Themapakket 1.3. Doe het zo:
|
|
|
- Anke de Veen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Themapakket 1.3 benoemen brengen belonen kleuren fietsen verliezen verdenken bezoeken botsen duiken kopen kruipen verkopen begrijpen beginnen dansen werken boksen bakken dreigen 1 Elk woord hieronder is afgeleid van een werkwoord uit het themapakket. Zoek het goede werkwoord. Maak dan met elk werkwoord drie zinnen in de tegenwoordige tijd: één met de ikvorm, één met de jij/hijvorm en één met de wijvorm. 1 çbß l o nøeωn Iµk çbß l o o n døe eøeωr l jòkøe åv i}n døeωr åv a}n åm jˆn çh o r l o ª. D«e åmøeøe s tøeωr çbß l o o n t døe i}n}zøe t åv a}n døe çk i}n døeωrøeωn. GÅo døe t}r a i}nøeωr s çbß l o nøeωn çs p o r t iøe f ª d}r a g. 2 Schrijf het beroep op dat jij het best bij het rijtje werkwoorden vindt passen. Kies uit: burgemeester onderwijzer winkelier bakker politieagent postbode minister 1 fietsen, beginnen, verliezen, brengen 2 kopen, verkopen, bakken, beginnen 3 benoemen, bezoeken, belonen, werken 4 verdenken, belonen, botsen, dreigen Kies nu één beroep uit. Vertel in vier zinnen iets over dat beroep. Gebruik in elke zin één van de werkwoorden uit het rijtje. Je mag de vorm van het werkwoord veranderen. 1 beloning 2 begrip 3 dreiging 4 benoeming 5 botsing Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 1 Malmberg s-hertogenbosch 15
2 Themapakket 2.3 blozen blazen glanzen kiezen peinzen wijzen bonzen verkiezen prijzen prijzen bewijzen verwijzen genezen grazen lezen vrezen reizen razen pluizen niezen 1 Lees de werkwoorden en de zinnen: Schrijf de persoonsvormen in de verleden tijd en bedenk er een rijmwoord erbij. Let op! Dit rijmwoord moet ook een werkwoord zijn. blozen verkiezen lezen, razen grazen, glanzen vrezen, kiezen reizen, wijzen 1 çb l o oésıdøe çh o oésıdøe Ik (1) toen hij dat zei. Marieke en Heleen (2) om thuis te blijven. Die man (3) het verkeersbord niet goed en (4) met 100 kilometer per uur voorbij. De koeien (5) in de wei en hun vacht (6) in het zonlicht. Zij (7) voor de goede afloop, toen ze hoorden wat wij (8). Toen wij door Italië (9), (10) mijn vader ons de weg. 2 Veel werkwoorden uit het themapakket rijmen op elkaar. Maak met deze woorden een gedicht van vier of meer regels. Gebruik zo veel mogelijk werkwoorden uit het themapakket. Deze werkwoorden mag je in een andere tijd zetten. Je mag ook zelf werkwoorden bedenken. Bijvoorbeeld: Koeien kunnen niet lezen Ze kunnen ook niemand genezen Wat ze wel kunnen is grazen En dat zal niemand verbazen! Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 2 Malmberg s-hertogenbosch 31
3 Themapakket 3.3 fluiten bloeden broeden redden luiden smelten bijten schieten zenden wachten glijden vechten rusten snijden planten schelden praten storten sporten schudden 1 Schrijf een kort verhaaltje. Gebruik elk van deze werkwoorden minstens één keer als persoonsvorm: sporten, fluiten, broeden, wachten, redden. Je mag zelf weten of je in de tegenwoordige of in de verleden tijd schrijft. Begin bijvoorbeeld zo: GÒi s tøeωrøeωn çs p o r t tøe i k åmøe t m jˆn åv r iøeωn døeωn o p çhøe t åv o t b a l}vß l d. Kies nu zelf vijf woorden uit het themapakket die je bij elkaar vindt passen. Schrijf een kort verhaalje waarin persoonsvormen van alle vijf de werkwoorden voorkomen. 2 De zinnen hieronder zijn niet letterlijk, maar figuurlijk. Schrijf eerst van elke zin de persoonsvorm op. Schrijf het hele werkwoord erachter. Schrijf dan op wat er met de beeldspraak bedoeld wordt. 1 çsωm o l t çsωmøe l tøeωn A}n}nøeΩm jˆn åv o n d døe çb a b y çhøeøe l eωr g çl iøe f. 1 Annemijn smolt helemaal toen ze de baby vasthield. 2 De man beet hem toe dat hij zijn mond moest houden. 3 De juf plantte zich tussen de ruziënde kinderen. 4 De kat schoot langs mij heen de tuin in. 5 Femke broedt op een plannetje. 6 De koude wind snijdt in mijn gezicht. 7 Mieke stortte zich vol overgave op haar nieuwe hobby. 8 Mijn hart bloedde toen Peter zei dat het uit was tussen ons. Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 3 Malmberg s-hertogenbosch 47
