AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING"

Transcriptie

1 AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 1

2 INHOUD 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 M.e.r-beoordelingsplicht 1.3 Doel van de aanmeldingsnotitie 1.4 Betrokken partijen 1.5 Leeswijzer 2 BESCHRIJVING VOORGENOMEN ACTIVITEIT 2.1 Activiteit 3 ALGEMENE BESCHRIJVING PLANGEBIED 4 BESCHRIJVING EFFECTEN 4.1 Vrijkomende materialen 4.2 Flora en fauna 4.3 Leefomgeving 4.4 Landschap, cultuurhistorie en archeologie 4.5 Bodem en geohydrologie Bodem Kwel 4.6 Recreatie 4.7 Waterhuishouding Huidige situatie Nieuwe situatie: fase 1 5 COMPENSATIE EN MITIGATIE 6 CONCLUSIE 7 PROCEDURE EN BESLUITVORMING CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 2

3 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Gemeente Lelystad en Havenbedrijf Amsterdam trekken samen op om de economische kracht van Metropoolregio Amsterdam met de aanleg van een binnenvaarthaven te versterken. Voor de regio betekent de havenontwikkeling een impuls voor de werkgelegenheid. Flevokust ligt ten noorden van Lelystad aan diep vaarwater, in de directe nabijheid van een groeiende luchthaven (Lelystad Airport), de drukke scheepvaartroute Amsterdam-Lemmer, autowegen (rijksweg A6) en spoorwegen (Hanzelijn/Flevolijn). Realisering van Flevokust draagt bij aan de groeiende kracht van Lelystad als industrieellogistiek centrum. Er komt een op- en overslaghaven, waar containers per binnenschip aankomen en per truck of trein naar het directe achterland getransporteerd worden. Vanwege de binnen Metropoolregio Amsterdam geconstateerde schaarste aan zg. nat bedrijventerrein biedt Flevokust een oplossing voor havengebonden bedrijven en industrie in de hogere milieucategorieën. In de huidige situatie is het plangebied grotendeels in gebruik als agrarische cultuurgrond, in gebruik door Orgaworld. In het verleden, bij de aanleg van Flevoland, is een groot gedeelte van Flevokust in gebruik geweest als viskwekerij. De verkaveling en de afmetingen van de voormalige visvijvers zijn nog in het landschap terug te zien, zoals op onderstaande luchtfoto (bron: google) zichtbaar is. Aan de westzijde van het plangebied is de IJsselmeerdijk. Dit is een hoge primaire waterkering. De maaiveldhoogte van het plangebied is lager dan het peil van het IJsselmeer. De IJsselmeerdijk is van wezenlijk belang voor de bescherming van het binnendijkse gebied. Op de dijk staat een windturbinepark, dat stroom levert aan de noordelijk van het plangebied liggende energiecentrale. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 3

