MEN-1-syndroom. erfelijkheid en kanker

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MEN-1-syndroom. erfelijkheid en kanker"

Transcriptie

1 MEN-1-syndroom erfelijkheid en kanker

2 Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Goedaardige en kwaadaardige gezwellen 4 Het men-1-syndroom 6 De bijschildklieren 9 De alvleesklier 13 De hypofyse 16 De bijnieren 19 De maag, de longen en de thymus 21 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? 23 Erfelijkheidsonderzoek 27 Controle-onderzoeken 31 Overwegingen bij erfelijkheidsonderzoek 32 Maatschappelijke gevolgen 36 Wilt u meer informatie? 39 KWF Kankerbestrijding is in 1949 opgericht op initiatief van Koningin Wilhelmina. Koningin Beatrix is onze beschermvrouwe. Al ruim 55 jaar strijden we voor minder kanker, meer kans op genezing en een betere kwaliteit van leven voor alle kankerpatiënten en hun dierbaren. Overal waar we kunnen, gaan we actief de strijd tegen kanker aan. Door wetenschappelijk kankeronderzoek mogelijk te maken. Door het aanmoedigen van een gezonde leefstijl en door goede voorlichting te geven. En door ons in te zetten voor alle kankerpatiënten en hun dierbaren. KWF Geverslijn: ( 0,01/m) Giro KWF Kanker Infolijn (gratis) Is deze brochure ouder dan 3 jaar, informeer dan of er een nieuwe uitgave bestaat. KWF Kankerbestrijding, zomer

3 Voor wie is deze brochure? Deze brochure is bedoeld voor mensen die meer willen weten over het men-1-syndroom. Dit kan zijn omdat bij henzelf of bij familieleden men-1 of de aanleg daarvoor is vastgesteld of omdat zij erfelijkheidsonderzoek overwegen. Daarnaast is de brochure geschikt voor anderen die meer willen weten over het men-1-syndroom. Deze brochure geeft informatie over het men-1-syndroom en over wat u kunt doen als u vermoedt dat deze ziekte in uw familie voorkomt. De brochure begint met algemene informatie over goeden kwaadaardige gezwellen, gevolgd door een uitgebreide uitleg van het men-1-syndroom. In het tweede deel van deze brochure kunt u lezen hoe de erfelijke aanleg voor men-1 ontstaat, wat erfelijkheidsonderzoek is en welke gevolgen dergelijk onderzoek kan hebben. Misschien heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen. Als dat vragen zijn over uw eigen diagnose, behandeling of erfelijkheidsonderzoek, stel die dan aan uw eigen specialist(en). Het is aan te raden uw vragen vooraf op te schrijven, zodat u niets vergeet. Voor uw huisarts zullen vragen over uw ziekte waarschijnlijk moeilijk te beantwoorden zijn, omdat men-1 weinig voorkomt. Voor meer algemene vragen kunt u contact opnemen met de voorlichtingscentra die achter in deze brochure staan vermeld. Of kijk op Deze brochure is een uitgave van KWF Kankerbestrijding en is tot stand gekomen met medewerking van deskundigen uit verschillende beroepsgroepen en vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties. men-1 Het men-1-syndroom is een zeldzame erfelijke ziekte waarbij in diverse klieren en organen gezwellen ontstaan. De naam is een afkorting van Multipele Endocriene Neoplasie syndroom type 1. Dat betekent: een ziekte (= syndroom) die in verschillende (= multipele) hormoonproducerende organen (= endocriene) gezwellen (= neoplasie) doet ontstaan. men-2 Naast het men-1- syndroom bestaat ook een men-2- syndroom. Over het men-2- syndroom hebben we een aparte brochure beschikbaar. 3

4 Goedaardige en kwaadaardige gezwellen Bij het men-1-syndroom ontstaan gezwellen. Deze gezwellen zijn in het begin meestal goedaardig. Ze kunnen ook kwaadaardig zijn of worden: er is dan sprake van kanker. In dit hoofdstuk kunt u lezen wat het verschil is tussen goeden kwaadaardige gezwellen. Daarvoor moeten we eerst iets uitleggen over wat cellen zijn en hoe ze zich delen. Cellen Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden bouwstenen: de cellen. Voortdurend maakt ons lichaam nieuwe cellen om te groeien en om beschadigde en verouderde cellen te vervangen. Nieuwe cellen ontstaan door celdeling. 1. Goedaardig gezwel De cellen van het gezwel dringen omliggend weefsel niet binnen. Celdeling Bij celdeling ontstaan uit één cel twee nieuwe cellen, uit deze twee cellen ontstaan er vier, dan acht, enzovoort. Gewoonlijk regelt het lichaam de celdeling goed. Elke celkern bevat informatie die de cel een signaal geeft wanneer zij moet gaan delen en wanneer zij daar weer mee moet stoppen. Deze informatie ligt vast in onze genen en wordt doorgegeven van ouder op kind. Dit erfelijk materiaal (dna) komt voor in de kern van elke lichaamscel. Gezwellen Als het dna van cellen beschadigd wordt, kunnen cellen worden aangezet tot overmatige celdeling. Hierdoor ontstaan gezwellen. 2. Kwaadaardige tumor De cellen dringen omliggend weefsel wel binnen. Goed- en kwaadaardige gezwellen Er zijn goedaardige en kwaadaardige gezwellen. Alleen bij kwaadaardige gezwellen of tumoren is er sprake van kanker. Tumor is een ander woord voor gezwel. Goedaardige tumoren, bijvoorbeeld wratten of vetbultjes, groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Wél kan zo n goedaardige tumor tegen omliggende weefsels of organen drukken. Dit kan een reden zijn om de tumor te verwijderen. 4

5 Bij kwaadaardige tumoren zijn de regelmechanismen dermate beschadigd, dat het lichaam de celdeling niet meer onder controle krijgt en het gezwel doorgroeit. Een kwaadaardige tumor kan omliggende weefsels en organen opzij drukken, kan er in binnen groeien en kan uitzaaien. Uitzaaiingen Van een kwaadaardige tumor kunnen cellen losraken. Die kankercellen kunnen via het bloed en/of de lymfe elders in het lichaam terechtkomen en ook daar uitgroeien tot gezwellen. Dit zijn uitzaaiingen (metastasen). Dus, als iemand met het men-1-syndroom een kwaadaardige tumor in de alvleesklier heeft en (later) ook een tumor in de lever krijgt, gaat het meestal niet om leverkanker, maar om alvleesklierkankercellen in de lever. Deze worden ook als alvleesklierkanker behandeld. 5

6 Het men-1-syndroom Syndroom men-1 is een erfelijk syndroom. Een syndroom betekent dat bepaalde, verschillende ziekteverschijnselen vaak met elkaar samengaan. Overige uitingen van men-1 Bij veel men-1- patiënten komen kleine goedaardige gezwellen voor in bijvoorbeeld het onderhuids vetweefsel (lipomen), in bindweefsel (collagenomen) en in het spierweefsel van de slokdarm, longen en baarmoeder (leiomyomen). Ook komen bloedvatrijke huidgezwellen (angiofibromen) voor. In Nederland hebben naar schatting 350 tot 400 mensen het men-1-syndroom. De ziekte ontstaat door een erfelijke aanleg. Het men-1-syndroom komt daarom meestal bij meer familieleden en in verschillende generaties voor. Het syndroom komt doorgaans tot uiting tussen 5- en 65-jarige leeftijd. Bij men-1 ontstaan gezwellen in klieren, organen en weefsels die hormonen produceren. Hormonen zijn stoffen die via het bloed 'signalen' afgeven. Ze beïnvloeden de werking van bepaalde organen of processen in ons lichaam. Een hormoonproducerende (= endocriene) klier is bijvoorbeeld de alvliesklier. De alvleesklier produceert insuline, een hormoon dat de suikerstofwisseling in ons lichaam regelt. Andere hormoonproducerende klieren zijn bijvoorbeeld de bijschildklieren en de bijnieren. Gezwellen die in zulke klieren, organen of weefsels ontstaan, zijn woekeringen van hormoonproducerende cellen. Deze gezwellen produceren daarom vaak hormonen. Daardoor kan bij men-1 een overproductie van bepaalde hormonen ontstaan. Bij het men-1-syndroom ontstaan er meestal gezwellen in meer dan een klier, orgaan of weefsel. Dit gebeurt vooral in de bijschildklieren, de alvleesklier, de hypofyse en de bijnieren. Daarnaast kunnen zich ook gezwellen ontwikkelen in de maag, de longen en de thymus (= zwezerik, een klein orgaantje tussen luchtpijp en borstbeen). Hoewel de tumoren bij men-1 soms gelijktijdig op verschillende plaatsen ontstaan, gebeurt dat onafhankelijk van elkaar. Als u een tumor in een bepaalde klier heeft, wil dat dus niet altijd zeggen dat er ook een tumor in een andere klier zal (zijn) ontstaan. 6

7 De klachten zijn afhankelijk van de klieren, organen en weefsels die zijn aangetast. De tumoren die bij men-1 ontstaan, zijn lang niet altijd kwaadaardig (zie pagina 4). Wel hebben vooral tumoren in de alvleesklier, de thymus of de maag de neiging om kwaadaardig te worden. Zowel kwaadaardige als goedaardige tumoren bij men-1 moeten behandeld worden. Voor goedaardige tumoren geldt dit vooral omdat ze (ernstige) klachten en complicaties kunnen veroorzaken Plaatsen waar men-1 kan voorkomen 1. hypofyse 2. bijschildklieren 3. thymus 4. longen 5. bijnieren 6. maag 7. alvleesklier 7

8 Endocrinoloog Een endocrinoloog is een internist die gespecialiseerd is in ziekten van hormoonproducerende organen. Gespecialiseerd centrum men-1 is een zeldzaam voorkomende en ingewikkelde ziekte. Het is belangrijk dat onderzoek, eventuele behandeling en controle-onderzoeken plaatsvinden in een ziekenhuis waar specialisten werken die ervaring hebben met dit syndroom. Diagnose De diagnose 'men-1-syndroom' wordt gesteld aan de hand van de ziekteverschijnselen. Voor de specialist (een endocrinoloog) is het daarvoor ook belangrijk om te weten of men-1 vaker in de familie voorkomt. Wanneer men-1 al bij andere familieleden voorkomt, stelt de endocrinoloog bij iemand de diagnose men-1 als deze persoon twee van de belangrijkste kenmerken (tumoren) van het syndroom heeft. Wanneer men-1 in de familie (nog) niet bekend is, stelt de endocrinoloog de diagnose men-1 als iemand drie verschillende gezwellen heeft die passen bij het men-1- syndroom. In de volgende hoofdstukken leest u in welke organen tumoren kunnen ontstaan en wat voor klachten zij kunnen veroorzaken. Per orgaan kunt u lezen welk onderzoek nodig kan zijn en waaruit de behandeling kan bestaan. Om bepaalde informatie niet steeds te herhalen, wordt soms verwezen naar eerdere pagina's. 8

9 De bijschildklieren Het menselijk lichaam heeft vier bijschildklieren. Ze liggen vóór in de hals, dicht bij de schildklier. De bijschildklieren produceren bijschildklierhormoon (pth). pth regelt het kalkgehalte in het bloed door kalkopname uit de botten en het voedsel te bevorderen en de uitscheiding van kalk in de urine te remmen. Bij de meeste mensen met het men-1-syndroom ontstaan een of meer tumoren in de bijschildklieren. Bij ongeveer de helft gebeurt dit vóór het vijfentwintigste levensjaar. Rond het vijftigste levensjaar hebben bijna alle mensen met men-1 (90%) een of meer tumoren in de bijschildklieren. Deze - doorgaans goedaardige - tumoren veroorzaken een overproductie van het bijschildklierhormoon, ofwel hyperparathyreoïdie. Door die overproductie raakt het kalkgehalte in het bloed verhoogd. Het is vaak het eerste symptoom van het men-1-syndroom De schildklier en bijschildklieren 1. bijschildklieren 2. schildklier 9

10 Klachten Klachten door overproductie van bijschildklierhormoon ontstaan meestal heel geleidelijk. De belangrijkste zijn: vermoeidheid en zwakte; spierpijn; botpijn; verminderde eetlust; misselijkheid en braken; moeilijke stoelgang; hoge bloeddruk; neerslachtigheid. Als het bijschildklierhormoongehalte in het bloed lang hoog blijft, wordt steeds meer kalk aan de botten onttrokken. Daardoor worden de botten broos en neemt het risico op botbreuken toe. Ook kan het hoge kalkgehalte van het bloed de nieren laten verkalken en nierstenen veroorzaken, waardoor de nieren slechter gaan werken. Daarom is behandeling nodig. Meestal verdwijnen de klachten na de behandeling. Onderzoek Bij klachten of aanwijzingen voor een tumor in een of meer bijschildklieren, kunnen de volgende onderzoeken nodig zijn: Bloedonderzoek Hierbij worden het kalkgehalte en de hoeveelheid bijschildklierhormoon (pth) in het bloed gemeten. Verhoogde waarden wijzen erop dat de bijschildklieren te hard werken, mogelijk als gevolg van een tumor in een of meer bijschildklieren. Echografie Dit is een onderzoek met behulp van geluidsgolven. Deze golven zijn niet hoorbaar, maar de weerkaatsing (echo) ervan maakt organen en/of weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Een eventuele tumor in de bijschildklieren kan zo in beeld worden gebracht. Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoektafel. Nadat op uw huid een gelei is aangebracht, wordt daarover een klein apparaat bewogen dat geluidsgolven uitzendt. 10

11 De afbeeldingen op het beeldscherm kunnen op foto s worden vastgelegd. Bij onderzoek naar de bijschildklieren wordt meestal de zogenoemde doppler-echografie toegepast. Hierbij kan ook de stroomsnelheid in bloedvaten worden vastgesteld. Veranderingen in die snelheid kunnen wijzen op een afwijking in het bloedvat, veroorzaakt door een tumor. Echografie is een eenvoudig, niet belastend onderzoek. Nucleair onderzoek Dit is een onderzoek waarmee zichtbaar te maken is waar de bijschildkliertumor(en) exact zit- (ten). Voor nucleair onderzoek krijgt u via een ader in uw arm een radioactieve stof toegediend. Tumorcellen nemen deze stof sneller op dan gewone cellen. Een speciale camera kan de radioactiviteit die eventuele tumoren uitstralen in beelden omzetten. De gebruikte hoeveelheid radioactiviteit is zo gering, dat deze niet schadelijk is voor uw gezondheid of die van anderen. Gedurende de wachttijd tussen de injectie en het maken van de foto s kunt u eventueel naar buiten en/of naar huis. De radioactieve stof is binnen enkele dagen uit uw lichaam verdwenen. ct-scan (computertomografie) Een computertomograaf is een apparaat waarmee organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Bij het maken van een ct-scan wordt gelijktijdig gebruikgemaakt van röntgenstraling en een computer. Het apparaat heeft een ronde opening waar u, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto s waarop telkens een ander plakje van het orgaan of weefsel staat afgebeeld. Deze dwarsdoorsneden geven een beeld van de plaats, grootte en uitgebreidheid van een mogelijke tumor. Vaak is een contrastvloeistof nodig. Meestal krijgt u deze vloeistof tijdens het onderzoek in een bloedvat van uw arm gespoten. Contrastvloeistof kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken. Sommige mensen worden er een beetje misselijk van. Om ervoor te zorgen dat u hier zo min 11

12 mogelijk last van heeft, is het advies enkele uren voor het onderzoek niet te eten en te drinken. mri (Magnetic Resonance Imaging) Bij deze onderzoeksmethode wordt gebruikgemaakt van een magneetveld in combinatie met radiogolven en een computer. De techniek maakt dwars- of lengtedoorsneden van het lichaam zichtbaar, waardoor een eventuele tumor in beeld komt. Tijdens dit onderzoek ligt u in een soort koker. Sommige mensen ervaren het onderzoek daardoor als benauwend. Een mri-apparaat maakt nogal wat lawaai. Hiervoor krijgt u oordopjes in; soms kunt u naar (uw eigen) muziek luisteren. Via de intercom blijft altijd contact bestaan tussen u en de laborant, die tijdens het onderzoek in een andere ruimte is. Soms wordt tijdens het onderzoek via een ader in uw arm een contrastvloeistof toegediend. Behandeling en verloop Als de onderzoeken een of meer tumoren in de bijschildklieren aantonen, dan moeten de bijschildklieren geheel of gedeeltelijk worden weggenomen. Wanneer alle vier de bijschildklieren worden verwijderd, plaatst de chirurg meestal een deel van één van de bijschildklieren in de onderarm. Op die plaats kan dat stukje klierweefsel hormoon aanmaken en dus de functie van de bijschildklieren overnemen. Na de operatie kan het kalkgehalte in het bloed te laag zijn. In dat geval krijgt u vitamine d en/of kalktabletten om het tekort aan te vullen. 12

