Personalia (stand per 31 december 2011) 1. Vijfjarig overzicht kerncijfers (bedragen in miljoen) 4

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Personalia (stand per 31 december 2011) 1. Vijfjarig overzicht kerncijfers (bedragen in miljoen) 4"

Transcriptie

1

2

3 Inhoudsopgave Personalia (stand per 31 december 2011) 1 Vijfjarig overzicht kerncijfers (bedragen in miljoen) 4 1 Bestuursverslag Doelstelling en beleid Bestuur en verantwoordingsorgaan Organisatie, verantwoording, toezicht en uitvoering Pensioenregelingen Externe ontwikkelingen en nieuwe wetgeving Ontwikkelingen op het gebied van Pension Fund Governance en medezeggenschap Risicomanagement Premiebeleid Toeslagbeleid Vermogensbeheer en beleggingsresultaat Financiële positie, toereikendheidstoets en herstelplan Communicatie Toekomstige ontwikkelingen en voornemens van het bestuur 46 2 Jaarrekening Balans per 31 december Staat van baten en lasten over Kasstroomoverzicht Toelichting behorende bij de jaarrekening Algemeen Bepalingen wet- en regelgeving Waarderings- en berekeningsgrondslagen Toelichting op de balans per 31 december Risicobeheer en derivaten Niet in de balans opgenomen verplichtingen Toelichting op de staat van baten en lasten over Verbonden partijen Overige gegevens Uitvoeringsovereenkomst Gebeurtenissen na balansdatum Samenvatting verslag van de compliance officer Actuariële verklaring Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Verklaring verantwoordingsorgaan 111 Bijlage 1: Samenvatting pensioenregelingen 116 Bijlage 2: Overzicht gebruikte afkortingen en begrippen mei Jaarverslag 2011

4 Personalia (stand per 31 december 2011) Bestuur Het bestuur bestaat uit acht leden. De statuten bepalen dat hiervan vier benoemd zijn door de onderneming, twee benoemd zijn door de Ondernemingsraad (OR) en twee gekozen zijn door de gepensioneerden. De zittingstermijn bedraagt vier jaar. Het volgende overzicht laat de bestuurssamenstelling per 31 december 2011 zien, waarbij het jaar waarin de zittingstermijn eindigt tussen haakjes wordt vermeld. Bestuursleden, benoemd door de onderneming De heer drs. L. Burgers (2013) Mevrouw drs. C.T.M. van Mierlo, voorzitter bestuur (2015) De heer H.G. Monsou, vanaf 1 juni 2011, plaatsvervangend secretaris bestuur vanaf 7 december 2011 (2014) De heer G. Veltman, plaatsvervangend voorzitter bestuur (2012) Bestuursleden, benoemd door de Ondernemingsraad (OR) De heer R. Burema, secretaris bestuur (2013) De heer K. Meindertsma, vanaf 1 juni (2015) Bestuursleden, gekozen door de gepensioneerden De heer M. Hildebrand RA (2012) Vacature, ontstaan per 26 oktober 2011 (2014) Dagelijks bestuur en commissies Vanuit het bestuur zijn een dagelijks bestuur (DB), een aanspreekpunt voor Integraal Risicomanagement (IRM) en drie commissies ingesteld. De leden van de commissies bestaan uit zowel bestuursleden, medewerkers van het bestuursbureau als externe leden. In sommige gevallen is een vaste adviseur aan de commissie toegevoegd. De samenstelling van deze vijf gremia is per 31 december 2011 als volgt: Dagelijks bestuur De heer R. Burema De heer drs. L. Burgers Mevrouw drs. C.T.M. van Mierlo (voorzitter) Aanspreekpunt Integraal Risicomanagement De heer K. Meindertsma, vanaf 1 oktober 2011 Beleggingscommissie De heer drs. L. Burgers (voorzitter) De heer M. Hildebrand RA De heer K. Meindertsma, vanaf 1 juni 2011 De heer drs. L.G. van den Hoek Actuaris AG Adviseur: de heer drs. M. Iglesias del Sol CFA, Towers Watson 16 mei Jaarverslag 2011

5 Commissie Communicatie De heer R. Burema (voorzitter) De heer A. van Dijk, Sara Lee Corporate and Public Relations De heer drs. L.G. van den Hoek Actuaris AG Mevrouw A. Nijland, Sara Lee Human Resources De heer B.C. van der Kwast Commissie Pension Fund Governance De heer H.G. Monsou, vanaf 1 juni 2011 (voorzitter) De heer drs. A. Aanstoot, vanaf 16 januari 2011 De heer drs. L.G. van den Hoek Actuaris AG De heer K. Hulzebos, Sara Lee Finance and Accounting Verantwoordingsorgaan en compliance Vertegenwoordigers van de onderneming (KDE) De heer P.W.J. Huiskens (2015), Sara Lee Human Resources De heer H.J.W. van Wageningen (2013), Sara Lee HR Operations & Facility Management Vertegenwoordigers van de deelnemers (OR) De heer F.U. de Boer (2013) De heer C. de Mol (2015) Vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden (VGDE) De heer S. Meerema, vanaf 1 juni 2011 (2015) De heer C. Schipper, voorzitter VO (2013) Compliance officer De heer K. Hulzebos, Sara Lee Finance and Accounting Bestuursbureau De heer drs. A. Aanstoot (vanaf 16 januari 2011) De heer drs. L.G. van den Hoek Actuaris AG, directeur De heer B.C. van der Kwast, medewerker bestuursbureau Mevrouw S. Soesbergen, secretaresse (parttime) De heer mr. drs. E.S. de Vries RC, senior medewerker bestuursbureau (ad interim) Administrateurs TKP Pensioen BV (middelloonregeling) ABN AMRO Pension Services (beleggingsarrangement BPR) Advies en certificering Adviserend actuaris: de heer B. den Hartog Actuaris AG, werkzaam bij Towers Watson Certificerend actuaris: de heer ir. drs. G. Veluwenkamp Actuaris AG, werkzaam bij Towers Watson Certificerend accountant: de heer drs. H.C. van der Rijst RA, werkzaam bij PWC Accountants N.V. 16 mei Jaarverslag 2011

6 Intern toezicht - visitatiecommissie De visitatiecommissie bestaat uit drie visitatoren van het onafhankelijke samenwerkingsverband VisitatieOpMaat: De heer D. Wenting AAG RBA De heer H.J. Strang RA De heer drs. J. Groenewoud Externe vermogensbeheerders Aberdeen International Fund Managers Limited BlackRock Advisors Limited Goldman Sachs Asset Management International Unlimited Kempen Capital Management N.V. Legal & General Assurance (Pensions Management) Limited SNS Asset Management N.V. Northern Trust Global Investments Limited Custodian The Northern Trust Company Herverzekeraar Algemene Levensherverzekering Maatschappij N.V. 16 mei Jaarverslag 2011

7 Vijfjarig overzicht kerncijfers (bedragen in miljoen) Aantallen per einde verslagjaar Actieven, exclusief aspirant deelnemers *) Premievrije deelnemers Pensioengerechtigd **) Totaal Staat van Baten en Lasten over verslagjaar (exclusief BPR) Totale premiebijdrage deelnemers, werkgevers e.a. - Ontvangen premie regulier - Indexatie volgend kalenderjaar - Herstelactie exit-wao - Herstelpremie onderneming (3) Pensioenuitkeringen Toeslagen actieven - Per 1-1 van verslagjaar C&T H&BC - Per 1-1 na verslagjaar C&T H&BC Toeslagen inactieven - Per 1-1 van verslagjaar - Per 1-1 na verslagjaar 1,10% 1,65% 0,45% 1,25% Nihil Nihil 1,00% 1,00% 1,10% 1,65% 0,40% Nihil 3,50% 3,00% 1,00% Nihil 1,48% 1,25% Balans einde verslagjaar (exclusief BPR en overige assets) Waarde beleggingen voor risico fonds Rendement 4,6% 9,3% 15,3% -12,5% -3,3% Nominale verplichtingen op marktwaarde Voorziening pensioenverplichtingen Reserves (exclusief TRA) Duration van de verplichtingen 14,5 13,7 12,8 13,3 Percentage afdekking renterisico 62% 53% 51% nvt nvt Dekkingsgraad nominaal 98% 107% 109% 95% 130% Toeslagreserve actieven (TRA) 58 nvt nvt nvt nvt Rendement TRA 0,4% nvt nvt nvt nvt Dekkingsgraad reëel (vanaf 2011: inclusief TRA) 68% 73% 73% nvt nvt *) Bij de actieve deelnemers zijn voormalige medewerkers van de onderneming inbegrepen voor wie om verschillende redenen (tijdelijke) voortzetting van pensioenopbouw van toepassing is. Dit betreft exit-wao ers, situaties waarin een sociaal plan (Outplacement of Ouderenregeling) van toepassing is en voormalige medewerkers die werkzaam zijn bij verkochte bedrijfsonderdelen. In totaal gaat het per 31 december 2011 om 502 actieve deelnemers. **) Van de pensioengerechtigden ultimo 2011, gaat het in 289 gevallen om vroegpensioeners. 16 mei Jaarverslag 2011

8 1 Bestuursverslag Hierbij bieden wij ingevolge artikel 15 van de statuten, welke voor het laatst gewijzigd zijn op 11 mei 2010, ons jaarverslag aan over de gang van zaken bij Stichting Pensioenfonds Sara Lee Nederland (PSLN) over het per 31 december 2011 geëindigde boekjaar. Dit is het zesde jaarverslag van de per 1 januari 2006 door fusie van de drie voormalige pensioenfondsen ontstane stichting. De eerste rechtsvoorganger van de stichting werd op 31 december 1949 opgericht, zodat de stichting inmiddels een historie van 62 jaar heeft. De uitgangspunten van het Financieel Toetsingskader (FTK) en de verslaggevingsrichtlijnen in het bijzonder Richtlijn 610 voor de jaarverslaggeving van pensioenfondsen - zijn leidend voor dit verslag en de jaarrekening. Daarnaast wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met relevant geachte onderwerpen en met de richtlijnen voor transparantie. Van de in het jaarverslag gebruikte afkortingen en begrippen is na hoofdstuk 3 een overzicht met de betekenissen hiervan terug te vinden. Door middel van dit bestuursverslag geven wij een overzicht van het verslagjaar De turbulentie, waar we nu al enkele jaren op wijzen, is nog steeds van toepassing en zal naar het er nu uitziet voorlopig ook nog actueel blijven. Absolute zekerheden zijn er nooit geweest; in 2011 werd echter wel heel duidelijk dat er meer aan de hand is dan een tijdelijke dip zoals we die wel eerder hebben gezien. De pensioenwereld gaat echt andere tijden tegemoet. Naast diverse externe ontwikkelingen, is intern bij PSLN ook het nodige gebeurd in We hebben hier gedurende het jaar al middels de nieuwsbrieven over geïnformeerd. In dit bestuursverslag laten we dit nog eens overzichtelijk de revue passeren. Daarnaast zijn uiteraard de cijfers over 2011 compleet opgenomen. De vergrijzing van ons fonds is duidelijk in de meerjarige cijfers terug te zien. Bijsturen wordt daarom steeds lastiger. Uit deze ontwikkelingen is het duidelijk dat het beheersen van de risico s en het vinden van de juiste balans tussen rendement en risico eerste prioriteit moet krijgen en dit heeft dan ook continu onze aandacht. In het jaarverslag is daarom ook veel aandacht aan risicomanagement besteed. Tijdig en transparant communiceren naar onze deelnemers is zeker niet de minste uitdaging. Wij zullen er dan ook steeds naar blijven streven om onze stakeholders betrokken te houden bij de ontwikkelingen van het pensioenfonds. Hiertoe zal zeker ook een verbetering en uitbreiding van onze website bijdragen. Naast dit jaarverslag is een verkort publicitair jaarverslag opgesteld. Dit verkorte jaarverslag wordt aan de actieve deelnemers en pensioengerechtigden toegezonden en op verzoek aan overige belangstellenden verstrekt. Zowel het volledige jaarverslag als de verkorte versie zijn raadpleegbaar op de website. 16 mei Jaarverslag 2011

9 1.1 Doelstelling en beleid De stichting heeft ten doel het doen van pensioenuitkeringen overeenkomstig de pensioenreglementen en het beheren en doen beheren van de middelen van de stichting. Het beleid van het bestuur is beschreven in de actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN). Deze is door het bestuur voor het laatst vastgesteld op 7 december Uitgangspunt van het beleid is dat alle belangen op evenwichtige wijze worden afgewogen, de financiële positie van het pensioenfonds zoveel mogelijk wordt beschermd en consistentie bestaat tussen gewekte verwachtingen, de financiële opzet en de communicatie daarover. 1.2 Bestuur en verantwoordingsorgaan Bestuur PSLN hanteert het paritaire bestuursmodel. De geledingen zijn vermeld bij Personalia. Jaarlijks eindigt de zittingstermijn van 2 van de 8 bestuursleden. In juni 2011 eindigde de zittingstermijn van de heer A. Verkruyssen (namens de Ondernemingsraad) en mevrouw C. van Mierlo (namens de onderneming). Wegens zijn vertrek bij de onderneming is het bestuurslidmaatschap van de heer E.R. de Groot (namens de onderneming) eveneens in juni 2011 (tussentijds) beëindigd. Mevrouw van Mierlo is door de onderneming herbenoemd voor een periode van 4 jaar en vervolgens door het bestuur herkozen als voorzitter. Door de Ondernemingsraad is de heer K. Meindertsma voorgedragen als nieuw bestuurslid, met zittingsperiode Door de onderneming is de heer H. Monsou voorgedragen als nieuw bestuurslid, met overname van zittingsperiode van de heer De Groot tot medio De geldende procedure, inclusief het gebruik van een functie- en competentieprofiel en de toetsing door DNB, is voor beide heren in de zomer van 2011 afgerond. Besloten is om bij te voorziene vacatures 9 maanden voor het ontstaan hiervan met het wervingsproces te starten. De heer A. Six (namens de pensioengerechtigden) heeft zijn bestuurslidmaatschap per 26 oktober 2011 op eigen verzoek beëindigd. Het wervingsproces voor de opvolging is direct begin november opgestart. Ook voor een tweetal vacatures die in mei 2012 zullen ontstaan zijn eind oktober, in samenwerking met de betreffende geleding, wervingsprocessen in werking gezet. Verantwoordingsorgaan In het jaar 2011 liepen de zittingstermijnen af van de heren P.W.J. Huiskens (onderneming), C. de Mol (Ondernemingsraad) en H. de Heus (pensioengerechtigden). De heren Huiskens en De Mol zijn herbenoemd tot De heer De Heus heeft zich wegens omstandigheden niet beschikbaar gesteld voor herbenoeming. De heer S. Meerema is in zijn plaats benoemd als lid van het verantwoordingsorgaan tot mei Jaarverslag 2011

10 1.3 Organisatie, verantwoording, toezicht en uitvoering Dit hoofdstuk belicht de organisatie van en rond het pensioenfonds. De volgende onderwerpen worden belicht: wijze van aansturing en uitvoering; verantwoording; toezicht; uitvoerders en adviseurs; verslaglegging; administratieve uitvoering van de pensioenregeling; monitoring uitvoeringskosten en kosten vermogensbeheer. Wijze van aansturing en uitvoering De wijze van aansturing en uitvoering van het pensioenfonds is samengevat in het volgende overzicht: De verantwoordelijkheden en taakverdeling binnen (dagelijks) bestuur, commissies en bestuursbureau zijn vastgelegd in diverse documenten. Verantwoording Het afleggen van verantwoording en het bereiken van transparantie over het beleid is een wettelijke taak van het bestuur. Het pensioenfonds voert structureel activiteiten uit ten aanzien van het afleggen van verantwoording aan de belanghebbenden. Een centrale rol hierbij is weggelegd voor het verantwoordingsorgaan (VO). Hierbij is sprake van een vertegenwoordiging van alle relevante belanghebbenden: de onderneming, de deelnemers en 16 mei Jaarverslag 2011

11 de pensioengerechtigden. Het VO is bevoegd om jaarlijks een algemeen oordeel te geven over het handelen van het bestuur van PSLN, het door het bestuur uitgevoerde beleid in het afgelopen kalenderjaar en de beleidskeuzes die op de toekomst betrekking hebben. Het VO heeft geen formele auditfunctie en draagt ook geen aansprakelijkheidsrisico ten aanzien van PSLN. Het verantwoordingsorgaan beoordeelt of bestuursbesluiten gebaseerd zijn op een evenwichtige belangenbehartiging. Daarnaast geeft ze haar oordeel over het communicatieplan en enkele zaken in de governance structuur, zoals de inrichting van het intern toezicht en (eventuele) kostenvergoedingsregelingen. Het verantwoordingsorgaan geeft sinds 2007 een verklaring af in het jaarverslag. In dit jaarverslag is de verklaring van het verantwoordingsorgaan opgenomen in hoofdstuk 3.6. In het jaarverslag legt het Bestuur verantwoording af aan alle betrokkenen over het gevoerde beleid. Om deze verantwoording meer toegankelijk te maken voor al onze deelnemers, wordt tevens een beknopte (populaire) versie van het jaarverslag gemaakt en naar het huisadres van alle actieve deelnemers en pensioengerechtigden verzonden. In een begrijpelijke en beknopte stijl worden hierin alle belangrijke ontwikkelingen uiteen gezet. Toezicht Op elk pensioenfonds in Nederland is extern toezicht door de toezichthouders De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) van toepassing. Er is in het verslagjaar op meerdere momenten contact en correspondentie geweest met de toezichthouders. In het kader van het toetsingstraject voor de nieuwe pensioenregeling en de toekenning van de Aanvullende toeslag voor actieve C&T-deelnemers per 1 januari 2012 heeft afstemming met DNB plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen, sancties of andere maatregelen aan PSLN kenbaar gemaakt. PSLN heeft bezwaar aangetekend tegen de grondslag die DNB hanteert voor de toezichtskosten over 2011, aangezien daarbij de herstelpremie van 2009 tot de omzet wordt gerekend. DNB heeft, na een telefonische hoorzitting waarin PSLN haar bezwaar kon toelichten, laten weten geen beleidsvrijheid te hebben ten aanzien van de toepassing van de wettelijke regeling waarin de verdeelsleutel is vastgelegd. Bij PSLN is een visitatiecommissie ingesteld: VisitatieOpMaat (VOM), welke bestaat uit drie onafhankelijke deskundigen. Deze deskundigen focussen bij de visitatie vooral op de organisatie, gehanteerde procedures om tot besluiten te komen, functioneren van het bestuur en het risicomanagement in brede zin. VOM heeft in 2009 een volledige visitatie uitgevoerd. De invulling van het risicomanagement wordt mede gebaseerd op de aanbevelingen uit het opgestelde visitatierapport. In 2012 zal opnieuw een volledige visitatie plaatsvinden. Uitvoerders en adviseurs De diverse uitvoerders waarmee PSLN contracten heeft afgesloten, zijn vermeld onder de Personalia: De pensioenuitvoerder: TKP te Groningen; De administrateur van het beleggingsdeel van de BPR: ABN AMRO Pension Services te Amsterdam; De custodian die de beleggingen administreert en alle noodzakelijke acties hierop uitvoert, en daarnaast namens het pensioenfonds activiteiten uitvoert op het gebied van securities lending, afdekking van valuta risico s en tevens performance-rapportages levert: Northern Trust Company te London; Een zevental vermogensbeheerders, aan wie één of meerdere specifieke mandaten zijn verstrekt om een deel van het vermogen binnen gegeven richtlijnen te beleggen. 16 mei Jaarverslag 2011

