SECTORANALYSE HORECA 2015
|
|
|
- Henriette Desmet
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Pag. SECTORANALYSE HORECA 2015 Arbeidsmarkt
2 2015 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw stelt zich echter niet aansprakelijk voor de juistheid van de aangeboden informatie. In geen geval is Guidea, het Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca aansprakelijk voor enige directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met de aangeboden informatie uit deze publicatie.
3 INLEIDING 3 1 TRENDS 5 Economische ontwikkelingen 5 Demografische ontwikkelingen 8 Sociale ontwikkelingen 9 Technologische veranderingen 10 Politieke veranderingen 11 2 WERKZAAMHEID Werknemers in de horecasector 13 Algemeen 13 Gewesten 14 Subsector 15 Subklassen 16 Subsectoren : Wallonië en Brussel 17 Dimensiegrootte onderneming 18 Geslacht 19 Statuut 20 Regime 21 Leeftijd 22 Voltijdsequivalenten Zelfstandigen in de horecasector 24 Algemeen 24 Gewesten 25 Aard van bezigheid 25 Geslacht 26 Leeftijd 26 Starters en stoppers Tewerkstelling van studenten met een studentencontract Arbeidsvoorwaarden 30 Loon 30 Arbeidsduur op weekbasis 32 Werken op onregelmatige uren 33 Tijdelijke arbeid 34 3 WERKZOEKENDEN Niet-werkende werkzoekenden In- en uitstroom van werkzoekenden 35 4 VACATURES, HORECAOPLEIDINGEN EN LEREN & WERKEN 37
4 4.1 Vacatures VDAB Opleidingen 39 Aantal beëindigde opleidingen bij de VDAB 39 Individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) Stelsel van Leren en Werken 41 5 DYNAMIEK OP DE ARBEIDSMARKT Werkgelegenheidsdynamiek Werknemersdynamiek 44 BIJLAGE 47 Werkzaamheid 47 Werknemers in de horecasector 47 Zelfstandigen in de horecasector 73 Tewerkstelling van studenten in de horecasector 87 Arbeidsvoorwaarden 88 Werkzoekenden 100 Niet-Werkende werkzoekenden 100 In- en uitstroom van werkzoekenden 101 Vacatures, horecaopleidingen en leren & Werken 102 Vacatures VDAB 102 Opleidingen 105 Stelsel van Leren en werken 109 Werknemersstromen 110 Werkgelegenheidsdynamiek 110 Werknemersdynamiek 112 TOELICHTING VAN DE BRONNEN Nace-bel code Loontrekkende werknemers Zelfstandigen Enquête naar arbeidskrachten (EAK) Werkzoekenden Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken Arbeidsdynamiek ( Trends (gebruikte bronnen) 117
5 Inleiding In dit rapport maken we een analyse van de horeca-arbeidsmarkt in Vlaanderen (en België) op basis van gegevens beschikbaar bij diverse officiële bronnen. In verschillende hoofdstukken besteden we aandacht aan enkele onderwerpen, namelijk: Trends Werkzaamheid Werkzoekenden Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken Dynamiek op de arbeidsmarkt Achteraan in dit rapport geven we toelichting bij de gebruikte bronnen in dit rapport Guidea Arbeidsmarkt 3
6 2015 Guidea Arbeidsmarkt 4
7 1 1 Trends Economische ontwikkelingen De groei van de Belgische economie veerde in 2014 iets op na twee opeenvolgende jaren van stilstand. De jaarlijkse toename van het bruto binnenlands product bleef evenwel een matige 1,3%. In 2015 is er een gelijkaardig groeicijfer en ook voor 2016 verwacht men een vergelijkbare groei (NBB 2015). Sinds de crisis van groeit de Belgische economie aan een beduidend lager tempo dan voordien. De ontwikkelingen in België liggen hiermee in lijn met het eurogebied in het algemeen Figuur 1: Groei van de Belgische economie (%JOJ) -1996/ % +4% +3% +2% +1% 0% -1% -2% -3% Gemiddelde jaarlijkse groei: : +2,3% : +1,2% Bron: NBB Bewerking door Guidea De groei werd in 2014 in belangrijke mate gedragen door investeringen van ondernemingen en in mindere mate door de particuliere consumptie. Nadat het consumentenvertrouwen een sterke stijging noteerde in de tweede jaarhelft van 2013, brokkelde het vertrouwen in 2014 geleidelijk terug. Als reden wijst men naar de talrijke onzekerheden die het internationale klimaat omgeven. Figuur 2: Consumentenvertrouwen -2010/ Bron: NBB Bewerking door Guidea lange-termijn gemiddelde 2015 Guidea Arbeidsmarkt 5
8 Doordat de economische groei zwak is, blijft het herstel op de arbeidsmarkt uit. De werkloosheidgraad steeg in 2014 tot het hoogste niveau van de voorbije 9 jaar. 8,6% van de Belgische beroepsbevolking had eind 2014 geen werk. Bij de jongeren (jonger dan 25 jaar) bedraagt de werkloosheid 22,1%. Figuur 3: Werkloosheidsgraad in België (geharmoniseerd) -2010/ ,0 9,5 9,0 8,5 8,0 7,5 7,0 6,5 6, Bron: NBB Bewerking door Guidea In deze context van matige groei vertoont de horeca sinds een tweetal jaar een voorzichtige heropleving. De reële toegevoegde waarde in de horeca steeg met 2,9% in 2014 nadat het in 2013 met 1,2% toenam. Dit is sneller dan de gemiddelde groei van de Belgische economie. De horeca heeft evenwel nog een lange herstelbeweging voor de boeg doordat het een van de ergst getroffen sectoren is van de crisis. In 2009 daalde de toegevoegde waarde er met 10,9%, in vergelijking met gemiddeld 2,3% over alle sectoren heen. Terwijl de Belgische economie als geheel de recessie van 2009 heeft verteerd, bevindt het niveau van de toegevoegde waarde in de horeca zich nog ver (7,7%) onder het pre-crisis niveau. Figuur 4: Evolutie reële toegevoegde waarde (links: %JOJ / rechts: index (2008 = 100)) Bron: NBB Bewerking door Guidea Het herstel wordt mogelijk gemaakt doordat consumenten een groter deel van hun budget aan horeca besteden. Terwijl het aandeel horeca in de totale uitgaven nog 5,5% bedroeg in 2009 is dit in 2014 gestegen tot 5,9%. Belgische consumenten besteden in 2014 net geen 12 mil Guidea Arbeidsmarkt 6
9 jard aan horeca in België, waarvan het leeuwendeel (89%) naar de eet- en drinkgelegenheden vloeit. Dit weerspiegelt deels een stijging van het volume maar is ook een gevolg van snel stijgende prijzen in de horeca. Zo stegen de prijzen in de horeca met 1,9% in 2014, terwijl dit beperkt bleef tot gemiddeld 0,3% voor alle prijzen in de economie. Ook in 2013 stegen de prijzen in de horeca sterker dan gemiddeld, terwijl de prijsevolutie van 2010 tot 2012 iets onder het gemiddelde lag. Figuur 5: Percentage horecabestedingen in totale bestedingen (links) / Prijsevolutie (%JOJ) (rechts) Bron: NBB Bewerking door Guidea De gemiddelde loonkost per uur in de horeca stijgt van 27,8 in 2013 naar 28,5 in 2014, een toename met 2,9%. De loonkosten stijgen hiermee minder snel dan de voorbije twee jaren toen de jaarlijkse toename telkens 4,2% bedraagt. Wel is de loonkostenstijging voor het derde jaar op rij hoger dan gemiddeld. Het verschil met de gehele Belgische economie loopt op tot 2 procentpunten in 2014, in vergelijking met anderhalve procentpunt in 2013 en één procentpunt in De gemiddelde loonkost per uur in de horeca bevindt zich evenwel onder het Belgisch gemiddelde van 37,7. Figuur 6: Evolutie loonkost per uur (%JOJ) (links) / Evolutie percentage loonkost per eenheid (rechts) Bron: NBB Bewerking door Guidea 2015 Guidea Arbeidsmarkt 7
10 De stijging van de loonkosten wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een verhoging van de productiviteit. De loonkost per eenheid product die de verhouding weergeeft van de loonkost tot de productiviteit daalde bij de horecavennootschappen van 67,5% in 2013 tot 66,1% in Deze daling is iets uitgesprokener dan de daling van 63,3% naar 62,9% voor alle Belgische niet-financiële vennootschappen. De loonkost per eenheid product blijft in de horeca bovengemiddeld wat deels een reflectie is van de hogere arbeidsintensiteit van de sector. Demografische ontwikkelingen De Vlaamse bevolking groeit. Begin 2015 telt Vlaanderen ruim 6,44 miljoen inwoners, tegenover 6,04 miljoen inwoners begin 2005 (+ 3,9%). Men verwacht dat deze groei zich blijft doorzetten zodat de grens van 7 miljoen reeds wordt overschreden in De verwachte bevolkingsgroei is het resultaat van een hoog migratiesaldo en de stijgende levensverwachting (Federaal Planbureau & Algemene Directie Statistiek, 2016; Federaal Planbureau & Algemene Directie Statistiek, 2014; Federale Overheidsdienst Economie, 2016). Tussen het jaar 2000 en 2010 steeg het aantal immigraties van vreemdelingen naar België van tot (Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, 2012). Op korte termijn zullen deze immigratiestromen verder toenemen ten gevolge van de humanitaire en politiek crisis van de landen in het Midden-Oosten. Op langere termijn zouden deze immigraties stabiliseren op niveaus waargenomen vóór de migratiecrisis van 2015/16 (Federaal Planbureau & Algemene Directie Statistiek, 2016). Voor de horeca betekent dit een toename in de diversiteit aan gasten maar ook in werknemers (Guidea, 2014a). In Vlaanderen is er een vergrijzing van de bevolking. De levensverwachting neemt alsmaar toe, terwijl het aantal jongeren daalt. In 2014 is 19,1% van de Vlaamse bevolking ouder dan 65 jaar. Men verwacht dat dit stijgt tot 26,3% tegen 2060 terwijl het aandeel jonger dan 65 daalt. De Vlaamse leeftijdspiramide wordt meer en meer een rechthoek (Federaal Planbureau & Algemene Directie Statistiek, 2014). Voor de horeca betekent dit meer oudere gasten en maatregelen om ouder personeel tewerk te stellen (zie ook Guidea, 2012a, 2014b). Figuur 7: Leeftijdspiramide Vlaamse gewest 2015 en Bron: Federaal Planbureau & Algemene Directie Statistiek (2016) Bewerking door Guidea 2015 Guidea Arbeidsmarkt 8
11 Door het verouderen van onze bevolking, daalt het aantal personen op arbeidsleeftijd. Het aantal actieve personen per oudere neemt naar schatting af van 3,4 in 2014 tot 2,2 in Deze schaarste op de arbeidsmarkt wordt voor de horeca extra versterkt door een ontoereikende instroom vanuit het horecaonderwijs. De horeca zorgt voor 3,5% van de totale tewerkstelling in Vlaanderen. Dit terwijl leerlingen uit het horecaonderwijs slechts 1,25% van de gehele populatie in het voltijds secundair onderwijs uitmaken (Federaal Planbureau & Algemene Directie Statistiek, 2016; Guidea, 2013, 2014d, 2015). Sociale ontwikkelingen Generation Y, ook wel de Millenials genoemd, is de nieuwe groep op de arbeids- en consumentenmarkt. Ze zijn zelfstandig, ondernemend, creatief, kritisch en mondig (van Ulden, 2014). Deze generatie groeide op met de vele mogelijkheden van communicatie, media en digitale technologie en gebruikt dit continu (van Ulden, 2014; Ygenwijs, 2014). Werken staat voor hen gelijk met passie, geluk, voldoening, talent, tevredenheid, leren en levenskwaliteit (Guidea, 2012b; Ygenwijs, 2014). Deze generatie zet werk minder centraal, heeft een geringer werkethos, hecht minder belang aan salaris en (extra)legale voordelen, werkzekerheid en collega s. Ze hechten wel meer belang aan opleiding, algemene ontwikkeling en loopbaanontwikkeling. Ze moeten zich goed voelen op werkvloer. Zo niet, zijn ze weg. Voor de horeca, die kampt met een negatief imago en lage jobwaardering, vormt het aantrekken van deze generatie een belangrijke uitdaging (Guidea, 2012b) Verantwoord ondernemen blijft in. Klanten en gasten vragen naar bewust, ethisch en duurzaam. Ze beseffen dat elke bestede euro hun toekomstige wereld mee bepaalt. Horecaondernemingen bouwen een goede reputatie op als ze hieraan beantwoorden. Bovendien zorgt verantwoord handelen voor een besparing van kosten en stijging in omzet. Dit is welkom gezien de harde concurrentie op de horecamarkt. Initiatieven die steeds meer opduiken, zijn afvalreductie, eerlijke handel en inkoop, gezonde voeding, diversiteit op de werkvloer, verantwoord personeelsbeleid (Guidea, 2014d; Wijs, 2015). De vraag van gasten naar betekenis sluit hierbij aan. Het globale verhaal dat een onderneming brengt is voor hen belangrijk. Wat is je doel als onderneming? Wie ben je en wat zijn je waarden? Waarvoor sta je? Wat wil je bijdragen aan de wereld? Horecaondernemingen creëren best een duidelijk en coherent verhaal dat iedereen uitdraagt en -straalt: leidinggevenden, werknemers, gasten, leveranciers Dit zowel on- als offline. Gasten moeten het verhaal voelen tijdens echte maar ook digitale interactie. Er mag geen scheiding zijn tussen de twee (Wijs, 2015). Een concreet voorbeeld hiervan is de grote vraag naar authenticiteit. Massaproducten zijn out. Producten, concepten, en diensten moeten uniek, origineel, echt en/of ambachtelijk zijn. Met de handen gemaakt en niet langer industrieel of machinaal (Wijs, 2014). Gasten zijn aangetrokken tot deze eerlijke en verantwoorde producten die met veel liefde en passie vervaardigd zijn. Alles draait om het verhaal rond deze producten en de verbondenheid die dit creëert (Guidea, 2014d, 2015b) Guidea Arbeidsmarkt 9
12 Aan verbondenheid en lokale verankering is er groeiende nood in onze geïndividualiseerde wereld. Mensen willen binden met de plaats waar ze zich bevinden. Dit biedt hen een sense of place. In de horeca uit deze trend van localisation zich op verschillende manieren. Men werkt bijvoorbeeld samen met lokale designers voor de inrichting, koopt in bij lokale boeren of producten of creëert in hotel lobby s ontmoetingsplaatsen voor lokale inwoners en gasten (Trends in de hotellerie: I, 2015; Wijs, 2015). Deze nood aan verbinding uit zich ook in de deeleconomie. Gebruik, uitwisseling en samenwerking in plaats van bezit staan hier centraal. Zo kan je horeca apparatuur leasen (e.g., of een horeca locatie delen (e.g., Jacques Jour, Café Modern en Sweetdreamzzz in Amsterdam), meedoen met groepsinkopen (e.g., GrootInkoopGroep) of via internetplatformen financiering inzamelen (e.g., en horeca diensten aanbieden (e.g., Airbnb, Airdnd, Cookening.com). Deze laatste roepen protest op maar leiden ook tot vernieuwing. Men ziet ze als oneerlijke concurrenten, maar ook als een opportuniteit om zelf sterker en innovatiever uit de hoek te komen (Lindner, 2014; Gillabel et al., 2014). De beleving van de gast is belangrijker dan ooit. Het draait niet enkel over de kwaliteit van eten, drinken of slapen. Gasten willen meer. Ze willen meegenomen worden in een verhaal, ze willen iets ervaren. Beleven gaat over de gastenreis of het geheel van interacties tussen een horecaonderneming en haar gasten. Dit begint bij het eerste contact, de reservering en duurt tot het afscheid, de thuiskomst en zelfs het verhaal die je gast na afloop aan anderen vertelt. Alle gebeurtenissen, prikkels, emoties die hiertussen plaatsvinden kunnen zorgen voor een onuitwisbare indruk of herinnering. (Rijkhoff & Rustenburg, 2014; Guidea, 2015b; Pine, 2015). Geld is niet langer de enige manier om te betalen. Nieuwe betaalmiddelen zoals ruilen, online valuta of betalen met tweets groeien. Ook prijsstrategieën veranderen. Op voorhand betalen, pay as you wish, of betalen per minuut het kan. Vertrouwen, transparantie en duidelijkheid zijn hierbij belangrijk. Ze zijn echter niet voor iedereen weggelegd gezien ze minder cashflow genereren (Guidea, 2015b). Technologische veranderingen Digitaal is niet meer weg te denken uit onze wereld. Klanten en gasten duwen alle sectoren, waaronder ook de horeca, verder in de richting van de digitale transformatie. Nooit eerder was het aantal online hotelreservaties zo hoog, het belang van digitale marketing zo groot, en de invloed van online review systemen zo sterk. Onderzoek toont dat consumenten meer en meer verlangen naar een selfservice beleving waar ze zelf alles digitaal onder controle hebben (Google, 2014; Guidea, 2015b; Holthof & Van Tilburg, 2014; Phocuswright Inc., 2014; Wijs, 2014). Mobile verovert de wereld. Smartphones en tablets zijn alomtegenwoordig. Het aantal bezoeken aan horeca websites en reservaties via mobiele systemen zit massaal in de lift (Hospitalitynet, 2014). Horecaondernemingen zorgen dus best dat hun apps en websites ook op mobile systemen werken. Continuïteit is hierbij belangrijk: gasten willen naadloos van het ene naar andere mobile 2015 Guidea Arbeidsmarkt 10
13 systeem kunnen overschakelen. Bovendien biedt mobile heel wat andere voordelen: gasten kunnen bijvoorbeeld direct communiceren met de receptie of vervroegd in- of uitchecken. Zo leren horecaondernemers hun gasten beter kennen en kunnen ze hen beter dienen (Google, 2014; M- hospitality, 2014). Belangrijke verandering hierbij is dat het digitale niet meer mag overheersen. Mensen klagen over de huidige smartphoneverslaving van velen. Ze verlangen weer naar het echte leven, naar faceto-face communicatie. Technologie kan maar enkel als het helpt om meer te genieten. Digitaal moet samengaan met het echte leven maar het niet dirigeren. Een digitale detox dringt zich op. Verschillende horecazaken promoten dit en willen de bijhorende gezelligheid weer tot leven roepen. Bij hen geen wifi meer en ook geen stopcontacten waar iedereen zijn/haar telefoon of laptop inplugt (Wijs, 2015) Politieke veranderingen De invoering van de geregistreerde kassa en de bijgaande tewerkstellingsmaatregelen door de regering hebben een belangrijke invloed op de tewerkstelling. Meer dan ooit versterken ze de nood aan verdere professionalisering van de sector. De huidige context vraagt en zet aan tot andere vormen van ondernemen, efficiënter organiseren en andere manieren van werken (Horeca Federatie, 2014; Federale Overheidsdienst Financiën, 2015, Guidea 2014d) Guidea Arbeidsmarkt 11
14 2015 Guidea Arbeidsmarkt 12
15 2 Werkzaamheid 2.1 Werknemers in de horecasector Algemeen Bijlage tabel 13 > 14 Figuur 8: Aantal en aandeel loontrekkende werknemers in de horecasector in België -2003/ ,0% ,70% 3,8% ,49% 3,51% 3,53% 3,45% 3,43% 3,6% ,4% ,2% ,0% Horecawerknemers Aandeel horeca Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea Het aantal werknemers in de horecasector in België stijgt in 2014 naar Dit is een stijging van 0,4% in vergelijking met het jaar voordien. Het aantal werknemers in alle sectoren samen stijgt in 2014 sneller dan de horecasector (+0,9%). Bijgevolg daalt het aandeel van de horeca ten opzichte van alle sectoren, zij het dan minimaal (3,45% > 3,43%). In Vlaanderen ligt het aandeel van de horecasector hoger, met name op 3,91%. De laatste tien jaar schommelt het aantal horecawerknemers in België rond de kaap van werknemers. In dezelfde periode is te zien dat het aandeel van de horeca gedaald is sinds de piek van 3,70% in Guidea Arbeidsmarkt 13
16 Gewesten 1 Bijlage tabel 15 Vlaanderen telt werknemers in de horeca, goed voor 55% van alle horecawerknemers in België. Verder telt Brussel (27.028; 23%) iets meer horecawerknemers dan Wallonië (26.275; 22%). Het aandeel van de horecasector in de totale tewerkstelling ligt in Vlaanderen hoger dan gemiddeld voor België, met name op 3,91%. Gemiddeld stijgt het aantal loontrekkende werknemers in België in de horeca met 0,4% ten opzichte van Dit cijfer herbergt een grote verscheidenheid tussen de gewesten. De grootste groei is voor Brussel waar er 2,0% meer horecawerknemers zijn dan in Ook Wallonië kent een groei, zij het dan beperkter (+0,3%). In Vlaanderen is de groei sinds 2011 negatief. Daar daalt het aantal werknemers met 0,2%. De evolutie over meerdere jaren ziet er nog iets anders uit. Sinds het hoogtepunt van 2010 zijn er in Vlaanderen netto bijna arbeidsplaatsen minder in de horecasector. Ook Brussel kent een stagnering van het aantal werknemers in de horecasector. Hoewel het aantal werknemers er dit jaar stijgt met 2%, zijn er nog steeds minder mensen in de horeca in Brussel aan het werk dan in Enkel in Wallonië is er sprake van een echte stijging de laatste jaren. Sinds 2008 is het aantal horecawerknemers er met 8% gestegen. Kanttekening hierbij is dat deze stijging vooral plaatsvond in de periode Sinds 2011 is het aantal werknemers immers ook daar gedaald. Figuur 9: Evolutie aantal loontrekkende werknemers (arbeidsplaatsen) in de horecasector per gewest -2008/ Vlaanderen Wallonië Brussel Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea 1 De cijfers van de RSZ geven normaliter het aantal arbeidsplaatsen op basis van de hoofdzetel van de onderneming weer Guidea Arbeidsmarkt 14
17 1 Subsector Bijlage tabel 16 > 19 De grootste subsector binnen de horecasector, de restaurants, stelt in Vlaanderen mensen tewerk of 61% van alle horecawerknemers. Zowel het aantal als aandeel van de restaurants is sinds 2008 gestegen. Opvallend is dat het ook de enige subsector binnen de Vlaamse horeca is die het aantal werknemers ziet toenemen in deze periode van zes jaar (+2%). Toch is dit vooral een evolutie van het laatste jaar. Met name in 2014 is er een jaargroei van het aantal restaurantwerknemers met 3%, in het bijzonder bij de eetgelegenheden met volledige bediening Tabel 1: Evolutie aantal en aandeel horecawerknemers in Vlaanderen per subsector -2008/ Groei n % n % n % Hotels ,4% ,6% ,7% Vakantieverblijven ,1% ,6% ,1% Kampeerterreinen 322 0,5% 310 0,5% -12-3,7% Overige accommodatie 154 0,2% 147 0,2% -7-4,5% Restaurants ,3% ,9% ,5% Catering ,6% ,8% ,3% Drinkgelegenheden ,9% ,3% ,3% Totaal % % ,6% Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea Er zijn drie subsectoren (hotels, drinkgelegenheden & catering) met elk iets meer dan 10% van de horecawerknemers. De tweede grootste subsector op gebied van werkgelegenheid zijn de hotels. Hoewel het aantal hotelwerknemers iets is gedaald de laatste jaren, is het aandeel in de totale horecasector toch gestegen naar 13%. De evolutie van de derde grootste subsector, de drinkgelegenheden, is veel negatiever. Zo zijn er in 2014 ruim arbeidsplaatsen minder in deze subsector in vergelijking met 2008 (-22%). Hun aandeel in de totale tewerkstelling in de horecasector daalt van 14% in 2008 naar 11% in Opvallende vaststelling is dat ook de subsectoren waar het aantal ondernemingen (gevoelig) gestegen is in de periode het aantal werknemers ziet afnemen. In de vierde grootste subsector, catering, steeg het aantal ondernemingen met 19% in de laatste zes jaar terwijl in dezelfde periode het aantal werknemers met netto bijna afnam (-11%). Hetzelfde verhaal zien we bij de vakantieverblijven. Het aantal vakantieverblijven steeg met 66% terwijl het aantal werknemers afnam met 16% Guidea Arbeidsmarkt 15