4 Themapakket 4.3 verven spelen duren razen erven rapen glanzen vrezen durven wensen leggen grazen streven snoepen brullen bonzen zweven snappen mopperen peinzen 1 Maak een gedicht. In elke regel moet een werkwoord in de verleden tijd staan. Iµk çb o n sıdøe o p døe døe u}r. Iµk åwß Ωn s tøe ªøeΩn ªΩzøe u}r. Bedenk er nog zes regels bij. Zet een streep onder de werkwoorden. 2 In deze woorden zit een stukje van een werkwoord verstopt. Schrijf ze onder elkaar op. Schrijf het werkwoord erachter. 1 grondverf 6 mopperpot 2 grasspriet 7 kerstwens 3 spelletje 8 koolraap 4 durfal 9 vreselijk 5 zweefmolen 10 erfgenaam Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 4 Malmberg s-hertogenbosch 61
5 Themapakket 5.3 reizen rennen leven trouwen zwaaien begroeten oogsten richten starten verwerken raken slikken straffen voeden laden branden planten proeven draven beloven 1 Kies uit beide rijen hieronder een woord of woordgroepje. Maak er een zin mee. Gebruik in je zin ook een werkwoord uit het themapakket. Onderstreep dat woord in je zin. Ga door tot je alle woorden en woordgroepjes uit de rijen hebt gebruikt. D«e åm a s tøe i t årøe i sıdøe åv o r i g jåa a}r ån a a}r Tµu}r k. Wanneer? vorig jaar nu morgen over een uurtje gisteren Wie? Yasmine en Kim oom Gijs ik de koeien de majesteit 2 Bedenk wat de twee woorden met elkaar te maken hebben. Maak er dan een zin mee. Kies bij 6, 7 en 8 zelf twee woorden uit het themapakket die bij elkaar passen. Maak daar ook een zin mee. 1 MøeΩn s»eωn d iøe t}r o u}wß Ωn, çbß l o vß Ωn e l k a a}r eøe u}w i ª t}r o u}wæ. 1 trouwen en beloven 2 richten en raken 3 proeven en slikken 4 rennen en draven 5 planten en oogsten 6 en 7 en 8 en Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 5 Malmberg s-hertogenbosch 75
6 Themapakket 6.3 zingen vallen dragen pluizen schrijven kijken liegen verwijzen slapen blijven geven nemen helpen verkiezen krijgen kruipen prijzen graven sterven blazen 1 Welke gevoelens krijg jij bij deze werkwoorden? Bedenk een zin in de verleden tijd met elk werkwoord. Stop het gevoel dat je bij dit werkwoord krijgt in de zin. 1 åz i}n ªΩn Tıo Ωn døe åz a}n ªΩrøe s d a t t}røe u}r i ª çl iøe d åz o n g, çk}røeøe g i k çk i p pøeωn}vß l o p åm jˆn år u g. 1 zingen 6 krijgen 2 liegen 7 dragen 3 helpen 8 prijzen 4 sterven 9 geven 5 schrijven 2 Bedenk bij elk werkwoord een werkwoord dat erop rijmt. Zet het in de verleden tijd. Geef dan antwoord op deze vraag: is het ook een klankvast werkwoord of een klankveranderend werkwoord? 1 çbß Ωvß Ωn år jˆm t o p ªΩvß Ωn. ªΩvß Ωn gåa f çbß Ωvß Ωn çbß øe f døe B«eΩvß Ωn i s eøeωn çk l a}n k}v a s t åwß Ωr k}w o o r d (åmøe t åvæ/çf åw i s s»e l i}n g ). 1 geven 2 dragen 3 pluizen 4 zingen 5 vallen 6 kruipen 7 slapen 8 blazen 9 graven Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 6 Malmberg s-hertogenbosch 91
7 Themapakket 7.3 bestrijden brengen bidden verbinden verzoeken schelden lijden verbieden verliezen binden bedenken bevinden komen gelden vermijden rijden denken glijden bieden gebieden 1 Voor een werkwoord kun je vaak een voorvoegsel of voorzetsel zetten. De betekenis van het woord verandert dan. Bijvoorbeeld: vinden bevinden Er zijn meer voorzetsels en voorvoegsels, zoals: ge-, ver-, uit-, aan-, over-, af-, bij-, mee-, op-, om-, on-, ont-. Kies vijf werkwoorden uit het themapakket. Schrijf er een voorzetsel of voorvoegsel voor. Zoek de betekenis van dit nieuwe werkwoord op in een woordenboek. Maak dan met het nieuwe werkwoord een zin. 1 åv i}n døeωn çbß Ωv i}n døeωn Wƒ j çbß Ωv i}n døeωn o n s åm o møeωn tøeøe l i}n døe çsıc h o o l. 2 Kies twee lange werkwoorden uit het themapakket. Maak van dat werkwoord zoveel mogelijk andere werkwoorden of werkwoordsvormen. Je mag letters vaker gebruiken. Je mag ook werkwoorden in verleden tijd of voltooide tijd zetten. çbß s t}r jådøeωn : çs t}r jådøeωn, çs t}r jåd, çs t}r jåd t, çbß s t}røe døeωn, år jådøeωn, år jåd, år jåd t, årøe døeωn, çbß Ωrøe døeωn, çb j tøeωn, çb j t, çbß øe t, çbß tøeωn Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 7 Malmberg s-hertogenbosch 107
