NOTA M O B I L I T E I T
|
|
|
- Erika Dijkstra
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NOTA M O B I L I T E I T Stg. Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs Venray en regio september 2006/aangepast 26 april 2011 Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
2 Binnen een onderwijsorganisatie is de mens het belangrijkste kapitaal. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
3 INHOUDSOPGAVE: Onderwerp pagina Inleiding 4 Mobiliteit; definiëring en begripsafbakening 5 Deel A: vrijwillige mobiliteit 8 Hoofdstuk 1: Mobiliteit binnen SPOVenray; aanleiding en doelstellingen 8 Hoofdstuk 2: Randvoorwaarden binnen SPOVenray 10 Hoofdstuk 3: Mobiliteitsmaatregelen 11 Hoofdstuk 4: Regelingen in het kader van het stimuleren van 14 personeelsmobiliteit binnen SPOVenray Deel B: gedwongen mobiliteit/overplaatsing 17 Hoofdstuk 1: CAO-bepalingen 17 Hoofdstuk 2: Doelen, voorwaarden en procedures 20 Bijlagen: 25 -dataformulier mobiliteitsverzoek -acties en tijdpad bij gedwongen mobiliteit bij formatietekort -tijdsplanning Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
4 Inleiding. In de afgelopen jaren is er veel veranderd op personeelsgebied in het onderwijs. In toenemende mate blijkt de waarde van mobiliteit inzake het vitaal houden van onze medewerkers. Praktijkervaringen binnen SPOVenray bevestigen dit. Dit betekent dat de doelstelling van mobiliteitsbeleid veranderd is. Was mobiliteitsbeleid vroeger een instrument voor krimpsituaties en conflictsituaties, nu gaat het er om dat door het gericht inzetten van mobiliteitsinstrumenten de vitaliteit bevorderd wordt, zodat personeelsleden meer en langer plezier in hun werk houden. SPOVenray vindt het belangrijk om een aantrekkelijke werkgever te zijn die tegemoet kan komen aan individuele loopbaanwensen. We vinden het van belang onze medewerkers te boeien en te binden aan de organisatie. Om kwalitatief goed personeel binnen te halen en vooral binnen te houden is het voor werkgevers in het onderwijs pure noodzaak leerkrachten mogelijkheden te bieden voor loopbaanontwikkeling. Schooloverstijgende mobiliteit biedt deze mogelijkheden. Wanneer een organisatie erin slaagt specifieke kwaliteiten van medewerkers daar in te zetten waar die op dat moment het meest nodig zijn, mag ervan uitgegaan worden dat dit de kwaliteit van de gehele organisatie op een hoger peil brengt. In het kader van Integraal Personeelsbeleid (IPB) willen we opnieuw stimuleren om de mobiliteit van het onderwijsgevend personeel te bevorderen, om hiermee de vitaliteit in het beroep te behouden. Het vergroten van de mogelijkheden tot vrijwillige mobiliteit en het scheppen van kaders waarin dit kan plaatsvinden moet hierbij helpen. We beseffen hierbij dat veranderen het loslaten van zekerheden is. Dit geldt zowel voor de medewerker die van werkplek gaat veranderen als voor de school die een leerkracht ziet vertrekken en de school die een leerkracht ontvangt. Mogelijkheid tot scholing, coaching en begeleiding moeten waar nodig worden ingezet om de eventueel aanwezige onzekerheid te helpen wegnemen. Kortom door mobiliteitsbeleid zal SPOVenray een aantrekkelijker werkgever moeten worden, waarbij we er naar streven de slogan de juiste man/vrouw op de juiste plaats in praktijk te brengen. Mobiliteit in de zin van vrijwillige mobiliteit zal altijd het beste bijdragen aan het behalen voor de hierboven beschreven bedoelingen. Soms echter zal er geen sprake kunnen zijn van vrijwillige mobiliteit, maar zal er sprake zijn van gedwongen mobiliteit of overplaatsing. Dit kàn het geval zijn in de situatie dat er bij een school sprake is van een dreigend formatie-overschot. Van gedwongen overplaatsing zàl echter sprake moeten zijn bij conflictsituaties, disfunctioneren en op advies van de bedrijfsarts. Na een algemeen gedeelte, wordt in deze nota in deel A uitgebreid de vrijwillige mobiliteit beschreven en vervolgens in deel B de gedwongen mobiliteit dan wel overplaatsing. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
5 Mobiliteit, definiëring en begripsafbakening. In Leraren in beweging, Bal en Van Gils 1997, wordt het begrip mobiliteit als volgt gedefinieerd. Mobiliteit is het vermogen van medewerkers om zich mentaal, functioneel en geografisch te willen verplaatsen ten behoeve van zichzelf en ten behoeve van de organisatie. Er zijn inmiddels heel wat maatregelen bedacht om mensen in beweging te zetten en te houden. Deze mobiliteitsbevorderende maatregelen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Daarbij onderscheiden we de volgende gezichtspunten. Intern extern. Met interne mobiliteit, naar plaats, wordt in het onderwijs bedoeld, het uitvoeren van dezelfde werkzaamheden op een andere werkplek (school), Hier is ook nog een onderscheid te maken tussen mobiliteit binnen de school en mobiliteit tussen scholen. Een vorm van interne mobiliteit binnen school: het wisselen van groep. Een leerkracht die enkele jaren les heeft gegeven aan een bepaald leerjaar gaat op een bepaald moment lesgeven aan een ander leerjaar (schoolgebonden mobiliteit). Van mobiliteit tussen scholen is sprake wanneer een leerkracht overstapt van school A naar school B. In deze nota gaat het om interne mobiliteit: mobiliteit op stichtingsniveau (SPOVenray en regio). Externe mobiliteit is de uitstroom van werknemers naar een andere stichting van onderwijs, mogelijk via detachering. Functie taak. Er is sprake van functiemobiliteit wanneer een leerkracht wordt benoemd in een andere functie. In dit verband worden ook wel de termen verticale en horizontale mobiliteit gebruikt. Met verticale mobiliteit wordt het veranderen van functieniveau bedoeld. Omdat de onderwijs CAO / RPBO tot voor kort slechts de functies: directeur, adjunct-directeur en groepsleraar kende, is er binnen het primair onderwijs weinig sprake van verticale mobiliteit. Toch is er een ontwikkeling gaande waardoor er een variant op verticale mobiliteit gaat ontstaan. Zo worden een intern begeleider, een bouwcoördinator ook wel middenmanagement genoemd. Zij hebben vaak nog geen functie in de zin van het rechtspositiebesluit/cao maar hebben wel een takenpakket dat duidelijk afwijkt van dat van de groepsleraar. Wanneer een groepsleraar binnen de eigen school of een andere school intern begeleider of bouwcoördinator wordt, zou je kunnen spreken van een vorm van verticale mobiliteit op taakniveau. Horizontale mobiliteit is de verandering binnen taken, hetzij een andere groep, hetzij andere taken. Schematisch kunnen de gezichtpunten / dimensies als volgt worden weergegeven: Plaats Intern Extern Inhoud Binnen school Binnen bestuur Binnen sector Buiten sector Dezelfde taken / dezelfde functie Gedeeltelijk andere taken Andere taken/ andere functie Uit: Bal en Van Gils: Leraren in beweging, Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
6 Er zijn drie belangrijke vormen van personele mobiliteit uit de bovenstaande figuur te herleiden: - verandering van functie of taak, vooral verticale mobiliteit - verandering van organisatie/ school maar met eenzelfde of vergelijkbare functie, vooral horizontale mobiliteit - mobiliteit naar buiten de sector. Misschien overbodig om op te merken, maar toch het volgende. Er wordt geen waardering gegeven aan een bepaald type mobiliteit. Het is ook niet zo dat meer mobiliteit automatisch beter is. Alles is afhankelijk van de omstandigheden. In sommige gevallen is het verstandig om pas op de plaats te maken en rust in de organisatie te houden door mobiliteit af te remmen, in andere gevallen kan het goed zijn als een vrij groot deel van het personeelsbestand van plek verandert of naar een andere organisatie vertrekt. Omdat de mobiliteit in het onderwijs vrij laag is, zal het in het algemeen zo zijn dat een stimulans op zijn plaats is. Noodzakelijk en vrijwillig. Verplichte mobiliteit vindt bijvoorbeeld plaats als een werknemer moet vertrekken doordat op de school waar hij/ zij werkt sprake is van een terugloop in formatie als gevolg van een dalend leerlingenaantal. Bij vrijwillige mobiliteit kiest een personeelslid zelf voor het veranderen van baan of werkplek. Een specifieke vorm van verplichte mobiliteit is die op basis van sociale of medische indicatie. Van een sociale indicatie is bijvoorbeeld sprake als iemand slecht functioneert door problemen met collega s. In geval van een medische indicatie is iemand meestal arbeidsongeschikt voor zijn huidige functie, maar nog wel in staat om ander werk te doen. Preventief curatief. Curatieve mobiliteit wordt ingezet op het moment dat er een concreet probleem opgelost moet worden: dit is dan vaak verplichte (gedwongen) mobiliteit. Preventieve mobiliteit is bedoeld om curatieve (gedwongen) mobiliteit uiteindelijk zoveel mogelijk te voorkomen en is vooral gebaseerd op het bevorderen van vrijwillige mobiliteit. Mobiliteit is verandering, een ogenschijnlijke aantasting van zekerheden en dat roept (soms) weerstanden op. Leidinggevenden willen goede medewerkers niet graag laten gaan; medewerkers kiezen voor behoud van het bekende en collega s zien hun steun en toeverlaat niet graag vertrekken. Een directeur kan de voordelen van mobiliteit inzien maar ook bang zijn om zijn beste leraren kwijt te raken. Een leerkracht kan mobiliteit zien als een negatieve zaak: je zoekt alleen een andere baan als je ontevreden bent over je huidige baan. Vanuit de organisatie is het belangrijk om niet reactief maar pro-actief om te gaan met de wisselende behoefte aan personeel. De scholen vragen tegenwoordig niet alleen om grotere zelfstandigheid en activiteit, maar ook om grotere flexibiliteit. Alleen door flexibilisering van de inzet van onderwijsgevenden zal op nieuwe ontwikkelingen kunnen worden ingespeeld. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