12 Tot slot schakelt het pensioenfonds waar nodig externe specialisten als adviseur in. De vaste adviseurs zijn ook bij de Personalia vermeld. Verslaglegging De vervaardiging van het jaarverslag 2011, de kwartaalstaten (K) en jaarstaten (J) voor DNB is uitbesteed aan TKP. De accountant en waarmerkend actuaris van PSLN zijn ongewijzigd ten opzichte van boekjaar 2010 en hebben wederom de verslaggeving en de interne beheersing van het pensioenfonds beoordeeld. PSLN hanteert een maximum van 6 verslagjaren ten aanzien van de persoon die kan certificeren als accountant dan wel als waarmerkend actuaris. Het bestuur zal zich periodiek overtuigen van de deskundigheid en onafhankelijkheid van de certificeerders en indien nodig maatregelen nemen. Administratieve uitvoering van de pensioenregeling De administratie van de pensioenen (middelloonregeling) wordt uitgevoerd door TKP. Per kwartaal rapporteert TKP over de administratieve performance. Deze toetsing vindt plaats op basis van de kwaliteitsstandaard ISAE In hoofdstuk 1.7 Risicomanagement wordt ingegaan op deze standaard. Monitoring uitvoeringskosten en kosten vermogensbeheer Het bestuur werkt met twee begrotingen: voor de uitvoeringskosten en voor het vermogensbeheer. De ontwikkeling van beide kostencategorieën wordt op kwartaalbasis gemonitord. De vermelde bedragen zijn inclusief BTW. De uitvoeringskosten werden in 2011 begroot op 1,7 miljoen en zijn ook in werkelijkheid uitgekomen op 1,7 miljoen. Door het bestuur is aan DNB verzocht om in de toekomst eerder een indicatie voor de toezichtskosten te krijgen, zodat hiermee ook rekening gehouden kan worden in de begroting. Voor 2012 worden de uitvoeringskosten begroot op ongeveer 1,8 miljoen. In onderstaande tabel worden de uitvoeringskosten per deelnemer en per deelnemer exclusief premievrije deelnemers weergegeven over het huidige jaar en over de afgelopen vier jaar. PENSIOENUITVOERINGSKOSTEN Per einde verslagjaar (* 1.000) Actieven, exclusief aspirant deelnemers Premievrije deelnemers Pensioengerechtigd Totaal Pensioenuitvoeringskosten Uitvoeringskosten per deelnemer Uitvoeringskosten per deelnemer exclusief premievrije deelnemers mei Jaarverslag 2011

13 De kosten voor het vermogensbeheer (inclusief dienstverlening door custodian, performancemeting, advies, interne kosten en BTW) werden in 2011 begroot op ongeveer 2,0 miljoen, ofwel 0,22% van het belegde vermogen. De daadwerkelijke kosten voor het vermogensbeheer bedroegen 1,6 miljoen, ofwel 0,14% van het belegde vermogen. Het verschil werd met name veroorzaakt door de verwerking van het BTW aftrekrecht. Deze kosten zijn grotendeels gebaseerd op de facturen van de vermogensbeheerders, custodian en adviseur. Voor 2 vermogensbeheerders zijn de kosten opgenomen op basis van een separate opgave, aangezien de kosten boekhoudkundig onderdeel zijn van de indirecte beleggingsresultaten. In onderstaande tabel worden de vermogensbeheerkosten als percentage weergegeven van het belegd vermogen over het huidige jaar en over de afgelopen vier jaar. VERMOGENSBEHEERKOSTEN Per einde verslagjaar Waarde van de beleggingen (in miljoen eindstand Waarde van de beleggingen (in miljoen gemiddeld Vermogensbeheerskosten (excl. perf. fees, na aftrekrecht BTW en in 1.000) kosten onttrokken aan SNSfondsen kosten onttrokken aan Blackrockfondsen Totale vermogensbeheerkosten (excl. perf. fees) Vermogensbeheerkosten als % van het belegd vermogen 0,14% 0,22% 0,21% 0,18% 0,30% De transactiekosten zijn niet in bovenvermelde bedragen begrepen, aangezien deze informatie niet beschikbaar is. Er wordt overleg met de vermogensbeheerders gevoerd om (een schatting van) deze kosten inzichtelijk te krijgen, zodat deze kosten eveneens verantwoord kunnen worden. Performance fees worden niet begroot, omdat in die situatie ook sprake is van extra opbrengsten wegens behaalde outperformance. In 2011 is aan Aberdeen een performance fee betaald van 1,3 miljoen. Deze fee had betrekking op de periode van 1 oktober 2010 tot en met 30 september Aan Goldman Sachs is een performance fee betaald van 1,6 miljoen. Deze fee had betrekking op de periode van 1 april 2009 tot en met 30 september De totale vermogensbeheerkosten kwamen hierdoor uit op ongeveer 4,5 miljoen 16 mei Jaarverslag 2011

14 1.4 Pensioenregelingen De pensioenregelingen zijn voor het laatst per 1 april 2011 aangepast en vastgelegd in de 2011-reglementen. De 2011-reglementen zijn eind 2011 door het bestuur vastgesteld en in december zijn de parameters voor 2012 opnieuw vastgesteld en gepubliceerd. Schematisch overzicht van de pensioenregelingen per 1 april 2011 Geboortejaren tot en met plus Reglement BPR t/m 1949 boven Reglement B t/m Opbouw 4,71% - Geen franchise Reglement A t/m Opbouw 1,75% - Franchise Vroegpensioen van 62 tot 65 jaar Ouderdomspensioen vanaf 65 Geboortejaren vanaf 1950 Vanaf 2006 is geen opbouw van vroegpensioen meer toegestaan voor geboortejaren van 1950 en hoger. Per zijn reeds opgebouwde rechten voor de geboortejaren 1950 tot en met 1960 premievrij gemaakt. 65-plus Reglement BPR vanaf 1950 boven Reglement A vanaf Opbouw 2,25% - Franchise Ouderdomspensioen vanaf 65 De pensioenregelingen worden in de bijlage na hoofdstuk 3 beknopt omschreven. In de Coffee&Tea middelloonregeling (C&T-regeling) zijn door de CAO partijen per 1 april 2011 de volgende onderdelen aangepast: De toeslagverlening voor actieve deelnemers is omgezet van onvoorwaardelijke - naar voorwaardelijke toeslagen. Als overgangsregeling is hierbij een eenmalige financiering van 60 miljoen door de onderneming beschikbaar gesteld ten behoeve van de vorming van een bestemde Toeslagreserve actieven (TRA). Het maximum pensioensalaris in de middelloonregeling is verlaagd van naar De jaarlijkse aanpassing van dit bedrag wordt opgeschort totdat het bedrag van , verhoogd met de loonindex, boven uit stijgt. Deze schaduwgrens wordt jaarlijks gepubliceerd. De deelnemersbijdrage is gelijk aan 4% van de pensioengrondslag. Deelnemers die reeds per 31 maart 2011 aan de regeling deelnamen groeien in 8 jaar, met stappen van 0,5% per jaar, naar dit percentage toe. 16 mei Jaarverslag 2011

15 Het bestuur heeft de door cao partijen voorgenomen wijzigingen vooraf getoetst op compleetheid, duidelijkheid, wet- en regelgeving, evenwichtigheid en uitvoerbaarheid en daarbij tevens de afspraken in de uitvoeringsovereenkomst betrokken. Dit heeft tot diverse aanvullende afspraken geleid, met name ten aanzien van de TRA (zie hoofdstuk 1.8). De deelnemers aan de C&T regeling hebben in juni 2011 een Informatiebulletin ontvangen, waarin de onderneming en het pensioenfonds een toelichting op de wijzigingen geven. Om diverse redenen (verkochte bedrijfsonderdelen, sociaal plan en dergelijke) zijn uitzonderingen afgesproken op de toepasselijkheid van de genoemde wijzigingen: Een groep op wie het verlaagde maximum voor het pensioensalaris niet van toepassing is; Een groep op wie de drie wijzigingen niet van toepassing zijn. Deze groepen zijn vastgelegd in een (gesloten) standenregister per 1 april In de reglementen van de BPR regeling is de franchise aangepast aan het verlaagde maximum pensioensalaris van de middelloonregeling. Het percentage voor de deelnemersbijdrage is eveneens aangepast en is voor de gehele BPR grondslag identiek aan het percentage in de middelloonregeling. In het kader van de zorgplicht wordt voor de beschikbare premieregeling een beleggingsstandaard gehanteerd, waarbij het beleggingssaldo vanaf acht jaar voor de beoogde pensioendatum geleidelijk wordt omgezet naar langlopende staatsleningen. Hierdoor wordt het beleggings- en renterisico fasegewijs afgebouwd en zijn deze risico s enige tijd vóór de beoogde pensioendatum gemitigeerd. In 2011 zijn voor de uitvoering van de BPR regeling nieuwe Lifecyclefondsen geïntroduceerd: de beoogde geleidelijke afbouw naar langlopende Staatsleningen wordt hierin automatisch vanaf 8 jaar voor de pensioenrichtleeftijd uitgevoerd; de jaarlijkse handmatige omzettingen zijn derhalve niet meer nodig; vanwege gebruikmaking van index trackers als onderliggende blokken, is de Total Expense Ratio ongeveer 0,5% lager dan bij de oude Lifecyclefondsen. Ook in het verslagjaar 2011 hadden BPR-deelnemers de mogelijkheid om op de pensioendatum een pensioenknip toe te passen waarbij een deel van het opgebouwde kapitaal wordt aangewend voor de inkoop van pensioen. Met het resterende kapitaal wordt ten laatste na 5 jaar pensioen ingekocht. PSLN biedt deze knip mogelijkheid zolang dit wettelijk is toegestaan. ABN AMRO Pension Services voert het beleggingsarrangement voor de beschikbare premieregeling uit en is een specialistische afdeling van ABN AMRO Nederland. Omdat in beleggingsfondsen wordt deelgenomen via Stichting ABN AMRO Beleggingsrekeningen heeft dit tot gevolg dat de inleg van de deelnemers is ondergebracht in een aparte entiteit, die juridisch gescheiden is van de bank en alleen een bewaar- en administratiefunctie mag hebben. Verder is in 2011 aan de keuzelijst die hoort bij de mogelijkheid van Opting-out een viertal index trackers toegevoegd. Een complete lijst, inclusief ISIN-code en Total Expense Ratio, wordt bijgehouden op de website van het pensioenfonds en periodiek geactualiseerd. De deelnemers hebben toegang gekregen tot een individueel deel op een BPR-webportal, waarin zij de fondsen op hun BPR rekening kunnen monitoren. Hierin wordt ook aandacht aan de zorgplicht besteed. De overeenkomst met ABN AMRO is aangegaan voor onbepaalde tijd en kent een opzegtermijn van 3 maanden. 16 mei Jaarverslag 2011

16 1.5 Externe ontwikkelingen en nieuwe wetgeving Diverse ontwikkelingen op het gebied van pensioen vormden in het verslagjaar de aanleiding voor nieuwe (voorstellen van) wetgeving. Het gaat hierbij onder meer om wetgeving ten aanzien van de ingangsdatum van de AOW, de fiscale eisen bij vervroeging van pensioen en de voorstellen om te komen tot een versterking van het bestuur van pensioenfondsen. Daarnaast stonden de ontwikkelingen in het kader van het Pensioenakkoord in het verslagjaar volop in de belangstelling. AOW-uitkering op verjaardag Het wetsvoorstel om de AOW-uitkering in te laten gaan op de verjaardag dat de gerechtigde 65 jaar wordt, is in december 2011 door de Eerste Kamer aangenomen en zal per 1 april 2012 in werking treden. Tot 1 april 2012 gaat de AOW-uitkering nog in op de eerste dag van maand waarin de gerechtigde 65 jaar wordt. Deze wijziging kan ertoe leiden dat er geen aansluiting meer is tussen de ingangsdatum van de AOW-uitkering, het ouderdomspensioen en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waardoor inkomensconsequenties kunnen optreden. Een eventuele wijziging van de pensioenregeling om die gevolgen op te vangen, is een zaak van sociale partners. Het fonds heeft de deelnemers gewezen op de consequenties van deze wetswijziging. Wetsvoorstel verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW In dit wetsvoorstel, dat in oktober 2011 als ontwerp bij de Tweede Kamer is ingediend, gaat het om de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd, de mogelijkheid om de AOW-uitkering eerder of later in te laten gaan en om een extra verhoging van de AOW-uitkering. Voorgesteld wordt de AOW-leeftijd in 2020 te verhogen naar 66 jaar en naar verwachting in 2025 naar 67 jaar. Afhankelijk van de ontwikkeling van de levensverwachting maakt het wetsvoorstel een verdere verhoging mogelijk. Daarnaast wordt geregeld dat de AOW-uitkering onder actuariële herrekening zowel kan worden vervroegd als uitgesteld. Tot slot zal de AOWuitkering volgens het wetsvoorstel tussen 2012 en 2028 extra worden verhoogd. Voor wat betreft aanpassing van het Witteveen-kader zal de fiscale pensioenrichtleeftijd volgens het wetsvoorstel in 2014 worden verhoogd naar 67 jaar. Een verdere verhoging is - net als voor de AOW - mogelijk. Het voorstel voorziet niet in een verlaging van de fiscaal maximale opbouwpercentages, zij het dat de huidige maximale opbouwpercentages gekoppeld zullen worden aan de hogere pensioenleeftijd. (Door)werken en bijverdienen bij vervroeging van pensioeningangsdatum Voor vervroeging van de pensioeningangsdatum gold tot voor kort de fiscale eis dat dit alleen mogelijk was voor het gedeelte dat de deelnemer stopt met werken. De deelnemer diende een verklaring te ondertekenen, waarin hij verklaart te stoppen met werken en ook niet meer de intentie heeft weer te gaan werken. De staatssecretaris van Financiën heeft bij Besluit van 30 augustus 2011 bekend gemaakt dat deze eis komt te vervallen voor zover het pensioen niet vóór de 60e verjaardag vervroegd ingaat. Dit betekent dat bij een vervroeging van pensioen vanaf de 60-jarige leeftijd, niet meer getoetst hoeft te worden of de deelnemer stopt met werken. Gaat het pensioen na vervroeging eerder in dan op 60-jarige leeftijd, dan geldt de voorwaarde nog wel; bij PSLN is 60 jaar de vroegst mogelijke vervroegde pensioendatum zodat de verklaring niet meer nodig is. 16 mei Jaarverslag 2011

17 Afwijkende teksten toeslagenmatrix Per 1 april 2011 is de wetgeving rondom de toeslagenmatrix gewijzigd. De wet is zodanig aangepast dat afwijken van de standaardteksten van de zogenoemde voorwaardelijkheidsverklaring is toegestaan als het gebruik van de standaardteksten tot onjuiste, onbegrijpelijke of onduidelijke informatie aan de deelnemer zou leiden. De voorwaardelijkheidsverklaring dient in alle persoonlijke uitingen opgenomen te worden voor zover in deze uitingen over toeslagen wordt gesproken. De AFM zal achteraf controleren in hoeverre de afwijkingen bijdragen aan de begrijpelijkheid en/of juistheid van de voorwaardelijkheidsverklaring. In de wet is expliciet bepaald dat de afwijkingsmogelijkheid zich beperkt tot de voorwaardelijkheidsverklaring in persoonlijke uitingen. Dit heeft tot gevolg dat er vooralsnog geen mogelijkheid is om in pensioenreglementen en de uitvoeringsovereenkomsten van de standaardtekst van de voorwaardelijkheidsverklaring af te wijken. De beoordeling daarvan ligt bij DNB. Wijziging melding arbeidsongeschiktheid Artikel 37 van de Pensioenwet is ten aanzien van de melding van de arbeidsongeschiktheid gewijzigd. Voorheen werd hierin bepaald dat pensioenuitvoerders verplicht zijn met het UWV een contract te sluiten op grond waarvan het UWV aan de pensioenuitvoerder de arbeidsongeschiktheid van de medewerker meldt. Deze verplichting is vervallen. In plaats daarvan geldt dat het UWV aan een pensioenuitvoerder automatisch de arbeidsongeschiktheidsmeldingen en de daarin optredende mutaties doorgeeft. Standaard uitruil partnerpensioen In de Pensioenwet is een bepaling opgenomen waarin geregeld is dat bij baanwisseling een standaarduitruil plaatsvindt van een deel van het ouderdomspensioen in partnerpensioen, als dat is opgenomen in de pensioenregeling. Dit betekent, dat de uitruil plaatsvindt, tenzij de deelnemer en de partner nadrukkelijk aangeven niet te kiezen voor de uitruil. Op de pensioendatum was een standaarduitruil voor pensioenregelingen met een partnerpensioen op risicobasis al voorgeschreven. Het issue van de standaarduitruil is alleen van toepassing bij de BPR regeling. Op de pensioendatum wordt voor de aanwending van het BPR kapitaal als standaard een ouderdomspensioen met 70% partnerpensioen aangeboden. Het bestuur heeft de mogelijkheden van inkoop van partnerpensioen bij beëindiging van de deelneming voor de pensioendatum nog in onderzoek. 16 mei Jaarverslag 2011