8 Themapakket 8.3 doen lopen zien rijden weten blinken zijn blazen zullen worden kiezen schuiven hebben wijzen zeggen kunnen schrikken schijnen houden lezen 1 Zet elke zin eerst in de verleden tijd. Zoek daarna de persoonsvorm. Schrijf de persoonsvorm op achter het nummer van de zin. Zet het hele werkwoord in de tegenwoordige tijd daar weer achter. 1 døeøe d d o Ωn 1 Jacky doet mee aan een muziekconcours. 2 Dat is een grote wedstrijd voor muziekgezelschappen. 3 Zij heeft zich nog net op tijd aangemeld. 4 Jacky houdt het meest van het onderdeel samenspel. 5 Zij weet dat ze daar goed in is. 2 Zoek in het themapakket alle werkwoorden op die passen bij een muziekgezelschap: een orkest, een fanfare of een harmonie. Bekijk de tekening. Beschrijf het muziekgezelschap dat daar loopt. Gebruik de werkwoorden in je verhaal. Schrijf het verhaal op. Zet een blauwe streep onder elk werkwoord uit het themapakket. Hoeveel heb jij er in je verhaal verwerkt? 6 Andere muzikanten zeggen dat ook. 7 Deze keer zal zij ook wel weer een beker winnen. 8 Wat is zij trots als ze kampioen wordt! 9 Ze ziet ook een foto van zichzelf in de krant staan. 10 Dan kan zij haar geluk niet op! Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 8 Malmberg s-hertogenbosch 123
9 Themapakket 9.3 feesten groeten verbazen dansen praten geloven betalen verkleden gebeuren bonzen bellen begroeten beleven snoepen kleuren proeven beloven fluisteren bedanken verwachten 1 Kies drie woorden uit het themapakket. Schrijf van elk woord het belangrijkste woorddeel op. Maak met dat woorddeel nieuwe woorden. 1 d a}n s»eωn - d a}n s d a}n sωwß d s t}r jåd ª d a}n s t d a}n s b a a}r d a}n s»eωr d a}n s»eωrøe s 2 Wat vind jij een wereldfeest? Is dat een groot feest met mensen die dansen? Of is het een feest waarbij je veel cadeautjes krijgt? Of misschien een feest waarbij je lekker kunt eten? Kies acht woorden uit het themapakket en maak daarmee een woordveld. wereldfeest Schrijf met die woorden een verhaal over jouw wereldfeest. Deel je verhaal in in begin, midden en einde. Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 9 Malmberg s-hertogenbosch 139
10 Themapakket 10.3 liggen meten zuigen wrijven schrijven gieten springen stuiven drijven zoeken hangen sluiten glijden vechten brengen gaan varen knijpen zwerven zijn 1 De grote vakantie komt eraan! Zorg dat je je niet gaat vervelen. Maak een lange lijst van dingen die je misschien al eens hebt gedaan in een grote vakantie. Mocht je je toch vervelen, dan pak je gewoon die lijst erbij. Bedenk met elk werkwoord een activiteit. Schrijf het in een goede zin in de verleden tijd op. 1 liggen 2 hangen 3 springen 4 varen 5 zuigen 6 glijden 7 drijven 8 zwerven 9 schrijven 10 brengen 11 gaan 12 knijpen 1 Iµk çl a g çløe k køeωr tøe çløeωzøeωn o p çhøe t gˆr a s. 2 Veel vormen van een werkwoord kunnen in de verleden tijd ook nog een andere betekenis hebben. Maar dan is het geen werkwoordsvorm meer. Kies vijf werkwoorden uit het themapakket, zet de vormen in de verleden tijd enkelvoud en meervoud erachter. Ken je die vormen ook in een andere betekenis? Bedenk daar zinnen mee. Je kunt voor de betekenis ook in je woordenboek kijken. gòiøe tøeωn gåo o t EΩr çl i g t eøeωn çsωn o p p a p iøeωr t i}n døe gåo o t. gåo tøeωn D«e gåo tøeωn b j d a t d a k åz jˆn çv a}n çk o pøeωr ªΩm a a k t. Taal actief Groep 7 Bakkaart spelling 10 Malmberg s-hertogenbosch 155
Werkwoordpakket thema 1 (Taal Actief 3 groep 7) roepen beginnen begrijpen breken buigen drinken duiken klimmen kruipen roepen ruiken
Werkwoordpakket thema 1 (Taal Actief 3 groep 7) bellen belonen benoemen dreigen dromen gillen gooien groeien huilen bakken bedanken boksen botsen danken dansen drukken eisen fietsen beginnen begrijpen
v.t. jij, hij, v.t. v.t. v.t. jij, hij, v.t. wij, jullie v.t. v.t. jij, hij, v.t. wij, jullie v.t. v.t. jij, hij, v.t. wij, jullie v.t. v.t.
