Stappenplan Lokaal energie initiatief Van pril initiatief tot succesvolle exploitatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Stappenplan Lokaal energie initiatief Van pril initiatief tot succesvolle exploitatie"

Transcriptie

1 2012 Stappenplan Lokaal energie initiatief Van pril initiatief tot succesvolle exploitatie Jesse Cuperus, Juni 2012

2 Stappenplan Lokaal energie initiatief Van pril initiatief tot succesvolle exploitatie Auteur: Jesse Cuperus Opleiding: Milieukunde, energie en klimaat. Studentnummer: Telefoon:

3 Opleidingsinstelling: Van Hall Larenstein Locatie: Agora CJ Leeuwarden Stage docent: S. (sietze) Bottema Stage coördinator: Studieloopbaan begeleider: A. (astrid) Valent J. (jos) Theunissen Opdrachtgevers: Natuur en milieufederatie Groningen Locatie: Projectleider: Projectmedewerker: Zuiderpark 16, 9724 AG Groningen C. (carlien) Hoedemaker-Bos S. (sander) Berkepas Friese milieu federatie Locatie: Projectleider: Oostergoweg 7, 8911 MA Leeuwarden E.F. (eelke freerk) Broersma Lokaal energie initiatief, juni 2012

4 Voorwoord Voor u ligt het stappenplan lokaal energie initiatief, het resultaat van mijn eerste projectstage gedurende mijn studie aan het Van Hall Larenstein Leeuwarden. Het rapport is tot stand gekomen binnen het project Lokale energie, Voorwaarts!. Een gezamenlijk project van de Natuur en Milieufederatie Groningen en de Friese Milieu Federatie. Binnen het project Lokale energie, Voorwaarts! worden vier Friese initiatieven en vier initiatieven uit Groningen, waaronder initiatiefnemers uit dorpen en wijken ondersteund en begeleid met het uitvoeren van hun initiatief met betrekking tot duurzame energie opwekking. Het stappenplan lokaal energie initiatief maakt onderdeel uit van deze begeleiding en zal stapsgewijs informatie verschaffen over hoe een lokale gemeenschap van een pril initiatief tot een succesvolle exploitatie van een energie bedrijf kan komen. Als stagiair vind ik het bijzonder dat ik mee kan werken aan een real live project. In mijn oriënterende stage heb ik gezien hoe mooi het kan zijn dat je eindproduct ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Ook bij deze projectstage zal het voor u liggende stappenplan van waarde zijn, en ook daadwerkelijk worden ingezet bij het begeleiden van lokale duurzame energie initiatieven in Groningen en Friesland. Voor het tot stand komen van dit stappenplan wil ik de gehele organisatie van de Friese Milieu Federatie en de Natuur en Milieufederatie Groningen bedanken voor hun gastvrijheid en betrokkenheid. Daarnaast wil ik in het bijzonder mijn begeleider Eelke Broersma, projectleider klimaat en duurzame energie van de Friese Milieu Federatie bedanken voor zijn begeleiding tijdens mijn stage. Jesse Cuperus Leeuwarden, juni 2012 Lokaal energie initiatief, juni 2012

5 Inhoudsopgave_Toc Inleiding Natuur en Milieufederatie Groningen en Friese Milieufederatie Leeswijzer De Ideefase Waar wil je naar toe werken? Quick scan Voorbeeld initiatieven Wat wordt je focus? Missie,visie, strategie en doelstellingen Concretiseerfase Hoe wil je er naar toe werken? Vormen van een projectgroep Doelgroep van het initiatief Kiezen van project partners Campagne opzet Hoe creëer je draagvlak Onderzoeksfase Waarmee realiseer je de gestelde doelen? Welke schaalgrootte kies je? Duurzame energiebronnen Windenergie Zonne-energie Grond en aardwarmte Biomassa Water-energie Wet- en regelgeving en beleid Europees niveau Rijksniveau Provinciaalniveau Gemeentelijk niveau Invloed van wet- en regelgeving en beleid op initiatieven Lokaal energie initiatief, juni 2012

6 8.1 Algemeen Windenergie Zonne-energie Grond en aardwarmte Biomassa Water-energie Organisatievormen Vereniging Stichting Coöperatie Besloten vennootschap (bv) Kenmerken van de organisatievormen op een rij Koppeling organisatievormen en initiatieven Ontwerp fase Ondernemingsplan De ondernemer en onderneming Het marketingplan Het financieel plan Realisatiefase Oprichten organisatie Realiseren project/onderneming Nazorgfase Evaluatie Gerealiseerd project Vooruitblik Samenvatting Ideefase Concretiseerfase Onderzoeksfase Ontwerpfase Realisatiefase Nazorgfase Lokaal energie initiatief, juni 2012

7 14. Handige sites voor initiatieven Bronnenlijst Literatuurlijst Lokaal energie initiatief, juni 2012

8 1. Inleiding Nederland en Europa moeten op weg naar een duurzame energievoorziening: die boodschap staat centraal in de energietransitie die de minister van Economische Zaken nastreeft. Als reden om op pad te gaan naar een duurzame energievoorziening komen twee duidelijke krachten naar voren. Wanneer de internationale klimaatonderhandelingen leiden tot betekenisvolle afspraken over CO 2- reductie voor 2020, dan zullen er forse stappen gezet moeten worden in de energievoorziening. Ook is duidelijk dat de EU steeds afhankelijker wordt van import van olie en gas en hierdoor komt de voorzieningszekerheid in het geding. Het Europese en Nederlandse beleid wordt doorvertaald naar regionaal beleid. Lokaal energie- en klimaatbeleid maakt de afgelopen jaren dan ook een ontwikkeling door. Dit wordt op verschillende manieren tot uitvoering gebracht. De klimaatakkoorden tussen Rijk en lokale overheden vormen een belangrijke aanleiding. Daarin hebben het Rijk, provincies en gemeenten inspanningsverplichtingen afgesproken om een concrete bijdrage aan reductie van broeikasgasemissies te leveren. In het coalitieakkoord van de Provinsje Fryslân dat van 2011 tot 2015 van kracht zal zijn staat het volgende vermeld. De coalitie ziet een grote toekomst voor Fryslân op bepaalde terreinen van energie opwekking. Er is veel kennis en kunde in Fryslân op het terrein van energie uit wind, zon, zoet en zout water, aardwarmte en biomassa. De provincie wil voorwaarden creëren om innovatieve ontwikkelingen tot bloei te laten komen. Niet door subsidies, maar door het ondersteunen van innovatie. Fryslân wil overgaan op duurzame hernieuwbare energie. In het coalitieakkoord van de provincie Groningen dat van 2011 tot 2015 van kracht zal zijn staat het volgende vermeld. De provincie Groningen wil zich de komende periode nog nadrukkelijker op de kaart zetten als energieregio van Nederland en Europa. Enerzijds ziet zij energie als belangrijkste economische topgebied, maar anderzijds wil de provincie Groningen ook koploper zijn als het gaat om de energietransitie. Zij wil daarom dan ook inzetten op een duurzamere energieproductie en energiebesparing, die een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de milieu-en klimaatproblematiek. In overleg met Duitse partners wil de provincie bekijken waar kansen liggen op het gebied van samenwerking. Het doel is verduurzaming en innovatie te stimuleren. Zij ziet kansen voor nieuwe duurzame economische activiteiten, (groene) banen en kennis. Zoals al valt op te merken uit het begin van deze inleiding is duurzame energie in Nederland anno 2012 een hot item, zowel in de politiek, het bedrijfsleven, als ook bij de Nederlandse bevolking. De samenleving is allerminst passief als het gaat over het meedenken en participeren in mogelijkheden en recente ontwikkelingen met betrekking tot duurzame energie. Op nationaal en lokaal niveau leidt dit tot een ware explosie van initiatieven. Waaronder initiatieven op het gebied van duurzame energie en energiebesparing. De belangrijkste drijfveer voor lokale gemeenschappen om aan de slag te gaan met duurzame energie initiatieven is om de energievoorziening weer deels in eigen handen te krijgen. Voor de lokale gemeenschappen kan dit leiden tot financiële voordelen en een bijdrage aan een duurzame toekomst voor de huidige en toekomstige generaties. Maar wat is een duurzaam energie initiatief nu precies? En hoe kijgt een initiatief vorm? 6

9 1.1 Natuur en Milieufederatie Groningen en Friese Milieufederatie Tijdens het traject van het ontplooien van een initiatief tot een lokale energie initiatief duiken er vele vragen op. De milieufederaties merken in de praktijk dat veel initiatieven problemen ondervinden met de complexiteit van het opzetten van een lokaal energie initiatief. Er kunnen financiële, juridische en/of technische belemmeringen zijn, maar er kan ook sprake zijn van een gebrek aan draagvlak binnen de lokale gemeenschap. De Friese Milieu Federatie en Natuur en Milieufederatie Groningen zijn geen adviesbureaus, maar hebben wel een netwerk dat een bijdrage kan leveren aan het wegnemen van de eerdergenoemde belemmeringen. Daarnaast hebben zij de expertise in huis om een bijdrage te leveren aan het creëren van draagvlak in buurt of dorp. Met dit in het achterhoofd is het gezamenlijke project Lokale energie, voorwaarts! opgestart. De Natuur en Milieufederatie Groningen (NMG) en de Friese Milieu Federatie (FMF) zijn vanaf het jaar 2011 actief bezig met het ondersteunen van duurzame energie initiatieven. Hieronder vallen de lokaal duurzame energie bedrijven, maar ook de initiatieven die op kleinere schaal of in een andere vorm werken aan lokale duurzame energie. Het voor u liggende stappenplan is een deelproduct uit het project Lokale energie, Voorwaarts! en bedoeld om initiatieven, zowel startende als reeds in ontwikkeling, een leidraad te geven om te komen tot een businessplan voor het opstarten van een lokaal duurzaam energie bedrijf. De stappen die zullen worden doorlopen zijn toegespitst op het opstarten van een lokaal duurzaam energie bedrijf, maar dit wil niet zeggen dat het stappenplan niet een toegevoegde waarde kan bieden voor initiatieven anders dan een lokaal duurzaam energie bedrijf. 7

10 1.2 Leeswijzer Alle stappen die een initiatief zal moeten nemen om een succesvol initiatief te realiseren zullen worden vertaald in fasen. De stappen die een initiatief zal doorlopen zijn in het voor u liggende stappenplan vertaald in zes fasen, wel te verstaan: Ideefase Concretiseerfase Onderzoeksfase Ontwerpfase Realisatiefase Nazorgfase Doormiddel van een tijdbalk die in het stappenplan op bepaalde plaatsen wordt weergegeven is af te lezen bij welke fase u bent aanbeland en welke fasen nog zullen volgen. Daarnaast zullen bij alle fasen handreikingen worden gegeven, deze handreikingen geven een idee over hoe je de desbetreffende stap zou kunnen invullen en wat de resultaten of producten van deze invulling zouden kunnen zijn. Handige bronnen en nuttige tips worden doormiddel van kaders weergegeven, de zandkleurige kaders zullen aangeven wat de Milieufederaties voor u als initiatief zou kunnen betekenen bij de betreffende stap, de groene zijn meer van algemene aard. De Friese milieu federatie (FMF) en de Natuur en milieu federatie Groningen (NMG) beide trekker van het project Lokale energie, Voorwaarts! hebben al veel ervaring met dorpen en wijken die aan de slag willen met duurzame energie. De projectleider klimaat en duurzame energie van de betreffende federatie staat altijd open voor het delen van kennis en het geven van advies. Voor een projectgroep van een initiatief kan het interessant zijn om eens met de FMF of NMG in gesprek te gaan en ideeën uit te wisselen of informatie in te winnen. Friese milieu federatie: Natuur en milieufederatie Groningen: 8

11 2. De Ideefase Idee Concretiseer Onderzoek Ontwerp Realisatie Nazorg De ideefase, daar begint een initiatief vaak mee. Initiatief nemen wil zeggen; uit eigen beweging, zonder aansporing van iemand anders, actie ondernemen of actie in gang zetten, in plaats van af te wachten. Een lokaal duurzaam energie initiatief begint in de meeste gevallen dan ook bij één persoon, of een groep personen van een gemeenschap. Deze persoon(en) signaleert(en) kansen en problemen, doen voorstellen en dragen oplossingen aan, of ondernemen zelf actie (initiatief). In het laatste geval duikt er een idee op, begint het balletje te rollen, worden anderen enthousiast en ontstaat er een groep initiatiefnemers. Binnen deze groep barst het van de vragen en ideeën en ontbreekt het hem meestal niet aan inspiratie. Aan deze groep dan ook de taak om hier een schifting in te maken, te focussen, en verder uit te werken. 2.1 Waar wil je naar toe werken? Om de slagingskans van een initiatief zo hoog mogelijk te houden is het van belang om duidelijk te krijgen waar je staat, en waar je heen wilt. In sommige gevallen zal er al een concreet idee zijn, in andere gevallen staan de initiatiefnemers overal voor open. In het geval van een concreet idee kan er een versnelling in het proces plaatsvinden omdat de focus al naar een bepaald project neigt. In het andere geval, als de initiatiefnemers overal voor open staan is het zaak om duidelijk te krijgen waar je met zijn allen naar toe wil: Wat gaat het doel worden? Figuur 1 Idee [1] Figuur 2 Richting [2] 9

12 Om in beeld te krijgen welke kant je met je initiatief op wilt is het zaak om eens om je heen te kijken, wat is er allemaal al aan initiatieven. Het wiel hoeft niet een tweede keer uitgevonden te worden, soms valt iets te kopiëren of kan er aangesloten worden bij een buur initiatief. Het kan ook verhelderend werken om iemand van buitenaf erbij te betrekken, als objectieve buitenstaander, of als expert of procesbegeleider. Iemand van buitenaf heeft vaak een totaal andere kijk op de situatie, een frisse blik. Tip: Het is in deze fase zinvol om een werkgroep op te richten. Deze werkgroep kan zich bezighouden met een aantal voorbereidende werkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen bestaan uit het organiseren van brainstormbijeenkomsten maar ook uit het coördineren van het opstellen van een missie, visie en strategie. Ga eens brainstormen met elkaar, kijk eens naar: Je omgeving, doelgroep, gebied, wat past hier? Draagvlak, waar is vraag naar? De schaalgrote, wil je een energiebedrijf worden of anders? Wat zou het doel moeten zijn? Moet het voordelen geven voor participanten, welke? 2.2 Quick scan Een quick scan is een middel om relatief snel onderzoek te doen naar een paar meetbare variabelen, bijvoorbeeld het energieverbruik van een bepaald gebied en het energieopwekkingpotentieel van dit bepaalde gebied. Een quick scan wordt in de meeste gevallen door een extern bedrijf uitgevoerd, vaak zijn het adviesbureaus. Deze bedrijven hebben al veel ervaring met het maken van quick scans en kunnen deze op maat leveren. Figuur 3 Quik scan [3] 10

13 De scans zijn op maat samen te stellen, dit betekent dat deze scans voor bedrijven, dorpen en ook wijken geschikt zijn/dan wel geschikt zijn te maken. Quick scans zijn dus ook interessant voor de kleinere lokale initiatieven, het geeft een beeld van wat er mogelijk is. Een quick scan zou kunnen bestaan uit: Het in kaart brengen van het energieverbruik en de CO 2 emissie van een bepaald gebied. Het in kaart brengen van het energieopwekkingpotentieel, kijkend naar bijvoorbeeld windenergie, bio-energie en zonne-energie en warmte. Het aandragen van een aantal scenario s binnen de mogelijkheden van een coöperatie. Het formuleren van een conclusie en aanbevelingen. De resultaten van de quick scan kunnen in sommige gevallen leiden tot een (sterke) afkeur of voorkeur van projecten. Bepaalde projecten zullen niet kunnen worden gerealiseerd, terwijl voor andere projecten zich grote kansen voordoen. Deze resultaten kunnen helpen in de besluitvorming. 11

14 2.3 Voorbeeld initiatieven Grunneger power (Lokaal coöperatief energiebedrijf) Grunneger power is een energiecoöperatie van de stad Groningen en ommeland. Grunneger power heeft als doelstelling inwoners en organisaties in staat te stellen hun eigen duurzame energie op te wekken, individueel, maar vooral ook in samenwerking. Grunneger power bevordert lokaal opgewekte duurzame energie uit, zon, wind, aardwarmte en biomassa. Hierbij zet Grunneger power eerst voornamelijk in op zonnepanelen. Bron: Website Grunneger power Probeer het wiel niet opnieuw uit te vinden: Nudge projecten: Energie coöperatie grunnegerpower: Energie coöperatie ameland: Zonne-energie coöperatie: Duurzaam Hoonhorst: SLIM Makkinga; Projectgroep Zuiderzon (Faciliterende coöperatie) Citaat: Projectgroep Zuiderzon heeft zich tot doel gesteld om de toepassing van zonnepanelen in Zuidwolde-Zuid mogelijk te maken zonder grote investeringen van de deelnemers. Dat kan worden bereikt door de vorming van een coöperatie. De deelnemers zijn lid van deze coöperatie, die voldoende technische kennis bezit en zorg zal dragen voor de inkoop van de apparatuur en de financiering daarvan. De baten komen volledig ten goede aan de leden en verdwijnen niet in onze- of andere zakken. De opzet is om de aanschaf en installatie van de panelen als coöperatie te financieren. Daarnaast wordt er een contract opgesteld voor 15 jaar. Gedurende die tijd blijven de panelen eigendom van de coöperatie en betaalt de deelnemer zijn deel van de aflossing aan de coöperatie. Na 15 jaar zijn de panelen betaald en worden ze eigendom van de deelnemer. Vanaf dat moment gaan de panelen nog zo n 10 tot 20 jaar mee en behoeft de deelnemer niets meer te betalen voor de opgewekte kwh s. Bron: Projectgroep zuiderzon, hand-out informatieavond. 12

15 2.4 Wat wordt je focus? Het is belangrijk om te focussen op één bepaalde richting, hier alle aandacht aan te besteden om hierdoor de kans van slagen te verhogen. Veel projecten lopen stuk omdat het te veel wordt, en niet meer in behapbare stukjes wordt opgedeeld. Een quick scan fungeert hier als een selectiemiddel, na het uitvoeren van een quick scan zal de lijst met potentiële kansrijke projecten geslonken zijn. De focus en energie van een werkgroep kan nu uitgaan naar een select aantal kansrijke projecten. Hierdoor wordt geen energie verspild, maar wordt er gericht verder gewerkt. Vragen: Focus je alleen op inkoop van duurzame energie? Focus je op productie van duurzame energie? Of op beide? Welke energiebron(nen) wil je gebruiken? Bij het zoeken naar een focus is het belangrijk dat er goed nagedacht wordt over de participanten, hoe ga je participanten meekrijgen? Er moet voor hen een gezamenlijk belang zijn, of een belang voor jullie of uw gezamenlijke omgeving. Een gezamenlijk belang van een energie bedrijf zou kunnen zijn: - Energie inkoop weer in eigen hand krijgen, vertrouwd. - Korting op je energierekening. - Korting op zonnepanelen. - Makkelijker en goedkoper lenen voor duurzame energie. - Inkomsten voor lokale projecten. - Enzovoort Focus op lokaal duurzaam energie initiatief Een lokaal duurzaam energie initiatief kan op verschillende niveaus worden opgericht, op wijkniveau, dorps/stadsniveau, gemeentelijk en provinciaal niveau. Een lokaal duurzaam energie initiatief kan in de vorm van een bedrijf zorgen voor de productie en afzet van duurzame energie op lokaal niveau. Het bedrijf biedt voor zijn eigenaren, zijn klanten en last but not least- voor de hele lokale gemeenschap een groot aantal voordelen, wel te verstaan: Versnelling van de productie van duurzame energie en de toepassing van energiebesparingsmaatregelen doordat een lokaal bedrijf optimaal kan inspelen op de lokale kansen, wensen en behoeften. Onafhankelijkheid van wisselende en vooral stijgende prijzen van fossiele/nucleaire energie, doordat men gebruik maakt van duurzame energie. Impuls voor de lokale economie: de energie-investeringen en de winst blijven grotendeels binnen de gemeenschap in plaats van bij een (inter)nationaal energiebedrijf 13

