ALGEMENE EN POLITIEKE GESCHIEDENIS

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ALGEMENE EN POLITIEKE GESCHIEDENIS"

Transcriptie

1 Jos van Dooren 1

2 Inhoudstafel 1. DE AGRARISCHE MIDDELEEUWEN (5de eeuw ca. 1000) De landbouw was de belangrijkste economische activiteit 1.2. Vanaf de achtste eeuw was een verbeterde landbouwtechniek de aanzet tot herstel 1.3. Domaniale landbouweconomie en sociale ongelijkheid 1.4. De feodaliteit organisatievorm van de middeleeuwse domaniale landbouweconomie (en samenleving) 1.5. De Merovingen en Karolingen 1.6. Karel de Grote ( ), een nieuw keizerrijk in het Westen 1.7. Het christendom was de bakermat van de Europese beschaving 1.8. Kloosters: culturele centra van de vroege middeleeuwen 2. DE AGRARISCH - STEDELIJKE MIDDELEEUWEN Herleving en expansie vanaf het jaar De heropleving van de steden 2.3. De heropleving van de verre handel 2.4. Kooplieden en handwerkers moesten lid zijn van een beroepsvereniging 2.5. De basis van de "moderne" economie wordt gelegd 2.6. De stad een burcht in het groot 2.7. Gemeenten: steden met vrijheden 2.8. De sociale ongelijkheid in de steden 2.9. De sociale en economische transformaties op het platteland In de 14 e en 15 e eeuw: een zware crisis De handel in de 14 e en 15 e eeuw: ingrijpende veranderingen Het verzet tegen de sociale ongelijkheid 3. POLITIEKE EVOLUTIE NA Het Duitse Rijk 3.2. Het Franse Rijk 3.3. Het Engelse Rijk 3.4. De politieke evolutie in onze gewesten 4. DE BOURGONDIËRS Filips de Stoute 4.2. Jan zonder Vrees 4.3. Filips de Goede 4.4. Karel de Stoute 4.5. Maria van Bourgondië 5. DE HABSBURGERS Maximiliaan van Habsburg 5.2. Filips de Schone 5.3. Karel V, 5.4. Filips II en "De opstand der Nederlanden' 6. DE SPAANSE NEDERLANDEN IN DE 17e EEUW Spanje voert oorlog in de Nederlanden, Madrid bestuurt de Zuidelijke Nederlanden 6.2. Albrecht en Isabella 6.3. De ongelukseeuw economisch uiteindelijk toch niet zo gelukkig? 6.4. Het slagveld van Europa... in de 17de eeuw. 2

3 6.5. De contrareformatie en de jezuïeten 7. DE INDUSTRIALISATIE VAN DE SAMENLEVING: Op weg naar de industriële samenleving 7.2. De Industriële Revolutie in Engeland werd voorbereid door de veranderingen in de agrarische samenleving 7.3. De Engelse Industriële Revolutie was een meervoudige maar vooral trage revolutie 7.4. België werd de tweede industriële natie 7.5. De doorbraak van de industriële samenleving: DE LIBERALE EN NATIONALE REVOLUTIES De Verlichting vertrouwde vol optimisme op de vooruitgang van de rede 8.2. Politiek-maatschappelijke toepassingen van de Verlichting: het verlicht despotisme en de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten 8.3. De Zuidelijke Nederlanden onder Frans bewind 9. HET VERENIGD KONINKRIJK EN BELGIE TOT Het koninkrijk der Nederlanden en het ontstaan van België 9.2. Politieke en sociale strijd in België tot BELGIE IN HET INTERBELLUM Met de coup van Loppem (1918) begon de deelname van de arbeiders aan de politieke besluitvorming De Belgische economie: heropbouw en crisis De Vlaamse kwestie tijdens het interbellum 11. BELGIE NA Economische ontwikkelingen na Sociale ontwikkelingen 11.3 De verzuilde democratie 3

4 1. DE AGRARISCHE MIDDELEEUWEN (5de eeuw ca. 1000) 406 De Germanen steken massaal de Rijn over 496 Clodovech wordt christen 732 Karel Martel verslaat de Islam bij Poitiers en Tours 768 Karel de Grote wordt koning van de Franken 800 Karel de Grote wordt keizer gekroond door paus Leo III Ca. 840 Vikingaanvallen op hun hoogtepunt 843 Verdrag van Verdun 962 Otto I wordt gekroond als keizer van het Westen, begin van het Heilig Roomse Rijk 987 Hugo Capet wordt koning van Frankrijk 1054 Scheiding van de Byzantijnse en de Roomse kerken 1066 De No(o)rman(dische) verovering van Engeland (Willem de Veroveraar) De wereldgeschiedenis vóór de vijfde eeuw speelde zich hoofdzakelijk af in het Nabije Oosten en rondom de Middelandse Zee. De Middeleeuwen, een periode van ongeveer duizend jaar, speelt zich in onze hoofden voornamelijk in West-Europa af. Daar groeide vanaf de 5 de eeuw een nieuwe beschaving : de West-Europese. Ze ontstond uit het contact van twee culturen : de Romeinse en die van de «barbaren», de Germanen. Beide culturen hadden voordien reeds kennis gemaakt met het christendom. In de andere gebieden van het vroegere Romeinse Rijk ontwikkelde zich de Byzantijnse en de Arabische beschaving De landbouw was de belangrijkste economische activiteit Landbouw was en bleef de voornaamste economische activiteit tot ver in de 20 ste eeuw voor de overgrote meerderheid van de wereldbevolking : de meeste mensen werkten in de landbouw. Rond 1950 werkte ca. 60% van de 4

5 actieve wereldbevolking, ca. 39% van de actieve Europese, ca. 12% van de actieve Belgische bevolking in de landbouw. 1 Vanaf de derde eeuw, viel het Romeinse rijk uiteen, er groeide een kloof tussen Oost en West, vele delen van het rijk geraakten geïsoleerd. De handel tussen de provincies geraakte in verval, landerijen werden verlaten, steden geraakten in verval. De bevolking daalde. Het verval van de steden was ook te wijten aan de verwoestingen door de barbaren, aangetrokken door de rijkdom in de steden. Erger was de leegloop van de steden omwille van het verval van handel en nijverheid. Rijke stedelingen weken uit naar de landerijen (de latifundia) op het platteland, de arme, hongerige stedelingen traden als coloni in dienst van de grootgrondbezitters in ruil voor levensonderhoud. De trek naar het platteland werd versterkt door de invallen, niet veroorzaakt. 2 De stad als centrum van economische bedrijvigheid bestond niet meer. Op het platteland leefde men in kernen, tussen woestenijen : bossen, heidevelden, verlaten dorpen en braakliggende landerijen. De verspreide landbouwgemeenschappen leefden autarkisch. Men spreekt dan ook van een gesloten domaniale landbouweconomie. Het domein was de grens van het economisch systeem, binnen die grenzen was men aangewezen op zelfvoorziening. Echte specialisatie per beroep kende men niet. Hout was de grondstof voor werktuigen, ijzer was duur en moeilijk te bewerken. Vandaar houten spaden, houten ploegen met schaarpunt uit ijzer, sikkels waarmee het graan hoog werd afgemaaid. Er was trouwens sinds de 3 de eeuw een duidelijke terugval in technologisch (en wetenschappelijk) kennen en kunnen. De vrij primitieve technische middelen lieten dus niet toe om zware landbouwgronden goed te bewerken. De grond dreigde bovendien keer op keer uitgeput te geraken omdat brandcultuur en tweeslagstelsel geen 1 Cipolla, C.M. (1978) (Voor de volledige bibliografische notitie van het bedoelde werk zie Bibliografie). 2 Le Goff, J. (1987) 39. 5

6 volwaardig alternatief vormden voor het gebrek aan mest. Bij gebrek aan voedsel om het vee te voeden in de winterperiode werd er geslacht waardoor ook de hoeveelheid mest te klein bleef. Op stal houden was door gebrek aan hooi en weiland moeilijk. Een vicieuze cirkel : (gebrek aan voedsel voor mens en dier=) te weinig voedsel kleine veestapel te weinig mest kleine opbrengstfactor te weinig voedsel. Laat ons ook niet vergeten dat een dier zijn eigen voedingswaarde enkele malen opvreet zodat het veel logischer lijkt om geen dieren te houden zodat men op de vrijgekomen grond meer voedsel voor meer mensen kan kweken. Het belang van het bos kan niet genoeg onderstreept worden : leverancier van hout, wild, wilde planten, bessen en paddestoelen, enz De boeren van het domein vervaardigden zelf de werktuigen die men nodig had en de huizen of lemen en houten hutten Vanaf de achtste eeuw was een verbeterde landbouwtechniek de aanzet tot herstel Vanaf de 8 ste eeuw verbeterde de landbouwtechniek Toen het bevolkingsaantal steeg verbeterde de landbouwtechniek, of was het eerder omgekeerd?. In elk geval kende men vanaf de 8 ste eeuw een verbetering van de landbouwtechniek en een stijging van de bevolking. Een wisselwerking tussen beide ligt voor de hand. 3 Het drieslagstelsel verving het tweeslagstelsel. De vruchtbare grond wordt verdeeld in drie «slagen» die jaarlijks roteren : wintergraan zomergraan braak. Wintergraan wordt vóór de winter gezaaid (rogge en tarwe), zomergraan na de winter (lichtere graansoorten zoals gerst, haver en spelt). De onbebouwde periode werd korter dankzij de vruchtwisseling waarbij wintergraan het meeste voedingsstoffen (de beruchte NPK : stiktstof, fosfor, kalium ; maar ook mineralen, enz ) onttrekt aan de bodem. Zomergraan 3 In West-Europa was er een groot verschil in tijd en ruimte wat de invoering van de verbeterde landbouwtechnieken betreft. De Nederlanden en Engeland nemen het voortouw. Tot ver in de 18 de eeuw (en later?) duurt het voor deze technieken zowat overal in West- Europa ingeburgerd geraken. 6

