Jaarverslag Onderzoek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarverslag Onderzoek"

Transcriptie

1 Rapport 17 Jaarverslag Onderzoek RdMC 2010 Sjef Stijnen Rob Martens Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum Open Universiteit Open Universiteit rdmc.ou.nl rdmc.ou.nl

2

3 Rapport 17 Jaarverslag Onderzoek RdMC 2010 Sjef Stijnen Rob Martens

4 Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door de financiële ondersteuning van het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit. Ruud de Moor Centrum - Open Universiteit, 2011 Tenzij anders aangegeven mag het materiaal uit deze uitgave zonder voorafgaande toestemming openbaar gemaakt en verveelvoudigd worden door instellingen die gefinancierd worden uit publieke middelen, scholen, opleidingsinstituten en non-profitorganisaties ten behoeve van onderwijs- en onderzoeksdoeleinden, mits de naam van de auteursrechthebbende daarbij wordt vermeld: Ruud de Moor Centrum - Open Universiteit. Bij gebruik door andere instellingen / bedrijven of bij gebruik voor andere doeleinden dient eerst toestemming te worden gevraagd aan het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit. ISBN: Printed in The Netherlands. 2

5 Inhoudsopgave Woord vooraf 5 Managementsamenvatting 7 1 Inleiding 11 2 Missie van het onderzoek van het RdMC 13 3 Financiering 17 4 Samenwerking intern en extern Binnen de OU Nationaal Internationaal 22 5 Werkzaamheden en kwaliteitsbewaking Hoogleraren en promoties Ondersteuning en kwaliteit Audit 28 6 Kennis verspreiden en valorisering 29 7 Strategie voor de toekomst 31 8 Audit Literatuur 37 Bijlage 1: De Onderzoeksoutput van het RdMC in Bijlage 2: Personeelsopbouw, academische vorming en samenstelling Wetenschappelijke raad en Redactiecommissie 59 Colofon 61 Eerder verschenen RdMC-rapporten en -publicaties 63 Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 3

6 4

7 Woord vooraf De Open Universiteit ontwikkelt en verzorgt open hoger afstandsonderwijs en is tevens een partner voor lerarenopleidingen en scholen voor de professionalisering van leraren. Binnen de Open Universiteit is de expertise met betrekking tot deze professionalisering samengebracht in het Ruud de Moor Centrum (RdMC). Dit centrum vervult taken in het kader van ontwikkeling, vernieuwing en verspreiding van digitale professionaliseringsinstrumenten. Daarnaast wordt praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en evaluatie van de professionaliseringsactiviteiten ten behoeve van leraren verricht. Deze taken worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met scholen voor primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, lerarenopleidingen, sectororganisaties, en andere afdelingen en organisatieonderdelen van de Open Universiteit. De werkzaamheden van het RdMC leiden tot kennis, producten en diensten, die ondersteunend zijn voor bijvoorbeeld flexibilisering of leren op de werkplek. Naast bijdragen op het internet bestaan belangrijke producten uit publicaties en kennisdeling in de vorm van Ruud de Moor Centrum-rapporten. In deze reeks van rapporten worden bijvoorbeeld resultaten van professionalisering op de werkplek, die een geformaliseerd of afgerond karakter hebben, schriftelijk vastgelegd. Het kan daarbij gaan om dissertaties, oraties, achtergrondinformatie of stand-van-zaken overzichten maar ook om praktisch gerichte publicaties voor het gehele onderwijs. De inhoud van de rapporten kan betrekking hebben op een breed scala van onderwerpen of activiteiten. Gedacht kan worden aan: onderzoeksplannen en eerste ontwerpen van onderzoeksopzetten, eerste ervaringen in pilots, interessante best practices, beschrijvingen van innovaties, ontwerpen en schetsen van implementaties, kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over evaluaties en implementaties, bruikbare praktische instrumenten, exploitatiebevindingen, weergaven van discussies en overwegingen, voorlopige stellingnames, rapportages van voorstudies, prototypen en voorlopige ontwerpen, haalbaarheidsstudies, analyses, praktische documenten en dergelijke. De RdMC-rapporten zijn bruikbaar voor (beginnende) leraren, opleiders en begeleiders in lerarenopleidingen en in scholen maar ook voor beleidsmakers, media en alle anderen die op basis van belangstelling en/of professionele activiteiten betrokken zijn bij de innovatie van trajecten die bijdragen aan de professionalisering van leraren. Dit rapport is een weergave van de onderzoeksoutput van het Ruud de Moor Centrum over het jaar Afzonderlijke aandacht is besteed aan de resultaten van de in de loop van dit verslagjaar door Twynstra Gudde in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgevoerde audit voor wat betreft het verrichten van onderzoek als (toekomstige) kerntaak van het RdMC. J.J.M. (Jos) Kusters Msm Directeur Ruud de Moor Centrum Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 5

8 6

9 Managementsamenvatting Voor u ligt het Jaarverslag over de onderzoeksactiviteiten van het Ruud de Moor Centrum in het jaar Alvorens in te gaan op de onderzoeksoutput die in detail in bijlage 1 wordt beschreven, besteden we aandacht aan de missie van het onderzoek van het RdMC, de financiering, de in- en externe samenwerking, de kwaliteitsbewaking, de verspreiding van kennis en valorisering, de strategie voor de toekomst en de belangrijkste conclusies van de in dit jaar door Twynstra Gudde uitgevoerde audit. In deze samenvatting vindt u een korte beschrijving van de belangrijkste aspecten van samenwerking, kwaliteitsbewaking en verspreiding van kennis zoals gerealiseerd in Samenwerking Samenwerking vanuit het RdMC vindt plaats binnen de Open Universiteit (OU), op nationaal niveau en internationaal. Binnen de OU zijn belangrijke samenwerkingspartners het Centre for Learning Sciences and Technologies (CELSTEC) en het Netherlands Laboratory for Lifelong Learning (NeLLL) waarin de RdMC-promotietrajecten zijn opgenomen in een nieuwe programmalijn (programmalijn 5). De programmaleider onderzoek is lid van de Wetenschapscommissie van de OU en de Supervisory Board van NeLLL. Verder wordt intern samengewerkt met de in 2010 opgerichte Graduate School. In nationaal verband zijn er vele relaties en samenwerkingsverbanden met diverse partners. Genoemd kunnen worden: het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (NIVOZ), Kennisnet, KPC Groep, andere LPC s en andere SLOA-instellingen. Daarnaast wordt samengewerkt met Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), Hogeschool Iselinge, Faculteit der Gedragswetenschappen van UT, Faculteit Psychologie van UL, TIER (Top Institute for Evidence based Education Research van UM), Eindhoven School of Education (ESoE), Academische opleidingsscholen Limburg en de PO-Raad. Vanuit het RdMC zijn verschillende stafleden lid van het Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek, ICO. Op internationaal niveau is er een bijzondere relatie met de EAPRIL: European Association for Practitioner Research on Improving Learning. De programmaleider onderzoek van het RdMC is medeoprichter van EAPRIL. De EAPRIL is een welbewuste poging de resultaten van onderwijsonderzoek geschikt te maken voor de praktijk. Verder is er samenwerking met het Institut für Bildungswissenschaft und Medienforschung van de FernUniversität Hagen. Onderzoek In het onderzoek van het RdMC wordt een onderzoeksmatige invulling gegeven aan zogenaamd modus 2 -onderzoek, waarin vraaggestuurde co-creatie centraal staat. Organisatorisch zijn in 2010 de in 2009 geëntameerde activiteiten gecontinueerd waarmee verdere voorwaarden worden gecreëerd om dit type onderzoek te realiseren. Er is een onderzoeksstuurteam onder leiding van de hoogleraar/hoofd onderzoek. Ook heeft de in 2009 ingestelde Wetenschappelijke raad mede de wetenschappelijke kwaliteit van de output bewaakt. Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 7

10 Daarnaast is er promovendi-overleg, overleg van promotoren en er zijn onderzoekscolloquia georganiseerd. Binnen de voorgestane modus 2 -onderzoeksbenadering is in 2010 veel aandacht besteed aan de vraagsturingsprojecten, die vanaf 2010 in multidisciplinair samengestelde teams worden uitgevoerd. Zo is in 2009 (in de nota Vraagverheldering van Martens & Vermeulen, 2009) een procedure vastgesteld waarin van vraagverheldering, ondersteuning bij selectievariabelen tot en met eindrapportage op allerlei manieren ondersteuning en procedures worden aangereikt. De inhoud van de nota is zoveel mogelijk gebruikt binnen de activiteiten in de vraagsturingsprojecten. Dit heeft er mede toe geleid dat de vanaf 2008 ingestelde interne onderzoeksambassadeurs niet meer nodig waren. Er is drie keer per jaar hooglerarenoverleg. Projecten worden daarnaast ook ondersteund door middel van SPSS Data Collection (PASW). Uitgangspunt is verder dat het onderzoek, dat in de verschillende vraagsturingsprojecten wordt uitgevoerd, deel uit maakt van de jaarprogramma s en past binnen de strategienota van het RdMC. Cruciaal is daarnaast dat het naadloos aansluit op de kaders van de opdracht van het ministerie van OCW: het wordt daarom regelmatig met het ministerie van OCW kortgesloten. Het onderzoek moet verder aan een aantal standaard kwaliteitscriteria voor wetenschappelijk onderzoek voldoen. Daartoe gelden de afspraken en procedures zoals vastgesteld in de Publicatienota uit Naast de interne inspanningen om de onderzoeksorganisatie binnen het RdMC af te stemmen op de taakstelling, is in 2010 ook extern onderzoek uitgezet dat betrekking heeft op een aantal vraagsturingsprojecten op het terrein van de kwaliteit van onderwijs. Output Wat betreft het verspreiden van kennis is een brede strategie gevolgd. In 2010 is een aantal publicaties verschenen die betrekking hebben op vraagsturingsprojecten uit Een overzicht van de wetenschappelijke onderzoeksoutput voor 2010 is bijgevoegd in bijlage 1. Er is een onderscheid gemaakt tussen wetenschappelijke publicaties (bijlage 1, rubrieken 1 t/m 4), vakpublicaties (bijlage 1, rubriek 5) en andere vormen van output (bijlage 1, vanaf rubriek 6). Valorisatie van kennis vindt op verschillende manieren plaats. Een speciale plaats wordt daarbij ingenomen door de al genoemde EAPRIL. In november 2010 vond de EAPRIL-conferentie plaats in Lissabon. Door zes medewerkers werden resultaten gepresenteerd van onderzoek dat werd uitgevoerd in de vraagsturingsprojecten van het RdMC. Ook SKOLA speelt in kennisvalorisatie een rol. SKOLA is een samenwerkingsverband waarin alle organisaties die praktijkgericht onderzoek verrichten hun kennis bundelen. Kennis en andere output van het RdMC wordt verder breed gedissemineerd via diverse conferenties zoals aangegeven in bijlage 1, rubrieken 4 en 7. Zo is door het RdMC in 2010 actief aan een aantal wetenschappelijke circuits en organisaties deelgenomen. Genoemd kunnen worden: EARLI, AERA, VOR (ORD-conferentie), NeLLL, VELON/VELOV (VELON /VELOV conferentie), SITE (Society for 8