16 De afzet, bouw en het onderhoud van duurzame energiesystemen en energie voorzieningen creëren banen bij lokaal gevestigde bedrijven De energiekosten voor afnemers worden stabieler en lager, en woonlasten beter voorspelbaar. Deze besparing levert een bijdrage aan de koopkracht van participanten. Voor het opzetten van een professioneel zelfstandig energie bedrijf (coöperatie) is een minimaal aantal leden nodig van om het rendabel te maken. Voor veel initiatieven zal dit onhaalbaar zijn, en velen zullen dit ook niet ambiëren. Voor deze initiatieven zijn er andere manieren om aan hun doelstellingen te verwezenlijken. Andere opties zijn: Een kleiner energiebedrijf opstarten dat gebruik maakt van de back office van een andere groter energie bedrijf Een bedrijf met andere doelen dan winst maken opstarten, bijvoorbeeld voor: o Gezamenlijke inkoop o Leaseconstructies Of in een andere organisatievorm een project starten o Bv. Collectieve inkoop zonnepanelen Bij een onafhankelijk lokaal duurzaam energie bedrijf dat energie levert aan haar leden zijn zoals vermeld minimaal 4500 leden nodig, een energie bedrijf met back office van een grotere maatschappij kan met minder leden rendabel zijn. Het initiatief TexelEnergie (lokale coöperatieve energieleverancier) heeft sinds de oprichting in leden geworven, en is met dit aantal leden succesvol. Bron: Focus op duurzaamheid in de brede zin In het stappenplan wordt met name ingegaan op het duurzaamheidaspect duurzame energie daarnaast zijn er bij duurzaamheid in de brede zin de volgende duurzaamheidaspecten te benoemen waar initiatieven ook mee aan de slag zouden kunnen gaan: Afval en hergebruik, bewustwording, bouw en verbouw, demografie en krimp, dorpsontwikkeling, educatie, kunst en cultuur, lokale economie, mobiliteit, natuur en landschap, voedsel en landbouw, voorzieningen, water, woon en leefomgeving, welzijn. Voor duurzaamheid in de brede zin kunt u naast de Friese Milieu Federatie en de Natuur en Milieu Federatie Groningen ook terecht bij Netwerk duurzame dorpen: 2.5 Missie,visie, strategie en doelstellingen In sommige gevallen is het heel makkelijk om het gezamenlijk met elkaar eens te worden en een focus te formuleren, in andere gevallen vergt dit wat moeite. Om dit dan toch te bewerkstelligen zal de discussie moeten worden aangegaan en zullen afspraken op papier moeten worden gezet. Om als werkgroep duidelijk te krijgen waar je voor staat en waar je naar toe wilt werken kan 14

17 ervoor worden gekozen om aan de hand van een duidelijk geformuleerde missie, visie en bijbehorende strategie te werken. Uit deze strategie zullen doelstellingen voortvloeien die duidelijk aangeven waar je naar toe werkt en wat je focus hierbij is. Het lijkt erg definitief om in de beginfase al te kiezen voor een missie,visie en strategie. Het is echter een proces dat gedurende het project meerdere malen kan worden geëvalueerd. Gedurende het project kan een strategie veranderen, het project kan een andere wending krijgen. Een missie, visie en strategie moet dan ook niet worden gezien als definitief maar als leidraad om op terug te vallen als afdwaling op de loer ligt. Het proces van het definiëren van een missie visie en strategie staat in figuur 4 weergegeven. Missie Visie Evalueren Stategie Doelstellingen Figuur 4, definiëren van een missie, visie en strategie [4] Onderstaand enkele vraagstukken die naar voren komen bij het formuleren van een missie, visie, strategie en doelstellingen. Missie: Een missie definieert de bestaansgrond van een werkgroep of organisatie en geeft antwoord op de vraag: Waarom doen we wat we doen? De missie is tijdloos, maar wel toe te passen op een concreet moment. Een missie staat niet voordurend ter discussie. Waartoe en waarom bestaat onze werkgroep? Wat is onze identiteit? Wat is onze primaire functie? Wat is ons ultieme doel? Voor wie bestaan we? Wat zijn onze voornaamste stakeholders In welke fundamentele behoefte wordt door ons voorzien? Visie: Een visie is een blik op de toekomst en geeft de gewenste situatie aan. Het is als het ware een foto van de situatie die je nastreeft, een visie is realistisch dagdromen over je toekomst. Wat is ons toekomstbeeld? Wat zijn de lange termijn ambities? Wat willen we bereiken? Wat is ons gemeenschappelijk beeld van een gewenste en haalbaar geachte toekomstige situatie en van het veranderingstraject dat nodig is om daar te komen? 15

18 Waar staan we voor, wat verbindt ons, wie willen we zijn en wat is essentieel in onze houding en waar geloven we in (kernwaarden)? Strategie: De strategie beschrijft hoe de in de visie gestelde beelden en doelen bereikt gaan worden en geeft een samenhangende reeks acties aan voor het handhaven van de continuïteit op langere termijn. Strategische beslissingen zijn onherroepelijke beslissingen over het wezen van de werkgroep/organisatie. Hoe gaan we deze resultaten behalen? Nogmaals, zoals vermeld en ook weergegeven in figuur4 staan de missie, visie en strategie niet vast. Het moet worden gezien als een basis om mee te werken en de rode draad om aan vast te klampen. Evalueren hiervan is zelfs noodzaak, zijn we nog wel op de goede weg? En willen we dit nog wel? Missie en visie en strategie zijn de basis voor het formuleren van doelstellingen. Doelstellingen: Doelstellingen zijn tastbare resultaten die men nastreeft om de missie, visie en strategie van de organisatie te verwezenlijken. Wat zijn de resultaten die we willen bereiken? Tip: Het is verstandig je doelen SMART kunnen formuleren. Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden 16

19 3. Concretiseerfase Idee Concretiseer Onderzoek Ontwerp Realisatie Nazorg In de concretiseerfase wordt er gewerkt aan het creëren van de juiste omstandigheden om het duurzaam energie initiatief te ontwerpen en te realiseren. De ideefase vindt meestal plaats aan de keukentafel, de concretiseerfase in een dorpshuis vol met betrokkenen, mogelijke participanten. 3.1 Hoe wil je er naar toe werken? Bij de ideefase is aan bod gekomen waar je naar toe wilt werken, bij de concretiseerfase wordt een aanzet gezet hoe je er naar toe wilt werken. In deze concretiseerfase wordt nog niet gedacht aan de technische, financiële en juridische vraagstukken maar meer aan de organisatie. Hoe zet je het op, en waar moet je bij stil staan. Hoe vul je het proces in van: Verbinden, organiseren en mobiliseren 3.2 Vormen van een projectgroep In de meeste gevallen begint het uitwerken van een lokaal duurzaam energie initiatief bij het vormen van een projectgroep. Dit projectgroep kan bestaan uit de initiatiefnemers van de werkgroep waar het mee begon, maar kan ook deels uit andere nieuwe personen bestaan die hun kennis willen inbrengen. De projectgroep bestaat in de meeste gevallen uit enthousiaste mensen van een dorp, wijk, vereniging, bedrijf enz. Deze projectgroep is de kern voor het opzetten van een concreet initiatief en heeft de leiding over de vormgeving van het initiatief. De participanten binnen een dergelijke projectgroep beschikken bij voorkeur over verschillende eigenschappen, maar hebben ook een aantal dingen gemeen met elkaar, ze: Willem werken aan lokale duurzame energie opwekking Willen dit realiseren met een groep enthousiaste mensen Doen dit voor de lokale gemeenschap en niet om zelfverrijking In het geval van een initiatief met betrekking tot het opzetten van een lokaal duurzame energie coöperatie is een breed palet aan kennis nodig. Bij elke fase van het project wordt specifieke kennis gevraagd, en deze specifieke kennis zal niet altijd in de projectgroep aanwezig zijn. In de projectgroep zullen zoveel mogelijk competenties moeten worden gebundeld Werkgroepen Naast de projectgroep kunnen er nog aparte werkgroepen worden gevormd voor bepaalde onderdelen van het project. Bijvoorbeeld een werkgroep energie opwekking, een werkgroep 17

20 financiering of een werkgroep die de juridische factoren onderzoekt. In een werkgroep is het de bedoeling dat er met een groep personen wordt gewerkt aan één vraagstuk of taak die gezamenlijk wordt onderzocht of volbracht. Het is van belang dat er zoveel mogelijk specifieke kennis van een bepaald onderwerp gebundeld wordt in een werkgroep. In figuur 5 is uitgebeeld dat er meerdere werkgroepen onder een projectgroep kunnen werken, de projectgroep staat boven de werkgroepen en heeft de leiding. Tip: Het binnenhalen van specifieke kennis van bijvoorbeeld een lokale accountant, techneut of bankier kan van grote waarde zijn binnen een project. De Friese milieu federatie en de natuur en milieu federatie Groningen zijn beide ook partners die een meerwaarde kunnen bieden als zij in een vroeg stadium bij een project worden betrokken. Projectgroep Werkgroep Financiering Werkgroep Opwekking Werkgroep Juridische zaken Figuur 5 Projectteam met projectgroepen [5] Aanbeveling: Omdat het gaat om lokale initiatieven is het zaak om de bemensing van het projectgroep en de werkgroepen ook binnen de lokale gemeenschap te werven, dit vergroot de betrokkenheid en samenhorigheid, en hiermee ook het draagvlak Kennisniveau van een projectgroep Elke projectgroep zal bij de start van het initiatief een bijbehorend kennisniveau hebben. De ene groep zal al helemaal thuis zijn in de duurzame energie, terwijl de andere projectgroep nog in de ontdekkingsfase zit en geen idee heeft wat er bij komt kijken om een lokaal initiatief succesvol uit te werken. Om een duurzaam initiatief uit te werken in de vorm van een bedrijf zal elke projectgroep over een bepaald kennisniveau moeten beschikken. We noemen dit het benodigde kennisniveau. Om tot dit benodigde kennisniveau te komen zijn er vier kennisniveaus te doorlopen. Deze kennisniveaus worden aan de hand van de onderstaande figuur 6 geïllustreerd en toegelicht. 18

21 Toepassen Benodigde kennisniveau Analyseren Begrijpen Herinneren Figuur 6 Benodigde kennisniveaus [6] In figuur vier staan vier begrippen weergegeven die stapsgewijs leiden tot het gewenste benodigde kennisniveau. Herinneren: De projectgroep heeft wel eens wat gelezen en gehoord over duurzame energie en heeft hier iets van onthouden, men weet van de recente ontwikkelingen. Begrijpen: Men kent bijvoorbeeld de procedures voor het leveren van stroom aan het net en de vergunningen voor het plaatsen van een duurzame energie bron, en men is op de hoogte van de financiële mogelijkheden en bedrijfsvormen die voor het initiatief toepasbaar zijn. Analyseren: De projectgroep kan redenen en uitleg geven over duurzame energie en samenvatten en onderscheiden. Men kan bijvoorbeeld de verscheidene technieken om duurzame energie op te wekken met elkaar vergelijken en hierbij conclusies trekken. Tevens beschikt de projectgroep over de kennis die nodig is om een organisatie van een lokaal duurzaam energie bedrijf op te zetten, hierbij heeft de projectgroep kennis van o.a. juridische en beleidsmatige vraagstukken. De projectgroep weet wat er van toepassing is op hun intiatief. Toepassen: De projectgroep kan de opgedane kennis toepassen binnen het initiatief/startende bedrijf. Het bovenstaande in kernwoorden geformuleerde benodigde kennisniveau is erg breed. Alle benodigde kennis is vaak niet aanwezig, zeker niet bij startende initiatieven. Startende initiatieven zitten vaak in een leerproces. Het is verstandig zoveel mogelijk kennis binnen je projectgroep of te vormen/reeds gevormde werkgroepen te verkrijgen. In deze fase van een initiatief is er in de meeste gevallen geen geld voor het inhuren van kennis, schroom dan ook niet om lokale bedrijven hierin te betrekken. Zoals al genoemd is de kennis van een lokale accountant, schooldirecteur, bankier of andere ondernemer geen overbodige luxe. 19

22 Tip: De Natuur en Milieufederatie Groningen en de Friese Milieu Federatie organiseren binnen hun projecten op het gebied van duurzame energie nuttige bijeenkomsten, symposia en werkgroepen. Op deze manier faciliteren zij initiatieven. Naast de NMG en de FMF zijn er nog een aantal organisaties die zich bezig houden met kennisdeling en kennisverspreiding, waaronder o.a.: E-decentraal: Hier opgewekt: 3.3 Doelgroep van het initiatief Bij het formuleren van de missie, visie en strategie van het initiatief moet niet uit het oog worden verloren dat het gaat over een lokaal energie initiatief dat werkt binnen een lokale gemeenschap! Dat wil zeggen dat het gaat om de samenwerking van een lokale gemeenschap en dat deze samenwerking ook ten behoeve van de lokale gemeenschap wordt gezocht. Het gaat bij een lokaal duurzaam energie initiatief om een gemeenschap, dat is dan ook de doelgroep waarop je als initiatiefnemers moet richten. De doelgroep zal nauw betrokken moeten worden bij het initiatief, al vanaf het begin. Zij moeten immers deelnemen in het te realiseren bedrijf, hun draagvlak is de fundering van het initiatief. Alvorens er aan de slag wordt gegaan met het creëren van draagvlak zal men de volgende vraag moeten beantwoorden: Hoe zorg je dat er participanten mee willen doen aan een initiatief? Deze vraag zal niet altijd het zelfde antwoord hebben, dit zal ook afhankelijk zijn van de lokale cultuur. Om de verschillende kenmerken en bijbehorende variabelen van een doelgroep te kunnen peilen zal er als eerste een afbakening van de doelgroep plaats moeten vinden. Wie kunnen er participeren in het initiatief? Afbakening van je doelgroep In het geval van een dorpsbelang als initiatiefnemer zal het niet moeilijk zijn om een afbakening van de doelgroep te formuleren. Dan richt men zich hoogstwaarschijnlijk op het gehele dorp en wordt de afbakening geografisch bekeken, zo ook bij een wijk, stad, of provincie. Gaat het om een streek, vereniging of meerdere dorpen dan is deze grens moeilijker vast te stellen. Naast geografische kenmerken kunnen ook andere factoren worden meegenomen in het afbakenen van je doelgroep. Bijvoorbeeld demografische factoren, leeftijd, inkomen. Maar ook eigenwoningbezitters of huurders kunnen een specifieke doelgroep vormen. Een keiharde grens is bij aanvang van het initiatief meestal nog niet vast te stellen. Maar in het kader van het peilen van je doelgroep en in een later stadium het betrekken van die doelgroep doormiddel van het organiseren van bijeenkomsten voor potentiële deelnemers van het lokale energie initiatief, is het nodig in een vroeg stadium na te denken over je doelgroep en keuzes te maken. 20

23 3.3.2 Kenmerken van de doelgroep Om alle kenmerken van de doelgroep te verzamelen zou de DESTEP analyse van pas kunnen komen. Deze analyse brengt de ontwikkelingen van een bepaalde omgeving in kaart. DE STEP staat in dit model voor; Demografische factoren Economische factoren Sociaal-culturele factoren Technologische factoren Ecologische factoren Politieke factoren Demografische factoren De demografie van de lokale gemeenschap is een factor om rekening mee te houden, hierbij kan gedacht worden aan de groei, omvang en samenstelling van de doelgroep. Wonen er veel jonge of juist veel oudere mensen? Hoeveel woonadressen zijn er in de gemeenschap? Wat is het inkomen van de bewoners? Dit zijn zomaar wat vragen die invloed kunnen hebben op de keuzes die er gemaakt moeten worden. Economische kenmerken Bij economische kenmerken komt als eerste de inkomensverdeling aan bod, maar daarnaast kan bij het opzetten van een lokaal duurzaam energie initiatief ook gedacht worden aan lokale ondernemers. Misschien dat deze ondernemers iets kunnen betekenen binnen het initiatief, dit is op verschillende manieren mogelijk. Het betrekken van lokale ondernemers versterkt tevens ook het idee van de korte kringlopen en samenwerkingsverbanden, en kan in een later stadium van het initiatief zorgen voor versteviging van de lokale economie. Wonen er veel jonge starters in de lokale gemeenschap dan zal er goed gekeken moeten worden naar de financiële bijdrage die huishoudens moeten betalen om in de coöperatie mee te participeren. Sociaal-culturele en politieke factoren In de meeste gevallen heeft een lokale doelgroep een geschiedenis. Hoe hecht is de gemeenschap? Bestaat er al een verdeeldheid? Wat vindt de gemeenschap acceptabel of wat gaat hun te ver? Allemaal vragen die veelal al bekend zijn, maar wel degelijk rekening mee moet worden gehouden. Bij politieke factoren zijn dezelfde kenmerken van toepassing. Wat vindt men maatschappelijk verantwoord? En wat zijn de normen en waarden en het beleid? Technische en ecologische factoren Bij de analyse van de doelgroep kunnen de technische en ecologische factoren niet uitgewerkt worden. In een andere context worden de technische en ecologische factoren van duurzame energie opwekking in een later stadium in de ontwerp- en realisatiefase behandeld Wensen van de doelgroep Voor het creëren van draagvlak is het van belang om in te spelen op de wensen van de doelgroep. Is er al een voorkeur te proeven voor een bepaalde manier van duurzame energie 21

24 opwekking? Of is er al bekend wat je doelgroep juist niet wil? Om de kans van slagen van het initiatief te verhogen is het belangrijk ook de wensen van je doelgroep mee te nemen in de besluitvorming. Het peilen van de doelgroep zou gedaan kunnen worden doormiddel van het afnemen van een enquête. Hiermee kan het initiatief geïntroduceerd worden en de projectgroep kan doormiddel van de juiste vragen te stellen veel informatie binnenhalen voor het project. Deze informatie van de doelgroep is van belang om het initiatief succesvol uit te werken. Tevens biedt dit de kans om te checken of de missie,visie, strategie en doelstellingen van het initiatief aansluiten op de behoeften van de doelgroep. Voor elk initiatief zal de enquête en vragenlijst weer anders van samenstelling zijn. Het projectgroep is uitermate geschikt om deze enquête op te stellen, zij hebben de meeste feeling met de doelgroep en kunnen het beste inschatten welke vragen gesteld kunnen/ moeten worden. De Natuur en Milieufederatie Groningen en de Friese Milieu Federatie hebben ervaring met het samenstellen van enquêtes en kunnen dit samen met eventueel hoge-of middelbare scholen op maat voor u als initiatief aanleveren. 3.4 Kiezen van project partners Binnen een project zijn partners nodig. Het zoeken van je partners is een belangrijke stap, goede partners kunnen een meerwaarde hebben binnen een project. Binnen het project zal het gaan om lokale energie opwekking, een korte keten. Hoe mooi zou het zijn als ook de projectpartners uit een lokale keten kunnen worden gezocht. Lokale ondernemers kunnen met elkaar een project realiseren. Niet een aanbesteding bij 20 ondernemers maar een goed gesprek met 1 ondernemer. De bereidheid van de ondernemer om mee te denken en te kijken naar de meest efficiënte realisatie van het project is hierbij vele malen groter. Daarnaast is het voor de participanten een vertrouwd gezicht, dit geeft vertrouwen. En vertrouwen is hetgeen waar je in een project naar op zoek bent. Tip: Het is verstandig om al in het begin stadium van een initiatief contact te zoeken moet bepaalde partners en deze bij de projectvorming te betrekken. Vooral een bank of een accountant kunnen in een vroeg stadium al meedenken en financieringsconstructies aandragen. De Drentse natuur en Milieufederatie heeft in het persoon van J. Wolkorte onderzoek gedaan naar de kansen van lokaal duurzame energiebedrijven. Een visie op de rol (len) van de Natuur en Milieufederatie Drenthe in het stimuleren en ondersteunen van lokale energiebedrijven in Drenthe. Uit de bevindingen van het onderzoek kunnen enkele interessante conclusies worden meegenomen omtrent het betrekken van stakeholders bij je initiatief. Middels een stakeholder matrix en de conclusie die hieruit kan worden getrokken heeft J. Wolkorte in kaart gebracht 22

