Regionaal Opleidingsplan Pathologie
|
|
|
- Bruno Vedder
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Regionaal Opleidingsplan Pathologie Opleidingscluster MUMC+ A-opleiding: Dr. A. Driessen, opleider Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) Dr. M. Baldewijns, plaatsvervangend opleider Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) B-opleiding: Prof. Dr. A. de Bruïne, opleider Viecuri Medisch Centrum, Venlo Dr. P. Theunissen, opleider Atrium Medisch Centrum Parkstad, locatie Heerlen 1
2 INHOUDSOPGAVE INLEIDING 4 HOOFDSTUK DOEL EN THEMA S MIDDEL TOETS IJKING 9 HOOFDSTUK 2. RELATIE PERIODES, BEHEERSINGSNIVEAUS, OPLEIDINGSACTIVITEITEN EN TOETSING 2.1 RELATIE PERIODES BEHEERSINGSNIVEAUS GERELATEERD AAN DE OPLEIDINGSFASE OPLEIDINGSPLAN OPLEIDINGSACTIVITEITEN EN OPLEIDINGSFILOSOFIE COMPETENTIEONTWIKKELING EN TOETSINSTRUMENTEN 17 HOOFDSTUK 3 DAGELIJKSE OPLEIDINGSACTIVITEITEN IN HET CLUSTER MUMC OPLEIDINGSACTIVITEITEN IN HET MUMC OPLEIDINGSACTIVITEITEN IN HET VIECURI MEDISCH CENTRUM, VENLO OPLEIDINGSACTIVITEITEN IN HET ATRIUM MEDISCH CENTRUM PARKSTAD, LOCATIE HEERLEN 28 HOOFDSTUK 4. THEMA S THEMA 1: BOT- EN GEWRICHT PATHOLOGIE 35 THEMA 2: CARDIOVASCULAIRE PATHOLOGIE 37 THEMA 3: CYTOLOGIE 39 THEMA 4: DERMATOPATHOLOGIE 41 THEMA 5: ENDOCRIENE PATHOLOGIE 43 THEMA 6: GASTRO-INTESTINALE PATHOLOGIE 45 THEMA 7: GYNAECOPATHOLOGIE 47 THEMA 8: HAEMATOPATHOLOGIE 49 THEMA 9: HOOFD/HALS-PATHOLOGIE 51 THEMA 10: LEVERPATHOLOGIE 53 THEMA 11: LONG, PLEURA EN MEDIASTINALE PATHOLOGIE 55 THEMA 12: MAMMAPATHOLOGIE 57 THEMA 13: MUSCULAIRE PATHOLOGIE 59 THEMA 14: NEFROPATHOLOGIE 61 THEMA 15: NEUROPATHOLOGIE, CENTRAAL ZENUWSTELSEL 63 THEMA 16: OBDUCTIEPATHOLOGIE 65 THEMA 17: OOG- EN ORBITAPATHOLOGIE 67 THEMA 18: PERINATALE PATHOLOGIE 69 THEMA 19: TRANSPLANTATIEPATHOLOGIE 71 THEMA 20: UROGENITALE PATHOLOGIE 73 THEMA 21: WEKE DELEN TUMOR PATHOLOGIE 75 2
3 HOOFDSTUK 5 OVERZICHT OPLEIDING IN HET OPLEIDINGSCLUSTER MUMC+ PER OPLEIDINGSJAAR 77 BIJLAGE 1 FORMULIER INTAKE-GESPREK 82 BIJLAGE 2 FORMULIER KORTE PRAKTISCHE BEOORDELING () 83 BIJLAGE 3 EVALUATIEFORMULIEREN THEMA S 86 BIJLAGE 4 FORMULIER CRITICAL APPRAISAL OF A TOPIC (CAT) 107 BIJLAGE 5 MODULE-FORMULIER 110 BIJLAGE 6 DRIEMAANDELIJKS VOORTGANGSFORMULIER 114 BIJLAGE 7 GESCHIKTHEIDBEOORDELINGSFORMULIER (FORMULIER A) 117 BIJLAGE 8 BEGRIPPENLIJST EN GEBRUIKTE AFKORTINGEN 120 3
4 Regionaal opleidingsprogramma pathologie voor het opleidingscluster MUMC+ INLEIDING Het regionale opleidingsplan Pathologie voor het opleidingscluster MUMC+ is gebaseerd op het model UMCU, hetgeen een vertaling is van het door de beroepsgroep (Consilium Pathologicum) ontwikkelde landelijk opleidingsplan Modernisering Opleiding Pathologie. Dit regionaal opleidingsplan zal uitgevoerd worden aan het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+, A-opleiding), het Atrium Medisch Centrum Parkstad, locatie Heerlen te Heerlen (B-opleiding) en het Viecuri Medisch Centrum te Venlo (B-opleiding). Het regionaal opleidingsprogramma dient voor opleiders en AIOS als kapstok bij de invulling van de opleiding van de individuele AIOS. Het regionale plan voldoet aan de eisen zoals gesteld in het landelijk opleidingsplan en aan de eisen uit regelgeving. Dit document geeft, samen met het individuele opleidingsplan van de AIOS, inzicht in de opbouw van de opleiding. De opleiding is inzichtelijk opgedeeld in een 20-tal periodes (structuur), de daaraan verbonden thema s (inhoud) en de competentieontwikkeling (besproken in voortgangs- en beoordelingsgesprekken). De curriculumbeschrijving Modernisering Opleiding Pathologie, is organisch opgenomen in dit opleidingsplan. Dit document samen met het kaderbesluit CCMS 2011 vormen de basis voor de regelgeving van de opleiding pathologie. In hoofdstuk 1 volgt een korte beschouwing over het tot stand komen en de globale opbouw van het lokaal opleidingsplan Pathologie van het opleidingscluster MUMC+. Hoofdstuk 2 zal meer in detail ingegaan worden op de relatie tussen de periodes (2.1), het beheersingsniveau gerelateerd aan de opleidingsfase en de globale opbouw van de opleiding (2.2), het opleidingsplan (2.3), de opleidingsactiviteiten en opleidingsfilosofie (2.4) en competentieontwikkeling en toetsinstrumenten (2.5). In hoofdstuk 3 worden alle dagelijkse opleidingsactiviteiten in de bij het cluster aangesloten instellingen beschreven. In hoofdstuk 4 worden in functie van het thema de opleidingsactiviteiten in de bij het cluster aangesloten instellingen beschreven. Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de opleiding per opleidingsjaar in het opleidingscluster MUMC+. 4
5 HOOFDSTUK Doel en thema s Zoals beschreven in het landelijke opleidingsplan Modernisering Opleiding Pathologie moet de AIOS aan het einde van zijn/haar opleiding kunnen aantonen te beschikken over kennis, vaardigheden en attitudes om als patholoog zelfstandig te kunnen functioneren. Uitgaande van dit opleidingsplan is er meer aandacht voor het verwerven van diverse competenties, zowel algemene competenties, die disciplineoverstijgend zijn, als aan het specialisme verbonden specifieke competenties. Meer specifiek en meer in detail zijn kennis, vaardigheden en attitudes in het bovengenoemde document omschreven in verschillende competentiedomeinen (volgens CANMEDS), deels in algemene competenties, deels gericht op het specialisme pathologie. De competentieontwikkeling van de AIOS wordt vorm gegeven in 21 thema s binnen het opleidingsplan. De thema s, die gedurende deze 5-jarige opleiding aan bod komen, zijn: 1. Bot- en gewricht pathologie 2. Cardiovasculaire pathologie 3. Cytologie 4. Dermatopathologie 5. Endocriene pathologie 6. Gastrointestinale pathologie 7. Gynaecopathologie 8. Hematopathologie 9. Hoofd-hals pathologie 10. Leverpathologie 11. Long, pleura en mediastinale pathologie 12. Mammapathologie 13. Musculaire pathologie 14. Nefropathologie 15. Neuropathologie centraal zenuwstelsel 16. Obductiepathologie 17. Oog- en orbitapathologie 18. Perinatale pathologie 19. Transplantatiepathologie 20. Urogenitale pathologie 21. Weke delen tumor pathologie 5
6 1.2 Middel De regionale opleiding pathologie vindt plaats op de afdeling pathologie van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+, A-opleiding) en de afdeling pathologie van de perifere ziekenhuizen het Atrium Medisch Centrum Parkstad, locatie Heerlen te Heerlen (B-opleiding) en het Viecuri Medisch Centrum te Venlo (B-opleiding). De perifere stage(s) omvatten tenminste 2 periodes (6 maanden); een maximum van 8 periodes (2 jaar) perifere stage is mogelijk. In principe kan een AIOS pas deelnemen aan de B-opleiding vanaf het tweede jaar van de opleiding. Het eerste jaar brengt de AIOS de opleiding door in het A-ziekenhuis. Uitgaande van het landelijke opleidingsplan Modernisering Opleiding Pathologie heeft de regionale opleiding een modulaire opbouw. In de diverse modules komen 21 thema s aan bod. Deze thema s worden doorlopen in de 20 periodes van 3 maanden, waaruit de opleiding bestaat. Ieder thema zal tijdens de opleiding tenminste 2 maal aan bod komen: éénmaal tijdens de eerste twee jaren, éénmaal tijdens de laatste drie jaren. Naar keuze kunnen bepaalde thema s als verdieping en als voorbereiding op de toekomstige functie nogmaals doorlopen worden op het einde van de opleiding. In de A-opleiding zijn de thema s gestructureerd in modules, waarbij de toewijzing tot een bepaalde module bepaald wordt door de onderlinge samenhang van de thema s (lees onderlinge samenhang van de orgaansystemen) en door de deelexpertise van stafleden, die verantwoordelijk zijn voor de module. Het thema obductie is een module, die los staat van alle andere modules. Dit is in de regel de eerste module, die gevolgd wordt bij het begin van de opleiding. Deze module, bestaande uit volwassen obducties en kinderobducties, komt daarna nog regelmatig aan bod zowel in de A-opleiding als de B-opleiding. Naast de obductiestage bestaat er ook de wetenschappelijke stage, die deel uitmaakt van de A-opleiding. De wetenschappelijke stage duurt in totaal 2 periodes (6 maanden). Het tijdstip van de wetenschappelijke stage varieert in functie van het individuele opleidingsplan. Dit wordt bij voorkeur zo snel mogelijk na het eerste jaar gepland om de AIOS de gelegenheid te geven bij gebleken geschiktheid en interesse een onderzoeksactiviteit voort te zetten. De thema s, die aan bod komen per periode, worden bepaald door het individuele opleidingsplan. Bij de opbouw van dit schema wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang van de thema s, georganiseerd o.v.v. modules, en het opleidingsniveau van de AIOS. Het opleidingsniveau van de AIOS, dat bestaat uit het verwerven van vakspecifieke en algemene compententies, zal bepaald worden door het opleidingsjaar en het aantal keren dat men het thema doorlopen heeft. De inhoud van de thema s wordt voor een belangrijk deel ingevuld door deel te nemen aan te activiteiten op de werkplek en via een actieve participatie van de AIOS in de klinisch-pathologische besprekingen van de disciplines die aan de thematiek gerelateerd zijn. De werkplek omvat diverse ruimten zoals de obductieruimte, het laboratorium, de uitsnijruimte, de microscopieruimte of de ruimten voor multidisciplinair overleg. Voor elke AIOS wordt het thema-aanbod vastgelegd in een individueel opleidingsplan. Dit opleidingsplan beschrijft de thematische inhoud in de verschillende perioden van de A- opleiding en B-opleiding. Het niveau van de thema s en de te verwerven competenties per periode zal variëren naargelang het opleidingsjaar. Voor ieder thema is een 6
7 bekwaamheidsniveau gedefinieerd waaraan de AIOS moet voldoen aan het eind van de periode (zie ook curriculumdocument Modernisering Opleiding Pathologie en het hoofdstuk bekwaamheidsniveaus). Evaluatie van dit bekwaamheidsniveau gebeurt d.m.v. diverse toetsinstrumenten. Om zo veel mogelijk te kunnen voldoen aan specifieke opleidingswensen van de individuele AIOS wordt er in het laatste opleidingsjaar de mogelijkheid geboden een keuze te maken uit de verschillende thema s/stages voor een meer dan gemiddelde verdieping. Hiervoor zijn 2 periodes gereserveerd. Met name is er de mogelijkheid tot een additionele obductiestage of verdere subspecialistische verdieping op een bepaald thema of groep thema s. 1.3 Toets Het doel van de opleiding bestaat uit het verwerven van kennis, vaardigheden en attitudes zodat de AIOS aan het einde van zijn opleiding zelfstandig kan functioneren als patholoog en zich professioneel weet te gedragen t.o.v. patiënt en collega arts. Evaluatie van het verwerven van deze bekwaamheid bestaat niet alleen uit het toetsen van de kennis maar ook uit het beoordelen van de diverse competenties. Het opleidingsmodel omvat diverse toetsinstrumenten en toetsmomenten die bepalen op welke manier en op welk moment wordt getoetst. Dit kan beschreven worden in de vorm van een lokale toetstabel, die per AIOS wordt vertaald in een individuele toetstabel. De toetsinstrumenten, die binnen de regionale opleiding worden toegepast zijn: Supervisie o Dagelijkse interactie tussen AIOS en opleider/lid van de opleidingsgroep, waarbij niet alleen de diagnostische kennis wordt geëvalueerd maar ook aandacht is voor de diverse competenties De korte praktijkbeoordeling () o Eenvoudig toetsmoment om door directe observatie de vaardigheden van de AIOS te evalueren. Eventueel bestaat deze toetsing uit een OSATS (Objective Structured Assessment of Technical Skills), die een beoordeling van technische competenties bij het uitsnijden, bij cytologische puncties en bij obducties inhoudt. o De toetsing vindt zoveel mogelijk plaats op de werkplek, met feedback direct na het geobserveerde gedrag en in de overwegingen rekening houdend met het opleidingsjaar waar de AIOS zich bevindt. o 10x/jaar o Verzameld in portfolio 7
8 Eind modulegesprek o Beoordeling van het bekwaamheidsniveau van de AIOS van de gevolgde thema s gedurende een periode van 3 maanden o Evaluatie van de te verwerven competenties o Evaluatie van de klinische besprekingen o Formulier verzameld in portfolio Critical appraisal of a topic (CAT) o Aan de hand van literatuurstudie een evidence based antwoord geven op een duidelijke vraagstelling. De vraagstelling situeert zich in één van de thema s, die de AIOS als specifiek aandachtspunt heeft gedurende deze periode. o 2x/jaar als onderdeel van een cursorische onderwijsnamiddag of als onderdeel van de pathologiebespreking op maandagochtend o Verzameld in portfolio Voortgangstoets o Jaarlijkse toets (eventueel Europese toets) ter evaluatie van het bekwaamheidsniveau van de AIOS. De toetsgegevens uit de tabel worden opgenomen in het portfolio, samen met: - de in de portfolio verzamelde ervaringen (obducties, besprekingen, fouten, etc) - bijzondere projecten of opdrachten die bijdragen tot de vorming in de algemene competenties - gevolgd (cursorisch) onderwijs - wetenschappelijke activiteiten feedback, 1x per jaar uitgevoerd - andere relevante zaken Toetsingsinstrumenten Korte praktijkbeoordeling () 10x/jaar Critical appraisal of a topic (CAT) 2x/jaar Einde modulegesprek 1x/3 maanden Voortgangstoets 1x/jaar 8
9 1.4 IJking Het is van belang om de AIOS gedurende de opleiding feedback te geven over de vraag in hoeverre hij/zij voldoet aan het verwachte eindniveau per thema (geëxpliciteerd in het periode -intredegesprek). Het gaat hierbij om de volgende aspecten: 1. De groei in zelfstandigheid, uitgedrukt in bekwaamheidsniveaus (verrichtingen) en/of kennisniveaus (thema-inhoud). 2. De ontwikkeling c.q. groei in de algemene competenties. Ieder kwartaal, ieder half jaar of jaarlijks (naargelang opleidingsniveau) wordt op basis van de in het portfolio verzamelde gegevens en op grond van de mening van de opleidingsgroep met de AIOS gesproken over het gerealiseerde bekwaamheidsniveau ten opzichte van het verwachte eindniveau. Hierbij wordt nagegaan in hoeverre de AIOS competenties heeft verworven, die belangrijk zijn voor zijn functioneren als toekomstig patholoog. Zowel de positieve als negatieve kanten van het functioneren van de AIOS worden besproken, waarbij het belangrijk is dat de AIOS inzicht verwerft in zijn eigen functioneren door zelf-reflectie. Deze elementen komen aan bod in de periodieke voortgangsgesprekken en de jaarlijkse geschiktheidsbeoordelingen. Beoordelingsmomenten Jaar 1 3 m Voortgangsgesprek 6 m Voortgangsgesprek 9 m Voortgangsgesprek 12 m Voortgangsgesprek Jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling (A/B formulier) Jaar 2 6 m Voortgangsgesprek 12 m Voortgangsgesprek Jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling (A/B formulier) Jaar 3 6 m Voortgangsgesprek 12 m Voortgangsgesprek Jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling (A/B formulier) 9
10 Jaar 4 12 m Voortgangsgesprek Jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling (A/B formulier) Jaar 5 12 m Voortgangsgesprek Jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling (A/B formulier) C-formulier 10
11 HOOFDSTUK 2. Relatie periodes, beheersingsniveaus, opleidingsactiviteiten en toetsing 2.1 Relatie periodes Het regionale opleidingsplan Pathologie MUMC+ is opgebouwd uit 20 periodes van steeds 3 maanden waarin thema s meerdere malen (tenminste 2 maal) worden doorlopen. Er zijn in totaal 21 thema s, die de pathologie van de diverse orgaansystemen omvatten. Deze thema s kunnen op 2 manieren aan bod komen: ofwel gedurende het meermaals doorlopen van de diverse modules in het MUMC+ (A-opleiding), ofwel als specifieke aandachtsgebieden binnen de dagelijkse werkzaamheden op de afdeling pathologie in de perifere ziekenhuizen (B-opleiding). Waar in het MUMC+ alle thema s aan bod komen, zullen in de perifere ziekenhuizen een selectie van thema s als aandachtsgebied gevolgd kunnen worden. Deze thema s worden beschreven in het individuele opleidingsplan van de AIOS. Het aantal en de complexiteit van de thema s die aan de orde komen wisselt per periode, afhankelijk van het opleidingsjaar en het aantal keren dat de AIOS het thema reeds heeft doorlopen. De B-opleiding kan op ieder moment gedurende de opleiding ingepland worden, maar in principe niet gedurende het eerste jaar. De lengte van de B-opleiding kan variëren van 6 maanden tot maximaal 2 jaar. Verder zijn er 1 of 2 verdiepingsthema s in een 6 maanden durende periode (resp. 2x3 of 1x6 m) en een wetenschapsstage van 6 maanden. Via het doorlopen van deze thema s verwerft de AIOS competenties, die zijn gedrag als zelfstandig functionerend patholoog zullen bepalen. Naast de volgens thema gedefinieerde inhoud nemen de AIOS deel aan transversale activiteiten, bv. bij het onderwijs aan medische studenten of ondersteunend personeel. Thema s 1. Bot- en gewricht pathologie 12. Mammapathologie 2. Cardiovasculaire pathologie 13. Musculaire pathologie 3. Cytologie 14. Nefropathologie 4. Dermatopathologie 15. Neuropathologie centraal zenuwstelsel 5. Endocriene pathologie 16. Obductiepathologie 6. Gastrointestinale pathologie 17. Oog- en orbitapathologie 7. Gynaecopathologie 18. Perinatale pathologie 8. Hematopathologie 19. Transplantatiepathologie 9. Hoofd-hals pathologie 20. Urogenitale pathologie 10. Leverpathologie 21. Weke delen tumor pathologie 11. Long, pleura en mediastinale pathologie 11
12 De thema s in de A-opleiding zijn gegroepeerd in verschillende modules : Module Thema Duur I 6. Gastrointestinale pathologie 2*3 maanden 10. Leverpathologie II 20. Urogenitale pathologie 2*3 maanden 21. Weke delen tumor pathologie 13. Musculaire pathologie 15. Neuropathologie centraal zenuwstelsel 5. Endocriene pathologie III 7. Gynaecopathologie 2*3 maanden 12. Mammapathologie IV 3. Cytologie 2*3 maanden 18. Perinatale pathologie V 1. Bot- en gewricht pathologie 2*3 maanden 4. Dermatopathologie VI 8. Hematopathologie 2*3 maanden 4. Dermatopathologie 2. Cardiovasculaire pathologie VII 9. Hoofd-hals pathologie 2*3 maanden 11. Long, pleura en mediastinale pathologie 14. Nefropathologie 17. Oog- en orbitapathologie 19. Transplantatiepathologie VIII 16. Obductiepathologie 2*3 maanden 18. Perinatale pathologie IX Verdiepingsstage 2*3 maanden X Wetenschapstage 2*3 maanden 12
13 In de B-opleiding komen alle thema s aan bod met uitzondering van: Viecuri Medisch Centrum o Musculaire pathologie o Neuropathologie o Transplantatiepathologie o Oog- en orbitapathologie Atrium Medisch Centrum Parkstad, locatie Heerlen o Bot- en gewrichtspathologie o Cardiovasculaire pathologie o Musculaire pathologie o Nefropathologie o Transplantatiepathologie o Oog- en orbitapathologie 2.2 Beheersingsniveaus gerelateerd aan de opleidingsfase Het globale bekwaamheidsniveau (BN) wordt per thema weergegeven. De specifieke bekwaamheidsniveaus van de verschillende onderdelen binnen een thema zijn te vinden in het opleidingsplan Modernisering Opleiding Pathologie. Aan het eind van iedere periode wordt op basis van de in het portfolio verzamelde gegevens en op grond van de mening van de opleidingsgroep gesproken over deze bekwaamheidniveaus. 13
14 Code Bekwaamheidsniveau Beheersing diagnostiek A Heeft ruime kennis en ervaring van als regel ongecompliceerde/frequente diagnoses* B Heeft kennis en ervaring van meer complexe/minder frequente diagnoses** Kan vrijwel altijd zelfstandig een diagnose stellen en kent de belangrijkste implicaties van deze diagnose. Deze deskundigheid behoort na eenmaal doorlopen van het thema aanwezig te zijn. Kan vrijwel altijd een diagnose stellen, deels na interne of externe consultatie. Kent de belangrijkste implicaties van deze diagnose. Deze deskundigheid dient na het voor de tweede maal doorlopen hebben van het thema aanwezig te zijn. C Heeft basiskennis van zeer complexe/zeldzame diagnosen*** Is bekend met deze diagnoses, maar zal deze als regel niet zonder consultatie stellen, c.q. zal dit aan een interne of externe expert overlaten. Deze deskundigheid zal als regel worden verworven na een verdiepingsstage (derde of vierde maal doorlopen) in het betreffende thema * Deze diagnoses zijn relatief eenvoudig en/of worden in iedere afdeling pathologie meerdere malen per week (vaak dagelijks) gesteld ** Deze diagnoses zijn van een grotere moeilijkheidsgraad en/of komen als regel slechts enkele malen per maand voor *** Deze diagnoses vereisen bijzondere expertise en/of komen als regel hooguit slechts enkele malen per jaar voor. 2.3 Opleidingsplan In het onderstaand schema (globale opbouw van de opleiding voor een willekeurige AIOS) wordt het basisschema weergegeven van de opleiding van de AIOS in het opleidingscluster MUMC+. Dit basisschema variëert in functie van de individuele AIOS. In het eerste opleidingsjaar volgt de AIOS in principe de A-opleiding, die begint met module VIII, bestaande uit de thema s obductiepathologie en kinderpathologie. In het tweede jaar en eventueel nog eens later in zijn opleiding brengt de AIOS zijn B-opleiding door in één van de twee aangesloten perifere opleidingsplaatsen. De wetenschappelijke stage (periode 2*3 maanden, al dan niet aaneengesloten) gebeurt zo vroeg mogelijk zodat een AIOS met wetenschappelijke interesse nog verder onderzoek kan doen gedurende zijn opleiding. In de A-opleiding bestaat het opleidingsplan uit verschillende modules. In deze modules komen meerdere thema s aan bod. Bij het intake-gesprek aan het begin van een periode zal de inhoud en de organisatie van de thema s, die volgens zijn vastgestelde opleidingsplan het aandachtspunt vormen voor de AIOS, besproken worden (bijlage 1). Op het einde van deze periode zullen deze thema s geëvalueerd worden en neergeschreven worden in het module- 14
