Module 1. De anatomie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Module 1. De anatomie"

Transcriptie

1 Module 1 De anatomie

2 Anatomie van de huid Algemeen De huid is het op een na grootste orgaan van de mens (oppervlakte van de darmen is groter). De oppervlakte is wel 1,5 tot 2 m2. Ondanks dat de huid wordt bedekt door dode huidcellen is de huid veel meer dan een levende mantel. De cellen in de bovenste huidlaag produceren een uiterst effectieve barrière tegen omgevingsinvloeden en uitdroging. De huidcellen die zich onder de bovenste huidlaag bevinden bouwen aan een versterkt netwerk en zorgen voor de elasticiteit van de huid. De vetcellen onder de dermis houden de overtollige calorieën vast als vet. Hierdoor ontstaat niet alleen een energievoorraad, maar krijgt de huid ook een isolerende werking. Daarnaast zorgen duizenden sensoren ervoor dat de huid een uiterst sensitief orgaan is, dat zelfs reageert op de meest zachte aanraking, maar ook op druk, temperatuur en pijn. De huid bestaat uit drie lagen: - opperhuid (epidermis) - lederhuid (dermis of corium) - onderhuids vetweefsel (subcutis) De subcutis wordt niet altijd meegeteld als officiële huidlaag. Functies van de huid De huid heeft een aantal belangrijke functies: - door het zuurlaagje beschermt de huid ons tegen ziektekiemen, zoals bacteriën en schimmels (passief). - via de huid wordt overtollig vocht afgescheiden. - door de bloedvaatjes in de dermis wordt de lichaamstemperatuur gereguleerd. Bij kou trekken ze samen (vasoconstrictie), waardoor de huid bleek wordt en warmte vast houdt. Bij warmte verwijden ze (vasodilatatie), waardoor de huid warm en rood wordt en zo de warmte af kan geven. - onder invloed van zonlicht maakt de huid vitamine D3 aan, dat een belangrijke functie heeft bij de botvorming. Regulatie van de lichaamstemperatuur koude omgeving Opbouw van de epidermis warme omgeving 2

3 De zichtbare huid maakt deel uit van de epidermis. Dit is een dunne huidlaag die ca. 1,8 mm dik is. De epidermis is onderverdeelt in 5 cellagen (van buiten naar binnen): - Stratum Corneum - Stratum Lucidum - Stratum Granulosum (Granulaire laag) - Stratum Spinosum (Hyalin laag) - Stratum Basale - Membraan (Basal Lamina) Op de scheiding van de dermis met de epidermis bevindt zich een membraan genaamd: Basal Lamina. Dit membraan is poreus waardoor voedingsstoffen vanuit de dermis de epidermis kunnen bereiken. Tevens kunnen afvalstoffen de epidermis verlaten. Op dit membraan bevindt zich de basale laag. Dit is een laag cellen die slechts 1 cel dik is en waarvan de cellen cilindrisch zijn gevormd. De lange zijde van de cilinder wijst in de richting van de opperhuid. In de basale laag worden continue nieuwe cellen aangemaakt, genaamd Keratinocyten. Deze basale cellen zitten stevig aan elkaar vastgehecht met desmosomen (dit zijn eiwitrijke aanhangsels van de celwand. Je kunt deze desmosomen zien als een soort hechtplaatjes). Bij een desmosoom is het celmembraan verdikt en is de ruimte tussen de twee cellen opgevuld met een soort lijm die de twee cellen stevig aan elkaar hecht. De cellen in de basale laag delen zich en de nieuwe cel wordt, als gevolg van de cilindrische vorm en onderlinge hechting, naar boven gedrukt om vervolgens af te sterven. Na de basale laag komen de cellen in de Stratum Spinosum. In deze laag veranderen de cellen van een cilindrisch naar een kubische vorm. Deze laag is 2 tot 4 cellen dik. Hier maken ze hun eerste verandering door. Ze beginnen zich aan te passen om keratine te kunnen synthetiseren. Keratine is een proteïne en een belangrijk bestanddeel van de hoornlaag. Na de Stratum Spinosum komen de cellen in een volgende laag de Stratum Granulosum. In deze laag gaan de cellen drastisch veranderen en gaan ze keratine opnemen. Door de opname van keratine wordt de cel stug en stoppen alle celactiviteiten. Ze verliezen hun kern en uiteindelijk sterft de cel in deze laag. Dit mechanisme van ge programmeerde celdood heet apoptose. De cellen verliezen hun kubische vorm en worden platter. De afgestorven cellen komen in het Stratum Lucidum, een zéér dunne laag cellen. Deze cellen kunnen nog wel opzwellen als gevolg van het opnemen van vocht bij zweten. Tevens dienen ze als afweersysteem van het lichaam. Deze laag voorkomt dat vreemde moleculen via de huid het lichaam binnendringen. Tenslotte komen de cellen in het Stratum Corneum. Deze laag kan wel 100 cellen dik worden. De cellen hebben nu een langgerekte platte vorm. Tezamen vormen ze een stevige en moeilijk doordringbare laag. De dikte van deze hoornlaag is afhankelijk van druk en wrijving. Hoe groter deze is hoe dikker de huid wordt. Daardoor kunnen dikke eeltgebieden ontstaan. Gemiddeld wordt de gehele opperhuid elke 30 dagen volledig vervangen. Er bevinden zich in de onderste laag van de opperhuid tussen de hoorncellen ook nog andere cellen: de melanocyten. Deze pigmentcellen maken kleine pigmentkorrels die zij doorgeven aan de hoorncellen die het pigment als een parasol boven hun celkern leggen. Zo wordt het kwetsbare erfelijk materiaal in de celkern afgeschermd tegen de beschadigende werking van de ultraviolette straling in het zonlicht. Het pigment van de pigmentkorrels, het melanine, bepaalt voor een belangrijk deel de kleur van de huid, hoe meer pigmentkorrels, hoe donkerder de huid. 3

4 De epidermis schematisch Preparaat van de epidermis met daarin de verschillende lagen. Stratum Corneum Stratum Lucidum Stratum Granulosum Stratum Spinosum Stratum Basale 4

5 Opbouw van de Dermis De dermis vormt een duidelijke afgrenzing met de opperhuid. De overgang met het onderhuids vetweefsel is echter veel vloeiender. De dermis bestaat uit 2 lagen. Stratum Papillare (papillaire laag) Stratum Reticulare (reticulaire laag) Het Stratum Papillaire ontleent haar naam aan de bindweefselpapillen waardoor de dermis vast verbonden is met de epidermis. Hiertussen bevinden zich fijne lissen van capillairen die zorgen voor de voeding van de epidermis. Ook de lymfevaten beginnen hier. Het Stratum Papillaire bevat ook talrijke vrije zenuwuiteinden die zich vertakken in de epidermis en verder receptoren voor warmte en koude en tastzinorganen ( tastlichaampjes van Vater-Pacini en Meissner). De vrije bindweefselcellen omvatten fibroblasten, macrofagen, mestcellen, lymfocyten, plasmacellen, granulocyten en monocyten. De vrije ruimte (interstitium) tussen de cellen en de vezelige elementen is gevuld met een gelei-achtige vloeistof, de inetrcellulaire substantie. De cellen kunnen zich in deze substantie vrij bewegen. De fibroblasten differentiëren zich tot fibrocyten die onderling verbindingen vormen d.m.v. hun lange uitsteeksels en zo een driedimensionaal netwerk vormen. De andere vrije cellen van het bindweefsel zijn onderdelen van het endogene afweersysteem. Zij spelen een belangrijke rol bij ontstekingen (zie afweersysteem van de huid). Het Stratum Reticulare bevat minder vrije cellen dan de papillaire laag. Haar collagene vezels vormen een dicht netwerk dat hoofdzakelijk parallel loopt aan het lichaamsoppervlak. Tussen de mazen daarvan vertakken zich de vezels van het elastisch bindweefsel, die zo de huid haar rekbaarheid geven. De ordelijke rangschikking van de elementen van het bindweefsel wordt duidelijk wanneer een ronde naald in de huid doordringt; er ontstaat dan een spleetvormige opening. Deze volgt de richting van de lijnen van Langer. Deze lijnen geven de richting aan waarin de huid het minst rekbaar is. Dit is waarom incisies die loodrecht op deze lijnen staan gapende wonden veroorzaken. Bij chirurgische ingrepen moeten daarom de incisies indien mogelijk langs deze lijnen worden gemaakt om het cosmetisch resultaat te verbeteren. Doorsnede van de Dermis 5