25 welke partijen invloed hebben op de slagingskans van een initiatief. Op figuur 7 is te zien welke stakeholders zijn meegenomen in het onderzoek, en het onderstaande citaat uit het onderzoeksrapport van J. Wolkorte omvat de conclusies die uit de stakeholdermatrix getrokken zijn. Figuur 7 Betrokken stakeholders bij stimuleren van lokale duurzame energie bedrijven [7] Citaat uit het onderzoeksrapport: Conclusie stakeholdermatrix Uit de stakeholderanalyse komen vijf belangrijke partijen naar voren: de lokale overheid, energieleveranciers, banken, andere lokale duurzame energiebedrijven en netwerkorganisaties. De lokale overheid is voor de lokale duurzame energiebedrijven een logische partij die in een vroeg stadium wordt benaderd. Zij ondersteunt de initiatieven zowel faciliterend als financieel. Ook wordt de overheid gezien als een belangrijke partner in het verkrijgen van draagvlak voor dit soort initiatieven. Energieleveranciers en banken hebben een relatief grote invloed op het slagen van het lokale energiebedrijf. Deze partijen hebben echter momenteel geen direct belang in het stimuleren van dit type initiatieven. Wanneer zij zich meer openstellen, wordt voor de initiatieven een aantal drempels weggenomen. De netwerkorganisaties en andere initiatieven zijn belangrijk voor het krijgen van draagvlak onder het algemene publiek, bij de (landelijke) overheid en bij potentiële partners. Zij zijn ambassadeurs van lokale energieopwekking. Hun successen worden gedeeld om te laten zien dat het werkt. Het netwerk en het draagvlak dragen bij aan de landelijk lobby richting politiek, onder andere rondom de salderingsregeling. De initiatieven zijn belangrijk voor elkaar om van elkaar te leren en waar mogelijk samen te werken. 23

26 Uit het citaat van J. Wolkorte kunnen we concluderen dat het verstandig is om de stakeholders genoemd in figuur 7 in een vroeg stadium bij het initiatief te betrekken. Dit zal de slagingskans van het initiatief vergroten. 24

27 4. Campagne opzet Bij een lokaal duurzaam energie bedrijf is het van belang dat participanten mee willen doen aan het initiatief. Met behulp van een campagne moeten mensen enthousiast worden gemaakt en overtuigd worden van het initiatief zodat ze mee willen participeren. De belangrijkste vraag van participanten zal zijn: Wat zit er voor mij in als ik mee doe? 4.2 Hoe creëer je draagvlak In veel gevallen komt een lokaal initiatief voort uit verliesaversie, dit principe is aangetoond door psychologische onderzoeken: Mensen verliezen de grip op hun energierekening. Verliesaversie komt erop neer dat verlies bij mensen gemiddeld twee tot tweeënhalf keer zo hard aankomt als winst. Anders gezegd: het verdriet wanneer we een briefje van 50 euro kwijtraken is ruim twee keer zo groot als de vreugde bij het onverwacht vinden van zo'n biljet. Met lokale duurzame energie opwekking is het mogelijk om je energierekening weer deels of geheel in eigen hand te hebben. Er moet voor de participanten een gezamenlijk belang zijn. Formuleer dit gezamenlijk belang en communiceer dit duidelijk naar je doelgroep. In de meeste gevallen roept verandering ook weerstand op. Hoe buig je deze weerstand om in draagvlak? Voor het creëren van draagvlak is het belangrijk om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Je doelgroep moet achter het initiatief en de doelen gaan staan. Het moeten ook hun initiatief en hun doelen worden! Do s Gooi de maatregelen of plannen niet zomaar ineens op tafel, maar geef mensen de kans er even aan te wennen. Onderhandel met je doelgroep, zodat zij het gevoel heeft er ook deel van uit te maken. Laat mensen meedenken. Monitoor gaandeweg het initiatief/project het draagvlak van je doelgroep, zo kun je uiteindelijk goed bepalen of je voldoende draagvlak hebt gecreëerd. Tip: Een groep tegenstanders zal ook altijd blijven bestaan. Richt u op de middengroep, met ondersteuning van de voorstanders van het eerste uur. Don ts Laat je niet weerhouden door een paar negatieve reacties; sommige mensen zullen zich pas aanpassen als het echt niet anders kan. Denk niet dat je het zelf allemaal het beste weet: dé manier om draagvlak te creëren is ervoor te zorgen dat je zorgvuldig omgaat met gegeven feedback. 25

28 Het is dus belangrijk om samen met je doelgroep je missie,visie en strategie terug te koppelen. Betrek je doelgroep zoveel mogelijk bij het initiatief en informeer waar nodig in elke fase van het initiatief. Dit vergroot de betrokkenheid en hiermee vaak ook het draagvlak voor het initiatief, en dat draagvlak is zo ontzettend belangrijk voor de kans van slagen van het initiatief. Je kunt op verschillende manieren draagvlak creëren, punten die aan bod kunnen komen zijn: Duidelijk communiceren en informeren (communicatieplan) Samen brainstormen, laten meedenken Rekening houden met belangen Informatie inwinnen Feedback vragen Benadering van de doelgroep Om de doelgroep op de juiste manier te benaderen en te betrekken bij het initiatief en voor te lichten is het van belang dat je hierbij rekening houdt met de kenmerken van de doelgroep. Daarnaast is het van belang dat je inspeelt op het kennisniveau van je doelgroep. Voor het gemak valt het kennisniveau van de doelgroep in te delen in drie niveaus: 1) De doelgroep weet weinig tot niets van het onderwerp lokale energie opwekking. 2) De doelgroep is op de hoogte van de ontwikkelingen en mogelijkheden. 3) De doelgroep heeft al een duidelijke voorkeur wat betreft duurzame energie opwekking. In het geval van het eerste niveau wanneer de doelgroep weinig tot niets afweet van het onderwerp is het zaak om de doelgroep te introduceren met het onderwerp (lokale energie opwekking). Dit kan door een breed georiënteerde voorlichting te houden die een breed publiek aanspreekt en waarbij geen keuzes of beslissingen worden genomen. Het is de bedoeling dat het thema lokale duurzaamheid gaat leven binnen de doelgroep, en dat er over gepraat en nagedacht wordt. In het geval van het tweede niveau is het overgrote deel van de doelgroep op de hoogte van de ontwikkelingen en mogelijkheden die lokale energie opwekking met zich mee brengt. Een introducerende presentatie heeft hier weinig meerwaarde en zal de doelgroep niet enthousiasmeren. Het aankaarten van succesvolle alreeds gerealiseerde initiatieven is hierbij veel toepasselijker, dit verduidelijkt de beeldvorming van hoe het kan. In de vorm van voorlichting kan er ook op een speelse manier worden gevraagd om een voorkeur voor een bepaald initiatief, of bepaalde manier van energie opwekking. Op deze manier wordt er toegewerkt naar niveau drie, een voorkeur. (zie figuur 8) Bij het derde niveau heeft de doelgroep al een duidelijk beeld van de ontwikkelingen en mogelijkheden voor duurzame energieopwekking, en heeft men ook al een duidelijke voorkeur. Voorlichting over hoe een dergelijk initiatief uitgewerkt kan worden in de vorm van een coöperatie of andere organisatievorm komt hier al naar voren. Tijdens de 26

29 voorlichtingen moeten de mogelijke participanten overtuigd worden van de voordelen die een lokaal energie bedrijf kan geven. Bijvoorbeeld: De energieprijs is voor een x aantal jaar stabiel. De rendementen kunnen naar de lokale gemeenschap terugvloeien. De participanten kunnen rente krijgen op hun geïnvesteerde geld. Pv Biomassa Voorkeur Wind Overige mogelijke initiatieven Figuur 8 Voorkeur opwekkingsbron Naast de voordelen moet er tijdens de voorlichting ook aandacht besteed worden aan het opzetten van een lokaal energie initiatief, de structuur van de organisatie en de bijbehorende procedures. Dit geeft de mogelijke participanten een goed overall beeld van de ins and outs van het traject van pril initiatief tot succesvolle exploitatie. Omdat er veel informatie wordt gegeven is het ook van belang dat mogelijke participanten hun mening kunnen geven en vragen kunnen stellen, dit kan gerealiseerd worden in de vorm van één of meerdere inspreekavonden. Zoals al vermeld hebben de Friese Milieu Federatie en Natuur en Milieufederatie Groningen al ervaring met het begeleiden van initiatieven. Door de ervaring heeft men veel kennis opgedaan en documenten verzameld die van pas kunnen komen in de concretiseerfase en bij het creëren van draagvlak. De FMF en NMG kunnen hierin advies geven partijen met elkaar verbinden en voorbeelden aandragen. Ook staan zij open voor het geven van een introducerende presentatie over lokale duurzame energie coöperaties. 27

30 5. Onderzoeksfase Idee Concretiseer Onderzoek Ontwerp Realisatie Nazorg Nadat er draagvlak gerealiseerd is en alle betrokkenen hun wensen en argumenten konden inbrengen en er in veel gevallen al een voorkeur is ontstaan, moet er onderzoek worden gedaan. Onderzoek naar de werkelijke, realistische mogelijkheden voor het initiatief, wat kan en wat kan er niet. In wat voor project kan het initiatief worden gegoten? Een definitieve keuze voor een project maken is niet makkelijk. Elk project heeft zijn voor en tegens. Om te komen tot een projectkeuze zullen er dus afwegingen moeten worden gemaakt en knopen moeten worden doorgehakt. Om hierbij een juiste keuze in te maken moet er onderzoek worden gedaan. Wat is het beleid t.o.v. duurzame energie opwekking? Welke energiebronnen voorzien voorzien in onze behoeften? Wat voor gevolgen geeft dit op het landschap? Met welke juridische vorm gaan we werken? Enz. Bij het opzetten van een duurzaam energie initiatief kan het gaan over het inkopen of opwekken van energie, of een combinatie van beide. In dit stappenplan zal voornamelijk worden ingegaan op de momenteel kansrijke opwekkingsmogelijkheden, het beleid en wet- en regelgeving die hierop van toepassing is. Ook zullen de mogelijke bedrijfsvormen waarbinnen een initiatief kan worden gerealiseerd geanalyseerd worden. 5.1 Waarmee realiseer je de gestelde doelen? Als het gaat om het realiseren van de gestelde doelen dan kan dat per initiatief erg verschillen. Sommige doelen kunnen doormiddel van besparen worden bereikt, andere pas door het realiseren van een energiebedrijf Trias energetica Wat niet vergeten moet worden is dat er naast het opwekken van energie ook kan worden ingezet op energiebesparing en het zuinig gebruik van fossiele brandstoffen. Dit wordt samen met energie opwekking ook wel de trias energetica genoemd. Het principe van de trias energetica werkt volgens de volgende drie stappen: Figuur 9 Trias energetica [9] 28

31 Stap 1: Minimaliseer het energieverbruik De eerste stap om te komen tot duurzaamheid is het minimaliseren van het energieverbruik. Dit is vaak ook de best renderende stap. Door energie te besparen valt er heel veel te winnen. Hierbij past de uitspraak: De meest duurzame energie is energie die je niet gebruikt. Hieronder valt onder andere: Isoleren en elektriciteit besparen, deze stap zou ook bij lokaal duurzame energie initiatieven aandacht moeten krijgen. Figuur 10 Minimaliseren energieverbruik [10] Stap 2: Gebruik duurzame energie(opwekking) Het energiegebruik dat na de besparing overblijft en waarop niet verder bespaard kan worden moet zoveel als mogelijk duurzaam opgewekt worden. Hierbij kan worden ingezet op bijvoorbeeld opwekking van elektriciteit met zonnepanelen, maar ook het opwekken van warmte kan hierbij aan bod komen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het verwarmen van een zwembad met een kachel gestookt op biomassa. Stap 3: Efficiënt gebruik van fossiele brandstof Het mogelijke restverbruik dat overblijft na stap 1 en 2 kan door efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen worden opgewekt zoals: aardolie, gas en kolen. Hierbij moet gekozen worden voor de minst belastende methode wat betreft de uitstoot van broeikasgassen. Zo is een gasgestookte energiecentrale minder belastend voor het milieu dan een kolengestookte energie centrale. Tip: Waarom zou je energie opwekken die je ook kunt besparen? Er kan dus ook als eerste worden ingezet op energie besparing, vergeet dit niet! 5.2 Welke schaalgrootte kies je? Zoals al vermeld zijn er meerdere wegen die leiden tot realisatie van de gestelde doelen van een initiatief. Er kan bijvoorbeeld worden ingezet op het besparen van energie of het opwekken van energie. Dit besparen en opwekken kan afhankelijk van het initiatief en haar ambities op verschillende niveaus, namelijk: Particulier Collectief Bedrijfsmatige 29

32 Tevens is het mogelijk om van het ene naar het andere niveau door te groeien. Voorbeeld: Een initiatief zou particulier kunnen starten, zich kunnen verenigen in een vereniging, en eventueel kunnen doorgroeien naar een coöperatie. Daarnaast kunnen verenigingen en coöperaties ook een bv aanhaken voor bijvoorbeeld een groot project met redelijk hoge risico s Particulier Het is alom bekend wat je als particulier allemaal kunt doen met betrekking tot het opwekken en besparen van energie. Dit varieert van relatief grote investeringen (zonnepanelen) tot kleine investeringen (led lamp). Alle beetjes helpen, laat 1000 bloemen bloeien Collectief Collectief wil zeggen: met een groep mensen, een groep mensen die zich verenigd. Op het gebied van duurzame energie is het collectief inkopen een hot item. Het collectief inkopen van duurzame energie of duurzame artikelen komt voort uit de vraag van leveranciers. Leveranciers zijn geïnteresseerd in grotere groepen klanten en hebben hier in vele gevallen iets voor over. Bijvoorbeeld een goede service of een korting. Veelal verenigen particulieren zich om te profiteren van deze kortingen. Het principe van collectief inkopen is in dit geval niks anders dan gezamenlijk inkopen voor een scherpe prijs, hierbij kan het gaan om de inkoop van elektriciteit en gas, maar ook de inkoop van ledlampen en zonnepanelen behoren hiertoe. Het collectief inkopen kan op verschillende schaalniveaus. Als het gaat om het collectief inkopen van energie of het verhandelen van eigen geproduceerde energie dan is het verstandig om dit onder te brengen in een bedrijfsmatige organisatie. Een bedrijfsmatige organisatie kan namelijk de bijbehorende risico s dragen en hiermee service en betrouwbaarheid creëren Bedrijfsmatige organisatie Naast het al genoemde argument dat een bedrijfsmatige organisatie de risico s van een groot initiatief beter kan dragen, zijn er ook andere redenen om een initiatief bedrijfsmatig op te pakken: Simpelweg om er geld aan te verdienen Het kan zijn dat de schaalgrote van een (bestaand) initiatief een dergelijke omvang gaat aannemen dat de risico s te hoog worden en professionalisering nodig is. Bijvoorbeeld doordat een (bestaand) initiatief aan de slag wil met het leveren en/of het verhandelen van elektriciteit en/of gas Het verkrijgen van draagvlak en in een later stadium financiering van het initiatief kan doormiddel van een bedrijfsmatige organisatie in vele gevallen sneller worden verkregen, doordat de stakeholders meer vertrouwen in het initiatief hebben. De bedrijfsmatige aanpak is in deze gevallen nodig om risico s te minimaliseren, draagvlak te creëren en bijvoorbeeld financiering te krijgen. Om een initiatief bedrijfsmatig aan te pakken zal er voor een bedrijfsvorm moeten worden gekozen, deze bedrijfsvormen zullen in hoofdstuk negen van het stappenplan worden geanalyseerd en toegelicht. 30

33 6. Duurzame energiebronnen Uit het scala aan duurzame energiebronnen kan een selectie gemaakt worden op geschiktheid voor lokale duurzame energie initiatieven. In de volgende paragrafen worden de volgende energiebronnen nader toegelicht op techniek en kosten: Windenergie groot/klein (solitair of in een windpark/cluster) Zonne-energie (Thermisch en PV) Grond en aardwarmte Biomassa Waterenergie 6.1 Windenergie Op grond van de geografische ligging van de provincie Groningen en Friesland is windenergie erg kansrijk. Langs de kustreken is er een gemiddelde windsnelheid van 5 tot 6,5 meter per seconde (gemeten op 10 meter hoogte). Op het gebied van windenergie zijn er drie soorten te onderscheiden, de kleine windturbines, de grote windturbines en de offshore windturbines Kleine windturbines Over het algemeen wordt de volgende definitie van kleine windturbines gebruikt: Windturbines met een rotordiameter tot 15 meter met maximaal een vermogen van 50kW Betrouwbare informatie over kleine windmolens was er weinig, om hier verandering in te brengen zijn enkele partijen in Zeeland in 2005 een project gestart. Tijdens dit project hebben zij de opbrengst van tien kleine windturbines gemeten over een tijdsbestek van het jaar 2007 tot en met Uit dit onderzoek valt op te merken dat er een grote variatie zit in de elektriciteit opbrengst van de kleine windturbines. De opbrengsten van de onderzochte kleine windturbines variëren van 200 tot 3000 kwh per jaar. De kosten van deze turbines liggen tussen de en euro. Hierbij valt op te merken dat de Montana met de hoogste opbrengst per jaar (3063 kwh) ,07 euro kost. De Montana heeft een vermogen van 5.8 kw bij een windsnelheid van 17 meter per seconde. Als men uitgaat van de huidige stroomprijs (23 cent voor particulier) betaald men voor 3063 kwh 700 euro per jaar. Er van uitgaande dat de Montana 25 jaar (zonder extra kosten) 3000 kwh kan opwekken voor ,07 euro is het nog altijd goedkopen om 25 jaar lang stroom te kopen bij een energieleverancier tegen een prijs van 23 cent. Immers 700 maal 25 is euro. Uitgaande van stijgende energieprijzen kan het echter interessant worden. Bij een stroomprijs van 30 cent zou het makkelijk uit kunnen om de Montana aan te schaffen en er ook nog onderhoud aan te plegen, of afschrijvingen te doen. Testrapport kleine windturbines: 31