15 formulier. Uitgaande van de reeds gevolgde thema s in de A-opleiding, zullen andere thema s of thema s als een verdere verdieping aan bod komen in de B-opleiding. Het bekwaamheidsniveau, dat moet verworven worden door het doorlopen van het thema zal variëren naargelang het een eerste of tweede roulatie van een thema of een verdiepingsstage betreft. Om het gewenste bekwaamheidsniveau per thema te bereiken zal een actieve participatie van de AIOS op de werkplek en de aan het thema geassocieerde klinisch-pathologische besprekingen vereist worden. Op het einde van de opleiding kan de AIOS een vrijwillig gekozen verdiepingsstage volgen, waarin een bepaald thema verder uitgediept zal worden. Het niveau van bekwaamheid zal geëvalueerd worden door rechtstreekse supervisie door leden van de opleidingsgroep en door gebruik te maken van diverse toetsinstrumenten zoals, CAT, voortgangstoets en module-formulier. Daarnaast zullen er voortgangsgesprekken en evaluatiegesprekken gebeuren met de opleider en plaatsvervangend opleider. Opleidingsplan van een willekeurige AIOS 1 ste jaar 2 de jaar 3 de jaar 4 de jaar 5 de jaar A-opleiding B-opleiding Wetenschapstage A-opleiding A-opleiding A-opleiding B-opleiding Wetenschapstage A-opleiding A-opleiding A-opleiding A-opleiding A-opleiding B-opleiding Verdiepingsstage A-opleiding A-opleiding A-opleiding B-opleiding Verdiepingsstage 2.4 Opleidingsactiviteiten en opleidingsfilosofie Uitgangspunt van de opleiding pathologie is learning by doing, wat in de praktijk betekent dat de thema-inhoud op de werkplek aan de orde komt. Voor het specialisme pathologie zijn dat de obductiekamer, de laboratoria, de microscopiekamers en de conferentiekamers. Dit alles vanzelfsprekend steeds onder adequate supervisie (ouderejaars AIOS en stafleden). Anders dan bij opleidingen in veel klinische disciplines is er vrijwel altijd een 1 op 1 opleidingsrelatie tussen de AIOS en de opleiders, wat inhoudt dat de opleiders nauwkeurig de competentieontwikkeling van de AIOS kunnen monitoren en de AIOS direct feedback kunnen geven. Voldoende tijd voor zelfstudie, deelname aan onderwijs (o.a. aan geneeskunde studenten), deelname aan (lopende) onderzoeksprojecten (wetenschapsstage) en betrokken zijn bij management taken (afgevaardigde bij dagelijks bestuur en patiëntenzorg van de afdeling, bestuurstaken bij de LPAV, etc.) zijn belangrijke items die kunnen bijdragen aan een brede competentieontwikkeling. Het lokale cursorisch onderwijs is competentie-gericht, waarbij enerzijds via disciplineoverstijgend onderwijs de algemene competenties (communicatie, samenwerking, kennis en 15
16 wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie, professionaliteit) en via specialisme gebonden cursorisch onderwijs, de vak-specifieke competentie medisch handelen aan bod komen. Discipline-overstijgend onderwijs Het verwerven van de algemene competenties (communicatie, samenwerking, kennis en wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en professionaliteit), die zich uiten over vorm van een gedrag, gebeurt d.m.v. discipline-overstijgend onderwijs. Dit type onderwijs wordt binnen het opleidingscluster MUMC+ georganiseerd door het MUMC+ en de perifere ziekenhuizen. Diverse topics kunnen hierbij aan bod komen zoals communicatie, aanpak van klachten. De AIOS volgt in principe 1 discipline-overstijgende activiteit per jaar. Specialisme-gebonden cursorisch onderwijs: Bespreking educatieve diagnostiek (selectief) o 1x/dag o Bespreking van een diagnose en zijn differentiële diagnose aan de hand van een verzameling van coupes. Zowel histologie als cytologie kunnen hierbij aan bod komen. o Selectie van coupes uit het archief. Bespreking dagelijkse educatieve diagnostiek o 1x/dag o Coupes uit de dagelijkse diagnostiek, waarbij aandacht is voor diverse facetten van praktijkvoering zoals klinisch redeneren, wetenschap. Regionale coupe-avond o 1x/2 maanden o Presentatie van coupes, afkomstig uit de dagelijkse praktijk van het MUMC+ en andere deelnemende ziekenhuizen, o.a. de ziekenhuizen, die instaan voor de B-opleiding o Aandacht voor het probleem-oplossend vermogen van de AIOS, in eerste instantie zonder gebruik te maken van speciële technieken. Plaatsen van het diagnostisch probleem in een context van een differentiële diagnose. 16
17 Pathologiebespreking o 1x/week maandagochtend o In deze bespreking, waarbij er zowel een actieve participatie van de AIOS als van de stafleden wordt verwacht, komen diverse topics aan bod: Revisiebespreking beoordelen van 10 gevallen van een module door een patholoog van een andere module evaluatie concordantie/discordantie van de diagnose aandacht voor de kwaliteit van de verslaglegging aandacht voor de kwaliteit van de coupes Kwaliteit Diverse topics uit het kwaliteitshandboek Veranderingen in protocols CAT Moleculaire pathologie Cursorisch onderwijs door stafleden over diverse onderwerpen in de pathologie Cursorisch onderwijsmiddag o 1x/maand vrijdag middag o Kernthema s uit de klinische pathologie passeren in een 3-jaarlijkse cyclus de revue. Deze middagen gebeuren onder begeleiding van de pathologen uit de opleidingscluster of door specialisten uit andere instituten. o Algemeen format Een Critical Appraisal of a Topic (CAT) Lezing door een staflid met integratie van eerder genoemde aspecten. Bespreken van een coupe-set ter illustratie van de lezing. Andere aspecten van onderwijs o Laboratoriumstage (praktijk histologie/cytologie/moleculaire technieken in 1ste opleidingsjaar) o De 3 verplichte BOP cursussen (oncologie, immunologie en pathofysiologie) o Palga-cursus coderen o Groot (internationaal) congres volgen bij voorkeur in het laatste opleidingsjaar o Deelname aan de jaarlijkse webbased Europese pathologie voortgangstoets 2.5 Competentieontwikkeling en toetsinstrumenten De algemene competenties van een medisch specialist, de toepassing hiervan voor de pathologie en de specifieke competenties van een patholoog staan uitgebreid beschreven in het document modernisering opleiding pathologie. Ook de toetsing en borging van 17
18 competenties staat hierin beschreven. Toetsinstrumenten (zie tabel) staan beschreven in hoofdstuk 1.4. Uitkomsten van deze toetsmomenten (rekening houdend met de verwachte bekwaamheidsniveaus) en de reflectie van de AIOS hierop worden vastgelegd in het portfolio, besproken met de AIOS en vastgelegd in notulen tijdens de kwartaalgesprekken (jaar 1), halfjaarlijkse gesprekken (jaar 2 en 3) en jaargesprekken (jaar 4 en 5). Thema Medisch Communicatiwerking Samen Kennis & Maatsch. Organi Professionaliteit handelen Wetenschap Handelen satie 1. Bot en gewricht VGT/CAT /Supervisie/ Cardiovasc VGT/CAT /Supervisie / Cytologie VGT/CAT /Supervisie / Dermato VGT/CAT /Supervisie / Endocrien VGT/CAT /Supervisie / GI VGT/CAT /Supervisie / Gynaecol VGT/CAT /Supervisie / Hemato VGT/CAT /Supervisie / Hoofd/hals VGT/CAT /Supervisie / Lever VGT/CAT /Supervisie / Long pleura, mediastinaal VGT/CAT /Supervisie / Mamma VGT/CAT /Supervisie / Musculair VGT/CAT /Supervisie / Nefro VGT/CAT /Supervisie / Neuro VGT/CAT /Supervisie / Obductie VGT/CAT /Supervisie / Oog en orbita VGT/CAT /Supervisie / Perinataal VGT/CAT /Supervisie / Transplantatie VGT/CAT /Supervisie / Urogenitaal VGT/CAT /Supervisie / Weke delen Wetenschap VGT/CAT /Supervisie /360 /CAT 18
19 Hoofdstuk 3 Dagelijkse opleidingsactiviteiten in het cluster MUMC+ De opleiding pathologie gebeurt binnen het opleidingscluster MUMC+ op de afdeling pathologie MUMC+ (A-opleiding) en de afdelingen pathologie in de perifere ziekenhuizen Atrium Medisch Centrum Parkstad, locatie Heerlen (Heerlen) en Viecuri Medisch Centrum (Venlo) (B-opleidingen). In de A-opleiding komen alle thema s aan bod, terwijl in de perifere ziekenhuizen van de B-opleiding een selectie van thema s als aandachtspunt gekozen kunnen worden. De 3 samenwerkende opleidingsinstituten tonen daarom een overlap maar ook verschillen in hun diverse dagelijkse (opleidings)activiteiten Opleidingsactiviteiten in het MUMC+ Binnen de afdeling pathologie van het MUMC+, die instaat voor de A-opleiding, is de opleiding een modulair systeem. In deze modules komen verschillende thema s aan bod. In functie van hun deelspecialismen zijn de pathologen, die lid zijn van de opleidingsgroep, verantwoordelijk voor de opleiding in bepaalde thema s. In de dagelijkse praktijk streeft men ernaar om vakinhoudelijk zo breed mogelijk georiënteerd te zijn om eventueel ook supervisie te kunnen geven over andere thema s. De opleidingsgroep Dr. A. Driessen Opleider Thema s: Gastro-intestinale pathologie, leverpathologie Dr. M. Baldewijns Plaatsvervangend opleider Thema s: Uropathologie, perinatale pathologie, gynaecopathologie, cytologie Drs. R. Riedl Lid opleidingsgroep Thema s: Weke delen, Endocrinologie Dr. M. Lammens Lid van de opleidingsgroep Thema s: Musculaire pathologie, neuropathologie 19
20 Dr. K. van de Vijver Lid van de opleidingsgroep Thema s: Gynaecopathologie, mammapathologie, cytologie Dr. B. de Vries Lid van de opleidingsgroep Thema s: Mammapathologie, cardiovasculair, obductiepathologie Dr. M. Bendek Lid van de opleidingsgroep Thema s: Longpathologie Dr. V. Winnepenninckx Lid van de opleidingsgroep Thema s: Dermatopathologie, bot- en gewrichtspathologie, oog- en orbitapathologie Drs. M. Abdul-Hamid Lid van de opleidngsgroep Thema s: Hematopathologie, nefropathologie, oog- en orbitapathologie Dr. C. Peutz Lid van de opleidingsgroep Thema s: Obductiepathologie, hoofd/halspathologie, nefropathologie, transplantatiepathologie Prof. Dr. A. zur Hausen Lid van de opleidingsgroep Thema s: Hematopathologie, hoofd/halspathologie, longpathologie Functies van de opleidingsgroep/opleider De taak van de leden van de opleidingsgroep bestaat er in de AIOS op een dusdanige wijze op te leiden dat deze algemene en vakspecifieke competenties verwerft, die hem toelaten op een zelfstandige wijze te functioneren als deskundig diagnost. Ontwikkeling van de algemene competenties zijn noodzakelijk opdat de AIOS aan het einde van zijn opleiding adequaat en professioneel kan interageren met de aanvrager, de arts, en zich verantwoordelijk voelt voor het tijdig en correct geven van uitslagen. Daarnaast bestaat de taak van de opleidingsgroep uit het stimuleren van de wetenschappelijke interesse en het begeleiden van het wetenschappelijk onderzoek. De opleidingsgroep staat in voor de kwaliteit, inhoud en vormgeving van de opleiding. Concreet bestaat de taak van de opleidingsgroep uit supervisie met aandacht niet alleen voor het verwerven van medische kennis, maar ook voor de algemene competenties. Bij dit laatste zal het functioneren van de 20
21 opleidingsgroep als voorbeeld dienen voor de AIOS. De leden van de opleidingsgroep zijn elk verantwoordelijk voor het cursorisch onderwijs van specifieke thema s. Zij staan ook in voor de beoordeling van de vooruitgang van de AIOS door gebruik te maken van diverse toetsinstrumenten. Naast de taken als lid van de opleidingsgroep heeft de opleider nog specifieke taken en verantwoordelijkheden. De opleider staat er voor in dat de opleiding in het juiste klimaat kan plaatsvinden en waakt over de vooruitgang van de individuele AIOS, waarbij zij passende maatregelen treft indien dit nodig zou blijken uit de vooruitgangsgesprekken en de evaluatiegesprekken. Dag Ochtend Middag Avond Maandag Ochtendrapport Bespreking educatieve casuïstiek Lymfoompanel (1x/m) Bespreking weekschema Obducties verslaglegging Regionale coupe-avond Bespreking educatieve casuïstiek Uitsnijden (1x/2m) Pathologiebespreking, IKL Werkgroep Pathologie Obducties Vriescoupes (2x/j) Uitsnijden, verslaglegging Vriescoupes Cytologie Cytologie Besprekingen: GE-bespreking (1x/2w) Leverbespreking (1x/2w) Longbespreking (1x/2w) Hoofd/Halsbespreking (1x/w) Kinderbespreking (1x/m) Endocrinologie (1x/m) KNO (1x/m) Dinsdag Ochtendrapport Bespreking educatieve casuïstiek IKL Onderwijs (4x/j) Bespreking educatieve casuïstiek Obducties Uitsnijden, verslaglegging Vriescoupes Cytologie Obducties verslaglegging Uitsnijden, Vriescoupes Cytologie Besprekingen Interne obductie (1x/m) Orthopedie (1x/m) Oogbespreking (1x/3m) Woensdag Ochtendrapport Bespreking educatieve casuïstiek Bespreking educatieve casuïstiek Obducties Uitsnijden, verslaglegging Obducties verslaglegging Uitsnijden, Vriescoupes 21
22 Vriescoupes Cytologie Bespreking: Neuropathologiebespreking Cytologie Referaat AIOS Bespreking: Weke delen (1x/m) (1x/m) Donderdag Ochtendrapport Bespreking educatieve casuïstiek Bespreking educatieve casuïstiek Obducties Uitsnijden, verslaglegging Vriescoupes Cytologie Besprekingen: Mammapathologie (1x/w) Dermatologie (1x/2w) Cardiologie (1x/w) Obducties verslaglegging Uitsnijden, Vriescoupes Cytologie Besprekingen: Uropathologie (1x/2w) Gynecologische pathologie (1x/w) MDO lever Oncologie (1x/w) MDO GI Oncologie (1x/w) Neuro-oncologie (1x/w) Vrijdag Ochtendrapport Bespreking educatieve casuïstiek Bespreking educatieve casuïstiek Obducties Uitsnijden, verslaglegging Vriescoupes Cytologie Besprekingen: Mammapathologie (1x/w) Obductiebespreking (1x/w) Obducties verslaglegging Uitsnijden, Vriescoupes Cytologie Bespreking Rheumatologie 1x/m Haematologie (1x/w) Nefrologie (1x/2w) Cardiologie (1x/m) Onderwijsmiddag (1x/m) De bespreking educatieve casuïstiek gebeurt aan de multikopsmicroscoop. 22
23 3.2. Opleidingsactiviteiten in het Viecuri Medisch centrum Venlo De pathologen van het ziekenhuis VieCuri Medisch Centrum in Venlo verzorgen een nietuniversitair deel van de opleiding. Alle pathologen zijn vakinhoudelijk breed georiënteerd, maar hebben ook specifieke aandachtsgebieden. Alle thema s komen aan bod met uitzondering van musculaire pathologie, neuropathologie, transplantatiepathologie en oog- en orbitapathologie. De AIOS volgt de thema s volgens het individuele opleidingsplan. Aan het begin van een opleidingsperiode van 3 maanden heeft de AIOS, tijdens de opleidingsvergadering een inleidend gesprek over de specifieke thema s. Opleidingsgroep Prof. Dr. A. de Bruïne Opleider Thema s: Cardiovasculaire pathologie, endocriene pathologie, gastrointestinale pathologie, leverpathologie, urogenitale pathologie, weke delen tumoren Dr. A. van Marion Plaatsvervangend opleider Thema s: Mammapathologie, dermatopathologie, hematopathologie, bot-en gewrichtspathologie, hoofd-halspathologie Drs. S. Wouda Lid van de opleidingsgroep Thema s: Obductiepathologie, cytologie, nefropathologie, gynaecopathologie, perinatale pathologie, long, pleura en mediastinale pathologie Functies van de opleidingsgroep/opleider De taak van de leden van de opleidingsgroep bestaat er in de AIOS op een dusdanige wijze op te leiden dat deze alle algemene en vakspecifieke competenties verwerft, die hem toelaten op een zelfstandige wijze te functioneren als deskundig diagnost. Ontwikkeling van de algemene competenties zijn noodzakelijk opdat de AIOS aan het einde van zijn opleiding adequaat en professioneel kan overleggen met de aanvrager, de arts, en zich verantwoordelijk voelt voor het tijdig en correct geven van uitslagen. De opleidingsgroep staat in voor de kwaliteit, inhoud en vormgeving van de opleiding. Concreet bestaat de taak van de opleidingsgroep uit supervisie met aandacht niet alleen voor het verwerven van medische kennis, maar ook voor de algemene competenties en uit beoordelen van de vooruitgang van de AIOS. Naast de taken als lid van de opleidingsgroep heeft de opleider nog specifieke taken en verantwoordelijkheden. De opleider staat er voor in dat de opleiding in het juiste klimaat kan 23
24 plaatsvinden en waakt over de vooruitgang van de AIOS d.m.v. voortgangsgesprekken en de evaluatiegesprekken. De supervisie van de AIOS bij de verschillende werkzaamheden ligt bij de patholoog die voor de betreffende dagtaak staat ingeroosterd. Voor bijzondere gevallen zal eventueel een van de pathologen met betreffende aandachtsgebied geconsulteerd worden. Elke dag om 9.00 u vindt er een gezamenlijk ochtend overleg met coupebespreking plaats met pathologen en AIOS bij de meerkopsmicroscoop met presentatie en projectie mogelijkheid. Tijdens het ochtendoverleg worden de dagelijkse werkzaamheden besproken, de dagagenda met klinische besprekingen en werkverdeling, alsook eventuele andere activiteiten. Tijdens de aansluitende coupe bespreking zullen interessante casus worden besproken, betrekking hebbende op klassieke pathologische beelden en gevallen van moeilijke diagnosiek, ingebracht door de leden van de opleidingsgroep en de AIOS. De besproken gevallen worden gedocumenteerd. Een deel van de casuistiek zal worden uitgediept en gerefereerd middels aanvullende presentatie door de AIOS of een lid van de opleidingsgroep, waarbij bijvoorbeeld de klinisch epidemiologische, pathogenetische of histologische aspecten van de betreffende afwijking, actuele WHO-classificatie of richtlijnen/protocollen en TNM tumorstagering aan bod komen, alsook de noodzaak voor aanvullend moleculair onderzoek, eventuele second opinion of paneldiagnose, etc.. Tot de taken van de AIOS behoort in de ochtend 1 macroscopie taak, welke om 10 uur zal aanvangen. Het betreft hierbij obducties danwel uitsnijden. Obducties zullen de AIOS extra-thematisch worden aangeboden. Op deze manier krijgt de AIOS de gelegenheid om, gezien de afname van het aantal obductie aanvragen, toch voldoende competentie ontwikkeling te verkrijgen in de obductiepathologie. Indien er een obductie wordt verricht door de AIOS, zal de uitsnijtaak worden overgenomen door de hiervoor ingeroosterde patholoog. Indien er drie of meer obductie aanvragen op een dag zijn, dan zullen alleen de eerste twee obducties door de AIOS worden verricht, de resterende obducties door de ingeroosterde patholoog van de opleidingsgroep. In de middag zal de AIOS microscopie taken verrichten waarbij de coupes worden geselecteerd volgens de themas vastgelegd in het persoonlijke thematische opleidingsplan. De selectie van het aanbod van microscopische diagnostiek m.b.t. de specifieke themas geschiedt door de AIOS zelf: aan het einde van de ochtend neemt hij de ingevulde aanvraagformulieren voor histologische diagnostiek door en selecteert zelf hieruit de themaspecifieke diagnostiek. De leden van de opleidingsgroep geven ook interessante casuïstiek door aan de AIOS indien dit relevant is voor de gekozen thematiek. Het dagelijkse aantal door de AIOS te beoordelen preparaten en de mate van zelfstandigheid bij het verrichten van deze werkzaamheden zijn beide afhankelijk van de ervaring (aantal thema roulaties) en opleidingsduur van de AIOS. De microscopische supervisie vindt plaats door de patholoog, die de betreffende week volgens het pathologen rooster de uitsnijdienst heeft. 24
25 De vrijdag middag is bedoeld als onderwijsmiddag en krijgt de AIOS de gelegenheid dieper theoretisch in te gaan op een bepaalde casus, danwel onderwerp uit de betreffende themas. Op de vrijdagmiddag hoeft de AIOS dan ook geen microscopie taak uit te voeren. Eénmaal per maand neemt de AIOS deel aan de regionale onderwijs middag in het MUMC+ en krijgt de AIOS de gehele dag de tijd hiervoor, waarbij ook de ochtend kan worden besteed aan onderwijsvoorbereiding. De AIOS wordt gestimuleerd mee te gaan naar externe regionale bijeenkomsten van pathologen buiten kantooruren (lymfomenpanel, melanoompanel, weke delenpanel, regionale coupeavond, IKL werkgroep pathologie en ev. andere (multidisciplinaire) bijeenkomsten die aansluiten op de te volgen themas). In onderstaande schemas zijn de aantallen en frequentie weergegeven van klinische besprekingen, de weekindeling en het onderwijs. Klinische besprekingen Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag 1 e en 3 e Interne Geneeskunde 4 e Interne en ICU necrologie Mammateam e MDL e Haematologie aspiratie 1 e X-files bespreking e en 4 e MDO Haematologie MDO Pulmonologie MDO Oncologie e Dermatologie e Weke delen Panel e Gynaecologie e Regionale Coupeavond
26 Weekindeling Dag Ochtend Middag Avond Maandag Ochtendrapport, Lymfoompanel (1x/m) Bespreking educatieve casuïstiek Vriescoupes Weke delenpanel (1x/m) Obducties Cytologie Melanomenpanel (6x/j) Uitsnijden Besprekingen: Regionale coupe-avond (1x/2m) Vriescoupes Pulmonologie (1x/w) IKL Werkgroep Pathologie (2x/j) Cytologie Bespreking: Haematologie (3x/m) Oncologie (1x/w) Refereerbespreking (1x/m) Dinsdag Ochtendrapport X-files (1x/m) Protocollenbespreking (1x/m) Bespreking casuïstische cytologie Bespreking educatieve casuïstiek Obducties Uitsnijden Vriescoupes Cytologie, Vriescoupes Cytologie Besprekingen: mammapathologie (1x/w) dermatologie (1x/m) MDL (1x/m) Woensdag Ochtendrapport, Bespreking educatieve casuïstiek Obducties Uitsnijden Vriescoupes Cytologie Vriescoupes Cytologie Besprekingen: Interne (2x/m) Necrologie (1x/m) Donderdag Ochtendrapport, Bespreking educatieve casuïstiek Obducties Uitsnijden Vriescoupes Vriescoupes Cytologie Besprekingen: Gynaecologie (1x/m) Cytologie Vrijdag Ochtendrapport Zelfstudie Bespreking educatieve casuïstiek Thematische onderwijsmiddag 1x/m regionaal onderwijs cluster OOR-ZON (1x/m) Obducties Uitsnijden Vriescoupes Cytologie 26
27 PROGRAMMA CURSORISCH ONDERWIJS VieCuri MC Onderdeel Format Dag Tijd Deelnemers Histologie bespreking Cytologie bespreking Multikops Microscoop Dagelijks Pathologen & AIOS Viecuri MC Multikops Microscoop Dinsdag Pathologen, cytologisch analisten & AIOS Viecuri MC Obductie bespreking Protocollen bespreking Refereren PA Viecuri MC Casus bespreking Macro-/ Multikops Microscoop Protocol uit KHB/Regionale of Landelijke Richtlijn bespreken Power Point presentatie o.b.v. actuele vakliteratuur Op afspraak Pathologen & AIOS Viecuri MC Dinsdag Pathologen, Unit Hoofd & AIOS Viecuri MC 1 e Maandag Pathologen & AIOS Viecuri MC Lokale Refereer bijeenkomst Regionale Coupe Avond Limburg X-Files 1 e Dinsdag Viecuri MC breed voor Staf & AIOS Demonstratie 3 e Maandag Pathologen & AIOS leerzame/bijzondere (1x per 2mnd.) OOR-ZON regio Casuïstiek Regionaal Lymfomen Panel Regionaal Weke Delen Panel Regionaal onderwijs PA MUMC Consensus bespreking 3 e Maandag Pathologen & AIOS (maandelijks) OOR-ZON regio Consensus bespreking 1 e Maandag Pathologen & AIOS (maandelijks) IKZ & IKL regio CAT 1 e Vrijdag Pathologen & AIOS Literatuur referaat OOR-ZON regio Multikop onderwijs 27
28 3.3. Opleidingsactiviteiten in het Atrium Medisch centrum Parkstad, locatie Heerlen De pathologen van het perifere ziekenhuis Atrium Medisch Centrum Parkstad te Heerlen staan in voor de B-opleiding. Alle pathologen zijn vakinhoudelijk breed georiënteerd, maar hebben ook een specifiek aandachtsgebied. Alle thema s komen ruim aan bod met uitzondering van bot- en gewrichtspathologie, cardiovasculaire pathologie, musculaire pathologie, nefropathologie, transplantatiepathologie en tenslotte oog- en orbitapathologie. Ook voor de thema s, die niet het specifieke aandachtsgebied van een van de pathologen vormen, is een van de leden van de opleidingsgroep aanspreekpunt. De AIOS volgt de thema s volgens het individuele opleidingsplan. Aan het begin van een opleidingsperiode van 3 maanden heeft de AIOS, tijdens de opleidingsvergadering een inleidend gesprek over de specifieke thema s. Opleidingsgroep Dr P.H.M.H. Theunissen Opleider Thema s: Weke delen pathologie, longpathologie, haematopathologie; gastrointestinale pathologie, neuropathologie. Dr. M. Nap Plaatsvervangend opleider Thema s: Mammapathologie; cytologie, obductiepathologie. Drs. N. Vandevijver Lid van de opleidingsgroep Thema s: Dermatopathologie, gynaecopathologie, perinatale pathologie, leverpathologie; endocriene pathologie. Dr. J.A.G.M. Clarijs Lid van de opleidingsgroep Thema s: Uropathologie; hoofd/hals pathologie Functies van de opleidingsgroep/opleider De taak van de leden van de opleidingsgroep bestaat er in de AIOS op zo een wijze op te leiden zodat deze algemene en vakspecifieke competenties verwerft, die hem toelaten op een zelfstandige wijze te functioneren als deskundig diagnost. Ontwikkeling van de algemene competenties zijn noodzakelijk opdat de AIOS op het einde van zijn opleiding adequaat en professioneel kan interageren met de aanvrager, de arts, en zich 28