11 Information Technology & Teacher Education) ATEE (Association for Teacher Education in Europe - ATEE conference), ISLS (International Society of the Learning Sciences - International Conference for the Learning Sciences) en EADTU (European Association of Distance Teaching Universities). Publicaties en conferenties zijn niet de enige methoden de opbrengsten van onderzoek breed te verspreiden. Zo werden in 2010 meegewerkt aan een groot aantal interviews op radio en televisie en opiniërende bijdragen aan kranten en tijdschriften (bijlage 1, rubriek 8). Er was een speciale samenwerking met onderwijstijdschrift Didaktief. In 2010 is begonnen met een vaste bijdrage in de vorm van een terugkerend opiniërend artikel door Rob Martens voor het blad Onderwijsinnovatie van de Open Universiteit. Van belang is de oratie van Rob Martens in mei In deze oratie werd - soms in een wat provocatieve stijl - een krachtig pleidooi gehouden voor de vraaggestuurde manier van werken van het RdMC waarin wetenschap gecombineerd wordt met praktijkrelevantie, daarbij gebruikmakend van principes van modus 2 -onderzoek. Deze oratie werd druk bezocht en vond, samen met een symposium, op dezelfde dag plaats als de oratie van Luc Stevens van het Ruud de Moor Centrum. Het is tot slot van belang hier op te merken dat de onderzoeksactiviteiten van het RdMC niet alleen gericht zijn op (beginnende) leraren, opleiders en begeleiders in lerarenopleidingen en in scholen, maar ook op beleidsmakers, deskundigen in de media en alle anderen die op basis van belangstelling en/of professionele activiteiten betrokken zijn bij de innovatie van trajecten die bijdragen aan de professionalisering van leraren. Vraagsturingsprojecten spelen daarin een cruciale rol. Daarnaast is een actieve medewerking aan en ondersteuning van promotietrajecten voor leraren voor het RdMC van groot belang, uit het oogpunt van strategie voor de toekomst. In de activiteiten van het RdMC wordt onderscheid gemaakt tussen een zogenaamd basisdeel en een vraagsturingsdeel. Het is de bedoeling in 2011 in het basisdeel vijf onderzoeksprogramma s uit te werken die allemaal een ander aspect van professionalisering belichten (zie Programmaplan 2011, 2010b). Dit betreft de volgende programma s: 1. Wat beweegt leraren?, 2. Socaal leren, 3. Reflection in action, en 4. Organisatie en maatschappij. Het vijfde programma betreft een zogenaamde Look out functie van waaruit allerlei nieuwe ontwikkelingen proactief worden gevolgd. De programma s geven inhoudelijk richting en leiding aan de uitvoering van de vraagsturingsprojecten. Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en wetenschap heeft Twynstra Gudde in 2010 een audit uitgevoerd. In het document Koersplan (Ruud de Moor Centrum, (2010a) worden de belangrijkste conclusies van Twynstra Gudde als volgt samengevat:..het centrum (heeft) de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om een gezaghebbend kennis- en expertisecentrum te zijn. Onderscheidend zijn de focus op (online) werkplekleren, het doen van wetenschappelijk praktijkonderzoek gericht op de langere termijn en het beschikbaar stellen van expertise en instrumenten in de vorm van open content. (Ruud de Moor Centrum, 2010a, p. 7). Verder wordt gesteld: Het auditrapport onderstreept dat professionalisering van leraren een belangrijk thema is en dat de komende jaren ook blijft. Het thema is complex en omvangrijk. TG ziet het RdMC als een publiek gefinancierd kennis- en expertisecentrum, dat autoriteit verdient door Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 9

12 onderbouwde adviezen, publicaties en onderzoeksinstrumenten. (Ruud de Moor centrum, 2010a, p. 7). In 2011 en daarna zal door het RdMC in de aanbevolen richting verder worden gewerkt. 10

13 1 Inleiding Zoals al aangegeven ontwikkelt en verzorgt de Open Universiteit open hoger afstandsonderwijs. De universiteit is tevens een partner voor lerarenopleidingen en scholen voor de professionalisering van leraren. Binnen de Open Universiteit is de expertise op het gebied van deze professionalisering samengebracht in het Ruud de Moor Centrum. Het centrum doet onder meer praktijkgericht onderzoek en verricht evaluatie van professionaliseringsactiviteiten ten behoeve van leraren. Deze taken worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met scholen voor primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, lerarenopleidingen, sectororganisaties, en andere afdelingen en organisatieonderdelen van de Open Universiteit. De werkzaamheden van het RdMC resulteren in een breed scala aan kennis, producten en diensten, die ondersteunend kunnen zijn voor bijvoorbeeld flexibilisering of leren op de werkplek. De output van het RdMC bestaat naast bijdragen op het internet uit publicaties en instrumenten. Deze output is niet alleen gericht op (beginnende) leraren, opleiders en begeleiders in lerarenopleidingen en in scholen, maar ook op beleidsmakers, deskundigen in de media en alle anderen die op basis van belangstelling en/of professionele activiteiten betrokken zijn bij de innovatie van trajecten die bijdragen aan de professionalisering van onderwijsgevenden. In het voorliggende Jaarverslag Onderzoek 2010 wordt in het kader van het uitgevoerde onderzoek eerst een schets gegeven van missie, financiering, samenwerking, strategie, kwaliteitsbewaking en valorisatie. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste onderzoeksoutput van het kalenderjaar Zoals uit de vermelde termen blijkt beperkt het verslag zich niet tot de output van onderzoek in enge zin. Ook wordt aandacht besteed aan twee belangrijke aspecten die met onderzoek samenhangen. In de eerste plaats betreft dit de kwaliteitsbewaking van het onderzoek waarbij de (interne) onderzoeksorganisatie van het RdMC een belangrijke rol speelt. In de tweede plaats heeft dit betrekking op de implementatie van de onderzoeksresultaten ten behoeve van de onderzoekspraktijk. Kennis verspreiden en valorisering zijn hier de kernbegrippen. Het verslag dient gelezen te worden tegen de achtergrond van het Onderzoeksprogramma van het RdMC (Martens, 2009). Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 11

14 12

15 2 Missie van het onderzoek van het RdMC Het Ruud de Moor Centrum bevindt zich in 2010 in een ontwikkelingsfase waarbij procesgerichtheid steeds belangrijker wordt in vergelijking met productgerichtheid, een transformatie van aanbod naar vraag. Daartoe is een scherpere focus op het brede veld van professionalisering noodzakelijk. Het Ruud de Moor Centrum richt zich op professionalisering op de werkplek, met behulp van informeel leren en inzet van ict voor leraren, in combinatie met het management, op onderwijskundig en didactisch terrein. Het RdMC heeft als universitair expertisecentrum een expliciete verantwoordelijkheid om systematisch wetenschappelijk inzicht te verzamelen in de werking van de producten en diensten die het aanbiedt. Door met goed onderzoek inzicht te verwerven in wat wel en wat niet werkt en waarom, kan het RdMC zijn werk generaliseren en zo dus valoriseren naar een veel breder deel van het Nederlandse onderwijs. Het centrale uitgangspunt van het onderzoeksprogramma dat in 2009 is vastgesteld voor de periode , is gericht op verbetering van de onderwijspraktijk. Meer in het bijzonder betreft dit het identificeren van factoren die het professionaliseren van de leraar door te leren op de werkplek bevorderen of hinderen. Een en ander vaak met behulp van benaderingen die plaats- en tijdonafhankelijk zijn, zoals met gebruikmaking van ict. Daarbij gaat het er steeds om na te gaan of een project bij de behoefte aansloot, of het effectief en efficiënt was, of leraren het gebruikten en waardeerden en of het tot de veronderstelde gedragsverandering geleid heeft. Belangrijke overkoepelende variabelen daarbij zijn de cognitieve belasting die toepassingen met zich meebrengen (bijv. Sweller, 2005) en de mate waarin deze toepassingen door leraren als motiverend worden ervaren, vanuit de overtuiging dat de motivatie van leraren een van de kernvariabelen is bij het al dan niet slagen van onderwijsinnovaties en succesvolle professionalisering van leraren (Ryan & Deci, 2000). Het gaat daarbij om inzicht in verschillende typen motivatie en de invloed die de perceptie van contextuele factoren daarop uitoefent. Daarnaast zijn ook aspecten aan de orde zoals usability, effectiviteit en efficiëntie van de ingreep/toepassing. Vaak is de leraar de belangrijkste actor in het onderzoek, maar het kan ook gaan om teams van leerkrachten en ook om leerlingen. Belangrijk is dat juist vanwege het belang dat door het RdMC aan vraagsturing wordt gehecht, veel onderzoek (in vraagverheldering) steeds weer flexibel moet inspelen op vragen en problemen in de praktijk en er dus ook flexibel moet worden omgegaan met selectie van (afhankelijke) variabelen bij het onderzoeken van effecten van projecten. Het onderzoeksprogramma van het Ruud de Moor Centrum dekt in zijn volle breedte alle vormen van sociaalwetenschappelijk onderwijsonderzoek: van promotieonderzoek tot gebruikersonderzoek. In sommige projecten wordt gebruik gemaakt van action research, waarvoor ook protocollen en instrumentarium ontwikkeld worden. De gerichtheid van het onderzoeksprogramma op de onderwijspraktijk sluit zeker niet uit dat er ook vernieuwend of fundamenteel theory-driven onderzoek kan plaatsvinden. Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 13

