Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen. Deel 4. Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen. Deel 4. Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen"

Transcriptie

1 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen Deel 4. Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen 187

2

3 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen Inhoudsoverzicht DEEL 4. INTEGRATIE VAN VERANTWOORD ONDERNEMEN: DIDACTISCHE WERKVORMEN INLEIDING ACTIVERENDE DIDACTISCHE WERKVORMEN Voorstelling activerende werkvormen Beeldfragmenten Brainstormen Case methode Demonstratie Gespreksvormen Groepswerk Jigsaw Opdrachten Probleemgestuurd onderwijs Presentatie Projectonderwijs Roezemoesgroepen Voting Vragen stellen Referenties Overzicht werkvormen per activerende didactische werkvorm

4 HET IVOOR 3. WERKVORMEN ROND MVO BINNEN HET HOGER ONDERWIJS (Bedrijfs)technische toepassingen van Scheikunde en Natuurkunde (Bedrijfs)technische toepassingen van wiskunde, statistiek en operationeel onderzoek Economie Human Resource Management Informatica Logistiek Management Marketing en Sales Vakken met financiële inslag WERKVORMEN ROND MVO BIJ ONDERNEMERSOPLEIDINGEN BEDRIJFSBEHEER Financieel Beleid Recht en wetgeving Commercieel beleid

5 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen 1. Inleiding We besluiten deze docentenhandleiding met een aantal concrete werkvormen die men als lesgever, trainer, docent of instructeur kan gebruiken om (aspecten van) MVO te integreren in verschillende opleidingsonderdelen. Hierbij trachten we gebruik te maken van zogenaamde activerende werkvormen, ofwel werkvormen die studenten uitdagen tot actie, kritisch denken en reflectie. 163 Uit onderzoek blijkt immers dat men bij klassieke hoorcolleges te maken heeft met lage leerrendementen en afnemende aandacht van studenten. 164 Activerende werkvormen kunnen hierbij ingeschakeld worden, omdat ze meer actieve betrokkenheid van studenten vereisen. Bovendien vraagt het werken rond duurzame ontwikkeling vaak een samenwerking tussen personen met een uiteenlopende achtergrond, ofwel het werken in interdisciplinaire teams. Het gebruik van een bepaalde werkvorm is echter sterk afhankelijk van de nagestreefde (pedagogische en onderwijskundige) doelen en de relevante situatiekenmerken (eigen aan student, docent of omgeving) waarmee men te maken krijgt. 165 Verder kunnen we stellen dat vooral variatie belangrijk is. Gezien de diversiteit aan studenten binnen een opleiding is het immers wenselijk én noodzakelijk dat men gebruik maakt van diverse werkvormen. 166 We vatten deel 4 van de handleiding aan met een voorstelling van enkele bestaande activerende werkvormen. Het gaat hierbij om een aantal werkvormen, samengebracht door Tinneke Boonen en promotor Anne Devesse als onderdeel van een stageopdracht op EHSAL. Vervolgens wordt er, analoog aan deel 3 van de handleiding, een opsplitsing gemaakt tussen de verschillende opleidingsniveaus (Hoger Onderwijs en Ondernemersopleidingen). De vakgebieden of opleidingsonderdelen die in het vorige deel behandeld werden, vinden we hier terug als onderdelen waarvoor activerende werkvormen ter beschikking gesteld worden. 163 HOOGEVEEN, P. en WINKELS, J., Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk, 1996, p BOONEN, T. en DEVESSE, A., Werkvormen en evaluatievormen: Hoorcollege. (Studieroute online beschikbaar op EHSAL 165 HOOGEVEEN, P. en WINKELS, J., Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk, 1996, p BOONEN, T. en DEVESSE, A., Werkvormen en evaluatievormen: Inleiding werkvormen. (Studieroute online beschikbaar op EHSAL 191

6 HET IVOOR Bij het verzamelen van didactische werkvormen zijn we op twee manieren tewerk gegaan. Enerzijds werd uitgegaan van bestaande initiatieven (b.v. groepsopdrachten), die reeds een duurzaamheidscomponent bevatten, ofwel opdrachten waarbij deze component op relatief eenvoudige wijze kon toegevoegd worden. Anderzijds hebben we eveneens getracht om zoveel mogelijk nieuwe werkvormen toe te voegen of reeds bestaande initiatieven buiten de eigen organisaties, die goed zouden passen binnen één of enkele van de behandelde opleidingsonderdelen. De samengebrachte werkvormen kunnen in deze handleiding op twee verschillende manieren gevonden worden. Ofwel kan men op zoek gaan per opleidingsonderdeel of vakgebied, ofwel vertrekt men van een activerende werkvorm en gaat men vervolgens na welke initiatieven er binnen deze werkvorm bestaan voor een bepaald vakgebied. Uiteraard zijn in deze handleiding niet alle activerende werkvormen terug te vinden. Er bestaan immers uiteenlopende mogelijkheden voor docenten om MVOgerelateerde leerstof op een gevarieerde wijze over te brengen naar studenten. Wel zouden we willen aansporen tot onderlinge samenwerking tussen docenten en lesgevers, zodat men via de website van Competento 167 ervaringen en materialen kan uitwisselen of ter beschikking stellen van anderen. 167 Competento is het Virtueel Kenniscentrum Ondernemersvorming voor Vlaanderen. Online beschikbaar op: HET IVOOR op Competento: 192

7 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen 2. Activerende didactische werkvormen 168 In dit onderdeel stellen we verschillende didactische werkvormen voor. We beperken ons hierbij tot een korte uiteenzetting over wat de verschillende werkvormen precies inhouden. Indien men als lezer meer informatie wenst over een bepaalde werkvorm, dan kan men zich wenden tot de bijlage van de handleiding. Daar zijn alle hierna besproken werkvormen terug te vinden in afzonderlijke steekkaarten. 2.1 Voorstelling activerende werkvormen Beeldfragmenten Beeldfragmenten maken de leerinhoud voor de studenten aanschouwelijk. Op die manier kunnen studenten de leerinhoud beter vatten. Een beeld zegt vaak veel meer dan een uitgebreide uiteenzetting van een situatie, een fenomeen, etc. Via beeldfragmenten kan de realiteit in het leslokaal binnen gebracht worden. Voorbeelden zijn legio: een getuigenis van een patiënt, een interview met een expert, een documentaire over menselijke handelingen en gedragingen, een weergave van een situatie, etc. Het tonen van een beeldfragment kan verschillende functies hebben: inleiding in de leerinhoud aanbrengen van nieuwe leerinhoud illustratie van de leerinhoud een video-opdracht of -casus waarmee de studenten verder aan de slag moeten Uit: BOONEN, T. en DEVESSE, A., Werkvormen en evaluatievormen. (Studieroute online beschikbaar op EHSAL 169 DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Demonstraties en film- of videofragmenten, 2004 en HOOGEVEEN, P. en WINKELS, J., Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk, 1996 en JANSSENS, S. et al., Didactiek in beweging,

8 HET IVOOR Brainstormen Brainstormen betekent letterlijk het in-beweging-brengen-van-de-hersenen. Brainstormen is een werkvorm waarin studenten gestimuleerd worden om hun ideeën omtrent een bepaald onderwerp te verwoorden. De studenten overleggen, zoeken voorbeelden, inventariseren problemen, bedenken toepassingen, bedenken oplossingen voor een probleem, etc. 170 Twee principes zijn hierbij belangrijk: Uitstel van oordeel: studenten mogen zich geen zorgen maken over de kwaliteit, haalbaarheid, waarde of geldigheid van ideeën, opdat creativiteit een kans krijgt. Kwantiteit leidt tot kwaliteit: hoe meer ideeën gegenereerd worden, hoe meer kans op goede ideeën (Brainstorming, n.d.). Het ene idee kan immers leiden tot een volgend idee. Het genereren en inventariseren van ideeën kan bijdragen tot het verkennen of verdiepen van een thema of vakgebied. Vanuit de ideeën van de studenten kan de les opgebouwd worden. Op die manier kan nieuwe informatie aan de voorkennis van studenten gekoppeld worden. Een andere bijdrage van brainstorming betreft het genereren van ideeën en oplossingen die na de brainstorming op hun waarde, kwaliteit en/of geldigheid geëvalueerd en uitgewerkt worden Case methode De case methode is een werkvorm waarbij studenten individueel of in kleine groepen een casus analyseren en beslissingen of behandelingen bedenken. Daarop volgt een casusdiscussie waarbij studenten de eigen visie naar voren brengen en mits overleg en discussie tot een oplossing voor de casus komen. De docent faciliteert en structureert deze casusdiscussie. Een casus, centraal in de case methode, kan omschreven worden als een min of meer gedetailleerde beschrijving van een situatie, een probleem of een gebeurtenis in een realistische context. 170 LOWYCK, J., Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Hoofdstuk 7: Didactische werkvormen en media, LOWYCK, J., Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Hoofdstuk 7: Didactische werkvormen en media, 1995 en JANSSENS, S. et al., Didactiek in beweging,

9 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen De studenten krijgen daarbij alle nodige informatie voor de analyse van de casus. Dit kan gaan van grafieken en tabellen, over observatieverslagen en telefoongesprekken tot onderzoeksrapporten. Soms dienen studenten nog wel bijkomende informatie op te zoeken. De case methode vond zijn oorsprong in de Harvard Business School in Bosten, Verenigde Staten. De case methode werd daar in de jaren 20 van vorige eeuw ontwikkeld. In de loop der tijd raakte deze methode in heel wat domeinen van het onderwijs verspreid, zoals geneeskunde, paramedische opleidingen, lerarenopleiding, economie, rechten, etc. Er ontstonden ook allerhande varianten op het oorspronkelijke model Demonstratie Een demonstratie kan laten zien op welke wijze de studenten de leerinhoud kunnen gebruiken. Bij een demonstratie doet de docent een aanpak of werkwijze voor. Een demonstratie kan ook gebruikt worden om concrete voorwerpen, toestellen, fenomenen, situaties of proeven te laten zien. Een demonstratie zegt immers meer dan een beschrijving van dat voorwerp, dat toestel, dat fenomeen, die situatie, etc. Een demonstratie kan live zijn, maar ook via een beeldfragment getoond worden BV-PROJECT, Steekkaart: Werken met de case-methode, DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Demonstraties en film- of videofragmenten, 2004 en SMULING et al., Colleges en presentaties: aanwijzingen voor docenten, Zie ook Beeldfragmenten. 195

10 HET IVOOR Gespreksvormen De docent gaat tijdens een onderwijsgebeuren de dialoog met de studenten aangaan. Hij treedt met hen in gesprek. In de literatuur wordt een onderscheid gemaakt tussen volgende gespreksvormen: onderwijsleergesprek discussie klasgesprek leergesprek. In tabel 2 vinden we een overzicht terug van deze gespreksvormen. Een gesprek kan zowel voor cognitieve, metacognitieve als dynamisch-affectieve doeleinden gebruikt worden KALLENBERG, A.J. et al., Leren (en) doceren in het hoger onderwijs, 2000 en STANDAERT, R. en TROCH, F., Leren en onderwijzen,

11 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen WAT IS HET? DOELSTELLING? ROL VAN DE DOCENT? ONDERWIJSLEER- GESPREK Sterk geleid gesprek, waarbij de docent de studenten stapsgewijs, door het stellen van vragen, tot bepaalde kennis en inzichten brengt Cognitieve doelen: kennis en inzichten verwerven Gespreksleider: probleem stellen en doelgerichte vragen stellen; gesprek structureren DISCUSSIE Gesprek tussen studenten onder leiding van docent (of een medestudent) Cognitieve doelen: probleem analyseren en oplossen Gespreksleider: discussie zinvol laten verlopen, stap voor stap KLASGESPREK Gesprek tussen studenten onderling Cognitieve en dynamischaffectieve doelen, voornamelijk meedelen van eigen meningen en ervaringen Op de achtergrond; moderator LEERGESPREK Gesprek tussen studenten onderling over de manier van leren en de aanpak van opdrachten en problemen Metacognitieve doelen: betere studie- en/of oplossingsmethoden ontwikkelen Moderator; niets voorzeggen of aanbrengen Tabel 2: Overzicht gespreksvormen 197

12 HET IVOOR Groepswerk Groepswerk verwijst naar alle activiteiten die uitgevoerd worden door een groep studenten die in onderling overleg werken aan een opdracht. Het doel van groepswerk is het maximaliseren van het eigen leren van de student én het maximaliseren van het leren van de leden van de groep. 175 Voorbeelden van groepswerk zijn legio: een experiment uitvoeren en rapporteren, een methodiek analyseren en evalueren, een probleem analyseren en oplossen, etc. Het ene groepswerk is het andere niet. Er zijn verschillende variaties mogelijk, wat betreft: sturing van de docent: voorgestructureerde opdracht of juist niet. soort opdracht: een opdracht met een gesloten of een open einde. 176 aantal groepsleden: minimum twee tot tien of meer groepsleden. taakverdeling: parallel groepswerk, complementair groepswerk of gemengd. duur van het groepswerk: een eenmalige bijeenkomst van één uur of een langdurige samenwerking in groep. onafhankelijk of afhankelijk: groepen werken onafhankelijk van elkaar of groepsleden van verschillende groepen werken samen. 177 evaluatie: evaluatie van het groepsproces en/of de groepsproduct, een groepscijfer of een individueel cijfer. 178 Groepswerk is geschikt voor cognitieve doeleinden, zoals het uitwisselen van informatie, problemen oplossen, nieuwe ideeën genereren, etc. De eigen kennis van studenten kan uitgebreid en/of bijgestuurd worden door te luisteren naar groepsleden, de eigen inzichten onder woorden te brengen en te bevragen, onduidelijkheden op te helderen, etc. 175 DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Groepswerk, Zie ook Opdrachten. 177 Zie ook Jigsaw. 178 DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Groepswerk, 2004 en LOWYCK, J. en TERWEL, J., Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Hoofdstuk 7: Ontwerpen en leeromgevingen,

13 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen Ook sociale vaardigheden en samenwerkingsvaardigheden komen aan bod, zoals leren discussiëren, notuleren, een gesprek leiden, luisteren, afspraken nakomen, anderen positief waarderen, etc. 179 Groepswerk kent een zekere ambivalentie. Enerzijds zijn er een aantal voordelen aan groepswerk verbonden. Zo biedt groepswerk studenten de mogelijkheid om van elkaar te leren en om dieper te leren. Groepswerk werkt tevens motiverend. Studenten kunnen sociale vaardigheden en samenwerkingsvaardigheden ontwikkelen, die nodig zullen zijn in hun latere professionele praktijk. Anderzijds is groepswerk ook kwetsbaar. De realisatie van bovengenoemde voordelen is afhankelijk van de opdracht, de begeleiding, de groepssamenstelling, de cognitieve en dynamisch-affectieve vaardigheden van de groepsleden en van het al dan niet voorkomen van (dis)functionele groepsprocessen Jigsaw Jigsaw is een vorm van coöperatief leren, waarbij de samenstelling van de studentengroepen wisselt tijdens de realisatie van een complexe opdracht. Om de complexe opdracht uit te werken, verwerven de studenten kennis en expertise in een eerste deelgroep (oftewel onderzoeksgroep). Nadien splitsen de leden van de eerste deelgroep zich op en wordt er een tweede deelgroep (oftewel leergroep) met nieuwe leden gevormd. De expertise uit de eerste deelgroep wordt in deze tweede deelgroep ingebracht om de opdracht tot een goed einde te kunnen brengen. Jigsaw is een bruikbare werkvorm wanneer: de opdracht voldoende complex is (geen eenvoudig antwoord of geen voor de hand liggende oplossing); de opdracht meerdere aspecten of componenten bevat; de nadruk op het taakgerichte, eerder dan op het groepsgerichte aspect van groepswerk ligt; de studenten vertrouwd zijn met groepswerk LOWYCK, J. en TERWEL, J., Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Hoofdstuk 7: Ontwerpen en leeromgevingen, DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Groepswerk, BV-PROJECT, Steekkaart: Jigsaw: een specifieke vorm van groepswerk,

14 HET IVOOR Opdrachten De docent kan tijdens een onderwijsgebeuren opdrachten geven aan studenten. De opdrachten hebben tot doel studenten aan te zetten om actief met de leerinhoud aan de slag te gaan. Voorbeelden zijn legio: een oefening oplossen, voorbeelden bedenken bij een theorie of concept, een theorie aan medestudenten uitleggen, mogelijke kritieken formuleren, een tekst samenvatten, onderzoeksresultaten interpreteren, een probleem uitwerken, een casus uitwerken, een project, etc. Opdrachten kunnen in combinatie met andere werkvormen gegeven worden, zoals roezemoesgroepen, groepswerk, een presentatie, etc. 182 Opdrachten kunnen in verschillende variaties voorkomen: het tijdstip waarop de opdracht gegeven wordt: voor, tijdens of na de uiteenzetting van de leerinhoud (inductief of deductief werken); de duur van de opdracht: enkele minuten tot enkele weken of zelfs langer; de mate waarin de opdracht aansluit bij reële praktijksituaties; individueel of in groep; eindproduct: een schriftelijk werkstuk, een presentatie, een demonstratie, een tentoonstelling, een website, etc. 183 Opdrachten zijn geschikt voor het aanleren van basiskennis en vaardigheden, maar ook voor het aanleren van complexere vaardigheden. In de literatuur worden vier soorten opdrachten onderscheiden: Opdrachten gericht op het reproduceren van eerder verworven informatie. Deze opdrachten zijn vooral relevant in het begin van een college om de voorkennis van studenten te activeren of op het einde van een college om na te gaan wat de studenten hebben onthouden. Opdrachten gericht op de toepassing van algoritmen. Studenten leren aangereikte oplossingswegen toepassen. 182 DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Feedback, 2004 en DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Opdrachten, DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Feedback,

15 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen Opdrachten gericht op het uitlokken van een persoonlijke mening of expressie. Opdracht gericht op het oplossen van complexe problemen. Deze opdrachten zijn geschikt voor het leren en oefenen van hogere cognitieve vaardigheden, zoals analyseren en synthetiseren Probleemgestuurd onderwijs Probleemgestuurd onderwijs, kortweg PGO, is een vorm van onderwijs waarbij de docent een realistisch probleem in de vorm van een probleemtaak aan de studenten voorlegt. De probleemtaak confronteert de studenten met de eigen voorkennis en hiaten in de voorkennis om het probleem te kunnen begrijpen en oplossen. In kleine onderwijsgroepen van 8 à 12 studenten, onder begeleiding van de docent, gaan studenten na wat de kern van het probleem en de bijbehorende aspecten zijn. Op basis van wat studenten reeds kennen, maken ze een eerste voorlopige analyse van het probleem. De vragen en hiaten die tijdens deze analyse naar boven komen, worden door de studenten in leerdoelen geformuleerd. Deze leerdoelen vormen de basis voor de zelfstudie. Gedurende enkele dagen werken de studenten individueel of in groep aan de leerdoelen door het opzoeken van informatie in allerhande bronnen zoals boeken, tijdschriften, internet, etc. Vervolgens komt de onderwijsgroep opnieuw samen. De studenten rapporteren de gevonden informatie en gaan na of ze het probleem nu beter kunnen begrijpen en oplossen. Aldus verwerven studenten nieuwe kennis, gekoppeld aan de eigen voorkennis en passen ze deze nieuwe kennis toe in de probleemtaak. 185 Het leerproces in PGO wordt gekenmerkt door: probleemoplossend leren; zelfsgestuurd, actief en flexibel leren; 184 DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Opdrachten, BV-PROJECT, Steekkaart: Probleemgestuurd onderwijs Model Maastricht, 2002 en DOCHY, F. et al., Coöperatief leren in een krachtige leeromgeving. Handboek probleemgestuurd leren in de praktijk, 2000 en SEGERS, M. en DOCHY, F., Een nieuw onderwijsmodel voor het hoger onderwijs in theorie en praktijk,

16 HET IVOOR coöperatief werken en leren in groepen. 186 PGO vond zijn oorsprong in 1966 aan de McMaster University in Hamilton, Canada. Het medisch onderwijs kampte op dat moment met een groot probleem: medische studenten beschikten waarschijnlijk wel over voldoende kennis, maar ze waren niet in staat om deze kennis in een concrete context adequaat te gebruiken. PGO zou volgens Barrows een oplossing voor dit probleem kunnen bieden. Op dit moment is PGO in heel wat opleidingen en landen verspreid. Toonaangevende universiteiten op het gebied van PGO zijn: de universiteit van Newcastle in Australië, de universiteit van Linköping in Zweden en de universiteit van Maastricht in Nederland. PGO kan in verschillende gradaties voorkomen. Het kan een onderwijsconcept zijn voor de volledige opleiding. Echter, dit hoeft niet altijd zo te zijn. PGO kan ook als een onderwijsvorm gebruikt worden tijdens één jaar van de opleiding, of voor slechts één opleidingsonderdeel of een gedeelte van een opleidingsonderdeel Presentatie De docent kan tijdens een onderwijsgebeuren de studenten een presentatie laten verzorgen. Dit kan beschouwd worden als het geven van een opdracht aan de studenten. 188 De presentatie kan gaan van het uiteenzetten van een theorie of model, over het toelichten van een individuele of groepsopdracht tot het uiteenzetten van eigen onderzoek of casus. De presentatie kan zowel individueel als in groep voorbereid en uitgevoerd worden DOCHY, F. et al., Coöperatief leren in een krachtige leeromgeving. Handboek probleemgestuurd leren in de praktijk, 2000, p DOCHY, F. et al., Coöperatief leren in een krachtige leeromgeving. Handboek probleemgestuurd leren in de praktijk, Zie ook Opdrachten. 189 DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Presentatie,

17 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen Projectonderwijs Baert, Beunens en Dekeyser 190 volgt: omschrijven de essentie van projectonderwijs als Projectonderwijs is een onderwijsactiviteit waarbij een groep studenten, uit eenzelfde of verschillende studiejaren en studierichtingen, gedurende een langere periode, als taakgerichte groep in samenspraak met een vaste of wisselende begeleider van de opleiding (docent, lector, assistent) en eventueel een opdrachtgever van een praktijkorganisatie, aan een opdracht, respectievelijk een (praktijk)probleem werken. Zodoende verwerven ze kennis (met inbegrip van inzichten en metacognitie), vaardigheden en attitudes. De studenten concretiseren en herformuleren eventueel de opdracht, respectievelijk de probleemstelling en structureren een aanpak voor de probleemstelling. Ze werken een oplossing uit, gebruikmakend van theoretische en praktische kennis. Projectonderwijs, kortweg PO, kan in de praktijk verschillende vormen voorkomen. Op basis van een literatuurstudie situeren Dekeyser en Baert 191 PO op zes dimensies: 1) Onderwijsvorm versus werkvorm PO kan als een onderwijsvorm of werkvorm gebruikt worden tijdens één jaar van de opleiding, of voor slechts één opleidingsonderdeel of een gedeelte van een opleidingsonderdeel. 2) Reëel versus virtueel De uitgangssituatie of het thema van het project is reëel dan wel virtueel (simulatie van de praktijk). Het eerste komt uiteraard het meeste voor in de praktijk. 3) Losse/open structuur versus vaste/opgelegde structuur 190 BAERT, H., BEUNENS, L. en DEKEYSER, L., Projectonderwijs: Sturen en begeleiden van leren en werken, 2002, p DEKEYSER, L. en BAERT, H. (eds), Projectonderwijs: Leren en werken in groep,

18 HET IVOOR Het project wordt nauwelijks voorgestructureerd (enkel de projectgroepen liggen vast) dan wel sterk voorgestructureerd, waarbij de fasen, de tijdspanne, de begeleiding, etc. op voorhand worden bepaald. In de praktijk houdt PO vaak het midden tussen beide structuren. 4) Van buitenaf gestuurd versus zelfgestuurd Het project wordt sterk van buitenaf gestuurd, dan wel gestuurd door de leden van de projectgroep. Veelal wordt er naar gestreefd om de sturing meer en meer in handen van de projectgroep te leggen. 5) Interdisciplinariteit: een vak versus alle disciplines De inhoud en uitwerking van PO kan beperkt worden tot één vak, of kan verschillende vakken en disciplines omvatten. In de praktijk komt dit laatste frequenter voor. 6) Individu versus groep Binnen PO kan de individuele student eigen leerdoelen vastleggen, dan wel in groep de leerdoelen vastleggen. In de praktijk komt dit laatste meestal voor, aangezien het werken en leren in groep een belangrijke vaardigheid voor de toekomstige beroepspraktijk is Roezemoesgroepen Roezemoesgroepen zijn kleine groepjes studenten (vaak 2, soms ook 3 à 4 studenten) die samen een opdracht bespreken. Het geroezemoes dat hierdoor ontstaat, was aanleiding voor de naamgeving van deze werkvorm. Andere gebruikte termen zijn zoemgroepen, zoemsessies, buzz-groups, buzz-sessions. 193 Roezemoesgroepen kunnen een ideale onderbreking zijn van een mondelinge uiteenzetting. Bij roezemoezen worden studenten aangezet tot activiteit en interactie met medestudenten. Ze bespreken een opdracht, discussiëren, wisselen van gedachten, geven hun eigen mening, etc. Op die manier worden ze betrokken bij het college en de leerinhoud. 192 DEKEYSER, L. en BAERT, H. (eds), Projectonderwijs: Leren en werken in groep, DE MINK, F.B., Uitdagen op hoorcolleges, 1991 en DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Roezemoesgroepen, 2004 en SMIT, C.A., Buzz-group, flapdiscussie, reconstructiemethode en sorteermethode,

19 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen Om ervoor te zorgen dat het roezemoezen niet tot een geamuseerd gesprek over koetjes en kalfjes verwordt, is er meer nodig dan bespreek dat maar even samen met je buur. Een goede opdracht aan de studenten geven is hierbij noodzakelijk. 194 De opdracht kan betrekking hebben op een reeds geziene leerinhoud, evenals op een leerinhoud die in de loop van het college nog aan bod zal komen (dus als inleiding en ter activering van de voorkennis) Voting Voting is een werkvorm waarbij de docent een gesloten vraag stelt of een stelling poneert waarna de studenten stemmen: eens/oneens, juist/fout, ja/nee of a/b/c/d. Deze werkvorm komt tegemoet aan de natuurlijke neiging van de mens om mee te raden in een quiz. Uit onderzoek van Van Dijck 196 blijkt dat stemming tijdens een hoorcollege een effectieve manier is om studenten aan te zetten tot nadenken over de leerinhoud. De leerinhoud zal dan ook beter beklijven. Voting kent verschillende variaties wat betreft: Het tijdstip van de stemming: stemming kan zowel voor (bijv. via een webformulier) als tijdens een onderwijsgebeuren plaatsvinden. Het tijdstip van verwerking van de stemmen: de verwerking van de stemmen kan eveneens voor of tijdens, eventueel na het onderwijsgebeuren plaatsvinden. De manier waarop gestemd wordt: studenten kunnen op een zeer eenvoudige manier stemmen door handopsteking. Ook met behulp van kaartjes in verschillende kleuren kunnen studenten hun stem bekend maken. Een meer geavanceerde manier van voting kan via gespecialiseerde apparatuur waarbij de studenten op een klein toetsenbord hun keuze selecteren, bijvoorbeeld met behulp van Interactive Voting Systems. Voting kan verschillende functies hebben: 194 DE MINK, F.B., Uitdagen op hoorcolleges, SMULING, E.B. et al., Colleges en presentaties: Aanwijzingen voor docenten, VAN DIJCK, Activeren in colleges: mogelijkheden en effecten onderzocht,

20 HET IVOOR peilen naar voorkennis van studenten of de voorkennis van studenten activeren; waarna de leerinhoud aan de voorkennis van studenten kan gekoppeld worden; nagaan of studenten kunnen volgen, zowel naar tempo als niveau; peilen naar misvattingen van studenten; peilen naar meningen en houdingen van studenten; studenten aanzetten tot en ondersteunen bij het actief verwerken van de leerinhoud Vragen stellen De docent kan tijdens een onderwijsgebeuren vragen stellen. Dit kan verschillende functies hebben: peilen naar de voorkennis van studenten of de voorkennis van studenten activeren; peilen naar misvattingen; nagaan of studenten kunnen volgen, zowel naar tempo als niveau; studenten aanzetten tot en ondersteunen bij het actief verwerken van de leerinhoud (verbanden leggen, toepassen, reflecteren, etc.). 198 Vragen kunnen op verschillende manieren ingedeeld worden, bijvoorbeeld op basis van de taxonomie van Bloom: kennisvragen; inzichtvragen; toepassingsvragen; analysevragen; 197 BV-PROJECT, Steekkaart: (Tele)voting, 2005 en UT NIEUWS, Demonstratie IVS, 1997 en Hoorcolleges kunnen effectiever, DUO/ICTO, Onderwijskundige steekkaart: Vragen stellen,

21 Deel 4: Integratie van verantwoord ondernemen: didactische werkvormen synthesevragen; evaluatievragen. Het is belangrijk om een verscheidenheid aan vragen te stellen, en je niet te beperken tot één soort vragen Referenties Baert, H., Beunens, L. en Dekeyser, L. (2002). Projectonderwijs: Sturen en begeleiden van leren en werken. Leuven: Acco. BV-project (2002). Steekkaart:Jigsaw: een specifieke vorm van groepswerk. Gevonden op 11 oktober 2005, op BV-project (2002a). Steekkaart: Probleemgestuurd onderwijs Model Maastricht.. Gevonden op 11 oktober 2005, op BV-project (2005). Steekkaart: (Tele)voting. Gevonden op 21 december 2005, op BV-project (2002). Steekkaart: Werken met de casemethode. Gevonden op 11 oktober 2005, op https://www.kuleuven.be/icto/bv/bvbank/steekkaart.php?stid=36 Boonen, T. en Devesse, A. Werkvormen en evaluatievormen. (Studieroute online beschikbaar op EHSAL Boonen, T. en Devesse, A. Werkvormen en evaluatievormen: Hoorcollege. (Studieroute online beschikbaar op EHSAL Boonen, T. en Devesse, A. Werkvormen en evaluatievormen: Inleiding werkvormen. (Studieroute online beschikbaar op EHSAL de Bie, D. en Gerritse, J. J. (1999). Onderwijs als opdracht. Overwegingen en praktische suggesties voor een ontschoolsing van het hoger onderwijs. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. De Mink, F. B. (1991). Uitdagen op hoorcolleges. OC-Bulletin nr. 30. Twente: Onderwijskundig Centrum Universiteit Twente. Gevonden op 11 oktober 2005, op Dekeyser, L. en Baert, H. (eds) (1999). Projectonderwijs: Leren en werken in groep. Leuven: Acco. 199 DE BIE, D. en GERRITSE, J.J., Onderwijs als opdracht. Overwegingen en praktische suggesties voor een ontschoolsing van het hoger onderwijs,

Een technisch/economische kijk op isoleren

Een technisch/economische kijk op isoleren Practicum natuurkunde Een technisch/economische kik op isoleren ONTWERPVERSIE/ NIET DEFINITIEF 2e bachelor handelsingenieur academieaar 2007-2008 1. Algemene beschouwingen De opdracht De opdracht gaat

Nadere informatie

Werkvorm. Werkvormen. Fiches

Werkvorm. Werkvormen. Fiches en Onderwijskundige werkvormen zijn de verschillende manieren die een lesgever kan gebruiken om het leerproces van studenten te ondersteunen en vorm te geven. Het doel is het verwezenlijken van competenties.

Nadere informatie

Bijlage. Overzicht activerende werkvormen

Bijlage. Overzicht activerende werkvormen Bijlage: Overzicht activerende werkvormen Bijlage. Overzicht activerende werkvormen Bijlage p. 1 Bijlage: Overzicht activerende werkvormen Inhoudsoverzicht INLEIDING...5 BEELDFRAGMENTEN...7 BRAINSTORMEN...10

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

INLEIDING: WAAROM HET IVOOR 1 DEEL 1. DUURZAME ONTWIKKELING EN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN 11

INLEIDING: WAAROM HET IVOOR 1 DEEL 1. DUURZAME ONTWIKKELING EN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN 11 INHOUDSOPGAVE INLEIDING: WAAROM HET IVOOR 1 1. ESF-PROJECT HET IVOOR... 5 1.1 Noden...5 1.2 Doelstellingen...6 1.3 Doelgroep...6 1.4 Activiteiten...6 1.5 Referenties...7 2. DANKWOORD... 9 2.1 Docenten

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

BELBLOCK betonmetselstenen & thermische isolatie samen wordt het goed

BELBLOCK betonmetselstenen & thermische isolatie samen wordt het goed De eerste parameter voor het comfortgevoel binnen een gebouw is de binnentemperatuur. Om deze zomer en winter op een economische wijze op een aangenaam peil te houden is een samenwerking tussen de en de

Nadere informatie

Thema 1: Het leren (bevorderen) 19

Thema 1: Het leren (bevorderen) 19 I nhoud Voorwoord 5 Inleiding 15 Thema 1: Het leren (bevorderen) 19 1 Het leerproces van studenten 21 1.1 Waarom het leerproces van studenten? 21 1.2 Het leerproces volgens Biggs 22 1.3 Leeractiviteiten

Nadere informatie

OVERDRACHTSKUNDE. Stichting Kwaliteitscentrum Schoonheidsverzorging Utrecht

OVERDRACHTSKUNDE. Stichting Kwaliteitscentrum Schoonheidsverzorging Utrecht OVERDRACHTSKUNDE EXAMENEISEN THEORIE SCHOONHEIDSVERZORGING B VERSIE JULI 2010 STICHTING KWALITEITSCENTRUM SCHOONHEIDSVERZORGING Exameneisen STRUCTUUR THEORIE-EXAMEN: OVERDRACHTSKUNDE Examen Overdrachtskunde

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN 4 juli 2007 19:11 uur Blz. 1 / 8 cursus Luc Volders - 2-7-2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: FB Projectgegevens: testpand 1234AB Software: EPA-W Kernel 1.09 07-06-2007 Vabi Software

Nadere informatie

ECTS-fiche. Graduaat Maatschappelijk Werk Structuurgericht werken. Lestijden. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot

ECTS-fiche. Graduaat Maatschappelijk Werk Structuurgericht werken. Lestijden. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot ECTS-fiche Opzet van de ECTS-fiche is om een uitgebreid overzicht te krijgen van de invulling en opbouw van de module. Er bestaat slechts één ECTS-fiche voor elke module. 1. Identificatie Opleiding Module

Nadere informatie

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Angelique van het Kaar Risbo Erasmus Universiteit Rotterdam 7 november 2012 Overzicht onderwerpen Training Didactische

Nadere informatie

De link tussen onderzoek en praktijk op het gebied van gebouwsimulatie

De link tussen onderzoek en praktijk op het gebied van gebouwsimulatie De link tussen onderzoek en praktijk op het gebied van gebouwsimulatie Piet Standaert Physibel Samenvatting Als ontwikkelaar van bouwfysische software bevindt men zich in een positie tussen onderzoek en

Nadere informatie

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Visie Leerlinggericht: gericht op de mogelijkheden van

Nadere informatie

ECTS-fiche. Graduaat Orthopedagogie Module Samenwerkingsvaardigheden 1

ECTS-fiche. Graduaat Orthopedagogie Module Samenwerkingsvaardigheden 1 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Graduaat Orthopedagogie Module Samenwerkingsvaardigheden 1 Code E1 Lestijden 40 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale 45 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid

Nadere informatie

Activerende didactiek

Activerende didactiek Activerende didactiek De verantwoording voor de lessenserie De activerende didactiek zorgt ervoor dat leerlingen actiever en zelfstandiger bezig zijn met leren, het laat leerlingen effectiever leren. De

Nadere informatie

Didactische werkvormen in het hoger onderwijs. Sandra Heleyn, Isabelle Claeys, Ann Verdonck

Didactische werkvormen in het hoger onderwijs. Sandra Heleyn, Isabelle Claeys, Ann Verdonck Didactische werkvormen in het hoger onderwijs Sandra Heleyn, Isabelle Claeys, Ann Verdonck HoGent, een mix van werkvormen Uitgangspunten: Elk talent telt>>maatwerk gezien diversiteit in instroom Vraag

Nadere informatie

HOE FORMULEER IK LEERRESULTATEN OP

HOE FORMULEER IK LEERRESULTATEN OP HOE FORMULEER IK LEERRESULTATEN OP STUDIEDEELNIVEAU? 1 A. Inleiding 1. Studiedeelfiches in CaLi In het kader van de update van de studiedeelfiches voor het academiejaar 2012-2013 werd ook het document

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Sociaal-Cultureel Werk. Lestijden 40

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Sociaal-Cultureel Werk. Lestijden 40 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Graduaat Sociaal-Cultureel Werk Module Educatief werk Code Bc3 Lestijden 40 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale 50 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot

Nadere informatie

Inhoud. Introductie tot de cursus

Inhoud. Introductie tot de cursus Inhoud Introductie tot de cursus 1 Inleiding 7 2 Voorkennis 7 3 Het cursusmateriaal 7 4 Structuur, symbolen en taalgebruik 8 5 De cursus bestuderen 9 6 Studiebegeleiding 10 7 Huiswerkopgaven 10 8 Het tentamen

Nadere informatie

Firma.. Functie... Adres... Telefoon. GSM..

Firma.. Functie... Adres... Telefoon. GSM.. Hiermee geef ik TEPTEC de opdracht om de warmteverliezen te berekenen van het hierna omschreven gebouw. De berekening is volgens de norm NBN EN 12831. De informatie in de bijlage heb ik gelezen. Uw gegevens

Nadere informatie

Concept Cartoons. Ed van den Berg, Kenniscentrum Hogeschool van Amsterdam en VU EWT Noord-Holland en Flevoland

Concept Cartoons. Ed van den Berg, Kenniscentrum Hogeschool van Amsterdam en VU EWT Noord-Holland en Flevoland Concept Cartoons Ed van den Berg, Kenniscentrum Hogeschool van Amsterdam en VU EWT Noord-Holland en Flevoland Doelen wetenschap en techniekonderwijs Inhoud: Biologie, natuurkunde, scheikunde, techniek,

Nadere informatie

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Leerkrachtinformatie Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Lesduur: 30 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen weten wat de gevolgen zijn van energie verbruik. De leerlingen weten wat duurzaamheid is. De leerlingen

Nadere informatie

Bij deze isolatietechniek wordt de isolatie aan de buitenzijde van de gevelmuren geplaatst. Op deze isolatie wordt een nieuwe afwerking geplaatst.