34 6.1.2 Grote windturbines De grote windturbines op land hebben een vermogen van 75 kw tot ongeveer 7.5 MW ( kw). Ter indicatie: Een turbine van 3 MW heeft een gemiddelde opbrengst van ommenabij 6.6 miljoen kwh. Een opbrengst waarmee 2000 huishoudens kunnen worden voorzien van elektriciteit. Gerekend met een gemiddeld verbruik van 3300 kwh per jaar per huishouden. Een turbine van 7.5 MW heeft een geschatte opbrengst van ommenabij 22 miljoen kwh. Een opbrengst waarmee 6666 huishoudens kunnen worden voorzien van elektriciteit. Gerekend met een gemiddeld verbruik van 3300 kwh per jaar per huishouden. Voor de beeldvorming is op onderstaande figuur 11 een type lagerwey turbine met zijn typerende twee wieken te zien, deze turbine heeft een vermogen van 75 kw en is gebouwd in De techniek is sindsdien verbeterd, de opbrengsten zijn hierdoor gestegen waardoor de windturbines op land anno 2012 een vermogen kunnen hebben van rond de 3000 tot 5000 kw. Figuur 11 Lagerwey turbine [11] Figuur 12 Afmetingen turbines door de jaren heen [12] Zoals te zien is op figuur 12 zijn de turbines met de jaren ook enorm in hoogte en rotor diameter gegroeid. In het segment van turbines tussen de 50 kw en 1000 kw (de relatief kleinere) is weinig aanbod en interesse, terwijl ook deze turbines waardevol kunnen zijn doordat zij minder prominent in het landschap aanwezig zijn. Kostprijs per kwh De kostprijs van windenergie op land is ongeveer 0,05 tot 0,07 euro (2012) per kwh afhankelijk van de windomstandigheden en het ontwerp van de turbine. De grootste kostenpost voor het realiseren van windenergie zijn de financieringskosten. Financiering doormiddel van leden van een coöperatie die investeren in de windenergie is de kostprijs te verlagen. De 32

35 kostprijs zou met een dergelijke financieringsconstructie uit kunnen komen op 0,02 tot 0,05 euro per kwh Offshore windturbines De offshore windturbines zijn er tot 10 MW ( kw). Offshore windturbines hebben een hogere opbrengst dan onshore windturbines. Het theoretische maximale rendement van een windturbine is 59 procent. Bij windturbines op land ligt het gemiddeld tussen de 18 en 30 procent afhankelijk van de windomstandigheden en het ontwerp van de turbine, bij offshore windturbines ligt dit op 40 procent en bij de moderne offshore turbines nadert het de max van 59 procent. Kostprijs per kwh De productiekosten van offshore windenergie liggen anno 2012 op 0,14 euro per kwh, verwacht wordt dat deze prijs in 2020 is gezakt naar 0,10 euro per kwh. (Brits onderzoek Crown Estate) Conclusie windenergie Kleine windturbines kunnen niet concurreren met de grote windturbines wat betreft kostprijs per kwh. Wel kan het meedragen aan verduurzaming van de kleine energie verbruikers. Met een stijgende energieprijs in het achterhoofd zal het in de toekomst ook een rendabele investering worden. Grote windturbines en offshore windturbines hebben een lage kostprijs per kwh. Dit geeft dat grote windturbines en offshore windturbines naast dat ze duurzaam energie opwekken ook een relatief hoog financieel rendement hebben. Anno 2012 ligt dit rendement hoger dan het rente percentage dat banken geven op een spaarrekening, dit is een leuk bijkomend voordeel waar je veel leuke dingen mee zou kunt doen. De kosten voor het realiseren van een windturbine park of een solitaire windturbine zijn hoog. Voor lokale initiatieven die graag duurzame energie willen opwekken doormiddel van windenergie is het dus zaak om massa te creëren zodat er veel kapitaal verzameld wordt. Tevens is het in veel gevallen mogelijk om aan te haken bij andere initiatieven en mee te participeren in een ander zijn plannen/projecten. Weblinks windenergie Nederlandse wind energie associatie; Windenergie Nederland; Europese wind energie associatie; Zuidenwind coöperatie voor windenergie; 33

36 6.2 Zonne-energie Gemiddeld hebben we in het Noorden van het land 1500 tot 1700 zonuren per jaar. Dit is niet zoveel als in de regionen langs de Middellandse zee (2000 tot 3000 zonuren), maar wat zou het toch zonde zijn als we er geen gebruik maken van deze gratis energie. Binnen de bron zonne-energie vallen twee opwekkingsmogelijkheden te onderscheiden, te weten: PV-systemen Zonnecollectoren PV-systemen Bij PV-systemen wordt doormiddel van zonnepanelen zonne-energie omgezet in elektriciteit. Er bestaan drie soorten zonnepanelen die elk een kenmerkende kleur hebben. Er zijn: Zwarte zonnepanelen Bruine zonnepanelen Blauwe zonnepanelen. De kleur komt overeen met het soort silicium dat gebruikt wordt in de zonnecellen waaruit de zonnepanelen zijn opgebouwd. Zwarte zonnepanelen komen overeen met monokristallijne zonnepanelen, blauwe zonnepanelen met polykristallijne zonnepanelen en bruine zonnepanelen met armorfe zonnepanelen. Opbrengst De zwarte zonnepanelen bestaan dus uit monokristallijne silicium. Bij zwarte zonnepanelen wordt gebruik gemaakt van 1 kristal (mono). Dit zorgt ervoor dat zwarte zonnepanelen het hoogste rendement hebben. Het rendement van zwarte zonnepanelen ligt tussen de 12 en 16 procent terwijl dat van blauwe zonnepanelen waarbij de zonnecellen gegoten zijn uit meerdere kristallen, een iets lager rendement hebben dat gelegen is tussen 10 en 14%. Bruine zonnepanelen hebben een rendement tussen 5 en 7 procent. De opbrengst van een zonnepaneel wordt veelal weergegeven in Watt piek. Watt piek is het gemiddelde geleverde vermogen van een zonnepaneel getest onder gemiddelde omstandigheden. De opbrengst van een zonnepaneel afhankelijk van het type paneel zit tussen de 180 en 240 Watt piek per paneel. 1 watt piek staat voor ongeveer 0,80 tot 0,90 kwh afhankelijk van de omstandigheden. In vele gevallen wordt gerekend met een factor 0,85. Ondanks de lagere opbrengst komen blauwe zonnepanelen vaker voor dan zwarte zonnepanelen, dit omdat zwarte zonnepanelen een stuk duurder zijn en de extra investering niet altijd opweegt tegen de geringe rendementsverhoging. Dit betekend niet dat zwarte zonnepanelen niet hun nut hebben. De keuze tussen zwarte of blauwe zonnepanelen moet van situatie tot situatie bekeken worden. De ligging van het huis, het klimaat en de beschikbare hoeveelheid zonlicht en daglicht zijn hierbij variabelen. Daarnaast speelt persoonlijke smaak een rol, zwarte panelen worden gekozen doordat ze mooier en stijlvoller zijn. De zwarte panelen vallen tevens in sommige gevallen minder op dan de blauwe en bruine. 34

37 De ontwikkeling van panelen gaat alsmaar door, groene en rode design panelen zijn al in de maak. Door architecten wordt deze evolutie in de markt van zonnepanelen warm onthaald. Het oog wil immers ook wel wat, esthetiek en vormgeving zijn niet meer weg te denken uit de projectbouw. Ook zijn er berichten dat een rendement van 40 tot 70% in de nabije toekomst behaald kan worden. Kosten De kosten per Watt piek bedragen tussen de 1.50 en 2.00 inclusief btw en exclusief montage en installatie (juni 2012). De prijs wordt met name bepaald door de omvang van de afname, hier loont het om collectief in te kopen. Rekening houdend met het mogelijk vervangen van de omvormer tussen de 10 en 15 jaar komt de terugverdientijd te liggen tussen de 6 tot 15 jaar afhankelijk van de opbrengst, aanschafkosten, energieprijs enz. De kostprijs per kwh die in een doorgerekende casus wordt gehanteerd bedraagt 10 cent per kwh Zonnecollectoren Een zonnecollector is een apparaat dat zonne-energie omzet in warmte. Deze warmte kan gebruikt worden voor het verwarmen van ruimtes of tapwater, daar naast is het op grotere schaal in te zetten om in de zomer grondwater te verwarmen, in de winter kan die warmte dan doormiddel van een warmtepomp benut worden. Er zijn vele verschillende zonnecollectoren, voor de decentrale opwekking worden vooral de vlakkeplaatcollector en de vacuümbuizen met reflector gebruikt. De kosten van een zonnecollector liggen tussen de 2000 en 5000 euro inclusief installatie. Afhankelijk van het comfort en grootte die je wilt hebben zal de prijs variëren. De terugverdientijd ligt tussen de 8 en 12 jaar met de huidige gasprijs (2012), er van uitgaande dat de prijs voor gas zal stijgen zal de terugverdientijd dalen. Een positieve ontwikkeling Hybride pv panelen De zogenaamde hybride panelen leveren zowel stroom als warm water. Deze combinatie zorgt voor een optimale koeling en mede daardoor voor een verhoogd rendement. Bijkomend voordeel is dat de panelen in de winter sneeuw en ijsvrij blijven Conclusie zonne-energie Zonne-energie heeft het voordeel dat het zowel op kleinere als grotere schaal kan worden toegepast, ook een individu kan betaalbaar met zonne-energie aan de slag. De kosten van elektriciteit uit zonnepanelen, 11 cent per kwh (panelen die 25 jaar mee gaan, na jaar een nieuwe omvormer) zijn betrekkelijk lager dan de huidige energieprijs voor particulieren (23cent per kwh). Zonne-energie heeft net als windenergie het bijkomend voordeel dat het een investering is met een hoog financieel rendement.naast het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen is ook het verkrijgen van warmte met zonnecollectoren aantrekkelijk. De verwachting is dat de gasprijs zal stijgen, de terugverdientijd van 8 tot 12 jaar zal dus nog verder dalen alhoewel het nu ook al aantrekkelijk is om in zonnecollectoren te investeren. 35

38 6.3 Grond en aardwarmte Als initiatief zijn er in Nederland drie mogelijkheden om met aardwarmte aan de slag te gaan, namelijk: Warmte en koudeopslag Diepe aardwarmte Ultradiepe aardwarmte Warmte en koude opslag Warmte koude opslag is een vorm van energie opslag in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen, woningen, kassen en processen te verwarmen en/of te koelen. Bij de koude opslag wordt winterkoude gebruikt voor koeling in de zomer. En warmte uit de zomer wordt opgeslagen voor verwarmen in de winter. Dit kan ook weer op verschillende manieren. Bij de open systemen bij warmte en koude opslag wordt grondwater uit de bodem als energiedrager gebruikt voor koelen of verwarmen, dit kan zich in een watervoerend pakket van 20 tot 300 meter diepte bevinden. Daarnaast zijn er nog de koude warmte systemen die aan het oppervlak liggen (gegraven buffers), deze worden doormiddel van de zon verwarmd en het aardoppervlak gekoeld en verwarmd. Voorbeeld hiervan is de aardwarmtekorf figuur13. De prijs van de systemen varieert per systeem. Er zijn systemen vanaf euro (oppervlakte buffers) tot een half miljoen of miljoen euro (diepere en/of meerdere putten). Figuur 13 Aardwarmte korven in de bodem [13] Diepe en ultradiepe aardwarmte Diepe en ultradiepe warmte is een warmtestroom die ontstaat door het grote temperatuur verschil tussen de binnenste en de buitenste laag van de aarde. 99% van de aarde is warmer dan 1000 graden Celsius en van de overige 1% is nog een 99% warmer dan 100 graden Celsius. 36

39 Op sommige plaatsen komt aardwarmte sterk geconcentreerd naar het oppervlak, deze gebieden worden wel hoogenthalpievindplaatsen genoemd. In deze gebieden is op enkele meters diepte al water te vinden dat honderden graden warm is, hier kan doormiddel van stoom elektriciteit worden opgewekt. In Nederland komen deze gebieden niet voor. In Nederland hebben we laagenthalpievindplaatsen, dit betekend dat er diepere boringen nodig zijn om hogere temperaturen te bereiken. Onder het oostelijke deel van Friesland is de temperatuur relatief hoog, 95 graden, dit biedt kansen. Diepe aardwarmte Bij deze warmtewinning wordt warmte gehaald van tussen de 1000 en 3500 meter diepte. Het grondwater is daar tussen de 40 en 100 graden Celsius. Er kan een vermogen worden opgewekt van 4 tot 40 megawatt dat woonwijken en kassen kan verwarmen. Ultradiepe aardwarmte Putten dieper dan 3500 meter kunnen zoveel warmte leveren dat ze een elektriciteitscentrale kunnen voorzien van energie. Dit omdat het water op die diepte meer dan 100 graden Celsius warm is. Er is echter wel een temperatuur van 120 graden Celsius nodig om echt rendement te behalen anders zijn de kosten te hoog. In Nederland zijn nog niet zulke diepe putten maar in Italië en Duitsland draait wel een dergelijke installatie. De aanleg van de putten voor het verkrijgen van aardwarmte zijn duur. Per geboorde meter kost het tussen de 1000 en 1500 euro. Als er geboord moet worden tot op 2000 meter kost dit al snel 2 miljoen euro. Voor een gewone particulier niet te betalen maar voor bedrijven, woonwijken, de industrie en de glastuinbouw is het wel interessant Conclusie grond en aardwarmte Grond en aardwarmte is net als de zonnecollector een manier om warmte op te wekken. Grond en aardwarmte behoeven in de meeste gevallen een veel hogere investering dan een zonnecollector. Warmte en koude opslag is hierbij de meest goedkope manier om de warmte in de bodem te gebruiken. Naast deze warmte en koude opslag is er ook nog de diepe en ultradiepe aardwarmte, deze bronnen vergen een dermate hoge investering dat het voor lokale initiatieven onhaalbaar zal zijn. Voor deze aardwarmte zullen er complete warmtenetwerken moeten worden aangelegd, hier komt men al snel uit op projecten die op provinciaal of rijksniveau worden uitgevoerd. Wel moet er gemeld worden dat er ondanks de hoge kosten kansen bestaan om deze warmte rendabel te benutten. Weblinks Aardwarmte Aardwarmte kaarten TNO: Aardwarmte voor particulier; Aardwarmte Den Haag; Aardwarmteproject; Milieucentraal; 37

40 6.4 Biomassa Biomassa is een verzamelnaam voor biologisch materiaal. Deze biomassa, of het nou afval is of niet heeft een bepaalde waarde die kan worden omgezet in energie. Het potentieel aan opwekking van elektriciteit en warmte uit biomassa is groot. Realisatie daarvan is essentieel voor het behalen van de duurzame energiedoelstelling Twee soorten biomassa Biomassa is te onderscheiden op basis van het vochtgehalte. Het vochtgehalte heeft een nauwe samenhang met de wijze van opslag en verwerking en het uiteindelijke nut van het product. Droge biomassa: Droge biomassa bestaat uit allerlei gedroogde organische afvalstoffen. Denk hierbij aan gedroogde houtpellets, zaagsel en allerlei vormen van GFT-afval. Droge biomassa wordt meestal verbrand in speciaal daarvoor ingerichte centrales of gebruikt als mengstof om kolencentrales te verduurzamen. Natte biomassa: Natte biomassa bestaat uit vochtig organisch materiaal. Hierbij valt te denken aan mest, vers GFT afval en rioolslib. Natte biomassa kan gedroogd worden tot brandbare biomassa, maar kan ook vergist worden om biogas of bio-ethanol te verkrijgen Kansen Fossiele brandstoffen zoals gas en kolen zijn goedkoper. Maar er zijn kansen voor biomassa. Het gebruik van vrijgekomen biomassa die wordt gezien als afvalproduct heeft potentie. Een afvalproduct kan omgezet worden in waarde als men er energie uit haalt. Dit kan op meerdere manieren maar in dit stappenplan gaat het om lokale duurzame energie. Lokale duurzame energie projecten zullen zich voornamelijk concentreren op elektriciteit en warmte. Kleinschalig Er zijn tal van mogelijkheden om op particulier niveau aan de slag te gaan met biomassa en energieopwekking. Pallet kachels en speksteenkachels zijn hier een voorbeeld van. Op figuur 14 is te zien dat een pallet kachel in combinatie met zonnecollectoren zorgt voor de warmte voorziening in het huis in het figuur. Figuur 14 Warmtenet duurzaam huis, zonnecollectoren en palletkachel [14] 38

41 Grootschalig Grootschalige projecten met warmtelevering komen nog altijd moeizaam tot stand. Een mogelijke reden is dat, in tegenstelling tot elektriciteit, warmte niet of nauwelijks gestimuleerd wordt door de overheid. De problematiek rond warmte beperkt zich echter niet alleen tot het al of niet vergoeden van warmte. Ook de warmteafzet mede in relatie tot de relatief hoge kosten van een warmtedistributienet met bijbehorende back-up faciliteiten vormen een probleem bij de grotere systemen. Grotere systemen die zich richten op het produceren van gas of elektriciteit hebben meer kansen. Bij deze systemen is er meer kans op subsidie. De inpassingen op een gasnet of elektriciteitsnet zijn makkelijker te realiseren dan een warmtenet, dit scheelt enorm veel kosten Conclusie biomassa Biomassa is materiaal dat in allerlei soorten voorkomt en voor allerlei toepassingen geschikt is. Het is dan ook moeilijk om aan te geven welke toepassingen allemaal geschikt zijn voor lokale duurzame energie initiatieven. Wel kan vermeld worden dat er momenteel initiatieven zijn met betrekking tot bio- vergistings installaties en kachels die gestookt worden op biomassa. Weblinks Biomassa Milieucentraal; Biomassa gemeente Putten; 6.4 Water-energie Water bedekt 71 % van het aardoppervlak, dit water dat zich in de oceanen zeeën en rivieren bevind is voortdurend in beweging. Hiervan kan gebruik gemaakt worden bij het opwekken van energie (blue energie). De kracht van golven, getijden, stromingen en watervallen kan worden omgezet in elektriciteit. Naast deze bewegingsenergie kan ook energie worden opgewekt met zoet en zout water, als zoet water zout wordt gemaakt komt er energie vrij, ook wel genoemd blue energie. In Noorwegen wordt bijna 100% van de elektriciteitsbehoefte opgewekt doormiddel van waterkracht Conclusie water-energie Energie uit water is de laatste energiebron die behandeld is, het is een energiebron die veelal op grote schaal toepasbaar is. In het buitenland zijn er de waterkrachtcentrales. In Nederland wordt er ingezet op blue energie en getijdenenergie, maar deze technieken bevinden zich nog in het ontwikkelingsstadium, en zijn niet geschikt voor lokale initiatieven. 39

42 De FMF en NMF hebben een groot netwerk met o.a. initiatieven en bedrijven die hulp kunnen bieden bij het onderzoeken van mogelijke projecten en het onderbouwen van mogelijke keuzes. De FMF en NMG verbind een initiatief graag via zijn netwerk met de benodigde partners en staat ook open voor bemiddeling tussen deze partners. Weblinks Blue-energie Wetsus watertechnologie:http://www.wetsus.nl/ Waterkracht duurzame energie bron: EWA energie uit water: 40