7 Een mobiliteitsbeleid is niet iets dat door het management of bestuur bedacht wordt en opgelegd aan het personeel. Als een organisatie daadwerkelijk een mobiliteitsbeleid wil voeren, dan zal dit door de organisatie gedragen moeten worden en dat gaat niet vanzelf. Dit betekent dat bij de vormgeving van mobiliteitsbeleid de voordelen voor zowel de organisatie als voor het individu helder moeten zijn. Met andere woorden: zowel de organisatie als het individu moeten mobiliteit als een kans beschouwen in het kader van de eigen professionele ontwikkeling. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
8 Deel A: vrijwillige mobiliteit Hoofdstuk 1: Mobiliteit binnen SPOVenray en regio, aanleiding en doelstellingen. Mobiliteit is geen op zichzelf staand doel, Het is een instrument binnen personeelsbeleid en het zal een bijdrage moeten leveren aan het verhogen van de kwaliteit van onderwijs. Sturen aan de kwaliteit van het onderwijs is sturen aan mensen die daar werkzaam zijn. Sturen betekent in dit geval: Mensen stimuleren om zich (verder) te ontwikkelen Mensen uitdagen om regelmatig stil te staan bij hun wensen en ambities Mensen aanspreken op hun kwaliteiten en hen de mogelijkheden bieden om hun kwaliteiten maximaal in te zetten binnen hun werk. De situatie binnen de SPOVenray en regio kan als volgt worden getypeerd. Er zijn 21 scholen, 13 in Venray en 8 in de kerkdorpen. Deze scholen zijn in de aflopen jaren (meer of minder intensief) bezig geweest met profilering. Dit betekent dat zij een duidelijk(er) gezicht hebben en van daaruit redelijk goed moeten kunnen aangeven welke specifieke kwaliteiten een leerkracht op hun school zou moeten hebben. Er zijn grote, middelgrote en kleine scholen. Er is sprake van parallelgroepen op enkele scholen. Hier en daar wordt dit gebruikt om nieuwe leerkrachten (jong, herintredend, of nieuw binnen een taak) op te leiden. De opleiding is niet systematisch georganiseerd. Twee scholen hebben zich bekwaamd in het begeleiden van stagiaires en (beginnende) leerkrachten middels het project Opleiden in school. De cultuur binnen veel scholen wordt gekenmerkt door een gehecht zijn aan bestaande relaties tussen leerkrachten. Bovendien is het zo dat het beeld dat men heeft van andere scholen binnen de stichting lang niet altijd gebaseerd is op feiten. Er is een wervings- en benoemingsbeleid dat erin voorziet dat vacatures op een school van de stichting eerst intern worden aangeboden. Meestal gebeurt dit in algemene zin, soms wordt ook al aangesloten bij mobiliteitswensen. Via een formulier wordt geïnventariseerd of mensen mobiel zijn of niet en zo ja in welke richting. Op dit moment gebeurt dit overigens alleen op initiatief van de leerkracht die vrijwillige mobiliteit aanvraagt. Op alle scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Mobiliteit krijgt hierbinnen steeds meer aandacht. Mobiliteit wordt op dit moment noch door directeuren noch door andere personeelsleden als vanzelfsprekend ervaren. Het wordt steeds moeilijker om vacatures in de bovenbouw goed in te vullen, zeker als het gaat om vervangingen. Dit geldt niet voor elke school in gelijke mate. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
9 Het doel van mobiliteitsbeleid is, op termijn, te komen tot een concreet mobiliteitsplan dat het mogelijk maakt optimaal te profiteren van de voordelen die bovenschoolse mobiliteit kan opleveren en de organisatie tegelijkertijd zo min mogelijk confronteert met de problemen die eruit kunnen voortvloeien. Een plan dat het mogelijk maakt specifieke kwaliteiten van mensen te benutten op plaatsen waar die kwaliteiten op dat moment nodig zijn. Een plan dat ertoe leidt dat mobiliteit zowel door werknemers als werkgever als kwaliteitsverbeterend middel wordt gezien. Een plan dat integraal deel uit maakt van het personeelsbeleidsplan van de stichting. Binnen het mobiliteitsbeleid van de SPOVenray en regio gaat het in eerste instantie om het bevorderen van vrijwillige, interne maar wel bovenschoolse mobiliteit. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
10 Hoofdstuk 2: Randvoorwaarden binnen SPOVenray en regio. Vanuit literatuur over mobiliteitsbeleid komen de volgende randvoorwaarden (om mobiliteit mogelijk te maken) in algemene zin naar voren. Inzicht in benodigd personeel over een bepaalde periode via het meerjaren formatiebeleidsplan. Inzicht in kwantiteit en kwaliteit van het huidige personeel via Integraal Personeelsbeleid Inzicht in wensen en inzetbaarheid van huidig personeel Inzicht in soorten mobiliteit Inzicht in rechtpositionele regelgeving Inzicht in beschikbare mobiliteitsinstrumenten Inzicht in organisatorische en financiële mogelijkheden Mobiliteit moet door alle personeelsleden als iets vanzelfsprekends worden ervaren. De feitelijke situatie binnen SPOVenray en regio rechtvaardigt over deze randvoorwaarden de volgende opmerkingen. Inzicht in benodigd personeel over een bepaalde periode is er slechts op korte termijn, ongeveer een schooljaar. Dit betekent dat het beleid eerder reactief is dan pro-actief. Via de formatieplannen op school- en bovenschools niveau is de omvang van het huidige personeel bekend. De kwaliteiten van personeelsleden zijn voor een belangrijk deel (informeel) bekend op schoolniveau. Van een systematische registratie is nauwelijks sprake. In functioneringsgesprekken en popgesprekken komt het wel nadrukkelijker aan de orde. De vorming van bekwaamheidsdossiers in het kader van de Wet BIO (Beroepen in het onderwijs) zal een sterke impuls geven aan het systematisch registreren van de professionaliseringsactiviteiten van de medewerkers. Als het gaat om inzicht in wensen en inzetbaarheid van het personeel dan wordt binnen de stichting geen gebruik gemaakt van een registratieformulier. Er is geen systematische koppeling tussen vraag en aanbod. Via een aantal studiedagen op directieniveau en een informatiemiddag voor het personeel moet aandacht besteed worden aan kennisoverdracht op het gebied van mobiliteit. Deze bijeenkomsteen zullen een aantal bouwstenen opleveren om verdergaand beleid op SPOVenray en regio-niveau nader vorm te geven. Tijdens de studiedagen voor directies zal aandacht besteed worden aan attitudeverandering, immers als directieleden mobiliteit niet als wenselijk en vanzelfsprekend beschouwen dan is het moeilijk om dit van de grond te krijgen. Het opzetten van de mobiliteitsbril is nog geen automatisme. De komende periode moet hier op stichtingsniveau aandacht voor blijven. Samenvattend kan gezegd worden, dat er een begin is gemaakt. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
11 Hoofdstuk 3: Mobiliteitsmaatregelen. Algemeen. Het mobiliteitsdenken en het wij-gevoel moet binnen de SPOVenray organisatie verder ontwikkeld worden. De negatieve beeldvorming welke bij menig medewerker rond het veranderen van werkplek nog heerst zal geleidelijk plaats moeten gaan maken voor een positieve beeldvorming: mobiliteit biedt nieuwe kansen en uitdagingen, mobiliteit stimuleert en motiveert mensen. Maatregelen en afspraken ter bevordering van mobiliteit. De directeur zet mobiliteit binnen de organisatie tenminste 2x per jaar op de agenda. Dit geschiedt in elk geval 1x in de maanden november of december. Betrokkenen: 1. directeuren 2. teamleden In de functioneringsgesprekken wordt altijd tijd besteed aan mobiliteit, wensen en ambities voor de toekomst. Betrokkenen: 1. directeuren (afname) 2. teamleden 3. directeurenoverleg (bespreken trendverslagen) 4. algemeen directeur (afname functioneringsgesprekken met de directeuren) Op de website van SPOVenray wordt expliciet aandacht besteed aan het thema mobiliteit door interviews en good-practice voorbeelden van scholen en personen. Mensen krijgen hierdoor een beter beeld van elkaars scholen. Betrokkenen: 1. alle personeelsleden van de stichting 2. redactie SPOV-bulletin Bijstellen van de interne sollicitatieprocedure en de toepassing ervan. In de regeling wordt opgenomen dat bij vacatureruimte die extern moet worden ingevuld de mobiliteitskandidaat wordt benoemd, tenzij van betrokkene kan worden aangetoond dat hij/zij niet geschikt moet worden geacht voor de functie waarin hij/zij benoemd gaat worden. ** zie Noot N.B.: Deze regeling geldt niet voor de interne mobiliteit door directeuren. Conform de nota Werving en Benoeming zal in deze gevallen de sollicitatieprocedure worden gevolgd. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
12 Betrokkenen: 1. directeuren (gesprekken met interne kandidaat) 2. teamleden (kennismakingsgesprek/introductiegesprek met interne kandidaat) 3. algemeen directeur/staflid personele zaken (interne kandidaat werd niet geschikt geacht voor de beschikbare functie)* *Nadat de directeur van de betreffende school is gehoord, beslist de algemeen directeur over het wel of niet benoemen van de interne kandidaat in de functie. **Noot. Het opnemen van deze maatregel in de nota en het aanpassen van de sollicitatieprocedure als gevolg hiervan, lijkt ons een sterk bevorderende maatregel voor de mobiliteit binnen de organisatie. -collega s behoeven niet te solliciteren; er is wel sprake van een afstemmingsgesprek -het neemt een barrière weg -we zijn als SPOV uitnodigend naar zittend personeel om te mobiliseren -we stralen vertrouwen uit in de kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden van de eigen medewerkers -we komen los van de gedachte dat een externe kandidaat meer kwaliteiten heeft dan iemand uit de eigen organisatie Mobiliteit wordt als een van de instrumenten bij het Integraal Personeelsbeleid (IPB) gehanteerd. De mogelijkheid wordt onderzocht om het kweekvijverproject (in eerste instantie voor het management) in samenwerking met andere besturen uit te voeren. In kweekvijvers zitten mensen die na aanmelding gescreend worden op hun mogelijkheden om op termijn deel uit te maken van andere functieniveaus. Door begeleiding, scholing en het opdoen van ervaring wordt hier gericht aan gewerkt. De mensen verlaten hun functie niet, tenzij ze zelf iets anders vinden of hen iets anders wordt aangeboden. Betrokkenen: 1. Algemeen directeur 2. Personeelsleden 3. RBN ( Regionaal Brabants Netwerk) en Regionale Convenantgroep Peel en Maas. 4. Externe ondersteuning. Gebruikmaken van de mogelijkheden om binnen de stichting te gaan werken met interim-functievervulling en detachering van de ene school naar de andere. Dit zou een mogelijkheid zijn om expertise zoals die door een bepaald personeelslid of door een bepaalde school is opgebouwd elders in te zetten, iets van de grond te tillen en /of om deskundigheid te vergroten. Betrokkenen: 1. directeuren 2. teamleden 3. algemeen directeur Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
