Industriële wetenschappen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Industriële wetenschappen"

Transcriptie

1 1

2 2 Geïntegreerde eindproef Industriële wetenschappen leerjaar graad TSO De jonglerende robot Stijn Cambie Jonathan Debruyne

3 3 Woord vooraf Wij zijn Stijn Cambie en Jonathan Debruyne, leerlingen uit het 6 e jaar IW. Als eindwerk kozen we voor het project De jonglerende robot waar we mee in aanraking kwamen via meneertytgat en de Howest. We willen tot slot nog dhr. Tytgat, dhr. Kinget en dhr. Beirlaen, de begeleiders uit het PIH, onze klasgenoten en onze ouders bedanken bij de steun en hulp tijdens het eindwerk.

4 4 Inhoudsopgave 1 Theoretische achtergrond mechanisch aspect de schuine worp de cirkelvormige beweging benodigdheden sterkteberekeningen de stappenmotor opbouw werking Berekeningen schuine worp massatraagheidmoment versnelling begin einde botsing sterkteberekeningen krachten spanning Programma maininflowcode is het mogelijk om tekst te plaatsen bij de verschillende stappen macro s Pulsentrein en pulsentreinms Joggen en joggensnel... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd Interruptuitgaan Pulsen Werpen en werpenrechts Bronvermelding besluit algemene vakken... 32

5 5 gebruikte symbolen en afkortingen 2 2

6 6 lijst met tabellen en tabellen Figuren: 1.1 grafiek met parabolen van de baan 1.2 verband hoek afgelegde weg 1.3 balk berekening massatraagheidsmoment 1.4 bolschil bepalen massapunt en massatraagheidsmoment 1.5 parallelle assen 1.6 stappenmotor reluctantie 1.7a unipolaire stappenmotor 1.7b bipolaire stappenmotor en H-brug 1.8 stappenmotor fullstep 1.9 stappenmotor halfstep 2.1 voorstelling arm positie 2.2 stappenmotor arm hoek gooien en vangen 2.3 simulatie simulatie foto simulatie 2.6 krachten bout krachten bout blokschema programma 3.2 programma hoofdprogramma 3.3 programma pulsentrein 3.4 programma joggen 3.5 programma interrupt 3.6 programma pulsen 3.7 programma werpen naar links 3.8 programma werpen naar rechts Tabellen 2.1 berekeningen schuine worp in Excel 2.2 zwaartepuntberekekeningen Geen indexgegevens gevonden.

7 7 Inleiding Een robot doen jongleren, gaat niet zomaar. Het is een mechanisch werkstuk dat niet zelf kan redeneren. Er moet worden voor gezorgd dat de bal op de juiste plaats valt door de juiste informatie mee te geven tijdens het programmeren. Hiervoor bestuderen we de schuine worp, de cirkelvormige beweging en de stappenmotor. De theorie over de schuine worp geeft ons inzicht over de baan van de bal. Bij de stappenmotor kunnen we enkel de tijd tussen 2 pulsen instellen, waardoor we de werking van de stappenmotor en besturing moeten snappen om de baan goed te laten gaan. Dit project is samen met het PIH georganiseerd, de hogeschool heeft geholpen met de theorie uit te spitten. Er werd een robot voorzien met een programma dat reeds geprogrammeerd was om het ons makkelijker te maken. In het VTI bouwden we onze eigen robot, waarvoor we alle communicatie zelf moesten regelen en de berekeningen via flowcode werden doorgegeven aan de stappenmotor die de robot bestuurt. Het PIH doet onderzoek op stappenmotoren om o.a. het rendement met betere aansturing te verhogen. Dit project dat jaarlijks een eindwerk zou kunnen worden voor andere scholen, stond nog in zijn kinderschoenen. Ons doel is goede hoop te geven en een traject vinden dat een groot aantal keer kon werpen en opvangen aan een redelijk tempo. Om dat doel te bereiken, denken we goed na over de berekeningen en passen we de waarden zorgvuldig aan, wetend dat theorie en praktijk bijna nooit 100% samenstemmen. Hierbij focussen we ons niet enkel op 1 traject/ manier van werken, maar durven ook dat veranderen. Omdat we werken met 2 robots, kunnen we ook deze robots vergelijken om conclusies uit te trekken. Doorheen het jaar wordt er gewerkt aan de bundel, waar we de theorie beschrijven en de berekeningen doen voor het traject zelf, maar ook kijken of de eigen robot sterk genoeg is om het traject uit te voeren zonder breuk of blijvende vervorming. In deze bundel wordt er een besluit geschreven over de resultaten van dit experiment, die ook kleine experimenten vereiste in het onderzoek naar de berekeningen.

8 1 1 Theoretische achtergrond Voor het we beginnen met dit eindwerk moeten we eerst wat berekeningen maken met bepaalde formules. Deze formules hallen we uit de theorie vandaar dat we de theorie uitleggen en onze eigen formules hier ook afleiden. 1.1 mechanisch aspect de schuine worp We bespreken de schuine worp om het traject van het balletje te kunnen volgen na dat hij is losgelaten zodat we precies weten waar hij zal terechtkomen als het valt. Een schuine worp is de beweging die gemaakt wordt, wanneer een voorwerp schuin de hoogte wordt ingegooid. Het voorwerp zal hierbij een bergparabool beschrijven. De hoek en snelheid die wordt gemaakt, verandert ten gevolge van de zwaartekracht. Hiervoor hebben we de valversnelling nodig. De gravitatiewet van Newton is de formule die bepaald werd om de aantrekkingskracht tussen 2 voorwerpen te berekenen in het algemeen: (1.1) Hierbij is De tweede wet van Newton stelt dat Met De valversnelling is de versnelling ten gevolge van de aantrekkingskracht tussen de aarde en een voorwerp. We kunnen met de algemene gravitatiewet de valversnelling berekenen: 1

9 2 (1.2) Hier is Omdat de aarde geen perfecte bol is, is de afstand tot het massapunt van de aarde veranderlijk, waardoor ze tussen de waarden 9.78 een 9.83 (op de evenaar en de polen respectievelijk) schommelt en bij ons 9.81 is. Omdat de versnelling naar de aarde toe (naar beneden gericht) is, is g negatief: Nu kunnen we starten met het berekenen van de baan van de schuine worp, deze start met een snelheid, die we opsplitsen in de componenten in 2 onderling loodrechte richtingen:. Hierbij is de hoek die de beweging van het voorwerp maakt met het aardoppervlak bij de start. De luchtweerstand is te verwaarlozen,zodat we kunnen stellen dat constant blijft. Dit omdat de aardversnelling enkel loodrecht op het aardoppervlak werkt. Voor geldt er echter dat aangezien de aardversnelling de snelheid steeds beïnvloed. Hierbij kunnen we deze component zien als de verticale worp, die een E.V.R.B (éénparige veranderlijke rechtlijnige beweging) is. De positie van het voorwerp in de twee richtingen, kunnen we berekenen met de volgende formules: (1.3) (1.4) Hierbij is de positie, afstand tot de oorsprong op de horizontale as de positie op de verticale as de y-as de snelheden in respectievelijk de horizontale en verticale richting ( ) 2

10 3 De weg die het voorwerp aflegt, is afhankelijk van de snelheid en de hoek waaronder het gegooid wordt. Een eigenschap die op te merken valt, is dat het voorwerp het meest ver komt, als de hoek 45 is. Dit omdat of is de tijd dat het voorwerp in de lucht bewoog, aangezien op dit moment het voorwerp terug op de grond is. In deze tijd is de afstand die het voorwerp afgelegd heeft in onze x-richting. Aangezien supplementaire hoeken een gelijk sinus hebben en de sinus het grootst is bij 90, weten we dat complementaire hoeken een zelfde afstand geven en de hoek van 45 de langste verplaatsing heeft. De volgende illustratie toont dit voor enkele waarden: Figuur 1.1 parabolen met de baan Betekenis van de assen: x-as: afstand in meter y-as: hoogte in meter 3

11 4 Het hoogste punt dat wordt bereikt, verkrijgen we wanneer de verticale snelheid 0 is, op dat moment gaat het voorwerp van stijgen over naar dalen. In de formule zien we dat dit het geval is, wanneer of. (1.5) Het invullen van deze tijd, geeft dus de maximale hoogte van. Tot nu werkten we nog steeds met 2 vergelijkingen in functie van de tijd, onze bergparabool geeft in functie van en die verhouding kunnen we als volgt berekenen: (1.6) Wanneer we dit invullen in onze formule voor de verticale positie, verkrijgen we (1.7) Hierbij is s tx de positie, afstand tot de oorsprong op de horizontale as (m) s ty de positie op de y-as (m) v x0, v y0 de snelheden bij de start in respectievelijk de horizontale en verticale richting ( ) de hoek waaronder het projectiel wordt afgeschoten tegenover de x-as ( ) t de tijd dat het projectiel onderweg is (s) g de gravitatieconstante op aarde ( de startsnelheid ( Hiermee kunnen we de mogelijke startsnelheid (v 0 ) in functie van een gekozen hoek bepalen om het voorwerp de baan te laten lopen door de oorsprong en het gevraagde punt, bestaande uit de horizontale - en verticale positie. Met de formules die we hier toelichten, kunnen we de baan van onze bal berekenen bij het werpen met de robot en interessante info uitrekenen. 4