7 onttrekt minder voedingsstoffen aan de bodem. De braakperiode waarbij vee kan grazen en terzelfdertijd de grond bemesten dient als recuperatie. Tussen de oogst van wintergraan (augustus) en het inzaaien van zomergraan (maart) ligt de grond nog een zestal maanden braak. Een tweede belangrijke vernieuwing is het verbouwen van proteïnerijke groenten : bonen, erwten en linzen (vanaf de 10 de eeuw?) Een derde belangrijke vernieuwing is de verspreiding van een nieuw soort ploeg. Tot dan was alleen de schuifploeg 4 in gebruik. Deze ploeg was in feite slechts geschikt voor het ondiep ploegen van lichtere gronden. In feite werd de bovenlaag opengescheurd. De karploeg waarvan de ploegbalk rustte op een wagenstel met twee wielen en getrokken werd door een krachtig gespan, doorkliefde met zijn ploegschaar en rister 5 de grond. Deze ploeg was meer geschikt voor zwaardere gronden en werd verspreid gedurende de middeleeuwen. Meestal waren ploegen van hout. Maar de afgeplatte kegel van de ploeg werd vervangen door ploegijzer en ploegschaar als er voldoende ijzer ter beschikking van de landbouw werd gesteld. De ploegschaar draait de aarde om i.p.v. ze gewoon open te rijten. Op die manier kon men dieper ploegen, onkruid onder werken, de teeltlaag werd groter en de doorgesijpelde mest kwam weer boven. De grond werd dus dieper bewerkt en beter verlucht. Eg(ge) en wel vullen de ploeg aan. Ook de bespanning van de trekdieren verbeterde: een vierde belangrijke vernieuwing. Een halster vervangt de halsband die op de slagader drukte zodat de dieren half gewurgd geen zware lasten konden trekken. Nu kunnen ze hun volle trekkracht ontwikkelen, want de druk wordt naar de schouders verplaatst. Paarden vervangen steeds meer ossen als trekdier. De trekkracht en de snelheid nemen daardoor toe. Zwaardere, vruchtbare gronden en moeilijk bewerkbare gronden kunnen nu ontgonnen worden. 4 In onze streken. De schuifploeg of eergetouw, (ook scheurploeg, zoolploeg, haakploeg) is minstens 6000 jaar oud. Archeologische en andere sporen tonen dit aan in Mesopotamië, ook in Scandinavië en Engeland (ca v. Chr.). Ze wordt nog gebruikt in zuiderse landen om te beletten dat de grond uitdroogt bij te diep bewerken. (o.a. Jansen, H.P.H. (1996) 52 e.v. en Fagan, B.M. e.a. (2004) 95 e.v.) 5 een gebogen vlak naast de ploegschaar dat de grond keert. 7

8 Omdat men sneller en beter kon ploegen, steeg de voedselproductie waardoor handen vrij kwamen om andere taken op te nemen zoals de ontginning van bossen, moerassen en andere woeste gronden. Niet alle gronden die in cultuur werden gebracht, werden gebruikt voor bezaaiing. Een deel werd aangewend als weiland 6 waardoor de productie van veeteelt en van dierlijk mest toenam. Daardoor kon de opbrengst weer stijgen, de voedselproductie groeien. Bij de invoering en de verspreiding van deze nieuwe middelen en technieken, speelden vooral de kloosters een grote rol. 7 We mogen deze vooruitgang echter niet overschatten. Er was nu meer voedsel, maar vooral ook meer variatie! Daardoor daalde het sterftecijfer en steeg de gemiddelde levensduur. In vergelijking met nu, bleef de opbrengst zeer laag. Zo heeft men berekend dat, afhankelijk van de omstandigheden (droogte, regen, bodem, enz...), 100 kg zaaigraan gemiddeld slechts 300 kg aan oogst opbracht 8, een opbrengstfactor dus van 3 (nu haalt men zelfs een gemiddelde opbrengstfactor van 47!). Men heeft natuurlijk nog een deel van de opbrengst nodig om opnieuw te zaaien. Hongersnood bleef dus steeds dreigend aanwezig, misoogsten en epidemieën konden niet vermeden worden. FOTO VELDEN Waar hij ook gidst, de relatie tussen landbouwopbrengsten en expansie van de kunstproductie, vooral kerkenbouw, na het jaar 6 Ook hier zijn verschillen in tijd en ruimte. Weinig vleesverbruik en armoede staan in relatie tot elkaar, en zou de grondheer niet beslist hebben? 7 Opgelet!!!! De rol van de kloosters wordt door sommige hedendaagse historici sterk gerelativeerd, zie verder bij KANTTEKENINGEN op het einde van dit hoofdstuk. 8 Men vindt voor de berekening van de opbrengst begrippen terug zoals opbrengstfactor en yield ratio. 8

9 1000, kan de gids niet genoeg benadrukken. Een gids/reisleider kan beginnen met een brutale retorische vraag: "Wat heeft deze kathedraal uit de 12e 13e eeuw te maken met de opbrengsten van de landbouw?" Deze vraag kan in de stad gesteld worden, maar ook op het platteland. Stop bij een tarweveld. Vraag eerst naar de opbrengst per uitgezaaide zak graan. Was dat in de vroege middeleeuwen ook meer dan 40 keer? Zo kan je het bovenstaande verhaal van verbeterde landbouwopbrengsten... (in het hoofdstuk over de Industriële Revolutie wordt dit verhaal verder aangevuld) integreren in je gidsbeurt. Zonder voldoende landbouwopbrengsten kon men de bouwvakkers niet voeden, de bouwstenen niet betalen Waarom is er sprake van vooruitgang vanaf de tiende eeuw? En zeker na het jaar 1000? 9 Die vooruitgang is o.a. te merken aan de materiële, culturele vooruitgang : een enorme bedrijvigheid op het vlak van kerkenbouw. Nieuwe kerken, maar vooral vernieuwbouw. Laten we vooral niet vergeten dat een grote bedrijvigheid in andere sectoren dan de landbouw enkel mogelijk is als er genoeg voedseloverschot aanwezig is om andere activiteiten mogelijk te maken. Waarschijnlijk is deze wedergeboorte toe te schrijven aan hogergenoemde «technische vernieuwingen» op het vlak van de landbouweconomie. 10 Van de landbouweconomische vooruitgang is gebruik gemaakt door de opklimmende klasse : de grootgrondbezitters en ridders die de opbrengsten van deze vernieuwingen op de markten brachten via een kleine groep handelaren. Zo werkte het platteland mee aan de heropbouw van de tegenpool : de stad. 9 Een eerste grote golf van landbouwvernieuwing na 1000 wordt na de middeleeuwen gevolgd door een tweede, zie verder. 10 Le Goff geeft nog andere verklaringen. Maar deze discussie zou ons te ver leiden. Le Goff, J. (1987) 77 e.v. 9

10 Het heeft weinig zin om de agrarische samenleving tegenover de stedelijke te plaatsen. Alhoewel er daar redenen voor zijn. 11 De economische vooruitgang en dus ook de heropbloei van de steden was, zoals we later zullen zien, in elk geval gestoeld op de vooruitgang in de landbouw En de handel en de nijverheid? Verdween de (internationale) handel dan in de 5 e en de 6 e eeuw? Toch niet. Vooral rond de Middellandse Zee werden er, vooral via Constantinopel 12, nog producten uit het Oosten aangevoerd. Het ging vooral om luxeproducten zoals goud, zilver, zijde en kruiden. Deze handel was vooral in handen van zogenaamde Syriërs (dikwijls Joden) en Grieken. Handelscontacten met West- Europa waren eerder zeldzaam wegens het gebrek aan betaalmiddelen (goud!). Vanaf de 8e eeuw herstelde deze handel zich geleidelijk. Zeer bekend waren de Friese lakens, stoffen die rond de Noordzee vooral door Friezen werden verhandeld. Zij werden vooral in Vlaanderen vervaardigd. 13 Verder verhandelde men ook zout en aardewerk langs de Rijn en de Moezel, Frankisch glas en slijpstenen. Het transport van deze producten gebeurde dus niet langs de wegen (de Romeinse heirbanen waren hopeloos vervallen), maar vooral via de waterwegen. De 8 e en de 9 e eeuw waren de gouden eeuwen van de Friese handel en de haven van Dorestat. Stilaan ook kwam er opnieuw contact met de kooplui rond de Middellandse Zee. Ook hier gebeurde dat hoofdzakelijk via de rivieren en de zee. Het Kanaal, de Rhône, de Seine, de Rijn, de Maas en de Moezel werden belangrijke handelsverbindingen. Aan de mondingen van rivieren en langs de kust werden stapelplaatsen voor producten opgericht. Zeer gegeerd waren b.v. huiden, timmerhout en zelfs slaven! Toen de Saracenen, een Arabische volksstam, in de 9e eeuw de Middellandse Zee onveilig maakten, kwijnde deze handel stilaan weg. Dat hij niet helemaal stilviel was te danken aan Zweedse kooplui, die via de Oostzee, de Russische rivieren en de Zwarte zee, het contact tussen Byzantium en West-Europa onderhielden. Deze Zweedse kooplui hadden zich 11 Zie o.a. Le Goff, J. (1987) Bij de Grieken Byzantium, nu Istanbul, tot 1923 hoofdstad van Turkije. 13 Op bepaalde domeinen waren er speciale werkplaatsen waar deze stoffen door vrouwen werden vervaardigd: het gynaeceum of vrouwenhuis. 10

11 gevestigd rond de steden Nowgorod en Kiew, en legden de basis voor het latere Rusland. Historici twisten over de vraag of de invallen van o.a. Vikingen en de Arabische veroveringen een economische vooruitgang of een achteruitgang betekenden. Duidelijk is dat er vanaf de 10 e eeuw een duidelijke vooruitgang was Domaniale landbouweconomie en sociale ongelijkheid De meeste middeleeuwse landbouwersgezinnen bewerkten geen eigen stuk grond. Er waren maar weinig eigengeërfden, landbouwers die de gronden die ze bewerkten in volle eigendom hadden. Vóór de Germaanse volksverhuizingen behoorde de grond toe aan de vrije mannen van elke stam. Na de migraties van de 4e - 5e eeuw bleef dat aanvankelijk zo, maar daarna kwamen de meeste gronden in handen van grootgrondbezitters Het grootgrondbezit en de grootgrondbezitters Een stuk grond, dat na de Germaanse volksverhuizingen toebehoorde aan vrije boeren, noemde men een allodium. Vrije mannen vormden aanvankelijk de meerderheid van de mannelijke bevolking. Zij hadden alleen verplichtingen tegenover de koning. Hun voornaamste plicht was de heervaart, de verplichting om op bevel van de koning ten strijde te trekken. Vele van deze vrije boeren stonden na verloop van tijd hun grond af aan machtiger heren. In ruil daarvoor kregen ze van deze heren dan bescherming. Zo ontsnapte men ook aan de heervaart. Wie zijn grond afstond, verloor echter zijn volledige vrijheid. Hij werd horige, half-vrij. 16 Dit betekende dat de horige zijn vroegere grond nog wel mocht bewerken maar dat hij, in ruil voor de geboden bescherming, een aantal verplichtingen kreeg t.o.v. zijn heer. Daarover verder meer. Omdat, in tijden van toenemende onveiligheid, steeds meer mensen bescherming gingen zoeken bij een machtige heer, kregen die heren steeds meer grond in hun bezit of onder hun controle. 14 Zie o.a. Le Goff, J. (1987) 76 e.v. 15 Blockmans, W. & Hoppenbrouwers, P. (2002), 103 e,v. 16 horige of laat zijn de gebruikelijke Nederlandse benamingen. 11

12 De machtige heren bij wie de boeren bescherming zochten, waren op de eerste plaats de medebestuurders van de koning. Dat waren graven en hertogen en later ook de krijgers of ridders. De koning had hen immers reeds grond in gebruik gegeven in ruil voor hun bewezen diensten. Maar niet alleen deze leken vergrootten hun bezit. Ook de kloostergemeenschappen die in deze tijd ontstonden en sommige bisschoppen, werden mettertijd bezitters van uitgestrekte gronden. Sommige kloosters bezaten hectaren! Ze behoorden dan wel tot de allergrootsten. Meestal hadden zij die gronden gekregen van de koning die hen goed kon gebruiken voor het bestuur van zijn rijk. Zij waren de enige geletterden van deze tijd De villa of het domein De meeste grondeigenaars zowel leken als kloostergemeenschappen waren na verloop van tijd grootgrondbezitters. De normale bedrijfseenheid was het vroonhof 17. Andere benamingen: villa of domein. Men spreekt ook van "het hofstelsel" als men de organisatie van het domein bedoelt. Een domein stemde qua grootte vaak nagenoeg overeen met de grootte van een dorp uit de 19 e vroeg 20 ste eeuw. Eén villa kwam niet noodzakelijk overeen met het ganse grondbezit van een grondheer of klooster. Meestal lagen ze erg verspreid. Een domein bestond uit twee delen. Het saalland of herenland was het deel van het domein dat de heer in bedrijf voor zichzelf hield. 18 Het wordt ook wel als vroonhof aangeduid. Het bestond uit de vroonhoeve met akkerland en weiland, een moestuin en dikwijls ook een wijngaard. Ook gebouwen zoals een brouwerij, een molen, opslagplaatsen en de verblijven van de lijfeigenen hoorden bij het vroonhof of saalland. Het niet ontgonnen deel van het vroonhof, zoals bossen, heide, waterlopen, enz..., noemde men het gemeenland, d.w.z. dat het door alle bewoners van het domein gebruikt mocht worden, b.v. voor het grazen van het vee. 17 Vroonhof vro-/fro- = heer in het oud-germaans (zie Blockmans, W. & Hoppenbrouwers, P. (2002) Blockmans, W. & Hoppenbrouwers, P. (2002),

13 Het tweede deel, het hoeveland of de mansi, de rest van de grond werd in tenure gegeven, erfelijk aan verschillende landbouwersgezinnen toegewezen. Een hoeve met een stuk grond werd mansus genoemd. Een mansus was (in het betere geval) 7 tot 15 hectaren groot, hoewel er ook veel kleinere bestonden. 19 Eén mansus werd dikwijls bewoond en bewerkt door meer dan één gezin, zodat de opbrengst vaak moest gedeeld worden De domaniale rechten Wie een mansus mocht bewerken, moest daarvoor één of andere vorm van vergoeding betalen. Dat waren de domaniale rechten van de heer. Deze rechten verschilden van domein tot domein. Daarom kunnen we hier slechts een algemeen beeld geven. Er waren twee soorten domaniale rechten. De eerste soort waren de vroondiensten of karweien. De horige moest een aantal dagen per week werken op het vroonhof. De horige moest er naast de lijfeigene het land bewerken (zaaien, wieden, enz...) Tot de tweede groep behoren de leveringen in natura of betalingen in geld. Een vastgelegde hoeveelheid timmer- of brandhout, graan, kippen of eieren leveren, dikwijls op een vastgelegde dag. Daarentegen stonden gewoonlijk bepaalde gebruiksrechten op het vroonhof. De gemene gronden met bossen en heide mocht de horige gebruiken om het vee te laten grazen of hout te sprokkelen. De mansus was erfelijk maar bij een erfenis moesten erfenisrechten aan de heer betaald worden Drie standen. In het verleden maakten vele volkeren onderscheid tussen verschillende standen in de samenleving. Dikwijls vormen de krijgers en de priesters elk 19 Rooskleurige voorstelling? Doorheen de geschiedenis stoten we voortdurend op te kleine percelen, grondlozen... MILIS, L.J.R. (1998). Hemelse monniken, aardse mensen,antwerpen-baarn: Houtekiet. p. 53. Telden vele domeinen 10 à 30 mansi, er waren er ook met 60 of meer! Hoeveel mensen op zo'n domein leefden en werkten is, bij gebrek aan precies cijfermateriaal, niet te achterhalen. Natuurlijk hing dat af van de grootte. Men heeft berekend dat in onze streken de bebouwde gebieden ongeveer 35 inwoners per km 2 telden. Je mag daarbij echter niet vergeten dat het grootste gedeelte van de bodem nog in natuurlijke toestand was! 13

14 een aparte stand naast het gewone volk. In de middeleeuwen was dat vanaf de 10de 11de eeuw niet anders. Tot de 11de eeuw telt echter vooral het onderscheid tussen rijk en arm en tussen vrije en onvrije mensen. Zoals in het laat-romeinse Rijk en in de barbaarse wereld van de Germanen zijn de meeste mensen in de 4 e -5 e eeuw vrij, zeker in juridische zin. In de West-Europese koninkrijken ontstaan na de volksverhuizingen, moeten de vrije mannen voor hun koning krijgsdienst verrichten en recht spreken. 21 Als koningen, zoals Karel de Grote elke zomer maandenlang oorlog voeren, meestal ver weg, wordt het voor de vrije boeren moeilijk om aan die verplichting te voldoen en hun boerderij te runnen. Karel de Grote ontslaat de boeren van de verplichting om krijgsdienst te verrichten 22 en recht te spreken. Deze taken komen steeds meer in handen van grootgrondbezitters : die bezitten genoeg grond om een paard te houden en een wapenrusting te betalen. Zo worden grootgrondbezitters edellieden. Zoals de geestelijken vormen de edellieden een stand apart van de gewone vrije mensen. Alles wijst erop dat de standenmaatschappij met de drie standen adel, clerus en de derde stand een aanvaard gegeven was... Gods wil. Adalbero van Laon formuleerde het zo: Het huis van God, dat men houdt voor één geheel, is derhalve in drieën verdeeld: de enen bidden, de anderen strijden, weer anderen ten slotte werken... Ook deze driedeling komt volgens Le Goff op omstreeks het jaar De derde stand Binnen de derde stand waren er verscheidene groepen. De belangrijkste waren de vrijen, de horigen (of halfvrijen, laten) en lijfeigenen. 21 Blockmans, W. & Hoppenbrouwers, P. (2002) Blockmans en Hoppenbrouwers schrijven dat Karel de Grote de krijgsdienst voor vrije mannen beperkt tot die die een bepaalde hoeveelheid land bezitten, de anderen rustten gezamenlijk een krijger uit, of deden slechts via toerbeurt dienst. Later verdwijnt effectief de verplichting, het aantal vrije mannen (niet van adel of geen ridder) daalt ook Le Goff, J. (1987)

15 Oorspronkelijk waren er, net zoals bij de Romeinen, ook nog slaven. Dat waren afstammelingen van vroegere slaven, -slavernij was erfelijk!-, of krijgsgevangenen. De bekendste vorm van slavernij: massale slavenarbeid op reusachtige landbouwuitbatingen verdwijnt in de late Oudheid. Maar de slavernij en de slavenmarkten blijven, ook na de volksverhuizingen. Ook de Germanen hebben slaven. Oorlogen tussen de krijgsheren en de jaarlijkse expedities van de koningen in de vroege middeleeuwen zorgen voor de toevoer van koopwaar op de slavenmarkten. Ons woord slaven komt van het belangrijkste gebied waaruit slaven werden gehaald: Oost-Europa. Arme mensen verkopen soms hun kinderen of zichzelf om uit de schulden te geraken. Met het christendom verbetert de situatie van de slaven. Slaven worden tweederangs mensen i.p.v. beesten. 24 Als de slaven een lapje grond met een lemen hut mogen bewerken op de domeinen worden ze horigen. Zo verdwijnt de slavernij...tengevolge van de schaarste aan boeren in een weinig bevolkt West-Europa. Lijfeigenen hadden geen enkel recht noch bezit en hingen volledig af van de heer. In tegenstelling tot de slaven werden ze wel niet meer als een zaak beschouwd. Tot deze groep behoorden trouwens oorspronkelijk heel wat vroegere slaven. Meestal werkten de horigen op een mansus, lijfeigenen op het vroonhof. In de praktijk waren de verschillen tussen horigen en lijfeigenen niet erg groot. Mettertijd kregen trouwens steeds meer lijfeigenen een eigen stukje grond toegewezen, dat zij gedeeltelijk voor eigen opbrengst mochten bewerken. Zij werden daardoor in feite horigen. Naarmate de macht van de heren toenam, werden de verplichtingen van de horigen steeds zwaarder. Op de duur bleef er in de praktijk maar een groep over: de horigen. 24 De kerk heeft bijgedragen tot het verdwijnen van de slavernij. De rangen van de christenen stonden open voor slaven. Slaven en zeker christelijke slaven waren ook christenen dus ook mensen, duidelijk een andere opvatting dan de antieke opvatting dat slaven beesten waren of instrumenten. Maar slaven konden geen priester worden, dus slaven zijn tweederangs mensen. We verwijzen in dit verband naar o.a. Blockmans, W & Hoppenbrouwers, P. (2002) 105 e.v. 15

16 Grootgrondbezitters hadden op de duur vergaande zeggenschap over de boeren. Domeinheren spraken zelfs recht over hun horigen, behalve bij ernstige delicten. Dan werden de beschuldigden overgedragen aan de koninklijke rechtbank... als die werkte. (zie verder) Horigen mochten, zonder toestemming van de heer, het domein niet verlaten of trouwen met iemand van een ander domein. Het gebeurde ook dat twee heren en regeling troffen i.v.m. het nakomelingschap. Een horige had recht op een erfenis. Als een lijfeigene een erfenis te beurt viel, had de heer daar recht op. Dat noemde men het recht van de dode hand. Vaak maakte hij slechts aanspraak op het halve bezit. Nog later mocht hij slechts één ding kiezen: het beste cateel. Horige zijn, had misschien toch een voordeel? Bij de grond horen betekende in moeilijke tijden van oorlog en hongersnood een vorm van bestaanszekerheid. De horige kon beschermd en onderhouden worden door de heer die er belang bij had zoveel mogelijk werkkrachten te behouden. Vanaf de 12e -13e eeuw worden de horigen vrije pachters. De grote domeinen worden opgesplitst in afzonderlijke landbouwbedrijven die men kan pachten. Men hoopt zo de opbrengsten te doen stijgen. Verschillende lasten en karweien zet men om in geldelijke vergoedingen. De heerlijkheden en de vergoedingen blijven bestaan tot op het einde van het Ancien Régime. Vrije mannen vormden tussen de 9 e en de 12 e eeuw op het platteland een steeds kleiner wordende minderheid. De tweede stand De adel stond oorspronkelijk ten dienste van de koning Vroeg in de middeleeuwen ontstond een groep van mensen met eigen rechten die hen duidelijk onderscheidden van de andere standen. Deze groep noemen we de adel. In de vroege middeleeuwen evolueerden de krijgers die hun heer volgden en elk jaar op strooptocht gingen tot wat wij grootgrondbezitters noemen. Ook Karel de Grote ging nog elk jaar op oorlogspad. Maar zijn belangrijkste medestrijders woonden niet langer in zijn nabijheid. Dikwijls werden zij betaald met domeinen of kregen zij een ambt. 16

17 Voor het bestuur van hun steeds groter wordend rijk, deden de Frankische koningen dus een beroep op medebestuurders: graven en hertogen. Dikwijls koos de koning voor deze functies mensen uit zijn omgeving. Als betaling voor hun diensten schonk hij hen een stuk grond in vruchtgebruik, een beneficium of leen (zie verder). Met een eed van trouw bond de koning ze nog vaster aan zich. Zo ontstond een soort van dienstadel. Deze dienstadel vormde nog geen gesloten groep met eigen rechten die hen onderscheidden van de andere vrijen. Op gelijk welk moment kon de koning hen uit hun gekregen functie ontzetten. In de 8e eeuw, onder de Karolingische vorsten, kwam daar echter verandering in de eerste stand (zie verder): 1.7. Het christendom was de bakermat van de Europese beschaving De opkomst van het ridderschap. In de Karolingische tijd kwam er een grondige verandering in de bewapening, die steeds efficiënter en duurder werd. Volgens sommigen waren de Karolingers de eersten die ruiters of ridders gebruikten. Hadden zij de Arabische ruiterlegers die in deze periode het rijk bedreigden als voorbeeld genomen? Wat er ook van zij. Aristocratische ruiters verplaatsten zich al langer te paard maar zij stapten af om te vechten met het korte zwaard, een bijl of de steeklans. 25 Deze ruiters waren goed bewapend met helm, pantserhemd, zwaard en schede, lans met schild, beenstukken. Zo'n paard en ruiter kostte 45 solidi! Hoeveel dat precies in onze munt nu zou zijn, valt moeilijk te zeggen. We weten wel uit wetgeving van de 8 e eeuw, dat een os 2 solidi kostte en een koe of merrie 3 solidi. Een ruiter met paard kostte dus 22 à 23 ossen of 15 koeien. Je moest dus als ridder voldoende rijk zijn om je uitrusting te betalen. Dat was dikwijls het probleem. De Karolingers en andere vorsten die ridders nodig hadden deden een beroep op ruiters die reeds bezittingen hadden, hun dienstadel. De anderen betaalden ze met een leen. Met de opbrengst van het leen kon de ridder zijn uitrusting betalen. Bovendien kregen die ridders voor hun diensten meestal nog meer grond of een ambt (een bestuursfunctie). De ridders werden op die manier grootgrondbezitters en medebestuurders en vroegere medebestuurders 25 Blockmans, W. & Hoppenbrouwers, P. (2002),

18 (dienstadel) werden ridders. Bij die gronden hoorden ook horigen, die bewerkten de grond. De militaire specialisatie heeft reeds in de barbaarse koninkrijken van de vroege middeleeuwen het onderscheid doorgevoerd tussen aristocraten en gewone vrije mannen. Deze laatsten degradeerden meer en meer tot horigen. De ridders werden een gesloten stand Ridder worden ging niet vanzelf. Je werd door de koning tot ridder gekozen. Daarbij werd je tot ridder geslagen. De Kerk speelde hierin een belangrijke rol. De ridder moest immers het christelijk geloof desnoods met de wapens helpen verdedigen. In de 9e eeuw werd het Karolingische rijk verdeeld. Bovendien moesten de Karolingische vorsten zich toen verdedigen tegen de invallen van de Noormannen, Hongaren en Arabieren. Dat lukte hen niet zo best. De ridders moesten dus instaan voor de verdediging van hun eigen lenen. Toen bleek dat ze daarin slaagden, trokken zij zich van de eed van trouw die zij hadden afgelegd t.o.v. de koning, niets meer aan. In de 10e-11e eeuw slaagden zij er op die manier in hun leen, functie en titel erfelijk te maken. Zo ontstond er een gesloten stand van ridders, waartoe men voortaan enkel nog door afstamming kon behoren: de geboorteadel. Het was deze groep die steeds meer macht naar zich toe trok, waarbij zij ook zeggingschap kregen over andere vrijen, horigen en lijfeigenen. Het aantal ridders mag men niet overdrijven. Ook de vele gevechten op leven en dood niet. Het was meestal bij gewapende conflicten niet de bedoeling ridders te doden, wel er zoveel mogelijk gevangen te nemen en losgeld te vragen. Ridders leven in burchten. Een burcht was eerst niets anders dan een versterkte boerderij, een goed omheind en omwald hof. In de 9e eeuw, met de toenemende invallen, werd dat anders. Het nieuwe type van burcht was de torenburcht. Om zich nog beter te kunnen verdedigen, werden torens gebouwd die buiten de verdedigingsmuren uitstaken. Het Gravensteen van 18

19 Gent is daar een goed voorbeeld van. Een ophaalbrug zorgde ervoor dat de burcht volledig van de wereld kon afgesloten worden. Bij voorkeur werden de burchten gebouwd op plaatsen die al een natuurlijke bescherming boden: in de bochten van rivieren, op steile rotsen, enz De feodaliteit, organisatievorm van de middeleeuwse domaniale landbouweconomie De feodaliteit De organisatievorm waarmee de agrarische maatschappij en de landbouweconomie beheerst werd, was de feodaliteit. Ze was meteen ook de organisatievorm van het politieke leven. Ze ontstond in de Karolingische periode (zie verder) en kwam pas tot volle wasdom rond het jaar De feodaliteit ontstond uit de van oudsher bestaande vazalliteit : Vrije mannen verbinden zich als vazal met een heer in ruil voor bescherming en onderhoud. Op hun beurt leveren zij diensten (vooral krijgsdienst) Men spreekt van feodaliteit wanneer vrije lieden zich als vazal verbinden met een heer in ruil voor een leen (ook beneficium of feodum genoemd). Dat was immers voor die tijd - met weinig geld in omloop de gemakkelijkste vorm van betaling. Met zo n leen kon de heer zijn stand ophouden (een strijdros, wapenrusting, woonplaats, kleren, enz ) Deze verbintenis was een persoonlijke verbintenis en werd bezegeld door een plechtigheid : de vazal doet leenhulde (hommagium, manschap). 27 De vazal legde zijn gevouwen handen in die van de heer, dit gebaar was een teken van «manschap», daarna werd dit woordelijk bevestigd met een zin zoals «Heer, ik wil uw man zijn». Men zwoer dan een eed van trouw, de handeling kon dan nog bezegeld worden met een kus. 26 Le Goff,J. (1987) O.a. Le Goff,J. (1987) 120; Jansen, H.P.H. (1978)

20 De overdracht van het leen geschiedde met de investituur (plechtige bevestiging in een ambt). Dit ambt werd gesymboliseerd door een kluit aarde, een ring, een staf, een scepter. Heel deze plechtigheid doet sterk denken aan een sacrament. Deze verbintenis hield wederzijdse verplichtingen in. De vazal (hier dus leenman) werd verplicht zijn leenheer bij te staan met raad (consilium) en daad (auxilium). Daad : krijgsdienst, geldelijke hulp als de dochter trouwt, de heer op kruisvaart gaat Raad : deelnemen aan de zittingen van de rechtbank. Lenen werden later erfelijk, zelfs als eigendom beschouwd. Dit was zeker in het begin niet zo,de verbintenis werd oorspronkelijk verbroken bij de dood van een van beide partijen. Doorgaans moest bij het «erven» een som geld worden betaald. Lenen, als eigendom beschouwd, werden verder geleend zo ontstond een feodale piramide Historiek van de feodaliteit Bij Germanen en Romeinen 28 bestonden reeds verhoudingen die aan vazalliteit doen denken. De Germaanse edelen, de krijgsheren, omringden zich met een schare getrouwen, vrije mannen. Het woord vazal zou van het Keltische «gwas» komen wat knecht betekent. Tijdens de onveilige vroege middeleeuwen was het voor een heer belangrijk een schaar krijgers rond zich te hebben. Voor veel zwakkeren was het belangrijk een hogere beschermer te vinden. Zo hadden grotere heren hun schaar vazallen. De Karolingen wilden een ruiterleger oprichten. Om in hun levensonderhoud te voorzien gaf Karel Martel zijn ruiters een stuk land in leen. Karel Martel nam deze grond van de Kerk af. 28 Jansen, H.P.H. (1978) 100. De auteur verwijst in dit verband naar de oude Romeinen waar de patronus omstuwd werd door een aantal cliënten, die hem bij verkiezingen steunden en dagelijks een mandje brood van hem kregen. Volgens ons nogal vergezocht. Toch is het steun zoeken van vrije lieden bij fortuinlijker heren zeker in de 3 de en de 4 de eeuw in de Gallo-Romeinse wereld niet vreemd. 20

Ilse Weijten en gastdocent Jos van Dooren

Ilse Weijten en gastdocent Jos van Dooren MODULE BASISKENNIS ALGEMENE EN POLITIEKE GESCHIEDENIS Afstudeerrichting: Gids/Reisleider Code: 17 Academiejaar: vanaf 2013-2014 Niveau: basismodule Periode binnen het modeltraject: semester 2 Start binnen

Nadere informatie

Tijd van monniken en ridders (500 100) 3.1 Leenheren en leenmannen (500 100) (500 100) Plundering Rome door Alarik in 410, tekening uit de 20 e eeuw

Tijd van monniken en ridders (500 100) 3.1 Leenheren en leenmannen (500 100) (500 100) Plundering Rome door Alarik in 410, tekening uit de 20 e eeuw 3.1 Leenheren en nen 3.1 Leenheren en nen Gallië was rond 450 n. Chr. al meer dan 4 eeuwen (sinds Caesar) onder Romeins bestuur en een sterk geromaniseerd gebied, cultuur, bestuur, economie, taal en geloof

Nadere informatie

Examen Geschiedenis. Geef de 7 tijdsvakken: Mintiens Quintin

Examen Geschiedenis. Geef de 7 tijdsvakken: Mintiens Quintin Examen Geschiedenis Geef de 7 tijdsvakken: Prehistorie :... 3500 v.c Stroomculturen : 3500 v.c 800 v.c Klassieke Oudheid : 800 v.c 500 n.c Middeleeuwen : 500 n.c 1450 n.c Nieuwe tijd : 1450 n.c 1750 n.c

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 3 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 3 Toetsvragen Tijdvak 3 Toetsvragen 1 Op veel afbeeldingen wordt de Romeinse keizer Constantijn als een heilige afgebeeld met een stralenkrans om zijn hoofd. Welke reden was er om Constantijn als christelijke heilige

Nadere informatie

Info plus Het leenstelsel

Info plus Het leenstelsel Project Middeleeuwen F- verrijking week 1 Info plus Het leenstelsel Inleiding De Middeleeuwen betekent letterlijk de tussentijd. Deze naam is pas later aan deze periode in de geschiedenis gegeven. De naam

Nadere informatie

DE STANDENMAATSCHAPPIJ

DE STANDENMAATSCHAPPIJ DE STANDENMAATSCHAPPIJ 1)DE DRIE STANDEN Een bisschop schets de ideale samenleving De menselijke wet onderscheidt naast de geestelijk stand nog twee andere standen. De edelman en de onvrijen worden niet

Nadere informatie

Karel de Grote Koning van het Frankische Rijk

Karel de Grote Koning van het Frankische Rijk Karel de Grote Koning van het Frankische Rijk Eén van de bekendste koningen uit de Middeleeuwen is Karel de Grote. Hij leeft zo'n 1300 jaar geleden, waar hij koning is van het Frankische rijk. Dat rijk

Nadere informatie

Tijd van monniken en ridders (500 100) 3.2 Hofstelsel en horigen. (500 100)

Tijd van monniken en ridders (500 100) 3.2 Hofstelsel en horigen. (500 100) Gevolgen ineenstorting van het West Romeinse rijk in West Europa: 1. de eenheid van bestuur verdwijnt 2. de geldeconomie verdwijnt grotendeels. 3. steden raken in verval en verschrompelen tot kleine nederzettingen

Nadere informatie

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren Geschiedenis kwartet jagers en boeren jagers en boeren jagers en boeren Reusachtige stenen die door mensen op elkaar gelegd zijn. Zo maakten ze een begraafplaats. * Hunebedden * Drenthe * Trechterbekers

Nadere informatie

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken?

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken? Onderzoeksvraag; Waar en waardoor konden in de Tijd van Steden en Staten, oude steden weer tot bloei komen en nieuwe steden ontstaan? In vroege middeleeuwen was er sprake van een agrarische samenleving

Nadere informatie

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken?

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken? Onderzoeksvraag; Waar en waardoor konden in de Tijd van Steden en Staten, oude steden weer tot bloei komen en nieuwe steden ontstaan? In vroege middeleeuwen was er sprake van een agrarische samenleving

Nadere informatie

G E S C H I E D E N I S - A A N T E K E N I N G E N H 1 / 2 / 3

G E S C H I E D E N I S - A A N T E K E N I N G E N H 1 / 2 / 3 G E S C H I E D E N I S - A A N T E K E N I N G E N H 1 / 2 / 3 HOOFDSTUK 1 PARAGRAAF 1 Weg van de mensheid: - Staat in Afrika - Van daaruit Verspreiding over de rest van de wereld - Mens behoort tot de

Nadere informatie

TIJDLIJN VAN DE MIDDELEEUWEN TIJDLIJN

TIJDLIJN VAN DE MIDDELEEUWEN TIJDLIJN e-book Deze serie bestaat uit... 978-94-6175-209-3 (HB) 978-94-6175-153-9 (HB) 978-94-6175-963-4 (e-book) 978-94-6175-967-2 (e-book) 978-94-6175-210-9 (HB) 978-94-6175-155-3 (HB) 978-94-6175-154-6 (HB)

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte Vraag 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

Tijd van steden en staten

Tijd van steden en staten Tijd van steden en staten Hoge en Late Middeleeuwen 1000 n. Chr. 1500 n. Chr. Kenmerkende aspecten Kenmerkend aspect uitleggen aan de hand van voorbeeld: Hoofdzaken (gebeurtenissen, veranderingsprocessen,

Nadere informatie

Het begin van staatsvorming en centralisatie. Onderzoeksvraag; Hoe vond de staatsvorming van Engeland, Frankrijk en het hertogdom Bourgondië plaats?

Het begin van staatsvorming en centralisatie. Onderzoeksvraag; Hoe vond de staatsvorming van Engeland, Frankrijk en het hertogdom Bourgondië plaats? Onderzoeksvraag; Hoe vond de staatsvorming van Engeland, Frankrijk en het hertogdom Bourgondië plaats? Voorbeeld 1: Engeland De bezittingen van de Engelse koning Hendrik II in Frankrijk rond 1180 zijn

Nadere informatie

Kerndoelen geschiedenis. de verspreiding van het christendom tot in de Lage Landen hofstelsel en horigheid

Kerndoelen geschiedenis. de verspreiding van het christendom tot in de Lage Landen hofstelsel en horigheid Middeleeuwen Titel monniken en ridders Kerndoelen geschiedenis tijd van monniken en ridders tijd van steden en staten Aspecten 500-1000 1000-1500 de verspreiding van het christendom tot in de Lage Landen

Nadere informatie

een zee Volksverhuizingen Het Romeinse Rijk is heel rijk. Veel volkeren willen een deel van die rijkdom.

een zee Volksverhuizingen Het Romeinse Rijk is heel rijk. Veel volkeren willen een deel van die rijkdom. Werkblad 7 Ω De Franken Ω Les : De volksverhuizingen Volksverhuizingen Het Romeinse Rijk is heel rijk. Veel volkeren willen een deel van die rijkdom. Het wordt steeds moeilijker om de grenzen van het grote

Nadere informatie

Naam: FLORIS DE VIJFDE

Naam: FLORIS DE VIJFDE Naam: FLORIS DE VIJFDE Floris V leefde van 1256 tot 1296. Hij was een graaf, een edelman. Nederland zag er in de tijd van Floris V heel anders uit dan nu. Er woonden weinig mensen. Verschillende edelen

Nadere informatie

Onderzoeksvraag; welke motieven leidden in de middeleeuwen tot de kruistochten?

Onderzoeksvraag; welke motieven leidden in de middeleeuwen tot de kruistochten? Onderzoeksvraag; welke motieven leidden in de middeleeuwen tot de kruistochten? Rond 1080 bedreigen de minder tolerante Seldjoeken Constantinopel. Het werd voor christelijke pelgrims steeds moeilijker

Nadere informatie

GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1

GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1 GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1 Tijdvak Jagers en boeren; van de eerste mensen 3000 v. C. prehistorie; van de eerste mensen - 3000 v.c. Samenlevingstype: eerst jagers/verzamelaars,

Nadere informatie

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Willibrord Willibrord werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als zevenjarige jongen door zijn vader Wilgis toevertrouwd aan het klooster van Ripon nabij

Nadere informatie

Tijd van monniken en ridders (500 100 n. Chr.) 3.3 Christendom in Europa. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.

Tijd van monniken en ridders (500 100 n. Chr.) 3.3 Christendom in Europa. De verspreiding van het christendom in geheel Europa. 391 n Chr Onder keizer Theodosius wordt het christendom de staatsgodsdienst in Romeinse Rijk 496 n Chr De Frankische koning Clovis en vele andere Franken bekeren zich tot het christendom Wat waren de belangrijkste

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info Kastelen De eerste kastelen De eerste kastelen werden tussen 800 en 1000 na Christus gebouwd. In die tijd maakten de Noormannen de kusten van Europa onveilig: ze plunderden dorpen en boerderijen. De mensen

Nadere informatie

> Lees Volken op de vlucht!

> Lees Volken op de vlucht! LB - > Kijk naar afbeelding.. Iedereen op de been > Lees Hunnen op rooftocht. Welke twee uitspraken over de Hunnen zijn juist? Ze zijn een vreedzaam volk. Ze houden rooftochten. Ze hebben geen leider.

Nadere informatie

NEDERLAND IN DE 16e EEUW

NEDERLAND IN DE 16e EEUW NEDERLAND IN DE 16e EEUW In de 16e eeuw vielen de Nederlanden onder de Spaanse overheersing. Er bestonden grote verschillen tussen de gewesten (= provincies), bv: - dialect - zelfstandigheid van de gewesten

Nadere informatie

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie 1. De levenswijze van jager-verzamelaars. 2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen. 3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

Nadere informatie

Thors eik, die naam kennen we hier in de omgeving. Thors eik, dat werd zo n 1400 jaar geleden iets anders geschreven. Thornspiic oftewel Doornspijk

Thors eik, die naam kennen we hier in de omgeving. Thors eik, dat werd zo n 1400 jaar geleden iets anders geschreven. Thornspiic oftewel Doornspijk Na de grote volksverhuizing woonden hier andere stammen dan ervoor. Nu wonen de Franken, Friezen en Saksen hier. Andere stammen dus, maar één ding hebben ze gemeen: het heidendom heerst. Ze geloven in

Nadere informatie

Antwoorden bij Hoofdstuk 3 Tijd van monniken en ridders

Antwoorden bij Hoofdstuk 3 Tijd van monniken en ridders Antwoorden bij Hoofdstuk 3 Tijd van monniken en ridders Oriëntatie a feodale stelsel: bestuurssysteem dat berust op de verhouding tussen de leenheer en zijn leenmannen horige: boer die aan het domein van

Nadere informatie

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk).

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk). Jeanne d'arc Aan het begin van de 15de eeuw slaagden de Fransen er eindelijk in om de Engelsen uit hun land te verdrijven. De strijd begon met een vrouw die later een nationale heldin werd, van de meest

Nadere informatie

Situering in tijd en ruimte

Situering in tijd en ruimte Situering in tijd en ruimte Rome groeide tussen 753 v.c. en 476 uit tot een echt wereldrijk. Binnen deze tijdspanne kunnen we drie periodes onderscheiden: Rome als koninkrijk, als republiek en tenslotte

Nadere informatie

Amersfoort. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van de steden. Voorbeeld van stadsrechten

Amersfoort. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van de steden. Voorbeeld van stadsrechten Onderzoeksvraag; Waardoor kregen mensen in de steden en op het platteland steeds meer vrijheid en kregen stedelingen steeds meer bestuursmacht? (VOGGP) ontwikkeling Dit deden ze bijvoorbeeld door de steden

Nadere informatie

GS 1HV MEMO: 500-1500

GS 1HV MEMO: 500-1500 GS 1HV MEMO: 500-1500 1. Kleur in onderstaande kaart, met allebei een andere kleur, het West- en Oost-Romeinse Rijk in en benoem de hoofdsteden van beide rijken. 2. Vul in: Keizer Constantijn de Grote

Nadere informatie

Tijd van monniken en ridders Vroege Middeleeuwen. Tijd van jagers en boeren Prehistorie. - 3000 v C 500-1000

Tijd van monniken en ridders Vroege Middeleeuwen. Tijd van jagers en boeren Prehistorie. - 3000 v C 500-1000 jagers en boeren Prehistorie - 3000 v C monniken en ridders Vroege Middeleeuwen 500-1000 Grieken en Romeinen Oudheid -3000 v C - 500 n C steden en staten - Hoge en Late Middeleeuwen 1000 1500 ontdekkers

Nadere informatie

De Franse keizer Napoleon voerde rond 1800 veel oorlogen in Europa. Hij veroverde verschillende gebieden, zoals Nederland en België. Maar Napoleon leed in 1813 een zware nederlaag in Duitsland. Hij trok

Nadere informatie

Naam: DE GOUDEN EEUW en Rembrandt

Naam: DE GOUDEN EEUW en Rembrandt Naam: DE GOUDEN EEUW en Rembrandt De Gouden Eeuw duurde niet precies honderd jaar. Hij begon aan het eind van de 16de eeuw, beleefde zijn hoogtepunt rond 1675 en was in de 18de eeuw voorbij. De Gouden

Nadere informatie

> Kijk naar afbeelding 1.

> Kijk naar afbeelding 1. LB - > Kijk naar afbeelding.. Iedereen op de been > Lees Hunnen op rooftocht. Waarmee vervoeren de Romeinen hun spullen? Zet daar een kruisje bij. Welke twee uitspraken over de Hunnen zijn juist? Ze zijn

Nadere informatie

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters.

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters. Oefenrepetitie geschiedenis SUCCES!!! 4 Havo Periode 1 Tijdvakken 1 t/m 4 Dyslectische leerlingen slaan de vragen met een asterisk (*) over. DOOR DE TIJD HEEN 1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de

Nadere informatie

TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES

TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES Hoofdstuk 4 PARAGRAAF 4.1 Pruikentijd Standenmaatschappij De verlichting VERVAL EN RIJKDOM In de 17 e eeuw was Nederland het rijkste land ter wereld Van stilstand komt achteruitgang

Nadere informatie

Project Prehistorie, Grieken en Romeinen ABC

Project Prehistorie, Grieken en Romeinen ABC Project Prehistorie, Grieken en Romeinen ABC Week 1ABC: Algemeen Info: Prehistorie De geschiedenis in Nederland begint al heel lang geleden. Lang voordat de Romeinen in Nederland kwamen, waren er al mensen.

Nadere informatie

2 De oprichting van de VOC en de WIC zorgde ervoor dat overal op de wereld Zeeuwse en Hollandse schepen voeren.

2 De oprichting van de VOC en de WIC zorgde ervoor dat overal op de wereld Zeeuwse en Hollandse schepen voeren. Tijdvak 6 Toetsvragen 1 In de Tijd van Vorsten en Regenten werden in ook in de Nederlanden de eerste handelstochten naar Azië georganiseerd. Hoe werden deze tochten gefinancierd? A De Nederlandse overheid

Nadere informatie

Noord-Nederlandse gewesten. Smeekschift

Noord-Nederlandse gewesten. Smeekschift Habsburgs gezag Vanaf dat moment stonden de zuidelijke Nederlanden onder Habsburgs gezag. Noord-Nederlandse gewesten Door vererving en verovering vielen vanaf dat moment ook alle Noord- Nederlandse gewesten

Nadere informatie

De klassieke tijdlijn

De klassieke tijdlijn De klassieke tijdlijn In de lessen geschiedenis heb je waarschijnlijk al gehoord over de tijdlijnen, of de historische periodes en waarschijnlijk ook over exacte datums zoals 476. In dit documentje kom

Nadere informatie

De Middeleeuwen. Paragraaf 5.1, Middeleeuwen

De Middeleeuwen. Paragraaf 5.1, Middeleeuwen De Middeleeuwen H5 De Middeleeuwen Paragraaf 5.1, Middeleeuwen Eed van trouw Feodalisme feodum = Latijn voor lenen Leenheer Leenman (vazal) De leenheer geeft de leenman land (leen), macht en bescherming

Nadere informatie

In het oude Rome De stad Rome

In het oude Rome De stad Rome In het oude Rome De stad Rome In het oude Rome De stad Rome is héél oud. De stad bestaat al meer dan tweeduizend jaar. Rome was de hoofdstad van het grote Romeinse rijk. De mensen die naar Rome kwamen,

Nadere informatie

4 Inhou.d. INTRO2 I RUiMTE I 1 I Het laat-romeinse Rijk I 2 I Germaanse invallen I 3 I Hoofdrolspelers rond de Middellandse Zee

4 Inhou.d. INTRO2 I RUiMTE I 1 I Het laat-romeinse Rijk I 2 I Germaanse invallen I 3 I Hoofdrolspelers rond de Middellandse Zee INTRO 1 I TIJD I 1 I Oe middeleeuwen in de tijd geplaatst I 2 I Oe middeleeuwen en beeldvorming I 3 I Oe middeleeuwen en de Europese identiteit INTRO2 I RUiMTE I 1 I Het laat-romeinse Rijk I 2 I Germaanse

Nadere informatie

Analyseschema Tacitus Jaarboeken. Bron: Tacitus, P.C., Jaarboeken, vert. J.W. Meijer (Baarn 1990)

Analyseschema Tacitus Jaarboeken. Bron: Tacitus, P.C., Jaarboeken, vert. J.W. Meijer (Baarn 1990) Analyseschema Tacitus Jaarboeken Bron: Tacitus, P.C., Jaarboeken, vert. J.W. Meijer (Baarn 1990) Inhoudsopgave Religie blz. 3 Priesters blz. 3 Offeren blz. 3 Goden blz. 3 Overige blz. 3 Oorlog blz. 4-5

Nadere informatie

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800 Onderzoeksvraag: Hoe probeerde men tijdens de Franse Revolutie enkele Verlichtingsidealen in praktijk te brengen? Kenmerkende aspect: De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies

Nadere informatie

Geschiedenisproefwerk groep 7 Hoofdstuk 5 Een nieuwe wereld: Amerika

Geschiedenisproefwerk groep 7 Hoofdstuk 5 Een nieuwe wereld: Amerika Geschiedenisproefwerk groep 7 Hoofdstuk 5 Een nieuwe wereld: Amerika In het vroegere Amerika woonden Indianenstammen. Columbus ontdekte dit land van de Indianen in 1492. Het waren de Azteken, de Inca s

Nadere informatie

Inleiding geschiedenis Griekenland

Inleiding geschiedenis Griekenland Europa rond de Middellandse Zee rond 500 v. Chr. Sint-Janslyceum s-hertogenbosch, Theo Manders Inleiding geschiedenis Griekenland Rond 2000 v. Chr. Stedelijke centra: Op Kreta, Minoische cultuur Op Griekse

Nadere informatie

Inleiding geschiedenis Griekenland

Inleiding geschiedenis Griekenland Europa rond de Middellandse Zee rond 500 v. Chr. Sint-Janslyceum s-hertogenbosch, Theo Manders Inleiding geschiedenis Griekenland Rond 2000 v. Chr. Stedelijke centra: Op Kreta, Minoische cultuur Op Griekse

Nadere informatie

Romeinen. Romeinen. Germanen

Romeinen. Romeinen. Germanen Romeinen Romeinen Grieken en Romeinen lijken op elkaar qua levensstijl. Het Romeinse rijk is ontstaan in Rome (753 v. Chr.). De Romeinen kwamen 50 v. Chr. naar Nederland. De Romeinen hebben het Latijns

Nadere informatie

De middeleeuwen. Isabel Vogelezang 10 jaar OBS De Vogelenzang Leonardo Middenbouw Groep 6.

De middeleeuwen. Isabel Vogelezang 10 jaar OBS De Vogelenzang Leonardo Middenbouw Groep 6. De middeleeuwen. Isabel Vogelezang 10 jaar OBS De Vogelenzang Leonardo Middenbouw Groep 6. Inhoud 1.De pest 6. Het kasteel 2. Waarom middeleeuwen? 7.Straffen 3.Belegeringswapens 8.Karel de Grote 4. Kinderen

Nadere informatie

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1 Auteur Floris Sieffers Laatst gewijzigd 28 October 2015 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/65939 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

DENDERMONDE IN DE MEROVINGISCHE LEERLINGENBUNDEL STEDELIJKE MUSEA DENDERMONDE PERIODE (5DE TOT EN MET DE 8STE EEUW) 1-1-2012

DENDERMONDE IN DE MEROVINGISCHE LEERLINGENBUNDEL STEDELIJKE MUSEA DENDERMONDE PERIODE (5DE TOT EN MET DE 8STE EEUW) 1-1-2012 1-1-2012 STEDELIJKE MUSEA DENDERMONDE DENDERMONDE IN DE MEROVINGISCHE PERIODE (5DE TOT EN MET DE 8STE EEUW) LEERLINGENBUNDEL Een kijk op de geschiedenis door de ogen van een museum Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Filips II In 1566, meer dan vierhonderd jaar geleden, zijn veel mensen boos. Er is onrust in de Nederlanden. Er zijn spanningen over het geloof, veel mensen

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

De Romeinen. Wie waren de Romeinen?

De Romeinen. Wie waren de Romeinen? De Romeinen Wie waren de Romeinen? Lang voor de Romeinen naar ons land kwamen, woonden ze in een kleine staat rond de stad Rome. Vanaf 500 voor Christus begonnen de Romeinen met gebiedsuitbreiding. Als

Nadere informatie

Ontdekking. Dorestad teruggevonden

Ontdekking. Dorestad teruggevonden Dorestad teruggevonden Ontdekking Het vroegmiddeleeuwse Dorestad verdween na de negende eeuw van de kaart. Pas rond 1840 werd de stad teruggevonden, bij toeval. Kort daarna deed het RMO opgravingen en

Nadere informatie

Spreekbeurt en werkstuk over. Ridders. Door: Oscar Zuethoff

Spreekbeurt en werkstuk over. Ridders. Door: Oscar Zuethoff Spreekbeurt en werkstuk over Ridders Door: Oscar Zuethoff Mei 2007 Inleiding Waarom houd ik een spreekbeurt over de ridders en de riddertijd? Toen ik klein was wilde ik altijd al een ridder zijn. Ik vind

Nadere informatie

Doel: Na deze opdracht weet je meer over het leven en de gebruiken van de Vikingen

Doel: Na deze opdracht weet je meer over het leven en de gebruiken van de Vikingen Thema: Van A tot Z Geschiedenis Tijd van monniken en ridders Vikingen Moeilijkheid: *** Tijdsduur: *** Juf Nelly De Vikingen komen Doel: Na deze opdracht weet je meer over het leven en de gebruiken van

Nadere informatie

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Naam GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Groot Brittannië Groot-Brittannië is Schotland, Engeland en Wales samen. Engeland is het grootst van Groot-Brittannië en Wales het kleinst. Engeland heeft meer dan 46

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme Onderzoeksvraag: Welke motieven hadden de Europeanen om in Afrika en Zuidoost Azië een groot koloniaal imperium op te bouwen? Kenmerkende aspect: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met

Nadere informatie

Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord moet staan.

Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord moet staan. Antwoordkernen Instap en Ontdekkingsreizen Eureka 2M volledig herziene 5 e druk, 2015-2016 Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord

Nadere informatie

De Germaanse cultuur hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62219

De Germaanse cultuur hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62219 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 25 June 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62219 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u?

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u? Landenspel Korte omschrijving werkvorm: In deze opdracht wordt de klas verdeeld in vijf groepen. Iedere groep krijgt een omschrijving van een land en een instructie van de opdracht. In het lokaal moeten

Nadere informatie

Tijd van Grieken en Romeinen. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen

Tijd van Grieken en Romeinen. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen Pax Romana = Romeinse vrede, in 3 e eeuw n. Chr. onder druk door: 1. Invallen door Germaanse stammen 2. Conflicten om de macht (235 284 meer dan 50 soldatenkeizers ) 3. Waardevermindering van het geld

Nadere informatie

Tijd van Grieken en Romeinen. 2.4 De late oudheid. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen

Tijd van Grieken en Romeinen. 2.4 De late oudheid. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten Pax Romana = Romeinse vrede, in 3 e eeuw n. Chr. onder druk door: 1. Invallen door Germaanse stammen 2. Conflicten

Nadere informatie

Middeleeuwen. door: Joshua Murray Vogelenzang groep 6 2013

Middeleeuwen. door: Joshua Murray Vogelenzang groep 6 2013 Middeleeuwen door: Joshua Murray Vogelenzang groep 6 2013 Inhoud blz 1. Voorpagina blz 2. Inhoud blz 7. Sint Willibrord blz 8. De Landheer blz 3. De Middeleeuwen blz 9. Munten blz 4. Carcassonne blz 10.

Nadere informatie

HONDERD JAAR GELEDEN. Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913

HONDERD JAAR GELEDEN. Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913 HONDERD JAAR GELEDEN aflevering 12 Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913 Een vast onderwerp waaraan in de kranten aandacht werd besteed, was de oorlog op de Balkan. Turkije was er bij betrokken

Nadere informatie

Geschiedenis van China

Geschiedenis van China Geschiedenis van China Periodes: Shang dynastie 1766 1046 v.chr. Zhou dynastie 1046 256 v.chr. Han 206 v. Chr. 220 n.chr. Tang dynastie 618 907 Song dynastie 960 1279 Ming dynastie 1368 1644 Qing dynastie

Nadere informatie

Samenvatting Middeleeuwen ABC

Samenvatting Middeleeuwen ABC Samenvatting Middeleeuwen ABC Week 1ABC: Middeleeuwen algemeen Info: De middeleeuwen De middeleeuwen duurden van het jaar 500 tot het jaar 1500. Vóór de middeleeuwen waren de Romeinen de baas in ons land.

Nadere informatie

Geschiedenis hoofdstuk 3

Geschiedenis hoofdstuk 3 Geschiedenis hoofdstuk 3 Romeinse rijk 500 v Christus 500 na Christus Rome de eeuwige stad : deze stad bestaat al eeuwenlang. De tijdlijn Het Romeinse rijk begint 500v Chr. En eindigt 500 na Christus.

Nadere informatie

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800 Onderzoeksvraag: Hoe probeerde men tijdens de Franse Revolutie enkele Verlichtingsidealen in praktijk te brengen? Kenmerkende aspect: De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies

Nadere informatie

Oudenburg in het Brugse Ommeland

Oudenburg in het Brugse Ommeland Oudenburg in het Brugse Ommeland Oudenburg, nu eigenlijk een rustig plattelandsstadje op de grens tussen polder- en zandstreek in het Brugse Ommeland, behoort tot de oudste steden van ons land. De Romeinen

Nadere informatie

Karel de Grote en zo

Karel de Grote en zo Rondwandeling De Overtoom Startpunt: Café De Keizer, Holterstraatweg 186 (hoek Lichtenbergerweg), Holten Karel de Grote en zo Wat ging er aan vooraf? In 476 kwam er een eind aan het West-Romeinse Rijk.

Nadere informatie

DE VROEGE MIDDELEEUWEN (400-900)

DE VROEGE MIDDELEEUWEN (400-900) Page 1 of 12 DE VROEGE MIDDELEEUWEN (400-900) Deel 1: 400-804 De volksverhuizingen, kersteningen en de opkomst van het Frankische Rijk Na de Romeinse Tijd zijn er de vele volksverhuizingen, waarbij de

Nadere informatie

L ang geleden zag de Achterhoek er. De geschiedenis van Doetinchem, Wehl en Gaanderen

L ang geleden zag de Achterhoek er. De geschiedenis van Doetinchem, Wehl en Gaanderen Vuurstenen werktuigen steentijd [Stadsmuseum] L ang geleden zag de Achterhoek er heel anders uit dan tegenwoordig. Er waren uitgestrekte heidevelden, moerassen en veel bossen. Kortom, een ruig en onherbergzaam

Nadere informatie

Parf. 1 De verbreding van het Christendom in Europa.

Parf. 1 De verbreding van het Christendom in Europa. Parf. 1 De verbreding van het Christendom in Europa. Onder Clovis worden de Franken gekerstend. In 481 werd Clovis koning van één van de Frankische stammen, in de omgeving van Parijs. Clovis bekeerde zich

Nadere informatie

Samenvattingen Geloof ABC

Samenvattingen Geloof ABC Samenvattingen Geloof ABC Info 1ABC: Wat is geloof? Het gaat in dit project om de belangrijkste wereldgodsdiensten: jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme. Deze godsdiensten geven antwoorden

Nadere informatie

De steentijd Jagers en verzamelaars

De steentijd Jagers en verzamelaars De steentijd Jagers en verzamelaars De prehistorie is de geschiedenis van de mensheid voordat mensen konden lezen en schrijven. We hebben uit de prehistorie daarom geen boeken, dagboeken of andere geschreven

Nadere informatie

Oudheid ( 800 V.C - 500 )

Oudheid ( 800 V.C - 500 ) 1922 -> Howard Carter vindt het masker van Toetachanchamon 1974 -> Lucy wordt gevonden en zij wordt de eerste mens.(genoemd naar het liedje Lucy in the sky of diamond )? ( Prehistorie ) -> Vuur werdt ondekt

Nadere informatie

Het ontstaan en de ontwikkeling van familiewapens. Lezing door Cees Heystek op de bijeenkomst van de HCC-regio Noordoost-Brabant

Het ontstaan en de ontwikkeling van familiewapens. Lezing door Cees Heystek op de bijeenkomst van de HCC-regio Noordoost-Brabant Het ontstaan en de ontwikkeling van familiewapens Lezing door Cees Heystek op de bijeenkomst van de HCC-regio Noordoost-Brabant Wat is een familiewapen? Een familiewapen is een embleem van een persoon

Nadere informatie

DENDERMONDE IN DE MEROVINGISCHE LEERKRACHTENBUNDEL STEDELIJKE MUSEA DENDERMONDE PERIODE (5DE TOT EN MET DE 8STE EEUW) 1-1-2012

DENDERMONDE IN DE MEROVINGISCHE LEERKRACHTENBUNDEL STEDELIJKE MUSEA DENDERMONDE PERIODE (5DE TOT EN MET DE 8STE EEUW) 1-1-2012 1-1-2012 STEDELIJKE MUSEA DENDERMONDE DENDERMONDE IN DE MEROVINGISCHE PERIODE (5DE TOT EN MET DE 8STE EEUW) LEERKRACHTENBUNDEL Een kijk op de geschiedenis door de ogen van een museum Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

Kastelen in Nederland

Kastelen in Nederland Kastelen in Nederland J In ons land staan veel kastelen. Meer dan honderd. De meeste van die kastelen staan in het water. Bijvoorbeeld midden in een meer of een heel grote vijver. Als er geen water was,

Nadere informatie

Analyseschema Tacitus Het leven van Agricola

Analyseschema Tacitus Het leven van Agricola Analyseschema Tacitus Het leven van Agricola Bron: Tacitus, P.C., Het leven van Agricola en de Germanen, vert. Vincent Hunink (Amsterdam 2000) (Voor online versie, zie: http://www.let.ru.nl/v.hunink/documents/tac_agr_germ_nl.pdf

Nadere informatie

De Middeleeuwen het leven in de middeleeuwen

De Middeleeuwen het leven in de middeleeuwen De Middeleeuwen het leven in de middeleeuwen Na de val van het Romeinse rijk begonnen de Middeleeuwen. Ze noemde deze periode de Middeleeuwen, omdat het de periode was van 1000 jaren tussen het beschaafde

Nadere informatie

De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.!

De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.! De renaissance Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis. Deze term betekent letterlijk de wedergeboorte, en is een kunststroming uit

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

1 Monnikenwerk KLOOSTER MONNIKEN. Jorik is bang dat hij straf krijgt van de broeder, omdat hij een appel van het klooster wilde stelen.

1 Monnikenwerk KLOOSTER MONNIKEN. Jorik is bang dat hij straf krijgt van de broeder, omdat hij een appel van het klooster wilde stelen. les 1 Monnikenwerk 4 Waar of niet waar? Zet een kring om de goede letters. waar niet waar K O In de ziekenzaal werken verpleegsters. R E Jorik weet eerst niet waar hij is. T N De vader van Jorik is een

Nadere informatie

Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141

Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141 Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141 I. Inleiding Schrijf bij elke afbeelding welke functie/doel het zou hebben gehad in de Gallo- Romeinse periode. Functie:

Nadere informatie

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters.

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters. Oefenrepetitie geschiedenis SUCCES!!! 4 Havo Periode 1 Tijdvakken 1 t/m 4 Dyslectische leerlingen slaan de vragen met een asterisk (*) over. DOOR DE TIJD HEEN 1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de

Nadere informatie

Van dorp tot Hanzestad

Van dorp tot Hanzestad Van dorp tot Hanzestad 3-5 spelers, speelduur inclusief instructie 30-40 minuten Inleiding: De middeleeuwen is het tijdvak waarin de meeste van de moderne Europese steden hun oorsprong hebben. De meeste

Nadere informatie

Napoleon. bekendste persoon uit de geschiedenis

Napoleon. bekendste persoon uit de geschiedenis Napoleon bekendste persoon uit de geschiedenis Napoleon behoort tot de meest bekende personen uit de geschiedenis. Hij wist zich van eenvoudige komaf op te werken tot keizer van Frankrijk en heerser over

Nadere informatie

Tijdlijn van het oude Israël - 800 v.chr. tot 400 v. Chr.

Tijdlijn van het oude Israël - 800 v.chr. tot 400 v. Chr. Tijdlijn van het oude Israël - 800 v.chr. tot 400 v. Chr. Jesaja is de zoon van Amoz, de broer van Uzzia, koning van Juda. Uzzia werd op 16- jarige leeftijd koning, tijdens het 27 e regeringsjaar van Jerobeam

Nadere informatie