16+ : een exploratief onderzoek naar de rol van televisie en Internet bij de seksuele socialisatie van jongeren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "16+ : een exploratief onderzoek naar de rol van televisie en Internet bij de seksuele socialisatie van jongeren"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT POLITIEKE EN SOCIALE WETENSCHAPPEN 16+ : een exploratief onderzoek naar de rol van televisie en Internet bij de seksuele socialisatie van jongeren Wetenschappelijk artikel aantal woorden: SIEN BEYENS MASTERPROEF COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN afstudeerrichting FILM- EN TELEVISIESTUDIES PROMOTOR: PROF. DR. SOFIE VAN BAUWEL COMMISSARIS: DRS. ELKE VAN DAMME COMMISSARIS: DRS. FIEN ADRIAENS ACADEMIEJAAR

2 Inzagerecht in de masterproef (*) Ondergetekende, BEYENS SIEN geeft hierbij toelating / geen toelating (**) aan derden, niet- behorend tot de examencommissie, om zijn/haar (**) proefschrift in te zien. Datum en handtekening 17 MEI Deze toelating geeft aan derden tevens het recht om delen uit de scriptie/ masterproef te reproduceren of te citeren, uiteraard mits correcte bronvermelding (*) Deze ondertekende toelating wordt in zoveel exemplaren opgemaakt als het aantal exemplaren van de scriptie/masterproef die moet worden ingediend. Het blad moet ingebonden worden samen met de scriptie onmiddellijk na de kaft. (**) schrappen wat niet past

3 DANKWOORD 1 Vier jaar geleden nam ik met volle overtuiging aanvang met mijn studies communicatiewetenschappen. Heel wat stressmomenten, dipjes, paniekaanvallen doch ook momenten van blijdschap en vreugde verder, sta ik op het punt om deze fase in mijn leven te beëindigen. Daarom wil ik van deze gelegenheid gebruik maken om iedereen te bedanken zonder wiens hulp en steun de volbrenging van mijn studies en masterproef onmogelijk zou zijn geweest. Vooreerst wens ik mijn naaste omgeving, en in het bijzonder mijn ouders, mijn zus en mijn vriend te danken voor de mogelijkheid om deze opleiding te volgen alsook voor de vele woorden van moed die mij er telkens weer bovenop hielpen. Daarnaast wens ik een woord van dank uit te spreken aan Professor. Dr. Sofie Van Bauwel onder wiens promotorschap dit eindwerk tot stand gekomen is. Bedankt voor de verkregen begeleiding en de kans om onderstaand onderzoek te voeren. Evenzeer betuig ik mijn dank aan Drs. Elke Van Damme en Drs. Fien Adriaens voor de verworven kennis omtrent het voeren van een wetenschappelijk onderzoek tijdens het werkcollege dat georganiseerd werd in derde bachelor evenals voor de begeleiding bij de concretisering van dit eindwerk. Tevens bedank ik alle scholen 2 zonder wiens medewerking het onderzoek niet gerealiseerd had kunnen worden alsook de leerlingen voor het zorgvuldig invullen van de vragenlijst. Tot slot bedank ik iedereen wiens naam hier niet vermeld is, maar waarvan ik in gedachten weet dat zonder hen mijn studies niet geweest zouden zijn als dat ze nu zijn. Bedankt! Sien Beyens 12 mei Naar de letter ressorteren een dankwoord en een inhoudstabel niet tot de vormelijke eisen van een wetenschappelijk artikel. Echter, ter overzichtelijkheid en volledigheid worden deze in dit werkstuk opgenomen. Wegens niet verplicht zijnde, zullen deze documenten evenwel niet in aanmerking genomen worden bij de woordentelling. 2 In Oost-Vlaanderen betroffen het de secundaire scholen VTI Deinze, Sint-Hendrik te Deinze alsook het Sint- Bernarduscollege in Oudenaarde. In West-Vlaanderen werden wij ontvangen in het VTI Waregem, het Koninklijk Atheneum te Waregem alsmede in het Sint-Amandscollege campus Diksmuidekaai en het Lyceum Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen, beiden gesitueerd in Kortrijk.

4 INHOUDSTABEL ABSTRACT... 1 INLEIDING Jongeren en media Televisie Internet Seksualiteit in de media Seksualiteit op televisie Seksualiteit op het Internet Seksuele informatiebronnen Methodologie Resultaten Jongeren en media Mediabezit Mediagebruik Seksuele informatiebronnen School Ouders De rol van televisie en het Internet BESLUIT BIBLIOGRAFIE BIJLAGEN BIJLAGE 1: ENQUÊTE BIJLAGE 2: UITGEVOERDE SPSS-ANALYSES... 44

5 ABSTRACT Using data collected by means of surveys in West Flanders and East Flanders (N=621), we examined the role that media play in search for sexual information by adolescents of fourteen to sixteen years old. In particular we focus on television and Internet. Firstly we looked at the media ownership and media use. Results demonstrate that television and Internet are widely penetrated in the lives of young people. Approximately 99,8% has access to television and Internet. Moreover 27,5% has a television in the bedroom and 51,4% can surf on the Internet in their private room. Teens are heavy users of these media. Only 2,6% doesn t watch television on a school day and 5,9% doesn t visit the world wide web. During the weekend these percentages decrease to respectively 1,5% and 3,1%. Therefore we can say that television and the Internet hold a prominent place in the lives of adolescents. An important remark is that the ownership and use may vary by age, gender and education type. These media also play a significant role in the search for sexual information. Besides their function as sexual socialization agents, 48,8% reports they would consult media if they have questions about sexuality. The Internet is the primary source they would turn to. From television they acquire much information but adolescents would not frequently use this medium themselves. For boys as for girls the top three of potential sources of sexual information consists of media, followed by their friends and their parents their mother in particular. 1

6 INLEIDING Gedurende de adolescentieperiode worden jongeren op verschillende niveaus met veranderingen geconfronteerd. Vooreerst kenmerkt de adolescentie zich door de opbloei van seksualiteit (Eccles et al., 1993:90). Daarnaast doen zich grote veranderingen voor betreffende het mediagebruik (Larson, 1995:541) en spelen media in het algemeen, en televisie en Internet in het bijzonder, een vooraanstaande rol in hun vrijetijdsbesteding (Livingstone & Haddon, 2009a:7). Het resultaat is dat media zich opwerpen als belangrijke socialisatie-agenten (Arnett, 1995:520). Media dragen immers op verschillende domeinen bij tot de socialisatie van jongeren. De bijdrage vergroot als het gaat over zaken waarmee jongeren weinig tot geen persoonlijke ervaring hebben zoals seksualiteit (Cope- Farrar & Kunkel, 2002:60). In deze context wordt vaak gesproken over seksuele socialisatie as the process by which knowledge, attitudes, and values about sexuality are acquired (Ward, 2003:348). Heden ten dage verkrijgen jongeren slechts weinig informatie over seksualiteit vanwege ouders, school of religie. In dit kader vormen media steeds belangrijkere seksuele socialisatie-agenten (Brown & L Engle, 2009:130), met in het bijzonder televisie (Ward, 2003:348) en in toenemende mate het Internet (Boies et al., 2004:345). Hierdoor worden media echter velerlei als zondebok aangewezen in het debat omtrent de vroegtijdige seksualisering van jongeren (Buckingham & Bragg, 2004:1). Zo werd in 2009 door Radio één een enquête gehouden bij de Vlaamse luisteraars rond seksualiteit in de media. Uit de resultaten blijkt dat negenenvijftig procent van de Vlamingen vindt dat er teveel aandacht is voor seksualiteit in de media. Hierbij worden vooral televisie en Internet met een beschuldigende vinger aangewezen wat indiceert dat het debat rond media en seksualiteit hoog op de maatschappelijke agenda staat aangeschreven. Ook binnen het wetenschappelijk debat wordt geponeerd dat onze cultuur in toenemende mate geseksualiseerd wordt. Zowel op televisie, in films, tijdschriften als op het Internet is seksualiteit dagelijkse realiteit (Albanesi, 2010:4). Hierdoor zijn media toegankelijke wegen geworden om te leren over seksualiteit. Vooral ten aanzien van jongeren die hun eigen seksuele waarden en normen ontwikkelen vormen media belangrijke informatiebronnen (Brown, 2002:42). Niettegenstaande heerst nog steeds onwetendheid inzake de rol van media in de ontplooiing van de seksuele attitude van jongeren (ter Bogt et al., 2010:845). Aan de hand van een exploratief onderzoek trachten we een antwoord te formuleren op de vraag welke mogelijke rol media spelen bij de seksuele socialisatie van Vlaamse jongeren. We richten ons hierbij voornamelijk op televisie en Internet en de mate waarin deze media voor jongeren een seksuele informatiebron vormen. Onze onderzoeksvraag luidt derhalve: In welke mate gebruiken Vlaamse jongeren media in hun zoektocht naar seksuele informatie? 2

7 1. Jongeren en media Van zodra kinderen de adolescentiefase bereiken, doen zich grote veranderingen voor betreffende het mediagebruik (Larson, 1995:541). Bovill en Livingstone (2001:79) spreken over de opbloei van een mediarijke bedroom culture. Naast de traditionele consumptievormen zoals boeken en een radiotoestel, zijn veel slaapkamers van Europese jongeren voorzien van een televisie met bijhorende videocassetterecorder, spelconsoles en een computer. Bijgevolg wordt een sociale context gecreëerd waarin steeds meer jongeren media consumeren buiten het toeziend oog van de ouders (Roberts, 2000:13). Deze consumptie houdt volgens Bonfadelli (1993:234) altijd een weerspiegeling in van de noden en problemen waarmee jongeren tijdens de adolescentiefase geconfronteerd worden. Het Adolescents Media Practice Model ontwikkeld door Steele (1999) stelt eveneens dat het zelfbeeld van tieners een determinant is voor de manier waarop zij media beleven. De selectiviteit in het maken van keuzes aangaande media, de eigenzinnige interpretaties van de media-inhoud en de manieren waarop media actief gebruikt worden in het leven van de jongeren zijn essentiële elementen van hun mediaconsumptie. Deze media-ervaringen zullen op hun beurt een rol spelen in de vorming van hun zelfbeeld inclusief hun seksuele zijn (Steele, 1999:334). Dit model roept de idee op van een wederzijdse relatie tussen mediagebruik en effecten, eerder dan een lineaire relatie waarbij media de passieve ontvanger beïnvloeden (Brown, 2000:35). Om die reden distantieert het Adolescents Media Practice Model zich van het effectmodel, hetwelk aanneemt dat massamedia een direct effect hebben op het gedrag van de kijkers (Gauntlett, 2004:113). De visie van kinderen en jongeren als passieve sponzen wordt op gestage wijze uitgedaagd en overtroffen. Het jongerenpubliek is kritischer dan algemeen wordt aangenomen (Buckingham, 1998:37) dito omschreven als mediageletterdheid. Derhalve kan geconcludeerd worden dat mediagebruik de dag van vandaag onderhevig is aan een selectieproces op basis van achtergrondfactoren en interesses. Bovendien moet in acht genomen worden dat bepaalde factoren ras, gender, leeftijd, sociale en culturele achtergrond evenzeer een mogelijke invloed uitoefenen op het mediagebruik (Jacobson, 2005:30). Bovendien gebruiken jongeren verschillende media op hetzelfde moment een fenomeen dat doorgaans geduid wordt met de term multitasking (Roberts & Foehr, 2008:13). Ergo kunnen jongeren gekarakteriseerd worden als zowel actieve als multimediale gebruikers. Arnett 3 (1995:521) identificeert vijf verschillende redenen waarom adolescenten media utiliseren. Ontspanning en verstrooiing luiden als hoofdredenen waarom media gehanteerd worden. Naast entertainment vormen media eveneens een platform voor identiteitsconstructie. Onder meer seksualiteit en gender zijn identiteitsgerelateerde onderwerpen waarover geïnformeerd wordt (Arnett, 1995: ). Vervolgens grijpen jongeren naar media omwille van de sensatie en om reden van het 3 Arnett (1995:521) beklemtoont dat hoewel zijn typologie in hoofdzaak op adolescenten gericht is, deze vormen van mediagebruik niet uniek zijn voor deze leeftijdsgroep. Bovendien merkt hij op dat zijn opsomming niet uitputtend is. 3

8 potentieel die media bezitten om negatieve emoties te verzachten. Met behulp van media kan gevlucht worden in een spanningsloze wereld waardoor alle zorgen even lijken te verdwijnen (Arnett, 1995:523). Een laatste compartiment van de typologie wordt omschreven als jongerencultuuridentificatie. Het nuttigen van media creëert een gevoel van verbondenheid met leeftijdsgenoten (Arnett, 1995: ). Daarmede kunnen media aangewend worden ter informatievergaring teneinde bij te leren (Beentjes et al., 2001: ). Derhalve wordt duidelijk dat media door jongeren geëxploiteerd worden omwille van diverse redenen. Naast ontspanning, identiteitsconstructie en sensatie, worden media aangewend om verveling tegen te gaan en informatie te verzamelen Televisie Bij de meeste mensen is kijken naar televisie een vast onderdeel van het dagelijkse leven (Signorielli & Staples, 1997:289). Algemeen wordt aangenomen dat een doorsnee jongere die de leeftijd van achttien jaar bereikt, meer tijd voor televisie gespendeerd zal hebben dan elke andere activiteit, met uitzondering van slapen (Signorielli, 1991). Concreet stelt d Haenens (2001:57) 4 dat in 1997 en 1998 ongeveer negentig procent van de Europese jongeren toegang had tot een televisieset. Dit percentage leidt ertoe dat televisie beschouwd wordt als het meest doordringende medium in de Europese huishoudens. Cijfergegevens verzameld tussen 1998 en 2000 tonen aan dat 12 tot 19 jarigen gemiddeld dertien uur en eenentwintig minuten per week naar televisie kijken. Jongens spenderen ongeveer veertien uur en zeven minuten voor televisie terwijl dit voor de meisjes twaalf uur en zesentwintig minuten betreft. Volgens deze onderzoeksresultaten brengen jongens dus iets meer tijd door voor de beeldbuis dan meisjes (Stevens et al., :16-18). Uit recente cijfers van 2008 blijkt dat slechts zeven procent van de jongeren aangeeft bijna nooit naar televisie te kijken. Dit percentage neemt echter toe naarmate jongeren ouder worden (Boonaert & Siongers, 2010: ) 5. Vanuit de uses and gratifications theorie heeft Rubin (1981) onderzoek verricht naar de drijfveren die mensen er toe aanzetten naar televisie te kijken. De hierbij uitgevoerde clusteranalyse resulteert in negen motivaties: om de tijd te doden, voor gezelschap, opwinding, verpozing, informatie, vermaak, sociale interactie, om te vluchten uit de werkelijkheid en tenslotte omwille van de programma-inhoud (Rubin, 1981: ). Voor het jonge publiek zijn drie beweegredenen populair. Jongeren geven in eerste instantie aan naar televisie te kijken om verveling tegen te gaan. Daarnaast is opwinding een belangrijke factor en tenslotte laat het kijken naar televisie toe om afstand te nemen van de alledaagse beslommeringen (Rubin, 1981:158). 4 De cijfers naar voorgebracht door d Haenens Leen resulteren uit een onderzoek dat werd afgenomen in Het betreffen hier de resultaten van JOP-monitor 2 waarvan de cijfergegevens verzameld werden in

