Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview
|
|
|
- Antoon de Kooker
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tijdschrift voor Psychiatrie 31, 1989/10 Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview door J.J.L. Derksen, J. W. Hummelen en J.M.P. Bouwens Samenvatting Het structurele interview, ontwikkeld door Kernberg en zijn medewerkers, dat gericht is op de differentiële diagnostiek van de neurotische, borderline- en psychotische persoonlijkheidsorganisatie, wordt in deze studie onderzocht op tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid. Er zijn twee categorieën psychiatrische patiënten (kliniek en polikliniek), in totaal 37 ; mannen (n=20) en vrouwen (n= 17) ; twee meetmethoden (in vivo en video) ; drie beoordelaars die in rol wisselen. Uit de resultaten blijkt dat het toebedelen van deze patiënten aan de categorieën neurose, borderline en psychose goed mogelijk is. De Kappa-waarden voor de tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid zijn gematigd tot substantieel. Vervolgonderzoek is zinvol en een goed opgezette training kan het structurele interview een plaats geven binnen de psychodiagnostiek. Inleiding Het structurele interview dat in deze studie is onderzocht op tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid is voor wat de ontwikkeling betreft nauw verbonden met het borderline-concept. In de ontwikkeling van het borderline-concept hebben de artikelen van Stem (1938) en Knight (1953) een grote rol gespeeld. Sinds de jaren vijftig hebben veel, vooral psychoanalytisch georiënteerde, auteurs patiënten beschreven die met behulp van hun diagnostische criteria noch duidelijk als neurotisch, noch duidelijk als psychotisch geclassificeerd konden worden (Rohde Dachser 1983). Met het oog op het diagnostiseren van borderline-patiënten zijn reeds enkele instrumenten voorhanden waarvan het belangrijkste het Diagnostic Interview for Borderline Patients (DIB) is (Kolb en Gunderson 1980) ; dit is een semi-gestructureerd interview met een acceptabele betrouwbaarheid en validiteit (Derksen 1987). Vanuit psychoanalytische optiek is een structureel interview ontwikkeld, door Kernberg en zijn medewerkers (1975, 1977, 1980, 1981, 1984). Eerder verscheen in dit tijdschrift een artikel waarin uitvoerig werd ingegaan op het structurele interview en de daaraan ten grondslag liggende structurele diagnostiek (Derksen, Hummelen en Bou- 662
2 J. J.L. Derksen e.a. Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview wens 1988 ; zie ook Derksen 1986). Met behulp van dit structurele, maar zeker niet gestructureerde, interview wordt geprobeerd de persoonlijkheidsstructuur van de patiënt te diagnostiseren. Centraal bij dit diagnostisch proces staat het evalueren van interactievariabelen ; middels de technische interventies verheldering, confrontatie en interpretatie (met name van overdrachtsreacties) worden wat Kernberg (1981) 'observeerbare manifestaties van de identiteitsintegratie, afweermechanismen en realiteitstoetsing zoals deze verschijnen in de hier en nu interactie met de interviewer' onderzocht. Met behulp van onderzoek naar drie thema's (identiteitsdiffusie versus identiteitsintegratie ; primitieve versus ontwikkelde afweermechanismen ; realiteitstoetsing gestoord versus niet gestoord) worden patiënten ingedeeld in drie categorieën persoonlijkheidsorganisaties: neurotisch, borderline of psychotisch. Het organisatieniveau en functioneren van het ego staan centraal: dit functioneert bij de neurotische (of normale) patiënt met behulp van ontwikkelde afweermechanismen, het ego van de borderline-patiënt handhaaft zich door het gebruik van primitieve afweermechanismen gepaard gaand met een identiteitsdiffusie, bij de psychotische patiënt komt hier nog bij dat de realiteitstoetsing is aangetast. Aangezien er momenteel veel gestandaardiseerde interviewmethoden voorhanden zijn zoals de Engelse Present State Examination (PSE) van Wing en het op de DSM-III afgestemde Amerikaanse Diagnostic Interview Schedule (DIS) met een relatief hoge betrouwbaarheid, worden onderzoeken naar de betrouwbaarheid van een weinig gestructureerd klinisch interview minder in de literatuur gerapporteerd. In de praktijk echter wordt op alle niveaus en met uiteenlopende doelstellingen geïnterviewd zonder dat men gebruik maakt van voorgeprogrammeerde antwoordcategorieën. De gestandaardiseerde gespreksvormen en vragenlijsten worden vooral voor onderzoeksdoeleinden gebruikt. Daarom ook is het structurele interview onderwerp van onderzoek in deze studie. Kenmerkend voor dit interview is het ontbreken van voorgeselecteerde antwoordcategorieën, het moeilijk van tevoren vast kunnen leggen van vragen om verheldering, confrontaties en interpretaties én het feit dat veel vagere theoretische grootheden als identiteitsdiffusie, afweervormen en realiteitstoetsing centraal staan. De betrouwbaarheid van interviews wordt gemeten via het inschakelen van meerdere beoordelaars en vervolgens wordt nagegaan in welke mate zij overeenstemmen in hun beoordelingen. Globaal ligt het percentage overeenstemming tussen beoordelaars voor wat betreft het toebedelen van patiënten aan diagnostische categorieën tussen de 50 en 70 (Beek, Ward, Mendelson, Mock en Erbaugh 1962 ; Kreitman, Sainsbury, Morrissey, Towers en Scrivener 1961). Overeenstemming ligt bij organische stoornissen doorgaans hoger dan bij psychische stoornissen. Binnen de psychische stoornissen zijn psychosen door- 663