29 verantwoordelijk voelt voor het tijdig en correct geven van uitslagen. De opleidingsgroep staat in voor de kwaliteit, inhoud en vormgeving van de opleiding. Concreet bestaat de taak van de opleidingsgroep uit supervisie met aandacht niet alleen voor het verwerven van medische kennis, maar ook voor de algemene competenties. Naast de taken als lid van de opleidingsgroep heeft de opleider nog specifieke taken en verantwoordelijkheden. De opleider staat er voor in dat de opleiding in het juiste klimaat kan plaatsvinden en waakt over de vooruitgang van de AIOS door voortgangsgesprekken en de evaluatiegesprekken. Toelichting opleidingsplan/-activiteiten Atrium MC Parkstad locatie Heerlen Algemeen: De AIOS volgt een werkrooster dat per week verschilt. Er bestaan 4 verschillende weekblokken wat betreft de accenten van werkzaamheden door de AIOS: 1. weekblok chirurgie 2. weekblok cytologie 3. weekblok obducties 4. weekblok studie Deze blokken worden achtereenvolgens doorlopen. Ieder weekblok heeft een specifiek accent van werkzaamheden. Gemeenschappelijk bij elk weekblok is de beoordeling en verslaglegging van themagebonden weefselcoupes, eventueel aangevuld met nietthemagebonden weefselcoupes. De coupes worden beoordeeld en daarvan wordt een digitaal verslag gemaakt m.b.v. automatische spraakherkenning. Zo nodig worden aanvullende onderzoeken aangevraagd (m.n. immuunhistochemie). De werkdag begint om 8.30u en eindigt gemiddeld tussen 17.30u en 18.00u, mede afhankelijk van de hoeveelheid werk en geagendeerde klinische besprekingen aan het einde van de dag. Iedere werkdag is er ochtendrapport om 10.30u, waarbij het programma van de dag, ev. knelpunten rondom werkzaamheden van alle subafdelingen, agenda van klinische besprekingen, bijzondere activiteiten, e.d. besproken met tussen de staf pathologie en de medewerkers van het laboratorium voor pathologie. Elke dag om 12.30u vindt er een gezamenlijke coupebespreking (pathologen en AIOS) plaats d.m.v. een beamerprojectie in de demoruimte waarbij bijzondere gevallen, klassieke pathologische beelden en gevallen van moeilijke diagnosiek ingebracht worden door de leden van de opleidingsgroep. De besproken gevallen worden door de AIOS geregistreerd in een datasheet document. Bij een deel van de casuistiek vindt discussie plaats over zaken als epidemiologische aspecten van de betreffende afwijking, actuele WHO-classificatie en TNM 29
30 tumorstagering, pathogenese en klinische verschijnselen, overleg of advies over uitbreiding van klinische diagnostiek, noodzakelijkheid van multidisciplinaire bespreking, noodzaak voor aanvullend moleculair onderzoek, noodzakelijkheid van eventuele second opinion of paneldiagnose, mogelijkheden van behandeling, actuele richtlijnen van behandelingen, etc.. De besproken bijzondere aspecten kunnen vermeld worden als extra item in de database van besproken diagnostiek. De AIOS wordt ertoe gestimuleerd om deel te nemen aan externe regionale bijeenkomsten van pathologen buiten kantooruren (lymfomenpanel, regionale coupeavond, IKL werkgroep pathologie en ev. andere multidisciplinaire IKL-werkgroepen die aansluiten op een eerder benoemd thema). Voorts wordt van de AIOS verwacht dat hij deelneemt aan de maandelijkse regionale onderwijsmiddag op vrijdag. Het dagelijkse aantal door de AIOS te beoordelen preparaten en de mate van zelfstandigheid bij het verrichten van deze werkzaamheden zijn beide afhankelijk van de ervaring van de AIOS. Er zal m.b.t. deze aspecten aan het begin van de opleidingsperiode voor de individuele AIOS gespecificeerd worden hoe groot de werkbelasting van de verschillende werkzaamheden zou moeten zijn en welke mate van zelfstandigheid nagestreefd moet worden. THEMATIEK: De AIOS volgt de thema s volgens het individuele opleidingsplan. Aan het begin van een opleidingsperiode van 3 maanden heeft de AIOS, tijdens de opleidingsvergadering een inleidend gesprek over de specifieke thema s. Bij de keuze van de themata moet bereikt moet worden dat gedurende de opleiding elk van de 21 gedefinieerde themata in de eerste 2 jaren aan de orde komen waarmee hij bekwaamheidsniveau A bereikt (de AIOS heeft ruime kennis en ervaring van als regel ongecompliceerde/frequente diagnoses). In de volgende 2 jaar van de opleiding moet de AIOS alle 21 themata nog eens minimaal 1x doorlopen waardoor hij bekwaamheidsniveau B bereikt (de AIOS heeft kennis en ervaring van meer complexe/minder frequente diagnoses). Na het doorlopen van een thema voor de 3e keer (verdiepingsmodule) bereikt de AIOS bekwaamheidniveau C (heeft basiskennis van zeer complexe/zeldzame diagnoses). Vanwege het feit dat sommige themata een klein volume hebben, dienen deze in ieder geval vaker dan 2x tijdens de opleiding doorlopen te worden. Het bekwaamheidsniveau van een thema heeft betrekking op 7 competenties: - medisch handelen - communicatie - samenwerking - kennis en wetenschap - maatschappelijk handelen - organisatie - professionaliteit. 30
31 Deze competenties kunnen met verschillende instrumenten worden getoetst zoals aangegeven in de toetsmatrix (zie pag. 18 van dit regionale opleidingsplan). De leerdoelen gerelateerd aan het bekwaamheidsniveau voor elk afzonderlijk thema staan omschreven in hoofdstuk 4 en in de bijlage 3 van dit regionale opleidingsplan. Alle leden van de opleidingsgroep worden in kennis gesteld van de door de AIOS gekozen thematiek in een periode van 3 maanden (module). Het filteren van het aanbod van diagnostiek m.b.t. een specifiek thema voor de AIOS geschiedt door de AIOS: s ochtend neemt hij op het histologisch laboratorium de ingevulde aanvraagformulieren voor histologische diagnostiek door en selecteert zelf hieruit de thema-specifieke onderzoeken. De leden van de opleidingsgroep geven ook casuisitiek door aan de AIOS indien dit relevant is voor de gekozen thematiek. De supervisie van de verschillende werkzaamheden verricht door de AIOS ligt bij de patholoog die voor de betreffende dagtaak, welke correspondeert met de weektaak van de AIOS, staat ingeroosterd. Voor bijzondere gevallen zal ev. een van de pathologen met een speciaal aandachtsgebied geconsulteerd worden. Het tijdstip van de supervisie wordt in onderling overleg vastgesteld, veelal geschiedt dit dagelijks meerdere malen op een ad hoc basis. Specificatie weekblokken: 1. Weekblok chirurgie: ochtend: uitsnijden van weefselexcisies uit die op de werkdag tevoren aangeboden werden. Het uitsnijden duurt gemiddeld 2 tot 3 uur, afhankelijk van de hoeveelheid aangeboden preparaten. tussentijds: ochtendrapport late ochtend en middag: microscopische beoordeling (na beëindiging van het uitsnijden, dus gemiddeld vanaf ongeveer 11.30u) van de s ochtends geselecteerde themagebonden weefselcoupes aangevuld met andere niet direct themagebonden weefselcoupes. tussentijds kunnen in de loop van de dag nieuwe weefselexcisies / operatiepreparaten aangeboden worden die soms een voorlopig bewerking moeten ondergaan (insnijden of openknippen en ev. schoonspoelen van holle organen voor optimale fixatie, protocollair lamelleren van mammapreparaten voor radiodiagnostiek, etc.). tussentijds: (mede)beoordelen van vriescoupes die in de loop van de dag aangeboden worden. tussentijds: voorbereiden en bijwonen van tenminste 1 klinische bespreking, bij voorkeur aansluitend op een van de eerder benoemde themata. 31
32 2. Weekblok cytologie: ochtend en middag: beoordelen van alle aangeboden cytologische preparaten (gynaecologische en algemene cytologie) die zijn voorgescreend door cytologische analisten en die meestal een voorstel aangeven voor een diagnose, veelal aan de hand van een protocollair diagnose-formulier. Dit formulier wordt vervolgens geaccordeerd of aangepast. Meer complexe casuistiek wordt ingesproken als vrije tekst. De beoordeling van cytologische preparaten wordt aangevuld door microscopische beoordeling van de s ochtends geselecteerde themagebonden weefselcoupes, eventueel aangevuld met andere niet direct themagebonden weefselcoupes. tussentijds: ochtendrapport tussentijds: voorbereiden en bijwonen van tenminste 1 klinische bespreking, bij voorkeur aansluitend op een van de eerder benoemde themata 3. Weekblok obducties: ochtend: verrichten van aangevraagde obducties, inclusief de bespreking van de voorlopige obductiebevindingen met de klinici en de voorlopige verslaglegging van de obductiebevindingen. Ook hoort bij deze taak de microscopische beoordeling van eerder door de AIOS verichtte obducties en het aanvullen van het voorlopige obductieverslag tot een definitieve versie. Indien er geen obductie(s) is/zijn, vindt microscopische beoordeling plaats van de s ochtends geselecteerde themagebonden weefselcoupes, eventueel aangevuld met andere niet direct themagebonden weefselcoupes. tussentijds: ochtendrapport middag: microscopische beoordeling plaats van de s ochtends geselecteerde themagebonden weefselcoupes, eventueel aangevuld met andere niet direct themagebonden weefselcoupes. tussentijds: voorbereiden en bijwonen van tenminste 1 klinische bespreking, bij voorkeur aansluitend op een van de eerder benoemde themata 4. Weekblok studie: In deze week wordt de AIOS vrijgesteld van dagelijkse routinewerkzaamheden zoals bovengenoemd in de weekblokken 1,2 en 3. In deze week wordt m.n. invulling gegeven aan het lokaal cursorisch onderwijs. ochtend en middag: Verdieping d.m.v. literatuurstudie en ander studiemateriaal, m.n. aangereikte digitale bestanden van presentaties van USCAP-cursussen van een door de opleider of plaatsvervangend opleider specifiek te benoemen onderwerp binnen een thema dat deel uitmaakt van de gekozen module. Tevens zoekt de AIOS in het archief naar casuistiek die aansluit op het betreffende onderwerp. De resultaten van deze studie worden door de AIOS samengevat in een powerpoint-presentatie, eventueel in de vorm van een CAT. De presentatie met aanvullende discussie tussen AIOS en leden van de opleidingsgroep vindt plaats op donderdag tussen 13.00u en 14.00u. tussentijds: ochtendrapport 32
33 tussentijds: voorbereiden en bijwonen van tenminste 1 klinische bespreking, bij voorkeur aansluitend op een van de eerder benoemde themata De vrijdag van de studieweek kan worden benut om literatuurstudie te verrichten m.b.t. eerder gerezen vragen bij eerdere routinediagnostiek. Desgewenst kan de AIOS de vrijdag ook gebruiken voor themagebonden routinediagnostiek. Activiteiten m.b.t. algemene competenties: Elke dinsdagmiddag om 12.30u woont de AIOS het protocollenoverleg bij, waarbij van hem/haar actieve participatie verwacht wordt. Daarbij worden m.n. protocollen van uitsnijden en weefselbewerking van alle organen uitgewerkt of geactualiseerd. Op één donderdag in de maand woont de AIOS de managementbespreking van de afdeling bij van 12.00u tot 13.00u, om invulling te geven aan de competentie organisatie. Een van de vaste agendapunten bij dit managementoverleg is de complicatiebespreking, waarbij alle fouten/incidenten van allerlei werkzaamheden op de afdeling pathologie besproken worden. Ook fouten/incidenten bij de aanlevering van materiaal op de afdeling patholgie en fouten/incidenten bij de onderzoeksrapportage/verslaglegging worden meegenomen. Naar aanleiding van deze fouten/incidenten worden eventueel ook verbeterpunten bij werkzaamheden benoemd. Klinische-pathologische besprekingen: Dermatologie 2 x per maand (dinsdag 12.00u), dermatologie voor AIOS dermatologie 1x per maand (wisselende tijdstippen) Gynaecologie (deels als MDO) 1 x per week (donderdag 17.00u) Intensive Care 1 x per maand (maandag 12.00u) Algemene interne Geneeskunde 1 x per week (woensdag 13.00u) GE-bespreking 1x per maand (woensdag 16.00u) KNO 1 x per kwartaal (maandag 17.00u) Longziekten 2 x per maand (vrijdag 16.15u) Mamma 1 x per week (dinsdag 8.00u) Perinatologie 1 x per 2 maanden (donderdag 17.00u) Neuro-oncologie 2 x per maand (maandag 17.00u) GE-Oncologie (MDO) 1 x per week (dinsdag 17.00u) 33
34 Reumatologie/Orthopedie 1 x per kwartaal (woensdag 17.00u) Urologie (1x als MDO) 2 x per maand (vrijdag 16.30u en MDO donderdag 17.00u) 34
35 HOOFDSTUK 4. Thema s Thema 1: Bot- en gewricht pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Inzicht in de normale structuur en functie van bot en kraakbeen A b c d Macroscopische bewerking en beschrijving van biopsie en resectiemateriaal inclusief indicaties speciële technieken Basisprincipes van de skeletradiologie bij bewerking van preparaten en in diagnostiek Aanmelden gevallen bij de Commissie voor Beentumoren Volgt het stageringssysteem volgens Enneking en terminologie van resectiemarges Diagnostiek van veel voorkomende bot en kraakbeen afwijkingen (reactieve en degeneratieve afwijkingen) Diagnostiek van veel voorkomende gewrichtsafwijkingen (arthritiden, synovitis) Diagnostiek van stapelingsziekten in het bot Diagnostiek van zeldzame congenitale ziekten van de botaanmaak en kraakbeen vorming Differentiële diagnostiek van relatief veel voorkomende osteoïd vormende tumoren, chondroïde tumoren, reuscelhoudende tumoren. Kennis van principes van therapie Toepassing immunohistochemie Differentiële diagnostiek "small blue round cell" tumors en zeldzame vormen van osteoïd vormende tumoren, chondroïde tumoren, reuscelhoudende tumoren. Cytogenetica en moleculaire genetica A C A C B C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Overlegt met de inzender in geval van twijfel bij grote resecties Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en behandelaar Kan adequaat grote preparaten rapporteren Kan goed communiceren over de relatie tussen pathologie en beeldvorming tav bottumoren. Werkt goed samen met ondersteunend personeel, ook waar het kwetsbare en voor de omgeving belastende apparatuur (zagen) betreft Helpt collega's bij moeilijke resectiepreparaten Neemt actief deel aan multidisciplinaire zorgpaden en panels. Kent de actuele CBO protocollen Heeft basale kennis van de radiologie van bottumoren Is geïnformeerd over de recente ontwikkelingen op moleculair diagnostisch gebied van bottumoren Is op de hoogte van de laatste classificatiesystemen van beentumoren Kan naar aanleiding van zijn diagnosen adviseren over beleid (geldt m.n. voor subspecialisten) Kan multidisciplinaire data verwerken Kan prioriteren in het diagnostisch proces Consulteert zo nodig de Beentumoren Commissie Kent zijn grenzen 35
36 Thema 1: Bot- en gewricht pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Orthopediebespreking 1x/m Educatieve casuïstiek Regionale coupe-avond Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Viecuri MC Educatieve casuïstiek Regionale coupe-avond Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 36
37 Thema 2: Cardiovasculaire pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Kennis hebben van structuur en functie van het hart en van de meest voorkomende ziektes daarvan Kennis hebben van de belangrijkste oorzaken van cardiale dood bij de volwassene A b Kennis hebben van de meest voorkomende vaatziekten, zowel degeneratieve als inflammatoire A c Het adequaat kunnen onderzoeken van het hart van een volwassene A d De diagnostiek van vasculitis B e De diagnostiek van cardiomyopathieën en transplantaatafstoting C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en behandelaar Kan adequaat grote preparaten rapporteren Werkt goed samen met cardioloog c.q. cardiovasculair chirurg teneinde een snelle adequate diagnose te kunnen stellen Werkt goed samen met ondersteunend personeel en zo nodig met wettelijke instanties Is geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen en kent de technieken die nodig zijn om acute cardiale dood te onderzoeken Handelt binnen de wettelijk gestelde kaders bij acuut onverwacht overlijden Zorgt voor een goede organisatie rond obducties Consulteert een expert (cardiopatholoog, embryoloog, anatoom) in de meeste gevallen van niet-ischemische hartziekten 37
38 Thema 2: Cardiovasculaire pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Cardiologiebespreking 1x/m Educatieve casuïstiek Regionale coupe-avond Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Viecuri MC Educatieve casuïstiek Regionale coupe-avond Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 38
39 Thema 3: Cytologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Diagnostiek en rapportage cervixcytologie, exfoliatieve cytologie (long, urine, sereuze vochten, liquor) Toepassing van immunohistochemie, flowcytometrie, cytogenetica en moleculaire genetica (met name HPV). Zelfstandig verrichten van cytologische punctie A b Cytotechniek (uitstrijk, cytospin, dunne laag, pellet / celblok) en cytologische kleuringen Geautomatiseerde technieken voor cervixcytologie. B c Praktijkrichtlijn cervixcytologie NWP B Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en kan (bv bij puncties en sneldiagnostiek) zijn gedrag daarop aanpassen Kan de patiënt uitleggen wat er te gebeuren staat bij puncties Communiceert goed met huisartsen in het kader van het bevolkingsonderzoek en de indicaties voor herhalingsonderzoek of moleculaire diagnostiek Werkt goed samen met cytologische analisten en/of met ondersteunend radiologisch personeel Is geïnformeerd over de laatste screeningsprogramma's en de actuele richtlijnen hierover Heeft kennis van de geautomatiseerde screeningstechnieken en de relatie met HPV diagnostiek Kent de beperkingen van bevolkingsonderzoek Draagt bij om bevolkingsonderzoek bekendheid te geven Zorgt voor snelle en correcte opvang en begeleiding van patiënten Is in staat om bij onverwachte bevindingen tijdens de punctie op adequate wijze met de patiënt te communiceren Gaat professioneel om met fouten in bevolkingsonderzoeken 39
40 Thema 3: Cytologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Viecuri MC Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 40
41 Thema 4: Dermatopathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale histologie van de huid op verschillende locaties van het lichaam, meest voorkomende histochemische kleuringen en immunohistochemische en moleculaire markers A b Diagnostiek van frequent voorkomende huidtumoren, inclusief lymfomen, en frequent voorkomende inflammatoire dermatosen Inzicht in belang van de klinische presentatie voor het stellen van de juiste diagnose Kennis van de prognose behorende bij de gestelde diagnose Kennis van de principes van de therapie B c Diagnostiek van weinig voorkomende huidtumoren, zoals cutane lymfomen en van zeldzame inflammatoire dermatosen. Immunofluorescentie patronen bij dermatosen. C Communicatie Overlegt met inzender in geval van onduidelijke vraagstelling en in geval van een onverwachte diagnose Maakt gebruik van moderne middelen zoals klinisch beeldmateriaal om histologie aan macroscopische beelden te relateren Is in staat om ook tijdens besprekingen de waargenomen reactiepatronen op juiste wijze te relateren aan de klinische bevindingen Communiceert goed en pro-actief met huisartsen over directe inzendingen vanuit de eerste lijn Samenwerking Werkt goed samen met de inzenders om het insturen en bewerking van biopten en excisies te optimaliseren Kennis en Wetenschap Kent de actuele CBO protocollen t.a.v o.a. het melanoom Is goed geïnformeerd over de diagnostiek van inflammatoire dermatosen en neoplasmata, inclusief aanvullende technieken als immunofluorescentie, genetica en electronenmicroscopie Maatschappelijk Handelen Kan naar aanleiding van zijn diagnosen adviseren over eventuele aanvullende ingrepen Organisatie Zorgt voor een goede opvang en efficiënte bewerking van kleine resecties waarbij een oordeel over randen van belang is Professionaliteit Zoekt zonodig actief advies van landelijke experts (o.a. ingebed in het landelijke melanomenpanel en van het cutane lymfomenpanel) Is in staat om op professionele wijze om te gaan met discrepanties tussen de klinische en histopathologische bevindingen Levert optimale zorg op professionele wijze 41
42 Thema 4: Dermatopathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Dermatologiebespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC Dermatologiebespreking 1x/m Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Dermatologiebespreking 2x/m Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 42
43 Thema 5: Endocriene pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de endocriene organen en endocriene weefselcomponenten Diagnostiek, bewerking en verslaglegging van oncologische en reactieve pathologie van schildklier, bijschildklier, bijnier en paraganglia Gericht en efficiënt toepassen van immunohistochemie en moleculair pathologische technieken Thyroiditiden; hyperplasieën en adenomen van schildklier en bijschildklier; paragangliomen, reactieve bijnier pathologie A b Meest voorkomende carcinomen van schildklier, bijschildklier en bijnier MEN syndromen B Communicatie Zorgt ervoor over relevante patiëntinformatie te beschikken Zorgt voor adequaat verslag Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Overlegt doelmatig met collegae Kent de actuele CBO protocollen t.a.v. o.a. het schildkliercarcinoom Is op de hoogte van de correlatie tussen de klinische symptomen, klinisch chemische afwijkingen, en de morfologische afwijkingen Kent de genetische problematiek bij erfelijke syndromen Kan adviseren over indicaties voor genetisch onderzoek bij verdenking op erfelijke syndromen Organisatie Professionaliteit Zorgt voor goede samenwerking met klinische laboratoria op dit gebied Levert optimale zorg op professionele wijze Zorgt voor een goede interactie met de collegae Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIDS 43
44 Thema 5: Endocriene pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Endocriene pathologie bespreking 1x/m Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 44
