Glenohumerale instabiliteit Auteur: Dr. J.D. Stenvers Onderwijscentrum NSA Groningen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Glenohumerale instabiliteit Auteur: Dr. J.D. Stenvers Onderwijscentrum NSA Groningen"

Transcriptie

1 Glenohumerale instabiliteit Auteur: Dr. J.D. Stenvers Onderwijscentrum NSA Groningen 1

2 2

3 Relevante anatomie... 4 Caput humeri... 4 Cavitas glenoïdalis... Glenohumerale gewrichtskapsel... Glenohumerale ligamenten... 6 De rotatorenmanchet... 6 Verschijningsvormen en richtingen van glenohumerale instabiliteit... 7 Luxatio humeri... 7 Recidief luxatie... 7 Richtingen van de luxaties... 8 Subluxatio humeri... 8 Glenohumerale translaties... 9 Habituele luxatie... 9 Vrijwillige luxaties... 9 Permanente luxatie Complicaties Letsels van het labrum glenoïdalis en het glenohumerale gewrichtskapsel Fracturen van caput humeri Fracturen van de cavitas glenoïdalis Fracturen van het tuberculum massief... 1 Rupturen van het caput longum van de m. biceps brachii Neurogene letsels Vasculaire stoornissen Glenohumerale instabiliteit en painful arc Oorzakelijke factoren voor een recidiverende glenohumerale luxatie Gegevens eigen onderzoek Fysiotherapeutisch behandeling van glenohumerale instabiliteit Immobiliseringsfase Reactiveringsfase... 2 Overzicht verschillende tapes bij instabiliteit Mobiliseringsfase Trainingsfase Uitvoering actieve oefentherapie Resultaten van het eigen patiëntenmateriaal Therapie bij vrijwillige luxaties Therapie Samenvatting Literatuur

4 Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder kan zowel voorkomen in het glenohumerale gewricht, het acromioclaviculaire gewricht, als in het sternoclaviculaire gewricht. Men spreekt van instabiliteit van een gewricht op het moment dat er sprake is van een vergrote beweeglijkheid van de deelnemende botstukken ten opzichte van elkaar. De meest uitgesproken vorm van instabiliteit is de luxatie, terwijl de translaties tijdens bewegen minder opvallend zijn. Toch kunnen beide vormen voor een uitgebreid klachtenpatroon zorgen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de glenohumerale instabiliteit, waarbij de volgende onderwerpen aan de orde komen.: 1. de relevante anatomie 2. de verschijningsvormen 3. de oorzaken 4. de richtingen van de instabiliteit. het mechanische van de luxatie, waaronder de relatie van het caput humeri ten opzichte van de cavitas glenoïdalis tijdens bewegen 6. de complicaties 7. resultaten van eigen onderzoek 8. de behandeling Relevante anatomie De volgende onderdelen van de schouder zijn belangrijk voor de begripsvorming bij de instabiliteit van de schouder: 1. caput humeri en de cavitas glenoïdalis 2. het glenohumerale gewrichtskapsel 3. de rotatorenmanchet Caput humeri Het caput humeri is te verdelen in een articulerend deel (fig 1,pijl 1) en een deel dat dienst doet als insertie voor de rotatorenmanchet. (fig.1,pijl 2) Figuur 1 Lateraal op het caput humeri vormt een insnoering, het collum anatomicum, de overgang tussen het articulerende deel van de schouder en de insertie van de rotatorenmanchet (fig 1,pijl 3). In het centrum van dit articulerende oppervlak is het hyalien kraakbeen iets dikker om naar de randen dun uit te lopen. (fig 2,pijl 1). 4

5 Cavitas glenoïdalis De mediale zijde van het caput humeri articuleert met de cavitas glenoïdalis. Dit is het meest laterale deel van het collum scapulae. De gewrichtsoppervlakken van de cavitas glenoïdalis en de humerus verhouden zich als 1:4 De cavitas glenoïdalis is licht concaaf en van craniaal naar caudaal gezien eivormig. (fig. 2b, pijl 1). De concaviteit van de cavitas glenoïdalis wordt versterkt door een vezelige kraakbeenring, het labrum glenoïdale. (fig. 2b, pijl 2) a 2b 3 Figuur 2a Cryotoom. Transversale doorsnede. De verhouding tussen het caput humeri en cavitas glenoïdalis zijn goed zichtbaar. Op deze opname is het labrum glenoïdalis aangegeven met pijl 3. Figuur 2b Lateraal overzicht scapula. Het eivormige gewrichtsvlak van de cavitas glenoïdalis is goed zichtbaar. Het labrum glenoïdalis wordt door middel van de pijl 1 aangegeven. Het tuberculum supraglenoïdalis door middel van pijl 2 en het tuberculum infraglenoïdalis met pijl 3 Evenals het caput humeri is ook de cavitas glenoïdalis bekleed met een laag hyalien kraakbeen. In tegenstelling tot het caput humeri is de laag hyalien kraakbeen in het centrum van de cavitas glenoïdalis dun om naar de randen toe dik uit te lopen. (fig. 2a, pijl 2). Op deze wijze wordt een mooi gewrichtsoppervlak voor de humerus gevormd. De verhouding tussen de met kraakbeen beklede oppervlakken verhoudt zich als 1:3 Glenohumerale gewrichtskapsel De oorsprong van het glenohumerale gewrichtskapsel wordt gevormd wordt door de rand van het labrum glenoïdale en de cavitas glenoïdale wel zo, dat het tuberculum supraglenoïdale intracapsulair (fig.2b pijl 4) ligt en het tuberculum infraglenoïdalis (fig.2b pijl 3) extra-capsulair. Het glenohumerale gewrichtskapsel hecht aan ter hoogte van het collum anatomicum en waaiert verder uit rond het gehele caput humeri. Indien de arm langs het lichaam hangt is het kapsel ruim en geplooid, met name aan de onderzijde waar de recessus axillaris gevormd wordt. Deze axillaire plooi verstrijkt als de arm geheven wordt. Figuur 3 Arthrogram rechter schouder. De recessus axillaris is met cijfer 4 gemarkeerd en de recessus subcoracoïdea met 2

6 Glenohumerale ligamenten Het glenohumerale gewrichtskapsel wordt versterkt door de volgende ligamenten: - aan de bovenzijde door het ligamentum coracohumerale. (fig. 4,1) Dit ligament komt van de onderkant van de basis van de processus coracoïdeus en loopt naar het tuberculum majus. - aan de voorzijde liggen van boven naar beneden gezien de ligamenten glenohumerale superior, medius en inferior. 4 Figuur 4 1.lig coracohumerale 2.lig. glenohumerale superior 3 lig. glenohumerale medius 4. lig. glenohumerale inferior De rotatorenmanchet Het glenohumerale gewrichtskapsel wordt niet alleen ligamentair verstevigd, echter ook musculair (Fig. ). De voorzijde van het gewrichtskapsel wordt verstevigd door de pees van de M. subscapularis, aan de bovenzijde door de pees van de M. supraspinatus, aan de achterzijde door de pezen van de M. infraspinatus en de M. teres minor en aan de onderzijde door het caput longum van de M. triceps brachii Figuur Overzicht van de rotatorenmanchet 1. M. subscapularis 2. M. supraspinatus 3. M. infraspinatus 4. M. teres minor Saha beschrijft de stabiliteit van het glenohumeraal gewricht als een dynamische [16]. De relatie tussen de positie van humerus en scapula en de mate van stabiliserend vermogen door de bovengenoemde structuren varieert. Dit wordt bevestigd door elektromyografische onderzoekingen van o.a. Inman et al.[11] en Basmajian [4]. Zij beschrijven dat de spieren van de rotatorenmanchet hierbij de rol van kapselspanners hebben, waarbij zij het caput humeri op de cavitas glenoïdalis richten. Naast bovengenoemde structuren blijkt ook de atmosferische in het gewricht van belang [6]. 6