9 1.2. Internet Tegenwoordig groeien kinderen en jongeren op in een omgeving waar het Internet omnipresent is. In deze context worden zij wel eens omschreven als digital natives daar zij de digitale taal spreken als ware het hun moedertaal (Courtois et al., 2009:112). Cijfers 6 uit Europees onderzoek tonen aan dat de internetpenetratie in het Europese digitale medialandschap circa eenenzestig procent bedraagt. Betreffende het internetgebruik komt naar voor dat vijfenzeventig procent van de Europese jongeren wel eens vertoeft in de onlinewereld (Livingstone & Haddon, 2009a:31). Bovendien stipuleren Livingstone en Haddon (2009b:6) dat thans weinig genderverschillen zijn in zowel internettoegang als internetgebruik en dat laatstgenoemde toeneemt naarmate jongeren ouder worden en dit in tegenstelling tot het gebruik van televisie. De gebruiksfuncties van het Internet werden in 1999 onder de loep genomen door Valkenburg en Soeters (2001). Vertrekkend uit het theoretisch kader van de uses and gratifications theorie, gingen zij na welke de belangrijkste motieven zijn die (Nederlandse) kinderen of jongeren er toe aanzetten om de wereld van het Internet te exploreren. Als zijnde een multifunctioneel medium opent het Internet een wereld vol geneugten waar toepassingsmogelijkheden van televisie en radio, boeken en spelconsoles gecombineerd worden. Internet kan dus aangewend worden ter ontspanning, om informatie op te zoeken, voor sociale interactie of om spelletjes te spelen (Valkenburg & Soeters, 2001: ). Opmerkelijk is dat de online en offline sociale interactie onbelangrijke drijfveren zijn binnen het onderzoek (Valkenburg & Soeters, 2001:666). Resultaten van navolgend Amerikaans onderzoek 7 zullen deze vaststelling echter betwisten. Cijfergegevens tonen namelijk aan dat zowel jongens als meisjes het meeste van hun tijd online spenderen aan communicatie (Gross, 2004:641). Hoewel de tijdsspanne tussen beide onderzoeken relatief klein is, kan dus een opvallende discrepantie vastgesteld worden. Terwijl in het onderzoek van Valkenburg en Soeters (2001:652) het belang van communicatie nog onderkend wordt, geven de resultaten van Gross (2004:641) aan dat communicatie de belangrijkste drijfveer vormt. 6 De cijfers die handelen over jongeren in het Europese digitale medialandschap komen uit een onderzoeksrapport van EU Kids Online en dateren van Het onderzoek strekt zich uit over de periode

10 2. Seksualiteit in de media Sinds het begin van de twintigste eeuw heerst een eindeloze cyclus van morele paniek rond jongeren en cultuur (Mazzarella, 2007:45). Bezorgdheid over de ongeschikte en schadelijke inhoud waaraan jongeren blootgesteld worden, vormt de kiem waaruit sociale debatten ontspruiten. Dergelijk debat ontstond onder meer bij de introductie van televisie in de jaren veertig (Wartella & Jennings, 2000:31). De toenmalige bekommernis over de mogelijke invloed op jongeren vanwege media, wordt weerspiegeld in het huidige twistgesprek rond Internet en nieuwe media (Wartella & Jennings, 2000:35). Uit de resultaten van Amerikaans onderzoek 8 blijkt immers dat elf procent van de mediainhoud seksueel getint is. De studie deed Pardun en collega s (2005:88) besluiten dat adolescenten leven in a sexual media world waardoor jongeren media als de sleutel beschouwen die hen toegang verlenen tot informatie en ideeën inzake liefde en seks (Buckingham & Bragg, 2004:59). Media pogen aan de hand van beelden, fragmenten en teksten bepaalde kennis over te dragen (Buckingham & Bragg, 2004:64). Alle tij heeft echter zijn weertij en het gevaar existeert dat herhaaldelijke onderwerpingen aan dergelijk kenvermogen aanleiding geeft tot seksualisering (Nikken, 2007:5). Attwood (2009:288) definieert seksualisering als een publieke verschuiving naar meer geoorloofde seksuele attitudes en nieuwe vormen van seksuele ervaring waarbij de opbloei van seksuele media merkbaar wordt en zodoende seksuele representaties binnendringen in de cultuur (APA, 2007:3) Hoe en wat jongeren metterdaad bijleren is echter een complexe kwestie (Buckingham & Bragg, 2004:64). Er bestaan tal van modellen en theorieën 9 die de invloed van media op het (seksuele) gedrag van mensen trachten bloot te leggen (Escobar-Chaves et al., 2005:304). In dit verband wijzen Buckingham en Bragg (2004:60) evenwel op een ambivalente rol van media. Daar waar media jongeren aanmoedigen om voortijdig seksueel actief te worden, gaan zij evenzeer de jongeren waarschuwen voor de gevaren die ermee gepaard gaan Seksualiteit op televisie Geleid door verhaallijnen, thematieken, dialogen en personages verkrijgen adolescenten een enorme kwantiteit aan verbale en visuele toonbeelden van relaties en seksuele intimiteit via de beeldbuis (Moswang & Ruane, 2009:87). The Kaiser Family Foundation heeft reeds herhaaldelijk onderzoek 8 Het onderzoek geschiedde in 2001 en Brown (2002:44) stipuleert dat communicatiewetenschappers doorgaans vanuit drie theoretische perspectieven de agendasetting theorie, de cultivatietheorie en de sociaalcognitieve theorie werken bij het onderzoeken van de wijze waarop seksualiteitsbeelden in media een invloed uitoefenen op jongeren. Daarnaast circuleren onder meer de priming theorie en de opwindingstheorie eveneens binnen het academisch discours (Escobar-Chaves et al., 2005: ). 6

11 gevoerd naar de frequentie van seksualiteit op televisie. In het Amerikaans rapport 10 Sex on TV 4 (Kunkel et al., 2005) wordt grosso modo een onderscheid gemaakt tussen twee seksualiteitsvormen: praten over seksualiteit en seksueel gedrag. Volgens deze studie bevat zeventig procent van alle televisieprogramma s bepaalde vormen van seksualiteit. Dit is een stijging van veertien procent jegens Daarnaast nemen Kunkel en collega s (2005:20-21) waar dat praten over seksualiteit meer voorkomt dan seksueel gedrag binnen televisieshows. Data rapporteren dat het gaat om respectievelijk achtenzestig procent tegenover slechts vijfendertig procent. Daarnevens poneert Ward (1995) dat het leeuwendeel van seksuele handelingen en conversaties plaatsvindt tussen ongehuwde karakters en dat referenties naar contraceptie, seksueel overdraagbare aandoeningen en abortus zelden aan bod komen. Hierdoor groeit de bezorgdheid dat jongeren dit onvolledige beeld van seksualiteit zullen overnemen of dat het belang van seksuele risico s en verantwoordelijkheden geminimaliseerd zal worden (Farrar, 2007:768). Doch, uit onderzoek blijkt dat televisie evenzeer kan functioneren als een positieve seksuele opvoeder (Collins et al., 2003). Collins en collega s onderzochten in 2001 de impact van een aflevering van de sitcom Friends waarin informatie over seksuele risico s voorkwam 11. Via deze episode werd aan een aanzienlijke hoeveelheid jongeren meegedeeld dat het gebruik van een preservatief geen absolute garantie is om ongewenste zwangerschappen tegen te gaan (Collins et al., 2003: ). Rekening houdende met de onderzoeksresultaten zeventien procent van de kijkers gaf aan iets bijgeleerd te hebben en tweeënveertig procent heeft hun ideeën over condoomefficiëntie gewijzigd besloten de onderzoekers dat seksuele risico s en verantwoordelijkheden aangeleerd kunnen worden via televisie en dit door de seksuele ervaringen van individuen fungerend als rolmodellen voor jongeren voor te stellen (Collins et al., 2003: ). Wederom wordt hier de tweezijdige rol van media in het algemeen, en televisie in het bijzonder, merkelijk. Enerzijds leidt de toegankelijkheid en populariteit van televisie tot de creatie van een ideaal instrument om seksuele kennis over te dragen. Anderzijds heerst er bezorgdheid dat de seksuele boodschappen beperkt, stereotiep en schadelijk kunnen zijn (Ward & Rivadeneyra, 1999:237). Ondanks vele onderzoeken 12 blijft het verband tussen televisie en seksueel gedrag desalniettemin vastzitten in een chicken versus egg debat. Leidt blootstelling aan seksuele televisiebeelden tot seksueel gedrag of gaan adolescenten die interesse vertonen in seksualiteit intentioneel op zoek naar seksueel beeldmateriaal (Schooler et al., 2009:485)? 10 De data waarop de analyse gebeurde, werd verzameld tijdens het televisieseizoen van In de aflevering vertelt Rachel aan Ross dat ze in verwachting is. Ross reageert vol ongeloof op het bericht omdat ze tijdens hun geslachtsgemeenschap gebruik gemaakt hadden van een condoom. 12 Collins, R.L., Elliott, M.N., Berry, S.H., Kanouse, D.E., Kunkel, D., Hunter, S.B. & Miu, A. (2004). Watching sex on television predicts adolescent initation of sexual behavior. Pediatrics, 114(3), ; L Engle, K.L., Brown, J.D. & Kenneavy, K. (2006). The mass media are an important context for adolescents sexual behavior. Journal of Adolescent Health, 38(3), ; Eggermont, S. (2005). De rol van televisiekijken in seksuele opvattingen van jonge adolescenten: een verkennend cultivatieonderzoek. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 33(3),

12 2.2. Seksualiteit op het Internet Voor wat betreft het Internet vormt seksualiteit tegenwoordig de twistappel vermits het een wereld opent waar seksueel materiaal informatie over contraceptie, seksueel overdraagbare aandoeningen doch eveneens expliciete gegevens ongelimiteerd voorhanden is (Braun-Courville & Rojas, 2009:157). Bovendien biedt het net in tegenstelling tot traditionele media op elk moment van de dag toegang tot seksuele beelden naar keuze (Donnerstein & Smith, 2001:300). In combinatie met het toenemend aantal internetgebruikers, creëert dit een omgeving waarin bezorgdheid heerst inzake de toegang die minderjarigen hebben tot materiaal beoogd voor volwassenen. Dienovereenkomstig blijkt uit Europees onderzoek daterende van 2008 dat vijfenveertig procent van de ouders in de Europese Unie 13 bezorgd zijn dat hun kinderen op het Internet in aanraking komen met seksueel beeldmateriaal (Flash Eurobarometer, 2008:22-24). Cooper (1998: ) identificeerde drie factoren waarom het Internet een dominante plaats verworven heeft binnen het domein van seksualiteit. Zijn theorie staat bekend als de Triple A met Access, Affordability, and Anonymity als hoofdingrediënten. Access bekleedt een tweeledige significatie. Enerzijds verwijst het concept naar de notie van mensen dat het Internet op ieder uur van de dag ter hunne beschikking staat. Anderzijds refereert het naar het gemak om over alle denkbare onderwerpen informatie te vinden. Affordability betreft een economisch gegeven dat verwijst naar de goedkope vergoedingen die gevraagd worden om toegang te krijgen tot seksueel materiaal. Tenslotte wordt aangenomen dat anonimiteit positief bijdraagt tot de beslissing om het net te raadplegen voor seksuele informatie. Alle seksueel getinte internetactiviteiten scharen zich samen onder de koepelterm online sexual activity (OSA) (Ross & Kauth, 2002:49). Goodson et al. (2000:131) classificeren deze activiteiten in drie hoofdcategorieën. Zij onderscheiden meer bepaald het zoeken naar seksuele informatie voor educatieve of persoonlijke doeleinden, het opbouwen van relaties en tenslotte seksuele ontspanning als seksuele internettoepassingen gebruikt door jongeren. Tegenover het actief zoeken naar seksueel expliciet materiaal staat de passieve, toevallige blootstelling aan soortgelijk materiaal (Peter & Valkenburg, 2006:179). 13 Het betreft hier de EU27. 8

13 3. Seksuele informatiebronnen Jongeren kunnen verscheidene bronnen raadplegen om duidelijkheid te brengen in het kluwen van onopgeloste vragen rond seksualiteit. Verschillende bronnen kunnen echter uiteenlopende antwoorden formuleren op eenzelfde vraag. Hierdoor oefenen deze bronnen elk een eigen invloed uit op jongeren hun seksuele waarden en gedrag. Bovendien zijn sommige informatiebronnen invloedrijker dan andere (Bleakley et al., 2009:37). Sutton et al. (2002:27-28) maakten een vergelijking tussen verschillende onderzoeken 14 sinds 1974 betreffende seksuele informatiebronnen. Uit deze vergelijkende studie blijkt dat de vier belangrijkste informatiebronnen voor adolescenten vrienden, ouders, school en massamedia in de top vier van elk onderzoek voorkomen, dan wel in een andere volgorde. Onderhand stelden Sutton en collega s (2002:29) vast dat in de meeste onderzoeken de categorie vrienden het lijstje van meest geraadpleegde bronnen aanvoert. Deze bevinding wordt bekrachtigd door Bleakley et al. (2009) die in 2005 onderzoek verrichtten naar de bronnen via dewelke Amerikaanse adolescenten informatie over seksualiteit verkrijgen. Bij zowel de jongens (65,1%) als de meisjes (81,6%) worden vrienden vermeld als belangrijkste informatiebron. Hoewel de moeder met 51,6% op de tweede plaats staat bij de jongens en met 67,3% op de derde plaats bij de meisjes, relativeren Brown en collega s (2006:1019) de ouderrol. Zij stipuleren immers dat ouders zelden op een accurate en duidelijke manier over seksualiteit converseren. De tweede plaats wordt bij de meisjes ingenomen door leerkrachten (71,7%) (Bleakley et al., 2009:42). Brown en collega s (2006:1019) bemerken evenwel dat scholen in toenemende mate gelimiteerd zijn in het aanbieden van seksuele opvoeding. Niettegenstaande dat adolescenten seksueel advies willen krijgen van volwassenen (Sanders & Mullis, 1988:843), vinden dergelijke gesprekken slechts sporadisch plaats (Somers & Paulson, 2000:630). De myriade aan seksueel getinte mediafragmenten mee in beschouwing genomen, creëert dit een omgeving waarin de weg open staat voor massamedia om zich te ontpoppen tot seksuele opvoeders (Brown et al., 2006:1019). Illustratief zijn de cijfergegevens uit het onderzoek van Bleakley en collega s (2009:42) waaruit blijkt dat bij jongens media met 50,5% op de derde plaats prijken. Hoewel media slechts de vierde plaats behalen bij de meisjes, worden ze door hen toch meer geraadpleegd dan door jongens. Media zijn voor 61,4% van de meisjes de primaire seksuele informatiebron. Het medium dat het meest geraadpleegd wordt, is de televisie. Van de adolescenten geeft 24,1% de beeldbuis aan als meest gebruikte informatieve medium. Vermits het voorbije decennium het internetgebruik aanzienlijk is toegenomen, lijkt het plausibel te veronderstellen dat het 14 Onder andere Inman, M. (1974). What teenagers want in sex education. American Journal of Nursing, 74(10), ; Amonker, R.G. (1980). What do teens know about the facts of life? Journal of School Health, 50(9), ; The Henry J. Kaiser Family Foundation (1998). Kaiser Family Foundation and YM magazine national survey of teens: teens talk about dating, intimacy, and their sexual experiences. Menlo Park, CA: The Henry J. Kaiser Family Foundation werden opgenomen in de vergelijkende studie. 9