12 de cirkelvormige beweging Om het verband te weten tussen de hoeksnelheid van de motor en de snelheid van de bal bespreken we de cirkelvormige beweging hier om zo de gegevens correct in het programma te kunnen invullen. De arm van de stappenmotor moet de snelheid en hoek bepalen : Figuur 1.2: verband hoek afgelegde weg Er geldt dat (1.8) (1.9) (1.10) Uitleg symbolen: Een radiaal/rad is hierbij, daar de omtrek van een cirkel is bij radialen, zal de boog van de sector met hoek 1 rad r zijn, wat de afgelegde weg is. Na radialen, hebben we meter afgelegd. Met de formules en zien we dat de eerste formule geldt. 5

13 benodigdheden sterkteberekeningen Als men een voorwerp laat versnellen rond een as met een bepaalde kracht, hangt de versnelling van dat voorwerp af van de vorm en massadichtheid. Een goed voorbeeld om dit waar te nemen is een kunstschaatser die door zijn armen samen te nemen, zijn snelheid vergroot. De verhouding tussen het moment dat de kracht uitoefent en de versnelling, wordt gegeven door het massatraagheidsmoment. Om deze te berekenen, bepalen we hier de formules die we nodig hebben om het massatraagheidsmoment te bepalen van onze arm om zo te kunnen controleren of onze arm sterk genoeg is. Het massatraagheidsmoment geeft de grootte van de inertie bij rotatie aan. De algemene formule is gegeven door.dit omdat. In de lessen leerden we enkele basisformules voor dit moment : Massieve cilinder: dunwandige cilinder:. Bal: cilinder: Enkele speciale gevallen bewijzen we zelf: Balk: a y x r b Figuur 1.3: balk berekeningen massatraagheid (1.11) 6

14 7 Bolschil: e h r α ar Figuur 1.4: bolschil (1.12) Het massapunt van de halve bolschil bepalen: (1.13) Het zwaartepunt ligt dus in het midden van de hoogtelijn. 7

15 8 Stelling van Steiner Hierbij is J het massatraagheidsmoment tov een as door het massacentrum en massatraagheidsmoment tov een parallelle as. Bewijs: het Figuur 1.5: parallelle assen =md²+j (1.14) Kracht door botsing van de bal: Dit omdat de bal een impulsverandering ondergaat tijdens de botsing met de pot. We hebben dan nog enkele algemene formules i.v.m. wringing en buiging: De formule van Huber en Hencky werd experimenteel vastgelegd en zegt dat. Bij afschuiving en buiging gelden hierbij dat en, bij wringing geldt met. In het mechanisch aspect hebben we hier uitgelegd hoe de baan bij de worp is en op welke manier we die moeten omzetten in de juiste hoeksnelheid die we aan de stappenmotor moeten geven. Bij het derde deel werden de formules uitgelegd die de sterkteberekeningen kunnen gebruiken, waarmee we testen of onze arm sterk genoeg is. 8

16 9 1.2 de stappenmotor Voor het in beweging brengen van de arm gebruiken we een stappenmotor, deze wordt hier besproken om er goed de werking ervan te begrijpen. De stappenmotor wordt gebruikt als je precieze regeling nodig hebt van een systeem, namelijk om precies de hoek te bepalen waaronder we het balletje gooien. Enkele belangrijke eigenschappen van deze synchrone motor: - koppel leveren bij stilstand, dit noemen we de holding torque, er is bekrachtiging bij stilstand, alsook een kracht voor de cogging torque: de kracht om onder een hoek te staan met een rechte door de veldlijnen - hoekverdraaiing kan vrij exact gebeuren in stappen - het rendement van een stappenmotor is zeer laag met 10% - het koppel is vrij groot in verhouding tot het volume van de stappenmotor De stappenmotor van de eigen robot is een Berger Lahr RDM 5913/50.(geen datablad gevonden) We konden aflezen dat de weerstand van een spoel 1 is en de hoek per puls 0.72 bedraagt en weten dat het aantal spoelen van de stappenmotor 5 is. De stappenmotor van de PIHrobot is gekenmerkt met MMAA0006 en wordt bestuurt met microstepping, de spoelen hebben een weerstand van 0,8. (eveneens geen info over gevonden, we kregen de info dat het 2 paar spoelen bevat) opbouw De stappenmotor bestaat uit een rotor en een stator zonder koolborstels: De stator bestaat uit een paar spoelen (elektromagneten) die samen gestuurd worden om een resulterend magnetisch veld te maken. De rotor volgt dit magnetisch veld. Als de stappen motor meer spoelen gebruikt, wordt de hoek die je de stappenmotor kan veranderen kleiner. De rotor is gemaakt uit permanente magneten waarbij de noordpolen en de zuidpolen elkaar opvolgen en/of heeft een grillige vorm zodat de reluctantie verschilt volgens de positie (zie fig.1). We sturen met een microcontroller een stuurkaart aan die pulsen ontvangt. Als de microcontroller een puls krijgt, dan verandert het de spanning over de spoelen zodat een 9

17 10 nieuw resulterend magnetisch veld ontstaat die de rotor in een andere positie duwt zodat het inhaakt op het nieuwe veld. Figuur 1.6:stappenmotor reluctantie werking Er zijn 3 soorten stappenmotoren met hun specifieke werking: Stappenmotor met permanente magneet: de magnetische rotor wordt aangetrokken of afgestoten door het elektrische veld die in de stator wordt opgebouwd. Het aantal # stappen per omwenteling is = # rotorpolen # statorfasen Stappenmotor met variabele reluctantie: de magnetische veldlijnen willen een weg volgen met een zo n klein mogelijke magnetische weerstand, waardoor ze op de rotor een kracht uitwerken om deze te doen draaien tot de reluctantie minimaal is. De rotor is vertand zoals bij figuur 1-6 zodat de tanden zich richten op een samenvallende rechte met het magnetisch veld die door de bekrachtigde spoelen loopt. Wanneer 2 opeenvolgende spoelparen worden gemagnetiseerd, zullen de tanden zich verdraaien, zodat de rotor een hoekverdraaiing ondervond. 10

18 11 De hybride stappenmotor: combinatie met permanente magneet en variabele reluctantie. Deze soort wordt het meest gebruikt en werkt op beide principes. Een ander onderscheid dat we kunnen nemen, is het verschil tussen bipolaire en unipolaire stappenmotoren. De unipolaire stappenmotor bevat wikkelingen met een vertakking zodat de draairichting Zoals we op volgende tekening zien, is het voldoende de middenaftakking altijd te bekrachtigen en door de wikkeling A1 / A2 te bekrachtigen, is de richting omgepoold. Figuur 1.7a: unipolaire motor Bij het bipolaire type, wordt de richting van de stappenmotor bestuurd met de H-brug in de driver (besturing). Deze brug bestaat uit 4 transistoren en staat over iedere spoel, door S1 en S4 te sluiten, wordt de spoel bekrachtigd in de ene richting en met de 2 andere schakelaars werkt het magnetisch veld in de andere richting. 11

19 12 Figuur 1.7b: bipolaire motor De werking van een 2fasenstappenmotor Figuur 1.8: fullstep Figuur 1.9: halfstep Bij het eerste deel werken we fullstep: we draaien 90 wanneer we een andere spoel bekrachtigen. Door de vorm en magnetische eigenschappen van de rotor, probeert het elektrische veld mee te draaien met het elektrisch veld dat 90 gedraaid is, waardoor we bovenstaande volgorde bekomen. Onderaan kunnen we 2 spoelen tegelijk bekrachtigen, waardoor de resultante van de 2 velden 45 gedraaid is met het eerdere veld. We werken hier op halfstep. 12

20 13 De stappenmotors met meer dan 2 paren spoelen werken op gelijkaardige wijze: terug worden de spoelen in de juiste volgorde bekrachtigd om een vloeiende beweging te krijgen. Door meerdere spoelen, meer polenparen en vertanding op de rotor en door microstepping, kunnen we kleinere hoekverdraaiingen bekomen. Microstepping gebeurt met de elektronische schakeling in de microcontroller die de stroomsterkte over iedere spoel een verschillende waarde kan geven, waardoor de magnetische velden een resultante hebben die een exactere verhouding kan hebben tussen 2 posities en dus ook meer posities kan aannemen. De stappenmotor wordt bij ons aangestuurd door een stuurkaart met de H-brug die per puls de spanningen over de verschillende spoelen verandert zodat er een hoekverdraaiing optreedt in wijzerzin of in tegenwijzerzin. De stuurkaart wordt bestuurt door de microcontroller die geprogrammeerd werd in C-code (eventueel met flowcode als tussenprogramma bij het eigen ontwerp). 13