7 Verschijningsvormen en richtingen van glenohumerale instabiliteit Men maakt onderscheid tussen de volgende vormen van luxatie: 1. Luxatio humer 2. Recidief luxatio humeri 3. Subluxatie humeri 4. Translatiebewegingen. Habituele luxatio humeri 6. Vrijwillige luxatio humeri 7. Permanente luxatio humeri met pseudogewrichtsvorming Luxatio humeri Post beschrijft studies van Rowe waarbij, bij 00 luxaties, 96% van de glenohumerale luxaties van traumatische origine zijn en 4% niet-traumatisch. Een glenohumerale luxatie kan voorkomen in de vorm van een volledige luxatie en een subluxatie. Bij een volledige luxatie heeft het gewrichtsoppervlak van het caput humeri geen contact meer met het gewrichtsoppervlak van de cavitas glenoïdalis. (Fig. 6a en b), terwijl bij een subluxatie nog wel contact betstaat tussen de gewrichtsoppervlakken. Figuur 6a: X-foto luxatio humeri. Voor-achterwaartse opname Figuur 6b: X-foto luxatio humeri laterale opname. De humeruskop blijkt zich aan de voorzijde van de scapula te bevinden Recidief luxatie Het opnieuw luxeren van het caput humeri komt veelvuldig voor. Rowe meldt een percentage van 47 % recidieven, Kazan van 27%. Uit eigen onderzoek (de Valk en Stenvers) bleek, bij het eerste onderzoek van 106 patiënten met klachten na een glenohumerale luxatie, dat er in 72% sprake was van een recidief luxatie. In de literatuur is men het erover eens dat het overgrote deel van de luxaties optreedt bij mannen tussen de 1 en 30 jaar [1,20]. Eensluidend zijn de auteurs in hun mening dat de kans op recidiveren afneemt naarmate de eerste luxatie op latere leeftijd plaatsvindt [,1,20]. Naast het trauma, vaak gepaard gaande met letsels van skelet en weke delen, geeft de literatuur nog en aantal andere oorzaken voor recidiverende instabiliteit: [12] - dysplasie of abnormale positie van de cavitas glenoïdalis - een ruim en elastisch kapsel - geen goede balans in spierkracht [spastische parese cq paralyse] Veelal wordt er bij de beoordeling en behandeling van glenohumerale instabiliteit geen onderscheid gemaakt tussen de eerste en de recidief luxatie. Zo wordt er bij een recidief luxatie meestal vanuit gegaan dat de wijze waarop de schouderkop luxeert identiek is aan de eerste luxatie. In de praktijk houdt dit in dat in 92% van de gevallen er vanuit gegaan wordt dat de humeruskop de kom aan de voorzijde verlaat. 7

8 Zowel voor de fysiotherapie, als voor de chirurgische interventies heeft dit tot gevolg dat getracht zal worden dat de structuren aan de voorzijde van het glenohumerale gewricht te verstevigen. Door ons verricht onderzoek demonstreert echter dat in het geval van een recidief luxatie de humeruskop in vele gevallen niet in ventrale maar in caudale richting de kom verlaat. Ook blijkt in 6% van de gevallen dat een bewegingsbeperking van de scapula een bepalende rol speelt op het luxatiemechanisme. Op dit mechanisme en de consequenties hiervan voor de therapie wordt verder in dit hoofdstuk nader ingegaan. Richtingen van de luxaties Een van de belangrijkste varianten bij een luxatio humeri is de richting waarin de humeruskop de kom verlaat. Men onderscheidt de anterior-, posterior-, superior- en inferior luxatie. In een aantal gevallen kan de humeruskop in meerdere richtingen luxeren hetgeen de multidirectionele instabiliteit wordt genoemd. Post beschrijft dat ongeveer 92 % van alle luxaties naar voren luxeren, % naar achteren en 3% naar beneden. Zeldzaam zijn de intrathoracale luxaties en de luxaties naar boven. De verschillende richtingen van luxatie wordt in de onderstaande figuren weergegeven: Figuur 7 a,b,c Anterior luxaties. a en b: type subcoracoïdeus c: type subglenoïdeus Figuur 7 d,e,f d: posterior luxatie e: superior luxatie e: luxatio erecta Subluxatio humeri Bij een glenohumerale subluxatie is er sprake van een abnormale positie van het caput humeri binnen de grenzen van de kraakbenige begrenzing van de cavitas glenoïdalis. (Fig. 8b) a b 8 Figuur 8a: X-foto maximale anteflexie normale schouder Figuur 8b: X-foto maximale anteflexie bij een subluxatio humeri. Het caput humeri staat niet meer gecentreerd ten opzichte van de cavitas glenoïdalis

9 Glenohumerale translaties Men spreekt van translaties op het moment dat er glijbewegingen van het caput humeri ten a opzichte van de cavitas glenoïdalis optreden, zonder dat dit een subluxatie tot gevolg heeft. Deze glijbewegingen zijn vaak moeilijk te objectiveren tijdens lichamelijk onderzoek en laten zich vaak ook moeilijk vastleggen op de röntgenfoto. Eigenlijk is dit alleen goed zichtbaar te maken tijdens röntgencinematografie. Wij zijn van mening dat glijbewegingen van het caput humeri tijdens normaal actief bewegen als pathologisch moeten worden beschouwd. Over het algemeen hoeft men tijdens normaal gebruik van de arm weinig last van dergelijke translaties te hebben. Anders is het bijvoorbeeld bij schouderbelastende arbeid en met name activiteiten als werpbewegingen. Deze bewegingen gaan vaak gepaard met een combinatie van veel kracht en acceleratie. De krachten die hierbij in de schouder verwerkt moeten worden kunnen zo groot zijn dat een eenmaal op gang gebrachte glijbeweging niet meer afgeremd kan worden en een luxatie cq subluxatie tot gevolg kunnen hebben. Habituele luxatie Treedt de (sub)luxatie spontaan op, bij normale functie van de arm, dan spreekt men van een habituele luxatie. Dit kan zowel optreden in rust, waarbij het caput humeri, onder invloed van het gewicht van de arm, telkens uit de kom zakt, als alleen bij specifieke bewegingen, zoals een gecombineerde abductie en exorotatie. Vrijwillige luxaties Ook kan de luxatie vrijwillig of volontair optreden. Dit ziet men vaak als gevolg van actieve, vaak dwangmatig uitgevoerde bewegingen van het caput humeri ten opzichte van de cavitas glenoïdalis. Dit kan vaak in meerdere richtingen worden uitgevoerd. Door aanspanning van de musculatuur, bijvoorbeeld aan de voorzijde van het gewricht en ontspanning aan de achterzijde, kan de kop op eigen kracht verplaatst worden richting achterzijde van de cavitas glenoïdalis. Ook kan als gevolg van het aanspannen van de M. deltoïdeus de humeruskop naar caudaal laten luxeren. Vaak zijn het echter gecombineerde bewegingen, waarbij naast het aanspannen en ontspannen van de schoudermusculatuur ook een sterke mediorotatie van de scapula gemaakt wordtwordt. a b c d Figuur 9 a,b,c,d Opnames uit videofilm van patiënte met een vrijwillige luxatie. De humeruskop luxeert naar caudaal. De mediorotatie van de scapula is goed zichtbaar aan de standsverandering van de spina scapula. (zie pijlen op fig 9a en 9c) 9

10 Hierbij kan de indruk gewekt worden van een bewegingspatroon zoals gezien wordt bij een parese van de M. trapezius. Mummenthaler en Schliack spreken dan van een schaukelstellung Figuur 10a en b Patiënte met schouderklachten rechts, die reeds meerdere keren geopereerd was in verband met recidiverende glenohumerale instabiliteit. Na videoanalyse bleek het te gaan om een vrijwillige luxatie. Fig 10a ruststand. Fig 10b Terwijl getracht wordt de arm naar voren te bewegen wordt enerzijds een afvlakking van de m. deltoïdeus rechts gezien, anderzijds verschijnt er bobbel ter hoogte van de m. trapezius, als uiting van een mediorotatie van de scapula. De bobbel is de angulus superior die bij het medioroteren van de scapula omhoog bewogen wordt. Aanvankelijk uit het zich vaak als het beheersen van een trucje, als iets exceptioneels wat getoond wordt aan vriendjes en vriendinnetjes of als onderdeel van de act op het toneel tijdens schoolfeestjes. Naast beschadigingen van het labrum glenoïdalis heeft het vaak ook een enorme invloed op de lengte en laxiteit van het glenohumerale gewrichtskapsel. Hierbij kan hyperlaxiteit ontstaan. Nadat dit getructe luxeren enige tijd is volgehouden ontstaat een soort chronische fase. Het gewricht en de omliggende structuren raken geïrriteerd en wordt het door de patiënt als prettig ervaren een normale tegendruk in het gewricht aan te brengen. Het meest eenvoudige daarvoor is het eerder beproefde mechanisme van vrijwillig luxeren. In deze fase wordt de beweging steeds vaker onbewust uitgevoerd, waardoor er een vicieuze cirkel gaat ontstaan. Dat deze beweging met grote krachten gepaard gaat kan men na operatie zien. Bij operaties, waarbij het gewrichtskapsel is ingekort kan, door het hernieuwd vrijwillig luxeren van de humeruskop, na enige weken het beoogde effect van de operatie weer volledig ongedaan gemaakt zijn. Ook heb ik gezien dat pogingen tot een arthrodese mislukten, doordat de patiënt net zolang met de kop heen en weer zat te wrikken, dat de dese weer ongedaan gemaakt werd. 10

11 Permanente luxatie Een permanente ontwrichting wordt regelmatig gezien bij patiënten met een cerebrovasculair accident. Onder anderen als gevolg van het gemis aan musculaire activiteit kan de humeruskop gaan uitzakken. Over het algemeen wordt getracht de positie van de humeruskop enigszins te normaliseren door gebruik te maken van een sling. Een zeldzamer vorm van permanente luxatie is die waarbij ook een pseudogewrichtsvorming optreedt. Vaak ligt de humeruskop onder de processus coracoïdeus, waarbij de tekenen van een nieuwe kom, goed zichtbaar kunnen zijn. 1 Figuur 11 Twee opnames uit een röntgenfilm van een patiënt met een permanente luxatio humeri van haar rechter schouder. Er bestaat een schilvormige verkalking van het verlengde van de processus coracoïdeus en parallel aan de humeruskop. (pijl) Bij bewegen blijft deze relatie bestaan. Hierdoor wordt het aannemelijk dat er een soort neo-gewricht aan het ontstaan is. Figuur 12 Twee opnames uit een röntgenfilm van een patiënt met een permanente luxatie humeri van de linker schouder. Bij deze patiënt ligt de humeruskop zelf mediaal van de processus coracoïdeus (pijl 1). Ondanks de abnormale stand, waarbij de humeruskop vrijwel tegen de thorax ligt is er nog een relatief grote abductie mogelijk. 11

12 Complicaties De traumatische (sub)luxatie van de schouder moet beschouwd worden als een groot trauma waarbij de humeruskop op zijn weg naar buiten achtereenvolgens verschillende structuren kan beschadigen. Bij 46 van de 106 door ons onderzochte patiënten (43,4%) was een complicatie te achterhalen. Het betrof hier zowel letsels van het labrum glenoïdalis, scheuren van het gewrichtskapsel, afscheuringen van het caput longum van de bicepspees, rupturen van de rotatorenmanchet, fracturen van humeruskop en cavitas glenoïdalis als neurogene laesies. De volgende complicaties worden na een luxaties beschreven 1. Letsels van het glenohumerale gewrichtskapsel en labrum glenoïdalis 2. Fracturen van caput humeri en cavitas glenoïdalis 3. Rupturen van de rotatorenmanchet 4. Rupturen van het caput longum van de M. bicepspees. Painful arc bij glenohumerale instabiliteit 6. Vasculaire stoornissen 7. Neurogene letsels Letsels van het labrum glenoïdalis en het glenohumerale gewrichtskapsel Bij het luxeren van de humeruskop komt deze als eerste obstakel het labrum glenoïdalis tegen. Deze opstaande kraakbeenrand kan zowel losscheuren van de cavitas glenoïdalis als gevolg van de uitgeoefende druk door de passerende humeruskop (fig. 13), of als gevolg van de tractie die geleverd wordt door het op spanning gebrachte glenohumerale gewrichtskapsel. Indien het labrum glenoïdalis als klok voorstelt en de aangebrachte pijlen als wijzer richting 12, 3, 6 en 9 uur wijzen, worden de meeste letsels van het labrum bij operatie gevonden tussen 3 en 6 uur (fig 14). 3 Figuur 13 MRI arthrografie met gadolinium van rechter schouder. T1 gewogen opname, Transversale snede Witte pijl laat afscheuring labrum glenoïdalis zien Figuur 14 12

13 Als gevolg van de verplaatsing van het caput humeri buiten de cavitas glenoïdalis is overrekking en het optreden van scheuren in het glenohumerale gewrichtskapsel goed voorstelbaar 1 2 Figuur 1a en b Arthrogram met dubbelcontrast (zowel lucht als contrastmiddel) van het glenohumeraal gewricht de rechter schouder. Fig.1a Normale positie van de humeruskop ten opzichte van de cavitas glenoïdalis. Er is een ruime recessus axillaris zichtbaar. (pijl 1) Fig 1b.Caudale verplaatsing van de humeruskop ten opzichte van de cavitas glenoïdalis. De recessus axillaris is als gevolg van de verplaatsing van de humeruskop duidelijk afgevlakt. (pijl 2) Hierbij treden ook vaak intra-articulaire bloedingen op. Enerzijds wordt de omvang van deze bloedingen worden vaak onderschat, anderzijds de gevolgen ervan; Intra-articulair vocht heeft een sterk beperkende invloed op de beweeglijkheid van het gewricht. Onderstaande MRI beelden zijn vervaardigd van een jongeman die daags voor zijn geplande MRI nogmaals een luxatio humeri kreeg. Er is een massale hoeveelheid bloed zichtbaar. (fig.16a en b). Als onderdeel van het gewrichtskapsel kan hierbij ook het ligamentum glenohumerale inferior ruptureren. A 1 B 3 2 Figuur 16a en b A: Sagittale snede rechter schouder. B: Coronale snede rechter schouder. T2W opname. Pijl 1 en 2 geven bloed in de recessus axillaris aan. Pijl 3: geruptureerd lig. glenohumerale inferior. 13

14 Fracturen van caput humeri De meest voorkomende fracturen na een luxatio humeri zijn de Hill Sachs laesie en de avulsiefractuur van het tuberculummassief. De Hill Sachs laesie is een impressiefractuur van de achterzijde van de humeruskop, die ontstaat doordat, tijdens het luxeren, de achterzijde van de humeruskop tegen te voorzijde van de cavitas glenoïdalis komt te liggen. 1 a b c Figuur 17 a, b, c Fig. 17a laat een voor-achterwaartse opname zien van een linker schouder. De arm is geëndoroteerd. Hierdoor is het mogelijk de achterzijde van de humeruskop te beoordelen. Het Hill Sachs defect is duidelijk zichtbaar. (pijl 1) Fig. 11 b laat een uitgebreid Hill Sachs defect, ook wel notchdefect genoemd, op een preparaat zien. Fig. 11 c is een afbeelding van een transversale MRI snede. T1 gewogen opname. Naast de Hill Sachs laesie (pijl 1) is een uitgebreide zwarting te zien, wijzend op een contusie van het beenmerg. Een dergelijk beeld wordt ook gezien bij een kneuzing (brewse) van het bot. Het defect aan de achterzijde van de humeruskop wordt in de literatuur veelal aangegeven als de oorzaak van een recidief luxatie. Door de arm te exoroteren draait het defect richting voorzijde van de cavitas glenoïdalis, waar het kan leiden tot een verhaking. In een aantal gevallen zal dit zo zijn, anderzijds hebben wij ook waargenomen bij MRI onderzoek dat het glenohumerale gewrichtskapsel gaat verkleven in het ontstane defect. Dit zou een verklaring kunnen zijn waarom in veel gevallen enige tijd na de luxatie een exorotatiebeperking wordt gezien. Als gevolg van Hill Sachs defect blijft de achterzijde van de humeruskop vaak lange tijd gevoelig en is belasten van de M. infraspinatus ook vaak lange tijd niet goed mogelijk. Fracturen van de cavitas glenoïdalis Een luxatie kan ook optreden als gevolg van een te grote druk van de humeruskop in lateromediale richting. De humeruskop wordt als het ware op de cavitas glenoïdalis gedrukt, waarbij een deel van de cavitas afbreekt, waarna de luxatie doorzet. Een dergelijke fractuur, waarbij meestal een deel van de voorrand van de cavitas wordt afgeslagen, noemt men ook wel een Bankart laesie. Hierbij ontstaat tevens een uitgebreid kraakbeenletsel. In een aantal gevallen zal operatief ingrijpen noodzakelijk zijn om de ontstane vormverandering van het gewrichtsvlak te herstellen. 14

15 b a c Figuur 18 a,b en c. Fig 18 a X-foto linker schouder de Bankart laesie wordt met zwarte pijlen weergegeven Fig 18 b CT reconstructiebeeld van dezelfde patiënte. Transversale snede. Het losgeslagen fragment (witte pijl) is duidelijk zichtbaar. Fig 18 c Status na Bankart laesie. Fixatie door middel van schroeven Fracturen van het tuberculum massief Veelvuldig worden, na luxaties, fracturen van het tuberculum massief gevonden. Zowel van het tuberculum majus als van het tuberculum minus. Dit kan zowel een gevolg zijn van een direct inwerkend trauma, als het gevolg van tractie door de rotatorenmanchet (avulsiefractuur) Deze fracturen kunnen onopgemerkt blijven als men niet in staat is om in 2 richtingen een X-foto te maken. In veel gevallen is de patiënt niet in staat de arm zover te exoroteren of te abduceren, dat een betrouwbare opname in de 2 e richting mogelijk is. Het is dan ook wenselijk, zeker als men bij passief onderzoek in een later stadium een bewegingsbeperking in abductie waarneemt, om deze X-foto alsnog te maken. Kohldal et al. en Hovelius et al., melden respectievelijk een percentage van fracturen van het tuberculum majus van 44 en 43 procent[10,14}. De volgende afbeeldingen laten het verschil zien tussen een X-foto gemaakt in endorotatie en exorotatie. a b Figuur 19 a en b Fig. 19a. X-foto. Voorachterwaartse opname. Arm in endorotatie. Er is een onregelmatigheid te zien ter hoogte van het tuberculum majus. (witte pijl) Fig. 19b. X-foto van dezelfde patiënt. Voorachterwaartse opname. Arm in exorotatie. Er is een fragment met dislocatie zichtbaar boven het tuberculum majus. (zwarte pijl) 1

16 In eerste instantie zal het gedisloceerde fragment langdurig aanleiding zijn voor obstructie bij het abduceren. Het is arbitrair wanneer dit fragment verwijderd moet worden. De ene operateur laat het afhankelijk zijn van de grootte van het fragment, de ander van de mate van verplaatsing. Veelal wordt als criterium voor operatie een verplaatsing van het fragment van meer dan 2 cm aangehouden. Zonder me te willen mengen in de discussie of het om chirurgische redenen al dan niet juist is, moet bij een avulsiefractuur met dislocatie rekening gehouden worden met zeer langdurig functieverlies, waarbij het aanzetten tot oefenen veel pijn oplevert zonder functioneel effect. Na vele röntgencinematografische beoordelingen hebben wij de indruk, dat naast de grootte van het fragment, met name de plaats van het fragment de belangrijke factor is voor blijvende subacromiale obstructie. Ook een fractuur van het tuberculum minus kan eenvoudig gemist worden indien de arm niet ver genoeg geëndoroteerd kan worden. Na een dergelijke fractuur zijn vaak 2 symptomen opmerkelijk: 1. Doordat het fractuurfragment naar mediaal verplaatst is kan een endorotatiebeperking optreden, terwijl de andere bewegingen ongestoord kunnen zijn. 2. De abductie kan actief verminderd zijn, als gevolg van een letsel van de N. axillaris. Rupturen van het caput longum van de m. biceps brachii Door de grote afstand die de humerus vaak naar caudaal verplaatst is het goed denkbaar dat hierbij ook het caput longum van de m. biceps brachii gerekt wordt of zelfs afscheurt.(fig. 20b) Op het moment van afscheuren is het goed mogelijk dat ook het bovenste deel van het labrum van de cavitas glenoïdalis afscheurt. Men spreekt dan van een SLAP-laesion. (Superior Labrum, Anterior and Posterior). Op het onderstaande preparaat wordt de aanhechting van de pees goed zichtbaar gemaakt. (Fig. 20b pijl 3) 1 4 A 3 B 20a 20b Figuur 20a en b Fig.20a. Preparaat van het glenohumeraal gewricht rechts. A = humeruskop B = cavitas glenoïdalis 3 = aanhecht caput longum van de m. biceps brachii aan het tuberculum supraglenoïdale. 4 = M. supraspinatus, = bursa subdeltoïdea Fig 20b Arthrogram met dubbelcontrast (zowel lucht als contrastmiddel) van het glenohumerale gewricht rechts. Het verloop van het capult longum van de M. biceps brachii boven de humeruskop is goed zichtbaar. (zie witte pijl 1) Ook de aanhechting ter hoogte van het tuberculum supraglenoïdale is fraai afgebeeld.( zwarte pijl) 16

17 Neurogene letsels Het meest beruchte neurogene letsel is die van de hierboven genoemde N. axillaris. Komend uit het middelste deel van de plexus brachialis loopt deze zenuw, vlak onder de humeruskop, rond de humerus om de M. deltoïdeus te innerveren. Overrekkingen en afscheuringen van de N. axillaris kunnen naast een motorische uitval van de M. deltoïdeus ook sensibele storingen in een vrij groot gebied op de laterale zijde van de bovenarm tot gevolg hebben. Een groter gebied kan hypaesthetisch zijn, een kleiner rond gebied in het midden kan anaesthetisch zijn. 21a 21b Fig. 21 a. Schematische voorstelling van het verloop van de N. axillaris en de N. cutaneus brachii lateralis. Fig. 21 b. Het gearceerde gebied op de bovenarm geeft de hypaesthetische zone aan, het donkere gebied de anaesthetische zone Vasculaire stoornissen Ook afscheuringen van arteriën en venen is mogelijk. Hierbij worden pijn, zwelling in de oksel en van de gehele arm en cyanose van de arm beschreven. Deze, toch weinig voorkomende complicatie, zal in vele gevallen voor zich spreken en aanleiding zijn voor onmiddellijke verwijzing naar de specialist. Glenohumerale instabiliteit en painful arc In het geval van een pijnlijk traject tijdens bewegen en met name bij die bewegingen waarbij de arm vanuit een geheven positie weer daalt, moet altijd met glenohumerale instabiliteit rekening gehouden worden. De painful arc wordt veelal geweten aan obstructie in de subacromiale ruimte, waarbij bij het heffen van de arm de obstructie, bijvoorbeeld een kalkdepot, niet onder het schouderdak kan passeren. Het moment van obstructie is vaak gevoelig. Door een exoroterende beweging te maken krijgt de obstructie aan de achterzijde van het acromion meer ruimte, waardoor de arm verder geheven kan worden. Hierna bevindt de obstructie zich mediaal van het acromion. Op het moment dat de arm weer terug bewogen wordt, maakt de scapula een extreme mediorotatie, waarna het meestal voor de obstructie mogelijk is het schouderdak te passeren. Figuur 22 a en b Beelden omen uit een röntgenfilm. Bij het dalen van de arm wordt een extreme rotatie van de scapula waargenomen 17

18 Meerder male hebben wij onder doorlichting tijdens bewegen waargenomen dat de klinisch waargenomen painful arc niet door het boven beschreven mechanisme ontstaat, maar door een repositie van een geluxeerde of gesubluxeerde humeruskop. In veel gevallen staat de humeruskop daarbij op de achterrand of onderrand van de cavitas glenoïdalis. (Zie figuur 23) a b c d Figuur 23 a,b,c,d Frames overgenomen uit een röntgenvideo. Beeld van glenohumerale instabiliteit waarbij de humeruskop in caudale richting luxeert (fig 23a). Tijdens het dalen van de arm treedt een repositie van de humeruskop op via de onderzijde van de cavitas glenoïdalis. (zie pijl fig 23a en 23b). Tijdens het onderzoek imponeerde het als een dalende painful arc. Oorzakelijke factoren voor een recidiverende glenohumerale luxatie In de literatuur wordt er een aantal oorzaken aangegeven voor een recidief luxatie: 1. Een verhaking van het Hill Sachs defect aan de voorzijde van de cavitas glenoïdalis 2. Rupturen of laxiteit van het glenohumerale gewrichtskapsel en met name van het ligamentum glenohumerale inferior. 3. Spierkrachtverlies van de omgevende musculatuur, zoals de rotatorenmanchet Zoals reeds eerder is vermeld is het recidiefpercentage voor een glenohumerale luxatie hoog, variërend per auteur van 27 % tot 43 %. Op zich is het niet zo gek als men zich bedenkt dat de glenohumerale luxatie, zoals bovenbeschreven, een groot trauma is en vaak gepaard gaat met beschadigingen van zowel de benige structuren van het gewricht als de periarticulaire structuren. Toch levert herstel van de beschadigde delen van de schouder niet het gewenste resultaat in de vorm van afname van recidieven. Ook bij glenohumerale instabiliteit hebben wij (Stenvers en van Woerden) bij de analyse gebruik gemaakt van het röntgencinematografisch onderzoek. Wij hadden het idee dat mogelijk ook een gestoorde relatie tussen humerus en scapula een rol speelde bij het recidiverend luxeren van de schouder. Dit idee werd gevoed door gegevens uit het lichamelijk onderzoek waarbij gezien werd dat patiënten met recidiverende instabiliteit in 60% van de gevallen een beperkte anteflexie hadden, gepaard gaande met een scapulothoracale bewegingsbeperking. Toch is het belangrijk bij het zoeken van oorzaken voor instabiliteit ook eens stil te staan bij de factoren die de stabiliteit bepalen. Over het algemeen worden de rotatorenmanchet en de ligamentaire verstevigingen van het glenohumerale gewrichtskapsel bepalend geacht voor de stabiliteit. Bij röntgencinematografisch onderzoek van de schouder blijken ook de benige structuren van de schouder hierbij een belangrijke rol te spelen. Bij dit onderzoek, waarbij zowel de humerus als de scapula en de clavicula in beeld worden gebracht is het interessant eens te letten op de positie van de cavitas glenoïdalis tijdens een beweging. 18

Lichamelijk onderzoek

Lichamelijk onderzoek Hoofdstuk 3 Lichamelijk onderzoek Het lichamelijk onderzoek omvat de volgende onderdelen: -- inspectie in rust -- passief en actief uitgevoerd onderzoek naar de beweeglijkheid van de cervicale wervelkolom,

Nadere informatie

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel)

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel) Diagnostiek aan de schoudergordel Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel) Doorsnede art. humeri bicepspees, loopt door bovenkant van kapsel en voorkomt inklemming van kapsel in gewrichtsspleet

Nadere informatie

Luxaties van schouder elleboog en vingers. Compagnonscursus 2012

Luxaties van schouder elleboog en vingers. Compagnonscursus 2012 Luxaties van schouder elleboog en vingers Compagnonscursus 2012 De schouder - Epidemiologie Meest gedisloceerde gewricht: NL 2000/jaar op SEH 45% van alle luxaties betreffen schouder 44% in de leeftijdsgroep

Nadere informatie

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur Schoudersklachten: 1. Toelichting Deze verdiepingsmodule is gebaseerd op de NHG Standaard van oktober 2008 (tweede herziening). De anatomie van de schouder is globaal wel bekend bij de huisarts. Veelal

Nadere informatie

LETSELS VAN DE SCHOUDER

LETSELS VAN DE SCHOUDER LETSELS VAN DE SCHOUDER Epidemiologie, diagnostiek, therapie en revalidatie onder redactie van dr J.B. van Mourik dr P. Patka met een ten geleide van prof. B. Binnendijk met medewerking van dr J.H. Arendzen,

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,19e jrg 2001, no.6 (pp. 315 322)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,19e jrg 2001, no.6 (pp. 315 322) Auteur(s): Titel: A. Lagerberg De beperkte schouder. Functie-analyse van het art. humeri met behulp van een röntgenfoto Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers: 315-322 Deze

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder INSTABILITEIT VAN DE SCHOUDER Inleiding De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. De kom is klein en vlak en de kop relatief groot, zodat grote bewegingsuitslagen mogelijk

Nadere informatie

Wat zorgt voor de stabiliteit? Instabiliteit ontstaat wanneer er iets mis met het actieve of passieve systeem.

Wat zorgt voor de stabiliteit? Instabiliteit ontstaat wanneer er iets mis met het actieve of passieve systeem. (In-) Stabiliteit Inleiding Wat is instabiliteit? Instabiliteit van het schoudergewricht houdt in dat de weefsels in en rond de schouder niet in staat zijn de kop van de bovenarm op een juiste manier in

Nadere informatie

Skillslab handleiding

Skillslab handleiding Skillslab handleiding Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen Inleiding tot het orthopedisch onderzoek Academiejaar 2012-2013 Dr. Francis Hugelier - Dr. Jan Reniers Dr. Hans Van den Abbeele Met

Nadere informatie

De schouder. Dirk van Oostveen Orthopaedisch chirurg. Jeroen Bosch Ziekenhuis Orthopedie en Traumatologie s-hertogenbosch

De schouder. Dirk van Oostveen Orthopaedisch chirurg. Jeroen Bosch Ziekenhuis Orthopedie en Traumatologie s-hertogenbosch De schouder Dirk van Oostveen Orthopaedisch chirurg Jeroen Bosch Ziekenhuis Orthopedie en Traumatologie s-hertogenbosch DE Schouder? Aandoeningen Traumatologische afwijkingen fracturen Instabiliteit

Nadere informatie

DE SCHOUDER van BINNEN naar BUITEN. Wietske Wind Thom van der Sloot

DE SCHOUDER van BINNEN naar BUITEN. Wietske Wind Thom van der Sloot DE SCHOUDER van BINNEN naar BUITEN Wietske Wind Thom van der Sloot WIE ZIJN WIJ WIETSKE WIND DOCENTE CIOS HEERENVEEN OPLEIDER SPORTMASSAGE/VERZORGING 1997 SPORTMASSEUR SINDS 1995 THOM vd SLOOT Ex DOCENT

Nadere informatie

Schouderletsels (Dr. W.J. Willems, Orthopedisch chirurg, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam)

Schouderletsels (Dr. W.J. Willems, Orthopedisch chirurg, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam) Schouderletsels (Dr. W.J. Willems, Orthopedisch chirurg, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam) Schouderklachten vormen een steeds groter aandeel van de klachten van het bewegingsapparaat. Deels wordt

Nadere informatie

SNT KLINISCHE TESTS. Dia 1 / 64

SNT KLINISCHE TESTS. Dia 1 / 64 SNT KLINISCHE TESTS Tests letsels rotator cuff (lag tests): dia s 2 9. Tests scapula diskinesie: dia s 10-14. (Klassieke) Tests bij impingement: dia s 15 28. Tests voor lengte dorsale kapsel: dia s 29

Nadere informatie

De schouder. Anatomie De schouder bestaat uit 3 botstukken: - het schouderblad met de schouderkom - de bovenarm met schouderkop - het sleutelbeen

De schouder. Anatomie De schouder bestaat uit 3 botstukken: - het schouderblad met de schouderkom - de bovenarm met schouderkop - het sleutelbeen De schouder De schouder is een relatief complex gewricht. De vorm van het gewricht laat het toe om onze arm in alle richtingen te bewegen. Zolang alle componenten normaal functioneren kan de schouder perfect

Nadere informatie

Schuitemaker fysiotherapie en manuele therapie bv www.fysio.net - Amsterdam

Schuitemaker fysiotherapie en manuele therapie bv www.fysio.net - Amsterdam Uit: Egmond-Schuitemaker schouderprotocol (conform Kibler, Cools en Walraven) Excentrische oefeningen rotatorencuff schouder www.fysio.net (nog niet op de huiswerkfilmpjes.) Toe te passen bij stabiliseren

Nadere informatie

Schouder instabiliteit

Schouder instabiliteit Schouder instabiliteit 16 maart 2011 SchouderWerkgroep Groene Hart Ron Onstenk Shoulder stabilizers 1. Statisch 2. Dynamisch Shoulder stabilizers 1. Statisch: - ossaal - capsulair --Labrum --GH ligamenten

Nadere informatie

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Schouderinstabiliteit. Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke behandelingen

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Schouderinstabiliteit. Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke behandelingen Patiënteninformatie locatie Blaricum Schouderinstabiliteit Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke behandelingen Schouderinstabiliteit Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke

Nadere informatie

J.D. Stenvers~ fysiotherapeut W.J. Overbeek~ neuro-radioloog Groningen~ 20 januari 1977.

J.D. Stenvers~ fysiotherapeut W.J. Overbeek~ neuro-radioloog Groningen~ 20 januari 1977. Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met: De Neurochirurgische Universiteitskliniek te Groningen Hoofd: Prof. Dr. J.W.F. Beks. De afdeling Revalidatie van het Academisch Ziekenhuis te Groningen

Nadere informatie

Instabiliteit van de schouder

Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. De kom is klein en vlak en de bol relatief groot, zodat grote bewegingsuitslagen mogelijk worden.

Nadere informatie

Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek) Inleiding

Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek) Inleiding Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek) Inleiding Uw behandelend arts heeft u geadviseerd om uw schouderklachten operatief te behandelen met behulp van een kijkoperatie

Nadere informatie

De Schouder. Schouderartroscopie en de rotator-cuff. Artrose en breuken. Eenmalige of recidiverende luxatie. Schouder artroscopie.

De Schouder. Schouderartroscopie en de rotator-cuff. Artrose en breuken. Eenmalige of recidiverende luxatie. Schouder artroscopie. De Schouder Schouderartroscopie en de rotator-cuff. Artrose en breuken. Eenmalige of recidiverende luxatie. Schouder artroscopie. Behandeling van de schouder. Pagina 1 van 8 Schouderartroscopie en de rotator-cuff

Nadere informatie

Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie. www.groningensportrevalidatie.nl

Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie. www.groningensportrevalidatie.nl Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie Groningen Sport Revalidatie (sport) fysiotherapie praktijk locatie Alfa - Kardingerweg 48 9735 AH Groningen locatie Hanze - Eyssoniusplein 18 9714 CE Groningen

Nadere informatie

Schouderpathologie voorde huisarts

Schouderpathologie voorde huisarts Schouderpathologie voorde huisarts Linda Cervenka Ellen de Wit Ron Onstenk April 2012 Schouderklachten?? Nekklachten Radiculaire klachten CTS Infectieus Polymyalgia Schouder/POB klachten Gecombineerd Schouder

Nadere informatie

Schouder uit de kom SUCCES!!!

Schouder uit de kom SUCCES!!! Schouder uit de kom Schouder uit de kom Deze folder is bedoeld voor mensen bij wie de schouder regelmatig uit de kom schiet. In feite is het de kop van de bovenarm die naar voren of naar achteren uit de

Nadere informatie

SAMENVATTING. Schouder pijn na een beroerte.

SAMENVATTING. Schouder pijn na een beroerte. SAMENVATTING Schouder pijn na een beroerte. Schouderpijn na een beroerte is een veelvoorkomend bijverschijnsel bij patiënten met een hemiplegie (halfzijdige verlamming) en het voorkomen ervan wordt geschat

Nadere informatie

Schouderoperatie wegens inklemming

Schouderoperatie wegens inklemming Paramedische Ziekenhuiszorg Schouderoperatie wegens inklemming oefeningen en richtlijnen Inleiding Werking van de schouder De bovenarm eindigt bovenaan met een bol, dit is de schouderkop. Deze schouderkop

Nadere informatie

Schouderprothese. Orthopedie. Oorzaken van de klachten. Artrose. Reuma. Fracturen. Onherstelbare rotator cuff-scheuren. Anatomie van de schouder

Schouderprothese. Orthopedie. Oorzaken van de klachten. Artrose. Reuma. Fracturen. Onherstelbare rotator cuff-scheuren. Anatomie van de schouder Orthopedie Schouderprothese Bij slijtage van de schouder kan het schoudergewricht worden vervangen door een prothese. Wat zijn de oorzaken van de klachten en welke soorten prothesen kunnen worden ingezet.

Nadere informatie

Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit

Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit Bewegingsleer Deel I De bovenste extremiteit I.A. Kapandji Bohn Stafleu van Loghum Houten 2009 Ó 2009 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij

Nadere informatie

4.3 Schouderletsel. Specifiek lichamelijk onderzoek. Specifieke anamnese

4.3 Schouderletsel. Specifiek lichamelijk onderzoek. Specifieke anamnese 08-Chirurgie 4.3 01-06-2005 09:50 Pagina 55 55 4.3 Schouderletsel K.W. Wendt Een 40-jarige man wordt door de ambulance het ziekenhuis binnengebracht. Hij is met zijn motor, met een snelheid van 60 km/uur

Nadere informatie

Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie

Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail vriesfysio@planet.nl Internet www.fysiodevries.nl/ Frozen shoulder

Nadere informatie

Bewegingsapparaat schouder glenohumeraal Pagina 1 van 5

Bewegingsapparaat schouder glenohumeraal Pagina 1 van 5 Pagina 1 van 5 Glenohumerale artropathie Luxatie Glenohumerale instabiliteit index Glenohumerale artropathie arthrose glenohumuraal Capsulair patroon Closed packed patroon delta prothese Frozen shoulder

Nadere informatie

Schouderdecompressie

Schouderdecompressie Schouderdecompressie Open schouder decompressie. Uw behandelend arts heeft u geadviseerd uw schouderklachten operatief te behandelen. Uw klachten ontstaan door inklemming van een pees (supraspinatuspees)

Nadere informatie

OEFENTHERAPIE ALS CONSERVATIEVE BEHANDELING BIJ SCHOUDERINSTABILITEIT.

OEFENTHERAPIE ALS CONSERVATIEVE BEHANDELING BIJ SCHOUDERINSTABILITEIT. OEFENTHERAPIE ALS CONSERVATIEVE BEHANDELING BIJ SCHOUDERINSTABILITEIT. Dr. Carl Dierickx, dienst orthopaedie Virga-Jesseziekenhuis, Stadsomvaart 11, 35OO Hasselt. Samenvatting : na een korte bespreking

Nadere informatie

Hevige pijn ter hoogte van de schoudertop als gevolg van een forse schouderduw, bij een 23-jarige topvoetballer

Hevige pijn ter hoogte van de schoudertop als gevolg van een forse schouderduw, bij een 23-jarige topvoetballer 9 2 Hevige pijn ter hoogte van de schoudertop als gevolg van een forse schouderduw, bij een 23-jarige topvoetballer Dos Winkel en Koos van Nugteren Introductie Het verhaal van een topvoetballer met acute

Nadere informatie

Schouderinstabiliteit

Schouderinstabiliteit Schouderinstabiliteit Dr. Hans Van der Bracht www.orthopedie-web.be Opbouw Anatomie Classificaties Anamnese / KO / beeldvorming Behandeling Anterieure Schouderluxatie Posterieure schouderinstabiliteit

Nadere informatie

Arthroscopische Stabilisatie (Bankart herstel)

Arthroscopische Stabilisatie (Bankart herstel) Labrum scheuren Het schoudergewricht wordt gezien als een kop en kom gericht. De kom (cavitas glenoidalis) hiervan is zeer oppervlakkig en smal en bedekt slechts een derde van de kop (humeruskop). De kom

Nadere informatie

IMPINGEMENT VAN DE SCHOUDER

IMPINGEMENT VAN DE SCHOUDER IMPINGEMENT VAN DE SCHOUDER 1. INLEIDING De schouder is een relatief complex gewricht dat een zeer grote mobiliteit jammergenoeg combineert met een relatief gebrek aan stabiliteit.zolang alle componenten

Nadere informatie

Orthopedie. Cuff repair

Orthopedie. Cuff repair Orthopedie Cuff repair Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw schouder: de afgescheurde pees in uw schouder wordt hersteld. In deze folder vindt u informatie over het schoudergewricht, de aanleiding

Nadere informatie

Ligamentaire laesie enkelgewricht

Ligamentaire laesie enkelgewricht Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail vriesfysio@planet.nl Internet www.fysiodevries.nl Ligamentaire

Nadere informatie

Rotator cuff impingement. Beate Dejaco-Lanz Sportfysiotherapeute MSc Orthopedisch manueel therapeute Sport Medisch Centrum Papendal

Rotator cuff impingement. Beate Dejaco-Lanz Sportfysiotherapeute MSc Orthopedisch manueel therapeute Sport Medisch Centrum Papendal Rotator cuff impingement Beate Dejaco-Lanz Sportfysiotherapeute MSc Orthopedisch manueel therapeute Sport Medisch Centrum Papendal introductie definitie impingement classificatie impingement diagnostiek

Nadere informatie

NVAB Richtlijn Klachten aan Arm, Nek of Schouder. Werk en KANS. 11-5-2015 Hoge School Leiden. Dr. Leo. A.M. Elders

NVAB Richtlijn Klachten aan Arm, Nek of Schouder. Werk en KANS. 11-5-2015 Hoge School Leiden. Dr. Leo. A.M. Elders NVAB Richtlijn Klachten aan Arm, Nek of Schouder 1 11-5-2015 Hoge School Leiden Dr. Leo. A.M. Elders Werk en KANS Tel: 06-55741585 E-mail: info@nvka.nl Inhoud presentatie Schouderklachten /SAPS Epidemiologie

Nadere informatie

Leeftijd Prim aire frozen shoulder ~ ~ 0 M ~ ~ N ~ 00 ~ ~ ~ N~~~~M~COOMI.C')~ ~~~'<'"""NNNN. Aantall)a1ienten

Leeftijd Prim aire frozen shoulder ~ ~ 0 M ~ ~ N ~ 00 ~ ~ ~ N~~~~M~COOMI.C')~ ~~~'<'NNNN. Aantall)a1ienten Beeldvormend onderzoek Lippmann Kessel (1981) vond dat de diagnose frozen shoulder gereserveerd dient te worden voor patiënten die spontaan pijn krijgen in de schouder, gepaard gaande met een toenemende

Nadere informatie

Fracturen en luxaties hand

Fracturen en luxaties hand Fracturen en luxaties hand phalanx fracturen hand veel voorkomende fracturen op EHBO indien verkeerde behandeling: aanzienlijk functieverlies kans op arbeidsongeschiktheid goede behandeling: anatomische

Nadere informatie

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. 1. Wat is de diafyse van een pijpbeen? A. Het uiteinde van een pijpbeen. B. Het middenstuk van een pijpbeen. C. De groeischijf. 2. Waar bevindt zich de pink, ten

Nadere informatie

Doorbewegen van de schouder onder narcose. afdeling Fysiotherapie

Doorbewegen van de schouder onder narcose. afdeling Fysiotherapie 00 Doorbewegen van de schouder onder narcose afdeling Fysiotherapie 1 Wat is 'doorbewegen van de schouder onder narcose'? Doorbewegen van de schouder wil zeggen dat een gespecialiseerd fysiotherapeut,

Nadere informatie

Overzicht van de toegepaste therapieën

Overzicht van de toegepaste therapieën Hoofdstuk 5 Overzicht van de toegepaste therapieën De volgende behandelmethoden zijn toegepast bij de primaire frozen shoulder: 1. manipulatie onder narcose 2. open manipulatie 3. joint distension 4. het

Nadere informatie

Rotator cuff scheur. De meeste scheuren treden op in de supraspinatus maar andere delen van de pees kunnen ook zijn aangedaan.

Rotator cuff scheur. De meeste scheuren treden op in de supraspinatus maar andere delen van de pees kunnen ook zijn aangedaan. Rotator Cuff Scheur Rotator cuff scheur Inleiding Een rotator cuff scheur is een vaak voorkomende oorzaak van pijn en ongemak in de schouder bij een volwassene. De rotator cuff bestaat uit 4 spieren en

Nadere informatie

Brede rugspier verleggen met operatie i.v.m. gescheurde pezen in schouder. Latissiumus Dorsi transpositie

Brede rugspier verleggen met operatie i.v.m. gescheurde pezen in schouder. Latissiumus Dorsi transpositie Brede rugspier verleggen met operatie i.v.m. gescheurde pezen in schouder Latissiumus Dorsi transpositie Inhoud Inleiding 3 Schoudergewricht 3 Normaal schoudergewricht 3 Afwijkend schoudergewricht 3 De

Nadere informatie

Schouderexploratie. Orthopedie. Ingreep aan de schouder. Schoudergewricht

Schouderexploratie. Orthopedie. Ingreep aan de schouder. Schoudergewricht Orthopedie Schouderexploratie Ingreep aan de schouder Inleiding U heeft met uw behandelend arts afgesproken dat een schouderoperatie (schouderexploratie) wordt verricht. Tijdens deze ingreep wordt uw schouder

Nadere informatie

Schouderinstabiliteit

Schouderinstabiliteit Schouderinstabiliteit Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te gaan. Wat is schouderinstabiliteit? 1 Hoe wordt schouderinstabiliteit veroorzaakt? 1 Symptomen 2 De diagnose 2 Waarom een operatie?

