SOFTWARE RELIABILITY
|
|
|
- Femke Pieters
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SOFTWARE RELIABILITY 1. Inleiding Het software-bedrijf MathWorks ontwikkelt wiskundige software voor bedrijven en overheidsinstellingen. Op dit moment is de software voor het statistische pakket StatWorks c in de test-fase; de code voor de software is af, maar de software wordt nog getest op fouten. De betrokken bedrijven willen natuurlijk graag weten wanneer zij StatWorks zullen ontvangen. De manager van MathWorks moet een release-datum aan de klanten kunnen doorgeven, en met grote waarschijnlijkheid moet de software op dat moment ook inderdaad release-klaar zijn. Maar hoe weet je nu of de software inderdaad voldoende betrouwbaar is? Dit is een probleem van software reliability. In deze opdracht bent u verantwoordelijk voor de statistische kant van dit probleem en zult u de manager moeten voorzien van een schatting van de release-datum.. Een eenvoudig model voor de betrouwbaarheid van software Als er na het vrijgeven van de software nog fouten in de software zitten, zullen die bij de gebruiker op den duur tot storingen leiden. We spreken van een storing als de software bij een bepaalde input niet de gewenste output levert. Afhankelijk van de aard en het doel van de software zou men ook van een storing kunnen spreken als de uitvoering van een opdracht te veel tijd in beslag neemt. Het is uiteraard de bedoeling dat het programmapakket voor een behoorlijke tijd zonder storingen zal draaien. Om na te gaan hoe betrouwbaar de software is, is een testteam aan de slag gegaan met het testen van de software voor StatWorks. Het testteam genereert willekeurige inputs voor het programma op een manier die zo goed mogelijk de situatie bij de toekomstige gebruiker nabootst, en controleert vervolgens of het programma de gewenste output levert en voldoet aan de normen die het software-bedrijf zich stelt. Het testteam registreert de tijdstippen waarop een storing optreedt. Laten we eens proberen een model op te zetten voor een dergelijke situatie. We nemen daarbij voorlopig voor het gemak even aan dat er twee fouten in de software zitten. Op een bepaald moment, dat we tijdstip t = 0 zullen noemen, wordt er begonnen met testen. Na 1
2 een bepaalde periode van testen, op tijdstip t 1, zal er voor het eerst een storing optreden. Deze storing wordt veroorzaakt door de fouten in de software. Om de zaak niet te moeilijk te maken, nemen we aan dat de storing veroorzaakt werd door precies één fout. Een storing in ons model wordt dus niet veroorzaakt door een combinatie van software-fouten. Dit is natuurlijk een beperking, maar anders wordt het rekenkundig wel erg ingewikkeld. De tijd wordt hier gemeten in CPU-seconden (CPU = Central Processing Unit), d.w.z. de hoeveelheid tijd die de computer netto besteedt aan het betreffende programma. Dit ligt voor de hand, omdat alleen als het programma runt, situaties kunnen ontstaan die tot een storing leiden. Nadat het testteam op tijdstip t 1 een storing geconstateerd heeft, leggen ze op gedetailleerde wijze in een rapport vast wat er fout is gegaan en geven hun bevindingen door aan het reparatieteam of debugging team, dat zal gaan proberen de fout op te sporen en te repareren. De CPU-tijd wordt hierbij stilgezet; het opsporen en debuggen kost weliswaar ook tijd, maar die heeft niets te maken met de CPU-klok die bij het testteam loopt. Na verloop van tijd heeft het reparatieteam de betreffende fout opgespoord en verbeterd. We nemen hierbij aan dat het repareren foutloos gebeurt en dat er tijdens het repareren ook geen nieuwe fouten geïntroduceerd worden. Het testteam kan nu weer aan de slag met de nieuwe software, die als gevolg van onze aannames, op het moment dat het testen hervat wordt, nog maar één fout bevat. De CPU-klok loopt nu weer verder totdat deze fout uiteindelijk ook tot een storing leidt. Laten we het tijdstip waarop dat gebeurt aanduiden met t. Op tijdstip t wordt de klok weer stop gezet en wordt de fout die tot de tweede storing heeft geleid ook opgespoord en verwijderd. De input van het programma wordt steeds willekeurig gekozen. Als gevolg daarvan zullen de tijdstippen t 1 en t waarop de storingen optreden van het toeval afhangen. Ze zijn realisaties van stochastische grootheden T 1 en T. Kunnen we iets zeggen over de verdeling van T 1 en T? We hebben al geconstateerd dat elk van de twee fouten op een bepaald moment een storing veroorzaakt. Fout nr. 1 veroorzaakt na een tijd T 1 een storing en fout nr. na een tijd T. De eerste van deze twee storingen treedt op op het tijdstip, gegeven door het minimum van T 1 en T, de tweede op het tijdstip, gegeven door het maximum van T 1 en T ; m.a.w. T 1 = min(t 1, T ) en T = max(t 1, T ). Laten we veronderstellen dat T 1 en T onafhankelijk zijn en beide dezelfde continue verdeling hebben, gegeven door de verdelingsfunctie F en/of dichtheid f. Met deze betrekkelijk eenvoudige aannames kunnen we allerlei interessante vragen beantwoorden. De volgende opdracht dient als vingeroefening. Opdracht.1 Druk de marginale verdelingsfuncties en dichtheden van T 1 en T uit in F en f. Hoe groot is de kans dat er op tijdstip t = 10 nog geen storing is opgetreden? Hoe groot is de kans dat er op tijdstip t = 10 reeds twee storingen zijn opgetreden? Hoe groot is de kans op precies 1 storing voor of op tijdstip t = 10. Definieer M als het aantal storingen dat is opgetreden voor of op tijdstip t = 10. Bepaal de kansverdeling van M en ook de verwachting en variantie. We hebben zojuist in Opdracht.1 de verdeling afgeleid van het aantal storingen dat is opgetreden voor of op tijdstip t = 10. We kunnen voor elk tijdstip t het aantal storingen
3 dat is opgetreden voor of op tijdstip t noteren met M(t). Op het moment dat er met testen wordt begonnen, op tijdstip t = 0, zijn er nog 0 storingen opgetreden, dus M(0) = 0 en als we maar lang genoeg doorgaan met testen zullen allebei de fouten tot storingen leiden, dus M( ) =. M(t) is een stijgende functie in t; zij maakt een sprong ter hoogte 1 elke keer als er een storing optreedt. Er is een belangrijke relatie tussen M(t) enerzijds en T 1 en T anderzijds, gegeven door de volgende equivalentie: (.1) {M(t) i} {T i t}. Een korte uitleg is wellicht op zijn plaats. Als M(t) i, hebben er op tijdstip t minstens i storingen plaatsgevonden. Dat betekent dat de tijdstippen van in ieder geval de eerste i storingen kleiner zijn dan of gelijk aan t. Omdat T i de grootste is van de eerste i storingstijdstippen is die bewering equivalent met T i t. In onderstaande figuur zijn bij wijze van voorbeeld twee willekeurige tijdstippen t 1 en t getekend. In het voorgaande stonden t 1 en t voor de realisaties van de stochastische tijdstippen T 1 en T van de eerste en tweede storing. Nu zullen we met t 1 en t twee vaste willekeurige tijdstippen bedoelen, waar t 1 < t. Twee mogelijke tijdstippen van de storingen worden in de figuur door pijlen aangegeven. De eerste storing valt voor tijdstip t 1, de tweede ergens na tijdstip t. Hieruit volgt dat voor de situatie hieronder beschreven, M(t 1 ) = M(t ) = 1. Figuur.1 De gekozen tijdstippen t 1 en t verdelen de positieve reële rechte (0, ) in drie disjuncte stukken, te weten (0, t 1 ], (t 1, t ] en (t, ). Het aantal storingen dat optreedt in deze drie stukken kunnen we noteren als respectievelijk M(t 1 ), M(t ) M(t 1 ) en M( ) M(t ). Omdat we hebben aangenomen dat het totaal aantal fouten, aanwezig in de software, gelijk is aan twee, kunnen we voor het aantal opgetreden storingen in [t, ) ook schrijven M(t ). Opdracht. Beredeneer dat de stochastische vector (M(t 1 ), M(t ) M(t 1 ), M(t )) een multinomiale verdeling heeft met parameters (het aantal fouten in de software) en kansvector (F (t 1 ), F (t ) F (t 1 ), 1 F (t )). Welke verdeling hebben de afzonderlijke componenten van de vector (M(t 1 ), M(t ) M(t 1 ), M(t ))? Bepaal aan de hand hiervan P (M(t 1 ) = m 1 ), P (M(t ) = m ) en P (M(t ) = m M(t 1 ) = m 1 ). 3
4 Bepaal met behulp van (.1) ook P (T 1 t) en P (T t). (Vergelijk met Opdracht.1.) Hoe groot is de kans dat er precies één storing optreedt tussen t 1 en t? 3. Een meer realistisch model Het in paragraaf beschreven model is natuurlijk niet erg realistisch in die zin dat er in een groot software-pakket bij aanvang van de testfase wel meer dan twee fouten in de software kunnen zitten. Als dus na twee storingen het reparatieteam een verbeterde versie levert, hoeft deze bij lange na niet foutloos te zijn. Wat belangrijker is: het aantal fouten in de software is onbekend! We zullen het onbekende aantal fouten in de software aanduiden met u 0. Dit aantal u 0 is in feite een parameter die we in ons model kunnen inbouwen en vervolgens kunnen gaan schatten. Een manier om dat te doen wordt fault seeding genoemd. Men introduceert kunstmatig een aantal, zeg M 0 fouten in de code, waarvan men aanneemt dat ze even moeilijk te detecteren zijn als de u 0 reeds aanwezige fouten. Men test nu het programma en vindt zo een totaal van N 1 fouten, waarvan M 1 geïntroduceerde fouten zijn en u 1 oorspronkelijke. Het ligt voor de hand dat de verhouding van gevonden oorspronkelijke en geïntroduceerde fouten gebruikt kan worden om u 0 te schatten. Opdracht 3.1 Construeer met behulp van de zojuist gegeven argumentatie een schatting voor u 0. Deze methode wordt in de praktijk weinig gebruikt, vanwege het feit dat het erg lastig blijkt te zijn om fouten te creëren die precies even moeilijk te detecteren zijn als de oorspronkelijk aanwezige fouten. Kunstmatige fouten worden vaak eerder ontdekt. Welk effect heeft dit op de schattingsmethode? We zullen nu het model van paragraaf aanpassen aan het feit dat er een onbekend aantal fouten in de software zitten. Laten we aannemen dat er op tijdstip t = 0, bij de aanvang van het testen, u 0 fouten in de software zitten. We nummeren de fouten van 1 t/m u 0. Elk van de u 0 fouten zal op den duur tot een storing leiden. Laten we de CPUtijd die verstrijkt voordat fout nr. i tot een storing leidt aanduiden met T i. We nemen aan dat elke fout even ernstig is. In ons model komt dit tot uitdrukking in de aanname dat T 1,..., T u 0 alle dezelfde verdeling hebben. Bovendien nemen we aan dat de fouten onafhankelijk van elkaar tot storingen leiden, m.a.w. dat T 1,..., T u 0 onafhankelijk zijn. De gemeenschappelijke verdelingsfunctie van T 1,..., T u 0 noemen we F, de dichtheid f. De gelijkenis met het model van paragraaf is groot. Alleen hadden we daar voor het rekengemak aangenomen dat er twee fouten in de software aanwezig waren; hier doen we daar afstand van en noemen we het onbekende aantal fouten in de software u 0. Laten we eens gaan kijken naar de tijdstippen waarop zich storingen voordoen. Het tijdstip van de eerste storing noemen we T 1. De eerste storing kan veroorzaakt worden door elk van de u 0 aanwezige fouten in de software, door die fout die het eerst tot een storing leidt, 4
5 m.a.w. door die fout i waarvoor T i het kleinste is. Hieruit volgt dat T 1 = min(t 1,..., T u 0 ). Evenzo geldt dat T gelijk is aan de op een na kleinste van T 1,..., T u 0, enz. en dat tenslotte T u0 = max(t 1,..., T u 0 ). Evenals in paragraaf definiëren we voor elk tijdstip t het aantal storingen M(t) dat opgetreden is op of voor tijdstip t. Op tijdstip t = 0 wordt er begonnen met testen en zijn er nog geen storingen opgetreden, dus M(0) is altijd gelijk aan 0. De rest van het verloop van M(t) als functie van de tijd t hangt van het toeval af. In ieder geval zal M(t) een niet-dalende functie zijn van t. Bij elke storing zal de grafiek van M een sprong naar boven maken; de eerste op het tijdstip T 1 van de eerste storing, de tweede op tijdstip T, enzovoorts. Ook hier geldt weer de relatie (.1): {M(t) i} {T i t}. In Figuur 3.1 wordt voor een realisatie van T 1,..., T u0 de functie M(t) geschetst. Hier was T 1 = 0.16, T = 1.6, T 3 = 1.9, enzovoorts. Kijk goed naar het verloop van M(t) en overtuig jezelf ervan dat equivalentie (.1) inderdaad waar is. Figuur 3.1. Een mogelijk verloop van M(t) Neem willekeurige tijdstippen 0 < t 1 < t <... < t m. Deze tijdstippen verdelen de 5
6 positieve reële rechte (0, ) in m + 1 disjuncte stukken, te weten (0, t 1 ], (t 1, t ], en zo voort tot het laatste stuk (t m, ). Het aantal storingen dat optreedt in (0, t 1 ] hebben we M(t 1 ) genoemd. Het aantal storingen in (t 1, t ] kunnen we schrijven als M(t ) M(t 1 ). Tot slot is het aantal storingen in (t m, ) gelijk aan u 0 M(t m ). Opdracht 3. Bepaal de kansverdeling van de stochastische vector (M(t 1 ), M(t ) M(t 1 ),..., M(t m ) M(t m 1 ), u 0 M(t m )). 4. Criteria voor de betrouwbaarheid Een belangrijk begrip is het begrip storingsintensiteit. Het geeft de intensiteit weer waarmee storingen kunnen optreden. Een hoge storingsintensiteit wil zeggen dat er in de nabije toekomst waarschijnlijk veel storingen zullen optreden; een lage storingsintensiteit wil zeggen dat er weinig storingen zullen optreden. Het is niet moeilijk in te zien dat de storingsintensiteit afhangt van het aantal fouten in de software, immers, hoe meer fouten, hoe eerder een storing zal optreden. Tijdens de testfase worden voortdurend fouten gedetecteerd en verwijderd, dus daarmee zal de storingsintensiteit veranderen. Op wiskundige wijze wordt de storingsintensiteit dan ook beschreven als een functie λ van de tijd t, die aangeeft hoe groot de kans is dat er rond tijdstip t een storing optreedt. (4.1) P ( storing in (t, t + t] ) λ(t) t, waar t heel klein is. Laten we de testfase nog eens doorlopen en ondertussen bekijken wat er met de storingsintensiteit gebeurt. Op tijdstip t = 0 zitten er u 0 fouten in de software, genummerd van 1 t/m u 0. De tijd die verstrijkt voordat fout nr. i tot een storing leidt, duiden we aan met T i en we nemen aan dat T 1,..., T u 0 onderling onafhankelijk zijn en alle dezelfde continue verdeling hebben met verdelingsfunctie F en dichtheid f. Elk van de fouten zal op den duur de oorzaak zijn van een storing. Opdracht 4.1 Laat m.b.v. (4.1) zien dat de storingsintensiteit gegeven wordt door waar f de dichtheid is van T 1,..., T u 0. λ(t) = u 0 f(t), t > 0, Op een bepaald moment t e wordt er gestopt met testen. De bedoeling daarvan is om op dat moment een idee te krijgen van de betrouwbaarheid van de software. De vraag 6