4 Flevokust biedt na realisatie ruimte aan bedrijven van een hogere milieucategorie (4 en 5). Daarbij worden insteekhavens gerealiseerd, waardoor een deel van het terrein direct via het water in open verbinding staan met het IJsselmeer. Om deze open verbinding met het IJsselmeer te kunnen realiseren wordt een nieuwe dijk om het bedrijventerrein aangelegd, het terrein ligt daarmee buitendijks. Flevokust wordt in meerdere fasen gerealiseerd. Het bestemmingsplan Flevokust fase 1 maakt de realisatie van de eerste fase van het terrein mogelijk. 1.2 M.e.r-beoordelingsplicht Op grond van artikel 5.4 van de Waterwet moet voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk, zoals dijken een projectplan worden gemaakt dat door de beheer- der moet worden vastgesteld. Het vaststellen van een dergelijk projectplan is een m.e.r.- beoordelingsplichtig besluit. De m.e.r. beoordeling is geregeld in de Wet milieubeheer, artikel 7.2 lid 1 b (m.e.r. beoordelings- plicht), artikel 7.16 lid 2 (aanmeldingsnotitie) en artikel 7.17 (m.e.r. beoordeling door bevoegd gezag). De beoordelingsplicht ontstaat op basis van categorie D.3.2 uit Bijlage D van het Besluit milieueffect- rapportage. Een projectplanbesluit waarin de aanleg, wijziging of uitbreiding van een primaire waterkering wordt mogelijk gemaakt is m.e.r.-beoordelingsplichtig. Deze activiteit is opgenomen in categorie 3.2 van bijlage D van het gewijzigde Besluit m.e.r op basis van EU richtlijn 2011/92/EU. ( Het m.e.r.-beoordelingsplichtige besluit is het projectplan Waterwet. Daarom wordt door de gemeente Lelystad een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling ingediend bij provincie Flevoland. Het wijzigen van de primaire waterkering is geen op zichzelf staand project maar maakt deel uit van het plan voor de (volledige) aanleg van het bedrijventerrein waarvoor een gecombineerde plan/project MER wordt opgesteld. 1.3 Doel van de aanmeldingsnotitie Doel van een aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van de nieuwe dijk om het bedrijventerrein Flevokust te verzamelen en te presenteren. Met deze informatie kan het bevoegd gezag een oordeel geven over de noodzaak van het doorlopen van een m.e.r.- procedure. Een m.e.r.-beoordeling betekent dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu waarvoor een MER noodzakelijk wordt geacht. Dit rapport geeft informatie aan de hand waarvan het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of er een MER dient te worden opgesteld voor de voorgenomen activiteit. Centraal staat de vraag of er een MER moet worden gemaakt gezien de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. Nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt door bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: de kenmerken van de activiteit; de plaats waar de activiteit plaatsvindt (gevoelige gebieden); de samenhang met andere activiteiten/cumulatie; CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 4

5 de kenmerken van belangrijke nadelige milieugevolgen die de activiteit kan hebben. In de Europese richtlijn 2011/92/EU zijn criteria opgenomen die het bevoegd gezag moet laten meewegen bij het beantwoorden van de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Oordeelt het bevoegd gezag dat hiervan daadwerkelijk sprake is, dan dient de m.e.r.-procedure doorlopen te worden. De aanleg van de waterkering voldoet aan de criteria voor m.e.r.-beoordeling. In het kader van de m.e.r.- beoordelingsprocedure is voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld, op basis waarvan het bevoegd gezag zal besluiten of het noodzakelijk is om de gehele m.e.r.-procedure te doorlopen voor het plan om de waterkering aan te leggen. 1.4 Betrokken partijen Eigendomssituatie Verwerving van gronden van derden voor de dijkverlegging is niet aan de orde. De grond op de locatie van de nieuwe dijk is in eigendom van bv Flevokust. Het eigendom van de nieuwe dijk wordt overgedragen aan waterschap Zuiderzeeland. De huidige waterkering komt in eigendom van bv Flevokust. Dit wordt vastgelegd in een overdrachtsprotocol tussen beide organisaties. Initiatiefnemer, BV Flevokust In de op te richten BV Flevokust die het bedrijventerrein gaat uitgeven en beheren, participeert, naast gemeente Lelystad en Havenbedrijf Amsterdam, ook de provincie Flevoland. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zal een korte beschrijving worden gegeven van de voorgenomen werkzaamheden, tevens zal de globale planning worden weergegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de mogelijke milieueffecten en eventuele mitigerende maatregelen, waarna in hoofdstuk 5 de procedure wordt verwoord. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 5

6 2 BESCHRIJVING VOORGENOMEN ACTIVITEIT 2.1 Activiteit Flevokust is gelegen aan één van de grote (binnen)vaarwegen van Nederland, namelijk Amsterdam - Lemmer - Delfzijl. Onderdeel van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Flevokust is onder meer het aanleggen van een nieuwe binnenhaven. Haven Amsterdam en Lelystad wensen een deel van de binnenvaarthaven te bestemmen voor de ontwikkeling en exploitatie van een binnenvaart containerterminal, met als doel het realiseren van achterlandverbindingen in de containerlogistiek en het stimuleren van werkgelegenheid. Hiervoor is het nodig dat de binnenhaven een open verbinding krijgt met de vaarroute in het IJsselmeer. Daarom moet om het haventerrein heen een nieuwe waterkering worden aangelegd. Omdat het gaat om een primaire waterkering is besloten om voor dit onderdeel een aparte procedure te doorlopen, los van de procedures voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Om de insteekhaven te kunnen realiseren moet de bestaande primaire kering, de IJsselmeerdijk, worden doorsneden en omwille van de waterveiligheid worden verlegd. De nieuwe kering van circa 1,7 km omsluit het gehele haventerrein, dat hiermee geheel buitendijks komt te liggen. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 6

7 CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 7

8 3 ALGEMENE BESCHRIJVING PLANGEBIED Het bedrijventerrein Flevokust is gelegen aan de noordzijde van Lelystad. Het terrein wordt in fasen aangelegd. Dit bestemmingsplan gaat over de eerste fase, hierna; het plangebied. De eerste fase betreft het meest noordelijk deel van Flevokust, direct zuidelijk van de energiecentrale liggend. Globaal bestaat de begrenzing van het plangebied verder uit de IJsselmeerdijk en het IJsselmeer aan de westzijde, de Karperweg aan de oostzijde en fase 2 van Flevokust aan de zuidzijde. De ligging van het plangebied is aangegeven in onderstaande figuur: Ligging plangebied Natuur Het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied IJsselmeer. Andere activiteiten en functies kunnen effecten hebben op de natuurgebieden en daarin levende flora- en faunasoorten. Met dit project wordt een dijklichaam gerealiseerd. Een dergelijke functie is niet van invloed op het Natura 2000-gebied IJsselmeer. In 2012 is een ecologisch onderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten in het plangebied vast te stellen. Hieruit is gebleken dat in het plangebied diverse beschermde plant- en diersoorten voorkomen. In paragraaf 4.2 wordt hier uitgebreid op ingegaan. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 8

9 Landschap, cultuurhistorie en archeologie Plangebied vanaf de Karperweg naar de IJsselmeerdijk Plangebied vanaf het IJsselmeer (Bron: Tauw, 2009) (Bron: Tauw, 2009) Het plangebied kent, volgens de gemeentelijk archeologische verwachtingskaart, een lage verwachtingswaarde. Met de aanleg van het nieuwe dijklichaam worden geen bodemingrepen gedaan, die van invloed kunnen zijn op de archeologische waarden in de bodem. Het dijklichaam wordt bovenop de huidige gronden gerealiseerd. De bodem wordt daarbij dus niet geroerd. Het plangebied kent geen cultuurhistorische elementen, zoals gebouwen. In of nabij het plangebied is geen sprake van cultuurhistorische of archeologische waarden, waarmee rekening moet worden gehouden. De werkzaamheden zullen ontgravingen met zich meedragen voor het aanbrengen van de sluishoofdondersteuningen. Deze ontgravingen vinden plaats in grond die tijdens de bouw van de sluis destijds is geroerd (aanleg in een bouwput). De kans voor het aantreffen van archeologische waarden is minimaal. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 9

10 4 BESCHRIJVING EFFECTEN 4.1 Vrijkomende materialen Alleen ter plaatse van de aansluiting van de nieuwe dijk op de bestaande dijk komen beperkt materialen vrij. Dit betreft de wegconstructie op de binnenteen van de dijk (asfalt en onderlagen). Deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Daarnaast wordt de toplaag op het binnentalud tussen de binnenberm en het bestaande maaiveld afgegraven, alsmede de kleibekleding op het binnentalud tussen de weg en de binnenkruin. Vrijkomende materialen kunnen op het aan te leggen haventerrein worden verwerkt. Hierdoor zijn er geen nadelige effecten. 4.2 Flora en fauna Het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied IJsselmeer. Andere activiteiten en functies kunnen effecten hebben op de natuurgebieden en daarin levende flora- en faunasoorten. Met dit project wordt een dijklichaam gerealiseerd. Een dergelijke functie is niet van invloed op het Natura 2000-gebied IJsselmeer. Een dijklichaam is immers geen verstorende functie voor dit gebied. In 2012 is een ecologisch onderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten in het plangebied vast te stellen.[hieruit is gebleken dat in het plangebied diverse beschermde plant- en diersoorten voorkomen. Voor de aanleg van het dijklichaam zijn de volgende conclusies uit het ecologisch onderzoek van belang: De paden, singels, bosranden en grachten doen dienst als vliegroute en foerageergebied voor gewone en ruige dwergvleermuis. Daarom wordt geadviseerd om de groenstructuur of een deel ervan te sparen. De oostelijke singels met ringsloot en de singels langs de paden rond Orgaworld zijn hierbij het belangrijkst. Om het dijklichaam aan te leggen, is het noodzakelijk de bomenrij die het gebied omzoomt deels te kappen. Dit is inmiddels uitgevoerd. De oostelijke ringsloot (=Karpertocht) wordt eveneens gedempt. Deze wordt in de relatieve nabijheid weer aangebracht (zie paragraaf 7 van dit hoofdstuk). Alle broedvogels zijn zwaar beschermd, wat betekent dat nesten niet mogen worden verstoord. Werkzaamheden in de broedtijd die mogelijk verstorend zijn, zijn daarom uitgesloten. Voorafgaand aan de aanleg moeten dus maatregelen worden genomen om te voorkomen dat vogels in het gebied gaan broeden. In de praktijk betekent dit dat kort voorafgaand aan het broedseizoen (half maart - half augustus) de eventuele vegetatie zeer kort gemaaid wordt, waarna vogelverschrikkers worden geplaatst om eventuele hervestiging van broedvogels tegen te gaan Voor alle soorten geldt de algemene zorgplicht (art 2 Flora en faunawet). Dit betekent dat zoveel mogelijk getracht moet worden om onnodige schade te voorkomen. Hierbij moet gedacht worden aan werkzaamheden aan de watergangen (amfibieën, vis) waarvoor voorzorgsmaatregelen nodig zijn om onnodige sterfte te voorkomen. De volgende maatregelen worden genomen: Het afvangen en terugplaatsen van de vissen onder deskundige begeleiding in de naastgelegen niet te dempen watergang 2. Bij het dempen van een watergang wordt het water één richting uitgedreven naar het naastliggende deel van de watergang, opdat nog aanwezige vissen en amfibieën kunnen CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 10

11 ontsnappen Middels het nemen van deze maatregelen wordt verstoring voorkomen zodat nadelige effecten voor flora en fauna achterwege blijven. 4.3 Leefomgeving Tijdens de aanleg van de waterkering zal geluidshinder optreden. Na realisatie is er geen sprake meer van geluidshinder. Wel wordt de toekomstige ontsluiting van het bedrijventerrein met dit plan mogelijk gemaakt. In de omgeving liggen echter geen geluidsgevoelige functies die direct door de ontsluitingsweg gehinderd kunnen worden. Het aspect luchtkwaliteit vormt in de huidige situatie geen belemmering. Dit geldt ook voor het plangebied. De verwachting is dat ook in de toekomst belemmeringen met betrekking tot dit aspect uitblijven. De situatie voor de luchtkwaliteit verandert door de aanleg van de waterkering niet. Het bedrijventerrein wat voor de waterkering wordt gerealiseerd zal een verkeersaantrekkend effect hebben. 4.4 Landschap, cultuurhistorie en archeologie Het plangebied kent, volgens de gemeentelijk archeologische verwachtingskaart, een lage verwachtingswaarde. Met de aanleg van het nieuwe dijklichaam worden geen bodemingrepen gedaan, die van invloed kunnen zijn op de archeologische waarden in de bodem. Het dijklichaam wordt bovenop de huidige gronden gerealiseerd. De bodem wordt daarbij dus niet geroerd. Het plangebied kent geen cultuurhistorische elementen, zoals gebouwen. Wel is het terrein vroeger in gebruik geweest als viskwekerij. De grootschalige visvijvers zijn nu nog goed in het landschap terug te zien. Met de invulling van het gehele bedrijventerrein Flevokust wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, waaronder de kenmerkende verkavelingsstructuur die nog aanwezig is. 4.5 Bodem en geohydrologie Bodem Het aanleggen van het dijklichaam brengt op zichzelf geen nieuwe milieugevoelige functies met zich mee. Wel heeft het aanleggen van het dijklichaam effect op de bodem in de vorm van zettingen. Voor het optreden van zettingen in de tijd geldt dat deze als gevolg van diverse factoren slechts een zekere nauwkeurigheid hebben. Hierdoor zal ook voor het vaststellen van het tijd- zettingsverloop een goede monitoring van onder andere zakbaken voor, tijdens en eventueel na de uitvoeringsperiode moeten worden uitgevoerd. Indien uit deze monitoring blijkt dat de zettingen sneller optreden dan verwacht, kan mogelijk eerder begonnen worden met het profileren van de zandkern en het aanbrengen van de bekleding. Echter blijven de zettingen achter in de tijd, dan zal mogelijk een langere voorbelastingsperiode in acht moeten worden genomen, dan wel aanvullende maatregelen moeten worden genomen (extra voorbelasting) om aan de gestelde restzettingseis te kunnen Kwel De verandering die optreedt in de kwel in het binnendijkse gebied blijkt echter zeer klein te zijn, 0,05 mm/dag. De berekende kweltoename is dermate gering, dat hiervoor geen compenserende maatregelen hoeven te worden uitgewerkt. Gezien de robuustheid die is ingebouwd in de handberekening wordt nader onderzoek naar kwel niet zinvol geacht. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 11

12 4.6 Recreatie In de huidige situatie wordt het gebied in beperkte mate recreatief gebruikt. Het inspectiepad kan als fietsverbinding worden gebruikt. In de nieuwe situatie zal wederom een inspectiepad worden aangelegd. Ten aanzien van recreatieve waarden wordt geen blijvende aantasting voorzien. 4.7 Waterhuishouding Huidige situatie Peilbeheer en inrichting In het gehele plangebied is het streefpeil op NAP -6,2 m ingesteld. Momenteel loopt een watergang, de Forellentocht respectievelijk Karpertocht7, door het plangebied. Deze vormt een ring tussen de IJsselmeerdijk, de Houtribweg en de A6. De Forellentocht wordt door een vaste dam onderbroken, ongeveer halverwege de energiecentrale en de Houtribweg. Ter plaatse van deze dam kruist een hevelleiding de watergang. Toen een deel van het plangebied in gebruik was als viskwekerij werd de hevel gebruikt voor de aanvoer van water uit het IJsselmeer. Overtollig water wordt in zuidwestelijke richting afgevoerd en verlaat in de zuidoostelijke hoek via de Karpertocht het plangebied in oostelijke richting naar de Noordertocht. De Karpertocht en de Forellentocht aan de zuidzijde van het plangebied dienen als lokale ecologische verbindingszone tussen het Houtribbos en het Visvijverbos. Waterkwaliteit De Forellentocht/Karpertocht is een KRW-waterlichaam die gevoed wordt door de kwelsloot en waarschijnlijk door water vanuit het eerste watervoerende pakket. Hierdoor heeft de Forellentocht/Karpertocht een betere waterkwaliteit dan de overige watergangen in de polder. Waterberging Binnen fase 1 en 2 is circa 2,7 ha oppervlaktewater aanwezig. Dit komt overeen met gemiddeld 1,7 % van het bruto oppervlak. Er is momenteel zeer weinig verhard oppervlak in het gebied aanwezig. Daarom is de hoeveelheid oppervlaktewater ruim voldoende om de neerslag die binnen het plangebied valt te verwerken. Kwel De stijghoogte in het eerste watervoerend pakket bedraagt circa NAP -5,0 m. De stijghoogte is groter dan het streefpeil van het oppervlaktewater. Dit betekent dat binnendijks sprake is van een kwelsituatie. Door de aanwezigheid van een deklaag van klei (6 à 7 m) is de hoeveelheid kwel echter zeer beperkt. Langs de IJselmeerdijk is de (lokale) kwel door de relatief hoge waterstand in het IJsselmeer aanzienlijk groter. Deze kwel wordt afgevangen en afgevoerd via een aparte kwelsloot langs de IJsselmeerdijk, die niet onder het peilregime valt. Het streefpeil in de kwelsloot is circa 0,5 m8 hoger dan het streefpeil (NAP -6,20 m) in de overige watergangen in het plangebied. De kwelsloot loost op de watergang rondom het plangebied langs de dijk om de doorstroming te bevorderen Nieuwe situatie: fase 1 Situatiebeschrijving Bedrijventerrein Flevokust heeft een bruto oppervlak van in totaal circa 115 ha en wordt in twee fasen gerealiseerd. De uitvoering van fase 1 start in Fase 2 wordt de komende 10 jaar ontwikkeld. Van beide fasen wordt het maaiveld opgehoogd tot een niveau van circa NAP+2,25 m. Fase 1 komt buitendijks te liggen. Om dit te kunnen realiseren wordt de dijk CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 12

13 verlegd rondom fase 1. Fase 2 blijft de eerste 10 jaar binnendijks gericht, waarbij de optie wordt aangehouden na 10 jaar de dijk te verleggen zodat ook fase 2 buitendijks komt te liggen. Bij de aanpassingen aan de waterhuishouding wordt daar nu al rekening mee gehouden. Peilbeheer en inrichting Het huidige peilregime blijft met uitzondering van het buitendijkse deel van fase 1 gehandhaafd, het leggerpeil blijft -6,20 m NAP. De inrichting van de watergangen rondom het plangebied wordt grotendeels gehandhaafd. De afvoer blijft plaatsvinden in zuidoostelijke richting, van de Forellentocht via de Karpertocht naar de Noordertocht. Aanpassingen aan noordwestzijde plangebied Het deel van de Forellentocht dat grenst aan de IJsselmeerdijk en dat zich binnen de contouren van de nieuwe waterkering valt, komt te vervallen. Omdat dit een KRW-watergang betreft, moet dit worden gecompenseerd. Dit gebeurt door een nieuwe watergang aan te leggen juist ten zuidwesten van de Karperweg (zie figuur 5.8). Deze krijgt een lengte van circa 850 meter. Dit is iets langer dan het gedeelte dat komt te vervallen (800 m), zodat aanvullende compensatie niet nodig is. Overwogen is de compensatiewatergang direct ten zuiden van de nieuwe waterkering van fase 1 aan te leggen. Direct na de realisatie van fase 1 wordt echter begonnen met het ophogen van terreinen in fase 2. Dit betekent dat binnen afzienbare tijd de compensatiewatergang wellicht weer gedempt zou moeten worden, en alsnog worden verplaatst naar de zuidwestzijde van de Karperweg. Vanwege de ontwikkeling van natuurwaarden, die in de loop van de tijd toenemen, is dit niet wenselijk en wordt de compensatiewatergang direct op de juiste plek gelegd (zie figuur 5.8). In de vaste dam is een duiker aanwezig. Hierdoor kan de afvoer van het gedeelte van de Forellentocht dat zich tussen de nieuwe waterkering en de vaste dam bevindt gewoon in zuidwestelijke richting plaatsvinden. Voor het overige deel van de Forellentocht en voor de Karpertocht blijft de afvoersituatie ongewijzigd. Aanpassingen oostzijde Aan de oostzijde van het plangebied moet een deel van de KRW-watergang verplaatst worden. De huidige watergang bevindt zich te dicht bij de nieuwe dijk. In figuur 5.8 is in groen aangegeven waar de nieuwe KRW-watergang wordt aangelegd. Deze nieuwe watergang sluit aan ten zuiden van het plangebied aan op de bestaande KRW-watergang die naar richting de Karpertocht stroomt. Deze watergang blijft voorlopig gehandhaafd. Mogelijk dat deze watergang in de toekomst naar de andere zijde van de weg wordt verplaatst in verband met de aanleg van fase 2. Waterberging Op basis van de rekenmethode van waterschap Zuiderzeeland moet (uitgaande van circa 1,5 m drooglegging) bij de aanleg van nieuwe verhardingen lokaal 5 % oppervlaktewater worden gecreëerd. Op basis van een bruto oppervlak van 43 ha betekent dit dat er 2,2 ha compensatieoppervlak moet worden gecreëerd. Aangezien in het gebied een haven van 4 ha is geprojecteerd, is dit ruim voldoende om aan de eis te voldoen. De te dempen bestaande watergangen binnen fase 1 moeten ook gecompenseerd worden. De oppervlakte van deze watergangen is circa 1,6 ha. Ook dit oppervlak wordt dus gecompenseerd door de aanleg van de havenarm. Hierbij is ervan uitgegaan dat de afvoer van hemelwater in principe naar het IJsselmeer plaatsvindt. Rijkswaterstaat heeft, als beheerder van dit water, aangegeven hiermee akkoord te gaan. Grondwater Ten gevolge van het ophogen van het maaiveld van -4,70 m NAP tot +2,25 m NAP zal de drooglegging aanzienlijk toenemen, zowel ten opzichte van het polderpeil als ten opzichte van het IJsselmeer. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 13

14 Kwel Door het buitendijks brengen van het plangebied fase 1 veranderd de kwelsituatie. Door de aanleg van de nieuwe waterkering treden twee effecten op, die van tegengestelde invloed zijn op de kwel in het achterliggende gebied: - het oppervlak van de polder wordt kleiner, waardoor de kwel netto afneemt - het peil van het IJsselmeer wordt dichterbij gehaald door de aanleg van de nieuwe haven, waardoor de kwel netto toeneemt. Per saldo blijkt het tweede effect net iets sterker te zijn. De verandering blijkt echter zeer klein te zijn, 0,05 mm/dag. De berekende kweltoename is dermate gering, dat hiervoor geen compenserende maatregelen hoeven te worden uitgewerkt. Gezien de robuustheid die is ingebouwd in de handberekening wordt nader onderzoek naar kwel niet zinvol geacht. (Voor een onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 7 van het Projectplan.) Kwelsloten langs huidige dijk De afvoersituatie van de kwelsloot langs de huidige IJsselmeerdijk blijft ongewijzigd, dus de kwelsloot kan conform de eis van waterschap Zuiderzeeland onbelemmerd afvoeren. De afvoer van de kwelsloot blijft plaatsvinden via de huidige lozingspunten op de Forellentocht om de doorstroming te bevorderen. Kwelsloten langs nieuwe dijk Langs de nieuwe dijk wordt een kwelsloot aangelegd met een bodemniveau van NAP-6,00 m. Het waterpeil in de kwelsloot zal dus hoger zijn dan het polderpeil en hiermee kan het water in de kwelsloot altijd vrij afstromen. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 14

15 5 COMPENSATIE EN MITIGATIE Compensatie water Binnen het plangebied komt een deel van de huidige KRW-watergangen te vervallen met de aanleg van de nieuwe waterkering en de realisatie van fase 1 van het bedrijventerrein Flevokust. Dit wordt elders binnen en in directe de nabijheid van het plangebied gecompenseerd. In paragraaf is dit reeds beschreven. Mitigerende maatregelen 1. Voorkomen verstoring nesten (broedvogels) Voorafgaand aan de aanleg, voor het broedseizoen (half maart - half augustus) wordt de eventuele vegetatie zeer kort gemaaid, waarna vogelverschrikkers worden geplaatst om eventuele hervestiging van broedvogels tegen te gaan opdat verstoring te voorkomen. 2. Voorkomen sterfte amfibieën, vissen Het afvangen en terugplaatsen van de vissen onder deskundige begeleiding in de naastgelegen niet te dempen watergang Bij het dempen van een watergang wordt het water één richting uitgedreven naar het naastliggende deel van de watergang, opdat nog aanwezige vissen en amfibieën kunnen ontsnappen. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 15

16 6 CONCLUSIE Uit de verschillende onderzoeken blijkt dat de milieueffecten geen aanleiding geven voor het opstellen van een MER, dit mede omdat het gaat om de verlegging van een primaire waterkering dat deel uitmaakt van een alles omvattend plan voor de aanleg van bedrijventerrein Flevokust waarvoor reeds een plan/project MER wordt opgesteld. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 16

17 7 PROCEDURE EN BESLUITVORMING Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een MER moet worden opgesteld en deelt deze beslissing onverwijld aan de initiatiefnemer mede. Het beoordelingsbesluit wordt vervolgens bekend gemaakt (in dag-, nieuws- of huis aan huisbladen). Als geen m.e.r.-procedure nodig is stelt het waterschap een ontwerp projectplan (verbeteringsplan) op en legt dit ter inzage. Een ieder kan hierop zijn/haar zienswijze kenbaar maken. Na de ter inzage legging (inspraak) stelt het waterschap Zuiderzeeland het definitief projectplan vast en stuurt dit ter goedkeuring naar Gedeputeerde Staten van de provincie. Het goedkeuringsbesluit wordt bekend gemaakt. Hierop is beroep mogelijk. De gemeente Lelystad is in deze procedure initiatiefnemer en voor de MER-beoordeling is Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland bevoegd gezag. Voor het projectplan tenslotte is waterschap Zuiderzeeland het bevoegd gezag. CONCEPT aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling 17