18 Wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen Het kabinet heeft in februari 2012 het wetsvoorstel Wet versterking bestuur pensioenfondsen ingediend bij de Tweede Kamer. Samenvattend staan de volgende uitgangspunten bij de herziening van de wettelijke regels centraal: versterking van de deskundigheid van het bestuur en het intern toezicht; adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers; stroomlijning van taken en organen. Ten opzichte van de huidige wettelijke regels beoogt het wetsvoorstel naast het paritaire model ook de keuze voor een model met onafhankelijke bestuurders mogelijk te maken. Een en ander heeft ook consequenties voor het toezicht en de deelnemersraad / belanghebbenden vertegenwoordiging. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari Pensioenfondsen krijgen na inwerkingtreding van het wetsvoorstel, met uitzondering van enkele bepalingen, een jaar de tijd om de interne organisatie en de relevante documenten aan te passen. In september 2011 heeft het bestuur in een workshop de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van het huidige bestuursmodel van PSLN besproken. Ook is nagegaan welke elementen behouden moeten worden en welke verbeteringen mogelijk zijn indien andere bestuursmodellen wettelijk toegestaan zullen worden. Het bestuur wacht eerst de definitieve wetgeving af, voordat hier verdere besluitvorming over zal plaatsvinden. Beleidsregel financieel crisisplan pensioenfondsen Vanaf 10 december 2011 is de Beleidsregel financieel crisisplan pensioenfondsen van kracht. Pensioenfondsen worden hiermee verplicht om volgens voorschriften van DNB een financieel crisisplan te maken, hierover te communiceren met belanghebbenden en het plan up-to-date te houden. DNB gaat er van uit dat pensioenfondsen uiterlijk 1 mei 2012 een crisisplan gemaakt hebben en opgenomen hebben in de ABTN. DNB is van mening dat pensioenfondsen zich daarmee beter op een financiële crisis kunnen voorbereiden. Bovendien geeft een crisisplan deelnemers inzicht in de mogelijke gevolgen van zo n crisissituatie voor hun pensioen. Het bestuur heeft zich tijdens de opleidingsdag in november 2011 voorbereid op het opstellen van een financieel crisisplan voor PSLN. Begin 2012 is een workshop gehouden om vorm te geven aan de verdere invulling en daarna is het plan door het bestuur vastgesteld en aan de ABTN toegevoegd. Beleidsregel Deskundigheid Nadat DNB en AFM in september 2010 een consultatieversie van de vernieuwde Beleidsregel Deskundigheid hadden gepubliceerd, is deze beleidsregel op 1 januari 2011 in werking getreden. In de beleidsregel zijn de deskundigheidseisen verder aangescherpt. De vereiste deskundigheid moet blijken uit opleiding, werkervaring en competenties. De beleidsregel geldt voor nieuwe (kandidaat)bestuursleden en zal in 2012 leiden tot een uitbreiding van het deskundigheidsplan. Voor elk bestuurslid is per 1 januari 2012 een individueel dossier aangelegd, waarin de relevante informatie wordt bijgehouden. Pensioenakkoord Op 10 juni 2011 presenteerde de Stichting van de Arbeid de nadere uitwerking van het Pensioenakkoord van juni mei Jaarverslag 2011

19 Om de gevolgen van de stijging van de levensverwachting het hoofd te bieden, worden voorstellen gedaan voor meer voorwaardelijke pensioenen, bijvoorbeeld met betrekking tot de pensioenleeftijd. Daarnaast zouden pensioenregelingen meer dan nu het geval is, moeten kunnen mee-ademen met de financiële positie van het pensioenfonds om de schokbestendigheid van het stelsel te vergroten. Voor een aantal van de voorstellen is aanpassing van de Pensioenwet, het FTK en de fiscale pensioenwetgeving nodig. Het is aan de decentrale sociale partners om vervolgens nadere invulling te geven aan het Pensioenakkoord. Verwacht wordt dat de wetsvoorstellen tot aanpassing van de Pensioenwet en het FTK niet eerder dan in 2013 bij de Tweede Kamer zullen worden ingediend. De beoogde ingangsdatum is 1 januari Het bestuur volgt de ontwikkelingen op dit relevante dossier op de voet. Aangezien in mei 2012 de hoofdlijnennotitie zal verschijnen, zal eind juni 2012 een workshop aan dit dossier worden besteed. Verantwoordelijkheidsverdeling tussen fondsbestuur en sociale partners De uitwerking van het Pensioenakkoord heeft het vraagstuk van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen sociale partners (als verantwoordelijken voor de arbeidsvoorwaarden) en het pensioenfondsbestuur (als uitvoerder van de pensioenregeling) pregnanter dan tot nu toe op tafel gelegd. Bij het traject van de regelingsherziening van 2011 is gebleken dat de praktische invulling in concrete situaties niet gemakkelijk is. Een concreet plan van aanpak waar partijen zich vooraf aan conformeren is nodig om de wederzijdse verwachtingen goed op elkaar te laten aansluiten. Over dit dossier is door de Pensioenfederatie intensief gesproken met de Stichting van de Arbeid. In een notitie van de Pensioenfederatie van december 2011 wordt uitgebreid ingegaan op deze verantwoordelijkheidsverdeling. Het bestuur heeft hier met belangstelling kennis van genomen. Aanbevelingen uitvoeringskosten In 2011 heeft de Pensioenfederatie aanbevelingen opgesteld met betrekking tot de communicatie over de uitvoeringskosten van pensioenfondsen. In de aanbevelingen onderstreept de Federatie het belang van kostentransparantie. De kosten moeten volledig bekend zijn binnen het pensioenfonds en beschikbaar zijn voor deelnemers. De aanbevelingen benoemen de verschillende kosten van het pensioenbeheer en het vermogensbeheer. Er worden aanbevelingen gedaan hoe deze kosten gecommuniceerd kunnen worden en hoe de communicatie kan worden uitgesplitst naar de verschillende groepen stakeholders. Bij de aanbevelingen geldt het principe pas toe of leg uit, waarbij de Pensioenfederatie de voortgang gaat monitoren. Het bestuur onderschrijft de aanbevelingen en heeft in 2011 in een Nieuwsbrief een eerste artikel over de uitvoeringskosten opgenomen. Met name bij de transactiekosten in het vermogensbeheer zullen nog stappen gezet moeten worden om de transparantie op het beoogde niveau te brengen. Het bestuur zal zich inspannen om de aanbevelingen zoveel mogelijk toe te passen. Vanaf boekjaar 2012 zal gebruik worden gemaakt van CEM-benchmarking. CEM is een internationaal toonaangevend bedrijf op het gebied van kostenvergelijking in de pensioensector. In- en uitlooprisico bij arbeidsongeschiktheid De koepelorganisaties van pensioenfondsen en verzekeraars hebben in 2011 op hoofdlijnen een akkoord bereikt om op uniforme wijze het inloop- dan wel het uitlooprisico bij arbeidsongeschiktheid te dekken. Volgens de gemaakte afspraken zal voor een arbeidsongeschiktheidspensioen het uitgangspunt worden dat het uitlooprisico gedekt wordt. Dat betekent dat een toename in de mate van 16 mei Jaarverslag 2011

20 arbeidsongeschiktheid nadat een medewerker bij een nieuwe werkgever in dienst is getreden en aan een nieuwe pensioenregeling is gaan deelnemen, gedekt wordt door de oude pensioenuitvoerder. Voor wat betreft een premievrije deelneming wordt dekking van het inlooprisico het uitgangspunt. Dat betekent dat in de geschetste situatie de toename van de arbeidsongeschiktheid door de nieuwe pensioenuitvoerder gedekt wordt. De nieuwe uitvoerder krijgt volgens de afspraken de mogelijkheid dit risico te beperken. Het kabinet heeft aangegeven de gemaakte afspraken in wetgeving te willen verankeren nadat een aantal onderdelen van die afspraken juridisch zijn getoetst. Indien die toetsing geen belemmeringen oplevert voor een wettelijke uitwerking, zal het kabinet naar verwachting in de loop van 2012 aan de Tweede Kamer het betreffende wetsvoorstel aanbieden. 16 mei Jaarverslag 2011

21 1.6 Ontwikkelingen op het gebied van Pension Fund Governance en medezeggenschap Pension Fund Governance (PFG) is een verzamelbegrip voor alles wat met een goed functionerend pensioenfonds te maken heeft. De kernthema s van PFG zijn: zorgvuldig bestuur, goed functioneren van individuele bestuursleden en het bestuur als geheel, adequaat intern toezicht, open en transparante wijze van verantwoording, bevordering deskundigheid en integriteit. Het bestuur hanteert daarbij de Principes voor goed pensioenfondsbestuur (Star) en Aanbevelingen deskundig en competent pensioenfondsbestuur (Pensioenfederatie) als een belangrijke leidraad. Zorgvuldig bestuur PSLN geeft invulling aan zorgvuldig bestuur door bij alle beleidsbeslissingen het principe van evenwichtige belangenafweging voorop te stellen. Bestuursleden opereren daarbij genoegzaam onafhankelijk. Bij zowel beleidsbeslissingen als fondsdocumenten wordt rekening gehouden met adviezen van deskundigen en indien noodzakelijk vindt juridische-/fiscale toetsing plaats. Het bestuur wordt ondersteund door een bestuursbureau dat zich voornamelijk bezighoudt met beleidsvoorbereidende en beleidsuitvoerende werkzaamheden. Elke commissie bestaat uit bestuursleden, een medewerker van het bestuursbureau en wordt eventueel aangevuld met (externe) adviseurs. Het bestuursbureau organiseert voorafgaand aan iedere bestuursvergadering een workshop over specifieke onderwerpen die van belang zijn voor het bestuur. Maandelijks informeert het bestuursbureau het bestuur over de financiële ontwikkeling (vermogen, VPV, performance, dekkingsgraad e.d). Verder wordt het bestuur per kwartaal uitgebreid geïnformeerd over alle relevante ontwikkelingen van het fonds, inclusief de financiële kengetallen. Ook stuurt het bestuursbureau externe partijen aan, beoordeeld zij de er de performance van de vermogensbeheerders en de performance van de pensioenuitvoeringsorganisatie en rapporteert hierover aan het bestuur of een commissie. Voor de informatievoorziening van het bestuursbureau aan het bestuur wordt gebruik gemaakt van een Cockpit en digitale media. Ten aanzien van actuariële werkzaamheden bestaat er een scheiding tussen de adviseur van het pensioenfonds en de waarmerkend actuaris. Functioneren van bestuursleden en bestuur als geheel Het bestuur is zich ervan bewust dat het besturen van een pensioenfonds, mede als gevolg van deskundigheidsvereisten, ontwikkelen van competenties en het uitvoeren van projecten, steeds meer tijdsbesteding vergt. Voor nieuwe kandidaat-bestuursleden maakt PSLN gebruik van een algemeen functie- en competentieprofiel. Het functie- en competentieprofiel is in 2011 geactualiseerd. Bij de jaarlijkse Pension Fund Governance workshop op 9 september 2011 is uitgebreid stilgestaan bij de sterktes en zwaktes van het huidige bestuursmodel van PSLN. Door de PFGcommissie is als voorbereiding op deze workshop een SWOT-analyse opgesteld. Deze analyse is uitgebreid besproken. Ook zijn de mogelijke bestuursmodellen kort besproken. Nadat het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen is aangenomen zal er opnieuw aandacht worden besteed aan het bestuursmodel dat het beste bij PSLN past. 16 mei Jaarverslag 2011

22 In 2011 heeft het bestuur besloten om jaarlijkse een evaluatie van het functioneren van het bestuur als geheel plaats te laten vinden. Deze evaluatie wordt voorbereid door de PFGcommissie. Intern toezicht Het bestuur ziet (intern) toezicht door onafhankelijke deskundigen als een gelegenheid om de interne bestuursprocessen, besluitvormingsprocedures en de maatregelen ter beheersing van de risico s verder te verbeteren. Het bestuur heeft in 2007 besloten om intern toezicht bij PSLN in te vullen door de benoeming van een visitatiecommissie. Er zijn drie visitatoren van VisitatieOpMaat aangesteld (zie Personalia). In het verslagjaar 2011 heeft geen (deel)visitatie plaatsgevonden. Het rapport van de uitgevoerde visitatie in 2009 bood het bestuur in verslagjaar nog voldoende handvaten om de zorgvuldigheid van het bestuur, waaronder inbedding van risicomanagement, verder te vergroten. Bovendien gaf het rapport geen aanleiding tot ingrijpende maatregelen. In 2012 zal een volledige visitatie plaatsvinden, waarbij een reglement voor de visitatiecommissie als uitgangspunt gehanteerd zal worden. Verantwoording Het bestuur legt verantwoording af aan de belanghebbenden middels het jaarverslag, waarvan ook een verkorte versie gepubliceerd wordt. Ook tussentijds worden regelmatig bestuursbesluiten aan de belanghebbenden gecommuniceerd en verantwoord, vooral door hier aandacht aan te geven in de Nieuwsbrief Pensioen, welke in 2011 vier keer is verschenen en aan alle actieve deelnemers en gepensioneerden is verzonden. Het bestuur heeft twee gezamenlijke besprekingen per jaar met het verantwoordingsorgaan, om eventuele vragen of opmerkingen door te nemen. Het verantwoordingsorgaan krijgt regelmatig relevante documenten toegezonden. Tevens is eind 2011 een eigen omgeving voor het verantwoordingsorgaan op het bestuurdersportal ingericht, waarop periodiek documentatie wordt geplaatst. Deskundigheid De aanbevelingen van de commissie Frijns en Goudswaard waren mede aanleiding voor het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen waarin twee bestuursmodellen zijn geïntroduceerd. DNB en AFM hebben per 1 januari 2011 de beleidsregel opgesteld waarin duidelijke eisen worden gesteld aan de deskundigheid van beleidsbepalers van financiële instellingen. Het is duidelijk dat de eisen aan de kwaliteit, deskundigheid en tijdsbesteding van bestuurders van pensioenfondsen steeds verder worden opgeschroefd. Tijdens een workshop in september 2011 zijn de hiervoor genoemde ontwikkelingen en het door de Pensioenfederatie opgestelde document Aanbevelingen deskundig en competent pensioenfondsbestuur uitgebreid aan de orde geweest. Ter bevordering van de deskundigheid is in 2011 opnieuw een zestal interne workshops gehouden (waarvan twee ook voor het verantwoordingsorgaan). In november is de jaarlijkse opleidingsdag georganiseerd. Bij vervanging van bestuursleden wordt zoveel mogelijk aangestuurd op adequate aanvulling op de deskundigheidsmatrix. Het bestuur streeft naar een evenwichtige verdeling van de deskundigheidsgebieden over de bestuursleden. Naast het dagelijks bestuur zijn daarom drie commissies ingesteld, waar bestuursleden zitting in hebben (zie Personalia). Integriteitsbeleid De commissie PFG heeft in samenwerking met het Nederlands Compliance Instituut een eerste aanzet voor het integriteitsbeleid gemaakt. Doelstelling van dit integriteitsbeleid is te 16 mei Jaarverslag 2011

23 stimuleren dat aan PSLN verbonden personen op alle niveaus handelen in overeenstemming met maatschappelijk geaccepteerde waarden en normen in het algemeen, en de specifieke waarden en normen die gelden voor PSLN in het bijzonder. Het gaat daarbij om de volgende vier gebieden: persoonlijke integriteit van bestuurders en andere verbonden personen; organisatorische integriteit (interne procedures en maatregelen op het gebied van administratieve organisatie en interne controle ter bestrijding van onoorbaar gedrag); relationele integriteit (marktgedrag van het pensioenfonds in haar relatie tot derden alsmede het gedrag van derden dat PSLN kan aantasten); integriteit met betrekking tot marktgedrag (het voorkomen van koersmanipulatie c.q. koersstabilisatie rond emissies, het bijsturen van koersen teneinde andere gerelateerde transacties te beïnvloeden). Voor personen die in en rond PSLN een functie vervullen is een gedragscode van toepassing. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de inhoud en zwaarte van de rol en functie van de betreffende persoon (verbonden personen, betrokkenen en insiders). De gedragscode wordt bij aanvang van de functie voor akkoord ondertekend en jaarlijks wordt tijdens de vergadering waarin het jaarverslag wordt behandeld een verklaring van naleving ondertekend. De compliance officer is door het bestuur aangesteld en is daarmee het aanspreekpunt voor de interpretatie en uitvoering van de gedragscode. De compliance officer meldt zijn bevindingen aan het bestuur na de completering van het dossier met ondertekende verklaringen van naleving. Een samenvatting van het rapport van de compliance officer is opgenomen in hoofdstuk 3.3. Transparantie Het bestuur is voorstander van een transparant beleid. In dit kader is in verslagjaar een document openbaarheid van fondsdocumenten opgesteld. Hierbij is per fondsdocument vastgesteld in welke categorie deze ingedeeld wordt: bestuur, direct betrokkenen, opvraagbaar met vertrouwelijke behandeling en openbaar. Medezeggenschap pensioengerechtigden Vanaf 2008 worden twee zetels in het bestuur van PSLN ingevuld door de vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden. In overleg met de Vereniging van Gepensioneerden Douwe Egberts (VGDE) is naar mogelijkheden gezocht om het verkiezingsproces ten behoeve van de vervulling van gepensioneerdenzetels te vereenvoudigen. Gezien het draagvlak van de VGDE (bijna leden), vervult deze vereniging een bijzondere positie bij de invulling van deze bestuurszetels. De VGDE doet een voordracht, rekening houdend met het functie- en competentieprofiel. Het pensioenfonds zorgt voor verspreiding van de relevante informatie over de betreffende kandidaat. Andere voordrachten door pensioengerechtigden zijn onder voorwaarden mogelijk. Mocht dit het geval zijn, dan zal het bestuur verkiezingen organiseren. In 2011 is het verkiezingsreglement herzien. Er is nog geen gebruik gemaakt van het verkiezingsreglement, omdat buiten de VGDE-kandidaten geen andere kandidaten zijn voorgedragen. 16 mei Jaarverslag 2011

24 1.7 Risicomanagement Door periodieke rapportages en actuele onderwerpen die tijdens de workshops voorafgaand aan de bestuursvergaderingen worden behandeld krijgt het bestuur een actueel beeld van de risico s die het fonds loopt. Het jaar 2011 stond voor PSLN in het teken van de verdere inbedding van het risicomanagement. Voor de inbedding van het risicomanagementproces wordt de indeling van FIRM gevolgd Dit staat voor Financiële Instellingen Risicoanalyse Methode. Voor structurering en onderbouwing van het risicomanagement proces is PSLN in Nederland de eerste gebruiker van econtrols, aangeboden door eshare. Deze aanbieder is na een uitgebreid selectietraject geselecteerd als partij die een tool biedt ter ondersteuning van de visie/wensen die PSLN heeft voor de verdere inbedding van het integraal risicomanagement. Met behulp van econtrols is een risicobeheersingsproces opgesteld. In totaal zijn er binnen dit project 166 risico s benoemd. In eerste instantie is er voor gekozen om de voor PSLN belangrijkste 50 FIRM risico s te inventariseren en vast te leggen in econtrols. Per risico zal de impact worden bepaald, wat de beheersingsmaatregelen zijn en hoe het risico periodiek onder de aandacht van het bestuur of een commissie wordt gebracht. Indien er zich een risico incident plaatsvindt, zal dit meteen worden gemeld en wordt de opvolging gemonitord. econtrols voorziet daarbij in een audit trail. PSLN loopt hierbij het volgende proces door: Bij de inventarisatie van de risico s en beheersingscategorieën worden de onderstaande FIRM categorieën gehanteerd. Risicocategorieën Beheersingscategorieën Financiële risico s Niet-financiële risico s Matching- / renterisico Omgevingsrisico Risicospecifieke beheersing Marktrisico Operationeel risico Organisatie Kredietrisico Uitbestedingsrisico Management Verzekeringstechnisch risico IT-risico Solvabiliteitsbeheer Integriteitsrisico Liquidititeitsbeheer Juridisch risico Een uitgebreide toelichting van de begrippen is te vinden in de begrippenlijst. 16 mei Jaarverslag 2011

25 In het verslagjaar 2011 is aan de verschillende risico s de volgende aandacht besteed. Financiële risico s Financiële risico s worden periodiek (dagelijks, wekelijks, maandelijks of per kwartaal) gemonitord. De monitoring vindt plaats door het bestuur en/of commissies, ondersteund door het bestuursbureau. Voor de monitoring wordt gebruik gemaakt van de informatie die door de pensioenuitvoerder en custodian via een webportal - beschikbaar wordt gesteld. De door de custodian verstrekte beleggingsinformatie wordt aangevuld met maand - en kwartaalrapportages van de vermogensbeheerders en de pensioenuitvoerder. Matching- /renterisico Het strategisch beleid van PSLN is om het renterisico gedeeltelijk af te dekken. PSLN heeft hiervoor een matchingportefeuille ingericht, die als doel heeft om de waardeontwikkeling van de verplichtingen op termijn voor 75% af te dekken. De wijze van afdekking is vastgelegd in het beleggingsplan. De monitoring van het renterisico vindt plaats door de beleggingscommissie. Ieder kwartaal wordt door een externe partij een rentescan uitgevoerd. Het valutabeleid is erop gericht om de exposure naar USD, GBP en Japanse Yen geheel of gedeeltelijk af te dekken. Marktrisico Het beleid op het gebied van marktrisico is vastgelegd in de beleggingsrichtlijnen en is vastgesteld op basis van een ALM-studie. In de beleggingsrichtlijnen is vastgelegd door welke partij en op welke wijze (spreiding en soorten beleggingen) het vermogen belegd dient te worden. De beleggingsrichtlijnen worden vastgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur en bevatten alle limieten waarbinnen een vermogensbeheerder vervolgens naar eigen inzicht mag beleggen. De beleggingscommissie komt 10 keer per jaar bijeen en gaat na wat nodig is om de in het beleggingsplan opgenomen doelstellingen te realiseren en zet de hierbij behorende acties uit indien daartoe aanleiding is. Kredietrisico Het kredietrisico wordt beoordeeld op basis van de beleggingsrapportages van de vermogensbeheerders. In het beleggingsplan is de minimale rating van een tegenpartij vastgelegd en onder andere hoeveel er belegd mag worden in emerging markets debt en corporate high yield obligaties. Voor de beleggingscommissie is een taak weggelegd om de risico s te monitoren en daar waar nodig mitigerende acties te initiëren. Verzekeringstechnisch risico Voor het overlijdensrisico heeft het pensioenfonds een herverzekeringsovereenkomst met de Algemene Levensherverzekering Maatschappij N.V. gesloten. De herverzekering bestaat uit een integrale stoplossdekking en een proportionele herverzekeringsovereenkomst. Het langlevenrisico wordt door het fonds in eigen beheer gehouden. De grondslagen waarop de technische voorzieningen gebaseerd worden, staan vermeld in Uitwerking actuariële grondslagen. Voor het arbeidsongeschiktheidsrisico wordt sinds ultimo 2007 een schadereserve voor exit- WAO-ers gevormd in eigen beheer. Ontwikkeling van deze reserve als gevolg van mutaties in het bestand worden afgerekend met de onderneming. De onderneming houdt een voorziening voor langdurig zieken aan. Als de Uitvoeringsovereenkomst op enig moment niet wordt verlengd, zal het pensioenfonds een beroep op deze voorziening doen. Bij eventuele discontinuïteit van de onderneming met collectief ontslag als gevolg, bestaat er reglementair geen recht meer op premievrije voortzetting van pensioenopbouw voor deze langdurig zieken. 16 mei Jaarverslag 2011

26 Niet financiële risico s Omgevingsrisico Binnen het bestuur is sprake is van een paritaire samenstelling. Er wordt een zekere diversiteit beoogd en het is de verantwoordelijkheid van het bestuur gezamenlijke doelstellingen na te streven. De verschillende te behartigen belangen van alle belanghebbenden worden evenwichtig afgewogen; door middel van een schema fair pension deal wordt de evenwichtigheid in kaart gebracht. Het bestuur streeft naar een hoge mate van transparantie, inclusief openbaarheid van fondsdocumenten waar mogelijk en nuttig. Op regelmatige basis vindt afstemming plaats tussen een delegatie van het bestuur en verschillende groepen belanghebbenden. Het bestuur hecht er veel waarde aan om duidelijk en begrijpelijk te communiceren met haar belanghebbenden. Dit gebeurt zowel via persoonlijke communicatie, als in presentaties, nieuwsbrieven en digitale media. Het bestuur geeft invulling aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen, onder andere door het implementeren van beleid op het gebied van Social Responsible Investments (zie hoofdstuk 1.9 en Verklaring beleggingsbeginselen). Operationeel risico Om te waarborgen dat het bestuur van PSLN goed blijft functioneren indien bestuursleden onverwacht niet in staat zijn om zijn of haar werkzaamheden uit te voeren wordt een Short Term Succession Plan opgesteld. Ondersteuning van het bestuur en commissies vindt voornamelijk plaats vanuit het bestuursbureau. Verder heeft het bestuursbureau een belangrijke taak bij het coördineren en uitvoeren van operationele activiteiten. De activiteiten zijn vastgelegd in een document ten behoeve van de administratieve organisatie. De huidige bezetting van het bestuursbureau maakt het mogelijk dat het Short Term Succession Plan goed toepasbaar is. Uitbestedingsrisico De deelnemers-, uitkeringen- en financiële administratie worden uitgevoerd door TKP Pensioen. Met TKP is een uitbestedingsovereenkomst afgesloten. De administratie van de beleggingen voor rekening en risico van deelnemers uit hoofde van de beschikbare premie regeling wordt uitgevoerd door ABN AMRO Pension Services Nederland. Zowel met TKP als met ABN AMRO is een SLA afgesloten. Het pensioenfonds ontvangt elk kwartaal SLA rapportages. TKP rapporteert over haar bedrijfsvoering aan klanten op basis van ISAE 3402 type II. Het rapport bevat een managementverklaring en een oordeel van een externe accountant en is gebaseerd op een uitgebreide risicoanalyse vanuit het perspectief van de klant. In de managementverklaring bevestigt de directie van TKP dat het beschreven beheersingsraamwerk voldoende is om de geïdentificeerde risico s te beheersen. Daarnaast bevestigt de directie dat de beschreven maatregelen gedurende de afgelopen periode voldoende effectief zijn geweest. De externe accountant PwC heeft een Assurance rapport afgegeven bij het ISAE 3402 type II-rapport voor TKP. Voor Northern Trust zijn procedures opgesteld en vastgelegd in een procedureboek (SSAE 16 Soc 1). Met Northern Trust is een overeenkomst afgesloten waarin onder andere de beleggingsrichtlijnen en de overeengekomen rapportages zijn vastgelegd. Iedere maand worden de discretionaire mandaten door Northern Trust afgetekend. Eens per kwartaal worden de beleggingsresultaten geëvalueerd door de beleggingscommissie aan de hand van kwartaalrapportages. Met de verschillende vermogensbeheerders zijn afspraken vastgelegd in Service Level Agreements. De beleggingscommissie heeft regelmatig een overleg met de vertegenwoordigers 16 mei Jaarverslag 2011

27 van de vermogensbeheerders. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan performance en samenstelling van de portefeuilles. Verder vindt er periodiek een overleg plaats tussen een afvaardiging van de beleggingscommissie en de vermogensbeheerders. Ieder kwartaal hebben medewerkers van het bestuursbureau een operationeel overleg met de pensioenuitvoerder en de custodian. Tijdens dit overleg wordt de performance besproken en vindt overleg plaats over allerlei operationele zaken. Selectie van externe dienstverleners vindt plaats op basis van eisen van DNB en eisen van het bestuur met betrekking tot deskundigheid, cultuur, etc. De werkzaamheden met Towers Watson B.V. als actuariëel-, beleggings- en juridisch adviseur zijn vastgelegd in een engagement letter. Juridisch risico Voor de beheersing van het juridisch risico maakt PSLN gebruik van informatie/kennisoverdracht op het gebied van wet- en regelgeving van pensioenkoepels, de actuaris, toezichthouders en externe juridische adviseurs. Relevante fondsdocumenten worden juridisch getoetst door externe adviseurs. Integriteitsrisico Er is een gedragscode opgesteld die voldoet aan de eisen van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Deze gedragscode wordt door direct betrokkenen bij PSLN ondertekend bij zowel de start van de functie als een jaarlijks verklaring van naleving. Het pensioenfonds heeft een compliance officer aangesteld. De compliance officer houdt toezicht op naleving van de gedragscode. 16 mei Jaarverslag 2011

28 1.8 Premiebeleid In dit hoofdstuk wordt het premiebeleid bij de regelingen voor risico van het fonds beschreven. De stortingen in de BPR regeling (voor risico van de deelnemers) worden maandelijks door de onderneming afgedragen en zijn niet in dit hoofdstuk opgenomen. De genoemde cijfers in dit hoofdstuk betreffen bedragen in Naar aanleiding van de herziening van de pensioenregeling per 1 april 2011 is in het verslagjaar tevens de uitvoeringsovereenkomst herzien. Het bestuur heeft aangedrongen op een meerjarige overeenkomst, waarin tevens de intentie van beide partijen is vastgelegd om het pensioenfonds ook in de toekomst robuust gefinancierd te houden. De nieuwe uitvoeringsovereenkomst heeft een looptijd van 1 januari 2011 tot en met 31 december Vanaf 1 april 2011 gelden daarbij nieuwe bepalingen, die met name betrekking hebben op de nieuwe pensioenregeling. Vanaf 1 januari 2012 zijn daarnaast diverse afspraken gemaakt, waaronder een nieuwe doorsneepremie van 26% van het pensioensalaris. Dit percentage is gebaseerd op de meest recente prognose-overlevingstabel, een rekenrente van 3% en een solvabiliteitsopslag van 15%. Als samenvatting bij de jaarrekening is een overzicht van de elementen van de uitvoeringsovereenkomst opgenomen. Als uitzondering op de gebruikelijke afspraken is de feitelijke premie in 2011 niet gebaseerd op een doorsneepercentage. De reden hiervan is dat de inhoud van de regelingsherziening aan het begin van het verslagjaar nog niet bekend was. Ten aanzien van de feitelijke premie voor 2011 is in de uitvoeringsovereenkomst een opstelsom van diverse onderdelen afgesproken: de actuariële kosten voor inkoop van de toegekende nominale pensioenaanspraken en onvoorwaardelijke toeslagen per , rekening houdend met de betreffende RTS (primo resp. ultimo verslagjaar) en verhoogd met een solvabiliteitsopslag van 15%; de risicopremies voor de BPR regeling; mutaties in de schadereserve exit-wao ers die het gevolg zijn van in- en revalidering; een vast bedrag van als opslag voor uitvoeringskosten 1. Daarnaast verbindt de onderneming zich jegens het pensioenfonds tot het beschikbaar stellen van een herstelpremie, indien het pensioenfonds per balansdatum een dekkingstekort heeft. Deze herstelpremie is gelijk aan 1/3 van het verschil tussen de benodigde middelen voor het wettelijk minimaal vereist eigen vermogen en de aanwezige middelen en is gemaximeerd op de feitelijke jaarpremie. Vanaf 1 januari 2012 geldt de aanvullende beperking dat het totaal van de herstelpremies gedurende een herstelplanperiode niet hoger kan worden dan Betaalde herstelpremies die betrekking hebben op dekkingstekorten van eind 2008 en eind 2011 worden daarbij niet meegenomen. De herstelpremie wordt vastgesteld en is verschuldigd nadat de jaarrekening door het bestuur is vastgesteld en wordt derhalve pas in het volgende verslagjaar verwerkt. Per ultimo 2010 was geen sprake van een dekkingstekort, zodat in verslagjaar geen herstelpremie is ontvangen. Per ultimo 2011 bedroeg het dekkingstekort (= het verschil tussen het aanwezig vermogen (exclusief de bestemmingsreserve TRA) en het vermogen waarbij de dekkingsgraad gelijk is aan het minimaal vereist eigen vermogen), zodat 1 In verslagjaar is, naast de afspraken in de uitvoeringsovereenkomst, een additioneel bedrag van 300 ontvangen ten behoeve van de additionele werkzaamheden inzake serviceverlening aan voortgezette deelnemers. In de te toetsen premies en de analyses wordt dit bedrag niet meegenomen. 16 mei Jaarverslag 2011

29 in 2012 een herstelpremie van door de onderneming verschuldigd is 2. Deze wordt vanaf de maand mei 2012 meegeteld bij het vermogen van het fonds (dekkingsgraad:+2,0%) en wordt uiterlijk medio juni door de onderneming voldaan. In verslagjaar was de toeslag voor actieven H&BC onvoorwaardelijk en de koopsom hiervoor is onderdeel van de premie. In boekjaar 2011 is voor deze groep een toeslag ad 1,25% per 1 januari 2012 verwerkt. De basistoeslag voor actieven C&T en de toeslag voor inactieven zijn voorwaardelijk en vormen geen onderdeel van de premie. Zie verder bij Toeslagbeleid in hoofdstuk 1.9. De kostendekkende - en feitelijke premie voor het verslagjaar zijn als volgt vastgesteld en worden hieronder kort toegelicht: Omschrijving Bedrag Kostendekkende premie Ontvangen feitelijke premie Kostendekkende premie De kostendekkende premie is bepaald op basis van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. De kostendekkende premie bestaat uit de volgende componenten: koopsom voor de onvoorwaardelijke onderdelen van de pensioentoezegging; benodigde solvabiliteitsopslag over bovengenoemd premieonderdeel; koopsom voor voorwaardelijke onderdelen van pensioentoezegging met inachtneming van de geformuleerde ambitie en de wijze van financieren; opslag voor uitvoeringskosten; de mutatie van de schadereserve voor exit-wao ers voor zover deze wordt veroorzaakt door mutaties in het bestand (inclusief de mate van arbeidsongeschiktheid). De kostendekkende premie in 2011 bedraagt Feitelijke premie De ontvangen feitelijke premie dient minimaal gelijk te zijn aan de kostendekkende premie. De ontvangen premie is als volgt samengesteld: Ontvangen feitelijke premie in 2011 Premie 2011 (inclusief FVP-bijdrage) Premie in verband met verwerking onvoorwaardelijke 882 toeslag actieven H&BC per 1 januari 2012 Totaal De feitelijke premie wijkt af van de kostendekkende premie. De solvabiliteitsopslag in de kostendekkende premie wijkt af van de solvabiliteitsopslag in de feitelijke premie (14,9% t.o.v. 15,0%). Daarnaast is in de feitelijke premie een extra koopsom opgenomen van 300 ter dekking van additionele uitvoeringskosten, de afrekening van vorig jaar en de FVP koopsommen. Het fonds voldoet aan de wettelijke eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de kostendekkende premie op basis van de rts. 2 Bij toepassing van de reguliere RTS in plaats van de door DNB voorgeschreven gemiddelde RTS over 90 dagen zou de herstelpremie op het maximum bedrag ( ) hebben gelegen. 16 mei Jaarverslag 2011

30 1.9 Toeslagbeleid De Pensioenwet schrijft voor dat duidelijk gecommuniceerd moet worden over de toeslagen voor actieven enerzijds en voor de pensioengerechtigden en slapers (inactieven) anderzijds. De communicatie moet consistent zijn met de financiering en de te verwachten realisatie. Belangrijkste punten zijn het al dan niet voorwaardelijk zijn van de toeslagen, de maatstaf, het ambitieniveau en het effect van negatieve omstandigheden op de realisatie van de ambitie. Bij het toeslagbeleid hanteert het bestuur een interne richtlijn, waarmee consistente besluitvorming wordt nagestreefd. De grenzen voor gedeeltelijke respectievelijk volledige toeslagen liggen daarbij op 110% respectievelijk 120% (tot 1 april 2011 was deze grens 125%). Het bestuur houdt bij de besluitvorming rekening met de interne richtlijn en met wettelijke bepalingen, maar kan ook andere factoren in haar besluitvorming laten meewegen. Toeslagen inactieve deelnemers De voorwaardelijke toeslagen voor inactieve deelnemers worden gefinancierd uit de middelen van PSLN. De door de onderneming en deelnemers te betalen premie bevat derhalve geen opslag voor toeslagen voor de inactieven en er wordt door PSLN ook geen reserve aangehouden voor toekomstige toeslagen. Ook in het verleden is de voorwaardelijkheid van de toeslagen van inactieven consequent gecommuniceerd. De reglementaire maatstaf is de afgeleide consumentenprijsindex met peildatum oktober. Bij de afgeleide index worden effecten door belastingmaatregelen buiten beschouwing gelaten. Een bestuursbesluit is bepalend voor de mate waarin toekenning hiervan kan plaatsvinden en daarmee voor de uiteindelijke hoogte van de toeslag. Zoals hierboven al aangegeven wordt een interne richtlijn gehanteerd ten behoeve van een consistente uitvoering. Gebruikelijk is om in de decembervergadering een besluit te nemen over de toeslagverlening per 1 januari van het daaropvolgende jaar. Beschikking over de informatie ten aanzien van de uitkomst van de maatstaf per oktober en de dekkingsgraad per eind november zijn daarbij noodzakelijk. De maatstaf in oktober 2011 bedroeg 2,33%. Het bestuur heeft, gelet op het niveau van de dekkingsgraad (ongeveer 96% per eind november), unaniem besloten om voor inactieve deelnemers geen indexatie per 1 januari 2012 toe te passen. Pensioengerechtigden hebben medio december 2011 een brief ontvangen, waarin het besluit wordt toegelicht. Ook is het besluit toegelicht bij het bestuur van de VGDE. Het is inmiddels de vierde keer in het bestaan van ons fonds dat de toeslagverlening aan inactieven helaas overgeslagen moet worden: eerder in 2004, 2009 en 2011 en nu ook in Het volgende overzicht laat de ontwikkeling zien van de maatstaf en de toekenning: Jaar A B 2,89% 3,35% 3,24% 1,77% 0,82% 1,42% 1,25% 1,48% 2,53% 0,40% 1,38% 2,33% 102,89 106,34 109,78 111,73 112,64 114,24 115,67 117,38 120,35 120,83 122,49 125,35 2,89% 3,35% 3,24% 0,00% 0,82% 1,42% 1,25% 1,48% 0,00% 0,40% 0,00% 0,00% 102,89 106,34 109,78 109,78 110,68 112,25 113,66 115,34 115,34 115,80 115,80 115,80 A = de reglementaire maatstaf CPI afgeleid per oktober en B = de verleende toeslagen op basis van genomen bestuursbesluiten. De jaarlijkse percentages zijn in de eerste en derde rij genoemd en het gecumuleerde bedrag (bij een start voor beiden van 100 in het jaar 2000) in de tweede en vierde rij. In 2012 staat 16 mei Jaarverslag 2011

31 de maatstaf (A) op een indexcijfer van 125,35. Als het bestuur altijd toeslagen had kunnen verlenen volgens de maatstaf, dan zou de 100 in 2000 dus zijn aangegroeid tot 125,35 in De door het bestuur verleende toeslagen (B) komen uit op het lagere niveau van 115,80 wat ruim 8% lager ligt dan het niveau van 125,35. Het is bij de huidige afspraken voor de lange termijn de ambitie om het indexcijfer B op het niveau van indexcijfer A te krijgen. Dit zal dan moeten plaatsvinden door middel van een toeslag voor inactieven die hoger ligt dan de maatstaf (gedurende meerdere jaren). Indexatie middelloonrechten actieve deelnemers Voor de actieve deelnemers geldt sinds de invoering van de middelloonregeling in 2004 een indexatie van de opgebouwde rechten op basis van de betreffende CAO-verhoging in het voorafgaande kalenderjaar. Deze indexatie was tot 1 april 2011 onvoorwaardelijk en de te verwachten kosten hiervan werden begrepen in de hoogte van het percentage van de doorsneepremie ( : 31% van het pensioensalaris). Ten aanzien van de C&T-regeling is de toeslagverlening voor actieve deelnemers per 1 april 2011 door de CAO partijen omgezet van een onvoorwaardelijk naar een voorwaardelijk toeslagbeleid. De financiering hiervan vindt, net als bij de inactieve deelnemers, plaats uit de middelen van het fonds. Ook hier is voor de lange termijn de ambitie dat door het behalen van beleggingsresultaten voldoende financiering voor deze toeslagverlening zal worden gevonden. Als overgangsregeling is een eenmalige financiering van 60 miljoen door de onderneming beschikbaar gesteld ten behoeve van de vorming van een bestemde Toeslagreserve actieven (TRA). De bestemde reserve is in juli 2011 aangelegd en wordt in dit boekjaar via de resultatenrekening in de balans opgenomen onder het eigen vermogen. De bestemde reserve wordt niet tot de middelen voor risico pensioenfonds gerekend en blijft buiten de berekening van de dekkingsgraad. Het bestuur kan hieruit middels een bestuursbesluit jaarlijks een Aanvullende toeslag toekennen. Doelstelling is dat de TRA gedurende ten minste 15 jaar ondersteuning verleent aan het realiseren van de toeslagambitie. Bij de toepassing van de interne richtlijn voor toeslagen aan actieve C&T deelnemers zijn twee onderdelen aan de orde: a. De Basistoeslag, te financieren uit de algemene middelen van het fonds. Als leidraad wordt hierbij de dekkingsgraad gehanteerd. Om dezelfde reden als vermeld bij de inactieven heeft het bestuur besloten dat per 1 januari 2012 geen basistoeslag kan worden toegekend. b. De Aanvullende toeslag, te financieren uit de TRA. Hiervoor wordt de Leidraad actieventoeslag (LAT) gehanteerd, waarbij de pro rata beleggingen voor actieven worden verhoogd met de TRA en vervolgens worden gedeeld door de pro rata verplichtingen voor actieven. De LAT per 30 november 2011 bedroeg 112,0%. De leidraad levert hierbij een Aanvullende toeslag van 0,45% (20% van 2,25%). Vanwege het dekkingstekort heeft het bestuur onderzocht welke consequenties al dan niet toekennen betekent. Zowel ten aanzien van de herstelcapaciteit als ten aanzien van het risico op afstempelen werden geen negatieve consequenties voorzien. Na een positief advies van de adviserend actuaris en geen bezwaar vanuit DNB is de Aanvullende toeslag van 0,45% definitief toegekend. De kosten (inclusief de kosten van het beheer van de TRA) zijn iets meer dan 1,9 miljoen en reeds verwerkt in het verslagjaar. In verslagjaar was de toeslag voor actieven H&BC nog wel onvoorwaardelijk en de koopsom hiervoor is onderdeel van de premie. In boekjaar 2011 is voor deze groep een toeslag ad 1,25% per 1 januari 2012 verwerkt. Dit is een gesloten groep, waarvan een deel bij verkochte bedrijfsonderdelen werkt en de pensioenopbouw bij PSLN tijdelijk wordt voortgezet. 16 mei Jaarverslag 2011

32 1.10 Vermogensbeheer en beleggingsresultaat Algemeen De financiële markten zijn eind 2011 nog steeds in de ban van de schuldencrisis. Tijdens de kredietcrisis, die begon in 2008, moesten overheden inspringen om een systeemcrisis in de financiële markten te voorkomen. Dit deden ze door banken en verzekeraars te steunen met kapitaal en in enkele gevallen zelfs te nationaliseren. Door de daaropvolgende recessie werden overheden ook nog eens genoodzaakt om de economie te stimuleren. Hierdoor raakte het huishoudboekje van veel overheden verder uit balans. Dientengevolge zijn de financiële markten gaan twijfelen of bepaalde overheden wel in staat zullen zijn om hun schulden af te lossen. De koersen van staatsobligaties van die landen kwamen daardoor zwaar onder druk te staan met nieuwe verliezen voor financiële instellingen tot gevolg. Sommige Europese landen en financiële instellingen kunnen zich inmiddels beduidend lastiger (en dus duurder) financieren. Begin 2012 worden de economische omstandigheden nog steeds beïnvloed door de voortdurende euro schuldencrisis en het gebrek aan daadkrachtig optreden van overheden. Significante macro risico's en een teruglopend producenten- en consumentenvertrouwen zijn het gevolg alsmede groeiende interbancaire funding problemen. Hoewel waarderingen van met name aandelen en bedrijfsleningen inmiddels relatief aantrekkelijk te noemen zijn, vooral in het licht van recente data in de US en emerging markets (zoals China), zal voor het bestrijden van de eurocrisis een daadkrachtig optreden van de ECB nodig zijn. Eind 2011 is een eerste stap hiertoe gezet door de verschaffing van onbeperkte liquiditeiten aan banken in de Eurozone. Overheden worden dus door de markt gedwongen om te gaan bezuinigen. Teruglopend producenten- en consumentenvertrouwen kan leiden tot lagere consumptieve bestedingen en lagere bedrijfsinvesteringen. De economische groei in de ontwikkelde markten zal hierdoor in de komende jaren, vooral in de Eurozone, laag zijn. Aangezien de opkomende markten niet gebukt gaan onder een grote schuldenlast, zullen deze landen naar verwachting een hogere economische groei kunnen laten zien hetgeen de wereldeconomie enigszins ondersteunt. De economische terugval is dus nog niet achter de rug. Een verdere verslechtering van de economische situatie is zeker niet uitgesloten, met als grootste risico voor het pensioenfonds verder dalende rentes en aandelenkoersen. Voor de middellange termijn dient tegelijkertijd rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van een oplopende inflatie. Begin 2012 liggen swaprentes en Duitse en Nederlandse staatsrentes op historisch lage niveaus. Er wordt vrijwel geen groei voor de economie voorzien en een inflatie van circa 2,5% verwacht. De rente zal uitsluitend kunnen gaan stijgen wanneer de economische berichten vanuit de Eurozone positiever worden. De crisis biedt echter ook weer nieuwe kansen. Voor bedrijfsobligaties en zakelijk waarden is nu sprake van aantrekkelijkere waarderingen, die op termijn kunnen zorgen voor hogere rendementen. Voor 2012 lijkt daarom een meer dynamisch beleid geboden, waarbij, vooral binnen de return portefeuille, op actieve wijze gebruik wordt gemaakt van de kansen die financiële markten bieden. Voor het komende jaar verwachten we voor bedrijfsobligaties een beter rendement dan voor staatsobligaties. Grondstofprijzen zullen naar verwachting onveranderd hoog blijven. Voor aandelen is de situatie zeer afhankelijk van de economische ontwikkeling, maar de huidige 16 mei Jaarverslag 2011

33 waardering lijkt ruimte te bieden voor positieve rendementen. Binnen aandelen wordt de voorkeur gegeven voor opkomende markten, mede vanwege de verwachting dat de valuta s van deze landen zullen appreciëren. Het risicoscenario blijft een verdere escalatie van de euro schuldencrisis, met een ongecontroleerde exit van landen uit de euro. Vermogensbeheer bij PSLN Strategische asset allocatie De strategische asset allocatie (SAA) is de voor de langere termijn vastgestelde na te streven beleggingsmix, welke hoort bij de situatie van PSLN en voor de lange termijn uitgaat van een optimale afweging tussen risico (ofwel een stabiele dekkingsgraad, zodat de kans op een tekort voldoende klein is) en rendement (ofwel een voldoende hoge dekkingsgraad, zodat de kans op het verlenen van toeslagen in voldoende mate aan de ambitie tegemoet komt). Daarnaast wordt ook meer aandacht gegeven aan stresstesten door bijvoorbeeld de neerwaartse beweging van de dekkingsgraad bij extreem lage renteniveau s te beperken. In 2011 is de SAA niet gewijzigd: Commodities: 2,5% Infrastructuur: 2,5% Indirect vastgoed: 5% Aandelen emerging markten: 5% Aandelen ontwikkelde markten: 25% Vastrentende waarden actief: 24% Vastrentende waarden passief: 36% De Matching-portefeuille bestaat uit de twee grote punten links (totaal 60%) en is bij twee managers ondergebracht, een actieve- en een passieve manager: De actieve manager belegt 24% van het totale vermogen in deze categorie en doet dit in euro- bedrijfsobligaties en andere instrumenten die horen bij het innemen van posities in de vastrentende markten; het principe van maatschappelijk verantwoord beleggen leidt voor dit mandaat tot een uitsluitingslijst. De passieve manager belegt 36% van het totale vermogen in deze categorie, maar beperkt zich tot langlopende euro-staatsleningen en rente-instrumenten. Met de staatsleningen wordt een behoorlijk deel van het renterisico gereduceerd. Met de renteinstrumenten wordt dit in het strategisch beleid aangevuld tot een niveau van maximaal 75% renterisico-afdekking. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een beleggingsvehikel (Client Specific Unitised Fund; CSUF) waarin PSLN diverse financiële instrumenten voor de afdekking van het rente- en/of inflatierisico beschikbaar heeft. 16 mei Jaarverslag 2011

34 De Return-portefeuille bestaat uit de vijf kleinere punten rechts: één van 25%, twee van 5% en twee van 2,5% (totaal 40%). Omdat deze onderdelen wereldwijd belegd worden, is over de returnportefeuille een currency overlay gelegd. Hiermee worden de belangrijkste vreemde valuta afgedekt naar de euro. De grootste beleggingscategorie van 25% wordt in twee mandaten wereldwijd belegd in ontwikkelde markten. Daarbij wordt belegd in de grote economieën van Europa, Noord Amerika en de ontwikkelde Aziatische economieën, zoals Japan. Hierbij wordt uitgegaan van passief beheer (index-volgend), waarbij tevens het principe van maatschappelijk verantwoord beleggen wordt toegepast (zie ook de Social Responsible Investments) bij SRI). Een aparte categorie ter grootte van 5% belegt in een actief beheerde geconcentreerde portefeuille van aandelen in de opkomende markten. Om de risico s van dit mandaat te beperken, worden alle opkomende markten gespreid opgenomen, ofwel Latijns- Amerikaanse, Centraal-/Oost Europese en opkomende Aziatische economieën zoals China en India. De andere categorie van 5% belegt in een actief beheerde portefeuille van Europees beursgenoteerd vastgoed. De kleinste mandaten van elk 2,5% betreffen categorieën die volgens de economische modellen een link hebben met de inflatie: Commodities (grondstoffen) en Infrastructuur (tolwegen, luchthavens en dergelijke). Omdat dit om vrij beperkte mandaten gaat en er toch voldoende spreiding in aangebracht moet worden, worden hier gepoolde passief beheerde fondsen voor gebruikt. Eind 2011 is besloten dat Infrastructuur definitief niet ingevuld zal worden (zie bij Risicobudgetteringsstudie), waardoor vooralsnog het percentage voor Aandelen in ontwikkelde markten op 27,5% wordt gesteld. De strategische weging van Returnportefeuille is 40%, maar de werkelijke weging mag zich normaal gesproken binnen de bandbreedte van 30% tot 50% bewegen. Zolang het pensioenfonds in herstel is, worden rebalancing activiteiten geleidelijk en voorzichtig uitgevoerd. 16 mei Jaarverslag 2011

35 Tactische allocatie en activiteiten in 2011 In 2011 zijn door de beleggingscommissie de volgende activiteiten uitgevoerd: Matching 60% Activiteiten Renteafdekking portefeuille Vastrentend passief 36% Afbouw Europese staatsleningen van alle looptijden naar nihil. Ingezette instrumenten Maart 2011: -20-jarige renteswaption met payerswap op 4,85% -20-jarige renteswaption met receiverswap op 3,32%. Beide jaarcontracten settelen in cash. Vastrentend actief 24% Verscherpte monitor op Financials. Ivm liquideitenplanning: cash sweep procedure opgezet. Mandaat leverde outperformance; de perf.fee t/m september 2011 is afgerekend. Return portefeuille Aandelen ontwikkelde markten Aandelen opkomende markten Alternatieve beleggingen vastgoed Alternatieve beleggingen Commodities Alternatieve beleggingen Infrastructuur 40% Activiteiten Valuta afdekking 27,5% 5% Geen bijzonderheden De blijvende sterke outperformance is onder de aandacht en wordt gemonitord. Mandaat is grootste overweging ten opzichte van SAA, mede door marktontwikkelingen en performance. Performance fee In 2011 werden de US dollar en de Japanse yen volledig afgedekt. Het Britse pond werd voor een derde deel afgedekt. Wegens de eurocrisis is eind 2011 besloten de US dollar en Japanse yen voor twee derde deel af te dekken. t/m september 2011 is afgerekend. 5% Dit mandaat is nog steeds onder verscherpte aandacht en wordt maandelijks gemonitord. Er hebben diverse gesprekken met de vermogensbeheerder plaatsgevonden. Vervanging portefeuille manager. 2,5% Geen bijzonderheden. 0% Het 2,5%-belang is bij Aandelen ontwikkelde markten ondergebracht (27,5% in plaats van 25%). Afdekking vindt plaats door middel van een lagensysteem, waarbij iedere maand een tranche wordt aangelegd van een 3-maands contract. Er lopen dus steeds drie contracten per valutasoort, die samen de beoogde afdekking realiseren. Bijsturing vindt dus maandelijks plaats. 16 mei Jaarverslag 2011

36 In de periode oktober tot en met december 2011 heeft de beleggingscommissie een risicobudgetteringsstudie uitgevoerd, waarbij de ALM studie van de nieuwe pensioenregeling en uitvoeringsovereenkomst als fundament is genomen. Begin 2012 zijn de resultaten bij het bestuur gepresenteerd en is de basis voor enkele aanpassingen in de strategische asset allocatie gelegd. Er worden geen grote aanpassingen in de strategische asset allocatie verwacht; in de Returnportefeuille worden in 2012 verbeteringen in de Alternatieve beleggingssoorten Vastgoed en Infrastructuur verwacht. Daarbij wordt ervoor gewaakt dat er geen risico wordt toegevoegd en het herstel niet wordt vertraagd. Belegging van de Toeslagreserve actieven (beleggingen TRA) In hoofdstuk 1.4 en 1.8 is toegelicht dat per 1 april 2011 de toeslagverlening voor actieve deelnemers in de C&T regeling gewijzigd is van onvoorwaardelijk naar voorwaardelijk met overgangsregeling. Een basistoeslag wordt betaald uit de algemene middelen van PSLN. De overgangsregeling houdt in dat het bestuur een Aanvullende toeslag uit de Toeslagreserve actieven (TRA) kan toekennen. Hiervoor is in 2011 door de onderneming eenmalig een bedrag ad 60 miljoen beschikbaar gesteld. De bestemming van de TRA is een langdurige ondersteuning van de verwachte realisatie van de toeslagen voor actieven. Als de TRA geen waarde meer heeft wordt de overgangsregeling beëindigd. De positie van TRA op balans is tweeërlei: 1. een bestemmingsreserve TRA bij de Passiva 2. een zelfstandig beleggingsdepot beleggingen TRA bij Activa. Beide balansposten zijn per definitie aan elkaar gelijk. De beleggingsresultaten van en onttrekkingen uit het beleggingsdepot worden (in de interne kwartaal- en externe jaarrapportage) periodiek verwerkt in de bestemmingsreserve TRA. Het strategische beleggingsbeleid van de beleggingen TRA is afgestemd op de doelstelling van de bestemmingsreserve TRA. Dit strategische beleggingsbeleid luidt als volgt: TRA Allocatie Benchmark Categorie Credits 66,7% Barclays Capital Global EUR Corporates 5+ ex BBB Inflation Linked Bonds 33,3% Barclays Capital Govt EMU HICP-L AAA All Stocks Social Responsible Investments (SRI)/Maatschappelijk verantwoord beleggen Het pensioenfonds heeft een helder kader ontwikkeld voor maatschappelijk verantwoord beleggen. De doelstelling van het pensioenfonds is bij het beleggingsbeleid leidend en mag zo min mogelijk worden benadeeld. Social Responsible Investments heeft binnen dit raamwerk een plek gekregen. Ook heeft het bestuur aangegeven dat de gedragscode van Sara Lee Corporation bij de verdere invulling van het beleid ten aanzien van Social Responsible Investments dient te worden betrokken. 16 mei Jaarverslag 2011

37 Er zijn afspraken gemaakt over SRI in de gebieden van vastgoed, aandelen ontwikkelde markten en bedrijfsobligaties. De manager van Europees vastgoed, Kempen Capital Management, heeft in 2009 besloten samen te werken met Global Ethical Standard Investment Services (GES) om in kaart te brengen of de bedrijven waarin (ten behoeve van derden) wordt belegd zich ethisch verantwoord gedragen. GES is leidend op het gebied van ethisch verantwoord beleggen in Europa. GES vertegenwoordigt momenteel zowel vermogensbeheerders als eindbeleggers met een totaal belegd vermogen van 700 miljard. Kempen Capital Management heeft ervoor gekozen om middels engagement managementteams van Europese beursgenoteerde vastgoedondernemingen bewust te maken van hun score. Het doel daarvan is om een verbetering teweeg te brengen bij deze ondernemingen. Sinds 2010 is PSLN overgestapt op verantwoorde passieve fondsen van SNS Asset Management (SNS AM). De filosofie van deze fondsen sluit goed aan bij de uitgangspunten van het pensioenfonds. Voor de SNS AM fondsen vormen internationale verdragen de richtlijn voor het beleggingsbeleid. Voorbeelden van deze verdragen zijn de VN Verklaring voor de Rechten van de Mens of de OESO Richtlijnen op het vlak van omkoping en corruptie. Daarnaast spelen wapenverdragen een centrale rol in het beleggingsbeleid, zoals de verdragen gericht op het terugdringen en uitbannen van landmijnen, clusterbommen en nucleaire, biologische en chemische wapens. Goed renderend vermogensbeheer gaat niet uit van het uitsluiten van ondernemingen, maar van het beleggen in goede ondernemingen. Als in een aantal gevallen een onderneming niet beantwoordt aan de criteria, maar de schending van de uitgangspunten beperkt is, kiest de vermogensbeheerder voor een goed gesprek met de onderneming. Het uitblijven van resultaat als gevolg van het gesprek, kan ertoe leiden dat de onderneming wordt uitgesloten. Of dat in werkelijkheid ook gebeurt hangt af van de ernst van de schending. In 2011 hebben de SNS AM Fondsen in totaal 10 Europese ondernemingen uitgesloten. In de Verenigde Staten belegt SNS AM niet in 18 ondernemingen, terwijl in de regio Pacific 3 bedrijven buiten het beleggingsuniversum blijven. De vermogensbeheerder ging in 2011 het gesprek aan met 3 ondernemingen. Als gevolg van de gesprekken viel het Indiase Vedanta Resources Plc. alsnog uit het universum. Ondanks inspanningen voor een constructieve dialoog met de onderneming, blijken de verschillen in visie betreffende de omgang met mensenrechten te groot om te passen in het beleid van SNS AM. Daarom is deze onderneming ná enkele gesprekken alsnog van belegging uitgesloten. De uitsluitingslijst van de SNS AM fondsen wordt tevens toegepast op het andere aandelenmandaat bij Northern Trust Global Investors en het mandaat in bedrijfsobligaties bij Goldman Sachs. Per 1 juli 2011 is de uitsluitingslijst bijgewerkt en op de website gepubliceerd. 16 mei Jaarverslag 2011

38 Samenstelling beleggingen en rendement in 2011 De samenstelling van de beleggingen en de procentuele verdeling daarvan per balansdatum blijken uit het volgende overzicht (bedragen in x 1.000): Categorie Ultimo 2011 % Ultimo 2010 % Leningen Obligaties Aandelen ontwikkelde markten Aandelen opkomende markten Vastgoed beleggingen Grondstoffen Cash / Deposito s / Overig Totaal De strategische asset allocatie leverde in 2011 een rendement op van 4,4% (2010: 8,9%). Doordat de beleggingsmix in werkelijkheid afweek van de SAA (negatief effect) en de beheerders per saldo outperformance realiseerden (positief effect), was het behaalde rendement per saldo 4,6% (2010: 9,3%). Het behaalde rendement in 2011 per beleggingscategorie luidt als volgt: Categorie Rendement 2011 Benchmark 2011 Verschil 2011 Obligaties + 12,9% + 10,5% + 2,4% Aandelen - 5,5% - 6,7% + 1,2% Aandelen onroerend goed - 14,2% - 13,5% - 0,7% Totaal excl valuta afdekking + 5,2% + 5,0% + 0,2% Valuta afdekking - 0,6% - 0,6% Totaal incl valuta afdekking + 4,6% + 4,4% + 0,2% Stijgingen van de waarde van grondstoffen en aandelen ontstonden deels door de gedaalde koers van de Euro, maar omdat de exposure naar de belangrijkste vreemde valuta continue worden afgedekt, leidde dit in 2011 tot een negatief rendement op valuta afdekking. De vooraf beoogde mate van rente-afdekking wordt onderbouwd door de verwachte cashflow s uit de beleggingen in de Matchingportefeuille te confronteren met de cashflow s die volgen uit de pensioenverplichtingen. In de praktijk kan deze vooraf beoogde mate van afdekking vanwege diverse oorzaken achteraf hoger of lager uitpakken. Dit is inherent aan het gebruik van andere instrumenten dan alleen renteswaps. Daarom wordt in de diverse rapportages op verschillende manieren door het bestuur naar het rente-risico gekeken. Onderdeel van de monitoring van het renterisico is de vergelijking van het rendement in de Matching Portefeuille met het fictieve rendement op de cashflow van de verplichtingen (Liability benchmark). Dit fictieve rendement wordt vastgesteld door de cashflow van de verplichtingen contant te maken tegen de Rentetermijnstructuur en vervolgens het verloop van de contante waarden in een rendement uit te drukken. Ook wordt vanuit de Resultatenrekening nagegaan wat de toename in de Matchingportefeuille (Assets) is door waarde-ontwikkeling en ontvangen interest enerzijds en in de Voorziening Pensioenverplichtingen (Liabilities) door RTS-ontwikkeling en benodigde interest anderzijds. 16 mei Jaarverslag 2011

39 Deze cijfers zijn als volgt: Meting effectiviteit renteafdekking in Matching portefeuille Rendement Matching portef. Rendement Verplichtingen Liability benchmark Verschil Assets en Liabilities + 12,9% + 13,5% - 0,6% Toename Toename a.g.v. RTS en interest Afdekking Bedragen Assets en Liabilities ,4% Het achterblijven van de toename in de Assets is met name in het vierde kwartaal ontstaan. De impact van de euro-crisis op vooral de Franse staatsleningen en Financials is hier de oorzaak van. De risico s voor PSLN op deze gebieden worden extra gemonitord door de beleggingscommissie. Indien nodig worden extra maatregelen genomen. Tot slot wordt in dit kader tevens gemonitord hoe hoog het openstaande renterisico voor elk gedeelte van de looptijden is. Dit wordt gemeten door de impact uit te drukken in balanseffecten per 1 basispunt renteverschil (PV01). Eind 2011 was 59% van dit balanseffect afgedekt: 36% door de langlopende staatsobligaties, 8% door de Credits, 7% door de Swaps en 8% door de Swaptions. Hoewel het strategische minimum op 50% ligt, is het streven om de bescherming tegen lage renteniveau s op dit bereikte peil van ongeveer 60% te houden. De Toeslagreserve actieven (TRA) wordt afzonderlijk belegd en gerapporteerd. Beleggingen TRA Ultimo 2011 % Ultimo 2010 Categorie Credits ,5% Nvt Inflation Linked Bonds ,5% Nvt Nog te onttrekken Balanspositie Tra Het nog te onttrekken bedrag ad hangt samen met de toekenning van de Aanvullende toeslag van 0,45% voor actieven C&T en de kosten voor het beheer van de TRA. In januari 2012 is deze onttrekking uitgevoerd. De performance van de TRA wordt separaat gerapporteerd en luidt als volgt: TRA (rendementen vanaf ) Rendement 2011 Benchmark 2011 Verschil 2011 Credits + 0,2% + 0,1% +0,1% Inflation Linked Bonds + 0,9% + 0,8% +0,1% Totaal + 0,4% + 0,3% +0,1% De vermogensbeheerders worden periodiek bij de beleggingscommissie uitgenodigd om een toelichting te geven op het gevoerde beleid, de gerealiseerde afwijkingen en de wijze waarop aan eventuele beleidsaanpassingen vorm wordt gegeven. De oorzaken van de gerealiseerde afwijkingen zijn divers van aard. De criteria die gehanteerd worden bij de selectie van gespecialiseerde vermogensbeheerders betreffen zowel de historisch behaalde performance, als de kwaliteit en stabiliteit van het team. 16 mei Jaarverslag 2011

40 Dit is noodzakelijk om een voldoende mate van vertrouwen te hebben ten aanzien van de kwaliteit van de toekomstige performance. Er wordt per categorie expliciet aangegeven of passief belegd moet worden, dan wel een mandaat met een zekere mate van vrijheid aan een actieve beheerder zal worden verstrekt. De maatstaf hiervoor is de tracking error, die een rekenmaatstaf vormt voor de afwijking ten opzichte van de benchmark. 16 mei Jaarverslag 2011

41 1.11 Financiële positie, toereikendheidstoets en herstelplan In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële positie, de toereikendheidstoets en het herstelplan. De bedragen zijn in x Financiële positie De technische voorziening (TV) steeg in het verslagjaar met circa 10% tot De voornaamste oorzaak van deze stijging is de gedaalde RTS. Als gevolg hiervan is in , oftewel 12,9% toegevoegd aan de voorziening. Voor de bepaling van de technische voorziening per 31 december 2011 is de door DNB gepubliceerde RTS op basis van de gemiddelde swapcurve van 90 handelsdagen gehanteerd. Door uitzonderlijke marktomstandigheden en gebrekkige liquiditeit in het lange eind van de interbancaire swapmarkt bestaat er volgens DNB onzekerheid omtrent juiste prijsvorming op de interbancaire swapmarkt. Als gevolg hiervan heeft DNB in lijn met artikel 126 van de Pensioenwet besloten de RTS ultimo 2011 vast te stellen als een gemiddelde van de RTS van alle handelsdagen in de periode 1 oktober tot en met 31 december Het aanwezig vermogen daalde met van ultimo 2010 tot ultimo Op grond hiervan bedroeg de dekkingsgraad van het fonds ultimo verslagjaar 98%. De dekkingsgraad is in procentpunten gedaald ten opzichte van ultimo Bij de berekening van de verplichtingen van het fonds wordt uitgegaan van levensverwachtingen van de deelnemers. Deze levenskansen worden ontleend aan de overlevingstabellen opgesteld door het Actuarieel Genootschap. Afwijkingen van deze aangenomen levensverwachtingen betekenen een verzekeringstechnisch risico voor het fonds. Om dit risico beheersbaar te houden, is het beleid van het bestuur erop gericht om steeds de laatst beschikbare overlevingstabellen te gebruiken voor het berekenen van de levens- en overlijdenskansen. Bij de bepaling van de levens- en overlijdenskansen wordt in 2011 rekening gehouden met de door het AG gepubliceerde prognosetafel Dit is consistent met de methodiek die in de ABTN is beschreven. De hiervoor genoemde prognosetafel is gebaseerd op de bevolkingssterfte in de jaren 1987 tot en met Bij deze prognosetafel wordt onderscheid gemaakt tussen de verwachte sterfte op korte termijn en de verwachte sterfte op lange termijn. Hiervoor is een aparte korte termijntrend bepaald, die uitgaat van een waargenomen sterfte tussen 2002 en De prognosetafel is vervolgens vastgesteld door de kortetermijntrend de eerste jaren door te trekken en vervolgens langzaam af te vlakken naar de trend op lange termijn. Hierdoor stijgt de levensverwachting de eerstkomende jaren naar verwachting sneller dan in latere jaren. Omdat de prognosetafel is gebaseerd op bevolkingsgegevens dient er nog een correctie plaats te vinden op basis van fondsspecifieke karakteristieken van de deelnemerspopulatie van PSLN om te komen tot voor het fonds prudente grondslagen. PSLN maakt hiervoor gebruik van de door Towers Watson in 2010 geactualiseerde ervaringssterfte. 16 mei Jaarverslag 2011

42 Actuariële analyse van het resultaat Het resultaat in dit verslagjaar bedraagt negatief. Hieronder worden enige aspecten genoemd die tot het negatieve resultaat hebben geleid. De beleggingsopbrengsten voor risico pensioenfonds bedroegen Er is in 2011 (na aftrek kosten vermogensbeheer) een beleggingsrendement gerealiseerd van 4,6%, terwijl voor het oprenten van de technische voorziening gemiddeld een rendement van 1,3% nodig was. De benodigde interest is gebaseerd op de 1-jaarsrente uit de rentetermijnstructuur ultimo vorig boekjaar. Na aftrek van het benodigd rendement is per saldo op de beleggingen een positief resultaat behaald van De wijziging van de rentetermijnstructuur geeft een negatief resultaat van De eenmalige storting van de onderneming in verband met de gewijzigde toeslagverlening voor actieve deelnemers in de C&T-regeling heeft geleid tot een positief resultaat van Dit bedrag is bij de resultaatbestemming toegewezen aan de bestemmingsreserve TRA. De premieafrekening met de werkgever gaf een positief resultaat van De bij de werkgever in rekening gebrachte premie was ruimschoots voldoende voor een dekking van de comingservicekoopsommen en de indexatiekoopsommen. Het positieve resultaat op inkomende en uitgaande waardeoverdrachten bedraagt 193. Het positieve resultaat op kosten bedraagt Het negatieve resultaat tussen de verwachte en werkelijke uitkeringen en afkopen bedraagt 35. Op grondslagen (sterftekansen, partnerfrequenties en dergelijke) werd in 2011 een positief resultaat geboekt van Dit werd met name veroorzaakt doordat meer gepensioneerden overleden dan volgens de grondslagen verwacht werd Uit hoofde van toeslagverlening werd in 2011 een negatief resultaat behaald van Dit resultaat bestaat uit een positieve premiecomponent inzake de actuariële premie voor de onvoorwaardelijke toeslagverlening aan de actieve deelnemers van de H&BC regeling van 882. De mutatie van de voorziening bestaat naast de inkoop van de toeslagverlening aan de H&BC deelnemers uit de toeslagverlening die gefinancierd worden uit de Toeslagreserve actieven. Het negatieve resultaat op andere oorzaken bedraagt 48. Beoordeling van de financiële positie en ontvangen premie De financiële positie van het pensioenfonds wordt beoordeeld op basis van het FTK. Dit levert ultimo 2011 de volgende kengetallen op: Aanwezig vermogen Technische Voorziening Minimaal vereist eigen vermogen (4,2%) Dekkingspositie Minimaal vereist eigen vermogen Vereist eigen vermogen (exclusief minimaal vereist eigen vermogen) 3 Beleidsmatig wordt uitgegaan van een minimaal vereist eigen vermogen van 5,0%. Het minimaal vereist eigen vermogen conform de berekening zoals opgenomen in artikel 131 van de Pensioenwet en artikel 11 van het Besluit Financieel Toetsingskader bedraagt 4,2%. 16 mei Jaarverslag 2011

43 De toetsing van het premieniveau over 2011 levert de volgende kengetallen op (zie hoofdstuk 1.8): Kostendekkende premie Feitelijke premie (exclusief BPR) De feitelijke premie wijkt af van de kostendekkende premie. De solvabiliteitsopslag in de kostendekkende premie wijkt af van de solvabiliteitsopslag in de feitelijke premie (14,9% t.o.v. 15,0%). Daarnaast is in de feitelijke premie een extra koopsom opgenomen van 300 ter dekking van additionele uitvoeringskosten, de afrekening van vorig jaar en de FVP koopsommen. Het fonds voldoet aan de wettelijke toets dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de kostendekkende premie. Voor de periode 2012 tot en met 2016 wordt uitgegaan van een reguliere premie van 26%, die gebaseerd is op de nieuwe pensioenregeling, een rekenrente van 3% en de nieuwste overlevingstabellen. Aangezien een solvabiliteitsopslag van 15% wordt toegepast, volstaat de premie ook indien het RTS-niveau iets onder 3% ligt. Herstelplan Begin 2009 is op grond van artikel 140 van de Pensioenwet een kortetermijn- (3-jarig) en een langetermijn (15-jarig) herstelplan bij DNB ingediend. De analyse van de ontwikkeling van de dekkingsgraad in 2008 laat zien door welke oorzaken het tekort in 2008 is ontstaan: Beginstand Premie Uitkering Indexering RTS Overrendement Overig Eindstand Realisatie ,0% -0,4% 2,0% 0,0% -18,8% -18,2% 0,7% 95,3% Het bestuur monitort het verloop van het herstelplan op kwartaalbasis. Het 3-jarige plan had een einddatum van 31 december Vanwege de impact van de nieuwe overlevingstabellen heeft PSLN eind 2010 alsnog gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de termijn van herstelplan te wijzigen naar 5 jaar zodat de einddatum werd opgeschoven naar 31 december Het volgende overzicht laat de realisatie in 2011 zien in relatie tot de verwachting voor 2011 zoals deze was opgenomen in het ingediende 5-jarige korte termijn herstelplan. Premie RTS Rendement Overig Beginstand Uitkering Indexering Eindstand Herstelplan ,8% 1,4% -0,1% 0,0% 0% 3,7% 0,1% 104,0% Realisatie ,9% 0,1% 0,4% -0,1% -11,3% 2,0% -0,0% 98,0% Tot en met juli 2011 was er geen sprake van een dekkingstekort. Vanaf juli zette de dekkingsgraad een gestage daling in, vooral door een lagere RTS. Vanaf begin oktober 2011 zijn de procedures voor waardeoverdrachten opnieuw opgeschort, totdat de dekkingsgraad weer het niveau van 100% zal bereiken. 16 mei Jaarverslag 2011

44 Bij de evaluatie van het herstelplan per ultimo 2011 kan het volgende worden vastgesteld. a. De onderdelen Premie, Uitkering en Indexatie lagen per saldo goed in lijn met het kortetermijnherstelplan. b. Het onderdeel RTS had een forse negatieve bijdrage. Hier stond maar deels een positieve bijdrage van het onderdeel Rendement tegenover. c. Het onderdeel Overig wordt met name veroorzaakt door kruiseffecten. Voor het verwachte herstelpad van het kortetermijnherstelplan in 2012 en 2013 geldt bij een verwacht rendement van 5,0% en gelijkblijvende RTS het volgende schema: Premie RTS Rendement Overig Beginstand Uitkering Indexering Eindstand Herstelpad ,0% 2,4% -0,1% 0,0% 0,0% 3,3% 0,1% 103,7% Herstelpad ,7% 0,7% 0,2% 0,0% 0,0% 3,7% 0,1% 108,4% DNB kan op grond van haar onderzoek nog opmerkingen bij dit schema maken. Op basis van dit schema zal PSLN dus tijdig voldoen aan de minimum eis. Het fonds heeft daarom geen aankondiging van een voorgenomen rechtenkorting hoeven doen. Volgens het lange termijnherstelplan zal het echter tot 2015 duren voordat toeslagverlening aan inactieven weer kan worden hervat. Bij de gekozen uitgangspunten wordt een verwacht niveau van ongeveer 90% van de maatstaf pas op langere termijn (2020 en verder) mogelijk. Als het renteniveau blijvend laag is, zal de komende jaren dus rekening gehouden moeten worden met een geleidelijke aantasting van de koopkracht van de pensioengerechtigden. 16 mei Jaarverslag 2011

45 1.12 Communicatie PSLN streeft naar een transparante, makkelijk toegankelijke en begrijpelijke informatievoorziening. Uit een schriftelijke enquête (2009) en gesprekken blijkt dat het vermijden van afkortingen en het hanteren van begrijpelijke taal blijvend aandacht vragen. Hiermee wordt in de communicatie-uitingen zoveel mogelijk rekening gehouden. De voorgenomen communicatie activiteiten worden jaarlijks beschreven in een communicatieplan met een jaarplanning. De bijzonderheden van de pensioencommunicatie hebben in 2011 voor een belangrijk deel in het teken gestaan van de herziening van de pensioenregeling per 1 april 2011, de verbeteringen in de BPR-beleggingsmogelijkheden en de begeleiding van deelnemers met geboortejaren Als gevolg van de financiële crisis en de voorbereidingen op de aanpassingen in het pensioenstelsel in 2014 zijn tevens communicatieactiviteiten uitgevoerd om deelnemers over de consequenties van de toegenomen onzekerheid te informeren. In 2011 vonden onder andere de volgende activiteiten plaats: Periodieke communicatie In het verslagjaar is vier keer een Nieuwsbrief Pensioen verschenen; Pensioengerechtigden hebben in januari een jaarbericht 2011, in februari een fiscale opgave over 2010 en in december een partnermailing ontvangen; Actieve C&T deelnemers hebben in mei een Informatiebulletin over de nieuwe pensioenregeling ontvangen; Actieve deelnemers hebben in juni een Uniform Pensioenoverzicht 2011 voor de middelloonregeling ontvangen; Actieve BPR deelnemers hebben in juni tevens een Uniform Pensioenoverzicht 2011 voor de BPR regeling ontvangen; Tegelijk met de verzending van de UPO s werd de Planner op de website geactualiseerd; Inactieve deelnemers ontvangen één keer in de drie jaar een Uniform Pensioenoverzicht; de eerstvolgende keer is 2012; In juli is een verkorte versie van het jaarverslag gepubliceerd en naar de actieve deelnemers en pensioengerechtigden toegestuurd; Jaarlijks vindt er een zorgplicht actie plaats voor de deelnemers aan de beschikbare premieregeling. Communicatie over financiële positie van het fonds Op de website wordt maandelijks de dekkingsgraad gepubliceerd; Communicatie over het dekkingstekort en het herstelplan en de mogelijke gevolgen voor deelnemers heeft op de volgende wijze plaatsgevonden: o Publicaties op de website; o Via de periodieke nieuwsbrieven; o Via een persoonlijke brief aan de (gewezen) deelnemers. Communicatie aan specifieke deelnemersgroepen Aan medewerkers van H&BC die betrokken zijn in de verkoop van het betreffende bedrijfsonderdeel zijn brieven verstuurd en zijn presentaties gegeven; Aan deelnemers die geboren zijn in de periode van 1950 tot 1959 en op 1 januari 2006 in dienst waren is de mogelijkheid geboden om in een HR-planner gesprek te worden geïnformeerd over de flexibiliseringsmogelijkheden die de pensioenregeling biedt om op 16 mei Jaarverslag 2011