21 14 2 Berekeningen Hier tonen we welke berekeningen we hebben gedaan om tot een goed resultaat te komen. 2.1 schuine worp De berekeningen van de schuine worp werden eerst in Excel gedaan zodat bij waardeveranderingen, de berekeningen niet helemaal moesten worden overgedaan. tabel 2.1 berekeningen schuine worp in Excel v r Figuur 2.1: voorstelling robotarm positie We zullen de berekening ervan onze eigen robot hier uitwerken: We hebben dat de afgelegde afstand. Door het symmetrisch werpen, weten we dat We gebruiken nu formule (1) van pagina 10: Hierbij is Omvormen van de formule geeft: 14

22 15 De waarden invullen en dus. Uit halen we dat,. Per puls leggen we 0.72 af of delen we dit door bekomen we dat we per 901 µs een puls moeten sturen. 2.2 massatraagheidmoment We berekenen hier de massatraagheidsmoment van ieder deel. Om later de krachten eruit te halen. Arm Figuur 2.2: arm robot Berekenen van het massatraagheidsmoment van de balk om de centrale as. Doordat de centrale as op dezelfde plaats is als de as van de motor geld Bij deze berekeningen berekenen we de balk die uit de eerste balk wordt uitgenomen. 15

23 16 Berekenen van het massatraagheidsmoment van de balk om de centrale as. Doordat de balk niet om de centrale as draait maar 1 mm van de centrale as draait moeten we er een factor bijtellen met de stelling van Steiner: Het berekenen van het massatraagheidsmoment van de arm: Potjes(bolschillen) Het massatraagheidsmoment berekenen van een halve bol rond het bovenvlak van de bol. Doordat de centrale as niet de as is waarrond we berekend hebben moeten we een deel aftrekken om het voor de centrale as te hebben. Bereken van het massatraagheidsmoment van een potje rond de as van de motor. Berekenen van een nieuwe tussenwaarde, we nemen 2 keer J zpot omdat er 2 zijn. Bouten Omdat we zagen dat bij de potjes het gewone massatraagheidsmoment zo klein was hebben we het bij de boutjes verwaarloosd, want de massa is dichter bij het massapunt en de massa is kleiner. 16

24 17 We berekenen nu het massatraagheidsmoment van een bout tegenover de as waarrond het draait. We berekenen nu het massatraagheismoment van de volledige arm Bal Totaal 2.3 versnelling We versnellen de bal bij het werpen. Doordat we het laten versnellen door de tijd bij iedere puls met een constante verlagen tussen de pulsen, is de versnelling het grootst bij het begin waar het de beginsnelheid in 1 puls moet halen of op het einde waar het verschil in snelheid van het begin en het einde van de puls het grootst is. Wij hebben deze versnelling nodig om later ook sterkteberekeningen te kunnen uitvoeren begin Versnelling met de factor door de microcontroller ingerekend. 17

25 einde De hoeksnelheden bij de laatste en voorlaatste puls zijn: Versnelling met de factor door de microcontroller ingerekend. 2.4 botsing Bij het opvangen heeft de bal een bepaalde snelheid waarmee het tegen het potje botst waar het invalt. Daardoor moet het potje een reactiekracht uitoefenen. Hiervoor heeft de rotor stil moeten blijven staan en was er een moment om de as gecreëerd. We hadden gemeten en berekend dat en zodat Zoals in onderstaande simulatiesmet het programma DataStudio zien we dat de topwaarde veel groter is. Bij de berekeningen van het moment gebruiken we 30N. De wrijving zorgt voor een gedempte trilling, die we door de frequentie van het opmeten niet volledig kunnen opmeten. Uit de fysica weten we dat de snelheid 90 verschoven zou zijn in ideale omstandigheden, waardoor de snelheid nul is op het moment dat de versnelling maximaal is, door de tweede wet van Newton weten we dat dit plaats vindt wanneer de kracht maximaal is. Hierdoor konden we tijd aflezen. De snelheid was al berekend in het deel van de schuine worp (6.1). Bij de tweede simulatie zien we een algemener beeld van de gedempte sinusbeweging, waarbij het balletje van iets hoger werd geworpen op de meetplaat, zoals we zien op volgende pagina. 18

26 19 Figuur 2.3: simulatie 1 Figuur 2.4: simulatie 2 Figuur 2.5: opstelling 19

27 sterkteberekeningen We berekenen hier of ons armpje wel sterk genoeg is om de krachten te kunnen opvangen krachten Doordat we zagen dat de versnelling op het einde groter was de dan versnelling in het begin rekenen we verder met de eindversnelling. Moment berekenen bij het opvangen. Nu zien we dat M b groter is dan M e dus rekenen we verder met M b. Bereken van de kracht die op een van de kleine boutjes komt door het moment. Doordat de boutjes ook het stuk omhoog moeten houden moet er ook rekening gehouden worden met de zwaartekracht. De kracht door de zwaartekracht op 1 van de bouten en de kracht om de impuls op te vangen (niet het moment), zijn verdeeld over de boutjes: en. Bout 1 Figuur 2.6:krachten bout 1 20

28 21 bout 2, Figuur 2.7: krachten bout 2 We zien dat de resulterende kracht bij bout 2 het grootst zal zijn en ontbinden ze allemaal spanning De toegelaten spanning is 9,6 kn/cm², dus zijn de ijzeren bouten sterk genoeg. We berekenen ook de ideële spanning van de arm tegenover de buiging en wringing: Bepalen zwaartepunt met de stelling van Varignon, gebeurde in volgende tabel: Tabel 2-2:zwaartepuntberekeningen A A(mm²) x(mm) y(mm) Ax(mm³) Ay(mm³) totaal ,

29 22 Bepalen van het oppervlaktetraagheidsmoment. Doordat het stuk symmetrisch is, is en Volgens de formule van Huber en Hencky geldt. Dus het aluminium is sterk genoeg, aangezien de maximale toegelaten spanning was. 22

30 23 3 Programma In dit hoofdstuk bespreken we het programma dat de robot bestuurt. Het volgende blokschema toont schematisch wat de functie van het programma is: 3.1 main Figuur 3.1: blokschema programma Het eerste dat we plaatsten, is een interrupt. Deze functie uit flowcode werd verbonden met parameter Rb0, zodat het drukken op knop SW0 (switch 0) zorgt dat het programma onmiddelijk stopt en naar het deelprogramma van de interrupt gaat. Op deze manier konden slechte, onveilige situaties simpel beëindigd worden in alle gevallen. Omdat het programma niet steeds opnieuw zou moeten worden gestuurd, wordt het eigenlijke programma in een lus (loop) gestoken die nooit stopt. In die lus wordt drukknop SW1 ingelezen via een input en geassocieerd met een variabele die in de decision (beslissing) wordt ingelezen. Indien er wel degelijk op de knop werd gedrukt, wordt de variabele op 0 gezet en zal het echte werptraject worden uitgevoerd tot we op drukknop 7 drukken om het werpen stop te zetten, maar de laatste cyclus laat eindigen (vergelijk met interrupt die direct stopt ). Figuur 3.2: hoofdprogramma Wanneer bij de decision B1 niet ingedrukt stond, is er mogelijkheid tot joggen, dat is de robotarm waterpas zetten om het programma correct te verlopen. Hier werden 2 mogelijkheden voor voorzien die zorgen dat grote afstanden sneller kunnen verlopen, terwijl om het geheel precies te zetten, we per puls kunnen regelen. 23

31 macro s Om het programma overzichtelijk te houden, werden de functies zoals het joggen en het werpen in aparte macro s (deelprogramma s) gezet. Deze deelprogramma s kunnen we makkelijk meerdere keren gebruiken zonder veel werk Pulsentrein en pulsentreinms Deze macro s besturen de ingangen van de stuurkaart om pulsen te Figuur 3.3: pulsentrein sturen, waardoor het magnetisch veld in de stappenmotor per puls een stap verplaatst is. We hebben 1 pulsentrein die de variabellen T2 en T1 gebruiken die we vroeger in het programma invoeren met een calculation, deze is de snelste pulsentrein. En we hebben een pulsentrein die 2 delay s heeft van 100ms deze gebruiken we voor de arm waterpas te zetten, het stuurt het dan heel traag aan zodat figuur 3-2 programma pulsentrein we snel genoeg kunnen stoppen. Deze puls wordt gestuurd naar A1. Deze is verbonden met de stuurkaart zodat bij een puls de spanningen over de spoelen verandert. 24

32 Joggen en joggensnel Figuur 3.4: joggen Bij het positioneren van de arm, gebruiken we 4 drukknoppen, per snelheid hebben we 2 richtingen: in wijzerzin en in tegenwijzerzin. Die richting wordt gestuurd met uitgang A0. Snel joggen Bij het rechtse gebruiken we de drukknoppen SW2 en SW3 die we eerst inlezen en overzetten naar respectievelijk B2 en B3. Dan hebben we een decission die kijkt of B2 hoog staat, indien het hoog staat gaan we naar de lus van B2 en indien het laag staat gaan we naar de lus van B3. We zetten de lussen niet na mekaarzodat het per lus die we in het hoofdprogramma doen slechts jogt aan 1 kant. We gaan enkel in die lus als de variabellen B2 of B3 hoog staan. In de lus zetten we bij B2, A0 laag en bij B3, A0 hoog. Dit is om de wijzerzin van de stappenmotor duidelijk te maken. We gaan dan naar de macro pulsentrein om een puls te sturen naar A1. Dan lezen we SW2 of SW3 weer in zodat al het losgelaten is je dan ook uit de lus gaat. Traag joggen Analoog bij snel joggen maar we gebruiken de drukknoppen B5 en B6 en in plaats van naar pulsentrein te gaan, gaan we naar pulsentreinms. 25

