De koeien van boer Jan
|
|
|
- Adriana Femke Beckers
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1
2
3 Boerderij in de Kijker De koeien van boer Jan groep 3 / 4
4 Colofon De koeien van boer Jan is een onderdeel van boerderij in de Kijker, een project op initiatief van de Agrarische natuurvereniging, uitgevoerd i.s.w.m. Stromend water, Natuur en Milieucommunicatie van de gemeente Utrecht en de Milieudienst Noord-West Utrecht. De koeien van boer Jan is ontwikkeld door Bart de Koning in opdracht van de Milieudienst Noord-West Utrecht. Tel:
5 Inhoud Overzicht van de materialen 4 Inleiding 5 Leeswijzer 5 Algemeen doel 5 Specifieke leerdoelen 5 Organisatie 5 Het verhaal: De koeien van boer Jan 6 Draaiboek (verloop van de lessen) 8 Bijlage 1 Instructie voor de begeleiders van school 13 Bijlage 2 Over Verhalend Ontwerpen 15 Bijlage 3 Opdrachtkaarten Los bijgeleverde woordplaten
6 Overzicht van de materialen Materiaal voor op school handleiding woord- en beeldplaten Materiaal op de boerderij set kijkplaten van landbouwmachines set foto s voor puzzel melkput 6 mapjes met opdrachtkaarten (kan per boer variëren) 1 kunstkoe om te melken 7 emmers 1 doosje krijtjes stuk touw voor de foto s melkput wasknijpers (voor de puzzel in de melkput) 2 visnetten 1 witte bak 1 kruiwagen (van de boerderij) 4 harkjes 6 bezems 8 schepjes
7 Inleiding Via de lessen van Boerderij in de kijker worden leerlingen uitgenodigd kennis te maken met een boerderij in de Utrechtse Venen (Groene Hart). Er zijn totaal 17 boerenbedrijven, waarvan 1 fruitteler, 16 melkveebedrijven (waaronder 1 kaasmaker), die allen aantrekkelijke educatieve activiteiten bieden. Deze boeren en boerinnen hebben een passie voor hun vak, kennen hun dieren en het omliggende gebied en willen hun enthousiasme voor het boer zijn graag met de leerlingen delen. Voor dit project Boerderij in de kijker zijn er twee lesprogramma s ontworpen. Er zijn lessen ontwikkeld voor de groepen 3 en 4: De koeien van boer Jan. Deze lessen zijn vooral gericht op de beleving van de boerderij en de dieren. De andere lessen Superboer voor groepen 5 en 6 is gericht op de producten, die op een boerderij geproduceerd worden. Leeswijzer Deze lessenserie is een eenvoudig verhalend ontwerp. Een verhalend ontwerp bestaat een verhaallijn met episodes en sleutelvragen. Dit kunt u vinden in Het verhaal en Het draaiboek. In Bijlage 2 Over verhalend ontwerpen kunt u meer lezen over verhalend ontwerpen. Algemeen doel Aan het eind van de lessenserie hebben de leerlingen zich een beeld gevormd van wat een boerderij is, wat een boer doet, welke dieren er rondlopen en wat die dieren voor de leerlingen en voor de mensen betekenen. De leerlingen tonen meer waardering voor het platteland/ of voor de boerderij. Specifieke leerdoelen De leerlingen beleven de sfeer, de geuren en de dieren van de boerderij, de stallen en het land eromheen. De leerlingen doen eenvoudige onderzoekjes naar het gedrag van dieren. Zo komen zij er achter wat dieren nodig hebben om gezond en tevreden te zijn. De leerlingen weten dat koeien individueel van elkaar verschillen. De leerlingen kunnen minimaal drie werkzaamheden van de boer aangeven, die met de zorg voor de dieren te maken hebben. Organisatie Voorbereiding Begin ongeveer een week van tevoren met de voorbereidende lessen over de boerderij. Regel op tijd begeleiders (minimaal een ouder per zes leerlingen) en vervoer naar de boerderij. Geef elke begeleider een kopie van bijlage 1: Instructie begeleiders Koppel een groepje leerlingen aan een begeleidende ouder. Vaak is het handig om uzelf vrij te roosteren, zodat u de ouders kunt begeleiden en het contact met de boer of boerin kunt onderhouden. Denk aan de regelgeving wat betreft veiligheid en organisatie, die de school stelt voor het doen van uitstapjes als deze boerderijles. Op de boerderij De boer ontvangt de hele groep leerlingen op de boerderij. Hij of zij vertelt kort iets over de boerderij en vertelt waar de groepjes leerlingen mogen komen. Elke groep gaat samen met een ouder en een klapper met kijk- en doe kaarten op pad. Elke kijk- en doe kaart is gekoppeld aan een bepaalde plek op de boerderij. Er staan verschillende opdrachten op. Niet elke opdracht is op elk moment en op elke boerderij mogelijk. Staat er een rode sticker voor een opdracht, dan is deze opdracht niet uitvoerbaar. De klapper heeft per groepje een andere volgorde, zodat de groepjes elkaar niet in de weg lopen bij het uitvoeren van de opdrachten. De leerkracht loopt rond, helpt de begeleiders en onderhoudt contact met de boer. Ongeveer een half uur voor vertrek zorgt de leerkracht dat de alle leerlingen op een afgesproken plek bij elkaar komen. De leerkracht geeft leerlingen de beurt om de afgesproken vragen aan de boer te stellen.
8
9 Het verhaal: De koeien van boer Jan Episode 1: De boer zorgt goed voor zijn koeien Ik hoorde over een boer hier in het Groene Hart. Hij heet Jan. Hij heeft een heleboel koeien. Boer Jan noemt ze altijd mijn dames, omdat het allemaal vrouwen zijn 1. De dames geven alleen veel melk als je goed voor ze zorgt. En, omdat de melk eigenlijk voor de kalfjes is, moet de koe elk jaar een kalfje krijgen. Boer Jan zorgt heel goed voor z n koeien. Ze krijgen het lekkerste eten. s Zomers grazen de koeien in de wei. Maar als het buiten te koud is, blijven ze in de stal. Daar krijgen ze hooi of kuilgras. Dat is gras dat de boer al eerder heeft gemaaid. Af en toe krijgen ze ook brokken. Daar worden de dames groot en sterk van. Boer Jan, melkt de koeien twee keer per dag. Om zes uur s ochtends en nog een keer om zes uur s avonds. Elke morgen begroet Jan elke koe. Hij kent ze allemaal bij naam. Hoe hij dat onthoudt? Nou jullie kennen toch ook alle leerlingen in je klas? Ze zien er allemaal anders uit en ze doen ook anders. Bertha 2 heeft bijvoorbeeld zwarte vlekken bij haar poten. Het is net of ze sokken aan heeft. Ze kijkt altijd een beetje dromerig. Clara 6 is een beetje een trotse koe. Ze kijkt heel trots uit haar ogen en ze weet dat iedereen haar mooi vindt. Ze heeft een prachtig glanzende vacht en je herkent haar aan het kleine vlekje bij haar neus. 1. Mannetjes heeft de boer niet nodig: die geven immers geen melk. Elk jaar krijgt de koe een kalfje. Als dat een mannetje (stier) is, verkoopt boer Jan deze aan een boerderij die de stieren dik laat worden voor de slacht. Dan wordt er vlees van gemaakt. Episode 2: De boer verstaat koeientaal Jullie kennen boer Jan en z n koeien nu heel goed. Op een dag overkwam hem iets heel bijzonders. Iets dat maar heel weinig boeren ooit hebben meegemaakt. Zoals elke ochtend liep hij de stal in om de koeien te melken. Dag Bertha, dag Gerda Af en toe loeide de boer als een koe, dat vond hij leuk. Plotseling hoorde hij stemmen over hem praten. Kijk, daar is boer Jan weer O, wat fijn hij gaat ons melken. Mijn uier doet al een beetje pijn omdat er zoveel melk in zit. Het is vast wel 15 liter deze keer. Wat is dat nu weer? Hoe kan dat nou? Ik kan ze verstaan? Hoor ik het goed? Oei daar staat Clara 6. Die is misschien boos op mij? Gisteren heb ik namelijk haar kalfje weggehaald. Want zo gaat dat bij koeien. 2 De melk is voor de mensen. Maar wat denkt Clara daarvan? Clara loeit nog eens klagelijk: Hm... ik mis mijn kleine kalfje. Hoe zou het met haar zijn? Volgens Bertha 2 staat ze apart in een hok, maar krijgt ze wel op tijd haar melk gelukkig maar. Boer Jan was blij dat Clara niet boos op hem was. Ik zal m n oren goed gebruiken, misschien kom ik nog veel meer te weten over koeien. Iets wat andere boeren niet weten. Dan word ik een nog betere koeienboer. Hij maakte zich wel een beetje zorgen. De koeien moesten er natuurlijk niet achterkomen dat hij ze afluisterde. Hebben jullie enig idee wat de koeien allemaal zouden vertellen? En de andere dieren, verstond boer Jan die ook? Nee, een schaap met haar lammetjes zeiden gewoon bèè, bèè. En de katten miauwden als altijd. 2. De melk van de koe is eigenlijk bedoeld voor de kalfjes. Daarom moet een koe elk jaar een kalfje krijgen, anders geeft ze geen melk meer. De kalfjes worden na een paar dagen bij de koe weggehaald. Het kalfje krijgt melk uit een speenemmer. De melk van de moeder wordt verkocht aan de melkhandel. Moeder en kalf zijn hier aan gewend. Het is moeilijk te zeggen, of zoiets zielig is.
10 Episode 3: We zijn uitgenodigd op een boerderij! We gaan nu op bezoek bij boer 3. Boer Jan heeft het te druk met andere dingen. Boer. vertelde dat hij de beesten niet kan verstaan, maar dat hij wel vaak begrijpt wat ze van hem willen. Dat komt door zijn ervaring met het werken met koeien, vertelde hij. Wat willen we allemaal weten van de boer? Kunnen we vragen bedenken? 3 U weet bij welke boer u op bezoek gaat, vertel de leerlingen hoe de boer heet, en misschien iets over zijn boerderij, familie en beesten. Episode 4: Bezoek aan de boerderij De leerlingen kijken hun ogen uit op de boerderij. Op zes plekken rond de boerderij gaan ze kijken en opdrachten doen. Ze mogen ook nog de boer helpen, misschien de kalfjes melk geven en zo mogelijk ook nog op de tractor zitten. Na afloop zorgt de leerkracht dat de leerlingen hun vragen kunnen stellen aan de boer. Veel wijzer over boerderijbeesten en enthousiast, gaan de leerlingen terug naar school. Episode 5: Hoe liep het af met boer Jan, die zijn koeien kon verstaan Je wilt nu natuurlijk weten hoe het afliep met boer Jan, die z n koeien kon verstaan. Na een paar dagen kon hij ze steeds slechter verstaan. Het leek steeds meer op gewoon loeien. Na een week verstond hij er niks meer van. Zulk soort dingen gebeuren, dacht boer Jan. Eigenlijk vond hij het niet zo erg, want hij hoorde bijna niks nieuws. Hij kende z n koeien zo goed dat hij het toch allemaal al wist. Wij hebben ook heel goed gekeken naar de koeien en naar de andere dieren op de boerderij. Misschien nog niet genoeg om de dieren echt te kennen, maar we weten er nu wel heel veel over. Bijvoorbeeld wat voor geluiden een koe maakt, wat voor geluiden andere boerderijdieren maken, hoe jonge poesjes achter hun moeder aanlopen. We weten nu ook wel een beetje wat de boer de hele dag doet. Hebben we wat nieuws geleerd? We maken opnieuw tekstballonnen van de koeien. We schrijven er nog een keer bij wat de koeien denken. Is er verschil met de koeien die je tekende voordat we naar de boerderij gingen?