16 Zoals gezegd heeft het RdMC als centrale missie het professionaliseren van de leraar met behulp van werkplekleren, waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van tijd- en plaatsonafhankelijk leren. Dit is in volledige overeenstemming met het strategisch meerjarenplan dat in 2009 is vastgesteld en dat de werktitel Stradivarius (RdMC, 2009) draagt. Onder werkplekleren verstaan we het leren dat tijdens het uitoefenen van het beroep plaatsvindt, vaak, maar niet noodzakelijk, non-formeel of informeel (Kreijns & Dresen, 2008). Vaak is dit leren een ongeplande activiteit (Verloop & Kessels, 2006). Professionaliseren is moeilijk te definiëren, niet in de laatste plaats omdat het vaak informeel of zelfs onbewust verloopt (Reynders, 2008). Het gaat in ieder geval om het al dan niet bewust up-to-date houden van alle noodzakelijke vaardigheden die een onderwijsgevende nodig heeft om leerlingen of studenten optimaal voor te bereiden op een beroep of vervolgopleiding. Onder andere Weggeman (2007) voegt hier nog aan toe dat professionals innoveren, goed samenwerken en kennis delen, en regelmatig laten zien plezier te hebben in hun werk. Uit meta-analyses (onder andere Kendall & Marzano, 2008) weten we dat verbeteringen in de professionalisering van leraren tot belangrijke positieve effecten leiden bij de leerlingen. Het RdMC-onderzoeksprogramma is, ook in het verslagjaar 2010, gericht op onderzoek met een aantoonbare relevantie voor de onderzoekspraktijk (Stijnen, Martens & Dieleman, 2009). Het gaat er bijvoorbeeld om na te gaan of een project bij de behoefte aansloot, het effectief en efficiënt was, leraren het gebruikten en waardeerden en of het tot de veronderstelde gedragsverandering geleid heeft. Anders gezegd, de drie W s: Wat Werkt Waarom? Zo wordt gewerkt aan zogeheten evidenceinformed practice. Verder is van groot belang dat het onderzoek van hoge kwaliteit is en zodanig generaliseerbaar dat het van academisch wetenschappelijk niveau is. Zo onderscheidt het programma zich van het vaak meer op de lokale praktijkgerichte onderzoek dat in het (hoger) onderwijs aan belang wint (zie HBOraad, 2009). Een belangrijk aspect hierbij is de bijdrage aan wetenschappelijke theorievorming. Het balanceren tussen hoge eisen aan praktijkrelevantie en hoge eisen aan het wetenschappelijk niveau is overigens al langere tijd een typische karakteristiek van het onderwijsonderzoek dat aan de Open Universiteit plaatsvindt. Een professionele school met gemotiveerde, leven lang lerende leraren, die op die manier kwantitatief en kwalitatief het lerarenkorps vormen dat Nederland nodig heeft, is van groot belang, maar is tevens een punt van aanhoudende zorg (bijv. Hendriks, 2008). Daarbij komt dat veel auteurs aangeven dat het huidige systematisch onderzoek naar het werkplekleren van leraren schaars en ontoereikend is, terwijl het wel degelijk cruciaal is voor de ontwikkeling van het onderwijs. Daarmee is de relevantie van de centrale onderzoeksthema s van het RdMC-onderzoeksprogramma in onze ogen zeer hoog (conform onder anderen Bastiaens (2007), Bergen & Vermunt (2008), Coonen (2005), Gerrichhauzen (2007), Stijnen (2003, 2007); Vermeulen (2003) Verloop & Kessels, (2006)). In dit kader is ook interessant wat in de door Twynstra Gudde in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgevoerde audit daarover wordt opgemerkt: Met de focus op 14

17 professionalisering van leraren via leren op de werkplek onderscheidt het RdMC zich, volgens de respondenten van de interviews, in het bredere speelveld van de professionalisering van leraren van andere organisaties. Het RdMC is daarnaast een, aan een universiteit verbonden, kennis- en expertisecentrum dat op basis van vraagsturingsprojecten wetenschappelijk onderzoek verricht naar professionalisering van leraren. Dat is in het speelveld een onderscheidende positie, aldus de respondenten van de interviews. (Twynstra Gudde, 2010, p. 16). Verder stelt Twynsta Gudde daar dat het RdMC zich van anderen onderscheidt met evidence-based onderzoek en dat onderzoek gericht op de lange termijn een publieke taak is. Twynstra Gudde vervolgt: In het speelveld van professionalisering is het RdMC een kennis- en expertisecentrum dat zich als enige richt op het verrichten van onderzoek naar de professionalisering van leraren via leren op de werkplek. Al eerder is geconcludeerd dat dit een maatschappelijk uiterst relevant thema is. Twynstra Gudde is van mening dat onderwijsinstellingen en commercieel opererende partijen geen mogelijkheden zien tot of interesse hebben in de ontwikkeling van generieke en vrij beschikbare kennis en expertise. Gezien de maatschappelijke relevantie van de professionalisering van leraren is het volgens Twynstra Gudde een publieke taak om generieke kennis en expertise te ontwikkelen en als open content beschikbaar te stellen. Dit is een opgave die goed past bij het RdMC en thuishoort in de basisfunctie. Het onderzoek vanuit vraagsturingsprojecten maakt het RdMC onderscheidend (Twynstra Gudde, 2010, p. 22). Ten slotte wordt gesteld: Het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, met onderzoeksdata vanuit vraagsturingsprojecten als bron is een onderscheidende benadering voor een kennis- en expertisecentrum. Door de vaste budgettaire verhouding ontstaat daardoor minder ruimte voor de overige werkzaamheden in het kader van de basisfunctie, waaronder het verrichten van onderzoek. Gezien de rol van het RdMC als kennis- en expertisecentrum is dit een aandachtspunt. (Twynstra Gudde, 2010, p. 10). Deze paragraaf afsluitend kan worden gesteld dat de expertiseopbouw die het RdMC ambieert bij het professionaliseren van leraren(teams) gaat over wat werkt waarom. Vaak gaat het om informeel leren op de werkplek met behulp van ict. Het betreft hiermee een maatschappelijk zeer relevant onderdeel van de leven-lang-leren-thematiek, dat niet alleen beantwoordt aan de taakstellende opdracht vanuit het ministerie van OCW, maar ook volledig past binnen het instellingsplan van de OU en de uitgangspunten van het in paragraaf 4 nog nader te noemen Netherlands Laboratory for Lifelong Learning (NeLLL). Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 15

18 16

19 3 Financiering Wat de input van het onderzoeksprogramma voor 2010 betreft, is uitgegaan van bijna 20% van de vrij besteedbare middelen uit de begroting. Dit is ongeveer een miljoen euro die geoormerkt is voor onderzoek. Tot de output van het onderzoeksprogramma wordt gerekend: de opbouw van een systematisch kennisbestand promotietrajecten diverse soorten publicaties (variërend van rapportenreeks tot proefschriften en internationale SSCI-publicaties) onderzoeksinstrumenten en kwaliteitsbevorderende maatregelen systematische disseminatie van resultaten naar de onderwijspraktijk. Vanaf 2009 is begonnen om bij alle rapportages vanuit het RdMC waarbij een onderzoekscomponent aan de orde is, de onderzoeksmatige en redactionele kwaliteit te waarborgen vanuit het onderzoeksprogramma. Tevens is een begin gemaakt met de implementatie van resultaten (zie voor details de volgende paragrafen). De hoogleraar/programmaleider onderzoek is verantwoordelijk voor de genoemde onderzoeksactiviteiten. Aan het onderzoeksprogramma zijn behalve de interne hoogleraren ook externe hoogleraren met (in een aantal gevallen) een nulbenoeming verbonden, die een belangrijke adviserende functie hebben. Het Ruud de Moor Centrum wordt gefinancierd door het ministerie van OCW. In de opvatting van de in 2010 uitgevoerde audit heeft het RdMC met een eigen financiering een onafhankelijke positie richting onderwijsinstellingen en de leraren en vormt het RdMC een schakel tussen het ministerie van OCW en het onderwijsveld. (Twynstra Gudde, 2010, p. 16). Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 17

20 18

21 4 Samenwerking intern en extern Samenwerking vanuit het RdMC vindt plaats binnen de OU, op zowel nationaal als internationaal niveau. 4.1 Binnen de OU Het onderzoek van het RdMC past binnen de kaders die de Open Universiteit stelt aan onderzoek (vaak passend binnen onderzoek in het kader van leven lang leren). Belangrijk in dit verband is de aansluiting die er is bij het OU-brede overkoepelende onderzoeksprogramma van het al genoemde NeLLL (zie ). De RdMC-promotieprojecten zijn of worden opgenomen in een nieuwe programmalijn bij NELLL (programmalijn 5). Op deze plaats wordt nader ingegaan op NELLL. Martens (2010b) stelt op pagina 1: Deze programmalijn (bedoeld is programmalijn 5) kent een relatief brede waaier aan leven-lang-leren-onderwerpen omdat haar gerichtheid vooral zit in de doelgroep (de onderzoekspopulatie). Die doelgroep betreft de (Nederlandse) leraren, in principe in alle onderwijstypes. De centrale probleemstelling van deze programmalijn is: welke acties kunnen ondernomen worden om het kwalitatieve lerarentekort te helpen oplossen? Het gaat hierbij om acties op het gebied van leven lang, vaak informeel leren op de werkplek. Programmalijn 5 volgt (een deel van) het RdMC onderzoek en richt zich naast een relatief brede en deels vraaggestuurde oriëntatie specifiek op twee topics: sociale netwerken/netwerkleren voor leraren en motivatie van leraren. Hij vervolgt op pagina 3: Sinds september 2010 heeft het RdMC officieel een programmalijn in NeLLL. Deze zal bekostigd worden van Dat betekent dat deze programmalijn in 2010 nog in de opstartfase zat. Wel zijn er al een behoorlijk aantal promotieprojecten aangemeld bij NeLLL, met hun bijbehorende output. Twee nieuwe, door NeLLL bekostigde promotieprojecten zijn in ontwikkeling. Martens stelt op dezelfde pagina verder dat hij in zijn oratie (Martens, 2010a) een koers heeft...uitgezet voor de verhoging van praktijkrelevantie van onderwijsonderzoek, met veel aandacht voor life long learning en een nadrukkelijke koppeling naar NeLLL. De maatschappelijke impact van deze programmalijn, in lijn met de onderzoeksbenadering van het Ruud de Moor Centrum, is zeer groot te noemen. Op tientallen scholen in Nederland vindt onderzoek plaats in co-creatie, daarnaast worden ook meerjarige samenwerkingsprojecten van co-creatie en gecombineerd onderzoek ( vraaggestuurd ) opgezet met enkele grote schoolbesturen in Nederland. Om onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk zich beter en wederzijds versterkend te laten ontwikkelen, is een visie op dat onderwijsonderzoek ontwikkeld (zie Martens, 2010a), zie ook programmatekst lijn 5 en RdMC onderzoeksprogramma. Tot zover de toelichting rondom NeLLL. Verder vindt samenwerking plaats via de OU-Wetenschapscommissie. In het bijzonder in relatie tot CELSTEC wordt gestreefd naar nadrukkelijke samenwerking in onderzoeksprojecten. Vanaf 2009 heeft dit geresulteerd in het gezamenlijk begeleiden van twee promotietrajecten. In dit kader heeft de programmaleider onderzoek zitting in de Wetenschapscommissie van de OU en de Supervisory Board van NeLLL. Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 19