33 Interruptuitgaan Als de drukknop SW0 wordt ingedrukt gaat het automatisch naar deze macro. Hier wordt de interrupt stop gezet door het drukken op SW4, omdat deze variabele nergens anders wordt gebruikt, moet de variabele ergens terug op 0 worden gezet. Dit mocht zowel voor als na de lus gebeuren. Indien het niet gebeurt, zal de lus worden verlaten als B4=1 en als we de volgende keer op SW0 drukken ga je nooit in de lus waardoor je gewoon doorgaat in het programma. In de lus is er nog een delay zodat het programma niet constant SW4 inleest en naar B4 schrijft. Figuur 3.5: interrupt Pulsen Figuur 3.6: pulsen In deze macro worden de pulsen steeds rapper gegeven door de tijd te verkleinen. Op deze manier moet de stappenmotor de hoge snelheid niet bij de start kunnen geven, alsook de extreem hoge versnelling bij de start. Dit doen we door de variabele T2 te kiezen in het begin en dan een lus een bepaald aantal keer te laten gaan, dit nummer is gebasseerd op de hoek waaronder we willen werpen. In de lus verkleinen we de T2 met een vaste waarde. En dan gaan we naar pulsentrein, aangezien pulsentrein de variabele T2 gebruikt in een delay verkleint telkens de tijd die het duurt om de macro pulsentrein te doorlopen waardoor het constant sneller pulsen geeft en de stappenmotor versnelt. 26

34 Werpen en werpenrechts Figuur 3.7:werpen naar links Figuur 3.8: werpen naar rechts Dit zijn de 2 grootste macro s die de stuurkaart bij het werpen zelf regelt. Om de snelheid te kunnen opbouwen, moet er even naar beneden worden gedraaid met de arm. Dit gebeurt langzaam genoeg om de bal nog niet er uit te laten vallen. 27

35 28 Er wordt even gewacht zodat de bal steeds in rust op de zelfde plaats blijft (met de bedoeling dat iedere cyclus identiek kan worden afgelegd) en daarna werpt men de bal opnieuw, waarna de stappenmotor draait om op te vangen. De gedetailleerde uitleg over de werking in het programma om dit uit te voeren is als volgt: Werpen naar links We beginnen met de variabelle A0 om de draaizin aan te tonen namelijk wijzerzin. Dan zetten we de 2 variabelle T2 en T1 op een hoge waarde zodat het een trage snelheid onderneemt, dan gaan we naar de macro pulsentrein waar er een puls gegeven wordt. Dan zetten we nog een delay in om het nog trager te doen verlopen. We ondergaan deze cyclus 25 keer. Dit gedeelte is om de hoek te vergroten zodat we tijdens het versnellen een kleiner hoekversnelling kunnen nemen. Dan nemen we een delay om te zorgen dat het balletje in een stabiele toestand in het potje is. Dan veranderen we A0 om het in de juist draaizin te draaien namelijk tegenwijzerzin. En dan veranderen we de waarde van T1 naar 139, dit is om de correcte snelheid te verkrijgen bij het werpen dan gaan we naar de macro pulsen die hiervoor is uitgelegd. Dan nemen we een delay zodat de arm op stilstand is en niet doordraait als we direct terugdraaien. Door de inertie van het balletje vliegt deze verder zoals we berekent hebben bij de schuine worp. Dan veranderen we A0 weer zodat het terug in wijzerzin draait. En we veranderen T2 zodat de stappenmotor geen stappen overslaat als we T2 laten doordat het in pulsen zo laag is gezet. Dan gebruiken we weer een lus die 20 keer doorlopen wordt. In deze lus verkleint T2 iedere keer dat deze lus doorlopen is en we sturen een puls naar de stuurkaart met pulsentrein. We versnellen hier doordat we snel op de plaats staat waarop we vangen. Dan nemen we een gewone lus die we 30 keer doorlopen met pulsentrein erin om met deze snelheid verder te gaan. Dan zetten we een delay om te wachten totdat het balletje inslaat. De arm staat dan onder een hoek zodat het balletje zo loodrecht mogelijk inslaat in het potje en niet op de rand botst en doorvliegt. Dan zetten we A0 terug om in tegenwijzerzin te draaien. Dan zetten we T2 en T1 hoog om niet te zorgen dat het balletje niet er uit vliegt. Dan nemen we een lus die 20 keer doorlopen is die per keer een puls stuurt met de macro pulsentrein. Er is dan nog een delay om de snelheid nog wat in te perken. Deze laatste cyclus doen we om de arm terug horizontaal te zetten. Analoog bij het werpen naar rechts. 28

36 interface PIHrobot Bij de robot van het PIH werd met volgende interface (programma samengesteld door de HOWEST) het programma ingegeven dat daarna werd omgezet in C-code. Hierbij is het makkelijker om het programma te snappen dan met flowcode. De hoek geeft de waarde aan tegenover onze referentieas, we zorgen dat 0 overeen komt met de as die precies horizontaal staat. De richting om onder de nieuwe hoek te staan wordt met CW: klokwijs of CCW: counterclockwise/ tegen de wijzers in te draaien en bij de hoeksnelheid kunnen we rechtstreeks de hoeksnelheid invullen, zonder de pulsen te moeten uitrekenen. Bij de laatste kolom staat de wachttijd om de robot eventueel in rust te laten staan. We zien duidelijk dat de arm naar de positie onder 355 gaat bij stap 1, de arm gaat dus 5 naar beneden om daarna met een hogere hoeksnelheid de bal los te laten onder een hoek van 20. Tijdens de worp wordt de arm 40 gedraaid om aan de andere kant op te vangen. Hierna wordt het traject symmetrisch afgelegd aan de andere kant. Onderaan kunnen we het aantal cycli meerdere keren laten herhalen om de worpen vloeiender te laten volgen, zonder het programma langer te schrijven. 29

37 30 4 Bronvermelding We geven de bron van de figuren weer op deze pagina: De figuren: figuur 1-6: figuur 1-1: figuur 1-5: figuur 1-2: EM&imgurl= figuur 1-8/9: figuur 1-7a: figuur 1-7b : en H_bridge.svg.png 30

38 31 5 besluit Gedurende dit jaar hebben we enkele problemen opgewerkt in verband met het werpen van de bal met robot, die de slaagkansen van de robot beïnvloeden: (1): Bij bepaalde omstandigheden is het magnetisch veld in de stappenmotor niet sterk genoeg om de gevraagde beweging uit te voeren. De geprogrammeerde versnelling, snelheid en massa van de bal, mogen niet te groot zijn. Wanneer de motor te warm krijgt, kan de motor het programma niet altijd juist uitvoeren. Deze factoren zorgen voor duidelijke, slechte worpen. (2): de motor zorgt dat de bal kinetische energie heeft bij het landen, die het kwijt moet verliezen: we zien duidelijk de bal rond draaien in het potje. (3): als de bal perfect in het midden van het potje valt, kan het gebeuren dat er geen wrijving genoeg is om de energie kwijt te raken en kaatst de bal er terug uit. (4): een programma werkt niet altijd meer na een verandering aan de omgeving door de tijd heen. Dit door kleine wijzigingen, werkt het programma niet meer met dezelfde slaagkansen. De redenen: ondergrond heeft andere helling bij het verplaatsen van de robot of bij het opnieuw enablen, is de arm niet op de identieke plaats. 6: de massa van de projectielen worden verwaarloosd, we zien echter dat verschillende balleneen erg verschillende baan afleggen met hetzelfde geprogrammeerde traject. De theorie kon niet alles verklaren met eenvoudige voorstellingen. Enkele voorbeelden waren trajecten waarbij men theoretisch verwacht dat de bal in dezelfde pot zal landen, terwijl in de praktijk de bal in het andere potje landde. Geen enkel traject kan echter in realiteit de bal altijd opvangen. Het rendement van de robots wordt opgemeten tijdens de opendeurdag om zo het effectief resultaat te kennen van onze trajecten, waarmee we het besluit kunnen trekken van de geslaagdheid. De berekeningen en theorie toonden dat de robot mechanisch sterk genoeg is. 31