45 Thema 6: Gastro-intestinale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de organen van de tractus digestivus inclusief pancreas Diagnostiek van frequent voorkomende oncologische en reactieve pathologie van slokdarm, maag, dunne darm, pancreas, dikke darm en anus Efficiënt toepassen van speciële technieken waaronder de immunohistochemie en moleculaire pathologie A b Diagnostiek van weinig voorkomende aandoeningen zoals congenitale afwijkingen, stroma tumoren, lymfomen en bestralingseffecten B Communicatie Overlegt met de inzenders van biopten indien de vermoedens van kliniek en pathologie niet in dezelfde richting wijzen Maakt een duidelijk verslag Samenwerking Werkt goed samen met inzenders en collegae in geval van gecompliceerde resectiepreparaten, raadpleegt de chirurg in geval van onduidelijkheid Kennis en Wetenschap Kent de actuele CBO protocollen tav oa colorectale carcinomen Is geïnformeerd over de relevante uitsnijprotocollen en de relevantie tav de chirurgische kwaliteitsborging Is op de hoogte van de actuele, klinisch relevante, diagnostische ontwikkelingen bij inflammatoir darmlijden en neoplasmata Maatschappelijk Handelen Kent de maatschappelijke problemen en actuele afspraken ten aanzien van erfelijke maagdarm aandoeningen Speelt een actieve rol in het multidisciplinair overleg, bijvoorbeeld bij rectumresecties Organisatie Kan bij grote resecties prioriteren in het diagnostische proces Zorgt voor goede afstemming tussen de medewerkers Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen 45
46 Thema 6: Gastro-intestinale pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ GI pathologie bespreking 2x/m MDO GI-Oncologie 1x/w Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC MDL (1x/m) Oncologie (1x/w) Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Literatuurstudie Atrium MC GE oncologie 1x/w GE bespreking 1x/m Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 46
47 Thema 7: Gynaecopathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Structuur en functie van de organen van de tractus genitalis van de vrouw Diagnostiek van alle reactieve gynaecologische aandoeningen en van de meest voorkomende gynaecologische tumoren (vulva, vagina, cervix, endometrium, tuba en ovarium) Uitsnijprotocollen, stadiëring en gradering van de te onderscheiden tumoren, hun voorloperstadia en de hieraan gerelateerde behandelingsopties Adequaat en kosteneffectief aanvragen van immunohistochemie, DNA flowcytometrie en moleculaire diagnostiek A b Congenitale afwijkingen, mesenchymale en mixed mullerian tumoren, molagraviditeit B c Zeldzame ovariumtumoren, trofoblastaire tumoren anders dan mola en choriocarcinoom C Communicatie Overlegt met de inzender over complexe operaties Kan adequaat protocollair rapporteren, zowel schriftelijk als mondeling tijdens multidisciplinair overleg Samenwerking Werkt goed samen met ondersteunend personeel en klinische collegae Kennis en Wetenschap Kent de actuele CBO en andere landelijke protocollen Is goed geïnformeerd over de uitsnijprotocollen Is op de hoogte van de pathogenese van (pre)maligniteiten van de vrouwelijke tractus genitalis en handelt daarnaar Kent de beperkingen van het bevolkingsonderzoek Is op de hoogte van de interobservariaties bij CIN diagnoses Maatschappelijk Handelen Werkt mee aan een goede uitvoering van het bevolkingsonderzoek Organisatie Kan prioriteren bij complexe resectieprepraten Heeft passende rol in multidisciplinair overleg Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen. 47
48 Thema 7: Gynaecopathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Gynaecopathologie bespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC Gynaecologie (1x/m) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Gynaecologie (MDO) (1x/w) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 48
49 Thema 8: Haematopathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale lymfopoïese en hematopoïese, meest toegepaste histochemische kleuringen en immunohistochemie markers A b Diagnostiek van reactieve lymfeklier aandoeningen. Diagnostiek en stagering van de meest voorkomende maligne lymfomen, leukemiëen en myeloom met toepassing van immunohistochemie, flowcytometrie, cytogenetica en moleculaire genetica Kennis van de principes van therapie B c Diagnostiek van weinig voorkomende maligne lymfomen, leukemiëen, en de overige primaire aandoeningen van het beenmerg, met toepassing van immunohistochemie, flowcytometrie, cytogenetica en moleculaire genetica C Communicatie Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en zijn gedrag daarop aanpassen, bijv. bij puncties of spoeddiagnostiek Kan de patiënt uitleggen wat er te gebeuren staat bij puncties Overlegt met de inzenders in geval van onduidelijkheid Kan adequaat rapporteren, zowel schriftelijk als mondeling Samenwerking Werkt goed samen met cytologisch en analytisch personeel en met andere disciplines waar deelonderzoek plaatsvindt (hematologie, immunologie, klinische chemie en / of genetica) Kennis en Wetenschap Is geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op het gebied van de diagnostische hematopathologie Kan de clinicus adviseren over verdere diagnostiek Maatschappelijk Handelen Treedt actief op bij het onderkennen van fouten in de zorg Organisatie Kan prioriteren in het diagnostische proces Zorgt voor adequate diagnostische technieken en integratie in de rapportage Professionaliteit Kent zijn eigen grenzen Legt de meeste gevallen voor aan, of laat deze toetsen door, een expert patholoog, hetzij in de eigen praktijk, hetzij daarbuiten Participeert, indien betrokken bij de hematopathologie, zelf in een regionaal panel Levert optimale zorg op professionele wijze 49
50 Thema 8: Haematopathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Haematopathologie bespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Lymfoompanel Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC Haematopathologie bespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Lymfoompanel (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Literatuurstudie Atrium MC Educatieve casuïstiek Lymfoompanel Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 50
51 Thema 9: Hoofd/hals-pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale histologie van de organen van het hoofd- halsgebied, meest toegepaste histochemische kleuringen en immunohistochemie markers Diagnostiek van reactieve speekselklier- en mondslijmvliesaandoeningen Diagnostiek van maligne en premaligne orale en laryngeale slijmvliesafwijkingen Diagnostiek van de meest frequent voorkomende goed- en kwaadaardige speekselkliertumoren Diagnostiek van meest frequent voorkomende reactieve en neoplastische neus- en neusbijholteafwijkingen A b Diagnostiek van minder frequent voorkomende goed- en kwaadaardige speekselkliertumoren Diagnostiek van minder frequent voorkomende neus- en neusbijholteafwijkingen B c Diagnostiek van cysteuze kaakbotafwijkingen. Diagnostiek van (niet-)neoplastische kaakbotafwijkingen C Communicatie Kan zich inleven in de problemen van de patiënt Kan adequaat protocollair rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met analytisch personeel en de inzenders van complexe resectiepreparaten Kan adviseren over verdere diagnostische ingrepen Draagt bij aan multidisciplinair overleg Kennis en Wetenschap Kent de actuele CBO protocollen Is goed op de hoogte van de complexe anatomie van het hoofd-hals gebied en van het gedrag van carcinomen Maatschappelijk Handelen Organisatie Bevordert maatschappelijke gezondheid door uitdragen van kennis over de relatie van maligniteiten van het hoofd-hals gebied met roken en excessief alcohol gebruik Kan prioriteren bij het uitsnijden van complexe resecties Overlegt zo nodig met anderen Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen 51
52 Thema 9: Hoofd/hals-pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Hoofd/hals bespreking 1x/w KNO 1x/m Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC MDO (1x/w) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC KNO (1x/3m) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 52
53 Thema 10: Leverpathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de lever Meest toegepaste histochemische en immunologische kleuringen van het leverbiopt A b c Diagnostiek van de meest voorkomende aandoeningen van de lever Begrip van onderliggende stoornissen in immuniteit, ontsteking, metabole en oncologische processen; van de laatste zowel primaire levertumoren als metastasen Inzicht in de relatie functie-structuur bij de verschillende ziektebeelden Diagnostiek van weinig voorkomende leveraandoeningen inclusief de pathologie die voorkomt na levertransplantatie B C Communicatie Kan adequaat rapporteren Samenwerking Overlegt goed met de inzenders Kennis en Wetenschap Is geïnformeerd over de laatste diagnostische ontwikkelingen op het gebied van de hepatitiden en levertumoren Maatschappelijk Handelen Toont inzicht in de besmettingskansen van het weefsel Organisatie Zorgt voor goede opvang van ieder leverbiopt, en voor de diverse routinekleuringen daarop Zorgt voor reductie van besmettingsrisico Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen 53
54 Thema 10: Leverpathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ lever pathologie be-spreking 2x/m MDO lever-oncologie 1x/w Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC MDL (1x/m) Oncologie (1x/w) Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Literatuurstudie Atrium MC GE (lever) oncologie 1x/w GE (lever) bespreking 1x/m Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 54
55 Thema 11: Long, pleura en mediastinale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van longen, pleura en mediastinale organen Diagnostiek, bewerking en verslaglegging van oncologische en reactieve pathologie van longen, pleura, thymus en mediastinale lymfklieren (zie ook thema hematopathologie) Gericht en efficiënt toepassen van immunohistochemische en moleculair pathologische technieken A b Diagnostiek van mesothelioom, overige primaire pleurale tumoren, interstitiële longpathologie, zeldzame primaire longtumoren, thymoom, overige primaire mediastinale tumoren B c Diagnostiek van pulmonale hypertensie, congenitale afwijkingen, andere dan hierboven genoemde mediastinale processen (inclusief die van de thymus) C Communicatie Verkrijgt zo nodig relevante achtergrond informatie Kan adviseren over manieren weefsel af te nemen Kan adequaat protocollair rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met andere betrokkenen bij vriescoupes Werkt samen in overlegsituaties Kennis en Wetenschap Kent de complexe anatomie en pathologie van de thoraxorganen Beheerst basale vaardigheden betreffende de radiologie van thoraxorganen Kent de etiologische en pathogenetische / pathofysiologische aspecten van niet neoplastische longaandoeningen Maatschappelijk Handelen Kent de besmettingsrisico's (tbc) en wijst anderen daarop Bevordert maatschappelijke gezondheid door uitdragen van kennis over de relatie van longtumoren met roken Organisatie Zorgt voor goede afstemming tussen cytologie en histopathologie van de long Zorgt voor goede, veilige, opvang van het weefsel Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen 55
56 Thema 11: Long, pleura en mediastinale pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Longpathologie bespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC Pulmonologiebespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Longbespreking (2x/m) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 56
57 Thema 12: Mammapathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de mamma Diagnostiek van reactieve afwijkingen Diagnostiek en stagering van de meest voorkomende benigne en maligne mammatumoren A b Diagnostiek en stagering van de meest voorkomende benigne en maligne mammatumoren Het gebruik van veel toegepaste histochemische kleuringen, immunohistochemie markers en moleculaire genetica Kennis van de principes van therapie B c Diagnostiek van weinig voorkomende mammatumoren en overige primaire aandoeningen van de mamma C Communicatie Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en past zijn gedrag daarop aan (b.v. bij puncties) Kan de patiënt uitleggen wat er te gebeuren staat bij puncties Kan adequaat rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met cytologisch en analytisch personeel Werkt mee aan evaluatie van bevolkingsonderzoek inclusief het eigen diagnostisch onderzoek Kennis en Wetenschap Kent de actuele CBO protocollen Kan röntgenbeelden van lumpectomieën beoordelen Herkent de erfelijke borsttumoren, kan daarover informeren Is geïnformeerd over de screeningsprogramma's van de borst Kent de beperkingen van bevolkingsonderzoek van de borst Maatschappelijk Handelen Kan naar aanleiding van zijn diagnosen adviseren over verder beleid Neemt actief deel aan mamma-overleg structuren Voelt zich verantwoordelijk voor optimale kwaliteit van zorg binnen het gehele zorgpad Organisatie Zorgt voor balans tussen de toenemende vraag naar details en de consequenties voor het laboratorium Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen en weet wanneer hij anderen moet consulteren Is in staat om op professionele om te gaan met landelijke rapporten en kwaliteitsindicatoren 57
58 Thema 12: Mammapathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Mammapathologie bespreking 2x/w Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC Mammapathologie bespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Mammapathologie Bespreking 1x/w Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 58
59 Thema 13: Musculaire pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Opvang en adequate bewerking van spierbiopten, diagnostiek van systeemaandoeningen in het spierweefsel (sarcoïdose, vasculitis), "banale" infecties (schimmels, TBC, bacteriële sepsis) en van neurogene atrofie A b Diagnostiek van aangeboren en genetische spierziekten, idiopathische myositis (polymyositis, dermatomyositis, inclusion body myositis), toxische myopathie C Communicatie Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en de behandelaar Zorgt ervoor over relevante klinische informatie te beschikken Kan adequaat rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met analytisch personeel en inzender Zoekt altijd expert consult in geval van de onder C gerubriceerde spierziektes Kennis en Wetenschap Is op de hoogte van de complexe diagnostische problemen van spierziekten en daarmee samenhangende noodzaak tot juiste opvang van materiaal en externe consultatie Organisatie Zorgt ervoor dat het laboratorium goed is ingericht in de opvang van deze weinig frequente onderzoeken Professionaliteit Draagt, indien aanwezig, bij aan regionale overlegsituaties Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen 59
60 Thema 13: Musculaire pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 60
61 Thema 14: Nefropathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Inzicht in de normale structuur en functie van de nier en het nefron Kennis van de ultrastructurele bouw van de glomerulus Kennis van de histochemische en immunohistochemische kleuringen van het nierbiopt A b Diagnostiek van de meest voorkomende internistische, nietoncologische aandoeningen van de vaten, de glomeruli en het tubulo-interstitiële compartiment Begrip van de onderliggende stoornissen in immuniteit, ontsteking en metabole processen Inzicht in de relatie functie-(ultra)structuur bij de verschillende ziektebeelden B c Diagnostiek van weinig voorkomende internistische, nietoncologische nieraandoeningen C Communicatie Overlegt goed en zo nodig snel met de behandelaars Kan adequaat rapporteren over nefropathieën, zo nodig ook "aan de microscoop" Is in staat om ook tijdens besprekingen de waargenomen reactiepatronen op juiste wijze te relateren aan de klinische bevindingen Samenwerking Werkt goed samen met analytisch personeel en met de inzenders Kennis en Wetenschap Is goed op de hoogte van de toepassing van aanvullende technieken, met name immunofluorescentie Kent de problematiek van nefrologische pathologie Kent de consequenties van zijn diagnosen Organisatie Zorgt voor goede opvang en bewerking van nierbiopten. Stuurt biopten op adequate wijze en snel door, indien eigen faciliteiten (immunofluorescentie) ontoereikend zijn. Professionaliteit Zorgt als regel bij nierbiopten voor expert consult Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen 61
62 Thema 14: Nefropathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Nefropathologie bespreking 1x/2w Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC Algemene interne bespreking (1x/2w) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 62
63 Thema 15: Neuropathologie, centraal zenuwstelsel Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Diagnostiek van veel voorkomende bevindingen in het CZS bij neurochirurgische ingrepen of bij obductie zoals bloeding, infarct, abces of tumoren Diagnostiek van relatief frequente zenuwziekten A b Degeneratieve afwijkingen zoals M. Parkinson en atrofie B c Diagnostiek van weinig frequente aandoeningen van het zenuwstelsel m.n. neurodegeneratieve ziekten C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk handelen Organisatie Professionaliteit Overlegt goed met de behandelaars Kan adequaat protocollair rapporteren Kan de werkwijze bij obductie pathologie aanpassen aan de wensen van anderen (bv neuroloog) Werkt goed samen met ondersteunend personeel, zeker bij obducties Kan jongerejaars de technische aspecten van hersensecties uitleggen Kent de risico's van cerebrale infecties en handelt daarnaar Kent de maatschappelijke gevolgen van diagnosen waar het ernstige erfelijke aandoeningen betreft Houdt zich aan richtlijnen en maatschappelijk aanvaarde afspraken, c.q. met direct betrokkenen gemaakte afspraken t.a.v. bewaartermijnen van hersenweefsel Zorgt voor deskundige adviseurs bij vriescoupes Zorgt voor goede ondersteuning en samenwerking bij obducties bij mogelijke overdraagbare infectieuze aandoeningen Zorgt waar opportuun, voor goede overdracht van materiaal en klinische gegevens waar het hersenobducties met neurodegeneratieve aandoeningen betreft en consult Zorgt bij hersenobducties voor snelle verslaglegging Vraagt expert consult in geval van twijfel en bij alle onder C genoemde afwijkingen 63
64 Thema 15: Neuropathologie, centraal zenuwstelsel Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Neuro-oncologie bespreking 1x/1w Neuropathologie bespreking 1x/m Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Regionale coupe-avond Literatuurstudie Atrium MC Neuro-oncologie 1x/w Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 64
65 Thema 16: Obductiepathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Het verrichten van een obductie op een natuurlijk overleden persoon van iedere leeftijd, inclusief het zelfstandig openen van het lichaam en beheersing van de diverse technieken van het uitnemen van organen Het verzamelen van materiaal voor microbiologisch, toxicologisch en stofwisselingsonderzoek Kennis van de veiligheidsaspecten en hygiënische voorzorgsmaatregelen Kennis van de etiologie en de pathogenese van decompensatio cordis, sepsis, shock, multi-orgaan falen, evenals van de morfologische diagnostiek daarvan A b Ervaring hebben met het openen van de schedel en het uitnemen van ruggenmerg en grensstreng B c Diagnostiek van alle gangbare congenitale afwijkingen, met uitzondering van hart en CZS B d Diagnostiek van SIDS Diagnostiek van congenitale afwijkingen van het hart en het CZS C Communicatie Kan adequaat protocollair werken, systematisch rapporteren, integreren binnen de klinische context van de patiënt en probleem georiënteerd analyseren Is in staat om tijdens een obductiebespreking goed te communiceren met de behandelaars en de bevindingen probleem georiënteerd te bespreken Samenwerking Werkt goed samen met ondersteunend personeel Kennis en Wetenschap Maatschappelijk handelen Kan jongerejaars de technische aspecten van secties uitleggen Kan aan anderen de correlaties tussen klinische beelden en de macroscopische afwijkingen uitleggen Gaat respectvol om met het lichaam van de overledene en zorgt ervoor dat andere betrokkenen dat ook doen Kent de risico's van infecties en handelt daarnaar Handelt binnen wettelijk gestelde kaders Zorgt ervoor dat het bewaren van weefsels voor aanvullend onderzoek of voor onderwijs in overeenstemming zijn met de afspraken met de nabestaanden Organisatie Professionaliteit Zorgt voor goede faciliteiten en voor goede ondersteuning en samenwerking bij (geïnfecteerde) obducties Zorgt ervoor dat de gevolgen van obductie bij opbaren niet zichtbaar zijn Levert optimale zorg op professionele wijze Vraagt advies bij moeilijke casus 65
66 Thema 16: Obductiepathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Uitvoeren obducties Obductiebespreking 1x/w Interne obductiebespreking (1x/m) Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Literatuurstudie Viecuri MC Uitvoeren obducties Necrologie bespreking 1x/m Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Literatuurstudie Atrium MC Uitvoeren obducties (CAT) Thema-evaluatie Algemene Interne bespreking (1x/w) Jaarlijkse toets Educatieve casuïstiek Literatuurstudie 66
67 Thema 17: Oog- en orbitapathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van oog en orbita Diagnostiek intraoculaire tumoren: melanoom, metastasen Diagnostiek ontstekingsbeelden oogleden (chalazion, hordeolum) A b Diagnostiek (pre) maligniteiten conjunctiva, m.n. primaire verworven melanose, melanoom en lymfoom. Diagnostiek meest voorkomende cornea-aandoeningen, m.n. infecties Diagnostiek ontstekingsprocessen, m.n. pseudotumor orbita B c Diagnostiek conjunctiva-ontstekingen Diagnostiek andere cornea-afwijkingen, zoals dystrofiëen, afstotingsreacties, gevolgen intra-oculaire ingrepen Diagnostiek pathologie orbita zie themata weke delen pathologie (goed-en kwaadaardige weke delentumoren), hematopathologie (lymfomen), neuropathologie (meningeomen en gliomen) en hoofd/halspathologie (traankliertumoren) C Communicatie Levert relevante diagnoses en informatie voor de kliniek Overlegt goed Kan adequaat rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met inzender, m.n. bij enucleatio buibi en grote resecties Kennis en Wetenschap Kent de problemen van de borderline lesies die zich in dit gebied vaak voordoen Organisatie Zorgt voor adequate opvang van deze zeer diverse pathologische beelden Professionaliteit Overlegt met orbita-panel waar nodig Levert optimale zorg op professionele wijze. 67
68 Thema 17: Oog- en orbitapathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Educatieve casuïstiek Cursorisch onderwijs Literatuurstudie Oogbespreking 1x/3m (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 68