Nadere informatie

Lieven De Wilde, MD, PhD Alexander Van Tongel, MD Department of Orthopedic Surgery Gent University Hospital

Lieven De Wilde, MD, PhD Alexander Van Tongel, MD Department of Orthopedic Surgery Gent University Hospital Klinisch onderzoek van de schouder Lieven De Wilde, MD, PhD Alexander Van Tongel, MD Department of Orthopedic Surgery Gent University Hospital Klinisch onderzoek van de schouder 12 stappen Stap 1: Anamnese

Nadere informatie

Ligamentair letsel kniegewricht

Ligamentair letsel kniegewricht Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail vriesfysio@planet.nl Internet www.fysiodevries.nl Ligamentair letsel

Nadere informatie

NSA Archives BEWEGINGSPATRONEN VAN DE SCHOUDER. Normaal en licht beperkte schouder

NSA Archives BEWEGINGSPATRONEN VAN DE SCHOUDER. Normaal en licht beperkte schouder Normaal en licht beperkte schouder Zoals bekend wordt bij het lichamelijk onderzoek de inspectie gevolgd door het passieve bewegingsonderzoek van de grote bewegingen van de schouder, te weten de voorwaarts

Nadere informatie

Dr. J.D. Stenvers, fysiotherapeut (info@nsastenvers.nl)

Dr. J.D. Stenvers, fysiotherapeut (info@nsastenvers.nl) Dr. J.D. Stenvers, fysiotherapeut (info@nsastenvers.nl) Jan Derek Stenvers is in 1971 afgestudeerd als fysiotherapeut. Van 1971 tot 1975 was hij werkzaam op de afdeling fysiotherapie van het Rooms-katholiek

Nadere informatie

Update schouderpathologie 2013

Update schouderpathologie 2013 Update schouderpathologie 2013 Symposium orthopedie Sint-Truiden 30 november 2013 Echografie: Sherpa van de eerste lijn Stefaan Verhamme Symposium orthopedie: update schouderchirurgie 2013 Anatomie Beenderige

Nadere informatie

Rol van de scapula in normale schouderfunctie

Rol van de scapula in normale schouderfunctie Scapula disfuncties Rol van de scapula in normale schouderfunctie Stabiele basis bieden voor het glenohumerale gewricht Voldoende pro-en retractie geven bij ADL bewegingen Voldoende elevatie van acromion

Nadere informatie

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007 Theorie-examen anatomie 12 januari 2007 1. Welke uitspraak met betrekking tot spiercontracties is altijd juist? A. Bij concentrische contracties wordt de spanning in de spier kleiner. B. Bij excentrische

Nadere informatie

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

SAMENVATTING EN CONCLUSIES I SAMENVATTING EN CONCLUSIES Deze dissertatie vermeldt de resultaten van een onderzoek naar schouderpijn bij de he miplegische patidnt. Inleidend is een literatuurstudie verricht. Aansluitend heeft een

Nadere informatie

Cuff Repair. Orthopedie. Operatie aan het schoudergewricht

Cuff Repair. Orthopedie. Operatie aan het schoudergewricht Orthopedie Cuff Repair Operatie aan het schoudergewricht Inleiding In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een operatie aan uw schoudergewricht. Uw behandelend arts en de orthopedie-consulent

Nadere informatie

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding.

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding. Casus 08L Fase A Titel Hand op schouder Onderwerp Habituele schouderluxatie Inhoudsdeskundige Drs. P.A. van Luijt, chirurg LUMC Technisch verantwoordelijke S. Eggermont Opleidingsniveau studenten De casus

Nadere informatie

Schouderklachten. Schouderinstabiliteit

Schouderklachten. Schouderinstabiliteit Schouderklachten Veel schouderproblemen zijn het gevolg van een doorgemaakt trauma of vermoeidheid. Er is dan dus een disbalans tussen belastbaarheid en belasting. Wanneer iemand voor het eerst met schouderklachten

Nadere informatie

Behandeling van een onstabiele schouder. Orthopedie

Behandeling van een onstabiele schouder. Orthopedie Behandeling van een onstabiele schouder Orthopedie Welke letsels veroorzaken een onstabiele schouder? de schouder is enerzijds een zeer beweeglijk, maar tegelijk ook een onstabiel gewricht. Dit is te wijten

Nadere informatie

Orthopedie. Schouderprothese

Orthopedie. Schouderprothese Orthopedie Schouderprothese Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw schouder. Er wordt een schouderprothese geplaatst. In deze folder vindt u informatie over het schoudergewricht, de aanleiding

Nadere informatie

BEHANDELING VAN FRACTUREN

BEHANDELING VAN FRACTUREN BEHANDELING VAN FRACTUREN 25733 Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een gebroken bot. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening

Nadere informatie

Schouderprothesiologie bij een cuff insufficiëntie. Max Hoelen Orthopedisch chirurg Reinier de Graaf Gasthuis

Schouderprothesiologie bij een cuff insufficiëntie. Max Hoelen Orthopedisch chirurg Reinier de Graaf Gasthuis Schouderprothesiologie bij een cuff insufficiëntie Max Hoelen Orthopedisch chirurg Reinier de Graaf Gasthuis klinisch beeld Neer 1983: arthrose ten gevolge van een massale cufflesie: cuff tear arthropathy

Nadere informatie

Schouderoperatie. oefeningen en richtlijnen. Paramedische afdeling

Schouderoperatie. oefeningen en richtlijnen. Paramedische afdeling Paramedische afdeling Schouderoperatie oefeningen en richtlijnen Inleiding U heeft van uw behandelend arts te horen gekregen dat u een operatie krijgt aan uw schouder. Het doel van de operatie is het wegnemen

Nadere informatie

HET KISSING CORACOID Kinesiologie, röntgencinematografie, fysiotherapie van de schouder

HET KISSING CORACOID Kinesiologie, röntgencinematografie, fysiotherapie van de schouder HET KISSING CORACOID Kinesiologie, röntgencinematografie, fysiotherapie van de schouder door J. D. STEN VERS en W. J. OVERBEEK 1981 UITGEVERSMAATSCHAPPIJ DE TIJDSTROOM LOCHEM POPERINGE CIP-gegevens Stenvers,

Nadere informatie

Handtherapie na operatie ivm van CMC I-artrose

Handtherapie na operatie ivm van CMC I-artrose Handtherapie na operatie ivm van CMC I-artrose Handtherapie MST Bezoekadres Ziekenhuis Enschede Ziekenhuis Oldenzaal Gebouw Ariënsplein Prins Bernhardstraat 17 Polikliniek 50 Polikliniek 32 Telefoon (053)

Nadere informatie

Anatomie van de heup. j 1.1

Anatomie van de heup. j 1.1 j1 Anatomie van de heup De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae, het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. As Vlak Beweging Transver- Sagittaal

Nadere informatie

VERSUS, Tijdschrift voor fysiotherapie, 20e jaargang 2002, no.1(3-17)

VERSUS, Tijdschrift voor fysiotherapie, 20e jaargang 2002, no.1(3-17) Auteur(s): Henk van Holstein; Paul van der Meer Titel: Mobiliteit en Mobilisatie van het Art. Acromioclavicularis Jaargang:20 Jaartal:2002 Nummer:1 Oorspronkelijke paginanummers: Deze online uitgave mag,

Nadere informatie

Het schouderblad en schouderblad complicaties

Het schouderblad en schouderblad complicaties Praktijk voor Fysiotherapie Sportfysiotherapie en Medische Trainings Therapie R. de Vries Kerkweg 45a 4102 KR Everdingen Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 Het schouderblad en schouderblad complicaties

Nadere informatie

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding.