3 Tijdschrift voor Psychiatrie 31, 1989/10 gaans gemakkelijker te identificeren dan neurosen en persoonlijkheidsstoornissen. Tot nu toe bleef het onderzoek met betrekking tot het structurele interview beperkt tot het vergelijken van dit interview met andere diagnostische methoden zoals Gundersons DIB. Hierbij stond de vraagstelling centraal hoeveel overeenstemming er bestond tussen het structurele interview en andere diagnostische methoden (Carr e.a ; Kernberg e.a ; Nelson e.a. 1985). Tevens is er een pilotstudy gepubliceerd waarin het structurele interview werd geanalyseerd (Bauer e.a. 1980). De studies die tot nu toe zijn verschenen liggen op het vlak van de validiteit. De betrouwbaarheid bleef nog onderbelicht. In dit verslag beschrijven we een tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheidsonderzoek van het structurele interview bij 37 ambulante en opgenomen patiënten. Onze vraagstellingen waren de volgende: 1.Is het mogelijk patiënten met behulp van de criteria van Kernberg te onderscheiden naar de drie klassen (neurose, borderline, psychose)? 2. Hoe hoog is de tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid die we met dit interview kunnen bereiken? Materiaal en methode Het probleem van de observatorovereenstemming (Kenden 1975) was voor ons belangrijk omdat er in Nederland geen ervaring met het interview in kwestie was. Een moeilijkheid is dat abstracte grootheden (structuur van het ego, identiteitsdiffusie, etc.) overheersen in de theorie en techniek van het structurele interview die ver verwijderd lijken van de symptomatologie van een concrete patiënt. Dit riep voor ons de vraag op of we, als clinici met sterk uiteenlopende achtergrond, oriëntatie en ervaringsjaren, in staat zouden zijn het met elkaar eens te worden: J.D., klinisch psycholoog, is psychoanalytisch opgeleid en heeft 10 jaar klinische ervaring, J.H. was destijds arts-assistent in opleiding tot psychiater, J.B. klinisch psycholoog, is client-centered psychotherapeut en heeft meer dan 10 jaar klinische ervaring. Patiënten We kozen ervoor om in deze studie zo nauw mogelijk aan te sluiten bij de klinische praktijk op een afdeling en polikliniek psychiatrie van een academisch ziekenhuis. De populatie die we onderzochten is vooraf niet geselecteerd op allerlei, voor experimenteel onderzoek relevante, kenmerken. Dit hield in dat we ook patiënten onderzochten die psychofarmaca gebruikten en dat geen eisen aan het intelligentieniveau werden gesteld. Deze factoren bemoeilijken de afneming van het structurele interview (Derksen 1986). Gedurende een periode van zes maanden hebben we patiënten onderzocht van zowel de polikliniek psychiatrie (n = 19) als de afdeling psychiatrie (n = 18). Uiteindelijk onderzochten we 20 mannen en 17 vrouwen in een leeftijd variërend van 17 tot 50 jaar. Op deze manier zijn er naar onze me- 664
4 J.J.L. Derksen e.a. Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview ning voldoende garanties dat de onderzochte patiënten een afspiegeling zijn van de populatie (zogenaamde representativiteit) patiënten die zich bij polikliniek en kliniek psychiatrie melden. Procedure van dataverzameling en beoordeling Voordat we begonnen met dit onderzoek hebben we de relevante literatuur bestudeerd die Kernberg over de structurele diagnostiek en het structurele interview heeft gepubliceerd. Het interview zelf werd door ons in zoverre gestructureerd dat we het verdeelden in vier stappen (Derksen 1986) ; elke stap begint met een of meer vragen. De erop volgende interventies zijn afhankelijk van het verloop van de interactie. Vervolgens hebben we interviews afgenomen bij vijf patiënten. Deze op videoband vastgelegde interviews hebben we gezamenlijk bestudeerd. Op de polikliniek is nagegaan of de nieuw aangemelde patiënt bereid was mee te werken aan het onderzoek. Dit werd aan de patiënten gevraagd tijdens het intake-gesprek met een van de stafleden van de polikliniek Bij de opgenomen patiënten werd door de betreffende stafleden aan de patiënten gevraagd of ze mee wilden werken. Elke patiënt werd geïnterviewd door één van ons: A, B of C. In het geval dat A interviewde, observeerde B (of C ; dit gebeurde afwisselend met als doel elke combinatie even vaak voor te laten komen) en B kreeg aan het einde van het gesprek de mogelijkheid nog enkele aanvullende vragen te stellen en interventies te plegen. Na elk interview beoordeelden A en B onafhankelijk van elkaar de patiënt op verschillende categorieën aan de hand van een door ons geconstrueerde checklist (zie tabel 1). De kernvraag was of de patiënt aan een van de volgende categorieën kon worden toegewezen: neurotisch (N), borderline (B), psychotisch (P), onduidelijk (0). De beoordelingen van A en B werden vervolgens vergeleken en bij divergentie werd er een beoordeling op basis van consensus tussen A en B gemaakt (Consensus X). Het interview werd steeds vastgelegd op een videoband. C beoordeelde de videoband. Na afloop van alle interviews werden alle beoordelingen met elkaar vergeleken en kwamen we weer, indien noodzakelijk, tot een consensus (Consensus Y). Meestal was dit dan nadat we nogmaals met ons drieën naar de videoband hadden gekeken. A, B en C wisselden elkaar af in de rol van interviewer, observator en beoordelaar op basis van de video volgens het volgende schema: A met B, A met C, B met A, B met C, C met A, C met B. We waren niet op de hoogte van de klinische diagnosen en onbekend met de patiënten die deelnamen. Samenvattend: er zijn twee categorieën patiënten (kliniek psychiatrie, polikliniek psychiatrie) ; mannen en vrouwen ; twee meetmethoden (in vivo en video) ; drie beoordelaars (A, B, C) die in rol wisselden. Methode van analyse De beste overeenstemmingsmaat die momenteel gebruikt kan worden in dit type onderzoek is Cohens Kappa (1960 ; zie hiervoor ook Popping 1983). Als definitie geeft Cohen (1960, p. 40): Kappa is 'the proportion of agreement after chance agreement is removed from consideration'. Bij een maximale overeenstemming is 665
5 Tijdschrift voor Psychiatrie 31, 1989/10 Tabel 1: Scoring van het structurele interview Realiteitstoetsing: a. psychotische symptomen in de zin van wanen/hallucinaties, ja/nee/o indien ja: bezorgd: ja/nee/o b. aanwezigheid van inadequaat of bizarre 1. affect ja/nee/o indien ja: bezorgd ja/nee/o 2. gedachteninhouden ja/nee/o indien ja: bezorgd ja/nee/o 3. gedrag ja/nee/o indien ja: bezorgd ja/nee/o c. empathie met sociale criteria van de werkelijkheid ja/nee/o d. direct verbeteren van functioneren bij het interpreteren van afweermechanismen ja/nee/o o = onbeslist Afweermechanismen: a. primitieve afweermechanismen ja/nee/o 1. splijting ja/nee/o 2. projectieve identificatie ja/nee/o 3. primitieve idealisatie ja/nee/o 4. omnipotentie/devaluatie ja/nee/o 5. loochening ja/nee/o b. ontwikkelde afweermechanismen ja/nee/o 1. rationalisatie ja/nee/o 2. projectie ja/nee/o 3. sublimatie ja/nee/o 4. ontkenning ja/nee/o 5. isolatie van het affect ja/nee/o 6. reactievorming ja/nee/o 7. overige ja/nee/o Identiteit: a. de interviewer kan zich een geïntegreerd beeld vormen van en kan zich invoelen met het beeld dat de patiënt van zichzelf geeft ja/nee/o b. de interviewer kan zich een geïntegreerd beeld vormen van en kan zich invoelen met het beeld dat de patiënt geeft van voor hem belangrijke anderen ja/nee/o Conclusie: Er is sprake van een persoonlijkheidsorganisatie in de zin van a. neurotische b. borderline c. psychotische d. onbeslist 666