6 De lijnen van Langer in de huid. Bij chirurgische ingrepen worden de incisies gelegd langs de donker aangegeven lijnen De dermis gaat zonder duidelijke grens over in de subcutis. Opbouw van de Subcutis Het onderhuids vetweefsel van de huid wordt de subcutis genoemd (van het Latijnse subcutis: sub = onder; cutis = huid. Deze laag bestaat uit los bindweefsel waarin vetcellen zitten, die zorgen voor energieopslag. De vetcellen zijn samengevoegd in grotere, kussenvormige clusters en door bindweefseltussenschotten van elkaar gescheiden. Door het onderhuids vetweefsel lopen veel bloedvaten, waardoor de opgeslagen voedingsstoffen snel van de ene plaats naar de andere kunnen worden getransporteerd, afhankelijk van waar ze nodig zijn. De onderhuidse vetlaag is echter niet alleen bedoeld voor de opslag van voedingsstoffen in de vorm van vloeibare vetten, maar moet het lichaam ook beschermen tegen kou en tegen stoten. Bij de handpalmen, het zitvlak en de voetzolen dient de vetopslag bijna uitsluitend als "stootkussen". Verder lopen er door de subcutis vele stevige vezels van de dermis die de huid verankeren aan de onderliggende structuren, bijv. de fascie (peesblad) of periost (beenvlies). Onder de subcutis ligt de algemene lichaamsfascie die, afhankelijk van het deel van het lichaam, wordt gevolgd door spier, vet, bot of kraakbeen. Verschil in vetverdeling bij mannen en vrouwen Het vetgehalte in de subcutis is niet overal in het lichaam gelijk en verschilt ook nog eens bij mannen en vrouwen. Zo komen cellulite, de beruchte sinaasappelhuid die ontstaat doordat de tussenschotten op een bepaalde manier ten opzichte van elkaar liggen, en vetophoping bij heupen, bovenbenen en zitvlak met name bij vrouwen voor. Bij mannen hoopt zich het vet vaker rond de middel op. Doorsnede van de Subcutis 6

7 Het afweersysteem in de huid De huid beschermt ook tegen infecties. Dit gebeurt door de fysieke barrières, maar ook door het aanzetten van het afweersysteem. Het aanzetten van het afweersysteem gebeurt door speciale cellen in de huid, de dendritische cellen. De dendritische cellen in de opperhuid heten Langerhanscellen, genoemd naar Paul Langerhans. De Langerhanscellen hebben niets te maken met de eilandjes van Langerhans die insuline maken in de alvleesklier, maar zijn wel naar dezelfde ontdekker genoemd. Dendritische cellen vinden hun oorsprong in het beenmerg als witte bloedcellen, en gaan vandaar uit naar het bloed. Vanuit het bloed komen ze in alle weefsels en organen van het lichaam (dus ook in de huid). In deze weefsels worden ze 'onrijpe' dendritische cellen genoemd, en wachten ze op activatie door een ontsteking. Indien de 'onrijpe' dendritische cel wordt geactiveerd dan rijpt de cel en verlaat de dendritische cel de huid en gaat die via het lymfevat naar de afvoerende lymfeknoop. In de lymfeknoop geeft de, inmiddels rijpe, dendritische cel zijn informatie over het type ontsteking en de ziekteverwekker door aan de lymfocyten. De T- en B-lymfocyten die passen bij deze ziekteverwekker gaan vervolgens delen waardoor een afweerreactie ontstaat. De huidaanhangsels Tot de huidaanhangsels worden de nagels, haren en klieren gerekend. Zij ontstaan vanuit instulpingen van de opperhuid in de lederhuid. We hebben verschillende huidklieren, zoals zweet-, talg- en melkklieren. Talgklieren monden bijna altijd uit in haarzakjes, zodat de vetachtige substantie via de trechtervormige haarzakjes naar de huid kan worden getransporteerd. De grootte van de talgklier en de hoeveelheid vet die wordt afgescheiden, hangt af van de plaats in het lichaam. In het gezicht heb je bijvoorbeeld grotere talgklieren dan in de armen of benen. Androgenen (mannelijke hormonen) spelen een belangrijke rol bij de afscheiding van vet uit de talgkieren. Talg- en zweetklieren zijn zogenaamde exocriene klieren. Dit betekent dat de stof die deze klieren uitscheiden onmiddellijk aan een oppervlak, zoals de huid, terecht komt. Bij de talgklieren worden de sterk vethoudende cellen zelf onmiddellijk afgebroken. Door deling van de basiscellen worden constant nieuwe cellen gemaakt (holocriene klieren). Bij apocriene klieren, zoals de borstklieren of de zweetklieren in de oksel worden alleen de aan de buitenkant gelegen delen van de cel tegelijk met de betreffende substantie (secretieproduct) uitgescheiden. Bij de cellen van exocriene klieren, zoals de kleine zweetkliertjes van de huid, gaat geen cytoplasma verloren bij afscheiding. Haren en nagels bestaan uit dood hoornmateriaal. Een haar ontspruit uit een zakje, dat samen met een talgklier een haarfollikel vormt. Met uitzondering van de lippen, de handpalmen en de voetzolen zijn er over het gehele lichaam haarfollikels te vinden. Er zijn twee soorten haren: vellusharen en terminale haren. De vellusharen zijn zeer fijne, niet gepigmenteerde donshaartjes van ongeveer 2-3 mm lengte. Onder invloed van de geslachtshormonen veranderen de vellusharen, in de puberteit, in de oksels en de schaamstreek in dikkere gepigmenteerde terminale haren. Bij de man ontstaat daarna ook terminale beharing in het gelaat, op de romp, de armen en benen. We kennen een typisch mannelijk- en vrouwelijk beharingspatroon, die ontstaan onder invloed van de geslachtshormonen. De haargroei heeft een cyclisch karakter. Elke haarfollikel heeft zijn eigen ritme met drie in tijdsduur wisselende perioden: een periode van groei (anagene fase), 7

8 een overgangsfase (katagene fase) en een rustperiode (telogene fase) waarna het haar uitvalt. Daarna begint de haarfollikel aan een nieuwe groeicyclus. In tegenstelling tot de meeste zoogdieren lopen de cycli van de haarfollikels bij de mens niet synchroon. De mens kent geen periode waarop alle haren tegelijk uitvallen. Op het behaarde hoofd is de levensduur van een haar twee tot zes jaar. Op de rest van het lichaam is de cyclus korter. Van de tot haren op het menselijk hoofd bevindt zich 85% zich in de anagene fase, 14% in de telogene fase en 1% in de katagene fase. Hieruit blijkt dat een verlies van haren per dag normaal is. De nagels bestaan ook uit dood hoornmateriaal. De nagel groeit vanuit het nagelbed. Tussen de huid waar de nagel op rust, de nagelplaat, en de huid bevindt zich een dunne huidlaag die een goede afgrenzing vormt met de buitenwereld. Het steeds terugschuiven van de nagelriem geeft een verhoogde kans op infecties. De nagels van de vingers groeien ongeveer 3 mm per maand, terwijl de teennagels slechts 0,5-1 mm per maand groeien en er dus ongeveer een jaar of meer over doen om zich te vernieuwen. Samenstelling en functie van het bloed 8

9 Waaruit bestaat bloed? In het lichaam van een volwassene zit ongeveer vijf liter bloed. Kinderen doen het met 2 à 3 liter. Ons bloed is opgebouwd uit: plasma (55%), witte bloedlichaampjes (leukocyten), bloedplaatjes (trombocyten) en rode bloedlichaampjes (erytrocyten) (45%). In grote lijnen kunnen we zeggen dat de rode bloedcellen zorgen voor het zuurstof en kooldioxide transport, de witte bloedcellen zorgen voor de verdediging van het lichaam en de bloedplaatjes zorgen voor de bloedstolling. bloed vaste bestanddelen (45%) plasma (55%) bestand- erytrocyten leucocyten trombocyten + fibrinogeen serum delen granulocyten lymfocyten monocyten glucose vrije vetzuren aminozuren metabole afval producten hormonen enz. functie ademhaling immuniteit bloedstolling transport Ook de volgende onderverdeling is nog te maken Erytrocyten Leucocyten Granulocyten lymfocyten monocyten T B Killer T cellen T geheugencellen T helpercellen T supressorcellen plasmacellen B geheugencellen Trombocyten 9

10 In deze tekening is een bloedvat getekend, met daarin de rode bloedcellen, de bloedplaatjes en een witte bloedcel (gelobde kern). Zoals te zien wordt het bloedvat omringd door endotheelcellen. Vaste bestanddelen Erytrocyten: Wij treffen ongeveer vijf miljoen erytrocyten aan per mm 3. De rode kleur van de erytrocyten is te danken aan de bloedkleurstof hemoglobine, een ijzer houdend eiwitmolecuul (dat O 2 aan zich bindt) dat een uiterst belangrijke rol speelt bij het vervoer van zuurstof en koolzuurgas (CO 2 ). De rode bloedkleurstof bevindt zich in de cellen, 100 ml bloed bevat ca. 15 gram hemoglobine. De erytrocyten onderscheiden zich van de meeste andere lichaamscellen door het ontbreken van een celkern. Zij worden aangemaakt in het beenmerg ( voornamelijk van platte beenderen) en afgebroken in lever en milt. Hun levensduur is ongeveer 120 dagen. stamcel erytroblast reticulocyt erytrocyt Erytrocyten vormen het eindstadium van de erytropoëse, de aanmaak en ontwikkeling van de rode bloedcellen. De erytropoëtische stamcel deelt zich een aantal malen en differentieert via verschillende stadia tot de orthochromatische erytroblast (normoblast), het laatste stadium dat nog een celkern heeft. De kern wordt uitgestoten, waarna de onrijpe erytrocyt vanuit het beenmerg naar bloed kan migreren. Deze onrijpe erytrocyt bevat nog wel RNA en is nog in staat, hemoglobine te synthetiseren. Dit stadium heet reticulocyt en rijpt in ongeveer 2 dagen uit tot erytrocyt. Erytrocyten 10

11 Leucocyten: Kleurloze ('witte') cellen in het bloed die nauw betrokken zijn bij de afweerreactie tegen lichaamsvreemde indringers (o.a. allergenen, bacteriën en virussen). Het bloed bevat ca leucocyten per mm 3. Deze cellen hebben altijd een kern en vertonen amoeboïde bewegingen. Zij worden gevormd in het beenmerg. De volgende witte bloedcellen worden onderscheiden: A: granulocyten B: lymfocyten C: monocyten De granulocyten zijn gespecialiseerd in het onschadelijk maken (het fagocyteren) van bacteriën. De onschadelijk gemaakte bacteriën worden uit het lichaam verwijdert d.m.v. pus en etter. Er zijn Neutrofiele-, Eosinofiele- en Basofiele granulocyten. De lymfocyten helpen de granulocyten en de monocyten bij hun werk en produceren daarnaast ook nog anti-lichamen om de immuniteit te waarborgen De monocyten zijn gespecialiseerd in het opruimen van resten van dode lichaamscellen. A: Granulocyten worden onderverdeeld in: - basofiele granulocyten: bevatten histamine en andere weefsel-actieve stoffen, die vrijkomen als de basofiele granulocyt reageert met stoffen die allergische reactie veroorzaken (= allergenen) - eosinofiele granulocyten: regelen de binding tussen antistoffen en allergenen - neutrofiele granulocyten: ruimen na een allergische of ontstekingsreactie de afvalstoffen op (= fagocytose). B: Lymfocyten (in bloed maar met name in lymfe) worden onderverdeeld in: - B-lymfocyten (= B-cellen): humorale afweerreactie (m.b.t. lichaamsvocht) - T-lymfocyten (= T-cellen): cellulaire afweerreactie B-lymfocyten (=leukocyten) die zorgen voor de zgn. humorale afweerreactie van het lichaam (= humorale immuniteit). B-lymfocyten worden steeds vers aangemaakt door bepaalde cellen (= lymfoblasten) in het beenmerg. Na rijping tot plasma-cellen produceren ze afweerstoffen (= antistoffen, immunoglobulinen) tegen lichaamsvreemde indringers, zoals bacteriën, virussen en allergenen. Plasmacellen gaan nadat ze geprikkeld zijn door een lichaamsvreemde stof, antilichamen maken. Deze omvorming vindt voornamelijk plaats in de lymfeklieren, de milt en de wand van het spijsverteringskanaal. De antilichamen worden y-globulinen of immuunglobulinen (Ig) genoemd. Bij elk binnendringend antigeen wordt een specifiek antilichaam geproduceerd; 11

12 B-geheugencellen hebben dezelfde functie als T-geheugencellen. T-lymfocyten zorgen voor de zgn. cellulaire afweerreactie (= cellulaire immuniteit). T-lymfocyten spelen o.a. een belangrijke rol bij de afweerfunctie van de B-cellen (rijping van B-cellen tot plasma-cellen) en de antistoffen (reactie tussen lichaamsvreemde stoffen en anti-stoffen). T-lymfocyten worden vóór de pubertijd aangemaakt in de thymus (= zwezerik, die na de groeifase verdwiint) en rijpen daarna in het beenmerg tot actieve T-cellen. De T-geheugencellen worden bij elk contact met een antigeen (lichaamsvreemde stof) gemaakt, je zou kunnen zeggen, zij vormen het archief waarin de laboratorium onderzoeken naar het antigeen worden opgeslagen. Bij een vervolgbesmetting volgt herkenning en kan onmiddellijk ingegrepen worden. De T-helpercellen zorgen ervoor dat de B-lymfocyten geactiveerd worden en antilichamen gaan vormen. De T-supressorcellen zorgen ervoor dat de B-lymfocyten stoppen met het produceren van antilichamen. Killer-T lymfocyten zijn lymfocyten en macrofagen die cellen herkennen waaraan zich bepaalde antistoffen (= immunoglobulinen) hebben gebonden. Na herkenning maken ze de cellen door afscheiding van antistoffen (= cytokinen) onschadelijk. C: Een monocyt is een ronde of ovale leucocyt. Het beschermt tegen in het bloed voorkomende ziekteverwekkers en verplaatst zich snel naar geïnfecteerde weefsels. Ze worden aangemaakt in het ruggenmerg en zijn afkomstig van haematopoietische stamcellen. De ongedifferentiëerde monocyten blijven twee tot drie dagen in het bloed zitten om vervolgens in een weefsel te gaan zitten waar ze zich afhankelijk van het weefsel differentiëren in verschillende macrofagen. Monocyten kunnen in de weefsels door fagocytose (vertering) allerlei lichaamsvreemde stoffen opnemen. Zij gaan daarbij vaak over in een celtype dat men macrofagen noemt. Ze kunnen ook geïnfecteerde cellen doden met behulp van antilichamen die de ziekteverwekker insluit of door zich te hechten via pathogeen-receptor herkenning aan de ziekteverwekker. Leucocyt 12

13 Trombocyten: Trombocyten zijn de kleinste bloedcellen; het zijn kernloze fragmenten van het cytoplasma van uitgerijpte megakaryocyten. In rusttoestand zijn het platte schijfjes met een gemiddelde diameter van 3 mm. Trombocyten spelen een zeer voorname rol bij de bloedstelping en stolling. Direct na het optreden van een vaatwandbeschadiging zijn trombocyten betrokken bij de vorming van de hemostatische prop, die een eerste afdichting van de laesie verzorgt. Vervolgens leveren ze met hun membraan de fosfolipiden die noodzakelijk zijn voor het vormen van trombine, het centrale enzym in de bloedstolling, dat de vorming van het fibrinenetwerk verzorgt. Een afwijkende concentratie of functie van trombocyten geeft al snel aanleiding tot gestoorde bloedstolling. De concentratie trombocyten is niet afhankelijk van geslacht of leeftijd. Gemiddeld hebben we trombocyten per mm 3. Trombocyten Plasma Bloedplasma bestaat uit: - water (92%) - specifieke plasma eiwitten (7%), zoals Albuminen, globulinen en fibrinogeen - anorganische stoffen (0.9%), zoals kalium, natrium en calcium - organische stoffen (0.1%), zoals glucose, vetten, antistoffen, enzymen en hormonen Functie van het plasma is: - transporteren van bloedcellen - transporteren van voedings -en bouwstoffen naar de cellen - afvoeren van afvalstoffen van de cellen naar de lever en nieren - vormen van watervoorraad - speelt een belangrijke rol bij de bloeddruk Plasma en Serum worden vaak door elkaar gehaald. Voor sommige onderzoeken is serum vereist en voor sommige onderzoeken juist plasma - Plasma = volbloed min cellen - Serum = volbloed min cellen min stollingseiwitten 13

14 Het stollingsmechanisme Bloedstolling of coagulatie is het proces waardoor bloed dat aan de lucht of aan andere oppervlakken dan de binnenkant van het vaatstelsel wordt blootgesteld klontert en hard wordt. De functie hiervan is biologisch gezien het bloedverlies bij verwondingen te beperken. Bloedstolling is een buitengewoon complex proces waarbij vooral de Trombocyten en een groot aantal eiwitten in het bloed, de zogenaamde stollingsfactoren, betrokken zijn. Falen van de bloedstolling leidt tot een verhoogde bloedingsneiging, terwijl een verhoogde activiteit trombose kan veroorzaken. Het proces De bloedstolling kan in drie stappen opgesplitst worden: primaire hemostase, coagulatie en fibrinolyse. In realiteit zijn deze drie fasen met elkaar verweven eerder dan dat ze elkaar netjes opvolgen. Hier volgt een korte beschrijving van de drie stappen. De primaire hemostase leidt tot de vorming van een plaatjesaggregaat. De plaatjes hechten zich vast aan de bres in de vaatwand onder invloed van een plasmafactor (de von Willebrand-factor). Daarna volgt de omkeerbare en vervolgens de onomkeerbare samenklontering van de bloedplaatjes (aggregatie) via trombine. Het fibrine dat de plaatjesklomp insluit, verstevigt het geheel. De coagulatie (of secundaire hemostase) kan op twee wijzen geactiveerd worden (extrinsiek en intrinsiek) en verloopt daarna volgens eenzelfde pad dat leidt tot de vorming van fibrine.. Bij de extrinsieke weg start het stollingsproces buiten de bloedbaan. Bij de intrinsieke weg in het bloedvat zelf. In dat geval vindt er een kettingreactie plaats, waarbij een geactiveerde stollingsfactor de activering van een volgende factor uitlokt. Als er een factor ontbreekt, wordt de ketting onderbroken en is er sprake van een abnormale stolling. De combinatie van de twee mechanismen zorgt ervoor dat er een voldoende stevige bloedklonter gevormd wordt die weerstaat aan de bloeddruk en toch voldoende mobiliteit toelaat. Het gemeenschappelijke pad mondt uit in de vorming van fibrine. Onder invloed van trombine ondergaat het fibrinogeen (factor I) chemische veranderingen die leiden tot de vorming van fibrine. Dat is noodzakelijk voor de vorming van een klonter. Het bloed wordt in het organisme vervoerd door het bloedvatenstelsel. Een blessure leidt tot een beschadiging van een bloedvat en dat resulteert in bloedverlies via de bres in de vaatwand. Bloedvaten kunnen aan de oppervlakte scheuren in het geval van een snijwonde, of meer in de diepte: dat leidt tot een blauwe plek (ecchymose) of een inwendige bloeding. Net zoals de rode en witte bloedcellen zijn de bloedplaatjes cellen die circuleren in het bloed. Zij spelen een belangrijke rol bij het stoppen van een bloeding doordat ze zich aan elkaar hechten en zo een stop vormen, die men het plaatjesaggregaat noemt. De stollingsfactoren zoals factor VIII en IX zijn vervolgens noodzakelijk om de plaatjesklomp op zijn plaats te houden en de bloedklonter te vormen. 14

15 1. Eerst wordt er een contactproduct gevormd. Dit contactproduct wordt gevormd uit factor XI en factor XII, aangevuld met nog andere factoren. 2. Dit contactproduct activeert factor IX 3. Factor IX vormt samen met factor VIII Calcium (factor IV) + het bloedplaatjesfactor. 4. Deze vormen samen het enzym Tenase 5. Tenase activeert factor X 6. Factor X en factor V vormen samen het bloedplaatjes enzym: Protrombinase 7. Protrombinase zet Protrombine om in Trombine 8. Trombine zet Fibrinogeen om in Fibrine 15

16 Wanneer een bloedvat beschadigd wordt, verloopt de vorming van de bloedklonter in normale omstandigheden in vier stappen. (zie figuur 1). Figuur 1 Fase 1: de vaatwand wordt beschadigd en de bloeding begint. Fase 2: het bloedvat trekt samen om de bloedtoevoer naar de plaats van onheil te verlagen. Fase 3: de bloedplaatjes hechten zich aan de beschadigde vaatwanden en spreiden er zich over uit: de bloedplaatjesadhesie. Zij laten bestanddelen vrij die de andere bloedplaatjes activeren zodat zij samenkoeken op de plaats van de beschadiging en er een stop vormen; dit proces is de bloedplaatjesaggregatie. Fase 4: de oppervlakte van de geactiveerde plaatjes vormt nu een platform voor de vorming van de bloedklonter. De stollingseiwitten die in het bloed circuleren, worden aan het plaatjesoppervlak geactiveerd en vormen een fibrineklonter. Die heeft het uitzicht van een netje. Deze eiwitten - de diverse stollingsfactoren I tot XII - en de von Willebrand-factor vormen een kettingreactie met een domino-effect: de stollingscascade (zie figuur 2). 16

De huid Wat is de opperhuid (epidermis)?

De huid Wat is de opperhuid (epidermis)? De huid De huid is het omhulsel, dat het individu van de buitenwereld afgrenst. Dit orgaan beschermt tegen allerlei invloeden van buitenaf. Ze bestaat uit drie delen: Het bovenste (= buitenste) gedeelte

Nadere informatie

Uw behandelend arts heeft problemen aan uw huid geconstateerd. In deze folder vindt u informatie over de opbouw van de huid.

Uw behandelend arts heeft problemen aan uw huid geconstateerd. In deze folder vindt u informatie over de opbouw van de huid. De huid Uw behandelend arts heeft problemen aan uw huid geconstateerd. In deze folder vindt u informatie over de opbouw van de huid. De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam. Bij de volwassene

Nadere informatie

1. De huid. Dermatologie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

1. De huid. Dermatologie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! 1. De huid Dermatologie Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! De huid vormt het omhulsel van het lichaam en schermt daarmee de mens af van de buitenwereld. De huid is het grootste

Nadere informatie

Bloed, Afweer en Infectieziekten

Bloed, Afweer en Infectieziekten Bloed, Afweer en Infectieziekten Functies Vervoer van stoffen O 2 van longen naar cellen CO 2 van cellen naar longen Voedingstoffen van de dunne darm naar cellen Ureum van de lever naar de nieren Hormonen

Nadere informatie

VWO HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] ARTHUR A. HOOGENDOORN ATHENEUM - VRIJE ATHENEUM - AAHA

VWO HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] ARTHUR A. HOOGENDOORN ATHENEUM - VRIJE ATHENEUM - AAHA Thema: Transport VWO HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] ARTHUR A. HOOGENDOORN ATHENEUM - VRIJE ATHENEUM - AAHA Docent: A. Sewsahai Doelstellingen De student moet 5V: blz. 215 t/m

Nadere informatie

Afweer: 3 Barrières / Wat / Waar

Afweer: 3 Barrières / Wat / Waar Afweer: 3 Barrières / Wat / Waar ASPECIFIEKE AFWEER Primaire / Externe bescherming (fysieke barrière) (AANGEBOREN) Secundaire / Interne bescherming (cellulaire / biochemische barrière) SPECIFIEKE AFWEER

Nadere informatie

1 De huid en bescherming Waar beschermt onze huid ons eigenlijk allemaal tegen?

1 De huid en bescherming Waar beschermt onze huid ons eigenlijk allemaal tegen? Samenvatting door Y. 1076 woorden 27 januari 2015 8,9 6 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou 1 De huid en bescherming Waar beschermt onze huid ons eigenlijk allemaal tegen? Onze huid

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie. Circulatie. Verdeling lichaamsvloeistoffen. Cxx53 3 en 4 Bloed Afweer/immuniteit

Anatomie / fysiologie. Circulatie. Verdeling lichaamsvloeistoffen. Cxx53 3 en 4 Bloed Afweer/immuniteit Anatomie / fysiologie Cxx53 3 en 4 Bloed Afweer/immuniteit FHV2009 / Cxx53 3+4 / Anatomie & Fysiologie - Circulatie 1 Circulatie Verdeling lichaamsvloeistoffen Bloed algemeen Bloedplasma Rode bloedcellen

Nadere informatie

Voor voortgangtoets 3.1

Voor voortgangtoets 3.1 H8 Bloedsomloop H8 Bloedsomloop 8.1 t/m 8.4 8.6 t/m 8.10 Colloid osmotische druk, Osmose, diffusie, actief transport Voor voortgangtoets 3.1 Vervoer van stoffen O 2 van longen naar cellen CO 2 van cellen

Nadere informatie

Samenvatting Biologie Thema 7, Bescherming

Samenvatting Biologie Thema 7, Bescherming Samenvatting Biologie Thema 7, Bescherming Samenvatting door een scholier 1387 woorden 20 januari 2006 7,4 143 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Hoofdstuk 7 Bescherming Basisstof 1:

Nadere informatie

Werkstuk Biologie Bloed

Werkstuk Biologie Bloed Werkstuk Biologie Bloed Werkstuk door een scholier 1195 woorden 14 juni 2004 6,2 321 keer beoordeeld Vak Biologie De inleiding Waarom doen wij ons werkstuk over bloed? Wij doen ons werkstuk over bloed,

Nadere informatie

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 7 Bescherming

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 7 Bescherming Samenvatting Biologie Hoofdstuk 7 Bescherming Samenvatting door een scholier 1136 woorden 21 juni 2011 8 1 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou BASISSTOF 1 DE HUID EN HET ONDERHUIDSE

Nadere informatie

Thema: Transport HAVO. HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai

Thema: Transport HAVO. HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai Thema: Transport HAVO HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai Doelstellingen De student moet - de bestanddelen van bloed kunnen noemen, ingecalculeerd de kenmerken

Nadere informatie

Diagnostische toets Van HIV tot AIDS?

Diagnostische toets Van HIV tot AIDS? Diagnostische toets Van HIV tot AIDS? Moleculen 1. Basenparing In het DNA vindt basenparing plaats. Welke verbinding brengt een basenpaar tot stand? A. Peptidebinding B. Covalente binding C. Zwavelbrug

Nadere informatie

HOEK 1: RODE BLOEDLICHAAMPJES

HOEK 1: RODE BLOEDLICHAAMPJES HOEK 1: RODE BLOEDLICHAAMPJES 1 LEZEN Iemand van jullie groepje leest titeltje A rode bloedlichaampjes op de leesfiche voor. 2 OPDRACHT MAKEN Maak opdracht 1 in de werkbundel 3 LEZEN Iemand anders van

Nadere informatie

Immunologie. Afweer. Wij leven als levende organismen in evenwicht met onze omgeving

Immunologie. Afweer. Wij leven als levende organismen in evenwicht met onze omgeving Immunologie Afweer 1 Wij leven als levende organismen in evenwicht met onze omgeving Verstoring van het evenwicht tussen organisme en omgeving kan ertoe leiden dat ons lichaam door indringers uit de omgeving

Nadere informatie

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Capabel Examens 2011 Pagina 1 1. Wat is de kleinste levende eenheid van een organisme? A) Een cel. B) Een orgaan. C) Een weefsel. 2. Bij welke levensverrichting van de cel speelt chromatine een belangrijke rol? A) Bij de prikkelbaarheid.

Nadere informatie

Bij het uitscheiden helpen de nieren om de samenstelling van je bloed constant te houden. Uitscheiding is het

Bij het uitscheiden helpen de nieren om de samenstelling van je bloed constant te houden. Uitscheiding is het Samenvatting door R. 1946 woorden 10 maart 2016 7 37 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Bio samenvatting H9 9.1 WAT WORDT ER BINNENIN JE LICHAAM GEREGELD? Je lichaam probeert vanbinnen om constant

Nadere informatie

Paragraaf 6.1 en 6.2. 2. Osmotische waarde, ph weefselvloeistof, glucosegehalte

Paragraaf 6.1 en 6.2. 2. Osmotische waarde, ph weefselvloeistof, glucosegehalte Paragraaf 6.1 en 6.2 1. Neem de volgende begrippen over in je schrift en geef een omschrijving Homeostase In stand houden van het interne milieu opperhuid Bovenste laag van de huid chitine Koolhydraat

Nadere informatie

biologie voor jouw ; klas 5 havo ; hoofdstuk 7 bescherming en evenwicht Hoofdstuk 7 paragraaf 1 de huid beschermd tegen invloeden van buitenaf en

biologie voor jouw ; klas 5 havo ; hoofdstuk 7 bescherming en evenwicht Hoofdstuk 7 paragraaf 1 de huid beschermd tegen invloeden van buitenaf en biologie voor jouw ; klas 5 havo ; hoofdstuk 7 bescherming en evenwicht Hoofdstuk 7 paragraaf 1 de huid beschermd tegen invloeden van buitenaf en gaat waterverlies door verdamping tegen. 1. de opperhuid:

Nadere informatie

Uitscheiding en afweer

Uitscheiding en afweer Uitscheiding en afweer De lever: slokdarm galblaas maag 12-ving. darm dunne darm ligging van de lever Functies van de lever: bloedsuikerspiegel (glucosegehalte in bloed) op peil houden overtollige eiwitten

Nadere informatie

Samenvatting Biologie H7 Bescherming

Samenvatting Biologie H7 Bescherming Samenvatting Biologie H7 Bescherming Samenvatting door N. 1845 woorden 6 november 2010 7,7 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie H7 Bescherming Paragraaf 1 De opperhuid: heeft

Nadere informatie

DE HUID. 1 Bouw en functie

DE HUID. 1 Bouw en functie DE HUID 1 Bouw en functie De huid is het grootste orgaan van je lichaam.het is ook een soort "visitekaartje". Vandaar dat je je huid goed moet verzorgen. Je huid beschermt je tegen beschadiging, infecties,

Nadere informatie

28/03/2018. Wat doet een transplantatie met je huid? Huid. Struktuur van de huid. Epidermis-opperhuid. de huid bestaat uit: Structuur van de huid

28/03/2018. Wat doet een transplantatie met je huid? Huid. Struktuur van de huid. Epidermis-opperhuid. de huid bestaat uit: Structuur van de huid Auteur / Dienst Transplantatie en Huid Wat doet een met je? Prof. Dr. Hilde Beele Dienst Huidziekten UZGent 2 / Huid Structuur van de Functie van de Infecties van de verzorging 4 / VOETTEKST Struktuur

Nadere informatie

1. Waarvan is DNA een belangrijke bouwstof? A) Van de celmembraan. B) Van de chromosomen. C) Van de kernmembraan.

1. Waarvan is DNA een belangrijke bouwstof? A) Van de celmembraan. B) Van de chromosomen. C) Van de kernmembraan. 1. Waarvan is DNA een belangrijke bouwstof? A) Van de celmembraan. B) Van de chromosomen. C) Van de kernmembraan. 2. Wat zijn vegetatieve verrichtingen van de cel? A) Beweging en prikkelbaarheid. B) Prikkelbaarheid

Nadere informatie

Module 2. Wondgenezing

Module 2. Wondgenezing Module 2 Wondgenezing 1 Mechanismen van wondgenezing Definitie van een wond Een wond is per definitie een pathologische toestand waarbij weefsels van elkaar zijn gescheiden en/of vernietigd, en die samengaat

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting CHAPTER 9 Nederlandse samenvatting Inleiding In een volwassen mens circuleert 5 à 6 liter bloed door de bloedvaten. Het bloed transporteert onder andere bloedcellen (rode bloedcellen, witte bloedcellen

Nadere informatie

Antwoorden Biologie Deel 1: Hoofdstuk 9, Afweer

Antwoorden Biologie Deel 1: Hoofdstuk 9, Afweer Antwoorden Biologie Deel 1: Hoofdstuk 9, Afweer Antwoorden door een scholier 1813 woorden 17 augustus 2010 5,8 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Hoofdstuk 9 9.1 (Deze paragraaf gaat over huid

Nadere informatie

Naam: BLOEDSOMLOOP. Vraag 1. Waaruit bestaat bloed?

Naam: BLOEDSOMLOOP. Vraag 1. Waaruit bestaat bloed? Naam: BLOEDSOMLOOP Bloed Een volwassen persoon heeft 5 á 6 liter bloed. Dat bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen (rode en witte) en bloedplaatjes. Als bloed een paar dagen heeft gestaan, zakken de

Nadere informatie

1. Waar in de cel bevindt zich het centraallichaampje? A) In de celkern. B) In het cellichaam. C) In het celmembraan.

1. Waar in de cel bevindt zich het centraallichaampje? A) In de celkern. B) In het cellichaam. C) In het celmembraan. 1. Waar in de cel bevindt zich het centraallichaampje? A) In de celkern. B) In het cellichaam. C) In het celmembraan. 2. Wat is een voorbeeld van een animale verrichting? A) De stofwisseling. B) De uitscheiding

Nadere informatie

3. Wat gebeurt er met het kernmembraan in de eerste fase van de celdeling?

3. Wat gebeurt er met het kernmembraan in de eerste fase van de celdeling? 1. Welke stof beweegt zich het makkelijkst door het celmembraan? A) Eiwit. B) Vet. C) Water. 2. Waarbij zijn de centraallichaampjes van belang? A) Bij de celdeling. B) Bij de celgroei. C) Bij de celstofwisseling.

Nadere informatie

18De huid. 1 Inleiding

18De huid. 1 Inleiding DC 18De huid 1 Inleiding Als je naar je lichaam kijkt, zie je bijna alleen maar huid. Je huid wordt ook wel het grootste orgaan genoemd, je hebt wel 2 m 2 huid. De huid is erg belangrijk, hij heeft verschillende

Nadere informatie

1) Wat is het verschil tussen de grote en kleine bloedsomloop? 2) Tot welke bloedsomloop behoren je hersenen?

1) Wat is het verschil tussen de grote en kleine bloedsomloop? 2) Tot welke bloedsomloop behoren je hersenen? Computeropdracht Bloedsomloop Basisstof 2, 3 en 5 Ga naar biologiepagina.nl > Havo 5 > Bloedsomloop > PC- les > computerles 1 Bekijk de animaties zorgvuldig en maak de opdrachten in de opgegeven volgorde,

Nadere informatie

Les 3 Bloed en Temperatuur. Scheikunde of chemie. Bloed en functies bloed 1. Bloed, stolling, temperatuurregulatie, koude rilling

Les 3 Bloed en Temperatuur. Scheikunde of chemie. Bloed en functies bloed 1. Bloed, stolling, temperatuurregulatie, koude rilling Les 3 Bloed en Temperatuur Bloed, stolling, temperatuurregulatie, koude rilling ANZN 1e leerjaar - Les 03 - Matthieu Berenbroek, 2000-2011 1 Scheikunde of chemie Na 2 = Natrium = vast metaal, wat spontaan

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Het immuunsysteem Ons immuunsysteem beschermt ons tegen allerlei ziekteverwekkers, zoals bacteriën, parasieten en virussen, die ons lichaam binnen dringen.

Nadere informatie

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel BOTTUMOREN Om beter te kunnen begrijpen wat een bottumor juist is, wordt er in deze brochure meer uitleg gegeven over de normale structuur van het bot. Op die manier krijgt u een beter zicht op wat abnormaal

Nadere informatie

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen:

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen: IMMUNITEIT 1 Immuniteit Het lichaam van mens en dier wordt constant belaagd door organismen die het lichaam ziek kunnen maken. Veel van deze ziekteverwekkers zijn erg klein, zoals virussen en bacteriën.

Nadere informatie

Samenvatting Biologie H9 + 6.5

Samenvatting Biologie H9 + 6.5 Samenvatting Biologie H9 + 6.5 9.1 Ziekteverwekkers Kenmerken van groepen organismen waartoe ziekteverwekkers kunnen behoren: Bacteriën: produceren giftige stoffen ziek, meestal wordt er antibiotica tegen

Nadere informatie

6.9. Werkstuk door E woorden 25 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou. Inhoudsopgave

6.9. Werkstuk door E woorden 25 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou. Inhoudsopgave Werkstuk door E. 1687 woorden 25 juni 2006 6.9 23 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Inhoudsopgave Het Bloed De Bloedsomloop De bloedvaten Uitscheiding De Hartslag Weefselvloeistof

Nadere informatie

Begrippenlijst bloed, bloedsomloop en lymfe AB0-systeem Bloedgroepenstelsel, waarbij het menselijk bloed is ingedeeld in vier typen bloed: A, B, AB

Begrippenlijst bloed, bloedsomloop en lymfe AB0-systeem Bloedgroepenstelsel, waarbij het menselijk bloed is ingedeeld in vier typen bloed: A, B, AB Begrippenlijst bloed, bloedsomloop en lymfe AB0-systeem Bloedgroepenstelsel, waarbij het menselijk bloed is ingedeeld in vier typen bloed: A, B, AB en O. ader 1. Bij dieren: bloedvat, die het bloed terugvoert

Nadere informatie

Chapter 10 C H A P T E R. Nederlandse Samenvatting

Chapter 10 C H A P T E R. Nederlandse Samenvatting Chapter 10 C H P R ederlandse Samenvatting 10 175 S M V I G Haemostase Hartinfarct en beroerte zijn het gevolg van trombi (bloed stolsels) die belangrijke vaten afsluiten en daardoor weefsel beschadiging

Nadere informatie

Bloed vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Bloed vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 07 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62407 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Bescherming Evenwicht

Bescherming Evenwicht Examen Voorbereiding Bescherming Evenwicht Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 7 Bescherming en Evenwicht Begrippenlijst: Begrip Melanocyt Temperatuurregulatie Pathogenen Infectie Lichaamsvreemd

Nadere informatie

1. Anatomie en fysiologie van de huid

1. Anatomie en fysiologie van de huid 1. Anatomie en fysiologie van de huid Huid - Epidermis =opperhuid met hoornlaag, epidermiscellen en pigmentcellen. Continue vernieuwing. - Dermis= lederhuid met haarzakjes, talgklieren, zweetklieren, zenuwuiteinden,

Nadere informatie

hematoloog dr. Uw specialist is op werkdagen tussen uur bereikbaar via de polikliniek Interne geneeskunde, tel. (078)

hematoloog dr. Uw specialist is op werkdagen tussen uur bereikbaar via de polikliniek Interne geneeskunde, tel. (078) ITP Uw hoofdbehandelaar is: hematoloog dr. Uw specialist is op werkdagen tussen 08.30 17.00 uur bereikbaar via de polikliniek Interne geneeskunde, tel. (078) 654 64 64. 1 Inleiding U heeft van de specialist

Nadere informatie

BASISSTOF 1 HET BLOED OM TE ONTHOUDEN

BASISSTOF 1 HET BLOED OM TE ONTHOUDEN BASISSTOF 1 HET BLOED Bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes. 55% is bloedplasma. 45% bloedcellen en bloedplaatjes. Er zijn twee soort bloedcellen: rode bloedcellen en witte bloedcellen.

Nadere informatie

Module Anatomie en fysiologie

Module Anatomie en fysiologie Module Anatomie en fysiologie Colofon Auteur Body Bosgra Esther van Schuur Henriëtte van Grinsven Marianne de Jonge Marieke Poort Redactie Clazien Rodenburg, Tekstbureau RoMein Beeld ARKA media BV Het

Nadere informatie

De GPS behandeling. Figuur: Container waarin het bloed wordt gecentrifugeerd en de bloedplaatjes worden gescheiden van het bloedplasma.

De GPS behandeling. Figuur: Container waarin het bloed wordt gecentrifugeerd en de bloedplaatjes worden gescheiden van het bloedplasma. De GPS behandeling De GPS behandeling Gel van bloedplaatjes: snelle en natuurlijke genezing Een wond geneest meestal op natuurlijke wijze. Wanneer dit niet gebeurt, is er een behandeling met bloedplaatjesgel

Nadere informatie

In welke volgorde vindt deze deling plaats?

In welke volgorde vindt deze deling plaats? 1. Wat behoort tot de vegetatieve levensverrichtingen van een cel? A) Beweging. B) Prikkelbaarheid. C) Stofwisseling. 2. Wat is de functie van het centraallichaampje? A) Het leveren van energie. B) Het

Nadere informatie

Bloed vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Bloed vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 07 October 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62484 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

5,2. Antwoorden door een scholier 1376 woorden 19 februari keer beoordeeld. Basisstof 1; samenstelling van bloed

5,2. Antwoorden door een scholier 1376 woorden 19 februari keer beoordeeld. Basisstof 1; samenstelling van bloed Antwoorden door een scholier 1376 woorden 19 februari 2003 5,2 202 keer beoordeeld Vak Biologie Basisstof 1; samenstelling van bloed Opdr.1 1. Bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen en plaatjes 2.