14 Internet eveneens contribueert aan de opvulling van het vermeende hiaat rond seksuele informatie (Jones et al., 2011:2). Boies et al. (2004:345) spreken in dit verband over een seksuele revolutie die tot stand gekomen is door het Internet. Uit onderzoek in 2001 blijkt dat vierenveertig procent van de Amerikaanse jongeren het Internet wel eens raadpleegt voor informatie rond seksualiteit (Rideout, 2002:28-29). Terwijl vijftig jaar geleden familie, school, de kerk en vrienden de belangrijkste bronnen waren voor seksuele informatie, hebben adolescenten vandaag de dag toegang tot een nieuwe bron: de alomtegenwoordige massamedia (Steele, 1999:335) met televisie en Internet voorop. Buckingham en Bragg (2004:64) benadrukken dat hoewel media vooraanstaande seksuele informatiebronnen zijn, zij geen geïsoleerde invloed uitoefenen. Leren over seksualiteit kan vergeleken worden met knutselen. Jongeren moeten informatie van verscheidene potentiële bronnen knippen en alle afzonderlijke stukjes samenkleven tot een mooi geheel (Buckingham & Bragg, 2004:61). 10

15 4. Methodologie Op basis van de literatuur conceptualiseren wij onze doelpopulatie als alle Vlaamse adolescenten tussen veertien en zestien jaar. Dit congrueert met de middenadolescentie, zoals beschreven door Verhofdstadt-Denève (1998:9). Brown et al. (2002:2) stipuleren dat jongeren in de middenadolescentie experimenteren met seksualiteit. Vermits de hoofdinteresse uitgaat naar jongeren en hun seksuele informatiebronnen, wordt bovenstaande populatie voor ogen gehouden. Opterend voor surveyonderzoek als kwantitatieve onderzoeksmethode, leek het beroep doen op scholen de minst gecompliceerde manier om respondenten te rekruteren. Na het aanspreken van een resem Vlaamse scholen, hebben finaal zeven scholen 15 verspreid in Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen de toestemming verleend voor de afname van enquêtes gedurende februari Het betroffen zelf in te vullen enquêtes bestaande uit drie bouwstenen. Ten eerste werd gepeild naar het mediagebruik van jongeren. Vervolgens kwamen een aantal vragen aangaande seksualiteit aan bod om uiteindelijk een aantal demografische gegevens te meten. De afgenomen steekproef omvat 671 respondenten in totaal (N=671). Hiervan behoren 338 respondenten (50,4%) tot het mannelijk geslacht. De overige 333 respondenten (49,6%) maken deel uit van de vrouwelijke populatie. Bij de steekproefverdeling van de leeftijdsvariabele stellen we echter vast dat een aantal respondenten jonger of ouder zijn dan de vereiste leeftijdscategorie. Aldus dienen we de analyses te zuiveren van deze respondenten. Bijgevolg omvat onze steekproef na filtering 621 respondenten (N=621) waarvan 302 personen (48,6%) tot het mannelijk geslacht behoren en 319 personen ofte 51,4% tot het vrouwelijk geslacht. Uit de leeftijdsverdeling blijkt dat 154 personen (24,8%) ondergebracht kunnen worden in de leeftijdsklasse van veertien jaar, 242 personen (39%) in de klasse van vijftien jaar en de resterende 225 respondenten (36,2%) tenslotte zijn zestien jaar. Bij het opstellen van een steekproefverdeling naar onderwijstype, kan een onloochenbare overrepresentatie waargenomen worden van jongeren die het Algemeen Secundair Onderwijs volgen. Bijgevolg wordt middels een weging de steekproef in evenwicht gebracht met de actuele schoolpopulatie in Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. Naderhand volgen 251 jongeren (40,4%) een Algemeen Secundaire Opleiding, 206 jongeren (33,1%) een Technisch Secundaire Opleiding en de resterende 165 jongeren (26,5%) bevinden zich in het Beroepssecundair Onderwijs. Tenslotte kan onze onderzoekspopulatie ingedeeld worden volgens studiejaar. Honderdnegenenzeventig respondenten (28,8%) werden gerekruteerd uit het tweede middelbaar, 246 jongeren (39,6%) uit het derde middelbaar en 196 jongeren (31,6%) binnen onze steekproef vinden we terug in het vierde middelbaar. Ter wille van de beperkte geografische reikwijdte, vermogen wij de 15 In Oost-Vlaanderen betroffen het de secundaire scholen VTI Deinze, Sint-Hendrik te Deinze alsook het Sint- Bernarduscollege in Oudenaarde. In West-Vlaanderen werden wij ontvangen in het VTI Waregem, het Koninklijk Atheneum te Waregem alsmede in het Sint-Amandscollege campus Diksmuidekaai en het Lyceum Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen, beiden gesitueerd in Kortrijk. 11

16 resultaten uitsluitend generaliseren naar de betrokken provincies met name Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. 5. Resultaten Jongeren en media Mediabezit In welke mate hebben jongeren toegang tot een televisietoestel, computer en Internet? Zijn hierbij significante verschillen volgens gender, leeftijd of onderwijstype aan te treffen? Op basis van de resultaten kan gepresumeerd worden dat televisie, computer en Internet nagenoeg maximaal geïnfiltreerd zijn in Vlaamse huishoudens. Niemand geeft aan over geen computer te beschikken en bovendien is slechts 8,2% in het bezit van één enkele computer. Een regulier Vlaams gezin heeft toegang tot gemiddeld 3,06 computers (M=3,06 SD=1,22). Het merendeel van de jongeren (29,5%) heeft twee computers ter beschikking. Daarnaast heeft 99,8% toegang tot het Internet. Het leeuwendeel (30,3%) heeft twee computers met internetverbinding en 14,8% geeft aan met meer dan vier computers op het Internet te kunnen surfen. Gemiddeld hebben jongeren toegang tot 2,91 computers met internetaansluiting (M=2,91 SD=1,25). Eveneens 99,8% beschikt over een televisietoestel in het ouderlijk huis. Per gezin zijn gemiddeld 2,42 televisies aanwezig (M=2,42 SD=1,14). Circa één vierde (23,3%) beschikt over één toestel, 34,7% heeft toegang tot twee televisies en 24,3% tot drie televisietoestellen. Twaalf procent beschikt over vier beeldbuizen en 5,7% heeft er meer dan vier. Het bezit van bovenstaande media verschilt niet significant voor wat betreft leeftijd. Genderverschillen zijn evenwel aanwezig. Uit de cijfergegevens komt naar voor dat jongens over gemiddeld 3,22 computers beschikken en meisjes over 2,91 computers (t(619)=3,188 p<0,05). Daarnaast hebben jongens gemiddeld 3,07 computers met Internet terwijl dit voor de meisjes 2,77 betreft (t(619)=3,021 p<0,05). Tenslotte hebben jongens toegang tot meer televisies (M=2,54 SD=1,19) dan meisjes (M=2,30 SD=1,07) (t(600,345)=2,601 p<0,05). Significante verschillen naar onderwijstype zijn enkel terug te vinden bij televisietoestellen (F(2)=9,778 p<0,05). Jongeren uit het TSO (M=2,67 SD=1,14) hebben toegang tot meer televisietoestellen dan jongeren uit het ASO (M=2,34 SD=1,12). Daarnaast beschikken ook jongeren uit het BSO (M=2,82 SD=1,19) over 16 De resultaten die in deze alinea aangehaald worden, betreffen de belangrijkste die naar voor gekomen zijn uit de analyse. De volledige analyse kan teruggevonden worden in bijgevoegde bijlage. 12

17 gemiddeld meer televisies dan jongeren uit het ASO. Het TSO en BSO tonen onderling geen significante verschillen. Is er sprake van een Vlaamse slaapkamercultuur? Zijn hierbij significante verschillen volgens gender, leeftijd of onderwijstype aan te treffen? Naast de klassieke media zoals radio (77,1%), cd-speler (67,1%), leesboeken (68,8%) en tijdschriften (54,8%), omvatten veel slaapkamers van Vlaamse jongeren heden ten dage een televisietoestel met bijhorende dvd-speler en spelconsole. Ruim één vierde (27,5%) van de ondervraagde jongeren geeft aan over een televisieset te beschikken in de slaapkamer. Echter, 66,5% van deze tieners opteert om meestal in de huiskamer naar televisie te kijken. Reeds 20,9% heeft een dvd-speler in de slaapkamer. Hiermee vertoont dit medium meer populariteit dan de videorecorder (6,9%) en de dvd-recorder (7,1%). Daarnaast heeft 34% een spelconsole in de eigen privéruimte terwijl 4,8% aangeeft reeds over een digibox te beschikken. De computer tenslotte is evenzeer een medium dat in veel slaapkamers aangetroffen kan worden (53,9%). Meer dan de helft van de jongeren (51,4%) kan bovendien surfen op het Internet in diens slaapkamer. Aldus wordt een mediarijke Vlaamse slaapkamercultuur gecreëerd waardoor de aanname dat jongeren media kunnen consumeren buiten het toeziend oog van de ouders gevoed wordt (Roberts, 2000). Behoudens het beschikken over een computer, Internet, radio en cdspeler verschilt het bezit van media in de slaapkamer qua gender. Jongens (35,10%) hebben significant meer toegang tot een eigen televisieset dan meisjes (20,40%) (Chi²(1)=16,853 p<0,05), alsook tot een videorecorder 10,30% versus 3,80% (Chi²(1)=10,180 p<0,05), een dvd-recorder 9,30% versus 5% (Chi²(1)=4,268 p<0,05), een dvd-speler 27,20% versus 15% (Chi²(1)=13,735 p<0,05), een digibox 7,30% versus 2,50% (Chi²(1)=7,700 p<0,05) en een spelconsole 45,50% versus 23,20% (Chi²(1)=33,980 p<0,05). Voor wat betreft printmedia leesboeken (Chi²(1)=54,600 p<0,05) en tijdschriften (Chi²(1)=53,502 p<0,05) hebben meisjes significant meer toegang. Respectievelijk gaat het om 82,10% tegenover 54,60% en 69% tegenover 39,70%. Significante leeftijdsverschillen zijn niet aangetroffen met uitzondering van het bezitten van een radiotoestel (Chi²(2)=6,324 p<0,05) en leesboeken (Chi²(2)=7,040 p<0,05). Veertienjarigen (84,40%) hebben meer toegang tot een radio dan vijftienjarigen (74%). Laatstgenoemde leeftijdsgroep (72,70%) bezit significant meer leesboeken dan jongeren uit de leeftijdsklasse van zestien jaar (62,20%). Deze laatste groep beschikt het minst over leesboeken in de slaapkamer. Aangaande onderwijstype tenslotte zijn afgezien van radio en cd-speler eveneens significante verschillen uit de analyse naar voor gekomen. Telkenmale hebben jongeren uit het BSO significant meer toegang tot bovenvermelde media. Jongeren die schoollopen in het ASO beschikken het minst over deze media. Zo bezitten jongeren die een Beroepssecundaire Opleiding (71,50%) volgen significant meer over een televisieset. Hiertegenover staan jongeren uit het ASO waarvan 20,70% over een eigen televisie beschikt 13

18 (Chi²(2)=1,064E2 p<0,05). Inzake printmedia kan echter een omgekeerd patroon waargenomen worden. Jongeren uit het ASO (75,80%) hebben significant meer toegang tot leesboeken. Op de tweede plaats volgt het TSO (44,90%) en tenslotte beschikken jongeren uit het BSO (35,80%) gemiddeld het minst over leesboeken in de slaapkamer (Chi²(2)=77,189 p<0,05). Dezelfde lijn wordt teruggevonden voor wat betreft tijdschriften (Chi²(2)=19,692 p<0,05) Mediagebruik In welke mate maken jongeren gebruik van de verschillende media in het algemeen, en televisie en Internet in het bijzonder, op een schooldag en een weekenddag? Uit de resultaten blijkt dat televisie en Internet onmiskenbaar de meest gebruikte media zijn. Aangenomen kan worden dat jongeren als het ware als beeldschermkinderen opgegroeid zijn vermits slechts een summier aantal aangeeft deze media niet te utiliseren. Op schooldagen kijkt slechts 2,6% niet naar televisie en surft 5,9% niet op het Internet. Deze percentages dalen in het weekeinde naar respectievelijk 1,5% en 3,1%. Tijdens de week kijkt 28,9% nul tot en met zestig minuten naar televisie terwijl 44,9% aangeeft een uur tot twee uur te kijken, 18,2% kijkt twee tot drie uur en 5,4% tenslotte meent meer dan drie uur tijd aan het medium te besteden. Laatstgenoemde categorie kent een stijging tot 21,4% op zaterdag of zondag. Overigens kijkt 11,4% nul tot en met zestig minuten, 39,9% een uur tot twee uur en maar liefst 26,5% kijkt twee tot drie uur televisie per weekenddag. Op weekdagen kent het gebruik van het world wide web een piek tussen nul en zestig minuten (52,5%). Eén vierde (25,6%) surft een uur tot twee uur, 10,9% vertoeft twee tot drie uur in de onlinewereld en 5,1% meer dan drie uur. Tijdens het weekend surft 28% nul tot en met zestig minuten, 35,2% surft een uur tot twee uur, 17,7% twee tot drie uur en de resterende 16% brengt meer dan drie uur door in deze virtuele wereld. Media die tijdens het weekeinde aan populariteit toenemen zijn spelconsoles en het bekijken van een dvd. Circa 62% waagt zich aan een spelletje tegenover 49,2% op schooldagen. Daarnaast pikt 68,5% een dvd mee tegenover 35,5% op weekdagen. Lijnrecht tegenover deze audiovisuele media staan printmedia kranten, tijdschriften en boeken waarvan het tijdsgebruik zich situeert tussen nul en dertig minuten. Op schooldagen neemt telkenmale meer dan vijftig procent noch de krant (58,4%), noch tijdschriften (54,8%) noch boeken (57,1%) ter hand. Deze percentages kennen een geringe daling naar achtereenvolgens 53,5%, 50,2% en 53,5% tijdens het weekeinde. Ergo zijn jongeren van vandaag niet te omschrijven als boekenwurmen of fervente lezers maar eerder als beeldschermkinderen met een voorliefde voor televisie en Internet. 14