69 Thema 18: Perinatale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Het verrichten van obductie op een pasgeborene. Het kennen van de relevante anatomie De beoordeling van de groei en de ontwikkeling van het kind Het beoordelen van de placenta met zijn normale variaties De verwerking van abortus materiaal, extra-uteriene graviditeit en placenta Kennis van de veiligheidsaspecten en hygiënische voorzorgsmaatregelen A b c Het herkennen van dysmorfiëen en het beoordelen van babygrammen Het diagnosticeren van hydrops foetalis, IRDS en perinatale infecties Diagnostiek van alle congenitale afwijkingen behalve de congenitale afwijkingen van het hart en het CZS C A Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit d Het diagnosticeren van SIDS B Het diagnosticeren van placentaire tumoren, stapelingsziekten, maternale diabetes en transfusie syndromen e Diagnostiek van de congenitale afwijkingen van het hart en het CZS C Kan zich inleven in de problemen van de nabestaanden Overlegt met de inzenders Kan adequaat protocollair werken, systematisch rapporteren, integreren binnen de klinische context van de patiënt en probleem georiënteerd analyseren Is in staat om tijdens een obductiebespreking goed te communiceren met de behandelaars en de bevindingen probleem georiënteerd te bespreken Werkt goed samen met analytisch en ondersteunend personeel, m.n. bij obducties Participeert in multidisciplinair overleg Is embryologisch goed onderlegd. Is voldoende deskundig op het gebied van de pediatrische en neonatale pathologie Is bedacht op mogelijke infectieuze complicaties en handelt daarnaar Handelt binnen wettelijk gestelde kaders Zorgt ervoor dat het bewaren van weefsels voor aanvullend onderzoek of voor onderwijs in overeenstemming is met de afspraken met de nabestaanden Heeft empathie met gevoelens en wensen van ouders en kan er naar handelen Zorgt voor een goede technische en personele ondersteuning voor foetale en neonatale obducties Zorgt voor snelle verslaglegging Zorgt ervoor dat de gevolgen van obductie bij opbaren niet zichtbaar zijn Zoekt snel second opinion 69
70 Thema 18: Perinatale pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ Uitvoeren obducties Kinderbespreking (1x/m) Educatieve casuïstiek (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Literatuurstudie Viecuri MC Uitvoeren obducties (CAT) Reflectie Gynaecopathologie bespreking Thema-evaluatie (1x/m) Jaarlijkse toets Educatieve casuïstiek Literatuurstudie Atrium MC Uitvoeren obducties Perinatale bespreking 1x/m (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Educatieve casuïstiek Literatuurstudie 70
71 Thema 19: Transplantatiepathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Rol van immuniteit bij rejectie Basisprincipes van graft-versus-host disease Kenmerken van geneesmiddelentoxiciteit A b Diagnostiek en classificatie van acute rejectie (cellulair/humoraal) en van chronische rejectie Kennis van meest gebruikte immunosuppressieve therapieën Acute en chronische graft-versus-host- disease en differentiaal diagnostische overwegingen B c Diagnostiek van minder vaak voorkomende, aan de transplantatiesetting gerelateerde aandoeningen, o.a. thrombotische complicaties (HUS/TTP), terugkeer oorspronkelijke ziekte, de novo ziekten, (opportunistische) infecties, delayed graft function, donor afhankelijke factoren C Communicatie Kan zich inleven in de problemen van de patiënt Overlegt bij complexe diagnostiek met inzenders Kan adequaat rapporteren, ook mondeling "aan het microscoop" Kan adequaat omgaan met spoeddiagnostiek en is in staat hierover goed met de aanvragers te communiceren Samenwerking Werkt goed samen met analytisch personeel Werkt zo nodig samen andere collegae pathologen als het een orgaan betreft dat hun subspecialisatie raakt Is in staat multidisciplinair te denken en samen te werken Kennis en Wetenschap Is op de hoogte van het mechanisme van afstoting en van GVH ziekte en begrijpt de pathologische veranderingen die daarvan het gevolg zijn Is op de hoogte van verdere complicaties zoals infectie en daaraan gerelateerde ontsteking, die kunnen optreden na transplantatie Maatschappelijk Handelen Toont inzicht in de besmetting van patiëntenmateriaal Organisatie Kan prioriteren in het diagnostisch proces Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze. Consulteert subspecialisten 71
72 Thema 19: Transplantatiepathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ De transplantatiepathologie is geïntegreerd in andere thema s, bv. nefropathologie, hematopathologie, GI-pathologie 72
73 Thema 20: Urogenitale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van nier, de urinewegen en het mannelijk genitaal stelsel Diagnostiek, bewerking en verslaglegging van oncologische en reactieve pathologie van nier en urinewegen en mannelijk genitaal stelsel Gericht en efficiënt toepassen van immunohistochemische en moleculair pathologische technieken A b Diagnostiek van minder frequent voorkomende pathologie van nieren urinewegen Ontstekingen en tumoren van testis en testiculaire adnexa B c Zeidzame primaire tumoren bij volwassenen, pediatrische tumoren, cyste-nieren Kennis van infertiliteitsafwijkingen C Communicatie Overlegt met de inzender over complexe operaties Kan adequaat protocollair rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met ondersteunend personeel en klinische collegae Kennis en Wetenschap Is goed geïnformeerd over de uitsnijprotocollen Is op de hoogte van de pathogenese van (pre)maligniteiten en de screeningsmogelijkheden Maatschappelijk Handelen Kent en herkent de determinanten van ziektes Organisatie Kan prioriteren bij complexe resectieprepraten Heeft passende rol in multidisciplinair overleg Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen 73
74 Thema 20: Urogenitale pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ (CAT) Urogenitale pathologie bespreking Reflectie 1x/w Educatieve casuïstiek Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC MDO oncologiebespreking (1x/w) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Urologie MDO 2x/m Educatieve casuïstiek (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Literatuurstudie 74
75 Thema 21: Weke delen tumor pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Medisch handelen a Diagnostiek van weke delen tumoren in het bijzonder het onderscheid tussen benigne, intermediaire en maligne weke delen tumoren en hieraan gerelateerde principes van behandeling Toepassing van de meest voorkomende immunohistochemische markers, m.n. voor differentiatie t.o.v. carcinomen, melanomen, lymfomen, etc A b Diagnostiek en gradering van de meest voorkomende tumoren van de weke delen met toepassing van immunohistochemie, cytogenetica en moleculaire genetica. Kennis van de principes van therapie B c Diagnostiek en gradering van weinig voorkomende tumoren van de weke delen met toepassing van immunohistochemie, cytogenetica en moleculaire genetica Kennis van de principes van therapie C Communicatie Overlegt met de inzender in geval van twijfel bij grote resecties Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en de behandelaars Kan adequaat grote preparaten rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met ondersteunend personeel Neemt actief deel aan multidisciplinaire zorgpaden Kennis en Wetenschap Organisatie Is geïnformeerd over de recente ontwikkelingen op moleculair diagnostisch gebied van wekedelen tumoren Is op de hoogte van de laatste classificatiesystemen van deze tumoren Werkt volgens protocollen Kan multidisciplinaire data verwerken Kan prioriteren in het diagnostisch proces Professionaliteit Consulteert (zo nodig) een expert patholoog Participeert zonodig in een regionaal panel Kent zijn grenzen 75
76 Thema 21: Weke delen tumor pathologie Instituut Activiteiten Toets MUMC+ (CAT) Weke delen pathologie bespreking Reflectie 1x/m Educatieve casuïstiek Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Cursorisch onderwijs Regionale coupe-avond Literatuurstudie Viecuri MC MDO oncologiebespreking (1x/m) Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Reflectie Thema-evaluatie Jaarlijkse toets Atrium MC Educatieve casuïstiek Literatuurstudie (CAT) Thema-evaluatie Jaarlijkse toets 76
77 HOOFDSTUK 4 Overzicht opleiding in het opleidingscluster MUMC+ per opleidingsjaar Het doel van de opleiding, die uit 5 opleidingsjaren bestaat, is het verwerven van kennis, vaardigheden en attitudes, waardoor de AIOS op het einde van zijn opleiding zelfstandig kan functioneren als patholoog. Hiervoor bestaat de opleiding uit het verwerven van algemene competenties, die discipline-overstijgend zijn, en vakspecifieke competenties. De regelgeving van de opleiding is gebaseerd op het kaderbesluit CCMS 2011 en het landelijke opleidingsplan Modernisering opleiding pathologie. De opleiding uit een 20-tal periodes van 3 maanden, waar 21 thema s tenminste tweemaal aan bod komen. De volgorde, waarin deze thema s aan bod komen, varieert in functie van de individuele AIOS. Obductiepathologie Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Opleidingsjaar 1 Academisch Activiteiten Duur Rotatie BN Toets Uitvoeren obducties Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Onderwijs: Discipline-overstijgend onderwijs (1x/jaar) BOP-cursussen Cursorisch onderwijs 1x/m Palga-cursus coderen 1x 3 m 1 A Supervisie Reflectie Themaevaluatie 3m 1 A Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 1 A Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 1 A Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie Evaluaties: Voortgangsgesprek (4x/j) Geschiktheidsevaluatie (1x/j) Landelijke toets (eventueel Europese) 77
78 Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Opleidingsjaar 2 Academisch of perifeer Activiteiten Duur Rotatie BN Toets Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Onderwijs: Discipline-overstijgend onderwijs (1x/jaar) BOP-cursussen Cursorisch onderwijs 1x/m 3 m 1 A Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3m 1 A Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 1 A Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 1 A Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie Evaluaties: Voortgangsgesprek (2x/j) Geschiktheidsevaluatie (1x/j) Landelijke toets (eventueel Europese) 78
79 Opleidingsjaar 3 Academisch of perifeer Activiteiten Duur Rotatie BN Toets Wetenschappelijke stage Wetenschappelijke stage Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Onderwijs: Discipline-overstijgend onderwijs (1x/jaar) Cursorisch onderwijs 1x/m 3 m 2 B Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 2 B Supervisie Reflectie CAT Thema- Evaluaties: Voortgangsgesprek (2x/j) Geschiktheidsevaluatie (1x/j) evaluatie Landelijke toets (eventueel Europese) 79
80 Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Opleidingsjaar 4 Academisch of perifeer Activiteiten Duur Rotatie BN Toets Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Onderwijs: Discipline-overstijgend onderwijs (1x/jaar) Cursorisch onderwijs 1x/m 3 m 1 B Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3m 1 B Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 2 B Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 2 B Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie Evaluaties: Voortgangsgesprek (1x/j) Geschiktheidsevaluatie (1x/j) Landelijke toets (eventueel Europese) 80
81 Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema 3 m 1 B Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie Modules afhankelijk van individueel opleidingsschema Verdiepingsstage Verdiepingsstage Opleidingsjaar 5 Academisch of perifeer Activiteiten Duur Rotatie BN Toets Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Bespreklng Educatieve casuïstiek Onderwijs: Discipline-overstijgend onderwijs (1x/jaar) Cursorisch onderwijs 1x/m Internationaal congres 3m 1 B Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 3 C Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie 3 m 3 C Supervisie Reflectie CAT Themaevaluatie Evaluaties: Voortgangsgesprek (1x/j) Geschiktheidsevaluatie (1x/j) Landelijke toets (eventueel Europese) 81
82 Bijlage 1 INTAKE-GESPREK AIOS: Supervisor: Opleidingsjaar: Semester: Opleidingsziekenhuis: Module: Thema s: 1. Rotatie: 2. Rotatie: 3. Rotatie: 4. Rotatie: 5. Rotatie: Praktische organisatie (, microscopie, protocolleren, besprekingen, zelfstandig afwerken zonder supervisie) Doelstellingen Bijzondere opmerkingen (andere interfererende taken of onafgewerkte problemen (bv. obducties, onderwijs), afspraken ivm interferenties met werkorganisatie (bv. deeltijds werken, vakantie, zwangerschap) enz. 82
83 Bijlage 2 Beoordeelde: beoordelaar: Opleidingsjaar: semester: Opleidingsziekenhuis: afdeling: Beoordeeld op: ingevuld op: Status: Bijlagen: Context Periode: Context: histologie cytologie obductie Complexiteit probleem: laag matig hoog Thema: Eventueel korte toelichting: Feedback - algemeen Sterke punten Aandachtspunten/verbeterpunten Afspraken / follow-up Evt. opmerkingen m.b.t. Diagnostiek aanvraaganalyse 1) Analyseert de klinische setting en vraagstelling rond de aangeboden casus, en achterhaalt zo nodig ontbrekende of onvolledige informatie n/b 2) Keuzes m.b.t. onderzoek, diagnostiek en vervolgonderzoek worden onderbouwd en zijn, waar mogelijk, evidence-based. 83
84 n/b 3) Prioriteiten worden correct gesteld, er wordt goed onderscheid gemaakt tussen hoofd- en bijzaken n/b 4) Behandelt en beschrijft het preparaat adequaat, daarbij gebruik makend van relevante protocollen en richtlijnen n/b 5) Beheerst/heeft kennis over het bewerken van het ingestuurd materiaal en van speciale technieken (b.v. vriescoupes, liquor afdraaien) n/b 6) Is zich bewust van eigen beperkingen en handelt dienovereenkomst (bv. adequaat inroepen supervisie) n/b 7) Organiseert zijn/ haar werk goed, heeft een goede tijdsplanning n/b 8) Geeft een logische, efficiënte, en voor de aanvrager informatieve beschrijving van het preparaat n/b 9) Ontwikkelt een rationele strategie voor het aanvragen van aanvullend onderzoek n/b 10) Integreert de bevindingen van het aanvullend onderzoek op een logische en toepasbare manier n/b 11) Beheerst de noodzakelijke achtergrondkennis van de (patho)fysiologie n/b Probleemanalyse, klinisch redeneren 12) Weet in te schatten wanneer wel of niet hernieuwd onderzoek of uitbreiding van het onderzoek geadviseerd moet worden n/b 13) Maakt adequaat en selectief gebruik van diagnostische procedures (aantal coupes, aanvullende niveaus en (immunologische) kleuringen) n/b 14) Aanvullend onderzoek wordt adequaat en kostenbewust ingezet n/b 84
85 / einddiagnose 15) Redigeert een beknopt, helder en volledig verslag n/b 16) Formuleert een heldere differentiële/ werkdiagnose n/b 17) Is (globaal) op de hoogte van de verschillen in behandelingsvormen m.b.t. de gestelde diagnose n/b 18) Koppelt de conclusies van het onderzoek op een juiste manier terug aan de clinicus (bv tijdens interdisciplinair overleg/ telefonisch consult) n/b 19) Houdt de clinicus op de hoogte van eventuele bevindingen/ wijzigingen die consequenties hebben voor de behandeling van de patiënt n/b 20) Weet welke casus tot consultatie van (subspecialistische) collegae dan wel een ander specialisme aanleiding geeft n/b Algemeen 21) Is punctueel en komt afspraken na n/b 22) Kan feedback geven n/b 23) Staat open voor feedback en is bereid fouten te erkennen n/b 24) Werkt op een prettige manier samen met collega's n/b 25) De AIOS handelt volgens wettelijke en ethische voorschriften m.b.t. voorlichting, informatie, geheimhouding (WGBO) n/b Supervisie Benodigde supervisie (aan'/bijsturing) m.b.t. deze activiteit: zeer veel veel matig weinig nihil Niveau Functioneren van de aios in deze activiteit: onder niveau op niveau boven niveau 85
86 Bijlage 3 Evaluatieformulieren thema s Thema 1: Bot- en gewricht pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIOS a b c d Inzicht in de normale structuur en functie van bot en kraakbeen Macroscopische bewerking en beschrijving van biopsie en resectiemateriaal inclusief indicaties speciële technieken Basisprincipes van de skeletradiologie bij bewerking van preparaten en in diagnostiek Aanmelden gevallen bij de Commissie voor Beentumoren Volgt het stageringssysteem volgens Enneking en terminologie van resectiemarges Diagnostiek van veel voorkomende bot en kraakbeen afwijkingen (reactieve en degeneratieve afwijkingen) Diagnostiek van veel voorkomende gewrichtsafwijkingen (arthritiden, synovitis) Diagnostiek van stapelingsziekten in het bot Diagnostiek van zeldzame congenitale ziekten van de botaanmaak en kraakbeen vorming Differentiële diagnostiek van relatief veel voorkomende osteoïd vormende tumoren, chondroïde tumoren, reuscelhoudende tumoren. Kennis van principes van therapie Toepassing immunohistochemie Differentiële diagnostiek "small blue round cell" tumors en zeldzame vormen van osteoïd vormende tumoren, chondroïde tumoren, reuscelhoudende tumoren. Cytogenetica en moleculaire genetica Overlegt met de inzender in geval van twijfel bij grote resecties Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en behandelaar Kan adequaat grote preparaten rapporteren Werkt goed samen met ondersteunend personeel, ook waar het kwetsbare en voor de omgeving belastende apparatuur (zagen) betreft Helpt collega's bij moeilijke resectiepreparaten Neemt actief deel aan multidisciplinaire zorgpaden en Kent l de actuele CBO protocollen Heeft basale kennis van de radiologie van bottumoren Is geïnformeerd over de recente ontwikkelingen op moleculair diagnostisch gebied van bottumoren Is op de hoogte van de laatste classificatiesystemen van beentumoren Kan naar aanleiding van zijn diagnosen adviseren over beleid (geldt m.n. voor subspecialisten) Kan multidisciplinaire data verwerken Kan prioriteren in het diagnostisch proces Consulteert zo nodig de Beentumoren Commissie Kent zijn grenzen A A C A C B C 86
87 Thema 2: Cardiovasculaire pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Kennis hebben van structuur en functie van het hart en van de meest voorkomende ziektes daarvan Kennis hebben van de belangrijkste oorzaken van cardiale dood bij de volwassene A b Kennis hebben van de meest voorkomende vaatziekten, zowel degeneratieve als inflammatoire A c Het adequaat kunnen onderzoeken van het hart van een volwassene A d De diagnostiek van vasculitis B e De diagnostiek van cardiomyopathieën en transplantaatafstoting C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en behandelaar Kan adequaat grote preparaten rapporteren Werkt goed samen met cardioloog c.q. cardiovasculair chirurg teneinde een snelle adequate diagnose te kunnen stellen Werkt goed samen met ondersteunend personeel en zo nodig met wettelijke instanties Is geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen en kent de technieken die nodig zijn om acute cardiale dood te onderzoeken Handelt binnen de wettelijk gestelde kaders bij acuut onverwacht overlijden Zorgt voor een goede organisatie rond obducties Consulteert een expert (cardiopatholoog, embryoloog, anatoom) in de meeste gevallen van niet-ischemische hartziekten Datum en ondertekening supervisor en AIOS 87
88 Thema 3: Cytologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Diagnostiek en rapportage cervixcytologie, exfoliatieve cytologie (long, urine, sereuze vochten, liquor) Toepassing van immunohistochemie, flowcytometrie, cytogenetica en moleculaire genetica (met name HPV). Zelfstandig verrichten van cytologische punctie A b Cytotechniek (uitstrijk, cytospin, dunne laag, pellet / celblok) en cytologische kleuringen Geautomatiseerde technieken voor cervixcytologie. B c Praktijkrichtlijn cervixcytologie NWP B Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en kan (bv bij puncties en sneldiagnostiek) zijn gedrag daarop aanpassen Kan de patiënt uitleggen wat er te gebeuren staat bij puncties Communiceert goed met huisartsen in het kader van het bevolkingsonderzoek en de indicaties voor herhalingsonderzoek of moleculaire diagnostiek Werkt goed samen met cytologische analisten en/of met ondersteunend radiologisch personeel Is geïnformeerd over de laatste screeningsprogramma's en de actuele richtlijnen hierover Heeft kennis van de geautomatiseerde screeningstechnieken en de relatie met HPV diagnostiek Kent de beperkingen van bevolkingsonderzoek Draagt bij om bevolkingsonderzoek bekendheid te geven Zorgt voor snelle en correcte opvang en begeleiding van patiënten Is in staat om bij onverwachte bevindingen tijdens de punctie op adequate wijze met de patiënt te communiceren Gaat professioneel om met fouten in bevolkingsonderzoeken Datum en ondertekening supervisor en AIOS 88
89 Thema 4: Dermatopathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale histologie van de huid op verschillende locaties van het lichaam, meest voorkomende histochemische kleuringen en immunohistochemische en moleculaire markers A b c Diagnostiek van frequent voorkomende huidtumoren, inclusief lymfomen, en frequent voorkomende inflammatoire dermatosen Inzicht in belang van de klinische presentatie voor het stellen van de juiste diagnose Kennis van de prognose behorende bij de gestelde diagnose Kennis van de principes van de therapie Diagnostiek van weinig voorkomende huidtumoren, zoals cutane lymfomen en van zeldzame inflammatoire dermatosen. Immunofluorescentie patronen bij dermatosen. B C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Overlegt met inzender in geval van onduidelijke vraagstelling en in geval van een onverwachte diagnose Maakt gebruik van moderne middelen zoals klinisch beeldmateriaal om histologie aan macroscopische beelden te relateren Is in staat om ook tijdens besprekingen de waargenomen reactiepatronen op juiste wijze te relateren aan de klinische bevindingen Communiceert goed en pro-actief met huisartsen over directe inzendingen vanuit de eerste lijn Werkt goed samen met de inzenders om het insturen en bewerking van biopten en excisies te optimaliseren Kent de actuele CBO protocollen t.a.v o.a. het melanoom Is goed geïnformeerd over de diagnostiek van inflammatoire dermatosen en neoplasmata, inclusief aanvullende technieken als immunofluorescentie, genetica en electronenmicroscopie Kan naar aanleiding van zijn diagnosen adviseren over eventuele aanvullende ingrepen Zorgt voor een goede opvang en efficiënte bewerking van kleine resecties waarbij een oordeel over randen van belang is Zoekt zonodig actief advies van landelijke experts (o.a. ingebed in het landelijke melanomenpanel en van het cutane lymfomenpanel) Is in staat om op professionele wijze om te gaan met discrepanties tussen de klinische en histopathologische bevindingen Levert optimale zorg op professionele wijze Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIOS 89