39 32 6 algemene vakken Nederlands: brief om inlichtingen Datapross B.V. Vloeddijk NR Nijbroek Informatie GIP (eindwerk) Geachte heer, Om onze middelbare studies Industriële wetenschappen te kunnen beëindigen, zijn we op zoek naar de normale resultaten bij gebruik van de regeldoos van een Ardenna 80 WA - zoutstrooier. In ons laatste jaar is het maken van een GIP (geïntegreerde eindproef) vereist. Een voorstel dat we deden, was het herstellen van de schakelkast van een zoutstrooier (Ardenna 80 WA zoals eerder vermeld) waarvan de schakeling na vele jaren een defect vertoont in verband met de strooibreedteregeling. We hebben al wat gezocht, maar kwamen tot de conclusie dat het beter zou zijn als we de resultaten bij goede werking zouden kunnen verkrijgen. Aangezien de programma s die we op de school gebruiken, ontoereikend zijn om iedere component exact te vinden, vragen we aan jullie of het mogelijk is het elektronische schema van de schakelkast met simulaties te delen met ons? Dit zou er voor zorgen dat we bij het testen van de werking zeker kunnen zijn van wat we moeten bekomen om zo de component die defect is, te kunnen vinden. We hopen dat jullie ons hiermee kunnen helpen en bedanken jullie alvast Met vriendelijke groet, Stijn Cambie 32

40 33 7 Toevoeging na druk Bij de opdracht van het PIH hoorde de statistiek van hun beste traject met hun robot om zo te kunnen bepalen welke groep het allerbeste traject had kunnen ontwerpen.hiervoor werd tijdens de opendeur op 3 juni met een opstelling die niet kon bewegen het programma meermaals uitgevoerd om hier de resultaten weer te geven: x=206,41 s=198,56 med= 143,5 Wanneer we dit plotten met klassenbreedtes van 50 verkrijgen we Reeks De klokcurve die dit experiment normaal zou moeten hebben, is hier niet te vinden. Dit konden we ook al merken aan de extreem hoge standaardafwijking die onze conclusie over het vermoedelijke gemiddelde bemoeilijkt. Errata p.22: de kracht is 30N ipv 30kN. 33

Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen Geïntigreerde eindproef Industriële wetenschappen leerjaar graad TSO De jonglerende robot Stijn Cambie Jonathan Debruyne 2011-2012 De jonglerende robot Stijn Cambie en Jonathan Debruyne 1 1 Woord vooraf

Nadere informatie

Vermogen Elektronica : Stappenmotor

Vermogen Elektronica : Stappenmotor Naam : Sven Martens / Rob Nijs Nr : 07 /09 Datum : 8/12/04 Vermogen Elektronica : Stappenmotor 1 1 De stappenmotor De stator bevat een aantal spoelen en om de rotor te laten draaien moeten deze spoelen

Nadere informatie

www. Fysica 1997-1 Vraag 1 Een herdershond moet een kudde schapen, die over haar totale lengte steeds 50 meter lang blijft, naar een 800 meter verderop gelegen schuur brengen. Door steeds van de kop van

Nadere informatie

Juli blauw Vraag 1. Fysica

Juli blauw Vraag 1. Fysica Vraag 1 Beschouw volgende situatie in een kamer aan het aardoppervlak. Een homogene balk met massa 6, kg is symmetrisch opgehangen aan de touwen A en B. De touwen maken elk een hoek van 3 met de horizontale.

Nadere informatie

Elektro-magnetisme Q B Q A

Elektro-magnetisme Q B Q A Elektro-magnetisme 1. Een lading QA =4Q bevindt zich in de buurt van een tweede lading QB = Q. In welk punt zal de resulterende kracht op een kleine positieve lading QC gelijk zijn aan nul? X O P Y

Nadere informatie

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan jaar: 1995 nummer: 28 Twee zeer lange draden zijn evenwijdig opgesteld. De stroom door de linkse draad ( zie figuur) is in grootte gelijk aan 30 A en de zin ervan wordt aangegeven door de pijl. We willen

Nadere informatie

Meting zonnepaneel. Voorbeeld berekening diodefactor: ( ) Als voorbeeld wordt deze formule uitgewerkt bij een spanning van 7 V en 0,76 A:

Meting zonnepaneel. Voorbeeld berekening diodefactor: ( ) Als voorbeeld wordt deze formule uitgewerkt bij een spanning van 7 V en 0,76 A: Meting zonnepaneel Om de beste overbrengingsverhouding te berekenen, moet de diodefactor van het zonnepaneel gekend zijn. Deze wordt bepaald door het zonnepaneel te schakelen aan een weerstand. Een multimeter

Nadere informatie

Simulink. Deel1. Figuur 1 Model van het zonnepaneel in Simulink.

Simulink. Deel1. Figuur 1 Model van het zonnepaneel in Simulink. Simulink Deel1 In dit deel van het ontwerp simuleren we het gedrag van onze zonnepanneel bij weerstanden tussen 10 Ohm en 100 Ohm. Een beeld van hoe het model in Simulink is opgesteld is in figuur 1 opgenomen.

Nadere informatie

ELEKTRICITEIT-Stappenmotoren

ELEKTRICITEIT-Stappenmotoren ELEKTRICITEIT-Stappenmotoren 1 Stappenmotoren...1 1.1 Inleiding....1 1.2 Wat is nu juist een stappenmotor?... 2 1.3 Waar vinden we stappenmotoren?... 3 1.4 Soorten stappenmotoren?... 3 1.5 Permanente magneet

Nadere informatie

Fysica. Indien dezelfde kracht werkt op een voorwerp met massa m 1 + m 2, is de versnelling van dat voorwerp gelijk aan: <A> 18,0 m/s 2.

Fysica. Indien dezelfde kracht werkt op een voorwerp met massa m 1 + m 2, is de versnelling van dat voorwerp gelijk aan: <A> 18,0 m/s 2. Vraag 1 Beschouw volgende situatie nabij het aardoppervlak. Een blok met massa m 1 is via een touw verbonden met een ander blok met massa m 2 (zie figuur). Het blok met massa m 1 schuift over een helling

Nadere informatie

Analyse van de Futaba S3003 dc motor

Analyse van de Futaba S3003 dc motor Analyse van de Futaba S3003 dc motor Door Ali Kaichouhi In dit artikel wordt de RF-020-TH dc motor wat nader ondergezocht. Het eerste deel bevat informatie over de constructie en de werking van deze motor.

Nadere informatie

toelatingsexamen-geneeskunde.be

toelatingsexamen-geneeskunde.be Fysica juli 2009 Laatste update: 31/07/2009. Vragen gebaseerd op het ingangsexamen juli 2009. Vraag 1 Een landingsbaan is 500 lang. Een vliegtuig heeft de volledige lengte van de startbaan nodig om op

Nadere informatie

Case Simulink EE4- Building a SSV - Team PM1 21 maart 2014

Case Simulink EE4- Building a SSV - Team PM1 21 maart 2014 Case Simulink EE4- Building a SSV - Team PM1 21 maart 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Figurenlijst... 1 Inleiding... 2 Gedrag van het zonnepaneel gekoppeld aan een weerstand... 2 Gedrag van de DC-motor

Nadere informatie

jaar: 1989 nummer: 17

jaar: 1989 nummer: 17 jaar: 1989 nummer: 17 De snelheidscomponent van een deeltje voldoet aan : v x = a x t, waarin a x constant is en negatief. De plaats van het deeltje wordt voorgesteld door x. Aangenomen wordt dat x= 0

Nadere informatie

2.1 Bepaling van een eenparige rechtlijnige beweging...39

2.1 Bepaling van een eenparige rechtlijnige beweging...39 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 KINEMATICA...17 1 Inleidende begrippen...19 1.1 Rust en beweging van een punt...19 1.1.1 Toestand van beweging...19 1.1.2 Toestand van rust...20 1.1.3 Positie van een punt...20

Nadere informatie

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1 Vraag 1 Twee stenen van op dezelfde hoogte horizontaal weggeworpen in het punt A: steen 1 met een snelheid v 1 en steen 2 met snelheid v 2 Steen 1 komt neer op een afstand x 1 van het punt O en steen 2

Nadere informatie

Begripsvragen: Elektrisch veld

Begripsvragen: Elektrisch veld Handboek natuurkundedidactiek Hoofdstuk 4: Leerstofdomeinen 4.2 Domeinspecifieke leerstofopbouw 4.2.4 Elektriciteit en magnetisme Begripsvragen: Elektrisch veld 1 Meerkeuzevragen Elektrisch veld 1 [V]

Nadere informatie

Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie

Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie Samenvatting door R. 2564 woorden 31 januari 2018 10 2 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Subdomein C1. Kracht en beweging Specificatie De kandidaat

Nadere informatie

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Ga na of de onderstaande beweringen waar of niet waar zijn (invullen op antwoordblad). 1) De krachtwerking van een magneet is bij

Nadere informatie

Eenparige cirkelvormige beweging

Eenparige cirkelvormige beweging Eenparige cirkelvormige beweging Inleidende proef Begrip eenparige cirkelvormige beweging (ECB) definitie Een beweging gebeurt eenparig cirkelvormig als de beweging in dezelfde zin gebeurt, op een cirkelbaan

Nadere informatie

In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 10 cm en h3 = 15 cm.