13 Detachering. Externe detachering heeft al meerdere malen plaatsgevonden en zal worden voortgezet. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
14 Hoofdstuk 4: Regelingen in het kader van het stimuleren van personeelsmobiliteit binnen de SPOVenray en regio. 1. Vrijwillige mobiliteit naar een andere school binnen de stichting bij vacatures. 2. Job-rotation: wisseling van medewerkers tussen twee of meer scholen Ad1. Vrijwillige mobiliteit naar een andere school binnen de stichting A. Doelen: - Het bevorderen van de arbeidsmobiliteit en de arbeidsmotivatie - Het bevorderen van de mogelijkheid om het blikveld binnen het onderwijs c.q. de stichting te verruimen - Kansen creëren voor scholen om te profiteren van leerkrachten die elders binnen de stichting ervaring hebben opgedaan. - Voorkomen van werkloosheid - Voorkomen van ziekte - Streven naar evenwicht van vraag en aanbod van kwaliteiten - Verbetering loopbaanperspectief - Handhaving van kwaliteit in een steeds veranderende omgeving / flexibiliteit - Het maken van een frisse start B. Voorwaarden: - Het bevoegd gezag kan om medewerking verzoeken tot vrijwillige overplaatsing - De aanvrager (personeelslid) heeft een vast dienstverband en is in principe drie jaar aan een school verbonden - Na honorering van een aanvraag kan een volgende aanvraag in principe pas na drie jaar worden ingediend - De aanvrager kan bij het indienen van het verzoek een voorkeur voor een school/ scholen aangeven. Deze voorkeur moet onderbouwd zijn met een motivatie. - De aanvrager kan zijn/ haar voorkeur van een bepaalde bouw aangeven (1/2-3/5-6/8) of een bepaald takenpakket - Een eventuele voorkeur wordt meegenomen bij het eindvoorstel, maar er kunnen geen rechten aan worden ontleend - Bij belangstelling van meerdere teamleden binnen een school voor mobiliteit geldt dat zoveel deelnemers kunnen mobiliseren dat de kwaliteit van de organisatie niet in het geding komt. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
15 C. Procedures: Aanvraag: - Elk personeelslid kan vóór 1 februari van een lopend schooljaar bij het staflid personele zaken een schriftelijk verzoek indienen om in aanmerking te komen voor vrijwillige mobiliteit m.i.v. het nieuwe schooljaar. - Er wordt gebruik gemaakt van het Dataformulier mobiliteitsverzoek. (zie bijlage 1.) Betrokkene kan bij diens verzoek een motivatie vermelden, maar is niet verplicht dit te doen. Op verzoek kan de aanvraag mondeling worden toegelicht. De schoolleider van de huidige school ontvangt een afschrift van het verzoek, tenzij betrokkene heeft aangegeven hiertegen voorlopig bezwaar te hebben. Bekrachtiging van de aanvraag door bevoegd gezag: - In principe wordt elke aanvraag voor mobiliteit in behandeling genomen en zo mogelijk gehonoreerd. Indien er bij de directeur dan wel bij het bovenschools management zwaarwegende redenen zijn om (vooralsnog) geen gevolg te geven aan het verzoek tot mobiliseren, wordt dit aan betrokkene medegedeeld. Na de aanvraag: - Het bovenschools management informeert de directeuren over de ingediende aanvragen middels een (anonieme) overzichtslijst. - De ontvangende schoolleider en de aanvrager gaan op eigen initiatief na de aangegeven mogelijkheid van plaatsing een gesprek aan. - Mocht de ontvangende schoolleider bezwaar hebben tegen de voorgenomen plaatsing dan komt daar een schriftelijke motivatie van naar het bovenschools management - De leerkracht wordt mondeling geïnformeerd door de betrokken schoolleider dan wel het staflid personele zaken - Het staflid personele zaken legt uiteindelijk een overzicht neer van vrijwillige mobiliteit met ingang van het nieuwe schooljaar binnen de stichting Begeleiding: - Na honorering van de vrijwillige mobiliteit volgt een gesprek tussen de betrokken leerkracht, de schoolleider en het team van de ontvangende school. - In deze gesprekken komen aan de orde: 1. mogelijkheid tot inwerken op de ontvangende school 2. kennismaking met de nieuwe collega s 3. overdracht van het persoonsdossier 4. begeleiding en coaching op de nieuwe school - Na maximaal drie maanden volgt een eerste functioneringsgesprek met de direct leidinggevende. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
16 Ad2. Job-rotation Onder job-rotation wordt verstaan de ruil van personeelsleden tussen twee of meer scholen binnen de stichting. A. Doelen Zie ad 1 met als toevoeging: - Ondanks het ontbreken van vacatures toch een kans creëren voor loopbaanontwikkeling B. Voorwaarden Zie ad 1. C. Procedure - In december/januari van een lopend schooljaar ontvangen alle scholen een brief waarin collega s worden uitgenodigd zich schriftelijk via het aanmeldingsformulier te melden voor 1 februari. - Alle aanmeldingen worden geïnventariseerd. Eventueel wordt een gezamenlijke bijeenkomst georganiseerd - Het staflid personele zaken neemt een week na ontvangst contact op met betrokkenen voor informatie naar welke baan de belangstelling uitgaat. - Indien er gerichte belangstelling is, brengt het staflid de betrokkenen in contact met de directeur waaronder de gewenste functie valt. Er vindt een verkennend gesprek plaats. - Betrokkene laat het staflid personele zaken weten of en welke job-rotation gaat plaatsvinden en informeert de school. - Alle betrokkenen krijgen uiteindelijk een overzicht van de resultaten. - Verdere gesprekken vinden plaats. Zie punt Begeleiding ad 1. - In februari/maart erop volgend volgt een evaluatie met betrokken leerkrachten en directies. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
17 Deel B: gedwongen mobiliteit/overplaatsing Hoofdstuk 1: CAO-bepalingen. De CAO-PO zegt hierover in artikel C 16 het volgende: 1. Overplaatsing van een medewerker naar een andere instelling van de werkgever geschiedt met instemming van de werknemer, met uitzondering van de gevallen genoemd in het tweede lid. 2. De werkgever kan de werknemer zonder zijn instemming overplaatsen: a. indien er sprake is van formatietekort; b. ingeval er sprake is van een conflictsituatie, waarbij overplaatsing noodzakelijk is om tot werkbare verhoudingen te komen; c. ingeval er sprake is van disfunctioneren d. op advies van de arbodienst e. in andere door de werkgever met name genoemde zwaarwichtige omstandigheden. 3. In de gevallen genoemd in lid 2 onder b, c, d en e is overplaatsing zonder instemming van de werknemer eveneens mogelijk om een personele wisseling mogelijk te maken. 4. De werkgever die het voornemen heeft om een werknemer over te plaatsen, treedt in overleg met de werknemer. Eventuele afspraken worden schriftelijk vastgelegd. 5. Indien de werknemer na het overleg genoemd in lid 4 niet instemt met de overplaatsing en/of de voorwaarden waaronder de overplaatsing zal geschieden, en de werkgever desalniettemin besluit tot overplaatsing, geeft de werkgever in zijn besluit aan op welke wijze hij de belangen van de werkgever en die van de werknemer tegen elkaar heeft afgewogen. 6. een werknemer die, al dan niet vrijwillig, een onvrijwillige overplaatsing van een andere werknemer geheel of gedeeltelijk mogelijk maakt, krijgt de als gevolg hiervan noodzakelijk te maken extra reiskosten woon-werkverkeer vergoed op basis van de kosten van openbaar vervoer. De voor de werknemer uit de overplaatsing voortvloeiende extra reistijd geldt als werktijd. 7. De werknemer die als gevolg van overplaatsing op een zelfde dag werkzaam is op meerdere locaties heeft recht op een vergoeding van de hieruit voortvloeiende noodzakelijk te maken reiskosten, waarbij het reizen tussen de locaties als dienstreis wordt aangemerkt. De voor de werknemer uit de overplaatsing voortvloeiende extra reistijd tussen de locaties geldt als werktijd. Samenhang Zorgplan W.S.N.S. Indien door een besluit van het bestuur van het SWV boventalligheid ontstaat aan sbo Focus, zal overplaatsing van een medewerker van deze school kunnen plaatsvinden naar zowel een school van de Dynamiek Scholengroep als naar een school van SPOVenray. Een en ander is afhankelijk van de beschikbare formatieruimte op dat moment bij een van de stichtingen. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
18 Indien er bij beide stichtingen formatieruimte op een school beschikbaar is, zal in goed overleg tussen beide stichtingen worden besloten bij welk bestuur tot overplaatsing zal worden overgegaan. Gedwongen mobiliteit of overplaatsing kan voorkomen bij de volgende omstandigheden: a. een formatietekort b. een conflictsituatie c. bij disfunctioneren d. op advies van de bedrijfsarts. Ad a. Formatietekort. Indien een formatietekort op een of meerdere scholen niet leidt tot ontslag, zal het bestuur in de meeste gevallen besluiten tot gehele of gedeeltelijke overplaatsing van personeel naar een andere school waar formatieruimte is. Het jaarlijkse bestuursformatieplan geeft per school aan of er sprake zal zijn van een formatietekort met ingang van het nieuwe schooljaar. In het geval van een formatietekort zal altijd eerst onderzocht worden of de formatieve frictie kan worden opgelost middels vrijwillige mobiliteit. Eerst nadat duidelijk is dat op de betreffende school geen medewerkers zich melden voor vrijwillige mobiliteit, zal de procedure bij gedwongen mobiliteit/overplaatsing als gevolg van formatietekort op een school (zie hierna hoofdstuk 2)) worden gehanteerd. Ad b. Conflictsituatie. Wanneer er sprake is van een conflict op een school kan er een onwerkbare situatie ontstaan. Het is heel goed mogelijk dat een personeelslid dat bij een conflict betrokken is wel goed op een andere school van het bestuur kan functioneren. Dit conflict kan te maken hebben met een onverenigbaarheid van karakters. Overplaatsing is dan een mogelijkheid om uit de impasse te komen. Als er geen vrijwilligers zijn, kan het nodig zijn een ander personeelslid aan te wijzen naar de betreffende school te gaan. Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur om alles geprobeerd te hebben om ontslag te voorkomen. Ad c. Disfunctioneren. Het is mogelijk dat een niet goed functionerend personeelslid op een andere school met een andere cultuur en andere methodes wel in staat is goed te functioneren. Vanuit een zorgvuldig personeelsbeleid zal het bestuur een niet goed functionerend personeelslid die kans ook moeten bieden, indien gebleken is dat er geen ander middel (begeleiding, coaching, scholing ter verbetering of verandering) tot positieve resultaten van het functioneren heeft geleid. Ook hier geldt dat het bestuur eraan gehouden is om in het kader van de Instroomtoets Participatiefonds alles te doen om ontslag te voorkomen. Evenals bij een overplaatsing in een conflictsituatie zal het soms onvermijdelijk zijn dat een ander personeelslid zijn plaats moet verruilen om een wisseling mogelijk te maken. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
19 Ad d. Op advies van bedrijfsarts. Het kan gebeuren dat een personeelslid na een kortere of langere periode van ziekteverzuim niet meer terug kan keren op de oude school. De bedrijfsarts kan, na goed overleg met alle betrokkenen, in dat geval een overplaatsing adviseren. Wanneer betrokkene niet blijvend arbeidsongeschikt blijkt en terugkeer naar de oude werkplek in verband met het herstel niet gewenst is, resteert de mogelijkheid van overplaatsing. Dit kan zowel gelden bij lichamelijke gebreken als psychische klachten van betrokkene. Mede in verband met de verantwoordelijkheid van het bestuur voor terugdringing van het ziekteverzuim en de financiële consequenties daarvan, kan overplaatsing dringend gewenst zijn en verplichtend worden opgelegd. Tenslotte kan er ook sprake zijn van een tijdelijke therapeutische werkhervatting aan een andere school, al dan niet resulterend in een structurele overplaatsing. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
20 Hoofdstuk 2: Doelen, voorwaarden en procedures A. Doelen: personeel knelpunt oplossen bieden van een nieuwe kans discrepantie oplossen tussen onderwijskundig profiel van de school en het kwaliteitsprofiel van de leerkracht B. Voorwaarden: Er moet sprake zijn van structurele problematiek Personeel dat in aanmerking komt, heeft al een begeleidingstraject (dit hoeft niet persoonlijk te gelden) gehad op school. Met als inhoud: coaching door directeur /collega of een externe begeleiding door bijvoorbeeld BCO, Bureau Cursief e.d.. C. Procedures: C 1. Procedure bij gedwongen mobiliteit/overplaatsing als gevolg van formatietekort op een school: Om te voorkomen dat er in een te laat stadium moet gaan worden bepaald welke medewerker(s) in aanmerking word(en) gebracht voor gedwongen overplaatsing, start de directeur van de school waar sprake zal zijn van terugloop in formatie in de maand februari de vaststellingprocedure. Een en ander laat onverlet de mogelijkheid dat een medewerker zich (alsnog) meldt voor vrijwillige overplaatsing. 1. De directeur stelt vast welke taken ook in het nieuwe schooljaar noodzakelijk dienen te blijven worden uitgevoerd om de schoolorganisatie verantwoord en binnen de doelstellingen van het schoolplan voort te zetten. De taken welke behoren bij de functie van directeur worden geacht te behoren tot de noodzakelijk uit te voeren taken. Voorbeelden: De taken welke behoren tot de leerkracht die optreedt als IB-er kunnen als wezenlijk worden aangemerkt. Indien er sprake van zal zijn dat er in het nieuwe schooljaar bij het (gedwongen) vertrek voor de school géén IB-er meer aanwezig is, kan worden vastgelegd dat de medewerker die deze taken ook in het lopende schooljaar al uitvoert niet voor gedwongen overplaatsing in aanmerking komt. De school heeft veel leerlingen voor de bovenbouwgroepen, maar in verhouding weinig leerkrachten die deze taken als bovenbouwleerkracht willen en/of kunnen uitvoeren. De gedwongen overplaatsing van juist een bovenbouwleerkracht moet dan worden gezien als niet verantwoord. De overplaatsing dient te geschieden binnen de medewerkers van de onderbouwgroepen. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
21 De directeur kan aantoonbaar maken dat het opheffen van de functie van administratief medewerker een taakverzwaring zal betekenen voor de alsdan overblijvende medewerkers. Om deze reden zou het niet goed kunnen zijn deze medewerker voor overplaatsing in aanmerking te brengen. De school heeft juist in de afgelopen twee jaar een medewerker aangesteld met specifieke deskundigheid waar de school ook grote aantoonbare behoefte aan heeft. De directeur toont de billijkheid aan om deze medewerker juist te behouden. 2. Nadat is vastgesteld welke taken noodzakelijk moeten worden uitgevoerd, stelt de directeur vast binnen welk cluster een vermindering van het aantal medewerkers verantwoord kan worden uitgevoerd. Clusters die onderscheiden worden zijn: - Cluster leraren - Cluster intern begeleiders Clusters die schoolafhankelijk van toepassing kunnen zijn: - Cluster onderwijsassistenten - Cluster bouwcoördinatoren - Cluster administratieve krachten - Cluster conciërge - Cluster schoonmaakpersoneel - Cluster vakleerkrachten met Pabo-diploma N.B.: binnen de clusters worden geen subclusters onderscheiden 3. De directeur stelt vast welke medewerker binnen het cluster de meeste dienstjaren heeft. Indien er sprake van zal zijn dat twee medewerkers binnen het cluster voor overplaatsing in aanmerking komen, zal ook het personeelslid met de meeste dienstjaren op een na worden overgeplaatst. Op basis van zeer bijzondere omstandigheden van de betrokken individuele medewerker kan worden besloten om het personeelslid met de meeste dienstjaren aan de school niet voor gedwongen overplaatsing in aanmerking te brengen. Dit is bv. het geval wanneer iemand 3 jaar voor zijn pensioengerechtigde leeftijd zit. De directeur bespreekt de uitkomsten van zijn plan tot overplaatsing onder voorbehoud van goedkeuring door de MR met de medewerker(s) die mogelijk gedwongen zal (zullen) worden overgeplaatst. 4. De directeur legt schriftelijk vast welke taken noodzakelijk moeten blijven worden uitgevoerd en binnen welk cluster een medewerker zal moeten worden aangewezen die voor gedwongen overplaatsing in aanmerking komt. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
22 5. Een commissie, bestaande uit het staflid personele zaken en een vertegenwoordiging uit het DO, stelt vast welke medewerkers in aanmerking komen voor verplichte en vrijwillige mobiliteit. Tevens wordt vastgesteld welke vacatures er op de scholen bestaan. 6. De commissie onderzoekt, aan de hand van de profielen die door de ontvangende scholen zijn opgesteld, welke match gemaakt kan worden tussen de vacatures en de verplichte en vrijwillige mobiliteit. Het dwingende uitgangspunt daarbij is, dat degenen die verplicht moeten mobiliseren in elk geval geplaatst worden. 7. De commissie legt het resultaat van haar onderzoek ter bevestiging voor aan de huidige directeur van betrokkene(n) en informeert daarna de betrokkene(n). De ontvangende directeur heeft daaropvolgend een oriënterend gesprek met de betrokkene(n). Beiden brengen hiervan verslag uit (binnen een afgesproken termijn) aan de commissie. De commissie deelt de uiteindelijke plaatsing(en) mede aan alle betrokkenen. Nadat de personeelsgeleding instemming heeft verleend en de oudergeleding positief heeft geadviseerd, besluit de algemeen directeur welke medewerker wordt overgeplaatst. Bijlage 2: Bijlage 3: -Acties en tijdpad bij gedwongen mobiliteit door formatietekort op een school -Tijdsplanning C2. Procedure inzake overplaatsing bij conflictsituaties (b), disfunctioneren (c) en advies bedrijfsarts (d) Bij de mogelijkheden b, c en d kan het bevoegd gezag aan medewerkers van de andere scholen verzoeken om medewerking te verlenen aan de overplaatsing van een personeelslid wegens conflict of disfunctioneren. Dit zal het geval zijn als overplaatsing naar een school noodzakelijk is waar op dat moment geen vacatureruimte is. Indien niemand de bereidheid heeft naar een andere school over te gaan om de gedwongen overplaatsing van een collega mogelijk te maken, kan de algemeen directeur daartoe een medewerker aanwijzen. Voor de aanvrager kan de aanvraag een vrijwillig karakter hebben; voor de ontvangende school kan de plaatsing een onvrijwillig karakter hebben. Het verzoek dient vergezeld te gaan van een omschrijving van de motivatie en de informatie van reeds afgelegde begeleidingstrajecten. Er vindt een gesprek plaats tussen het staflid personele zaken en betrokkenen ter nadere informatie, hetzij gezamenlijk hetzij apart. Besluit omtrent honorering van het verzoek wordt door algemeen directeur genomen. Hiervan worden betrokkenen in kennis gesteld Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
23 Bij niet honorering volgt een besluit met advies van de algemeen directeur aan betrokkenen in verband met de voortgang. Bij honorering van het verzoek vinden de volgende stappen plaats: - De competenties van betrokkene moeten in beeld gebracht worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van: verslagen van functionerings- en beoordelingsgesprekken. Ook de uitkomsten van feedbackgesprekken en groepsobservaties worden meegenomen. Leidraad zijn de competenties volgens de Wet Beroepen in het Onderwijs (BIO) - Op grond van deze gegevens wordt in overleg met de betrokkene gekeken naar wel of niet herplaatsbaar zijn en onder welke voorwaarden - Indien wel herplaatsbaar dan volgen allereerst gesprekken met directeur van de school waar sprake is van een vacature. - Mogelijk volgen afspraken over nascholing, begeleiding, coaching en kosten van verplichte nascholing. - De algemeen directeur neemt na diepgaand overleg met de directeur en betrokkene een besluit op welke school betrokkene herplaatst wordt. Indien betrokkene niet herplaatsbaar is, wordt onderzocht of outplacement zinvol kan worden ingezet en/ of de arbeidsovereenkomst moet worden beëindigd. - Daaraan wordt een termijn van een (1) jaar verbonden. - Bij beëindiging van het dienstverband wordt juridische bijstand gevraagd door de algemeen directeur en aan betrokkene wordt geadviseerd zich eveneens juridisch te laten bijstaan. Bij de optie disfunctioneren (b+c) wordt aan het verloop van de procedure, om rechtspositionele redenen, het volgende toegevoegd: Er is een dossier waaruit het voortduren van de conflictsituatie of het disfunctioneren blijkt. Allereerst moet afgetast worden door middel van een gesprek of vrijwillige overplaatsing tot de mogelijkheden behoort. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt dat door alle gesprekspartners wordt ondertekend voor akkoord of voor gezien. Indien dit gesprek niet leidt tot een oplossing wordt betrokkene voor een nieuw gesprek uitgenodigd. Het voornemen tot onvrijwillige overplaatsing wordt vervolgens kenbaar gemaakt als voorgenomen bestuursbesluit, met argumenten omkleed en schriftelijk bevestigd. Hierbij wordt aangegeven dat betrokkene zich officieel mag verweren. Dit moet hij/ zij binnen één week na het gesprek kenbaar maken. Indien betrokkene verweer wenst te voeren, heeft dit plaats binnen de drie weken daarna. Het bestuur spreekt de datum en tijdstip af in overleg. Na het eventuele verweer wordt door het bestuur een definitief besluit genomen. Middels een brief wordt dit aan betrokkene medegedeeld. Hierbij worden nogmaals de redenen aangegeven waarom overplaatsing de enige oplossing is. In de brief wordt tenslotte ook vermeld dat betrokkene zes weken de tijd heeft om in beroep te gaan tegen deze beslissing. Er moet altijd op de mogelijkheid gewezen worden dat betrokkenen een raadsman/ -vrouw mee kan nemen bij alle gesprekken Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
24 NB: Uiteraard zal het bestuur n.a.v. een inventarisatie van mogelijke scholen die voor gedwongen herplaatsing in aanmerking komen met hen in gesprek gaan om de mogelijkheden/onmogelijkheden te verkennen. Een tijdelijke plaatsing zou één van de mogelijke opties kunnen zijn. Op basis van deze verkenningen wordt een besluit genomen. Dit alles ten doel om een zo goed mogelijke start op een andere school te bewerkstelligen en aanvullende maatregelen ter ondersteuning te treffen. De keus van welke school en persoon in aanmerking komt, zal van vele afwegingen afhangen en dient buitengewoon zorgvuldig te gebeuren. Voor de persoon die de eigen werkkring heeft moeten verlaten, wordt een coachings-/ begeleidingstraject opgestart. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
25 Bijlage 1. S.P.O.Venray Eindstraat CR Venray Tel.: Fax.: Dataformulier mobiliteitsverzoek Naam: School: Telefoon privé: Telefoon school: Werktijdfactor NU:..fte. Gewenste wtf na mobiliteit:.fte Verder s.v.p. omcirkelen wat van toepassing is. Heeft er wel / geen bezwaar tegen dat de directeur wordt geïnformeerd. Geslacht: m / v Leeftijd: < >50 Laatste 10 jaar gewerkt in groep: Voorkeur voor groep: Voorkeur voor school: in kerkdorp in centrum geen voorkeur Voorkeur schoolgrootte: groot klein geen voorkeur Gevolgde scholing cursussen: Bijzondere werkervaring: Kernkwaliteiten: Aanvullende opmerkingen: Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
26 Bijlage 2. Acties en tijdpad bij gedwongen mobiliteit door formatietekort op een school. Om tijdig zicht te krijgen op de noodzaak van overplaatsing is het van belang dat elke individuele school na de teldatum van 1 oktober de formatie voor het nieuwe schooljaar in beeld brengt. Op deze wijze kan al vóór januari op hoofdlijnen duidelijk zijn op welke school sprake zal zijn van een formatietekort. Uiteraard is dan eveneens bekend hoeveel formatie-uitbreiding er mogelijk op andere scholen zal gaan ontstaan. Het is van belang dat scholen waar formatieruimte zal ontstaan, zo spoedig mogelijk weten of en zo ja in welke omvang er verplichtingen zijn door een formatietekort op een of meerdere scholen. Zolang er immers binnen de organisatie sprake is van zogenaamde boventalligheid op een school mag er geen personeel van buiten de organisatie worden benoemd. Dit verbod blijft van kracht zolang de medewerker(s) die moet(en) worden overgeplaatst niet definitief een nieuwe werkplek binnen de organisatie heeft (hebben) ingenomen. Vooruitlopend op de formatiebesprekingen zoals die in de maand maart worden gehouden, zal aan de Onderwijs Service Groep opdracht verstrekt worden uiterlijk in de maand november een eerste globale berekening per school te maken van de formatie voor het nieuwe schooljaar. Een vergelijking met het lopend schooljaar kan dan snel duidelijk maken op welke school sprake zal zijn van formatietekort en welke school te maken zal hebben met uitbreiding. Om de berekeningen zo betrouwbaar mogelijk te doen zijn, zal er van elke school op dat moment -naast de telgegevens van 1 oktober- het volgende bekend moeten zijn: De reëel te verwachten WSNS-inkomsten De opnieuw te besteden fre s in verband met eventuele (uitbreiding van) Bapo De opnieuw te besteden fre s in verband met vermindering van werktijd van een of meerdere medewerkers Het verminderde fre-verbruik van medewerkers die m.i.v. het nieuwe schooljaar gebruik maken van de FPU-regeling Reëel te verwachten inkomsten bijzondere formatie gehandicapte leerlingen/formatie LGF Er wordt naar gestreefd om in de maand mei te hebben vastgelegd welke medewerker naar welke school zal worden overgeplaatst. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
27 Bijlage 3. Tijdsplanning Berekening en voorlopige vaststelling formatie per school Berekening en voorlopige vaststelling formatie op organisatieniveau Scholen melden aan de hand van verstrekte berekeningen door OSG/BMT hoeveel de te verwachten terugloop dan wel groei in de formatie zal zijn, waarbij de school rekening houdt met de bij haar bekend zijnde factoren die van invloed zijn op de formatie voor het nieuwe jaar. (zie blz. 25!) Het staflid personele zaken treedt in overleg met de school/scholen waar sprake is van terugloop van formatie en met de school/scholen waar sprake zal zijn van groei. Het staflid informeert de scholen over de mate van overplaatsingsverplichtingen binnen SPOV. Het staflid personele zaken inventariseert welke medewerkers van scholen waar géén sprake is van boventalligheid, in aanmerking willen komen voor mobiliteit en belegt voor deze medewerkers een informatiebijeenkomst. De directeur van de school waar sprake is van vermindering van formatie bespreekt dit met het team en informeert de MR. De directeur verzoekt de teamleden die voor vrijwillige overplaatsing in aanmerking willen komen dit bij hem/haar te melden. Het staflid personeel treedt in overleg met de medewerker(s) welke zich heeft (hebben) gemeld voor vrijwillige overplaatsing. In het gesprek worden de eventuele wensen van betrokkene geïnventariseerd en zal worden bekend gemaakt welke scholen mogelijkheden hebben tot plaatsing. Hierbij zal rekening gehouden worden met de mobiliteitswensen van medewerkers van de andere scholen. De mogelijkheden om de juiste man/vrouw op de juiste school te kunnen laten werken worden hiermee vergroot. De directeur bespreekt met de MR de gronden waarop is bepaald binnen welk cluster de gedwongen overplaatsing geëffectueerd moet worden. De directeur spreekt met de medewerker(s) die volgens de hier vermelde procedure- in aanmerking komt voor gedwongen overplaatsing, indien en voor zover er zich geen medewerker heeft gemeld voor vrijwillige overplaatsing, dan wel dat de vrijwilliger zich onverhoopt als kandidaat terugtrekt. Het staflid personeel stelt vast welke medewerker(s), al dan niet vrijwillig, overgeplaatst gaan worden en stelt betrokkene(n) hiervan schriftelijk in kennis. November December Januari Februari Februari Maart Maart April Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
28 Het staflid personeel meldt vervolgens bij de directies van de scholen waar sprake zal zijn van uitbreiding, welke medewerkers in aanmerking komen voor een benoeming in de vrijkomende formatieruimte. Uiterlijk in de maand april zal aan de scholen bekend worden gemaakt welke andere medewerkers gaan mobiliseren en in aanmerking worden gebracht voor benoeming in een nog niet vervulde vacature. Tot uiterlijk 31 mei worden scholen in de gelegenheid gesteld om zelf in overleg te gaan met de interne kandidaten en te besluiten welke interne kandidaat in de vrijkomende formatieruimte wordt benoemd. April April/mei Indien er op 1 juni nog medewerkers zijn voor wie niet definitief vast staat op welke school zij met ingang van het nieuwe schooljaar gaan werken, zal de algemeen directeur bepalen op welke school betrokkene zal worden benoemd. N.B. Alle vacatures welke in de loop van een schooljaar ontstaan worden door de directeur gemeld bij het staflid personele zaken. Na overleg met de betrokken directeur zal worden bepaald of de vacature moet worden ingevuld door een medewerker van een school waar sprake zal zijn van boventalligheid door voorzienbare terugloop van formatie. Nota mobiliteit september 2006/aangepast 26 april
7.0 Overplaatsingsbeleid Verplichte mobiliteit
7.0 Overplaatsingsbeleid Verplichte mobiliteit Verplichte mobiliteit Personeelsleden worden niet benoemd door/aan een school, maar hebben een bestuursaanstelling. Dat houdt in dat ze binnen iedere school
Onderdeel van mobilitieitsbeleid voor SKIPOS medewerkers procedures vrijwillige en gedwongen mobiliteit:
Onderdeel van mobilitieitsbeleid voor SKIPOS medewerkers procedures vrijwillige en gedwongen mobiliteit: Vrijwillige mobiliteit SKIPOS streeft ernaar om de juiste persoon op de juiste plek te krijgen.
