Sectoranalyse Horeca 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Sectoranalyse Horeca 2013"

Transcriptie

1 HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2013 Arbeidsmarkt en tewerkstelling

2 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw stelt zich echter niet aansprakelijk voor de juistheid van de aangeboden informatie. In geen geval is Guidea, het Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca aansprakelijk voor enige directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met de aangeboden informatie uit deze publicatie.

3 i Inleiding 1 Synthese 3 1 Trends in de economie 3 2 Werkzaamheid Werknemers Zelfstandigen Studentenjobs Arbeidsvoorwaarden 8 3 Werkzoekenden Niet werkende werkzoekenden In- en uitstroom van werkzoekenden 9 4 Vacatures en horecaopleidingen VDAB Vacatures VDAB Opleidingen VDAB 11 Trends in de economie 13 1 Bruto Binnenlands Product (BBP) 14 2 Werkloosheidsgraad in Vlaanderen 15 3 Consumptieprijzen 16 4 Ondernemingen in de horecasector 18 5 Faillissementen in de horecasector 20 6 Oprichtingen in de horecasector 23 7 Tijdelijke werkloosheid in de horecasector 25 8 Uitgaven per huishouden 27 Werkzaamheid 29 1 Aantal werknemers in de horecasector Overzicht Aantal werknemers in alle sectoren in België Aantal werknemers in de horecasector Werknemers per subsector Werknemers per dimensiegrootte van de onderneming Werknemers per dimensiegrootte van de onderneming en per subsector _ 40

4 ii 1.7 Werknemers per statuut Werknemers per statuut en per subsector Werknemers per geslacht Werknemers per geslacht en per subsector Werknemers per regime Werknemers per regime en per subsector Werknemers per leeftijdscategorie Werknemers per leeftijdscategorie en per subsector 52 2 Aantal zelfstandigen in de horecasector Overzicht Aantal zelfstandigen in alle sectoren in België Aantal zelfstandigen in de horecasector Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per geslacht Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per leeftijdscategorie Aantal startende en stoppende zelfstandigen in de horecasector in de gewesten 72 3 Tewerkstelling van studenten met een studentencontract 74 4 Arbeidsvoorwaarden Werknemers Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per subsector Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per geslacht Gemiddeld bruto-uurloon in de horecasector per geslacht Arbeidsduur op weekbasis Werken op onregelmatige uren Tijdelijke arbeid Zelfstandigen Gemiddeld inkomen in de horecasector per gewest en geslacht Gemiddeld inkomen in de horecasector per gewest en aard van bezigheid 83

5 iii Arbeidsduur op weekbasis Werken op onregelmatige uren 85 Werkzoekenden 87 1 Niet werkende werkzoekenden 87 2 In- en uitstroom van werkzoekenden 90 Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken 93 1 Vacatures VDAB Ontvangen vacatures Ontvangen vacatures per subsector Belangrijkste beroepen en vacatures 97 2 Opleidingen Aantal beëindigde opleidingen bij de VDAB Individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) Stelsel van Leren en Werken 105 Toelichting van de bronnen Nace-bel code Faillissementen Ondernemingen, oprichtingen Loontrekkende werknemers Zelfstandigen Enquête naar de arbeidskrachten (EAK) Werkzoekenden Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken 112 Bijlage: Evolutiereeksen werknemers 113 Bijlage: Evolutiereeksen zelfstandigen 125

6 iv

7 1 Inleiding In dit rapport maken we een analyse van de horeca-arbeidsmarkt in Vlaanderen (en België) op basis van gegevens beschikbaar bij diverse officiële bronnen. In verschillende hoofdstukken besteden we aandacht aan enkele onderwerpen. We leggen ze hieronder kort uit. 1. Trends in de economie In het eerste hoofdstuk gaan we dieper in op de economische situatie in Vlaanderen. Zo bespreken we het Bruto Binnenlands Product en de werkloosheidsgraad alsook enkele belangrijke indicatoren met betrekking tot de horecasector. Achtereenvolgens zijn dit de consumptieprijzen, het aantal ondernemingen, faillissementen en oprichtingen, het aantal dagen economische werkloosheid en de gemiddelde uitgaven per huishouden die besteed worden aan de horeca. 2. Werkzaamheid Om het aantal werkenden in de sector in beeld te brengen, geven we in hoofdstuk 2 een overzicht van het aantal werknemers, het aantal zelfstandigen en het aantal studentenjobs in de horecasector voor het jaar Daarnaast geven we een beeld van de arbeidsvoorwaarden. We bespreken de lonen en de arbeidsduur en afwijkende werktijden. 3. Werkzoekenden In het korte deel rond werkzoekenden kijken we enerzijds naar de niet-werkende werkzoekenden met aspiraties in de horecasector. Anderzijds bekijken we ook de in- en uitstroom van werkzoekenden in de horecasector gedurende de verschillende kwartalen. 4. Vacatures, horecaopleidingen en Leren en Werken In hoofdstuk 4 kijken we naar de vacatures, horecaopleidingen en het stelsel van Leren en Werken. In het eerste gedeelte wordt een beeld gevormd van de toestand en de evolutie van het aantal ontvangen vacatures in de horecasector voor het jaar In het tweede gedeelte geven we vervolgens het aantal beëindigde horeca(web-)opleidingen van de VDAB weer. In dat deel komen ook de individuele beroepsopleidingen in de onderneming (IBO) in de horeca aan bod. Als laatste bekijken we het stelsel van Leren en Werken in de horeca. Na de vier hoofdstukken geven we achteraan in dit rapport nog toelichting bij de gebruikte bronnen in dit rapport. Net als vorig jaar bieden we in de bijlagen tabellen met lange termijn evoluties aan. Voor werknemers wordt er een reeks weergegeven van 2001 tot 2012, voor zelfstandigen van 2003 tot Vooraleer van start te gaan met de trends in de economie vatten we de belangrijkste bevindingen van dit rapport samen in een synthese.

8 2

9 3 Synthese 1 Trends in de economie Het bruto binnenlands product of BBP van een land is een veel gebruikte maatstaf voor de welvaartscreatie van een land of regio. De tabel hiernaast toont de jaargroeicijfers voor België over de verschillende kwartalen van We zien dat 2012 opnieuw een moeilijk jaar is. Hoewel er nog een groei is in kwartaal 1, noteren de daaropvolgende kwartalen negatieve groeicijfers. Het aandeel van de horeca in het BBP tenslotte bedraagt bij benadering 1,60% in 2011 (BBP in kettingeuro's, referentiejaar 2010) (Bron: Nationale Bank van België). Dit is een minieme daling ten opzichte van Een tweede economische indicator is de werkloosheidsgraad, de verhouding tussen het aantal niet-werkende werkzoekenden (nwwz) tussen 18 en 65 jaar en de beroepsbevolking tussen 18 en 65 jaar (Bron: VDAB). We zien dat de werkloosheidsgraad in 2012 terug omhoog gaat. Waar de gemiddelde werkloosheidsgraad in Vlaanderen in 2011 op 6,66% ligt, is deze in 2012 gestegen naar 6,92%. Het indexcijfer van de consumptieprijzen is een economische indicator, die tot hoofdtaak heeft op objectieve wijze de prijsevolutie in de tijd weer te geven van een korf van goederen en diensten. Er is een duidelijk verschil tussen de ho- en de reca. De hotels en andere accommodaties kennen een serieuze prijsstijging in de zomermaanden terwijl de eet- en drinkgelegenheden een zeer geleidelijke stijging kennen doorheen het jaar. Als we januari 2012 en januari 2013 met elkaar vergelijken, zien we een prijsstijging van 2,5% voor de horecasector in het algemeen. De evolutie van de horecaondernemingen is een andere economische indicator. Hiervoor bekijken we zowel het aantal actieve horecaondernemingen alsook de faillissementen en oprichtingen in de sector. Voor Vlaanderen zien we een negatieve evolutie. Zo daalt het aantal actieve ondernemingen, stijgt het aantal faillissementen en daalt het aantal oprichtingen. Voor België valt vooral de faillissementsstijging op tot voorbij de kaap van Meer detail over ondernemingen vindt u in het rapport Horecaondernemingen Tabel: aantal en jaargroei van de actieve ondernemingen, faillissementen en oprichtingen in de horecasector in de gewesten 2011/ Actieve ondernemingen Faillissementen Oprichtingen Vlaanderen ,5% ,3% ,1% Wallonië ,8% ,6% ,2% Brussel ,7% ,2% ,6% Totaal ,1% ,8% ±0,0% Bron: FOD Economie ADSEI Tabel: Economische jaargroei België 2012 Kwartaal 1 0,4 Kwartaal 2-0,3 Kwartaal 3-0,4 Kwartaal 4-0,4 Bron: Nationale Bank van België (Bewerking Departement WSE) Een laatste conjunctuurindicator en bijgevolg voorspeller van de toekomstige evolutie van de werkgelegenheid is de tijdelijke werkloosheid (bron: RVA). In 2012 daalt de economische werkloosheid in de horecasector in Vlaanderen voor het derde jaar op rij. Dit is in tegenstelling tot wat 1 In 2012 zijn er naast de horecaondernemingen nog 400 horecaondernemingen met hoofdzetel in het buitenland en 19 horecaondernemingen met hoofdzetel op een onbekende plaats. Hierdoor komt het totaal aantal horecaondernemingen actief in België op Hetzelfde principe geldt voor de oprichtingen.

10 4 men zou mogen verwachten, aangezien er in 2012 eerder een negatieve conjunctuur is. De negatieve conjunctuur zet bedrijven blijkbaar niet aan tot tijdelijke werkloosheid. We noteren voor 2012 ten opzichte van 2011 een daling van 10% in het aantal dagen economische werkloosheid in de horecasector. 2 Werkzaamheid 2.1 Werknemers In 2012 werken in België werknemers in de horecasector of 3,48% van alle werknemers over alle sectoren heen. Vlaanderen telt horecawerknemers in Dit is een gevoelige daling ten opzichte van het jaar voordien met 3,5% en het laagste peil sinds In Wallonië en Brussel daalt het aantal horecawerknemers minder, dit met respectievelijk 0,2% en 2,1%. Met 55% van alle horecawerknemers blijft Vlaanderen het grootste gewest. Grafiek: evolutie aantal werknemers in de horecasector in Vlaanderen en België -2001/ Vlaanderen België Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Bewerking door GUIDEA In 2012 daalt het aantal horecawerknemers in Vlaanderen in nagenoeg elke subsector, behalve bij de kampeerterreinen en de overige accommodatie. De restaurants blijven de grootste werkgever in de horecasector. In Vlaanderen werken bijna zes op tien horecawerknemers in een restaurant. Hoewel in 2012 in absolute aantallen het aantal restaurantwerknemers daalt, stijgt het aandeel nog tot ruim 58%. De hotels, catering en drinkgelegenheden volgen op ruime afstand met elk iets meer dan 10%. De overige logies zijn goed voor 4% van alle horecawerknemers. Vooral de drinkgelegenheden verliezen aandeel en vertegenwoordigen 13% van alle horecawerknemers in Vlaanderen. 45% van alle horecawerknemers in Vlaanderen werkt in een bedrijf met minder dan 10 werknemers. Op het gebied van dimensiegrootte zien we voor Vlaanderen in nagenoeg elke categorie een absolute daling van het aantal horecawerknemers ten opzichte van Er is enkel een absolute stijging van het aantal werknemers bij de bedrijven met minimum 50 werknemers in dienst. Er is een groot verschil in evolutie tussen de verschillende statuten. Het aantal arbeiders in de horecasector in België en Vlaanderen daalt in absolute cijfers met respectievelijk 3% en 4%. Het aantal bedienden daarentegen stijgt met 1% in België en 3% in Vlaanderen. Op die manier stijgt in

11 het percentage bedienden in Vlaanderen boven de 10%. Voor België was dit reeds het geval aangezien in Brussel zo n 20% van alle horecawerknemers een bediende is. Traditioneel stelt de horecasector meer vrouwen dan mannen te werk. Toch merken we al enkele jaren dat de verdeling evolueert naar een verdeling. In België werken in 2012 reeds iets meer mannen dan vrouwen. In Vlaanderen zien we het aandeel mannen in 2012 met 0,6 procentpunt omhoog gaan richting 48,3% van alle horecawerknemers. De verdeling is ook afhankelijk van de subsector. Zo werken er in 2012 in Vlaanderen meer mannen dan vrouwen in de subsectoren van de restaurants en kampeerterreinen. In Vlaanderen zien we voor 2012 een toename van het aantal voltijdse horecawerknemers met 1,3%. Dit wil zeggen dat de afname van het totaal aantal horecawerknemers volledig toe te schrijven is aan de werknemers die deeltijds of als specialen werken. We zien voor deze groepen een daling van respectievelijk 4% en 12%. Voor België zien we hetzelfde patroon, al liggen de percentages iets anders. In vergelijking met andere sectoren tenslotte stelt de horecasector een groot aandeel jongeren tewerk. In 2012 is in Vlaanderen 36% van de horecawerknemers jonger dan 30 jaar, terwijl dit over alle sectoren heen 21% is. Als gevolg van de vergrijzing van de bevolking neemt het aandeel 50-plussers daarentegen toe tot ruim 19%. Voor Vlaanderen bedroeg het percentage jongeren nog 41% in 2008, terwijl dit in 2012 reeds gedaald is naar 36%. Tabel: Overzicht loontrekkende werknemers in de horecasector n % Vlaanderen België Vlaanderen België Totaal aantal % 100% Gewesten Vlaanderen ,3% Wallonië ,1% Brussel ,6% Subsector Hotels ,9% 14,1% Vakantieverblijven ,6% 3,1% Kampeerterreinen ,5% 0,4% Overige accommodatie ,2% 0,6% Restaurants ,2% 56,3% Catering ,6% 13,8% Drinkgelegenheden ,1% 11,7% Dimensiegrootte 1 tot 4 werknemers ,0% 22,9% 5 tot 9 werknemers ,9% 20,2% 10 tot 19 werknemers ,7% 18,5% 20 tot 49 werknemers ,0% 15,5% 50 of meer werknemers ,4% 23,0% Arbeiders/bedienden Arbeiders ,9% 87,6% Bedienden ,1% 12,4% 2 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van De cijfers van de RSZ geven normaliter het aantal arbeidsplaatsen op basis van de hoofdzetel van de onderneming weer

12 6 Geslacht n % Vlaanderen België Vlaanderen België Man ,3% 50,1% Vrouw ,7% 49,9% Arbeidsregime Voltijds ,8% 37,5% Deeltijds ,2% 53,0% Specialen ,9% 9,5% Leeftijdscategorie % 100% <20 jaar ,6% 4,8% jaar ,5% 31,4% jaar ,6% 24,3% jaar ,8% 22,0% jaar ,1% 16,5% >64 jaar ,3% 1,0% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06/2012 Bewerking door GUIDEA 2.2 Zelfstandigen In 2012 telt België zelfstandigen in de horecasector. Dit komt neer op 4,1% van alle zelfstandigen over alle sectoren heen. Vlaanderen telt zelfstandige horeca-uitbaters, een stijging met een kleine 500 ten opzichte van 2011 en goed voor een aandeel van 4,2%. Sinds 2008 is het aantal zelfstandigen in de horecasector gevoelig toegenomen (+18% in Vlaanderen in de periode ). 64% van de zelfstandigen in de horecasector woont in Vlaanderen, 30% in Wallonië en slechts 5% in Brussel. De verdeling over de gewesten blijft reeds enkele jaren min of meer gelijk. In Vlaanderen blijft West-Vlaanderen de provincie met het grootst aantal zelfstandige horeca-uitbaters. Het is echter wel de enige provincie die er in absolute aantallen op achteruit gaat. Voor 77% van de zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen, is de horeca-activiteit hun hoofdbezigheid. Daarnaast oefent 18% een horecafunctie uit als bijkomende activiteit. 5% is actief na de pensioensleeftijd te hebben bereikt. Op lange termijn is er een evolutie naar aard van bezigheid. In 2003 was 86% nog zelfstandige in hoofdbezigheid, terwijl 11% dit was als bijkomende bezigheid. Het percentage actieven na pensioen(leeftijd) is in dezelfde periode lichtjes gestegen van 3% naar 5%. In 2012 is 56% van de zelfstandigen in Vlaanderen een man, terwijl 44% een vrouw is. Het verschil tussen beide geslachten is de laatste jaren iets groter geworden. Waar we bij de werknemers een grote groep jonge werknemers (<30 jaar) aantreffen, zien we bij de zelfstandigen net een omgekeerde leeftijdsverdeling. 36% van de Vlaamse zelfstandigen in de horecasector is ouder dan 50 jaar. 21% is jonger dan 35 jaar. Op lange termijn is er een evolutie zichtbaar naar meer ouderen als zelfstandige in de sector. In 2003 was slechts 28% van de zelfstandigen in de horecasector ouder dan 50 jaar terwijl 25% jonger was dan 30 jaar. 4 De deeltijdse prestaties betreffen de prestaties van de werknemer die gemiddeld slechts een gedeelte presteert van de arbeidstijd van de referentie persoon (voltijds werknemer). 5 De groep specialen bevat vooral loontrekkenden die werken via gelimiteerde prestaties (extra s in de horeca). 6 Werknemers per leeftijdscategorie: deze statistieken geven het aantal unieke werknemers naar leeftijdscategorieën weer volgens de hoofdverblijfplaats van de werknemer.

13 7 Het aantal starters en stoppers in de horecasector tenslotte stijgt beiden. Het aantal starters in Vlaanderen stijgt met 14% tot 3.255, terwijl het aantal stoppers met 1% stijgt tot Voor België is er een stijging van het aantal starters met 16%, terwijl het aantal stoppers stijgt met 5%. Vooral in Brussel zijn er grote stijgingen. Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector n % Vlaanderen België Vlaanderen België Totaal aantal % 100% Gewesten Vlaanderen ,2% Wallonië ,3% Brussel ,4% Vlaamse provincies West-Vlaanderen ,8% -- Oost-Vlaanderen ,4% -- Antwerpen ,9% -- Vlaams-Brabant ,4% -- Limburg ,6% -- Aard van bezigheid 8 Hoofdbezigheid ,2% 77,9% Bijkomende bezigheid ,9% 17,0% Actief na pensioen ,8% 5,1% Geslacht Man ,6% 56,6% Vrouw ,4% 43,4% Leeftijd <25 jaar ,5% 3,5% 25 tot 35 jaar ,1% 16,8% 35 tot 50 jaar ,8% 43,3% 50 tot 65 jaar ,3% 31,7% >65 jaar ,4% 4,8% Starters/stoppers Starters Stoppers Bron: RSVZ 7 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van Zelfstandige in bijberoep: Dit is het geval als men samen met de zelfstandige activiteit nog een andere beroepsbezigheid uitoefent voor een werkgever. Of, als men als zelfstandige ook een loonvervangend inkomen krijgt uit een andere, weggevallen beroepsactiviteit als werknemer of ambtenaar. Zelfstandige actief na pensioen(leeftijd): Hier moet de zelfstandige rekening houden met een aantal voorwaarden. Zo zijn de inkomsten uit de beroepsbezigheid begrensd.

14 8 2.3 Studentenjobs Tabel: Aantal studentenjobs in de horecasector per kwartaal in België jaar kwartaal Aantal Q ,0% 2012 Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek Q ,9% Q ,4% Q ,5% Wat opvalt is de grote stijging in alle kwartalen ten opzichte van De jaargroei is het grootst in kwartaal één, met name 42%. Er zijn eveneens grote verschillen tussen de vier kwartalen wat betreft het aantal studentenjobs in de horeca. Zo waren er tijdens kwartaal drie van 2012 dubbel zoveel studenten tewerkgesteld als tijdens kwartaal één. 2.4 Arbeidsvoorwaarden In de horecasector in België en Vlaanderen heerst er een kloof tussen de brutokwartaallonen van arbeiders en bedienden. In 2012 voor Vlaanderen bedroeg deze kloof op kwartaalbasis 44% in het voordeel van de bedienden ( ). In België en Vlaanderen is er eveneens een verschil tussen de brutokwartaallonen van mannen en vrouwen in de horecasector, dit in het voordeel van de mannen. Waar dit verschil voor Vlaanderen bij arbeiders slechts 4% is ( ), loopt dit tussen mannelijke en vrouwelijke bedienden op tot 18% ( ). De cijfers voor België liggen in dezelfde lijn. Als we kijken naar de zelfstandigen, zien we dat deze in 2012 in de horecasector in Vlaanderen gemiddeld euro op jaarbasis verdienden, iets meer dan het Belgisch gemiddelde in de horecasector. Er zijn wel duidelijke verschillen naar geslacht en aard van bezigheid. Zo verdienden mannen in Vlaanderen en België gemiddeld ruim euro meer dan hun vrouwelijke collega s. Bij de aard van bezigheid zien we in Vlaanderen dat de zelfstandigen als hoofdbezigheid ruim euro verdienden. De actieven na pensioen stranden op een kleine euro terwijl deze in nevenbezigheid net boven de euro uitkomen. De cijfers voor België liggen in dezelfde lijn. De gemiddelde werktijd bij voltijdse horecawerknemers in Vlaanderen ligt in 2012 net onder de kaap van 40 uren. Bij deeltijds loontrekkenden ligt de gemiddelde werktijd in 2012 op iets minder dan 19 uur. Er zijn duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. In Vlaanderen werkt 62% van de vrouwen minder dan 37 uren per week, terwijl dit percentage voor mannen op 38% ligt. Daarnaast werkt 11% van de mannen meer dan 40 uren, terwijl dit bij vrouwen 4% is. De resultaten voor België liggen in dezelfde lijn. De gemiddelde werktijd bij voltijdse zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen ligt in 2012 op iets minder dan 67 uur. In Vlaanderen werkt 88% van de mannelijke zelfstandigen en 75% van de vrouwelijke meer dan 40 uur per week. Beide percentages zijn beduidend hoger dan bij de loontrekkenden. De verdeling tussen mannen en vrouwen is bij de zelfstandigen vrij gelijklopend, al is er zoals vermeld een groter percentage mannen dat aangeeft meer dan 40 uren per week te werken. Uit de EAK 9, blijkt dat zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen meer op onregelmatige uren werken dan hun loontrekkende collega s, en dit voor beide geslachten. Avond-, zaterdag en zondagwerk wordt door meer dan 80% van de zelfstandige horeca-uitbaters soms of altijd gedaan. De percentages voor loontrekkenden liggen hier weliswaar ook hoog, maar toch gevoelig lager. Er zijn 9 Enquête naar de arbeidskrachten

15 9 eveneens verschillen tussen mannen en vrouwen en dit zowel voor loontrekkenden als zelfstandigen. Er zijn meer vrouwen dan mannen die aangeven nooit te werken tijdens de avond, nacht, zaterdag of zondag. Tenslotte ligt het percentage dat nachtwerk doet het laagst voor iedereen. Er zijn niettemin nog steeds twee op drie mannelijke zelfstandigen die aangeven soms of altijd nachtwerk te doen. Als we kijken naar eigen bevragingen bij werknemers zien we dat zaterdagwerk eveneens het vaakst wordt aangegeven als werk op onregelmatige uren. Nachtwerk en ochtendwerk is daar op het minst aantal respondenten van toepassing. 10 Tabel: werken op onregelmatige uren in Vlaanderen naar loontrekkenden / niet-loontrekkenden en geslacht % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% avondwerk nachtwerk zaterdagwerk zondagwerk zelfstandigen mannen 96% 65% 98% 91% zelfstandigen vrouwen 85% 42% 93% 80% werknemers mannen 75% 29% 81% 65% werknemers vrouwen 58% 24% 69% 55% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Tenslotte geeft zowat 86% van de horecawerknemers in Vlaanderen aan vast werk te hebben. Dit is iets meer dan het percentage voor gans België. 3 Werkzoekenden 3.1 Niet werkende werkzoekenden In 2012 zijn er gemiddeld niet-werkende werkzoekenden met een aspiratie in de horecasector. Nu meerdere aspiraties in rekening worden gebracht, liggen de cijfers bijna dubbel zo hoog als vorig jaar. In detail worden keukenhulp, drankkelner en afwasser veel opgegeven als voorkeurberoep. De beroepen van nachtportier, pizzabakker en kok trekken een mannelijker publiek aan, terwijl gouvernante, kamerpersoneel of zaalhulp eerder vrouwen aantrekken. 3.2 In- en uitstroom van werkzoekenden Op jaarbasis zien we in 2012 een toename van het aantal mensen dat uitstroomt uit de horeca naar werkloosheid. Daarenboven zien we een afname van het aantal mensen dat instroomt naar werk in de horeca vanuit de werkloosheid. Op onderstaande grafiek zien we voor 2012 dat de rode trendlijn 10 Rapport Arbeidssituatie van werknemers in de Vlaamse horeca Antwoordcategorie avond- en nachtwerk = werkt soms, gewoonlijk of altijd s avonds / s nachts Antwoordcategorie zaterdag- en zondagwerk = werkt minstens één zaterdag / zondag in de maand.