11 Draaiboek (verloop van de lessen) Episode 1: Boer Jan zorgt goed voor z n koeien Verhaallijn Sleutelvragen Leeractiviteiten Middelen Organisatie Opening (10 min.) Boer Jan zorgt goed voor z n koeien. Hij kent ze allemaal bij naam. Hij weet hoe ze eruit zien, of ze dromerig, ijdel of bazig zijn en ook hoe ze zich voelen en of ze gezond zijn. Etc.. N.v.t. Luisteren Verhaal De leerkracht vertelt. Klassengesprek (10 min.) Wie is er wel eens op een boerderij geweest? Wat voor dieren zijn er op een boerderij? Hoe zou de boer de koeien uit elkaar kunnen houden? Hoe groot denk je dat een koe is? Onbekende woorden bespreken m.b.v. woordplaten. De leerlingen vragen zich af hoe het is op een boerderij. Ze denken na over hoe een boer de koeien kan herkennen en kan zien hoe de koeien zich voelen. Woordplaten: hooi, Kuilgras, etc. De leerkracht begeleidt het klassengesprek. Wie is boer Jan? (40 min.) De leerlingen bedenken wie boer Jan is, hoe hij er uit ziet en hoe de boerderij er uit ziet. Of hij een vrouw en leerlingen heeft. En welke dieren er op de boerderij zijn. Wat zou een boer de hele dag doen? Hoe zou de boer er uit zien? Hoe ziet z n huis eruit? En z n familie? Vertellen. Daarna schilderen de leerlingen de boer, zijn familie en de boerderij. Tekenpapier Verf Kwasten Zorg voor verf, schorten, kranten, tafelgroepen etc. Zorg dat u een muur vrij heeft om het werk van de leerlingen te presenteren.
12 Episode 2: Boer Jan kan de koeien verstaan Verhaallijn Sleutelvragen Leeractiviteiten Middelen Organisatie Opening (10 min.) Boer Jan kan de koeien verstaan. Hij is benieuwd over wat ze te vertellen hebben. Met die koeienkennis kan hij een nog betere boer worden. N.v.t. Luisteren Verhaal De leerkracht vertelt. Klassengesprek (20 min.) Waar zouden koeien over praten (als ze praten konden)? Als jij de dieren verstaat, zou jij dat aan ze laten merken? (waarom wel/ waarom niet?) Wat zou jij graag van de koeien willen weten? Extra bonusvragen: Hoe zou het zijn voor een moederkoe als een kalfje wordt weggehaald? Is het zielig dat stierkalven worden vetgemest voor de slacht? Hoe kom je er dan achter hoe ze zich voelen? De leerlingen vragen zich af waar de koeien met elkaar over praten. Zaken als melken, uiers, kalfjes en geboorte komen aan bod. Verder wat een koe allemaal meemaakt. Bv. een dagje in de wei, het weghalen van een kalf, een ontmoeting met een grutto of met de boerderijkat. Woordplaten: Melkmachine Uier Geboorte kalf Speenemmer Vervolgens klassengesprek met woordplaten. Waar zouden de koeien over praten? (30 min.) De leerlingen tekenen, knippen en verven grote koeien. Ze knippen tekstballonnen waarop ze schrijven wat de koeien bezighoudt. De koeien met tekstballonnen hangen ze aan de muur. Waar zouden koeien over praten (als ze praten konden)? De leerlingen maken met z n allen de koeien van boer Jan. Elk kind maakt z n eigen koe. Uiteindelijk plakken de leerlingen alle koeien op de muur. Dan bedenken ze wat de koeien bezighoudt. Ze schrijven in tekstballonnen (op papier) wat de koe zegt. De leerkracht begeleidt leerlingen die nog niet kunnen schrijven. Knutselmaterialen, papier, verf, vrije muur in de klas. Voorgeknipte tekstballonnen Plakband Knip tekstballonnen uit voor alle leerlingen. Laat leerlingen eigen koeien maken. Help ze bij het opschrijven in de tekstballonnen. Help ze bij het opplakken op de muur.
13 Episode 3: We gaan op bezoek bij een boerderij Verhaallijn Sleutelvragen Leeractiviteiten Middelen Organisatie Opening ( 5min.) Boer Jan heeft het veel te druk om groepen te ontvangen. Maar we zijn wel uitgenodigd bij een andere boerderij. Wat willen we weten van de koeien en de andere boerderijbeesten? Wat voor vragen hebben we voor de boer? Luisteren Verhaal De leerkracht vertelt. Vragen bedenken (20 min.) Wat willen we allemaal vragen aan de boer? Wat willen we allemaal zien op de boerderij? De leerlingen bedenken met elkaar wat ze willen zien op de boerderij. De leerlingen bedenken met elkaar vragen die ze willen stellen aan de boer. De leerkracht schrijft op een vel papier de vragen van de leerlingen op met de naam van de vragensteller er achter. Vervolgens klassengesprek De leerkracht inventariseert de vragen. Probeer de leerlingen vragen te laten bedenken over de omgang van de boer met z n dieren. Een aantal persoonlijke vragen mag er ook tussen zitten. Regels en organisatie (10 min.) Hoe moeten we ons voorbereiden op het bezoek aan de boerderij? (warme kleren die vies mogen worden, stevige schoenen of laarzen). Hoe zorgen we ervoor dat de koeien en andere dieren ons ook lief vinden? (gedrag op de boerderij. Ze bedenken hoe het zal zijn op de boerderij en hoe ze zich daarop moeten voorbereiden.
14 Episode 4: De leerlingen bezoeken een boerderij Verhaallijn Sleutelvragen Leeractiviteiten Middelen Organisatie Opening (10 min.) De leerlingen kijken hun ogen uit op de boerderij. Dan vertelt de boer zijn verhaal. Wat gaan we meemaken op de boerderij? Hoe zouden de koeien er in het echt uitzien? Zien ze er ongeveer zo uit als we ons hadden voorgesteld? Hoe is het om de koeien, paarden, etc.te verzorgen? Leerlingen luisteren naar inleiding van de boer Opdrachtencircuit (60 min.) Ze mogen de boer helpen met een klusje. Misschien mogen ze zelfs de kalfjes melk geven, kijken als een koe wordt gemolken of op de tractor zitten. N.v.t. De leerlingen doen allerlei kijk-, doe- en zorgopdrachten op de boerderij. Ze gaan onder begeleiding in groepjes de opdrachten doen en krijgen daarvoor een opdrachtenklapper mee. (In elke klapper zitten zes tot acht kijk- en doeplaten voor verschillende locaties rond de boerderij.) 6 Klappers met elk 6-8 kijk- en doeplaten. Afhankelijk van de opdrachten extra materiaal. Elke kijk- en doeplaat is voor een andere plek rond de boerderij. Groepsbegeleiders doen met de leerlingen de opdrachten. Bij de zorgopdrachten zet de boer de groepjes aan het werk. De klappers zijn allemaal in een andere volgorde. Zodat de groepjes elkaar niet in de weg lopen. Vragenstellen (20 min.) Na afloop stellen de leerlingen hun vragen aan de boer. Veel wijzer over boerderijbeesten en enthousiast, gaan de leerlingen terug naar school. N.v.t. Onder begeleiding van de leerkracht stellen leerlingen hun vragen aan de boer. De leerkracht geeft de leerlingen de gelegenheid om hun vragen aan de boer te stellen.
15 Episode 5: Hoe liep het af met boer Jan? Verhaallijn Sleutelvragen Leeractiviteiten Middelen Organisatie Opening (10 min.) De leerlingen willen graag weten hoe het afliep met boer Jan, die z n koeien kon verstaan. Na een paar dagen kon hij ze steeds slechter verstaan. Het leek steeds meer op gewoon loeien. Na een week verstond hij er niks meer van. Eigenlijk had hij ook niet zoveel nieuws gehoord. Hij kende z n koeien zo goed dat hij het toch allemaal al wist. Klassengesprek (15 min.) Wij weten nu veel over koeien, maar ook over de andere dieren van de boerderij en van het boerenberoep. Wat weet je nu over koeien en andere boerderijbeesten dat je eerst nog niet wist? Weet je nog dat je de koe iets hebt laten zeggen? Wat zou jij jouw koe nu laten zeggen? Kan jij nu alle koeien herkennen? Welke koe herinner jij je nog het best? Wat voor dieren waren er allemaal op de boerderij? Zou je zelf boer willen worden? Waarom wel? Waarom niet? De leerkracht vertelt over boer Jan. Aan de hand van de sleutelvragen praten de leerlingen na over het bezoek aan de boerderij (klassengesprek) Activiteiten (20min.) Je hebt jouw koe wat laten zeggen. Zou je, nu je de koeien beter kent, ze wat anders laten zeggen? We gaan nieuwe tekstballonnen maken. De leerlingen schrijven een nieuwe tekst in de tekstballonnen, naar aanleiding van wat ze hebben geleerd over de koeien. De oude tekstballonnen worden vervangen. Voorgeknipte tekstballonnen, stiften Tekstballonnen voorknippen. Zorgen voor stiften en plakband om de ballonnen op te plakken.