MOBILITEITSPLAN Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid-Kennemerland
MOBILITEITSPLAN Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid-Kennemerland Inleiding Mobiliteit is één van de instrumenten voor integraal personeelsbeleid. Mobiliteit geeft medewerkers mogelijkheden om op
MOBILITEITSBELEID RADAR Beleidsdocument mobiliteitsbeleid Radar Vastgesteld door GMR op 14 maart 2014.
MOBILITEITSBELEID RADAR Beleidsdocument mobiliteitsbeleid Radar Vastgesteld door GMR op 14 maart 2014. 1. Inleiding. Met het formuleren van mobiliteitsbeleid wil Radar, vereniging voor PCO Schouwen, een
2. De werkgever kan het personeelslid zonder zijn instemming overplaatsen:
Waalwijk, bulletin mei 2013 In verband met het formatietekort op de meeste scholen is na een vruchtbare samenwerking met de werkgroep van de GMR het beleid aangepast. Met deze extra bulletin willen wij
Beleid overplaatsing
Beleid overplaatsing 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Uitgangspunten... 3 Belangenafweging... 3 Redenen voor overplaatsing en procedure... 4 Zorgvuldigheid en communicatie... 6 Bewaking van de procedure...
Mobiliteitsbeleid Mobiliteitsbeleid, definitieve versie januari 2014
1 vereniging protestants christelijk primair onderwijs nieuwerkerk aan den ijssel Mobiliteitsbeleid 2 Inhoud Inhoudsopgave... 1 1. Inleiding... 3 2. Vormen van mobiliteit... 4 3. Vrijwillige en gedwongen
Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld CvB
Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld CvB Personeel Juni 2010 I 6 december 2010 3.2 Mobiliteitsbeleid Personeel/Mobiliteitsbeleid Inhoudsopgave 1. Beleidsinhoud 3 2. Beleidsuitwerking 5 2.1
Werkveld: personeel Datum: januari 2013 Instemming/Advies GMR: Vastgesteld Bestuur: Mobiliteitsbeleid VCBO Kollumerland
Werkveld: personeel Datum: januari 2013 Instemming/Advies GMR: Vastgesteld Bestuur: Mobiliteitsbeleid VCBO Kollumerland Inhoudsopgave 1. BELEIDSINHOUD 3 2. BELEIDSUITWERKING 4 2.1 Inventarisatie mobiliteit
PLAATSINGSBELEID Naar een flexibilisering van de organisatie
PLAATSINGSBELEID Naar een flexibilisering van de organisatie wijziging en aanvulling Datum RESULTAAT Concept directeur-bestuurder 02-02-2012 In hoofdlijnen besproken in bestuur. Akkoord. Bespreking in
Mobiliteitsbeleid VCBO Kollumerland
Mobiliteitsbeleid VCBO Kollumerland Werkveld: personeel Datum: december 2012 Instemming/Advies GMR: Vastgesteld Bestuur: Inhoudsopgave 1. BELEIDSINHOUD 3 2. BELEIDSUITWERKING 4 2.1 Inventarisatie mobiliteit
Mobiliteitsbeleid. Inhoud: 1. Inleiding: 2. Begripsomschrijving:
Mobiliteitsbeleid. Inhoud: 1. Inleiding. 2. Begripsomschrijving. 3. Vrijwillige mobiliteit. 4. Overplaatsing. 4.1 Formatietekort op een school 4.2 Wisseling van school 4.3 Overplaatsing zonder instemming
4.13 Mobiliteitsbeleid bij PANTA RHEI. 1. Inleiding
4.13 Mobiliteitsbeleid bij PANTA RHEI 1. Inleiding Binnen het primair onderwijs en binnen PANTA RHEI is personele mobiliteit zeker nog geen gemeengoed. Te vaak gaat het woord mobiliteit gepaard met negatieve
MOBILITEIT STICHTING INITIA maart 2014. beweegt
MOBILITEIT STICHTING INITIA maart 2014 beweegt 0 I N L E I D I N G Mobiliteit is de al dan niet vrijwillige overplaatsing van een medewerker naar een andere werkplek en/of een andere functie. Het doel
Nota Mobiliteitsbeleid. Stichting Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs Maas en Waal
Nota Mobiliteitsbeleid Stichting Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs Maas en Waal Integraal bijgesteld: Stichting Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs Maas en Waal April 2004 Mobiliteitsbeleid SPOM
Wees niet bang om langzaam voorwaarts te gaan, wees alleen bang om stil te staan (Chinese wijsheid)
Beleid Mobiliteit Wees niet bang om langzaam voorwaarts te gaan, wees alleen bang om stil te staan (Chinese wijsheid) Inleiding In het strategisch beleidsplan van de stichting staat als een van de vijf
Mobiliteitsbeleid Als voorgenomen besluit vastgesteld op 19-08-2013 GMR- DG ingestemd in periode september - december 2013 1
Mobiliteitsbeleid Als voorgenomen besluit vastgesteld op 19-08-2013 GMR- DG ingestemd in periode september - december 2013 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding. 3. 2. Vormen van mobiliteit.... 4. 2.1 Interne mobiliteit
Benoeming: Iedere medewerker van Dynamiek Scholengroep heeft een benoeming bij de stichting Dynamiek Scholengroep.
Notitie invulling vacatures: Benoeming: Iedere medewerker van Dynamiek Scholengroep heeft een benoeming bij de stichting Dynamiek Scholengroep. Commissie Personeel (onderdeel van de taakgroep personeel):
Werving en selectieprocedure medewerkers
Werving en selectieprocedure medewerkers STATUS: VASTGESTELD 17 APRIL 2007 Inleiding Met deze regeling wordt invulling gegeven aan artikel 11.8 uit de CAO Primair Onderwijs 2006-2008. Dit artikel is als
MOBILITEITSBELEID. 1. Inleiding en doel
MOBILITEITSBELEID 1. Inleiding en doel Het personeel van de Basis heeft een bestuursbenoeming. Dit wil zeggen dat personeelsleden in dienst zijn van VPCO de Basis. Met de personeelsleden wordt afgesproken
Uitvoeringsnotitie onvrijwillige overplaatsing
Uitvoeringsnotitie onvrijwillige Oktober 2016 Postbus 930 3800 AX Amersfoort Tel. 033-2570645 email: [email protected] 1 1. Inleiding Medewerkers van KPOA hebben een bestuursaanstelling, dit betekent dat van
Mobiliteitsbeleid. Versie 2012-2. Beleidsnota nummer: P.0007
Mobiliteitsbeleid Versie 2012-2 Beleidsnota nummer: P.0007 Rol Datum Werkgroep advies September 2010 Directeurenraad advies November 2010 GMR Instemming/ 17 mei 2012 advies Raad van Bestuur besluit Raad
M O B I L I T E I T S B E L E ID
M O B I L I T E I T S B E L E ID 2 0 1 7 I N L E I D I N G Mobiliteit is om verschillende redenen van essentieel belang voor de organisatie. De beschikbare formatie moet zo efficiënt en effectief mogelijk
Beleid inzake overplaatsing
Titel Beleid inzake overplaatsing Werkveld Personele zaken Werkgroep handboek 11 januari 2012 Projectgroep PIO 11 januari 2012 ter informatie Directeurenberaad 7 februari 2012 voorgenomen besluit Bestuur/AD
Mobiliteitsbeleid SPOLT
Mobiliteitsbeleid SPOLT Versie 1: Vastgesteld juli 2009 Versie 2: Wijziging april 2014 (Goedkeuring DO 27-03-2014 / positief advies GMR 09-04-2014) Notitie: mobiliteitsbeleid Inhoudsopgave Inleiding...