13 De alvleesklier De alvleesklier (ofwel pancreas) is een langgerekte klier die boven in de buikholte ligt, achter de maag. De alvleesklier produceert spijsverteringssappen (enzymen) en een aantal hormonen (in de zogenoemde eilandjes van Langerhans). Bij ongeveer 70% van de mensen met men-1 komen tumoren in de alvleesklier voor. Meestal zijn tumoren in de alvleesklier goedaardig. Maar ze kunnen wel kwaadaardig worden. 5. De alvleesklier Soorten tumoren en klachten Bij men-1 kunnen verschillende soorten tumoren in de alvleesklier ontstaan. Gastrinomen Dit zijn tumoren die het hormoon gastrine produceren. Gastrine stimuleert de maag om maagzuur te maken. Gastrinomen veroorzaken een teveel aan maagzuur. Dit wordt ook wel het Zollinger-Ellison-syndroom genoemd. Gastrineproducerende tumoren kunnen ook voorkomen net buiten de alvleesklier, in de twaalfvingerige darm (een deel van de dunne darm). 13

14 Bij het merendeel van de men-1-patiënten die tumoren in de alvleesklier hebben, gaat het om gastrinomen. Gastrinomen hebben de neiging tot uitzaaien. Insulinomen Dit zijn tumoren die insuline produceren. Insuline voorkomt dat het suikergehalte van het bloed te hoog wordt. Maar door een teveel aan insuline kan het bloedsuikergehalte te laag worden, vooral als iemand een tijd niet heeft gegeten. Dit kan klachten veroorzaken als vermoeidheid, dubbelzien, transpireren, hartkloppingen, verwardheid, ander (vreemd) gedrag, verminderd bewustzijn en flauwvallen. In het ernstigste geval kan bewusteloosheid optreden. Sommige mensen krijgen bij een te laag bloedsuikergehalte last van spiertrekkingen (epileptische aanvallen), maar dit is zeldzaam. Bij (ernstige) klachten ten gevolge van lage bloedsuikergehalten is behandeling van de tumor noodzakelijk. Glucagonomen Dit zijn tumoren die het hormoon glucagon produceren. De werking van glucagon is tegenovergesteld aan die van insuline: glucagon voorkomt een te laag bloedsuikergehalte. Een teveel aan glucagon maakt het bloedsuikergehalte te hoog. Suikers worden dan onttrokken aan onder meer de spieren en de huid. Dit kan klachten veroorzaken als huidafwijkingen (roodheid en zweren van de huid), vermoeidheid, maag- en darmklachten (door zweren van het slijmvlies in maag en darm) en diabetes. pp-omen Dit zijn tumoren die het hormoon pancreatisch polypeptide produceren. Dit hormoon remt de uitscheiding van spijsverteringssappen door de alvleesklier en de uitscheiding van gal door de galblaas. pp-omen veroorzaken zelden klachten. Als er een verhoogde concentratie van dit hormoon is, kan dat wijzen op een tumor. 14

15 Onderzoek Bij klachten of aanwijzingen voor een tumor in de alvleesklier kunnen de volgende onderzoeken nodig zijn: Bloedonderzoek meting van de hoeveelheden suiker en alvleesklierhormonen. Echografie zie pagina 10. ct-scan zie pagina 11. mri zie pagina 12. Nucleair onderzoek zie pagina 11. Maaltijdtest Dit is een onderzoek naar de productie van gastrine. Veertig minuten na het nuttigen van een maaltijd met vastgestelde hoeveelheden, wordt het gastrinegehalte in het bloed bepaald. Behandeling en verloop De behandeling is afhankelijk van de soort tumor in de alvleesklier en het specifieke hormoon dat deze tumor produceert. Bij een verhoogd gastrinegehalte schrijft de arts medicijnen voor die de overproductie van maagzuur tegengaan. Die medicijnen voorkomen het ontstaan van maagzweren, die na verloop van tijd de maag- of darmwand ernstig kunnen beschadigen. Bij insulinomen, of wanneer een tumor in de alvleesklier groot is of duidelijk groeit, wordt een operatie aangeraden. Daarbij verwijdert de chirurg een deel van de alvleesklier. Soms zaait een tumor uit, bijvoorbeeld naar de lever. Zo'n uitzaaiing groeit echter zeer langzaam, zodat iemand er oud mee kan worden. Eventueel is bij uitzaaingen de ziekte te remmen of zijn de klachten te verminderen door het toepassen van chemotherapie. Dit noemt men een palliatieve behandeling. 15

16 De hypofyse De hypofyse is een klein orgaan dat onder aan de hersenen hangt. Het wordt daarom ook wel het hersenaanhangsel genoemd. De hypofyse bestaat uit twee delen die samen een aantal hormonen produceren. Deze hormonen regelen de werking van enkele andere organen in het lichaam, zoals de schildklier, de bijnieren, de borstklieren en de geslachtsorganen. Ook reguleert de hypofyse via het groeihormoon de groei van het lichaam. De hypofyse Bij ongeveer 40% van de mensen met het men-1-syndroom ontstaat een tumor in de hypofyse, waardoor deze te veel van een of meer hormonen gaat produceren. Meestal gaat het om een prolactinoom: een tumor die prolactine produceert. Prolactine regelt bij vrouwen na de bevalling de productie van melk. Soms ontstaat een tumor uit hypofysecellen die groeihormoon maken. Groeihormoon bevordert onder normale omstandigheden de groei van het lichaam en is vooral belangrijk tijdens de puberteit. Klachten Bij vrouwen kan een prolactinoom de menstruatiecyclus verstoren en spontaan de melkproductie op gang brengen. Bij mannen kan een prolactinoom de zin in seks, de potentie 16

17 en de vruchtbaarheid doen afnemen. Ook kan een prolactinoom op andere hormoonproducerende cellen drukken. Dat kan tot gevolg hebben dat andere klieren of organen te weinig hormonen (bijvoorbeeld geslachtshormonen, groeihormonen, schildklierhormonen of bijnierschorshormoon) aanmaken. Kinderen kunnen daardoor bijvoorbeeld een groeistilstand krijgen of laat in de pubertijd komen. Een teveel aan groeihormoon komt vrij weinig voor. Dit ziektebeeld, ook wel acromegalie genoemd, veroorzaakt bij volwassenen een toenemende omvang van hoofd, kaken, handen en voeten. Ook ontstaan er meer zweetklieren, waardoor iemand 's nachts meer transpireert. Door een dikker wordend gehemelte gaan mensen s nachts (meer) snurken. Ook vermoeidheid komt voor als klacht. Net boven de hypofyse bevinden zich de oogzenuwen. Door de groei van een hypofysetumor kunnen deze bekneld raken. Dat kan stoornissen in het gezichtsveld tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een versmalling van het blikveld of hoofdpijn. Een verandering in het gezichtsveld is een belangrijke aanwijzing voor gezwelvorming in de hypofyse. Onderzoek Bij klachten of aanwijzingen voor een tumor in de hypofyse kunnen de volgende onderzoeken nodig zijn: Bloedonderzoek meting van de hoeveelheden hypofysehormonen. mri zie pagina 12. ct-scan zie pagina 11. Nucleair onderzoek zie pagina 11. Behandeling en verloop men-1-tumoren in de hypofyse zijn meestal goedaardig. Bij een prolactinoom is een behandeling met medicijnen die de hormoonproductie tegengaan (antihormoon) meestal voldoende. 17

18 Brochure In onze gratis brochure Radiotherapie kunt u meer lezen over deze behandelmethode. Als de tumor invloed heeft op het gezichtsveld of groeihormoon aanmaakt, kan een operatie nodig zijn. Dan wordt de tumor uit de hypofyse verwijderd. Na de operatie is de werking van de hypofyse soms verminderd. Het is dan nodig om hormonen ter aanvulling te gebruiken. In sommige gevallen groeit de tumor na de operatie toch weer aan. De artsen kunnen dan proberen om de tumor met bestraling te verkleinen. Bestraling (radiotherapie) is een plaatselijke behandeling met als doel de tumorcellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Het is een behandeling die bij kanker wordt toegepast, maar die ook bij goedaardige hypofysetumoren effect kan hebben. 18

19 De bijnieren De bijnieren liggen bovenop de nieren en bestaan uit twee delen: het bijniermerg en de bijnierschors. De bijnierschors geeft onder invloed van acth (een hormoon uit de hypofyse) onder meer cortisol af aan het bloed. Cortisol beïnvloedt de water- en zouthuishouding in het lichaam, de suikerstofwisseling, de bloeddruk, de nierfunctie, de spieren, de groei en de reactie op stress. Bij circa 25 tot 40% van de men-1-patiënten ontstaan tumoren in de bijnierschors. Deze tumoren, die vrijwel altijd goedaardig zijn, gaan vaak samen met tumoren in de alvleesklier De nieren en bijnieren 1. bijnieren 2. nieren Klachten Meestal produceren bijnierschorstumoren bij men-1 geen hormonen en veroorzaken ze weinig klachten. Soms maken ze echter de hormonen cortisol of acth aan. Hierdoor kan het zogenoemde Cushing-syndroom ontstaan. De belangrijkste verschijnselen hiervan zijn: gewichtstoename, een opgeblazen gezicht, bloeddrukverhoging, een verhoogd 19

20 bloedsuikergehalte, botontkalking, vermoeidheid en psychische klachten, vooral zwaarmoedigheid. Onderzoek Bij klachten of aanwijzingen voor een tumor in de bijnieren kunnen de volgende onderzoeken nodig zijn: Bloedonderzoek - meting van de hoeveelheden bijnierschorshormonen. Echografie - zie pagina 10. ct-scan - zie pagina 11. mri - zie pagina 12. Nucleair onderzoek - zie pagina 11. Behandeling en verloop Bijniertumoren moeten behandeld worden als de tumor een hormoon produceert en daardoor klachten veroorzaakt. Behandeling is ook nodig als de tumor groot is, duidelijk groeit of kwaadaardig is. Afhankelijk van de situatie worden een of beide bijnieren geheel of gedeeltelijk weggenomen. Als bij de operatie één bijnier behouden blijft, heeft de operatie geen gevolgen voor de hormoonproductie. Als beide bijnieren zijn verwijderd, moet u voortaan bijnierschorshormonen slikken. 20

21 De maag, de longen en de thymus In de maag, de longen en de thymus (zwezerik) bevinden zich cellen die hormonen en hormoonachtige stoffen produceren. Tumoren die uit deze cellen ontstaan, heten carcinoïdtumoren. Carcinoïdtumoren komen bij minder dan 10% van de mensen met het men-1-syndroom voor De maag, de longen en de thymus 1. thymus 2. longen 3. maag Klachten Klachten door een carcinoïdtumor ontstaan meestal pas als door tumorgroei andere weefsels in de knel komen. Bij een carcinoïdtumor in de thymus ontstaan vaak borstklachten (bijvoorbeeld pijn) en/of moeite met ademhalen. Onderzoek Bij klachten of aanwijzingen voor een carcinoïdtumor kunnen de volgende onderzoeken nodig zijn: Bloed- en urineonderzoek. Echografie van de thymus - zie pagina 10. ct-scan of mri van buik- en/of borstholte - zie pagina 11 en/of 12. Nucleair onderzoek - zie pagina

22 Behandeling en verloop Carcinoïdtumoren zijn vaak kwaadaardig. De behandeling kan bestaan uit een operatie, chemotherapie of bestraling. Omdat carcinoïdtumoren bij men-1 meestal weinig klachten veroorzaken en vaak pas in een laat stadium worden ontdekt, zijn de vooruitzichten meestal ongunstig. Met controle-onderzoeken wordt daarom geprobeerd om carcinoïdtumoren in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen (zie pagina 31). De thymus ligt vlak bij de bijschildklieren. Als in verband met een of meer bijschildkliertumoren de bijschildklieren worden verwijderd, kan de thymus uit voorzorg ook worden verwijderd. Zonder thymus is normaal te leven. 22

23 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. In de kern van onze lichaamscellen zitten 46 chromosomen: 23 van de vader en 23 van de moeder. Chromosomen bestaan uit lange strengen dna, die stevig opgerold zijn. In het dna is al onze erfelijke informatie opgeslagen. dna kunt u zich voorstellen als een lange, spiraalvormige, dubbele keten van miljoenen bouwstenen. DNA Bouwstenen 8. dna Genen De chromosomen zijn onderverdeeld in genen. Genen zijn lange stukken dna. Elk gen bevat informatie over een bepaalde erfelijke eigenschap. Er zijn onder andere genen die bepalen welke bloedgroep of kleur ogen u heeft. Genen informeren de lichaamscellen bovendien wanneer ze bepaalde taken moeten uitvoeren. Zo zijn er genen die de cellen aanzetten tot delen. Weer andere genen geven de cellen een signaal wanneer ze moeten stoppen met delen. Onze genen erven wij via de chromosomen van onze ouders. Van elk afzonderlijk gen hebben we twee exemplaren: één afkomstig van onze moeder en één van onze vader. Dit genetisch materiaal is samengekomen bij de bevruchting. In de samengesmolten eicel en zaadcel (de kiemcel) zit dus een dubbele genenset. Deze genenset zit in al onze lichaamscellen. 23

24 Verandering in een gen In de loop van het leven kan in een gen in een bepaalde cel een verandering (mutatie) ontstaan. Dit kan bij toeval gebeuren tijdens de normale celdeling. Maar ook door invloeden van buitenaf: in de huid bijvoorbeeld onder invloed van zonlicht en in de longen onder invloed van roken. Doorgaans herstellen reparatiegenen dergelijke dna-schade. Soms echter faalt dat beschermingssysteem en ontstaan er mutaties in de genen die de deling en groei van een cel regelen. Deze cel gaat zich dan overmatig delen, zodat een gezwel ontstaat. Dergelijke mutaties kunnen niet worden doorgegeven aan een volgende generatie en zijn dus niet erfelijk. Erfelijke verandering in het men-1-gen De oorzaak van het men-1-syndroom is een erfelijke mutatie in het men-1-gen. Dat gen regelt de aanmaak van het eiwit menine. De naam menine is afgeleid van men. Menine zorgt ervoor dat cellen zich niet delen als dat niet nodig is. Het men-1-gen is een zogenoemd tumorsuppressorgen: als het goed functioneert, onderdrukt het gen tumorgroei. Bij men-1 wordt door een mutatie van het men-1-gen onvoldoende werkzaam menine geproduceerd. Iedereen heeft in alle lichaamscellen twee men-1-genen: één is afkomstig van de vader en één van de moeder. Bij mensen met de aanleg voor het men-1-syndroom heeft één men-1-gen (dat van de vader óf de moeder) in alle lichaamscellen een mutatie. Dat wordt een kiembaanmutatie genoemd. Als door toeval in een bepaalde cel ook het andere men-1-gen schade oploopt, wordt tumorgroei in die cel niet meer onderdrukt. Iemand zonder een erfelijke mutatie heeft in geval van schade altijd nog een gezond men-1-gen dat de tumorgroei onderdrukt. Mensen met erfelijke aanleg voor men-1 hebben dat niet, en krijgen daarom bijna altijd een of meer men-1-tumoren. 24

25 Er zijn veel verschillende mutaties in het men-1-gen bekend die het men-1-syndroom veroorzaken. Hoe verloopt de overerving? De aanleg voor men-1 is dominant erfelijk. Dat wil zeggen dat een erfelijke mutatie in één van de twee men-1-genen de aanleg bepaalt. Mensen met de aanleg krijgen vrijwel altijd het men-1-syndroom, zowel mannen als vrouwen. Mannen en vrouwen met een erfelijke aanleg voor men-1 kunnen deze doorgeven aan hun kinderen. Elk kind van iemand met men-1 heeft 50% kans om de aanleg te erven. De kans dat dat niet gebeurt is dus ook 50%. De kans om de aanleg te erven is even groot voor zonen als voor dochters. Als eenmaal bekend is dat in een familie een genmutatie voorkomt, kan dna-diagnostiek (zie pagina 28) uitwijzen wie drager is en wie niet. Familieleden die de mutatie niet hebben, kunnen deze ook niet doorgeven aan hun kinderen. Zijzelf en hun eventuele kinderen hebben geen risico om men-1 te krijgen. Drager Wie bij de geboorte een mutatie in het men-1-gen in alle lichaamscellen heeft (een kiembaanmutatie), heeft een erfelijke aanleg voor het men-1-syndroom. Mensen met de kiembaanmutatie worden ook wel drager van het ziekmakende gen genoemd. Het gemuteerde gen kan worden doorgegeven aan de volgende generatie. 25

MEN-2-syndroom. erfelijkheid en kanker

MEN-2-syndroom. erfelijkheid en kanker MEN-2-syndroom erfelijkheid en kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Goedaardige en kwaadaardige gezwellen 4 Het men-2-syndroom 6 De schildklier 8 De bijnieren 12 De bijschildklieren 16 Hoe ontstaat

Nadere informatie

Erfelijkheid. Chirurgie / mammacare. Inhoudsopgave Pagina. Inleiding 2. Indicaties voor erfelijke aanleg 2. Hoe ontstaat erfelijke aanleg 3 BRCA 5

Erfelijkheid. Chirurgie / mammacare. Inhoudsopgave Pagina. Inleiding 2. Indicaties voor erfelijke aanleg 2. Hoe ontstaat erfelijke aanleg 3 BRCA 5 1/6 Chirurgie / mammacare Erfelijkheid Inhoudsopgave Pagina Inleiding 2 Indicaties voor erfelijke aanleg 2 Hoe ontstaat erfelijke aanleg 3 BRCA 5 Chek2-gen 5 Erfelijkheidsonderzoek 6 Erfelijke aanleg en

Nadere informatie

Erfelijke dikkedarmkanker: HNPCC. erfelijkheid en kanker

Erfelijke dikkedarmkanker: HNPCC. erfelijkheid en kanker Erfelijke dikkedarmkanker: HNPCC erfelijkheid en kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 hnpcc 4 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? 6 Erfelijkheidsonderzoek 10 Regelmatige controle-onderzoeken 15 Risicoverminderende

Nadere informatie

Erfelijke dikkedarmkanker: FAP. erfelijkheid en kanker

Erfelijke dikkedarmkanker: FAP. erfelijkheid en kanker Erfelijke dikkedarmkanker: FAP erfelijkheid en kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Familiaire Adenomateuze Polyposis (fap) 5 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? 8 Erfelijkheidsonderzoek 11 Regelmatige

Nadere informatie

Borstkanker en Erfelijkheid

Borstkanker en Erfelijkheid Borstkanker en Erfelijkheid Algemeen In Nederland wordt per ar bij ongeveer 10.000 vrouwen borstkanker vastgesteld. Het is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen: in Nederland krijgt 1 op de

Nadere informatie

Kanker van de baarmoeder

Kanker van de baarmoeder Kanker van de baarmoeder Endometriumcarcinoom Deze informatiebrochure is bestemd voor vrouwen met baarmoederkanker en hun omgeving. De brochure geeft u een antwoord op volgende vragen: Wat is baarmoederkanker?

Nadere informatie

Kanker in de familie. is het erfelijk?

Kanker in de familie. is het erfelijk? Kanker in de familie is het erfelijk? Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Hoe ontstaat kanker? 4 Kanker in de familie 6 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? 9 Erfelijke borst- en eierstokkanker 12 Erfelijke

Nadere informatie

Verzekeringen & erfelijkheid

Verzekeringen & erfelijkheid Verzekeringen & erfelijkheid U wilt een levens- of arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten? Hier vindt u de www.bpv.nl antwoorden op veelgestelde vragen over erfelijkheid en het aanvragen van een verzekering.

Nadere informatie

Kanker in de familie. is het erfelijk?

Kanker in de familie. is het erfelijk? Kanker in de familie is het erfelijk? Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Hoe ontstaat kanker? 4 Kanker in de familie 6 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? 9 Erfelijke borst- en eierstokkanker 12 Erfelijke

Nadere informatie

Erfelijk melanoom. erfelijkheid en kanker

Erfelijk melanoom. erfelijkheid en kanker Erfelijk melanoom erfelijkheid en kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Wat is kanker? 4 Kanker in de familie 6 Hoe ontstaat erfelijke aanleg? 7 Erfelijk melanoom 10 Erfelijkheidsonderzoek 12 Controle-onderzoek

Nadere informatie

Erfelijke borsten eierstokkanker. erfelijkheid en kanker

Erfelijke borsten eierstokkanker. erfelijkheid en kanker Erfelijke borsten eierstokkanker erfelijkheid en kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Erfelijke borst- en/of eierstokkanker 5 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? 7 Erfelijkheidsonderzoek 11 Overwegingen

Nadere informatie

Inhoud. Voor wie is deze brochure? pagina 3. Wat is kanker? pagina 4. Kanker in de familie pagina 6. Hoe ontstaat erfelijke aanleg?

Inhoud. Voor wie is deze brochure? pagina 3. Wat is kanker? pagina 4. Kanker in de familie pagina 6. Hoe ontstaat erfelijke aanleg? Inhoud Voor wie is deze brochure? pagina 3 Wat is kanker? pagina 4 Kanker in de familie pagina 6 Hoe ontstaat erfelijke aanleg? pagina 7 HNPCC pagina 9 Erfelijkheidsonderzoek pagina 11 Controle-onderzoek

Nadere informatie

Hoe informeer ik mijn familie bij erfelijke of familiaire aanleg voor kanker?

Hoe informeer ik mijn familie bij erfelijke of familiaire aanleg voor kanker? Hoe informeer ik mijn familie bij erfelijke of familiaire aanleg voor kanker? Brochure voor patiënten en familieleden Inhoud 1. Inleiding 2. Erfelijke en familiaire kanker 3. Waarom familie informeren?

Nadere informatie

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Wat is FAP? Familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is een erfelijke ziekte die zich kenmerkt door het ontstaan van honderden poliepen

Nadere informatie

Klinische Genetica. Erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting

Klinische Genetica. Erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting Klinische Genetica Erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting Klinische Genetica Inhoud Inleiding 3 Een verzoek om erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting 3 Wachten op de uitslag 3 Kosten 4 Het doel van

Nadere informatie

Inleiding In deze folder leest u meer over de diagnose maagkanker, de onderzoeken en de behandelmogelijkheden.

Inleiding In deze folder leest u meer over de diagnose maagkanker, de onderzoeken en de behandelmogelijkheden. MAAGKANKER 17852 Inleiding In deze folder leest u meer over de diagnose maagkanker, de onderzoeken en de behandelmogelijkheden. Maagkanker is een kwaadaardige tumor in de maag, het wordt ook wel maagcarcinoom

Nadere informatie

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Wat is FAP? Familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is een erfelijke ziekte die zich kenmerkt door het ontstaan van honderden poliepen

Nadere informatie

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen en 1,5% om eierstokkanker

Nadere informatie

Borstkanker. Celdeling

Borstkanker. Celdeling Borstkanker In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 12.000 vrouwen borstkanker (mammacarcinoom) ontdekt. Daarnaast wordt bij ongeveer 1.300 vrouwen in Nederland een voorstadium van borstkanker (ductaal

Nadere informatie

Kanker in het hoofd-halsgebied

Kanker in het hoofd-halsgebied Kanker in het hoofd-halsgebied Afdeling Keel- Neus- en Oorheelkunde Deze patiënteninformatie map is eigendom van: Naam: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: 10-2015-6094 Geachte... U heeft een bezoek gebracht

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Longkanker

Patiënteninformatie. Longkanker Patiënteninformatie Longkanker Inhoudsopgave Pagina Wat is longkanker? 4 Onderzoek en diagnose 4 De meest voorkomende onderzoeken. 5 Behandeling 7 De meest voorkomende behandelmethoden 8 Revalidatie 9

Nadere informatie

bijschildklieroperatie

bijschildklieroperatie bijschildklieroperatie U heeft een bijschildklier die te snel werkt. Een andere naam hiervoor is parathyreoïdectomie. Daarom heeft u met uw arts afgesproken dat u een operatie aan de bijschildklier krijgt.

Nadere informatie

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen en 1,5% om eierstokkanker

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

Hoe vaak komt een craniofaryngeoom voor? Een craniofaryngeoom komt bij een op de 300.000 kinderen voor.

Hoe vaak komt een craniofaryngeoom voor? Een craniofaryngeoom komt bij een op de 300.000 kinderen voor. Craniofaryngeoom Wat is een craniofaryngeoom? Een craniofaryngeoom is een relatief goedaardige hersentumor die ontstaat op een bepaald gebied in de hersenen uit speciaal weefsel wat het zakje van Ratke

Nadere informatie

Klinische Genetica. Plots overlijden

Klinische Genetica. Plots overlijden Klinische Genetica Plots overlijden Klinische Genetica Inleiding In uw familie zijn een of meerdere personen op jonge leeftijd plotseling overleden. Plots overlijden op jonge leeftijd heeft vaak met het

Nadere informatie

Zaadbalkanker. Urologie

Zaadbalkanker. Urologie Zaadbalkanker Urologie Inhoudsopgave 1. Inleiding...4 2. Wat is kanker?...5 3. Risicofactoren...6 4. Misverstanden...7 5. Stellen van de diagnose...9 6. Operatie... 10 7. Verder onderzoek... 12 9. Verloop

Nadere informatie

Borstsparende operatie bij borstkanker

Borstsparende operatie bij borstkanker Chirurgie Borstsparende operatie bij borstkanker www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Hoe ontstaat kanker?... 3 Voorbereiding op de operatie... 4 De opname... 4 De operatie... 4 Na de operatie... 5 Mogelijke

Nadere informatie

Operatie aan de bijschildklier(en)

Operatie aan de bijschildklier(en) Operatie aan de bijschildklier(en) Waarom een operatie Een operatie aan de bijschildklieren wordt gedaan, omdat één of meerdere bijschildklier(en) te hard werken, omdat deze vergroot zijn of omdat er sprake

Nadere informatie

kanker in de familie hoe zit het met erfelijkheid?

kanker in de familie hoe zit het met erfelijkheid? kanker in de familie hoe zit het met erfelijkheid? Inhoud Voor wie is deze brochure? pagina 3 Risico s, oorzaken en kanker pagina 4 Hoe ontstaat erfelijke aanleg? pagina 9 Erfelijke kanker pagina 12 Onderzoek

Nadere informatie

3.3 Borstkanker bij de man

3.3 Borstkanker bij de man 3.3 Borstkanker bij de man Bij u is zojuist de diagnose borstkanker vastgesteld. Alle patiënten die voor borstkanker worden behandeld in het Catharina-ziekenhuis ontvangen een Persoonlijke Informatie Map.

Nadere informatie

Plenaire opening. Themamiddag Wil ik het weten? En dan? 28 september 2013

Plenaire opening. Themamiddag Wil ik het weten? En dan? 28 september 2013 Plenaire opening Themamiddag Wil ik het weten? En dan? 28 september 2013 Opening door Anke Leibbrandt Iedereen wordt van harte welkom geheten namens de BVN en de programmacommissie erfelijkheid (betrokken

Nadere informatie

MRI (Magnetic Resonance Imaging) onderzoek

MRI (Magnetic Resonance Imaging) onderzoek MRI (Magnetic Resonance Imaging) onderzoek Wat is MRI? MRI is een afkorting van Magnetic Resonance Imaging. Dit is een moderne techniek, waarbij met een krachtig magneetveld in het lichaam kleine radiogolven

Nadere informatie

Klinische Genetica. Erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting

Klinische Genetica. Erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting Klinische Genetica Erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting Klinische Genetica Inhoud Inleiding 2 Een verzoek om erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting 2 Wachten op de uitslag 2 Het doel van erfelijkheidsonderzoek

Nadere informatie

Patiënten Informatie Brochure Erfelijkheidsonderzoek: Exoom Sequencing

Patiënten Informatie Brochure Erfelijkheidsonderzoek: Exoom Sequencing 2 Patiënten Informatie Brochure Erfelijkheidsonderzoek: Exoom Sequencing Algemene informatie Exoom Sequencing is een nieuwe techniek voor erfelijkheidsonderzoek. In deze folder vindt u informatie over

Nadere informatie

Erfelijkheidsonderzoek: Exoomsequencing

Erfelijkheidsonderzoek: Exoomsequencing Erfelijkheidsonderzoek: Exoomsequencing Exoomsequencing is een nieuwe techniek voor erfelijkheidsonderzoek. In deze folder vindt u informatie over dit onderzoek. De volgende onderwerpen komen aan bod:

Nadere informatie

Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra

Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra Medische Publieksacademie UMCG Thema: Dikkedarmkanker Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra (moleculair geneticus). Dikkedarmkanker is één van de meest voorkomende

Nadere informatie

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel BOTTUMOREN Om beter te kunnen begrijpen wat een bottumor juist is, wordt er in deze brochure meer uitleg gegeven over de normale structuur van het bot. Op die manier krijgt u een beter zicht op wat abnormaal

Nadere informatie

Inleiding. Wat is longkanker?

Inleiding. Wat is longkanker? Inleiding U wordt onderzocht omdat u mogelijk longkanker hebt. Of er is longkanker bij u vastgesteld. Dit is voor u een onzekere tijd, waarin er veel op u afkomt. U krijgt in korte tijd veel informatie

Nadere informatie

Verklarende Woordenlijst

Verklarende Woordenlijst 12 Verklarende Woordenlijst Gebaseerd op een woordenlijst die werd ontwikkeld door Londen IDEAS Genetic Knowledge Park aangepast volgens hun kwaliteitsnormen. Juli 2008 Vertaald door Mies Wits-Douw en

Nadere informatie

Bijschildklieroperatie. chirurgie

Bijschildklieroperatie. chirurgie Bijschildklieroperatie chirurgie Deze brochure geeft u informatie over de bijschildklieroperatie (parathyreoidectomie). Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan

Nadere informatie

Hoe wordt de diagnose gesteld? De diagnose wordt gesteld door de patholoog op basis van bij u afgenomen schildklierweefsel.

Hoe wordt de diagnose gesteld? De diagnose wordt gesteld door de patholoog op basis van bij u afgenomen schildklierweefsel. Schildklierkanker SCHILDKLIERKANKER Bij u is de diagnose schildklierkanker gesteld of een sterk vermoeden hierop. Voordat u verder gaat met lezen is het goed om te weten dat schildklierkanker in de meeste

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. Neuroblastoom. www.kinderneurologie.eu

Kinderneurologie.eu. Neuroblastoom. www.kinderneurologie.eu Neuroblastoom Wat is een neuroblastoom? Een neuroblastoom is een kwaadaardig kankergezwel (tumor) wat ontstaan is uit een bepaald type zenuwweefsel. Dit zenuwweefsel wordt het sympathische zenuwstelsel

Nadere informatie

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE onderdeel BORSTKANKER Inhoud Wat is borstkanker?... 3 Vormen van kanker... 4 DCIS... 4 Ductaal carcinoom... 4 Lobulair carcinoom... 4 Erfelijke en familiare belasting...

Nadere informatie

1 Algemeen 4. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 4. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 4

1 Algemeen 4. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 4. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 4 eierstokkanker Inhoud 1 Algemeen 4 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 4 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 4 5 Wat zijn de klachten bij eierstokkanker 5 6 Onderzoek

Nadere informatie

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Vóór het dertigste jaar is borstkanker zeldzaam, maar met het stijgen

Nadere informatie

Kinderwens spreekuur Volendam

Kinderwens spreekuur Volendam Kinderwens spreekuur Volendam Voor wie is deze folder? Deze folder is voor mensen afkomstig uit Volendam met kinderwens. Wat is het kinderwens spreekuur? Het spreekuur is een samenwerking tussen de afdelingen

Nadere informatie

Lanreotide bij neuro-endocriene tumoren

Lanreotide bij neuro-endocriene tumoren Lanreotide bij neuro-endocriene tumoren Inleiding De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend internist-oncoloog en de oncologieverpleegkundige.

Nadere informatie

meer bewegen minder kans op kanker

meer bewegen minder kans op kanker meer bewegen minder kans op kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? pagina 3 Oorzaken en risicofactoren van kanker pagina 4 Relatie tussen bewegen en kanker pagina 6 Wat is gezond bewegen? pagina 8 Meer

Nadere informatie

Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker

Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker Uitwendige bestraling van slokdarmkanker in combinatie met chemotherapie, voorafgaand aan een operatie van

Nadere informatie

Hormonale therapie bij kanker

Hormonale therapie bij kanker Hormonale therapie bij kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Hormonale therapie 4 Doel van hormonale therapie 6 Wanneer kunt u hormonale therapie krijgen? 8 Hoe wordt hormonale therapie gegeven? 10

Nadere informatie

1 Algemeen... 3. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor?... 3. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker?... 3. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker...

1 Algemeen... 3. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor?... 3. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker?... 3. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker... eierstokkanker Inhoud 1 Algemeen... 3 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor?... 3 3 Hoe ontstaat eierstokkanker?... 3 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker... 3 5 Wat zijn de klachten bij eierstokkanker?...

Nadere informatie

Polikliniek Klinische Genetica Kanker en erfelijkheid

Polikliniek Klinische Genetica Kanker en erfelijkheid Polikliniek Klinische Genetica Kanker en erfelijkheid Polikliniek Klinische Genetica Kanker en erfelijkheid 1. Inleiding 3 2. Introductie 3 3. Kenmerken van erfelijke kanker 4 4. Het eerste gesprek 4 5.

Nadere informatie

Hormoontherapie bij borstkanker

Hormoontherapie bij borstkanker Hormoontherapie bij borstkanker Inleiding Uw arts heeft u aan de hand van de Patiëntenbrief uitgelegd, waarom u in aanmerking komt voor een hormoontherapie. In de Patiëntenbrief staan alle gegevens van

Nadere informatie

Borstverwijdering bij borstkanker

Borstverwijdering bij borstkanker Chirurgie Borstverwijdering bij borstkanker www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Hoe ontstaat kanker?... 3 De opname... 4 Voorbereiding op de operatie... 4 De operatie... 4 Na de operatie... 5 Drains... 5

Nadere informatie

Kanker en erfelijkheid Hoe vertel ik het mijn familie?

Kanker en erfelijkheid Hoe vertel ik het mijn familie? Kanker en erfelijkheid Hoe vertel ik het mijn familie? Verzekeren en erfelijkheid 1 Heb je een aanleg voor kanker? Dan kunnen sommige familieleden de aanleg voor de ziekte ook hebben. Het is belangrijk

Nadere informatie

Docentenhandleiding. Niveau: expert. Lees de taal van de tumor Organisatieniveaus

Docentenhandleiding. Niveau: expert. Lees de taal van de tumor Organisatieniveaus Docentenhandleiding Niveau: expert Lees de taal van de tumor Organisatieniveaus Ontwikkeld door het Cancer Genomics Centre in samenwerking met het Freudenthal Instituut voor Didactiek van Wiskunde en Natuurwetenschappen

Nadere informatie

Kanker van de schaamlippen

Kanker van de schaamlippen Kanker van de schaamlippen Vulvacarcinoom Deze informatiebrochure is bestemd voor vrouwen met kanker van de schaamlippen en voor de mensen in hun omgeving. We geven u een antwoord op volgende vragen: Wat

Nadere informatie

Dikke darmpoliepen. MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis. www.mdlcentrum.nl

Dikke darmpoliepen. MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis. www.mdlcentrum.nl Dikke darmpoliepen MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis www.mdlcentrum.nl Inhoudsopgave 1. Wat zijn darmpoliepen? 2 2. Darmpoliepen en darmkanker 2 3. Wat kunnen de klachten zijn bij dikke darmpoliepen? 3

Nadere informatie

Erfelijkheidsonderzoek: de procedure

Erfelijkheidsonderzoek: de procedure Erfelijkheidsonderzoek: de procedure Divisie Biomedische Genetica, afdeling Genetica Erfelijkheidsonderzoek: de procedure Wanneer erfelijkheidsonderzoek? Er is reden voor een erfelijkheidsonderzoek als:

Nadere informatie

Hormonale therapie bij kanker

Hormonale therapie bij kanker Hormonale therapie bij kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Hormonale therapie 4 Doel van hormonale therapie 6 Wanneer kunt u hormonale therapie krijgen? 8 Hoe wordt hormonale therapie gegeven? 10

Nadere informatie

Figuur 1: illustratie slokdarm

Figuur 1: illustratie slokdarm Slokdarmkanker U bent naar VU medisch centrum (VUmc) verwezen voor een operatie omdat er slokdarmkanker is geconstateerd. In deze folder vindt u informatie over slokdarmkanker, de oorzaken en risicofactoren

Nadere informatie

Kanker in de familie.

Kanker in de familie. Inhoud workshop Kanker in de familie. Dr. Margreet Ausems klinisch geneticus UMCU Introductie Verwachtingen deelnemers Achtergrondinformatie (cijfers!) Hoe ontstaat kanker? Erfelijke kanker en erfelijkheidsonderzoek

Nadere informatie

Knobbel in de schildklier

Knobbel in de schildklier Knobbel in de schildklier Schildkliercentrum Het Schildkliercentrum is een centrum waar verschillende artsen en verpleegkundig specialisten samenwerken met expertise op het gebied van schildklierknobbels.

Nadere informatie

Hyperthermie bij kanker

Hyperthermie bij kanker Hyperthermie bij kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Wat is kanker? 4 Wat is hyperthermie? 6 Hoe wordt hyperthermie gegeven? 9 Bijwerkingen 12 Onderzoek naar nieuwe behandelingen 14 Een moeilijke

Nadere informatie

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP)

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Hallo, ik ben Joep. Dit zijn mijn zusje Mieke en mijn vader en moeder Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Boekje met informatie voor jonge mensen Je hebt net te horen gekregen dat je FAP hebt. Of misschien

Nadere informatie

Hemochromatose (ijzerstapeling) in de familie

Hemochromatose (ijzerstapeling) in de familie Hemochromatose (ijzerstapeling) in de familie Deze brochure is bedoeld als aanvulling op de gesprekken op bij de genetisch consulent en kan hier dus niet voor in de plaats komen. Algemene informatie wordt

Nadere informatie

Patiënteninformatiedossier (PID) PROSTAATKANKER. onderdeel HORMONALE THERAPIE. PROSTAATKANKER Hormonale therapie

Patiënteninformatiedossier (PID) PROSTAATKANKER. onderdeel HORMONALE THERAPIE. PROSTAATKANKER Hormonale therapie Patiënteninformatiedossier (PID) PROSTAATKANKER onderdeel HORMONALE THERAPIE PROSTAATKANKER Hormonale therapie INHOUD Inleiding... 3 Hoe werkt hormonale therapie?... 3 Wanneer hormonale behandeling?...

Nadere informatie

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen:

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen: Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid Basisstof 1 Erfelijke eigenschappen: - Genotype: o genen liggen op de chromosomen in kernen van alle cellen o wordt bepaald op moment van de bevruchting - Fenotype: o

Nadere informatie

chronische alvleesklierontsteking

chronische alvleesklierontsteking patiënteninformatie chronische alvleesklierontsteking U heeft last van een terugkerende ontsteking van de alvleesklier. We noemen dit een chronische alvleesklierontsteking. Wat is een chronische alvleesklierontsteking?

Nadere informatie

Informatie over. Neuro Endocriene Tumoren. neuro-endocriene tumoren (NET) elke NET is anders. patiëntenfolder Stichting NET-groep www.net-kanker.

Informatie over. Neuro Endocriene Tumoren. neuro-endocriene tumoren (NET) elke NET is anders. patiëntenfolder Stichting NET-groep www.net-kanker. NET-groep Neuro Endocriene Tumoren elke NET is anders Informatie over neuro-endocriene tumoren (NET) patiëntenfolder Stichting NET-groep www.net-kanker.nl 1 Deze folder gaat over NET graad 1 en NET graad

Nadere informatie

MARKEN, verhoogd risico op borstkanker

MARKEN, verhoogd risico op borstkanker MARKEN, verhoogd risico op borstkanker Uitwerking van de voorlichtingsavond dd 5-10-2011 in de Patmoskerk, Marken Mw R. Kaas oud-screeningsarts en genealoog, Mw I Kluijt klinisch geneticus Bij de inwoners

Nadere informatie

Patiënteninformatie De behandeling van borstkanker met Zoladex

Patiënteninformatie De behandeling van borstkanker met Zoladex Patiënteninformatie De behandeling van borstkanker met Zoladex Uw arts heeft u Zoladex voorgeschreven. Zoladex kan worden toegepast bij vrouwen met borstkanker bij wie sprake is van uitzaaiingen. In deze

Nadere informatie

Screenende coloscopie MDL

Screenende coloscopie MDL Screenende coloscopie MDL Inhoudsopgave Inleiding 4 Erfelijke of familiaire aanleg? 5 Gang van zaken onderzoekstraject 13 Bezoek I, MDL-verpleegkundige 13 Bezoek II, Coloscopie 13 Bezoek III, Uitslag

Nadere informatie

Ziekte van von Hippel Lindau

Ziekte van von Hippel Lindau Ziekte van von Hippel Lindau Kenmerken De ziekte van von Hippel Lindau (VHL) is een zeldzame erfelijke aandoening die wordt gekenmerkt door goed- of kwaadaardige gezwellen (tumoren) op verschillende plaatsen

Nadere informatie

Kanker in de familie, is het erfelijk?

Kanker in de familie, is het erfelijk? Kanker in de familie, is het erfelijk? Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Kanker in de familie 4 Hoe ontstaat een erfelijke aanleg? 6 Erfelijkheid bij kanker 10 Erfelijkheidsonderzoek 13 Controle-onderzoek

Nadere informatie

Wat zijn de klachten bij eierstokkanker? 3 4. 5 operatie: Stadiëring 6. Het bepalen van het stadium tijdens en na de. Kans op genezing 8 9

Wat zijn de klachten bij eierstokkanker? 3 4. 5 operatie: Stadiëring 6. Het bepalen van het stadium tijdens en na de. Kans op genezing 8 9 Kanker van de eierstokken gaat uit van het weefsel van de eierstok. De behandeling bestaat uit operatie en zonodig chemotherapie. De levensverwachting bij eierstokkanker is afhankelijk van het stadium

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Een afwijking in de borst

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Een afwijking in de borst Refaja Ziekenhuis Stadskanaal Een afwijking in de borst EEN AFWIJKING IN DE BORST INLEIDING U heeft van uw huisarts of via het bevolkingsonderzoek het advies gekregen om u verder te laten onderzoeken op

Nadere informatie

Somatostatine analogen bij neuro-endocriene tumoren

Somatostatine analogen bij neuro-endocriene tumoren Somatostatine analogen bij neuro-endocriene tumoren Inleiding De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend internist-oncoloog en de

Nadere informatie

Uitzaaiingen bij kanker

Uitzaaiingen bij kanker Uitzaaiingen bij kanker Inhoud Voor wie is deze brochure? 3 Wat is kanker? 4 Het bloedvaten- en lymfestelsel 6 Hoe ontstaan uitzaaiingen? 8 Waar ontstaan uitzaaiingen? 11 Klachten 12 Behandeling 14 Overleving

Nadere informatie

Uw kans op een kind met cystic fibrosis (taaislijmziekte) of sikkelcelziekte en thalassemie (erfelijke bloedarmoede)

Uw kans op een kind met cystic fibrosis (taaislijmziekte) of sikkelcelziekte en thalassemie (erfelijke bloedarmoede) Uw kans op een kind met cystic fibrosis (taaislijmziekte) of sikkelcelziekte en thalassemie (erfelijke bloedarmoede) Deze folder is bedoeld voor mensen die samen met hun partner een kind willen krijgen

Nadere informatie

Hormonale therapie bij borstkanker

Hormonale therapie bij borstkanker Hormonale therapie bij borstkanker Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Operatie, bestraling en chemotherapie zijn de meest bekende behandelmethoden bij kanker. Bij bepaalde soorten kanker

Nadere informatie

Syndroom van Cushing Symptomen

Syndroom van Cushing Symptomen Syndroom van Cushing Dit syndroom heeft zijn naam te danken aan Dr. Harvey Cushing, een neurochirurg die dit syndroom in 1932 voor het eerst bij de mens heeft beschreven. Het wordt veroorzaakt door een

Nadere informatie

Klinische Genetica. Het lange QT syndroom (LQTS)

Klinische Genetica. Het lange QT syndroom (LQTS) Klinische Genetica Het lange QT syndroom (LQTS) Inhoud Inleiding 1 LQTS 1 De oorzaak van LQTS 2 Ziekteverschijnselen van LQTS 3 De diagnose LQTS 4 Behandeling van het LQTS 5 Controle (follow up) 6 Erfelijkheid

Nadere informatie

Informatie over Exoom sequencing

Informatie over Exoom sequencing Informatie over Exoom sequencing Exoom sequencing is een nieuwe techniek voor erfelijkheidsonderzoek. In deze folder vindt u informatie over dit onderzoek. De volgende onderwerpen komen aan bod: Om de

Nadere informatie

Knobbeltje in de borst

Knobbeltje in de borst Knobbeltje in de borst Deze brochure informeert u over de gang van zaken bij een afwijking (knobbeltje) in de borst. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Nadere informatie

Kanker van de eierstokken

Kanker van de eierstokken Kanker van de eierstokken Ovariumcarcinoom Deze informatiebrochure is bestemd voor vrouwen met eierstokkanker en hun omgeving. We geven u een antwoord op volgende vragen: Wat is eierstokkanker? Wat zijn

Nadere informatie

Erfelijkheidsonderzoek: Exoomsequencing bij erfelijke slechthorendheid

Erfelijkheidsonderzoek: Exoomsequencing bij erfelijke slechthorendheid Erfelijkheidsonderzoek: Exoomsequencing bij erfelijke slechthorendheid Exoomsequencing is een techniek voor erfelijkheidsonderzoek, die kan worden gebruikt om de oorzaak van erfelijke slechthorendheid

Nadere informatie

De behandeling van borstkanker met Nolvadex

De behandeling van borstkanker met Nolvadex Meer informatie Voor meer informatie kunt u kijken op de internetsite www.astrazeneca.nl (onder het kopje Patiënteninformatie en vervolgens 'Kanker'). U kunt ook de brochure Borstkanker roept vragen op

Nadere informatie

Wat is Cystic Fibrosis? Hoe krijg je Cystic Fibrosis? Hoeveel mensen hebben Cystic Fibrosis? Hoe ontdekken ze Cystic Fibrosis? Cystic Fibrosis in het

Wat is Cystic Fibrosis? Hoe krijg je Cystic Fibrosis? Hoeveel mensen hebben Cystic Fibrosis? Hoe ontdekken ze Cystic Fibrosis? Cystic Fibrosis in het 1 Wat is Cystic Fibrosis? Hoe krijg je Cystic Fibrosis? Hoeveel mensen hebben Cystic Fibrosis? Hoe ontdekken ze Cystic Fibrosis? Cystic Fibrosis in het kort 2 Cystic Fibrosis = CF = Taaislijmziekte Cystic

Nadere informatie

Vragen over kanker? telefoons. Ik moet bestraald worden. Kan ik blijven werken? Zijn mobiele. kankerverwekkend?

Vragen over kanker? telefoons. Ik moet bestraald worden. Kan ik blijven werken? Zijn mobiele. kankerverwekkend? Vragen over kanker? Ik moet bestraald worden. Kan ik blijven werken? Zijn mobiele telefoons kankerverwekkend? Je hoort van alles over k Waar vind ik het antwoord op mijn vr iedereen met een vraag over

Nadere informatie

Trastuzumab (Herceptin )

Trastuzumab (Herceptin ) Trastuzumab (Herceptin ) Borstkanker (mammacarcinoom) De diagnose borstkanker is bij u vastgesteld. Dit wordt ook wel een mammacarcinoom genoemd. De behandeling van een mammacarcinoom bestaat uit een operatieve

Nadere informatie

Baarmoerderhalskanker

Baarmoerderhalskanker Baarmoerderhalskanker Cervixcarcinoom Deze informatiebrochure is bestemd voor vrouwen met baarmoederhalskanker en hun omgeving. Ze geeft u een antwoord op volgende vragen: Wat is kanker? Wat is het HPV-virus

Nadere informatie

Eierstokkanker. Patiënteninformatie Eierstokkanker

Eierstokkanker. Patiënteninformatie Eierstokkanker Eierstokkanker Patiënteninformatie Eierstokkanker Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 5 Wat zijn de

Nadere informatie

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Diabetes mellitus bij kinderwens. Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Diabetes mellitus bij kinderwens. Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes Patiënteninformatie locatie Blaricum Diabetes mellitus bij kinderwens Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes Inhoudsopgave Bladzijde Welke soorten diabetes zijn er? 4 Is diabetes erfelijk?

Nadere informatie

Schildklierafwijkingen en zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie

Schildklierafwijkingen en zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Schildklierafwijkingen en zwangerschap Afdeling Verloskunde/Gynaecologie In het kort Normaal gesproken werkt de schildklier naar behoren. Bij een abnormale werking kan de schildklier te snel werken (hyperthyreoïdie)

Nadere informatie