16 10 (uitstroom uit de horeca naar werkloosheid) hoger ligt dan de groene trendlijn (instroom naar werk in de horeca vanuit werkloosheid). Dit wijst op een negatieve evolutie in de werkzoekendenstromen m.b.t. de horecasector. Grafiek: Uitstroom uit werk in de horeca naar werkloosheid 12 en instroom naar werk in de horeca uit de werkloosheid 13 in Vlaanderen per kwartaal -Q1 2007/Q Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q Uitstroom uit horeca naar werkloosheid Instroom naar horeca vanuit werkloosheid Trendlijn uitstroom uit horeca naar werkloosheid Trendlijn instroom naar horeca vanuit werkloosheid Bron: Departement WSE 4 Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken 4.1 Vacatures VDAB 3,9% van alle vacatures in 2012 zijn vacatures in de horecasector. Het grootste aantal ontvangen vacatures in de horecasector vinden we traditioneel in West-Vlaanderen. In 2012 is dit niet anders, al daalt het aandeel van West-Vlaanderen wel spectaculair met zes procentpunten naar 33%. Zowel Antwerpen (21%) als Oost-Vlaanderen (19%) hebben elk ongeveer één vijfde van het aantal vacatures. Vlaams-Brabant en Limburg vertegenwoordigen een kleiner aandeel in het aantal vacatures met respectievelijk 11% en 8%. Oost-Vlaanderen is de enige provincie die in absolute aantallen meer vacatures had in 2012 dan in Het gevraagde studieniveau voor de ontvangen vacatures in de horecasector is eerder laag (82%). Slechts 4% van de vacatures verwacht een hoog opleidingsniveau. Het verwachte opleidingsniveau ligt in de horecasector heel wat lager dan voor alles sectoren samen. Ook voor gevraagde ervaring wijkt de horecasector af van het gemiddelde over alle sectoren heen. Bij 61% van alle horecavacatures vraagt men minimaal 6 maanden ervaring, terwijl dit voor alle sectoren samen maar 52% is. 12 Het aantal mensen werkzaam in de horeca dat in de loop van de maand werkzoekend wordt 13 Het aantal werkzoekenden dat in de loop van de maand instroomt in de horeca

17 11 De verdeling naar subsector in de horecasector op gebied van vacatures blijft nagenoeg gelijk. Zo blijft restaurants de grootste categorie met 53% van de vacatures, gevolgd door hotels (19%). In absolute aantallen stijgt het aantal vacatures in de subsector Kantines en catering tussen 2011 en Het aantal vacatures in de andere subsectoren daalt met minstens 10%. Voor 88 beroepen in de horecasector werden in 2012 minstens vijf vacatures ontvangen. De meeste vacatures in de horecasector waren voor restaurant-kelner, drankkelner en keukenhulp. 4.2 Opleidingen VDAB In 2012 beëindigden cursisten een horecaopleiding bij de VDAB. Het aantal horecaopleidingen kent een daling met 14%, waarmee het aandeel van de horecaopleidingen in alle VDAB-opleidingen daalt naar 1,54%. Van de horecaopleidingen zijn 70% opleidingen voor keukenpersoneel, 13% voor zaalpersoneel en 18% voor ander horecapersoneel. In 2012 beëindigden eveneens 413 cursisten een horeca-webopleiding. In 2012 zijn er in totaal IBO-opleidingen in Vlaanderen. In 2012 is er, ten opzichte van 2011, een toename van 3,3% in het aantal IBO s in de horecasector (839 => 867). Over alle sectoren heen was er daarentegen een afname van 2,2%. Het aantal IBO-opleidingen in de horecasector is 7,2% van alle IBO-opleidingen in alle sectoren. Hiermee staat de horecasector op de derde plaats na de bouwsector en de kleinhandel. 4.3 Stelsel van Leren en Werken Onderstaande figuur toont het stelsel van Leren en Werken. Indien beschikbaar zijn de aantallen voor de horecasector voor het jaar 2012 toegevoegd. 'Leren en Werken' / Deeltijds Onderwijs Syntra leertijd (322) Deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) via Centrum Deeltijds Onderwijs Persoonlijk Ontwikkelingstraject (POT) Voortraject Brugproject Tewerkstelling in Normaal Economisch Circuit (340) Deeltijds Contract IBO (binnen deeltijds onderwijs) ILW (186)

18 12

19 13 Trends in de economie Vooraleer te focussen op de arbeidsmarkt, gaan we eerst dieper in op de economische situatie in Vlaanderen. De vraag en het aanbod van de arbeid worden immers in grote mate bepaald door economische ontwikkelingen. Inzicht in economische ontwikkelingen vertelt ons heel wat over de toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst bespreken we een aantal conjunctuurindicatoren zoals het Bruto Binnenlands Product, de werkloosheidsgraad en de consumptieprijzen. Meer specifiek voor de horecasector bekijken we eveneens de consumptieprijzen maar ook het aantal ondernemingen, het aantal faillissementen, het aantal oprichtingen, en het aantal dagen economische werkloosheid. Deze indicatoren geven een beeld van de algemene conjuncturele toestand en hebben een voorspellende waarde voor de toestand op de arbeidsmarkt. Bovendien lijkt horeca een sector te zijn die snel met een conjuncturele beweging mee evolueert (bron: Graydon, publicaties 01/03: faillissementen, p. 2; Tot slot geven we cijfers uit het huishoudbudgetonderzoek, namelijk de gemiddelde uitgaven per huishouden die gaan naar horeca.

20 14 1 Bruto Binnenlands Product (BBP) Het bruto binnenlands product of BBP van een land of van een regio is de marktwaarde van alle goederen en diensten die op één jaar tijd worden geproduceerd. Het is een veel gebruikte maatstaf voor de welvaartscreatie van een land of regio. Grafiek: Evolutie van de economische groei op jaarbasis (België en EU-27; Q Q4 2012) Bron: Nationale Bank van België (Bewerking Departement WSE) Bovenstaande grafiek geeft de evolutie van de economische groei voor België en de EU-27 per kwartaal ten opzichte van het kwartaal in het voorgaande jaar. Het gaat hierbij om seizoensgezuiverde en voor kalendereffecten gecorrigeerde veranderingspercentages ten opzichte van de overeenstemmende periode van het voorgaande jaar van het Bruto Binnenlands Product (BBP) naar volume in kettingeuro s 14 (referentiejaar 2005). (Bron: Steunpunt WSE) De economische crisis tijdens de tweede helft van 2008 en het volledige jaar 2009 is duidelijk te zien op de grafiek. In 2009 Q2 was er de grootste krimp in België met een negatieve groei van 4,2%. In 2010 en 2011 herstelde de economie zich in België en de EU27 met positieve groeicijfers is terug een moeilijk jaar. Hoewel er nog een groei is in kwartaal 1, noteren de daaropvolgende kwartalen negatieve groeicijfers. De tabel hiernaast toont de groeicijfers voor België over de verschillende kwartalen van Tabel: Economische jaargroei België 2012 Kwartaal 1 0,4 Kwartaal 2-0,3 Kwartaal 3-0,4 Kwartaal 4-0,4 Bron: Nationale Bank van België (Bewerking Departement WSE) Het aandeel van de horeca in het BBP bedraagt bij benadering 1,60% in 2011 (BBP in kettingeuro's, referentiejaar 2010) (Bron: Nationale Bank van België). Dit is een lichte daling ten opzichte van Om de volumegroei van het bbp en zijn componenten te meten is het nodig om uit de waarde-evolutie het effect van de prijsveranderingen te elimineren, door de prijzen a.h.w. constant te houden.

21 januari maart mei juli september november januari maart mei juli september november januari maart mei juli september november januari maart mei juli september november januari maart mei juli september november 15 2 Werkloosheidsgraad in Vlaanderen Een tweede economische indicator is de werkloosheidsgraad. Vanaf januari 1999 wordt de werkloosheidsgraad bepaald door de verhouding tussen het aantal niet-werkende werkzoekenden (nwwz) tussen 18 en 65 jaar en de beroepsbevolking tussen 18 en 65 jaar (Bron: VDAB). Grafiek: werkloosheidsgraad in Vlaanderen /2012-8,00% 7,50% 7,00% 6,50% 6,00% 5,50% 5,00% Bron: VDAB We zien dat de werkloosheidsgraad een piek kent in de zomermaanden. Begrijpelijk aangezien dan heel wat jongeren de schoolbanken verlaten. Als we 2012 met 2011 vergelijken zien we in nagenoeg alle maanden een hogere werkloosheidsgraad dan het jaar voordien. Als we de trendlijn van de laatste jaren bekijken, zien we dat deze een piek bereikt in 2010 waarna een lichte daling volgt om terug te stijgen in Grafiek: evolutie werkloosheidsgraad Vlaanderen -2008/2012-8,50% 8,00% 7,50% 7,00% 6,50% 6,00% 5,50% 5,00% Bron: VDAB

22 16 3 Consumptieprijzen Het indexcijfer van de consumptieprijzen is een economische indicator, die tot hoofdtaak heeft op objectieve wijze de prijsevolutie in de tijd weer te geven van een korf van goederen en diensten die door de gezinnen worden aangekocht en als representatief voor hun verbruiksgewoonten worden beschouwd. Het indexcijfer meet niet zozeer het prijsniveau van deze korf voor een bepaalde periode, maar wel de schommeling van dit niveau tussen twee periodes, waarbij de eerste periode als vergelijkingsbasis geldt (bron: Fod Economie). Het basisjaar ter vergelijking is Dat basisjaar wordt gelijkgesteld met 100. We geven hieronder de indexen weer voor de maanden in 2012 en dit voor 12 groepen van uitgaven. De horeca (hotels, restaurants en cafés) is er één van. Grafiek: index consumptieprijzen voor 12 uitgavengroepen Voedingsmiddelen en dranken Tabak 3. Kleding en schoeisel 4. Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen 5. Stoffering, huishoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning 6. Gezondheidsuitgaven 7. Vervoer 8. Communicatie 9. Recreatie en cultuur 10. Onderwijs 11. Hotels, cafés en restaurants 12. Diverse goederen en diensten ALLE GROEPEN/GETUIGEN Bron: FOD Economie ADSEI Als we kijken naar de grafiek van de indexen, zien we dat de horecaprijzen meer dan gemiddeld (voor alle groepen) gestegen zijn ten opzichte van Er is een duidelijke piek te zien in de zomermaanden vanwege de prijsstijgingen bij de accommodatie. De index voor de horecasector schommelt in 2012 tussen de 120 en 130. De groep van huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen is het meest gestegen in acht jaar tijd. De groep van communicatie is de enige die nu goedkoper is dan in Hieronder splitsen we de horecasector verder op.

23 17 Grafiek: index consumptieprijzen horecasector / Restaurants Frituren, fastfood en snackbars Hotels Horeca algemeen Cafés Kantines Andere accomodaties Bron: FOD Economie ADSEI We zien een duidelijk verschil tussen de ho- en de reca. De hotels en andere accommodaties kennen namelijk een serieuze prijsstijging in de zomermaanden. Verder zien we eveneens lokale pieken bij andere accommodaties tijdens april en december (schoolvakanties). Hotels kennen enkel een piek tijdens de zomermaanden, aangezien hun doelpubliek ook meer divers is. Bij de eet- en drinkgelegenheden, zien we een zeer geleidelijke stijging doorheen het jaar. Als we januari 2012 en januari 2013 met elkaar vergelijken, zien we een prijsstijging van 2,5% voor de horecasector in het algemeen (126,38 123,3). De tabel hieronder toont de verschillen per subsector. De index van de cafés staat het hoogst van alle subsectoren, althans in januari Dit wil uiteraard niet zeggen dat de prijzen in cafés hoger liggen dan in de andere subsectoren, wel dat zij de grootste stijging van prijzen kennen sinds Tabel: index consumptieprijzen horecasector 2012/ jaar maand Restaurants 123,3 123,69 124,2 124,4 124,6 124,8 125,1 125,45 125,72 125,95 126,18 126,19 126,45 Cafés 130,4 130,59 131,7 131,9 132,7 132, ,33 133,45 133,67 133,83 133,95 133,95 Frituren, fastfood en snackbars ,19 126,7 126,8 127,1 127,4 127,8 128,17 128,35 128,67 128,68 128,93 129,3 Kantines 126,1 126,05 126,1 126,1 126,1 126,1 126,1 126,05 129,45 129,47 129,47 129,47 129,47 Hotels 112,4 112,35 112,2 114,5 116,3 119,6 127,8 126,59 120,45 116,38 116,3 115,05 115,05 Andere accommodaties 96,86 108,63 98,81 122, ,7 153,4 146,88 110,89 113,59 100,72 118,79 96,01 Horeca algemeen 123,3 124,04 124,2 125,4 125,4 126,1 128,2 128,16 126,69 126,75 126,37 127,08 126,38 Bron: FOD Economie ADSEI

24 18 4 Ondernemingen in de horecasector Tabel: Aantal horecaondernemingen per gewest -2008/ Vlaanderen ,5% Wallonië ,8% Brussel ,7% Buitenland Niet gekend Totaal ,1% Vlaanderen 59,6% 59,5% 59,3% 59,1% 58,7% Wallonië 28,5% 28,5% 28,5% 28,7% 28,8% Brussel 11,1% 11,2% 11,4% 11,5% 11,7% Buitenland 0,7% 0,7% 0,7% 0,7% 0,7% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI In 2012 blijft het aantal horecaondernemingen in België vrij stabiel in vergelijking met Er is wel een verschil tussen de gewesten. Waar er in Vlaanderen een daling is, stijgt het aantal horecaondernemingen in Wallonië en Brussel. Tabel: Aantal horecaondernemingen per subsector in België -2008/ Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants Catering Drinkgelegenheden Totaal Hotels 3,4% 3,4% 3,4% 3,4% 3,4% Vakantieverblijven 1,6% 1,9% 2,0% 2,2% 2,4% Kampeerterreinen 0,8% 0,8% 0,8% 0,8% 0,8% Overige accommodatie 0,5% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% Restaurants 52,3% 52,6% 52,9% 53,2% 53,5% Catering 8,4% 8,5% 8,8% 8,9% 9,2% Drinkgelegenheden 33,0% 32,4% 31,7% 31,2% 30,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI De grootteorde van verdeling over de verschillende subsectoren blijft min of meer gelijk in België en Vlaanderen. De laatste jaren zien we wel een absolute en relatieve stijging in België van de

25 19 restaurants, cateringbedrijven en de vakantieverblijven. Drinkgelegenheden gaan er daarentegen op achteruit. Tabel: Aantal horecaondernemingen per subsector in Vlaanderen -2008/ Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants Catering Drinkgelegenheden Totaal Hotels 3,2% 3,3% 3,3% 3,2% 3,2% Vakantieverblijven 1,6% 1,9% 2,1% 2,3% 2,4% Kampeerterreinen 0,7% 0,7% 0,6% 0,6% 0,6% Overige accommodatie 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% Restaurants 50,9% 51,1% 51,4% 51,5% 51,7% Catering 9,0% 9,2% 9,5% 9,7% 10,0% Drinkgelegenheden 34,2% 33,5% 32,8% 32,2% 31,6% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI Tabel: Evolutie van het aantal ondernemingen in de horecasector in Vlaanderen per subsector -2008/ Δ % Δ % Δ % Δ % Hotels ,7% -5-0,5% -12-1,1% 0 ±0,0% Vakantieverblijven ,3% ,1% ,4% 43 +5,5% Kampeerterreinen -2-0,9% -3-1,4% -6-2,7% 0 ±0,0% Overige accommodatie -7-4,9% -9-6,7% -3-2,4% -4-3,3% Restaurants ,4% ,6% ,4% -12-0,1% Catering ,9% ,7% ,5% ,7% Drinkgelegenheden ,8% ,1% ,7% ,5% Totaal +9 +0,0% ,1% +3 +0,0% ,5% Bron: FOD Economie - ADSEI Als we de horecasector in Vlaanderen bekijken, zien we min of meer hetzelfde verhaal als voor België, al blijft het absolute aantal restaurants de laatste jaren vrij constant. In 2012 zijn er in de horecasector in Vlaanderen 158 ondernemingen minder dan in Procentueel betekent dit een daling van 0,5%. Tussen de verschillende subsectoren zien we vrij grote verschillen qua evolutie. Zo kennen enkel de vakantieverblijven en de cateringbedrijven een positieve jaargroei. Zoals reeds gezegd, gaan de drinkgelegenheden verder achteruit, dit jaar met een netto-daling van 273 ondernemingen of 2,5%. Meer detail over het aantal ondernemingen vindt u in het rapport Horecaondernemingen 2013.

26 20 5 Faillissementen in de horecasector Een andere belangrijke conjunctuurindicator is het aantal faillissementen. Bij opleving van de economie daalt het aantal faillissementen, bij achteruitgang stijgt het aantal faillissementen. We geven het aantal faillissementen op jaarbasis weer 15. Tabel: Aantal faillissementen in de horecasector in de gewesten -2008/ Vlaanderen ,3% Wallonië ,6% Brussel ,2% Totaal ,8% Vlaanderen 52,4% 56,0% 52,3% 52,4% 51,7% Wallonië 28,6% 25,9% 28,2% 29,1% 29,1% Brussel 18,9% 18,1% 19,5% 18,4% 19,2% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI In 2012 gingen er in Vlaanderen in absolute cijfers meer horecaondernemingen failliet dan een jaar eerder. Ten opzichte van de andere gewesten, kent Vlaanderen de kleinste procentuele stijging. Tabel: Aantal faillissementen in de horecasector per subsector in België -2008/ Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants Catering Drinkgelegenheden Totaal Hotels 1,9% 1,7% 1,3% 1,6% 1,8% Vakantieverblijven 0,1% 0,2% 0,3% 0,6% 0,4% Kampeerterreinen 0,2% 0,1% 0,3% 0,0% 0,1% Overige accommodatie 0,1% 0,1% 0,1% 0,2% 0,0% Restaurants 60,1% 60,8% 56,8% 54,9% 55,3% Catering 2,4% 2,7% 3,1% 3,4% 3,3% Drinkgelegenheden 35,2% 34,6% 38,0% 39,4% 39,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI 15 cyclische schommelingen, waarbij gewoontegetrouw de maanden mei, juli en augustus lagere cijfers tonen en de maanden maart, september en oktober systematisch hogere, worden afgevlakt via cijfers op jaarbasis (bron: Graydon, publicaties 02/06/2010: faillissementen, p.3;

27 21 Tabel: Aantal faillissementen in de horecasector per subsector in Vlaanderen -2008/ Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants Catering Drinkgelegenheden Totaal Hotels 2,2% 1,5% 1,0% 1,7% 1,8% Vakantieverblijven 0,0% 0,1% 0,5% 0,8% 0,6% Kampeerterreinen 0,1% 0,0% 0,4% 0,0% 0,1% Overige accommodatie 0,0% 0,1% 0,2% 0,1% 0,0% Restaurants 58,0% 58,6% 53,4% 52,7% 53,0% Catering 2,2% 3,0% 3,0% 3,6% 3,2% Drinkgelegenheden 37,6% 36,7% 41,5% 41,1% 41,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI In 2012 is de verdeling in Vlaanderen en België naar subsector gelijkaardig aan de voorbije jaren. In 2012 is 53% van de failliete horecaondernemingen in Vlaanderen een restaurant, 41% is een drinkgelegenheid. Een minderheid van de failliete ondernemingen is te vinden bij de cateringbedrijven of logiesverstrekkers. Tabel: Evolutie van het aantal faillissementen in de horecasector in Vlaanderen per subsector -2008/ Δ % Δ % Δ % Δ % Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants ,9% ,3% ,8% ,9% Catering ,7% -2-6,7% ,7% -4-10,5% Drinkgelegenheden ,8% ,9% ,3% ,0% Totaal ,6% -71-7,1% ,3% ,3% Bron: FOD Economie - ADSEI Het aantal faillissementen in de horecasector in Vlaanderen kent in de periode tussen 2008 en slechts één maal een daling, meer bepaald in het jaar Opvallend is dat vanaf 2008 de drinkgelegenheden elk jaar een stijging kennen. Zoals hieronder ook te zien, kennen de restaurants 16 Voor de jaren 2008 en 2009 zijn de cijfers herberekend van de (oude) nace-bel nomenclatuur 2003 naar de (nieuwe) nace-bel nomenclatuur 2008 volgens een probabilistische methode. Dit maakt een evolutie mogelijk over meerdere jaren.

28 22 en drinkgelegenheden in 2012 een stijging van om en bij de 3%. De cateringbedrijven daarentegen kennen een daling van 4 eenheden oftewel een kleine 11%. Grafiek: Evolutie van het aantal faillissementen in de horecasector 17 in Vlaanderen t.o.v % -10% -8% -6% -4% -2% 0% 2% 4% Restaurants + 2,9% Catering-10,5% Drinkgelegenheden + 3,0% Bron: FOD Economie - ADSEI 17 Hotels en andere logiesmogelijkheden zijn weggelaten omwille van te lage aantallen.

29 23 6 Oprichtingen in de horecasector Een volgende conjunctuurindicator is het aantal oprichtingen. Tabel: Aantal oprichtingen in de horecasector per gewest -2008/ Vlaanderen ,1% Wallonië ,2% Brussel ,6% Buitenland Niet gekend Totaal ±0,0% Vlaanderen 56,2% 56,2% 55,2% 54,1% 52,9% Wallonië 30,7% 29,7% 30,4% 31,6% 32,0% Brussel 11,1% 12,4% 12,5% 12,9% 13,6% Buitenland 1,9% 1,8% 1,9% 1,4% 1,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI Het aantal oprichtingen in de horecasector in België is exact hetzelfde in 2012 als in In Vlaanderen zijn er in totaal oprichtingen, een kleine daling ten opzichte van Meer dan één op twee oprichtingen in de horecasector vindt plaats in Vlaanderen. Tabel: Aantal oprichtingen in de horecasector per subsector in Vlaanderen -2008/ Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants Catering Drinkgelegenheden Totaal Hotels 1,4% 1,9% 1,7% 1,7% 1,9% Vakantieverblijven 3,9% 3,2% 3,6% 3,0% 3,0% Kampeerterreinen 0,2% 0,2% 0,2% 0,1% 0,2% Overige accommodatie 0,1% 0,1% 0,0% 0,0% 0,1% Restaurants 48,0% 47,7% 47,9% 48,8% 50,6% Catering 9,8% 9,7% 10,3% 10,1% 10,6% Drinkgelegenheden 36,6% 37,3% 36,3% 36,3% 33,6% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - ADSEI

30 24 Tabel: Evolutie van het aantal oprichtingen in de horecasector in Vlaanderen per subsector -2008/ Δ % Δ % Δ % Δ % Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants -25-1,6% ,7% -58-3,7% ,7% Catering -7-2,2% ,4% -24-7,2% +8 +2,6% Drinkgelegenheden ,9% -7-0,6% -65-5,5% ,2% Totaal -32-1,0% +70 2,2% ,4% -65-2,1% Bron: FOD Economie - ADSEI In 2012 zijn er in de horecasector in Vlaanderen 65 oprichtingen minder dan in 2011, ofwel een daling van iets meer dan 2%. Naargelang de subsector zien we verschillen in de evolutie. Ten opzichte van 2011 zijn er meer restaurants en cateringbedrijven opgericht. Daarentegen zien we een gevoelige daling in het aantal oprichtingen van drinkgelegenheden. Er werden in 2012 in Vlaanderen 103 of 9% minder drinkgelegenheden opgericht dan in 2011.

31 25 7 Tijdelijke werkloosheid in de horecasector Een voorlaatste conjunctuurindicator en bijgevolg voorspeller van de toekomstige evolutie van de werkgelegenheid is de tijdelijke werkloosheid (bron: RVA). Wanneer de tijdelijke werkloosheid daalt, stijgt de werkgelegenheid en omgekeerd. De evolutie van de conjunctuur loopt bovendien quasi parallel met de evolutie van de tijdelijke werkloosheid. We focussen hier op de tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen 18. We spreken van tijdelijke werkloosheid als de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdelijk wordt opgeschort met behoud van de contractuele band. Zo kan de onderneming het hoofd bieden aan een tijdelijke vermindering of onderbreking van de bedrijfsactiviteit 19. Tabel: Het aantal dagen economische werkloosheid in de horecasector per kwartaal in Vlaanderen t.e.m Andere vormen Jaargroei Economische van tijdelijke Totaal economische werkloosheid werkloosheid werkloosheid Totaal Totaal ,8% Kwartaal ,3% Kwartaal ,7% Kwartaal ,5% Kwartaal ,0% Totaal ,2% Kwartaal ,5% Kwartaal ,8% Kwartaal 3 ' ,5% Kwartaal 4 ' ,1% Totaal ,7% Kwartaal 1 ' ,7% Kwartaal ,1% Kwartaal 3 ' ,6% Kwartaal 4 ' ,0% Totaal ,9% Kwartaal ,6% Kwartaal ,4% Kwartaal ,8% Kwartaal ,5% Totaal ,2% Bron: RVA In bovenstaande tabel geven we het aantal dagen economische werkloosheid in de horecasector in Vlaanderen per kwartaal De tijdelijke werkloosheid komt voornamelijk voor bij arbeiders. Door de crisis werd besloten om tijdelijke werkloosheid ook voor bedienden toe te laten. Aangezien in de horecasector in Vlaanderen 91% (2010) als arbeider werkt, vermoeden we dat deze uitbreiding een beperkte invloed zal hebben op het aantal tijdelijk werklozen in de horecasector. 19 Deze kan meerdere oorzaken hebben: bv. economische redenen, slechte weersomstandigheden, technische storingen, overmacht, jaarlijkse vakantie, staking of lock-out.

32 26 Binnen de horecasector oefent het seizoen een invloed uit op het aantal dagen tijdelijke werkloosheid: Het eerste kwartaal telt het meeste aantal dagen. Het derde kwartaal telt het minste aantal dagen. In 2012 zijn er in Vlaanderen dagen economische werkloosheid geteld. Dit is een daling van 10,2% ten opzichte van Na een stijging in 2009, daalde de trendlijn terug in 2010 en Deze trend wordt in 2012 verdergezet. Op kwartaal 3 na, is er in elk kwartaal een jaargroei die negatief is. We komen aldus voor 2012 op 10% minder dagen aan economische werkloosheid dan in Dit is in tegenstelling tot wat men zou mogen verwachten, aangezien er in 2012 toch eerder een negatieve conjunctuur is. Deze negatieve conjunctuur zet bedrijven blijkbaar niet aan tot tijdelijke werkloosheid. Grafiek: Evolutie van het aantal dagen economische werkloosheid in de horecasector in Vlaanderen -1 ste kwartaal 2007 t.e.m. 4 de kwartaal Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q Dagen economische werkloosheid Trendlijn dagen economische werkloosheid Bron: RVA 20 We werken met het aantal dagen en niet met het aantal personen. Naarmate de economische situatie verergert is het immers mogelijk dat de werkgever besluit om zijn werknemers langer tijdelijk werkloos te maken. Werken met het aantal dagen tijdelijke werkloosheid geeft daarom de impact van een crisis preciezer weer.

33 27 8 Uitgaven per huishouden Een laatste belangrijke indicator zijn de gemiddelde uitgaven per huishouden die gaan naar horeca. De FOD Economie schat elk jaar (vanaf 2012 elke twee jaar) via het huishoudbudgetonderzoek, de uitgaven van de Belgische huishoudens op basis van een representatieve steekproef. In de enquête wordt onder andere gevraagd naar de gemiddelde uitgaven per huishouden die gaan naar horeca. Tabel: Gemiddelde uitgaven per huishouden in euro in België (%) Voeding en niet-alcoholische dranken 13,24% Alcoholische dranken en tabak 1,93% Kleding en schoenen 4,96% Woning, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen 28,66% Meubelen, huishoudtoestellen en onderhoudsproducten 6,35% Gezondheid 4,22% Transport 12,10% Communicatie 2,86% Cultuur en vrije tijd 8,46% Opleiding - Onderwijs 0,47% Horeca 5,88% Restaurants en cafés 3,70% Fastfood 0,64% Kantines 0,22% Hotels 0,80% Campings, jeugdherbergen en vakantiecentra 0,50% Andere huisvestigingen 0,02% Persoonlijke verzorging en diensten 10,86% Bron: FOD Economie ADSEI Gemiddeld gaat er 5,88% van het huishoudbudget in 2012 naar de horeca. Het overgrote deel hiervan gaat naar uitgaven in restaurants en cafés. Als we naar de gewesten afzonderlijk kijken, zien we dat Vlamingen een groter aandeel van hun uitgaven besteden aan de horecasector en dan meer bepaald aan cafés, restaurants en accommodaties. Brusselaars besteden een groter aandeel van hun uitgaven in kantines dan de Vlamingen en Walen. Grafiek: Gemiddelde uitgaven in de horecasector per huishouden in de gewesten (%) % 5% 4% 3% 2% 1% 0% 4,83% 3,92% 3,55% Cafés en restaurants (inclusief fastfood) Bron: FOD Economie ADSEI 0,22% 0,20% 0,29% Kantines 1,48% 1,10% 1,11% Hotels en soortgelijke huisvestingsdiensten Vlaanderen Wallonië Brussel

34 28

35 29 Werkzaamheid Om een beeld te krijgen van het aantal werkenden in de horecasector in Vlaanderen (en de rest van het land) geven we in dit hoofdstuk een overzicht van het aantal werknemers, het aantal zelfstandigen en het aantal studentenjobs tewerkgesteld in de Vlaamse horeca. De data betreffen het jaar Daarnaast bespreken we cijfers met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden bij werknemers en zelfstandigen zoals loon, arbeidsduur, werken op onregelmatige uren en tijdelijke arbeid. De gegevens over de lonen verkrijgen we via de RSZ en de RSVZ. De andere gegevens halen we uit de EAK, de Enquête naar de arbeidskrachten, uitgevoerd door de FOD Economie.

36 30 1 Aantal werknemers in de horecasector Op de volgende pagina s vindt u een overzicht met daarin de kerncijfers wat betreft de loontrekkende werknemers in de horecasector voor België en Vlaanderen. Na het overzicht vindt u meer gedetailleerde tabellen. Nog meer detail is te vinden in onze online database Horeca in Cijfers 21. Het aantal werknemers kan er bepaald worden per gewest, provincie, arrondissement en gemeente. Deze digitale weg maakt het mogelijk om de beschikbare informatie continu te actualiseren en uit te breiden. Voor de cijfers over de loontrekkende werkgelegenheid in de horecasector doen we een beroep op de cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). We verkiezen de gecentraliseerde statistieken: het bedrijf en dus ook zijn werknemers wordt ingedeeld in de sector van zijn hoofdactiviteit. De geografische indeling gebeurt op basis van de locatie van de hoofdzetel. De RSZ bepaalt het aantal arbeidsplaatsen door per werkgever een telling te maken van het aantal werknemers in dienst. Personen met meerdere jobs bij verschillende werkgevers worden dus meermaals geteld. Enkel bij de cijfers over werknemers per leeftijdscategorie wordt hiervan afgeweken. Bij deze cijfers gaat het om unieke werknemers. De geografische indeling gebeurt op basis van de hoofdverblijfplaats van de werknemer. De afbakening van de horecasector tenslotte gebeurt op basis van de nace-bel 2008 nomenclatuur. Meer uitleg hieromtrent is te vinden in het deel toelichting van de bronnen. 21 Te bereiken via de website: > cijfers en publicaties > online cijferdatabase of via

37 Overzicht In totaal werken in 2012 in België, over alle sectoren heen, werknemers werknemers of 3,48% werkt in de horecasector. Dit aandeel fluctueert sinds 2008 rond 3,5%. Tabel: aandeel horecawerknemers t.o.v. totaal aantal werknemers in alle sectoren in België Jaar % ,51% ,51% ,55% ,53% ,48% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/ werknemers (55,3%) werken in de Vlaamse horecasector. Dit is een gevoelige daling van werknemers of 3,5% t.o.v Grafiek: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector in Vlaanderen -2006/ Vlaanderen Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 In 2012 is er een gevoelige daling van het aantal werknemers in de horecasector. Het aantal werknemers daalt naar werknemers, lager dan in crisisjaar 2009 en het laagste peil sinds Er zijn wel opmerkelijke verschillen tussen de subsectoren.

38 32 Tabel: Overzicht loontrekkende werknemers in de horecasector n % Vlaanderen België Vlaanderen België Totaal aantal % 100% Gewesten Vlaanderen ,3% Wallonië ,1% Brussel ,6% Subsector Hotels ,9% 14,1% Vakantieverblijven ,6% 3,1% Kampeerterreinen ,5% 0,4% Overige accommodatie ,2% 0,6% Restaurants ,2% 56,3% Catering ,6% 13,8% Drinkgelegenheden ,1% 11,7% Dimensiegrootte 1 tot 4 werknemers ,0% 22,9% 5 tot 9 werknemers ,9% 20,2% 10 tot 19 werknemers ,7% 18,5% 20 tot 49 werknemers ,0% 15,5% 50 of meer werknemers ,4% 23,0% Arbeiders/bedienden Arbeiders ,9% 87,6% Bedienden ,1% 12,4% Geslacht Man ,3% 50,1% Vrouw ,7% 49,9% Arbeidsregime Voltijds ,8% 37,5% Deeltijds ,2% 53,0% Specialen ,9% 9,5% Leeftijdscategorie % 100% <20 jaar ,6% 4,8% jaar ,5% 31,4% jaar ,6% 24,3% jaar ,8% 22,0% jaar ,1% 16,5% >64 jaar ,3% 1,0% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06/2012 Bewerking door GUIDEA 22 De cijfers van de RSZ geven normaliter het aantal arbeidsplaatsen op basis van de hoofdzetel van de onderneming weer 23 De deeltijdse prestaties betreffen de prestaties van de werknemer die gemiddeld slechts een gedeelte presteert van de arbeidstijd van de referentie persoon (voltijds werknemer). 24 De groep specialen bevat vooral loontrekkenden die werken via gelimiteerde prestaties (extra s in de horeca). 25 Werknemers per leeftijdscategorie: deze statistieken geven het aantal unieke werknemers naar leeftijdscategorieën weer volgens de hoofdverblijfplaats van de werknemer.

39 33 Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de loontrekkende werknemers in de horecasector voor het jaar Enkele opvallende cijfers: In 2012 werkt 55% van de horecawerknemers in Vlaanderen. werkt 58% van de horecawerknemers in Vlaanderen in een restaurant. werkt 23% van de werknemers in Vlaanderen in een horecaonderneming met één tot vier werknemers. is 90% van de werknemers in de Vlaamse horeca arbeider. werken er 48% mannen en 52% vrouwen in de horecasector in Vlaanderen. werkt één op de twee horecawerknemers in Vlaanderen volgens een deeltijds contract. is 36% van de horecawerknemers in Vlaanderen jonger dan 30 jaar.

40 Aantal werknemers in alle sectoren in België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in alle sectoren in België -2010/2012- Sectie Omschrijving Jaargroei A Landbouw, bosbouw en visserij ,7% B Winning van delfstoffen ,9% C Industrie ,0% D Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht ,1% E Distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering ,0% F Bouwnijverheid ,1% G Groot- en detailhandel: reparatie van auto s en motorfietsen ,1% H Vervoer en opslag ,1% I Verschaffen van accommodatie en maaltijden ,5% J Informatie en communicatie ,7% K Financiële activiteiten en verzekeringen ,5% L Exploitatie van en handel in onroerend goed ,5% M Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten ,4% N Administratieve en ondersteunende diensten ,4% O Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen ,6% P Onderwijs ,2% Q Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening ,8% R Kunst, amusement en recreatie ,5% S Overige diensten ,3% T Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel ,7% U Extraterritoriale organisaties en lichamen ,9% Totaal ,9% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Het aantal werknemers in België over alle sectoren heen, daalt in 2012 met ruim ofwel 0,9%. Het aantal werknemers in de horeca daalt 2,5%, sterker dan het gemiddelde. De horeca laat procentueel gezien enkel de sectoren A (Landbouw, bosbouw en visserij), P (Onderwijs) en J (Informatie en communicatie) achter zich. De grootste procentuele stijging van het aantal werknemers is te vinden in de sector van de exploitatie van en handel in onroerend goed (L).

41 Aantal werknemers in de horecasector Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per gewest -2009/ Vlaanderen ,5% Wallonië ,2% Brussel ,1% Totaal ,5% Vlaanderen 57,1% 56,7% 55,8% 55,3% Wallonië 20,6% 21,1% 21,6% 22,1% Brussel 22,2% 22,3% 22,5% 22,6% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Grafiek: Evolutie aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per gewest -2007/ Vlaanderen Wallonië Brussel Het aantal loontrekkende werknemers in België in de horeca daalt in 2012 met 2,5% ten opzichte van het jaar voordien. Dit heeft vooral te maken met de daling van het aantal werknemers in Vlaanderen en in mindere mate in Brussel. Wallonië kent een heel kleine daling van 0,2%. 55% van alle horecawerknemers werkt in Vlaanderen. In 2009 was dit nog 57%. We zien tenslotte dat het aantal werknemers in Wallonië en Brussel naar elkaar toe groeien. Evolutiereeks in bijlage 1

42 Werknemers per subsector België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per subsector in België -2009/ Hotels ,8% Vakantieverblijven ,2% Kampeerterreinen ,5% Overige accommodatie ,2% Restaurants ,5% Catering ,7% Drinkgelegenheden ,3% Totaal ,5% Hotels 13,9% 13,8% 14,0% 14,1% Vakantieverblijven 3,4% 3,3% 3,0% 3,1% Kampeerterreinen 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% Overige accommodatie 0,5% 0,5% 0,6% 0,6% Restaurants 55,8% 56,2% 55,7% 56,3% Catering 13,3% 13,3% 14,0% 13,8% Drinkgelegenheden 12,6% 12,4% 12,4% 11,7% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per subsector in Vlaanderen -2009/ Hotels ,4% Vakantieverblijven ,2% Kampeerterreinen ,4% Overige accommodatie ,0% Restaurants ,0% Catering ,2% Drinkgelegenheden ,6% Totaal ,5% Hotels 12,4% 12,2% 12,6% 12,9% Vakantieverblijven 4,0% 4,0% 3,5% 3,6% Kampeerterreinen 0,5% 0,5% 0,4% 0,5% Overige accommodatie 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% Restaurants 58,0% 58,4% 57,9% 58,2% Catering 10,6% 10,8% 11,7% 11,6% Drinkgelegenheden 14,3% 13,9% 13,7% 13,1% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

43 37 De evolutie van het aantal werknemers in de horeca verschilt tussen de subsectoren onderling, maar ook tussen de verschillende gewesten. Op nationaal vlak zien we enkel een positieve evolutie in het aantal werknemers bij de vakantieverblijven en kampeerterreinen. Bij de cateringbedrijven en drinkgelegenheden gaan er procentueel het meeste jobs verloren. Binnen de horecasector stellen de restaurants het meeste werknemers tewerk, namelijk 56%. In Vlaanderen gaat het aantal tewerkgestelden er met 3,5% op achteruit. De subsectoren kampeerterreinen en overige accommodatie zien wel gemiddeld hun personeelsbestand toenemen. Daartegenover gaan er vooral jobs verloren bij de restaurants, catering en in het bijzonder de drinkgelegenheden. Hoewel er meer dan jobs verdwijnen bij de restaurants, gaat het aandeel van de restaurantwerknemers er zelfs nog licht op vooruit tot ruim 58%. In Wallonië gaan er netto het minst aantal jobs verloren in de horecasector. Een aantal subsectoren zien hun personeelsbestand zelfs toenemen. In Brussel gaat nagenoeg elke subsector achteruit, hoewel meestal beperkt. Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per subsector in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % Hotels ,9% ,1% Vakantieverblijven ,9% 327 1,2% Kampeerterreinen 154 0,6% 12 0,0% Overige accommodatie 443 1,7% 111 0,4% Restaurants ,1% ,0% Catering ,8% ,1% Drinkgelegenheden ,1% ,1% Totaal % % Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Evolutiereeks in bijlage 2 26 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

44 Werknemers per dimensiegrootte van de onderneming België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming in België -2009/ tot 4 werknemers tot 9 werknemers tot 19 werknemers tot 49 werknemers tot 99 werknemers tot 199 werknemers tot 499 werknemers tot 999 werknemers werknemers en meer Totaal tot 4 werknemers 23,3% 22,9% 22,9% 22,9% 5 tot 9 werknemers 20,9% 20,6% 20,1% 20,2% 10 tot 19 werknemers 18,2% 18,3% 18,4% 18,5% 20 tot 49 werknemers 14,9% 15,6% 15,8% 15,5% 50 tot 99 werknemers 5,2% 5,3% 5,2% 5,5% 100 tot 199 werknemers 3,8% 3,7% 3,3% 3,8% 200 tot 499 werknemers 4,8% 4,7% 5,6% 4,7% 500 tot 999 werknemers 1,1% 1,1% 1,0% 2,3% 1000 werknemers en meer 7,9% 7,9% 7,6% 6,7% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 We zien een verschuiving in 2012 van de aandelen tussen de grote horecabedrijven. Een procentuele daling in een dimensiecategorie hoeft echter niet noodzakelijk te betekenen dat bepaalde bedrijven zijn stopgezet. Het is mogelijk dat een bedrijf dat in 2011 nog iets meer dan werknemers had, nu zijn personeelsbestand heeft laten inkrimpen tot net onder de Dit heeft een verschuiving tussen de verschillende dimensies tot gevolg. Onderstaande tabel toont wel aan dat het aantal werknemers dat in een klein bedrijf werkt (< 50 werknemers) procentueel sterker daalt dan het aantal dat in een groot bedrijf werkt (> 50 werknemers). Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector in België -2011/ n n n % 1 tot 50 werknemers ,9% 50 werknemers en meer ,1% Totaal ,5% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Net als voor België zien we voor Vlaanderen een aantal lichte verschuivingen tussen de verschillende dimensies. De grootste groep van werknemers werkt voor een bedrijf dat 1 tot 4 werknemers

45 39 tewerkstelt. In vergelijking met Vlaanderen kent Wallonië meer kleine ondernemingen. In Brussel daarentegen werkt de grootste groep van werknemers in een bedrijf met meer dan werknemers. Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming in Vlaanderen -2009/ tot 4 werknemers tot 9 werknemers tot 19 werknemers tot 49 werknemers tot 99 werknemers tot 199 werknemers tot 499 werknemers tot 999 werknemers werknemers en meer Totaal tot 4 werknemers 23,2% 22,7% 22,8% 23,0% 5 tot 9 werknemers 22,9% 22,5% 21,7% 21,9% 10 tot 19 werknemers 20,7% 20,8% 21,1% 20,7% 20 tot 49 werknemers 15,8% 16,9% 16,8% 16,0% 50 tot 99 werknemers 5,7% 4,7% 4,8% 5,4% 100 tot 199 werknemers 1,9% 2,5% 1,9% 2,4% 200 tot 499 werknemers 5,4% 5,2% 6,6% 5,2% 500 tot 999 werknemers 0,7% 0,7% 0,8% 1,7% 1000 werknemers en meer 3,7% 4,0% 3,4% 3,5% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % 1 tot 4 werknemers ,5% ,1% 5 tot 9 werknemers ,3% ,9% 10 tot 19 werknemers ,7% ,8% 20 tot 49 werknemers ,5% ,1% 50 tot 99 werknemers ,4% ,9% 100 tot 199 werknemers 593 2,2% ,8% 200 tot 499 werknemers 910 3,4% ,5% 500 tot 999 werknemers 0 0,0% ,0% 1000 werknemers en meer 0 0,0% ,9% Totaal % % Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Evolutiereeks in bijlage 7

46 Werknemers per dimensiegrootte van de onderneming en per subsector België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming en per subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie genheden Kampeer- Overige Drinkgele- Restaurants Catering 1 tot 4 wns tot 9 wns tot 19 wns tot 49 wns tot 99 wns tot 199 wns tot 499 wns tot 999 wns wns en meer Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie genheden Kampeer- Overige Drinkgele- Restaurants Catering 1 tot 4 wns 6,0% 8,0% 39,9% 9,4% 28,5% 9,4% 36,1% 5 tot 9 wns 10,3% 6,2% 34,2% 37,4% 24,9% 9,1% 24,5% 10 tot 19 wns 15,6% 8,7% 10,3% 48,4% 21,3% 8,8% 21,4% 20 tot 49 wns 22,6% 14,7% 15,5% 4,8% 15,2% 10,6% 14,6% 50 tot 99 wns 14,4% 13,8% 0,0% 0,0% 3,1% 6,8% 3,3% 100 tot 199 wns 14,7% 6,4% 0,0% 0,0% 0,8% 8,2% 0,0% 200 tot 499 wns 9,4% 11,6% 0,0% 0,0% 2,2% 12,8% 0,0% 500 tot 999 wns 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 2,2% 7,7% 0,0% 1000 wns en meer 7,2% 30,5% 0,0% 0,0% 1,9% 26,6% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 De tabellen tonen dat kampeerterreinen, overige accommodatie en drinkgelegenheden eerder kleine ondernemingen zijn waar weinig mensen tewerkgesteld worden per onderneming. Hotels, vakantieverblijven, restaurants en cateringbedrijven vinden we terug over nagenoeg alle dimensies. In Vlaanderen zien we een gelijkaardig patroon.

47 41 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming en per subsector in Vlaanderen Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie genheden Kampeer- Overige Drinkgele- Restaurants Catering 1 tot 4 wns tot 9 wns tot 19 wns tot 49 wns tot 99 wns tot 199 wns tot 499 wns tot 999 wns wns en meer Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie genheden Kampeer- Overige Drinkgele- Restaurants Catering 1 tot 4 wns 6,6% 6,8% 27,7% 13,1% 27,8% 10,9% 33,3% 5 tot 9 wns 10,4% 5,7% 40,0% 34,6% 26,5% 12,4% 24,6% 10 tot 19 wns 21,2% 6,2% 15,8% 52,3% 22,5% 13,2% 22,6% 20 tot 49 wns 23,9% 14,0% 16,5% 0,0% 14,6% 15,3% 16,0% 50 tot 99 wns 14,6% 14,4% 0,0% 0,0% 2,8% 8,2% 3,5% 100 tot 199 wns 4,9% 4,7% 0,0% 0,0% 1,1% 8,7% 0,0% 200 tot 499 wns 4,3% 0,0% 0,0% 0,0% 3,2% 24,2% 0,0% 500 tot 999 wns 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 1,6% 7,0% 0,0% 1000 wns en meer 14,1% 48,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

48 Werknemers per statuut België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per statuut in België -2009/ Arbeiders ,0% Bedienden ,4% Totaal ,5% Arbeiders 88,5% 88,5% 88,1% 87,6% Bedienden 11,5% 11,5% 11,9% 12,4% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per statuut in Vlaanderen -2009/ Arbeiders ,2% Bedienden ,4% Totaal ,5% Arbeiders 91,2% 91,1% 90,6% 89,9% Bedienden 8,8% 8,9% 9,4% 10,1% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Er is een groot verschil in evolutie tussen de verschillende statuten. Het aantal arbeiders in de horecasector in België en Vlaanderen daalt met respectievelijk 3% en 4%. Het aantal bedienden daarentegen stijgt met 1% in België en 3% in Vlaanderen. Op die manier stijgt in 2012 het percentage bedienden in Vlaanderen boven de 10%. In Wallonië zien we een gelijkaardig patroon als in Vlaanderen. In Brussel tenslotte zijn 20% van de horecawerknemers bediende. Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per statuut in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % Arbeiders ,0% ,7% Bedienden ,0% ,3% Totaal % % Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Evolutiereeks in bijlage 6 27 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

49 Werknemers per statuut en per subsector België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per statuut en per subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Arbeiders Bedienden Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Arbeiders 69,2% 66,1% 73,9% 73,5% 93,0% 82,7% 96,5% Bedienden 30,8% 33,9% 26,1% 26,5% 7,0% 17,3% 3,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per statuut en per subsector in Vlaanderen Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Arbeiders Bedienden Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Arbeiders 71,0% 67,8% 70,6% 44,6% 95,0% 85,5% 97,4% Bedienden 29,0% 32,2% 29,4% 55,4% 5,0% 14,5% 2,6% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 De drinkgelegenheden en restaurants stellen relatief gezien het meeste aantal arbeiders tewerk. De logiesverstrekkers daarentegen stellen procentueel minder arbeiders tewerk. De cijfers tonen reeds enkele jaren hetzelfde patroon.

50 Werknemers per geslacht België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per geslacht in België -2009/ Mannen ,4% Vrouwen ,5% Totaal ,5% Mannen 48,3% 48,7% 49,6% 50,1% Vrouwen 51,7% 51,3% 50,4% 49,9% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2009/ Mannen ,2% Vrouwen ,6% Totaal ,5% Mannen 46,3% 46,8% 47,7% 48,3% Vrouwen 53,7% 53,2% 52,3% 51,7% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 In 2012 zijn er in België meer mannelijke dan vrouwelijke werknemers. De laatste jaren kon men reeds een trend zien naar meer mannelijke werknemers in de sector. Als men naar de absolute cijfers kijkt, ziet men wel bij beide geslachten een daling. In Vlaanderen zijn er vooralsnog meer vrouwen dan mannen tewerkgesteld, al is ook daar de trend duidelijk te zien. In Wallonië is de situatie gelijkaardig aan Vlaanderen. In Brussel daarentegen zijn er reeds jaren meer mannelijke werknemers. Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per geslacht in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % Mannen ,1% ,2% Vrouwen ,9% ,8% Totaal % % Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Evolutiereeks in bijlage 3 28 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

51 Werknemers per geslacht en per subsector België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per geslacht en per subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Mannen Vrouwen Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Mannen 46,3% 29,8% 54,0% 34,8% 53,2% 48,1% 48,1% Vrouwen 53,7% 70,2% 46,0% 65,2% 46,8% 51,9% 51,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per geslacht en per subsector in Vlaanderen Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Mannen Vrouwen Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Mannen 42,6% 26,5% 54,8% 33,8% 51,3% 49,4% 46,1% Vrouwen 57,4% 73,5% 45,2% 66,2% 48,7% 50,6% 53,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 We zien dat vakantieverblijven en overige accommodatie heel wat vrouwelijke werknemers aantrekken. Bij de hotels, cateringbedrijven en drinkgelegenheden gaat de verdeling richting In de subsectoren kampeerterreinen en restaurants werken er dan weer iets meer mannen dan vrouwen.

52 Werknemers per regime België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per regime in België -2009/ Voltijds ,1% Deeltijds ,6% Specialen ,7% Totaal ,5% Voltijds 34,7% 35,1% 36,6% 37,5% Deeltijds 53,4% 53,2% 53,1% 53,0% Specialen 12,0% 11,7% 10,4% 9,5% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per regime in Vlaanderen -2009/ Voltijds ,3% Deeltijds ,1% Specialen ,0% Totaal ,5% Voltijds 32,0% 32,5% 34,1% 35,8% Deeltijds 50,4% 50,2% 50,6% 50,2% Specialen 17,6% 17,4% 15,3% 13,9% Totaal 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 In België zien we voor 2012 een toename van het aantal voltijdse werknemers met 0,1%. Dit wil zeggen dat de afname van het totaal aantal werknemers volledig toe te schrijven is aan de werknemers die deeltijds of als specialen werken. In Vlaanderen is er een gelijkaardig patroon, al is de procentuele evolutie wat verschillend. Over de jaren heen zien we een verschuiving van het aantal specialen naar voltijdsen, en dit voor zowel België als Vlaanderen. Het aantal deeltijdsen bleef de afgelopen jaren op een constant percentage. Wallonië kent dezelfde trend de afgelopen jaren, al zijn de percentages daar lichtjes anders. Brussel tenslotte, ziet het aantal specialen afnemen over de jaren heen, terwijl het aantal deeltijdse werknemers procentueel stijgt.

53 47 Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per regime in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % Voltijds ,7% ,5% Deeltijds ,2% ,6% Specialen ,1% 800 2,9% Totaal % % Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Evolutiereeksen in bijlage 4 & 5 29 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

54 Werknemers per regime en per subsector België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per regime en per subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie heden Kampeer- Overige Restaurants Catering Drinkgelegen- Voltijds Deeltijds Specialen Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie heden Kampeer- Overige Restaurants Catering Drinkgelegen- Voltijds 66,3% 39,2% 58,8% 51,6% 30,9% 47,2% 21,5% Deeltijds 27,9% 55,3% 36,8% 47,4% 59,9% 40,5% 64,8% Specialen 5,8% 5,4% 4,4% 1,0% 9,2% 12,4% 13,7% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per het regime en per subsector in Vlaanderen Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie heden Kampeer- Overige Restaurants Catering Drinkgelegen- Voltijds Deeltijds Specialen Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie heden Kampeer- Overige Restaurants Catering Drinkgelegen- Voltijds 61,7% 36,1% 63,2% 36,2% 31,8% 40,5% 22,8% Deeltijds 32,1% 57,2% 31,6% 63,8% 54,6% 36,8% 59,3% Specialen 6,2% 6,7% 5,2% 0,0% 13,6% 22,7% 17,8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 De subsectoren hotels en kampeerterreinen stellen procentueel het grootst aantal voltijdse werknemers tewerk. Bij de vakantieverblijven, restaurants en drinkgelegenheden werkt de grootste groep van de werknemers met een deeltijds contract. In de sector van de overige accommodatie werken in België procentueel meer voltijdsen terwijl dit in Vlaanderen meer deeltijdsen zijn. Catering tenslotte kent een min of meer gelijkmatige verdeling tussen voltijdse en deeltijdse medewerkers. Wat de specialen betreft, werken er procentueel het meest in de restaurants, drinkgelegenheden en cateringbedrijven.

55 Werknemers per leeftijdscategorie België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per leeftijdscategorie 30 in België -2009/ Aandeel 2012 <15 jaar ,0% jaar ,8% jaar ,2% jaar ,2% jaar ,9% jaar ,5% jaar ,7% jaar ,3% jaar ,3% jaar ,6% jaar ,6% 65 jaar en ouder ,0% Onbekend ,0% Totaal % Bron: RSZ, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per leeftijdscategorie in Vlaanderen -2009/ Aandeel 2012 <15 jaar jaar ,6% jaar ,4% jaar ,1% jaar ,9% jaar ,7% jaar ,2% jaar ,6% jaar ,0% jaar ,2% jaar ,9% 65 jaar en ouder ,3% Onbekend ,0% Totaal % Bron: RSZ, situatie op 30/06 30 Statistieken m.b.t. de leeftijdscategorieën van werknemers zijn opgebouwd volgens de hoofdverblijfplaats van de werknemer (en niet volgens vestigingsplaats van de onderneming).

56 50 Grafiek: procentuele verdeling loontrekkende werknemers in de horecasector jaar 19,5% 16,0% 21,8% 20,9% jaar jaar 22,6% 22,3% 30,5% 30,3% <20 jaar 5,6% 10,5% 0% 10% 20% 30% 40% Bron: RSZ, situatie op 30/06 In 2012 zet de trend zich verder naar minder jongere en meer oudere werknemers in de horecasector. Dit geldt zowel voor België als voor de gewesten. Als we kijken naar de grafiek hierboven zien we vooral het aandeel min 20-jarigen dalen. Het zijn vooral de 50-plussers (en in mindere mate de jarigen) die hun aandeel zien stijgen. Ondanks deze trend werken er nog steeds veel jongeren in de horecasector in vergelijking met het gemiddelde over alle sectoren heen. In Vlaanderen is 36% van de horecawerknemers jonger dan 30 jaar en 60% jonger dan 40. Over alle sectoren heen is dit respectievelijk 21% en 47% (zie grafiek hieronder). In Wallonië is de verhouding in de horecasector zelfs 39% jonger dan 30 en 64% jonger dan 40 jaar. In Brussel is dit respectievelijk 32% en 62%. Grafiek: procentuele verdeling loontrekkende werknemers in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 19,5% 21,8% 22,6% 30,5% 5,6% Horeca Vlaanderen Bron: RSZ, situatie op 30/06 24,9% 28,3% 25,6% 20,2% 1,0% Alle sectoren Vlaanderen jaar jaar jaar <20 jaar

57 51 Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per leeftijdscategorie in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % <15 jaar jaar ,9% 381 2,1% jaar ,2% ,7% jaar ,4% ,0% jaar ,6% ,2% jaar ,5% ,0% jaar ,8% ,2% jaar ,6% ,3% jaar ,5% ,3% jaar ,8% 838 4,6% jaar 575 2,0% 393 2,2% 65 jaar en ouder 194 0,7% 92 0,5% Onbekend Totaal % % Bron: RSZ, situatie op 30/06

58 Werknemers per leeftijdscategorie en per subsector België Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per leeftijdscategorie en per subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie genheden Kampeer- Overige Drinkgele- Restaurants Catering Totaal <15 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% jaar 2,1% 1,0% 0,7% 0,2% 6,5% 2,4% 4,3% jaar 10,7% 7,6% 6,8% 6,0% 19,9% 8,7% 17,9% jaar 15,5% 10,9% 8,0% 8,7% 16,3% 10,9% 16,4% jaar 14,2% 10,8% 7,8% 9,6% 12,9% 11,8% 13,4% jaar 12,8% 10,5% 8,0% 11,4% 10,9% 12,9% 11,2% jaar 13,3% 14,0% 13,4% 12,3% 10,5% 15,2% 10,1% jaar 12,1% 15,3% 13,6% 17,2% 8,6% 14,4% 9,4% jaar 9,2% 16,1% 17,5% 16,7% 6,8% 11,8% 7,6% jaar 6,2% 9,5% 11,9% 11,1% 4,6% 7,5% 5,3% jaar 2,9% 3,5% 6,8% 5,4% 2,2% 3,1% 2,8% 65 jaar en ouder 0,9% 0,9% 5,4% 1,4% 0,9% 1,2% 1,4% Onbekend 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, situatie op 30/06 Restaurants en drinkgelegenheden trekken een jong publiek van werknemers aan. Bij restaurants en drinkgelegenheden in België is respectievelijk 43% en 39% jonger dan 30 jaar. Bij de logiesvertrekkende bedrijven (zonder hotels) vinden we dan weer meer werknemers boven de 50 jaar. Catering en hotels tenslotte trekken zowel jonge als oudere werknemers aan. In Vlaanderen zien we een gelijkaardig patroon.

59 53 Vlaanderen Tabel: Aantal loontrekkende werknemers in de horecasector per leeftijdscategorie en per subsector in Vlaanderen Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie genheden Kampeer- Overige Drinkgele- Restaurants Catering Totaal <15 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% jaar 2,0% 1,0% 0,4% 0,0% 7,7% 2,8% 5,4% jaar 11,3% 7,7% 7,4% 5,2% 19,9% 9,4% 18,5% jaar 14,9% 10,1% 9,6% 18,5% 14,9% 10,0% 15,9% jaar 13,0% 9,7% 5,9% 13,3% 12,1% 11,0% 12,2% jaar 12,1% 9,8% 5,5% 8,9% 10,2% 11,7% 10,6% jaar 13,1% 14,2% 12,1% 6,7% 10,0% 14,1% 9,9% jaar 12,6% 16,3% 13,6% 11,9% 8,8% 15,0% 8,9% jaar 9,7% 16,1% 20,2% 15,6% 7,4% 12,7% 7,8% jaar 6,6% 10,7% 12,1% 8,9% 5,2% 8,3% 5,9% jaar 3,4% 3,3% 7,0% 5,9% 2,6% 3,5% 3,0% 65 jaar en ouder 1,2% 1,1% 6,3% 5,2% 1,1% 1,6% 1,8% Onbekend 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, situatie op 30/06

60 54

61 55 2 Aantal zelfstandigen in de horecasector Op de volgende pagina s vindt u in een overzicht de kerncijfers wat betreft de zelfstandigen 31 in de horecasector in België en Vlaanderen. Daarna vindt u meer gedetailleerde tabellen. Nog meer detail is te vinden in onze online database Horeca in Cijfers 32. Het aantal zelfstandigen kan er bepaald worden per gewest, provincie, arrondissement en gemeente. Deze digitale weg maakt het mogelijk om de beschikbare informatie continu te actualiseren en uit te breiden. Voor de gegevens over de zelfstandigen in de horecasector doen we een beroep op de gegevens van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Deze instantie gebruikt een activiteitenindeling los van de nace-bel codes. De horecasector valt hier onder de subbedrijfstak 407. De regionale indeling gebeurt bij de RSVZ op basis van de woonplaats van de zelfstandige. Dit stemt niet noodzakelijk overeen met de plaats waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend, maar dit laatste gegeven is door de RSVZ niet gekend. 31 De statistieken geven het aantal verzekeringsplichtigen. Dit is de som van het aantal zelfstandigen en helpers. 32 Te bereiken via de website: > cijfers en publicaties > online cijferdatabase of via

62 Overzicht In totaal werken in 2012 in België, over alle sectoren heen, zelfstandigen zelfstandigen of 4,1% werkt in de horecasector. in 2012 zijn er in Vlaanderen zelfstandigen actief in de horecasector. Dit is 64% van alle zelfstandigen in de horecasector in België. Grafiek: Aantal zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen -2006/ Vlaanderen Bron: RSVZ In 2012 stijgt het aantal zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen met een kleine 500 tot Het aantal zelfstandigen kent vanaf 2009 een gevoelige stijging. In de periode is het aantal zelfstandigen in de horecasector gestegen met 18%.

63 57 Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector n % Vlaanderen België Vlaanderen België Totaal aantal % 100% Gewesten Vlaanderen ,2% Wallonië ,3% Brussel ,4% Vlaamse provincies West-Vlaanderen ,8% -- Oost-Vlaanderen ,4% -- Antwerpen ,9% -- Vlaams-Brabant ,4% -- Limburg ,6% -- Aard van bezigheid Hoofdbezigheid ,2% 77,9% Bijkomende bezigheid ,9% 17,0% Actief na pensioen ,8% 5,1% Geslacht Man ,6% 56,6% Vrouw ,4% 43,4% Leeftijd <25 jaar ,5% 3,5% 25 tot 35 jaar ,1% 16,8% 35 tot 50 jaar ,8% 43,3% 50 tot 65 jaar ,3% 31,7% >65 jaar ,4% 4,8% Starters/stoppers Starters Stoppers Bron: RSVZ 33 Zelfstandige in bijberoep: Dit is het geval als men samen met de zelfstandige activiteit nog een andere beroepsbezigheid uitoefent voor een werkgever. Of, als men als zelfstandige ook een loonvervangend inkomen krijgt uit een andere, weggevallen beroepsactiviteit als werknemer of ambtenaar. 34 Zelfstandige actief na pensioen(leeftijd): Hier moet de zelfstandige rekening houden met een aantal voorwaarden. Zo zijn de inkomsten uit de beroepsbezigheid begrensd.

64 58 Een profielschets van de zelfstandigen in de horecasector: In 2012 werkt 64% van de zelfstandigen in Vlaanderen, 30% in Wallonië en 5% in Brussel. In 2012 werkt 26% van de Vlaamse zelfstandigen in West-Vlaanderen, 23% in Oost- Vlaanderen, 21% in Antwerpen, 16% in Limburg en 14% in Vlaams-Brabant. In 2012 werkt 77% van de zelfstandigen in Vlaanderen in de horeca als hoofdbezigheid. 18% is zelfstandige in bijberoep. 5% is actief als zelfstandige na het bereiken van de pensioenleeftijd. De verdeling van de zelfstandigen per aard van bezigheid is voor Vlaanderen en België nagenoeg gelijk. In 2012 is in Vlaanderen 56% van de zelfstandigen in de horecasector man en 44% vrouw. In Vlaanderen ligt het aandeel vrouwelijke zelfstandigen in de horeca iets hoger dan het nationale gemiddelde, 44% versus 43% in België. In 2012 is 44% van de Vlaamse zelfstandigen tussen 35 en 50 jaar oud. 31% is tussen 50 en 65 jaar oud. 17% is tussen 25 en 35 jaar oud. Een minderheid is ouder dan 65 jaar of jonger dan 25 jaar. Deze leeftijdsverdeling is gelijkaardig aan die voor België. In 2012 zijn zelfstandigen van start gegaan in de Vlaamse horecasector zelfstandigen zijn gestopt. Op nationaal vlak zien we eveneens meer starters dan stoppers.

65 Aantal zelfstandigen in alle sectoren in België Tabel: Aantal zelfstandigen in alle sectoren in België -2011/2012- Code RSVZ Omschrijving Aandeel Groentekwekers ,2% 102 Tuinbouwers ,3% 103 Wijnbouwers ,0% 104 Landbouwers, pachters, e.a ,1% 105 Bosexploitatie ,2% 106 Diverse landbouwactiviteiten ,7% , Bestuurders van de landbouw ,5% 201 Zeevisserij ,0% 202 Zoetwatervisserij ,0% , Bestuurders van de visserij ,0% 301 Mijnnijverheid ,0% 302 Steengroefnijverheid ,0% 303 Metaalnijverheid ,0% 304 Keramieknijverheid ,0% 305 Glasnijverheid ,0% 306 Chemische nijverheid ,0% 307 Voedingsnijverheid ,4% 308 Textielnijverheid ,1% 309 Kledingnijverheid ,2% 310 Bouwnijverheid ,0% 311 Hout-en meubelnijverheid ,4% 312 Huid-en ledernijverheid ,1% 313 Tabaksnijverheid ,0% 314 Papiernijverheid ,0% 315 Boekdruknijverheid ,2% 316 Kunst-en precisienijverheid ,3% 317 Vervoer ,1% 318 Binnenschippers ,2% 319 Sleepbootexploitanten ,0% 320 Security en bewaking nijv. en amb ,0% , Bestuurders van de nijv. en amb ,7% 401 Groothandel ,8% 402 Kleinhandel ,3% 403 Groot-en kleinhandel ,4% 404 Banken ,2% 405 Verzekeringen ,0% 406 Tussenpersonen ,2% 407 Horecasector ,1% 408 Vermakelijkheden ,7% 409 Foorkramers ,1% 410 Marktkramers, leurders ,7%

66 60 Code RSVZ Omschrijving Aandeel Marketing en verkoop ,1% 412 Security en bewaking handel ,0% , Bestuurders van de handel ,3% 501 Artsen, chirurgen ,8% 502 Tandartsen ,7% 503 Apothekers ,4% 504 Dierenartsen ,4% 505 Para-medici ,0% 506 Privé-onderricht ,5% 507 Wetenschap ,1% 508 Letteren ,9% 509 Kunst (voor 1/7/2003) ,5% 510 Kunst (vanaf 1/7/2003) ,9% 514 Advocaten ,8% 515 Notarissen ,1% 516 Gerechtsdeurwaarders ,1% 517 Landmeters, ingenieurs, accountants, experts ,1% 518 Architecten ,7% 519 Diverse intellectuele beroepen ,6% , Bestuurders van de vrije beroepen ,2% 601 Schoonheidszorg ,2% 602 Diverse beroepen van manuele aard ,6% , Bestuurders van de diensten ,3% 000 Diversen ,8% , 061 Bestuurders van diversen ,6% Totaal % Bron: RSVZ In 2012 werkt 4,1% van alle zelfstandigen in de horecasector. Dit is hetzelfde percentage als 2011 en in 2012 komen er in absolute aantallen netto 754 zelfstandigen in de horeca bij. Dit is een stijging van 1,9% ten opzichte van Dit resultaat is gelijk aan de stijging van het aantal zelfstandigen over alle sectoren heen, of eveneens 1,9%. Naast zelfstandigen die hun domicilie in België hebben, zijn er nog zelfstandigen die in het buitenland wonen. Voor de horecasector zijn er 531 personen die hun domicilie niet in België hebben.

67 Aantal zelfstandigen in de horecasector Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector in de gewesten -2008/ Vlaanderen ,9% Wallonië ,2% Brussel ,2% Totaal ,9% Vlaanderen 62,3% 62,6% 64,1% 64,2% 64,2% Wallonië 31,9% 31,7% 30,3% 30,2% 30,3% Brussel 5,8% 5,7% 5,6% 5,5% 5,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ In alle gewesten stijgt het aantal zelfstandigen in de horecasector. Vlaanderen klokt af op een stijging van 1,9%, Wallonië op 2,2% en Brussel op 0,2%. Zoals we reeds eerder meegaven, komt dit neer op een stijging van 1,9% op nationaal vlak. De grafiek hieronder toont dat vooral Vlaanderen en in minder mate Wallonië een stijging kennen in het aantal zelfstandigen in de horecasector. Grafiek: aantal zelfstandigen in de horecasector over de gewesten -2005/ Vlaanderen Wallonië Brussel Bron: RSVZ Evolutiereeks in bijlage 8

68 Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in België -2008/ Hoofdbezigheid ,4% Bijkomende bezigheid ,7% Actief na pensioen(leeftijd) ,7% Totaal ,9% Hoofdbezigheid 82,0% 81,3% 80,2% 79,1% 77,9% Bijkomende bezigheid 13,8% 14,4% 15,3% 16,1% 17,0% Actief na pensioen(leeftijd) 4,2% 4,3% 4,5% 4,8% 5,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in Vlaanderen -2008/ Hoofdbezigheid ,3% Bijkomende bezigheid ,1% Actief na pensioen(leeftijd) ,7% Totaal ,9% Hoofdbezigheid 82,6% 81,5% 79,8% 78,5% 77,2% Bijkomende bezigheid 13,5% 14,5% 15,9% 16,9% 17,9% Actief na pensioen(leeftijd) 4,0% 4,0% 4,3% 4,6% 4,8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ We zien voor België dat 78% van de zelfstandigen dit zijn als hoofdbezigheid. 17% is zelfstandige als bijkomende bezigheid, terwijl 5% of één op twintig actief is als zelfstandige na pensioen(leeftijd). We zien wel dat deze laatste twee categorieën sterker stijgen dan de categorie van de zelfstandigen als hoofdbezigheid. In Vlaanderen en Wallonië is er een gelijkaardig patroon als België. In Brussel zien we meer zelfstandigen als hoofdbezigheid, terwijl de zelfstandigen als bijkomende bezigheid net geen 10% bedragen.

69 63 Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % Hoofdbezigheid ,0% ,5% Bijkomende bezigheid ,3% 215 9,9% Actief na pensioen(leeftijd) 683 5,7% 121 5,6% Totaal % % Bron: RSVZ Evolutiereeks in bijlage 9 35 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

70 Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in België -2008/ Mannen ,6% Vrouwen ,1% Totaal ,9% Mannen 55,2% 55,7% 55,8% 56,3% 56,6% Vrouwen 44,8% 44,3% 44,2% 43,7% 43,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2008/ Mannen ,2% Vrouwen ,4% Totaal ,9% Mannen 53,4% 53,9% 54,4% 54,9% 55,6% Vrouwen 46,6% 46,1% 45,6% 45,1% 44,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ In 2012 is 57% van de zelfstandigen een man, terwijl 43% een vrouw is. Het verschil tussen beide geslachten is de laatste jaren iets groter geworden. Vlaanderen kent een min of meer gelijkaardig patroon. In Wallonië en zeker in Brussel is het verschil tussen het aantal mannen en aantal vrouwen als zelfstandige in de sector nog iets groter. Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Wallonië en Brussel Wallonië 2012 Brussel n % n % Mannen ,9% ,1% Vrouwen ,1% ,9% Totaal % % Bron: RSVZ Evolutiereeks in bijlage De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

71 Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per geslacht België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per geslacht in België -2008/ Hoofdbezigheid Mannen Vrouwen Bijkomende bezigheid Mannen Vrouwen Actief na pensioen(leeftijd) Mannen Vrouwen Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen(leeftijd) Bron: RSVZ Mannen 53,6% 54,3% 54,5% 54,9% 55,4% Vrouwen 46,4% 45,7% 45,5% 45,1% 44,6% Mannen 67,6% 66,1% 65,3% 64,9% 64,3% Vrouwen 32,4% 33,9% 34,7% 35,1% 35,7% Mannen 45,8% 47,4% 47,8% 49,4% 50,4% Vrouwen 54,2% 52,6% 52,2% 50,6% 49,6% In elke categorie van aard van bezigheid zijn er meer mannen dan vrouwen, maar er zijn verschillen. In de categorie van bijkomende bezigheid is bijna twee op de drie man. Daartegenover staat dat de verdeling bij de actieven na pensioenleeftijd nagenoeg is. De verdeling in de categorie van hoofdbezigheid tenslotte is

72 66 Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per geslacht in Vlaanderen -2008/ Hoofdbezigheid Mannen Vrouwen Bijkomende bezigheid Mannen Vrouwen Actief na pensioen(leeftijd) Mannen Vrouwen Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen(leeftijd) Bron: RSVZ Mannen 51,7% 52,4% 52,8% 53,2% 53,9% Vrouwen 48,3% 47,6% 47,2% 46,8% 46,1% Mannen 66,5% 64,5% 64,1% 64,3% 64,1% Vrouwen 33,5% 35,5% 35,9% 35,7% 35,9% Mannen 44,8% 47,0% 47,8% 50,0% 51,1% Vrouwen 55,2% 53,0% 52,2% 50,0% 48,9% Vlaanderen kent een gelijkaardig patroon als België. Wat Wallonië betreft, zien we dat er in de horecasector zelfs meer vrouwen actief zijn na pensioen(leeftijd) dan mannen. Voor Brussel zien we in elke categorie meer dan 60% mannen. Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per geslacht in Wallonië en Brussel Wallonië Hoofdbezigheid Brussel Mannen ,3% ,5% Vrouwen ,7% ,5% Bijkomende bezigheid Mannen ,5% ,5% Vrouwen ,5% 72 33,5% Actief na pensioen(leeftijd) Bron: RSVZ Mannen ,3% 75 62,0% Vrouwen ,7% 46 38,0%

73 Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in België -2008/ <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Totaal <25 jaar 3,1% 3,3% 3,4% 3,3% 3,5% jaar 17,4% 17,2% 16,9% 16,8% 16,8% jaar 45,9% 45,6% 44,8% 44,1% 43,3% jaar 29,8% 30,1% 30,6% 31,2% 31,7% 65 jaar en ouder 3,8% 3,9% 4,3% 4,6% 4,8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Vlaanderen -2008/ <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Totaal <25 jaar 3,3% 3,3% 3,4% 3,3% 3,5% jaar 17,7% 17,4% 17,2% 17,2% 17,1% jaar 46,9% 46,4% 45,8% 44,5% 43,8% jaar 28,6% 29,3% 29,6% 30,6% 31,3% 65 jaar en ouder 3,4% 3,6% 4,0% 4,3% 4,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ

74 68 We zien duidelijk een andere leeftijdspiramide dan bij de horecawerknemers, hetgeen begrijpelijk is. In België is ongeveer één op de vijf zelfstandigen in de horecasector jonger dan 35 jaar. Dit percentage blijft min of meer gelijk over de laatste jaren. Daar tegenover staat dat iets meer dan 36% ouder is dan 50 jaar. In 2008 lag dit percentage nog drie procentpunten lager. Grafiek: procentuele verdeling zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Vlaanderen % 4,4% 90% 80% 31,3% 70% 60% 50% 40% 43,8% 30% 20% 10% 0% 17,1% 3,5% < jaar jaar jaar 65 jaar en ouder Bron: RSVZ In Vlaanderen (zie grafiek hierboven) en Wallonië zien we een gelijkaardig patroon als in België. In Brussel is het aantal zelfstandigen in de categorie jaar beduidend minder. We zien zowel meer jongere zelfstandigen (-35) als oudere (50+) Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel n % n % <25 jaar 389 3,2% 106 4,9% jaar ,7% ,8% jaar ,7% ,6% jaar ,9% ,9% 65 jaar en ouder 666 5,5% 126 5,8% Totaal % % Bron: RSVZ Evolutiereeks in bijlage 11

75 Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per leeftijdscategorie België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per leeftijdscategorie in België -2008/ Hoofdbezigheid <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Bijkomende bezigheid <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Actief na pensioen(leeftijd) <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Hoofdbezigheid <25 jaar 3,1% 3,3% 3,4% 3,4% 3,7% jaar 17,1% 16,8% 16,3% 16,0% 16,0% jaar 47,6% 47,4% 46,8% 46,2% 45,4% jaar 32,0% 32,3% 33,1% 33,9% 34,5% 65 jaar en ouder 0,2% 0,2% 0,4% 0,4% 0,4% Bijkomende bezigheid <25 jaar 4,1% 3,9% 4,2% 4,1% 3,6% jaar 24,5% 24,5% 25,1% 25,5% 25,4% jaar 49,9% 48,7% 47,4% 46,7% 46,6% jaar 21,5% 22,8% 23,2% 23,6% 24,2% 65 jaar en ouder 0,0% 0,0% 0,1% 0,1% 0,0% Actief na pensioen(leeftijd) Bron: RSVZ <25 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% jaar 0,1% 0,3% 0,3% 0,2% 0,1% jaar 14,6% 12,7% 12,5% 11,9% 13,3% 65 jaar en ouder 85,3% 87,0% 87,2% 87,9% 86,6%

76 70 Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per leeftijdscategorie in Vlaanderen -2008/ Hoofdbezigheid <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Bijkomende bezigheid <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Actief na pensioen(leeftijd) <25 jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Hoofdbezigheid <25 jaar 3,2% 3,3% 3,3% 3,2% 3,5% jaar 17,5% 17,0% 16,4% 16,2% 15,9% jaar 48,6% 48,4% 48,1% 47,0% 46,1% jaar 30,5% 31,2% 31,9% 33,3% 34,0% 65 jaar en ouder 0,2% 0,2% 0,4% 0,4% 0,4% Bijkomende bezigheid <25 jaar 4,7% 4,5% 4,9% 4,9% 4,1% jaar 24,1% 24,7% 26,0% 26,7% 26,9% jaar 50,7% 48,3% 46,4% 45,2% 45,4% jaar 20,5% 22,4% 22,6% 23,1% 23,7% 65 jaar en ouder 0,0% 0,0% 0,1% 0,1% 0,0% Actief na pensioen(leeftijd) Bron: RSVZ <25 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% jaar 0,2% 0,4% 0,5% 0,2% 0,1% jaar 17,4% 15,3% 14,2% 13,7% 15,7% 65 jaar en ouder 82,4% 84,3% 85,4% 86,1% 84,2%

77 71 Bovenstaande tabellen tonen aan dat er een verschil is tussen de categorieën naar aard van bezigheid en leeftijd. Op nationaal vlak zien we dat in de groep van bijkomende bezigheid de leeftijdscategorie jaar frequenter voorkomt dan bij de zelfstandigen als hoofdbezigheid. De jarigen zijn dan weer meer vertegenwoordigd in deze laatste categorie dan bij de zelfstandigen als bijkomende bezigheid. De zelfstandigen die actief zijn na pensioen(leeftijd) hebben begrijpelijk een andere leeftijdsindeling. 87% van deze groep is ouder dan 65 jaar. De gewesten tonen een min of meer gelijkaardig patroon. Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en per leeftijdscategorie in Wallonië en Brussel Wallonië Hoofdbezigheid Brussel <25 jaar 338 3,6% 98 5,4% jaar ,7% ,6% jaar ,6% ,7% jaar ,7% ,4% 65 jaar en ouder 48 0,5% 16 0,9% Bijkomende bezigheid <25 jaar 51 2,6% 8 3,7% jaar ,5% 66 30,7% jaar ,7% 99 46,0% jaar ,1% 42 19,5% 65 jaar en ouder 2 0,1% 0 0,0% Actief na pensioen(leeftijd) Bron: RSVZ <25 jaar 0 0,0% 0 0,0% jaar 0 0,0% 0 0,0% jaar 1 0,1% 0 0,0% jaar 66 9,7% 11 9,1% 65 jaar en ouder ,2% ,9%

78 Aantal startende en stoppende zelfstandigen in de horecasector in de gewesten 37 Tabel: Aantal startende zelfstandigen in de horecasector in de gewesten -2008/ Vlaanderen ,0% Wallonië ,3% Brussel ,9% Totaal ,7% Vlaanderen 56,1% 57,6% 62,5% 59,9% 59,0% Wallonië 38,7% 35,8% 31,4% 33,6% 33,5% Brussel 5,2% 6,6% 6,1% 6,4% 7,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Tabel: Aantal stoppende zelfstandigen in de horecasector in de gewesten -2008/ Vlaanderen ,4% Wallonië ,0% Brussel ,6% Totaal ,9% Vlaanderen 57,3% 55,1% 59,2% 61,0% 59,0% Wallonië 37,1% 39,0% 34,8% 33,0% 34,3% Brussel 5,6% 5,9% 6,0% 6,1% 6,8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ In 2012 stijgen zowel het aantal starters als het aantal stoppers en dit in alle gewesten. Er zijn wel duidelijke verschillen te bemerken. Vooreerst zijn er meer starters dan stoppers in de horecasector, tegenover De verdeling naar gewest is voor beiden wel min of meer hetzelfde. Als we vervolgens kijken naar de evolutie , zien we 16% meer starters en 5% meer stoppers dan vorig jaar. De verdeling naar gewest bij de evolutie is ongelijk. Zo zijn er in Brussel heel wat meer starters en stoppers dan vorig jaar. Vlaanderen en Wallonië kennen een kleinere groei in het aantal starters en stoppers. Als we de grafieken hierna bekijken, zien we dat zowel het aantal starters als het aantal stoppers de laatste jaren een serieuze stijging kennen. België kent een stijging van 56% in het aantal starters in de periode Het aantal stoppers stijgt met 34%. Vlaanderen kent een stijging in het aantal starters en stoppers met respectievelijk 50% en 31% in de periode Het is niet mogelijk de aftrekking tussen de starters en de stoppers te maken om de evolutie weer te geven van het aantal actieve zelfstandigen.

79 73 België Grafiek: Aantal starters en stoppers in de horecasector in België -2005/ Starters Stoppers Bron: RSVZ Vlaanderen Grafiek: Aantal starters en stoppers in de horecasector in Vlaanderen -2005/ Starters Stoppers Bron: RSVZ Evolutiereeksen in bijlage 12 & 13

80 74 3 Tewerkstelling van studenten met een studentencontract Het aantal studenten wordt weergegeven in aantal arbeidsplaatsen. Dit cijfer wordt bekomen door per werkgever het aantal tewerkgestelde studenten gedurende het kwartaal te tellen. Het gaat om statistische informatie over studentenjobs (geen onderwerping aan de sociale zekerheid, maar met een solidariteitsbijdrage). Sedert het jaar 2011 zijn er enkel nog cijfers beschikbaar voor België 38. We merken vrij grote schommelingen tussen de vier kwartalen. De meeste studentenjobs vinden plaats in het derde kwartaal (zomerperiode). Tijdens de zomer zijn de meeste studenten vragende partij om een centje bij te verdienen. Omwille van de grote schommelingen kiezen we ervoor om een cijferoverzicht te geven per kwartaal. Belangrijk om op te merken is dat een arbeidsplaats over meerdere kwartalen kan lopen. Sommeren heeft in dit geval dus weinig zin. Grafiek: Aantal studentenjobs in de horecasector per kwartaal in België -Q1 2008/Q Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek In 2012 vinden we de meeste studentenjobs in de horecasector in het derde kwartaal ( arbeidsplaatsen). Gevolgd door het tweede kwartaal (35.415) en het vierde kwartaal (29.785). De minste studentenjobs vinden we in januari, februari en maart (25.294). Wat de evolutie betreft, merken we jaar na een jaar een stijging op t.o.v. hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Onderstaande tabel toont de evolutie Tabel: Aantal studentenjobs in de horecasector per kwartaal in België jaar kwartaal Aantal jaargroei Q ,0% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek Q ,9% Q ,4% Q ,5% Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q Detail naar gewest en provincie is niet langer beschikbaar bij de RSZ.

81 75 4 Arbeidsvoorwaarden 4.1 Werknemers Gemiddeld brutokwartaalloon 39 in de horecasector per statuut België Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut in België -2009/ Arbeiders ,2% Bedienden ,1% Totaal ,3% Loonkloof 48,0% 45,9% 45,4% 45,4% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut in Vlaanderen -2009/ Arbeiders ,2% Bedienden ,0% Totaal ,4% Loonkloof 47,8% 44,5% 44,3% 44,1% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 In België en Vlaanderen heerst er een kloof tussen de brutokwartaallonen van arbeiders en bedienden in de horecasector. In 2012 voor België bedroeg deze kloof op kwartaalbasis euro of 45,4%. In Vlaanderen is dit euro of 44,1%. In Brussel is de kloof het grootst. In 2012 bedraagt het verschil daar euro of 49,8%. In Brussel vindt men voor zowel arbeiders als bedienden de hoogste lonen. Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel Arbeiders Bedienden Totaal Loonkloof 33,9% 49,8% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 39 Het gemiddeld brutokwartaalloon wordt berekend door het, bij de RSZ aangegeven, brutoloon per kwartaal te delen door het aantal voltijdsequivalenten. 40 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

82 Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per subsector België Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Arbeiders Bedienden Totaal Loonkloof 44,1% 43,8% 32,7% 26,2% 35,3% 53,0% 29,3% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per subsector in Vlaanderen Hotels Vakantieverblijveterreinen accommodatie Restaurants Catering Drinkgele- Kampeer- Overige genheden Arbeiders Bedienden Totaal Loonkloof 40,8% 43,9% 27,2% 25,5% 39,1% 48,1% 33,0% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 In elke subsector is er een kloof tussen arbeiders en bedienden wat betreft het brutokwartaalloon. De kloof is het grootst in de sector van de catering en het kleinst bij de overige accommodatie. In België verdienen de arbeiders het meest in de subsector overige accommodatie, terwijl dit voor bedienden de cateringsector is. In Vlaanderen is een arbeider in de horecasector het best af op loongebied bij de kampeerterreinen, terwijl dit voor een beidende opnieuw de cateringsector is Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per geslacht België Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per geslacht in België -2009/ Arbeiders Mannen ,3% Vrouwen ,9% Loonkloof 3,8% 3,6% 3,7% 4,1% Bedienden Mannen ,9% Vrouwen ,4% Loonkloof 19,5% 22,4% 19,8% 19,3% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

83 77 Vlaanderen Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per geslacht in Vlaanderen -2009/ Arbeiders Mannen ,3% Vrouwen ,9% Loonkloof 4,0% 3,7% 3,9% 4,2% Bedienden Mannen ,4% Vrouwen ,6% Loonkloof 17,7% 19,5% 19,2% 17,8% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Bij arbeiders in de horecasector zien we een kleinere kloof tussen mannen en vrouwen dan bij bedienden. Voor België is de loonkloof tussen mannen en vrouwen voor arbeiders 4% in Voor bedienden loopt dit op tot 19%. In 2012 wordt de loonkloof tussen mannen en vrouwen voor arbeiders terug iets groter, terwijl dit voor bedienden wel wat verkleint. In Vlaanderen zien we een gelijkaardig patroon als voor België. In Wallonië liggen de verschillen lager dan het nationaal gemiddelde. In Brussel is het verschil vooral groot bij bedienden. Daar loopt het verschil op tot 20%. Tabel: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector per statuut en per geslacht in Wallonië en Brussel Wallonië Brussel Arbeiders Mannen Vrouwen Loonkloof 3,3% 4,2% Bedienden Mannen Vrouwen Loonkloof 15,7% 20,0% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/ Gemiddeld bruto-uurloon in de horecasector per geslacht Verschillen in gemiddelde brutolonen tussen mannen en vrouwen kan je op verschillende manieren berekenen. Naast de brutokwartaallonen kan je de gemiddelde bruto-uurlonen vergelijken. Gegevens hier gelden voor voltijdse werknemers. 41 De groene, rode of gele pijltjes in de tabel wijzen op de evolutie in absolute cijfers ten opzichte van 2011.

84 78 Tabel: Gemiddelde bruto-uurlonen en loonkloof van voltijdse werknemers in de horecasector in 2010 op basis van nacecodes, ondernemingen met minstens tien werknemers) 2010 Uurloon Uurloon vrouwen mannen Loonkloof Afdeling 55 12,92 15,09 14% Afdeling 56 12,82 14,23 10% Alle sectoren 17,10 18,81 9% Bron: Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen In de tabel vind je de loonkloof 42, berekend voor alle werknemers op basis van bruto-uurlonen. Eerst en vooral zien we dat in vergelijking met alle sectoren, de officiële lonen in de horecasector lager dan gemiddeld liggen. In 2010 verdiende een vrouw in afdeling 55 (accommodaties) gemiddeld 12,92 euro per uur, bij mannen was dit 15,09 euro. De loonkloof bedraagt hier 14%. In afdeling 56 (eet- en drinkgelegenheden) verdiende een vrouw in ,82 euro per uur, terwijl een man gemiddeld 14,23 euro per uur had. De loonkloof in afdeling 56 bedraagt 10%. Voor alle sectoren ligt de loonkloof op 9%. Door de berekening o.b.v. bruto-uurlonen wordt het effect van de verschillen in arbeidsduur geneutraliseerd. Als je de loonkloof zou berekenen o.b.v. brutojaarlonen, dan zou je zien dat de loonkloof hoger ligt. Er is namelijk een verschil tussen mannen en vrouwen in arbeidsduur. Vrouwen werken in het algemeen vaker deeltijds dan mannen. Het is wel zo dat in de horecasector ook heel wat mannen deeltijds werken Arbeidsduur op weekbasis Tabel: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren per woonplaats per gewest Vlaanderen Wallonië Brussel België Voltijds loontrekkenden 39 uren 53 min. 39 uren 31 min. 39 uren 33 min. 39 uren 44 min. Deeltijds loontrekkenden 18 uren 43 min. 19 uren 04 min. 19 uren 06 min. 18 uren 53 min. Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Voltijdse werknemers in de horecasector presteren per week gemiddeld 39 uren en 44 minuten. Deeltijdse werknemers presteren per week gemiddeld 18 uren en 53 minuten. Bij de voltijdse werknemers ligt de gemiddelde wekelijkse werktijd het hoogst in Vlaanderen, bij de deeltijdse werknemers ligt de gemiddelde wekelijkse werktijd het hoogst in Brussel. Tabel: Evolutie gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren per woonplaats in Vlaanderen -2008/ Voltijds loontrekkenden 40 u 40 min 40 u 16 min 39 u 47 min 40 u 33 min 39 u 53 min Deeltijds loontrekkenden 19 u 12 min 18 u 37 min 18 u 54 min 19 u 04 min 18 u 43 min Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 De gemiddelde werktijd bij voltijdse horecawerknemers ligt in 2012 terug onder de kaap van 40 uren, vergelijkbaar met Bij deeltijds loontrekkenden nam de gemiddelde werktijd in 2012 eveneens af tot onder 19 uren. 42 Loonkloof = (loon mannen-loon vrouwen)/ loon mannen

85 79 Tabel: Aantal loontrekkenden per geslacht per effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis (%) Vlaanderen België Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal 1-20 uren 21% 42% 31% 23% 43% 33% uren 17% 20% 19% 16% 19% 17% uren 51% 34% 43% 50% 34% 42% > 40 uren 11% 4% 8% 10% 5% 8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 In de bovenstaande en onderstaande tabellen wordt de spreiding van de gewerkte uren op weekbasis weergegeven, dus niet de gemiddelde werktijd. Er zijn duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. In Vlaanderen werkt 62% van de vrouwen minder dan 37 uren per week, terwijl dit percentage voor mannen op 38% ligt. Het verschil verkleint wel, vorig jaar was de verhouding nog Daarnaast werkt 11% van de mannen meer dan 40 uren, terwijl dit bij vrouwen 4% is. Hier is dezelfde opmerking, met name dat het verschil verkleint. Vorig jaar was de verhouding De resultaten voor België liggen in dezelfde lijn. Tabel: Evolutie aantal loontrekkenden per geslacht per effectieve gewone arbeidsduur in Vlaanderen op weekbasis (%) -2008/ M V M V M V M V M V 1-20 uren 16% 43% 28% 37% 22% 43% 24% 43% 21% 42% uren 10% 22% 14% 20% 15% 23% 12% 24% 17% 20% uren 58% 32% 52% 38% 52% 31% 51% 30% 51% 34% > 40 uren 16% 4% 6% 5% 11% 2% 13% 2% 11% 4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of Werken op onregelmatige uren Onderstaande grafieken tonen in hoeverre de loontrekkende werknemers in de horecasector in Vlaanderen op onregelmatige uren werken. We presenteren in dit rapport de belangrijkste cijfers uit de Belgische Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), meer detail is opvraagbaar. 43 Werknemers die weet niet geantwoord hebben, zijn niet opgenomen in de tabel

86 80 Grafiek: Evolutie werken op onregelmatige uren bij mannelijke horecawerknemers in Vlaanderen / % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Avondwerk 83% 79% 78% 77% 76% 75% Nachtwerk 35% 34% 31% 34% 34% 29% Zaterdagwerk 88% 87% 85% 82% 83% 81% Zondagwerk 76% 75% 75% 76% 67% 65% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Als we beide grafieken met elkaar vergelijken, zien we dat de percentages bij mannen telkens hoger liggen dan bij vrouwen. Opvallend is wel dat sinds 2007 de percentages van mannen en vrouwen naar elkaar toe schuiven, en dit voor allemaal. Als we de mannen afzonderlijk bekijken, zien we dat het zaterdagwerk in 2012 door het meest aantal werknemers wordt uitgeoefend, met name 81%. Het nachtwerk daarentegen ligt reeds jaren ruim onder de andere percentages. Zowat zeven op de tien mannelijke werknemers moet nooit tijdens de nacht werken. 44 Antwoordcategorie avond- en nachtwerk = werkt soms, gewoonlijk of altijd s avonds / s nachts Antwoordcategorie zaterdag- en zondagwerk = werkt minstens één zaterdag / zondag in de maand.

87 81 Grafiek: Evolutie werken op onregelmatige uren bij vrouwelijk horecawerknemers in Vlaanderen / % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Avondwerk 52% 50% 55% 55% 61% 58% Nachtwerk 17% 14% 17% 16% 19% 24% Zaterdagwerk 73% 68% 69% 69% 72% 69% Zondagwerk 55% 53% 54% 62% 55% 55% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Bij de vrouwen zien we een gelijkaardig patroon, maar dan met lagere percentages. 70% van de vrouwelijke horecawerknemers werkt minimaal één zaterdag in de maand, het hoogste percentage. Net als bij de mannen ligt het nachtwerk ver onder de andere, al is er een duidelijke stijging te zien de laatste jaren. Avond- en zondagwerk liggen ergens tussenin. Een kleine 60% geeft aan dit soort van werk soms of altijd te doen. De resultaten voor de horecawerknemers in België tonen een gelijkaardig patroon. We tonen bijgevolg deze cijfers niet apart. Vergelijken we bovenstaande cijfers met eigen bevragingen bij werknemers dan zien we gelijkaardige resultaten. Daar komt avondwerk het vaakst voor, gevolgd door zaterdagwerk Tijdelijke arbeid Tijdelijke arbeid versus vast werk Het aandeel tijdelijke arbeid bij de loontrekkenden geeft weer welk aandeel van de loontrekkende werknemers geen contract van onbepaalde duur hebben. 47 Volgens de EAK 2012 hebben 83% van de horecawerknemers in België een vast contract, terwijl 17% over een tijdelijk beschikken. In Vlaanderen is de verdeling Antwoordcategorie avond- en nachtwerk = werkt soms, gewoonlijk of altijd s avonds / s nachts Antwoordcategorie zaterdag- en zondagwerk = werkt minstens één zaterdag / zondag in de maand. 46 Rapport Arbeidssituatie van werknemers in de Vlaamse horeca Hoofdbezigheid tijdens referentieweek

88 82 Tabel: Tijdelijke arbeid versus vast werk op basis van de voornaamste activiteit bij horecawerknemers in Vlaanderen en België (%) Vlaanderen België Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Vast werk 85% 87% 86% 85% 82% 83% Tijdelijk werk 15% 13% 14% 15% 18% 17% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Tijdelijke arbeid per type Onderstaande tabel geeft aan welke vormen tijdelijke arbeid meestal aanneemt 48. Tabel: Tijdelijke arbeid per type bij horecawerknemers in België (%) Uitzendkracht 11% 15% Dienstencheque / PWA 1% 1% Opleiding, stage, leercontract 6% 6% Studentenarbeid (met studentencontract) 24% 25% Arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een bepaald werk 39% 35% Andere arbeidsovereenkomst van bepaalde duur 4% 5% Gelegenheidswerk zonder formele arbeidsovereenkomst 14% 14% Totaal 100% 100% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 In 2012 is er weinig verandering t.o.v De grootste veranderingen zijn de uitzendkracht die van 11% naar 15% gaat en de Arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een bepaald werk die van 39% naar 35% gaat. De andere vormen blijven nagenoeg gelijk. Tijdelijke arbeid per duur van contract 49 Onderstaande tabel toont de opsplitsing naar duur van het tijdelijk contract voor horecawerknemers in België. In 2012 heeft zowat de helft van de tijdelijke werknemers een contract dat korter is dan 3 maanden. De andere helft heeft bijgevolg een contract van 3 maand of meer. Tabel: Tijdelijke arbeid per duur van contract in België (%) Duur contract 2012 minder dan 3 maanden 50% 3 maanden of meer 50% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of Voor tijdelijke arbeid per type zijn er geen resultaten voor Vlaanderen beschikbaar 49 Door de geringe aantallen kan enkel een opsplitsing gemaakt worden tussen minder en meer dan drie maanden.

89 Zelfstandigen Gemiddeld inkomen 50 in de horecasector per gewest en geslacht Tabel: gemiddeld inkomen in euro van zelfstandigen in de horecasector per gewest en geslacht Mannen Vrouwen Totaal Loonkloof Vlaanderen ,7% Wallonië ,1% Brussel ,9% België ,8% Bron: RSVZ Als we kijken naar de tabel hierboven, zien we dat in 2012 een zelfstandige in de horecasector in Vlaanderen op jaarbasis gemiddeld euro verdiende. In Wallonië was dit iets meer, in Brussel is dit minder. De verschillen tussen de beide geslachten zijn ook hier opmerkelijk. Zo ligt in elk gewest de loonkloof boven de 40% Gemiddeld inkomen in de horecasector per gewest en aard van bezigheid Tabel: gemiddeld inkomen in euro van zelfstandigen in de horecasector per gewest en aard van bezigheid actief na Hoofdbezigheid Nevenbezigheid Totaal pensioenleeftijd Vlaanderen Wallonië Brussel België Bron: RSVZ De opsplitsing naar de aard van bezigheid, toont grote verschillen onderling. Zo verdienen in Vlaanderen de zelfstandigen in hoofdbezigheid zo n zes maal meer dan hun collega s in nevenbezigheid, en meer dan twee maal zo veel als de actieven na pensioenleeftijd. Een opvallend cijfer hebben de actieven na pensioenleeftijd te Brussel. Dit kan wel beïnvloed geweest zijn door een aantal enkelingen aangezien er in totaal maar 121 zijn in Brussel. 50 de gemiddelde inkomsten (ongeacht van de inkomstenjaar) van de verzekeringsplichtigen (zelfstandigen + helpers) tewerkgesteld in de horecasector (code 407). Het gaat om de brutoberoepsinkomsten, verminderd met de beroepsuitgaven en -lasten en, in voorkomend geval, met de beroepsverliezen, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving op de inkomstenbelastingen. De toestand is op 31 december 2012.

90 Arbeidsduur op weekbasis Tabel: Gewone gemiddelde werktijd bij zelfstandigen in uren per woonplaats per gewest Vlaanderen Wallonië Brussel België Voltijds 66 uren 46 min. 62 uren 47 min. 57 uren 41 min. 64 uren 54 min. Deeltijds Geen representatieve cijfers beschikbaar Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Zelfstandigen die voltijds werken in de horecasector presteren per week gemiddeld 64 uren en 54 minuten. Dit is 31 minuten meer dan in De gemiddelde wekelijkse werktijd ligt bij Vlaamse zelfstandigen het hoogst, bij de zelfstandigen uit het Brusselse het laagst. De gemiddelde werktijd van zelfstandigen in Vlaanderen schommelt in de periode tussen 2008 en 2012 tussen 65 en 67 uur. Tabel: Evolutie gewone gemiddelde werktijd bij zelfstandigen in uren per woonplaats in Vlaanderen / Voltijds 66 u 36 min 65 u 29 min 65 u 47 min 65 u 37 min 66 u 46 min Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 In onderstaande tabellen wordt de spreiding van de gewerkte uren op weekbasis weergegeven. De verdeling tussen mannen en vrouwen is vrij gelijklopend, al is er een groter percentage mannen dat aangeeft maar dan 40 uren per week te werken. Als we Vlaanderen vergelijken met België zien we een grotere proportie niet-loontrekkenden die aangeeft meer dan 40 uren per week te werken (83% versus 79% in België). Tabel: Aantal niet-loontrekkenden per geslacht per effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis (%) Vlaanderen België Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal 1-20 uren 2% 6% 4% 3% 6% 5% uren 4% 5% 4% 4% 6% 5% uren 6% 14% 9% 9% 16% 12% > 40 uren 88% 75% 83% 84% 72% 79% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Tabel: Evolutie aantal niet-loontrekkenden per geslacht per effectieve gewone arbeidsduur in Vlaanderen op weekbasis (%) -2008/ M V M V M V M V M V 1-20 uren 1% 7% 2% 5% 2% 5% 3% 8% 2% 6% uren 2% 5% 1% 9% 10% 6% 3% 6% 4% 5% uren 4% 9% 10% 4% 3% 4% 9% 9% 6% 14% > 40 uren 93% 79% 88% 82% 85% 85% 85% 77% 88% 75% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of Zelfstandigen die weet niet geantwoord hebben, zijn niet opgenomen in de tabel.

91 Werken op onregelmatige uren Onderstaande grafieken tonen in hoeverre de niet-loontrekkenden in de horecasector in Vlaanderen op onregelmatige uren werken. We presenteren in dit rapport de belangrijkste cijfers uit de Belgische Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), meer detail is opvraagbaar. Grafiek: Evolutie werken op onregelmatige uren bij mannelijke niet-loontrekkenden in Vlaanderen / % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Avondwerk 95% 96% 95% 89% 95% 96% Nachtwerk 63% 63% 63% 54% 66% 65% Zaterdagwerk 95% 93% 96% 88% 97% 98% Zondagwerk 87% 89% 84% 83% 88% 91% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Als we beide grafieken met elkaar vergelijken, zien we dat de percentages bij mannen doorgaans hoger liggen dan bij vrouwen. De verschillen tussen beide geslachten zijn wel kleiner dan bij de loontrekkenden in de horecasector. Tenslotte liggen de percentages hier bij de niet-loontrekkenden hoger dan bij de loontrekkenden. Als we de grafiek van de mannelijke niet-loontrekkenden bekijken, zien we dat het zaterdagwerk in 2012 door het bijna alle mannen wordt uitgeoefend, met name 98%. Avond- en zondagwerk worden eveneens door heel wat mannelijke zelfstandigen uitgeoefend. Minder dan 1 op de 10 geeft namelijk aan dit nooit s avonds of de zondag te werken. Het nachtwerk ligt reeds jaren ruim onder de andere percentages. Twee op de drie mannelijke zelfstandigen geven niettemin aan dat zij soms of altijd s nachts werken. 52 Antwoordcategorie avond- en nachtwerk = werkt soms, gewoonlijk of altijd s avonds / s nachts Antwoordcategorie zaterdag- en zondagwerk = werkt minstens één zaterdag / zondag in de maand.

92 86 Grafiek: Evolutie werken op onregelmatige uren bij vrouwelijke niet-loontrekkenden in Vlaanderen / % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Avondwerk 90% 89% 88% 85% 88% 85% Nachtwerk 55% 53% 45% 51% 49% 42% Zaterdagwerk 92% 88% 95% 89% 96% 93% Zondagwerk 87% 83% 85% 81% 84% 80% Bron: FOD Economie - Afdeling Statistiek, Enquête naar de arbeidskrachten 2012, NACE_2008=55 of 56 Bij de vrouwelijke zelfstandigen geeft meer dan negen op de tien aan dat zij minstens één zaterdag per maand werken. Avond- en zondagwerk scoren beiden ook meer dan 80%. 4 op de 10 vrouwelijke zelfstandigen tenslotte geven aan dat zij soms of altijd s nachts werken. 53 Antwoordcategorie avond- en nachtwerk = werkt soms, gewoonlijk of altijd s avonds / s nachts Antwoordcategorie zaterdag- en zondagwerk = werkt minstens één zaterdag / zondag in de maand.

93 87 Werkzoekenden 1 Niet werkende werkzoekenden De Vlaamse werkloosheid wordt geoperationaliseerd aan de hand van de inschrijving als niet-werkende werkzoekende (nwwz) bij de VDAB 54. De groep van nwwz bestaat uit de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (uvw s), de schoolverlaters in wachttijd, de vrij ingeschreven niet-werkende werkzoekenden en andere verplicht ingeschreven niet-werkende werkzoekenden (onder andere OCMW). De meting van de nwwz vindt plaats op het einde van elke maand (bron: departement WSE). Het verloop van het aantal nwwz schommelt sterk omwille van seizoensinvloeden. Zo is er ondermeer tijdens de zomermaanden steeds een sterke toename van het aantal werkzoekenden: de werkzoekende schoolverlaters. De VDAB geeft het aantal nwwz naar beroepsgroep 55. Voorheen gebeurde de indeling op basis van één hoofdberoep dat door de werkzoekende werd opgegeven. In 2012 gebeurt de indeling niet meer op basis van hoofdberoep maar op basis van aspiraties. Zo kan de werkzoekende meer dan één voorkeurberoep opgeven waardoor de aantallen niet te vergelijken zijn met voorgaande jaren. In dit rapport bekijken we de schommelingen doorheen het jaar voor de beroepsgroep van hotel en keukenpersoneel. Daarna bekijken we voor de maand december de verschillende beroepen met betrekking tot de horeca. 54 Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding 55 Cijfers via ARVASTAT (

94 88 Tabel: Niet-werkende werkzoekenden hotel- en keukenpersoneel per geslacht in Vlaanderen maand Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen n n n % % januari ,1% 52,9% februari ,4% 52,6% maart ,5% 52,5% april ,1% 52,9% mei ,0% 53,0% juni ,5% 53,5% juli ,5% 53,5% augustus ,2% 53,8% september ,0% 53,0% oktober ,6% 52,4% november ,5% 51,5% december ,7% 51,3% jaargemiddelde ,3% 52,7% Bron: VDAB We zien dat het aantal niet-werkende werkzoekenden (met aspiraties hotel- en keukenpersoneel) net voor de zomer het laagst is. De reden hiervoor is dat er tijdens de zomer een toestroom is van schoolverlaters. Net zoals de vorige jaren zien we een kleine meerderheid aan vrouwen die op zoek is naar een job in de horeca. In 2011 waren er nog gemiddeld niet-werkende werkzoekenden die als hoofd- en voorkeurberoep hotel- en keukenpersoneel hadden opgegeven. Nu men meerdere aspiraties van beroepsgroepen in rekening brengt, is het aantal in 2012 bijna verdubbeld naar Een vergelijk tussen de twee jaren is aldus zinloos. 56 Groen staat voor het laagste aantal, rood voor het hoogste.

95 89 Tabel: Niet-werkende werkzoekenden horecapersoneel per geslacht in Vlaanderen -december december 2012 mannen Vrouwen Totaal Hotel- en keukenpersoneel Andere bureaubedienden Bron: VDAB Keukenchef-gerant Keukenverantwoordelijke - chef-kok Kok traiteurdienst - onderchef keuken - sous-chef Kok (vreemde gerechten) Dieetkok Kok grootkeuken Chef de partie - hulpkok Frituurbakker Keukenmedewerker fastfood - sneldienstrestauratie Pizza-bakker Afwasser Keukenhulp - collectiviteiten Keukenhulp Kamerpersoneel Gouvernante Dagportier Nachtportier Hoteldienaar Hallpersoneel Restaurantkelner Drankkelner brasserie, taverne, bistro, cafe, tea-room Zaalmeisje - zaaljongen Buffetmedewerker Steward - horeca Hotelmeester - maitre d'hotel Rangkelner Hulpkelner Barman Zaalmedewerker fast-food, sneldienstrestauratie Zaalhulp - collectiviteiten Helper zaal Hotelreceptionist - nacht Hotelreceptionist - dag Bovenstaande tabel toont het aantal niet-werkende werkzoekende met een aspiratie voor een job in de horeca voor december Optellen van de aantallen heeft weinig zijn aangezien men meerdere aspiratieberoepen kan opgeven. Eén persoon kan dus bij meerdere beroepen zijn geteld. We zien dat keukenhulp, drankkelner en afwasser veel worden opgegeven als voorkeurberoep. Daarnaast zijn nachtportier, pizza-bakker en kok eerder mannelijke beroepen, terwijl de functies van gouvernante, kamerpersoneel of zaalhulp eerder vrouwen aantrekken.

96 90 2 In- en uitstroom van werkzoekenden In een sector als de horeca is de kans zeer reëel dat dezelfde persoon in hetzelfde jaar meerdere perioden van werkloosheid en werk doormaakt. Deze persoon kan dus in verschillende maanden worden meegeteld. De in- en uitstroomcijfers van werkzoekenden naar en van de horecasector interpreteren we daarom beter als aantal aanwervingen en aantal einde contracten, in plaats van aantal personen 57. Tabel: Gemiddelde maandelijkse uitstroom uit werk in horeca naar werkloosheid en instroom naar werk in de horecasector vanuit werkloosheid in Vlaanderen -Q1 2007/Q Gemiddeld aantal per maand Jaargroei Kwartaal Uitstroom uit horeca naar werkloosheid Instroom naar horeca vanuit werkloosheid Uitstroom uit horeca naar werkloosheid Instroom naar horeca vanuit werkloosheid 2007-I II III IV I ,50% -5,17% 2008-II ,96% -10,57% 2008-III ,00% -10,39% 2008-IV ,56% +5,43% 2009-I ,83% -10,55% 2009-II ,61% +2,99% 2009-III ,30% +9,07% 2009-IV ,71% -7,27% 2010-I ,22% +13,25% 2010-II ,15% +11,11% 2010-III ,22% +1,34% 2010-IV ,97% +11,97% 2011-I ,15% -0,35% 2011-II ,38% -0,65% 2011-III ,66% -3,98% 2011-IV ,15% +2,12% 2012-I ,70% -6,26% 2012-II ,53% -7,11% 2012-III ,84% -1,76% 2012-IV ,37% -3,57% Bron: Departement WSE Op jaarbasis zien we in 2012 een toename van het aantal mensen dat uitstroomt uit de horeca naar de werkloosheid. Daarenboven zien we een afname van het aantal mensen die uit de werkloosheid naar de horeca stromen. Bekijken we de kwartalen 2012 wat meer in detail, dan zien we dat zowel in kwartaal 1, 3 als 4 er in absolute cijfers meer mensen naar de werkloosheid stromen vanuit de horeca dan aantal mensen dat 57 De horecasector wordt hier afgebakend op basis van nace-code. Je kan de instroom van werkzoekenden berekenen die bij het begin van de maand als werkzoekende zijn ingeschreven en die op de laatste dag van de maand aan het werk zijn volgens DIMONA. De koppeling met de nace-codes geeft aan in welke sector en welke activiteit de werkzoekende is ingestroomd.

97 91 instroomt naar de horeca vanuit de werkloosheid. Enkel in kwartaal 2 zien we meer mensen vanuit de werkloosheid naar de horeca stromen dan omgekeerd. Op onderstaande grafiek, zien we voor 2012 dat de rode trendlijn (uitstroom uit horeca naar werkloosheid) hoger ligt dan de groene trendlijn (instroom de horeca uit de werkloosheid). Dit wijst op een negatieve evolutie in de werkzoekendenstromen m.b.t. de horecasector. Grafiek: Uitstroom uit werk in de horeca naar de werkloosheid 58 en instroom naar werk in de horeca vanuit de werkloosheid 59 in Vlaanderen (op kwartaalbasis) -Q1 2007/Q Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q Uitstroom uit horeca naar werkloosheid Instroom naar horeca vanuit werkloosheid Trendlijn uitstroom uit horeca naar werkloosheid Trendlijn instroom naar horeca vanuit werkloosheid Bron: Departement WSE 58 Het aantal mensen werkzaam in de horeca dat in de loop van de maand werkzoekend wordt 59 Het aantal werkzoekenden dat in de loop van de maand instroomt in de horeca

98 92

99 93 Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken 1 Vacatures VDAB In het eerste deel wordt een beeld gevormd van de toestand en de evolutie van het aantal ontvangen vacatures in de horecasector. We kijken hiervoor naar de ontvangen VDAB-vacatures. De voornaamste beperking bij het VDAB-bestand is dat deze slechts een deel van de totale vacaturemarkt omvat. Werkgevers kunnen vacatures ook verspreiden via andere kanalen zoals jobsites, uitzendkantoren of mond-aan-mond-reclame. De vacaturemarkt wordt in dit hoofdstuk beschreven aan de hand van het totaal aantal ontvangen vacatures uit het Normaal Economisch Circuit (NEC) zonder interimopdrachten. Het omvat de vacatures uit het AMI-systeem 60 en Jobmanager 61 uit de vaste en tijdelijke circuits (uitgezonderd interim). In de vaste circuits gaat het om jobs met een contract voor onbepaalde of lange duur, jobs die werken en leren combineren en jobs ter vervanging van het brugpensioen. De tijdelijke circuits omvatten arbeidsovereenkomsten voor korte duur, studentenjobs en tijdelijke jobs in de horeca. Voor de vacaturegegevens gebruiken we jaarcijfers. Deze cijfers zijn weinig onderhevig aan seizoensschommelingen, omdat er gewerkt wordt met cumulatieve cijfers over de laatste 12 maanden. 60 AMI-systeem is een arbeidsmarktinformatiesysteem dat door VDAB-consulenten wordt gebruikt om vacatures te beheren en op te volgen. Werkzoekenden met een geschikt profiel worden doorverwezen naar de vacatures en de invulling van de vacatures wordt opgevolgd. 61 Jobmanager is een computersysteem waarmee werkgevers op zelfstandige basis online vacatures kunnen plaatsen en beheren. De werkzoekenden kunnen autonoom de vacatures raadplegen op de VDAB-website.

100 Ontvangen vacatures In onderstaande tabel worden de kenmerken van de ontvangen vacatures in de horecasector weergegeven. De onderverdeling wordt gemaakt naar vestigingsplaats van de onderneming, studieniveau en gevraagde ervaring. Tabel: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de horecasector in Vlaanderen zonder de uitzendsector -2010/2012- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Alle sectoren 2012 n n n n Totaal aantal vacatures Vestigingsplaats bedrijf % % % % West-Vlaanderen 34,7% 38,8% 32,7% 17,1% Oost-Vlaanderen 14,4% 15,2% 19,2% 20,8% Antwerpen 22,0% 20,3% 20,9% 28,5% Vlaams-Brabant 10,7% 10,2% 10,5% 12,6% Limburg 9,8% 7,8% 8,1% 10,2% Buiten Vlaanderen 8,4% 7,6% 8,6% 10,9% Studieniveau Laag 62 80,9% 79,8% 82,3% 48,2% Midden 63 15,2% 15,3% 13,8% 17,1% Hoog 64 3,8% 4,8% 3,9% 34,7% Gevraagde ervaring <6 maanden 46,1% 39,6% 38,6% 47,5% 6 maanden - 2 jaar 34,6% 36,3% 38,2% 26,2% +2 jaar 19,3% 24,1% 23,2% 26,4% Bron: VDAB/ Departement WSE De horecasector herstelde zich in 2010 en 2011 na het crisisjaar Dit uitte zich in een toename van het aantal vacatures in de horecasector. In 2012 zien we terug een afname van het aantal vacatures, dit van naar , een daling van meer dan vacatures. Het grootste aantal ontvangen vacatures in de horecasector vinden we traditioneel in West- Vlaanderen. In 2012 is dit niet anders, al daalt het aandeel van West-Vlaanderen wel spectaculair met zes procentpunten. In absolute aantallen waren er in West-Vlaanderen meer dan vacatures minder in de horecasector dan in het jaar 2011 ( ). Zowel Antwerpen als Oost-Vlaanderen hebben elk ongeveer één vijfde van het aantal vacatures. Vlaams-Brabant en Limburg vertegenwoordigen een kleiner aandeel in het aantal vacatures: respectievelijk 11% en 8%. Oost-Vlaanderen is de enige provincie die in absolute aantallen meer vacatures had in 2012 dan in De verdeling van het aantal vacatures in de horecasector naar vestigingsplaats verschilt met de verdeling over alle sectoren heen. Gemiddeld genomen, over alle sectoren heen, is het grootste aantal vacatures afkomstig van ondernemingen met een vestigingsplaats in Antwerpen (28%), gevolgd door Oost-Vlaanderen (21%) en West-Vlaanderen (17%). 62 Max. secundair onderwijs 2 de graad + wanneer geen min. studieniveau vermeld werd door de werkgever 63 Secundair 3 de of 4 de graad 64 Hoger onderwijs

101 95 Het gevraagde studieniveau voor de ontvangen vacatures in de horecasector is eerder laag (82%). Slechts 4% van de vacatures verwacht een hoog opleidingsniveau. Het verwachte opleidingsniveau ligt in de horecasector heel wat lager dan voor alles sectoren samen. De horecasector wijkt voor gevraagde ervaring af van het gemiddelde over alle sectoren heen. Bij 61% van alle horecavacatures vraagt men minimaal 6 maanden ervaring, terwijl dit voor alle sectoren samen maar 52% is. Tabel: Het aandeel ontvangen vacatures in de horecasector t.o.v. het totaal aantal vacatures in Vlaanderen zonder de uitzendsector -2008/ Horecasector 3,6% 3,8% 3,7% 3,7% 3,9% Bron: VDAB/ Departement WSE In 2012 zijn er in totaal vacatures in Vlaanderen of 3,9% zijn vacatures in de horecasector. Het aandeel horecavacatures schommelt de laatste jaren tussen 3,6 en 3,9%. Grafiek: Evolutie van het aantal ontvangen vacatures in de horecasector en alle sectoren in het normaal economisch circuit zonder interimopdrachten 2012 t.o.v % Horecasector -10,0% Alle sectoren -14,3% Bron: VDAB/ Departement WSE Als we tenslotte de horecasector met het gemiddelde van alle sectoren vergelijken, zien we dat de daling in de horecasector op jaarbasis kleiner is dan gemiddeld over alle sectoren heen. Ten opzichte van 2011 vertoont de horecasector in 2012 een daling van 10,0% in het aantal vacatures, terwijl dit over alle sectoren heen 14,3% is.

102 Ontvangen vacatures per subsector Tabel: Evolutie van het aantal ontvangen vacatures in de horecasector in het normaal economisch circuit zonder interimopdrachten per nace-code -2010/2012- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca t.o.v n % n % n % n % Totaal aantal vacatures % % % ,0% Hotels ,2% ,3% ,8% ,0% Kampeerterreinen 556 5,7% 775 6,7% 678 6,6% ,5% Restaurants ,9% ,1% ,0% ,2% Drankgelegenheden 802 8,3% 895 7,8% 756 7,3% ,5% Kantines en catering ,9% ,1% ,4% 99 +7,1% Bron: VDAB/ Departement WSE De verdeling in de horecasector op gebied van vacatures blijft nagenoeg gelijk. Er zijn in 2012 in vergelijking met 2011 iets meer vacatures in de subsector Kantines en catering en iets minder in de subsector hotel. In absolute aantallen stijgt enkel het aantal vacatures in de subsector Kantines en catering. Onderstaande figuur toont grafisch de jaargroei in 2012 voor de verschillende subsectoren in de horecasector. Grafiek: Evolutie van het aantal openstaande vacatures in de horecasector in het normaal economisch circuit zonder interimopdrachten per nace-code t.o.v % -20% -15% -10% -5% 0% 5% 10% Hotels -17,0% Kampeerterreinen -12,5% Restaurants -10,2% Drankgelegenheden -15,5% Kantines en catering 7,1% Bron: VDAB/ Departement WSE

103 Belangrijkste beroepen en vacatures Tabel: Overzicht van de belangrijkste beroepen waarvoor vacatures ontvangen werden in de horecasector (Vlaams Gewest, 2012) Per beroep met minstens 5 jobs in 2012 Knelpunt Vlaams Horecasector in 2011 Gewest Aandeel Restaurantkelner ja ,0% Drankkelner brasserie, taverne, bistro, cafe, tea-room ja ,1% Keukenhulp ja ,2% Zaalmeisje - zaaljongen ja ,8% Chef de partie - hulpkok ja ,2% Afwasser ,5% Keukenverantwoordelijke - chef-kok ja ,9% Barman ,9% Keukenmedewerker fastfood - sneldienstrestauratie ,3% Klassieke (professionele) schoonmaker ja ,7% Hotelreceptionist - dag ja ,3% Kamerpersoneel ja ,5% Verkoper ja ,1% Helper zaal ,1% Zaalmedewerker fast-food, sneldienstrestauratie ,7% Kok traiteurdienst - onderchef keuken - sous-chef ja ,4% Receptionist ,4% Hulpkelner ja ,0% Hotelreceptionist - nacht ja ,1% Frituurbakker ,8% Keukenchef-gerant ja ,3% Filiaalhouder of handelszaakbeheerder ja ,4% Animator toeristische centra ,8% Hotelmeester - maitre d'hotel ja ,4% Helper in de diensten- of vermaaksector ,9% Monitor opvoeder - spelleider ,2% Keukenhulp - collectiviteiten ,2% Buffetmedewerker ,1% Rangkelner ja ,6% Klusjesman gebouwen ,6% Productiearbeider ,7% Particuliere Schoonmaker ja ,3% Administratieve bediende ,6% Kok grootkeuken ja ,5% Zaalhulp - collectiviteiten ,4% Winkelverkoper - aanvuller - kassier ,8% Uitvoerend bediende ,2% Directieassistent van de algemene directie ,5% Kassier ,1% Chauffeur distributie ja ,9% Croupier ,8% Pizza-bakker ,0% Redder (strand en zwembad) ja ,5% Kok (vreemde gerechten) ,8% Filiaalassistent - eerste verkoper - rayon verantwoordelijke ja ,8% Bestuurder lichte vrachtwagen - vaste wagen (max. 7,5 ton) ja ,7%

104 98 Verkoopsverantwoordelijke - sales-manager ,2% Reclame- en publiciteitsmedewerker - promoteam ,6% Chauffeur koerierdienst ,5% Lader, losser ,1% Onderhoudsarbeider van gebouwen ,8% Nachtportier ,2% Boekhouder ja ,7% Commercieel bediende ,3% Bediende in de boekhouding ,0% Verantwoordelijke logistiek ,3% Steward - horeca ,1% Beeld- en/of geluidstechnicus ja ,6% Call center medewerker ja ,3% Banketbakker - pasteibakker - patissier ja ,2% Schoonheidsspecialist(e) ,2% Concierge - huisbewaarder ,7% Webdesigner ,7% Gouvernante ,1% Kwaliteitsverantwoordelijke ,1% Vertegenwoordiger ja ,1% Organisator evenementen - beurzen - tentoonstellingen - popconcerten, ,1% Kwaliteitscontroleur ,5% Algemeen verantwoordelijke profit sector ,0% Technisch-administratief bediende ja ,5% Tuinier ja ,1% Onderhoudselektricien ja ,7% Bewaker - bedrijfsportier ja ,5% Gekwalificeerd verzorgende ja ,2% Bediende planning en logistiek ja ,5% Loopjongen, -meisje - koerier ,9% Onderhoudsmecanicien en hersteller machines en industriele installaties ja ,2% Handlanger (licht werk) ,7% Coordinator / functionaris (cultuur, sport, jeugdwerking,...) ,3% Productieverantwoordelijke ja ,5% Hulpboekhouder ,9% Medewerker toeristische sector ,1% Enqueteur - marktonderzoeker ,5% Arbeider in de land- en tuinbouw ,2% Bestelwagenbestuurder ,7% Bestuurder van zware vrachtwagen met aanhangwagen ja ,2% Orderpicker - distributiesector ,4% Hoteldienaar ,4% Bron: VDAB Voor 88 beroepen in de horecasector werden in 2012 minstens 5 vacatures ontvangen.

105 99 2 Opleidingen Het tweede deel omvat de horecaopleidingen. We bekijken het aantal beëindigde opleidingen en de individuele beroepsopleidingen in de onderneming (IBO) in detail. 2.1 Aantal beëindigde opleidingen bij de VDAB Tabel: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB -2010/2012- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Aantal beëindigde opleidingen Keukenpersoneel 72,2% 73,1% 69,7% Zaalpersoneel 18,6% 11,2% 12,6% Ander horecapersoneel 9,2% 15,7% 17,7% Alle secties Vlaanderen Horeca t.o.v. alle secties Vlaanderen 1,80% 1,87% 1,54% Bron: VDAB In 2012 beëindigden cursisten een horecaopleiding bij de VDAB. 70% van deze opleidingen zijn opleidingen voor keukenpersoneel, 13% voor zaalpersoneel en 18% voor ander horecapersoneel. Alle horecaopleidingen gaan in 2012 lichtjes achteruit in absolute aantallen. Het aandeel van de horecaopleidingen in alle VDAB-opleidingen daalt naar 1,54%. Sinds 2010 zijn webopleidingen niet langer opgenomen in de rapportering van het aantal beëindigde opleidingen. Ten opzichte van 2011 is er in 2012 een afname van het aantal beëindigde horecawebopleidingen. De grootste groep webopleidingen blijft ander horecapersoneel. Tabel: Aantal beëindigde horeca-webopleidingen bij de VDAB -2010/2012- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Aantal beëindigde webopleidingen Keukenpersoneel 1,4% 2,2% 0,2% Zaalpersoneel 39,7% 32,7% 27,8% Ander horecapersoneel 59,0% 65,1% 71,9% Bron: VDAB Tabel: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per provincie -2010/2012- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Aantal beëindigde opleidingen Antwerpen 16,4% 15,1% 15,6% Vlaams-Brabant 3,0% 5,2% 5,5% Limburg 11,0% 12,3% 8,4% Oost-Vlaanderen 4,7% 5,4% 9,1% West-Vlaanderen 53,2% 46,5% 43,7% Regionale dienst Brussel 66 11,6% 15,5% 17,8% Bron: VDAB 65 In 2010 zijn webopleidingen niet langer opgenomen in de rapportering van het aantal beëindigde opleidingen. 66 Regionale Dienst Brussel = naam VDAB in Brussel

106 100 In 2012 werd 44% van de horecaopleidingen beëindigd in West-Vlaanderen. Twee jaar geleden was dit nog 53%. Daarnaast werd 18% van de opleidingen beëindigd bij de regionale dienst Brussel en 16% in Antwerpen. Tabel: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per statuut van de cursist -2010/2012- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Aantal beëindigde opleidingen Werkzoekenden 97,2% 95,2% 91,7% Leerlingen 1,6% 2,2% 4,1% Werknemers 1,1% 2,6% 4,2% Bron: VDAB In 2012 werd 92% van de opleidingen beëindigd door werkzoekenden. De laatste twee jaar stijgt het aandeel van leerlingen en werknemers wel naar elk 4%. Horeca-webopleidingen daarentegen worden vooral aan werkzoekenden en werknemers gegeven. Tabel: Aantal beëindigde horeca-webopleidingen bij de VDAB per statuut van de cursist -2010/2012- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Aantal beëindigde webopleidingen Werkzoekenden 53,9% 64,4% 60,3% Leerlingen 0,7% 0,4% 1,5% Werknemers 45,4% 35,3% 38,3% Bron: VDAB Tabel: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per financieringsvorm Horeca 2012 Financieringsvorm % financiering VDAB 59,8% Gemengde financiering 30,0% Erkenning opleidingsaanbod bij andere actoren 10,3% Bron: VDAB Vanaf 2012 geeft de VDAB weer hoe de opleidingen gefinancierd werden in plaats van de samenwerkingsvormen. 60% werd volledig door VDAB gefinancierd, 30% was gemengde financiering en 10% was een erkend opleidingsaanbod bij andere actoren.

107 Individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) De individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) is een opleidingsvorm waarbij een werkzoekende door een werkgever wordt opgeleid op de werkvloer. De werkgever betaalt geen loon of RSZ, enkel een productiviteitsvergoeding, verplaatsingskosten en een verzekering tegen arbeidsongevallen. De werkzoekende krijgt een premie bovenop zijn uitkering, waardoor het inkomen vergelijkbaar is met een nettoloon. Na deze opleiding van 1 tot 6 maanden is het bedrijf verplicht de werkzoekende een contract van onbepaalde duur te geven. (Bron: Departement WSE/VDAB) Tabel: Aantal IBO s per sector (Vlaams Gewest, 2012) n % Bouw ,8% Kleinhandel ,3% Horeca 868 7,2% Vervaardiging van transportmiddelen 719 6,0% Groothandel en handelsbemiddeling 706 5,9% Informaticatechnologie 547 4,6% Consultancy en wetenschappelijke activiteit 497 4,1% Overige diensten aan personen 496 4,1% Garagewezen 422 3,5% Overige zakelijke dienstverlening 357 3,0% Vervaardiging van metaalproducten 335 2,8% Primaire sector 288 2,4% Onderhoud van gebouwen, tuinen en landschap 224 1,9% Transport 217 1,8% Vervaardiging van dranken, voeding en tabak 194 1,6% Vervaardiging van (elektrische) apparaten e 183 1,5% Houtindustrie en vervaardiging van meubelen 182 1,5% Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling 166 1,4% Maatschappelijke dienstverlening 156 1,3% Grafische nijverheid 142 1,2% Gezondheidszorg 133 1,1% Logistiek 119 1,0% Recreatie, cultuur en sport 104 0,9% Financiële diensten 94 0,8% Overige industrie 85 0,7% Vervaardiging van bouwmaterialen 82 0,7% Textiel en kleding 75 0,6% Telecommunicatie 75 0,6% Informatie en media 66 0,6% Onderwijs 34 0,3% Rubber- en kunststofnijverheid 33 0,3% Vervaardiging van informatica en elektronis 31 0,3% Afval en recyclage 31 0,3% Belangenvertegenwoordiging 26 0,2% Toerisme 25 0,2% Chemische industrie 18 0,2% Post 18 0,2%

108 102 n % Openbaar bestuur 12 0,1% Metallurgie 10 0,1% Verplichte sociale verzekering 7 0,1% Energie en water 6 0,1% Eindtotaal % Bron: VDAB In 2012 deed de bouwsector (2.846) het vaakst beroep op IBO als opleidingsvorm. Op de tweede plaats komt de kleinhandel met IBO-contracten, op de derde plaats komt de horeca met 868 IBO-contracten. Dit is 7,2% van alle IBO-contracten. Tabel: Het aandeel IBO-opleidingen in de horecasector t.o.v. het totaal aantal IBO-opleidingen in Vlaanderen -2010/ t.o.v n n n Totaal alle sectoren ,2% Horecasector ,5% Horeca t.o.v. alle sectoren 6,2% 6,8% 7,2% Bron: VDAB In 2012 zijn er in totaal IBO-opleidingen in Vlaanderen. In 2012 is er, ten opzichte van 2011, een toename van 3,5% in het aantal IBO s in de horecasector. Over alle sectoren heen was er daarentegen een afname van 2,2%.

109 103 Tabel: Kenmerken van de IBO s in de horecasector in Vlaanderen Horeca Alle sectoren n % n % Totaal aantal IBO s % % Geslacht Man ,7% ,9% Vrouw ,3% ,1% Studieniveau Laag ,7% ,8% Midden ,0% ,6% Hoog 63 7,3% ,6% Leeftijd <25 jaar ,3% ,2% jaar ,4% ,5% 50 jaar en meer 20 2,3% 390 3,3% Kansengroep Allochtonen ,3% ,2% Personen met een handicap 59 6,8% 791 6,6% Laaggeschoolden ,8% ,8% Ouderen ,3% 384 3,2% Bron: VDAB Tabel: Kenmerken van de IBO s in de horecasector in Vlaanderen Horeca Alle sectoren n % n % Totaal aantal IBO s % % Geslacht Man ,8% ,0% Vrouw ,2% ,0% Studieniveau Laag ,1% ,7% Midden ,1% ,2% Hoog 66 7,9% ,1% Leeftijd <25 jaar ,2% ,3% jaar ,0% ,8% 50 jaar en meer 32 3,8% 358 2,9% Kansengroep Allochtonen ,7% ,0% Personen met een handicap 67 8,0% 828 6,8% Laaggeschoolden ,2% ,6% Ouderen ,8% 349 3,0% Bron: VDAB 67 De som van lager onderwijs en 1 ste graad secundair onderwijs en 2 de graad secundair voor de horecasector en alle sectoren, verschilt lichtjes van de kansengroep laaggeschoolden. Dit verschil ontstaat door kleine verschillen in het tijdstip waarop de kenmerken van de werkzoekende worden bepaald. 68 Het aantal IBO s in alle sectoren voor 50-jarigen en ouder bedraagt 390. Dit ligt hoger dan de 384 bij kansengroep ouderen. Dit verschil ontstaat door kleine verschillen in het tijdstip waarop de kenmerken van de werkzoekende worden bepaald.

110 104 Bovenstaande tabellen geven een vergelijking weer tussen de jaren 2012 en In de horecasector hebben in 2012 meer mannen (54%) dan vrouwen (46%) een IBOopleiding gevolgd. De verdeling van het aantal IBO s in de horecasector per geslacht verschilt met de verdeling over alle sectoren heen. Gemiddeld genomen, over alle sectoren heen, volgen 71% mannen en 29% vrouwen een IBO-opleiding. Het studieniveau van de personen die een IBO-opleiding in de horecasector volgden, is eerder laag (52%). Over alle sectoren heen is er een lager percentage (35%) met een laag studieniveau. De meeste deelnemers aan een IBO-opleiding in de horecasector zijn jonger dan 25 jaar (58%). 39% is minstens 25 jaar en hoogstens 49 jaar. Over alle sectoren heen zien we een gelijkaardige leeftijdsverdeling. In de horecasector is 27% van de deelnemers aan een IBO-opleiding allochtoon. 7% heeft een arbeidshandicap, 52% behoort tot de kansengroep laaggeschoolden en 2% tot de kansengroep ouderen. Over alle sectoren heen, zien we dat de horecasector beter scoort op IBO-opleidingen voor allochtonen en laaggeschoolden.

111 Stelsel van Leren en Werken Eens een leerling 15 jaar is en vindt dat voltijds leren niet echt zijn ding is, kan hij overschakelen naar het stelsel van Leren en Werken. In dit systeem krijgt de leerling een beroep op de werkvloer aangeleerd (component werkplekleren van drie of vier dagen per week). Daarnaast krijgt hij nog les in het centrum (component leren van één tot twee dagen). 69 Wanneer hij het diploma secundair onderwijs behaalt, wordt de leerling één dag vrijgesteld van de les in het centrum. Het is de bedoeling dat deze combinatie van leren en werken bestaat uit ten minste 38 uren per week, een voltijds engagement met andere woorden. (Bron: Horeca Vorming Vlaanderen) Het schema van Leren en Werken ziet er als volgt uit: 'Leren en Werken' / Deeltijds Onderwijs Syntra Leertijd Deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) via Centrum Deeltijds Onderwijs Persoonlijk Ontwikkelingstraject (POT) Voortraject Brugproject Tewerkstelling in Normaal Economisch Circuit Deeltijds contract IBO (binnen deeltijds onderwijs) ILW Leren en Werken kan je onderverdelen in twee belangrijke leersystemen. Syntra leertijd is een opleidingsvorm waarbij leerlingen per week vier dagen een praktische opleiding volgen in een onderneming en één dag theorie in een campus van Syntra. Daarnaast heb je het deeltijds beroepssecundair onderwijs, waar we enkele mogelijkheden uitlichten. Beide vormen van deeltijds onderwijs bereiden de jongeren voor op werk in de sector. Ze geven een indicatie voor toekomstige tewerkstelling in de sector. Voltijds engagement Het begrip voltijds engagement is een belangrijk begrip binnen deeltijds onderwijs. Jongeren die kiezen voor het stelsel van leren en werken engageren zich tot een systeem dat uit twee onlosmakelijk met elkaar verbonden componenten bestaat: de component leren en de component werkplekleren. Voltijds engagement staat gelijk met een weekinvulling van minimaal 28 uren van 50 minuten, niet toevallig hetzelfde minimum aantal uren dat het voltijds secundair onderwijs per week omvat (Bron: Omzendbrief SO 2008/08). In de cijfers hieronder kunnen we jammer genoeg niet het onderscheid 69 Afhankelijk van keuze Syntra leertijd of DBSO

112 106 maken tussen het aantal jongeren dat wel of niet voltijds actief is. De cijfers dienen wel met dit in het achterhoofd geïnterpreteerd te worden. Syntra leertijd Syntra leertijd is een opleidingsvorm waarbij leerlingen per week vier dagen een praktische opleiding volgen in een onderneming en één dag theorie in een campus van Syntra. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal leerovereenkomsten in de horecasector en in alle sectoren. Hoewel er in absolute aantallen in 2012 een daling merkbaar is voor de horecasector, stijgt het aandeel wel naar 9,7%. Hulpkok, restauranthouder en kelner (3j) zijn de populairste opleidingsgebieden in de horecasector. Tabel: Aantal leerovereenkomsten binnen Syntra leertijd per sector ( ) 1/2/2009 1/2/2011 1/2/2012 n % n % n % Horecasector 338 8, , ,7 Totaal alle sectoren Bron: Syntra, bewerking door Departement WSE, afbakening o.b.v. paritair comité Deeltijds beroepssecundair onderwijs In het deeltijds beroepssecundair onderwijs volgen leerlingen twee dagen per week opleiding in een centrum deeltijds onderwijs. Bij een voltijds engagement wordt dit gecombineerd met drie dagen werkervaring in een bedrijf. Jongeren die niet voldoen aan bepaalde criteria worden ondergebracht in een persoonlijk ontwikkelingstraject, een voortraject of een brugproject. De andere jongeren, met name de arbeidsrijpe en bereide jongeren, krijgen de kans een beroep aan te leren intern in een onderneming. Onderstaande tabel toont het aantal jongeren uit het DBSO met een werkervaringsplaats. Tabel: Aantal deeltijds lerenden met een werkervaringsplaats per sector ( ) 1/2/2009 1/2/2011 1/2/2012 n % n % n % Horecasector , , ,8 Totaal alle sectoren Bron: VDAB, DBO, bewerking door Departement WSE, afbakening o.b.v. nace-codes Het aandeel van de horecasector in het aantal werkervaringsplaatsen bedraagt in 2012 een kleine 10%. De individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) is eveneens mogelijk voor deeltijds leerplichtigen. De voorwaarde hier is dat de IBO maximum 3 voltijdse dagen per week doorgaat, aangezien een deeltijds leerplichtige nog 2 dagen leerplicht heeft (Bron: WSE). De duurtijd van deze IBO kan maximaal 6 maanden duren. Uit het totaal aantal IBO s kunnen helaas niet de IBO s binnen het deeltijds onderwijs worden gehaald. De sociale partners in de horecasector (PC302) ondersteunen actief het stelsel van het industrieel leerlingenwezen (ILW). Binnen het ILW krijgen jongeren de kans een beroep aan te leren intern in een onderneming. Met een industriële leerovereenkomst kan je door het deeltijds onderwijs te combineren met werkervaring op een dynamische en realistische manier een vak leren. Bovendien ontvangt de jongere hiervoor een leervergoeding. Op het einde van de rit kan deze zelfs een getuigschrift of diploma behalen. De leerjongere doet 3 dagen per week werkervaring op in een onderneming en volgt

113 107 2 dagen opleiding in een Centrum voor Leren en Werken (CLW). De leerling ontvangt hiervoor van de werkgever een leervergoeding. Voor de werkgever is het ILW een uiterst interessant statuut. Hij krijgt namelijk de ruimte en de mogelijkheid om de jongere echt een opleiding te geven in zijn bedrijf. De tijd en energie die de patroon hierin investeert, wordt ondersteund via RSZ-reductie en allerlei premies en subsidies. In de horecasector zijn volgende opleidingen erkend: Bediening: hulpkelner, kelner Keuken: keukenmedewerker, hulpkok, kok, grootkeuken-medewerker, grootkeukenhulpkok en grootkeukenkok Housekeeping; medewerker kamerdienst De jongeren kunnen een leerovereenkomst afsluiten tussen 15 jaar en 21 jaar die kan lopen tot de jongere 25 jaar is. Een leerovereenkomst kan langer dan één jaar duren. Dit is één jaar voor een keukenmedewerker, drie jaar voor hulpkok en vier jaar voor kok. De jongere kan ofwel onmiddellijk een leerovereenkomst afsluiten voor de volle drie of vier jaar ofwel kan de leerling een traject volgen waarin hij eerst een overeenkomst start van één jaar tot keukenmedewerker, vervolgens twee jaar erbij tot hulpkok, om dan nog één jaar tot kok te doorlopen. Een leerovereenkomst is niet aan een schooljaar gebonden en kan gedurende het hele jaar starten. Tabel: Aantal contracten binnen ILW in de horecasector -2010/ ILW-contracten Bron: Interne Gegevens / VDAB In 2012 werden 186 ILW-contracten opgestart. Het aantal ILW-contracten zit de laatste jaren in stijgende lijn.

114 108

115 109 Toelichting van de bronnen Deze publicatie geeft een beeld van de Vlaamse arbeidsmarkt. De cijfers die we hiervoor gebruiken zijn afkomstig van verschillende officiële instanties. Waar er cijfers specifiek voor de horecasector beschikbaar zijn, worden deze gegeven. We kijken zo veel mogelijk vanuit een Vlaams perspectief. Dit omwille van volgende redenen: Enkele bronnen zoals het Departement voor Werk en Sociale Economie en de VDAB beschikken enkel over cijfers voor Vlaanderen. Deze publicatie komt er op vraag van de Vlaamse sociale partners. 1 Nace-bel code Guidea maakt zo veel mogelijk gebruik van de nace-bel nomenclatuur om de horecasector af te bakenen. Volgens de nace-bel indeling van 2003 omvat de sector de volgende activiteiten (die vallen onder sectie H: Hotels en Restaurants ). Nace-bel 2003: 55 Hotels en restaurants 55.1 Hotels 55.2 Overige accommodatie voor kortstondig verblijf 55.3 Restaurants 55.4 Drankgelegenheden 55.5 Kantines en catering In 2008 werd een nieuwe nace-bel indeling in gebruik genomen die beter aansluit bij de huidige economische realiteit. De verschillende horeca-activiteiten vallen in de nieuwe indeling onder de sectie I: verschaffen van accommodatie en maaltijden. Deze bevat de opsplitsing in codes 55 (accommodaties) en 56 (eet-en drinkgelegenheden). Nace-bel 2008: 55 verschaffen van accommodatie 55.1 Hotels en dergelijke accommodatie 55.2 Vakantieverblijven en andere accommodatie voor kort verblijf 55.3 Kampeerterreinen en kampeerauto- en caravanterreinen 55.9 Overige accommodatie 56 Eet- en drinkgelegenheden 56.1 Restaurants en mobiele eetgelegenheden 56.2 Catering en overige eetgelegenheden 56.3 Drinkgelegenheden Bij de evolutiereeksen kan er omwille van het gebruik van beide nace-bel indelingen een trendbreuk ontstaan.

116 110 2 Faillissementen Het aantal faillissementen van ondernemingen is gebaseerd op aangiften van de handelsrechtbanken. Deze sturen de gegevens over de faillissementen door naar de Directie Statistiek. Deze informatie wordt aangevuld met gegevens uit de Kruispuntbank van ondernemingen. De weergegeven situatie is deze op 31 december van het desbetreffende jaar. 3 Ondernemingen, oprichtingen Het aantal ondernemingen en oprichtingen wordt bepaald aan de hand van de btw-plichtigen, die in de kruispuntbank van ondernemingen zijn opgenomen. De weergegeven situatie is altijd deze op 31 december van het desbetreffende jaar. We verkiezen de gecentraliseerde 70 statistieken om meerdere redenen. Zo bestaat de horeca hoofdzakelijk uit kleinschalige ondernemingen, waardoor afwijkingen tussen gecentraliseerde en gedecentraliseerde gegevens eerder beperkt zijn. Bovendien zijn deze gegevens ook iets sneller beschikbaar. De ondernemingsstatistieken moeten met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd: Niet alle ondernemingen zijn btw-plichtig. De economische activiteit vindt niet altijd plaats op het adres van de maatschappelijke zetel. Denk maar aan een bedrijf met verschillende vestigingen, maar met de hoofdzetel in Brussel. Tendensen die uit administratieve gegevens worden afgeleid kunnen de weerspiegeling zijn van administratieve wijzigingen. 4 Loontrekkende werknemers Voor de cijfers over de loontrekkende werkgelegenheid in de horecasector doen we een beroep op de cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). We verkiezen de gecentraliseerde statistieken: het bedrijf - en dus ook zijn werknemers - wordt ingedeeld volgens de sector van zijn hoofdactiviteit. Bovendien zijn de gecentraliseerde cijfers iets sneller beschikbaar. De cijfers in dit rapport geven de toestand van het tweede kwartaal (30 juni) weer. De telling is een momentopname. De RSZ bepaalt het aantal arbeidsplaatsen door per werkgever een telling te maken van het aantal werknemers in dienst. Personen met meerdere jobs bij verschillende werkgevers worden dus meermaals geteld. Hoewel de cijfers het aantal arbeidsplaatsen weergeven, gebruiken we om praktische redenen de term aantal werknemers in dit rapport. 5 Zelfstandigen Voor de gegevens over de zelfstandigen in de horecasector doen we een beroep op de gegevens van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Deze instantie gebruikt een andere activiteitenindeling, los van de nace-bel codes. De horecasector valt hier onder de subbedrijfstak 407. De regionale indeling gebeurt bij de RSVZ op basis van de woonplaats van de zelfstandige. Dit stemt niet noodzakelijk overeen met de plaats waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend, maar dit laatste gegeven is door de RSVZ niet gekend. De statistieken geven het aantal verzekeringsplichtigen. Dit is 70 Eén activiteit (de hoofdactiviteit) en één enkele lokalisatie (de hoofdzetel) wordt in aanmerking genomen. Een onderneming met meerdere vestigingen maar met maatschappelijke zetel in Brussel, zal bij Brussel worden gerekend. Dergelijke onderneming wordt bovendien slechts één keer geteld.

117 111 de som van het aantal zelfstandigen en helpers. Een zelfstandige is een persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst of statuut met een werkgever verbonden te zijn. Een helper is een persoon die in België een zelfstandige bijstaat of vervangt in de uitoefening van zijn beroep en dit zonder dat hij door een arbeidsovereenkomst met de zelfstandige verbonden is. Zowel de zelfstandige als de helper zijn verplicht een verzekering te nemen en bijdragen te betalen. In het rapport vind je cijfers terug over de aard van de bezigheid. De RSVZ onderscheidt drie categorieën: Zelfstandige in hoofdberoep Zelfstandige in bijberoep: dit is het geval als men samen met de zelfstandige activiteit nog een andere beroepsbezigheid uitoefent voor een werkgever. Of, als men als zelfstandige ook een loonvervangend inkomen krijgt uit een andere, weggevallen beroepsactiviteit als werknemer of ambtenaar. Zelfstandige actief na pensioen(leeftijd): hier moet de zelfstandige rekening houden met een aantal voorwaarden. Zo zijn de inkomsten uit de beroepsbezigheid begrensd. Starters zijn personen van wie verondersteld wordt dat ze in het lopende jaar begonnen zijn, na een periode van niet-aansluiting. Stoppers zijn personen van wie verondersteld wordt dat ze in het lopende jaar gestopt zijn, na een periode van aansluiting. De cijfers in dit rapport geven de toestand op 31 december van het betreffende jaar weer. 6 Enquête naar de arbeidskrachten (EAK) Het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (Eurostat) voert in samenwerking met de nationale instituten voor de statistiek de Belgische Enquête naar de arbeidskrachten bij huishoudens uit. In deze enquête komen de omvang, de structuur en de evolutie van de werkgelegenheid en de werkloosheid aan bod. De EAK levert ook een aantal cijfers over de werksituatie van werknemers die je bij andere instanties niet vindt. Voorbeelden zijn gegevens over het opleidingsniveau van werknemers, soorten tijdelijke arbeid of arbeidsduur. Bij de cijfers van de EAK wordt een opsplitsing gemaakt naar de niet-loontrekkenden (zelfstandigen) en de loontrekkenden. Nog enkele bemerkingen: Het gaat hier om een enquête dus zijn enkel de verhoudingen van belang en niet de absolute waarden. De resultaten geven een totaalbeeld van de horecasector (geen opsplitsing per subsector) in België en Vlaanderen. Sommige resultaten moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden. 7 Werkzoekenden De Vlaamse werkloosheid wordt geoperationaliseerd aan de hand van de inschrijving als nietwerkende werkzoekende (nwwz) bij de VDAB 71. De groep van nwwz bestaat uit de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (uvw s), de schoolverlaters in wachttijd, de vrij ingeschreven niet-werkende werkzoekenden en andere verplicht ingeschreven niet-werkende werkzoekenden 71 Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding

118 112 (onder andere OCMW). De meting van de nwwz vindt plaats op het einde van elke maand (bron: departement WSE). De VDAB geeft het aantal nwwz naar aspiraties per beroepsgroep 72. Er zijn echter een aantal nieuwigheden vanaf Zo geeft de VDAB eveneens vanaf heden cijfers mee per beroepsaspiratie. Daarnaast is het ook zo dat men meerdere aspiraties kan aangeven, hetgeen vorige jaren niet mogelijk was. Tot slot geven we in dit hoofdstuk ook nog de werkzoekendenstromen. Voor deze cijfers kunnen we terecht bij het Departement WSE. Het gaat hier om de instroom naar de horeca vanuit de werkloosheid en de uitstroom uit de horeca naar de werkloosheid. 8 Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken Voor de vacatures kijken we naar de ontvangen VDAB-vacatures. De voornaamste beperking bij het VDAB-bestand is dat deze slechts een deel van de totale vacaturemarkt omvat. Werkgevers kunnen vacatures ook verspreiden via andere kanalen zoals jobsites, uitzendkantoren of mond-aan-mondreclame. De vacaturemarkt wordt in dit hoofdstuk beschreven aan de hand van het totaal aantal ontvangen vacatures uit het Normaal Economisch Circuit (NEC) zonder interimopdrachten. Het omvat de vacatures uit het AMI-systeem 73 en Jobmanager 74 uit de vaste en tijdelijke circuits (uitgezonderd interim). In de vaste circuits gaat het om jobs met een contract voor onbepaalde of lange duur, jobs die werken en leren combineren en jobs ter vervanging van het brugpensioen. De tijdelijke circuits omvatten arbeidsovereenkomsten voor korte duur, studentenjobs en tijdelijke jobs in de horeca. Vervolgens bekijken we ook welke opleidingen de VDAB aanbiedt, alsook de individuele beroepsopleiding in de onderneming. (IBO). Voor de cijfers baseren we ons op cijfermateriaal van de VDAB. De individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) is een opleidingsvorm waarbij een werkzoekende door een werkgever wordt opgeleid op de werkvloer. De werkgever betaalt geen loon of RSZ, enkel een productiviteitsvergoeding, verplaatsingskosten en een verzekering tegen arbeidsongevallen. De werkzoekende krijgt een premie bovenop zijn uitkering, waardoor het inkomen vergelijkbaar is met een nettoloon. Na deze opleiding van 1 tot 6 maanden is het bedrijf verplicht de werkzoekende een contract voor onbepaalde duur te geven. Tenslotte bekijken we het stelsel van Leren en werken. Binnen dit stelsel van deeltijds onderwijs onderscheiden we een aantal opleidingsvormen zoals eveneens de individuele beroepsopleiding in de onderneming en het industrieel leerlingwezen. Cijfers met betrekking tot Syntra leertijd worden verkregen van Syntra via het WSE. Cijfers voor IBO s en ILW s binnen het deeltijds onderwijs verkrijgen we via de VDAB. 72 Cijfers via ARVASTAT ( 73 AMI-systeem is een arbeidsmarktinformatiesysteem dat door VDAB-consulenten wordt gebruikt om vacatures te beheren en op te volgen. Werkzoekenden met een geschikt profiel worden doorverwezen naar de vacatures en de invulling van de vacatures wordt opgevolgd. 74 Jobmanager is een computersysteem waarmee werkgevers op zelfstandige basis online vacatures kunnen plaatsen en beheren. De werkzoekenden kunnen autonoom de vacatures raadplegen op de VDAB-website.

119 113 Bijlage: Evolutiereeksen werknemers 1 Aantal werknemers Tabel: Aantal werknemers in de horecasector in de gewesten -2001/ Vlaanderen Wallonië Brussel België Vlaanderen 58,8% 59,2% 57,8% 57,9% 58,7% 57,9% 57,5% 57,2% 57,1% 56,7% 55,8% 55,3% Wallonië 18,6% 18,7% 19,1% 19,3% 19,3% 19,8% 20,0% 20,2% 20,6% 21,1% 21,6% 22,1% Brussel 22,7% 22,1% 23,1% 22,7% 22,0% 22,4% 22,5% 22,6% 22,2% 22,3% 22,5% 22,6% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

120 114 2 Aantal werknemers in de horecasector per subsector Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per subsector in België -2001/ Hotels Overige accommodaties Restaurants Drankgelegenheden Kantines en catering Totaal Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2003 indeling Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants Catering Drinkgelegenheden Totaal Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2008 indeling

121 115 Tabel: Procentuele verdeling van het aantal werknemers in de horecasector over de subsectoren in België -2001/2012- % Hotels 14,5% 14,4% 14,9% 14,9% 14,5% 14,7% 14,9% Overige accommodaties 5,2% 5,2% 5,3% 5,0% 4,6% 4,6% 4,4% Restaurants 51,2% 53,6% 53,6% 54,1% 54,8% 55,0% 55,1% Drankgelegenheden 14,8% 12,9% 12,7% 12,7% 12,7% 12,4% 12,2% Kantines en catering 14,3% 13,8% 13,5% 13,3% 13,3% 13,3% 13,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2003 indeling % Hotels 14,4% 13,9% 13,8% 14,0% 14,1% Vakantieverblijven 3,4% 3,4% 3,3% 3,0% 3,1% Kampeerterreinen 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% Overige accommodatie 0,5% 0,5% 0,5% 0,6% 0,6% Restaurants 55,3% 55,8% 56,2% 55,7% 56,3% Catering 13,8% 13,3% 13,3% 14,0% 13,8% Drinkgelegenheden 12,1% 12,6% 12,4% 12,4% 11,7% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2008 indeling

122 116 Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per subsector in Vlaanderen -2001/ Hotels Overige accommodaties Restaurants Drankgelegenheden Kantines en catering Totaal Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2003 indeling Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Overige accommodatie Restaurants Catering Drinkgelegenheden Totaal Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2008 indeling

123 117 Tabel: Procentuele verdeling van de werknemers in de horecasector over de subsectoren in Vlaanderen -2001/2012- % Hotels 12,3% 12,4% 13,1% 13,1% 12,6% 12,9% 13,3% Overige accommodaties 6,2% 6,2% 6,3% 6,0% 5,7% 5,6% 5,2% Restaurants 52,8% 55,4% 55,1% 55,5% 56,5% 56,8% 56,9% Drankgelegenheden 16,8% 14,9% 15,0% 15,0% 14,9% 14,3% 14,0% Kantines en catering 11,9% 11,1% 10,5% 10,4% 10,4% 10,3% 10,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2003 indeling % Hotels 12,4% 12,4% 12,2% 12,6% 12,9% Vakantieverblijven 4,1% 4,0% 4,0% 3,5% 3,6% Kampeerterreinen 0,5% 0,5% 0,5% 0,4% 0,5% Overige accommodatie 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% Restaurants 57,3% 58,0% 58,4% 57,9% 58,2% Catering 11,6% 10,6% 10,8% 11,7% 11,6% Drinkgelegenheden 13,9% 14,3% 13,9% 13,7% 13,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06, nace-bel 2008 indeling

124 118 3 Aantal werknemers in de horecasector per geslacht België Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per geslacht in België -2001/ mannen vrouwen Totaal België mannen 47,3% 47,4% 47,7% 47,7% 47,5% 47,8% 47,7% 47,9% 48,3% 48,7% 49,6% 50,1% vrouwen 52,7% 52,6% 52,3% 52,3% 52,5% 52,2% 52,3% 52,1% 51,7% 51,3% 50,4% 49,9% Totaal België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2001/ mannen vrouwen Totaal mannen 44,6% 44,9% 45,0% 45,2% 45,1% 45,4% 45,3% 45,8% 46,3% 46,8% 47,7% 48,3% vrouwen 55,4% 55,1% 55,0% 54,8% 54,9% 54,6% 54,7% 54,2% 53,7% 53,2% 52,3% 51,7% Totaal België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

125 119 4 Aantal werknemers in de horecasector per regime België Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per regime (voltijds/deeltijds/specialen) in België -2003/ voltijds deeltijds specialen Totaal voltijds 37,4% 35,2% 33,1% 34,3% 34,9% 35,2% 34,7% 35,1% 36,6% 37,5% deeltijds 55,6% 54,3% 48,6% 50,4% 52,1% 52,7% 53,4% 53,2% 53,1% 53,0% specialen 7,0% 10,5% 18,3% 15,3% 12,9% 12,1% 12,0% 11,7% 10,4% 9,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per regime (voltijds/deeltijds/specialen) in Vlaanderen -2003/ voltijds deeltijds specialen Totaal voltijds 35,7% 32,5% 30,2% 31,4% 32,4% 32,1% 32,0% 32,5% 34,1% 35,8% deeltijds 54,1% 50,8% 44,5% 46,5% 48,8% 50,1% 50,4% 50,2% 50,6% 50,2% specialen 10,2% 16,7% 25,3% 22,0% 18,9% 17,8% 17,6% 17,4% 15,3% 13,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

126 120 5 Aantal werknemers in de horecasector per regime en per geslacht België Tabel: Aantal mannelijke werknemers in de horecasector per regime en geslacht in België -2003/ voltijds deeltijds specialen Totaal voltijds 46,6% 43,9% 41,9% 43,4% 44,5% 44,6% 43,9% 44,3% 45,8% 46,5% deeltijds 46,5% 45,8% 40,6% 41,9% 43,3% 44,0% 44,7% 44,7% 44,4% 44,4% specialen 6,9% 10,1% 17,5% 14,7% 12,2% 11,4% 11,4% 10,9% 9,8% 9,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Tabel: Aantal vrouwelijke werknemers in de horecasector per regime en geslacht in België -2003/ voltijds deeltijds specialen Totaal voltijds 29,1% 27,1% 25,2% 25,9% 26,3% 26,6% 26,1% 26,4% 27,5% 28,5% deeltijds 63,9% 61,9% 55,9% 58,2% 60,2% 60,7% 61,4% 61,2% 61,6% 61,6% specialen 7,1% 10,8% 18,9% 15,9% 13,6% 12,6% 12,5% 12,4% 10,9% 9,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

127 121 Vlaanderen Tabel: Aantal mannelijke werknemers in de horecasector per regime en geslacht in Vlaanderen -2003/ voltijds deeltijds specialen Totaal voltijds 44,9% 41,4% 38,9% 40,7% 42,2% 41,6% 41,6% 42,2% 44,0% 45,7% deeltijds 44,5% 41,7% 36,0% 37,3% 39,3% 40,9% 41,0% 40,9% 41,2% 40,8% specialen 10,6% 16,9% 25,1% 22,0% 18,4% 17,4% 17,4% 16,8% 14,8% 13,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Tabel: Aantal vrouwelijke werknemers in de horecasector per regime en geslacht in Vlaanderen -2003/ voltijds deeltijds specialen Totaal voltijds 28,1% 25,2% 23,0% 23,7% 24,2% 24,0% 23,6% 23,9% 25,1% 26,6% deeltijds 62,1% 58,2% 51,5% 54,2% 56,6% 57,8% 58,6% 58,3% 59,2% 59,1% specialen 9,8% 16,5% 25,5% 22,1% 19,2% 18,2% 17,8% 17,8% 15,8% 14,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

128 122 6 Aantal werknemers in de horecasector per statuut België Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per statuut (arbeiders/bedienden) in België -2003/ Arbeiders Bedienden Totaal Arbeiders 88,8% 88,9% 89,5% 89,1% 88,8% 88,7% 88,5% 88,5% 88,1% 87,6% Bedienden 11,2% 11,1% 10,5% 10,9% 11,2% 11,3% 11,5% 11,5% 11,9% 12,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06 Vlaanderen Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per statuut (arbeiders/bedienden) in Vlaanderen -2003/ Arbeiders Bedienden Totaal Arbeiders 90,9% 91,1% 91,7% 91,3% 91,1% 91,0% 91,2% 91,1% 90,6% 89,9% Bedienden 9,1% 8,9% 8,3% 8,7% 8,9% 9,0% 8,8% 8,9% 9,4% 10,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

129 123 7 Aantal werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming België Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming in België -2003/ tot 4 WN tot 9 WN tot 19 WN tot 49 WN tot 99 WN tot 199 WN tot 499 WN tot 999 WN WN en meer Totaal Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/ tot 4 WN 23,4% 23,4% 22,8% 23,5% 23,5% 23,0% 23,3% 22,9% 22,9% 22,9% 5 tot 9 WN 19,5% 19,8% 20,9% 20,9% 20,9% 20,2% 20,9% 20,6% 20,1% 20,2% 10 tot 19 WN 17,6% 18,3% 18,6% 18,3% 17,9% 18,5% 18,2% 18,3% 18,4% 18,5% 20 tot 49 WN 15,0% 15,1% 15,2% 15,0% 15,2% 15,0% 14,9% 15,6% 15,8% 15,5% 50 tot 99 WN 5,6% 5,3% 5,4% 5,5% 5,3% 5,7% 5,2% 5,3% 5,2% 5,5% 100 tot 199 WN 3,8% 4,1% 4,1% 3,6% 4,0% 3,8% 3,8% 3,7% 3,3% 3,8% 200 tot 499 WN 4,2% 4,0% 3,8% 3,6% 4,0% 3,9% 4,8% 4,7% 5,6% 4,7% 500 tot 999 WN 5,5% 3,2% 1,8% 1,9% 1,9% 2,0% 1,1% 1,1% 1,0% 2,3% 1000 WN en meer 5,5% 6,8% 7,5% 7,6% 7,3% 7,9% 7,9% 7,9% 7,6% 6,7% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

130 124 Vlaanderen Tabel: Aantal werknemers in de horecasector per dimensiegrootte van de onderneming in Vlaanderen -2003/ tot 4 WN tot 9 WN tot 19 WN tot 49 WN tot 99 WN tot 199 WN tot 499 WN tot 999 WN WN en meer Totaal Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/ tot 4 WN 23,7% 24,0% 22,8% 23,8% 23,7% 23,0% 23,2% 22,7% 22,8% 23,0% 5 tot 9 WN 21,5% 21,4% 23,1% 22,7% 22,6% 21,8% 22,9% 22,5% 21,7% 21,9% 10 tot 19 WN 19,2% 20,0% 20,9% 20,2% 20,1% 20,8% 20,7% 20,8% 21,1% 20,7% 20 tot 49 WN 16,2% 16,2% 16,0% 16,0% 16,2% 16,3% 15,8% 16,9% 16,8% 16,0% 50 tot 99 WN 5,5% 5,5% 5,5% 6,1% 5,8% 6,4% 5,7% 4,7% 4,8% 5,4% 100 tot 199 WN 2,5% 3,0% 2,6% 1,9% 2,0% 2,1% 1,9% 2,5% 1,9% 2,4% 200 tot 499 WN 5,3% 5,0% 4,7% 4,7% 5,4% 3,5% 5,4% 5,2% 6,6% 5,2% 500 tot 999 WN 6,0% 2,2% ,4% 0,7% 0,7% 0,8% 1,7% 1000 WN en meer - 2,7% 4,4% 4,4% 4,1% 3,8% 3,7% 4,0% 3,4% 3,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, situatie op 30/06

131 125 Bijlage: Evolutiereeksen zelfstandigen 8 Aantal zelfstandigen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector in de gewesten -2003/ Vlaanderen Wallonië Brussel België Vlaanderen 62,0% 62,3% 62,6% 62,7% 62,7% 62,3% 62,6% 64,1% 64,2% 64,2% Wallonië 31,2% 31,2% 31,2% 31,2% 31,4% 31,9% 31,7% 30,3% 30,2% 30,3% Brussel 6,8% 6,6% 6,2% 6,1% 5,8% 5,8% 5,7% 5,6% 5,5% 5,4% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ

132 126 9 Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in België -2003/ Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen Totaal België Hoofdbezigheid 86,3% 85,7% 85,0% 84,2% 83,2% 82,0% 81,3% 80,2% 79,1% 77,9% Bijkomende bezigheid 10,3% 10,7% 11,2% 11,9% 12,8% 13,8% 14,4% 15,3% 16,1% 17,0% Actief na pensioen 3,4% 3,6% 3,8% 3,9% 4,0% 4,2% 4,3% 4,5% 4,8% 5,1% Totaal België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in Vlaanderen -2003/ Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen Totaal Vlaanderen Hoofdbezigheid 86,3% 86,0% 85,5% 84,7% 83,7% 82,6% 81,5% 79,8% 78,5% 77,2% Bijkomende bezigheid 10,6% 10,7% 10,9% 11,7% 12,5% 13,5% 14,5% 15,9% 16,9% 17,9% Actief na pensioen 3,1% 3,3% 3,5% 3,6% 3,7% 4,0% 4,0% 4,3% 4,6% 4,8% Totaal Vlaanderen 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ

133 Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in België -2003/ mannen vrouwen Totaal België mannen 54,6% 55,0% 55,2% 54,9% 55,0% 55,2% 55,7% 55,8% 56,3% 56,6% vrouwen 45,4% 45,0% 44,8% 45,1% 45,0% 44,8% 44,3% 44,2% 43,7% 43,4% Totaal België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2003/ mannen vrouwen Totaal mannen 52,8% 53,2% 53,4% 53,1% 53,3% 53,4% 53,9% 54,4% 54,9% 55,6% vrouwen 47,2% 46,8% 46,6% 46,9% 46,7% 46,6% 46,1% 45,6% 45,1% 44,4% Totaal België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ

134 Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie België Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in België -2003/ <25 jaar t.e.m. 29 jaar t.e.m. 34 jaar t.e.m. 39 jaar t.e.m. 44 jaar t.e.m. 49 jaar t.e.m. 54 jaar t.e.m. 59 jaar t.e.m 64 jaar Totaal <25 jaar 3,2% 3,3% 3,2% 3,0% 3,1% 3,1% 3,3% 3,4% 3,3% 3,5% 25 t.e.m. 29 jaar 7,8% 7,5% 7,3% 6,9% 6,9% 7,0% 7,0% 7,0% 6,9% 6,9% 30 t.e.m. 34 jaar 12,8% 12,6% 11,9% 11,3% 10,7% 10,4% 10,1% 9,9% 9,9% 9,9% 35 t.e.m. 39 jaar 15,3% 15,0% 15,1% 14,9% 14,6% 14,2% 14,1% 13,4% 13,1% 12,5% 40 t.e.m. 44 jaar 16,2% 15,8% 15,9% 15,9% 15,9% 16,0% 15,7% 15,6% 15,4% 15,3% 45 t.e.m. 49 jaar 15,4% 15,7% 15,6% 15,4% 15,7% 15,6% 15,8% 15,8% 15,6% 15,5% 50 t.e.m. 54 jaar 12,5% 12,7% 12,9% 13,5% 13,7% 13,6% 13,6% 13,5% 13,7% 13,9% 55 t.e.m. 59 jaar 9,0% 9,2% 9,6% 9,8% 9,8% 10,0% 10,3% 10,5% 10,8% 10,9% 60 t.e.m 64 jaar 4,4% 4,6% 5,0% 5,6% 6,0% 6,2% 6,2% 6,6% 6,8% 6,8% 65+ 3,3% 3,4% 3,5% 3,7% 3,7% 3,8% 3,9% 4,3% 4,6% 4,8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ

135 129 Vlaanderen Tabel: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Vlaanderen -2003/ <25 jaar t.e.m. 29 jaar t.e.m. 34 jaar t.e.m. 39 jaar t.e.m. 44 jaar t.e.m. 49 jaar t.e.m. 54 jaar t.e.m. 59 jaar t.e.m 64 jaar Totaal <25 jaar 3,4% 3,6% 3,6% 3,4% 3,4% 3,3% 3,3% 3,4% 3,3% 3,5% 25 t.e.m. 29 jaar 8,0% 7,7% 7,4% 7,1% 7,2% 7,4% 7,4% 7,3% 7,0% 7,0% 30 t.e.m. 34 jaar 13,2% 12,9% 12,1% 11,4% 10,6% 10,3% 10,0% 10,0% 10,2% 10,2% 35 t.e.m. 39 jaar 15,7% 15,5% 15,6% 15,1% 14,7% 14,4% 14,1% 13,4% 12,9% 12,5% 40 t.e.m. 44 jaar 16,8% 16,5% 16,6% 16,7% 16,4% 16,4% 16,0% 16,0% 15,5% 15,4% 45 t.e.m. 49 jaar 15,4% 15,6% 15,6% 15,8% 16,3% 16,2% 16,3% 16,4% 16,1% 15,9% 50 t.e.m. 54 jaar 12,1% 12,2% 12,4% 13,0% 13,4% 13,5% 13,8% 13,5% 13,9% 14,2% 55 t.e.m. 59 jaar 8,4% 8,6% 9,0% 9,2% 9,2% 9,6% 9,8% 10,1% 10,5% 10,7% 60 t.e.m 64 jaar 4,1% 4,3% 4,6% 5,2% 5,5% 5,6% 5,6% 6,1% 6,2% 6,4% 65+ 3,0% 3,1% 3,2% 3,3% 3,3% 3,4% 3,6% 4,0% 4,3% 4,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ

136 Aantal starters in de horecasector Tabel: Aantal starters in de horecasector per gewest -2003/ Vlaanderen Wallonië Brussel België Vlaanderen 63,1% 62,1% 61,4% 61,0% 59,4% 56,1% 57,6% 62,5% 59,9% 59,0% Wallonië 31,6% 32,4% 33,5% 33,8% 35,2% 38,7% 35,8% 31,4% 33,6% 33,5% Brussel 5,3% 5,5% 5,0% 5,2% 5,5% 5,2% 6,6% 6,1% 6,4% 7,5% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 13 Aantal stoppers in de horecasector Tabel: Aantal stoppers in de horecasector per gewest -2003/ Vlaanderen Wallonië Brussel België Vlaanderen 60,8% 59,7% 60,1% 59,8% 60,3% 57,3% 55,1% 59,2% 61,0% 59,0% Wallonië 32,9% 33,9% 33,2% 34,5% 34,0% 37,1% 39,0% 34,8% 33,0% 34,3% Brussel 6,4% 6,4% 6,7% 5,7% 5,6% 5,6% 5,9% 6,0% 6,1% 6,8% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ

137

138

Sectoranalyse Horeca 2012

Sectoranalyse Horeca 2012 HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Arbeidsmarkt en tewerkstelling 2012 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg

Nadere informatie

Sectoranalyse Horeca 2013. Ondernemingen Arbeidsmarkt en tewerkstelling Diversiteit

Sectoranalyse Horeca 2013. Ondernemingen Arbeidsmarkt en tewerkstelling Diversiteit Sectoranalyse Horeca 2013 Ondernemingen Arbeidsmarkt en tewerkstelling Diversiteit 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea,

Nadere informatie

ALGEMEEN OMZET FEBRUARI 2016 16/02/2016. Boordtabellen Horeca. Synthese:

ALGEMEEN OMZET FEBRUARI 2016 16/02/2016. Boordtabellen Horeca. Synthese: FEBRUARI 2016 16/02/2016 Boordtabellen Horeca Synthese: De omzetgroei in de horeca zet door en is het sterkst in restaurants en logies. De horeca inflatie blijft op een hoog niveau. Het aantal arbeidsplaatsen

Nadere informatie

Sectoranalyse Horeca 2014

Sectoranalyse Horeca 2014 HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2014 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen Omzet en investeringen 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca

Nadere informatie

Sectoranalyse Horeca 2012

Sectoranalyse Horeca 2012 HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie

Nadere informatie

Sectoranalyse Horeca 2014

Sectoranalyse Horeca 2014 HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2014 Arbeidsmarkt en tewerkstelling 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg

Nadere informatie

BOORDTABELLEN HORECA SYNTHESE: OVERZICHT: MAART /03/2017

BOORDTABELLEN HORECA SYNTHESE: OVERZICHT: MAART /03/2017 07/03/2017 SYNTHESE: Er is een opmerkelijke versnelling van de omzetgroei in het derde kwartaal bij restaurants en drinkgelegenheden. Hotels en catering kennen nog steeds een dalende omzet. De horecaprijzen

Nadere informatie

SECTORANALYSE HORECA 2016

SECTORANALYSE HORECA 2016 Rapport 2016 130 Pag. SECTORANALYSE HORECA 2016 Ondernemingen 2016 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor

Nadere informatie

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen

Nadere informatie

Diversiteit horecasector

Diversiteit horecasector Rapport 2016 46 Pag. Diversiteit horecasector Cijfers 2015 2016 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor

Nadere informatie

Diversiteit horecasector

Diversiteit horecasector Rapport 2015 52 Pag. Diversiteit horecasector Cijfers 2014 2015 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor

Nadere informatie

SECTORANALYSE HORECA 2015

SECTORANALYSE HORECA 2015 Rapport 2015 126 Pag. SECTORANALYSE HORECA 2015 Arbeidsmarkt 2015 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor

Nadere informatie

2.2.1 Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt

2.2.1 Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2.2 Uitdagingen op het vlak van werkgelegenheid 2.2.1 Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Het wordt steeds belangrijker om met voldoende kwalificaties naar de arbeidsmarkt te kunnen gaan. In Europees

Nadere informatie

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013)

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1 Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1. Arbeidsmarktstatus van de bevolking van 15 jaar en ouder in 1983 en 2013 De Belgische bevolking van

Nadere informatie

Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst

Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst Directie Statistieken, Budget en Studies [email protected] Inhoudsopgave: 1 INLEIDING 1 2 EVOLUTIE VAN DE VERGOEDE VOLLEDIGE

Nadere informatie

De regionale impact van de economische crisis

De regionale impact van de economische crisis De regionale impact van de economische crisis Damiaan Persyn Vives Beleidspaper 11 Juli 2009 VIVES Naamsestraat 61 bus 3510 3000 Leuven - Belgium Tel: +32 16 32 42 22 www.econ.kuleuven.be/vives De regionale

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies [email protected] Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

NOVEMBER 2014 BAROMETER

NOVEMBER 2014 BAROMETER NOVEMBER 2014 BAROMETER In deze nieuwe editie van de barometer staan we stil bij de Census 2011 die afgelopen maand werd gepubliceerd door Statistics Belgium, onderdeel van de FOD Economie. We vertalen

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 19 juli 2007 Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies Eén op de tien Belgen werkt in een ander gewest; één op de vijf in een andere

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief DECEMBER 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

EEN BEELD VAN DE HORECA Hoofdstuk 11

EEN BEELD VAN DE HORECA Hoofdstuk 11 EEN BEELD VAN DE HORECA Hoofdstuk 11 Maarten Tielens Tussen 1994 en 2001 groeide de werkgelegenheid in de horeca met 20% tot ongeveer 69 800 jobs. De helft van de loontrekkende jobs vinden we terug bij

Nadere informatie

De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011

De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011 De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België Samenvatting rapport 2011 Hoe groot is de loonkloof? Daalt de loonkloof? De totale loonkloof Deeltijds werk Segregatie op de arbeidsmarkt Leeftijd Opleidingsniveau

Nadere informatie

Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage

Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (2001), Statistiek van de aangesloten vennootschappen jaar 2000, 68 p. Begin juni

Nadere informatie

STEEKKAART Toelichting Indicator Datum Bron Toelichting

STEEKKAART Toelichting Indicator Datum Bron Toelichting STEEKKAART 2013 - Toelichting Indicator Datum Bron Toelichting DEMOGRAFIE Totale bevolking 1/1/2012 ADSEI Evolutie bevolking 2001-2011 1/1/2002-1/1/2012 ADSEI Aandeel niet-belgen in totale bevolking 1/1/2012

Nadere informatie

Foto van de lokale arbeidsmarkt

Foto van de lokale arbeidsmarkt Regioscan West-Vlaanderen Werkt 1, Foto van de lokale arbeidsmarkt Tanja Termote sociaaleconomisch beleid, WES Er zijn tussen de West-Vlaamse regio s en gemeenten grote verschillen vast te stellen op het

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Oktober - december 2014 n 20 T/1 5 jaar www.notaris.be VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË 99,2 99,8 101 102,1 102,6 106,4 106,8 101,7 102,8 94,1 94,9 98,9

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de

Nadere informatie

2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw en Horeca Vorming Vlaanderen

2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw en Horeca Vorming Vlaanderen 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw en Horeca Vorming Vlaanderen Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw en Horeca

Nadere informatie

Omschrijving: De werkzaamheidsgraad is het aandeel werkenden ( volgens IAB-statuut) in de bevolking.

Omschrijving: De werkzaamheidsgraad is het aandeel werkenden ( volgens IAB-statuut) in de bevolking. Methodologie Boordtabel Eindeloopbaan Steunpunt WSE Werkzaamheidsgraad naar leeftijd en geslacht De werkzaamheidsgraad is het aandeel werkenden ( volgens IAB-statuut) in de bevolking. - Voor België en

Nadere informatie