19 Zijn hierbij significante verschillen volgens gender, leeftijd of onderwijstype aan te treffen? Met betrekking tot genderverschillen spenderen meisjes op reguliere schooldagen significant meer tijd voor de beeldbuis dan jongens (U=42507 p<0,05). Tijdens het weekeinde zijn geen genderverschillen waar te nemen inzake televisie maar wel voor surfen op het net. Jongens vertoeven immers meer in de onlinewereld dan meisjes (U=42030 p<0,05). Deze vaststelling geldt niet voor weekdagen waarop het internetgebruik niet verschilt qua gender. Overigens spenderen jongens zowel op schooldagen (U=22414 p<0,05) als op weekenddagen (U=18340,500 p<0,05) meer tijd aan spelconsoles en lezen zij tijdens de week frequenter de krant (U=43144 p<0,05). Op schooldagen spenderen meisjes meer tijd aan het lezen van tijdschriften (U=32190 p<0,05) en boeken (U=35859 p<0,05). Deze uitspraak gaat eveneens op tijdens het weekeinde wat betreft tijdschriften (U=29254 p<0,05) en boeken (U=32659,500 p<0,05). Er zijn geen significante leeftijdsverschillen uit de analyse naar voor gekomen voor wat betreft de mate waarin tijd gespendeerd wordt aan het kijken naar televisie en surfen op het Internet zowel op schooldagen als weekenddagen. Wel blijkt dat jongeren van veertien jaar significant meer tijd spenderen aan de spelconsole daar waar zestienjarigen het minst tijd besteden aan dit medium. Deze vaststelling geldt voor weekdagen (Chi²=17,982 p<0,05) en weekenddagen (Chi²=15,087 p<0,05). Een omgekeerd patroon kan waargenomen worden bij het lezen van de krant. Jongeren uit de leeftijdsklasse van zestien jaar spenderen significant meer tijd aan deze activiteit en veertienjarigen het minst. Wederom is deze bepaling zowel tijdens de week (Chi²=12,483 p<0,05) als het weekend (Chi²=7,811 p<0,05) van kracht. Laatstgenoemde leeftijdscategorie van veertien jaar spendeert evenwel het meest tijd aan het lezen van boeken op schooldagen terwijl deze activiteit het minst toebedeeld wordt aan zestienjarigen (Chi²=15,602 p<0,05). Nopens onderwijstype tenslotte kijken jongeren die schoollopen in het BSO significant meer naar televisie op zowel weekdagen (Chi²=49,160 p<0,05) als weekenddagen (Chi²=33,363 p<0,05). Wat betreft internetgebruik spenderen zij eveneens het meest tijd aan surfen op het Internet. Wederom geldt deze uitspraak zowel op weekdagen (Chi²=72,692 p<0,05) als weekenddagen (Chi²=23,504 p<0,05). Tijdens het weekeinde spenderen jongeren die een Algemeen Secundaire Opleiding volgen het minst tijd voor de beeldbuis en op het Internet terwijl tijdens de week jongeren uit het TSO deze activiteiten het minst beoefenen. Overigens spenderen jongeren uit het ASO significant meer tijd aan het lezen van kranten [(Chi²=33,930 p<0,05) ; (Chi²=42,412 p<0,05)] 17, tijdschriften [(Chi²=8,934 p<0,05) ; (Chi²=32,546 p<0,05)] en boeken [(Chi²=50,714 p<0,05) ; (Chi²=88,500 p<0,05)]. Deze activiteit wordt het minst uitgeoefend door jongeren uit het BSO. 17 Telkenmale is het eerst vermelde cijfergegeven het resultaat van de analyse op schooldagen. Het laatst vermelde gegeven geldt voor de analyse op weekenddagen. 15

20 5.2. Seksuele informatiebronnen School In welke mate fungeert de school als seksuele informatiebron? In tegenstelling tot wat Amerikaanse literatuur aangeeft (Brown & L Engle, 2009), verwerven jongeren in Vlaanderen nog steeds voldoende informatie over seksualiteit vanwege school. Concreet stelt 99,2% reeds seksuele voorlichting gekregen te hebben. Hiervan poneert 68% deze voorlichting verkregen te hebben in het basisonderwijs terwijl 25% seksuele opvoeding kreeg in het tweede middelbaar. De informatie wordt het meest frequent gedoceerd in het vak biologie (69,6%) maar vaak wordt ook een apart lesuur omschreven als SO of seksuele opvoeding besteed aan het onderwerp (29,3%). Slechts 14,9% geeft aan seksuele voorlichting verkregen te hebben tijdens de lessen godsdienst. Scholen informeren het meest over onderwerpen zoals lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit (95,3%), menstruatie (87,3%) en anticonceptiemiddelen (83,3%). Daarnaast geeft 67,8% aan inlichtingen verkregen te hebben over seksueel overdraagbare aandoeningen en 59,3% verwierf informatie specifiek over aids en hiv. Tienerzwangerschappen vormen met 28,3% het minst besproken onderwerp op school. Bovendien vinden jongeren het de taak van de school om informatie mee te geven over seksualiteit. Volgens 85,2% dient de school als seksuele opvoeder te fungeren. Deze opinie kent geen significante verschillen nopens gender, leeftijd of onderwijstype. Scholen moeten namens jongeren informeren over lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit (84,8%), over seksueel overdraagbare aandoeningen (84,2%) en 83,8% vindt dat de school inlichtingen moet geven over anticonceptiemiddelen. Met aids en hiv op de vierde plaats (79,7%) kan aangenomen worden dat jongeren vinden dat de school hoofdzakelijk moet informeren over de verantwoordelijkheden anticonceptiemiddelen en de risico s seksueel overdraagbare aandoeningen en aids die verbonden zijn aan seksualiteit. Jongeren van vijftien jaar (88,90%) vinden significant meer dat het onderwijs moet informeren over lichamelijke veranderingen dan jongeren van zestien jaar (79%) (Chi²(2)=7,776 p<0,05). Alsmede vinden jongeren uit het ASO (87,60%) significant meer dat de school moet informeren over bovenstaand onderwerp. Dit in tegenstelling tot jongeren die een Technisch Secundaire Opleiding volgen (70,70%). Zij vinden significant het minst dat de school moet informeren over lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit (Chi²(2)=16,516 p<0,05). Eenzelfde patroon kan aangetroffen worden bij informatie rond menstruatie (Chi²(2)=26,888 p<0,05). Over het algemeen vindt 74,5% van de respondenten dat de school hierover dient te informeren. Jongeren uit het ASO (76,90%) vinden dit significant meer dan jongeren uit het TSO (54,30%). Verliefdheid en relaties betreft een onderwerp dat voor de meeste jongeren niet aangekaart moet worden. Slechts 16

21 53,2% wenst geïnformeerd te worden omtrent deze materie. Jongeren van veertien jaar vinden significant meer dat informatie rond verliefdheid en relaties uitgewisseld moet worden (63,60%). Zestienjarigen (46,20%) daarentegen vinden het minst dat de school inlichtingen zou moeten geven over het onderwerp (Chi²(2)=9,192 p<0,05). Voor wat betreft de tienerzwangerschappen stelt 64,1% dat hieromtrent geïnformeerd dient te worden en 60,4% tenslotte stelt dat de seksuele activiteiten eveneens onderwerp van voorlichting moeten zijn. Nopens het laatste gespreksthema heersen significante genderverschillen. Jongens (72,70%) vinden deze informatie significant belangrijker dan meisjes (49,90%) (Chi²(1)=28,976 p<0,05). Naast de reeds vernoemde significante verschillen volgens gender, leeftijd en onderwijstype zijn geen andere differentiaties uit de analyse naar voor gekomen Ouders In welke mate fungeren de ouders als seksuele informatiebron? Hoewel 79,3% het oncomfortabel vindt om over seksualiteit te praten met hun ouders, stelt 59,9% dat het desondanks de ouderlijke taak betreft om over deze materie te converseren. Doch heeft slechts 40,1% deze seksuele voorlichting gekregen. Deze bevindingen ondersteunen de aanname dat niettegenstaande adolescenten seksueel advies willen krijgen van volwassenen (Sanders & Mullis, 1988), dergelijke gesprekken slechts sporadisch plaatsvinden (Somers & Paulson, 2000). De gemiddelde leeftijd waarop deze gesprekken gevoerd worden, bedraagt 11,9 jaar (M=11,887 SD=1,49). Significant (Chi²(1)=47,027 p<0,05) meer meisjes (73%) vinden het de rol van de ouders om seksuele informatie te verlenen dan jongens (45,70%). Dienovereenkomstig heersen significante verschillen nopens onderwijstype (Chi²(2)=46,553 p<0,05). Jongeren die een Algemeen Secundaire Opleiding volgen, vinden significant meer dat ouders moeten informeren over seksgerelateerde onderwerpen (65,70%). Daarna volgt het BSO (39,40%) en TSO (36,40%). Jongeren wensen in de eerste plaats informatie te verkrijgen over lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit (70,1%) en op de tweede plaats vinden zij dat ouders informatie moeten verlenen over menstruatie (68,6%). Net zoals meisjes (83,20%) significant meer vinden dan jongens (43%) dat ouders over menstruatie moeten spreken (Chi²(1)=61,406 p<0,05), vinden jongeren uit het ASO (71,80%) significant meer dat de ouders dit onderwerp moeten aansnijden dan tieners uit het BSO (54,70%) en TSO (40%) (Chi²(2)=22,295 p<0,05). Deze wensen lijken ingewilligd te worden gezien menstruatie en lichamelijke veranderingen het lijstje van meest besproken seksuele onderwerpen aanvoeren met respectievelijk 68,3% en 66,3%. Een discrepantie is merkbaar wat betreft anticonceptiemiddelen. Hoewel 66,1% vindt dat ouders over anticonceptiemiddelen moeten praten, geeft slechts 40,7% aan hierover informatie verkregen te hebben. Terwijl seksueel overdraagbare aandoeningen en aids/hiv 17

22 met achtereenvolgens 84,2% en 79,7% in de top vier voorkomen van te bespreken onderwerpen op school, zweven beide gespreksthema s met respectievelijk 50,3% en 46% onderaan het lijstje van topics waar ouders moeten over praten. Aangaande zowel soa s (Chi²(1)=7,480 p<0,05) als aids/hiv (Chi²(1)=8,404 p<0,05) zijn significante genderverschillen aan te treffen. Jongens (59,40%) vinden significant meer dan meisjes (44,20%) dat ouders over seksueel overdraagbare aandoeningen moeten praten. Evenzeer vinden jongens (56,20%) significant meer dan meisjes (40,30%) dat aids/hiv besproken moet worden. Daarnaast vindt 60,5% dat ouders hen van informatie moeten voorzien over tienerzwangerschappen, 57,9% vindt dat verliefdheid en relaties besproken moeten worden en 59,9% tot slot stelt dat informatie aangeboden moet worden over seksuele activiteiten. Laatstgenoemde kent significante verschillen volgens gender (Chi²(1)=44,800 p<0,05) en onderwijstype(chi²(2)=11,955 p<0,05). Jongens (63,60%) en jongeren uit het BSO (63,10%) vinden significant meer dan meisjes (27%) en jongeren uit het TSO (48%) en ASO (37,80%) dat dit gegeven een component moet zijn van ouderlijke seksuele voorlichting De rol van televisie In welke mate fungeren andere informatiekanalen in het algemeen, en media in het bijzonder, als seksuele informatiebronnen? De resultaten tonen aan dat 18,6% van de jongeren uitsluitend seksuele informatie verkregen heeft van de ouders en/of de school. Daarnaast geeft ruim 67,7% aan inlichtingen te bekomen via media. Hiermee staan deze afgezien van scholen met glans op de eerste plaats van seksuele informatiekanalen waarlangs jongeren spontaan informatie verkrijgen. Bij analyse van de waaier aan media blijkt dat televisie het medium is waarlangs deze voorlichting het meest geschiedt (46,2%). Tijdschriften volgen met 35,7% op de tweede plaats en de top drie wordt afgesloten door internetwebsites met 33,9%. Via de beeldbuis leren jongeren hoofdzakelijk bij over tienerzwangerschappen (44,8%) en verliefdheid en relaties (44,3%). Daarnaast heeft 27,1% van de jongeren bijgeleerd over seksuele activiteiten en 12,9% geeft aan bepaalde elementen hiervan reeds uitgeprobeerd te hebben in het dagelijks leven. Vrienden zijn eveneens vooraanstaande seksuele socialisatie-agenten. Concreet benoemt 49,1% hen als informatiekanaal. Medische professionelen daarentegen huisartsen (8,1%) en gynaecologen (2,6%) scoren laag als zijnde informatiekanalen. Aldus ondersteunen deze onderzoeksresultaten de theoretische aanname dat ouders (40,1%) en vrienden (49,1%) belangrijke seksuele socialisatie-agenten blijven, maar dat media (67,7%) de meest prominente bronnen zijn, met in het bijzonder televisie (46,2%) en in toenemende mate het Internet (33,9%) (Ward, 2003; Boies et al., 2004). Deze bronnen oefenen mogelijk een invloed uit op jongeren gedurende het seksuele socialisatieproces. 18

23 en het Internet Welke informatiebronnen nemen jongeren zelf ter hand om bij te leren over seksualiteit? Jongeren kunnen echter ook zelf bronnen raadplegen om bij te leren over de wereld van de bloemetjes en de bijtjes. Met name 38,6% is reeds zelf op zoek gegaan naar informatie. Jongens (46,70%) gaan significant meer dan meisjes (30,80%) op zoek naar dergelijke inlichtingen (Chi²(1)=16,315 p<0,05). Bij deze zoektocht onderstrepen jongeren voornamelijk het belang van anonimiteit (79,4%) en vertrouwen (71,2%). Bij wie of wat zou je te rade gaan als je zelf op zoek zou gaan naar informatie rond seksualiteit? Seksuele informatiebronnen Totaal Gender Leeftijd Onderwijstype Jongens Meisjes ASO TSO BSO (N=615) (N=296) (N=319) (N=153) (N=241) (N=221) (N=250) (N=197) (N=162) Moeder 34,10% 24,7%* 42,9% 37,9% 33,2% 32,6% 35,2%* 22,8% 38,8% Vader 15,10% 23,6%* 7,2% 22,2%* 12,4% 13,1% 14,8% 13,7% 19,8% Broer(s) 5,90% 7,8% 4,1% 5,9% 4,6% 7,2% 5,6%* 12,2% 1,9% Zus(sen) 9,40% 5,7%* 12,9% 7,2% 9,1% 11,3% 9,6% 9,1% 7,4% Vrienden 38,90% 32,1%* 45,1% 30,1%* 38,2% 45,7% 40,8%* 35% 25,3% Huisarts 14,80% 13,9% 15,7% 10,5% 15,4% 17,2% 15,5% 12,2% 13% Gynaecoloog 6,50% 4,1%* 8,8% 5,9% 5,8% 7,7% 7,2% 3% 3,7% Media 48,80% 51,4% 46,4% 47,1% 49,8% 48,9% 49%* 57,7% 36,4% Televisie 9,90% 11,5% 8,5% 9,2% 10,4% 10% 9,2% 12,2% 13% Internet 41,10% 45,6%* 37% 40,5% 40,7% 42,1% 40%* 56,1% 32,7% Boeken 9,30% 7,1% 11,3% 9,8% 11,6% 6,3% 9,6% 6,1% 9,3% Tijdschriften 13,30% 6,4%* 19,7% 15% 15,4% 10% 14,7%* 7,6% 9,3% Radio 2,30% 2,4% 2,2% 1,3% 2,9% 2,3% 2,4% 1,5% 3,7% School 9,60% 13,5%* 6% 13,7% 9,5% 6,8% 6,8%* 21,3% 19,8% * p<0,05 Op basis van bovenstaande tabelgegevens kunnen we aannemen dat jongeren in hun zoektocht naar seksuele informatie het meest de media zouden raadplegen (48,8%). In tegenstelling tot de onderzoeksbevindingen van Bleakley et al. (2009), lijken Vlaamse jongeren niet zozeer televisie (9,9%) te raadplegen in hun queeste maar is Internet het aantrekkelijkste medium om deze ontdekkingsreis te maken (41,1%). Jongens (45,6%) zouden significant meer dan meisjes (37%) deze zoekmachine raadplegen (Chi²(1)=4,709 p<0,05). Er werd eveneens gepeild naar het type van informatie dat jongeren reeds opzochten via het Internet. Uit deze gegevens komt naar voor dat dit medium het meest frequent aangewend wordt om informatie omtrent seksuele activiteiten op te zoeken (22,2%). Op de tweede plaats staan verliefdheid en relaties met 21,9% en ten derde geeft 14,8% aan 19