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding. Casus 12L Fase A Titel Tak op de weg. Onderwerp Radiuskopfractuur Inhoudsdeskundige Dr. P.A. van Luijt, traumatoloog Technisch verantwoordelijke E. Beekhuizen, COO ontwikkelaar Opleidingsniveau studenten

Nadere informatie

RICHTLIJN BIJ REVALIDATIE NA EEN GESLOTEN EN OPEN BANKART

RICHTLIJN BIJ REVALIDATIE NA EEN GESLOTEN EN OPEN BANKART RICHTLIJN BIJ REVALIDATIE NA EEN GESLOTEN EN OPEN BANKART We onderscheiden een 5-tal postoperatieve fasen: Fase 1 : week 0-1 - 2 Fase 2 : week 3-4 5 Fase 3 : week 6 7 8 9 Fase 4 : week 10 tot en met 15

Nadere informatie

Orthopedie. Polsprothese

Orthopedie. Polsprothese Orthopedie Polsprothese Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw pols. Er wordt een polsprothese geplaatst. In deze folder vindt u informatie over de pols, de aanleiding voor de operatie, de operatie,

Nadere informatie

Howest Departement Hiepso FROZEN SHOULDER, ROTATOR CUFF RUPTUUR, EN SCHOUDERPROTHESE: Tille Vanrobaeys EEN BLIK OP DE BEHANDELING

Howest Departement Hiepso FROZEN SHOULDER, ROTATOR CUFF RUPTUUR, EN SCHOUDERPROTHESE: Tille Vanrobaeys EEN BLIK OP DE BEHANDELING Howest Departement Hiepso FROZEN SHOULDER, ROTATOR CUFF RUPTUUR, EN SCHOUDERPROTHESE: EEN BLIK OP DE BEHANDELING Eindwerk aangeboden tot het behalen van de titel van Bachelor in de ergotherapie Onder begeleiding

Nadere informatie

Richtlijn bij revalidatie na een SLAP REPAIR

Richtlijn bij revalidatie na een SLAP REPAIR Richtlijn bij revalidatie na een SLAP REPAIR We onderscheiden een 3-tal postoperatieve fasen: Fase 1: 0 t/m 6 Fase 2: 7 t/m 12 Fase3: 3 tot 6 maanden Elke fase is ingedeeld in een 3-tal onderdelen, te

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Europees erkend Hand Trauma Centrum Medisch Protocol PIP hyperextensie (volaire plaat) letsel v.2-07/2013 Het hyperextensie letsel van het PIP gewricht is de meest voorkomende luxatie in de hand. - Instabiliteit

Nadere informatie

Verdiepingsmodule. Eerst anatomie kennen, dan injecteren. Eerst anatomie kennen, dan injecteren. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur

Verdiepingsmodule. Eerst anatomie kennen, dan injecteren. Eerst anatomie kennen, dan injecteren. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur 1. Toelichting Deze verdiepingsmodule is gebaseerd op de NHG Standaard M08 Schouderklachten van oktober 2008 (tweede herziening). De anatomie van de schouder is globaal wel bekend bij de huisarts. Veelal

Nadere informatie

1 e een anker op het onderbeen fig 5 2e anker op de voet

1 e een anker op het onderbeen fig 5 2e anker op de voet Anatomie Het enkelgewricht is een gecompliceerd geheel, vooral omdat het een aaneenschakeling van diverse gewrichten is, die op hun beurt weer noodzakelijk zijn om aan de voet zowel stabiliteit alsook

Nadere informatie

Dr. J.D. Stenvers, fysiotherapeut (info@nsastenvers.nl)

Dr. J.D. Stenvers, fysiotherapeut (info@nsastenvers.nl) Dr. J.D. Stenvers, fysiotherapeut (info@nsastenvers.nl) Jan Derek Stenvers is in 1971 afgestudeerd als fysiotherapeut. Van 1971 tot 1975 was hij werkzaam op de afdeling fysiotherapie van het Rooms-katholiek

Nadere informatie

De primaire frozen shoulder

De primaire frozen shoulder Deze informatie is een onderdeel van de CD De primaire frozen shoulder. Informatie over deze CD kunt u vinden op pagina: http://www.nsastenvers.nl/primairefrozenshoulder.html De veel gestelde vragen betreffende

Nadere informatie

Auteur: Dr. C.J.M. van Loon

Auteur: Dr. C.J.M. van Loon Deze uitgebreide informatiefolder wordt u aangeboden door de Maatschap Chirurgen & Orthopeden Arnhem. Deze maatschap maakt deel uit van de Alysis Zorggroep. Proximale humerusfractuur - een gebroken schouder

Nadere informatie

H.291291.0915. Stabilisatie van de schouder

H.291291.0915. Stabilisatie van de schouder H.291291.0915 Stabilisatie van de schouder 2 Inleiding U heeft samen met uw arts besloten om de stabiliteit van uw schouder te herstellen. Deze ingreep wordt uitgevoerd in dagbehandeling door middel van

Nadere informatie

frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak

frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak j1 Anatomie van de heup As Vlak Beweging De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae; en het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. transversaal

Nadere informatie

Peesaandoeningen I Inleiding

Peesaandoeningen I Inleiding Peesaandoeningen I Inleiding Wat is een pees? Pezen zorgen voor de aanhechting van een spier op een vast punt in het lichaam. Meestal betreft dit een botstuk. De overgang van de spier naar de pees is geleidelijk

Nadere informatie

Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda

Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda Anne van Vegchel SGA West-brabant CV 2000-2006 geneeskunde Utrecht 2007-2011 sportgeneeskunde Utrecht 2008-2012 clubarts eredivisieploeg handbal 2008-heden bondarts

Nadere informatie

Herstellen schouderspieren met operatie. Cuffrepair

Herstellen schouderspieren met operatie. Cuffrepair Herstellen schouderspieren met operatie Cuffrepair Inhoud Inleiding 3 Schoudergewricht 3 Een normaal schoudergewricht 3 Een afwijkend schoudergewricht 3 De operatie 3 Na de operatie 4 De wond 4 Sling of

Nadere informatie

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament.

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament. Verstuikte enkel Een verstuikte enkel is een veel voorkomende aandoening. Ongeveer 25.000 mensen per dag maken dat mee. Enkel verstuikingen komen voor bij atleten en bij niet atleten, bij kinderen en volwassenen.

Nadere informatie

snijlijn snijlijn Hebt u nog vragen? Artrose in de schouder Maak meer wetenschappelijk onderzoek mogelijk Wat is artrose?

snijlijn snijlijn Hebt u nog vragen? Artrose in de schouder Maak meer wetenschappelijk onderzoek mogelijk Wat is artrose? Schouderartrose Artrose in de schouder Bij schouderartrose is er sprake van slijtage in het schoudergewricht. Pijn in de schouder, voortdurend aanwezig of alleen als u uw arm wilt bewegen, kan wijzen op

Nadere informatie

RICHTLIJNEN BIJ REVALIDATIE NA. Partiële clavicula resectie

RICHTLIJNEN BIJ REVALIDATIE NA. Partiële clavicula resectie RICHTLIJNEN BIJ REVALIDATIE NA Partiële clavicula resectie We onderscheiden een 5-tal postoperatieve fasen: Fase 1 : week 0-1 - 2 Fase 2 : week 3-4 5 Fase 3 : week 6 7 8 9 Fase 4 : week 10 tot en met 26

Nadere informatie

Fractuur behandeling. Chirurgie. Beter voor elkaar

Fractuur behandeling. Chirurgie. Beter voor elkaar Fractuur behandeling Chirurgie Beter voor elkaar 2 Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een gebroken bot. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk

Nadere informatie

Orthopedie. Enkelprothese

Orthopedie. Enkelprothese Orthopedie Enkelprothese Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw enkel. Er wordt een enkelprothese geplaatst. In deze folder vindt u informatie over de enkel, de aanleiding voor de operatie, de

Nadere informatie

Hand en Polscentrum Delft

Hand en Polscentrum Delft Hand en Polscentrum Delft Michiel Schuringa, plastisch chirurg Mark de Vries, traumachirurg Gerald Kraan, orthopedisch chirurg Uit de kom, aan het werk? Vingerluxaties IP / DIP PIP MCP CMC Handletsels

Nadere informatie

De pijn is typisch gelokaliseerd aan de voorzijde van de schouder en straalt uit in de bicepsspier.

De pijn is typisch gelokaliseerd aan de voorzijde van de schouder en straalt uit in de bicepsspier. Biceps Tendinopathie Biceps tendinopathie is een ontsteking van de lange kop van de bicepsspier. Soms kan de pees ontstoken zijn na een val of een blessure, bijv. zware gewichten heffen, maar kan soms

Nadere informatie

Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie

Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie Epidemiologische gegevens bij heup# Er zijn +/- 2,2 miljoen ouderen in Nederland (> 65 jaar).

Nadere informatie

Cuff-repair schouderoperatie Ofwel Gescheurde pees/pezen in uw schouder

Cuff-repair schouderoperatie Ofwel Gescheurde pees/pezen in uw schouder Cuff-repair schouderoperatie Ofwel Gescheurde pees/pezen in uw schouder Inleiding U heeft één of meerdere gescheurde pezen in uw schouder. Met uw behandelend arts heeft u afgesproken dat u wordt geopereerd

Nadere informatie

Kijkoperatie in de schouder Schouderinstabiliteit en geïrriteerde schouderpees

Kijkoperatie in de schouder Schouderinstabiliteit en geïrriteerde schouderpees Kijkoperatie in de schouder Schouderinstabiliteit en geïrriteerde schouderpees Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Wat is arthroscopie? 1 Waarom een kijkoperatie? 1 Voor de opname 2

Nadere informatie