bakken bannen heb, ben, word heb, ben, word barsten behangen heb, ben, word heb, ben, word braden brouwen heb, ben, word heb, ben, word heten hoeven heb, ben, word heb, ben, word houwen lachen heb, ben,
tong Het landje is van ons Les 1 groep 7 uitdrukking uitwerking voldoening vordering vormgeving waardering waarneming
Het landje is van ons Les 1 groep 7 tong 9a goedkeuring hervorming hulpverlening medewerking opvatting overtuiging tegenstelling uitdrukking uitwerking voldoening vordering vormgeving waardering waarneming
tong Het landje is van ons Les 1 groep 7 uitdrukking uitwerking voldoening vordering vormgeving waardering waarneming
Het landje is van ons Les 1 groep 7 tong 9a goedkeuring hervorming hulpverlening medewerking opvatting overtuiging tegenstelling uitdrukking uitwerking voldoening vordering vormgeving waardering waarneming
Extra oefeningen voor werkwoordspelling
Extra oefeningen voor werkwoordspelling Inleiding Bij Taal actief 2 is voor groep 6 een apart werkboekje samengesteld voor de voorbereiding op de spelling van de werkwoorden. Veel gebruikers van Taal actief
Thema 7 spelling groep 7
Piano s en Selma s Week 1 Week 2 Woorden met meervoud op s en bezittelijke s 00 accu s 00 agenda s 00 alinea s 00 baby s 00 camera s 00 collega s 00 dia s 00 diploma s 00 duo s 00 echo s 00 Eskimo s 00
Onregelmatige werkwoorden -
Onregelmatige werkwoorden - naar klank (systematisch) Woorden met en, uit 1000 en 2000 meest gebruikte woorden (naar P. de Kleijn en E. Nieuwborg, Basiswoordenboek Nederlands). Woorden met *, ** en ***,
KAPSTOK SPELLING WERKWOORDEN
gewenning de korte zin doe-deel en wie-deel KAPSTOK SPELLING WERKWOORDEN tegenwoordige/verleden tijd en enkelvoud/meervoud de begrippen onderwerp en persoonsvorm ik-vorm tegenwoordige tijd, alle werkwoorden
werkwoorden op frekwentie
werkwoorden op frekwentie beginnen 1 blijven 1 doen 1 gaan 1 geven 1 hebben 1 kijken 1 komen 1 krijgen 1 kunnen 1 laten 1 maken 1 moeten 1 pakken 1 staan 1 weten 1 willen 1 worden 1 zeggen 1 zien 1 zijn
Thema 10. We ruilen van plek
Thema 10 We ruilen van plek Les 10.1 1. zakenreis 2. industrieën 3. raketten 4. percentage 5. demonstratie Les 1 gouden, ziekenhuis In het ankerverhaal staat dat de moeder van Gaby Pak kersen geeft in
Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten
www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les
Thema 4. Straatmuzikanten
Thema 4 Straatmuzikanten Les 4.1 tinnen ideeën pakketten resultaat passage Les 1 de, jarig Een man met korte, grijze haren, een snor en een aktetas stootte met zijn voet tegen het geldbakje. Waar hoor
Korte cursus sinterklaasgedichten schrijven
Taal actief 3 Handleiding groep 6 en 7 Korte cursus sinterklaasgedichten schrijven Dit is een extra activiteit die past binnen het thema sinterklaas. Tijdsduur 45 minuten Tip: De kinderen die moeite hebben
Acties / Werkwoorden
Acties / Werkwoorden Voor er gestart kan worden met onderstaand programma, moet het kind aan de volgende voorwaarden voldoen: Het kind kan 50 objecten benoemen en op verzoek selecteren. Het kind kan 10
DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling
Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave 6 2. Werkwoorden schrijven, een verhaal (1). 9 We missen iemand Werkwoorden: een begin 3. Werkwoorden
IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit
IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als
instapkaarten taal verkennen
instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3
Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.
Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.