Flankerend beleid. 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2014. Vastgesteld d.d. 18 april 2011 door het bestuur van stichting Wolderwijs
Flankerend beleid 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2014 Vastgesteld d.d. 18 april 2011 door het bestuur van stichting Wolderwijs Flankerend beleid Stichting Wolderwijs 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2014
Regeling beoordelingsgesprekken O2A5
Regeling beoordelingsgesprekken O2A5 Het bestuur van O2A5, gelet op het resultaat van het gevoerde overleg met het personeelsdeel van de (G)MR; besluit: vast te stellen de navolgende Regeling beoordelingsgesprekken
November 2013 Lichtenvoorde, P & O R U I L EN & O V E R P L A A T S EN
Lichtenvoorde, P & O R U I L EN & O V E R P L A A T S EN Inhoud 1 STATUS... 3 2 INLEIDING... 4 3 BEGRIPPEN... 5 4 RUILEN... 6 4.1 PROCEDURE RUILINGEN... 6 5 OVERPLAATSEN... 8 5.1 PROCEDURE OVERPLAATSEN...
Regeling. beoordelingsgesprekken. leraar-la
Regeling beoordelingsgesprekken leraar-la S.K.O. Het Groene Lint Inleiding. Het opstellen van een beoordeling van het functioneren van een medewerker is geen nieuw fenomeen binnen de organisatie. Het is
3.12 Notitie Vervangingspool
Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld CvB Personeel 18 januari 2012 A (P)GMR 30 januari 2012 22 februari 2012 3.12 Notitie Vervangingspool Personeel/Notitie Vervangingspool Inhoudsopgave 1.
Reglement functioneringsgesprekken
Reglement functioneringsgesprekken 1. Inleiding Een centrale taak van het management is personeelszorg. Het functioneringsgesprek is voor het management een hulpmiddel om gestalte te geven aan personeelszorg.
Notitie Toelichting op het mobiliteitsbeleid
Notitie Toelichting op het mobiliteitsbeleid Aanleiding In het afgelopen schooljaar 2010-2011 is O2A5 geconfronteerd met een daling van het aantal leerlingen. Deze krimp had tot gevolg dat er voor één
Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel
Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel Opgesteld : maart 2006 Vastgesteld : juni 2006 0 Inhoudsopgave Inleiding 2 2005 vergeleken met 1999 2 Genomen maatregelen vanaf 1999 3 Nieuwe
Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen. Project Kweekvijver
Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen Project Kweekvijver Overleg Datum Afgehandeld DOPO 17-6-2010 Ja BESTUUR 27-4-2010 Ja GMR 6-9-2010 Ja BESTUUR 9-11-2010 Ja Inhoudsopgave Inleiding 2 1. De Huidige
Uitgangspunt is dat er jaarlijks een gesprek plaats vindt tussen medewerker en leidinggevende(n).
Kaderregeling gesprekscyclus PRIMAIR Onderwijs en REC stelling. De CAO PO geeft aan (artikel 9.4) dat de werkgever periodiek met elke werknemer gesprekken dient te voeren over het (toekomstig) functioneren.
Uitvoeringsnotitie vrijwillige mobiliteit
Uitvoeringsnotitie vrijwillige mobiliteit Versie 14-10-2016 Postbus 930 3800 AX Amersfoort t. 033-2570645 e. [email protected] 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Onze visie op mobiliteit... 4 3. Doelstellingen van
Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoeksche Waard. Benoemingsbeleid. Onderwijzend personeel en directie. Geschreven door: L.J..
Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoeksche Waard Benoemingsbeleid Onderwijzend personeel en directie Geschreven door: L.J.. van Heeren Biezenvijver 5, 3297 GK PUTTERSHOEK Telefoon: 078 6295999 E-mailadres:
WERVING EN SELECTIE. Definitieve versie. 29 november 2005 - versie 2.6 - definitief
WERVING EN SELECTIE Definitieve versie 29 november 2005 - versie 2.6 - definitief 1. Inleiding 1.1. De personeelsfunctionaris is verantwoordelijk voor de werving en selectie van personeel voor de alsmede
Beoordelingsgesprek (onderdeel van de gesprekkencyclus) Stichting De Groeiling
Beoordelingsgesprek (onderdeel van de gesprekkencyclus) Stichting De Groeiling De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken Bestuurskantoor De Groeiling
Kaderregeling gesprekscyclus VO met dienstverband onbepaalde tijd
Kaderregeling gesprekscyclus VO met dienstverband onbepaalde tijd t.b.v de scholen voor VO van de Lucas 1. Kaderregeling Deze Kaderregeling gesprekscyclus geldt voor alle medewerkers voortgezet onderwijs
Stichting Katholiek Basisonderwijs De Veenplas
Stichting Katholiek Basisonderwijs De Veenplas 6.3 Deeltijdbanen Inhoud: blz. 1. Wat is deeltijdarbeid 2 2. Deeltijdarbeidbeleid 2 3. Omvang deeltijdbanen 2 4. Voorwaarden deeltijdarbeid 3 5.1 Schoolorganisatorische
Formulier functioneringsgesprek en procedure. Vertrouwelijk. Onderdeel A
Formulier functioneringsgesprek en procedure Vertrouwelijk Naam personeelslid Functie Naam formele gesprekspartner Functie Datum functioneringsgesprek Datum doelstellingengesprek Onderdeel A Gespreksonderwerpen
Formulier beoordelingsgesprek en procedure. Vertrouwelijk
Formulier beoordelingsgesprek en procedure Vertrouwelijk Naam personeelslid Functie Naam formele beoordelaar Evt. naam derde en functie Functie Datum gesprek Datum laatste functioneringsgesprek Datum vorige
REGELING BEOORDELING PERSONEEL OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS ZUID- KENNEMERLAND
REGELING BEOORDELING PERSONEEL OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS ZUID- KENNEMERLAND Het bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid-Kennemerland (STOPOZ), verder aan te duiden als het bestuur; Gelet
VERPLAATSINGSBELEID Integraal Personeels Beleid mei 2011
VERPLAATSINGSBELEID Integraal Personeels Beleid mei 2011 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk Paragraaf Pagina Vaststelling verplaatsingsbeleid 3 1 Voorwoord 4 2 Doelstelling en categorieën verplaatsingsbeleid 5 2.1
FUNCTIONERINGSBELEID. Stichting R.K. Schoolbestuur Culemborg en Omstreken
FUNCTIONERINGSBELEID Stichting R.K. Schoolbestuur Culemborg en Omstreken Personeelsgesprekken Personeelsbeleid is gericht op de belangen van de individuele medewerkers en op de belangen van de organisatie
Mobiliteit. Antoine De Saint Exupéry
Mobiliteit Wanneer je een schip wilt bouwen, breng dan geen mensen bij elkaar om hout aan te slepen, werktekeningen te maken en taken te verdelen, maar leer ze te verlangen naar de eindeloze zee. Antoine
Klachtenregeling Stedelijk Dalton Lyceum Inleiding. 1 Mondelinge klachten. 2 schriftelijke klachten. 2.1 Interne afhandeling op locatieniveau
Klachtenregeling Stedelijk Dalton Lyceum Inleiding Uitgangspunt van het Stedelijk Dalton Lyceum is klachten zoveel mogelijk te voorkomen. In een schoolomgeving waarin zoveel mensen met elkaar samen leven
REGLEMENT BEOORDELINGSGESPREKKEN
REGLEMENT BEOORDELINGSGESPREKKEN 1. Inleiding Dit reglement heeft als doel vast te leggen wat onder beoordeling wordt verstaan, wat in het gesprek aan de orde komt en in welke situatie een beoordelingsgesprek
1. Hoofdlijn Tripartiete overeenkomst personele gevolgen passend onderwijs
Aan de besturen van de samenwerkingsverbanden WSNS en de REC s Aan de leden van de PO-raad Utrecht, 18 april 2013 De Tripartiete overeenkomst personele gevolgen passend onderwijs heeft betrekking op meerdere
Reglement voorfase klachtbehandeling H 3 O ten behoeve van het primair en voortgezet onderwijs
1600 Reglement voorfase klachtbehandeling H 3 O ten behoeve van het primair en voortgezet onderwijs Artikel 1 1. In dit reglement wordt verstaan onder betrokkene: een lid van het personeel, een lid van
Mobiliteit en overplaatsingsbeleid
Mobiliteit en overplaatsingsbeleid De Groeiling De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken Bestuurskantoor De Groeiling Aalberseplein 5 Postbus 95
SCHOLINGSBELEID PANTA RHEI
SCHOLINGSBELEID PANTA RHEI 1 Inleiding De Stichting PANTA RHEI is in april 2006 van start gegaan na een fusie van De Jakobsladder, het Openbaar Onderwijs Leidschendam-Voorburg en de Stichting Katholiek
REGELING WERVING EN SELECTIE
REGELING WERVING EN SELECTIE Inleiding Bij het ontstaan van een vacature op één van de scholen stelt de desbetreffende directie de algemeen directeur hiervan in kennis. Onder diens verantwoording zal dan
Krammer HE Brielle / WERVING & SELECTIE LEERKRACHTEN
Krammer 8 3232 HE Brielle 0181-470467/68 0181-470469 WERVING & SELECTIE LEERKRACHTEN 1.0 Vacatures 1.1. Vacaturemelding. 1.1.1 Bij vacatures ontstaan door ziekte, verlof e.d. wordt door de directeur in
3.1. WERVING EN SELECTIE. REGELGEVING Wet medezeggenschap onderwijs, artikel 7i. KERN Wet medezeggenschap onderwijs, artikel 7i:
3.1. WERVING EN SELECTIE REGELGEVING Wet medezeggenschap onderwijs, artikel 7i KERN Wet medezeggenschap onderwijs, artikel 7i: I. VASTSTELLING OF WIJZIGING VAN HET BELEID MET BETREKKING TOT DE AANSTELLING
4.1 Regeling werving en selectie van de stichting r.-k en openbaar primair onderwijs PANTA RHEI
4.1 Regeling werving en selectie van de stichting r.-k en openbaar primair onderwijs PANTA RHEI Het bestuur van de stichting r.-k en openbaar primair onderwijs PANTA RHEI gelet op de bepalingen van de
Klachtenregeling. Deel. Van Beleid Klachten bij Scholengroep LeerTij
Klachtenregeling Deel 1 Van Beleid Klachten bij Scholengroep LeerTij 1 Het bevoegd gezag van Scholengroep LeerTij, stichting voor openbaar, PC en RK-onderwijs, statutair gevestigd te Terneuzen, gelet op
Klachtenregeling. van de. Stichting Purmerendse Scholengemeenschap
Klachtenregeling van de Stichting Purmerendse Scholengemeenschap colofon herziening klachtenregeling Onderwerp stadium wie wanneer Klachtenregeling 1998 Gewijzigd concept Hoofd P&O en 01 oktober 2003 bestuurssecretaris
Klachtenregeling. Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Klachtenregeling Het bevoegd gezag STAIJ; Gelet op de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs; gehoord de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; stelt de volgende Klachtenregeling vast. Hoofdstuk
Reglement Klachtbehandeling externe klachtencommissie van het Da Vinci College
Reglement Klachtbehandeling externe klachtencommissie van het Da Vinci College 1 Begripsbepalingen 1.1 Onder klacht wordt in dit reglement verstaan uitingen van ontevredenheid met betrekking tot het Da
1. Inleiding. 2. Geldigheidsduur van het sociaal statuut. 3. Medezeggenschap
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Geldigheidsduur van het sociaal statuut 3. Medezeggenschap 4. Vakorganisaties en sociaal statuut 4.1 in welke gevallen moet er overleg met de vakorganisaties worden gevoerd?