16 Bijlage 1 Instructie voor de begeleiders van school Als begeleider helpt u de leerlingen bij het doen van de opdrachten op de boerderij. In deze instructie krijgt u enige tips om uw leerlingen enthousiast te begeleiden. Voor uw groepje krijgt u een klapper met de opdrachten. Vooraf loopt de boer met de hele groep langs alle opdrachten of u krijgt een plattegrond waarop de locatie van de opdrachten staat aangegeven. Hij of zij vertelt u waar de opdrachten gedaan kunnen worden en met welke opdracht u begint. Het is niet nodig om alle opdrachten te doen. Laat de leerlingen vooral zelf ervaren, maar verlies ze ook niet uit het oog. Activiteit Wie doet wat u? Opmerkingen / organisatie Ontvangst van de leerlingen U helpt de leerlingen met het wegzetten van de fietsen of loopt samen met de leerlingen naar de ontvangstplek. U zorgt er mede voor dat de leerlingen rustig gaan zitten (meestal strobalen). Inleiding De boerin of boer vertelt. U krijgt de klappers uitgereikt + evt. een plattegrond van de boerderij. Korte rondleiding: Wie, wat en waar. Opdrachten uitvoeren Vragen rondje Afsluiting (eventueel cadeautje geven) z.o.z. De boer of boerin loopt rond en vertelt. Samen met de leerlingen loopt u rond en voert de opdrachten op de opdrachtbladen van de klapper uit. Op de eventuele plattegrond staat waar u de opdrachten kunt vinden. Bij elke opdracht staat een emmer met benodigde materialen. Doe de opdrachten. Wees zelf enthousiast en betrokken. De leerkracht geeft de beurten. De boer of boerin geeft de antwoorden. Help eventueel uw leerlingen bij het voorlezen van de vraag. Taak van de leerkracht Dit onderdeel is juist voor u als begeleider. U weet waar u welke opdracht kunt doen. Let op de vermelde bijzonderheden. Over elke opdracht doet u ongeveer 10 minuten. Of deze instructie Als een groepje nog bezig is met materiaal, kiest u eventueel voor een andere opdracht, die u nog niet heeft gedaan. Of deze instructie anders is het tegenstrijdig Als u al lang bezig bent en een ander groepje wacht op u, rond dan af en start met een nieuwe opdracht. U helpt mee om de leerlingen rustig te laten zitten in de ontvangstplek. Terug lopen naar de fietsen of auto s
17 Informatiekaart Opdrachten Koeien van boer Jan Dit kunt u kopiëren voor de ouders die begeleiden als extra informatie bij twee opdrachten. Opdracht Bij het Jongvee De koe krijgt meestal elk jaar een kalfje. De boer probeert dat zo te regelen. Vier à zes weken voordat de koe een kalfje krijgt, wordt de koe niet meer gemolken. Nadat het kalfje geboren is, gaat de koe weer veel melk geven. De boer kan niet alle kalfjes houden. De stierkalfjes worden verkocht aan een bedrijf, waar de kalfjes blijven tot ze zwaar genoeg zijn voor de slacht. De vaarskalfjes blijven op de boerderij. Als er teveel zijn, dan verkoopt de boer ze aan andere melkveehouders. De beste kalfjes houdt de boer zelf. Koeien tot twaalf maanden worden kalfjes genoemd. Daarna, tussen de twaalf maanden en twee jaar worden zij pinken genoemd. Als de koe voor de eerste keer gekalfd heeft, wordt zij het een melkvaars genoemd. Kalfjes worden meestal één à twee dagen na de geboorte apart gezet. De boeren doen dit om te voorkomen, dat het kalfje en de moederkoe zich teveel aan elkaar gaan hechten. De moederkoe en het kalfje worden verdrietig, als zij lang bij elkaar gestaan hebben en daarna gescheiden worden. Als de kalfjes wat ouder zijn, komen ze met meerdere kalfjes bij elkaar in een hok met stro. Stro bestaat uit gedroogde stengels van bijvoorbeeld rogge of tarwe. De kalfjes drinken biest. Dat is de eerste melk van de moederkoe. Na ongeveer een week, krijgen zij gewone melk of maakt de boer een soort melkpap. Ze krijgen wel vier liter op een dag. Na een maand krijgen zij ook kleine brokjes en hooi. De kalfjes vinden hooi ook lekker. Hooi is gedroogd gras. Als ze nog ouder zijn, krijgen ze kuilgras. Opdracht In de koeienstal Het gedeelte in de stal waar de koeien wonen, bestaat uit meerder delen: In het ene gedeelte liggen planken met spleten op de vloer. Hier staan de koeien. De poep en plas zakken door de spleten heen en komen in de mestkelder terecht. Met een schuif wordt een paar keer per dag de vloer schoon getrokken. De poep die nog niet door de spleten was gezakt, verdwijnt dan alsnog. Het tweede gedeelte zijn de plaatsen, waar de koeien kunnen liggen. Hier gaan ze liggen om te slapen en om te herkauwen. Op de vloer van dit gedeelte ligt meestal zaagsel. Da s lekker warm en zacht voor een koe. Het derde gedeelte is de voergang. Dit is het gedeelte voor het voerhek, waar de boer kuilgras, maïs of hooi voor de koeien neer kan zetten. De koeien drinken uit grote waterbakken of uit kleine drinkbakjes. Als zij met hun neus op een klep duwen, komt er vers water in de bak. De koeien steken hun kop door het voerhek, als ze hooi of kuilgras willen eten. Heeft de koe zin in brokken of krachtvoer, dan loopt zij naar een soort pinautomaat of voerautomaat in de stal. De koe heeft een chipkaart om de hals. De pinautomaat leest op de chipkaart af hoeveel brokken de koe per keer mag. Die hoeveelheid valt dan in een voederbak. De hoeveelheid brokken is afhankelijk van de hoeveelheid melk die de koe geeft: hoe meer melk, hoe meer brokken. Als een koe gaat herkauwen, gaat ze meestal liggen. Als je goed naar een liggende koe kijkt, kun je zien dat ze wat voer opboert. Daar kauwt ze zo n keer op en dan slikt ze het weer door.
18 Bijlage 2 Over Verhalend Ontwerpen In deze inleiding vind je informatie over de achtergronden van verhalend ontwerpen, vooral van belang als de methodiek nieuw voor je is. De verantwoording helpt je om het vrolijk makende onderwijs dat dit ontwerp zal gaan opleveren inhoudelijk goed te onderbouwen. De schets van de verhaallijn geeft je overzicht van de verhaallijn en de verschillende episodes. Het scenario zelf vormt het hart van dit ontwerp; het overzichtelijke schema met onder meer sleutelvragen en leeractiviteiten geeft je houvast en ideeën. Praktische tips helpen je om de uitvoering tot een succes te maken. Wil je meer informatie? Boeken en websites helpen je verder. Zou het echt bestaan? Zou het echt bestaan, onderwijs dat eigenlijk geen motivatieproblemen kent? Dat zulke krachtige betrokkenheid en zoveel leerenergie oproept dat leerlingen meer en beter presteren dan hun leerkrachten (en zij zelf) hadden kunnen denken? Waar leerlingen zo nieuwsgierig van worden dat zij zichzelf vragen gaan stellen en ook de antwoorden willen zoeken? Kijk even mee en bepaal zelf het antwoord op deze vraag! Onderwijs wordt spannend Wanneer de kinderen uit de bovenbouw hun eigen tijdmachine hebben gemaakt en zelf de tijden hebben aangegeven waar ze naartoe zouden kunnen gaan, stappen ze in de tijdmachine. De leerkracht drukt op het knopje, een enorme knal en daar gaan ze. Even later stappen ze uit de machine. De kinderen zijn in de Middeleeuwen. Via kaartjes weten ze wie ze zijn: een kruidenmonnik, een schout, een boer, een nar. Vanaf dat moment zijn ze de hoofdpersonen in een prachtig verhaal. Ze zijn nieuwsgierig en de leerkracht ook. Hoe zouden ze eruit zien? Waar zouden ze wonen? Hoe zag hun dagelijks leven eruit? Dit spannende verhaal leidt hen op het eind naar een middeleeuwse jaarmarkt. Hoe groot de kinderen ook zijn, ze komen allemaal verkleed op de markt waar ze hun waren ruilen, kopen en verkopen. Een spektakel waarbij kinderen, ouders en leerkrachten zichtbaar genieten. Een werkelijkheid die voor kinderen van belang is Wanneer de kinderen van de middenbouw een reisbureau opzetten, draait alles nog om het reisbureau. Logo s, aanbiedingen, voorgevels, inrichtingen, personeel en diensten worden door de kinderen bedacht en gemaakt. Als het reisbureau (gespecialiseerd in Nederland) er staat, begint het pas. Er moeten reisfolders gemaakt worden, de klanten moeten goede uitleg krijgen, het personeel moet goed op de hoogte zijn van de topografie van Nederland. Een klein kunstje voor deze kinderen. Ze zijn zo betrokken en willen zo graag een goed reisbureau hebben, dat alles dik voor elkaar komt. Ook nodigen de kinderen een deskundige uit die hen de laatste tips voor hun reisbureau kan geven. En natuurlijk moet het reisbureau officieel geopend worden. Ouders kijken trots toe wat hun kind allemaal weet te vertellen. Betrokkenheid als motor Bij een verhalend ontwerp doen kinderen vaak meer dan je van ze vraagt, ook na schooltijd. De leerkracht vertelt over een Omi van 99 jaar. Ze heeft over haar gehoord en is erg benieuwd hoe ze eruit ziet. De kinderen maken Omi, richten haar kamertje in, hangen zelfgemaakte foto s van Omi s kinderen en kleinkinderen in het kamertje op en laten zien waar Omi allemaal van houdt. Ook maken de kinderen een stamboom van Omi s familie. De volgende dag komen de kinderen met allemaal spulletjes aanzetten voor Omi s kamertje. Een aantal kinderen heeft de stamboom van hun eigen familie meegenomen. Andere kinderen willen die ook gaan maken. Betrokkenheid is in een verhalend ontwerp de motor voor het leren.
19 De wereld naar binnen halen Met een verhalend ontwerp haal je een stukje van de wereld de klas binnen. Bijna echt, met onderwerpen als de dierenwinkel, het reisbureau, de VVV, de straat, popgroep op tournee. Of in een fantasie die je bijvoorbeeld aan een boek ontleent: het duinkonijn dat wilde vliegen, Woeste Willem, het mysterie op zee, Tom Tippelaar. Vaak spelen verhalende ontwerpen zich af op de grens van fictie en non-fictie. Al zijn ze in de ogen van kinderen altijd reëel. Zo reizen kinderen in een verhalend ontwerp met groot gemak naar de maan, en door naar Mars als dat uitkomt, of worden ze in een wereldbekend Schots ontwerp ontvoerd door een ruimtewezen dat ze eerst zelf hebben bedacht en gemaakt. Altijd is er een goede reden voor de verhalen. Het ruimtewezen bijvoorbeeld ontvoert drie kinderen uit je klas omdat het (hij? zij?) alles over aarde wil weten. De hele klas werkt aan de uitleg, middels maquettes, teksten, presentaties en wat niet al. Probeer het maar eens: ons leven op aarde uitleggen aan iemand die echt van niets weet. Wat vertel je? Wat is belangrijk? Wat vind je zelf het mooiste om te vertellen? Hoe kunnen we dat aanpakken? Echtheid in het onderwijs Onderwijs wordt echter door verhalend ontwerpen. Je maakt van de klas een stukje van de wereld. Als je ook nog met de kinderen naar buiten gaat, wordt de wereld ook een beetje een klas. Maar meestal zal je klas de wereld moeten zijn. Het lijkt misschien, op het eerste gezicht, iets moeilijks om te doen. Maar de methode is eigenlijk verrassend eenvoudig. Wat denken jullie, zouden er buitenaardse wezens kunnen bestaan?, vraag je en er ontstaat een gesprek. Als ze bestaan, hoe zou zo n buitenaards wezen eruit kunnen zien?, vraag je even later. En voor je het weet maken de kinderen verdere voorbereiding overbodig: zij gaan verzinnen hoe die buitenaardse wezens eruit zien; jij hoeft alleen maar voor structuur te zorgen, opdat de kinderen zich niet verliezen en weten wat er precies wordt gevraagd. Zo gaat het altijd. Je zult vaak voor wat aankleding en introductie zorgen. Maar uiteindelijk komt het neer op een paar vragen. Welke dieren zou je in jouw dierenwinkel willen verkopen? Hoe ziet de plattegrond van de zaak eruit? Kun je een diervriendelijk hok ontwerpen? Heeft onze zaak een naam? Een logo? Beschikken we over informatiefolders over hoe je onze dieren moet verzorgen? Enzovoorts! Over structuur en vrijheid Het stellen van deze vragen kun je plannen. Bijvoorbeeld aan de hand van bijgaand scenario. Een scenario meldt altijd de grote lijn van het verhaal dat in de klas tot leven gaat komen. Meestal zijn er drie tot vijf episodes waarin de verhaallijn wordt afgewikkeld; maar dat is geen wet of regel. Ook staat in een scenario welke sleutelvragen bij een episode horen en welke leeractiviteiten van kinderen daaruit volgen. Er wordt in een verhalend ontwerp veel van te voren bedacht! De grote lijn van het verhaal. De vragen voor de kinderen. De leeractiviteiten. En als je dat wilt ook nog de (meeste) samenwerkingsvormen en de kwaliteitscriteria. Toch is het grote geheim van verhalend ontwerpen dat de kinderen alles zelf doen. Dat vinden ze zelf, tenminste. Jij stelt als eerste vragen. Maar alle antwoorden komen van de kinderen. Als ze een dierenwinkel beginnen, wordt het helemaal hùn winkel. De uitleg aan het buitenaardse wezen is helemaal door hen bedacht. Het diervriendelijke hok is zelf bedacht en als het aan gemeenschappelijke kwaliteitskenmerken voldoet, dan zijn ook die door kinderen genoemd. Natuurlijk mag je als leraar best af en toe wat zeggen. Wanneer je klas een ruimtereis gaat maken zeg je bijvoorbeeld: Als we nu met z n allen naar de maan reizen, vind ik wel dat we er van te voren veel over moeten weten. En voor je het weet zit de halve klas twee niveaus boven hun gangbare avi-niveau, en met de tong uit de mond, te studeren. Wìllen weten is een krachtige motor. In een verhalend ontwerp wordt de klas de wereld. Je haalt een stukje wereld binnen en maakt die voor kinderen bevraagbaar, onderzoekbaar, bestudeerbaar, beproefbaar. Daaruit ontstaat leren.
20 Waarom zou je een verhalend ontwerp uitvoeren? Scholen en leerkrachten hebben allerlei verschillende redenen om met verhalend ontwerpen te werken. Bij leerkrachten speelt het eigen plezier en het plezier van de kinderen vaak stiekem (en geheel terecht!) een belangrijke rol. Meer in het algemeen spelen het streven naar vakkenintegratie, naar actieve betrokken kinderen of naar hoogtepunten van beleving een rol. Vakkenintegratie en samenhang Een eerste, veelgebruikte reden is dat verhalend ontwerpen bijdraagt aan vakkenintegratie. Dankzij de verhaallijn ondernemen kinderen activiteiten die tot veel verschillende schoolvakken behoren en die niettemin altijd door hen (en door jou) als samenhangend worden ervaren. Het kan heel plezierig zijn om met zo n relatief bescheiden doelstelling aan verhalend ontwerpen te beginnen. Kies een ontwerp dat past bij leerstof die je toch al wilde laten doen, en probeer het ontwerp in de klas te realiseren. Niets opgeklopts doen en (als wij het mochten zeggen) ook verder gewoon jezelf blijven; vind je het bijvoorbeeld leuk om kinderen veel te vertellen, dat dan zo houden! Actieve betrokken kinderen Een tweede reden is: graag willen dat kinderen actiever worden in je onderwijs; je wilt bijvoorbeeld dat ze met gretigheid en betrokkenheid vooral zelf en samen aan het leren gaan, omdat je daarvan een hoger onderwijsrendement verwacht. Op papier (en in onze voorbeelden) is het stellen van sleutelvragen altijd iets heel eenvoudigs, maar in de praktijk kom je jezelf behoorlijk tegen. Vragen stellen waarop je zelf niet als enige het goede antwoord weet, dat vraagt soms om heel nieuw denken over onderwijs. Maar als het lukt krijg je bij het verhoogde leerrendement de grote betrokkenheid van kinderen gratis erbij. Hoogtepunten van beleving Voor zover bekend heeft niemand als reden om het hele onderwijs in de vorm van een verhalend ontwerp te verzorgen. Een goede reden kan wel zijn: met verhalend ontwerpen probeer ik enkele hoogtepunten in het schooljaar te realiseren; daar teren we op als het leren wat schoolser verloopt. Veel leraren verwerken onderwerpen die zij van groot belang vinden voor hun klas in zo n hoogtepunt van onderwijs. Zo is bijvoorbeeld het ontwerp Floris gemaakt voor een klas die niet alleen nodig met biologie aan de gang moest, maar waarvoor het even dringend was om eens goed stil te staan bij de onderlinge verhoudingen. Verder zijn er bijna net zoveel redenen om met verhalend ontwerpen te werken als er leraren zijn. We wensen jou en de kinderen vooral veel plezier!
21 Verantwoording Wie oppervlakkig kijkt naar een verhalend ontwerp ziet enthousiaste kinderen en mooi werk aan de muur. Dat ziet er heel anders uit dan een gewone les. Sommige mensen (ouders, collega s, onderwijsinspecteurs) raken in de war van zoveel vrolijkheid. Wordt er wel iets geleerd, wat een flauwe kul dat geknutsel, wanneer hebben ze een toets, waarom gebruiken ze dat dure boek niet? Marike Venema, directeur van OBS de Swoaistee in Groningen zegt hierover: Het geweldige van verhalend ontwerpen vind ik de doelgerichtheid ervan. De verhaallijn die in de episodes zit kun je zien als een doellijn: je bepaalt van te voren precies welke kerndoelen je waar gaat realiseren. Dat maakt het geheel doordacht, je bent niet meer afhankelijk van wat de kinderen leuk vinden en zelf inbrengen. Maar tegelijkertijd lok je binnen die verhaallijn juist weer heel veel eigen inbreng van kinderen uit. Ik vind het fantastisch dat je op deze manier zonder methode de doelen realiseert en tegelijk de kinderen actief en betrokken houdt. Een goed onderbouwde verantwoording kan veel verwarring voorkomen. En ook voor jezelf is het wellicht geruststellend te zien hoeveel onderwijsdoelen je realiseert met een verhalend ontwerp. Hier de gegevens die je bij deze verantwoording kunt gebruiken. Praktische tips om de uitvoering tot een succes te maken Echt echt of echt onecht De fictie van het verhaal wordt door kinderen vaak heel serieus genomen, zoals wanneer je meegesleept wordt in een goed boek. Soms gaan kinderen geloven dat het verhaal echt is. Dat lijkt misschien fantastisch, maar heeft een groot risico op teleurstelling in zich. Zeg maar het Sinterklaasgevoel in het kwadraat. Zorg in zo n geval dat je laat merken dat het een verhaal is, en dat het daar even leuk van blijft. Als kinderen vragen of het echt is, is er niets aan de hand. Zeg gewoon iets als: volgens mij niet, maar dat maakt toch niet uit. Zorg in elk geval dat je de kinderen niet bedondert. Dus: als er een burgemeester komt om een plan in ontvangst te nemen, dan is het een echte burgemeester, en geen verklede collega. Het betekent ook: bewust weer uit het verhaal stappen. Een feestelijk einde is altijd goed. En ruimtewezens gaan gewoon weer terug naar hun eigen planeet, zeker voor jonge kinderen is dat een hele geruststelling! Sleutelvragen Leerkrachten die mooie verhalende ontwerpen uitvoeren zijn altijd meesters (of vaker nog juffen) in het stellen van sleutelvragen. Meestal zijn ze er wat onwennig mee begonnen, maar willen ze al snel niet meer zonder. Sleutelvragen blijken het leren van kinderen zo sterk te activeren dat het jammer is om ze alleen binnen een verhalend ontwerp te gebruiken. Ze geven de kinderen tegelijk volop inbreng en voldoende structuur. Wat zijn sleutelvragen? Een goede sleutelvraag activeert het denken van de kinderen. En is daarmee het tegenovergestelde van een vraag naar het goede antwoord: een vraag waarop de leerkracht het antwoord zelf al weet en de kinderen weten dat ze dit antwoord moeten zien te raden. Veel leerkrachten proberen met zulke vragen hun klas te activeren, terwijl dat op deze manier jammer genoeg niet lukt. De kinderen gaan het antwoord raden, of oogcontact vermijden en onderuit hangen, maar denken in elk geval nauwelijks na. Een leerkracht die een sleutelvraag stelt, vraagt zich echt iets af en dat voelen de kinderen. Een sleutelvraag zet kinderen dan ook zichtbaar aan het denken. Op een sleutelvraag zijn altijd meerdere goede antwoorden mogelijk. De leerkracht is geïnteresseerd in al deze antwoorden, ook als ze minder goed doordacht zijn. In dat geval stelt de leerkracht aanvullende, meer gedetailleerde sleutelvragen om te zorgen dat de kinderen nog wat verder door denken. Ruimte om te denken Groep 8 gaat een voorlichtingsbureau beginnen, al is hun leerkracht de enige die dat weet. Om ze daarvoor enthousiast te maken stelt zij een goed voorbereide sleutelvraag: Welk meubilair staat er in een voorlichtingsbureau? De kinderen kijken haar aarzelend aan. Als ze aandringt zegt één van hen: Dat weet ik niet, ik ben er nog nooit geweest. Het gesprek valt stil; zo komt er natuurlijk nooit een voorlichtingsbureau. Hier is dringend een betere sleutelvraag nodig. De leerkracht denkt snel na. En zegt dan: Nee, dat is eigenlijk wel logisch. Eerlijk gezegd ben ik er ook nog nooit geweest. Laat ik het anders zeggen: welk meubilair zou je in een voorlichtingsbureau goed kunnen gebruiken? Bij deze vraag kijkt ze heel nadenkend de klas rond. Nu gaan een aantal kinderen rechtop zitten en brandt de klas los. Het kost haar moeite om alles wat ze noemen zo snel op het bord te schrijven. Een balie, een leeshoek, kasten voor de folders, een telefoon, computers om op internet te zoeken, een koffieautomaat,.... Als het bord vol staat zegt één van de jongens: Volgens mij kunnen wij best zelf een voorlichtingsbureau beginnen... Het verschil is subtiel maar duidelijk voelbaar. Een goede sleutelvraag heeft denkruimte nodig. Vragen naar vastliggende feiten geven die denkruimte meestal niet. Vragen naar meningen, ideeën of ervaringen geven veel meer denkruimte.
22 De antwoordruimte Elke vraag heeft een bepaalde antwoordruimte. Te weinig ruimte beperkt het denken, maar te veel ruimte is minstens zo lastig. Dat merkt de leerkracht die met haar klas overlegt over de manier waarop hun reisbureau haar klanten gaat informeren. Ze vraagt nadenkend: Hoe zouden we onze klanten informatie kunnen geven? Haar sleutelvraag blijkt een erg grote antwoor druimte te hebben. Sterker nog: hij daagt de kinderen uit om allerlei mogelijke antwoorden te bedenken. En dat doen ze graag. Via onze website, aan de telefoon, met posters in het winkelcentrum, met een advertentie in de krant..., de suggesties vliegen door de klas. Als het niet uitmaakt hoe de informatie gegeven gaat worden is zo n brainstorm prachtig. Maar eigenlijk wil deze leerkracht haar kinderen nu informatiebladen leren schrijven. Dan kan ze handiger direct de antwoordruimte van haar vraag verkleinen. Stel, ze begint het gesprek opnieuw. Bijvoorbeeld zo: Onze klanten vragen steeds vaker om informatiebladen die ze mee naar huis kunnen nemen. Hoe zouden we ervoor kunnen zorgen dat onze informatiebladen ook echt goed gelezen worden? Weer komt de klas met suggesties, alleen zijn ze nu gericht op informatiebladen. En dat is voor deze leerkracht wel zo prettig. Oefening baart kunst In een verhalend ontwerp zijn sleutelvragen het instrument waarmee een leerkracht de kinderen aanzet tot leren. En buiten een verhalend ontwerp kunnen ze hetzelfde betekenen. De beste cursus in het stellen van sleutelvragen doe je in je eigen klas. Gewoon, door te proberen ze te stellen. Kinderen hebben een haarfijn afgestelde sensor voor het verschil tussen stomme vragen en sleutelvragen. Stel een stomme vraag en de interesse verflauwt. Enkele kinderen zullen proberen het goede antwoord te raden, maar de meeste zullen achterover gaan zitten. Een goed gestelde sleutelvraag zorgt ervoor dat ze zichtbaar gaan nadenken en veel alerter reageren. Opdrachten zijn niet verboden Een goede sleutelvraag activeert, stuurt, stimuleert. Maar ook leerkrachten die verknocht zijn aan sleutelvragen geven regelmatig opdrachten of delen mee wat er gaat gebeuren. Al zullen ze waarschijnlijk daarna met sleutelvragen die opdracht uitdagend en uitvoerbaar maken. Sleutelvragen zijn nooit verplicht! Structuur geef ruimte Wie kinderen alle ruimte geeft zal merken dat ze erin verdwalen. Juist kaders en structuur maken eigen inbreng mogelijk. Dat geldt ook voor hele kleine opdrachten. Dus niet: teken Jeroen. Maar misschien: teken met pastelkrijtjes op dit A3-formaat papier Jeroen, zo dat we kunnen zien wat voor kleren hij aan heeft en hoe zijn haar zit; je hebt daarvoor zoveel tijd. Als kinderen niet uit de voeten kunnen met een opdracht, is het zinvol je af te vragen of de vrijheid (en dus de onduidelijkheid en daarmee gepaard gaande onzekerheid) misschien te groot is. Kader dan de opdracht verder in. Blijf binnen deze kaders sleutelvragen stellen om hun inbreng te stimuleren. Naarmate kinderen meer ervaring krijgen met een eigen inbreng, zullen ze meer vrijheid aan kunnen. Tussentijdse presentaties houden het verhaal levend Grijp elke kans die er is om kinderen tussendoor regelmatig hun eigen werk aan elkaar te laten presenteren. Dat kan onvoorbereid, omdat kinderen graag en met kennis van zaken zullen vertellen over werk waar ze zich bij betrokken voelen. Hun zelfvertrouwen en presentatievaardigheden groeien er meer van dan van een spreekbeurt. Bovendien zorgt het ervoor dat de kinderen op de hoogte blijven van elkaars werk, en dat de hele klas zich betrokken blijft voelen bij het verhaal. Wie deze tussentijdse presentaties vanwege tijdgebrek overslaat, zal merken dat de betrokkenheid van de kinderen een stuk minder wordt. Wandfries zorgt voor lijn in het verhaal Verhalend ontwerpen komt oorspronkelijk uit Schotland. Echt Schots is het werken met een wand fries. Soms zijn daar alle vier de muren van een klas (ja, inclusief de ramen) voorzien van schitterend kinderenwerk. Als bezoeker word je zelfs door de jongste kinderen langs het wandfries rondgeleid. Je krijgt dan een uitstekend beeld van het verloop van het verhaal. Maar belangrijker is natuurlijk dat de kinderen zelf overzicht houden, met trots terug kunnen kijken op wat ze al hebben gedaan, en zonder veel moeite een presentatie kunnen houden. Let maar eens op wat er gebeurt als een kind ziek is geweest! Ook ouders kunnen via het wandfries op de hoogte worden gehouden. Een simpel wandfries bestaat uit grote vellen papier of karton aan de muur waarop in chronologische volgorde goed verzorgd kinderenwerk wordt opgehangen. Het is uit te breiden door er tafels met een kleine tentoonstelling onder te zetten. Individueel werk van kinderen, waarvoor op het wandfries geen plaats is, kun je in mappen ter inzage neerleggen. Het wandfries werkt pas goed als je het actueel houdt: hang wat gemaakt is direct op. Buddies (een soort kneedgum van Pritt) zijn fantastisch handig. Je kunt van alles ophangen zonder de wand en het werk te beschadigen, en je kunt het makkelijk weer verplaatsen. Informatie achter de hand houden Als kinderen geïnteresseerd raken, kunnen ze vaak veel sneller werken dan jij had voorzien en hebben ze weinig zin in om te wachten. Dat betekent dat ze achtergrondinformatie nodig hebben (boeken op hun niveau, adressen van websites
23 enz.) of materialen om bijvoorbeeld maquettes mee te maken. Een door jou verzorgde basis zorgt ervoor dat het werk door kan gaan, al kunnen kinderen natuurlijk best aanvullende informatie verzamelen. Als het goed is doen ze dat haast zonder dat je erom hoeft te vragen, zeker als je een documentatiehoek inricht waarop het materiaal kan worden uitgestald. Een gouden regel is: kom pas met informatie als je kinderen er naar vragen. Leg de boeken dus pas neer als je kinderen zich afvragen hoe ze aan bepaalde informatie komen of nadat jij er met een sleutelvraag voor gezorgd hebt dat ze daarover aan het denken zijn. Hetzelfde geldt voor video en excursies: pas als kinderen zich iets afvragen en enig verstand van zaken hebben zullen ze echt iets met de informatie doen. Maar zorg ervoor dat je de informatie wel al binnen bereik hebt, zodat de kinderen snel aan het werk kunnen als ze nieuwsgierig zijn geworden. Deskundige op bezoek Het is fantastisch om te zien hoe je kinderen in gesprek zullen raken met een echte deskundige als zij veel van het onderwerp weten. Het wordt echt een gesprek van deskundigen onder elkaar. De timing is heel belangrijk: niet te vroeg, pas als de kinderen genoeg verstand van zaken en voldoende vragen hebben. Denk niet te snel dat een deskundige niet zal komen: de ervaring leert dat hoe belangrijker de deskundige is, hoe leuker hij of zij het vindt om eens achter het bureau vandaan te komen. Wel is het verstandig zelf vroegtijdig de deskundige te benaderen en een datum vast te leggen. Laat de kinderen vooral ook zelf bellen of een brief versturen dat is een prima oefening. Bereid het gesprek met ze voor door ze vragen te laten bedenken, en af te spreken hoe ze hun eigen werk gaan presenteren. En zorg er tijdens het bezoek voor dat de expert het niet overneemt van de kinderen: reageren op vragen is prima, college houden is niet de bedoeling. Vooral voorlichters vinden dit erg moeilijk, die moet je bij wijze van spreken regelmatig op de tenen gaan staan. Presentatie als afsluiting Een mooi verhalend ontwerp verdient een spetterende presentatie. In de eerste plaats om de kinderen de kans te geven met trots hun werk te presenteren, en de genodigden om ervan te genieten. Zo n officiële afronding zorgt ook voor een belangrijk psychologisch effect: het rondt het ontwerp af en maakt ruimte in de hoofden van kinderen voor een volgend onderwerp. Verder kun je ouders en collega s laten zien hoeveel je kinderen hebben geleerd! Een goed gelukte groepspresentatie voor publiek geeft je klas een gevoel van trots en saamhorigheid. De voorbereiding van zo n presentatie hoeft niet heel ingewikkeld te zijn. Toneelstukjes en andere leuke dingen zijn niet nodig. Laat de kinderen met hulp van het wandfries vertellen wat ze gedaan hebben en het resultaat zal indrukwekkend zijn. Pedagogische thema s Nieuwsgierigheid In elke klas zou het boven de deur mogen hangen, een mooi bordje met de tekst: Hier zijn we erg nieuwsgierig. En ook zonder bordje zou nieuwsgierigheid een belangrijk motto voor het leren mogen zijn. Immers: wie nieuwsgierig is, vraagt zich dingen af. Wie zich vragen stelt wil iets weten. En dat maakt leren stukken interessanter. Met verhalend ontwerpen kun je de nieuwsgierigheid van de kinderen heel bewust stimuleren. Heel belangrijk is daarbij je eigen houding: nieuwsgierigheid gedijt bij een goed voorbeeld. Zorg daarom dat je zelf buitengewoon nieuwsgierig bent en laat dat voortdurend merken. Zeg dat je iets niet weet, maar het wel erg graag zou willen weten. Je bent er zelfs reuze benieuwd naar. Je vraagt je bovendien eigenlijk ook nog af... En dan stel je een mooie sleutelvraag waar volop ruimte tot denken in zit. Als de kinderen reageren moedig je dat aan. Door enthousiast te knikken, al hun reacties op het bord te schrijven, om nog meer ideeën te vragen. Wat je in elk geval niet doet: zeggen welk antwoord goed of fout is. Dat doodt direct elke nieuwsgierigheid. Als je het belangrijk vindt dat de kinderen over de antwoorden nadenken vraag je liever: Hoe kunnen we erachter komen welk antwoord klopt?. Als de kinderen een hinderlijk fout idee koesteren vraag je door. Ik vraag me af of dit klopt. Zouden we het ergens kunnen nazoeken?. Of: Ik heb vaag het idee dat ik wel eens iets heel anders hierover heb gelezen. Zou iemand dat voor ons kunnen nazoeken?. Of: Weet je heel zeker dat dit klopt? Waar zouden we dat kunnen checken?. Belangrijk is ook je reactie op vragen van de kinderen. Reageer heel enthousiast: Dat vind ik een heel interessante vraag, die schrijf ik op het bord zodat we hem niet vergeten. Of: Dat vraag ik me nou ook af. Of peinzend: Daar ben ik heel benieuwd naar. Maar: bijt op je tong zodra je de neiging voelt opkomen om zelf het antwoord te geven. Vraag liever: Hoe zouden we daar achter kunnen komen?. Zorg voor een mooie, goed gevulde informatietafel met boeken, posters en voorwerpen. Moedig de kinderen aan om zelf ook boeken mee te nemen. Kijk zelf regelmatig in de boeken, en laat merken dat je het leuk vindt als kinderen dat ook doen.
24 Kinderen die vaak een verhalend ontwerp doen lijken nieuwsgieriger te worden. Ze stellen niet alleen jou en elkaar en maar vooral ook zichzelf allerlei vragen. Over het thema, maar ook over de meest handige manier van werken. Waar zo n bordje boven de deur al niet toe kan leiden... Samenwerken Samenwerken heeft in het onderwijs vaak een moeizame bijklank. Een vaardigheid die vraagt om een doorlopende leerlijn. Een tijdrovende activiteit die gepaard gaat met meeliften en als het tegenzit ruzie. Binnen een verhalend ontwerp verloopt samenwerken veel vanzelfsprekender. Bijvoorbeeld in de klas van Vera, die net een eigen reisbureau is begonnen. Het reisbureau is fictief maar voelt echt en dat maakt volgens Vera veel verschil. In het Reisbureau is het gewoon veel leuker om in een groepje samen te werken. We maken die folders omdat we ze nodig hebben, voor als er klanten komen. Je doet het niet omdat het moet, maar omdat je het allemaal wilt, dat voelt heel anders. Of we het altijd met elkaar eens zijn? Nee, natuurlijk niet. Maar dan zoeken we een oplossing, bijvoorbeeld door iets toe te voegen zodat iedereen toch tevreden is. Subgroepen werken samen Als de klas aan iets gezamenlijks werkt geeft dat ook het samenwerken in subgroepjes een andere lading. Alle leerlingen hebben opeens belang bij een goed resultaat, van welk subgroepje dan ook. Samenwerken wordt iets vanzelfsprekends: je doet het om het doel van de hele groep te realiseren en dus doe je het zo goed mogelijk. Achterover hangen, meeliften, anderen buitensluiten het komt allemaal opeens veel minder voor. Ieders bijdrage is van belang en telt. Daar boven op ontstaat ook nog eens samenwerking tussen de verschillende subgroepjes. Vera: Binnen het Reisbureau werk je met veel meer mensen samen dan anders. Als wij met ons groepje iets aan het uitwerken zijn, overleggen we ook met andere groepjes, want het moet natuurlijk wel bij elkaar passen. En je bent ook gewoon benieuwd naar wat de andere groepjes doen. Als je informatie tegenkomt die een ander groepje nodig heeft, geef je dat aan ze door. En zo helpen andere mensen jouw groepje ook weer. Samenwerking bevorderen Als leerkracht kun je de samenwerking op klassenniveau mogelijk maken door nieuwe onderdelen van het verhaal in de hele klas te starten. In een klassengesprek komen vragen aan de orde als Hoe zou de voorkant van ons reisbureau eruit kunnen zien? en Wat voor vragen zouden onze klanten ons kunnen stellen? De leerlingen hebben een grote inbreng in zo n gesprek. Het bord raakt steeds voller met al hun ideeën en als uiteindelijk de taken worden verdeeld weet iedereen waaraan wordt gewerkt. Bij het verdelen van het werk is het belangrijk te zorgen voor een wisselende groepssamenstelling. Tijdens het werk kun je het overleg tussen subgroepjes stimuleren. Als je iets bedenkt wat van belang is voor een ander groepje, kun je dat het beste meteen maar even doorgeven. Misschien kom je tijdens het werk wel informatie tegen die voor een andere groep heel interessant is. Door al het werk van subgroepen regelmatig in de hele klas te laten presenteren, te bespreken en zonodig gezamenlijk aan te vullen wordt het groepswerk nog meer een zaak van de hele klas. Door zelf nieuwsgierig en met complimenten te reageren op het werk van de subgroepjes help je de klas om respectvol met elkaars werk om te gaan. Samenwerking op niveau De leerkracht die met haar klas een dierentuin begint legt bewust de lat nog wat hoger. Iedere subgroep krijgt bij het maken van de maquette de verantwoordelijkheid over een kwart van de dierentuin. Goed overleg is dan natuurlijk absoluut noodzakelijk. Even gaat het bijna mis: iedereen praat tegelijk, loopt door elkaar en het is een lawaai van jewelste. Marit komt met de oplossing: Ieder groepje kiest één leerling uit voor het overleg. Zo ontstaat er een groepje van vier dat samen steeds een onderdeel van de maquette bespreekt. Iedere keer wanneer ze iets afspreken, vertellen ze hun groep wat er gedaan moet worden en hoe. In de pauze blijft het viertal in de klas, diepgaand in discussie over de hoogte van het restaurant ten opzichte van de ijscokraam. De klas is tevreden over deze werkwijze en het bouwen van de maquette loopt verder gesmeerd. De leerkracht vertelt achteraf dat ze blij is dat ze niet zelf heeft ingegrepen: een ingewikkeld samenwerkingsprobleem is door de leerlingen zelf uitstekend opgelost. Zorgvuldig werken Wie aandacht wil besteden aan zorgvuldig en goed verzorgd werk kan dat op allerlei manieren stimuleren. Laat de kinderen in elke episode zelf concrete producten maken en benadruk de belangrijke rol van ieders product in het geheel. Bijvoorbeeld in het vogelboek van Floris: elk kind maakt een blad voor dat vogelboek en de kwaliteit van ieders werk doet er dus toe. Via de hoofdpersoon kun je dit nog versterken. Bijvoorbeeld door te vertellen dat Floris er een heel mooi boek van maakt, waar hij heel trots en zuinig op is. Zo n enkele opmerking werkt direct door in het werk van de kinderen. Het helpt om mooie materialen in de klas te hebben en de kinderen daarop te wijzen. Lapjes, vetkrijt, goede lijm,
25 stevig papier, bijzondere veertjes en kraaltjes en glittertjes. En met een (zelfgemaakt) lijstje of een kadertje van gekleurd karton lijkt een tekening direct veel mooier. Als de kinderen aan het werk zijn loop je als begeleider rond en voorkom je prutswerk. Dat doe je in eerste instantie door aanvullende sleutelvragen te stellen. En als het nodig is ook door aan te geven dat je meer kwaliteit verwacht. Geef de kinderen de gelegenheid om hun werk aan de anderen te laten zien. Dat kan in een korte presentatie of door er met z n allen om heen te gaan staan. Hang het daarna op een mooie plek in het lokaal, liefst met een bordje erbij met een korte toelichting. Zo n bordje kunnen de kinderen heel goed zelf maken. Je zult zien dat de kinderen regelmatig hun ouders zullen meenemen naar het wandfries. En vast overbodig: ga zelf zorgzaam om met het werk van de kinderen. Leg het vooral niet achteloos op een stapel... Sfeer en saamhorigheid In een verhalend ontwerp wordt altijd veel samengewerkt. In tweetallen, in wisselende groepjes, maar ook door de klas als geheel. Dat laatste geeft de samenwerking een extra dimensie: die van saamhorigheid in de hele groep. De effecten daarvan zijn groot. Als de klas een gedeeld doel heeft en aan een zichtbaar gezamenlijk resultaat werkt leidt dat tot saamhorigheid. Dat hoor je onmiddellijk als ze vertellen over hun werk. Wij van Reisbureau Het Fluitketeltje hebben de volgende aanbieding voor u.... Bij de inrichting van ons Kinderziekenhuis Bedpret hebben we veel vrolijke kleuren gebruikt, want het is voor de kinderen al vervelend genoeg om ziek te zijn... Ons logo laat zien dat wij graag bij u thuis komen... Overal klinkt het doorheen: wij werken samen aan iets belangrijks. Ieders werk doet er toe, de kinderen hebben elkaar nodig en willen elkaar dus helpen en samen zijn ze trots op de resultaten. Daar knapt de sfeer in een groep vaak enorm van op. Ongepland worden vaak ook diepere lagen aangeraakt. Zo blijkt het kinderziekenhuis de aanleiding te bieden om klasgenoten te vertellen over het nooit gekende zusje dat aan hersenvliesontsteking is overleden, of over de doodzieke buurjongen met leukemie. Onderwijs leidt hier tot het werkelijk delen van emoties. Dat dit erg goed is voor de sfeer spreekt eigenlijk vanzelf. Trots en succes In een verhalend ontwerp worden de kinderen aangesproken op hun kwaliteiten en op een vrolijke manier uitgedaagd om die verder te ontwikkelen. Ze merken dat hun werk van belang is voor de hele groep. De sleutelvragen helpen hen om een waardevolle eigen inbreng te hebben, terwijl ze tegelijk voldoende structuur en veiligheid bieden. Een goed verzorgd wandfries met toelichtende teksten zal door de kinderen met veel plezier bekeken worden. Ook tijdens andere lessen kun je hun ogen zien afdwalen naar iets moois dat ze zelf hebben gemaakt. Ook tijdens de tussentijdse presentaties krijgen ze waardering voor hun werk. Niet alleen van de leerkracht; veel krachtiger is de positieve feedback van de andere kinderen. Een handige leerkracht lokt die bewust uit. Ik heb gezien dat je hier heel zorgvuldig aan hebt zitten werken. Wat vinden jullie hier mooi en goed aan?. Een goed voorbereide eindpresentatie met veel ouders en andere gasten is de kroon op het werk. Dat effect kun je versterken door een klas jongere kinderen bij de generale repetitie uit te nodigen. Laat na afloop de jonge kinderen door de groten rondleiden beide partijen zullen er zeer van genieten. Op allerlei manieren kun je er zo voor zorgen dat de kinderen succeservaringen opdoen. Ze worden zo zekerder van zichzelf en hun gevoelens van welverdiende trots en succes worden een belangrijke motor voor het leren. Tot slot Leerkrachten melden regelmatig dat ze erg genieten tijdens een verhalend ontwerp. Van de betrokkenheid van de kinderen, van hun verdiepte belangstelling, van bijzondere momenten. Misschien is dat wel de belangrijkste tip: neem tussendoor vooral even de tijd om van de kinderen en hun werk te genieten. Veel plezier!
26 Meer informatie Literatuur Erik Vos, Peter Dekkers, Ellen Reehorst, Verhalend ontwerpen, een draaiboek, Wolters Noordhoff, 3e gewijzigde druk 2007 Erik Vos, Ellen Reehorst, José Simons, Frits Sibers, Scenario s voor actief leren, verhalend ontwerpen in het voortgezet onderwijs, Wolters 1999 (uitverkocht), uitgave in eigen beheer Bureau voor Educatief Ontwerpen Hanneke Venema en anderen, diverse artikelen over verhalend ontwerpen in het basisonderwijs, Praxisbulletin 2002, 2003, 2004, 2005 Hanneke Venema, Ellen Reehorst, Erik Vos, Peter Dekkers, Mathieu Geelen e.a., De klas is de wereld, themanummer over verhalend ontwerpen, Praxisbulletin januari 2003 Erik Vos, Steve Bell s secret notebook, SLO/European Association for Educational Design, Enschede 1991 Jeff Creswell, Creating Worlds, constructing meaning, the Scottish Storyline Method, Heinemann Portmouth 1977 J. Letschert, Op verhaal komen, JSW boek 10, Tilburg 1995 Links website van het Expertisecentrum Verhalend Ontwerpen website met producties van a.s. leraren, met aparte etalages over verhalend ontwerpen, links naar andere websites e.d. website van M. Geelen, met voorbeelden, achtergronden en links naar andere websites
27
28
De koeien van boer Jan
Boerderij in de Kijker De koeien van boer Jan groep 3 en 4 Boerderij in de Kijker De koeien van boer Jan groep 3 en 4 Colofon Bewaar de handleiding voor de volgende keer! De koeien van boer Jan is een
De sterren van de boerderij
De sterren van de boerderij Inleiding Via de lessen van Boerderijeducatie Gooi en Vechtstreek worden leerlingen uitgenodigd kennis te maken met een boerderij in de Gooi en Vechtstreek. Er zijn totaal 14
De sterren van de boerderij
De sterren van de boerderij Inleiding Via de lessen van Boerderijeducatie Gooi en Vechtstreek worden leerlingen uitgenodigd kennis te maken met een boerderij in de Gooi en Vechtstreek. Er is een tiental
De sterren van de boerderij
De sterren van de boerderij Inleiding Via de lessen van Boerderijeducatie Gooi en Vechtstreek worden leerlingen uitgenodigd kennis te maken met een boerderij in de Gooi en Vechtstreek. Er zijn totaal 15
leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen
leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen Dit is een brochure, gemaakt voor leerlingen met NLD. Naast deze brochure is er ook: - een brochure met informatie voor ouders van kinderen met NLD en - een brochure
gevoelens (2) De les Inhoud Doel Materiaal Tip 52 GROEP 8
Les 15 Problemen en gevoelens (2) Inhoud In deze les herhalen de leerlingen de eerste drie stappen van het probleemoplossen: rustig worden en nadenken, vaststellen wat het probleem is en hoe ze zich voelen
Boer zoekt hulp NME-les voor groep 3 en 4
Boer zoekt hulp NME-les voor groep 3 en 4 Handleiding leerkracht H Inleiding Vooraf: Op school hebben de leerlingen al nagedacht over hoe het zou zijn op de kinderboerderij. Wat zou een boer allemaal moeten
Instructie voor de begeleiders
Informatie voor de begeleiders Boerderij-educatie Gooi en Vechtstreek is een initiatief van de Agrarische Natuurvereniging Vechtvallei en LTO-Noord afdeling Gooi, Vecht en Amstelstreek. Een tiental bedrijven
De oude molen groep 7/8
Verhalend ontwerp over Olie- en Korenmolen Woldzigt in Roderwolde De oude molen groep 7/8 Episode 1: Het uitzicht van Merlijn De leerkracht vertelt over Merlijn, een jongen van een jaar of 10. Merlijn
4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.
4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,
over DE KOE Een koe heeft grote oren die in alle richtingen kunnen draaien. Zo horen ze goed als er gevaar dreigt.
over DE KOE Een koe heeft grote oren die in alle richtingen kunnen draaien. Zo horen ze goed als er gevaar dreigt. Een koe kan uitstekend ruiken. Als het voer een beetje stinkt, laat zij het liggen. Wat
Handleiding docent Waar komt ons eten vandaan?
Waar komt ons eten vandaan? Inleiding Via de lessen van Boerderijeducatie Gooi en Vechtstreek worden leerlingen uitgenodigd kennis te maken met een boerderij in de Gooi en Vechtstreek. Er zijn totaal 15
Verantwoordelijkheid ontwikkelen. Informatiekit om uw medewerkers te helpen bij het voorkomen van werkstress
Verantwoordelijkheid ontwikkelen Informatiekit om uw medewerkers te helpen bij het voorkomen van werkstress 1 Inhoud Inleiding 3 A Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf 4 - Goede afspraken maken - Stel
Handleiding Werkvormen Vragen stellen
Handleiding Werkvormen Vragen stellen Inhoud 1. Inleiding 2. Vragen stellen 3. Werkvormen 3.1. Vragenvuurtje 3.2. Geen Ja / Geen Nee 3.3. Doorzagen 3.4. De onbekende weg 1. Inleiding Voor de dialoog is
Het houden van een spreekbeurt
Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat
Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk
Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Antoniusschool Groep 5/6 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding: 1. Je kiest
IK WIJZER. Ik wil graag weten wie ik ben
IK WIJZER Ik wil graag weten wie ik ben Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Jouw uitslag... 4 Copyright DilemmaManager B.V. Pagina 2 van 8 1 Inleiding Hallo Ruben, Dit is de uitslag van jouw Ik-Wijzer.
De laatste wens van Maarten Ouwehand
De laatste wens van Maarten Ouwehand Een verhalend ontwerp voor CKV waarin leerlingen op school een museum ontwerpen, inrichten en openen. Gemaakt voor en door: Andreas College Katwijk en Bureau voor Educatief
lesmateriaal Taalkrant
lesmateriaal Taalkrant Toelichting Navolgend vindt u een plan van aanpak en 12 werkbladen voor het maken van de Taalkrant in de klas, behorende bij het project Taalplezier van Stichting Wereldleren. De
Drukte bij de molen groep 5/6
Verhalend ontwerp over Olie- en Koren Woldzigt in Roderwolde Drukte bij de groep 5/6 Episode 1: Mensen rond 1900 De leerkracht laat een oud kistje of blikje zien. Daarin zitten allemaal kaartjes. Op die
Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.
Bijlage 11 Voorbeeld informatie VHT: Bouwstenen voor geslaagd contact Informatie Video - hometraining Belangrijke begrippen initiatieven herkennen volgen ontvangstbevestiging beurt verdelen leidinggeven
Gezond thema: DE HUISARTS
Gezond thema: DE HUISARTS 1. Wat gaan we doen? Praten over de huisarts en wat de huisarts doet. Nieuwe woorden leren over de huisarts. Het gesprek met de huisarts oefenen. 2. Wat vind ik van? Als je een-op-een
Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,
3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol
ADHD en lessen sociale competentie
ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier
111 super waardevolle quotes
Stel jezelf eens een doel waar je zowel zenuwachtig als enorm enthousiast van wordt. Je mag er natuurlijk even over nadenken, maar deel wel hieronder welk doel jij jezelf hebt gesteld! Je leert het meeste
Hele fijne feestdagen en een gezond en vrolijk 2017! Raymond Gruijs. BM Groep ARBO West Baanzinnig
De tijd vliegt voorbij en voor je weet zijn we al weer een jaar verder. Ik zeg wel eens: mensen overschatten wat je in een jaar kunt doen, maar onderschatten wat je in 3 jaar kan realiseren. Laten we naar
Seksualiteit: Grenzen en Wensen
IJBURGCOLLEGE.NL Seksualiteit: Grenzen en Wensen Leerlingen handleiding Michiel Kroon Lieve leerling, Het is belangrijk om op een open en goede manier over seks te kunnen praten. De lessenserie die in
Waar groeit mijn eten? handleiding afsluitende les
Waar groeit mijn eten? handleiding afsluitende les Uitgave: Amsterdams NME Centrum Waar groeit mijn eten? handleiding - afsluitende les Ontwikkeld in opdracht van Vereniging Boerenstadswens www.boerenstadswens.nl
Bontje, de poes van de molen groep 3/4
Verhalend ontwerp over Olie- en Korenmolen Woldzigt in Roderwolde Bontje, de poes van de molen groep 3/4 Episode 1: Bontje, de poes van de molen Bontje is een lieve poes. Ze woont in een molen en is van
Beleidsplan Leerlingenraad o.b.s. de Schuthoek 2012-2013
Document leerlingenraad Beleidsplan Leerlingenraad o.b.s. de Schuthoek 2012-2013 Inhoud: 1. wat verstaan we onder een leerlingenraad? 2. opzet en organisatie van een leerlingenraad a. samenstelling van
Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht.
http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de leerkracht. Zinnen maken met omdat. Hulp vragen. Veel succes! Deze les
2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27
Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend
Draaiboek voor een gastles
Draaiboek voor een gastles Dit draaiboek geeft jou als voorlichter van UNICEF Nederland een handvat om gastlessen te geven op scholen. Kinderen, klassen, groepen en scholen - elke gastles is anders. Een
In je kracht. Werkboek voor deelnemers
In je kracht Werkboek voor deelnemers Uitleg Mijn toekomst! Benodigdheden: Werkblad Mijn toekomst! (je kunt het Werkblad meegeven om thuis na te lezen, maar dit is niet noodzakelijk) Voor iedere deelnemers
Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken
Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.
Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk
Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding In de lesbrieven van het thema Aan het werk hebben jullie
Presenteren. Oriëntatie
Oriëntatie Dit ga je doen Je gaat een stand (marktkraam) inrichten om te laten zien wat je gedaan hebt tijdens dit project en wat je eindresultaat is. Je probeert jullie stand zo te maken dat het aantrekkelijk
Lesbrief: Lekker ontspannen? Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?
Lesbrief: Lekker ontspannen? Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen? Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Niks is fijner dan je prettig en ontspannen voelen. Dit
Een overtuigende tekst schrijven
Een overtuigende tekst schrijven Taalhandeling: Betogen Betogen ervaarles Schrijftaak: Je mening geven over een andere manier van herdenken op school instructieles oefenlesles Lesdoel: Leerlingen kennen
Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen
Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen Antoniusschool Groep 7/8 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding:
Opdracht bij een bedrijfsbezoek door leerlingen Een aantrekkelijk bedrijfsbezoek speurtocht door het bedrijf
Opdracht bij een bedrijfsbezoek door leerlingen Een aantrekkelijk bedrijfsbezoek speurtocht door het bedrijf Introductie Er gebeuren allerlei activiteiten binnen een technisch bedrijf. Meer dan we ons
Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar
Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels versie 2016 Inhoudsopgave Introductie 4 Verantwoording Methodiek 5 Doorgaande lijn Po en Vo 6 Preventief en curatief 7 Organiseer je les 8 Praktische tips
Tips voor een goed verkoopsgesprek
Tips voor een goed verkoopsgesprek Begroet al je klanten Iedere klant die je winkel binnenkomt moet begroet worden. 100%. En dat betekent dat wanneer je in gesprek bent met die ene klant, toch even de
Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?
Les 1: Een poëziekaart maken poëziekaart Lees over Verbonden zijn. Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een Verbonden zijn De Nieuwsbegrip leesles gaat over de ramadan. Tijdens de ramadan voelen
Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie
Leerkrachtinformatie (dubbele les) Lesduur: 2 x 50 minuten (klassikaal) Introductie van de activiteit 1. Deze klassikale les bestaat uit twee delen: Voorbereiding Uitvoering voorbereiding Lesduur: 50 minuten
Handleiding docent De koe in de kringloop
De koe in de kringloop Inleiding Via de lessen van Boerderijeducatie Gooi en Vechtstreek worden leerlingen uitgenodigd kennis te maken met een boerderij in de Gooi en Vechtstreek. Er zijn totaal 15 deelnemende
Reflectieverslag mondeling presenteren
Reflectieverslag mondeling presenteren Naam: Registratienummer: 900723514080 Opleiding: BBN Groepsdocente: Marjan Wink Periode: 2 Jaar: 2008 Inleiding In dit reflectieverslag zal ik evalueren wat ik tijdens
Waar komt ons eten vandaan?
Waar komt ons eten vandaan? Inleiding Via de lessen van Boerderijeducatie Gooi en Vechtstreek worden leerlingen uitgenodigd kennis te maken met een boerderij in de Gooi en Vechtstreek. Er zijn totaal 14
lesprogramma PO activerende lessen over respect voor het primair onderwijs
lesprogramma PO activerende lessen over respect voor het primair onderwijs Wordle van respect Duur Materialen een computer met internetverbinding Introductie Op 8 november is het de Dag van Respect. Deze
Waar zie je de bijzondere vogel en hoe ziet hij eruit?
Les 1: Een verhaal schrijven Voor je gaat schrijven: een schema maken Je hebt net een verhaal bedacht. Schrijf alles wat je hebt bedacht kort op in het schema hieronder. Zijn er vragen waar je nog niet
V O L G E R S F A C E B O O K / D E D R E S S C O A C H W W W. G L A N C Y. N L
SIMPEL STAPPENPLAN VAN JE PASSIE JE WERK MAKEN 3.278 VOLGERS FACEBOOK/DEDRESSCOACH WWW.GLANCY.NL Mijn reis: van passie naar ondernemer Gefeliciteerd! Je hebt een eerste stap gezet. Wat fantastisch dat
Ik ben de voet, en ik loop heel goed.
Eén lliichaam, velle lleden Ik ben de voet, en ik loop heel goed. www.bijbelidee.nl (( voorbeelld )) Eén lliichaam, velle lleden Voorbereiding Op het werkblad staan een oor, mond, oog, neus, hand,voet,
MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 7 en 8
MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 7 en 8 Inleiding In groep 7 of 8 komen leerlingen vaak voor de tweede keer met hun klas naar het van Abbemuseum. Bij het eerste bezoek, in groep 5 of 6, hebben ze
HANDIG KONIJNEN KOPPELEN
l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG KONIJNEN KOPPELEN OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HET KOPPELEN VAN TWEE KONIJNEN.
Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar
Trainershandleiding Brugklas Bikkels versie 2014 Inhoudsopgave Introductie Organiseer je training Praktische tips De werkmap Powerpoint presentatie Ouderbrieven Draaiboek Bijeenkomst 1 Bijeenkomst 2 Bijeenkomst
Reflectiegesprekken met kinderen
Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen
Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd
Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd 1 Joppe (13): Mijn ouders vertelden alle twee verschillende verhalen over waarom ze gingen
Persoonlijk Rapport Junior Scan
Persoonlijk Rapport Junior Scan Persoonlijke gegevens Naam test junior Datum test 02/09/2011 (17:19) Jouw ondernemersprofiel In vergelijking met het branche normprofiel geeft jouw profiel het volgende
LES 2 THEMA S UIT DE FILM GODS LAM EN PANTOMIME
LES 2 THEMA S UIT DE FILM GODS LAM EN PANTOMIME Algemene opzet van de les Doelen: - Kinderen kunnen gedachten, gevoelens en houdingen bij thema s uit de film Gods Lam uitdrukken in dramavorm. - Kinderen
Stadswerken. Dierverzorgen. Foto: Hans Kraaijkamp. Informatieblad en handleiding. Groep 5 t/m 8. www.utrecht.nl/nmc
Stadswerken Dierverzorgen Foto: Hans Kraaijkamp www.utrecht.nl/nmc Informatieblad en handleiding Groep 5 t/m 8 Dierverzorgen Met je laarzen aan in het stro staan, een konijntje voorzichtig uit zijn hok
Mentor Datum Groep Aantal lln
Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Rachel van der Pijl P14EhvADT De Springplank. Eindhoven
Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?
Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen? Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Zonder dat we het door hebben worden we steeds asocialer. Dit
3 Hoogbegaafdheid op school
3 Hoogbegaafdheid op school Ik laat op school zien wat ik kan ja soms nee Ik vind de lessen op school interessant meestal soms nooit Veel hoogbegaafde kinderen laten niet altijd zien wat ze kunnen. Dit
Ik-Wijzer Naam: Sander Geleynse Datum: 27 januari 2016
Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Jouw uitslag... 4 Pagina 2 van 8 1. Inleiding Hallo Sander, Dit is de uitslag van jouw Ik-Wijzer. Hierin staat wat jij belangrijk vindt en wat je minder belangrijk vindt.
Les 2 Integratie Leestekst: Begeleid Werken. Introductiefase
Les 2 Integratie Leestekst: Begeleid Werken "Welkom:... " Introductiefase 1. "In de vorige les hebben we weer met een kaart gewerkt. Daarop stonden alle 4 de vragen die we de vorige lessen gebruikt hebben
Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn.
Werkstukwijzer Deze werkstukwijzer helpt je om een werkstuk in elkaar te zetten. Je vult eerst een formulier in. Op dit formulier komt te staan waar je werkstuk over gaat en hoe je het aanpakt. Met behulp
Ontdek je kracht voor de leerkracht
Handleiding les 1 Ontdek je kracht voor de leerkracht Voor je ligt de handleiding voor de cursus Ontdek je kracht voor kinderen van groep 7/8. Waarom deze cursus? Om kinderen te leren beter in balans te
Spreekbeurt, en werkstuk
Spreekbeurt, krantenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum krantenkring Inleverdatum werkstukken Werkstuk 1: 11 november 2015 Werkstuk 2: 6 april 2016 Bewaar dit goed! Hoe bereid
Ik stel veel 'doe-ik-het-goed' vragen. Ik weet hoe ik mezelf kan verbeteren, maar het lukt mij nog niet.
Leerdoelen a.d.h.v. rubrics Rubrics voor het onderwijs Deze rubrics zijn door ons verzameld, geschreven of herschreven. Met vriendelijke groet, Team Vierkantgoed Rubric Optie 1 Optie 2 Optie 3 Optie 4
voorwoord VOORBEELDPAGINA S Bestelnr De ander en ik
voorwoord Dit werkboek gaat over de omgang met andere mensen. We bespreken hoe jij met anderen kunt omgaan. Bijvoorbeeld hoe je problemen oplost, omgaat met pesten, gevoelens en vriendschappen en hoe je
Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen.
Lesplan theaterlezen Wil je aan de slag met theaterlezen? Dit lesplan laat zien hoe je dat kunt doen. Je geeft vier lessen van elk ongeveer een half uur. Elke les heeft een ander aandachtspunt. Zo help
Speak up! Wat is JA en wat NEE?
Les 3 Speak up! Wat is JA en wat NEE? Deze derde les gaat over het leren inzien en uitspreken van je wensen en grenzen bij intimiteit en seks. Hoe zorg je dat het leuk is en blijft? Het belangrijkste daarbij
Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek
Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek KIEZEN Een goed begin is het kiezen van het juiste boek. Er zijn zo veel mooie verhalen waardoor het soms lastig is om een goede keuze
GOED VRIENDJE? FOUT VRIENDJE?
Hulp Heb je vragen? Bel dan naar Veilig Thuis, tel.: 0800 2000 Internet Wil je meer lezen? Kijk op www.jipdenhaag.nl En test jezelf op www.loverboytest.nl Dit is een uitgave van JIP Den Haag en Middin.
MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1
MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden
2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S
2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de
3 Pesten is geen lolletje
Na deze les kun je: het verschil tussen plagen en pesten noemen; jouw ervaringen met pesten vertellen; uitleggen hoe je pesten kunt stoppen; afspraken maken over pesten. 3 Pesten is geen lolletje Pesten
Voorbereidend gesprek Vragen die de leerkracht kan stellen: Introductielessen Primair Onderwijs. 1.1- Introductieles 1: Schetsen voor het schoolplein
Introductielessen Primair Onderwijs 1.1- Introductieles 1: Schetsen voor het schoolplein - De leerlingen worden met kunst geconfronteerd - De leerlingen ontdekken dat kunst niet altijd in een museum staat
AAN DE SLAG DIT BEN IK
Peuters AAN DE SLAG DIT BEN IK Hoelahoep: Mijn lijf (liedje) Op Schooltv vind je het liedje Mijn Lijf van Hoelahoep. Dit liedje gaat over het uiterlijk en de functies van verschillende lichaamsdelen. De
4 Denken. in het park een keer gebeten door een hond. Als Kim een hond ziet wil ze hem graag aaien. Als
4 Denken In dit hoofdstuk vertellen we hoe jij om kan gaan met je gedachten. Veel gedachten maak je zelf. Ze bepalen hoe jij je voelt. We geven tips hoe jij jouw gedachten en gevoelens zelf kunt sturen.
DOEBOEK VOOR OUDER EN KIND
Tussen JOU en MIJ SCHRIJF- EN DOEBOEK VOOR OUDER EN KIND Janneke van Bockel Tussen en Begonnen op 20 Herinneringen die je later wil hebben moet je NU maken 4 Ma-ham, luister je wel? zegt ze streng. Ja
KIJK IN JE BREIN LESMODULE BASISSCHOOL LEERLING
LESMODULE BASISSCHOOL LEERLING 1. DE HERSENEN 1.1 HOE ZIEN HERSENEN ERUIT? VRAAG WIE KAN VERTELLEN WAT HERSENEN ZIJN? VRAAG HEBBEN KINDEREN KLEINERE HERSENEN DAN GROTE MENSEN? 1.2 WANNEER GEBRUIK JE ZE?
Spelregels voor de kaarten Beroepskwaliteiten en Leerpunten. Het Beroepskwaliteitenspel
Het Beroepskwaliteitenspel Het Beroepskwaliteitenspel is een leermiddel voor de loopbaanoriëntatie van mensen in de leeftijd van twaalf jaar en ouder. Het spel heeft als doel de speler bewust te maken
Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar
DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht
BROKKENKAARTEN IN DE KLAS
BROKKENKAARTEN IN DE KLAS 1 - EEN VERHAAL VOL GEVOEL emoticons - boek: Per ongeluk Laat een aantal leerlingen om de beurt één van de emoticons nadoen. Bespreek ze met de kinderen, laat hen het gezicht
Maak van je kind een maker!
Maak van je kind een maker! En word er zelf ook één. Zes regels waarmee dat waarschijnlijk best wel lukt. 1 Welkom In dit boekje vertellen we over maken. Het is speciaal gemaakt voor ouders die samen met
Weet wat je kan. Zelfvertrouwen
Weet wat je kan Zelfvertrouwen Zelfvertrouwen kan groeien Hoofdstuk 4 gaat over werken aan zelfvertrouwen. Onderwerpen in dit hoofdstuk: Stripje: Zelfvertrouwen kan groeien. blz 2 Doen waar je goed in
de klas met een belangrijke vraag.
Episode 1 Een cadeau voor de klas met een belangrijke vraag. Verhalend ontwerp rondom het literaire boek Robin en God van Sjoerd Kuyper Liesbeth Winters-Jonas Verhaallijn Sleutelvragen Leeractiviteiten
Hoe bereid ik een spreekbeurt voor?
Hoe bereid ik een spreekbeurt voor? Het maken van een spreekbeurt is eigenlijk niets anders dan het schrijven van een informatieve tekst (weettekst). Het is daarom handig om net zo te werk te gaan als
Heb je een vraag over Meet the Professor? Stuur ook dan even een bericht naar Eline.
Beste leerkracht, Leuk dat jouw klas meedoet aan Meet the Professor 2018! Op woensdag 28 maart 2018 komt tussen 11:00 12:00 uur een professor op bezoek bij jou in de klas. In deze gouden envelop vind je:
Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1
Verslag Aardrijkskunde Lesvoorbereiding les 1 Verslag door J. 875 woorden 26 oktober 2016 5,5 1 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Lesvoorbereiding Verantwoording (waarom ga je dit doen) Beginsituatie
Voor jezelf? Les 1 Welkom!
Voor jezelf? Les 1 Welkom! Welkom! Dit is de cursus Voor jezelf? Wil je voor jezelf beginnen? Droom je ervan een eigen bedrijfje te starten? Zou je dit ook kunnen? In deze cursus ga je dit onderzoeken.
Het Mozaïek-kinderprotocol tegen pesten (voor kinderen van groep 3 t/m 8)
Het Mozaïek-kinderprotocol tegen pesten (voor kinderen van groep 3 t/m 8) 1. Wat is pesten: Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons op Het Mozaïek. Het is een probleem dat wij niet willen
Achtergrondinformatie opdracht 1, module 1, les 1
Achtergrondinformatie opdracht 1, module 1, les 1 Er zijn leuke en fijne momenten in de opvoeding, maar ook moeilijke en zware momenten. Deze moeilijke momenten hebben soms te maken met een bepaalde fase
Wat kies ik? PO groep 3 / 4 expositie Waanzien MOTI Breda Voorbereidende les HANDOUT voor leerkrachten behorende bij de powerpoint 1
HANDOUT voor leerkrachten behorende bij de powerpoint 1 Les 1: Powerpoint en werkblad [30 40 minuten] Land van GRIJS [slide 1] INTRO Leerkracht vertelt: Stel je voor: dit is het Land van GRIJS, hier ver
Nederlands in Uitvoering
Leerjaar 2 Uitvinders Een informatieve tekst lezen Algemene modulegegevens Leerjaar: 2 Taaltaak: Een informatieve tekst lezen Thema: Uitvinders (sector Techniek) Leerstijlvariant: ERVAAR BEKIJK - DENK
! LERAREN HANDBOEK!!! 1e Editie, 2014
LERAREN HANDBOEK 1e Editie, 2014 1. Je eerste Workshop Om te beginnen In dit Leraren Handboek vind je een paar tips en tricks die je kunnen helpen bij het voorbereiden van je workshop. Als je nog nooit