24 reeds inlichtingen rond lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit opgezocht te hebben. Aids en tienerzwangerschappen zijn met respectievelijk 6,9% en 6,1% de minst gezochte seksgerelateerde topics op het Internet. Naast media zijn ook vrienden belangrijke informatiekanalen. Meer bepaald geeft 38,9% aan dat ze hun vrienden zouden raadplegen. Meisjes (45,1%) zouden significant meer dan jongens (32,1%) deze bron aanspreken (Chi²(1)=10,999 p<0,05). Nopens vrienden heersen eveneens significante verschillen betreffende leeftijd (Chi²(2)=9,382 p<0,05) en onderwijstype (Chi²(2)=10,401 p<0,05). Congruent met de literatuur (Sutton et al., 2002) is dat het belang van vrienden als informatiebron toeneemt naarmate adolescenten ouder worden. De moeders (34,10%) en de vaders (15,10%) besluiten samen de top vier van potentiële aanspreekpunten. Beide bronnen kennen significante genderverschillen. Jongens (23,60%) zouden significant meer dan meisjes (7,20%) te rade gaan bij hun vader (Chi²(1)=32,325 p<0,05) terwijl meisjes (42,90%) significant meer dan jongens (24,70%) te rade zouden gaan bij hun moeder (Chi²(1)=22,827 p<0,05). De school vormt slechts voor 9,6% van de respondenten een mogelijk informatiekanaal. Jongens (13,50%) zouden significant meer dan meisjes (6%) de hulp van leerkrachten inroepen bij seksuele vragen (Chi²(1)=10,111 p<0,05). Voor wat betreft medische professionelen tenslotte kan vastgesteld worden dat de huisarts (14,8%) meer kans heeft om aangesproken te worden voor vragen rond seksuele kwesties dan de gynaecoloog (6,5%). In het algemeen kan aangenomen worden dat onze resultaten partieel congruent zijn met de vergelijkende studie uitgevoerd door Sutton et al. (2002). Uit deze vergelijking kwam naar voor dat vrienden, ouders, school en massamedia telkenmale de belangrijkste informatiebronnen zijn. De plaats van school wordt volgens Vlaams onderzoek echter ingenomen door de huisarts. Voor zowel jongens als meisjes omvat de top drie van potentiële seksuele informatiebronnen op de eerste plaats media met in het bijzonder het Internet, op de tweede plaats vrienden en op de derde plaats staat de moeder. 20

25 BESLUIT Het exploratief onderzoek had als doelstelling na te gaan in welke mate Vlaamse jongeren media aanwenden in hun zoektocht naar seksuele informatie. Er werd hierbij aandacht besteed aan televisie en Internet in het bijzonder vermits het academische discours poneert dat deze media een prominente plaats bekleden in het leven van jongeren (Livingstone & Haddon, 2009a). Ten gevolge hiervan werpen deze media zich gestaag op als socialisatie-agenten (Arnett, 1995). Bovendien exposeren televisie en Internet in toenemende mate seksuele beelden (Pardun et al., 2005). In combinatie met de veronderstelling dat de adolescentiefase gekenmerkt wordt door seksuele ontwikkelingen (Eccles et al., 1993), leidt dit tot de assumptie dat jongeren media raadplegen bij de vorming van hun seksuele identiteit. Aldus hebben wij aan de hand van bovenstaand onderzoek gepoogd deze stelling te valideren voor de Vlaamse jongerenpopulatie. Vooreerst werd een beeld geschetst van de mediacontext inclusief mediabezit en mediagebruik om vervolgens een blik te werpen op de seksuele informatiebronnen. De resultaten tonen aan dat Vlaamse jongeren leven in een mediarijke omgeving. Zowel televisie, computer als Internet zijn nagenoeg maximaal geïnfiltreerd in Vlaamse huishoudens. Alle Vlaamse jongeren hebben toegang tot een computer en gemiddeld kunnen 3,06 computers aangetroffen worden binnen eenzelfde gezin. Bovendien heeft 99,8% van de jongeren toegang tot het Internet. Per gezin zijn gemiddeld 2,91 computers met internetaansluiting aanwezig. In tegenstelling tot Livingstone en Haddon (2009b), die poneren dat er geen genderverschillen bestaan nopens internettoegang, geven onze resultaten aan dat jongens toegang hebben tot meer computers met internetaansluiting dan meisjes. Daarnaast heeft 99,8% van de Vlaamse jongeren toegang tot een televisie en zijn gemiddeld 2,42 toestellen aanwezig per gezin. Wederom hebben jongens toegang tot meer televisietoestellen dan meisjes. Televisiebezit verschilt eveneens significant volgens onderwijstype. Zowel jongeren uit het TSO als jongeren uit het BSO hebben toegang tot meer televisiesets dan jongeren uit het ASO. Onderling vertonen het TSO en BSO evenwel geen verschillen. Deze media verspreiden zich tot in de slaapkamer van jongeren waardoor er tegenwoordig gesproken kan worden van een Vlaamse slaapkamercultuur. Naast de klassieke media zoals radio, cd-speler en leesboeken, omvatten veel slaapkamers van Vlaamse jongeren een televisietoestel met bijhorende dvd-speler en spelconsole. Jongens hebben significant meer toegang tot een eigen televisieset dan meisjes net zoals jongeren uit het BSO significant meer toegang hebben tot een eigen televisie waarna jongeren uit het TSO en ASO volgen. Hoewel ruim een vierde aangeeft over een eigen televisie te beschikken, opteert 66,5% van deze tieners om in de huiskamer naar televisie te kijken. Meer dan de helft van de jongeren kan bovendien surfen op het Internet in diens slaapkamer. Wat betreft mediagebruik komt naar voor dat televisie en Internet onmiskenbaar de meest gebruikte media zijn. Op schooldagen kijkt slechts 2,6% 21

26 niet naar televisie en surft 5,9% niet op het Internet. Deze percentages nemen af tot respectievelijk 1,5% en 3,1% tijdens het weekeinde. Tijdsgebruik van printmedia kranten, tijdschriften en boeken situeert zich telkenmale tussen nul en dertig minuten. Ergo zijn hedendaagse jongeren niet te omschrijven als boekenwurmen maar eerder als beeldschermkinderen met een voorliefde voor televisie en Internet. Op schooldagen spenderen meisjes significant meer tijd voor de beeldbuis dan jongens terwijl deze laatste groep tijdens het weekend significant meer tijd doorbrengt in de onlinewereld dan meisjes. Betreffende onderwijstype spenderen jongeren die schoollopen in het BSO significant meer tijd aan televisie en surfen zij significant meer op het Internet. Deze bevinding geldt zowel voor schooldagen als weekenddagen. Aldus kan aangenomen worden dat Vlaamse jongeren opgroeien in een mediarijke omgeving en dat zij fervent gebruik maken van de verschillende media waarover zij beschikken. Het tweede luik van ons onderzoek spitste zich toe op seksuele informatiebronnen. Cijfergegevens tonen aan dat in tegenstelling tot wat Amerikaanse literatuur aangeeft (Brown & L Engle, 2009), jongeren in Vlaanderen nog steeds voldoende informatie over seksualiteit verwerven vanwege school. Concreet stelt 99,2% reeds seksuele voorlichting gekregen te hebben. Daarnaast vindt 85,2% dat de school een rol heeft als seksuele opvoeder en deze vooral moet informeren over verantwoordelijkheden en risico s. Ouders fungeren in mindere mate als seksuele informatiebron. Slechts 40,1% geeft aan seksuele voorlichting verkregen te hebben van hun ouders. Doch vindt 59,9% het een ouderlijke taak om over deze materie te informeren. Daarnaast geeft 67,7% aan inlichtingen bekomen te hebben via media. Bij analyse van de waaier aan media blijkt dat televisie het medium is waarlangs deze voorlichting het meest geschiedt. Internetwebsites volgen op de derde plaats. Vrienden zijn eveneens vooraanstaande informatiekanalen vermits 49,1% van de Vlaamse jongeren hen benoemt als bron. Jongeren kunnen echter ook zelf bronnen ter hand nemen om bij te leren over seksualiteit. In deze zoektocht zouden jongeren het meest de media raadplegen. In tegenstelling tot de onderzoeksbevinding van Bleakley et al. (2009), zouden Vlaamse jongeren niet zozeer de televisie aanwenden maar is Internet het aantrekkelijkste medium om deze queeste te vervullen. Op de tweede plaats zou 38,90% hun vrienden aanspreken. De moeders (34,10%) en vaders (15,10%) besluiten samen de top vier van potentiële aanspreekpunten. De top drie van seksuele socialisatie-agenten waarlangs jongeren reeds seksuele voorlichting verkregen hebben is aldus samengesteld uit scholen, media met in het bijzonder televisie en Internet en vrienden. Zelf zouden jongeren in de eerste plaats media, vervolgens vrienden en tenslotte ouders in eerste instantie hun moeder raadplegen. 22

27 Aldus kunnen we besluiten dat media een vooraanstaande rol spelen in het seksuele socialisatieproces van jongeren. Vlaamse jongeren verkrijgen seksuele inlichtingen via media voornamelijk via televisie maar zouden in de eerste plaats ook zelf media aanspreken teneinde informatie rond seksualiteit te vergaren. Hierbij staat het Internet met stip bovenaan. Media kunnen derhalve enerzijds invloedrijke bronnen zijn tijdens het seksuele socialisatieproces maar anderzijds fungeren zij als potentiële aanspreekpunten vanwege de Vlaamse jongeren. Hoofdzakelijk televisie en Internet bekleden hierbij een prominente plaats. Hoe en wat jongeren metterdaad bijleren is echter een complexe kwestie (Buckingham & Bragg, 2004) en kan onderwerp zijn van nakomend onderzoek. Naar voorbeeld van The Kaiser Family Foundation kan bovendien nagegaan worden in welke mate seksualiteit aanwezig is binnen het Vlaamse televisielandschap. Zowel de frequentie als de aard van seksualiteit kan hierbij onder de loep genomen worden. Indien andere media eveneens in het onderzoek opgenomen worden, wordt op deze manier een volledig beeld geschetst van de mate waarin Vlaamse jongeren blootgesteld worden aan seksualiteit via media. 23

28 BIBLIOGRAFIE Albanesi, H.P. (2010). Gender and sexual agency. How young people make choices about sex. Plymouth, UK: Lexingtoon Books. APA (2007). Report of the APA Task Force on the sexualisation of girls. Washington, DC: American Psychological Association. Arnett, J.J. (1995). Adolescents uses of media for self-socialization. Journal of Youth and Adolescence, 24(5), Attwood, F. (2009). Researching media sexualization. Sex Roles, 61(3-4), Beentjes, J.W.J., Koolstra, C.M., Marseille, N. & van der Voort, T.H.A. (2001). Children s use of different media: for how long and why? In S. Livingstone & M. Bovill (Eds.), Children and their changing media environment. A European comparative study (pp ). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates. Bleakley, A., Hennessy, M., Fishbein, M. & Jordan, A. (2009). How sources of sexual information relate to adolescents beliefs about sex. American Journal of Health Behavior, 33(1), Boies, S.C., Knudson, G. & Young, J. (2004). The internet, sex, and youths: implications for sexual development. Sexual Addiction and Compulsivity, 11(4), Bonfadelli, H. (1993). Adolescent media use in a changing media environment. European Journal of Communication, 8(2), Boonaert, T. & Siongers, J. (2010). Jongeren en media: van mediavreemden tot hybride meerwaardezoekers. In N. Vettenburg, J. Deklerck & J. Siongers (Eds.), Jongeren in cijfers en letters. Bevindingen uit de JOP-monitor 2 (pp ). Leuven: Acco. Bovill, M. & Livingstone, S. (2001). Bedroom culture and the privatization of media use. In S. Livingstone & M. Bovill (Eds.), Children and their changing media environment. A European comparative study (pp ). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates. 24

29 Braun-Courville, D.K. & Rojas, M. (2009). Exposure to sexually explicit web sites and adolescent sexual attitudes and behaviours. Journal of Adolescent Health, 45(2), Brown, J.D. & L Engle, K.L. (2009). X-rated: sexual attitudes and behaviors associated with U.S. early adolescents exposure to sexually explicit media. Communication Research, 36(1), Brown, J.D. (2000). Adolescents sexual media diets. Journal of Adolescent Health, 27(2), Brown, J.D. (2002). Mass media influences on sexuality. The Journal of Sex Research, 39(1), Brown, J.D., L Engle, K.L., Pardun, C.J., Guo, G., Kenneavy, K. & Jackson, C. (2006). Sexy media matter: exposure to sexual content in music, movies, television, and magazines predicts black and white adolescents sexual behavior. Pediatrics, 117(4), Brown, J.D., Steele, J.R. & Walsh-Childers, K. (2002). Introduction and overview. In J.D. Brown, J.R. Steele & K. Walsh-Childers (Eds.), Sexual teens, sexual media: investigating media s influence on adolescent sexuality (pp. 1-23). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates. Buckingham, D. & Bragg, S. (2004). Young people, sex and the media. The facts of life? New York, NY: Palgrave MacMillan. Buckingham, D. (1998). Media education in the UK: moving beyond protectionism. The Journal of Communication, 48(1), Collins, R.L., Elliott, M.N., Berry, S.H., Kanouse, D.E. & Hunter, S.B. (2003). Entertainment television as a healthy sex educator: the impact of condom-efficacy information in an episode of Friends. Pediatrics, 112(5), Cooper, A. (1998). Sexuality and the Internet: surfing into the new millennium. Cyberpsychology & Behavior, 1(2), Cope-Farrar, K.M. & Kunkel, D. (2002). Sexual messages in teens favorite prime-time television programs. In J.D. Brown, J.R. Steele & K. Walsh-Childers (Eds.), Sexual teens, sexual media: investigating media s influence on adolescent sexuality (pp. 1-23). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates. 25

30 Courtois, C., Mechant, P., De Marez, L. & Verleye, G. (2009). Gratifications and seeding behavior of online adolescents. Journal of Computer-Mediated Communication, 15(1), d Haenens, L. (2001). Old and new media: access and ownership in the home. In S. Livingstone & M. Bovill (Eds.), Children and their changing media environment. A European comparative study (pp ). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates. Donnerstein, E. & Smith, S. (2001). Sex in the media. Theory, influences, and solutions. In D.G. Singer & J.L. Singer (Eds.), Handbook of children and the media (pp ). Thousand Oaks, CA: Sage Publications. Eccles, J.S., Midgley, C., Wigfield, A., Buchanan, C.M., Reuman, D., Flanagan, C. & Iver, D.M. (1993). Development during adolescence. The impact of stage-environment fit on young adolescents experiences in school and families. American Psychologist, 48(2), Escobar-Chaves, S.L., Tortolero, S.R., Markham, C.M., Low, B.J., Eitel, P. & Thickstun, P. (2005). Impact of the media on adolescent sexual attitudes and behaviors. Pediatrics, 116(1), Farrar, K. (2007). Sexual risk and responsibility, portrayals of. In J.J. Arnett (Ed.), Encyclopedia of children, adolescents, and the media (pp ). Thousand Oaks, CA: Sage Publications. Flash Eurobarometer (2008). Towards a safer use of the Internet for children in the EU. A parents perspective. Geraadpleegd op 15 april 2011 op het World Wide Web: Gauntlett, D. (2004). Ten things wrong with the media effects model. In P. Rayner, P. Wall & S. Kruger (Eds.), Media studies: the essential resource (pp ). Londen: Routledge. Goodson, P., McCormick, D. & Evans, A. (2000). Sex and the Internet: a survey instrument to assess college students behavior and attitudes. Cyberpsychology and Behavior, 3(2), Gross, E.F. (2004). Adolescent Internet use: what we expect, what teens report. Journal of Applied Developmental Psychology, 25(6), Jacobson, M. (2005). Young people and gendered media messages. Göteborg: The International Clearinghouse on Children, Youth and Media. 26