7 is: is de storingsintensiteit op dat moment al laag genoeg om voldoende betrouwbaarheid te garanderen? Als de software op dat moment inderdaad al aan de gestelde betrouwbaarheidseisen voldoet, zal er definitief gestopt worden met testen. Is dat niet het geval, dan wordt het testen later gedurende een bepaalde tijd hervat, totdat duidelijk is dat de software wel aan alle eisen voldoet. Later zullen we in meer detail ingaan op de relatie storingsintensiteit-betrouwbaarheid. Eerst zullen we ons concentreren op wat we kunnen zeggen over de storingsintensiteit op tijdstip t e en daarna. We verplaatsen ons denkbeeldig in de situatie dat de software vrijgegeven is. Als op tijdstip t = t e bekend is dat er m e fouten zijn gedecteerd en gerepareerd, dan kunnen we de voorwaardelijke kans (4.) P ( storing in (t, t + t) M(t e ) = m e ), t > t e bepalen. Volgens ons model wordt elke fout opgespoord en gerepareerd, dus als er op tijdstip t e precies m e storingen zijn opgetreden, dan zijn er op tijdstip t e nog u 0 m e fouten aanwezig in de software. Opdracht 4. Laat zien dat f(t) (4.3) P ( storing in (t, t + t] M(t e ) = m e ) (u 0 m e ) 1 F (t e ) t, t > t e. Gebruik eventueel Opdracht 3.. Dit geeft aanleiding voor het begrip voorwaardelijke storingsintensiteit. De voorwaardelijke storingsintensiteit is dus de storingsintensiteit die behoort bij de voorwaardelijke kans (4.). De uitdrukking daarvoor in (4.3) leidt tot de volgende formule voor de voorwaardelijke storingsintensiteit. (4.4) λ(t M(t e ) = m e ) = (u 0 m e ) f(t) 1 F (t e ). Als criterium voor het betrouwbaar zijn van de software is de (voorwaardelijke) storingsintensiteit een zeer bruikbaar instrument. Een lage storingsintensiteit wil zeggen dat de kans op het optreden van een storing in de directe toekomst klein is, dus dat de software betrouwbaar is; een hoge storingsintensiteit impliceert dat de software onbetrouwbaar is. Opdracht 4.3 Maak aannemelijk dat het aantal storingen dat optreedt in een kort interval (t 1, t ] bij benadering een Poisson verdeling heeft met parameter t t 1 λ(s)ds. Geef een uitdrukking voor het verwachte aantal storingen µ(t) in (0, t]. In het vervolg nemen we aan dat het aantal storingen dat optreedt in een (niet noodzakelijk kort) interval (t 1, t ] een Poisson verdeling heeft met parameter t t 1 λ(s)ds. Vanaf het 7
8 moment dat de software wordt vrijgegeven is het aantal fouten in de software (althans, in deze release) constant. Het management stelt dat de software zo betrouwbaar moet zijn dat de kans op foutloos draaien van de software voor de eerstvolgende 4 uur CPU-tijd minstens 95% is. Opdracht 4.4 Men heeft tot en met tijdstip t e getest en vraagt zich af of de software betrouwbaar genoeg is om te worden vrijgegeven. Stel dat er in het begin u 0 fouten in de software zaten en dat er gedurende de testperiode m e storingen zijn opgetreden en dat alle betreffende fouten in de software verbeterd zijn. Dus er zitten nog u 0 m e fouten in de software. Stel bovendien dat F (t) = 1 exp( βt). Geef een uitdrukking voor de voorwaardelijke storingsintensiteit gegeven door (4.4). Neem hierbij u 0 = 100, m e = 90 en β = 10 6 (in CPU-seconden). Voldoet de software aan de door het management gestelde betrouwbaarheidseisen? Stel dat het aantal fouten in de software nog te groot was om aan de gestelde eis te voldoen dat de kans op foutloos draaien van de software voor de eerstvolgende 4 uur CPU-tijd minstens 95% is. Als we langer waren doorgegaan met testen, hadden we meer storingen geconstateerd, waren er meer fouten verwijderd en had de software later misschien wel aan de gestelde eis voldaan. Opdracht 4.5 Neem u 0, m e en β als in Opdracht 4.4. Stel dat we nog een tijdje lang verder zouden gaan met testen, zeg t CPU-seconden. Bepaal de kans dat er geen storingen optreden in een periode van 4 CPU-uur, gerekend vanaf tijdstip t e + t. Bepaal t zodanig dat deze kans 95% is. Als we t zo nemen als in het laatste gedeelte van Opdracht 4.5, zou de software met een extra periode van t seconden testen naar verwachting wel aan de gestelde eisen voldoen. Zo is t het verwachte aantal CPU-seconden vanaf tijdstip t e voordat de software vrijgegeven kan worden. Als u 0 en β bekend zijn is dit zo uit te rekenen, blijkt uit Opdracht 4.5. Maar meestal zijn u 0 en β niet bekend. In dat geval zullen we u 0 en β moeten schatten en de schattingen invullen in de plaats van u 0 en m e. Het schatten van u 0 en β is het onderwerp van de volgende paragraaf. 5. Meest aannemelijke schatters Ons model was gebaseerd op de aanname dat ieder van de u 0 aanwezige fouten in de software, onafhankelijk van alle andere, na een stochastische tijd, geregeerd door de verdelingsfunctie F, tot een storing leidt. Hierbij hebben we ook aangenomen dat deze verdelingsfunctie F dezelfde is voor ieder van de u 0 fouten. Als we dit als uitgangspunt nemen, is 8
9 ons model dus volledig bekend, afgezien van twee onbekende grootheden, te weten u 0, het aantal fouten in de software, en F de onbekende onderliggende verdelingsfunctie. Vanaf dit moment nemen we, zoals in Opdracht 4.3, aan dat F de verdelingsfunctie is van een exponentiële verdeling met parameter β. We houden dan een model over met twee onbekende, reëelwaardige, grootheden, te weten u 0 en β. In deze paragraaf gaan we proberen schatters te vinden voor u 0 en β. De methode die we hiervoor zullen gebruiken, is de methode van de meest aannemelijke schatters. Het onderliggende idee hierachter is welbekend. De meest aannemelijke schatters van u 0 en β zijn die waarden û 0 en ˆβ die de kans op het waarnemen van de feitelijke realisaties zo groot mogelijk maken. Twee dingen verdienen hier wat extra aandacht. Ten eerste: wat zijn die feitelijke realisaties. Bedenk dat we over een vaste periode getest hebben, (0, t e ]. In die periode hebben we m e storingen waargenomen; de tijdstippen van die storingen zijn geregistreerd en worden gegeven door t 1,..., t me. Van tevoren wisten we niet hoeveel storingen er binnen (0, t e ] zouden vallen. Het aantal storingen m e binnen (0, t e ] moeten we dus ook zien als door het toeval bepaald, als een realisatie dus! Het is het grootste gehele getal zo dat t me t e en t me +1 > t e. De kans op het waarnemen van de feitelijke realisaties (hier komen we op het tweede punt) zou dus worden gegeven door de kans P (T 1 = t 1, T = t,..., T me = t me, T me +1 > t e ). Echter omdat de verdeling F van T i continu is, is bovenstaande kans gelijk aan 0. Daar valt dus niets te maximaliseren. Daarom zullen we gaan kijken naar de volgende kans (5.1) ( P T 1 (t 1 t, t 1 + t ], T (t t, t + t ],..., ) T me (t me t, t me + t ], T me +1 > t e, waarbij we t weer heel klein zullen nemen. Vergelijk dit met de situatie bij continu verdeelde stochastische grootheden, waar de dichtheid gemaximaliseerd wordt. Laat weer voor t 0, M(t) het aantal gedetecteerde storingen zijn voor of op tijdstip t. Laat T 1 < T < < T u0 de geordende detectietijden zijn van de aanwezige fouten. We herinneren ons het verband tussen M(t) en T i : (5.) {M(t) i} {T i t}. Het volgende plaatje geeft schematisch het verband aan tussen M(t) op verschillende tijdstippen en de realisaties t 1,..., t me. Elk tijdstip t i wordt omgeven door haken. De linkerhaak stelt t i t voor, de rechterhaak t i + t. Bij het uitrekenen van de kans in (5.1) valt er tussen elk paar haken, ofwel in elk interval (t i t, t i + t ] een storing. Dat staat aangegeven boven de figuur. Bij elke storing wordt M één groter. De waarde van M staat aangegeven onder de figuur. Zij wordt gevormd door de cumulatieve som van wat boven de figuur staat. 9
10 Figuur 5.1 Figuur 5.1 kan van nut zijn om de kans in (5.1), de aannemelijkheidsfunctie, te bepalen. Opdracht 5.1 Laat zien dat ( P T 1 (t 1 t, t 1 + t ],T (t t, t + t ],..., T me (t me t, t me + t ], T me +1 > t e ) m e [ ] (u 0 i + 1)f(t i ) t (1 F (t e )) u 0 m e, i=1 voor t voldoende klein. Gebruik hierbij Figuur 5.1 en het feit dat voor elke 0 < s 1 <... < s m < de vector (M(s 1 ), M(s ) M(s 1 ),..., M(s m ) M(s m 1 ), u 0 M(s m )) de in Opdracht 3. bepaalde verdeling heeft. We zullen nu ons model volledig parametrisch maken door inderdaad te veronderstellen dat de detectietijd per fout exponentieel verdeeld is met parameter β, ofwel (5.3) F (t) = F β (t) = 1 exp( βt), t > 0. In het resulterende model zitten nu dus twee parameters die we willen schatten, te weten β en u 0. De aannemelijkheidsfunctie krijgen we door alle t s eruit te delen, met als resultaat m e (5.4) L(β, u 0 ) = [(u 0 i + 1)f β (t i )] (1 F β (t e )) u 0 m e i=1 Opdracht 5. Beschouw de natuurlijke logaritme van (5.4) en vul de definitie van F β uit (5.3) in. Laat zien dat de meest aannemelijke schatters ˆβ en û 0 van β en u 0 gegeven worden door: (5.5) ˆβ = m e me i=1 t i + t e (û 0 m e ), 10
11 met û 0 de oplossing van (5.6) m e i=1 1 û 0 i + 1 = m e t e me i=1 t i + t e (û 0 m e ). In de praktijk moet de oplossing van (5.6) benaderd worden. Meestal wordt hiervoor een iteratieve methode gebruikt. 6. De testresultaten voor StatWorks Het testteam heeft gedurende een tijd van 9108 CPU-seconden het pakket StatWorks getest en de tijdstippen geregistreerd waarop een storing optrad. Voor elke storing is de betreffende fout opgespoord en verwijderd. De storingstijdstippen zijn gegeven in de volgende tabel en zijn te vinden in de unix file /home/sda/cursusdata/statworks Tabel 6.1. Storingstijdstippen in CPU secondes 11
12 Opdracht 6.1 Bepaal de meest aannemelijke schattingen van β en u 0 voor de storingstijdstippen van Tabel 6.1. Het management heeft bepaald dat de software voor StatWorks kan worden vrijgegeven als de storingsintensiteit van StatWorks onder een bepaalde drempel zit. Die drempel is bepaald naar het criterium van Opdracht 4.4, namelijk dat de kans dat de software 4 CPU-uur foutloos draait minstens 95% is. Opdracht 6. Geef de meest aannemelijke schatting voor de resterende tijd (in CPU-uren) voordat aan de vastgestelde drempel kan worden voldaan. Gebruik hiervoor de oplossingsmethode van Opdracht Van CPU-tijd naar kalendertijd In de vorige opdracht heeft u een schatting gemaakt van de resterende tijd voordat het programma vrijgegeven kan worden, gemeten in CPU-uren. Hier heeft de manager natuurlijk helemaal niets aan. Hij wil een schatting hebben voor zijn klanten van de resterende tijd, gemeten in real-time tijdseenheden (in kalenderdagen bijv.). De vraag is nu: stel dat de software over τ CPU-uur vrijgegeven zou kunnen worden, hoeveel uren moet dan in werkelijkheid gewacht worden op de release? Laten we de relatie tussen CPU-tijd en werkelijke tijd (kalendertijd) eens nader bekijken. We beginnen hierbij met het testteam. Een uur CPU-tijd voor het runnen van tests zou bijvoorbeeld in werkelijkheid twee en een half uur kunnen kosten. Dit is het aantal mensuren dat het testteam besteedt aan bijvoorbeeld het invoeren van gegevens of aan het initialiseren van random input generators. Als het testteam dan uit twee personen bestaat, kost een uur CPU-tijd dus 1.5 uur kalendertijd, omdat de.5 uur over twee mensen kan worden verdeeld. Maar ook het optreden van een storing kost tijd. Immers, het testteam moet dan controleren of het daadwerkelijk een storing betreft en een verslag schrijven voor het reparatieteam met bijzonderheden over de aard van de storing en dergelijke. Laten we aannemen dat dit anderhalf uur in beslag neemt per fout, dus drie kwartier per fout persoon. De verwachte kalendertijd die besteed wordt aan rapportage van storingen bij een CPU-uur testen is dan drie kwartier maal het verwachte aantal storingen dat optreedt tijdens dat CPU-uur testen. Van paragraaf 4 weten we dat dat aantal uitgedrukt kan worden via de storingsintensiteit. Het verwachte aantal storingen dat optreedt in het tijdsinterval (t 1, t ) is gelijk aan t t 1 λ()ds. Zij τ een variabele die de tijd aangeeft gemeten vanaf t e. Het verwachte aantal storingen dat optreedt in het tijdsinterval τ (0, t], gegeven M(t e ) = m e, zullen we aanduiden met µ(τ). Uiteindelijk zullen we voor τ de waarde van t invullen die we uit Opdracht 6. kregen. 1