In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 10 cm en h3 = 15 cm. Fysica Vraag 1 In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 1 cm en h3 = 15 cm. De dichtheid ρ3 wordt gegeven door:

Nadere informatie

Case SSV Deel 2: PM3

Case SSV Deel 2: PM3 Case SSV Deel 2: PM3 Ontwerp en bouw een SSV Adriaenssens Ben, Billiet Alexander, Crabbé Joris, Rogiers Matthias, Timmerman Willem, Van Coillie Karst Sunshark 9 mei 2014 Sunshark - 9 mei 2014 II ABSTRACT

Nadere informatie

PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism

PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism KINEMATICA EN DYNAMICA VAN MECHANISMEN PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism Lien De Dijn en Celine Carbonez 3 e bachelor in de Ingenieurswetenschappen: Werktuigkunde-Elektrotechniek Prof. Dr.

Nadere informatie

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2) Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2) Snelheid en gemiddelde snelheid Met de grootheid snelheid geef je aan welke afstand een voorwerp in een bepaalde tijd aflegt. Over een langere periode is de snelheid

Nadere informatie

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt. Deze examentoets en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Bij het et krijg je in 100 minuten ongeveer 22 vragen Et3 stof vwo6 volgens het PTA: Onderwerpen uit samengevat: Rechtlijnige beweging Kracht

Nadere informatie

Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008

Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008 Fysica: mechanica, golven en thermodynamica Prof. J. Danckaert PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008 OPGEPAST Veel succes! Dit proefexamen bestaat grotendeels uit meerkeuzevragen waarbij je de letter overeenstemmend

Nadere informatie

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg Mkv Dynamica 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg 2 /3 g 5 /6 g 1 /6 g 1 /5 g 2 kg 2. Variant1: Een wagentje met massa m1

Nadere informatie

Vuistregels voor energie-efficiënte robotprogrammatie

Vuistregels voor energie-efficiënte robotprogrammatie Vuistregels voor energie-efficiënte robotprogrammatie Inleiding Energie-efficiëntie is zelden de primaire zorg bij het programmeren van een robot. Hoewel er in onderzoek reeds methodes werden ontwikkeld

Nadere informatie

Een kogel die van een helling afrolt, ondervindt een constante versnelling. Deze versnelling kan berekend worden met de formule:

Een kogel die van een helling afrolt, ondervindt een constante versnelling. Deze versnelling kan berekend worden met de formule: Voorbeeldmeetrapport (eenparig versnelde beweging stopwatch en meetlat) Eenparig versnelde beweging stopwatch en meetlat. Doel van de proef Een kogel die van een helling afrolt, voert een eenparig versnelde

Nadere informatie

BIOFYSICA: Toets I.4. Dynamica: Oplossing

BIOFYSICA: Toets I.4. Dynamica: Oplossing 1 ste jaar Bachelor BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN Academiejaar 006-007 BIOFYSICA: Toets I.4. Dynamica: Oplossing 1 Opgave 1 Een blokje met massa 0, kg heeft onder aan een vlakke helling een snelheid van 7,

Nadere informatie

De stappenmotor 1 Inleiding

De stappenmotor 1 Inleiding De stappenmotor 1 Inleiding Stappenmotoren zijn in het bijzonder geschikt om door een digitale besturing aangestuurd te worden, dat wil zeggen aansturing door middel van digitale signalen, bijvoorbeeld

Nadere informatie

De bisectie methode uitgelegd met een makkelijk voorbeeld

De bisectie methode uitgelegd met een makkelijk voorbeeld De Bisectie methode De bisectie methode uitgelegd met een makkelijk voorbeeld De bisectie methode is een recursieve methode om punten van een functie te gaan afschatten. Hierbij gaat men de functiewaarde

Nadere informatie

jaar: 1990 nummer: 03

jaar: 1990 nummer: 03 jaar: 1990 nummer: 03 Een pijl die horizontaal wordt afgeschoten in het punt P treft een vettikale wand in het punt A. Verdubbelt men de vertreksnelheid van de pijl in het punt P, dan zal de pijl dezelfde

Nadere informatie

Rekenmachine met grafische display voor functies

Rekenmachine met grafische display voor functies Te gebruiken rekenmachine Duur Rekenmachine met grafische display voor functies 100 minuten 1/5 Opgave 1. Een personenauto rijdt met een beginsnelheid v 0=30 m/s en komt terecht op een stuk weg waar olie

Nadere informatie

Informatiebundel ADuC832 Motor interface bord MGM/[dp]

Informatiebundel ADuC832 Motor interface bord MGM/[dp] Het ADuC832 Motor interface bord. Het ADuC832V2.0 motor interface bord heeft als doel: Een DC motor en een stappenmotor, die op het motor interface bord gemonteerd zijn, te kunnen aansturen met een ADuCV2.0/V1.1

Nadere informatie

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten.

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Uitwerkingen 1 Opgave 1 IJzer, nikkel en kobalt. Opgave 2 ermanente magneten zijn blijvend magnetisch. Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Opgave 4 Weekijzer is

Nadere informatie

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten.

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Uitwerkingen 1 Opgave 1 IJzer, nikkel en kobalt. Opgave 2 ermanente magneten zijn blijvend magnetisch. Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Opgave 4 Weekijzer is

Nadere informatie

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen - 31 - Krachten 1. Voorbeelden Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen 2. Definitie Krachten herken je aan hun werking, aan wat ze veranderen of

Nadere informatie

Botsingen. N.G. Schultheiss

Botsingen. N.G. Schultheiss 1 Botsingen N.G. Schultheiss 1 Inleiding In de natuur oefenen voorwerpen krachten op elkaar uit. Dit kan bijvoorbeeld doordat twee voorwerpen met elkaar botsen. We kunnen hier denken aan grote samengestelde

Nadere informatie

Verslag: Case 1 Team: Hyperion

Verslag: Case 1 Team: Hyperion Verslag: Case 1 Team: Hyperion Glenn Sommerfeld Jeroen Vandebroeck Ilias viaene Christophe Vandenhoeck Jelle Smets Tom Wellens Jan Willems Gaetan Rans 1. Zonnepaneel 1.1 Meetwaarden Om de eigenschappen

Nadere informatie

Begripsvragen: Cirkelbeweging

Begripsvragen: Cirkelbeweging Handboek natuurkundedidactiek Hoofdstuk 4: Leerstofdomeinen 4.2 Domeinspecifieke leerstofopbouw 4.2.1 Mechanica Begripsvragen: Cirkelbeweging 1 Meerkeuzevragen 1 [H/V] Een auto neemt een bocht met een

Nadere informatie

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar.

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. Mkv Magnetisme Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. In een punt P op een afstand d/2 van de rechtse geleider is

Nadere informatie

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde Vlaamse Olympiades voor Natuurwetenschappen KU Leuven Departement Chemie Celestijnenlaan 200F bus 2404 3001 Heverlee Tel.: 016-32 74 71 E-mail: [email protected] www.vonw.be Vlaamse Fysica Olympiade 2015-2016

Nadere informatie

Beschrijving 2. Plaatsing componenten. 2-polige stelmotor. A = Luchtstroom. 1. Aansluitingen 2. Huis 3. Permanente magneet 4. Anker 5.

Beschrijving 2. Plaatsing componenten. 2-polige stelmotor. A = Luchtstroom. 1. Aansluitingen 2. Huis 3. Permanente magneet 4. Anker 5. Beschrijving 3 4 5 Plaatsing componenten. ansluitingen. Huis 3. Permanente magneet 4. nker 5. Klep = Luchtstroom -polige stelmotor Universele informatie Sensoren en stelelementen 6 V 8 4 8 6 4 = Uit; =

Nadere informatie

Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste editie 2014-2015 Eerste ronde

Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste editie 2014-2015 Eerste ronde Vlaamse Olympiades voor Natuurwetenschappen KU Leuven Departement Chemie Celestijnenlaan 200F bus 2404 3001 Heverlee Tel.: 016-32 74 71 E-mail: [email protected] www.vonw.be Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste

Nadere informatie

Samenvatting snelheden en 6.1 6.3

Samenvatting snelheden en 6.1 6.3 Samenvatting snelheden en 6.1 6.3 Boekje snelheden en bewegen Een beweging kan je op verschillende manieren vastleggen: Fotograferen met tussenpozen, elke foto is een gedeelte van een beweging Stroboscopische

Nadere informatie

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 8, Bewegen in functies

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 8, Bewegen in functies Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 8, Bewegen in functies Samenvatting door een scholier 1016 woorden 19 januari 2003 5,6 80 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Natuurkunde overal Samenvatting hoofdstuk

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 2. Materiaal & Methode 3. Resultaten 5. Theoretisch Kader 6. Discussie 7. Bronnen 9. Appendix Onderzoeksvraag 2

Inhoud. Inleiding 2. Materiaal & Methode 3. Resultaten 5. Theoretisch Kader 6. Discussie 7. Bronnen 9. Appendix Onderzoeksvraag 2 Bifilaire slinger De invloed van de slingerlengte, de lengte van en afstand tussen de draden op de trillingstijd van een bifilaire slinger. Kiki de Boer, Sitti Romijn, Thomas Markhorst & Lucas Cohen Calandlyceum

Nadere informatie

NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE. Tweede ronde - theorie toets. 21 juni beschikbare tijd : 2 x 2 uur

NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE. Tweede ronde - theorie toets. 21 juni beschikbare tijd : 2 x 2 uur NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE Tweede ronde - theorie toets 21 juni 2000 beschikbare tijd : 2 x 2 uur 52 --- 12 de tweede ronde DEEL I 1. Eugenia. Onlangs is met een telescoop vanaf de Aarde de ongeveer

Nadere informatie

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS APRIL :00 12:45 uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS APRIL :00 12:45 uur TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS 1 24 APRIL 2013 11:00 12:45 uur MECHANICA 1 Blok en veer. (5 punten) Een blok van 3,0 kg glijdt over een wrijvingsloos tafelblad met een snelheid van 8,0 m/s

Nadere informatie

1. Zwaartekracht. Hoe groot is die zwaartekracht nu eigenlijk?

1. Zwaartekracht. Hoe groot is die zwaartekracht nu eigenlijk? 1. Zwaartekracht Als een appel van een boom valt, wat gebeurt er dan eigenlijk? Er is iets dat zorgt dat de appel begint te vallen. De geleerde Newton kwam er in 1684 achter wat dat iets was. Hij kwam

Nadere informatie

Arbeid, vermogen en rendement

Arbeid, vermogen en rendement Arbeid, vermogen en rendement Formules Arbeid Arbeid is een maat van het werk dat geleverd wordt door een krachtbron om een voorwerp te verplaatsen. Als een kracht een verplaatsing tot gevolg heeft dan

Nadere informatie

Voortgangstoets NAT 5 VWO 45 min. Week 49 SUCCES!!!

Voortgangstoets NAT 5 VWO 45 min. Week 49 SUCCES!!! Naam: Voortgangstoets NAT 5 VWO 45 min. Week 49 SUCCES!!! Noteer niet uitsluitend de antwoorden, maar ook je redeneringen (in correct Nederlands) en de formules die je gebruikt hebt! Maak daar waar nodig

Nadere informatie

natuurkunde havo 2018-II

natuurkunde havo 2018-II Heftruck Met een heftruck kunnen zware pakketten worden opgetild en vervoerd. Zie figuur 1. figuur 1 Als een pakket te zwaar is, kantelt de heftruck voorover. Neem aan dat het draaipunt D in de voorste

Nadere informatie

Examen mechanica: oefeningen

Examen mechanica: oefeningen Examen mechanica: oefeningen 22 februari 2013 1 Behoudswetten 1. Een wielrenner met een massa van 80 kg (inclusief de fiets) kan een helling van 4.0 afbollen aan een constante snelheid van 6.0 km/u. Door

Nadere informatie

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt. Deze examentoets en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Bij het et krijg je in 100 minuten ongeveer 22 vragen Et3 stof vwo6 volgens het PTA: Onderwerpen uit samengevat: Rechtlijnige beweging Kracht

Nadere informatie

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden:

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden: Uitwerking examen Natuurkunde1 HAVO 00 (1 e tijdvak) Opgave 1 Itaipu 1. De verbruikte elektrische energie kan worden omgerekend in oules: 17 = 9,3 kwh( = 9,3 3, ) = 3,3 De centrale draait (met de gegevens)

Nadere informatie

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde Vlaamse Olympiades voor Natuurwetenschappen KU Leuven Departement Chemie Celestijnenlaan 00F bus 404 300 Heverlee Tel.: 06-3 74 7 E-mail: [email protected] www.vonw.be Vlaamse Fysica Olympiade 06-07 Eerste ronde

Nadere informatie

NAAM:... OPLEIDING:... Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAME VA 3 OVEMBER 2009

NAAM:... OPLEIDING:... Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAME VA 3 OVEMBER 2009 NAAM:... OPLEIDING:... Fysica: mechanica, golven en thermodynamica Prof. J. Danckaert PROEFEXAME VA 3 OVEMBER 2009 Bij meerkeuzevragen wordt giscorrectie toegepast: voor elk fout verlies je 0.25 punten.

Nadere informatie

Studenten van de elektronica afdeling van het VTI testen de vorig jaar gebouwde Savonius windturbine uit.

Studenten van de elektronica afdeling van het VTI testen de vorig jaar gebouwde Savonius windturbine uit. Studenten van de elektronica afdeling van het VTI testen de vorig jaar gebouwde Savonius windturbine uit. VTI Aalst: een school van techniek en toegepaste wetenschappen. De Beer Gino, http://users.telenet.be/laboee/

Nadere informatie

Fysica. Een lichtstraal gaat van middenstof A via middenstof B naar middenstof C. De stralengang van de lichtstraal is aangegeven in de figuur.

Fysica. Een lichtstraal gaat van middenstof A via middenstof B naar middenstof C. De stralengang van de lichtstraal is aangegeven in de figuur. Vraag 1 Een lichtstraal gaat van middenstof A via middenstof B naar middenstof C. De stralengang van de lichtstraal is aangegeven in de figuur. A n A B n B C n C Dan geldt voor de brekingsindices n A,

Nadere informatie

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs 21062011

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs 21062011 Het maken van een verslag voor natuurkunde, vwo versie Deze tekst vind je op www.agtijmensen.nl: Een voorbeeld van een verslag Daar vind je ook een po of pws verslag dat wat uitgebreider is. Gebruik volledige

Nadere informatie

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude Trillingen en geluid wiskundig 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude 1 De sinus van een hoek Eenheidscirkel In de figuur hiernaast

Nadere informatie

Q l = 23ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 23ste Vlaamse Fysica Olympiade 1

Q l = 23ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 23ste Vlaamse Fysica Olympiade 1 Eerste ronde - 3ste Vlaamse Fysica Olympiade 3ste Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde. De eerste ronde van deze Vlaamse Fysica Olympiade bestaat uit 5 vragen met vier mogelijke antwoorden. Er is telkens

Nadere informatie

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni 2013. TIJD: 10.10 11.50 uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni 2013. TIJD: 10.10 11.50 uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni 2013 TIJD: 10.10 11.50 uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4 Toegestane hulpmiddelen: Binas + (gr) rekenmachine Bijlagen: 2 blz Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Nadere informatie

jaar: 1989 nummer: 25

jaar: 1989 nummer: 25 jaar: 1989 nummer: 25 Op een hoogte h 1 = 3 m heeft een verticaal vallend voorwerp, met een massa m = 0,200 kg, een snelheid v = 12 m/s. Dit voorwerp botst op een horizontale vloer en bereikt daarna een

Nadere informatie

Kracht en beweging (Mechanics Baseline Test)

Kracht en beweging (Mechanics Baseline Test) Kracht en beweging (Mechanics Baseline Test) Gegevens voor vragen 1, 2 en 3 De figuur stelt een stroboscoopfoto voor. Daarin is de beweging te zien van een voorwerp over een horizontaal oppervlak. Het

Nadere informatie

Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA)

Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA) Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA) Theorie In werkblad 1 heb je geleerd dat krachten een snelheid willen veranderen. Je kunt het ook omdraaien, als er geen kracht werkt, dan verandert

Nadere informatie

Onderzoek van de vrije valbeweging

Onderzoek van de vrije valbeweging Onderzoek van de vrije valbeweging 1. Doel Hierbij gaan we gaan kijken naar de eenparige rechtijnige beweging waarvan g de versnelling van de zwaartekracht is De oorzaak dat het balletje naar beneden valt

Nadere informatie

Relativiteitstheorie met de computer

Relativiteitstheorie met de computer Relativiteitstheorie met de computer Jan Mooij Mendelcollege Haarlem Met een serie eenvoudige grafiekjes wordt de (speciale) relativiteitstheorie verduidelijkt. In vijf stappen naar de tweelingparadox!

Nadere informatie

zwaartekracht (N of kn) Dus moeten we Fz bepalen dat kan alleen als we de massa weten. Want

zwaartekracht (N of kn) Dus moeten we Fz bepalen dat kan alleen als we de massa weten. Want Sterkteberekening Dissel berekenen op afschuiving. Uitleg over de methode Om de dissel te berekenen op afschuiving moet men weten welke kracht de trekker kan uitoefenen op de bloemkoolmachine. Daarvoor

Nadere informatie

SYNCHRONE MOTOREN I. Claesen / R. Slechten

SYNCHRONE MOTOREN I. Claesen / R. Slechten ELEKTRICITEIT THEORIE SYNCHRONE MOTOREN I. Claesen / R. Slechten versie:30/05/2005 1 SYNCHRONE MOTOREN...2 1.1 Bepaling...2 1.2 Samenstelling...2 1.3 Werkingsprincipe...2 1.4 Werkingsprincipe synchrone

Nadere informatie

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1979 Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Dit examen bestaat uit 4 opgaven ft Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van

Nadere informatie

1 Overzicht theorievragen

1 Overzicht theorievragen 1 Overzicht theorievragen 1. Wat is een retrograde beweging? Vergelijk de wijze waarop Ptolemaeus deze verklaarde met de manier waarop Copernicus deze verklaarde. 2. Formuleer de drie wetten van planeetbeweging

Nadere informatie

Vermogen snelheid van de NXT

Vermogen snelheid van de NXT Vermogen snelheid van de NXT Inleiding In deze meting gaan we op zoek naar een duidelijk verband tussen de vermogens die je kunt instellen op de LEGO NXT en de snelheid van het standaardwagentje uit het

Nadere informatie

Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1

Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1 Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1 5 november 2015 Patrick Baesjou Vraag 1 [17]: a. Voor de veerconstante moeten we de hoekfrequentie ω weten. Die wordt gegeven door: ω = 2π f ( = 62.8 s 1 ) Vervolgens

Nadere informatie

Krachten (4VWO) www.betales.nl

Krachten (4VWO) www.betales.nl www.betales.nl Grootheden Scalairen Vectoren - Grootte - Eenheid - Grootte - Eenheid - Richting Bv: m = 987 kg x = 10m (x = plaats) V = 3L Bv: F = 17N s = Δx (verplaatsing) v = 2km/h Krachten optellen

Nadere informatie

STEM met micro:bit. Bewegingen in grafiek

STEM met micro:bit. Bewegingen in grafiek STEM met micro:bit Bewegingen in grafiek Deze presentatie vind je terug op http://inigem.ugent.be/microbit.html Overzicht Maak kennis met de micro:bit De versnellingsmeter en de zwaartekracht Een waterpas

Nadere informatie

Voortgangstoets NAT 4 HAVO week 11 SUCCES!!!