43 7. Wet- en regelgeving en beleid Wet- en regelgeving en beleid zijn een belangrijk aspect in de onderzoeksfase van een initiatief. De huidige wet en regelgeving is nog ingesteld op het klassieke model van een centrale energievoorziening, dit zorgt voor wrijving met initiatieven. Initiatieven zijn meestal erg ambitieus, maar wat is er mogelijk, en wat mag er van de Nederlandse of Europese regering, provincie of gemeente? In het geval van de wet- en regelgeving en het beleid zijn er verschillende niveaus te onderscheiden, wel te verstaan: Europees niveau Rijksniveau Provinciaalniveau Gemeentelijk niveau In de hierop volgende paragrafen zal worden aangegeven wat voor wet- en regelgeving en beleid er bij de verschillende niveaus is ondergebracht. In hoofdstuk acht zal worden aangegeven wat dit betekend voor de vijf opwekkingsmogelijkheden: Zonne-energie, windenergie, grond en aardwarmte, biomassa en waterenergie. 7.1 Europees niveau De Europese wet- en regelgeving en beleid is van toepassing op alle aangesloten lidstaten van de EU. De meeste wet- en regelgeving is uitgedrukt in richtlijnen en verordeningen. Verordeningen zijn rechtstreeks toepasbaar, en richtlijnen zijn bedoeld om de wet- en regelgeving en het beleid in alle lidstaten te harmoniseren. Bij richtlijnen zijn de lidstaten vrij om zelf de middelen te kiezen waarmee de doelen worden gerealiseerd Europese wet- en regelgeving Zoals al vermeld bestaat de Europese wet- en regelgeving uit verordeningen en richtlijnen. Hierbij bestaat op het gebied van duurzame energie op de volgende onderwerpen wet en regelgeving: Energie Efficienty Energie Infrastructure Environment Greenhouse Gas Emissions Internal Energie Market Renewable Energie Transport Europees beleid Op het gebied van duurzame energie zijn de regeringsleiders van de EU overeengekomen om een ambitieus klimaatplan (2007) op te starten. Het doel is om minder afhankelijk te worden van energieleveranciers en het broeikaseffect te bestrijden. In het klimaatplan staan de volgende doelen voor het jaar 2020 omschreven: 41

44 Het energieverbruik in de hele EU 20 % terugdringen. De uitstoot van CO 2 met 20 % verminderen Het aantal Europees gebuikte energie dat afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen vergroten tot 20 % Het aandeel biobrandstoffen in de transport verhogen tot 10 % 7.2 Rijksniveau Ongeveer 60 % van de wet- en regelgeving en het Nederlandse beleid is afgeleid van de Europese wet- en regelgeving en beleid. Het komt veelal voort uit de verordeningen en richtlijnen die Europa oplegt aan zijn lidstaten, zo ook aan Nederland Wet- en regelgeving op rijksniveau Initiatieven met betrekking tot duurzame energie kunnen afhankelijk van hun aart met veel Nederlandse wet- en regelgeving in aanraking komen, hieronder is enkele wet- en regelgeving opgesomd: Gaswet Warmtewet Elektriciteitswet Waterwet De fiscale wet en regelgeving Wet ruimtelijke ordening Wet milieubeheer Crisis en herstel wet Milieueffectrapportage Natuurwetgeving Rijkscoördinatieregeling Enz. De opgesomde wet- en regelgeving is een greep uit het totale pakket, er kan naast de genoemde wet- en regelgeving ook andere wet- en regelgeving van toepassing zijn Nederlands beleid De CO 2 uitstoot verminderen en minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, dat zijn de hoofddoelen van het Nederlandse energie beleid. Om dit te bereiken moet Nederland geleidelijk overgaan op schone, hernieuwbare energie. Uitgangspositie van het rijk hierbij is dat de energie voorziening betrouwbaar en betaalbaar blijft. Om dit te verwezenlijken richt de rijksoverheid zich op de volgende punten: Energie en economie Vergroenen belastingstelsel CO 2 arme samenleving Kernenergie Hernieuwbare energie Herziening elektriciteitswet en gaswet 42

45 7.3 Provinciaalniveau Op provinciaal niveau worden regels vastgesteld via provinciale verordeningen of beschikkingen. In de verordeningen staan algemeen geldende regels en in de beschikkingen worden eenmalig aanwijzingen gedaan. De regelgeving op provinciaal niveau mag niet in strijd zijn met de nationale wet- en regelgeving. Met de ingang van een nieuwe nationale wet kan een provinciale beschikking vervallen Regelgeving op provinciaalniveau Provinciale milieuverordening Regelingen en verordeningen m.b.t. subsidie Omgevingsverordening Provinciaal beleid Friesland en Groningen Friesland Met het Frysk miljeuplan ( ), het programmaplan Fryslân geeft energie, het coalitieakkoord en Fryslân fernijt drie geeft Friesland vorm aan het beleid op het gebied van duurzame energie. Windenergie uitsluitend mogelijk in door de provincie aangewezen gebieden. In 2015 moet er 50 MW opgesteld vermogen zonne-energie gerealiseerd zijn. Op het gebied van aardwarmte inspelen op de kansen. De provincie streeft ernaar dat alle vergisters hun groen gas in 2015 leveren aan warmtekrachtinstallaties, het bestaande aardgasnet of pompstations voor het wegverkeer. Eer wordt gewerkt aan een leiding tussen Dokkum en Leeuwarden waar vergisters zich op kunnen aansluiten. Naast de al genoemde energiebronnen zet de provincie actief in op blue energie en het besparen van energie. Groningen Voor het beleid van de provincie Groningen kan verwezen worden naar het provinciaal omgevingsplan dat geldig is van De provincie wil op korte termijn komen tot 750 MW aan windenergie, er is ruimte voor ontwikkelingen van nieuwe plannen op aangewezen locaties. De provincie staat positief tegenover grootschalige toepassing van zonne-energie. Op het gebied van aardwarmte stimuleert men initiatiefnemers. Grootschalige vergisting is mogelijk op bedrijventerreinen, mits het niet concureert met natuurdoelen en de voedselvoorziening. Agrariërs mogen biomassa gebruiken om energie op te wekken, maar dit niet op industriële schaal toepassen. Net als de provincie Friesland staat de provincie Groningen open voor de ontwikkelingen van blue energie. 43

46 7.4 Gemeentelijk niveau De wet- en regelgeving van de gemeente staat vermeld in de verordeningen en reglementen Regelgeving op gemeentelijk niveau Onderstaand enkele verordeningen en reglementen die van toepassing zouden kunnen zijn op een lokaal energie initiatief: Omgevingsvergunning Bestemmingsplan Bouwverordening Gemeentelijk beleid Naast de verordeningen en reglementen hebben gemeenten allemaal eigen beleid met betrekking tot duurzame energie. Het is verstandig de gemeente bij je initiatief te betrekken en zo nodig de mogelijke knelpunten alvorens te tekkelen. 44

47 8. Invloed van wet- en regelgeving en beleid op initiatieven In hoofdstuk acht wordt er kort ingegaan op de invloed van wet- en regelgeving en beleid op het lokaal energie produceren, transporteren en verhandelen. In de eerste paragraaf zal algemene informatie worden verschaft met betrekking tot enkele veel voorkomende onderwerpen. De daarop volgende paragrafen zullen aangeven wat de weten regelgeving en het beleid betekend voor de opwekkingsmogelijkheden die eerder in het stappenplan zijn toegelicht. 8.1 Algemeen In het stappenplan gaat het over lokale energie initiatieven. In de meeste gevallen wordt er energie opgewekt en/of verhandeld. Met dit opwekken of verhandelen van elektriciteit, warmte of gas kom je automatisch in aanraking met enkele vraagstukken. Onderstaand zal er in het kort worden ingegaan op deze onderwerpen Transport Transporten van elektriciteit kan via het netwerk van de netbeheerder of onder bepaalde voorwaarden via een eigen privaat netwerk tussen één of meerdere partijen Salderen Als elektriciteit producent mag je de hoeveelheid ingevoerde elektriciteit verrekenen met de hoeveelheid uitgevoerde elektriciteit zolang de ingevoerde elektriciteit de 5000 kwh niet overtreft. Lever je meer dan 5000 kwh dan moet de afnemer ( het energiebedrijf) hier een redelijke prijs voor betalen, de energiebedrijven zijn hierin concurrent het ene bedrijf geeft een hogere prijs dan de andere. Er wordt zelfs bij sommige bedrijven gesproken over eindeloos salderen Leveren en verhandelen van eigen opgewekte energie Voor levering aan kleinverbruikers (iedereen met een aansluiting van 3*80 A of minder) is een vergunning nodig. Er zijn een aantal uitzonderingen: Er mag zonder vergunning aan kleinverbruikers worden geleverd als zij mede-exploitant zijn van de installatie. Als er een leveringsovereenkomst is met een groep afnemers, waarbij de meerderheid bestaat uit rechtspersonen of afnemers die handelen uit beroep of bedrijf kan er ook geleverd worden aan kleinverbruikers. Er is geen leveringsvergunning nodig voor levering aan een kleinverbruiker als deze dezelfde rechtspersoon is als de producent van de elektriciteit. Levering aan max 15 kleinverbruikers, indien het totaal niet meer dan 0,25 GWh per jaar betreft en wanneer de levering van elektriciteit in het geheel van de onderneming van de leverancier van ondergeschikte betekenis is mag zonder leveringsvergunning. Of als het gaat om een levering va een particulier net, mag ook zonder vergunning. 45

48 8.1.4 Energiebelasting bij levering van elektriciteit Er wordt energiebelasting geheven over de energie die wordt verbruikt, maar er zijn uitzonderingen: Als kleinverbruikers salderen is alleen belasting verschuldigd over het positieven saldo (na saldering) van de via de aansluiting geleverde elektriciteit. Energie opgewekt doormiddel van hernieuwbare energiebronnen of doormiddel van een installatie voor warmtekrachtkoppeling achter de meter is belasting vrij. Wordt het ergens anders geproduceerd en via het net geleverd dan is er wel weer belasting verschuldigd. 8.2 Windenergie De mogelijkheden voor initiatieven om met wind energie aan de slag te gaan zijn in Friesland en Groningen zijn beperkt, maar niet kansloos Grote windturbines In Friesland wil de provincie geen nieuwe solitaire windturbines in het landschap, er zijn enkele toegewezen locaties om clusters te realiseren. Wel te verstaan bij het klaverblad van Heerenveen en de kop van de afsluitdijk. Daarnaast is er nog de mogelijkheid om op zee een windpark te realiseren. Voor Groningen geld een iets ruimer beleid. De provincie Groningen zet in op parken in de Eemshaven, Delfzijl, langs de N33 en op zee. Daarnaast heeft de provincie zoekruimte gereserveerd voor de aanleg van toekomstige windturbineparken. 5 tot 100 MW Door de crisis- en herstelwet is voor windparken van 5 tot 100 MW de provinciale coördinatieregeling door Gedeputeerde Staten wettelijk voorgeschreven. Deze regeling moet procedures verkorten, en stroomlijnen waardoor projecten sneller gerealiseerd kunnen worden. 100 MW of meer. Projecten met een vermogen boven de 100 MW vallen onder de rijkscoördinatieregeling, dit houdt in dat bij projecten boven de 100 MW het rijk bevoegd gezag is. De minister van Economische zaken, Landbouw en Innovatie kan ook besluiten om voor kleinere projecten de rijkscoördinatieregeling toe te passen Kleine windturbines Windturbines tot 15 meter vallen onder het gemeentelijke beleid, deze mogen buiten de aangewezen gebieden worden geplaatst mits het gemeentelijke beleid het toestaat. Mogelijke wet en regelgeving Wet ruimtelijke ordening Wet milieubeheer Milieueffectrapportage: Verplicht boven de 15 MW of 10 turbines Natuurwetgeving Waterwet Overige wet en regelgeving: bijvoorbeeld radar verkeer 46

49 8.3 Zonne-energie De mogelijkheden van zonne-energie zijn talrijk. Op het gebied van zonne-energie bestaan minder beperkingen doordat zonne-energie een minder groot effect heeft op natuur en landschapswaarden, en een breder draagvlak van de Nederlandse bevolking heeft verkregen. De provincie Groningen en provincie Friesland willen ambitieus aan de slag met hun klimaatdoelstellingen en zetten hierbij ook erg in op zonne-energie Wet- en regelgeving zonne-energie Wel of niet een vergunning Voor het plaatsen van zonnecollectoren of zonnepanelen is geen vergunning nodig als: 1) De zonnecollectoren of zonnepanelen op een dak worden geplaatst. 2) De collectoren of panelen een geheel vormen met de installatie voor het opslaan van water respectievelijk het opwekken van elektriciteit. Als dit niet het geval is moet die installatie binnen in het betreffende gebouw worden geplaatst. 3) Komt de collector of het zonnepaneel op een schuin dak dan geld dat: - De collector of het paneel in of direct op het dakvlak moet worden geplaatst - De collector of het paneel mag niet uitsteken, dus aan alle kanten moet het binnen het dakvlak blijven. - De hellingshoek van de collector of het zonnepaneel moet hetzelfde zijn als die van het dakvlak waarop het staat. 4) Komt de zonnecollector of het zonnepaneel op een plat dak, dan geldt dat de collector of het paneel ten minste net zo ver verwijderd moet blijven van de dakrand als de collector of het paneel hoog is. Voldoet u aan de bovenstaande 4 punten dan mag u vergunningsvrij collectoren of zonnepanelen plaatsen. Wel moet u rekening houden met het bouwbesluit, waarin o.a. staat beschreven welke technische eisen er gesteld worden aan het systeem. Vinden de werkzaamheden plaats aan een beschermd stads- of dorpsgezicht of monumentaal pand dan is in sommige gevallen geen vergunning nodig maar in vele gevallen wel. Werkzaamheden aan een gevel zijn ten allen tijde vergunningsplichtig, raadpleeg in deze gevallen uw gemeente. Blijkt dat u niet vergunningsvrij mag plaatsen dan krijgt u te maken met het bestemmingsplan van uw gemeente en moet u een omgevingsvergunning aanvragen. 8.4 Grond en aardwarmte Grond en aardwarmte heeft potentie in het Noorden en zeker in Friesland zoals bij behandeling van de duurzame opwekkingsbronnen al is gebleken Wet- en regelgeving grond en aardwarmte Grond en aardwarmte maakt gebruik van energie uit de bodem. Voor het gebruik maken van de ondiepe bodem maakte de provincie wetten en regels, voor de diepere bodem is het ministerie van economie landbouw en innovatie hiervoor verantwoordelijk. 47

50 Ondiepe bodem Zoals al vermeld is de provincie bevoegd gezag bij open en gesloten systemen in de ondiepe bodem. - Voor open systemen geldt dat er volgens de waterwet een vergunning nodig is voor het ontrekken van grondwater, deze vergunning kan bij de provincie worden aangevraagd. - Voor gesloten systemen geldt nog geen vergunningsplicht. Dit zal in de toekomst wel anders worden, gesloten systemen hebben namelijk ook invloed op de bodem, en onderlinge afstand van systemen is ook een punt om rekening mee te houden. Diepe bodem Bevoegd gezag bij diepe grond en aardwarmte systemen is het rijk. Voor het opsporen en winnen van aardwarmte zijn volgens de mijnbouwwet vergunningen nodig van de minister van Economische zaken, Landbouw en Innovatie. De aanvraagprocedure hiervoor is opgenomen in de mijnbouwregeling. Het aanvragen van vergunningen kost maanden. Er moet een opsporingsvergunning, mijnbouwmilieuvergunning en lokale vergunningen worden aangevraagd alvorens er geboord mag worden in de grond. Na het boren en onderzoek moet er nog een winningvergunning worden aangevraagd alvorens er gebruik mag worden gemaakt van de warmte. Toekomst Er wordt gewerkt aan een besluit bodemenergiesystemen waarin regels zijn opgenomen over het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen. Dit besluit wordt in 2013 verwacht. 8.5 Biomassa Zoals al vermeld zijn er meerdere mogelijkheden om biomassa in te zetten ten behoeve van duurzame energie. Initiatiefnemers die aan de slag willen met biomassa krijgen in alle gevallen te maken met complexe wet- en regelgeving. Deze wet- en regelgeving heeft met name betrekking op de emissie-, afval- en mestwetgeving. Hierbij hebben initiatiefnemers de medewerking van lokale overheden nodig in verband met de vereiste vergunningen op deze terreinen. Provincies en gemeenten zullen een afweging van belangen moeten maken en uiteindelijk een besluit moeten nemen met betrekking tot ruimte, bouw en milieu. 8.6 Water-energie Zoals vermeld is water-energie in de meeste gevallen niet geschikt voor lokale initiatieven in Friesland en Groningen. Projecten m.b.t. blue energie zullen voornamelijk door de provincie en het rijk worden opgepakt. Mocht men wel met kleinschalige waterenergie aan de slag willen gaan als initiatief dan komt men vermoedelijk met de volgende wetgeving in aanraking: Natuurbeschermingswet Flora- en fauna wet Wet ruimtelijke ordening Wet milieubeheer en de water wet 48

51 9. Organisatievormen Zoals vermeld kan op vele manieren een lokaal duurzaam energie initiatief worden gerealiseerd. Voor de meeste projecten zal er een organisatievorm moeten worden gekozen. Elke organisatievorm heeft zijn voor en tegens, er zal dus goed gekeken moeten worden naar de best passende organisatievorm. In de volgende paragrafen worden de veel voorkomende organisatievormen doorgenomen, waaronder: Vereniging Stichting Coöperatie BV De organisatievormen worden behandeld van licht naar zwaar. Van elke vorm zullen de kenmerken worden genoemd. Om als initiatiefnemers de juiste keus te maken moet het initiatief aan de organisatievormen worden gespiegeld, hierbij komen de volgende vragen aan bod: Wat past bij het project? Wat past bij ons? Is er draagvlak voor deze organisatievorm? Komen de belangen van de participanten tot hun recht? Voorop staat dat de vorm nooit vooruit mag lopen op de inhoud. Voor extra informatie over de organisatievormen: 9.1 Vereniging Heeft uw initiatief een wens of doel en wilt u met anderen samenwerken om dit te bereiken? Bijvoorbeeld om uw woongebied te verbeteren, dan kunt u kiezen voor de vereniging als rechtsvorm. Een vereniging is bij uitstek een democratische rechtsvorm. Leden zijn de uiteindelijke beleidsbepalers. Een vereniging heeft minstens twee leden. De hoogste macht ligt bij de ledenvergadering, waarin de leden in principe allemaal één stem hebben. De ledenvergadering benoemt het bestuur. Soorten vereniging Er zijn 2 soorten verenigingen: Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. U richt deze vereniging op met een akte van de notaris. In deze akte staan de statuten. Hierin staan onder meer naam, vestigingsplaats en doel van de vereniging, verplichtingen van de leden en de regels voor benoeming en ontslag van bestuurders. Ook staat in de statuten hoe een algemene vergadering wordt bijeen geroepen en wat er gebeurt na ontbinding van de 49