46 62-jarige leeftijd uit te treden. Met behulp van een rekentool wordt in een persoonlijk gesprek de pensioensituatie geschetst; In bovenvermelde groep zijn tevens deelnemers die een ouderenregeling in het kader van een sociaal plan van de onderneming hebben getekend. De inkomenssituatie tussen 62 en 65 jaar wordt eveneens via een HR-planner gesprek in kaart gebracht. Op de jaarvergaderingen van de VGDE werd de actuele situatie en verwachtingen van het pensioenfonds voor de gepensioneerden uiteen gezet. Uitbreiding van de website (www.pensioenfondssaralee.nl) De website is vernieuwd, waarbij zowel de navigatie, als de structuur en de eventcommunicatie sterk zijn verbeterd. Ook zijn na bespreking in het bestuur bij Bestuur en controle een groot aantal fondsdocumenten op het openbare deel van de website gepubliceerd. Op de website worden periodiek relevante documenten en communicatie uitingen gepubliceerd. Ook is gestart met het houden van een poll via de website. Communicatie via de helpdesk De dagelijks hulpvragen van deelnemers over allerlei aspecten van de pensioenregeling lopen allereerst via de helpdesk van TKP. Van belang hierbij is dat de deelnemers zich tijdig en adequaat geholpen voelen. In 2011 zijn bij de Pensioendesk van het pensioenfonds ruim vragen gesteld. Driekwart van alle schriftelijke vragen werden binnen 2 weken (normtijd) beantwoord. Voor het restant was meer tijd benodigd, omdat het hier met name verzoeken betrof om uitwerking van de historische pensioenopbouw. De betreffende deelnemers worden tussentijds op de hoogte gehouden van de te verwachten beantwoordingstermijn. Het overgrote deel van de vragen per wordt binnen 2 werkdagen beantwoord. In onderstaande figuur is het verloop van de communicatie per kanaal opgenomen, vanaf het 4 e kwartaal van 2010 tot en met het 4 e kwartaal van Verloop communicatie per "kanaal" e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Telefonisch Schriftelijk 16 mei Jaarverslag 2011

s a r a lee n e d e r l a n d

s a r a lee n e d e r l a n d stichting p e n s i o e n f o n d s s a r a lee n e d e r l a n d 2010 Jaarverslag 1 Inhoudsopgave Personalia (stand per 31 december 2010) 3 Vijfjarig overzicht kerncijfers (bedragen in miljoen) 6 Bestuursverslag

Nadere informatie

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram 02 verkort in beeld 03 Ontwikkelingen 05 08 10 Pensioenen Beleggingen Organogram Aantal deelnemers dat pensioen opbouwt Aantal personen dat een ouderdomspensioen ontvangt Aantal deelnemers met slapende

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Pensioenen: actueler dan ooit. Oktober 2013

Informatiebijeenkomst Pensioenen: actueler dan ooit. Oktober 2013 Informatiebijeenkomst Pensioenen: actueler dan ooit Oktober 2013 1 Pensioenstelsel Individueel Pensioen fonds Overheid Lijfrente Pensioen AOW B E L A S T I N G 2 Programma bestuur en taken bestuur de pensioenregeling

Nadere informatie

Terugblik 2011 in cijfers

Terugblik 2011 in cijfers Terugblik 2011 in cijfers U vindt hier een samenvatting van het jaarverslag 2011. Het volledige jaarverslag kunt u downloaden via www.pensioenfondsricohnederland.nl. Financiële situatie Door de kredietcrisis

Nadere informatie

s a r a lee n e d e r l a n d

s a r a lee n e d e r l a n d stichting p e n s i o e n f o n d s s a r a lee n e d e r l a n d 09 Jaarverslag 1 Inhoudsopgave Personalia (stand per 31 december 2009) 3 Vijfjarig overzicht kerncijfers (bedragen in miljoen) 6 Bestuursverslag

Nadere informatie

Functieprofiel lid bestuur met portefeuille vermogensbeheer en risicomanagement van Stichting Notarieel Pensioenfonds

Functieprofiel lid bestuur met portefeuille vermogensbeheer en risicomanagement van Stichting Notarieel Pensioenfonds Functieprofiel lid bestuur met portefeuille vermogensbeheer en risicomanagement van Stichting Notarieel Pensioenfonds 1. Algemene kenmerken Het bestuur van de Stichting Notarieel Pensioenfonds (SNPF) is

Nadere informatie

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2015

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2015 Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2015 Er zijn drie DEPF pensioenreglementen: 67, 65 en VP. - Onder het 67-reglement zijn een basisregeling en een overgangsregeling opgenomen. - Voor het 65-reglement

Nadere informatie

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2016

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2016 Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2016 Er zijn drie DEPF pensioenreglementen: 67, 65 en VP. - Onder het 67-reglement zijn een basisregeling en een overgangsregeling opgenomen. - Voor het 65-reglement

Nadere informatie

Jaarverslag 2012 2012plan

Jaarverslag 2012 2012plan Jaarverslag 2012 2012plan 1 2 Inhoudsopgave Personalia (stand per 31 december 2012) 4 Vijfjarig overzicht kerncijfers (bedragen in miljoen) 7 1 Bestuursverslag 8 1.1 Doelstelling en beleid 9 1.2 Bestuur

Nadere informatie

Functieprofiel bestuurs- en commissielid namens pensioengerechtigden Stichting Pensioenfonds F. van Lanschot

Functieprofiel bestuurs- en commissielid namens pensioengerechtigden Stichting Pensioenfonds F. van Lanschot 1. Het Pensioenfonds (verder: het Pensioenfonds) is een ondernemingspensioenfonds dat de pensioenregeling voor de (ex) medewerkers van Van Lanschot Bankiers (en gelieerde ondernemingen) uitvoert. De inhoud

Nadere informatie

Wet versterking bestuur pensioenfondsen

Wet versterking bestuur pensioenfondsen Wet versterking bestuur pensioenfondsen Presentatie voor het Platform Deelnemersraden Drs. Harrie J.P. Penders 12 april 2013 Leerdoelen inzicht bieden in het wetsvoorstel (sheet 3 24) inzicht bieden in

Nadere informatie

Verkort jaarverslag 2013

Verkort jaarverslag 2013 Verkort jaarverslag 2013 Wat waren in 2013 de belangrijkste feiten en gebeurtenissen voor GE Pensioen? U leest het in deze verkorte versie van het jaarverslag 2013. Naast deze bondige versie treft u ook

Nadere informatie

Transparantiedocument

Transparantiedocument Transparantiedocument Stichting Pensioenfonds Ahold (versie: 28 april 2015) Hoofdstuk 1 - Inleiding 1.1 Voorwoord Stichting Pensioenfonds Ahold is de financiële dienstverlener voor Koninklijke Ahold N.V.

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Pensioenfonds KPN Pensioengerechtigden. Oktober 2013

Informatiebijeenkomst Pensioenfonds KPN Pensioengerechtigden. Oktober 2013 Informatiebijeenkomst Pensioenfonds KPN Pensioengerechtigden Oktober 2013 1 Pensioenstelsel Individueel Pensioen fonds Overheid Lijfrente Pensioen AOW B E L A S T I N G 2 Programma bestuur en taken bestuur

Nadere informatie

Het jaarverslag 2012 in vogelvlucht

Het jaarverslag 2012 in vogelvlucht Het jaarverslag 2012 in vogelvlucht De hoofdpunten uit het jaarverslag van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (SPV) behandelen we aan de hand van 10 vragen en antwoorden. Een volledig exemplaar

Nadere informatie

Communicatieplan Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland

Communicatieplan Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland Communicatieplan Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland Algemeen Volgens het pensioenreglement dat met ingang van 1 mei 2012 van kracht is voor de Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds SMIT. Bestuursreglement V120620

Stichting Pensioenfonds SMIT. Bestuursreglement V120620 Artikel 1 Inleiding De wijze waarop de Stichting Pensioenfonds SMIT wordt bestuurd ligt op hoofdlijnen vast in de statuten. In dit bestuursreglement wordt hier verder invulling aan gegeven. Het bestuursreglement

Nadere informatie

HANDBOEK BESTUUR IN CONTROL PENSIOENFONDS XYZ

HANDBOEK BESTUUR IN CONTROL PENSIOENFONDS XYZ HANDBOEK BESTUUR IN CONTROL PENSIOENFONDS XYZ 16 FEBRUARI 2011 PENSIOEN ASSET MANAGEMENT GOVERNANCE Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Procedures voor beheersing matchings- / renterisico... 6 2.1. Cashmanagement...

Nadere informatie

Stichting Metro Pensioenfonds Populair jaarverslag 2008

Stichting Metro Pensioenfonds Populair jaarverslag 2008 Stichting Metro Pensioenfonds Populair jaarverslag 2008 blad 1 van 7 Het Metro Pensioenfonds Hieronder eerst een aantal bijzonderheden over het Metro Pensioenfonds. Het Metro Pensioenfonds is opgericht

Nadere informatie

Bijzondere Deelnemersvergadering 24 april 2014

Bijzondere Deelnemersvergadering 24 april 2014 Bijzondere Deelnemersvergadering 24 april 2014 2 1. Opening, mededelingen en ingekomen stukken 2. Achtergrond Wet versterking bestuur pensioenfondsen 3. Wet versterking bestuur pensioenfondsen 4. Wijzigingen

Nadere informatie

W erkboek PREVIEW. Op weg naar een. nieuw bestuursmodel. P e r s o o n l i j k. en interactief

W erkboek PREVIEW. Op weg naar een. nieuw bestuursmodel. P e r s o o n l i j k. en interactief Op weg naar een nieuw bestuursmodel W erkboek Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming middels reflecties, vragen en afwegingen Governance werkboek P e r s o o n l i j k en interactief Op weg

Nadere informatie

voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV).

voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV). REGLEMENT BELEGGINGSCOMMISSIE voor de beleggingscommissie van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (hierna: SPV). Artikel 1 Vaststelling en reikwijdte Dit reglement geeft, in aanvulling op de statuten,

Nadere informatie

PROFIELSCHETS. Philips Pensioenfonds NIET UITVOEREND BESTUURDER 1/5. Stichting Philips Pensioenfonds

PROFIELSCHETS. Philips Pensioenfonds NIET UITVOEREND BESTUURDER 1/5. Stichting Philips Pensioenfonds PROFIELSCHETS NIET UITVOEREND BESTUURDER Stichting Stichting behoort tot de grootste ondernemingspensioenfondsen van Nederland met een belegd vermogen van bijna 18 miljard euro. Het pensioenfonds voert

Nadere informatie

Wijziging pensioenregeling

Wijziging pensioenregeling Stichting Pensioenfonds TNO Wijziging pensioenregeling 2014 Wat vindt u in deze brochure? In deze brochure vindt u een overzicht van de wijzigingen van de pensioenregeling per 1 januari 2014. Introductie

Nadere informatie

Een overzicht van de kerncijfers vindt u op van het volledige jaarverslag.

Een overzicht van de kerncijfers vindt u op <pagina 8 en 9> van het volledige jaarverslag. 12 vragen over het jaarverslag 2013 De hoofdpunten uit het jaarverslag van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (SPV) behandelen we aan de hand van 12 vragen en antwoorden. Een volledig exemplaar

Nadere informatie

Aanpassingen Basis-pensioenregeling C&T per 1 januari 2014

Aanpassingen Basis-pensioenregeling C&T per 1 januari 2014 Aanpassingen Basis-pensioenregeling C&T per 1 januari 2014 Presentatie, aanvullend op het gezamenlijke Informatiebulletin van KDE en DEPF November 2013 L.G. van den Hoek 1 Pensioen aanpassen: wie doet

Nadere informatie

Pensioenfonds DSM Nederland

Pensioenfonds DSM Nederland Pensioenfonds DSM Nederland Uitgave oktober 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds DSM Nederland, gevestigd te Heerlen (het pensioenfonds ) is van algemene

Nadere informatie

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014 Pensioenfonds Robeco Populair Jaarverslag 2014 2014 was een bewogen jaar voor Pensioenfonds Robeco door de sterk dalende rente en de veranderende wet- en regelgeving. In het jaarverslag blikken wij als

Nadere informatie

Info over de PENSIOENWET voor Ondernemingspensioenfondsen. Nieuwe verdeling verantwoordelijkheden tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder

Info over de PENSIOENWET voor Ondernemingspensioenfondsen. Nieuwe verdeling verantwoordelijkheden tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder Info over de PENSIOENWET voor Ondernemingspensioenfondsen Nieuwe verdeling verantwoordelijkheden tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder De Pensioenwet Op 26 september is de Pensioenwet na jarenlange

Nadere informatie

FUNCTIEPROFIEL VOOR: BESTUURSLID NAMENS DEELNEMERS EN LID GOVERNANCECOMMISSIE STICHTING PENSIOENFONDS GRONTMIJ 22 MEI 2015

FUNCTIEPROFIEL VOOR: BESTUURSLID NAMENS DEELNEMERS EN LID GOVERNANCECOMMISSIE STICHTING PENSIOENFONDS GRONTMIJ 22 MEI 2015 FUNCTIEPROFIEL VOOR: BESTUURSLID NAMENS DEELNEMERS EN LID GOVERNANCECOMMISSIE STICHTING PENSIOENFONDS GRONTMIJ 22 MEI 2015 Inhoudsopgave 1. Het pensioenfonds... 3 2. Het bestuur... 3 3. Taken van het bestuur...

Nadere informatie

Competentievisie verantwoordingsorgaan. Juli 2014

Competentievisie verantwoordingsorgaan. Juli 2014 Competentievisie verantwoordingsorgaan Juli 2014 Versie 1.0 1 juli 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Competentievisie...3 Hoofdstuk 2 Profiel van het fonds...3 Hoofdstuk 3 Profiel verantwoordingsorgaan...3

Nadere informatie

2009: een actief jaar met interessante ontwikkelingen

2009: een actief jaar met interessante ontwikkelingen Verkort jaarverslag 2009 2009: een actief jaar met interessante ontwikkelingen Het jaar 2009 stond in het teken van het treffen van maatregelen om de financiële positie van het fonds weer op het gewenste

Nadere informatie

In werking : 1 juli 2015 Vastgesteld door het bestuur : 26 juni 2015

In werking : 1 juli 2015 Vastgesteld door het bestuur : 26 juni 2015 In werking : 1 juli 2015 Vastgesteld door het bestuur : 26 juni 2015 Inhoud Inleiding 3 1. Beschrijving crisissituatie 3 2. Beleidsdekkingsgraad waarbij het fonds er zonder korten niet meer uit kan komen

Nadere informatie

Transparantiedocument Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen

Transparantiedocument Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen Transparantiedocument Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen 20 OKTOBER 2014 1. Inleiding Het bestuur van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen

Nadere informatie

Betreft: Startbrief in verband met toetreding tot de pensioenregeling

Betreft: Startbrief in verband met toetreding tot de pensioenregeling Yvonne Bloem Administrateur Stichting Pensioenfonds Syngenta Nederland Westeinde 62 Postbus 2 1600 AA Enkhuizen Tel. 0228-366 435 Fax. 0228-366 445 yvonne.bloem@syngenta.com Betreft: Startbrief in verband

Nadere informatie

Update! WIJZIGINGEN PENSIOENREGELING PER 1 JANUARI 2015. bpfhibin.nl

Update! WIJZIGINGEN PENSIOENREGELING PER 1 JANUARI 2015. bpfhibin.nl Update! bpfhibin.nl stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen December 2014 Kunt u uw werknemers uitleggen wat er per 1 januari 2015 is veranderd aan hun pensioen? WIJZIGINGEN

Nadere informatie

124 De Pensioenwereld in 2015

124 De Pensioenwereld in 2015 13 124 De Pensioenwereld in 2015 Verslaggeving & communicatie 125 Meer consistentie nodig in verslaggeving premiepensioeninstellingen Auteurs: Frans Glorie en Kees Voorburg Op 1 januari 2011 is de premiepensioeninstelling

Nadere informatie

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland 1 Reglement Verantwoordingsorgaan Artikel 1. Definities Voor dit reglement zijn de begripsomschrijvingen van de statuten van

Nadere informatie

2012 g versla t Jaar Verkor

2012 g versla t Jaar Verkor 2012 Verkort Jaarverslag Voorwoord Hierbij bieden we u een verkort jaarverslag aan. U vindt hierin een beknopt overzicht van het reilen en zeilen van ons pensioenfonds in het jaar 2012. Het jaar 2012 was

Nadere informatie

Stichting Voorzieningsfonds Getronics 5 februari 2014. Stand van zaken SVG. 1 van 20

Stichting Voorzieningsfonds Getronics 5 februari 2014. Stand van zaken SVG. 1 van 20 Stichting Voorzieningsfonds Getronics 5 februari 2014 Stand van zaken SVG 1 van 20 Programma Pensioenfonds SVG Wat speelt er rond de pensioenen? Financiële positie SVG Kortingsmaatregel Vooruitblik 2014-2015

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Xerox

Stichting Pensioenfonds Xerox Financieel crisisplan Stichting Pensioenfonds Xerox 1 juli 2015 Artikel 1 ~ Inleiding Het bestuur heeft besloten om een financieel crisisplan op te stellen. Dit is een beschrijving van maatregelen die

Nadere informatie

Verkort Jaarverslag 2014

Verkort Jaarverslag 2014 Verkort Jaarverslag 2014 Het bestuur: de pensioenwereld blijft in beweging Ook in 2014 stond de pensioenwereld niet stil. Het bestuur volgde alle actuele politieke en maatschappelijke ontwikkelingen op

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland

Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland Stichting Pensioenfonds Capgemini Nederland Papendorpseweg 100 3528 BJ Utrecht Ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41184467

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten

Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten REGLEMENT VERANTWOORDINGSORGAAN 2015 Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten Datum: 16 september 2015 Versie: 3.0 1 Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 Bestuur: Begripsbepalingen het Bestuur

Nadere informatie

Volgens de beleidsregel van De Nederlandsche Bank (DNB) is een financieel crisisplan als volgt te definiëren:

Volgens de beleidsregel van De Nederlandsche Bank (DNB) is een financieel crisisplan als volgt te definiëren: Vastgesteld door het bestuur op 16 mei 2012 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Beschrijving crisissituatie... 3 3. Dekkingsgraad waarbij het fonds er zonder korten niet meer uit kan komen... 4 4. Maatregelen

Nadere informatie

Transparantiedocument organisatie van Stichting Pensioenfonds Wonen

Transparantiedocument organisatie van Stichting Pensioenfonds Wonen Transparantiedocument organisatie van Stichting Pensioenfonds Wonen Dit is een uitgave van Stichting Pensioenfonds Wonen Voorwoord In dit document beschrijft het bestuur van Stichting Pensioenfonds Wonen

Nadere informatie

POPULAIR JAARVERSLAG 2013

POPULAIR JAARVERSLAG 2013 POPULAIR JAARVERSLAG 2013 2 Het herstel van onze financiële positie blijft absolute topprioriteit. Twee gezichten Het jaar 2013, maar ook 2014 dat nog grotendeels voor ons ligt, kent twee gezichten. Enerzijds

Nadere informatie

2013 g versla t Jaar Verkor

2013 g versla t Jaar Verkor 2013 Verkort Jaarverslag Voorwoord Hierbij bieden we je 1 een verkort jaarverslag aan. Je vindt hierin een beknopt overzicht van het reilen en zeilen van ons pensioenfonds in het jaar 2013. Het jaar 2013

Nadere informatie

Eisen voor bestuursleden

Eisen voor bestuursleden Eisen voor bestuursleden (overgenomen uit plan van aanpak deskundigheidsbevordering Pensioenkoepels 2010) Om zijn verantwoordelijkheid te kunnen dragen moet een bestuurslid deelnemen aan de besluitvorming

Nadere informatie

Dit plan geeft de te hanteren kritische ondergrenzen, de te nemen maatregelen en de te volgen besluitvormingsprocessen en communicatietrajecten aan.