Nadere informatie

6,5 ER ZIJN DRIE SOORTEN BLOEDCELLEN: WAT ZIJN NU DE TAKEN VAN DE DIVERSE BLOEDCELLEN? Spreekbeurt door een scholier 1815 woorden 11 maart 2005

6,5 ER ZIJN DRIE SOORTEN BLOEDCELLEN: WAT ZIJN NU DE TAKEN VAN DE DIVERSE BLOEDCELLEN? Spreekbeurt door een scholier 1815 woorden 11 maart 2005 Spreekbeurt door een scholier 1815 woorden 11 maart 2005 6,5 240 keer beoordeeld Vak Nederlands Kanker Om te begrijpen hoe leukemie iemand ziek maakt, moet je eerst iets over je eigen lichaam weten; hoe

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Nederlandse samenvatting Hematopoiesis Een volwassen mens heeft ongeveer vijf liter bloed waarin zich miljarden cellen bevinden. Deze cellen zijn onder te verdelen op basis van

Nadere informatie

Samenvatting Biologie Transport

Samenvatting Biologie Transport Samenvatting Biologie Transport Samenvatting door een scholier 1385 woorden 5 april 2006 8,2 8 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Hoofdstuk Transport Basisstof 1: De bloedsomloop Bloedsomloop:

Nadere informatie

Module Anatomie en fysiologie

Module Anatomie en fysiologie Module Anatomie en fysiologie De CO 2 -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl www.climatecalc.eu Cert. no. CC-000057/NL Colofon Auteurs Esther van

Nadere informatie

GEZONDHEIDSKUNDE. Het menselijk lichaam

GEZONDHEIDSKUNDE. Het menselijk lichaam GEZONDHEIDSKUNDE Het menselijk lichaam 1 KENMERKEN VAN HET LEVEN Anatomie à wetenschap die zich bezighoudt met de bouw van het menselijk lichaam (waar ligt wat?). Fysiologie à Wetenschap die zich bezighoudt

Nadere informatie

De huid rondom de wond. Karin Timm Verpleegkundig specialist intensieve zorg Allerzorg

De huid rondom de wond. Karin Timm Verpleegkundig specialist intensieve zorg Allerzorg De huid rondom de wond Karin Timm Verpleegkundig specialist intensieve zorg Allerzorg Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven

Nadere informatie

4,3. Samenvatting door een scholier 1547 woorden 28 februari keer beoordeeld

4,3. Samenvatting door een scholier 1547 woorden 28 februari keer beoordeeld Samenvatting door een scholier 1547 woorden 28 februari 2014 4,3 5 keer beoordeeld Vak Biologie Bloed bestaat uit bloedplasma, in het bloedplasma drijven bloedcellen en bloedplaatjes. Waar bestaat bloedplasma

Nadere informatie

Samenvatting door een scholier 2064 woorden 18 maart keer beoordeeld. Biologie Hoofdstuk 9 9.1

Samenvatting door een scholier 2064 woorden 18 maart keer beoordeeld. Biologie Hoofdstuk 9 9.1 Samenvatting door een scholier 2064 woorden 18 maart 2004 7 20 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Biologie Hoofdstuk 9 9.1 Op 1 cm2 miljoenen micro-organismen. Escherichia coli: darmbacterie die

Nadere informatie

1 Structuur en functie van de huid

1 Structuur en functie van de huid 1 Structuur en functie van de huid De huid is het grootste orgaan van het lichaam. De oppervlakte ervan is bij een volwassen mens wel 1,5-2 m 2, afhankelijk natuurlijk van de grootte en omvang van zijn

Nadere informatie

Toets Anatomie Opleiding Sport en Bewegen. Behaalde punten Hulpmiddelen geen

Toets Anatomie Opleiding Sport en Bewegen. Behaalde punten Hulpmiddelen geen Cijfer In te vullen voor docent In te vullen door leerling Beroepsprestatie B.P.1.3 S.B Naam leerling Toets Anatomie Opleiding Sport en Bewegen Klas SB3O1A+B Versie 1 Datum Tijdsduur 60 minuten Naam docent

Nadere informatie

A. de hersenen en het ruggenmerg B. het hersenvlies en de hersenstam C. het cerebrospinaal vocht en de gevoelszenuwen D. de klieren en de lymfevaten

A. de hersenen en het ruggenmerg B. het hersenvlies en de hersenstam C. het cerebrospinaal vocht en de gevoelszenuwen D. de klieren en de lymfevaten Hoofdstuk 1 Meerkeuzevraag 1.1 Meerkeuzevraag 1.2 Meerkeuzevraag 1.3 Meerkeuzevraag 1.4 Meerkeuzevraag 1.5 Meerkeuzevraag 1.6 Meerkeuzevraag 1.7 Waar ligt de lever in de buikholte? A. Boven rechts B. Boven

Nadere informatie

Bloedtransfusie. Informatiebrochure

Bloedtransfusie. Informatiebrochure Bloedtransfusie Informatiebrochure Inhoudstafel INHOUDSTAFEL... 3 1 WAAROM EEN BLOEDTRANSFUSIE?... 4 2 WAARUIT BESTAAT BLOED?... 4 3 HOE VINDEN WE PASSEND BLOED?... 5 4 HOE GEBEURT EEN BLOEDTRANSFUSIE?...

Nadere informatie

Bloedmorfologie. Klassieke bloedmorfologie. Erythrocyten of rode bloedcellen (RBC)

Bloedmorfologie. Klassieke bloedmorfologie. Erythrocyten of rode bloedcellen (RBC) Klassieke bloedmorfologie Erythrocyten of rode bloedcellen (RBC) Bloedmorfologie Een rode bloedcel is een biconcave, ronde schijf met een diameter van ongeveer 7µm en een maximale dikte van 2,5µm. Het

Nadere informatie

De eerste stap van deze cellen is heel simpel: ze nemen de ziekteverwekker

De eerste stap van deze cellen is heel simpel: ze nemen de ziekteverwekker 1. In de aanval! Wat gebeurt er bij een immuunreactie? Aangeboren vs verworven Zodra er een ziekteverwekker je lichaam binnendringt, is het de taak van je immuunsysteem om zo snel mogelijk de verwekker

Nadere informatie

Examen Voorbereiding Cellen

Examen Voorbereiding Cellen Examen Voorbereiding Cellen Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 2 Cellen Begrippenlijst: Begrip Organellen Plastiden Stamcellen Embryonale stamcellen Adulte stamcellen Endoplasmatisch reticulum

Nadere informatie

De behandeling van leukemie

De behandeling van leukemie Interne geneeskunde Patiënteninformatie De behandeling van leukemie Inleiding U ontvangt deze informatie, omdat bij u leukemie is geconstateerd. Leukemie is een woekering die we ook wel bloedkanker noemen.

Nadere informatie

Proefexamen ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

Proefexamen ANATOMIE EN FYSIOLOGIE Proefexamen ANATOMIE EN FYSIOLOGIE Deelexamen 1 In dit proefexamen worden over de volgende onderwerpen vragen gesteld: opbouw van het menselijk lichaam algemene fysiologie spijsverteringsstelsel ademhalingsstelsel

Nadere informatie

naast natuurlijke immuniteit ook techniek van kunstmatige immuniteit

naast natuurlijke immuniteit ook techniek van kunstmatige immuniteit Thema 7:Het menselijk afweersysteem Micro-organisme of lichaamsvreemde stof dringt ons lichaam binnen homeostase wordt verstoord activatie van afweer- of immuunsysteem specifieke afweermechanismen (adaptieve

Nadere informatie

Examen Voorbereiding Transport

Examen Voorbereiding Transport Examen Voorbereiding Transport Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 5 Transport Begrippenlijst: Begrip Enkelvoudige bloedsomloop Dubbele bloedsomloop Kransslagaders Aorta Hartkleppen Halvemaanvormige

Nadere informatie

Het vaccin waarmee de meisjes worden geïnjecteerd, beschermt onder andere tegen HPV18.

Het vaccin waarmee de meisjes worden geïnjecteerd, beschermt onder andere tegen HPV18. Examentrainer Vragen HPV-vaccinatie Baarmoederhalskanker is een vorm van kanker die relatief vaak voorkomt bij vrouwen. De ziekte kan zijn veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV).

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Introductie Wat zijn T cellen? T cellen zijn witte bloedcellen die een cruciale rol spelen bij het beschermen tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën. Dit doen zij door middel van

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie. Taken circulatiestelsel. Onderverdeling bloedvaten. Cxx53 5 en 6 Bloedvaten Lymfe

Anatomie / fysiologie. Taken circulatiestelsel. Onderverdeling bloedvaten. Cxx53 5 en 6 Bloedvaten Lymfe Anatomie / fysiologie Cxx53 5 en 6 Bloedvaten Lymfe FHV2009 / Cxx53_5_6 / Anatomie & Fysiologie - Circulatie 1 Taken circulatiestelsel Voedingsstoffen, nadat ze verteerd (in stukken gedeeld) zijn, opnemen

Nadere informatie

Cellen aan de basis.