90 Thema 5: Endocriene pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de endocriene organen en endocriene weefselcomponenten Diagnostiek, bewerking en verslaglegging van oncologische en reactieve pathologie van schildklier, bijschildklier, bijnier en paraganglia Gericht en efficiënt toepassen van immunohistochemie en moleculair pathologische technieken Thyroiditiden; hyperplasieën en adenomen van schildklier en bijschildklier; paragangliomen, reactieve bijnier pathologie A b Meest voorkomende carcinomen van schildklier, bijschildklier en bijnier MEN syndromen B Communicatie Zorgt ervoor over relevante patiëntinformatie te beschikken Zorgt voor adequaat verslag Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Overlegt doelmatig met collegae Kent de actuele CBO protocollen t.a.v. o.a. het schildkliercarcinoom Is op de hoogte van de correlatie tussen de klinische symptomen, klinisch chemische afwijkingen, en de morfologische afwijkingen Kent de genetische problematiek bij erfelijke syndromen Kan adviseren over indicaties voor genetisch onderzoek bij verdenking op erfelijke syndromen Organisatie Professionaliteit Zorgt voor goede samenwerking met klinische laboratoria op dit gebied Levert optimale zorg op professionele wijze Zorgt voor een goede interactie met de collegae Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIDS 90
91 Thema 6: Gastro-intestinale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de organen van de tractus digestivus inclusief pancreas Diagnostiek van frequent voorkomende oncologische en reactieve pathologie van slokdarm, maag, dunne darm, pancreas, dikke darm en anus Efficiënt toepassen van speciële technieken waaronder de immunohistochemie en moleculaire pathologie A b Diagnostiek van weinig voorkomende aandoeningen zoals congenitale afwijkingen, stroma tumoren, lymfomen en bestralingseffecten B Communicatie Overlegt met de inzenders van biopten indien de vermoedens van kliniek en pathologie niet in dezelfde richting wijzen Maakt een duidelijk verslag Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Werkt goed samen met inzenders en collegae in geval van gecompliceerde resectiepreparaten, raadpleegt de chirurg in geval van onduidelijkheid Kent de actuele CBO protocollen tav oa colorectale carcinomen Is geïnformeerd over de relevante uitsnijprotocollen en de relevantie tav de chirurgische kwaliteitsborging Is op de hoogte van de actuele, klinisch relevante, diagnostische ontwikkelingen bij inflammatoir darmlijden en neoplasmata Kent de maatschappelijke problemen en actuele afspraken ten aanzien van erfelijke maagdarm aandoeningen Speelt een actieve rol in het multidisciplinair overleg, bijvoorbeeld bij rectumresecties Kan bij grote resecties prioriteren in het diagnostische proces Zorgt voor goede afstemming tussen de medewerkers Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen Datum en ondertekening supervisor en AIOS 91
92 Thema 7: Gynaecopathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Structuur en functie van de organen van de tractus genitalis van de vrouw Diagnostiek van alle reactieve gynaecologische aandoeningen en van de meest voorkomende gynaecologische tumoren (vulva, vagina, cervix, endometrium, tuba en ovarium) Uitsnijprotocollen, stadiëring en gradering van de te onderscheiden tumoren, hun voorloperstadia en de hieraan gerelateerde behandelingsopties Adequaat en kosteneffectief aanvragen van immunohistochemie, DNA flowcytometrie en moleculaire diagnostiek A b Congenitale afwijkingen, mesenchymale en mixed mullerian tumoren, molagraviditeit B c Zeldzame ovariumtumoren, trofoblastaire tumoren anders dan mola en choriocarcinoom C Communicatie Overlegt met de inzender over complexe operaties Kan adequaat protocollair rapporteren, zowel schriftelijk als mondeling tijdens multidisciplinair overleg Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Werkt goed samen met ondersteunend personeel en klinische collegae Kent de actuele CBO en andere landelijke protocollen Is goed geïnformeerd over de uitsnijprotocollen Is op de hoogte van de pathogenese van (pre)maligniteiten van de vrouwelijke tractus genitalis en handelt daarnaar Kent de beperkingen van het bevolkingsonderzoek Is op de hoogte van de interobservariaties bij CIN diagnoses Werkt mee aan een goede uitvoering van het bevolkingsonderzoek Kan prioriteren bij complexe resectieprepraten Heeft passende rol in multidisciplinair overleg Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen. Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIOS 92
93 Thema 8: Haematopathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale lymfopoïese en hematopoïese, meest toegepaste histochemische kleuringen en immunohistochemie markers A b c Diagnostiek van reactieve lymfeklier aandoeningen. Diagnostiek en stagering van de meest voorkomende maligne lymfomen, leukemiëen en myeloom met toepassing van immunohistochemie, flowcytometrie, cytogenetica en moleculaire genetica Kennis van de principes van therapie Diagnostiek van weinig voorkomende maligne lymfomen, leukemiëen, en de overige primaire aandoeningen van het beenmerg, met toepassing van immunohistochemie, flowcytometrie, cytogenetica en moleculaire genetica B C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en zijn gedrag daarop aanpassen, bijv. bij puncties of spoeddiagnostiek Kan de patiënt uitleggen wat er te gebeuren staat bij puncties Overlegt met de inzenders in geval van onduidelijkheid Kan adequaat rapporteren, zowel schriftelijk als mondeling Werkt goed samen met cytologisch en analytisch personeel en met andere disciplines waar deelonderzoek plaatsvindt (hematologie, immunologie, klinische chemie en / of genetica) Is geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op het gebied van de diagnostische hematopathologie Kan de clinicus adviseren over verdere diagnostiek Treedt actief op bij het onderkennen van fouten in de zorg Kan prioriteren in het diagnostische proces Zorgt voor adequate diagnostische technieken en integratie in de rapportage Kent zijn eigen grenzen Legt de meeste gevallen voor aan, of laat deze toetsen door, een expert patholoog, hetzij in de eigen praktijk, hetzij daarbuiten Participeert, indien betrokken bij de hematopathologie, zelf in een regionaal panel Levert optimale zorg op professionele wijze Datum en ondertekening supervisor en AIOS 93
94 Thema 9: Hoofd/hals-pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale histologie van de organen van het hoofd- halsgebied, meest toegepaste histochemische kleuringen en immunohistochemie markers Diagnostiek van reactieve speekselklier- en mondslijmvliesaandoeningen Diagnostiek van maligne en premaligne orale en laryngeale slijmvliesafwijkingen Diagnostiek van de meest frequent voorkomende goed- en kwaadaardige speekselkliertumoren Diagnostiek van meest frequent voorkomende reactieve en neoplastische neus- en neusbijholteafwijkingen A b c Diagnostiek van minder frequent voorkomende goed- en kwaadaardige speekselkliertumoren Diagnostiek van minder frequent voorkomende neus- en neusbijholteafwijkingen Diagnostiek van cysteuze kaakbotafwijkingen. Diagnostiek van (niet-)neoplastische kaakbotafwijkingen B C Communicatie Kan zich inleven in de problemen van de patiënt Kan adequaat protocollair rapporteren Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Werkt goed samen met analytisch personeel en de inzenders van complexe resectiepreparaten Kan adviseren over verdere diagnostische ingrepen Draagt bij aan multidisciplinair overleg Kent de actuele CBO protocollen Is goed op de hoogte van de complexe anatomie van het hoofdhals gebied en van het gedrag van carcinomen Bevordert maatschappelijke gezondheid door uitdragen van kennis over de relatie van maligniteiten van het hoofd-hals gebied met roken en excessief alcohol gebruik Kan prioriteren bij het uitsnijden van complexe resecties Overlegt zo nodig met anderen Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen Datum en ondertekening supervisor en AIOS 94
95 Thema 10: Leverpathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de lever Meest toegepaste histochemische en immunologische kleuringen van het leverbiopt A b Diagnostiek van de meest voorkomende aandoeningen van de lever Begrip van onderliggende stoornissen in immuniteit, ontsteking, metabole en oncologische processen; van de laatste zowel primaire levertumoren als metastasen Inzicht in de relatie functie-structuur bij de verschillende ziektebeelden B c Diagnostiek van weinig voorkomende leveraandoeningen inclusief de pathologie die voorkomt na levertransplantatie C Communicatie Kan adequaat rapporteren Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Overlegt goed met de inzenders Is geïnformeerd over de laatste diagnostische ontwikkelingen op het gebied van de hepatitiden en levertumoren Toont inzicht in de besmettingskansen van het weefsel Zorgt voor goede opvang van ieder leverbiopt, en voor de diverse routinekleuringen daarop Zorgt voor reductie van besmettingsrisico Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIOS 95
96 Thema 11: Long, pleura en mediastinale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van longen, pleura en mediastinale organen Diagnostiek, bewerking en verslaglegging van oncologische en reactieve pathologie van longen, pleura, thymus en mediastinale lymfklieren (zie ook thema hematopathologie) Gericht en efficiënt toepassen van immunohistochemische en moleculair pathologische technieken A b Diagnostiek van mesothelioom, overige primaire pleurale tumoren, interstitiële longpathologie, zeldzame primaire longtumoren, thymoom, overige primaire mediastinale tumoren B c Diagnostiek van pulmonale hypertensie, congenitale afwijkingen, andere dan hierboven genoemde mediastinale processen (inclusief die van de thymus) C Communicatie Verkrijgt zo nodig relevante achtergrond informatie Kan adviseren over manieren weefsel af te nemen Kan adequaat protocollair rapporteren Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Werkt goed samen met andere betrokkenen bij vriescoupes Werkt samen in overlegsituaties Kent de complexe anatomie en pathologie van de thoraxorganen Beheerst basale vaardigheden betreffende de radiologie van thoraxorganen Kent de etiologische en pathogenetische / pathofysiologische aspecten van niet neoplastische longaandoeningen Kent de besmettingsrisico's (tbc) en wijst anderen daarop Bevordert maatschappelijke gezondheid door uitdragen van kennis over de relatie van longtumoren met roken Zorgt voor goede afstemming tussen cytologie en histopathologie van de long Zorgt voor goede, veilige, opvang van het weefsel Professionaliteit Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIDS 96
97 Thema 12: Mammapathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van de mamma Diagnostiek van reactieve afwijkingen Diagnostiek en stagering van de meest voorkomende benigne en maligne mammatumoren A b c Diagnostiek en stagering van de meest voorkomende benigne en maligne mammatumoren Het gebruik van veel toegepaste histochemische kleuringen, immunohistochemie markers en moleculaire genetica Kennis van de principes van therapie Diagnostiek van weinig voorkomende mammatumoren en overige primaire aandoeningen van de mamma B C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en past zijn gedrag daarop aan (b.v. bij puncties) Kan de patiënt uitleggen wat er te gebeuren staat bij puncties Kan adequaat rapporteren Werkt goed samen met cytologisch en analytisch personeel Werkt mee aan evaluatie van bevolkingsonderzoek inclusief het eigen diagnostisch onderzoek Kent de actuele CBO protocollen Kan röntgenbeelden van lumpectomieën beoordelen Herkent de erfelijke borsttumoren, kan daarover informeren Is geïnformeerd over de screeningsprogramma's van de borst Kent de beperkingen van bevolkingsonderzoek van de borst Kan naar aanleiding van zijn diagnosen adviseren over verder beleid Neemt actief deel aan mamma-overleg structuren Voelt zich verantwoordelijk voor optimale kwaliteit van zorg binnen het gehele zorgpad Zorgt voor balans tussen de toenemende vraag naar details en de consequenties voor het laboratorium Levert optimale zorg op professionele wijze Kent zijn grenzen en weet wanneer hij anderen moet consulteren Is in staat om op professionele om te gaan met landelijke rapporten en kwaliteitsindicatoren Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AlOS 97
98 Thema 13: Musculaire pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Opvang en adequate bewerking van spierbiopten, diagnostiek van systeemaandoeningen in het spierweefsel (sarcoïdose, vasculitis), "banale" infecties (schimmels, TBC, bacteriële sepsis) en van neurogene atrofie A b Diagnostiek van aangeboren en genetische spierziekten, idiopathische myositis (polymyositis, dermatomyositis, inclusion body myositis), toxische myopathie C Communicatie Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en de behandelaar Zorgt ervoor over relevante klinische informatie te beschikken Kan adequaat rapporteren Samenwerking Werkt goed samen met analytisch personeel en inzender Zoekt altijd expert consult in geval van de onder C gerubriceerde spierziektes Kennis en Wetenschap Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Is op de hoogte van de complexe diagnostische problemen van spierziekten en daarmee samenhangende noodzaak tot juiste opvang van materiaal en externe consultatie Zorgt ervoor dat het laboratorium goed is ingericht in de opvang van deze weinig frequente onderzoeken Draagt, indien aanwezig, bij aan regionale overlegsituaties Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen Datum en ondertekening supervisor en AIOS 98
99 Thema 14: Nefropathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Inzicht in de normale structuur en functie van de nier en het nefron Kennis van de ultrastructurele bouw van de glomerulus Kennis van de histochemische en immunohistochemische kleuringen van het nierbiopt A b Diagnostiek van de meest voorkomende internistische, nietoncologische aandoeningen van de vaten, de glomeruli en het tubulo-interstitiële compartiment Begrip van de onderliggende stoornissen in immuniteit, ontsteking en metabole processen Inzicht in de relatie functie-(ultra)structuur bij de verschillende ziektebeelden B c Diagnostiek van weinig voorkomende internistische, nietoncologische nieraandoeningen C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Overlegt goed en zo nodig snel met de behandelaars Kan adequaat rapporteren over nefropathieën, zo nodig ook "aan de microscoop" Is in staat om ook tijdens besprekingen de waargenomen reactiepatronen op juiste wijze te relateren aan de klinische bevindingen Werkt goed samen met analytisch personeel en met de inzenders Is goed op de hoogte van de toepassing van aanvullende technieken, met name immunofluorescentie Kent de problematiek van nefrologische pathologie Kent de consequenties van zijn diagnosen Zorgt voor goede opvang en bewerking van nierbiopten. Stuurt biopten op adequate wijze en snel door, indien eigen faciliteiten (immunofluorescentie) ontoereikend zijn. Zorgt als regel bij nierbiopten voor expert consult Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen Datum en ondertekening supervisor en AlOS 99
100 Thema 15: Neuropathologie, centraal zenuwstelsel Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Diagnostiek van veel voorkomende bevindingen in het CZS bij neurochirurgische ingrepen of bij obductie zoals bloeding, infarct, abces of tumoren Diagnostiek van relatief frequente zenuwziekten b Degeneratieve afwijkingen zoals M. Parkinson en atrofie B A c Diagnostiek van weinig frequente aandoeningen van het zenuwstelsel m.n. neurodegeneratieve ziekten C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Overlegt goed met de behandelaars Kan adequaat protocollair rapporteren Kan de werkwijze bij obductie pathologie aanpassen aan de wensen van anderen (bv neuroloog) Werkt goed samen met ondersteunend personeel, zeker bij obducties Kan jongerejaars de technische aspecten van hersensecties uitleggen Kent de risico's van cerebrale infecties en handelt daarnaar Kent de maatschappelijke gevolgen van diagnosen waar het ernstige erfelijke aandoeningen betreft Houdt zich aan richtlijnen en maatschappelijk aanvaarde afspraken, c.q. met direct betrokkenen gemaakte afspraken t.a.v. bewaartermijnen van hersenweefsel Zorgt voor deskundige adviseurs bij vriescoupes Zorgt voor goede ondersteuning en samenwerking bij obducties bij mogelijke overdraagbare infectieuze aandoeningen Zorgt waar opportuun, voor goede overdracht van materiaal en klinische gegevens waar het hersenobducties met neurodegeneratieve aandoeningen betreft en consult Zorgt bij hersenobducties voor snelle verslaglegging Vraagt expert consult in geval van twijfel en bij alle onder C genoemde afwijkingen Datum en ondertekening supervisor en AIDS 100
101 Thema 16: Obductiepathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Het verrichten van een obductie op een natuurlijk overleden persoon van iedere leeftijd, inclusief het zelfstandig openen van het lichaam en beheersing van de diverse technieken van het uitnemen van organen Het verzamelen van materiaal voor microbiologisch, toxicologisch en stofwisselingsonderzoek Kennis van de veiligheidsaspecten en hygiënische voorzorgsmaatregelen Kennis van de etiologie en de pathogenese van decompensatio cordis, sepsis, shock, multi-orgaan falen, evenals van de morfologische diagnostiek daarvan A b c d Ervaring hebben met het openen van de schedel en het uitnemen van ruggenmerg en grensstreng Diagnostiek van alle gangbare congenitale afwijkingen, met uitzondering van hart en CZS Diagnostiek van SIDS Diagnostiek van congenitale afwijkingen van het hart en het CZS B B C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Kan adequaat protocollair werken, systematisch rapporteren, integreren binnen de klinische context van de patiënt en probleem georiënteerd analyseren Is in staat om tijdens een obductiebespreking goed te communiceren met de behandelaars en de bevindingen probleem georiënteerd te bespreken Werkt goed samen met ondersteunend personeel Kan jongerejaars de technische aspecten van secties uitleggen Kan aan anderen de correlaties tussen klinische beelden en de macroscopische afwijkingen uitleggen Gaat respectvol om met het lichaam van de overledene en zorgt ervoor dat andere betrokkenen dat ook doen Kent de risico's van infecties en handelt daarnaar Handelt binnen wettelijk gestelde kaders Zorgt ervoor dat het bewaren van weefsels voor aanvullend onderzoek of voor onderwijs in overeenstemming zijn met de afspraken met de nabestaanden Zorgt voor goede faciliteiten en voor goede ondersteuning en samenwerking bij (geïnfecteerde) obducties Zorgt ervoor dat de gevolgen van obductie bij opbaren niet zichtbaar zijn Levert optimale zorg op professionele wijze Vraagt advies bij moeilijke casus Datum en ondertekening supervisor en AIOS 101
102 Thema 17: Oog- en orbitapathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van oog en orbita Diagnostiek intraoculaire tumoren: melanoom, metastasen Diagnostiek ontstekingsbeelden oogleden (chalazion, hordeolum) A b c Diagnostiek (pre) maligniteiten conjunctiva, m.n. primaire verworven melanose, melanoom en lymfoom. Diagnostiek meest voorkomende cornea-aandoeningen, m.n. infecties Diagnostiek ontstekingsprocessen, m.n. pseudotumor orbita Diagnostiek conjunctiva-ontstekingen Diagnostiek andere cornea-afwijkingen, zoals dystrofiëen, afstotingsreacties, gevolgen intra-oculaire ingrepen Diagnostiek pathologie orbita zie themata weke delen pathologie (goed-en kwaadaardige weke delentumoren), hematopathologie (lymfomen), neuropathologie (meningeomen en gliomen) en hoofd/halspathologie (traankliertumoren) B C Communicatie Levert relevante diagnoses en informatie voor de kliniek Overlegt goed Kan adequaat rapporteren Samenwerking Kennis en Wetenschap Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Werkt goed samen met inzender, m.n. bij enucleatio buibi en grote resecties Kent de problemen van de borderline lesies die zich in dit gebied vaak voordoen Zorgt voor adequate opvang van deze zeer diverse pathologische beelden Overlegt met orbita-panel waar nodig Levert optimale zorg op professionele wijze. Datum en ondertekening supervisor en AIOS 102
103 Thema 18: Perinatale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau a Het verrichten van obductie op een pasgeborene. A Medisch handelen Het kennen van de relevante anatomie De beoordeling van de groei en de ontwikkeling van het kind Het beoordelen van de placenta met zijn normale variaties De verwerking van abortus materiaal, extra-uteriene graviditeit en placenta Kennis van de veiligheidsaspecten en hygiënische voorzorgsmaatregelen b c Het herkennen van dysmorfiëen en het beoordelen van babygrammen Het diagnosticeren van hydrops foetalis, IRDS en perinatale infecties Diagnostiek van alle congenitale afwijkingen behalve de congenitale afwijkingen van het hart en het CZS C A Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten d Het diagnosticeren van SIDS B Het diagnosticeren van placentaire tumoren, stapelingsziekten, maternale diabetes en transfusie syndromen e Diagnostiek van de congenitale afwijkingen van het hart en het CZS C Kan zich inleven in de problemen van de nabestaanden Overlegt met de inzenders Kan adequaat protocollair werken, systematisch rapporteren, integreren binnen de klinische context van de patiënt en probleem georiënteerd analyseren Is in staat om tijdens een obductiebespreking goed te communiceren met de behandelaars en de bevindingen probleem georiënteerd te bespreken Werkt goed samen met analytisch en ondersteunend personeel, m.n. bij obducties Participeert in multidisciplinair overleg Is embryologisch goed onderlegd. Is voldoende deskundig op het gebied van de pediatrische en neonatale pathologie Is bedacht op mogelijke infectieuze complicaties en handelt daarnaar Handelt binnen wettelijk gestelde kaders Zorgt ervoor dat het bewaren van weefsels voor aanvullend onderzoek of voor onderwijs in overeenstemming is met de afspraken met de nabestaanden Heeft empathie met gevoelens en wensen van ouders en kan er naar handelen Zorgt voor een goede technische en personele ondersteuning voor foetale en neonatale obducties Zorgt voor snelle verslaglegging Zorgt ervoor dat de gevolgen van obductie bij opbaren niet zichtbaar zijn Zoekt snel second opinion Datum en ondertekening Supervisor en AIOS 103
