Utrechtse clusters in bloei? Economisch geografische relaties van zes bedrijvenclusters in de stadsregio Utrecht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Utrechtse clusters in bloei? Economisch geografische relaties van zes bedrijvenclusters in de stadsregio Utrecht"

Transcriptie

1 Economisch geografische relaties van zes bedrijvenclusters in de stadsregio Utrecht In opdracht van de Kamer van Koophandel Midden Nederland Prof. Dr. Oedzge Atzema Chris de Goeij MSc Simone Holvast MSc November 2011

2

3 Economisch geografische relaties van zes bedrijvenclusters in de stadsregio Utrecht In opdracht van de Kamer van Koophandel Midden Nederland Prof. Dr. Oedzge Atzema Chris de Goeij MSc Simone Holvast MSc November 2011 Foto omslag: 2011 Rien Bouw

4

5 Voorwoord In het economische beleid van de Provincie Utrecht en van de Gemeente Utrecht neemt het stimuleren van clusters van kansrijke bedrijvigheid een belangrijke plaats in. De Provincie zet daarbij in op life sciences, in het bijzonder op public health, stamcelonderzoek en oncologie, en op creatieve industrie, met nadruk op gaming, media en design. Daarnaast hanteert de Provincie duurzaamheid als overkoepelend thema, maar ook als cluster. De Gemeente Utrecht gaat voor dezelfde clusters en voegt daaraan de kennisintensieve zakelijke diensten toe. Ook de Kamer van Koophandel Midden Nederland heeft clusters tot speerpunt gemaakt van haar advisering naar het regionale bedrijfsleven. De Kamer heeft gekozen voor maar liefst acht clusters. Voor zes van die clusters, met per cluster twee specifieke bedrijfsactiviteiten, geeft dit rapport inzicht in de mate en aard van clusterprocessen. Meestal gaat de beleidsaandacht voor clusters niet verder dan tot het in kaart brengen van bedrijfs- concentraties en het scheppen van ruimtelijke voorwaarden om deze concentraties te benutten (denk bijvoorbeeld aan de campusgedachte). De kern van de clustergedachte is echter dat de bedrijven die deel uitmaken van een cluster iets met en aan elkaar hebben. In het verleden ging het daarbij vooral om kostenvoordelen die daar het gevolg van zijn, tegenwoordig om opbrengstvoordelen. Aan de kostenkant kan men denken aan lagere transportkosten, externe schaalvoordelen en lagere zoek- en controlekosten; bij de opbrengsten aan ondernemerschap, productiviteit en innovatie. Zo zouden er meer nieuwe bedrijven worden opgericht door mensen uit bestaande clusters, zou de productiviteit van het regionale bedrijfsleven toenemen omdat bedrijven elkaar scherp houden en bevordert uitwisseling van kennis de ontwikkeling van product- en marktinnovaties. In dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre deze beleidswensen overeenkomen met de werkelijkheid in de stadsregio Utrecht. Het onderzoek is verricht door twee studenten van de masteropleiding Economische Geografie van de Universiteit Utecht tijdens eens stage bij de Kamer van Koophandel Midden-Nederland. Zij hebben in elk cluster interviews gehouden met zorgvuldig geselecteerde bedrijven. Adviseurs van de Kamer hebben hen daarbij geholpen. Hoewel de onderzoekers niet de pretentie hebben een volledig representatief beeld van de clusters te geven, geeft het rapport een helder en herkenbaar overzicht van de aard van clustering in de stadsregio Utrecht. Uit dit overzicht komt het beeld komt naar voren dat in de stadsregio Utrecht veel werk aan de winkel is om alle veronderstelde clustervoordelen te verzilveren. De slagingskans van het clusterbeleid in het ene cluster is groter dan in een andere. Zo is het life science cluster het verst op weg om een volwaardig functionerend kenniscluster te worden. Dit is tevens het cluster dat het meest op internationale schaal opereert. Dit onderstreept de noodzaak van open clusters. Verder blijkt uit het onderzoek dat ICT, managementadviesbureaus en HRM bureaus verbindende schakels zijn tussen de clusters. Vanuit het regionaal perspectief verdienen zij daarom ook verdere beleidsaandacht. Daarnaast onderstreept het onderzoek het belang van menselijk kapitaal. Er bestaan bij bedrijven in bijna alle clusters groeiende zorgen over voldoende beschikbaarheid van geschoolde kennis. Meer samenwerking op regionaal niveau tussen ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen ( de gouden driehoek ) is geboden. Het is opvallend dat het hieraan in diverse onderzochte clusters nog ontbreekt. Het rapport bevat diverse andere concrete aanbevelingen en is een waardevolle bouwsteen voor de verdere ontwikkeling van het clusterbeleid in de stadsregio Utrecht. Prof. dr. Oedzge Atzema (Universiteit Utrecht) Dr. Martin Hessels (Kamer van Koophandel Midden-Nederland)

6 Inhoudsopgave Pagina: Hoofdstuk 1 Inleiding Aanleiding Clusters: concentraties, relaties en locatiefactoren Opdrachtgevers Welke clusters? Probleemstelling Context van het onderzoek Opbouw rapport 5 Hoofdstuk 2 Afbakening en methodologie Inleiding Kenniseconomie en draaischijfeconomie De snelweg als ontwikkelings- en kennisas De A2-as Afbakening onderzoeksgebied Afbakening clusters Methodologie Tekortkomingen van het onderzoek 16 Hoofdstuk 3 Clusters en netwerken Inleiding Ontstaan en ontwikkeling van clusters Deelname in netwerken Voor- en nadelen nabijheid Drijvende krachten achter innovatie Levenscyclus clusters Typologie clusters 22 Hoofdstuk 4 Concentratie Inleiding KIBS Financiële dienstverlening Bouwen en ontwerpen Transport & logistiek ICT & media Zorg, life sciences & medtech Conclusie 38 Hoofdstuk 5 Inzoomen op de clusters Inleiding KIBS: HRM bureaus en managementadviesbureaus Financiële dienstverlening: banken Bouwen & ontwerpen: bouwen en ontwerpen Transport & logistiek: logistieke diensten en ketenregie/ beheersing ICT & Media: Software en Crossmedia Verstandelijk gehandicaptenzorg, life sciences & medtech 44 Hoofdstuk 6 Typen relaties Inleiding 46

7 Pagina: 6.2 KIBS Financiële Dienstverlening Bouwen en ontwerpen Transport & logistiek ICT & media Zorg, life sciences en medtech Conclusie 57 Hoofdstuk 7 Schaal van relaties Inleiding KIBS Financiële dienstverlening Transport & logistiek Bouwen en ontwerpen ICT & media Zorg, life sciences en medtech Conclusie 68 Hoofdstuk 8 Locatiefactoren Inleiding KIBS Financiële dienstverlening Transport & logistiek Bouwen & ontwerpen ICT & media Zorg, life sciences en medtech Conclusie 78 Hoofdstuk 9 - A2 Context Inleiding Belang A2-steden Belang verbreding A Conclusie 86 Hoofdstuk 10 Conclusies & aanbevelingen Inleiding Conclusies Discussie Aanbevelingen 91 Literatuur 95 Bijlagen 98 1 COROP gebied Utrecht 98 2 Het BRU gebied 98 3 Werkgebied van de KvK Midden-Nederland 99 4 bedrijven in de provincie Utrecht per cluster en bedrijfsklasse Berekening locatiequotiënten Topiclijst interviews bedrijven regio Utrecht Bedrijven en instellingen 109

8

9 Hoofdstuk 1 - Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds het verschijnen van de nota Pieken in de Delta (2004) staat in Nederland het gebiedsgericht economisch beleid in het teken van het stimuleren van concentraties van stuwende bedrijvigheid. Zulke concentraties worden in de wetenschappelijke literatuur clusters genoemd. De Kamer van Koophandel Midden Nederland heeft zeven van deze clusters benoemd. Dit onderzoek heeft tot doel verschillende van deze clusters in kaart te brengen en de vestigingseisen van betrokken bedrijven te specificeren. Zo kan tot een beeld worden gekomen hoe dit de concurrentiepositie van de regionale economie beïnvloedt en hoe deze concurrentiepositie eventueel versterkt zou kunnen worden door beleid. Er zijn verschillende definities betreffende de regionale concurrentiepositie. Wat deze definities gemeen hebben is dat het gaat om het vermogen van verschillende actoren (bedrijven, instellingen en overheden) om aanwezige materiële (bijvoorbeeld verkeersinfrastructuur) en immateriële regionale karakteristieken (bijvoorbeeld het culturele klimaat) te combineren, en op die manier te gebruiken om productiviteit en werkgelegenheid te vergroten (Atzema e.a., 2011; Boschma, 2004). De aanwezige regionale karakteristieken bieden een context die invloed heeft op relaties tussen actoren in de regio. Andersom kunnen de relaties tussen actoren weer invloed op de regionale karakteristieken hebben. Daarom staan deze relaties centraal in dit onderzoek. 1.2 Clusters: concentraties, relaties en locatiefactoren Clusters zijn ruimtelijke concentraties van gerelateerde bedrijven en instellingen. Een concentratie van bedrijven en instellingen betekent echter nog niet dat er op de desbetreffende plek samenwerking plaatsvindt. Men kan ook ergens zitten vanwege de dezelfde oriëntatie op bepaalde locatiefactoren. Het kan echter zijn dat bedrijven intensief kennis uitwisselen. Bovenstaande maakt duidelijk dat de intensiteit van samenwerking kan verschillen tussen clusters. Hierdoor zijn de typen relaties tussen bedrijven en instellingen belangrijk. Clusters worden ook wel omschreven als concentraties van bedrijven die iets met elkaar hebben. Het iets met elkaar hebben kan versterkt worden door (ruimtelijke) nabijheid. Het kan hierbij gaan om kostenvoordelen of opbrengstenvoordelen. Kostenvoordelen kunnen bijvoorbeeld worden gehaald uit minder transportkosten vanwege kleine afstanden. Opbrengstvoordelen kunnen bijvoorbeeld worden gehaald uit informatiewinst doordat bedrijven dichter bij de klant, toeleverancier en/of concurrent zitten. Omdat nabijheid van belang is in het clusterconcept zal in het onderzoek behalve locatiefactoren en typen relaties ook de schaal van relaties benadrukt worden. 1.3 Opdrachtgevers Dit onderzoek wordt uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Utrecht (UU) en de Kamer van Koophandel Midden-Nederland (KvK Midden-Nederland). Vanuit de UU is eerder vergelijkbaar onderzoek gedaan in opdracht van het Bestuursforum Schiphol in Amsterdam (hier wordt in paragraaf 1.6 verder op ingegaan). Parallel aan dit onderzoek loopt nog een soortgelijk onderzoek. Het onderzoek voor de regio Utrecht sluit aan op deze twee andere onderzoeken. De Kamer van Koophandel Midden-Nederland kent een strategie waarbij het zich voor de langere termijn wil inzetten op clusters van bedrijvigheid die de regionale economie dragen. Voor Midden-Nederland worden een aantal clusters, die oververtegenwoordigd zijn in de regio, gezien als stuwers van de economie. In 2010 is de KvK Midden-Nederland met de eerste twee clusters aan de slag gegaan: bouwen en ontwerpen en transport en logistiek. Met de kennis die zij in huis hebben spelen ze in op lokale ondernemersvraagstukken en 2

10 samen met ondernemers willen ze de economische agenda voor Midden-Nederland bepalen. Ook proberen ze de contacten tussen de bedrijven te verstevigen, door meer afzetmogelijkheden te verkennen, samen te werken aan innovatieprojecten door om scholing van personeel gezamenlijk op te pakken (KvK, 2009). Met het cluster zorg en medtech moet in 2011 een begin worden gemaakt. Dit onderzoek dient om nieuwe theoretische en praktische inzichten te verwerven om het clusterbeleid met een frisse blik tegemoet te treden. 1.4 Welke clusters? Niet alle zeven clusters van de KvK Midden-Nederland zijn meegenomen in dit onderzoek. Food & agribusiness en Metaal en maakindustrie zijn buiten beschouwing gelaten. Financiële en adviesdiensten zijn opgesplitst in financiële dienstverlening en zakelijke dienstverlening. Naar zakelijke dienstverlening zal in dit onderzoek ook wel worden verwezen als Knowledge Intensive Business Services (KIBS). In hoofdstuk 2 volgt meer uitleg over de keuze voor de desbetreffende clusters. Dit resulteert in zes clusters die zullen worden belicht in het onderzoek: Zakelijke dienstverlening/kibs Financiële dienstverlening Bouwen en ontwerpen Transport en logistiek Zorg en medtech ICT en media 1.5 Probleemstelling In de huidige kenniseconomie ligt bij clustering van bedrijven de nadruk op samenwerking op het gebied van kennis. Daarbij gaat het om de bereidheid van bedrijven om in elkaars competenties te investeren. Daarnaast is ook de samenwerking met (onderwijs en kennis)instellingen en overheden van belang. Met de slogan Utrecht, centrum voor Kennis en Cultuur geeft de regio aan de ambitie te hebben om het creatief cognitieve aspect van de economie te versterken. Dit is niet alleen een zaak van onderwijs en culturele instellingen, maar in de eerste plaats van het bedrijfsleven zelf. Binnen het bedrijfsleven gaat het verder niet alleen om de zogeheten creatieve en kennisintensieve bedrijvigheid, maar in principe om alle bedrijven. Innovatie en kennis bieden immers voor alle bedrijven de beste mogelijkheden om in de huidige en toekomstige economie te overleven. Clustering kan bevorderend werken bij de creatie en verspreiding van kennis en innovatie. In dit onderzoek staat de vraag centraal in hoeverre er binnen de geselecteerde clusters tussen bedrijven onderling en van bedrijven met instellingen en overheden samenwerking optreedt en in welke zin dit leidt tot een versterking van de concurrentiepositie van de regionale economie. Die samenwerking kan verschillende vormen aannemen. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen zakelijke en kennisrelaties. Bij zakelijke relaties gaat het vooral om iets aan elkaar verdienen. Bij kennisrelaties gaat het om kennisuitwisseling en de intensiteit van de samenwerking. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat voor soort relaties bestaan er tussen de verschillende bedrijven binnen en tussen een zestal clusters in de stadsregio Utrecht, hoe dragen deze bij aan groei en versterking van de concurrentiepositie van de stadsregio Utrecht en hoe zouden deze door middel van beleid versterkt kunnen worden? 3

11 1.6 Context van het onderzoek Het onderzoek maakt deel uit van een geheel aan onderzoeken waarbij ook de clustering in de Metropoolregio Amsterdam en in de Brainport Eindhoven worden onderzocht, gezien de gamenlijke ligging van de steden langs de A2-as. Het onderzoek voor de Metropoolregio Amsterdam, genaamd The Amsterdam Family of Clusters, is in februari dit jaar opgeleverd. 1 Kader 1: The Amsterdam Family of Clusters In The Amsterdam Family of Clusters worden de economisch-geografische bedrijfsrelaties voor elf bedrijvenclusters in de Metropoolregio Amsterdam beschreven. De titel van het rapport verwijst naar de verwantschap van relaties binnen en tussen de clusters. Het gaat om clusters die als kansrijk zijn aangewezen door de opdrachtgever, het Bestuursforum Schiphol. De economisch-geografische relaties hebben betrekking op het ruimtelijk spreidingspatroon van de bedrijven in de clusters en op de kennisrelaties tussen de bedrijven. Ook zijn de vestigingseisen van de bedrijven in kaart gebracht. De titel van het rapport verwijst naar de verwantschap van relaties binnen en tussen de clusters. De A2-as wordt wel eens de economische slagader van Nederland genoemd. De A2 is bovendien in het afgelopen jaar over grote lengte verbreed. Ook de parallel lopende spoorverbinding wordt verdubbeld. De A2 fungeert daarmee als een ruimtelijk economische ontwikkelingsas, met de Mainport Schiphol en de Brainport Eindhoven als belangrijke polen. De stadsregio Utrecht ligt in het midden van deze as. Verschillende belangrijke snelwegen kruisen elkaar in de stadsregio, waardoor de Utrechtse economie ook wel draaischijfeconomie wordt genoemd. Het onderzoek richt zich in eerste instantie op de zelfversterkende processen binnen elk van de clusters in de stadsregio Utrecht en richt zich van daaruit op de netwerken tussen bedrijven in de drie stadsregio s. In onderzoek zullen verschillende vragen beantwoord worden: Mate van concentratie: In welke mate is er concentratie van bedrijven en banen van de genoemde clusters op regionaal en lokaal niveau en waar doen bedrijfsconcentraties zich voor? Deze vraag zal aan bod komen in hoofdstuk 4. Van vestigingsplaats naar concentratie: Wat zijn belangrijkste vestigingsplaatsfactoren voor de aanwezigheid van de genoemde clusters? En wat zijn de voordelen die de bedrijven in de clusters behalen uit de Utrechtse draaischijfeconomie en de Utrechtse kenniseconomie? Deze vragen zullen terugkomen in hoofdstuk 8. Van concentraties naar netwerken: In welke mate bestaan er zakelijke (geld)transacties, sociale relaties en samenwerking op het gebied van kennis en innovatie tussen bedrijven in de genoemde clusters en op welke schaal vindt dit plaats? Deze vraag zal in hoofdstuk 6 en 7 aan bod komen. Van netwerken naar related variety : In welke mate bestaan er zakelijke (geld)transacties, sociale relaties en samenwerking op het gebied van kennis en innovatie tussen bedrijven tussen de clusters (related variety)? Deze vraag heeft betrekking op het begrip diagonale relaties, welke in hoofdstuk 6 aan bod zal komen. Van clusters naar concurrentie: 1 Zie: 4

12 In hoeverre wordt de concurrentiepositie van bedrijven beïnvloed door het (ontbreken van) clusterrelaties? Deze vraag komt terug in hoofdstuk 10, waar een conclusie wordt gegeven. Van clusters naar beleid: Is er behoefte bij bedrijven aan versterking van dergelijke relaties en hoe kunnen de Kamer van Koophandel en overheden deze relaties versterken? Deze vraag komt terug in hoofdstuk 10, waar naast een conclusie ook aanbevelingen worden gegeven. 1.7 Opbouw rapport Hoofdstuk 2 gaat in op de afbakening van het onderzoek. De keuze voor de zes clusters wordt verklaard, net als de keuze voor het onderzoeksgebied. Er zal verder worden ingegaan op het begrip related variety en op theoretische inzichten met betrekking tot de A2. Dit resulteert in enkele hypotheses die in het hoofdstuk worden aangedragen. Tevens bevat hoofdstuk 2 de methodologie. Hoofdstuk 3 behandelt belangrijke theoretische inzichten met betrekking tot clusters en netwerken. Het belang van verschillende vormen van nabijheid komt aan bod. Er wordt een typologie van clusters gegeven die later in het onderzoek dient om de verschillende clusters te classificeren. Hoofdstuk 4 laat de geografische spreiding en concentratie van de zes verschillende clusters zien in de provincie Utrecht. Per cluster zijn twee focusgebieden bepaald. De keuze voor de desbetreffende focusgebieden komt in hoofdstuk 5 aan bod. Hier zullen tevens de bedrijven die voor elk focusgebied zijn geïnterviewd, kort worden geïntroduceerd. Eerder (blz. 3) is gesproken over typen relaties, schaal van relaties en locatiefactoren. De typen relaties komen in hoofdstuk 6 aan bod, de schaal van relaties in hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8 behandelt locatiefactoren. De bevindingen met betrekking tot de A2 worden in hoofdstuk 9 gepresenteerd. In hoofdstuk 10 wordt een conclusie gegeven, waarbij zal worden ingegaan op eerder gestelde hoofdvraag, deelvragen en hypotheses. Tevens zullen de aanbevelingen terugkomen in hoofdstuk 10. 5

13 Hoofdstuk 2 Afbakening en methodologie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zal dieper worden ingegaan op de afbakening van het onderzoeksgebied en de clusters. Ten eerste gaan we in op de begrippen kennis- en draaischijfeconomie, die een cruciale rol spelen bij de afbakening van de clusters. Ten tweede wordt ingegaan op verscheidene theoretische inzichten met betrekking op de snelweg als ontwikkelingsas die de basis vormt voor de afbakening van het gebied. Ten derde zal de rol van de snelweg de A2 worden geduid alvorens met onderzoeksafbakening en de methodologie te beginnen. 2.2 Kenniseconomie en draaischijfeconomie De Nederlandse overheid en de EU focussen op het behalen van economische groei en welvaart door in te zetten op de kenniseconomie. Er is de afgelopen tijd een hoop aandacht geweest voor de kenniseconomie, zowel in beleid als in wetenschappelijke publicaties. Het onderwerp kwam duidelijk naar voren in de Lissabon Strategie van 2000 en de daaropvolgende EU2020 strategie. Net als in Pieken in de Delta (2004) en de recent verschenen Bedrijfsleven Nota (2011). De kenniseconomie kan worden gedefinieerd: het gebruik van kennis in interactieve relaties tussen marktpartijen bij het voortbrengen en gebruiken van goederen en diensten. (Van Oort en Raspe, 2005, p. 7) Niet alleen technologische vernieuwingen leiden tot een hogere werkgelegenheidsgroei en productiviteitsgroei, maar ook innovatie en kenniswerkers spelen een belangrijke rol in de kenniseconomie. Transport heeft altijd een grote rol gespeeld in de ruimtelijk economische infrastructuur van steden, landen en continenten. In de huidige kenniseconomie lijken transportkosten van ondergeschikt belang te zijn. Cairncross (1997) spreekt zelfs van de death of distance. Door internet hebben meer spelers toegang gekregen tot het kapitalisme en kunnen meer spelers meedoen op de wereldmarkt; verschillen tussen gebieden zouden verdwijnen. De ICT netwerken lijken een substituut voor fysieke transportverbindingen. Vooral in een informatie economie, waar de snelle generatie, behandeling en doorgift van informatie van groot belang is. Deze informatie economie staat echter niet op zichzelf en is onderdeel van de kennis- en netwerk economie, waar met name de transactiekosten bepalend zijn. Deze kosten zijn verbonden aan geografische grenzen. Ook is face-to-face contact van groot belang en kennisspillovers vinden voornamelijk plaats als er persoonlijk contact is (Van Oort en Raspe, 2005). Jacobs (1999) geeft aan dat in een kenniseconomie het internet de behoefte aan transport juist versterkt. Door contact neemt het aantal face to face contacten toe, waardoor de behoefte aan transport wordt versterkt. Immers, als het draait om menselijke netwerken is persoonlijk contact nog steeds van groot belang. Transportkosten zullen dus een rol blijven spelen, met name in het personenverkeer en wat betreft locatie van de dienstensector (Oosterhaven en Rietveld, 2003 in van Oort en Rapse, 2005). De Utrechtse economie draait voor een belangrijk deel op kennisintensieve activiteiten. De grootste universiteit van het land staat in Utrecht en daarnaast zijn er veel HBO- en andere onderwijsinstellingen aanwezig. Het gemiddelde opleidingsniveau ligt hoog en er zitten veel innovatieve bedrijven en kenniscentra. De zakelijke- en creatieve dienstverlening zijn motoren voor de kenniseconomie (Hogeschool Utrecht, 2011). Verder zijn ook innovatieve sectoren vertegenwoordigd, denk onder andere aan de ICT sector, life sciences en de gaming industrie. Naast de kenniseconomie is dankzij de centrale ligging in het Nederlandse marktgebied de draaischijffunctie van de regio een belangrijke motor voor de economie. Deze centrale 6

14 ligging zorgt ervoor dat Utrecht een belangrijk knooppunt is van auto- en spoorwegen. Bedrijven die deel uitmaken van de Utrechtse draaischijfeconomie maken gebruik van de minimalisatie van kosten door zich op een centrale plek in het land te vestigen. De bedrijven die deel uitmaken van de kenniseconomie doen hun voordeel met de aanwezige kennis in de regio. Zij proberen de opbrengsten te maximaliseren door waarde toe te voegen via aanwezige kennis. In dit onderzoek zullen binnen elk cluster twee focusgebieden worden onderzocht. Er zal per cluster een sector worden onderzocht die wordt verondersteld deel uit te maken van de kenniseconomie en een sector die wordt verondersteld deel uit te maken van de draaischijfeconomie. 2.3 De snelweg als ontwikkelings- en kennisas In veel gebieden in Nederland is te zien dat economische groei is gekoppeld aan de nabijheid van snelwegen (Hamers & Nabielek, 2006). In de periode is de economische groei in snelwegstroken bijna drie keer hoger dan gemiddeld in Nederland (Louter e.a. 1999). Er wordt ook wel gesproken van een structurerende werking van de infrastructuur. De relatie tussen economie en infrastructuur is niet eenzijdig, er is sprake van wederzijdse beïnvloeding. Hoewel complex, er is een duidelijk verband tussen de kwaliteit van infrastructuur en het locatiegedrag van bedrijven. Als de bereikbaarheid van een locatie wordt verbeterd is in veel gevallen zichtbaar dat deze locatie een functie lijkt te vervullen bij het behouden van vitale en groeiende bedrijfstypen en bij het aantrekken van zulke bedrijven (van Oort en Raspe, 2005). Naast dit verband zijn er ook tal van andere factoren die van invloed zijn op ruimtelijke economische ontwikkeling: demografie, economie, technologie en overheidsbeleid. Als veranderde economische activiteiten in ruimtelijk opzicht zich voordoen als gevolg van nieuwe infrastructuur, dan hoeft dat niet te betekenen dat dit geheel is toe te schrijven aan deze vernieuwing. De transportinfrastructuur kan een ruimtelijk- economisch werking hebben (Bruinsma e.a., 1995 in Van Oort en Raspe, 2005). Deze werking wordt beschreven aan de hand van een voorbeeld van verbetering van de infrastructuur in relatie tot transportkosten. Kortere afstanden of hogere snelheden leiden tot reductie in brandstof-, kapitaal- of arbeidskosten, wat op zijn beurt weer invloed kan hebben op tijdstip van vertrek keuze voor de route en het transportmiddel. Ook verandert het ruimtelijke gedrag van bedrijven. De combinatie van deze veranderingen leidt tot een hogere productiviteit in de regio. Het gevolg van veranderingen in transportinfrastructuur op het ruimtelijke gedrag van bedrijven komt voort uit de kostenreductie die leidt tot een hogere productiviteit en de bereikbaarheid van de locatie. Dit kan leiden tot een grotere afzetmarkt, maar ook tot meer concurrentie. De belangrijkste effecten van veranderingen in de transportinfrastructuur komen voort uit de toegankelijkheid van de locaties en productiviteitseffecten die op hun beurt weer voortkomen uit kostenreductie (van Oort en Raspe, 2005). Bereikbaarheid maakt interactie tussen toeleveranciers en afnemers makkelijker en biedt hierdoor externe voordelen naast de voordelen die op vervoerskundige basis ontstaan. Tot slot speelt het aanbod van bedrijfslocatie een belangrijke rol. Als nieuwe panden alleen langs de snelweg worden aangeboden, is er weinig keus. Dat er meer bedrijven zich op bedrijventerreinen langs de snelweg vestigen is soms een kwestie van aanbod (Bruinsma e.a., 1995 in van Oort en Raspe, 2005). 7

15 2.4 De A2-as Eind jaren 90 liet de A2-as een sterk bovengemiddelde economische groei zien en ook qua werkgelegenheid presteerde het gebied bovengemiddeld (zie figuur 1). In 2004 is de A2 vanwege concentraties van kennisintensieve bedrijvigheid tot de kennisas van Nederland benoemd (Ministerie van Economische Zaken 2004). Er zijn kritische kanttekeningen geplaatst bij de benoeming van de A2 tot kennisas. Ten eerste zou er geen sprake zijn van een aaneengesloten gebied met kennisintensieve bedrijvigheid, maar er zou gesproken moeten worden over een kralensnoer van kennisintensieve steden. Uit het onderzoek van Van Oort en Raspe (2005) blijkt dat (grote) steden meer verbonden zijn met de economie van kenniswerkers dan de snelweg zelf. Ten tweede, als men kijkt naar het aantal kenniswerkers en innovatie in gemeenten langs de snelwegen A2 en A12 lopen desbetreffende snelwegen voorop in de Nederlandse kenniseconomie. Ook is er een verschil in specialisme tussen het noordelijke en het zuidelijke segment van de as, zie figuur 2. In de steden in het noordelijke deel gaan de sectorspecialisaties voornamelijk samen met innovatieve bedrijfsvoering. Met name Amsterdam en het gebied eromheen kent een dynamisch bedrijfsleven. In het zuidelijke deel van de as, voornamelijk het gebied rond Eindhoven, heeft de technologische sector een groot aandeel, waardoor ze hoog scoren op R&D activiteiten (TNO, 2005; van Oort en Raspe, 2005). Figuur 1: Aantal arbeidsplaatsen per duizend inwoners van 15 tot 65 jaar in 2001 Bron: Bureau Louter (2002) 8

16 Figuur 2. De A2 as en corridor in Noord en Zuid Nederland Bron: van Oort en Raspe (2005) In dit onderzoek staan de relaties die bedrijven uit de stadsregio Utrecht onderhouden met andere bedrijven en instellingen centraal, zowel binnen als buiten de stadsregio. In hoofdstuk 9 wordt op twee manieren gekeken wat het economische belang van de A2-as daarbij is. Ten eerste zal specifiek worden gekeken naar wat de relaties van de bedrijven uit de stadsregio Utrecht zijn met bedrijven en instellingen uit andere steden langs de A2. Deze andere steden zijn Amsterdam, Eindhoven, Den Bosch en Maastricht. Ook zal het belang dat de bedrijven hechten aan de verbreding van de A2 worden besproken. 2.5 Afbakening onderzoeksgebied Voor de afbakening van het onderzoeksgebied is rekening gehouden met verschillende ruimtelijke schaalniveaus waarop de regio Utrecht kan worden ingedeeld. In de eerste plaats de COROP regio Utrecht, ofwel het provincieniveau (zie bijlage 1). In de tweede plaats met het Bestuur Regio Utrecht (BRU) (zie bijlage 2). Hieronder vallen negen gemeentes die samenwerken om bereikbaarheid en leefbaarheid te verbeteren en de economische ontwikkeling van het gebied te stimuleren. Ten derde is voor de afbakening van dit onderzoek ook rekening gehouden met de regio afbakening van de KvK Midden-Nederland (zie bijlage 3). Naast deze verschillende schaalniveaus is op basis van The Amsterdam Family of Clusters en het onderzoek van Van Oort en Rapse (2005) besloten om gemeentes mee te nemen waar de A2 doorheen loopt. Dit zijn de donkerblauwe gemeentes van de COROP regio Utrecht in figuur 2. Hieraan zijn de ontbrekende gemeentes van het BRU gebied toegevoegd en Woerden. Deze gemeentes (De Bilt, Zeist, Bunnik en Houten) en Woerden zijn een belangrijk onderdeel van het werkgebied van de KvK Midden-Nederland. Woerden, aan de westkant van Utrecht oefent een verzorgende functie uit voor het omliggende gebied. Samen noemen we dit onderzoeksgebied, dat een uitgebreide stadsregio vormt, het BRU-plus gebied, zie figuur 3. 9

17 Figuur 3. Het BRU plus' gebied. Bron: kaartje gebaseerd op gegevens van BRU (2011) 2.6 Afbakening clusters Het bepalen van een focus op bepaalde sectoren en clusters is iets wat op allerlei schaalniveaus gedaan wordt. Zo heeft de Europese Commissie tien speerpuntinitiatieven aangewezen. In Pieken in de Delta (2007) wordt voor verschillende gebieden in Nederland ingezet op verschillende clusters. De provincie Utrecht valt hierin onder Noordvleugel Randstad, waar onder andere ook Amsterdam, het Gooi en Almere bij horen. Utrecht is door zijn centrale ligging, zeer belangrijk voor de nationale economie. Amsterdam heeft een meer internationale oriëntatie dan Utrecht. In beide steden zijn in grote lijnen dezelfde clusters belangrijk, in beide steden speelt dienstverlening een belangrijke rol. Op nationaal schaalniveau is de focus recent opnieuw bepaald. Begin februari 2011 zijn in Nederland de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI). Er zijn negen topsectoren geselecteerd: agro-food, tuinbouw en uitgangsmaterialen, high tech materialen en systemen, energie, logistiek, creatieve industrie, life-sciences, chemie en water. Per topsector wil het kabinet een gezamenlijke kennis- en onderzoeksagenda opstellen door bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid. Hierbij wordt ingezet op meer samenwerking, bundeling en specialisatie van onderzoeksinspanningen. Er wordt sterk aangestuurd op het vinden van concrete oplossingen voor sectorspecifieke belemmeringen. Te denken valt aan zaken als zorgregulering of specifieke fiscale lasten. Een ander punt is onderwijs en scholing. De beschikbaarheid van vakmensen en kenniswerkers moet vergroot worden. Belangrijk daarbij is dat het aanbod van beroepsopleidingen is afgestemd op de behoefte van het bedrijfsleven. Zoals in paragraaf 1.4 is besproken, worden zes clusters van de KvK Midden-Nederland meegenomen in dit onderzoek. Food & agribusiness en Metaal en maakindustrie zijn buiten beschouwing gelaten, omdat de meeste bedrijvigheid van deze clusters buiten het 10

18 onderzoeksgebied plaatsvindt. Financiële diensten en KIBS zijn uit elkaar gehaald vanwege de speciale rol die de KIBS in dit onderzoek spelen. Van KIBS wordt verondersteld dat zij sterk afhankelijk zijn van specifieke professionele kennis (Den Hertog, 2000). Door deze centrale rol van kennis zal in dit onderzoek extra aandacht worden besteedt aan KIBS. Eerder in dit hoofdstuk zijn de begrippen kenniseconomie en draaischijfeconomie aan bod gekomen. Voor de clusters die in dit onderzoek worden meegenomen is waar mogelijk een tweedeling gemaakt tussen bedrijvigheid die zijn voordeel haalt uit de Utrechtse kenniseconomie en bedrijven in Utrecht zitten vanwege de draaischijffunctie. De tweedeling die is gemaakt is hypothetisch. Uit het onderzoek moet blijken of de focusgebieden daadwerkelijk deel uitmaken van de kennis- of de draaischijfeconomie. De tweedelingen zijn tot stand gekomen op basis van gesprekken met experts en literatuurstudie. In hoofdstuk 5 zal de keuze voor deze tweedeling verder worden besproken. Ondersteuning van clustervorming heeft als doel het stimuleren van de wisselwerking tussen bedrijven onderling en met overheden en instellingen. Deze wisselwerkingen vinden ook plaats tussen verschillende clusters, zie figuur 4. Zowel de relaties binnen clusters als tussen clusters komen aan de orde in dit onderzoek. Op basis van the Amsterdam family of clusters wordt verondersteld dat KIBS, ICT bedrijven en bedrijven in de ketenregie een ondersteunende rol vervullen voor bedrijven in andere clusters. Daarom staan deze drie focusgebieden in het midden van de Utrechtse familie van clusters. In het kader van related variety gaat het daarbij om de uitwisseling van kennis en informatie en om samenwerking op het gebied van kennis en innovatie. De mobiliteit van werknemers tussen bedrijven, spin-offs en de deelname aan kennisnetwerken zijn hiervoor de belangrijkste indicatoren (Atzema e.a., 2011). Figuur 4: Een Utrechtse familie van clusters? 11

19 Hieronder zal een beeld worden geschetst van elk cluster door in te gaan op onder andere de omvang, de betekenis voor de werkgelegenheid en de groei van het cluster. Vervolgens wordt de bovenstaande tweedeling tussen draaischijf- en kenniseconomie toegelicht. Zakelijke dienstverlening/kibs Zakelijke dienstverlening is een van de belangrijkste sectoren voor de werkgelegenheid en bedrijvigheid in Midden-Nederland. In de stadsregio Utrecht zorgt deze sector voor 20% van de werkgelegenheid, wat het de grootste sector van het gebied maakt. Tussen 2003 en 2009 is het aantal vestigingen in de stad Utrecht gegroeid met 57% (Utrecht Werkt, 2010). In Pieken in de Delta (2004) wordt Utrecht beschreven als draaischijf van de nationale spooren weginfrastructuur, wat de stad het centrum van de nationaal georiënteerde zakelijke dienstverlening maakt. In deze sector is de relatie met Amsterdam wellicht interessant. De nationale focus van Utrecht vult de meer internationale rol van Amsterdam goed aan (Planbureau voor de Leefomgeving, 2010). In Pieken in de Delta wordt zakelijke dienstverlening dan ook als kerncluster gezien voor de gehele Noordvleugel van de Randstad. Toekomstverwachtingen voor de sector zijn positief. Tweedeling: binnen het cluster KIBS, ligt de focus op managementadvies bureaus en HRM bureaus. De keuze voor managementadviesbureaus is gebaseerd op The Amsterdam Family of Clusters, waar de focus op managementadviesbureaus ligt (Atzema e.a., 2011). Managementadviesbureaus spelen een belangrijke rol in de ondersteuning voor bedrijven in verschillende sectoren (Atzema e.a., 2011, Toivonen 2004, Kox & Rubalcaba 2007, Kwakman 2007 en Strambach 2008). Daarnaast zijn binnen de KIBS de managementadviesbureaus de tak die het sterkste groeide de afgelopen negen jaar (samen met marketingbureaus). Beide focusgebieden zijn kennisintensief, wat het lastig maakt een tweedeling te maken tussen bedrijven die deel uitmaken van de kennis of draaischijfeconomie. Een hypothese is echter dat hoewel beiden deel uitmaken van de kenniseconomie, de HRM bureaus gevestigd zijn in de regio Utrecht vanwege de voordelen die ze uit de draaischijfeconomie halen. Vanwege de centrale ligging midden in het land en het aandeel mensen in de regio en erbuiten die ze vanuit Utrecht kunnen bedienen. Financiële dienstverlening Met de aanwezigheid van de hoofdkantoren van een aantal grote banken, zoals de Rabobank en SNS Bank, is de financiële dienstverlening bepalend in het beeld over de Utrechtse economie. De financiële sector wordt als een van de pijlers van internationalisering van het Nederlandse bedrijfsleven omschreven. Het verbeteren van de condities voor de financiële sector wordt als essentieel gezien, mede voor een sterk hoofdkantorenklimaat (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 2011). In figuur 5 is te zien hoe zakelijke en financiële diensten, hier samengenomen, zich over Nederland verdelen. Opvallend is dat de provincie Utrecht een hoog aandeel heeft in zakelijke- en financiële diensten. Net als bij zakelijke dienstverlening heeft Utrecht in het cluster vooral een nationale rol, waar de meer internationale rol voor Amsterdam is weggelegd. Dit maakt de relatie Amsterdam-Utrecht wederom interessant. Tweedeling: omdat in Utrecht de aanwezigheid van grote banken bepalend is voor het beeld over de regionale financiële dienstverlening, is de bankensector ook als focusgebied gekozen. Een grote bank als de Rabobank onderhoudt veel contacten met allerlei soorten bedrijven. Dit maakt financiële dienstverlening erg interessant voor relaties tussen clusters. 12

20 Figuur 5: Specialisatie zakelijke en financiële diensten* (2010) Bron: Planbureau voor de Leefomgeving (2010) * Hierbij gehanteerde omschrijving van zakelijke en financiële diensten: financiële instellingen, verzekeringswezen, overige zakelijke diensten en adviesbureaus. Bouwen en ontwerpen Dit cluster is voor de regio Midden-Nederland interessant, vanwege de aanwezigheid van hoofdkantoren van een aantal grote spelers. Te denken valt aan de Koninklijke BAM Groep in Bunnik, Ballast Nedam in Nieuwegein en Strukton in Utrecht. Mede hierdoor is het aantal banen in het cluster bouwen & ontwerpen in Midden-Nederland groter dan in de rest van Nederland. Veel van de activiteiten van deze bedrijven vinden plaats buiten de regio en enkele zelfs op een globaal schaalniveau. Te denken valt aan het bouwen van kantoortorens in China of baggerwerk in India (KvK, 2009). Dit maakt het cluster interessant met betrekking tot internationale relaties. Tweedeling: Binnen het cluster wordt er een grove tweedeling gemaakt tussen bouwen, waarbij de nadruk op uitvoerders ligt en ontwerpen, waarbij de nadruk op stedenbouwkundigen en architecten ligt. Binnen deze tweedeling wordt meer kennisintensiteit verwacht bij de architecten en stedenbouwkundigen. Vandaar dat de hypothese is dat de ontwerpers bij de kenniseconomie horen, en de bouwers bij de draaischijfeconomie. Transport & logistiek Logistiek is één van de negen topsectoren waar door de overheid op wordt ingezet. Daarnaast wordt het cluster ook door de Europese Commissie en in Pieken in de Delta (als innovatieve logistiek en handel) als belangrijk cluster beschouwd. Het cluster is, in vergelijking met de rest van Nederland, oververtegenwoordigd in Midden Nederland. Tweedeling: binnen het cluster transport & logistiek gaat het onderzoek zich richten op logistieke diensten en ketenregie/ beheersing. De logistieke diensten behelzen fysiek transport en overslag over de weg, het water en het spoor, warehousing en opslag en value added logistics. Ketenregie en ketenbeheersing bevat optimalisatie en supply chain support activiteiten. Dit onderzoek zal zich enerzijds richten op de logistieke diensten, welke worden verwacht voordeel te behalen uit de Utrechtse draaischijfeconomie. Anderzijds verwachten we dat de ketenregie/ beheersing deel uitmaakt van de Utrechtse kenniseconomie. In hoofdstuk 5 zal door middel van een logistieke keten deze tweedeling verder worden toegelicht. 13

21 ICT en media Het ICT cluster was over de jaren met een groei van 11,5 % een van de snelst groeiende clusters in de stadsregio Utrecht. In Utrecht Werkt (2010) wordt in de sectorindeling een creatieve industrie onderscheidden waar ook media onder valt. De creatieve industrie heeft een grote groei in het aantal vestigingen gekend, waarvan 55% afkomstig is uit de mediasector (Utrecht Werkt, 2010). Uit onderzoek van EIM, waar ICT en media wel worden samengenomen, blijkt dat het aandeel banen in dit cluster in Midden- Nederland ruim twee keer zo hoog is als de rest van Nederland (EIM, 2010). Door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) is creatieve industrie een van de topsectoren, waar media onder valt. Verder is het cluster vertegenwoordigd in de speerpuntinitiatieven van de Europese Commissie en in de clusterindeling van Pieken in de Delta (2004). Tweedeling: binnen dit cluster gaan we ons richten op de crossmedia, die zich op het scheidvlak van ICT en media begeven, en op software. Voor creatieve bedrijven wordt verwacht dat cultuur in de stad voor hen van belang is. De hypothese is daarom dat Utrecht als stad van kennis en cultuur vooral voor de crossmedia bedrijven belangrijk is. Software producten kunnen veelal online worden gemaakt. De verwachting is dat kennis voor softwarebedrijven in sterkere mate online kan worden verkregen dan voor crossmedia bedrijven, en dat deze bedrijven daarom niet per se in Utrecht gaan zitten vanwege de aanwezige kennis in de regio. De hypothese is dat softwarebedrijven bij de draaischijfeconomie horen. Zorg, life sciences en medtech Zorg & medtech is een belangrijk cluster voor Midden-Nederland. Gezondheidszorg is met een aandeel van 16% van de werkgelegenheid een van de grootste clusters in Utrecht. Er wordt een sterke werkgelegenheidsgroei verwacht van 1,9% per jaar over de periode (EIM, 2010). Het is een cluster waar de KvK in 2011 concreet mee aan de slag gaat. In de regio Utrecht zijn de zorginstellingen, in vergelijking met de rest van het land goed vertegenwoordigt. Voornamelijk de groene landelijke gebieden rondom de stad maken Utrecht een aantrekkelijke vestigingsplaats voor zorginstellingen. Tweedeling: het medische cluster in Utrecht bestaat uit zorgaanbieders, onderzoeksinstituten, onderwijsinstellingen, zorggerelateerde dienstverleners, researchactiviteiten en aanverwante bedrijvigheid (Schokker, 2005). In dit cluster zijn twee focusgebieden bepaald die veel van elkaar verschillen, om een zo breed mogelijk beeld van het cluster te krijgen: verstandelijk gehandicaptenzorg en life sciences & medtech. De verstandelijk gehandicaptenzorg heeft een duidelijk regionale functie, waarbij nabijheid bij de cliënt en de ouders van de cliënt van groot belang is. We verwachten dat de verstandelijk gehandicaptenzorg deel uitmaakt van de draaischijfeconomie van Utrecht en er veel samenwerking plaatsvindt met andere regionale spelers. De medische technologische bedrijven hebben een meer internationaal speelveld en zijn in hoge mate kennisintensief. Ze worden door de overheid vaak genoemd als het voorbeeld van de kenniseconomie. Samengevat zullen er zes clusters worden onderzocht. Binnen vijf van de clusters zijn twee focusgebieden bepaald, een deel van het cluster dat voordelen haalt uit de kenniseconomie en een deelgebied binnen het cluster dat deel uitmaakt van de draaischijfeconomie. In tabel 1 is de clusterindeling en de indeling van het focusgebied schematisch weergegeven. 14

22 Tabel 1: clusters en de tweedeling per focusgebied Cluster Tweedeling Draaischijf- of kenniseconomie KIBS + Managementadviesbureaus: kennis HRM: draaischijf Financiële Dienstverlening - Banken: draaischijf Bouwen en Ontwerpen + Bouwers : draaischijf Ontwerpers : kennis Transport en Logistiek + Logistieke diensten: draaischijf Ketenregie/beheersing: kennis ICT en Media + Software: draaischijf Crossmedia: kennis Zorg, life sciences en medtech + Verstandelijk gehandicaptenzorg: draaischijf Life sciences en medtech: kennis 2.7 Methodologie Het onderzoek bestaat uit verschillende fases. In de eerste fase wordt door middel van literatuurstudie beter inzicht in de materie verworven. Hiervoor wordt ook het rapport The Amsterdam Family of Clusters nauwlettend bestudeerd, aangezien het de basis vormt voor dit onderzoek. Er wordt een begin gemaakt met de inleiding en de opbouw van het rapport. In deze fase zullen de clusters worden afgebakend. Elk cluster bestaat uit verschillende waardesystemen. Van het concept bedrijfskolom is het waardesysteem een uitwerking. Het is een schematische weergave van opvolgende fasen van waardetoevoeging. De eindgebruiker is er niet in opgenomen, want deze voegt geen waarde toe. Immers hij/zij verkoop niet, maar koopt alleen. Neem bijvoorbeeld transport en logistiek, daarin zitten onder andere transportbedrijven, distributiecentra, vervoerders en bedrijven die ketenregie in de hand hebben. Elke bedrijfsklasse is ingedeeld in de Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Elk cluster wordt gevormd op basis van een aantal SBI codes. Deze codes zijn terug te vinden in bijlage 4. Daarin staat precies welke bedrijfsklassen per cluster worden meegenomen. Deze clusterindeling is tot stand gekomen op basis van het waardesysteem per cluster van The Amsterdam Family of Clusters in combinatie met een literatuurstudie. In de tweede fase van het onderzoek zullen de clusters worden verkend. Door middel van een kwantitatief onderzoek zal per cluster een analyse worden gemaakt van de concentratie per cluster op basis van LISA data. Er worden kaartjes gemaakt van de locatiequotiënten van vestigingen en banen in de provincie Utrecht (de analyse wordt alleen over het onderzoeksgebied gedaan). Deze concentraties geven aan of de werkgelegenheid in een bepaald gebied is over- of ondervertegenwoordigd in vergelijking met de werkgelegenheid in een groter gebied en in vergelijking met andere clusters in hetzelfde gebied. Voor dit gedeelte van het onderzoek zullen de vier-cijferige postcodegebieden mee worden genomen. Zie voor de exacte berekening van de locatiequotiënten bijlage 5. Op basis van deze kaartjes zal een analyse van de concentratiepatronen worden gemaakt. Waarom zijn in sommige gebieden de locatiequotiënten hoog, terwijl andere gebieden ondervertegenwoordigd zijn? Dit zal worden gedaan op basis van de gegevens in de LISA bestanden die ons inzicht verschaffen welke bedrijven in welk postcodegebied zitten en hoeveel werknemers ze in dienst hebben. Tevens zal een overzicht worden gegeven van de grootste tien bedrijven per cluster. De derde fase van het onderzoek bestaat uit een kwalitatief onderzoek. Hiervoor wordt binnen elk cluster een focusgebied bepaald op basis van gesprekken met experts en literatuur. Per focusgebied is vervolgens een bedrijvenselectie gemaakt. Middels een 15

23 getrapte steekproef zullen per cluster 18 bedrijven worden geselecteerd in het BRU-plus gebied. Ten eerste wordt er geselecteerd op de tweedeling kennis/draaischijf, ten tweede op wel/geen buitenlandse moeder en ten derde op de grootte van het bedrijf. Er zullen twee categorieën bedrijven worden meegenomen, bedrijven die tussen de 5 en de 50 werknemers hebben en bedrijven groter dan 50 werknemers. Van de 18 bedrijven die zijn geselecteerd worden vervolgens ongeveer 6 bedrijven per cluster (3 per focusgebied) geïnterviewd middels een semigestructureerd interview. De bedrijven zullen telefonisch worden benaderd indien er geen contacten bestaan met de KvK Midden-Nederland. Als de KvK Midden-Nederland wel persoonlijke connecties heeft binnen een bedrijf, dan zal deze contactpersoon worden benaderd. Voor deze interviews wordt gebruik gemaakt van dezelfde vragenlijst als in de Amsterdam Family of Clusters. Deze vragenlijst bestaat uit vragen over algemene zaken, kennisnetwerken en leerprocessen, locatiefactoren van de provincie Utrecht en specifieke vestigingseisen van bedrijven. Deze vragenlijst is aangevuld met vragen over het belang van de A2 en de haar verbreding. De interviews zullen worden opgenomen en uitgewerkt. In de laatste fase van dit onderzoek zullen we de verworven gegevens verwerken tot een onderzoeksrapport. De gegevens die verzameld worden in de interviews zullen per cluster in een Excelsheet worden verzameld om vervolgens per vraag geanalyseerd te worden. Deze informatie zal worden besproken in de hoofdstukken 6,7 en 8 over de typen relaties, schaal van relaties en locatiefactoren. 2.8 Tekortkomingen van het onderzoek Per focusgebied worden slechts drie à vier bedrijven geïnterviewd, wat neerkomt op 6 à 7 per cluster. Er zullen daarom geen algemene conclusies kunnen worden getrokken over een cluster als geheel. Dit is in lijn met de exploratieve aard van het onderzoek. Alle uitspraken die worden gedaan gelden alleen voor de geïnterviewde bedrijven per focusgebied. De Oudegracht in Utrecht 16

24 17

25 Hoofdstuk 3 - Clusters en Netwerken 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk dient om een theoretische achtergrond te geven bij clusters en netwerken. Allereerst wordt er ingegaan op het ontstaan van clusters en de processen die ervoor zorgen dat clusters zich kunnen ontwikkelen. Vervolgens komt het begrip netwerk aan bod. Er worden verschillende manieren besproken waarop bedrijven kunnen deelnemen in netwerken. Dit is iets wat in hoofdstuk 6 terugkomt. Ook de geografische component van die netwerken wordt besproken. Bedrijven kunnen hun netwerken regionaal of buitenregionaal hebben. Voor- en nadelen van (ruimtelijke) nabijheid spelen hierbij een belangrijke rol. Hier wordt op teruggekoppeld in hoofdstuk 7. Vervolgens worden drijvende krachten achter innovatie in clusters besproken. De rol van die drijvende krachten komt terug in hoofdstuk 10, bij de aanbevelingen. Aan bod komt ook de levenscyclus waarin clusters zich begeven, gerelateerd aan de ontwikkeling van clusters. Tenslotte zal een typologie van clusters, naar intensiteit van relaties, worden gegeven. Op deze typologie zal grote nadruk worden gelegd in dit onderzoek. Het zal terug komen in zowel hoofdstuk 6 als de conclusie. 3.2 Ontstaan en ontwikkeling van clusters Bedrijven vestigen zich ergens omdat dit hen bepaalde voordelen oplevert. Op bepaalde plekken kunnen concentraties van bedrijven ontstaan. Als er op een bepaalde plaats een bepaalde sector of specialisatie van activiteiten zich concentreert wordt er ook wel gesproken over een cluster. Volgens het model van Duits economisch geograaf Brenner (2004) komen clusters voort uit exogene condities (zie figuur 2). Dit zijn condities die buiten het bedrijf zelf om spelen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de prijs van grond ergens goedkoop is maar het kan ook gaan om een centrale ligging of andere locatiefactoren zoals aanwezige faciliteiten, grondstoffen en arbeid. Concentratie kan worden gezien als een voorwaarde voor het ontstaan van clusters. Voor het uitwisselen van kennis kan concentratie een voordeel zijn. Er is een onderscheid te maken tussen gecodificeerde kennis en stilzwijgende kennis. Gecodificeerde kennis is de meer systematische en makkelijk overdraagbare kennis. Stilzwijgende kennis is de kennis die vooral in de hoofden van werknemers zit: het komt voort uit persoonlijke ervaringen en learning-by-doing en is daardoor moeilijker om door te geven. Daarom kunnen vooral voor de overdracht van deze stilzwijgende kennis face-to-face contacten gunstig zijn, die door ruimtelijke concentratie vergemakkelijkt worden. Concentratie hoeft echter niet noodzakelijkerwijs voor ontwikkeling te zorgen. Of clusters zich ontwikkelen is afhankelijk van of er zelfversterkende processen optreden. Brenner (2004) onderscheidt 3 verschillende typen zelfversterkende processen. De eerste vorm bestaat uit directe contacten tussen bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld zijn via informatieuitwisseling en gezamenlijke activiteiten. Als contacten goed lopen, kan de samenwerking intensiever worden en het cluster sterker worden. Ten tweede zijn er ook zelfversterkende processen in de vorm van lokale externaliteiten die bedrijven creëren. De grootte van de bedrijfspopulatie (f in figuur 6) beïnvloedt de ontwikkeling van lokale condities (c in figuur 6). Die lokale condities kunnen bijvoorbeeld sectorspecifiek human capital, publieke steun of infrastructuur in het cluster zijn. Deze lokale condities hebben omgekeerd weer invloed op de bedrijfspopulatie: wanneer deze verbeteren kan de bedrijfspopulatie groter worden. Ten derde vragen bedrijven in een cluster om bepaalde ondersteunende diensten en producten. Naarmate het aantal bedrijven dat in dit soort diensten en producten voorziet (s in figuur 6) groeit, kan bedrijfspopulatie f ook weer groeien. Omgekeerd geldt ook dat bedrijfspopulatie s kan groeien als bedrijfspopulatie f groeit. Zelfversterkende processen zorgen voor de groei in het cluster. Ze vergroten de hoeveelheid bedrijven via meer start-ups, spin-offs en/of verhuizingen naar het cluster toe. Deze start- 18

26 ups, spin-offs en verhuizingen kunnen ontstaan door meer samenwerking tussen bedrijven, betere lokale condities of een betere ondersteunende dienstverlening. Figuur 6: Het clustermodel van Brenner 3.3 Deelname in netwerken In dit onderzoek wordt geprobeerd om de netwerken die voor zelfversterkende processen zorgen bloot te leggen. Netwerken zijn coöperatieve interacties tussen bedrijven onderling of bedrijven en instellingen, waarvoor ruimtelijke concentratie geen vereiste is. Die netwerken kunnen dus binnen of buiten een cluster liggen. Of bedrijven deelnemen in netwerken is afhankelijk van hun innovatiestrategie (zie figuur 7). Een innovatiestrategie bestaat uit verschillende fasen van het innovatieproces. Bedrijven kunnen zich hierbij richten op interne of externe hulpbronnen. Er zijn bedrijven die zich alleen op interne hulpbronnen richten en niet deelnemen aan netwerken, zij hanteren een stand alone strategy. Een tweede type bedrijven richt zich vooral op regionale netwerken en hanteert een local buzz strategy. Dit kan hen kostenvoordelen opleveren vanwege kortere afstanden, maar ook informatiewinst doordat face-to-face contact tussen bedrijven vergemakkelijkt wordt. Tenslotte wordt ook de global pipeline strategy onderscheden voor bedrijven die hun samenwerking vooral buiten de eigen regio hebben. Als er bepaalde specialistische kennis nodig is, die in de eigen regio ontbreekt, heeft deze strategie zijn voordelen (Visser & Atzema, 2008). Door de local buzz en global pipeline strategieën te combineren kan de concurrentiepositie van de regio versterkt worden (Bathelt e.a., 2004). Local buzz kan helpen om de ontwikkeling van gemeenschappelijke waarden en houdingen te stimuleren. Tevens kan het bedrijven aanzetten tot interactieve leerprocessen en gezamenlijke manieren om marktproblemen op te lossen (Atzema e.a., 2011). De global pipelines kunnen zorgen voor nieuwe kennis binnen de regio en daarmee lock in voorkomen. Met lock-in wordt een situatie bedoeld waarin een cluster kan achterblijven doordat het te veel regionaal gefocust is (zie ook p. 21). 19

27 Figuur 7: Innovatiestrategieën Bron: Visser & Atzema, Voor- en nadelen nabijheid Het model van Bathelt, Malmberg en Maskell (zie figuur 8) laat zien dat ruimtelijke nabijheid niet het enige is wat van belang is bij versterking van een cluster. Boschma (2005) onderscheidt naast ruimtelijke nabijheid nog vier andere vormen van nabijheid: cognitieve nabijheid, sociale nabijheid, organisatorische nabijheid en institutionele nabijheid. Met cognitieve nabijheid doelt hij op overeenkomsten in kennis en ervaring die samenwerking vergemakkelijken. Figuur 8: Local buzz en global pipelines Bron: Bathelt, Malmberg & Maskell,

28 Als twee bedrijven over onverenigbare kennis beschikken, heeft het weinig zin om die kennis met elkaar te delen. Sociale nabijheid is hieraan verwant, er moet vertrouwen zijn om die samenwerking mogelijk te maken. Goede banden kunnen opportunistisch gedrag voorkomen waarbij vernieuwingen puur voor eigen gewin worden aangewend. Organisatorische nabijheid heeft betrekking op de mate waarin relaties georganiseerd zijn, bijvoorbeeld via een joint venture. Met organisatorische nabijheid is het makkelijker voor bedrijven om elkaar op de hoogte te houden. Bij institutionele nabijheid gaat het om gedeelde waarden en normen, bijvoorbeeld door wetgeving. Deze kunnen gezamenlijke leerprocessen ten goede komen. Volgens Boschma moet het belang van ruimtelijke nabijheid altijd worden gekoppeld aan het belang van de andere vormen van nabijheid. Al deze vormen kunnen bijdragen aan vermindering van onzekerheid en het vergroten van het vertrouwen waardoor kennisuitwisseling vergemakkelijkt wordt. Ruimtelijke nabijheid is daarbij vooral faciliterend voor de andere vormen van nabijheid en niet conditionerend. Ook voor de andere vormen van nabijheid geldt dat ze niet automatisch leiden tot meer kennisproductie en innovatie. Wanneer er te veel nabijheid is, kan dit zelfs een tegengesteld effect hebben. Te veel cognitieve nabijheid kan er toe leiden dat bedrijven elkaar weinig nieuws te vertellen hebben: hun kennis en ervaringen zijn hiervoor te vergelijkbaar. Te veel sociale nabijheid kan ervoor zorgen dat er te weinig buiten gebaande paden wordt getreden en vernieuwingen in onvoldoende mate worden onderkend. Een overschot aan organisatorische nabijheid kan er toe leiden dat bedrijven minder flexibel in hun handelen worden. Te veel institutionele nabijheid kan leiden tot een te groot vertrouwen in eigen kunnen. Indien deze nadelen van nabijheid optreden kan er sprake zijn van lock-in. In een situatie van lock-in is het cluster te gesloten en komt er onvoldoende kennis van buiten het cluster (global pipelines) binnen. Dit kan er toe leiden dat een cluster economisch zwakker wordt (Atzema e.a., 2011). 3.5 Drijvende krachten achter innovatie Nabijheid kan er toe leiden dat actoren eerder met elkaar zijn verbonden, maar deze verbindingen werken niet noodzakelijkerwijs een toename van kennis en innovatie in de hand. Bepaalde drijvende krachten kunnen de kans vergroten dat kennis en innovatie toenemen in een cluster. Dit zijn vaak de leader firms. Leader firms zijn bedrijven in een cluster die door hun grootte, marktpositie, kennis en/of ondernemerschap het vermogen en de incentive hebben om investeringen te doen met positieve effecten voor andere bedrijven in het cluster (De Langen & Nijdam, 2003). Hun aanwezigheid kan ervoor zorgen dat er meer wordt samengewerkt binnen het cluster en daarmee de local buzz vergroot wordt. Ook zullen deze bedrijven door hun positie in de markt en grootte veel kennis van buiten het cluster kunnen opvangen en daardoor kunnen bijdragen aan meer global pipelines. Eenzelfde soort functie voor clusters kan vervuld worden door knowledge brokers. Hierbij gaat het om actoren, al dan niet commercieel, die functioneren als tussenpersonen in de uitwisseling van kennis van bedrijven, of actoren die bedrijven aansporen tot samenwerking met academische partners. 3.6 Levenscyclus clusters De eerder benoemde nadelen van nabijheid tonen aan dat clusters niet altijd alleen maar sterker worden. Menzel & Fornahl (2007) onderscheiden verschillende stadia in de levenscyclus van clusters. In hun model (zie figuur 9) houden zij rekening met een kwantitatieve en een kwalitatieve dimensie. Bij de kwantitatieve dimensie gaat het om de groei in aantal werknemers. Bij de kwalitatieve dimensie gaat het om de verandering in heterogeniteit van kennis in het cluster. 21

29 In de eerste fase van het cluster zijn er weinig bedrijven, maar is de heterogeniteit van kennis het grootst, omdat bedrijven met trial and error allerlei nieuwe technologieën proberen door te voeren. Als het cluster in de groeifase komt, heeft het een succesvolle formule gevonden waardoor kwantitatieve groei plaatsvindt. De heterogeniteit van kennis en technologie neemt echter af doordat bedrijven deze formule van elkaar imiteren. Als er een standaard is voor het cluster kan het zich specialiseren of een bepaalde focus krijgen. Daardoor is het cluster in de sustainment fase voor nieuwe kennis afhankelijk van nieuwe bedrijven of kennis van buiten het cluster. Dit kan tot innovatie ( adaptation of renewal in figuur 9) leiden, waarmee een overgang naar de decline fase voorkomen kan worden. Als de netwerken te gesloten zijn of de focus van het cluster te specifiek is, waardoor werknemers te gespecialiseerd zijn en kennis te weinig generaliseerbaar is, komt het cluster wel in deze fase van verval terecht. Het cluster moet zichzelf een geheel nieuwe formule aanmeten ( transformation ) om hier weer uit te komen. Figuur 9: De levenscyclus van clusters Bron: Menzel & Fornahl, Typologie clusters In dit onderzoek wordt een typologie van clusters gebruikt (zie figuur 10), zoals deze ook is gebruikt door Atzema, De Groot en Goorts (2011) in hun clusteronderzoek voor de Metropoolregio Amsterdam. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar de volgende typen: Formation : geografische concentratie van bedrijven die slechts met elkaar gemeen hebben dat zij hetzelfde dominante belang hechten aan een bepaalde vestigingsplaatsfactor, bijvoorbeeld de centrale ligging van de regio Utrecht. Hier ontbreekt een netwerk van onderlinge relaties tussen actoren. Industry : geografische concentratie van bedrijven die gebruik maken van gemeenschappelijke external economies, zoals een lokale pool van gespecialiseerde arbeid, gespecialiseerde diensten en informatie spillovers. Deze bedrijven hebben indirecte onderlinge relaties via het gezamenlijke gebruik van de external economies. Het concurrentievoordeel van het cluster bestaat uit geringere harde transactiekosten, vooral lagere zoek- en matchingkosten. 22

30 Complex : geografische concentratie van bedrijven die gebruik maken van de onderlinge ruimtelijke nabijheid om verdergaande specialisatie van bedrijven mogelijk te maken via outsourcing en subcontracting. Het belangrijkste voordeel bestaat uit de efficiency van technische en logistieke afstemming. Bedrijven onderhouden samenwerkingsrelaties, maar alleen voor het oplossen van technische problemen, kwaliteitsmanagement en logistieke knelpunten. Er is geen sprake van gezamenlijke leerprocessen. Alliance : geografische concentratie van bedrijven en instellingen waarin samenwerkingsrelaties voor leer en innovatie doeleinden een belangrijke rol speelt. De samenwerking is bedoeld om proces- en productinnovaties te realiseren via het organiseren van gezamenlijke acties en collectieve investeringen. Het gaat hierbij om eerste orde leerprocessen waarbij bestaande kennis wordt aangepast maar niet vervangen en partners zich spiegelen aan elkaars kennis. Uitwisseling van informatie en kennis staat voorop. De totstandkoming van dit type cluster is afhankelijk van zachte transactiekosten, zoals het vertrouwen in de goede afloop van de samenwerking (organisatorische nabijheid), institutionele waarborgen zoals gemeenschappelijke normen en waarden (institutionele nabijheid), en relationale condities zoals empathie en reputatie (sociale nabijheid). De samenwerking tussen bedrijven en instellingen is gericht op gezamenlijke investeringen in scholing, innovatie, marketing, export of infrastructuur. Milieu : geografische concentratie van bedrijven en instellingen die bilateraal of multilateraal samenwerken om werkelijk nieuwe kennis en radicale innovaties te ontwikkelen. Het gaat om leerprocessen waarbij partners samenwerken aan het doorbreken van bestaande kennis. Er is een breed gedragen notie van de noodzaak van open innovatie. De co-evolutie van bedrijfsmatige, organisatorische en institutionele samenwerking leidt dan tot systeeminnovaties, die de kans op het voortbestaan en verdere groei van een cluster op de langere termijn vergroten. Figuur 10: Typologie van clusters Bron: Visser & Atzema,

31 Hoofdstuk 4 Concentratie 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zal de mate van concentratie en spreiding van de zes clusters over het BRUplus gebied worden behandeld. Er wordt antwoord gegeven op de vraag in welke mate er sprake is van concentraties van bedrijven en banen van de desbetreffende clusters op lokaal en regionaal niveau en waar deze concentraties zich voordoen. Voor het berekenen van de mate van concentratie van een cluster is gebruik gemaakt van LISA data. Deze dataset bevat gegevens over alle vestigingen in Nederland waar betaald werk wordt verricht. Per vestiging wordt informatie gegeven over het jaar van oprichting, adresgegevens, werkgelegenheid en economische activiteit. De set heeft dus zowel een sociaaleconomische als ruimtelijke component en bevat informatie over bijna vestigingen in Nederland. Met behulp van deze gegevens zijn per cluster de locatiequotiënten berekend die inzicht geven in de mate van concentratie van een bepaalde sector in een bepaald postcode gebied ten opzichte van andere postcodegebieden en de totale bedrijvigheid (zie bijlage 5). Omdat deze quotiënten relatief zijn kan het voorkomen dat door weinig bedrijvigheid in het postcodegebied, of ten opzichte van andere postcodegebieden, een locatiequotiënt hoog uitvalt, terwijl de absolute cijfers laag zijn. De zes clusters in het BRU-plus gebied bestond in 2010 uit bedrijven en waren goed voor banen ( zie tabel 2). Het cluster KIBS is met meer dan vestigingen ruim de grootste. Qua werkgelegenheid is zorg, life sciences en medtech het grootste cluster, met meer dan werknemers. Ruim 34% van de beroepsbevolking van de zes onderzochte clusters werkt in de zorg, life sciences of medtech. ICT en media en de zakelijke dienstverlening zijn beiden goed voor 19% van de banen en vormen hiermee de nummer twee en drie qua percentage banen. Het kleinste clusters qua vestigingen is de financiële dienstverlening, met vestigingen. Qua aantal werknemers is transport & logistiek het kleinste cluster, het verschaft werkgelegenheid aan mensen, wat gelijk staat aan 6% van de beroepsbevolking. Per cluster zal een top 10 van grootste bedrijven worden weergegeven met de vestigingsplaats en grootteklasse van het desbetreffende bedrijf. Bij sommige clusters schittert in de top 10 een groot bedrijf door afwezigheid. Dit komt doordat grote bedrijven, zoals BAM, zijn opgedeeld in verschillende werkmaatschappijen en verdeeld zijn over verschillende locaties. Ook behoren verschillende werkmaatschappijen van een bedrijf niet altijd tot dezelfde SBI klasse. Deze meeste gegevens zijn gebaseerd op LISA data van 2010, net als de kaarten met locatiequotiënten. In het geval van het cluster financiële dienstverlening is gebruik gemaakt van data van de Provincie Utrecht uit 2007, omdat de top 10 samengesteld uit LISA data te veel gefragmenteerde werkmaatschappijen van dezelfde bedrijven bevatte op verschillende locaties. Tabel 2: aantal vestigingen en werknemers van zes clusters in de BRU-plus gebied (2010) Cluster Aantal vestigingen Aantal werknemers Zakelijke dienstverlening % % Financiële dienstverlening ,5% ,5% Bouwen en ontwerpen % % Transport en logistiek ,5% % ICT en media % ,5% Zorg, life sciences en medtech % % Totaal clusters % % Bron: LISA 24

32 4.2 KIBS Bij de locatiequotiënten voor zowel de bedrijfsvestigingen als de werkgelegenheid van KIBS is een concentratie zichtbaar aan de oostkant van de gemeente en de regio Utrecht. Het spreidingspatroon van locatiequotiënten van de KIBS laten hoge concentraties zien, met name qua werkgelegenheid. In de gemeente en regio Utrecht is een hoge concentratie vestigingen van KIBS, maar qua werkgelegenheid doet Utrecht het nog beter. Bij het spreidingspatroon van de bedrijvigheid springen er een aantal gebieden uit: de Bilt (Bilthoven, Hollandsche Rading), Zeist (Bosch en Duin, Lyceumkwartier, Valkenbosch, Griffensteijn, kersbergen), de Stichtse Vecht (Maarssen-dorp, Oud Zuilen en Vreeland). Bovengenoemde gebieden aan de oostkant van de stad zijn luxe woongebieden. Het gaat om kleine bedrijven met weinig personeel en zzp ers. In bovengenoemde gebieden in de Vreeland (Stichtse Vecht) zitten veel KIBS die bedrijven in Amsterdam bedienen. Een groot deel van het noordelijke gebied van de regio, de Ronde Venen en de Stichtse Vecht, bieden een alternatief voor vestiging in Amsterdam, met goede bereikbaarheid van zowel Utrecht als Amsterdam, door goed openbaar vervoer en ligging aan de A2. In het oostelijke gedeelte van de stad Utrecht zitten de meeste vestigingen in Rijnsweerd (de Uithof). Het aandeel zakelijke dienstverleners in de stad Utrecht lijkt tegen te vallen, dit is te verklaren door de relatieve aanwezigheid ten opzichte van andere clusters. De concentraties van werkgelegenheid bevinden zich gespreid door de regio. Het lijkt op het eerste gezicht een willekeurige lappendeken, maar er is wel degelijk een patroon in te ontdekken. Ten eerste is (ook hier) een concentratie in het oosten van de regio zichtbaar, voornamelijk in de Bilt en Zeist. In de wat luxere woongebieden zitten naast zzp ers ook een groot aantal bedrijven dat voor veel werkgelegenheid zorgt. In de stad Utrecht is ook een concentratie in het oosten zichtbaar, vanaf het centrum tot de Uithof; er zitten hier redelijk wat bedrijven, die voor een groot aandeel werkgelegenheid zorgen. Ten tweede zijn er concentraties zichtbaar langs de snelwegen de A2 (De Ronde Venen, Utrecht en Vianen), de A12 (Woerden, de Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal) en de A28 (Rijnsweerd, Zeist, Leusden). Er is geen sprake van een aaneengesloten gebied van concentratie van werkgelegenheid, maar van een kralensnoer langs de assen van de snelwegen. Voornamelijk voor de grotere bedrijven is bereikbaarheid en mobiliteit, door ligging nabij een snelweg, een belangrijke vestigingsplaatseis. Ook is het aanbod van vastgoed langs een snelweg vaak groter. Het zijn de grotere KIBS die in het oosten van de stad Utrecht gevestigd zijn. Verder is ook in het Westen een concentratie werkgelengeheid te zien (de Meern en Vleuten - Vleuterweide). In het noorden van de Ronde Venen (Abcoude) en de Stichtse Vecht (Nieuwer-Ter-Aa en Oukoop) is veel werkgelegenheid. De meeste bedrijven in de top 10 zijn gevestigd in de gemeente Utrecht (tabel 3). Tabel 3: KIBS top 10 bedrijven in het BRU-plus gebied naar werkgelegenheid in 2010 Naam bedrijf Plaats Grootteklasse 1 ConQuaestor Utrecht Utrecht wp 2 PricewaterhouseCoopers Utrecht Utrecht wp 3 Berenschot (Groep) BV Utrecht wp 4 CMS Derks Star Busmann Utrecht wp 5 Ernst & Young Accountants & Belastingadviseurs Utrecht wp 6 KCS Klant Contact Services Utrecht wp 7 KPMG Audit Utrecht wp 8 Hay Group B.V. Zeist wp 9 Bestuur en diensten Univ. Utrecht Utrecht wp 10 VNU Exhibitions Europe B.V. Utrecht wp Bron: LISA 25

33 26

34 4.3 Financiële dienstverlening De kaarten met het aandeel vestigingen en het aandeel banen in het cluster financiële dienstverlening laten een vrij verschillend beeld zien. Waar er veel gebieden opvallen qua aandeel vestigingen, is dit niet het geval voor het aandeel banen. Bijvoorbeeld in de gemeentes in het noordwesten van de provincie (De Ronde Venen), de Utrechtse Heuvelrug of Soest, is er te zien dat er redelijk veel vestigingen zitten. De locatiequotiënt voor banen is echter laag in deze gemeenten, omdat er haast geen grote bedrijven zijn gevestigd. Het aandeel zzp ers is er groot. De grote banken en verzekeraars hebben veel invloed op de locatiequotiënten voor het aandeel banen. De meeste banen in het cluster zijn te vinden binnen de gemeente Utrecht, wat ook de top 10 van bedrijven laat zien (zie tabel 4). In het centrum van Utrecht zitten onder andere de hoofdkantoren van Rabobank en SNS Bank gevestigd. Andere plekken die opvallen in de gemeente Utrecht zijn bijvoorbeeld Kanaleneiland door de aanwezigheid van Equens en Rijnsweerd door de aanwezigheid van Fortis (wat tegenwoordig de naam ASR Nederland draagt). Het gebied wat het meest in het oog springt op de kaart met het aandeel banen is het oosten van de gemeente Utrecht (Rijnsweerd de Uithof) en de gebieden die hier aan grenzen. Dit zijn delen van Zeist en Bunnik. In Zeist zorgt aanwezigheid van bedrijven als Triodos Bank en pensioensuitvoeringsorganisatie PGGM voor donkere vlekken op de kaart. In Bunnik zit onder andere een vrij grote vestiging van ING. Nieuwegein is een andere stad die opvalt, mede vanwege enkele grote bankvestigingen en vestigingen van grote verzekeraars als Allianz. In de provincie Utrecht zijn verschillende grote verzekeraars gevestigd. Deze zijn echter veelal buiten de grenzen van het BRU plus gebied te vinden. Tabel 4: Financiële Dienstverlening, top 10 bedrijven in BRU plus gebied naar aantal banen (2007) Naam bedrijf Plaats Grootteklasse 1 Rabobank Nederland hoofdkantoor Utrecht > 1000 wp 2 Fortis Verzekeringen Nederland BV Utrecht > 1000 wp 3 SNS Reaal Utrecht > 1000 wp 4 Fortis Bank NV Utrecht wp 5 AXA Verzerkeringen BV Utrecht wp 6 Equens Nederland BV Utrecht wp 7 Allianz Schade-levensverzekeringen Nieuwegein wp 8 Aegon Spaarkas NV Nieuwegein wp 9 ONVZ Ziektekostenverzekeraar Houten wp 10 ABN Amro vestiging Utrecht Utrecht wp Bron: Provincie Utrecht,

35 28

36 4.4 Bouwen en ontwerpen De eerste indruk die de kaarten geven, is dat het cluster goed vertegenwoordigd is in de provincie, zowel qua vestigingen als qua banen. Van de tien grootste bouwbedrijven in Nederland zitten er vier met het hoofdkantoor binnen de provincie Utrecht, waarvan drie binnen de grenzen van het BRU plus gebied. BAM is het grootste bouwbedrijf van Nederland, met een hoofdkantoor in Bunnik. De andere grote bouwbedrijven in Utrecht zijn Ballast Nedam met een hoofdkantoor in Nieuwegein, Strukton in Utrecht en Van Wijnen in Baarn. Deze bedrijven zie je echter niet terugkomen in de top tien in tabel 6, omdat de grote bedrijven in de LISA data zijn opgesplitst naar werkmaatschappijen. Het westen van de provincie valt erg op, zowel qua banen als vestigingen. Hier zijn redelijk veel middelgrote bedrijven gevestigd. Grote bouwbedrijven zitten hier echter weinig. Het hoge banenaandeel in het westen is ook deels te verklaren doordat in gemeenten als De Ronde Venen en Oudewater, met een redelijk kleine economie, relatieve cijfers eerder hoog uit zullen vallen dan in de grotere gemeenten. In de gemeente Utrecht kent vooral Lage Weide een hoge locatiequotiënt vanwege de aanwezigheid van verschillende werkmaatschappijen van Strukton. Daarnaast zijn er ook twee top 10 bedrijven uit tabel 6, Ascom en Theo Pouw, gevestigd op Lage Weide. Behalve de westkant valt verder ook de noordoostkant van de provincie op, buiten het BRU plus gebied. Binnen het BRU plus gebied zijn opvallend weinig grote vestigingen van architectenbureaus te vinden. Het grootste architectenbureau binnen de regio is JHK Architecten, met overigens minder dan 50 werknemers. Het enige bureau in de provincie Utrecht met meer dan 100 werknemers is Inbo Architecten, in Woudenberg. Tabel 5: Top 10 grootste bouwbedrijven in Nederland naar omzet in 2006 Naam bedrijf Plaats Hoofdkantoor Omzet (miljard) 1 BAM Bunnik* 8,6 2 Volker Wessels Rotterdam ** 4,5 3 Heijmans Rosmalen 3 4 TBI Rotterdam 1,9 5 Ballast Nedam Nieuwegein* 1,3 6 Dura Vermeer Zoetermeer 1 7 Strukton Utrecht* 1 8 Van Wijnen Baarn 0,6 9 Janssen de Jong Son en Breugel 0,5 10 Mourik Groot-Ammers 0,3 Bron: USP Marketing Consultancy, * Binnen BRU plus regio ** Hoofdkantoor Volker Wessels sinds juni 2011 in Amersfoort Tabel 6: Top 10 bedrijven in BRU plus gebied naar aantal banen in 2010 Naam bedrijf Plaats Grootteklasse 1 NS Poort Utrecht wp 2 Ascom Nederland B.V. Utrecht wp 3 Theo Pouw Utrecht wp 4 Dalkia Gebouwenbeheer B.V. Nieuwegein wp 5 GSU B.V. Houten wp 6 Mens Schilderwerken Zeist wp 7 Installatiebedrijf Andriessen B.V. Houten wp 8 Jos Scholman Groep Nieuwegein wp 9 Strukton Worksphere Utrecht wp 10 ULC Verwarming B.V. Utrecht wp Bron: LISA 29

37 30

38 4.5 Transport & logistiek De vestigingen van het cluster transport en logistiek concentreren zich langs de gemeentes die aan de snelwegen de A2 en de A12 liggen, voornamelijk aan de zuidkant van de stad Utrecht. Op de kaart tekent zich een assenkruis af langs de A2 en A12. Vestiging nabij een snelweg is in dit cluster van essentieel belang. De gemeentes met hoge concentraties vestigingen langs de A2 zijn Utrecht, Nieuwegein en Vianen. Langs de A12 springen in het onderzoeksgebied voornamelijk Nieuwegein en Houten in het oog. Op de kaarten is te zien dat ten zuiden van de stad Utrecht een hogere concentratie transport en logistieke bedrijven zitten dan aan de noord- en oostkant van de stad, daar zijn de locatiequotiënten voor vestigingen en banen erg laag. In het zuidwesten van de provincie is dit cluster goed vertegenwoordigd, voornamelijk in Vianen en Nieuwegein en in een gedeelte van de provincie dat niet wordt meegenomen in dit onderzoek. Vianen scoort hoog qua vestigingen maar iets minder qua banen, net als Nieuwegein. Er zitten veel kleinere bedrijven aan de westkant van Vianen en Nieuwegein. Oververtegenwoordiging van het aantal vestigingen is zichtbaar in Woerden (Lage Broek, Meije en Zegveld) en de Ronde Venen (Botshol, Gemaal, Nessersluis, Waverveen en Mijdrecht). In laatstgenoemde gemeente zitten wat grotere bedrijven die voor flink wat werkgelegenheid zorgen, zoals Blokker, Breewel Transport en Brouwer Transport. Deze bedrijven bedienen door hun ligging vaak zowel Utrecht als Amsterdam. In Woerden zitten wat kleinere vestigingen met vaak niet meer dan tien man personeel. De grote uitzondering hierop is Schuitema, het distributiebedrijf van C1000, waar meer dan 500 man personeel werkt. Aan de zuidkant van de gemeente Utrecht zit ook een concentratie van kleine bedrijfjes. Als laatste valt een concentratie op in het noorden van de Bilt, zowel qua vestigingen als werkgelegenheid is dit gebied oververtegenwoordigd. In Westbroek en Groenekan zitten een paar bedrijfjes met maximaal 36 man personeel. In Maartensdijk zitten kleinere bedrijfjes met maximaal 3 man personeel. In tabel 7 is te zien dat ProRail in het cluster Transport en logistiek de grootste werkgever is 2. Hierna volgen de distributiecentra van Schuitema en de HEMA. DHL staat pas op nummer zeven, omdat het bedrijf is opgesplitst over verschillende werkmaatschappijen in verschillende steden. Tabel 7: Transport & logistiek, top 10 bedrijven in het BRU-plus gebied naar werkgelegenheid in 2010 Naam bedrijf Plaats Grootteklasse 1 ProRail B.V. Utrecht > 1000 wp 2 Schuitema West- Distributiecentrum Woerden wp 3 HEMA B.V. Distributiecentrum Utrecht wp 4 TNT Benelux / Nederland BV Houten wp 5 Magazijn de Bijenkorf B.V. Woerden wp 6 DB Schenker Rail Nederland N.V. Utrecht wp 7 DHL Express (Netherlands) B.V. Utrecht wp 8 Van der Wal Holding B.V. Utrecht wp 9 Breewel Transport BV Mijdrecht wp 10 GLS Netherlands B.V. Utrecht wp Bron: LISA 2 In dit cluster is vervoer van personen niet meegenomen, voor meer informatie zie bijlage 5 voor de bijbehordende SBI klasses. 31

39 32

40 4.6 ICT & media De ICT en media bedrijven laten een stedelijke concentratie zien. Als de kaarten van het aantal vestigingen en banen met elkaar worden vergeleken, valt op dat de kaart met vestigingen een ander beeld geeft dan de kaart met banen. De stad Utrecht is goed vertegenwoordigd qua vestigingen maar minder goed qua banen. Dit kan komen doordat er veel mediabedrijfjes zijn gevestigd, met geen van allen een grote omvang qua werknemers. Enkele uitzonderingen zijn te vinden in de vorm van uitgeverijen. Grote ICT bedrijven kent de provincie wel degelijk. De 10 grootste bedrijven in het cluster zijn allen ICT gerelateerd (zie tabel 8). Vandaar dat ICT bedrijven ook verantwoordelijk zijn voor de donkere plekken op de banenkaart. Vooral Papendorp heeft zowel absoluut als relatief gezien een zeer groot aantal banen in de ICT sector. Dit komt doordat Capgemini en Atos Origin, de twee grootste bedrijven in de top 10, hier gevestigd zijn. Harvey Nash is na deze twee bedrijven het grootste. Op de kaart is dit bedrijf herkenbaar aan de donkere vlek in Maarssen, grenzend direct ten noorden aan de gemeente Utrecht. Verder valt het gebied ten zuiden van Utrecht op. In Nieuwegein zitten verschillende ICT bedrijven, waaronder Ordina wat voor een hoog banenaandeel zorgt. Vianen heeft met Sogeti en Newtel Essence twee grote ICT bedrijven binnen haar gemeentegrenzen. Ook Houten heeft twee grote bedrijven die voor hoge concentraties zorgen: Getronics en CSC. Aangezien er geen mediagerelateerde ondernemingen bij de grootste tien bedrijven in het cluster horen, is er voor mediabedrijven een aparte top 10 gemaakt, zie tabel 9. Hier zijn vooral uitgeverijen goed in vertegenwoordigd. De gemeente die hierbij het meeste opvalt is Houten, waar een aantal grote uitgeverijen gevestigd zijn. Tabel 8: ICT, top 10 bedrijven in BRU plus gebied naar aantal banen in 2010 Naam bedrijf Plaats Grootteklasse 1 Capgemini Nederland B.V. Utrecht > 5000 wp 2 Atos Origin Nederland B.V. Utrecht > 1000 wp 3 Harvey Nash B.V. Maarssen > 1000 wp 4 Capgemini Outsourcing B.V. Utrecht wp 5 Ordina Consulting B.V. Nieuwegein wp 6 Getronics Nederland B.V. Houten wp 7 Sogeti Nederland B.V. Vianen wp 8 CSC Computer Sciences B.V. Houten wp 9 Ziggo Hoofdkantoor Utrecht wp 10 ICTRO IC-Bedrijf Rechterlijke Org. Utrecht wp Bron: LISA Tabel 9: Media, top 10 bedrijven in BRU plus gebied naar aantal banen in 2010 Naam bedrijf Plaats Grootteklasse 1 Uitgeverij Fundament Houten wp 2 Stichting Samenwerkende Publieke Omroepen Utrecht wp Midden-Nederland 3 EPN Houten wp 4 Hulskamp Audiovisueel Utrecht wp 5 Wegener Huis aan Huis Media Houten wp 6 Thiememeulenhoff B.V. Utrecht wp 7 Habo Da Costa B.V. Vianen wp 8 Aldipress Utrecht wp 9 Drukkerij Verweij De Ronde Venen wp 10 Het Spectrum B.V. Houten wp Bron: LISA 33

41 34

42 4.7 Zorg, life sciences & medtech Voor dit cluster zijn er alleen gegevens beschikbaar van de life sciences en medtech bedrijven wegens gecorrumpeerde data van de zorginstellingen. Daarom ontbreken de kaarten op basis van locatiequotiënten voor de zorg. Wat opvalt is dat life sciences en medtech beter is vertegenwoordigd qua vestigingen dan qua werkgelegenheid. Dit duidt op kleine bedrijven die weinig werkgelegenheid genereren. Als we inzoomen op het kaartje met de vestigingen is te zien dat aan de oostkant van de gemeente Utrecht de meeste bedrijven zitten. De banen die worden gegenereerd zijn ook voornamelijk aan de oostkant van de stad te vinden. Qua aantallen zitten er niet veel life sciences en medtech vestigingen in de regio. In de meeste postcodegebieden zit geen enkel bedrijf, in sommige 1 of 2 en er zijn een paar uitschieters. Als gebieden donkerrood gekleurd zijn kan dit erop duiden dat in vergelijking met andere postcodegebieden en in vergelijking met de totale bedrijvigheid in een gebied de concentratie hoog is. Aan de noordoostkant van de provincie vallen De Bilt, Soest en Zeist op. In Bilthoven (De Bilt) zit het bedrijf dat met 400 banen voor de meeste werkgelegenheid binnen dit focusgebied zorgt: het Nederlands Vaccin Instituut. Aan de zuidkant van de stad zijn concentraties van vestigingen zichtbaar in Houten, Nieuwegein en Bunnik. Dit zijn voornamelijk kleine vestigingen. Alleen in Nieuwegein zit Boston Scientific, als bedrijf met omvang. In de gemeente Utrecht zitten veel vestigingen op de Uithof en Rijnsweerd, wat in de lijn der verwachting lag, aangezien veel life sciences en medtech bedrijven relaties met de universiteit onderhouden. Daar zit ook veel werkgelegenheid, hoewel op de Uithof het getal hoger was verwacht. Verder zit aan de noordkant van de stad, langs de A2 op Lage Weide ook een groot aandeel bedrijven, dat voor veel banen zorgt. Ondanks de ontbrekende kaartjes, kan over zorginstellingen in het BRU-plus gebied gezegd worden dat in de gemeente Utrecht veel zorginstellingen en banen aanwezig zijn. Ook de oostkant van het onderzoeksgebeid, onder andere Zeist en De Bilt herbergen van oudsher veel zorginstellingen. In de top 10 zijn de grootste instellingen en bedrijven in de provincie Utrecht naar werkgelegenheid in 2010 weergegeven, zie tabel 10 en 11. Duidelijk wordt dat de schaal van de twee focusgebieden geheel verschillend is; waar de grootste tien zorginstellingen allemaal meer dan 1000 werknemers hebben, heeft het grootste life sciences bedrijf er minder dan 500. Bij de zorginstellingen valt op dat er geen verstandelijk gehandicapten organisatie in staat, terwijl Abrona en Reinaerde beide meer dan 1500 werknemers hebben. Het aantal banen van deze organisaties zijn verspreid over meerdere locaties. Tabel 11: Top 10 life sciences & medtech in het BRU-plus gebied naar werkgelegenheid in 2010 Naam instelling Plaats Grootteklasse 1 Nederlands Vaccin Instituut Bilthoven wp 2 Mediq Farma B.V. Utrecht wp 3 GlaxoSmithKline B.V. Zeist wp 4 Bayer B.V. & Bayer CropScience B.V Mijdrecht wp 5 Brocacef B.V. Maarssen wp 6 Nucletron Operations BV Veenendaal wp 7 Pearl / Brilmij Groep B.V. Soesterberg wp 8 Roche Nederland B.V. Woerden wp 9 Johnson & Johnson Medical B.V. Amersfoort wp 10 Eli Lilly Nederland B.V. Houten wp BRON: LISA 35

43 Tabel 10: Top 10 zorginstellingen in het BRU-plus gebied naar werkgelegenheid in 2010 Naam instelling Plaats Grootteklasse 1 UMC Utrecht Utrecht > 5000 wp 2 Sint Antonius Ziekenhuis locatie Nieuwegein Nieuwegein wp 3 Diakonessenhuis - Locatie Utrecht Utrecht wp 4 Meander Medisch Centrum Amersfoort Lichtenberg Amersfoort wp 5 UMC-WKZ, Wilhelmina Kinderziekenhuis Utrecht wp 6 Stichting Symfora Amersfoort wp 7 Stichting Zuwe Hofpoort Ziekenhuis Woerden wp 8 Klinisch Centrum De Bonte Villa De Zonnehuisschool Zeist wp 9 Sint Antonius Ziekenhuis locatie Oudenrijn Utrecht wp 10 Meander Medisch Centrum Amersfoort Elisabeth Amersfoort wp Bron: LISA Het UMCU Bron: 36

44 37

45 4.8 Conclusie Met behulp van LISA data zijn locatiequotiënten per cluster berekend. De zes clusters zijn goed voor bedrijfsvestigingen en banen. Het cluster KIBS is met vestigingen het grootste cluster. Zorg, life sciences en medtech creëren het meeste werkgelegenheid met meer dan banen (34% van de banen in de onderzochte clusters). Financiële dienstverlening is qua vestigingen het kleinste cluster, met vestigingen. Transport en logistiek is qua aantal banen het kleinst: , dat is 6% van het totaal aantal banen in de onderzochte clusters. De grootste vestigingen in de top 10 zijn het UMC Utrecht (zorg) met 7618 werknemers, Capgemini (ICT en media) met 5060 werknemers en Atos (ICT en media) met 3813 werknemers. Laatstgenoemde bedrijven in de ICT en media zijn beide gevestigd op het bedrijventerrein Papendorp. De verschillen tussen het aantal werknemers in de top 10 zijn groot. In de zorg zijn er veel grote vestigingen met in de top 10 alleen bedrijven met meer dan 1000 werknemers, terwijl in de life sciences en medtech de grootste vestiging maar tussen de 250 en 500 man personeel in dienst heeft. De clusters laten allen een zeer verschillende mate van concentratie en spreiding zien over de provincie Utrecht. Per cluster volgen de meest in het oog springende resultaten. In de eerste plaats de KIBS. Qua vestigingen is het cluster goed vertegenwoordigd in Utrecht, maar qua werkgelegenheid doen de KIBS het nog beter. De KIBS zijn zowel qua vestigingen als banen beter vertegenwoordigd aan de oostkant van de stad. Er is een patroon van concentratie te zien in de vorm van een kralensnoer langs de snelwegen. Ten tweede de financiële dienstverlening. De banen in het cluster hebben een andere geografisch spreiding dan de vestigingen in het cluster. De meeste banen zijn te vinden in en rond de stad Utrecht, terwijl de vestigingen meer verspreid over de regio zitten. Ten derde het cluster bouwen en ontwerpen. Het cluster is goed vertegenwoordigd in het BRU-plus gebied en de gehele provincie Utrecht. Er is sprake van regionale spreiding zowel qua vestigingen als qua werkgelegenheid. Een aantal van Nederlands grootste bouwbedrijven zijn gevestigd in het BRU-plus gebied. Zowel qua banen als qua vestigingen valt vooral het gebied op wat aan de westkant van de A2 ligt. In de vierde plaats het cluster transport en logistiek. Het aandeel vestigingen van dit cluster is hoog. Deze vestigingen concentreren zich langs de gemeentes die aan de snelwegen de A2 en de A12 liggen, voornamelijk aan de zuidkant van de stad Utrecht, wat op de kaart leidt tot de vorming van een assenkruis. Ten vijfde het cluster ICT & media. Er is sprake van stedelijke concentratie. De kaart met het aandeel banen en de kaart met het aandeel vestigingen tonen een verschillend spreidingspatroon: het grootste gedeelte van de gemeente Utrecht scoort alleen hoog qua vestigingen en de gemeentes ten zuiden van de stad scoren juist alleen hoog qua werkgelegenheid. In het cluster zijn er weinig grote mediabedrijven, terwijl er zeer grote ICT bedrijven zijn. Als laatste het cluster zorg, life sciences en medtech. Wat meteen in het oog springt, is het hoge aandeel vestigingen in de regio. Het aandeel banen valt minder op. De meeste activiteit in dit cluster vindt plaats ten oosten van de A2. 38

46 Rabobank vestiging te Houten Human Resource Management: GITP vestiging te Houten 39

47 Hoofdstuk 5 Inzoomen op de clusters 5.1 Inleiding Een cluster is meer dan een concentratie van bedrijven. Het gaat er om wat bedrijven aan en met elkaar hebben. Om deze netwerken in kaart te brengen zal door middel van interviews primaire data worden verzameld. Dit heeft echter zijn beperkingen. Ten eerste kan slechts een deel van de bedrijven in een netwerk worden onderzocht in verband met een tijdsbeperking. Ten tweede wordt de informatie verkregen van een aantal personen, die slechts een deel van de netwerken kan overzien. Ten derde is de informatie plaats en tijd gebonden, wat nadelig is omdat niet iedereen hetzelfde overzicht op de historie heeft (Ter Wal 2009 en Atzema, e.a. 2011). De clusters bestaan voornamelijk uit dienstverlenende bedrijven, waarin uitwisseling van kennis en informatie vaak via persoonlijk netwerken gaat. De meeste clusters zijn zeer heterogeen en bevatten zeer uiteenlopende bedrijfsklassen. Daarom is besloten per cluster een focusgebied te onderzoeken, gebaseerd op de al eerder behandelde tweedeling tussen kennis- en draaischijfeconomie (zie hoofdstuk 2). 5.2 KIBS: HRM bureaus en managementadviesbureaus De KIBS zijn expert organisaties die diensten verlenen aan andere bedrijven en organisaties. De afkorting beslaat een verscheidene range aan activiteiten: ICT diensten, HRM management, financieel en juridisch advies, management en organisatieadvies en marketing (Toivonen, 2004). Een gemeenschappelijk kenmerk van deze bedrijven is dat er wordt samengewerkt met de klant om kennis te benutten. Bedrijven in dit cluster zijn daarom vaak klantgericht (Atzema e.a., 2011). De twee focusgebieden binnen dit cluster zijn de managementadviesbureaus en de HRM organisaties. Managementadviesbureaus houden zich voornamelijk bezig met organisatieadvies en advies op het gebied van management en bedrijfsvoering. Bij HRM bureaus moet worden gedacht aan arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer. De KIBS zullen in de komende hoofdstukken als cluster worden besproken en alleen wanneer er grote verschillen bestaan tussen de twee focusgebieden zullen deze apart worden behandeld. In de categorie managementadviesbureaus is gesproken met Capgemini, PriceWaterhouseCoopers (PWC) en Hiemstra & de Vries. PWC behoort tot de grote vier toonaangevende zakelijke dienstverleners in Nederland (naast PWC bestaande uit Deloitte, KPMG en Ernst & Young). Naast managementadvies houden ze zich voornamelijk bezig met accountancy- en belastingadvies. Capgemini staat bekend om zijn ICT en consultancy adviesdiensten. Het hoofdkantoor is gevestigd in Utrecht (op dit moment in Papendorp, maar een verhuizing naar de Meern is op komst) en met meer dan 5000 Werknemers 3, is het één van de grootste werkgevers binnen het BRU plus gebied. Beide bedrijven hebben een buitenlandse moeder. Hiemstra & de Vries is een wat kleiner, Nederlands bureau met rond de 30 werknemers dat organisatieveranderingen nastreeft in de publieke sector gevestigd in Utrecht. In de categorie HRM management is gesproken met GITP, Lifeguard, Talent & Result. Deze drie bedrijven hebben allen een Nederlandse moeder. GITP biedt in assessments, loopbaanadvies, training en coaching aan en heeft 12 kantoren verspreid over heel Nederland. Het interview is afgenomen bij het kantoor in Houten, het hoofdkantoor bevindt zich in Nijmegen. Lifeguard is een relatief jong bedrijf met een nieuw concept, gericht op het verbeteren van health en performance van medewerkers in Utrecht. Ze bieden handvaten om medewerkers zo optimaal mogelijk te laten presteren. Talent & Result is een kwalitatieve adviesorganisatie voor loopbaan- en talentontwikkeling die midden in het hart van Utrecht 3 Capgemini is op de kaartjes terug te vinden bij het cluster ICT & Media, omdat advisering op het gebied van informatietechnologie hun core business is. 40

48 gevestigd is. Ze zijn een snelgroeiend jong bedrijf en hebben een FD Gazellen Award gewonnen in 2010, wat betekent dat ze in de top 100 van snelste groeiers in Nederland staan. Capgemini, Talent & Result, Hiemstra & de Vries en Lifeguard hebben hun hoofdkantoor in Utrecht gevestigd. 5.3 Financiële dienstverlening: banken Het cluster financiële dienstverlening is het enige waar er niet voor een tweedeling is gekozen. De focus ligt op banken. De kaarten hebben aangetoond dat het aandeel banen in de financiële dienstverlening vooral hoog is op de plaatsen waar de grote vestigingen van de banken zitten. Door onder andere de hoofdkantoren van Rabobank en SNS Bank is het een belangrijke sector voor Utrecht. Er zijn interviews gedaan met drie verschillende banken. Er is gesproken met SNS Bank, Triodos Bank en Friesland Bank. SNS Bank is één van de vijf grootste banken in Nederland. Het richt zich vooral op particulieren. Qua bedrijven is vooral het midden- en klein bedrijf voor hen van belang. Triodos Bank is een bank die zich sterk profileert op het gebied van duurzaamheid. Het is internationaal opererend met ook vestigingen in België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Duitsland. Het hoofdkantoor bevindt zich in Zeist. Friesland Bank heeft haar hoofdkantoor in Leeuwarden en is vooral in Friesland sterk aanwezig. Sinds 2008 heeft het een vestiging in Utrecht. Het richt zich voornamelijk op de meer vermogende particulieren en de bedrijven met meer dan een miljoen euro omzet per jaar. 5.4 Bouwen & ontwerpen: 'bouwen' en 'ontwerpen' Uit gesprekken met brancheorganisaties Bouwend Nederland en Centrum voor Innovatie van de Bouwkolom is gebleken dat in de bouw- en ontwerpsector een concept als ketenintegratie steeds belangrijker wordt. Hier is nog veel in te winnen voor het verminderen van faalkosten : kosten die ontstaan door een slechte afstemming tussen verschillende schakels in de keten. In figuur 10 is een voorbeeld van zo'n keten te zien. Mede hierdoor is ervoor gekozen om met bedrijven te praten met zeer verschillende posities binnen die keten. Er is gesproken met stedenbouwkundigen, architecten, bouwfysisch adviseurs, grote uitvoerders/aannemers en vastgoedonderhoudsbedrijven. Een vastgoedonderhoudsbedrijf is in de keten een schakel die eigenlijk nog achter de eigenaar/huurder of gebruiker zou moeten komen. Er kan een grove tweedeling worden gemaakt tussen 'ontwerpers' (en adviseurs) en 'bouwers' (en onderhoudsbedrijven). Bouwbedrijf Dura Vermeer in Houten Bron: www. duravermeer.nl 41

49 Er is gesproken met LBP Sight, Derks Stedebouw, JHK Architecten, Van den Berg Architecten, Dura Vermeer, BAM en Van Wijk Vastgoedonderhoud. LBP Sight is een advies- en ingenieursbureau die zich in grote lijnen bezig houdt met advies op het gebied van bouw, milieu en ruimte. Derks Stedebouw is een stedenbouwkundig bedrijf dat aan ontwerp en advies doet. JHK en Van den Berg zijn de gesproken architecten. Bij Van den Berg gaat het om de vestiging in Houten, het hoofdkantoor bevindt zich in Kampen. Dura Vermeer en BAM zijn de grote uitvoerders/bouwers die gesproken zijn. Beiden behoren tot de grootste tien bouwbedrijven in Nederland, BAM is zelfs de grootste in Nederland. Bij Dura Vermeer is er ook met een vestiging in Houten gesproken, het hoofdkantoor begeeft zich in Zoetermeer. Van Wijk is het vastgoedonderhoudsbedrijf. Het profileert zich sterk op het gebied van ketenintegratie en duurzaamheid, twee zeer actuele concepten binnen de sector. Figuur 10: waardeketen bouwen en ontwerpen naar actor Bron: Kamer van Koophandel Midden-Nederland, Transport & logistiek: logistieke diensten en ketenregie/ beheersing. Binnen het cluster transport en logistiek is gekozen voor de tweedeling tussen logistieke diensten en ketenregie/ beheersing. In 2007 is de innovatieagenda van de Commissie van Laarhoven uitgekomen. Daarin pleit de commissie voor het versterken van de logistieke toppositie van Nederland door in te zetten op hoogwaardige diensten. Nederland ondervindt de laatste jaren steeds meer concurrentie van lage loonlanden op het gebied van logistieke diensten als fysiek transport. Door in te zetten op hoogwaardige logistieke diensten kan Nederland in plaats van concurrentie op lage lonen inzetten op concurrentie door innovatie. 42

50 In de ketenstudie van IMPULS (in Commissie van Laarhoven, 2007) in figuur 11, is een tweedeling gemaakt in de logistieke keten tussen logistieke diensten en hoogwaardige ketenregie/ beheersing. Zoals in hoofdstuk 2 al besproken is verwachten we dat de logistieke dienstverleners minder kennisintensief zijn dan de bedrijven in de ketenregie/ beheersing. Eerstgenoemde zullen waarschijnlijk voordeel behalen uit de Utrechtse draaischijfeconomie, terwijl laatstgenoemde deel uitmaken van de Utrechtse kenniseconomie. Er is gekozen om niet de gehele tak van hoogwaardige supply chain diensten mee te nemen, omdat de supply chain support activiteiten voornamelijk worden uitgevoerd door zakelijke dienstverleners. Figuur 11: Ketenstudie uit de Innovatieagenda van de Commissie van Laarhoven (2007) Bron: Commissie van Laarhoven, 2007 Er is een grove tweedeling gemaakt tussen logistieke diensten en bedrijven die meer hoogwaardige supply chain diensten leveren. De geïnterviewde bedrijven die hoger in de waardeketen zitten voeren ook activiteiten uit de onderste segmenten uit, maar sturen meer dan de logistieke dienstverleners ook aan op hoogwaardige supply chain diensten. Er zijn interviews gedaan met vier logistieke dienstverleners: Brouwer Transport, G. Snel, Schreurs Transport en Schuitema. Binnen de logistieke dienstverleners is Schuitema in Woerden, het distributiecentrum van de supermarktorganisatie C1000, het grootste met meer dan 500 medewerkers. Brouwer Transport zit in Mijdrecht en heeft een paar jaar geleden de slag gemaakt van alleen transport naar transport en logistiek. G. Snel in Woerden is een bedrijf dat logistieke dienstverlening in de Benelux en warehousing biedt. Schreurs Transport is een klein familiebedrijf dat voornamelijk aan fysiek transport en opslag doet, ze zijn gevestigd in Harmelen. Twee bedrijven in de ketenregie/ beheersing zijn geïnterviewd: DHL Supply Chain Oplossingen en een bedrijf dat anoniem wil blijven. Dit bedrijf voert verschillende activiteiten door de waardeketen heen uit, tot in de hogere segmenten. DHL Supply Chain Oplossingen is gevestigd op bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht. Ze bieden pakketservice, expressvervoer, logistieke dienstverlening, third party logistics en value added services. 43

51 Een vrachtwagen van distributiecentrum Schuitema op de A2 5.6 ICT & Media: Software en Crossmedia ICT & Media is een breed cluster wat veel verschillende activiteiten omhelst. Daarom is er voor gekozen om op twee sterk van elkaar verschillende takken van sport binnen het cluster te richten: software en crossmedia. Softwarebedrijven houden zich bezig met computerprogrammatuur. Voor de producten die zij leveren is niet altijd face-to-face contact met de klant nodig. Crossmedia is een verzamelnaam voor een uiteenlopende groep activiteiten die op het snijpunt van ICT & media liggen. Er bestaan veel verschillende definities voor crossmedia. Wat deze definities gemeen hebben is dat het gaat om een branche waarbij verschillende media zoals film, televisie, print, games en mobiele applicaties interfereren met elkaar en/of met allerlei (andere) ICT activiteiten. Er is gesproken met vier softwarebedrijven: McKesson Nederland, Conclusion ICT Projects, My Solution en Regas. McKesson Nederland is een werkmaatschappij van een groot internationaal concern: McKesson Corporation. Het levert software voor de zorgsector. Conclusion is een omvangrijk bedrijf met vele verschillende werkmaatschappijen verdeeld over vier segmenten: human capital, technologie, communicatie en organisatie. Conclusion ICT Projects de softwaretak binnen het technologiesegment van Conclusion. My Solution is een vrij nieuw bedrijf, dat software levert met name voor uitzendbureaus, detacheerders en andere zakelijke dienstverleners. Regas is een dochter van Almende, een onderzoeksbedrijf gespecialiseerd in ICT. Regas levert net als McKesson software voor de zorgsector. Daarnaast zijn er drie crossmedia bedrijven: Hulskamp Audiovisueel, JvTv en Sjonic Digital Media. Zij verschillen onderling vrij veel in hun activiteiten. Hulkskamp is een groot bedrijf dat zich bezighoudt met audiovisuele media. Het produceert, verhuurt en verkoopt producten en diensten met betrekking tot beeld en geluid. JvTv is een videoproducent met een specialisatie in de markt van video's voor kinderen. Sjonic Digital Media zit van deze bedrijven het meest tegen de ICT kant aan. Het ontwikkelt websites, webshops, webapplicaties en doet daarnaast in beperkte mate aan drukwerk. 5.7 Zorg, life sciences en medtech: gehandicaptenzorg, life sciences & medtech Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven, wordt binnen dit cluster de tweedeling gemaakt tussen enerzijds de verstandelijk gehandicaptenzorg en anderzijds life sciences en medische technologie. De verstandelijk gehandicaptenzorg valt onder de tweedelijnszorg en de transmurale zorg die wordt aangeboden door regionale zorginstellingen. Het doel van de zorg is om de gehandicapten te begeleiden en te ondersteunen om een zo zelfstandig en goed mogelijk leven te leiden. Life sciences zijn al jaren een speerpunt van de Nederlandse 44

52 kenniseconomie en nationale en regionale overheden proberen de sector te stimuleren. Life sciences & medtech zijn twee verschillende disciplines: Life sciences is een dynamisch wetenschaps- en technologiegebied dat een zich voortdurend vernieuwende gereedschapskist van technieken en processen bevat om vormen van biologisch leven te analyseren en te gebruiken voor de ontwikkeling van betere producten en productieprocessen in veel toepassingsgebieden. (Ministerie van EZ; 2004, p.7) De medische technologie bevat een wijde range aan producten voor de gezondheidszorg en wordt gebruikt om ziektes te diagnosticeren, monitoren of te behandelen. De technologie wordt gebruikt om de kwaliteit van de geboden gezondheidszorg en het welzijn van de patiënt te verbeteren door vroegere diagnose, minder belastende behandeling en kortere ziekenhuisopname en revalidatietijd. Het grootste verschil tussen de twee focusgebieden is dat de zorg een publieke non-profit sector is, terwijl de life sciences en medtech een commerciële sector is. De zorgsector verleent diensten, terwijl de life sciences en medtech producten ontwikkelen. Ook is de financiering van beiden focusgebieden geheel anders geregeld. Life sciences en medtech bedrijven kennen vaak risicovolle investeringen, terwijl in de zorg veel meer zekerheid is (Schokker, 2005). In de categorie verstandelijk gehandicaptenzorg is gesproken met Abrona, Reinaerde en een Thomashuis. De eerste twee zijn grote zorgaanbieders met meerdere locaties in de regio. Reinaerde, met rond de 2000 werknemers, heeft als kernactiviteit verstandelijk gehandicaptenzorg. Daarnaast doen ze aan jeugdzorg en lichamelijk gehandicaptenzorg (Reinaerde, 2009). Het hoofdkantoor is gevestigd in Utrecht. Abrona heeft circa 1700 werknemers en biedt woonvoorziening, dagbestedingcentra en bedrijfsmatige activiteiten voor verstandelijk gehandicapten. Het heeft meerdere locaties en het hoofdkantoor is gevestigd te Huis ter Heide (Abrona, 2011). De Thomashuizen vormen een nieuw concept binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg. Elk huis heeft maximaal 8 bewoners, ze opereren als een bedrijf dat zelf de noodzakelijke zorg inkoopt aan de hand van het persoonsgebonden budget (pgb) van de bewoners. Twee zorgondernemers (vaak echtparen, waarvan één relevante ervaring in de zorg moet hebben) wonen onder één dak met een groep verstandelijk gehandicapten. Hiernaast zijn bij het Thomashuis in Zegveld 4 mensen in dienst en worden professionals ingehuurd naar gelang de behoeftes van de cliënten. In de categorie life sciences en medtech is gesproken met drie middelgrote bedrijven op de Uithof. Elana is een medisch technologisch bedrijf dat operatietechnieken (zowel materiaal als informatie) verkoopt om bypass operaties uit te voeren. Het bedrijf is de afgelopen jaren veel gebruikt als het voorbeeld voor de kenniseconomie (zie inzet 1). Aqtis Medical is ook een medisch technologisch bedrijf dat zich onder andere specialiseert in biomedische implantaten. Eén van de bestlopende lijnen is Ellansé, een vulmiddel gemaakt om oneffenheden in de huid op te vullen. Deze fillers worden voor esthetische als medische doeleinden gebruikt. Genome Diagnostics is een life sciences bedrijf dat diagnostische instrumenten levert om het maken van een match tussen donor en patiënt makkelijker te maken. Kader 2: Beste practice kenniseconomie: Elana Elana werd door premier Balkenende genoemd als hét voorbeeld voor de Nederlandse kenniseconomie. Prof. Dr. Tulleken heeft een uitvinding gedaan waardoor bypass operaties in de hersenen en het hart kunnen worden uitgevoerd zonder de bloedtoevoer stil te leggen. Zijn zoon heeft Elana opgezet om de benodigde producten voor de operatie te verkopen en tegelijkertijd artsen te trainen in het uitvoeren van de operatie. Ook in het buitenland heeft deze uitvinding veel media aandacht gekregen. Elana heeft in de NY Times gestaan en de eerste operatie in de VS is daar live uitgezonden. Ook hebben ze en kantoor in de VS geopend. 45

53 Hoofdstuk 6 Typen relaties 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden op basis van de interviews de aard en intensiteit van de relaties van de bedrijven die zijn gesproken weergegeven. Er wordt antwoord gegeven op de vraag in welke mate er zakelijke (geld) transacties, sociale relaties en samenwerking op het gebied van kennis en innovatie tussen bedrijven in de genoemde clusters bestaan. In de interviews is gevraagd naar verticale relaties, horizontale relaties en diagonale relaties. Verticale relaties zijn relaties binnen een keten, aan de ene kant met toeleveranciers en aan de andere kant met klanten. Horizontale relaties zijn de relaties met concurrenten en soortgelijke bedrijven binnen dezelfde sector. Bij diagonale relaties gaat het om de netwerken met bedrijven buiten de eigen sector. Er zal daarbij extra aandacht worden besteedt aan de relaties die elk cluster heeft met verschillende vormen kan kennisintensieve zakelijke dienstverlening. Daarnaast komen ook de relaties met kennisinstellingen aan bod. Naast een onderscheid in verticale, horizontale en diagonale relaties kan er ook een onderscheid worden gemaakt tussen zakelijke (markt)relaties en kennisrelaties. Aan zakelijke relaties liggen puur zakelijke motieven ten grondslag. Dit kan gaan om economies of scale of economies of scope. Bij economies of scale gaat het om voordelen die behaald worden doordat de samenwerking voor schaalvergroting zorgt. Bij economies of scope gaat het om voordelen die behaald worden doordat de samenwerking er voor zorgt dat bepaalde activiteiten gecombineerd kunnen worden. Daarnaast kan het ook gaan om lagere transporten lagere transactiekosten. Volgens Amerikaans economisch geograaf Storper (1995) is er meer dan een begrip van zakelijke relaties nodig om processen van clustering te verklaring. Hij introduceerde het begrip untraded interdependencies. Hiermee doelt hij op zaken zoals het spreken van een gemeenschappelijke taal, het hebben van gemeenschappelijke normen, ervaringen en gewoontes. Dit soort factoren kunnen een bevorderlijke werking hebben bij het uitwisselen van kennis tussen bedrijven en instellingen. Zoals in hoofdstuk 3 al vermeld is, kan (ruimtelijke) nabijheid een stimulerende werking hebben op de aanwezigheid van deze factoren in clusters. Dit geeft aan dat er bij processen van clustering ook een niet-zakelijke achtergrond speelt. De relaties zullen per cluster worden besproken. Aan het eind van het hoofdstuk volgt een conclusie met daarin een schema waarin het belang van verticale, horizontale en diagonale (kennis)relaties tegen elkaar zijn afgezet. Tevens wordt in een schema het belang van zakelijke relaties en kennisrelaties tegenover elkaar afgezet voor de verschillende focusgebieden. 6.2 KIBS Verticale relaties Er bestaan geen grote verschillen tussen de managementadviesbureaus en de HRM bureaus op het gebied van relaties met leveranciers en klanten. De medewerkers van de KIBS zijn ook de belangrijkste toeleveranciers. Zij leveren de benodigde kennis voor het bedrijf. Ook de hogescholen en universiteiten kunnen als belangrijke toeleveranciers van kennis worden gezien. Andere leveranciers spelen nauwelijks een rol in dit cluster, behalve leveranciers van software. Zij leveren de e-tools en tools voor psychologische onderzoeken. De kennisrelaties met ICT bedrijven komen onder diagonale relaties verder aan bod. Met klanten wordt wel samengewerkt, maar er bestond een verschil in de respons op de vraag naar wat het belang is van kennisrelaties met klanten tussen de grote managementadviesbureaus. Bedrijven zonder landelijk dekkend kantorennetwerk, met maar één (of een paar) vestiging(en) in Nederland, bedienen klanten door het hele land, in de Benelux en zelfs een aantal klanten in andere continenten. De bedrijfscultuur is erop 46

54 ingericht om naar de klant te reizen. Voor grote bedrijven met een landelijk dekkend kantorennetwerk (met regionale vestigingen) is nabijheid bij de klant van belang voor het ontwikkelen van persoonlijke relaties. Deze informele contacten, bijvoorbeeld gesprekken langs het voetbalveld of op een borrel, zijn belangrijk voor vertrouwen onderling en de uitwisseling van kennis: Het heeft een voordeel om in elkaars regio te zitten. Klanten ervaren het niet als doorslaggevend, maar ik denk dat juist tijdens de informele contacten kennis wordt uitgewisseld. Als je in een zakelijke bijeenkomst bij elkaar gaat zitten dan heb je een agenda. En dan heb je al veel moeite om die agenda rond te krijgen, terwijl als je elkaar op informele momenten ziet, je het over heel andere dingen hebt. Dan heb je een veel bredere horizon. Horizontale relaties De meeste concurrenten zitten in de regio Utrecht of elders in de Randstad, waarvan de meeste in Utrecht of Amsterdam. Er vindt niet veel kennisuitwisseling plaats tussen gerelateerde bedrijven binnen de regio. Men denkt over veel dezelfde kennis te beschikken en klopt om die reden niet eens aan bij de concurrent. De grote bureaus hebben zelf veel kennis in huis, alleen voor specialistische zaken huren ze een ander bureau in. Uit The Amsterdam Familiy of Clusters bleek dat grote internationale bedrijven proberen meer structuur in hun activiteiten aan te brengen door partnergroepen meer te laten samenwerken. De kennisrelaties binnen de onderneming worden versterkt, ook op internationale schaal. In het BRU-plus gebied proberen organisaties ook intern hun kennisrelaties zo goed mogelijk te benutten: Wij zijn een dusdanig georganiseerde organisatie dat wij als kennisorganisatie veel kennis in huis hebben, net als alle grote bureaus. We trekken liever onze eigen mensen uit Amsterdam aan om de benodigde kennis te benutten voor deze regio dan dat we naar de concurrent om de hoek gaan. De kleinere bureaus hebben zelf minder specialistische kennis in huis en huren meer in. Als er sprake is van kennisoverdracht dan zijn dit, net als bij de grotere bedrijven vaak zakelijke relaties. We maken gebruik van elkaars sterke punten. Zij hebben een goed netwerk en goede uitvoerende professionals op het gebied van leefstijl. Wij zitten meer op het gebied van coaching. Verder zorgen we dat we samen landelijke dekking hebben en doen we Team Challanges. Voor de HRM bureaus is er een klankbordgroep arbeidsbemiddeling bij de Raad voor Werk en Inkomen waar sprake is van kennisrelaties en waar ook sociale relaties ontstaan. Klantgerichte innovatie komt voor binnen de HRM bureaus. De klantvraag bepaalt de samenwerking, wat in sommige gevallen leidt tot intensievere samenwerking met concurrenten: Ik heb één concurrent waar ik mee samen werk bij een klant. Dat is voor het eerst. Die klant zei: jongens jullie hebben het beste in huis van wat er is, voor verschillende deeltaken. Hij heeft ons naast elkaar gezet en wij hebben gezegd: laat maar gebeuren. Het ontwikkelt zich erg positief moet ik zeggen. Diagonale relaties Inherent aan het verlenen van zakelijke diensten zijn relaties met bedrijven uit andere 47

55 sectoren. Dit zijn voornamelijk zakelijke relaties tussen organisatie en klant. Met de ICT sector worden door HRM bureaus e-tools en assessments ontwikkeld. Hoewel deze relaties vaak een zakelijk karakter hebben, wordt door beide partijen nieuwe kennis opgedaan. Voor klanten die een vraag hebben over de bemensing van grote software implementatie projecten werken we samen met een ICT bedrijf. Zij toetsen of er voldoende ICT kennis aanwezig is en wij leveren de e-assessments. Kennisinstellingen De meeste KIBS werken samen met kennisinstellingen. Medewerkers die contacten hebben met een kennisinstelling of een hoogleraar die voor een bureau werkt vormen essentiële schakels. Het is afhankelijk van de locatie van de leerstoel met welke universiteit wordt samengewerkt, meer dan regionale nabijheid. Er worden door alle bedrijven stagiaires in dienst genomen en sommige bureaus leveren docenten aan hogescholen en universiteiten. Zowel managementadviesbureaus als HRM bureaus hebben relaties met kennisinstellingen verspreid over Nederland. Samenwerkingsrelaties die werden genoemd door de managementadviesbureaus zijn met de UU, Utrecht Science Park (USP), UMC, Nyenrode, Rotterdam School of management, TUe en Tias Nimbas. De meeste samenwerking van de HRM bureaus vindt plaats met de Universiteit van Utrecht, Erasmus universiteit, Universiteit van Tilburg en TNO. De aanwezigheid van kennisinstellingen in de regio wordt op prijs gesteld, omdat het makkelijk is voor de samenwerking. De aansluiting tussen de opleidingen die kennisinstellingen in de regio Utrecht aanbieden en de managementadviesbureaus is matig. De bureaus geven aan een arbeidstekort te verwachten in de komende jaren. Er zijn te weinig opleidingen economie, accountancy en belastingadvies die aansluiten bij wat er aan zakelijk dienstverleners zit in de stad. Veel studenten die in Utrecht hebben gestudeerd hebben binding met de stad en zouden hier graag blijven na hun studie. Dit zou ook beter zijn voor de regionale ontwikkeling. Ik denk dat universiteiten en hogescholen veel meer de aansluiting moeten zoeken met bedrijven die in de regio zitten. Dan ontstaat er meer wisselwerking tussen partijen uit het bedrijfsleven en de universiteit, de aansluiting is beter en er ontstaat meer committent. Je haalt het meeste rendement als mensen hier wonen en werken en een binding met de regio hebben. Universiteit Utrecht 48

56 6.3 Financiële Dienstverlening Verticale relaties De klanten van banken zijn in wezen ook de toeleveranciers. Klanten die geld op de bank zetten zijn namelijk verstrekkers van geld. De banken geven aan dat er meer kennisuitwisseling is met hun klanten dan met hun concurrenten. Banken doen veel om bedrijven die klant zijn kennis te geven om succesvol te zijn. Daarbij gaat het vooral om financiële tools, waarvan banken de kennis in huis hebben. Succes voor deze bedrijven leidt immers ook weer tot succes voor de banken. Je deelt kennis om vervolgens verder te komen. Wij gunnen onze klanten een hele goede omzet, wij gunnen ze succes, omdat als ze succesvol zijn ze ook weer bij ons een betere klant worden. Omgekeerd doen banken ook kennis van klanten op. Een voorbeeld is de Triodos Bank die veel klanten heeft in sectoren waar duurzaamheid een belangrijk thema is, zoals energie en landbouw. Kennis over dit thema is belangrijk voor Triodos, waardoor klanten op dit gebied veel voor hen kunnen betekenen. Horizontale relaties Samenwerking met concurrenten komt echter ook voor. Zo werken, vooral de grotere banken, veel samen om online betalingsverkeer beter te laten verlopen. Ook wordt er gezamenlijk gesproken over de toekomst van bankinitiatieven als Groenfondsen. Bij SNS gebeurt het ook wel dat bijvoorbeeld het callcenter een uitwisseling heeft met het callcenter van ING of Rabobank. Hierbij wordt echter geen strategische informatie uitgewisseld. Je kunt het wel hebben over het callcenter, maar dan kan je net zo goed naar UPC. Daar zijn we ook geweest en dan leer je meer, want zij vinden het niet zo erg om te vertellen dat ze per dag 300 telefoontjes krijgen over de verkeerde kabelaansluiting. Who cares als bank? Maar als je bij ING zit en je hoort dat zij per dag 300 klachten krijgen over betalen, dan denken we...oh mooi, daar kunnen we iets mee doen...ook al probeer je er wel netjes mee om te gaan. Maar het is dus gevaarlijker om informatie mee te delen. Verder zijn er zakelijke relaties met concurrenten in de vorm van banken die elkaars producten verkopen. Diagonale relaties Samenwerking met bedrijven uit andere sectoren komt relatief veel voor bij banken. Zo heeft SNS allerlei relaties met grote bedrijven als Microsoft, Bol.com, Sanoma Media en Carglass. Zoals de laatste quote ook al heeft laten zien, kunnen deze bedrijven omdat zij in een andere sector actief zijn, elkaar in een samenwerking meer vertellen dan concurrenten. Met KIBS zijn er vooral zakelijke relaties. De vestiging van Friesland Bank in Utrecht heeft wel meer dan puur zakelijke relaties met accountants en advocaten die soms nauw bij de vestiging worden betrokken. Kennisinstellingen Met kennisinstellingen wordt redelijk veel samengewerkt. Zo zijn er denktanks over hoe het nieuwe bankieren er uit moet gaan zien, wat momenteel een belangrijk thema is in de financiële wereld. Hierbij zijn bijvoorbeeld hoogleraren van de Universiteit van Utrecht en Nyenrode betrokken. Een ander voorbeeld is een samenwerkingsinitiatief als Weet wat je besteedt, bedoeld om jongeren beter met geld te leren omgaan. Hieraan is allerlei onderzoek van verschillende universiteiten gekoppeld. 49

57 6.4 Bouwen en ontwerpen Verticale relaties Verschillende van de gesproken bedrijven gaven aan dat samenwerking binnen de keten met toeleveranciers en klanten steeds belangrijker voor hun bedrijfsvoering wordt. Architectenbureaus en stedenbouwkundigen winnen vaak al voor ze gaan tekenen bouwfysisch en constructieadvies in. "Als architect zijn we min of meer de spin in het web van alle ontwerpende disciplines die bij elkaar komen. Wij moeten er dus voor zorgen dat al die toelevering, wat de constructeur aanlevert aan constructieadvies en wat de bouwfysisch adviseur aanlevert aan bouwfysisch advies, allemaal in dat ene gebouw past." Ook LBP Sight ziet (andere) adviesbureaus als belangrijkste toeleveranciers, net als Van Wijk Vastgoedonderhoud. Uitvoerders zien naast adviseurs ook de stedenbouwkundigen en architecten als belangrijke toeleveranciers. De grote uitvoerders hebben hiervoor vaste partners met wie ze kennis delen. Belangrijke klanten voor stedenbouwkundigen en architecten zijn overheden, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties. Voor de uitvoerders en onderhoudsbedrijven zijn met name de woningbouwcorporaties van belang. Horizontale relaties Samenwerking met concurrenten is voor architecten vrij zeldzaam. Er is wel samenwerking met andere bureaus, maar niet met degene die precies hetzelfde doen. Dit is ook iets wat voor bouwadviesbureaus geldt. Het gaat vooral om samenwerking met bureaus die aanvullende kennis hebben. Bij de grote uitvoerders is dit anders. Deze bedrijven kennen elkaar goed en om risico's te vermijden, wordt een product ook vaak gezamenlijk afgetast voor het op de markt komt. "In de industrie kent iedereen elkaar. Je bent dus niet anoniem in deze industrie, zeker niet. Vooral als je een bepaalde grootte hebt, dan ken je elkaar." "Als men hier iets nieuws heeft wordt er onofficieel met elkaar afgetast van...wat denken jullie?...willen jullie er ook in meedoen?...gaan we het samen doen? Dus we zoeken een groepje op om iets naar voren te brengen in de vorm van een platform. Dat kan je samenwerking noemen. Je kunt ook zeggen dat we bang zijn om echt competitie te geven en iemand voor het hoofd te stoten." Een voorbeeld van een samenwerkingsverband tussen onderhoudsbedrijven is Fareno, wat zich vooral richt op duurzaamheid. Het gaat hier echter niet om directe concurrenten, omdat alle betrokken partijen een ander werkgebied in Nederland hebben. Diagonale relaties Relaties met andere sectoren zijn er vrij weinig. ICT is wel belangrijk. In de hele bouw en ontwerpsector is een sterke opkomst van het Bouw Informatie Model (BIM), een programma waarmee 3D kan worden gemodelleerd, wat tevens een sterke tool voor stimulering van ketenintegratie is. Verschillende ICT bedrijven zorgen door middel van trainingen en cursussen dat dit programma steeds meer integreert in de bouwwereld. Verder is er samenwerking met bedrijven uit andere sectoren via platforms, veelal gericht op duurzaamheid. Hier zijn ook vaak kennisinstellingen bij betrokken. KIBS 50

58 Er zijn weinig relaties met kennisintensieve zakelijke dienstverleners gevonden, waarbij veel kennisuitwisseling plaatsvindt. Voor een adviesbureau als LBP Sight dat ook veel aan wet- en regelgeving doet, is het wel gebruikelijk om samen te werken met advocaten. Er zijn echter vooral zakelijke relaties gevonden. Zaken als marketing en reclame worden veel intern gedaan, zowel bij grotere als bij kleinere bedrijven. Bij de grotere bedrijven is dit omdat zij intern veel kennis hebben, bij de kleinere bedrijven is dit vooral omdat ze te klein zijn om deze diensten extern in te huren. Kennisinstellingen Qua kennisinstellingen zijn gezien de aard van de opleidingen vooral de TU s van Delft en Eindhoven belangrijk. Verschillende bedrijven geven hier gastcolleges, en gebruiken de instellingen zo ook als kweekvijver voor talent. Dit gebeurt ook op de Hogeschool van Utrecht (HU), maar in mindere mate. Bij Dura Vermeer is er een persoon die gemiddeld één dag van zijn week besteedt aan activiteiten bij de HU. Dit met betrekking tot het beter promoten van de sector naar de studenten toe. Nyenrode is voor Van Wijk Vastgoedonderhoud van belang als samenwerkingspartner op het gebied van duurzaamheid en ketenintegratie. De bouwers/uitvoerders hebben ook relaties met ROC's, voornamelijk voor het verkrijgen van arbeidskrachten. 6.5 Transport & logistiek Verticale relaties De gevonden relaties met zowel klanten als leveranciers zijn puur zakelijk. Van kennisuitwisseling is weinig sprake. Wel kan de klantvraag veranderen, waardoor het bedrijf moet innoveren om de gevraagde service te kunnen leveren. Vaak als er wordt samengewerkt, is dat om het aantal lege kilometers dat een vrachtwagen rijdt zo klein mogelijk te houden. Het gaat dan om puur zakelijk samenwerkingsrelaties met klanten, leveranciers of concurrenten. Programma s als Teleroute komen hierbij goed van pas. Dit programma voor online vrachtuitwisseling maakt inzichtelijk waar nog ladingen staan die vervoerd moeten worden en wie er lege kilometers rijdt. Ook wordt het backholding principe steeds vaker toegepast; het poolen van leveranciers en het doorvoeren van standaardisaties. Het distributiecentrum ziet de trend dat veel fabrikanten aan consolidatie doen. De fabrikant levert niet meer rechtstreeks aan het distributiecentrum, maar er zit een logistiek dienstverlener tussen. De meeste partijen waarmee het distributiecentrum zaken doet zijn tegenwoordig landelijke spelers. Waar vroeger de vervoerders om de hoek zaten zie je tegenwoordig dat de kleinere transportbedrijfjes niet meer mee kunnen in de prijs, wat leidt tot centralisatie door overnames en fusies. Binnen de ketenregie/ beheersing zijn er alleen grote bedrijven geïnterviewd die meerdere vestigingen in Nederland hebben. Deze vestigingen in de regio Utrecht bedienen de Randstad of voeren voor heel Nederland specifieke supply chain diensten uit. Deze bedrijven werken vaak met preferred suppliers, die vanuit het hoofdkantoor worden aangewezen. Voor de klant bieden ze intern ruimte aan in de vorm van opslag en kleine kantoorruimte, het multi user concept. Het hele logistieke proces en opslag wordt voor de klant geregeld. Horizontale relaties Er is veel concurrentie in de markt en de winstmarges zijn laag, vaak variërend tussen de 1% en de 3%. Zowel in de logistieke diensten als in de ketenregie/ beheersing wordt er amper samengewerkt met concurrenten. Als er samenwerking plaatsvindt met concurrerende bedrijven is dat vrijwel altijd van commerciële aard. Een transportbedrijf zegt hierover: 51

59 Als je zelf je werk niet aankan huur je een ander in, maar sinds crisis is dat minder geworden. Er wordt dus amper samengewerkt met soortgelijke bedrijven. Echter als de afstanden te groot zijn, vinden er soms wel samenwerkingsverbanden plaats: We werken zelfstandig, behalve in België. Omdat de afstand voor ons om naar België te rijden te groot is. We hebben daar een partner, die dingen daar aflevert. In de wandelgangen wordt het personeelsprobleem overlegd met bevriende bedrijven, maar nooit met echte concurrenten. De KvK Midden-Nederland heeft het initiatief genomen met bedrijven uit dit cluster om de tafel te zitten om de arbeidsmarktproblematiek te bespreken. Hier was vanuit verschillende partijen veel belangstelling naar. Diagonale relaties De logistieke dienstverleners hebben voornamelijk zakelijke relaties met ICT bedrijven. Dit zijn puur zakelijke relaties voor onder andere automatiseringssystemen, netwerken, webdesign, warehousemanagement systemen en het programma Teleroute voor online vrachtuitwisseling. Ook wordt er door verschillende bedrijven samengewerkt met een zorginstelling. Eén bedrijf om de gezondheid van het personeel te verbeteren en een ander bedrijf om verstandelijk gehandicapten een baan in het distributiecentrum te bieden: Wij doen bijvoorbeeld veel met de Sluisgroep. Dat is een zorginstelling die met gehandicapten werkt, mensen die moeite hebben om op de arbeidsmarkt te komen. Daar doen wij veel mee. Ze doen de schoonmaakwerkzaamheden en inpakwerkzaamheden voor ons en andere klusjes. Al bovengenoemde relaties zijn van commerciële aard. Aansluitend op bovenstaande quote, vat één van de geïnterviewden deze commerciële instelling samen: Met de verstandelijk gehandicapten? Dat zijn zakelijke relaties, ik geloof dat wij niet zo veel anders hebben dan zakelijke relaties.we zijn vrij zakelijk ingesteld. De gesproken bedrijven in de logistieke diensten huren bijna allemaal zakelijk dienstverleners in. Door bijna elk bedrijf werden genoemd: advocaten, rechtskundig advies, belastingadvies en personeelsvoorziening. In alle gevallen gaat het om zakelijke relaties. Bedrijven in de ketenregie/ beheersing hebben ook veel banden met ICT bedrijven. Hoewel dit voornamelijk zakelijke relaties zijn, is de kennis die wordt opgedaan van cruciaal belang voor de ontwikkeling van het bedrijf. Eén bedrijf heeft samen met een zorgverzekeraar gewerkt aan de ontwikkeling van humannet, een tool om het ziekteverzuim omlaag te krijgen. Een ander bedrijf heeft in het kader van maatschappelijk betrokkenheid verstandelijk gehandicapten in dienst, die werkzaamheden in het magazijn verrichten. Net zoals bij de verticale relaties werd vermeld hebben de grote bedrijven vaak veel expertise zelf in huis, ook van zakelijke dienstverleners. Er worden amper KIBS ingehuurd, alleen de uitzendbureaus worden ingehuurd. Kennisinstellingen Bij de logistieke dienstverleners wordt er amper samengewerkt met kennisinstellingen. Bij de meeste bedrijven is de enige vorm van samenwerking die we tegen zijn gekomen het aannemen van stagiaires. Een distributiecentrum geeft aan banden te hebben met de TUe, in het kader van een vierjarig centralisatieproject en met Nyenrode. Bij de bedrijven in de 52

60 ketenregie/ beheersing is dit beeld niet heel anders. Ook hier zijn het stagiaires die de meest voorkomende link tussen kennisinstellingen en de bedrijven vormen. Eén bedrijf vormt hier een uitzondering op door mee te werken aan de denktank Forestry Industry ICT & Media: Software Verticale relaties De belangrijkste toeleveranciers leveren vaak standaardproducten, die de basis vormen waar producten van de softwarebedrijven op draaien. Dit zijn grote bedrijven als Microsoft. Aan deze producten zijn weinig eisen te stellen, waardoor alleen de grotere spelers echte samenwerkingsverbanden hebben met deze toeleveranciers. McKesson gebruikt als basis voor haar producten naast Microsoft ook Oracle. Deze relatie ligt anders, er wordt nauw samengewerkt en veel kennis gedeeld om aspecten van het product van Oracle in het product van McKesson te krijgen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld leveranciers van hardware belangrijk. Bij dit type leveranciers gaat het echter om puur zakelijke relaties. Belangrijk is of een bedrijf standaardproducten of maatwerk levert. Als het bedrijf maatwerk levert is er meer mogelijkheid in de samenwerking met de klant. Dit is meestal in de vorm van meekijkmomenten, waarbij klanten feedback kunnen geven terwijl het product ontwikkeld wordt. Bij een enkel bedrijf komt het echter ook voor dat er gezamenlijk een product gemaakt wordt. "Bij het ontwikkelen van software moet je functionaliteit ontwikkelen die heel nauw aansluit bij wat de klant wil. Dus wij hebben een aantal co-development trajecten, waarin we gemeenschappelijk met onze klanten iets ontwikkelen." Horizontale relaties Belangrijke contacten voor softwarebedrijven zijn relaties met soortgelijke softwarebedrijven die een andere specialisatie hebben. Het gaat hierbij om bedrijven met kennis die complementair aan de eigen kennis is. Deze bedrijven kunnen een stukje toegevoegde waarde leveren aan een product. Met bedrijven die precies hetzelfde doen is geen kennisuitwisseling gevonden, die informatie wil men niet met de concurrent delen. Diagonale relaties De sectoren waar de belangrijkste relaties mee gevonden zijn, zijn de zorgsector en zakelijke dienstverlening. Dit is geen verassing gezien McKesson en Regas zich beiden richten op de zorgsector en My Solution op zakelijke dienstverleners. Voor Conclusion ICT Projects is de zorgsector ook een belangrijke markt. Vooral met de zorgsector zijn enkele intense samenwerkingsverbanden gevonden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om samenwerking om tot een betere benutting van de beddencapaciteit in ziekenhuizen te komen of innovatie met betrekking tot het Elektronisch Patiënten Dossier. KIBS Met kennisintensieve zakelijke dienstverleners zijn vooral zakelijke relaties gevonden, intense samenwerking is schaars. Voor Conclusion ICT Projects geldt dat er veel zaken intern kunnen worden geregeld, omdat zij deel uitmaken van een groter concern dat veel kennis in huis heeft. Kennisinstellingen Samenwerking met kennisinstellingen beperkt zich voornamelijk tot stagiaires die meelopen. Voor Conclusion ICT Projects is de HU van belang. Hier worden masterclasses gegeven en op deze manier wordt de HU ook gebruikt als talentenpool. Voor Regas is de belangrijkste 53

61 partner qua kennisuitwisseling bij uitstek moederbedrijf Almende, dat ook als kennisinstelling kan worden gezien ICT & Media: Crossmedia Verticale relaties Qua toeleveranciers zijn er met name zakelijke relaties gevonden. Voor Hulskamp zijn dit allerlei fabrikanten en importeurs van beeld en geluidsproducten, bij Sjonic Digital Media gaat het om partijen die aan webhosting en drukwerk doen en bij JvTv kan gedacht worden aan het huren van rekwisieten en kleding. Hulskamp heeft soms vrij intens contact nodig met de klant om een product te maken wat aan haar wensen voldoet. Sjonic Digital Media heeft meestal, net als softwarebedrijven, een relatie met de klant in de vorm van meekijkmomenten waar de klant feedback kan geven op het product. Voor JvTv en Hulskamp Audiovisueel is Hilversum van belang. Hier zijn de omroepen gevestigd, wat belangrijke opdrachtgevers zijn met veel kennis in huis, waar in samenwerkingsverbanden ook veel van geleerd wordt. Een ander voorbeeld van vrij intensieve samenwerking met een klant is de relatie van JvTv met uitgeverij Thieme Meulenhoff, waarmee ook samen producten voor de onderwijsmarkt worden gemaakt. Horizontale relaties Samenwerking met concurrenten is er bijna niet. Voor videoproducenten als JvTv is samenwerking met concurrenten vrij ongebruikelijk en onpraktisch. Hulskamp belt wel eens een concurrent als ze ergens een tekort aan hebben en Sjonic Digital Media legt wel eens een opdracht bij een andere partij neer als er een capaciteitstekort is. Relaties met bedrijven die aan een andere tak van sport doen binnen de crossmedia sector zijn belangrijk voor kennisuitwisseling. Eerder zijn voorbeelden van omroepen en uitgeverijen genoemd. Een ander voorbeeld is Sjonic dat drukkers en fotografen heeft als toeleveranciers, waar werk aan wordt uitbesteedt. Dit gaat echter vooral om zakelijke relaties. Diagonale relaties De belangrijkste samenwerkingsverbanden blijven vooral binnen de ICT & Media sector. Hulskamp heeft echter ook relaties met andere sectoren. Bijvoorbeeld met de zorgsector. Het bedrijf is in samenwerking met ziekenhuizen bezig met mogelijkheden om operaties in 3D te bekijken. Ook heeft het bedrijf relaties met kennisintensieve zakelijke dienstverleners. Een 3D operatie op beeld bij Hulskamp Bron: 54

62 KIBS Voor Hulskamp zijn zakelijke dienstverleners belangrijke klanten. Omgekeerd zijn ze ook klant bij kennisintensieve zakelijke dienstverleners. Het gaat hier echter vooral om zakelijke relaties. JvTv en Sjonic Digital Media hebben, mede omdat ze kleiner zijn, minder te maken met deze dienstverleners. Sjonic Digital Media zit wel in een leertraject genaamd Mijn Bedrijf 2.0, wat onder management/organisatieadvies geschaard kan worden. Kennisinstellingen Het traject Mijn Bedrijf 2.0, waar Sjonic aan deelneemt, is georganiseerd vanuit kennisinstelling Syntens. Hulskamp kent samenwerkingsverbanden met kennisinstellingen via verschillende ROC s en Hogescholen die belangrijke klanten zijn. Daarnaast worden ook wel gastcolleges gegeven bij bepaalde onderwijsinstellingen. Bij JvTv is er alleen samenwerking met kennisinstellingen via stagiaires. 6.7 Zorg, life sciences en medtech Verticale relaties Er is een groot verschil in typen relaties tussen de verstandelijk gehandicaptenzorg en de bedrijven in de life sciences en medtech vanwege de verschillende aard van de focusgebieden. Verstandelijk gehandicapten worden vaak geboren met een beperking. In de eerste plaats gaan ze vaak naar een kinderdagcentra, dan kiezen ouders tussen de aanbieders in de regio. Vanaf die kinderdagcentra gaan ze naar de volgende fase, totdat ze onder begeleiding semi-zelfstandig kunnen wonen. Vaak bepalen de ouders waar ze naartoe gaan. De relaties met de klant zijn vaak van langdurige aard en hebben een regionaal karakter. Het zijn zakelijke relaties met een informele inslag. Cliënten worden vaak doorverwezen door MEE, een organisatie die overal in Nederland onafhankelijke laagdrempelige cliënt-ondersteuning aan alle mensen met een handicap of functiebeperking biedt. Aan de klantkant zijn er samenwerkingsverbanden als medezeggenschapsorganisaties en initiatieven als Samen Sterk. In het kader van de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstelling zijn er met al die cliëntenraden overleg. Met leveranciers zijn de relaties puur zakelijk. In de life sciences en medtech is het afhankelijk van de fase waarin een bedrijf zich bevindt, van beginnend onderzoek tot het op de markt brengen van een medicijn of product, wat voor een relaties een bedrijf heeft. Kleine life sciences/medtech bedrijven in de eerste fasen gaan vaak samenwerkingsrelatie aan met een groot bedrijf. Een bedrijf heeft dan een dubbele pet op; naast klant zijn ze partner. Redenen voor het aangaan van een samenwerkingsrelatie zijn: het verkorten van de tijd naar de afzetmarkt, toegang tot financiering, het spreiden van kosten en risico, toegang tot de markt, het uitvoeren van R&D activiteiten, om technologische ontwikkelingen in de gaten te houden en om aanvullende technologie te kunnen gebruiken (Biopartner, 2005). Deze samenwerkingsrelaties zijn vaak internationaal (in volgend hoofdstuk wordt hier verder op ingegaan): We werken samen met een Duits bedrijf dat ons enorm helpt om nieuwe dingen te ontwikkelen. Ze stellen middelen, mensen, apparatuur, technologie en geld beschikbaar om producten te maken. Bedrijven die hun product of medicijn al op de markt hebben, beschikken vaak over meer liquide middelen en zijn minder afhankelijk van grote bedrijven of venture capitalists. Spin-offs leiden tot de mogelijkheid om kennis verder te ontwikkelen en vermarkten. Voor het ontstaan van spin-offs is het van belang dat er kennisinstellingen in de nabijheid zijn. Het verschilt per bedrijf of er sprake is van een hecht sociaal netwerk of van puur zakelijke relaties met deze kennisinstelling. Eén van de gesproken bedrijven gaf aan dat ze slechts 55

63 puur zakelijke relaties hadden met het UMCU. Het ziekenhuis is een aandeelhouder van het bedrijf, maar er is geen sprake van kennisrelaties. Een ander bedrijf loopt juist vaak bij het UMCU naar binnen voor overleg en maakt gebruik van de faciliteiten van het ziekenhuis. Hier bestaan naast zakelijke relaties ook veel kennis relaties. Naast dat het UMCU een kennisinstelling is, is het voor een aantal bedrijven ook een belangrijk klant. Andere academische ziekenhuizen in Nederland zijn ook belangrijke klanten. Horizontale relaties In de verstandelijk gehandicaptenzorg is een tweedeling zichtbaar tussen de grote instellingen en de kleine Thomashuizen. Deze laatst genoemden moeten wel samenwerken met concurrenten omdat ze zelf niet alle zorg en dagopvang kunnen bieden, dit zijn zakelijke relaties. Ze ondervinden echter geen concurrentie van de grote instellingen, omdat een heel ander zorgconcept hanteren, waardoor de zorg persoonlijker wordt en 24/7 door de zelfde mensen wordt geboden. Een groot voordeel van een Thomashuis is dat de lijntjes met de ouders kort zijn. Dingen kunnen direct worden aangepakt door deze korte lijn van communiceren. Een moeder zei op een gegeven moment: ik betrap me er op, dat ik af en toe niet meer aan mijn kind denk, omdat ik weet dat er goed voor hem wordt gezorgd. Als hij naar ons toekomt, dan hoef ik me geen zorgen meer te maken dat hij zomerschoenen aanheeft in de winter. De grote instellingen werken samen met concurrenten/ collega s in de regio op het gebied van wachtlijsten, specifieke problematiek, dagbesteding, ruimtelijke ordening en nieuwbouw. Het gaat hier veelal om zakelijke relaties. Hiernaast zijn er kennisrelaties in het recent opgezette Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) en de Vereniging Gehandicapten Zorg Utrecht en Vereniging Gehandicapten Zorg Nederland (VGU en VGN). In de life sciences gaan kleine bedrijven die in één van de eerste fases zitten vaak samenwerkingsrelaties aan met grote gerelateerde bedrijven. Met echte concurrenten wordt echter helemaal niet samengewerkt, ze spelen dan ook geen belang in de vergaring van kennis. In het geval van de life sciences gaat dit bijvoorbeeld om giganten, zoals Amerikaanse blue chip bedrijven. "De rol van concurrenten in het vergaren van nieuwe kennis? Geen, we steken ver boven iedereen uit. Zelfs Phillips is jaloers op wat we hier kunnen. We hebben weinig geld, vooral vergeleken met grote bedrijven in de VS. Maar elke euro die we uitgeven, geven we 1000 keer meer efficiënt uit dan dat zij dat doen. Wij hebben hier alle faciliteiten naast de deur, het UMC, operatiezalen, we hebben laboratoria zitten hier in het gebouw en de juiste mensen in de buurt of hier werkzaam." Diagonale relaties Met betrekking tot de KIBS hebben de grote verstandelijk gehandicapteninstellingen zakelijke relaties met accountants, advocaten, managementadvies en marketing en reclamebureaus. Veel expertise hebben ze echter zelf in huis. De kleinere Thomashuizen kunnen voor veel van dit specialistische advies terecht bij de overkoepelende organisatie van Thomashuizen. Voor de life sciences en medtech bedrijven zijn de octrooispecialisten en accountants belangrijk en advocaten in mindere mate. Een patent- en octrooigemachtigde zijn voor ons nog belangrijker dan advocaten. Die zorgt ervoor dat je een patent op een product kan aanvragen zonder dat iemand anders het kan gebruiken. Tegenwoordig zitten ze ook hier op de Uithof. 56

64 Er zijn zakelijke relaties met advocaten en boekhouders. Belangrijke zakelijke dienstverleners zijn accountants en Octrooi informatie specialisten. Verstandelijk gehandicapteninstellingen hebben veel relaties met de psychiatrie, jeugdzorg, ouderenzorg, GGZ en gemeentes. In andere sectoren zijn ICT, vervoers- en schoomaakbedrijven van groot belang. Indien mogelijk krijgen de chauffeurs van de vervoersbedrijven een opleiding hoe om te gaan met gehandicapten. ICT bedrijven zorgen voor de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van informatievoorziening, software, communicatie en elektronisch patiëntendossiers (EPD). Ook met woningbouwcorporaties en vastgoedontwikkelaars zijn veel zakelijke- en deels kennisrelaties. De kennis wordt uitgewisseld op het gebied van eisen voor gehandicaptenwoonvoorzieningen. Voor life sciences en medtech bedrijven zijn in relaties met andere sectoren de venture capitalists ontzettend belangrijk. Zij financieren startende of snelgroeiende kleine en middelgrote ondernemingen. Het gaat huur om puur zakelijke relaties. Kennisinstellingen Met het UMCU heeft elke gesproken bedrijf zakelijke relaties, en de meeste ook kennisrelaties. Verder worden Gent en Leiden genoemd als kenniscentra waarmee goede kennisrelaties bestaan. Het is echter voor een groot deel afhankelijk van persoonlijke relaties of de samenwerking succesvol is: Omdat we hele specialistische spullen verkopen staan we dicht bij de eindgebruiker. [De Universiteit] van Leiden heeft ons veel geholpen. Door de cultuur die daar heerst, kan ik makkelijk me ze samenwerken, makkelijker dan in Utrecht. Er bestaan zowel veel zakelijke als kennisrelaties met kennisinstellingen binnen dit focusgebied. Beiden zijn vaak van cruciaal belang voor het succes van een bedrijf. 6.8 Conclusie Per cluster en per focusgebied bestaan er verschillen in de mate waarin bedrijven onderling of met kennisinstellingen en overheden samenwerken op het gebied van kennis en innovatie, zakelijke transacties hebben en sociale relaties onderhouden. Per clusters volgen de belangrijkste conclusies. In figuur 12 zijn het aantal kennis- en zakelijke relaties weergegeven. Deze zullen hieronder per cluster worden besproken. Tussen de twee focusgebieden binnen het cluster KIBS zijn weinig verschillen gevonden in typen relaties, behalve in horizontale relaties. Van de KIBS zijn de medewerkers de belangrijkste bron van kennis. Verticale kennisrelaties met universiteiten en hoge scholen zijn van groot belang. Met klanten is er voornamelijk sprake van zakelijke samenwerking en in mindere mate van kennisoverdracht. Tussen de managementadviesbureaus bestaat een groot verschil in het belang van sociale relaties. Volgens één bedrijf doen sociale relaties er niet toe, terwijl een ander bedrijf aangeeft dat de meeste kennis juist wordt uitgewisseld op informele momenten. Bij de managementadviesbureaus bestaan er niet veel horizontale relaties met concurrenten of soortgelijke bedrijven. Voor de HRM bureaus is er wel een klankbordgroep arbeidsbemiddeling bij de Raad voor Werk en Inkomen. Ook leidt bij de HRM bureaus klantgerichte innovatie tot samenwerking met de concurrent. HRM bureaus hebben meer horizontale relaties dan managementadviesbureaus. In de diagonale relaties zijn voor beide focusgebieden zakelijke relaties met de ICT sector van groot belang. Verder signaleren de managementadviesbureaus het probleem van personeelstekort. Een idee om dat op te lossen is dat er in Utrecht meer opleidingen moeten komen die aansluiten op de bedrijvigheid in de zakelijke dienstverlening. Concrete stappen met elkaar onderling of met de gemeente worden echter nog nauwelijks gezet. 57

65 Figuur 12: Focusgebieden in het BRU-plus gebied naar zakelijke en kennisrelaties In de financiële dienstverlening zijn de klanten van de banken ook de toeleveranciers. Er vindt meer kennisuitwisseling plaats met klanten dan met concurrenten. Banken hebben relaties met bedrijven over financieel advies; immers succes voor de klant is ook goed voor de bank. Andersom doen banken ook kennis van klanten op. Met concurrenten is er sprake van geringe zakelijke relaties, er wordt echter geen strategische informatie uitgewisseld. Samenwerking met bedrijven uit andere sectoren komt relatief veel voor. Met KIBS is er alleen sprake van zakelijke relaties. Er is redelijk veel samenwerking met kennisinstellingen. Er wordt meegewerkt aan denktanks en zijn er relaties met hoogleraren aan de UU en Nyenrode. Verder is er een samenwerkingsinitiatief om jongeren beter met geld te leren omgaan, waaraan wetenschappelijk onderzoek is gekoppeld. In de logistieke diensten en de ketenregie/ beheersing is er zeer veel concurrentie en weinig sprake van samenwerking onderling. Als er wordt samengewerkt zijn het puur zakelijk relaties: het poolen van leveranciers, het doorvoeren van standaardisaties, het backholding principe en het reduceren van lege kilometers die vrachtwagens rijden. Kleine vervoerders kunnen moeilijk mee komen, wat leidt tot centralisatie door overnames en fusies. De informatie verkregen uit de interviews voor de bedrijven in de ketenregie/ beheersing is beperkt. Er was sprake van meerdere vestigingen in Nederland en de gesproken vestigingen hadden zelf nauwelijks contacten met kennisinstellingen en leveranciers. Er kunnen hier weinig conclusies uit getrokken worden. Ook met klanten en leveranciers is er sprake van zakelijke relaties. Gesproken bedrijven in ketenregie werken met preferred suppliers. Heel het bedrijf in Nederland werkt met dezelfde toeleveranciers en de gesproken vestiging heeft hier nauwelijks contact mee. Zakelijke relaties met de ICT sector zijn voor beide focusgebieden van groot belang. Er zijn ook relaties gevonden met zorginstellingen. Een aantal bedrijven tonen maatschappelijke betrokkenheid en hebben verstandelijk gehandicapten in dienst (zowel logistieke diensten als in de ketenregie). En er werd samengewerkt met een zorgverzekeraar om het ziekteverzuim omlaag te krijgen. 58

66 Binnen het cluster bouwen en ontwerpen is samenwerking binnen de keten met leveranciers en klanten steeds belangrijker voor de bedrijfsvoering, voor beide focusgebieden. Ontwerpers werken alleen samen als ze over complementaire kennis beschikken. Bouwers werken samen, als het gaat om het op de markt brengen van een nieuw product. Er is bij beide focusgebieden voornamelijk sprake van zakelijke samenwerking en in mindere mate van kennisuitwisseling. Beide focusgebieden hebben weinig relaties met andere sectoren, behalve met de ICT sector. In de hele bouw en ontwerpsector is sterke opkomst van het BIM, een programma waarmee 3d modellen kunnen worden gemaakt, wat een sterke tool voor het stimuleren van ketenintegratie is. Er is samenwerking met bedrijven uit andere sectoren via platforms veelal gericht op duurzaamheid. Hier zijn ook kennisinstellingen bij betrokken. Qua kennisinstellingen zijn TU Delft en de TUe belangrijk. Er worden gastcolleges gegeven en de instellingen worden gebruikt als kweekvijver voor talent. In het cluster ICT en media hebben crossmedia bedrijven meer kennisrelaties met klanten dan softwarebedrijven, in de vorm van intensieve samenwerking of meekijkmomenten. Bij softwarebedrijven is er alleen bij maatwerk sprake van kennisrelaties. Met KIBS hebben beide focusgebieden alleen zakelijke relaties. Met toeleveranciers zijn er veel zakelijke relaties gevonden. Er zijn meer relaties gevonden tussen crossmedia bedrijven en kennisinstellingen dan software bedrijven. Ze hebben stagiaires in dienst (net als de software bedrijven), er worden gastcolleges gegeven en kennisinstellingen zijn klant. Met betrekking op horizontale relaties zijn binnen de software en crossmedia bedrijven alleen relaties onderling als men over complementaire kennis beschikt. Samenwerking met concurrenten is er bijna niet. Relaties met bedrijven die aan een andere tak van sport doen binnen de crossmedia sector zijn belangrijk voor kennisuitwisseling. Binnen de software zijn de diagonale relaties met de zorgsector en zakelijke dienstverlening het belangrijkste, omdat de geïnterviewde bedrijven zich specifiek hierop richten. Bij de crossmedia werd ook samenwerking met de zorgsector genoemd, bijvoorbeeld om operaties in 3D kunnen bekijken. Er is een groot verschil tussen typen relaties in zorg en life sciences en medtech bedrijven vanwege de verschillende insteek: publiek en commercieel. Life sciences en medtech bedrijven zijn voornamelijk in het beginstadium afhankelijk van grote bedrijven of venture capitalists, terwijl in de zorgsector meer zekerheid is. Onderling zijn er, zoals verwacht, helemaal geen relaties gevonden. In de zorg zijn er met cliënten zakelijke relaties die van langdurige aard zijn. Naast de zakelijke aard van de relaties zijn persoonlijke relaties ook erg belangrijk. In de life sciences en medtech zijn relaties met klanten veelal zakelijk van aard. Met leveranciers hebben beiden zakelijke relaties. Er wordt meer kennis uitgewisseld met concurrenten in de verstandelijk gehandicaptenzorg: kennis wordt gedeeld in CCE (Centrum voor Consultatie en Expertise) en VGU en VGN (Vereniging gehandicaptenzorg Utrecht en Nederland). Er werd echter ook aangegeven dat met lokale concurrenten geen kennis wordt uitgewisseld, maar alleen met soortgelijke bedrijven in andere provincies. Hier wordt in het volgende hoofdstuk verder op ingegaan. In de life sciences en medtech is een incubator opgericht op de Uithof door het USP. Doordat er voordelen worden behaald door activiteiten die gecombineerd kunnen worden is er op kleine schaal een economy of scope ontstaan. Met betrekking op de diagonale relaties zijn in de verstandelijk gehandicaptenzorg veel relaties gevonden met psychiatrie, jeugdzorg, ouderenzorg, GGZ en gemeentes. Voor de life sciences en medtech bedrijven zijn octrooispecialisten, advocaten en accountants van groot belang. Er zijn echter ook gemeenschappelijke punten. Er bestaan verticaal veel kennis en zakelijke relaties en voor beiden worden de arbeidskrachten geleverd door kennisinstellingen. In de life sciences en medtech zijn zakelijke- en kennisrelaties met kennisinstellingen, voornamelijk universiteiten, van cruciaal belang voor het succes van een bedrijf en voor het ontstaan van spin-offs. Voor de zorg zijn wetenschappelijke ontwikkelingen ook belangrijk, om het personeelstekort het hoofd te bieden. 59

67 Incubator voor life sciences en medtech bedrijven op de Uithof, opgericht door het USP In figuur 13 is de intensiteit en de hoeveelheid kennisrelaties aangegeven per focusgebied. De managementadviesbureaus en de HRM bureaus hebben veel verticale kennisrelaties. Ze hebben veel relaties met universiteiten en hogescholen. Ook medisch technologische en crossmedia bedrijven scoren hoog op het aantal verticale kennisrelaties. De twee focusgebieden in het cluster transport en logistiek hebben weinig tot geen verticale kennisrelaties. Horizontaal is er geen enkel focusgebied dat veel relaties onderhoudt. Met concurrenten of soortgelijke bedrijven wordt weinig tot niet samengewerkt door de managementadviesbureaus, banken, bedrijven in de logistieke diensten, ketenregie en bouw, ontwerpers en verstandelijk gehandicaptenzorg. Diagonale relaties zijn veelal zakelijk van aard. Alleen bij banken en crossmedia en in mindere mate bij de verstandelijk gehandicaptenzorg zijn diagonale kennisrelaties gevonden. Op basis van de typologie van clustering van Visser & Atzema (2008) is in tabel 12 een overzicht gegeven van de clustertypering per focusgebied. De life sciences en medtech vormen het cluster dat het verst is door geëvalueerd tot een alliance. Veel startende bedrijven zitten samen in een incubator gevestigd. Het USP heeft een incubator gebouwd op de Uithof waar startende bedrijven zich kunnen vestigen. Deze bedrijven kunnen door hun geografische en institutionele nabijheid makkelijk bij elkaar binnen lopen voor de uitwisseling van informatie. Het UMCU is ook deels onderdeel van dit cluster. Er zijn verschillende bedrijven ontstaan als spin- offs van dit ziekenhuis. Onderlinge samenwerking is vaak nog steeds belangrijk voor proces- en productinnovatie en de uitwisseling van informatie en kennis. De crossmedia is deels type industry en deels type complex. Er is veel onderlinge verscheidenheid binnen het focusgebied. Er zitten bedrijven tussen die alleen gebruik maken van external economies. Andere bedrijven werken veel samen met andere crossmedia bedrijven die een ander tak van sport doen. Deze relaties zijn belangrijk voor kennisuitwisseling en er worden samen producten ontwikkeld. De gehandicaptenzorg is van het type complex. De verstandelijk gehandicaptenzorginstellingen werken samen op het gebied van logistieke processen, wachtlijsten, specifieke problematiek, dagbesteding, ruimtelijke ordening en nieuwbouw. Ook maken ze gebruik van elkaars specialismen. Managementadviesbureaus en HRM bureaus zijn van het type industry. Zij maken gebruik van een lokale pool van arbeid, gespecialiseerde diensten en maken gebruik van de kenniseconomie van Utrecht. 60

68 Figuur 13: Intensiteit en hoeveelheid kennisrelaties Focussector Verticaal Horizontaal Diagonaal Managementadvies HRM bureaus Banken Bouwen Ontwerpen Logistieke diensten Ketenregie/ beheersing Software Crossmedia Verstandelijk gehandicaptenzorg Life sciences en Medtech Veel relaties Gemiddeld aantal relaties Weinig/ geen relaties Tabel 12: Typering clusters en netwerken naar intensiteit van kennisrelaties Focusgebied Managementadviesbureaus HRM bureaus Banken Bouw Ontwerpen Logistieke diensten Ketenregie/ beheersing Software Crossmedia Gehandicaptenzorg Life sciences & medische technologie Type Industry Industry Industry Industry Industry Formation Industry Industry Industry / Alliance Complex Alliance Banken, bouwers, ontwerpers en bedrijven in de ketenregie zijn ook van het type industry. Ze hebben indirecte onderlinge relaties via het gezamenlijke gebruik van external economies. Logistieke diensten is als enige formation. Ze hebben slechts met elkaar gemeen dat ze hetzelfde belang hechten aan dezelfde vestigingsplaatsfactor. Onderling doen ze wel aan subcontracting, maar verder zijn er weinig onderlinge relaties gevonden. 61

69 Hoofdstuk 7 Schaal van relaties 7.1 Inleiding In elk interview is gevraagd naar met wie bedrijven relaties hebben en wat voor relaties ze hebben. De resultaten die dit heeft opgeleverd zijn besproken in het vorige hoofdstuk. Maar daarnaast is ook gevraagd naar waar die relaties zitten. Sommige bedrijven zijn vooral regionaal georiënteerd, waar andere bedrijven een meer nationale focus hebben. Ook kan het zijn dat ondernemingen op internationaal schaalniveau netwerken hebben. De gesproken bedrijven hebben aangegeven waarom de ruimtelijke schaal voor hen wel of niet belangrijk is bij het aangaan en onderhouden van relaties. Met de resultaten die de interviews hebben opgeleverd zal de vraag op welke schaal zakelijke relaties, sociale relaties en samenwerking op het gebied van kennis en innovatie tussen bedrijven plaatsvindt, worden beantwoord. In hoofdstuk 3 is gesproken over bedrijven die een local buzz strategie hanteren, gericht op regionale netwerken, en bedrijven die een global pipeline strategie hanteren, gericht op buitenregionale netwerken. Een combinatie van de twee strategieën kan er voor zorgen dat er zowel geprofiteerd wordt van informatiewinst door lokale nabijheid, en van verse kennis die in de eigen regio ontbreekt. Dit heeft alles van doen met het schaalniveau van de relaties van bedrijven. Voor de gesproken ondernemingen wordt het belang van stadsregio Utrecht besproken voor de netwerken die zij onderhouden. De verschillende clusters kunnen een regionale, een nationale of misschien zelfs een internationale focus hebben. In dit hoofdstuk zal dus ook worden gekeken of er buitenregionale kennis binnenkomt van bedrijven uit andere landen. Utrecht wordt vaak vooral een nationale rol toegedicht. In Pieken in de Delta (2004) wordt de stadsregio benoemd als draaischijf van de nationale spoor- en weginfrastructuur, waarmee de economie van de stad een aanvullende rol heeft op het meer internationaal georiënteerde Amsterdam. Er bestaan veel verschillende global city indexes waarin tot een rangorde van wereldsteden wordt gekomen. Een belangrijk criteria hierbij is de connectiviteit van steden met steden elders in de wereld. Amsterdam komt hierbij vaak in de top voor. In het MRA rapport (2011) wordt ook vermeld dat Amsterdam een veel sterkere internationale connectiviteit heeft dan de andere drie grote steden in de Randstad, waaronder Utrecht. Clark (2010), die verschillende van deze global city indexes met elkaar vergelijkt, geeft echter aan dat de rol van Utrecht misschien meer dan puur nationaal is: It is noteworthy that The Hague does not feature in any global index, while the smaller city of Utrecht does make an appearance Het hoofdstuk mondt uit in een conclusie, waarin een schematische weergave wordt gegeven van de schaal van relaties die in de verschillende focusgebieden voorkomen. 7.2 KIBS HRM bureaus hebben voornamelijk klanten in Utrecht en de Randstad. Bij managementadviesbureaus is een focus op de Randstad zichtbaar, maar zij leveren diensten door het hele land. Dit komt waarschijnlijk niet door de tweedeling, maar door de het type bedrijf dat is geïnterviewd. Hoewel de zakelijke dienstverleners door de hele regio heen zitten, zijn er in de stad Utrecht een aantal concentraties zichtbaar. De hele binnenstad is aantrekkelijk voor zakelijke dienstverleners, net als Papendorp en Rijnsweerd. Kleinere bedrijven hebben vaak sterkere banden met de regio. Ze hebben de meeste klanten in de regio. Veel kleinere bedrijven zitten in de stad Utrecht of ten oosten van de stad. In het vorige hoofdstuk is aangegeven dat grote verschillen bestaan in verbondenheid met de regio. Eén managementadviesbureau 62

70 met landelijk kantorennetwerk geeft heel specifiek aan dat dit van cruciaal belang is voor zowel contact met klanten als voor samenwerking met kennisinstellingen. We zijn bezig met het USP, het samenwerkingsorgaan van de hogeschool, de Universiteit, provincie, gemeente, het UMC en een ander bedrijf om het USP verder te helpen. Wij doen subsidieprojecten met het UMC, we leveren docenten aan de hoge school en hebben relaties op projectniveau met de universiteit. Met dit soort ontwikkelingen ben ik ervan overtuigd dat het niet gaat werken als je in twee verschillende regio s zit. Een ander bureau met maar één vestiging in Nederland is erop ingesteld om naar de klant toe te reizen en hecht minder waarde aan nabijheid. Een klein HRM bureau, met een landelijk dekkend kantorennetwerk, geeft aan dat ze alleen in regio s gaan zitten met een universiteit. Ze hebben het imago nauw samen te werken met universiteiten en op wetenschappelijk onderzoek gestoelde assessments aan te bieden. Opvallend is echter, dat met de UU niet wordt samengewerkt. Naast de centrale ligging in Nederland heeft Utrecht het voordeel in de buurt van Amsterdam en Schiphol te liggen. Amsterdam is van belang voor de nationale klanten en kennisrelaties. Naast zachte locatiefactoren die een rol spelen bij vestiging in Utrecht, is een harde locatiefactor ten opzichte van Amsterdam dat de prijzen in Utrecht lager liggen. In het cluster KIBS zijn er een aantal bedrijven met internationale relaties. De grote bedrijven hebben buitenlandse moeders, reizen veel naar klanten in het buitenland. Ook een kleiner bedrijf geeft aan zich specifiek te richten op klanten die internationaal georiënteerd zijn. Voor deze bedrijven is vestiging in de buurt van Schiphol een belangrijke locatiefactor. Maar Utrecht is wel echt MKB cultuur vind ik. Ik kom hier niet veel corporate bedrijven tegen. Daar moeten wij het eigenlijk wel van hebben. Wij werken echt voor grotere organisaties, het liefst internationaal georiënteerd. Die iets hebben van een internationale oriëntatie en we verwachten dat die in de toekomst het meeste waarde kunnen toevoegen. Daarom zijn we bezig met het ontwikkelen van een Engelstalig portfolio. Een klein, maar snelgroeiend HRM bureau geeft aan moeite te hebben met het vinden van klanten in Utrecht. Het lukt niet om voet aan de grond te krijgen in Utrecht, terwijl ze in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam wel succes hebben en snel groeien. Ik heb geen flauw idee waarom we bijna geen klanten in Utrecht hebben. Ik heb een breed netwerk, ken veel mensen en veel mensen kennen ons. Onze klanten zijn zeer tevreden over onze dienstverlening en ze adviseren ons ook bijna allemaal aan derden. Dat is best bijzonder. In Utrecht krijgen we helaas geen voet aan de grond, daarom denk ik erover om het hoofdkantoor te verplaatsen naar Amsterdam. Het leek eerst een uitzondering: een nieuwkomer die moeilijk klanten in de stad kan vinden. Echter een groot managementadviesbureau heeft ook weinig klanten in de stad Utrecht. Er zitten veel zakelijke dienstverleners in Utrecht, waardoor de stad verzadigd is. Ook zitten in Utrecht veel landelijke spelers die de keuze van hun zakelijke dienstverlener niet laten afhangen van het aanbod in de stad, maar die landelijke contracten af hebben gesloten. 7.3 Financiële dienstverlening De regio Utrecht is niet van opvallend groot belang voor de relaties van de gesproken banken. Voor SNS Bank is Utrecht niet het belangrijkste werkgebied. De gehele Randstad is ondervertegenwoordigd qua klantenaandeel, klanten zitten van oudsher meer in het 63

71 noorden, zuiden en oosten van het land. De belangrijkste samenwerkingspartners zitten ook niet specifiek in Utrecht. Voor onze core-business kijken we niet heel erg naar de ligging. Dat komt omdat we ook een landelijk opererende bank zijn. De Triodos Bank ziet zichzelf meer als internationale bank dan als nationale bank en meer als nationale bank dan als Utrechtse Bank. Hierdoor zijn de belangrijkste relaties van de bank niet per definitie in de regio te vinden. Het marktaandeel dat de regio Utrecht heeft qua klanten is voor Triodos ook beperkt. De vestiging van Friesland Bank in Utrecht zit er pas sinds Deze vestiging is nog niet goed vertegenwoordigd in de Utrechtse netwerken, maar is wel van plan om hier meer energie aan te besteden. Voor andere zaken is Utrecht wel van belang voor de vestiging: Als ik morgen een borrel geef voor de buren dan doe ik dat met een Utrechtse cateraar die Utrechts bier verkoopt van een Utrechtse brouwerij, en de hapjes worden besteld bij Utrechtse toeleveranciers. Dus ik probeer daar wel een beetje een Utrechts ding van te maken. De SNS Bank is midden in het centrum van Utrecht gevestigd en maakt hierdoor ook veel gebruik van de voorzieningen in het centrum. Er zijn (zakelijke) relaties met bepaalde cafés en restaurants die gebruikt worden als ontmoetingsplaats of voor bedrijfsuitjes. Verder zijn er ook relaties met bedrijven die voorzien in vergaderlocaties, waarvan de Jaarbeurs de belangrijkste is. 7.4 Transport & logistiek Veel logistieke dienstverleners hebben klanten door heel Nederland zitten, met een focus op de regio Utrecht. Levering vindt voor een groot deel plaats binnen Nederland, de Benelux of Duitsland. Door de recessie lijkt het aandeel klanten in de regio toegenomen, men wil zo min mogelijk kilometers rijden om kosten te besparen. Vanwege de crisis en nieuwe bedrijfsactiviteiten is er een bedrijf dat zich nu profileert door alleen regionale klanten te werven: Door de recessie zie je dat de concurrentie sterker wordt. Het is zinvol dat je klanten in de regio zitten, zodat je er goed contact mee kan onderhouden. In het verleden was het in het geval van ons bedrijf minder belangrijk, of niet minder belangrijk, maar omdat we nu ook opslag doen, willen klanten langs komen rijden op het moment dat de goederen er zijn, dan kunnen ze die komen bekijken. We zijn vrij direct in het benaderen van potentiële klanten en we streven er met name naar om in de directe regio nieuwe klanten te werven. De distributeur ontvangt leveringen uit heel Nederland van grote bedrijven als Unilever en Proctor & Gamble tot aan bedrijven die maar één of twee artikelen leveren. Tegenwoordig hebben ze ook veel buitenlandse leveranciers, waarvan het merendeel uit Europa en een klein deel uit de rest van de wereld. Uit Costa Rica komt het fruit in blik. Die komen dan aan in de haven van Rotterdam en worden in containers hierheen vervoerd. Je ziet natuurlijk heel veel schaalvergroting aan de fabrikantenkant toenemen. Zeker bij die grote jongens, die hebben een buitenlandse productielocaties en dan worden wij vanaf die buitenlandse productielocaties bevoorraad. 64

72 Relaties met bedrijven in de ICT vinden voornamelijk plaats binnen de Randstad. Bijna alle bedrijven geven aan dat het niet uitmaakt of een ICT bedrijf in de regio Utrecht gevestigd is of niet. Bedrijven in de ketenregie/ beheersing hebben de meeste klanten buiten de regio. Een vestiging in de regio Utrecht bediend de Randstad en voert voor de rest van Nederland specifieke supply chain diensten uit. Door het multi user concept is er ook geen afstand meer tussen de klant en het bedrijf, omdat de klant over eigen kantoorruimte in het gebouw beschikt. De geïnterviewde bedrijven die meerdere vestigingen in Nederland hebben voeren of specifieke activiteiten voor heel Nederland uit of activiteiten voor bedrijven die belang hechten aan de nabijheid van Schiphol. De regio Utrecht speelt voor deze bedrijven geen rol van betekenis. 7.5 Bouwen en ontwerpen Bij Van den Berg Architecten, Dura Vermeer en Van Wijk Vastgoedonderhoud is met vestigingen gesproken die zich op Midden-Nederland richten. Daarom zijn relaties binnen de regio voor hen belangrijk, voor andere delen van Nederland hebben ze andere vestigingen. Voor Van Wijk geldt dat klanten in de regio zitten net als de kennisinstellingen waarmee wordt samengewerkt. Met concurrenten binnen de regio wordt echter niet samengewerkt, ze willen zich niet in elkaars vaarwater begeven. De samenwerking met concurrenten is alleen met bedrijven buiten de regio en daarom landelijk. "Je krijgt heel vaak de schijn van kartelvorming, afspraken en dat soort zaken. Wat je ook ziet is dat onze concurrenten bij dezelfde klanten komen. Dus je zit er niet echt op te wachten om op regionaal niveau je kennis te delen." De relaties met de vestigingen elders in het land zijn ook belangrijk voor deze bedrijven. Zo worden bijvoorbeeld veel zaken met betrekking tot kennisintensieve zakelijke dienstverlening vanuit de hoofdkantoren geregeld. Derks Stedebouw en JHK Architecten hebben hun klanten over het hele land verspreid. Voor JHK geldt dat het belangrijkste werkgebied de Randstad is, met een duidelijke uitschieter naar Eindhoven. Voor Derks Stedebouw zijn er ook lokaal redelijk veel samenwerkingsrelaties, bijvoorbeeld met de vestiging van Dura Vermeer in Houten. De eigen regio is voor hen belangrijk voor het opdoen en onderhouden van contacten. "De Utrechtse ondernemerssociëteit, VNO-NCW, bouwsociëteiten, daar kom je elkaar wel tegen. Of nieuwjaarsrecepties van gemeenten en dergelijke, daar komt ook iedereen elkaar wel tegen om even bij te praten. Dat soort dingen doe je over het algemeen het meest in je eigen regio." Voor bouwers/uitvoerders is de regio Utrecht een belangrijk werkgebied: er wordt relatief veel gebouwd. Qua samenwerkingsrelaties is de regio echter niet oververtegenwoordigd. Adviesbureau LBP Sight heeft zo'n 55% van haar klanten in een straal van kilometer rondom Nieuwegein. Ook zij geven aan dat de regio een belangrijk werkgebied is. "Het is een regio waar het nodige in gebeurt. (...) Als je bij wijze van spreken in Emmen zou zitten dan zou je al het werk in omgeving Utrecht niet krijgen. Al ben je nog zo'n goed bureau, je zit wel in Emmen en dat is erg ver weg. Dus het feit dat je in een regio zit waarin veel gebeurt is belangrijk." 65

73 Het enige bedrijf in het cluster dat ook belangrijke internationale relaties heeft is de Koninklijke BAM Groep. Dit komt doordat het bedrijf ook vestigingen heeft in België, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Duitsland. Zoals eerder vermeld in hoofdstuk 6 zijn qua kennisinstellingen vooral Delft en Eindhoven van belang. De relaties met ROC's zijn echter vooral regionaal en vaak ook lokaal ICT & Media: Software De regio Utrecht is niet van groot belang als werkgebied voor de softwarebedrijven. Alle gesproken bedrijven hebben hun klanten door heel Nederland zitten. "Het is niet zo dat wij doordat we in Utrecht zitten merkbaar veel klanten uit Utrecht krijgen. Ik denk dat het marktaandeel van de regio Utrecht maximaal 10% is qua klanten." Nabijheid is in veel gevallen niet van belang in deze sector, aangezien producten soms ook via internet verstuurd kunnen worden. Naarmate het meer om maatwerk gaat, zijn er meer meekijkmomenten voor klanten en neemt de rol van nabijheid toe. De belangrijkste samenwerkingspartners van de bedrijven zitten niet specifiek in de regio Utrecht, maar verspreid over Nederland. Alleen McKesson heeft een van haar belangrijkste partners en toeleveranciers, Oracle, in de regio zitten. Voor overleg is het gemak van nabijheid een voordeel. Voor relaties met andere gelijksoortige softwarebedrijven is de regio niet van groot belang. "Er zijn niet veel bedrijven uit de buurt waar wij mee samen werken. Het is meer dat wij op zoek zijn naar een bepaald specialisme, dan dat wij op zoek zijn naar een bedrijf uit de buurt." Voor de bedrijven geldt dat de relaties vooral nationaal zijn. Dit geldt zeker voor Regas. Conclusion ICT Projects haalt enig belang uit de regio via samenwerking met de HU en sponsoring van enkele lokale evenementen. Voor My Solution en McKesson is de regio wel van belang bij de samenwerking met kennisintensieve zakelijke dienstverleners. Zij hebben veel (zakelijke) relaties met KIBS binnen de regio. McKesson geeft aan dat vooral voor public relations/reclame de regio een rol speelt. "Zo brengen we een blad uit voor onze relaties waarvoor wij zaken doen met een clubje hier uit Utrecht: JCM. Die maken dat blad. Daar is de vestiging van belang. Het is belangrijk om met die mensen heel kort te kunnen schakelen, het is makkelijk als ze langs kunnen komen." ICT & media: Crossmedia Het belang van de regio Utrecht verschilt voor de drie bedrijven. Voor Sjonic Digital Media is het aandeel klanten in de regio zo n 60%. Het belang van nabijheid hangt voor hen, net als bij softwarebedrijven, af van de mate van standaardisatie van een product. Het kan ook zo zijn dat als een klant het standaardpakket krijgt, hij ons helemaal niet eens fysiek ziet. Dus dan maakt het helemaal niet uit waar hij zit. Sjonic heeft toeleveranciers in de vorm van drukkerijen die zij voornamelijk in de regio zoeken. Hiervoor is het van belang dat er kort geschakeld kan worden. Ook hebben zij bedrijven die aan webhosting doen als toeleveranciers. Dit is echter een online business waarvoor locatie niet uitmaakt. Voor Hulskamp Audiovisueel geldt dat Utrecht, met name de stad Utrecht, belangrijk is qua klantenaandeel. Ook de relatie met de gemeente is hiervoor van belang. 66

74 Het Utrechtse aandeel klanten is wel groter. Utrecht is dus belangrijk. En we hebben ook goede contacten met de gemeente Utrecht, waar we regelmatig activiteiten mee doen, vaak met een promotioneel karakter. Gaat het goed met Utrecht, dan gaat het goed met ons. Hulskamp is goed vertegenwoordigd in de Utrechtse netwerken, maar heeft daarnaast ook veel relaties in de rest van Nederland. Ook voor JvTv is de gemeente Utrecht van belang als klant. Maar het belang van Hilversum, waar de omroepen zitten, is een stuk groter. 7.7 Zorg, life sciences en medtech Verstandelijk gehandicapteninstellingen onderhouden verschillende relaties met klanten, leveranciers en andere instellingen in de regio. De grote verstandelijk gehandicapteninstellingen hadden van oudsher klanten uit heel Nederland, op basis van hun specifieke signatuur. Nu is het op basis van geografische spreiding, want elke regio biedt zorg voor verstandelijk gehandicapten. Belangrijk is de nabijheid van het gezin en het sociale netwerk van de klant. In veel gevallen bepalen ouders waar de klant heengaat en dat is meestal in een straal van 30km van de ouders. Geografische nabijheid van leveranciers is belangrijk voor het onderhouden van relaties, het besparen van kosten en minimalisering van milieubelasting. Voor cliënten is integratie in de maatschappij belangrijk. Waar in zakelijke relaties de regio een grote rol inneemt, vinden kennisrelaties voor het grootste deel plaats buiten de regio. De enige vorm van kennisdeling in de regio is de VGU, wat onderdeel is van de VGN. In het CCE wordt kennis op nationale schaal gedeeld. Kennis wordt amper met directe concurrenten uit de regio gedeeld: Concurrenten in de regio hebben nauwelijks een rol in het vergaren van nieuwe kennis, dat proberen we juist buiten de regio om te doen. Ik wil de collega's wel beconcurreren op kwaliteit. Dat betekent dat ik kennisontwikkeling buiten de regio, landelijk of zelfs internationaal doe. We hebben bijvoorbeeld met een grote instelling in Zuid Holland, een in Noord Brabant en het Erasmus MC een consortium opgericht, waar we aan wetenschappelijk onderzoek: consortium GOUD 4. Alle instellingen in de regio ontwikkelen zich op een andere manier en dat leidt tot keuzemogelijkheid. Je moet geen eenheidsworst worden. De life sciences en medtech bedrijven hebben voornamelijk buitenlandse toeleveranciers, denk aan buurlanden als Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en België en buiten Europa speelt de VS een belangrijk rol. Van de klanten komt een groot deel uit het buitenland, van België, Duitsland en Groot Brittannië tot Rusland, Saoedi-Arabië, de VS en Mexico. Eén bedrijf heeft een vestiging in de VS opgericht, omdat Amerikanen graag een product hebben dat vanuit de VS geleverd kan worden. Life sciences en medtech bedrijven zijn voor een groot deel afhankelijk van global pipelines (kennisrelaties over de landsgrenzen heen). Nabijheid tot Schiphol is daarom van groot belang. "Ik heb een Chinese partner. We hebben samen een joint venture met een lab in Beijing. Dat runt hij, maar wij supporten hem met spullen en kennis en helpen hem daar terplekke mee, maar legaal is hij de baas in China. Maar we doen het met hem samen." De aanwezigheid van het UMCU en andere onderzoeksinstellingen is van groot belang voor zakelijke en kennisrelaties. Hiernaast voegt de aanwezigheid van kenniswerkers in de regio waarde toe aan de provincie Utrecht. Afhankelijk van de specialisatie van het bedrijf zijn kenniswerkers schaars en worden ze ook uit het buitenland gehaald. In Nederland heerst er schaarste, dus is het een voordeel dat er een opleiding analisten in Utrecht zit

75 Ik heb moeite om analisten te vinden, terwijl we een opleiding naast de deur hebben. Laat die jongens die hier opgeleid zijn hier komen werken. Van huis uit reizen is gewoon lastiger als je naast de deur een leuke job kan vinden dus waarom niet. In dit cluster is er in beperkte mate sprake van local buzz. Alle onderzochte bedrijven zitten in een incubator van het Utrecht Science Park (USP). Dit is een plek waar onderwijs, onderzoek en kennisintensieve bedrijven elkaar door hun onderlinge nabijheid versterken 5. Deze incubator regelt de infrastructuur en faciliteiten voor startende en reeds gevestigde bedrijven in de life sciences. Elke etage beschikt over kantoorruimte, laboratoriumruimtes en laboratoriumondersteunende ruimtes. Het USP is een bestuurlijk samenwerkingsverband van de Gemeente en de Provincie Utrecht, de UU de HU en het UMCU. De onderzochte bedrijven doen in de startup fase zeker hun voordeel bij vestiging in de incubator van het USP. Onderling leidt dit echter niet tot actieve kennisdeling. Eén van de geïnterviewde zakelijke dienstverleners gaf aan het USP, waarover in volgend hoofdstuk meer, actief te sponsoren. Ook zijn ze in december dit jaar programma sponsor van de Dutch Life Sciences & Healt Conference, wat in Utrecht plaatsvindt 6. Het incubator concept van het USP is voor een aantal onderzochte bedrijven van cruciaal belang voor hun bestaan. Nabijheid bij het UMCU in combinatie met de benodigde voorzieningen zorgt voor een ideaal (starters) klimaat voor life science bedrijven. Echter, er zijn geluiden te horen dat binnen Nederland in zijn geheel meer samenwerking zou moeten zijn en dat concurrentie tussen verschillende regio s in Nederland niet aan de orde moet zijn. Nederland is klein, net als de life sciences sector. Er valt meer te behalen door samen te werken dan elkaar te beconcurreren. EZ is bezig met die negen speerpunten en wij hebben daar ook input aan gegeven. Ik heb toen ook gezegd, en niet als enige, laten we in de life sciences niet regionaal gaan denken. Laten we gewoon proberen het hele cluster, Leiden Amsterdam en Utrecht op de kaart te krijgen in het buitenland. Er zijn ook wel van die initiatieven in Utrecht, die gaan dan handelsinitiatieven met China ondernemen. Ik vind dat zo n lariekoek, we zijn als Nederland al zo klein. We moeten het samen doen en niet denken in provincies en kleine stadjes 7.8 Conclusie De meest relevante schaal voor de relaties van bedrijven verschilt per cluster en per focusgebied. Bij de KIBS geldt dat HRM bureaus hun klanten voornamelijk in de Randstad hebben, waarvan ook een deel in Utrecht. Managementadviesbureaus hebben hun klanten door het hele land, maar de nadruk ligt op de Randstad. Er zijn echter weinig kennisrelaties gevonden binnen de regio. De meeste kennisrelaties vinden wel binnen de Randstad plaats, vooral Amsterdam is hierbij belangrijk. Enkele grote managementadviesbureaus vinden de nabijheid van Schiphol belangrijk, vanwege hun internationale relaties. Voor banken is de regio niet van opvallend groot belang voor relaties. Waar de ene bank zich meer als internationaal/nationale bank ziet, is voor de andere bank van oudsher vooral het zuiden, oosten en noorden van belang als werkgebied. De uitzondering is een vestiging van Friesland Bank, die specifiek op de regio Utrecht gericht is. Deze vestiging geeft aan nog niet goed vertegenwoordigd te zijn in Utrechtse netwerken. Van de samenwerkingsrelaties die er zijn, zitten er verschillende in de regio Utrecht. De meesten zitten echter elders in het land. Bedrijven in de logistieke diensten hebben klanten door heel Nederland. De nadruk ligt echter wel op de regio. Leveranciers van deze bedrijven komen ook wel uit het buitenland. Bedrijven in de ketenregie/beheersing hebben de meeste klanten buiten de regio, in de rest 5 Zie voor meer informatie: 6 Zie: 68

76 van Nederland. De weinige samenwerkingsrelaties die in het cluster zijn gevonden spelen meestal op nationaal schaalniveau. In het cluster bouwen en ontwerpen heeft een kleine meerderheid van de gesproken bedrijven een werkgebied verspreid over heel Nederland. Zowel voor de zakelijke als de samenwerkingsrelaties geldt voor deze bedrijven dat er een focus ligt op de Randstad, met voor enkele bedrijven een uitschieter naar Eindhoven. Er zijn enkele interviews gedaan met regionale vestigingen van bedrijven in de provincie Utrecht. Het is logisch dat daarom de regio Utrecht voor hen het belangrijkste werkgebied is, voor andere delen van Nederland zijn er andere vestigingen. Voor de regionale vestigingen geldt echter dat samenwerkingsrelaties ook op nationaal schaalniveau voorkomen. Voor softwarebedrijven geldt dat voor zowel zakelijke relaties als voor kennisrelaties de regio niet van bijzonder grote waarde is. Er zijn wel enkele belangrijke relaties in de regio, maar het merendeel bevindt zich echter in de rest van Nederland. Voor enkele bedrijven is de regio van belang voor de samenwerking met KIBS. Bij crossmedia bedrijven is er meer onderling verschil. Waar voor Sjonic Digital Media vooral de regio Utrecht van belang is voor haar relaties, is JvTv juist sterk gericht op Hilversum. Voor Hulskamp Audiovisueel geldt dat Utrecht wel zeer belangrijk is voor zowel haar zakelijke als kennisrelaties, maar dat deze relaties ook zeker in de rest van Nederland zitten. In de verstandelijke gehandicaptenzorg worden cliënten verdeeld op basis van geografische ligging. De klanten van instellingen in de verstandelijk gehandicaptenzorg zitten daarom in de regio. Kennisrelaties hebben zij echter vooral buiten de regio, in de rest van Nederland. Voor life sciences en medtech bedrijven zijn twee schaalniveaus van belang: het regionale en internationale schaalniveau. In de regio hebben zij bijvoorbeeld veel kennis- en zakelijke relaties op het Utrecht Science Park en met het UMCU. Elders in Nederland hebben zij die relaties niet of nauwelijks, terwijl deze er wel zijn op internationaal niveau. De meest relevante schaalniveaus per focusgebied zijn terug te zien in tabel 13. Tabel 13: Schaalniveaus per focusgebied Focusgebied Schaalniveau HRM Nationaal Managementadviesbureaus Nationaal en internationaal Banken Nationaal Logistieke diensten Regionaal, nationaal en internationaal Ketenregie/beheersing Nationaal Bouwers Regionaal en nationaal Ontwerpers Regionaal en nationaal Software Nationaal Crossmedia Regionaal en nationaal Verstandelijk gehandicaptenzorg Regionaal Life sciences en medtech Regionaal en internationaal Er is maar een beperkt aantal ondernemingen dat sterk van local buzz profiteert. Life sciences en medtech bedrijven vallen op dit gebied het meeste op, door samenwerking met het UMCU en instellingen op het Utrecht Science Park. Opvallend is dat dezelfde life sciences en medtech bedrijven in vergelijking met de andere focusgebieden tevens ook het meest van global pipelines profiteren. Ook in het KIBS cluster zijn er enkele bedrijven die global pipelines hebben. Daarnaast zijn er enkele bedrijven zoals Triodos Bank of BAM die via vestigingen in andere landen hun internationale relaties hebben. Voor bedrijven in de logistieke diensten zijn er internationale, zakelijke relaties gevonden met leveranciers. Over het algemeen geldt echter dat het nationale schaalniveau het meest duidelijk naar voren komt als van belang voor de zakelijke en kennisrelaties van de bedrijven. 69

77 Hoofdstuk 8 Locatiefactoren 8.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de meest frequent genoemde locatiefactoren van bedrijven. Alle locatiefactoren die worden genoemd worden onderverdeeld naar drie schaalniveaus: nationaal, regionaal en lokaal. Tevens wordt er een onderscheid gemaakt tussen harde locatiefactoren en zachte locatiefactoren. Harde locatiefactoren zijn op meer directe wijze van invloed op het presteren van bedrijven dan zachte locatiefactoren (Dziembowska-Kowalska & Funck, 2000). Typische harde locatiefactoren zijn bijvoorbeeld grondprijzen, bereikbaarheid of locatiegrootte. Bij zachte locatiefactoren spelen esthetiek en gevoel een rol. Zo kan het gaan om de aantrekkelijkheid van een gebouw of de kwaliteit van de leefomgeving. Met behulp van de genoemde locatiefactoren wordt per focusgebied gekeken naar wat voor voordelen er worden gehaald uit de Utrechtse draaischijfeconomie en wat voor voordelen er worden gehaald uit Utrecht als centrum van kennis en cultuur. Deze bevindingen worden in de conclusie gebruikt om terug te koppelen op de gemaakte tweedeling per cluster in hoofdstuk 2 (zie tabel 1). Daarbij zal het belang van Utrecht als draaischijfeconomie en het belang van Utrecht als kenniseconomie voor de verschillende focusgebieden in grafiekvorm worden weergegeven. Het belang van cultuur in Utrecht zal apart besproken worden. 8.2 KIBS In dit cluster hebben de meeste bedrijven hun vastgoed van de hand gedaan en huren ze kantoorpanden. In de huidige economische situatie is dat een voordeel, omdat het bedrijven flexibeler maakt. We huren tegenwoordig altijd, vroeger hadden we eigen panden, nu hebben we er nog maar twee. Je verhuist makkelijker en je geld zit niet in steen, wat vervelend is als je het eruit wil halen. Daar hebben we wel eens last van gehad in de vorige crisis, dan hadden we geld nodig maar dan konden we er niet bij. Er is veel dynamiek in het cluster en er komen overnames en fusies voor (Atzema e.a., 2011). Ook gaan steeds meer bedrijven over op het nieuwe werken en worden flexplekken ingevoerd. Dit is één van de redenen dat Capgemini het pand in Papendorp, een prachtige zichtlocatie aan de A12, gaat verlaten: ze hebben minder ruimte nodig. De vestiging van Capgemini op bedrijventerrein Papendorp Bron: 70

78 Van de geïnterviewde bedrijven zijn de meesten langer dan 10 jaar in de regio Utrecht gevestigd. Utrecht is voor veel bedrijven een logische keuze vanwege de centrale ligging en de nabijheid van klanten (zie tabel 14). Bij de managementadviesbureaus is de meest gehoorde harde locatiefactor voor vestiging in Utrecht de centrale ligging. Deze centrale ligging is voornamelijk belangrijk voor bureaus die vanuit Utrecht heel Nederland of de Randstad bedienen. Bij HRM bureaus werd de centrale ligging ook frequent genoemd, maar daar lijkt de ligging van Utrecht ten opzichte van de rest van de Randstad belangrijker dan ten opzichte van de rest van Nederland. Het lijkt er op dat bij de geïnterviewde bedrijven de managementadviesbureaus meer profijt hebben van de draaischijffunctie van Utrecht dan de HRM bedrijven. HRM bureaus behalen voordelen uit de Utrechtse kenniseconomie, voornamelijk uit de aanwezigheid van hoogwaardige arbeid in de regio en de nabijheid van kennisinstellingen. HRM bureaus hebben veel psychologen in dienst. Nabijheid van een universiteit zorgt voor een goede aansluiting van aanbod psychologen op de vraag bij het bedrijfsleven. Het aantrekken van goede mensen is heel belangrijk. Ik kan me voorstellen dat als we in Zeeland of Drenthe zouden zitten we substantieel meer moeite zouden hebben om hoogopgeleid personeel te vinden. De managementadviesbureaus behalen minder voordelen uit de Utrechtse kenniseconomie. Ze trekken hoogwaardige arbeid uit heel Nederland aan, maar ook een substantieel deel daarvan komt uit Utrecht. Er heerst angst voor personeelstekorten; de Utrechtse kennisinstellingen zouden niet genoeg inspelen op de aanwezige zakelijke dienstverlening. De angst voor personeeltekorten is echter geen Utrechts probleem, maar heerst in heel Nederland. Een ander voordeel is dat Utrecht een kennisintensieve regio is, daarom gaat het goed met de stad en willen mensen er graag wonen en werken. Het karakter van de stad wordt ook vaak genoemd als reden waarom men in Utrecht is gevestigd en niet weg zou willen. Hoewel sommige ondernemers graag zouden zien dat Utrecht als stad zich een duidelijk profiel aanmeet, wordt ook aangegeven dat Utrecht zich als grote stad van de rest onderscheidt door haar dorpse karakter en neutrale uitstraling. Utrecht heeft wel iets neutraals. je bent geen Gooische kakker, en je bent geen Amsterdams grachtengordel bedrijfje. Utrecht is wel neutraal. De omgeving is belangrijk voor de KIBS. De bureaus die in het centrum van Utrecht gevestigd zijn hechten veel waarde aan een inspirerende omgeving voor het personeel. Het wordt belangrijk gevonden dat als men pauze heeft ze even de stad in kunnen voor een broodje. De bureaus die buiten het centrum zitten hechten ook waarde aan voorzieningen. Ook zijn voldoende parkeerplekken en groen in de omgeving van essentieel belang. Zachte locatiefactoren als het woonklimaat van de provincie Utrecht en binding met de stad spelen ook een belangrijke rol. Voornamelijk mensen die uit Utrecht komen of er gestudeerd hebben geven aan dat ze een sterke binding hebben met de stad. Het buitengebied van Utrecht met haar bosrijke omgeving wordt gezien als een groot pluspunt ten opzichte van andere grote steden. De belangrijkste eis die aan gebouwen wordt gesteld is een professionele uitstraling en goede bereikbaarheid met auto en of openbaar vervoer. Ook wordt de mogelijkheid van flexplekken in het kader van het nieuwe werken een steeds belangrijkere factor. Duurzaam energie gebruik wordt ook vaak genoemd, bijvoorbeeld door betere isolatie of door lichten die vanzelf uitgaan als niemand in de kamer aanwezig is. 71

79 Tabel 14: Meest frequent genoemde locatiefactoren KIBS Harde Factoren Zachte Factoren Nationaal Centrale ligging Karakter Utrecht Regionaal Lokaal Bereikbaarheid per auto Bereikbaarheid per Openbaar Vervoer Dekking kantorennetwerk Aanwezigheid klanten Beschikbaarheid hoogwaardige arbeid Omgeving Parkeergelegenheid Voldoende voorzieningen in de buurt Groen in de omgeving Locatie Bedrijvigheid met dezelfde signatuur Gebouw Representatief Het nieuwe werken: mogelijkheid voor flexplekken Energiezuinig/ duurzaam Geluidsisolatie Woonomgeving provincie Utrecht Neutrale uitstraling Utrecht De wijk als inspirerende omgeving voor werknemers Representatief Uistraling locatie Zichtbaarheid Dynamische omgeving Uitstraling gebouw Architectuur Nieuwbouw of karakteristiek oud pand dat aan moderne eisen voldoet 8.3 Financiële dienstverlening De banken noemen de centrale ligging als een belangrijk voordeel van gevestigd zijn in de regio Utrecht, zie tabel 15. Dat de regio een knooppunt van snelwegen is, wordt zowel door klanten als door werknemers als erg gunstig gezien. Zeker Triodos en SNS die landelijk opereren, halen wat dat betreft voordelen uit de Utrechtse draaischijfeconomie. SNS, dat praktisch naast treinstation Utrecht Centraal is gevestigd, haalt tevens ook veel voordeel uit Utrecht als knooppunt van spoorwegen. Maar niet alle voordelen die de banken uit de regio halen, hebben te maken met de centrale ligging. Zo is ook de hoog opgeleide beroepsbevolking van Utrecht waardevol. Dit helpt bij het aantrekken van goed personeel. Tevens ziet de vestiging van Friesland Bank hoogopgeleide mensen, gezien de bancaire dienstverlening die zij vragen, ook als een belangrijke doelgroep. Utrecht wordt gezien als een regio met veel bedrijvigheid, wat banken noemen als belangrijk qua (potentiële) klanten. Dit is een belangrijke reden waarom Friesland Bank ook in de regio Utrecht aanwezig wou zijn en er in 2008 een vestiging opende. Daarnaast zijn vooral voor SNS Bank voorzieningen van de stad Utrecht van belang, zoals de eerder genoemde aanwezigheid van restaurants, cafés en vergaderruimtes. Een voordeel van Utrecht dat is genoemd is dat het de voorzieningen van een grote stad heeft, maar een iets kleinschaliger karakter heeft dan een stad als Amsterdam. De directe leefomgeving speelt ook een rol. Door klanten en werknemers van Friesland Bank wordt de stad Utrecht als een plezierige stad ervaren. Triodos is gevestigd in Zeist in een natuurrijke omgeving. Deze omgeving is voor hen van belang, het is iets wat goed past bij de bedrijfscultuur. Naast de uitstraling van de locatie geven bedrijven ook aan dat de uitstraling van het gebouw van belang is. 72

80 Tabel 15: Meest frequent genoemde locatiefactoren financiële dienstverlening Harde factoren Zachte factoren Nationaal Centrale ligging Regionaal Bereikbaarheid per auto Kleinschaligheid t.o.v. Amsterdam Bereikbaarheid per openbaar vervoer Hoogopgeleide beroepsbevolking Veel bedrijvigheid Lokaal Omgeving Aanwezigheid groen Aantrekkingskracht als woon en werkomgeving Locatie Nabijheid voorzieningen (horeca, Uitstraling locatie vergaderlocaties, culturele voorzieningen) Gebouw Omvang van gebouw Uitstraling gebouw 8.4 Transport & logistiek In het cluster transport en logistiek wordt door geen enkel bedrijf een zachte locatiefactor genoemd, zie tabel 16 Net als de logistieke dienstverleners in het MRA rapport heeft dit cluster een sterk commercieel karakter. Door de bedrijven die logistieke diensten leveren wordt de centrale ligging in Nederland veel genoemd. Ook de nabijheid bij Rijkswegen, waaronder de A2 en A12 zijn van groot belang. Fysieke nabijheid van klanten is voor een paar bedrijven van groot belang. Dit zijn bedrijven waar zowel transport als opslagactiviteiten worden geleverd. De klant hecht belang aan nabijheid vanwege de opslag van goederen, die zo makkelijk geïnspecteerd kunnen worden. Door andere bedrijven wordt er echter helemaal geen belang gehecht aan nabijheid van klanten. We zitten direct om de hoek van de klanten. De meerderheid van de economie en de bedrijvigheid vindt nog steeds in de Randstad plaats. Het ongewogen gemiddelde van NL is Amersfoort, en het gewogen gemiddelde is Woerden (destijds, tien, 15 jaar gelden). We hebben een landelijk netwerk, we gaan naar Groningen, Limburg, Zeeland, en Noord Holland, maar in de regio Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hebben we misschien 40% van alle auto's rijden. Er gebeurt zo veel op het gebied van industrie en dat merk je. Door een (dreigend) tekort aan personeel binnen de transport/logistieke sector proberen bedrijven krampachtig hun personeel in dienst te houden. Het staat bedrijven ook in de weg zich buiten de regio te vestigen. In het huidige klimaat is het bijna onmogelijk in een nieuwe regio voldoend nieuwe arbeidskrachten te vinden. De aanwezige opleidingen in Utrecht sluiten niet goed aan op de behoefte van bedrijven aan laag en hoog opgeleid personeel in de transport en logistiek. Een groot distributiecentrum geeft aan nu te al te kampen met het vinden van voldoende personeel. Als ze nu de locatiekeuze opnieuw konden maken, zouden ze zich elders in Nederland vestigen, bijvoorbeeld in Rotterdam. Er wordt amper tot geen gebruik gemaakt van de kennis in de regio Utrecht. Er was slechts één bedrijf dat relaties had met een kenniscentrum in de regio Utrecht, namelijk Nyenrode. 73

81 Tabel 16: Meest frequent genoemde locatiefactoren transport & logistiek Harde Factoren Zachte Factoren Nationaal Centrale ligging in West Europa* Regionaal Lokaal Centrale ligging in Nederland* Aansluiting op het wegennet (A2 en A12) Aanwezigheid personeel* Nabijheid klanten (in de Randstad)* Nabijheid Schiphol** Omgeving De mogelijkheid tot multimodaal transport ** Locatie Voldoende ruimte voor alle activiteiten Gebouw Duurzaam gebouw dat voldoet aan veiligheids- en energie eisen)* Bereikbaarheid per fiets voor personeel* * locatiefactoren gelden alleen voor de logistieke dienstverleners ** locatiefactoren gelden alleen voor de ketenregie/ beheersing. Door de bedrijven in de ketenregie/ beheersing wordt de aanwezigheid van luchthaven Schiphol en de mogelijkheid tot multimodaal transport op het bedrijventerrein Lage Weide als belangrijke locatiefactor gezien. Een groot voordeel ten opzichte van vestiging in Amsterdam is dat de grond in de regio Utrecht relatief goedkoop is. Zoals in hoofdstuk 6 besproken vind er weinig samenwerking plaats tussen de bedrijven onderling. Er zijn amper gezamenlijke leerprocessen en het cluster dreigt dan ook aan lock- in ten onder te gaan. Voornamelijk bedrijven die hoger in de waardeketen zitten concurreren door middel van innovatie. Lock in kan voor hen desastreuze gevolgen hebben. 8.5 Bouwen & ontwerpen De gesproken bedrijven halen grote voordelen uit de Utrechtse draaischijfeconomie. De centrale ligging van Utrecht wordt als belangrijkste voordeel gezien van gevestigd zijn in de regio, zie tabel 17. Dit geld in het bijzonder voor landelijk werkende bedrijven. Het is een fantastische plek om te zitten, omdat je eigenlijk alles in Nederland binnen 2 uur kunt bereiken. Dat Utrecht een knooppunt van autowegen is, is hierbij essentieel. De bouwwereld kent een autocultuur, werknemers en klanten reizen minder dan in andere sectoren met het openbaar vervoer. Kennis is ook van belang voor de meeste bedrijven, maar gezien de aard van de opleidingen in Utrecht zien bedrijven zich niet deel uitmaken van de Utrechtse kenniseconomie. Daarom geven de meesten aan dat de relatief grote aanwezigheid van hoogwaardige arbeid in de regio niet van essentieel belang is. De kennis en wetenschap vinden we ook belangrijk. Maar het grootste deel van die kennis en wetenschap ligt in Utrecht in een andere richting dan constructieve techniek en andere vakgebieden die voor ons van belang zijn. Cultuur speelt een bescheiden rol voor de gesproken bedrijven. Architecten geven aan dat er qua architectuur weinig leeft in de stad, daarvoor moet je in Rotterdam of Amsterdam zijn. Dit is ook terug te zien in het aantal en de grootte van architectenbureaus in Utrecht. Enkele anderen dichten cultuur in Utrecht wel een (indirecte) rol toe. 74

82 Cultuur is indirect belangrijk. Het maakt dat hoogopgeleide mensen deze regio prettig vinden om te wonen. Tabel 17: Meest frequent genoemde locatiefactoren bouwen en ontwerpen Harde factoren Zachte factoren Nationaal Centrale ligging Regionaal Bereikbaarheid per auto Cultuur (indirect) Veel bedrijvigheid in regio Hoogopgeleide beroepsbevolking (alhoewel beperkt belang) Lokaal Omgeving Parkeergelegenheid Prettige leefomgeving Locatie Ontsluitingen wegen Gebouw Huurprijs Voldoende ruimte (opslag, kantoorruimte en werknemersfaciliteiten) Uitstraling gebouw Zoals ook al in hoofdstuk 7 vermeld, geven de grote uitvoerders/bouwers aan dat Utrecht een regio is met veel bedrijvigheid, wat het een belangrijk werkgebied maakt. Er worden verder weinig specifieke voorzieningen van de regio of stad Utrecht genoemd. Stedenbouwkundigen en architecten geven, meer dan de overige bedrijven, aan de leefomgeving van belang te vinden. Ook het pand en de uitstraling hiervan is voor hen erg belangrijk. Dit is voor hen het visitekaartje naar de klant toe. Bouwers/uitvoerders noemen vooral praktische zaken zoals parkeergelegenheid en typische kantooreisen. Als nadeel van Utrecht worden hoge huurprijzen genoemd. Dit is een nadeel voor enkele bedrijven omdat ze meer betalen voor hun pand. Ook is het door de hoge prijzen voor werknemers lastiger om een woonlocatie te vinden ICT & media: Software De voordelen die zijn genoemd van vestiging in de regio Utrecht hebben vooral betrekking op de Utrechtse draaischijfeconomie. De locatiefactor die het meest prominent naar voor is gekomen is namelijk de centrale ligging (tabel 18). Dit komt mede doordat het gaat om bedrijven die hun klanten en samenwerkingspartners over het hele land verspreid hebben. Vanaf alle delen van het land is de regio relatief goed bereikbaar, door het samenkomen van verschillende snelwegen. Dit wordt ook als groot voordeel voor de werknemers gezien. Er is aangegeven dat kennis ook belangrijk is. Maar er wordt niet specifiek veel voordeel gehaald uit de Utrechtse kenniseconomie. Dit komt mede doordat twee van de gesproken bedrijven zich richten op de zorgsector. Voor deze bedrijven is bijvoorbeeld de opleiding Medische Informatiekunde belangrijk, die alleen in Amsterdam zit. Zoals eerder vermeld is voor Conclusion ICT Projects de HU een belangrijke partner. My Solution is een zeer jong bedrijf dat (nog) niet aan samenwerking met kennisinstellingen doet. Vanwege het grote aantal studenten in de stad zien zij in echter wel een groot arbeidspotentieel. Er worden weinig specifieke voorzieningen van de stad of regio Utrecht genoemd die de bedrijven als voordeel zien. Hetgeen wat genoemd wordt zijn vooral 'harde' locatiefactoren als infrastructuur. Dit gaat om goede ontsluitingen en parkeergelegenheid, maar ook om ICT infrastructuur. Zo wordt er aangegeven dat de aanwezigheid van een glasvezelnetwerk een 75

83 belangrijk voordeel kan zijn. Verder noemen enkele bedrijven de uitstraling van hun pand belangrijk voor wanneer klanten op bezoek zijn. Tabel 18: Meest frequent genoemde locatiefactoren software Harde factoren Zachte factoren Nationaal Centrale ligging Regionaal Bereikbaarheid per auto Arbeidspotentieel vanwege studenten Bereikbaarheid per openbaar vervoer Lokaal Omgeving Parkeergelegenheid ICT Infrastructuur (glasvezelnetwerk) Locatie Nabijheid voorzieningen als winkelcentra en stadstram Ontsluitingen wegen Gebouw Kantooreisen (m.b.t. faciliteiten als vergaderruimtes, serverruimtes en alarmsystemen bijv.) Uitzicht, schone lucht en mogelijkheden voor een wandeling Uitstraling gebouw ICT & media: crossmedia Voor Sjonic Digital Media is de centrale ligging het belangrijkste voordeel (zie tabel 19). Door de centrale ligging van de regio is het voor klanten makkelijker om langs te komen, dan wanneer zij ergens anders in Nederland zouden zitten. Ook voor Hulskamp is deze centrale ligging belangrijk. Zij zijn gevestigd op een goed bereikbare plek langs de A2. Dit is echter niet het enige voordeel dat zij uit Utrecht halen. Zij zien de economische structuur van Utrecht als gezond, waar zij weer voordeel uit kunnen halen. Utrecht kent een grote vergader- en meetingcultuur wat voor een bedrijf dat zich bezighoudt met audiovisuele media veel klandizie betekent. De bedrijven geven aan kennis ook wel van belang te vinden, maar er wordt niet specifiek uit de Utrechtse kenniseconomie veel voordeel gehaald. JvTv vindt de cultuur in de stad relevant. Het inspirerende van de stad zelf, het bruisende is belangrijk. De studenten die hier zitten, het uitgebreide culturele aanbod. Er zijn bijvoorbeeld heel veel festivals. Dat vind ik leuk en inspirerend. En ik merk ook dat mensen die hier werken en klanten die hier komen dat leuk vinden. Het culturele aanbod is ook voor Hulskamp van belang. Voor hen geldt dat hoe meer evenementen er georganiseerd worden, hoe meer werk dit hen oplevert. Sjonic is gevestigd te IJsselstein en heeft minder belang bij de voorzieningen van de stad Utrecht. Een voordeel is dat zij goed bekend zijn in IJsselstein, waardoor ze ook makkelijker kunnen opvallen in lokale netwerken. Een specifieke eis voor Sjonic is voldoende ruimte in het gebouw, aangezien het de laatste jaren vrij veel gegroeid is in personeelsomvang. Voor Hulskamp is de uitstraling van het pand relevant. In het gebouw zit een showroom, wat helpt om het vertrouwen van klanten te winnen. 76

84 Tabel 19: Meest frequent genoemde locatiefactoren crossmedia Harde factoren Zachte factoren Nationaal Centrale ligging Regionaal Bereikbaarheid per auto Cultureel aanbod Gezonde economische structuur Vergader- en meetingcultuur Utrecht Lokaal Omgeving Parkeergelegenheid Sfeer in de stad Utrecht Locatie Nabijheid winkels Uitstraling locatie Gebouw Voldoende ruimte (om personeel een plaats te geven en voor opslag) Uitstraling gebouw 8.7 Zorg, life sciences en medtech De instellingen voor verstandelijk gehandicapten lijken geen deel uit te maken van de draaischijfeconomie. De centrale ligging in Nederland wordt een enkele keer genoemd met betrekking tot nabijheid van leveranciers (zie tabel 20). De voordelen die ze uit de kenniseconomie halen zijn iets groter. De aanwezigheid van gekwalificeerd personeel in de regio maakt het, met de huidige schaarste, makkelijker dan in de rest van Nederland om aan personeel te komen. Verder is het gebouw van groot belang, dat moet conform de doelgroep aan een set eisen voldoen. Voor de kleine Thomashuizen is een landelijke omgeving een locatiefactor, de grotere instellingen bieden vaak huisvestiging zowel in de stad als op het platteland. De uitstraling van het pand is voor de bewoners van groot belang, het moet mooi zijn en een huiselijke sfeer uitstralen. De leefomgeving zal voor verstandelijk gehandicapten steeds belangrijker worden, omdat de maatschappij steeds ingewikkelder wordt. Ze kunnen minder makkelijk meekomen en moeten beschutting en bescherming in hun omgeving kunnen vinden. Ook moet het vastgoed van hoge kwaliteit zijn. Om die reden kiezen grote instellingen er vaak voor om nieuwbouw neer te zetten. Voordelen uit de draaischijfeconomie worden amper tot niet behaald. Voor de life sciences en medtech bedrijven is de centrale ligging in Nederland alleen belangrijk met betrekking tot de aanwezigheid van hoog opgeleid personeel, dat in Utrecht makkelijker is te vinden dan in een uithoek van het land. Verder wordt vanwege de internationale relaties belang gehecht aan de nabijheid van Schiphol. Het gaat dan om klanten of samenwerkingspartners die naar Utrecht komen of die bezocht worden. De bedrijven in deze focus behalen voordeel uit de Utrechtse kenniseconomie. Ze hebben veel intensieve samenwerkingsverbanden met klanten en partners, maar in mindere mate met concurrenten en toeleveranciers. De nabijheid bij het UMCU is van cruciaal belang voor een aantal bedrijven wegens zakelijke en kennisrelaties. De onderzochte bedrijven gaven allen aan de aanwezigheid van de incubator van het USP een van de belangrijkste eisen van vestiging in Utrecht was. Voor startende bedrijven is er vaak weinig keus, omdat ze naast een kantoorruimte ook laboratoriaruimtes en clean rooms nodig hebben. Van de stad Utrecht wordt voornamelijk gebruik gemaakt als er (buitenlandse) klanten op bezoek zijn. De voorzieningen in de stad worden ervaren als een belangrijk voordeel van vestiging in Utrecht, bijvoorbeeld de aanwezigheid van de Faculty Club, de alumni vereniging van de UU: "Utrecht is een dorp met een city flavour. Je kan hier goed met klanten en artsen die trainingen komen volgen eten. 77

85 Ik krijg heel veel bezoek en er komen veel mensen voor trainingen dus ik buit wel de stad uit. Ik ben een trouwe ganger, alumnus van de universiteit. De Faculty Club speelt voor mijn bedrijf een belangrijke rol, zit midden in de stad, achter het academisch gebouw, naast de domkerk. Ik denk dat ik daar zeker één keer in de maand met een groep mensen naartoe ga om te eten. Je zit midden in de stad bij de Domtoren, je komt bij een kasteeltje van de universiteit. Je hebt daar een prachtig diner. Dus de Faculty Club en omgeving is toch heel belangrijk voor ons. Daar kan geen industrieterrein tegenop. Tabel 20: Meest frequent genoemde locatiefactoren verstandelijk gehandicaptenzorg en life sciences en medtech Harde Factoren Zachte Factoren Nationaal Bereikbaarheid** Nabijheid Schiphol** Regionaal Centrale ligging in Nederland Aanwezigheid hooggeschoolde arbeidsmarkt Aanwezigheid hogescholen en/of universiteit Dagbesteding voor mensen in de buurt* Aanwezigheid cliënten* Vestigingsklimaat in Nederland** Aanwezigheid Incubator nabij UMCU** Lokaal Omgeving Landelijke omgeving/ beschutte omgeving* Locatie Nabijheid UMCU** Gebouw Conform normen voor de gehandicaptenzorg, verschillend per doelgroep* Nieuwbouw* Hoge kwaliteit vastgoed* Laboratoria in het gebouw** Clean rooms** * Alleen van toepassing op verstandelijk gehandicaptenzorginstellingen ** Alleen van toepassing op life sciences & medtech bedrijven Uitstraling pand* Uitstraling campus** 8.8 Conclusie Met alle benoemde locatiefactoren kan een beeld worden gegeven in welke mate bedrijven in de verschillende focusgebieden profiteren van de Utrechtse draaischijfeconomie en van de Utrechtse kenniseconomie. Met name de grotere bedrijven die klanten in heel Nederland hebben, halen veel voordeel uit de centrale ligging van de regio Utrecht. Elk landsdeel is vanaf Utrecht voor hen relatief makkelijk bereikbaar. Het helpt daarbij dat Utrecht een knooppunt van snelwegen en spoorwegen is. De aanwezigheid van kennis in de regio kan bedrijven op verschillende manieren baten. Voor de regio Utrecht geldt dat het de meest hoogopgeleide beroepsbevolking van Nederland heeft (CBS, 2011). Ook de aanwezigheid van universiteiten en hogescholen kan hen via samenwerkingsverbanden baten. Voor enkele clusters geldt echter dat kennis wel degelijk belangrijk is, maar niet zo zeer de kennis uit de regio Utrecht. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat de opleidingen die in Utrecht worden aangeboden niet aansluiten op de kennis die gevraagd wordt in de betreffende clusters. De KIBS halen redelijk veel voordelen uit de Utrechtse draaischijfeconomie. De centrale ligging van de regio is belangrijk, met name voor de managementadviesbureaus. Utrecht is 78

86 voor hen een goede strategische plaats als heel Nederland bediend moet worden. Uit de Utrechtse kenniseconomie halen vooral de HRM bureaus veel voordelen. Zij hebben baat bij hoogwaardige arbeid in de regio en de nabijheid van kennisinstellingen voor de werving van personeel en voor samenwerking. Ook voor managementadviesbureaus is de Utrechtse kenniseconomie van belang, maar in iets mindere mate. Dit komt mede doordat zij aangeven dat opleidingen in Utrecht niet goed aansluiten op hun werkzaamheden. De gesproken banken zien de centrale ligging van Utrecht als een belangrijk voordeel. De banken hebben profijt van Utrecht als landelijk knooppunt van snelwegen én spoorwegen. Zij geven ook aan dat de centrale ligging ervoor zorgt dat personeel vanuit het hele land kan worden geworven. De aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking in de regio is een ander belangrijk voordeel wat zij halen uit Utrecht, zowel voor het vinden van personeel als voor de klandizie. Er is enige samenwerking met kennisinstellingen in de regio. In het cluster transport en logistiek geldt voor beide focusgebieden dat zij eerder behoren tot de Utrechtse draaischijfeconomie dan de Utrechtse kenniseconomie. Vooral voor de logistieke dienstverleners is de centrale ligging van Utrecht van levensbelang, met de nabijheid van belangrijke snelwegen als de A2 en de A12. De gesproken bedrijven in het cluster hebben weinig met de Utrechtse kenniseconomie. Er is wel enige samenwerking met kennisinstellingen, maar dit is niet altijd binnen de regio Utrecht. Zowel bouwers als ontwerpers halen belangrijke voordelen uit de Utrechtse draaischijfeconomie. In beide focusgebieden zijn vooral bedrijven gesproken die door het hele land werken waardoor de centrale ligging van de regio veel waarde heeft. Door de aard van de opleidingen op universiteiten en hogescholen in de regio hebben zowel bouwers en ontwerpers minder met de kenniseconomie van Utrecht. Hoogopgeleid personeel is wel van belang, maar hiervoor zijn studenten van Technische Universiteiten aantrekkelijker. De locatiefactoren die genoemd zijn door softwarebedrijven hebben vooral betrekking op de Utrechtse draaischijfeconomie. De locatiefactor die het meest prominent naar voren is gekomen, is namelijk de centrale ligging. De gesproken bedrijven hebben hun klanten verspreid over heel Nederland, wat een centrale ligging een strategisch voordeel maakt. De bedrijven zien dit ook als groot voordeel voor de bereikbaarheid van werknemers. Kennis is voor softwarebedrijven ook van belang, maar daarvoor speelt de regio Utrecht niet specifiek een rol. Voor crossmedia bedrijven geldt eenzelfde beeld. De centrale ligging is een belangrijke factor voor hen. Ook kennis is voor hen van belang. Maar voor het aantrekken van personeel wordt niet alleen naar de regio Utrecht gekeken. In het cluster zorg, life sciences en medtech geldt voor beide focusgebieden dat er weinig voordelen uit de Utrechtse draaischijfeconomie worden gehaald. Voor instellingen in de verstandelijk gehandicaptenzorg is de centrale ligging van de regio niet van groot belang, omdat zij vooral op een regionaal schaalniveau werken. Door het regionaal/internationale schaalniveau van life sciences en medtech bedrijven speelt de centrale ligging ook hier geen grote rol. De voordelen die instellingen in de verstandelijk gehandicaptenzorg uit de kenniseconomie halen zijn groter. Aanwezigheid van gekwalificeerd personeel in de regio maakt het makkelijker dan in de rest van Nederland om aan goede werknemers te komen. Life sciences en medtech bedrijven geven aan de nabijheid van het UMCU en het Utrecht Science Park zeer belangrijk te vinden, ook qua samenwerkingspartners. Beide focusgebieden zijn dus vooral onderdeel van de Utrechtse kenniseconomie. In figuur 14 en 15 is per focusgebied aangegeven in welke mate er voordelen worden gehaald uit de draaischijfeconomie en de kenniseconomie van Utrecht. Naast kenniscentrum wil Utrecht zich ook als centrum van cultuur profileren. Het belang van cultuur in Utrecht viel vooral op bij crossmedia bedrijven. Meer cultureel leven in de regio betekent voor hen meer klandizie of meer inspiratie. Cultuur is bijvoorbeeld ook belangrijk voor architecten. Deze geven echter aan dat er qua architectuur weinig leeft in Utrecht en dat je hiervoor beter in Amsterdam of Rotterdam kunt zijn. Voor veel bedrijven heeft cultuur 79

87 ook een indirecte rol: het maakt dat hoogopgeleide werknemers graag in Utrecht willen wonen wat bedrijven helpt bij het vinden van personeel. De bedrijven die in de stad Utrecht gevestigd zitten benoemen vaker de rol van cultuur dan bedrijven die buiten de stad zijn gevestigd. Figuur 14: Voordelen die uit de draaischijfeconomie van Utrecht worden behaald Figuur 15: Voordelen die uit de kenniseconomie van Utrecht worden behaald Het gros van de bedrijven noemt bereikbaarheid als belangrijke locatiefactor. Het zijn vooral bedrijven die vaak naar klanten toe gaan en/of veel klanten ontvangen die er veel belang aan hechten. Voor de bedrijven waarvoor dit niet geldt, is bereikbaarheid meestal ook van 80

88 belang, maar dan alleen vanwege woon-werkverkeer. Bij bereikbaarheid spelen er verschillende schaalniveaus. Ondernemingen die door het hele land werken, hechten waarde aan bereikbaarheid zowel op nationaal, regionaal als lokaal schaalniveau. Voor hen zijn namelijk zowel grote snelwegen en N-wegen van belang, maar ook lokale ontsluitingen. Bij bedrijven die meer regionaal werken geldt het vaak alleen op regionaal of lokaal schaalniveau. Het belang van bereikbaarheid per openbaar vervoer verschilt per cluster. In de clusters bouwen en ontwerpen en transport en logistiek wordt het nauwelijks genoemd. Daar is men gewend om per auto of vrachtwagen te reizen met producten of gereedschap. Bij bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, wordt een vaker een grote rol toegedicht aan bereikbaarheid via openbaar vervoer. Enkele bedrijven die in de stad Utrecht gevestigd zijn noemen het karakter van de stad als een voordeel. Utrecht heeft volgens hen wel alle voorzieningen van een grote stad, maar toch een kleinschaliger karakter dan een stad als Amsterdam, wat zij als prettig ervaren. Het zijn ook vooral de bedrijven die in de stad Utrecht gevestigd zitten die veel voorzieningen noemen als van belang voor hun bedrijfsvoering. Het gaat bijvoorbeeld om cafés, restaurants, de nabijheid van winkels, culturele voorzieningen en vergadervoorzieningen als de Jaarbeurs. Er is een duidelijk verschil gevonden in het belang van harde en zachte locatiefactoren voor verschillende clusters. Zo worden in een cluster als transport en logistiek uitsluitend harde locatiefactoren genoemd. En bijvoorbeeld ook bij softwarebedrijven ligt de nadruk sterk op harde locatiefactoren. De belangrijkste harde locatiefactoren zijn over het algemeen de centrale ligging van de regio en bereikbaarheid. Ook de hoogopgeleide beroepsbevolking is vaak benoemd. Op een lager schaalniveau zijn bijvoorbeeld parkeergelegenheid en ICTinfrastructuur belangrijk. In alle clusters zijn er ook wel eisen genoemd die aan het gebouw worden gesteld. Daarbij gaat het in de eerste plaats om voldoende ruimte, bijvoorbeeld voor opslag of kantoorruimte, en in de tweede plaats om de aanwezigheid van allerlei faciliteiten, als bijvoorbeeld airconditioning of alarmsystemen. Een zachte locatiefactor die vaak genoemd wordt is de uitstraling van het gebouw. De uitstraling van het gebouw is vooral belangrijk voor de bedrijven die klanten op bezoek krijgen, omdat het gebouw de bedrijfscultuur vertegenwoordigt. De kwaliteit van de leefomgeving komt ook in alle clusters, met uitzondering van transport en logistiek, terug als belangrijke zachte locatiefactor. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om schone lucht, aanwezigheid van groenvoorzieningen of mogelijkheden tot een wandeling. Utrecht als kruispunt van snelwegen Bron: 81

89 Hoofdstuk 9 - A2 Context 9.1 Inleiding In hoofdstuk 2 is eerder theorie aan bod gekomen met betrekking tot de rol van een snelweg als kennis- en ontwikkelingsas. Daarbij is specifiek ingegaan op de rol van de A2. In dit hoofdstuk zal met behulp van de resultaten uit de interviews worden teruggekoppeld op hoofdstuk 2. In de interviews is gevraagd naar wat de bedrijven als belangrijkste regio s zien voor hun relaties. Er is specifiek gevraagd of de bedrijven relaties hebben met andere bedrijven en kennisinstellingen in de andere stadsregio s langs de A2-as: Amsterdam, Den Bosch, Eindhoven en Maastricht. Vervolgens is naar het belang van de relaties in deze steden gevraagd, dat wil zeggen of het om puur zakelijke relaties gaat of ook om kennisrelaties. Verder hebben de gesproken bedrijven aangegeven wat het belang van de verbreding van de A2 voor hen is. Er is gevraagd naar hoe groot de belemmering van afstand is tussen samenwerking met partners langs de A2-as, en of er overwogen is om een kantoor in de regio van de betreffende partners te openen. Andersom is ook gevraagd naar of de partners overwogen hebben om een kantoor in de regio Utrecht te openen. Tenslotte is gevraagd of de bedrijven baat zouden hebben bij een hogesnelheidslijn langs de A2-as. In hoofdstuk 2 is vermeld dat er een verband tussen infrastructuur en locatiegedrag van bedrijven kan bestaan: betere bereikbaarheid vergroot de aantrekkingskracht van een regio wat ertoe kan leiden dat het makkelijker wordt om al aanwezige bedrijven te behouden en nieuwe bedrijven aan te trekken. Betere bereikbaarheid zorgt ook voor minder transportkosten en maakt interactie tussen leveranciers en afnemers makkelijker. Specifiek over de A2 is vermeld dat het ook wel de economische slagader van Nederland wordt genoemd. De noordelijke kant van de as (Amsterdam) verschilt echter van de zuidelijke kant van de as (met name Eindhoven) qua economische specialisatie. In de conclusie van dit hoofdstuk wordt gekeken in hoeverre de resultaten uit de interviews sporen met bovengenoemde veronderstellingen met betrekking tot bereikbaarheid, snelwegen en in het bijzonder de A2-as. 9.2 Belang A2-steden Uit de interviews is gebleken dat de A2-as voor veel bedrijven als belangrijk werkgebied wordt gezien. Verschillende bedrijven geven aan belangrijke relaties te hebben in de steden Amsterdam, Den Bosch, Eindhoven en Maastricht. Daarbij is er variatie in het belang van deze steden, en variatie per cluster. Een voorbeeld van een cluster waarvoor de A2-as van groot belang is, is bouwen en ontwerpen. De steden langs de A2 worden gezien als plaatsen met veel bedrijvigheid. Het zijn plaatsen waar veel bedrijvigheid is en veel bedrijvigheid ontstaat, wat er ook aan bijdraagt dat er veel wordt gebouwd. Dit maakt dat de as voor het cluster bouwen en ontwerpen belangrijk is qua klanten. Advies- en ingenieursbureau LBP Sight onderstreept dit belang. Die A2 is natuurlijk belangrijk voor de Nederlandse economie. Rondom die as speelt zich veel af, en dat zal best door die A2 worden geïnitieerd. Als daar beweging is, reuring, dan kan daar iets uitkomen waar wij voor nodig zijn. Waar reuring is komen wij om de hoek kijken. Een voorbeeld van een cluster waarvoor de A2-as minder van belang is, is zorg, life sciences en medtech. Zo is voor de bedrijven in de gehandicaptenzorg het werkgebied uitsluitend regionaal. Cliënten worden namelijk verdeeld op basis van geografische ligging. Bij life sciences/medtech bedrijven zijn veel internationale relaties gevonden. De relaties die zij wel in Nederland hebben zijn vaak regionaal en in enkele gevallen met steden waarin 82

90 academische ziekenhuizen gevestigd zijn, zoals Amsterdam en Maastricht. De A2 steden buiten Utrecht hebben enig belang, maar het is minimaal. Naast relaties met andere bedrijven kunnen de A2-steden ook van belang zijn door relaties met kennisinstellingen en relaties met andere vestigingen van een bedrijf. Qua kennisinstellingen wordt de Technische Universiteit Eindhoven opvallend vaak genoemd als belangrijke relatie, met name in het cluster bouwen en ontwerpen. Ook in andere clusters wordt de TU Eindhoven genoemd. Een voorbeeld is Capgemini, dat ook een vestiging op de high tech campus in Eindhoven heeft. Amsterdam en Eindhoven zijn ook plaatsen waar belangrijke andere vestigingen van veel bedrijven zitten. Het onderling contact tussen deze vestigingen betekent interactie tussen de A2-steden. Niet verassend is dat over het algemeen Amsterdam er bovenuit springt, zowel qua zakelijke relaties als qua kennisrelaties, van de vier genoemde A2-steden. Eindhoven is daarna het meest van belang. Zo zijn er meerdere bedrijven die hun belangrijkste werkgebied omschrijven als de Randstad met een uitschieter naar Eindhoven. Den Bosch, en vooral Maastricht, worden minder vaak genoemd als plaatsen waar bedrijven hun belangrijke relaties hebben. 9.3 Belang verbreding A2 De verbreding van de A2 kan voor bedrijven op twee manieren van belang zijn. Ten eerste kan het zijn dat bedrijven gemakkelijker bij klanten, toeleveranciers, andere vestigingen of (andere) samenwerkingspartners komen en andersom. Ten tweede kan woon-werkverkeer vergemakkelijkt worden doordat de reistijd van forenzen afneemt. Het belang van de verbreding is voor elk cluster anders (zie figuur 16 in paragraaf 9.4). De verbreding van de A2 is van direct belang voor de dienstverlening van bedrijven in een cluster als transport & logistiek. De gesproken bedrijven in het cluster hebben geen belangrijke kennisrelaties langs de A2-as zitten, maar wel degelijk veel zakelijke relaties. Transportbedrijven leveren producten af bij klanten, waarvoor ze auto s en vrachtwagens door het hele land hebben rijden. De A2 is daarbij een vaak bereden snelweg. De verbreding levert daarom veel tijdwinst op. Verbreding van de A2 bij Utrecht Bron: 83

91 Ook in het cluster bouwen en ontwerpen is de verbreding van groot belang. Het is een cluster waarbij een autocultuur heerst. Van het openbaar vervoer wordt, zeker door de uitvoerders/aannemers, nauwelijks gebruik gemaakt. Uit gesprekken met brancheorganisaties kwam een beeld naar voren dat een verbreding van de A2 een groot voordeel is, doordat het leidt tot minder verloren tijd door in de file te staan. Als je kijkt naar alles wat er in de file staat, zou zo maar eens 30% bouwgerelateerd kunnen zijn. Dus dat zegt eigenlijk al genoeg. Ga maar eens kijken hoeveel busjes van bouwbedrijven je ziet als je een keer in de file staat. Dat is heel veel. Ook in andere clusters wordt het belang van de verbreding van de A2 aangekaart. Een voorbeeld is Hulskamp Audiovisueel, wat tevens pal langs de A2 gevestigd is. Het bedrijf doet onder andere aan verhuur van producten, die op locatie worden afgeleverd. Voor haar dienstverlening is bereikbaarheid erg belangrijk en een dergelijke verbreding dus zeer welkom. Doordat de meeste relaties zijn gevonden met Amsterdam, is vooral het stuk snelweg tussen Utrecht en Amsterdam van essentieel belang. In hoofdstuk 7 is naar voren gekomen dat de KIBS het als een voordeel ervaren dat Utrecht niet ver van Amsterdam (en Schiphol) verwijderd ligt. Hierdoor is de verbinding tussen Amsterdam en Utrecht voor hen essentieel. Maar ook het stuk tussen Utrecht en Eindhoven is voor de grotere kennisintensieve zakelijke dienstverleners van belang. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het belang van dit gedeelte van de snelweg voor Capgemini. We hebben ooit toen we gingen uitrekenen hoe het zat met onze reiskosten vastgesteld dat wij de grootste gebruiker van de A2 waren tussen Utrecht en Eindhoven op het lijstje. Dat is mede ingegeven doordat kentekens van leaseauto s bij ons op naam staan. Wij reizen dus heel veel over die A2, van Den Bosch, Eindhoven naar Utrecht en Amsterdam. Het is echt een essentiële as. Bedrijven die minder baat hebben bij de verbreding van de A2 zijn vooral de bedrijven die voornamelijk regionaal werken en daardoor maar een klein stuk van de A2 vaak gebruiken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bedrijven actief in de verstandelijk gehandicaptenzorg. Deze bedrijven geven echter vaak wel aan dat zij werknemers hebben uit de (buurt van de) verschillende A2 steden. Verbreding leidt daardoor tot minder reistijd voor de forenzen. De life sciences bedrijven gebruiken de as voornamelijk om van en naar de aansluiting met de A9 richting Schiphol te reizen. Er zijn enkele bedrijven die benadrukken dat de gemeente Utrecht aantrekkelijker als vestigingsplaats wordt door de verbreding van de A2. Door de centrale ligging is voor ontmoetingen, waar partijen vanuit heel Nederland bij betrokken zijn, Utrecht een logische plek. Betere bereikbaarheid door verbreding van de A2 stimuleert dit alleen maar. Je ziet wel dat Utrecht daarvan profiteert omdat mensen sneller geneigd zijn om naar deze regio op te trekken, Utrecht is wat dat betreft wel een ontmoetingsplek. Als je mensen uit Amsterdam en Eindhoven wil samen laten werken dan gebeurt dat in Utrecht, mensen uit Eindhoven gaan niet helemaal naar Amsterdam. Belang afstand voor samenwerking Er is maar een enkel bedrijf gevonden voor wie de afstand met samenwerkingspartners zo n belemmering is dat het een vestiging heeft geopend in de regio van de partner. Het gaat om Van Wijk Vastgoedonderhoud uit De Meern, dat in 1986 een vestiging in Amsterdam heeft 84

92 geopend, zodat er niet meer elke dag busjes op en neer moesten op weg naar de klanten en terug. Verder zijn er wel verschillende bedrijven die denken aan het openen van vestigingen in een andere A2 stad. De motivatie hierachter is echter vooral de marktpositionering. De bedrijven willen aanwezig zijn in de plaatsen die zij als belangrijk werkgebied zien om hier nieuwe klanten te verkrijgen. Dit wordt dus niet zozeer gedaan om in de buurt van een (al bestaande) samenwerkingspartner te zitten. Een voorbeeld is Friesland Bank, vooral in het noorden van het land goed vertegenwoordigd, dat aangeeft dat er voorzichtig wordt nagedacht om een vestiging in Eindhoven te openen. In 2008 is het met een vestiging in Utrecht begonnen. Bij de locatiestrategie wordt echter niet bewust in de as van de A2 gedacht. Belang andere snelwegen De bedrijven die aangaven dat de A2 voor het niet zo van belang is, voegden daar vaak aan toe dat er andere snelwegen waren die wel voor hen van belang zijn. Het meest genoemd is daarbij de A12. Bijvoorbeeld voor bedrijven in Houten, is gezien de geografische ligging, vooral de A12, en ook de A27, van belang. Over het algemeen zijn het vooral de bedrijven die meer regionaal georiënteerd zijn die aangeven dat de A12 voor hen veel waarde heeft. Bijvoorbeeld de bedrijven in de verstandelijk gehandicaptenzorg, die alleen in de provincie Utrecht klanten hebben, hechten veel waarde aan de A12 die de hele provincie doorkruist, van Woerden tot Veenendaal. Maar ook Van Wijk Vastgoedonderhoud ziet A12 als belangrijke as. De A12 loopt door tot aan het oosten van het land, wat door het bedrijf als belangrijk werkgebied wordt omschreven. Mede hierdoor heeft Van Wijk ook een vestiging in Arnhem geopend. Hogesnelheidslijn Er zijn geen bedrijven die hebben aangegeven veel baat te hebben bij de aanleg van een hogesnelheidslijn langs de A2. De voornaamste reden die daarvoor wordt gegeven is dat de afstanden te klein zijn in Nederland. Het is een kwestie van schaalgrootte. Dus stel je voor dat het je in het verleden 2 uur kostte om van Amsterdam naar Maastricht te komen. Over zo'n kleine afstand moet je wel echt heel veel sneller rijden met die trein wil je ook maar 30 minuten sneller zijn. Maar ondertussen kost het miljarden. Die haal je er nooit uit. De A2 over de Lek bij Vianen 85

93 9.4 Conclusie Van de vier A2-steden buiten Utrecht zijn voor de gesproken bedrijven vooral Amsterdam en Eindhoven van belang. Den Bosch, en vooral Maastricht, spelen een minder belangrijke rol. Het verschil in economische specialisatie tussen Amsterdam en Eindhoven is terug te zien in de vorm van clusters die zich meer binden aan de ene stad dan aan de andere. Zo is voor de KIBS Eindhoven van belang voor enkele bedrijven, maar is vooral de nabijheid van Amsterdam erg belangrijk. Een kennisinstelling als de TU Eindhoven speelt vooral voor het cluster bouwen en ontwerpen een grote rol. Voor het gros van de gesproken bedrijven in de BRU plus regio is de A2-as belangrijk als werkgebied. Het zijn vooral de meer regionaal georiënteerde bedrijven die minder belang aan de as hechten. Deze bedrijven noemen bijvoorbeeld wel de A12-as, die de hele provincie Utrecht doorkruist, als belangrijk. Het belang van de verbreding van de A2 verschilt per cluster (zie figuur 16). Zo is het van groot belang voor het cluster transport & logistiek, waar de dienstverlening direct wordt beïnvloed door verbeterde infrastructuur. De bedrijven hebben auto s en vrachtwagen door het hele land rijden. De A2 is daarbij een vaak bereden snelweg. Ook voor het cluster bouwen en ontwerpen, waar een autocultuur heerst, is de verbreding van grote waarde. Figuur 16: Belang verbreding A2 per cluster De steden langs de A2 worden in dit cluster gezien als plekken waar veel werk wordt verzet. Een cluster waarvoor de verbreding minder van belang is, is zorg, life sciences en medtech. De bedrijven in de verstandelijke gehandicaptenzorg kennen een regionale oriëntatie en de life sciences en medtech bedrijven een regionaal/internationale oriëntatie. Hierdoor is er maar een klein gedeelte van de A2 voor hen van belang, namelijk het gedeelte dat binnen de provincie Utrecht blijft en het gedeelte dat naar de aansluiting met de A9 richting Schiphol gaat. Verbeterde bereikbaarheid van de regio door verbreding van de A2 betekent minder reistijd voor forenzen en werkverkeer. Het zorgt voor minder transportkosten en maakt op deze manier de regio aantrekkelijker voor bedrijven. Een andere manier waarop Utrecht 86

94 profiteert van verbeterde bereikbaarheid door verbreding van de A2 is dat het de rol van de stad als ontmoetingsplek stimuleert. Het belang van afstand tussen samenwerkingspartners gevestigd langs verschillende A2- steden is niet zo groot dat er veel bedrijven zijn die een vestiging in de stad van de partner willen openen. De kleine afstanden in Nederland zijn ook de voornaamste rol waarom bedrijven aangeven weinig baat te kunnen halen uit een hogesnelheidslijn langs de A2. 87

95 Hoofdstuk 10 - Conclusies en aanbevelingen 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk dient om een antwoord te geven op de hoofdvraag van dit onderzoek, zoals vermeld in hoofdstuk 2. Deze luidt als volgt: Wat voor soort relaties bestaan er tussen de verschillende bedrijven binnen en tussen clusters, hoe dragen deze bij aan groei en versterking van de concurrentiepositie en hoe zouden deze door middel van beleid versterkt kunnen worden? Deze hoofdvraag bestaat uit drie verschillende vragen, die hier allen apart besproken zullen worden. De eerste vraag is wat voor soort relaties er bestaan tussen de verschillende bedrijven binnen en tussen clusters. De tweede vraag is hoe deze relaties bijdragen aan groei en versterking van de concurrentiepositie. Deze vragen zullen worden behandeld door terug te koppelen op eerdere hoofdstukken. Vervolgens volgt de discussie en ten slotte wordt de derde vraag behandeld, namelijk hoe de concurrentiepositie versterkt zou kunnen worden door middel van beleid. Deze vraag zal beantwoord worden in de vorm van beleidsaanbevelingen Conclusies Wat voor soort relaties bestaan er binnen en tussen de clusters? Er zijn grote verschillen gevonden voor de typen relaties en schaal van relaties tussen clusters en tussen focusgebieden. Er kan dus geen eenduidig antwoord worden gegeven op de vraag wat voor soort relaties er bestaan tussen de verschillende bedrijven binnen en tussen clusters. Er is onderscheid gemaakt tussen verticale (relaties met klanten en toeleveranciers), horizontale (relaties met concurrenten) en diagonale (relaties met bedrijven in andere clusters) relaties. Er is de meeste kennisintensiteit gevonden bij de verticale relaties. De meeste verticale kennisrelaties komen voor bij de KIBS en de life sciences en medtech. Bouwbedrijven, ontwerpers en banken hebben een gemiddeld aantal verticale kennisrelaties. Logistieke diensten en ketenregie/ beheersing hebben de minste verticale kennisrelaties en tegelijkertijd ook de minste horizontale en diagonale kennisrelaties. Horizontaal is er geen enkel focusgebied dat veel kennisrelaties onderhoudt. Horizontale kennisrelaties zijn voornamelijk gevonden bij de HRM bureaus, software, crossmedia bedrijven en life sciences en medtech. Hierbij is het vaak zo dat kennis niet met directe concurrenten wordt gedeeld, maar met gerelateerde bedrijven, waarbij de kennis complementair is. Focusgebieden met de meeste zakelijke relaties zijn de KIBS, bouwers, ontwerpers, de verstandelijk gehandicaptenzorg en banken. In de bloem van figuur 4 Een Utrechtse Familie van clusters? staan drie focusgebieden centraal: ketenregie, KIBS en ICT. De hypothese was dat ze een ondersteunende rol vervullen voor bedrijven in andere clusters, doordat ze veel diagonale kennisrelaties hebben. Deze veronderstelling moet worden verworpen voor de centrale rol van bedrijven in de ketenregie. Uit de interviews blijkt dat weinig van de gesproken bedrijven kennis en informatie uitwisselen of samenwerken op het gebied van kennis en innovatie met bedrijven in de ketenregie. De ICT en KIBS vormen wel een centrale spil tussen de verschillende focusgebieden. Er zijn echter weinig kennisrelaties over de clusters heen gevonden. Men kan beter niet spreken van een familie van clusters, maar van clusters die in enige mate gerelateerd zijn aan elkaar. 88

96 Tabel 20: Typering clusters en netwerken en schaalniveau per focusgebied Focusgebied Managementadviesbureaus HRM bureaus Banken Bouw Ontwerpen Logistiek diensten Ketenregie/ beheersing Software Crossmedia Gehandicaptenzorg Life sciences & medische technologie Type National Industry Multilevel Industry National Industry Multilevel Industry Multilevel Industry Multilevel Formation National Industry National Industry Multilevel Industry / Alliance Regional Complex Multilevel Alliance In tabel 20 zijn de typeringen van clusters en netwerken en schaalniveau per focusgebied weergegeven. Het cluster life sciences en medtech is het verst door geëvalueerd tot een multilevel alliance. Onderlinge samenwerking en voornamelijk samenwerking met het UMCU en andere ziekenhuizen zijn van cruciaal belang voor proces- en productinnovatie en de uitwisseling van informatie en kennis. Ze hebben voornamelijk internationale en in mindere mate regionale relaties. De clustertypering die het meeste voorkomt is de national industry. Bij een industry is er sprake van een geografische concentratie van bedrijven die gebruik maken van gemeenschappelijke external economies. Zo maken bijvoorbeeld de KIBS gebruik van de lokale pool van arbeid, gespecialiseerde diensten en de kenniseconomie van Utrecht. Bedrijven in deze clusters hebben geen gezamenlijk leerprocessen en richten zich niet op gezamenlijke investeringen. Het schaalniveau is nationaal. De logistieke dienstverleners springen in het oog, omdat ze als enig focusgebied een formation vormen. Ze hebben slechts met elkaar gemeen dat ze belang hechten aan dezelfde vestigingsplaatsfactoren, als de centrale ligging in Nederland en Utrecht als knooppunt van snel- en spoorwegen. Weinig ondernemingen profiteren van local buzz, alleen in de life sciences en medtech waren lokale relaties van groot belang. De meeste global pipelines werden ook gevonden in ditzelfde cluster en in mindere mate in de bouw, bij de banken en de KIBS. Qua A2 steden zijn vooral Amsterdam en in mindere mate Eindhoven van belang. Het nationale schaalniveau komt het meest duidelijk naar voren als belangrijk voor de zakelijke en kennisrelaties van bedrijven. Dit komt overeen met de benoeming van de stadsregio Utrecht als meer nationaal georiënteerd ten opzichte van het internationaal georiënteerde Amsterdam in Pieken in de Delta (2004). Utrecht vervult echter niet alleen een rol als draaischijfeconomie. Met de hoogst opgeleide beroepsbevolking van Nederland (CBS, 2011) is de kenniseconomie ook zeer belangrijk voor de regio. Bij de gemaakte tweedeling per cluster werd verondersteld dat een focusgebied deel uitmaakte van de Utrechtse kenniseconomie en het andere focusgebied van de Utrechtse draaischijfeconomie. De conclusie is dat slechts vijf focusgebieden echt voordeel behalen uit de Utrechtse kenniseconomie: life sciences, verstandelijk gehandicaptenzorg, HRM bureaus, managementadviesbureaus en banken in mindere mate. Er zijn negen focusgebieden die voordeel behalen uit de draaischijfeconomie: logistieke diensten, ketenregie/beheersing, bouwers, ontwerpers, software, crossmedia, banken, managementadviesbureaus, en HRM bureaus. Alleen de verstandelijk gehandicaptenzorg en de life sciences en medtech behalen geen voordeel uit de draaischijfeconomie. Een paar focusgebieden behalen voordeel uit beiden. 89

97 Hoe dragen deze relaties bij aan de groei en versterking van de concurrentiepositie? In Tabel 20 is te zien dat alle clusters op een verschillende manier getypeerd kunnen worden. De manier waarop relaties de concurrentiepositie van bedrijven in een cluster beïnvloeden is afhankelijk van om wat voor type cluster het gaat. Een meerderheid van de focusgebieden kan het best omschreven worden als industry. In het cluster KIBS zijn redelijk veel informatie spillovers. Deze zijn er vooral met klanten. Innovatie die plaatsvindt doordat verschillende KIBS gezamenlijk producten uitbrengen, wordt ook meestal geïnitieerd door de klantvraag. Door de grote aanwezigheid van KIBS in de regio Utrecht, worden zoek- en matchingkosten van klanten beperkt. Voor banken geldt dat zij soms onderling gezamenlijke investeringen in productinnovatie doen, bijvoorbeeld met betrekking tot betalingssystemen. Dit is echter zeldzaam. De meeste informatie winnen banken bij klanten en/of bedrijven uit andere sectoren. In het cluster bouwen en ontwerpen zijn vooral zakelijke relaties. Informatie-uitwisseling door de keten heen lijkt echter steeds belangrijker te worden. Dit zorgt voor kostenreductie doordat verschillende schakels in de keten beter op elkaar afgestemd zijn. Er worden door grote aannemers ook wel gezamenlijke investeringen in innovatie gedaan. Risicospreiding is hier echter de belangrijkste reden voor. Zoals eerder vermeld is het cluster transport & logistiek het enige type formation. Dit komt omdat de gevonden relaties vooral zakelijk van aard zijn. Wat onderling wel gebeurt is bijvoorbeeld subcontracting om zo tot kostenreductie te komen. Bij softwarebedrijven wordt er bijvoorbeeld met klanten gezamenlijk aan producten gewerkt via co-development trajecten. De relaties met soortgelijke bedrijven die net een andere specialisatie hebben, zijn echter het meest van invloed op de concurrentiepositie. Hier halen zij de meeste nieuwe kennis vandaan. Crossmedia bedrijven besteden bijvoorbeeld werk uit aan andere bedrijven in de sector. Ook worden gezamenlijk producten gecreëerd met klanten, die zowel binnen als buiten de sector zitten. Hiervoor worden ook gezamenlijke investeringen gedaan. Voor life sciences en medtech bedrijven zijn de samenwerkingsrelaties het meest van invloed op de concurrentiepositie. Binnen het focusgebied is er soms sprake van gezamenlijke investeringen. Zo financieren de grotere bedrijven vaak kleine, nieuwe bedrijven voor hun projecten. Kennisspillovers zijn er relatief veel. In hoofdstuk 7 is ook vermeld dat life science en medtech bedrijven het meest profiteren van zowel local buzz als global pipelines. In de verstandelijk gehandicaptenzorg is dit wat minder. De belangrijkste manier waarop hier kennis wordt gewonnen is via landelijke instellingen Discussie De resultaten uit het onderzoek roepen bepaalde vragen op. Als er wordt gekeken hoe de BRU plus regio het doet op de clustertypologie van Visser & Atzema (2008) is dit licht teleurstellend. Milieus komen niet voor en alliances en complexes zijn schaars. Industries zijn de clustertypes die domineren. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het model van Visser & Atzema vooral geschikt is voor meer industriële bedrijfsactiviteiten. In het onderzoek zijn de activiteiten van de meeste ondernemingen die gesproken zijn meer dienstverlenend dan industrieel van aard. Uitzonderingen zijn de meeste bedrijven in de clusters Transport & Logistiek en Bouwen & Ontwerpen. Nu is het zo dat de Utrechtse economie meer bekend staat om haar dienstverlenende bedrijfsactiviteiten dan om haar industriële activiteiten. Toch roept het onderzoek de vraag op of er een ander beeld zou ontstaan als er meer industriële clusters zouden worden meegenomen, zoals de maakindustrie. Met de clustertypering van Visser & Atzema is van elk focusgebied een beeld gegeven van de intensiteit van hun relaties. Interessant voor vervolgonderzoek is om te kijken wat de 90

98 bedrijven in een cluster voor concrete voordelen hebben als ze een plek omhoog schuiven in de clustertypering. Dit kan beleidsmakers helpen om in te zien hoe zij dit kunnen stimuleren om hun rol van knowledge broker (zie paragraaf 3.5) te versterken. In het onderzoek zijn in hoofdstuk 4 kaarten getoond die aangeven in welke mate clusters vertegenwoordigd zijn in het onderzoeksgebied. De clusters zijn samengesteld uit vele verschillende SBI-codes die bedrijfsactiviteiten vertegenwoordigen (zie bijlage 4). Een idee voor vervolgonderzoek is om meer specifiek op bepaalde SBI-codes in te zoomen en te kijken wat voor beeld dit geeft. Hierdoor kan worden gezien waar specifieke bedrijfsactiviteiten geconcentreerd zitten. Vervolgens kan in de desbetreffende concentratiegebieden worden nagegaan of en hoe deze bedrijven met elkaar samenwerken. In hoofdstuk 9 is het economische belang van de A2-as voor bedrijven in de stadsregio Utrecht besproken. Zo is er gekeken naar wat voor relaties bedrijven uit Utrecht hebben in andere A2-steden zoals Amsterdam en Eindhoven. Een belangrijke afgeleide vraag is of de drie stadsregio s (Amsterdam, Utrecht, Eindhoven) het beste afzonderlijk hun (inter)nationale concurrentiepositie op basis van de aanwezige clusters kunnen versterken dan wel of deze concurrentiepositie gebaat is met een verdere versterking van ruimtelijk economische netwerken tussen clusterbedrijven in de drie stadsregio s. Met behulp van de drie onderzoeken naar deze drie stadsregio s zou hier een antwoord op kunnen worden gegeven. Ten slotte moet worden opgemerkt dat de grootste tekortkoming van het onderzoek het aantal gesproken bedrijven is, zoals in paragraaf 2.8 ook al vermeld is. De beelden die zijn geschetst voor de verschillende clusters zouden anders kunnen zijn als er meer bedrijven waren geïnterviewd Aanbevelingen Uit de interviews zijn een aantal aanbevelingen gekomen. Deze zullen hier verwoord worden. Enkele aanbevelingen zijn gericht op de Kamer van Koophandel Midden-Nederland, andere zijn meer gericht op beleidsorganisaties in het algemeen. Er is een onderverdeling gemaakt tussen aanbevelingen naar cluster en aanbevelingen naar thema, die niet specifiek voor één cluster gelden. De aanbevelingen dienen om een antwoord te geven op de volgende vraag: Hoe zou de concurrentiepositie van de verschillende clusters door middel van beleid versterkt kunnen worden? Aanbevelingen per cluster KIBS Managementadviesbureaus zouden graag een betere verbinding zien tussen de aanwezige opleidingen en het lokale bedrijfsleven, omdat ze moeilijk aan personeel kunnen komen. Dan kunnen mensen die hier na hun studie willen blijven ook een baan vinden. Financiële dienstverlening Door het nieuwe werken is er steeds minder kantoorruimte nodig. Grote banken zoeken naar oplossingen om invulling te geven aan deze ruimte. Het is goed om in gesprek te blijven met banken als SNS om op de hoogte te blijven over dit soort ontwikkelingen. De leegstaande ruimte kan bijvoorbeeld kansen bieden voor nieuwe bedrijven die huisvesting zoeken. Een actuele kwestie binnen de bankensector is dat zij door de huidige financiële crisis kampen met een imagoprobleem. Er zijn denktanks waarin banken en 91

99 verschillende andere partijen samenkomen om mee te denken over deze kwestie. Stimulering van deze initiatieven kan helpen om dit probleem op te lossen. Bouwen & Ontwerpen Steeds meer bedrijven in de bouw- en ontwerpsector zien het belang van ketenintegratie in. Maar nog steeds zijn de faalkosten in de sector erg hoog. Als ervoor gezorgd kan worden dat bedrijven, die verschillende posities in de keten innemen, het uiteindelijke product in gedachten hebben en niet alleen hun winst, kunnen deze kosten worden verminderd. Samenwerking tussen partijen moet daardoor nog altijd zo veel mogelijk gestimuleerd worden. Sommige bedrijven zien overlap in het werk van de KvK en brancheorganisaties. Probeer dit beter op elkaar af te stemmen, zo kan de efficiëntie van het beleid worden verhoogd. Transport & logistiek Er heerst krapte op de arbeidsmarkt en de verwachting is dat dit de komende jaren nog meer toeneemt. Ga door met het initiatief om met verschillende bedrijven en instellingen om de tafel te zitten en dit probleem bespreekbaar te maken. Veel bedrijven zijn enthousiast over dit idee. ICT & Media Softwarebedrijven zien hun eigen sector als in sterke mate 'self-supporting'. Belangrijk voor deze bedrijven zijn met name 'harde' locatiefactoren. Dit kan zijn bereikbaarheid en parkeergelegenheid. Maar voornamelijk de ICT-infrastructuur is belangrijk. De aanwezigheid van een glasvezelnetwerk is lang niet overal even vanzelfsprekend, iets wat erg belangrijk is voor deze bedrijven. Beleid gericht op versterking van deze sector zou zich op dit soort zaken moeten richten. Als Utrecht zich meer in de picture wil spelen als mediastad zou het zichzelf meer landelijk moeten promoten. Er zijn genoeg festivals en evenementen, maar de meeste komen qua promotie niet verder dan regionale televisie of kranten. Grote evenementen, zoals de start van de Giro d'italia in 2010, kunnen uitgebouwd worden met meer 'sub-evenementen' wat crossmediale bedrijven veel werk kan opleveren. Er is aangegeven dat er in Utrecht weinig ontmoetingsplekken zijn voor creatieve mensen. Beleid gericht op meer van dit soort ontmoetingsplekken zou relaties binnen de crossmedia sector kunnen bevorderen. Deze ontmoetingsplekken moeten echter wel bij het creatieve imago van de sector passen. Zorg & medtech Richt je niet op de life sciences en medtech, maar alleen op zorg. Er zijn al te veel spelers die aan het kleine aantal bedrijfjes in de regio Utrecht trekken. Er werken relatief weinig mensen in dit focusgebied van het cluster, de Kvk Midden-Nederland kan zich beter focussen op gebieden waar veel mensen werkzaam zijn. Stimuleer de kwaliteit van onderwijs in de zorg op de hoge scholen. Eén van de geïnterviewden wist het treffend te verwoorden: "Ik heb mijn vraagtekens over hoe mensen hun diploma's krijgen op de ROC's en dan mag ik tijdens hun stage hier zeggen dat ze niet deugen. Maar ze deugen op de school al niet kan ik je vertellen. Als ik een belangrijk maatschappelijk probleem moet noemen dat belangrijk is voor ons, is dit het. Het is een bom onder de Nederlandse maatschappij. 92

100 In de zorg zit men te springen om de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Men wil minder werken of thuis werken. Het nieuwe werken is voor werkgevers een issue dat aandacht vraagt: Ouderen krijgen veel te veel vrije dagen. De hele discussie over werk, inkomen en aandacht voor kinderen zal de komende tijd veel gevoerd worden. Hoe gaan we dat anders inrichten? Dat is voor de Kamer van Koophandel ook een hele uitdaging. Aanbevelingen naar thema Bedrijventerreinen Maak bedrijventerreinen beter bereikbaar met het openbaar vervoer. Specifieke terreinen die zijn genoemd: Papendorp, bedrijventerrein Mijdrecht en het Hofspoor in Houten Zorg voor voorzieningen op bedrijventerreinen, bijvoorbeeld een broodjeszaak of een café. Men kan dan s middags op het terrein (met collega s) lunchen en er wordt een ontmoetingsplek gecreëerd. Voornamelijk Papendorp wordt verweten weinig sfeer uit te stralen. Parkeergelegenheid Meer parkeerplekken op de Uithof, Rijnsweerd en Papendorp. Meer betaalbare parkeerplekken in de binnenstad. Laat geen monopolie ontstaan van parkeergarages in de binnenstad, want dan worden de prijzen nog meer opgedreven. Bruggen slaan Startersdagen bieden de nodige informatie aan jonge bedrijven, ga hiermee door. Enkele bedrijven hebben hier belangrijke relaties aan te danken: Startersdag is een goed initiatief, hier hebben jonge bedrijven veel aan. Ikzelf heb er mijn accountant gevonden. Er zijn veel subsidies, maar voor bedrijven in het MKB is het lastig om inzichtelijk te krijgen welke subsidies er zijn en of men ervoor in aanmerking komt. De KvK zou dit per cluster inzichtelijk kunnen maken. Het moet gestimuleerd worden dat Utrechtse bedrijven elkaar weten te vinden. Zo is er een geïnterviewde die zich er over verbaasd dat de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Utrecht door een Amsterdams bedrijf werd verzorgd. Met name voor nieuwe bedrijven worden hiervoor kansen gezien. Enkele grote bedrijven, met gevestigde namen, geven bijvoorbeeld aan dat zij best met bepaalde nieuwe bedrijven om de tafel willen om te kijken wat zij voor elkaar kunnen betekenen. Imago Utrecht Een aantal bedrijven pleit voor een duidelijker imago van de stad Utrecht. Als ze denken aan Utrecht hebben ze niet direct een beeld van de economie in de stad. Als Utrecht zich duidelijker zou profileren, zou dit betere promotie van de stad zijn. Andere bedrijven zijn het hier niet mee eens, omdat het neutrale karakter van de stad op zich een profilering is. Het onderscheidt Utrecht van de andere grote steden als Amsterdam en Rotterdam. 93

101 Duurzaamheid Duurzaamheid is een thema wat bij steeds meer bedrijven op de agenda staat. Bedrijven die zich sterk als duurzaam willen profileren, zoals Triodos Bank en Van Wijk Vastgoedonderhoud, geven aan dat ketendenken hierbij belangrijk is. Er moet geprobeerd worden om ervoor te zorgen dat een duurzaam bedrijf bijvoorbeeld ook een duurzame leverancier heeft. Hiervoor moeten verschillende duurzame partijen bij elkaar gebracht worden. Bedrijven zijn positief over duurzaamheidinitiatieven als Meer met Minder of plannen voor een Laan van Duurzaamheid (een symbolische laan vanaf de Uithof tot aan Wageningen, waaraan allerlei groene bedrijven gevestigd zitten, waaronder de Triodos Bank). Deze initiatieven kunnen als aanknopingspunten voor toekomstig beleid worden gebruikt. 94

102 Literatuur Abrona (2011). Over Abrona. geconsulteerd op Atzema, O.A.L.C., A.J.T. Goorts & C.P de Groot (2011). The Amsterdam family of clusters. Economisch geografische relaties van elf bedrijvenclusters in de Metropoolregio Amsterdam. Utrecht: de Universiteit Utrecht. Bathelt, H., A. Malmberg & P. Maskell (2004). Cluster and knowledge: local buzz, global pipelines and the process of knowledge creation. Progress in Human Geography 28 (1), pp Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011). Investeren in Topsectoren. geconsulteerd op Biopartner (2005). The Netherlands Life Sciences Sector Report Rotterdam: Graféno Boschma, R.A. (2004). Competitiveness of regions from an evolutionary perspective. Regional Studies 38 (9), pp Boschma, R.A. (2005). Proximity and Innovation; a critical assessment. Regional Studies 39 (1), pp Brenner, T. (2004). Local industrial clusters: existence, emergence and evolution. London en New York: Routledge. Bruinsma, F.R., S.A. Rienstra & P. Rietveld (1995), Economic impact of the construction of a transport corridor; a multilevel and multi-approach case study for the construction of the A1 highway in the Netherlands, serie research memoranda, , Amsterdam: Vrije Universiteit Bureau Louter (2002). De economische hittekaart van Nederland, geconsulteerd op CBS (2011). Bevolkingstrends CBS. Cbs.nl/NR/rdonlyres/D3FC60F0-DD96-4C B C/0/2011k1b15p5art.pdf, geconsulteerd op Cairncross, F. (1997). The death of Distance; how the communications revolution will change our lives. Boston, Mass: Harvard Business School. Clark, G (2010). British and Dutch cities: what can we learn? A%20what%20can%20we%20learn%3F&ei=WK06TtyWN5Ca-wazrIW3Ag&usg=AFQjCNHA- MWOGJPHtPQa0MMBPr55IF00bg&sig2=PJLWdIxPgmYJosA34XKYjg&cad=rja, geconsulteerd op

103 Commissie van Laarhoven (2007). Innovatie in beweging. De logistieke toekomst van Nederland. geconsulteerd Den Hertog, P. (2000). Knowledge-intensive business services as co-producers of innovation. International Journal of Innovation Management (4), pp Dziembowska-Kowalska, J. and Funck, R.H. (2000) Cultural activities as location factors in European competition between regions: concepts and some evidence, Annals of Regional Science, 34(1), pp EIM (2010). De arbeidsmarkt van Midden-Nederland. Ontwikkelingen aan de vraag- en aanbodzijde tot Hamers, D. & K. Nabielek (2006). Bloeiende Bermen, Verstedelijking langs de snelweg. Rotterdam: NAI Uitgevers en Den Haag: Ruimtelijk Planbureau Hogeschool Utrecht (2011), HU en de creatieve industrie, geconsulteerd Jacobs, D. (1999), Internet versterkt de behoefte aan transport, Economisch Statische Berichten, dossier Economie en Infrastructuur, 84 e jaargang Kox, H. & L. Rubalcaba (eds.) (2007). Business Services in European economic growth. Hampshire: Palgrave-MacMillam. Kamer van Koophandel (2009). Economisch Vizier Midden-Nederland Kvkv.nl/download/Economischvizier2020_tcm pdf, geconsulteerd op: Kwakman, F.E. (2007). The professional service firms of the future. Breukelen: Nyenrode Business University. Langen, P.W. de & M.H. Nijdam (2003). Leader firms in de Nederlandse Maritieme cluster; theorie en praktijk. Stichting Nederland Maritiem Land; Erasmus Universiteit Rotterdam. Delft: DUP Satellite. Louter, P., H. Puylaert & O. Raspe (1999). Megacorridors en stadsgewesten; analyse van ontwikkelingen in de bedrijvigheid. Delft: TNO Inro. Menzel, M.P. & D. Fornahl (2007). Cluster Life Cycles - Dimensions and Rationales of Cluster Evolution. Industrial and Corporate Change 19 (10), pp Ministerie van Economische Zaken (2004). Pieken in de Delta. Gebiedsgerichte economische perspectieven. Den Haag: Ministerie van Economische Zaken Oort van, F. & O. Raspe (2005), Kennisassen en kenniscorridors, over de structurerende werking van infrastructuur in de kenniseconomie. geconsulteerd op: Oosterhaven, J.P. & P. Rietveld. Transportkosten, locatie en economie. geconsulteerd op

104 Pieken in de Delta Noordvleugel Randstad (2007), geconsulteerd op: Planbureau voor de Leefomgeving (2010). De Economische Kracht van de Noordvleugel van de Randstad. Den Haag: PBL. Provincie Utrecht (2007). Grote bedrijven Midden-Nederland. Reinaerde (2009). Jaardocument geconsulteerd op Schokker, M. (2005). Clustervorming binnen de Utrechtse Zorg- en Life Sciences-sector. Gezonde samenwerking als strategie. Utrecht: Universiteit Utrecht Strambach, S. (2008). Knowledge Intensive Business Services as drivers of multilevel knowledge dynamics. International Journal of Services Technology and Management 10 (2/3/4), pp Storper (1995). The resurgence of regional economies, ten years later: The region as a nexus of untraded interdependencies. European Urban and Regional Studies 2 (3), pp TNO (2005). A2: Samenhang in dynamiek. geconsulteerd op Toivonen, M. (2004). Expertise as business: Long-term development and future prospects of knowledge-intensive business serices (KIBS). Helsinki: University of Technology. USP Marketing Consultancy (2006). BAM heeft beste imago ontwikkeld. geconsulteerd op Utrecht Werkt (2010). Trendrapportage economie 2010, geconsulteerd op Visser, E.J. & O.A.L.C. Atzema (2008). With or Without Clusters: Facilitating Innovation through a Differentiated and Combined Network Approach. European Planning Studies 16 (9), pp Wal, Ter, A. (2009). The structure and the dynamics of Knowledge Networks: a proximity approach. Utrecht: Universiteit Utrecht (proefschrift) 97

105 Bijlage 1, COROP gebied Utrecht Tijdelijke kaart provincie Utrecht (de Ronden Venen en Stichtse Vecht zijn nog niet samengevoegd) Bron: SGP Utrecht (2010) Bijlage 2, het BRU gebied Bron: kaart gebaseerd op gegevens van BRU (2011) en CBS (2011) 98

106 Bijlage 3, Werkgebied van de KvK Midden-Nederland Bron: Kamer van Koophandel Midden-Nederland (2011) 99

Alle wegen leiden naar Utrecht

Alle wegen leiden naar Utrecht Alle wegen leiden naar Utrecht De kennis- en draaischijfeconomie van de stadsregio Utrecht Christiaan de Goeij 3186539 Begeleider: Prof. Dr. Oedzge Atzema Datum: 17-05-2012 Alle wegen leiden naar Utrecht

Nadere informatie

Topsectoren. Hoe & Waarom

Topsectoren. Hoe & Waarom Topsectoren Hoe & Waarom 1 Index Waarom de topsectorenaanpak? 3 Wat is het internationale belang? 4 Hoe werken de topsectoren samen? 5 Wat is de rol voor het MKB in de topsectoren? 6 Wat is de rol van

Nadere informatie

Samenvatting ... 7 Samenvatting

Samenvatting ... 7 Samenvatting Samenvatting... In rapporten en beleidsnotities wordt veelvuldig genoemd dat de aanwezigheid van een grote luchthaven én een grote zeehaven in één land of regio, voor de economie een bijzondere meerwaarde

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Zuid-Holland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Zuid-Holland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Zuid-Holland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke

Nadere informatie

MIRT Onderzoek FoodValley

MIRT Onderzoek FoodValley MIRT Onderzoek FoodValley Dutch Food to the European Top Management Samenvatting 15 oktober 2013 Status: Definitief Datum: 15 oktober 2013 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Klein Amerika 18

Nadere informatie

Datum : 26 oktober 2004 Nummer PS : PS2004IME11 Dienst/sector : MEC/ERT Commissie : IME Registratienummer : 2004MEC001993i Portefeuillehouder : G.

Datum : 26 oktober 2004 Nummer PS : PS2004IME11 Dienst/sector : MEC/ERT Commissie : IME Registratienummer : 2004MEC001993i Portefeuillehouder : G. S T A T E N V O O R S T E L Datum : 26 oktober 2004 Nummer PS : PS2004IME11 Dienst/sector : MEC/ERT Commissie : IME Registratienummer : 2004MEC001993i Portefeuillehouder : G. Mik Titel : Inzet middelen

Nadere informatie

Noord-Nederland en OP EFRO

Noord-Nederland en OP EFRO N o o r d - N e d e r l a n d Noord-Nederland en OP EFRO versterking van de noordelijke economie O P E F R O De afgelopen jaren heeft Noord-Nederland hard gewerkt aan de versterking van haar sociaal economische

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Utrecht Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

Werklandschap Meerpaal. Sport en werk centraal in Nederland. Bedrijfsvestiging in de gemeente Houten

Werklandschap Meerpaal. Sport en werk centraal in Nederland. Bedrijfsvestiging in de gemeente Houten Werklandschap Meerpaal Sport en werk centraal in Nederland Bedrijfsvestiging in de gemeente Houten Kwaliteiten Werklandschap Directe aansluiting op A27 Gebiedsoppervlak van 10 ha Flexibele kavelgrootte

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

ScaleUp Dashboard 2015

ScaleUp Dashboard 2015 Rapportage ScaleUp Dashboard 2015 ScaleUp Dashboard 2015 Prof. dr. Justin Jansen Lotte de Vos Rotterdam School of Management Erasmus Centre for Entrepreneurship Conclusies Nederland staat aan de Europese

Nadere informatie

Ruimtelijk Economische Samenhang langs de A2

Ruimtelijk Economische Samenhang langs de A2 Over regionale economische specialisatie en bedrijfsrelaties Prof. Dr. Oedzge Atzema Annelies Goorts MSc Christiaan de Groot MSc In opdracht van Gemeente Eindhoven Oktober 2011 Ruimtelijk Economische Samenhang

Nadere informatie

Kansen voor topsector HTSM:

Kansen voor topsector HTSM: Kansen voor topsector HTSM: Nederlands-Aziatische samenwerking in high-tech clusters Sound analysis, inspiring ideas Nederlands-Aziatische samenwerking biedt kansen voor topsector HTSM Het Nederlandse

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Overijssel. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Overijssel. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Overijssel Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Gelderland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Gelderland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Gelderland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Noord-Brabant. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Noord-Brabant. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Noord-Brabant Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Friesland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Friesland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Friesland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009 Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Rotterdam, 6 oktober 2009 INSCOPE: Research for Innovation heeft in opdracht

Nadere informatie

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant'

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' 'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' OPROEP VANUIT DE VRIJETIJDSSECTOR Opgesteld door: Vrijetijdshuis Brabant, TOP Brabant, Erfgoed Brabant, Leisure Boulevard, NHTV, MKB, BKKC, Stichting Samenwerkende

Nadere informatie

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland en de Provincie Gelderland 22 maart 2016 Overwegende dat: De provincie Gelderland veel waarde hecht aan de aanwezigheid van onderwijs/kennisinstellingen in haar Provincie. Uiteraard in hun functie van

Nadere informatie

Topsectoren, regio s en vestigingsplaatsfactoren: een multivariate regressieanalyse

Topsectoren, regio s en vestigingsplaatsfactoren: een multivariate regressieanalyse Topsectoren, regio s en vestigingsplaatsfactoren: een multivariate regressieanalyse RSAN voorjaarsmiddag Antwerpen 24/04/2014 Frank van Dongen, Olaf Jonkeren & Otto Raspe 1 Agenda Motivatie Onderzoeksvraag

Nadere informatie

M201218. Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland

M201218. Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland M201218 Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, november 2012 Relatief veel snelgroeiende bedrijven in Nederland In deze rapportage

Nadere informatie

Samenstelling bestuur

Samenstelling bestuur Presentatie KvO 2.0 Samenstelling bestuur Krachtteam Peter Beckers : voorzitter Jan van Loon : initiatiefnemer Theo Vinken : initiatiefnemer Paul Jansen : aanvoerder werkorganisatie 2a Karel Jan van Kesteren

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

Het Bedrijfslevenbeleid

Het Bedrijfslevenbeleid Het Bedrijfslevenbeleid NAAR DE TOP! Sjoerd Visser Programmadirectie Topsectoren i.o. Inhoud Regeerakkoord Bedrijfslevenbeleid - ambitie - topsectoren - ruimtelijke aspecten - financiering - Proces fasering

Nadere informatie

Nextport International community Zwolle Region

Nextport International community Zwolle Region Nextport International community Zwolle Region December 2014 1 Ideaalbeeld Zwolle 2020 Wat hebben we bereikt? We schrijven 2020. Regio Zwolle heeft een transitie doorgemaakt en wordt internationaal gezien

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Logistieke draaischijf Twente, De regio als concurrerende hotspot

Logistieke draaischijf Twente, De regio als concurrerende hotspot Logistieke draaischijf Twente, De regio als concurrerende hotspot Rikkert de Kort Senior adviseur goederenvervoer 13 juni 2012 Buck Consultants International Postbus 1456 6501 BL Nijmegen Telnr : 024 379

Nadere informatie

Bedrijventerrein Kapelpolder (Maassluis) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter

Bedrijventerrein Kapelpolder (Maassluis) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Bedrijventerrein Kapelpolder (Maassluis) Maatschappelijke Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Bedrijventerrein Kapelpolder, gemeente Maassluis A. Inleiding Deze factsheet geeft een bondig overzicht

Nadere informatie

De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang. Otto Raspe en Martijn van den Berge

De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang. Otto Raspe en Martijn van den Berge De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang Otto Raspe en Martijn van den Berge Samenvatting Het ministerie van Economische Zaken werkt aan de herijking van zijn economische stimuleringsprogramma

Nadere informatie

Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam

Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam A. Inleiding Deze factsheet geeft een bondig overzicht van

Nadere informatie

THE AMSTERDAM FAMILY OF CLUSTERS Economisch geografische relaties van elf bedrijvenclusters in de Metropoolregio Amsterdam

THE AMSTERDAM FAMILY OF CLUSTERS Economisch geografische relaties van elf bedrijvenclusters in de Metropoolregio Amsterdam THE AMSTERDAM FAMILY OF CLUSTERS Economisch geografische relaties van elf bedrijvenclusters in de Metropoolregio Amsterdam In opdracht van Bestuursforum Schiphol Prof. Dr. Oedzge Atzema Annelies Goorts

Nadere informatie

Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie. Samen naar de top!

Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie. Samen naar de top! Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie Samen naar de top! Drs. G.M. Landheer Directeur Topsectoren en Industriebeleid

Nadere informatie

De Staat van Nederland Innovatieland: een gouden ei? Walter Manshanden

De Staat van Nederland Innovatieland: een gouden ei? Walter Manshanden De Staat van Nederland Innovatieland: een gouden ei? Walter Manshanden Van der Zee, F., W. Manshanden, F. Bekkers, T. van der Horst ea (2012). De Staat van Nederland Innovatieland 2012. Amsterdam: AUP

Nadere informatie

Presentatie Actieplan FoodValley

Presentatie Actieplan FoodValley Presentatie Actieplan FoodValley Doorontwikkeling FoodValley Ambitie 26 oktober 2012 FoodValley: kristallisatiepunt voor innovaties in agrofoodsector (1) Sense of urgency: wereldvoedselproblematiek en

Nadere informatie

Ideeën Plannen. Het is tijd voor de NOM! Ambities

Ideeën Plannen. Het is tijd voor de NOM! Ambities I N V E S T E R E N I N O N T W I K K E L I N G Ideeën Plannen Het is tijd voor de NOM! Ambities Missie De NOM is de permanente katalysator van economische ontwikkeling in Noord-Nederland. Dit is niet

Nadere informatie

Brainport Eindhoven/ A2-zone (Brainport Avenue)

Brainport Eindhoven/ A2-zone (Brainport Avenue) Brainport Eindhoven/ A2-zone (Brainport Avenue) Nota Ruimte budget 75 miljoen euro voor Brainport Eindhoven en 6,8 miljoen voor ontwikkeling A2-zone Planoppervlak 3250 hectare (Brainport Eindhoven) Trekker

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Platform31 De concurrentiepositie van Nederlandse steden. Nieuwe inzichten voor de Utrechtse economie en voor intergemeentelijke samenwerking Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek

Werkgelegenheidsonderzoek Monitor Ruimtelijke Economie Uitkomsten Werkgelegenheidsonderzoek Provincie Utrecht 2011 (Voorlopig) Januari 2012 Afdeling Mobiliteit, Economie en Cultuur Inleiding In de periode april t/m september 2011

Nadere informatie

Subsidiemogelijkheden EFRO 2007-2013 Oost-Nederland

Subsidiemogelijkheden EFRO 2007-2013 Oost-Nederland Subsidiemogelijkheden EFRO 2007-2013 Oost-Nederland 2 Europees stimuleringsprogramma versterkt positie Oost-Nederland Let s GO Gelderland en Overijssel toonaangevend in innovatie Oost-Nederland is een

Nadere informatie

Internationaliseringsdesk regio Zwolle

Internationaliseringsdesk regio Zwolle Internationaliseringsdesk regio Zwolle Rapportage over de mogelijke behoefte aan een internationaliseringsdesk/duitslanddesk voor de regio Zwolle Lectoraat International Business Kenniscentrum Strategisch

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

Werkgelegenheid, vacatures en werving in de provincie Utrecht 2013. De knelpunten die Utrechtse bedrijven ervaren

Werkgelegenheid, vacatures en werving in de provincie Utrecht 2013. De knelpunten die Utrechtse bedrijven ervaren Werkgelegenheid, vacatures en werving in de provincie Utrecht 2013 De knelpunten die Utrechtse bedrijven ervaren Ester Hilhorst Economic Board Utrecht Februari 2014 Inhoud Samenvatting Crisis kost meer

Nadere informatie

Innovatiepotentieel. De index bedraagt 115 (Nederland = 100) Er is een kennisintensieve en innovatieve (diensten) economie MARKT

Innovatiepotentieel. De index bedraagt 115 (Nederland = 100) Er is een kennisintensieve en innovatieve (diensten) economie MARKT taat van 2014 nnovatiepotentieel at is de index van het innovatiepotentieel van de provincie? e index bedraagt 115 ( = 100) et innovatie creëren bedrijven en instellingen efficiëntie en onderscheidend

Nadere informatie

Human Capital Tafel Logistiek in Drenthe op 3 oktober 2013

Human Capital Tafel Logistiek in Drenthe op 3 oktober 2013 Human Capital Tafel Logistiek in Drenthe op 3 oktober 2013 Op 3 oktober 2013 hebben Stenden Hogeschool en de provincie Drenthe samen met Transport en Logistiek Nederland, EVO en de Kamer van Koophandel

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Plannen Economische Agenda 20113-2014

Plannen Economische Agenda 20113-2014 Plannen Economische Agenda 20113-2014 Aanvalsplan 1: Marketing regio Amersfoort: be good and tell it Wat is het doel: Gerichte marketingcampagnes starten op het gebied van ondernemen in Amersfoort en de

Nadere informatie

brief van Kamer van Koophandel, 7 dec. 04. (N.B. De rubrieken 1 t/m 4 altijd in deze volgorde uitwerken)

brief van Kamer van Koophandel, 7 dec. 04. (N.B. De rubrieken 1 t/m 4 altijd in deze volgorde uitwerken) Nota PS-commissie Vergaderdatum : 24 januari 2005 Commissie voor : ELE Agendapunt nr. : 9 Commissienr. : 2005-166 Onderwerp : Pieken in de Noordvleugel; OPERA; Gaan voor Goud. Opsteller/telefoon/e-mail-adres

Nadere informatie

Wat verwachten werkgevers van het onderwijs als het gaat om duurzaamheid?

Wat verwachten werkgevers van het onderwijs als het gaat om duurzaamheid? Wat verwachten werkgevers van het onderwijs als het gaat om duurzaamheid? Een onderzoek onder werkgevers in de topsectoren en de overheid. Onderzoeksrapport Samenvatting 1-11-2013 1 7 Facts & figures.

Nadere informatie

Bedrijventerrein De Mient (Capelle a/d IJssel) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter

Bedrijventerrein De Mient (Capelle a/d IJssel) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Bedrijventerrein De Mient (Capelle a/d IJssel) Maatschappelijke waarde Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Bedrijventerrein De Mient, gemeente Capelle a/d IJssel A. Inleiding Deze factsheet geeft

Nadere informatie

Stagnatie zet door op startersmarkt Randstad trekt extra startende ondernemers

Stagnatie zet door op startersmarkt Randstad trekt extra startende ondernemers Starters ING Economisch Bureau Stagnatie zet door op startersmarkt Randstad trekt extra startende ondernemers In het eerste kwartaal van 2012 zijn er circa 39.000 mensen een onderneming gestart, ruim 4%

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

innovatiebevordering RIS3 MKB OPZuid Europees Innovatieprogramma voor Zuid-Nederland overheden living labs koolstofarme economie cross-overs design

innovatiebevordering RIS3 MKB OPZuid Europees Innovatieprogramma voor Zuid-Nederland overheden living labs koolstofarme economie cross-overs design OPZuid Europees Innovatieprogramma voor Zuid-Nederland BIObased logistiek maintenance hightech systems agrofood overheden RIS3 innovatiebevordering duurzaamheid schone energie welzijn samenwerking gezondheid

Nadere informatie

De Molenzoom. Kantoorlocaties in centrum van Houten. Kantoorvestiging in de gemeente Houten

De Molenzoom. Kantoorlocaties in centrum van Houten. Kantoorvestiging in de gemeente Houten De Molenzoom Kantoorlocaties in centrum van Houten Kantoorvestiging in de gemeente Houten Kwaliteiten Molenzoom Centrale ligging in Houten Zichtlocatie langs spoorlijn Nabij centrumvoorzieningen op het

Nadere informatie

Beter worden in wat we samen zijn!

Beter worden in wat we samen zijn! Beter worden in wat we samen zijn! Wie zijn we? Wat doen we? De gemeenten in de regio Stedendriehoek werken samen. Samen staan we sterk en maken we ons sterk voor het nog verder verbeteren van het VESTIGINGSKLIMAAT.

Nadere informatie

Duurzaamheidsfabriek: nut en noodzaak vanuit sociaaleconomisch perspectief. Ton van der Wijst, 1 mei 2015

Duurzaamheidsfabriek: nut en noodzaak vanuit sociaaleconomisch perspectief. Ton van der Wijst, 1 mei 2015 Duurzaamheidsfabriek: nut en noodzaak vanuit sociaaleconomisch perspectief Ton van der Wijst, 1 mei 2015 Invalshoeken Globalisering Technologische ontwikkelingen Demografische ontwikkelingen Rol van steden

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie Samenvatting De gemeente maakt sinds 2011 onderdeel uit van de bestuurlijke regio FoodValley. In de regio FoodValley heeft elke gemeente een economisch profiel gekozen dat moet bijdragen aan de doelstelling

Nadere informatie

De Haagse kennisindustrie

De Haagse kennisindustrie De Haagse kennisindustrie Een onderzoek naar de kennisnetwerken en locatie-eisen van Knowledge Intensive Business Services in de regio Haaglanden Tom Kuijpers Masterthesis Economische Geografie De Haagse

Nadere informatie

A15 Corridor. Conclusies A15. 4. De A15 is dé verbindingsschakel tussen vier van de tien Nederlandse logistieke hot spots i.c.

A15 Corridor. Conclusies A15. 4. De A15 is dé verbindingsschakel tussen vier van de tien Nederlandse logistieke hot spots i.c. A15 Corridor Conclusies A15 1. Een gegarandeerde doorstroming van het verkeer op de A15 is noodzakelijk voor de continuïteit en ontwikkeling van de regionale economie rond de corridor en voor de BV Nederland.

Nadere informatie

Resultaten werkgelegenheidsonderzoek. Provinciaal Arbeidsplaatsen Register (PAR)

Resultaten werkgelegenheidsonderzoek. Provinciaal Arbeidsplaatsen Register (PAR) Resultaten werkgelegenheidsonderzoek Provinciaal Arbeidsplaatsen Register (PAR) 2013 Maarten Bergmeijer Provincie Utrecht afdeling MEC, team Economie par@provincie-utrecht.nl www.provincie-utrecht.nl/par

Nadere informatie

www.cwtsbv.nl Page 2 18 november 2014 CWTS B.V. Centre for Science and Technology Studies, Leiden University

www.cwtsbv.nl Page 2 18 november 2014 CWTS B.V. Centre for Science and Technology Studies, Leiden University REPORT Onderzoek naar unieke uitvindingen zoals beschreven in octrooifamilies gebaseerd op onderzoek van TO2-instituten en hun medewerkers in de periode 2001-2010 www.cwtsbv.nl Page 2 18 november 2014

Nadere informatie

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 (PBL-onderzoek samen met Mark Thissen, Arjan Ruijs & Dario Diodato)

Nadere informatie

dit* doorpakken in topsectoren

dit* doorpakken in topsectoren dit* doorpakken in topsectoren dit*doorpakken in topsectoren dit* is een prioriteitenprogramma. dit* zijn de maatregelen die nodig zijn om de groei van de Brabants-Zeeuwse economie te stimuleren, als voortrekker

Nadere informatie

Samenwerking. Innovatie. Groei. Bedrijven, kennisinstellingen en overheden voor een krachtige metropoolregio Amsterdam

Samenwerking. Innovatie. Groei. Bedrijven, kennisinstellingen en overheden voor een krachtige metropoolregio Amsterdam Samenwerking. Innovatie. Groei. Bedrijven, kennisinstellingen en overheden voor een krachtige metropoolregio Amsterdam De metropoolregio Amsterdam heeft alles in huis Een krachtige economische regio. Daarvoor

Nadere informatie

Symposium Groene chemie in de delta

Symposium Groene chemie in de delta DPI Value Centre als onderdeel van TKI SPM en het valorisatienetwerk 2.0 Symposium Groene chemie in de delta A. Brouwer, 12 November 2012 TKI Smart Polymeric Materials Topresearch in polymeren 5-10 jaar

Nadere informatie

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving 16 september 2014-15:25 Het ministerie van Infrastructuur en Milieu besteedt in 2015 9,2 miljard euro aan een gezond, duurzaam

Nadere informatie

Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening

Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening Aanleiding Op 10 februari 2014 heeft, onder leiding van burgemeester Van der Laan,

Nadere informatie

Bijlage 2. Human Capital Agenda s

Bijlage 2. Human Capital Agenda s Bijlage 2 Capital s De topsectoren gaan een human (onderwijs en scholing) voor de langere termijn opstellen en zullen onderwijsinstellingen hierbij betrekken. De s bevatten o.a. een analyse van de behoefte

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner Partners for International Business Als het gaat om internationaal ondernemen en samenwerken Partners for International Business (PIB) is een

Nadere informatie

Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven

Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven 1 Aanleiding Sinds jaren '90 sterke toename van investeringen ingen door buitenlandse bedrijven (FDI) Door open en sterk internationaal georiënteerde

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

HAN en duurzame energie

HAN en duurzame energie Beroepsonderwijs tijdens de energie transitie HAN en duurzame energie Van buiten naar binnen. Tinus Hammink programma-manager SEECE Hogeschool van Arnhem en Nijmegen HBO en topsectoren; keuze van HAN 1.

Nadere informatie

Stec Groep - Logica in locatiepatronen: hoe kiezen bedrijven?

Stec Groep - Logica in locatiepatronen: hoe kiezen bedrijven? Stec Groep - Logica in locatiepatronen: hoe kiezen bedrijven? Samenvatting belangrijkste feiten en conclusies 2000-2010 o.b.v. Database Bovenregionale Locatiebeslissingen (DLN) uitgangspunten van het onderzoek:

Nadere informatie

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Om in aanmerking te komen voor een subsidie tussen 25.000 en 65.000 euro moet een project aan de volgende criteria voldoen: 1. het project

Nadere informatie

Onderwijs en Kennisoverdracht

Onderwijs en Kennisoverdracht Onderwijs en Kennisoverdracht Ontwikkelingen in de duurzame landbouw in Suriname Prof. Tiny van Boekel, Decaan voor Onderwijs/Vice-rector, Wageningen University & Research Centre, NL Inhoud lezing Ontwikkelingen

Nadere informatie

Linco Nieuwenhuyzen Adviseur Strategie Brainport Development

Linco Nieuwenhuyzen Adviseur Strategie Brainport Development Linco Nieuwenhuyzen Adviseur Strategie Brainport Development Brainport Development ontwikkelingsmaatschappij nieuwe stijl Bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid Strategie-ontwikkeling-uitvoering

Nadere informatie

Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken

Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken Inhoud: A. Energie B. Water C. Sensortechnologie D. Agribusiness E. Life Science A. Energie Onder energie wordt verstaan: handel en distributie van aardgas, brandstoffen,

Nadere informatie

Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen

Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen The Next Step: Coalition of the Willing Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen The Next Step: Coalition of the Willing Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen Een regio om trots

Nadere informatie

E V E R B I N D I N G, N I E

E V E R B I N D I N G, N I E innovatie Syntens N I E U W E V E R B I N D I N G, N I E U W E B U S I N E S S Het veld waarin bedrijven opereren is voortdurend in beweging. Om een bedrijf gezond en succesvol te houden, is het belangrijk

Nadere informatie

Regionale behoefteraming Brainport Industries Campus Eindhoven

Regionale behoefteraming Brainport Industries Campus Eindhoven Regionale behoefteraming Brainport Industries Campus Eindhoven 23 juni 2015 Managementsamenvatting Status: Managementsamenvatting Datum: 23 juni 2015 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Silodam

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner Internationaal Ondernemen Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner In opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken Partners for International Business Internationaal ondernemen

Nadere informatie

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020 OP EFRO OOST-NEDERLAND 2014-2020PRESENTATIE KENNISPARK, 23 APRIL 2014 JOLANDA VROLIJK, PROGRAMMAMANAGER EFRO OP EFRO Oost-Nederland 2014-2020 Inhoud presentatie 1. Inleiding Europese Fondsen: cohesie beleid

Nadere informatie

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Zzp ers in de provincie Utrecht 2013 Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Ester Hilhorst Economic Board Utrecht Februari 2014 Inhoud Samenvatting Samenvatting Crisis kost meer banen in 2013 Banenverlies

Nadere informatie

Cluster Agro en Food Regio Zwolle

Cluster Agro en Food Regio Zwolle Cluster Agro en Food Regio Zwolle Dé proeftuin voor duurzame, innovatieve systemen en nieuwe verdienmodellen: een living lab voor Agro en Food Cluster Agro en Food Regio Zwolle Werk en innovatie Sterk

Nadere informatie

Afstudeeronderzoek van E. van Bunningen BSc (Het volledige Engelstalige onderzoeksrapport kunt downloaden via deze link)

Afstudeeronderzoek van E. van Bunningen BSc (Het volledige Engelstalige onderzoeksrapport kunt downloaden via deze link) CONCENTRATIE VAN MAATSCHAPPELIJKE DIENSTEN IN GEMEENTELIJK VASTGOED NAAR AANLEIDING VAN DEMOGRAFISCHE TRANSITIE Een casestudie in landelijke gemeenten in Noord-Brabant, Nederland Afstudeeronderzoek van

Nadere informatie

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Professioneel facility management Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Inhoud Voorwoord Professionele frontliners 1. Theoretisch kader 2. Competenties en

Nadere informatie

Minder startende ondernemers

Minder startende ondernemers Starters ING Economisch Bureau Minder startende ondernemers in 2012 Aantal starters loopt in alle provincies terug Dit jaar zijn er tot en met september circa 95.000 mensen een onderneming gestart, ruim

Nadere informatie

PROJECT PRESENTATIE TIM-15. Project-B: Verbinden

PROJECT PRESENTATIE TIM-15. Project-B: Verbinden PROJECT PRESENTATIE TIM-15 Project-B: Verbinden 1 INTRODUCTIE Team: Louis Derks zelfstandig consultant Toon Kleinhout Koninklijke Landmacht Hans Slotema DSM Resolve René Verhoeven KvK Limburg Opdracht:

Nadere informatie

Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven

Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven 1 Aanleiding Sinds jaren '90 sterke toename van investeringen door buitenlandse bedrijven (FDI) Door open en sterk internationaal georiënteerde

Nadere informatie

Nieuwe retail business modellen. Partnervoorstel: ondersteunen en participeren

Nieuwe retail business modellen. Partnervoorstel: ondersteunen en participeren Nieuwe retail business modellen Partnervoorstel: ondersteunen en participeren Achtergrond Retail business modellen voor MKB ondernemers in de mode- en woonbranche Is het noodzakelijk? De combinatie voldoende

Nadere informatie

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Bevindingen Erasmus Innovatiemonitor Zorg Eindhoven, 5 oktober 2012 TOP INSTITUTE INSCOPE

Nadere informatie

Bedrijventerrein Nieuw Mathenesse (Schiedam) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter

Bedrijventerrein Nieuw Mathenesse (Schiedam) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Bedrijventerrein Nieuw Mathenesse (Schiedam) Maatschappelijke waarde Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Factsheet bedrijventerrein Nieuw Mathenesse, Gemeente Schiedam A. Inleiding Deze factsheet

Nadere informatie

Het creëren van een innovatieklimaat

Het creëren van een innovatieklimaat Het creëren van een innovatieklimaat Bertholt Leeftink Directeur- Generaal Bedrijfsleven & Innovatie Inhoud 1. Waarom bedrijven- en topsectorenbeleid? 2. Verdienvermogen en oplossingen voor maatschappelijke

Nadere informatie