6 J.J.L. D erksen e.a. Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview de Kappa-waarde 1. Landis en Koch (in Popping 1983) geven de volgende vuistregel als antwoord op de vraag wanneer de gevonden waarde van Kappa voldoende hoog is: <0.00 = 'poor', = `slight', = 'fair', = 'moderate', = `substantial', = 'almost perfect'. In dit onderzoek hebben we de gewogen Kappa (Kw) gebruikt om tot uiting te brengen dat wanneer beoordelaar A een patiënt toewijst aan de categorie psychose en beoordelaar B aan de categorie neurose dit sterker afwijkt dan de rest van de mogelijke verschil- Tabel 2: Structurele diagnoses van 37 patiënten patiënt structurele diagnosen Nr. Sekse Inter. I Obser. II Cons. X Video III Cons. Y 1. Man N N N N N 2. Man 0 B 0 N N 3. Man N B B B B 4. Vrouw P P 5. Man N 0 N N N 6. Man 0 N B N N 7. Man B B B B B 8. Man N N N N B 9. Man N N N N N 10. Vrouw N B N 0 N 11. Man N N N N N 12. Man N Man N N N N N 14. Vrouw N N N N N 15. Vrouw 0 N B N N 16. Man B B B B B 17. Man B 0 B B B 18. Man N N N N N 19. Vrouw P B P P P 20. Man B B B B B 21. Man N N N N N 22. Vrouw P P P P P 23. Man P P P P P 24. Vrouw B N B B B 25. Man B B B B B 26. Vrouw B N 0 B B 27. Man N N N N N 28. Vrouw B B B B B 29. Vrouw B B B B B 30. Vrouw B B B B B 31. Vrouw P B P P P 32. Man N N N N N 33. Vrouw P P P N Vrouw 0 B B 0 B 35. Vrouw B B B B B 36. Vrouw B P P P P 37. Vrouw P P P P P 667
7 Tijdschrift voor Psychiatrie 31, 1989/10 len. Bij niet-overeenstemming op deze wijze werd als gewicht een 2 toegekend. Resultaten Tabel 2 toont de structurele diagnosen bij 37 patiënten op basis van drie onafhankelijke beoordelaars (I, II, III) en twee consensusbeoordelingen (X en Y). Tabel 3 laat de uiteindelijke consensusdiagnosen, onderscheiden naar geslacht, zien. Hierbij valt op dat er verhoudingsgewijs meer mannen als neurotisch en meer vrouwen als psychotisch werden gediagnostiseerd. Tabel3: Consensus Yen verdeling naar geslacht N B P 0 Man (n = 20) 55% 35% 5% 5% (100% ) Vrouw (n = 17) 18% 41% 35% 6% X100%) In 21 van 37 gevallen (57%) is er overeenstemming tussen interviewer, observator en video. Vergelijken we de interviewer met de observator, dan kunnen we constateren dat de overeenstemming 62% is. De gewogen Kappa voor interviewer en observator is.53. Interviewer en de beoordeling op basis van de video stemmen in 75,6% van de gevallen overeen (Kw =.68). De overeenstemming tussen observator en video is 70%, (Kw =.60). Ten slotte vergelijken we de consensus X met de videobeoordeling. Hier is een overeenstemming van 78% (Kw =.71). Tabel 4 laat consensus Y zien in vergelijking met de klinische diagnosen. Tabel4: Consensus Y vergeleken met de klinische diagnosen Patiënt Cons. Y klinische diagnose 1. N depressief toestandsbeeld bij neurasthene man 2. N afhankelijke, weinig ontwikkelde persoonlijkheid met angstig-depressief beeld 3. B depressief toestandsbeeld bij neurotische man met enkele sociopathische trekken 4. P vitale depressie bij een heimweereactie (emigratie) en relatieproblematiek 5. N psychasthene man met passief-agressieve persoonlijkheidskenmerken 668
8 J.J.L. Derksen e.a. Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview 6. N psychogene pijnklachten bij neurotische man met autoriteitsconflicten 7. B geen duidelijke diagnose, mogelijk atypische temporale epilepsie 8. N diffuse angst en depressief toestandsbeeld bij neurotische man met afhankelijke en narcistische persoonlijkheidskenmerken 9. N paniekaanvallen met hyperventilatie bij neurotische man die in sociale sfeer vastloopt 10. N paniekaanvallen en fobische klachten bij een dwangneurotische vrouw 11. N neurotische man met negatieve faalangst en assertiviteitsproblemen geen diagnose bekend 13. N depressief toestandsbeeld bij neurotische persoonlijkheid 14. N recidiverende, depressieve perioden bij neurotische persoonlijkheid 15. N neurotische ontwikkelingsgang 16. B neurotische problematiek zich uitend in subassertief gedrag, psychasthene man met zwakke individuatie 17. B depressief toestandsbeeld bij neurotische man, somatisch: mogelijk endocrinologische stoornis 18. N depressief toestandsbeeld geluxeerd door organischcerebraal lijden 19. P psychotische decompensatie bij borderline-persoonlijkheidsstoornis 20. B dreigende desintegratie en alcoholmisbruik bij jongeman met borderline-persoonlijkheidsstructuur 21. N angsttoestand bij een neurotische jongeman met een paranoïde instelling en narcistische problematiek 22. P psychotische depressie, schizofrenie 23. P psychotische depressie, schizoaffectieve psychose, schizofrenie 24. B neurotische depressie bij een vrouw met impulsdoorbraken 25. B organisch psychosyndroom, neurastheen syndroom bij kwetsbare man met persoonlijkheidsstoornis 26. B identiteitsproblemen bij vrouw met ernstig psychotraumatisch verleden en reactief meerdere tentamina suicidii 27. N angst- en paniekaanvallen bij neurotische man met neurotische ontwikkelingsgang en onvoldoende separatie 28. B psychogene pijnstoornis en conversief beeld bij jonge vrouw met neurotische ontwikkelingsgang 29. B borderline-persoonlijkheidsstoornis 30. B hysterische persoonlijkheidsstoornis 31. P bipolaire affectieve stoornis met geagiteerd hypomaan toestandsbeeld, sociaal onaangepast gedrag en contactstoornissen 669
9 11JUJL VVV1 rwl.ihialllc 01, 1707/1V 32. N ontwijkende en afhankelijke persoonlijkheidsstoornis, geen majeure psychiatrische stoornissen hypochondrisch depressief syndroom met psychotische kenmerken naar aanleiding van faseproblematiek bij een jonge vrouw met een karakterneurotische ontwikkeling met preoedipale kenmerken 34. B depressie, multipele psychotraumata bij ik-zwakke vrouw, agressie komt tot catharsis 35. B psychotische decompensatie met catatone verschijnselen, schizofrenie? 36. P depressieve periode van manisch-depressieve psychose, vitaal depressief beeld als gevolg van een organische factor 37. P desintegratietoestand met bipolair karakter bij ikzwakke vrouw met dwangmatige persoonlijkheidsstructuur Zoals tabel 4 aangeeft zijn de diagnosen van 35 patiënten bekend. Deze diagnosen zijn soms gesteld op basis van een intake-gesprek en andere keren, met name bij de opgenomen patiënten, op basis van langerdurend contact. De terminologie is niet erg consistent en we kunnen niet van DSM-III- of ICD-9-diagnosen spreken. Reduceren we de klinische diagnosen tot de drie categorieën (neurose, borderline en psychose), dan kunnen we constateren dat in 23 van de 35 gevallen overeenstemming bestaat (66% ). In 9 van de 12 resterende gevallen leidt de structurele diagnose tot borderline-stoornis, terwijl de klinische diagnose hier op een complex (neurotisch) beeld en/of op een persoonlijkheidsstoornis lijkt te wijzen. Discussie Met het oog op de eerste vraagstelling kunnen we constateren dat in twee gevallen de consensus Y-diagnose onduidelijk was. In de andere 35 gevallen bleek het mogelijk te zijn een structurele diagnose te stellen. Onze ervaring was dat deze patiënten heel goed te plaatsen waren in de drie klassen: neurose, borderline en psychose. In een van de twee onduidelijke gevallen ontbrak ook de klinische diagnose. In 25 van de 37 gevallen bleek overeenstemming te bestaan tussen de klinische diagnosen en de consensus Y-diagnose. In 9 van de 12 gevallen waarin geen overeenstemming werd bereikt, blijkt deze laatste diagnose die van borderline-stoornis te zijn. Dit suggereert dat er plaats is voor de borderline-stoornis als zelfstandige categorie. In dit onderzoek valt op dat de klinische diagnose, die rivaliseert met de diagnose borderline op basis van het structurele interview, vaak een tamelijk complexe beschrijving vergt en ook een aanwijzing bevat of lijkt te bevatten voor een persoonlijkheidsstoomis. 670
10 J.J.L. Derksen e.a. Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview Betreffende de incidentie: 35% van de populatie ambulante en klinische psychiatrische patiënten was volgens onze criteria borderline. Gunderson en Kolb (1978) en Kroll (e.a. 1981) meldden met behulp van de DIB 30%. Aangezien zij alleen opgenomen patiënten onderzochten lopen deze percentages niet ver uiteen. Derksen (1987) onderzocht in Nederland 83 patiënten (van wie 63 opgenomen) met de door hem vertaalde DIB en komt op een percentage van 28 borderline-patiënten. Voor wat betreft de tweede vraagstelling (de tussenbeoordelaarsovereenstemming) kunnen we over een redelijk positief resultaat spreken. De sterkte van de overeenstemming tussen de beoordelaren varieert van 'moderate' tot `substantial'. Ter vergelijking kan hier Rooijmans (1987) worden geciteerd die de volgende herberekeningen voor de meest geciteerde betrouwbaarheidsstudies vermeldt: voor organische beelden lagen de Kappa-waarden tussen de.44 en.77, voor functionele psychosen rond de.55 en voor neurosen en persoonlijkheidsstoornissen tussen de.32 en.53. Opvallend is dat de beoordeling van de observator het minst overeenstemt met die van de anderen. De interviewer oefent een zeer complexe taak uit en beoordeelt tegelijkertijd toch meer in overeenstemming met consensus en video. Zoals te verwachten zijn consensus X en video het meest in overeenstemming de eerste profiteert van het overleg (twee zien en weten meer dan één) en degene die beoordeelde op basis van de video weet zich in een comfortabele positie waarin in alle rust nog een fragment kan worden teruggespoeld. Consensus Y kunnen we, zoals meer gebeurt in de onderzoeksliteratuur op dit vlak, beschouwen als een 'Golden Standard', naar verwachting is dit de meest juiste beoordeling. Hiervoor geven we alleen de gewogen Kappa's van consensus Y met de rest: interviewer Kw=.71 ; observator Kw =.67 ; consensus X Kw=.81 ; video Kw.90. Het overleg tussen interviewer en observator blijkt te resulteren in een hoge overeenstemming met de golden standard. De divergentie tijdens de tweede helft van de reeks interviews blijkt minder sterk te zijn dan bij de eerste helft. Beperken we ons tot de Kappa-waarden van interviewer en observator met consensus Y, dan blijken deze voor de eerste reeks interviews ( = eerste 19 patiënten) respectievelijk.53 en.53 te zijn, voor de tweede reeks patiënten.77 en.71. Het trainingseffect is dus aanzienlijk. De gevallen waarin overeensteming ontbrak (tussen consensus X en de video) kunnen nader worden geanalyseerd. Er zijn acht patiënten (nrs. 2, 4, 6, 10, 15, 26, 33, 34) waarin een uiteindelijke consensus moest worden gemaakt. Doordat de beoordelingen op basis van een en hetzelfde interview plaatsvonden zijn inconsistenties die de patiënt betreffen (zoals bij een andere interviewer ander materiaal presenteren of veranderen over tijd genomen) uitgesloten. Wel valt op dat de discrepantie in 6 van 8 gevallen een vrouw betreft en 5 van de 8 zijn patiënten van de polikliniek De inconsistentie kan dan nog gelokali- 671