104 Thema 19: Transplantatiepathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Rol van immuniteit bij rejectie Basisprincipes van graft-versus-host disease Kenmerken van geneesmiddelentoxiciteit A b c Diagnostiek en classificatie van acute rejectie (cellulair/humoraal) en van chronische rejectie Kennis van meest gebruikte immunosuppressieve therapieën Acute en chronische graft-versus-host- disease en differentiaal diagnostische overwegingen Diagnostiek van minder vaak voorkomende, aan de transplantatiesetting gerelateerde aandoeningen, o.a. thrombotische complicaties (HUS/TTP), terugkeer oorspronkelijke ziekte, de novo ziekten, (opportunistische) infecties, delayed graft function, donor afhankelijke factoren B C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Kan zich inleven in de problemen van de patiënt Overlegt bij complexe diagnostiek met inzenders Kan adequaat rapporteren, ook mondeling "aan het microscoop" Kan adequaat omgaan met spoeddiagnostiek en is in staat hierover goed met de aanvragers te communiceren Werkt goed samen met analytisch personeel Werkt zo nodig samen andere collegae pathologen als het een orgaan betreft dat hun subspecialisatie raakt Is in staat multidisciplinair te denken en samen te werken Is op de hoogte van het mechanisme van afstoting en van GVH ziekte en begrijpt de pathologische veranderingen die daarvan het gevolg zijn Is op de hoogte van verdere complicaties zoals infectie en daaraan gerelateerde ontsteking, die kunnen optreden na transplantatie Toont inzicht in de besmetting van patiëntenmateriaal Kan prioriteren in het diagnostisch proces Levert optimale zorg op professionele wijze. Consulteert subspecialisten Datum en ondertekening supervisor en AIOS 104
105 Thema 20: Urogenitale pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Normale structuur en functie van nier, de urinewegen en het mannelijk genitaal stelsel Diagnostiek, bewerking en verslaglegging van oncologische en reactieve pathologie van nier en urinewegen en mannelijk genitaal stelsel Gericht en efficiënt toepassen van immunohistochemische en moleculair pathologische technieken A b Diagnostiek van minder frequent voorkomende pathologie van nieren urinewegen Ontstekingen en tumoren van testis en testiculaire adnexa B c Zeidzame primaire tumoren bij volwassenen, pediatrische tumoren, cyste-nieren Kennis van infertiliteitsafwijkingen C Communicatie Overlegt met de inzender over complexe operaties Kan adequaat protocollair rapporteren Samenwerking Kennis en Wetenschap Maatschappelijk Handelen Organisatie Professionaliteit Algemene opmerkingen & aandachtspunten Werkt goed samen met ondersteunend personeel en klinische collegae Is goed geïnformeerd over de uitsnijprotocollen Is op de hoogte van de pathogenese van (pre)maligniteiten en de screeningsmogelijkheden Kent en herkent de determinanten van ziektes Kan prioriteren bij complexe resectieprepraten Heeft passende rol in multidisciplinair overleg Levert optimale zorg op professionele wijze. Kent zijn grenzen Datum en ondertekening supervisor en AIOS 105
106 Thema 21: Weke delen tumor pathologie Competenties Praktijkuitoefening Niveau Behaald niveau Medisch handelen a Diagnostiek van weke delen tumoren in het bijzonder het onderscheid tussen benigne, intermediaire en maligne weke delen tumoren en hieraan gerelateerde principes van behandeling Toepassing van de meest voorkomende immunohistochemische markers, m.n. voor differentiatie t.o.v. carcinomen, melanomen, lymfomen, etc A b c Diagnostiek en gradering van de meest voorkomende tumoren van de weke delen met toepassing van immunohistochemie, cytogenetica en moleculaire genetica. Kennis van de principes van therapie Diagnostiek en gradering van weinig voorkomende tumoren van de weke delen met toepassing van immunohistochemie, cytogenetica en moleculaire genetica Kennis van de principes van therapie B C Communicatie Samenwerking Kennis en Wetenschap Organisatie Professionaliteit Overlegt met de inzender in geval van twijfel bij grote resecties Kan zich inleven in de problemen van de patiënt en de behandelaars Kan adequaat grote preparaten rapporteren Werkt goed samen met ondersteunend personeel Neemt actief deel aan multidisciplinaire zorgpaden Is geïnformeerd over de recente ontwikkelingen op moleculair diagnostisch gebied van wekedelen tumoren Is op de hoogte van de laatste classificatiesystemen van deze tumoren Werkt volgens protocollen Kan multidisciplinaire data verwerken Kan prioriteren in het diagnostisch proces Consulteert (zo nodig) een expert patholoog Participeert zonodig in een regionaal panel Kent zijn grenzen Algemene opmerkingen & aandachtspunten Datum en ondertekening supervisor en AIOS 106
107 Bijlage 4 FEEDBACKFORMULIER: Critical Appraisal of a Topic Beoordeelde: beoordelaar: Opleidingsjaar: semester: Opleidingsziekenhuis: afdeling: Beoordeeld op: ingevuld op: Status: Niet gevalideerd Bijlagen: (geen) Context Categorie probleem: Diagnostiek Prognostiek Therapie Thema: Feedback - algemeen Sterke punten Aandachtspunten/verbeterpunten Afspraken/follow-up Klinisch scenario 1) De relevante onderdelen zijn aanwezig (Ift, geslacht, aard en ernst aandoening, klinische setting, moment van presentatie, beschrijving probleem) n/b 2) Het klinisch scenario is volledig en beknopt geformuleerd n/b Klinische vraag 3) De vraag bevat alle elementen: patient, intervention, control, outcome, time (PICOT) n/b 4) De vraag is als een goed lopende vraag geformuleerd n/b 107
108 5) De vraag sluit goed aan bij het klinisch scenario n/b Search 6) De zoektermen sluiten goed aan bij de klinische vraag n/b 7) De gekozen zoekstrategie is goed opgebouwd, er is een relevante combinatie van (voldoende) methodologische en medische zoektermen gebruikt n/b 8) De search is reproduceerbaar n/b 9) De motivering van de keuze van het artikel is voldoende toegelicht (past patiënt in patiëntenpopulatie, uitkomst, lengte, follow-up, omvang populatie, primaire literatuur, eliminatie overige artikelen) n/b Beoordeling artikel 10) De belangrijkste sterke en zwakke methodologische punten van het artikel worden genoemd n/b 11) De presentatie en interpretatie van deze methodologische criteria is helder, volledig en beknopt n/b Evidence table 12) De belangrijkste uitkomstmaten/ uitkomsten zijn op heldere wijze weergegeven n/b Commentaar mbt bruikbaarheid 13) Er is aangegeven in hoeverre de methodologische kwaliteit de bruikbaarheid van het artikel beïnvloedt n/b 14) Er is kritisch gekeken naar de bruikbaarheid van het artikel voor de patient (to, setting, overeenstemming studiepopulatie-patiënt, verouderde diagnostiek/ behandelingsmethoden) n/b 15) Er is gekeken naar eventuele praktische toepasbaarheid, kosteneffectiviteit, juridische en/of ethische dilemma's n/b 108
109 16) Het commentaar is helder en bondig geformuleerd n/b 17) Er wordt een relevant antwoord geformuleerd op de klinische vraag n/b 18) De formulering van de bottom line is kort, krachtig en volledig n/b Supervisie Benodigde supervisie (aan-/bijsturing): Zeer veel veel matig weinig nihil Niveau Functioneren van de aios bij het uitvoeren van deze CAT: onder niveau op niveau boven niveau 109
110 Bijlage 5 Moduleformulier - Pathologie Naam AIOS: opleider: Opleidingsjaar: semester: Opleidingsziekenhuis: afdeling: Datum gesprek: ingevuld op: Status: Bijlagen: (geen) Module/opleidingsonderdeel: Aanwezigen: Afspraken tijden de intake Welke afspraken/leerdoelen worden er gemaakt bij de aanvang van deze module en wat zijn de te verwachten resultaten? Volgens het landelijke en/of lokale opleidingsplan: Volgens het persoonlijke opleidingsplan (eigen persoonlijke leerdoelen): Eventuele aanvullen van de AIOS en/of de modulebegeleider: I. Ten aanzien van vakinhoudelijke kennis en handelen: Denk hierbij aan: Inhoudelijke kennis / vaardigheden / Inschatten en complexiteit / Passend beleid formuleren / Oplossingsgerichtheid Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider 110
111 II. Ten aanzien van communicatie: Denk hierbij aan: Communicatie met collega s en medewerkers / Patiëntencontact / Duidelijke verslaglegging / Schriftelijke communicatie / Presentatietechnieken Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider III. Ten aanzien van samenwerking: Denk hierbij aan: Respecteren van inbreng expertise van derden / Collegialiteit / Loyaliteit / Adequate rol innemen in de ketenzorg / Geeft adequaat feedback / Kan andere stimuleren en motiveren Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider IV. Ten aanzien van kennis en wetenschap: Denk hierbij aan: Evidence-Based handelen / Wetenschappelijke kennis / Wetenschappelijke activiteit / Onderwijs geven / Trainingen geven Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider V. Ten aanzien van maatschappelijk handelen: Denk hierbij aan: Kostenbewustzijn / Initiatief nemen tot kwaliteitsverbetering / Kennis van ethische en wettelijke regelinggeving / Rekening houden met de impact voor de patiënt Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider 111
112 VI. Ten aanzien van organisatie: Denk hierbij aan: Juiste prioriteiten stellen / Coördinatie werkzaamheden / Time management / Flexibiliteit / Leiderschap tonen / Bereikbaarheid / Initiatief nemen / Kostenefficiënt handelen Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider VII. Ten aanzien van professionaliteit: Denk hierbij aan: Zelfverzekerdheid / Open staan voor feedback / Respect tonen voor collega s / Herkent eigen grenzen / Betrouwbaarheid / Functioneren onder druk / Zorgvuldigheid / Bereikbaarheid / Doorzettingsvermogen Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider VIII. Overige opmerkingen: Analyse AIOS Commentaar opleider/ stagebegeleider 112
113 Exit formulier Zijn de afgesproken leerdoelen behaald? (in te vullen door de AIOS) Waarom wel niet? (in te vullen door de AIOS) Sterke punten van deze AIOS in deze module of stage: (in te vullen door de opleider) Punten van deze AIOS waar aan gewerkt moet worden: (in te vullen door de opleider) Eventuele opmerkingen/ afspraken/ nieuwe leerdoelen: (Tussentijds) resultaat van de module/ stage/ opleidingsperiode: Benodigde supervisie (aan/bijsturing)tijdens deze module/ stage: Functioneren van de AIOS tijdens deze module/ stage: zeer veel veel matig weinig nihil onder niveau op niveau boven niveau 113
114 Bijlage 6 Driemaandelijks voortgangsgesprek Naam AIOS: opleider; Opleidingsjaar: semester: Opleidingsziekenhuis: afdeling: Datum gesprek: ingevuld op: Status: Niet gevalideerd Bijlagen: (geen) 1. Kennis: Hoe is het algemeen medisch kennisniveau? Hoe is het medisch specialistisch kennisniveau? Hoe is de praktische toepassing van kennis? Hoe is het probleem oplossend vermogen? Hoe is de overdracht van de relevante patiënten (dienst etc)? 2. Vaardigheden: Hoe zijn de algemene technische vaardigheden? Hoe is de specialistische handvaardigheid in de relatie tot opleidingsniveau? Hoe zijn contactuele vaardigheden ontwikkeld? Hoe zijn de administratieve vaardigheden (verslaglegging in status, correspondentie)? 3. Wetenschappelijke interesse: Vindt literatuurstudie plaats, regelmatig en adequaat? Hoe is het niveau van refereren en voordrachten? 114
115 Is er actieve deelname en inbreng bij maken van protocollen? Is er voortgang in het wetenschappelijk onderzoek? 4. Wijze van functioneren: Hoe zijn de klinische- en poliklinische vaardigheden (kwalitatief en kwantitatief)? Hoe is de relatie met supervisor(en)? Hoe is de relatie met andere assistenten? Hoe is de relatie met andere stafleden? Hoe is de attitude t.o.v. verpleegkundigen? Hoe is de attitude t.o.v. paramedische medewerkers? Hoe is de attitude t.o.v. patiënten? Is de werkindeling adequaat, met onderscheid van hoofd- en bijzaken (time-management)? Zijn zelfkritiek en zelfvertrouwen adequaat ontwikkeld? Wordt de opleiding gevolgd met actieve of passieve instelling? Hoe is de belastbaarheid c.q. stressbestendigheid? Hoe is het onderwijs aan co-assistenten, verpleegkundigen en andere medewerkers? Is de keuze van het specialisme juist? 5. Resultaat van het gesprek: reden voor aanwijzen van andere supervisor Ja Nee 115
116 reden voor extra begeleiding Ja Nee reden voor extra studie Ja Nee reden voor extra gesprek Ja Nee reden voor twijfel aan voortzetten van de opleiding Ja Nee Toelichting gesprek Aanvullende opmerkingen: Mede in aanwezigheid van: Assistent is: Wel akkoord Niet akkoord 116
117 Bijlage 7 Geschiktheidsbeoordeling (Formulier A) Naam AIOS: opleider: Opleidingsjaar: semester: Opleidingsziekenhuis: afdeling: Datum gesprek: ingevuld op: Status: Niet gevalideerd Bijlagen: (geen) 1. Competenties ten aanzien van medisch handelen: A) kennis en vaardigheden B) diagnostiek C) patiëntenzorg 2. Competenties ten aanzien van medisch communicatie: A) behandelrelatie met patiënten B) communicatie met patiënten C) mondeling en schriftelijk verslag over patiëntencasus 3. Competenties ten aanzien van medisch samenwerking: A) overleg met leden van de opleidingsgroep B) overleg met collega's C) overleg met andere zorgverleners 4. Competenties ten aanzien van kennis en wetenschap: A) wetenschappelijke vakkennis 117
118 B) vorderingen eigen wetenschappelijk werk C) medewerking aan onderwijs aan anderen 5. Competenties ten aanzien van maatschappelijk handelen: A) inzicht in determinanten van ziekte B) inzicht in relevante wettelijke bepalingen C) handelwijze bij incidenten in de zorg 6. Competenties ten aanzien van organisatie: A) functioneren binnen de gezondheidszorgorganisatie B) besteding beschikbare middelen voor de patiëntenzorg C) kennis van informatietechnologie 7. Competenties ten aanzien van professionaliteit: A) kennis van de eigen competentie B) persoonlijk en interpersoonlijk professioneel gedrag C) betrokkenheid bij patiëntenzorg Wordt het portfolio door de aios adequaat bijgehouden? Ja Nee Cursorisch onderwijs Participeert de aios in het cursorisch onderwijs? Ja Nee 118
119 Patiëntenzorg A) Houdt de aios de ziektegeschiedenissen op correcte wijze bij en werkt de aios de verslaggeving aan huisartsen en andere verwijzers zorgvuldig en vlot af? Ja Nee B) Participeert de aios in patiëntenbesprekingen, multidisciplinaire besprekingen en refereer- bijeenkomsten? Ja Nee Geschiktheidsbeoordeling (artikel B.6) Is de aios geschikt en in staat de opleiding voort te zetten? Ja Nee Zo nee, welke zijn hiervoor uw redenen? 119
120 Bijlage 8 Begrippenlijst en gebruikte afkortingen Gebruikte terminologie en afkortingen, voor zover gebruikt in dit locaal opleidingsplan. In de meeste gevallen zijn dit door de MSRC of CCMS gebruikte begrippen met een formele definitie in het Kaderbesluit. AIOS: Arts In Opleiding tot Specialist; CAT: Critical Appraised Topic: presentatie van een antwoord op een individuele klinische vraag; Competenties: een getoonde bekwaamheid of gedragsrepertoire waaruit blijkt dat kennis, vaardigheden, attitude, eigenschappen en inzichten in het handelen zijn geïntegreerd; te weten: - Medisch handelen - Communicatie - Samenwerking - Kennis en Wetenschap - Maatschappelijk handelen - Organisatie - Professionaliteit 360 Graden feedback: gestructureerde beoordeling van staf, assistenten, analisten en andere medewerkers van de werkvloer. : korte praktijk beoordeling instrument om gestructureerde feedback te geven op een geobserveerde taak die door de AIOS in de praktijk wordt uitgevoerd. KPC: Klinisch Pathologische Conferentie Opleidingsplan pathologie: Opleidingsplan Modernisering Opleiding Pathologie (MOP). Opleidingscluster MUMC+: Samenwerkingsverband tussen het MUMC+, het Atrium Medisch Centrum in Heerlen, het Viecurie Medisch Centrum in Venlo en het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. OSATS: Objective Structured Assessment of Technical Skills: beoordeling van technische competenties bij het uitsnijden, bij cytologische puncties en bij obducties. Pathologie: het specialisme waarbij onderzoek van (pathologische) cellen en weefsels centraal staat. 120
121 PF: portfolio, een verzameling van documenten waarin de verplichtingen, voortvloeiende uit het kaderbesluit en de specifieke CCMS-besluiten, worden bijgehouden, waaruit de voortgang van de opleiding en de zelfreflectie van de AIOS blijken, met tenminste de documenten t.b.v. de gepubliceerde artikelen, de gevolgde cursussen en de uitgevoerde verrichtingen. Thema: een omschreven, inhoudelijk samenhangend onderdeel van de opleiding tot patholoog, als regel gekoppeld aan een orgaansysteem, waarin competenties aan de orde komen en dat is vastgelegd in het opleidingsplan MOP. VGT: jaarlijkse landelijke voortgangstoets voor alle Nederlandse aios waarin de theoretische en praktische kennis wordt getoetst. 121
Opleidingsplan Pathologie. Jeroen Bosch Ziekenhuis s-hertogenbosch
Opleidingsplan Pathologie Jeroen Bosch Ziekenhuis s-hertogenbosch Inleiding Dit document betreft het opleidingsplan van het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) afdeling pathologie. Het plan bestaat uit vier
Regionaal Opleidingsplan Pathologie
Regionaal Opleidingsplan Pathologie Opleidingscluster MUMC+ Universitaire opleiding: Prof. Dr. A. zur Hausen, opleider Maastricht Universitair Centrum (MUMC+) Dr. V. Winnepenninckx, plaatsvervangend opleider
Regionaal Opleidingsplan Pathologie
Regionaal Opleidingsplan Pathologie Opleidingscluster UMCU in het kader van het project Modernisering Opleiding Pathologie 2009 -opleider: prof.dr. J.G.van den Tweel, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Lokaal Opleidingsplan Opleiding Pathologie. St. Antonius Ziekenhuis
Lokaal Opleidingsplan Opleiding Pathologie Documentbeheer Voor de samenstelling van dit lokale opleidingsplan is gebruik gemaakt van: Het Opleidingsplan Modernisering Opleiding Pathologie, versie 0.1 april
RICHTLIJN OPSTELLEN LEERWERKPLAN OPLEIDING IGT
RICHTLIJN OPSTELLEN LEERWERKPLAN OPLEIDING IGT Voor de borging van de opleiding IGT in de opleidingsinrichtingen en voor de erkenning en/of herregistratie als opleidingsinrichting is de opleidingsinrichting
Workshop: Lokaal opleidingsplan
Workshop: Lokaal opleidingsplan 9 oktober 2009 Dr. Paetrick M. Netten, internist opleider Prof. Dr. Rijk. O.B. Gans, internist opleider en voorzitter van de werkgroep modernisering CCMS Workshop: Lokaal
Workshop. Hoe maak ik een lokaal/regionaal plan? Scheltus van Luijk Corry den Rooyen. Donderdag 25 februari 2010
Workshop Hoe maak ik een lokaal/regionaal plan? Scheltus van Luijk Corry den Rooyen Donderdag 5 februari 010 Implementatie en visitatie Gaan hand in hand Wederzijdse beïnvloeding Wederzijdse stimulering
4 jaar opleiding Longziekten en Tuberculose
Overzicht opleiding Longziekten en Tuberculose Vooropleiding Interne Geneeskunde, inclusief cardiologie zijn hierin niet opgenomen stages 3 1 4 opleiding Longziekten en Tuberculose 4 5 6 zaalstage zaalstage
Dedicated schakeljaar opleiding Pathologie
Dedicated schakeljaar opleiding Pathologie Begeleider schakeljaar: dr. G.J.L.H. van Leenders, opleider Plaatsvervangend begeleider: prof.dr. F.J. van Kemenade, afdelingshoofd/ plv. opleider 1. Algemene
Intern toetsingskader CGS voor een landelijk opleidingsplan 1
Intern toetsingskader CGS voor een landelijk opleidingsplan 1 Ingevuld voor LOP: De wetenschappelijke verenigingen in de zorg stellen voor de eigen geneeskundige vervolgopleiding een landelijk opleidingsplan
me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started
me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started
Inhoudsopgave. 3 Introductie. 4 Procedure. 5 Voorbereiding. 7 Vraag & antwoord. 8 Informatie. 9 Vragenlijst ter voorbereiding op de visitatie
2 Inhoudsopgave 3 Introductie 4 Procedure 5 Voorbereiding 7 Vraag & antwoord 8 Informatie 9 Vragenlijst ter voorbereiding op de visitatie 3 Introductie : informatie voor aios Kwaliteit staat bij de medische
Getting Started. Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen
Getting Started Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen De BIG-opleidingen worden competentiegericht vormgegeven. Met het competentiegericht opleiden hebben de opleidingen een duidelijker inhoudelijk
5. Protocol Toetsing en Beoordeling
5. Protocol Toetsing en Beoordeling Dit protocol Toetsing en Beoordeling maakt deel uit van het Landelijk Opleidingsplan met ingangsdatum 1 januari 2017. Uitgangspunten Dit Protocol Toetsing en Beoordeling
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING Goedgekeurd door de HVRC 1 maart 2007 Voorwoord Conform artikel B3 lid 2 van het Kaderbesluit CHVG (hierna: Kaderbesluit), in werking getreden
Leerplan profileringsstage kinderneurologie
Leerplan profileringsstage kinderneurologie Inleiding Tijdens de stage algemene kindergeneeskunde in het MMC krijg je de gelegenheid om je te verdiepen in neurologische stoornissen bij kinderen en in de
Samenvatting. Inleiding. Structuur van de opleiding
Samenvatting HOOP 2.0: Tweede Herziening Opleiding en Onderwijs Psychiatrie Mario Braakman Inleiding Het landelijke opleidingsplan psychiatrie (HOOP 2.0) is met ingang van 1 januari 2016 van kracht. Er
Samenvatting HOOP 2.0 Mario Braakman
Samenvatting HOOP 2.0 Mario Braakman Inleiding Het landelijke opleidingsplan psychiatrie (HOOP 2.0) is met ingang van 1 januari 2016 van kracht. Er is geen overgangsregeling. HOOP 2.0 is dus zowel van
AIOS en opleiders actief in opleiding HANNEKE FEITSMA: GYNAECOLOOG, OPLEIDER SUZANNE PEETERS: AIOS GYNAECOLOGIE TANJA VAN KEMPEN: ONDERWIJSKUNDIGE
AIOS en opleiders actief in opleiding HANNEKE FEITSMA: GYNAECOLOOG, OPLEIDER SUZANNE PEETERS: AIOS GYNAECOLOGIE TANJA VAN KEMPEN: ONDERWIJSKUNDIGE Opleiden is veranderd Veilig klimaat, leren zwemmen, vlieguren
Leerplan profileringstage management en supervisie algemene kindergeneeskunde
Leerplan profileringstage management en supervisie algemene kindergeneeskunde W. Tjon A Ten, kinderarts L. Niers, kinderarts en opleider kindergeneeskunde F. Halbertsma, kinderarts-neonatoloog en plv opleider
Het individuele opleidingsplan (IOP)
Het individuele opleidingsplan (IOP) Achtergrond Het Individueel Opleidings Plan (IOP) is een hulpmiddel om het leerproces van de aios te structureren en te vergemakkelijken. In een IOP wordt een beperkt
AIOS Inwerken. 38 uur per week, plus 10 uur opleidingsuren. Spoedeisende hulp
Spoedeisende hulp AIOS Inwerken Contract voor: In dienst per: Uit dienst per: 38 uur per week, plus 10 uur opleidingsuren 1 januari xxxx 31 december xxxx OLVG Oosterpark 9 1091AC Amsterdam T (020) 5999111
Lokaal Opleidingsplan Pathologie HMC (Haaglanden Medisch Centrum)
Lokaal Opleidingsplan Pathologie HMC (Haaglanden Medisch Centrum) BIJL-ALG-125 Opleidingsplan AIOS Pathologie HMC (versie 1); publicatiedatum:.. Pagina 1 van 44 Inhoudsopgave Documentbeheer 1. Inleiding
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding tweede opleidingsjaar. versie juni 2015
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding tweede opleidingsjaar versie juni 2015 Inleiding Deze Regeling is een uitvoeringsregeling op basis van het Landelijke Protocol Toetsing en
Het individuele opleidingsplan (IOP)
Het individuele opleidingsplan (IOP) Achtergrond Het Individueel Opleidings Plan (IOP) is een hulpmiddel om het leerproces van de aios te structureren en te vergemakkelijken. In een IOP wordt een beperkt
Leerplan profileringstage kinderneurologie
Leerplan profileringstage kinderneurologie L. Bok, kinderarts Erfelijke en aangeboren afwijkingen en aandachtsgebied kinderneurologie Mw. L. Niers, algemeen kinderarts en opleider kindergeneeskunde F.