Thema 2. Rennen voor geld
Thema 2 Rennen voor geld Les 2.1 Berlijnse calorieën zekerheden zebra s onmiddellijk Les 1 reis, ijs Sjoerd vertelt zijn opa dat hij rondjes gaat lopen op een sportterrein. Wat een ander woord voor terrein?
Jezus vertelt, dat God onze Vader is
Eerste Communieproject 26 Jezus vertelt, dat God onze Vader is Jezus als leraar In les 4 hebben we gezien dat Jezus wordt geboren. De engelen zeggen: Hij is de Redder van de wereld. Maar nu is Jezus groot.
Ursula Nederlands brugklas havo werkwoordspelling
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Liesbeth Verstappen 18 January 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/71071 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van
Groep 7 woordpakket 2
woordpakket 1 noch verbazing wellicht techniek aanwijzing oprichting voorlichting slachtoffer verandering waarachter rechtstreeks vergadering onzichtbaar verbeelding vereniging uitgeverij ongetwijfeld
Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord
Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord
Welke voorkeur heb jij?
Pedagogische vaardigheden: Welke voorkeur heb jij? Als pedagogisch medewerker maak je in de omgang met de kinderen in jouw groep gebruik van verschillende pedagogische vaardigheden. Wat zijn jouw voorkeursvaardigheden
1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden.
1 Lezen 1.1 Lezen wat er staat Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden. Leren kun je op allerlei manieren doen. Je kunt een opleiding of cursus volgen, maar je
Uitleg bij de spellingskaartjes.
Uitleg bij de spellingskaartjes. 1. De BLAUWE kaartjes zijn bedoeld om alleen te oefen met de spellingskaartjes 2. Met de Paarse kaartjes mag je met zijn tweeën oefenen met de spellingskaartjes 3. De Groene
MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1
MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden
Liefdesgedichten schrijven
Deze les hoort bij het boek Wil jij... met mij? geschreven door Rian Visser met tekeningen van Annet Schaap en gepubliceerd door uitgeverij Moon. Doel: leerlingen zelf gedichten laten schrijven Leeftijd:
Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.
Woordsoorten De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort. Woord Uitleg Voorbeeld Werkwoord Lidwoord Zelfstandig Bijvoeglijk
Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen
week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau A, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de
Hoe maak ik een werkstuk?
Hoe maak ik een werkstuk? Stap 1: Onderwerp en vraag Voordat je kunt beginnen met het maken van een werkstuk, moet je natuurlijk een onderwerp kiezen. Als je een onderwerp hebt gekozen ga je bedenken wat
ADHD: je kunt t niet zien
➂ ADHD: je kunt t niet zien Je ziet het niet aan de buitenkant. Je kunt niet gelijk naar iemand kijken en zeggen: die heeft ADHD. Dat kan een voordeel zijn. Als iemand niet weet dat jij het hebt, dan kunnen
Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon
Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn
Les 15 / Jezus Christus eerst
Les 15 / Jezus Christus eerst De opdracht Lees Filippenzen 2:5-8 Hoe kun je Jezus de eerste plaats geven in je leven? Er zijn zoveel dingen belangrijk in je leven: vrienden, school, een (sport)club, de
Lesbrief 14. Naar personeelszaken.
http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.
Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8
Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke
Weekprogramma: 1 jaar Zichzelf in de spiegel bekijken en gezichtsuitdrukkingen nadoen
Dit ben ik! Weekprogramma: Week 1; 0 jaar Zichzelf in de spiegel bekijken. 1 jaar Zichzelf in de spiegel bekijken en gezichtsuitdrukkingen nadoen 2 jaar Aanwijzen en benoemen delen van het gezicht. 3 jaar
Handleiding. UNICEF Handleiding lessuggestie Gedicht groep 7-8. Gedicht
UNICEF Handleiding lessuggestie Gedicht groep 7-8 Handleiding Gedicht In het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties zijn de rechten voor het kind opgenomen. U maakt deze rechten concreet en zichtbaar,
Stel: je wordt op een ochtend wakker en je merkt dat je onzichtbaar bent geworden. Wat ga je doen? Hoe voel je je? Schrijf er een verhaaltje over.
Stel: je komt een fee tegen en je mag één wens doen. Wat zou je wensen? Wat zou er daarna gebeuren? Hoe zou je je voelen? Schrijf hier een kort verhaaltje over. Stel: je wordt op een ochtend wakker en
BEGINNERSCURSUS DAG 1
1 BEGINNERSCURSUS DAG 1 A. FORCING Voorstelling B. GRAMMATICA Persoonlijke Voornaamwoorden Werkwoord: Infinitief en stam Hebben en Zijn C. CONVERSATIE Kennismaken 2 Zich voorstellen 1. Voornaam: Ik heet
9 Vader. Vaders kijken anders. Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd
53 9 Vader Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd heeft. P Ik begin steeds beter te begrijpen dat het heel bijzonder is dat ik een kind van God, mijn
1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.