11 1 ijcischritt voor Psychiatrie 31, 1989/10 seerd worden bij de diagnostici (het anders wegen van symptomen en verschillend interpreteren van dezelfde pathologie) of bij het theoretisch kader van de structurele diagnostiek (b.v. te fijne onderscheidingen, niet heldere criteria). Op basis van de criteria alleen zouden we verwachten dat het onderscheid tussen psychose en borderline meer problemen zou moeten geven aangezien hier alleen de realiteitstoetsing differentieert. De neuroticus verschilt in twee opzichten van de borderline-patiënt: ontwikkelde in plaats van primitieve afweermechanismen en een geïntegreerde in plaats van een diffuse identiteit. Bij deze acht gevallen blijkt dat er slechts bij twee de diagnose psychose een rol speelt en het dus vooral moeilijk is de neurotische van de borderline-persoonlijkheid te onderscheiden. In deze gevallen komt ook naar verhouding vaak de categorie 'onduidelijk' voor. Hier speelt mogelijk zowel onervarenheid van de beoordelaars een rol als de noodzaak van meer verfijnde theoretische onderscheidingen tussen de borderline- en de neurotische organisatie. Er bestaan moeilijk te diagnostiseren grensgevallen die zowel primitieve als ontwikkelde afweermechanismen hanteren en waarvan het lastig is de identiteitsintegratie te beoordelen. Dat dit laatste inderdaad het geval is wordt ondersteund door onderzoek met betrekking tot Gundersons DIB waarbij ook het onderscheid tussen borderline en neurotische persoonlijkheidsstoornissen het moeilijkst blijkt te zijn. De hogere Kappa-waarden in de tweede reeks interviews zijn mogelijk voor een deel toe te schrijven aan het groter aantal psychotische en borderline-patiënten in deze reeks, in vergelijking met het hogere percentage neurotici in de eerste reeks interviews. We constateren de noodzaak van meer en/of betere criteria voor het maken van dit onderscheid. In de praktijk blijkt dat de psychose zich doorgaans gemakkelijker laat differentiëren gezien de symptomatologie. Moeilijk vonden we dit bij patiënten die in het verleden psychotisch waren geweest, maar op het moment van onderzoek klinisch niet psychotisch waren. We hebben ons in die gevallen strikt gehouden aan de richtlijnen en de actuele persoonlijkheidsstructuur gediagnostiseerd. In deze gevallen lopen de klinische en de structurele diagnosen vaker uiteen. Tegen de opzet van dit onderzoek kan worden ingebracht dat de observator en de beoordelaar op basis van de video, in hun observaties werden beïnvloed door de vragen die de interviewer stelde en op die manier gingen vermoeden in welke richting de interviewer dacht. Een vervolgonderzoek zou erin kunnen bestaan dat meerdere interviewers onafhankelijk van elkaar de patiënt onderzoeken en de diagnose stellen. Het structurele interview stelt eisen aan verbale capaciteiten en intelligentie van de onderzochten, waarmee tevens de grenzen van dit diagnosticum zijn aangegeven. De door ons onderzochte populatie omvatte ook patiënten die verbaal zwak begaafd zijn, evenals patiënten afkomstig uit het buitenland die de Nederlandse taal niet goed beheersten. 672
12 J.J.L. Derksen e.a. Tussenbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het structurele interview Een meer uitgebreide en goed opgezette training in het structurele interview zal de betrouwbaarheid naar alle waarschijnlijkheid doen verhogen, waardoor deze interviewmethode een plaats binnen de psychodiagnostiek in Nederland zou verdienen. Literatuur Bauer, S., H. Hunt, M. Gould, E. Goldstein (1980), Personality organization, structural diagnosis and the structural interview. Psychiatry, 43, Beck, A., C. Ward, M. Mendelson, J. Mock, J. Erbaugh (1962), Reliability of psychiatrie diagnoses: 2. A study of consistency of clinical judgements and ratings. American Journal of Psychiatry, 119, Carr, A., E. Goldstein, E. Hunt, 0. Kernberg (1979), Psychological tests and borderline patients. Journal of Personality Assessment, 43, Cohen, J. (1980), A coefficient of agreement for nominal scales. Education and Psychological Measurement, 1, Derksen, J. (1986), Structurele diagnostiek van psychische stoornissen ; neurose, borderline, psychose. Baarn: Nelissen. Derksen, J. (1987), Handleiding bij het Diagnostisch Interview voor Borderline Patiënten. Lisse: Swets Test Service. Derksen, J., J. Hummelen, J. Bouwens (1988), Over structurele diagnostiek en het structurele interview. Tijdschrift voor Psychiatrie, 7, Gunderson, J., J. Kolb (1978), Discriminating features of borderline patients. American Journal of Psychiatry, 135, Kendell, R. (1975), The role of diagnosis in psychiatry. Oxford: Blackwell Scientific Publications. Kernberg, 0. (1975), Borderline conditions and pathological narcissism. New York: Jason Aronson. Kernberg, 0. (1977), The structural diagnosis of borderline personality organization. In: P. Hartscollis (red.), Borderline Personality Disorders: The Concept, the Syndrome, the Patient. New York: International Universities Press. Kernberg, 0. (1980), The Development of Intrapsychic Structures in the Light of Borderline Personality Organization. In: S. Greenspan, G. Pollock, The Course of Life: Psychoanalytic Contributions Toward Understanding Personality Development, Vol. III, Kernberg, 0. (1981), Structural Interviewing. Psychiatric Clinics of North America, Vol. 4, 1, Kemberg, 0. (1984), Severe Personality Disorders: Psychotherapeutic strategies. New Haven: Yale University Press. Kernberg, 0., E. Burstein, L. Coyne, A. Appelbaum, L. Horwitz, H. Voth (1972), Psychotherapy and psychoanalysis: Final report of the Menninger Foundation's Psychotherapy Research Project. Bulletin of the Menninger Clinic, 36, Kernberg, 0., E. Goldstein, A. Carr, E. Hunt, S. Bauer, R. Blumenthal (1981), Diagnosing borderline personality: A pilot study using multiple diagnostic methods. Journal of Nervous and Men tal Disease, 169, Knight, R. (1953), Borderline states. Bulletin of the Menninger Clinic, 17, Kolb, J., J. Gunderson (1980), Diagnosing borderlines with a semistructured interview. Archives of General Psychiatry, 137,
13 Tijdschrift voor Psych atr e 31, 1989/10 Kreitman, N., P. Sainsbury, J. Morrissey, J. Towers, J. Scrivener (1961), The reliability of psychiatric assessment: an analysis. Tournai of Men tal Science, 107, Kroll, J., L. Sines, K. Martin, S. Lari, R. Pyle, J. Zander (1981), Borderline personality disorder: Construct validity of the concept. Archives of General Psychiatry, 38, Nelson, H., G. Tennen, A. Tasman, M. Borton, M. Kubeck, M. Stone (1985,) Comparison of three systems for diagnosing borderline personality disorder. American Tournai of Psychiatry, 142, Popping, R. (1983), Overeenstemmingsmaten voor nominale data. Meppel: Krip s Repro. Rohde-Dachser, C. (1983), Het borderline-syndroom. Deventer: Van Loghum Slaterus. Rooijmans, H. (1987), Psychiatrische diagnostiek anno 1986 ; over DSM-III en andere ontwikkelingen. Nederlands Tijdschrift voor geneeskunde, 30, Stem, A. (1938), Psychoanalytic investigation of and therapy in the borderline group of neuroses. Psychoanalytic Quarterly, 7, Schrijvers zijn respectievelijk klinisch psycholoog, werkzaam op de vakgroep Klinische Psychologie en Persoonlijkheidsleer van de Universiteit van Nijmegen, en in de eerstelijns gezondheidszorg. Werkadres: Vakgroep Klinische Psychologie, Montessorilaan 3, Nijmegen; psychiater, werkzaam op `De Venne', afdeling voor klinische psychotherapie van het Psychiatrisch Centrum De Wellen te Apeldoorn ; destijds verbonden aan de afdeling psychiatrie van het St. Radboudziekenhuis te Nijmegen, en klinisch psycholoog, werkzaam op de afdeling psychiatrie en polikliniek psychiatrie van het St. Radboudziekenhuis, Geert Grooteplein Zuid 10 te Nijmegen. Met dank aan dr. H.J. Duivenvoorden voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Het artikel werd geaccepteerd voor publikatie op 18-7-'