Voortgangstoets NAT 4 HAVO week 11 SUCCES!!! Naam: Voortgangstoets NAT 4 HAVO week 11 SUCCES!!! Noteer niet uitsluitend de antwoorden, maar ook je redeneringen (in correct Nederlands) en de formules die je gebruikt hebt! Maak daar waar nodig een

Nadere informatie

Trillingen en geluid wiskundig

Trillingen en geluid wiskundig Trillingen en geluid wiskundig 1 De sinus van een hoek 2 Radialen 3 Uitwijking van een harmonische trilling 4 Macht en logaritme 5 Geluidsniveau en amplitude 1 De sinus van een hoek Sinus van een hoek

Nadere informatie

CURSUS ATELIERONDERSTEUNING WISKUNDE/WETENSCHAPPEN 5 INHOUD

CURSUS ATELIERONDERSTEUNING WISKUNDE/WETENSCHAPPEN 5 INHOUD CURSUS ATELIERONDERSTEUNING WISKUNDE/WETENSCHAPPEN 5 ARCHITECTURALE EN BINNENHUISKUNST 25 lesuren, 2009-2010 Bart Wuytens INHOUD DEEL 1: HOEKEN EN AFSTANDEN Hoofdstuk 1: hoeken en afstanden in rechthoekige

Nadere informatie

Uitwerkingen 1. ω = Opgave 1 a.

Uitwerkingen 1. ω = Opgave 1 a. Uitwerkingen Opgave π omtrek diameter Eén radiaal is de hoek, gemeten vanuit het middelpunt van een cirkel, waarbij de lengte van de boog gelijk is aan de straal. c. s ϕ r d. ϕ ω t Opgave π (dus ongeveer

Nadere informatie

TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30

TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30 TENTAMEN DYNAMICA (14030) 9 januari 010, 9:00-1:30 Verzoek: begin de beantwoording van een nieuwe vraag op een nieuwe pagina. En schrijf duidelijk: alleen leesbaar en verzorgd werk kan worden nagekeken.

Nadere informatie

De Permanent Magneet Motor: Thierry Dejaegere. Thinnov Lomolenstraat 2 9880 Aalter Lotenhulle België www.thinnov.be

De Permanent Magneet Motor: Thierry Dejaegere. Thinnov Lomolenstraat 2 9880 Aalter Lotenhulle België www.thinnov.be De Permanent Magneet Motor: door: Thierry Dejaegere Thinnov Lomolenstraat 2 9880 Aalter Lotenhulle België www.thinnov.be I. Voorwoord De zoektocht naar alternatieve energiebronnen is reeds lange tijd aan

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven. " '"of) r.. I r. ',' t, J I i I.

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven.  'of) r.. I r. ',' t, J I i I. .o. EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWJS N 1979 ' Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE.,, Dit examen bestaat uit 4 opgaven ',", "t, ', ' " '"of) r.. r ',' t, J i.'" 'f 1 '.., o. 1 i Deze

Nadere informatie

Samenvatting NaSk 1 Natuurkrachten

Samenvatting NaSk 1 Natuurkrachten Samenvatting NaSk 1 Natuurkrachten Samenvatting door F. 1363 woorden 30 januari 2016 4,1 5 keer beoordeeld Vak NaSk 1 Krachten Op een voorwerp kunnen krachten werken: Het voorwerp kan een snelheid krijgen

Nadere informatie

Oplossing examenoefening 2 :

Oplossing examenoefening 2 : Oplossing examenoefening 2 : Opgave (a) : Een geleidende draad is 50 cm lang en heeft een doorsnede van 1 cm 2. De weerstand van de draad bedraagt 2.5 mω. Wat is de geleidbaarheid van het materiaal waaruit

Nadere informatie

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2013 theorietoets deel 1

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2013 theorietoets deel 1 Eindronde Natuurkunde Olympiade 2013 theorietoets deel 1 Opgave 1 Helikopter (3p) Een helikopter A kan in de lucht stilhangen als het geleverde vermogen door de motor P is. Een tweede helikopter B is een

Nadere informatie

krukas of as) waar de kracht de machine ingaat.

krukas of as) waar de kracht de machine ingaat. We hebben geprobeerd om de woordenlijst zo begrijpelijk mogelijk te maken zonder ingewikkelde vergelijkingen en lange verklaringen. Voor een gedetailleerder beeld van ingewikkelde begrippen als Kracht,

Nadere informatie

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting Newton - HAVO Elektromagnetisme Samenvatting Het magnetisch veld Een permanente magneet is een magneet waarvan de magnetische werking niet verandert Een draaibare kompasnaald draait met zijn noordpool

Nadere informatie

Opgave 1 Waterstofkernen

Opgave 1 Waterstofkernen Natuurkunde Havo 1984-1 Opgave 1 Waterstofkernen A. We beschouwen kernen van de waterstofisotoop 2 H. Deze kernen worden deuteronen genoemd. We versnellen deuteronen met behulp van een elektrisch veld.

Nadere informatie

5,7. Samenvatting door L woorden 14 januari keer beoordeeld. Natuurkunde

5,7. Samenvatting door L woorden 14 januari keer beoordeeld. Natuurkunde Samenvatting door L. 2352 woorden 14 januari 2012 5,7 16 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Natuurkunde hst 4 krachten 1 verrichten van krachten Als je fietst verbruik je energie, die vul je weer aan door

Nadere informatie

INLEIDING. KINEMATICA: bewegingsleer MECHANICA. DYNAMICA: krachtenleer

INLEIDING. KINEMATICA: bewegingsleer MECHANICA. DYNAMICA: krachtenleer MECHANICA INLEIDING INLEIDING MECHANICA KINEMATICA: bewegingsleer DYNAMICA: krachtenleer KINEMATICA RUST EN BEWEGING rust of beweging? RUST EN BEWEGING RUST EN BEWEGING RUST EN BEWEGING RUST EN BEWEGING

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Arbeid en energie

Hoofdstuk 4: Arbeid en energie Hoofdstuk 4: Arbeid en energie 4.1 Energiebronnen Arbeid: W =............. Energie:............................................................................... Potentiële energie: E p =.............

Nadere informatie

Testen en metingen op windenergie.

Testen en metingen op windenergie. Testen en metingen op windenergie. Inleiding Als we rond groene energie begonnen te denken, dan kwam windenergie als een van de meest vanzelfsprekende vormen van groene energie naar boven. De wind heeft

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kinematica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kinematica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Kinematica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

RBEID 16/5/2011. Een rond voorwerp met een massa van 3,5 kg hangt stil aan twee touwtjes (zie bijlage figuur 2).

RBEID 16/5/2011. Een rond voorwerp met een massa van 3,5 kg hangt stil aan twee touwtjes (zie bijlage figuur 2). HOOFDSTUK OOFDSTUK 4: K NATUURKUNDE KLAS 4 4: KRACHT EN ARBEID RBEID 16/5/2011 Totaal te behalen: 33 punten. Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Opgave 0: Bereken op je rekenmachine

Nadere informatie

Pretpark als laboratorium. Opdrachtenboekje secundair onderwijs

Pretpark als laboratorium. Opdrachtenboekje secundair onderwijs Pretpark als laboratorium Opdrachtenboekje secundair onderwijs Fysica in het pretpark: Opdrachten in Bobbejaanland - secundair onderwijs De oplossingen van de opdrachten zijn op uw vraag verkrijgbaar

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. methode 1 Omdat de luchtweerstand verwaarloosd wordt, geldt: v( t) = gt. ( ) ( ) 2

Vraag Antwoord Scores. methode 1 Omdat de luchtweerstand verwaarloosd wordt, geldt: v( t) = gt. ( ) ( ) 2 natuurkunde vwo 05-II Opgave Indoor Skydive maximumscore 3 uitkomst: h =,7 0 m voorbeelden van een berekening: methode Omdat de luchtweerstand verwaarloosd wordt, geldt: v( t) = gt. Invullen levert: 40

Nadere informatie