Kritische (zelf)reflectie op de Modernisering. Dr. V.T.H.B.M. Smit Afdeling Pathologie LUMC Patholoog Lid Opleidersgroep
Kritische (zelf)reflectie op de Modernisering Dr. V.T.H.B.M. Smit Afdeling Pathologie LUMC Patholoog Lid Opleidersgroep Uitnodiging?? Ochtend programma Top 3 ( irritaties ) Marktwerking in zorg? Noodklok
Modern opleiden: hoe visiteren?
donderdag 30 september 1999 Vrijdag 9 oktober 2009 Modern opleiden: hoe visiteren? Corry den Rooyen, onderwijskundige Paul Blok, secretaris MSRC Introductie Maatschappelijke veranderingen Project modernisering
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst CENTRAAL COLLEGE MEDISCHE SPECIALISMEN BESLUIT CCMS no. 5-2000 OPLEIDINGSEISEN PATHOLOGIE 1 Het Centraal College Medische Specialismen,
Besluit van (datum) houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme reumatologie
Besluit van (datum) houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme reumatologie (BESLUIT REUMATOLOGIE) Het College Geneeskundige Specialismen, gelet op artikel 14, tweede lid,
Landelijk opleidingsplan Interne geneeskunde 2019
Gespreksformulieren Deel 2: Nederlandse Internisten Vereniging Inhoud Gespreksformulieren 3 16a. Introductie-, tussen- en eindgesprek met de stagehouder/supervisor 3 lntroductiegesprek 3 Tussengesprek
Protocol toetsing en beoordeling in de vervolgopleiding tot openbaar apotheker specialist
Protocol toetsing en beoordeling in de vervolgopleiding tot openbaar apotheker specialist Datum: december 2011; vastgesteld door de SRC, kamer Openbare Farmacie in januari 2012. Herziene versie: maart
Haal alles uit je por.olio: meer lusten dan lasten? Hans Hoekstra (decaan) en Esther Jansen (aios) Jeroen Bosch ziekenhuis
Haal alles uit je por.olio: meer lusten dan lasten? Hans Hoekstra (decaan) en Esther Jansen (aios) Jeroen Bosch ziekenhuis Wat vindt u? Het portfolio: Lasten? Lusten? Wat is het portfolio? Portare = dragen
AIOS Inwerken. 38 uur per week, plus 10 uur opleidingsuren. versie november 2014. Spoedeisende hulp
Spoedeisende hulp AIOS Inwerken versie november 2014 Contract voor: In dienst per: Uit dienst per: 38 uur per week, plus 10 uur opleidingsuren 1 januari xxxx 31 december xxxx OLVG Oosterpark 9 1091AC Amsterdam
Landelijk opleidingsplan Interne geneeskunde 2019
Consultenstage Deel 2: Nederlandse Internisten Vereniging Inhoud Consultenstage 3 Aanleiding 3 Begripsbepaling van de consultenstage 3 Leermiddelen 4 Eisen te stellen aan supervisie 4 Eisen te stellen
De implementatiefase van het landelijk opleidingsplan bedrijfsarts 2017
De implementatiefase van het landelijk opleidingsplan bedrijfsarts 2017 Het LOP op basis van NVAB visie, uitgangspunt voor de opleiding tot BA te implementeren in de (opleidings)praktijk Modernisering
Lokaal toetsplan Huisartsopleiding UMCG Bijlage A bij het Instituutsreglement
Bijlage A bij het Instituutsreglement Pagina 3 van 7 Inhoudsopgave Inleiding... 4 Selectieve beoordeling/voortgangsbeslissing... 4 Beoordelingscommissie... 5 Instrumenten van toetsing en beoordeling...
Dr. Elianne Roelandse Koop VU Medische Centrum en P rof.dr. Hans W illems Universitair Medisch Centrum St Radboud
Dr. Elianne Roelandse Koop VU Medische Centrum en P rof.dr. Hans W illems Universitair Medisch Centrum St Radboud met dank aan Christine Ruiter, NVKC bureau Kenmerken competentie gebaseerd door de kcio
Plenaire COC vergadering 9 maart 2017
Plenaire COC vergadering 9 maart 2017 Tool Opleidingsgerichte Tijdsinvestering Opleiders Waarom? Er is een toenemende druk op leden van de opleidingsgroep Sentiment van dit doe je er niet (meer) bij 2
Fellowship Technische Geneeskunde
ship Technische Geneeskunde Model individueel opleidingsplan V E R S I E : 8-11-2016 A U T E U R : Opleidingscommissie NVvTG POST:NVvTG P/A TechnischeGeneeskunde Carré CR 3.635 Postbus 217 7500 AE Enschede
De Voortgangsgesprekken
Spoedeisende hulp De Voortgangsgesprekken AIOS, SEH. Versie oktober 2017 OLVG Oosterpark 9 1091AC Amsterdam T (020) 5999111 F (020)5992996 www.olvg.nl Wat moet ik doen Je word ingeroosterd voor een voortgangsgesprek.
Inventarisatie opbouw en toetsing master jaar 3
Inventarisatie opbouw en toetsing master jaar 3 Inleiding In het laatste jaar van de opleiding staan de semi-arts stage/oudste co-schap en de wetenschappelijke stage op het programma. Tijdens de semi-arts
ENTER. Ear Nose Throat Education Revised. De implementatie van een regionaal opleidingsplan
ENTER Ear Nose Throat Education Revised De implementatie van een regionaal opleidingsplan Prof.dr. Bernard van der Laan Afdelingshoofd KNO A-opleider OOR N&O Agenda ervaringen implementatie ENTER Waarom
Opleidingsplan Pathologie. Jeroen Bosch Ziekenhuis s-hertogenbosch 2015
Opleidingsplan Pathologie Jeroen Bosch Ziekenhuis s-hertogenbosch 2015 Voorwoord Het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) is een groot opleidingsziekenhuis waar veel AIOS opgeleid worden. In dit opleidingsplan
Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC. Inhoud. Inleiding
Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC Inhoud Inleiding Schema voortgangs- en beoordelingsgesprekken Jaar 1 Eerste voortgangsgesprek (maand 2) Tweede voortgangsgesprek (maand
College Geneeskundige Specialismen
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST College Geneeskundige Specialismen Besluit van 12 september 2012 houdende de voorwaarden voor het experiment voor de erkenning van
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding Eerste opleidingsjaar Maartgroepen 2016 versie maart 2016 Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling De uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE HUISARTSOPLEIDING JANU N ARI
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE HUISARTSOPLEIDING 2011 JANUARI 201 Colofon werkgroep Toetsing Huisartsopleiding Nederland Drs. C. den Boer, huisarts, huisartsopleider VU Landelijke Huisartsopleiders
Kwaliteit van opleiding
Bedoeling Card 1 Kwaliteit van opleiding De kwaliteit van de opleiding is ons primaire doel en een noodzakelijk onderdeel van onze professie. Aios hebben voldoende mogelijkheden nodig voor werkplekleren
INLEIDING De KPB Handleiding voor gebruik van de KPB Het bespreken van critical incidents / complicatiebespreking...
FORMATIEVE TOETSING OPLEIDING IGT INHOUDSOPGAVE INLEIDING... 2 1. De KPB... 4 1.1 Handleiding voor gebruik van de KPB... 4 1.2 Het bespreken van critical incidents / complicatiebespreking... 6 1.3 De briefbeoordeling...
Bijlagen. bij. Lokaal Opleidingsplan Cardiologie. Atrium Medisch Centrum Heerlen
Bijlagen bij Lokaal Opleidingsplan Cardiologie Atrium Medisch Centrum Heerlen 2011 1 Bijlagen Inlegbladen Portofolio Zelftesten 2 Inlegbladen Portofolio: Voorbeeld CV Aandachtspunten introductiegesprek
Dedicated Schakeljaar Vitale Functies
Dedicated Schakeljaar Vitale Functies 1. Inleiding Het schakeljaar vormt de verbinding tussen de studie geneeskunde en de vervolgopleidingen. De student leert te functioneren op het niveau van een beginnende
Scherpbier 2.0. Hein Brackel Arno van Rooijen Martin Rutten Albert Scherpbier
Scherpbier 2.0 Hein Brackel Arno van Rooijen Martin Rutten Albert Scherpbier Scherpbier 1.0 Interne QA Externe QA Continue QA monitoring gebaseerd op systematische verzameling in PDA cyclus Periodieke
Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst.
DE KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST IS DE ORGANISATIE VAN EN VOOR ARTSEN IN NEDERLAN uitspraak Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
Opleidingsscan nuttig instrument bij modernisering medische vervolgopleidingen
onderwijs Opleidingsscan nuttig instrument bij modernisering medische vervolgopleidingen Beatrijs J.A. de Leede, Agnes A.M. Kerckhoffs en Arnout Jan de Beaufort De modernisering van de vervolgopleidingen
CanMEDS in het Medisch Onderwijs. Peter van Dijken, huisarts, universitair docent UMCG
CanMEDS in het Medisch Onderwijs Peter van Dijken, huisarts, universitair docent UMCG 1 2 Ik heb zeker belangen maar geen commerciële belangen bij het houden van deze presentatie Peter van Dijken 3 Ars
MCHaaglanden. How we do it?
MCHaaglanden How we do it? implementatie De praktijk IOP s visitatie 1-7-11 Aanvraag en LOP Start voorbereiding ToetsMatrix Implementatie Voortgangstoets 1 Geschiktheidsbeoordeling 1 Kennistoets 4 360
Centraal College Medische Specialismen
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST Centraal College Medische Specialismen Besluit van 12 april 2010 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme
Modernisering Medische Vervolgopleidingen OOR ZWN
Versie Definitief Datum, dinsdag 21 juli 2009 Opdrachtgever Stuurgroep Projectleider Prof. dr. H.A.P. Pols, voorzitter OOR-ZWN, namens de instellingen van de OOR-ZWN Mw. dr. C.J. Kruijthof, Sint Franciscus
Revalidatiegeneeskunde
Revalidatiegeneeskunde Dedicated schakeljaar Inleiding Ben jij geïnteresseerd in het bewegingsapparaat en zenuwstelsel en wil je samen met een team van professionals bezig zijn om patiënten weer zo zelfstandig
Modernisering vervolgopleiding Informatie & TIPS voor aios
Modernisering vervolgopleiding Informatie & TIPS voor aios introductie CanMEDS, portfolio, KPB s; als aios krijg je er mee te maken. Tussen nu en 2015 worden de medische vervolgopleidingen competentiegericht.
Individueel opleidingsplan (IOP) M.S. (Marieke) van Schelven
Individueel opleidingsplan (IOP) M.S. (Marieke) van Schelven Opzet workshop Theorie individueel opleidingsplan Werken met het individueel opleidingsplan Aan de slag! Terugkoppeling en afronding 15 december
PROJECT VERNIEUWING HUISARTSOPLEIDING
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE HUISARTSOPLEIDING PROJECT VERNIEUWING HUISARTSOPLEIDING DATUM 24 JUNI 2005 VERSIE DEFINITIEF Colofon Samenstelling van de projectgroep Drs. H. Düsman (methodoloog)
Huisarts: specialist in veelzijdigheid!
Opleidingsplan Huisartsopleiding Erasmus MC Rotterdam Huisarts: specialist in veelzijdigheid! Versie: Definitief Datum: Maart 2013 Opdrachtgever: Herman Bueving, hoofd huisartsopleiding Beheerder: Thérèse
Visitatie van de opleiding informatie voor aios
Visitatie van de opleiding informatie voor aios introductie Visitatie van de opleiding: informatie voor aios Kwaliteit staat bij de medische vervolgopleidingen hoog in het vaandel. Om de kwaliteit te bewaken
3/2/2016. Inhoud. Waarom EPA s? Wat zijn EPA s? Basis beroepsactiviteiten van de internist. EPA s en Competenties
sals handvat voor AIOS en opleidingsteams Inhoud 1. Waarom s? 2. Wat is een? Pilot gericht opleiden 3. Proces ontwikkeling IG 4. Opzet Pilot gericht opleiden Maart t/m september 2016 1 2 Waarom s? Theorie
Handleiding Kwaliteitszorg Medische Vervolgopleidingen
Handleiding Kwaliteitszorg Medische Vervolgopleidingen Martini Ziekenhuis Groningen/Van Swieten Instituut Ziekenhuisgroep Twente locatie Almelo en Hengelo/ZGT Academie 2013 1 Inleiding Ter bewaking van
Lokaal opleidingsplan Neurologie GHZ
1 Lokaal opleidingsplan Neurologie GHZ Inhoud Inleiding... 3 Inhoud en structuur van de opleiding... 3 Aandachtsgebieden neurologie GHZ... 3 Stagewerkplaatsen... 4 Kliniek... 4 Consulten/SEH... 4 TIA/CTS
Samen naar een individueel opleidingsplan. Anouk Straus
Samen naar een individueel opleidingsplan Anouk Straus Opzet workshop Theorie individueel opleidingsplan. Het individueel opleidingsplan in de praktijk Oefenen met IOP gesprek tussen aios en opleider Aan
VERVOLGOPLEIDING MONDZIEKTEN, KAAK- en AANGEZICHTSCHIRURGIE. MKA-chirurg-oncoloog. Definitieve versie, november 2014
VERVOLGOPLEIDING MONDZIEKTEN, KAAK- en AANGEZICHTSCHIRURGIE MKA-chirurg-oncoloog 1. INLEIDING De Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) heeft in 2013 in samenwerking
College Geneeskundige Specialismen
College Geneeskundige Specialismen Besluit van 9 november 2016 houdende de wijziging van de volgende besluiten: Besluit spoedeisende geneeskunde van 9 januari 2013; Besluit ziekenhuisgeneeskunde van 11
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling in de Huisartsopleiding Rotterdam
Huisarts: specialist in veelzijdigheid! Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling in de Huisartsopleiding Rotterdam Algemeen Deel versie maart 2015 2015, Erasmus MC, Afdeling Huisartsgeneeskunde 1/8
Informatie werkplekleren
Informatie werkplekleren Pabo Venlo 2014-2015 Inhoudsopgave Inleiding Blz. 3 Stagedagen Blz. 4 Stageweken Blz. 4 Jaaroverzicht 2014-2015 Blz. 5 Opleidingsprogramma Blz. 6 Propedeusefase Hoofdfase Afstudeerfase
College Geneeskundige Specialismen
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST College Geneeskundige Specialismen Besluit van 7 oktober 2015 houdende de wijziging van de volgende besluiten: Kaderbesluit CCMS van
Dedicated Schakeljaar bij de Orthopedie ROGO Rotterdam. Aannamebeleid
Dedicated Schakeljaar bij de Orthopedie ROGO Rotterdam Aannamebeleid Schakeljaarstudenten worden via een aparte sollicitatieronde aangenomen. Start in de zomer van 2015 met het schakeljaar en meedingen
Informatiegids 2011 Opleiding tot arts OrthoManuele Geneeskunde
Informatiegids 011 Opleiding tot arts OrthoManuele Geneeskunde NVOMG469 Informatiegids 011 1 Inhoudsopgave 0. Voorwoord 1. Het vak OrthoManuele Geneeskunde. Competenties van de arts OrthoManuele Geneeskunde
De etalagestage neuromusculaire ziekten (NMZ) in het UMCU. Voor wie is de stage bedoeld?
De etalagestage neuromusculaire ziekten (NMZ) in het UMCU Voor wie is de stage bedoeld? Opleidingsniveau Duur Opleider Neurologie Hoofd Neurologie Opleider NMZ Neurologen werkzaam binnen het aandachtsgebied
Multi source feedback voor de aios
Multi source feedback voor de aios Multi source feedback voor de aios Voor artsen in opleiding tot specialist (aios) is het belangrijk dat zij kennis van het specialisme verwerven, specialistische vaardigheden
Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC Definitieve versie Herzien Marijke Meijer/Hanneke Veeren
Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC Praktische uitwerking van het hoofdstuk uit het opleidingsplan Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC Definitieve