Descriptieve en structurele psychodiagnostiek
Descriptieve en structurele psychodiagnostiek Prof. Dr. Jan Derksen, UHD psychodiagnostiek Universiteit van Nijmegen, Professor psychotherapie Vrije Universiteit Brussel Descriptieve en structurele diagnostiek
Structurele diagnostiek en het structurele interview
Structurele diagnostiek en het structurele interview door j. J. L. Derksen, J.W. Hummelen en J.M.P. Bouwens Samenvatting In dit artikel wordt de binnen de recente psychoanalytische traditie ontwikkelde
De Selfreportmethode in de Psychiatrie
De Selfreportmethode in de Psychiatrie Dhr..J.M.Klaver Spatie Apeldoorn Overzicht colleges 1 Algemeen - methodes - definities - Scl-90, UCL, VM 2 Stressmanagement - Kernberg - Indicatie behandeling/beleid
De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis
De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis Een empirische studie Treatment outcome in personality disordered forensic patients An empirical study ( with a summary
Diagnose en classificatie in de psychiatrie
Diagnose en classificatie in de psychiatrie Klinische Validiteit Research Betrouwbaarheid Prof dr Bert van Hemert psychiater en epidemioloog Afdelingshoofd psychiatrie DBC Kosten-baten 2 Diagnosen in de
Nederlandse samenvatting. 1. Wat zijn trauma-gerelateerde stoornissen, dissociatieve stoornissen en
Nederlandse samenvatting 1. Wat zijn trauma-gerelateerde stoornissen, dissociatieve stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen? Van de trauma- en stressorgerelateerde (kortweg trauma-gerelateerde) stoornissen
Bijlagen J. Wiersma et al., Neem de regie over je depressie, DOI / , 2015 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media
Bijlagen J. Wiersma et al., Neem de regie over je depressie, DOI 10.1007/978-90-368-1003-6, 2015 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 50 neem de regie over je depressie Bijlage 1 Beloopstabel
De bruikbaarheid van de diagnose borderline
De bruikbaarheid van de diagnose borderline door]. W. Hummelen Samenvatting Dit artikel beschrijft hoe de betekenis van de diagnose borderline afhangt van het gehanteerde concept (DSM-III, Gunderson en
Nederlandse Samenvatting
Nederlandse Samenvatting 99 Nederlandse Samenvatting Depressie is een veel voorkomend en ernstige psychiatrisch ziektebeeld. Depressie komt zowel bij ouderen als bij jong volwassenen voor. Ouderen en jongere
Onverklaard maakt onbemind. 8 februari 2011 Utrecht
Psychiatrisch Consultatieve Dienst SLAZ/VUmc Onverklaard maakt onbemind Prof.dr.Adriaan Honig 8 februari 2011 Utrecht Onverklaard maakt onbemind AGENDA Wat verstaan we onder somatisch onvoldoende verklaarde
Het Mini Internationaal Neuropsychiatrisch Interview (mini)
korte bijdrage Het Mini Internationaal Neuropsychiatrisch Interview (mini) Een kort gestructureerd diagnostisch psychiatrisch interview voor dsm-iv- en icd-10-stoornissen i.m. van vliet, e. de beurs samenvatting
General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis
General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis SAMENVATTING General Personality Disorder H. Berghuis Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift.
Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten.
Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten. Differences in Personality Traits and Personality Structure between Groups of Eating Disorder
P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ
P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur
Korte bijdrage Life events bij patiënten in de acute dienst van achttien RIAGG s
Korte bijdrage Life events bij patiënten in de acute dienst van achttien RIAGG s door B. van der Goot, R.A. van der Pol en V.M. Vladár Rivero Samenvatting In mei 1990 vond een onderzoek plaats naar de
Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen
Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten Prof. Dr. Bas van Alphen Inhoud Temporele stabiliteit Leeftijdsneutraliteit DSM-5 Behandelperspectief Klinische implicaties Casuïstiek Uitgangspunten!
hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de
Passen psychotische verschijnselen binnen het kader van een borderline persoonlijkheidsstoornis?
gaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen (apa 1994). Dit is het laatste van negen criteria, waarvan er ten minste vijf van toepassing dienen te zijn alvorens
6 Forensische aspecten Aandachtspunten 134 Noten 134
Inhoud Voorwoord Hoofdstuk 1 Psychiatrische stoornis en diagnostiek 13 1 Inleiding 13 2 Psychiatrische ziekte 13 3 De psychische functies 16 4 Doelen en onderdelen psychiatrische diagnostiek 17 5 Diagnose
SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104
Samenvatting 103 De bipolaire stoornis, ook wel manisch depressieve stoornis genoemd, is gekenmerkt door extreme stemmingswisselingen, waarbij recidiverende episoden van depressie, manie en hypomanie,
Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen
Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic
Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten
Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep
Overzicht Klinische lessen. Dominique Selviyan
Overzicht Klinische lessen Dominique Selviyan Voorwoord Geachte lezer, Dit is het overzicht van de studiestof voor Klinische Lessen. Het betreft een overzicht van de literatuur gegeven bij de hoorcolleges.
Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie
MAJOR DEPRESSION INVENTORY (MDI) Bech, P., Rasmussen, N.A., Olsen, R., Noerholm, V., & Abildgaard, W. (2001). The sensitivity and specificity of the Major Depression Inventory, using the Present State
Samenvatting. Samenvatting
Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende
Nederlandse samenvatting
Addendum A 173 Nederlandse samenvatting Het doel van het onderzoek beschreven in dit proefschrift was om de rol van twee belangrijke risicofactoren voor psychotische stoornissen te onderzoeken in de Ultra
Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients
Cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting Genderdysforie in kinderen: Oorzaken en Gevolgen Chapter ELEVEN De studies, beschreven in dit proefschrift, richten zich op vier thema s. De eerste hoofdstukken beschrijven twee
INTER-PSY Vechtdal Kliniek
Polikliniek en deeltijdbehandeling INTER-PSY Vechtdal Kliniek Polikliniek en deeltijdbehandeling Informatie voor patiënten, familie en naastbetrokkenen INTER-PSY Vechtdal Kliniek Algemene informatie INTER-PSY
SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender
SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in
Angst en depressie in de huisartspraktijk: signaleren van risicogroepen. Peter F M Verhaak NIVEL
Angst en depressie in de huisartspraktijk: signaleren van risicogroepen Peter F M Verhaak NIVEL 12-maands prevalentie stemmings-, angst- en middelenstoornis 250 200 N/1000 patiënten 150 100 50 Depressie
OORDEEL. Oordeel: zorgvuldig
Oordeel: zorgvuldig Samenvatting: Patiënt was al jaren bekend met uitgebreide psychiatrische problematiek en een chronische pijnstoornis. Arts, zelf psychiater, raadpleegde twee consulenten, waaronder
Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary)
Chapter 9 Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Samenvatting Samenvatting Depressie en angst klachten bij Nederlandse patiënten met een chronische nierziekte Het onderwerp van dit proefschrift is depressieve
Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg
Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit
Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS
Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS ADOS-training Karakter organiseert een training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS. Wat is ADOS? Het Autisme Diagnostisch
Nederlandse samenvatting
Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:
INTER-PSY Vechtdal Kliniek
Informatie voor verwijzers INTER-PSY Vechtdal Kliniek Polikliniek, deeltijdbehandeling en kliniek /opname Informatie voor verwijzers INTER-PSY Vechtdal Kliniek Algemene informatie INTER-PSY Vechtdal Kliniek
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals
FocusBetrouwbaarheid van een semi-gestructureerd interview voor de Hamilton-depressieschaal
FocusBetrouwbaarheid van een semi-gestructureerd interview voor de Hamilton-depressieschaal door R.W. Kupka, F. de Jonghe, M. Koeter en H.D.B. Vermeulen Gepubliceerd in 1996, no. 10 Samenvatting Wij onderzochten
Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod
Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd
Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten: De richtlijn
Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten: De richtlijn Ingrid Arnold LUMC Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde Huisarts te Leiderdorp Dokter, ik ben zo moe. Vermoeidheid Hoofdpijn Buikklachten
Diagnostiek LVB & Psychiatrie Een vak apart?!
Diagnostiek LVB & Psychiatrie Een vak apart?! Symposium 17 mei 2018 LKC volwassenen&psychiatrie Jeanet nieuwenhuis, ( beleids) psychiater en junior onderzoeker VGGNet Inhoud lezing Verwachtingen en leerdoelen
door E.A.M. Knoppert-van der Klein en T.S.O.M. Hiddema Samenvatting
Angst- en stemmingsstoornissen bekeken met behulp van de SCL-90, een zelfbeoordelingsklachtenlijst, in het licht van de revisie van de DSM-III-classificatie door E.A.M. Knoppert-van der Klein en T.S.O.M.
Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016
Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016 Inhoud Theoretische achtergrond Ontwikkeling SIPP Domeinen en facetten
Samenvatting (summary in Dutch)
Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,
De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.
RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede
Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie
DIAGNOSTIC INVENTORY FOR DEPRESSION (DID) Zimmerman, M., Sheeran, T., & Young, D. (2004). The Diagnostic Inventory for Depression: A self-report scale to diagnose DSM-IV Major Depressive Disorder. Journal
Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners
Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners van Somatische en Psychogeriatrische Afdelingen Validation of the Depression List (DL) and the Geriatric
Register. concentratie- en geheugenproblemen
Register aanbevelingen 43 acceptatie van de diagnose 106 afgenomen draagkracht 117 alcohol- of druggebruik 24 alternatieve medicatie 99 andere psychiatrische klachten 23 angststoornis 35, 54 anticonceptie
Hoofd crisisdienst Parnassia BG Den Haag. www.geslotenpsychiatrie.nl
Dr. Remco de Winter, psychiater Hoofd crisisdienst Parnassia BG Den Haag www.geslotenpsychiatrie.nl Afscheid Mr. R.G. Kok bijdrage Remco de Winter Conclusies rondom de In bewaringstelling I Aanvraag inbewaringstelling
Samenvatting 21580_rietdijk F.indd :09
Samenvatting 21580_rietdijk F.indd 161 10-02-12 15:09 People at ultra high risk for psychosis Schizofrenie en aanverwante psychotische stoornissen hebben grote negatieve gevolgen voor het sociaal en psychisch
Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid
Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid presentatie ESPRi Symposium 26-11-2015 Michiel Boog, klinisch psycholoog, psychotherapeut Titel:
Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.
Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met
Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief
N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan
Samenvatting. The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010
Samenvatting The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010 Als werknemers door ziekte hun werk niet meer kunnen doen betaalt de werkgever
Schizofrene patiënten en haardracht
Schizofrene patiënten en haardracht door J. à Campo en H. Merckelbach Gepubliceerd in 1996, no. 9 Samenvatting Onderzocht werd of ingrijpende veranderingen in haardracht geassocieerd zijn met een schizofreen
DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014
DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 Inhoud DSM IV -> DSM 5 DSM IV: Schizofrenie als kernsyndroom Even stilstaan bij SCHIZOFRENIE Kritiek op DSM IV Overzicht DSM 5 Schizofrenie (1) Epidemiologie:
Welke vragenlijst voor mijn onderzoek?
Welke vragenlijst voor mijn onderzoek? NHG wetenschapsdag 2010 Caroline Terwee Kenniscentrum Meetinstrumenten VUmc Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU medisch centrum Inhoud 1. Presentatie 2. Kritisch
Second opinion en indicatiestelling met behulp van de groep
Second opinion en indicatiestelling met behulp van de groep Silvia Pol, Renate Hulshof en Jaap Voorhoeve Het stellen van de diagnose of het als zodanig classificeren zegt nog niets over welke behandeling
Beeldvormend onderzoek voor de psychiater?