1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu
Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte
Les 1: Een gedicht over Egypte schrijven Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken 1. Bekijk het Nieuwsbegripfilmpje van het Jeugdjournaal op www.nieuwsbegrip.nl. Het filmpje gaat over de situatie
2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S
2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de
Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl
http://www.edusom.nl Actielessen Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Nieuwe woorden Grammatica: werkwoorden in de verleden tijd Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente
taalkaart 1 Ik ga op reis en Ik ga op reis en Wat ga je doen? Je leert wat een reisverhaal is. Je schrijft er zelf een.
Ik ga op reis en Wat ga je doen? Je leert wat een reisverhaal is. Je schrijft er zelf een. Op verkenning tk taalkaart Ik ga op reis en Lees het verhaal van Aymen. 8 augustus 007 - In het vliegtuig Wat
werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd
werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd 6.0 vragen bij de film alleen Kijk naar de film. Geef antwoord op de vragen. eerste ronde filmkijken Badria wordt vandaag 5 jaar. Jan koopt een boek voor Badria.
Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen
week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau B, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de
Kat Lieve kat Mijn lieve kat Ik hou van jou Altijd. Ogen Zwart omrand Staren mij aan Tranen vallen naar beneden Liefdesverdriet
Elfje Een elfje is een relatief eenvoudig gedicht wat uit vijf regels bestaat en in totaal elf woorden heeft. Het is een simpele structuur waardoor het elfje een gedicht is waar men gemakkelijk mee kan
VERSJES: Mourik lou VADERDAG. Lieve papa, kom eens even met uw hoofd heel dicht bij mij. k wil u graag een zoentje geven en u krijgt daar nog wat bij!
VERSJES: Mourik lou VADERDAG Lieve papa, kom eens even met uw hoofd heel dicht bij mij. k wil u graag een zoentje geven en u krijgt daar nog wat bij! t Is geen zakdoek of sigaren, t is een heel, heel ander
Mijn digitale leesrugzak
Het hele schooljaar heb ik hard gewerkt op school. Een heerlijke lange zomervakantie heb ik zeker verdiend. Ik ben een lezer geworden en wil een lezer blijven. In mijn digitale leesrugzak zitten heel veel
Niemand hoeft verlegen te zijn
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Verlegen mensen Niemand hoeft verlegen te zijn Kleine kinderen zijn vaak verlegen. Dat vindt iedereen normaal. Maar ook 1 op 5 volwassenen
Beertje Anders. Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2
Beertje Anders Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2 H. Vos Beertje Anders Wat zonlicht is voor bloemen, is een glimlach voor een beer. Beertje Anders en Beertje Bruin gaan bij oma spelen. Het was maar even
a. Een zin lees je van links naar rechts. Waarom eigenlijk? Wat denk jij?
5. Woordplaatjes Bijzondere woorden Woorden maken samen zinnen. Zinnen maken samen tekst. Een zin begint met een hoofdletter. Hij eindigt met een punt. Zo weet je hoe je moet lezen. De woorden staan netjes
16. En nu vakantie! Vakantie. Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op.
Les 1 16. En nu vakantie! 1 Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op. Les 2 Les 2. 1. Leuk! We gaan kamperen Vul in de zinnen
taalkaart 1 Mijn diploma Mijn diploma
tk taalkaart 1 Mijn diploma Wat ga je doen? Je leert wat een diploma is. Je bedenkt en maakt een diploma. Op verkenning 1 Mijn diploma 1 Bekijk het diploma. naam: Femke Visser geboortedatum: 7 juni 1999
Instructie voor leerlingen.. 5. Gebruik van de lesbrieven. 6. Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7. Wat wil je zijn en worden.
VOORBEELD DE KLAS ALS TEAM (LEERLINGENBOEK) INHOUDSOPGAVE Instructie voor leerlingen.. 5 Gebruik van de lesbrieven. 6 Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7 Wat wil je zijn en worden. 11 Wat wil je zijn
Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: 9 789402 123678 <Katelyne>
Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: 9 789402 123678 Inleiding Timo is een ander mens geworden door zijn grote vriend Tommy. Toch was het niet altijd zo geweest, Timo had Tommy gekregen voor
Lesmateriaal bij de voorstelling: Zwemmen Zonder Mouwen
Lesmateriaal bij de voorstelling: Zwemmen Zonder Mouwen Beste docent, Binnenkort gaat u met uw klas naar de voorstelling Zwemmen Zonder Mouwen; een muzikale 8+ voorstelling die zich afspeelt in en rondom
werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL
werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL 7.0 vragen bij de film alleen Kijk naar de film. Geef antwoord op de vragen. eerste ronde filmkijken 1 2 3 Badria vindt Nederlands moeilijk. De juf komt op huisbezoek.
DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD
DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD Een didactiek om het begrip ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD aan te leren in het 4e leerjaar (Groep 6). Enkele voorafgaande opmerkingen over de toekomende tijd van het werkwoord.
Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les:
Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen "Welkom,." Introductiefase bij de eerste les: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie
Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:
Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt
De begeleider als instrument bij gedragsproblemen
www.incontexto.nl De begeleider als instrument bij gedragsproblemen Nathalie van Kordelaar Mirjam Zwaan Doel voorlichting Grip krijgen op (probleem) gedrag Evalueren In kaart brengen Uitvoeren Analyse
Lieve broer! Je liefste zus!!! Camille Vandenbussche. 12-19 oktober
Lieve broer! 12-19 oktober Je bent nog maar 1 week weg, en ik mis je al! Hopelijk zie ik je nog terug! Ik heb gehoord dat er al heel wat mannen zijn gestorven! Jij nog niet,gelukkig! En,papa, alles goed
Hoe spel ik een werkwoord?
Ik wandel, wandel jij Hij wandelt, jij wandelt Wij wandelen Wandel noemen we de ik-vorm. Daar komt soms wat bij: bjvoorbeeld een t (hij, zij, het, men, jij wandelt) of en (wij, zij, jullie wandelen) Ik
HANDIG ALS EEN HOND DREIGT
l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG ALS EEN HOND DREIGT OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDEN DIE DREIGEN. JE KUNT
Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd In deze les leer je zwakke werkwoorden als persoonsvorm in de tegenwoordige tijd op de juiste manier spellen. De sterke werkwoorden leveren vaak geen d- of t-problemen
Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.
Formeel en informeel Tijdens je stage praat je veel met mensen. Soms is het een officieel gesprek, soms een gezellig praatje met een collega. Dit noem je formele en informele gesprekken. Formeel betekent
Adam en Eva eten van de boom
Adam en Eva eten van de boom God maakt een prachtig paradijs. Hij zegt: Het is heel goed. Maar God heeft ook een vijand, En weet jij wel wat hij doet? Het mooie wat God heeft gemaakt, maakt hij juist graag
Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen
Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra
DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN
DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN AVONDMAAL VIEREN Het Avondmaal is meer dan zomaar een maaltijd. Om dat te begrijpen, is dit boekje gemaakt. Vooral is daarbij gedacht aan de kinderen, omdat zij met
Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou.
Voor jou! 9 Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Het boek gaat over geloven. Het gaat over jouw geloof! Lees en bekijk alles goed. Je
Jezus geeft zijn leven voor de mensen
Eerste Communieproject 38 Jezus geeft zijn leven voor de mensen Niet iedereen gelooft in Jezus In les 5 hebben we gezien dat Jezus vertelt over de Vader. God houdt van de mensen. Hij vergeeft je zonden.
Auditieve oefeningen bij het thema: sport en spel
Auditieve oefeningen bij het thema: sport en spel Boek van de week: 1; Igor Stippelkampioen 2; Boris de kampioen 3; Grote Anna leert hockey spelen 4; Rintje rent het hardst Verhaalbegrip: Bij elk boek
2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde
OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen
Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk daarvan zijn?
Voor 16 jaar en ouder! Zondag 24 Zondag 24 gaat over de goede werken. Zondag 24 vraag en antwoord 62, 63 en 64. Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk
INFORMATIEBRIEF nr.6 VRIENDJES - KIKKER IS VERLIEFD. Aan de ouders van groep 1 en 2
Aan de ouders van groep 1 en 2 INFORMATIEBRIEF nr.6 VRIENDJES - KIKKER IS VERLIEFD De eerste weken van het nieuwe jaar zijn al weer voorbij. We hebben met de kinderen gewerkt over de kalender. Hoe ziet
Voor jongeren in het praktijkonderwijs. temperatuur is er min twintig. De harde wind maakt het nog kouder. Daardoor voelt het als min vijftig.
PrO -weekkrant Week 02 januari 2014 Voor jongeren in het praktijkonderwijs 6-12 januari 2014 Eenvoudig Communiceren Winterweer in Amerika Foto: Shutterstock Foto: Shutterstock In grote delen van Amerika
Tik-tak Tik-tak tik-tak. Ik tik de tijd op mijn gemak. Ik haast me niet zoals je ziet. Tik-tak tik-tak, ik denk dat ik een slaapje pak.