Bij deze isolatietechniek wordt de isolatie aan de buitenzijde van de gevelmuren geplaatst. Op deze isolatie wordt een nieuwe afwerking geplaatst. Wat is buitenmuurisolatie? De meeste woningen, gebouwd voor 1960, hebben geen spouwmuren, maar volle muren. In deze gevallen is een spouwmuurisolatie geen optie en moet u kiezen voor de isolatie van buitenmuren

Nadere informatie

Opleiding Code + officiële benaming van de module Academiejaar 2015-2016 Semester Studieomvang Totale studietijd Aantal lestijden

Opleiding Code + officiële benaming van de module Academiejaar 2015-2016 Semester Studieomvang Totale studietijd Aantal lestijden Opleiding Marketing Code + officiële benaming van de module C4 Financieel Management Academiejaar 2015-2016 Semester: 2 Studieomvang 4 studiepunten Totale studietijd 90 Aantal lestijden 60 Aandeel lestijden

Nadere informatie

Condensatie op dubbele beglazingen

Condensatie op dubbele beglazingen Algemeen Het verschijnsel oppervlaktecondensatie op dubbele komt voor in drie vormen, te weten: op de buitenzijde of positie 1; op de spouwzijdes 2 en 3 van de dubbele beglazing; op de binnenzijde of positie

Nadere informatie

Masterproef Inhoud en Evaluatie

Masterproef Inhoud en Evaluatie Masterproef Inhoud en Evaluatie Inhoudstafel 1. De masterproef en haar onderwerp 2. Goedkeuring van het onderwerp 3. Het vak Master s Thesis 4. Output van de Master s Thesis 5. Evaluatoren en evaluatie

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

Onderzoekscompetenties. K-waarde woning. 1. Algemene lesgegevens. 2. Lesverloop. 3. Verwerking. Kennismaking met EPC-woning

Onderzoekscompetenties. K-waarde woning. 1. Algemene lesgegevens. 2. Lesverloop. 3. Verwerking. Kennismaking met EPC-woning Onderzoekscompetenties K-waarde woning Kennismaking met EPC-woning 1lgemene lesgegevens In de eerste plaats ontwerpen we een fictief huis, of gaan we uit van een bestaande woning. Vervolgens gaan we na

Nadere informatie

Thermische isolatie van bestaande platte daken

Thermische isolatie van bestaande platte daken Thermische isolatie van bestaande platte daken In onze maatschappij gaat steeds meer aandacht naar energiebesparingen, milieubescherming en comfort, wat een doordachte thermische isolatie van de gebouwschil

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Beta Testbedrijf E. van Dijk 007 Kleveringweg 12 2616 LZ Delft info@vabi.nl Delft, 8 februari 2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: Opdrachtgever BV A. Bee Projectgegevens: Voorbeeldproject

Nadere informatie

Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW)

Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW) Energiebesparingspotentieel door isolatie Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW) Het is bekend dat de CO 2 uitstoot tegen 2020 fors naar omlaag moet. In Duitsland zijn

Nadere informatie

INFOFICHES EPB-BOUWBEROEPEN ZONWERINGEN

INFOFICHES EPB-BOUWBEROEPEN ZONWERINGEN INFOFICHES EPB-BOUWBEROEPEN ZONWERINGEN Inleiding De gewestelijke EPB-regelgevingen houden rekening met het energieverbruik voor koeling. Bovendien nemen de geldende regelgevingen voor nieuwe woningen

Nadere informatie

De warmteverliescoëfficiënt van een begane grondvloer bij toepassing van Drowa chips als bodemisolatie in kruipruimtes bij een tussenwoning

De warmteverliescoëfficiënt van een begane grondvloer bij toepassing van Drowa chips als bodemisolatie in kruipruimtes bij een tussenwoning TNO-rapport 060-DTM-2011-02437 De warmteverliescoëfficiënt van een begane grondvloer bij toepassing van Drowa chips als bodemisolatie in kruipruimtes bij een tussenwoning Technical Sciences Van Mourik

Nadere informatie

Superisolerende materialen, toepassing in proeftuinproject de Schipjes

Superisolerende materialen, toepassing in proeftuinproject de Schipjes Superisolerende materialen, toepassing in proeftuinproject de Schipjes Elisa Van Kenhove Onderzoeksgroep Bouwfysica, Constructie en Klimaatbeheersing Vakgroep Architectuur & Stedenbouw Faculteit Ingenieurswetenschappen

Nadere informatie

Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming

Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming H01N2a: Energieconversiemachines- en systemen Academiejaar 2010-2011 Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming Professor: Martine Baelmans Assistent: Clara

Nadere informatie

Rapport Thermografie bijlage bij het rapport over energiebesparing in woningen

Rapport Thermografie bijlage bij het rapport over energiebesparing in woningen Rapport Thermografie bijlage bij het rapport over energiebesparing in woningen Adviesadres Bespaarstraat 17 Verkwistdorp Datum 19 januari 2015 Adviseur: GRID Consult De Fluit 35 1398 CA Muiden Disclaimer

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam Gebouw : Ontwerp en regeling van technische installaties

Opleiding Duurzaam Gebouw : Ontwerp en regeling van technische installaties Opleiding Duurzaam Gebouw : Ontwerp en regeling van technische installaties Leefmilieu Brussel Energie becijferen Jonathan FRONHOFFS Cenergie cvba Doelstelling(en) van de presentatie Opfrissen van de theoretische

Nadere informatie

Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam:

Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam: Project wiskunde: iteratie en fractalen Naam: Klas: 6EW-6LW-6WW 1 Doelstellingen De leerlingen leren zelfstandig informatie verwerven en verwerken over een opgelegd onderwerp. De leerlingen kunnen de verwerkte

Nadere informatie

Systeem - VOLL WONING

Systeem - VOLL WONING S.0. Gegevens en informatiebronnen Systeem - VOLL WONING Algemene kenmerken van het verwarmingssysteem Warmteproductie Ketel Brandstof : Aardgas Fabricagedatum : 01/01/2004 Vermogen : 35,000 kw Warmtedistributie

Nadere informatie

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------------------------------------------------------- 17 maart 2014 Efficiënt verwarmen zonder thermische isolatie De thermische isolatie van een gebouw wordt fundamenteel geacht voor een efficiënt verwarmingssysteem. Dat is echter alleen maar zo als een

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 160

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 160 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Marketing Module Algemene Marketing Code A5 Lestijden 160 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen vrijstelling

Nadere informatie

351 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

351 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Gentse steenweg 10 bus 5 9300 gemeente Aalst bestemming appartement type - bouwjaar 1971 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 351 De energiescore laat toe om de heid

Nadere informatie

Superisolerende materialen, toepassing in proeftuinproject de Schipjes. Elisa Van Kenhove, Onderzoeksgroep Bouwfysica UGent

Superisolerende materialen, toepassing in proeftuinproject de Schipjes. Elisa Van Kenhove, Onderzoeksgroep Bouwfysica UGent Superisolerende materialen, toepassing in proeftuinproject de Schipjes Elisa Van Kenhove, Onderzoeksgroep Bouwfysica UGent IWT Proeftuinen Woningrenovatie 2014-2019 Context woonerf de Schipjes in Brugge

Nadere informatie

Vlaamse premie voor energiebesparende investeringen. folder niet-belastingbetalers vo1 1

Vlaamse premie voor energiebesparende investeringen. folder niet-belastingbetalers vo1 1 8 Vlaamse premie voor energiebesparende investeringen door niet-belastingbetalers Inleiding Komt u in aanmerking? Algemene voorwaarden De Vlaamse overheid wil dat elke woning tegen beschikt over een geïsoleerd

Nadere informatie

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Energie berekenen A 21 C. 1. Transmissieverliezen 2. Ventilatieverliezen 3. Infiltratieverliezen

Energie berekenen A 21 C. 1. Transmissieverliezen 2. Ventilatieverliezen 3. Infiltratieverliezen Energie berekenen :: Vorming energiecoördinatoren :: Brussels Hoofdstedelijk Gewest :: Leefmilieu Brussel, 15 may 2007 :: Lionel Wauters, Cenergie cvba 1. Transmissieverliezen 2. Ventilatieverliezen 3.

Nadere informatie

Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem

Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel VOET LEREN LEREN EN GOK Voet@2010 leren leren en thema s gelijke onderwijskansen Socio-emotionele ontwikkeling (1ste graad)

Nadere informatie

TOEGANKELIJK ONDERWIJS Universal Design for Learning. Leerlingen zijn verschillend! Diversiteit is de realiteit! Uitdaging voor elke leerkracht

TOEGANKELIJK ONDERWIJS Universal Design for Learning. Leerlingen zijn verschillend! Diversiteit is de realiteit! Uitdaging voor elke leerkracht TOEGANKELIJK ONDERWIJS Universal Design for Learning Bjorn Carreyn Filip Dehaene Hendrik Despiegelaere Mieke Theys Leerlingen zijn verschillend! Diversiteit is de realiteit! Uitdaging voor elke leerkracht

Nadere informatie

Energieboekhouding BRISE. Thomas Deville. Facilitator Duurzame gebouwen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Energieboekhouding BRISE. Thomas Deville. Facilitator Duurzame gebouwen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Energieboekhouding BRISE Thomas Deville Facilitator Duurzame gebouwen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Doelstelling(en) van de presentatie Het belang van de invoering van een energieboekhouding

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Profeetstraat nummer 43 bus bestemming eengezinswoning type gesloten bebouwing bouwjaar 1921 softwareversie 9.7.1 berekende energiescore

Nadere informatie

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs 1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een

Nadere informatie

Opleiding. Orthopedagogie. Code + officiële benaming van de module. E2 Samenwerkingsvaardigheden 2. Academiejaar 2015-2016. Semester.

Opleiding. Orthopedagogie. Code + officiële benaming van de module. E2 Samenwerkingsvaardigheden 2. Academiejaar 2015-2016. Semester. Opleiding Orthopedagogie Code + officiële benaming van de module E2 Samenwerkingsvaardigheden 2 Academiejaar 2015-2016 Semester 1 Studieomvang 3 studiepunten Totale studietijd 60 Aantal lestijden 40 Aandeel

Nadere informatie

GLASISOLATIE Algemeen Inleiding

GLASISOLATIE Algemeen Inleiding GLASISOLATIE Algemeen Zelf energie opwekken en een dak isoleren met een groen dak zijn prachtige methodes om te verduurzamen. Tijdens de uitvoer van onze werkzaamheden werden wij geregeld geconfronteerd

Nadere informatie

innovation in insulation

innovation in insulation warmte vocht geluid 2.000 / BW / 07-2003 Bergman Grafimedia Deze uitgave is met de meeste zorg samengesteld. Eventuele wijzigingen en zetfouten ten alle tijde voorbehouden. Warmte Inleiding In de hedendaagse

Nadere informatie

245 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

245 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Batavia 7 bus 3 2000 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwar 2005 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²ar): 245 De energiescore laat toe om de heid van appartementen

Nadere informatie

Flyer Intervisie. Intervisie is vooral taakgericht en resultaatgericht werken met collega s ter optimalisering van de werkzaamheden van alledag.

Flyer Intervisie. Intervisie is vooral taakgericht en resultaatgericht werken met collega s ter optimalisering van de werkzaamheden van alledag. Flyer - Intervisie Wat is intervisie? Intervisie is vooral taakgericht en resultaatgericht werken met collega s ter optimalisering van de werkzaamheden van alledag. De volgende omschrijving van intervisie

Nadere informatie

Digitale tijdlijnen binnen PAV.

Digitale tijdlijnen binnen PAV. Digitale tijdlijnen binnen PAV. 11 doelgroep BaKO BaLO BaSO SLO tijdperspectief : week maand semester opleiding traject regulier werk opleidingsonderdeel: vak ped stage Uitdaging Doel Aanpak/oplossing

Nadere informatie

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015 Examenprogramma NLT vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen en technologie

Nadere informatie

Curriculum mapping als wegwijzer voor docent en opleiding

Curriculum mapping als wegwijzer voor docent en opleiding Curriculum mapping als wegwijzer voor docent en opleiding Nicole Totté Ann Pittomvils Dienst Onderwijsprofessionalisering en ondersteuning KU Leuven 14 september Samenhang Hoe helder verwoorden wat de

Nadere informatie

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2):

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2): certificaatnummer 20110627-0000869054-00000007-9 straat Wijngaardstraat nummer 39 bus bestemming type eengezinswoning gesloten bebouwing softwareversie 1.3.3 berekend energieverbruik (kwh/m 2): Het berekende

Nadere informatie

Artikel 1 Definities Artikel 2 Subsidiebedragen

Artikel 1 Definities Artikel 2 Subsidiebedragen SUBSIDIEREGLEMENT Subsidie voor de plaatsing van een thermische zonne-installatie, vloerisolatie, muurisolatie, dak- en zoldervloerisolatie, superisolerende beglazing, een condensatieketel op aardgas of

Nadere informatie

Van Doelstelling, naar leeractiviteit naar werkvorm

Van Doelstelling, naar leeractiviteit naar werkvorm wwwexpertisecentrum-kunsttheorienl Van Doelstelling, naar leeractiviteit naar werkvorm Dit collegevoorbeeld/lesvoorbeeld laat twee verschillende werkvormen zien, een werkvorm die gericht is op lagere orde

Nadere informatie

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media Titel: Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media Vakcode: LWX999B10 Opleiding: Kunsten, Cultuur en Media Studiefase: Bachelor 3 e jaar/ KCM Major Periode:

Nadere informatie

PEDAGOGISCHE OPLEIDING THEORIE

PEDAGOGISCHE OPLEIDING THEORIE PEDAGOGISCHE OPLEIDING THEORIE September 2012 INHOUDSOPGAVE Woord vooraf... 6 Hoofdstuk 1: Communicatie en feedback... 7 1.1 De roos van Leary... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1.1.1 Acht leraarstypen...

Nadere informatie

STUDIE. optimalisatie van de isolatieschil bij het geothermiehuis

STUDIE. optimalisatie van de isolatieschil bij het geothermiehuis STUDIE optimalisatie van de isolatieschil bij het geothermiehuis Pagina 1 van 11 Inhoud 1. Plannen gebouw met EPB vloeroppervlakte 239,41 m²... 2 2. Het verhaal van de totale energievraag en energievraag

Nadere informatie

De cursist moet geen opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen.

De cursist moet geen opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen. Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel: COMMUNICATIEVAARDIGHEID Code: 10368 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 à 90 uur Deliberatie: mogelijk

Nadere informatie

Commissie Benchmarking Vlaanderen

Commissie Benchmarking Vlaanderen Commissie Benchmarking Vlaanderen 023-0170 Bijlage I TOELICHTING 17 Bijlage I : WKK ALS ALTERNATIEVE MAATREGEL 1. Inleiding Het plaatsen van een WKK-installatie is een energiebesparingsoptie die zowel

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 60

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 60 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Marketing Module Management & Organisatie Code C2 Lestijden 60 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen vrijstelling

Nadere informatie

ECTS-fiche. Graduaat Sociaal-cultureel werk

ECTS-fiche. Graduaat Sociaal-cultureel werk ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Graduaat Sociaal-cultureel werk Module Groepswerk Code Bc2 Lestijden 40 Studiepunten Ingeschatte totale 60 studiebelasting (in uren) 1 2.Inhoud Als sociaal-cultureel

Nadere informatie

Bedrijfsspel Ecoman² Vakoverschrijdend Project Ondernemen

Bedrijfsspel Ecoman² Vakoverschrijdend Project Ondernemen Bedrijfsspel Ecoman² Vakoverschrijdend Project Ondernemen www.ecoman.be ONDERNEMEN IN DE PRAKTIJK VOOR LAATSTEJAARS SECUNDAIR Academiejaar 2009-2010 De perfecte invulling van de vrije ruimte, de geïntegreerde

Nadere informatie

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Bert Slof, Gijsbert Erkens & Paul A. Kirschner Als docenten zien wij graag dat leerlingen zich niet alleen de

Nadere informatie

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal Vakbeschrijvingen derde jaar EBM: In het derde jaar volg je enkele verdiepende vakken, schrijf je de bachelorscriptie en heb je een vrije keuzeruimte. Je kunt deze ruimte invullen met keuzevakken (o.a.

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Maatschappelijk werk Module Geïntegreerde competentieverwerving 3. Lestijden 40

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Maatschappelijk werk Module Geïntegreerde competentieverwerving 3. Lestijden 40 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Graduaat Maatschappelijk werk Module Geïntegreerde competentieverwerving 3 Code Ad3 Lestijden 40 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale 120 studiebelasting (in uren)

Nadere informatie

227 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

227 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Louis Dhont 24 bus 9 9800 gemeente Deinze bestemming appartement type - bouwar 1994 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²ar): 227 De energiescore laat toe om de heid van

Nadere informatie

op (afnemende) sturing Een interventie gericht op docenten bij het opleiden en begeleiden van studenten naar zelfstandig beroepsbeoefenaars.

op (afnemende) sturing Een interventie gericht op docenten bij het opleiden en begeleiden van studenten naar zelfstandig beroepsbeoefenaars. op (afnemende) sturing Een interventie gericht op docenten bij het opleiden en begeleiden van studenten naar zelfstandig beroepsbeoefenaars. Auteur: Anneke Lucassen Zelfevaluatie begeleiden bij zelfstandig

Nadere informatie

Na-isolatie van spouwmuren premies en communicatie 2012

Na-isolatie van spouwmuren premies en communicatie 2012 Na-isolatie van spouwmuren premies en communicatie 2012 7 februari 2012 Geert Flipts Energierenovatieprogramma 2020 Prioriteiten: dak/glas/verwarming/muur Premies 2011 bestaande woningen Ruim 60.000 dakisolatiepremies

Nadere informatie

Het ENERGIEPRESTATIEPEIL (E-peil) en het ISOLATIEPEIL (K-peil) van gebouwen.

Het ENERGIEPRESTATIEPEIL (E-peil) en het ISOLATIEPEIL (K-peil) van gebouwen. Het ENERGIEPRESTATIEPEIL (E-peil) en het ISOLATIEPEIL (K-peil) van gebouwen. Inhoud _ Eisen op het niveau van Energieprestatie en Binnenklimaat _ K-peil of isolatiepeil van gebouwen _ E-peil of energieprestatiepeil

Nadere informatie

luisteren: ET 4, 6 spreken: ET 15, 18, 23 lezen: ET 10, 12 schrijven: ET 28, 30, 31, 34 mondelinge interactie: 24, 27

luisteren: ET 4, 6 spreken: ET 15, 18, 23 lezen: ET 10, 12 schrijven: ET 28, 30, 31, 34 mondelinge interactie: 24, 27 TABASCO Oriëntatie + voorbereiden Leercoach Leerlingen Iemand voorstellen (schriftelijk en mondeling) Leerplandoelstellingen kiezen functionele kennis: - woordvelden: 35.1.1 en 35.1.2 en 35.1.3 - grammatica:

Nadere informatie

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding artikel Zone Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding Op de pabo van de Hogeschool van Amsterdam bestaat sinds 2009 de mogelijkheid voor studenten om een OGOspecialisatie te volgen. Het idee achter het

Nadere informatie

285 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

285 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Franslaan 123 bus 3 8620 gemeente Nieuwpoort bestemming appartement type - bouwar 1994 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²ar): 285 De energiescore laat toe om de heid

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie

energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie energieprestatiecertificaat straat Hoogstraat nummer 570 bus postnummer 9235 gemeente Fruitrode bestemming eengezinswoning type open bebouwing softwareversie 1.0 berekend energieverbruik (kwh/m²): 380

Nadere informatie

Leerplanschema Minor Psychologie

Leerplanschema Minor Psychologie Minor Psychologie 1 Inleiding Waarom houden mensen zich niet aan dieetvoorschriften? Hoe kan ik ze dan stimuleren om dat wel te doen? Hoe kan ik teamsporters leren om beter om te gaan met zelfkritiek?

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Eugeen Leenlaan 3 bus 12 3500 gemeente Hasselt bestemming appartement type - bouwjaar 1978 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 406 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

Leerpaden in Toledo.

Leerpaden in Toledo. Leerpaden in Toledo. 16 doelgroep BaKO BaLO BaSO SLO tijdperspectief : week maand semester opleiding traject regulier werk opleidingsonderdeel: vak p e d stage Uitdaging Het is belangrijk dat studenten

Nadere informatie

VvE s met Energie. Onderzoek VvE Schiezicht 10 april 2014 Wouter van den Acker PKW

VvE s met Energie. Onderzoek VvE Schiezicht 10 april 2014 Wouter van den Acker PKW VvE s met Energie Onderzoek VvE Schiezicht 10 april 2014 Wouter van den Acker PKW Inhoud Het Energiemodel Bestaande situatie Trias Energetica Maatregelen Scenario s Hoe verder? Energieadvies voor Schiezicht

Nadere informatie

Programma van toetsing

Programma van toetsing Programma van toetsing Inleiding In samenwerking met onderwijskundige experts hebben we ons programma van toetsing ontworpen. Het programma van toetsing is gevarieerd en bevat naast kennistoetsen en beoordelingen

Nadere informatie

1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 2. Doel van de cursus NCZ

1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 2. Doel van de cursus NCZ 1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 De cursus niet-confessionele zedenleer (NCZ) in de opleiding leraar secundair onderwijsgroep 1 (LSO-1) sluit aan bij de algemene

Nadere informatie

MICROTEACHING: een kort lesfragment door een student gegeven aan medestudenten.

MICROTEACHING: een kort lesfragment door een student gegeven aan medestudenten. Inhouden en doelen van de opdrachten in de praktijkcomponent van de SLO en de GLO van BEO MICROTEACHING: een kort lesfragment door een student gegeven aan medestudenten. de student geeft 10 à 20 minuten

Nadere informatie

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement.

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. Belan rike toelichtin bi het E C attest! NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. De hoge score is meestal te wijien aan het teit dat er met elektdcileii verwarmd

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Kortrijksesteenweg nummer 132 bus 0103 bestemming appartement type - bouwjaar 2001 softwareversie 9.11.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar):

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Sociaal-cultureel werk. Lestijden 40

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Sociaal-cultureel werk. Lestijden 40 ECTS-fiche Opzet van de ECTS-fiche is om een uitgebreid overzicht te krijgen van de invulling en opbouw van de module. Er bestaat slechts één ECTS-fiche voor elke module. 1. Identificatie Opleiding Graduaat

Nadere informatie