Beeldvormend onderzoek voor de psychiater? Gebruik van de (mini)scan ter ondersteuning van classificatie en diagnostiek. Eric Noorthoorn 2-9-2015 Inhoud 1. Doel vragenlijsten in de zorg 2. Typen vragenlijsten
Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4
Samenvatting SAMENVATTING 189 Depressie is een veelvoorkomende psychische stoornis die een hoge ziektelast veroorzaakt voor zowel de samenleving als het individu. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
Postpartum psychiatrie op de moeder-baby unit
Oprichtingssymposium LKPZ 9 september 2010, Corpus, Oegstgeest Postpartum psychiatrie op de moeder-baby unit Kathelijne Koorengevel, psychiater Monica Ouwens, dans- en bewegingstherapeut Afdeling Psychiatrie
Mental Alternation Test (MAT)
Mental Alternation Test (MAT) Jones, B. N., Teng, E. L., Folstein, M. F., and Harrison, K. S. (1993). "A New Bedside Test of Cognition for Patients With HIV Infection." Meetinstrument Mental Alternation
Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het
Samenvatting Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het individu als op populatieniveau. Effectieve
SCID-5-P. Gestructureerd klinisch interview voor DSM-5 Persoonlijkheidsstoornissen
SCID-5-P Gestructureerd klinisch interview voor DSM-5 Persoonlijkheidsstoornissen Michael B. First, Janet B.W. Williams, Lorna Smith Benjamin, Robert L. Spitzer Nederlandse vertaling Arnoud Arntz, Jan
Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen
SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt
Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol
Angststoornissen Verzekeringsgeneeskundig protocol Epidemiologie I De jaarprevalentie voor psychische stoornissen onder de beroepsbevolking in Nederland wordt geschat op: 1. 5-10% 2. 10-15% 15% 3. 15-20%
De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart
DSM-5 whitepaper De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart Prof. dr. Gina Rossi, Vakgroep Klinische en LEvensloopPsychologie (KLEP) aan de Vrije Universiteit Brussel De Personality
SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)
Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting In hoofdstuk 1 wordt de algemene introductie van dit proefschrift beschreven. De nadruk in dit proefschrift lag op patiënten met hoofd-halskanker (HHK) en
Les cinq mots (5W) Meetinstrument Les cinq mots Afkorting. Beoordeling van de cognitieve functies
Les cinq mots (5W) Dubois, B., Touchon, J., Portet, F., Ousset, P. J., Vellas, B., and Michel, B. 9-11- (2002) "["The 5 Words": a Simple and Sensitive Test for the Diagnosis of Alzheimer's Disease]." Meetinstrument
gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies.
Geachte, Pearson start een onderzoek naar Innerview. Innerview is een beslissingsondersteunend instrument (BOI) voor doorverwijzing in de geestelijke gezondheidszorg en is uniek in zijn soort als het gaat
CHAPTER 7. Samenvatting
CHAPTER 7 Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) De interacties die depressieve patiënten hebben met anderen, in het algemeen, en de interacties van depressieve patiënten met hun partner, in het
Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/43602 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Fenema, E.M. van Title: Treatment quality in times of ROM Issue Date: 2016-09-15
Diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen Een onderzoek naar de overeenstemming tussen vragenlijsten en de klinische As-ii-diagnose
korte bijdrage Diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen Een onderzoek naar de overeenstemming tussen vragenlijsten en de klinische As-ii-diagnose s.j.t. jansen, i.j. duijsens samenvatting In dit onderzoek
In- en uitstroom van patiënten op een gesloten acute opnameafdeling: Overzicht van een jaar
In- en uitstroom van patiënten op een gesloten acute opnameafdeling: Overzicht van een jaar E.M.A. Bohnen, M.C. Hazewinkel, E. Hoencamp & R.F.P. de Winter Voorjaarscongres Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?
De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve
Zwakbegaafdheid in de GGZ. Een explorerend onderzoek 1. Jannelien Wieland a,b & Frans Zitman c
Zwakbegaafdheid in de GGZ. Een explorerend onderzoek 1 Jannelien Wieland a,b & Frans Zitman c a Poli +, psychiatrie + verstandelijke beperking, Ir. Driessenstraat 94-G, 2312 KZ, Leiden b Cordaan, Postbus
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module
Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG
Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG 1 Autisme spectrum stoornissen Waarom dit onderwerp? Diagnostiek
Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie
Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie
Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst
Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst B. Penterman psychiater GGZ Oost Brabant Instrumenten The Historical, Clinical, and Riskindicators (HCR- 20) Historische, Klinische en
Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ
Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ Informatie voor huisartsen Organisatie voor geestelijke gezondheidszorg GGZ Rivierduinen biedt vele vormen van geestelijke gezondheidszorg voor alle leeftijden;
De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het Mini-Internationaal Neuropsychiatrisch
onderzoeksartikel De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het Mini-Internationaal Neuropsychiatrisch Interview-Plus (MINI-Plus) ACHTERGROND Het Mini-Internationaal Neuropsychiatrisch Interview-Plus (mini-plus)
Somatische zorg voor mensen met een psychotische aandoening
Somatische zorg voor mensen met een psychotische aandoening zorggebruik, resultaten 1 dr. Wilma Swildens a, dr. Fabian Termorshuizen b,c, drs. Alex de Ridder M.D. a, dr. Hugo Smeets, M.D. b,d,, prof dr.
Samenvatting, conclusies en discussie
Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit
InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module
Disclosure belangen Dyllis van Dijk
Disclosure belangen Dyllis van Dijk (Potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Geen Geen Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium of andere (financiële)
Samenvatting. Psychische gezondheid en urbanisatie
Samenvatting Psychische gezondheid en urbanisatie Een onderzoek naar verschillen tussen stad en platteland en naar verschillen binnen de stad in het voorkomen van psychiatrische stoornissen Inleiding In
Symposium Onderzoeksresultaten
Symposium Onderzoeksresultaten 2016-2017 Frailty - Onderzoek naar kwetsbaarheid van ouderen in de GGZ zorg. Voorlopige resultaten dr. Hans Barf docent HBO Verpleegkunde, onderzoeker lectoraat Zorg & Innovatie
Inleiding Klinimetrie Documenten 01 Inleiding Klinimetrie Nederlands Paraamedisch Instituut 2006 Pag. 2
Inleiding Klinimetrie 2006 1. Documenten 01 Inleiding Klinimetrie Nederlands Paraamedisch Instituut 2006 Pag. 2 Wanneer bij wie welk meetinstrument? Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Inleiding Klinimetrie 2006
Accepteren en betekenis geven aan stemmen. De Maastrichtse benadering
Accepteren en betekenis geven aan stemmen De Maastrichtse benadering praatkaffee psychose De Stem, 27-11-2018 Introductie Inhoud Uitgangspunten Een systematische aanpak, het Maastrichtse model Interview
