voorgaande oefeningen. Ook kan Leesladder terugverwijzen naar oefeningen op een eenvoudiger niveau indien de leesprestaties van de leerling daar aanleiding toe geven. De leerkracht hoeft dit dus niet zelf uit te zoeken. Leesladder is dan ook een waardevol hulpmiddel bij het geven van leesonderwijs op maat. De kenmerken en uitgangspunten van Leesladder sluiten naadloos aan bij die van de methode Estafette. Estafette benadrukt immers 14
12 Algemeen deel onder andere een gerichte uitbreiding van de leestijd voor risicolezers. Het programma Leesladder kan zeker helpen bij het realiseren daarvan. overzicht kunt u zien welke cd-roms gebruikt kunnen worden in groep 5, hoe de cd-roms aansluiten bij Estafette en op welk moment u uw leerlingen daarmee kunt laten werken. Titel AVI-niveau Wanneer? Gratis voor niks AVI M5 Vanaf eerste helft groep 5 Daar gaat mijn tak AVI M5 Vanaf eerste helft groep 5 Kauwgom voor de held AVI E5 Vanaf eerste helft groep 4 Mama, waar ben je? AVI E5 Vanaf tweede helft groep 5 Estafette interactief Het computerprogramma Estafette interactief is ontwikkeld bij de eerste versie van de methode Estafette (2001). Op veel scholen die gewerkt hebben met de eerste versie van Estafette, is dit programma in gebruik. Als u over dit programma beschikt, kunt u het ook bij Estafette blijven gebruiken. Het programma kan dan namelijk dienen als een computerprogramma dat met name leerlingen met Aanpak ➊ ondersteunt bij het vrij lezen. Estafette interactief bedient leerlingen op maat door variatie in begeleiding, instructie en niveau. Het programma bestaat uit 13 cd-roms, opklimmend in moeilijkheidsgraad. In het nu volgende Een leerling die werkt met Estafette interactief leest een boek met ondersteuning via de computer en maakt er ook een aantal leesoefeningen bij. De aansprekende inhoud van de boeken en de speelse leesoefeningen verhogen het leesplezier van de leerling en bevorderen zijn leesmotivatie. Estafette besteedt aandacht aan het correct lezen van woorden, zinnen en teksten, en aan het vlot lezen. Bij de ene leerling zal veel aandacht moeten worden besteed aan het correct lezen en bij andere leerlingen misschien juist aan het vlot lezen. In het programma Estafette interactief kunt u voor elke leerling aangeven op welke wijze de leerling met het programma gaat werken: met het accent op vlot lezen of met het accent op correct lezen! Een leerling die werkt met Estafette interactief krijgt hulp bij het lezen van de boektekst via Vooruit lezen of via Meelezen. Bij Vooruit lezen ligt het accent op het correct lezen van teksten. De teksten worden hierbij woord voor woord voorgelezen. De leerling probeert de computer voor te blijven en hoort onmiddellijk of hij de tekst goed gelezen heeft. Bij Meelezen ligt het accent meer op het vlot en met begrip lezen van de tekst. De teksten worden met de juiste intonatie zin voor zin voorgelezen. 15 Estafette M5 Algemeen deel
13 Algemeen deel Leeslessen en werkvormen De structuur van Estafette wordt gekenmerkt door een duidelijke opbouw in lestypen en de hantering van een aantal kenmerkende werkvormen. In dit hoofdstuk gaan we daar wat nader op in. Leeslessen Voor elke onderwijsweek worden in Estafette een aantal lessen beschreven. Voor groep 5 bestaat een week uit telkens drie basislessen en één toepassingsles. Basislessen zijn lessen waarin de leerkracht in de lesfase instructie met de leerlingen van Aanpak ➊ en ➋ gericht werkt aan het leren lezen van woorden met bepaalde leesmoeilijkheden. Kenmerkend voor toepassingslessen is dat in deze lessen de verworven leesvaardigheid wordt toegepast door middel van vrij lezen. In deze les staat niet de aandacht voor bepaalde leesmoeilijkheden centraal, maar gaat het om het toepassen van het geleerde en om plezier beleven aan het lezen van boeken. Naast weken met basislessen en toepassingslessen onderscheidt Estafette ook toepassingsweken. In toepassingsweken worden helemaal geen basislessen gegeven. In deze weken gaat de aandacht volledig uit naar leesplezier. Voor de invulling van toepassingsweken treft u in de handleiding diverse suggesties aan. Maar in principe is de invulling van deze weken in hoge mate vrij. Wel dient bij de invulling het doel van de toepassingsweken te worden gehandhaafd: toepassen van de verworven leesvaardigheid en plezier beleven aan het lezen van boeken. Ten slotte wordt in Estafette ook gewerkt met uitbreiding van de leestijd voor risicolezers. Geadviseerd wordt om de leestijd voor risicolezers te verlengen met minimaal één uur per week. Deze verlenging van leestijd gebeurt in de vorm van viermaal een kwartier. De invulling van de extra leestijd voor risicolezers is minder concreet dan u vanuit de andere lessen gewend bent. Dit heeft te maken met het feit dat deze extra leestijd voor risicolezers goed moet worden afgestemd op hun behoeften. Heeft de leerling moeite met het lezen van éénlettergrepige woorden met een lettercluster vooraan? Of heeft hij misschien moeite met woorden die eindigen op ng of nk? Of heeft hij moeite met tweelettergrepige woorden met een open lettergreep? Om de extra leestijd af te stemmen op de behoeften van risicolezers treft u bij de beschrijvingen van de mogelijke invulling altijd een checklist aan van de leesmoeilijkheden die recent aan de orde zijn geweest. Afhankelijk van de behoeften van uw risicolezers maakt u hieruit een keuze. Bij de extra leestijd die gekoppeld is aan het oefenen van een tekst uit de kopieermap oefent u leesmoeilijkheden die op dat moment actueel zijn in de leeslessen. Werkvormen Instructie en begeleiding De instructie is bij Estafette meestal gericht op leerlingen die de methode volgen volgens Aanpak ➊ of Aanpak ➋. Na de lesfase instructie gaat de leerkracht verder met begeleide verwerking en begeleide oefening voor leerlingen van Aanpak ➊. Een groot voordeel hiervan is dat u de instructie en begeleiding op maat kunt aanbieden aan leerlingen met dezelfde instructiebehoeften. Een tweede voordeel is dat de instructie in de lesfase begeleide verwerking en begeleide oefening een zeer intensief karakter heeft vanwege het geringe aantal leerlingen in die groep. Wacht-hint-prijs-methodiek Bij het geven van leesinstructie kunt u gebruikmaken van de zogeheten wacht-hint-prijs -methodiek. De methodiek van wacht, hint en prijs zet elementen uit uw instructiegedrag op een rij. Wacht: Het eerste element van de methodiek is bedoeld om leerlingen gelegenheid te geven gemaakte fouten zelf te ontdekken en spontaan te verbeteren. Dit kan alleen als u niet onmiddellijk op gemaakte fouten reageert. Als een leerling een fout leest, kunnen er twee dingen gebeuren: De leerling heeft in de gaten dat hij iets fout leest en blijft op dat woord hangen ; De leerling heeft het niet in de gaten en leest gewoon door. Als een leerling een woord niet weet of zich vergist, dan moet u niet direct corrigeren maar even wachten. U wacht ongeveer vijf volle seconden voor u ook maar iets doet en u geeft de leerling de kans om zelf de gemaakte fout te herstellen. Het blijkt namelijk dat leerlingen de meeste vergissingen binnen die tijd opmerken en zelf verbeteren. De praktijk in het onderwijs is echter meestal anders. Gebruikelijk is dat leerkrachten onmiddellijk op een gemaakte fout reageren en daardoor leerlingen geen tijd geven zichzelf te corrigeren. Het aanleren van dit wachten is voor u dan ook veel moeilijker dan het lijkt, en vijf seconden is veel langer dan u denkt. Maar als u steeds onmiddellijk ingrijpt, wordt de leerling van u afhankelijk en leert hij niet zelf de belangrijke leesstrategieën te ontwikkelen. Lukt het de leerling na vijf seconden nog niet om het woord goed te lezen, dan lukt het daarna waarschijnlijk ook niet meer. Langer dan vijf seconden wachten heeft dan ook geen zin. U zegt dan: Lees de zin maar uit! en daarna laat u de zin nog eens lezen. U kunt ook het woord voorzeggen. U besteedt dan verder geen aandacht aan de fout, maar laat de zin nog een keer in z n geheel lezen. Als de leerling een fout niet herstelt maar doorleest, dan wacht u tot hij bij het einde van de zin is voordat u ook maar iets doet. Er is namelijk een grote kans dat de leerling de fout alsnog opmerkt, bijvoorbeeld door het gelezene te vergelijken met de taal die hij gewend is of door het gelezene in verband te brengen met de eigen voorkennis en gebruik te maken van de betekenis van de zin of tekst. Dit is een teken dat de leerling aan het leren is leesstrategieën toe te passen. Gebeurt dat niet, dan zegt u: Lees die zin nog eens, zonder dat u speciaal de aandacht vestigt op het fout gelezen woord. U zult merken hoe vaak een leerling door een van de drie strategieën toe te passen, een eerder fout gelezen woord bij tweede lezing spontaan verbetert. Hint: Als de leerling de fout bij het herlezen van de zin niet verbetert, richt u de aandacht op het moeilijke woord en vraagt u: Welk woord is dit? Zo nodig gaat u nog een stap verder. U kunt dit bijvoorbeeld doen als de leerling een raadfout maakt, waarbij het woord weliswaar foutief gelezen is maar het gelezen woord qua betekenis en grammatica wel in de zin past. De leerling heeft dan waarschijnlijk de leesstrategie vergelijken met de taal die ze gewend zijn en de leesstrategie in verband brengen met de eigen voorkennis en gebruikmaken van de betekenis van de zin of de tekst correct toegepast. U geeft dan een hint in de richting van de strategie waarbij u de leerling het woord of een moeilijk deel van het woord in stukjes laat verklanken. Ten slotte zegt u altijd: Lees nu de hele zin nog eens. Past een gemaakte fout niet in de zin, dan heeft de leerling geen gebruikgemaakt van de strategieën die gericht zijn op de grammatica van de zin en de betekenis. U geeft dan een hint in de richting van die strategieën. Een voorbeeld van een hint in de richting van de strategie waarbij het gelezene vergeleken wordt met de taal die ze gewend zijn, is: Luister eens goed naar de zin! Daarna leest u de zin voor met een pauze bij het fout gelezen woord. Een voorbeeld van een hint in de richting van de strategie waarbij het gelezene in verband wordt gebracht met de eigen voorkennis en gebruikmaken van de betekenis van de zin of de tekst, is een vraag als: Waar ging het verhaal ook alweer over? Een hint geven om een bepaalde strategie te gebruiken, moedigt leerlingen aan om zelf het woord te vinden en geeft tegelijkertijd een oefening in het gebruik van strategieën waarmee ze op den duur beter gaan lezen. Als de leerling er helemaal niet uitkomt 16
14 Algemeen deel of een woord herhaaldelijk fout leest, kunt u ook een woord of woorddeel voorzeggen. Prijs: U zult moeten leren de leerling niet te wijzen op wat fout gaat, maar hem te laten weten wat hij goed doet. Ook dit blijkt in de praktijk nog veel te weinig te gebeuren. Prijzen doet u tijdens het lezen in de vorm van korte, positieve feedback. Het doel daarvan is in de eerste plaats om de leerling positieve leeservaringen te laten opdoen. In de volgende gevallen moet u altijd iets van u laten horen: als de leerling een zin helemaal goed gelezen heeft; als de leerling zonder hulp een woord vindt door een bepaalde strategie te gebruiken; als de leerling zelf een fout ontdekt en verbetert; als de leerling een woord vindt na een hint. De feedback in de vorm van complimenten (het prijzen) is meestal heel kort en weinig nadrukkelijk: goed, goed zo, mooi, oké, ja, goed verbeterd, enzovoort. Samengevat: Wacht ten minste vijf seconden als een leerling ergens niet meteen uitkomt. Lok uit dat de leerling gebruikmaakt van: de specifieke woordkenmerken; zijn algemene taalvaardigheid; de betekenis van de zin, de context en zijn voorkennis. Laat de leerling weten wat hij goed doet. Wacht-hint-prijs toegepast door leerlingen Als u gebruikmaakt van werkvormen waarbij leerlingen samen teksten lezen, leert u de leerlingen hoe ze het principe van wacht, hint en prijs moeten toepassen. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen deze methodiek over het algemeen snel leren. Het wachten zal goed lukken. En ook met het zwijgen bij een fout, blijkt uit ervaring en onderzoek, hebben leerlingen doorgaans geen moeite, mits ze duidelijke instructie hebben gekregen over wat ze moeten doen en waarom. Verder is het raadzaam om het geven van hints voor de leerlingen te vereenvoudigen. Een leerling hoeft niet meer te zeggen dan: Lees de zin nog eens. Als de lezer zichzelf dan niet verbetert, zegt de leerling het moeilijke woord voor en vervolgt hij met nogmaals: Lees de zin nog eens. Ook voor het prijzen is aandacht van de leerlingen nodig. Hierbij moeten ze leren om feedback te geven op wat goed gaat. Het geven van expliciete feedback Soms is er aanleiding uitgebreider en explicieter te zijn bij het geven van feedback aan een leerling. Een voorbeeld: de leerling leest een zin, slaat een woord over, leest de zin verder uit, begint dan opnieuw en leest het overgeslagen woord nu wel. U reageert dan wat explicieter en zegt: Prima, heel goed dat je doorleest. Zo kwam je te weten waar de zin over gaat en nu weet je het moeilijke woord wel en helemaal zonder hulp. Andere voorbeelden van uitgebreide feedback zijn: Toen je dat woord niet wist, heb je de zin uitgelezen en nu weet je wel wat er staat. Prima. Toen je dat woord niet in één keer herkende, ging je het in stukjes lezen. Heel goed. Toen je de zin afhad, kon je horen dat er iets niet klopte en toen heb je de zin nog eens gelezen. Goed zo! Een (twee, drie, vijf) hele zin(nen) achter elkaar goed gelezen. Uitstekend. Door dit soort informatie leren de leerlingen wat ze goed doen en wanneer ze iets goed doen. Als u concreet en specifiek bent met uw feedback, wordt dit zelf ook weer een leerervaring en leert u de leerling drie dingen: Dat hij gebruik kan maken van een specifieke leesstrategie; Dat het goed is om door te lezen als je een woord niet weet; Dat u positief bent over de manier waarop de leerling leest ( ik doe het goed ). Soms vermoedt u dat een leerling de betekenis van een bepaald woord niet kent. Dat is de gewoonste zaak van de wereld. Niemand kent van alle teksten alle woorden, en uit de context is het verhaal toch wel duidelijk. Onderbreek het lezen niet door aandacht te vragen voor afzonderlijke woorden. Het beste is deze woorden vóóraf te bespreken en de betekenis ervan uit te leggen. Is dat er niet van gekomen, geef de woordbetekenis dan alleen aan het einde van de zin, als dat voor het verhaal belangrijk is. Anders kunt u er beter op terugkomen als de hele tekst gelezen is. Soms lezen (zwakke) lezers een zin technisch goed, maar aan de intonatie hoort u dat ze de zin niet begrepen hebben. Herhaal dan de zin op een achteloze manier met de juiste intonatie. Zo kan de leerling toch de context van het verhaal vasthouden. Vergeet niet te beginnen met: Goed of Helemaal goed, omdat de leerling anders zal denken dat het fout was, omdat u de zin herhaalt. We willen hier nog eens benadrukken dat hints en feedback concreet en specifiek moeten zijn. Het is zeker voor zwakke lezers erg belangrijk dat ze weten waar ze aan toe zijn en dat ze weten wat een vraag of opmerking van de leerkracht betekent. Veel leerkrachten hebben de gewoonte om fouten letterlijk, maar met een vragende intonatie te herhalen. Bijvoorbeeld: er staat De fles is halfvol en de leerling leest: De fiets is halfvol. De leerkracht zegt: Staat daar fiets? Als de leerling hiervan íéts leert, dan is het dat als de leerkracht hem herhaalt, dit betekent dat hij een fout gemaakt heeft. Beter en duidelijker is het om het woord aan te wijzen en te zeggen: Jij las: De fiets is halfvol. Klopt dat? Kijk eens naar de eerste twee letters van dit woord. Welk woord staat er? Lees de zin nu nog eens. Hardop lezen: Voor-koor-zelf Zelfvertrouwen is een goede basis voor het leveren van prestaties. Onvoorbereid hardop lezen, of het nu om teksten, zinnen of woorden gaat, leidt vooral bij risicolezers tot onzekerheid en vermijdingsgedrag. Door aan het individueel hardop lezen een oefening vooraf te laten gaan, kun je kinderen zelfvertrouwen geven. Een goede werkvorm hiervoor is voor-koor-zelf. Voor: De basis van deze leesoefening is dat de leerling actief luistert naar het voorlezen van een (stukje) tekst door de leerkracht of een goed lezende leerling. Het voorlezen gebeurt correct, in het juiste tempo én met een goede intonatie. Van belang is dat de leerling met de ogen het voorlezen in de tekst volgt. De koppeling horen en zien is de eerste stap om grip te krijgen op de tekst. Wanneer een tekst de eerste keer in een oefensituatie aan bod komt, wordt deze in zijn geheel voorgelezen. Vervolgens wordt het eerste deel, de eerste alinea, nog een keer voorgelezen. Weer volgen de kinderen het voorlezen met de ogen. Wanneer de oefening bestaat uit woordrijen, wordt dezelfde werkwijze toegepast. Bij het herhaald voorlezen van woordrijen kan variatie worden toegepast: rijtjes ook van onder naar boven, van links naar rechts. Koor: De volgende stap is koorlezen. Het stukje tekst dat de tweede keer is voorgelezen, wordt nu samen hardop gelezen. Samen hardop betekent: samen met de leerkracht hardop, met de juiste intonatie en in een tempo dat de kinderen als het ware meetrekt. Deze werkwijze wordt zowel bij lezen met een groepje leerlingen als bij individuele hulp toegepast. Door koorlezen wordt aan het gelijktijdig horen en zien nu ook het verklanken gekoppeld. 17 Estafette M5 Algemeen deel
15 Algemeen deel Ook het herhaald koorlezen van woordrijen is aan te bevelen. Varieer hierbij. Dat kan bijvoorbeeld op de volgende manieren: Lees rijen woorden eerst in zijn geheel voor, daarna in zijn geheel in koor; Een variatie hierop is het van onder naar boven lezen van een rijtje woorden, eerst weer voorlezen en daarna koorlezen; Een rij woorden, woord voor woord voorlezen en koorlezen is een derde variant. die hij nog gaat lezen. U kunt de aanwijskaart ook als aanwijspijl laten gebruiken. De punt wijst dan het woord aan dat gelezen wordt. Doordat de aanwijskaart dan verticaal ligt, belemmert dit het vooruitlezen met de ogen niet. Zelf: Na de voorbereidende activiteiten voorlezen en koorlezen lezen de kinderen zelf, individueel hardop. De stukjes die hardop gelezen worden, mogen niet te lang zijn. Geef de kinderen inhoudelijke feedback nadat ze hardop gelezen hebben: Dat moeilijke woord las je in één keer goed. Of: Toen je die zin las, kon ik goed horen dat Joris boos was. Of: Je hebt heel vlug gelezen en zonder fouten. Maar soms was het iets té snel en kon ik je niet goed verstaan. Laat kinderen elkaar ook op deze manier feedback geven. Wen ze aan om te beginnen met een compliment. Laat ze inhoudelijke argumenten geven bij het compliment. Daarna geven ze eventueel een tip (dit is de kritiek verpakt in een positief advies). Deze manier van feedback geven wordt door de leerkracht in praktijk gebracht en door de kinderen gaandeweg overgenomen. Op deze manier aan elkaar feedback geven, heeft een grote pedagogische waarde. Leerkrachten zijn soms niet enthousiast over dergelijke vormen van herhaald lezen en gaan er dan ten onrechte van uit dat dit ook voor hun leerlingen geldt. We weten echter dat risicolezers door een dergelijke werkwijze juist zelfvertrouwen opdoen en plezier krijgen in lezen. Bovendien is uit onderzoek bekend dat vormen van herhaald lezen effectief zijn. Lezen met een leesmaatje Via allerlei werkvormen kunt u variatie in het leesonderwijs brengen. Laat de leerlingen in toepassingslessen regelmatig ook eens hardop lezen. Zo kunnen ze namelijk het lezen met een juiste intonatie oefenen. Maar hardop lezen kan voor sommige kinderen een ongemakkelijke situatie zijn, als teveel anderen kunnen horen dat je een fout maakt. Een aantrekkelijke werkvorm is het lezen met een leesmaatje. De ene leerling luistert naar de andere leerling die voorleest. Natuurlijk oefent u dat eerst met de leerlingen. Van uw instructie, waarbij u wacht-hint-prijs toepaste, hebben ze geleerd om te wachten en te reageren op wat er goed gaat. U leert de kinderen ook hoe ze leesbeurten kunnen afwisselen. Besteed ook aandacht aan het omgaan met de opdracht mooi lezen. Vertel dat het niet de bedoeling is dat de tekst heel snel wordt gelezen, maar dat je hierbij moet lezen met een voorleestoon : Je moet lezen alsof je op de leesstoel zit. Het lezen met een leesmaatje werkt vooral goed als u ervoor zorgt dat de leesmaatjes twee leerlingen zijn die goed met elkaar kunnen opschieten. Het moet klikken tussen deze leerlingen! Leeshouding en gebruik van een aanwijskaart Een goede houding is bij het lezen erg belangrijk: de fysieke leeshouding van de leerling mag de ontwikkeling van de leesstrategieën niet belemmeren. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als de leerling door zijn lichaamshouding geen overzicht heeft van woorden en zinnen doordat hij met z n ogen te dicht op de tekst zit. De afstand tussen tekst en ogen is goed als de onderarm en de vuist van het kind tussen zijn kin en het boek passen. Verder mogen leerlingen woord- en zinsdelen niet afdekken met een vinger, een leesraam of iets dergelijks. Een steunblad of aanwijskaart is vaak een nuttig hulpmiddel. Laat dit boven en niet onder de regel leggen waar de leerling aan het lezen is. Zo bedekt hij de tekst die al gelezen is en niet de tekst Voorlezen in de leesstoel Estafette doet de suggestie om in de klas met een zogenoemde leesstoel te werken. De leesstoel is bedoeld als plaats voor iemand die in de klas iets gaat voorlezen. De leesstoel kan in de laagste groepen een fraai versierde stoel zijn, waardoor kinderen het als een voorrecht ervaren om in de leesstoel plaats te mogen nemen. De leesstoel heeft voornamelijk een functie in de lesfase waarmee de leesles wordt afgerond. In die fase krijgen leerlingen de gelegenheid om iets aan hun klasgenoten voor te lezen. Zo kan een leerling een stukje uit zijn favoriete boek voorlezen om medeleerlingen enthousiast te maken voor het lezen van dat boek. Maar ook wordt de leesstoel gebruikt om leerlingen de kans te geven om aan de andere leerlingen te laten horen hoe goed ze al kunnen lezen. Bij gebruik van de leesstoel zijn de volgende aandachtspunten van belang: Dwing leerlingen niet om in de leesstoel plaats te nemen en voor te lezen. Een leerling moet zelf graag willen voorlezen, want anders kan het effect weleens negatief zijn. Laat de voorlezer altijd zelf uitkiezen wat hij gaat voorlezen. Dat mag een korte tekst zijn, maar ook enkele zinnetjes of enkele woordrijen. Zorg ervoor dat de situatie van de leesstoel niet bedreigend is voor risicolezers. Oefen bijvoorbeeld altijd eerst met een risicolezer in het eigen kleine groepje. Of laat de leerling eerst eens voorlezen met alleen u zelf als toehoorder. Laat leerlingen niet onvoorbereid voorlezen. Geef kinderen altijd de gelegenheid om zich goed voor te bereiden, bijvoorbeeld samen met een andere leerling waarmee hij goed kan samenwerken. Zorg ervoor dat risicolezers geen teksten kiezen die eigenlijk veel te moeilijk zijn. Het gaat er niet om dat kinderen een moeilijke tekst voorlezen. Waar het om gaat, is dat een tekst op een goede manier wordt voorgelezen. De moeilijkheidsgraad van die tekst is verder niet van belang. 18
16 Algemeen deel Doelstellingen Bij het werken met Estafette ligt het accent op het aanleren van een goede technische leesvaardigheid, waarbij onderscheid wordt gemaakt in correct lezen, vlot lezen en vloeiend lezen. Maar daarnaast wordt in de methode ook veel ruimte gegeven aan leesplezier. Kinderen leren allereerst een technische vaardigheid op een hoog niveau. En daardoor kunnen ze ook plezier in lezen krijgen of houden, zodat ze in de toekomst gebruik blijven maken van de verworven leesvaardigheid. Hierna gaan we kort in op deze verschillende aspecten van leesvaardigheid. Ook geven we het overzicht van de concrete leesdoelen die in de leeslessen aan de orde zullen komen in niveau AVI M5. In verband met herhaling van eerdere leesmoeilijkheden nemen we ook de leesdoelen op van het voorgaande niveau: E4. Correct lezen Onder correct lezen verstaan we het foutloos lezen van woorden, zinnen of teksten. Hiermee wordt niets anders bedoeld dan dat van de leerling verwacht wordt dat hij leest wat er staat. In verband met het aanleren van een goede technische leesvaardigheid is dit de basis. Zolang een leerling niet in staat is om correct te lezen, heeft het weining zin om uitgebreid aandacht te besteden aan vlot lezen en vloeiend lezen. Vlot lezen Met vlot lezen bedoelen we dat een leerling niet alleen in staat moet zijn om woorden correct te lezen, maar dat dit bovendien voldoende vlot moet verlopen. Als een leerling weliswaar in staat is om correct te lezen, maar daar veel te veel tijd voor nodig heeft, werkt dit belemmerend op het goed kunnen lezen van een tekst. De lezer heeft dan nog te veel aandacht nodig voor het op de juiste wijze verklanken van de tekst en kan daardoor onvoldoende aandacht besteden aan het in zich opnemen van wat hij leest. Vloeiend lezen Om vloeiend te kunnen lezen, moet de lezer geen moeite meer hebben met correct en vlot lezen. Er is namelijk sprake van vloeiend lezen, als de lezer een tekst zonder haperingen en met een goede intonatie voorleest. En er is sprake van lezen met een goede intonatie als de lezer zijn intonatie afstemt op de inhoud van de tekst die hij leest. Dat kan alleen als de lezer weinig aandacht nodig heeft voor het correct en het voldoende vlot lezen van de tekst. Leesplezier Ervoor zorgen dat kinderen plezier beleven aan lezen, is ook een uitdrukkelijke doelstelling in Estafette. Het gaat erom dat leerlingen een goede technische leesvaardigheid verwerven, zodat dit lezen vrijwel moeiteloos gaat en zij kunnen ervaren dat je aan lezen plezier kunt beleven. In Estafette wordt hieraan uitdrukkelijk aandacht besteed. Dit gebeurt met name in de wekelijkse toepassingslessen en in de toepassingsweken die vier keer per jaar kunnen worden ingepland. Belangrijk hierbij is om uw leerlingen te laten zien dat u zelf ook plezier aan lezen beleeft. Besteed daarom aandacht aan boekpromotie, waarbij u aan uw leerlingen vertelt over kinderboeken waarvan u zelf genoten hebt. En niet te vergeten: lees regelmatig voor. Doe dat met overtuiging en met passie. Toetsen en controletaken In de loop van leerjaar 5 neemt u een aantal keren toetsen en controletaken af waarmee u de leesvaardigheid van uw leerlingen in kaart brengt en waarmee u nagaat of de leerlingen de doelen van de niveaus M5 en E5 bereikt hebben. Hieronder de toetskalender voor groep 5. Begin van het vloeiend & vlot, woorden facultatief schooljaar vloeiend & vlot, tekst facultatief Acht weken later vloeiend & vlot, woorden facultatief vloeiend & vlot, tekst facultatief Januari/februari Leestempotoets Drie-Minuten-Toets AVI-toetskaarten Acht weken later vloeiend & vlot, woorden facultatief vloeiend & vlot, tekst facultatief Mei/juni Leestempotoets Drie-Minuten-Toets AVI-toetskaarten Methodesite en nieuwsbrief Op de methodesite van Estafette vindt u allerlei informatie die voor de gebruikers van de methode belangrijk kan zijn. U treft daar onder andere de toetsen vloeiend & vlot aan, richtlijnen voor de toetsafname, de actuele jaarplanningen, en tips voor het bevorderen van leesplezier. Ook kunt u zich via deze website abonneren op de nieuwsbrief van Estafette. Neem in ieder geval eens een kijkje op de website van de methode: Leesmoeilijkheden M5 drielettergrepige woorden eindigend op open lettergreep woorden met ~é~ woorden met s~ of ~ s woorden met ~x~ woorden met ~c~ (uitspraak /s/ en /k/) woorden met ~cc~ (uitspraak /ks/ en /kk/) en ~ck~ woorden met ~y~ (uitspraak /ie/ en /j/) en ~ey (uitspraak /ie/) woorden met ~iaa~ en ~ioo~ woorden met twee klinkers die samen geen tweeklank vormen Leesmoeilijkheden E4 meerlettergrepige samenstellingen eenvoudige meerlettergrepige woorden meerlettergrepige woorden met ge~, be~, ver~ drielettergrepige woorden met (maar niet eindigend op) één of meer open lettergrepen meerlettergrepige woorden eindigend op ~ste meerlettergrepige woorden eindigend op ~ening, ~elijk, ~elig woorden eindigend op ~tie hoogfrequente leenwoorden woorden met on~, aan~ of in~ gevolgd door ~ge~ woorden met ~be~, ~ge~, ~ver~ in het midden 19 Estafette M5 Algemeen deel
17
18 Estafette M5 O, zit dat zo!
19 Les 1 De Proefjeshoek Lesdoelen Materialen Leesmoeilijkheden AVI-niveau M5: lezen van woorden met ~c~ (uitspraak /s/) lezen van woorden met ~c~ (uitspraak /k/) lezen van woorden met s~ lezen van woorden met ~iaa~ of ~ioo~ Wachten bij de komma ➋ Werkboek O, zit dat zo! pagina 2 en 3 Omnibus O, zit dat zo! pagina 8 en 9 (voor ) Estafetteloper M5 Vloeiend & vlot M5 Leesboeken voor vrij lezen Toepassen, onderhouden en uitbreiden leesvaardigheid Introductie Introductie O, zit dat zo! Introduceer de omnibus O, zit dat zo!. Bespreek de voorkant van het boek en besteed daarbij aandacht aan de illustratie, de titel van het boek en de naam van de schrijver. Laat enkele leerlingen de titel voorlezen. Waar zou het boek over gaan? Lees daarna de tekst op de achterflap. Weten de kinderen wat een omnibus is? Bekijk kort enkele pagina s en laat de kinderen vertellen wat hen opvalt. Bekijk kort pagina 8 en 9. Vertel dat de les vandaag een interview (vraaggesprek) is. Werkinstructie De kinderen werken in de Estafetteloper. Bespreek het werken met de Estafetteloper aan de hand van de uitleg op pagina 1 en de Loopbaan op pagina 2 en 3. Laat de leerlingen vervolgens pagina 6 voor zich nemen, behandel kort de eerste opdracht en wijs op de verwijzingen naar de omnibus. Om te voorkomen dat de kinderen te ver doorlezen kunt u hen gebruik laten maken van de Stopkaart. Wijs tot slot op de woordrijen onder aan de pagina. Na deze korte werkinstructie gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. De kinderen kunnen individueel werken, maar stimuleer ook het samenwerken met een leesmaatje. Meer informatie over het werken met een leesmaatje en de Stopkaart kunt u vinden in de Gebruikswijzer. Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie Opdracht 1: Lees de tekst Lees de tekst van opdracht 1 voor in een rustig tempo en met een goede intonatie en duidelijke articulatie. De kinderen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Laat daarna enkele kinderen van Aanpak ➋ een stukje hardop lezen. Let op: De zinnen beginnen 1. De Proefjeshoek 1 Lees de tekst. Nanja en Rosalia zijn vorige week naar de Proefjeshoek in s-hertogenbosch geweest. Je kunt daar allerlei proefjes doen. Nanja: Ik was er nog nooit geweest, maar Roos wilde iets speciaals doen. Gewoon omdat we anders weer hetzelfde als altijd zouden gaan doen. Rosalia: We hebben chips gebakken. Daar zijn we direct mee begonnen, want vorige keer waren de aardappels op. Nanja: Je moet eerst de aardappels schillen. Daarna snij je ze in heel dunne plakjes. En dan doe je ze in een pan met heet vet. Toen ze waren afgekoeld, konden we de chips opeten. Lekker! Rosalia: Daarna hebben we een lepeltje gemaakt. Daarvoor hebben we zo n gele buis gebruikt. Je moest een stukje van de buis warm maken en openknippen. Nanja: Mijn vader gebruikt zo n buis als hij iets met stroom maakt. 2 Lees de rijtjes goed. sociaal insect s avonds lepel speciaal correct s morgens lepels speciaals direct s-hertogenbosch lepeltje openlaten proef zelf handige openmaken proeven zelfde enige openknippen proefjes hetzelfde vorige 3 Zoek het laatste woord van elk rijtje in de tekst. Kleur de woorden in de tekst. 4 5 Lees de tekst en de rijtjes nog eens goed en vlot. Lees de rijtjes goed en vlot. openknippen proefjes hetzelfde s-hertogenbosch vorige s-hertogenbosch direct lepeltje direct vorige openknippen speciaals speciaals lepeltje proefjes hetzelfde niet meer telkens op een nieuwe regel in dit boek. Wijs erop dat de kinderen aan het eind van de regel door moeten lezen (tenzij er een punt staat). Opdracht 2: Rijtjes lezen Schrijf het woord sociaal op het bord. Laat dit door de leerlingen lezen. Schrijf speciaal en speciaals eronder. Wijs op de ~c~ die als /s/ wordt uitgesproken. En wijs op de klinkerreeks ~iaa~ (uitspraak /iejaa/). Lees het rijtje hardop (voor) en lees het vervolgens samen met de kinderen (koor). Daarna lezen de kinderen het rijtje nog een keer. Lees nu het tweede rijtje voor. Laat horen dat je de letter ~c~ in dit rijtje uitspreekt als /k/. Lees het rijtje nogmaals hardop (voor) en daarna samen met de kinderen (koor). Demonstreer nu hoe de andere woordrijtjes gelezen moeten worden. Lees de rijtjes in een rustig tempo en met een duidelijke articulatie voor. Besteed vooral aandacht aan het correct lezen van de woorden. Bespreek bij elk rijtje kort het kenmerk van de woorden in het rijtje. Let op: Besteed ook aandacht aan de s~ (apostrof + s) die je zonder pauze (spatie) aan de rest van het woord leest. Laat elk rijtje door één of enkele kinderen hardop lezen. Derde rijtje: alle woorden beginnen met s~ (uitspraak /s/). Vierde rijtje: opbouw van het woord lepeltje. Vijfde rijtje: alle woorden zijn samenstellingen met open. Zesde rijtje: opbouw van het woord proefjes. Zevende rijtje: opbouw van het woord hetzelfde. Achtste rijtje: alle woorden eindigen op ~ige. Laat de rijtjes hardop voorlezen door groepjes leerlingen. Ook nu in een rustig tempo en met een duidelijke articulatie. 2 22
20 Werkinstructie ➋ De leerlingen maken zelfstandig de andere opdrachten in het werkboek. De opdrachten 3 t/m 7 kunnen individueel of in tweetallen gemaakt worden. Opdracht 8 moeten de kinderen met een leesmaatje maken. Eerst lezen de kinderen de tekst voor zichzelf. Daarna lezen ze de tekst aan elkaar voor. Ze letten daarbij goed op de komma s. De ander luistert en zegt of het goed is voorgelezen. Tot slot lezen de kinderen zelfstandig hoofdstuk 1 De Proefjeshoek. De leerlingen kunnen individueel zelfstandig lezen, maar stimuleer ook het lezen met een leesmaatje. Kinderen die daarmee klaar zijn kunnen oefenen met Vloeiend & vlot of kunnen in hun vrije leesboek gaan lezen. Instructie Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Begeleide verwerking en oefening ➊ Opdracht 3: Woorden zoeken en markeren Het laatste woord van elk rijtje is ook te vinden in de tekst bij opdracht 1. Laat deze woorden zoeken en kleuren en vervolgens nog een keer hardop lezen. Opdracht 4: Herhaald lezen Geef leesbeurten aan kinderen om een stukje van de tekst uit opdracht 1 en de woordrijen uit opdracht 2 te lezen. Maak indien dat nodig is gebruik van de werkvorm voor-koor-zelf. Besteed hierbij ook aandacht aan het lezen op tempo. Opdacht 5: Lees de rijtjes correct en vlot Lees de woorden eerst voor. Laat de kinderen daarna in tweetallen of in drietallen met u meelezen. Als alle kinderen aan de beurt zijn geweest, vraagt u wie van de kinderen het alleen wil proberen. Let erop dat leerlingen niet alleen vlot, maar ook correct lezen. Lees vervolgens de woorden samen in koor. 6 7 Kleur deze woorden in de buis: speciaal idee chips lucifer triplex centimeter direct riool directspecialecentimeterliniaalchipsvioolspeciaal proefjelucifernooittriplexrivierideevoorzichtigriool Lees nu de woorden die niet gekleurd zijn nog eens goed. Lees eerst het rijtje woorden. Schrijf dan het juiste woord in de zin. materiaal speciaals Roos wilde iets doen. liniaal nieuwe nieuw Ik heb heel veel dingen gedaan. nieuws gebakken gewassen We hebben chips. geblazen Opdracht 6: Woordslang Lees de woorden bovenaan de opdracht voor. Wijs op de woorden met de klinkerreeks ~i~ gevolgd door een lange klinker (uitspraak /iej/ + lange klinker) en op het woord chips dat begint met ch~ (uitspraak /sj/). Lees de woorden vervolgens met de kinderen hardop. Laat dan de woorden door enkele kinderen goed en vlot lezen. De kinderen zoeken en kleuren deze woorden in de woordslang. Laat ze daarna ook de woorden lezen die tussen de gekleurde woorden in de slangen staan. Opdracht 7: Het juiste woord in de zin Lees de woorden van het eerste rijtje hardop met de kinderen. Laat daarna een kind de eerste zin lezen. Lukt het om meteen het juiste woord te zeggen in de zin? De kinderen schrijven het woord op. Lees en bespreek zo alle zinnen. Laat tot slot alle zinnen met de juiste woorden nog een keer vlot lezen. Opdracht 8: Lees met leestekens Lees de zinnen voor. Demonstreer hoe zinnen met een komma worden gelezen. Kunnen de leerlingen horen wanneer er een komma staat? Waaraan horen ze dat? (Bij een komma wacht je even.) Laat enkele zinnen door kinderen lezen. Ze moeten goed laten horen dat er een komma staat. Lees tot slot samen de tekst hardop (koor). 8 9 Lees de zinnen nu nog een keer goed en vlot. Lees de zinnen. Wacht even als er een, staat. Daar zijn we direct mee begonnen, want vorige keer waren de aardappels op. Het zou thuis misschien best kunnen, maar je bedenkt het gewoon niet. De man zei dat we voorzichtig moesten zijn, want het vet was wel 180 graden. Lees de tekst nu met een maatje. Lees de zinnen goed op toon. Lees bladzijde 8 en 9. 3 Opdracht 9: Lees hoofdstuk 1 Lees de inleiding hardop voor. Lees in een rustig tempo, met een passende intonatie en een duidelijke articulatie. De leerlingen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Bespreek kort het soort tekst: het is een interview of vraaggesprek. Laat de kinderen vervolgens in tweetallen of in een klein groepje de eerste vraag met de antwoorden hardop lezen. Lees op dezelfde manier de volgende vragen en antwoorden. Let op: Wijs erop dat de kinderen aan het eind van de regel door moeten lezen (tenzij er een punt staat). Vloeiend & vlot: Herhaling van leesmoeilijkheden Voor de Aanpak ➊-leerlingen is het belangrijk dat er regelmatig aandacht en tijd wordt besteed aan het herhalen van leesmoeilijkheden die in eerdere niveaus aan de orde zijn geweest. Hierbij kunt u gebruikmaken van Vloeiend & vlot. Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Afronding Afronding Laat alle leerlingen op de Loopbaan noteren wat ze deze les hebben gedaan. Vertel de leerlingen van Aanpak dat zij de volgende les met deze pagina starten om te kijken waar ze mee verder kunnen. We hebben in dit hoofdstuk de woorden speciaal en direct gezien. Je moet de ~c~ dus soms uitspreken als /s/ en soms als /k/. Praat met alle kinderen over deze eerste leesles. Laat drie leerlingen de tekst voordragen: een kind is de interviewer, de twee anderen zijn Rosalia en Nanja. De anderen kinderen luisteren of de teksten goed worden gelezen. Ze letten daarbij extra op de komma. 23 Estafette M5 O, zit dat zo!
21 Les 2 Foto s Lesdoelen Materialen Leesmoeilijkheden AVI-niveau M5: lezen van woorden met ~c~ (uitspraak /k/) lezen van woorden met ~x~ lezen van meerlettergrepige woorden eindigend op een open lettergreep Lezen van een rust (...) ➋ Werkboek O, zit dat zo! pagina 4 en 5 Omnibus O, zit dat zo! pagina 10 tot en met 12 (voor ) Estafetteloper M5 Vloeiend & vlot M5 Leesboeken voor vrij lezen Toepassen, onderhouden en uitbreiden leesvaardigheid Introductie Introductie Foto s In het eerste hoofdstuk hebben de kinderen het interview met Nanja en Rosalie gelezen. Weten de kinderen nog waar zij geweest waren? En wat hadden ze daar gedaan? Vertel dat in les 2 het interview verder gaat. Wat zouden de kinderen nog meer over Rosalia en Nanja in de Proefjeshoek willen weten? Laat ze vragen stellen en schrijf er enkele op het bord. Wat zouden Rosalia en Nanja kunnen antwoorden? Werkinstructie De leerlingen werken in de Estafetteloper en de omnibus O, zit dat zo!. Laat de leerlingen de Loopbaan voor zich nemen. Vraag of het duidelijk is waarmee ze deze les verder kunnen. Help indien nodig enkele kinderen op weg. Na deze korte werkinstructie gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Leerlingen kunnen individueel werken, maar stimuleer ook het samenwerken met een leesmaatje. Meer informatie over het werken met een leesmaatje kunt u vinden in de Gebruikswijzer. Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie Opdracht 1: Welk woord past in de zin? Schrijf op het bord de zin: Deze foto is niet gemaakt met een camera / caravan / camping. Lees de zin voor. Wijs op de drie woorden camera, caravan en camping. Ze beginnen alle drie met een c~ uitgesproken als /k/. Het woord camera eindigt op een open lettergreep. Vraag welk woord in de zin past. Onderstreep het juiste woord: camera. Wijs erop dat de andere woorden daar 2. Foto s 1 Welk woord past in de zin? Zet er een streep onder. Deze foto is niet gemaakt met een camera / caravan / camping. Het was heel donker in dat kameeltje / kamertje / kammetje. Toen ging er heel even / eren / eten een wit licht aan. Exact drie seconden. Het mocht niet langer / landen / lagen, anders zou het mislukken. Daarna hebben we het afgebeld / afgespoeld / afgezegd met water en weer in een ander bakje gelegd. Lees de zinnen nu goed en vlot met het juiste woord. 2 Welk woorden horen bij elkaar? Trek lijnen. fixeer mixen box maximaal mix fixeren taxi expressie fax waxen maxi boxkleed wax faxen expres taxibus 3 In welke woorden klinkt de c als een k? Kruis de woorden aan. centimeter seconde collega speciaal cactus directeur caravan camping cent direct club lucifer camera computer Lees de woorden met een kruisje ervoor nog eens vlot. 4 erg veel op lijken. Laat de leerlingen in het werkboek nu zelf de zin lezen en het woord camera onderstrepen. Laat een leerling nog een keer de zin hardop lezen. Lees de tweede zin voor en laat de kinderen hardop meelezen. Aarzel ietwat hardop denkend bij de drie woorden waaruit gekozen moet worden en lees daarna de zin met het goede woord. Laat de leerlingen weer het juiste woord onderstrepen. De kinderen bereiden nu zelf de volgende zin voor. Vraag om hardop de zin met het juiste woord te lezen. Behandel op deze manier ook de andere zinnen. Let op: Wijs op de woorden exact en seconden met de ~x~ en met de ~c~ (uitspraak /ks/ en /k/). Lees tot slot met de kinderen alle zinnen nog een keer op tempo met het juiste woord. Opdracht 2: Wat hoort bij elkaar? Lees de woorden van het eerste rijtje voor. Wijs op de ~x~ (uitspraak /ks/). Besteed ook even aandacht aan de betekenis van het woord fixeren en aan de klemtoon van het woord (fixéren). Laat een leerling de woorden herhalen. Lees de woorden van het tweede rijtje voor, en laat ook dat door een kind herhalen. Vraag welke woorden bij elkaar horen. De kinderen verbinden deze woorden met een lijn. Behandel op dezelfde manier de woorden uit het derde en vierde rijtje. Geef tot slot leesbeurten, de kinderen lezen telkens de twee woorden die bij elkaar horen. Opdracht 6: Lees met de zandloper Let op: De woordrijen van deze zandloperopdracht bestaan uit woordtypen van voorgaande AVI-niveaus. Dit is een herhalingsopdracht. Neem met de leerlingen het lezen met de zandloper door. Demonstreer hoe de oefening moet worden gedaan. Laat een zandloper zien. Vertel dat u de woorden gaat lezen terwijl de zandloper loopt, en dat u stopt met lezen als de zandloper is doorgelopen. Geef een kind de opdracht om start en stop te roepen. Lees de rijtjes nu hardop voor en leg de nadruk op het correct lezen. Laat de kinderen tweetallen vormen. Als u de zandloper omdraait en start roept, begint het ene kind met lezen. Het andere controleert of de woorden goed worden gelezen. Als de zandloper is doorgelopen, roept u stop. De lezer zet een streep onder het woord wat hij als laatste heeft gelezen. Daarna wisselen de kinderen van beurt. 24
22 Werkinstructie ➋ De leerlingen maken zelfstandig de andere opdrachten in het werkboek. Opdracht 5 en 6 maken de kinderen met een leesmaatje. Leg uit dat de kinderen bij opdracht 5 de tekst eerst voor zichzelf moeten lezen. Daarna lezen de ze tekst aan elkaar voor. Ze letten daarbij goed op de rust bij de drie puntjes. Het maatje luistert en zegt of het goed is voorgelezen. Vertel dat de kinderen bij opdracht 6 verder gaan met het lezen van de zandloper. Ze gaan met een leesmaatje de woordrijen oefenen. Daarna lezen ze om de beurt nog een keer met de zandloper en zetten een streep tot hoever ze gekomen zijn. Tot slot lezen de kinderen zelfstandig hoofdstuk 2 Foto s. De leerlingen kunnen individueel zelfstandig lezen, maar stimuleer ook het lezen met een leesmaatje. Kinderen die daarmee klaar zijn kunnen oefenen met Vloeiend & vlot of kunnen in hun vrije leesboek gaan lezen. Instructie Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Begeleide verwerking en oefening ➊ Opdracht 6: Lees met de zandloper (vervolg) Laat de rijen met woorden eerst door de leerlingen lezen (koorlezen). Laat de leerlingen vervolgens in tweetallen oefenen, ze lezen minstens drie keer alle woorden goed en vlot. Geef daarna individuele beurten. Laat elk kind lezen met de zandloper en streep aan tot hoever het nu de woorden las. Geef de leerling een compliment wanneer hij meer woorden heeft gelezen dan de eerste keer. Vertel dat als je goed oefent, je vlotter kunt lezen. Opdracht 3: Zoek de juiste woorden Laat de woorden uit het eerste rijtje hardop lezen. De kinderen luisteren ernaar en letten daarbij extra op de letter ~c~. Als de ~c~ klinkt als /k/, kruisen de leerlingen dat woord aan. Lees en bespreek op dezelfde manier het tweede rijtje. Let op: wijs op camera en collega die eindigen op een open lettergreep. Laat daarna alle woorden lezen die aangekruist zijn. Opdracht 4: Leesbeleving De kinderen geven aan wat ze zelf graag in de Proefjeshoek zouden willen doen. Laat een paar kinderen hierover vertellen. 4 Wat zou jij het liefst doen in de Proefjeshoek? Kruis aan of vul zelf iets in. chips bakken een lepeltje van pvc maken zeep maken iets anders, namelijk: koffiebonen branden een foto maken zonder camera 5 Lees de tekst. Wacht even bij voordat je doorleest. 6 Nanja: Je moest een stukje speciaal papier, eh hoe heet dat... Rosalia: Fotopapier! Is dat nou zo moeilijk? Rosalia: Het werd eerst in een bakje met ontwikkelwater gelegd. Daarna hebben we het afgespoeld met water en weer in een ander bakje gelegd. Daar zit weer iets anders in. Kom, hoe heet het ook alweer? Nanja: Dat heet fixeer. Dan komt er een beschermlaagje op. En dat heet fixeren. Lees de tekst nu met een maatje. Speel ieder een rol. Lees alleen wat er wordt gezegd. Lees met een maatje. Lees met de zandloper. Zet een streep tot waar je komt. proefjeshoek voorzichtig vriendinnen afgespoeld proefjes afgekoeld gemaakt drinken geweest lepeltje foto misschien altijd buis sleutel drogen superleuk gebakken langer peertjes kamertje stroom beetje zeepjes hetzelfde gelegen licht straks thuis platslaan mislukken eerst gelegd uitzagen papiertje beetje aardappels warm begonnen moeilijk plakjes gebruikt langzaam opeten Opdracht 5: Lees met leestekens Lees de tekst voor. Demonstreer hoe zinnen met puntjes worden gelezen. Kunnen de leerlingen horen wanneer er puntjes staan? Waaraan horen ze dat? (Je hoort een korte pauze of aarzeling.) Laat enkele zinnen door kinderen lezen. Lees tot slot samen de tekst hardop (koor). 7 Oefen de rijtjes drie keer goed en vlot. Lees weer met de zandloper. Zet een streep tot waar je nu komt. Lees bladzijde 10 tot en met Opdracht 7: Lees hoofdstuk 2 Lees de inleiding van hoofdstuk 2 hardop voor. Lees in een rustig tempo, met een passende intonatie en een duidelijke articulatie. De leerlingen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Geef daarna leesbeurten en laat de kinderen telkens in drietallen een vraag en de antwoorden lezen. Vloeiend & vlot: Herhaling van leesmoeilijkheden Voor de Aanpak ➊-leerlingen is het belangrijk dat er regelmatig aandacht en tijd wordt besteed aan het herhalen van leesmoeilijkheden die in eerdere niveaus aan de orde zijn geweest. Hierbij kunt u gebruikmaken van Vloeiend & vlot. Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Afronding Afronding Laat alle leerlingen op de Loopbaan noteren wat ze deze les hebben gedaan. Bespreek met alle kinderen opdracht 4. Ook de kinderen van Aanpak hebben deze opdracht gemaakt in hun Estafetteloper (opdracht 6, pagina 7). Laat enkele kinderen vertellen wat ze graag zouden doen in de Proefjeshoek. Vertel dat de kinderen nu de woorden uit de zandloperopdracht nog een keer gaan lezen, maar dan op een bijzondere manier. Loop met het werkboek door de klas. Bij elke stap zegt u een woord uit het eerste rijtje van opdracht 6: proefjeshoek (stap), proefjes (stap), geweest (stap), enzovoort. Vraag dan een of meer kinderen om net als u met het werkboek door de klas te lopen en de woorden voor te lezen. U kunt dit om de beurt laten doen, in groepjes of met alle kinderen tegelijk. De bedoeling is dat de kinderen in een vast ritme lopen en de woorden uitspreken. 25 Estafette M5 O, zit dat zo!
23 Les 3 Zeep en koffie Lesdoelen Materialen Leesmoeilijkheden AVI-niveau M5: lezen van woorden met ~y~ lezen van woorden met ~x~ lezen van woorden met ~c~ (uitspraak /k/) Lezen met intonatie Toepassen, onderhouden en uitbreiden leesvaardigheid ➋ Werkboek O, zit dat zo! pagina 6 en 7 Omnibus O, zit dat zo! pagina 13 tot en met 15 (voor ) Estafetteloper M5 Vloeiend & vlot M5 Leesboeken voor vrij lezen Introductie Introductie Zeep en koffie Herhaal even kort de lesdoelen van de vorige les. Schrijf op het bord: exact. Lees het woord voor. In de vorige les kwamen we dit woord tegen. Het betekent: precies. In exact zit een ~x~ (uitspraak /ks/). En er zit een ~c~ in die je uitspreekt als /k/. Schrijf de woorden zeep en koffie op het bord. Vraag de kinderen om een van de woorden uit te kiezen en op een bijzondere manier voor te lezen. Geef daarbij opdrachten: lees het voor als iemand die zeep cadeau krijgt, iemand die zin heeft in koffie, iemand die koffie vies vindt, iemand die denkt dat hij ranja drinkt maar ontdekt dat het koffie is, iemand die bij de kassa staat en ontdekt dat hij zeep vergeten te kopen is. Kunnen de kinderen zelf nog meer manieren bedenken? Werkinstructie De leerlingen werken in de Estafetteloper en de omnibus O, zit dat zo!. Laat de leerlingen de Loopbaan voor zich nemen. Vraag of het duidelijk is waarmee ze deze les verder kunnen. Help indien nodig enkele kinderen op weg. Na deze korte werkinstructie gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Leerlingen kunnen individueel werken, maar stimuleer ook het samenwerken met een leesmaatje. Meer informatie over het werken met een leesmaatje kunt u vinden in de Gebruikswijzer. Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie Opdracht 1: Lees de tekst Lees de tekst van opdracht 1 voor in een rustig tempo en met een goede intonatie en duidelijke articulatie. De kinderen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Laat daarna enkele kinderen van Aanpak ➋ een stukje hardop lezen. 3. Zeep en koffie 1 Lees de tekst. Nanja en Rosalia vertellen over hun middagje in de Proefjeshoek. Nanja: Eigenlijk hebben we alleen maar zeepkorrels gemengd met een geurtje en aangestampt. En daarna hebben we er peervormpjes van geperst. Ik heb opgeschreven hoe die korrels heten. Rosalia: We kregen rauwe koffiebonen en die moesten we branden in een pannetje. Daarna stampten we de gebrande bonen met een stamper fijn in een stenen kom. Dat heet een vijzel. Nanja: We mochten de fijngestampte bonen wel mee naar huis nemen. Rosalia: Mijn moeder heeft er koffie van gezet. Maar na één slokje zei mijn vader dat hij buikpijn had. Toen heeft hij het laten staan. Nanja: Sorry hoor, maar dat vind ik een flauw excuus! 2 Lees de rijtjes goed lolly extra opgegeven vorm baby expres opgelezen vormpjes sorry excuus opgeschreven peervormpjes brand boon korrel stamp gebrand bonen korrels gestampte gebrande koffiebonen zeepkorrels fijngestampte Zoek het laatste woord van elk rijtje in de tekst. Kleur de woorden in de tekst. Lees de tekst en de rijtjes nog eens goed en vlot. Kijk nog eens naar de tekst. Welk woord vind je moeilijk? Schrijf het woord op. Waarom vind je het woord moeilijk? Het woord is moeilijk om te lezen. Ik ken het woord niet. Opdracht 2: Rijtjes lezen Schrijf het woord lolly op het bord. Wijs op de ~y en vertel dat je die uitspreekt als /ie/. Schrijf baby en sorry eronder. Lees het rijtje hardop (voor) en lees het vervolgens met de kinderen (koor). Daarna lezen de kinderen het rijtje nog een keer. Lees nu het tweede rijtje voor. Laat duidelijk horen dat je de ~x~ uitspreekt als /ks/ en dat je bij excuus de ~c~ uitspreekt als /k/. Lees het rijtje nogmaals hardop (voor) en daarna samen met de kinderen (koor). Demonstreer nu hoe de andere woordrijtjes gelezen moeten worden. Lees de rijtjes in een rustig tempo en met een duidelijke articulatie voor. Besteed vooral aandacht aan het correct lezen van de woorden. Bespreek bij elk rijtje kort het kenmerk van de woorden in het rijtje. Laat elk rijtje door één of enkele kinderen hardop lezen. Derde rijtje: woorden die beginnen met opge~ (stomme ~e~). Vierde rijtje: opbouw van het woord peervormpjes. Vijfde rijtje: opbouw van het woord gebrande. Zesde rijtje: opbouw van het woord koffiebonen. Zevende rijtje: opbouw van het woord zeepkorrels. Achtste rijtje: opbouw van het woord fijngestampte. Laat de rijtjes vervolgens hardop voorlezen door groepjes leerlingen. Ook nu weer in een rustig tempo en een duidelijke articulatie. Opdracht 6: Woordslang Lees de woorden bovenaan de opdracht voor. Wijs bij elk woord op de uitspraak van de ~c~, de ~x~ en de ~y~. Lees ze vervolgens met de kinderen hardop. Laat dan de woorden door enkele kinderen goed en vlot lezen. De kinderen zoeken en kleuren deze woorden in de woordslang. Laat ze daarna ook de woorden lezen die tussen de gekleurde woorden in de slangen staan. 6 26
24 Werkinstructie ➋ De leerlingen maken zelfstandig de andere opdrachten in het werkboek. De opdrachten 3 t/m 6 kunnen individueel of in tweetallen gemaakt worden. Opdracht 7 moeten de kinderen met een leesmaatje maken. Geef bij deze opdracht een korte toelichting: ze moeten de zinnen met een uitroepteken (!) harder en met nadruk lezen. De zinnen die in dit stukje een uitroepteken hebben, worden een beetje boos uitgesproken. Tot slot lezen de kinderen zelfstandig hoofdstuk 3 Zeep en koffie. De leerlingen kunnen individueel zelfstandig lezen, maar stimuleer ook het lezen met een leesmaatje. Kinderen die daarmee klaar zijn kunnen oefenen met Vloeiend & vlot of kunnen in hun vrije leesboek gaan lezen. Instructie Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Begeleide verwerking en oefening ➊ Opdracht 3: Woorden zoeken en markeren Het laatste woord van elk rijtje is ook te vinden in de tekst bij opdracht 1. Laat deze woorden zoeken en kleuren en vervolgens nog een keer hardop lezen. 6 Kleur deze woorden in de pannen: hobby taxi expres mixer typen luxe sorry lolly Opdracht 4: Herhaald lezen Geef leesbeurten aan kinderen om een stukje van de tekst uit opdracht 1 en de woordrijen uit opdracht 2 te lezen. Maak indien dat nodig is gebruik van de werkvorm voor-koor-zelf. Besteed hierbij ook aandacht aan het lezen op tempo. Opdracht 5: Moeilijk woord Vraag aan de kinderen of er woorden in de tekst bij opgave 1 staan die ze moeilijk vinden. Een woord kan moeilijk zijn omdat je de betekenis van een woord niet (goed) kent of omdat je het moeilijk vindt om het woord goed te lezen. Elk kind schrijft zijn moeilijke woord op. Bespreek de moeilijke woorden kort. Vertel over de betekenis of bespreek de leesmoeilijkheid. Opdracht 7: Lees met leestekens Lees de tekst voor. Demonstreer hoe zinnen met een uitroepteken worden gelezen. Hoe klinkt een zin waar een uitroepteken achter staat? De zin wordt wat harder uitgesproken en in deze tekst klinken de zinnen met een uitroepteken een beetje boos. Laat enkele zinnen door kinderen lezen. Ze moeten goed laten horen dat de zinnen met een uitroepteken harder gelezen worden. Lees tot slot samen de tekst hardop (koor). Opdracht 8: Lees hoofdstuk 3 Lees het eerste stukje van hoofdstuk 3 hardop voor. Lees in een rustig tempo, met een passende intonatie en een duidelijke articulatie. De leerlingen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Laat de kinderen vervolgens in tweetallen de tekst als Rosalia en Nanja lezen. Lees op dezelfde manier de rest van het hoofdstuk. 7 8 exemplaarsorryexactexpresmixenluxemaximaaltaxiexcuus extrahobbymixmixergymlestypenbabylollyjury Lees nu de woorden die niet gekleurd zijn nog eens goed. Lees de tekst. Lees de zinnen met een! harder. Rosalia: Nanja: Nanja: Rosalia: Nanja: Ja, hallo! Echt zeep maken is veel te moeilijk voor kinderen. En best gevaarlijk. Ik heb opgeschreven hoe die korrels heten. Iets met hydro of zo. Nou ja, laat maar! Het maakt ook niet uit hoe de korrels heten. Ja, die naam is veel te moeilijk, hoor! Maar goed, dan gaat er gesmolten vet bij en dan moet je dat mixen. Met een mixer. Een kwartier lang. Wat we wel zelf hebben gemaakt is koffie. O ja! We kregen rauwe koffiebonen en die moesten we branden in een pannetje. Maar na één slokje van de koffie zei mijn vader dat hij een beetje buikpijn had. Sorry hoor, maar dat vind ik een flauw excuus! Hij vond het gewoon niet te drinken. Zeg dat dan! Lees de tekst nu met een maatje. Speel ieder een rol. Lees alleen wat er wordt gezegd. Lees bladzijde 13 tot en met 15. Vloeiend & vlot: Herhaling van leesmoeilijkheden Voor de Aanpak ➊-leerlingen is het belangrijk dat er regelmatig aandacht en tijd wordt besteed aan het herhalen van leesmoeilijkheden die in eerdere niveaus aan de orde zijn geweest. Hierbij kunt u gebruikmaken van Vloeiend & vlot. 7 Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Afronding Afronding Laat alle leerlingen op de Loopbaan noteren wat ze deze les hebben gedaan. Praat met de leerlingen over wat ze in deze leesles hebben gedaan. Laat leerlingen van Aanpak ➋ aangeven welke moeilijk woord zij hebben opgeschreven bij opdracht 5 en schrijf die woorden op het bord. Wat was er moeilijk aan een woord; het lezen van dat woord of de betekenis? Bespreek de moeilijke woorden kort. Ten slotte laat u een leerling met Aanpak iets vertellen over een van de opdrachten van de Estafetteloper. 27 Estafette M5 O, zit dat zo!
25 Toepassingsles 1 Lesdoelen Materialen Evaluatie afgelopen week Vlot lezen van woorden Toepassing verworven leesvaardigheid Estafetteloper M5 Kopieerblad M5-1 Titelpagina leesdossier Kopieerblad M5-2 Boekenlijst Kopieerblad M5-3 Hobbypaspoort Snelhechters of mappen Boeken klassenbibliotheek Introductie Lesverloop bespreken Neem met de kinderen het verloop van deze toepassingsles door. Vertel dat u deze les begint om met de kinderen van Aanpak de opdrachten te bespreken die zij de afgelopen lessen hebben gemaakt. De kinderen van Aanpak gaan in die tijd zelfstandig werken met een kopieerblad. Vertel dat de kinderen van Aanpak eenzelfde opdracht hebben gemaakt in hun Estafetteloper. Later in de les zal deze opdracht gezamenlijk worden besproken. Vertel ook dat er deze les tijd is voor vrij lezen. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van boeken uit de klassenbibliotheek. Aan het eind van de les mogen de kinderen leeservaringen uitwisselen en een stukje tekst voorlezen in de leesstoel. Terugblik In de laatste toepassingsweek voor de zomervakantie is gesproken over leesactiviteiten in de zomervakantie. Begin deze les met een gesprek daarover. Wat hebben de kinderen gelezen? Boeken? Andere leesstof? Hebben ze iets te lezen meegenomen toen ze op vakantie gingen? Wat was de invloed van het weer op hun leesgedrag? Wie vertelt iets over wat hij gelezen heeft? Kan hij het andere kinderen aanraden? Zijn er ook kinderen die helemaal niets gelezen hebben? Vinden ze dat jammer, nu ze over de leeservaringen van de andere kinderen horen? Werkinstructie Vertel de leerlingen van Aanpak dat zij nu zelfstandig gaan werken met kopieerblad M5-3. Het sluit aan bij de eerste drie hoofdstukken van O, zit dat zo! die in de voorafgaande basislessen aan de orde kwamen. Indien nodig geeft u een korte instructie over het invullen van het kopieerblad. De kinderen werken met het blad individueel of in tweetallen. Leerlingen van Aanpak ➋ kunnen hierbij leesmaatje zijn van een leerling van Aanpak ➊. Wanneer ze klaar zijn met het kopieerblad, gaan ze vrij lezen. Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie Onderhoudsoefeningen De leerlingen met Aanpak hebben de afgelopen lessen gewerkt met hun Estafetteloper M5 en de omnibus O, zit dat zo!. Bekijk samen met de leerlingen aan de hand van de Loopbaan wat ze zoal gedaan hebben en bespreek kort enkele opdrachten. Besteed in deze lesfase verder aandacht aan de onderhoudsoefeningen waarmee deze leerlingen de afgelopen dagen geoefend hebben. Het gaat hierbij om het vlot lezen van woorden (Estafetteloper pagina 6 en 7). Laat enkele leerlingen de woordrijen hardop lezen. Let erop dat de woorden correct en vlot gelezen worden. Feedback De kinderen van Aanpak hebben zelfstandig gewerkt met het kopieerblad. Geef kort aandacht aan het verloop van het zelfstandig werken, zonder op de inhoud in te gaan. Zijn de leerlingen tegen problemen aangelopen bij het werken met het kopieerblad? Hoe verliep de samenwerking? Instructie / Zelfstandig oefenen Vrij lezen Vrij lezen Alle kinderen gaan nu vrij lezen in een boek naar eigen keuze. De leerlingen van Aanpak lezen in O, zit dat zo!. Ze gebruiken de Estafetteloper om hun leeservaringen te verwerken. De kinderen met Aanpak gaan eerst verder met het kopieerblad uit de vorige lesfase indien zij dit nog niet af hebben. Vrij lezen Leesbeleving en presentatie Presentatie Praten over leeservaringen Houd een gesprek met de kinderen over wat ze ingevuld hebben op het kopieerblad M5-3 (Aanpak ) of bij opdracht 7 op pagina 7 van de Estafetteloper (Aanpak ). In beide gevallen gaat het over een hobbypaspoort. Laat kinderen veel vertellen over hun hobby s. Leesdossier Vertel de leerlingen dat zij een leesdossier gaan aanleggen. Hierin houd je bij welke boeken je hebt gelezen en wat je daarvan vond. Bespreek met de kinderen het doel van een leesdossier: door zelf te noteren wat je leest en wat je ervan vindt, kun je er op een later moment over praten. Ook kunnen de kinderen hun gemaakte kopieerbladen in het dossier verzamelen. Vertel dat het leesdossier iedere week een beetje groeit en dat de kinderen erover mogen vertellen in de toepassingslessen. Zo wissel je met elkaar leeservaringen uit. En zo kun je misschien een ander enthousiast maken om het boek ook te gaan lezen. De kinderen van Aanpak hoeven geen apart leesdossier te maken. In hun Estafetteloper houden zij al een leesdossier bij. Op pagina 5 van de Estafetteloper staat de boekenlijst. De leerlingen van Aanpak maken met behulp van een snelhechter of een map hun leesdossier: de titelpagina (kopieerblad M5-1), de boekenlijst (kopieerblad M5-2) en kopieerblad M5-3 kunnen zij hierin opnemen. Bespreek met alle leerlingen hoe ze de boekenlijst moeten invullen. 28
26 Week 1: Herhaald lezen van tekst Doelen: vlot en vloeiend lezen van tekst 15 min Extra leesmoment 1 Introductie Geef kinderen de tekst van het kopieerblad. Laat kinderen op basis van de titel heel kort brainstormen over de mogelijke inhoud. Betrek de plaatjes bij de introductie. Bespreek met de kinderen waar het verhaal over gaat. Indien mogelijk kunt u het boekje waaruit deze tekst afkomstig is laten zien. Instructie Lees het begin van de tekst voor. Bespreek kort de inhoud en laat kinderen het fragment in koor fluisterend met u meelezen. Lees zo in fragmenten de hele tekst. Vertel dat kinderen, als ze gedurende de dag tijd over hebben, deze tekst zelf ook mogen oefenen. Afsluiting Laat kinderen kort reageren op de inhoud van de tekst. 15 min Extra leesmoment 2 Introductie Lees de tekst in een rustig tempo, met goede intonatie en duidelijke articulatie voor. Instructie Lees de tekst samen met de kinderen hardop en stop bij moeilijke woorden. Dit zijn woorden die in dit niveau extra geoefend worden en woorden waarvan u hoort dat ze moeilijk zijn voor enkele kinderen. Laat deze woorden markeren in de tekst. Bespreek de leesmoeilijkheid. Laat ten slotte de gemarkeerde woorden nog een keer apart lezen. Hierbij ligt eerst de nadruk op correct lezen. Afsluiting Sluit af met in koor lezen van de tekst of een deel van de tekst. Vertel kinderen dat ze deze woorden, zinnen en tekst ook zelf op andere geschikte momenten mogen oefenen. Materialen: kopieerblad M5-A 15 min 15 min Extra leesmoment 3 Introductie Begin met het hardop in koor lezen van deze tekst. Dat kan in kleine groepjes of in tweetallen. Instructie Kinderen oefenen vervolgens eerst de gemarkeerde woorden. Laat kinderen daarna individueel de gemarkeerde woorden hardop lezen. Ten slotte lezen ze om beurten de zinnen waarin een gemarkeerd woord staat. Afsluiting Laat tot slot in tweetallen een deel van de tekst hardop lezen. Lees zelf fluisterend ondersteunend mee. Let daarbij vooral op de juiste intonatie en een passend tempo. Extra leesmoment 4 Introductie Vertel dat elk kind vandaag de beurt krijgt om een stukje van de tekst hardop, zonder fouten en met een goed tempo te lezen. Daarvoor mogen kinderen eerst nog even oefenen. Instructie Kinderen oefenen nu zelf de tekst. Eventueel luistert u intensief mee bij de zwakste van deze groep. Zeg het woord, waarbij het kind extreem hapert of een fout leest, voor. Afsluiting Kinderen krijgen een individuele leesbeurt om een deel van de tekst voor te lezen. Kies ervoor om dit in de kleine groep te doen of voor de hele groep in de toepassingsles. Voor sommige kinderen is het een beloning als dit op een speciale voorleesplek mag gebeuren, bijvoorbeeld een leesstoel. extra leestijd tip Samen lezen in kinderboeken Op dezelfde wijze als hierboven beschreven kunt u ook gebruikmaken van fragmenten uit kinderboeken. Ook nu maakt u kopieën van een klein stukje tekst, bijvoorbeeld één pagina, en gebruikt u die kopieën om de tekst samen met de leerlingen te lezen volgens de werkwijze voor-koor-zelf. Om kinderen voor deze activiteit te motiveren, wordt de tekst in overleg met de kinderen uitgekozen. 29 Estafette M5 O, zit dat zo!
27 Les 4 De Hobbysuper Lesdoelen Materialen Leesmoeilijkheden AVI-niveau M5: lezen van woorden met ~y~ lezen van woorden met ~ s lezen van woorden met ~cc~ lezen van meerlettergrepige woorden die eindigen op een open lettergreep Toepassen, onderhouden en uitbreiden leesvaardigheid ➋ Werkboek O, zit dat zo! pagina 8 en 9 Omnibus O, zit dat zo! pagina 16 en 17 (voor ) Estafetteloper M5 Vloeiend & vlot M5 Leesboeken voor vrij lezen Introductie Introductie De Hobbysuper Bekijk met de kinderen de titel van hoofdstuk 4: De Hobbysuper. Lees de titel voor. In het woord hobby zit een ~y~. De ~y~ spreek je hier uit als /ie/. Wat is een Hobbysuper? (Een supermarkt of hele grote winkel waar je hobbyspullen kunt kopen.) Wat zou je daar kunnen kopen? Wie van de kinderen is weleens in een hobbywinkel geweest? Laat ze erover vertellen. Werkinstructie De leerlingen werken in de Estafetteloper en de omnibus O, zit dat zo!. Laat de leerlingen de Loopbaan voor zich nemen. Vraag of het duidelijk is waarmee ze deze les verder kunnen. Help indien nodig enkele kinderen op weg. Na deze korte werkinstructie gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Leerlingen kunnen individueel werken, maar stimuleer ook het samenwerken met een leesmaatje. Meer informatie over het werken met een leesmaatje kunt u vinden in de Gebruikswijzer. Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie Opdracht 1: Welk woord past in de zin? Schrijf de eerste zin op het bord: We kennen Jan natuurlijk al van de doe-het-zelfzaak Maxi, waar hij al jaren zijn trouwens / trouwen / trouwe klanten bedient. Lees de zin voor. Wijs op de drie woorden trouwens, trouwen en trouwe. Vraag welk woord 4. De Hobbysuper 1 Welk woord past in de zin? Zet er een streep onder. We kennen Jan natuurlijk al van de doe-het-zelfzaak Maxi, waar hij al jaren zijn trouwens / trouwen / trouwe klanten bedient. Jan verkocht goede spullen en de service was prima / priem / primeur. Maar het zat hem dwars dat de mensen met een meer ongewone hobbelen / hobby / hokken bij hem niet terecht konden. Mensen met mooie hobby s als bouwen met Mexicaan / mekkeren / meccano of breien hadden bij Jan niks te zoeken. De Hobbysuper is bijna zo groot als een voetbalveld en drie verdienen / verdiepingen / verdwenen hoog. Lees de zinnen nu goed en vlot met het juiste woord. 2 Lees de zinnen. Kleur het woord bijzonder of bijzondere. Ons mooie dorp krijgt er een wel heel bijzondere winkel bij: de Hobbysuper. Het zat Jan dwars dat de mensen met een bijzondere hobby niet bij hem terecht konden. Als hij bijzondere soorten graan nodig had, moest Henk naar Vorsel. De winkel is bijzonder groot geworden. Lees de zinnen goed en vlot. 3 Lees de zinnen eerst in stukjes. Wilde je verven, dan vond je bij Jan verf en kwasten. Wilde je figuurzagen, dan had Jan triplexhout. Wilde je breien, dan kocht je bij Jan wol en naalden. Wilde je boetseren, dan kreeg je van Jan plakken klei. in de zin past. Onderstreep het juiste woord: trouwe. Wijs erop dat de andere woorden daar erg veel op lijken. Laat de leerlingen in het werkboek nu zelf de zin lezen en het juiste woord onderstrepen. Laat een leerling nog een keer de zin hardop lezen. Lees de tweede zin voor en laat de kinderen hardop meelezen. Aarzel ietwat hardop denkend bij de drie woorden waaruit gekozen moet worden en lees daarna de zin met het goede woord. Laat de leerlingen ook nu het juiste woord onderstrepen. De kinderen bereiden nu zelf de volgende zin voor. Geef daarvoor even de tijd en vraag daarna om hardop de zin met het juiste woord te lezen. Behandel op deze manier ook de andere zinnen. Let op: Wijs op het woord hobby s, met een ~y~ en ~ s~ (uitspraak /ie/s/) en wijs op meccano met ~cc~ (uitspraak /kk/) en op de open lettergreep aan het eind. Lees tot slot met de kinderen alle zinnen nog een keer op tempo met het juiste woord. Opdracht 4: Welke woorden horen erbij? Lees hardop in koor de woorden van de eerste regel. Wijs op de ~y~, die spreek je uit als /ie/ en wijs op de ~ s die je als een /s/ aan het laatste woord vast leest. Vraag welke woorden bij het eerste woord horen. Waarom? De kinderen kleuren die woorden. Laat dan de gekleurde woorden nog eens lezen. Maak deze opdracht rij voor rij samen met de kinderen. Opdracht 5: Zoek de juiste woorden Laat de woorden uit het eerste rijtje hardop lezen. Wijs op de s~ en op de ~ s. De kinderen luisteren ernaar en maken voor zichzelf uit welke woorden plaatsnamen zijn. Je kunt ze herkennen aan de hoofdletter en aan het verbindingsstreepje tussen s~ en het woord. (Dat streepje verandert overigens niks aan de uitspraak.) De leerlingen kruisen de plaatsnamen aan. Behandel op dezelfde manier het tweede rijtje. Laat daarna alle woorden lezen die aangekruist zijn. Lees de zinnen nu goed en vlot. 8 30
28 Werkinstructie ➋ De leerlingen maken zelfstandig de andere opdrachten in het werkboek. De opdrachten kunnen individueel of in tweetallen gemaakt worden. Tot slot lezen de kinderen zelfstandig hoofdstuk 4 De Hobbysuper. De leerlingen kunnen individueel zelfstandig lezen, maar stimuleer ook het lezen met een leesmaatje. Kinderen die daarmee klaar zijn kunnen oefenen met Vloeiend & vlot of kunnen in hun vrije leesboek gaan lezen. Instructie Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Begeleide verwerking en oefening ➊ Opdracht 2: Tekst lezen en woorden kleuren Lees het tekstje voor. Lees de tekst daarna samen in koor. Vertel dat de leerlingen de tekst in tweetallen aan elkaar gaan voorlezen. De een leest de zin voor en de ander luistert of het woord bijzonder of bijzondere erin voorkomt. Als dat zo is, kleuren de kinderen dat woord in de zin. Tot slot lezen de kinderen de zinnen nog een keer goed en vlot. Opdracht 3: Lees de zinnen in stukjes Lees de eerste zin overdreven duidelijk in stukjes voor. Laat daarna enkele kinderen de zin in stukjes lezen. Lees vervolgens de eerste zin vlot voor. Laat een leerling dit nadoen. Doe dat zo met alle zinnen: een kind leest de zin in stukjes, een ander kind leest daarna de zin vlot voor. Vonden de lezers het makkelijker dat de woorden in groepjes stonden? De kinderen moeten nu zelf een nieuwe, goede zin maken. De zin moet bestaan uit drie stukjes. Leg uit dat je uit elke rij een stukje moet kiezen. Ze kleuren de stukjes en schrijven de zin op. Laat tot slot enkele kinderen hun nieuwe zin voorlezen. 4 Welke woorden horen erbij? Kleur steeds die twee woorden. 5 6 hobby hobbel Hobbysuper hobby s baby baby s labyrint babybedje gym gymschoen kauwgum gymles Zoek de juiste woorden. Kruis ze aan. Wat zijn plaatsnamen? s ochtends s-gravenmoer s-hertogenbosch foto s radio s s morgens s-gravenzande baby s s winters s-graveland s-gravenhage s avonds Lees de woorden met een kruisje ervoor nog eens vlot. Waar past het woord in de zin? Trek er een lijn naartoe. altijd Bij de Maxi kon u tot nu toe terecht voor gereedschap, ijzerwaren, hout, verf en nog veel meer. goede Kortom: Jan verkocht spullen en de service was goed. bijna Daarom is de Hobbysuper zo groot als een voetbalveld! Opdacht 6: Waar past het woord in de zin? Lees eerst het woord voor dat boven de eerste zin staat: altijd. Lees daarna de eerste zin voor. De kinderen bedenken waar het woord altijd in de zin past. Laat de kinderen daarna de zin lezen, maar nu met het woord op de juiste plek. Lees en bespreek zo ook de andere zinnen. Laat tot slot een kind alle volledige zinnen hardop lezen. 7 opvouwbaar Daar zou Jan een labyrint aan de klant laten zien. Lees de zinnen nu goed en vlot. Lees ze met het woord erbij. Lees bladzijde 16 en Opdracht 7: Lees hoofdstuk 4 Lees eerst de hele tekst hardop voor. Lees in een rustig tempo, met een passende intonatie en een duidelijke articulatie. De leerlingen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Bespreek kort de inhoud. Geef daarna leesbeurten en laat de kinderen een voor een een stukje tekst lezen. Vloeiend & vlot: Herhaling van leesmoeilijkheden Voor de Aanpak ➊-leerlingen is het belangrijk dat er regelmatig aandacht en tijd wordt besteed aan het herhalen van leesmoeilijkheden die in eerdere niveaus aan de orde zijn geweest. Hierbij kunt u gebruikmaken van Vloeiend & vlot. Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Afronding Afronding Laat alle leerlingen op de Loopbaan noteren wat ze deze les hebben gedaan. De kinderen hebben in deze les gelezen voor welke hobby s Jan Spijker spullen verkoopt. Vraag enkele kinderen wat hun hobby is. Schrijf de hobby s op het bord en laat de kinderen bedenken welke spullen ze nodig hebben voor die hobby. Schrijf die woorden erbij. 31 Estafette M5 O, zit dat zo!
29 Les 5 Waar Nederlanders goed in zijn Lesdoelen Materialen Leesmoeilijkheden AVI-niveau M5: lezen van woorden met s~ lezen van woorden met twee klinkers die samen geen tweeklank vormen lezen van woorden met ~y~ Toepassen, onderhouden en uitbreiden leesvaardigheid ➋ Werkboek O, zit dat zo! pagina 10 en 11 Omnibus O, zit dat zo! pagina 18 en 19 (voor ) Estafetteloper M5 Vloeiend & vlot M5 Leesboeken voor vrij lezen Introductie Introductie Waar Nederlanders goed in zijn Schrijf de titel van het hoofdstuk op het bord: Waar Nederlanders goed in zijn. Lees de titel samen in koor. Vraag de kinderen waar Nederlanders goed in zijn. Geef hints als denk aan sport en denk aan water. zo! Laat de leerlingen de Loopbaan voor zich nemen. Vraag of het duidelijk is waarmee ze deze les verder kunnen. Help indien nodig enkele kinderen op weg. Na deze korte werkinstructie gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Leerlingen kunnen individueel werken, maar stimuleer ook het samenwerken met een leesmaatje. Meer informatie over het werken met een leesmaatje kunt u vinden in de Gebruikswijzer. Werkinstructie De leerlingen werken in de Estafetteloper en de omnibus O, zit dat Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie (uitspraak /innoeiet/). Opdracht 1: Lees de tekst Lees de tekst van opdracht 1 voor in een rustig tempo en met een goede intonatie en duidelijke articulatie. De kinderen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Laat daarna enkele kinderen van Aanpak ➋ een stukje hardop lezen. Wijs even op het woord Inuit 5. Waar Nederlanders goed in zijn 1 Lees de tekst. Waarom zijn Zwitsers niet goed in het bouwen van zeeschepen? En waarom denk je dat Nederlanders goede dijkenbouwers zijn? Inuit (Eskimo s) wonen in ijskoude delen van de wereld, zoals Alaska. Ze moesten wel iets bedenken tegen de kou. Ze vonden bijvoorbeeld iglo s uit. En ze leerden warme kleding te maken van dierenhuiden. Nederland ligt aan zee. Daarom gingen Nederlanders hun akkers beschermen door er een dijk omheen te bouwen. Maar al die ringdijkjes maken is veel werk. Eén lange dijk maken langs de kust is dan veel handiger. Weer later bedacht iemand: als je een ringdijk om een meer bouwt, kun je dat meer leegpompen. Het water kan dan niet meer terug. Het meer komt droog te staan. Zo is bijvoorbeeld de provincie Flevoland ontstaan. 2 Lees de rijtjes goed. radio s Engeland schip pomp foto s Nederland schepen pompen iglo s Flevoland zeeschepen leegpompen dijk kou dier bouwen dijkjes koude dieren bouwers ringdijkjes ijskoude dierenhuiden dijkenbouwers 3 Zoek het laatste woord van elk rijtje in de tekst. Kleur de woorden in de tekst. 4 5 Lees de tekst en de rijtjes nog eens goed en vlot. Lees de rijtjes goed en vlot. ringdijkjes dierenhuiden leegpompen ijskoude iglo s Flevoland dijkenbouwers leegpompen dijkenbouwers iglo s ringdijkjes Flevoland ijskoude zeeschepen dierenhuiden zeeschepen 10 Opdracht 2: Rijtjes lezen Schrijf op het bord het woord: radio s. Vertel dat de combinatie ~io~ wordt uitgesproken als /iejoo/ en dat de ~ s er direct achteraan gelezen wordt. Het einde van het woord klinkt dus als /iejoos/. Schrijf nu eronder: foto s en iglo s. Lees het rijtje nogmaals hardop (voor) en daarna samen met de kinderen (koor). Schrijf het woord Engeland op het bord. Laat dit door de leerlingen lezen. Schrijf Nederland en Flevoland eronder. Lees het rijtje hardop (voor) en lees het vervolgens met de leerlingen (koor). Daarna lezen de kinderen het rijtje nog een keer. Demonstreer nu hoe de andere woordrijtjes gelezen moeten worden. Lees de rijtjes in een rustig tempo en met een duidelijke articulatie voor. Besteed vooral aandacht aan het correct lezen van de woorden. Bespreek bij elk rijtje kort het kenmerk van de woorden in het rijtje. Laat elk rijtje hardop lezen. Derde rijtje: opbouw van het woord zeeschepen. Vierde rijtje: opbouw van het woord leegpompen. Vijfde rijtje: opbouw van het woord ringdijkjes. Zesde rijtje: opbouw van het woord ijskoude. Zevende rijtje: opbouw van het woord dierenhuiden. Achtste rijtje: opbouw van het woord dijkenbouwers. Laat de rijtjes vervolgens hardop voorlezen door groepjes leerlingen in een rustig tempo en met een duidelijke articulatie. Opdracht 6: Wat hoort bij elkaar? Lees de woorden van het eerste rijtje voor. Laat een leerling dat herhalen. Lees dan de woorden van het tweede rijtje voor en laat ook dat door een kind herhalen. Vraag wat opvallend is aan het tweede rijtje: de woorden beginnen allemaal met s~. De kinderen verbinden de woorden die bij elkaar horen, met een lijn. Lees en bespreek op dezelfde manier de woorden uit het derde en vierde rijtje. Wijs op de klinkercombinaties ~io~ en ~eo~ (uitspraak /iejoo/ en /eejoo/). Geef ten slotte leesbeurten, de kinderen lezen telkens de twee woorden die bij elkaar horen. 32
30 Werkinstructie ➋ De leerlingen maken zelfstandig de andere opdrachten in het werkboek. De opdrachten 3 t/m 6 kunnen individueel of in tweetallen gemaakt worden. Opdracht 7 lezen de kinderen eerst zelfstandig en vervolgens met een maatje. Bij opdracht 8 lezen de kinderen met de zandloper. Leg uit dat de kinderen ieder twee keer met de zandloper moeten lezen: een keer lezen, drie keer oefenen en vervolgens nog een keer lezen. Tot slot lezen de kinderen zelfstandig hoofdstuk 5 Waar Nederlanders goed in zijn. Ze kunnen individueel zelfstandig lezen, maar stimuleer ook het lezen met een leesmaatje. Kinderen die daarmee klaar zijn kunnen oefenen met Vloeiend & vlot of kunnen in hun vrije leesboek gaan lezen. Instructie Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Begeleide verwerking en oefening ➊ Opdracht 3: Woorden zoeken en markeren Het laatste woord van elk rijtje is ook te vinden in de tekst bij opdracht 1. Laat deze woorden zoeken en kleuren en vervolgens nog een keer hardop lezen. Opdracht 4: Herhaald lezen Geef leesbeurten aan kinderen om een stukje van de tekst uit opdracht 1 en de woordrijen uit opdracht 2 te lezen. Maak indien dat nodig is gebruik van de werkvorm voor-koor-zelf. Besteed hierbij ook aandacht aan het lezen op tempo. Opdacht 5: Lees de rijtjes goed en vlot Lees de woorden eerst voor. Laat de kinderen daarna in twee- of in drietallen met u meelezen. Als alle kinderen aan de beurt zijn geweest, vraagt u wie van de kinderen het alleen wil proberen. Let erop dat leerlingen niet alleen vlot, maar ook correct lezen. Lees vervolgens de woorden samen in koor. Vraag wie de rijtjes straks bij de afsluiting van de les wil laten horen. Dit mag alleen of in tweetallen. Opdracht 7: Tekst lezen en woord kleuren Lees de tekst voor. Lees de tekst daarna samen in koor. Vertel dat de leerlingen de tekst in tweetallen aan elkaar gaan voorlezen. De een leest de zin voor en de ander luistert of er een lang woord in voorkomt dat uit twee kortere woorden bestaat. Als dat zo is, kleuren de kinderen dat woord in de zin. Vraag uit welke twee losse woorden deze lange woorden bestaan. Tot slot lezen de kinderen de zinnen nog een keer goed en vlot. Opdracht 8: Lezen met de zandloper Let op: De woordrijen van deze zandloperopdracht bestaan uit nieuwe leesmoeilijkheden van M5, gecombineerd met woordtypen van voorgaande AVI-niveaus. Lees de woorden hardop voor en leg de nadruk op het correct lezen. Bespreek van verschillende woorden de leesmoeilijkheid. De kinderen vormen tweetallen. Als u de zandloper omdraait begint van elk tweetal een kind met lezen. Het andere controleert of de woorden goed worden gelezen. Als de zandloper is doorgelopen zegt u stop. De lezer zet een streep onder het woord wat hij als laatste heeft gelezen. Daarna wisselen de kinderen van beurt en herhaalt u de oefening. Laat de leerlingen vervolgens in tweetallen oefenen, ze lezen minstens drie keer alle woorden goed en vlot. Geef daarna individuele beurten. Laat elk kind lezen met de zandloper en 6 Welke woorden horen bij elkaar? Trek lijnen ochtend s avonds stereo stereo s middag s winters video radio s avond s ochtends studio studio s winter s middags radio video s Lees de zinnen. Kleur de lange woorden die bestaan uit twee kortere woorden. En waarom denk je dat wij zulke goede dijkenbouwers zijn? De Inuit leerden warme kleding te maken van dierenhuiden. Mijn moeder bewaart oude foto s in een schoenendoos. Mijn vader spaart al jaren sigarenbandjes. Lees de woorden die je hebt gevonden goed. Lees daarna de zinnen goed en vlot. Lees met een maatje. Lees met de zandloper. Zet een streep tot waar je komt. Eskimo s hobby idee pilaar provincie piraat speciaal luxe citroen ringdijkjes video s camping zeeschepen taxi s leegpompen dijkenbouwers ijskoude triplexhout kapitein liniaal beschermen seconden cent club mixer centimeter foto s radio s sorry iglo s extra exact excuus sigaar s avonds piano s lucifer fixeren meccano s middags Zwitserland verbouwen labyrint Nederlanders Oefen de rijtjes drie keer goed en vlot. Lees weer met de zandloper. Zet een streep tot waar je nu komt. Lees bladzijde 18 en streep aan tot hoever het nu de woorden las. Geef de leerling een compliment wanneer hij meer woorden heeft gelezen dan de eerste keer. Vertel dat als je goed oefent, je vlotter kunt lezen. Opdracht 9: Lees hoofdstuk 5 Lees eerst de hele tekst hardop voor. Lees in een rustig tempo, met een passende intonatie en een duidelijke articulatie. De leerlingen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Bespreek kort de inhoud. Geef daarna leesbeurten en laat de kinderen een voor een een stukje tekst lezen. Vloeiend & vlot: Herhaling van leesmoeilijkheden Voor de Aanpak ➊-leerlingen is het belangrijk dat er regelmatig aandacht en tijd wordt besteed aan het herhalen van leesmoeilijkheden die in eerdere niveaus aan de orde zijn geweest. Hierbij kunt u gebruikmaken van Vloeiend & vlot. Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Afronding Afronding Laat alle leerlingen op de Loopbaan noteren wat ze deze les hebben gedaan. Praat met de leerlingen over wat ze in deze leesles hebben gedaan. Laat enkele kinderen van Aanpak ➊ de woorden van oefening 5 voordragen. Vraag kinderen van Aanpak ➋ om de lange woorden van oefening 7 voor te lezen. Laat leerlingen van Aanpak zelf lange woorden bedenken. Schrijf deze woorden op het bord en lees ze samen in koor. 33 Estafette M5 O, zit dat zo!
31 Les 6 Waar bevers goed in zijn Lesdoelen Materialen Leesmoeilijkheden AVI-niveau M5: lezen van woorden met ~c~ (uitspraak /s/ en /k/) lezen van woorden met ~x~ lezen van woorden met ~iaa~ Lezen met intonatie (pauzes) Toepassen, onderhouden en uitbreiden leesvaardigheid ➋ Werkboek O, zit dat zo! pagina 12 en 13 Omnibus O, zit dat zo! pagina 20 en 21 (voor ) Estafetteloper M5 Vloeiend & vlot M5 Leesboeken voor vrij lezen Introductie Introductie Waar bevers goed in zijn Blik even terug op het vijfde hoofdstuk. Waar ging de tekst over? (Over dijken en polders.) Wijs de kinderen op de titel van deze les. Weten de kinderen waar bevers goed in zijn? Laat ze erover vertellen. zo! Laat de leerlingen de Loopbaan voor zich nemen. Vraag of het duidelijk is waarmee ze deze les verder kunnen. Help indien nodig enkele kinderen op weg. Na deze korte werkinstructie gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Leerlingen kunnen individueel werken, maar stimuleer ook het samenwerken met een leesmaatje. Meer informatie over het werken met een leesmaatje kunt u vinden in de Gebruikswijzer. Werkinstructie De leerlingen werken in de Estafetteloper en de omnibus O, zit dat Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie Opdracht 1: Welk woord past in de zin? Schrijf de eerste zin van opdracht 1 op het bord: Bevers zijn expres / experts / extra in het bouwen van dammen. Lees de zin voor. Wijs op de drie woorden expres, experts en extra. Het zijn moeilijke woorden om te lezen. Besteed daar aandacht aan door 6. Waar bevers goed in zijn 1 Welk woord past in de zin? Zet er een streep onder. Bevers zijn expres / experts / extra in het bouwen van dammen. Met modder wordt alles bij elkaar gehouden. De modder wordt dus eigenlijk gebruikt als centimeter / cent / cement. Bij het maken van de berg kunnen bevers / beten / beven heel lang onder water actief blijven. Soms bouwt een bever ook een dam in de ridder / risico / rivier om zijn huis te beschermen. Lees de zinnen nu goed en vlot met het juiste woord. 2 Kleur deze woorden in de rivier: truc liniaal expres lucifer expert exact cement ze nog eens langzaam voor te lezen. Met name de uitspraak van experts verdient extra aandacht. (De ~t~ spreek je niet uit.) Vraag vervolgens welk woord in de zin past. Onderstreep het juiste woord: experts. Wijs erop dat de andere woorden daar erg veel op lijken. Maar als je goed kijkt, zie je toch dat de woorden anders zijn en niet passen in de zin. Laat de leerlingen in het werkboek nu zelf de zin lezen en het juiste woord onderstrepen. Laat een leerling nog een keer de zin hardop lezen. Lees de tweede zin voor en laat de kinderen hardop meelezen. Aarzel ietwat hardop denkend bij de drie woorden waaruit gekozen moet worden en lees daarna de zin met het goede woord. Vertel hoe u wikkend en wegend tot uw keuze komt. Laat de leerlingen ook nu het juiste woord onderstrepen. De kinderen bereiden nu zelf de volgende zin voor. Geef daarvoor even de tijd en vraag daarna om hardop de zin met het juiste woord te lezen. Behandel op deze manier ook de andere zinnen. Besteed bij de derde zin extra aandacht aan de woorden met c~ (uitspraak /s/) en in de laatste zin aan risico met de ~c~ (uitspraak /k/). Lees tot slot met de kinderen alle zinnen nog een keer op tempo met het juiste woord. 3 kindjesexpresmodderliniaaldammenexpertingang cementexperttruccelluciferbouwersexactburchten Lees nu de woorden die niet gekleurd zijn nog eens goed. Welk woord past bij het plaatje? Kruis het woord aan. Opdracht 2: Woordslang Lees de woorden boven aan de opdracht voor. Bespreek de leesmoeilijkheden. De ~c~ klinkt soms als /s/ en soms als /k/. De ~x~ klinkt als /ks/. En bij liniaal zie je ~iaa~ en zeg je /iejaa/. Lees de woorden vervolgens met de kinderen hardop. Laat dan de woorden door enkele kinderen goed en vlot lezen. De kinderen zoeken en kleuren deze woorden in de woordslang. Laat ze daarna ook de woorden lezen die tussen de gekleurde woorden in de slangen staan. burcht thuis cent brug truc centimeter bocht traan cement 12 34
32 Werkinstructie ➋ De leerlingen maken zelfstandig de andere opdrachten in het werkboek. Opdracht 5 maken de kinderen met een leesmaatje. Vertel dat de kinderen de woorden aan elkaar gaan voorlezen. Als de ander vindt dat een woord goed gelezen is, mag het woord gekleurd worden. Tot slot lezen de kinderen zelfstandig hoofdstuk 6 Waar bevers goed in zijn. De leerlingen kunnen individueel zelfstandig lezen, maar stimuleer ook het lezen met een leesmaatje. Kinderen die daarmee klaar zijn kunnen oefenen met Vloeiend & vlot of kunnen in hun vrije leesboek gaan lezen. Instructie Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Begeleide verwerking en oefening ➊ Opdracht 3: Woord zoeken bij plaatje Lees de woorden bij het eerste plaatje hardop voor. Lees daarna de woorden samen in koor. De kinderen zoeken welk woord bij het plaatje past. Lees en bespreek zo alle rijtjes. Laat tot slot de goede woorden nog een keer in koor lezen. Lukt dat foutloos? En ook vlot? Opdracht 4: Lees de zinnen in stukjes Lees de eerste zin overdreven duidelijk in stukjes voor. Laat daarna enkele kinderen de zin in stukjes lezen. Lees vervolgens de eerste zin vlot voor. Laat een leerling dit nadoen. Doe dat zo met alle zinnen: een kind leest de zin in stukjes, een ander kind leest daarna de zin vlot voor. Vonden de lezers het makkelijker dat de woorden in groepjes stonden? De kinderen moeten nu zelf een nieuwe, goede zin maken. De zin moet bestaan uit vier stukjes. Leg uit dat je uit elke rij een stukje moet kiezen. Ze kleuren de stukjes en schrijven de zin op. Laat tot slot enkele kinderen hun nieuwe zin voorlezen. Opdracht 5: Woord lezen en kleuren Lees de woorden voor. Lees daarna de woorden samen met de leerlingen (koor). Laat nu enkele kinderen de woorden alleen voorlezen. Vertel dat de leerlingen de woorden in tweetallen aan elkaar gaan voorlezen. Als de ander vindt dat dat goed gebeurt, mag het woord gekleurd worden. Tot slot noteren ze hoeveel woorden ze goed hebben gelezen. Opdracht 6: Lees hoofdstuk 6 Lees eerst de hele tekst hardop voor. Lees in een rustig tempo, met een passende intonatie en een duidelijke articulatie. De leerlingen volgen de tekst met hun aanwijskaart. Bespreek kort de inhoud. Geef daarna leesbeurten en laat de kinderen een voor een een stukje tekst lezen. 4 Lees de zinnen eerst in stukjes. De bevers en hun kindjes lopen gevaar als de ingang boven water komt. Bas en Martijn lopen risico als de rivier boven de dijk uitkomt. Jan en zijn vriendjes lopen risico als het water stijgt. Iris en haar moeder lopen gevaar als de brand boven het dak uitkomt. Lees de zinnen nu goed en vlot. Maak dan zelf een goede zin. Kleur vier stukjes. Schrijf de zin op. Lees de zin goed en vlot. 5 Lees elk woord goed. Heb je een woord goed gelezen? Kleur het dan. 6 video s exemplaar Lees bladzijde 20 en 21. directeur Vloeiend & vlot: Herhaling van leesmoeilijkheden Voor de Aanpak ➊-leerlingen is het belangrijk dat er regelmatig aandacht en tijd wordt besteed aan het herhalen van leesmoeilijkheden die in eerdere niveaus aan de orde zijn geweest. Hierbij kunt u gebruikmaken van Vloeiend & vlot. 13 riool mixer club Begeleide verwerking en oefening ➊ / Zelfstandig werken ➋ Afronding Afronding Laat alle leerlingen op de Loopbaan noteren wat ze deze les hebben gedaan. In de les van vandaag stonden veel woorden die moeilijk te lezen waren. Laat de kinderen in het werkboek het moeilijkste (te lezen) woord van de les kiezen. Laat elk kind dan zijn moeilijke woord lezen. Schrijf de woorden op het bord en turf hoe vaak een woord gekozen is. Welk woord wordt uitgeroepen tot het allermoeilijkste woord? Laat de woorden nog even op het bord staan en vraag de kinderen om de woorden vandaag af en toe zachtjes voor zichzelf te lezen. Vraag aan het einde van de dag of ze de woorden al een beetje makkelijker vinden. 35 Estafette M5 O, zit dat zo!
33 Toepassingsles 2 Lesdoelen Materialen Evaluatie afgelopen week Vloeiend lezen van zinnen en teksten Toepassing verworven leesvaardigheid ➊ Estafetteloper M5 Vloeiend & vlot M5, of de leestekst waarmee geoefend is in de extra leestijd Kopieerblad M5-4 Waar ben jij goed in? Boeken klassenbibliotheek Introductie Lesverloop bespreken Neem met de kinderen het verloop van deze toepassingsles door. Vertel dat u deze les begint om met de kinderen van Aanpak de opdrachten te bespreken die zij de afgelopen lessen hebben gemaakt. De kinderen van Aanpak gaan in die tijd zelfstandig werken met een kopieerblad. Vertel dat de kinderen van Aanpak eenzelfde opdracht hebben gemaakt in hun Estafetteloper. Later in de les zal deze opdracht gezamenlijk worden besproken. Vertel ook dat er deze les tijd is voor vrij lezen. De kinderen kunnen hierbij gebruikmaken van boeken uit de klassenbibliotheek. Werkinstructie Vertel de leerlingen van Aanpak dat zij nu zelfstandig gaan werken met kopieerblad M5-4. Het sluit aan op de hoofdstukken 4 t/m 6 van O, zit dat zo! die in de voorafgaande basislessen aan de orde kwamen. De kinderen maken dit blad individueel of in tweetallen. Indien nodig geeft u een korte instructie over het invullen van het kopieerblad. Leerlingen van Aanpak ➋ kunnen hierbij leesmaatje zijn van een leerlingen van Aanpak ➊. Wanneer ze klaar zijn met het kopieerblad, gaan ze vrij lezen. Introductie Instructie / Zelfstandig werken Instructie Onderhoudsoefeningen De leerlingen met Aanpak hebben de afgelopen lessen gewerkt met de Estafetteloper M5 en de omnibus O, zit dat zo!. Bekijk samen met de leerlingen aan de hand van de Loopbaan wat ze zoal gedaan hebben en bespreek kort enkele opdrachten. Besteed vervolgens aandacht aan de onderhoudsopdrachten die de leerlingen in de Estafetteloper zijn tegengekomen. Laat de kinderen de zinnen of de korte leesteksten hardop lezen en geef vooral feedback op correcte toepassing van de interpunctie. In groep 4 werd vooral aandacht besteed aan punten, komma s, vraagtekens en uitroeptekens. In groep 5 ligt het accent op het laten horen van tekst in de directe rede (gesproken tekst tussen aanhalingstekens in dialogen). In toepassingsles 11 wordt daar instructie over gegeven. Tot die tijd gaat u er op in tijdens het feedback geven, vooral als de kinderen het goed kunnen laten horen. Feedback De kinderen van Aanpak en hebben zelfstandig gelezen en gewerkt met het kopieerblad. Geef kort aandacht aan het verloop van het zelfstandig werken, zonder op de inhoud in te gaan. Zijn de leerlingen tegen problemen aangelopen bij het werken met het kopieerblad? Hoe verliep de samenwerking? Instructie / Zelfstandig oefenen Vrij lezen Vrij lezen Alle kinderen gaan nu vrij lezen in een boek naar eigen keuze. Vraag drie of vier kinderen een stukje tekst uit hun boek te selecteren om straks voor te lezen. Kinderen van Aanpak ➊ kunnen als voorleestekst ook (een deel van) de tekst nemen waarmee in de extra lessen is geoefend, of ze kiezen een tekst uit Vloeiend & vlot. Zij kunnen zich daar dan op voorbereiden, eventueel samen met een leesmaatje. Vrij lezen Leesbeleving en presentatie Presentatie Praten over leeservaringen Bespreek wat de kinderen hebben ingevuld op kopieerblad M5 4 of bij opdracht 10 op pagina 8 van de Estafetteloper. Vooral dat waar ze zelf goed in zijn komt hierbij aan bod. Deze vraag staat niet in de Estafetteloper, maar de kinderen van Aanpak kunnen natuurlijk ook vertellen waar ze goed in zijn. Kopieerblad M5-4 wordt opgenomen in het leesdossier van de kinderen van Aanpak. Presentatie De kinderen die een stukje tekst hebben voorbereid, krijgen gelegenheid om dit voor te lezen. Laat de andere kinderen feedback geven. Eerst krijgen de voorlezers pluimen (bijvoorbeeld voor het goed laten horen van de leestekens in de tekst, deze keer met name de directe rede: dialogen in de tekst) en daarna eventueel tips (punten waar ze de volgende keer aan zouden kunnen denken). 36
34 Week 2: Herhaald lezen met Vloeiend & vlot Doelen: vlot lezen van woorden, zinnen en tekst Checklist leesmoeilijkheden AVI-niveau M5 woorden met ~c~, pagina 4 t/m 9 woorden met s~ of ~ s, pagina 25, 26, 27 meerlettergrepige woorden met ~ioo~ en ~iaa~, pagina 16, 17, 18 woorden met ~x~, pagina 1, 2, 3 meerlettergrepige woorden eindigend op open lettergreep, pagina 22, 23, 24 woorden met ~y~ en ~ey~, pagina 13, 14, 15 Materialen: Vloeiend & vlot M5 Oefenen Wanneer u in de extra leestijd aandacht wilt besteden aan het oefenen van meerdere leesmoeilijkheden van AVI-niveau M5 kunt u gebruikmaken van de oefenpagina s. Vloeiend & vlot M5, pagina 31 tot en met 48. Herhaling Wanneer u in de extra leestijd aandacht wilt besteden aan het herhalen van meerdere leesmoeilijkheden van het voorgaande niveau kunt u gebruikmaken van de herhalingspagina s. Vloeiend & vlot E4, pagina 49 tot en met 60. extra leestijd Kiest u als lesinhoud pagina s bij oefenen of herhaling dan vervalt in de beschrijvingen van de leesmomenten de uitlegpagina. 15 min 15 min Extra leesmoment 1 Extra leesmoment 3 Introductie Vertel kinderen welke leesmoeilijkheid er vandaag extra aandacht krijgt. Instructie Bespreek de illustratie en de contextzin op de uitlegpagina. Wijs de kinderen op de leesmoeilijkheid en de uitspraak daarvan. Bespreek daarna de woorden bij de foto s. Lees daarna de rijtjes voor en daarna met alle kinderen hardop in koor. Geef kinderen daarna individueel een beurt. Lees vervolgens de rijtjes op de woord/zinpagina met behulp van de leesvorm: voor-koor. Laat daarna kinderen individueel lezen. Ten slotte worden ook de zinnen op deze pagina gelezen volgens voor-koor. Laat kinderen zelf even oefenen op het lezen van de zinnen. Geef daarna individuele beurten. Afsluiting Sluit af met de tekst van de tekstpagina. Lees deze tekst hardop voor en laat de kinderen fluisterend meelezen. 15 min Extra leesmoment 2 Introductie Lees de tekst van de tekstpagina hardop voor. Wijs de kinderen op de woorden met de leesmoeilijkheden. Instructie Geef een korte terugblik op de uitlegpagina en lees samen met de kinderen de woordrijtjes. Lees daarna met alle kinderen hardop de rijtjes en de zinnen van de woord/zinpagina s. Sluit af met individuele beurten: per kind een zin. Introductie Lees de tekst op de tekstpagina met de kinderen in koor. Laat kinderen hardop lezen, lees zelf ondersteunend, fluisterend mee. Instructie Laat kinderen daarna individueel fluisterend de tekst oefenen. Ga zelf bij het kind zitten dat nog de meeste fouten maakt of nog erg traag leest. Zeg het woord, waarbij het kind extreem hapert of een fout leest, voor. Afsluiting Sluit af met individuele beurten: per kind een twee- of drietal zinnen. Wie van de kinderen leest de hele tekst? 15 min Extra leesmoment 4 Introductie Begin met het voorlezen van de tekst op de tekstpagina van Vloeiend & vlot. Besteed extra aandacht aan het lezen op het juiste tempo, de intonatie en een duidelijke articulatie. Instructie Laat kinderen individueel de tekstpagina nog eens oefenen. Ga bij elk kind een kort moment zitten om te luisteren hoe het lezen verloopt. Afsluiting De kinderen krijgen een individuele beurt om de tekst voor te lezen. Kies ervoor om dit in de kleine groep te doen of voor de hele groep in de toepassingsles. U kunt hierbij gebruikmaken van de voorleesstoel. Afsluiting Lees de tekst samen met de kinderen hardop in koor. Vertel ook dat kinderen deze woorden, zinnen en tekst ook op andere geschikte momenten mogen oefenen. 37 Estafette M5 O, zit dat zo!
35 estafette h a n d l e i d i n g estafette M5 N AV IGATO R h M5 M5 a n d l e i d i n g
Zwijsen. estafette. h a n d l e i d i n g
Zwijsen estafette E6 h a n d l e i d i n g Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Met niveau E6 naar functionele geletterdheid...6 Direct aan de slag met Estafette... 7 Drie verschillende aanpakken...9
Zwijsen. estafette. h a n d l e i d i n g
Zwijsen estafette E3 h a n d l e i d i n g Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Waarom niveau E3 in Estafette?...6 Direct aan de slag met Estafette... 7 Drie verschillende aanpakken...9 Organisatie...
Zwijsen. estafette. h a n d l e i d i n g
Zwijsen estafette E5 h a n d l e i d i n g Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Direct aan de slag met Estafette...6 Drie verschillende aanpakken...8 Organisatie...9 Extra leestijd voor risicolezers...
estafette h a n d l e i d i n g N AV IG ATO R
estafette h a n d l e i d i n g estafette E4 N AV IG ATO R h E4 69667_est_hl_e4_os_nl.indd 1 a n d l e i d i n g E4 6-1-2011 10:14:47 Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Direct aan de slag met
Zwijsen. estafette. Plus. h a n d l e i d i n g
Zwijsen estafette Plus h a n d l e i d i n g Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Een doorgaande leerlijn in de bovenbouw met niveau M7, E7 en Plus...6 Direct aan de slag met Estafette... 7
Zwijsen. estafette. h a n d l e i d i n g
Zwijsen estafette E7 h a n d l e i d i n g Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Een doorgaande leerlijn in de bovenbouw met niveau M7, E7 en Plus...6 Direct aan de slag met Estafette... 7 Drie
Zwijsen. estafette. h a n d l e i d i n g
Zwijsen estafette M7 h a n d l e i d i n g Algemeen deel Inhoudsopgave Algemeen deel... 5 Een doorgaande leerlijn in de bovenbouw met niveau M7, E7 en Plus...6 Direct aan de slag met Estafette... 7 Drie
Alles over. Estafette. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Estafette Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking
Alles over. Estafette. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Estafette Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking
Werken met de Na-Kaarten
Werken met de Na-Kaarten Waarom Na-Kaarten? Estafette besteedt niet alleen aandacht aan het aanleren en onderhouden van leestechniek, ook het praten over leeservaringen neemt binnen de methode een belangrijke
lezen Hulp aan risicolezers
veilig leren lezen Hulp aan risicolezers bij Auteur: Ed Koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering en waarschijnlijk ook het Citoafnamemoment E3 afgenomen. De resultaten daarvan maken u duidelijk
Nieuw organisatiemodel voor combinatiegroepen
Nieuw organisatiemodel voor combinatiegroepen Estafette nieuw ook haalbaar in een combinatiegroep Onderwijs geven in een combinatiegroep of aan twee verschillende niveaugroepen doe je niet zomaar even.
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Lekker Lezen
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Lekker Lezen Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer
Hulp aan risicolezers
Hulp aan risicolezers bij Auteurs: Ed koekebacker Na kern 11 heeft u de eindsignalering afgenomen. Dat waren de drie kaarten van de DMT en, hoewel facultatief, meestal ook de AVI-kaarten. De resultaten
De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette
De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? De Leerkrachtassistent Estafette volgt de handleiding
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Estafette
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Estafette Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer
Estafette in een combinatiegroep
Estafette in een combinatiegroep Onderwijs geven in een combinatiegroep of aan twee verschillende niveaugroepen doe je niet zomaar even! Als leerkracht moet je immers oog hebben voor álle leerlingen. Je
Groep 4. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4
Groep 4 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 4 75% van de leerlingen beheerst niveau AVI-E4 (teksten lezen) 90 % beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot twee- en drielettergrepige
Toelichting Leerkrachtassistent
estafette Nieuw Toelichting Leerkrachtassistent De Leerkrachtassistent Estafette geeft ondersteuning bij de lessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? Technische uitgangspunten
Estafettelopers. 20 Een reis om de wereld. Een reis om de wereld. 19 Lees bladzijde 38 tot en met 41. Ga daarna door met opdracht 20.
nieuw Werken met de Estafettelopers Wat is de Estafetteloper? De Estafetteloper is een werkboek dat hoort bij de methode Estafette Nieuw. De Estafetteloper biedt zowel leerstof voor het onderhoud van de
Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8
Groep 7 en 8 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 85-95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 90% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen richten
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Leeshuis
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Leeshuis Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Goed Gelezen versie 2
VOORTGEZET TECHNISCH LEZEN Goed Gelezen versie 2 Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek implementatiekoffer
Werken met Vloeiend & vlot
NIEUW Werken met Wat is? is een uitgave waarmee leerlingen zelfstandig (individueel of in tweetallen) of onder begeleiding gericht en op maat kunnen werken aan het verbeteren en automatiseren van hun technische
Alles over. Lekker lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Werken met de Estafetteloper: Hoe te organiseren en Aanpak 3-leerlingen te motiveren
Werken met de : Hoe te organiseren en Aanpak 3-leerlingen te motiveren Binnen Estafette krijgen de goede lezers Aanpak 3. Deze aanpak biedt de kinderen de mogelijkheid om op hun eigen tempo te werken en
estafette Vloeiend & vlot Snel aan de slag! Achtergrondinformatie
estafette Vloeiend & vlot Snel aan de slag! Met Vloeiend en vlot oefent u samen met u kind altijd in drie stappen: 1. U leest de woorden, zinnen of teksten eerst zelf voor. U doet dit in een rustig tempo,
Leesfontein Leren lezen is ECHT leuk!
Leesfontein Leren lezen is ECHT leuk! Groep 4 t/m 8 Waarom Leesfontein? In de basisschool gaat veel aandacht uit naar het aanvankelijk leesonderwijs. Maar als de leerling eenmaal heeft leren lezen, wordt
Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken.
Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken. Daarom hechten wij er dan ook veel belang aan dat dit op een
Estafette. Voor scholen, peuterspeelzalen en kindercentra Inhoudsopgave. Estafette 4. Leestrainer 4. Leesclub 4. - Toneellezen* (beperkt leverbaar) 5
Estafette Leerkrachtassistent Toetssite De De Toneellezen* Estafette Estafette Voor scholen, peuterspeelzalen en kindercentra Inhoudsopgave Estafette 2 Nieuw 3 Estafette 4 Estafette 4 Leestrainer 4 Leesclub
Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2
Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 95% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen
Kwaliteitskaart Tijdschema
Kwaliteitskaart Tijdschema Tijdschema Lees- voor goed voortgezet technisch Meetlat voor goed Stel uzelf de volgende vragen om na te gaan of het leesonderwijs in orde is. Aan de hand van de geformuleerde
Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?
Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen
Alles over. Timboektoe. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Timboektoe Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking
RALFI. Aanpak voor (zeer) zwakke lezers.
RALFI Aanpak voor (zeer) zwakke lezers. Jan-Dirk Anderhalf jaar geleden was Jan-Dirk (11) voor geen goud een bibliotheek ingestapt. Hij zat met lezen muurvast op AVI-1 niveau. Althans: ogenschijnlijk.
KWALITEITSKAART. Doelen en resultaten. Voortgezet technisch lezen
KWALITEITSKAART Voortgezet technisch lezen Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteitskaart Opbrengstgericht Werken zijn te vinden op www.schoolaanzet.nl. Deze website
Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2
Leerjaar 1 en 2 vmbo-g/t Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Alle leerlingen beheersen AVI-plus Leerlingen lezen vlot woorden, zinnen en teksten vanaf niveau 1F Leerlingen richten zich op
DIFFERENTIATIE op Leesontwikkeling Vaardigheden van de leerkracht
DIFFERENTIATIE op Leesontwikkeling Vaardigheden van de leerkracht Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteitskaart zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl.
Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap. Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin. Ankers
Gebruik materialen Veilig leren lezen bij Veilig stap voor stap Auteurs: Susan van der Linden en Rosemarie Irausquin Leerkrachten op het speciaal basisonderwijs die met Veilig stap voor stap werken, maken
Afspraken mbt protocol dyslexie Van Dijckschool Bilthoven. Inhoudsopgave:
11-12-2007 Inhoudsopgave: 1. Dyslexie...3 1.1 Wat is het dyslexieprotocol?...3 1.2 Doel van het Protocol Dyslexie....3 1.3 Inhoud van het protocol...3 2. Preventie en interventiehandelingen...4 2.1 Groep
Leeshuis. Leeshuis begrijpend en studerend lezen past zowel bij de oude als de nieuwe AVI! Lekker lezen met Leeshuis!
Leeshuis Tabellenboekje nieuwe AVI-niveaus T E C H N I S C H L E Z E N Lekker lezen met Leeshuis! Leeshuis begrijpend en studerend lezen past zowel bij de oude als de nieuwe AVI! LEESHUIS TECHNISCH LEZEN
Informatie. vakgebieden. Groep 4
Informatie vakgebieden Groep 4 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode
LEERLINGEN HELPEN EFFECTIEF ANDERE LEERLINGEN
LEERLINGEN HELPEN EFFECTIEF ANDERE LEERLINGEN Peer tutoring: een effectieve methodiek om de leesresultaten en de leesmotivatie te verbeteren Dr. Kees Vernooij Lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs
Opbrengstgericht werken aan voortgezet technisch lezen
KWALITEITSKAART Taal / lezen / rekenen Opbrengstgericht werken aan voortgezet technisch lezen PO Het formuleren van concrete en toetsbare doelen is een belangrijk element van opbrengstgericht en effectief
Alles over. Timboektoe. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Timboektoe Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking
Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Inhoudsopgave. Instapweek 3. Dag 1: kennismaking 4. Dag 2: organisatie 6. Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7. Dag 4: lekker vlot lezen 10
INSTAPWEEK Inhoudsopgave Instapweek 3 Dag 1: kennismaking 4 Dag 2: organisatie 6 Dag 3: wat wordt er van de kinderen verwacht 7 Dag 4: lekker vlot lezen 10 Dag 5: leeskaarten en computerprogramma 11 2
Brochure Begrijpend lezen VMBO 1
Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 2 Inleiding Het belang van begrijpend lezen kan nauwelijks overschat worden. Het niveau van begrijpend lezen dat kinderen aan het einde van
Informatie. vakgebieden. Groep 6
Informatie vakgebieden Groep 6 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode
Juli 2015 Nieuwsbrief Veilig leren lezen, kern 12
Juli 2015 Nieuwsbrief Veilig leren lezen, kern 12 Beste ouders, verzorgers Kern 12: de basis is gelegd In deze laatste kern: is de basis voor vlot leren lezen gelegd. Kinderen zijn begonnen met het leren
Tips bij het bestellen van nieuwe boeken
Tips bij het bestellen van nieuwe boeken Versie: juni 2015 Leidseveer 2, 3511 SB Utrecht Telefoon: 088-999 0 444 Email: [email protected] Nieuwe methode aanschaffen? Dat kan nu veel voordeliger. Snappet
LESMATERIAAL BOEKVERSLAG 2.0
LESMATERIAAL BOEKVERSLAG 2.0 EEN BOEKRECENSIE SCHRIJVEN Inhoud Inleiding... 2 Verwerkingsopdracht 1... 3 Verwerkingsopdracht 2... 5 Bijlage 1: Waarom lezen?... 8 Bijlage 2: Boekenkring vragen van Aidan
Beter lezen en beleven met theaterlezen
Beter lezen en beleven met theaterlezen Iemand die met een levendige stem voorleest, geeft zich helemaal bloot. Als hij niet weet wat hij leest, is hij onwetend ondanks zijn woorden. En dat is een ramp,
Groepsplan voor technisch lezen
versie 13-10-10 Groepsplan voor technisch lezen groep: Leerkracht: Periode: Schooljaar: Ad Kappen, *gebaseerd op groepsplan Anneke Smits Hogeschool Windesheim, op groepsplan lezen Melanie Koster, Gerard
Schoolplan lezen Eerste Openluchtschool Versie 1.0 2011-2012
Schoolplan lezen Eerste Openluchtschool Versie 1.0 2011-2012 Uitgangspunten zijn: lezen moet leuk zijn / worden / blijven Kinderen moeten de gelegenheid krijgen veel te lezen -uit goede boeken -op hun
Toetsafname en beslisschema s
7. Toetsafname en beslisschema s Toetsafname en beslisschema s 7 Dit hoofdstuk gaat over de toetsen die worden afgenomen en de beslisschema s die worden gehanteerd voor het bepalen van de gewenste aanpak
Met plezier beter lezen :
Met plezier beter lezen : achtergrondinformatie bij het filmpje In de nieuwste versie van Veilig leren lezen, de kim-versie van 2014, staat technisch goed leren lezen en het ontwikkelen van leesbegrip
Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de belangrijkste tips en trucs.
R.K. Basisschool Anselderlaan 10 6471 GL Eygelshoven Tel: 045-5351434 De fijne kneepjes van het voorlezen Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de
Groepsplan voor technisch lezen gebaseerd op handelingsgericht werken.
Groepsplan voor technisch lezen gebaseerd op handelingsgericht werken. Instructiegroep: Leerkracht: Periode: Schooljaar: beheersingsniveau (boven vastgestelde doel) (op vastgestelde doel) (onder vastgestelde
D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen
DIDACTISCHE BEKWAAMHEID D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leraar motiveert leerlingen om actief aan de slag te gaan. De leraar maakt doel en verwachting van de les duidelijk zorgt
L e e s p. Presentatie. Wat is Leesparade?
Presentatie L e e s p a r a de Wat is Leesparade? Complete methode voortgezet technisch lezen Doorlopende leerlijn van groep 4 t/m 8 Lijn voor leesbegrip, leespromotie & woordenschat Passend onderwijs:
ALLES BINNEN HANDBEREIK. Mijn Malmberg Lekker Lezen
ALLES BINNEN HANDBEREIK Mijn Malmberg Lekker Lezen Mijn Malmberg Een unieke servicesite voor de leerkracht, boordevol inspiratie en extra s bij de lesmethodes. U haalt als leerkracht graag het beste uit
Informatie. vakgebieden. Groep 5
Informatie vakgebieden Groep 5 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode
Meer doen met de rijtjesboeken
Lijn 3 Meer doen met de rijtjesboeken Meer doen met de rijtjesboeken De rijtjesboeken bij Lijn 3 zijn een belangrijk hulpmiddel bij het automatiseren en vlot lezen van woorden (zie bladzijde 28 en 29 van
Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen?
Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen? In groep 5-6 nemen kinderen steeds vaker werk mee naar huis. Vaak vinden kinderen het leuk om thuis aan schooldingen
Vrij lezen groep 4. Doelen eind groep 4
Vrij lezen groep 4 Doelen eind groep 4 Leerlingen hebben plezier in voorgelezen worden hebben plezier in lezen en voorlezen hebben belangstelling voor verhalende teksten (waaronder poëzie) en informatieve
Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Wijzer! Natuur en techniek Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken.
Resultaten van het eerste gebruikersjaar met Veilig leren lezen-kim overtreffen landelijk gemiddelde en de 2 e maanversie
Resultaten van het eerste gebruikersjaar met Veilig leren lezen-kim overtreffen landelijk gemiddelde en de 2 e maanversie In het schooljaar 2014-2015 is de vernieuwde versie van Veilig leren lezen de kimversie
Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5. Mariët Förrer
Interventieperiode november februari groep 1 tot en met 5 Mariët Förrer November - februari Doelen en accenten per groep Rol van intern begeleider / taalcoördinator IB en TC ook in deze periode Bewaken
Checklist technisch lezen onderwijs en leesmethodes
Checklist technisch lezen onderwijs en leesmethodes Goed kunnen lezen is in onze samenleving een voorwaarde voor succes. Goed leesonderwijs op de basisschool is daarom belangrijk, maar hoe ziet dat eruit?
Aanvankelijk en voortgezet technisch lezen. Werkconferentie 24 september 2014 Ebelien Nieman. [email protected] www.niemantaal.nl
Aanvankelijk en voortgezet technisch lezen Werkconferentie 24 september 2014 Ebelien Nieman [email protected] www.niemantaal.nl Doel Aan de slag met je eigen leespraktijk didactiek informatie leerlijnen
Alles over. Wijzer! Geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Wijzer! Geschiedenis Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In
De ontwikkelde materialen per unit.
Handleiding. Dit is de handleiding voor het remediërende programma voor de leeszwakke leerling bij het vak Engels. De hulpmiddelen zijn ontwikkeld voor leerlingen die bij de toetsen technisch lezen uitvallen
Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen.
Informatie over de gang van zaken in leerjaar 5 Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen. ALGEMEEN Het allerbelangrijkste vinden wij dat de kinderen
LESMATERIAAL BOEKVERSLAG 2.0
LESMATERIAAL BOEKVERSLAG 2.0 EEN STOP MOTION FILMPJE OVER EEN BOEK MAKEN Inhoud Inleiding... 2 Handleiding bij de les boekverslag 2.0 STOP MOTION... 3 Werkblad 1: welk boek heb je gelezen?... 5 Werkblad
3. Lees om de beurt een rijtje, een zin of een stukje. 6. Kies nu een leeslijst uit de map naar keuze.
Race lezen 1 leesracemap 1 timer 1. Neem een leesracemap naar keuze. 2. Neem elk een leesbundel uit de map. 3. Lees om de beurt een rijtje, een zin of een stukje tekst. 4. Wissel de rollen om. Nu heb je
Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Wijzer! Natuur en techniek Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken.
Alles over. Veilig stap voor stap. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Technisch lezen. Wat is technisch lezen?
Technisch lezen Wat is technisch lezen? Technisch lezen is het verklanken van woorden en zinnen. Goed technisch kunnen lezen is een voorwaarde voor alle andere aspecten van lezen. Nadat er in de onderbouwgroepen
STATION ZUID. Handleiding digibordsoftware
STATION ZUID Handleiding digibordsoftware Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Inloggen 4 2. De methodeportal 4 3. Algemene functionaliteiten van de digibordsoftware 4 4. Opbouw digibordlessen Station Zuid 4 5.
De nieuwe AVI-toetsen en AVI-bepalingen
De nieuwe AVI-toetsen en AVI-bepalingen Het leren lezen van kinderen begint met een goede technische leesvaardigheid. Dit is een essentiële voorwaarde voor begrijpend lezen. Het is belangrijk dat kinderen
Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4. Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2:
Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4 Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2: Leerlingen raken vertrouwd met het presenteren voor een groep Leerlingen raken vertrouwd
Taaljournaal, tweede versie
SPELLING Taaljournaal, tweede versie Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en
kwaliteitskaart opbrengstgericht werken op groepsniveau Leesverbeterplan Enschede.
kwaliteitskaart opbrengstgericht werken op groepsniveau Leesverbeterplan Enschede. Datamuur en groepsplan: en tijd. Groep Verkorte Groep Basis niveau A-B C D-E Doel Minimaal 3 AVIniveaus Minimaal 3 AVIniveaus
kwaliteitskaart opbrengstgericht werken op groepsniveau Leesverbeterplan Enschede.
kwaliteitskaart opbrengstgericht werken op groepsniveau Leesverbeterplan Enschede. Datamuur en groepsplan: en tijd. Groep Verkorte Groep Basis niveau A-B C D-E Doel Minimaal 3 AVIniveaus Minimaal 3 AVIniveaus
Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme
Veilig & vlot: resultaat met enthousiasme Huub Lucas Het is ongetwijfeld het belangrijkste leermiddel van de kim-versie van Veilig leren lezen: Daarom wordt in de methode dagelijks met Veilig & vlot gewerkt.
Mijn digitale leesrugzak
Het hele schooljaar heb ik hard gewerkt op school. Een heerlijke lange zomervakantie heb ik zeker verdiend. Ik ben een lezer geworden en wil een lezer blijven. In mijn digitale leesrugzak zitten heel veel
Kern 9: moeder-geluk-eerlijk
Kern 9: moeder-geluk-eerlijk Dit leert uw kind in deze kern: Uw kind leert vooral woorden met twee lettergrepen. Uw kind leert hoe woorden als 'moe-der', 'geluk', 'eer-lijk', 'bui-ten', 'ver-haal', 'schat-tig',
en 2 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1
en 2 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 2 Inleiding Het belang van begrijpend lezen kan nauwelijks overschat worden. Het niveau van begrijpend lezen dat kinderen aan het einde
Informatieavond groep 3/4 september 2014
Informatieavond groep 3/4 september 2014 Welkom Voorstellen juf Marjolein meester Wim Doel van de avond Werkwijze in de klas Dagritme Zelfstandig werken Computer Hulp vragen Taakje in de klas Een aantal
Klaar met tutorlezen? Nog lang niet!
Klaar met tutorlezen? Nog lang niet! In 7 stappen! Vandaag plannen! Morgen beginnen! Terry van de Beek Klaar met tutorlezen? Nog lang niet! In 7 stappen naar effectief tutorlezen op uw school. Gebaseerd
Kern 3: doos-poes-koek-ijs
Kern 3: doos-poes-koek-ijs In deze kern leert uw kind: Letters: d - oe - k - ij z Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep Herhaling van de letters van kern 1 en 2 Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden
Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting
Zwijsen Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting Inhoud Inleiding 3 Materialen 3 Voor het eerst naar school 4 Doelstelling 4 Opbouw prentenboek en plakboek 4 Werkwijze 5 Ouders 5 2 Inleiding Voor
Visie leesbevordering
Visie leesbevordering Leesbevordering zien we als basis van het totale leesonderwijs Zonder aandacht voor leesbevordering mist het technisch lezen een belangrijke stimulans. Leesbevordering is dus niet
Handleiding Snappet vervanging
Handleiding Snappet vervanging Hulp bij het bestellen van nieuwe boeken. Versie: mei 2014 Leidseveer 2, 3511 SB Utrecht Telefoon: 088-999 0 444 Email: [email protected] Rekenen met Snappet De leerlingen
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 1 ALGEMENE HANDLEIDING BLIKSEM
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD ALGEMENE HANDLEIDING BLIKSEM. Wat is BLIKSEM en voor wie is het bedoeld?.2 Wetenschappelijke onderbouwing.2. Wat is er bekend uit onderzoek naar effectieve begrijpend leesinstructie?.2.2
VRAGENLIJST PRIMAIR ONDERWIJS DYSLEXIEMONITOR
VRAGENLIJST PRIMAIR ONDERWIJS DYSLEXIEMONITOR INHOUDSOPGAVE Zorgniveau 1: Goed lees- en spellingonderwijs Stap 1: Leestijd blz. 3 Kwaliteit instructiegedrag blz. 3 Klassenmanagement blz. 4 Stap 2: Juist
Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands ? - + +
Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands? - + + De gebruikte methoden stellen duidelijke (toetsbare) doelen en leerlijnen voor begrijpend lezen. Zwakke lezers krijgen een aanvullend
OPBRENGSTGERICHT WERKEN. Handleiding groepsoverzicht en groepsplan. versie 1
OPBRENGSTGERICHT WERKEN Handleiding groepsoverzicht en groepsplan versie 1 auteur Tjalling Brouwer Handleiding groepsoverzicht en groepsplan Lekker Lezen Inhoud 1 Invullen van het groepsoverzicht 2 Opstellen
CBS Maranatha. Doel: Hoogklei 7, 9671 GC Winschoten Dyslexieprotocol 2013 aangepast sept.14
CBS Maranatha Hoogklei 7, 9671 GC Winschoten Dyslexieprotocol 2013 aangepast sept.14 Doel: Doel van ons dyslexieprotocol is een zo goed mogelijke begeleiding van leerlingen met (dreigende) leesproblemen.