31 Jones, R., Biddlecom, A., Hebert, L. & Milne, R. (2011, 14 maart). Teens reflect on their sources of contraceptive information. Geraadpleegd op 14 april 2011 op het World Wide Web: Kunkel, D., Eyal, K., Finnerty, K., Biely, E. & Donnerstein, E. (2005). Sex on TV 4. Niet-gepubliceerd rapport, Menlo Park, CA: Kaiser Family Foundation. Larson, R. (1995). Secrets in the bedroom: adolescents private use of media. Journal of Youth and Adolescence, 24(5), Livingstone, S. & Haddon, L. (2009a). Young people in the European digital media landscape. A statistical overview with an Introduction by Sonia Livingstone & Leslie Haddon. Göteborg: The International Clearinghouse on Children, Youth and Media. Livingstone, S. & Haddon, L. (2009b). EU kids online: final report. Londen: EU Kids Online. Mazzarella, S.R. (2007). Why is everybody always pickin on youth? Moral panics about youth, media, and culture. In S.R. Mazzarella (Ed.), 20 questions about youth and the media (pp ). New York, NY: Peter Lang Publishing. Moswang, T. & Ruane, I. (2009). The influence of television on adolescent girls sexual attitudes and behaviour. New Voices in Psychology, 5(1), Nikken, P. (2007). Jongeren, media en seksualiteit. Hoe media-interesses en gebruik samenhangen met fantasieën, opvattingen en gedrag. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Pardun, C.J., L Engle, K.L. & Brown, J.D. (2005). Linking exposure to outcomes: early adolescents consumption of sexual content in six media. Mass Communication & Society, 8(2), Peter, J. & Valkenburg, P.M. (2006). Adolescents exposure to sexually explicit material on the Internet. Communication Research, 33(2), Radio 1 (2009, 25 juni). Te veel seks in de media voor Vlaming. Geraadpleegd op 18 april 2010 op het World Wide Web: 27

32 Rideout, V. (2002). Generation rx.com. What are young people really doing online? Marketing Health Services, 22(1), Roberts, D.F. & Foehr, U.G. (2008). Trends in media use. The Future of Children, 18(1), Roberts, D.F. (2000). Media and youth: access, exposure, and privatization. Journal of Adolescent Health, 27(2), Ross, M.W. & Kauth, M.R. (2002). Men who have sex with men, and the Internet: emerging clinical issues and their management. In A. Cooper (Ed.), Sex & the Internet: a guidebook for clinicians (pp ). New York, NY: Brunner-Routledge. Rubin, A.M. (1981). An examination of television viewing motivations. Communication Research, 8(2), Sanders, G.F. & Mullis, R.L. (1988). Family influences on sexual attitudes and knowledge as reported by college students. Adolescence, 23(92), Schooler, D., Sorsoli, C.L., Kim, J.L. & Tolman, D.L. (2009). Beyond exposure: a person-oriented approach to adolescent media diets. Journal of Research on Adolescence, 19(3), Signorielli, N. & Staples, J. (1997). Television and children s conceptions of nutrition. Health Communication, 9(4), Signorielli, N. (1991). A sourcebook on children and television. Westport, CT: Greenwood Publishing Group. Somers, C.L. & Paulson, S.E. (2000). Students perceptions of parent adolescent closeness and communication about sexuality: relations with sexual knowledge, attitudes, and behaviors. Journal of Adolescence, 23(5), Steele, J.R. (1999). Teenage sexuality and media practice: factoring in the influences of family, friends, and school. The Journal of Sex Research, 36(4), Stevens, F., Vandeweyer, J. & van den Broek, A. ( ). Time use of adolescents in Belgium and the Netherlands. Gent: Steunpunt Re-creatief Vlaanderen. 28

33 Sutton, M.J., Brown, J.D., Wilson, K.M. & Klein, J.D. (2002). Shaking the tree of knowledge for forbidden fruit: where adolescents learn about sexuality and contraception. In J.D. Brown, J.R. Steele & K. Walsh-Childers (Eds.), Sexual teens, sexual media: investigating media s influence on adolescent sexuality (pp ). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates. ter Bogt, T.F.M., Engels, R.C.M.E., Bogers, S. & Kloosterman, M. (2010). Shake it baby, shake it : media preferences, sexual attitudes and gender stereotypes among adolescents. Sex Roles, 63(11/12), Valkenburg, P.M. & Soeters, K.E. (2001). Children s positive and negative experiences with the Internet: an exploratory survey. Communication Research, 28(5), Verhofstadt-Denève, L. (1998). Adolescentiepsychologie. Antwerpen: Garant. Ward, L.M. & Rivadeneyra, R. (1999). Contributions of entertainment television to adolescents sexual attitudes and expectations: the role of viewing amount versus viewer involvement. The Journal of Sex Research, 36(3), Ward, L.M. (1995). Talking about sex: common themes about sexuality in the prime-time television programs children and adolescents view most. Journal of Youth and Adolescence, 24(5), Ward, L.M. (2003). Understanding the role of entertainment media in the sexual socialization of american youth: a review of empirical research. Developmental Review, 23(3), Wartella, E.A. & Jennings N. (2000). Children and computers: new technology-old concern. The Future of Children, 10(2),

34 BIJLAGEN Bijlage 1: enquête Bijlage 2: uitgevoerde spss-analyses 30

35 BIJLAGE 1: Hallo, Eerst even mezelf voorstellen! Mijn naam is Sien Beyens en momenteel zit ik in het laatste jaar van de opleiding Communicatiewetenschappen. Het is de bedoeling dat ik op het einde van dit schooljaar een eindwerk kan voorleggen. En hiervoor heb ik jullie hulp nodig! Ik voer namelijk een onderzoek rond de rol van televisie en Internet bij de seksuele socialisatie van jongeren. Met andere woorden hoe belangrijk is media voor jou en gebruik je deze wel eens als seksuele informatiebron? Het is de bedoeling dat jullie de vragen zo juist mogelijk en zo nauwkeurig mogelijk invullen. Zo kan ik de resultaten op een correcte manier verwerken. Uiteraard is het de bedoeling dat je deze enquête alleen invult en niet samen met je andere klasgenoten. De enquête is ook anoniem. Buiten een aantal gegevens over onder meer je geslacht, leeftijd en woonplaats zullen geen persoonlijke gegevens gevraagd worden. Je moet dus zeker nergens je naam vermelden en niemand zal weten dat deze enquête door jou ingevuld werd! Opgelet, de blaadjes zijn aan beide kanten bedrukt, vergeet dus ook niet de achterkant in te vullen. P.S.: als je een vraag niet goed begrijpt, steek dan gerust je hand op en ik kom even langs voor meer uitleg! Sien 31

36 Deel 1: over de media Vraag 1: a. Geef bij benadering aan hoeveel tijd je op een gewone schooldag spendeert aan onderstaande media. Zet een kruisje in de passende kolom. (Opmerking: 0,5 = 30 minuten) kijken naar televisie kijken naar een DVD, video, bluray, luisteren naar de radio de computer (niet surfen op het Internet) surfen op het Internet luisteren naar de Mp3, ipod, gamen: PS, Nintendo DS, PSP, Xbox, Wii, GSM (sms en) GSM (telefoneren) papieren krant tijdschriften boeken Niet 0-0,5uur 0,5-1 uur 1-1,5 uur 1,5-2 uur 2-2,5uur 2,5-3uur > 3 uur b. Geef bij benadering aan hoeveel tijd je op een gewone weekenddag spendeert aan onderstaande media. Zet een kruisje in de passende kolom. (Opmerking: 0,5 = 30 minuten) kijken naar televisie kijken naar een DVD, video, bluray, luisteren naar de radio de computer (niet surfen op het Internet) surfen op het Internet luisteren naar de Mp3, ipod, gamen: PS, Nintendo DS, PSP, Xbox, Wii, GSM (sms en) GSM (telefoneren) papieren krant tijdschriften boeken Niet 0-0,5uur 0,5-1 uur 1-1,5 uur 1,5-2 uur 2-2,5uur 2,5-3uur > 3 uur 32

37 Vraag 2: a. Welke van onderstaande media vind je terug in jouw slaapkamer? (meerdere antwoorden mogelijk) o radio o Cd-speler o televisie o videorecorder o Dvd-recorder o Dvd-speler o digibox o spelconsole (vb.: Wii, PS, ) o computer/laptop o Internet o leesboeken o tijdschriften o gsm o andere: b. Zegt één van je ouders wel eens dat je onderstaande activiteiten al dan niet mag doen? (Ter verduidelijking: als je neen antwoordt = mijn ouder zegt nooit als ik het mag doen of als ik het niet mag doen; als je ja antwoordt = mijn ouder zegt soms dat ik het mag doen of niet mag doen.) luisteren naar de radio luisteren naar de cd-speler kijken naar televisie/video/dvd spelen op de spelconsole de computer gebruiken (niet om te surfen) op Internet surfen telefoneren ja neen Vraag 3: a. Hoeveel computers heb je thuis?... b. Met hoeveel van deze computers kan je op het Internet?... c. Heb je een computer met internetaansluiting op je slaapkamer? o ja o neen 33

38 d. Welke van onderstaande activiteiten doe je wel eens op het Internet? Kruis aan. Indien ja, geef dan ook aan hoe vaak je het Internet gebruikt voor deze toepassing. chatten en het bijhouden van een blog het aanmaken/onderhouden van een profielpagina (vb.: netlog) spelletjes spelen online het lezen van de krant online opzoeken van informatie rond gezondheid als hulp bij het huiswerk online shoppen andere:.. ja neen dagelijks wekelijks maandelijks e. Kruis aan over welke van onderstaande onderwerpen je wel al eens informatie op het Internet opgezocht hebt: o fitness en training o diëten o lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit o menstruatie o verliefdheid en relaties o alcohol o tienerzwangerschappen o anticonceptiemiddelen (de pil, condoom, ) o aids/hiv o drugs o seksueel overdraagbare aandoeningen (soa s) o de seksuele activiteiten f. Wat is je top 3 van favoriete websites? o o o g. Kijk je wel eens naar televisieprogramma s op het Internet? o ja o neen Indien ja, welke televisieprogramma s? Indien ja, op welke websites?

39 h. Download je wel eens televisieprogramma s via het Internet? o ja o neen Indien ja, welke televisieprogramma s? i. Geef aan als je akkoord gaat met onderstaande stellingen: Het is moeilijk mij een leven zonder computer voor te stellen. Het is moeilijk mij een leven zonder Internet voor te stellen. Sinds ik een computer heb, kijk ik minder naar televisie. Op het Internet word ik soms geconfronteerd met ongewenst seksueel materiaal. Het Internet is een uitstekend middel om anoniem informatie op te zoeken. akkoord niet akkoord Vraag 4: a. Heb je een televisie thuis? o ja o neen Indien ja, hoeveel televisies heb je thuis?... b. Heb je een televisietoestel op je slaapkamer? o ja o neen Indien ja, waar kijk je het meest naar de televisie? (slechts 1 antwoord aanduiden) o in je slaapkamer o in de huiskamer o andere: c. Met wie kijk je meestal naar televisie? (meerdere antwoorden mogelijk) o je mama o je papa o je zus(sen) o je broer(s) o je lief o je vrienden o met niemand, ik kijk meestal alleen naar televisie o andere: 35

40 d. Welke zijn je favoriete onderwerpen als je naar een televisieprogramma kijkt? (meerdere antwoorden mogelijk) o sport o muziek o dieren en natuur o komedie/humor o actie o horror o misdaad/politie o romantiek o reisprogramma s o science-fiction o oorlog o actualiteit e. Waarom kijk je naar televisie? (meerdere antwoorden mogelijk) o ter ontspanning o voor informatie o uit verveling/om de tijd te doden o om te kunnen meepraten met anderen over televisieprogramma s o om mensen en gebeurtenissen op televisie te vergelijken met mijn eigen ervaringen o om te ontsnappen uit de dagelijkse sleur f. Wat is je top 3 van favoriete televisiezenders? g. Wat is je top 3 van favoriete televisieprogramma s? h. Welke van onderstaande televisieprogramma s heb je wel al eens bekeken? Zet een kruisje in de passende kolom. Temptation Island Ella One Tree Hill Open en bloot The Playboy Mansion Expeditie Robinson Honderd hete vragen Baywatch South Park Friends eenmalig soms vaak altijd nog nooit bekeken 36

41 i. Over welke van onderstaande onderwerpen heb je via de televisie al bijgeleerd? (meerdere antwoorden mogelijk) o fitness en training o diëten o lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit o menstruatie o verliefdheid en relaties o alcohol o tienerzwangerschappen o anticonceptiemiddelen (de pil, condoom, ) o aids/hiv o drugs o seksueel overdraagbare aandoeningen (soa s) o de seksuele activiteiten j. Vind je het belangrijk dat liefde en relaties (romantiek) op televisie getoond wordt? o ja o neen Waarom? k. Vind je het belangrijk dat seksualiteit op televisie getoond wordt? o ja o neen Waarom? l. Kruis aan wat van toepassing is: Ik kijk soms naar televisie omdat ik hoop zo iets te leren over relaties. Ik kijk soms naar televisie omdat ik hoop zo iets te leren over seksuele activiteiten. Als ik ruzie heb met mijn lief, denk ik er soms aan hoe ze dit op televisie zouden oplossen. Ik heb al eens iets dat ik op televisie gezien heb rond seksualiteit zelf uitgeprobeerd. Er wordt teveel seksualiteit getoond op televisie. ja neen 37

42 Deel 2: over de bloemetjes en de bijtjes Vraag 1: a. Heb je reeds seksuele voorlichting gekregen op school? o ja o neen b. Indien ja, in welk studiejaar heb je deze voorlichting gekregen? (slechts 1 antwoord mogelijk) o in het basisonderwijs o in het 1 e middelbaar o in het 2 e middelbaar o in het 3 e middelbaar o in het 4 e middelbaar c. Indien ja, in welke vakken heb je deze voorlichting gekregen? (meerdere antwoorden mogelijk) o godsdienst o zedenleer o biologie o andere: d. Indien ja, waarover ging deze voorlichting? (meerdere antwoorden mogelijk) o lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit o menstruatie o verliefdheid en relaties o tienerzwangerschappen o anticonceptiemiddelen (de pil, condoom, ) o aids/hiv o seksueel overdraagbare aandoeningen (soa s) o de seksuele activiteiten o andere: e. Vind je het de taak van de school om te informeren over seksualiteit? o ja o neen f. Indien ja, over welke seksuele onderwerpen vind je dat de school zou moeten informeren? Kruis aan. (meerdere antwoorden mogelijk) o lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit o menstruatie o verliefdheid en relaties o tienerzwangerschappen o anticonceptiemiddelen (de pil, condoom, ) o aids/hiv o seksueel overdraagbare aandoeningen (soa s) o de seksuele activiteiten o geen, de school moet geen informatie geven o andere: 38