Krammer 8. 3232 HE Brielle 0181-470467/68 0181-470469 WERVING & SELECTIE DIRECTEUREN
Krammer 8 3232 HE Brielle 0181-470467/68 0181-470469 WERVING & SELECTIE DIRECTEUREN 1.0 Vacatures 1.1. Vacaturemelding. Indien er een directeursvacature ontstaat, wordt dit z.s.m. schriftelijk kenbaar
Klachtenregeling Bonaventuracollege
Klachtenregeling Bonaventuracollege Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder een : a. school: een school als bedoeld in de Wet op het Voortgezet Onderwijs; b. commissie:
Model klachtenregeling primair en voortgezet onderwijs
Model klachtenregeling primair en voortgezet onderwijs De inwerkingtreding van de Kwaliteitswet per 1 augustus 1998 hield onder meer in dat schoolbesturen verplicht werden een klachtenregeling voor elk
ONDERWIJSPR PR1MAIR. Openbaar Primair Onderwijs Krimpenerwaard, Montfoort en Oudewater
1 Inhoudsopgave 1. Inleiding.....3 2. Wat verstaan wij onder mobiliteit... 4 3. Doelstellingen mobiliteitbeleid...6 4. Categorieën mobiliteit...8 5. Welke vormen van mobiliteit onderscheiden wij?...10
KLACHTENREGELING CEDERGROEP
KLACHTENREGELING CEDERGROEP Inhoudsopgave Hoofdstukken Onderwerp Artikel Pagina 1 Begripsbepalingen art.1 1 2 Behandeling van de klachten 2 t/m 6 Paragraaf 1 De contactpersoon art. 2 2 Paragraaf 2 De vertrouwenspersoon
Betreft: verzoek tot wijziging van de benoemingsomvang schooljaar
Aan: alle medewerkers van Meerderweert Weert, 1 februari 2012 Betreft: verzoek tot wijziging van de benoemingsomvang schooljaar 2012-2013 Geachte heer/mevrouw, Op bestuursniveau zijn we inmiddels gestart
Gesprekkencyclus op basis van competenties voor onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel
Gesprekkencyclus op basis van competenties voor onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel 1 Inleiding In het StrategischBeleidsPlan van de Stichting ROOS staat vermeld dat zij als missie heeft dat
Klachtenregeling. Omnisscholen
Klachtenregeling Omnisscholen KLACHTENREGELING : INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Begripsbepalingen Behandeling van de klachten Paragraaf 1: algemeen Paragraaf 2: de contactpersoon Paragraaf
Klachtenregeling ENMS. 2 Begripsbepalingen. 3 Behandeling van de klachten. Het bevoegd gezag,
Klachtenregeling ENMS Het bevoegd gezag, gelet op de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; gehoord de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad;
Schoolbudget voor Ontwikkeling en Ondersteuning: bestedingsvoorbeelden
Schoolbudget voor Ontwikkeling en Ondersteuning: bestedingsvoorbeelden In dit document laten wij u met een aantal voorbeelden zien op welke wijze het Schoolbudget voor Ontwikkeling en Ondersteuning besteed
KLACHTENREGELING. Klachtenregeling Sint-Christoffel Versie 19 november 2013 Pagina 1
KLACHTENREGELING Klachtenregeling Sint-Christoffel Versie 19 november 2013 Pagina 1 Klachtenregeling Stichting Sint-Christoffel Het bevoegd gezag van Stichting Sint-Christoffel gelet op de bepalingen van
UITSPRAAK. in het geding tussen: mevrouw A, wonende te B, appellante, hierna te noemen A
107607 - De overplaatsing als gevolg van boventalligheid houdt geen stand omdat de werkgever de regels die hij hiervoor heeft opgesteld niet juist heeft toegepast. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw
N. (Nienke) Daniels Senior adviseur, VBS Helpdesk. VBS, augustus VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 1
N. (Nienke) Daniels Senior adviseur, VBS Helpdesk VBS, augustus 2017 VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 1 INHOUD VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 2 1. Een enkel moment waarop het
KLACHTENREGELING ONS MIDDELBAAR ONDERWIJS
KLACHTENREGELING ONS MIDDELBAAR ONDERWIJS 2003. Ons Middelbaar Onderwijs, Tilburg Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand,
KLACHTENREGELING REYNAERTCOLLEGE (AANGEPAST VANUIT MODEL KBVO)
KLACHTENREGELING REYNAERTCOLLEGE (AANGEPAST VANUIT MODEL KBVO) NOVEMBER 2005 1 Aanhef Het bestuur van de Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs Hulst gelet op de bepalingen van de Wet op het voortgezet
Het bevoegd gezag van Vivente, stichting voor christelijke primair onderwijs, gevestigd te Zwolle,
Het bevoegd gezag van Vivente, stichting voor christelijke primair onderwijs, gevestigd te Zwolle, gelet op de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op
Klachtenregeling Stichting PrimAH
Klachtenregeling Stichting PrimAH Inhoud Inleiding... 3 Voorkomen van klachten... 3 Begripsbepalingen... 3 De contactpersoon... 3 De externe vertrouwenspersoon... 4 De klachtencommissie... 4 De procedure
Klachten Regeling. 1 januari 2010. Postbus 744 9700 AG Groningen [email protected] www.openbaaronderwijs groepgroningen.nl K.v.K. 345.7373.
Klachten Regeling Onderwerp Klachtenregeling Openbaar Onderwijs Groep Groningen Definitief Bezoekadres Postadres - Europaweg 8 9723 AS Groningen Postbus 744 9700 AG Groningen [email protected] www.openbaaronderwijs
Beleid Introductie en Begeleiding Nieuwe Medewerkers
Beleid Introductie en Begeleiding Nieuwe Medewerkers Vastgesteld in MT d.d. 30 september 2004 Voorzien van instemming/positief advies van GMR d.d. 12 oktober 2004 Vastgesteld in AB-vergadering d.d. 22
Klachtenregeling Voor het primair en voortgezet onderwijs van de Stichting Het Rijnlands Lyceum
Klachtenregeling Voor het primair en voortgezet onderwijs van de Stichting Het Rijnlands Lyceum Het bevoegd gezag van de Stichting Het Rijnlands Lyceum, gelet op de bepalingen van de Wet op het primair
KLACHTENREGELING Stichting MONTON
KLACHTENREGELING Stichting MONTON Het bevoegd gezag van de Stichting MONTON gelet op de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs; gehoord de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; stelt de volgende
Klachtenregeling. onderwijs
Klachtenregeling onderwijs maart 2013 Klachtenregeling Stellingwerf College Inhoud Hoofdstuk 1: begripsbepalingen Algemeen Artikel 1 Hoofdstuk 2: behandeling van de klachten Artikel 2: aanstelling en taken
Regeling Werkgelegenheidsbeleid
Regeling Werkgelegenheidsbeleid Juni 2012 2 1: Participanten in de Regeling Werkgelegenheidsbeleid. Werkgever: Het Sticht. - werkgeversnummer 69447 Scholen: Het Sticht is het bevoegd gezag van: De Griffel