Tik-tak - Lees het gedicht tik-tak voor. Doe dit in het strakke ritme van een langzaam tikkende klok: Tik - tak - tik - tak Ik tik - de tijd - op mijn - gemak. Enzovoort. - Laat de kinderen vrij op het
Ik merk. Hij merkt. Wij merkten. Ik merkte. Ik heb gemerkt. Ik spurt. Hij spurt. Wij spurtten. Ik spurtte. De politie heeft gespurt
Zoek de persoonsvorm: Ik merkte dat pas veel later. Schrijf de stam van merken op Schrijf de hij-vorm van merken op merken op merken op merken op. Ik heb.. de persoonsvorm is merkte Ik merk Hij merkt Wij
Geboortegedichtjes. Wie zegt dat er geen wonderen gebeuren. En ook nog nooit gebeurd zijn bovendien. Die moet beslist met eigen ogen
Geboortegedichtjes Wie zegt dat er geen wonderen gebeuren En ook nog nooit gebeurd zijn bovendien Die moet beslist met eigen ogen Dit schitterende wonder komen zien We hebben ze geteld Je armpjes en je
Mirjam Ngoy-Verhage. om het vol te houden
Mirjam Ngoy-Verhage 10 PEPPERS om het vol te houden Uitgeverij Jes! is een samenwerking tussen Uitgeverij Boekencentrum en de HGJB. Kijk voor meer informatie op www.jesvoorjou.nl. Naast deze 10 peppers
Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.
Basis Werkwoordspelling Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling is een programma voor het leren
instapkaarten taal verkennen
6 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema
Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les
8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil
Opdracht 1 Vul de juiste vorm van het werkwoord in tegenwoordige tijd / 20. (slapen) De man.. lang uit in het weekend. Ik mijn verjaardag vandaag.
Proef taal Naam. Opdracht 1 Vul de juiste vorm van het werkwoord in tegenwoordige tijd / 20 (slapen) De man.. lang uit in het weekend. (vieren) (genieten) ijsje. Ik mijn verjaardag vandaag. De kinderen..van
Lesbrief begrijpend lezen (Nieuwsbegrip) tekst groep 5 en 6
tekst groep 5 en 6 Carnaval In een deel van Nederland vieren mensen weer carnaval. Carnaval duurt van 18 tot en met 21 februari. De mensen vieren dit feest ieder jaar. Carnaval is een feest met veel tradities
Ahoy, kapitein! Stefanie Dahle GEGEVENS BOEK: KORTE INHOUD: ISBN 978 90 5924 434 4 13,99. Uitgeverij Bakermat. Suggesties: Emy Geyskens.
Ahoy, kapitein! Stefanie Dahle GEGEVENS BOEK: ISBN 978 90 5924 434 4 13,99 Uitgeverij Bakermat Suggesties: Emy Geyskens Vanaf 3 jaar Thema s: moed, humor, piratenschool KORTE INHOUD: Wat is dat nu? Met
2c nr. 1 zinnen met want en omdat
OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen
D of T Bingo! www.meesterklaas.nl. Welke regels hebben jullie gehanteerd? Omdat hij werd gestoord, wendde hij zijn gezicht naar de deur.
Lees de zinnen voor in willekeurige volgorde. De leerlingen moeten vervolgens het d/t woord in die zin juist invullen. Wanneer een leerling alle zinnen als eerst heeft roept hij of zij INGO! Zijn alle
Werkwoordspelling. Tegenwoordige tijd persoonsvorm
Werkwoordspelling Tegenwoordige tijd persoonsvorm Ik loop hij loopt wij lopen Dit boekje is gemaakt om de werkwoordspelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd te leren. Als je goed de regels
Hoe je je voelt. hoofdstuk 10. Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld:
hoofdstuk 10 Hoe je je voelt Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld: zenuwachtig wakker worden omdat je naar school moet, vrolijk
Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd
Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd 1 Joppe (13): Mijn ouders vertelden alle twee verschillende verhalen over waarom ze gingen
!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Uitgave van Stichting Be Aware Januari 2015 WIL JE MINDER GAMEN?
Uitgave van Stichting Be Aware Januari 2015 WIL JE MINDER GAMEN? Je vindt dat je teveel tijd doorbrengt met het spelen van games. Je beseft dat je hierdoor in de problemen kunt raken: je huiswerk lijdt
Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.
Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent
Gedichten werkboekje. Naam: Groep:
Gedichten werkboekje Naam: Groep: Gedichten lezen 1. Wat valt je als eerste op bij dit gedicht? Bang Bang, dat ik het nooit vergeten zal. Ik zal het nooit vergeten. Ik zag hem daar voor het laatst in de
1. Nooit in orde! Wat moeten wij met u nu aanvangen? Wat moeten wij met u nu doen? Gade gij nu nooit eens luisteren? Ge zijt echt niet te doen!
1. Nooit in orde! Wat moeten wij met u nu aanvangen? Wat moeten wij met u nu doen? Gade gij nu nooit eens luisteren? Ge zijt echt niet te doen! Ge zijt nooit in orde! Ge zijt altijd te laat! Ge zijt nooit
Z I N S O N T L E D I N G
- 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk
