Bestuursovereenkomst tussen de Federale Staat en de Rijksdienst voor Pensioenen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bestuursovereenkomst 2013-2015 tussen de Federale Staat en de Rijksdienst voor Pensioenen"

Transcriptie

1 Bestuursovereenkomst tussen de Federale Staat en de Rijksdienst voor Pensioenen Bestuursovereenkomst

2 2 / 7 5 Bestuursovereenkomst

3 Bestuursovereenkomst tussen de Federale Staat en de Rijksdienst voor Pensioenen Bestuursovereenkomst / 7 5

4 4 / 7 5 Bestuursovereenkomst

5 Inhoudstafel Inhoudstafel... 5 Aanhef Inleidende bepalingen Inleiding Definities Artikel Voorwerp van de overeenkomst Artikel Verbintenissen van de Rijksdienst voor Pensioenen Visie, missie, waarden en strategie Artikel 3 ~ Visie Artikel 4 ~ Missie Artikel 5 ~ Waarden Artikel 6 ~ Strategie Artikel 7 ~ Gezamenlijke initiatieven van de pensioeninstellingen Doelstellingen behorende tot het klantperspectief Een proactieve en integrale dienstverlening op maat van de burger Artikel 8 ~ Online dienstverlening Artikel 9 ~ Telefonische dienstverlening Artikel 10 ~ Geschreven communicatie Artikel 11 ~ Persoonlijk onthaal Artikel 12 ~ Generieke communicatie Artikel 13 ~ Gerichte pensioencommunicatie op basis van de individuele werknemersloopbaan Artikel 14 ~ Beheer pensioenberekeningselementen Artikel 15 ~ Unieke vraagstelling Artikel 16 ~ Beheer pensioenrechten Ramen pensioenrechten Vaststellen pensioenrechten Betalen pensioenrechten Artikel 17 ~ Beheer pensioenbetalingen Continuïteit betalingen Kwijtschelding schulden Betaling per overschrijving Artikel 18 ~ Aanvullende pensioenen Een kenniscentrum pensioenen ter ondersteuning van het beleid Artikel 19 ~ Beleidsvoorbereiding, beleidsadvies en beleidsondersteuning Artikel 20 ~ Datawarehouse en Business Intelligence Artikel 21 ~ Coördinatie regelgeving Bestuursovereenkomst / 7 5

6 3 Doelstellingen behorende tot het procesperspectief: Een procesgedreven werking met oog voor integratie en automatisering Artikel 22 ~ Beheer pensioenprocessen Artikel 23 ~ Automatisering pensioenprocessen Artikel 24 ~ Gegevensbank van geïnterpreteerde loopbaangegevens Artikel 25 ~ Elektronische informatie-uitwisseling Artikel 26 ~ Overname pensioenkadaster Artikel 27 ~ Risicobeheersing en interne controle Artikel 28 ~ Fraud and error Doelstellingen behorende tot het leer- en groeiperspectief Een efficiënt werkende organisatie Artikel 29 ~ Analytische boekhouding Artikel 30 ~ Efficiënte personeelsinzet Artikel 31 ~ Verminderen overheadkost Een aantrekkelijke en verantwoordelijke werkcultuur Artikel 32 ~ Anders werken Artikel 33 ~ Veranderingen beheren Artikel 34 ~ Aantrekkelijke werkgever Artikel 35 ~ Cultuur van continue verbetering Artikel 36 ~ Maatschappelijk verantwoord ondernemen Een actief beheer van kennis en competenties Artikel 37 ~ Kennisuitwisseling Artikel 38 ~ Afstemmen competenties en functies Artikel 39 ~ Competentieontwikkeling en loopbaanbegeleiding Artikel 40 ~ Leiderschap Uitvoering verbintenissen Artikel 41 ~ Bestuursplan Gemeenschappelijke verbintenissen Staat en OISZ Algemene gemeenschappelijke verbintenissen voor beide partijen Artikel 42 ~ Contractuele gezagsverhouding Artikel 43 ~ Paritair beheer Artikel 44 ~ Samenwerking Verbintenissen over aanpassingen aangebracht tijdens de overeenkomst Artikel 45 ~ Inwinnen van adviezen, voorafgaand overleg en informatieverstrekking Verbintenissen over het wijzigen van de overeenkomst Artikel 46 ~ Wijziging van de overeenkomst Artikel 47 ~ Nieuwe opdrachten Artikel 48 ~ Opvolging van de verbintenissen Artikel 49 ~ Mededeling van de beslissingen Verbintenissen over de opvolging van de uitvoering van de overeenkomsten Artikel 50 ~ Opvolging van het bereiken van de doelstellingen Artikel 51 ~ Jaarlijkse evaluatie / 7 5 Bestuursovereenkomst

7 Artikel 52 ~ Periodiek overleg Artikel 53 ~ Planning Artikel 54 ~ Weerslag van maatregelen beslist na de ondertekening van de overeenkomst 35 Artikel 55 ~ Naleving van de verbintenissen Verbintenissen over het beheer van de financiering Artikel 56 ~ Thesaurieplan Artikel 57 ~ Basishypotheses Overheveling van bevoegdheden Artikel 58 ~ Overheveling van bevoegdheden Verbintenissen inzake synergieën tussen de OISZ Artikel 59 ~ Gemeenschappelijke HR-bepalingen Artikel 60 ~ Gemeenschappelijke ICT-bepalingen Artikel 61 ~ Gemeenschappelijke bepalingen logistiek Artikel 62 ~ Bepalingen inzake interne audit Artikel 63 ~ Synergieën openstellen voor andere partners Artikel 64 ~ Herziening van administratieve organisatie van de sociale zekerheid Artikel 65 ~ Rapportering Budgettair, financieel en boekhoudkundig luik Artikel 66 ~ Beheersbegroting Artikel 67 ~ Eigen ontvangsten Artikel 68 ~ Wijzigingen tijdens de uitvoeringsperiode Artikel 69 ~ Categorieën Artikel 70 ~ Limitatieve en niet limitatieve kredieten Artikel 71 ~ Overdrachten tijdens eenzelfde begrotingsjaar Artikel 72 ~ Overdrachten naar het volgende begrotingsjaar Artikel 73 ~ Beheersbegroting voor het jaar 2013, 2014 en Artikel 74 ~ Jaarlijkse herziening Artikel 75 ~ Onroerende verrichtingen Artikel 76 ~ Bezorgen van periodieke staten Transversale projecten in uitvoering van het federaal beleid Artikel 77 ~ Meewerken aan transversale projecten Slotbepalingen Artikel 78 ~ Andere wettelijke verplichtingen Inwerkingtreding en duur van de overeenkomst Artikel 79 ~ Inwerkingtreding Artikel 80 ~ Duur Bijlagen Bijlage 1: Interne en externe omgevingsfactoren Interne omgevingsfactoren: HR-perspectieven Uitstroom Instroom Bestuursovereenkomst / 7 5

8 1.3 Doorstroom Externe omgevingsfactoren: evolutie van het aantal gepensioneerden en financiële weerslag Inleiding Het aantal gepensioneerden De uitgaven De nieuwe gevallen Vergelijking met het recente verleden en gedeeltelijke conclusie Bijlage 2: Vastlegging van de beheerskredieten De beheerskredieten De samenstelling De beheerskredieten 2013 voor de uitgaven Begrotingsartikels per categorieën van uitgaven Parameters voor de beheerskredieten voor de jaren 2014 en Verdeling van de beheerskredieten uitgaven Verdeling van de beheerskredieten ontvangsten Vastlegging van de beheerskredieten Inleiding Beheerskredieten betreffende de basisopdrachten Bijlage 3: Business case Pensioenmotor Verwijzing bestuursovereenkomst Uitdaging Oplossing Gegevensbank met alle pensioenberekeningselementen en resultaten Linken van de stelselspecifieke pensioenberekeningsmotoren Gemeenschappelijke ontsluiting van pensioengegevens voor de burger Verantwoording gekozen oplossing Strategische inbedding Technische uitwerking: overzichtsschema s Situatie AS IS Situatie TO BE High level scope Gegevensbank Berekeningsmotor Interface Project Pensioenmotor in relatie tot andere projecten Schematisch overzicht Diverse componenten Communicatie naar burger / 7 5 Bestuursovereenkomst

9 9 Geraamde investering Periode van uitvoering Juridische impact Bijlage 4: Wijze van berekening en vaststelling van het maximumbedrag van de kredieten voor het statutair personeel Bestuursovereenkomst / 7 5

10 1 0 / 7 5 Bestuursovereenkomst

11 Aanhef Overwegende: Dat de bestuursovereenkomst die de betrekkingen regelt tussen de Federale Staat en de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) aan de volgende vereisten moet voldoen: ~ De Rijksdienst voor Pensioenen moet, om geloofwaardig te blijven, op continue wijze de kwaliteit van de dienstverlening aan het publiek verbeteren en de administratieve procedures vereenvoudigen; ~ De Rijksdienst voor Pensioenen moet zich voorzien van flexibele en efficiënte beheersinstrumenten die hem in staat stellen zich aan te passen aan de sociologische en demografische evoluties en aan de technologische veranderingen; ~ De Rijksdienst voor Pensioenen moet beschikken over controlemiddelen die hem moeten toelaten vast te stellen dat hij efficiënt en doeltreffend werkt en dat hij zijn middelen rationeel aanwendt; ~ De Rijksdienst voor Pensioenen moet de beheerskredieten bekomen die nodig zijn om zijn doelstellingen te verwezenlijken; Dat de bestuursovereenkomst noch betrekking heeft op de inhoud van de sociale zekerheid, noch op de vastlegging van het bedrag van de inkomsten of de uitgaven, maar de dagelijkse werking en het beheer van de Rijksdienst voor Pensioenen wil optimaliseren en daartoe een grotere vrijheid toekent in de bepaling van de interne organisatie en in de aanwending van het toegestane beheersbudget; Dat de contracterende partijen zich beschouwen als partners die zich bewust zijn dat de aan de Rijksdienst voor Pensioenen toevertrouwde opdrachten slechts ten volle kunnen uitgevoerd worden in samenwerking met andere partners; Dat de Rijksdienst voor Pensioenen moet waken over de continue verbetering van de kwaliteit van zijn dienstverlening naar het publiek toe te en de vereenvoudiging van administratieve procedures; Dat hieruit volgt dat de Rijksdienst voor Pensioenen, in het kader van de optimalisering van een zeker aantal taken welke hem opgelegd zijn, ertoe gebracht zal worden om overeenkomsten af te sluiten met andere Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid (OISZ) of andere partners; Dat de andere Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid en de andere instellingen van sociale zekerheid bevoegd en verantwoordelijk blijven voor de opdrachten die hen werden toevertrouwd op grond van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid; Dat deze overeenkomst de bevoegdheden, de opdrachten en de verantwoordelijkheden van andere betrokken partijen, bij de toepassing van het pensioenstelsel voor zelfstandigen en van het stelsel van de tegemoetkomingen aan mindervaliden, in geen geval op de helling zet; Dat beide contracterende partijen zich ertoe verbinden te streven naar een optimale omgeving die geschikt is voor de realisatie van de wederzijdse verbintenissen; Dat de contracterende partijen zich ertoe verbinden de bepalingen na te leven op het gebied van het paritaire beheer dat nog wordt versterkt, gegeven de toegenomen verantwoordelijkheden en autonomie die aan de Rijksdienst voor Pensioenen worden toegekend in het kader van de responsabilisering van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid; Bestuursovereenkomst / 7 5

12 Gelet op het advies van het Basisoverlegcomité van 21 januari 2013, Gelet op het akkoord van het Beheerscomité van 28 januari 2013, Gelet op de controle door het College van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid, op de onderlinge coördinatie en consistentie van de ontwerpen van bestuursovereenkomst van de onderscheiden instellingen van sociale zekerheid, conform het artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997, Gelet op de goedkeuring van het contract door de Ministerraad van 22 februari 2013, wordt er overeengekomen, ter uitvoering van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid, genomen met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, tussen, enerzijds, ~ de Federale Staat, En, anderzijds, ~ de Rijksdienst voor Pensioenen, Wat volgt: 1 2 / 7 5 Bestuursovereenkomst

13 Inleidende bepalingen 1 Inleiding Tien jaar geleden, in 2002, werd de eerste bestuursovereenkomst tussen de RVP en de Federale Staat afgesloten. De techniek van de bestuursovereenkomst had als doel de RVP als uitvoerende organisatie binnen de sociale zekerheid meer vrijheid te geven en een effectiever en efficiënter bestuur te bewerkstelligen. Als we na tien jaar de balans opmaken, kunnen we besluiten dat de bestuursovereenkomst de RVP ertoe aanzette niet louter te denken in termen van taken, maar wel in termen van doelstellingen. Dit leidde tot een verbetering van de interne processen en de verhoging van de performantie. De eerste twee bestuursovereenkomsten voorzagen stapsgewijs in de invoering van striktere toekenningstermijnen, striktere termijnen waarbinnen een raming dient te worden verstrekt of een antwoord dient te worden gegeven op vragen om informatie, enzovoort. Maar niet alleen kwantitatieve doelstellingen stonden centraal, ook verschillende kwalitatieve doelstellingen werden vooral vanaf de tweede bestuursovereenkomst opgenomen en leidden zo tot de ontwikkeling van nieuwe diensten voor de burger. Voorbeelden hiervan zijn de uitbouw van het netwerk van zitdagen, de pensioensimulatietool KenUwPensioen en de automatische raming op de leeftijd van 55 jaar. Dit alles ging gepaard met de intrede van het projectmatig werken en de invoering van nieuwe beheersinstrumenten waaronder Business Intelligence tools ter monitoring van de performantie, een interne auditfunctie, en een systeem van klantentevredenheidsmetingen. Ook de bestuursovereenkomst zelf als managementtool evolueerde de voorbije jaren mee. De eerste bestuursovereenkomst ( , verlengd tot 2005) legde de nadruk op het formuleren van doelstellingen die rechtstreeks gelieerd waren met de opdrachten van de RVP. Waar mogelijk werden deze doelstellingen gekwantificeerd. In de tweede bestuursovereenkomst ( , verlengd tot 2009) deden de strategische doelstellingen hun intrede en werd eveneens meer aandacht besteed aan de optimalisatie van de interne processen. Deze overeenkomst besteedde ook ruim aandacht aan administratieve vereenvoudiging, bestrijding van sociale fraude en kwaliteitsbewaking. De derde bestuursovereenkomst ( ) had de ambitie van de bestuursovereenkomst een meer strategisch document te maken dat een duidelijke richting aangaf. De te bereiken doelstellingen werden geënt op een strategische kaart met aandacht voor dienstverlening (met doelstellingen rond online pensioendossier en loopbaanbeheer), interne processen (met aandacht voor risicobeheersing en interne controlemechanismen, realisatie van het uniek elektronisch dossier, en duurzaamheid) en tot slot voor het eerst doelstellingen rond HR-beleid en rond kennis- en competentiemanagement. Hiertoe werden voor het eerst P&O-indicatoren in de overeenkomst opgenomen. Deze vierde bestuursovereenkomst ( ) zet in de eerste plaats in op het boeken van efficiëntiewinsten. Dit principe werd enerzijds opgenomen als strategische doelstelling en anderzijds via de vertaling van deze strategische doelstelling in concrete (meetbare) doelstellingen en projecten. In dit kader wordt ondermeer aandacht besteed aan een efficiënte personeelsinzet en het verminderen van de overheadkost. Ook wordt verder ingezet op automatisering. Daarnaast wordt doorheen deze bestuursovereenkomst ook de nadruk gelegd op de samenwerkingsverbanden met de andere pensioeninstellingen en de gemeenschappelijke projecten die daarbinnen gerealiseerd zullen worden zoals het uitbouwen van de unieke infolijn en het ontwikkelen van een gemeenschappelijk online pensioenplatform via het project Pensioenmotor. Bestuursovereenkomst / 7 5

14 2 Definities Artikel 1 Voor de uitvoering van deze bestuursovereenkomst wordt verstaan onder: 1 «Staat»: de Federale Staat (Belgische Staat) vertegenwoordigd door de minister van Pensioenen, de heer Alexander De Croo, de minister van Begroting, de heer Olivier Chastel en de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, de heer Hendrik Bogaert; 2 «RVP»: de Rijksdienst voor Pensioenen bedoeld in artikel 40 van het Koninklijk Besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, zoals gewijzigd bij het Koninklijk Besluit nr. 513 van 27 maart 1987 tot afschaffing van de Rijkskas voor rust- en overlevingspensioenen en tot reorganisatie van de Rijksdienst voor Werknemerspensioenen, overeenkomstig artikel 7, 2, al 1 van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997, vertegenwoordigd door de heer Marc DE BLOCK, adjunct-administrateurgeneraal, door de heer Michel NOLLET, voorzitter van het Beheerscomité, door mevrouw Bernadette ADNET, de heer Serge DEMARRÉE, de heer Jean-François TAMELLINI, mevrouw Marie-Hélène SKA, mevrouw Sabine SLEGERS, leden van het Beheerscomité; 3 «Beheerscomité»: het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen bedoeld in artikel 42 van het Koninklijk Besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers; 4 «Raad voor Uitbetaling van de Voordelen»: de Raad voor Uitbetaling van de Voordelen bedoeld in artikel 60 bis van het Koninklijk Besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers; 5 «Bestuursplan»: het bestuursplan zoals bedoeld in artikel 10 van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels; 6 «Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid (OISZ)»: de instellingen bedoeld in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid; 7 «Instellingen van Sociale Zekerheid»: de federale openbare diensten, de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid evenals iedere instelling, autoriteit of publiekrechtelijk rechtspersoon die sociale zekerheidsvoordelen toekent; 8 «Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ)»: Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid opgericht bij de wet van 15 januari 1990 houdende de oprichting en de organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid; 9 «KB 69»: Koninklijk Besluit van 13 november 2003 tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid; 10 «RSVZ»: het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen zoals bedoeld in artikel 21, 1 van het koninklijk besluit nr. 38; 11 «PDOS»: de Pensioendienst voor de Overheidssector, opgericht met de wet van 12 januari 2006 tot oprichting van de "Pensioendienst voor de Overheidssector"; 1 4 / 7 5 Bestuursovereenkomst

15 12 «RIZIV»: het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, opgericht bij de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. 3 Voorwerp van de overeenkomst Artikel 2 Deze overeenkomst wordt gesloten in het kader van de bepalingen van artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid. Zij bepaalt de regels en de bijzondere voorwaarden volgens welke de RVP zijn wettelijke opdrachten uitoefent. Bestuursovereenkomst / 7 5

16 1 6 / 7 5 Bestuursovereenkomst

17 Verbintenissen van de Rijksdienst voor Pensioenen 1 Visie, missie, waarden en strategie Artikel 3 ~ Visie Wij willen samen met het RSVZ en de PDOS voor alle burgers een aanspreekpunt en kenniscentrum zijn voor pensioenen. Wij streven samen met het RSVZ en de PDOS naar een integraal beheer van pensioenopbouw, pensioenrechten en pensioenbetaling. Artikel 4 ~ Missie Wij verstrekken kwaliteitsvolle en toegankelijke informatie en communiceren duidelijk via diverse kanalen. Wij berekenen de werknemerspensioenen en de inkomensgarantie voor ouderen. Wij zorgen voor een tijdige en correcte betaling van de werknemers- en zelfstandigenpensioenen en de inkomensgarantie voor ouderen. Artikel 5 ~ Waarden De waarden van de organisatie zijn de volgende: Klantgerichtheid De burger staat centraal. Onze personeelsleden zijn klantvriendelijk, nemen verantwoordelijkheid en zijn bekwaam. Objectiviteit & Integriteit Wij staan garant voor een objectieve dienstverlening zonder enige discriminatie naar ras, geslacht of persoonlijke opvattingen. Wij hechten zeer veel belang aan rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Voor ons staat iedereen op gelijke hoogte. Transparantie Het is onze plicht openheid en transparantie te tonen ten opzichte van de burger. Zo vindt hij vlot de juiste dienstverlening en is hij op de hoogte van zijn rechten en plichten. Efficiëntie Wij streven naar efficiëntie en doeltreffend werken. Reglementeringen en procedures zijn geen doel op zich, maar hooguit een middel om ten dienste te staan van onze klanten. We streven continu naar administratieve vereenvoudiging. Kwaliteit Om een constante kwaliteit te kunnen waarborgen en om zeker te zijn dat wij de vooropgestelde doelstellingen bereiken, maken wij gebruik van allerlei meetinstrumenten. Vernieuwingsgerichtheid Onze organisatie en werking worden waar nodig aangepast aan een maatschappij die voortdurend in verandering is. De RVP neemt de nodige initiatieven opdat deze waarden effectief door het personeel gedragen en gedeeld worden. Bestuursovereenkomst / 7 5

18 Artikel 6 ~ Strategie De te verwezenlijken strategische doelstellingen van de RVP, gebundeld in drie perspectieven, zijn de volgende: ~ Klantperspectief : Een proactieve en integrale dienstverlening op maat van de burger Een kenniscentrum pensioenen ter ondersteuning van het beleid ~ Procesperspectief: Een procesgedreven werking met oog voor integratie en automatisering ~ Leer- en groeiperspectief : Een efficiënt werkende organisatie Een aantrekkelijke en verantwoordelijke werkcultuur Een actief beheer van kennis en competenties De strategische doelstellingen worden vervolgens geconcretiseerd in één of meerdere operationele doelstellingen. De operationele doelstellingen moeten het mogelijk maken de voornoemde strategische doelstellingen te realiseren. De concrete actieplannen en projecten die de RVP uitwerkt om de doelstellingen opgenomen in deze bestuursovereenkomst te realiseren, worden opgenomen in het jaarlijkse Bestuursplan van de organisatie (bedoeld in artikel 41). Dit Bestuursplan bevat ook een duidelijke definitie van de wijze waarop de in deze overeenkomst opgenomen kwantitatieve indicatoren berekend worden. Indicatoren met de vermelding FED 20 werden overgenomen uit de HR-scorekaart voor federale overheidsdiensten en laten op die wijze het maken van HR-benchmarks toe. Artikel 7 ~ Gezamenlijke initiatieven van de pensioeninstellingen De pensioeninstellingen RSVZ, PDOS en RVP stellen gezamenlijk een samenwerkingsovereenkomst op met betrekking tot volgende projecten: 1 De unieke infolijn (1765) voor de drie pensioeninstellingen. 2 Gemeenschappelijke contactpunten op het terrein, al of niet permanent. 3 Het voorkomen dat meerdere pensioeninstellingen een burger dezelfde vraag stellen 4 De elektronische uitwisseling van geïnterpreteerde loopbaangegevens. 5 Het gemeenschappelijk online pensioenplatform met toegang tot de in functie van het pensioen geïnterpreteerde loopbaangegevens, een unieke online pensioenraming op basis van deze gegevens en een simulatie van de invloed van toekomstige loopbaankeuzes op het pensioen. De timing en uitvoering van de projecten onder punt 3, 4 en 5 zijn volledig afhankelijk van de beschikbaarheid van het hiervoor noodzakelijke budget 1. 1 Deze doelstellingen dienen gerealiseerd te worden binnen het project Pensioenmotor. De budgettering van dit project werd opgenomen in bijlage. 1 8 / 7 5 Bestuursovereenkomst

19 2 Doelstellingen behorende tot het klantperspectief 2.1 Een proactieve en integrale dienstverlening op maat van de burger Artikel 8 ~ Online dienstverlening De RVP streeft een multikanaalbenadering na, waarbij er bij voorkeur op elektronische wijze met de burger wordt gecommuniceerd. Elke burger blijft echter de toegang tot alle kanalen en communicatievormen behouden. Via MyPension geeft de RVP de burger toegang tot zijn prepensioendossier inclusief de opgebouwde pensioenberekeningselementen, krijgt hij de mogelijkheid tot het simuleren van loopbaankeuzes, kan hij zijn pensioen aanvragen en interactief dossiergegevens doorgeven en wijzigen en heeft hij toegang tot algemene pensioeninformatie. De RVP bouwt daartoe MyPension verder uit tot een interactief platform waarop een maximaal aantal interacties tussen burger en administratie kunnen plaatsvinden. Principes als gebruiksvriendelijkheid en administratieve eenvoud gelden daarbij als leidraad. In dat kader biedt de RVP voor het tweede kwartaal van 2013 de burger de mogelijkheid om tijdens de toekenning van zijn pensioen alle gevraagde informatie online door te geven. Voor het einde van deze overeenkomst werkt de RVP samen met de andere pensioeninstellingen aan een gemeenschappelijk platform, gebaseerd op MyPension, dat ook toegang verschaft tot de geïnterpreteerde loopbaangegevens van zelfstandigen en ambtenaren die door respectievelijk RSVZ en PDOS worden beheerd. Via deze toepassing zal voor zover de nodige gegevens beschikbaar zijn het oproepen van een unieke raming mogelijk zijn. Op die wijze dient MyPension te evolueren tot een gemeenschappelijk pensioenplatform. Tot slot maakt de RVP zijn online toepassingen ook vlot toegankelijk via andere dragers dan de klassieke PC, zoals tabletcomputers en smartphones. Inzake online dienstverlening streeft de RVP naar een minimale klantentevredenheid van 80 %. Artikel 9 ~ Telefonische dienstverlening De RVP faciliteert de uitbouw van een uniek call center (infolijn 1765) voor de pensioeninstellingen RSVZ, PDOS en RVP. Doel van dit call center is via één enkel telefoonnummer de burger telefonisch toegang te geven tot alle informatie over zijn pensioen, onafhankelijk van het stelsel waaraan hij tijdens zijn loopbaan onderworpen was. De RVP verzorgt de eerste lijn voor burgers met een loopbaan die niet hoofdzakelijk onder één enkel stelsel valt. Voor de conceptuele en operationele invulling van die eerste lijn maakt de RVP de nodige afspraken met de partnerinstellingen RSVZ en PDOS. Intern maakt de RVP daarom werk van één geïntegreerde eerste lijn waar de medewerkers werken op basis van infoscripts. De RVP stemt de werking van zijn call center hierop af. Telefonisch dient het call center van de RVP vanuit België gratis bereikbaar te zijn. De RVP verbindt zich er bovendien toe dat elke beller een fysiek persoon aan de lijn krijgt binnen de 2,5 minuten volgend op de keuze via het keuzemenu. In geval van een langere wachttijd worden de bellers via een automatische boodschap gewaarschuwd en uitgenodigd later terug te bellen. Bestuursovereenkomst / 7 5

20 Deze doelstelling wordt als bereikt beschouwd indien oproepen, rekening houdend met hun schommelend aantal, beantwoord worden binnen de 2,5 minuten naar rata van de volgende percentages: ~ 70% in 2013 ~ 80% in 2014 ~ 90% in 2015 Naast de monitoring van de performantie van zijn call center, voorziet de RVP ook in de uitbouw van een kwaliteitscontrole door middel van mystery calls. Inzake telefonische dienstverlening streeft de RVP naar een minimale klantentevredenheid van 80 %. Artikel 10 ~ Geschreven communicatie De RVP levert gevraagde attesten af binnen de 5 werkdagen. Deze doelstelling wordt als bereikt beschouwd indien 90% van alle attesten binnen de 5 werkdagen afgeleverd werden. De RVP publiceert als ontvangstbevestiging de schriftelijke vragen van burgers om inlichtingen binnen de 2 werkdagen op MyPension en beantwoordt deze vragen om inlichtingen binnen de 21 werkdagen. Ook de leesbaarheid van zijn geschreven communicaties blijft een aandachtspunt. Het herdenken en herwerken van zijn geschreven communicatie naar de burger toe, behoort daarom tot de permanente resultaatgebieden van de RVP. In de periode ligt de prioriteit bij de communicaties bedoeld in artikel 13 (gerichte pensioencommunicatie op basis van de individuele werknemersloopbaan). Inzake geschreven dienstverlening (beantwoorden brieven en s) streeft de RVP naar een minimale klantentevredenheid van 80 %. Inzake de leesbaarheid van zijn documenten, streeft de RVP naar een minimale klantentevredenheid van 80%. Artikel 11 ~ Persoonlijk onthaal De RVP behoudt zijn nabijheidspolitiek door middel van persoonlijke contactpunten. De RVP optimaliseert zijn aanwezigheid op het terrein om te komen tot een goede verhouding tussen de geografische inplanting van de contactpunten en de bemanning ervan. De lokale contactpunten moeten enerzijds toelaten advies te verlenen aan toekomstig gepensioneerden en anderzijds fungeren als contactpunten voor personen die geen of onvoldoende toegang hebben tot moderne communicatiemedia. Met het oog op een betere organisatie en een dienstverlening op maat, maakt de RVP onthaal op afspraak mogelijk voor het einde van deze overeenkomst. Verder bestendigt de RVP in dit domein zijn samenwerking met de andere pensioeninstellingen door verder te gaan op de ingeslagen weg van gemeenschappelijke pensioenpunten. De RVP stelt zijn kantorennet ter beschikking van de pensioeninstellingen RSVZ en PDOS om een permanente en gemeenschappelijke aanwezigheid op het terrein mogelijk te maken. De RVP maakt hiertoe de nodige organisatorische afspraken met de betrokken instellingen. Inzake persoonlijk onthaal streeft de RVP naar een minimale klantentevredenheid van 80 %. 2 0 / 7 5 Bestuursovereenkomst

21 Artikel 12 ~ Generieke communicatie De RVP stelt via zijn website algemene informatie over de Belgische pensioenreglementering ter beschikking voor (toekomstig) gepensioneerden en professionals. Deze informatie is up-to-date. Bij belangrijke wijzigingen in de pensioenreglementering kan de RVP het brede publiek ook via de media informeren over de concrete gevolgen hiervan. Voor specifieke doelgroepen kunnen infoshops worden georganiseerd. De RVP beschikt over een interne richtlijn die de voorwaarden omschrijft onder dewelke deze infoshops worden ingericht. Artikel 13 ~ Gerichte pensioencommunicatie op basis van de individuele werknemersloopbaan Voor het einde van deze overeenkomst operationaliseert de RVP een gericht communicatiebeleid voor toekomstig gepensioneerden op basis van de individuele werknemersloopbaan. Dit communicatiebeleid zal bestaan uit het via de meest geschikte informatiedrager ter beschikking stellen van informatie over de mogelijke gevolgen van bepaalde loopbaankeuzes in het werknemersstelsel op het toekomstig pensioen. De RVP start zijn communicatieacties op bij aanvang van een werknemersloopbaan. De RVP werkt zijn communicaties zo uit dat ze op een voor de burger begrijpelijke wijze inzicht verschaffen in de link tussen loopbaan, pensioenleeftijd en grootorde van het toekomstig pensioenbedrag. De RVP werkt tegen 1 juli 2014 een vereenvoudigde communicatie op basis van deze elementen uit. Artikel 14 ~ Beheer pensioenberekeningselementen De RVP staat in voor het beheer en het uitvoeren van een kwaliteitscontrole op de gegevens die te vinden zijn op de individuele pensioenrekening. Burger en andere instanties krijgen de mogelijkheid fouten en ontbrekende gegevens te signaleren. Het beheer van deze gegevens dient een tweeledig doel: 1 Gerichte communicatie zoals bedoeld in artikel 13 2 Opbouw van een predossier dat een zo geautomatiseerd mogelijke pensioentoekenning toelaat zoals bedoeld in artikel 23 Artikel 15 ~ Unieke vraagstelling De RVP verleent zijn volle medewerking aan het principe van de unieke vraagstelling om te vermijden dat de burger dezelfde informatie aan meerdere instellingen moet overmaken. De pensioeninstellingen werken een gemeenschappelijke procedure uit wanneer meerdere onder hen voor het bepalen van de rechten van de burger dezelfde inlichtingen nodig hebben. Daarnaast streeft de RVP ook naar een vereenvoudiging van de formulieren die door de burger dienen ingevuld te worden en beperkt hij het aantal vragen tot het strikt noodzakelijke. Artikel 16 ~ Beheer pensioenrechten Ramen pensioenrechten De RVP verstrekt 90 % van de ramingen werknemerspensioen binnen de 15 werkdagen na aanvraag. Indien de aanvraag om een raming betrekking heeft op een gemengde loopbaan werknemerzelfstandige, maakt de RVP in 90 % van de gevallen de raming die betrekking heeft op de tijdvakken werknemer binnen de 15 werkdagen over aan het RSVZ. Indien de aanvraag om een raming betrekking heeft op een gemengde loopbaan werknemerambtenaar, verstrekt de RVP 90 % van de ramingen binnen de 15 werkdagen na ontvangst van de benodigde berekeningselementen van de PDOS. Bestuursovereenkomst / 7 5

22 Vaststellen pensioenrechten ~ Rustpensioen Ongeacht de wettelijke termijnen waarbinnen de toekenningbeslissingen op het gebied van rustpensioen moeten worden genomen, betekent de RVP 90 % van zijn beslissingen uiterlijk 80 werkdagen voorafgaand aan de ingangsdatum. Indien de aanvraag minder dan 6 maanden voor de ingangsdatum wordt ingediend, zal de RVP 90 % van zijn beslissingen nemen binnen de 63 werkdagen na de aanvraag. ~ Overlevingspensioen Ongeacht de wettelijke termijnen waarbinnen de toekenningbeslissingen qua overlevingspensioen voor werknemers moeten worden genomen, betekent de RVP 90 % van zijn beslissingen binnen 42 werkdagen volgend op de aanvraag. ~ Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) Ongeacht de wettelijke termijnen waarbinnen de toekenningbeslissingen op het gebied van inkomensgarantie voor ouderen moeten worden genomen, betekent de RVP 90 % van zijn beslissingen binnen 63 werkdagen volgend op de aanvraag en, in geval van toekenning van een pensioen ten laste van de RVP, betekent de RVP 90 % van zijn beslissingen binnen 63 werkdagen na de kennisgeving van dat pensioen. Wanneer de RVP door de FOD Financiën in kennis wordt gesteld van een wijziging in de vermogenstoestand van belanghebbende en/of van de personen die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats delen, gaat de RVP ambtshalve over tot een herziening van de IGO. ~ Opschorting termijn Deze termijnen inzake de betekening van het vastgestelde recht rustpensioen (indien aangevraagd minder dan 6 maanden voor de ingangsdatum), overlevingspensioen en inkomensgarantie voor ouderen worden opgeschort zolang de RVP wacht op noodzakelijke informatie die enkel door de sociaal verzekerde of door een Belgische of buitenlandse instelling kan verstrekt worden. Voor de rustpensioenen die uiterlijk 80 werkdagen voorafgaand aan de ingangsdatum betekend dienen te worden, wordt deze termijn van 80 werkdagen enkel opgeschort vanaf het ogenblik dat in de periode tussen de aanvraag en de 80 werkdagen voorafgaand aan de ingangsdatum het aantal werkdagen waarop de RVP niet wacht op de hiervoor vermelde noodzakelijke informatie minder dan 63 werkdagen bedraagt. ~ Voorlopige beslissing Wanneer de RVP deze termijnen niet kan naleven, wordt, in alle gevallen, een voorlopige beslissing genotificeerd, waarin de redenen worden uiteengezet die het nemen van een definitieve beslissing verhinderen. De RVP betekent de definitieve beslissing binnen de 21 werkdagen volgend op de ontvangst van de voor de bepaling van de rechten onontbeerlijke gegevens. Betalen pensioenrechten Uitkeringen waarvoor de RVP betaalinstelling is, worden effectief betaald binnen de 21 werkdagen na ingangsdatum of uiterlijk binnen 21 werkdagen nadat aan de betalingsvoorwaarden is voldaan. Indien het gaat om de betaling van een nieuw recht is deze doelstelling absoluut; indien het gaat om de betaling van een gewijzigd recht, wordt de doelstelling als bereikt beschouwd indien 80% van de gewijzigde betalingen gebeurt binnen de 21 werkdagen. Deze termijn begint te lopen: ~ voor de beslissingen genomen door de RVP vanaf de betekening of de ingangsdatum ervan; ~ voor de beslissingen afkomstig van het RSVZ of van de Directie-generaal Personen met een Handicap, vanaf de ontvangst of de ingangsdatum ervan. 2 2 / 7 5 Bestuursovereenkomst

23 Bij elke wijziging van het netto- of brutobedrag met uitzondering van een eenvoudige indexering, informeert de RVP bovendien de burger. Artikel 17 ~ Beheer pensioenbetalingen Continuïteit betalingen De RVP garandeert in 90 percent van de gevallen een voorlopige of definitieve betaling in de maand volgend op de ontvangst van de vereiste informatie in geval van: ~ Genot van een gezinsuitkering en overlijden van één van de echtgenoten ~ Genot door elk van de echtgenoten van een pensioen als alleenstaande en overlijden van één van hen ~ Genot van een gezinspensioen of toepassing van feitelijke scheiding en gevolgd door echtscheiding Kwijtschelding schulden In geval van verzoek om kwijtschelding formuleert de RVP aan de Raad voor de uitbetaling van de Voordelen een voorstel, en dit binnen 42 werkdagen na de ontvangst van alle gegevens die voor het aanleggen van het dossier nodig zijn. Voor de verzoeken tot kwijtschelding waarvoor de Raad voor de uitbetaling van de Voordelen zijn bevoegdheid delegeert aan de administrateur-generaal in toepassing van artikel 108 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, treft de RVP een beslissing binnen de 42 dagen na ontvangst van alle gegevens die nodig zijn voor het nemen van een beslissing. Betaling per overschrijving Betalingen in de eengemaakte Europese betaalruimte SEPA gebeuren per overschrijving op persoonlijke rekening: ~ voor 95% van de nieuwe gepensioneerden ~ voor 95% van de al gepensioneerden Artikel 18 ~ Aanvullende pensioenen Inzake aanvullende pensioenen verzekert de RVP een kwaliteitsvolle dienstverlening ten aanzien van zijn klanten: de inrichters en de verzekerden. Op het vlak van prudentieel toezicht legt de RVP het accent op de implementatie van het Europese Solvency II framework en dit rekening houdend met het proportionaliteitsbeginsel. 2.2 Een kenniscentrum pensioenen ter ondersteuning van het beleid Artikel 19 ~ Beleidsvoorbereiding, beleidsadvies en beleidsondersteuning De RVP vervult zijn beleidsondersteunende opdracht door: ~ mee te werken aan het opstellen en uitwerken van voorontwerpen van wetten of besluiten en het verschaffen van alle elementen nodig om de budgettaire weerslag ervan juist te bepalen ~ het formuleren van adviezen of het opmaken van voorstellen ondermeer op het gebied van het vereenvoudigen van de wettelijke bepalingen, waarvan de budgettaire weerslag op systematische en wetenschappelijke wijze geraamd wordt en waarvan de motieven duidelijk en uitvoerig worden opgesteld ~ het geregeld opmaken van periodieke budgettaire voorstellen in overeenstemming met de wettelijke vereisten en voorziene termijnen ~ het verwezenlijken van periodieke en gerichte studies ~ het meedelen van inlichtingen over de algemene en actuele vragen, betreffende elk punt voorgelegd aan de instelling Bestuursovereenkomst / 7 5

24 De RVP kan het initiatief nemen om themacongressen te organiseren en studies uit te voeren die gebaseerd zijn op alle gegevens waarover hij beschikt in het kader van de uitvoering van zijn missies. Hiertoe legt de RVP de nodige contacten met ondermeer de academische wereld, spelers uit het sociaaleconomische middenveld en het Planbureau met het oog op de uitbouw van een kenniscentrum pensioenen. De RVP onderzoekt in dit kader ook de mogelijkheid tot het aanbieden van stageplaatsen. Artikel 20 ~ Datawarehouse en Business Intelligence Met het oog op de uitbouw van een kenniscentrum pensioenen, kaderend in zijn beleidsondersteunende opdracht en de daarvoor noodzakelijke betere ontsluiting van de gegevens, blijft de RVP investeren in de uitbouw van zijn datawarehouse en BI-tools. Artikel 21 ~ Coördinatie regelgeving De RVP werkt actief mee in de werkgroep belast met de coördinatie van de regelgeving inzake werknemers- en zelfstandigenpensioenen via enerzijds het verlenen van adviezen met betrekking tot de gehanteerde terminologie en de nieuwe structuur van het document en anderzijds het uitwerken van teksten. 2 4 / 7 5 Bestuursovereenkomst

25 3 Doelstellingen behorende tot het procesperspectief: Een procesgedreven werking met oog voor integratie en automatisering Artikel 22 ~ Beheer pensioenprocessen De RVP optimaliseert en rationaliseert zijn processen en organisatiestructuur met het oog op het behalen van de in deze overeenkomst vastgelegde doelstellingen. Hij maakt daartoe gebruik van een op maat van de organisatie gedefinieerde methodologie en legt daarbij het accent op de optimale aansturing van zijn organisatieprocessen en het zo efficiënt mogelijk inzetten van de aanwezige skills in functie van de procesactiviteiten. De RVP zet hiertoe het project verder om de processen te analyseren, met een focus op het rationaliseren van processen, efficiëntie, het uitschakelen van dubbel werk en kennisoverdracht. Het bekijkt in dit kader een verdere integratie van toekenning en betaling. De analyse van de organisatieprocessen en hun modellering wordt afgerond eind De eigenlijke implementatie volgt dan in Artikel 23 ~ Automatisering pensioenprocessen De RVP stelt alles in het werk om tijdens deze bestuursovereenkomst verder te werken om de pensioenprocessen zoveel mogelijk te automatiseren. Voor het ramen en vaststellen van de pensioenrechten, ontwikkelt de RVP één rekenprogramma. De automatisering moet de RVP in staat stellen om toekenningsbeslissingen te nemen zonder bijkomende inlichtingen te vragen naar rata van de volgende percentages: ~ 10% in 2013 ~ 15% in 2014 ~ 25% in 2015 Inzake beheer betalingen verbindt de RVP zich verder tot: ~ het zonder enige menselijke tussenkomst omzetten in een betaling van zijn toekenningsbeslissingen in 80% van de gevallen ~ het zonder enige menselijke tussenkomst omzetten in een betaling van de elektronische toekenningsbeslissingen afkomstig van het RSVZ in 80% van de gevallen Artikel 24 ~ Gegevensbank van geïnterpreteerde loopbaangegevens De RVP ontwikkelt tegen ten laatste eind 2014 samen met het RSVZ en de PDOS een gezamenlijke gegevensbank met in functie van het pensioen geïnterpreteerde loopbaangegevens. Artikel 25 ~ Elektronische informatie-uitwisseling De RVP werkt mee aan de verdere uitbouw van het e-government en zet daartoe verder in op elektronische gegevensuitwisseling met binnen- en buitenlandse instellingen om te komen tot een performanter beheer van de eigen opdrachten en een betere dienstverlening aan de burger. Met buitenlandse pensioeninstellingen sluit de RVP hiertoe bilaterale overeenkomsten die kunnen slaan op de uitwisseling van: ~ overlijdensdata ~ gegevens van burgerlijke staat ~ woonplaats ~ uitbetaalde bedragen ~ loopbaan Inzake elektronische uitwisseling van persoonsgegevens voor de door de RVP in het buitenland betaalde gepensioneerden, streeft de RVP naar een dekkingsgraad van 75 percent. Voor het behalen Bestuursovereenkomst / 7 5

26 van deze doelstelling is de RVP afhankelijk van de medewerking van de betrokken landen en hun administraties. Het levensbewijs wordt afgeschaft indien het kan vervangen worden door een elektronische gegevensuitwisseling. Artikel 26 ~ Overname pensioenkadaster De RVP neemt de taken, het personeel en de werkingskredieten van de afdeling Bijdragen Gepensioneerden van het RIZIV over. De RVP realiseert deze overname binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van de reglementaire bepalingen en dit in volledige samenwerking met het RIZIV. Artikel 27 ~ Risicobeheersing en interne controle De RVP identificeert, evalueert en beheerst de risico s die het bereiken van de in deze overeenkomst opgenomen doelstellingen in het gedrang zouden kunnen brengen en van de opportuniteiten die zich aanbieden. Ter beheersing van de risico s verankert de RVP de nodige interne controles in zijn kernprocessen. De hiertoe gehanteerde maatregelen en procedures omvatten: ~ een gepersonaliseerd toegangsrecht gebaseerd op de uitgeoefende functie ~ de elektronische registratie van alle stappen in een proces ~ een set aan automatische interne controles die een ex ante controle doorheen het proces verzekeren ~ het principe van de dubbele handtekening op end-to-end procesniveau ~ een steekproefsgewijze ex post controle op dossierniveau Ter verzekering van de continuïteit in geval van een calamiteit beschikt de RVP over een actueel Business Continuity Plan (BCP) en een hiermee gerelateerd Disaster Recovery Plan (DRP) dat betrekking heeft op de IT-infrastructuur. De interne audit zoals bedoeld in artikel 62 garandeert de goede werking van het interne controlesysteem. De RVP verbindt er zich toe om de minimale veiligheidsnormen na te leven die binnen het netwerk van de sociale zekerheid van toepassing zijn. Artikel 28 ~ Fraud and error Inzake uitkeringsfraude legt de RVP de nadruk op het voorkomen van onterechte betalingen. De prioriteiten ter zake worden bepaald aan de hand van een risicoanalyse. Ter voorkoming van onterechte betalingen informeert de RVP de burger proactief over zijn persoonlijke rechten en plichten, past de RVP op zijn gegevensbanken de principes van datamaching en datamining toe en streeft de RVP naar een maximale automatisering van de herberekening van een bedrag bij wijziging van bepaalde parameters. 2 6 / 7 5 Bestuursovereenkomst

27 4 Doelstellingen behorende tot het leer- en groeiperspectief 4.1 Een efficiënt werkende organisatie Artikel 29 ~ Analytische boekhouding De RVP verbindt zich ertoe een boekhoudplan gebaseerd op het genormaliseerd boekhoudplan voor de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid uit te werken en toe te passen. De RVP zal de periode van deze overeenkomst ten volle benutten om een systeem van analytische boekhouding te ontwikkelen of uit te diepen. Dat systeem moet de mogelijkheid bieden de kosten van de voornaamste basisactiviteiten alsook van de ontwikkeling en het onderhoud van nieuwe projecten te bepalen. Dat systeem zal volgens de algemeen aanvaarde procedures van interne controle en interne audit geëvalueerd worden. De Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid zullen een contact- en uitwisselingsnetwerk van methodologieën en technieken betreffende bovenvermelde materies organiseren. De FOD Budget- en Beheerscontrole zal hiervoor bijstand verlenen. Artikel 30 ~ Efficiënte personeelsinzet De RVP maakt jaarlijks een personeelsbehoefteplan op dat voor de komende drie jaar de behoeften bevat inzake human resources en dit zowel in kwantitatief opzicht als inzake de benodigde competenties. Voor het opstellen van de toekomstige personeelsbehoeften houdt de RVP ondermeer rekening met: ~ werklastmetingen en interne benchmarking: met het oog op het herdefiniëren van zijn organisatiestructuur zal de RVP deze metingen in al zijn diensten doorvoeren voor het einde van deze overeenkomst ~ de invloed van de geplande informatiseringsprojecten en de geplande procesoptimalisaties op die toekomstige werklast ~ nieuwe opdrachten en wijzigende complexiteit van de wetgeving Artikel 31 ~ Verminderen overheadkost De RVP vermindert de kost van zijn klassieke ondersteunende processen. Hiertoe worden deze processen gerationaliseerd, worden terugkerende taken in deze processen geautomatiseerd, wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde toepassingen en wordt gezocht naar samenwerkingsverbanden met andere instellingen. In de nieuw te definiëren organisatiestructuur streeft de RVP tegen het einde van deze overeenkomst naar een verhouding van 15% medewerkers voor de ondersteunende taken en 85% medewerkers voor de productietaken. Tot slot streeft de RVP in dit kader volgende doelwaarde na: % HR-medewerkers ten opzichte van het totale aantal medewerkers (FED 20) doelwaarde 3,00% Bestuursovereenkomst / 7 5

28 4.2 Een aantrekkelijke en verantwoordelijke werkcultuur Artikel 32 ~ Anders werken De RVP evolueert naar een cultuur van tijd- en plaatsonafhankelijk werken met de focus op resultaten. Het behalen van persoonlijke en / of groepsdoelstellingen staat centraal. Een dergelijke werkcultuur dient enerzijds bij te dragen tot een betere levenskwaliteit (woon-werkverkeer, stressbeheersing, ) en anderzijds aan te zetten tot verantwoordelijkheidszin. In het kader van deze nieuwe werkcultuur herbekijkt de RVP in 2013 de invulling van zijn werkplekken om te komen tot een optimale benutting van de beschikbare ruimte: ~ De RVP streeft naar een werkruimte van 13,5 m² per benodigde, voltijdse medewerker. Deze werkruimte omvat zowel de bureauruimte als collectieve ruimten zoals vergaderzalen. ~ De daardoor vrijgekomen ruimte in de Zuidertoren (equivalent van 6 verdiepingen) wordt prioritair aangewend voor het vestigen van (diensten van) andere instellingen. ~ De gewestelijke kantoren die daarvoor geschikt zijn, krijgen een invulling als satellietkantoor. De RVP streeft inzake anders werken volgende doelwaarde na: % medewerkers tewerkgesteld zonder tijdsregistratie doelwaarde 2013 doelwaarde 2014 doelwaarde % 33% 50% In het kader van deze doelstelling volgt de RVP ook volgende indicatoren op: doelwaarde Personeelstevredenheid (FED 20) 7/10 Afwezigheid wegens ziekte (FED 20) 6,00% Artikel 33 ~ Veranderingen beheren Bij het uitvoeren van zijn verschillende vernieuwingsprojecten verzekert de RVP een actief veranderingsbeheer met aandacht voor betrokkenheid, communicatie, opleiding en begeleiding. Artikel 34 ~ Aantrekkelijke werkgever De RVP versterkt zijn aantrekkelijkheid als werkgever op de arbeidsmarkt en speelt daarbij troeven als werksfeer, jobinhoud, ligging en sociale voordelen sterker uit. De RVP biedt in dit kader ook stageplaatsen aan. Tot slot zoekt de RVP samen met de andere Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid naar mogelijkheden om de sector van de sociale zekerheid te promoten. Artikel 35 ~ Cultuur van continue verbetering Volgens de principes van Total Quality Management streeft de RVP naar continue verbetering in alle domeinen en aspecten van de organisatie. In dat kader maakt de RVP minimaal gebruik van volgende monitoringsinstrumenten: ~ Klantentevredenheidsmetingen ~ Mystery calls ~ Klachtenanalyse ~ Personeelstevredenheidsmetingen ~ Opvolgingssysteem performantie en prestaties (KPI Management Cockpit) ~ Opvolgingssysteem HR-beleid (FED 20) 2 8 / 7 5 Bestuursovereenkomst

29 De RVP neemt deel aan het netwerk van FED 20 en levert de data in verband met de desbetreffende HR-indicatoren aan. De RVP voert daarnaast eind 2014 een globale organisatiebeoordeling uit en maakt daarvoor gebruik van het Europese Common Assessment Framework (CAF). Artikel 36 ~ Maatschappelijk verantwoord ondernemen ~ Duurzaamheid De RVP schrijft zich in een permanente verbetercyclus op het gebied van milieubeheer in en besteedt hierbij in het bijzonder aandacht aan de energieprestaties van zijn gebouwen. Deze doelstelling wordt als bereikt beschouwd indien de RVP blijvend beschikt over een EMAS-milieucertificaat voor zowel de Zuidertoren als de gewestelijke kantoren. ~ Mobiliteit Via andere manieren van werken vermindert de RVP de druk op het woon-werkverkeer. ~ Diversiteit De RVP verbindt zich ertoe diversiteit in de hand te werken door gelijke kansen te bieden aan mannen en vrouwen, personen van vreemde afkomst of personen met een handicap, zowel bij de selectie- en bevorderingsprocedures als voor de dagelijkse arbeid. ~ Welzijn De RVP zet blijvend in op het welzijn van zijn medewerkers met aandacht voor stressbeheersing, opvolging van het ziekteverzuim en ergonomie. 4.3 Een actief beheer van kennis en competenties Artikel 37 ~ Kennisuitwisseling De RVP neemt de nodige initiatieven om kennisoverdracht binnen de organisatie te bevorderen. Artikel 38 ~ Afstemmen competenties en functies Om een beter zicht te krijgen op welke skills nodig zijn voor de verschillende procesactiviteiten, stelt de RVP duidelijke functieprofielen op. Daarnaast wordt een interactief competentiekadaster uitgebouwd dat moet toelaten de binnen de organisatie aanwezige competenties in kaart te brengen. Op die manier kan enerzijds een betere match gemaakt worden tussen functies en competenties en wordt anderzijds duidelijk welke competenties niet of onvoldoende aanwezig zijn. In het kader van deze doelstelling volgt de RVP volgende indicator op: doelwaarde doelwaarde doelwaarde Interne mobiliteit binnen de organisatie (FED 20) 8,00% 9,00% 10,00% Artikel 39 ~ Competentieontwikkeling en loopbaanbegeleiding Rekening houdende met de verschillende veranderingsprojecten garandeert de RVP een actieve loopbaanbegeleiding. De RVP zet eveneens in op het ontwikkelen van de talenten en het potentieel van zijn medewerkers. De RVP ontwikkelt de benodigde competenties bij zijn medewerkers en schoolt waar nodig medewerkers om zodat ze op relatief korte termijn in staat zijn een nieuwe functie binnen de organisatie op te nemen. De RVP besteedt daarbij specifieke aandacht aan de heroriëntatie van medewerkers niveau D en C. Bestuursovereenkomst / 7 5

30 In het kader van deze doelstelling volgt de RVP volgende indicator op: Opleidingsinspanning (aantal dagen opleiding per medewerker) (FED 20) doelwaarde 5 dagen Artikel 40 ~ Leiderschap De nieuwe werkcultuur zoals bedoeld in artikel 32 vereist ook een nieuw soort leiderschap gebaseerd op resultaatgerichte aansturing en responsabilisering. De RVP investeert daarom in het verder ontwikkelen van leidinggevende competenties binnen de organisatie. Hierbij streeft de RVP ook naar een verbeterde, open communicatie tussen leidinggevende en medewerker met plaats voor regelmatige wederzijdse feedback. Jaarlijkse ontwikkelcirkels voor alle medewerkers en specifieke evaluaties voor de leidinggevenden binnen de organisatie spelen hierbij een belangrijke rol. Elke leidinggevende niveau A3 of hoger ondergaat voor het einde van deze overeenkomst minstens 2 keer een 360 evaluatie. De RVP breidt het gebruik van dit instrument stapsgewijs uit naar de overige leidinggevenden niveau A. Deze evaluaties worden gekoppeld aan een persoonlijk ontwikkelingsplan voor de leidinggevende. 3 0 / 7 5 Bestuursovereenkomst

31 5 Uitvoering verbintenissen Artikel 41 ~ Bestuursplan De RVP stelt jaarlijks een bestuursplan op met als doel het bepalen van de acties en de middelen nodig om de doelstellingen vastgesteld in deze bestuursovereenkomst te bereiken. Het plan zal de volgende elementen omvatten: ~ De actieplannen die de RVP zal ondernemen om de in deze bestuursovereenkomst overeengekomen doelstellingen te bereiken ~ De wijze waarop de in deze overeenkomst opgenomen indicatoren berekend zullen worden ~ Per dienst een visie, missie en strategie volgens welke die dienst in samenwerking met de andere diensten binnen de RVP zal bijdragen tot het realiseren van de in deze overeenkomst opgenomen doelstellingen ~ De investeringen betreffende logistiek en infrastructuur ~ De personeelsbehoeften voor de komende drie jaar Het plan waakt tot slot over de samenhang tussen de verschillende initiatieven. Bestuursovereenkomst / 7 5

32 3 2 / 7 5 Bestuursovereenkomst

33 Gemeenschappelijke verbintenissen Staat en OISZ 1 Algemene gemeenschappelijke verbintenissen voor beide partijen Artikel 42 ~ Contractuele gezagsverhouding De beleidskeuze voor de rechtsfiguur van de overeenkomst leidt tot een vervanging van de klassieke gezagsverhouding door een meer contractuele. Beide partijen verbinden zich derhalve tot structureel overleg en wederzijdse akkoorden als evenwaardige partners. Opdat de RVP zijn opdracht op een kwaliteitsvolle wijze kan uitvoeren, verbindt de Federale Staat zich ertoe de RVP de overeengekomen middelen ter beschikking te stellen. Dit is een substantiële voorwaarde opdat de RVP zou kunnen worden gehouden tot de naleving van de verbintenissen van deze overeenkomst. Artikel 43 ~ Paritair beheer De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe de principes van het paritaire beheer na te leven. Het Beheerscomité en de verantwoordelijken voor het dagelijks bestuur treden op als echte partners. Artikel 44 ~ Samenwerking De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe alles in het werk te stellen om gunstige voorwaarden te scheppen met het oog op de uitvoering van de wederzijdse verbintenissen die in deze overeenkomst zijn vastgelegd. Op dat vlak vormt het eerbiedigen van het voorafgaande overleg bedoeld in art. 52 een kritische succesfactor. Indien de RVP in het kader van een wettelijke opdracht moet samenwerken met een Federale overheidsinstelling verbindt de Federale Staat zich ertoe alle acties te ondernemen om de samenwerking van de overheidsinstelling met de RVP te waarborgen. 2 Verbintenissen over aanpassingen aangebracht tijdens de overeenkomst Artikel 45 ~ Inwinnen van adviezen, voorafgaand overleg en informatieverstrekking In overeenstemming met de bepalingen van de wet van 25 april 1963 legt de Federale Staat elk voorontwerp van wet of besluit tot wijziging van de wetgeving die de RVP moet toepassen voor advies aan het Beheerscomité van de RVP voor. In dit kader verbindt de Federale Staat zich ertoe de RVP op de hoogte te houden van de verschillende relevante legistieke fasen en de eventuele in de loop van de procedure aangebrachte wijzigingen mee te delen. De Staat verbindt zich ertoe contacten te leggen met de RVP om, enerzijds, rekening te houden met de technische aspecten en de haalbaarheid op het vlak van de toepassing van de overwogen wettelijke en reglementaire wijzigingen en, anderzijds, hem in staat te stellen de nodige aanpassingen voor te bereiden binnen een redelijke tijdspanne. Na overleg met de RVP legt de Federale Staat de datum van inwerkingtreding van de overwogen wijzigingen of nieuwe maatregelen vast, onder meer rekening houdend met de nodige tijd die vereist is om eventuele informatica-aanpassingen uit te voeren en een goede informatie aan de betrokkenen te verzekeren. 3 Verbintenissen over het wijzigen van de overeenkomst Artikel 46 ~ Wijziging van de overeenkomst De aanpassingen ingevolge objectieve parameters voorzien in de bestuursovereenkomst, namelijk de aanpassingen van opdrachten, taken, doelstellingen of indicatoren vermeld in de overeenkomst die geen weerslag hebben op de globale enveloppen voorzien in de overeenkomst zullen worden uitgevoerd volgens de procedure voorzien in artikel 8, 3, van het koninklijk besluit van 3 april Deze aanpassingen zullen worden medegedeeld aan de voogdijminister die zijn beslissing binnen de 30 werkdagen zal nemen en ze zullen ter informatie worden overgemaakt aan de ministers van Bestuursovereenkomst / 7 5

34 Begroting en van Ambtenarenzaken. Na deze termijn en indien geen beslissing wordt genomen, worden de aanpassingen beschouwd als zijnde goedgekeurd. Artikel 47 ~ Nieuwe opdrachten Iedere nieuwe opdracht toegewezen aan de RVP, bij of krachtens een wet, wordt in een aanhangsel bij de overeenkomst opgenomen. Over dit aanhangsel wordt onderhandeld door de voogdijminister, de minister bevoegd voor begroting, de minister tot wiens bevoegdheden de ambtenarenzaken behoren, de stemgerechtigde beheerders aangewezen door het beheersorgaan, evenals door de persoon belast met het dagelijks beheer en zijn adjunct. Dit aanhangsel wordt pas gesloten na goedkeuring van het beheersorgaan en treedt pas in werking na goedkeuring door de Koning en op de door hem bepaalde datum. Iedere andere aanpassing, voorgesteld door één van de partijen of door beide partijen, gebeurt overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 3 april Artikel 48 ~ Opvolging van de verbintenissen Voor een vlotte opvolging van de verbintenissen van beide partijen zullen alle wijzigingen bij de uitvoering van de overeenkomst worden geconsolideerd in hetzelfde document. Artikel 49 ~ Mededeling van de beslissingen De Federale Staat verbindt zich ertoe de beslissingen genomen tijdens het begrotingsconclaaf zo spoedig mogelijk aan de RVP mee te delen. De regeringscommissarissen zullen erop toezien dat deze beslissingen aan de RVP optimaal worden medegedeeld. 4 Verbintenissen over de opvolging van de uitvoering van de overeenkomsten Artikel 50 ~ Opvolging van het bereiken van de doelstellingen De Federale Staat en de RVP verbinden zich ertoe het bereiken van de doelstellingen en het uitvoeren van de projecten zoals beschreven in de bestuursovereenkomst aandachtig op te volgen. Artikel 51 ~ Jaarlijkse evaluatie Met het oog op de jaarlijkse toetsing van de uitvoering van de wederzijdse verbintenissen verbinden de overeenkomstsluitende partijen zich ertoe overeenkomstig artikel 8, 3, derde lid, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 jaarlijks en per instelling, een overlegvergadering te beleggen tussen de regeringscommissarissen en de vertegenwoordigers van de instelling. Over de resultaten van dit overleg wordt door de deelnemers een tegensprekelijk en gemotiveerd verslag opgesteld, dat met betrekking tot de aangelegenheden waarover geen overeenstemming wordt bereikt, de onderscheiden standpunten weergeeft. Artikel 52 ~ Periodiek overleg Om de correcte en adequate uitvoering, door de Federale Staat en door de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid, van de verbintenissen die uit deze bestuursovereenkomst voortvloeien mogelijk te maken, zal de Federale Staat een overleg organiseren met betrekking tot budgettaire maatregelen en maatregelen inzake het openbaar ambt die een betekenisvolle impact kunnen hebben op de lopende bestuursovereenkomsten. Bovendien organiseert de Federale Staat een regelmatig overleg met de OISZ en de sociale gesprekspartners over de uitvoering van dit hoofdstuk en de engagementen die er in zijn voorzien. 3 4 / 7 5 Bestuursovereenkomst

35 Artikel 53 ~ Planning De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich er toe een planning na te leven voor de rapporterings- en opvolgingsopdrachten waarmee de regeringscommissarissen en de instellingen zijn belast. De planning wordt vastgelegd in gezamenlijk overleg tussen de regeringscommissarissen en de instelling. Hij wordt aan de voogdijminister(s) en aan de minister van Begroting en aan de minister van Ambtenarenzaken voorgelegd. Deze planning voor de jaarlijkse evaluatie mag evenwel geen termijnen voorzien die de hieronder vermelde termijnen overschrijden: ~ bezorgen van een ontwerp van toetsing van de uitvoering van de wederzijdse verbintenissen door de instelling aan de Regeringscommissarissen ten laatste op 31 maart van het jaar dat volgt op het te evalueren jaar; ~ overlegvergadering binnen de 15 werkdagen volgend op de indiening van het ontwerp van toetsing van de uitvoering van de wederzijdse verbintenissen door de RVP; ~ bezorgen van het tegensprekelijk en gemotiveerd verslag over de resultaten van het overleg binnen de 15 werkdagen die volgen op de overlegvergadering; ~ in voorkomend geval, aanpassing van de bestuursovereenkomst aan de gewijzigde situatie ter uitvoering van artikel 8, 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 april 1997.Verbintenissen na de evaluatie van de uitvoering van de overeenkomst. Artikel 54 ~ Weerslag van maatregelen beslist na de ondertekening van de overeenkomst In het kader van de jaarlijkse toetsing van de uitvoering van de wederzijdse verbintenissen opgenomen in de bestuursovereenkomst en in de context van het sluiten van bestuursovereenkomsten zal de Federale Staat rekening houden met de weerslag van de maatregelen waarover werd beslist of die werden ingevoerd na het sluiten van onderhavige overeenkomst en die hebben geleid tot een relevante en meetbare stijging van de taken of van hun complexiteit of van sommige uitgaven, voor zover de RVP de weerslag van die wijzigingen tijdig heeft meegedeeld. Artikel 55 ~ Naleving van de verbintenissen Wanneer één van de partijen de aangegane verbintenissen niet volledig of slechts gedeeltelijk kan naleven, zal deze partij de andere partij hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen en zal ze met de andere partij overleg plegen om maatregelen af te spreken om die situatie te verhelpen of op te vangen. In geval van een geschil over de al dan niet naleving van alle of een gedeelte van de in deze overeenkomst opgenomen verbintenissen of in geval van een fundamenteel meningsverschil over de maatregelen die moeten worden genomen om een tekortkoming te verhelpen, zullen de partijen trachten, in de mate van het mogelijke, het met elkaar eens te worden. In geval van blijvende onenigheid worden de partijen het in een tegensprekelijk verslag eens over de beste manier om de overeenkomst op te zeggen. Bij gebrek aan een afgesproken akkoord of in geval van niet-naleving van het gevolg dat aan dergelijk akkoord wordt gegeven, zal het dossier worden voorgelegd aan de Ministerraad, na advies van het Beheerscomité van de betrokken instelling en van het College van de OISZ. 5 Verbintenissen over het beheer van de financiering Artikel 56 ~ Thesaurieplan Na overleg met de RSZ en het RSVZ en met respect voor het begrotingsbeleid, verbindt de Staat er zich toe het thesaurieplan na te leven dat jaarlijks opgesteld wordt voor de storting van de financiële middelen (rijkstoelagen, alternatieve financiering en andere) door de Federale Staat aan het Globaal financieel beheer van het stelsel van de werknemers en van het sociaal statuut van de zelfstandigen. Bestuursovereenkomst / 7 5

36 Artikel 57 ~ Basishypotheses De Staat verbindt zich ertoe aan de instelling de noodzakelijke basishypotheses mee te delen voor het opmaken van de opdrachtenbegroting, tussen 12 en 17 werkdagen vóór de vergadering van het Beheerscomité van de sociale zekerheid (of van de Raad van Bestuur van het RSVZ) tijdens dewelke het budgettair verslag aan de regering wordt opgemaakt of vóór de einddatum voorzien voor het bezorgen van de begrotingstabellen indien dit vroeger wordt gevraagd. Het gaat hier om de basishypotheses die door het Wetenschappelijk Comité voor de economische begroting worden vastgelegd. 6 Overheveling van bevoegdheden Artikel 58 ~ Overheveling van bevoegdheden De Staat verbindt zich ertoe de overheveling van bevoegdheden voorzien in het kader van de staatshervorming te laten verlopen in overleg met de betrokken instellingen, met eerbiediging van het paritair beheer, om een optimale overheveling te garanderen, namelijk voor de personeelsleden die thans werkzaam zijn bij deze instellingen, en om de sociaal verzekerde verder een doeltreffende en kwaliteitsvolle dienstverlening te kunnen aanbieden. De instelling verbindt zich ertoe om deel te nemen aan elke technische werkgroep met betrekking tot de overdracht van bevoegdheden en om de nuttige inlichtingen te verschaffen tijdens de voorbereidende fase van deze overdracht. De Staat verbindt zich ertoe om de instelling in elke opgerichte werkgroep op te nemen met het oog op de voorbereiding van de overheveling van bevoegdheden. De instellingen die betrokken zijn bij de overdracht van bevoegdheden moeten de in het kader van de gemeenschappelijke bepalingen aangegane verbintenissen echter slechts naleven als die verenigbaar zijn met de beleidsbeslissingen die in het kader van die overdrachten zullen worden genomen. 7 Verbintenissen inzake synergieën tussen de OISZ Artikel 59 ~ Gemeenschappelijke HR-bepalingen 1 Loonmotor Een impact- en haalbaarheidsstudie aangaande de oprichting van een gemeenschappelijk platform van diensten inzake wedden (loonmotor, opvolging van de wetgeving personeel en organisatie op het vlak van statuut en loopbaan, ), met inbegrip van de beoogde efficiëntiewinsten, zal gerealiseerd worden tegen 30 juni Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met de contractuele verplichtingen van de instellingen die over een eigen of specifieke loonmotor beschikken alsook met de door hen te verrichten investeringen. Indien uit de impact- en haalbaarheidsstudie een batig kostenresultaat blijkt, zal een wettelijk kader voor de oprichting van een gemeenschappelijke Dienst Wedden in de schoot van een bestaande OISZ tegen 31 december 2013 gecreëerd worden. De doelstelling is het aansluiten van een maximaal aantal OISZ bij deze Dienst Wedden vóór het einde van deze bestuursovereenkomst. 2 E-HR toepassingen De OISZ engageren zich om tegen het einde van de bestuursovereenkomst, e-hr-toepassingen te ontwikkelen zodat de reglementair voorziene papierstromen inzake personeelsaangelegenheden tegen het einde van de bestuursovereenkomst in iedere instelling kunnen verminderd worden met 33 %. 3 Werkmeting De OISZ engageren zich om tegen het einde van de bestuursovereenkomst een methodologie te ontwikkelen voor de werkmetingen, die als objectieve basis zullen dienen voor het opstellen van het 3 6 / 7 5 Bestuursovereenkomst

37 personeelsplan van de operationele diensten. De conceptuele en de ondersteunende diensten zullen in een later stadium aan bod komen. 4 Anders werken (New Way of Working) De OISZ engageren zich om tegen het einde van de bestuursovereenkomst aan tenminste 30% van hun medewerkers de mogelijkheid te bieden om te telewerken, thuis of in een satellietkantoor ( %; %; %). Bovendien zal er, na syndicaal overleg in de basisoverlegcomités van de instellingen, een aangepaste vorm van arbeidstijdregeling worden voorgesteld, waarbij rekening zal gehouden worden met deze nieuwe vormen van werken. 5 Selectie & Werving Het College van OISZ zal jaarlijks van zodra het budgettaire kader vaststaat, op basis van de afzonderlijke personeelsplannen, afspraken maken omtrent gemeenschappelijke initiatieven voor het organiseren van wervings- en/of bevorderingsselecties, overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst met Selor, afgesloten op 17 februari De wervingsselecties kunnen zowel extern als via de interne markt georganiseerd worden en zullen het diversiteitsbeleid van de regering ondersteunen. De OISZ verbinden er zich toe om de helft van alle vacatures ook via de interne markt (Federale mobiliteit) open te stellen. 12 maanden na de inwerkingtreding van het contract zal deze doelstelling worden geëvalueerd en eventueel herzien worden in overleg met de Staatssecretaris bevoegd voor Ambtenarenzaken. Er wordt systematisch overleg gepleegd tussen de OISZ en Selor op alle gebieden van het personeelsbeheer, namelijk om de nieuwe taken waarmee Selor zou belast worden over te dragen aan de OISZ, in voorkomend geval door de nodige reglementaire aanpassingen aan te brengen of door SLA's te sluiten, zoals voorzien bij voormelde samenwerkingsovereenkomst tussen de OISZ en Selor. 6 Opleiding & Ontwikkeling ~ Vanaf 2013 zal op initiatief van het College van OISZ een gemeenschappelijke opleiding Sociale Zekerheid voor alle medewerkers van de OISZ, ingericht worden. ~ Jaarlijks zal het College van OISZ de, in de afzonderlijke instellingen, bestaande opleidingen die in synergie kunnen aangeboden worden aan de medewerkers van de verschillende OISZ, bundelen en delen. ~ Het College van OISZ zal jaarlijks van zodra het budgettaire kader vaststaat, op basis van de opleidingsplannen van de verschillende OISZ, afspraken maken omtrent nieuwe gemeenschappelijke initiatieven met betrekking tot opleiding en ontwikkeling van hun medewerkers. 7 Diversiteit De OISZ verbinden zich ertoe de diversiteit te promoten door te zorgen voor de gelijkheid van kansen voor mannen en vrouwen, voor personen van vreemde origine of voor personen met een handicap, wat betreft de aanwerving, de vorming, de ontwikkeling van de vaardigheden en de evolutie van de loopbaan, zowel in het kader van de selectie- en promotieprocedures als in het kader van het dagelijkse werk. De OISZ zullen ernaar streven om tegen het einde van de bestuursovereenkomst een tewerkstellingsgraad van drie procent personen die erkend zijn als personen met een handicap te hebben, door het systematisch raadplegen van de specifieke lijst van de aparte wervingsreserve van Selor. In dezelfde periode zullen de OISZ een tewerkstellingsgraad van minstens één derde vrouwen in de mandaat- en directiefuncties en in de functies van niveau A3 tot A5 proberen te bereiken. Bestuursovereenkomst / 7 5

38 8 Communicatie en reporting De OISZ verbinden zich ertoe hun verplichtingen inzake communicatie en reporting over het openbaar ambt na te leven en op constructieve wijze aan elke toekomstige verplichting ter zake mee te werken. In dit opzicht verbindt de Federale Staat zich ertoe vooraf overleg te plegen over de meest doeltreffende manier om informatie uit te wisselen. Artikel 60 ~ Gemeenschappelijke ICT-bepalingen 1 Virtualisering De OISZ engageren zich ertoe om de infrastructuurkosten ICT te verminderen via volgende twee initiatieven, met name: ~ OISZ servers virtualiseren voor betere kosten-baten ratio en hogere stabiliteit ~ OISZ virtuele desktop / thin mobile client om veiliger en mobieler te kunnen werken 2 Centraliseren van printing De OISZ verbinden zich ertoe om tegen het einde van de bestuursovereenkomst ~ de lokale of individuele printers binnen de OISZ te vervangen door een beperkter aantal multifunctionele toestellen die door verschillende personen worden gebruikt (verdieping, groep van gebruikers, dienst, ) om de kostprijs per blad te verbeteren en de verbruikskosten te drukken (toners, onderhoud, enz.) ~ de drukopdrachten en verzendingen van papieren documenten zo veel mogelijk te centraliseren door functies die momenteel op een decentraal of extern niveau worden uitgevoerd, over te nemen. Bovendien zal een studie worden gerealiseerd om de beschikbare centrale productiecapaciteit binnen de OISZ meer optimaal te benutten of die te delen met andere FOD s. Met het oog op een LEAN-effect zullen alle binnenkomende of uitgaande papieren stromen die niet wettelijk verplicht zijn, zowel intern als extern worden afgeschaft en indien nodig worden vervangen door IT-oplossingen (internet, intranet, e-box, elektronische gegevensstromen, documentatie online, ) die onder punt 4 van dit artikel worden beschreven. 3 Centraliseren van ICT aankopen en ICT beheer De OISZ zullen het aankoopcentrale-model gebruiken met behoud van onafhankelijkheid qua aantallen en met een proces om binnen OISZ naar een aantal type oplossingen te evolueren om maximale recurrente voordelen te kunnen bekomen op volgende domeinen: ~ IT diensten (IT lastenboeken, IT project beheer, IT Disaster Recovery Planning, IT helpdesk, IT monitoring, IT opleidingen, data archivering, sociale media opvolging) ~ Centrale data center ~ Hardware oplossingen ~ Databank software licenties ~ Toepassingssoftware licenties (zowel algemene als specifieke) ~ Operating systeem software en middleware licenties ~ Telecommunicatie kosten (VoIP, netwerkverbindingen) ~ IT consultants 4 Elektronisch documentbeheer en elektronisch workflowbeheer De OISZ zullen een analyse maken over de haalbaarheid van een gecoördineerde aanpak voor scanning en elektronische document afhandeling via een gemeenschappelijk platform. Het gebruik van de ebox voor elektronische communicatie met de burger zal maximaal worden gepromoot, bij voorkeur binnen gestroomlijnde, herkenbare en toegankelijke omgevingen voor de sociaal verzekerden. 3 8 / 7 5 Bestuursovereenkomst

39 Tenslotte zal worden nagegaan hoe jaarlijkse verzendingen kunnen worden gegroepeerd in gemeenschappelijke zendingen (bijvoorbeeld fiscale fiches en pensioenfiches samen opsturen). Ook het gebruik van de aangetekende zendingen zal worden gereduceerd zo nodig mits aanpassing van het reglementaire kader. 5 Afstemming van regelgeving en ICT Gelijke situaties op het terrein die door de wetgeving substantieel anders worden benaderd hebben een impact op de ICT kost en de OISZ werkingskost. Bijkomende kosten kunnen ook worden vermeden door het ontwikkelen van een goed releasebeleid en de hergroepering van bepaalde functionaliteiten. De OISZ verbinden zich ertoe om een inventaris tegen eind 2013 op te stellen van concrete verbeteringen, ondermeer door een vereenvoudiging en standaardisering van begrippen. Artikel 61 ~ Gemeenschappelijke bepalingen logistiek De OISZ zullen actief meewerken aan het Optifed-programma. Op basis van de costing-out-analyses van het OPTIFED-programma zullen de aanbevelingen of suggesties worden doorgevoerd. Zoals hoger aangegeven (artikelen 59 en 60), schakelen de OISZ zich ook expliciet in in transversale ICTprojecten en in nieuwe vormen van werken. Een kadaster van het onroerend patrimonium van het geheel van de OISZ zal opgericht worden tegen het einde van het eerste trimester van Vanaf 1 april 2013 zal elke vraag tot huur, koop, verhuur, verkoop en grondige renovatie van gebouwen vooraf voorgelegd moeten worden aan het College van OISZ, dat een gemotiveerd advies zal geven met betrekking tot de toereikendheid en de samenhang met het globaal beheersplan van het onroerend patrimonium van het geheel van de OISZ. Op basis daarvan zal tegen eind 2013 eveneens een impact- en haalbaarheidsanalyse worden uitgevoerd (situatie AS IS en TO BE, organisatorisch model voor het concrete beheer van de gebouwen, SLA, ) om, in het kader van een interne en voor alle OISZ gemeenschappelijke dienstverlening, te evolueren naar een algemeen beheer van de gebouwen van de OISZ, waaronder ook de aspecten in verband met de infrastructuur, energieverbruik, verzekeringen, enz. Met het oog op een optimaal beheer van de gebouwen zal een SLA worden afgesloten. De OISZ zullen nagaan of de door de Regie der Gebouwen vastgestelde normen worden nageleefd. Zij zullen eveneens streven naar een optimale spreiding en verdeling van de beschikbare ruimtes. e-procurement is de verzamelterm voor het gebruik van elektronische methodes in verschillende fases van het aankoopproces van de overheid. Deze fases zijn in grote lijnen: het bekendmaken van de overheidsopdracht en de aanverwante documenten, het indienen bij de administratie, via het internet, van aanvragen tot deelneming (kandidaturen) en offertes door potentiële leveranciers, het evalueren en gunnen van de opdracht aan de leverancier met de offerte met de beste verhouding inzake prijs en kwaliteit en het factureren en uitvoeren van de betalingen. Ook het organiseren van omgekeerde elektronische veilingen, waarbij kan worden bepaald welke leverancier de laagste prijs vraagt, en de terbeschikkingstelling van dynamische producten en catalogi van diensten zijn mogelijkheden. De dienst e-procurement van de FOD P&O verzekert de ontwikkeling, de implementatie en het onderhoud van de toepassingen en stelt ze kosteloos ter beschikking van alle overheden. De OISZ verbinden er zich toe om ten laatste tegen het einde van de bestuursovereenkomst hun overheidsopdrachten elektronisch af te handelen. De timing die is opgenomen in de omzendbrief P&O/2012/e-Proc. van 30 november 2012 Overheidsopdrachten Gebruik van de e-procurementtoepassingen door de diensten van de Federale Staat, gepubliceerd in het Staatsblad van 7 december 2012, zal hierbij als uitgangspunt genomen worden. Bestuursovereenkomst / 7 5

40 De OISZ verbinden zich tot het respecteren van de instructies voor de aankoopdiensten, die de versterking van de duurzaamheid van de federale overheidsopdrachten beogen en zijn opgenomen in het handboek van de duurzame aankopen alsook in de gids van de duurzame aankopen. Artikel 62 ~ Bepalingen inzake interne audit Wat de synergie inzake de opstart en uitbouw van de interne auditfuncties en auditcomités in hun instellingen betreft, engageren de OISZ zich tot de volgende gemeenschappelijke doelstellingen: ~ tegen eind 2013 zal het College een definitief voorstel formuleren inzake de positie, de organisatie en samenstelling van de Auditcomités in de OISZ; ~ tijdens de looptijd van de Bestuursovereenkomst zal onder de coördinatie van het College van OISZ een gemeenschappelijk initiatief worden genomen met het oog op de afstemming van de planning en methoden van de interneauditfuncties met de activiteiten van de andere toezichtsactoren binnen de OISZ, in eerste instantie het Rekenhof, bijvoorbeeld door het afsluiten van een protocol; ~ er zullen per kalenderjaar minstens 4 bijeenkomsten van het PLATINA-netwerk worden georganiseerd met het oog op de gemeenschappelijke opbouw, afstemming en uitwisseling tussen de interneauditfuncties van de OISZ van kennis en goede praktijken op conceptueel, methodologisch en organisatorisch vlak; ~ voor het einde van het eerste trimester van elk jaar zal het PLATINA-netwerk ten behoeve van het College van OISZ en de afzonderlijke auditcomités een rapport opmaken met daarin een overzicht van de activiteiten van het netwerk in het voorbije kalenderjaar, de voornaamste evoluties op vlak van interne audit binnen de afzonderlijke OISZ, alsook de initiatieven die werden genomen op vlak van de afstemming en samenwerking met de andere toezichtsactoren in de OISZ. Artikel 63 ~ Synergieën openstellen voor andere partners De OISZ wensen de synergieën open te stellen voor hun partners van het secundaire netwerk zodat die kunnen profiteren van de effectieve besparingen die daaruit kunnen voortvloeien op het vlak van hun werkingskosten, door hun financieringsniveau, zodat het optimale beheer van hun opdrachten gewaarborgd blijft. In het kader daarvan stellen de OISZ voor om met hun secundaire netwerk overleg te plegen over een uitwisseling van de goede praktijken inzake synergieën en na te gaan in welke domeinen die zouden kunnen worden ontwikkeld. Er zou daarbij een gemeenschappelijk actieplan of een plan voor de uitbreiding van de synergieën kunnen worden uitgewerkt, rekening houdende met de respectieve statuten van de instellingen van de secundaire netwerken. Artikel 64 ~ Herziening van administratieve organisatie van de sociale zekerheid Het College van OISZ en de sociale gesprekspartners zullen in gezamenlijk overleg een haalbaarheidsanalyse maken en scenario s voorstellen m.b.t. een herziening van administratieve organisatie van de sociale zekerheid. Doel is om, met respect van de principes van het paritair beheer, na te gaan hoe schaalvoordelen kunnen worden gerealiseerd, o.m. op het vlak van integratie van beheersprocessen en -structuren. Hierbij zullen de meewerkende instellingen worden betrokken. Artikel 65 ~ Rapportering De OISZ zullen bij de voorbereiding en uitwerking van de voorziene initiatieven beroep doen op een aangepaste projectstructuur waartoe iedere instelling bijdraagt en die rapporteert aan het College van OISZ. Per project zal een actieplan worden opgesteld. 4 0 / 7 5 Bestuursovereenkomst

41 Het College van de OISZ zal jaarlijks een verslag opstellen in verband met de verwezenlijkingen en de gerealiseerde besparingen met betrekking tot de artikelen 59, 60, 61 en 62 alsook in verband met het eerbiedigen van het overleg bedoeld in art. 52 ter attentie van de Federale Staat en de sociale partners. 8 Budgettair, financieel en boekhoudkundig luik De inhoud van dit hoofdstuk wordt geregeld bij het KB van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid, het KB van 22 juni 2001 tot vaststelling van de regelen inzake de begroting, de boekhouding en de rekeningen van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid die zijn onderworpen aan het bovenvermelde KB van 3 april 1997 en de respectieve omzendbrieven. Artikel 66 ~ Beheersbegroting De beheersbegroting omvat het geheel van de ontvangsten en uitgaven die op het beheer van de RVP betrekking hebben, zoals opgesomd in bijlagen 1 en 2 van de omzendbrief van 19 juli 2007 aan de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid. In het jaar van de overgang naar het systeem van vastgesteld recht moet de Regering éénmalig de nodige personeelskredieten voorzien voor de betaling van 13 maanden aan weddes. Artikel 67 ~ Eigen ontvangsten De eigen ontvangsten, die voortvloeien uit prestaties die kaderen binnen de opdrachten van de RVP, en geleverd worden aan derden op basis van een terugvordering van de kosten, worden toegevoegd aan de beheersenveloppe van het lopende jaar mits naleving van de procedure inzake bepaling en aanpassing van de budgetten, zoals vastgelegd in het koninklijk besluit van 3 april De eigen beheersontvangsten, die voortvloeien uit de terugbetaling van personeels- en andere werkingskosten die een instelling van sociale zekerheid heeft verricht voor rekening van een andere OISZ in het kader van de ter beschikking stelling van personeelsleden (bijvoorbeeld voor een gemeenschappelijke Auditdienst) of in het kader van de levering van diensten (bijvoorbeeld drukwerken), worden toegevoegd aan de beheersenveloppe van het lopende jaar mits het akkoord wordt bekomen van de regeringscommissarissen van de betrokken instellingen en de FOD Budget en Beheerscontrole regelmatig wordt geïnformeerd. Als incentive voor goed beheer mogen de eigen beheersontvangsten die tijdens het lopende jaar ontstaan ingevolge de verhuur van onroerende goederen worden toegevoegd aan de beheersenveloppe van het volgende jaar ofwel volledig in geval van verhuur tegen kostprijs aan een andere overheidsdienst, ofwel voor de helft in geval van verhuur tegen marktprijs aan een andere derde. Het betreft hier een bijkomende beheersenveloppe voor het volgende jaar, waarvoor een gunstig advies van de Regeringscommissaris, die de Minister van Begroting vertegenwoordigt, vereist is. De OISZ mogen bovendien diensten (bijvoorbeeld drukwerken) leveren aan derden, andere dan OISZ, welke gefactureerd worden tegen marktprijs. De bij deze levering gemaakte personeels- en andere werkingskosten mogen integraal worden toegevoegd aan de beheersenveloppe van het volgend jaar. Als incentive voor goed beheer, mag het verschil tussen de gefactureerde marktprijs en de gemaakte personeels- en andere werkingskosten voor de helft worden toegevoegd aan de beheersenveloppe van het volgende jaar. Het betreft hier een bijkomende beheersenveloppe voor het volgende jaar, waarvoor een gunstig advies van de Regeringscommissarissen, die de Minister van Begroting en de voogdijminister(s) vertegenwoordigen, vereist is. Bestuursovereenkomst / 7 5

42 Artikel 68 ~ Wijzigingen tijdens de uitvoeringsperiode Indien tijdens de uitvoeringsperiode van deze bestuursovereenkomst de RVP bijkomende opdrachten (in front- en/of backoffice) dient uit te voeren die aanleiding geven tot een verhoogde beheerskost, worden haar beheerskredieten verhoogd met een noodzakelijk geacht bedrag bepaald (na analyse van de behoeften binnen het kader van de toegekende enveloppen) in onderling overleg tussen de instelling en de Regering, vertegenwoordigd door de voogdijminister(s) de Minister van Begroting en, in voorkomend geval, de Minister van Ambtenarenzaken. Indien de beschikbare middelen (inzake personeel of budget) worden verminderd of de opdrachten worden uitgebreid zonder dat de kredieten worden verhoogd, zal dit gebrek aan middelen zijn weerslag krijgen op de uitvoering van de doelstellingen van de overeenkomst, op basis van een objectief meetinstrument en na een constructief overleg. Artikel 69 ~ Categorieën De verdeling van de begrotingsartikelen in de verschillende categorieën geschiedt in overeenstemming met de omzendbrief van 19 juli 2007 houdende richtlijnen betreffende het budgettaire luik van de bestuursovereenkomsten van de Openbare instellingen van sociale zekerheid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: ~ de personeelsuitgaven; ~ de gewone werkingsuitgaven; ~ de informaticawerkingsuitgaven; ~ de investeringsuitgaven verdeeld in drie delen: onroerende goederen, informatica en roerende goederen. Artikel 70 ~ Limitatieve en niet limitatieve kredieten De beheersbegroting bevat enkel limitatieve kredieten, met uitzondering van de kredieten met betrekking tot de directe en indirecte belastingen, vergoedingen verschuldigd als gevolg van fiscale bepalingen of uitgaven ten gevolge van gerechtelijke procedures of uitspraken. Artikel 71 ~ Overdrachten tijdens eenzelfde begrotingsjaar De overdrachten tijdens eenzelfde begrotingsjaar tussen de kredieten, zoals voorzien in artikel 14, 1, van het KB van 3 april 1997, worden zo spoedig mogelijk door de Regeringscommissaris van Begroting behandeld, onder de voorwaarden voorzien in voormeld artikel 14, 1. Artikel 72 ~ Overdrachten naar het volgende begrotingsjaar De overdracht van kredieten naar het volgende begrotingsjaar wordt onder de voorwaarden voorzien in artikel 14, 2, van hetzelfde besluit toegestaan. De kredieten die op reglementair correcte wijze van het ene naar het andere jaar worden overgedragen, worden aan de kredieten van het lopende jaar toegevoegd. 4 2 / 7 5 Bestuursovereenkomst

43 Artikel 73 ~ Beheersbegroting voor het jaar 2013, 2014 en 2015 De beheersbegroting van de instelling voor de jaren 2013, 2014 en 2015, die overeenkomstig artikel 66 en de beslissing van de Ministerraad van werd bepaald, wordt als volgt vastgelegd: in euro (1) 2015 (1) Personeelsuitgaven Werkingsuitgaven waarvan: Gewone werking Informatica Investeringen waarvan: Roerende investeringen Informatica-investeringen Onroerende investeringen TOTAAL (1) Voor de begrotingsjaren 2014 en 2015: berekening in prijzen van 2013 Deze beheersenveloppe omvat eveneens de kredieten voor de uitvoering van goedgekeurde regeringsmaatregelen en voor de uitvoering van moderniseringsprojecten, zoals beschreven in de bestuursovereenkomst. Overeenkomstig artikel 5 van het KB van 3 april 1997 wordt het maximumbedrag van de kredieten voor het statutair personeel vastgelegd op ,47 EUR voor de jaren 2013, 2014 en De bedragen die zullen dienen als basis voor de berekening van de patronale pensioenbijdragen voor de Pool der parastatalen, zullen instelling per instelling bepaald worden in overleg met het College, de PDOS en de FOD Budget en Beheerscontrole. De betaling door de OISZ van de patronale pensioenbijdragen voor de Pool der parastatalen vormt een neutrale financiële en budgettaire operatie. De uitvoering van de begroting 2013 zal geschieden overeenkomstig de beslissingen van de Ministerraad van Voor zover dit mechanisme nog toepasselijk is en in de mate dat dit het geval zal zijn, zal jaarlijks een provisie voor de uitbetaling van de achterstallige competentiepremies die verschuldigd zullen zijn, worden aangelegd. Het bedrag van de per OISZ toegestane personeelsuitgaven, zoals vermeld in de bestuursovereenkomst, zal worden verhoogd met het nodige bedrag voor de uitbetaling van de achterstallen betreffende de in september uitbetaalde competentiepremies, voor zover het totaal van de bedragen van alle instellingen het totaal bedrag van de provisie niet overschrijdt. Deze verhoging zal in de maand oktober worden toegestaan door de minister van Begroting, op voorstel van de voogdijminister(s) van de betrokken instelling en op basis van bewijsstukken voor de verrichte uitbetalingen en op advies van de Regeringscommissaris die de Minister van Begroting bij de instelling vertegenwoordigt. De begrotingsbedragen voor de jaren 2014 en 2015 worden verkregen op basis van de berekeningsmethode eigen aan de instelling en op basis van de huidige hypotheses. Deze bedragen kunnen jaarlijks worden herzien en worden dus ter informatie vermeld. In de mate van het mogelijke en binnen de mogelijkheden van het begrotingsbeleid van de Federale Staat verbindt de Federale Staat zich niettemin ertoe de ingeschreven bedragen (of de opnieuw geschatte bedragen in geval van herschatting) maximaal in acht te nemen voor de werkingsjaren 2014 en Indien de Federale Staat dit begrotingskader niet in acht kan nemen binnen de context van het begrotingsbeleid van de Staat en voor zover de begrotingsbeslissingen de realisatie van bepaalde in deze overeenkomst opgenomen projecten of doelstellingen in gevaar zouden kunnen brengen, zal de instelling, in voorkomend geval, na overleg met de voogdijminister en de minister van Begroting, de te Bestuursovereenkomst / 7 5

44 bereiken doelstellingen met een overeenkomstig bedrag aanpassen aan de hand van haar model inzake automatische bepaling van de beheerskredieten. Bij de evaluatie van de overeenkomst zal rekening worden gehouden met de tussentijdse aanpassing van de doelstellingen. Artikel 74 ~ Jaarlijkse herziening Bij ongewijzigd beleid zullen voor de jaren 2014 en 2015 de bedragen van elke uitgavencategorie op de volgende manier herzien worden, na toepassing van de begrotingsbesparingen die beslist worden door de overheid en eventuele verdere heronderhandeling van de verbintenissen van de OISZ: 1 Personeelskredieten De personeelskredieten zullen in functie van de evolutie van de gemiddelde vereffeningscoëfficiënt geparametriseerd worden volgens de formule: Gemiddelde vereffeningscoëfficiënt van de lonen jaar N (1) Gemiddelde vereffeningscoëfficiënt van de lonen jaar N-1 (2) (1) hypothese van het economisch budget van het Planbureau (2) reële coëfficiënt Indien het globaal bedrag van het personeelskrediet berekend volgens bovenstaande formule evenwel lager is dan het bedrag bekomen door middel van de berekeningsmethode eigen aan de instelling, vermeld in artikel 73 van deze bestuursovereenkomst, en voor zover daardoor het bereiken van bepaalde doelstellingen of de realisatie van bepaalde projecten zoals opgenomen in deze overeenkomst in gevaar zou komen, zal deze problematiek op initiatief van de betrokken instelling besproken worden tijdens de begrotingsvoorafbeelding of de begrotingscontrole en kunnen bijkomende kredieten eventueel worden toegekend. De verplichte, noodzakelijke en onvoorziene bijkomende personeelsuitgaven die het gevolg zijn van een beslissing van de Regering zullen aan de personeelskredieten worden toegevoegd overeenkomstig de aanpassingsprincipes vermeld in artikel Werkings- en investeringskredieten met uitzondering van de onroerende investeringskredieten De kredieten van het vorige jaar evolueren in functie van het gezondheidsindexcijfer, die beschreven wordt in het economisch budget, dat als basis dient voor de vaststelling van het budget van het betrokken jaar. Indien door de toepassing hiervan de realisatie van bepaalde projecten of het bereiken van bepaalde doelstellingen opgenomen in deze overeenkomst in gevaar zou komen, zal deze problematiek op initiatief van de instelling besproken worden tijdens de begrotingsvoorafbeelding of de begrotingscontrole en kunnen bijkomende kredieten eventueel worden toegekend. 3 Onroerende investeringskredieten De onroerende investeringskredieten worden elk jaar in functie van de behoeften bepaald, voor zover de Regeringscommissaris van Begroting hieromtrent een gunstig advies heeft verleend en voor zover ze zich inschrijven in een meerjarig programma. Artikel 75 ~ Onroerende verrichtingen Binnen de grenzen van haar opdrachten kan de instelling beslissen over de verwerving, de aanwending of de vervreemding van lichamelijke en onlichamelijke goederen en de vestiging of de 4 4 / 7 5 Bestuursovereenkomst

45 opheffing van zakelijke rechten op deze goederen, alsmede over de uitvoering van dergelijke beslissingen. Elke beslissing tot verwerving, oprichting, renovatie of vervreemding van een onroerend goed of recht, waarvan het bedrag 5 miljoen euro overschrijdt, is onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de voogdijminister(s) en van de minister tot wiens bevoegdheid de begroting behoort. Voor zover de instelling behoort tot het Globaal beheer, vereisen de bestemming van de opbrengst van een vervreemding van de onroerende goederen en de toevoeging van deze opbrengst aan de beheersenveloppe van het lopende jaar het voorafgaand akkoord van de voogdijminister(s) en van de minister bevoegd voor begroting. Deze bijkomende beheersenveloppe moet worden gebruikt voor de oprichting of aankoop van een ander gebouw of voor renovatiewerken in een bestaand gebouw, in het kader van een beleid van optimaal gebruik van de onroerende goederen (bv. bij de uitrol van telewerk). Artikel 76 ~ Bezorgen van periodieke staten De instelling zal, overeenkomstig de richtlijnen van de Regering, aan de voogdijminister(s) en aan de minister bevoegd voor begroting, evenals aan de FOD Sociale Zekerheid en aan de FOD Budget en Beheerscontrole, een staat van de ontvangsten en uitgaven aangaande het beheer bezorgen. 9 Transversale projecten in uitvoering van het federaal beleid Artikel 77 ~ Meewerken aan transversale projecten De OISZ engageren zich ertoe, ieder wat hen betreft, om mee te werken aan de uitvoering van de programma s inzake administratieve vereenvoudiging, inzake armoedebestrijding en inzake bestrijding van sociale fraude. Ze zullen ook in hun dagdagelijks beheer aandacht hebben voor initiatieven met betrekking tot het beleid van duurzame ontwikkeling. De instelling zal toezien op de toepassing van het beginsel van handistreaming, in overeenstemming met de bepalingen van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarbij op transversale wijze de integratie van personen met een handicap in alle domeinen van het maatschappelijk leven bevorderd wordt, door een beroep te doen op de contactpersoon die in elke instelling aangeduid werd en in samenwerking met het federale coördinatiemechanisme opgericht bij de FOD Sociale Zekerheid. 10 Slotbepalingen Artikel 78 ~ Andere wettelijke verplichtingen De verbintenissen van deze bestuursovereenkomst doen geen afbreuk aan de verplichting van de instelling om de diverse wettelijke en reglementaire teksten na te leven die algemene richtlijnen bevatten voor de instellingen van sociale zekerheid bij het onderzoek van de rechten op prestaties en in de relaties met de sociaal verzekerden, met name: ~ de wet van 29 juli 1991 op de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen; ~ het Handvest van de gebruiker van overheidsdiensten van 4 december 1992; ~ de wet van 11 april 1994 met betrekking tot de openbaarheid van bestuur; ~ de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde. Voor iedere dienst waarvoor er contacten met de sociaal verzekerden zijn, gelden de bepalingen van het Handvest van de sociaal verzekerde en moeten de verbintenissen nageleefd worden. Bestuursovereenkomst / 7 5

46 De in deze bestuursovereenkomst vervatte verbintenissen doen geen afbreuk aan de verplichting van de instelling om op een efficiënte manier de andere wettelijke opdrachten uit te voeren waarvoor geen specifieke doelstelling wordt bepaald. 4 6 / 7 5 Bestuursovereenkomst

47

48 4 8 / 7 5 Bestuursovereenkomst

49 Bijlagen ~ Bijlage 1: Interne en externe omgevingsfactoren ~ Bijlage 2: Vastlegging van de beheerskredieten ~ Bijlage 3: Business case Pensioenmotor ~ Bijlage 4: Wijze van berekening en vaststelling van het maximumbedrag van de kredieten voor het statutair personeel Bestuursovereenkomst / 7 5

50 5 0 / 7 5 Bestuursovereenkomst

51 Bijlage 1: Interne en externe omgevingsfactoren 1 Interne omgevingsfactoren: HR-perspectieven 1.1 Uitstroom De verwachte (pensioen)uitstroom (prognose gebaseerd op het vertoonde pensioneringsgedrag in de periode ) schommelt rond 2,2 % en kan dus als normaal omschreven worden. Pas vanaf 2017 bereikt de RVP waarden van meer dan 3 %. Uitstroom personeel RVP omwille van pensionering Personeelsbestand RVP zonder wervingen Jaarlijkse evolutie -2,34 % -2,30 % -2,10 % - 2,40% -3,02 % - 3,86 % Bron: RVP Departement P&O Deze tendens wijkt gedeeltelijk af van het gemiddelde van het federaal openbaar ambt. Bij de RVP bevindt 43 % van de huidige personeelsleden zich in de leeftijdscategorie 45-54, terwijl dit percentage voor het totaal van het federaal openbaar ambt 33 % bedraagt. Het percentage van de 55-plussers bij de RVP en in het federaal openbaar ambt is gelijklopend: 24 %. Dit houdt in dat de uitstroom bij de RVP in de eerstvolgende jaren ongeveer de tendens van het federaal openbaar ambt zal volgen en dat vanaf 2017 de uitstroom bij de RVP zich sterker zal manifesteren. Het grootste aantal pensioneringen situeren zich vooral in het niveau D. Gelet op het feit dat de personeelsbehoeften in dit niveau in de toekomst quasi nihil zijn, geeft dit een opportuniteit. Ook in het niveau A ligt de uitstroom relatief hoog, wat een uitdaging vormt op het gebied van kennisbehoud % 4% % 20% % 24% % 19% % 11% RVP Federale overheid % 7% % 8% % 6% <25 2% 2% Bron: FOD P&O Bestuursovereenkomst / 7 5

52 1.2 Instroom Met betrekking tot de instroom wordt ervan uitgegaan dat het stijgend werkvolume (ingevolge de stijging van het aantal pensioensdossiers) gedeeltelijk kan gecompenseerd worden door de toenemende automatisering van het productieproces en de geplande procesoptimalisaties. Daartegenover staat dat nieuwe opdrachten (vooral in het kader van informatie en communicatie met de sociaal verzekerde) ook nieuwe personeelsbehoeften zullen creëren:hiervoor zullen in de komende jaren medewerkers met hogere competenties moeten worden aangetrokken, eerder van het niveau A en B dan van het niveau C. Als men uitgaat van een grotere spanning op de arbeidsmarkt, zal de RVP zich daarin moeten positioneren als een aantrekkelijke werkgever. Anders dreigen we een handicap op te lopen bij het aantrekken van nieuwe talenten. 1.3 Doorstroom Als de instroom eerder beperkt is, ingevolge de evolutie in de arbeidsmarkt én ingevolge de budgettaire beperkingen, zal meer dan ooit moeten ingezet worden op het optimaal gebruik van het aanwezige HR-potentieel. Het ontwikkelen van competenties, het stimuleren van de interne mobiliteit en het correct inschatten van de personeelsbehoeften op dienstniveau, zullen dan ook cruciaal zijn. 5 2 / 7 5 Bestuursovereenkomst

53 2 Externe omgevingsfactoren: evolutie van het aantal gepensioneerden en financiële weerslag 2.1 Inleiding Het huidige aantal door de Rijksdienst voor Pensioenen betaalde gepensioneerden bedraagt ongeveer De evolutie van dit aantal en van de overeenkomstige budgetten wordt voornamelijk beïnvloed door demografische factoren (structuur per leeftijd van de bevolking en evolutie van de levensduur), maar ook door sociaal-economische factoren (aandeel van de vrouwen op de arbeidsmarkt, toename van het deeltijds werk, ). Die evoluties weerspiegelen zich op twee manieren in de financiële vooruitzichten van de pensioenregelingen: ~ de wijzigingen in het aantal gepensioneerden die leiden tot parallelle wijzigingen in het bedrag van de uitkeringen; ~ de wijzigingen in de loopbaanstructuur van de personen die een wijziging van de individuele karakteristieken van de gepensioneerden met zich meebrengen. Bovendien komen (soms oude) reglementswijzigingen bovenop die verschillende evoluties (hervorming van de pensioenen van 1997, deeltijds werkenden, inkomensgarantie voor ouderen, ) en/of wijzigen ze de moeilijkheidsgraad van het werk van het personeel van de RVP. Deze bijlage bevat enkele van de meest markante evoluties waaraan men zich de komende jaren mag verwachten. 2.2 Het aantal gepensioneerden Op 1 januari 2012 bedroeg het aantal genieters van een werknemerspensioen Bij dit aantal 2 komt nog het aantal dat een overlevingspensioen genieten: Evolutie van die aantallen in de komende jaren: Geraamde evolutie van het aantal pensioenen in vergelijking met de situatie op 1 januari 2011 Rustpensioenen Overlevingspensioenen Jaar Basis 2011 Van jaar tot jaar Basis 2011 Van jaar tot jaar ,00% 100,00% ,17% 3,17% 99,17% -0,83% ,34% 2,17% 97,56% -1,61% ,35% 2,01% 96,05% -1,51% ,27% 1,92% 94,54% -1,51% ,09% 1,82% 93,03% -1,51% Bron: RVP Studiedienst Over de volledige periode bedraagt de gemiddelde jaarlijkse verhoging van het aantal rustpensioenen 2,1% (vermindering met 1,4% van de overlevingspensioenen wegens het toenemend aantal, dat de pensioenleeftijd bereiken na een werknemersloopbaan). Het belang van de numerieke toename spitst zich vooral toe op de periode , waarin het aantal rustpensioenen zal verhogen met 2,4 % terwijl het aantal overlevingspensioenen zijn zelfde jaarlijkse verminderingsritme aanhoudt (1,3%). 2 Sommige personen genieten zowel een overlevingspensioen als een rustpensioen: het gaat hoofdzakelijk om vrouwen. Bestuursovereenkomst / 7 5

54 2.3 De uitgaven De uitgaven voor de rustpensioenen zouden sneller moeten evolueren dan het aantal gerechtigden, aangezien de jongste generaties over het algemeen relatief hogere rustpensioenen genieten. In januari 2012 bedroegen de maandelijkse uitgaven voor de rustpensioenen miljoen euro en voor de overlevingspensioenen een beetje meer dan 365 miljoen euro. Die bedragen zouden in de komende jaren als volgt moeten evolueren: Geraamde evolutie van het bedrag van de uitgaven in vergelijking met de betaling voor januari 2011 Rustpensioenen Overlevingspensioenen Jaar Basis 2011 Van jaar tot jaar Basis 2011 Van jaar tot jaar ,00% 100,00% ,86% 4,86% 100,43% 0,43% ,69% 3,83% 99,56% -0,87% ,41% 3,72% 98,58% -0,98% ,03% 3,62% 97,55% -1,03% ,56% 3,53% 96,49% -1,06% Bron: RVP Studiedienst Over de volledige periode bedraagt de gemiddelde jaarlijkse verhoging van het bedrag dat overeenstemt met de rustpensioenen 3,6 % (vermindering van het bedrag dat overeenstemt met de overlevingspensioenen: 0,7 %). Voor de periode , wordt de jaarlijkse verhoging van het bedrag dat overeenstemt met de rustpensioenen geschat op 4,3 % (vermindering van het bedrag dat overeenstemt met de overlevingspensioenen: 0,2 %). Het belang van de numerieke toename spitst zich hier toe in 2012, waarin het bedrag dat overeenstemt met de rustpensioenen zal toenemen met 4,86 % 2.4 De nieuwe gevallen Waar het niveau van de pensioenuitgaven praktisch geen invloed heeft op het werkvolume van de RVP, zal het totale aantal gerechtigden de betalingsactiviteiten van de RVP wél beïnvloeden, terwijl het aantal nieuwe gerechtigden tegelijk het volume van de betalings- en de toekenningsactiviteiten zal beïnvloeden. Bovendien zal de berekening van de pensioenen complexer worden als gevolg van de stijgende toename van het aantal atypische loopbanen. Een maat voor de evolutie van het werkvolume van de RVP kan worden geleverd via het onderzoek van de «nieuwe gevallen» d.w.z. het aantal, dat jaarlijks hun rustpensioen nemen 3. 3 De overlevingspensioenen zijn hier niet overgenomen. 5 4 / 7 5 Bestuursovereenkomst

55 Geraamde evolutie van het aantal nieuwe pensioenen vergeleken met de toestand van 2011 Vrouwen en mannen Jaar Basis 2011 Van jaar tot jaar ,00% ,38% 2,38% ,91% 0,53% ,64% 0,73% ,67% 1,03% ,24% 1,57% Bron: RVP Studiedienst Voor de hele periode is de gemiddelde jaarlijkse stijging van het aantal nieuwe gevallen gelijk aan 1,2%. In de periode zal het totale aantal nieuwe rustpensioengevallen met 1,1% stijgen. 2.5 Vergelijking met het recente verleden en gedeeltelijke conclusie Samenvatting van de gemiddelde jaarlijkse evoluties van de aantallen en de bedragen tijdens de verschillende periodes Parameter Aantal pensioenen rust +2,1% +0,9% +2,0% +1,8% overleving -1,4% -0,7% -0,7% -1,6% Bedrag van de uitgaven rust +3,6% +2,8% +3,9% +3,2% overleving -0,7% +0,8% +0,5% -0,1% Nieuwe gevallen vrouwen en mannen +1,2% +5,7% +2,7% +1,1% Bron: RVP Studiedienst De stijging van het aantal gepensioneerden versnelt tot 2012, daarna kent ze een lichte daling. Wat de gemiddelde jaarlijkse toename van de uitgavenbedragen betreft, dient men voor ogen te houden dat, indien alle verhogingen vanzelfsprekend buiten inflatie zijn, een aantal herwaarderingsmaatregelen toch inbegrepen zijn, in het bijzonder in Het jaar 2012 kent een sterke stijging van het aantal gerechtigden in vergelijking met het jaar daarvoor (2,38 %). De trend gaat zich in mindere mate verder zetten om aan een jaarlijks ritme te geraken van 0,9 % over de periode Bestuursovereenkomst / 7 5

56 5 6 / 7 5 Bestuursovereenkomst

57 Bijlage 2: Vastlegging van de beheerskredieten 1 De beheerskredieten 1.1 De samenstelling Artikel 11, 2, 2, van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997 bepaalt dat de beheersbegroting de ontvangsten en uitgaven omvat die betrekking hebben op het beheer van de instelling. De beheerskredieten voor de uitgaven omvatten drie categorieën: de personeelskredieten, de werkingskredieten en de investeringskredieten. 1.2 De beheerskredieten 2013 voor de uitgaven in euro 2013 Beheersbegroting Basisopdrachten Personeelsuitgaven Werkingsuitgaven Gewone Eigen informatica Informatica Smals Investeringsuitgaven Informatica Gewone (Meubilair) Werkingsuitgaven en investeringen Totaal beheersuitgaven (behalve gebouwen) Gebouwen Totaal Genormeerde beheersuitgaven (gebouwen inbegrepen) in euro 2013 Beheersbegroting Projecten Personeelsuitgaven 0 Werkingsuitgaven Gewone 0 Eigen informatica 0 Informatica Smals Investeringsuitgaven 0 Informatica 0 Gewone (Meubilair) 0 Kosten werking en investeringen Projecten 0 Globale beheersbegroting Bestuursovereenkomst / 7 5

58 1.3 Begrotingsartikels per categorieën van uitgaven Oud Nieuw Personeelsuitgaven Werkingsuitgaven Gewone werking Informatica Investeringen Gewone investeringen Informatica-investeringen Bezoldigingen van het personeel Sociale bijdragen ten laste van de instelling Rechtstreekse en onrechtstreekse sociale vergoedingen Overdrachten aan het Fonds voor Vakbondspremies Sociale dienst van het personeel Bezoldigingen aan personen administratief verbonden aan de instelling Beroepsopleiding van het personeel Representatie-, reis- en verblijfkosten Honoraria andere dan voor betwiste zaken Kosten van lokalen, behalve de uitgaven voor energieverbruik en kosten voor materieel, meubilair, machines, rollend materieel en benodigdheden Uitgaven voor energieverbruik (gewestelijke burelen) Bureel-, publicatie- en publiciteitskosten Nietigverklaring van schuldvorderingen inzake wedden, toelagen en vergoedingen verschuldigd aan het personeel in actieve dienst of gepensioneerd Ontvreemde gelden Financiële leningen en voorschotten toegestaan door de instelling Terugbetaling van ontvangen waarborgen en Borgtochten Lopende uitgaven voor de ontwikkeling en exploitatie van informaticasystemen Meubilair, materieel, schutsels Machines Rollend materieel Beroepsbibliotheek Uitgaven voor informatica-investeringen Onroerende investeringen Aankoop van onroerende goederen hoofdzakelijk voor administratief gebruik Oprichtingskosten en kosten voor waardevermeerderende uitbreiding van gebouwen 5 8 / 7 5 Bestuursovereenkomst

59 1.4 Parameters voor de beheerskredieten voor de jaren 2014 en 2015 In euro Parameters voor 2014 en 2015 Personeelsuitgaven Beheersbegroting Basisopdrachten gemiddeldevereffeni ngscoëfficiënt van delonen jaar N (1) Begrotingvorigjaar x gemiddeldevereffeni ngscoëfficiënt van delonen jaar N -1(2) (1) hypothese van het economisch budget van het Planbureau (2) reële coëfficiënt Werkingsuitgaven Gewone Begroting vorig jaar x verhoging gezondheidsindex Eigen Begroting vorig jaar x verhoging gezondheidsindex informatica Informatica Begroting vorig jaar x verhoging gezondheidsindex Smals Investeringsuitgaven Informatica Begroting vorig jaar x verhoging gezondheidsindex Gewone Begroting vorig jaar x verhoging gezondheidsindex (Meubilair) Gebouwen Worden elk jaar in functie van de behoeften bepaald, en voor zover de regeringscommissaris van Begroting hieromtrent een gunstig advies heeft verleend, rekening houdende met in het bijzonder de evolutie van het meerjarig programma. Bestuursovereenkomst / 7 5

60 2 Verdeling van de beheerskredieten uitgaven Personeelskosten Bezoldigingen van het personeel Sociale bijdragen ten laste van de instelling Rechtstreekse en onrechtstreekse sociale vergoedingen Overdrachten aan het Fonds voor vakbondspremies Werkingskosten Sociale dienst van het personeel (behoudens pensioenen en leningen) Bezoldigingen aan personen administratief verbonden aan de instelling R 8125 Beroepsopleiding van het personeel Representatie-, reis- en verblijfkosten Honoraria andere dan voor betwiste zaken R 8121 Kosten van lokalen, behalve de uitgaven voor energieverbruik en kosten voor materieel, meubilair, machines, rollend materieel en benodigdheden Uitgaven voor energieverbruik (gewestelijke bureaus) Bureel-, publicatie- en publiciteitskosten R Lopende uitgaven voor de ontwikkeling en exploitatie van informaticasystemen Nietigverklaring van schuldvorderingen inzake wedden, toelagen en vergoedingen verschuldigd aan het personeel in actieve dienst of gepensioneerd Ontvreemde gelden Financiële leningen en voorschotten toegestaan door de instelling Waarborgen en borgtochten ontvangen van derden Investeringskosten R 8741 R Aankoop van onroerende goederen hoofdzakelijk voor administratief gebruik R 8742 R Oprichtingskosten en kosten voor waardevermeerderende uitbreiding van gebouwen R 8702 R - Uitgaven voor informatica-investeringen 8732 R R 8731 R Meubilair, materieel, schutsels R 8721 R Machines R 8733 R Rollend materieel R 8734 R Beroepsbibliotheek De budgettaire artikels gevolgd door een R kunnen het onderwerp uitmaken van een kredietoverdracht in toepassing van artikel 14 2 van het KB van / 7 5 Bestuursovereenkomst

61 3 Verdeling van de beheerskredieten ontvangsten Werkingsontvangsten Creditnota s en later toegestane ristorno s op gewone leveringen Opbrengsten van verkoop van niet-duurzame goederen Tegemoetkomingen van derden in de werkingsuitgaven Opbrengsten van verhuring van administratieve goederen Terugbetaling van werkingskosten voor geleverde diensten aan derden Verkoop onroerende goederen Meubilair, materieel, schutsels Machines Rollend materieel Verkoop informatica apparatuur Financiële leningen en voorschotten toegestaan door de instelling Waarborgen en borgtochten ontvangen van derden Bestuursovereenkomst / 7 5

62 4 Vastlegging van de beheerskredieten 4.1 Inleiding Deze bijlage beschrijft uitvoerig de vastlegging van de beheerskredieten: enerzijds voor de begrotingen betreffende de basisopdrachten, anderzijds voor de begrotingen betreffende de projecten. 4.2 Beheerskredieten betreffende de basisopdrachten De onderstaande tabel bevat de referentiebedragen De genormeerde bedragen zijn de bedragen die zijn vastgelegd door de omzendbrief van 4 mei in euro 2012 Beheersbegroting Basisopdracht Personeelsuitgaven Werkingsuitgaven Gewone Eigen informatica Informatica SMALS Investeringsuitgaven Informatica Gewone (Meubilair) Werkingsuitgaven en investeringen Totaal beheersuitgaven (behalve gebouwen) Gebouwen Totaal Genormeerde beheersuitgaven (gebouwen inbegrepen) Personeelskredieten De raming van de personeelskredieten omvat zowel het statutaire personeel als het contractuele personeel. ~ Vastlegging begroting 2013 De voor 2013 gevraagde personeelskredieten zijn gebaseerd op de genormeerde kredieten 2012 vastgelegd door de omzendbrief van 4 mei 2012 en aangepast aan de verhoging van de gezondheidsindex. Deze genormeerde kredieten worden verhoogd met EUR, verhoging van 1,5 % van de bijdrage aan de pool van de parastatalen De personeelskredieten 2013 worden derhalve vastgelegd op EUR. ~ Vastlegging begrotingen : kredieten : kredieten 2014 verminderd met EUR De personeelskredieten voor de jaren 2014 en 2015 worden bekomen door op de begroting van het vorige jaar de verhoging van de gezondheidsindex toe te passen. 6 2 / 7 5 Bestuursovereenkomst

63 2 Werkingskredieten 2.1 Gewone werkingskredieten (= behalve informatica) ~ Vastlegging begroting 2013 De gewone werkingskredieten worden geraamd op basis van het genormeerde bedrag 2012 vastgelegd bij de omzendbrief van 4 mei 2012, verminderd met de lineaire besparing waartoe werd beslist tijdens de Ministerraad van 30 november 2012, van EUR en van EUR, beslissing van 26 november ~ Vastlegging begrotingen : kredieten 2013 verminderd met EUR 2015: kredieten 2014 De gewone werkingskredieten voor de jaren 2014 en 2015 worden bekomen door op de begroting van het vorige jaar de verhoging van de gezondheidsindex toe te passen. 2.2 Informaticawerkingskredieten De informaticawerkingskredieten in verband met de basisopdrachten kunnen worden verdeeld in twee componenten: de recurrente kosten en de kosten voor de basisopdrachten en de projecten Recurrente kosten De recurrente kosten zijn de uitgaven die nodig zijn om de bestaande computersystemen operationeel te houden en aan te passen aan de technologische evolutie. Ze worden onderverdeeld in eigen informaticakosten en informaticakosten Smals. ~ Vastlegging begroting 2013 (zonder de projecten) De recurrente kosten in 2013 zijn de kosten van 2012 vastgelegd bij de omzendbrief van 4 mei Voor 2013 geeft dat EUR voor de recurrente informaticawerkingsmiddelen, zijnde EUR eigen informaticakosten en EUR voor de informaticakosten Smals. ~ Vastlegging begrotingen De informaticawerkingskredieten voor de jaren 2014 en 2015 worden bekomen door op de begroting van het vorige jaar de verhoging van de gezondheidsindex toe te passen Projecten basisopdrachten Project betreffende een Pensioenmotor RVP RSVZ PDOS voor een bedrag van EUR EUR ( EUR EUR) EUR ( EUR EUR) 3 Investeringskredieten 3.1 Investeringen behalve informatica (meubilair) ~ Vastlegging begroting 2013 (zonder de projecten) De gewone investeringskredieten zijn de genormeerde kredieten 2012 vastgelegd bij de omzendbrief van 4 mei Het bekomen bedrag is EUR. ~ Vastlegging begrotingen De investeringskredieten behalve informatica voor de jaren 2014 en 2015 worden bekomen door op de begroting van het vorige jaar de verhoging van de gezondheidsindex toe te passen. Bestuursovereenkomst / 7 5

64 3.2 Investeringen op het vlak van de informatica ~ Vastlegging begroting 2013 (zonder de projecten) De investeringskredieten op het vlak van informatica zijn de genormeerde kredieten 2012 vastgelegd bij de omzendbrief van 4 mei Het bekomen bedrag is EUR. ~ Vastlegging begrotingen De informatica-investeringskredieten voor de jaren 2014 en 2015 worden bekomen door op de begroting van het vorige jaar de verhoging van de gezondheidsindex toe te passen. 3.3 Investeringen onroerende goederen ~ Vastlegging begroting 2013 De investeringskredieten onroerende goederen zijn de genormeerde kredieten 2012 vastgelegd bij de omzendbrief van 4 mei 2012 verminderd met EUR beslist tijdens de trilaterale van 14 december Het bedrag is EUR. ~ Vastlegging begrotingen De investeringskredieten onroerende goederen voor de jaren 2014 en 2015 worden elk jaar in functie van de behoeften bepaald, en voor zover de Regeringscommissaris van Begroting hieromtrent een gunstig advies heeft verleend, rekening houdende met in het bijzonder de evolutie van het meerjarig programma. Tijdens de trilaterale van 14 december 2012 werd er beslist om de kredieten vast te leggen op: 2014: EUR 2015: EUR 6 4 / 7 5 Bestuursovereenkomst

65 Bijlage 3: Business case Pensioenmotor 1 Verwijzing bestuursovereenkomst Het project Pensioenmotor heeft betrekking op de doelstellingen vervat in volgende artikelen: ~ Artikel 7, punt 3, 4 en 5 ~ Artikel 8 ~ Artikel 13 ~ Artikel 23 ~ Artikel 24 2 Uitdaging Zowel de vergrijzing als de pensioenhervorming hebben een belangrijke impact op de werklast en de werkwijze van de pensioenadministraties RVP, RSVZ en PDOS. In de periode bijvoorbeeld steeg het aantal door de RVP betaalde gepensioneerden met een kleine 4 percent. Het aantal nieuwe toe te kennen pensioenen steeg in diezelfde periode bij RVP en RSVZ met een kleine 20 percent. Vooral op dat punt situeert zich de belangrijkste werklast. Bovendien stijgt als gevolg van de pensioenhervorming ook de complexiteit van de dossiers en de procedures, en nog meer in geval van gemengde loopbanen. Ander gevolg van zowel de vergrijzing als de pensioenhervorming is de toegenomen vraag om inlichtingen inzake het (toekomstig) pensioen. Vooral het antwoord op de vraag wanneer kan ik met pensioen is een stuk complexer geworden. Voor de pensioenberekening (zowel raming als definitieve toekenning) van burgers met een gemengde loopbaan dienen de drie pensioenadministraties te beschikken over de door de verschillende pensioenadministraties op basis van de loopbaan voor de pensioenberekening in aanmerking genomen tijdvakken. De pensioenhervorming heeft immers de minimum loopbaanvoorwaarde over de verschillende stelsels heen ingevoerd. Deze bepaalt niet alleen de ingangsdatum, maar beïnvloedt eveneens het recht op de pensioenbonus. Voor elke vraag over het pensioen, elke raming ervan en elke toekenning van een pensioen dienen de pensioeninstellingen dus over elkaars interpretatie van de loopbaan te beschikken. Hetzelfde geldt voor de toepassing van het gemengd minimumpensioen en het bepalen van de grenzen inzake toegelaten activiteit. Dit proces tussen de verschillende pensioenadministraties loopt vandaag bijna volledig manueel. Om zonder bijkomend personeel de toegenomen werkdruk het hoofd te bieden, dringt een automatisering zich op. 3 Oplossing 3.1 Gegevensbank met alle pensioenberekeningselementen en resultaten De pensioeninstellingen dienen in de eerste plaats te beschikken over elkaars geïnterpreteerde en dus herwerkte loopbaangegevens. In een Europese context spreekt men ook wel van de pensioenverzekeringstijdvakken. Voor een juiste toepassing van de cumulatieregels en het bepalen van de voordeligste toestand per kalenderjaar is het ook nodig om hieraan gekoppelde tussentijdse en definitieve pensioenberekeningsresultaten uit te wisselen. Deze uitwisseling zal gebeuren via de uitbouw van een gemeenschappelijke databank. De machtiging tot het onderling uitwisselen van persoonsgegevens tussen de drie voormelde openbare instellingen van sociale zekerheid werd immers verleend onder de opschortende voorwaarde dat zij er zich allen uitdrukkelijk toe verbonden om tegen uiterlijk 31 december 2014 over te gaan tot de oprichting van Bestuursovereenkomst / 7 5

66 een geïntegreerde persoonsgegevensbank voor de loopbanen van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Om bruikbaar te zijn betreft het hier geïnterpreteerde loopbaangegevens. Het betreft dus loopbaangegevens die door de betrokken pensioeninstellingen herwerkt werden en omgezet naar pensioenverzekeringstijdvakken. 3.2 Linken van de stelselspecifieke pensioenberekeningsmotoren Voor het opstellen van gemeenschappelijke ramingen, het maken van gemeenschappelijke simulaties en projecties en op termijn het uniek notificeren van een pensioenbeslissing is het van belang dat aan de pensioenverzekeringstijdvakken tussentijdse en in geval van toekenning ook definitieve berekeningsresultaten worden gekoppeld. Om de databank met deze gegevens te voeden, dient een koppeling gemaakt met de stelselspecifieke berekeningsmotoren. Een orchestratiesysteem zal de automatische interactie tussen de berekeningsmotoren van RVP, RSVZ en PDOS verzekeren. Via dit systeem zal de gegevensbank voor alle gevallen minimaal één keer per jaar gevoed worden met alle pensioenberekeningselementen en een tussentijdse berekening op basis van deze elementen. Op die wijze beschikken de drie pensioenadministraties voor het ramen, simuleren en toekennen van rechten binnen hun stelsel over de nodige berekeningselementen en dit via een geautomatiseerde toevoer. Bovendien maakt de wederzijdse uitwisseling het aanmaken van unieke ramingen en simulaties mogelijk en wordt de basis gelegd om tot een unieke kennisgeving te komen. 3.3 Gemeenschappelijke ontsluiting van pensioengegevens voor de burger Deze gemeenschappelijke gegevens zullen bovendien toegankelijk gemaakt worden voor de burger. Zo krijgt de burger op elk moment (en niet enkel op zijn 55 jaar) een overzicht van de elementen uit zijn pensioenloopbaan (over alle stelsels heen), op zijn geconsolideerde raming en projectie van zijn pensioenbedrag en heeft hij zicht op de vroegste ingangsdatum van zijn pensioen, en kan hij de invloed van toekomstige loopbaankeuzes op ingangsdatum en pensioenbedrag via enkele standaardscenario s simuleren. 4 Verantwoording gekozen oplossing De bouw van een volledige nieuwe berekeningsmotor gezamenlijk voor alle stelsels had een alternatief kunnen zijn. Een dergelijke toepassing from scratch opbouwen houdt echter heel wat risico s in gezien de grote complexiteit. Bovendien zouden zowel kostprijs als doorlooptijd een stuk hoger liggen. Daarom werd voor een meer pragmatische oplossing gekozen die de bestaande motoren aanpast en ze onderling linkt via het systeem van de orchestrator. Omwille van het grote aantal verwachte interacties tussen de stelselspecifieke motoren is een gegevensuitwisseling die louter werkt op basis van real-time gegevensfluxen zeer risicovol voor (de belasting van) de operationele systemen van de drie pensioeninstellingen. Daarom zullen tussen- en eindresultaten opgeslagen worden in een gemeenschappelijke databank. 5 Strategische inbedding Het hierna toegelichte project van de drie pensioeninstellingen kadert in volgende passage van het regeerakkoord: Alle werkenden zullen zeer regelmatig, en vanaf het begin van hun loopbaan, een raming van hun toekomstige pensioenrechten ontvangen. De loopbaangegevens over de drie pensioenstelsels en de aanvullende pensioenen zullen in één databank worden bijeengebracht waarin de gegevens onder een format zullen zijn opgeslaan dat voor alle takken van de sociale zekerheid bruikbaar is. Zo zal er maar één aanspreekpunt zijn om de gepensioneerden en de toekomstige gepensioneerden over hun toestand en rechten te informeren. 6 6 / 7 5 Bestuursovereenkomst

67 Daarnaast werd tijdens de beraadslaging van 4 september 2012 van het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid naar aanleiding van de machtigingsaanvraag met betrekking tot de elektronische uitwisseling van persoonsgegevens tussen de Rijksdienst voor Pensioenen, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen en de Pensioendienst voor de Overheidssector volgende beslissing genomen: Om deze reden, machtigt het sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid de Rijksdienst voor Pensioenen, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen en de Pensioendienst voor de Overheidssector om, op de hogervermelde wijze en onder de hogervermelde voorwaarden, onderling de bij hen beschikbare pensioenpersoonsgegevens uit te wisselen, met het oog op het geïntegreerd toepassen van de regelgeving inzake pensioenen, het implementeren van een uniek pensioenaanspreekpunt voor de sociaal verzekerden en het garanderen van een gezamenlijke definitieve kennisgeving van pensioenbeslissingen. De machtiging tot het onderling uitwisselen van persoonsgegevens tussen de drie voormelde openbare instellingen van sociale zekerheid wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat zij er zich allen uitdrukkelijk toe verbinden om tegen uiterlijk 31 december 2014 over te gaan tot de oprichting van een geïntegreerde persoonsgegevensbank voor de loopbanen van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Bij de daadwerkelijke ingebruikname van de hogervermelde geconsolideerde loopbaanpersoonsgegevensbank dient de onderlinge uitwisseling van persoonsgegevens zoals hiervoor beschreven, zo spoedig mogelijk te worden beëindigd. Deze machtiging houdt alleszins op uitwerking te hebben op 31 december Technische uitwerking: overzichtsschema s 6.1 Situatie AS IS Vandaag hebben de pensioeninstellingen geen geautomatiseerde toegang tot elkaars pensioenberekeningselementen. Voor de pensioenberekening per stelsel (!) en in al zijn facetten (ramingen, simulaties en toekenningsbeslissingen) dienen bij gemengde loopbanen de nodige gegevens dus manueel uitgewisseld te worden (hetzij op papier, hetzij via het manueel oproepen van een webservice). Voor het opstellen van unieke ramingen, simulaties en pensioenbeslissingen over alle stelsels heen dienen vervolgens de beslissingen van de verschillende stelsels manueel samengevoegd te worden. Deze situatie is in de praktijk onwerkbaar. Bestuursovereenkomst / 7 5

68 DMFA SOCIALE VERZEKERINGSFONDSEN Argo Motor RVP E-Clipz Motor RSVZ Capelo Motor PDOS Communicatie / Communicatie / Communicatie / Beslissing Beslissing Beslissing 6.2 Situatie TO BE Concreet betreft het de automatisering van de interacties tussen de verschillende instellingen. De gegevens die nodig zijn voor een stelseloverschrijdende berekening worden in een gemeenschappelijke databank opgeslagen. De geleverde input bestaat uit: 1 Rechten in functie van pensioenbedrag en loopbaanduur 2 Raming 3 Projectie 4 In een latere fase toekenningsbeslissing Het systeem maakt ook online bevragingen mogelijk (simulaties door burger, genereren van een raming of beslissing door een pensioeninstelling). Er worden dus geen gegevens van de databanken Argo, E-Clipz en Capelo rechtstreeks naar de gemeenschappelijke databank weggeschreven. Op die wijze bevat de gemeenschappelijke databank enkel gegevens die op dat ogenblik effectief van tel zijn voor de pensioenberekening (bepalen bedrag en ingangsdatum). De verschillende stelselspecifieke motoren zijn voor hun berekening afhankelijk van gegevens aangeleverd door motoren uit andere stelsels. Merk op dat voor het voeden van de databank niet één, maar in de meeste gevallen meerdere interacties tussen de motoren nodig zijn. De orchestrator zal deze opeenvolgende interacties verzekeren. Door het samenvoegen van eindbeslissingen en het toepassen van de cumulatieregels op het niveau van de orchestrator kunnen via deze werkwijze unieke ramingen en simulaties afgeleverd worden. De unieke notificatie van een toekenningsbeslissing kan hier na 2015 aan toegevoegd worden. 6 8 / 7 5 Bestuursovereenkomst

69 ATHENA SOCIALE VERZEKERINGSFONDSEN Argo Motor RVP E-Clipz Motor RSVZ Capelo Motor PDOS Orchestrator 1 communicatie / beslissing 7 High level scope 7.1 Gegevensbank Ontwikkeling van een nieuwe gemeenschappelijke databank van de drie pensioeninstellingen. Deze bevat: ~ in functie van pensioen geïnterpreteerde (en dus herwerkte) loopbaangegevens ( nettoloopbaangegevens ) ~ tussenresultaten en eindresultaten berekening Bestuursovereenkomst / 7 5

Overheidspensioenen in perspectief. Wat brengt de toekomst?

Overheidspensioenen in perspectief. Wat brengt de toekomst? Overheidspensioenen in perspectief Wat brengt de toekomst? pensioencommunicatie MyPension en de pensioenmotor: een win-win-winsituatie voor de werkgever, de burger en de PDOS 3 De pensioeninstelling van

Nadere informatie

Vanaf nu kunnen werknemers, zelfstandigen én ambtenaren hun vroegst mogelijke pensioendatum berekenen op mypension.be

Vanaf nu kunnen werknemers, zelfstandigen én ambtenaren hun vroegst mogelijke pensioendatum berekenen op mypension.be Vanaf nu kunnen werknemers, zelfstandigen én ambtenaren hun vroegst mogelijke pensioendatum berekenen op mypension.be Het online pensioendossier mypension.be ontpopt zich verder tot hét online pensioenportaal

Nadere informatie

De toekomstige gepensioneerden rekenen op u

De toekomstige gepensioneerden rekenen op u BESLUIT De inzameling van de historische is essentieel voor de toekenning van de pensioenen de berekening van de pensioenen de raming van de P-datum (de vroegst mogelijke pensioendatum) de raming van het

Nadere informatie

Overheidspensioenen in perspectief. Wat brengt de toekomst?

Overheidspensioenen in perspectief. Wat brengt de toekomst? Overheidspensioenen in perspectief Wat brengt de toekomst? Het secundair netwerk, de visie van de PDOS 3 Secundair netwerk 4 Secundair netwerk Principes: Artikel 6 van het KB van 4 februari 1997 tot organisatie

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Directeur audit

Functiebeschrijving: Directeur audit Functiebeschrijving: Directeur audit Functiefamilie Controle en audit functies Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Naam functiehouder Datum + Handtekening 1. Context van de functie 1.1.

Nadere informatie

Charter voor goede dienstverlening

Charter voor goede dienstverlening Openingsuren Maandag 8.30-12u 13-16u Dinsdag 8.30-12u 13-16u Woensdag 8.30-12u Donderdag 8.30-12u 13-16u Vrijdag 8.30-12u Of na afspraak buiten de openingsuren Charter voor goede dienstverlening De Nationale

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/07/162 BERAADSLAGING NR. 07/059 VAN 6 NOVEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

KWALITEITSCOÖRDINATOR

KWALITEITSCOÖRDINATOR 2007.03.31 A1 / administratief AWS1a/AWS1b/AWS2a KWALITEITSCOÖRDINATOR WERVING Bijdragen tot: Ontwikkelen en implementeren van een verbetermanagementsysteem waardoor het OCMW haar missie en visie, inclusief

Nadere informatie

WET VAN 5 MEI 2014 BETREFFENDE DIVERSE AANGELEGENHEDEN INZAKE DE PENSIOENEN VAN DE OVERHEIDSSECTOR. (B.S. 02.06.2014) Uittreksels

WET VAN 5 MEI 2014 BETREFFENDE DIVERSE AANGELEGENHEDEN INZAKE DE PENSIOENEN VAN DE OVERHEIDSSECTOR. (B.S. 02.06.2014) Uittreksels FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID WET VAN 5 MEI 2014 BETREFFENDE DIVERSE AANGELEGENHEDEN INZAKE DE PENSIOENEN VAN DE OVERHEIDSSECTOR. (B.S. 02.06.2014) Uittreksels De Kamers hebben aangenomen

Nadere informatie

SOLIDARITEITSREGLEMENT VOOR DE WERKNEMERS TEWERKGESTELD IN HET PARITAIR COMITÉ 302. Inhoudstafel... 1. 1 Voorwerp... 2. 2 Werking in de tijd...

SOLIDARITEITSREGLEMENT VOOR DE WERKNEMERS TEWERKGESTELD IN HET PARITAIR COMITÉ 302. Inhoudstafel... 1. 1 Voorwerp... 2. 2 Werking in de tijd... SOLIDARITEITSREGLEMENT VOOR DE WERKNEMERS TEWERKGESTELD IN HET PARITAIR COMITÉ 302 Inhoudstafel Inhoudstafel... 1 1 Voorwerp... 2 2 Werking in de tijd... 2 3 Aansluiting... 2 4 De solidariteitsinstelling

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Communicatieverantwoordelijke

Functiebeschrijving: Communicatieverantwoordelijke Functiebeschrijving: Communicatieverantwoordelijke Functiefamilie organisatie ondersteunende functies Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Naam functiehouder Datum + Handtekening 1. Context

Nadere informatie

Gewijzigde doelstellingen in de leidraad interne controle/ organisatiebeheersing VLAAMSE OVERHEID. (inwerkingtreding: 1 januari 2015)

Gewijzigde doelstellingen in de leidraad interne controle/ organisatiebeheersing VLAAMSE OVERHEID. (inwerkingtreding: 1 januari 2015) Gewijzigde doelstellingen in de leidraad interne controle/ organisatiebeheersing VLAAMSE OVERHEID (inwerkingtreding: 1 januari 2015) 2 1. Doelstellingen, proces- & risicomanagement Subthema kwaliteitsbeleid

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid"

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid" SCSZ/13/128 BERAADSLAGING NR. 13/058 VAN 4 JUNI 2013 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS TUSSEN

Nadere informatie

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «gemeente» ook een «brandweerintercommunale» verstaan.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «gemeente» ook een «brandweerintercommunale» verstaan. KONINKLIJK BESLUIT VAN 12 OKTOBER 2011 TOT OVERPLAATSING NAAR DE FOD BINNENLANDSE ZAKEN VAN DE PERSONEELSLEDEN IN DIENST BIJ DE CENTRA VAN HET EENVORMIG OPROEPSTELSEL. (inw. 31 oktober 2011) (B.S. 21.10.2011)

Nadere informatie

KONINKLIJK BESLUIT VAN 24 APRIL 2014 TOT VASTSTELLING VAN DE MINIMALE INHOUD

KONINKLIJK BESLUIT VAN 24 APRIL 2014 TOT VASTSTELLING VAN DE MINIMALE INHOUD KONINKLIJK BESLUIT VAN 24 APRIL 2014 TOT VASTSTELLING VAN DE MINIMALE INHOUD EN DE STRUCTUUR VAN HET MEERJARENBELEIDSPLAN VAN DE HULPVERLENINGSZONES. (B.S. 12.09.2014) Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid"

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid 1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid" SCSZG/15/029 BERAADSLAGING NR. 15/011 VAN 3 MAART 2015 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

GROEP S - SVZ CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING

GROEP S - SVZ CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING { GROEP S - SVZ CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING CHARTER VOOR GOEDE DIENSTVERLENING Het socialeverzekeringsfonds van GROEP - S is een onmisbare schakel tussen de overheid en de burger. Het staat samen

Nadere informatie

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15; SCSZ/07/007 1 BERAADSLAGING NR. 07/004 VAN 9 JANUARI 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK CIMIRE AAN DE RIJKSDIENST VOOR PENSIOENEN MET HET

Nadere informatie

SOLIDARITEITSREGLEMENT VOOR DE BEDIENDEN TEWERKGESTELD IN HET PARITAIR COMITÉ 220. Inhoudstafel... 1. 1 Voorwerp... 2. 2 Werking in de tijd...

SOLIDARITEITSREGLEMENT VOOR DE BEDIENDEN TEWERKGESTELD IN HET PARITAIR COMITÉ 220. Inhoudstafel... 1. 1 Voorwerp... 2. 2 Werking in de tijd... Bijlage 4 SOLIDARITEITSREGLEMENT VOOR DE BEDIENDEN TEWERKGESTELD IN HET PARITAIR COMITÉ 220 Inhoudstafel Inhoudstafel... 1 1 Voorwerp... 2 2 Werking in de tijd... 2 3 Aansluiting... 2 4 De solidariteitsinstelling

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid 1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/14/203 BERAADSLAGING NR 11/016 VAN 1 MAART 2011, GEWIJZIGD OP 6 MAART 2012, OP 15 JANUARI 2013 EN OP 2 DECEMBER

Nadere informatie

PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels

PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006 (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels Aangevuld, gewijzigd of aangepast door: - de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 31 december

Nadere informatie

Aanbevelingen die volledig ingewilligd zijn

Aanbevelingen die volledig ingewilligd zijn 1/07/2015 1 Aanbevelingen die volledig ingewilligd zijn 1. Aanbeveling 1999/1 Aanpassing van de reglementering betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst

Nadere informatie

In dat kader zal STEUNT ELKANDER er alles aan doen u de beste dienstverlening aan te bieden Lees meer

In dat kader zal STEUNT ELKANDER er alles aan doen u de beste dienstverlening aan te bieden Lees meer STEUNT ELKANDER is als sociaal verzekeringsfonds een onmisbare schakel tussen de overheid en de burger. Het staat, samen met de overheid, in voor de goede uitvoering van wetgeving inzake de sociale zekerheid

Nadere informatie

Hans D Hondt Kabinetschef van de Minister-president van de Vlaamse regering

Hans D Hondt Kabinetschef van de Minister-president van de Vlaamse regering Hans D Hondt Kabinetschef van de Minister-president van de Vlaamse regering Nieuwe start Nieuwe rol opnemen Onzekerheden Spelregels bepalen Goede afspraken maken goede vrienden Elk zijn eigen rol - politiek

Nadere informatie

Welk stelsel? Wanneer met pensioen gaan?

Welk stelsel? Wanneer met pensioen gaan? 1 Pensioen pensioen 1 Uw eerste bekommernis op pensioengerechtigde leeftijd is er vaak één van financiële aard. Aan de hand van een paar vragen proberen we u op de juiste weg te zetten voor het bekomen

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/12/285 BERAADSLAGING NR. 12/079 VAN 4 SEPTEMBER 2012 MET BETREKKING TOT DE ELEKTRONISCHE UITWISSELING VAN

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/11/099 BERAADSLAGING NR 11/058 VAN 6 SEPTEMBER 2011 MET BETREKKING TOT DE ONDERLINGE UITWISSELING VAN IDENTIFICATIEPERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

KONINKLIJK BESLUIT VAN 22 JUNI 2001

KONINKLIJK BESLUIT VAN 22 JUNI 2001 KONINKLIJK BESLUIT VAN 22 JUNI 2001 tot vaststelling van de regelen inzake de begroting, de boekhouding en de rekeningen van de openbare instellingen van sociale zekerheid die zijn onderworpen aan het

Nadere informatie

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken REKENHOF Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken STRATEGISCH PLAN 2010-2014 2 Inleiding Dit document stelt de resultaten voor van de strategische planning van het Rekenhof voor de periode 2010-2014.

Nadere informatie

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 1 Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZG/15/020 BERAADSLAGING NR. 15/007 VAN 3 MAART 2015 INZAKE DE TOEGANG TOT DE PERSOONSGEGEVENSBANK E-PV DOOR

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist Doel van de functiefamilie Vanuit de eigen technische specialisatie voorbereiden en opmaken van plannen, ontwerpen of studies en de uitvoering ervan opvolgen specialistische

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/13/105 BERAADSLAGING NR. 13/045 VAN 7 MEI 2013 INZAKE DE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS TUSSEN DE (BELGISCHE)

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid 1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/10/027 BERAADSLAGING NR 10/015 VAN 2 MAART 2010 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid u Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/11/145 BERAADSLAGING NR 11/094 VAN 6 DECEMBER 2011 MET BETREKKING TOT DE ONDERLINGE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be.

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be. Aan de Voorzitter van het OCMW van Wervik Steenakker 30 8940 WERVIK Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Aantal 2 OCMW/ STOF-SCP/2015 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag Geachte

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid"

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid" SCSZ/14/177 BERAADSLAGING NR. 14/096 VAN 4 NOVEMBER 2014 BETREFFENDE DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/13/092 BERAADSLAGING NR. 13/001 VAN 15 JANUARI 2013, GEWIJZIGD OP 2 APRIL 2013, MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING

Nadere informatie

Het schrijven van beheersovereenkomsten: een generiek sjabloon. Jeroen Windey Kenniscentrum Vlaamse Steden

Het schrijven van beheersovereenkomsten: een generiek sjabloon. Jeroen Windey Kenniscentrum Vlaamse Steden Het schrijven van beheersovereenkomsten: een generiek sjabloon Jeroen Windey Kenniscentrum Vlaamse Steden 1 Overzicht presentatie Enkele aandachtspunten vooraf Generiek sjabloon voor schrijven van beheersovereenkomsten

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/09/038 BERAADSLAGING NR 09/028 VAN 5 MEI 2009 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

Functiebeschrijving. Staat aan het hoofd van de organisatie en geeft op basis hiervan leiding aan alle medewerkers van de organisatie

Functiebeschrijving. Staat aan het hoofd van de organisatie en geeft op basis hiervan leiding aan alle medewerkers van de organisatie Functie Graadnaam: secretaris Functienaam: secretaris Afdeling: Dienst: Functiefamilie: strategisch leidinggevende Functionele loopbaan: decretale graad Subdienst: Code: Doel van de entiteit De gemeente

Nadere informatie

Overheidspensioenen in perspectief. Wat brengt de toekomst?

Overheidspensioenen in perspectief. Wat brengt de toekomst? Overheidspensioenen in perspectief Wat brengt de toekomst? Vooruitgang Capelo 3 4 Verplichtingen van de werkgever Wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen, zoals gewijzigd door de wetten van

Nadere informatie

Ombudsdienst Pensioenen

Ombudsdienst Pensioenen Ombudsdienst Pensioenen Tony VAN DER STEEN, Ombudsman december 2011 Ombudsdienst Pensioenen 1 De taak van de Ombudsman Klachten behandelen Bemiddelen en verzoening nastreven Suggesties en aan bevelingen

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/10/020 BERAADSLAGING NR 10/011 VAN 2 FEBRUARI 2010 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter,

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter, Aan de Voorzitter van het OCMW van Kinrooi Breeërsesteenweg 146 Postcode en plaats Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Kinrooi/W65B-SFGE/2016 2 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/09/024 BERAADSLAGING NR 09/019 VAN 7 APRIL 2009 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS AAN

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Zetel : Ministerie van Justitie Poelaertplein 3 Tel. : 02/504.66.21 tot 23 Fax : 02/504.70.00 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER O. ref. : 10

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007; SCSZ/07/122 1 BERAADSLAGING NR. 07/036 VAN 2 OKTOBER 2007 MET BETREKKING TOT MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Financieel Medewerker Aanmoedigingspremies

Functiebeschrijving: Financieel Medewerker Aanmoedigingspremies Functiebeschrijving: Financieel Medewerker Aanmoedigingspremies Functiefamilie dossierbeheerder externe aanvragen Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Lieve Cornelis, diensthoofd Ann Van

Nadere informatie

Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten?

Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten? Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten? DECAVI 25 februari 2015 Florence DELOGNE Adjunct-directeur Minister van Pensioenen 1 De huidige toestand van de 1 e pijlerpensioenen

Nadere informatie

Reglement Starterscontract

Reglement Starterscontract 1 Reglement Starterscontract Artikel 1 - Situering De Stad Geraardsbergen, zijnde het College van Burgemeester en Schepenen, kan onder de voorwaarden bepaald in dit reglement, een ondersteuning toekennen

Nadere informatie

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15; SCSZ/07/043 1 BERAADSLAGING NR. 07/015 VAN 27 MAART 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS BETREFFENDE GEDETACHEERDE WERKNEMERS, ZELFSTANDIGEN EN STAGIAIRS AAN DE RIJKSDIENST VOOR SOCIALE

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/08/192 BERAADSLAGING NR 08/071 VAN 2 DECEMBER 2008 BETREFFENDE DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS VERVAT

Nadere informatie

Verdeling van de ministeriële bevoegdheden

Verdeling van de ministeriële bevoegdheden Verdeling van de ministeriële bevoegdheden Eerste minister Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer Fraudebestrijding, en de uniforme toepassing

Nadere informatie

Competentiemanagement bij de federale overheid

Competentiemanagement bij de federale overheid Competentiemanagement bij de federale overheid Competentieprofielen Basis Leidinggevend A4 December 2009 LEIDINGGEVEND A4 1/ BASISPROFIEL Tabel informatie begrijpen taken Taken uitvoeren Leidinggevend

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/11/019 BERAADSLAGING NR 11/016 VAN 1 MAART 2011 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

Stafdirecteur ondersteunende diensten van de Veiligheid van de Staat (m/v)

Stafdirecteur ondersteunende diensten van de Veiligheid van de Staat (m/v) Stafdirecteur ondersteunende diensten van de Veiligheid van de Staat (m/v) DOEL VAN DE FUNCTIE De stafdirecteur van de ondersteunende diensten heeft, onder het rechtstreekse gezag van de administrateur-generaal

Nadere informatie

Reglement Starterscontract

Reglement Starterscontract Reglement Starterscontract Artikel 1 Situering De Stad Gent, zijnde het College van Burgemeester en Schepenen, kan onder de voorwaarden bepaald in dit reglement, een toelage toekennen aan startende ondernemers,

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 24 juni 2005; A. SITUERING, ONDERWERP EN RECHTVAARDIGING VAN DE AANVRAAG

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 24 juni 2005; A. SITUERING, ONDERWERP EN RECHTVAARDIGING VAN DE AANVRAAG SCSZ/05/97 1 BERAADSLAGING NR. 05/034 VAN 19 JULI 2005 M.B.T. DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS BETREFFENDE BUITENLANDSE VERZEKERDEN, DOOR DE VERZEKERINGSINSTELLINGEN AAN HET VLAAMS ZORGFONDS, MET HET

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/11/037 BERAADSLAGING NR 11/028 VAN 5 APRIL 2011 MET BETREKKING TOT DE TOEGANG VAN DE KONINKLIJKE FEDERATIE

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/08/010 BERAADSLAGING NR. 08/006 VAN 5 FEBRUARI 2008 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/11/063 BERAADSLAGING NR 11/041 VAN 7 JUNI 2011 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

Functiekaart. Functie. Doel van de entiteit. Plaats in de organisatie. Voor kennisname. Dienst: Personeel. Functienaam: bestuurssecretaris.

Functiekaart. Functie. Doel van de entiteit. Plaats in de organisatie. Voor kennisname. Dienst: Personeel. Functienaam: bestuurssecretaris. Functie Graadnaam: bestuurssecretaris Functienaam: bestuurssecretaris Functiefamilie: functioneel leidinggevend Functionele loopbaan: A1a-A3a Afdeling: Algemene zaken Dienst: Personeel Subdienst: Code:

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/14/070 BERAADSLAGING NR. 14/031 VAN 6 MEI 2014 INZAKE DE TOEGANG TOT DE GEGEVENSBANK AANWEZIGHEIDSREGISTRATIE

Nadere informatie

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid artikel 15;

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid artikel 15; SCSZ/06/025 1 BERAADSLAGING NR. 06/010 VAN 14 FEBRUARI 2006 MET BETREKKING TOT DE RAADPLEGING VAN HET PERSONEELSBESTAND DOOR DE DIENST ONDERNEMINGSLOKETTEN VAN DE ALGEMENE DIRECTIE KMO-BELEID VAN DE FEDERALE

Nadere informatie

Charter van gebruiker POD MI

Charter van gebruiker POD MI Charter van gebruiker POD MI Een charter aangaan is meer dan het droogweg meedelen van de werking van een nieuw project. Het is een overeenkomst, een engagement. Het houdt verwachtingen in voor de toekomst.

Nadere informatie

Model 74(93) - Verklaring over de beroepsactiviteit en de sociale uitkeringen

Model 74(93) - Verklaring over de beroepsactiviteit en de sociale uitkeringen 1 / 3 1.1.1 Rijksdienst voor Pensioenen Controle ~ P132 Zuidertoren 1060 BRUSSEL BELGIE Model 74(93) - Verklaring over de beroepsactiviteit en de sociale uitkeringen Nationaal nummer:.. -. 1 In te vullen

Nadere informatie

OCMWCPASPensionRegisterConsult (Raadpleging van het Pensioenkadaster)

OCMWCPASPensionRegisterConsult (Raadpleging van het Pensioenkadaster) OCMWCPASPensionRegisterConsult (Raadpleging van het Pensioenkadaster) Inhoudstafel 1) Inleiding... 2 2) Wetgeving... 2 Voorgeschiedenis... 2 4) Wie gebruikt de dienst? Voor wie en naar wie? Binnen welke

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 8 maart 2006;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 8 maart 2006; SCSZ/06/056 1 BERAADSLAGING NR 06/021 VAN 18 APRIL 2006 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR HET RSVZ AAN DE RVP MET HET OOG OP DE UITBETALING VAN RUST- EN OVERLEVINGSPENSIOENEN AAN

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid Stuk 825 (2005-2006) Nr. 1 Zitting 2005-2006 28 april 2006 ONTWERP VAN DECREET houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid 1879 FIN Stuk

Nadere informatie

SCSZ/04/85. Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van 24 mei 2004; Gelet op het verslag van de heer Michel Parisse.

SCSZ/04/85. Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van 24 mei 2004; Gelet op het verslag van de heer Michel Parisse. SCSZ/04/85 BERAADSLAGING NR 04/024 VAN 6 JULI 2004 M.B.T. DE MEDEDELING VAN SOCIALE GEGEVENS VAN PERSOONLIJKE AARD DOOR DE VERZEKERINGSINSTELLINGEN AAN DE SOCIALEVERZEKERINGSFONDSEN VOOR ZELFSTANDIGEN,

Nadere informatie

Functiebeschrijving teamverantwoordelijke Ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling

Functiebeschrijving teamverantwoordelijke Ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling Functiebeschrijving teamverantwoordelijke Ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling Functietitel Cluster Dienst Plaats in de organisatie Niveau Weddeschaal Statuut Teamverantwoordelijke Ruimtelijke en stedelijke

Nadere informatie

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ BIJLAGE 2. INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ Dit intern reglement maakt integraal deel uit van het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Deze bijlage is een aanvulling op de toepasselijke

Nadere informatie

Financieringsreglement Projectsubsidie Opvoedingsondersteuning

Financieringsreglement Projectsubsidie Opvoedingsondersteuning Financieringsreglement Projectsubsidie Opvoedingsondersteuning Artikel 1 Wat is de doelstelling van een projectsubsidie? De stad Antwerpen kan, onder de voorwaarden bepaald in dit reglement en binnen de

Nadere informatie

Pensioenplan voor de arbeiders van de baksteensector

Pensioenplan voor de arbeiders van de baksteensector Pensioenplan voor de arbeiders van de baksteensector www.federale.be www.baksteen.be Voorwoord Eind 2011 werd een sectoraal pensioenplan ingevoerd voor de arbeiders van de baksteensector. Met dit sectorpensioenplan

Nadere informatie

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Definities HOOFDSTUK III. - De organisatienota HOOFDSTUK IV. - Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Workshop HR-scan. Naar een duurzaam HRM beleid

Workshop HR-scan. Naar een duurzaam HRM beleid Workshop HR-scan Naar een duurzaam HRM beleid Inhoud Voorstelling Wat is Human Resources? Overzicht bestaande tools Waarom de HRM Cockpit? Doel van de HRM Cockpit Opbouw van het model De HRM Cockpit Aan

Nadere informatie

Programmawet van 22.12.89 en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990

Programmawet van 22.12.89 en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990 Programmawet van 22.12.89 en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990 rechtsbron bron/reg.nr. rechtsbrondatum publicatiedatum pagina Wet - 22.12.1989 K.B. - B.S. - 30.12.1989 21382 Wet - 29.03.2012 B.S. - 06.04.2012

Nadere informatie

Studiedag «Prestatie-audit in de federale overheid: stand van zaken en vooruitblik» K.U.Leuven-Instituut voor de Overheid

Studiedag «Prestatie-audit in de federale overheid: stand van zaken en vooruitblik» K.U.Leuven-Instituut voor de Overheid Studiedag «Prestatie-audit in de federale overheid: stand van zaken en vooruitblik» K.U.Leuven-Instituut voor de Overheid ROLLEN VOOR DE INSPECTIE VAN FINANCIEN IN HET BELGISCH AUDITSYSTEEM 29 oktober

Nadere informatie

Competentieprofiel. Maatschappelijk werker

Competentieprofiel. Maatschappelijk werker Competentieprofiel maatschappelijk werker OCMW 1. Functie Functienaam Afdeling Dienst Functionele loopbaan Maatschappelijk werker Sociale zaken Sociale dienst B1-B3 2. Context Het OCMW garandeert aan elke

Nadere informatie

Uw pensioen Onze zorg Over de toekomst van uw pensioen. Een initiatief van sp.a Zandhoven 7 mei 2014 Greet van Gool

Uw pensioen Onze zorg Over de toekomst van uw pensioen. Een initiatief van sp.a Zandhoven 7 mei 2014 Greet van Gool Uw pensioen Onze zorg Over de toekomst van uw pensioen Een initiatief van sp.a Zandhoven 7 mei 2014 Greet van Gool Schema Pensioen Stand van zaken en Uitdagingen Soorten pensioenen Toekenningsvoorwaarden

Nadere informatie

Subsidiereglement Buurt beweegt gezond voor de ondersteuning van sport-en bewegingsactiviteiten

Subsidiereglement Buurt beweegt gezond voor de ondersteuning van sport-en bewegingsactiviteiten Subsidiereglement Buurt beweegt gezond voor de ondersteuning van sport-en bewegingsactiviteiten Goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 maart 2015 Bekendgemaakt op 24 maart 2015 Inhoudstafel Artikel 1. Doel...

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN SCSZ/05/69 1 BERAADSLAGING NR. 05/026 VAN 7 JUNI 2005 M.B.T. DE RAADPLEGING VAN HET WACHTREGISTER DOOR DE DIENST VOOR ADMINISTRATIEVE CONTROLE VAN HET RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING

Nadere informatie

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter,

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter, Aan de Voorzitter van het OCMW van Kalmthout Heuvel 39 2920 Kalmthout Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI KALMTHOUT/RMIB-STOF/2015 2 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag Geachte

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid"

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid" SCSZ/14/071 BERAADSLAGING NR. 14/032 VAN 6 MEI 2014 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS

DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS O6 DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS 6.1. Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap De Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap (NHRPH) onderzoekt dossiers die te maken hebben

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/14/018 BERAADSLAGING NR. 13/061 VAN 4 JUNI 2013, GEWIJZIGD OP 4 FEBRUARI 2014, WAARBIJ BEPAALDE PENSIOENINSTELLINGEN

Nadere informatie

Stuk 1325 (1998-1999) Nr. 1. Zitting 1998-1999. 26 februari 1999 ONTWERP VAN DECREET

Stuk 1325 (1998-1999) Nr. 1. Zitting 1998-1999. 26 februari 1999 ONTWERP VAN DECREET Stuk 1325 (1998-1999) Nr. 1 Zitting 1998-1999 26 februari 1999 ONTWERP VAN DECREET houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 20 oktober 1998 tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest

Nadere informatie

6 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren

6 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren 6 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren BS 20/03/2007 (dit KB vervangt het KB dd 31/03/1983 zie art 6 van KB 06-03-2007) Gewijzigd

Nadere informatie

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen Vlaamse Ouderenraad vzw 18 december 2013 Koloniënstraat 18-24 bus 7 1000 Brussel

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 3.1 Controle/audit

FUNCTIEFAMILIE 3.1 Controle/audit Doel van de functiefamilie Ter plaatse bij derden de naleving van reglementeringen, normen, ed controleren of interne audit uitvoeren hierover te rapporteren zodat de gepaste acties kunnen ondernomen worden

Nadere informatie

Functiebeschrijving: controleur leidinggevend (m/v)

Functiebeschrijving: controleur leidinggevend (m/v) Functiebeschrijving: controleur leidinggevend (m/v) Graad Controleur (m/v) Functie Controleur leidinggevend (m/v) Doelstelling van de functie Leiden van een team medewerkers en aansturen van de werkzaamheden

Nadere informatie

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie.

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie. FUNCTIE: Directeur POC AFKORTING: DIR AFDELING: Management 1. DOELSTELLINGEN INSTELLING De doelstellingen staan omschreven in het beleidsplan POC. Vermits de directie de eindverantwoordelijkheid heeft

Nadere informatie

PERMANENTE ZORG VOOR DE CONTROLEOMGEVING

PERMANENTE ZORG VOOR DE CONTROLEOMGEVING PERMANENTE ZORG VOOR DE CONTROLEOMGEVING Goede praktijk van de afdeling hogescholen (departement onderwijs / ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) Systematische innovatie vereist de wil om naar veranderingen

Nadere informatie

Publicatie KB omtrent zorgkundige

Publicatie KB omtrent zorgkundige Publicatie KB omtrent zorgkundige Op 3 februari 2006 verscheen in het Staatsblad het KB van 12 januari 2006 omtrent de verpleegkundige activiteiten die zorgkundigen mogen uitvoeren en de voorwaarden waaronder

Nadere informatie