43 Vraag 2: a. Heb je reeds seksuele voorlichting gekregen van één van je ouders? o ja o neen b. Indien ja, hoe oud was je toen (één van) jouw ouders je hebben verteld over seksualiteit?...jaar c. Indien ja, over welke onderwerpen hebben jullie dan gepraat? (meerdere antwoorden mogelijk) o lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit o menstruatie o verliefdheid en relaties o tienerzwangerschappen o anticonceptiemiddelen (de pil, condoom, ) o aids/hiv o seksueel overdraagbare aandoeningen (soa s) o de seksuele activiteiten o andere: d. Vind je het de taak van de ouders om te informeren over seksualiteit? o ja o neen e. Indien ja, over welke onderwerpen vind je dat jouw ouders je zouden moeten informeren? Kruis aan: (meerdere antwoorden mogelijk) o lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit o menstruatie o verliefdheid en relaties o tienerzwangerschappen o anticonceptiemiddelen (de pil, condoom, ) o aids/hiv o seksueel overdraagbare aandoeningen (soa s) o de seksuele activiteiten o geen, mijn ouders moeten geen informatie geven o andere: f. Vind je het comfortabel om met je ouders over seksualiteit te praten? o ja o neen Waarom? 39

44 Vraag 3: a. Via welke andere informatiekanalen heb je al seksuele voorlichting gekregen? (meerdere antwoorden mogelijk) o je broer(s) o je zus(sen) o je vrienden of vriendinnen o je huisarts o de gynaecoloog o via media: o televisie o internetwebsites o boeken o tijdschriften o radio o geen andere informatiekanalen dan de school en/of ouders o andere: b. Wie zou volgens jou seksuele voorlichting moeten geven? (meerdere antwoorden mogelijk) o je mama o je papa o je broer(s) o je zus(sen) o je vrienden of vriendinnen o je huisarts o de gynaecoloog o de media: o televisie o internetwebsites o boeken o tijdschriften o radio o de school/leerkrachten o andere: c. Bij wie of wat zou je te rade gaan als je zelf op zoek zou gaan naar informatie rond seksualiteit? (meerdere antwoorden mogelijk) o je mama o je papa o je broer(s) o je zus(sen) o je vrienden of vriendinnen o je huisarts o de gynaecoloog o de media: o televisie o internetwebsites o boeken o tijdschriften o radio o de school/leerkrachten o andere: 40

45 Vraag 4: Vraag 5: a. Heb je de informatie rond seksualiteit spontaan aangeboden gekregen (m.a.w. zonder er zelf om te vragen)? o ja o neen b. Indien ja, door wie?... c. Ben je reeds zelf op zoek gegaan naar informatie rond seksualiteit? o ja o neen a. Wat vind je belangrijk bij de zoektocht naar seksuele informatie? (meerdere antwoorden mogelijk) o anonimiteit o vertrouwen o toegankelijkheid b. Welke van onderstaande informatiekanalen voldoen volgens jou an de bovenstaande criteria die jij hebt aangeduid? (meerdere antwoorden mogelijk) o je mama o je papa o je broer(s) o je zus(sen) o je vrienden of vriendinnen o je huisarts o de gynaecoloog o de media: o televisie o internetwebsites o boeken o tijdschriften o radio o de school/leerkrachten o andere: Vraag 6: a. Kruis aan welke van onderstaande seksuele betrekkingen je wel al eens gedaan hebt: kussen tongzoenen elkaar strelen seks gehad ( all the way ) ja neen b. Indien je reeds all the way bent gegaan, hoe oud was je toen?...jaar c. Hoe oud denk je dat de meeste jongeren zijn bij hun eerste keer?...jaar 41

46 Deel 3: wie ben ik? Vraag 1: Ik ben een: o jongen o meisje Vraag 2: Ik ben geboren in het jaar...(jaartal) Vraag 3: Ik woon in.....(gemeente + postcode) Vraag 4: Ik bezit de Belgische nationaliteit: o ja o neen, (je nationaliteit) Vraag 5: Wat is je geloofsovertuiging? o katholiek o vrijzinnig o islamitisch o ik weet het niet o andere:.. Vraag 6: Dit schooljaar zit ik in het: o 2 e middelbaar ASO o 2 e middelbaar TSO o 2 e middelbaar BSO o 3 e middelbaar ASO o 3 e middelbaar TSO o 3 e middelbaar BSO o 4 e middelbaar ASO o 4 e middelbaar TSO o 4 e middelbaar BSO Vraag 7: Ik val op: o meisjes o jongens o jongens en meisjes o ik weet het nog niet 42

47 Vraag 8: Momenteel ben ik: o vrijgezel o in een relatie Bedankt!!! 43

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

Media in de kinderopvang een onderzoek naar media en beleid in de kinderopvang

Media in de kinderopvang een onderzoek naar media en beleid in de kinderopvang Media in de kinderopvang een onderzoek naar media en beleid in de kinderopvang Wij kiezen er heel bewust voor om bepaalde digitale media te gebruiken, maar de interactie met de Pedagogisch medewerker is

Nadere informatie

s t u d i e Jongeren en media Jongeren en media November 2011

s t u d i e Jongeren en media Jongeren en media November 2011 Jongeren en media Jongeren en media s t u d i e November 2011 Agenda 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. Media-uitrusting (thuis, in eigen kamer) 4. Kijkgedrag (individueel of sociaal gebeuren) 5. Ouderlijk

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens Resultaten HBSC 14 Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 14 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 14 bestaat uit 9.566 leerlingen van

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

s t u d i e Jongeren en media Jongeren en media OIVO, januari 2009

s t u d i e Jongeren en media Jongeren en media OIVO, januari 2009 Jongeren en media Jongeren en media s t u d i e OIVO, januari 2009 Agenda 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. Percentage media-uitrusting (thuis, persoonlijk, op school) 4. Programma s beluisteren, bekijken

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6 pagina 97 HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6.1 Nieuws 6.1.1 Content: Zijn jongeren in nieuws geïnteresseerd? 6.1.2 Waarde: Is nieuws volgen belangrijk? 6.1.3 Oordeel: Hoe beoordelen jongeren nieuws?

Nadere informatie

Profiel van informatiezoekers

Profiel van informatiezoekers Profiel van informatiezoekers Kritisch denken Ik ben iemand die de dingen altijd in vraag stelt 20,91% 45,96% 26,83% 6,3% Ik ben iemand die alles snel gelooft 0% 25% 50% 75% 100% Grondig lezen Ik lees

Nadere informatie

s t u d i e Jongeren en internet Jongeren en internet OIVO, januari 2010

s t u d i e Jongeren en internet Jongeren en internet OIVO, januari 2010 s t u d i e Jongeren en internet Jongeren en internet OIVO, januari 2010 Agenda 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. Jongeren en internet 4. Conclusies 5. Aanbevelingen 2 Doelstellingen Het doel van deze

Nadere informatie

Onderzoeksrapport MASS. Fase 1

Onderzoeksrapport MASS. Fase 1 Onderzoeksrapport MASS Media adolescenten sociale steun stress Fase 1 1 Beste directieleden en leerkrachten, Enkele maanden geleden nam uw school deel aan de eerste fase van het MASS-onderzoeksproject.

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK DIGITEENS

RAPPORT ONDERZOEK DIGITEENS RAPPORT ONDERZOEK DIGITEENS Beste leerlingen, Enkele maanden geleden namen jullie deel aan het Digiteens onderzoek over jongeren, media en de digitale wereld. Dit onderzoek ging uit van de School voor

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie Algemeen De studie Jongeren en Gezondheid maakt deel uit van de internationale studie Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC), uitgevoerd onder toezicht van

Nadere informatie

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Relationele vorming De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Programma Introductie relationele- en seksuele vorming Inventarisatie van vragen De seksuele ontwikkeling van kinderen

Nadere informatie

Al spelend leren: onderzoek naar de educatieve (meer)waarde van computergames in de klas Project Ben de Bever

Al spelend leren: onderzoek naar de educatieve (meer)waarde van computergames in de klas Project Ben de Bever Al spelend leren: onderzoek naar de educatieve (meer)waarde van computergames in de klas Project Ben de Bever 2010-2011 Een onderzoek van: Universiteit Gent Katarina Panic Prof. Dr. Verolien Cauberghe

Nadere informatie

Middelengebruik: Alcoholgebruik

Middelengebruik: Alcoholgebruik Resultaten HBSC : Alcoholgebruik Middelengebruik: Alcoholgebruik Inleiding Alcoholgebruik is onderdeel van verschillende culturen en tevens één van de grote globale risicofactoren voor sociale en fysieke

Nadere informatie

Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven

Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven Veilig online: negatieve ervaringen bij 9-16 jarigen Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven EU Kids Online: achtergrond en theoretisch

Nadere informatie

Boekenbeesten en digikids

Boekenbeesten en digikids Boekenbeesten en digikids Een onderzoek naar de leesattitude, het (digitale) leesgedrag en de vrijetijdsbesteding van Vlaamse kinderen tussen 9 en 12. Jan Van Coillie & Mariet Raedts KU Leuven (campus

Nadere informatie

Internet in de lagere school: een stand van zaken in de provincie West-Vlaanderen

Internet in de lagere school: een stand van zaken in de provincie West-Vlaanderen Internet in de lagere school: een stand van zaken in de provincie West-Vlaanderen Katie Goeman & Arne Van Belle Vrije Universiteit Brussel Vakgroep Communicatiewetenschappen Dit onderzoek, uitgevoerd in

Nadere informatie

Middelengebruik: Cannabisgebruik

Middelengebruik: Cannabisgebruik Middelengebruik: Cannabisgebruik Inleiding Cannabisgebruik geeft zowel gezondheidsrisico s, psychosociale gevolgen als wettelijke consequenties 1,2. Frequent gebruik van cannabis wordt geassocieerd met

Nadere informatie

STUDIEPERSPECTIEF? Kies slim! Onderzoek naar de wijze waarop jongeren in het voortgezet onderwijs een vervolgopleiding kiezen.

STUDIEPERSPECTIEF? Kies slim! Onderzoek naar de wijze waarop jongeren in het voortgezet onderwijs een vervolgopleiding kiezen. STUDIEPERSPECTIEF? Kies slim! Onderzoek naar de wijze waarop jongeren in het voortgezet onderwijs een vervolgopleiding kiezen. Created by: Powered by: Samenvatting De jeugdwerkloosheid is hoog, jongeren

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

To read or not to read

To read or not to read To read or not to read Een onderzoek naar nieuwsconsumptie in Nederland Mijke Slot (TNO) Fleur Munniks de Jongh Luchsinger (EUR) 3D Academy bijeenkomst 18 maart 2011 Inhoud Inleiding Theorieën over nieuwsconsumptie:

Nadere informatie

Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen

Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen Onderzoek uitgevoerd voor de vzw: Association pour la Promotion de la Francophonie en Flandre September 2009 Dedicated Research

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2013. Pagina 27 van 30

STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2013. Pagina 27 van 30 STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2013 RAPPORT Pagina 27 van 30 `` STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2013 ONTWIKKELINGEN IN TV BEZIT EN TV GEBRUIK MEDIA STANDAARD SURVEY AMSTERDAM 03-02-2014

Nadere informatie

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen Informatiekaart 08 leren vernieuwen Mediawijsheid Mediawijsheid is actueel in het onderwijs. Kinderen worden geconfronteerd met steeds meer verschillende media; naast de krant en de televisie worden kinderen

Nadere informatie

Media en seksualiteit. Hoeveel invloed heeft seks op TV en internet op onze jeugd?

Media en seksualiteit. Hoeveel invloed heeft seks op TV en internet op onze jeugd? Media en seksualiteit Hoeveel invloed heeft seks op TV en internet op onze jeugd? Gezonde seksuele ontwikkeling Puberteit 13-15 jaar: -Zelfstandig willen zijn -Nieuwsgierig naar seks -SMS en chat -Zoenen

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Seks en Seksuele Risico s bij12 tot 25 jarigen. Dr. Hanneke de Graaf

Seks en Seksuele Risico s bij12 tot 25 jarigen. Dr. Hanneke de Graaf Seks en Seksuele Risico s bij12 tot 25 jarigen Dr. Hanneke de Graaf Seks onder je 25e 2005 2012 Methode Werving via scholen en gemeenten; 3926 meisjes en 3915 jongens; 12-25 jaar (gemiddeld 18,4); Representatief

Nadere informatie

Onderzoeksrapport WASDA : Wereldbeeld en Attitudes : Studie bij Digitale Adolescenten

Onderzoeksrapport WASDA : Wereldbeeld en Attitudes : Studie bij Digitale Adolescenten 0 Beste leerlingen, leerkrachten en ouders, Enkele maanden geleden namen jullie deel aan het WASDA-onderzoek over jongeren, media en de digitale wereld. Dit onderzoek ging uit van de School voor Massacommunicatieresearch

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste.