18 Tabel 2: Procentuele verdeling horecawerknemers in de gewesten en België per subsector België Vlaanderen Wallonië Brussel Totaal Hotels 13,5% 12,6% 12,6% 16,4% Vakantieverblijven 3,1% 3,6% 3,8% 1,3% Kampeerterreinen 0,4% 0,5% 0,6% 0,0% Overige accommodatie 0,5% 0,2% 1,2% 0,3% Restaurants 58,6% 60,9% 62,9% 48,9% Catering 13,5% 10,8% 7,0% 26,3% Drinkgelegenheden 10,4% 11,3% 11,8% 6,7% Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea Tussen de gewesten onderling zijn er verschillen. Vooral Brussel wijkt af van de andere gewesten. Daar werken opvallend meer mensen in de catering, alsook - zij het in mindere mate - in de hotelsector. Het percentage werknemers in de restaurants en drinkgelegenheden ligt dan weer ruim onder deze van de andere twee gewesten. De percentages van Vlaanderen en Wallonië liggen dichter bij elkaar en het gemiddelde. Subklassen Bijlage tabel 16 > 19 De subsectoren restaurants en drinkgelegenheden zijn verder onder te verdelen in subklassen. Bij de restaurants zijn er twee subklassen: de eetgelegenheden met volledige bediening en de eetgelegenheden met beperkte bediening. Binnen de drinkgelegenheden heb je drie subklassen: de cafés en bars (nace ), de discotheken en nachtclubs (nace ) en de overige drinkgelegenheden (nace ). Deze laatste categorie is een zeer kleine subklasse met slechts 14 werknemers in Vlaanderen. Figuur 10: Evolutie van de index van werknemers in subklassen in de horecasector in Vlaanderen (2008 = 100) -2008/ Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening Cafés en bars Discotheken Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea 2015 Guidea Arbeidsmarkt 16
19 Binnen de restaurants zijn er vooral het laatste jaar (2014) opmerkelijke veranderingen. In de periode was er een daling van het aantal werknemers binnen de eetgelegenheden met volledige bediening met 2% ( > ). In 2014 echter stijgt het aantal werknemers terug met liefst 7% ten opzichte van Dit is een netto-stijging van bijna werknemers op één jaar tijd ( > ). Bij de eetgelegenheden met beperkte bediening zien we een totaal andere evolutie. In 2010 waren er werknemers in deze subklasse, een stijging van 6% ten opzichte van Echter sinds 2010 is het aantal werknemers binnen de eetgelegenheden met beperkte bediening gedaald, dit met 10% ( > ). Zoals eerder vermeld, tellen de drinkgelegenheden in 2014 netto ruim werknemers minder dan in 2008, een daling van 22%. Zowel de cafés en bars (-18%) als de discotheken en nachtclubs (-41%) dragen bij tot deze gevoelige daling. De evolutie in beide subklassen verliep echter niet hetzelfde. In de periode was er immers eerst een stijging bij de cafés en bars (7.794 > 8.145; +5%), waarna vanaf 2010 tot nu, 2014, het aantal werknemers terug sterk daalt (8.145 > 6.382; -22%). Bij de discotheken en nachtclubs zien we van 2008 tot 2014 een geleidelijke daling van het aantal werknemers. Op die manier zijn er 41% minder werknemers in 2014 dan zes jaar eerder (1.821 > 1.079) Subsectoren : Wallonië en Brussel Bijlage tabel 16 > 19 In Wallonië valt vooral de sterke stijging van het aantal werknemers bij de eetgelegenheden met beperkte bediening op. Het aantal werknemers stijgt er in de periode met liefst 32% (4.725 > 6.255). Ook het aantal werknemers bij de eetgelegenheden met volledige bediening stijgt met 7%, zij het dan voornamelijk door de stijging in het laatste jaar. Daarnaast stijgt in de periode ook het aantal werknemers in de subsectoren van de catering (+8%) en de vakantieverblijven (+6%), dit in tegenstelling tot in Vlaanderen. Tot slot zien we ook bij de subkanalen van de drinkgelegenheden dezelfde evoluties als in Vlaanderen, al zijn de verliespercentages iets gematigder. In Brussel is de stijging van het aantal werknemers bij de eetgelegenheden met beperkte bediening nog spectaculairder. Het aantal werknemers stijgt er van in 2008 naar in 2014 (+81%). Opvallend ook voor Brussel is de daling van het aantal hotelwerknemers gedurende de voorbij jaren. In de periode daalde hun aantal met 20% (5.574 > 4.443). Tot slot is de evolutie van het aantal werknemers in de cafés en bars gelijklopend aan de andere gewesten maar toch niet helemaal. In Brussel stijgt het aantal werknemers nochtans ook tot 2011 waarna een daling volgde. Echter was die stijging in de periode zo groot en de daling na 2011 beperkt zodat de evolutie uitermate positief is. In deze periode stijgt het aantal werknemers in cafés en bars met liefst 28% (1.304 > 1.666) Guidea Arbeidsmarkt 17
20 Alle sectoren Horecasector Dimensiegrootte onderneming Bijlage tabel 20 > 27 In Vlaanderen werkt 23% van de horecawerknemers in een onderneming met minder dan 5 werknemers, 45% in een onderneming met minder dan 10 werknemers en 67% in een onderneming met minder dan 20 werknemers. Als we vergelijken met de verdeling van alle sectoren samen, geeft dit opmerkelijke verschillen. In de horeca werken heel wat meer mensen in kleinere ondernemingen. In Vlaanderen werkt gemiddeld 9% van de werknemers in alle sectoren samen in een onderneming met minder dan 5 werknemers, 16% in een onderneming met minder dan 10 werknemers en 25% in een onderneming met minder dan 20 werknemers. Figuur 11: Procentuele verdeling van de werknemers in de horecasector per gewest en alle sectoren in Vlaanderen Vlaanderen 23% 22% 22% 16% 5% Wallonië 33% 25% 18% 14% 5% Brussel 13% 13% 13% 15% 6% Vlaanderen 9% 7% 9% 13% 9% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 1 tot 4 werknemers 5 tot 9 werknemers 10 tot 19 werknemers 20 tot 49 werknemers 50 tot 99 werknemers 100 tot 199 werknemers 200 tot 499 werknemers 500 tot 999 werknemers 1000 werknemers en meer Bron: RSZ, toestand 30/06/2014 Bewerking door Guidea Ook tussen de gewesten onderling is er een groot verschil in de horecasector. In Wallonië werkt 58% van de horecawerknemers in een micro-onderneming (minder dan 10 werknemers), terwijl dit in Vlaanderen 45% is en in Brussel slechts 26%. In Brussel werken werknemers in de horecasector vooral in grotere bedrijven. 46% werkt in een onderneming met minstens 50 werknemers. Vooral bij de cateringzaken zijn enkele grote spelers gevestigd in Brussel. Daarnaast is Brussel ook de plaats waar (grotere) ondernemingen hun hoofdzetel hebben. Binnen de horecasector in Vlaanderen zijn er ook verschillen per subsector. Meer dan 60% de werknemers in de subsectoren kampeerterreinen, overige accommodatie en drinkgelegenheden werken in een micro-onderneming. Bij de andere subsectoren (hotels, vakantieverblijven, restaurants en cateringbedrijven) ligt dit aandeel lager. In Wallonië zijn er enkel in de subsectoren van hotels en vakantieverblijven ondernemingen te vinden met minstens 200 werknemers. In Brussel zijn er vooral enkele grote spelers in de subsectoren restaurants en catering Guidea Arbeidsmarkt 18
21 Geslacht Bijlage tabel 29 > 33 51% van de arbeidsplaatsen in de Vlaamse horecasector wordt ingevuld door een vrouw, 49% door een man. Daarmee werken er procentueel meer vrouwen in de horecasector (51%) dan gemiddeld (44%). De trend is wel dat deze percentages naar elkaar toe groeien. In de periode stijgt het aantal ( > ; +4%) en aandeel (42,9% > 44,4%) vrouwen immers in alle sectoren samen, terwijl hun aantal ( > ; -10%) en aandeel (54,2% > 50,9%) net daalt in de horecasector. Figuur 12: Aandeel vrouwen-mannen in de horecasector en alle sectoren samen in Vlaanderen Bron: RSZ, toestand 30/06/2014 Bewerking door Guidea Vlaanderen is wel het enige gewest waar het aandeel vrouwen in de horecasector (nog) groter is dan het aandeel mannen. In Wallonië is het aandeel vrouwen de voorbije jaren gedaald van 52,7% in 2008 naar 49,6% in In Brussel daalde het aandeel vrouwen in dezelfde periode van 46,4 naar 44,4%. Binnen de horecasector is er ook een verschil tussen de subsectoren onderling. Hotels (58% vrouwen), vakantieverblijven (71%), overige accommodatie (73%) en drinkgelegenheden (55%) blijven subsectoren met overwegend vrouwelijke werknemers. Kampeerterreinen (53% mannen) en restaurants (52%) stellen dan weer meer mannen tewerk. Cateringbedrijven hebben de meest evenwichtige samenstelling op gebied van geslacht (51% vrouwen 49% mannen) Guidea Arbeidsmarkt 19
22 Alle sectoren Horeca Statuut Bijlage tabel 34 > 37 In Vlaanderen werkt 90% van de horecawerknemers als arbeider, 10% als bediende. Toch is het net deze laatste categorie die het aantal werknemers sinds 2008 zag toenemen. In de periode stijgt zowel het absolute als relatieve aantal bedienden in de horecasector (6.196 > 6.770; 9% > 10%). Opvallend is wel dat net het laatste jaar het aantal bedienden terug daalt, en het aantal arbeiders (beperkt) stijgt. Net als bij de dimensiegrootte van de onderneming is er ook hier een duidelijk verschil tussen de horecasector en het gemiddelde van alle sectoren. Waar in alle sectoren samen 47% van de werknemers als arbeider werkt, is dit in de horecasector liefst 90%. Wel is dezelfde evolutie te bemerken tussen de horecasector en alle sectoren samen. Zowel in de horecasector als in alle sectoren samen stijgt het aantal en aandeel bedienden in de periode Figuur 13: Aantal werknemers in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per statuut / Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% De verhouding in de horecasector in Wallonië is min of meer hetzelfde als in Vlaanderen (90% arbeiders 10% bedienden). In Brussel daarentegen werken procentueel heel wat meer bedienden (79% arbeiders 21% bedienden). Arbeiders bedienden Ambtenaren We zien vooral bij de restaurants (94%) en drinkgelegenheden (98%) procentueel veel arbeiders. Bij cateringzaken (85%) en vooral logiesondernemingen (71%) is dit aandeel minder groot Guidea Arbeidsmarkt 20
23 Regime 2 Bijlage tabel 38 > 45 In Vlaanderen werkt 36% van de horecawerknemers voltijds, 49% deeltijds en 14% onder een speciaal regime (vnl. extra s). Het aantal voltijdse werknemers neemt gestaag toe. In 2014 is er opnieuw een groei van het aantal voltijdse werknemers met netto 159 (+1%). Daar tegenover staat dat het aantal deeltijdse werknemers de laatste jaren gedaald is. Het aantal deeltijdse horecawerknemers ligt ook in 2014 terug lager dan het jaar voordien (-350; -1%). Over een langere periode zien we dat het aantal extra s sterk schommelt. De laatste jaren blijft de vaste tewerkstelling (voltijds + deeltijds) vrij stabiel Net als bij de andere werknemerskenmerken zijn de verhoudingen ook hier verschillend in vergelijking met het gemiddelde van alle sectoren samen. Over alle sectoren heen werkt 63% van de werknemers voltijds, 32% deeltijds en 5% onder een speciaal regime. Figuur 14: Aantal werknemers in de horecasector in Vlaanderen per regime -2003/ Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea In Wallonië werkt 33% van de horecawerknemers voltijds en liefst 63% deeltijds. Het speciaal regime (4%) wordt er minder gebruikt dan in Vlaanderen. In Brussel zijn er vooral procentueel meer voltijdse werknemers (46%). Net als in Wallonië vallen er weinig werknemers onder het speciaal regime (2%) Voltijds Deeltijds Specialen Voltijdse werknemers zien we vooral bij de hotels (60% voltijds) en kampeerterreinen (54%). Bij de vakantieverblijven (56% deeltijds), overige accommodatie (69%), restaurants (53%) en drinkgelegenheden (58%) werken voornamelijk deeltijdse werknemers. Bij de cateringzaken zijn de mogelijke regimes gelijker verdeeld. Het speciaal regime ten slotte vinden we voornamelijk terug bij de restaurants, cateringzaken en drinkgelegenheden. 2 De deeltijdse prestaties betreffen de prestaties van de werknemer die gemiddeld slechts een gedeelte presteert van de arbeidstijd van de referentie persoon (voltijds werknemer). De groep specialen bevat vooral loontrekkenden die werken via gelimiteerde prestaties (extra s in de horeca) Guidea Arbeidsmarkt 21
24 Leeftijd 3 Bijlage tabel 46 > 53 20% van alle werknemers in de horecasector in Vlaanderen is jonger dan 25 jaar. Daarmee is de horecasector nog steeds de sector met procentueel het hoogst aantal jongeren. In alle sectoren samen is slechts 8% van de werknemers jonger dan 25 jaar. Het aandeel 50-plussers in de horecasector ligt dan weer lager dan gemiddeld (21% <> 27%). Opmerkelijk is wel dat het aandeel 60-plussers in de horecasector hoger ligt dan gemiddeld (5% <> 3%). Toch is er sinds enkele jaren een grote verschuiving van de leeftijdscategorieën merkbaar, zowel in de horecasector als in alle sectoren samen. In 2014 zijn er voor het eerst meer 50- plussers (21%) dan min 25-jarigen (20%) aan het werk in de horecasector. Vooral het aantal werknemers jonger dan 20 jaar is spectaculair gedaald in slechts zes jaar tijd (6.463 > 2.380, -63%). Daarnaast is ook het aantal werknemers in de leeftijdscategorie jaar gedaald met netto iets meer dan werknemers (-10%). Aan de andere kant van de leeftijdspiramide is het aantal 50-plussers gevoelig gestegen, ondanks de totale daling van het aantal unieke werknemers. Zowel in de leeftijdscategorie jaar (+21%) als 60-plus (+38%) komen er in zes jaar tijd heel wat werknemers bij. Figuur 15: Aantal en aandeel unieke werknemers in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per leeftijdscategorie -2008/2014- Horecasector Alle sectoren Groei n % n % n % n % < 20 jaar ,5% ,0% ,2% ,7% jaar ,0% ,0% ,7% ,4% jaar ,3% ,7% ,5% ,3% jaar ,3% ,9% ,5% ,6% jaar ,9% ,6% ,8% ,1% jaar ,7% ,0% ,2% ,5% 60 jaar en ouder ,3% ,8% ,4% ,4% Totaal % % ,1% % Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea Net als in Vlaanderen ligt in zowel Wallonië (21% <> 8%) als Brussel (13% <> 6%) het aandeel min 25-jarigen heel wat hoger in de horecasector dan het gemiddelde van alle sectoren samen. Opvallend is wel dat het aandeel min 25-jarigen in Brussel (13%) toch heel wat lager ligt dan in Vlaanderen (20%) of Wallonië (21%). Vooral de restaurants en drinkgelegenheden trekken procentueel de grootste groep min 25-jarigen aan. Bij beiden is 25% jonger dan 25 jaar en 41% jonger dan 30 jaar. Zowel bij de logiesondernemingen als cateringzaken liggen deze percentages lager. 3 Statistieken m.b.t. de leeftijdscategorieën van werknemers zijn opgebouwd volgens de hoofdverblijfplaats van de werknemer (en niet volgens vestigingsplaats van de onderneming). Werknemers per leeftijdscategorie: deze statistieken geven het aantal unieke werknemers naar leeftijdscategorieën weer volgens de hoofdverblijfplaats van de werknemer Guidea Arbeidsmarkt 22
25 Voltijdsequivalenten Bijlage tabel 54 > 57 Cijfers omtrent het aantal voltijdsequivalenten (VTE) tonen een licht ander beeld dan het aantal werknemers in arbeidsplaatsen. Vooral de evolutie en de opdeling per subsector zijn anders. De verdeling tussen de gewesten is min of meer gelijkaardig. In 2014 telt de horecasector in België VTE s. Het aantal in 2014 is het hoogste aantal van de laatste tien jaar, zelfs hoger dan 2011 toen er ruim arbeidsplaatsen meer waren dan nu. 53% van de VTE s bevindt zich in Vlaanderen, 22% in Wallonië en 25% in Brussel. Het is wel enkel in Vlaanderen dat er een piek is in In Wallonië en Brussel lag de piek van het aantal VTE s in respectievelijk 2012 en Figuur 16: Aantal loontrekkende werknemers (in voltijdsequivalenten) in de horecasector in Vlaanderen per subsector -2008/ Logies Catering Drinkgelegenheden Restaurants (volledig) Restaurants (beperkte) Bron: RSZ, toestand 30/06 Bewerking door Guidea Het grootst aantal VTE s in de horecasector in Vlaanderen is te vinden bij de eetgelegenheden met volledige bediening. Deze subklasse is goed voor 43% van de VTE s, een gelijkaardig percentage als bij het aantal arbeidsplaatsen. Voornamelijk de hotels halen hier een groter aandeel dan bij de arbeidsplaatsen, terwijl de drinkgelegenheden een kleiner aandeel vertegenwoordigen. In Vlaanderen werkt immers 60% van de hotelwerknemers voltijds, terwijl dit bij de drinkgelegenheden slechts 21% is. De opvallendste evolutie is te zien bij de eetgelegenheden met volledige bediening. Deze subklasse kende tegen de trend in niet enkel een gestage groei tot 2013, maar ook een steile jaargroei het laatste jaar. In één jaar tijd is het aantal VTE s er gestegen met liefst 11%. De omgekeerde beweging vinden we terug bij de drinkgelegenheden. Het aantal VTE s in deze subsector ligt 13% lager dan in Guidea Arbeidsmarkt 23
26 2.2 Zelfstandigen in de horecasector Algemeen Bijlage tabel 58 > 59 Figuur 17: Aantal en aandeel zelfstandigen in de horecasector in België -2003/ ,5% ,4% 4,3% ,28% 4,23% 4,19% 4,2% 4,1% ,0% ,9% ,80% 3,8% 3,7% ,6% Zelfstandigen horeca Aandeel horeca Bron: RSVZ, toestand 31/12 Bewerking door Guidea In 2014 werken zelfstandigen (inclusief helpers) in de horecasector in België. Dat zijn er netto meer dan het jaar voordien (+3%). De horecasector is goed voor 4,2% van alle zelfstandigen. Dit aandeel stijgt lichtjes ten opzichte van Bovenop de zelfstandigen met domicilie in België zijn er nog 522 zelfstandigen in de horecasector die hun domicilie in het buitenland hebben. Tot 2008 daalde het aantal zelfstandigen in de horecasector. Dit ging gepaard met een terugval van het aandeel ten opzichte van alle sectoren van 4,3% naar 3,8%. Sinds 2008 is het aantal zelfstandigen terug spectaculair gestegen van in 2008 naar in De stijging is groter dan gemiddeld waardoor het aandeel zich in 2014 herstelt naar 4,2% Guidea Arbeidsmarkt 24
27 Gewesten Bijlage tabel 60 Figuur 18: Aantal zelfstandigen in de horecasector per gewest -2003/ Vlaanderen Wallonië Brussel Bron: RSVZ Bewerking door Guidea Vlaanderen telt 64% van de zelfstandigen, Wallonië 30% en Brussel 6%. Het aantal zelfstandigen in de horecasector stijgt in elk gewest. Vlaanderen klokt af op een jaargroei van +2%, Wallonië +3% en Brussel +5%. Op langere termijn zien we ook in elk gewest dezelfde evolutie waarbij er een serieuze stijging is van het aantal zelfstandigen de laatste jaren. Aard van bezigheid Bijlage tabel 61 > 64 Drie kwart van de zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen is zelfstandig als hoofdbezigheid. 19% is zelfstandig als bijkomende bezigheid, terwijl 6% actief is na de pensioenleeftijd te hebben bereikt. Hoewel er een groei is in alle categorieën kennen deze laatste twee een veel sterkere groei de laatste jaren. Op zes jaar tijd is zo het aandeel van de zelfstandigen in hoofdberoep gedaald van 83% naar 76%. Tabel 3: Aantal zelfstandigen in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per aard van bezigheid -2008/2014- Horecasector Alle sectoren Groei n % n % n % n % Hoofdbezigheid ,6% ,5% ,4% ,8% Bijkomende bezigheid ,5% ,0% ,7% ,5% Actief na pensioen(leeftijd) 862 4,0% ,5% ,0% ,7% Totaal % % ,2% % Bron: RSVZ Bewerking door Guidea 2015 Guidea Arbeidsmarkt 25
28 De horecasector telt procentueel meer zelfstandigen in hoofdberoep in vergelijking met het gemiddelde (76% <> 68%). Daar tegenover staat dat er minder zelfstandigen zijn in bijberoep (19% <> 24%) of nadat ze de pensioenleeftijd hebben bereikt (6% <> 9%). Wallonië kent een min of meer gelijkaardige verdeling als Vlaanderen. In Brussel daarentegen zijn er opvallend meer zelfstandigen in hoofdberoep (83%). Geslacht Bijlage tabel 65 > 72 In 2014 is 57% van de zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen een man, 43% een vrouw. Er zijn procentueel veel vrouwelijke zelfstandigen in de horecasector (43%) in vergelijking met alle sectoren samen (35%). In zes jaar tijd is het aandeel vrouwen wel gedaald van 47% naar 43%. Het aantal mannelijke zelfstandigen (+33%) steeg namelijk veel sterker de afgelopen zes jaar dan het aantal vrouwelijke zelfstandigen (+16%). In elke categorie van aard van bezigheid zijn er meer mannen dan vrouwen. Toch is er vooral bij de zelfstandigen in bijberoep een duidelijk overwicht van de mannen (63%- 37%) In Wallonië is de verdeling min of meer gelijkaardig als in Vlaanderen. In Brussel daarentegen is 64% van de zelfstandigen in de horecasector een man, 7 procentpunten meer dan in Vlaanderen. Leeftijd Bijlage tabel 73 > 80 Bij de zelfstandigen zien we een andere leeftijdspiramide dan bij de horecawerknemers. 11% van de zelfstandigen in de horecasector is jonger dan 30 jaar, 33% jonger dan 40 jaar. Bij de horecawerknemers is dit maar liefst 35% en 58%. Wel stijgt het aantal zelfstandigen jonger dan 25 jaar, terwijl dit aantal bij de horecawerknemers net serieus is gedaald. De leeftijdspiramide van de zelfstandigen in de horecasector wijkt ook nauwelijks af van deze van alle sectoren samen. Dit was bij de horecawerknemers ook anders. Enkel het aandeel 60-plussers is iets hoger in alle sectoren samen Guidea Arbeidsmarkt 26
29 1 Figuur 19: verdeling zelfstandigen in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per leeftijdscategorie % 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 11% 15% 25% 25% 30% 28% 22% 21% 7% 4% 7% 3% Horeca Alle sectoren 60 en ouder 50 t.e.m. 59 jaar 40 t.e.m. 49 jaar 30 t.e.m. 39 jaar 25 t.e.m. 29 jaar <25 jaar Bron: RSVZ Bewerking door Guidea De leeftijdsverdeling verschilt ook naargelang de aard van bezigheid. De zelfstandigen in bijberoep hebben de jongste leeftijdspiramide. 15% is jonger dan 30 jaar, 44% jonger dan 40 jaar. De actieven na pensioen hebben een gans andere leeftijdsverdeling. 98% is er ouder dan 60 jaar. Bij de anderen is slechts 7% (hoofdberoep) en 4% (bijberoep) ouder dan 60 jaar. Starters en stoppers Bijlage tabel 81 > 82 Figuur 20: Aantal startende en stoppende zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen / Starters Stoppers Bron: RSVZ Bewerking door Guidea 4 Het is niet mogelijk de aftrekking tussen de starters en de stoppers te maken om de evolutie weer te geven van het aantal actieve zelfstandigen Guidea Arbeidsmarkt 27
30 In 2014 daalt het aantal startende zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen met 9% ten opzichte van het jaar voordien (3.987 > 3.625). Dit aantal is niettemin nog steeds het op één na hoogste van de afgelopen jaren. Het aantal stoppende zelfstandigen stijgt wel verder naar 2.330, een stijging met 13%. Op die manier ligt het aantal starters en stoppers in 2014 dichter bij elkaar dan het jaar voordien. Het aantal starters overstijgt wel nog ruim het aantal stoppers. Zowel het aantal starters als het aantal stoppers is de afgelopen jaren sterk gestegen. Tot 2009 bleef het aantal starters en stoppers min of meer gelijk elk jaar. Sinds 2009 is het aantal starters en stoppers haast verdubbeld Guidea Arbeidsmarkt 28
31 2.3 Tewerkstelling van studenten met een studentencontract Bijlage tabel 83 Het aantal studenten wordt weergegeven in aantal arbeidsplaatsen. Dit cijfer wordt bekomen door per werkgever het aantal tewerkgestelde studenten gedurende het kwartaal te tellen. Het gaat om statistische informatie over studentenjobs (geen onderwerping aan de sociale zekerheid, maar met een solidariteitsbijdrage). Sedert het jaar 2011 zijn er enkel nog cijfers beschikbaar voor België 5. We merken vrij grote schommelingen tussen de vier kwartalen. Bijgevolg kiezen we ervoor om een cijferoverzicht te geven per kwartaal. Belangrijk om op te merken is dat een arbeidsplaats over meerdere kwartalen kan lopen. Sommeren heeft in dit geval dus weinig zin Figuur 21: Aantal studentenjobs (arbeidsplaatsen) in de horecasector in België -2009/ Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek Bewerking door Guidea Net zoals de voorbije jaren, ligt het aantal studentenjobs in de horeca het hoogst in het derde kwartaal. De minste studentenjobs vinden we in het eerste kwartaal. Ondanks de daling in het derde kwartaal blijft het aantal studentenjobs jaar na jaar stijgen. De trendlijn bereikte eind 2014 een nieuw hoogtepunt. Tabel 4: Aantal studentenjobs (arbeidsplaatsen) in de horecasector in België per kwartaal Jaar Kwartaal n Jaargroei 2014 Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek Bewerking door Guidea Q ,3% Q ,2% Q ,3% Q ,7% 5 Detail naar gewest en provincie is niet (langer) beschikbaar bij de RSZ Guidea Arbeidsmarkt 29
32 2.4 Arbeidsvoorwaarden Loon Werknemers Bijlage tabel 84 > 93 Figuur 22: Gemiddeld brutokwartaalloon 6 in euro in de horecasector (VTE) in Vlaanderen per statuut, geslacht en subsector % ,5% % +8% +6% ,3% +4,4% +3,8% +4% +2% ,6% -0,4% 0% -2% 0-4% Brutokwartaalloon Jaargroei Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, Q2 Bewerking door Guidea In 2014 bedroeg het gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector Dit is een daling met 0,4% ten opzichte van Deze daling is opmerkelijk aangezien de lonen de voorbije jaren enkel maar stegen. De daling is toe te wijzen aan de daling van het loon bij arbeiders. Het gemiddelde brutokwartaalloon bij de bedienden steeg wel. Op bovenstaande figuur zien we bijna telkens groeipercentages van meer dan 3%. Enkel in 2010 was er eveneens een vertraagde groei, al was deze nog steeds positief. Het totaal brutokwartaalloon herbergt een grote verscheidenheid tussen verschillende groepen. De kloof tussen arbeiders en bedienden in de horecasector is heel groot. Deze bedraagt in 2014 bijna 48% in het voordeel van de bedienden ( <> 8.973). Ook tussen beide geslachten is er nog steeds een verschil in brutokwartaalloon in het voordeel van de mannen, zij het dan beperkter met een verschil van 6%. ( <> 6.662). 6 Het gemiddeld brutokwartaalloon wordt berekend door het, bij de RSZ aangegeven, brutoloon per kwartaal te delen door het aantal voltijdsequivalenten. Voor meer info over brutolonen, zie (3. Bezoldigingen, pagina 10-11) 2015 Guidea Arbeidsmarkt 30
33 Werknemers in de subsector van de vakantieverblijven hebben het hoogste gemiddeld brutokwartaalloon, namelijk De werknemers in subsector van de drinkgelegenheden zijn het slechtst af met gemiddeld in De kloof tussen beiden bedraagt 31%. Het feit dat er weinig bedienden te vinden zijn bij de drinkgelegenheden draagt hiertoe bij. Indien we enkel arbeiders met elkaar vergelijken is de loonkloof tussen beiden beperkt tot 11%. Figuur 23: Vergelijking van de brutokwartaallonen in euro in de horecasector (VTE) per statuut, geslacht en subsector in Vlaanderen Bron: RSZ, gecentraliseerde statistiek, Q2 Bewerking door Guidea Zelfstandigen Bijlage tabel 94 > 97 Figuur 24: Gemiddeld jaarinkomen in euro van zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen Bron: RSVZ Bewerking door Guidea 7 De gemiddelde inkomsten (ongeacht van het inkomstenjaar) van de verzekeringsplichtigen (zelfstandigen + helpers) tewerkgesteld in de horecasector (code 407). Het gaat om de bruto-beroepsinkomsten, verminderd met de beroepsuitgaven en -lasten en, in voorkomend geval, met de beroepsverliezen, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving op de inkomstenbelastingen. De sociale bijdragen die de verzekeringsplichtige betaalt per kwartaal zijn ook reeds in mindering gebracht Guidea Arbeidsmarkt 31
34 Een zelfstandige in de horecasector verdiende in 2014 op jaarbasis gemiddeld Dat is een daling van 0,6% in vergelijking met Het inkomen in Vlaanderen blijft wel hoger dan in Wallonië ( ; +1,5%) en Brussel ( ; +0,8%). De loonkloof tussen mannen en vrouwen is ook hier aanwezig. In 2014 verdienden mannelijke horeca-zelfstandigen gemiddeld 40% meer dan hun vrouwelijke collega s ( <> ). De aard van bezigheid speelt ook een grote rol. De zelfstandigen in hoofdberoep verdienden logischerwijs het meest ( ), gevolgd door de actieven na pensioen ( 6.593) en de zelfstandigen in bijberoep ( 2.940). De mannen verdienden volgens elke aard van bezigheid meer dan de vrouwen. Arbeidsduur op weekbasis Bijlage tabel 98 > 109 Tabel 5: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers en zelfstandigen in uren per gewest (woonplaats) Werknemers Zelfstandigen Bron: FOD Economie EAK2014, Nace 55/56 Bewerking door Guidea Regime Vlaanderen Wallonië Brussel België Voltijds Deeltijds Voltijds Deeltijds De gemiddelde werktijd bij voltijdse horecawerknemers in Vlaanderen in 2014 is 40 uren. Dit is vergelijkbaar met de andere gewesten. Bij de deeltijdse horecawerknemers is het aantal uren in Vlaanderen 19. Dit is iets lager dan bij de twee andere gewesten (21 uren). De gemiddelde werktijd van voltijdse zelfstandigen in de horecasector ligt ruim boven deze van werknemers. In Vlaanderen bedraagt de gemiddelde werktijd van voltijdse zelfstandigen 62 uren. In Wallonië ligt dit gemiddeld iets hoger, in Brussel lager. Figuur 25: Werknemers en zelfstandigen in de horecasector per geslacht en per effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis (%) % 80% 60% 40% 20% 0% 88% 76% 57% 17% 13% 13% 44% 25% 28% 3% 4% 3% 5% 10% 7% 7% Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Werknemers Zelfstandigen 1-20u 21-36u 37-40u >40u Bron: FOD Economie EAK2014, Nace 55/56 Bewerking door Guidea 2015 Guidea Arbeidsmarkt 32
35 1 Bovenstaande grafiek toont de spreiding van de gewerkte uren op weekbasis. Er zijn zowel verschillen tussen werknemers en zelfstandigen als tussen mannen en vrouwen. Het merendeel van de zelfstandigen werkt meer dan 40 uur op weekbasis. 88% van de mannelijke en 76% van de vrouwelijke zelfstandigen werkt meer dan 40 uur per week. Bij de werknemers is dit slechts 13% en 3%. Ook tussen beide geslachten zijn er verschillen, vooral dan bij de werknemers. 70% van de mannelijke werknemers werkt minimum 37 uren, terwijl dit bij hun vrouwelijke werknemers slechts 31% is. Bijna de helft (44%) van de vrouwelijke werknemers werkt maximaal 20 uur. Werken op onregelmatige uren Bijlage tabel 110 > Figuur 26: Percentage dat werkt op onregelmatige uren in Vlaanderen naar werknemers/zelfstandigen en geslacht % 80% 60% 40% 20% 0% Avondwerk Nachtwerk Zaterdagwer k Zondagwerk Zelfstandigen mannen 93% 56% 98% 86% Zelfstandigen vrouwen 81% 47% 93% 81% werknemers mannen 77% 32% 82% 72% werknemers vrouwen 53% 12% 71% 56% Bron: FOD Economie EAK2014, Nace 55/56 Bewerking door Guidea Uit de EAK blijkt dat zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen meer op onregelmatige uren werken dan hun loontrekkende collega s, en dit bij beide geslachten. Avond-, zaterdag- en zondagwerk wordt door minstens 80% van de zelfstandige horeca-uitbaters (soms of altijd) gedaan. Binnen de categorie van loontrekkenden en zelfstandigen zijn er ook verschillen per geslacht. Vrouwen geven vaker aan nooit te werken tijdens de avond, nacht, zaterdag of zondag. Nachtwerk wordt het minst aangestipt. Toch werkt meer dan 1op 2 mannelijke zelfstandigen soms of altijd tijdens de nacht. 8 Antwoordcategorie avond- en nachtwerk = nooit, minder dan 50% van de werkdagen, meer dan 50% van de werkdagen & altijd. Percentage is de som van de laatste drie antwoordcategorieën (enkel nooit is weggelaten). Antwoordcategorie zaterdag- en zondagwerk = nooit, één dag (per maand), twee dagen of meer (per maand) & altijd. Percentage is de som van de laatste drie antwoordcategorieën (enkel nooit is weggelaten) Guidea Arbeidsmarkt 33
36 Tijdelijke arbeid Bijlage tabel 114 > 117 Het aandeel tijdelijke arbeid bij de loontrekkenden geeft weer welk aandeel van de loontrekkende werknemers geen contract van onbepaalde duur hebben. Volgens de EAK2014 heeft 18% van de horecawerknemers in Vlaanderen een tijdelijk contract (16% bij de mannen - 19% bij de vrouwen). Tabel 6: Tijdelijke arbeid versus vast werk op basis van de voornaamste activiteit bij horecawerknemers in Vlaanderen en België (%) Vlaanderen Mannen Vrouwen totaal Vast 84% 81% 82% Tijdelijk 16% 19% 18% Totaal 100% 100% 100% Bron: FOD Economie EAK2014, Nace 55/56 Bewerking door Guidea In 2014 is 61% van de tijdelijke contracten korter dan drie maand. De populairste vormen van tijdelijke contracten zijn een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een bepaald werk (47%), studentenarbeid (21%) en uitzendkracht (13%) 2015 Guidea Arbeidsmarkt 34
37 1 3 Werkzoekenden 3.1 Niet-werkende werkzoekenden Bijlage tabel 118 > 119 In 2014 hebben gemiddeld niet-werkende werkzoekenden een aspiratie in de horecasector. Dat zijn er 10% meer dan in Iets meer vrouwen (53%) dan mannen (47%) hebben een aspiratie om in de horecasector te werken Keukenmedewerker wordt het vaakst aangegeven als voorkeurberoep. Afwasser en kelner in een brasserie vervolledigen de top drie. De beroepen van pizzabakker, wijnkelner en chef-kok trekken een mannelijker publiek aan, terwijl (verantwoordelijke) kamerpersoneel of polyvalent medewerker restaurant eerder vrouwen aantrekt. 3.2 In- en uitstroom van werkzoekenden Bijlage tabel 120 Figuur 27: In- en uitstroom werkzoekenden in de horecasector in Vlaanderen (op kwartaalbasis) / Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q Uitstroom uit horeca naar werkloosheid Instroom naar horeca vanuit werkloosheid Trendlijn uitstroom uit horeca naar werkloosheid Trendlijn instroom naar horeca vanuit werkloosheid Bron: Departement WSE Bewerking door Guidea De werkzoekendenstromen tonen terug een positieve evolutie. Op bijgaande grafiek is te zien dat de groene (instroom naar werk vanuit werkloosheid) en rode (uitstroom uit werk naar werkloosheid) trendlijn terug naar elkaar toe groeien. In 2014 stromen per kwartaal gemiddeld personen naar de horecasector vanuit de werkloosheid. Dat zijn er net iets minder dan de personen die gemiddeld per kwartaal naar de werkloosheid stromen vanuit werk in de horecasector Guidea Arbeidsmarkt 35
38 2015 Guidea Arbeidsmarkt 36
39 1 4 Vacatures, horecaopleidingen en leren & Werken 4.1 Vacatures VDAB Bijlage tabel 121 > 123 Figuur 28: Het aantal en aandeel ontvangen vacatures in de horecasector in Vlaanderen / % 6% 5% 4% Aantal vacatures ,57% 3,78% 3,70% 3,74% 3,93% 3,85% 3,57% 3% Aandeel % % 0 0% Bron: VDAB Bewerking door Guidea In 2014 werden er bij de VDAB vacatures in de horecasector geregistreerd. Dat is 3,57% van alle vacatures in alle sectoren samen. Zowel het aantal als het aandeel vacatures in de horecasector daalde in Tabel 7: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen Horeca 2014 Alle sectoren 2014 n Totaal aantal vacatures Vestigingsplaats bedrijf West-Vlaanderen 30,1% 17,7% Oost-Vlaanderen 17,2% 19,7% Antwerpen 21,3% 26,0% Vlaams-Brabant 11,9% 13,6% Limburg 11,0% 9,4% Buiten Vlaanderen 8,5% 13,7% Studieniveau 9 Laag 73,3% 39,1% Midden 22,7% 24,8% Hoog 4,0% 36,1% Gevraagde ervaring <6 maanden 33,5% 43,5% 6 maanden - 2 jaar 33,4% 24,9% +2 jaar 33,2% 31,6% Bron: VDAB Bewerking door Guidea n 9 Laag = max. secundair onderwijs 2 de graad of wanneer geen min. Studieniveau werd vermeld door de werkgever. Midden = Secundair 3 de of 4 de graad; Hoog = Hoger onderwijs 2015 Guidea Arbeidsmarkt 37
40 In 2014 werden er bij de VDAB vacatures in de horecasector geregistreerd. Dat is 3,57% van alle vacatures in alle sectoren samen. Het grootst aantal vacatures in de horecasector vinden we traditioneel in West-Vlaanderen (30%), gevolgd door Antwerpen (21%) en Oost-Vlaanderen (17%). In Limburg (11%) werden het minst aantal vacatures ontvangen van alle Vlaamse provincies. Toch stijgt het aandeel van Limburg jaar na jaar. Deze verdeling in de horecasector verschilt van de verdeling in alle sectoren samen. In Antwerpen (26%) werden de meeste vacatures geregistreerd, vóór Oost-Vlaanderen (20%) en West-Vlaanderen (18%). Het gevraagde studieniveau van 73% van de ontvangen vacatures in de horecasector is laag (ten hoogste tweede graad secundair onderwijs). Gemiddeld is dit voor alle sectoren samen 39%. Daar tegenover staat dat slechts 4% van de vacatures een hoog studieniveau vereisen. Dit is ruim lager dan het gemiddelde van 36%. Bij twee op drie of 67% van de vacatures in de horecasector vraagt men minimaal 6 maanden ervaring. Dit is hoger dan gemiddeld. In alle sectoren samen is dit slechts 56%. Tabel 8: Aantal en evolutie vacatures in de horecasector per subsector Horeca 2014 Jaargroei n % n % Hotels ,8% -92-5,5% Kampeerterreinen 372 4,2% ,0% Restaurants ,5% ,8% Drankgelegenheden 812 9,2% -27-3,2% Kantines en catering ,2% ,3% Totaal % ,1% Bron: VDAB Bewerking door Guidea De meeste van de vacatures in de horecasector zijn te vinden in de subsector van de restaurants (57%), gevolgd door de hotels (18%) en kantines en catering (11%). In elke sector daalt het aantal vacatures in vergelijking met De grootste procentuele daling is te vinden bij de kantines en catering. Voor 69 beroepen in de horecasector heeft de VDAB in 2014 minstens vijf vacatures ontvangen. De meeste vacatures in de horecasector zijn voor kelner restaurant, keukenmedewerker en hulpkok Guidea Arbeidsmarkt 38
41 4.2 Opleidingen Aantal beëindigde opleidingen bij de VDAB Bijlage tabel 124 > 129 Figuur 29: Aantal en aandeel beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB -2010/ ,80% 1,87% ,54% 2,03% ,21% Aantal beëindigde opleidingen Aandeel horeca 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% Bron: VDAB Bewerking door Guidea In 2014 hebben cursisten een horecaopleiding beëindigd bij de VDAB. Dat zijn er 7% minder dan vorig jaar en 19% minder dan in Toch stijgt het aandeel van de horeca nog verder naar 2,21% aangezien het totaal aantal beëindigde opleidingen sterker daalde dan in de horeca. De beëindigde horecaopleidingen hebben volgende kenmerken: 88% keukentechnieken, 9% zaaltechnieken en 3% hoteltechnieken 44% in West-Vlaanderen, 14% Antwerpen, 13% Limburg, 8% Vlaams-Brabant, 7% Oost- Vlaanderen en 14% Regionale dienst Brussel 88% door werkzoekenden, 9% leerlingen en 3% werknemers 60% is voor 100% gefinancierd door VDAB, 27% is een erkend opleidingsaanbod bij andere actoren en 13% heeft een gemengde financiering Daarnaast worden er ook horeca-webopleidingen georganiseerd. In 2014 bedraagt het aantal beëindigde web-opleidingen in de horecasector 648. Dat zijn er maar liefst 76% meer dan in Ook hier was het grootste deel voor keukentechnieken (75%), gevolgd door zaaltechnieken (25%) en hoteltechnieken (1%). 75% van de beëindigde webopleidingen was voor werkzoekenden, 23% voor werknemers en 2% voor leerlingen Guidea Arbeidsmarkt 39
42 Individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) Bijlage tabel 130 > 132 Net als de voorbije jaren heeft de bouwsector in 2014 het vaakst beroep gedaan op IBO als opleidingsvorm. De horeca staat op de derde plaats met IBO s. Dat is ruim 7% van alle IBO-contracten. In vergelijking met vorig jaar stijgt zowel het aantal IBO s in de horecasector (+24%) als in alle sectoren samen (+21%). Tabel 9: Aantal IBO s per sector (Vlaams Gewest, 2014) n % 1. Bouw ,9% 2. Kleinhandel ,3% 3. Horeca ,2% 4. Groothandel en handelsbemiddeling 994 6,5% 5. Informaticatechnologie 757 4,9% 40. Energie en water 24 0,2% 41. Post 9 0,1% Totaal % Bron: VDAB Bewerking door Guidea Er is een grote diversiteit bij de IBO s in de horecasector: 22% van de deelnemers aan een IBO-opleiding is allochtoon (gemiddeld :13%) Bijna evenveel vrouwen (49%) als mannen (51%) volgden een IBO-opleiding in de horecasector (gemiddeld 32% vrouwen 68% mannen) 3% van de IBO ers in de horecasector zijn 50 jaar of ouder (gemiddeld 4%) De laaggeschoolden (opleiding lager onderwijs of lager secundair onderwijs) vertegenwoordigen 47% van de IBO s in de horecasector (gemiddeld: 32%). Personen met een handicap maken 7% van de IBO s in de horecasector uit (gemiddeld: 7%). Tabel 10: Aantal IBO s in de horecasector en alle sectoren per diversiteitsgroep Horeca Alle sectoren n % n % Totaal aantal IBO s % % Diversiteitsgroep Allochtonen % % Geslacht: Man - Vrouw %-49% %-32% 50-plussers / ouderen 35 3% 595 4% Laaggeschoolden % % Arbeidshandicap 74 7% % Bron: VDAB Bewerking door Guidea 2015 Guidea Arbeidsmarkt 40
43 4.3 Stelsel van Leren en Werken Bijlage tabel 133 > 135 Eens een leerling 15 jaar is en vindt dat voltijds leren niet echt zijn ding is, kan hij overschakelen naar het stelsel van Leren en Werken. In dit systeem krijgt de leerling een beroep op de werkvloer aangeleerd (component werkplekleren van drie of vier dagen per week). Daarnaast krijgt hij nog les in het centrum (component leren van één tot twee dagen). Wanneer hij het diploma secundair onderwijs behaalt, wordt de leerling één dag vrijgesteld van de les in het centrum. Het is de bedoeling dat deze combinatie van leren en werken bestaat uit ten minste 38 uren per week, een voltijds engagement met andere woorden. (Bron: Horeca Vorming Vlaanderen) Figuur 30: Schema Leren en Werken 'Leren en Werken' / Deeltijds Onderwijs Syntra Leertijd (246) Deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) via Centrum Deeltijds Onderwijs Persoonlijk Ontwikkelingstraject (POT) Voortraject Brugproject Tewerkstelling in Normaal Economisch Circuit (353) Deeltijds Contract IBO (binnen deeltijds onderwijs) ILW (215) Contract thuiswerk Bron: Departement onderwijs, Syntra, interne gegevens Bewerking door Guidea Bovenstaande figuur toont het stelsel van Leren en Werken. Indien beschikbaar zijn de aantallen voor de horecasector voor het jaar 2014 toegevoegd Guidea Arbeidsmarkt 41
44 2015 Guidea Arbeidsmarkt 42
45 1 5 Dynamiek op de arbeidsmarkt De DynaM-cijfers over de dynamiek op de arbeidsmarkt traceren veranderingen in de werkgelegenheid op het niveau van de werkgever; ze brengen bewegingen in kaart die verborgen blijven achter netto-statistieken. (bron: Werkgelegenheidsdynamiek Bijlage tabel 136 > 139 De werkgelegenheidsdynamiek meet verschillen in het aantal jobs in een onderneming. Jobcreatie en destructie worden gemeten als veranderingen in het aantal arbeidsplaatsen op het niveau van de individuele werkgever. Als het aantal arbeidsplaatsen in een onderneming op het eind van de periode groter is dan in het begin, is er sprake van jobcreatie. Als het aantal jobs op het einde kleiner is dan in het begin, is er sprake van jobdestructie. Voor de jaargegevens wordt gekeken naar het verschil tussen het aantal jobs op 30 juni van jaar t en 30 juni van jaar t De totale (bruto) jobcreatie in een jaar is de som van twee componenten: (1) de netto-toename van het aantal jobs in groeiende ondernemingen van dat jaar; (2) het aantal jobs dat werd gecreeerd door werkgevers die in dat jaar gestart zijn. De totale (bruto) jobdestructie is de som van: (1) de netto-daling van het aantal jobs bij krimpende ondernemingen van dat jaar; (2) het aantal jobs dat verdwenen is bij werkgevers die in dat jaar hun activiteiten hebben stopgezet. Per 100 jobs (arbeidsplaatsen) werden er in de horecasector 16 nieuwe gecreëerd in de periode Dit waren er 10 bij groeiende werkgevers en 6 bij startende werkgevers. Daar tegenover werden er ook nagenoeg evenveel vernietigd, 10 bij krimpende en 6 bij stopgezette werkgevers. In vergelijking met gemiddeld is de jobcreatie- en jobdestructiegraad heel hoog in de horecasector. Over alle sectoren heen ligt de jobcreatiegraad slechts op iets meer dan 5%, de jobdestructiegraad op net geen 5%. In de horecasector wordt deze dynamiek gevormd door zowel groeiers/krimpers als starters/stopzettingen. In alle sectoren samen zijn het vooral de groeiers en krimpers die zorgen voor deze dynamiek. Tabel 11: jobcreatie- en jobdestructiegraad in de horecasector (nace 55/56) en alle sectoren /2014- totaal Jobcreatie door groeiers door starters totaal Jobdestructie door krimpers door stopzettingen Nettoevolutie Horecasector 15,9% 9,6% 6,3% 15,5% 9,6% 5,9% +0,4% Accommodatie (Nace 55) 6,3% 4,7% 1,7% 9,0% 7,1% 2,0% -2,7% Eet- en drinkgelegenheden (56) 18,0% 10,7% 7,3% 16,9% 10,1% 6,8% +1,1% Alle sectoren 5,4% 4,4% 1,0% 4,7% 3,4% 1,3% +0,7% Bron: Dynam, toestand 30/06 Bewerking door Guidea 2015 Guidea Arbeidsmarkt 43
46 Binnen de horecasector is een duidelijk verschil te zien tussen de logiesondernemingen (nace 55) en de eet- en drinkgelegenheden (nace 56). Waar de totaalpercentages bij de logiesondernemingen (6% / 9%) nog in de buurt liggen van de gemiddelden van alle sectoren samen, liggen deze van de eet- en drinkgelegenheden (18% / 17%) ruim hoger. Ook de jobcreatie en destructie door starters en stopzettingen ligt ruim hoger bij de eet- en drinkgelegenheden (7% / 7%) dan bij de logiesondernemingen (2% / 2%). 5.2 Werknemersdynamiek Bijlage tabel 140 > 141 De werknemersdynamiek registreert veranderingen bij individuele werknemers. Zo kunnen werknemers in- of uitstromen of blijven bij eenzelfde werkgever tussen twee meetmomenten (30 juni jaar t-1 en 30 juni jaar t). Onderstaande grafiek toont het aandeel blijvers. Deze blijvers zijn de werknemers die zowel op 30 juni van het jaar t-1 als op 30 juni jaar t aan de slag zijn bij dezelfde werkgever. In de horecasector bleef 64% van de werknemers bij dezelfde werkgever tussen 30 juni 2013 en 30 juni Dit percentage ligt ruim onder het gemiddelde van 84%. Ondanks het lage percentage in de horecasector, stijgt het aandeel blijvers wel de laatste jaren. Sinds ligt het aandeel boven 60% waarna het nog enkele procentpunten steeg de laatste jaren. We zien nagenoeg dezelfde evolutie voor alle sectoren samen, zij het dan met hogere percentages. Figuur 31: Aandeel blijvers 10 in de horecasector en alle sectoren -2006/ % 90% 80% 81,3% 80,9% 82,5% 83,4% 82,3% 82,5% 83,7% 83,7% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 59,2% 59,3% 61,7% 62,3% 61,8% 63,0% 64,3% 63,6% 0% '06-'07 '07-'08 '08-'09 '09-'10 '10-'11 '11-'12 '12-'13 '13-'14 Horecasector Alle sectoren Bron: DynaM (o.b.v. cijfers RSZ), toestand 30/06 Bewerking door Guidea 10 De blijvers worden berekend op het niveau van de individuele onderneming Guidea Arbeidsmarkt 44
47 1 Met een laag aandeel blijvers in de horecasector ligt bijgevolg de in- en uitstroom van werknemers bij een werkgever hoog. Deze groep van in- en uitstromers zijn zowel werknemers die veranderd zijn van sector als werknemers die veranderd zijn van werkgever binnen de sector. In 2014 werkte 37% van de werknemers in de horeca een jaar eerder nog niet bij hun huidige werkgever (instroom). Omgekeerd was 36% van de werknemers in 2013 een jaar later niet meer terug te vinden bij dezelfde werkgever (uitstroom). Gemiddeld liggen de in- en uitstroomgraden heel wat lager. In alle sectoren samen bedraagt de instroomgraad 17%, terwijl de uitstroomgraad 16% is. Zowel de in- als uitstroom liggen nu lager dan een aantal jaren terug, en dit in zowel de horecasector als alle sectoren samen. Er wordt dus de laatste jaren minder van werkgever veranderd. Ook is er tussen 2013 en 2014 een positieve evolutie te zien waarbij de instroomgraad hoger is dan de uitstroomgraad. Dit was in de jaren voordien anders Tabel 12: Aandeel in- en uitstroom 11 in de horecasector en alle sectoren samen -2006/2014- Horecasector Alle sectoren Jaar Instroom Uitstroom Instroom Uitstroom '06-'07 41,0% 40,5% 19,5% 17,9% '07-'08 41,3% 40,0% 20,2% 17,9% '08-'09 37,9% 38,6% 17,1% 17,9% '09-'10 38,8% 36,6% 17,1% 16,1% '10-'11 38,7% 37,7% 18,5% 16,9% '11-'12 35,8% 38,2% 17,2% 17,8% '12-'13 34,9% 36,6% 15,9% 16,6% '13-'14 36,5% 36,0% 16,7% 15,9% Bron: DynaM (o.b.v. cijfers RSZ), toestand 30/06 Bewerking door Guidea 11 Instroom en uitstroom worden berekend op het niveau van de individuele onderneming Guidea Arbeidsmarkt 45
48 2015 Guidea Arbeidsmarkt 46
49 Bijlage Werkzaamheid Werknemers in de horecasector Werknemers in alle sectoren in België Tabel 13: Aantal werknemers in alle sectoren in België -2013/2014- Omschrijving Sectie Aandeel Jaargroei A Landbouw, bosbouw en visserij ,72% +12,8% B Winning van delfstoffen ,08% -2,5% C Industrie ,68% -2,2% Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en D gekoelde lucht ,50% -2,0% Distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering E ,47% -1,0% F Bouwnijverheid ,90% -2,8% Groot- en detailhandel: reparatie van auto s en motorfietsen G ,07% -0,0% H Vervoer en opslag ,17% +0,1% I Verschaffen van accommodatie en maaltijden ,43% +0,4% J Informatie en communicatie ,68% +1,0% K Financiële activiteiten en verzekeringen ,64% -1,8% L Exploitatie van en handel in onroerend goed ,59% +0,8% Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten ,25% +1,5% M N Administratieve en ondersteunende diensten ,41% +5,9% Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen ,84% -0,7% O P Onderwijs ,15% +4,3% Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening ,03% +2,0% Q R Kunst, amusement en recreatie ,95% +1,9% S Overige diensten ,26% -0,1% T Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel ,10% +4,7% U Extraterritoriale organisaties en lichamen ,09% +3,4% Totaal % +0,9% 77 Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 47
50 Tabel 14: Aandeel horecawerknemers t.o.v. alle werknemers in alle sectoren -2003/2014- Jaar Aandeel horeca 3,49 % 3,57 % 3,70 % 3,59 % 3,55 % 3,51 % 3,51 % 3,55 % 3,53 % 3,48 % 3,45 % 3,43 % Bron: RSZ, toestand 30/06 Horecawerknemers per gewest Tabel 15: Aantal en aandeel horecawerknemers per gewest -2001/ Vlaanderen Wallonië Brussel België Jaargroei Vlaanderen ,2% Wallonië ,3% Brussel ,0% België ,4% Bron: RSZ, toestand 30/ Vlaanderen 58,8% 59,2% 57,8% 57,9% 58,7% 57,9% 57,5% Wallonië 18,6% 18,7% 19,1% 19,3% 19,3% 19,8% 20,0% Brussel 22,7% 22,1% 23,1% 22,7% 22,0% 22,4% 22,5% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Vlaanderen 57,2% 57,1% 56,7% 55,8% 55,3% 55,6% 55,3% Wallonië 20,2% 20,6% 21,1% 21,6% 22,1% 22,1% 22,0% Brussel 22,6% 22,2% 22,3% 22,5% 22,6% 22,3% 22,7% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 48
51 Horecawerknemers per subsector België Tabel 16: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in België -2008/2014- Jaargroei Hotels ,5% Vakantieverblijven ,7% Kampeerterreinen ,2% Overige accommodatie ,3% Restaurants ,6% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,2% ,2% Catering ,2% Drinkgelegenheden ,6% Cafés en bars ,4% Discotheken ,4% Andere drinkgelegenheden Totaal ,4% Hotels 14,4% 13,9% 13,8% 14,0% 14,1% 14,0% 13,5% Vakantieverblijven 3,4% 3,4% 3,3% 3,0% 3,1% 3,0% 3,1% Kampeerterreinen 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% Overige accommodatie 0,5% 0,5% 0,5% 0,6% 0,6% 0,6% 0,5% Restaurants 55,3% 55,8% 56,2% 55,7% 56,3% 56,8% 58,6% Eetgelegenheden met volledige bediening 38,9% 38,7% 38,5% 36,4% 36,9% 36,9% 39,1% Eetgelegenheden met beperkte bediening 16,4% 17,1% 17,6% 19,4% 19,4% 19,9% 19,6% Catering 13,8% 13,3% 13,3% 14,0% 13,8% 13,7% 13,5% Drinkgelegenheden 12,1% 12,6% 12,4% 12,4% 11,7% 11,4% 10,4% Cafés en bars 9,9% 10,5% 10,5% 10,5% 10,1% 10,0% 9,0% Discotheken 2,3% 2,1% 1,9% 1,8% 1,7% 1,5% 1,4% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 49
52 Vlaanderen Tabel 17: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in België -2008/2014- Jaargroei Hotels ,0% Vakantieverblijven ,1% Kampeerterreinen ,7% Overige accommodatie ,0% Restaurants ,2% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,0% ,3% Catering ,2% Drinkgelegenheden ,4% Cafés en bars ,8% Discotheken ,1% Andere drinkgelegenheden Totaal ,2% Hotels 12,4% 12,4% 12,2% 12,6% 12,9% 13,0% 12,6% Vakantieverblijven 4,1% 4,0% 4,0% 3,5% 3,6% 3,4% 3,6% Kampeerterreinen 0,5% 0,5% 0,5% 0,4% 0,5% 0,5% 0,5% Overige accommodatie 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% Restaurants 57,3% 58,0% 58,4% 57,9% 58,2% 58,9% 60,9% Eetgelegenheden met volledige bediening 40,1% 40,2% 40,3% 40,3% 40,8% 40,9% 43,9% Eetgelegenheden met beperkte bediening 17,2% 17,8% 18,1% 17,6% 17,3% 18,0% 17,1% Catering 11,6% 10,6% 10,8% 11,7% 11,6% 11,3% 10,8% Drinkgelegenheden 13,9% 14,3% 13,9% 13,7% 13,1% 12,8% 11,3% Cafés en bars 11,3% 11,8% 11,7% 11,5% 11,1% 11,1% 9,7% Discotheken 2,6% 2,5% 2,2% 2,2% 2,0% 1,7% 1,6% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 50
53 Wallonië Tabel 18: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in Wallonië -2008/2014- Jaargroei Hotels ,2% Vakantieverblijven ,3% Kampeerterreinen ,7% Overige accommodatie ,0% Restaurants ,9% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,6% ,7% Catering ,8% Drinkgelegenheden ,2% Cafés en bars ,3% Discotheken ,2% Andere drinkgelegenheden Totaal ,3% Hotels 13,6% 13,3% 13,4% 12,9% 12,9% 12,8% 12,6% Vakantieverblijven 3,9% 4,0% 3,9% 3,7% 3,9% 3,9% 3,8% Kampeerterreinen 0,7% 0,6% 0,6% 0,5% 0,6% 0,5% 0,6% Overige accommodatie 1,8% 1,7% 1,7% 1,7% 1,7% 1,8% 1,2% Restaurants 58,8% 58,6% 59,2% 59,1% 60,1% 60,7% 62,9% Eetgelegenheden met volledige bediening 39,4% 38,3% 37,7% 36,6% 37,2% 37,5% 39,1% Eetgelegenheden met beperkte bediening 19,4% 20,3% 21,4% 22,5% 22,9% 23,3% 23,8% Catering 7,0% 7,3% 7,1% 7,7% 7,8% 7,5% 7,0% Drinkgelegenheden 14,3% 14,6% 14,1% 14,3% 13,1% 12,8% 11,8% Cafés en bars 11,5% 12,0% 12,0% 12,2% 11,2% 10,9% 10,1% Discotheken 2,8% 2,6% 2,2% 2,1% 2,0% 1,8% 1,7% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 51
54 Brussel Tabel 19: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in Brussel -2008/2014- Jaargroei Hotels ,0% Vakantieverblijven ,2% Kampeerterreinen ,2% Overige accommodatie ,7% Restaurants ,5% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,5% ,3% Catering ,2% Drinkgelegenheden ,8% Cafés en bars ,7% Discotheken ,4% Andere drinkgelegenheden Totaal ,0% Hotels 20,4% 18,5% 18,5% 18,3% 18,1% 17,8% 16,4% Vakantieverblijven 1,1% 1,2% 1,1% 1,2% 1,2% 1,3% 1,3% Kampeerterreinen 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Overige accommodatie 0,2% 0,3% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% 0,3% Restaurants 47,3% 47,5% 47,6% 47,1% 48,0% 47,7% 48,9% Eetgelegenheden met volledige bediening 35,5% 35,3% 34,7% 26,3% 26,9% 26,4% 27,3% Eetgelegenheden met beperkte bediening 11,8% 12,2% 12,9% 20,9% 21,1% 21,3% 21,6% Catering 25,4% 25,9% 25,6% 25,7% 25,1% 26,0% 26,3% Drinkgelegenheden 5,6% 6,6% 6,7% 7,2% 7,1% 6,7% 6,7% Cafés en bars 4,8% 5,8% 6,0% 6,4% 6,5% 6,2% 6,2% Discotheken 0,8% 0,8% 0,8% 0,8% 0,7% 0,6% 0,6% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 52
55 Horecawerknemers per dimensiegrootte België Tabel 20: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in België -2008/2014- n tot 4 werknemers 23,0% 23,3% 22,9% 22,9% 22,9% 23,1% 23,0% 5 tot 9 werknemers 20,2% 20,9% 20,6% 20,1% 20,2% 20,2% 20,8% 10 tot 19 werknemers 18,5% 18,2% 18,3% 18,4% 18,5% 18,9% 19,1% 20 tot 49 werknemers 15,0% 14,9% 15,6% 15,8% 15,5% 15,0% 15,5% 50 tot 99 werknemers 5,7% 5,2% 5,3% 5,2% 5,5% 5,2% 5,0% 100 tot 199 werknemers 3,8% 3,8% 3,7% 3,3% 3,8% 3,6% 3,6% 200 tot 499 werknemers 3,9% 4,8% 4,7% 5,6% 4,7% 3,8% 3,3% 500 tot 999 werknemers 2,0% 1,1% 1,1% 1,0% 2,3% 3,3% 3,1% 1000 werknemers en meer 7,9% 7,9% 7,9% 7,6% 6,7% 6,9% 6,7% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 21: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in Vlaanderen -2008/2014- n tot 4 werknemers 23,0% 23,2% 22,7% 22,8% 23,0% 23,2% 23,1% 5 tot 9 werknemers 21,8% 22,9% 22,5% 21,7% 21,9% 21,8% 22,4% 10 tot 19 werknemers 20,8% 20,7% 20,8% 21,1% 20,7% 21,5% 21,8% 20 tot 49 werknemers 16,3% 15,8% 16,9% 16,8% 16,0% 15,6% 16,0% 50 tot 99 werknemers 6,4% 5,7% 4,7% 4,8% 5,4% 4,7% 4,5% 100 tot 199 werknemers 2,1% 1,9% 2,5% 1,9% 2,4% 2,6% 2,0% 200 tot 499 werknemers 3,5% 5,4% 5,2% 6,6% 5,2% 3,5% 3,3% 500 tot 999 werknemers 2,4% 0,7% 0,7% 0,8% 1,7% 3,8% 3,7% 1000 werknemers en meer 3,8% 3,7% 4,0% 3,4% 3,5% 3,4% 3,2% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 53
56 Wallonië Tabel 22: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in Wallonië -2008/2014- n tot 4 werknemers 34,2% 34,5% 33,4% 33,6% 32,5% 32,8% 32,6% 5 tot 9 werknemers 24,5% 24,3% 24,5% 24,3% 24,3% 24,1% 24,9% 10 tot 19 werknemers 19,6% 18,3% 18,4% 17,9% 17,7% 18,0% 18,5% 20 tot 49 werknemers 12,6% 14,1% 13,7% 14,5% 15,5% 14,9% 14,5% 50 tot 99 werknemers 4,4% 3,2% 5,2% 4,5% 4,4% 4,4% 4,6% 100 tot 199 werknemers 0,6% 1,5% 0,5% 1,1% 2,2% 2,4% 1,6% 200 tot 499 werknemers 4,2% 4,3% 4,2% 4,1% 3,4% 3,4% 3,4% 500 tot 999 werknemers 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 1000 werknemers en meer 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Brussel Tabel 23: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in Brussel -2008/2014- n tot 4 werknemers 12,7% 13,2% 13,3% 13,2% 13,1% 13,2% 13,2% 5 tot 9 werknemers 12,4% 12,6% 12,2% 12,1% 11,9% 12,3% 12,7% 10 tot 19 werknemers 11,9% 11,8% 11,9% 12,3% 13,8% 13,5% 12,9% 20 tot 49 werknemers 13,9% 13,1% 14,2% 14,6% 14,1% 13,7% 15,3% 50 tot 99 werknemers 5,2% 5,6% 6,7% 6,6% 6,9% 7,0% 6,3% 100 tot 199 werknemers 11,0% 11,0% 9,6% 8,9% 8,8% 7,4% 9,2% 200 tot 499 werknemers 4,8% 3,8% 3,7% 4,5% 4,5% 5,2% 3,4% 500 tot 999 werknemers 2,9% 2,9% 3,1% 2,7% 6,0% 5,4% 4,9% 1000 werknemers en meer 25,2% 26,1% 25,3% 25,2% 20,9% 22,3% 22,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 54
57 Horecawerknemers per dimensiegrootte en subsector België Tabel 24: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in België Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering n tot 4 wns 6,3% 8,3% 37,5% 27,5% 27,9% 8,9% 38,5% 5 tot 9 wns 10,5% 6,4% 32,1% 36,3% 25,5% 9,4% 25,5% 10 tot 19 wns 16,5% 10,4% 16,0% 27,0% 21,8% 11,5% 19,3% 20 tot 49 wns 22,0% 14,4% 14,4% 9,2% 15,2% 11,7% 14,6% 50 tot 99 wns 14,4% 13,7% 0,0% 0,0% 3,0% 4,7% 2,2% 100 tot 199 wns 17,6% 6,5% 0,0% 0,0% 0,2% 6,2% 0,0% 200 tot 499 wns 6,6% 11,2% 0,0% 0,0% 1,9% 7,4% 0,0% 500 tot 999 wns 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 2,9% 10,7% 0,0% 1000 wns en meer 6,3% 28,9% 0,0% 0,0% 1,7% 29,5% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 25: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in Vlaanderen Hotels Overige accommodatie Drinkgelegenheden Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden n tot 4 wns 6,6% 7,7% 30,0% 34,0% 27,3% 10,4% 35,7% 5 tot 9 wns 10,7% 6,5% 35,2% 34,0% 26,5% 14,2% 25,6% 10 tot 19 wns 20,6% 8,1% 12,6% 18,4% 23,7% 18,5% 21,1% 20 tot 49 wns 23,0% 13,5% 22,3% 13,6% 14,2% 19,0% 15,4% 50 tot 99 wns 14,7% 13,9% 0,0% 0,0% 2,6% 3,1% 2,2% 100 tot 199 wns 7,9% 4,9% 0,0% 0,0% 0,0% 8,0% 0,0% 200 tot 499 wns 4,4% 0,0% 0,0% 0,0% 2,5% 10,8% 0,0% 500 tot 999 wns 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 3,2% 15,8% 0,0% 1000 wns en meer 12,2% 45,3% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 55
58 Wallonië Tabel 26: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in Wallonië Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering n tot 4 wns 10,6% 10,4% 52,8% 27,2% 35,9% 27,3% 48,8% 5 tot 9 wns 14,0% 6,8% 23,6% 42,7% 28,1% 20,1% 25,8% 10 tot 19 wns 20,2% 13,4% 23,6% 30,0% 18,9% 15,8% 16,3% 20 tot 49 wns 23,9% 8,9% 0,0% 0,0% 14,7% 14,7% 7,3% 50 tot 99 wns 9,6% 18,2% 0,0% 0,0% 2,5% 13,1% 1,7% 100 tot 199 wns 7,4% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 9,0% 0,0% 200 tot 499 wns 14,3% 42,2% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 500 tot 999 wns 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 1000 wns en meer 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Brussel Tabel 27: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in Brussel Hotels Overige accommodatie Drinkgelegenheden Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden n tot 4 wns 2,5% 6,9% 22,2% 16,0% 19,9% 2,6% 32,5% 5 tot 9 wns 7,4% 5,0% 77,8% 13,3% 18,9% 1,8% 24,5% 10 tot 19 wns 5,8% 16,6% 0,0% 30,7% 19,8% 3,3% 16,5% 20 tot 49 wns 18,7% 36,0% 0,0% 40,0% 18,8% 3,5% 23,6% 50 tot 99 wns 17,3% 0,0% 0,0% 0,0% 4,6% 4,0% 2,9% 100 tot 199 wns 43,5% 35,5% 0,0% 0,0% 1,3% 3,7% 0,0% 200 tot 499 wns 4,9% 0,0% 0,0% 0,0% 2,1% 5,9% 0,0% 500 tot 999 wns 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 5,4% 8,4% 0,0% 1000 wns en meer 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 9,1% 66,8% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 56
59 Horecawerknemers per geslacht België Tabel 28: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in België -2001/ Mannen Vrouwen Totaal Mannen 47,3% 47,4% 47,7% 47,7% 47,5% 47,8% 47,7% 47,9% 48,3% 48,7% 49,6% 50,1% 50,7% 50,9% Vrouwen 52,7% 52,6% 52,3% 52,3% 52,5% 52,2% 52,3% 52,1% 51,7% 51,3% 50,4% 49,9% 49,3% 49,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 29: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in België -2001/ Mannen Vrouwen Totaal Mannen 44,6% 44,9% 45,0% 45,2% 45,1% 45,4% 45,3% 45,8% 46,3% 46,8% 47,7% 48,3% 49,1% 49,1% Vrouwen 55,4% 55,1% 55,0% 54,8% 54,9% 54,6% 54,7% 54,2% 53,7% 53,2% 52,3% 51,7% 50,9% 50,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 57
60 Wallonië Tabel 30: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in Wallonië -2008/2014- Mannen Vrouwen Totaal Mannen 47,3% 47,8% 48,0% 48,7% 49,1% 50,0% 50,4% Vrouwen 52,7% 52,2% 52,0% 51,3% 50,9% 50,0% 49,6% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Brussel Tabel 31: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in Brussel -2008/2014- Mannen Vrouwen Totaal Mannen 53,6% 53,8% 54,1% 54,9% 55,2% 55,2% 55,6% Vrouwen 46,4% 46,2% 45,9% 45,1% 44,8% 44,8% 44,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 58
61 Horecawerknemers per geslacht en subsector België Tabel 32: Aantal en aandeel horecawerknemers per geslacht en subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinemodatigelegenheden Kampeer- Overige accom- Drink- Restaurants Catering Mannen Vrouwen Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinemodatigelegenheden Kampeer- Overige accom- Drink- Restaurants Catering Mannen 46,5% 31,4% 52,5% 36,7% 54,2% 48,0% 47,6% Vrouwen 53,5% 68,6% 47,5% 63,3% 45,8% 52,0% 52,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 33: Aantal en aandeel horecawerknemers per geslacht en subsector in België Hotels Vakantieverblijveterreinemodatigelegenheden Kampeer- Overige accom- Drink- Restaurants Catering Mannen Vrouwen Totaal Hotels Vakantieverblijveterreinemodatigelegenheden Kampeer- Overige accom- Drink- Restaurants Catering Mannen 42,4% 29,3% 52,6% 27,2% 52,47% 49,4% 44,9% Vrouwen 57,6% 70,7% 47,4% 72,8% 47,53% 50,6% 55,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 59
62 Horecawerknemers per statuut België Tabel 34: Aantal horecawerknemers per statuut in België -2003/ Arbeiders bedienden Totaal Arbeiders 88,8% 88,9% 89,5% 89,1% 88,8% 88,7% 88,5% 88,5% 88,1% 87,6% 87,2% 87,4% bedienden 11,2% 11,1% 10,5% 10,9% 11,2% 11,3% 11,5% 11,5% 11,9% 12,4% 12,8% 12,6% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 35: Aantal horecawerknemers per statuut in Vlaanderen -2003/ Arbeiders bedienden Totaal Arbeiders 90,9% 91,1% 91,7% 91,3% 91,1% 91,0% 91,2% 91,1% 90,6% 89,9% 89,5% 89,7% bedienden 9,1% 8,9% 8,3% 8,7% 8,9% 9,0% 8,8% 8,9% 9,4% 10,1% 10,5% 10,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 60
63 Wallonië Tabel 36: Aantal horecawerknemers per statuut in België -2008/2014- Arbeiders bedienden Totaal Arbeiders 90,6% 90,6% 90,6% 90,3% 90,0% 89,7% 89,8% bedienden 9,4% 9,4% 9,4% 9,7% 10,0% 10,3% 10,2% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Brussel Tabel 37: Aantal horecawerknemers per statuut in Vlaanderen -2008/2014- Arbeiders bedienden Totaal Arbeiders 81,0% 79,5% 79,7% 79,9% 79,7% 79,0% 79,3% bedienden 19,0% 20,5% 20,3% 20,1% 20,3% 21,0% 20,7% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 61