Dit plan geeft de te hanteren kritische ondergrenzen, de te nemen maatregelen en de te volgen besluitvormingsprocessen en communicatietrajecten aan. Crisisplan 1. Inleiding Het doel van dit financieel crisisplan is dat het bestuur vooraf beschrijft welke maatregelen het bestuur van het pensioenfonds op korte termijn effectief zou kunnen inzetten, indien

Nadere informatie

stichting pensioenfonds wonen

stichting pensioenfonds wonen stichting pensioenfonds wonen Verkort Jaarverslag 2007 Kerncijfers Aantallen per 31-12 2007 2006 Werkgevers 4.331 4.161 Deelnemers 33.009 31.705 Gewezen deelnemers 70.948 62.860 Gepensioneerden 8.468 7.735

Nadere informatie

Info over de PENSIOENWET voor Bedrijfstakpensioenfondsen. Nieuwe verdeling verantwoordelijkheden tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder

Info over de PENSIOENWET voor Bedrijfstakpensioenfondsen. Nieuwe verdeling verantwoordelijkheden tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder Info over de PENSIOENWET voor Bedrijfstakpensioenfondsen Nieuwe verdeling verantwoordelijkheden tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder De Pensioenwet Na jarenlange discussie is de Pensioenwet

Nadere informatie

Toelichting bij de ministeriële regeling toeslagenmatrix.

Toelichting bij de ministeriële regeling toeslagenmatrix. Toelichting bij de ministeriële regeling toeslagenmatrix. Algemene toelichting Artikel 86 van de Pensioenwet schrijft voor dat er bij voorwaardelijke toeslagverlening een consistent geheel dient te zijn

Nadere informatie

Werving en selectie. Beleidsbepalers. Van Lanschot N.V. F. van Lanschot Bankiers N.V. Werving & Selectie Beleidsbepalers. Werving & selectiebeleid

Werving en selectie. Beleidsbepalers. Van Lanschot N.V. F. van Lanschot Bankiers N.V. Werving & Selectie Beleidsbepalers. Werving & selectiebeleid Werving & Selectie Werving en selectie Van Lanschot N.V. F. van Lanschot Bankiers N.V. Human Resource Management Pagina 1 van 9 Werving & Selectie Inleiding Met ingang van 1 juli 2012 hebben DNB en AFM

Nadere informatie

De dekkingsgraad van het Pensioenfonds is bijna elke maand anders. Dat komt vooral door de rentestand en onze beleggingsopbrengsten.

De dekkingsgraad van het Pensioenfonds is bijna elke maand anders. Dat komt vooral door de rentestand en onze beleggingsopbrengsten. Nieuwsbrief Ballast Nedam Pensioenfonds September 2013 Tijd voor een nieuwsbrief van uw Pensioenfonds. Er gebeurt veel in de Nederlandse pensioenwereld; dat kan u bijna niet zijn ontgaan. In onze vorige

Nadere informatie

Belangenvereniging SPD De Pensioenwet vanaf 1 januari 2007

Belangenvereniging SPD De Pensioenwet vanaf 1 januari 2007 Belangenvereniging SPD De Pensioenwet vanaf 1 januari 2007 1 Het pensioenhuis van Nederland Derde verdieping Individuele voorzieningen verzekeraars (lijfrente) Tweede verdieping - pensioen werkgever -

Nadere informatie

Wijziging uitvoerder & pensioenregeling 2015 25 november 2014

Wijziging uitvoerder & pensioenregeling 2015 25 november 2014 Wijziging uitvoerder & pensioenregeling 2015 25 november 2014 1 Doel van deze bijeenkomst Toelichting waarom overstap naar nieuwe pensioenuitvoerder Toelichting waarom nieuwe pensioenregeling per 1-1-2015

Nadere informatie

Verkort. Jaarverslag 2012. stichting pensioenfonds jacobs nederland

Verkort. Jaarverslag 2012. stichting pensioenfonds jacobs nederland Verkort Jaarverslag 2012 stichting pensioenfonds jacobs nederland Verkort jaarverslag 2012 Stichting Pensioenfonds Jacobs Nederland Voorwoord Beste Lezer, 2012 was voor het Pensioenfonds een jaar van stabilisatie.

Nadere informatie

Jaarbericht 2014. Financiële positie Pensioenfonds Forbo 3. 2014 in cijfers 5. Wijzigingen in de pensioenregeling 7

Jaarbericht 2014. Financiële positie Pensioenfonds Forbo 3. 2014 in cijfers 5. Wijzigingen in de pensioenregeling 7 Jaarbericht 2014 Financiële positie Pensioenfonds Forbo 3 2014 in cijfers 5 Wijzigingen in de pensioenregeling 7 De organisatie Pensioenfonds Forbo 8 Kerncijfers 11 2014 stond vooral in het teken van gewijzigde

Nadere informatie

Pensioen Informatie sessie

Pensioen Informatie sessie Pensioen Informatie sessie Pensioenreglement B Oktober 2013 Voorbehoud De tekst in deze presentatie is louter ter informatie bedoeld. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend. Bij onduidelijkheden

Nadere informatie

Het jaarverslag 2014 samengevat

Het jaarverslag 2014 samengevat Het jaarverslag 2014 samengevat Uw pensioenfonds blikt terug én vooruit Deelnemers 1.711 In 2014 verdiende het fonds 55,1 miljoen dankzij beleggen. Dat bedrag staat voor een rendement van 20,1%. Het fonds

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Hoogovens (SPH) Update voor ledenvergadering VHP Tata Steel

Stichting Pensioenfonds Hoogovens (SPH) Update voor ledenvergadering VHP Tata Steel Stichting Pensioenfonds Hoogovens (SPH) Update voor ledenvergadering VHP Tata Steel Wim Hamers Voorzitter Raad van Beheer 12 november 2012 Agenda 1. SPH op hoofdlijnen 2. SPH en andere pensioenfondsen

Nadere informatie

V & A s n.a.v. Wet versterking bestuur pensioenfondsen d.d. 24 januari 2014

V & A s n.a.v. Wet versterking bestuur pensioenfondsen d.d. 24 januari 2014 V & A s n.a.v. Wet versterking bestuur pensioenfondsen d.d. 24 januari 2014 Inleiding Zoals bekend treedt de Wet versterking bestuur pensioenfonds op 1 juli 2014 in werking. Deze wet leidt tot aanpassing

Nadere informatie

De geschikte kandidaat is bereid om pensioenopleiding te volgen. SPT organiseert een opleidings- en inwerkprogramma.

De geschikte kandidaat is bereid om pensioenopleiding te volgen. SPT organiseert een opleidings- en inwerkprogramma. Aan: Bestuur BPVT Van: Sako Zeverijn CC: Bestuur SPT Betreft: Functieprofiel bestuurslid met portefeuille communicatie Datum: 13 mei 2014 1. Algemeen Stichting Pensioenfonds Tandartsen en Tandartsspecialisten

Nadere informatie

TIJDELIJKE AANVULLINGSREGELING van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2006

TIJDELIJKE AANVULLINGSREGELING van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2006 TIJDELIJKE AANVULLINGSREGELING van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate Per 1 januari 2006 Looptijd tot en met 31 december 2014 Versie 1 januari 2013 Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate

Nadere informatie

stichting jan huysman wz.fonds

stichting jan huysman wz.fonds Koog aan de Zaan, mei 2015 Beste deelnemer van Stichting Jan Huysman Wz. Fonds, In deze brief willen wij uw aandacht voor de volgende drie items: 1 Nieuw mailadres en nieuwe naam voor de uitvoerder van

Nadere informatie

Taakopdracht, bevoegdheden en samenstelling commissies. van het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf

Taakopdracht, bevoegdheden en samenstelling commissies. van het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf Taakopdracht, bevoegdheden en samenstelling commissies van het Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf Versie: mei 2013 1 Visitatiecommissie De visitatiecommissie heeft

Nadere informatie

Van de voorzitter KUNNEN WE DE PENSIOENEN VERHOGEN, JA OF NEE?

Van de voorzitter KUNNEN WE DE PENSIOENEN VERHOGEN, JA OF NEE? Van de voorzitter KUNNEN WE DE PENSIOENEN VERHOGEN, JA OF NEE? Als bestuur nemen we ieder jaar vele besluiten. Een van de belangrijkste besluiten is die over de indexatie, ook wel toeslagverlening genoemd.

Nadere informatie

1. In het eerste en tweede lid wordt schriftelijk vervangen door: schriftelijk of elektronisch.

1. In het eerste en tweede lid wordt schriftelijk vervangen door: schriftelijk of elektronisch. CONCEPT Voorontwerp van het voorstel van wet tot wijziging van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met verbetering van de pensioencommunicatie (Wet pensioencommunicatie)

Nadere informatie

Vragen en Antwoorden met betrekking tot de overgang naar één pensioenregeling voor SABIC in Nederland

Vragen en Antwoorden met betrekking tot de overgang naar één pensioenregeling voor SABIC in Nederland Vragen en Antwoorden met betrekking tot de overgang naar één pensioenregeling voor SABIC in Nederland In 2013 heeft de onderneming SABIC een traject ingezet om de pensioenregelingen binnen de SABICondernemingen

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Compliance program. Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014

Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Compliance program. Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014 Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland Compliance program Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014 1 Inleiding In dit Compliance Program is de inrichting van de

Nadere informatie

Pension Fund Governance TRANSPARANTIE DOCUMENT UITLEG GEKOZEN PRINCIPES VOOR GOED PENSIOENFONDSBESTUUR

Pension Fund Governance TRANSPARANTIE DOCUMENT UITLEG GEKOZEN PRINCIPES VOOR GOED PENSIOENFONDSBESTUUR Pension Fund Governance TRANSPARANTIE DOCUMENT UITLEG GEKOZEN PRINCIPES VOOR GOED PENSIOENFONDSBESTUUR Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen 19 februari 2008 Beschrijving van de bestuurskeuzes van

Nadere informatie

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE DRANKINDUSTRIE mei 2009 B EGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Definities Dit reglement verstaat onder: fonds: bestuur:

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland

Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland Human Resources Stichting Pensioenfonds Nederland Toelichting Witteveenkader II en nieuw Financieel Toetsingskader 30 september 2014 kantoor Amsterdam Identifier Presentatie Seminar DNB 28 en 30 mei 2013

Nadere informatie

VOORGENOMEN LIQUIDATIE PENSIOENFONDS

VOORGENOMEN LIQUIDATIE PENSIOENFONDS VOORGENOMEN LIQUIDATIE PENSIOENFONDS Deelnemersvergadering 14 september 2015 Voorgenomen liquidatie pensioenfonds 14 september 2015 Pagina 1 AGENDA Regelingen pensioenfonds Achtergrond Voorgenomen besluit

Nadere informatie

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Equens

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Equens Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Equens 1 Artikel 1. Definities Fonds Stichting Pensioenfonds Equens Werkgever Equens SE Bestuur Het bestuur van het Fonds Verantwoordingsorgaan Het

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 3 Premieovereenkomst

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 3 Premieovereenkomst Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 3 Premieovereenkomst Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat u krijgt bij pensionering

Nadere informatie

Datum Briefnummer Behandeld door Doorkiesnummer 15-2-2012 20120215 N.W. Dijkhuizen 630

Datum Briefnummer Behandeld door Doorkiesnummer 15-2-2012 20120215 N.W. Dijkhuizen 630 Pensioenfonds Productschappen Bezoekadres Laan van Zuid Hoorn 165 2289 DD Rijswijk Postadres Postbus 3042 2280 GA Rijswijk Telefoon 070 4138630 Fax 070 4138650 E-mail info@pbodnl Website wwwpbodnl KvK

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 3 Premieovereenkomst

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 3 Premieovereenkomst Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 3 Premieovereenkomst Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat u krijgt bij pensionering

Nadere informatie

s a r a lee n e d e r l a n d

s a r a lee n e d e r l a n d stichting p e n s i o e n f o n d s s a r a lee n e d e r l a n d 08 Jaarverslag INHOUDSOPGAVE PERSONALIA 3 VIJFJARIG OVERZICHT KERNCIJFERS 6 JAARVERSLAG 2008 BESTUURSVERSLAG 8 1. Doelstelling en kernactiviteiten...9

Nadere informatie

Verkort. Jaarverslag 2013. stichting pensioenfonds jacobs nederland

Verkort. Jaarverslag 2013. stichting pensioenfonds jacobs nederland Verkort Jaarverslag 2013 stichting pensioenfonds jacobs nederland Verkort jaarverslag 2013 Stichting Pensioenfonds Jacobs Nederland Voorwoord Beste lezer, 2013 was voor het Pensioenfonds het jaar waarin

Nadere informatie

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE INHOUDSOPGAVE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 3 Artikel 1. DEELNEMERS... 4

Nadere informatie

Reglement verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen

Reglement verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen Reglement verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen 9 september 2014 Reglement verantwoordingsorgaan SPD 1 van 7 Artikel 1. Definities Bestuur: Deelnemer: Pensioengerechtigde: Intern

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A <Uitkeringsovereenkomst> <Premieovereenkomst> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

pensioenkrant augustus 2015

pensioenkrant augustus 2015 pensioenkrant augustus 2015 pensioenkrant augustus 2015 5 WOORD VAN DE VOORZITTER 6 DEKKINGSGRAAD 7 INDEXATIE RENDEMENT OP DE BELEGGINGEN 8 KERNCIJFERS KOSTEN UITVOERING EN VERMOGENSBEHEER 9 COMMUNICATIE

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds SABIC Innovative Plastics. Verkort Jaarverslag 2009

Stichting Pensioenfonds SABIC Innovative Plastics. Verkort Jaarverslag 2009 Stichting Pensioenfonds SABIC Innovative Plastics Verkort Jaarverslag 2009 Inleiding 2009 is voor de Stichting Pensioenfonds SABIC Innovative Plastics (hierna Pensioenfonds SABIC-IP) weer een bijzonder

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1 <Uitkeringsovereenkomst> <Premieovereenkomst> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1 Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Betreft Kamervragen van het lid Krol Hierbij zend ik u de

Nadere informatie

Een nieuwe pensioenregeling

Een nieuwe pensioenregeling Een nieuwe pensioenregeling De pensioenregeling van Pensioenfonds voor de Accountancy wordt per 1 januari 2015 aangepast. Het bestuur heeft inmiddels de hoofdlijnen van de nieuwe regeling vastgesteld.

Nadere informatie

Najaarsbijeenkomst Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland

Najaarsbijeenkomst Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland Najaarsbijeenkomst Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland Peter de Bruijne Voorzitter Bestuur Pensioenfonds ING 31 oktober 2013 QR code website Pensioenfonds ING Agenda Financiële situatie Klanttevredenheid

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Beleggingen Het totaal rendement over het afgelopen boekjaar 2010 is uitgekomen op 15,6%. Als we naar de onderverdeling kijken zien we het

Nadere informatie

Uitvoering van rechtstreeks verzekerde regelingen

Uitvoering van rechtstreeks verzekerde regelingen RAPPORT Prins Willem-Alexanderlaan 651 Postbus 700 7300 HC Apeldoorn Telefoon (055) 579 39 48 www.achmea.nl Uitvoering van rechtstreeks verzekerde regelingen Rapportage Intern toezicht in het kader van

Nadere informatie

Mijn. UPO binnenkort in uw bus. Bpf Notariaat: bestuur en toezicht. In deze pensioenkrant:

Mijn. UPO binnenkort in uw bus. Bpf Notariaat: bestuur en toezicht. In deze pensioenkrant: Mijn Pensioen April 2015 In deze pensioenkrant: UPO binnenkort in uw bus Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief! Nieuwe stappen gezet in fusieproces Verkiezing bestuurszetel gepensioneerden Bpf Notariaat:

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel

Stichting Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Stichting Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Reglement Fiscaal Onzuivere Aansprakenregeling Netto Aanvullende Pensioenregeling Versie 12.0 - Tekst van 6 december 2013 Karakteristiek van de regeling `Fiscaal

Nadere informatie

Regeling van werkzaamheden van het Verantwoordingsorgaan van de. lnstelling Pensioenfonds van de Nederlandse Bisdommen;

Regeling van werkzaamheden van het Verantwoordingsorgaan van de. lnstelling Pensioenfonds van de Nederlandse Bisdommen; Regeling van werkzaamheden van het Verantwoordingsorgaan van de lnstelling Pensioenfonds van de Nederlandse Bisdommen Het bestuur, gelet op artikel 33 van de Pensioenwet; gelet op de Code Pensioenfondsen,

Nadere informatie

Het AVEBE Pensioen samengevat

Het AVEBE Pensioen samengevat Het AVEBE Pensioen samengevat Deze folder is bedoeld voor alle medewerkers die bij AVEBE in dienst zijn getreden. Pensioenfonds Ouderdomspensioen: het AVEBE Pensioen vanaf uw pensionering Het AVEBE Pensioen

Nadere informatie

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Personeelspensioenfonds APG

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Personeelspensioenfonds APG Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Personeelspensioenfonds APG Laatstelijk gewijzigd door het bestuur van Stichting Personeelspensioenfonds APG op 27 november 2013 1 REGLEMENT VOOR HET VERANTWOORDINGSORGAAN

Nadere informatie