52 vereniging. Als u de statuten wilt wijzigen, moet u langs de notaris. Een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid moet zich inschrijven in het Handelsregister. Als u een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid opricht, dan bent u als bestuurder in principe niet met uw privévermogen aansprakelijk. Vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid Als u uw vereniging niet via de notaris opricht, dan hebt u een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, dit leidt tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders. De bestuurders zijn in dit geval wel met hun privévermogen aansprakelijk. Tevens wordt het onmogelijk om als vereniging een pand aan te kopen, en erfenissen kunnen niet worden aangenomen. Het loont dus om een notariële akte op te stellen. Kenmerken van een vereniging: Een vereniging kent geen minimale kapitaaleis, zoals bij een BV wel het geval is. Een vereniging heeft minstens twee leden. De hoogste macht ligt bij de ledenvergadering, waarin de leden in principe allemaal één stem hebben. Het is een democratische rechtsvorm, de leden bepalen over het algemeen. De leden benoemen het bestuur. Het doel van een vereniging mag niet zijn, het doen van uitkeringen aan leden. Een vereniging met een onderneming betaalt vennootschapsbelasting. Of een vereniging btw moet betalen, hangt af van de specifieke situatie. Raadpleeg hiervoor een belastingdeskundige of de Belastingdienst. Bestuurders van verenigingen zijn in principe niet in loondienst en vallen daarom niet onder de werknemersverzekeringen. Vanzelfsprekend kunnen verenigingen wel werknemers in dienst hebben. Ontbinding van een vereniging kan onder meer als de algemene vergadering de vereniging opheft, door het ontbreken van leden of bij faillissement. De Vereniging van Eigenaars Alle appartementseigenaars in Nederland zijn verplicht lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE). Deze behartigt de gemeenschappelijke belangen, zoals onderhoud van het gebouw en de technische installaties. Elke VvE moet zich inschrijven in het Handelsregister. 9.2 Stichting Wilt u een bepaald sociaal of ideëel doel realiseren, zoals een transition town, hulp bieden aan andere mensen of de verspreiding van energiebewustzijn? En heeft u hiervoor een vermogen beschikbaar? Dan kunt u kiezen voor de stichting als rechtsvorm. Kenmerken van een stichting: U kunt een stichting alleen of met meerdere personen oprichten. Een stichting heeft een bestuur, maar geen leden. Een stichting kan een onderneming hebben. 50

53 U moet de winst van de onderneming besteden aan het doel. De bestuurders van een stichting zijn niet in loondienst, maar kunnen wel een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden. Ook kan een stichting personeel in dienst nemen. Een stichting is een rechtspersoon. Dit betekent dat de bestuurders in principe niet aansprakelijk zijn voor de schulden. Er zijn wel uitzonderingen op deze regel. Een stichting met een onderneming betaalt vennootschapsbelasting. 9.3 Coöperatie Wil uw initiatief profiteren van gezamenlijke inkoop? Wellicht dat de rechtsvorm coöperatie dan van pas kan komen. Een coöperatie is een speciale vereniging, die overeenkomsten aangaat met en voor haar leden. Een coöperatie behartigt bepaalde zakelijke belangen van haar leden, zoals inkoop en/of verkoop van energie. Er zijn 3 soorten coöperaties: Bedrijfscoöperatie U oefent het bedrijf uit en de coöperatie zorgt voor de inkoop, verkoop en/of bepaalde diensten. Bijvoorbeeld een coöperatie van bedrijven van een bepaald bedrijventerrein, die gezamenlijk energie inkopen. Consumentencoöperatie De leden kopen goederen van de coöperatie, die deze voor de leden gezamenlijk heeft ingekocht. Een energiecoöperatie met burgers als leden valt onder de consumentencoöperatie. Producten- of dienstencoöperatie U bent tegelijkertijd werknemer van de coöperatie. Bijvoorbeeld een coöperatief taxibedrijf, waarbij de chauffeurs lid én werknemer zijn van de coöperatie. Kenmerken van een coöperatie: Een coöperatie is van de leden. De gemaakte winst mag worden uitgekeerd aan de leden. U kunt met minimaal één partner een coöperatie oprichten. Iedere coöperatie moet elk jaar de jaarstukken opstellen en openbaar maken. De coöperatie is als rechtspersoon zelf aansprakelijk. Als uw coöperatie wordt ontbonden en er zijn schulden, dan zijn u en uw medeleden voor een gelijk deel hoofdelijk aansprakelijk hiervoor. Wilt u de aansprakelijkheid uitsluiten? Dat kan als u een coöperatie met beperkte aansprakelijkheid (BA) of een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid (UA) opricht. Een coöperatie betaalt vennootschapsbelasting over de winst. Leden die ook werknemer van de coöperatie zijn vallen onder de loonheffing. 51

54 9.4 Besloten vennootschap (bv) Als u een bedrijf opricht, dan kunt u kiezen voor de bv als rechtsvorm. Voordeel van de bv is dat het een rechtspersoon is. Dit betekent dat niet u, maar de bv in de meeste gevallen aansprakelijk is voor eventuele schulden. U bent als directeur in dienst van de bv en handelt uit naam van het bedrijf. U kunt een bv alleen oprichten, of samen met anderen. Het kapitaal van een bv is verdeeld in aandelen, die in bezit zijn van de aandeelhouder(s). de hoogste macht ligt bij de algemene vergadering van aandeelhouders. De directeur(en) geven leiding aan het bedrijf. Een bv kan ook een raad van commissarissen hebben, die toezicht houdt op het bestuur. Bij kleine bv s is de directeur vaak de enige aandeelhouder. Voorwaarden voor oprichting U heeft een notariële akte nodig. Hierin staan de statuten. De notaris controleert de juridische kant hiervan. U stort ten minstens euro in de vennootschap. Dit kan met geld, maar ook in natura zoals onroerend goed. U schrijft de bv in het handelsregister in. Totdat dit gebeurd is, bent u ook persoonlijk aansprakelijk. Kenmerken van een Bv: Een bv heeft aandeelhouders in plaats van leden. Met een bv bent u in principe niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden van uw bedrijf. Bezit u als directeur minstens 5 procent van de aandelen? Dan heeft u een aanmerkelijk belang en bent u directeur-grootaandeelhouder (dga). In dat geval laten de banken u vaak ook privé meetekenen voor leningen, waardoor u alsnog persoonlijk aansprakelijk wordt. Uw bv moet elk jaar jaarstukken opstellen en deponeren bij de KvK. Welke gegevens u moet deponeren, hangt af van de omvang van uw bedrijf. Als directeur-grootaandeelhouder betaalt u inkomstenbelasting over uw loon en eventueel dividendbelasting. Het is relatief duur om salaris op te nemen uit een bv, een dividenduitkering is belastingtechnisch goedkoper. 52

55 9.5 Kenmerken van de organisatievormen op een rij In tabel 1 staan de 4 organisatievormen uitgezet tegen enkele belangrijke criteria. Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Tabel 1 Kenmerken van de 4 organisatievormen [1] Vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid Stichting Coöperatie B.V. Oprichting Notariële acte Statuten Notariële acte Notariële acte Notariele actie Kapitaalvereiste Geen Geen Geen Geen Bestuur Bestuur Bestuur Bestuur Bestuur Directie Andere organen Leden Leden Geen Leden raad, eventueel raad van commissarissen Aansprakelijkheid Belastingen Sociale zekerheid Bestuur (onbehoorlijk bestuur) Eventueel vennootschapsbelasting Bestuur niet in loondienst Bestuur (bij onbehoorlijk bestuur en niet ingeschreven in handelsregister) Eventueel vennootschapsbelasting Bestuur niet in loondienst Bestuur (bij onbehoorlijk bestuur) Eventueel vennootschapsbelasting Bestuur niet in loondienst Leden WA geheel, BA beperkt, UA niet. Bestuur (bij onbehoorlijk bestuur) Vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting over de winstuitkering Alleen in bepaalde gevallen Aandeelhouders, eventueel raad van commissarissen Bestuur (bij onbehoorlijk bestuur) Vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting over salaris directie en over dividend Geen werknemersverzekering en, tenzij ontslag tegen de wil van de directeuraandeelhouder mogelijk is. 53

56 9.6 Koppeling organisatievormen en initiatieven Het blijkt dat de coöperatie en ook de vereniging het meest tegemoet komen aan eisen en wensen van een lokaal energiebedrijf dat in handen van de afnemers zelf is. Ten opzichte van de andere rechtsvormen lijken deze het beste te voorzien in de eisen en wensen, en de coöperatie zelfs nog iets beter dan de vereniging. Dat is geen reden om nu voluit voor de coöperatie te kiezen en ook niet voor de vereniging, een bv heeft zo ook zijn voordelen. Hieronder volgt een toelichting op de verschillende criteria die heel erg kenmerkend zijn voor een lokaal duurzaam energie initiatief. Uit de toelichting wordt duidelijk welke organisatievormen goed scoren op de criteria. Criteria 1: Invulling geven aan een gezamenlijke ondernemingsgedachte De coöperatie mag volgens de wet niet langer coöperatieve vereniging heten, maar heeft nog altijd een sterk verenigingskarakter. De coöperatie is van de leden, die samen een vereniging vormen die de zeggenschap heeft. Zo komt een gezamenlijke ondernemingsgedachte tot stand. Het cruciale verschil met een pure vereniging is de mogelijkheid om winst uit te keren aan de leden. De coöperatie mag dat wel, terwijl de vereniging dat niet mag. Dit wil niet zeggen dat een vereniging geen winstgevende activiteiten kan organiseren en een sterke gezamenlijke ondernemingsgedachte kan hebben, maar de winst gaat niet naar de leden. Een vereniging kan een bv of nv aansturen. Tenminste, als de vereniging aandelen heeft en daardoor over zeggenschap beschikt. Langs die weg kan de vereniging dus een gezamenlijke ondernemingsgedachte organiseren. De wettelijke omschrijving van de bv omvat geen verenigingselement. Weliswaar is het mogelijk om in de doelomschrijving van een bv een gezamenlijke ondernemingsgedachte op te nemen, maar de bv mist de uitstraling van een collectief. Bij de bv is de aandelenverhouding het participatieve element in plaats van een lidmaatschap. Die verhouding maakt vaak dat enkelen het veel meer voor het zeggen hebben dan anderen, wat het collectief belemmert. Die belemmering heeft de stichting ook, omdat ze geen leden kent. Net als de vereniging kan de stichting geen winstgevende activiteiten organiseren, maar wel aansturen. Ook kan de stichting een sterke gezamenlijke ondernemingsgedachte organiseren rond het doel waarvoor deze is opgericht. Criteria 2: Invloed van participanten op activiteiten De leden van een coöperatie en vereniging hebben een sterke invloed op het bestuur, omdat de lidmaatschapsverhouding zeggenschap geeft. Het bestuur van de bv kan autonoom functioneren nadat het benoemd is door de algemene vergadering van aandeelhouders. In de statuten kunnen goedkeuringseisen worden opgenomen van bepaalde bestuursbesluiten dan wel een aanwijzingsbevoegdheid. Deze invloed is en blijft echter indirect. De stichting wordt bestuurd door bestuurders. Alleen door het instellen van een raad van toezicht/commissarissen kan controle worden uitgeoefend op het bestuur van een stichting of bv. Criteria 3: Mogelijkheid voor verschillende participatievormen en wijziging hiervan De lidmaatschapsverhouding binnen een coöperatie en vereniging is vrij in te richten. Via reglementen kunnen passende en op maat gesneden procedures en eisenpakketten worden vastgelegd, waardoor de lidmaatschapsverhouding tegemoet kan komen aan iedere gewenste inrichting. Deze reglementen zijn bovendien eenvoudig aan te passen, of zodanig in te richten 54

57 dat bepaalde delen pas later worden ingevuld. De aandelenverhouding bij de bv is vergaand wettelijk geclausuleerd. Het is niet mogelijk aan de overdracht van aandelen andere regels toe te kennen dan een eerste aanbiedingsplicht aan de overige aandeelhouders. Ook als een bewoner of aandeelhouder verhuist, is het niet mogelijk te bepalen dat de aandelen moeten worden overgedragen. Hierdoor worden beperkingen gesteld aan de participatievorm. Het aanpassen van de statuten (waarin deze eisen zijn vastgelegd) is aan wettelijke beperkingen onderworpen en is dus niet zo eenvoudig. De stichting kent geen leden en dus geen participatievorm. Criteria 4: Flexibele structuur De inrichting van de coöperatie is erg vrij, terwijl op de inrichting van de bv wettelijke beperkingen van toepassing zijn. Bij de coöperatie is het mogelijk om organen als ledenraden in te stellen, maar bij de bv niet. De structuur van de vereniging en de stichting kent een vast stramien (leden,bestuur respectievelijk alleen bestuur). Daardoor hebben beide een gebrek aan mogelijkheden om een onderneming binnen hun participatievorm vorm te geven. Hoewel het onderbrengen van een onderneming buiten de vereniging of de stichting een mogelijkheid is scoren deze rechtsvormen lager dan de coöperatie en de bv, omdat integratie niet tot de mogelijkheden behoort. Criteria 5: Oprichtingsmogelijkheid voor verschillende groeifasen De coöperatie kan voorzien in het groeipad van een lokaal energiebedrijf, dat bestaat uit bemiddelen, uitvoeren en produceren, dit omdat de coöperatievorm gemakkelijk aan te passen is door het gebruik van reglementen. De bv kan vanwege de wettelijke beperkingen niet zo gemakkelijk omschakelen. In de laatste twee groeifasen uitvoeren en produceren schieten de vereniging en de stichting tekort vanwege het gebrek aan mogelijkheden om een onderneming binnen de participatievorm te accommoderen. Criteria 6: Flexibele mogelijkheden financiering In de coöperatie kan de financiering plaatsvinden via toe- en uittredingsgelden, contributies en certificaten. Daarnaast biedt de onderneming die door de coöperatie gedreven wordt een zakelijk platform voor financieringsconstructies met externe financiers. Dit biedt volop kansen voor het realiseren van uiteenlopende en steeds weer nieuwe businesscases. De bv heeft iets minder mogelijkheden, omdat de aandelen daar het dominante middel zijn om de financiële bijdragen van de participanten te regelen. Het zakelijke platform is daar echter ook onverminderd aanwezig. Voor de vereniging geldt dat de interne financiering gelijk is aan die van de coöperatie, maar de vereniging biedt geen zakelijk platform voor externe financiering. Voor de stichting is dat wel mogelijk, maar daar is de interne financiering minder door het ontbreken van leden. Criteria 7: Samenwerkingsmogelijkheden Zowel de coöperatie als de bv is als zelfstandige rechtspersoon met een onderneming uitstekend in te passen in vele samenwerkingsvormen met andere rechtspersonen. Voor de vereniging geldt dit in mindere mate vanwege het ontbreken van de onderneming. De stichting scoort het minst hoog omdat een breed gedragen ledenplatform ontbreekt. Criteria 8: Kosten van de constructie De oprichting van de bv is duur vanwege de verplichte kapitaalstorting en de jaarlijkse kosten 55

58 in verband met de verslaglegging. De coöperatie is eenvoudiger en goedkoper op te richten, en dat geldt nog sterker voor de vereniging en de stichting. Criteria 9: Risico s afbakenen Afhankelijk van de rechtsvorm loop je als bestuurder meer of minder risico. Onderstaand zullen de risico s voor bestuurders of leden per organisatievorm worden toegelicht: Stichting Een stichting is een rechtspersoon. Dit betekent dat de bestuurders in principe niet aansprakelijk zijn voor de schulden. Er zijn wel uitzonderingen op deze regel. Bestuurders zijn bijvoorbeeld wel aansprakelijk bij wanbestuur (zie bij de bv), of als de stichting niet is ingeschreven in het Handelsregister. Vereniging Als u een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid opricht, dan bent u als bestuurder in principe niet met uw privévermogen aansprakelijk voor de verplichtingen. Hebt u een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, dan bent u als bestuurder met uw privévermogen aansprakelijk voor de verplichtingen. U kunt uw aansprakelijkheid wel beperken door de vereniging in te schrijven in het Handelsregister. Coöperatie De coöperatie is als rechtspersoon zelf aansprakelijk. Als uw coöperatie wordt ontbonden en er zijn schulden, dan zijn u en uw medeleden voor een gelijk deel aansprakelijk hiervoor. Wilt u de aansprakelijkheid uitsluiten dan kan u een coöperatie met beperkte aansprakelijkheid (BA) of een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid (UA) oprichten. Bent u bestuurder? Voor bestuurders geldt de antimisbruikwetgeving (zie bij de bv). Bv Met een bv bent u in principe niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden van uw bedrijf. Bezit u als directeur minstens 5 procent van de aandelen, dan heeft u een aanmerkelijk belang en bent u directeur-grootaandeelhouder (dga). In dat geval laten de banken u vaak ook privé meetekenen voor leningen, waardoor u alsnog persoonlijk aansprakelijk wordt. Ook kunt u persoonlijk aansprakelijk zijn als er sprake is bij wanbestuur: U te zware contracten bent aangegaan en wist (of kon voorzien) dat de bv hieraan niet kon voldoen U de Belastingdienst niet op tijd meldt dat u de belastingen en premies niet kunt betalen U de belastingen en premies niet kunt betalen door onbehoorlijk bestuur in de 3 jaar voor de melding aan de Belastingdienst De bv failliet gaat door onbehoorlijk bestuur in de 3 voorgaande jaren. Onbehoorlijk bestuur is bijvoorbeeld het niet deponeren van jaarstukken. 56

59 10. Ontwerp fase Idee Concretiseer Onderzoek Ontwerp Realisatie Nazorg De ontwerpfase geeft vorm aan het definitieve project. Nadat je als initiatiefnemers hebt onderzocht wat je wilt, met wie en hoe is het zaak om dit op papier te zetten. In de meeste gevallen wordt dit uitgewerkt in een: Ondernemingsplan of projectplan In het geval van een eenmalig project, met een vaste begin en einddatum wordt een projectplan geschreven. In het geval van lokaal duurzame energie initiatieven, waarbij men vaak te maken heeft met langdurige geldstromen, financieringsconstructies of participatie enzovoort, een langer termijn, wordt eerder een ondernemingsplan geschreven. Een ondernemingsplan, ook wel businessplan genoemd is in sommige gevallen een vereiste bij kredietaanvragen en het afsluiten van contracten. Naast deze noodzaak biedt het ook een leidraad voor de initiatiefnemers. In het ondernemingsplan staan o.a. de doelstellingen en verwachtingen van het bedrijf, als initiatiefnemers kun je hieraan vast houden en zo nodig bijsturen. Enig optimisme en uitdaging leidt tot creatieve oplossing en het hoogst haalbare project. Schets een uitdagend project, onderbouw het project, en zoek vertrouwde partners bij het project Ondernemingsplan In een ondernemingsplan zet de ondernemers of initiatiefnemers de plannen op papier en toetsen deze op haalbaarheid. Hierbij komen vragen aan bod als: Wat wil ik precies gaan doen? Waar ga ik me vestigen? Welke rechtsvorm kies ik? Is er markt voor het product? Hoe kom ik aan klanten? Hoe kom ik aan geld om de plannen van de grond te krijgen? Vaste onderdelen van een ondernemingsplan zijn: De ondernemer en onderneming Het marketingplan Het financieel plan Eventueel een projectplan 57

60 In de volgende paragrafen worden de onderdelen van een ondernemingsplan beschreven, en wordt toegelicht wat deze betekenend voor een lokaal duurzaam energie bedrijf De ondernemer en onderneming Het eerste onderdeel van een ondernemingsplan bestaat uit persoonlijke gegevens van de ondernemer of ondernemers. Dit bestaat uit gegevens als geboortedatum en opleiding maar ook wordt er gevraagd naar de motieven en persoonlijke kwaliteiten van de ondernemer. Hierin komt naar voren waarom de onderneming wordt opgericht en hoe de initiatiefnemers hun kwaliteiten gaan inzetten. Daarnaast wordt vermeld in welke organisatievorm het initiatief gaat opereren, in een bv of stichting bijvoorbeeld Het marketingplan In een marketingplan vertaal je de visie op het product en je klanten in een plan. Het is de bedoeling dat het plan ervoor gaat zorgen dat het product aanslaat bij je klanten. Het marketingplan bestaat uit verschillende onderdelen die navolgend worden toegelicht: Dienst en of product Markt Omgevingsanalyse Bedrijfsformule In het marketingplan kunnen verschillenden onderdelen van de concretiseerfase worden gebruikt om de onderdelen te onderbouwen. Daarnaast zal er misschien nog onderzoek moeten worden gedaan naar enkele punten. Een marketingplan kan simpel of uitgebreid worden gemaakt, maar bevat tenminste de bovengenoemde punten. Voorbeeld marketingplan: Dienst of product Na de algemene informatie over de onderneming komt in het marketingplan als eerste aan bod wat voor dienst of product je in de markt gaat zetten. Aan de hand van de vier p s van een marketingmix (figuur 15) kan beschreven worden hoe je dit product in de markt gaat zetten, wat zijn de positieve punten van je dienst of product, en hoe laat je deze punten naar voren komen. Figuur 15 Marketing mix [15] Voorbeeld 58

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk De Lokale Duurzame Energie Coöperatie EnergieCoöperatieBoxtel Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk WWW.ECBOXTEL.NL LDEC: Waarom en waartoe leidt het Samen met leden realiseren van betaalbare, duurzame,

Nadere informatie

Oosterhout Nieuwe Energie Voorbereiding oprichting coöperatie

Oosterhout Nieuwe Energie Voorbereiding oprichting coöperatie 1 Oosterhout Nieuwe Energie Voorbereiding oprichting coöperatie Wij willen Betaalbare, Duurzame, Eigen Energie in Oosterhout 3 Waarom ONE Betaalbaar Duurzaam Eigen Samen Goedkoper dan de markt Winsten

Nadere informatie

Helmonds Energieconvenant

Helmonds Energieconvenant Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende

Nadere informatie

Jelle Vegt. Naam Medewerker Milieu en Duurzaamheid Stichting Natuur en Milieufederatie Limburg

Jelle Vegt. Naam Medewerker Milieu en Duurzaamheid Stichting Natuur en Milieufederatie Limburg Eigen duurzame energie Is dat mogelijk? Jelle Vegt Naam Medewerker Milieu en Duurzaamheid Stichting Natuur en Milieufederatie Limburg Waarom zouden we? 2-6-2015 3 2-6-2015 4 2-6-2015 5 Olie en gasvoorraden

Nadere informatie

Lokale duurzame energie ontwikkelen. Derck Truijens 18 april 2013

Lokale duurzame energie ontwikkelen. Derck Truijens 18 april 2013 Lokale duurzame energie ontwikkelen Derck Truijens 18 april 2013 Inhoud Windunie: samen voor de wind Lokale duurzame energie initiatieven Lokaal duurzame energie ontwikkelen Het begon in 2000... De energiemarkt

Nadere informatie

Stappenplan Zon op Huurwoning Amsterdam

Stappenplan Zon op Huurwoning Amsterdam Context Klimaatprobleem Er is sprake van een wereldwijd klimaatprobleem, waarbij de temperatuur over de afgelopen decennia structureel is opgelopen. Deze trend wordt veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgas,

Nadere informatie

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory.