64 Horecawerknemers per regime België Tabel 38: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in België -2003/ Voltijds Deeltijds Specialen Totaal Voltijds 37,4% 35,2% 33,1% 34,3% 34,9% 35,2% 34,7% 35,1% 36,6% 37,5% 37,6% 37,7% Deeltijds 55,6% 54,3% 48,6% 50,4% 52,1% 52,7% 53,4% 53,2% 53,1% 53,0% 52,8% 53,0% Specialen 7,0% 10,5% 18,3% 15,3% 12,9% 12,1% 12,0% 11,7% 10,4% 9,5% 9,6% 9,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 39: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in Vlaanderen -2003/ Voltijds Deeltijds Specialen Totaal Voltijds 35,7% 32,5% 30,2% 31,4% 32,4% 32,1% 32,0% 32,5% 34,1% 35,8% 36,1% 36,5% Deeltijds 54,1% 50,8% 44,5% 46,5% 48,8% 50,1% 50,4% 50,2% 50,6% 50,2% 49,6% 49,2% Specialen 10,2% 16,7% 25,3% 22,0% 18,9% 17,8% 17,6% 17,4% 15,3% 13,9% 14,2% 14,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 62
65 Wallonië Tabel 40: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in Wallonië -2008/2014- Voltijds Deeltijds Specialen Totaal Voltijds 31,5% 30,6% 31,9% 33,2% 33,7% 33,3% 32,5% Deeltijds 63,0% 63,6% 62,3% 61,4% 61,2% 61,9% 63,3% Specialen 5,6% 5,8% 5,8% 5,4% 5,1% 4,8% 4,2% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Brussel Tabel 41: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in Brussel -2008/2014- Voltijds Deeltijds Specialen Totaal Voltijds 46,5% 45,5% 44,9% 45,8% 45,5% 45,6% 45,6% Deeltijds 50,2% 51,4% 52,2% 51,3% 51,6% 51,8% 52,2% Specialen 3,3% 3,1% 2,8% 2,9% 2,9% 2,7% 2,2% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 63
66 Horecawerknemers per subsector en regime België Tabel 42: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in België Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering n Voltijds 6,3% 8,3% 37,5% 27,5% 27,9% 8,9% 38,5% Deeltijds 10,5% 6,4% 32,1% 36,3% 25,5% 9,4% 25,5% Specialen 16,5% 10,4% 16,0% 27,0% 21,8% 11,5% 19,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 43: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in Vlaanderen Hotels Overige accommodatie Drinkgelegenheden Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering n Voltijds 6,3% 8,3% 37,5% 27,5% 27,9% 8,9% 38,5% Deeltijds 10,5% 6,4% 32,1% 36,3% 25,5% 9,4% 25,5% Specialen 16,5% 10,4% 16,0% 27,0% 21,8% 11,5% 19,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Wallonië Tabel 44: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in Wallonië Hotels Overige accommodatie Drinkgelegenheden Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering n Voltijds 6,3% 8,3% 37,5% 27,5% 27,9% 8,9% 38,5% Deeltijds 10,5% 6,4% 32,1% 36,3% 25,5% 9,4% 25,5% Specialen 16,5% 10,4% 16,0% 27,0% 21,8% 11,5% 19,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Brussel Tabel 45: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in Brussel Hotels Overige accommodatie Drinkgelegenheden Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden n Voltijds 6,3% 8,3% 37,5% 27,5% 27,9% 8,9% 38,5% Deeltijds 10,5% 6,4% 32,1% 36,3% 25,5% 9,4% 25,5% Specialen 16,5% 10,4% 16,0% 27,0% 21,8% 11,5% 19,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 2015 Guidea Arbeidsmarkt 64
67 Bron: RSZ, toestand 30/06 Horecawerknemers per leeftijdscategorie België Tabel 46: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in België /2014- < 20 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Onbekend Totaal < 20 jaar 8,2% 7,6% 6,9% 6,2% 4,8% 3,8% 3,5% jaar 16,9% 17,0% 17,2% 17,1% 16,2% 15,6% 15,4% jaar 14,8% 14,7% 15,1% 15,1% 15,2% 15,5% 15,9% jaar 24,7% 24,4% 24,0% 23,9% 24,3% 24,6% 24,5% jaar 20,9% 21,0% 20,9% 21,2% 22,0% 22,2% 22,0% jaar 11,7% 12,3% 12,7% 13,2% 13,9% 14,4% 14,6% 60 jaar en ouder 2,8% 3,0% 3,2% 3,3% 3,6% 3,9% 4,0% Onbekend 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 47: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in Vlaanderen /2014- < 20 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Onbekend Totaal < 20 jaar 10,5% 9,6% 8,7% 7,5% 5,6% 4,4% 4,0% jaar 17,0% 17,4% 17,4% 17,3% 16,4% 16,0% 16,0% jaar 13,3% 13,4% 13,9% 13,9% 14,1% 14,4% 14,7% jaar 22,3% 21,9% 21,8% 22,0% 22,6% 23,1% 22,9% jaar 20,9% 20,9% 20,7% 21,0% 21,8% 21,9% 21,6% jaar 12,7% 13,3% 13,8% 14,4% 15,2% 15,7% 16,0% 60 jaar en ouder 3,3% 3,5% 3,7% 3,9% 4,2% 4,6% 4,8% Onbekend 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 2015 Guidea Arbeidsmarkt 65
68 Bron: RSZ, toestand 30/06 Wallonië Tabel 48: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in Wallonië /2014- < 20 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Onbekend Totaal < 20 jaar 6,5% 6,2% 5,8% 5,8% 4,9% 4,1% 3,8% jaar 18,5% 18,4% 19,2% 19,2% 18,2% 17,2% 16,9% jaar 15,8% 15,8% 15,9% 16,1% 16,4% 17,1% 17,4% jaar 26,3% 25,7% 25,0% 24,2% 24,1% 23,9% 24,1% jaar 20,5% 20,6% 20,3% 20,6% 21,4% 21,9% 21,8% jaar 10,3% 11,1% 11,3% 11,7% 12,3% 12,8% 12,8% 60 jaar en ouder 2,2% 2,3% 2,5% 2,5% 2,7% 3,0% 3,2% Onbekend 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Brussel Tabel 49: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in Brussel /2014- < 20 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar en ouder Onbekend Totaal < 20 jaar 3,1% 2,5% 2,3% 2,2% 2,1% 1,6% 1,4% jaar 14,0% 13,8% 13,8% 13,3% 12,7% 11,7% 11,4% jaar 18,4% 17,6% 17,9% 17,5% 17,0% 16,8% 17,7% jaar 30,7% 31,0% 30,1% 30,0% 30,2% 30,6% 30,2% jaar 21,7% 21,9% 22,3% 22,7% 23,5% 23,8% 23,4% jaar 10,2% 10,8% 11,1% 11,7% 11,9% 12,7% 13,0% 60 jaar en ouder 1,9% 2,4% 2,5% 2,6% 2,7% 2,9% 2,9% Onbekend 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 66
69 Horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie België Tabel 50: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in België Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden n < 20 jaar 1,5% 0,7% 1,2% 0,0% 4,6% 1,6% 3,6% jaar 9,9% 7,5% 6,7% 6,4% 18,8% 7,4% 18,0% jaar 15,5% 10,8% 10,0% 9,9% 17,4% 10,5% 17,7% jaar 27,2% 21,2% 17,4% 23,7% 24,2% 24,2% 23,9% jaar 25,2% 27,0% 29,3% 26,6% 19,4% 30,1% 19,0% jaar 16,6% 27,7% 23,1% 26,2% 12,0% 21,3% 13,3% 60 jaar en ouder 4,1% 5,0% 12,4% 7,2% 3,6% 4,8% 4,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Vlaanderen Tabel 51: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in Vlaanderen Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden n < 20 jaar 1,2% 0,7% 1,1% 0,0% 5,4% 1,8% 4,6% jaar 10,5% 7,0% 5,8% 9,3% 19,3% 7,9% 20,0% jaar 14,5% 9,0% 11,3% 12,9% 16,0% 9,9% 16,5% jaar 25,7% 19,4% 15,7% 21,4% 22,8% 22,4% 21,8% jaar 25,2% 28,3% 28,1% 23,6% 19,1% 28,8% 17,9% jaar 18,2% 30,4% 24,1% 21,4% 12,9% 23,4% 14,0% 60 jaar en ouder 4,6% 5,2% 13,9% 11,4% 4,4% 5,8% 5,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/06 Wallonië Tabel 52: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in Wallonië Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden n < 20 jaar 2,6% 0,7% 1,4% 0,0% 4,9% 1,9% 2,6% jaar 12,4% 9,6% 8,3% 4,8% 20,3% 8,5% 15,5% jaar 16,4% 16,1% 7,6% 9,4% 18,9% 12,4% 17,5% jaar 26,5% 24,7% 20,8% 26,1% 23,2% 25,2% 24,8% jaar 23,8% 23,0% 30,6% 27,7% 19,3% 31,7% 21,5% jaar 14,6% 22,0% 21,5% 26,8% 10,7% 17,0% 13,6% 60 jaar en ouder 3,6% 3,9% 9,7% 5,2% 2,7% 3,2% 4,6% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 67
70 Brussel Tabel 53: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in Brussel Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden n < 20 jaar 1,1% 0,0% 0,0% 0,0% 1,6% 0,6% 2,0% jaar 6,3% 3,9% 0,0% 8,6% 14,6% 4,4% 14,7% jaar 16,5% 11,8% 0,0% 2,9% 19,5% 9,9% 22,6% jaar 30,9% 33,1% 0,0% 11,4% 30,2% 29,3% 29,8% jaar 26,6% 28,3% 100,0% 28,6% 20,8% 32,1% 18,4% jaar 15,2% 15,0% 0,0% 40,0% 10,7% 20,1% 10,2% 60 jaar en ouder 3,3% 7,9% 0,0% 8,6% 2,6% 3,6% 2,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 68
71 Voltijdsequivalenten België Tabel 54: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in België /2014- Jaargroei Hotels ,4% Vakantieverblijven ,5% Kampeerterreinen ,1% Overige accommodatie ,1% Restaurants ,7% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,4% ,8% Catering ,6% Drinkgelegenheden ,9% Cafés en bars ,8% Discotheken ,5% Andere drinkgelegenheden Totaal ,8% Hotels 19,7% 18,8% 18,6% 18,4% 18,3% 18,0% 17,3% Vakantieverblijven 3,8% 3,7% 3,7% 3,2% 3,3% 3,2% 3,2% Kampeerterreinen 0,5% 0,5% 0,5% 0,4% 0,4% 0,5% 0,4% Overige accommodatie 0,7% 0,7% 0,7% 0,7% 0,7% 0,7% 0,6% Restaurants 51,2% 52,0% 52,5% 52,9% 53,0% 53,8% 55,8% Eetgelegenheden met volledige bediening 35,8% 35,4% 35,5% 33,9% 34,3% 34,7% 36,9% Eetgelegenheden met beperkte bediening 15,5% 16,5% 17,0% 19,0% 18,7% 19,1% 18,9% Catering 15,9% 15,4% 15,2% 15,5% 15,8% 15,8% 15,4% Drinkgelegenheden 8,3% 8,9% 8,8% 8,9% 8,5% 8,1% 7,2% Cafés en bars 7,3% 8,0% 8,0% 8,1% 7,8% 7,4% 6,6% Discotheken 1,0% 0,9% 0,8% 0,7% 0,7% 0,6% 0,6% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 69
72 Vlaanderen Tabel 55: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in Vlaanderen -2008/2014- Jaargroei Hotels ,4% Vakantieverblijven ,7% Kampeerterreinen ,3% Overige accommodatie ,6% Restaurants ,8% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,6% ,7% Catering ,7% Drinkgelegenheden ,8% Cafés en bars ,9% Discotheken ,9% Andere drinkgelegenheden Totaal ,8% Hotels 17,5% 17,5% 17,2% 17,3% 17,4% 17,1% 16,4% Vakantieverblijven 4,8% 4,6% 4,6% 3,8% 3,8% 3,6% 3,7% Kampeerterreinen 0,6% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6% 0,5% Overige accommodatie 0,3% 0,3% 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% 0,2% Restaurants 54,7% 55,6% 56,5% 56,7% 56,2% 57,0% 59,8% Eetgelegenheden met volledige bediening 37,7% 37,6% 38,2% 38,7% 39,1% 39,5% 42,9% Eetgelegenheden met beperkte bediening 17,0% 18,1% 18,3% 18,0% 17,1% 17,5% 16,9% Catering 12,2% 11,0% 10,7% 11,4% 12,1% 12,1% 11,3% Drinkgelegenheden 9,9% 10,4% 10,2% 10,1% 9,7% 9,3% 8,0% Cafés en bars 8,9% 9,3% 9,2% 9,1% 8,8% 8,5% 7,2% Discotheken 1,1% 1,1% 1,0% 0,9% 0,9% 0,7% 0,7% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 70
73 Wallonië Tabel 56: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in Wallonië -2008/2014- Jaargroei Hotels ,4% Vakantieverblijven ,9% Kampeerterreinen ,8% Overige accommodatie ,3% Restaurants ,6% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,1% ,8% Catering ,7% Drinkgelegenheden ,7% Cafés en bars ,8% Discotheken ,3% Andere drinkgelegenheden Totaal ,4% Hotels 17,2% 16,8% 16,6% 16,0% 15,9% 16,0% 15,7% Vakantieverblijven 4,6% 4,7% 4,6% 4,3% 4,4% 4,2% 4,0% Kampeerterreinen 0,8% 0,7% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6% Overige accommodatie 2,3% 2,3% 2,3% 2,2% 2,1% 2,3% 2,1% Restaurants 56,9% 56,9% 57,4% 57,4% 58,2% 58,9% 60,2% Eetgelegenheden met volledige bediening 37,8% 36,4% 35,9% 35,0% 35,6% 36,1% 37,0% Eetgelegenheden met beperkte bediening 19,2% 20,5% 21,5% 22,4% 22,6% 22,9% 23,2% Catering 7,9% 7,9% 7,9% 8,4% 8,6% 8,3% 8,4% Drinkgelegenheden 10,4% 10,8% 10,7% 11,1% 10,2% 9,7% 9,0% Cafés en bars 9,1% 9,7% 9,7% 10,2% 9,3% 8,9% 8,1% Discotheken 1,3% 1,2% 0,9% 0,9% 0,9% 0,8% 0,9% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 71
74 Brussel Tabel 57: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in Brussel -2008/2014- Jaargroei Hotels ,7% Vakantieverblijven ,9% Kampeerterreinen Overige accommodatie ,5% Restaurants ,3% Eetgelegenheden met volledige bediening Eetgelegenheden met beperkte bediening ,6% ,6% Catering ,2% Drinkgelegenheden ,1% Cafés en bars ,0% Discotheken ,8% Andere drinkgelegenheden Totaal ,2% Hotels 25,6% 23,0% 23,1% 22,6% 22,3% 21,7% 20,4% Vakantieverblijven 1,2% 1,3% 1,2% 1,2% 1,2% 1,4% 1,4% Kampeerterreinen 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Overige accommodatie 0,2% 0,4% 0,4% 0,5% 0,5% 0,4% 0,3% Restaurants 40,3% 41,0% 40,9% 41,6% 42,2% 42,5% 43,8% Eetgelegenheden met volledige bediening 30,6% 30,6% 29,9% 23,5% 23,4% 23,3% 24,3% Eetgelegenheden met beperkte bediening 9,7% 10,5% 11,0% 18,1% 18,8% 19,2% 19,5% Catering 29,2% 29,9% 29,9% 29,5% 29,3% 29,9% 29,9% Drinkgelegenheden 3,5% 4,3% 4,4% 4,7% 4,5% 4,1% 4,2% Cafés en bars 3,0% 3,9% 4,1% 4,3% 4,2% 3,9% 4,0% Discotheken 0,5% 0,4% 0,4% 0,3% 0,3% 0,2% 0,2% Andere drinkgelegenheden 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSZ, toestand 30/ Guidea Arbeidsmarkt 72
75 Zelfstandigen in de horecasector Zelfstandigen in alle sectoren Tabel 58: Aantal zelfstandigen in alle sectoren in België -2013/2014- Code RSVZ Omschrijving Aandeel Groentekwekers ,4% 102 Tuinbouwers ,4% 103 Wijnbouwers ,0% 104 Landbouwers, pachters, e.a ,8% 105 Bosexploitatie ,2% 106 Diverse landbouwactiviteiten ,6% , Bestuurders van de landbouw ,6% 201 Zeevisserij ,0% 202 Zoetwatervisserij ,0% , Bestuurders van de visserij ,0% 301 Mijnnijverheid ,0% 302 Steengroefnijverheid ,0% 303 Metaalnijverheid ,1% 304 Keramieknijverheid ,0% 305 Glasnijverheid ,0% 306 Chemische nijverheid ,0% 307 Voedingsnijverheid ,3% 308 Textielnijverheid ,1% 309 Kledingnijverheid ,2% 310 Bouwnijverheid ,2% 311 Hout- en meubelnijverheid ,4% 312 Huid- en ledernijverheid ,1% 313 Tabaksnijverheid ,0% 314 Papiernijverheid ,0% 315 Boekdruknijverheid ,2% 316 Kunst- en precisienijverheid ,4% 317 Vervoer ,1% 318 Binnenschippers ,1% 319 Sleepbootexploitanten ,0% 320 Security en bewaking nijv. en amb ,0% , Bestuurders van de nijv. en amb ,4% 401 Groothandel ,0% 402 Kleinhandel ,7% 403 Groot-en kleinhandel ,4% 404 Banken ,2% 405 Verzekeringen ,0% 406 Tussenpersonen ,9% 407 Horecasector ,23% 408 Vermakelijkheden ,7% 2015 Guidea Arbeidsmarkt 73
76 409 Foorkramers ,1% 410 Marktkramers, leurders ,7% 411 Marketing en verkoop ,2% 412 Security en bewaking handel ,0% , Bestuurders van de handel ,5% 501 Artsen, chirurgen ,7% 502 Tandartsen ,7% 503 Apothekers ,3% 504 Dierenartsen ,4% 505 Paramedici ,4% 506 Privé-onderricht ,6% 507 Wetenschap ,1% 508 Letteren ,0% 509 Kunst (voor 1/7/2003) ,5% 510 Kunst (vanaf 1/7/2003) ,1% 514 Advocaten ,8% 515 Notarissen ,1% 516 Gerechtsdeurwaarders ,1% 517 Landmeters, ingenieurs, accountants, experts ,0% 518 Architecten ,7% 519 Diverse intellectuele beroepen ,9% , Bestuurders van de vrije beroepen ,7% 601 Schoonheidszorg ,3% 602 Diverse beroepen van manuele aard ,3% , Bestuurders van de diensten ,3% 0 Diversen ,8% , 061 Bestuurders van diversen ,5% Totaal % Bron: RSVZ Tabel 59: Aandeel zelfstandigen in de horecasector t.o.v. alle zelfstandigen in alle sectoren /2014- Jaar Aandeel 4,28% 4,23% 4,15% 4,04% 3,93% 3,80% 3,91% 4,11% 4,06% 4,06% 4,19% 4,23% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 74
77 Zelfstandigen in de horecasector per gewest Tabel 60: Aantal en aandeel zelfstandigen in de horecasector per gewest -2002/ Vlaanderen Wallonië Brussel Totaal Jaargroei Vlaanderen ,1% Wallonië ,9% Brussel ,0% Totaal ,5% Bron: RSVZ Vlaanderen 61,2% 62,0% 62,3% 62,6% 62,7% 62,7% 62,3% Wallonië 31,8% 31,2% 31,2% 31,2% 31,2% 31,4% 31,9% Brussel 7,0% 6,8% 6,6% 6,2% 6,1% 5,8% 5,8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Vlaanderen 62,6% 64,1% 64,2% 64,2% 64,0% 63,7% Wallonië 31,7% 30,3% 30,2% 30,3% 30,2% 30,3% Brussel 5,7% 5,6% 5,5% 5,4% 5,8% 5,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 75
78 Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid België Tabel 61: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in België -2002/ Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen(leeftijd) Totaal Hoofdbezigheid 84,7% 86,3% 85,7% 85,0% 84,2% 83,2% 82,0% 81,3% 80,2% 79,1% 77,9% 76,9% 76,1% Bijkomende bezigheid 11,4% 10,3% 10,7% 11,2% 11,9% 12,8% 13,8% 14,4% 15,3% 16,1% 17,0% 17,6% 18,0% Actief na pensioen(leeftijd) 3,9% 3,4% 3,6% 3,8% 3,9% 4,0% 4,2% 4,3% 4,5% 4,8% 5,1% 5,5% 5,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel 62: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in België -2002/ Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen(leeftijd) Totaal Hoofdbezigheid 84,7% 86,3% 86,0% 85,5% 84,7% 83,7% 82,6% 81,5% 79,8% 78,5% 77,2% 76,4% 75,5% Bijkomende bezigheid 11,7% 10,6% 10,7% 10,9% 11,7% 12,5% 13,5% 14,5% 15,9% 16,9% 17,9% 18,5% 19,0% Actief na pensioen(leeftijd) 3,5% 3,1% 3,3% 3,5% 3,6% 3,7% 4,0% 4,0% 4,3% 4,6% 4,8% 5,1% 5,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 76
79 Wallonië Tabel 63: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in Wallonië -2002/ Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen(leeftijd) Totaal Hoofdbezigheid 83,8% 85,3% 84,3% 83,3% 82,7% 81,3% 80,4% 80,4% 80,2% 79,5% 78,0% 76,5% 76,1% Bijkomende bezigheid 11,9% 11,0% 11,8% 12,6% 13,1% 14,3% 15,2% 15,1% 15,1% 15,5% 16,3% 17,1% 17,3% Actief na pensioen(leeftijd) 4,2% 3,7% 3,9% 4,0% 4,1% 4,4% 4,5% 4,4% 4,7% 5,0% 5,7% 6,4% 6,6% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Brussel Tabel 64: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in Brussel -2002/ Hoofdbezigheid Bijkomende bezigheid Actief na pensioen(leeftijd) Totaal Hoofdbezigheid 89,0% 90,4% 89,1% 87,6% 86,8% 86,8% 84,7% 84,8% 85,3% 84,1% 84,5% 83,6% 82,7% Bijkomende bezigheid 5,5% 5,1% 5,7% 7,0% 7,6% 7,9% 9,3% 9,4% 8,8% 10,0% 9,9% 10,5% 11,5% Actief na pensioen(leeftijd) 5,5% 4,5% 5,2% 5,3% 5,6% 5,4% 5,9% 5,8% 6,0% 5,9% 5,6% 5,9% 5,8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 77
80 Zelfstandigen in de horecasector per geslacht België Tabel 65: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in België -2002/ Mannen Vrouwen Totaal Mannen 59,6% 54,6% 55,0% 55,2% 54,9% 55,0% 55,2% 55,7% 55,8% 56,3% 56,6% 57,0% 57,5% Vrouwen 40,4% 45,4% 45,0% 44,8% 45,1% 45,0% 44,8% 44,3% 44,2% 43,7% 43,4% 43,0% 42,5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel 66: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2002/ Mannen Vrouwen Totaal Mannen 57,8% 52,8% 53,2% 53,4% 53,1% 53,3% 53,4% 53,9% 54,4% 54,9% 55,6% 56,1% 56,7% Vrouwen 42,2% 47,2% 46,8% 46,6% 46,9% 46,7% 46,6% 46,1% 45,6% 45,1% 44,4% 43,9% 43,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 78
81 Wallonië Tabel 67: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2002/ Mannen Vrouwen Totaal Mannen 61,4% 56,9% 57,4% 57,6% 57,4% 57,2% 57,5% 58,3% 58,1% 58,2% 57,9% 57,9% 57,9% Vrouwen 38,6% 43,1% 42,6% 42,4% 42,6% 42,8% 42,5% 41,7% 41,9% 41,8% 42,1% 42,1% 42,1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Brussel Tabel 68: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2002/ Mannen Vrouwen Totaal Mannen 67,2% 60,6% 61,0% 60,6% 61,3% 61,9% 61,5% 60,8% 59,8% 61,4% 61,1% 62,8% 63,6% Vrouwen 32,8% 39,4% 39,0% 39,4% 38,7% 38,1% 38,5% 39,2% 40,2% 38,6% 38,9% 37,2% 36,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 79
82 Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht België Tabel 69: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in België /2014- Hoofdbezigheid Mannen Vrouwen Bijkomende bezigheid Mannen Vrouwen Actief na pensioen Mannen Vrouwen Hoofdbezigheid Mannen 53,6% 54,3% 54,5% 54,9% 55,4% 56,1% 56,6% Vrouwen 46,4% 45,7% 45,5% 45,1% 44,6% 43,9% 43,4% Bijkomende bezigheid Mannen 67,6% 66,1% 65,3% 64,9% 64,3% 62,8% 62,5% Vrouwen 32,4% 33,9% 34,7% 35,1% 35,7% 37,2% 37,5% Actief na pensioen Mannen 45,8% 47,4% 47,8% 49,4% 50,4% 51,8% 53,7% Vrouwen 54,2% 52,6% 52,2% 50,6% 49,6% 48,2% 46,3% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel 70: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in Vlaanderen -2008/2014- Hoofdbezigheid Mannen Vrouwen Bijkomende bezigheid Mannen Vrouwen Actief na pensioen Mannen Vrouwen Hoofdbezigheid Mannen 51,7% 52,4% 52,8% 53,2% 53,9% 54,6% 55,3% Vrouwen 48,3% 47,6% 47,2% 46,8% 46,1% 45,4% 44,7% Bijkomende bezigheid Mannen 66,5% 64,5% 64,1% 64,3% 64,1% 62,8% 62,7% Vrouwen 33,5% 35,5% 35,9% 35,7% 35,9% 37,2% 37,3% Actief na pensioen Mannen 44,8% 47,0% 47,8% 50,0% 51,1% 53,1% 55,7% Vrouwen 55,2% 53,0% 52,2% 50,0% 48,9% 46,9% 44,3% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 80
83 Wallonië Tabel 71: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in Wallonië -2008/2014- Hoofdbezigheid Mannen Vrouwen Bijkomende bezigheid Mannen Vrouwen Actief na pensioen Mannen Vrouwen Hoofdbezigheid Mannen 55,9% 56,8% 57,1% 57,4% 57,3% 57,7% 57,7% Vrouwen 44,1% 43,2% 42,9% 42,6% 42,7% 42,3% 42,3% Bijkomende bezigheid Mannen 69,9% 69,9% 67,9% 66,3% 64,5% 62,6% 61,9% Vrouwen 30,1% 30,1% 32,1% 33,7% 35,5% 37,4% 38,1% Actief na pensioen Mannen 43,6% 44,7% 43,8% 45,5% 47,3% 47,8% 49,2% Vrouwen 56,4% 55,3% 56,2% 54,5% 52,7% 52,2% 50,8% Bron: RSVZ Brussel Tabel 72: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in Brussel /2014- Hoofdbezigheid Mannen Vrouwen Bijkomende bezigheid Mannen Vrouwen Actief na pensioen Mannen Vrouwen Hoofdbezigheid Mannen 61,4% 60,8% 58,7% 60,9% 60,5% 62,6% 63,7% Vrouwen 38,6% 39,2% 41,3% 39,1% 39,5% 37,4% 36,3% Bijkomende bezigheid Mannen 63,0% 59,3% 67,7% 65,3% 66,5% 65,6% 64,8% Vrouwen 37,0% 40,7% 32,3% 34,7% 33,5% 34,4% 35,2% Actief na pensioen Mannen 61,7% 62,5% 64,3% 61,4% 62,0% 61,3% 59,9% Vrouwen 38,3% 37,5% 35,7% 38,6% 38,0% 38,7% 40,1% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 81
84 Zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie België Tabel 73: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in België -2008/2014- <25 jaar t.e.m. 29 jaar t.e.m. 39 jaar t.e.m. 49 jaar t.e.m. 59 jaar en ouder Totaal <25 jaar 3,1% 3,3% 3,4% 3,3% 3,5% 4,0% 4,2% 25 t.e.m. 29 jaar 7,0% 7,0% 7,0% 6,9% 6,9% 7,2% 7,5% 30 t.e.m. 39 jaar 24,6% 24,2% 23,3% 23,0% 22,4% 22,2% 21,7% 40 t.e.m. 49 jaar 31,6% 31,4% 31,4% 31,0% 30,8% 30,3% 29,8% 50 t.e.m. 59 jaar 23,6% 23,9% 24,0% 24,4% 24,9% 24,3% 24,7% 60 en ouder 9,9% 10,1% 10,9% 11,3% 11,6% 12,0% 12,2% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel 74: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Vlaanderen /2014- <25 jaar t.e.m. 29 jaar t.e.m. 39 jaar t.e.m. 49 jaar t.e.m. 59 jaar en ouder Totaal <25 jaar 3,3% 3,3% 3,4% 3,3% 3,5% 4,0% 4,2% 25 t.e.m. 29 jaar 7,4% 7,4% 7,3% 7,0% 7,0% 7,0% 7,2% 30 t.e.m. 39 jaar 24,7% 24,2% 23,4% 23,1% 22,6% 22,3% 21,6% 40 t.e.m. 49 jaar 32,5% 32,3% 32,4% 31,6% 31,3% 30,9% 30,4% 50 t.e.m. 59 jaar 23,1% 23,7% 23,6% 24,4% 24,9% 24,6% 25,3% 60 en ouder 9,0% 9,2% 10,0% 10,5% 10,7% 11,1% 11,3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 82
85 Wallonië Tabel 75: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Wallonië -2008/2014- <25 jaar t.e.m. 29 jaar t.e.m. 39 jaar t.e.m. 49 jaar t.e.m. 59 jaar en ouder Totaal <25 jaar 3,0% 3,2% 3,3% 3,0% 3,2% 3,6% 3,9% 25 t.e.m. 29 jaar 6,7% 6,5% 6,4% 6,5% 6,6% 7,2% 7,5% 30 t.e.m. 39 jaar 25,1% 25,0% 23,8% 23,1% 22,0% 21,9% 21,3% 40 t.e.m. 49 jaar 30,8% 30,5% 30,3% 30,9% 30,9% 30,1% 29,8% 50 t.e.m. 59 jaar 23,7% 23,8% 24,4% 24,3% 24,6% 23,9% 24,0% 60 en ouder 10,7% 11,0% 11,8% 12,3% 12,8% 13,3% 13,4% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Brussel Tabel 76: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Brussel -2008/2014- <25 jaar t.e.m. 29 jaar t.e.m. 39 jaar t.e.m. 49 jaar t.e.m. 59 jaar en ouder Totaal <25 jaar 2,5% 2,9% 3,6% 5,1% 4,9% 5,6% 5,8% 25 t.e.m. 29 jaar 4,9% 6,5% 7,1% 7,2% 8,4% 8,7% 9,8% 30 t.e.m. 39 jaar 21,5% 20,7% 20,7% 21,0% 21,8% 23,4% 24,3% 40 t.e.m. 49 jaar 26,3% 27,3% 26,1% 25,1% 24,1% 24,4% 23,4% 50 t.e.m. 59 jaar 28,9% 27,9% 26,6% 25,6% 25,8% 22,9% 21,8% 60 en ouder 15,9% 14,7% 15,9% 16,0% 14,9% 15,1% 14,9% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 83
86 Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en leeftijdscategorie België Tabel 77: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in België -2008/2014- Hoofdbezigheid <25 jaar 3,1% 3,3% 3,4% 3,4% 3,7% 4,3% 4,6% 25 t.e.m. 29 jaar 6,8% 6,8% 6,7% 6,4% 6,5% 7,0% 7,4% 30 t.e.m. 39 jaar 24,9% 24,6% 23,5% 23,1% 22,3% 22,3% 21,7% 40 t.e.m. 49 jaar 32,9% 32,7% 33,0% 32,8% 32,6% 32,2% 31,8% 50 t.e.m. 59 jaar 25,6% 25,9% 26,1% 26,7% 27,3% 26,6% 27,0% 60 en ouder 6,6% 6,7% 7,4% 7,7% 7,6% 7,7% 7,5% Bijkomende bezigheid <25 jaar 4,1% 3,9% 4,2% 4,1% 3,6% 3,8% 3,7% 25 t.e.m. 29 jaar 10,5% 10,6% 10,8% 11,1% 10,9% 10,2% 10,1% 30 t.e.m. 39 jaar 30,3% 29,3% 29,6% 29,5% 29,3% 28,8% 28,6% 40 t.e.m. 49 jaar 33,7% 33,4% 32,2% 31,7% 31,8% 31,5% 31,0% 50 t.e.m. 59 jaar 19,0% 19,8% 20,0% 20,5% 20,9% 21,8% 22,7% 60 en ouder 2,5% 3,0% 3,3% 3,2% 3,4% 3,9% 3,9% Actief na pensioen <25 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 25 t.e.m. 29 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 30 t.e.m. 39 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,1% 0,0% 0,0% 0,0% 40 t.e.m. 49 jaar 0,1% 0,3% 0,3% 0,1% 0,0% 0,1% 0,2% 50 t.e.m. 59 jaar 0,2% 0,5% 0,6% 0,9% 1,1% 1,1% 1,3% 60 en ouder 99,7% 99,2% 99,1% 98,9% 98,8% 98,7% 98,5% Bron: RSVZ Vlaanderen Tabel 78: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in Vlaanderen -2008/2014- Hoofdbezigheid <25 jaar 3,2% 3,3% 3,3% 3,2% 3,5% 4,2% 4,5% 25 t.e.m. 29 jaar 7,2% 7,0% 6,8% 6,3% 6,2% 6,5% 6,9% 30 t.e.m. 39 jaar 25,1% 24,7% 23,5% 23,2% 22,5% 22,1% 21,3% 40 t.e.m. 49 jaar 33,8% 33,7% 34,1% 33,6% 33,3% 33,0% 32,7% 50 t.e.m. 59 jaar 25,0% 25,4% 25,5% 26,7% 27,4% 26,9% 27,7% 60 en ouder 5,7% 5,9% 6,7% 7,0% 7,0% 7,2% 6,9% Bijkomende bezigheid <25 jaar 4,7% 4,5% 4,9% 4,9% 4,1% 4,3% 4,2% 25 t.e.m. 29 jaar 11,3% 11,6% 11,6% 12,0% 12,0% 11,0% 10,7% 30 t.e.m. 39 jaar 29,3% 28,0% 28,8% 29,0% 29,4% 29,0% 29,0% 40 t.e.m. 49 jaar 34,3% 33,5% 32,0% 30,9% 30,9% 30,6% 29,9% 50 t.e.m. 59 jaar 18,3% 20,0% 19,8% 20,4% 20,6% 21,5% 22,4% 60 en ouder 2,2% 2,5% 2,9% 2,8% 3,1% 3,6% 3,7% Actief na pensioen <25 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 25 t.e.m. 29 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 30 t.e.m. 39 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 40 t.e.m. 49 jaar 0,2% 0,4% 0,5% 0,2% 0,1% 0,0% 0,1% 50 t.e.m. 59 jaar 0,2% 0,8% 0,8% 1,3% 1,8% 1,8% 1,9% 60 en ouder 99,5% 98,8% 98,7% 98,5% 98,1% 98,2% 98,1% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 84
87 Wallonië Tabel 79: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in Wallonië -2008/2014- Hoofdbezigheid <25 jaar 3,1% 3,5% 3,5% 3,3% 3,6% 4,1% 4,5% 25 t.e.m. 29 jaar 6,6% 6,4% 6,3% 6,5% 6,6% 7,5% 8,0% 30 t.e.m. 39 jaar 25,3% 25,3% 24,0% 23,3% 22,2% 22,5% 21,8% 40 t.e.m. 49 jaar 32,0% 31,5% 31,5% 32,3% 32,4% 31,7% 31,6% 50 t.e.m. 59 jaar 25,7% 25,8% 26,5% 26,3% 26,9% 26,1% 26,0% 60 en ouder 7,3% 7,5% 8,2% 8,4% 8,3% 8,1% 8,0% Bijkomende bezigheid <25 jaar 3,1% 2,9% 3,1% 2,6% 2,6% 2,7% 2,7% 25 t.e.m. 29 jaar 9,0% 8,6% 8,7% 8,7% 8,6% 8,5% 8,1% 30 t.e.m. 39 jaar 31,0% 30,9% 30,2% 29,3% 28,3% 27,8% 27,0% 40 t.e.m. 49 jaar 33,7% 33,9% 33,1% 33,9% 34,3% 33,6% 33,4% 50 t.e.m. 59 jaar 20,3% 19,9% 20,9% 21,5% 22,3% 23,0% 24,2% 60 en ouder 2,9% 3,9% 4,0% 4,0% 3,9% 4,4% 4,6% Actief na pensioen <25 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 25 t.e.m. 29 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 30 t.e.m. 39 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,2% 0,1% 0,0% 0,0% 40 t.e.m. 49 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,2% 0,2% 50 t.e.m. 59 jaar 0,2% 0,2% 0,2% 0,3% 0,1% 0,2% 0,6% 60 en ouder 99,8% 99,8% 99,8% 99,5% 99,7% 99,5% 99,2% Bron: RSVZ Brussel Tabel 80: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in Brussel -2008/2014- Hoofdbezigheid <25 jaar 2,5% 3,1% 4,1% 5,9% 5,4% 6,4% 6,7% 25 t.e.m. 29 jaar 4,6% 6,3% 7,1% 7,1% 8,7% 9,1% 10,0% 30 t.e.m. 39 jaar 21,1% 20,4% 20,1% 20,3% 21,4% 23,5% 24,7% 40 t.e.m. 49 jaar 28,4% 29,2% 27,9% 26,4% 25,2% 25,4% 24,0% 50 t.e.m. 59 jaar 32,0% 31,0% 29,7% 28,9% 28,8% 25,3% 24,1% 60 en ouder 11,4% 10,1% 11,0% 11,5% 10,5% 10,3% 10,6% Bijkomende bezigheid <25 jaar 3,7% 3,6% 1,1% 1,4% 3,7% 2,4% 2,4% 25 t.e.m. 29 jaar 11,1% 12,4% 12,2% 13,0% 10,7% 10,7% 13,4% 30 t.e.m. 39 jaar 39,2% 36,6% 40,7% 39,4% 37,7% 35,2% 33,4% 40 t.e.m. 49 jaar 23,8% 26,3% 25,9% 28,7% 28,4% 29,2% 31,0% 50 t.e.m. 59 jaar 19,0% 17,0% 14,3% 12,5% 14,9% 16,6% 16,6% 60 en ouder 3,2% 4,1% 5,8% 5,1% 4,7% 5,9% 3,1% Actief na pensioen <25 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 25 t.e.m. 29 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 30 t.e.m. 39 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 40 t.e.m. 49 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,7% 0,7% 50 t.e.m. 59 jaar 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 60 en ouder 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 99,3% 99,3% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 85
88 Startende en stoppende zelfstandigen in de horecasector per gewest Starters Tabel 81: Aantal startende zelfstandigen in de horecasector per gewest -2002/ Vlaanderen Wallonië Brussel België Vlaanderen 63,0% 63,1% 62,1% 61,4% 61,0% 59,4% 56,1% 57,6% 62,5% 59,9% 59,0% 58,6% 57,4% Wallonië 31,8% 31,6% 32,4% 33,5% 33,8% 35,2% 38,7% 35,8% 31,4% 33,6% 33,5% 32,1% 33,4% Brussel 5,2% 5,3% 5,5% 5,0% 5,2% 5,5% 5,2% 6,6% 6,1% 6,4% 7,5% 9,3% 9,2% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ Stoppers Tabel 82: Aantal stoppende zelfstandigen in de horecasector per gewest -2002/ Vlaanderen Wallonië Brussel België Vlaanderen 63,1% 60,8% 59,7% 60,1% 59,8% 60,3% 57,3% 55,1% 59,2% 61,0% 59,0% 59,2% 61,1% Wallonië 30,9% 32,9% 33,9% 33,2% 34,5% 34,0% 37,1% 39,0% 34,8% 33,0% 34,3% 34,2% 31,1% Brussel 5,9% 6,4% 6,4% 6,7% 5,7% 5,6% 5,6% 5,9% 6,0% 6,1% 6,8% 6,6% 7,8% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: RSVZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 86
89 Tewerkstelling van studenten in de horecasector Tabel 83: Aantal studentenjobs (arbeidsplaatsen) in de horecasector in België -2009/2014- Bron: RSZ Jaar Kwartaal Aantal Jaargroei Q Q Q Q Q ,1% Q ,2% Q ,4% Q ,4% Q ,8% Q ,2% Q ,4% Q ,1% Q ,0% Q ,9% Q ,4% Q ,5% Q ,0% Q ,6% Q ,0% Q ,6% Q ,3% Q ,2% Q ,3% Q ,7% 2015 Guidea Arbeidsmarkt 87
90 Arbeidsvoorwaarden Loon werknemers per statuut België Tabel 84: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in België -2008/2014- Arbeider Bediende Totaal Bron: RSZ Vlaanderen Tabel 85: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in Vlaanderen -2008/2014- Arbeider Bediende Totaal Bron: RSZ Wallonië Tabel 86: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in Wallonië -2008/2014- Arbeider Bediende Totaal Bron: RSZ Brussel Tabel 87: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in Brussel -2008/2014- Arbeider Bediende Totaal Bron: RSZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 88
91 Loon werknemers per subsector en statuut België Tabel 88: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per subsector en statuut in België -2008/2014- Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden Arbeider Bediende Totaal Bron: RSZ Vlaanderen Tabel 89: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per subsector en statuut in Vlaanderen -2008/2014- Hotels Vakantieverblijven Kampeerterreinen Restaurants Catering Overige accommodatie Drinkgelegenheden Arbeider Bediende Totaal Bron: RSZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 89
92 Loon werknemers per geslacht en statuut België Tabel 90: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in België -2008/2014- Arbeider Mannen Vrouwen Bediende Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Totaal Bron: RSZ Vlaanderen Tabel 91: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in Vlaanderen -2008/2014- Arbeider Mannen Vrouwen Bediende Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Totaal Bron: RSZ Wallonië Tabel 92: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in Wallonië -2008/2014- Arbeider Mannen Vrouwen Bediende Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Totaal Bron: RSZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 90
93 Brussel Tabel 93: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in Brussel -2008/2014- Arbeider Mannen Vrouwen Bediende Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Totaal Bron: RSZ 2015 Guidea Arbeidsmarkt 91
94 Gemiddeld inkomen zelfstandigen per gewest, geslacht en aard van bezigheid België Tabel 94: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in België /2014- Hoofdbezigheid Nevenbezigheid Actief na pensioen Totaal Bron: RSVZ Vlaanderen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Tabel 95: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in Vlaanderen /2014- Hoofdbezigheid Nevenbezigheid Actief na pensioen Totaal Bron: RSVZ Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Guidea Arbeidsmarkt 92
95 Wallonië Tabel 96: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in Wallonië /2014- Hoofdbezigheid Nevenbezigheid Actief na pensioen Totaal Bron: RSVZ Brussel Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Tabel 97: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in Brussel /2014- Hoofdbezigheid Nevenbezigheid Actief na pensioen Totaal Bron: RSVZ Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Guidea Arbeidsmarkt 93
96 Arbeidsduur op weekbasis (werknemers) België Tabel 98: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in België (woonplaats) / Voltijds Deeltijds Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 99: Evolutie horecawerknemers per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in België -2009/ M V M V M V M V M V M V 1-20u 25% 37% 21% 44% 26% 41% 23% 43% 23% 42% 20% 39% 21-36u 13% 18% 15% 21% 13% 23% 16% 19% 18% 24% 14% 25% 37-40u 53% 40% 52% 32% 51% 32% 50% 34% 48% 32% 56% 31% >40u 8% 5% 12% 3% 10% 4% 10% 5% 11% 2% 10% 5% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Vlaanderen Tabel 100: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in Vlaanderen (woonplaats) -2009/ Voltijds Deeltijds Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 101: Evolutie horecawerknemers per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in Vlaanderen -2009/ M V M V M V M V M V M V 1-20u 28% 37% 22% 43% 24% 43% 21% 42% 24% 43% 17% 44% 21-36u 14% 20% 15% 23% 12% 24% 17% 20% 19% 23% 13% 25% 37-40u 52% 38% 52% 31% 51% 30% 51% 34% 49% 33% 57% 28% >40u 6% 5% 11% 2% 13% 2% 11% 4% 9% 2% 13% 3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/ Guidea Arbeidsmarkt 94
97 Wallonië Tabel 102: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in Wallonië (woonplaats) -2009/ Voltijds Deeltijds Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Brussel Tabel 103: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in Brussel (woonplaats) / Voltijds Deeltijds Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/ Guidea Arbeidsmarkt 95
98 Arbeidsduur op weekbasis (zelfstandigen) België Tabel 104: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in België (woonplaats) / Voltijds Deeltijds n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. 20 Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 105: Evolutie horecazelfstandigen per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in Vlaanderen -2009/ M V M V M V M V M V M V 1-20u 2% 6% 4% 5% 5% 8% 3% 6% 3% 7% 4% 11% 21-36u 2% 10% 8% 9% 3% 6% 4% 6% 5% 9% 4% 8% 37-40u 10% 10% 4% 8% 11% 12% 9% 16% 9% 11% 7% 8% >40u 87% 74% 85% 77% 81% 74% 84% 72% 83% 73% 85% 72% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Vlaanderen Tabel 106: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in Vlaanderen (woonplaats) -2009/ Voltijds Deeltijds n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. 20 Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 107: Evolutie horecazelfstandigen per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in Vlaanderen -2009/ M V M V M V M V M V M V 1-20u 2% 5% 2% 5% 3% 8% 2% 6% 5% 5% 4% 10% 21-36u 1% 9% 10% 6% 3% 6% 4% 5% 5% 9% 3% 7% 37-40u 10% 4% 3% 4% 9% 9% 6% 14% 7% 10% 5% 7% >40u 88% 82% 85% 85% 85% 77% 88% 75% 83% 76% 88% 76% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/ Guidea Arbeidsmarkt 96
99 Wallonië Tabel 108: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in Wallonië (woonplaats) -2009/ Voltijds Deeltijds n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. 20 Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Brussel Tabel 109: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in Brussel (woonplaats) / Voltijds Deeltijds n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. 20 Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/ Guidea Arbeidsmarkt 97
100 Werken op onregelmatige uren Tabel 110: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecawerknemers mannen) / Avondwerk 77% 76% 75% 75% 77% Nachtwerk 34% 34% 29% 33% 32% Zaterdagwerk 82% 83% 81% 84% 82% Zondagwerk 76% 67% 65% 68% 72% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 111: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecawerknemers vrouwen) / Avondwerk 55% 61% 58% 50% 53% Nachtwerk 16% 19% 24% 14% 12% Zaterdagwerk 69% 72% 69% 68% 71% Zondagwerk 62% 55% 55% 54% 56% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 112: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecazelfstandigen mannen) / Avondwerk 89% 95% 96% 85% 93% Nachtwerk 54% 66% 65% 49% 56% Zaterdagwerk 88% 97% 98% 94% 98% Zondagwerk 83% 88% 91% 85% 86% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 113: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecazelfstandigen vrouwen) / Avondwerk 85% 88% 85% 80% 81% Nachtwerk 51% 49% 42% 42% 47% Zaterdagwerk 89% 96% 93% 92% 93% Zondagwerk 81% 84% 80% 83% 81% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/ Guidea Arbeidsmarkt 98
101 Tijdelijke arbeid Tabel 114: Tijdelijke arbeid versus vast werk op basis van de voornaamste activiteit bij horecawerknemers in Vlaanderen en België (%) Vlaanderen België Mannen Vrouwen totaal Mannen Vrouwen totaal Vast 84% 81% 82% 85% 82% 84% Tijdelijk 16% 19% 18% 15% 18% 16% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 115: Evolutie tijdelijke arbeid versus vast werk op basis van voornaamste activiteit bij horecawerknemers in Vlaanderen (%) -2010/ Vast 89% 83% 86% 83% 82% Tijdelijk 11% 17% 14% 17% 18% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 116: Tijdelijke arbeid per type bij horecawerknemers in België (%) -2010/ Uitzendkracht 14% 11% 15% 16% 13% Dienstencheque / PWA 2% 1% 1% 0% 0% Opleiding, stage, leercontract 8% 6% 6% 6% 6% Studentenarbeid (met studentencontract) 20% 24% 25% 28% 21% Arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een bepaald werk 44% 39% 35% 32% 47% Andere arbeidsovereenkomst van bepaalde duur 5 4% 5% 5% 7% Gelegenheidswerk zonder formele arbeidsovereenkomst 7% 14% 14% 9% 7% Arbeider als PWA werknemer 0% 0% 0% 3% 0% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/56 Tabel 117: Tijdelijke arbeid per duur van contract in België Duur contract Minder dan 3 maanden 50% 45% 61% 3 maanden of meer 50% 55% 39% Bron: Fod Economie, EAK, Nace 55/ Guidea Arbeidsmarkt 99
102 Werkzoekenden Niet-Werkende werkzoekenden Tabel 118: Niet-werkende werkzoekenden horecapersoneel per geslacht in Vlaanderen Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen maand n n n % % januari ,1% 51,9% februari ,0% 52,0% maart ,3% 52,7% april ,2% 52,8% mei ,9% 53,1% juni ,5% 53,5% juli ,2% 53,8% augustus ,4% 53,6% september ,0% 53,0% oktober ,2% 52,8% november ,2% 52,8% december ,2% 52,8% jaargemiddelde ,1% 52,9% Bron: VDAB Tabel 119: Niet-werkende werkzoekenden horecapersoneel per geslacht in Vlaanderen dec Horecapersoneel Bron: VDAB Mannen Vrouwen Totaal Manager hotel restaurant Verantwoordelijke hotel restaurant Verantwoordelijke kamerpersoneel Hotelconciërge Hotelreceptionist Onthaalmedewerker hotel Polyvalent hotelmedewerker Kamerjongen Kamermeisje Verantwoordelijke grootkeuken Chef-kok Chef-kok grootkeuken Hulpkok Hulpkok grootkeuken Pizzabakker Wafel- en pannenkoekenbakker Keukenmedewerker Afwasser Maître d'hôtel Uitbater café/brasserie Wijnkelner Barman Kelner restaurant Kelner brasserie Polyvalent medewerker restaurant Hulpkelner Guidea Arbeidsmarkt 100
103 In- en uitstroom van werkzoekenden Tabel 120: Instroom naar werk in de horeca vanuit werkloosheid en uitstroom uit werk in de horeca naar werkloosheid in Vlaanderen (op kwartaalbasis) Q1 2007/Q Gemiddeld aantal per kwartaal Instroom naar horeca vanuit werkloosheid Uitstroom uit horeca naar werkloosheid Bron: WSE Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Guidea Arbeidsmarkt 101
104 Vacatures, horecaopleidingen en leren & Werken Vacatures VDAB Tabel 121: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen -2011/2014- Horeca 2011 Horeca 2012 Horeca 2013 Horeca 2014 n n n n n Alle sectoren 2014 Totaal aantal vacatures Vestigingsplaats bedrijf West-Vlaanderen 38,8% 32,7% 32,6% 30,1% 17,7% Oost-Vlaanderen 15,2% 19,2% 16,5% 17,2% 19,7% Antwerpen 20,3% 20,9% 21,8% 21,3% 26,0% Vlaams-Brabant 10,2% 10,5% 12,5% 11,9% 13,6% Limburg 7,8% 8,1% 9,5% 11,0% 9,4% Buiten Vlaanderen 7,6% 8,6% 7,2% 8,5% 13,7% Studieniveau Laag 79,8% 82,3% 81,2% 73,3% 39,1% Midden 15,3% 13,8% 15,0% 22,7% 24,8% Hoog 4,8% 3,9% 3,8% 4,0% 36,1% Gevraagde ervaring <6 maanden 39,6% 38,6% 37,0% 33,5% 43,5% 6 maanden - 2 jaar 36,3% 38,2% 35,8% 33,4% 24,9% +2 jaar 24,1% 23,2% 27,2% 33,2% 31,6% Bron: VDAB Tabel 122: Aantal en aandeel vacatures in de horecasector per subsector -2011/2014- Horeca 2011 Horeca 2012 Horeca 2013 Horeca 2014 n % n % n % n % Hotels ,3% ,8% ,8% ,8% Kampeerterreinen 775 6,7% 678 6,6% 496 5,0% 372 4,2% Restaurants ,1% ,0% ,0% ,5% Drankgelegenheden 895 7,8% 756 7,3% 839 8,5% 812 9,2% Kantines en catering ,1% ,4% ,7% ,2% Totaal % % % % Bron: VDAB 2015 Guidea Arbeidsmarkt 102
105 Tabel 123: Overzicht van de belangrijkste beroepen waarvoor vacatures ontvangen werden in de horecasector (Vlaams Gewest) Beroep Knelpunt in 2014 Alle sectoren Horecasector Aandeel Kelner restaurant (m/v) ja ,2% Keukenmedewerker (m/v) ja ,2% Hulpkok (m/v) ja ,8% Kelner brasserie (m/v) ja ,7% Polyvalent medewerker restaurant (m/v) ,4% Chef kok (m/v) ja ,9% Hulpkelner (m/v) ,2% Barman (m/v) ,8% Afwasser (m/v) ,8% Hotelreceptionist (m/v) ja ,0% Schoonmaker van ruimten en lokalen (m/v) ja ,6% Kamerjongen Kamermeisje (m/v) ja ,5% Verkoper van voedingsmiddelen detailhandel (m/v) ,5% Winkelmedewerker (m/v) ,9% Begeleider culturele en recreatieve activiteiten (m/v) ,2% Maitre d'hotel (m/v) ja ,6% Hulpkok grootkeuken (m/v) ja ,6% Receptionist (m/v) ,2% Koerier besteller (m/v) ,0% Manager hotel restaurant (m/v) ,0% Onderhoudsmedewerker gebouwen (m/v) ,7% Kassier (m/v) ,6% Administratief medewerker (m/v) ,1% Chef kok grootkeuken (m/v) ja ,8% Uitbater cafe/brasserie (m/v) ,0% Winkelmanager kleinhandel (m/v) ja ,0% Pizzabakker (m/v) ,0% Eventmanager (m/v) ,1% Verantwoordelijke kamerpersoneel (m/v) ,1% Medewerker gokspelen (m/v) ,2% Polyvalent hotelmedewerker (m/v) ,7% Management assistent (m/v) ja ,1% Magazijnmedewerker (m/v) ,6% Patissier chocoladewerker ijsbereider (m/v) ,5% Begeleider sportactiviteiten (m/v) ,4% Schoonheidsadviseur (m/v) ,0% 2015 Guidea Arbeidsmarkt 103
106 Commercieel medewerker (m/v) ja ,2% Medewerker personeel (m/v) ,1% Begeleider recreatieve activiteiten voor kinderen en jongeren (m/v) ,3% Vertegenwoordiger (m/v) ja ,2% Departementsverantwoordelijke winkel (m/v) ja ,8% Onthaalmedewerker hotel (m/v) ,0% Algemeen bediende (m/v) ,4% Medewerker boekhouding (m/v) ,7% Commercieel verantwoordelijke (m/v) ,9% Medewerker groene ruimtes (m/v) ja ,9% Begeleider kinderopvang (m/v) ja ,0% Leidinggevende schoonmaak (m/v) ,4% Traiteur charcutier (m/v) ,9% Productiemanager (m/v) ja ,9% Verantwoordelijke verkoop (m/v) ,6% Verantwoordelijke hotel restaurant (m/v) ,0% Bewakingsagent (m/v) ja ,4% Slager (m/v) ja ,9% Bakker (m/v) ja ,2% Wijnkelner (m/v) ,7% Productieoperator voeding (m/v) ja ,1% Verantwoordelijke onderhoud van gebouwen en infrastructuur (m/v) ,1% Boekhouder (m/v) ,3% Directeur van een kleine of middelgrote organisatie (m/v) ,9% Human resources manager (m/v) ,4% Medewerker callcenter (m/v) ja ,1% Schilder - decorateur (m/v) ,3% Werkplaatsschrijnwerker (m/v) ja ,3% Chauffeur particulier personenvervoer (m/v) ,5% Bakkershulp (m/v) ,3% Verantwoordelijke sport-, recreatieve of toeristische accommodatie (m/v) ,2% Hotelconcierge (m/v) ,8% Huisbediende (m/v) ,7% Bron: VDAB 2015 Guidea Arbeidsmarkt 104
107 Opleidingen Horecaopleidingen VDAB Tabel 124: Aantal beëindigde (horeca)opleidingen bij de VDAB -2010/2014- Aantal beëindigde opleidingen Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Horeca 2013 Horeca 2014 n % n % n % n % n % % % % % % Keukenpersoneel ,2% ,1% ,7% ,4% ,5% Zaalpersoneel ,6% ,2% ,6% ,6% 120 9,4% Ander horecapersoneel Alle secties Vlaanderen 146 9,2% ,7% ,7% 55 4,0% 40 3,1% Aandeel horeca 1,80% 1,87% 1,54% 2,03% 2,21% Bron: VDAB Tabel 125: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per provincie -2010/2014- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Horeca 2013 Horeca 2014 Aantal beëindigde opleidingen Antwerpen 16,4% 15,1% 15,6% 15,0% 13,8% Vlaams-Brabant 3,0% 5,2% 5,5% 5,2% 8,0% Oost-Vlaanderen 4,7% 12,3% 8,4% 7,6% 6,6% Limburg 11,0% 5,4% 9,1% 9,3% 13,3% West-Vlaanderen 53,2% 46,5% 43,7% 46,5% 44,1% Regionale dienst Brussel 11,6% 15,5% 17,8% 16,4% 14,3% Bron: VDAB Tabel 126: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per provincie -2010/2014 Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Horeca 2013 Horeca 2014 Aantal beëindigde opleidingen Werkzoekenden 97,2% 95,2% 91,7% 86,0% 87,8% Leerlingen 1,6% 2,2% 4,1% 7,1% 8,8% Werknemers 1,1% 2,6% 4,2% 6,9% 3,4% Bron: VDAB Tabel 127: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per financieringsvorm -2012/2014- Horeca 2012 Horeca 2013 Horeca 2014 Aantal beëindigde opleidingen % financiering VDAB 59,8% 60,8% 59,8% Gemengde financiering 30,0% 25,6% 13,2% Erkenning opleidingsaanbod bij andere actoren 10,3% 13,6% 27,0% Bron: VDAB 2015 Guidea Arbeidsmarkt 105
108 Horeca-webopleidingen Tabel 128: Aantal beëindigde horeca-webopleidingen bij de VDAB -2010/2014- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Horeca 2013 Aantal beëindigde webopleidingen Keukenpersoneel 1,4% 2,2% 0,2% 53,4% Zaalpersoneel 39,7% 32,7% 27,8% 23,0% Ander horecapersoneel 59,0% 65,1% 71,9% 23,6% Aantal beëindigde webopleidingen Horeca 2014 Keukentechnieken 87,5% Zaaltechnieken 9,4% Hoteltechnieken 3,1% Bron: VDAB Tabel 129: Aantal beëindigde horeca-webopleidingen bij de VDAB -2010/2014- Horeca 2010 Horeca 2011 Horeca 2012 Horeca 2013 Horeca 2014 Aantal beëindigde opleidingen Werkzoekenden 53,9% 64,4% 60,3% 73,7% 75,5% Leerlingen 0,7% 0,4% 1,5% 0,8% 2,0% Werknemers 45,4% 35,3% 38,3% 25,5% 22,5% Bron: VDAB 2015 Guidea Arbeidsmarkt 106
109 Individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) Tabel 130: Aantal en aandeel IBO s per sector in Vlaanderen Bouw ,9% Kleinhandel ,3% Horeca ,2% Groothandel en handelsbemiddeling 994 6,5% Informaticatechnologie 757 4,9% Consultancy en wetenschappelijke activiteit 736 4,8% Overige zakelijke dienstverlening 620 4,0% Overige diensten aan personen 589 3,8% Garagewezen 515 3,3% Vervaardiging van metaalproducten 414 2,7% Vervaardiging van dranken, voeding en tabak 369 2,4% Transport 366 2,4% Maatschappelijke dienstverlening 310 2,0% Primaire sector 287 1,9% Vervaardiging van (elektrische) apparaten e 273 1,8% Vervaardiging van transportmiddelen 254 1,6% Onderhoud van gebouwen, tuinen en landschap 243 1,6% Houtindustrie en vervaardiging van meubelen 226 1,5% Logistiek 223 1,4% Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling 196 1,3% Gezondheidszorg 177 1,1% Recreatie, cultuur en sport 153 1,0% Grafische nijverheid 142 0,9% Overige industrie 131 0,9% Financiële diensten 128 0,8% Textiel en kleding 123 0,8% Openbaar bestuur 118 0,8% Rubber- en kunststofnijverheid 84 0,5% Vervaardiging van bouwmaterialen 76 0,5% Onderwijs 73 0,5% Informatie en media 67 0,4% Telecommunicatie 67 0,4% Chemische industrie 45 0,3% Vervaardiging van informatica en elektronis 44 0,3% Afval en recyclage 43 0,3% Metallurgie 41 0,3% Verplichte sociale verzekering 39 0,3% Belangenvertegenwoordiging 36 0,2% Toerisme 31 0,2% Energie en water 24 0,2% Post 9 0,1% Totaal % Bron: VDAB n n 2015 Guidea Arbeidsmarkt 107
110 Tabel 131: Aantal en aandeel IBO-opleidingen in de horecasector t.o.v. het totaal aantal IBOopleidingen in Vlaanderen -2010/ Jaargroei n n n n n Horecasector % Totaal alle sectoren % Horeca t.o.v. alle sectoren 6,2% 6,8% 7,2% 7,0% 7,2% Bron: VDAB Tabel 132: Kenmerken van de IBO s in de horecasector in Vlaanderen Horeca Alle sectoren n % n % Totaal aantal IBO's % % Geslacht Man ,4% ,7% Vrouw ,6% ,3% Studieniveau Laag ,4% ,3% Midden ,6% ,2% Hoog 89 8,0% ,5% Leeftijd <25 jaar ,8% ,7% jaar ,0% ,4% 50 jaar en meer 36 3,2% 603 3,9% Kansengroep Allochtonen ,1% ,8% Personen met een handicap 74 6,7% ,5% Laaggeschoolden ,4% ,3% Ouderen 35 3,2% 595 3,9% Bron: VDAB 2015 Guidea Arbeidsmarkt 108
111 Stelsel van Leren en werken Tabel 133: Aantal leerovereenkomsten binnen Syntra leertijd per sector -2011/ n % n % n % n % Horecasector 335 9, , , ,7 Totaal alle sectoren Bron: Syntra, bewerking door Departement WSE, afbakening o.b.v. paritair comité, meting op 01/02 Tabel 134: Aantal deeltijds lerenden met een werkervaringsplaats per sector - exclusief brugprojecten -2011/ n % n % n % n % Horecasector , , , ,4 Totaal alle sectoren Bron: VDAB, DBO, bewerking door Departement WSE, afbakening o.b.v. paritair comité, meting op 01/02 Tabel 135: Aantal nieuwe ILW-contracten in de horecasector -2010/ Nieuwe ILW-contracten Bron: Interne gegevens 2015 Guidea Arbeidsmarkt 109
112 Werknemersstromen Werkgelegenheidsdynamiek Tabel 136: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in de horecasector -2006/2014- Jobcreatie Jobdestructie Nettoevolutie totaal door groeiers door starters totaal door krimpers door stopzettingen ,4% 10,4% 5,9% 15,9% 10,2% 5,7% +0,5% ,8% 10,7% 6,1% 15,6% 9,9% 5,7% +1,2% ,3% 9,4% 5,9% 16,0% 10,5% 5,5% -0,8% ,6% 10,2% 6,4% 14,5% 9,2% 5,3% +2,0% ,8% 9,9% 5,9% 14,9% 9,4% 5,5% +0,9% ,8% 8,6% 5,2% 16,3% 10,6% 5,8% -2,5% ,2% 8,6% 5,6% 15,7% 9,9% 5,9% -1,5% ,9% 9,6% 6,3% 15,5% 9,6% 5,9% +0,4% Bron: DynaM ( Tabel 137: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in de subsector van accommodaties (Nace 55) /2014- Jobcreatie Jobdestructie Nettoevolutie totaal door groeiers door starters totaal door krimpers door stopzettingen ,7% 6,3% 1,4% 7,5% 6,2% 1,4% +0,2% ,8% 6,0% 1,8% 7,1% 5,4% 1,7% +0,6% ,4% 3,9% 1,5% 9,7% 8,1% 1,6% -4,3% ,7% 5,8% 1,9% 6,1% 4,9% 1,2% +1,6% ,1% 6,3% 1,8% 6,5% 4,9% 1,5% +1,7% ,5% 5,1% 1,4% 7,7% 5,6% 2,1% -1,2% ,6% 4,1% 1,5% 8,0% 5,9% 2,0% -2,4% ,3% 4,7% 1,7% 9,0% 7,1% 2,0% -2,7% Bron: DynaM ( Guidea Arbeidsmarkt 110
113 Tabel 138: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in de subsector van eet- en drinkgelegenheden (Nace 56) -2006/2014- Jobcreatie Jobdestructie Nettoevolutie totaal door groeiers door starters totaal door krimpers door stopzettingen ,4% 11,4% 7,0% 17,9% 11,2% 6,7% +0,5% ,9% 11,8% 7,1% 17,6% 10,9% 6,6% +1,3% ,5% 10,6% 6,9% 17,5% 11,1% 6,3% +0,0% ,5% 11,1% 7,4% 16,4% 10,2% 6,2% +2,1% ,5% 10,7% 6,8% 16,7% 10,4% 6,3% +0,7% ,4% 9,4% 6,0% 18,2% 11,6% 6,6% -2,8% ,1% 9,5% 6,5% 17,4% 10,7% 6,7% -1,4% ,0% 10,7% 7,3% 16,9% 10,1% 6,8% +1,1% Bron: DynaM ( Tabel 139: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in alle sectoren samen -2006/2014- Jobcreatie Jobdestructie Nettoevolutie totaal door groeiers door starters totaal door krimpers door stopzettingen ,2% 5,0% 1,2% 4,7% 3,5% 1,2% +1,5% ,6% 5,4% 1,2% 4,4% 3,2% 1,1% +2,2% ,2% 4,2% 1,1% 5,8% 4,5% 1,3% -0,5% ,7% 4,6% 1,1% 4,7% 3,5% 1,2% +1,0% ,7% 4,6% 1,1% 4,3% 3,1% 1,2% +1,4% ,9% 3,9% 1,0% 5,2% 4,0% 1,2% -0,4% ,4% 3,5% 0,9% 5,1% 3,8% 1,3% -0,7% ,4% 4,4% 1,0% 4,7% 3,4% 1,3% +0,7% Bron: DynaM ( Guidea Arbeidsmarkt 111
114 Werknemersdynamiek Tabel 140: Aandeel blijvers en in- en uitstroom in de horecasector -2006/2014- Jaar Blijvers Instroom Uitstroom '06-'07 59,2% 41,0% 40,5% '07-'08 59,3% 41,3% 40,0% '08-'09 61,7% 37,9% 38,6% '09-'10 62,3% 38,8% 36,6% '10-'11 61,8% 38,7% 37,7% '11-'12 63,0% 35,8% 38,2% '12-'13 64,3% 34,9% 36,6% '13-'14 63,6% 36,5% 36,0% Bron: DynaM ( Tabel 141: Aandeel blijvers en in- en uitstroom in alle sectoren samen -2006/2014- Jaar Blijvers Instroom Uitstroom '06-'07 81,3% 19,5% 17,9% '07-'08 80,9% 20,2% 17,9% '08-'09 82,5% 17,1% 17,9% '09-'10 83,4% 17,1% 16,1% '10-'11 82,3% 18,5% 16,9% '11-'12 82,5% 17,2% 17,8% '12-'13 83,7% 15,9% 16,6% '13-'14 83,7% 16,7% 15,9% Bron: DynaM ( Guidea Arbeidsmarkt 112
115 Toelichting van de bronnen Deze publicatie geeft een beeld van de Vlaamse arbeidsmarkt. De cijfers die we hiervoor gebruiken zijn afkomstig van verschillende officiële instanties. Waar er cijfers specifiek voor de horecasector beschikbaar zijn, worden deze gegeven. We kijken zo veel mogelijk vanuit een Vlaams perspectief. Dit omwille van volgende redenen: Enkele bronnen zoals het Departement voor Werk en Sociale Economie en de VDAB beschikken enkel over cijfers voor Vlaanderen. Deze publicatie komt er op vraag van de Vlaamse sociale partners. 1 Nace-bel code Guidea maakt zo veel mogelijk gebruik van de nace-bel nomenclatuur om de horecasector af te bakenen. Volgens de nace-bel indeling van 2003 omvat de sector de volgende activiteiten (die vallen onder sectie H: Hotels en Restaurants ). 55 Hotels en restaurants 55.1 Hotels 55.2 Overige accommodaties voor kortstondig verblijf 55.3 Restaurants 55.9 Drankgelegenheden 56.1 Kantines en catering In 2008 werd een nieuwe nace-bel indeling in gebruik genomen die beter aansluit bij de huidige economische realiteit. De verschillende horeca-activiteiten vallen in de nieuwe indeling onder de sectie I: verschaffen van accommodatie en maaltijden. Deze bevat de opsplitsing in codes 55 (accommodaties) en 56 (eet-en drinkgelegenheden). I Verschaffen van accommodatie en maaltijden (horecasector) 55 Verschaffen van accommodatie 55.1 Hotels en dergelijke accommodatie 55.2 Vakantieverblijven en andere accommodatie voor kort verblijf 55.3 Kampeerterreinen en kampeerauto- en caravanterreinen 55.9 Overige accommodatie 56 Eet- en drinkgelegenheden 56.1 Restaurants en mobiele eetgelegenheden 56.2 Catering en overige eetgelegenheden 56.3 Drinkgelegenheden Bij de evolutiereeksen kan er omwille van het gebruik van beide nace-bel indelingen een trendbreuk ontstaan Guidea Arbeidsmarkt 113
116 2 Loontrekkende werknemers Voor de cijfers over de loontrekkende werkgelegenheid in de horecasector doen we een beroep op de cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). We verkiezen de gecentraliseerde statistieken: het bedrijf - en dus ook zijn werknemers - wordt ingedeeld volgens de sector van zijn hoofdactiviteit. Bovendien zijn de gecentraliseerde cijfers iets sneller beschikbaar. De cijfers in dit rapport geven de toestand van het tweede kwartaal (30 juni) weer. De telling is een momentopname. De RSZ bepaalt het aantal arbeidsplaatsen door per werkgever een telling te maken van het aantal werknemers in dienst. Personen met meerdere jobs bij verschillende werkgevers worden dus meermaals geteld. Hoewel de cijfers het aantal arbeidsplaatsen weergeven, gebruiken we om praktische redenen de term aantal werknemers in dit rapport. Uitzondering is het aantal werknemers uitgedrukt in voltijdsequivalenten. Het aantal voltijdsequivalenten wordt gemeten over een gans kwartaal (kwartaal 2). 3 Zelfstandigen Voor de gegevens over de zelfstandigen in de horecasector doen we een beroep op de gegevens van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Deze instantie gebruikt een andere activiteitenindeling, los van de nace-bel codes. De horecasector valt hier onder de subbedrijfstak 407. De regionale indeling gebeurt bij de RSVZ op basis van de woonplaats van de zelfstandige. Dit stemt niet noodzakelijk overeen met de plaats waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend, maar dit laatste gegeven is door de RSVZ niet gekend. De statistieken geven het aantal verzekeringsplichtigen. Dit is de som van het aantal zelfstandigen en helpers. Een zelfstandige is een persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst of statuut met een werkgever verbonden te zijn. Een helper is een persoon die in België een zelfstandige bijstaat of vervangt in de uitoefening van zijn beroep en dit zonder dat hij door een arbeidsovereenkomst met de zelfstandige verbonden is. Zowel de zelfstandige als de helper zijn verplicht een verzekering te nemen en bijdragen te betalen. In het rapport vind je cijfers terug over de aard van de bezigheid. De RSVZ onderscheidt drie categorieën: Zelfstandige in hoofdberoep Zelfstandige in bijberoep: dit is het geval als men samen met de zelfstandige activiteit nog een andere beroepsbezigheid uitoefent voor een werkgever. Of, als men als zelfstandige ook een loonvervangend inkomen krijgt uit een andere, weggevallen beroepsactiviteit als werknemer of ambtenaar. Zelfstandige actief na pensioen(leeftijd): hier moet de zelfstandige rekening houden met een aantal voorwaarden. Zo zijn de inkomsten uit de beroepsbezigheid begrensd Guidea Arbeidsmarkt 114
117 Starters zijn personen van wie verondersteld wordt dat ze in het lopende jaar begonnen zijn, na een periode van niet-aansluiting. Stoppers zijn personen van wie verondersteld wordt dat ze in het lopende jaar gestopt zijn, na een periode van aansluiting. De cijfers in dit rapport geven de toestand op 31 december van het betreffende jaar weer. 4 Enquête naar arbeidskrachten (EAK) Het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (Eurostat) voert in samenwerking met de nationale instituten voor de statistiek de Belgische Enquête naar de arbeidskrachten bij huishoudens uit. In deze enquête komen de omvang, de structuur en de evolutie van de werkgelegenheid en de werkloosheid aan bod. De EAK levert ook een aantal cijfers over de werksituatie van werknemers die je bij andere instanties niet vindt. Voorbeelden zijn gegevens over het opleidingsniveau van werknemers, soorten tijdelijke arbeid of arbeidsduur. Bij de cijfers van de EAK wordt een opsplitsing gemaakt naar de niet-loontrekkenden (zelfstandigen) en de loontrekkenden. Nog enkele bemerkingen: Het gaat hier om een enquête dus zijn enkel de verhoudingen van belang en niet de absolute waarden. De resultaten geven een totaalbeeld van de horecasector (geen opsplitsing per subsector) in België en Vlaanderen. Sommige resultaten moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden. 5 Werkzoekenden De Vlaamse werkloosheid wordt geoperationaliseerd aan de hand van de inschrijving als nietwerkende werkzoekende (nwwz) bij de VDAB. De groep van nwwz bestaat uit de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (uvw s), de schoolverlaters in wachttijd, de vrij ingeschreven nietwerkende werkzoekenden en andere verplicht ingeschreven niet-werkende werkzoekenden (onder andere OCMW). De meting van de nwwz vindt plaats op het einde van elke maand (bron: departement WSE). De VDAB geeft het aantal nwwz naar aspiraties per beroepsgroep (horeca) en beroep (horecaberoepen). Tot slot geven we in dit hoofdstuk ook nog de werkzoekendenstromen. Voor deze cijfers kunnen we terecht bij het Departement WSE. Het gaat hier om de instroom naar de horeca vanuit de werkloosheid en de uitstroom uit de horeca naar de werkloosheid. 6 Vacatures, horecaopleidingen en Leren & Werken Voor de vacatures kijken we naar de ontvangen VDAB-vacatures. De voornaamste beperking bij het VDAB-bestand is dat deze slechts een deel van de totale vacaturemarkt omvat. Werkgevers 2015 Guidea Arbeidsmarkt 115
118 kunnen vacatures ook verspreiden via andere kanalen zoals jobsites, uitzendkantoren of mondaan-mond-reclame. De vacaturemarkt wordt in dit hoofdstuk beschreven aan de hand van het totaal aantal ontvangen vacatures uit het Normaal Economisch Circuit (NEC) zonder interimopdrachten. Het omvat de vacatures uit het AMI-systeem 12 en Jobmanager 13 uit de vaste en tijdelijke circuits (uitgezonderd interim). In de vaste circuits gaat het om jobs met een contract voor onbepaalde of lange duur, jobs die werken en leren combineren en jobs ter vervanging van het brugpensioen. De tijdelijke circuits omvatten arbeidsovereenkomsten voor korte duur, studentenjobs en tijdelijke jobs in de horeca. Vervolgens bekijken we ook welke opleidingen de VDAB aanbiedt, alsook de individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO). Voor de cijfers baseren we ons op cijfermateriaal van de VDAB. De individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) is een opleiding van een werkzoekende op de werkvloer door een werkgever uit de private of openbare sector. Na deze opleiding van 1 tot 6 maanden is het bedrijf verplicht de werkzoekende een contract te geven van bepaalde of onbepaalde duur. De werkgever betaalt tijdens de opleidingsperiode geen loon of RSZ, enkel een productiviteitsvergoeding, verplaatsingskosten en een verzekering tegen arbeidsongevallen. De werkzoekende krijgt een premie bovenop zijn uitkering, waardoor het inkomen vergelijkbaar is met een nettoloon. Ten slotte bekijken we het stelsel van Leren en werken. Binnen dit stelsel van deeltijds onderwijs onderscheiden we een aantal opleidingsvormen zoals eveneens de individuele beroepsopleiding in de onderneming en het industrieel leerlingwezen. Cijfers met betrekking tot Syntra leertijd worden verkregen van Syntra via het WSE. Cijfers voor IBO s en ILW s binnen het deeltijds onderwijs verkrijgen we via de VDAB. 7 Arbeidsdynamiek ( DynaM is een wetenschappelijk project dat de bewegingen op de arbeidsmarkt in kaart brengt die verborgen blijven achter netto-statistieken. Drie thema s staan centraal: de start en stopzetting van ondernemingen als werkgever de creatie en vernietiging van banen de in- en uitstroom van werknemers DynaM stelt cijfers en indicatoren ter beschikking aan het publiek. Deze zijn opgesteld volgens internationaal geldende definities, zoals die van OECD en Eurostat. De methodologie volgt inzichten uit recent wetenschappelijk onderzoek. Het gaat om de publicatie van basisindicatoren over 12 AMI-systeem is een arbeidsmarktinformatiesysteem dat door VDAB-consulenten wordt gebruikt om vacatures te beheren en op te volgen. Werkzoekenden met een geschikt profiel worden doorverwezen naar de vacatures en de invulling van de vacatures wordt opgevolgd. 13 Jobmanager is een computersysteem waarmee werkgevers op zelfstandige basis online vacatures kunnen plaatsen en beheren. De werkzoekenden kunnen autonoom de vacatures raadplegen op de VDAB-website Guidea Arbeidsmarkt 116
119 de dynamiek op de arbeidsmarkt zoals starters- en stopzettingsratio s, jobcreatie- en jobdestructiegraden en vanaf 2012 ook verlooppercentages van personeel. DynaM is gebaseerd op door de RSZ en RSZPPO ingezamelde gegevens (DmfA - Multifunctionele aangifte). Deze gegevensbron bevat informatie op individueel niveau over zowel werkgevers als werknemers en heeft een zeer ruime dekkingsgraad (ca. 99% van de Belgische werkgevers en werknemers). HIVA-KU Leuven en RSZ ontwikkelden een wetenschappelijk gevalideerde methodologie om deze administratieve gegevens en vooral de unieke koppeling tussen werkgever en werknemer te vertalen naar statistisch bruikbare data. 8 Trends (gebruikte bronnen) Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie (2012). Internationale immigraties van vreemdelingen. Geraadpleegd via _internationale_migratie.jsp Federaal Planbureau en Algemene Directie Statistiek. (2014). Demografische vooruitzichten Geraadpleegd op 12 juni 2014 via Federaal Planbureau en Algemene Directie Statistiek. (2016). Demografische vooruitzichten Geraadpleegd op 1 april 2016 via Federale Overheidsdienst Economie. (2015). Bevolking naar woonplaats, nationaliteit, burgerlijke staat, leeftijd en geslacht [Dataset]. Geraadpleegd op 4 november 2015 via Federale Overheidsdienst Financiën. (2015). GKS Arrest Raad van State van 14/10/2015. Geraadpleegd op 18 november 2015 via Van Ulden, A. (2014, juli). De Millenials - wie zijn t? Food Inspiration Magazine. Geraadpleegd op 16 augustus 2014 via Linder, F. (2014, juli). Van bezit naar gebruik. Food Inspiration Magazine. Geraadpleegd op 16 augustus 2014 via Gillabel, Janssens, Meuleman, Matthijs, Deberdt, Heller, & Delbecque (2014). Deel de toekomst. 65 maatregelen voor de deel-economie in een veerkrachtig Vlaanderen. Geraadpleegd op 15 augustus 2014 via Google. (2014). The 2014 travelers road to decision. Geraadpleegd op 9 september 2015 via Guidea Arbeidsmarkt 117
120 Guidea (2012a). Seniorvriendelijkheid in de horeca. Geraadpleegd op 7 augustus 2014 via Guidea (2012b). De horecasector als werkgever Geraadpleegd op 8 augustus 2014 via Guidea (2013). Arbeidssituatie, arbeidskwaliteit en loyaliteit Geraadpleegd op 29 oktober 2014 via Guidea (2014a). Diversiteitsrapport horecasector. Vlaanderen Geraadpleegd op 4 november 2015 via Guidea (2014b). Oudere werknemers in de horeca. Geraadpleegd op 30 oktober 2014 via Guidea (2014c). Sectoranalyse Horeca 2014 Arbeidsmarkt en tewerkstelling. Geraadpleegd op 4 november 2015 via Guidea. (2014d). De horecasector op weg naar Geraadpleegd op 3 november 2014 via Guidea. (2015a). Horecagerelateerd onderwijs. Cijfers schooljaar Geraadpleegd op 4 november 2015 via Guidea. (2015b). Trendrapport 2015 voor de horecasector. Geraadpleegd op 4 november 2015 via Holthof, C. & Van Tilburg, S. (2014). Hotelrapport Geraadpleegd op 31 juli 2015 via nderzoeken/hotelrapport_2014_samenvatting.pdf Phocuswright Inc. (2014). The Yearbook The year ahead in digital travel. Pine, J. (2015, oktober). Keynote speaker Eurochrie. Hospitality and tourism in today s experience economy. Rijkhoff, B. & Rustenburg, S. (2014, april). Guests journey. Het creëren can wow momenten. Food Inspiration Magazine. Geraadpleegd op 4 november 2015 via Trends in de hotellerie: I (2015, oktober). Trendement [app]. Wijs. (2014). Trendrapport Geraadpleegd op 8 augustus 2014 via Wijs. (2015). Trendrapport Geraadpleegd op 4 november 2015 via Guidea Arbeidsmarkt 118
121 Ygenwijs (2014). Een wereld waarin iedereen werkt vanuit talent en passie. Geraadpleegd op 2 november 2014 via Guidea Arbeidsmarkt 119
122 Lijst tabellen Tabel 1: Evolutie aantal en aandeel horecawerknemers in Vlaanderen per subsector -2008/ Tabel 2: Procentuele verdeling horecawerknemers in de gewesten en België per subsector Tabel 3: Aantal zelfstandigen in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per aard van bezigheid -2008/ Tabel 4: Aantal studentenjobs (arbeidsplaatsen) in de horecasector in België per kwartaal Tabel 5: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers en zelfstandigen in uren per gewest (woonplaats) Tabel 6: Tijdelijke arbeid versus vast werk op basis van de voornaamste activiteit bij horecawerknemers in Vlaanderen en België (%) Tabel 7: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen Tabel 8: Aantal en evolutie vacatures in de horecasector per subsector Tabel 9: Aantal IBO s per sector (Vlaams Gewest, 2014) 40 Tabel 10: Aantal IBO s in de horecasector en alle sectoren per diversiteitsgroep Tabel 11: jobcreatie- en jobdestructiegraad in de horecasector (nace 55/56) en alle sectoren / Tabel 12: Aandeel in- en uitstroom in de horecasector en alle sectoren samen -2006/ Tabel 13: Aantal werknemers in alle sectoren in België -2013/ Tabel 14: Aandeel horecawerknemers t.o.v. alle werknemers in alle sectoren -2003/ Tabel 15: Aantal en aandeel horecawerknemers per gewest -2001/ Tabel 16: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in België -2008/ Tabel 17: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in België -2008/ Tabel 18: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in Wallonië -2008/ Tabel 19: Aantal en aandeel horecawerknemers per subsector in Brussel -2008/ Tabel 20: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in België -2008/ Tabel 21: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in Vlaanderen -2008/ Tabel 22: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in Wallonië -2008/ Tabel 23: Aandeel horecawerknemers per dimensiegrootte in Brussel -2008/ Tabel 24: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in België Tabel 25: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in Vlaanderen Tabel 26: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in Wallonië Tabel 27: Aandeel horecawerknemers per subsector en dimensiegrootte in Brussel Tabel 28: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in België -2001/ Tabel 29: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in België -2001/ Tabel 30: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in Wallonië / Guidea Arbeidsmarkt 120
123 Tabel 31: Aantal en aandeel werknemers in de horecasector per geslacht in Brussel -2008/ Tabel 32: Aantal en aandeel horecawerknemers per geslacht en subsector in België Tabel 33: Aantal en aandeel horecawerknemers per geslacht en subsector in België Tabel 34: Aantal horecawerknemers per statuut in België -2003/ Tabel 35: Aantal horecawerknemers per statuut in Vlaanderen -2003/ Tabel 36: Aantal horecawerknemers per statuut in België -2008/ Tabel 37: Aantal horecawerknemers per statuut in Vlaanderen -2008/ Tabel 38: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in België -2003/ Tabel 39: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in Vlaanderen -2003/ Tabel 40: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in Wallonië -2008/ Tabel 41: Aantal en aandeel horecawerknemers per regime in Brussel -2008/ Tabel 42: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in België Tabel 43: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in Vlaanderen Tabel 44: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in Wallonië Tabel 45: Aandeel horecawerknemers per subsector en regime in Brussel Tabel 46: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in België / Tabel 47: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in Vlaanderen / Tabel 48: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in Wallonië / Tabel 49: Aantal en aandeel horecawerknemers (unieke) per leeftijdscategorie in Brussel / Tabel 50: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in België Tabel 51: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in Vlaanderen Tabel 52: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in Wallonië Tabel 53: Aandeel horecawerknemers per subsector en leeftijdscategorie in Brussel Tabel 54: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in België / Tabel 55: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in Vlaanderen -2008/ Tabel 56: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in Wallonië -2008/ Tabel 57: Aantal en aandeel horecawerknemers (in voltijdsequivalenten) per subsector in Brussel -2008/ Tabel 58: Aantal zelfstandigen in alle sectoren in België -2013/ Tabel 59: Aandeel zelfstandigen in de horecasector t.o.v. alle zelfstandigen in alle sectoren / Tabel 60: Aantal en aandeel zelfstandigen in de horecasector per gewest -2002/ Guidea Arbeidsmarkt 121
124 Tabel 61: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in België -2002/ Tabel 62: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in België -2002/ Tabel 63: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in Wallonië -2002/ Tabel 64: Aantal zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid in Brussel -2002/ Tabel 65: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in België -2002/ Tabel 66: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2002/ Tabel 67: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2002/ Tabel 68: Aantal zelfstandigen in de horecasector per geslacht in Vlaanderen -2002/ Tabel 69: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in België / Tabel 70: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in Vlaanderen -2008/ Tabel 71: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in Wallonië -2008/ Tabel 72: Aantal Zelfstandigen in de horecasector per aard van bezigheid en geslacht in Brussel / Tabel 73: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in België -2008/ Tabel 74: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Vlaanderen / Tabel 75: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Wallonië -2008/ Tabel 76: Aantal zelfstandigen in de horecasector per leeftijdscategorie in Brussel -2008/ Tabel 77: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in België -2008/ Tabel 78: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in Vlaanderen -2008/ Tabel 79: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in Wallonië -2008/ Tabel 80: Zelfstandigen in de horeca per aard van bezigheid en leeftijd in Brussel -2008/ Tabel 81: Aantal startende zelfstandigen in de horecasector per gewest -2002/ Tabel 82: Aantal stoppende zelfstandigen in de horecasector per gewest -2002/ Tabel 83: Aantal studentenjobs (arbeidsplaatsen) in de horecasector in België -2009/ Tabel 84: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in België -2008/ Tabel 85: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in Vlaanderen -2008/ Tabel 86: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in Wallonië -2008/ Tabel 87: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per statuut in Brussel -2008/ Guidea Arbeidsmarkt 122
125 Tabel 88: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per subsector en statuut in België -2008/ Tabel 89: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per subsector en statuut in Vlaanderen -2008/ Tabel 90: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in België -2008/ Tabel 91: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in Vlaanderen -2008/ Tabel 92: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in Wallonië -2008/ Tabel 93: Gemiddeld brutokwartaalloon in de horecasector (per voltijdsequivalent) per geslacht en statuut in Brussel -2008/ Tabel 94: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in België / Tabel 95: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in Vlaanderen / Tabel 96: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in Wallonië / Tabel 97: Gemiddeld inkomen zelfstandigen per geslacht en aard van bezigheid in Brussel / Tabel 98: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in België (woonplaats) / Tabel 99: Evolutie horecawerknemers per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in België -2009/ Tabel 100: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in Vlaanderen (woonplaats) -2009/ Tabel 101: Evolutie horecawerknemers per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in Vlaanderen -2009/ Tabel 102: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in Wallonië (woonplaats) -2009/ Tabel 103: Gewone gemiddelde werktijd bij horecawerknemers in uren in Brussel (woonplaats) / Tabel 104: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in België (woonplaats) / Tabel 105: Evolutie horecazelfstandigen per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in Vlaanderen -2009/ Tabel 106: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in Vlaanderen (woonplaats) -2009/ Tabel 107: Evolutie horecazelfstandigen per geslacht en effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis in Vlaanderen -2009/ Guidea Arbeidsmarkt 123
126 Tabel 108: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in Wallonië (woonplaats) -2009/ Tabel 109: Gewone gemiddelde werktijd bij horecazelfstandigen in uren in Brussel (woonplaats) / Tabel 110: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecawerknemers mannen) / Tabel 111: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecawerknemers vrouwen) / Tabel 112: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecazelfstandigen mannen) / Tabel 113: Werken op onregelmatige uren in Vlaanderen (horecazelfstandigen vrouwen) / Tabel 114: Tijdelijke arbeid versus vast werk op basis van de voornaamste activiteit bij horecawerknemers in Vlaanderen en België (%) Tabel 115: Evolutie tijdelijke arbeid versus vast werk op basis van voornaamste activiteit bij horecawerknemers in Vlaanderen (%) -2010/ Tabel 116: Tijdelijke arbeid per type bij horecawerknemers in België (%) -2010/ Tabel 117: Tijdelijke arbeid per duur van contract in België 99 Tabel 118: Niet-werkende werkzoekenden horecapersoneel per geslacht in Vlaanderen Tabel 119: Niet-werkende werkzoekenden horecapersoneel per geslacht in Vlaanderen dec Tabel 120: Instroom naar werk in de horeca vanuit werkloosheid en uitstroom uit werk in de horeca naar werkloosheid in Vlaanderen (op kwartaalbasis) Q1 2007/Q Tabel 121: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen -2011/ Tabel 122: Aantal en aandeel vacatures in de horecasector per subsector -2011/ Tabel 123: Overzicht van de belangrijkste beroepen waarvoor vacatures ontvangen werden in de horecasector (Vlaams Gewest) Tabel 124: Aantal beëindigde (horeca)opleidingen bij de VDAB -2010/ Tabel 125: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per provincie -2010/ Tabel 126: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per provincie -2010/ Tabel 127: Aantal beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB per financieringsvorm -2012/ Tabel 128: Aantal beëindigde horeca-webopleidingen bij de VDAB -2010/ Tabel 129: Aantal beëindigde horeca-webopleidingen bij de VDAB -2010/ Tabel 130: Aantal en aandeel IBO s per sector in Vlaanderen Tabel 131: Aantal en aandeel IBO-opleidingen in de horecasector t.o.v. het totaal aantal IBOopleidingen in Vlaanderen -2010/ Tabel 132: Kenmerken van de IBO s in de horecasector in Vlaanderen Guidea Arbeidsmarkt 124
127 Tabel 133: Aantal leerovereenkomsten binnen Syntra leertijd per sector -2011/ Tabel 134: Aantal deeltijds lerenden met een werkervaringsplaats per sector - exclusief brugprojecten -2011/ Tabel 135: Aantal nieuwe ILW-contracten in de horecasector -2010/ Tabel 136: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in de horecasector -2006/ Tabel 137: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in de subsector van accommodaties (Nace 55) / Tabel 138: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in de subsector van eet- en drinkgelegenheden (Nace 56) -2006/ Tabel 139: Jobcreatie- en jobdestructiegraad in alle sectoren samen -2006/ Tabel 140: Aandeel blijvers en in- en uitstroom in de horecasector -2006/ Tabel 141: Aandeel blijvers en in- en uitstroom in alle sectoren samen -2006/ Lijst figuren Figuur 1: Groei van de Belgische economie (%JOJ) -1996/ Figuur 2: Consumentenvertrouwen -2010/ Figuur 3: Werkloosheidsgraad in België (geharmoniseerd) -2010/ Figuur 4: Evolutie reële toegevoegde waarde (links: %JOJ / rechts: index (2008 = 100)) 6 Figuur 5: Percentage horecabestedingen in totale bestedingen (links) / Prijsevolutie (%JOJ) (rechts) 7 Figuur 6: Evolutie loonkost per uur (%JOJ) (links) / Evolutie percentage loonkost per eenheid (rechts) 7 Figuur 7: Leeftijdspiramide Vlaamse gewest 2015 en Figuur 8: Aantal en aandeel loontrekkende werknemers in de horecasector in België / Figuur 9: Evolutie aantal loontrekkende werknemers (arbeidsplaatsen) in de horecasector per gewest -2008/ Figuur 10: Evolutie van de index van werknemers in subklassen in de horecasector in Vlaanderen (2008 = 100) -2008/ Figuur 11: Procentuele verdeling van de werknemers in de horecasector per gewest en alle sectoren in Vlaanderen Figuur 12: Aandeel vrouwen-mannen in de horecasector en alle sectoren samen in Vlaanderen Figuur 13: Aantal werknemers in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per statuut / Figuur 14: Aantal werknemers in de horecasector in Vlaanderen per regime -2003/ Figuur 15: Aantal en aandeel unieke werknemers in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per leeftijdscategorie -2008/ Figuur 16: Aantal loontrekkende werknemers (in voltijdsequivalenten) in de horecasector in Vlaanderen per subsector -2008/ Guidea Arbeidsmarkt 125
128 Figuur 17: Aantal en aandeel zelfstandigen in de horecasector in België -2003/ Figuur 18: Aantal zelfstandigen in de horecasector per gewest -2003/ Figuur 19: verdeling zelfstandigen in de horecasector en alle sectoren in Vlaanderen per leeftijdscategorie Figuur 20: Aantal startende en stoppende zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen / Figuur 21: Aantal studentenjobs (arbeidsplaatsen) in de horecasector in België -2009/ Figuur 22: Gemiddeld brutokwartaalloon in euro in de horecasector (VTE) in Vlaanderen per statuut, geslacht en subsector Figuur 23: Vergelijking van de brutokwartaallonen in euro in de horecasector (VTE) per statuut, geslacht en subsector in Vlaanderen Figuur 24: Gemiddeld jaarinkomen in euro van zelfstandigen in de horecasector in Vlaanderen Figuur 25: Werknemers en zelfstandigen in de horecasector per geslacht en per effectieve gewone arbeidsduur op weekbasis (%) Figuur 26: Percentage dat werkt op onregelmatige uren in Vlaanderen naar werknemers/zelfstandigen en geslacht Figuur 27: In- en uitstroom werkzoekenden in de horecasector in Vlaanderen (op kwartaalbasis) -2007/ Figuur 28: Het aantal en aandeel ontvangen vacatures in de horecasector in Vlaanderen / Figuur 29: Aantal en aandeel beëindigde horecaopleidingen bij de VDAB -2010/ Figuur 30: Schema Leren en Werken Figuur 31: Aandeel blijvers in de horecasector en alle sectoren -2006/ Guidea Arbeidsmarkt 126
129
130
BOORDTABELLEN HORECA SYNTHESE: OVERZICHT: MAART /03/2017
07/03/2017 SYNTHESE: Er is een opmerkelijke versnelling van de omzetgroei in het derde kwartaal bij restaurants en drinkgelegenheden. Hotels en catering kennen nog steeds een dalende omzet. De horecaprijzen
ALGEMEEN OMZET FEBRUARI 2016 16/02/2016. Boordtabellen Horeca. Synthese:
FEBRUARI 2016 16/02/2016 Boordtabellen Horeca Synthese: De omzetgroei in de horeca zet door en is het sterkst in restaurants en logies. De horeca inflatie blijft op een hoog niveau. Het aantal arbeidsplaatsen
SECTORANALYSE HORECA 2016
Rapport 2016 130 Pag. SECTORANALYSE HORECA 2016 Ondernemingen 2016 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor
Sectoranalyse Horeca 2012
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Arbeidsmarkt en tewerkstelling 2012 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg
Sectoranalyse Horeca 2014
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2014 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen Omzet en investeringen 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca
Sectoranalyse Horeca 2014
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2014 Arbeidsmarkt en tewerkstelling 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg
Sectoranalyse Horeca 2013
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2013 Arbeidsmarkt en tewerkstelling 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg
Sectoranalyse Horeca 2012
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen
Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013)
1 Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1. Arbeidsmarktstatus van de bevolking van 15 jaar en ouder in 1983 en 2013 De Belgische bevolking van
Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst
Evolutie sinds 1954 van de vergoede volledige werkloosheid in perspectief geplaatst Directie Statistieken, Budget en Studies [email protected] Inhoudsopgave: 1 INLEIDING 1 2 EVOLUTIE VAN DE VERGOEDE VOLLEDIGE
Sectoranalyse Horeca 2013. Ondernemingen Arbeidsmarkt en tewerkstelling Diversiteit
Sectoranalyse Horeca 2013 Ondernemingen Arbeidsmarkt en tewerkstelling Diversiteit 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea,
Diversiteit horecasector
Rapport 2016 46 Pag. Diversiteit horecasector Cijfers 2015 2016 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor
Diversiteit horecasector
Rapport 2015 52 Pag. Diversiteit horecasector Cijfers 2014 2015 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor
De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens
De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens Bierings, H., Schmitt, J., van der Valk, J., Vanderbiesen, W., & Goutsmet, D. (2017).
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies [email protected] Inhoudstafel: 1
Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010
FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage
KWARTAALMONITOR APRIL Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland
KWARTAALMONITOR APRIL 2017 Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Inhoud 3 VRAAG NAAR FLEX BLIJFT STIJGEN, MAAR VOOR HOELANG? 4 FREELANCERS EN FLEXWERKERS OOK IN 2017 ONVERMINDERD
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de
EVOLUTIE VAN DE MARKT
Notarisbarometer VASTGOED www.notaris.be 2016 Barometer 31 VASTGOEDACTIVITEIT IN 106,4 106,8 101,7 103,4 105,9 102,8 98,9 101,4 99,2 105,0 105,3 104,7 115,4 112,1 111,8 118,0 116,1 127,0 124,7 127,9 115,8
Arbeidsmarkt Onderwijs
Nieuwsbrief DECEMBER 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december
Kortetermijnontwikkeling
Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van
67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.
EEN BEELD VAN DE HORECA Hoofdstuk 11
EEN BEELD VAN DE HORECA Hoofdstuk 11 Maarten Tielens Tussen 1994 en 2001 groeide de werkgelegenheid in de horeca met 20% tot ongeveer 69 800 jobs. De helft van de loontrekkende jobs vinden we terug bij
Regionale economische vooruitzichten 2014-2019
2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten
