KERNGEGEVENS BINNENSTAD
|
|
|
- Brigitta Meijer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1
2
3 KERNGEGEVENS BINNENSTAD 1
4 SAMENVATTING KERNGEGEVENS Gekeken is naar de wijken Binnenstad, Jekerkwartier, Kommelkwartier, Statenkwartier, Boschstraatkwartier, Sint Maartenspoort, Wyck. Van 2007 tot 2012 is het inwoneraantal gestegen voor alle wijken, behalve St. Maartenspoort. De vooral grote stijging in Wijck, Binnenstad, Statenkwartier en Jekerkwartier komt door woningsplitsing, wonen boven winkels en functieverandering. Van 2007 tot 2012 is het aantal huishoudens wel in alle wijken omhoog gegaan. Van 2007 tot 2010 zijn in de Binnenstad, het Boschstraatkwartier en Sint Maartenspoort het aantal vestigingen omlaag gegaan. In de andere wijken is dit licht gestegen. In totaal over het centrum is het nagenoeg gelijk gebleven. Van 2007 tot 2010 zijn in Wyck, Sint Maartenspoort en het Jekerkwartier het aantal commerciële vestigingen enigszins gedaald. In totaal over de wijken in het centrum is het miniem gestegen. Wat betreft niet-commerciële dienstverlening, zijn de cijfers in deze periode gelijk gebleven in de Binnenstad en Wyck. In het Statenkwartier en Boschstraatkwartier is het iets gedaald. Bij de andere wijken is er een stijging. In totaal blijft het nagenoeg gelijk over de jaren. Het aantal vermogensdelicten van 2006 tot 2010 is alleen niet omlaag gegaan in de Binnenstad en het Statenkwartier. Als we per wijk kijken van 2006 tot 2010 is het gevoel van dreiging iets gedaald in de wijken Binnenstad, Jekerkwartier en Kommelkwartier, terwijl het in de andere wijken gelijk is gebleven. In totaal iets gedaald. Het percentage inwoners waarbij is ingebroken is fors toegenomen van 2006 tot 2010, met name in de Binnenstad, het Jekerkwartier en Statenkwartier. Het aantal bedreigingen met lichamelijk geweld is afgenomen van 2006 tot 2010 in het Kommel- en Statenkwartier. Toegenomen is het vooral in de Binnenstad. Als we naar het totaalplaatje kijken, blijven de cijfers nagenoeg gelijk. Het aantal drugsincidenten is in 2012 gestegen in vergelijking met Vooral in het Boschstraatkwartier is dit het meest gestegen van heel Maastricht. De binnenstad, Kommelkwartier en Sint Maartenspoort vallen niet in de top 10 van Maastricht met hoogste drugsincidenten. Van 2006 tot 2010 blijft de waardering van de woonomgeving bijna gelijk overal. Van 2006 tot 2010 blijft het aantal zelfstandigen ook overal gelijk over de jaren. Het aantal parkeerboetes voor mensen zonder kaartje is alleen in het Statenkwartier enigszins gedaald in de periode van 2008 tot Het aantal klachten over de horeca is sinds 2005 elk jaar gedaald. 2
5 1 INHOUD 2 Inwoners Huishoudens Aantal huishoudens uitgesplitst in eenpersoonshuishoudens, tweepersoons, gezinnen met kinderen Aantal studenten in de binnenstad PASSANTEN Vestigingen Commerciele dienstverlening Niet-commerciele dienstverlening Zelfstandigen Oordeel veiligheid Inbraak Bedreiging DRUGSINCIDENTEN Waardering woonomgeving PARKEERBOETES KLACHTEN OVER HORECA GEGEVENS OVER WONINGSPLITSING FIJNSTOFGEGEVENS Meer info?
6 2 INWONERS 1 Figuur 1: Aantal inwoners per jaar en per wijk (NB: geen gegevens beschikbaar van voor 2007 voor de Binnenstad) Wijck Statenkwartier Sint Maartenspoort Kommelkwartier Jekerkwartier Boschstraatkwartier Binnenstad Figuur 2: Aantal inwoners (totaal van de wijken Wijck, Statenkwartier, Sint Maartenspoort, Kommelkwartier, Jekerkwartier, Boschstraatkwartier en Binnenstad) 1 Centraal Bureau voor de Statistiek 4
7 3 HUISHOUDENS 1 Definitie: Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend. Figuur 3: Aantal huishoudens per jaar en per buurt Wijck Statenkwartier Sint Maartenspoort Kommelkwartier Jekerkwartier Boschstraatkwartier Binnenstad Figuur 4: Aantal huishoudens (totaal van de wijken Wijck, Statenkwartier, Sint Maartenspoort, Kommelkwartier, Jekerkwartier, Boschstraatkwartier en Binnenstad) 5
8 4 AANTAL HUISHOUDENS UITGESPLITST IN EENPERSOONSHUISHOUDENS, TWEEPERSOONS, GEZINNEN MET KINDEREN 1 Figuur 5: Huishoudens in het centrum naar type huishouden in Een-persoon huishouden Echtpaar zonder kinderen Een-ouder gezin Echtpaar met kinderen 6
9 5 AANTAL STUDENTEN IN DE BINNENSTAD Percentage afkomstig uit buurtpeiling 2010; aantal is gebaseerd op aantal inwoners op 1 januari 2012 in de wijken. Tabel 1: Aantal studenten in centrum Buurt Percentage Aantal 00 Binnenstad 29, Jekerkwartier 18, Kommelkwartier 24, Statenkwartier 21, Boschstraatkrt 14, St.Maartensprt 14, Wyck 11,6 577 Totaal
10 6 PASSANTEN Tabel 2: Winkelpassantentelling Bron: Locatus Aantal passanten
11 7 VESTIGINGEN 1 Definitie: Bedrijven hebben één of meer lokale eenheden, zogenaamde vestigingen. De meeste bedrijven bestaan uit één vestiging, een klein deel van de bedrijven heeft meer dan één vestiging. Een vestiging is een afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor de uitoefening van activiteiten. Vestigingen worden ingedeeld naar de economische activiteit van het bedrijf waartoe zij behoren. Figuur 6: Aantal vestigingen per wijk en per jaar Wijck Statenkwartier Sint Maartenspoort Kommelkwartier Jekerkwartier Boschstraatkwartier Binnenstad Figuur 7: Aantal vestigingen (totaal van de wijken Wijck, Statenkwartier, Sint Maartenspoort, Kommelkwartier, Jekerkwartier, Boschstraatkwartier en Binnenstad)
12 8 COMMERCIELE DIENSTVERLENING 1 Definitie: Dienstverlening gericht op het maken van winst, samenvoeging van de SBI-secties G t/m N, daardoor omvattend: Reparatie van consumentenartikelen en handel; Horeca; Vervoer, opslag en communicatie; Financiële instellingen; Verhuur van en handel in onroerend goed, verhuur van roerende goederen en zakelijke dienstverlening. Figuur 8: Aantal vestigingen in commerciele dienstverlening per jaar en per wijk Wijck Statenkwartier Sint Maartenspoort Kommelkwartier Jekerkwartier Boschstraatkwartier Binnenstad Figuur 9: Aantal vestigingen in commerciele dienstverlening (totaal van de wijken Wijck, Statenkwartier, Sint Maartenspoort, Kommelkwartier, Jekerkwartier, Boschstraatkwartier en Binnenstad) 10
13 9 NIET-COMMERCIELE DIENSTVERLENING 1 Definitie: Dienstverlening niet gericht op het maken van winst, samenvoeging van de SBI-secties O t/m U, daardoor omvattend: Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen; Onderwijs; Gezondheids- en welzijnszorg; Milieudienstverlening, cultuur, recreatie en overige dienstverlening; Particuliere huishoudens met personeel in loondienst; Extra-territoriale lichamen en organisaties. Figuur 10: Aantal vestigingen in niet-commerciele dienstverlening per jaar en per wijk Wijck Statenkwartier Sint Maartenspoort Kommelkwartier Jekerkwartier Boschstraatkwartier Binnenstad Figuur 11: Aantal vestigingen in niet-commerciele dienstverlening (totaal van de wijken Wijck, Statenkwartier, Sint Maartenspoort, Kommelkwartier, Jekerkwartier, Boschstraatkwartier en Binnenstad) 11
14 10 ZELFSTANDIGEN 1 Definitie: Het aandeel zelfstandigen op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar. Tabel 7: Aandeel zelfstandigen Zelfstandigen (inkomstenbron) Binnenstad Boschstraatkwartier Jekerkwartier Kommelkwartier Sint Maartenspoort Statenkwartier Wijck
15 11 OORDEEL VEILIGHEID 2 Tabel 2: Schaalscore vermogensdelicten per buurt Buurt Binnenstad 6,0 5,3 5,8 6,0 Jekerkwartier - 5,8 4,9 4,6 Kommelkwartier - 5,3 5,0 4,1 Statenkwartier - 5,7 5,6 5,8 Boschstraatkwartier - 5,7 6,4 4,8 St.Maartenspoort 5,2 4,4 5,1 4,0 Wyck 5,8 5,4 5,1 5,0 Maastricht 4,6 4,5 4,6 4,3 Tabel 3: Schaalscore dreiging per buurt Buurt Binnenstad 4,5 4,1 4,4 4,0 Jekerkwartier 2) - 3,0 2,5 2,6 Kommelkwartier 2) - 3,2 2,4 2,7 Statenkwartier 2) - 4,5 4,4 4,5 Boschstraatkwartier 2) - 4,4 5,1 4,4 St.Maartenspoort 2,2 2,3 3,0 2,3 Wyck 2,9 2,8 2,7 2,8 Maastricht 1,6 1,7 1,7 2,0 2 Integrale buurtpeiling Maastricht 13
16 12 INBRAAK 2 Tabel 4: Percentage inwoners waarbij is ingebroken Maastricht Wyck 3,4 3,3 3,5 2,4 2,9 4,8 4,6 4, St.Maartenspoort 2,6 4,4 5,6 5,1 Boschstraatkwartier 0,0 1,5 3,4 5,8 Statenkwartier 0,0 1,8 4,2 9,6 Kommelkwartier 0,0 2,4 3,3 5,2 Jekerkwartier 0,0 3,6 7,6 10,0 Binnenstad 4,6 5,5 8,2 9,4 14
17 13 BEDREIGING 2 Figuur 12: Percentage bewoners dat afgelopen 12 maanden in de eigen buurt slachtoffer is geweest van bedreiging met lichamelijk geweld Maastricht Wyck St.Maartenspoort Boschstraatkwartier Statenkwartier Kommelkwartier Jekerkwartier Binnenstad 0,0 0,0 0,0 0,0 3,8 7,0 5,3 6,8 7 6,1 7,8 5,0 8,2 8,9 4,9 6,0 10,6 10,0 11,4 11,0 8,0 5,5 10,5 9,4 6,9 5,5 10,3 13,3 12, ,5 15,8 16,3 15
18 14 DRUGSINCIDENTEN Binnenstad, Kommelkwartier en Sint Maartenspoort behoren niet tot de Top 10 van buurten in Maastricht met hoogste aantal geregistreerde drugsincidenten in de periode mei tot en met december in De toename in heel Maastricht is het hoogst in het Boschstraatkwartier: van 46 registraties in 2009 naar 358 in Tabel 5: Aantal drugsincidenten Bron: Het nieuwe coffeeshopbeleid. Een overzichtelijke tussenbalans in Maastricht (apr 2013) Zelfstandigen (inkomstenbron) Binnenstad Boschstraatkwartier Jekerkwartier Kommelkwartier Sint Maartenspoort Statenkwartier Wijck Totaal centrum
19 15 WAARDERING WOONOMGEVING 2 Tabel 6: rapportcijfer woonomgeving Buurt Binnenstad 7,3 7,4 7,4 7,3 Jekerkwartier - 7,8 7,8 8,0 Kommelkwartier - 7,1 7,2 6,9 Statenkwartier - 6,8 6,9 6,9 Boschstraatkwartier - 7,0 6,8 6,9 St.Maartenspoort 6,7 7,0 6,8 7,1 Wyck 7,5 7,6 7,6 7,6 Maastricht 7 7,0 7,0 7,1 17
20 16 PARKEERBOETES Wijk Totaal Waarvan Totaal Waarvan Totaal Waarvan Totaal Waarvan Totaal Waarvan Aantal Sepo's e.d. Aantal Sepo's Aantal Sepo's Aantal Sepo's Aantal Sepo's e.d. e.d. e.d. e.d. BINNENSTAD JEKERKWARTIER-ZUID KOMMELKWARTIER STATENKWARTIER BOSCHSTRAATKWARTIER SINT MAARTENSPOORT WYCK Totaal Totaal Centrum Tabel 8: Aandeel parkeerboetes van mensen die geen kaartje hebben gekocht. Bron: Key2Parkeren 18
21 17 KLACHTEN OVER HORECA Deze cijfers zijn niet per wijk beschikbaar. Tabel 9: Aantal klachten over de horeca. Bron: Jaarrapportage WABO handhaving Veiligheid en Leefbaarheid (feb 2013) Cafés (piketdienst)
22 18 GEGEVENS OVER WONINGSPLITSING pm 20
23 19 FIJNSTOFGEGEVENS pm 21
24 20 MEER INFO? 22
25 OVERZICHT BELEIDSSTUKKEN M.B.T. BINNENSTAD concept d.d. 26 april 2013 (eerste inventarisatie) In dit stuk zijn citaten opgenomen uit vigerende beleidsstukken. 1. Economische Visie pg 2 2. Structuurvisie pg 7 a. Mobiliteit pg 7 b. Groen, natuur en landschap pg 7 c. Water pg 8 d. Openbare ruimte pg 9 e. Wonen pg 9 f. Economie pg 9 g. Milieu en ondergrond pg 10 h. Architectuur en cultureel erfgoed pg 11 i. Maatschappelijke voorzieningen pg Diverse deelnota s pg 13 a. Detailhandel pg 13 b. Centrummanagement pg 15 c. Aanloopstraten pg 17 d. Winkeltijden pg 18 e. Convenant VVV pg 20 f. Topdruktedagen pg 20 g. Belvédère pg 21 h. Locatiekeuze perifere detailhandel (PDV) pg 25 i. Evenementen pg 28 j. Horeca pg 30 k. Terrassen pg 31 l. Marktverordening pg 31 1
26 m. Ambulante handel pg 31 n. Kermis pg 31 o. Hotels pg 32 p. Maastricht kandidaat Culturele Hoofdstad van Europa 2018 pg 33 q. Poppodium pg 36 r. Culturele carrières pg 36 s. Parkeren pg 37 t. Fietsen pg 37 u. Woningsplitsing pg 38 v. Lokale woonagenda pg 39 w. Stedelijke programmering woningbouw pg 40 x. Luchtkwaliteit pg 42 y. Student en stad pg 43 z. Kinderopvang en onderwijs pg 43 aa. Stadsvisie pg 43 bb. Stedelijke bevoorrading pg 44 cc. Coalitieakkoord pg 45 dd. Welstandsnota pg 46 ee. Reclamebeleid pg 48 ff. Vestingvisie pg 48 gg. Vlaggen en banieren pg 49 hh. Bomennota pg 49 ii. Afval pg 49 jj. Duurzaamheid pg 50 kk. Autoluwheid Wijck pg 52 ll. Drugsbeleid pg 52 mm. Integrale veiligheid pg 53 nn. Rampenbestrijdingsplan pg 54 oo. Handhaving fysieke ruimte pg 54 2
27 pp. Raamplan openbare ruimte pg 56 qq. IBOR pg 57 rr. Sociale visie pg 58 3
28 1 ECONOMISCHE VISIE Made in Maastricht 2020: Service en gastvrijheid zit in het DNA van Maastricht en past bij de ambitie Maastricht als ontmoetingstad. Maastricht is nationaal een top winkelstad en wil in de top-3 blijven. Dat gaat niet vanzelf. Daarom zal worden gestreefd naar het mogelijk maken van nieuwe functies en combinaties van functies in de binnenstad. [pg6] De raadscommissie Economische en Sociale Zaken (ESZ) van de gemeente Maastricht heeft tussen november 2011 en juni 2012 vier raadsconferenties georganiseerd waarin experts, ondernemers, partners en burgers zijn uitgenodigd om met elkaar en met raadsleden in discussie te gaan over de nieuwe economische visie. Thema s tijdens de bijeenkomsten waren: de economie algemeen, de Health Campus, de binnenstad en de industrie. [pg8] De detailhandel met meer dan 1327 vestigingen biedt mensen werkgelegenheid. De detailhandel concentreert zich, net als de horeca, in de binnenstad. [pg15] Topwinkelstad en dagbezoekers De compacte historische binnenstad met meer dan 1600 monumenten trekt jaarlijks miljoenen bezoekers naar Maastricht. Het zijn bezoekers uit stad en (Eu)regio die een dagje komen winkelen, een evenement bezoeken, cultuur opsnuiven of (inter)nationale toeristen en zakelijke bezoekers die de stad aandoen. De naamsbekendheid en het imago van Maastricht als bezoekstad is goed. Maastricht vervult een centrumfunctie als het gaat om het regionaal kooptoerisme. De historische binnenstad heeft hierin een belangrijke trekkersrol. Het winkelaanbod is er uitgebreid en naast de bekende ketens zijn er ook vele exclusieve en gespecialiseerde zaken. Het voornaamste winkelgebied kent twee gedeelten: het kleinstedelijk stadsdeel Wyck aan de oostelijke Maasoever en het westelijk stadsdeel aan de Maas met het oudste deel rond het Stokstraatkwartier. In het oude centrum tussen de St. Servaasbrug en de Markt en het Vrijthof bevinden zich vele winkelstraten en steegjes en de nieuwe grotere winkelcentra Mosae Forum en Entre Deux. [pg17] De naamsbekendheid van Maastricht is groot en wereldwijd. Bovendien heeft de stad een sterk imago. Dat is vooral te danken aan de historische binnenstad, een aantal grote evenementen, het kwalitatief hoogwaardige horeca-aanbod en de grote congres- en beursfaciliteiten. [pg19] Potentiële groeisectoren zijn voor Maastricht vooral het (zakelijk) toerisme en de kenniseconomie op het gebied van life sciences en health, vooral in combinatie met sectoren zoals de dienstverlening (in het bijzonder de shared services), wellness en zorg. De aanwezige creatieve industrie (architectuur, design en kunsten) kan een belangrijke verbindende en vernieuwende schakel vormen met frisse ideeën over lifestyle en identiteit. Bovendien is de creatieve sector zelf steeds meer een prominente economische factor, die zeker binnen de Euregio nog groeipotentie heeft. Maastricht kan het podium bieden voor de creatieve bedrijvigheid, die veelal in de binnenstad tot zijn recht kan komen. [pg23] De flexibilisering van de arbeidsmarkt, de digitalisering en het nieuwe werken zijn als trends op dit moment al zichtbaar in Maastricht. De kantorenleegstand in de stad als geheel bedraagt 15% en is in sommige kantoorgebieden waar grote zakelijke dienstverleners zijn ingekrompen of naar elders verhuisd, nog hoger. In het centrum is de leegstand in de detailhandel, deels veroorzaakt door de conjunctuur, maar ook als gevolg van de toename van het internetshoppen, zichtbaar. De aandacht voor een blijvend kwalitatief hoogwaardig en divers winkelaanbod in de binnenstad neemt daarmee toe. De vraag naar bedrijventerreinen is stabiel laag, deels door de geringe bedrijvendynamiek en 4
29 deels door de economische ontwikkelingen. De studenten van de vele locaties van de Universiteit Maastricht en de Zuyd Hogeschool maken de binnenstad levendig en dynamisch. Dat geldt ook voor de grote stroom aan bezoekers. Maastricht heeft grote kansen als ontmoetingsstad: mensen wonen, winkelen en werken er graag. Dit vraagt wel om de juiste faciliteiten en een sterk onderscheidend vermogen als gastvrije stad. [pg24] Het culturele klimaat weet nieuwe kenniswerkers te interesseren voor deze regio en aan zich te binden. Creatieve ondernemers vestigen zich graag op de diverse locaties in de binnenstad die binnen handbereik komen. De binnenstad wordt op die manier een stuk aantrekkelijker voor de bezoekers. De ondernemers gaan zelf aan de slag met de panden en maken creatieve broedplaatsen die weer anderen inspireren. Zij kunnen gebruik maken van ondernemersondersteuning op maat, maar zoeken daarin vooral hun eigen weg. Waar mogelijk is er een netwerk van coaches van meer gevestigde ondernemers. De creatieve sector weet door haar inzichten over identiteit en design de huidige bedrijven in stad en regio zoals de maakindustrie een impuls te geven. Goede voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het FABLAB. Nieuwe concepten worden ontwikkeld die aansluiten op zowel de lokale als wereldwijde schaal. Op die manier kunnen niches worden ontwikkeld en nieuwe markten bediend. [pg30] Maastricht is de stad van het nieuwe werken én bezoekstad voor mensen uit de regio, Euregio en daarbuiten. Hier komen mensen om te werken, te studeren, te ontspannen en anderen te ontmoeten. De historische binnenstad weet met haar diversiteit en kwaliteit van het winkelaanbod bezoekers te blijven trekken. Op iedere straathoek is Wifi-ontvangst. De bezoekers worden gastvrij ontvangen. Meertaligheid zoals Engels, Frans, Duits hoort daarbij. Door meer functiemenging en tijdelijke invullingen met nieuwe creatieve ideeën ontstaan op een aantal plekken in de binnenstad nieuwe winkelconcepten die dit combineren met hun aanbod via internet. Mensen prefereren winkelen in de Maastrichtse binnenstad, boven het alleen shoppen via internet vanwege het totaalaanbod en de ambiance die de stad biedt. Nieuwe culturele evenementen in de binnenstad en daarbuiten zijn in trek bij de bezoekers en voldoen ook aan de behoefte van studenten en jongeren. Bestaande tradities en evenementen die bijdragen aan het unieke karakter van Maastricht worden waar wenselijk verbreed. Zakelijke bijeenkomsten, studie en meer ontspannende activiteiten worden in Maastricht gecombineerd en de scheiding tussen recreëren, studeren en werken vervaagt zichtbaar. Dat maakt de binnenstad nog levendiger en dynamischer. In Randwyck vervult het MECC hierin een centrale rol. Door nieuwe combinaties van werkplekken, expositie, ontmoetingsplekken en recreëerplekken mogelijk te maken, ontstaan op natuurlijke wijze nieuwe netwerken. [pg32] Om nieuwe concepten te kunnen ontwikkelen, hebben ondernemers in deze tijd behoefte aan flexibiliteit, experimenteerruimte, snelheid en maatwerk. Dit betekent dat in de gemeentelijke service en dienstverlening een klantgerichte, open houding, duidelijkheid en snelheid van handelen voorop dient te staan. Het gaat echter verder dan dat: ondernemers gericht faciliteren met specifieke bedrijfshuisvesting, minder regels en meer flexibele bestemmingsplannen dragen bij aan het benodigde ondernemersklimaat. Dat zal leiden tot spanning tussen enerzijds de behoefte aan eenduidigheid en kwaliteit en anderzijds maatwerk en flexibiliteit. Die spanning moet voor een aantal locaties in de stad worden opgezocht. Prioriteit daarin hebben de Binnenstad en Randwyck. Daarnaast zal er ook via buurt- en wijkeconomie-projecten in de buurtplannen ingezet worden op de groeiende behoeften van ZZP; ers aan kleinschalige werkruimten. [pg35] De Economische Agenda van Maastricht op hoofdlijnen: Acties Algemeen randvoorwaardelijk: 5
30 Realiseren draadloos internet in binnenstad en Randwyck door het ontwikkelen van een businessmodel. [pg40] Acties Maastricht in top-3 als winkelstad: Functieverbreding en nieuwe concepten in de binnenstad mogelijk maken via vrijstellingen. Acties Meer en langer verblijf in Maastricht waaronder het zakelijk toerisme: Bevorderen zowel deelname congres/beurs als bezoek aan binnenstad door knelpunten weg te nemen. [pg45] 6
31 2 STRUCTUURVISIE 2.1 MOBILITEIT De historische singelstructuur rond de binnenstad (Frontensingel, Statensingel, Hertogsingel en Prins Bisschopsingel) en de Annalaan worden in de huidige situatie al (te) zwaar belast, wat een bedreiging is voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van belangrijke delen van de stad. De verwachting is dat autobezit en autogebruik nog verder zullen toenemen. De opgave is een hoofdstructuur voor de auto te ontwikkelen met voldoende capaciteit om de bereikbaarheid van de stad te waarborgen. ondertunneling A2, verbetering en gedeeltelijke omlegging van het Noorderbrugtracé. Als gevolg van beide projecten zal de hoofdstructuur voor de auto veranderen van een ringstructuur rond de binnenstad tot een structuur waarin de A2 de ruggengraat vormt en de Noorderbrug en de J.F.Kennedybrug de belangrijkste ribben. Het voordeel daarvan is dat de singels rond de binnenstad worden ontlast en er een vrij groot gebied ontstaat in en rond de binnenstad waar het autoverkeer geen hoofdrol opeist en ruimte ontstaat voor het openbaar vervoer en het langzaam verkeer. [pg7] Het Centraal Station is het belangrijkste knooppunt in het openbaarvervoernetwerk van Maastricht. Hier vinden veel overstappen plaats tussen de trein, bus, auto, fiets en taxi. De ambitie is stapsgewijs te komen tot een overzichtelijke stationsomgeving met een kwalitatieve verblijfsruimte. De eerste stap hierin wordt ingegeven door de tramverbinding Hasselt Maastricht. Om voor de tram een (eind)halte bij het centraal station te maken, moet het huidige busstation worden aangepast en moet een meer structurele oplossing worden gevonden voor het stallen van fietsen. Daarnaast is de ambitie om de P&R capaciteit bij het station te verhogen. [pg10] Een aantrekkelijk en wervend fietsnetwerk kent snelle, conflictvrije routes. De wens is om door het hart van de stad tussen de oostelijke en westelijke Maasoever een verkeerslichtvrije route te realiseren van de Rechtbank tot aan de Geusselt. [pg11] 2.2 GROEN, NATUUR EN LANDSCHAP Maastricht heeft veel verschillende woonomgevingen, variërend van de stenige historische binnenstad tot en met groen dooraderde buitenwijken en vrij liggende dorpen aan de rand van de stad. Dit is een van de redenen dat Maastricht nu al een aantrekkelijke woonstad is, met voor elk wat wils qua woonomgeving. Doel naar de toekomst is om, met behoud van eigen karakter, van iedere wijk van Maastricht een aantrekkelijke en toekomstbestendige woonomgeving te maken. Voor een aantrekkelijke woonomgeving is de aanwezigheid van voldoende, groene openbare ruimte en recreatieplekken belangrijk. [pg22] Er zijn in Maastricht al een aantal van deze stadsdeelparken: het historische stadspark aan de zuidkant van de binnenstad, via het Jekerpark verbonden met het Jekerdal. Dit park is ter hoogte van de Tapijnkazerne momenteel erg smal. Bij herontwikkeling van het voormalige kazerneterrein zal het stadspark op deze plek worden verbreed; het gebied wordt omgevormd tot een openbaar park, waarin (monumentale) gebouwen liggen. Aan de noordwestkant van de binnenstad ligt het natuurgebied de Hoge Fronten. Samen met de Lage Fronten zal binnen het plan Belvédère een deels ecologisch parkgebied ontstaan: het Frontenpark. [pg25] 7
32 In de groenste wijk Belfort is 34% van de grondoppervlakte openbaar groen, terwijl in de Binnenstad slechts 0,5% van het grondoppervlakte uit openbaar groen bestaat. Er zijn een aantal wijken die zowel weinig openbaar groen als privégroen hebben. Dit kan verschillende oorzaken hebben. In de Binnenstad bijvoorbeeld zijn de afgelopen eeuw door een ander gebruik van gebouwen (de ontwikkeling van een kernwinkelgebied) de binnentuinen in de bouwblokken bebouwd geraakt om meer winkeloppervlakte te maken. In andere delen van de Binnenstad buiten het kernwinkelgebied zijn binnentuinen verhard (parkeren voor bewoners en werknemers) of bebouwd (woningbouw, bijvoorbeeld Charles Voscour en Herdenkingsplein). (Voormalige) kloostertuinen zijn de schaarse uitzonderingen hierop, al zijn de meeste de afgelopen eeuwen bebouwd geraakt. Alleen van de allergrootste tuinen, zoals de Hof van Tilly en het gebied rond de Abtstraat, zijn restanten bewaard gebleven. Hierdoor is de Binnenstad erg versteend geworden. In andere wijken heeft vaak het verharden van tuinen vanwege het onderhoudsgemak en het uitbreiden van parkeerplaatsen ten koste van openbaar groen geleid tot het stenige karakter. [pg28] In bijvoorbeeld de Binnenstad is de druk op de beschikbare ruimte zo groot, dat alleen groene daken en soms aanplant van een enkele boom voor een beter woonklimaat kunnen zorgen. In deze wijk is bescherming van bestaand groen dan ook een absolute voorwaarde. [pg30] Centraalstedelijk gebied. Bij herstructurering ligt de nadruk op het vergroenen van het openbaar gebied. Het gaat hier om stedelijk groen, d.w.z. plantsoenen, laanstructuren, groene middenbermen en straatbomen, waar mogelijk van de 1e orde. Binnenstad. Hier ligt de nadruk op het waar mogelijk vergroenen van binnengebieden en het verzekeren van de groeiomstandigheden van bomen van de 1e orde. [pg32] 2.3 WATER TRANSFORMATIEPRINCIPES Meer oppervlaktewater en openbaar groen in de stad brengen als onderdeel van wijk reconstructies. Dit combineren met een aaneengesloten bovengrondse regenwaterstructuur om wateroverlast te voorkomen en op te lossen en voor het verwerken van regenwater uit toekomstige afkoppelprojecten. Belangrijke droogdalen en beekdalen vrijmaken van bebouwing zodra zich kansen voordoen. Bij weg en wijkreconstructies en bij rioolvervanging inzetten op zoveel mogelijk scheiden van regenwater van het afvalwater. De waterkwaliteit van de Maas en het Kanjelbeeksysteem verbeteren door aanpak van de riooloverstorten door afkoppelen en de aanleg van groene bergingen. De bestaande oppervlaktewaterstructuur van Maas, kanalen, beek en droogdalen, vijvers, plassen en regenwaterbuffers behouden en versterken door alleen watergerelateerde ontwikkelingen toe te staan en door herinrichting, bodemsanering en natuurontwikkeling. Verhoging van het beschermingsniveau tegen hoogwater van de Maas door verbreding van de Maasbedding, verdieping van de Maasbedding, inclusief aanpassing van de St. Servaasbrug en door het verhogen van de waterkeringen. 8
33 2.4 OPENBARE RUIMTE De binnenstad heeft meerdere functies. Het is de ontmoetingsplek voor alle Maastrichtenaren, het winkelend publiek, de bezoekers van de horeca etc. Het is de belangrijkste plek voor publieke evenementen en ook het gebied waar zich een groot deel van het culturele leven afspeelt. In die zin is de binnenstad het Forum van de stad. In de binnenstad ontstaan verschillende sferen. Ten noorden van het kernwinkelgebied ontwikkelt zich een dynamisch gebied rond het Bassin met zijn 19 e eeuws karakter en grootschalige gebouwen. Goed ontsloten vanaf de Noorderbrug en door de tram, die dwars door het gebied loopt. De zuidelijke binnenstad behoudt haar dromerige middeleeuwse ka-rakter. De sfeer wordt bepaald door de aanwezigheid van de universiteit en andere onderwijsinstellingen. De binnenstad wordt uitgebreid met het Frontenpark aan de noordzijde en aan de zuidzijde, waar het gebied van de Tapijnkazerne deels openbaar wordt en onderdeel van het Stadspark. De stad wordt zo meer met haar vesting verbonden. De kwaliteit van de openbare ruimte wordt verbeterd. Onder andere door het aantal parkeerplaatsen op straat/maaiveld waar mogelijk te verminderen en het bezoekersparkeren meer vanuit de rand van de (binnen)stad te organiseren (Park&Walk/ Park&Ride). Belangrijk uitgangspunt voor bouwinitiatieven is de bijdrage aan (de levendigheid van) het binnenstedelijk woon-, werk- en verblijfsmilieu en de kwaliteit van de openbare ruimte. Wonen boven winkels speelt daar een belangrijke rol in. 2.5 WONEN In de (centrum )stedelijke woonmilieus ligt de nadruk op inbreiden en verdichten. [pg44] Maastricht realiseert stedelijke woonmilieus. Dat betekent bouwen in hogere dichtheden en in de directe nabijheid van een breed palet aan voorzieningen. In de centrumstedelijke woonmilieus ligt de nadruk op wonen in hoge dichtheden gemengd met andere functies. [pg47] Voor studenten zet Maastricht in op een short stay campus voor de groeiende groep kortblijvende internationale masterstudenten. Hiervoor is de Tapijnkazerne voorzien. Een plek waar de Universiteit Maastricht (UM) residential colleges kan vestigen om er een universitaire, kleinschalige binnenstadscampus van te maken. Verder zet de gemeente in op het verbeteren van het bestaande kameraanbod. Met name door toevoeging van grotere, zelfstandige wooneenheden en het uitbreiden van het aanbod short stay. Ook op andere plekken zal ruimte worden gegeven aan initiatieven voor short stay. De gemeente voert geen actief spreidings of concentratiebeleid voor studentenhuisvesting. [pg49] Transformatieprincipes: Studentenhuisvesting in/aan randen van binnenstad en bij losse clusters van onderwijsvoorzieningen en liefst in bestaande (woon )gebouwen. [pg50] 2.6 ECONOMIE In de detailhandel gaan de ontwikkelingen de laatste jaren snel. Onder meer als gevolg van het opkomende internetshoppen en nieuwe winkelconcepten (winkel wordt meer showroom dan voorraadplek) komen met name de binnensteden onder druk te staan. Kwantiteit en kwaliteit van winkelvloeroppervlakten zullen wijzigen, evenals de samenstelling van winkelcentra. Funshoppen alleen is niet meer genoeg, in de toekomst komt het aan op de juiste hoeveelheid en mix van 9
34 aantrekkelijke belevingsaspecten. Dat vereist een pro actieve houding van de voornaamste binnenstadsactoren (ondernemers en gemeente) wat betreft het toekomstbestendig houden van de binnenstad. Met name de aanloopstraten zijn hierin kwetsbaar. Wellicht zullen hier functieveranderingen moeten worden gefaciliteerd, of vormen van tijdelijk gebruik. De binnenstad van Maastricht heeft weliswaar van nature een mix van aantrekkelijke elementen (gedifferentieerd winkelaanbod, veelzijdige horeca, monumentaal karakter, kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, internationaal karakter, Bourgondische inslag), maar ontkomt er ook niet aan actief in te spelen op veranderende omstandigheden. Naar verwachting zullen deze ontwikkelingen ook doorsijpelen naar de buurtwinkelcentra c.q. de wijkverzorgende centra. Onder voorbehoud dat internetverkopen van dagelijkse goederen geen hoge vlucht nemen, zal er echter een bestaansrecht blijven voor dergelijke buurt en wijkverzorgende functies. En zullen deze plaatsen ook een belangrijke drager kunnen blijven voor ontmoetingscentra. Binnenstad Het behouden en waar mogelijk versterken van de positie van de binnenstad van Maastricht als lokaal, regionaal, bovenregionaal en internationaal koop en bezoekcentrum staat centraal. De ontwikkelingen in Belvédère zullen de komende jaren, tezamen met een betere positionering van de aanloopmilieus, de positieve lijn verder door moeten zetten. Buiten de ontwikkelingen in Belvédère dient het accent te liggen op kleinschalige, vooral ook kwalitatieve en structuurversterkende initiatieven. Hierbij dient het streven onder meer gericht te zijn op winkels in de hoogwaardige en exclusieve marktsegmenten. Voor grootschalige detailhandel is op Belvédère het voormalige Sphinxterrein aangewezen als de te ontwikkelen locatie. Het is voor het sturen op de gewenste ontwikkeling van de GDV locatie van belang om geen concurrerende GDV ontwikkelingen op nieuwe locaties in gang te zetten. Belvédère Ten aanzien van perifere detailhandel is gekozen voor concentratie op één locatie, namelijk Belvédère en een grootschalig tuincentrum in Zuidoost Maastricht. De locatie Belvédère ligt aan de rand van het centrum en biedt daardoor een unieke kans om een keten van detailhandelsgebieden te creëren die elkaar versterken. Om deze keten van binnenstad, GDV en PDV te optimaliseren, is het van groot belang om deze gebieden ruimtelijk zo goed en aantrekkelijk mogelijk te verbinden. [pg69] 2.7 MILIEU EN ONDERGROND In de ondergrond van het centrum is het erg druk. De ondergrond in de binnenstad kent veel verschillende functies, vaak vanuit het verleden (kabels, leidingen, archeologie, kelders, parkeren, verontreinigd grondwater etc.). Integrale benadering van deze ondergrondse functies in een zo vroeg mogelijk stadium van bouwplannen bijv. is essentieel om kansen te benutten en onverwachte risico s ter voorkomen. Transformatieprincipes In het centrum en in opgehoogde en overstromingsgebieden zijn er beperkingen voor gevoelig gebruik, zoals volkstuinen, landbouw, natuurontwikkeling. Met name voor nieuwe groene functies in deze gebieden moet de leeflaag relatief schoon zijn. Omdat gebiedseigen diffuse verontreinigingen grondverzet in het centrum en de opgehoogde gebieden relatief duur maakt, wordt gestuurd op een gesloten grondbalans. [pg116] 10
35 Geluidstransformatieprincipes: Binnenpleinen in de binnenstad zoveel mogelijk autovrij houden om zo de gevels van geluidgevoelige bestemmingen aan de achterzijde geluidsluw te houden. [pg107] 2.8 ARCHITECTUUR EN CULTUREEL ERFGOED Relatie gebouwen met openbare ruimte. Het centrale thema van deze structuurvisie is ruimte voor ontmoeting. Met name in de binnenstad, de subcentra en de ontmoetingsplekken in wijken en buurten is de relatie van het gebouw met de openbare ruimte wezenlijk voor de levendigheid en de verblijfskwaliteit van de omgeving. Hier is dus bijzondere aandacht vereist voor de plint, de begane grondlaag waar zich de entrees van de gebouwen bevinden. Bij voorkeur bevinden zich hier de toegangen en is een flexibele invulling mogelijk voor detailhandel, voorzieningen of wonen. [pg92] Architectonische aandachtsgebieden. Dit zijn gebieden waar nu een bijzonder samenhang is tussen architectuur en de stedenbouwkundige context. Bij herstructurering is dan ook een speciale aandacht vereist voor die samenhang. (Zie ook kaart architectonische aandachtsgebieden). Historische Binnenstad. Hier speelt vooral de schaalkwestie: Over het algemeen heeft de binnenstad een kleinschalig karakter. Zij wordt vooral gekenmerkt door individuele panden, met hier en daar een publiek gebouw in een grotere schaal. Een uitzondering is het gebied bij het Bassin, dat als industrieel kwartier in de 19e eeuw tot ontwikkeling kwam. Hier is ruimte voor meer grootschalige gebouwen. Het dakenlandschap is karakteristiek voor de historische binnenstad en derhalve een belangrijk aandachtspunt. De opgaves op binnenterreinen, zoals de Vermicellifabriek moeten passen binnen de opgebouwde traditie van inbreidingsplannen, zoals het Herdenkingsplein. [pg94] Herbestemmen is de meest voor de hand liggende manier van duurzaam bouwen. Maastricht kent een grote geschiedenis wat betreft het herbestemmen van religieus erfgoed. Aansprekende voorbeelden hiervan zijn het Rijksarchief Limburg in het Franciscanerklooster aan de Sint Pieterstraat, het Kruisherenhotel in het Kommelkwartier, Stichting Opera Zuid in de kerk van Malpertuis en de Dominicanerkerk als boekhandel in de binnenstad. Momenteel vraagt het industrieel erfgoed om een geschikte herbestemming, zoals de Timmerfabriek als cultuurfabriek, het Eiffelgebouw en de kop van de Sphinx als mogelijke plek voor Quartier des Arts en de gemeentelijke gasfabriek. [pg101] In de centrummilieus, de stedelijke woonmilieus en de parkwijkmilieus ligt hoger bouwen voor de hand, met een maximale goothoogte van 20 meter langs hoofdwegen en bij voorzieningencentra. Hoogbouw als compositorisch element is in de centrummilieus niet uitgesloten. Voor de maximale hoogtes gelden twee uitgangspunten: Het silhouet van de binnenstad moet gerespecteerd worden en nieuwe hoogbouw mag niet uitsteken boven de dalrand aan de oostzijde van de stad. Hoogbouw is niet mogelijk in de zichtlijn vanaf de Pietersberg naar de torens van St.Jan en St. Servaas. Buiten de bovengenoemde zones is hoogbouw bespreekbaar als stedenbouwkundig compositiemiddel binnen een centrummilieu 11
36 2.9 MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Ruimte voor ontmoeting, het centrale thema van deze structuurvisie, heeft een directe relatie met maatschappelijke voorzieningen. Maatschappelijke voorzieningen vormen de basis voor het patroon van belangrijke ontmoetingsplaatsen in de stad, zowel in de binnenstad via culturele voorzieningen als in de buitenwijken via scholen, gezondheidscentra, sportlocaties en gemeenschapshuizen. Overzicht van de keuzes richting 2018 en De culturele infrastructuur vraagt maatwerk en state of the art voorzieningen die amateur en professional in staat stellen zich te ontwikkelen, elkaar te ontmoeten en samen te werken aan nieuwe producten. Opleiding, stedelijke ontmoeting, R&D, productie en presentatie komen zowel in de wereld van de podiumkunsten (theater, muziek, dans) als bij beeldende kunst, film, creatieve industrie en de amateurkunsten terug als de domeinen waarin de stad in het kader van de structuurvisie keuzes zal maken en haar verantwoordelijkheid wil nemen. Maastricht streeft naar: - een adequaat en dekkend voorzieningenniveau voor productie en presentatie in 2018; - het aantrekkelijker maken van het stadscentrum; - het oprekken naar nieuwe dynamische stadsdelen als Belvédère binnen de singels; - het duurzaam aansluiten op boeiende buitengebieden als de zone St.Pietersberg en bij uitbreiding op het parklandschap over de stads en landsgrenzen heen; - uitbouw van Belvédère binnen de singels tussen nu en 2020 tot een sterke nieuwe binnenstedelijke culturele en creatieve bestemming, een mooie pendant van de wijk Céramique (Noord en Zuid). 12
37 3 DIVERSE DEELNOTA S DETAILHANDELSNOTA GEMEENTE MAASTRICHT DETAILHANDELSNOTA 2008 EINDRAPPORT (okt 2008): Definitie binnenstad. Met de term binnenstad wordt in deze rapportage de binnenstad inclusief Wyck bedoeld. Lokale, regionale en bovenregionale bezoekers. Het draagvlak voor de detailhandel in de gemeente Maastricht bestaat primair uit de inwoners van de gemeente en direct omliggende regio. Door omvang en kwaliteiten reikt het verzorgingsbereik van de Maastrichtse binnenstad echter veel verder. De binnenstad weet consumenten aan te trekken uit (heel) Nederland alsmede uit België en Duitsland. Naar de toekomst toe zal volgens gemeentelijke prognoses sprake zijn van een beperkte daling van het inwoner- tal van Maastricht naar ca inwoners in Ook elders in Limburg hebben gemeenten te maken met een teruggang van het inwonertal. [pg8] De binnenstad Uitgangspunten In de verdere functionele ontwikkeling van de binnenstad (inclusief Wyck) staan de volgende belangrijke uitgangspunten centraal: De binnenstad van Maastricht heeft de afgelopen periode, mede door de ontwikkeling van de twee grootschalige projecten Mosae Forum en Entre Deux, een geweldige kwalitatieve slag gemaakt. De komende jaren zullen nodig zijn om de winkel- structuur opnieuw in evenwicht te brengen. Op dit moment zijn er immers signalen dat de bezoekersaantallen over de gehele binnenstad onvoldoende zijn gestegen en dat de structuur aan het schuiven is, waardoor het in de Grote Staat/Kleine Staat minder druk is dan voorheen. Buiten de ontwikkelingen in Belvédère worden in de detailhandelsvisie voor de komende jaren geen grote uitbreidingsprojecten voor de binnenstad voorzien. Het accent dient te liggen op kleinschalige, vooral ook kwalitatieve en structuurversterkende initiatieven. Hierbij dient het streven vooral gericht te zijn op topwinkels in de hoogwaardige en exclusieve marktsegmenten. Voor de binnenstad is een goede afstemming en complementariteit met de ontwikkeling van Belvédère (Sphinxterrein) van groot belang. Versterkte en hernieuwde aandacht is nodig voor de aanloop- milieus en de specifieke deelgebieden in de binnenstad (zoals bijvoorbeeld Wyck). Hierin zal ook vooral het zelfstandig en kleinschalig ondernemersschap zijn plek moeten vinden. Om de gewenste functie en ambities van de binnenstad van Maastricht blijvend waar te maken zullen de belangrijke rand- voorwaarden als bereikbaarheid en parkeren optimaal ingevuld dienen te worden. Het organiserend vermogen en de publiek-private samenwerking in de binnenstad moet een nieuw en professioneel elan gaan uitstralen. Ook het grootwinkelbedrijf en het kleinbedrijf zullen hierin samen op dienen te trekken. Een intensivering van de promotie en de daaraan gekoppelde citymarketing is noodzakelijk. Profiel en perspectief. Het behouden en waar mogelijk versterken van de positie van de binnenstad van Maastricht als lokaal, regionaal, bovenregionaal en internationaal koop- en bezoekcentrum staat centraal in de 13
38 detail- handelsvisie. De recente investeringen in de binnenstad zullen daaraan, op basis van ook een uitgelijnde promotiecampagne, ongetwijfeld een positieve bijdrage kunnen leveren. Het is wel gewenst om dit blijvend te monitoren op basis van actuele bezoeker- stellingen. De ontwikkelingen in Belvédère zullen de komende jaren, tezamen met een betere positionering van de aanloopmilieus, de positieve lijn verder door dienen te zetten. In een zeer sterk concurrerende retailmarkt (zowel nationaal als internationaal) is dit ook hard nodig. Verschuivingen in de looproutes? Het perspectief voor de binnenstad is onverminderd goed. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat er door de recente én toekomstige investeringen verdere verschuivingen zullen blijven optreden in de binnenstad. Immers door de nieuwe projecten Mosae Forum en Entre Deux, zijn de bezoekersstromen meer opgeschoven richting de noord- en westzijde van de binnenstad. De realisatie van detailhandel op het Sphinxterrein in combinatie met het parkeren als bronpunt zal deze ontwikkeling naar verwachting ver- der doortrekken naar de noordkant van het centrum. Het is de vraag of er uiteindelijk voldoende programma en ontwikkelingsmogelijkheden resteren om daarbij alle aanloopmilieus in de binnenstad voldoende overeind te houden. Het in beeld brengen van deze (on-)mogelijkheden vormt een belangrijk actiepunt voor de binnenstad. Uiteindelijk is de markt niet oneindig groot en kan het soms ook gewenst zijn om in te zetten op functieverandering. Daarnaast is het van belang om de juiste balans te bewaren tussen de binnenstad en de andere mogelijk concurrerende winkelgebieden binnen de gemeente Maastricht. Met de positionering van met name de stadsdeel- en wijkcentra en de GDV-ontwikkelingen (Belvédère) is hier in de visie terdege rekening mee gehouden.[pg24] Wijk- en buurtcentra Herpositionering en modernisering van winkelgebieden afgestemd op het draagvlak staat centraal op buurt- en wijkniveau. De opschaling of herpositionering in functieniveau van een zestal winkelgebieden is daarbij in de toekomstige hoofdstructuur als uitgangspunt neergezet: In verband met de ontwikkeling van het wijkwinkelcentrum Wittevrouwenveld dient conform het Raadsbesluit d.d. 16 september 2008 de Frankenstraat zich, middels een actieve sturing, te ontwikkelen naar een woon-werk-winkelstraat, een aanloopstraat waar een mix te vinden is van winkels die de huren in het centrum niet op kunnen brengen of anderszins bijzonder en kleinschalig zijn, allochtone ondernemers die voor de bijzondere couleur locale zorgen en veelal jonge mensen die graag in zo n vrijer, creatiever en losser milieu wonen en werken. Gezien het bijzondere karakter van deze voorzieningen moet de beoogde ontwikkeling en invulling van de Frankenstraat complementair zijn aan de winkelgebieden Voltaplein (Wittevrouwenveld), Heer en de binnenstad. [pg35] Op dit moment is het leegstandpercentage in Maastricht vergelijkbaar met dat van andere steden en dus niet schrikbarend. Wel is het zaak om zeer alert te blijven en te voorkómen dat er naast de huidige veelal frictieleegstand ook structurele leegstand ontstaat. Het is dan ook van het grootste belang dat het centrum als geheel aantrekkelijk blijft voor de consumenten, zowel vanuit de eigen stad als van daarbuiten. Zoals voor de stad als geheel gestreefd wordt naar het vergroten van de diversiteit in het detailhandelsaanbod, is dit zeker ook voor het centrum het geval. Voor het centrum spelen de kleinschalige winkeltjes hierbij een belangrijke rol. Dergelijke winkeltjes, veelal als gevolg van keuzen van de winkeliers zelf, verdwijnen langzaam uit het kernwinkelgebied (de zogenaamde A1-locaties), een ontwikkeling die ook in andere steden blijkbaar niet te stuiten is. Om dergelijke 14
39 winkeltjes toch te kunnen behouden voor het centrum, is vanuit de raad aangegeven om in te zetten op de aanloopstraten. De strategie is om in de aanloopstraten gunstige randvoorwaarden c.q. een gunstig klimaat te scheppen voor de vestiging van dergelijke winkeltjes. Of men zich daadwerkelijk zal gaan vestigen, zal echter uiteindelijk afhangen van de keuzen van de winkeliers zelf. [pg62] CENTRUMMANAGEMENT EVALUATIE CENTRUMMANAGEMENT MAASTRICHT (sept 2012): Aanleiding De raad heeft op 17 december 2008 op voorstel van het college besloten een nieuw slagvaardig centrummanagement in te stellen. Een professioneel opgezette organisatie met een deugdelijke, structurele financiering, waaraan alle ondernemers in de binnenstad bijdragen. De raad heeft het besluit genomen om de structurele financiering te laten plaatsvinden middels het heffen van reclamebelasting in het centrum, deze inkomsten worden ook ingezet om de kosten van de herinrichting van het kernwinkelgebied op basis van het oude convenant te herfinancieren. De eerder daarvoor ingezette baatbelasting wordt afgeschaft. Reclamebelasting wordt geheven in de binnenstad (het gebied tussen de singels en Wyck) bij ondernemers die reclame voeren, zichtbaar vanaf de openbare weg. De voorbereiding om nieuw centrummanagement in te stellen, heeft plaatsgevonden door de wethouder van economische zaken in overleg met de ondernemersverenigingen (destijds) VBO, OiW, de VEBM en Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Limburg. Bij de instelling van het nieuw Centrummanagement is met de raad afgesproken om dit centrummanagement te evalueren en de raad hiervan in kennis te stellen. Daarbij zou ook de differentiatie van de tarieven van de reclamebelasting worden betrokken, waarover inmiddels een aparte notitie is verschenen, die door de raad is besproken. In het jaar 2009 is gestart met het inrichten van het nieuwe bestuur. Een publiek-private samenwerking waarbij de bestuurders werden gekozen vanuit hun affiniteit met en kennis van diverse achtergronden, voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter. Zitting in het bestuur hebben vertegenwoordigers afkomstig uit de gelederen van de detailhandel, de grootwinkelbedrijven, cultuur, horeca, vrije tijd en eigenaren. Vanuit de gemeente neemt de wethouder economie, ambtelijk ondersteund, deel. Op 1 maart 2010 is centrummanager Paul ten Haaf gestart met zijn werkzaamheden. Destijds is besloten na 2 jaar te evalueren. In overleg met uw raad is dat evaluatiemoment uitgesteld naar 2012, vanwege de tijd die gemoeid is geweest met het vinden van een onafhankelijke voorzitter en aansluitend het benoemen van de overige bestuursleden. Vervolgens bleek ook met het vinden van een geschikte centrummanager meer tijd dan verwacht te zijn gemoeid. Conclusies Raadsnota en Financiën Centrummanagement heeft zich bewezen en is in de stad en door de gemeente een aanvaarde partner. De stichting heeft grosso modo de gevraagde prestaties uit de raadsnota gehaald. Een visiedocument binnen de kaders van de raadsnota is nagenoeg afgerond als meerjarig beleidsplan. Er is hard gewerkt aan een aantal punten, die in de raadsnota zijn genoemd zoals bereikbaarheid en parkeren, en de ontwikkeling van de aanloopstraten. De stichting heeft daarnaast andere activiteiten ondernomen, die vooraf niet direct waren gepland maar goed waren voor de stad en haar bewoners/ondernemers. De stichting centrummanagement heeft daarmee alles overziende haar plaats in de stad verdiend. 15
40 Naar de toekomst toe kan de stichting een wezenlijke rol vervullen in de ontwikkeling van de stad naar MCH 2018 en de rol die ondernemers daarin zouden kunnen vervullen. Over het bestuursmodel is binnen het bestuur te lang gesproken. Daardoor was er weinig aandacht voor de actualiteit, werd de centrummanager te weinig ondersteund en werd er geen discussie gevoerd over de ontwikkeling van de stad. Uiteindelijk is lang discussie over het meest gewenste bestuursmodel gevoerd. Daaruit zijn de volgende conclusies door het bestuur getrokken (zie ook bestuursverslag bijlage 1). Met betrekking tot wat centrummanagement is of zou moeten zijn. Centrummanagement: - Is een onafhankelijke stichting, noodzakelijk om voldoende vrij te kunnen opereren, vrij van banden met partners, gemeenten en andere relevante partijen - Heeft een onafhankelijke voorzitter, die vooral een verbinder is en met gezag kan opereren - Werkt met bestuursleden zonder last of ruggespraak - Hanteert Good Governance (regelt werkwijze van en omgang tussen bestuursleden) als leidraad voor respectvol besturen - kiest voor BOC als belangenbehartiger - Wil een Raad van Advies (RvA) voor het bestuur - Denkt dat de wethouder zitting moet nemen in de RvA, niet persé in het bestuur Op basis van deze overwegingen en conclusies zullen aanbevelingen worden geformuleerd voor het bestuur van de stichting Centrummanagement. Financiën In paragraaf 3 Financiën is aangegeven, dat er in de gemeentelijke bijdrage van een bedrag van slechts tijdelijk gedekt tot en met Bij de evaluatie wordt bezien, of continuering aan de orde is. Daarnaast blijken de inkomsten uit de Reclamebelasting enigszins te zijn achtergebleven bij de verwachtingen.. Continueren van de afgesproken extra bijdrage van (paragraaf 3.3) is zeker noodzakelijk. Gelet op de rol die centrummanagement kan spelen bij de ontwikkeling van evenementen als MCH 2018 in de overtuiging van ondernemers om mee te doen, is op dit moment bezuinigen een verkeerd signaal. Centrummanagement is belangrijk geworden in de stad en heeft goed gepresteerd in de afgelopen jaren. De inspanningen van de stichting om hogere omzetten te bevorderen van en voor de ondernemers in de binnenstad passen binnen het collegeprogramma, dat bevordering van werkgelegenheid tot doel heeft. De aanpak van de aanloopstraten, samen met de gemeente, maar ook met de ondernemers, heeft vruchten afgeworpen. In dat licht is continuering van de bijdrage als structureel onderdeel van de financiering van centrummanagement dan ook een logische stap. Bij de ramingen van de te verwachten opbrengst van de reclamebelasting is uitgegaan van een groter aantal bedrijven dat belastingplichtig zou zijn. Het aantal bezwaarschriften, dat moest worden gehonoreerd was in eerste aanleg ook groter dan geraamd. De laatste jaren nemen de inkomsten weer toe. Daardoor is de toerekening naar de financiering van het ondernemersdeel van de kosten herinrichting kernwinkelgebied in eerste instantie lager uitgevallen en zijn de kosten voor de gemeenten hoger dan bedoeld. Vanwege het feit dat de laatste jaren de inkomsten toenemen en het tekort ten opzichte van de begroting kleiner wordt, is de verwachting dat binnen afzienbare tijd de opbrengsten van de reclamebelasting in de pas met het geraamde bedrag loopt. Mocht na enkele 16
41 jaren dit niet het geval zijn, dan zullen andere maatregelen (bijv. tariefstijging) moeten worden voorgesteld.. Organisatie en bestuur Het bestuur is veel tijd met zich zelf kwijt geweest en kwam mede daardoor niet voldoende aan sturing toe. Het bestuur zou (zichzelf) moeten vernieuwen om leiding te kunnen geven aan Centrummanagement nieuwe stijl. De voorstellen, die in het bestuursverslag zijn opgenomen en onder Conclusies in paragraaf 4 zijn verwoord kunnen daarbij leidend zijn cq zouden moeten worden gevolgd. Aanbevelingen Het college realiseert zich, dat de stichting Centrummanagement onafhankelijk is. Daarom zijn onderstaande voorstellen als aanbeveling geformuleerd. De rol van centrummanagement als bindende factor tussen ondernemer en gemeente zal beter vormgegeven moeten worden. Er zullen concrete prestatieafspraken moeten worden geformuleerd op het gebied van de te ondernemen activiteiten als de aanpak van aanloopstraten, evenementen, zodat de voortgang bij de tweejaarlijkse evaluatie aan de gemeenteraad inzichtelijk kan worden gemaakt. Het bestuur van de stichting Centrummanagement zou zich moeten organiseren conform het gestelde onder conclusies en op basis van haar eigen evaluatie (bijlage1). Dat wil zeggen dat het bestuur aandacht dient te geven aan: o De invoering van Good Governance o De onafhankelijkheid van de stichting, het bestuur en het voorzitterschap De structuur rond om Centrummanagement invoeren Na 2 jaar prestaties en structuur evalueren. AANLOOPSTRATEN EVALUATIE CENTRUMMANAGEMENT MAASTRICHT (sept 2012): Doelstellingen gehaald. Leegstand iets gedaald. Ondernemers beter georganiseerd. Successen bevorderen leefbaarheid. Sinds de start van de centrummanager wordt er veel geluisterd naar ondernemers. De aanloopstraten moet meer profiteren van de inspanningen van CM. Weinig matinee/cultuur. 17
42 WINKELTIJDEN RAADSVOORSTEL WINKELTIJDEN (nov 2012): 12. Voorstel Mogelijkheid toeristisch regime Het toeristisch regime mag volgens de Winkeltijdenwet worden toegepast indien sprake is van een op de betrokken gemeente of een deel daarvan gericht toerisme met een substantiële omvang, mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of de bevoegdheid om ontheffing te verlenen mogelijk worden gemaakt. Het lijdt geen twijfel dat Maastricht aan dit criterium voldoet. Maastricht geldt als een van de belangrijkste toeristische bestemmingen van Nederland en heeft zelfs met Amsterdam als enige stad in Nederland een eigen Capitoolgids. Het aantal hotels en hotelovernachtingen ligt erg hoog, hetgeen aangeeft dat er veel meerdaagse toeristen zijn. Ook het merendeel van de dagtoeristen komt naar Maastricht voor haar aantrekkelijke en historische omgeving, sfeervolle horeca, cultuur, evenementen en attracties en bezienswaardigheden. Voor cijfermateriaal wordt verwezen naar de Verantwoording Convenant Maastricht-VVV Maastricht en bijbehorende bijlagen (zie bijlagen). Daarnaast is er sprake van zakelijk toerisme vanwege het MECC. Het toeristisch regime c.q. een wekelijkse zondagopenstelling ondersteunt het toerisme aan Maastricht. Economische belangen werkgelegenheid en economische bedrijvigheid: Koopzondagen ondersteunen het toerisme naar Maastricht en houden Maastricht zodoende aantrekkelijk als toeristische bestemming. Hiermee kunnen de werkgelegenheid en het uitgebreide voorzieningenniveau in stand gehouden worden. De economische belangen van het toerisme voor de stad zijn dan ook groot. Een wekelijkse koopzondag trekt bovendien meer bezoekers naar de stad en zorgt daarmee voor meer werkgelegenheid. Een derde van de uitgaven op koopzondagen kan bestempeld worden als extra en ook de horeca profiteert er sterk van. Door aanvullende culturele programmering met een Maastrichts karakter kan bovendien het toeristisch imago van Maastricht versterkt worden. Er is een duidelijke tendens waarneembaar dat steeds meer vergelijkbare steden hun koopzondagenbeleid verruimen. Hierdoor bieden de meeste rechtstreekse concurrenten op landelijk niveau, maar ook op Limburgs niveau, de mogelijkheid voor een wekelijkse koopzondag. Als gevolg hiervan zijn deze concurrenten aantrekkelijker geworden en is de toeristische positie van Maastricht relatief aan het verzwakken. belang van winkeliers met weinig of geen personeel: Kleine ondernemers kunnen zelf bepalen of zij deelnemen aan de koopzondag danwel op de zondag vrijetijdsactiviteiten willen ondernemen. Ze zijn niet verplicht om hun winkel op zondag te openen. Vaak voelen ze dit echter wel als een verplichting uit vrees voor omzetverlies. Dit hoeft evenwel niet het geval te zijn, zoals gebleken is bij de invoering van de wekelijkse koopzondag in Roermond. Bedrijven die daar niet wekelijks deelnemen aan de koopzondag, hebben hun maandelijkse omzet veelal gelijk zien blijven. Bedacht moet worden dat de positie van de kleine ondernemer veel meer onder druk staat door ontwikkelingen als toenemende internetverkoop en het ontbreken van opvolging bij pensionering. Daarnaast zetten we als gemeente in op de aanpak van aanloopstraten. Dit biedt vooral voor kleinere ondernemers perspectief. De plannen voor een opleidingsconvenant tussen gemeente en bedrijfsleven moeten ook de kleinere ondernemers ten goede komen. belang van winkelpersoneel: Het CNV-onderzoek naar medewerkersbelangen doet drie aanbevelingen: 18
43 * aanscherping van de Winkeltijdenwet t.a.v. het belang van de winkelmedewerkers en het onderzoek hiernaar; * het hebben van een (anoniem) meldpunt voor medewerkers die verplicht worden op zondag te werken en de mogelijkheid om de zondagsopening in te trekken voor winkels waar in dit kader misstanden plaatsvinden; via de website is inmiddels een Meldpunt Zondagswerk geopend (door CNV); * werkgevers(koepels) moeten gewezen worden op de rechten van winkelpersoneel, zowel door de Arbeidsinspectie als door een onafhankelijke CAO-politie. We constateren dat deze aanbevelingen grotendeels buiten de beslissingsbevoegdheid van de gemeente gelegen zijn. Daar waar de gemeente wel een rol speelt, hebben wij in overleg met de vakbonden de belangen van het winkelpersoneel in beeld gebracht. Bovendien zijn wij bereid om het Meldpunt Zondagswerk onder de aandacht te brengen, zodat ook in de toekomst de belangen van het winkelpersoneel in beeld blijven. Daarnaast is in Maastricht bepaald dat een koopzondag pas begint om uur, waardoor ook werknemers die wel op zondag willen werken, 's ochtends kunnen deelnemen aan religieuze, culturele, sport- of andere activiteiten. Wij menen dat wij hiermee binnen de mogelijkheden van de gemeente het belang van het winkelpersoneel maximaal geborgd hebben. Zondagsrust Van meet af aan is er bij koopzondagen rekening gehouden met de zondagsrust in Maastricht. Vanwege de zondagsrust is immers bepaald dat de koopzondag niet eerder mag beginnen dan uur. Bij de diverse evaluaties van de koopzondagen is niet gebleken dat koopzondagen ervaren worden als een onacceptabele verstoring van de zondagsrust. Ofschoon inmiddels het kerkbezoek teruggelopen is, hechten wij er toch aan om vast te houden aan dit tijdstip van uur. Daarnaast houden we vast aan de eerder door de raad benoemde Christelijke feestdagen waarop geen koopzondagen mogelijk zijn. Gerelateerd aan de zondagsrust en de religieuze activiteiten in de binnenstad zijn de daarmee samenhangende tradities die onderdeel uitmaken van de identiteit van Maastricht. De belangrijkste is de Heiligdomsvaart, die zevenjaarlijks gehouden wordt. Wij stellen u voor om uit respect voor deze belangrijke traditie ook hier een uitzondering te maken en in de binnenstad geen koopzondag te houden tijdens de Heiligdomsvaart. Naast de Heiligdomsvaart zijn er nog de processies in de binnenstad. Uit navraag bij de parochies blijkt dat de routes deels door het kernwinkelgebied lopen. De processie in Wyck duurt tot uur en de Stadsprocessie (St-Servaasbasiliek) en Sacramentsprocessie (OLV-Basiliek) zijn uiterlijk om uur afgelopen. In het recente geval van een processie op een koopzondag (Wyck) was er sprake van ongemak, maar dit werd niet veroorzaakt door de koopzondag (processie was om uur afgelopen), maar doordat tegelijkertijd het Parcours gehouden werd. Uit respect voor deze tradities en om conflicterende situaties te voorkomen, stellen wij u voor om in geval van de Stadsprocessie en de Sacramentsprocessie de koopzondag in de binnenstad niet om uur, maar om uur te laten aanvangen. Ons inziens wordt hiermee voldoende recht gedaan aan de zondagsrust en gerelateerde religieuze activiteiten in de binnenstad. Leefbaarheid, veiligheid en openbare orde Uit navraag bij de politie en de gemeentelijke afdeling Handhaving is gebleken dat op de koopzondag extra personeel wordt ingezet. Er zijn geen opvallende verschillen tussen koopzondagen en andere zondagen wat betreft criminaliteit, of andere zaken die op een koopzondag spelen. Wel is het zo dat op koopzondagen er meer publiekgerelateerde criminaliteit (zoals winkeldiefstal en zakkenrollerij). Dit komt doordat er op koopzondagen meer mensen in de stad aanwezig zijn. Ook uit de bewonersenquête en de consultatie van de buurtkaders van het centrum blijkt niet dat er sprake is van onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde als gevolg 19
44 van koopzondagen. 20% geeft aan regelmatig overlast te ervaren. Aangegeven wordt dat de grootste overlast ervaren wordt van verkeersdrukte. Overigens is het zo dat de verkeersdrukte op een normale koopzondag geringer is dan op een zaterdag. Technisch gezien is het verkeerssysteem in Maastricht goed berekend op een koopzondag, ook als deze wekelijks plaatsvindt. Alleen op topdruktedagen wordt het verkeerssysteem overvraagd, waarvoor een additioneel maatregelenplan is opgesteld. Eind 2010 heeft uw raad besloten de koopzondag in het centrum tijdens carnaval niet door te laten gaan, omdat deze zondag in het kader van de openbare orde en veiligheid en een veilig en doelmatig gebruik van de openbare weg ongeschikt is om winkelend publiek te ontvangen. Wij stellen u voor om ook in de nieuwe regeling op carnavalszondag geen koopzondag in het centrum toe te staan. Om dezelfde reden stellen wij voor om ook in het geval van de Reuzenstoet (1 x in de 5 jaar) geen koopzondag toe te staan. [pg10-12] CONVENANT VVV CONVENANT GEMEENTE MAASTRICHT VVV MAASTRICHT (nov 2012): Maastricht heeft landelijk gezien een sterke positie op het gebied van het dagtoerisme. Prioriteit ligt bij verblijf.de economische basis voor de detailhandel, horeca en dagattracties van de stad kan echter niet behouden blijven zonder dagtoerisme. De VVV draagt hieraan bij door: Het blijven profileren van het brede gevarieerde aanbod in de binnenstad van detailhandel, horeca, cultuur(historie) en markten, inspelend op de bezoekmotieven van de doelgroepen van de stad. Uit oogpunt van spin-off moet de verbinding tussen MECC en binnenstad optimaal zijn. In aanvulling op de inzet van het Maastricht Congres Bureau (MCB) draagt de VVV hieraan bij door: Een tijdige en passende informatievoorziening aan (potentiële) organisatoren van congressen en/of congresbezoekers over het (cultuur)toeristisch aanbod in de stad, tijdens de acquisitie van een congres en/of tijdens het congres zelf. TOPDRUKTEDAGEN EINDRAPPPORT TOPDRUKTEDAGEN MAASTRICHT. MAATREGELENPAKKET (jun 2007): Om Maastricht zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor bewoners, bezoeker én ondernemers moet onder andere op het vlak van bereikbaarheid en veiligheid een hoge kwaliteit worden geboden. De uitgangspunten van het project Topdruktedagen beschrijven welke kenmerken deze hoge kwaliteit moet hebben en vormen het ambitieniveau van de belanghebbenden. Het maatregelenpakket voor de topdruktedagen moet zoveel mogelijk aansluiten bij deze ambitie. De uitgangspunten die in overleg met de klankbordgroep zijn gedefinieerd: De verschillende verkeerssystemen functioneren onafhankelijk van elkaar. Dit wil zeggen dat verschillende soorten verkeersdeelnemers vrijwel geen invloed op elkaar hebben. Zo mag het openbaar vervoer bijvoorbeeld niet worden gehinderd door wachtende personenauto s. Het huidige verkeersmanagementsysteem is ook met deze gedachte ingericht. Om van Maastricht tijdens topdruktedagen een gastvrije stad te maken, moet de stad bereikbaar zijn. Bereikbaar wil zeggen dat het centrum van de stad binnen een acceptabele tijd met verschilllende vervoerswijzen te bereiken is. Dus bereikbaar met zowel de auto, het openbaar vervoer, taxi s, de fiets als te voet. Het totale oponthoud tijdens de reis binnen Maasticht voor bezoekers ten opzichte van de normale situatie is niet meer dan 15 minuten. Een vertraging door de massale toestroom is acceptabel, maar moet wel beperkt blijven. 20
45 Het natransport vanaf een Park&Ride-locatie of de looptijd vanaf een Park&Walk-locatie tot het centrum is niet meer dan 15 minuten. Met deze norm worden de parkeerlocaties aan de rand van het centrum een goed alternatief voor het langdurig zoeken naar een parkeerplaats in het centrum. Omgevingshinder moet worden voorkomen. Het verkeer moet geen overlast bezorgen aan bewoners, bezoekers en ondernemers. Zoekverkeer moet worden voorkomen. Verkeersdeelnemers die de weg of een parkeerplaats zoeken en daardoor onnodig veel kilometers rijden, zorgen voor meer verkeersbewegingen. Dit moet worden voorkomen. Gebiedsgebonden verkeer accommoderen. Gebiedsgebonden verkeer moet altijd toegang blijven houden tot de binnenstad. Daarbij valt onder andere te denken aan bevoorradingsverkeer, serviceverkeer (loodgieter) en bewoners met een vaste parkeerplaats. Het zoveel mogelijk waarborgen van de doorstroming van het openbaar vervoer op andere busroutes dan de OV-as. Het openbaar vervoer en de taxi s moeten zo min mogelijk hinder ondervinden van eventuele congesties. Het waarborgen van de doorstroming op de OV-as wordt als randvoorwaarde gezien. Optimale spreiding over het parkeerareaal. Dus geen lange wachtrijen voor de ingang van een parkeergarage terwijl er opandere parkeerlocaties nog voldoende parkeercapaciteit vrij is. Daarnaast moeten de bezoekers kiezen voor de dichtstbijzijndeparkeerlocaties vanaf de toegangsroutes. Geen hinderlijke filevorming op de openbare weg voor parkeergarages. Wachtrijen voor de garages mogen de doorstroming van het doorgaande verkeer niet verminderen. Een beperkte wachtrij op de inrit van de garage is geen probleem. In het maatregelenpakket moet evenwicht bestaan tussen faciliterende en beperkende maatregelen. Dwingende maatregelen zijn nodig om het verkeer tijdens topdruktedagen te sturen. Om een gastvrije stad te blijven, moet het maatregelenpakket echter ook een aanzienlijk aantal faciliterende en belonende maatregelen bevatten. Bezoekers moeten positief gestimuleerd worden om ander gedrag te gaan vertonen. Naast de ambities die verwoord zijn in de uitgangspunten, is er ook een aantal eisen waaraan het resultaat van het project Topdruktedagen moét voldoen. Het gaat om de volgende randvoorwaarden: De brandweer moet binnen 6 minuten na aanvang van de melding in het centrum ter plaatse zijn. Buiten het centrum geldt een opkomsttijd van 8 minuten. De ambulance moet binnen 13 minuten ter plaatse zijn. De politie moet binnen 15 minuten ter plaatse zijn. Er mag geen congestie ontstaan op de ring. Dit is belangrijk voor de bereikbaarheid van het centrum en de omliggende woonwijken voor de nood- en hulpdiensten en de werking van het verkeersmanagementsysteem. De doorstroming van het openbaar vervoer op de OV-as moet worden gewaarborgd. Er mag geen extreme filevorming op de A2 ontstaan dat doorgaand verkeer hindert. Het (inter)nationale verkeer op de snelweg A2 mag geen hinder ondervinden van problemen op het lokale wegennet van Maastricht. Er is een optimale samenwerking en communicatie nodig tussen alle betrokken partijen. Zonder samenwerking en optimale communicatie is een efficiënte uitvoering van het maatregelenpakket niet mogelijk. [pg10-11] BELVÉDÈRE HET ANTWOORD VAN DE SFINX. AMBITIEDOCUMENT HERIJKING PROGRAMMA BELVÉDERE. (dec 2012): 21
46 Door het Frontenpark liggen de woon- en cultuurfuncties van Belvédère binnen de singels - ofwel het Sphinxkwartier - niet langer perifeer, maar centraal. Ze zullen in toenemende mate beleefd worden als een uitbreiding en completering van de binnenstad. Van hieruit loop je in een paar minuten naar de oude binnenstad en zit je in enkele minuten per auto op de A2. [pg16] In noord-zuidelijke richting leidt de nieuwe aanlanding van de brug tot aanmerkelijk minder autoverkeer op de Statensingel, de Hertogsingel, de Frontensingel en de Cabergerweg. Het gevolg daarvan is dat de oude rijgdraden tussen diverse wijken en de binnenstad nieuw leven in wordt geblazen. Zodanig dat je prettiger met de fiets of lopend naar de binnenstad gaat. Vitalisering van bedrijvigheid en leefbaarheid gaan zo hand in hand. Anders gezegd: door het raamwerk intelligent te benutten krijgen werken, wonen, natuur en cultuur een niet te onderschatten impuls. [pg17] Belvédère binnen de singels: heldere bestemmingen. De derde hoofdmoot van het herijkte programma Belvédère omvat een reeks heldere bestemmingen: de voormalige Nutsterreinen, de Timmerfabriek, t Bassin, Landbouwbelang, Sphinx Zuid (Maagdendries en Achter de Barakken) en Sphinx Noord (Eiffelgebouw). Door deze delen in samenhang in te vullen is de Maastrichtse binnenstad uit te breiden en te completeren. [pg27] Voormalige Nutsterreinen Op de hoek van de Frontensingel en Maagdendries (Lindenkruis) is inmiddels het eerste appartementencomplex opgeleverd. Op het ernaast gelegen terrein van de voormalige Nutsbedrijven worden in 2013 gefaseerd appartementencomplexen gerealiseerd conform het oorspronkelijke sferenplan. In de huidige situatie liggen deze (toekomstige) residenties nog in de directe nabijheid van de drukke Frontensingel. In de toekomst wordt dit een voetgangersvriendelijk gebied. Het monumentale Eiffelcomplex blijft ook voor dit deel van Maastricht beeld- en zichtbepalend. Timmerfabriek Doorslaggevend voor de ontwikkelingen in en rondom de Timmerfabriek was het besluit om het casco te restaureren. Hierdoor ontstond de voedingsbodem voor tijdelijke en permanente bestemmingen. Intussen is duidelijk dat filmtheater Lumière en poppodium De Muziekgieterij zich hier gaan vestigen. Ook Toneelgroep Maastricht heeft in de Timmerfabriek zijn bestemming gevonden. Resultaat van deze eerste bewegingen en verhuizingen is dat zich een samenspel aftekent van vele culturele disciplines. Helemaal in de geest van Maastricht Culturele Hoofdstad in Film, vormgeving, architectuur, toneel, muziek en tijdelijke tentoonstellingen vinden elkaar onder één dak. De ambitie om hier een kar- en publiekstrekker te realiseren moet in 2013 verder gestalte krijgen met het aantrekken van andere tijdelijke en permanente bestemmingen.pag25 Landbouwbelang Op de locatie Landbouwbelang toonde het industriële Maastricht zijn verbond met de Maas: fabrieken en havengebouwen met forse, robuuste volumes en een hoekig, getrapt silhouet. Herontwikkeling moet zich hier rekenschap geven van de cultuur en de sfeer van eenvoud, stoerheid en doelmatigheid. Niet alles kan of moet daarbij gehandhaafd blijven. Industriële attributen zoals silo s, hijskranen en kleiputten hebben hun functie verloren en zijn niet geschikt voor hergebruik. Sloop en nieuwbouw zijn daarom uitgangspunt onder de voorwaarde dat de footprint, het volume en het silhouet van de nieuwe bebouwing zich door de oogharen gezien schatplichtig tonen aan het industriële verleden. Net als in de Timmerfabriek moeten hier op termijn publiekstrekkers komen. t Bassin De ontwikkeling van het omringende gebied is cruciaal voor de toekomst van t Bassin. Als het lukt om de Sphinxscharnier (zie volgende hoofdstuk) succesvol te installeren, dan valt daarmee ook t Bassin op z n plek. Ook de koppeling met de Willemsroute (via de Zuid-Willemsvaart) is daarvoor essentieel. 22
47 Eiffelgebouw: het concept van de Sphinxscharnier. Huzarenstuk van het herijkte programma Belvédère is het tot nieuw leven wekken van het Eiffelgebouw. Hier moet iets komen dat de stad nog niet heeft en dat de hele regio naar een nieuw niveau kan tillen. Something completely different. Niet een voortborduren langs bekende lijnen. Maar een zoektocht naar nieuw ondernemerschap en innovatieve vormen van hoofdstedelijkheid. Stip op de horizon Naast sjiek & sjoen heeft Maastricht behoefte aan omgevingen waar het schuurt en waar snel & slim de boventoon voeren. Een samenspel van hotspots waar het qua film, muziek, toneel, modernste technologie, whizzkids, universiteit en industrieëel verleden (denk aan het pottenmenneke ) constant bruist van talent en de successen die ontstaan uit de kruisbestuivingen van wetenschap, cultuur, onderzoek, ondernemerschap en ambachtelijkheid. We hebben het dan over een kenniscultuur als noodzakelijke voorwaarde voor een kenniseconomie. De referentiebeelden zijn bekend: Greenwich Village in New York, het Antwerpse Havenkwartier, de Westergasfabriek in Amsterdam, het oude industriële landschap van Strijp-S in Eindhoven, C-Mine in Genk. Voorbeelden van restauraties en revitalisaties van monumentaal industrieel en/ of cultuurhistorisch erfgoed die bijdragen aan de vitalisering van een complete omgeving. Ook Maastricht beschikt over cultuurhistorisch erfgoed met potentie. Met z n enorme omvang en markante vorm is het Eiffelgebouw een icoon van Maastricht. Het kan nu ook het icoon worden van een stad en een regio die in het teken staan van een welvarende kenniseconomie. Sphinxkwartier: ruimte voor ontmoetingen Soms volstaat het toevoegen van één element om het totaal op een hoger plan te brengen. De nieuwe wijk van het Sphinxkwartier wordt geen tweede Céramique of tweede Health Campus. Maar er komt een urbane context die op lange termijn onontbeerlijk is voor de vitaliteit van beide en van de kenniscultuur en - economie van de hele regio. Namelijk de sfeer en de X-factor die nodig zijn om kennisintensieve activiteiten te doen ontstaan, te koesteren, te behouden en uit te bouwen. Een cultuur van bohémiens, van cool en hip, van stads wonen, misschien zelfs van rauw en ruig en een onvervalsbare internationale Sphinxscene die bij voorkeur zijn vertier zoekt in Landbouwbelang. En ja, ook van relatieve rommeligheid en op plekken van een bovengemiddelde geluidruchtigheid. Dat alles in een gebied waar de organische transformatie van de stad bij uitstek in het oog springt en studieobject is van het internationale project A new dialogue in Urban Planning, dat de interactie onderzoekt tussen stedelijke vernieuwing en architectonisch erfgoed. Cruciaal in die metamorfose zijn de bijzondere publiekstrekkers op de as van de Boschstraat: het Eiffelgebouw aan de westzijde en de Timmerfabriek aan de oostzijde. Rondom deze as groeit een creatieve wijk met een eigen identiteit die 24/7 draait om ontmoetingen tussen oud en jong, morgen en vandaag, traditioneel en ultrahip. Een type wijk dat er nog niet is, maar dat de randvoorwaarde is voor het verdienmodel van de toekomst. Daarmee niet concurrerend, maar complementair aan de totale omringende context. Zoals het Eiffelgebouw een cruciaal icoon is van Maastricht, zo wordt het Sphinxkwartier de hoofdstedelijke kroon van Maastricht Culturele Hoofdstad in En van de manier waarop hier in het directe contact met tweeduizend jaar geschiedenis nieuwe vormen van hoofdstedelijk wonen worden ontdekt en tot leven gewekt. Concept Om de reis naar het Sphinxkwartier goed te structureren werken we met een concept dat volgens een startbeeldplanning wordt toegepast. Hoe dit werkt beschrijven we in het volgende hoofdstuk. Nu eerst het concept, waarvoor we de naam Sphinx als kapstok gebruiken. Als volgt: 23
48 S van scharnier Het Eiffelgebouw is te installeren als een scharnier tussen verleden, heden en toekomst van Maastricht en de regio. De Sphinxscharnier is de ontbrekende schakel om de regio compleet te maken. P van permanent en tijdelijk De Eiffel is een gigantisch gebouw dat onmogelijk in één keer is te vullen met functies. Mede daarom werken we met een strategie van tijdelijke en permanente functies (zie hoofdstuk VIII). H van hoofdstedelijk en hoogwaardig De functies in het Eiffelgebouw moeten kwaliteit toevoegen aan Maastricht en omgeving. Met hoogwaardigheid doelen we op kennisintensieve, culturele en ambachtelijke initiatieven en functies. En op de sfeer van hoofdstedelijkheid als voorwaarde om dit alles leven in te blazen. I van icoon, innovatief en internationaal Als rijksmonument staat de Eiffel voor een scharnier tussen industrieel verleden en een innovatieve toekomst met een internationale uitstraling. N van Netwerk De Sphinxscharnier als toonbeeld van de netwerksamenleving en kenniseconomie. X van (Sphin)X-factor Het gewisses Etwas als noodzakelijke voedingsbodem voor creativiteit en innovatie. Het Sphinxconcept is voor Maastricht een grote ambitie. Misschien zelfs té groot. Maar door het in een provinciale en euregionale context te plaatsen, ontstaat voldoende kritische massa. Ordeningsprincipes Het concept is te vertalen in ordeningsprincipes die richting geven aan de kwantitatieve en kwalitatieve invulling van het Sphinxkwartier. Zodanig dat daadwerkelijk de wijk ontstaat die we willen, maar niet kunnen afdwingen. De ruimtelijke principes scheppen kortom het kader waarbinnen het vliegwiel van de Sphinxscharnier in beweging kan komen. Te denken is aan de volgende categorieën van principes (die niet strikt te scheiden zijn, maar wel te onderscheiden): Stedelijkheid Publiekstrekkende functies aan het organiserend kader van de Boschstraat (Eiffelgebouw, Timmerfabriek) die bijdragen aan het beeld en de sfeer van een 24/7 dynamische wijk. Richtinggevend is de uitstraling van internationaliteit en hoofdstedelijkheid. Toegankelijkheid De as van de Boschstraat wordt expliciet beleefd als de noordelijke toegang en de beloopbare verbinding tussen binnenstad en Frontenpark. Door de verbeterde bereikbaarheid voor autoverkeer en openbaar vervoer ontstaat ruimte voor verkeersaantrekkende functies. Richtinggevend is de ontsluiting van het Sphinxkwartier als completering van het centrum. Ontmoeting De kwaliteit van en de routes door de openbare ruimte ondersteunen een aangenaam verblijfsklimaat van wonen, werken en ontspannen dat in teken staat van ontmoetingen, creativiteit en cultuur. Richtinggevend is het ontstaan van een kenniscultuur als voorwaarde voor een netwerk/kenniseconomie. Kwaliteit van de invulling Er is een goede verhouding van typen functies (wonen, werken, leren, uitgaan, ontmoeten, ontspannen) en tijdelijke en permanente bestemmingen. Er is een grote diversiteit van kleinschalige vormen van werkgelegenheid, met bijzondere aandacht voor mengvormen van wonen en werken. Duurzaamheid en de verwevenheid met de virtuele ruimte zijn 24
49 verbindende thema s. Richtinggevend is de ruimte voor vernieuwende combinaties van functies en verschillende leefpatronen. Benutting van gebiedskenmerken Groen, natuur, water en architectonisch erfgoed als inspirerende elementen. Richtinggevend is de gebiedseigen ziel of X-factor van het Sphinxkwartier. [pg29-34] Het eerste startbeeld begint met de redding van het Eiffelgebouw door het herstel van het casco. Het cascoherstel van dit rijksmonument is de noodzakelijke voorwaarde voor de Sphinxscharnier: een uniek gebouw met unieke mogelijkheden voor een bijzondere tijd. Bij dit startbeeld hoort ook de optimale ontsluiting van het gebouw en de exploitatie van de aanpalende parkeerplaats. Nadrukkelijk gaat het bij de invulling van het gebouw om functies die complementair zijn aan de binnenstad (dus niet concurrerend). [pg35] LOCATIEKEUZE PERIFERE DETAILHANDEL (PDV) RAADSVOORSTEL LOCATIEKEUZE PDV-CONCENTRATIE (feb 2011): Op 22 feb 2011 is besloten Belvédère te keizen voor de concentratieplek PDV. NB: Dit betreft NIET de Sphinx-locatie: deze locatie is door uw raad al in de Detailhandelsnota 2008 aangewezen voor de vestiging van (onder andere) GDV en vastgelegd in het onherroepelijke bestemmingsplan Sphinx. Deze locatie voor hét (enige) GDV-cluster in Maastricht staat dan ook niet ter discussie. Het betreft hier WEL de plannen voor de PDV-concentratie in Belvédère in aansluiting op de Sphinx-locatie en binnenstad. - Het concept (circa m2 PDV) gaat uit van een zichzelf versterkende keten van Binnenstad GDV PDV. Dit komt in feite neer op de combinatie van GDV/PDV in en nabij de binnenstad zoals bedoeld in het in 1999 vastgesteld Structuurplan. Deze combinatie vergroot de attractiewaarde van de binnenstad en haar GDV- en PDV-randzones. Een PDV-ontwikkeling op Bosscherveld zal vanwege deze zichzelf versterkende keten meer bezoekers trekken dan een situatie waarbij PDV buiten de nabijheid van andere commerciële voorzieningen voor consumenten wordt ontwikkeld. Dit zal dus ook de werkgelegenheid ten goede komen. - Goede bereikbaarheid per fiets en OV. - Uitgaande van een fasering zoals bedoeld in de Detailhandelsnota zijn gronden voor 1e fase beschikbaar. - De gemeente heeft door vaststelling van een reeks beleidsbesluiten (Masterplan, Structuurplan e.d.) verwachtingen gewekt bij haar partners in de Wijkontwikkelingsmaatschappij Belvédère en deze ter uitvoering van deze besluiten bindend vastgelegd in een contract. - De investeerder is bereid substantieel bij te dragen aan infrastructurele maatregelen in het kader van het RMP (financieel en overdracht van gronden). - Nu de plannen rondom een PDV-concentratie duidelijkere contouren krijgen, begint de interesse van de markt te komen. Zo heeft een internationale grootschalige bouwmarkt inmiddels al aangegeven zich graag op deze locatie te willen vestigen vanwege de gunstige ligging. Een dergelijke vestiging geeft een grote impuls aan de aantrekkelijkheid van de locatie voor andere marktpartijen. - In de Detailhandelsnota 2008 is Belvédère niet als voorkeurslocatie aangewezen. - Twijfels rondom de bereikbaarheid voor het verkeer vanuit het oosten hebben in periode geleid tot een overweging om het PDV-programma niet op Belvédère te realiseren. - Vooruitlopend op RMP in verband hiermee is een tijdelijk maatregelenpakket noodzakelijk. [pg6] Ruimtelijk en economisch beleid Belvédère past in het beleid en sluit rechtstreeks aan op de belangrijkste detailhandelsvoorzieningen in de stad. Er ligt er een rechtstreekse relatie met de GDV op de Sphinx-locatie en daarmee ook de binnenstad. Door de samenhang tussen deze onderdelen (PDV-GDV-binnenstad), die in feite al in 25
50 1999 in het Structuurplan bepleit werd, wordt de totale aantrekkingskracht van deze detailhandelsvoorzieningen vergroot en wordt op Maastrichtse wijze invulling gegeven aan de landelijke tendens dat PDV en GDV zich steeds meer vermengen. De economische meerwaarde voor de stad en omliggende gemeenten is het grootst van alle projecten. Bovendien sluit dit aan op de miljoeneninvesteringen die hiervoor jarenlang gedaan zijn. Door de ontwikkelingen omtrent het RMP bestaat ook geen twijfel meer over de bereikbaarheid van de locatie. Uit oogpunt van het ruimtelijk en economisch beleid heeft Belvédère dan ook de voorkeur als locatie voor de PDV-concentratie in de stad. [pg8] Snelheid van realisatie Zuid, Belvédère, Trega: Ten aanzien van de overige drie locaties zijn voldoende gronden in eigendom van de initiatiefnemer om snel en voortvarend een begin te kunnen maken met de eerste fase van de ontwikkeling. Voor de drie locaties zijn evenwel een nader beleidskader en overige acties nodig, zoals een masterplan/ontwikkelingsplan (alle drie), aanpassing detailhandelsnota (Belvédère, Zuid), uitvoering van (tijdelijke) verkeersmaatregelen (Belvédère, Trega), aanpassing bestemmingsplan (alle drie), met het oog op aanstaande wetgeving een door de gemeente op te leggen project-mer (alle drie) en de intergemeentelijke gebiedsvisie Eijsden-Maastricht (Zuid). Dit betekent dat voor alle locaties tenminste rekening gehouden dient te worden met een voorbereidingstijd tot start bouw van circa 3 jaar (inclusief eventuele beroepsprocedures). Dit betekent dat er sowieso geen sprake kan zijn van ontwikkeling op zeer korte termijn en dat geen enkele locatie er qua realiseringstijd sterk uitspringt boven de andere. Desalniettemin realiseren we ons dat vaart geboden is en stellen we voor aan de gemaakte keuze voorwaarden te verbinden die tot de snelst mogelijke voortgang moeten leiden. Ook moet er goed gefaseerd worden vanwege de omvang van het programma. Juridisch-financiële aspecten Wat betreft de locatie Belvédère is er sprake van een samenwerkingsovereenkomst waarin sprake is van te realiseren vastgoed waaronder PDV. Hier is dan ook sprake van een risico van een vordering tot nakoming dan wel een schadeclaim van de WOM als op deze locatie geen PDV wordt toegekend. De stadsadvocaat schat de kans van slagen van zo n vordering of schadeclaim zeer hoog in. Uit juridisch-financieel oogpunt is de keuze voor Belvédère de meest logische. Is de locatie goed ontsloten via de hoofdwegeninfrastructuur van de stad? Draagt de ontwikkeling van de locatie bij aan een gezonde ruimtelijke structuur van de stad, concreet aan de verdere ontwikkeling van de compacte stad in het weidse landschap? Heeft de ontwikkeling van de locatie grote ruimtelijke meerwaarde voor de stad? Op grond van deze drie criteria kiest de gemeente de volgende acht brandpunten voor stedelijke ontwikkeling voor de periode : Kennis, cultuur en wonen: 1) Belvédère 2) Herstructurering West en Noord-Oost 3) Randwyck 4) Binnenstad overig (met name Palace, Wonen boven Winkels en aanloopstraten) [pg15] Kralensnoer. Om een goed antwoord te kunnen geven op de meerwaarde van het concept van de Kralensnoer, zoals de WOM Belvédère deze heeft gerepresenteerd, is enig inzicht noodzakelijk in de ontwikkeling van (succesvolle) PDV-ontwikkelingen binnen Nederland de afgelopen decennia. Navolgend een korte beschouwing. 26
51 Op het gebied van perifere detailhandel kan feitelijk een tweedeling worden gemaakt tussen enerzijds lokaal verzorgende bedrijvigheid en anderzijds ondernemingen met een bovenlokale functie. Bij de eerste categorie staat de doelmatige huisvestiging centraal: grote winkelvolumes met forse hoeveelheden van gratis parkeren, bij voorkeur gelegen op bedrijfsterreinen en langs hoofdroutes van verkeer. Het gaat daarbij veelal om (zeer) grote vestigingen van tot m2 per vestiging in de sfeer van tuincentra en bouwmarkten. Ontwikkelingen zijn tamelijk footlose te huisvesten. Toch zoeken ook zij de nabijheid van PDV-Wonen op om de mogelijkheid van synergie en combinatiebezoek te maximaliseren. Vanuit optiek van PDV-wonen is dit zeer aantrekkelijk omdat bouwmarkten en tuincentra gezien worden als katalysator voor verhoging van bezoekersaantallen. Bij de vestigingen die zich richten op een bovenlokale markt gelden aanvullende vestigingsvoorwaarden. Naast een goede bereikbaarheid en parkeren, gaat het dan om comfort voor de consumenten (doel verlenging van de verblijfsduur), onderscheidend vermogen ten opzichte van concurrenten (doel verhoging van de bezoekfrequentie) en menging / nabijheid met andere vormen van winkelen zoals GDV of commerciële voorzieningen (doel maximalisering bezoekersaantallen). Hierbij zien we de afgelopen decennia de ontwikkeling van solitaire vestigingen in en aan de rand van de binnenstad (1e generatie PDV), naar clustervorming in aanloopstraten (2e generatie PDV), naar concentratievorming op meubelboulevards (3e generatie), naar winkelmalls (4e generatie) en naar clustervorming van PDV en GDV (5e generatie). Recente grootschalige ontwikkelingen zoeken daarbij ook de synergie met andere vromen van commercieel vermaak en leisure (6e generatie). In schema is een ideale normale PDV-ontwikkeling anno 2011 dus als volgt: Het gaat dan wat betreft PDV overwegend om bedrijven in de woonbranche, thematisch geordend en een schaalgrootte van m2 tot circa m2. Binnen het woonthema is dan ook ruimte voor aanvullend aanbod van detailhandel met kleinere volumes. Algemeen wordt een cluster van m2 winkeloppervlak in de woonbranche daarbij al kritische winkelmassa gezien. Ook in de GDV-branche zien we een vergelijkbare ontwikkeling waarbij GDV functies zich enerzijds willen vestigen in of aan de rand van de binnenstad, dan wel de relatie zoeken met PDVconcentraties. Doel is ook hier verhoging van de attractiviteit en maximalisatie van bezoekersaantallen. In schema is het beeld van een ideale normale GDV-ontwikkeling anno 2011 dus als volgt: De gemeente Maastricht heeft met vaststellen van de Detailhandelsnota zich gericht op een offensieve strategie waarbij de nieuwe centrale locatie een lokale en bovenlokale verzorgingsfunctie dient te krijgen. Dit betekent dat een concept ontwikkeld dient te worden dat deze functie zou kunnen vervullen. Hiervoor is beschreven dat dit idealiter een ontwikkeling is met zowel woonwinkels, tuincentra en bouwmarkten en aangevuld met GDV en/of leisure. De ontwikkeling richt zich op het eigen verzorgingsgebied van de stad Maastricht binnen een straal van 15 kilometer en is niet direct concurrerend met de (boven)regionale winkelconcentratie Meubelboulevard Heerlen. Zo ontbreekt een trekker als IKEA. Ook wat betreft diversiteit en schaalgrootte zijn ze onvergelijkbaar. Heerlen telt meer dan m2 winkeloppervlak, nieuwe PDV-ontwikkelingen Maastricht circa m2. Naar mening van de onderzoekers speelt de kralensnoer binnen het plan Belvédère optimaal in op de ontwikkelingen binnen de PDV-branches zoals hiervoor beschreven. Ontwikkelingen op terreinen 27
52 van GDV en PDV worden optimaal gecombineerd. Ligging nabij de binnenstad is voor iedereen een pré met oog naamsbekendheid. Maximalisatie van bezoekersaantallen en dus kansen voor synergie.. Enerzijds wordt recht gedaan aan de vestigingseisen van de bouwmarkten en tuincentra, waartoe binnen de plannen een separate locatie wordt aangeboden met veel vrijheden ten aanzien van functionaliteit en eigen uitstraling. Anderzijds wordt direct aansluitend een compact wooncluster gerealiseerd waarbij nadrukkelijk relaties worden gezocht met de GDV-ontwikkeling op de Sphinxlocatie. Bijzonder is dat ook (binnen)stedelijk leisure aanbod ook een plek krijgt in de directe nabijheid en binnen de nieuwe PDV-concentratie (bv. evenementenpark, bioscoop). Dit zal een bijdrage leveren aan de naamsbekendheid en de attractiviteit van de nieuwe ontwikkelingen. Maar zal ook leiden tot een doelmatig en daardoor duurzaam gebruik van nieuwe infrastructuur en het parkeren. Kortom Belvédère presenteert een sterk toekomstgericht concept, uniek in Nederland dat optimaal inspeelt op trends en ontwikkelingen binnen de PDV- en GDV-branches. En door de ligging direct nabij de binnenstad mag verondersteld worden dat dit ook een bijdrage zal leveren aan het profiel van de binnenstad van Maastricht als belangrijkste commercieel en zakelijk centrum binnen haar regio. Tot slot nog het volgende: ook ontwikkelingen van Trega-Limmel aan de Maas, Maastricht Eijsden en Eijsden-Gronsveld zouden in principe natuurlijk ontwikkeld kunnen worden tot een cluster van PDV/GDV, eventueel gecombineerd met vormen van leisure. Echter gezien de marktruimte in de GDV-branches van circa m2 (inclusief verplaatsers), moet dan ook geconstateerd worden dat GDV-ontwikkelingen binnen het plan Sphinx dan geen vorm kunnen krijgen. Deze marktruimte is gewoonweg niet aanwezig. Bovendien zal dan geen sprake zijn van een versterking van de binnenstad, maar eerder van concurrentie met de binnenstad. Dit was dan ook de reden om bij de vaststelling van de Detailhandelsnota 2008 de Sphinx aan te wijzen als hét GDV-cluster van de stad. [pg60-63] EVENEMENTEN Raadsstuk Evaluatie en kaderstelling evenementenbeleid (apr 2011): Evenementen horen bij een stad waarin wordt gewerkt, gewoond en gerecreëerd. Zij zijn een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding voor vele doelgroepen. Via evenementen werkt de gemeente ook aan haar beleid, zoals op gebied van cultuur en sport, jongerenparticipatie en economie, werkgelegenheid en imagoversterking. Keerzijde van evenementen is dat zij leiden tot een druk op de leefbaarheid in het centrum van de stad, daar waar meer functies elkaar ontmoeten (horeca, winkelstad, bezoekstad). Het College heeft verkend of een nieuw evenemententerrein in de Belvedère een alternatief is om het centrum en vooral het Vrijthof te ontlasten. Zowel vanuit hoogte van de kosten, de tijdelijkheid van de oplossing als het beperkte aantal evenementen dat in aanmerking zou komen voor verplaatsing, stelt het College voor dat terrein niet te ontwikkelen. Ook is verkend welke evenementen over andere locaties gespreid zouden kunnen worden. Dat is in de praktijk niet mogelijk gebleken door de beschikbare oppervlakte van locaties, andere functies, het draagvlak van de ondergrond en/of omdat het ten koste zou gaan van de beoogde synergie van het evenement en de aard van de locatie. 28
53 Indien de 50 dagen gehandhaafd blijven, zou vanuit de criteria van het vigerend beleid (voorrang voor imagoversterkende, dan beleidsversterkende en dan de overige evenementen) de Servaaskermis van het Vrijthof af moeten. Omdat er geen andere geschikte locatie is, zou dat betekenen dat er geen kermis meer is in het centrum van de stad. Het College acht die keuze niet gewenst. [pg1] Belang van evenementen Evenementen zijn een steeds belangrijkere vorm van vrijetijdsbesteding. In de afgelopen jaren zijn aantal en schaal van evenementen daarom toegenomen. Dat heeft een positief effect: meer bijdrage aan vrijetijdsbesteding in een leefbare stad, imago, economische spin-off. Dat heeft ook een negatief effect: druk op leefbaarheid bezien vanuit meer druk op het centrum van de stad, in samenspel met andere activiteiten zoals winkelen en horeca. [pg3] Haalbaarheid nieuwe evenemententerrein Het College heeft verkend of een nieuw in te richten evenemententerrein in de Belvedère een alternatief is. Binnen de compacte stad die Maastricht is, is de ruimte naast de huidige parkeerplaats Sphinx onderzocht, alsmede het ombouwen van die parkeerplaats zelf voor gebruik voor evenementen.in bijlage 1a treft u een memo aan die ingaat op de analyse die is verricht. De kosten blijken hoog ( 1.2 mln. voor (minimaal noodzakelijke verharding, stroom/verlichting, toegang). Sprake is ook van tijdelijkheid in verband met de voorgestane ontwikkelingen. Daarbij is het alleen een oplossing voor evenementen die ook op die locatie passen qua karakter. Voor het Vrijthof zou het kunnen gaan om de kermis. Andere evenementen gedijen juist in combinatie met het cultuurhistorische decor van het Vrijthof. Voor de Markt zou het kunnen gaan om het met hekken omgeven Dancetour. Omdat ook rondom de Sphinx -locatie mensen (gaan) wonen, is dit verplaatsing van de geluidsbelasting. Andere evenementenlocaties in de Belvedère komen niet in aanmerking, afgezien van de kosten, vooral omdat zij te ver afliggen van het centrum. Voor evenementen die geen binding hebben met het cultuurhistorische centrum komen al andere locaties in aanmerking, zoals de Geusselt. Vanuit de kosten in tijden van bezuinigingen, de tijdelijkheid van de oplossing en het beperkte aantal evenementen dat in aanmerking komt voor verplaatsing (het beperkte effect), ziet het College de optie van een nieuw evenemententerrein als niet haalbaar en niet wenselijk. [pg.6] Verkorten of verbieden van bestaande evenementen op het Vrijthof Uitgaande van de vigerende maximaal 50 dagen netto per locatie, zou vanuit de criteria van het in 2007 vastgestelde beleid (voorrang voor imagoversterkende, dan beleidsversterkende en dan de overige evenementen) de Servaaskermis van het Vrijthof af moeten. Deze is nu niet imago- en beleidsversterkend. Omdat er geen andere locatie is, zou dat betekenen dat er geen kermis meer is in het centrum van de stad. [pg.7] 29
54 Het College heeft een tweetal alternatieve locaties voor een nieuw in te richten evenemententerreinen ter grootte van het Vrijthof laten onderzoeken: 1. Gebruiken van de bestaande parkeerplaats achter de Sphinx 2. Inrichten van de ruimte naast het bestaande parkeerterrein achter de Sphinx [pg12] Uit bovenstaande analyse blijkt dat er onoverkomelijk grote beperkingen zijn om via spreiding de druk op het Vrijthof c.q. het centrum te verlagen: 1. ruimtelijke (beschikbare oppervlakte), 2. technische (ondergrond), 3. functionele (strijdigheid andere functie) [pg14] Ontwikkeling nieuw centrumbreed kerstconcept (Magisch Maastricht). [pg16] 2. Het Stadsprofiel (= imago) van de stad op langere termijn moet altijd prevaleren. Voor alle activiteiten in de binnenstad moet consequent gelden : Van omzet gestuurd naar kwaliteit gestuurd. Over wat kwaliteit is, daar moet verder over doorgepraat worden. Voorlopig geldt: alleen het beste, passend in het stadsprofiel, is goed genoeg voor de binnenstad, de rest stap voor stap vervangen door nieuwe, passende, evenementen. [pg22] Overlast van de horeca in het Centrum Er is veel (geluids)overlast in algemene zin in het centrum, ook gekoppeld aan de winkel- en vooral aan de horecafunctie. Te veel activiteiten in de horeca, nauwelijks nog een gewoon weekend, zeer hoge vergunde volumes met veel geluidsoverlast tot gevolg. Onvoldoende controle en handhaving met frequente overtredingen tot gevolg. Dit is de belangrijkste aantasting van de woonfunctie van het centrum. Het belang van die woonfunctie voor de binnenstad, wordt onvoldoende onderkend. [pg23] Als gevolg van de bezuiniging op citybranding kan het Tijdens Tefaf festival niet meer mee aangejaagd worden in 2011 e.v. Tijdens kerst zal e.a. worden meegenomen en afgewogen in de doorgroei van het evenement Magisch Maastricht. [pg16] HORECA Evaluatie van het Maastrichtse horecabeleid in de periode (jul 2009): In zijn algemeenheid wordt de huidige gebiedsindeling als positief ervaren door alle partijen. Wel wordt geconstateerd dat binnen de benoemde gebieden weinig rekening is gehouden met de verschillen tussen bepaalde wijken. Zo liggen de wijken Jekerkwartier en Wyck beide binnen het gebied overig centrum, maar is er een groot verschil tussen deze wijken. Alle partijen zijn het erover eens dat per afzonderlijke wijk/buurt gekeken zou moeten worden naar de ruimte voor horeca. Wellicht zou daarbij ook gekeken kunnen worden naar de definitie van horeca (gaat het bv. om rustige horeca of om luidruchtige horeca) om zo variëteit in de horeca aan te kunnen brengen / te behouden in de stad. [pg14] 30
55 TERRASSEN Terrassenbeleid en toetscriteria (nov 2008) Visie De inrichting van een terras is enerzijds in principe de verantwoordelijkheid van de ondernemer. Hij moet ervan doordrongen zijn dat het terras beeldbepalend is of kan zijn voor de omringende openbare ruimte. Anderzijds is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om de kwaliteit van die openbare ruimte en het karakter van de historische binnenstad van Maastricht te waarborgen. Een goed samenspel tussen ondernemer en overheid levert meerwaarde aan de kwaliteit van de openbare ruimte. De visie omtrent de inrichting van een terras en het samenspel tussen ondernemer en overheid kan in een tweetal begrippen kernachtig worden omschreven: 1. ruimte geven waar het kan; 2. richting geven waar het moet; Essentie van dat beleid is de definitie van een terras zoals die in het beleid is verwoord: Een terras is de sensatie van het buiten zitten, het beleven van de openbare ruimte. Een terras is een ruimte in de openlucht, meestal in de openbare ruimte, met uitsluitend zitgelegenheid, waar men kan uitrusten of iets consumeren. Het terras heeft een tijdelijk karakter en is weersafhankelijk. Ook wordt in dit beleid een onderscheid gemaakt tussen ensembles op de pleinen en solitaire terrassen in de binnenstad. Een terras moet verder voldoen aan vijf uitgangspunten: veiligheid/doelmatigheid, tijdelijkheid, functionaliteit, esthetiek en duurzaamheid. Van belang in het terrassenbeleid (ook het toekomstige) is verder de samenhang met het begrip Beschermd stadsgezicht en met ons milieubeleid.eigenlijk is dát de kernopgave hoe kun je vrijheid aan ondernemers laten zonder het beschermd stadsgezicht en ons milieubeleid aan te tasten? MARKTVERORDENING Raadsnota Marktverordening Maastricht 2009 (feb 2009): Sinds 2009 is het instellen, afschaffen of veranderen van jaarmarkten of gewone marktdagen een bevoegdheid van het College geworden. AMBULANTE HANDEL PM KERMIS Raadsvoorstel Evaluatie en beleid Maastrichtse kermissen (mrt 2011): In 2009 is besloten de kermissen wederom (In de periode is de organisatie van de Servaaskermis, Najaaskermis en 11 wijkkermissen uitbesteed aan een private partij) in eigen beheer door de gemeente te laten organiseren in ieder geval t/m 2012 met een optie tot verlenging met 31
56 twee jaar (t/m 2014), dat de Servaaskermis daarbij in het centrum moet worden gehouden, dat deze kwalitatief zal moeten verbeteren om zodoende tot een beleidsversterkende activiteit uit te groeien en is besloten de jaarlijkse najaarskermis op het Vrijthof te laten vervallen. Bovendien heeft de raad enkele aanvullende besluiten genomen zoals het verkennen van de positie van de 11 wijkkermissen en het verrichten van een onderzoek naar de verplaatsing van de Servaaskermis van het Vrijthof naar de Markt en haar directe omgeving. Hierbij is tevens door het college het Sphinxterrein betrokken. Op basis van de resultaten als genoemd onder beslispunt 2 in te stemmen met het niet verplaatsen van de Servaaskermis naar de Markt en haar directe omgeving. De wijkkermissen zijn voor de gemeente daarentegen een verliesgevende activiteit. De wijkkermissen trekken lage bezoekersaantallen, de invulling is matig tot slecht en deze kermissen in kleine kernen zijn voor kermisexploitanten grotendeels niet meer rendabel. Door geen of te weinig animo onder kermisexploitanten voor een standplaats dreigen deze kermissen vanzelf te verdwijnen. Dit is een landelijke trend. Collegenota Verlenging organisatie Servaaskermis t/m 2014 (dec 2012): Als gevolg van de positieve resultaten bij de organisatie van de Servaaskermis in eigen beheer wordt voorgesteld de organisatie van de kermis met twee jaar (t/m 2014) te verlengen. Voor de organisatie van deze kermissen blijft als doelstelling gelden het organiseren van een kwalitatieve en betaalbare stadskermis met een diversiteit aan attracties voor een breed publiek. Na de organisatie van de Servaaskermis in 2014 zal een besluit worden genomen over de toekomst van de Servaaskermis en het al dan niet door de gemeente blijven organiseren van de Servaaskermis. Hiervoor zal eind 2014 een voorstel worden ingediend. HOTELS Hotelnota (jun 2009): Bij de afwegingscriteria de belangen van derden niet onevenredig schaden en het woon- en leefklimaat in de directe omgeving niet onevenredig schaden wordt onder meer rekening gehouden met het volgende: - De winkelzone in Maastricht is het gebied in de binnenstad dat vooral gericht is op het winkelend publiek. Hier zijn op de begane grond de publieksfuncties het uitgangspunt en op de verdiepingen de woonfunctie. Dit ter behoud van een aantrekkelijke omgeving voor bezoekers en het streven naar leefkwaliteit en levendigheid van het stadscentrum ook s avonds en in het weekend. - In de winkelzone kan op de begane grond een horeca-exploitatie plaatsvinden met daarbij op de verdiepingen alleen mogelijkheden voor ondergeschikte (horeca)-activiteiten zoals een garderobe, toiletten, keuken, opslag of vergaderfaciliteiten (geen hotelfunctie zijnde). - In de woonbuurten staat de woonfunctie op de eerste plaats. Hier zal een specifieke ligging ten opzichte van natuurgebieden of het centrumgebied, het behoud van monumentale panden, de aanwezigheid van bijzondere functies die de vestiging rechtvaardigen of het scheppen van voorzieningen [pg7] De opbrengsten per beschikbare kamer in Maastricht zijn hoger dan in Limburg, maar aanzienlijk lager dan in Nederland. De hotelmarkt van Maastricht kan verdeeld worden in centrumhotels en hotels die buiten het centrum zijn gelegen. Met uitzondering van een deel overflow, zijn beide 32
57 soorten hotels grotendeels actief in verschillende deelmarkten. Doorgaans realiseren centrumhotels hogere gemiddelde kamerprijzen en bezettingsgraden. [pg14] Marktpotentie Het centrumgebied biedt meer potentie dan stedelijke gebieden buiten het centrum, maar de gehele hotelmarkt van Maastricht biedt de komende jaren geen ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe kamers. Van 2013 tot en met 2020 vertaalt de verwachte groei in vraag zich naar een behoefte van 824 nieuwe kamers. Om een gezonde situatie te garanderen, moet er op worden toegezien dat de toevoeging van hotelkamers over de hele periode wordt verspreid. In totaal zijn ongeveer 35 hotelontwikkelingsplannen opgevat voor ruim nieuwe hotelkamers in Maastricht. Aan een aantal plannen, met betrekking tot in totaal circa 945 kamers, heeft de gemeente principemedewerking verleend. Alleen al de hotelkamers van de plannen waar principemedewerking aan is verleend betreft een groter aantal dan waar de markt tot en met 2020 ruimte voor lijkt te bieden. Als alle hotelkamers met principemedewerking worden toegevoegd, daalt de gemiddelde hotelbezetting in de stad dramatisch. Zowel voor centrumhotels als voor hotels die buiten het centrum van Maastricht zijn gelegen blijft de bezettingsgraad dan gedurende de gehele geprojecteerde periode beneden het wenselijke niveau. Indien exploitanten van de nieuwe hotels met internationale reserveringssystemen van hotelketens gaan werken, kan de marktruimte groter zijn. Hetzelfde kan worden gerealiseerd door het ontwikkelen van hotels met aantoonbaar unieke hotelconcepten. In het bijzonder moderne low budget hotels, resorts, combinatiehotels (bijvoorbeeld met een musicaltheater) en zorg- en herstelhotels lijken kans van slagen te hebben om de marktruimte in Maastricht te doen toenemen. Aanbevelingen hotelbeleid Geadviseerd wordt om het economische beleid op dusdanige wijze in te zetten dat een aantrekkelijk zakelijk klimaat en economische groeiimpulsen ontstaan. Hierbij is het belangrijk dat op de lange termijn prioriteit wordt gegeven aan een stimulering van zakelijke vraag ten opzichte van toeristische vraag. Omdat op de korte termijn de mogelijkheden tot het uitbreiden van het hotelaanbod beperkt zijn, wordt geadviseerd om tevens een sturend en terughoudend beleid in te stellen. Met dit beleid dient ervoor gezorgd te worden dat tot 2013 geen en na 2013 gedoseerd nieuwe hotelkamers aan de markt worden toegevoegd. Hierbij zou geen onderscheid gemaakt moeten worden tussen verschillende stedelijke gebieden, maar moet wel rekening gehouden worden met een verschillende markt binnen en buiten het centrum. Als te hanteren instrumenten wordt onder meer het verspreiden van marktinformatie en het instellen van een economische toets in de vorm van financiële haalbaarheidsstudies geadviseerd. Uitgangspunt is dat de economische toets wordt gebaseerd op een adequate kwaliteit van het product. Ook wordt geadviseerd om periodiek een nieuwe marktruimtebepaling uit te voeren. Hiertoe dient een uitgebreide inventarisatie van alle hotels, hostels, pensions en B&B s uitgevoerd te worden, evenals van alle gasten van die logementen. Aanvullend wordt het verbeteren van de communicatie met de hotellerie geadviseerd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aanbevelingen. [pg15] MAASTRICHT KANDIDAAT CULTURELE HOOFDSTAD VAN EUROPA 2018 samenvatting bidboek Maastricht kandidaat Culturele Hoofdstad van Europa 2018 (mrt 2012): Het bidboek samengevat. De kandidatuur van Maastricht & Euregio voor Culturele Hoofdstad van Europa 2018 draagt als motto Europa herontdekt. Het initiatief Maastricht & Euregio 2018 wil door middel van cultuur een bijdrage leveren aan de vernieuwing van Europa. Het Verdrag van Maastricht uit bevatte slechts een kort hoofdstuk over cultuur. 25 jaar na ondertekening van het verdrag wil Maastricht & Euregio 2018 dit vergeten hoofdstuk herschrijven, samen met alle burgers uit Europa en de andere 33
58 grensoverschrijdende Euregio s. Cultuur is als kernwaarde absoluut bepalend voor de betekenis van Europa in een globaal perspectief. Geografisch gezien zijn Maastricht en de Euregio Maas-Rijn gelegen op het raakvlak tussen meerdere landen, talen en culturen en hebben zij al eeuwenlang ervaring met transnationale uitwisseling. Daarom hebben deze partners een bijzondere deskundigheid met betrekking tot Europa en de Europese cultuur. Maastricht & Euregio 2018 wil de visie van een herontdekking van Europa realiseren door middel van een programma bestaande uit vier programmalijnen: Speaking in Tongues: Onze communicatie vindt niet alleen plaats in het Nederlands, Duits of Frans, maar ook in lichaamstaal en beeldtaal of via muziek. Wij spreken in vele talen en toch verstaan we elkaar. Remembering the Future: Deze programmalijn laat zien hoe wij steden, landschappen, gebruiken en rituelen uit het verleden verbinden met het heden en de toekomst. Mirroring Europe: Deze programmalijn geeft, samen met alle middelen van de kunsten, aan hoe onze horizon te openen en te verbinden is met Europa en de rest van de wereld. En reflecteert de Europese identiteit. Living Europe: Europa kent een grote verscheidenheid aan levens- en belevingswijzen. Met dit programma willen wij het visioen van een Living Europe werkelijkheid laten worden. Culturele verscheidenheid vormt de kern van onze Europese identiteit. De diverse talen, culturen, tradities, kunstvormen en denkwijzen vormen een levendig referentiekader voor de identiteit van alle Europeanen. Maastricht & Euregio 2018 wil een proeftuin voor de Europese identiteit zijn. De Euregio inspireert ons tot een glokaal perspectief. In ons programma willen wij globale en lokale ontwikkelingen op een geheel nieuwe manier verbinden. Op basis van de ruime ervaring met transnationale verscheidenheid en als proeftuin voor de Europese identiteit wil Maastricht & Euregio 2018 komen tot een nieuwe paragraaf voor het culturele hoofdstuk van het Verdrag van Maastricht. Het project Culturele Hoofdstad 2018 zal als platform dienen om een levendige invulling te geven aan dit culturele verdrag. Maastricht & Euregio 2018 nodigt daarom alle Europese burgers uit om deel te nemen aan dit contrat culturel. In het bijzonder worden hiertoe alle 3,9 miljoen inwoners van de Euregio opgeroepen, evenals de burgers uit het internationale netwerk van de overige Euregio s. De mentaliteit van de mensen uit de Euregio is een wonderlijke combinatie van Nederlandse individualiteit en creativiteit, Vlaams-Duits vakmanschap en Waals savoir vivre. Met het initiatief Tout Maastricht wil Maastricht & Euregio 2018 grote delen van de bevolking actief laten participeren in het programma. De burgers in de Euregio zijn immers niet alleen consumenten, maar ook coproducenten van kunst en cultuur. In het gehele programma van Maastricht & Euregio 2018 zullen digitale media een bijzondere rol spelen. De digitale revolutie van de laatste jaren met o.a. de opkomst van social media, nieuwe digitale kunstvormen en online portals voor de verspreiding van creatieve ideeën heeft onze maatschappij en onze notie van participatie radicaal veranderd. Juist de Generatie Maastricht, die van jongs af aan zonder nationale grenzen, met meerdere talen en met digitale media is opgegroeid, zal steeds weer nieuwe creatieve vormen vinden om met gelijkgezinden in heel Europa en de wereld in contact te treden. De Generatie Maastricht is de groep jongeren die werd geboren in 1992, het jaar dat het Verdrag van Maastricht werd ondertekend. Deze generatie communiceert vooral door te delen en in het internettijdperk betekent delen vermenigvuldigen, groter maken en nog meer 34
59 mensen bereiken. Deze nieuwe vormen van participatie en communicatie willen wij ten volle benutten. De Euregio Maas-Rijn is een landschap van de menselijke maat. De middelgrote steden met hun veelzijdige culturele infrastructuur evenals het fraaie groene landschap bieden een hoge levenskwaliteit en een enorm toeristisch potentieel. De Euregio is van buitenaf goed bereikbaar voor alle soorten verkeer. Tegelijkertijd vormt de infrastructuur van het openbaar vervoer binnen de Euregio nog een grote uitdaging voor de toekomst. Maastricht & Euregio 2018 wil investeringen genereren voor de verbetering van het openbaar vervoer, dat juist ook jongeren in staat stelt om betrokken te raken bij kunst en cultuur over de grenzen heen. De totale kosten voor Maastricht Culturele Hoofdstad van Europa 2018 zijn voor de periode t/m 2019 geraamd op 80 miljoen euro. Hiervan wordt telkens 20 miljoen euro gedragen door de stad Maastricht, de Nederlandse Provincie Limburg en de Euregio-partners (dit zijn met name de andere deelnemende steden). Sponsors en de Nederlandse Rijksoverheid dragen (inclusief EU-subsidies) elk 10 miljoen euro bij. De ervaring van voorgaande culturele hoofdsteden leert dat elke geïnvesteerde euro ten minste zes euro aan inkomsten oplevert. Enkele hoofddoelen van het programma zijn: Het betreft geen eenmalig festival, maar een programma dat meerdere jaren (2017 t/m 2019) beslaat. Dit programma levert duurzame impulsen op voor de transformatie van de stad en de Euregio van een industrie- naar een kennisregio die zich kenmerkt door een hoge levenskwaliteit, goed openbaar vervoer en een nauwe samenwerking tussen met name culturele instellingen. Cultuur wordt ingezet als doorslaggevend vehikel voor verbeelding, innovatie en kritisch denken. Cultuur wordt als kernwaarde steeds betrokken op het leven van alledag, zodat er een zo breed mogelijk draagvlak onder de bevolking ontstaat. Minimaal 8 miljoen bezoekers, waarvan ten minste 20% meerdere dagen in Maastricht en de Euregio verblijft. Verbetering van de verhouding tussen één- en meerdaagse bezoeken van 90%-10% tot 80%-20% evenals een duurzame stijging van de bezettingsgraad van hotels na 2019 met ten minste 10%. Hierbij wordt verondersteld dat het interessante en innovatieve karakter van het culturele aanbod in de gehele Euregio behouden blijft. Elke geïnvesteerde euro levert ten minste zes euro aan inkomsten op. Bij een geraamd budget van 80 miljoen euro is er dus sprake van 500 miljoen euro aan directe inkomsten. Een financieringsmodel op basis van publiek-private samenwerking. Nadere toezeggingen van particuliere investeerders na toewijzing van de titel Culturele Hoofdstad. Drijvende kracht achter de kandidatuur is de Stichting Maastricht Culturele Hoofdstad De stichting heeft inmiddels 19 verkenningen en 26 researchprojecten geïnitieerd, meer dan (inclusief deelnemend publiek circa ) actoren bij het programma betrokken, talrijke publieke presentaties gehouden en ongeveer 350 culturele spelers gemobiliseerd. Ook zijn er in de verschillende Euregio-steden 7 werkgroepen opgezet, bestaande uit 250 personen die samen 158 programmavoorstellen hebben uitgewerkt. De eerstvolgende stap in het proces van de kandidaatstelling is de goedkeuring van het bidbook door de gemeenteraden en de overige organen vóór 1 juli 2012 (voor Maastricht geldt 18 september als uiterste termijn). Op 29 oktober 2012 dient het bidbook met de bijbehorende vragenlijst officieel te worden ingediend bij de Europese Commissie. Rond het eerste kwartaal van 2013 zal de eigen kandidatuur gepresenteerd worden voor de Europese jury. In aansluiting daarop zal bekend worden gemaakt of Maastricht & Euregio 2018 doorgaat naar de tweede ronde. De Europese jury neemt een 35
60 definitieve beslissing na een bezoek aan de verschillende kandidaten in september POPPODIUM Raadsstuk Structurele huisvesting Muziekgieterij (dec 2012) De Raadscommissie Economische en Sociale Zaken heeft het Raadsvoorstel van 18 december 2012, Structurele Huisvesting Muziekgieterij in haar vergadering van dinsdag 8 januari 2013 besproken. Tijdens deze bespreking is gebleken dat de Raad nog een aantal vragen beantwoord wenst te zien met betrekking tot de hoogte van de investering en de dekking (intern en extern) ervan, vooraleer een besluit genomen kan worden over de locatie van de permanente vestiging van de Muziekgieterij. Het College heeft de vragen van de Raadscommissie ESZ besproken in haar vergadering van dinsdag 15 januari 2013, en stelt de Raad nu voor om dit Raadsvoorstel in te trekken. Het College zal, gehoord de vragen van de Raadscommissie, bij de Voorjaarsnota/Kaderbrief 2013 terugkomen naar de Raad met een voorstel over de structurele huisvesting van de Muziekgieterij dat de Raad in staat stelt een integrale afweging te maken. CULTURELE CARRIERES Maastricht, stad van culturele carrières. De nieuwe koers in het cultuurbeleid van Maastricht (mrt 2009) Drie uitgangspunten, één kartrekker in de uitvoering: Kumulus, het stedelijk centrum voor kunsteducatie in Maastricht. De gemeente Maastricht wil de positie van Kumulus in de stad scherper uittekenen. Het centrum moet dé stedelijke regisseur worden op het gebied van cultuurparticipatie. Daartoe moeten de contacten met scholen en (culturele) instellingen in de stad worden versterkt: met de scholen om de kennismaking met kunst en cultuur te verbreden en verankeren, met Centre Céramique om de erfgoeden mediaeducatie concreet vorm te geven, met Theater aan het Vrijthof (organisator van festival jong!) om de activiteiten voor de jeugd te verstevigen, met de welzijnsinstelling Trajekt om kunst en cultuur in de buurt meer handen en voeten te geven. [pg6] Veel mensen maken kennis met kunst en cultuur op de lagere en/of middelbare school. Als kind gaan ze in het kader van het vak culturele kunstzinnige vorming (CKV) naar een voorstelling in het theater, spelen ze in een popbandje of doen ze mee aan de jaarlijkse schoolvoorstelling. Het Bureau Cultuur en School, onderdeel van Kumulus Centrum voor Kunsteducatie, ondersteunt de Maastrichtse scholen in hun activiteiten op het gebied van cultuureducatie. Niet alle scholen pakken dit voldoende op. Er is dan ook behoefte aan een verbreding en verankering van de cultuureducatie door en op scholen. [pg8] Cultuur is van de hele stad. Maastrichts beleid voor cultuurparticipatie raakt alle burgers. (nov 2009) Maastricht werkt verder aan een ruimtelijke spreiding met drie culturele brandpunten met een eigen karakter: AINSI in het zuiden: een broedplaats van creativiteit, vernieuwing en grensoverschrijdende projecten; 36
61 de Timmerfabriek in het noorden. Hier komt onder meer een nieuw podium voor Maastrichtse cultuurproducenten als klankwerkplaats Intro In Situ; de binnenstad met haar vele gemeentelijke culturele instellingen. Het is vooral in dit gebied dat het grote publiek kan deelnemen aan cultuur. [pg11] Cultuur in Belvedère Maastricht werkt aan de ontwikkeling van het gebied Belvedère, in het noordwesten van de stad. Cultuur wordt de belangrijkste drager van dit nieuwe woonen werkgebied. De stad wil de oude Timmerfabriek herontwikkelen tot een Cultuurfabriek waarin verschillende Maastrichtse culturele instellingen worden samengebracht. Verder zijn er private initiatieven om in dit gebied ook een Musicaltheater te bouwen. Zo ontstaat een nieuw cultureel centrum dat de aantrekkelijkheid van de (binnen)stad verder vergroot. [pg17] PARKEREN RAADSSTUK TARIEVEN Q parc (nov 2012): Uw commissie heeft geconcludeerd dat de ringenstructuur voorlopig niet ter besluitvorming zal worden voorgelegd en dat de wethouder de opdracht krijgt om met Q-Park te gaan spreken over de invoering van het landelijke systeem van Q-Park voor Maastricht. Tegelijk is nu aan de orde de jaarlijkse verhoging van de tarieven vanwege een indexering van 2,5 % conform de overeenkomst tussen de gemeente en Q-Park. Deze verhoging zal door Q-Park worden ingevoerd. De btw verhoging van 19 naar 21 % is al ingevoerd door Q-Park. Met Q-Park is gerekend aan betalen per euro in de garages van Q-Park in Maastricht. Een starttarief voor het hele eerste uur is daarbij als optie mogelijk. IMPLEMENTATIENOTA PARK + RIDE (mrt 2008): Investeren in de bereikbaarheid moet voorkomen dat deze (sterk) zal afnemen. Berekeningen met het verkeersmodel tonen aan dat de bereikbaarheid van Maastricht zonder gewijzigd beleid (sterk) zal afnemen. Het aantal mensen dat binnen een reistijd van 30 minuten met de auto in het centrum van Maastricht kan zijn neemt af van ruim 1,1 miljoen naar circa personen. Voor het OV blijft dat zonder verdere maatregelen nagenoeg gelijk. In de beleidsbrief Op weg naar een duurzame bereikbaarheid wordt daarom ingezet om deze trend in positieve zin om te buigen zodat de ruimtelijke ontwikkelingen van het centrum ook in economisch opzicht haalbaar blijven. Maastricht is en blijft bereikbaar is hierbij het credo. P+R kan deels deze opgave invullen in samenhang met het totale Parkeer-, OV- en fietsbeleid en andere vormen van mobiliteitsmanagement. Door goede mogelijkheden aan te bieden aan reizigers om van de auto aan de rand van de stad over te stappen op openbaar vervoer kan de bereikbaarheid van de stad verbeteren en kan de parkeerdruk in het centrum afnemen. Er ontstaat weer meer ruimte voor kort-parkeerders. Het stimuleren van ketenmobiliteit werpt zijn vruchten af. [pg6] FIETSEN Fietsplan Maastricht (sep 2009): 37
62 Pm Collegenota Evaluatie aanpak fietshandhaving (mei 2012): Het college van burgemeester en wethouders heeft in haar vergadering van 20 juli 2010 overeenkomstig de beleidsuitgangspunten zoals verwoord in het Fietsplan de structurele aanpak van fietshandhaving in brede zin vastgesteld. Met deze structurele - naar specifieke categorieën fietsen uitgewerkte - handhavingsaanpak wordt het oneigenlijk/onjuist gebruik van fietsparkeervoorzieningen teruggedrongen waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het optimaliseren van de kwaliteit en kwantiteit van de parkeervoorzieningen. Door de verwijderde fietsen vervolgens centraal op te slaan en digitaal raadpleegbaar te registreren, wordt ingezet op het zoveel mogelijk terugbrengen van de fiets bij de oorspronkelijke eigenaar. Blijkt dit niet mogelijk te zijn binnen de daarvoor geldende bewaartermijn dan geldt hergebruik (tweede leven geven aan een fiets) als uitgangspunt. Kringloop Zuid heeft hierin de coördinerende rol. Bij het vaststellen van de handhavingsaanpak is tevens besloten om deze aanpak na verloop van tijd te evalueren. Deze evaluatieresultaten zijn inmiddels bekend en laten zien dat de principes waarop de aanpak fietshandhaving gebaseerd is in feite identiek blijven maar dat wellicht een aanpassing op onderdelen gewenst c.q. noodzakelijk is teneinde de effectiviteit en de efficiëntie van de aanpak te optimaliseren. Op basis van de bespreking in de raadscommissie heeft het college besloten de huidige handhavingsstrategie ten aanzien van de foutief gestalde fietsen (aanspreken op gedrag) vooralsnog te continueren. Zodra de effectmetingen inzake het betaalde stallen zijn afgerond, volgt er een totaalanalyse en zullen de resultaten hiervan inclusief een eventueel hieraan gekoppeld verbetervoorstel inzake de handhavingsaanpak ter bespreking worden voorgelegd aan de raadscommissie SMM. Wel wordt de aanpak van weesfietsen uitgebreid naar de binnenstad. [pg8] WONINGSPLITSING NOTITIE WONINGSPLITSING (jul 2009): Ontwikkeling woningsplitsing Het fenomeen splitsing speelt met name in de binnenstad. Vanaf 1990 zijn er in het centrum, de omliggende kwartieren en Wyck ca. 600 appartementen door woningsplitsing aan de voorraad toegevoegd (gegevens Bouwtoezicht). Ervan uitgaande dat splitsing van 1 grondgebonden eengezinswoning gemiddeld 3 appartementen oplevert, betekent dit een verlies van 200 eengezinswoningen, ofwel gemiddeld 12,5 woningen per jaar in de periode In het centrum, Wyck en de kwartieren bedraagt het aantal grondgebonden eengezinswoningen momenteel (gegevens WOZ 2006). Een gemiddeld aantal splitsingen van 13 woningen per jaar betekent een afname van de voorraad grondgebonden woningen in deze buurten van ruim 1% per jaar. Het aantal van 200 grondgebonden woningen dat de afgelopen jaren is gesplitst komt neer op bijna 20% van het totaal aantal grondgebonden woningen. Conclusie: splitsing van woningen leidt op de lange duur tot een substantiële afname van grondgebonden eengezinswoning in (centrum-)stedelijke woonmilieus. Bovenstaande aantallen zijn niet het gehele verhaal. Want niet alle gevallen van woningsplitsing, c.q. kamerverhuur zijn bij de gemeente bekend. Er worden woningen zonder vergunning gesplitst en voor het zonder bouwkundige aanpassingen kamergewijs verhuren van een eengezinswoning is geen gebruiksvergunning nodig zolang het aantal huishoudens niet groter is dan vijf. In het kader van de actie brandveiligheid zijn destijds (2002) alle kamergewijs verhuurde panden geïnventariseerd, maar nadien is bij Bouwtoezicht geen registratie bijgehouden van kamergewijs verhuurde panden, waarvoor geen gebruiksvergunning nodig is (dus met minder dan 6 huishoudens). Deze panden zijn waarschijnlijk wel te achterhalen via het GBA, maar daarvoor is wel veel spitwerk noodzakelijk. In het stedelijk woonmilieu (binnenstad, kwartieren, Wyck) ligt de nadruk op gestapeld wonen in (zelfstandige dan wel onzelfstandige) appartementen. Niettemin wordt ook in dergelijke woonmilieus belang gehecht aan grondgebonden woningen. Ook gezinnen met kinderen wonen 38
63 graag in de binnenstad. In dit licht is het onwenselijk als de totale voorraad eengezinswoningen uit de binnenstad verdwijnt. Ook uit de nota Wonen in beweging is een argument te halen voor regulering. In de nota wordt een verkleuring naar stedelijke woonmilieus voorzien in de buurten grenzend aan de binnenstad. Deze verkleuring kan gepaard gaan met een toename van gestapelde woningbouw. Maar voor de differentiatie is het ook voor deze buurten van belang dat er grondgebonden woningen aanwezig zijn. Conclusie: de afname van het aantal grondgebonden woningen door splitsing van grondgebonden eengezinswoningen kan op bepaalde plekken in de stad ongewenst zijn. Daarin zit dus een argument voor regulering en ontwikkeling van een beleids- en beoordelingskader. [pg2] Uit het overzicht wordt duidelijk dat het nee, tenzij-beleid zich kan beperken tot de volgende buurten: City, Wyck, de 4 Kwartieren, Wyckerpoort en Randwyck. Voor de andere buurten is het aandeel gestapelde woningen dusdanig laag dat hierin geen reden zit om woningsplitsing sterk aan banden te leggen. [pg4] LOKALE WOONAGENDA LOKALE WOONAGENDA MAASTRICHT. STEDELIJK WONEN OP MENSELIJKE MAAT (mei 2012): De ontwikkeling van het aanbod studentenhuisvesting vindt plaats in overleg met marktpartijen en zal op diverse locaties in de stad tot planontwikkeling leiden, zowel in het reguliere aanbod van onzelfstandige kamers en zelfstandige wooneenheden als in het aanbod van short stay voorzieningen. Voor de beoordeling van short stay initiatieven zal de leidraad short stay worden gehanteerd. Op beheersing van woningsplitsing/kamergewijze verhuur in de binnenstad en een aantal omliggende buurten zal met ingang van 1 januari 2013 via het bestemmingsplan worden gestuurd. Vrijkomende (woon-)gebouwen zullen worden beoordeeld op de mogelijkheden om deze, al dan niet tijdelijk, in te zetten voor studentenhuisvesting. [pg12] In de (centrum-)stedelijke woonmilieus ligt de nadruk op (selectief) inbreiden en verdichten en in de groene stadsrandmilieus op (selectief) verdunnen. En de invulling van de stedelijke brandpunten Belvédère, binnenstad en A2 zijn cruciaal om tot de gewenste woonmilieudifferentiatie te komen. De herstructurering voorziet in de vraag naar zowel groenstedelijk als stedelijk wonen. De invulling van de brandpunten in de vraag naar (centrum- )stedelijk wonen. Het is de opdracht om deze kaders in de woonagenda nader in te vullen in het bijzonder ten aanzien van de huisvesting van specifieke doelgroepen en het vraaggericht bouwen. [pg24] In 2010 heeft de gemeente beleidregels voor woningsplitsing opgesteld. Woningsplitsing komt met name voor in en aan de randen van de binnenstad, in grotere panden die zo geschikt worden gemaakt voor studenten of andere kleine huishoudens. Er worden zowel zelfstandige appartementen als kamers gerealiseerd. Het beleid komt er kort gezegd op neer dat in buurten met weinig grondgebonden woningen (lees: de binnenstad en een aantal aangrenzende buurten) de gemeente een nee, tenzij-beleid heeft. Dat wil zeggen: in principe geen medewerking verlenen, tenzij de nieuwe situatie aantoonbaar beter is dan de oude situatie en er voldoende grondgebonden woningen overblijven. En als dat zo is, dan moet de initiatiefnemer voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. De gemeente is bezig om voor de meest kwetsbare buurten woningsplitsing in het bestemmingsplan te regelen. Woningen mogen dan alleen met een ontheffing van de gemeente en onder nader te stellen voorwaarden worden gesplitst. Deze aanpassing wordt voorbereid voor de binnenstad, Wyck en Brusselsepoort. [pg33] De gemeente voert geen spreidings- of concentratiebeleid voor studentenhuisvesting. Dat uitgangspunt is vastgelegd in de nieuwe structuurvisie. Dat betekent dat bij de situering van 39
64 studentenhuisvesting het behoeftepatroon van studenten uitgangspunt is. Gevolg daarvan is dat er een clustering plaatsvindt van het huisvestingsaanbod in en aan de randen van het centrum. Onderwijs- en huisvestingsvoorzieningen liggen gespreid over de binnenstad. Studenten maken gebruik van het al aanwezige weefsel van voorzieningen. Daarnaast zijn er buiten het centrum losse clusters (bijvoorbeeld bij de hogere Hotelschool en in Randwyck). Via het bestemmingsplan wordt gestuurd op het splitsen van woningen in zelfstandige wooneenheden, c.q. omzetten naar kamerverhuur. Ex-studenten leggen veel nadruk op relatief ruim maar sober wonen, op goede centraal gelegen locaties met veel voorzieningen in de buurt. Met soms de wens van een woonwerkwoning. Daarmee lijkt de problematiek van de huisvesting van ex-studenten veel op die van studenten: in/om de binnenstad willen wonen waar weinig passend aanbod is en niet in de buitenwijken willen wonen waar meer passend aanbod is. [pg66] Wonen boven winkels speelt een rol van belang bij studentenhuisvesting. De binnenstad is immers een aantrekkelijke woonplek voor studenten en mensen die gebruik willen maken van short stay. Tot en met 2013 worden naar verwachting nog ruim 70 (zelfstandige en onzelfstandige) wooneenheden opgeleverd. Circa de helft hiervan is bedoeld voor studenten. Voor een verdere toename is extra financiering nodig. De betrokken partijen zullen hierover in 2012 afspraken maken. Destijds is berekend dat in potentie wonen boven winkels wooneenheden aan de woningvoorraad in de binnenstad zou kunnen toevoegen. Het belang van Wonen boven Winkels is groter dan alleen bijdragen aan meer variatie in het woningaanbod. Het is een onderdeel van één van de acht in de nota Stedelijke Programmering genoemde brandpunten. Behalve aan de versterking van de woonfunctie draagt het project bij aan de instandhouding van monumentale panden en biedt het een draagvlak voor voorzieningen. Daarnaast zijn de leefbaarheid en de veiligheid in de binnenstad met het project gebaat. [pg67] Concentratie van studenten in bepaalde wijken wordt als natuurlijk gezien. Op daarvoor geëigende plekken wordt gestreefd naar concentraties van onderwijs en studentenhuisvesting ( Quartier étudiants ). Dat wordt gezien als een goede manier om een voor studenten interessant stedelijk woonmilieu te maken ( patchwork ). Daarbij wordt evenwicht gezocht in schaal en plek. Grootschalig is beheertechnisch interessant: gezamenlijk voorzieningen voor sport en cultuur bijvoorbeeld zijn makkelijker te realiseren, beveiliging is eenvoudiger, beheer is goedkoper. Maar nadeel zijn inpassing in omgeving en de financiële risico s. Een dergelijke variant past buiten het centrum. Kleinschalig past beter in opzet van over binnenstad verspreide urban campus. Het gaat er dus om een duidelijke mix te maken. Plannen worden getoetst aan het bestemmingsplan, nota woningsplitsing/kamerverhuur en de leidraad short stay. Als de bestemming wonen of "woondoeleinden"is, dan is short stay rechtstreeks mogelijk en kunnen (omdat aan het begrip wonen geen termijn is gekoppeld) geen nadere voorwaarden worden gesteld. Dat is vaak in de binnenstad het geval. Is de bestemming gezinswoning of een andere dan woondoeleinden (bijvoorbeeld kantoor), dan kunnen de eisen uit de leidraad bij een eventuele ontheffing van het bestemmingsplan worden gesteld. In het kader van het beleid woningsplitsing wordt in de lopende actualisatie van bestemmingsplannen in het centrum en een aantal omliggende buurten de bestemming wonen omgezet in gezinswoning. Zo kan op short stay en woningsplitsing meer direct worden gestuurd. [pg69] Raadsbesluit Stedelijke programmering woningbouw (nov 2009): De kansen van Maastricht als woonstad liggen vooral in de verdere ontwikkeling van drie woonmilieus: het centrumstedelijke (binnen de singels, veel gestapeld), het stedelijke (aan de rand 40
65 van de binnenstad, vooral grondgebonden stadswoningen) en het randstedelijke (grenzend aan buitengebied, met name grondgebonden woningen met tuin) woonmilieu. Deze woonmilieus dienen niet alleen in de veranderende woonbehoefte van de huidige burgers te voorzien. Ook is het van belang een aantrekkelijk woonklimaat te bieden voor de nieuwe creatieve, artistieke en kenniswerkers die Maastricht als Kennisstad en Cultuurstad aantrekt. [pg 5] Binnenstad overig (met name Palace, Wonen boven Winkels en aanloopstraten) en Belvédere zijn twee brandpunten die gekozen zijn voor stedelijke ontwikkeling in het thema van kennis, cultuur en wonen. De keuze voor deze locaties is gebaseerd op de eerste twee van onderstaande drie criteria: 1) Is de locatie goed ontsloten via de hoofdwegeninfrastructuur van de stad? 2) Draagt de ontwikkeling van de locatie bij aan een gezonde ruimtelijke structuur van de stad, concreet aan de verdere ontwikkeling van de compacte stad in het weidse landschap? 3) Heeft de ontwikkeling van de locatie grote ruimtelijke meerwaarde voor de stad? Belvédère is programmatisch van groot belang voor woonstad, met name voor centrumstedelijk en stedelijk wonen, en voor Cultuurstad (nieuwe voorzieningen). De ruimtelijke meerwaarde van Belvédère is gelegen in onder andere de herontwikkeling van industrieterreinen (deels in de binnenstad), het geven van een nieuw leven aan industriële monumenten en de realisatie van een tweede stadspark. Belvédère wordt uitgevoerd in twee fasen. In de eerste fase tot 2016 zal de nadruk liggen binnen de singels, daarna buiten de singels. Belvédère wordt ontwikkeld in nauwe relatie met brandpunt 6) Maaskruisend Verkeer. De aanpak van het brandpunt Binnenstad overig bestaat uit een aantal kleinere interventies zoals de locatie Palace en Wonen boven Winkels. De programmatische meerwaarde van deze ingrepen zijn vooral verbonden met Woonstad, met de ontwikkeling van centrumstedelijk wonen. De ruimtelijke meerwaarde van de locatie Palace is het oplossen van de verkeersproblematiek van Wyck via ondergronds parkeren. De ruimtelijke meerwaarde van Wonen boven Winkels, bijvoorbeeld in combinatie met de aanloopstraten, is vergroting van de levendigheid en de multifunctionaliteit van het centrum. Het plan Maaskruisend Verkeer voorziet in een aantal grote verkeerskundige ingrepen om Maastricht lokaal en regionaal bereikbaar te houden op de as Oost-West, zoals de tram Vlaanderen- Maastricht en de omlegging van de Noorderbrug. De ruimtelijke meerwaarde is echter niet alleen de verbeterde ontsluiting van West, maar ook de verbetering van de leefkwaliteit in de zuidelijke binnenstad. [pg 7] Er is een duidelijke behoefte de huidige woningvoorraad aan te passen. Het advies is om -geziende voortgaande vergrijzing en de kenmerken van de huidige woningvoorraad- vooral meerlevensloopbestendige woningen te maken, zowel grondgebonden (40%) als gestapeld (60%),metname nabij voorzieningen (in/aan de binnenstad, maar ook nabij voorzieningen in de woonbuurten).kleinschalige complexen, zonder expliciet zorgstigma. [pg 10] 41
66 LUCHTKWALITEIT EINDEVALUATIE LUCHTKWALITEITPLAN MAASTRICHT 2010 (dec 2010): Op 1 november 2009 is het distributiecentrum geopend en sindsdien hoeven vrachtwagens niet langer het winkelcentrum in te rijden om winkeliers te bevoorraden. Chauffeurs kunnen de goederen afleveren bij het gezamenlijk distributiecentrum van Binnenstadservice op Beatrixhaven. Van daaruit worden de bestellingen met kleinere, schone aardgasauto s afgeleverd bij de winkels die zijn aangesloten bij de stichting. Door leveringen zoveel mogelijk te bundelen wordt het aantal voertuigen in de stad gereduceerd en daarmee de luchtkwaliteit en bereikbaarheid verbeterd. Winkeliers hebben een dubbel belang bij een goede bereikbaarheid. [pg20] In overleg met ondermeer binnenstadondernemers en vervoerend bedrijfsleven zijn eind 2010 spelregels vastgesteld om het laden en lossen in de binnenstad soepeler te laten verlopen. De spelregels zijn er op gericht om tijdens de venstertijden, het moment tussen en uur waarop het voetgangersgebied geopend is voor bevoorradend verkeer, de doorstroming zoveel mogelijk te garanderen. Betrokken partijen committeren zich hierbij aan een aantal afspraken zoals het parkeren van de voertuigen aan één zijde van de straat en het niet (te ver) buitenzetten van terrassen voor het einde van de venstertijden. Het parkeren in de binnenstad zorgt voor veel (zoek)verkeer in dit gebied. Door middel van parkeerbeleid is het mogelijk deze verkeersstromen in de stad te sturen en daarmee gebieden met gevoelige functies te ontlasten waardoor de leefbaarheid in die gebieden verbetert. In het kader van deze doelstelling zijn de volgende projecten uitgevoerd. Uitvoering vastgesteld parkeerbeleid Aanleg park en walk locaties Opwaardering dynamisch parkeerverwijssysteem (PRIS) Naast deze uitgevoerde maatregelen zijn ook de mogelijkheden onderzocht om parkeertarieven naar milieuklasse te differentiëren en toegang middels tolheffing te realiseren. Beide maatregelen zijn tot op heden niet uitgevoerd omdat de noodzaak hiervoor ontbreekt en (nog) niet uitvoerbaar zijn. [pg21] [Pg : Hier volgt een toelichting op de maatregelen die al wel zijn uitgevoerd.] Momenteel zijn de voorbereiding in gang gezet voor groot onderhoud aan de Tongerseweg. De fysieke uitvoering van de werkzaamheden zal plaatsvinden in Bij het opstellen van het ontwerp wordt nagegaan of het mogelijk is het aantal afslagen tussen de Javastraat en het Tongerseplein te verminderen. Het gaat hierbij om het verbieden van afslaand verkeer vanuit het Anjoupad, de Gentiaanstraat, de Ringovenweg en de Karimatastraat. Relatief veel verkeer maakt gebruik van deze wegen om het doseerlicht te ontwijken. Minder afslagen bevordert de doorstroming doordat het aantal afremmende en optrekkende bewegingen op de Tongerseweg afneemt. Naast het groot onderhoud aan de Tongerseweg wordt op termijn ook het winkelcentrum Carré, dat aan het westelijk deel van deze weg ligt, herontwikkeld. Dit winkelcentrum veroorzaakt veel afslaande bewegingen. Om het verkeer enigszins te laten doorstromen moet er nu op de aangrenzende kruispunten gedoseerd worden. Het verwijderen van het langsparkeren en het aanpassen van de in- en uitrit kan de doorstroming op dit wegvak verbeteren. Omdat nog onbekend is wanneer deze herontwikkeling gaat plaatsvinden is ook nog niet bekend wanneer deze verbeteringen worden doorgevoerd. [pg28] In vergelijking met 4 jaar geleden is de luchtkwaliteit in Maastricht aanzienlijk verbeterd. Maastricht kent geen overschrijding meer van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Er zijn nog wel enkele aandachtspunten waar de grenswaarden maar net worden gehaald. Om te voorkomen dat deze 42
67 aandachtspunten weer knelpunten worden dient Maastricht aandacht te blijven besteden aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het luchtkwaliteitplan succesvol is uitgevoerd en dat de luchtkwaliteit, uitgaande van de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide, in Maastricht aanzienlijk is verbeterd. Geadviseerd wordt om wel te blijven werken aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en hiervoor het platform luchtkwaliteit gedurende de looptijd van het NSL in stand te houden. [pg37] p veel terreinen, zoals bereikbaarheid STUDENT EN STAD VASTGESTELD PLAN VAN AANPAK STUDENT EN STAD (feb 2013): Doel van dit plan van aanpak is dan ook te komen tot een actieplan Student en Stad. Vanuit de nog steeds geldende constateringen moet dit actieplan vooral afgestemd worden op de snelle groei van met name het aantal buitenlandse studenten in de afgelopen jaren en de nieuwe maatschappelijke uitdagingen waarvoor de stad en de onderwijsinstellingen zich gesteld zien (economische en demografische transitie). Het actieplan Student en Stad legt bovendien de basis voor de Schaalsprong naar studenten, die zich op dit moment aan het ontwikkelen is tot gezamenlijke ambitie van gemeente en Universiteit Maastricht. [pg2] Ook voor de parkeeroverlast die het gebruik van fietsen, brommers en scooters door studenten en universitaire medewerkers met zich mee brengt, dient een adequate oplossing bedacht te worden. Deze problematiek speelt rondom universiteitslocaties (bijv. bij de universiteitsbibliotheek in de binnenstad) maar ook op andere locaties in de binnenstad. [pg4] KINDEROPVANG EN ONDERWIJS In de binnenstad liggen enkele onderwijsvoorzieningen die mogelijk de komende jaren zullen verdwijnen, moeten worden samengevoegd/omgebouwd tot integraal kindcentrum vanwege de ontgroening/daling van leerlingenaantallen. STADSVISIE STADSVISIE 2030 ACTUALISATIE 2008 (jun 2005): Deze regio heeft een rijke ruimtelijke en economische agenda van projecten als de upgrading van het vervoerssysteem, herstructurering van multifunctionele binnenstadlocaties, de realisatie van regionale bedrijventerreinen en nieuwe regionale landschappen. [pg6] Voor de ontwikkeling van de kenniseconomie zijn de Universiteit Maastricht en de andere instellingen voor hoger onderwijs belangrijk. Het centrum van Maastricht is inmiddels een Urban Campus met residential-colleges naast Randwyck als Science Campus. De campus in Randwyck levert een wezenlijke bijdrage aan de diversificatie van het aanbod van studentenhuisvesting. Voor buitenlandse studenten heeft de campushuisvesting een aantrekkende werking. Deze werking wordt versterkt als Maastricht voor het aantrekken van buitenlandse studenten uitgaat van een totaalconcept: opleiding, huisvesting, sport en cultuur. [pg16] 43
68 De westoever kenmerkt zich door de kleinschalige, ruimtelijke structuur van de historische binnenstad en omliggende wijken. De westoever leent zich voor binnenstadsgerelateerde ontwikkelingen gericht op nabijheid en face-to-face contacten: een stedelijke, kleinschalige mix van wonen, werken en voorzieningen. [pg18] Maastricht heeft een compacte binnenstad met aantrekkelijke stedelijke voorzieningen, veel horeca en een kwalitatief winkelareaal. Toch ontbreekt het voor de, stedelijk georiënteerde, hoger opgeleide kenniswerker en de creatieve klasse - de nieuwe stedeling aan een breed aanbod van culturele voorzieningen. In Maastricht Oost zijn drie integrale gebiedsontwikkelingen aan de orde: A2 Maastricht (ondertunneling, verbinding stadsdelen bovengronds, gebiedsontwikkeling) Noord-Oost (Wijkactieplannen voor Wyckerpoort/Wittevrouwenveld en Limmel/Nazareth, integrale gebiedsontwikkeling Maastricht-Valkenburg met focus vrijetijdseconomie) Zuid-Oost (gepland: nieuwe ruimtelijke visie Randwyck. Hier is de kenniseconomie een belangrijke drager). [pg20] Een eerste stap is gezet in de ontwikkeling van een duurzame bereikbaarheid met de inzet van parkeren als sturingsinstrument. De wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven is beschreven in de beleidsnota Parkeren (april 2007). Kernpunten uit de nota zijn het inzetten op: grenzen stellen aan het parkeren in de binnenstad door het instellen van een maximum aantal bezoekersparkeerplaatsen van Van de ondernemers, burgers, bedrijven en instellingen verwachten we dat ze actief meewerken om de binnenstad leefbaar en bereikbaar te houden. In dit kader is de campagne Maastricht bereikbaar gestart en wordt het project Mobiliteitsmanagement inhoud gegeven. Mobiliteitsmanagement is het organiseren van slim reizen. Aangezien de auto niet alle problemen kan oplossen, wordt de reiziger geprikkeld alternatieven te gebruiken als fiets, openbaar vervoer, gebruik van P+R, of telewerken. Eisen en wensen van mensen die zich verplaatsen staan centraal, en het draait om oplossingen op maat. [pg28] STEDELIJKE BEVOORRADING De binnenstadservice is sinds vijf jaar een feit. Winkeliers uit de binnenstad kunnen zich hierbij aansluiten. Pakketten worden gebundeld de stad in verstuurd vanuit een depot in de Beatrixhaven. Dit gebeurt door een vrachtwagen van de binnenstadservice, rijdend op aardgas. Hierdoor hoeven dus niet alle leveranciers het centrum meer in. De gemeente heeft hier in het verleden subsidie op verleend maar inmiddels is de binnenstadservice zelfstandig. Stedelijke bevoorrading binnenstad Maastricht en Wijck Rapportage nulmeting (mrt 2008) 6.1 De belangrijkste bevindingen Met de dataverzameling onder de binnenstadsondernemers is een goed beeld gevormd van de bevoorrading van de binnenstad van Maastricht. Enkele kerncijfers zijn: Per week ontvangen de ondernemers in de binnenstad ongeveer 6500 leveringen, uiteenlopend van kleine zendingen van 1 doosje of 1 kledingstuk tot volle wagenladingen met rolcontainers bij de supermarkten en warenhuizen 44
69 In totaal wordt wekelijks 5500 m3 aan producten in de binnenstad aangevoerd. Indien deze goederen met volle vrachtauto s vervoerd zouden kunnen worden, zijn wekelijks ongeveer 185 vrachtauto s nodig voor de gehele bevoorrading van het centrum Het totaal aantal voertuigen dat nu de binnenstad bevoorraad is onbekend. Wel is duidelijk dat de top 10 vervoerders en leveranciers in gecombineerde ritten veel afleveradressen met hetzelfde voertuig bevoorraden. Ruim de helft van de adressen in de binnenstad worden door deze specialisten met een beperkt aantal voertuigen bevoorraad. Dagelijks zijn hierdoor 20 a 30 voertuigen voor deze adressen in de stad. De resterende adressen worden bevoorraad door voertuigen die per rit slechts een beperkt aantal adressen in de binnenstad. Aangezien de bedrijven in de binnenstad gemiddeld één levering per week ontvangen, rijden er voor de niet gebundelde zendingen dagelijks ongeveer 400 voertuigen naar adressen in de binnenstad. Gezien onzekerheden in cijfermateriaal kan ervan uitgegaan worden dat er voor de bevoorrading 350 tot 450 voertuigbewegingen per dag worden veroorzaakt. Herin zijn dan nog niet de inzameling van afval en het bouwverkeer meegenomen. Het blijkt dat er veel branches zijn waar de ondernemingen in Maastricht meer dan 5 zendingen per week ontvangen. Gezien het totale volume dat in deze branches wordt aangevoerd, zijn hier nog veel opties tot bundeling, vooral door de wijze van bestellen en leveren aan te passen. Het merendeel van het volume wordt geleverd door vervoerders en leveranciers van buiten Maastricht (87%). Opvallend is het grote aantal binnenstadsondernemers dat gebruikt maakt van eigen vervoer. 72% van de ondernemers gebruikt eigen vervoer voor de bevooorrading van het eigen bedrijf, waarvoor vooral personenauto s worden ingezet. De verdeling van de inzet van voertuigtypen (bestelauto s, vrachtauto s en trekker/ oplegger) komt overeen met de werkwijze in andere steden in Nederland. Er is een beperkte bereidheid onder de winkeliers om mee te werken aan verbeteringen. Er wordt toch in eerste instantie naar de vervoerders gekeken om de problemen op te lossen. Uit de gepresenteerde gegevens over de bevoorrading van de binnenstad van Maastricht komt naar voren dat de ervaringen van de winkeliers, leveranciers en chauffeurs redelijk positief zijn. De belangrijkste knelpunten hebben betrekking op: 54% ondernemers vindt de bereikbaarheid voor leveranciers matig tot slecht. De korte effectieve vensters voor bevoorrading door de late openingstijden van de winkels en de vroege sluiting van het gemeentevenster. Problemen met doorstroming de beperkte mogelijkheden voor parkeren van lossende voertuigen. [pg65] COALITIEAKKOORD Investeren in vertrouwen. Coalitieakkoord D66, GroenLinks, PvdA, Seniorenpartij Maastricht en VVD (okt 2010) De aanpak om leegstand in winkels en kantoren te bestrijden wordt vanuit het beleid voor de aanloopstraten uitgebreid. Ruimte voor creatieve ondernemers en kunstenaars wordt hier nadrukkelijk bij betrokken. [pg3] Er komt geen uitbreiding van het betaald parkeren in de avonduren of op zondag, behalve op koopzondagen tijdens de openingsuren van winkels. Aan de randen van het centrum wordt gezocht naar mogelijkheden voor tijdelijke parkeervoorzieningen. [pg5] 45
70 WELSTANDSNOTA WELSTAND TRANSPARANT. WELSTANDSNOTA GEMEENTE MAASTRICHT (mei 2004): Nieuwbouwactiviteiten in de binnenstad. Bij bouwvergunningplichtige bouwwerken kan de Welstands-/monumentencommissie bij planbeoordeling ook het kleur- en materiaalgebruik toetsen aan de uitgangspunten van het stedelijk kleuronderzoek. Bij de presentatie van nieuwbouwplannen zal vaker een gedetailleerd kleurschema met de aanduiding van kleuren en materialen in tekeningen gevisualiseerd worden en met monsters en stalen of proefvlakken getoetst worden. Hierdoor kan beter dan voorheen het effect van de kleuren beoordeeld worden, zoals: lichtaspecten, verzadiging; schaal; textuur en onderlinge samenhang. Een kleurvoorstel voor belangrijke nieuwbouwprojecten kan uitgevoerd worden met hulp van een deskundige kleuradviseur. De stichting Kleur Buiten te Hendrik Ido Ambacht kan hierover informatie bieden. [pg39] Gebied tussen de begrenzing van het beschermd stadsgezicht en de rand van de binnenstad Gebiedsafbakening en karakter. Het beschermd stadsgezicht is gelegen binnen het gebied van de binnenstad. Tussen het beschermd stadsgezicht en de rand van de binnenstad.is het gebied gelegen, dat hier beschreven wordt (zie kaart welstandsnota). Dit gebied heeft een nauwe ruimtelijke relatie met het beschermd stadsgezicht; alle toegangswegen naar het beschermd stadsgezicht doorkruisen dit gebied, de zichtlijnen op het beschermd stadsgezicht worden erdoor bepaald. De bebouwing dateert veelal uit het einde van de vorige en het begin van onze eeuw en draagt ook het karakter van die tijd. Een groot gedeelte van het gebied heeft overwegend een woonfunctie en onderscheidt zich door het karakter duidelijk van de voor- en naoorlogse woongebieden. Daarnaast komen onder andere in dit gebied voor: gedateerde vestingwerken, parken, instituten, detailhandel en enkele industrieterreinen. In dit gebied komen tevens een aantal beschermde monumenten voor, alsmede gedateerde beeldbepalende panden. Daarnaast is de specifieke stedenbouwkundige situatie en het karakter van dit gebied van belang, waardoor met reden van een gevoelig gebied gesproken kan worden. Al te uitbundige reclametoepassingen zijn hier dan ook niet op hun plaats. De inpassing van reclames in de architectuur van de beschermde monumenten, beeldbepalende panden en in de specifieke stedenbouwkundige situatie vraagt hoge prioriteit. Welstandscriteria voor het gebied tussen de begrenzing van het beschermd stadsgezicht en de rand van de binnenstad. Voor wat betreft de welstandscriteria voor reclames in dit gebied, gelden de criteria zoals vermeld bij de onderscheidene bebouwingstypen. [pg130] In dit via een open planprocedure gemaakte plan wordt het belang van een goed multifunctioneel centrummilieu als beleidsintentie van het verstedelijkingsbeleid neergezet. De noodzaak is ook zichtbaar: verloedering van binnenstadsdelen, dreigend verlies van centrumfuncties als gevolg van vertrek van de grote kantoren naar Randwyck, de afnemende betekenis van Wyck als koopcentrum, verlies van functies in de aanloopstraten, verlies aan binnenstadbewoners, slechte openbare ruimten, ruimtebeslag van verkeer en parkeren, enzovoorts. [pg187] Het gebied van het beschermd stadsgezicht en het gebied van de eerste stadsuitleg. De gehele binnenstad van Maastricht is beschermd stadsgezicht. Het gebied van het beschermd stadsgezicht is apart aangegeven. 46
71 Let op: Indien de bouwactiviteit betrekking heeft op een pand in het beschermd stadsgezicht is er niet alleen een bouwvergunning, maar ook een vergunning op basis van de Monumentenwet vereist! Dit geldt niet voor de voorgenomen uitbreiding, zolang deze niet is vastgesteld. Voor het beschermd stadsgezicht gelden ook aparte reclameregels. Deze gelden niet voor de voorgenomen uitbreiding. Voor de reclameregels wordt verwezen naar het reclamedeel. Waar voor het beschermd stadsgezicht al een samenhangend welstands- en monumentenbeleid geldt, is dit gebied aangemerkt als een bijzonder gebied (bijzonder gebied A). Ook het gebied van de eerste stadsuitleg, na de start van de sloop van de vestingwerken in 1867, is aangemerkt als bijzonder gebied (bijzonder gebied B). Naast de algemene welstandscriteria en de criteria van de bebouwingstypes gelden voor beide gebieden aanvullende criteria, gebaseerd op het vigerende welstandsbeleid voor de binnenstad. Kenmerken. Bebouwing en omgeving. Winkelpuien bepalen in belangrijke mate het aanzicht, de uitstraling en de aantrekkelijkheid van de Maastrichtse binnenstad. Opvattingen over de presentatie van winkelbedrijven wijzigen regelmatig, daarmee veranderen ook de gevelaanzichten. Niet zo lang geleden nog werden in veel gemeenten winkelpuien laag gemaakt en afgedekt met zware luifels met daarop grote opvallende reclames. Vervolgens kwamen drempelloze inlooppuien in de mode, glazen schuif- of vouwdeuren over de volle breedte en hoogte van de verkoopruimte. Beide oplossingen zijn bedacht zonder rekening te houden met de architectuur van een bestaand pand of stadsbeeld. Bovendien moesten voor deze ingrepen veelal waardevolle winkelpuien verdwijnen. Veel van dergelijke verbouwingen hebben aanzienlijke verstoringen veroorzaakt in de oorspronkelijke harmonie van gevels en soms hele straaten pleinwanden. Bebouwing op zich. De winkelfronten bestaan meestal uit een etalage en twee flankerende deuren als toegang tot de winkel, respectievelijk de erboven gelegen woningen. Op bredere kavels geeft een centrale ingang met aan weerszijden vitrines toegang tot het bedrijf en een ernaast gelegen deur naar het bovenhuis. Vanuit de behoefte aan een zo breed mogelijk etalagefront verviel de woningdeur soms en bereikte men via de zaak de woning. Materiaal, detaillering, kleur. Bij winkelpuien verdient de detaillering bijzondere aandacht. In serie vervaardigde puien en kozijnen zijn meestal vlak, zonder enig reliëf en steken daardoor ongunstig af bij de ambachtelijk vervaardigde oorspronkelijke gevelelementen met een rijkdom aan profilering. Karakteristiek voor het Maastrichtse gevelbeeld is de afwisseling van geschilderde en niet geschilderde gevels die een gevarieerd beeld geven van de wisselende opvattingen over kleur in diverse historische perioden. Hierin spelen de radialen een belangrijke rol. Tot de oudste radialen worden gerekend de routes die van oudsher de verbindingen verzorgden tussen de poorten van de eerste stadsmuur en de poorten in de tweede stadsommuring. De meeste radialen die aftakken van de westelijke Ring hebben een lichtere kleurstelling dan de singels, met als de meest lichte en authentieke voorbeelden: de Boschstraat en de Brusselsestraat. [pg286] Waardering. De historische stadskern behoort uit cultuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig oogpunt tot de meest waardevolle delen van de gemeente. Het bestaat uit een gevarieerd stadsbeeld van overwegend oudere panden die sfeer- en beeldbepalend zijn voor Maastricht. Niet alleen de historie en het bestaande is van belang, maar ook de ontwikkeling. Stedelijk gebied 47
72 verkeert in een voortdurende metamorfose. Het bestaande karakter van de bebouwing in de historische stadskern is zeer waardevol en vraagt om een zeer zorgvuldig beheer. Ook de openbare ruimten komen voor een zorgvuldig beheer in aanmerking. Welstandscriteria. Naast de algemene en gebiedsgerichte welstandscriteria gelden voor dit bijzondere gebied, vanuit de waardering in combinatie met de kenmerken, voor ontwerp en toetsing de volgende aanvullende criteria: [pg287] RECLAMEBELEID WELSTAND TRANSPARANT. WELSTANDSNOTA GEMEENTE MAASTRICHT (mei 2004): Reclame is er altijd geweest. De geschiedenis van de reclame is onderdeel van de geschiedenis van de samenleving. Tegenwoordig is de (buiten) reclame een onverbrekelijk onderdeel van het economische systeem. Reclames vragen vanuit hun doelstelling aandacht en bepalen daardoor in hoge mate de belevingswaarde van het visuele milieu. Het komt nogal eens voor dat reclametoepassingen elkaar in attentiewaarde willen overtreffen. Veel binnen- en buitenlandse binnensteden van vaak hoge kwaliteit gaan verscholen en gebukt onder een enorme reclamelast. Daarom is ook in de totale zorg voor het visuele milieu de aandacht van het reclameaspect van groot belang. Dan ontstaan reclames die een toegevoegde waarde zijn voor de stad. Maastricht staat sedert decennia bekend om zijn terughoudende, ingetogen reclamebeleid. In dit beleid worden reclame-uitingen niet als incidenten gezien, die onafhankelijk worden beoordeeld, doch als onlosmakelijk en integraal onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. VESTINGVISIE Vestingvisie Naar een integraal beleid voor de vestingwerken van Maastricht (dec 2010) De vestingvisie is een van de actiepunten uit de beleidsnota Springlevend Verleden. Om de potenties en ontwikkelingsmogelijkheden van de Maastrichtse vestingwerken tot ontplooiing te brengen moeten deze op een goede manier afgestemd worden op andere stedelijke ontwikkelingsprogramma s en toekomstige ontwikkelingsprojecten zoals bijvoorbeeld het projectgebied Belvédère. Hierbij is het noodzakelijk rekening te houden met herbestemmingsmogelijkheden, het versterken of realiseren van doorgaande routes of verbindingen zowel op recreatief als ecologisch gebied, aangepaste beplanting en herinrichting van de openbare ruimte (zoals schootsvelden), het markeren van verdwenen vestingwerken in de openbare ruimte en het benutten van educatie- en recreatiemogelijkheden [pg ] De Maastrichtse vestingwerken hebben hoge natuurwaarden die behouden moeten blijven voor de toekomst. Veel van de aanwezige planten en dieren zijn uiterst zeldzaam en komen slechts voor op één of enkele locaties. In de binnenstad van Maastricht komen ook op andere muurwerken dan de vestingwerken bijzondere planten voor zoals langs de kademuren van de Jeker. Deze plaatsen fungeren als steppingstones en zijn van wezenlijk belang voor het behoud en verspreiding van diverse soorten planten en dieren. [pg 17] Belgica is een van de vele resten van Romeinse infrastructuur in onze contreien. Gemeente Maastricht heeft een convenant ondertekend met zes overige partners in Zuid-Limburg waarin overeengekomen is de Via Belgica te traceren, onderzoeken, behouden en voor het publiek beleefbaar te maken. In de buitengebieden zal de Via Belgica opgenomen worden in een toeristische fi ets en wandelroute, in de binnenstad zou het verloop van de weg door middel van een markering (bijvoorbeeld voetstappen in de vorm van Romeins schoeisel) kunnen worden aangegeven. [pg 28] Het versterken van de relatie tussen de Hoge Fronten en de binnenstad. Dit eveneens om de toegankelijkheid en de herkenbaarheid te vergroten, door de toegangsroutes beter in te richten en aantrekkelijk te maken voor voetgangers. [pg 50] 48
73 Nieuw aan te leggen routes zijn nodig om de toegankelijkheid door het gebied van de Lage Fronten te verbeteren. Dit kan enerzijds door de oude glacisweg te herstellen om een doorgaande route te creëren van noord naar zuid. Anderzijds kan dit door in de dwarsrichting een houten brugverbinding te herstellen tussen ravelijn A en de muur tussen de bastions A en B. Op deze manier ontstaat er een doorgaande route in de Lage fronten en tevens kan hiermee een logische voetgangersverbinding tussen het Frontenpark en de binnenstad worden gerealiseerd. [pg 52] Ook zijn er thematische wandelroutes met betrekking tot de vestingwerken, zoals de stenenroute (NatuurHistorischMuseum), de levende murenroute (NatuurHistorischGenootschap) en rondwandelingen door Wyck (Centre Ceramique). [pg 69] VLAGGEN EN BANIEREN Website gemeente Maastricht (aug 2012) Het college van Burgemeester en Wethouders heeft ingestemd met een verruiming van het banieren- en vlaggenbeleid. Daarmee ontstaan meer mogelijkheden voor evenementen. Zo wil het college het gebruik van banieren in de binnenstad of bij belangrijke toegangswegen door imagoversterkende evenementen verruimen. Voor het banieren- en vlaggenbleid buiten de singels sluit het college aan bij de al ingezette deregulering van wijkgebonden evenementen. Met het nieuwe beleid wordt ook Maastricht Culturele Hoofdstad 2018 beter gefaciliteerd. Het college biedt MCH 2018 de mogelijkheid om een permanent hoofdthema te zijn op belangrijke toegangswegen van de stad. Het college verdeelt de stad in het nieuwe beleid in drie gebieden: 1. buiten de singels; 2. belangrijke toegangswegen ( toegangspoorten : autobruggen, rotondes, afslagen); 3. binnenstad. Belangrijkste wijzigingen in de wijken buiten de singels zijn het toestaan van vlaggen en banieren voor gemelde en vergunde evenementen en het toestaan van sponsoring op vlaggen inclusief logo s. Organisatoren van wijkgebonden evenementen kunnen op deze wijze zorgen voor meer levendigheid rondom hun evenement. Op de belangrijke toegangswegen krijgen imagoversterkende evenementen meer mogelijkheden om banieren te hangen. De huidige beperking van maximaal 5 evenementen per jaar wordt opgeheven. Het maximaal aantal dagen per evenement gaat van 15 naar 20 dagen. Culturele instellingen krijgen ongeacht hun locatie meer mogelijkheden om hun gebouw en activiteiten te promoten via vlaggen en banieren. BOMENNOTA Pm AFVAL AFVALBELEIDSPLAN GEMEENTE MAASTRICHT. VAN AFVAL NAAR GRONDSTOF! (apr 2011): Gefaseerd invoeren ondergrondse restafvalinzameling. Gemeente Maastricht telt momenteel 11 locaties (voornamelijk nabij hoog- en nieuwbouw) met ondergrondse restafvalinzameling. In totaal zijn op deze 11 locaties 35 ondergrondse containers 49
74 geplaatst waarop ongeveer huishoudens zijn aangesloten. Bij de evaluatie van het meerjarenprogramma is geopteerd te onderzoeken om dit aantal uit te breiden. Ondergrondse inzamelvoorzieningen kennen een vijftal belangrijke voordelen: de burger kan het afval op elk moment kwijt; ondergrondse containers dragen bij aan een verbetering van de ruimtelijke inrichting door een hoger niveau van de beeldkwaliteit; door de mechanisering van de lediging vindt er geen zware belasting meer plaats bij het inzamelend personeel; in combinatie met een registratie- en telsysteem hoeft een container pas geledigd te worden op het moment dat deze (bijna) vol is. Hierdoor kan efficiënter worden ingezameld; Daarnaast heeft het systeem aansluiting op de afrekensystematiek van de restzak en heeft het toegangsregulatie (adresgebonden). Ondanks de voordelen is ondergrondse afvalinzameling niet overal toepasbaar. Door de archeologische ondergrond, slechte bereikbaarheid met inzamelvoertuigen en onvoldoende dekkingsgraad is ondergrondse afvalinzameling in het centrumgebied van gemeente Maastricht niet haalbaar. Gelet op de ervaringen met de huidige locaties en de genoemde voordelen streeft gemeente Maastricht naar uitbreiding van de ondergrondse restafvalinzameling. Voor de onderliggende planperiode geldt de doelstelling, daar waar mogelijk het aantal verzamel- /clusterplaatsen bij hoogbouwlocaties met ondergrondse restafvalcontainers uit te breiden. In totaal komen hier op langere termijn circa midden- en hoogbouwaansluitingen voor in aanmerking. Voor in de onderliggende planperiode geldt dat het daadwerkelijke aantal ondergrondse containers uiteindelijk zal worden bepaald middels een gedetailleerd locatieonderzoek op basis van de hierboven genoemde uitgangspunten. Vooralsnog wordt uitgegaan van een gemiddelde van 35 aansluitingen per ondergrondse container. In haar totaliteit betekent ondergrondse inzameling bij circa hoogbouw aansluitingen op termijn de aanschaf en plaatsing van ongeveer 600 ondergrondse containers. Vooralsnog wordt er hierdoor van uitgegaan dat in de onderliggende planperiode circa 100 ondergrondse restafvalcontainers kunnen worden aangeschaft. Invoering van ondergrondse restafvalinzameling zal gefaseerd plaatsvinden waarbij rekening wordt gehouden met het realiseren van de Arbonormen, het personeelsverloop van de sector Stadsbeheer en een efficiënte bedrijfsvoering in relatie tot de aanschaf van bijpassend inzamelmaterieel. DUURZAAMHEID Beleidsbrief duurzaamheid (mrt 2012): Maastricht wilt een duurzame stad zijn. Duurzame ontwikkeling betekent dat we ervoor zorgen dat Maastricht nu en in de toekomst aantrekkelijk is voor onze bewoners en bedrijven. En dat raakt heel veel terreinen. Voor ons betekent dit dat we fors inzetten op een toekomstbestendig Maastricht. Dat doen we door Maastricht voor te bereiden op verandering van het klimaat, op vernieuwing van onze energievoorziening en op innovatie van materiaalgebruik. [pg 2] 50
75 Om onze ambities op het gebied van duurzaamheid waar te maken hebben we het commitment van de brede Maastrichtse samenleving nodig. De hulp en inzet van bewoners en partners in de stad is daarbij onmisbaar. Zo maken we mensen mee verantwoordelijk en bieden we ze de gelegenheid duurzame keuzes te maken. [pg 3] 1 Klimaat We willen dat Maastricht in het jaar 2030 klimaatneutraal is. Daarmee bedoelen we dat de stad netto geen CO2 meer uitstoot en dat de CO2 die we dan nog produceren gecompenseerd wordt. Hiermee krijgt iedereen in de stad te maken. Maastricht voorbereiden op wateroverlast en ongezond hoge temperaturen in de zomer (hittestress). Voor deze opgave richten we ons op het beheer van water, groen en de manier van bouwen. Denk aan waterpartijen, meer groen in de openbare ruimte, groene gevels en groene daken. 2 Zelf aan zet (actieve samenleving) Een belangrijk uitgangspunt voor duurzame ontwikkeling van de stad is bundeling van krachten door samenwerking met en tussen lokale partners. Iedere partner draagt daarbij verantwoordelijkheid vanuit zijn eigen kracht. We streven naar het stimuleren van duurzaam gedrag. Bij bedrijven en organisaties in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar zeker ook bij de inwoners van Maastricht: duurzame leefstijl. Concrete doelstellingen hiervoor zijn in ontwikkeling. 3 Slim met grondstoffen (kringlopen sluiten) We komen er niet omheen: de aarde is niet onuitputtelijk als voorraadkamer van grondstoffen en materialen. Bovendien blijven de grondstofprijzen stijgen. Daarom moeten wij niet alleen op zoek gaan naar duurzame energiebronnen voor energievoorziening, maar ook uitgaan van gebruik en hergebruik bij de toepassing van grondstoffen en materialen. Met andere woorden: afvalstof van het één kan de grondstof zijn voor het ander. De manier van omgaan met materialen moet daarom al in de vroegste ontwikkelingsfase van producten in beeld zijn. Wij zullen voor dit thema nog concrete doelstellingen formuleren die verder gaan dan onze huidige, met name Duurzaam Bouwen afspraken. Slim omgaan met grondstoffen kunnen wij nu al beïnvloeden door onze betrokkenheid bij bouw (o.a. duurzame bouw), gebiedsontwikkeling en bedrijventerreinen. 4 Eigen huis op orde (duurzame bedrijfvoering) De gemeente Maastricht wil haar bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling en zelf uitvoeren wat zij van anderen vraagt. De enige manier om dat te bereiken is een duurzame bedrijfsvoering. Wij willen de volgende concrete doelen in onze bedrijfsvoering bereiken: Per 2015 willen wij 100% duurzaam inkopen; Per 2015 willen wij dat onze gemeentelijke organisatie klimaatneutraal is. Daarmee bedoelen we dat onze gebouwen en installaties vanaf 2015 netto geen CO2 meer produceren. Via duurzame inkoop bevorderen wij dat mensen die moeilijk aan het werk komen, kansen krijgen bij bedrijven waaraan wij opdrachten verstrekken. Bovendien voldoen onze inkopen zo aan eisen op het gebied van milieu en eerlijke productie en handel. Wij willen duurzaamheid integreren in onze activiteiten en werkwijzen, en transparant zijn over onze prestaties. Dit doen we onder meer door in alle besluiten een paragraaf duurzaamheid en gezondheid op te nemen en door jaarlijks verslag te doen van de op duurzaamheid geboekte resultaten. Wij willen duurzaamheid integreren in onze activiteiten en werkwijzen en transparant zijn over onze prestaties. Dit doen we onder meer door in alle besluiten een paragraaf duurzaamheid en gezondheid op te nemen en door jaarlijks verslag te doen van de geboekte resultaten. Daarnaast passen wij onze werkwijzen zodanig aan dat duurzaamheid vanaf het begin van beleid en projecten wordt meegenomen. 51
76 Duurzaamheidskompas Maastricht (mrt 2012): Het gemeentebestuur wil zijn rol spelen in de duurzame ontwikkeling van de stad, zoals ook andere partijen in de stad actief zijn en duurzaamheid dag in dag uit vorm proberen te geven. Het is belangrijk dat ieder initiatief neemt vanuit eigen kracht. De duurzaamheidsdoelen die we als stad onderschrijven kunnen we alleen realiseren door samen te werken met inwoners, bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Dat doen we door te initiëren, te faciliteren, te ondersteunen of door de regie over projecten te voeren. Duurzaamheid wordt bovendien alleen gerealiseerd wanneer duurzame keuzes op alle terreinen worden toegepast. Sommige duurzaamheidsthema s in Maastricht hebben al helemaal inhoud: het doel is bepaald en de ontwikkeling ligt op koers. Anderen staan nog aan het begin. Om de doelen te realiseren heeft Maastricht een sturings- en toetsingsmodel nodig. Het Duurzaamheidskompas, bestaand uit de Maastrichtse duurzaamheidsprincipes en bijbehorende versnellers, instrumenten, wil hierop het antwoord zijn. Het duurzaamheidskompas moet landen in de gemeentelijke visies en onderdeel worden van beleid en uitvoering. [pg 3] 10 duurzaamheidsprincipes: Gezonde omgeving voor mens en natuur Zorgvuldig ruimtegebruik Zuinig met hulpbronnen Toekomstbestendig Niet afwentelen Gebiedskwaliteiten benutten Keuzemogelijkheden Duurzaamheid als kans Mentaal eigenaarschap Hoogwaardige samenleving [pg11] AUTOLUWHEID WYCK Raadsstuk Verkeers- en parkeerstructuur Wyck (sep 2002): Pm DRUGSBELEID Rapportage Het nieuwe coffeeshopbeleid. Een overzichtelijke tussenbalans in Maastricht (apr 2013): De Nota Nieuw Coffeeshopbeleid (gemeente Maastricht, 2005) opteert voor de huisvesting van coffeeshops op twee typen locaties: in de binnenstad en aan de rand van de stad. Er werden aan de buitenrand van Maastricht drie zogenoemde coffeecorners met twee of drie coffeeshops gepland. Het idee was in feite simpel: als ongeveer de helft van de coffeeshopklanten haar inkopen aan de rand van de stad zou doen, dan ontlast dit de binnenstad. [pg 4] Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 19 maart 2013 worden twee moties over het softdrugsbeleid ingediend en aangenomen. In de eerste motie laat de raad weten dat zij voorstander is van de legalisering van gecontroleerde hennepteelt. De minister van Veiligheid en Justitie had in zijn brief d.d. 4 februari 2013 laten weten dat gemeenten dit soort wensen voor 1 52
77 april 2013 bij hem kenbaar konden maken. Deze motie wordt gesteund door de fracties van PvdA, SP, GroenLinks, Stadsbelangen Maastricht, Partij Veilig Maastricht en D66. Een tweede motie draagt het college van burgemeester en Wethouders op om de handhaving van het I-criterium te stoppen zodra de coffeeshops zijn verplaatst. De motie dringt aan op een snelle realisatie van deze spreiding. De motie spreekt over een merkbare toename van (drugs)overlast in de Maastrichtse binnenstad en woonwijken en wil dit aanpakken door een combinatie van spreiding en het opheffen van het I-criterium. Deze motie wordt gesteund door de fracties van PvdA, SP, GroenLinks, Stadsbelangen Maastricht, Partij Veilig Maastricht en D66. [pg 7] De politie, vooral het zogenoemde Doenteam, is alert op illegale straathandel. Drugsrunners, drugsdealers en buitenlandse (klanten) op de illegale markt merken dat de pakkans is toegenomen. Ze voelen zich in de gaten gehouden en opgejaagd. Dit gaat gepaard met agressiever gedrag door de runners en dealers. Runners en dealers zijn ook gejaagder omdat het aanbod van (buitenlandse) drugsklanten fors is afgenomen: De markt in het centrum voor wat betreft softdrugs is steeds meer aan het opdrogen (uitvoerder politie). De illegale softdrugsmarkt in Maastricht is inmiddels een krimpmarkt. [pg 25] Het belangrijkste aandachtspunt is duidelijk: - Door de toegenomen pakkans opereren dealers en runners gejaagder, agressiever en in groepjes. Dit is een indicatie voor een gunstige trend, namelijk krimp van de illegale softdrugsmarkt in Maastricht, maar het leidt tot meer overlast per deal. Het gejaagde en groepsgewijze gedrag van dealers stimuleert burgers om te melden. Dat draagt bij aan de hoge stijging van het aantal geregistreerde drugsincidenten in de periode van mei tot en met augustus Dit is (geconcentreerd) het meest zichtbaar in enkele buurten, waaronder Boschstraatkwartier, Wyck en Brusselsepoort. Dit levert een duidelijke opdracht op voor de uitvoerders: de illegale softdrugsmarkt dient in deze buurten te worden aangepakt. [pg 28] INTEGRALE VEILIGHEID Meerjarenprogramma Veiligheid in Maastricht sept 2009: De problematiek van het veilig uitgaan en veilig verblijven in Maastricht is zichtbaar te maken door: het aantal meldingen van geweldsdelicten het aantal drugsoverlast meldingen en drugshandel het aantal diefstallen uit en vanaf motorvoertuigen het aantal diefstallen van brom-, snor en fietsen het aantal winkeldiefstallen het aantal straatroven Op deze zaken zal projectmatig ingespeeld worden. Veel bezoekers van het centrum komen met het openbaar vervoer. Met name voor de bezoekers die met de trein komen is naast een veilig centrum ook de stationsomgeving en de route van het station naar de binnenstad van belang. De achterkant van het station krijgt daarbij nadrukkelijk aandacht vanwege de grote doorloop via de passerelle van drugsgerelateerde personen en ander publiek. Veilig Ondernemen. Na het verkrijgen van het certificaat Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) voor de binnenstad, was het de bedoeling om de in het KVO voorgestelde maatregelen uit te voeren. Deze betroffen onder meer een collectief winkelverbod en collectieve huisregels. De schaal van het kernwinkelgebied blijkt in de 53
78 praktijk evenwel te groot voor invoering. Er wordt nu in overleg met de ondernemers gekeken of er invoering mogelijk is op kleinere schaal (bijvoorbeeld per straat; per twee straten; per locatie zoals Mosa Forum of Entre Deux.) Veilig uitgaan. Uitvoering van de maatregelen zoals opgenomen in de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU) lopen in 2009 door. De horecanota is kaderstellend, de link met overlast en veiligheid wordt nadrukkelijk gelegd. Aandacht voor drugsgerelateerde problematiek; inzet van de exploitatievergunning voor horeca-inrichtingen; aandacht voor brandveiligheid (gebruiksvergunningen) en stringentere controle op alcoholverstrekking zijn enkele thema s. De veiligheidsanalyse geeft geen aanleiding te stoppen met het KVO en KVU. Belangrijk is het principe van vroeg, samen en open. Op dit punt ligt het initiatief bij de ondernemers en niet bij de gemeente. Commitment van de ondernemers om zelf bij te dragen aan een keurmerk is een noodzakelijke voorwaarde. Er zijn verschillende pogingen geweest dit op te pakken voor de binnenstad, maar de urgentie bij de ondernemers ontbreekt. Nieuwe initiatieven vanuit de ondernemers zullen uiteraard worden bekeken en zonodig opgepakt. Veiligheid en evenementen. Veiligheid bij evenementen ziet op een veilig en doelmatig gebruik van de openbare ruimte. Enerzijds betekent dit een voorafgaande toetsing van initiatieven en daarbij gebruikte materialen (tenten, podia, tribunes.) aan de geldende normen. Anderzijds wordt gekeken naar de algemene beheersbaarheid, crowd management en beïnvloeding van publieksgedrag. Organisatoren worden bij de vergunningverlening hier nadrukkelijk op aangesproken. Zij worden ook bij de uitvoering van het evenement verantwoordelijk gesteld voor de aspecten van openbare orde en veiligheid. (bijvoobeeld de inzet van gecertificeerde veiligheidsmedewerkers.) Dit gebeurt in het Multidisciplinaire adviserende openbare orde en veiligheidsoverleg van de gemeente. Het evenementenbeleid wordt verder aangescherpt. In relatie tot veiligheid is er meer expliciete aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De reguliere gebruiksfunctie van de openbare ruimte moet zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Hierbij spelen leefbaarheidaspecten, bereikbaarheid en hinder een rol. Daarbij wordt ook gestreefd naar een evenwichtige belasting van locaties. [pg 25-26] RAMPENBESTRIJDINGSPLANNEN Ten aanzien van de binnenstad zijn er geen specifieke rampenbestrijdingsplannen. Sinds 2012 werkt de gemeente met regionale plannen in het kader van bevolkingszorg. Het bestuur van de veiligheidsregio heeft een regionaal beleidsplan en risicoprofiel vastgesteld. Deze zijn terug te vinden op de site van de veiligheidsregiom Zuid Limburg. Er zijn in de binnenstad wel een aantal cruciale objecten zoals bijvoorbeeld de Maasboulevard tunnel. Hiervoor zijn wel specifieke plannen. HANDHAVING FYSIEKE RUIMTE BELEIDSPLAN HANDHAVING FYSIEKE RUIMTE GEMEENTE MAASTRICHT (apr 2009): De concentratie van horeca en evenementen maakt het stadscentrum uit oogpunt van de handhaving tot een gebied dat bijzondere aandacht vereist. Met de gemeente als regisseur moet de handhaving een bundeling zijn van de taken van de politie, de rijksinspecties (Voedsel- en Warenautoriteit, Arbeidsinspectie) en uiteraard de diverse gemeentelijke toezichthouders. [pg6] 54
79 Een 2de bijzondere aandachtsgebied is het stadscentrum, uiteraard op grond van een geheel andere problematiek. De concentratie van horeca en evenementen, de overlast rond drugs en de verkeersdrukte vragen om een toegespitste en gebiedsgerichte aanpak. Met de gemeente als regisseur zullen de verschillende taken van zowel de gemeente zelf als van de externe partners zoals de politie, de Voedsel- en Warenautoriteit en de Arbeidsinspectie gebundeld worden; [pg8] De Nota Springlevend Verleden geeft aan dat extra inspanningen nodig zijn voor het behoud van ons cultureel erfgoed in de vorm van monumenten als monumentale materialen. Recente intensieve bouwactiviteiten in de monumentale binnenstad hebben geleerd dat een intensievere toezicht nodig is om te voorkomen dat zowel monumenten als monumentale materialen verloren gaan. De gemeente heeft hiervoor extra middelen vrijgemaakt. [pg15] De buurtmonitor van de 4 wijken in het stadsdeel Noordoost (Nazareth en Limmel, Wyckerpoort en Wittevrouwenveld) laat slechte scores zien op de onderdelen woonomgeving, voorzieningen en veiligheid. Ook de wijkscans van de politie tonen aan dat op het gebied van zowel de objectieve (werkelijke) veiligheid als de subjectieve (beleefde) veiligheid slecht is gesteld. De slechte scores vragen om een intensievere aanpak van de problematiek. Deze 4 buurten zijn dan ook aangemerkt als één gebied in het landelijke programma van de Krachtwijken (project van Aandachtswijk naar Krachtwijk). [pg18] volstaat. De kwaliteit van bouwen en van de openbare ruimte plus aangrenzende bebouwing als geheel, moet zowel esthetisch als constructief nog beter bewaakt worden. Te vaak zijn inbreuken geconstateerd op de monumentale waarden, van vooral de binnenstad, door of als gevolg van het vervangen winkelpuien, kozijnen, daken, verdiepingen en kelders. Zelfs door gevelrenovaties zijn monumentale waardenaangetast. Ook (illegale) reclamevoering in de vorm van borden, vlaggen en banieren doet in sommige straten ernstig afbreuk aan de monumentale kwaliteit van gevels. Om deze reden zal het toezicht worden geïntensiveerd in de vorm van een "voorgeveltoezicht" dat met name binnenstad en andere winkelstraten zal worden uitgeoefend. Handhaving zal ook bijzondere aandacht hebben voor het illegaal gebruik van woningen voor hotels, guesthouses en detailhandel op 1ste verdiepingen alsook op het wederrechtelijke gebruik van woningen door bijvoorbeeld splitsing van woningen in appartementen en studentenkamers. Er zal derhalve een verschuiving plaatsvinden van de handhavingsaandacht ten gunste van de binnenstad. [pg22] Bij de reacties die zijn ontvangen tijdens de evaluatie van de Horecanota is naar voren gekomen dat de geluidsoverlast door (een aantal) horeca-inrichtingen in het centrum van de stad, onaanvaardbaar hoog is. Om die reden zal het toezicht tijdens de openingstijden van de horeca in de avond en de nacht geïntensiveerd worden. Dit toezicht zal een repressief karakter hebben naar notoire overtreders; overtredingen zullen beboet worden. Anderzijds zal de nachtelijke aanwezigheid naar verwachting een sterk preventieve uitstraling hebben. [pg23] Via deze organisatievorm kunnen integrale handhavingsteams worden gevormd met een eigen gebiedsverantwoordelijkheid. Maastricht is, analoog aan de indeling van de regiopolitie, ingedeeld in 2 stadsdelen: Noord en Centrum/Zuid. De handhavers zijn gehuisvest bij de basiseenheden van de regiopolitie. [pg27] De 24-uurs bereikbaarheid is geregeld via één meldpunt bij het hoofdbureau van politie: de controle kamer openbare ruimte met als taken: - bereikbaarheid ten behoeve van melden klachten fysieke leefomgeving (ná en tijdens weekend) bewaking / bediening selectieve toegankelijkheid Binnenstad [pg30] Voor bouw en ruimtelijke ordening beschikken we niet over betrouwbare gegevens waarmee het mogelijk is om het adequate niveau te definiëren. Wel duidelijk is dat in de monumentale binnenstad meer toezicht nodig voor het behoud van monumentale waarden. Daarom zal vanaf 2009 een 55
80 verschuiving plaatsvinden van menskracht ten gunste van de binnenstad. Dit betekent uiteraard dat elders in de stad de aandacht zal afnemen. [pg34] Dit programma is vooral gericht op het geleiden van de verschillende wijzen van vervoer om op langere termijn de bereikbaarheid van Maastricht te verbeteren. Het is met name het autoverkeer dat moet worden beheerst omdat hieraan negatieve aspecten zijn verbonden zoals geluid, lucht, barrièrewerking en ruimtebeslag. Het bestuur wil de automobiliteit in de binnenstad selectief verminderen en de parkeeroverlast in woonbuurten beperken. Toezicht op en handhaving van het parkeergedrag zijn hierbij een belangrijk sturingsinstrument. Naast het parkeertoezicht is het noodzakelijk gebleken om bij extreme drukte (topdruktedagen) de bereikbaarheid van de stad te waarborgen door verkeersregulering. [pg49] De vakspecialisten geven aan dat bij sommige taakvelden meer of intensievere handhaving nodig is. Er is sprake van een slecht naleefgedrag en inzet van het zachte middel voorlichting levert geen effect (meer) op. Dit betreft met name bij: in de binnenstad is in toenemende mate sprake van een cumulatie van geluidsoverlast door koelinstallaties [pg52] RAAMPLAN OPENBARE RUIMTE RAAMPLAN OPENBARE RUIMTE BINNENSTAD GEMEENTE MAASTRICHT (2001): De opgave voor het Raamplan Openbare Ruimte-binnenstad is het neerleggen van een visie ten aanzien van ontwerp, uitvoering, gebruik, onderhoud en beheer van de openbare ruimte van de binnenstad. In deze visie wordt de binnenstad beschouwd als een samenhangend geheel, waarin de verschillende functies, ruimtes en deelbelangen niet los van elkaar gezien kunnen worden. Dit leidt tot een benadering van de openbare ruimte van de binnenstad waarbij bestrating, verlichting, straatmeubilair, beplanting en artistieke verfraaiing op elkaar, op de plek en op het gebruik worden afgestemd. Bovendien is het de bedoeling ook de ontwerp- en de beheervisie op elkaar af te stemmen. Het zorg dragen voor de ruimtelijke kwaliteit is, net als in de structuurvisie, een belangrijk thema. Gestreefd wordt naar het behoud en de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke en bloeiende binnenstad. Een binnenstad waarin ruimte is voor maatschappelijke ontwikkelingen en voor vernieuwing maar waar tevens de historische context wordt gerespecteerd. Het Raamplan Openbare Ruimte-binnenstad zal fungeren als integratiekader ten aanzien van de verschillende sectorale plannen en belangen. Het Raamplan Openbare Ruimte-binnenstad heeft de status van een raadsnota. Samenvatting Samenvattend kunnen de volgende uitgangspunten c.q. hoofdopgaven voor het ontwerpen aan de openbare ruimte van de binnenstad worden geformuleerd: Landschap Eén van de kwaliteiten van de binnenstad van Maastricht is haar unieke ligging in en haar relatie met het omringende landschap. Deze kwaliteit moet zorgvuldig worden bewaakt en waar nodig worden hersteld. De vormgeving en inrichting van de Maasoevers en de parken vragen in dit kader de nodige aandacht, evenals het omgaan met de Jeker in de binnenstad. Historie/morfologie Bij de inrichting van de openbare ruimte moet met respect worden omgegaan met het historische karakter van de binnenstad. Het scala aan stadsruimtes met een geheel eigen identiteit dat in de loop van de geschiedenis is ontstaan c.q de historisch-morfologische opbouw van de binnenstad dient herkenbaar te blijven en waar nodig te worden versterkt. Historische bouwwerken dienen tot hun recht te komen in hun omgeving; dit sluit het op zorgvuldige wijze toepassen van nieuwe vormen en materialen niet uit. Programma 56
81 In de nabije toekomst liggen enkele ingrijpende programmatische veranderingen in het verschiet in de binnenstad van Maastricht. Deze veranderingen hebben consequenties voor het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte. In het algemeen geldt dat de inrichting van de openbare ruimte moet aansluiten c.q. anticiperen op het (verwachte/gewenste) gebruik en moet bijdragen aan gewenste ontwikkelingen. Dit mag echter niet ten koste gaan van de bestaande kwaliteiten. Met het openbare, multifunctionele, kleinschalige en historische karakter van de binnenstad moet ten alle tijde zorgvuldig worden omgegaan, omdat dit juist de basis vormt voor de aantrekkingskracht van de binnenstad. Verkeer/infrastructuur Ook op het terrein van het verkeer en de infrastructuur zullen veel veranderingen plaats vinden. Dit biedt mogelijkheden en uitdagingen voor het ontwerpen aan de openbare ruimte. Bij de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden met de verkeersfunctie van die ruimte. Op plekken waar verschillende verkeerssoorten met elkaar conflicteren of waar de verkeersfunctie conflicteert met het overige programma of met bijvoorbeeld het historische karakter van de plek moeten de verschillende belangen zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen en moet naar een evenwichtige oplossing worden gezocht. De leefbaarheid en het behoud van de historische ambiance van de binnenstad zijn in die afweging de doorslaggevende factoren. [pg17] IBOR HANDBOEK OPENBARE RUIMTE GEMEENTE MAASTRICHT. INRICHTINGSVOORWAARDEN GEMEENTE MAASTRICHT. (mei 2009) In de stadsvisie 2010 is aangeduid dat het beheer van de openbare ruimte zal moeten veranderen van een overwegend technisch en sectoraal georiënteerde naar een meer integrale benadering. De mening van de burgers en bezoekers van de gemeente Maastricht moet daarin een belangrijke plaats krijgen. Beheer dient in deze breed opgevat te worden als een samenspel van maatregelen in de sfeer van het dagelijks en groot onderhoud met daarin inbegrepen maatregelen zoals vervanging, reconstructie en herinrichting. Het IBOR Maastricht is een belangrijk instrument voor het voeren van de regie op het beheer van de openbare ruimte. Het IBOR moet er voor zorgen dat er een gemeenschappelijk, gedragen visie op de kwaliteit en het beheer van de openbare ruimte komt. Van belang is om de volgende begrippen nader te definiëren. Kwaliteit van de openbare ruimte is een complex en moeilijk meetbaar begrip. De kwaliteit en technische waarde wordt bepaald door zaken als functionaliteit, herkenbaarheid, duurzaamheid, veiligheid, materiaalkeuze, beheerbaarheid, netheidsgraad en de wijze waarop de openbare ruimte wordt gebruikt en beheerd. Het realiseren van de beoogde kwaliteit van de openbare ruimte is alleen haalbaar indien daar passende onderhoudsinspanningen tegenover staan. De Inrichting van de openbare ruimte moet logisch en gebruiksvriendelijk zijn. Hierdoor wordt mogelijk voorkomen dat de beheerder naderhand zelf zaken gaat aanpassen. Ambitieniveau is een maat voor de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte in een bepaald (plan)gebied. In het IBOR zijn ambitieniveaus geformuleerd voor de onderdelen Technische waarde, gebruikswaarde, belevingswaarde en milieuwaarde. RAADSVOORSTEL HERIJKING BELEID INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE (mei 2009): 0,4 miljoen/jaar extra voor verhardingen (met name voor realisatie van het kwaliteitsniveau veilig plus voor hoofdwegen, busroutes en voetgangersgebied binnenstad) 57
82 RAADSVOORSTEL KWALITEITSBEELDEN OPENBARE RUIMTE (mrt 2011): Op basis van de herijkingsnota zijn de kwaliteitsniveaus bijgesteld en opnieuw door de raad vastgesteld. Er is toen gekozen voor de volgende kwaliteitsniveaus: Groen, kwaliteitsniveau C, met uitzondering van de bomen hiervoor geldt kwaliteitsniveau B. Schoon, voor de binnenstad kwaliteitsniveau A en voor de buitenwijken kwaliteitsniveau B. Verhardingen, civiele kunstwerken, verkeersinfra kwaliteitsniveau B. Bijstelling van de kwaliteitsniveaus is niet aan de orde. SOCIALE VISIE pm 58
KERNGEGEVENS BINNENSTAD
KERNGEGEVENS BINNENSTAD 1 SAMENVATTING KERNGEGEVENS Gekeken is naar de wijken Binnenstad, Jekerkwartier, Kommelkwartier, Statenkwartier, Boschstraatkwartier, Sint Maartenspoort, Wyck. Van 2007 tot 2012
Kwaliteitsverbetering aanloopstraten. Presentatie 31 mei 2012
Kwaliteitsverbetering aanloopstraten Presentatie 31 mei 2012 Vooraf Aanleiding: BRO rapportage 2009 Conceptplan Brusselsestraat e.o. 2010 Verandering economische situatie 2009-2012 Vraagstelling: Actuele
i ii Òiî i î >> i ÈÒî-Òi`i iî" Òä i Gebiedsvisie Hollands Spoor en omgeving
i ii Òiî i î >> i ÈÒî-Òi`i iî" Òä i Gebiedsvisie T P E C N O C Hollands Spoor en omgeving mei 2008 2 Inleiding 1 Straatnamenkaart 1 Inleiding Voorwoord Voor u ligt de Gebiedsvisie Hollands Spoor en omgeving.
Transformatie Tapijnkazerne. Dialoogavond Tapijn
Transformatie Tapijnkazerne Dialoogavond Tapijn 10-03-2014 Agenda bijeenkomst 19:00-19:10u 19:10-19:40u 19:40-19:55u 20:00-21:15u 21:15-21:30u Opening door wethouder van Grootheest Presentatie gemeente
Samen naar een toekomstbestendige vrijetijdseconomie
Samen naar een toekomstbestendige vrijetijdseconomie Zuid-Limburg Position Paper van de 16 Zuid-Limburgse gemeenten, aangeboden door de voorzitters van het Bestuurlijk Overleg Ruimtelijke Economie en Nationaal
dbruist Zwolle Zwolle Bruist De Strategische agenda Binnenstad
Zwolle Zwolle Bruist De Strategische agenda Binnenstad 2017-2022 Inleiding Zwolle heeft de ambitie om de meest aantrekkelijke binnenstad van Noordoost-Nederland te worden en te blijven. Daarvoor moeten
Trendbreuk? Netto kwantitatieve opgave 2023. Wonen 1.800 7.100. Bedrijventerreinen 18 (+30) ha 156 ha. (gemeentelijk + privaat) 248.000-323.
Maastricht Maastricht 120.000 inwoners, stabilisatie Centrum van de regio (600.000-550.000) Universiteit Meer dan 20 miljoen bezoekers waarvan 2/3 uit Nederland, winkelen belangrijkste bezoekmotief Compacte
Herijking Gebiedsvisie Bussum centrum
Herijking Gebiedsvisie Bussum centrum 25 September 2018 Felix Wigman & Tineke Brinkhorst Agenda 19:00 19:10 Welkom & inleiding door wethouder Munneke-Smeets & wethouder Luijten 19:10 19:40 Presentatie
Hoger bouwen in Maastricht. gemeente Maastricht november 2007
Hoger bouwen in Maastricht gemeente Maastricht november 2007 2 Hoger bouwen in Maastricht De behoefte aan hoger bouwen De toenemende ruimtenood binnen Maastricht en de oplopende ontwikkelingskosten voor
Binnenstad Den Haag. Beste Binnenstad van Nederland 2013-2015
Binnenstad Den Haag Wonen boven winkels Nederland 26 maart 2015 Ad Dekkers directeur Bureau Binnenstad Den Haag Beste Binnenstad van Nederland 2013-2015 1 De sterke punten Visie Consequente uitvoering
Station Nieuwe Meer Het internationale & inclusieve woon- en werkgebied van Nieuw West
Station Nieuwe Meer Het internationale & inclusieve woon- en werkgebied van Nieuw West 2030 Station Nieuwe Meer is niet alleen een nieuwe metrostation verbonden met Schiphol, Hoofddorp, Zuidas en de Amsterdamse
Masterplan Grote Markt en omgeving
Masterplan Grote Markt en omgeving Tweede participatiemoment 2 april 2015 Grontmij HOSPER Uforce Verloop van deze avond 1. Welkom 2. Stand van zaken: wat is er gebeurd sinds het eerste participatiemoment
Maak Plaats! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio.
Maak plaats voor Hoorn! Wie Hoorn binnenrijdt maakt kennis met de Poort van Hoorn. Het stationsgebied is het mobiliteitsknooppunt van Hoorn en de regio. Iedere dag is het hier een komen en gaan van duizenden
Ter uitwerking van het Provinciaal Omgevingsplan (POL) wordt een intergemeentelijke Structuurvisie
Samenvatting Ter uitwerking van het Provinciaal Omgevingsplan (POL) wordt een intergemeentelijke Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) opgesteld. In deze structuurvisie wordt de ruimtelijke
Detailhandelsstructuur Veenendaal Nu en in de toekomst
Detailhandelsstructuur Veenendaal Nu en in de toekomst Inleiding De gemeente Veenendaal heeft een sterk kernwinkelgebied, vier buurtwinkelcentra en twee woonboulevards. Veenendaal wil de positie van de
WONEN, WERKEN & VOORZIENINGEN
WONEN, WERKEN & VOORZIENINGEN Om een levendig gebied te creëren wordt als programma ingezet op een mix van wonen, werken en voorzieningen. Door deze functies op de begane grond te mengen ontstaat zowel
LATEN WE SAMEN ZORGEN DAT ONS CENTRUM NOG MEER GAAT KLOPPEN!
EEN KLOPPEND HART LATEN WE SAMEN ZORGEN DAT ONS CENTRUM NOG MEER GAAT KLOPPEN! ONS CENTRUM in beeld en cijfers WIST U DAT. wij ruim 50.000 m2 detailhandel hebben in ons centrum (vergelijk centrum Helmond,
snel dan voorzien. In de komende jaren zal, afhankelijk van de (woning)marktontwikkeling/
2 Wonen De gemeente telt zo n 36.000 inwoners, waarvan het overgrote deel in de twee kernen Hellendoorn en Nijverdal woont. De woningvoorraad telde in 2013 zo n 14.000 woningen (exclusief recreatiewoningen).
Gebiedskoers Detailhandel Hoek van Holland. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Centrum 4 2.2 Verspreide bewinkeling 5 3 Koers detailhandelsstructuur
Omgevingsvisie Maastricht Resultaten 2 e ronde dialoogsessies met strategische partners van Maastricht 24, 25 en 26 oktober 2018
Omgevingsvisie Maastricht 2040 Resultaten 2 e ronde dialoogsessies met strategische partners van Maastricht 24, 25 en 26 oktober 2018 Twee vragen centraal: 1. Reactie op Discussienotitie: beschrijving
Een toekomst voor Stratum
Een toekomst voor Stratum 27 januari 2016 Presentatie Wat is een gebiedsprogramma Stratum in haar geheel Kanaalzone en de Groene Gordel Het Woonhart In gesprek 1 Gebiedsprogramma Wat is een gebiedsprogramma?
Parkeervraagstuk Stationsomgeving Maastricht. Raadscommissie Stadsbeheer, Milieu en Mobiliteit 14-05-2012
Parkeervraagstuk Stationsomgeving Maastricht Raadscommissie Stadsbeheer, Milieu en Mobiliteit 14-05-2012 Functies stationsomgeving Tramverbinding / tramhalte Busstation (circa 12 halten + bufferfunctie)
BORGSTEDE EN OMGEVING
UITSNEDE STRUCTUURKAART 56 UITSNEDE VOORBEELDUITWERKING BORGSTEDE EN OMGEVING STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR Uitgangspunt voor de stedenbouwkundige structuur voor het deelgebied Borgstede e.o. is de bestaande
Bijlage 3 Concept regionale ontwikkelingsstrategie knooppunten
Bijlage 3 Concept regionale ontwikkelingsstrategie knooppunten De regionale ontwikkelingsstrategie geeft concreet uitwerking aan het schaalniveau kiezen tussen knooppunten in de corridor en aan andere
De Omgevingsvisie van Steenwijkerland een samenvatting
De Omgevingsvisie van Steenwijkerland een samenvatting Vooraf Hoe ziet onze leefomgeving er over 15 jaar uit? Of eigenlijk: hoe ervaren we die dan? Als inwoner, ondernemer, bezoeker of toerist. De tijd
'Maak werk van Vrije tijd in Brabant'
'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' OPROEP VANUIT DE VRIJETIJDSSECTOR Opgesteld door: Vrijetijdshuis Brabant, TOP Brabant, Erfgoed Brabant, Leisure Boulevard, NHTV, MKB, BKKC, Stichting Samenwerkende
Schouwburg de Kampanje Den Helder
Schouwburg de Kampanje Den Helder van Dongen Koschuch Architects and Planners Inzending Arie Keppler Prijs 016 SCHOUWBURG DE KAMPANJE DEN HELDER INTRODUCTIE EEN MARITIEM ENSEMBLE Schouwburg De Kampanje
RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Convenant Regionale Detailhandelsafspraken. Aan de raad,
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 14 december 2017 17-105 Onderwerp Convenant Regionale Aan de raad, Onderwerp Convenant Regionale Gevraagde beslissing 1. Het Convenant Regionale vast te stellen. Grondslag
Omgevingsvisie Maastricht. Tim van Wanroij projectleider Omgevingsvisie /
Omgevingsvisie Maastricht Tim van Wanroij projectleider Omgevingsvisie [email protected] / 06 52 57 14 45 Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit Omgevingsvisie op
BEDRIJVEN INVESTERINGSZONE (BIZ)
BEDRIJVEN INVESTERINGSZONE (BIZ) biz BEDRIJVENINVESTERINGZONE EINDHOVEN VOORWOORD De SOEC (Stichting Ondernemersfonds Eindhoven Centrum) is in 2011 opgericht om het centrum van Eindhoven op een doordachte,
1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12
inhoudsopgave Samenvatting 3 1. Bevolking 9 1.1 Bevolkingsontwikkeling 9 1.2 Bevolkingsopbouw 10 1.2.1 Vergrijzing 11 1.3 Migratie 11 1.4 Samenvatting 12 2. Ontwikkelingen van de werkloosheid 13 2.1 Ontwikkeling
1. Branding en voorzieningen in gehele subregio Cultuurhistorie benadrukken Toegankelijkheid zorg vergroten (sociaal, fysiek) Wie: overheid,
Transformatie van de woningvoorraad Een afname van het aantal huishoudens heeft gevolgen voor de woningvoorraad. Dit geldt ook vergrijzing. Vraag en aanbod sluiten niet meer op elkaar aan. Problemen van
Ontwikkelingsvisie. Noordereiland & Burgemeester Drijbersingel, Zwolle. DeZwarteHond.
Ontwikkelingsvisie Noordereiland & Burgemeester Drijbersingel, Zwolle DeZwarteHond. Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige situatie 3. Uitgangspunten 4. Ontwikkelingsvisie 4.1 Verbindingen 4.2 Parkeren
Ruimtelijke motivering. Molenstraat 1a te s-hertogenbosch. Functiewijziging van wonen naar kleinschalig hotel
Ruimtelijke motivering Molenstraat 1a te s-hertogenbosch Functiewijziging van wonen naar kleinschalig hotel Januari 2017 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Molenstraat 1a is nu op de begane grond
Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda
Discussienotitie Haagse Mobiliteitsagenda Kiezen om ruimte te maken Den Haag 2040 Den Haag is volop in beweging, de stad is in trek. Verwacht wordt dat Den Haag groeit, van 530.000 inwoners in 2017 naar
Centrum Management - Plan van Aanpak (2013) 1. Inleiding
Centrum Management - Plan van Aanpak (2013) 1. Inleiding Deze notitie beschrijft het Plan van Aanpak en stappenplan voor de herinvoering van centrummanagement in Valkenswaard. Achtereenvolgens wordt ingegaan
Omgevingsvisie Maastricht 2040
Omgevingsvisie Maastricht 2040 Samenvatting 2e open dialoogbijeenkomsten (Centre Ceramique) maandag 5 en woensdag 7 november 2018 www.gemeentemaastricht.nl/omgevingsvisie Agenda van 5 en 7 november 2018
Meerjarenbeleidplan 2012-2016 Stichting Centrummanagement Haaksbergen
Meerjarenbeleidplan 2012-2016 Stichting Centrummanagement Haaksbergen 1. Doelstellingen De Stichting Centrummanagement Haaksbergen heeft als doel om namens de ondernemers, het centrum van Haaksbergen op
De Deventer Omgevingsvisie
29-5- De Deventer Omgevingsvisie Hoe zien de binnenstad en de vooroorlogse wijken er straks uit? 14 mei 1 In gesprek met Liesbeth Grijsen (wethouder) 2 1 29-5- Programma van vanavond Over Omgevingswet
Spelregels bij particulier initiatief Kruyderlaan-Herenstraat Collegevergadering 17 januari 2017
Spelregels bij particulier initiatief Kruyderlaan-Herenstraat Collegevergadering 17 januari 2017 Herenstraat is een typisch perifeer centrummilieu ofwel aanloopgebied. Om ingespeeld te blijven op toekomstige
Actualisering parkeerbeleid Grave
Actualisering parkeerbeleid Grave Beeld plaatsen ter grootte van dit kader Informatieavond 23 maart 2017 2 Agenda Toelichting op proces Ambitie Toelichting op voorgestelde wijzigingen in parkeerbeleid
Startdia met foto Ruimte. De toekomst van Amersfoort centrum & de rol van de vastgoedsector
Startdia met foto Ruimte De toekomst van Amersfoort centrum & de rol van de vastgoedsector Wie ben ik? Stefan van Aarle: Adviseur Retail & Centrummanagement Coördinator Platform Binnenstadsmanagement Organisatie
Een toekomstbestendige binnenstad voor Harderwijk
Een toekomstbestendige binnenstad voor Harderwijk Startbijeenkomst Felix Wigman, BRO 205X00691 Programma Opening wethouder Presentatie BRO Centrumschouw met 4 verhalen: verblijven, retail, cultuur en wonen
Bedrijventerrein Meerpaal. Ruimte en kwaliteit aan de rand van Houten. Bedrijfsvestiging in de gemeente Houten
Bedrijventerrein Meerpaal Ruimte en kwaliteit aan de rand van Houten Bedrijfsvestiging in de gemeente Houten Kwaliteiten Meerpaal Directe aansluiting op A27 Goede infrastructuur op het terrein Hoogwaardige
Projectplan Detailhandelsvisie gemeente Drimmelen, alle kernen
Projectplan Detailhandelsvisie gemeente Drimmelen, alle kernen Afdeling grondgebied 26-0-205 INLEIDING Voor u ligt het projectplan Detailhandelsvisie gemeente Drimmelen, alle kernen. 2 AANLEIDING PROJECT
Kennis nemen van de stand van zaken van de herontwikkeling van het project Scapino / De Nieuwe Brink.
Aan de leden van de commissie Vergadering d.d. Casenummer Notitienummer Commissienotitie Ruimte 20 juni 2012 AB12.00587 CN2012.023 Gemeente Bussum Kennis nemen van de stand van zaken van de herontwikkeling
Boodschap: waardering
Het komt niet vaak voor dat we het in Hengelo ergens over eens zijn, laat staan over een lastig onderwerp als onze Binnenstad. Laten we deze kans grijpen en met elkaar de volgende stappen zetten. Elke
05 Krachtige kernen in een vitaal gekoesterd buitengebied
05 Krachtige kernen in een vitaal gekoesterd buitengebied In dit hoofdstuk wordt de structuurvisie verdiept: wat betekent deze visie voor de kernen en het buitengebied? Het wordt in dit hoofdstuk allemaal
Culemborg: ambities van een Vrijstad
Culemborg: ambities van een Vrijstad 1. Kenmerken Culemborg Beeld Culemborg is bekend vanwege de historische binnenstad en centrale ligging. Historie, monumenten en beeldbepalende panden, Vrijstad, water,
Werkconferentie agenda omgevingsvisie Limburg
Werkconferentie agenda omgevingsvisie Limburg Na een regionale werkconferentie in Venlo, zijn op 24 september 2018 zo n 70 medewerkers van verschillende Zuid-Limburgse gemeenten, het Waterschap, het Rijk,
Links naar brondocumenten
Links naar brondocumenten PS-doelen en GS-taken Visie Ruimte en Mobiliteit Beleidsvisie Cultureel Erfgoed en Basisvoorzieningen Cultuur 2017-2020 Beleidsvisie en uitvoeringsstrategie regionale economie
Aanbieden notitie A16 corridor en Rotterdam University Business District. De VVD, CDA en Leefbaar Rotterdam verzoeken het college daarom:
Verzoek VVD, CDA en Leefbaar Rotterdam Aanbieden notitie A16 corridor en Rotterdam University Business District De A16 is voor de Metropoolregio en de Randstad een belangrijke verbinding met Antwerpen,
Naar een ondergrondse parkeervoorziening Tapijn? Scenario s ter discussie
Naar een ondergrondse parkeervoorziening Tapijn? Scenario s ter discussie Waarom nu? Raadsbesluit in september is noodzakelijk, omdat anders 1 van de 3 scenario s niet meer volledig mogelijk is. Immers:
Maastricht Belvédère. Nota Ruimte budget 10 miljoen euro
Maastricht Belvédère Nota Ruimte budget 10 miljoen euro Planoppervlak 56 hectare (als onderdeel van 280 hectare herstructurering oude bedrijventerreinen) Trekker Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Is bevolkingskrimp een ramp of biedt het ook kansen?! Willy Doorn Burgemeester gemeente Landerd Mei 2010
Is bevolkingskrimp een ramp of biedt het ook kansen?! Willy Doorn Burgemeester gemeente Landerd Mei 2010 Opbouw verhaal Wie ben ik Aanleiding onderzoek Pilotgemeente vergrijzing- en ontgroeningscan PON
6 speerpunten voor een bloeiende detailhandel
Stad Antwerpen: Beleidsnota Detailhandel 2013 6 speerpunten voor een bloeiende detailhandel Florerende winkels zijn voor Antwerpen van groot belang. Niet alleen zorgen ze ervoor dat de Antwerpenaar alles
Ambitiedocument Omgevingswet. Stadsronde
Ambitiedocument Omgevingswet Stadsronde 30-5-2017 Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit Procesaanpak Maastricht Ambitiedocument (januari - juni 2017) Hoe gaat de gemeente om met de bestuurlijke
ONTWIKKELVISIE CENTRUM ROCKANJE DECEMBER 2014
ONTWIKKELVISIE CENTRUM ROCKANJE DECEMBER 2014 1. Inleiding De visie heeft betrekking op het dorpscentrum van Rockanje. Met het dorpscentrum wordt in de eerste plaats bedoeld het Dorpsplein. Dit plein moet
Gebiedskoers Detailhandel Overschie. Gemeente Rotterdam
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Gemeente Rotterdam Datum Juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Situatie van de detailhandel in 4 2.1 Burgemeester Baumannlaan 4 2.2 Abtsweg 4 2.3 Park Zestienhoven
inspiratieboek Raalte
inspiratieboek Raalte centrum Inhoud Inspiratie Wat leeft er? Het centrum Inpiratiebeelden Inspiratiebeeld Grote Markt Colofon Inspiratie Raalte is gastvrij. Raalte is kleinschalig. In Raalte kun je voor
Intentieverklaring Versterking economisch positie Centrum Alphen aan den Rijn
Intentieverklaring Versterking economisch positie Centrum Alphen aan den Rijn Inleiding Het centrum van Alphen aan den Rijn is de ontmoetingsplaats, het culturele- en koopcentrum voor de inwoners van Alphen
Thema s Omdat de resultaten en cijfers op wijkniveau erg uiteenlopen in onderwerp, is ervoor gekozen om deze onder te verdelen in 9 thema s:
Hoe is de wijkanalyse tot stand gekomen? Monitor Hilversum Begin december 2017 is de vragenlijst Monitor Hilversum naar 10.400 Hilversummers verstuurd. In totaal werden er 109 vragen voorgelegd over uiteenlopende
SCAPINO / DE NIEUWE BRINK VOORLOPIG ONTWERP BOUWPLAN
VOORLOPIG ONTWERP BOUWPLAN PROJECT BINNEN HET Programma: 1. Presentatie gemeente Bussum Doel van de avond / Aanleiding / Kader / Acties / Hoe nu verder? 2. Presentatie ontwikkelaar Voorlopig ontwerp bouwplan
Stadsagenda Vlaardingen
Stadsagenda Vlaardingen In Vlaardingen is het prettig wonen Percentage dat het (zeer) eens is met de volgende stellingen: 51% stad voor jonge gezinnen Wat voor stad is Vlaardingen? groene stad 80% 60%
Koers voor de toekomst
Koers voor de toekomst Er verandert veel in de wereld om ons heen. Neem alleen al de toenemende mobiliteit, of de economie die sterker lijkt dan ooit tevoren, en overal wordt gebouwd, en - om dichter in
Gulpen-Wittem, Vaals, Valkenburg aan de Geul (ontwerp)
Intergemeentelijke Structuurvisie Gulpen-Wittem, Vaals, Valkenburg aan de Geul (ontwerp) Structuurvisie Wat is het? Waarom doen we het (samen)? Waar staan we? Opbouw Wat is een structuurvisie (SV)? Hoofdlijnen
Blik op Leidschendam-Voorburg 2020
Blik op Leidschendam-Voorburg 2020 Een toekomstvisie voor Leidschendam-Voorburg De voormalige gemeenten Leidschendam en Voorburg kennen elk een eeuwenlange historie. Als gefuseerde gemeente gaat Leidschendam-Voorburg
Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek, Gemeente Leiden (februari 2013) Ontwikkelstrategie
(februari 2013) Ontwikkelstrategie Lammenschans, Leiden in opdracht van: Gemeente Leiden februari 2013, Amsterdam Kerkstraat 204 1017 GV Amsterdam Postbus 15550 1001 NB Amsterdam Soeters Van Eldonk architecten
Ontwikkelkader woonboulevard. Februari 2014
Ontwikkelkader woonboulevard Februari 2014 1 Aanleiding, doel en aanpak Historie Onderzoek BRO, 2009 In dit rapport is de (stedelijke) marktruimte voor woondetailhandel onderzocht. Conclusie is dat woondetailhandel
Detailhandelsvisie. Goeree-Overflakkee
Detailhandelsvisie Goeree-Overflakkee 2 trends en ontwikkelingen in de detailhandel (algemeen)! Economische stagnatie! Omzetverschuivingen van offline naar online winkels (internet winkelen)! Overcapaciteit
UPDATE CITYMARKETING & EVENEMENTENBELEID
UPDATE CITYMARKETING & EVENEMENTENBELEID Apeldoorn, 15 oktober 2015 Geachte heer, mevrouw, De gemeente werkt aan beleid voor citymarketing en evenementen. Wij hebben hierover met veel Apeldoornse partijen
De kunst van samen vernieuwen
De kunst van samen vernieuwen Cultuuragenda gemeente Zutphen 2016 Kunst, cultuur en erfgoed geven kleur aan Zutphen. Ze zorgen voor een leefbare en dynamische samenleving, sociale en economische vitaliteit
Opgave en. toekomstperspectief EEN NIEUWE TOEKOMST
3 EEN NIEUWE TOEKOMST Opgave en toekomstperspectief De aandacht die er binnen het huidige politieke en bestuurlijke klimaat is voor de verbetering van wijken als Transvaal, is een kans die met beide handen
Veghel, het voorbeeld voor binnensteden van de toekomst?
Veghel, het voorbeeld voor binnensteden van de toekomst? Trots maakte wethouder Jan Goijaards van Veghel de resultaten bekend van de renovatie van het winkelgebied van Veghel: 22 nieuwe winkels erbij in
PERCENTAGE HOOGOPGELEIDEN BINNENSTAD
PERCENTAGE HOOGOPGELEIDEN BINNENSTAD Buurt laag gemiddeld hoog Binnenstad 6% 21% 73% Jekerkwartier 12% 28% 59% Kommelkwartier 19% 26% 55% Statenkwartier 16% 28% 56% Boschstraatkwartier 17% 21% 61% St.Maartenspoort
Heukelum. Zicht op de Linge
Heukelum Zicht op de Linge Het stadje Heukelum is een van de vijf kernen van de gemeente Lingewaal. Heukelum ligt in de Tielerwaard, aan de zuidoever van de rivier de Linge, in een van de meest westelijke
panel: : Stadsvisie 2030
Uitkomsten 1 e peiling Enkhuizer stadspanel panel: : Stadsvisie 2030 Concept, 4 februari 2009 Samenvatting Inwoners van de gemeente Enkhuizen hebben in januari 2009 op verzoek van het gemeentebestuur hun
Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht. Rapportage. Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht
Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht Rapportage Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht Uitgevoerd door: ETIN Adviseurs s-hertogenbosch, mei 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 1.1 Populatie
Tynaarlo. Bron:
Tynaarlo Bron: www.tynaarlobouwt.nl Introductie Tynaarlo is een klein dorp in de gelijknamige Drentse gemeente waarvan o.a. ook Eelde en Zuidlaren deel uitmaken. Er wonen ongeveer 1800 inwoners. In deze
Meerjarenbeleidplan Stichting Centrummanagement Hoogeveen 2015-2019
Meerjarenbeleidplan Stichting Centrummanagement Hoogeveen 2015-2019 1. Vraag- en probleemstelling Het huidige meerjarenbeleidplan van de stichting loopt van 2011 tot en met 2014. Sinds een aantal jaren
ONDERWERP: Detailhandelsvisie Arnhem
Aan de gemeenteraad Documentnummer Zaaknummer ONDERWERP: Detailhandelsvisie Arnhem 2016-2021 Voorstel 1. richtinggevende kaders en concrete ambities voor de ontwikkeling van de detailhandel vast te stellen,
Centrumperspectief. Concept. De hoofdlijnen - concept Juli 2016
Centrumperspectief Concept De hoofdlijnen - concept Juli 2016 Programma 19.00 19.30 Inloop 19.30 19.35 Welkomstwoord 19.35 20.05 Concept centrumperspectief 20.05 20.20 Ruimte voor verdieping / vragen 20.20
Vereniging van Commercieel Vastgoed Binnenstad Dordrecht. Jasper Mos, wethouder economie Dordrecht Dordrecht, 6 februari 2012
Vereniging van Commercieel Vastgoed Binnenstad Dordrecht Jasper Mos, wethouder economie Dordrecht Dordrecht, 6 februari 2012 Probleemanalyse (1996) Water als vervoersader wordt barrière Boot wordt auto
Kadernota Evenementen. Provincie Groningen van de
Kadernota Evenementen 2016-2020 van de Provincie Groningen Kadernota Evenementen 2016-2020 van de provincie Groningen Het huidige evenementenbeleid heeft een looptijd tot en met 2015. In deze kadernota