13 Opdracht 7.1 µ(τ) kan geschreven worden als τ λ(t)dt. 0 Geef een uitdrukking voor λ(t). Opdracht 7. In Opdracht 6.1 hebben we een schattingen van β en u 0 gevonden, met als tijdseenheid CPU-seconden. Deze schattingen zullen we in deze opdracht gebruiken, maar dan omgezet in CPU-uren. Stel dat het testteam bestaat uit twee man die full-time inzetbaar zijn. De verwachte kalendertijd (ook in uren) die verstreken is na τ CPU-uren noemen we ν t (τ) (het subscript t staat voor testteam). Schets de grafiek van ν t (τ). Laten we ons nu concentreren op het reparatieteam. Het reparatieteam treedt alleen in actie als er een storing geconstateerd is. De CPU-tijd die bij het testteam loopt kost voor het reparatieteam geen kalendertijd, tenminste niet op een rechtstreekse manier. De personeelstijd begint pas te lopen wanneer er een storing optreedt. Deze hangt dus van de CPU-tijd alleen af via het verwachte aantal opgetreden storingen. Een storing zal echter aan het reparatieteam gemiddeld meer tijd kosten dan aan het testteam. Het testteam hoeft bij het optreden van een storing alleen maar een rapportje te schrijven; het reparatieteam moet in de code van de software duiken en de fout opsporen. We nemen aan dat dit gemiddeld 6 mensuren per fout in beslag neemt. Opdracht 7.3 Neem dezelfde schattingen als in Opdracht 7.. Stel dat het reparatieteam ook uit twee full-time inzetbare personen bestaat. We noteren de verwachte kalendertijd die verstrijkt na τ CPU-uren als ν r (τ). Schets de grafiek van ν r (τ). Tenslotte gaan we naar de computerapparatuur. Een uur CPU-tijd kost de computer zelf natuurlijk ook tijd, laten we aannemen 6 uur. Elke storing kost de computer ook tijd, omdat bij een storing de software mogelijk nog een aantal keer gerund wordt door het testteam met dezelfde invoer om een beter idee te krijgen van wat er mis gaat. Een opgetreden storing kost gemiddeld een half uur CPU-tijd. Opdracht 7.4 Neem dezelfde schattingen als in Opdracht 7.. Stel dat er vier computers full-time beschikbaar zijn. We noteren de verwachte kalendertijd die verstrijkt na τ CPUuren als ν c (τ). Schets de grafiek van ν c (τ). Gedurende het testen wordt er op het testteam, het reparatieteam en de computer apparatuur simultaan een beroep gedaan. Dit is weliswaar in de praktijk niet helemaal exact waar, maar wel bij benadering. Hoeveel kalendertijd er in totaal verstrijkt tijdens een interval (0, τ] in CPU-uur hangt af van in welke mate het testteam, het computerteam en de computer apparatuur belast zijn. Het volgende scenario komt vaak voor in de praktijk. Als het testen net is begonnen, detecteert men een groot aantal fouten in een kort tijdsbestek. Er moet vaak met testen 13
14 worden gestopt, opdat het reparatieteam het allemaal kan bijhouden. Naarmate het testen voortduurt, worden de tijdsduren tussen intervallen steeds langer. Nu heeft het reparatieteam minder te doen, maar wordt het testteam de beperkende factor. Zij hebben al hun tijd nodig voor het runnen van de tests en het analyseren van de resultaten. Tenslotte wordt de beschikbare computertijd de beperkende factor. Welke bron is nu op een gegeven tijdstip de beperkende factor? Is dat het testteam, het reparatieteam of de computer apparatuur? Dat is die bron die de grootste toename heeft in verstreken kalendertijd, vergeleken met de toename in CPU-tijd. Neem een tijdstip τ in gedachten in CPU-tijd. De verwachte hoeveelheid kalendertijd die het testteam nodig zal hebben gedurende het tijdsinterval (τ, τ + h] is gelijk aan ν t (τ + h) ν t (τ). De verhouding verwachte toename kalendertijd vs. CPU-tijd is ν t(τ+h) ν t (τ) h. Evenzo is de verhouding van de verwachte hoeveelheid kalendertijd die het reparatieteam nodig zal hebben gedurende het tijdsinterval (τ, τ + h] gelijk aan ν r(τ+h) ν r (τ) h en de verwachte hoeveelheid kalendertijd voor de computer apparatuur is dan ν c(τ+h) ν c (τ) h. Is deze uitdrukking het grootste voor het testteam, dan heeft het testteam gedurende (τ, τ + h] in verhouding de grootste verwachte kalendertijd verbruikt en is het testteam dus de beperkende factor. Als we nu het tijdsinterval kleiner en kleiner maken, ofwel h naar 0 laten gaan, dan kunnen we dus ν door lim t (τ+h) ν t (τ) ν h 0 h te vergelijken met lim r (τ+h) ν r (τ) ν h 0 h en lim c (τ+h) ν c (τ) h 0 h, bepalen wie op tijdstip τ de beperkende factor vormt. Maar dan zijn we feitelijk de afgeleiden aan het vergelijken van ν t (τ), ν r (τ) en ν c (τ)! Opdracht 7.5 Differentieer de uitdrukkingen voor ν t (τ), ν r (τ) en ν c (τ) uit Opdrachten 7., 7.3 en 7.4 (bedenk dat µ (τ) = λ(τ)). Vul in de resulterende uitdrukkingen de schattingen uit Opdracht 6.1 in. Teken de resulterende ν t(τ), ν r(τ) en ν c(τ) in een figuur en geef daarin ook aan welke de grootste is. Bespreek in welke mate de situatie bij Mathworks voldoet aan het hierboven beschreven scenario. Als we ν(τ) zodanig definieren dat ν (τ) = max{ν t(τ), ν r(τ), ν c(τ)}, dan is de uiteindelijke aantal verstreken kalenderuren na τ CPU-uren gelijk aan ν(τ). Opdracht 7.6 Stel dat het 1 juli van dit jaar is, net voor het begin van de werkdag en stel dat het personeel volledig inzetbaar is (40 uur per week) tot de release van StatWorks. Geef op basis van de gegevens van de paragrafen 6 en 7 een schatting van de release-datum van StatWorks. 14
Vrije Universiteit Amsterdam Opleiding Wiskunde Vak Poisson Processen. Poisson Processen. Arno Weber.
Vrije Universiteit Amsterdam Opleiding Wiskunde Vak Poisson Processen Poisson Processen Arno Weber email: [email protected] Januari 2003 1 Inhoudsopgave 1. Computersimulaties 3 2. Wachttijd-paradox 6 3.
Model: Er is één bediende en de capaciteit van de wachtrij is onbegrensd. 1/19. 1 ) = σ 2 + τ 2 = s 2.
Het M/G/1 model In veel toepassingen is de aanname van exponentiële bedieningstijden niet realistisch (denk bijv. aan produktietijden). Daarom zullen we nu naar het model kijken met willekeurig verdeelde
De Wachttijd-paradox
De Wachttijd-paradox Korteweg-de Vries Instituut voor Wiskunde Universiteit van Amsterdam Mastercourse 15 november 25 Peter Spreij [email protected] 1 Het probleem In deze mastercourse behandelen
We zullen in deze les kijken hoe we netwerken kunnen analyseren, om bijvoorbeeld de volgende vragen te kunnen beantwoorden:
Wiskunde voor kunstmatige intelligentie, 24 Les 5 Proces analyse Veel processen laten zich door netwerken beschrijven, waarin een aantal knopen acties aangeeft en opdrachten langs verbindingen tussen de
Stochastische Modellen in Operations Management (153088)
S1 S2 X ms X ms Stochastische Modellen in Operations Management (153088) R1 S0 240 ms Ack Internet R2 L1 R3 L2 10 ms 1 10 ms D1 Richard Boucherie Stochastische Operations Research TW, Ravelijn H 219 http://wwwhome.math.utwente.nl/~boucherierj/onderwijs/153088/153088.html
We zullen de volgende modellen bekijken: Het M/M/ model 1/14
De analyse en resultaten van de voorgaande twee modellen (het M/M/1/K model en het M/M/1 model) kunnen uitgebreid worden naar modellen met meerdere bediendes. We zullen de volgende modellen bekijken: Het
Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 1: Kansrekening
Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 1: Kansrekening Inleveren: 12 januari 2011, VOOR het college Afspraken Serie 1 mag gemaakt en ingeleverd worden in tweetallen. Schrijf duidelijk je naam, e-mail
Q is het deel van de overgangsmatrix dat correspondeert met overgangen
COHORTE MODELLEN Stel we hebben een groep personen, waarvan het gedrag van ieder persoon afzonderlijk beschreven wordt door een Markov keten met toestandsruimte S = {0, 1, 2,..., N} en overgangsmatrix
Tentamen Mathematische Statistiek (2WS05), vrijdag 29 oktober 2010, van 14.00 17.00 uur.
Technische Universiteit Eindhoven Faculteit Wiskunde en Informatica Tentamen Mathematische Statistiek (WS05), vrijdag 9 oktober 010, van 14.00 17.00 uur. Dit is een tentamen met gesloten boek. De uitwerkingen
Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen
Inhoud college 5 Basiswiskunde 4.10 Taylorpolynomen 2 Basiswiskunde_College_5.nb 4.10 Inleiding Gegeven is een functie f met punt a in domein D f. Gezocht een eenvoudige functie, die rond punt a op f lijkt
Kansrekening en statistiek wi2105in deel I 29 januari 2010, uur
Kansrekening en statistiek wi20in deel I 29 januari 200, 400 700 uur Bij dit examen is het gebruik van een (evt grafische rekenmachine toegestaan Tevens krijgt u een formuleblad uitgereikt na afloop inleveren
en-splitsingen: een aantal alternatieven worden parallel toegepast, of-splitsingen: van een aantal alternatieven wordt er één toegepast,
Kansrekening voor Informatiekunde, 25 Les 8 Proces analyse Veel processen laten zich door netwerken beschrijven, waarin knopen acties aangeven en opdrachten langs verbindingen tussen de knopen verwerkt
Wiskunde B - Tentamen 2
Wiskunde B - Tentamen Tentamen van Wiskunde B voor CiT (57) Donderdag 4 april 005 van 900 tot 00 uur Dit tentamen bestaat uit 8 opgaven, 3 tabellen en formulebladen Vermeld ook je studentnummer op je werk
S n = tijdstip van de n-de gebeurtenis, T n = S n S n 1 = tijd tussen n-de en (n 1)-de gebeurtenis.
HET POISSON PROCES In veel praktische toepassingen kan het aaankomstproces van personen, orders,..., gemodelleerd worden door een zogenaamd Poisson proces. Definitie van een Poisson proces: Een Poisson
Kansrekening en statistiek WI2105IN deel I 4 november 2011, uur
Kansrekening en statistiek WI05IN deel I 4 november 0, 4.00 7.00 uur Bij dit examen is het gebruik van een (evt. grafische) rekenmachine toegestaan. Een formuleblad wordt uitgereikt. Meerkeuzevragen Toelichting:
Tentamen Kansrekening en Statistiek (2WS04), woensdag 30 juni 2010, van 9.00 12.00 uur.
Technische Universiteit Eindhoven Faculteit Wiskunde en Informatica Tentamen Kansrekening en Statistiek (WS4), woensdag 3 juni, van 9.. uur. Dit is een tentamen met gesloten boek. De uitwerkingen van de
Monte-Carlo simulatie voor financiële optieprijzen Studiepunten : 2
1 INLEIDING 1 Monte-Carlo simulatie voor financiële optieprijzen Studiepunten : 2 Volg stap voor stap de tekst en los de vragen op. Bedoeling is dat je op het einde van de rit een verzorgd verslag afgeeft
6.0 Differentiëren Met het differentiequotiënt bereken je de gemiddelde verandering per tijdseenheid.
6.0 Differentiëren Met het differentiequotiënt bereken je de gemiddelde verandering per tijdseenheid. f(x) = x x Differentiequotiënt van f(x) op [0, 3] = y f (3) f (0) 60 x 30 30 y x 1 Algemeen: Het differentiequotiënt
Machten, exponenten en logaritmen
Machten, eponenten en logaritmen Machten, eponenten en logaritmen Macht, eponent en grondtal Eponenten en logaritmen hebben alles met machtsverheffen te maken. Een macht als 4 is niets anders dan de herhaalde
Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie
Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie Inleveren: Uiterlijk 15 februari voor 16.00 in mijn postvakje Afspraken Overleg is toegestaan, maar iedereen levert zijn eigen werk in. Overschrijven
Gezamenlijke kansverdeling van twee stochasten
Gezamenlijke kansverdeling van twee stochasten Voorbeeld: V = de windsnelheid H = hoogte van het waterniveau in een rivier/zee De combinatie (V, H) is van belang voor een overstroming en niet zozeer V
Deze week: Schatten. Statistiek voor Informatica Hoofdstuk 6: Schatten. Voorbeeld Medicijnentest. Statistische inferentie
Deze week: Schatten Statistiek voor Informatica Hoofdstuk 6: Schatten Cursusjaar 2009 Peter de Waal Departement Informatica Statistische inferentie A Priori en posteriori verdelingen Geconjugeerde a priori
Tentamen Kansrekening en Statistiek (2WS04), dinsdag 17 juni 2008, van uur.
Technische Universiteit Eindhoven Faculteit Wiskunde en Informatica Tentamen Kansrekening en Statistiek (2WS4, dinsdag 17 juni 28, van 9. 12. uur. Dit is een tentamen met gesloten boek. De uitwerkingen
Opdracht 3: Baanintegratie: Planeet in een dubbelstersysteem
PLANETENSTELSELS - WERKCOLLEGE 3 EN 4 Opdracht 3: Baanintegratie: Planeet in een dubbelstersysteem In de vorige werkcolleges heb je je pythonkennis opgefrist. Je hebt een aantal fysische constanten ingelezen,
Deze week: Steekproefverdelingen. Statistiek voor Informatica Hoofdstuk 7: Steekproefverdelingen. Kwaliteit van schatter. Overzicht Schatten
Deze week: Steekproefverdelingen Statistiek voor Informatica Hoofdstuk 7: Steekproefverdelingen Cursusjaar 29 Peter de Waal Zuivere Schatters Betrouwbaarheidsintervallen Departement Informatica Hfdstk
LIMIETGEDRAG VAN CONTINUE-TIJD MARKOV KETENS
LIMIETGEDRAG VAN CONTINUE-TIJD MARKOV KETENS Hoofdstelling over limietgedrag van continue-tijd Markov ketens. Stelling: Een irreducibele, continue-tijd Markov keten met toestandsruimte S = {1, 2,..., N}
Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten
Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van
6.1 Beschouw de populatie die beschreven wordt door onderstaande kansverdeling.
Opgaven hoofdstuk 6 I Basistechnieken 6.1 Beschouw de populatie die beschreven wordt door onderstaande kansverdeling. x 0 2 4 6 p(x) ¼ ¼ ¼ ¼ a. Schrijf alle mogelijke verschillende steekproeven van n =
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN. Tentamen OGO Fysisch Experimenteren voor minor AP (3MN10)
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Tentamen OGO Fysisch Experimenteren voor minor AP (3MN10) en Tentamen Inleiding Experimentele Fysica voor Combi s (3NA10) d.d. 31 oktober 2011 van 9:00 12:00 uur Vul de
We illustreren deze werkwijze opnieuw a.h.v. de steekproef van de geboortegewichten
Hoofdstuk 8 Betrouwbaarheidsintervallen In het vorige hoofdstuk lieten we zien hoe het mogelijk is om over een ongekende karakteristiek van een populatie hypothesen te formuleren. Een andere manier van
Stochastiek 2. Inleiding in the Mathematische Statistiek. staff.fnwi.uva.nl/j.h.vanzanten
Stochastiek 2 Inleiding in the Mathematische Statistiek staff.fnwi.uva.nl/j.h.vanzanten 1 / 12 H.1 Introductie 2 / 12 Wat is statistiek? - 2 Statistiek is de kunst van het (wiskundig) modelleren van situaties
Kansrekening en statistiek wi2105in deel 2 16 april 2010, uur
Kansrekening en statistiek wi205in deel 2 6 april 200, 4.00 6.00 uur Bij dit examen is het gebruik van een (evt. grafische) rekenmachine toegestaan. Tevens krijgt u een formuleblad uitgereikt na afloop
Eindexamen wiskunde A 1-2 vwo I
Marathonloopsters De Olympische hardloopwedstrijd met de grootste lengte is de marathon: ruim 4 kilometer, om precies te zijn 4 195 meter. De marathon wordt zowel door mannen als door vrouwen gelopen.
Examen G0N34 Statistiek
Naam: Richting: Examen G0N34 Statistiek 8 september 2010 Enkele richtlijnen : Wie de vragen aanneemt en bekijkt, moet minstens 1 uur blijven zitten. Je mag gebruik maken van een rekenmachine, het formularium
Exponentiële Functie: Toepassingen
Exponentiële Functie: Toepassingen 1 Overgang tussen exponentiële functies en lineaire functies Wanneer we werken met de exponentiële functie is deze niet altijd gemakkelijk te herkennen. Daarom proberen
Examen VWO. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VWO 2010 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur oud programma wiskunde A1,2 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te
Examen HAVO. Wiskunde B1
Wiskunde B1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een
6.1 Beschouw de populatie die wordt beschreven door onderstaande kansverdeling.
Opgaven hoofdstuk 6 I Learning the Mechanics 6.1 Beschouw de populatie die wordt beschreven door onderstaande kansverdeling. De random variabele x wordt tweemaal waargenomen. Ga na dat, indien de waarnemingen
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Statistiek (2DD14) op vrijdag 17 maart 2006, 9.00-12.00 uur.
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica Tentamen Statistiek DD14) op vrijdag 17 maart 006, 9.00-1.00 uur. UITWERKINGEN 1. Methoden om schatters te vinden a) De aannemelijkheidsfunctie
Kansrekening en Statistiek
Kansrekening en Statistiek College 3 Dinsdag 21 September 1 / 21 1 Kansrekening Indeling: Uniforme verdelingen Cumulatieve distributiefuncties 2 / 21 Vragen: lengte Een lineaal wordt op een willekeurig
Voorbeeld visualisatie rapportage
Voorbeeld visualisatie rapportage Van dms Jeffrey Slort 1 e Barendrechtseweg 108 [email protected] 2992 XC BARENDRECHT 0620146404 IBAN: NL97INGB0004527010 KvK Nr. 530112321 www.vandms.nl BIC: INGBNL2A
Vrije Universiteit 28 mei Gebruik van een (niet-grafische) rekenmachine is toegestaan.
Afdeling Wiskunde Volledig tentamen Statistics Deeltentamen 2 Statistics Vrije Universiteit 28 mei 2015 Gebruik van een (niet-grafische) rekenmachine is toegestaan. Geheel tentamen: opgaven 1,2,3,4. Cijfer=
Kansrekening en Statistiek
Kansrekening en Statistiek College 2 Donderdag 15 September 1 / 42 1 Kansrekening Vandaag: Vragen Eigenschappen van kansen Oneindige discrete uitkomstenruimtes Continue uitkomstenruimtes Continue stochasten
Tijd. 10 min. 55 minuten
Tijd GROEP 5-6 50 55 minuten 1, 23, 32, 44, 45 en 51 De leerling: weet hoe dag en nacht ontstaan weet dat de tijd niet overal op de wereld hetzelfde is weet met welke instrumenten je tijd kunt meten kent
TENTAMEN WISKUNDIGE BEELDVERWERKINGSTECHNIEKEN
TENTAMEN WISKUNDIGE BEELDVERWERKINGSTECHNIEKEN Vakcode: 8D. Datum: Donderdag 8 juli 4. Tijd: 14. 17. uur. Plaats: MA 1.44/1.46 Lees dit vóórdat je begint! Maak iedere opgave op een apart vel. Schrijf je
Voorbehouden voor de correctoren Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Totaal. Toets Kansrekenen I. 28 maart 2014
Voorbehouden voor de correctoren Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Totaal Toets Kansrekenen I 28 maart 2014 Naam : Richting : Lees volgende aanwijzingen alvorens aan het examen te beginnen Wie de
De dynamica van een hertenpopulatie. Verslag 1 Modellen en Simulatie
De dynamica van een hertenpopulatie Verslag Modellen en Simulatie 8 februari 04 Inleiding Om de groei van een populatie te beschrijven, kunnen vele verschillende modellen worden gebruikt, en welke meer
Gaap, ja, nog een keer. In één variabele hebben we deze formule nu al een paar keer gezien:
Van de opgaven met een letter en dus zonder nummer staat het antwoord achterin. De vragen met een nummer behoren tot het huiswerk. Spieken achterin helpt je niets in het beter snappen... 1 Stelling van
Examen VWO. wiskunde A1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur
Examen VWO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur wiskunde A1,2 Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten
VEILIGHEIDSVOORRADEN BEREKENEN
VEILIGHEIDSVOORRADEN BEREKENEN 4 Soorten berekeningen 12 AUGUSTUS 2013 IR. PAUL DURLINGER Durlinger Consultancy Management Summary In dit paper worden vier methoden behandeld om veiligheidsvoorraden te
VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS
VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS Steekproefmodellen en normaal verdeelde steekproefgrootheden 5. Werktekst voor de leerling Prof. dr. Herman Callaert Hans Bekaert Cecile Goethals Lies Provoost Marc Vancaudenberg
8. Complexiteit van algoritmen:
8. Complexiteit van algoritmen: Voorbeeld: Een gevaarlijk spel 1 Spelboom voor het wespenspel 2 8.1 Complexiteit 4 8.2 NP-problemen 6 8.3 De oplossing 7 8.4 Een vuistregel 8 In dit hoofdstuk wordt het
Definitie van continue-tijd Markov keten:
Definitie van continue-tijd Markov keten: Een stochastisch proces {X(t), t 0} met toestandsruimte S heet een continue-tijd Markov keten (CTMC) als voor alle i en j in S en voor alle tijden s, t 0 geldt
Stochastiek 2. Inleiding in de Mathematische Statistiek 1/19
Stochastiek 2 Inleiding in de Mathematische Statistiek 1/19 Herhaling H.1 2/19 Mathematische Statistiek We beschouwen de beschikbare data als realisatie(s) van een stochastische grootheid X.(Vaak een vector
Kansrekening en statistiek WI2211TI / WI2105IN deel 2 2 februari 2012, uur
Kansrekening en statistiek WI22TI / WI25IN deel 2 2 februari 22, 4. 6. uur VOOR WI22TI: Bij dit examen is het gebruik van een (evt. grafische) rekenmachine toegestaan. Een formuleblad is niet toegestaan.
1 WAAM - Differentiaalvergelijkingen
1 WAAM - Differentiaalvergelijkingen 1.1 Algemene begrippen Een (gewone) differentiaalvergelijking heeft naast de onafhankelijke veranderlijke (bijvoorbeeld genoteerd als x), eveneens een onbekende functie
Examenvragen Hogere Wiskunde I
1 Examenvragen Hogere Wiskunde I Vraag 1. Zij a R willekeurig. Gegeven is dat voor alle r, s Q geldt dat a r+s = a r a s. Bewijs dat voor alle x, y R geldt dat a x+y = a x a y. Vraag 2. Gegeven 2 functies
EWMA Control Charts in Statistical Process Monitoring I.M. Zwetsloot
EWMA Control Charts in Statistical Process Monitoring I.M. Zwetsloot EWMA Control Charts in Statistical Process Monitoring Inez M. Zwetsloot Samenvatting EWMA Regelkaarten in Statistische Procesmonitoring
Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen.
Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van
Inleiding Modelmatige beschrijving Kansverdelingen Het overgangsdiagram De stellingen van Little M/M/1 M/M/1/N Afsluiti.
11 juni 2013 Maartje van de Vrugt, CHOIR Wat is het belang van wachtrijtheorie? Inleiding Modelmatige beschrijving Kansverdelingen Het overgangsdiagram De stellingen van Little M/M/1 Evenwichtskansen Wachtrij
10.0 Voorkennis. Herhaling van rekenregels voor machten: a als a a 1 0[5] [6] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a:
10.0 Voorkennis Herhaling van rekenregels voor machten: p p q pq a pq a a a [1] a [2] q a q p pq p p p a a [3] ( ab) a b [4] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a: 1 8 : a a : a a a a 3 8 3 83 5 Voorbeeld
Opgaves Hoofdstuk 3: Toevalsveranderlijken en Distributiefuncties
Opgaves Hoofdstuk 3: Toevalsveranderlijken en Distributiefuncties Discrete Distributiefuncties 3. Er zijn 3 studenten aan het begin van de dag aanwezig bij een symposium. De kans dat een student volhoudt
Het schatten van de Duitse oorlogsproductie: maximum likelihood versus de momentenmethode
Het schatten van de Duitse oorlogsproductie: maximum likelihood versus de momentenmethode Rik Lopuhaä TU Delft 30 januari, 2015 Rik Lopuhaä (TU Delft) Schatten van de Duitse oorlogsproductie 30 januari,
Migrerende euromunten
Migrerende euromunten Inleiding Op 1 januari 2002 werden in vijftien Europese landen (twaalf grote en drie heel kleine) euromunten en - biljetten in omloop gebracht. Wat de munten betreft, ging het in
Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde A. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek
Uitwerkingen Mei 2012 Eindexamen VWO Wiskunde A Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek Schroefas Opgave 1. In de figuur trekken we een lijn tussen 2600 tpm op de linkerschaal en
Examen VWO. Wiskunde A1 (nieuwe stijl)
Wiskunde A1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 28 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 81 punten te behalen; het examen bestaat uit
Modelleren C Appels. Christian Vleugels Sander Verkerk Richard Both. 2 april 2010. 1 Inleiding 2. 3 Data 3. 4 Aanpak 3
Modelleren C Appels Christian Vleugels Sander Verkerk Richard Both 2 april 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Probleembeschrijving 2 3 Data 3 4 Aanpak 3 5 Data-analyse 4 5.1 Data-analyse: per product.............................
NETWERKEN VAN WACHTRIJEN
NETWERKEN VAN WACHTRIJEN Tot nog toe keken we naar wachtrijmodellen bestaande uit 1 station. Klanten komen aan bij het station,... staan (al dan niet) een tijdje in de wachtrij,... worden bediend door
Examen HAVO. Wiskunde A1,2
Wiskunde A1,2 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 25 mei 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 19 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een
Examen HAVO. wiskunde A1,2. tijdvak 1 woensdag 28 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen HAVO 2008 tijdvak 1 woensdag 28 mei 13.30-16.30 uur wiskunde A1,2 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen. Voor
Stochastische grafen in alledaagse modellen
Stochastische grafen in alledaagse modellen Ionica Smeets en Gerard Hooghiemstra 27 februari 2004 Stochastische grafen zijn grafen waarbij het aantal kanten bepaald wordt door kansverdelingen. Deze grafen
1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.
1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;
Samenvatting Statistiek
Samenvatting Statistiek De hoofdstukken 1 t/m 3 gaan over kansrekening: het uitrekenen van kansen in een volledig gespecifeerd model, waarin de parameters bekend zijn en de kans op een gebeurtenis gevraagd
Compex wiskunde A1-2 vwo 2005-I
Zalm Wanneer van een vissoort te veel gevangen wordt, kan de populatie zich niet herstellen en valt er op den duur niets meer te vangen. Visserijbiologen streven dan ook naar een evenwichtssituatie waarbij
Sterrenkunde Praktikum 1 Fouten en fitten
Sterrenkunde Praktikum 1 Fouten en fitten Paul van der Werf 12 februari 2008 1 Inleiding In de sterrenkunde werken we vaak met zwakke signalen, of met grote hoeveelheden metingen van verschillende nauwkeurigheid.
Het is niet toegestaan om een formulekaart of rekenmachine te gebruiken. f(x) = 9x(x 1) en g(x) = 9x 5. Figuur 1: De grafieken van de functies f en g.
UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FNWI Voorbeeld Toets Wiskunde A Het is niet toegestaan om een formulekaart of rekenmachine te gebruiken. 1. De twee functies f en g worden gegeven door f(x) = 9x(x 1) en g(x)
Toegepaste Wiskunde 2: Het Kalman-filter
Toegepaste Wiskunde 2: Het Kalman-filter 25 februari, 2008 Hans Maassen 1. Inleiding Het Kalman filter schat de toestand van een systeem op basis van een reeks, door ruis verstoorde waarnemingen. Een meer
Eindexamen wiskunde B 1 havo 2009 - I
Vetpercentage Al heel lang onderzoekt men het verband tussen enerzijds het gewicht en de lengte van volwassen mensen en anderzijds hun gezondheid. Hierbij gebruikt men vaak de Body Mass Index (BMI). De
Set 3 Inleveropgaven Kansrekening (2WS20) Opgaven met sterretjes zijn lastiger dan opgaven zonder sterretje.
Technische Universiteit Eindhoven Faculteit Wiskunde en Informatica Set 3 Inleveropgaven Kansrekening (2WS2) 23-24 Opgaven met sterretjes zijn lastiger dan opgaven zonder sterretje.. Voetbalplaatjes. Bij
Statistiek I Samenvatting. Prof. dr. Carette
Statistiek I Samenvatting Prof. dr. Carette Opleiding: bachelor of science in de Handelswetenschappen Academiejaar 2016 2017 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Statistiek, gegevens en statistisch denken... 3 De
1 Rekenen in eindige precisie
Rekenen in eindige precisie Een computer rekent per definitie met een eindige deelverzameling van getallen. In dit hoofdstuk bekijken we hoe dit binnen een computer is ingericht, en wat daarvan de gevolgen
3 Wat is een stelsel lineaire vergelijkingen?
In deze les bekijken we de situatie waarin er mogelijk meerdere vergelijkingen zijn ( stelsels ) en meerdere variabelen, maar waarin elke vergelijking er relatief eenvoudig uitziet, namelijk lineair is.
Leeswijzer bij het college Functies en Reeksen
Leeswijzer bij het college Functies en Reeksen Erik van den Ban Najaar 2012 Introductie eze leeswijzer bij het dictaat Functies en Reeksen (versie augustus 2011) heeft als doel een gewijzigde opbouw van
Lineaire algebra 1 najaar Lineaire codes
Lineaire algebra 1 najaar 2008 Lineaire codes Bij het versturen van digitale informatie worden in principe ketens van bits verstuurd die de waarde 0 of 1 kunnen hebben. Omdat de transmissiekanalen door
Eenparige rechtlijnige beweging
Eenparige rechtlijnige beweging Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.1 Snelheid B1 In concrete voorbeelden van beweging het