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste. 6 Het is vies als twee jongens met elkaar vrijen Seksuele gezondheid van jonge allochtonen David Engelhard, Hanneke de Graaf, Jos Poelman, Bram Tuk Onderzoeksverantwoording De gemeten aspecten van de seksuele

Nadere informatie

Nationaal Studenten Sex Onderzoek. Rapportage 2009

Nationaal Studenten Sex Onderzoek. Rapportage 2009 Nationaal Studenten Sex Onderzoek Rapportage 2009 Samenvatting Totaal aantal respondenten: 1,658 Aantal totaal ingevulde vragenlijsten: 1,455 Algemene gegevens 85% van degenen die de vragenlijst hebben

Nadere informatie

Over- of onderrapportering bij onderzoek naar internetrisico s

Over- of onderrapportering bij onderzoek naar internetrisico s Over- of onderrapportering bij onderzoek naar internetrisico s Etmaal van de Communicatiewetenschap 9-10 februari 2012 Sofie Vandoninck en Leen d Haenens Probleemstelling Blootstelling online risico s:

Nadere informatie

Hoger onderwijs, lager onderwijs, schoolloopbaan, schoolse vertraging, secundair onderwijs, universitair onderwijs, watervalsysteem, zittenblijven

Hoger onderwijs, lager onderwijs, schoolloopbaan, schoolse vertraging, secundair onderwijs, universitair onderwijs, watervalsysteem, zittenblijven 1. Referentie Referentie Duqué, H. (1998). Zittenblijven en schoolse vertraging in het Vlaams onderwijs. Een kwantitatieve analyse 1996-1997. Onuitgegeven onderzoeksrapport, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,

Nadere informatie

Jongeren en vrijetijdsbesteding

Jongeren en vrijetijdsbesteding s t u d i e Jongeren en vrijetijdsbesteding Jongeren en vrijetijdsbesteding OIVO, juli 2007 Agenda 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. De vrijetijdsbestedingen 1. Verschillen volgens leeftijd, sociale

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen 2011-2012 Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Doel van de studie 3 hoofdvragen: 1. Hoe staat

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Seksuele vorming en seksuele ontwikkeling van kinderen. Marianne Cense (Rutgers WPF) & Jos Poelman (Soa Aids Nederland)

Seksuele vorming en seksuele ontwikkeling van kinderen. Marianne Cense (Rutgers WPF) & Jos Poelman (Soa Aids Nederland) Seksuele vorming en seksuele ontwikkeling van kinderen Marianne Cense (Rutgers WPF) & Jos Poelman (Soa Aids Nederland) Programma 1. Seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren 2. Criteria om normaal

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Het glazen plafond in de Nederlandse culturele sector Een samenvatting

Het glazen plafond in de Nederlandse culturele sector Een samenvatting Het glazen plafond in de Nederlandse culturele sector Een samenvatting Noem drie namen van leidinggevende vrouwen in de kunst- en cultuurwereld : het zou een quizvraag kunnen zijn. Nochtans is er veel

Nadere informatie

NIMA B EXAMEN INTERNE EN CONCERNCOMMUNICATIE ONDERDEEL B 1.2 23 JUNI 2015

NIMA B EXAMEN INTERNE EN CONCERNCOMMUNICATIE ONDERDEEL B 1.2 23 JUNI 2015 EXAMENOPGAVEN ONDERDEEL 2 Tijd: 14.00 15.00 uur (1 uur) U wordt verzocht uw antwoorden kort en bondig te formuleren, de vragen op het aan u uitgereikte antwoordpapier te beantwoorden, goed aan te geven

Nadere informatie

PAGINA BESTEMD VOOR DE INTERVIEWER. Interviewernummer : INTCODE. Module INTIMITEIT. (bij de vragenlijst volwassene lente 2002)

PAGINA BESTEMD VOOR DE INTERVIEWER. Interviewernummer : INTCODE. Module INTIMITEIT. (bij de vragenlijst volwassene lente 2002) PAGINA BESTEMD VOOR DE INTERVIEWER Interviewernummer : INTCODE WZARCH INDID Module INTIMITEIT (bij de vragenlijst volwassene lente 2002) Personen geboren vóór 1986. Betreft persoonnummer : P09PLINE (zie

Nadere informatie

STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2014. Pagina 27 van 30

STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2014. Pagina 27 van 30 STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2014 RAPPORT Pagina 27 van 30 `` STICHTING KIJKONDERZOEK TV IN NEDERLAND 2014 ONTWIKKELINGEN IN TV BEZIT EN TV GEBRUIK MEDIA STANDAARD SURVEY AMSTERDAM 26-01-2015

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

ES SKO Jaarraportage 2009. TV in Nederland

ES SKO Jaarraportage 2009. TV in Nederland ES SKO Jaarraportage 2009 TV in Nederland SKO TV IN NEDERLAND 2012 ONTWIKKELINGEN IN TV BEZIT EN TV GEBRUIK MEDIA STANDAARD SURVEY Amstelveen 01-02-2013 Auteursrecht voorbehouden. Niets uit dit document

Nadere informatie

Week van de Lentekriebels

Week van de Lentekriebels Ouderbijeenkomst Week van de Lentekriebels Relationele en seksuele opvoeding, op school en thuis Anja Sijbranda GGD Hart voor Brabant Programma Waarom relationele en seksuele vorming? Wat doet school?

Nadere informatie

De rol van de sociale media in alcoholgebruik bij jongeren

De rol van de sociale media in alcoholgebruik bij jongeren De rol van de sociale media in alcoholgebruik bij jongeren Prof. Dr. Kathleen Beullens School for Mass Communication Research, KU Leuven Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) Vlaamse jongens en meisjes

Nadere informatie

Ouderbijeenkomst Week van de Lentekriebels

Ouderbijeenkomst Week van de Lentekriebels Ouderbijeenkomst Week van de Lentekriebels Relationele en seksuele opvoeding op school en thuis Naam Christel van Helvoirt GGD Hart voor Brabant Waar denken jullie aan bij seksualiteit? Gevoelens Veiligheid

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

Seksuele vorming: gave (op-)gave

Seksuele vorming: gave (op-)gave Seksuele vorming: gave (op-)gave De Wegwijzer Oosterwolde, 28 januari 2016 Mieneke Aalberts-Vergunst Programma Introductie Stellingen De wereld om ons heen Onze opvoeding Seksualiteit Het Bijbelse beeld

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Table 1 of lftklper by rybewys Controlling for sexe=mannelijk

Table 1 of lftklper by rybewys Controlling for sexe=mannelijk 4 Rijbewijsbezit Tabel 42: Verdeling van rijbewijsbezit volgens geslacht (personen vanaf 18 jaar) Table of sexe by rybewys rybewys (Bezit rijbewijs sexe (Geslacht) om auto te besturen) Col Pct Ja neen

Nadere informatie

Statistiekensynthese internet & e-government in Vlaanderen

Statistiekensynthese internet & e-government in Vlaanderen Statistiekensynthese internet & e-government in Vlaanderen februari 2009 Lieselot Vandenbussche Campus Vijfhoek O.-L.-Vrouwestraat 94 2800 Mechelen Tel. 015 36 93 00 Fax 015 36 93 09 www.memori.be Inhoudstafel

Nadere informatie

De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer

De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer Holebi s & transgenders als collega s DIENST DIVERSITEITSBELEID Resultaten online enquête Om de situaties van homo s, lesbiennes, biseksuelen (holebi

Nadere informatie

Resultaten onderzoek seksualiteit

Resultaten onderzoek seksualiteit Resultaten onderzoek seksualiteit Augustus 2015 In opdracht van Way of Life en de NPV Uitgevoerd door Direct Research www.wayoflife.nl www.npvzorg.nl Conclusies Kennis Seksuele voorlichting Opvattingen

Nadere informatie

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl Nationaal Studentenonderzoek 2008 Stageplaza.nl Gepubliceerd door: S. Icke & B. Rooijendijk De Ruyterkade 106 II 1011 AB Amsterdam Tel : 020 422 33 22 Fax : 020 422 20 22 I : www.stageplaza.nl Maart 2008

Nadere informatie

SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG in en om de school. Oka Storms Ben Serkei

SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG in en om de school. Oka Storms Ben Serkei SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG in en om de school Oka Storms Ben Serkei Wat gaan we doen? * Achtergronden seksualiteit * Invloed beeldcultuur en gevolgen * Oefening Wat is grensoverschrijdend? * Seksueel

Nadere informatie

ONLINE WEERBAARHEID. Zelfregulering en coping strategieën in relatie tot psychosociale en contextkenmerken Leen d Haenens, KU Leuven

ONLINE WEERBAARHEID. Zelfregulering en coping strategieën in relatie tot psychosociale en contextkenmerken Leen d Haenens, KU Leuven ONLINE WEERBAARHEID Zelfregulering en coping strategieën in relatie tot psychosociale en contextkenmerken Leen d Haenens, KU Leuven EU Kids Online: achtergrond en theoretisch kader Types online risico

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Onderzoek Veilig of niet?

Onderzoek Veilig of niet? Onderzoek Veilig of niet? 06 februari 2013 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 24 januari tot 04 februari 2013, deden 2.261 jongeren mee. Het onderzoek is gehouden in samenwerking

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Alcoholgebruik

Jongeren en Gezondheid 2014: Alcoholgebruik Resultaten HBSC 214: Alcoholgebruik Jongeren en Gezondheid 214: Alcoholgebruik Inleiding Alcoholgebruik is onderdeel van verschillende culturen en tevens één van de grote globale risicofactoren voor sociale

Nadere informatie

Internetgebruik in Nederland 2010. Prof. Dr. Jan A.G.M. van Dijk Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie

Internetgebruik in Nederland 2010. Prof. Dr. Jan A.G.M. van Dijk Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie Internetgebruik in Nederland 2010 Prof. Dr. Jan A.G.M. van Dijk Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie Met C. 150 volledige digibeten bereikt Trendrapport Computer en Internetgebruik 2010 UT (Alexander

Nadere informatie

Een onderzoek naar seksuele voorlichtingslessen onder leerlingen uit de onderbouw van het Nederlands voortgezet onderwijs.

Een onderzoek naar seksuele voorlichtingslessen onder leerlingen uit de onderbouw van het Nederlands voortgezet onderwijs. Een onderzoek naar seksuele voorlichtingslessen onder leerlingen uit de onderbouw van het Nederlands voortgezet onderwijs. Uitgevoerd door Scholieren.com, in opdracht van Rutgers WPF. April/mei 2013 Voorwoord

Nadere informatie

Vijftien jaar internet. Wat heeft het voor ons betekend?

Vijftien jaar internet. Wat heeft het voor ons betekend? Rapport Vijftien jaar internet. Wat heeft het voor ons betekend? Voor: Online Breedband B.V. Door: Synovate Synovate Inhoud Samenvatting 3 Onderzoeksopzet 5 Belangrijkste resultaten 6 - Internetgebruik

Nadere informatie

Mediaopvoeding & (online) risico s en kansen voor jongeren. Natascha Notten 30 mei 2015 SWR, Leusden

Mediaopvoeding & (online) risico s en kansen voor jongeren. Natascha Notten 30 mei 2015 SWR, Leusden Mediaopvoeding & (online) risico s en kansen voor jongeren Natascha Notten 30 mei 2015 SWR, Leusden Mediaopvoeding, risico s en kansen Mediaopvoeding kan kansen bieden, maar ook een belemmering vormen

Nadere informatie

Onderzoeksrapport Winkeltijden. Inwonerspanel Doetinchem Spreekt. Onderzoeksperiode: Kwartaal 2-2015 Referentie: 14086

Onderzoeksrapport Winkeltijden. Inwonerspanel Doetinchem Spreekt. Onderzoeksperiode: Kwartaal 2-2015 Referentie: 14086 Onderzoeksrapport Winkeltijden Inwonerspanel Doetinchem Spreekt Onderzoeksperiode: Kwartaal 2-2015 Referentie: 14086 Moventem Juni 2015 Referentie: 14086 Pagina 1-1 van 16 Inwonerspanel Doetinchem Spreekt

Nadere informatie

Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 11: Wat is seks? Lesoverzicht

Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 11: Wat is seks? Lesoverzicht Les 11: Wat is seks? Lesoverzicht Lesdoelen: Kinderen kunnen verschillende betekenissen geven aan seksualiteit. Kinderen zijn zich ervan bewust dat iedereen seksuele gevoelens heeft, en dat je je daarvoor

Nadere informatie

Bijlage Lang Leve de Liefde

Bijlage Lang Leve de Liefde Bijlage Lang Leve de Liefde Deze bijlage hoort bij de beschrijving van de interventie Lang Leve de Liefde, zoals die is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies. Meer informatie: www.nji.nl/jeugdinterventies

Nadere informatie

Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten?

Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten? Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten? SEIZOEN 2011-2012 Jan Pickery & Marie-Anne Moreas (SVR) Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten? Inleiding

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Inhoud van de presentatie

Inhoud van de presentatie De overgang van het basis- naar het secundair onderwijs vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief Annelies Somers i.s.m. Prof. Hilde Colpin Prof. Karine Verschueren ~ Centrum voor Schoolpsychologie

Nadere informatie

Enquête resultaten uitgebreid website

Enquête resultaten uitgebreid website Enquête resultaten uitgebreid website Vanaf mei tot en met september 2013 hebben 4000 mensen de Lumière enquête ingevuld. Uit alle respons kwam erg waardevolle informatie die we u niet willen onthouden.

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO.

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. 1. Referentie Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. Taal Nederlands ISBN - ISSN / Publicatievorm onderzoeksrapport 2. Abstract In dit onderzoek, uitgevoerd door het

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Factsheet Mediagebruik. 17- tot en met 18-jarigen

Factsheet Mediagebruik. 17- tot en met 18-jarigen Factsheet Mediagebruik 17- tot en met 18-jarigen Mediagebruik kenmerkend voor jongvolwassenen van 17 en 18 jaar Gemiddeld besteden kinderen van 17 en 18 jaar zo n vijf tot zes uur per dag aan televisiekijken,

Nadere informatie

TV IN NEDERLAND 2005

TV IN NEDERLAND 2005 TV IN NEDERLAND 2005 ONTWIKKELINGEN IN TV BEZIT EN TV GEBRUIK ESTABLISHMENT SURVEY André van de Wal Nelly Kalfs Amstelveen, 8 februari 2006 Auteursrecht voorbehouden. Niets uit dit document mag worden

Nadere informatie

PERSBERICHT CIM 22/04/2015

PERSBERICHT CIM 22/04/2015 PERSBERICHT CIM 22/04/2015 Nieuwe CIM studie over kijkgedrag op nieuwe schermen Belgen keken nooit eerder zoveel naar TV-content Het CIM, verantwoordelijk voor kijkcijferstudies in België, volgt sinds

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Lisette van Vliet: lisette.van.vliet@eenvandaag.

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Lisette van Vliet: lisette.van.vliet@eenvandaag. Onderzoek Sexting 7 april 2015 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 26 februari tot en met 9 maart 2015 deden 1852 jongeren mee, waaronder 961 middelbare scholieren. De uitslag is

Nadere informatie

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006 Resultaten eindmeting, januari 2006 O&S Nijmegen januari 2006 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Onderzoeksresultaten 5 2.1 Eerste gedachte bij de stad Nijmegen 5 2.2 Bekendheid met gegeven dat Nijmegen de

Nadere informatie

5.4 Praten met ouders

5.4 Praten met ouders seksualiteit. Bespreek daarom ook eens met je Turkse of Marokkaanse collega s welke waarden jullie samen belangrijk vinden in de seksuele ontwikkeling. Verschillende meningen zijn geen probleem, zolang

Nadere informatie

Master in de seksuologie

Master in de seksuologie Master in de seksuologie Faculteit Geneeskunde Kiezen voor de opleiding seksuologie De seksuologie is een erg jonge wetenschap amper iets meer dan een eeuw oud, waarvan de ontwikkeling lang heeft geleden

Nadere informatie

BEREIDINGS- EN CONSUMPTIETIJD VAN MAALTIJDEN. AUTEUR Sarah BEL

BEREIDINGS- EN CONSUMPTIETIJD VAN MAALTIJDEN. AUTEUR Sarah BEL BEREIDINGS- EN CONSUMPTIETIJD VAN MAALTIJDEN AUTEUR Sarah BEL Dankwoord Dit werk kon niet worden gerealiseerd zonder de medewerking van een aantal personen. Onze bijzondere dank gaat uit naar: De deelnemers

Nadere informatie

Kwalitatieve Studie naar Motivatie en Barrières van Etnische Minderheden uit Amsterdam

Kwalitatieve Studie naar Motivatie en Barrières van Etnische Minderheden uit Amsterdam Kwalitatieve Studie naar Motivatie en Barrières van Etnische Minderheden uit Amsterdam Zuidoost om zich bij de Soa-polikliniek van de GGD Amsterdam te laten Testen op Soa s en Hiv A Qualitative Research

Nadere informatie

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Maatschappelijke waardering door de ogen van de TTALIS leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Bevindingen uit de Teaching And Learning International Survey (TALIS) 2013 IN FOCUS Faculteit

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

How to present online information to older cancer patients N. Bol

How to present online information to older cancer patients N. Bol How to present online information to older cancer patients N. Bol Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Goede informatievoorziening is essentieel voor effectieve

Nadere informatie