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Een uitdagend klimaat 20 20 2020 In 2020 moet de uitstoot van CO 2 in de EU met 20% zijn teruggebracht ten opzichte van het 1990 niveau.

Nadere informatie

26 actieve leden van VET-Vught en ECSchijndel hebben de enquête ingevuld.

26 actieve leden van VET-Vught en ECSchijndel hebben de enquête ingevuld. Resultaat Vragenlijst: Waarom doe je mee met de lokale energiecoöperatie? 26 actieve leden van VET-Vught en ECSchijndel hebben de enquête ingevuld. 1. Ik ben op de volgende manier betrokken bij de lokale

Nadere informatie

Deel 1: de ORGANISATIE-MONITOR

Deel 1: de ORGANISATIE-MONITOR Deel 1: de ORGANISATIE-MONITOR Deze Monitor gaat over: je organisatie (initiatief): mensen, activiteiten, organisatie, financiële situatie. TOELICHTING MONITOR ORGANISATIE LET OP: Deze vragenlijst bestaat

Nadere informatie

Lijst Lammers. Papendrecht 21 januari 2013

Lijst Lammers. Papendrecht 21 januari 2013 Lijst Lammers Papendrecht 21 januari 2013 Aan de voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente Papendrecht, de heer C.J.M. de Bruin Markt 22 3351 PB Papendrecht Betreft: gemeente Papendrecht aansluiten

Nadere informatie

Visie op Sociale windenergie. Burgerinitiatief Duurzaam Drimmelen

Visie op Sociale windenergie. Burgerinitiatief Duurzaam Drimmelen Visie op Sociale windenergie Burgerinitiatief Duurzaam Drimmelen Wat zijn onze doelstellingen? DUURZAAM LOKAAL BETAALBAAR Duurzaam Drimmelen wil duurzaamheid in gemeente Drimmelen vergroten Ecologisch,

Nadere informatie

Sociale Windenergie. Windenergie langs de A16. Wind A16 & Sociale windenergie

Sociale Windenergie. Windenergie langs de A16. Wind A16 & Sociale windenergie Sociale Windenergie & Windenergie langs de A16 1 Ons idee Samen Sociale Windenergie realiseren door samenwerking lokale initiatieven in Zundert?? 2 Wat zijn onze doelstellingen? DUURZAAM LOKAAL BETAALBAAR

Nadere informatie

Lijst Lammers. KORTE SAMENVATTING Papendrecht, 22januari 2013. Persbericht. Wordt Papendrecht de derde stadin Nederland met een zonatlas?

Lijst Lammers. KORTE SAMENVATTING Papendrecht, 22januari 2013. Persbericht. Wordt Papendrecht de derde stadin Nederland met een zonatlas? Lijst Lammers KORTE SAMENVATTING Papendrecht, 22januari 2013 Persbericht Wordt Papendrecht de derde stadin Nederland met een zonatlas? Fractie Lijst Lammers pleit voor de Zonatlas in Papendrecht en vraagt

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

Duurzame ontwikkeling:

Duurzame ontwikkeling: Duurzaam Tynaarlo Duurzame ontwikkeling: Een ontwikkeling die kan voorzien in de behoeften van de huidige generaties zonder die van de toekomstige generaties in gevaar te brengen. (Our common future 1987)

Nadere informatie

Bijlage: Green Deal Sun Share Breda

Bijlage: Green Deal Sun Share Breda 1. Breda DuurSaam Breda DuurSaam is een onafhankelijke coöperatie die projecten opzet, begeleidt en uitvoert die bijdragen aan een volhoudbare, leefbare en gezonde Bredase samenleving. Deze projecten richten

Nadere informatie

Innovatienetwerk Nieuwe Energie Systemen (INES) Kies voor slimme technologie en bespaar energie

Innovatienetwerk Nieuwe Energie Systemen (INES) Kies voor slimme technologie en bespaar energie Innovatienetwerk Nieuwe Energie Systemen (INES) Kies voor slimme technologie en bespaar energie januari 2011 Alle tuinders in Gelderland kunnen besparen Wilt u uw energiekosten verlagen? Door energie te

Nadere informatie

Samen werken aan een duurzaam Hellendoorn. Collegebesluit 14 mei 2013. Raadsbesluit 29 oktober 2013.

Samen werken aan een duurzaam Hellendoorn. Collegebesluit 14 mei 2013. Raadsbesluit 29 oktober 2013. Samen werken aan een duurzaam Hellendoorn Collegebesluit 14 mei 2013. Raadsbesluit 29 oktober 2013. 1 Samenvatting Definitie duurzaamheid volgens Brundtland Aanmelden als Millenniumgemeente Speerpunten:

Nadere informatie

Sámen werken aan. Voor gemeenten en MKB. erduurzaming

Sámen werken aan. Voor gemeenten en MKB. erduurzaming Sámen werken aan verduurzaming Voor gemeenten en MKB erduurzaming Sámen werken aan verduurzaming Voor gemeenten en MKB Gemeenten hebben forse ambities op het gebied van duurzaamheid, innovatie en lokale

Nadere informatie

28 december 2011. Subsidieaanvraag Stadsinitiatief Rotterdam. Solar Green Point

28 december 2011. Subsidieaanvraag Stadsinitiatief Rotterdam. Solar Green Point 28december2011 SubsidieaanvraagStadsinitiatiefRotterdam SolarGreenPoint Inhoudsopgave Voorwoord...1 1. Introductie Solar Green Point.......2 2. Salderingsregeling Electriciteitswet..........2 3. Activiteiten....3

Nadere informatie

De Energiezuinige Wijk - De opdracht

De Energiezuinige Wijk - De opdracht De Energiezuinige Wijk De Energiezuinige Wijk De opdracht In deze opdracht ga je van alles leren over energie en energiegebruik in de wijk. Je gaat nadenken over hoe jouw wijk of een wijk er uit kan zien

Nadere informatie

Johan ten Brinke. workshop Energiecoöperaties 12 mei 2014

Johan ten Brinke. workshop Energiecoöperaties 12 mei 2014 Johan ten Brinke workshop Energiecoöperaties 12 mei 2014 Basis spelregels Programma is bedoeld als een leidraad Interactie belangrijker dan monoloog, alleen de eindtijd staat vast We praten vrijuit en

Nadere informatie

Ontwikkelingen Zonne-energie

Ontwikkelingen Zonne-energie Ontwikkelingen Zonne-energie : Energieke Samenleving onderweg naar morgen Bert Bakker NIEUW: Bezuidenhoutseweg 50 2594 AW Den Haag 070 3040114 De oorsprong van (duurzame) energie De zon als energieleverancier

Nadere informatie

Dan op een ander dak!

Dan op een ander dak! Geen zonnepanelen op eigen dak? Dan op een ander dak! Een initiatief van Zon op Nederland Wat is Zon op Nederland In het kort: Zon op is burgerinitiatief Buurtbewoners kopen gezamenlijk zonnepanelen Op

Nadere informatie

Programma Energie 2012-2015 Samenvatting Projectplan

Programma Energie 2012-2015 Samenvatting Projectplan Programma Energie 2012-2015 Samenvatting Projectplan Lokale Energie Lokale Energie - 4 Lokale energie-initiatieven - Een loket voor buurt- en dorpsinitiatieven Projectnaam : Lokale Energie Opdrachtgever

Nadere informatie

Geen zonnepanelen op je eigen dak? Dan op een ander dak! Het kan met Zon op Nederland

Geen zonnepanelen op je eigen dak? Dan op een ander dak! Het kan met Zon op Nederland Geen zonnepanelen op je eigen dak? Dan op een ander dak! Het kan met Zon op Nederland Wat is Zon op Nederland In het kort: Zon op is een burgerinitiatief gestart door Eric de Lange en Geert Jan Stolk uit

Nadere informatie

De toolbox. Te gebruiken instrument

De toolbox. Te gebruiken instrument LochemEnergie heeft geen blauwdruk klaarliggen voor het plaatsen van windmolens. We zullen samen met de leden en lokale organisaties de opties en locaties bespreken. We hebben een draaiboek en een toolbox

Nadere informatie

s-gravenhage 27 November 2012 Activiteit: OPRICHTEN BUURTENERGIEBEDRIJF IN DE STATIONSBUURT Aanvraag subsidieverlening Planontwikkeling 1

s-gravenhage 27 November 2012 Activiteit: OPRICHTEN BUURTENERGIEBEDRIJF IN DE STATIONSBUURT Aanvraag subsidieverlening Planontwikkeling 1 Subsidieaanvraag : oprichten buurtenergiebedrijf in de schilderswijk 1 s-gravenhage 27 November 2012 Activiteit: OPRICHTEN BUURTENERGIEBEDRIJF IN DE STATIONSBUURT Aanvraag subsidieverlening Planontwikkeling

Nadere informatie

VNG Raadsledencampagne

VNG Raadsledencampagne Duurzaam Drimmelen VNG Raadsledencampagne Klimaat niet zonder de Raad Invloed raadsleden Borging beleid Collegiaal bestuur Collegeakkoord 2010-2014 Duurzame ontwikkeling: Een ontwikkeling die kan voorzien

Nadere informatie

KEMPENENERGIE. samen groen

KEMPENENERGIE. samen groen KEMPENENERGIE samen groen De coöperatie KempenEnergie wil alle inwoners van de 5 Kempengemeenten toegang geven tot de maatschappelijke en financiële voordelen van lokaal opgewekte schone energie. KEMPENENERGIE

Nadere informatie

VAN ONRENDABELE GROND NAAR DUURZAAM RENDEMENT

VAN ONRENDABELE GROND NAAR DUURZAAM RENDEMENT VAN ONRENDABELE GROND NAAR DUURZAAM RENDEMENT De overheid wil duurzame energie stimu leren en innovatie van duurzame energietechnieken bevor deren: meer duurzame energie in de toekomst. Doel is 16% duur

Nadere informatie

Energiecafé BECO. 16 Oktober 2014

Energiecafé BECO. 16 Oktober 2014 Energiecafé BECO 16 Oktober 2014 Programma Welkom Introductie Presentatie Voorzitter BECO Peer Verkuijlen Waarom BECO? Gemeente Bernheze wethouder Wijdeven Energiemarkt in beweging DE Unie Rense van Dijk

Nadere informatie

Duurzaam denken. Duurzaam doen!

Duurzaam denken. Duurzaam doen! Duurzaam denken. Duurzaam doen! Wederverkoper Noordelijk Lokaal Duurzaam (NLD) Milieubewust leven en is bewust kiezen voor duurzame energie. energiecooperatiegaasterland.nl Kies bewust Het gaat niet goed

Nadere informatie

Informatie voor deelnemers aan de training " Op weg naar het zelfstandig ondernemerschap".

Informatie voor deelnemers aan de training  Op weg naar het zelfstandig ondernemerschap. Bijlage: Opzet training hoe start ik een eigen bedrijf. Informatie voor deelnemers aan de training " Op weg naar het zelfstandig ondernemerschap". Indien u van plan bent een eigen bedrijf te starten vanuit

Nadere informatie

agenda & presentaties" Leeuwarden" 9 oktober 2013" Algemene Leden Vergadering Coöperatie "Enerzjy Koöperaasje Fryslân" U.A."

agenda & presentaties Leeuwarden 9 oktober 2013 Algemene Leden Vergadering Coöperatie Enerzjy Koöperaasje Fryslân U.A. agenda & presentaties Leeuwarden 9 oktober 2013 Algemene Leden Vergadering Coöperatie Enerzjy Koöperaasje Fryslân U.A. Wolkom op de eerste Algemene Leden Vergadering van Coöperatie Enerzjy Koöperaasje

Nadere informatie

Ontwerp Gezonde Systemen

Ontwerp Gezonde Systemen Ontwerp Gezonde Systemen Het huidige zonne-inkomen gebruiken De cycli van de natuur worden aangedreven door de energie van de zon. Bomen en planten vervaardigen voedsel op zonlicht. De wind kan worden

Nadere informatie

ENERGIE IN EIGEN HAND

ENERGIE IN EIGEN HAND Zonne-energie voor bedrijven? ENERGIE IN EIGEN HAND De Stichting Beheer Bedrijvenpark Merm, heeft een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor bedrijven om d.m.v. aanbrengen van zonnepanelen op het

Nadere informatie

100% groene energie. uit eigen land

100% groene energie. uit eigen land 100% groene energie uit eigen land Sepa green wil Nederland op een verantwoorde en transparante wijze van energie voorzien. Dit doen wij door gebruik te maken van duurzame energieopwekking van Nederlandse

Nadere informatie

Regionaal Energie Convenant 2014-2016

Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Mede mogelijk gemaakt met steun van: Regio Rivierenland Provincie Gelderland RCT-Rivierenland Pagina 1 Ondertekenaars, hier tezamen genoemd: partijen 1. Hebben het

Nadere informatie

Achtergrond informatie Eemstroom - Energiecoöperatie Amersfoort

Achtergrond informatie Eemstroom - Energiecoöperatie Amersfoort Achtergrond informatie Eemstroom - Energiecoöperatie Amersfoort Doel van dit document is het bieden van achtergrond informatie over het principe van Eemstroom -Energiecoöperatie Amersfoort. Eemstroom One

Nadere informatie

De kracht van delen in lokale wind- en zonprojecten

De kracht van delen in lokale wind- en zonprojecten De kracht van delen in lokale wind- en zonprojecten Menno van Rossum De Windcentrale Jeroen Vanson Greenchoice 21 November 2014 AGENDA Greenchoice Over Greenchoice Lokale initiatieven en coöperaties De

Nadere informatie

Bernhezer EnergieCoöperatie BECO

Bernhezer EnergieCoöperatie BECO Bernhezer EnergieCoöperatie BECO Ontstaan BECO Initiatiefgroep: lokaal en duurzaam Gesteund door lokale RABO en gemeente Najaar 2012 publieksavond Tweede avond voor belangstellenden werkgroepen Januari

Nadere informatie

Advies Energiebesparing

Advies Energiebesparing Advies April 2015 2 1 Advies in hoofdlijnen Het advies 1. Waarom doen huurders wel of niet mee aan energiebesparende en -opwekkende maatregelen. 2. Hoe zijn huurders te verleiden tot energiebesparende

Nadere informatie

LochemEnergie Lochemse Coöperatieve Energievereniging

LochemEnergie Lochemse Coöperatieve Energievereniging LochemEnergie Lochemse Coöperatieve Energievereniging Ja ik wil zonne-energie, maar... Wat moet ik doen? Is het financieel rendabel? Welke zonnecellen zijn het beste? Waar en door wie worden panelen geïnstalleerd?

Nadere informatie

Mogelijkheden voor energie coöperaties. Jeroen Leclercq jeroen.leclercq@wijkenergie.coop 06-53544195

Mogelijkheden voor energie coöperaties. Jeroen Leclercq jeroen.leclercq@wijkenergie.coop 06-53544195 Mogelijkheden voor energie coöperaties Jeroen Leclercq jeroen.leclercq@wijkenergie.coop 06-53544195 Inhoud Samen sterker Belang van gezamenlijke projecten Variant 1: alles achter de meter Variant 2: korting

Nadere informatie

Energie. 1 Conclusies. Energiebesparing en duurzame energie in de Drechtsteden

Energie. 1 Conclusies. Energiebesparing en duurzame energie in de Drechtsteden Energie Energiebesparing en duurzame energie in de Drechtsteden De gemeenten in de regio Drechtsteden werken samen aan klimaat- en energiebeleid. Ingezet wordt op energiebesparing en toename van gebruik

Nadere informatie

Lokale Duurzame Energie Bevlogen business. Zaterdag 9 maart 2013 Henk Stormink

Lokale Duurzame Energie Bevlogen business. Zaterdag 9 maart 2013 Henk Stormink Lokale Duurzame Energie Bevlogen business Zaterdag 9 maart 2013 Henk Stormink Wat is LochemEnergie? Een lokale duurzame energie coöperatie (LDE) Van, voor en door inwoners van de gemeente Lochem (een echt

Nadere informatie

Green Deal: Verduurzaming Schoolgebouwen

Green Deal: Verduurzaming Schoolgebouwen Green Deal: Verduurzaming Schoolgebouwen Frank de Wit, Wethouder Onderwijs, Sport en Duurzaamheid Huib Bulthuis, huisvesting SCO Leiden, schoolbestuur Eveline Botter, Projectmanager Gemeente Leiden 2 Inhoud

Nadere informatie

26 augustus 2014 Onderweg naar nieuwe duurzame initiatieven in Hilversum 1 26 augustus 2014

26 augustus 2014 Onderweg naar nieuwe duurzame initiatieven in Hilversum 1 26 augustus 2014 1 AGENDA 20.00 uur 1. Welkom / opening 2. Kort voorstelrondje 3. Inventarisatie van initiatieven die aanwezigen graag willen bespreken 4. Vaststellen agenda 5. Korte presentatie Duurzaam Hilversum & Hilversum

Nadere informatie

Bouwen is Vooruitzien

Bouwen is Vooruitzien Bouwen is Vooruitzien Energie van visie tot projecten Peter Op t Veld Inhoud Waar staan we? Europees energie en klimaatbeleid Tegenstelling collectief belang individueel belang Waar gaan we naar toe?

Nadere informatie

Greenspread. realising sustainable connections

Greenspread. realising sustainable connections Greenspread realising sustainable connections Greenspread, het Energieakkoord en CoopDeZon Inleiding Inleiding Greenspread richt zich op het ontwikkelen van lokale duurzame-energieproductiemiddelen. Greenspread

Nadere informatie

Stappenplan Zon op Huurwoning Amsterdam

Stappenplan Zon op Huurwoning Amsterdam Plan van Aanpak Huurderskoepels Het grote voordeel van collectieve opwek door huurders is dat het laagdrempelig, schaalbaar, betaalbaar en snel uit te voeren is. De aanpak bestaat uit de volgende stappen:

Nadere informatie

Samen investeren in hernieuwbare energie. Daan Creupelandt Dirk Vansintjan

Samen investeren in hernieuwbare energie. Daan Creupelandt Dirk Vansintjan Samen investeren in hernieuwbare energie Daan Creupelandt Dirk Vansintjan Even opwarmen Wie kent Ecopower? Zijn er coöperanten? Zijn er klanten? 2 Overzicht 1. Ecopower 2. Coöperatief ondernemen 3. REScoop.eu

Nadere informatie

Geothermie. traditioneel energiebedrijf?

Geothermie. traditioneel energiebedrijf? 31 maart 2010 T&A Survey Congres Geothermie Duurzame bron voor een traditioneel energiebedrijf? Hugo Buis Agenda Duurzame visie & ambities Waarom kiest Eneco voor Geothermie? Stand van zaken Markten Pro

Nadere informatie

Lokale energiecoöperatie

Lokale energiecoöperatie Lokale energiecoöperatie Stuwende kracht achter de de duurzame energietransitie van onderaf 1 Inhoud I. Visie II. De Energie Coöperatie III. Eemflow Energie VOF 2 Van Klimaat beleid naar Energie transitie

Nadere informatie

Bezwaren en oplossingen analyse van de denktanksessies installatiebranche

Bezwaren en oplossingen analyse van de denktanksessies installatiebranche Bezwaren en oplossingen analyse van de denktanksessies installatiebranche Bezwaren / Opmerkingen uit de Yellow paper sessie van 25-06-2014 Omvang 1. Alleen voor grote bedrijven met grote projecten 2. Te

Nadere informatie

Hartelijk welkom! Uniek nieuw initiatief Transition Town Breda Energie coöperatie: Brabants Eigen Energie (BREE)

Hartelijk welkom! Uniek nieuw initiatief Transition Town Breda Energie coöperatie: Brabants Eigen Energie (BREE) Hartelijk welkom! Uniek nieuw initiatief Transition Town Breda Energie coöperatie: Brabants Eigen Energie (BREE) Peter Nuijten Mob: 06-22811585 E-mail: peter.nuijten@hotmail.nl 1 Concept Energie coöperatie

Nadere informatie

Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder

Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder Communicatieplan, 22 Augustus 2014 1 Voorwoord Duurzaamheid is geen trend, het is de toekomst. Het is niet meer weg te denken

Nadere informatie

1E SCHOOL. duurzaam gerenoveerd

1E SCHOOL. duurzaam gerenoveerd 1E SCHOOL duurzaam gerenoveerd DUURZAAM RENOVEREN investeren in MEERVOUDIGE OPBRENGST INHOUD PRESENTATIE 1 Niet duurzame school 2 Duurzaam bouwen & leven 3 Duurzame energie, kleinschalig opgewekt 4 Passief

Nadere informatie

Energietransitie bij renovatie De nieuwe rol van energiebedrijven Ir D.G. Kalverkamp

Energietransitie bij renovatie De nieuwe rol van energiebedrijven Ir D.G. Kalverkamp Energietransitie bij renovatie De nieuwe rol van energiebedrijven Ir D.G. Kalverkamp JBR Organisatie-adviseurs bv Energiebedrijven kunnen vóór 2020 in 4 mln. woningen 30% energie besparen Energiebedrijven

Nadere informatie

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo Maak werk van zon & wind Tynaarlo Aanleiding Najaarsnota 2008 aankondiging plannen voor duurzame energie Voorjaar 2009 ontwikkelen scenario s Mei 2009 raadpleging inwoners Tynaarlo Juni 2009 voorstellen

Nadere informatie

Masterclass IV. Energie op bedrijventerreinen

Masterclass IV. Energie op bedrijventerreinen Masterclass IV Energie op bedrijventerreinen Programma Tijd Onderwerp Wie 16.00 Welkom Aleida van den Akker / Margreet Verwaal (Provincie Zuid-Holland) 16.05 Context en urgentie Wiebe Brandsma (Provincie

Nadere informatie

Stelling 1: Energie is geld voor Fryslân

Stelling 1: Energie is geld voor Fryslân Gebruik de lokale, Friese kracht voor meer duurzame energie en werkgelegenheid Vijf stellingen voor een duurzamer Fryslân Steeds meer Friezen kiezen er voor om zelf duurzame energie op te wekken, thuis

Nadere informatie

Slimme Netten. Martijn Bongaerts: - voorzitter Projectgroep Smart Grids Netbeheer Nederland - manager Innovatie, Liander

Slimme Netten. Martijn Bongaerts: - voorzitter Projectgroep Smart Grids Netbeheer Nederland - manager Innovatie, Liander Slimme Netten Martijn Bongaerts: - voorzitter Projectgroep Smart Grids Netbeheer Nederland - manager Innovatie, Liander Netbeheer Nederland (1) Netbeheer Nederland brancheorganisatie van alle elektriciteit-

Nadere informatie

Markt functioneert nu mondjesmaat, er is meer potentieel dan nu wordt gerealiseerd, want:

Markt functioneert nu mondjesmaat, er is meer potentieel dan nu wordt gerealiseerd, want: Marktanalyse Markt functioneert nu mondjesmaat, er is meer potentieel dan nu wordt gerealiseerd, want: Onbekendheid gebouweigenaren & gebruikers met de mogelijkheden en winst die te behalen valt Ondoorzichtige

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel BESPAAR MET DE ZON

Initiatiefvoorstel BESPAAR MET DE ZON Initiatiefvoorstel BESPAAR MET DE ZON Noordenveld Voorstel 1. Het college opdracht te geven een aanbesteding uit te laten werken voor de plaatsing van zonnepanelen op de (daarvoor geschikte) gemeentelijke

Nadere informatie

Communiceren met ouderen

Communiceren met ouderen Communiceren met ouderen 1. Introductie a) Het SEE-GREEN project Het SEE-GREEN project is een Europees initiatief om de gevolgen voor de oudere generatie burgers in onze gemeenschappen te bepalen wanneer

Nadere informatie

Onderwerp: Kaders voor windenergie

Onderwerp: Kaders voor windenergie Aan het Algemeen Bestuur Datum: 02-10-2013 Onderwerp: Kaders voor windenergie Voorstel 1. Vaststellen van beleidskaders voor windenergie-initiatieven; 2. Kennis te nemen van het initiatief voor een windmolenpark

Nadere informatie

Startnotitie samenwerking Land van Cuijk gemeenten op het gebied van energie, klimaat & duurzaamheid

Startnotitie samenwerking Land van Cuijk gemeenten op het gebied van energie, klimaat & duurzaamheid Wij gaan voor groen! Startnotitie samenwerking Land van Cuijk gemeenten op het gebied van energie, klimaat & duurzaamheid 1. Aanleiding Al vele jaren wordt in de regio Noordoost Brabant samengewerkt aan

Nadere informatie

Naar een duurzaam Hyperion. Bouwen als een. Wortels halen water uit de grond om dit te transporteren door de aderen van de boom

Naar een duurzaam Hyperion. Bouwen als een. Wortels halen water uit de grond om dit te transporteren door de aderen van de boom Bouwen als een boom Materialen en Energie Stadskantoor in Venlo gebouwd volgens Cradle to Cradle principes Wortels zijn de fundering Wortels halen water uit de grond om dit te transporteren door de aderen

Nadere informatie

... Gemeente Eindhoven en Eneco in 2045... Samen gaan we voor decentrale en duurzame toekomst! Waarde creëren Stadhuisplein. Veranderende overheid

... Gemeente Eindhoven en Eneco in 2045... Samen gaan we voor decentrale en duurzame toekomst! Waarde creëren Stadhuisplein. Veranderende overheid Gemeente Eindhoven en Eneco in 2045 Energieneutraal Veranderende overheid Waarde creëren Stadhuisplein Zichtbaar maken van innovatie Als duurzame stad Samen gaan we voor decentrale en duurzame toekomst!

Nadere informatie

ZON PRIVE ZONNIG VOORDEEL. Informatiebrochure over de zonnepanelenactie exclusief voor medewerkers van gemeente Utrecht

ZON PRIVE ZONNIG VOORDEEL. Informatiebrochure over de zonnepanelenactie exclusief voor medewerkers van gemeente Utrecht ZONNIG VOORDEEL ZON PRIVE 2013 Informatiebrochure over de zonnepanelenactie exclusief voor medewerkers van gemeente Utrecht De actie loopt tot en met 30 september 2013 2 Zon-Privé Utrecht Schoon, Slim

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Riedsútstel. Underwerp Duurzaamheidsbeleid 2014-2018

Riedsútstel. Underwerp Duurzaamheidsbeleid 2014-2018 Riedsútstel Ried : 22 januari 2015 Status : Opiniërend/Besluitvormend Eardere behandeling : Informerend d.d. 6 november 2014 Agindapunt : 10 Portefúljehâlder : M. van der Veen Amtner : mw. R.M.A. van Sonsbeek

Nadere informatie

ROMS interieur & display makers

ROMS interieur & display makers Gespreksverslag januari 2013 Duurzaamheid ROMS interieur & display makers Waarderveldseweg 97 Dhr. O. Meijer 023-5347284 oscar@roms.nl Rinco Bakker 06 532 95 684 energiecoach@parkmanagement.nl Aanleiding:

Nadere informatie

ENERGIECONCEPTEN. Advies op maat. vandorp.eu

ENERGIECONCEPTEN. Advies op maat. vandorp.eu ENERGIECONCEPTEN Advies op maat ENERGIE- KOSTEN Stelt u zich eens voor dat u 1,- per m 2 aan energiekosten kunt besparen in een pand van 5.000 m 2. In een tijd van stijgende energiekosten zal dit in 10

Nadere informatie

De schakel tussen milieu en economie

De schakel tussen milieu en economie De schakel tussen milieu en economie CO2 NEUTRAAL STICHTING DERDENGELDEN STICHTING DERDENGELDEN ENERGIEBEDRIJVEN STICHTING DERDENGELDEN MILIEU CONSULTING ENERGIEBEDRIJVEN Achteloos geld verbranden Organisaties

Nadere informatie

Raymond Roeffel Directeur Trineco. Regelgeving, Organisatie en beheermodellen rondom Zonne

Raymond Roeffel Directeur Trineco. Regelgeving, Organisatie en beheermodellen rondom Zonne Raymond Roeffel Directeur Trineco Regelgeving, Organisatie en beheermodellen rondom Zonne Agenda Waarom zonnestroom? Wet en regelgeving rondom zonnesystemen Salderingstarieven De meest voorkomende situaties

Nadere informatie

GLOEI 2015 & de werkgemeenschappen in het kort

GLOEI 2015 & de werkgemeenschappen in het kort GLOEI 2015 & de werkgemeenschappen in het kort GLOEI = sociale duurzaamheid, van A naar anders. Anders denken, nieuwe wegen bewandelen en nieuwe, niet voor de hand liggende samenwerking tot stand brengen

Nadere informatie

ENERGIEAKKOORD. Gevolgen, verplichtingen en kansen THOMAS KOKSHOORN

ENERGIEAKKOORD. Gevolgen, verplichtingen en kansen THOMAS KOKSHOORN ENERGIEAKKOORD Gevolgen, verplichtingen en kansen THOMAS KOKSHOORN 2 - Wie zijn wij? - Visie Ekwadraat - Beleid - Doelstellingen - Middelen - Financiering Inhoud - Conclusies en aanbevelingen 3 INLEIDING

Nadere informatie

Versnelling van de energietransitie met de lokale energiecoöperatie Jurgen van der Heijden, april 2014

Versnelling van de energietransitie met de lokale energiecoöperatie Jurgen van der Heijden, april 2014 (verschenen in nr. 3, september 2014 Magazine Energie+) Versnelling van de energietransitie met de lokale energiecoöperatie Jurgen van der Heijden, april 2014 Alle gemeenten zien in meer of mindere mate

Nadere informatie

Voorlichtingsbijeenkomst Coöperatie Waalre Energie Lokaal. Waalre, 28 november 2012

Voorlichtingsbijeenkomst Coöperatie Waalre Energie Lokaal. Waalre, 28 november 2012 Voorlichtingsbijeenkomst Coöperatie Waalre Energie Lokaal Waalre, 28 november 2012 Pieter Brouwers Voorzitter Agenda Doel van deze avond Hoe is de coöperatie geboren Wat kan er momenteel op het gebied

Nadere informatie

Verspreiden en borgen: werkwijze om andere locaties binnen de organisatie veilig te maken

Verspreiden en borgen: werkwijze om andere locaties binnen de organisatie veilig te maken Verspreiden en borgen: werkwijze om andere locaties binnen de organisatie veilig te maken Dat men zich bewust is van een probleem en een mogelijke oplossing (een verbetertraject) leidt niet automatisch

Nadere informatie

Groen gas. Duurzame energieopwekking. Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Welke keuzes en wat levert het op?

Groen gas. Duurzame energieopwekking. Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Welke keuzes en wat levert het op? Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Groen gas Welke keuzes en wat levert het op? Huidig beleid 100 miljoen m 3 groen gas. Opbrengst: 3 PJ. Extra inspanning 200 miljoen m 3 groen gas. Opbrengst: 6 PJ.

Nadere informatie

Ik wil zonnepanelen. Presentatie: Joop Eising van Invent www.invent.nl Erik Koning van Energiewacht www.ewacht.nl

Ik wil zonnepanelen. Presentatie: Joop Eising van Invent www.invent.nl Erik Koning van Energiewacht www.ewacht.nl Ik wil zonnepanelen. Presentatie: Joop Eising van Invent www.invent.nl Erik Koning van Energiewacht www.ewacht.nl Aanleiding vereniging voor energiebesparing: 1 hogere gemeentelijke tarieven voor verenigingen

Nadere informatie

Zonnestroomprojecten Gemeente Amsterdam. ProjectManagement Bureau Joost de Valk

Zonnestroomprojecten Gemeente Amsterdam. ProjectManagement Bureau Joost de Valk Zonnestroomprojecten Gemeente Amsterdam ProjectManagement Bureau Joost de Valk Noodzaak en ambitie Klimaatbeleid Amsterdam: forse CO 2 reductie 40% in 2025 en klimaatneutraal bouwen en gemeentegebouwen

Nadere informatie

PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF

PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF De Eshof op weg naar energie neutraal! = woningen Eshof naar nul op de meter = Inhoud 1. Ambitie: naar meest duurzame wijk van Elst? 2. Meten is weten: per wijk per

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie

Naar een klimaatneutrale sportvereniging

Naar een klimaatneutrale sportvereniging Naar een klimaatneutrale sportvereniging Leidraad voor het maken van een eigen projectplan of Plan van Aanpak Inleiding Steeds meer sportverenigingen met een eigen accommodatie komen in actie om energie

Nadere informatie

JA: WONEN VOOR IEDEREEN! WENJEN FOAR ELKENIEN PVDA FRYSLÂN WONINGPLAN

JA: WONEN VOOR IEDEREEN! WENJEN FOAR ELKENIEN PVDA FRYSLÂN WONINGPLAN JA: WONEN VOOR IEDEREEN! WENJEN FOAR ELKENIEN PVDA FRYSLÂN WONINGPLAN Foto: Jeroen Mul/Flickr, Creative Commons JA: STEVIG INZETTEN OP BETAALBAAR EN GOED WONEN VOOR IEDEREEN! De afgelopen jaren is er dankzij

Nadere informatie

Belanghoudersbijeenkomst

Belanghoudersbijeenkomst V e r s l a g Belanghoudersbijeenkomst Donderdag 17 november was u met ruim 30 andere genodigden aanwezig bij de belanghoudersbijeenkomst van Woningstichting Bergh. Een bijeenkomst waarbij wij graag twee

Nadere informatie

B-85 Green Deal verduurzamen dierenbeschermingcentra

B-85 Green Deal verduurzamen dierenbeschermingcentra B-85 Green Deal verduurzamen dierenbeschermingcentra Partijen: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de heer drs. M.J.M. Verhagen en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Nadere informatie

Duurzaamheid in Amersfoort: kansen en inspiratie Het Amersfoorts Afwegingskader Duurzaamheid

Duurzaamheid in Amersfoort: kansen en inspiratie Het Amersfoorts Afwegingskader Duurzaamheid Duurzaamheid in : kansen en inspiratie Het s Afwegingskader Duurzaamheid s Afwegingskader Duurzaamheid s Afwegingskader Duurzaamheid Leefomgeving Dit project draagt bij aan een gezond woon- en werkklimaat

Nadere informatie

BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN

BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN Projectleider Afdeling Iris van Gils Kerngroep Visie/Missie Datum 28 november 2014 Planstatus Vastgesteld in de Fusieraad 24 november 2014 Opdrachtgever Stuurgroep

Nadere informatie

Samenwerking met Greenchoice

Samenwerking met Greenchoice Samenwerking met Greenchoice Dit document is onderdeel van de Buurten met Energie toolbox, een project van Nudge. Deze toolbox is samengesteld om initiatiefnemers te ondersteunen bij het starten van een

Nadere informatie

Beleidsplan stichting Duurzaam Heino

Beleidsplan stichting Duurzaam Heino Beleidsplan stichting Duurzaam Heino Inhoudsopgave 1. Doelstelling... 3 2. Inleiding... 4 3. Wat is duurzaamheid?... 5 4. Lange termijn perspectief (..2030)... 6 5. Actieprogramma... 7 6. Financiële paragraaf...

Nadere informatie

Enquête kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie

Enquête kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie Enquête kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie Energie besparen in monumenten en lokaal energie opwekken op landgoederen In het kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie werkt de

Nadere informatie

Regio Stedendriehoek

Regio Stedendriehoek Regio Stedendriehoek 1 Energieneutrale regio Energietransitie Stedendriehoek Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst,Zutphen Netbeheer en Duurzame Gebiedsontwikkeling Pieter van der Ploeg, Alliander

Nadere informatie

Versnellingsplan. Ledenvergadering CALorie 11 april 2013

Versnellingsplan. Ledenvergadering CALorie 11 april 2013 Versnellingsplan Ledenvergadering CALorie 11 april 2013 Inhoud Terugblik vorige ledenvergadering en voortgang sindsdien Gevraagde instemming met bestuursbesluit Afspraken tussen coördinator, bestuur en

Nadere informatie

Schriftelijke vragen van de CDA-fractie aan het college van B&W. Datum: 16 juni 2015. Geacht college,

Schriftelijke vragen van de CDA-fractie aan het college van B&W. Datum: 16 juni 2015. Geacht college, Schriftelijke vragen van de CDA-fractie aan het college van B&W Datum: 16 juni 2015 Betreft: duurzaamheidslening Geacht college, Op 30 oktober 2014 is tijdens de programmabegroting 2015 een motie van het

Nadere informatie