Cellen aan de basis. Cellen aan de basis. Cellen aan de basis In het thema cellen aan de basis vinden we twee belangrijke thema s uit biologie voor jou terug. 1. Organen en cellen (thema 1 leerjaar 3) 2. Stofwisseling (thema

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting voor niet-ingewijden. Esther Reefman

Nederlandse samenvatting voor niet-ingewijden. Esther Reefman Nederlandse samenvatting voor niet-ingewijden Esther Reefman SYSTEMISCHE LUPUS ERYTHEMATODES Mensen met een wolfs ( lupus )-gezicht, zo werden patiënten met systemische lupus erythematodes (SLE) al vanaf

Nadere informatie

Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband?

Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband? Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband? Bij mensen kan slechts 1 w h i p l a s h a c c i d e n t langdurige pijn en lijden veroorzaken. De anatomie van de hond is fundamenteel gelijk aan

Nadere informatie

Praktische opdracht. klas 2 atheneum

Praktische opdracht. klas 2 atheneum 1 Praktische opdracht klas 2 atheneum Expert opdrachten gaswisseling, bloed en bloedsomloop http://www.bioplek.org/2klas/2klasexpertgasbloed/2klasgasbloedinhoud.html Vragen over de posters 2 Het is mogelijk

Nadere informatie

Oefen Repetitie KGT thema Bloedsomloop

Oefen Repetitie KGT thema Bloedsomloop Oefen Repetitie KGT thema Bloedsomloop Als er geen punten bij een vraag staan, dan is die vraag 1 punt waard. Onderdeel A: waar of niet waar? 1. Bloedplaatjes bevatten hemoglobine. 2. Het gehalte koolstofdioxide

Nadere informatie

[IMMUNOLOGIE PORTFOLIO]

[IMMUNOLOGIE PORTFOLIO] 2014 Immunologie.webwetenschap.nl Jacko van de wetering [IMMUNOLOGIE PORTFOLIO] De opdrachten van immunologie bij elkaar gezet in het opdracht. Inhoud Plan van aanpak... 5 Plan van aanpak... 5 Doelgroep

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting 149 150 Nederlandse Samenvatting Het immuunsysteem beschermt ons lichaam tegen de invasie van lichaamsvreemde eiwiten en schadelijke indringers, zoals bijvoorbeeld bacteriën. Celen die de bacteriën opruimen

Nadere informatie

De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam (gemiddeld 2 m 2 ) en weegt (inclusief onderhuids bindweefsel) tussen 15 20 kilo.

De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam (gemiddeld 2 m 2 ) en weegt (inclusief onderhuids bindweefsel) tussen 15 20 kilo. 1 De huid(cutis) 1.1 Algemeen De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam (gemiddeld 2 m 2 ) en weegt (inclusief onderhuids bindweefsel) tussen 15 20 kilo. Functies van de huid De huid is

Nadere informatie

Samenvatting Biologie Thema 4:

Samenvatting Biologie Thema 4: Samenvatting door L. 717 woorden 19 juni 2013 4,8 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Samenvatting Biologie Thema 4: Zintuig Ligging Prikkel Waarneming Gezichts~ In de ogen Licht Zien

Nadere informatie

Chapter 6. Nederlandse samenvatting

Chapter 6. Nederlandse samenvatting Chapter 6 Nederlandse samenvatting Chapter 6 122 Nederlandse samenvatting Het immuunsysteem Het immuunsysteem (of afweersysteem) beschermt het lichaam tegen lichaamsvreemde en ziekmakende organismen zoals

Nadere informatie

Bij eencellige dieren transport via diffusie (over kleine afstand). Het transporteren van zuurstof en afvalstoffen (traag proces).

Bij eencellige dieren transport via diffusie (over kleine afstand). Het transporteren van zuurstof en afvalstoffen (traag proces). Samenvatting door J. 2603 woorden 19 maart 2013 7,1 17 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie voor jou- Havo5- Thema 5: Transport 5,1 De bloedsomloop Bij eencellige dieren transport

Nadere informatie

SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS

SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS Een organisme bestaat uit verschillende weefsels, die opgebouwd zijn uit cellen. Cellen zijn dus de bouwblokken van elk levend organisme. De ontwikkeling van slechts een

Nadere informatie

GEZONDHEIDSKUNDE-AFP LES 4. Gezonde voeding

GEZONDHEIDSKUNDE-AFP LES 4. Gezonde voeding GEZONDHEIDSKUNDE-AFP LES 4 Gezonde voeding 1 INLEIDING Thema 3 hoofdstuk Gezonde voeding blz. 149 Onderwerpen: -Persoonlijke verschillen -Voeding en levensfasen -Voedingsmiddelen en voedingsstoffen -Richtlijnen

Nadere informatie

De romp bestaat uit een borstholte en een buikholte, gescheiden door het middenrif.

De romp bestaat uit een borstholte en een buikholte, gescheiden door het middenrif. Samenvatting Thema 1: Organen en cellen Basisstof 1 Levenskenmerken (levensverschijnselen): - stofwisseling (ademhaling, voeding, uitscheiding) - groei - voortplanting - reageren op prikkels - ontwikkeling

Nadere informatie

Samenvatting Biologie Hoofdstuk

Samenvatting Biologie Hoofdstuk Samenvatting Biologie Hoofdstuk 10.1-10.5 Samenvatting door Dave 2329 woorden 1 februari 2018 7,5 28 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar 10.1 Om in leven te blijven zijn er verschillende lichaamsprocessen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting De cellen van het menselijke immuunsysteem kunnen grotendeels worden verdeeld in een aangeboren (innate) en een verworven (adaptieve) tak. De cellen van het aangeboren immuunsysteem vormen een eerste lijn

Nadere informatie

De cel metabolisme cel cel- membraan eiwitsynthese DNA aminozuren 1.1 De cel celcyclus celmembraan Afbeelding 1.1

De cel metabolisme cel cel- membraan eiwitsynthese DNA aminozuren 1.1 De cel celcyclus celmembraan Afbeelding 1.1 de cel Elk levend wezen is opgebouwd uit cellen. Het eerste deel van dit hoofdstuk gaat over de verschillende onderdelen van een cel. We bespreken het celmembraan, het cytoplasma en de belangrijkste organellen.

Nadere informatie

Fysiologie Huid Spijsvertering

Fysiologie Huid Spijsvertering Bart van der Meer WM/SM theorie les 10 Amice Bewerkt door Reina Welling niow.nl Fysiologie Huid Spijsvertering http://www.youtube.com/watch?v=iud7uxaq hue De 3 hoofdlagen Meest oppervlakkig (perifeer)

Nadere informatie

7,4. Samenvatting door Madelief 2314 woorden 7 februari keer beoordeeld. Biologie 10.1 goed geregeld. Wat gebeurt er in je lichaam?

7,4. Samenvatting door Madelief 2314 woorden 7 februari keer beoordeeld. Biologie 10.1 goed geregeld. Wat gebeurt er in je lichaam? Samenvatting door Madelief 2314 woorden 7 februari 2018 7,4 22 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Biologie 10.1 goed geregeld Wat gebeurt er in je lichaam? Om te blijven leven zijn er verschillende

Nadere informatie

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 13 Hormonen

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 13 Hormonen Samenvatting Biologie Hoofdstuk 13 Hormonen Samenvatting door Elin 1039 woorden 4 april 2018 9,5 8 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Biologie Hoofdstuk 13 13.1 * Hormoonklieren = organen die

Nadere informatie

Hoe werkt ons lichaam? Waarom water drinken? Vocht vasthouden Puur water Tips bij water drinken Vragen

Hoe werkt ons lichaam? Waarom water drinken? Vocht vasthouden Puur water Tips bij water drinken Vragen Water 1 Onderwerpen Hoe werkt ons lichaam? Waarom water drinken? Vocht vasthouden Puur water Tips bij water drinken Vragen 2 Hoe werkt ons lichaam? Belangrijkste functie van de nieren/bijnieren: - filteren

Nadere informatie

Patiënteninformatiedossier (PID) (Non) Hodgkin. onderdeel BLOED EN BLOEDWAARDEN. (NON) HODGKIN Bloed(waarden)

Patiënteninformatiedossier (PID) (Non) Hodgkin. onderdeel BLOED EN BLOEDWAARDEN. (NON) HODGKIN Bloed(waarden) Patiënteninformatiedossier (PID) (Non) Hodgkin onderdeel BLOED EN BLOEDWAARDEN (NON) HODGKIN 2 Inhoud Waaruit bestaat bloed?...4 Rode bloedcellen...4 Witte bloedcellen...5 Bloedplaatjes...5 Invloed van

Nadere informatie