22 Een nieuwe ontwikkeling in 2010 is de Graduate School van de Open Universiteit. Ook hiermee zal nauw samengewerkt worden. In 2010 is deze Graduate School in aanloop van start gegaan. RDMCpromovendi zullen lid worden van deze Graduate School. 4.2 Nationaal Sterke inbedding in een (in beperkte mate ook internationale) samenwerkingsstructuur van onderzoeksorganisaties buiten de Open Universiteit, die globaal genomen eenzelfde combinatie beogen van onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk, is belangrijk. Er is daarom gestreefd naar systematische samenwerking met instituten en organisaties die complementair zijn aan wat het RdMC ambieert op onderzoeksgebied. Meer concreet wordt met de hierna genoemde organisaties in 2010 samengewerkt. Het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (NIVOZ) Het NIVOZ is sterk gericht op veranderingsprocessen in het onderwijs en op kwalitatieve verdieping van het onderwijs door het beantwoorden van fundamentele waarom -vragen. Meer dan het RdMC is het NIVOZ gericht op het leerlingperspectief. Er is concrete samenwerking op het gebied van instrumentontwikkeling, promoties en doorverwijzing daar waar het gaat om verdieping over ontwerpvragen. Kennisnet Kennisnet heeft een eigen onderzoeksfocus, waarbij het professionaliseren van leraren een belangrijke speerpunt is. Kennisnet is sterk complementair aan wat RdMC doet: sterker gericht op ict en meer fungerend als kennismakelaar, en vaak in een rol als uitbesteder van onderzoeksgelden. Kennisnet doet geen zelfstandig academisch onderzoek. Kennisnet bekostigt een buitenpromovenda die het RdMC gezamenlijk met de UM begeleidt. KPC Groep, andere LPC s en andere SLOA-instellingen Er zijn samenwerkingsafspraken over satellietorganisatie in vraagsturingsprojecten. Er is inhoudelijke samenwerking op onderzoeksthemalijnen met SLOA-instellingen en in promotietrajecten. Twee medewerkers van het KPC promoveren bij het RdMC als buitenpromovendi. Een UHD van het RdMC is verbonden aan het KPC. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Tussen de OU en HAN bestaat er een overkoepelende samenwerkingsovereenkomst. Daarnaast is er inhoudelijke samenwerking. Fontys Hogeschool Met Fontys Hogeschool is er een samenwerkingsovereenkomst. Een UHD is als lector verbonden aan Fontys. 20

23 Iselinge Hogeschool Met Iselinge Hogeschool is er een samenwerkingovereenkomst. Een medewerkster promoveert bij het RdMC als buitenpromovenda. Faculteit Gedragswetenschappen, UT Met de Faculteit der Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente is er inhoudelijke samenwerking, ook in promotietrajecten. TIER (Top Institute for Evidence Based Education Research), UM, UvA, RUG Met TIER is een afspraak gemaakt tot samenwerking op het gebied van effectiviteitsonderzoek. Eindhoven School of Education (ESoE) Met de ESoE werd in 2010 inhoudelijk samengewerkt bij de voorbereiding van een dissertatie. Academische opleidingsscholen Limburg Ook in 2010 is het RdMC actief betrokken bij deze ontwikkeling. Zo wordt actief deelgenomen aan landelijk overleg hierover. PO-Raad Het RdMC en de PO-Raad voeren een gezamenlijk onderzoek uit naar professionaliseringsactiviteiten van leraren. Hierbij is ook een internationale, vergelijkende studie verricht die in 2010 is gepubliceerd (Hovius & Van Kessel, 2010). Martens is lid van de adviesraad PO. ICO Een aantal onderzoekers bij het RdMC is staflid van het Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek (ICO). SKOLA SKOLA is een webgebaseerd samenwerkingsverband waarin alle organisaties die praktijkgericht onderzoek verrichten hun kennis bundelen (SKOLA probeert een brug te slaan tussen wetenschap en onderwijspraktijk) (zie Leraar24 Leraar24 is een online platform dat leraren wil helpen en ondersteunen bij hun professionalisering. Het is een samenwerkingsverband van Kennisnet, Stichting Beroepskwaliteit leraren (SBL), Ruud de Moor Centrum en Teleac. RdMC heeft de onderzoeksprojectleiding. Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 21

24 SBL In de loop van 2011 zal een zogenaamde Coöperatie Leraren worden opgericht. SBL zal hier in opgaan. Het RdMC zal ook deel gaan uitmaken van dit samenwerkingsverband. In nauwe samenspraak met OCW zal de programmatische invloed en de samenwerking met de Coöperatie vorm worden gegeven. Wikiwijs In september 2010 is na een voorbereidingsperiode het startsein gegeven voor Wikiwijs. Wikiwijs is een geheel van digitale collecties, webapplicaties en functionaliteiten (http://www.wikiwijs.nl/wikiwijs.psml/home) die aangeboden worden op het internet. Wikwijs is een onafhankelijk platform voor en door docenten (.). (http://www.wikiwijs.nl/wikiwijs.psml/home). Leraren zijn zelf betrokken bij de inhoud, de ontwikkeling en instandhouding van het platform. Het motto is: zoek, maak, deel. Kennisnet en de Open Universiteit, waaronder het RdMC realiseren Wikiwijs 4.3 Internationaal Een bijzondere rol heeft het RdMC in de EAPRIL, European Association for Practitioner Research on Improving Learning. Dit is een dochterorganisatie van de EARLI. EAPRIL is potentieel van groot belang voor de profilering en internationale versterking van het onderzoeksprogramma (zie ). Het RdMC heeft hierin een voortrekkersrol gezocht. De programmaleider onderzoek van het RdMC is medeoprichter van EAPRIL. De EAPRIL is een welbewuste poging de resultaten van onderwijsonderzoek veel meer dan te doen gebruikelijk geschikt te maken voor de praktijk (zie ook Stijnen, Martens & Dieleman, 2009). Verder bestaat samenwerking met de FernUniversität Hagen (BRD). Meer in het bijzonder is er een relatie met het Institut für Bildungswissenschaft und Medienforschung van die universiteit. Zoals opgemerkt, is in 2010 in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een audit uitgevoerd door Twynstra Gudde. In de rapportage worden ook opmerkingen gemaakt over (organisatorische) relaties die het RdMC onderhoudt. Over de Klankbordgroep wordt onder meer opgemerkt: In de vorm van een klankbordgroep onderhoudt het RdMC een organisatorische relatie met belangrijke stakeholders in het speelveld. Leden van de klankbordgroep zijn onder andere vertegenwoordigers van de VO-raad, SBL en ADEF ( ). (Twynstra Gudde, 2010, p. 15). Als voorbeelden van onderwerpen die in de Klankbordgroep aan de orde komen, worden genoemd: het invoeren van vraagsturing door het RdMC, het rapport van de commissie Rinnooy Kan, de kwaliteitsagenda Primair Onderwijs en de positionering van professionalisering in het onderwijs. Twynstra Gudde vervolgt (p. 15): De bijeenkomsten van de Klankbordgroep kenmerken zich door de inhoudelijke discussie die plaatsvindt naar aanleiding van actuele onderwerpen. Aandachtspunt hierbij 22

25 is welke consequenties dit voor het RdMC heeft. Daarnaast is er ruimte voor discussie over initiatieven en maatregelen van het RdMC. In de audit is ook een indirecte validering te vinden van de eerder genoemde opsomming van relaties. Daartoe heeft Twynstra Gudde (2010) een overzicht samengesteld van de verschillende invalshoeken vanwaaruit naar het patroon van relaties van het RdMC kan worden gekeken. Het overzicht is opgesteld en geïllustreerd met voorbeelden van organisaties die in het onderzoek dat in het kader van de audit is uitgevoerd door respondenten zijn genoemd. TG spreekt in dit verband van het speelveld van het RdMC vanuit verschillende invalshoeken. (p. 15). De volgende voorbeelden van organisaties worden genoemd (op pagina 15): 1. Onderwijsvertegenwoordigers, zoals sectorraden (PO-Raad, VO-raad, MBO-raad), Vakbonden (AoB), SBL, SLO; 2. Onderwijs en ICT, zoals SURF, stichting Kennisnet, Stichting Digilessen en VO; 3. Wetenschap/onderzoek, zoals universiteiten en aanverwante expertisecentra (IVLOS, ICLON, TIER, IVA); 4. Lerarenopleiders, zoals ADEF (Algemeen Directeurenoverleg, Educatieve Faculteiten), VELON (Vereniging Lerarenopleiders Nederland), hogescholen, universiteiten en interne opleidingsinstituten; 5. Subsidieprogramma s, zoals HPBO (Innovatiearrangement), Platform Bèta techniek en projecten uit FES-gelden; en 6. Onderwijsondersteuning, zoals allerlei commerciële adviesbureaus, uitgevers en Onderwijs Begeleidings Diensten. (Twynstra Gudde, 2010, p. 15). Geconstateerd kan worden dat wat de Nederlandse situatie betreft er een grote overeenkomst is tussen de door het RdMC genoemde relaties en de via bevraging van respondenten meer empirisch onderzochte relaties door Twynstra Gudde. Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 23

26 24

27 5 Werkzaamheden en kwaliteitsbewaking Het onderzoeksprogramma van het RdMC reikt nadrukkelijk verder dan alleen de promotieprojecten. Uit het onderzoeksprogramma blijkt dat geprobeerd wordt een nadrukkelijke invloed uit te oefenen op de kwaliteit van functioneren van het gehele RdMC. Er wordt een onderzoeksmatige invulling gegeven aan modus 2-onderzoek, waarin vraaggestuurde co-creatie centraal staat. Terwille van de duidelijkheid onderscheiden we in deze paragraaf drie soorten - met onderzoek samenhangende - activiteiten: werkzaamheden primair gericht op de hoogleraren en promovendi, werkzaamheden gericht op ondersteuning en kwaliteit en ten slotte werkzaamheden die in de audit naar voren zijn gekomen. 5.1 Hoogleraren en promoties In verschillende personele functies binnen het RdMC wordt onderzoek verricht. De personele en budgettaire verantwoordelijkheid voor het onderzoeksprogramma berust bij de hoogleraar/hoofd onderzoek van het RdMC die het onderzoek coördineert. Hij wordt in 2010 in belangrijke mate ondersteund door een onderzoeksstuurteam dat in principe bestaat uit enkele hoogleraren en/of UHD s van het RdMC met een belangrijke rol in de (dagelijkse) begeleiding van promovendi. Er is in 2009 een wetenschappelijke raad ingesteld waarin drie hoogleraren met een (inter)nationale reputatie op de onderzoeksterreinen en een groot (inter)nationaal netwerk zitting hebben. Deze raad, die ook in 2010 heeft gefunctioneerd, wordt voorgezeten door de programmaleider onderzoek, en is vooral belangrijk om de wetenschappelijke kwaliteit van de output te bewaken. De leden van de raad fungeren tevens als belangrijke ambassadeurs in relevante netwerken (zie bijlage 2, rubriek C). Door de taakstellende aard van de RdMC-financiering is een strikt wetenschappelijke onderzoeksvisitatie minder opportuun voor het RdMC-brede onderzoek. Dat vergroot het belang van de raad als instrument voor kwaliteitshandhaving. Daarnaast is er promovendi-overleg (elke maand). Promovendi presenteren delen van hun onderzoek en onderzoeksresultaten. Alle hoogleraren en UHD s die betrokken zijn bij de begeleiding van promovendi nemen sinds 2009 deel aan het promotorenoverleg (elke zes weken). Ook worden onderzoekscolloquia georganiseerd (vijf per jaar). In 2009 zijn alle promotieprojecten binnen het RdMC onder de loep genomen. Daarbij zijn inhoudelijk de criteria gevolgd die daartoe door de onderzoeksschool ICO zijn opgesteld. De wetenschappelijke raad heeft in 2009 ook alle lopende en nieuwe promotieprojecten beoordeeld (Martens & Stijnen, 2010). Een aantal promotieprojecten is na deze (deels externe) toetsing beëindigd, nieuwe projecten zijn opgestart. Vanaf 2010 zijn er zes interne promovendi bij het RdMC. Van elk promotietraject is in 2010 een onderzoeksverslag samengesteld van het promotieonderzoek (belangrijkste onderdelen van deze rapportages: inhoud onderzoeksproject, afgeronde en geplande opleidingsactiviteiten, Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 25

28 output/publicaties, voortgang en planning). Voor het RdMC zijn daarnaast ook de zogeheten buitenpromovendi (ook wel gastpromovendi) belangrijk. De wetenschappelijke raad heeft ook een meer toetsende rol, achteraf. Deze toetsing is vanzelfsprekend specifiek gericht op de wetenschappelijke kwaliteit. De verwevenheid tussen het onderzoeksprogramma en het werk in de programmalijnen blijkt verder uit het feit dat de meeste medewerkers in de lijnen onderzoek- en ontwikkelwerk combineren, bijvoorbeeld 40% promotietijd en 60% ontwikkeltijd. De andere hoogleraren van het RdMC hebben in 2010, naast een kwaliteitsbevorderende verantwoordelijkheid, een belangrijke netwerk- en look-outfunctie (zie ook het eerder genoemde Onderzoeksprogramma 5). Ze worden regelmatig geconsulteerd in het zogeheten hooglerarenoverleg (drie keer in 2010). In 2010 werd vanuit het RdMC ook medewerking verleend aan vier promotietrajecten die elders lopen. Tot slot kan worden gerapporteerd dat er in 2010 negen promotieprojecten zijn die deel uitmaken of deel gaan uitmaken van het NELLL onderzoeksprogramma. De projecten betreffen de volgende onderwerpen: Networked learning teachers, Teachers intrinsic motivation for life long learning, CGO monitor: a tool for measuring teachers s competence, Supporting teachers feedback, An organizational and task perspective on the professional development of teachers, Adaptive instruction to foster students information problem solving skills: learning to organize digital information, The role of an e-portfolio in regulating the professional development process of teachers, Effects of increasing self-regulated learning opportunities on student-teachers motivation and use of self-regulated learning strategies, Motivated learning by means of digital learning assignment. What amount of autonomy and structure is required? (zie verder Martens 2010b). 5.2 Ondersteuning en kwaliteit Het onderzoeksprogramma probeert nadrukkelijk invloed uit te oefenen op alle aspecten van vrijwel alle overige werkzaamheden aan het RdMC. Veel aandacht wordt besteed aan de vraagsturingsprojecten. Er wordt een procedure gevolgd, waarin van vraagverheldering, ondersteuning bij selectievariabelen tot en met eindrapportage op allerlei manieren ondersteuning en procedures worden aangereikt (zie ook Martens & Stijnen, 2010). Ter ondersteuning van de vraagsturingsprojecten is in 2009 een nota Vraagverheldering vastgesteld (Martens & Vermeulen, 2009). Aan de hand van dit document worden medewerkers ook geholpen greep te krijgen op een goed verloop van de projectuitvoering. Zo wordt op cruciale tijdstippen en plannings- en uitvoeringsmomenten gewerkt met een zogenaamde stoplichtprocedure. Medewerkers kunnen zo aangeven wanneer bijvoorbeeld de uitvoering van een project in gevaar is of deadlines niet gehaald dreigen te worden. Projecten worden daarnaast ook ondersteund door middel van SPSS Data Collection. Voor het ontwikkelen van kennis en expertise is het nodig dat er gegevens worden verzameld en onderzoek gedaan wordt. De resultaten van de vraagsturingsprojecten moeten vastgelegd en toegankelijk 26

29 gemaakt worden. Essentieel voor zo n proces is het verzamelen van allerlei data. Het RdMC streeft ernaar om bij alle projecten metingen uit te voeren op een aantal kernvariabelen op gebied van leraarprofessionalisering. Hiervoor is het noodzakelijk dat deze variabelen bij alle projecten op dezelfde manier worden verzameld, opgeslagen en geanalyseerd. Na een oriëntatie op mogelijke softwarepakketten die de hele workflow van dataverzameling, databeheer en data-analyse kunnen uitvoeren, is PASW Data Collection van SPSS naar voren gekomen als meest passend bij de doelen van het RdMC. Het programma PASW Data Collection biedt de mogelijkheid om de hele workflow rond dataverzameling en voor online self-assessmenttools te organiseren. Dit pakket is eind 2009 aangeschaft. In 2010 is dit programma in gebruik genomen worden. Zoals al aangegeven is verder uitgangspunt dat het onderzoek, dat in de verschillende vraagsturingsprojecten wordt uitgevoerd, ook past binnen de jaarprogramma s en de strategienota van het RdMC. Daarnaast is het cruciaal dat het naadloos past binnen de kaders van de opdracht van het ministerie van OCW, en daarom regelmatig met het ministerie van OCW wordt kortgesloten. Het onderzoek moet ook aan een aantal standaardkwaliteitscriteria voor wetenschappelijk onderzoek voldoen. Daarover wordt de in 2009 vastgestelde Publicatienota gevolgd (Stijnen & Martens, 2009). Om de kwaliteit van de output te ondersteunen is in 2009 voor de belangrijkste publicaties een redactiecommissie gevormd. Zij neemt op de eindversie een go/no go-beslissing. De commissie bestaat uit een voorzitter die hoogleraar is, de hoogleraar onderzoek, en een ondersteuning door een of twee commissieleden uit de wetenschappelijke staf (zie bijlage 2, rubriek C). In 2010 zijn de werkzaamheden van de redactiecommissie conform afspraken voortgezet. Uiteraard moet het onderzoek passen binnen de kaders die de Open Universiteit stelt aan onderzoek (zie bijlage 2, rubriek B). Als verdere bevordering van de kwaliteit en de samenwerking met het overige onderzoek dat aan de Open Universiteit, zoals bij CELSTEC wordt verricht, zijn (promotie)projecten opgenomen in programmalijn 5 van het OU-brede programma van het Netherlands Laboratory for Lifelong Learning (NeLLL): lifelong learning teachers. Naast de genoemde interne inspanningen om de onderzoeksorganisatie binnen het RdMC af te stemmen op de taakstelling, is ook extern onderzoek uitgezet dat betrekking heeft op de kwaliteit van onderwijs en waarover in 2010 is gerapporteerd. Meer in het bijzonder betrof dit onderwerpen als: Managen van informeel leren (Frietman, Kennis & Hövels, KBA), Meerdere wegen naar professionalisering (Van den Dungen & Smit, CINOP), Ruimte voor professionalisering. Formele regelingen voor professionalisering van leraren en het gebruik ervan (Van Kessel, Van Rens & Vrieze, ITS), en Professionalisering in het buitenland: een inventarisatie van de stand van zaken in twaalf Europese landen (Hovius & Van Kessel, ITS). In 2010 zijn al deze publicaties verschenen. Bij het RdMC-onderzoeksprogramma staat co-creatie met onderwijsprofessionals hoog op de agenda. Het is een uitgangspunt in de vraagsturingsprojecten en daarmee ook voor een belangrijk deel van het RdMC-onderzoek. Ook disseminatie is daar een belangrijk onderdeel van (zie paragraaf 6). Daarmee heeft het RdMC-onderzoeksprogramma belangrijke kenmerken van het zogeheten modus 2-onderzoek. Jaarverslag Onderzoek: 2010 RdMC 27

30 5.3 Audit In de audit door Twynstra Gudde wordt onder meer vastgesteld dat het RdMC in 2010 de volgende werkzaamheden heeft verricht: kennis- en expertiseontwikkeling op het gebied van professionalisering van leraren via leren op de werkplek door middel van het verrichten van onderzoek en het begeleiden van promovendi. De onderzoeksresultaten vanuit de vraagsturingsprojecten vormen hiervoor bronmateriaal ontwikkeling en standaardisering van onderzoeksinstrumenten die worden gebruikt voor het onderzoek in de vraagsturingsprojecten. De instrumenten zijn gericht op het bevorderen van de wetenschappelijke validiteit van onderzoeksgegevens - beheer en exploitatie van de eigen organisatie (besturing, management, bedrijfsvoering) beheer en exploitatie van digitale producten ontwikkeling, exploitatie en beheer van virtuele werk- en leeromgeving en multimedialab ontwikkeling en uitvoering van communicatiebeleidsoptreden in samenwerkingsverbanden ter bevordering van de positie van de doelgroep. (Twynstra Gudde, 2010, p. 11). De door het RdMC voorgestane en uitgevoerde vraaggestuurde benadering en de bijbehorende praktijkgerichte, wetenschappelijke onderzoeksbenadering wordt door Twynstra Gudde, in december 2010 door OCW overgenomen conclusies van de audit, als zeer kansrijk beschouwd. Het RdMC spant zich op verschillende manieren in om (onderzoeks)resultaten relevantie en maatschappelijke impact te geven. Enkele belangrijke voorbeelden hierbij zijn het (al genoemde) mede oprichten van een Europese onderzoeksorganisatie die hier specifiek op gericht is (EAPRIL) en het mede organiseren van haar jaarlijkse conferentie (in 2010 in Lissabon); ondersteunen van een nieuw webgebaseerd initiatief gericht op het vertalen van onderzoek naar onderwijspraktijk (SKOLA), het deelnemen aan Wikiwijs en het project Leraar24. Verheugend is ten slotte dat Twynstra Gudde in de audit van 2010 verder constateert dat de vraagsturingsprojecten veel waardevolle data hebben gegenereerd: Twynstra Gudde concludeert naar aanleiding hiervan dat het RdMC zich een goede uitgangspositie heeft verworven om de komende jaren als gezaghebbend kennis- en expertisecentrum, op het gebied van professionalisering van onderwijsgevenden via leren op de werkplek, op te treden. (Twynstra Gudde, 2010, p. 18). Uiteraard zal deze uitgangspositie in de toekomst waargemaakt moeten worden (zie paragraaf 7, en gedeeltelijk 8). 28

Jaarverslag Onderzoek

Jaarverslag Onderzoek Rapport 12 Jaarverslag Onderzoek RdMC 2009 Rob Martens Sjef Stijnen Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum Open Universiteit Open Universiteit rdmc.ou.nl rdmc.ou.nl Rapport 12 Jaarverslag Onderzoek

Nadere informatie

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport 4 Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport naar aanleiding van het project DigilessenVO in 2009 Bert Zwaneveld Herman Rigter Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

Gaan we professionaliseren of aan onderzoek (mee)doen?

Gaan we professionaliseren of aan onderzoek (mee)doen? Gaan we professionaliseren of aan onderzoek (mee)doen? Sanneke Bolhuis emeritus lector Fontys Lerarenopleiding senior onderzoeker Radboudumc zetel praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek Stuurgroep

Nadere informatie

Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren. Katrien Struyven

Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren. Katrien Struyven Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren Katrien Struyven Ervaringen Wie heeft pogingen ondernomen of reeds een artikel geschreven? Hoe heb je dit ervaren? Wie heeft er reeds deelgenomen

Nadere informatie

Get connected! Open Universiteit rdmc.ou.nl. Open Universiteit rdmc.ou.nl. Koersplan Ruud de Moor Centrum 2011 2014

Get connected! Open Universiteit rdmc.ou.nl. Open Universiteit rdmc.ou.nl. Koersplan Ruud de Moor Centrum 2011 2014 Get connected! Koersplan Ruud de Moor Centrum 2011 2014 Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum Open Universiteit rdmc.ou.nl Open Universiteit rdmc.ou.nl 1 2 Get connected! Koersplan Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

Professionalisering van docenten. Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort

Professionalisering van docenten. Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort Professionalisering van docenten Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort Opbouw presentatie Welke docenten hebben we nodig? Professionalisering binnen de HAN Resultaten onderzoek naar vier

Nadere informatie

Waaruit bestaat het inhoudelijke netwerk rondom de lerarenopleidingen? Marco Snoek

Waaruit bestaat het inhoudelijke netwerk rondom de lerarenopleidingen? Marco Snoek Waaruit bestaat het inhoudelijke netwerk rondom de lerarenopleidingen? Marco Snoek Het inhoudelijk netwerk, c.q. de kennisinfrastructuur voor de lerarenopleidingen is complex en verdeeld over een groot

Nadere informatie

Publicatie- en presentatiebeleid Kempelonderzoekscentrum

Publicatie- en presentatiebeleid Kempelonderzoekscentrum Publicatie- en presentatiebeleid Kempelonderzoekscentrum 27 augustus2013 Inleiding Het Kempelonderzoekscentrum participeert actief in (inter)nationale kennisintensieve netwerken voor wetenschappelijk input

Nadere informatie

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden

Nadere informatie

Datum Uitnodiging subsidieaanvraag Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen

Datum Uitnodiging subsidieaanvraag Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan: penvoerders opleidingsscholen en contactpersonen lerarenopleidingen Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze

Nadere informatie

VELOV - TOEKOMSTPLAN 2015-2018

VELOV - TOEKOMSTPLAN 2015-2018 VELOV - TOEKOMSTPLAN 2015-2018 VELOV, de beroepsvereniging voor lerarenopleiders in Vlaanderen, beoogt de ondersteuning van lerarenopleiders aan universiteiten, hogescholen, en centra voor volwassenenonderwijs

Nadere informatie

De professionele ontwikkeling van docenten: Nascholing of werkplekleren?

De professionele ontwikkeling van docenten: Nascholing of werkplekleren? De professionele ontwikkeling van docenten: Nascholing of werkplekleren? Jan van Driel, POOLL Congres Leren op de werkplek Leuven, 7 januari 2015 Professionele ontwikkeling van docenten Professional development

Nadere informatie

Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen. Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek

Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen. Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek Tijdschema Inleiding Anje (15 minuten) Praktijk casus Anja (10

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 9

Samenvatting. Samenvatting 9 Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen

Nadere informatie

Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015

Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015 Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015 Bernard Teunis & Nienke van der Steeg b.teunis@poraad.nl n.vandersteeg@poraad.nl Opzet workshop 1. Voorstellen 2. Answergarden

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Onderwijsonderzoek: Vlaamse beleidsontwikkelingen voor de toekomst. Dirk Van Damme Kabinetschef onderwijs

Onderwijsonderzoek: Vlaamse beleidsontwikkelingen voor de toekomst. Dirk Van Damme Kabinetschef onderwijs Onderwijsonderzoek: Vlaamse beleidsontwikkelingen voor de toekomst Dirk Van Damme Kabinetschef onderwijs Aanzetten tot debat VIWTA-onderzoek over onderwijsonderzoek in Vlaanderen VLOR-advies OESO en Europese

Nadere informatie

Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie DURVEN DELEN OP WEG NAAR EEN TOEGANKELIJKE WETENSCHAP

Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie DURVEN DELEN OP WEG NAAR EEN TOEGANKELIJKE WETENSCHAP Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie DURVEN DELEN OP WEG NAAR EEN TOEGANKELIJKE WETENSCHAP Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie!! " # "# $ -. #, '& ( )*(+ % & /%01 0.%2

Nadere informatie

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE Onderwijs zoals we dat vroeger kenden, bestaat al lang niet meer. Niet dat er toen slecht onderwijs was, maar de huidige maatschappij vraagt meer van de leerlingen

Nadere informatie

Een onderzoek naar de kwaliteit van de opleidingsschool

Een onderzoek naar de kwaliteit van de opleidingsschool Werkplekleren Werkplekleren: het han Een onderzoek naar de kwaliteit van de opleidingsschool Miranda Timmermans en Bas van Lanen Beide auteurs zijn verbonden aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, Faculteit

Nadere informatie

ENTANGLE - Nieuwsbrief

ENTANGLE - Nieuwsbrief INHOUD Projectachtergrond 1 Projectomschrijving 2 Partners 3 Kick ck-off meeting in Brussel 4 Rethinking Education 4 Contactgegevens en LLP 5 ENTANGLE vindt zijn oorsprong in de dagelijkse praktijk binnen

Nadere informatie

Doelstelling en opbrengst van onderwijskunde

Doelstelling en opbrengst van onderwijskunde Faculteit Sociale Wetenschappen Doelstelling en opbrengst van onderwijskunde Prof. Dr. Bert Creemers Inleiding op het thema Onderwijsonderzoek op de reünie van Onderwijskunde Utrecht op 12-11-2013 Doelstelling

Nadere informatie

Vragen pas gepromoveerde

Vragen pas gepromoveerde Vragen pas gepromoveerde dr. Maaike Vervoort Titel proefschrift: Kijk op de praktijk: rich media-cases in de lerarenopleiding Datum verdediging: 6 september 2013 Universiteit: Universiteit Twente * Kun

Nadere informatie

Plan van aanpak versnellingsvraag: Versie: 28 09 2015. De versnellingsvraag. Versnellingsvraag Stichting Klasse:

Plan van aanpak versnellingsvraag: Versie: 28 09 2015. De versnellingsvraag. Versnellingsvraag Stichting Klasse: Plan van aanpak versnellingsvraag: Versie: 28 09 2015 De versnellingsvraag Versnellingsvraag Stichting Klasse: Hoe kunnen we met de learning analytics vanuit dashboards, zoals dat van Snappet, in combinatie

Nadere informatie

STRATEGISCHE AGENDA DE WAARDE(N) VAN WETEN EN OPEN ONDERWIJS

STRATEGISCHE AGENDA DE WAARDE(N) VAN WETEN EN OPEN ONDERWIJS STRATEGISCHE AGENDA DE WAARDE(N) VAN WETEN EN OPEN ONDERWIJS Netwerk SIG Open Education 9 oktober 2015 1 SPEERPUNTEN 1. Kleinschalige leergemeenschappen 2. Rijke leeromgeving 3. Kwalitatief goede en inspirerende

Nadere informatie

Op weg naar de (academische) opleidingsschool

Op weg naar de (academische) opleidingsschool Discussienota Nationalgeographic.nl Adviescommissie ADEF OidS Mei 2014 1 Inhoudsopgave Inleiding 1. Uitgangspunten Samen Opleiden 2. Ambities van (academische) opleidingsscholen 3. Concept Samen Opleiden

Nadere informatie

Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews

Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews PLATO - Centre for Research and Development in Education and Lifelong Learning Leiden University Content Vraagstellingen voor case studies m.b.t.

Nadere informatie

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs :

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs : 2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs : Onderzoek in de onderwijspraktijk van Fontys Wat doen we? Hoe gaat het? Wat levert het op? KEY NOTE: ANOUKE BAKX & JOS MONTULET Onderzoek binnen de

Nadere informatie

12. Kennisbenutting door onderzoek

12. Kennisbenutting door onderzoek 12. Kennisbenutting door onderzoek Kennisbenutting door onderzoek: Hoe zorg ik dat mijn onderzoek wordt gebruikt? Anje Ros Lector Leren en Innoveren, Fontys Wie ben ik Lector FHKE Leren & Innoveren AOS

Nadere informatie

SURF ALLE H@NDS AAN DEK VERSLAG LIVE-EVENT

SURF ALLE H@NDS AAN DEK VERSLAG LIVE-EVENT SURF ALLE H@NDS AAN DEK VERSLAG LIVE-EVENT 25 februari 2010 Partners: Universiteit van Amsterdam, ILO (Instituut voor de Lerarenopleiding; penvoerder); Vrije Universiteit, Onderwijscentrum VU; Universiteit

Nadere informatie

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN STICHTING OPEN 1 1. INLEIDING Voor u ligt het beleidsplan

Nadere informatie

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands Proefschrift Marieke Heers (gepromoveerd 3 oktober in Maastricht; promotoren prof.dr. W.N.J. Groot en prof.dr. H. Maassen van den Brink)

Nadere informatie

Stichting Empowerment centre EVC

Stichting Empowerment centre EVC I N V E N T A R I S A T I E 1. Inleiding Een inventarisatie van EVC trajecten voor hoog opgeleide buitenlanders in Nederland 1.1. Aanleiding De Nuffic heeft de erkenning van verworven competenties (EVC)

Nadere informatie

Ontwikkeling professionaliseringstraject praktijkonderzoek (september 2013 tot november 2014)

Ontwikkeling professionaliseringstraject praktijkonderzoek (september 2013 tot november 2014) Realisaties: Ontwikkeling professionaliseringstraject praktijkonderzoek (september 2013 tot november 2014) Deze doelstelling is reeds deels bereikt. Een prototype van het professionaliseringstraject werd

Nadere informatie

Welkom bij de mastervoorlichting van Master Onderwijskunde

Welkom bij de mastervoorlichting van Master Onderwijskunde Welkom bij de mastervoorlichting van Master Onderwijskunde Onderwijskunde Presentatie: Prof. dr. Monique Volman Femke Algra Erik van der Zande www.studeren.uva.nl/ma-onderwijskunde 2 Onderwijskunde aan

Nadere informatie

Hoe ziet de toekomst van ICT-beleid eruit in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen?

Hoe ziet de toekomst van ICT-beleid eruit in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen? Informatie en Communicatie Technologie (ICT) in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen Visies op de toekomst van Beleid, Praktijk en Onderzoek & Ontwikkeling In september 2002 heeft een internationale

Nadere informatie

Informatiepakket Leerlabs

Informatiepakket Leerlabs Informatiepakket Leerlabs Informatiepakket Leerlabs De vraag naar gepersonaliseerd onderwijs en het gebruik van ict in de klas groeit. Veel scholen werken aan initiatieven gericht op gepersonaliseerd leren

Nadere informatie

Leidinggeven aan onderzoekende scholen in de 21 ste eeuw

Leidinggeven aan onderzoekende scholen in de 21 ste eeuw Leidinggeven aan onderzoekende scholen in de 21 ste eeuw Vier jaar onderzoek naar onderzoeksmatig leiderschap: welke inzichten levert het op? Meta Krüger Lector leiderschap in het onderwijs Inhoud lezing

Nadere informatie

Planning en Evaluatie gespreksverslagen

Planning en Evaluatie gespreksverslagen Promotietraject RU / FNWI Inleiding Planning en Evaluatie gespreksverslagen Plannings en evaluatiegesprekken (minimaal 1 x per jaar) helpen begeleider en promovendus bij het doelgericht werken en plannen.

Nadere informatie

Overzicht curriculum VU

Overzicht curriculum VU Overzicht curriculum VU Opbouw van de opleiding Ter realisatie van de gedefinieerde eindkwalificaties biedt de VU een daarbij passend samenhangend onderwijsprogramma aan. Het onderwijsprogramma bestaat

Nadere informatie

INNOVATIEPROGRAMMA ONDERWIJS OP MAAT PROJECT: COMMUNITY MANAGEMENT

INNOVATIEPROGRAMMA ONDERWIJS OP MAAT PROJECT: COMMUNITY MANAGEMENT INNOVATIEPROGRAMMA ONDERWIJS OP MAAT PROJECT: COMMUNITY MANAGEMENT ACTIVITEITENPLAN 2015 WWW.SURF.NL/ONDERWIJS Innovatieprogramma Onderwijs op Maat Project: Communitymanagement 2 INHOUD 1. Community management

Nadere informatie

De Gespecialiseerde Professional

De Gespecialiseerde Professional Top Talent Programma Excellentietraject: Facility Management F-MEX De Gespecialiseerde Professional Academie: HBS Saxion University of Applied Science Auteur: Benedicte de Vries Datum: 13-07-2015 1 Programma:

Nadere informatie

OPLEIDER IN DE SCHOOL, COACH en OPLEIDINGSCOÖRDINATOR Post-HBO opleidingen

OPLEIDER IN DE SCHOOL, COACH en OPLEIDINGSCOÖRDINATOR Post-HBO opleidingen Professionaliseringsaanbod Pabo 2010 2011 OPLEIDER IN DE SCHOOL, COACH en OPLEIDINGSCOÖRDINATOR Post-HBO opleidingen Inleiding Nieuw in ons aanbod! Een vervolg op de Post-HBO Coach en opleider in de school!

Nadere informatie

Marjo Maas: fysiotherapeut / docent / onderzoeker Peer assessment De impact van peer assessment op het klinische redeneren en het klinisch handelen van fysiotherapeuten in opleiding en fysiotherapeuten

Nadere informatie

Het belang van gespreid leiderschap voor innovatief gedrag Een casus van Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO): Hoe pak je dit aan?

Het belang van gespreid leiderschap voor innovatief gedrag Een casus van Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO): Hoe pak je dit aan? Het belang van gespreid leiderschap voor innovatief gedrag Een casus van Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO): Hoe pak je dit aan? Dr. Arnoud Evers Overzicht presentatie Wetenschap en praktijk

Nadere informatie

Lectoraat natuurbeleving en ontwikkeling kind

Lectoraat natuurbeleving en ontwikkeling kind Lectoraat natuurbeleving & ontwikkeling kind 1 Aanleiding Als kinderen van vijf tot twaalf jaar hun speelplek mogen kiezen, gaat de voorkeur voornamelijk uit naar braakliggende terreinen. Daarbij kijken

Nadere informatie

Actieplan Veilige School 2015-2018

Actieplan Veilige School 2015-2018 Actieplan Veilige School 2015-2018 Inleiding De actieplannen Veilige School 1 van de afgelopen jaren hebben er voor gezorgd dat het onderwerp veiligheid goed op de kaart van het Haagse onderwijs staat.

Nadere informatie

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de

Nadere informatie

04 Support staff training

04 Support staff training Het introduceren van referentiekaders voor kwaliteitsborging op het gebied van beroepsonderwijs en training (VET) is de afgelopen jaren tot een prioriteit uitgegroeid. Tijdens de vroege stadia van de ontwikkeling

Nadere informatie

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Organisatie De Open Universiteit (OU), opgericht in 1984, is de jongste universiteit

Nadere informatie

EFQM model theoretisch kader

EFQM model theoretisch kader EFQM model theoretisch kader Versie 1.0 2000-2009, Biloxi Business Professionals BV 1. EFQM model EFQM staat voor European Foundation for Quality Management. Deze instelling is in 1988 door een aantal

Nadere informatie

Redactiestatuut DE PSYCHOLOOG Vastgesteld door het Algemeen Bestuur, 29 oktober 2014

Redactiestatuut DE PSYCHOLOOG Vastgesteld door het Algemeen Bestuur, 29 oktober 2014 Redactiestatuut DE PSYCHOLOOG Vastgesteld door het Algemeen Bestuur, 29 oktober 2014 1 Inleiding 1.1 DE PSYCHOLOOG is het tijdschrift van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de landelijke beroepsvereniging

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2009. Open Open Universiteit rdmc.ou.nl

JAARVERSLAG 2009. Open Open Universiteit rdmc.ou.nl JAARVERSLAG 2009 Ruud Ruud de de Moor Moor Centrum Open Open Universiteit rdmc.ou.nl Inhoudsopgave 1 Inleiding 6 2 Onderzoeksprogramma 7 2.1 Aanpak 7 2.2 Output 7 2.3 Strategische samenwerking 8 3 Themalijnen

Nadere informatie

Directeur onderwijsinstituut

Directeur onderwijsinstituut Directeur onderwijsinstituut Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het facultair en uitvoering en organisatie van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande

Nadere informatie

Addendum ondersteuning Kwaliteitsinstituut. bij Programma Kwaliteit van Zorg: Versnellen, verbreden, vernieuwen

Addendum ondersteuning Kwaliteitsinstituut. bij Programma Kwaliteit van Zorg: Versnellen, verbreden, vernieuwen Addendum ondersteuning Kwaliteitsinstituut bij Programma Kwaliteit van Zorg: Versnellen, verbreden, vernieuwen December 2012 1. Inleiding In de algemene programmatekst Kwaliteit van Zorg zijn drie programmalijnen

Nadere informatie

Structuurrapport Hoogleraar Onderwijswetenschappen (Educational Sciences) Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Structuurrapport Hoogleraar Onderwijswetenschappen (Educational Sciences) Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen Structuurrapport Hoogleraar Onderwijswetenschappen (Educational Sciences) Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen Welten instituut, Onderzoekscentrum voor leren, doceren en technologie Vakgroep

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

spoorzoeken en wegwijzen

spoorzoeken en wegwijzen spoorzoeken en wegwijzen OVERZICHT OPLEIDINGEN OPBRENGSTGERICHT LEIDERSCHAP Opbrengstgericht leiderschap Opbrengstgericht werken en opbrengstgericht leiderschap zijn termen die de afgelopen jaren veelvuldig

Nadere informatie

Levenlang leren in Nederland met een portfolio: het wiel is al uitgevonden

Levenlang leren in Nederland met een portfolio: het wiel is al uitgevonden Levenlang leren in Nederland met een portfolio: het wiel is al uitgevonden Marij Veugelers 2 november 2007 communitymanager SURF NL Portfolio Wat hebben we in de zaal Wie heeft er al een eigen portfolio?

Nadere informatie

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo

Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland Advies van de Commissie Gedragscode

Nadere informatie

Werkplan 1 juli 2009 1 juli 2011

Werkplan 1 juli 2009 1 juli 2011 Expertisecentrum Onderwijs & ICT Suriname UTSN Twinning Project 2008/1/E/K/005 Werkplan 1 juli 2009 1 juli 2011 Bijlage C bij het Rapport Haalbaarheidsstudie Wim de Boer (SLO), Pieter van der Hijden (Sofos

Nadere informatie

Expertisenetwerk School of Education. Zomerschool Praktijkgericht Onderzoek voor lerarenopleiders. 5-7 september 2012 Leuven

Expertisenetwerk School of Education. Zomerschool Praktijkgericht Onderzoek voor lerarenopleiders. 5-7 september 2012 Leuven Expertisenetwerk School of Education Zomerschool Praktijkgericht Onderzoek voor lerarenopleiders 5-7 september 2012 Leuven Drie stenen in de kikkerpoel Situering, omschrijving en belang van praktijkgericht

Nadere informatie

Informatie over onze vereniging

Informatie over onze vereniging Informatie over onze vereniging Editie 2014 Uitgebreide en actuele informatie op www.cio-platform.nl CIO Platform Nederland, mei 2014 Informatie over onze vereniging - CIO Platform Nederland mei 2014 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Jaarplan 2010. Professionaliseren door verbinden

Jaarplan 2010. Professionaliseren door verbinden Jaarplan 2010 Professionaliseren door verbinden Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum Open Universiteit Open Universiteit rdmc.ou.nl rdmc.ou.nl 1 2 Jaarplan 2010 Professionaliseren door verbinden Inhoud

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs Tijdschrift voor Didactiek der β-wetenschappen 22 (2005) nr. 1 & 2 53 Oratie, uitgesproken op 11 maart 2005, bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Professionalisering in het bijzonder in het onderwijs

Nadere informatie

Vroeg vreemdetalenonderwijs. Visiedocument

Vroeg vreemdetalenonderwijs. Visiedocument Vroeg vreemdetalenonderwijs Engels Visiedocument Inhoudsopgave Inleiding 3 Van good naar great vroeg vreemdetalenonderwijs 4 Taskforce vroeg vreemdetalenonderwijs 5 Vroeg vreemdetalenonderwijs in 2025

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Werken met data in de onderzoekende school

Werken met data in de onderzoekende school Werken met in de onderzoekende school SOK-congres Affligem, 6 juni 2014 Meta Krüger Lector leiderschap in het onderwijs Waarom onderzoeksmatig werken? Onderzoekende scholen: perspectieven op werken met

Nadere informatie

Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met

Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met Trainerscursus deel 1 Open Universiteit / CELSTEC 10-1-2013 1 1 Leermiddelen Taak van private sector of toch (deels) publiek? Wet gratis schoolboeken (scholen

Nadere informatie

Partnerschap. en scholen werken op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid samen met studenten aan hun ontwikkeling tot professional.

Partnerschap. en scholen werken op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid samen met studenten aan hun ontwikkeling tot professional. Sinds een tiental jaren hebben we opleidingsvormen ontwikkeld die recht doen aan zowel vakbekwaamheid als praktijkkennis van aanstaande leraren. In toenemende mate doen we dat op basis van opleiden in

Nadere informatie

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek Prof. dr. Perry den Brok Betrokkenen Connect College (opdrachtgever) Kennisnet (subsidie onderzoek) Technische Universiteit Eindhoven

Nadere informatie

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut Opleidingsmanager Doel Ontwikkelen van programma( s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan

Nadere informatie

Evaluatieplan Adaptief Leren

Evaluatieplan Adaptief Leren Evaluatieplan Adaptief Leren Sjoerd de Vries Wendy Krimpen Loes van Oosteren 6 januari 2006. Enschede Contact: Sjoerd de Vries E-Mail: sjoerd.devries@utwente.nl Mob: +31 (0)6 47274565 Tel: +31(0)53 4893952

Nadere informatie

Massive Open Online Courses voor de professionele ontwikkeling van medewerkers. Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com

Massive Open Online Courses voor de professionele ontwikkeling van medewerkers. Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com Massive Open Online Courses voor de professionele ontwikkeling van medewerkers Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com EMMA Pilots MOOCs Meerdere talen #EUMoocs Aggregator http://europeanmoocs.eu/

Nadere informatie

De belangrijkste voordelen van de nieuwe technologie op een rijtje :

De belangrijkste voordelen van de nieuwe technologie op een rijtje : 1 2 Er wordt in het onderwijs stevig nagedacht over de betekenis van ICT voor het leren. In het primair proces is leren de kernactiviteit. Het kindbelang dient bij het organiseren van het onderwijs voorop

Nadere informatie

Serie handleidingen. "LbD4All" ("Leren door Ontwikkeling voor iedereen") AUTHENTICITEIT. Door Kristina Henriksson, Päivi Mantere & Irma Manti

Serie handleidingen. LbD4All (Leren door Ontwikkeling voor iedereen) AUTHENTICITEIT. Door Kristina Henriksson, Päivi Mantere & Irma Manti Serie handleidingen "LbD4All" ("Leren door Ontwikkeling voor iedereen") AUTHENTICITEIT Door Kristina Henriksson, Päivi Mantere & Irma Manti Deze publicatie werd gefinancierd door de Europese Commissie.

Nadere informatie

cultuuronderwijs: het onderwijs gericht op het bereiken van de kerndoelen in het leergebied Kunstzinnige oriëntatie van het primair onderwijs;

cultuuronderwijs: het onderwijs gericht op het bereiken van de kerndoelen in het leergebied Kunstzinnige oriëntatie van het primair onderwijs; Tijdelijke Regeling Flankerende Projecten Cultuureducatie met Kwaliteit 2014 Fonds voor Cultuurparticipatie Maart 2014 Het bestuur van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, Gelet op artikel 3 van

Nadere informatie

Universiteit Leiden. Universiteit om te ontdekken.

Universiteit Leiden. Universiteit om te ontdekken. Specialisatie Onderwijskunde MSc Education and Child Studies Faculteit der Sociale Wetenschappen Universiteit Leiden. Universiteit om te ontdekken. Onderwijskunde MSc Education and Child Studies Graad

Nadere informatie

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs Peter Leisink Opzet van deze leergang Introductie Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs: inhoudelijke verkenning Programma en docenten leergang strategisch

Nadere informatie

Agenda. Verbetering inductiefase beginnende leraren NIEUWSBRIEF, APRIL 2013

Agenda. Verbetering inductiefase beginnende leraren NIEUWSBRIEF, APRIL 2013 NIEUWSBRIEF, APRIL 2013 Agenda 23 april 2013: Informatiebijeenkomst Tweedegraads PLUS Op dinsdag 23 april 2013 is er van 15.30 17.30 uur een informatieve bijeenkomst voor geïnteresseerde docenten. Locatie:

Nadere informatie

Het juridisch doctoraat: Van klassiek juweel tot academisch fabricaat?

Het juridisch doctoraat: Van klassiek juweel tot academisch fabricaat? Het juridisch doctoraat: Van klassiek juweel tot academisch fabricaat? Workshop 8: de kwaliteit en beoordelingsprocedure van proefschriften Juridische dissertatie is nog steeds juweel Ondanks forse toename

Nadere informatie

Hoe kijken leraren? Didiclass, onderzoek en wat daaruit volgt

Hoe kijken leraren? Didiclass, onderzoek en wat daaruit volgt Hoe kijken leraren? Didiclass, onderzoek en wat daaruit volgt Bijdrage aan de 5 e landelijke Didiclass-gebruikersdag 27 november 2009 Dr. Niels Brouwer Video s s van onderwijs: edutainment of onderzoeksmiddel?

Nadere informatie

Samen. stevige. ambities. werken aan. www.schoolaanzet.nl

Samen. stevige. ambities. werken aan. www.schoolaanzet.nl Samen werken aan stevige ambities www.schoolaanzet.nl School aan Zet biedt ons kennis en inspiratie > bestuurder primair onderwijs Maak kennis met School aan Zet School aan Zet is de verbinding tussen

Nadere informatie

Beleid. Beschrijving trekkersrollen LC en LD. Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Coevorden, Hardenberg e.o. / De Nieuwe Veste

Beleid. Beschrijving trekkersrollen LC en LD. Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Coevorden, Hardenberg e.o. / De Nieuwe Veste 1. Inleiding De koers voor de komende jaren, zoals beschreven in het strategisch beleidsplan 2011-2014 heeft consequenties voor gewenste managementstijl van de school. In de managementvisie 2011-2014 heeft

Nadere informatie

hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier 30 mei 2001 hogeschool rotterdam w.v.ravenstein

hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier 30 mei 2001 hogeschool rotterdam w.v.ravenstein hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier 30 mei 2001 hogeschool rotterdam w.v.ravenstein Hoofdlijnen herziening projectplan Het Atelier juni 2001 Doelen De drie voornaamste doelen op lange termijnen,

Nadere informatie

Onderzoek naar de kwaliteit van de opleidingsschool 1 Informerend document voor de Alliantie / Notre Dame des Anges

Onderzoek naar de kwaliteit van de opleidingsschool 1 Informerend document voor de Alliantie / Notre Dame des Anges Onderzoek kwaliteit opleidingsschool 1 Onderzoek naar de kwaliteit opleidingsschool 1 Informerend document voor de des Anges Miranda Timmermans Bas van Lanen April, Aanleiding De aanleiding voor dit onderzoek

Nadere informatie

De VBSP en Kwantitatieve Onderzoeksmethodologie?

De VBSP en Kwantitatieve Onderzoeksmethodologie? De VBSP en Kwantitatieve Onderzoeksmethodologie? L. Andries van der Ark Workshop VBSP congres De Staat van de Pedagogiek De Staat van de Pedagogiek, 5-10-15 1 Overzicht Korte introductie Presentatie en

Nadere informatie

Werkbladen Workshop zelfonderzoek project Hybride Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs (14 Oktober 2010)

Werkbladen Workshop zelfonderzoek project Hybride Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs (14 Oktober 2010) Werkbladen Workshop zelfonderzoek project Hybride Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs (14 Oktober 010) Ilya Zitter & Aimée Hoeve Versie 5 oktober 010 Vooraf Vertrekpunt voor de monitor & audit van de

Nadere informatie

Leergang bve 2015. Programma

Leergang bve 2015. Programma Leergang bve 2015 Programma Dinsdag 21 april 2015, 10.00-19.30 uur Beroepsonderwijs en educatie: bestel en beleid anno 2015 10.00 10.15 uur Ontvangst en koffie/thee 10.15 11.45 uur Opening, kennismaking

Nadere informatie

CONVENANT OPLEIDING LERAARPLUS

CONVENANT OPLEIDING LERAARPLUS CONVENANT OPLEIDING LERAARPLUS Onderwijsstichting Arcade (openbaar primair onderwijs Coevorden Hardenberg) Openbaar primair onderwijs gemeente Emmen Stenden Hogeschool (PABO Emmen) 1 INHOUDSOPGAVE PREAMBULE...3

Nadere informatie

Uitbouw van een digitaal platform ter ontsluiting van onderzoek voor lerarenopleiders

Uitbouw van een digitaal platform ter ontsluiting van onderzoek voor lerarenopleiders Uitbouw van een digitaal platform ter ontsluiting van onderzoek voor lerarenopleiders Kristof Van De Keere, Stephanie Vervaet, Thomas Smets, Katrine Patteet, Renaat Frans en Job De Meyere Waarom Edurama?

Nadere informatie

Master of Psychological Research

Master of Psychological Research Master of Psychological Research Inleiding De master of psychological research is een speciale eenjarige master die voortbouwt op uw onderzoeksvaardigheden die u tijdens uw master of psychology scriptie

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

Samen professionaliseren, samen uitvoeren

Samen professionaliseren, samen uitvoeren Rapport 7 Samen professionaliseren, samen uitvoeren Evaluatie vraaggestuurde projecten 2009 Ruud de Moor Centrum Jos van Kuijk Menno Wester Hans van Gennip Adrie Claassen Frederik Smit Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Primair Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie